Chapter 28

1Deze drie stippen zyn den meesten Insekten eigen, en moeten by gevolg niet voor kentekens van een byzonder soort worden gehouden. Men noemt zeStemmata, en zy zyn een soort van ogen, dienende om in de verte te zien, gelyk hunne andere ogen dienen om naby zynde voorwerpen te beschouwen. F.↑2Het is een stuk dat onder de Natuurkundigen in verschil staat, of de Zwaluwen, wanneer zy in de noordelyke landen verdwynen, naar warmer gewesten verhuizen, dan of zy in holle bomen en gaten in rotsen kruipen, en daar den winter ongevoelig doorbrengen, dan eindelyk of zy zig onder water verbergen en met den aanvang der lente weder te voorschyn komen. De twee eerste gevoelens hebben de meeste goedkeuring verworven, het laatste is by velen als een spreukje uitgejouwd. Maar de Natuurlyke Historie, gelyk alle andere Historien, steunt niet altyd op ene innerlyke waarschynlykheid, dog op daden, gegrond op het getuigenis van geloofwaardige lieden. Men heeft zelden Zwaluwen in ’t water zien wegduiken; Zwaluwen zyn niet met zulke werktuigen geschapen als kikkers en hagedissen, die des winters ongevoelig zyn; by gevolg kunnen de Zwaluwen des winters niet onderwater leven.—Zulk ene wys van redeneren, denk ik, zou ons te ver voeren in vele gevallen; want, schoon men niet wel begrypt hoe Zwaluwen onder water leven kunnen, zoude het egter waar kunnen zyn. Hagedissen en kikkers zyn dieren al te zeer van de Zwaluwen verschillende, dan dat de laatsten van een diergelyk maaksel als de eersten zyn zouden. De beer en de bergrot zyn in den winter in enen gevoellozen staat, en hebben egter gene werktuigen gelyk de kikkers en hagedisssen, en niemant twyffelt ’er aan dat zy in de ruwste lugtstreken in enen staat van gevoelloosheid zyn. De bewoonders derAlpesgraven de hollen der marmotten op, en vinden ze in enen gevoellozen staat, zo dat zy hun den hals afsnyden kunnen zonder dat de dieren het minste teken van leven geven. Dog als men den slapenden marmot in een warm vertrek brengt en voor het vuur plaatst, wordt hy levendig. Derhalven moet de vraag door daden worden beslist, en die ontbreken hier niet. Dr.Wallerius, die beroemdeZweedschescheikundige, schreef in ’t jaar 1748. den 6. Sept. O. S. aan den HeerKlein, Geheimschryver der stadDantzig, dat hy meer dan eens de Zwaluwen op het riet zig had zien verzamelen, tot dat zy allen in ’t water wegzonken, na dat zy, als ware het, een kwartier lang een doodlied gezongen hadden. Ook getuigt hy dat hy ene Zwaluw gezien heeft die in den winter met een net uit een poel gehaald was, zynde, gelyk dit in de noorder landen gewoonlyk is, onder het ys gezonken, welke in ene warme kamer gebragt zynde by zig kwam, begon te vliegen, dog kort daarna stierf.De HeerKleinvervoegde zig aan sommige algemene Pagters in de landen des Konings vanPruissen, in wier landstreken vele wateren waren, welker visschery een deel uitmaakte van hunne inkomsten, en die het voordeligst in den winter is onder het ys, geschiedende met netten die meer dan twee of driehonderd vademen zig uitstrekken, zo dat zy dikwyls met werktuigen van wegens hunne zwaarte, moeten worden opgehaald. Nu alle de volgende personen[5]ondervraagd zynde hebben voor de wethouderschap onder ede het volgende betuigd. I. De Moeder der Gravin vanLehndorfzeide, dat zy enen klomp van Zwaluwen gezien had, gehaald uit hetFrisch Haff, een Meer dat byPillaugemeenschap heeft met deOostzee, welken, in een matiglyk warm vertrek gebragt zynde levendig wierden en begonnen te vliegen. II. De Graaf vanSchliebengaf