Het Stadhuis.

Het Stadhuis.Het Stadhuis bevindt zich op het fraaiste gedeelte vanOudewater, het is gelegen aan het begin der Kapelstraat en maakt met zijne bevallige voorpui front naar het aangrenzende plein der Vischmarkt.—Lief toch vertoont zich het Stadhuis van buiten aan ieder, die eenigen bouwkundigensmaak bezit, immers, de voorgevel die naar de Ionische orde gebouwd, en versierd is met het beeld, dat de geregtigheid voorstelt, de voorgevel getooid met de wapenschilden der stedenDelft,OudewaterenAlkmaarnaast elkander, die weder beheerscht worden door den leeuw, die op het hoogste gedeelte des voorgevels is aangebragt, en weder het wapenschild vanOudewatertusschen zijn gespierde pooten houdt, dit alles maakt met de welaangebragte kleuren, die een en ander bedekken, een aangenaam effect, dat nog verhoogd wordt, door de sierlijke voorpui, die uit vitruvius gebouwd, en daarenboven getooid is met vier zittende leeuwen, met wapenschilden boven de hoofdstukken der pijlaren aangebragt, en het wapen van Holland in het midden vertoont.Dit gebouw dagteekent van het jaar 1588, zoo als wij insgelijks nog in den voorgevel uit eenige ijzeren ankers die dit jaartal vormen, kunnen opmaken, het werd echter in genoemd jaar slechts vernieuwd, op de oude grondslagen, boogen en muren, en met een leijen dak gedekt. Uit dit dak rijst een fraai torentje, dat met eene daar inhangende klok voorzien is, die ten tijde des Heeren van Kinschot160, onderanderen diende, ter bekendmaking der regtdagen, en der gewoonlijke vergaderingen, alsmede het sluiten en openen der poorten—zooals het tegenwoordig onder meer, voornamelijk gebezigd wordt, tot bijeenroeping van den volke, indien er iets van de puije des raadhuizen van lands- of stadswege wordt verkondigd.Het Stadhuis is gebouwd op 4 boogen of verwulfsels: een dezer, aan de voorzijde aanwezig, dient de nachtwacht, tot punt van bijeenkomst en schuilplaats bij ongunstig weder, terwijl het tevens na afbraak der Romein ofGevangentorentot tijdelijke bewaarplaats voor misdadigersis ingerigt, de overige drie »holen” zooals men ze noemt, worden van stadswege tot bergplaats verhuurd.Bezien wij nu vlugtig het stadhuis ook nog van binnen.De trappen die wij tot dat einde moeten beklimmen, waren zoo als Kinschot getuigt, van blaauwe Naamsche steen, en gemaakt door Duiliaan Vlamingh, eertijds Mr. Steenhouwer te Delft, doch indien het uwe belangstelling waardig is, zoo vermelden wij u, dat men in het jaar 1816 daarvoor andere heeft gelegd. Treden wij echter binnen—Al dadelijk bevindt men zich op eene ruime voorzaal, aan wier einde eertijds de vierschaar was. Op deze voorzaal werd sedert Ao. 1798 de ringvergadering gehouden, waarvanOudewatertoen de hoofdplaats was, waardoor ook alstoen de vierschaar vernietigd werd161.Regts aan den ingang dezer voorzaal bevindt zich de bodeskamer in 1857 daargesteld, terwijl aan het achtergedeelte, dáár ongeveer, waar vroeger de vierschaar was, eenige wapenen,—overblijfselen van den moord in 1575—tot eene trofée geschikt, deze voorzaal versieren162.Ter regterzijde verschaft eene deur toegang tot de Secretarie die aldaar ten jare 1859 getimmerd is, deze doorgaande, komt men van ouds in de weeskamer, die tot in dit jaar nog de Secretarie was, doch in laatstgenoemd jaar tot burgemeesterskamer werd ingerigt; ter linkerzijde, zien wij in dit laatste apartement eene deur in den muur aangebragt; wij nemen de vrijheid deze teopenen, en geleiden u de raadkamer binnen, waarin eertijds ook het geregt zijne vergadering hield. Reeds in 1834 en 1835 werd deze raadkamer veel verbeterd en verfraaid, en ook nog in 1859 is veel tot versiering en tot gerief hierin aangebragt, zoodat een en ander zich nu in zeer netten toestand bevindt. Aan den wand, ontwaart men de portretten van de beroemde mannen Jacobus Arminius, in der tijd hoogleeraar in de Godgeleerdheid teLeiden, en Mr. A. Van Stipriaan Luiscius, eertijds Med. Doct. et Chem. Lect. teDelft, beide teOudewatergeboren.Wat wij echter op deze raadzaal nog meer opmerken, is het groote beroemde schilderij van den Utrechtschen schilder D. Stoop, voorstellende den moord der Spanjaarden in 1575 teOudewatergepleegd, zoo als nog daarenboven uit het volgende originele opschrift blijkt.Oudewateronder Philip II, Koning vanHisp.door beleit van Hierges belegert 19 Julij, is nae dapperlyk beschieten, ende grouwlyk gevegt stormenderhand ingenomen; Soldaten, Burgers, Vrouwen en Kinderen wreedlyk vermoord ende de Stad verbrand, op den 7 Augusti 1575.Behoeven wij het wel te zeggen, dat waar een Stoop zoodanig tafereel vervaardigd heeft, het niet mankeert aan fiks coloriet, stoute figuren, en bevallig uitgevoerde groepen, dat iedere groep eene fraaije ordonnantie op zich zelve is, zonder dat de bekwame schilder door deze détails hetgeheel, hierdoor uit het oog heeft verloren? Behoeven wij aan te stippen, dat het stadsgezigt uit dien tijd met veel historische trouw is vervaardigd?163Teregt stroomen er dan ook nog ieder jaar op den gedenkdag des moords, honderden menschen naar het Raadhuis, om dit schilderij te bewonderen, en zich te verplaatsen naar de tijden van den bloedigen oorlog met Spanje.Wij verzoeken den lezer het gebouw met ons te verlaten, daar de gijzeling, die zich nog boven deze apartementen bevindt, weinig aanlokkends ter bezigtiging kan aanbieden, en hiermede sluiten wij dan ook de beschrijving onzer reeks publieke en merkwaardige gebouwen vanOudewater. Wij hebben de gebouwen ondervraagd en zij hebben tot ons ten deele door de historie-bladen en oude bescheiden gesproken. Wij hebben gezien, dat het waarheid was, toen wij in ons motto den heer Rose nazeiden:»De monumenten zijn de gedenksteenen van het verledene, omdat zij de getuigen, somtijds zelfs de voorwerpen waren van vroegere handelingen. De monumenten verschaffen ons eene geschiedenis op eene andere wijze, namelijk in vormen, die een geheele reeks van waarheden en denkbeelden in zich sluiten en bij ons opwekken. Zij verhalen ons juist niet al het gebeurde, maar zij leeren ons kennen, hoe het voorgeslacht leefde, dacht en gevoelde, en dat heeft voor het meest even zoo veel waarde, als de vermelding van een reeks gebeurtenissen.” De waarheid van dit motto, zal nog nader uit het volgende hoofdstuk blijken.

