PREDIKANTEN.

PREDIKANTEN.1.Theodorus Aemilius1566, was eerst pastoor en is later als predikant naarUtrechtvertrokken.2.Huig Dirksz1574—vertrokken naarGoudain 1575.3.Johannes Gelasius(Vitriariusgenoemd) alhier vermoord in de spaansche troebelen Ao. 1575.4.Laurentius Copicanus1578 vertrokken naarLeiden1579.445.Chistianius Sinapius Venlo1578—hij werd beroepen vanDordrechten vertrok naarMedenblikin hetzelfde jaar 1578.6.Abraham Jansz. werd beroepen vanVlaardingen1583, vertrok naarMontfoort1586.7.Simon Johannes Groeninganusberoepen 1586.8.Andreas Stangerus1589, heeft zijne dienst alhier geeindigd den 3 Mei A. 1608.9.Adrianus Wittiuswerd beroepen als Proponent 1601.10.Johannes Lydius, is vanArlanderveenden 11 April 1602, in de dienst dezer Kerke getreden, stierf 1643.11.Levinus De Raad, werd beroepen vanRidderkerk1608, en vertrok naarHaastrecht1617.12.Fredericus Abbema, 1619, is den 5 Aug. 1636Emeritus verklaard, behoudende den rang en zyne wedde.13.Gibbo Theodori âb Eerst, is beroepen vanSchoonderwout1636, en Emeritus verklaard 1668.14.Cornelis Molswyk, kwam als Proponent 1645, en stierf 3 October 1656.15.Johannes Valkius, voorDerdePredikant beroepen vanCockengen, 1648, vertrok naarAmersfoort1658.16.Casparus Velthuysen, werd beroepen vanOuwerkerkaan denYsselden 27. October 1658 in plaats van Ds. Joh. Valkius, en stierf 1674.17.Henricus Rynsdyck, beroepen vanPynaker1657, vertrokken naarAmsterdam, aldaar bevestigd den 9 January 1667, en overleden den 6 Maart 1689.18.SimonofSamuel Gruteruswierd beroepen vanYsselmonde1667, los gemaakt, als beroepen teHaarlem, den 22 November 1669, en stierf aldaar Emeritus 1705.19.Theodorus Gibonis âb Eerst, is beroepen vanMeerkerkLoco Patris Emeriti 1668, en zelf Emeritus verklaard 1698.20.Johannes Vereycken, is beroepen vanWormerveer1671, en gestorven 1674.Na eene langdurigeVacaturevan twee plaatsen, zijn beroepen:21.Casparus Wagtendorp, uit deNieuwpoortberoepen den 3 Julij 1675, in de plaats van D. Casparus Velthuysen, alhier overleden, vertrokken naarBreda1680.22.Johannes Rulicius, beroepen vanBerkel, den 31 July 1675 in de plaats van D. Johannes Vereycken, alhier overleden, vertrokken naarHaarlem1681, stierf aldaar den 22 Mei 1696.23.Johannes vander Horst, beroepen vanWillige Langerakden 16 December 1680, in de plaats van den vertrokken D. Casparus Wagtendorp, gestorven 1687.24.Arnoldus Brantius, beroepen vanBerg-Ambacht, in de plaats van Ds. Johannes Rulicius, den 22 Maart 1685, gestorven 1712.25.Otto Brand Swalmius, beroepen vanOverschieden 26 Januarij 1689, in de plaats van den overledenen D. van der Horst, vertrokken naarEnkhuyzen1693.26.Wilhelmus den Appel, beroepen van op denBommelden 1 February 1694, in plaats van den vertrokken D. Otto Brand Swalmius, overleed 1713.27.Isaäk Hazeu, beroepen vanVoorhoutden 21 Augustus 1698, in de plaats van D. Theodorus GibboniâbEerst, Emeritus, insgelijks Emeritius verklaard 1714.28.Cornelius Houthoff, beroepen vanHaastrechtJanuarij, 1713, na vijf maanden verblijf vertrokken naarDordrecht, en van daar naarAmsterdam1719.29.Johannes de Wildt, beroepen vanOirschotden 14 September, 1713, in de plaats van den vertrokken Ds. C. Houthoff, gestorven den 24 Sept. 1738.30.Johannes Voss, beroepen vanClaaswaal, den 14 September 1713, in plaats van den overledenen D. Wilhelmus den Appel, stierf den 6 Augustus 1746.»Bij Resolutie van de Staten vanHollandenWestfrieslandvan den 21 Junij Ao. 1741. werd D. J. Voss, vermits zyn zwakheid en verval van levensgeesten, van de H. Dienst geëxcuseerd, tot ter tijd zijn Eerw. mogte hersteld worden, Salvo honore et Stipendio.”31.Daniel Bedber, beroepen vanSchalkwykden 27 Maart 1714, in de plaats vanIsaäkHazeu, verklaard Emeritus—Los-gemaakt naarAlkmaarden 10. November 1715.32.Wilhelmus Mesch, beroepen uit denHitzertden 24 Maart 1716, in de plaats van denvertrokkenD. Daniel Bedber, overleed den 8 Januarij 1721.33.Albertus Heshusius, beroepen vanVreelandden19 Maart 1739, in de plaats van den overledenen D. Johannes De Wildt, vertrok naarHaarlem, en heeft zijne afscheids-reden gedaan den 3 April 1741.34.Johannes Marinus Costart de la Morasiere, beroepen uit denNieuwpoortden 28. Maart 1741, in plaats van den vertrokken D. Albertus Heshusius; hij heeft zijn intrede predicatie gedaan 7 Mei 1741 † 1768.35.Johannes Ernestus Jungius, beroepen vanDalfsenden 4 October 1741 tot derden predikant—ter oorzake van zware ongesteldheid van Ds. Johannes Voss.4536.Adrianus Ploos van Amstelberoepen vanOud-Loosdrechtden 14 Julij 1744, in plaats van den vertrokken Ds. Johannes Ernestus Jungius—bevestigd 15 November 1744 en overleden 1762.37.Jacob van Kampenberoepen vanKedichenAo. 1763, in plaats van Ds. Ploos van Amstel, vertrokken naarRhenen1774.38. Ds.van Beuningen Noordbeekberoepen vanPolsbroek, is alhier overleden.39.Hermanus Zwavink, beroepen vanHeer Jansdam, is te dezer plaatse overleden, den 7 Maart 1800.40.Johs. van Nuijs Klinkenberg, beroepen vanOverschieAo. 1775.Anno 1776 vertrokken naarDeventeren van daar naarAmsterdam.41.Antonie Kuyper, beroepen van deWormer1776 vertrokken naarDelft1779 van daar naarAmsterdam.42.Corns. Jan van Seist, beroepen vanWilnis1779, vertrokken naarDelft1780.43.Dideribus Hermanus van RossumvanWilnisberoepen 1780 vertrokken naarDelft1788.44.Petrus Theodorus Avink du Prê, beroepen vanZuilen1788,naarHoornvertrokken 1790.45.Johannes Bekking, beroepen vanSchipluiden1791 en overleden 1809.46.Jacobus Roeloffs(in plaats van den onder Nr. 39 genoemden en overleden H. Zwavink) is beroepen vanStreefkerkin 1801 en overleden in Maart 1825.47.Matthias Johs. Römer, (in plaats van den overledenen Ds. Bekking), beroepen vanWognumenWadweide4 Junij 1809, overleden 15 Julij 1821.48.Jacobus Hendrik Tol, in plaats van den overleden M. J. Römer; beroepen van deMeern, intrede gepredikt 6 October 1822, vertrokken naarKampenin Februarij 1825.49.Michael Adrianus Jentink, in plaats H. J. Tol.—Beroepen vanVinkeveenAnno 1825.—Intrede gepredikt 7 Augustus 1825.—Vertrokken naarHarlingen24 Julij 1831.50.Gerardus Steenhoffin plaats van de overleden Jac. Roeloffs—beroepen vanJutphaas1826.51.Apollonius Cornelis Lorentz, in plaats van Michiel Adrianus Jentink—proponent in 1832 en overleden alhier in 1845.52.Hermen de Vries, in plaats van den overleden A. C. Lorentz—beroepen vanHeikopenBoekopin 1846,vertrokken naarLeeuwarden1851.53.Jan Pieter de Keyser, in plaats van H. de Vries—beroepen vanNoordeloos1851, vertrokken naarArnhem1852.54.George Philip Kits van Heyningen, in plaats van Jan Pieter de Keyser.—Beroepen vanRijsoordenStrevelshoekin 1852, vertrokken naarDeventer1855.55.Johannes Marcus Kolff, in plaats van G. P. Kits van Heyningen, beroepen vanOdijkin 1856.Tot hiertoe mijne lezers strekt der predikanten-lijst in dezen tijd, zoodat de bedienaars van de kerk onzer beschrijving nu zijn de Eerw. Heeren Gerardus Steenhoff en Johannes Marcus Kolff.Nog iets over de kerk zelve.—Is het dus nu niet te betreuren, nu wij eenigsints meer bekend zijn geworden, met deze grijze eerwaardige kerk, dat men bij het herstellen derzelve, (dat nu en dan hoog noodzakelijk was), zoo weinig acht heeft geslagen,—voornamelijk in de voorgaande eeuw—om de oorspronkelijke constructie te behouden. Wanneer zal men het toch beter leeren begrijpen,watde Gothiek is en hoeveel aestetisch gevoel een schoone gothische kerk bij iedermoetopwekken, die zelfs slechts weinig van deze verheven bouwkunst begrijpt!Doch niet alleen inOudewater,in verreweg de meeste plaatsen vanNederlandis men met de meeste onverschilligheid met het herstellen der oude kerken te werk gegaan. Is dit voor de pen van eenminnaarder gothiek soms wat streng, dan zullen wij eendeskundigeciteren.»Het is mij niet bekend” zeide op de algemeene bijeenkomst van de leden der maatschappij »tot bevordering der bouwkunst” op 23 Junij 1854 de ervaren Rotterdamsche architect de Heer W. N. Rose »Het is mij niet bekend, dat er ergens een gebouw uit de middeleeuwen bestaat, dat in een volledige toestand van onderhoud is gebleven; hetgeen men veranderd heeft, is niet verbeterd; de herstellingen zijn ofgebrekkiggeweest, of zijn geschied geheeltegenden stijl van het gebouw, hetgeen uit het oogpunt van de kunst beschouwd, met eene langzamesloopinggelijk staat.—En het is treurig te moeten bekennen, dat dit nogdagelijksplaats grijpt, en wel het meest die groote en merkwaardige voortbrengsels der kunst treft, die onze steden tot sieraad konden verstrekken en waarvan het schoone, het eerwaardige en het verhevene van den gothischen stijl het krachtigst te voorschijn komt.”Doch mijne lezers, al is nu deze kerk geenkruiskerk meer, al tooit zich niet meer muur noch gewelf—zooals nog de protestantsche kerk inNaarden—met schoone beschilderingen, al maakte men ingangen, waar deze met haar geheel niet harmonieren, al bekalkte men hare eerwaardige muren van buiten met Portlandsche cement en al verplaatste en verhakte de steenhouwer de grafzerken, om daaraan eene meer onderling gelijke gedaante te geven, de zerken, die dusnuniet meer de assche dekken van hen, wier namen er nog op uitgedrukt zijn,46nogis de kerk schoon,nogheeft men stoffe in overvloed, om zich personen en zaken van het grijs verleden voor den geest te tooveren.Personen en zaken?—Zeker mijne lezers, of komt het niet bij u op als gij u binnen hare grijze muren bevindt, hoe dikwijls de manhafte poortersdaarzich hebben verootmoedigd voor hun Hemelheer, en kracht en moed gesmeekt, zich waardiglijk tegen een even dapperen vijand te verdedigen, hoe dikwijls de verwulven het stemgeluid der Godsdienstleeraars hebben opgevangen en teruggekaatst, van hunne hoogte tot in het soms blijde, doch ook soms bedroefde gemoed mijner medeburgers! Wie somt hetop, hoe menigmaal de tranen gevloeid zijn, van grijsaard en kind, van echtgenoot en vader, van bruidegom en verloofde op de kille grafmonumenten, die de asche dekken, van diepbetreurde dooden, wier zerken ons nog zoo dikwijls wij de kerk betreden, zoo somber hetmemento morials toeroepen.Doch wij nopen u met ons het kerkgebouw te verlaten, want wat zoude het ons baten steen voor steen te ondervragen, de sombere en plegtige stilte van het Godshuis wordt niet onderbroken door eenig wederwoord, het statig gebouw zwijgt en blijft zwijgen.En nu wat dunkt u geachte lezer, was het wel te veel, toen wij om oudheid en schoone bouwtrant het eerst de aandacht voor kerk en toren verzochten? De kerk staat daar zoo plegtig en de toren verheft haren nok nog zoo fier gedurende zoovele eeuwen! Nog bestaat er van buiten eenheid, en beiden—al maakt het een vreemd contrast, de kerk bekalkt en de toren nog ongesmeurd te zien—, beiden immers dragen zij de onmiskenbare sporen der schoone gothiek, beiden nog bezitten zij eene menigte spitsbogen, waardoor genoemde bouworde zich insgelijks onderscheidt, die spitsbogen waarin de vrolijk tjilpende zwaluw lustig haar kunstig nestje van IJsselklei bouwt, vanwaar zij uitvliegt naaromhoogin den blaauwen aether om voedsel op te doen, voor zich en de haren! ach, de mensch vindt bij het zien eener gothische kerk zooveel stoffe tot nadenken!En weder wie vreemdeling is in deze plaats, en haar eenmaal mogt bezoeken, hij zal zich eenige minuten der beschouwing van kerk en toren gewijd niet beklagen.Indien wij nu de beschrijving der publieke en merkwaardige gebouwen, die binnenOudewaterstaan of gestaan hebben, naar derzelver oudheid vervolgden, dan moesten wij noodzakelijk den draad der kerkelijke gebouwen afbreken en het natuurlijk gevolg daarvan zoude zijn, dat de orde, die wij ons aanvankelijk voorstelden, er door lijden moest. Alzoo zullen wij doorgaan eerst de reeks kerkelijke gebouwen tot den tegenwoordigen tijd te beschrijven, doch om dit met te meer vrucht te doen, is het allernoodzakelijkst, hoewel noode, de aandacht eerst kortelijk te bepalen op

