Het voormalig Casteel of Slot.

Het voormalig Casteel of Slot.»Dat alhier een kasteel of slot geweest is,” schrijft de heer Van Kinschot op bladz. 24, »getuigen vele schrijvers, en is ook zeker, doch de tijd,wanneerendoorwien het gebouwd werd, wordt nergens gevonden.”Ook wij nemen zulks aan, doch brengen met dit bedoelde kasteel niet in verband, gelijk voornoemde schrijver, de regelen van den vaderlandschen historicus Matthijs van der Houven die gewaagt, »dat in ’t kasteleinschap vanOudewaterop den IJssel het oude kasteel plag te liggen, doch, dat het in zijn tijd niet meer in128wezen was.”129Deze regelen toch hebben betrekking op het kasteel te Vliet in Roozendaal bijOudewaterdat op den IJssel ligt, en waarvan de ruïne nog bestaat.130Wij begrijpen te minder, hoe van Kinschot deze regelen van Van der Houven op het Slot vanOudewaterkon toepassen, daar hij reeds op de volgende bladzijde (25) weder omtrent hare ligging—en nu teregt—schrijft:Dit Slot heeft eertyds gestaan aan de Noort-Oostzyde van de Stad, by en omtrent dezelfde plaats, alwaar nu de Linschoter-Poort is gelegen. De Regeering verzogt zyne Keyzerlyke Majesteit, als Graaf van Holland, in het jaar 1533,om dit Slot tot eene Poort te maaken, het geen zy verwierven, onder deze verbintenisse, van dat zy ten allen tyden op de eerste aanmaning van zyn Keyzerlyke Majesteit of zyne nakomelingen Graaven van Holland, die Poort vanLinschotenop haare kosten weder tot een Slot herstellen zoude, waarvan de verbindenis Luidt, als volgt:»Wy Burgemeesteren, Schepenen, ende Raiden der Steede vanOudewater, doen te weeten, ende bekennen mits deezen onsen Brieve, Dat Alsoe die Keys: Majt. belieft heeft tot onsen ernstigen vervolghe ende Sollicitacie te accordeeren. Dat die Poorte vanLinschoten, in voir tyden gemaict tot een Stercte of Slot, weder toegemaect sal worden tot een Poirte van de voirsz: Steede, gelyk die in voertyden plach te syne, mits dat wy ’t selve becostighen souden, ende aan syn Majt. reserveerende ’t Logys van dezelve Poorte voir syne officier off andertsins, ende mits oick, dat syne Majt. die voirsz: Poirte weder sal mogen maken tot een stercte als ’t zyneMajt.of zyne nakomelingen Graaven van Hollandt believen sall, ende van als: geve onse behoirlicke brieven, wy dancken zyne Majt. van desen voirsz: Consente ende Gracie, hebben nair voorgaande Communicatie gehouden mitten Rycdom ende Vroetschap derzelver Steede, beloeft hebben ende beloeven mits deesen, dat wy der voirsz: Poirtesullen doen repareeren ende maken mit dueren, valle bruggen, ameyden ende anders ter ordonnantie van mynen Heere, HeerenAnthonis van Lalaing, Grave van Hoochstraaten heer van Montigm: en Stadthouder Gnrael: der voirsz. Landen van Hollandt of zyne E: Gecommitteerde als van nooden weesen sal ome: daar duer vuyt en: in der voirsz: Stede te ryden en passeeren: behouden den Keys: majt. ’t Logys van den voirsz, Poirte tot zyne Majt. beliefte, ende diezelve Poirte zyn, Keys: Majt. of Nakomelingen te laten volgen, ome: dair van een Stercte weder gemaict te werden als wy dair toe van syne Majt. of syne Erffgenaamen wegen vermaant sullen worden, sonder daar tegens te doen in eenigerleie manieren.»Des ’t oerconden, hebben Wij Burgemeesteren, scepenen en Raeden der Voersz. steede, onser steede zegel hier aangehangen den achtsten dach van April in ’t jaer ons Heeren duijsend vijf honderd drie en dertich na scrijven der kerk vanUtrechtende ons voorsz. steede, ende stonde onder geteekendR. X. Speijert.”Men zou wanen, dat het vermaken van het kasteel tot poort, ingevolge deze verbindtenis, spoedig zal hebben plaats gehad, wij kunnen dit echtermet zekerheidtegen schrijven. Immers ziet men dit ten duidelijkste, in de resolutien van den magistraat en »uit zekere oude lijst van gedane bekendmakingen, ter secretare vanOudewaterberustende,”131waaruit blijkt, dat de Baljuw den 14 April des jaars 1585, eerst heeft doen bekend maken,dat hij des anderen daegs ten thien uuren voor de middag wilde besteden het afbreken van ’t kasteel bij de Linschoter poort bijperseelen, baecken om de derden steen ofte andersints, alles achtervolgende de Conditien en Voorwaerden, die men alsdan opleesen soude, met bijvoeging,dat dengenen, die in eenig werk gading had, ten voorsz. tijde koomen soude bij de Linschoter poort ende bedingen goed loon.Alzoo eerst 52 jaren na de meergemelde verbindtenis werd dit kasteel geamoveerd132.Zooals reeds werd beschreven, ontbreken zoowel de naam van den stichter als de tijdsaanduiding van de stichting van dit kasteel; een geloofwaardig persoon verzekerde ons echter, dat hij ergens had aangetroffen, dat er in zeer oude tijden alhier woonachtig geweest waren de vrijheeren vanOudewaterdat nu zoo zijnde, zou er ten minste over den naam des stichters eenig meerder licht verspreid worden. Hoe het echter zij, ten jare 1527 vinden wij vermeld133dat kastelein vanOudewaterwas Jonkheer Jan van Vliet, schildknape die als »Castelein van het sloth vanOudewateraangesteld werd den 3 November 1519 by Kaerle, by der Gratiën Godts koninck van Castilien van Leons etc. volgens Commissie geregistreerd, en te vinden, in’t blaauwe ruige register134fol. 34 en in 1555 wordt als zoodanig gewag gemaakt, van Jonkheer Pieter van Cats, maarschalk vanMontfoort. Aangezien nu beiden tevens bailluwen etc. vanOudewaterwaren, en beiden in hetzelve zijn woonachtig geweest135zoo komt het ons voor, dat het geslacht der vrijheeren vanOudewateruitgestorven zijnde, later het slot vanOudewatertot woning zal aangewezen zijn, voor de Baljuwen vanOudewaterdie toen tevens aangesteld werden als Castelein.136Later toen ook de Linschoter poort in 1857 werd verbroken, die zooals wij weten van slot tot poort werd gemaakt, ja toen viel het ook aan de zigtbaar geworden zware muren en de groote roode steenen, waarvan die waren opgetrokken, gemakkelijk te bepalen, dat de sloopers daar te doen hadden, met muren van het oude slot of kasteel!