Het Stadhuis.Het Stadhuis bevindt zich op het fraaiste gedeelte vanOudewater, het is gelegen aan het begin der Kapelstraat en maakt met zijne bevallige voorpui front naar het aangrenzende plein der Vischmarkt.—Lief toch vertoont zich het Stadhuis van buiten aan ieder, die eenigen bouwkundigensmaak bezit, immers, de voorgevel die naar de Ionische orde gebouwd, en versierd is met het beeld, dat de geregtigheid voorstelt, de voorgevel getooid met de wapenschilden der stedenDelft,OudewaterenAlkmaarnaast elkander, die weder beheerscht worden door den leeuw, die op het hoogste gedeelte des voorgevels is aangebragt, en weder het wapenschild vanOudewatertusschen zijn gespierde pooten houdt, dit alles maakt met de welaangebragte kleuren, die een en ander bedekken, een aangenaam effect, dat nog verhoogd wordt, door de sierlijke voorpui, die uit vitruvius gebouwd, en daarenboven getooid is met vier zittende leeuwen, met wapenschilden boven de hoofdstukken der pijlaren aangebragt, en het wapen van Holland in het midden vertoont.Dit gebouw dagteekent van het jaar 1588, zoo als wij insgelijks nog in den voorgevel uit eenige ijzeren ankers die dit jaartal vormen, kunnen opmaken, het werd echter in genoemd jaar slechts vernieuwd, op de oude grondslagen, boogen en muren, en met een leijen dak gedekt. Uit dit dak rijst een fraai torentje, dat met eene daar inhangende klok voorzien is, die ten tijde des Heeren van Kinschot160, onderanderen diende, ter bekendmaking der regtdagen, en der gewoonlijke vergaderingen, alsmede het sluiten en openen der poorten—zooals het tegenwoordig onder meer, voornamelijk gebezigd wordt, tot bijeenroeping van den volke, indien er iets van de puije des raadhuizen van lands- of stadswege wordt verkondigd.Het Stadhuis is gebouwd op 4 boogen of verwulfsels: een dezer, aan de voorzijde aanwezig, dient de nachtwacht, tot punt van bijeenkomst en schuilplaats bij ongunstig weder, terwijl het tevens na afbraak der Romein ofGevangentorentot tijdelijke bewaarplaats voor misdadigersis ingerigt, de overige drie »holen” zooals men ze noemt, worden van stadswege tot bergplaats verhuurd.Bezien wij nu vlugtig het stadhuis ook nog van binnen.De trappen die wij tot dat einde moeten beklimmen, waren zoo als Kinschot getuigt, van blaauwe Naamsche steen, en gemaakt door Duiliaan Vlamingh, eertijds Mr. Steenhouwer te Delft, doch indien het uwe belangstelling waardig is, zoo vermelden wij u, dat men in het jaar 1816 daarvoor andere heeft gelegd. Treden wij echter binnen—Al dadelijk bevindt men zich op eene ruime voorzaal, aan wier einde eertijds de vierschaar was. Op deze voorzaal werd sedert Ao. 1798 de ringvergadering gehouden, waarvanOudewatertoen de hoofdplaats was, waardoor ook alstoen de vierschaar vernietigd werd161.Regts aan den ingang dezer voorzaal bevindt zich de bodeskamer in 1857 daargesteld, terwijl aan het achtergedeelte, dáár ongeveer, waar vroeger de vierschaar was, eenige wapenen,—overblijfselen van den moord in 1575—tot eene trofée geschikt, deze voorzaal versieren162.Ter regterzijde verschaft eene deur toegang tot de Secretarie die aldaar ten jare 1859 getimmerd is, deze doorgaande, komt men van ouds in de weeskamer, die tot in dit jaar nog de Secretarie was, doch in laatstgenoemd jaar tot burgemeesterskamer werd ingerigt; ter linkerzijde, zien wij in dit laatste apartement eene deur in den muur aangebragt; wij nemen de vrijheid deze teopenen, en geleiden u de raadkamer binnen, waarin eertijds ook het geregt zijne vergadering hield. Reeds in 1834 en 1835 werd deze raadkamer veel verbeterd en verfraaid, en ook nog in 1859 is veel tot versiering en tot gerief hierin aangebragt, zoodat een en ander zich nu in zeer netten toestand bevindt. Aan den wand, ontwaart men de portretten van de beroemde mannen Jacobus Arminius, in der tijd hoogleeraar in de Godgeleerdheid teLeiden, en Mr. A. Van Stipriaan Luiscius, eertijds Med. Doct. et Chem. Lect. teDelft, beide teOudewatergeboren.Wat wij echter op deze raadzaal nog meer opmerken, is het groote beroemde schilderij van den Utrechtschen schilder D. Stoop, voorstellende den moord der Spanjaarden in 1575 teOudewatergepleegd, zoo als nog daarenboven uit het volgende originele opschrift blijkt.Oudewateronder Philip II, Koning vanHisp.door beleit van Hierges belegert 19 Julij, is nae dapperlyk beschieten, ende grouwlyk gevegt stormenderhand ingenomen; Soldaten, Burgers, Vrouwen en Kinderen wreedlyk vermoord ende de Stad verbrand, op den 7 Augusti 1575.Behoeven wij het wel te zeggen, dat waar een Stoop zoodanig tafereel vervaardigd heeft, het niet mankeert aan fiks coloriet, stoute figuren, en bevallig uitgevoerde groepen, dat iedere groep eene fraaije ordonnantie op zich zelve is, zonder dat de bekwame schilder door deze détails hetgeheel, hierdoor uit het oog heeft verloren? Behoeven wij aan te stippen, dat het stadsgezigt uit dien tijd met veel historische trouw is vervaardigd?163Teregt stroomen er dan ook nog ieder jaar op den gedenkdag des moords, honderden menschen naar het Raadhuis, om dit schilderij te bewonderen, en zich te verplaatsen naar de tijden van den bloedigen oorlog met Spanje.Wij verzoeken den lezer het gebouw met ons te verlaten, daar de gijzeling, die zich nog boven deze apartementen bevindt, weinig aanlokkends ter bezigtiging kan aanbieden, en hiermede sluiten wij dan ook de beschrijving onzer reeks publieke en merkwaardige gebouwen vanOudewater. Wij hebben de gebouwen ondervraagd en zij hebben tot ons ten deele door de historie-bladen en oude bescheiden gesproken. Wij hebben gezien, dat het waarheid was, toen wij in ons motto den heer Rose nazeiden:»De monumenten zijn de gedenksteenen van het verledene, omdat zij de getuigen, somtijds zelfs de voorwerpen waren van vroegere handelingen. De monumenten verschaffen ons eene geschiedenis op eene andere wijze, namelijk in vormen, die een geheele reeks van waarheden en denkbeelden in zich sluiten en bij ons opwekken. Zij verhalen ons juist niet al het gebeurde, maar zij leeren ons kennen, hoe het voorgeslacht leefde, dacht en gevoelde, en dat heeft voor het meest even zoo veel waarde, als de vermelding van een reeks gebeurtenissen.” De waarheid van dit motto, zal nog nader uit het volgende hoofdstuk blijken.