PREDIKANTEN.1.Theodorus Aemilius1566, was eerst pastoor en is later als predikant naarUtrechtvertrokken.2.Huig Dirksz1574—vertrokken naarGoudain 1575.3.Johannes Gelasius(Vitriariusgenoemd) alhier vermoord in de spaansche troebelen Ao. 1575.4.Laurentius Copicanus1578 vertrokken naarLeiden1579.445.Chistianius Sinapius Venlo1578—hij werd beroepen vanDordrechten vertrok naarMedenblikin hetzelfde jaar 1578.6.Abraham Jansz. werd beroepen vanVlaardingen1583, vertrok naarMontfoort1586.7.Simon Johannes Groeninganusberoepen 1586.8.Andreas Stangerus1589, heeft zijne dienst alhier geeindigd den 3 Mei A. 1608.9.Adrianus Wittiuswerd beroepen als Proponent 1601.10.Johannes Lydius, is vanArlanderveenden 11 April 1602, in de dienst dezer Kerke getreden, stierf 1643.11.Levinus De Raad, werd beroepen vanRidderkerk1608, en vertrok naarHaastrecht1617.12.Fredericus Abbema, 1619, is den 5 Aug. 1636Emeritus verklaard, behoudende den rang en zyne wedde.13.Gibbo Theodori âb Eerst, is beroepen vanSchoonderwout1636, en Emeritus verklaard 1668.14.Cornelis Molswyk, kwam als Proponent 1645, en stierf 3 October 1656.15.Johannes Valkius, voorDerdePredikant beroepen vanCockengen, 1648, vertrok naarAmersfoort1658.16.Casparus Velthuysen, werd beroepen vanOuwerkerkaan denYsselden 27. October 1658 in plaats van Ds. Joh. Valkius, en stierf 1674.17.Henricus Rynsdyck, beroepen vanPynaker1657, vertrokken naarAmsterdam, aldaar bevestigd den 9 January 1667, en overleden den 6 Maart 1689.18.SimonofSamuel Gruteruswierd beroepen vanYsselmonde1667, los gemaakt, als beroepen teHaarlem, den 22 November 1669, en stierf aldaar Emeritus 1705.19.Theodorus Gibonis âb Eerst, is beroepen vanMeerkerkLoco Patris Emeriti 1668, en zelf Emeritus verklaard 1698.20.Johannes Vereycken, is beroepen vanWormerveer1671, en gestorven 1674.Na eene langdurigeVacaturevan twee plaatsen, zijn beroepen:21.Casparus Wagtendorp, uit deNieuwpoortberoepen den 3 Julij 1675, in de plaats van D. Casparus Velthuysen, alhier overleden, vertrokken naarBreda1680.22.Johannes Rulicius, beroepen vanBerkel, den 31 July 1675 in de plaats van D. Johannes Vereycken, alhier overleden, vertrokken naarHaarlem1681, stierf aldaar den 22 Mei 1696.23.Johannes vander Horst, beroepen vanWillige Langerakden 16 December 1680, in de plaats van den vertrokken D. Casparus Wagtendorp, gestorven 1687.24.Arnoldus Brantius, beroepen vanBerg-Ambacht, in de plaats van Ds. Johannes Rulicius, den 22 Maart 1685, gestorven 1712.25.Otto Brand Swalmius, beroepen vanOverschieden 26 Januarij 1689, in de plaats van den overledenen D. van der Horst, vertrokken naarEnkhuyzen1693.26.Wilhelmus den Appel, beroepen van op denBommelden 1 February 1694, in plaats van den vertrokken D. Otto Brand Swalmius, overleed 1713.27.Isaäk Hazeu, beroepen vanVoorhoutden 21 Augustus 1698, in de plaats van D. Theodorus GibboniâbEerst, Emeritus, insgelijks Emeritius verklaard 1714.28.Cornelius Houthoff, beroepen vanHaastrechtJanuarij, 1713, na vijf maanden verblijf vertrokken naarDordrecht, en van daar naarAmsterdam1719.29.Johannes de Wildt, beroepen vanOirschotden 14 September, 1713, in de plaats van den vertrokken Ds. C. Houthoff, gestorven den 24 Sept. 1738.30.Johannes Voss, beroepen vanClaaswaal, den 14 September 1713, in plaats van den overledenen D. Wilhelmus den Appel, stierf den 6 Augustus 1746.»Bij Resolutie van de Staten vanHollandenWestfrieslandvan den 21 Junij Ao. 1741. werd D. J. Voss, vermits zyn zwakheid en verval van levensgeesten, van de H. Dienst geëxcuseerd, tot ter tijd zijn Eerw. mogte hersteld worden, Salvo honore et Stipendio.”31.Daniel Bedber, beroepen vanSchalkwykden 27 Maart 1714, in de plaats vanIsaäkHazeu, verklaard Emeritus—Los-gemaakt naarAlkmaarden 10. November 1715.32.Wilhelmus Mesch, beroepen uit denHitzertden 24 Maart 1716, in de plaats van denvertrokkenD. Daniel Bedber, overleed den 8 Januarij 1721.33.Albertus Heshusius, beroepen vanVreelandden19 Maart 1739, in de plaats van den overledenen D. Johannes De Wildt, vertrok naarHaarlem, en heeft zijne afscheids-reden gedaan den 3 April 1741.34.Johannes Marinus Costart de la Morasiere, beroepen uit denNieuwpoortden 28. Maart 1741, in plaats van den vertrokken D. Albertus Heshusius; hij heeft zijn intrede predicatie gedaan 7 Mei 1741 † 1768.35.Johannes Ernestus Jungius, beroepen vanDalfsenden 4 October 1741 tot derden predikant—ter oorzake van zware ongesteldheid van Ds. Johannes Voss.4536.Adrianus Ploos van Amstelberoepen vanOud-Loosdrechtden 14 Julij 1744, in plaats van den vertrokken Ds. Johannes Ernestus Jungius—bevestigd 15 November 1744 en overleden 1762.37.Jacob van Kampenberoepen vanKedichenAo. 1763, in plaats van Ds. Ploos van Amstel, vertrokken naarRhenen1774.38. Ds.van Beuningen Noordbeekberoepen vanPolsbroek, is alhier overleden.39.Hermanus Zwavink, beroepen vanHeer Jansdam, is te dezer plaatse overleden, den 7 Maart 1800.40.Johs. van Nuijs Klinkenberg, beroepen vanOverschieAo. 1775.Anno 1776 vertrokken naarDeventeren van daar naarAmsterdam.41.Antonie Kuyper, beroepen van deWormer1776 vertrokken naarDelft1779 van daar naarAmsterdam.42.Corns. Jan van Seist, beroepen vanWilnis1779, vertrokken naarDelft1780.43.Dideribus Hermanus van RossumvanWilnisberoepen 1780 vertrokken naarDelft1788.44.Petrus Theodorus Avink du Prê, beroepen vanZuilen1788,naarHoornvertrokken 1790.45.Johannes Bekking, beroepen vanSchipluiden1791 en overleden 1809.46.Jacobus Roeloffs(in plaats van den onder Nr. 39 genoemden en overleden H. Zwavink) is beroepen vanStreefkerkin 1801 en overleden in Maart 1825.47.Matthias Johs. Römer, (in plaats van den overledenen Ds. Bekking), beroepen vanWognumenWadweide4 Junij 1809, overleden 15 Julij 1821.48.Jacobus Hendrik Tol, in plaats van den overleden M. J. Römer; beroepen van deMeern, intrede gepredikt 6 October 1822, vertrokken naarKampenin Februarij 1825.49.Michael Adrianus Jentink, in plaats H. J. Tol.—Beroepen vanVinkeveenAnno 1825.—Intrede gepredikt 7 Augustus 1825.—Vertrokken naarHarlingen24 Julij 1831.50.Gerardus Steenhoffin plaats van de overleden Jac. Roeloffs—beroepen vanJutphaas1826.51.Apollonius Cornelis Lorentz, in plaats van Michiel Adrianus Jentink—proponent in 1832 en overleden alhier in 1845.52.Hermen de Vries, in plaats van den overleden A. C. Lorentz—beroepen vanHeikopenBoekopin 1846,vertrokken naarLeeuwarden1851.53.Jan Pieter de Keyser, in plaats van H. de Vries—beroepen vanNoordeloos1851, vertrokken naarArnhem1852.54.George Philip Kits van Heyningen, in plaats van Jan Pieter de Keyser.—Beroepen vanRijsoordenStrevelshoekin 1852, vertrokken naarDeventer1855.55.Johannes Marcus Kolff, in plaats van G. P. Kits van Heyningen, beroepen vanOdijkin 1856.Tot hiertoe mijne lezers strekt der predikanten-lijst in dezen tijd, zoodat de bedienaars van de kerk onzer beschrijving nu zijn de Eerw. Heeren Gerardus Steenhoff en Johannes Marcus Kolff.Nog iets over de kerk zelve.—Is het dus nu niet te betreuren, nu wij eenigsints meer bekend zijn geworden, met deze grijze eerwaardige kerk, dat men bij het herstellen derzelve, (dat nu en dan hoog noodzakelijk was), zoo weinig acht heeft geslagen,—voornamelijk in de voorgaande eeuw—om de oorspronkelijke constructie te behouden. Wanneer zal men het toch beter leeren begrijpen,watde Gothiek is en hoeveel aestetisch gevoel een schoone gothische kerk bij iedermoetopwekken, die zelfs slechts weinig van deze verheven bouwkunst begrijpt!Doch niet alleen inOudewater,in verreweg de meeste plaatsen vanNederlandis men met de meeste onverschilligheid met het herstellen der oude kerken te werk gegaan. Is dit voor de pen van eenminnaarder gothiek soms wat streng, dan zullen wij eendeskundigeciteren.»Het is mij niet bekend” zeide op de algemeene bijeenkomst van de leden der maatschappij »tot bevordering der bouwkunst” op 23 Junij 1854 de ervaren Rotterdamsche architect de Heer W. N. Rose »Het is mij niet bekend, dat er ergens een gebouw uit de middeleeuwen bestaat, dat in een volledige toestand van onderhoud is gebleven; hetgeen men veranderd heeft, is niet verbeterd; de herstellingen zijn ofgebrekkiggeweest, of zijn geschied geheeltegenden stijl van het gebouw, hetgeen uit het oogpunt van de kunst beschouwd, met eene langzamesloopinggelijk staat.—En het is treurig te moeten bekennen, dat dit nogdagelijksplaats grijpt, en wel het meest die groote en merkwaardige voortbrengsels der kunst treft, die onze steden tot sieraad konden verstrekken en waarvan het schoone, het eerwaardige en het verhevene van den gothischen stijl het krachtigst te voorschijn komt.”Doch mijne lezers, al is nu deze kerk geenkruiskerk meer, al tooit zich niet meer muur noch gewelf—zooals nog de protestantsche kerk inNaarden—met schoone beschilderingen, al maakte men ingangen, waar deze met haar geheel niet harmonieren, al bekalkte men hare eerwaardige muren van buiten met Portlandsche cement en al verplaatste en verhakte de steenhouwer de grafzerken, om daaraan eene meer onderling gelijke gedaante te geven, de zerken, die dusnuniet meer de assche dekken van hen, wier namen er nog op uitgedrukt zijn,46nogis de kerk schoon,nogheeft men stoffe in overvloed, om zich personen en zaken van het grijs verleden voor den geest te tooveren.Personen en zaken?—Zeker mijne lezers, of komt het niet bij u op als gij u binnen hare grijze muren bevindt, hoe dikwijls de manhafte poortersdaarzich hebben verootmoedigd voor hun Hemelheer, en kracht en moed gesmeekt, zich waardiglijk tegen een even dapperen vijand te verdedigen, hoe dikwijls de verwulven het stemgeluid der Godsdienstleeraars hebben opgevangen en teruggekaatst, van hunne hoogte tot in het soms blijde, doch ook soms bedroefde gemoed mijner medeburgers! Wie somt hetop, hoe menigmaal de tranen gevloeid zijn, van grijsaard en kind, van echtgenoot en vader, van bruidegom en verloofde op de kille grafmonumenten, die de asche dekken, van diepbetreurde dooden, wier zerken ons nog zoo dikwijls wij de kerk betreden, zoo somber hetmemento morials toeroepen.Doch wij nopen u met ons het kerkgebouw te verlaten, want wat zoude het ons baten steen voor steen te ondervragen, de sombere en plegtige stilte van het Godshuis wordt niet onderbroken door eenig wederwoord, het statig gebouw zwijgt en blijft zwijgen.En nu wat dunkt u geachte lezer, was het wel te veel, toen wij om oudheid en schoone bouwtrant het eerst de aandacht voor kerk en toren verzochten? De kerk staat daar zoo plegtig en de toren verheft haren nok nog zoo fier gedurende zoovele eeuwen! Nog bestaat er van buiten eenheid, en beiden—al maakt het een vreemd contrast, de kerk bekalkt en de toren nog ongesmeurd te zien—, beiden immers dragen zij de onmiskenbare sporen der schoone gothiek, beiden nog bezitten zij eene menigte spitsbogen, waardoor genoemde bouworde zich insgelijks onderscheidt, die spitsbogen waarin de vrolijk tjilpende zwaluw lustig haar kunstig nestje van IJsselklei bouwt, vanwaar zij uitvliegt naaromhoogin den blaauwen aether om voedsel op te doen, voor zich en de haren! ach, de mensch vindt bij het zien eener gothische kerk zooveel stoffe tot nadenken!En weder wie vreemdeling is in deze plaats, en haar eenmaal mogt bezoeken, hij zal zich eenige minuten der beschouwing van kerk en toren gewijd niet beklagen.Indien wij nu de beschrijving der publieke en merkwaardige gebouwen, die binnenOudewaterstaan of gestaan hebben, naar derzelver oudheid vervolgden, dan moesten wij noodzakelijk den draad der kerkelijke gebouwen afbreken en het natuurlijk gevolg daarvan zoude zijn, dat de orde, die wij ons aanvankelijk voorstelden, er door lijden moest. Alzoo zullen wij doorgaan eerst de reeks kerkelijke gebouwen tot den tegenwoordigen tijd te beschrijven, doch om dit met te meer vrucht te doen, is het allernoodzakelijkst, hoewel noode, de aandacht eerst kortelijk te bepalen op

