de voormalige Romein of Gevangentoren.

de voormalige Romein of Gevangentoren.De Romein of Gevangentoren, was gelegen ten zuiden der Romeinbrug aan de IJsselsluis bij den mond der stadshaven.—Het was een zeer oud gebouw, had een vierkante gedaante, en was nog in 1746 met een plat overwulfd, van waar men een ongewoon fraai gezigt, zoowel naar de stad als over den IJssel had. Later echter, heeft men dit gebouw, met een kap of dak van blaauwe pannen voorzien.De éénige deur, die in het gebouw van buiten was aangebragt, bevond zich aan de oostzijde; deze doorgaande, geleidden u eenige treden opwaarts weder aan eene deur, die de toegang tot het eigenlijke interieur van dezen toren was.Men verwonderde zich, wanneer men van buiten den vrij aanmerkelijken omtrek van het gebouw had gadegeslagen, over de geringe ruimte van binnen, doch als men dan in aanmerking nam, dat zijne muren eene meer dan Ned. el dikte hadden, dan verdween spoedig deze twijfel. Dit gedeelte van het gebouw was slechts met een lucht, dat tevens lichtgat was, voorzien, en mogt dus reeds op een geschikte gevangenis aanspraak maken; doch was de misdaad groot, en de persoon gevaarlijk, dan werd het luik geopend, dat zich in dit locaal bevond, en een vochtige kelder, bewaarde alsdan den misdadiger zeker en streng. Bij hoogen waterstand van den IJssel moest de ongelukkige de wijk op een zich daar bevindende ladder nemen, ten einde het binnendringende IJsselwater, aan wiens voet het gebouw aan de noordzijde gebouwd was, te ontvlugten.De naam Gevangen Toren, komt dus wel niemand meer onduidelijk in zijnen oorsprong voor.Zijne benaming van Romeintoren, is niet zoozekerop te lossen.De Heer van Kinschot meldt op bladz. 50 zijner beschrijving vanOudewateraldus: »Zij is van ongemeene groote steenen opgemetseld, en men meent op goede gronden, dat deze ten tijde der Romeinen gebouwd, en alsdan een Wachttoren geweest zij, die vervolgens ook tot een tolhuis, als te dien tijde gelegen ter zijde der IJsselpoort op en aan de Rivier de IJssel zoude gedient hebben.”De mogelijkheid, dat het voor tolhuis gediend heeft, willen wij niet ontkennen alhoewel wij het nog niet aannemen, doch te betreuren is het, dat de heer Van Kinschot t. a. p. zijn »goede gronden” niet aanhaalt, waarop hij meent, dat deze door de Romeinen gebouwd zou zijn, en hun tot een wachttoren gediend zou hebben.Wij voor ons, meenen zelfs goede gronden te kunnen aanvoeren, om te beweren, dat het gebouw onzer beschrijving, niet door de Romeinen gebouwd is, doch van uit de middeneeuwen en niet ouder dagteekent, en dat het eenverdedigingstoren, eenwachthuisengevangenisin of bij »der stedemuer” geweest zij.Uitgenomen nog de vooronderstelling voor een verdedigingstoren uit de middeneeuwen, mij ook mondeling door den zeer bekwamen archeoloog Dr. Jansen, Conservator van het museum van Oudheden, teLeidenmedegedeeld, schijnt onze meening bevestigd te worden, uit den stevigen bouw van het voorwerp onzer beschrijving—muren toch van meer dan een Ned. el dikte, hebben nog al iets kunnen wederstaan.De muren van dezen toren, waren van groote roode steenen opgetrokken, en de Romeinen bouwden in ons land immers meestal van Duifsteen, gelijk wij reeds vroeger hebben opgemerkt.De Romeintoren120stond eertijdsin, zeker echteraander stedemuur, en dit zet onze bewering niet weinig klem bij. Laat ons die stedemuur eens zoo wel mogelijk volgen van de Linschoter tot aan de IJsselpoort121ten tijde, dat de laatste, toen nog bij de Romeintoren stond, dan zal over een en ander nog meer licht gespreid worden, indien wij het aantal torens in der »stedemuur” vermelden, in 1542 nog in dezelve aanwezig1221 Linschoeten poort.2 Toerentge aft adriaē goessēsz.3 Toerentgē aft ’tgastuys.4 Nyeuwe toern.5 Toerentgē afterMeeus Huygēsz.6 Dat outaer.7 De Weerdenpoort.8 Doode luydentoern.9 Koentgestoern.10 IJsselpoort.De Romeintoren nu, stond zoo als wij reeds meermalen opmerkten, in of bij de stadsmuur123aan de IJsselpoort. Van veel gewigt als deze plaats was, uit een oogpunt van verdediging, zoowel om de poort zelve, als de vereeniging van IJssel en haven, moest dáár vooral de toren hecht en sterk van bouw zijn.De meening, dat zij van Romeinschen oorsprong zou zijn, wordt dus naar onze bescheiden meening door een en ander ontzenuwd. De naamRomeintoren, gaf aanleiding tot deze vooronderstelling, doch al werd in oude bescheiden, de nevens liggende brug niet dikwijlsRemijnsbruggeheeten, dat toch weinig vanRomeinbrugheeft, dan nog zou de naam Romeintoren, met eenig regt kunnen voorondersteld worden zijn oorsprong te hebben, van eenig persoon die Romein of Remijn heette. Dat dit toch geen zeldzaamheid was, zag men duidelijk hiervoren aan de benamingen, toerentge aft’adriaē goessēszen toerentgē afterMeeus Huygēsz.Wij hebben uit een en ander nu kunnen nagaan, dat de meening, dat dit gebouw uit de middeneeuwen en niet ouder heugt,124en gediend heeft terverdediging,totwachtplaatsengevangenis, naar ons oordeel vrij voldoende gebleken is, 1. uit zijnegelegenheid, 2. uit zijneconstructieen ten 3. uit dematerialen waarvan het gebouw was opgetrokken.125Toen nu in later tijden, met de verandering der stedemuur in wallen, al de torens, die zich van afstand tot afstand in de vesting bevonden, verbroken werden, omdat men in de latere vestingplannen deze menigte torens als onnoodig beschouwde, is het echter gemakkelijk te begrijpen, dat de Gevangentoren gespaard bleef. De streek genaamd IJsselveere werd, zooals bekend is, aan de vesting getrokken, alzoo kon er geen sprake zijn, dat deze toren, om de aan te leggen vestingwallen moest wijken, daar de laatsten nu langs deze zijde ongeveer 80 Ned. ellen uitgelegd werden. Daarbij was hij immers hoogstwaarschijnlijk toen reeds, gelijk nog in onze dagen, tot gevangenis bestemd, waarvoor zeer pleitte, de donkere ronde kelder die wij reeds hiervoor beschreven en ten tijde van zijnen opbouw daarin was aangebragt, zooals met het grootste gemak was op te merken. Alzoo dan, nemen wij aan, dat zij gespaard bleef tot in onzen tijd, èn omdat zij bij de uitlegging der vestekonblijven staan, èn omdat men eene gevangenis steeds noodig had.Zóó bleef dan dit gebouw gedurende eeuwen achtereen in wezen en juist daardoor was zijn ontstaan achter de graauwe tijdnevelen zoo duister verborgen. Nogtans wij hebben gepoogd het twijfelachtige van »wanneer” op te lossen in het bevestigende »toen”! Mogte het ons gelukt zijn! de lezer oordeele.Doch, de tijden veranderen, en de menschen met hen;nadat het gebouw densloopendentand des tijds gedurende zooveel eeuwen had wederstand geboden, moest ook hij vallen onder het vernielende staal des sloopers.Te gelijk met het torentje van het St. Ursula convent en de Linschoter en Waardpoorten werd in Augustus 1857 de Romeintoren tot afbraak verkocht, en wel voor de som van 230,00 Gulden.Reeds den 20 Augustus deszelfden jaars sloeg men den moker aan het grijze monument.126—Weken en weken, heeft men op zijne breede hechte muren moeten breken voor men aan den grondslag van het gebouw genaderd was, als gedacht hij het doel zijner stichting, en, als tergde hij zijne sloopers met vasten wil en fieren hoogmoed, gelijk zoovele strijdlustige poorters uit het tijdvak van zijne geboorte, zich voornamen en ten uitvoer bragten het leven zoo lang mogelijk te rekken, doch ook zoo duur mogelijk te verkoopen.