Het Stadhuis.Het Stadhuis bevindt zich op het fraaiste gedeelte vanOudewater, het is gelegen aan het begin der Kapelstraat en maakt met zijne bevallige voorpui front naar het aangrenzende plein der Vischmarkt.—Lief toch vertoont zich het Stadhuis van buiten aan ieder, die eenigen bouwkundigensmaak bezit, immers, de voorgevel die naar de Ionische orde gebouwd, en versierd is met het beeld, dat de geregtigheid voorstelt, de voorgevel getooid met de wapenschilden der stedenDelft,OudewaterenAlkmaarnaast elkander, die weder beheerscht worden door den leeuw, die op het hoogste gedeelte des voorgevels is aangebragt, en weder het wapenschild vanOudewatertusschen zijn gespierde pooten houdt, dit alles maakt met de welaangebragte kleuren, die een en ander bedekken, een aangenaam effect, dat nog verhoogd wordt, door de sierlijke voorpui, die uit vitruvius gebouwd, en daarenboven getooid is met vier zittende leeuwen, met wapenschilden boven de hoofdstukken der pijlaren aangebragt, en het wapen van Holland in het midden vertoont.Dit gebouw dagteekent van het jaar 1588, zoo als wij insgelijks nog in den voorgevel uit eenige ijzeren ankers die dit jaartal vormen, kunnen opmaken, het werd echter in genoemd jaar slechts vernieuwd, op de oude grondslagen, boogen en muren, en met een leijen dak gedekt. Uit dit dak rijst een fraai torentje, dat met eene daar inhangende klok voorzien is, die ten tijde des Heeren van Kinschot160, onderanderen diende, ter bekendmaking der regtdagen, en der gewoonlijke vergaderingen, alsmede het sluiten en openen der poorten—zooals het tegenwoordig onder meer, voornamelijk gebezigd wordt, tot bijeenroeping van den volke, indien er iets van de puije des raadhuizen van lands- of stadswege wordt verkondigd.Het Stadhuis is gebouwd op 4 boogen of verwulfsels: een dezer, aan de voorzijde aanwezig, dient de nachtwacht, tot punt van bijeenkomst en schuilplaats bij ongunstig weder, terwijl het tevens na afbraak der Romein ofGevangentorentot tijdelijke bewaarplaats voor misdadigersis ingerigt, de overige drie »holen” zooals men ze noemt, worden van stadswege tot bergplaats verhuurd.Bezien wij nu vlugtig het stadhuis ook nog van binnen.De trappen die wij tot dat einde moeten beklimmen, waren zoo als Kinschot getuigt, van blaauwe Naamsche steen, en gemaakt door Duiliaan Vlamingh, eertijds Mr. Steenhouwer te Delft, doch indien het uwe belangstelling waardig is, zoo vermelden wij u, dat men in het jaar 1816 daarvoor andere heeft gelegd. Treden wij echter binnen—Al dadelijk bevindt men zich op eene ruime voorzaal, aan wier einde eertijds de vierschaar was. Op deze voorzaal werd sedert Ao. 1798 de ringvergadering gehouden, waarvanOudewatertoen de hoofdplaats was, waardoor ook alstoen de vierschaar vernietigd werd161.Regts aan den ingang dezer voorzaal bevindt zich de bodeskamer in 1857 daargesteld, terwijl aan het achtergedeelte, dáár ongeveer, waar vroeger de vierschaar was, eenige wapenen,—overblijfselen van den moord in 1575—tot eene trofée geschikt, deze voorzaal versieren162.Ter regterzijde verschaft eene deur toegang tot de Secretarie die aldaar ten jare 1859 getimmerd is, deze doorgaande, komt men van ouds in de weeskamer, die tot in dit jaar nog de Secretarie was, doch in laatstgenoemd jaar tot burgemeesterskamer werd ingerigt; ter linkerzijde, zien wij in dit laatste apartement eene deur in den muur aangebragt; wij nemen de vrijheid deze teopenen, en geleiden u de raadkamer binnen, waarin eertijds ook het geregt zijne vergadering hield. Reeds in 1834 en 1835 werd deze raadkamer veel verbeterd en verfraaid, en ook nog in 1859 is veel tot versiering en tot gerief hierin aangebragt, zoodat een en ander zich nu in zeer netten toestand bevindt. Aan den wand, ontwaart men de portretten van de beroemde mannen Jacobus Arminius, in der tijd hoogleeraar in de Godgeleerdheid teLeiden, en Mr. A. Van Stipriaan Luiscius, eertijds Med. Doct. et Chem. Lect. teDelft, beide teOudewatergeboren.Wat wij echter op deze raadzaal nog meer opmerken, is het groote beroemde schilderij van den Utrechtschen schilder D. Stoop, voorstellende den moord der Spanjaarden in 1575 teOudewatergepleegd, zoo als nog daarenboven uit het volgende originele opschrift blijkt.Oudewateronder Philip II, Koning vanHisp.door beleit van Hierges belegert 19 Julij, is nae dapperlyk beschieten, ende grouwlyk gevegt stormenderhand ingenomen; Soldaten, Burgers, Vrouwen en Kinderen wreedlyk vermoord ende de Stad verbrand, op den 7 Augusti 1575.Behoeven wij het wel te zeggen, dat waar een Stoop zoodanig tafereel vervaardigd heeft, het niet mankeert aan fiks coloriet, stoute figuren, en bevallig uitgevoerde groepen, dat iedere groep eene fraaije ordonnantie op zich zelve is, zonder dat de bekwame schilder door deze détails hetgeheel, hierdoor uit het oog heeft verloren? Behoeven wij aan te stippen, dat het stadsgezigt uit dien tijd met veel historische trouw is vervaardigd?163Teregt stroomen er dan ook nog ieder jaar op den gedenkdag des moords, honderden menschen naar het Raadhuis, om dit schilderij te bewonderen, en zich te verplaatsen naar de tijden van den bloedigen oorlog met Spanje.Wij verzoeken den lezer het gebouw met ons te verlaten, daar de gijzeling, die zich nog boven deze apartementen bevindt, weinig aanlokkends ter bezigtiging kan aanbieden, en hiermede sluiten wij dan ook de beschrijving onzer reeks publieke en merkwaardige gebouwen vanOudewater. Wij hebben de gebouwen ondervraagd en zij hebben tot ons ten deele door de historie-bladen en oude bescheiden gesproken. Wij hebben gezien, dat het waarheid was, toen wij in ons motto den heer Rose nazeiden:»De monumenten zijn de gedenksteenen van het verledene, omdat zij de getuigen, somtijds zelfs de voorwerpen waren van vroegere handelingen. De monumenten verschaffen ons eene geschiedenis op eene andere wijze, namelijk in vormen, die een geheele reeks van waarheden en denkbeelden in zich sluiten en bij ons opwekken. Zij verhalen ons juist niet al het gebeurde, maar zij leeren ons kennen, hoe het voorgeslacht leefde, dacht en gevoelde, en dat heeft voor het meest even zoo veel waarde, als de vermelding van een reeks gebeurtenissen.” De waarheid van dit motto, zal nog nader uit het volgende hoofdstuk blijken.