PREDIKANTEN.1.Theodorus Aemilius1566, was eerst pastoor en is later als predikant naarUtrechtvertrokken.2.Huig Dirksz1574—vertrokken naarGoudain 1575.3.Johannes Gelasius(Vitriariusgenoemd) alhier vermoord in de spaansche troebelen Ao. 1575.4.Laurentius Copicanus1578 vertrokken naarLeiden1579.445.Chistianius Sinapius Venlo1578—hij werd beroepen vanDordrechten vertrok naarMedenblikin hetzelfde jaar 1578.6.Abraham Jansz. werd beroepen vanVlaardingen1583, vertrok naarMontfoort1586.7.Simon Johannes Groeninganusberoepen 1586.8.Andreas Stangerus1589, heeft zijne dienst alhier geeindigd den 3 Mei A. 1608.9.Adrianus Wittiuswerd beroepen als Proponent 1601.10.Johannes Lydius, is vanArlanderveenden 11 April 1602, in de dienst dezer Kerke getreden, stierf 1643.11.Levinus De Raad, werd beroepen vanRidderkerk1608, en vertrok naarHaastrecht1617.12.Fredericus Abbema, 1619, is den 5 Aug. 1636Emeritus verklaard, behoudende den rang en zyne wedde.13.Gibbo Theodori âb Eerst, is beroepen vanSchoonderwout1636, en Emeritus verklaard 1668.14.Cornelis Molswyk, kwam als Proponent 1645, en stierf 3 October 1656.15.Johannes Valkius, voorDerdePredikant beroepen vanCockengen, 1648, vertrok naarAmersfoort1658.16.Casparus Velthuysen, werd beroepen vanOuwerkerkaan denYsselden 27. October 1658 in plaats van Ds. Joh. Valkius, en stierf 1674.17.Henricus Rynsdyck, beroepen vanPynaker1657, vertrokken naarAmsterdam, aldaar bevestigd den 9 January 1667, en overleden den 6 Maart 1689.18.SimonofSamuel Gruteruswierd beroepen vanYsselmonde1667, los gemaakt, als beroepen teHaarlem, den 22 November 1669, en stierf aldaar Emeritus 1705.19.Theodorus Gibonis âb Eerst, is beroepen vanMeerkerkLoco Patris Emeriti 1668, en zelf Emeritus verklaard 1698.20.Johannes Vereycken, is beroepen vanWormerveer1671, en gestorven 1674.Na eene langdurigeVacaturevan twee plaatsen, zijn beroepen:21.Casparus Wagtendorp, uit deNieuwpoortberoepen den 3 Julij 1675, in de plaats van D. Casparus Velthuysen, alhier overleden, vertrokken naarBreda1680.22.Johannes Rulicius, beroepen vanBerkel, den 31 July 1675 in de plaats van D. Johannes Vereycken, alhier overleden, vertrokken naarHaarlem1681, stierf aldaar den 22 Mei 1696.23.Johannes vander Horst, beroepen vanWillige Langerakden 16 December 1680, in de plaats van den vertrokken D. Casparus Wagtendorp, gestorven 1687.24.Arnoldus Brantius, beroepen vanBerg-Ambacht, in de plaats van Ds. Johannes Rulicius, den 22 Maart 1685, gestorven 1712.25.Otto Brand Swalmius, beroepen vanOverschieden 26 Januarij 1689, in de plaats van den overledenen D. van der Horst, vertrokken naarEnkhuyzen1693.26.Wilhelmus den Appel, beroepen van op denBommelden 1 February 1694, in plaats van den vertrokken D. Otto Brand Swalmius, overleed 1713.27.Isaäk Hazeu, beroepen vanVoorhoutden 21 Augustus 1698, in de plaats van D. Theodorus GibboniâbEerst, Emeritus, insgelijks Emeritius verklaard 1714.28.Cornelius Houthoff, beroepen vanHaastrechtJanuarij, 1713, na vijf maanden verblijf vertrokken naarDordrecht, en van daar naarAmsterdam1719.29.Johannes de Wildt, beroepen vanOirschotden 14 September, 1713, in de plaats van den vertrokken Ds. C. Houthoff, gestorven den 24 Sept. 1738.30.Johannes Voss, beroepen vanClaaswaal, den 14 September 1713, in plaats van den overledenen D. Wilhelmus den Appel, stierf den 6 Augustus 1746.»Bij Resolutie van de Staten vanHollandenWestfrieslandvan den 21 Junij Ao. 1741. werd D. J. Voss, vermits zyn zwakheid en verval van levensgeesten, van de H. Dienst geëxcuseerd, tot ter tijd zijn Eerw. mogte hersteld worden, Salvo honore et Stipendio.”31.Daniel Bedber, beroepen vanSchalkwykden 27 Maart 1714, in de plaats vanIsaäkHazeu, verklaard Emeritus—Los-gemaakt naarAlkmaarden 10. November 1715.32.Wilhelmus Mesch, beroepen uit denHitzertden 24 Maart 1716, in de plaats van denvertrokkenD. Daniel Bedber, overleed den 8 Januarij 1721.33.Albertus Heshusius, beroepen vanVreelandden19 Maart 1739, in de plaats van den overledenen D. Johannes De Wildt, vertrok naarHaarlem, en heeft zijne afscheids-reden gedaan den 3 April 1741.34.Johannes Marinus Costart de la Morasiere, beroepen uit denNieuwpoortden 28. Maart 1741, in plaats van den vertrokken D. Albertus Heshusius; hij heeft zijn intrede predicatie gedaan 7 Mei 1741 † 1768.35.Johannes Ernestus Jungius, beroepen vanDalfsenden 4 October 1741 tot derden predikant—ter oorzake van zware ongesteldheid van Ds. Johannes Voss.4536.Adrianus Ploos van Amstelberoepen vanOud-Loosdrechtden 14 Julij 1744, in plaats van den vertrokken Ds. Johannes Ernestus Jungius—bevestigd 15 November 1744 en overleden 1762.37.Jacob van Kampenberoepen vanKedichenAo. 1763, in plaats van Ds. Ploos van Amstel, vertrokken naarRhenen1774.38. Ds.van Beuningen Noordbeekberoepen vanPolsbroek, is alhier overleden.39.Hermanus Zwavink, beroepen vanHeer Jansdam, is te dezer plaatse overleden, den 7 Maart 1800.40.Johs. van Nuijs Klinkenberg, beroepen vanOverschieAo. 1775.Anno 1776 vertrokken naarDeventeren van daar naarAmsterdam.41.Antonie Kuyper, beroepen van deWormer1776 vertrokken naarDelft1779 van daar naarAmsterdam.42.Corns. Jan van Seist, beroepen vanWilnis1779, vertrokken naarDelft1780.43.Dideribus Hermanus van RossumvanWilnisberoepen 1780 vertrokken naarDelft1788.44.Petrus Theodorus Avink du Prê, beroepen vanZuilen1788,naarHoornvertrokken 1790.45.Johannes Bekking, beroepen vanSchipluiden1791 en overleden 1809.46.Jacobus Roeloffs(in plaats van den onder Nr. 39 genoemden en overleden H. Zwavink) is beroepen vanStreefkerkin 1801 en overleden in Maart 1825.47.Matthias Johs. Römer, (in plaats van den overledenen Ds. Bekking), beroepen vanWognumenWadweide4 Junij 1809, overleden 15 Julij 1821.48.Jacobus Hendrik Tol, in plaats van den overleden M. J. Römer; beroepen van deMeern, intrede gepredikt 6 October 1822, vertrokken naarKampenin Februarij 1825.49.Michael Adrianus Jentink, in plaats H. J. Tol.—Beroepen vanVinkeveenAnno 1825.—Intrede gepredikt 7 Augustus 1825.—Vertrokken naarHarlingen24 Julij 1831.50.Gerardus Steenhoffin plaats van de overleden Jac. Roeloffs—beroepen vanJutphaas1826.51.Apollonius Cornelis Lorentz, in plaats van Michiel Adrianus Jentink—proponent in 1832 en overleden alhier in 1845.52.Hermen de Vries, in plaats van den overleden A. C. Lorentz—beroepen vanHeikopenBoekopin 1846,vertrokken naarLeeuwarden1851.53.Jan Pieter de Keyser, in plaats van H. de Vries—beroepen vanNoordeloos1851, vertrokken naarArnhem1852.54.George Philip Kits van Heyningen, in plaats van Jan Pieter de Keyser.—Beroepen vanRijsoordenStrevelshoekin 1852, vertrokken naarDeventer1855.55.Johannes Marcus Kolff, in plaats van G. P. Kits van Heyningen, beroepen vanOdijkin 1856.Tot hiertoe mijne lezers strekt der predikanten-lijst in dezen tijd, zoodat de bedienaars van de kerk onzer beschrijving nu zijn de Eerw. Heeren Gerardus Steenhoff en Johannes Marcus Kolff.Nog iets over de kerk zelve.—Is het dus nu niet te betreuren, nu wij eenigsints meer bekend zijn geworden, met deze grijze eerwaardige kerk, dat men bij het herstellen derzelve, (dat nu en dan hoog noodzakelijk was), zoo weinig acht heeft geslagen,—voornamelijk in de voorgaande eeuw—om de oorspronkelijke constructie te behouden. Wanneer zal men het toch beter leeren begrijpen,watde Gothiek is en hoeveel aestetisch gevoel een schoone gothische kerk bij iedermoetopwekken, die zelfs slechts weinig van deze verheven bouwkunst begrijpt!Doch niet alleen inOudewater,in verreweg de meeste plaatsen vanNederlandis men met de meeste onverschilligheid met het herstellen der oude kerken te werk gegaan. Is dit voor de pen van eenminnaarder gothiek soms wat streng, dan zullen wij eendeskundigeciteren.»Het is mij niet bekend” zeide op de algemeene bijeenkomst van de leden der maatschappij »tot bevordering der bouwkunst” op 23 Junij 1854 de ervaren Rotterdamsche architect de Heer W. N. Rose »Het is mij niet bekend, dat er ergens een gebouw uit de middeleeuwen bestaat, dat in een volledige toestand van onderhoud is gebleven; hetgeen men veranderd heeft, is niet verbeterd; de herstellingen zijn ofgebrekkiggeweest, of zijn geschied geheeltegenden stijl van het gebouw, hetgeen uit het oogpunt van de kunst beschouwd, met eene langzamesloopinggelijk staat.—En het is treurig te moeten bekennen, dat dit nogdagelijksplaats grijpt, en wel het meest die groote en merkwaardige voortbrengsels der kunst treft, die onze steden tot sieraad konden verstrekken en waarvan het schoone, het eerwaardige en het verhevene van den gothischen stijl het krachtigst te voorschijn komt.”Doch mijne lezers, al is nu deze kerk geenkruiskerk meer, al tooit zich niet meer muur noch gewelf—zooals nog de protestantsche kerk inNaarden—met schoone beschilderingen, al maakte men ingangen, waar deze met haar geheel niet harmonieren, al bekalkte men hare eerwaardige muren van buiten met Portlandsche cement en al verplaatste en verhakte de steenhouwer de grafzerken, om daaraan eene meer onderling gelijke gedaante te geven, de zerken, die dusnuniet meer de assche dekken van hen, wier namen er nog op uitgedrukt zijn,46nogis de kerk schoon,nogheeft men stoffe in overvloed, om zich personen en zaken van het grijs verleden voor den geest te tooveren.Personen en zaken?—Zeker mijne lezers, of komt het niet bij u op als gij u binnen hare grijze muren bevindt, hoe dikwijls de manhafte poortersdaarzich hebben verootmoedigd voor hun Hemelheer, en kracht en moed gesmeekt, zich waardiglijk tegen een even dapperen vijand te verdedigen, hoe dikwijls de verwulven het stemgeluid der Godsdienstleeraars hebben opgevangen en teruggekaatst, van hunne hoogte tot in het soms blijde, doch ook soms bedroefde gemoed mijner medeburgers! Wie somt hetop, hoe menigmaal de tranen gevloeid zijn, van grijsaard en kind, van echtgenoot en vader, van bruidegom en verloofde op de kille grafmonumenten, die de asche dekken, van diepbetreurde dooden, wier zerken ons nog zoo dikwijls wij de kerk betreden, zoo somber hetmemento morials toeroepen.Doch wij nopen u met ons het kerkgebouw te verlaten, want wat zoude het ons baten steen voor steen te ondervragen, de sombere en plegtige stilte van het Godshuis wordt niet onderbroken door eenig wederwoord, het statig gebouw zwijgt en blijft zwijgen.En nu wat dunkt u geachte lezer, was het wel te veel, toen wij om oudheid en schoone bouwtrant het eerst de aandacht voor kerk en toren verzochten? De kerk staat daar zoo plegtig en de toren verheft haren nok nog zoo fier gedurende zoovele eeuwen! Nog bestaat er van buiten eenheid, en beiden—al maakt het een vreemd contrast, de kerk bekalkt en de toren nog ongesmeurd te zien—, beiden immers dragen zij de onmiskenbare sporen der schoone gothiek, beiden nog bezitten zij eene menigte spitsbogen, waardoor genoemde bouworde zich insgelijks onderscheidt, die spitsbogen waarin de vrolijk tjilpende zwaluw lustig haar kunstig nestje van IJsselklei bouwt, vanwaar zij uitvliegt naaromhoogin den blaauwen aether om voedsel op te doen, voor zich en de haren! ach, de mensch vindt bij het zien eener gothische kerk zooveel stoffe tot nadenken!En weder wie vreemdeling is in deze plaats, en haar eenmaal mogt bezoeken, hij zal zich eenige minuten der beschouwing van kerk en toren gewijd niet beklagen.Indien wij nu de beschrijving der publieke en merkwaardige gebouwen, die binnenOudewaterstaan of gestaan hebben, naar derzelver oudheid vervolgden, dan moesten wij noodzakelijk den draad der kerkelijke gebouwen afbreken en het natuurlijk gevolg daarvan zoude zijn, dat de orde, die wij ons aanvankelijk voorstelden, er door lijden moest. Alzoo zullen wij doorgaan eerst de reeks kerkelijke gebouwen tot den tegenwoordigen tijd te beschrijven, doch om dit met te meer vrucht te doen, is het allernoodzakelijkst, hoewel noode, de aandacht eerst kortelijk te bepalen op