een bezegeld getuigschrift, behelzende, dat des winters in het Meer, behorende aan zyn Landgoed vanGerdauen, visschende, hy verscheiden Zwaluwen in het net kreeg, waarvan hy ’er ene opnam, ze in een warm vertrek bragt, alwaar zy, een half uur gelegen hebbende, zig begon te bewegen, en een half uur daarna herom te vliegen. III. De AmptmanWitkowskibetuigde, dat in het jaar 1740. drie Zwaluwen in een net opgehaald wierden in het grote Meer teDidlacken. In het jaar 1741. kreeg hy twee Zwaluwen uit een ander deel van het Meer en bragt ze naar huis, dewyl zy in zyn byzyn gevangen waren. Na den tyd van een uur wierden zy allen in ene warme kamer levendig, vlogen, en stierven drie uren daarna. IV. De AmptmanBonkezeide, dat hy, het LandgoedKleskowin pagt hebbende, negen Zwaluwen in een net van onder het ys had zien ophalen, die hy allen in ene warme kamer bragt, waar hy duidelyk zag hoe zy allengskens bykwamen, dog zy stierven allen kort daarna. Ene andere reis kreeg zyn volk weder enige Zwaluwen in een net, dog hy deed ze weder in ’t water smyten. V.Andries Rutta, een Visscher teOletsko, getuigde in ’t jaar 1747. dattweeëntwintigjaar geleden hy in een net twee Zwaluwen optrok van onder het ys van daan, die in ene warme kamer bykwamen. VI.Jakob Kosiulo, ook een Visscher teStradauen, betuigde dat in ’t jaar 1736. hy in een net van onder, het ys op het Meer teRatskiene dood schynende Zwaluw optrok, die binnen een half uur in een warm vertrek bykwam, dog een kwartier uurs daarna zwak wierd en kort daarop overleed. VII. Ik kan my zelven onder de ooggetuigen rekenen van deze vreemde stelling in de Natuurlyke Historie. In het jaar 1735. in den winter, zag ik, een kleine jonge zynde, verscheiden’ Zwaluwen door enen Visscher uit deWeisselin myn vaders huis brengen, waarvan ’er twee in een warme kamer zynde gebragt bykwamen, en aan ’t vliegen gingen. Ik zag dat ze verscheiden’ malen op den kacchel gingen zitten, en het heugt my dat zy den zelven morgen nog stierven, en dat ik ze dood in myne handen had.In het jaar 1754. na den dood van mynen OomGodefried Wolf, Kapitein in het RegimentPoolsche Gardeste voet, een van wiens erfgenamen ik zelf was, bestierde ik ten behoeven myner medeërfgenamen verscheiden landgoederen, geheten deStarostyvanDirschauinPoolsch Pruissen, die myn overleden Oom van den Koning had gepagt. In Januari beval ik onder het ys van het Meer vanLybsbaute visschen, en in myne tegenwoordigheid wierden ’er[6]verscheiden Zwaluwen opgehaald, welken de Visscher weer in ’t water smeet, uitgenomen ene, die ik zelf in huis bragt, hetwelk vyf mylen van daar lag, waar zy bykwam, dog kort daaraan overleed. Dit zyn daden bevestigd door lieden van den hoogsten rang, waarvan sommigen openbare ampten bekleedden, of door anderen, die, schoon van minder aanzien, dezelven met eden bevestigd hebben. Het is onmogelyk te onderstellen, dat alle deze lieden zonder onderscheid belang gehad zouden hebben van ene onwaarheid als ene gebeurde zaak optegeven. Het is dan zeer waarschynlyk, of liever het is onbetwistbaar waar, dat in de noordelyke landen de Zwaluwen gedurende den winter zig in het water verbergen, en daar in enen staat van gevoelloosheid blyven tot dat de warmte in de lente ze weder levendig maakt. Derhalven, dunkt my, moest de stelling dus worden voorgesteld, “de Zwaluwen inSpanje,Italie,Frankryk, en misschien sommigen inEngeland, verhuizen naar warmer lugtstreken. Anderen inEngeland, sommigen inDuitschlanden andere gematigde gewesten, begeven zig in spleten