de voormalige Romein of Gevangentoren.De Romein of Gevangentoren, was gelegen ten zuiden der Romeinbrug aan de IJsselsluis bij den mond der stadshaven.—Het was een zeer oud gebouw, had een vierkante gedaante, en was nog in 1746 met een plat overwulfd, van waar men een ongewoon fraai gezigt, zoowel naar de stad als over den IJssel had. Later echter, heeft men dit gebouw, met een kap of dak van blaauwe pannen voorzien.De éénige deur, die in het gebouw van buiten was aangebragt, bevond zich aan de oostzijde; deze doorgaande, geleidden u eenige treden opwaarts weder aan eene deur, die de toegang tot het eigenlijke interieur van dezen toren was.Men verwonderde zich, wanneer men van buiten den vrij aanmerkelijken omtrek van het gebouw had gadegeslagen, over de geringe ruimte van binnen, doch als men dan in aanmerking nam, dat zijne muren eene meer dan Ned. el dikte hadden, dan verdween spoedig deze twijfel. Dit gedeelte van het gebouw was slechts met een lucht, dat tevens lichtgat was, voorzien, en mogt dus reeds op een geschikte gevangenis aanspraak maken; doch was de misdaad groot, en de persoon gevaarlijk, dan werd het luik geopend, dat zich in dit locaal bevond, en een vochtige kelder, bewaarde alsdan den misdadiger zeker en streng. Bij hoogen waterstand van den IJssel moest de ongelukkige de wijk op een zich daar bevindende ladder nemen, ten einde het binnendringende IJsselwater, aan wiens voet het gebouw aan de noordzijde gebouwd was, te ontvlugten.De naam Gevangen Toren, komt dus wel niemand meer onduidelijk in zijnen oorsprong voor.Zijne benaming van Romeintoren, is niet zoozekerop te lossen.De Heer van Kinschot meldt op bladz. 50 zijner beschrijving vanOudewateraldus: »Zij is van ongemeene groote steenen opgemetseld, en men meent op goede gronden, dat deze ten tijde der Romeinen gebouwd, en alsdan een Wachttoren geweest zij, die vervolgens ook tot een tolhuis, als te dien tijde gelegen ter zijde der IJsselpoort op en aan de Rivier de IJssel zoude gedient hebben.”De mogelijkheid, dat het voor tolhuis gediend heeft, willen wij niet ontkennen alhoewel wij het nog niet aannemen, doch te betreuren is het, dat de heer Van Kinschot t. a. p. zijn »goede gronden” niet aanhaalt, waarop hij meent, dat deze door de Romeinen gebouwd zou zijn, en hun tot een wachttoren gediend zou hebben.Wij voor ons, meenen zelfs goede gronden te kunnen aanvoeren, om te beweren, dat het gebouw onzer beschrijving, niet door de Romeinen gebouwd is, doch van uit de middeneeuwen en niet ouder dagteekent, en dat het eenverdedigingstoren, eenwachthuisengevangenisin of bij »der stedemuer” geweest zij.Uitgenomen nog de vooronderstelling voor een verdedigingstoren uit de middeneeuwen, mij ook mondeling door den zeer bekwamen archeoloog Dr. Jansen, Conservator van het museum van Oudheden, teLeidenmedegedeeld, schijnt onze meening bevestigd te worden, uit den stevigen bouw van het voorwerp onzer beschrijving—muren toch van meer dan een Ned. el dikte, hebben nog al iets kunnen wederstaan.De muren van dezen toren, waren van groote roode steenen opgetrokken, en de Romeinen bouwden in ons land immers meestal van Duifsteen, gelijk wij reeds vroeger hebben opgemerkt.De Romeintoren120stond eertijdsin, zeker echteraander stedemuur, en dit zet onze bewering niet weinig klem bij. Laat ons die stedemuur eens zoo wel mogelijk volgen van de Linschoter tot aan de IJsselpoort121ten tijde, dat de laatste, toen nog bij de Romeintoren stond, dan zal over een en ander nog meer licht gespreid worden, indien wij het aantal torens in der »stedemuur” vermelden, in 1542 nog in dezelve aanwezig1221 Linschoeten poort.2 Toerentge aft adriaē goessēsz.3 Toerentgē aft ’tgastuys.4 Nyeuwe toern.5 Toerentgē afterMeeus Huygēsz.6 Dat outaer.7 De Weerdenpoort.8 Doode luydentoern.9 Koentgestoern.10 IJsselpoort.De Romeintoren nu, stond zoo als wij reeds meermalen opmerkten, in of bij de stadsmuur123aan de IJsselpoort. Van veel gewigt als deze plaats was, uit een oogpunt van verdediging, zoowel om de poort zelve, als de vereeniging van IJssel en haven, moest dáár vooral de toren hecht en sterk van bouw zijn.De meening, dat zij van Romeinschen oorsprong zou zijn, wordt dus naar onze bescheiden meening door een en ander ontzenuwd. De naamRomeintoren, gaf aanleiding tot deze vooronderstelling, doch al werd in oude bescheiden, de nevens liggende brug niet dikwijlsRemijnsbruggeheeten, dat toch weinig vanRomeinbrugheeft, dan nog zou de naam Romeintoren, met eenig regt kunnen voorondersteld worden zijn oorsprong te hebben, van eenig persoon die Romein of Remijn heette. Dat dit toch geen zeldzaamheid was, zag men duidelijk hiervoren aan de benamingen, toerentge aft’adriaē goessēszen toerentgē afterMeeus Huygēsz.Wij hebben uit een en ander nu kunnen nagaan, dat de meening, dat dit gebouw uit de middeneeuwen en niet ouder heugt,124en gediend heeft terverdediging,totwachtplaatsengevangenis, naar ons oordeel vrij voldoende gebleken is, 1. uit zijnegelegenheid, 2. uit zijneconstructieen ten 3. uit dematerialen waarvan het gebouw was opgetrokken.125Toen nu in later tijden, met de verandering der stedemuur in wallen, al de torens, die zich van afstand tot afstand in de vesting bevonden, verbroken werden, omdat men in de latere vestingplannen deze menigte torens als onnoodig beschouwde, is het echter gemakkelijk te begrijpen, dat de Gevangentoren gespaard bleef. De streek genaamd IJsselveere werd, zooals bekend is, aan de vesting getrokken, alzoo kon er geen sprake zijn, dat deze toren, om de aan te leggen vestingwallen moest wijken, daar de laatsten nu langs deze zijde ongeveer 80 Ned. ellen uitgelegd werden. Daarbij was hij immers hoogstwaarschijnlijk toen reeds, gelijk nog in onze dagen, tot gevangenis bestemd, waarvoor zeer pleitte, de donkere ronde kelder die wij reeds hiervoor beschreven en ten tijde van zijnen opbouw daarin was aangebragt, zooals met het grootste gemak was op te merken. Alzoo dan, nemen wij aan, dat zij gespaard bleef tot in onzen tijd, èn omdat zij bij de uitlegging der vestekonblijven staan, èn omdat men eene gevangenis steeds noodig had.Zóó bleef dan dit gebouw gedurende eeuwen achtereen in wezen en juist daardoor was zijn ontstaan achter de graauwe tijdnevelen zoo duister verborgen. Nogtans wij hebben gepoogd het twijfelachtige van »wanneer” op te lossen in het bevestigende »toen”! Mogte het ons gelukt zijn! de lezer oordeele.Doch, de tijden veranderen, en de menschen met hen;nadat het gebouw densloopendentand des tijds gedurende zooveel eeuwen had wederstand geboden, moest ook hij vallen onder het vernielende staal des sloopers.Te gelijk met het torentje van het St. Ursula convent en de Linschoter en Waardpoorten werd in Augustus 1857 de Romeintoren tot afbraak verkocht, en wel voor de som van 230,00 Gulden.Reeds den 20 Augustus deszelfden jaars sloeg men den moker aan het grijze monument.126—Weken en weken, heeft men op zijne breede hechte muren moeten breken voor men aan den grondslag van het gebouw genaderd was, als gedacht hij het doel zijner stichting, en, als tergde hij zijne sloopers met vasten wil en fieren hoogmoed, gelijk zoovele strijdlustige poorters uit het tijdvak van zijne geboorte, zich voornamen en ten uitvoer bragten het leven zoo lang mogelijk te rekken, doch ook zoo duur mogelijk te verkoopen.