PREDIKANTEN.1.Theodorus Aemilius1566, was eerst pastoor en is later als predikant naarUtrechtvertrokken.2.Huig Dirksz1574—vertrokken naarGoudain 1575.3.Johannes Gelasius(Vitriariusgenoemd) alhier vermoord in de spaansche troebelen Ao. 1575.4.Laurentius Copicanus1578 vertrokken naarLeiden1579.445.Chistianius Sinapius Venlo1578—hij werd beroepen vanDordrechten vertrok naarMedenblikin hetzelfde jaar 1578.6.Abraham Jansz. werd beroepen vanVlaardingen1583, vertrok naarMontfoort1586.7.Simon Johannes Groeninganusberoepen 1586.8.Andreas Stangerus1589, heeft zijne dienst alhier geeindigd den 3 Mei A. 1608.9.Adrianus Wittiuswerd beroepen als Proponent 1601.10.Johannes Lydius, is vanArlanderveenden 11 April 1602, in de dienst dezer Kerke getreden, stierf 1643.11.Levinus De Raad, werd beroepen vanRidderkerk1608, en vertrok naarHaastrecht1617.12.Fredericus Abbema, 1619, is den 5 Aug. 1636Emeritus verklaard, behoudende den rang en zyne wedde.13.Gibbo Theodori âb Eerst, is beroepen vanSchoonderwout1636, en Emeritus verklaard 1668.14.Cornelis Molswyk, kwam als Proponent 1645, en stierf 3 October 1656.15.Johannes Valkius, voorDerdePredikant beroepen vanCockengen, 1648, vertrok naarAmersfoort1658.16.Casparus Velthuysen, werd beroepen vanOuwerkerkaan denYsselden 27. October 1658 in plaats van Ds. Joh. Valkius, en stierf 1674.17.Henricus Rynsdyck, beroepen vanPynaker1657, vertrokken naarAmsterdam, aldaar bevestigd den 9 January 1667, en overleden den 6 Maart 1689.18.SimonofSamuel Gruteruswierd beroepen vanYsselmonde1667, los gemaakt, als beroepen teHaarlem, den 22 November 1669, en stierf aldaar Emeritus 1705.19.Theodorus Gibonis âb Eerst, is beroepen vanMeerkerkLoco Patris Emeriti 1668, en zelf Emeritus verklaard 1698.20.Johannes Vereycken, is beroepen vanWormerveer1671, en gestorven 1674.Na eene langdurigeVacaturevan twee plaatsen, zijn beroepen:21.Casparus Wagtendorp, uit deNieuwpoortberoepen den 3 Julij 1675, in de plaats van D. Casparus Velthuysen, alhier overleden, vertrokken naarBreda1680.22.Johannes Rulicius, beroepen vanBerkel, den 31 July 1675 in de plaats van D. Johannes Vereycken, alhier overleden, vertrokken naarHaarlem1681, stierf aldaar den 22 Mei 1696.23.Johannes vander Horst, beroepen vanWillige Langerakden 16 December 1680, in de plaats van den vertrokken D. Casparus Wagtendorp, gestorven 1687.24.Arnoldus Brantius, beroepen vanBerg-Ambacht, in de plaats van Ds. Johannes Rulicius, den 22 Maart 1685, gestorven 1712.25.Otto Brand Swalmius, beroepen vanOverschieden 26 Januarij 1689, in de plaats van den overledenen D. van der Horst, vertrokken naarEnkhuyzen1693.26.Wilhelmus den Appel, beroepen van op denBommelden 1 February 1694, in plaats van den vertrokken D. Otto Brand Swalmius, overleed 1713.27.Isaäk Hazeu, beroepen vanVoorhoutden 21 Augustus 1698, in de plaats van D. Theodorus GibboniâbEerst, Emeritus, insgelijks Emeritius verklaard 1714.28.Cornelius Houthoff, beroepen vanHaastrechtJanuarij, 1713, na vijf maanden verblijf vertrokken naarDordrecht, en van daar naarAmsterdam1719.29.Johannes de Wildt, beroepen vanOirschotden 14 September, 1713, in de plaats van den vertrokken Ds. C. Houthoff, gestorven den 24 Sept. 1738.30.Johannes Voss, beroepen vanClaaswaal, den 14 September 1713, in plaats van den overledenen D. Wilhelmus den Appel, stierf den 6 Augustus 1746.»Bij Resolutie van de Staten vanHollandenWestfrieslandvan den 21 Junij Ao. 1741. werd D. J. Voss, vermits zyn zwakheid en verval van levensgeesten, van de H. Dienst geëxcuseerd, tot ter tijd zijn Eerw. mogte hersteld worden, Salvo honore et Stipendio.”31.Daniel Bedber, beroepen vanSchalkwykden 27 Maart 1714, in de plaats vanIsaäkHazeu, verklaard Emeritus—Los-gemaakt naarAlkmaarden 10. November 1715.32.Wilhelmus Mesch, beroepen uit denHitzertden 24 Maart 1716, in de plaats van denvertrokkenD. Daniel Bedber, overleed den 8 Januarij 1721.33.Albertus Heshusius, beroepen vanVreelandden19 Maart 1739, in de plaats van den overledenen D. Johannes De Wildt, vertrok naarHaarlem, en heeft zijne afscheids-reden gedaan den 3 April 1741.34.Johannes Marinus Costart de la Morasiere, beroepen uit denNieuwpoortden 28. Maart 1741, in plaats van den vertrokken D. Albertus Heshusius; hij heeft zijn intrede predicatie gedaan 7 Mei 1741 † 1768.35.Johannes Ernestus Jungius, beroepen vanDalfsenden 4 October 1741 tot derden predikant—ter oorzake van zware ongesteldheid van Ds. Johannes Voss.4536.Adrianus Ploos van Amstelberoepen vanOud-Loosdrechtden 14 Julij 1744, in plaats van den vertrokken Ds. Johannes Ernestus Jungius—bevestigd 15 November 1744 en overleden 1762.37.Jacob van Kampenberoepen vanKedichenAo. 1763, in plaats van Ds. Ploos van Amstel, vertrokken naarRhenen1774.38. Ds.van Beuningen Noordbeekberoepen vanPolsbroek, is alhier overleden.39.Hermanus Zwavink, beroepen vanHeer Jansdam, is te dezer plaatse overleden, den 7 Maart 1800.40.Johs. van Nuijs Klinkenberg, beroepen vanOverschieAo. 1775.Anno 1776 vertrokken naarDeventeren van daar naarAmsterdam.41.Antonie Kuyper, beroepen van deWormer1776 vertrokken naarDelft1779 van daar naarAmsterdam.42.Corns. Jan van Seist, beroepen vanWilnis1779, vertrokken naarDelft1780.43.Dideribus Hermanus van RossumvanWilnisberoepen 1780 vertrokken naarDelft1788.44.Petrus Theodorus Avink du Prê, beroepen vanZuilen1788,naarHoornvertrokken 1790.45.Johannes Bekking, beroepen vanSchipluiden1791 en overleden 1809.46.Jacobus Roeloffs(in plaats van den onder Nr. 39 genoemden en overleden H. Zwavink) is beroepen vanStreefkerkin 1801 en overleden in Maart 1825.47.Matthias Johs. Römer, (in plaats van den overledenen Ds. Bekking), beroepen vanWognumenWadweide4 Junij 1809, overleden 15 Julij 1821.48.Jacobus Hendrik Tol, in plaats van den overleden M. J. Römer; beroepen van deMeern, intrede gepredikt 6 October 1822, vertrokken naarKampenin Februarij 1825.49.Michael Adrianus Jentink, in plaats H. J. Tol.—Beroepen vanVinkeveenAnno 1825.—Intrede gepredikt 7 Augustus 1825.—Vertrokken naarHarlingen24 Julij 1831.50.Gerardus Steenhoffin plaats van de overleden Jac. Roeloffs—beroepen vanJutphaas1826.51.Apollonius Cornelis Lorentz, in plaats van Michiel Adrianus Jentink—proponent in 1832 en overleden alhier in 1845.52.Hermen de Vries, in plaats van den overleden A. C. Lorentz—beroepen vanHeikopenBoekopin 1846,vertrokken naarLeeuwarden1851.53.Jan Pieter de Keyser, in plaats van H. de Vries—beroepen vanNoordeloos1851, vertrokken naarArnhem1852.54.George Philip Kits van Heyningen, in plaats van Jan Pieter de Keyser.—Beroepen vanRijsoordenStrevelshoekin 1852, vertrokken naarDeventer1855.55.Johannes Marcus Kolff, in plaats van G. P. Kits van Heyningen, beroepen vanOdijkin 1856.Tot hiertoe mijne lezers strekt der predikanten-lijst in dezen tijd, zoodat de bedienaars van de kerk onzer beschrijving nu zijn de Eerw. Heeren Gerardus Steenhoff en Johannes Marcus Kolff.Nog iets over de kerk zelve.—Is het dus nu niet te betreuren, nu wij eenigsints meer bekend zijn geworden, met deze grijze eerwaardige kerk, dat men bij het herstellen derzelve, (dat nu en dan hoog noodzakelijk was), zoo weinig acht heeft geslagen,—voornamelijk in de voorgaande eeuw—om de oorspronkelijke constructie te behouden. Wanneer zal men het toch beter leeren begrijpen,watde Gothiek is en hoeveel aestetisch gevoel een schoone gothische kerk bij iedermoetopwekken, die zelfs slechts weinig van deze verheven bouwkunst begrijpt!Doch niet alleen inOudewater,in verreweg de meeste plaatsen vanNederlandis men met de meeste onverschilligheid met het herstellen der oude kerken te werk gegaan. Is dit voor de pen van eenminnaarder gothiek soms wat streng, dan zullen wij eendeskundigeciteren.»Het is mij niet bekend” zeide op de algemeene bijeenkomst van de leden der maatschappij »tot bevordering der bouwkunst” op 23 Junij 1854 de ervaren Rotterdamsche architect de Heer W. N. Rose »Het is mij niet bekend, dat er ergens een gebouw uit de middeleeuwen bestaat, dat in een volledige toestand van onderhoud is gebleven; hetgeen men veranderd heeft, is niet verbeterd; de herstellingen zijn ofgebrekkiggeweest, of zijn geschied geheeltegenden stijl van het gebouw, hetgeen uit het oogpunt van de kunst beschouwd, met eene langzamesloopinggelijk staat.—En het is treurig te moeten bekennen, dat dit nogdagelijksplaats grijpt, en wel het meest die groote en merkwaardige voortbrengsels der kunst treft, die onze steden tot sieraad konden verstrekken en waarvan het schoone, het eerwaardige en het verhevene van den gothischen stijl het krachtigst te voorschijn komt.”Doch mijne lezers, al is nu deze kerk geenkruiskerk meer, al tooit zich niet meer muur noch gewelf—zooals nog de protestantsche kerk inNaarden—met schoone beschilderingen, al maakte men ingangen, waar deze met haar geheel niet harmonieren, al bekalkte men hare eerwaardige muren van buiten met Portlandsche cement en al verplaatste en verhakte de steenhouwer de grafzerken, om daaraan eene meer onderling gelijke gedaante te geven, de zerken, die dusnuniet meer de assche dekken van hen, wier namen er nog op uitgedrukt zijn,46nogis de kerk schoon,nogheeft men stoffe in overvloed, om zich personen en zaken van het grijs verleden voor den geest te tooveren.Personen en zaken?—Zeker mijne lezers, of komt het niet bij u op als gij u binnen hare grijze muren bevindt, hoe dikwijls de manhafte poortersdaarzich hebben verootmoedigd voor hun Hemelheer, en kracht en moed gesmeekt, zich waardiglijk tegen een even dapperen vijand te verdedigen, hoe dikwijls de verwulven het stemgeluid der Godsdienstleeraars hebben opgevangen en teruggekaatst, van hunne hoogte tot in het soms blijde, doch ook soms bedroefde gemoed mijner medeburgers! Wie somt hetop, hoe menigmaal de tranen gevloeid zijn, van grijsaard en kind, van echtgenoot en vader, van bruidegom en verloofde op de kille grafmonumenten, die de asche dekken, van diepbetreurde dooden, wier zerken ons nog zoo dikwijls wij de kerk betreden, zoo somber hetmemento morials toeroepen.Doch wij nopen u met ons het kerkgebouw te verlaten, want wat zoude het ons baten steen voor steen te ondervragen, de sombere en plegtige stilte van het Godshuis wordt niet onderbroken door eenig wederwoord, het statig gebouw zwijgt en blijft zwijgen.En nu wat dunkt u geachte lezer, was het wel te veel, toen wij om oudheid en schoone bouwtrant het eerst de aandacht voor kerk en toren verzochten? De kerk staat daar zoo plegtig en de toren verheft haren nok nog zoo fier gedurende zoovele eeuwen! Nog bestaat er van buiten eenheid, en beiden—al maakt het een vreemd contrast, de kerk bekalkt en de toren nog ongesmeurd te zien—, beiden immers dragen zij de onmiskenbare sporen der schoone gothiek, beiden nog bezitten zij eene menigte spitsbogen, waardoor genoemde bouworde zich insgelijks onderscheidt, die spitsbogen waarin de vrolijk tjilpende zwaluw lustig haar kunstig nestje van IJsselklei bouwt, vanwaar zij uitvliegt naaromhoogin den blaauwen aether om voedsel op te doen, voor zich en de haren! ach, de mensch vindt bij het zien eener gothische kerk zooveel stoffe tot nadenken!En weder wie vreemdeling is in deze plaats, en haar eenmaal mogt bezoeken, hij zal zich eenige minuten der beschouwing van kerk en toren gewijd niet beklagen.Indien wij nu de beschrijving der publieke en merkwaardige gebouwen, die binnenOudewaterstaan of gestaan hebben, naar derzelver oudheid vervolgden, dan moesten wij noodzakelijk den draad der kerkelijke gebouwen afbreken en het natuurlijk gevolg daarvan zoude zijn, dat de orde, die wij ons aanvankelijk voorstelden, er door lijden moest. Alzoo zullen wij doorgaan eerst de reeks kerkelijke gebouwen tot den tegenwoordigen tijd te beschrijven, doch om dit met te meer vrucht te doen, is het allernoodzakelijkst, hoewel noode, de aandacht eerst kortelijk te bepalen op