en holen in de bergen en klippen, en blyven daar in enen staat van ongevoeligheid. In de kouder landen verbergen zy zig in ’t water, en blyven daar den winter over zonder gevoel onder het ys.” Dog daar zyn enige tegenwerpingen tegen dit laatste gevoelen, die wy moeten oplossen. Men zegt, hoe komt het dat de visschen en andere viervoetige waterdieren de Zwaluwen onder het water niet opvreten? Het antwoord is gereed. De Zwaluwen kiezen alleen tot haar winterverblyf zulke plaatsen die digt by ’t riet zyn, zo dat zy tusschen het zelve in nederzinkende bevryd zyn voor de gulzigheid harer vyanden. Anderen werpen tegen; waarom haalt men gene Zwaluwen uit waters daarmen gedurig met netten in vischt? Ik denk, dat het zo even gegeven antwoord ook op deze vraag past. De Visschers dragen zorg met hunne netten die plaatsen te vermyden waar veel riet staat, uit vrees van in het zelve vastteraken en de netten te scheuren; en dus is de legging der Zwaluwen onder ’t water oorzaak dat zy zelden in haar winterverblyf gestoord worden. Wat deze mening nog verder beveiligt is, dat men noit inPruissenZwaluwen uit het water gehaald heeft als in dat gedeelte van het net dat langs het riet ging, en somtyds zaten de Zwaluwen met hare poten vast aan het riet wanneer zy met het net wierden opgetrokken. En wat de zwarigheid aangaat hoe zy zo lang onder water kunnen zyn zonder te verrotten, schynt het my toe, dat ’er een wezenlyk onderscheid is tusschen dieren die in ’t water versmoord zyn en zulken die daar gevoelloos in leggen. Daar zyn voorbeelden van dingen die lang onder water zyn geweest; waarby men de scherpe koude dier landen voegen kan, die de verrotting belet. Wie zou gedagt hebben dat men slakken en polypes in stukken snyden kon, en dat zy de afgesneden stukken van hun lichaam wederom konden voortbrengen, indien dit niet ene daad was? Men behoort de Natuurlyke[7]historie te beoeffenen als zynde ene verzameling van daden, en niet als de Historie van onzegissingenen meningen. De Natuur is op ene oneindige wys verscheiden, en de Voorzienigheid heeft den aard der dieren en hunne huishouding zeer onderscheiden gemaakt, en alles geschikt naar de verschillende jaargetyden en lugtstreken. Ik oordeelde dezen langen buitenstap nodig en te verschonen te zyn, des te meer omdat deze grote voorstanders der Natuurlyke Historie, de HerenCollinsonenPennant, beiden hebben beweerd, dat het onmogelyk was dat de Zwaluwen onder ’t water zouden in ’t leven blyven. Ik eerbiedige de geheugenis en de assche van den enen, en agte de vriendschap van den anderen ene eer voor my te zyn, dog ik ben verzekerd dat de waarheid altyd by hun boven hunne eigene meningen geschat geworden is, en dat zy altyd gereed waren om ene zedige tegenspraak te dulden, wanneer zy opregtelyk wordt voorgesteld, met inzigt om de waarheid te bevorderen, en met gevoelens van eerbied en dankbaarheid, gelyk ik in dit geval ben doende. F.↑3Linnæusnoemt zeHirundo riparia.↑4Musträd.Mousewood.↑5Bois de plomb.↑6DitCurrantsmoet wel onderscheiden worden van hetCurrantsdat men inEngelandheeft, en ’t welk hetRibes rubrumis. F.↑7Caprimulgus minor AmericanusCatesbyNat. Hist. ofCarolinavol. 3. t. 16.Edwards’sNat. Hist. of Birdst. 63.↑8Geitemelker.↑9Kungsfogel.↑10Veratrum album.↑11Juglans regia.↑12Malus Sylvestris, floribus odoratis.Gronov.Fl. Virg. p. 55.Pyrus coronaria.Linn.Sp. Pl. p. 480.↑13Dit kan zo zyn in de noordelyker landen vanEuropadan deNederlanden, dog daar gebeurt het dikwyls dat de vorst den bloeisem vernielt.