Het voormalig Casteel of Slot.»Dat alhier een kasteel of slot geweest is,” schrijft de heer Van Kinschot op bladz. 24, »getuigen vele schrijvers, en is ook zeker, doch de tijd,wanneerendoorwien het gebouwd werd, wordt nergens gevonden.”Ook wij nemen zulks aan, doch brengen met dit bedoelde kasteel niet in verband, gelijk voornoemde schrijver, de regelen van den vaderlandschen historicus Matthijs van der Houven die gewaagt, »dat in ’t kasteleinschap vanOudewaterop den IJssel het oude kasteel plag te liggen, doch, dat het in zijn tijd niet meer in128wezen was.”129Deze regelen toch hebben betrekking op het kasteel te Vliet in Roozendaal bijOudewaterdat op den IJssel ligt, en waarvan de ruïne nog bestaat.130Wij begrijpen te minder, hoe van Kinschot deze regelen van Van der Houven op het Slot vanOudewaterkon toepassen, daar hij reeds op de volgende bladzijde (25) weder omtrent hare ligging—en nu teregt—schrijft:Dit Slot heeft eertyds gestaan aan de Noort-Oostzyde van de Stad, by en omtrent dezelfde plaats, alwaar nu de Linschoter-Poort is gelegen. De Regeering verzogt zyne Keyzerlyke Majesteit, als Graaf van Holland, in het jaar 1533,om dit Slot tot eene Poort te maaken, het geen zy verwierven, onder deze verbintenisse, van dat zy ten allen tyden op de eerste aanmaning van zyn Keyzerlyke Majesteit of zyne nakomelingen Graaven van Holland, die Poort vanLinschotenop haare kosten weder tot een Slot herstellen zoude, waarvan de verbindenis Luidt, als volgt:»Wy Burgemeesteren, Schepenen, ende Raiden der Steede vanOudewater, doen te weeten, ende bekennen mits deezen onsen Brieve, Dat Alsoe die Keys: Majt. belieft heeft tot onsen ernstigen vervolghe ende Sollicitacie te accordeeren. Dat die Poorte vanLinschoten, in voir tyden gemaict tot een Stercte of Slot, weder toegemaect sal worden tot een Poirte van de voirsz: Steede, gelyk die in voertyden plach te syne, mits dat wy ’t selve becostighen souden, ende aan syn Majt. reserveerende ’t Logys van dezelve Poorte voir syne officier off andertsins, ende mits oick, dat syne Majt. die voirsz: Poirte weder sal mogen maken tot een stercte als ’t zyneMajt.of zyne nakomelingen Graaven van Hollandt believen sall, ende van als: geve onse behoirlicke brieven, wy dancken zyne Majt. van desen voirsz: Consente ende Gracie, hebben nair voorgaande Communicatie gehouden mitten Rycdom ende Vroetschap derzelver Steede, beloeft hebben ende beloeven mits deesen, dat wy der voirsz: Poirtesullen doen repareeren ende maken mit dueren, valle bruggen, ameyden ende anders ter ordonnantie van mynen Heere, HeerenAnthonis van Lalaing, Grave van Hoochstraaten heer van Montigm: en Stadthouder Gnrael: der voirsz. Landen van Hollandt of zyne E: Gecommitteerde als van nooden weesen sal ome: daar duer vuyt en: in der voirsz: Stede te ryden en passeeren: behouden den Keys: majt. ’t Logys van den voirsz, Poirte tot zyne Majt. beliefte, ende diezelve Poirte zyn, Keys: Majt. of Nakomelingen te laten volgen, ome: dair van een Stercte weder gemaict te werden als wy dair toe van syne Majt. of syne Erffgenaamen wegen vermaant sullen worden, sonder daar tegens te doen in eenigerleie manieren.»Des ’t oerconden, hebben Wij Burgemeesteren, scepenen en Raeden der Voersz. steede, onser steede zegel hier aangehangen den achtsten dach van April in ’t jaer ons Heeren duijsend vijf honderd drie en dertich na scrijven der kerk vanUtrechtende ons voorsz. steede, ende stonde onder geteekendR. X. Speijert.”Men zou wanen, dat het vermaken van het kasteel tot poort, ingevolge deze verbindtenis, spoedig zal hebben plaats gehad, wij kunnen dit echtermet zekerheidtegen schrijven. Immers ziet men dit ten duidelijkste, in de resolutien van den magistraat en »uit zekere oude lijst van gedane bekendmakingen, ter secretare vanOudewaterberustende,”131waaruit blijkt, dat de Baljuw den 14 April des jaars 1585, eerst heeft doen bekend maken,dat hij des anderen daegs ten thien uuren voor de middag wilde besteden het afbreken van ’t kasteel bij de Linschoter poort bijperseelen, baecken om de derden steen ofte andersints, alles achtervolgende de Conditien en Voorwaerden, die men alsdan opleesen soude, met bijvoeging,dat dengenen, die in eenig werk gading had, ten voorsz. tijde koomen soude bij de Linschoter poort ende bedingen goed loon.Alzoo eerst 52 jaren na de meergemelde verbindtenis werd dit kasteel geamoveerd132.Zooals reeds werd beschreven, ontbreken zoowel de naam van den stichter als de tijdsaanduiding van de stichting van dit kasteel; een geloofwaardig persoon verzekerde ons echter, dat hij ergens had aangetroffen, dat er in zeer oude tijden alhier woonachtig geweest waren de vrijheeren vanOudewaterdat nu zoo zijnde, zou er ten minste over den naam des stichters eenig meerder licht verspreid worden. Hoe het echter zij, ten jare 1527 vinden wij vermeld133dat kastelein vanOudewaterwas Jonkheer Jan van Vliet, schildknape die als »Castelein van het sloth vanOudewateraangesteld werd den 3 November 1519 by Kaerle, by der Gratiën Godts koninck van Castilien van Leons etc. volgens Commissie geregistreerd, en te vinden, in’t blaauwe ruige register134fol. 34 en in 1555 wordt als zoodanig gewag gemaakt, van Jonkheer Pieter van Cats, maarschalk vanMontfoort. Aangezien nu beiden tevens bailluwen etc. vanOudewaterwaren, en beiden in hetzelve zijn woonachtig geweest135zoo komt het ons voor, dat het geslacht der vrijheeren vanOudewateruitgestorven zijnde, later het slot vanOudewatertot woning zal aangewezen zijn, voor de Baljuwen vanOudewaterdie toen tevens aangesteld werden als Castelein.136Later toen ook de Linschoter poort in 1857 werd verbroken, die zooals wij weten van slot tot poort werd gemaakt, ja toen viel het ook aan de zigtbaar geworden zware muren en de groote roode steenen, waarvan die waren opgetrokken, gemakkelijk te bepalen, dat de sloopers daar te doen hadden, met muren van het oude slot of kasteel!