Het Stadhuis.Het Stadhuis bevindt zich op het fraaiste gedeelte vanOudewater, het is gelegen aan het begin der Kapelstraat en maakt met zijne bevallige voorpui front naar het aangrenzende plein der Vischmarkt.—Lief toch vertoont zich het Stadhuis van buiten aan ieder, die eenigen bouwkundigensmaak bezit, immers, de voorgevel die naar de Ionische orde gebouwd, en versierd is met het beeld, dat de geregtigheid voorstelt, de voorgevel getooid met de wapenschilden der stedenDelft,OudewaterenAlkmaarnaast elkander, die weder beheerscht worden door den leeuw, die op het hoogste gedeelte des voorgevels is aangebragt, en weder het wapenschild vanOudewatertusschen zijn gespierde pooten houdt, dit alles maakt met de welaangebragte kleuren, die een en ander bedekken, een aangenaam effect, dat nog verhoogd wordt, door de sierlijke voorpui, die uit vitruvius gebouwd, en daarenboven getooid is met vier zittende leeuwen, met wapenschilden boven de hoofdstukken der pijlaren aangebragt, en het wapen van Holland in het midden vertoont.Dit gebouw dagteekent van het jaar 1588, zoo als wij insgelijks nog in den voorgevel uit eenige ijzeren ankers die dit jaartal vormen, kunnen opmaken, het werd echter in genoemd jaar slechts vernieuwd, op de oude grondslagen, boogen en muren, en met een leijen dak gedekt. Uit dit dak rijst een fraai torentje, dat met eene daar inhangende klok voorzien is, die ten tijde des Heeren van Kinschot160, onderanderen diende, ter bekendmaking der regtdagen, en der gewoonlijke vergaderingen, alsmede het sluiten en openen der poorten—zooals het tegenwoordig onder meer, voornamelijk gebezigd wordt, tot bijeenroeping van den volke, indien er iets van de puije des raadhuizen van lands- of stadswege wordt verkondigd.Het Stadhuis is gebouwd op 4 boogen of verwulfsels: een dezer, aan de voorzijde aanwezig, dient de nachtwacht, tot punt van bijeenkomst en schuilplaats bij ongunstig weder, terwijl het tevens na afbraak der Romein ofGevangentorentot tijdelijke bewaarplaats voor misdadigersis ingerigt, de overige drie »holen” zooals men ze noemt, worden van stadswege tot bergplaats verhuurd.Bezien wij nu vlugtig het stadhuis ook nog van binnen.De trappen die wij tot dat einde moeten beklimmen, waren zoo als Kinschot getuigt, van blaauwe Naamsche steen, en gemaakt door Duiliaan Vlamingh, eertijds Mr. Steenhouwer te Delft, doch indien het uwe belangstelling waardig is, zoo vermelden wij u, dat men in het jaar 1816 daarvoor andere heeft gelegd. Treden wij echter binnen—Al dadelijk bevindt men zich op eene ruime voorzaal, aan wier einde eertijds de vierschaar was. Op deze voorzaal werd sedert Ao. 1798 de ringvergadering gehouden, waarvanOudewatertoen de hoofdplaats was, waardoor ook alstoen de vierschaar vernietigd werd161.Regts aan den ingang dezer voorzaal bevindt zich de bodeskamer in 1857 daargesteld, terwijl aan het achtergedeelte, dáár ongeveer, waar vroeger de vierschaar was, eenige wapenen,—overblijfselen van den moord in 1575—tot eene trofée geschikt, deze voorzaal versieren162.Ter regterzijde verschaft eene deur toegang tot de Secretarie die aldaar ten jare 1859 getimmerd is, deze doorgaande, komt men van ouds in de weeskamer, die tot in dit jaar nog de Secretarie was, doch in laatstgenoemd jaar tot burgemeesterskamer werd ingerigt; ter linkerzijde, zien wij in dit laatste apartement eene deur in den muur aangebragt; wij nemen de vrijheid deze teopenen, en geleiden u de raadkamer binnen, waarin eertijds ook het geregt zijne vergadering hield. Reeds in 1834 en 1835 werd deze raadkamer veel verbeterd en verfraaid, en ook nog in 1859 is veel tot versiering en tot gerief hierin aangebragt, zoodat een en ander zich nu in zeer netten toestand bevindt. Aan den wand, ontwaart men de portretten van de beroemde mannen Jacobus Arminius, in der tijd hoogleeraar in de Godgeleerdheid teLeiden, en Mr. A. Van Stipriaan Luiscius, eertijds Med. Doct. et Chem. Lect. teDelft, beide teOudewatergeboren.Wat wij echter op deze raadzaal nog meer opmerken, is het groote beroemde schilderij van den Utrechtschen schilder D. Stoop, voorstellende den moord der Spanjaarden in 1575 teOudewatergepleegd, zoo als nog daarenboven uit het volgende originele opschrift blijkt.Oudewateronder Philip II, Koning vanHisp.door beleit van Hierges belegert 19 Julij, is nae dapperlyk beschieten, ende grouwlyk gevegt stormenderhand ingenomen; Soldaten, Burgers, Vrouwen en Kinderen wreedlyk vermoord ende de Stad verbrand, op den 7 Augusti 1575.Behoeven wij het wel te zeggen, dat waar een Stoop zoodanig tafereel vervaardigd heeft, het niet mankeert aan fiks coloriet, stoute figuren, en bevallig uitgevoerde groepen, dat iedere groep eene fraaije ordonnantie op zich zelve is, zonder dat de bekwame schilder door deze détails hetgeheel, hierdoor uit het oog heeft verloren? Behoeven wij aan te stippen, dat het stadsgezigt uit dien tijd met veel historische trouw is vervaardigd?163Teregt stroomen er dan ook nog ieder jaar op den gedenkdag des moords, honderden menschen naar het Raadhuis, om dit schilderij te bewonderen, en zich te verplaatsen naar de tijden van den bloedigen oorlog met Spanje.Wij verzoeken den lezer het gebouw met ons te verlaten, daar de gijzeling, die zich nog boven deze apartementen bevindt, weinig aanlokkends ter bezigtiging kan aanbieden, en hiermede sluiten wij dan ook de beschrijving onzer reeks publieke en merkwaardige gebouwen vanOudewater. Wij hebben de gebouwen ondervraagd en zij hebben tot ons ten deele door de historie-bladen en oude bescheiden gesproken. Wij hebben gezien, dat het waarheid was, toen wij in ons motto den heer Rose nazeiden:»De monumenten zijn de gedenksteenen van het verledene, omdat zij de getuigen, somtijds zelfs de voorwerpen waren van vroegere handelingen. De monumenten verschaffen ons eene geschiedenis op eene andere wijze, namelijk in vormen, die een geheele reeks van waarheden en denkbeelden in zich sluiten en bij ons opwekken. Zij verhalen ons juist niet al het gebeurde, maar zij leeren ons kennen, hoe het voorgeslacht leefde, dacht en gevoelde, en dat heeft voor het meest even zoo veel waarde, als de vermelding van een reeks gebeurtenissen.” De waarheid van dit motto, zal nog nader uit het volgende hoofdstuk blijken.