de voormalige Romein of Gevangentoren.De Romein of Gevangentoren, was gelegen ten zuiden der Romeinbrug aan de IJsselsluis bij den mond der stadshaven.—Het was een zeer oud gebouw, had een vierkante gedaante, en was nog in 1746 met een plat overwulfd, van waar men een ongewoon fraai gezigt, zoowel naar de stad als over den IJssel had. Later echter, heeft men dit gebouw, met een kap of dak van blaauwe pannen voorzien.De éénige deur, die in het gebouw van buiten was aangebragt, bevond zich aan de oostzijde; deze doorgaande, geleidden u eenige treden opwaarts weder aan eene deur, die de toegang tot het eigenlijke interieur van dezen toren was.Men verwonderde zich, wanneer men van buiten den vrij aanmerkelijken omtrek van het gebouw had gadegeslagen, over de geringe ruimte van binnen, doch als men dan in aanmerking nam, dat zijne muren eene meer dan Ned. el dikte hadden, dan verdween spoedig deze twijfel. Dit gedeelte van het gebouw was slechts met een lucht, dat tevens lichtgat was, voorzien, en mogt dus reeds op een geschikte gevangenis aanspraak maken; doch was de misdaad groot, en de persoon gevaarlijk, dan werd het luik geopend, dat zich in dit locaal bevond, en een vochtige kelder, bewaarde alsdan den misdadiger zeker en streng. Bij hoogen waterstand van den IJssel moest de ongelukkige de wijk op een zich daar bevindende ladder nemen, ten einde het binnendringende IJsselwater, aan wiens voet het gebouw aan de noordzijde gebouwd was, te ontvlugten.De naam Gevangen Toren, komt dus wel niemand meer onduidelijk in zijnen oorsprong voor.Zijne benaming van Romeintoren, is niet zoozekerop te lossen.De Heer van Kinschot meldt op bladz. 50 zijner beschrijving vanOudewateraldus: »Zij is van ongemeene groote steenen opgemetseld, en men meent op goede gronden, dat deze ten tijde der Romeinen gebouwd, en alsdan een Wachttoren geweest zij, die vervolgens ook tot een tolhuis, als te dien tijde gelegen ter zijde der IJsselpoort op en aan de Rivier de IJssel zoude gedient hebben.”De mogelijkheid, dat het voor tolhuis gediend heeft, willen wij niet ontkennen alhoewel wij het nog niet aannemen, doch te betreuren is het, dat de heer Van Kinschot t. a. p. zijn »goede gronden” niet aanhaalt, waarop hij meent, dat deze door de Romeinen gebouwd zou zijn, en hun tot een wachttoren gediend zou hebben.Wij voor ons, meenen zelfs goede gronden te kunnen aanvoeren, om te beweren, dat het gebouw onzer beschrijving, niet door de Romeinen gebouwd is, doch van uit de middeneeuwen en niet ouder dagteekent, en dat het eenverdedigingstoren, eenwachthuisengevangenisin of bij »der stedemuer” geweest zij.Uitgenomen nog de vooronderstelling voor een verdedigingstoren uit de middeneeuwen, mij ook mondeling door den zeer bekwamen archeoloog Dr. Jansen, Conservator van het museum van Oudheden, teLeidenmedegedeeld, schijnt onze meening bevestigd te worden, uit den stevigen bouw van het voorwerp onzer beschrijving—muren toch van meer dan een Ned. el dikte, hebben nog al iets kunnen wederstaan.De muren van dezen toren, waren van groote roode steenen opgetrokken, en de Romeinen bouwden in ons land immers meestal van Duifsteen, gelijk wij reeds vroeger hebben opgemerkt.De Romeintoren120stond eertijdsin, zeker echteraander stedemuur, en dit zet onze bewering niet weinig klem bij. Laat ons die stedemuur eens zoo wel mogelijk volgen van de Linschoter tot aan de IJsselpoort121ten tijde, dat de laatste, toen nog bij de Romeintoren stond, dan zal over een en ander nog meer licht gespreid worden, indien wij het aantal torens in der »stedemuur” vermelden, in 1542 nog in dezelve aanwezig1221 Linschoeten poort.2 Toerentge aft adriaē goessēsz.3 Toerentgē aft ’tgastuys.4 Nyeuwe toern.5 Toerentgē afterMeeus Huygēsz.6 Dat outaer.7 De Weerdenpoort.8 Doode luydentoern.9 Koentgestoern.10 IJsselpoort.De Romeintoren nu, stond zoo als wij reeds meermalen opmerkten, in of bij de stadsmuur123aan de IJsselpoort. Van veel gewigt als deze plaats was, uit een oogpunt van verdediging, zoowel om de poort zelve, als de vereeniging van IJssel en haven, moest dáár vooral de toren hecht en sterk van bouw zijn.De meening, dat zij van Romeinschen oorsprong zou zijn, wordt dus naar onze bescheiden meening door een en ander ontzenuwd. De naamRomeintoren, gaf aanleiding tot deze vooronderstelling, doch al werd in oude bescheiden, de nevens liggende brug niet dikwijlsRemijnsbruggeheeten, dat toch weinig vanRomeinbrugheeft, dan nog zou de naam Romeintoren, met eenig regt kunnen voorondersteld worden zijn oorsprong te hebben, van eenig persoon die Romein of Remijn heette. Dat dit toch geen zeldzaamheid was, zag men duidelijk hiervoren aan de benamingen, toerentge aft’adriaē goessēszen toerentgē afterMeeus Huygēsz.Wij hebben uit een en ander nu kunnen nagaan, dat de meening, dat dit gebouw uit de middeneeuwen en niet ouder heugt,124en gediend heeft terverdediging,totwachtplaatsengevangenis, naar ons oordeel vrij voldoende gebleken is, 1. uit zijnegelegenheid, 2. uit zijneconstructieen ten 3. uit dematerialen waarvan het gebouw was opgetrokken.125Toen nu in later tijden, met de verandering der stedemuur in wallen, al de torens, die zich van afstand tot afstand in de vesting bevonden, verbroken werden, omdat men in de latere vestingplannen deze menigte torens als onnoodig beschouwde, is het echter gemakkelijk te begrijpen, dat de Gevangentoren gespaard bleef. De streek genaamd IJsselveere werd, zooals bekend is, aan de vesting getrokken, alzoo kon er geen sprake zijn, dat deze toren, om de aan te leggen vestingwallen moest wijken, daar de laatsten nu langs deze zijde ongeveer 80 Ned. ellen uitgelegd werden. Daarbij was hij immers hoogstwaarschijnlijk toen reeds, gelijk nog in onze dagen, tot gevangenis bestemd, waarvoor zeer pleitte, de donkere ronde kelder die wij reeds hiervoor beschreven en ten tijde van zijnen opbouw daarin was aangebragt, zooals met het grootste gemak was op te merken. Alzoo dan, nemen wij aan, dat zij gespaard bleef tot in onzen tijd, èn omdat zij bij de uitlegging der vestekonblijven staan, èn omdat men eene gevangenis steeds noodig had.Zóó bleef dan dit gebouw gedurende eeuwen achtereen in wezen en juist daardoor was zijn ontstaan achter de graauwe tijdnevelen zoo duister verborgen. Nogtans wij hebben gepoogd het twijfelachtige van »wanneer” op te lossen in het bevestigende »toen”! Mogte het ons gelukt zijn! de lezer oordeele.Doch, de tijden veranderen, en de menschen met hen;nadat het gebouw densloopendentand des tijds gedurende zooveel eeuwen had wederstand geboden, moest ook hij vallen onder het vernielende staal des sloopers.Te gelijk met het torentje van het St. Ursula convent en de Linschoter en Waardpoorten werd in Augustus 1857 de Romeintoren tot afbraak verkocht, en wel voor de som van 230,00 Gulden.Reeds den 20 Augustus deszelfden jaars sloeg men den moker aan het grijze monument.126—Weken en weken, heeft men op zijne breede hechte muren moeten breken voor men aan den grondslag van het gebouw genaderd was, als gedacht hij het doel zijner stichting, en, als tergde hij zijne sloopers met vasten wil en fieren hoogmoed, gelijk zoovele strijdlustige poorters uit het tijdvak van zijne geboorte, zich voornamen en ten uitvoer bragten het leven zoo lang mogelijk te rekken, doch ook zoo duur mogelijk te verkoopen.