↑14Linnæusnoemt zeAzalea nudiflora.↑15Azalea erecta,foliisovatis, integris, alternis, flore luteo, piloso, præcoci.Cold.Ebor. 25.↑16Linnæusnoemt dezen KikkerRana boans.Syst. Nat.T. 1. p. 358.CatesbyNat. Hist. of Carol.Vol.2. p. 72. heeft hem afgebeeld en beschreven onder den naam vanRana maxima Americana aquatica.↑17Cypressus thyoides.Linn.Sp. Pl. p. 1422.Cypressus Americana, fructu minimo.Miller’sGard. Diction.↑18Juniperus Virginiana.Linn.Sp. Pl. p. 114.↑19Juniperus communis.Linn.Sp. Pl. p. 1470.↑20Een Eiland in de RivierSt. Laurence, byMontrealinKanada.↑21Warglo; Felis Lynx,Linn.DeZwedenmaken gewag van twee soorten vanLynxen, het eneWargloof deWolflynx, en het anderKattloof deKatlynxgenaamd. De Duitschers maken het zelve onderscheid, en noemen het eersteWolf-luchs, en het andereKatz-luchs. Het eerste soort is het zwaarste, bruinrood, gemengd met wit en grauw op den rug, en wit naar den buik toe aan met bruine vlakken. Het laatste soort is kleinder, zyn huid is wat witagtiger en meer gespikkeld. F.↑22Anguis niger.ZieCatesby’sNat. Hist. of Carol. vol. a. p. 48. tab. 48.↑23Scutaabdominalia.↑24Sqamæ subcaudales.↑25Men heeft by ene herhaalde ondervinding bevonden, dat het byzondere kenmerk ’t welkLinnæusgebruikt om de soorten der Slangen te onderscheiden, ontleend van derzelverscuta abdominaliaencaudalia, ofsquamæ subcaudales, in Slangen van het zelve soort grotelyks verschilt, zo dat ’er dikwyls een verschil plaats heeft van tien of meer. Somtyds is het gehele getal der schilden een behulp om het soort uittevinden, mits men verdagt zy of de Slang ook by geval haren staart verloren hebbe en die weder aangegroeid zy, in welk geval men zig van dit kenmerk niet kan bedienen. Dit kenmerk is zo zeker en goed niet als men wel wenschen zoude; dog de tekens ontleend uit de kleur, vlakken of strepen, en diergelyken, zyn ook niet standvastig; en derhalven is het beter zig aan een onvolmaakt kenmerk te houden dan ’er geen te hebben. De tyd en ene grondiger kennis van dit gedierte zullen misschien deszelfs natuurlyke kenmerken nader en zekerder doen vaststellen. F.↑26Deze aanmerkingen werpen ook ene grote zwarigheid op de uitlegging dezer zaak, hier boven I. D. bl. 137. in ene Aantekening door den HeerForstergegeven, welke uitlegging anders niet onaannemelyk scheen.↑27Dat onder de sterke dranken deRumde minst schadelyke is, komt voornamelyk van hare balsemagtige eigenschap, die zy van de suiker krygt, welke de brandende kragt, allen sterken dranken eigen,matiger. Hoe ouder deRumis zoo veel te meer wordt deze brandende eigenschap verminderd. Dit is onlangs, volgens de ontwyfelbaarste gronden der Scheikunde, door den HeerDossie, met duidelyke proeven, bewezen, F.↑28DeNew YorkscheSteuren, die ik dit jaar overgebragt heb gezien, hadden korte stompe neuzen, daar deEngelschenlange snoeten hebben. F.↑29De HeerKalmbedriegt zig als hy denkt dat op de toppen dezer bergen niets wil wassen van wege de kragt der zonne aldaar, dewyl het algemeen bekend, en op de ondervinding gegrond is, dat de zon zo grote uitwerking niet maakt op de toppen der bergen als in de dalen, en de koude verhindert dikwyls het hout op de toppen der bergen te wassen.↑30Agaricus.↑31Acer rubrum.↑32Acersaccharinum.↑33Carex.↑34Dit gebruik zal men denkelyk van deHollandersontleend hebben.↑35Van hetFranschBatteaux.↑36Dit wordt volgens den O. S. gerekend.↑37Convolvulus Batatas.↑38Lampyris.↑39Fireflies.↑40Waterpoplar;Populus glaudulis variis basi foliorum adnexis, foliis cordato-deltoidibus, acuminatis,serrato-angulosis, utrimque glabris.Is dit dePopulus heterophyllavanLinnæus? F.