Het voormalig Casteel of Slot.»Dat alhier een kasteel of slot geweest is,” schrijft de heer Van Kinschot op bladz. 24, »getuigen vele schrijvers, en is ook zeker, doch de tijd,wanneerendoorwien het gebouwd werd, wordt nergens gevonden.”Ook wij nemen zulks aan, doch brengen met dit bedoelde kasteel niet in verband, gelijk voornoemde schrijver, de regelen van den vaderlandschen historicus Matthijs van der Houven die gewaagt, »dat in ’t kasteleinschap vanOudewaterop den IJssel het oude kasteel plag te liggen, doch, dat het in zijn tijd niet meer in128wezen was.”129Deze regelen toch hebben betrekking op het kasteel te Vliet in Roozendaal bijOudewaterdat op den IJssel ligt, en waarvan de ruïne nog bestaat.130Wij begrijpen te minder, hoe van Kinschot deze regelen van Van der Houven op het Slot vanOudewaterkon toepassen, daar hij reeds op de volgende bladzijde (25) weder omtrent hare ligging—en nu teregt—schrijft:Dit Slot heeft eertyds gestaan aan de Noort-Oostzyde van de Stad, by en omtrent dezelfde plaats, alwaar nu de Linschoter-Poort is gelegen. De Regeering verzogt zyne Keyzerlyke Majesteit, als Graaf van Holland, in het jaar 1533,om dit Slot tot eene Poort te maaken, het geen zy verwierven, onder deze verbintenisse, van dat zy ten allen tyden op de eerste aanmaning van zyn Keyzerlyke Majesteit of zyne nakomelingen Graaven van Holland, die Poort vanLinschotenop haare kosten weder tot een Slot herstellen zoude, waarvan de verbindenis Luidt, als volgt:»Wy Burgemeesteren, Schepenen, ende Raiden der Steede vanOudewater, doen te weeten, ende bekennen mits deezen onsen Brieve, Dat Alsoe die Keys: Majt. belieft heeft tot onsen ernstigen vervolghe ende Sollicitacie te accordeeren. Dat die Poorte vanLinschoten, in voir tyden gemaict tot een Stercte of Slot, weder toegemaect sal worden tot een Poirte van de voirsz: Steede, gelyk die in voertyden plach te syne, mits dat wy ’t selve becostighen souden, ende aan syn Majt. reserveerende ’t Logys van dezelve Poorte voir syne officier off andertsins, ende mits oick, dat syne Majt. die voirsz: Poirte weder sal mogen maken tot een stercte als ’t zyneMajt.of zyne nakomelingen Graaven van Hollandt believen sall, ende van als: geve onse behoirlicke brieven, wy dancken zyne Majt. van desen voirsz: Consente ende Gracie, hebben nair voorgaande Communicatie gehouden mitten Rycdom ende Vroetschap derzelver Steede, beloeft hebben ende beloeven mits deesen, dat wy der voirsz: Poirtesullen doen repareeren ende maken mit dueren, valle bruggen, ameyden ende anders ter ordonnantie van mynen Heere, HeerenAnthonis van Lalaing, Grave van Hoochstraaten heer van Montigm: en Stadthouder Gnrael: der voirsz. Landen van Hollandt of zyne E: Gecommitteerde als van nooden weesen sal ome: daar duer vuyt en: in der voirsz: Stede te ryden en passeeren: behouden den Keys: majt. ’t Logys van den voirsz, Poirte tot zyne Majt. beliefte, ende diezelve Poirte zyn, Keys: Majt. of Nakomelingen te laten volgen, ome: dair van een Stercte weder gemaict te werden als wy dair toe van syne Majt. of syne Erffgenaamen wegen vermaant sullen worden, sonder daar tegens te doen in eenigerleie manieren.»Des ’t oerconden, hebben Wij Burgemeesteren, scepenen en Raeden der Voersz. steede, onser steede zegel hier aangehangen den achtsten dach van April in ’t jaer ons Heeren duijsend vijf honderd drie en dertich na scrijven der kerk vanUtrechtende ons voorsz. steede, ende stonde onder geteekendR. X. Speijert.”Men zou wanen, dat het vermaken van het kasteel tot poort, ingevolge deze verbindtenis, spoedig zal hebben plaats gehad, wij kunnen dit echtermet zekerheidtegen schrijven. Immers ziet men dit ten duidelijkste, in de resolutien van den magistraat en »uit zekere oude lijst van gedane bekendmakingen, ter secretare vanOudewaterberustende,”131waaruit blijkt, dat de Baljuw den 14 April des jaars 1585, eerst heeft doen bekend maken,dat hij des anderen daegs ten thien uuren voor de middag wilde besteden het afbreken van ’t kasteel bij de Linschoter poort bijperseelen, baecken om de derden steen ofte andersints, alles achtervolgende de Conditien en Voorwaerden, die men alsdan opleesen soude, met bijvoeging,dat dengenen, die in eenig werk gading had, ten voorsz. tijde koomen soude bij de Linschoter poort ende bedingen goed loon.Alzoo eerst 52 jaren na de meergemelde verbindtenis werd dit kasteel geamoveerd132.Zooals reeds werd beschreven, ontbreken zoowel de naam van den stichter als de tijdsaanduiding van de stichting van dit kasteel; een geloofwaardig persoon verzekerde ons echter, dat hij ergens had aangetroffen, dat er in zeer oude tijden alhier woonachtig geweest waren de vrijheeren vanOudewaterdat nu zoo zijnde, zou er ten minste over den naam des stichters eenig meerder licht verspreid worden. Hoe het echter zij, ten jare 1527 vinden wij vermeld133dat kastelein vanOudewaterwas Jonkheer Jan van Vliet, schildknape die als »Castelein van het sloth vanOudewateraangesteld werd den 3 November 1519 by Kaerle, by der Gratiën Godts koninck van Castilien van Leons etc. volgens Commissie geregistreerd, en te vinden, in’t blaauwe ruige register134fol. 34 en in 1555 wordt als zoodanig gewag gemaakt, van Jonkheer Pieter van Cats, maarschalk vanMontfoort. Aangezien nu beiden tevens bailluwen etc. vanOudewaterwaren, en beiden in hetzelve zijn woonachtig geweest135zoo komt het ons voor, dat het geslacht der vrijheeren vanOudewateruitgestorven zijnde, later het slot vanOudewatertot woning zal aangewezen zijn, voor de Baljuwen vanOudewaterdie toen tevens aangesteld werden als Castelein.136Later toen ook de Linschoter poort in 1857 werd verbroken, die zooals wij weten van slot tot poort werd gemaakt, ja toen viel het ook aan de zigtbaar geworden zware muren en de groote roode steenen, waarvan die waren opgetrokken, gemakkelijk te bepalen, dat de sloopers daar te doen hadden, met muren van het oude slot of kasteel!