de voormalige Romein of Gevangentoren.De Romein of Gevangentoren, was gelegen ten zuiden der Romeinbrug aan de IJsselsluis bij den mond der stadshaven.—Het was een zeer oud gebouw, had een vierkante gedaante, en was nog in 1746 met een plat overwulfd, van waar men een ongewoon fraai gezigt, zoowel naar de stad als over den IJssel had. Later echter, heeft men dit gebouw, met een kap of dak van blaauwe pannen voorzien.De éénige deur, die in het gebouw van buiten was aangebragt, bevond zich aan de oostzijde; deze doorgaande, geleidden u eenige treden opwaarts weder aan eene deur, die de toegang tot het eigenlijke interieur van dezen toren was.Men verwonderde zich, wanneer men van buiten den vrij aanmerkelijken omtrek van het gebouw had gadegeslagen, over de geringe ruimte van binnen, doch als men dan in aanmerking nam, dat zijne muren eene meer dan Ned. el dikte hadden, dan verdween spoedig deze twijfel. Dit gedeelte van het gebouw was slechts met een lucht, dat tevens lichtgat was, voorzien, en mogt dus reeds op een geschikte gevangenis aanspraak maken; doch was de misdaad groot, en de persoon gevaarlijk, dan werd het luik geopend, dat zich in dit locaal bevond, en een vochtige kelder, bewaarde alsdan den misdadiger zeker en streng. Bij hoogen waterstand van den IJssel moest de ongelukkige de wijk op een zich daar bevindende ladder nemen, ten einde het binnendringende IJsselwater, aan wiens voet het gebouw aan de noordzijde gebouwd was, te ontvlugten.De naam Gevangen Toren, komt dus wel niemand meer onduidelijk in zijnen oorsprong voor.Zijne benaming van Romeintoren, is niet zoozekerop te lossen.De Heer van Kinschot meldt op bladz. 50 zijner beschrijving vanOudewateraldus: »Zij is van ongemeene groote steenen opgemetseld, en men meent op goede gronden, dat deze ten tijde der Romeinen gebouwd, en alsdan een Wachttoren geweest zij, die vervolgens ook tot een tolhuis, als te dien tijde gelegen ter zijde der IJsselpoort op en aan de Rivier de IJssel zoude gedient hebben.”De mogelijkheid, dat het voor tolhuis gediend heeft, willen wij niet ontkennen alhoewel wij het nog niet aannemen, doch te betreuren is het, dat de heer Van Kinschot t. a. p. zijn »goede gronden” niet aanhaalt, waarop hij meent, dat deze door de Romeinen gebouwd zou zijn, en hun tot een wachttoren gediend zou hebben.Wij voor ons, meenen zelfs goede gronden te kunnen aanvoeren, om te beweren, dat het gebouw onzer beschrijving, niet door de Romeinen gebouwd is, doch van uit de middeneeuwen en niet ouder dagteekent, en dat het eenverdedigingstoren, eenwachthuisengevangenisin of bij »der stedemuer” geweest zij.Uitgenomen nog de vooronderstelling voor een verdedigingstoren uit de middeneeuwen, mij ook mondeling door den zeer bekwamen archeoloog Dr. Jansen, Conservator van het museum van Oudheden, teLeidenmedegedeeld, schijnt onze meening bevestigd te worden, uit den stevigen bouw van het voorwerp onzer beschrijving—muren toch van meer dan een Ned. el dikte, hebben nog al iets kunnen wederstaan.De muren van dezen toren, waren van groote roode steenen opgetrokken, en de Romeinen bouwden in ons land immers meestal van Duifsteen, gelijk wij reeds vroeger hebben opgemerkt.De Romeintoren120stond eertijdsin, zeker echteraander stedemuur, en dit zet onze bewering niet weinig klem bij. Laat ons die stedemuur eens zoo wel mogelijk volgen van de Linschoter tot aan de IJsselpoort121ten tijde, dat de laatste, toen nog bij de Romeintoren stond, dan zal over een en ander nog meer licht gespreid worden, indien wij het aantal torens in der »stedemuur” vermelden, in 1542 nog in dezelve aanwezig1221 Linschoeten poort.2 Toerentge aft adriaē goessēsz.3 Toerentgē aft ’tgastuys.4 Nyeuwe toern.5 Toerentgē afterMeeus Huygēsz.6 Dat outaer.7 De Weerdenpoort.8 Doode luydentoern.9 Koentgestoern.10 IJsselpoort.De Romeintoren nu, stond zoo als wij reeds meermalen opmerkten, in of bij de stadsmuur123aan de IJsselpoort. Van veel gewigt als deze plaats was, uit een oogpunt van verdediging, zoowel om de poort zelve, als de vereeniging van IJssel en haven, moest dáár vooral de toren hecht en sterk van bouw zijn.De meening, dat zij van Romeinschen oorsprong zou zijn, wordt dus naar onze bescheiden meening door een en ander ontzenuwd. De naamRomeintoren, gaf aanleiding tot deze vooronderstelling, doch al werd in oude bescheiden, de nevens liggende brug niet dikwijlsRemijnsbruggeheeten, dat toch weinig vanRomeinbrugheeft, dan nog zou de naam Romeintoren, met eenig regt kunnen voorondersteld worden zijn oorsprong te hebben, van eenig persoon die Romein of Remijn heette. Dat dit toch geen zeldzaamheid was, zag men duidelijk hiervoren aan de benamingen, toerentge aft’adriaē goessēszen toerentgē afterMeeus Huygēsz.Wij hebben uit een en ander nu kunnen nagaan, dat de meening, dat dit gebouw uit de middeneeuwen en niet ouder heugt,124en gediend heeft terverdediging,totwachtplaatsengevangenis, naar ons oordeel vrij voldoende gebleken is, 1. uit zijnegelegenheid, 2. uit zijneconstructieen ten 3. uit dematerialen waarvan het gebouw was opgetrokken.125Toen nu in later tijden, met de verandering der stedemuur in wallen, al de torens, die zich van afstand tot afstand in de vesting bevonden, verbroken werden, omdat men in de latere vestingplannen deze menigte torens als onnoodig beschouwde, is het echter gemakkelijk te begrijpen, dat de Gevangentoren gespaard bleef. De streek genaamd IJsselveere werd, zooals bekend is, aan de vesting getrokken, alzoo kon er geen sprake zijn, dat deze toren, om de aan te leggen vestingwallen moest wijken, daar de laatsten nu langs deze zijde ongeveer 80 Ned. ellen uitgelegd werden. Daarbij was hij immers hoogstwaarschijnlijk toen reeds, gelijk nog in onze dagen, tot gevangenis bestemd, waarvoor zeer pleitte, de donkere ronde kelder die wij reeds hiervoor beschreven en ten tijde van zijnen opbouw daarin was aangebragt, zooals met het grootste gemak was op te merken. Alzoo dan, nemen wij aan, dat zij gespaard bleef tot in onzen tijd, èn omdat zij bij de uitlegging der vestekonblijven staan, èn omdat men eene gevangenis steeds noodig had.Zóó bleef dan dit gebouw gedurende eeuwen achtereen in wezen en juist daardoor was zijn ontstaan achter de graauwe tijdnevelen zoo duister verborgen. Nogtans wij hebben gepoogd het twijfelachtige van »wanneer” op te lossen in het bevestigende »toen”! Mogte het ons gelukt zijn! de lezer oordeele.Doch, de tijden veranderen, en de menschen met hen;nadat het gebouw densloopendentand des tijds gedurende zooveel eeuwen had wederstand geboden, moest ook hij vallen onder het vernielende staal des sloopers.Te gelijk met het torentje van het St. Ursula convent en de Linschoter en Waardpoorten werd in Augustus 1857 de Romeintoren tot afbraak verkocht, en wel voor de som van 230,00 Gulden.Reeds den 20 Augustus deszelfden jaars sloeg men den moker aan het grijze monument.126—Weken en weken, heeft men op zijne breede hechte muren moeten breken voor men aan den grondslag van het gebouw genaderd was, als gedacht hij het doel zijner stichting, en, als tergde hij zijne sloopers met vasten wil en fieren hoogmoed, gelijk zoovele strijdlustige poorters uit het tijdvak van zijne geboorte, zich voornamen en ten uitvoer bragten het leven zoo lang mogelijk te rekken, doch ook zoo duur mogelijk te verkoopen.