Het Stadhuis.Het Stadhuis bevindt zich op het fraaiste gedeelte vanOudewater, het is gelegen aan het begin der Kapelstraat en maakt met zijne bevallige voorpui front naar het aangrenzende plein der Vischmarkt.—Lief toch vertoont zich het Stadhuis van buiten aan ieder, die eenigen bouwkundigensmaak bezit, immers, de voorgevel die naar de Ionische orde gebouwd, en versierd is met het beeld, dat de geregtigheid voorstelt, de voorgevel getooid met de wapenschilden der stedenDelft,OudewaterenAlkmaarnaast elkander, die weder beheerscht worden door den leeuw, die op het hoogste gedeelte des voorgevels is aangebragt, en weder het wapenschild vanOudewatertusschen zijn gespierde pooten houdt, dit alles maakt met de welaangebragte kleuren, die een en ander bedekken, een aangenaam effect, dat nog verhoogd wordt, door de sierlijke voorpui, die uit vitruvius gebouwd, en daarenboven getooid is met vier zittende leeuwen, met wapenschilden boven de hoofdstukken der pijlaren aangebragt, en het wapen van Holland in het midden vertoont.Dit gebouw dagteekent van het jaar 1588, zoo als wij insgelijks nog in den voorgevel uit eenige ijzeren ankers die dit jaartal vormen, kunnen opmaken, het werd echter in genoemd jaar slechts vernieuwd, op de oude grondslagen, boogen en muren, en met een leijen dak gedekt. Uit dit dak rijst een fraai torentje, dat met eene daar inhangende klok voorzien is, die ten tijde des Heeren van Kinschot160, onderanderen diende, ter bekendmaking der regtdagen, en der gewoonlijke vergaderingen, alsmede het sluiten en openen der poorten—zooals het tegenwoordig onder meer, voornamelijk gebezigd wordt, tot bijeenroeping van den volke, indien er iets van de puije des raadhuizen van lands- of stadswege wordt verkondigd.Het Stadhuis is gebouwd op 4 boogen of verwulfsels: een dezer, aan de voorzijde aanwezig, dient de nachtwacht, tot punt van bijeenkomst en schuilplaats bij ongunstig weder, terwijl het tevens na afbraak der Romein ofGevangentorentot tijdelijke bewaarplaats voor misdadigersis ingerigt, de overige drie »holen” zooals men ze noemt, worden van stadswege tot bergplaats verhuurd.Bezien wij nu vlugtig het stadhuis ook nog van binnen.De trappen die wij tot dat einde moeten beklimmen, waren zoo als Kinschot getuigt, van blaauwe Naamsche steen, en gemaakt door Duiliaan Vlamingh, eertijds Mr. Steenhouwer te Delft, doch indien het uwe belangstelling waardig is, zoo vermelden wij u, dat men in het jaar 1816 daarvoor andere heeft gelegd. Treden wij echter binnen—Al dadelijk bevindt men zich op eene ruime voorzaal, aan wier einde eertijds de vierschaar was. Op deze voorzaal werd sedert Ao. 1798 de ringvergadering gehouden, waarvanOudewatertoen de hoofdplaats was, waardoor ook alstoen de vierschaar vernietigd werd161.Regts aan den ingang dezer voorzaal bevindt zich de bodeskamer in 1857 daargesteld, terwijl aan het achtergedeelte, dáár ongeveer, waar vroeger de vierschaar was, eenige wapenen,—overblijfselen van den moord in 1575—tot eene trofée geschikt, deze voorzaal versieren162.Ter regterzijde verschaft eene deur toegang tot de Secretarie die aldaar ten jare 1859 getimmerd is, deze doorgaande, komt men van ouds in de weeskamer, die tot in dit jaar nog de Secretarie was, doch in laatstgenoemd jaar tot burgemeesterskamer werd ingerigt; ter linkerzijde, zien wij in dit laatste apartement eene deur in den muur aangebragt; wij nemen de vrijheid deze teopenen, en geleiden u de raadkamer binnen, waarin eertijds ook het geregt zijne vergadering hield. Reeds in 1834 en 1835 werd deze raadkamer veel verbeterd en verfraaid, en ook nog in 1859 is veel tot versiering en tot gerief hierin aangebragt, zoodat een en ander zich nu in zeer netten toestand bevindt. Aan den wand, ontwaart men de portretten van de beroemde mannen Jacobus Arminius, in der tijd hoogleeraar in de Godgeleerdheid teLeiden, en Mr. A. Van Stipriaan Luiscius, eertijds Med. Doct. et Chem. Lect. teDelft, beide teOudewatergeboren.Wat wij echter op deze raadzaal nog meer opmerken, is het groote beroemde schilderij van den Utrechtschen schilder D. Stoop, voorstellende den moord der Spanjaarden in 1575 teOudewatergepleegd, zoo als nog daarenboven uit het volgende originele opschrift blijkt.Oudewateronder Philip II, Koning vanHisp.door beleit van Hierges belegert 19 Julij, is nae dapperlyk beschieten, ende grouwlyk gevegt stormenderhand ingenomen; Soldaten, Burgers, Vrouwen en Kinderen wreedlyk vermoord ende de Stad verbrand, op den 7 Augusti 1575.Behoeven wij het wel te zeggen, dat waar een Stoop zoodanig tafereel vervaardigd heeft, het niet mankeert aan fiks coloriet, stoute figuren, en bevallig uitgevoerde groepen, dat iedere groep eene fraaije ordonnantie op zich zelve is, zonder dat de bekwame schilder door deze détails hetgeheel, hierdoor uit het oog heeft verloren? Behoeven wij aan te stippen, dat het stadsgezigt uit dien tijd met veel historische trouw is vervaardigd?163Teregt stroomen er dan ook nog ieder jaar op den gedenkdag des moords, honderden menschen naar het Raadhuis, om dit schilderij te bewonderen, en zich te verplaatsen naar de tijden van den bloedigen oorlog met Spanje.Wij verzoeken den lezer het gebouw met ons te verlaten, daar de gijzeling, die zich nog boven deze apartementen bevindt, weinig aanlokkends ter bezigtiging kan aanbieden, en hiermede sluiten wij dan ook de beschrijving onzer reeks publieke en merkwaardige gebouwen vanOudewater. Wij hebben de gebouwen ondervraagd en zij hebben tot ons ten deele door de historie-bladen en oude bescheiden gesproken. Wij hebben gezien, dat het waarheid was, toen wij in ons motto den heer Rose nazeiden:»De monumenten zijn de gedenksteenen van het verledene, omdat zij de getuigen, somtijds zelfs de voorwerpen waren van vroegere handelingen. De monumenten verschaffen ons eene geschiedenis op eene andere wijze, namelijk in vormen, die een geheele reeks van waarheden en denkbeelden in zich sluiten en bij ons opwekken. Zij verhalen ons juist niet al het gebeurde, maar zij leeren ons kennen, hoe het voorgeslacht leefde, dacht en gevoelde, en dat heeft voor het meest even zoo veel waarde, als de vermelding van een reeks gebeurtenissen.” De waarheid van dit motto, zal nog nader uit het volgende hoofdstuk blijken.