PREDIKANTEN.1.Theodorus Aemilius1566, was eerst pastoor en is later als predikant naarUtrechtvertrokken.2.Huig Dirksz1574—vertrokken naarGoudain 1575.3.Johannes Gelasius(Vitriariusgenoemd) alhier vermoord in de spaansche troebelen Ao. 1575.4.Laurentius Copicanus1578 vertrokken naarLeiden1579.445.Chistianius Sinapius Venlo1578—hij werd beroepen vanDordrechten vertrok naarMedenblikin hetzelfde jaar 1578.6.Abraham Jansz. werd beroepen vanVlaardingen1583, vertrok naarMontfoort1586.7.Simon Johannes Groeninganusberoepen 1586.8.Andreas Stangerus1589, heeft zijne dienst alhier geeindigd den 3 Mei A. 1608.9.Adrianus Wittiuswerd beroepen als Proponent 1601.10.Johannes Lydius, is vanArlanderveenden 11 April 1602, in de dienst dezer Kerke getreden, stierf 1643.11.Levinus De Raad, werd beroepen vanRidderkerk1608, en vertrok naarHaastrecht1617.12.Fredericus Abbema, 1619, is den 5 Aug. 1636Emeritus verklaard, behoudende den rang en zyne wedde.13.Gibbo Theodori âb Eerst, is beroepen vanSchoonderwout1636, en Emeritus verklaard 1668.14.Cornelis Molswyk, kwam als Proponent 1645, en stierf 3 October 1656.15.Johannes Valkius, voorDerdePredikant beroepen vanCockengen, 1648, vertrok naarAmersfoort1658.16.Casparus Velthuysen, werd beroepen vanOuwerkerkaan denYsselden 27. October 1658 in plaats van Ds. Joh. Valkius, en stierf 1674.17.Henricus Rynsdyck, beroepen vanPynaker1657, vertrokken naarAmsterdam, aldaar bevestigd den 9 January 1667, en overleden den 6 Maart 1689.18.SimonofSamuel Gruteruswierd beroepen vanYsselmonde1667, los gemaakt, als beroepen teHaarlem, den 22 November 1669, en stierf aldaar Emeritus 1705.19.Theodorus Gibonis âb Eerst, is beroepen vanMeerkerkLoco Patris Emeriti 1668, en zelf Emeritus verklaard 1698.20.Johannes Vereycken, is beroepen vanWormerveer1671, en gestorven 1674.Na eene langdurigeVacaturevan twee plaatsen, zijn beroepen:21.Casparus Wagtendorp, uit deNieuwpoortberoepen den 3 Julij 1675, in de plaats van D. Casparus Velthuysen, alhier overleden, vertrokken naarBreda1680.22.Johannes Rulicius, beroepen vanBerkel, den 31 July 1675 in de plaats van D. Johannes Vereycken, alhier overleden, vertrokken naarHaarlem1681, stierf aldaar den 22 Mei 1696.23.Johannes vander Horst, beroepen vanWillige Langerakden 16 December 1680, in de plaats van den vertrokken D. Casparus Wagtendorp, gestorven 1687.24.Arnoldus Brantius, beroepen vanBerg-Ambacht, in de plaats van Ds. Johannes Rulicius, den 22 Maart 1685, gestorven 1712.25.Otto Brand Swalmius, beroepen vanOverschieden 26 Januarij 1689, in de plaats van den overledenen D. van der Horst, vertrokken naarEnkhuyzen1693.26.Wilhelmus den Appel, beroepen van op denBommelden 1 February 1694, in plaats van den vertrokken D. Otto Brand Swalmius, overleed 1713.27.Isaäk Hazeu, beroepen vanVoorhoutden 21 Augustus 1698, in de plaats van D. Theodorus GibboniâbEerst, Emeritus, insgelijks Emeritius verklaard 1714.28.Cornelius Houthoff, beroepen vanHaastrechtJanuarij, 1713, na vijf maanden verblijf vertrokken naarDordrecht, en van daar naarAmsterdam1719.29.Johannes de Wildt, beroepen vanOirschotden 14 September, 1713, in de plaats van den vertrokken Ds. C. Houthoff, gestorven den 24 Sept. 1738.30.Johannes Voss, beroepen vanClaaswaal, den 14 September 1713, in plaats van den overledenen D. Wilhelmus den Appel, stierf den 6 Augustus 1746.»Bij Resolutie van de Staten vanHollandenWestfrieslandvan den 21 Junij Ao. 1741. werd D. J. Voss, vermits zyn zwakheid en verval van levensgeesten, van de H. Dienst geëxcuseerd, tot ter tijd zijn Eerw. mogte hersteld worden, Salvo honore et Stipendio.”31.Daniel Bedber, beroepen vanSchalkwykden 27 Maart 1714, in de plaats vanIsaäkHazeu, verklaard Emeritus—Los-gemaakt naarAlkmaarden 10. November 1715.32.Wilhelmus Mesch, beroepen uit denHitzertden 24 Maart 1716, in de plaats van denvertrokkenD. Daniel Bedber, overleed den 8 Januarij 1721.33.Albertus Heshusius, beroepen vanVreelandden19 Maart 1739, in de plaats van den overledenen D. Johannes De Wildt, vertrok naarHaarlem, en heeft zijne afscheids-reden gedaan den 3 April 1741.34.Johannes Marinus Costart de la Morasiere, beroepen uit denNieuwpoortden 28. Maart 1741, in plaats van den vertrokken D. Albertus Heshusius; hij heeft zijn intrede predicatie gedaan 7 Mei 1741 † 1768.35.Johannes Ernestus Jungius, beroepen vanDalfsenden 4 October 1741 tot derden predikant—ter oorzake van zware ongesteldheid van Ds. Johannes Voss.4536.Adrianus Ploos van Amstelberoepen vanOud-Loosdrechtden 14 Julij 1744, in plaats van den vertrokken Ds. Johannes Ernestus Jungius—bevestigd 15 November 1744 en overleden 1762.37.Jacob van Kampenberoepen vanKedichenAo. 1763, in plaats van Ds. Ploos van Amstel, vertrokken naarRhenen1774.38. Ds.van Beuningen Noordbeekberoepen vanPolsbroek, is alhier overleden.39.Hermanus Zwavink, beroepen vanHeer Jansdam, is te dezer plaatse overleden, den 7 Maart 1800.40.Johs. van Nuijs Klinkenberg, beroepen vanOverschieAo. 1775.Anno 1776 vertrokken naarDeventeren van daar naarAmsterdam.41.Antonie Kuyper, beroepen van deWormer1776 vertrokken naarDelft1779 van daar naarAmsterdam.42.Corns. Jan van Seist, beroepen vanWilnis1779, vertrokken naarDelft1780.43.Dideribus Hermanus van RossumvanWilnisberoepen 1780 vertrokken naarDelft1788.44.Petrus Theodorus Avink du Prê, beroepen vanZuilen1788,naarHoornvertrokken 1790.45.Johannes Bekking, beroepen vanSchipluiden1791 en overleden 1809.46.Jacobus Roeloffs(in plaats van den onder Nr. 39 genoemden en overleden H. Zwavink) is beroepen vanStreefkerkin 1801 en overleden in Maart 1825.47.Matthias Johs. Römer, (in plaats van den overledenen Ds. Bekking), beroepen vanWognumenWadweide4 Junij 1809, overleden 15 Julij 1821.48.Jacobus Hendrik Tol, in plaats van den overleden M. J. Römer; beroepen van deMeern, intrede gepredikt 6 October 1822, vertrokken naarKampenin Februarij 1825.49.Michael Adrianus Jentink, in plaats H. J. Tol.—Beroepen vanVinkeveenAnno 1825.—Intrede gepredikt 7 Augustus 1825.—Vertrokken naarHarlingen24 Julij 1831.50.Gerardus Steenhoffin plaats van de overleden Jac. Roeloffs—beroepen vanJutphaas1826.51.Apollonius Cornelis Lorentz, in plaats van Michiel Adrianus Jentink—proponent in 1832 en overleden alhier in 1845.52.Hermen de Vries, in plaats van den overleden A. C. Lorentz—beroepen vanHeikopenBoekopin 1846,vertrokken naarLeeuwarden1851.53.Jan Pieter de Keyser, in plaats van H. de Vries—beroepen vanNoordeloos1851, vertrokken naarArnhem1852.54.George Philip Kits van Heyningen, in plaats van Jan Pieter de Keyser.—Beroepen vanRijsoordenStrevelshoekin 1852, vertrokken naarDeventer1855.55.Johannes Marcus Kolff, in plaats van G. P. Kits van Heyningen, beroepen vanOdijkin 1856.Tot hiertoe mijne lezers strekt der predikanten-lijst in dezen tijd, zoodat de bedienaars van de kerk onzer beschrijving nu zijn de Eerw. Heeren Gerardus Steenhoff en Johannes Marcus Kolff.Nog iets over de kerk zelve.—Is het dus nu niet te betreuren, nu wij eenigsints meer bekend zijn geworden, met deze grijze eerwaardige kerk, dat men bij het herstellen derzelve, (dat nu en dan hoog noodzakelijk was), zoo weinig acht heeft geslagen,—voornamelijk in de voorgaande eeuw—om de oorspronkelijke constructie te behouden. Wanneer zal men het toch beter leeren begrijpen,watde Gothiek is en hoeveel aestetisch gevoel een schoone gothische kerk bij iedermoetopwekken, die zelfs slechts weinig van deze verheven bouwkunst begrijpt!Doch niet alleen inOudewater,in verreweg de meeste plaatsen vanNederlandis men met de meeste onverschilligheid met het herstellen der oude kerken te werk gegaan. Is dit voor de pen van eenminnaarder gothiek soms wat streng, dan zullen wij eendeskundigeciteren.»Het is mij niet bekend” zeide op de algemeene bijeenkomst van de leden der maatschappij »tot bevordering der bouwkunst” op 23 Junij 1854 de ervaren Rotterdamsche architect de Heer W. N. Rose »Het is mij niet bekend, dat er ergens een gebouw uit de middeleeuwen bestaat, dat in een volledige toestand van onderhoud is gebleven; hetgeen men veranderd heeft, is niet verbeterd; de herstellingen zijn ofgebrekkiggeweest, of zijn geschied geheeltegenden stijl van het gebouw, hetgeen uit het oogpunt van de kunst beschouwd, met eene langzamesloopinggelijk staat.—En het is treurig te moeten bekennen, dat dit nogdagelijksplaats grijpt, en wel het meest die groote en merkwaardige voortbrengsels der kunst treft, die onze steden tot sieraad konden verstrekken en waarvan het schoone, het eerwaardige en het verhevene van den gothischen stijl het krachtigst te voorschijn komt.”Doch mijne lezers, al is nu deze kerk geenkruiskerk meer, al tooit zich niet meer muur noch gewelf—zooals nog de protestantsche kerk inNaarden—met schoone beschilderingen, al maakte men ingangen, waar deze met haar geheel niet harmonieren, al bekalkte men hare eerwaardige muren van buiten met Portlandsche cement en al verplaatste en verhakte de steenhouwer de grafzerken, om daaraan eene meer onderling gelijke gedaante te geven, de zerken, die dusnuniet meer de assche dekken van hen, wier namen er nog op uitgedrukt zijn,46nogis de kerk schoon,nogheeft men stoffe in overvloed, om zich personen en zaken van het grijs verleden voor den geest te tooveren.Personen en zaken?—Zeker mijne lezers, of komt het niet bij u op als gij u binnen hare grijze muren bevindt, hoe dikwijls de manhafte poortersdaarzich hebben verootmoedigd voor hun Hemelheer, en kracht en moed gesmeekt, zich waardiglijk tegen een even dapperen vijand te verdedigen, hoe dikwijls de verwulven het stemgeluid der Godsdienstleeraars hebben opgevangen en teruggekaatst, van hunne hoogte tot in het soms blijde, doch ook soms bedroefde gemoed mijner medeburgers! Wie somt hetop, hoe menigmaal de tranen gevloeid zijn, van grijsaard en kind, van echtgenoot en vader, van bruidegom en verloofde op de kille grafmonumenten, die de asche dekken, van diepbetreurde dooden, wier zerken ons nog zoo dikwijls wij de kerk betreden, zoo somber hetmemento morials toeroepen.Doch wij nopen u met ons het kerkgebouw te verlaten, want wat zoude het ons baten steen voor steen te ondervragen, de sombere en plegtige stilte van het Godshuis wordt niet onderbroken door eenig wederwoord, het statig gebouw zwijgt en blijft zwijgen.En nu wat dunkt u geachte lezer, was het wel te veel, toen wij om oudheid en schoone bouwtrant het eerst de aandacht voor kerk en toren verzochten? De kerk staat daar zoo plegtig en de toren verheft haren nok nog zoo fier gedurende zoovele eeuwen! Nog bestaat er van buiten eenheid, en beiden—al maakt het een vreemd contrast, de kerk bekalkt en de toren nog ongesmeurd te zien—, beiden immers dragen zij de onmiskenbare sporen der schoone gothiek, beiden nog bezitten zij eene menigte spitsbogen, waardoor genoemde bouworde zich insgelijks onderscheidt, die spitsbogen waarin de vrolijk tjilpende zwaluw lustig haar kunstig nestje van IJsselklei bouwt, vanwaar zij uitvliegt naaromhoogin den blaauwen aether om voedsel op te doen, voor zich en de haren! ach, de mensch vindt bij het zien eener gothische kerk zooveel stoffe tot nadenken!En weder wie vreemdeling is in deze plaats, en haar eenmaal mogt bezoeken, hij zal zich eenige minuten der beschouwing van kerk en toren gewijd niet beklagen.Indien wij nu de beschrijving der publieke en merkwaardige gebouwen, die binnenOudewaterstaan of gestaan hebben, naar derzelver oudheid vervolgden, dan moesten wij noodzakelijk den draad der kerkelijke gebouwen afbreken en het natuurlijk gevolg daarvan zoude zijn, dat de orde, die wij ons aanvankelijk voorstelden, er door lijden moest. Alzoo zullen wij doorgaan eerst de reeks kerkelijke gebouwen tot den tegenwoordigen tijd te beschrijven, doch om dit met te meer vrucht te doen, is het allernoodzakelijkst, hoewel noode, de aandacht eerst kortelijk te bepalen op