de voormalige Romein of Gevangentoren.De Romein of Gevangentoren, was gelegen ten zuiden der Romeinbrug aan de IJsselsluis bij den mond der stadshaven.—Het was een zeer oud gebouw, had een vierkante gedaante, en was nog in 1746 met een plat overwulfd, van waar men een ongewoon fraai gezigt, zoowel naar de stad als over den IJssel had. Later echter, heeft men dit gebouw, met een kap of dak van blaauwe pannen voorzien.De éénige deur, die in het gebouw van buiten was aangebragt, bevond zich aan de oostzijde; deze doorgaande, geleidden u eenige treden opwaarts weder aan eene deur, die de toegang tot het eigenlijke interieur van dezen toren was.Men verwonderde zich, wanneer men van buiten den vrij aanmerkelijken omtrek van het gebouw had gadegeslagen, over de geringe ruimte van binnen, doch als men dan in aanmerking nam, dat zijne muren eene meer dan Ned. el dikte hadden, dan verdween spoedig deze twijfel. Dit gedeelte van het gebouw was slechts met een lucht, dat tevens lichtgat was, voorzien, en mogt dus reeds op een geschikte gevangenis aanspraak maken; doch was de misdaad groot, en de persoon gevaarlijk, dan werd het luik geopend, dat zich in dit locaal bevond, en een vochtige kelder, bewaarde alsdan den misdadiger zeker en streng. Bij hoogen waterstand van den IJssel moest de ongelukkige de wijk op een zich daar bevindende ladder nemen, ten einde het binnendringende IJsselwater, aan wiens voet het gebouw aan de noordzijde gebouwd was, te ontvlugten.De naam Gevangen Toren, komt dus wel niemand meer onduidelijk in zijnen oorsprong voor.Zijne benaming van Romeintoren, is niet zoozekerop te lossen.De Heer van Kinschot meldt op bladz. 50 zijner beschrijving vanOudewateraldus: »Zij is van ongemeene groote steenen opgemetseld, en men meent op goede gronden, dat deze ten tijde der Romeinen gebouwd, en alsdan een Wachttoren geweest zij, die vervolgens ook tot een tolhuis, als te dien tijde gelegen ter zijde der IJsselpoort op en aan de Rivier de IJssel zoude gedient hebben.”De mogelijkheid, dat het voor tolhuis gediend heeft, willen wij niet ontkennen alhoewel wij het nog niet aannemen, doch te betreuren is het, dat de heer Van Kinschot t. a. p. zijn »goede gronden” niet aanhaalt, waarop hij meent, dat deze door de Romeinen gebouwd zou zijn, en hun tot een wachttoren gediend zou hebben.Wij voor ons, meenen zelfs goede gronden te kunnen aanvoeren, om te beweren, dat het gebouw onzer beschrijving, niet door de Romeinen gebouwd is, doch van uit de middeneeuwen en niet ouder dagteekent, en dat het eenverdedigingstoren, eenwachthuisengevangenisin of bij »der stedemuer” geweest zij.Uitgenomen nog de vooronderstelling voor een verdedigingstoren uit de middeneeuwen, mij ook mondeling door den zeer bekwamen archeoloog Dr. Jansen, Conservator van het museum van Oudheden, teLeidenmedegedeeld, schijnt onze meening bevestigd te worden, uit den stevigen bouw van het voorwerp onzer beschrijving—muren toch van meer dan een Ned. el dikte, hebben nog al iets kunnen wederstaan.De muren van dezen toren, waren van groote roode steenen opgetrokken, en de Romeinen bouwden in ons land immers meestal van Duifsteen, gelijk wij reeds vroeger hebben opgemerkt.De Romeintoren120stond eertijdsin, zeker echteraander stedemuur, en dit zet onze bewering niet weinig klem bij. Laat ons die stedemuur eens zoo wel mogelijk volgen van de Linschoter tot aan de IJsselpoort121ten tijde, dat de laatste, toen nog bij de Romeintoren stond, dan zal over een en ander nog meer licht gespreid worden, indien wij het aantal torens in der »stedemuur” vermelden, in 1542 nog in dezelve aanwezig1221 Linschoeten poort.2 Toerentge aft adriaē goessēsz.3 Toerentgē aft ’tgastuys.4 Nyeuwe toern.5 Toerentgē afterMeeus Huygēsz.6 Dat outaer.7 De Weerdenpoort.8 Doode luydentoern.9 Koentgestoern.10 IJsselpoort.De Romeintoren nu, stond zoo als wij reeds meermalen opmerkten, in of bij de stadsmuur123aan de IJsselpoort. Van veel gewigt als deze plaats was, uit een oogpunt van verdediging, zoowel om de poort zelve, als de vereeniging van IJssel en haven, moest dáár vooral de toren hecht en sterk van bouw zijn.De meening, dat zij van Romeinschen oorsprong zou zijn, wordt dus naar onze bescheiden meening door een en ander ontzenuwd. De naamRomeintoren, gaf aanleiding tot deze vooronderstelling, doch al werd in oude bescheiden, de nevens liggende brug niet dikwijlsRemijnsbruggeheeten, dat toch weinig vanRomeinbrugheeft, dan nog zou de naam Romeintoren, met eenig regt kunnen voorondersteld worden zijn oorsprong te hebben, van eenig persoon die Romein of Remijn heette. Dat dit toch geen zeldzaamheid was, zag men duidelijk hiervoren aan de benamingen, toerentge aft’adriaē goessēszen toerentgē afterMeeus Huygēsz.Wij hebben uit een en ander nu kunnen nagaan, dat de meening, dat dit gebouw uit de middeneeuwen en niet ouder heugt,124en gediend heeft terverdediging,totwachtplaatsengevangenis, naar ons oordeel vrij voldoende gebleken is, 1. uit zijnegelegenheid, 2. uit zijneconstructieen ten 3. uit dematerialen waarvan het gebouw was opgetrokken.125Toen nu in later tijden, met de verandering der stedemuur in wallen, al de torens, die zich van afstand tot afstand in de vesting bevonden, verbroken werden, omdat men in de latere vestingplannen deze menigte torens als onnoodig beschouwde, is het echter gemakkelijk te begrijpen, dat de Gevangentoren gespaard bleef. De streek genaamd IJsselveere werd, zooals bekend is, aan de vesting getrokken, alzoo kon er geen sprake zijn, dat deze toren, om de aan te leggen vestingwallen moest wijken, daar de laatsten nu langs deze zijde ongeveer 80 Ned. ellen uitgelegd werden. Daarbij was hij immers hoogstwaarschijnlijk toen reeds, gelijk nog in onze dagen, tot gevangenis bestemd, waarvoor zeer pleitte, de donkere ronde kelder die wij reeds hiervoor beschreven en ten tijde van zijnen opbouw daarin was aangebragt, zooals met het grootste gemak was op te merken. Alzoo dan, nemen wij aan, dat zij gespaard bleef tot in onzen tijd, èn omdat zij bij de uitlegging der vestekonblijven staan, èn omdat men eene gevangenis steeds noodig had.Zóó bleef dan dit gebouw gedurende eeuwen achtereen in wezen en juist daardoor was zijn ontstaan achter de graauwe tijdnevelen zoo duister verborgen. Nogtans wij hebben gepoogd het twijfelachtige van »wanneer” op te lossen in het bevestigende »toen”! Mogte het ons gelukt zijn! de lezer oordeele.Doch, de tijden veranderen, en de menschen met hen;nadat het gebouw densloopendentand des tijds gedurende zooveel eeuwen had wederstand geboden, moest ook hij vallen onder het vernielende staal des sloopers.Te gelijk met het torentje van het St. Ursula convent en de Linschoter en Waardpoorten werd in Augustus 1857 de Romeintoren tot afbraak verkocht, en wel voor de som van 230,00 Gulden.Reeds den 20 Augustus deszelfden jaars sloeg men den moker aan het grijze monument.126—Weken en weken, heeft men op zijne breede hechte muren moeten breken voor men aan den grondslag van het gebouw genaderd was, als gedacht hij het doel zijner stichting, en, als tergde hij zijne sloopers met vasten wil en fieren hoogmoed, gelijk zoovele strijdlustige poorters uit het tijdvak van zijne geboorte, zich voornamen en ten uitvoer bragten het leven zoo lang mogelijk te rekken, doch ook zoo duur mogelijk te verkoopen.