Het Stadhuis.

Het Stadhuis bevindt zich op het fraaiste gedeelte vanOudewater, het is gelegen aan het begin der Kapelstraat en maakt met zijne bevallige voorpui front naar het aangrenzende plein der Vischmarkt.—Lief toch vertoont zich het Stadhuis van buiten aan ieder, die eenigen bouwkundigensmaak bezit, immers, de voorgevel die naar de Ionische orde gebouwd, en versierd is met het beeld, dat de geregtigheid voorstelt, de voorgevel getooid met de wapenschilden der stedenDelft,OudewaterenAlkmaarnaast elkander, die weder beheerscht worden door den leeuw, die op het hoogste gedeelte des voorgevels is aangebragt, en weder het wapenschild vanOudewatertusschen zijn gespierde pooten houdt, dit alles maakt met de welaangebragte kleuren, die een en ander bedekken, een aangenaam effect, dat nog verhoogd wordt, door de sierlijke voorpui, die uit vitruvius gebouwd, en daarenboven getooid is met vier zittende leeuwen, met wapenschilden boven de hoofdstukken der pijlaren aangebragt, en het wapen van Holland in het midden vertoont.Dit gebouw dagteekent van het jaar 1588, zoo als wij insgelijks nog in den voorgevel uit eenige ijzeren ankers die dit jaartal vormen, kunnen opmaken, het werd echter in genoemd jaar slechts vernieuwd, op de oude grondslagen, boogen en muren, en met een leijen dak gedekt. Uit dit dak rijst een fraai torentje, dat met eene daar inhangende klok voorzien is, die ten tijde des Heeren van Kinschot160, onderanderen diende, ter bekendmaking der regtdagen, en der gewoonlijke vergaderingen, alsmede het sluiten en openen der poorten—zooals het tegenwoordig onder meer, voornamelijk gebezigd wordt, tot bijeenroeping van den volke, indien er iets van de puije des raadhuizen van lands- of stadswege wordt verkondigd.Het Stadhuis is gebouwd op 4 boogen of verwulfsels: een dezer, aan de voorzijde aanwezig, dient de nachtwacht, tot punt van bijeenkomst en schuilplaats bij ongunstig weder, terwijl het tevens na afbraak der Romein ofGevangentorentot tijdelijke bewaarplaats voor misdadigersis ingerigt, de overige drie »holen” zooals men ze noemt, worden van stadswege tot bergplaats verhuurd.Bezien wij nu vlugtig het stadhuis ook nog van binnen.De trappen die wij tot dat einde moeten beklimmen, waren zoo als Kinschot getuigt, van blaauwe Naamsche steen, en gemaakt door Duiliaan Vlamingh, eertijds Mr. Steenhouwer te Delft, doch indien het uwe belangstelling waardig is, zoo vermelden wij u, dat men in het jaar 1816 daarvoor andere heeft gelegd. Treden wij echter binnen—Al dadelijk bevindt men zich op eene ruime voorzaal, aan wier einde eertijds de vierschaar was. Op deze voorzaal werd sedert Ao. 1798 de ringvergadering gehouden, waarvanOudewatertoen de hoofdplaats was, waardoor ook alstoen de vierschaar vernietigd werd161.Regts aan den ingang dezer voorzaal bevindt zich de bodeskamer in 1857 daargesteld, terwijl aan het achtergedeelte, dáár ongeveer, waar vroeger de vierschaar was, eenige wapenen,—overblijfselen van den moord in 1575—tot eene trofée geschikt, deze voorzaal versieren162.Ter regterzijde verschaft eene deur toegang tot de Secretarie die aldaar ten jare 1859 getimmerd is, deze doorgaande, komt men van ouds in de weeskamer, die tot in dit jaar nog de Secretarie was, doch in laatstgenoemd jaar tot burgemeesterskamer werd ingerigt; ter linkerzijde, zien wij in dit laatste apartement eene deur in den muur aangebragt; wij nemen de vrijheid deze teopenen, en geleiden u de raadkamer binnen, waarin eertijds ook het geregt zijne vergadering hield. Reeds in 1834 en 1835 werd deze raadkamer veel verbeterd en verfraaid, en ook nog in 1859 is veel tot versiering en tot