Het voormalig Casteel of Slot.»Dat alhier een kasteel of slot geweest is,” schrijft de heer Van Kinschot op bladz. 24, »getuigen vele schrijvers, en is ook zeker, doch de tijd,wanneerendoorwien het gebouwd werd, wordt nergens gevonden.”Ook wij nemen zulks aan, doch brengen met dit bedoelde kasteel niet in verband, gelijk voornoemde schrijver, de regelen van den vaderlandschen historicus Matthijs van der Houven die gewaagt, »dat in ’t kasteleinschap vanOudewaterop den IJssel het oude kasteel plag te liggen, doch, dat het in zijn tijd niet meer in128wezen was.”129Deze regelen toch hebben betrekking op het kasteel te Vliet in Roozendaal bijOudewaterdat op den IJssel ligt, en waarvan de ruïne nog bestaat.130Wij begrijpen te minder, hoe van Kinschot deze regelen van Van der Houven op het Slot vanOudewaterkon toepassen, daar hij reeds op de volgende bladzijde (25) weder omtrent hare ligging—en nu teregt—schrijft:Dit Slot heeft eertyds gestaan aan de Noort-Oostzyde van de Stad, by en omtrent dezelfde plaats, alwaar nu de Linschoter-Poort is gelegen. De Regeering verzogt zyne Keyzerlyke Majesteit, als Graaf van Holland, in het jaar 1533,om dit Slot tot eene Poort te maaken, het geen zy verwierven, onder deze verbintenisse, van dat zy ten allen tyden op de eerste aanmaning van zyn Keyzerlyke Majesteit of zyne nakomelingen Graaven van Holland, die Poort vanLinschotenop haare kosten weder tot een Slot herstellen zoude, waarvan de verbindenis Luidt, als volgt:»Wy Burgemeesteren, Schepenen, ende Raiden der Steede vanOudewater, doen te weeten, ende bekennen mits deezen onsen Brieve, Dat Alsoe die Keys: Majt. belieft heeft tot onsen ernstigen vervolghe ende Sollicitacie te accordeeren. Dat die Poorte vanLinschoten, in voir tyden gemaict tot een Stercte of Slot, weder toegemaect sal worden tot een Poirte van de voirsz: Steede, gelyk die in voertyden plach te syne, mits dat wy ’t selve becostighen souden, ende aan syn Majt. reserveerende ’t Logys van dezelve Poorte voir syne officier off andertsins, ende mits oick, dat syne Majt. die voirsz: Poirte weder sal mogen maken tot een stercte als ’t zyneMajt.of zyne nakomelingen Graaven van Hollandt believen sall, ende van als: geve onse behoirlicke brieven, wy dancken zyne Majt. van desen voirsz: Consente ende Gracie, hebben nair voorgaande Communicatie gehouden mitten Rycdom ende Vroetschap derzelver Steede, beloeft hebben ende beloeven mits deesen, dat wy der voirsz: Poirtesullen doen repareeren ende maken mit dueren, valle bruggen, ameyden ende anders ter ordonnantie van mynen Heere, HeerenAnthonis van Lalaing, Grave van Hoochstraaten heer van Montigm: en Stadthouder Gnrael: der voirsz. Landen van Hollandt of zyne E: Gecommitteerde als van nooden weesen sal ome: daar duer vuyt en: in der voirsz: Stede te ryden en passeeren: behouden den Keys: majt. ’t Logys van den voirsz, Poirte tot zyne Majt. beliefte, ende diezelve Poirte zyn, Keys: Majt. of Nakomelingen te laten volgen, ome: dair van een Stercte weder gemaict te werden als wy dair toe van syne Majt. of syne Erffgenaamen wegen vermaant sullen worden, sonder daar tegens te doen in eenigerleie manieren.»Des ’t oerconden, hebben Wij Burgemeesteren, scepenen en Raeden der Voersz. steede, onser steede zegel hier aangehangen den achtsten dach van April in ’t jaer ons Heeren duijsend vijf honderd drie en dertich na scrijven der kerk vanUtrechtende ons voorsz. steede, ende stonde onder geteekendR. X. Speijert.”Men zou wanen, dat het vermaken van het kasteel tot poort, ingevolge deze verbindtenis, spoedig zal hebben plaats gehad, wij kunnen dit echtermet zekerheidtegen schrijven. Immers ziet men dit ten duidelijkste, in de resolutien van den magistraat en »uit zekere oude lijst van gedane bekendmakingen, ter secretare vanOudewaterberustende,”131waaruit blijkt, dat de Baljuw den 14 April des jaars 1585, eerst heeft doen bekend maken,dat hij des anderen daegs ten thien uuren voor de middag wilde besteden het afbreken van ’t kasteel bij de Linschoter poort bijperseelen, baecken om de derden steen ofte andersints, alles achtervolgende de Conditien en Voorwaerden, die men alsdan opleesen soude, met bijvoeging,dat dengenen, die in eenig werk gading had, ten voorsz. tijde koomen soude bij de Linschoter poort ende bedingen goed loon.Alzoo eerst 52 jaren na de meergemelde verbindtenis werd dit kasteel geamoveerd132.Zooals reeds werd beschreven, ontbreken zoowel de naam van den stichter als de tijdsaanduiding van de stichting van dit kasteel; een geloofwaardig persoon verzekerde ons echter, dat hij ergens had aangetroffen, dat er in zeer oude tijden alhier woonachtig geweest waren de vrijheeren vanOudewaterdat nu zoo zijnde, zou er ten minste over den naam des stichters eenig meerder licht verspreid worden. Hoe het echter zij, ten jare 1527 vinden wij vermeld133dat kastelein vanOudewaterwas Jonkheer Jan van Vliet, schildknape die als »Castelein van het sloth vanOudewateraangesteld werd den 3 November 1519 by Kaerle, by der Gratiën Godts koninck van Castilien van Leons etc. volgens Commissie geregistreerd, en te vinden, in’t blaauwe ruige register134fol. 34 en in 1555 wordt als zoodanig gewag gemaakt, van Jonkheer Pieter van Cats, maarschalk vanMontfoort. Aangezien nu beiden tevens bailluwen etc. vanOudewaterwaren, en beiden in hetzelve zijn woonachtig geweest135zoo komt het ons voor, dat het geslacht der vrijheeren vanOudewateruitgestorven zijnde, later het slot vanOudewatertot woning zal aangewezen zijn, voor de Baljuwen vanOudewaterdie toen tevens aangesteld werden als Castelein.136Later toen ook de Linschoter poort in 1857 werd verbroken, die zooals wij weten van slot tot poort werd gemaakt, ja toen viel het ook aan de zigtbaar geworden zware muren en de groote roode steenen, waarvan die waren opgetrokken, gemakkelijk te bepalen, dat de sloopers daar te doen hadden, met muren van het oude slot of kasteel!