PREDIKANTEN.

1.Theodorus Aemilius1566, was eerst pastoor en is later als predikant naarUtrechtvertrokken.2.Huig Dirksz1574—vertrokken naarGoudain 1575.3.Johannes Gelasius(Vitriariusgenoemd) alhier vermoord in de spaansche troebelen Ao. 1575.4.Laurentius Copicanus1578 vertrokken naarLeiden1579.445.Chistianius Sinapius Venlo1578—hij werd beroepen vanDordrechten vertrok naarMedenblikin hetzelfde jaar 1578.6.Abraham Jansz. werd beroepen vanVlaardingen1583, vertrok naarMontfoort1586.7.Simon Johannes Groeninganusberoepen 1586.8.Andreas Stangerus1589, heeft zijne dienst alhier geeindigd den 3 Mei A. 1608.9.Adrianus Wittiuswerd beroepen als Proponent 1601.10.Johannes Lydius, is vanArlanderveenden 11 April 1602, in de dienst dezer Kerke getreden, stierf 1643.11.Levinus De Raad, werd beroepen vanRidderkerk1608, en vertrok naarHaastrecht1617.12.Fredericus Abbema, 1619, is den 5 Aug. 1636Emeritus verklaard, behoudende den rang en zyne wedde.13.Gibbo Theodori âb Eerst, is beroepen vanSchoonderwout1636, en Emeritus verklaard 1668.14.Cornelis Molswyk, kwam als Proponent 1645, en stierf 3 October 1656.15.Johannes Valkius, voorDerdePredikant beroepen vanCockengen, 1648, vertrok naarAmersfoort1658.16.Casparus Velthuysen, werd beroepen vanOuwerkerkaan denYsselden 27. October 1658 in plaats van Ds. Joh. Valkius, en stierf 1674.17.Henricus Rynsdyck, beroepen vanPynaker1657, vertrokken naarAmsterdam, aldaar bevestigd den 9 January 1667, en overleden den 6 Maart 1689.18.SimonofSamuel Gruteruswierd beroepen vanYsselmonde1667, los gemaakt, als beroepen teHaarlem, den 22 November 1669, en stierf aldaar Emeritus 1705.19.Theodorus Gibonis âb Eerst, is beroepen vanMeerkerkLoco Patris Emeriti 1668, en zelf Emeritus verklaard 1698.20.Johannes Vereycken, is beroepen vanWormerveer1671, en gestorven 1674.Na eene langdurigeVacaturevan twee plaatsen, zijn beroepen:21.Casparus Wagtendorp, uit deNieuwpoortberoepen den 3 Julij 1675, in de plaats van D. Casparus Velthuysen, alhier overleden, vertrokken naarBreda1680.22.Johannes Rulicius, beroepen vanBerkel, den 31 July 1675 in de plaats van D. Johannes Vereycken, alhier overleden, vertrokken naarHaarlem1681, stierf aldaar den 22 Mei 1696.23.Johannes vander Horst, beroepen vanWillige Langerakden 16 December 1680, in de plaats van den vertrokken D. Casparus Wagtendorp, gestorven 1687.24.Arnoldus Brantius, beroepen vanBerg-Ambacht, in de plaats van Ds. Johannes Rulicius, den 22 Maart 1685, gestorven 1712.25.Otto Brand Swalmius, beroepen vanOverschieden 26 Januarij 1689, in de plaats van den overledenen D. van der Horst, vertrokken naarEnkhuyzen1693.26.Wilhelmus den Appel, beroepen van op denBommelden 1 February 1694, in plaats van den vertrokken D. Otto Brand Swalmius, overleed 1713.27.Isaäk Hazeu, beroepen vanVoorhoutden 21 Augustus 1698, in de plaats van D. Theodorus GibboniâbEerst, Emeritus, insgelijks Emeritius verklaard 1714.28.Cornelius Houthoff, beroepen vanHaastrechtJanuarij, 1713, na vijf maanden verblijf vertrokken naarDordrecht, en van daar naarAmsterdam1719.29.Johannes de Wildt, beroepen vanOirschotden 14 September, 1713, in de plaats van den vertrokken Ds. C. Houthoff, gestorven den 24 Sept. 1738.30.Johannes Voss, beroepen vanClaaswaal, den 14 September 1713, in plaats van den overledenen D. Wilhelmus den Appel, stierf den 6 Augustus 1746.»Bij Resolutie van de Staten vanHollandenWestfrieslandvan den 21 Junij Ao. 1741. werd D. J. Voss, vermits zyn zwakheid en verval van levensgeesten, van de H. Dienst geëxcuseerd, tot ter tijd zijn Eerw. mogte hersteld worden, Salvo honore et Stipendio.”31.Daniel Bedber, beroepen vanSchalkwykden 27 Maart 1714, in de plaats vanIsaäkHazeu, verklaard Emeritus—Los-gemaakt naarAlkmaarden 10. November 1715.32.Wilhelmus Mesch, beroepen uit denHitzertden 24 Maart 1716, in de plaats van denvertrokkenD. Daniel Bedber, overleed den 8 Januarij 1721.33.Albertus Heshusius, beroepen vanVreelandden19 Maart 1739, in de plaats van den overledenen D. Johannes De Wildt, vertrok naarHaarlem, en heeft zijne afscheids-reden gedaan den 3 April 1741.34.Johannes Marinus Costart de la Morasiere, beroepen uit denNieuwpoortden 28. Maart 1741, in plaats van den vertrokken D. Albertus Heshusius; hij heeft zijn intrede predicatie gedaan 7 Mei 1741 † 1768.35.Johannes Ernestus Jungius, beroepen vanDalfsenden 4 October 1741 tot derden predikant—ter oorzake van zware ongesteldheid van Ds. Johannes Voss.4536.Adrianus Ploos van Amstelberoepen vanOud-Loosdrechtden 14 Julij 1744, in plaats van den vertrokken Ds. Johannes Ernestus Jungius—bevestigd 15 November 1744 en overleden 1762.37.Jacob van Kampenberoepen vanKedichenAo. 1763, in plaats van Ds. Ploos van Amstel, vertrokken naarRhenen1774.38. Ds.van Beuningen Noordbeekberoepen vanPolsbroek, is alhier overleden.39.Hermanus Zwavink, beroepen vanHeer Jansdam, is te dezer plaatse overleden, den 7 Maart 1800.40.Johs. van Nuijs Klinkenberg, beroepen vanOverschieAo. 1775.Anno 1776 vertrokken naarDeventeren van daar naarAmsterdam.41.Antonie Kuyper, beroepen van deWormer1776 vertrokken naarDelft1779 van daar naarAmsterdam.42.Corns. Jan van Seist, beroepen vanWilnis1779, vertrokken naarDelft1780.43.Dideribus Hermanus van RossumvanWilnisberoepen 1780 vertrokken naarDelft1788.44.Petrus Theodorus Avink du Prê, beroepen vanZuilen1788,naarHoornvertrokken 1790.45.Johannes Bekking, beroepen vanSchipluiden1791 en overleden 1809.46.Jacobus Roeloffs(in plaats van den onder Nr. 39 genoemden en overleden H. Zwavink) is beroepen vanStreefkerkin 1801 en overleden in Maart 1825.47.Matthias Johs. Römer, (in plaats van den overledenen Ds. Bekking), beroepen vanWognumenWadweide4 Junij 1809, overleden 15 Julij 1821.48.Jacobus Hendrik Tol, in plaats van den overleden M. J. Römer; beroepen van deMeern, intrede gepredikt 6 October 1822, vertrokken naarKampenin Februarij 1825.49.Michael Adrianus Jentink, in plaats H. J. Tol.—Beroepen vanVinkeveenAnno 1825.—Intrede gepredikt 7 Augustus 1825.—Vertrokken naarHarlingen24 Julij 1831.50.Gerardus Steenhoffin plaats van de overleden Jac. Roeloffs—beroepen vanJutphaas1826.51.Apollonius Cornelis Lorentz, in plaats van Michiel Adrianus Jentink—proponent in 1832 en overleden alhier in 1845.52.Hermen de Vries, in plaats van den overleden A. C. Lorentz—beroepen vanHeikopenBoekopin 1846,vertrokken naarLeeuwarden1851.53.Jan Pieter de Keyser, in plaats van H. de Vries—beroepen vanNoordeloos1851, vertrokken naarArnhem1852.54.George Philip Kits van Heyningen, in plaats van Jan Pieter de Keyser.