↑41Sedert dat deEngelschenook meester vanKanadazyn moet hierin noodwendig verandering gekomen zyn.↑42Dat is die welke met den vrede vanAkenin ’t jaar 1748. geëindigd is.↑43Deze Reis gaf de HeerKalmuit gedurende den nu laatsten oorlog tusschen deFranschenenEngelschen.↑44Te weten deMohawks,Senekas,Kaijugaws,Onondagoes, enOnidoes.↑45De HeerForsterwil niet geloven dat deFranscheZendelingen het beter dan deEngelschengemaakt hebben; en ik denk het zelve met hem. “De HeerKalm,” zegt hy, “schynt hier niet wel onderrigt te wezen. DeFranscheGeestelyken hebben enige armeAmerikanentot hunnen Godsdienst en hunne belangen overgehaald. Dog uit het gedrag dezer Bekeerden in verscheiden oorlogen tusschen deFranschenenEngelschenbleek het, dat zy tot de gruwelykste wreedheden bekwaam waren, en zelfs meer dan hunne Heidensche Landsgenoten; en dus schynen zy eer bedorven dan bekeerd te zyn. Integendeel, deEngelschenhebben den Bybel in de taal van deWildenvanVirginieovergezet, en ’er velen van tot de ware kennis van God gebragt. En tegenswoordig hebben deAmerikaanscheliefdescholen, onder het opzigt van den HeerEleazar Wheelock, velen van deWildentot den waren God getrokken. De Maatschappy ter verbreiding van het Euangelium onder de Heidenen zendt alle jaren op hare eigene kosten, verscheiden’ Zendelingen onder deAmerikanen. Ook zyn deMoravische Broederenzeer yverig in het bekeren der Heidenen. Zo dat, indien de HeerKalmdit alles wat nauwkeuriger hadgadeslagen, hy veel gunstiger van den yver derEngelschenter uitbreiding van het Euangelium zoude geoordeeld hebben.”↑46Sinapis arvensis.↑47Deze Waterval is hier in print gebragt, zynde door denIngenieurLewis Evansgetekend.↑48Conserva.↑49Castor ZibethicusLinn.↑50Dit schynt ene nieuwe waarneming te zyn. Ten minsten,Linnæus,BuffonenSarrasinbeweren dat de Muskusratten alleen van denAcoras, een riet, en andere wortels leven. F.↑51Formica rufaLinn.↑52Carpinus ostryaLinn.↑53Dit is de woordelyke vertaling van hetZweedsche woord,Jätte-grytor. Zie de Verhandeling derZweedsche Maatschappy der Wetenschappenvoor het jaar 1743. bl. 122. en hierboven I. D. bl. 54. en 55.↑54Culex pulicaris.Linn.↑55Culex pipiens.↑56Acari Americani.↑57Bl. 19.↑58InZwedenen inRuslandis het de gewoonte onder allerlei soorten van menschen van alle week ten minsten eens te baden, het welk geschiedt door middel van ene kamer warm gemaakt door een kacchel, en dat tot zulk enen graad dat menschen die ’er niet aan gewend zyn ’er van stikken zouden. De hette wordt daar gemeenlyk vergroot door den hetenwaassemveroorzaakt door het smyten van gloeyende stenen in water. In deze baden baadt het gemene volk van beide geslagten inRuslanddooreen, gelyk deRomeinendeden, van de welken, gelykPlutarchusin ’t leven van Catoaantekent, deGriekendeze onbeschaafde en onbetamelyke gewoonte ontleend hebben, die zo algemeen werd, dat de KeizersAdriaanenMarcus Antoninusgenoodzaakt waren ’er wetten tegen te maken, die egter niet werden in agt genomen; want wy vinden dat de Kerkvergadering vanLaodiceaeen verbod tegens deze ergerlyke[74]gewoonte heeft gegeven. En dit niettegenstaande vinden wy kort daaraan dat lieden van allerlei staat, zelfs Priesters en Monniken, te gelyk met de vrouwen in ’t bad gingen. Van daar is waarschynlyk deze gewoonte naarRuslandovergegaan, toen het Christendom in dat Land wierd ingevoerd. Digt by het bad inRuslandis gemeenlyk een water, waarin het volk zig dompelt als zy door en door heet zyn, en in den winter rollen zy zig in de sneuw; en des zaterdags ziet men gewoonlyk voor het bad een deel mans en vrouwen geheel nakend, hebbende ieder enen bondel met roeden in de hand, waarmede zy malkander in het bad vriendelyk den rug kwispelen. F.