de voormalige Romein of Gevangentoren.

De Romein of Gevangentoren, was gelegen ten zuiden der Romeinbrug aan de IJsselsluis bij den mond der stadshaven.—Het was een zeer oud gebouw, had een vierkante gedaante, en was nog in 1746 met een plat overwulfd, van waar men een ongewoon fraai gezigt, zoowel naar de stad als over den IJssel had. Later echter, heeft men dit gebouw, met een kap of dak van blaauwe pannen voorzien.De éénige deur, die in het gebouw van buiten was aangebragt, bevond zich aan de oostzijde; deze doorgaande, geleidden u eenige treden opwaarts weder aan eene deur, die de toegang tot het eigenlijke interieur van dezen toren was.Men verwonderde zich, wanneer men van buiten den vrij aanmerkelijken omtrek van het gebouw had gadegeslagen, over de geringe ruimte van binnen, doch als men dan in aanmerking nam, dat zijne muren eene meer dan Ned. el dikte hadden, dan verdween spoedig deze twijfel. Dit gedeelte van het gebouw was slechts met een lucht, dat tevens lichtgat was, voorzien, en mogt dus reeds op een geschikte gevangenis aanspraak maken; doch was de misdaad groot, en de persoon gevaarlijk, dan werd het luik geopend, dat zich in dit locaal bevond, en een vochtige kelder, bewaarde alsdan den misdadiger zeker en streng. Bij hoogen waterstand van den IJssel moest de ongelukkige de wijk op een zich daar bevindende ladder nemen, ten einde het binnendringende IJsselwater, aan wiens voet het gebouw aan de noordzijde gebouwd was, te ontvlugten.De naam Gevangen Toren, komt dus wel niemand meer onduidelijk in zijnen oorsprong voor.Zijne benaming van Romeintoren, is niet zoozekerop te lossen.De Heer van Kinschot meldt op bladz. 50 zijner beschrijving vanOudewateraldus: »Zij is van ongemeene groote steenen opgemetseld, en men meent op goede gronden, dat deze ten tijde der Romeinen gebouwd, en alsdan een Wachttoren geweest zij, die vervolgens ook tot een tolhuis, als te dien tijde gelegen ter zijde der IJsselpoort op en aan de Rivier de IJssel zoude gedient hebben.”De mogelijkheid, dat het voor tolhuis gediend heeft, willen wij niet ontkennen alhoewel wij het nog niet aannemen, doch te betreuren is het, dat de heer Van Kinschot t. a. p. zijn »goede gronden” niet aanhaalt, waarop hij meent, dat deze door de Romeinen gebouwd zou zijn, en hun tot een wachttoren gediend zou hebben.Wij voor ons, meenen zelfs goede gronden te kunnen aanvoeren, om te beweren, dat het gebouw onzer beschrijving, niet door de Romeinen gebouwd is, doch van uit de middeneeuwen en niet ouder dagteekent, en dat het eenverdedigingstoren, eenwachthuisengevangenisin of bij »der stedemuer” geweest zij.Uitgenomen nog de vooronderstelling voor een verdedigingstoren uit de middeneeuwen, mij ook mondeling door den zeer bekwamen archeoloog Dr. Jansen, Conservator van het museum van Oudheden, teLeidenmedegedeeld, schijnt onze meening bevestigd te worden, uit den stevigen bouw van het voorwerp onzer beschrijving—muren toch van meer dan een Ned. el dikte, hebben nog al iets kunnen wederstaan.De muren van dezen toren, waren van groote roode steenen opgetrokken, en de Romeinen bouwden in ons land immers meestal van Duifsteen, gelijk wij reeds vroeger hebben opgemerkt.De Romeintoren120stond eertijdsin, zeker echteraander stedemuur, en dit zet onze bewering niet weinig klem bij. Laat ons die stedemuur eens zoo wel mogelijk volgen van de Linschoter tot aan de IJsselpoort121ten tijde, dat de laatste, toen nog bij de Romeintoren stond, dan zal over een en ander nog meer licht gespreid worden, indien wij het aantal torens in der »stedemuur” vermelden, in 1542 nog in dezelve aanwezig1221 Linschoeten poort.2 Toerentge aft adriaē goessēsz.3 Toerentgē aft ’tgastuys.4 Nyeuwe toern.5 Toerentgē afterMeeus Huygēsz.6 Dat outaer.7 De Weerdenpoort.8 Doode luydentoern.9 Koentgestoern.10 IJsselpoort.De Romeintoren nu, stond zoo als wij reeds meermalen opmerkten, in of bij de stadsmuur123aan de IJsselpoort. Van veel gewigt als deze plaats