—Beroepen vanRijsoordenStrevelshoekin 1852, vertrokken naarDeventer1855.55.Johannes Marcus Kolff, in plaats van G. P. Kits van Heyningen, beroepen vanOdijkin 1856.Tot hiertoe mijne lezers strekt der predikanten-lijst in dezen tijd, zoodat de bedienaars van de kerk onzer beschrijving nu zijn de Eerw. Heeren Gerardus Steenhoff en Johannes Marcus Kolff.Nog iets over de kerk zelve.—Is het dus nu niet te betreuren, nu wij eenigsints meer bekend zijn geworden, met deze grijze eerwaardige kerk, dat men bij het herstellen derzelve, (dat nu en dan hoog noodzakelijk was), zoo weinig acht heeft geslagen,—voornamelijk in de voorgaande eeuw—om de oorspronkelijke constructie te behouden. Wanneer zal men het toch beter leeren begrijpen,watde Gothiek is en hoeveel aestetisch gevoel een schoone gothische kerk bij iedermoetopwekken, die zelfs slechts weinig van deze verheven bouwkunst begrijpt!Doch niet alleen inOudewater,in verreweg de meeste plaatsen vanNederlandis men met de meeste onverschilligheid met het herstellen der oude kerken te werk gegaan. Is dit voor de pen van eenminnaarder gothiek soms wat streng, dan zullen wij eendeskundigeciteren.»Het is mij niet bekend” zeide op de algemeene bijeenkomst van de leden der maatschappij »tot bevordering der bouwkunst” op 23 Junij 1854 de ervaren Rotterdamsche architect de Heer W. N. Rose »Het is mij niet bekend, dat er ergens een gebouw uit de middeleeuwen bestaat, dat in een volledige toestand van onderhoud is gebleven; hetgeen men veranderd heeft, is niet verbeterd; de herstellingen zijn ofgebrekkiggeweest, of zijn geschied geheeltegenden stijl van het gebouw, hetgeen uit het oogpunt van de kunst beschouwd, met eene langzamesloopinggelijk staat.—En het is treurig te moeten bekennen, dat dit nogdagelijksplaats grijpt, en wel het meest die groote en merkwaardige voortbrengsels der kunst treft, die onze steden tot sieraad konden verstrekken en waarvan het schoone, het eerwaardige en het verhevene van den gothischen stijl het krachtigst te voorschijn komt.”Doch mijne lezers, al is nu deze kerk geenkruiskerk meer, al tooit zich niet meer muur noch gewelf—zooals nog de protestantsche kerk inNaarden—met schoone beschilderingen, al maakte men ingangen, waar deze met haar geheel niet harmonieren, al bekalkte men hare eerwaardige muren van buiten met Portlandsche cement en al verplaatste en verhakte de steenhouwer de grafzerken, om daaraan eene meer onderling gelijke gedaante te geven, de zerken, die dusnuniet meer de assche dekken van hen, wier namen er nog op uitgedrukt zijn,46nogis de kerk schoon,nogheeft men stoffe in overvloed, om zich personen en zaken van het grijs verleden voor den geest te tooveren.Personen en zaken?—Zeker mijne lezers, of komt het niet bij u op als gij u binnen hare grijze muren bevindt, hoe dikwijls de manhafte poortersdaarzich hebben verootmoedigd voor hun Hemelheer, en kracht en moed gesmeekt, zich waardiglijk tegen een even dapperen vijand te verdedigen, hoe dikwijls de verwulven het stemgeluid der Godsdienstleeraars hebben opgevangen en teruggekaatst, van hunne hoogte tot in het soms blijde, doch ook soms bedroefde gemoed mijner medeburgers! Wie somt hetop, hoe menigmaal de tranen gevloeid zijn, van grijsaard en kind, van echtgenoot en vader, van bruidegom en verloofde op de kille grafmonumenten, die de asche dekken, van diepbetreurde dooden, wier zerken ons nog zoo dikwijls wij de kerk betreden, zoo somber hetmemento morials toeroepen.Doch wij nopen u met ons het kerkgebouw te verlaten, want wat zoude het ons baten steen voor steen te ondervragen, de sombere en plegtige stilte van het Godshuis wordt niet onderbroken door eenig wederwoord, het statig gebouw zwijgt en blijft zwijgen.En nu wat dunkt u geachte lezer, was het wel te veel, toen wij om oudheid en schoone bouwtrant het eerst de aandacht voor kerk en toren verzochten? De kerk staat daar zoo plegtig en de toren verheft haren nok nog zoo fier gedurende zoovele eeuwen! Nog bestaat er van buiten eenheid, en beiden—al maakt het een vreemd contrast, de kerk bekalkt en de toren nog ongesmeurd te zien—, beiden immers dragen zij de onmiskenbare sporen der schoone gothiek, beiden nog bezitten zij eene menigte spitsbogen, waardoor genoemde bouworde zich insgelijks onderscheidt, die spitsbogen waarin de vrolijk tjilpende zwaluw lustig haar kunstig nestje van IJsselklei bouwt, vanwaar zij uitvliegt naaromhoogin den blaauwen aether om voedsel op te doen, voor zich en de haren! ach, de mensch vindt bij het zien eener gothische kerk zooveel stoffe tot nadenken!En weder wie vreemdeling is in deze plaats, en haar eenmaal mogt bezoeken, hij zal zich eenige minuten der beschouwing van kerk en toren gewijd niet beklagen.Indien wij nu de beschrijving der publieke en merkwaardige gebouwen, die binnenOudewaterstaan of gestaan hebben, naar derzelver oudheid vervolgden, dan moesten wij noodzakelijk den draad der kerkelijke gebouwen afbreken en het natuurlijk gevolg daarvan zoude zijn, dat de orde, die wij ons aanvankelijk voorstelden, er door lijden moest. Alzoo zullen wij doorgaan eerst de reeks kerkelijke gebouwen tot den tegenwoordigen tijd te beschrijven, doch om dit met te meer vrucht te doen, is het allernoodzakelijkst, hoewel noode, de aandacht eerst kortelijk te bepalen op

1.Theodorus Aemilius1566, was eerst pastoor en is later als predikant naarUtrechtvertrokken.

2.Huig Dirksz1574—vertrokken naarGoudain 1575.

3.Johannes Gelasius(Vitriariusgenoemd) alhier vermoord in de spaansche troebelen Ao. 1575.

4.Laurentius Copicanus1578 vertrokken naarLeiden1579.44

5.Chistianius Sinapius Venlo1578—hij werd beroepen vanDordrechten vertrok naarMedenblikin hetzelfde jaar 1578.

6.Abraham Jansz. werd beroepen vanVlaardingen1583, vertrok naarMontfoort1586.

7.Simon Johannes Groeninganusberoepen 1586.

8.Andreas Stangerus1589, heeft zijne dienst alhier geeindigd den 3 Mei A. 1608.

9.Adrianus Wittiuswerd beroepen als Proponent 1601.

10.Johannes Lydius, is vanArlanderveenden 11 April 1602, in de dienst dezer Kerke getreden, stierf 1643.

11.Levinus De Raad, werd beroepen vanRidderkerk1608, en vertrok naarHaastrecht1617.

12.Fredericus Abbema, 1619, is den 5 Aug. 1636Emeritus verklaard, behoudende den rang en zyne wedde.

13.Gibbo Theodori âb Eerst, is beroepen vanSchoonderwout1636, en Emeritus verklaard 1668.

14.Cornelis Molswyk, kwam als Proponent 1645, en stierf 3 October 1656.

15.Johannes Valkius, voorDerdePredikant beroepen vanCockengen, 1648, vertrok naarAmersfoort1658.

16.Casparus Velthuysen, werd beroepen vanOuwerkerkaan denYsselden 27. October 1658 in plaats van Ds. Joh. Valkius, en stierf 1674.

17.Henricus Rynsdyck, beroepen vanPynaker1657, vertrokken naarAmsterdam, aldaar bevestigd den 9 January 1667, en overleden den 6 Maart 1689.