Het voormalig Casteel of Slot.»Dat alhier een kasteel of slot geweest is,” schrijft de heer Van Kinschot op bladz. 24, »getuigen vele schrijvers, en is ook zeker, doch de tijd,wanneerendoorwien het gebouwd werd, wordt nergens gevonden.”Ook wij nemen zulks aan, doch brengen met dit bedoelde kasteel niet in verband, gelijk voornoemde schrijver, de regelen van den vaderlandschen historicus Matthijs van der Houven die gewaagt, »dat in ’t kasteleinschap vanOudewaterop den IJssel het oude kasteel plag te liggen, doch, dat het in zijn tijd niet meer in128wezen was.”129Deze regelen toch hebben betrekking op het kasteel te Vliet in Roozendaal bijOudewaterdat op den IJssel ligt, en waarvan de ruïne nog bestaat.130Wij begrijpen te minder, hoe van Kinschot deze regelen van Van der Houven op het Slot vanOudewaterkon toepassen, daar hij reeds op de volgende bladzijde (25) weder omtrent hare ligging—en nu teregt—schrijft:Dit Slot heeft eertyds gestaan aan de Noort-Oostzyde van de Stad, by en omtrent dezelfde plaats, alwaar nu de Linschoter-Poort is gelegen. De Regeering verzogt zyne Keyzerlyke Majesteit, als Graaf van Holland, in het jaar 1533,om dit Slot tot eene Poort te maaken, het geen zy verwierven, onder deze verbintenisse, van dat zy ten allen tyden op de eerste aanmaning van zyn Keyzerlyke Majesteit of zyne nakomelingen Graaven van Holland, die Poort vanLinschotenop haare kosten weder tot een Slot herstellen zoude, waarvan de verbindenis Luidt, als volgt:»Wy Burgemeesteren, Schepenen, ende Raiden der Steede vanOudewater, doen te weeten, ende bekennen mits deezen onsen Brieve, Dat Alsoe die Keys: Majt. belieft heeft tot onsen ernstigen vervolghe ende Sollicitacie te accordeeren. Dat die Poorte vanLinschoten, in voir tyden gemaict tot een Stercte of Slot, weder toegemaect sal worden tot een Poirte van de voirsz: Steede, gelyk die in voertyden plach te syne, mits dat wy ’t selve becostighen souden, ende aan syn Majt. reserveerende ’t Logys van dezelve Poorte voir syne officier off andertsins, ende mits oick, dat syne Majt. die voirsz: Poirte weder sal mogen maken tot een stercte als ’t zyneMajt.of zyne nakomelingen Graaven van Hollandt believen sall, ende van als: geve onse behoirlicke brieven, wy dancken zyne Majt. van desen voirsz: Consente ende Gracie, hebben nair voorgaande Communicatie gehouden mitten Rycdom ende Vroetschap derzelver Steede, beloeft hebben ende beloeven mits deesen, dat wy der voirsz: Poirtesullen doen repareeren ende maken mit dueren, valle bruggen, ameyden ende anders ter ordonnantie van mynen Heere, HeerenAnthonis van Lalaing, Grave van Hoochstraaten heer van Montigm: en Stadthouder Gnrael: der voirsz. Landen van Hollandt of zyne E: Gecommitteerde als van nooden weesen sal ome: daar duer vuyt en: in der voirsz: Stede te ryden en passeeren: behouden den Keys: majt. ’t Logys van den voirsz, Poirte tot zyne Majt. beliefte, ende diezelve Poirte zyn, Keys: Majt. of Nakomelingen te laten volgen, ome: dair van een Stercte weder gemaict te werden als wy dair toe van syne Majt. of syne Erffgenaamen wegen vermaant sullen worden, sonder daar tegens te doen in eenigerleie manieren.»Des ’t oerconden, hebben Wij Burgemeesteren, scepenen en Raeden der Voersz. steede, onser steede zegel hier aangehangen den achtsten dach van April in ’t jaer ons Heeren duijsend vijf honderd drie en dertich na scrijven der kerk vanUtrechtende ons voorsz. steede, ende stonde onder geteekendR. X. Speijert.”Men zou wanen, dat het vermaken van het kasteel tot poort, ingevolge deze verbindtenis, spoedig zal hebben plaats gehad, wij kunnen dit echtermet zekerheidtegen schrijven. Immers ziet men dit ten duidelijkste, in de resolutien van den magistraat en »uit zekere oude lijst van gedane bekendmakingen, ter secretare vanOudewaterberustende,”131waaruit blijkt, dat de Baljuw den 14 April des jaars 1585, eerst heeft doen bekend maken,dat hij des anderen daegs ten thien uuren voor de middag wilde besteden het afbreken van ’t kasteel bij de Linschoter poort bijperseelen, baecken om de derden steen ofte andersints, alles achtervolgende de Conditien en Voorwaerden, die men alsdan opleesen soude, met bijvoeging,dat dengenen, die in eenig werk gading had, ten voorsz. tijde koomen soude bij de Linschoter poort ende bedingen goed loon.Alzoo eerst 52 jaren na de meergemelde verbindtenis werd dit kasteel geamoveerd132.Zooals reeds werd beschreven, ontbreken zoowel de naam van den stichter als de tijdsaanduiding van de stichting van dit kasteel; een geloofwaardig persoon verzekerde ons echter, dat hij ergens had aangetroffen, dat er in zeer oude tijden alhier woonachtig geweest waren de vrijheeren vanOudewaterdat nu zoo zijnde, zou er ten minste over den naam des stichters eenig meerder licht verspreid worden. Hoe het echter zij, ten jare 1527 vinden wij vermeld133dat kastelein vanOudewaterwas Jonkheer Jan van Vliet, schildknape die als »Castelein van het sloth vanOudewateraangesteld werd den 3 November 1519 by Kaerle, by der Gratiën Godts koninck van Castilien van Leons etc. volgens Commissie geregistreerd, en te vinden, in’t blaauwe ruige register134fol. 34 en in 1555 wordt als zoodanig gewag gemaakt, van Jonkheer Pieter van Cats, maarschalk vanMontfoort. Aangezien nu beiden tevens bailluwen etc. vanOudewaterwaren, en beiden in hetzelve zijn woonachtig geweest135zoo komt het ons voor, dat het geslacht der vrijheeren vanOudewateruitgestorven zijnde, later het slot vanOudewatertot woning zal aangewezen zijn, voor de Baljuwen vanOudewaterdie toen tevens aangesteld werden als Castelein.136Later toen ook de Linschoter poort in 1857 werd verbroken, die zooals wij weten van slot tot poort werd gemaakt, ja toen viel het ook aan de zigtbaar geworden zware muren en de groote roode steenen, waarvan die waren opgetrokken, gemakkelijk te bepalen, dat de sloopers daar te doen hadden, met muren van het oude slot of kasteel!