↑59De HeerForstertekent hier aan, dat hy op zyne reizen in de Woestenyen boven de Rivier deVolgagelegenheid gehad heeft deze nuttigheid der Thee ook te ondervinden.↑60By deEngelschengenaamdLake George.↑61“Hier, zegt de HeerForster, schynt de HeerKalmDr.Colden, Dr.Franklin, en den HeerBartram, te vergeten, die inNoord Amerikade natuur zo zorgvuldig hebben nagespoord. Hoe zoude zonder de vlyt derEngelschenin dit Werelddeel de planten die daar voortkomen zo menigvuldig wezen in de tuinen vanEngeland? De nieuwe uitgaaf van hetSystemavanLinnæustoont genoeg aan dat deEngelscheninAmerikazelfs veel meer dan deFranschenhebben toegebragt ter bevordering der Natuurlyke Historie. In de andere takken der wetenschappen overtreffen deEngelscheninAmerikadeFranscheninKanadazeer ver, getuigen zo vele instellingen en opgeregte boekeryen ter bevordering der geleerdheid, die men in deEngelscheVolkplantingen vindt, en waarvan deFranscheninKanadaweinig wisten voor dat dat Land in de handen derEngelschenviel. Om niet te spreken van de voortbrengsels van verscheiden inAmerikageborene geesten.”↑62Het Land derIllinoizenlegt op de RivierOhio, digt by de plaats waar deEngelschenenig gebeente gevonden hebben, dat men veronderstelde van Elefanten te zyn. Zie I. D. Bl. 60. in de Aantekening.↑63Dandelion, byLinnæusLeontodon Taraxacum.↑64Dit noemen deEngelschenPaddling.↑65Marmor schistosumLinn.vol. 3. p. 40.Marmor unicolor nigrum.[87]Waller. Min. p. 61. n. 2.Lime-slates, schistus calcareus.ForsterIntrod. to Mineral. p. 9.↑66Lithophyta.↑67Madreporæ.↑68Hondendood met eironde bladen.↑69Vloikruid.↑70I. Deel bl. 36.↑71Ook wil men dat zy een dodelyk vergift voor honden, wolven en ander vee is; waarom zy ook Hondendood genoemd wordt. Zie den nieuwen druk vanChomelHuish. Woord.op het woordApocynum.↑72Arctium Lappa.↑73Asclepias SyriacaLinn.Le Cotonier.↑74Zie daar bl. 284. DeStillingia sylvatica, zegt de HeerForster, is waarschynlyk een van deze wortelen.↑75Tænia.↑76Loups marins.↑77ZesFrancs.↑78Abies foliis subtus argenteis.↑79Hier tekent de HeerForsterhet volgende aan. “Het schynt dat voor het toekomende de schone sex in deEngelscheVolkplantingen inNoord Amerikade verwytingen, die de HeerKalmdoet, niet zal verdienen, dewyl men berigt dat de Dames sedert malkander zoeken de loef aftesteken in het vervaardigen van het nodige voor hare huishoudingen, en dat in ’t algemeen een geest van nyverheid onder haar de overhand begint te nemen.”↑80Tetrao Logapus.↑81Pag. 72.↑82Maar zonden zy getemd zynde die voordelen die zy nu boven het tamme vee hebben, en die zy aan hunnen wilden staat moeten danken, niet verliezen? Zekerlyk, al het wilde gedierte dat tam gemaakt is geworden veraardt. F.↑83Le Cotonier.Dit is ook de naam dien zy derAsclopias Syriacageven. Zie bov. Bl. 89, 90.↑84Poaculmo compresso, panicula tenuissima, spiculis trifloris minimis, flosculis basi pubescentibus. Dus beschryft het de HeerKalm.↑85Tophus TubalcainiLinn.S. N. vol 3. p. 187. n. 5.Minera ferri subaquosa nigro cærulescens,WallerMiner. p. 263. Germ. Ed. p. 340. n. 3. ZieForsterMiner. p. 48.↑86Stink-rivier.↑87Vliegvogel.↑88Deze kalksteen schynt een mergel te zyn, of liever een soort van steenmergel; want men vindt ’er een witagtig soort van inKrimsch Tartarye, en digt byStivaofThebeinGriekenland, ’t welk deTurkenenTartarengebruiken om pypenkoppen te maken. Met kan in ’t eerst gemakkelyk doorgesneden worden, dog verkrygt naderhand groter vastigheid. F.