18.SimonofSamuel Gruteruswierd beroepen vanYsselmonde1667, los gemaakt, als beroepen teHaarlem, den 22 November 1669, en stierf aldaar Emeritus 1705.

19.Theodorus Gibonis âb Eerst, is beroepen vanMeerkerkLoco Patris Emeriti 1668, en zelf Emeritus verklaard 1698.

20.Johannes Vereycken, is beroepen vanWormerveer1671, en gestorven 1674.

Na eene langdurigeVacaturevan twee plaatsen, zijn beroepen:

21.Casparus Wagtendorp, uit deNieuwpoortberoepen den 3 Julij 1675, in de plaats van D. Casparus Velthuysen, alhier overleden, vertrokken naarBreda1680.

22.Johannes Rulicius, beroepen vanBerkel, den 31 July 1675 in de plaats van D. Johannes Vereycken, alhier overleden, vertrokken naarHaarlem1681, stierf aldaar den 22 Mei 1696.

23.Johannes vander Horst, beroepen vanWillige Langerakden 16 December 1680, in de plaats van den vertrokken D. Casparus Wagtendorp, gestorven 1687.

24.Arnoldus Brantius, beroepen vanBerg-Ambacht, in de plaats van Ds. Johannes Rulicius, den 22 Maart 1685, gestorven 1712.

25.Otto Brand Swalmius, beroepen vanOverschieden 26 Januarij 1689, in de plaats van den overledenen D. van der Horst, vertrokken naarEnkhuyzen1693.

26.Wilhelmus den Appel, beroepen van op denBommelden 1 February 1694, in plaats van den vertrokken D. Otto Brand Swalmius, overleed 1713.

27.Isaäk Hazeu, beroepen vanVoorhoutden 21 Augustus 1698, in de plaats van D. Theodorus GibboniâbEerst, Emeritus, insgelijks Emeritius verklaard 1714.

28.Cornelius Houthoff, beroepen vanHaastrechtJanuarij, 1713, na vijf maanden verblijf vertrokken naarDordrecht, en van daar naarAmsterdam1719.

29.Johannes de Wildt, beroepen vanOirschotden 14 September, 1713, in de plaats van den vertrokken Ds. C. Houthoff, gestorven den 24 Sept. 1738.

30.Johannes Voss, beroepen vanClaaswaal, den 14 September 1713, in plaats van den overledenen D. Wilhelmus den Appel, stierf den 6 Augustus 1746.

»Bij Resolutie van de Staten vanHollandenWestfrieslandvan den 21 Junij Ao. 1741. werd D. J. Voss, vermits zyn zwakheid en verval van levensgeesten, van de H. Dienst geëxcuseerd, tot ter tijd zijn Eerw. mogte hersteld worden, Salvo honore et Stipendio.”

31.Daniel Bedber, beroepen vanSchalkwykden 27 Maart 1714, in de plaats vanIsaäkHazeu, verklaard Emeritus—Los-gemaakt naarAlkmaarden 10. November 1715.

32.Wilhelmus Mesch, beroepen uit denHitzertden 24 Maart 1716, in de plaats van denvertrokkenD. Daniel Bedber, overleed den 8 Januarij 1721.

33.Albertus Heshusius, beroepen vanVreelandden19 Maart 1739, in de plaats van den overledenen D. Johannes De Wildt, vertrok naarHaarlem, en heeft zijne afscheids-reden gedaan den 3 April 1741.

34.Johannes Marinus Costart de la Morasiere, beroepen uit denNieuwpoortden 28. Maart 1741, in plaats van den vertrokken D. Albertus Heshusius; hij heeft zijn intrede predicatie gedaan 7 Mei 1741 † 1768.

35.Johannes Ernestus Jungius, beroepen vanDalfsenden 4 October 1741 tot derden predikant—ter oorzake van zware ongesteldheid van Ds. Johannes Voss.45

36.Adrianus Ploos van Amstelberoepen vanOud-Loosdrechtden 14 Julij 1744, in plaats van den vertrokken Ds. Johannes Ernestus Jungius—bevestigd 15 November 1744 en overleden 1762.

37.Jacob van Kampenberoepen vanKedichenAo. 1763, in plaats van Ds. Ploos van Amstel, vertrokken naarRhenen1774.

38. Ds.van Beuningen Noordbeekberoepen vanPolsbroek, is alhier overleden.

39.Hermanus Zwavink, beroepen vanHeer Jansdam, is te dezer plaatse overleden, den 7 Maart 1800.

40.Johs. van Nuijs Klinkenberg, beroepen vanOverschieAo. 1775.Anno 1776 vertrokken naarDeventeren van daar naarAmsterdam.

41.Antonie Kuyper, beroepen van deWormer1776 vertrokken naarDelft1779 van daar naarAmsterdam.

42.Corns. Jan van Seist, beroepen vanWilnis1779, vertrokken naarDelft1780.

43.Dideribus Hermanus van RossumvanWilnisberoepen 1780 vertrokken naarDelft1788.

44.Petrus Theodorus Avink du Prê, beroepen vanZuilen1788,naarHoornvertrokken 1790.

45.Johannes Bekking, beroepen vanSchipluiden1791 en overleden 1809.

46.Jacobus Roeloffs(in plaats van den onder Nr. 39 genoemden en overleden H. Zwavink) is beroepen vanStreefkerkin 1801 en overleden in Maart 1825.

47.Matthias Johs. Römer, (in plaats van den overledenen Ds. Bekking), beroepen vanWognumenWadweide4 Junij 1809, overleden 15 Julij 1821.

48.Jacobus Hendrik Tol, in plaats van den overleden M. J. Römer; beroepen van deMeern, intrede gepredikt 6 October 1822, vertrokken naarKampenin Februarij 1825.

49.Michael Adrianus Jentink, in plaats H. J. Tol.—Beroepen vanVinkeveenAnno 1825.—Intrede gepredikt 7 Augustus 1825.—Vertrokken naarHarlingen24 Julij 1831.

50.Gerardus Steenhoffin plaats van de overleden Jac. Roeloffs—beroepen vanJutphaas1826.

51.Apollonius Cornelis Lorentz, in plaats van Michiel Adrianus Jentink—proponent in 1832 en overleden alhier in 1845.

52.Hermen de Vries, in plaats van den overleden A. C. Lorentz—beroepen vanHeikopenBoekopin 1846,vertrokken naarLeeuwarden1851.

53.Jan Pieter de Keyser, in plaats van H. de Vries—beroepen vanNoordeloos1851, vertrokken naarArnhem1852.

54.George Philip Kits van Heyningen, in plaats van Jan Pieter de Keyser.—Beroepen vanRijsoordenStrevelshoekin 1852, vertrokken naarDeventer1855.

55.Johannes Marcus Kolff, in plaats van G. P. Kits van Heyningen, beroepen vanOdijkin 1856.

Tot hiertoe mijne lezers strekt der predikanten-lijst in dezen tijd, zoodat de bedienaars van de kerk onzer beschrijving nu zijn de Eerw. Heeren Gerardus Steenhoff en Johannes Marcus Kolff.

Nog iets over de kerk zelve.—Is het dus nu niet te betreuren, nu wij eenigsints meer bekend zijn geworden, met deze grijze eerwaardige kerk, dat men bij het herstellen derzelve, (dat nu en dan hoog noodzakelijk was), zoo weinig acht heeft geslagen,—voornamelijk in de voorgaande eeuw—om de oorspronkelijke constructie te behouden. Wanneer zal men het toch beter leeren begrijpen,watde Gothiek is en hoeveel aestetisch gevoel een schoone gothische kerk bij iedermoetopwekken, die zelfs slechts weinig van deze verheven bouwkunst begrijpt!

Doch niet alleen inOudewater,in verreweg de meeste plaatsen vanNederlandis men met de meeste onverschilligheid met het herstellen der oude kerken te werk gegaan. Is dit voor de pen van eenminnaarder gothiek soms wat streng, dan zullen wij eendeskundigeciteren.

»Het is mij niet bekend” zeide op de algemeene bijeenkomst van de leden der maatschappij »tot bevordering der bouwkunst” op 23 Junij 1854 de ervaren Rotterdamsche architect de Heer W. N. Rose »Het is mij niet bekend, dat er ergens een gebouw uit de middeleeuwen bestaat, dat in een volledige toestand van onderhoud is gebleven; hetgeen men veranderd heeft, is niet verbeterd; de herstellingen zijn ofgebrekkiggeweest, of zijn geschied geheeltegenden stijl van het gebouw, hetgeen uit het oogpunt van de kunst beschouwd, met eene langzamesloopinggelijk staat.—En het is treurig te moeten bekennen, dat dit nogdagelijksplaats grijpt, en wel het meest die groote en merkwaardige voortbrengsels der kunst treft, die onze steden tot sieraad konden verstrekken en waarvan het schoone, het eerwaardige en het verhevene van den gothischen stijl het krachtigst te voorschijn komt.”

Doch mijne lezers, al is nu deze kerk geenkruiskerk meer, al tooit zich niet meer muur noch gewelf—zooals nog de protestantsche kerk inNaarden—met schoone beschilderingen, al maakte men ingangen, waar deze met haar geheel niet harmonieren, al bekalkte men hare eerwaardige muren van buiten met Portlandsche cement en al verplaatste en verhakte de steenhouwer de grafzerken, om daaraan eene meer onderling gelijke gedaante te geven, de zerken, die dusnuniet meer de assche dekken van hen, wier namen er nog op uitgedrukt zijn,46nogis de kerk schoon,nogheeft men stoffe in overvloed, om zich personen en zaken van het grijs verleden voor den geest te tooveren.

Personen en zaken?—Zeker mijne lezers, of komt het niet bij u op als gij u binnen hare grijze muren bevindt, hoe dikwijls de manhafte poortersdaarzich hebben verootmoedigd voor hun Hemelheer, en kracht en moed gesmeekt, zich waardiglijk tegen een even dapperen vijand te verdedigen, hoe dikwijls de verwulven het stemgeluid der Godsdienstleeraars hebben opgevangen en teruggekaatst, van hunne hoogte tot in het soms blijde, doch ook soms bedroefde gemoed mijner medeburgers! Wie somt hetop, hoe menigmaal de tranen gevloeid zijn, van grijsaard en kind, van echtgenoot en vader, van bruidegom en verloofde op de kille grafmonumenten, die de asche dekken, van diepbetreurde dooden, wier zerken ons nog zoo dikwijls wij de kerk betreden, zoo somber hetmemento morials toeroepen.

Doch wij nopen u met ons het kerkgebouw te verlaten, want wat zoude het ons baten steen voor steen te ondervragen, de sombere en plegtige stilte van het Godshuis wordt niet onderbroken door eenig wederwoord, het statig gebouw zwijgt en blijft zwijgen.

En nu wat dunkt u geachte lezer, was het wel te veel, toen wij om oudheid en schoone bouwtrant het eerst de aandacht voor kerk en toren verzochten? De kerk staat daar zoo plegtig en de toren verheft haren nok nog zoo fier gedurende zoovele eeuwen! Nog bestaat er van buiten eenheid, en beiden—al maakt het een vreemd contrast, de kerk bekalkt en de toren nog ongesmeurd te zien—, beiden immers dragen zij de onmiskenbare sporen der schoone gothiek, beiden nog bezitten zij eene menigte spitsbogen, waardoor genoemde bouworde zich insgelijks onderscheidt, die spitsbogen waarin de vrolijk tjilpende zwaluw lustig haar kunstig nestje van IJsselklei bouwt, vanwaar zij uitvliegt naaromhoogin den blaauwen aether om voedsel op te doen, voor zich en de haren! ach, de mensch vindt bij het zien eener gothische kerk zooveel stoffe tot nadenken!

En weder wie vreemdeling is in deze plaats, en haar eenmaal mogt bezoeken, hij zal zich eenige minuten der beschouwing van kerk en toren gewijd niet beklagen.

Indien wij nu de beschrijving der publieke en merkwaardige gebouwen, die binnenOudewaterstaan of gestaan hebben, naar derzelver oudheid vervolgden, dan moesten wij noodzakelijk den draad der kerkelijke gebouwen afbreken en het natuurlijk gevolg daarvan zoude zijn, dat de orde, die wij ons aanvankelijk voorstelden, er door lijden moest. Alzoo zullen wij doorgaan eerst de reeks kerkelijke gebouwen tot den tegenwoordigen tijd te beschrijven, doch om dit met te meer vrucht te doen, is het allernoodzakelijkst, hoewel noode, de aandacht eerst kortelijk te bepalen op


Back to IndexNext