Het voormalig Casteel of Slot.

»Dat alhier een kasteel of slot geweest is,” schrijft de heer Van Kinschot op bladz. 24, »getuigen vele schrijvers, en is ook zeker, doch de tijd,wanneerendoorwien het gebouwd werd, wordt nergens gevonden.”Ook wij nemen zulks aan, doch brengen met dit bedoelde kasteel niet in verband, gelijk voornoemde schrijver, de regelen van den vaderlandschen historicus Matthijs van der Houven die gewaagt, »dat in ’t kasteleinschap vanOudewaterop den IJssel het oude kasteel plag te liggen, doch, dat het in zijn tijd niet meer in128wezen was.”129Deze regelen toch hebben betrekking op het kasteel te Vliet in Roozendaal bijOudewaterdat op den IJssel ligt, en waarvan de ruïne nog bestaat.130Wij begrijpen te minder, hoe van Kinschot deze regelen van Van der Houven op het Slot vanOudewaterkon toepassen, daar hij reeds op de volgende bladzijde (25) weder omtrent hare ligging—en nu teregt—schrijft:Dit Slot heeft eertyds gestaan aan de Noort-Oostzyde van de Stad, by en omtrent dezelfde plaats, alwaar nu de Linschoter-Poort is gelegen. De Regeering verzogt zyne Keyzerlyke Majesteit, als Graaf van Holland, in het jaar 1533,om dit Slot tot eene Poort te maaken, het geen zy verwierven, onder deze verbintenisse, van dat zy ten allen tyden op de eerste aanmaning van zyn Keyzerlyke Majesteit of zyne nakomelingen Graaven van Holland, die Poort vanLinschotenop haare kosten weder tot een Slot herstellen zoude, waarvan de verbindenis Luidt, als volgt:»Wy Burgemeesteren, Schepenen, ende Raiden der Steede vanOudewater, doen te weeten, ende bekennen mits deezen onsen Brieve, Dat Alsoe die Keys: Majt. belieft heeft tot onsen ernstigen vervolghe ende Sollicitacie te accordeeren. Dat die Poorte vanLinschoten, in voir tyden gemaict tot een Stercte of Slot, weder toegemaect sal worden tot een Poirte van de voirsz: Steede, gelyk die in voertyden plach te syne, mits dat wy ’t selve becostighen souden, ende aan syn Majt. reserveerende ’t Logys van dezelve Poorte voir syne officier off andertsins, ende mits oick, dat syne Majt. die voirsz: Poirte weder sal mogen maken tot een stercte als ’t zyneMajt.of zyne nakomelingen Graaven van Hollandt believen sall, ende van als: geve onse behoirlicke brieven, wy dancken zyne Majt. van desen voirsz: Consente ende Gracie, hebben nair voorgaande Communicatie gehouden mitten Rycdom ende Vroetschap derzelver Steede, beloeft hebben ende beloeven mits deesen, dat wy der voirsz: Poirtesullen doen repareeren ende maken mit dueren, valle bruggen, ameyden ende anders ter ordonnantie van mynen Heere, HeerenAnthonis van Lalaing, Grave van Hoochstraaten heer van Montigm: en Stadthouder Gnrael: der voirsz. Landen van Hollandt of zyne E: Gecommitteerde als van nooden weesen sal ome: daar duer vuyt en: in der voirsz: Stede te ryden en passeeren: behouden den Keys: majt. ’t Logys van den voirsz, Poirte tot zyne Majt. beliefte, ende diezelve Poirte zyn, Keys: Majt. of Nakomelingen te laten volgen, ome: dair van een Stercte weder gemaict te werden als wy dair toe van syne Majt. of syne