was, uit een oogpunt van verdediging, zoowel om de poort zelve, als de vereeniging van IJssel en haven, moest dáár vooral de toren hecht en sterk van bouw zijn.De meening, dat zij van Romeinschen oorsprong zou zijn, wordt dus naar onze bescheiden meening door een en ander ontzenuwd. De naamRomeintoren, gaf aanleiding tot deze vooronderstelling, doch al werd in oude bescheiden, de nevens liggende brug niet dikwijlsRemijnsbruggeheeten, dat toch weinig vanRomeinbrugheeft, dan nog zou de naam Romeintoren, met eenig regt kunnen voorondersteld worden zijn oorsprong te hebben, van eenig persoon die Romein of Remijn heette. Dat dit toch geen zeldzaamheid was, zag men duidelijk hiervoren aan de benamingen, toerentge aft’adriaē goessēszen toerentgē afterMeeus Huygēsz.Wij hebben uit een en ander nu kunnen nagaan, dat de meening, dat dit gebouw uit de middeneeuwen en niet ouder heugt,124en gediend heeft terverdediging,totwachtplaatsengevangenis, naar ons oordeel vrij voldoende gebleken is, 1. uit zijnegelegenheid, 2. uit zijneconstructieen ten 3. uit dematerialen waarvan het gebouw was opgetrokken.125Toen nu in later tijden, met de verandering der stedemuur in wallen, al de torens, die zich van afstand tot afstand in de vesting bevonden, verbroken werden, omdat men in de latere vestingplannen deze menigte torens als onnoodig beschouwde, is het echter gemakkelijk te begrijpen, dat de Gevangentoren gespaard bleef. De streek genaamd IJsselveere werd, zooals bekend is, aan de vesting getrokken, alzoo kon er geen sprake zijn, dat deze toren, om de aan te leggen vestingwallen moest wijken, daar de laatsten nu langs deze zijde ongeveer 80 Ned. ellen uitgelegd werden. Daarbij was hij immers hoogstwaarschijnlijk toen reeds, gelijk nog in onze dagen, tot gevangenis bestemd, waarvoor zeer pleitte, de donkere ronde kelder die wij reeds hiervoor beschreven en ten tijde van zijnen opbouw daarin was aangebragt, zooals met het grootste gemak was op te merken. Alzoo dan, nemen wij aan, dat zij gespaard bleef tot in onzen tijd, èn omdat zij bij de uitlegging der vestekonblijven staan, èn omdat men eene gevangenis steeds noodig had.Zóó bleef dan dit gebouw gedurende eeuwen achtereen in wezen en juist daardoor was zijn ontstaan achter de graauwe tijdnevelen zoo duister verborgen. Nogtans wij hebben gepoogd het twijfelachtige van »wanneer” op te lossen in het bevestigende »toen”! Mogte het ons gelukt zijn! de lezer oordeele.Doch, de tijden veranderen, en de menschen met hen;nadat het gebouw densloopendentand des tijds gedurende zooveel eeuwen had wederstand geboden, moest ook hij vallen onder het vernielende staal des sloopers.Te gelijk met het torentje van het St. Ursula convent en de Linschoter en Waardpoorten werd in Augustus 1857 de Romeintoren tot afbraak verkocht, en wel voor de som van 230,00 Gulden.Reeds den 20 Augustus deszelfden jaars sloeg men den moker aan het grijze monument.126—Weken en weken, heeft men op zijne breede hechte muren moeten breken voor men aan den grondslag van het gebouw genaderd was, als gedacht hij het doel zijner stichting, en, als tergde hij zijne sloopers met vasten wil en fieren hoogmoed, gelijk zoovele strijdlustige poorters uit het tijdvak van zijne geboorte, zich voornamen en ten uitvoer bragten het leven zoo lang mogelijk te rekken, doch ook zoo duur mogelijk te verkoopen.

De Romein of Gevangentoren, was gelegen ten zuiden der Romeinbrug aan de IJsselsluis bij den mond der stadshaven.—Het was een zeer oud gebouw, had een vierkante gedaante, en was nog in 1746 met een plat overwulfd, van waar men een ongewoon fraai gezigt, zoowel naar de stad als over den IJssel had. Later echter, heeft men dit gebouw, met een kap of dak van blaauwe pannen voorzien.

De éénige deur, die in het gebouw van buiten was aangebragt, bevond zich aan de oostzijde; deze doorgaande, geleidden u eenige treden opwaarts weder aan eene deur, die de toegang tot het eigenlijke interieur van dezen toren was.