gerief hierin aangebragt, zoodat een en ander zich nu in zeer netten toestand bevindt. Aan den wand, ontwaart men de portretten van de beroemde mannen Jacobus Arminius, in der tijd hoogleeraar in de Godgeleerdheid teLeiden, en Mr. A. Van Stipriaan Luiscius, eertijds Med. Doct. et Chem. Lect. teDelft, beide teOudewatergeboren.Wat wij echter op deze raadzaal nog meer opmerken, is het groote beroemde schilderij van den Utrechtschen schilder D. Stoop, voorstellende den moord der Spanjaarden in 1575 teOudewatergepleegd, zoo als nog daarenboven uit het volgende originele opschrift blijkt.Oudewateronder Philip II, Koning vanHisp.door beleit van Hierges belegert 19 Julij, is nae dapperlyk beschieten, ende grouwlyk gevegt stormenderhand ingenomen; Soldaten, Burgers, Vrouwen en Kinderen wreedlyk vermoord ende de Stad verbrand, op den 7 Augusti 1575.Behoeven wij het wel te zeggen, dat waar een Stoop zoodanig tafereel vervaardigd heeft, het niet mankeert aan fiks coloriet, stoute figuren, en bevallig uitgevoerde groepen, dat iedere groep eene fraaije ordonnantie op zich zelve is, zonder dat de bekwame schilder door deze détails hetgeheel, hierdoor uit het oog heeft verloren? Behoeven wij aan te stippen, dat het stadsgezigt uit dien tijd met veel historische trouw is vervaardigd?163Teregt stroomen er dan ook nog ieder jaar op den gedenkdag des moords, honderden menschen naar het Raadhuis, om dit schilderij te bewonderen, en zich te verplaatsen naar de tijden van den bloedigen oorlog met Spanje.Wij verzoeken den lezer het gebouw met ons te verlaten, daar de gijzeling, die zich nog boven deze apartementen bevindt, weinig aanlokkends ter bezigtiging kan aanbieden, en hiermede sluiten wij dan ook de beschrijving onzer reeks publieke en merkwaardige gebouwen vanOudewater. Wij hebben de gebouwen ondervraagd en zij hebben tot ons ten deele door de historie-bladen en oude bescheiden gesproken. Wij hebben gezien, dat het waarheid was, toen wij in ons motto den heer Rose nazeiden:»De monumenten zijn de gedenksteenen van het verledene, omdat zij de getuigen, somtijds zelfs de voorwerpen waren van vroegere handelingen. De monumenten verschaffen ons eene geschiedenis op eene andere wijze, namelijk in vormen, die een geheele reeks van waarheden en denkbeelden in zich sluiten en bij ons opwekken. Zij verhalen ons juist niet al het gebeurde, maar zij leeren ons kennen, hoe het voorgeslacht leefde, dacht en gevoelde, en dat heeft voor het meest even zoo veel waarde, als de vermelding van een reeks gebeurtenissen.” De waarheid van dit motto, zal nog nader uit het volgende hoofdstuk blijken.

Het Stadhuis bevindt zich op het fraaiste gedeelte vanOudewater, het is gelegen aan het begin der Kapelstraat en maakt met zijne bevallige voorpui front naar het aangrenzende plein der Vischmarkt.—Lief toch vertoont zich het Stadhuis van buiten aan ieder, die eenigen bouwkundigensmaak bezit, immers, de voorgevel die naar de Ionische orde gebouwd, en versierd is met het beeld, dat de geregtigheid voorstelt, de voorgevel getooid met de wapenschilden der stedenDelft,OudewaterenAlkmaarnaast elkander, die weder beheerscht worden door den leeuw, die op het hoogste gedeelte des voorgevels is aangebragt, en weder het wapenschild vanOudewatertusschen zijn gespierde pooten houdt, dit alles maakt met de welaangebragte kleuren, die een en ander bedekken, een aangenaam effect, dat nog verhoogd wordt, door de sierlijke voorpui, die uit vitruvius gebouwd, en daarenboven getooid is met vier zittende leeuwen, met wapenschilden boven de hoofdstukken der pijlaren aangebragt, en het wapen van Holland in het midden vertoont.