Erffgenaamen wegen vermaant sullen worden, sonder daar tegens te doen in eenigerleie manieren.»Des ’t oerconden, hebben Wij Burgemeesteren, scepenen en Raeden der Voersz. steede, onser steede zegel hier aangehangen den achtsten dach van April in ’t jaer ons Heeren duijsend vijf honderd drie en dertich na scrijven der kerk vanUtrechtende ons voorsz. steede, ende stonde onder geteekendR. X. Speijert.”Men zou wanen, dat het vermaken van het kasteel tot poort, ingevolge deze verbindtenis, spoedig zal hebben plaats gehad, wij kunnen dit echtermet zekerheidtegen schrijven. Immers ziet men dit ten duidelijkste, in de resolutien van den magistraat en »uit zekere oude lijst van gedane bekendmakingen, ter secretare vanOudewaterberustende,”131waaruit blijkt, dat de Baljuw den 14 April des jaars 1585, eerst heeft doen bekend maken,dat hij des anderen daegs ten thien uuren voor de middag wilde besteden het afbreken van ’t kasteel bij de Linschoter poort bijperseelen, baecken om de derden steen ofte andersints, alles achtervolgende de Conditien en Voorwaerden, die men alsdan opleesen soude, met bijvoeging,dat dengenen, die in eenig werk gading had, ten voorsz. tijde koomen soude bij de Linschoter poort ende bedingen goed loon.Alzoo eerst 52 jaren na de meergemelde verbindtenis werd dit kasteel geamoveerd132.Zooals reeds werd beschreven, ontbreken zoowel de naam van den stichter als de tijdsaanduiding van de stichting van dit kasteel; een geloofwaardig persoon verzekerde ons echter, dat hij ergens had aangetroffen, dat er in zeer oude tijden alhier woonachtig geweest waren de vrijheeren vanOudewaterdat nu zoo zijnde, zou er ten minste over den naam des stichters eenig meerder licht verspreid worden. Hoe het echter zij, ten jare 1527 vinden wij vermeld133dat kastelein vanOudewaterwas Jonkheer Jan van Vliet, schildknape die als »Castelein van het sloth vanOudewateraangesteld werd den 3 November 1519 by Kaerle, by der Gratiën Godts koninck van Castilien van Leons etc. volgens Commissie geregistreerd, en te vinden, in’t blaauwe ruige register134fol. 34 en in 1555 wordt als zoodanig gewag gemaakt, van Jonkheer Pieter van Cats, maarschalk vanMontfoort. Aangezien nu beiden tevens bailluwen etc. vanOudewaterwaren, en beiden in hetzelve zijn woonachtig geweest135zoo komt het ons voor, dat het geslacht der vrijheeren vanOudewateruitgestorven zijnde, later het slot vanOudewatertot woning zal aangewezen zijn, voor de Baljuwen vanOudewaterdie toen tevens aangesteld werden als Castelein.136Later toen ook de Linschoter poort in 1857 werd verbroken, die zooals wij weten van slot tot poort werd gemaakt, ja toen viel het ook aan de zigtbaar geworden zware muren en de groote roode steenen, waarvan die waren opgetrokken, gemakkelijk te bepalen, dat de sloopers daar te doen hadden, met muren van het oude slot of kasteel!

»Dat alhier een kasteel of slot geweest is,” schrijft de heer Van Kinschot op bladz. 24, »getuigen vele schrijvers, en is ook zeker, doch de tijd,wanneerendoorwien het gebouwd werd, wordt nergens gevonden.”