Men verwonderde zich, wanneer men van buiten den vrij aanmerkelijken omtrek van het gebouw had gadegeslagen, over de geringe ruimte van binnen, doch als men dan in aanmerking nam, dat zijne muren eene meer dan Ned. el dikte hadden, dan verdween spoedig deze twijfel. Dit gedeelte van het gebouw was slechts met een lucht, dat tevens lichtgat was, voorzien, en mogt dus reeds op een geschikte gevangenis aanspraak maken; doch was de misdaad groot, en de persoon gevaarlijk, dan werd het luik geopend, dat zich in dit locaal bevond, en een vochtige kelder, bewaarde alsdan den misdadiger zeker en streng. Bij hoogen waterstand van den IJssel moest de ongelukkige de wijk op een zich daar bevindende ladder nemen, ten einde het binnendringende IJsselwater, aan wiens voet het gebouw aan de noordzijde gebouwd was, te ontvlugten.

De naam Gevangen Toren, komt dus wel niemand meer onduidelijk in zijnen oorsprong voor.

Zijne benaming van Romeintoren, is niet zoozekerop te lossen.

De Heer van Kinschot meldt op bladz. 50 zijner beschrijving vanOudewateraldus: »Zij is van ongemeene groote steenen opgemetseld, en men meent op goede gronden, dat deze ten tijde der Romeinen gebouwd, en alsdan een Wachttoren geweest zij, die vervolgens ook tot een tolhuis, als te dien tijde gelegen ter zijde der IJsselpoort op en aan de Rivier de IJssel zoude gedient hebben.”

De mogelijkheid, dat het voor tolhuis gediend heeft, willen wij niet ontkennen alhoewel wij het nog niet aannemen, doch te betreuren is het, dat de heer Van Kinschot t. a. p. zijn »goede gronden” niet aanhaalt, waarop hij meent, dat deze door de Romeinen gebouwd zou zijn, en hun tot een wachttoren gediend zou hebben.

Wij voor ons, meenen zelfs goede gronden te kunnen aanvoeren, om te beweren, dat het gebouw onzer beschrijving, niet door de Romeinen gebouwd is, doch van uit de middeneeuwen en niet ouder dagteekent, en dat het eenverdedigingstoren, eenwachthuisengevangenisin of bij »der stedemuer” geweest zij.

Uitgenomen nog de vooronderstelling voor een verdedigingstoren uit de middeneeuwen, mij ook mondeling door den zeer bekwamen archeoloog Dr. Jansen, Conservator van het museum van Oudheden, teLeidenmedegedeeld, schijnt onze meening bevestigd te worden, uit den stevigen bouw van het voorwerp onzer beschrijving—muren toch van meer dan een Ned. el dikte, hebben nog al iets kunnen wederstaan.

De muren van dezen toren, waren van groote roode steenen opgetrokken, en de Romeinen bouwden in ons land immers meestal van Duifsteen, gelijk wij reeds vroeger hebben opgemerkt.

De Romeintoren120stond eertijdsin, zeker echteraander stedemuur, en dit zet onze bewering niet weinig klem bij. Laat ons die stedemuur eens zoo wel mogelijk volgen van de Linschoter tot aan de IJsselpoort121ten tijde, dat de laatste, toen nog bij de Romeintoren stond, dan zal over een en ander nog meer licht gespreid worden, indien wij het aantal torens in der »stedemuur” vermelden, in 1542 nog in dezelve aanwezig122

De Romeintoren nu, stond zoo als wij reeds meermalen opmerkten, in of bij de stadsmuur123aan de IJsselpoort. Van veel gewigt als deze plaats was, uit een oogpunt van verdediging, zoowel om de poort zelve, als de vereeniging van IJssel en haven, moest dáár vooral de toren hecht en sterk van bouw zijn.

De meening, dat zij van Romeinschen oorsprong zou zijn, wordt dus naar onze bescheiden meening door een en ander ontzenuwd. De naamRomeintoren, gaf aanleiding tot deze vooronderstelling, doch al werd in oude bescheiden, de nevens liggende brug niet dikwijlsRemijnsbruggeheeten, dat toch weinig vanRomeinbrugheeft, dan nog zou de naam Romeintoren, met eenig regt kunnen voorondersteld worden zijn oorsprong te hebben, van eenig persoon die Romein of Remijn heette. Dat dit toch geen zeldzaamheid was, zag men duidelijk hiervoren aan de benamingen, toerentge aft’adriaē goessēszen toerentgē afterMeeus Huygēsz.

Wij hebben uit een en ander nu kunnen nagaan, dat de meening, dat dit gebouw uit de middeneeuwen en niet ouder heugt,124en gediend heeft terverdediging,totwachtplaatsengevangenis, naar ons oordeel vrij voldoende gebleken is, 1. uit zijnegelegenheid, 2. uit zijneconstructieen ten 3. uit dematerialen waarvan het gebouw was opgetrokken.125

Toen nu in later tijden, met de verandering der stedemuur in wallen, al de torens, die zich van afstand tot afstand in de vesting bevonden, verbroken werden, omdat men in de latere vestingplannen deze menigte torens als onnoodig beschouwde, is het echter gemakkelijk te begrijpen, dat de Gevangentoren gespaard bleef. De streek genaamd IJsselveere werd, zooals bekend is, aan de vesting getrokken, alzoo kon er geen sprake zijn, dat deze toren, om de aan te leggen vestingwallen moest wijken, daar de laatsten nu langs deze zijde ongeveer 80 Ned. ellen uitgelegd werden. Daarbij was hij immers hoogstwaarschijnlijk toen reeds, gelijk nog in onze dagen, tot gevangenis bestemd, waarvoor zeer pleitte, de donkere ronde kelder die wij reeds hiervoor beschreven en ten tijde van zijnen opbouw daarin was aangebragt, zooals met het grootste gemak was op te merken. Alzoo dan, nemen wij aan, dat zij gespaard bleef tot in onzen tijd, èn omdat zij bij de uitlegging der vestekonblijven staan, èn omdat men eene gevangenis steeds noodig had.

Zóó bleef dan dit gebouw gedurende eeuwen achtereen in wezen en juist daardoor was zijn ontstaan achter de graauwe tijdnevelen zoo duister verborgen. Nogtans wij hebben gepoogd het twijfelachtige van »wanneer” op te lossen in het bevestigende »toen”! Mogte het ons gelukt zijn! de lezer oordeele.

Doch, de tijden veranderen, en de menschen met hen;nadat het gebouw densloopendentand des tijds gedurende zooveel eeuwen had wederstand geboden, moest ook hij vallen onder het vernielende staal des sloopers.

Te gelijk met het torentje van het St. Ursula convent en de Linschoter en Waardpoorten werd in Augustus 1857 de Romeintoren tot afbraak verkocht, en wel voor de som van 230,00 Gulden.

Reeds den 20 Augustus deszelfden jaars sloeg men den moker aan het grijze monument.126—Weken en weken, heeft men op zijne breede hechte muren moeten breken voor men aan den grondslag van het gebouw genaderd was, als gedacht hij het doel zijner stichting, en, als tergde hij zijne sloopers met vasten wil en fieren hoogmoed, gelijk zoovele strijdlustige poorters uit het tijdvak van zijne geboorte, zich voornamen en ten uitvoer bragten het leven zoo lang mogelijk te rekken, doch ook zoo duur mogelijk te verkoopen.


Back to IndexNext