Dit gebouw dagteekent van het jaar 1588, zoo als wij insgelijks nog in den voorgevel uit eenige ijzeren ankers die dit jaartal vormen, kunnen opmaken, het werd echter in genoemd jaar slechts vernieuwd, op de oude grondslagen, boogen en muren, en met een leijen dak gedekt. Uit dit dak rijst een fraai torentje, dat met eene daar inhangende klok voorzien is, die ten tijde des Heeren van Kinschot160, onderanderen diende, ter bekendmaking der regtdagen, en der gewoonlijke vergaderingen, alsmede het sluiten en openen der poorten—zooals het tegenwoordig onder meer, voornamelijk gebezigd wordt, tot bijeenroeping van den volke, indien er iets van de puije des raadhuizen van lands- of stadswege wordt verkondigd.

Het Stadhuis is gebouwd op 4 boogen of verwulfsels: een dezer, aan de voorzijde aanwezig, dient de nachtwacht, tot punt van bijeenkomst en schuilplaats bij ongunstig weder, terwijl het tevens na afbraak der Romein ofGevangentorentot tijdelijke bewaarplaats voor misdadigersis ingerigt, de overige drie »holen” zooals men ze noemt, worden van stadswege tot bergplaats verhuurd.

Bezien wij nu vlugtig het stadhuis ook nog van binnen.

De trappen die wij tot dat einde moeten beklimmen, waren zoo als Kinschot getuigt, van blaauwe Naamsche steen, en gemaakt door Duiliaan Vlamingh, eertijds Mr. Steenhouwer te Delft, doch indien het uwe belangstelling waardig is, zoo vermelden wij u, dat men in het jaar 1816 daarvoor andere heeft gelegd. Treden wij echter binnen—Al dadelijk bevindt men zich op eene ruime voorzaal, aan wier einde eertijds de vierschaar was. Op deze voorzaal werd sedert Ao. 1798 de ringvergadering gehouden, waarvanOudewatertoen de hoofdplaats was, waardoor ook alstoen de vierschaar vernietigd werd161.

Regts aan den ingang dezer voorzaal bevindt zich de bodeskamer in 1857 daargesteld, terwijl aan het achtergedeelte, dáár ongeveer, waar vroeger de vierschaar was, eenige wapenen,—overblijfselen van den moord in 1575—tot eene trofée geschikt, deze voorzaal versieren162.

Ter regterzijde verschaft eene deur toegang tot de Secretarie die aldaar ten jare 1859 getimmerd is, deze doorgaande, komt men van ouds in de weeskamer, die tot in dit jaar nog de Secretarie was, doch in laatstgenoemd jaar tot burgemeesterskamer werd ingerigt; ter linkerzijde, zien wij in dit laatste apartement eene deur in den muur aangebragt; wij nemen de vrijheid deze teopenen, en geleiden u de raadkamer binnen, waarin eertijds ook het geregt zijne vergadering hield. Reeds in 1834 en 1835 werd deze raadkamer veel verbeterd en verfraaid, en ook nog in 1859 is veel tot versiering en tot gerief hierin aangebragt, zoodat een en ander zich nu in zeer netten toestand bevindt. Aan den wand, ontwaart men de portretten van de beroemde mannen Jacobus Arminius, in der tijd hoogleeraar in de Godgeleerdheid teLeiden, en Mr. A. Van Stipriaan Luiscius, eertijds Med. Doct. et Chem. Lect. teDelft, beide teOudewatergeboren.

Wat wij echter op deze raadzaal nog meer opmerken, is het groote beroemde schilderij van den Utrechtschen schilder D. Stoop, voorstellende den moord der Spanjaarden in 1575 teOudewatergepleegd, zoo als nog daarenboven uit het volgende originele opschrift blijkt.

Oudewateronder Philip II, Koning vanHisp.door beleit van Hierges belegert 19 Julij, is nae dapperlyk beschieten, ende grouwlyk gevegt stormenderhand ingenomen; Soldaten, Burgers, Vrouwen en Kinderen wreedlyk vermoord ende de Stad verbrand, op den 7 Augusti 1575.

Behoeven wij het wel te zeggen, dat waar een Stoop zoodanig tafereel vervaardigd heeft, het niet mankeert aan fiks coloriet, stoute figuren, en bevallig uitgevoerde groepen, dat iedere groep eene fraaije ordonnantie op zich zelve is, zonder dat de bekwame schilder door deze détails hetgeheel, hierdoor uit het oog heeft verloren? Behoeven wij aan te stippen, dat het stadsgezigt uit dien tijd met veel historische trouw is vervaardigd?163

Teregt stroomen er dan ook nog ieder jaar op den gedenkdag des moords, honderden menschen naar het Raadhuis, om dit schilderij te bewonderen, en zich te verplaatsen naar de tijden van den bloedigen oorlog met Spanje.

Wij verzoeken den lezer het gebouw met ons te verlaten, daar de gijzeling, die zich nog boven deze apartementen bevindt, weinig aanlokkends ter bezigtiging kan aanbieden, en hiermede sluiten wij dan ook de beschrijving onzer reeks publieke en merkwaardige gebouwen vanOudewater. Wij hebben de gebouwen ondervraagd en zij hebben tot ons ten deele door de historie-bladen en oude bescheiden gesproken. Wij hebben gezien, dat het waarheid was, toen wij in ons motto den heer Rose nazeiden:»De monumenten zijn de gedenksteenen van het verledene, omdat zij de getuigen, somtijds zelfs de voorwerpen waren van vroegere handelingen. De monumenten verschaffen ons eene geschiedenis op eene andere wijze, namelijk in vormen, die een geheele reeks van waarheden en denkbeelden in zich sluiten en bij ons opwekken. Zij verhalen ons juist niet al het gebeurde, maar zij leeren ons kennen, hoe het voorgeslacht leefde, dacht en gevoelde, en dat heeft voor het meest even zoo veel waarde, als de vermelding van een reeks gebeurtenissen.” De waarheid van dit motto, zal nog nader uit het volgende hoofdstuk blijken.


Back to IndexNext