Ook wij nemen zulks aan, doch brengen met dit bedoelde kasteel niet in verband, gelijk voornoemde schrijver, de regelen van den vaderlandschen historicus Matthijs van der Houven die gewaagt, »dat in ’t kasteleinschap vanOudewaterop den IJssel het oude kasteel plag te liggen, doch, dat het in zijn tijd niet meer in128wezen was.”129Deze regelen toch hebben betrekking op het kasteel te Vliet in Roozendaal bijOudewaterdat op den IJssel ligt, en waarvan de ruïne nog bestaat.130

Wij begrijpen te minder, hoe van Kinschot deze regelen van Van der Houven op het Slot vanOudewaterkon toepassen, daar hij reeds op de volgende bladzijde (25) weder omtrent hare ligging—en nu teregt—schrijft:

Dit Slot heeft eertyds gestaan aan de Noort-Oostzyde van de Stad, by en omtrent dezelfde plaats, alwaar nu de Linschoter-Poort is gelegen. De Regeering verzogt zyne Keyzerlyke Majesteit, als Graaf van Holland, in het jaar 1533,om dit Slot tot eene Poort te maaken, het geen zy verwierven, onder deze verbintenisse, van dat zy ten allen tyden op de eerste aanmaning van zyn Keyzerlyke Majesteit of zyne nakomelingen Graaven van Holland, die Poort vanLinschotenop haare kosten weder tot een Slot herstellen zoude, waarvan de verbindenis Luidt, als volgt:

»Wy Burgemeesteren, Schepenen, ende Raiden der Steede vanOudewater, doen te weeten, ende bekennen mits deezen onsen Brieve, Dat Alsoe die Keys: Majt. belieft heeft tot onsen ernstigen vervolghe ende Sollicitacie te accordeeren. Dat die Poorte vanLinschoten, in voir tyden gemaict tot een Stercte of Slot, weder toegemaect sal worden tot een Poirte van de voirsz: Steede, gelyk die in voertyden plach te syne, mits dat wy ’t selve becostighen souden, ende aan syn Majt. reserveerende ’t Logys van dezelve Poorte voir syne officier off andertsins, ende mits oick, dat syne Majt. die voirsz: Poirte weder sal mogen maken tot een stercte als ’t zyneMajt.of zyne nakomelingen Graaven van Hollandt believen sall, ende van als: geve onse behoirlicke brieven, wy dancken zyne Majt. van desen voirsz: Consente ende Gracie, hebben nair voorgaande Communicatie gehouden mitten Rycdom ende Vroetschap derzelver Steede, beloeft hebben ende beloeven mits deesen, dat wy der voirsz: Poirtesullen doen repareeren ende maken mit dueren, valle bruggen, ameyden ende anders ter ordonnantie van mynen Heere, HeerenAnthonis van Lalaing, Grave van Hoochstraaten heer van Montigm: en Stadthouder Gnrael: der voirsz. Landen van Hollandt of zyne E: Gecommitteerde als van nooden weesen sal ome: daar duer vuyt en: in der voirsz: Stede te ryden en passeeren: behouden den Keys: majt. ’t Logys van den voirsz, Poirte tot zyne Majt. beliefte, ende diezelve Poirte zyn, Keys: Majt. of Nakomelingen te laten volgen, ome: dair van een Stercte weder gemaict te werden als wy dair toe van syne Majt. of syne Erffgenaamen wegen vermaant sullen worden, sonder daar tegens te doen in eenigerleie manieren.

»Des ’t oerconden, hebben Wij Burgemeesteren, scepenen en Raeden der Voersz. steede, onser steede zegel hier aangehangen den achtsten dach van April in ’t jaer ons Heeren duijsend vijf honderd drie en dertich na scrijven der kerk vanUtrechtende ons voorsz. steede, ende stonde onder geteekend

R. X. Speijert.”

Men zou wanen, dat het vermaken van het kasteel tot poort, ingevolge deze verbindtenis, spoedig zal hebben plaats gehad, wij kunnen dit echtermet zekerheidtegen schrijven. Immers ziet men dit ten duidelijkste, in de resolutien van den magistraat en »uit zekere oude lijst van gedane bekendmakingen, ter secretare vanOudewaterberustende,”131waaruit blijkt, dat de Baljuw den 14 April des jaars 1585, eerst heeft doen bekend maken,dat hij des anderen daegs ten thien uuren voor de middag wilde besteden het afbreken van ’t kasteel bij de Linschoter poort bijperseelen, baecken om de derden steen ofte andersints, alles achtervolgende de Conditien en Voorwaerden, die men alsdan opleesen soude, met bijvoeging,dat dengenen, die in eenig werk gading had, ten voorsz. tijde koomen soude bij de Linschoter poort ende bedingen goed loon.

Alzoo eerst 52 jaren na de meergemelde verbindtenis werd dit kasteel geamoveerd132.

Zooals reeds werd beschreven, ontbreken zoowel de naam van den stichter als de tijdsaanduiding van de stichting van dit kasteel; een geloofwaardig persoon verzekerde ons echter, dat hij ergens had aangetroffen, dat er in zeer oude tijden alhier woonachtig geweest waren de vrijheeren vanOudewaterdat nu zoo zijnde, zou er ten minste over den naam des stichters eenig meerder licht verspreid worden. Hoe het echter zij, ten jare 1527 vinden wij vermeld133dat kastelein vanOudewaterwas Jonkheer Jan van Vliet, schildknape die als »Castelein van het sloth vanOudewateraangesteld werd den 3 November 1519 by Kaerle, by der Gratiën Godts koninck van Castilien van Leons etc. volgens Commissie geregistreerd, en te vinden, in’t blaauwe ruige register134fol. 34 en in 1555 wordt als zoodanig gewag gemaakt, van Jonkheer Pieter van Cats, maarschalk vanMontfoort. Aangezien nu beiden tevens bailluwen etc. vanOudewaterwaren, en beiden in hetzelve zijn woonachtig geweest135zoo komt het ons voor, dat het geslacht der vrijheeren vanOudewateruitgestorven zijnde, later het slot vanOudewatertot woning zal aangewezen zijn, voor de Baljuwen vanOudewaterdie toen tevens aangesteld werden als Castelein.136

Later toen ook de Linschoter poort in 1857 werd verbroken, die zooals wij weten van slot tot poort werd gemaakt, ja toen viel het ook aan de zigtbaar geworden zware muren en de groote roode steenen, waarvan die waren opgetrokken, gemakkelijk te bepalen, dat de sloopers daar te doen hadden, met muren van het oude slot of kasteel!


Back to IndexNext