↑89La haute & la basse ville.↑90Le Seminaire.↑91Gelyk hetNitrum SuillumvanLinn.S. N. vol. 3. p. 86. of deLapis Suillus prismaticusvanWallerMin. p. 59. 41. De HeerForsternoemt dien steenStink-stone. Introd. to Mineral. p. 40.↑92Zie hier ene aantekening van denEngelschenOverzetter. “De RivierSt. Laurencewas niet langer een voormuur tegens de overwinnendeBritsche[124]vloot in den laatsten oorlog. De Vestingwerken vanQuebecwaren toen ook niet in staat de wakkere aanvallen van hetEngelschheirte land te wederstaan. Dit stelde de goedeFranschjesinKanadaomtrent hunne gunstige gedagte aangaande de sterkte van hun land te loor. Thans zyn zy gelukkig door deze omwenteling der Fortuin, welke hen aan denBritschenRyksstaf onderworpen heeft, wiens zoete invloeden zy thans genieten.”↑93De Kruidkundigen kennen deze plant onder den naam vanPanax quinquefolium,foliis ternis quinatisLinn.Mat. Med.§. 116.Spec. Plant.p. 15. 12.Gronov.Fl. Virgin.p. 147. Zie ookCatesby’sNat. Hist. of Carol.vol. 3. p. 16. t. 16.LaffitauGins.51. t. 1.CharlevoixHist. de la Nouv. FranceTom. 4. p. 308. Fig. 13. en Tom. 5. p. 24.↑94Description de l’Empire de la Chine.Tom. 4, p. 9.↑95ZieOsbeck’sVoyage to China.Vol. 1, p. 223.↑96De HeerOsbeckschynt te twyfelen of deEuropersenige winst doen met den handel in denGinsenginChina, aangezien deChinezendeKanadaschewortels zo hoog niet schatten als deTartaarschen, waardoor de eersten nauwlyks half zo veel gelden als de laatsten. ZieOsbeck’sVoyage to China. Vol. 1. p. 223. F.↑97Dit strydt lynregt met het geen de HeerOsbeckverzekert. Zie bov. Bl. 125 in de Aant.↑98Dit is hetAdiantum pedatumvanLinn.Sp. Pl. p. 1557.Cornutusin zynCanadens. Plant. Historiap. 7. noemt hetAdiantum Americanum, en geeft by de beschryving ene afbeelding ’er van, p. 6.↑99Maiden-hair.↑100Adiantum Capillus Veneris.↑101Solanum tuberosum.↑102Convolvulus Batatas.↑103Dit is een soort van Kool met lange ronde eetbare wortelen, die boven den grond wassen, waarin zy vanBrassica Napobrassicaverschilt, welker wortels onder den grond groeyen. Beide de soorten zyn gemeen inDuitschland, en de eerste inItalie. F.↑104Dit schynt zeer waarschynlyk te wezen, want wy vinden inMarco Paolo, datKublai Khan, een van de Opvolgers vanGenghis Khan, na de zuidelyke delen vanChinate hebben overmeesterd, ene vloot uitzond omJapan, of, gelyk zy het noemden,Nipan-gri, te veroveren; dog een geweldige storm beliep de vloot, en geen schip is er oit van te regt gekomen.Waarschynlyk wierden enigen van deze schepen op de Kust vanAmerikagesmeten, die, regt over de groteAmerikaanscheMeren, tusschen de 40, en 30.gr. N.legt; en het scheepsvolk zal naar alle gedagte deze gedenktekens hebben opgerigt, en de voorvaders zyn geweest van enige volken,Mozemleksgenaamd, die enigsins beschaafd zyn. En ander gedeelte dezer vloot schynt op de kust vanMexikogeraakt te zyn, en denoorsprongaan hetMexikaanscheRyk gegeven te hebben, het welk, volgens de verhalen derMexikanenzelven, zo als ons deSpanjaardenberigten, niet zeer oud is; zo dat zy nauwlyks meer dan zeven VorstenvoorMotezuma den twedenweten optenoemen, die regeerde ten tyde dat deSpaanschenonderFernando Cortezdaar in het jaar 1519. aanlandden. Gevolgelyk begon de eerste dezer Vorsten in het jaar 1270. te regeren, onderstellende dat elk van hun drieëndertig jaar en vier maanden geregeerd heeft, en men daar de zestien jaren vanMotezumabydoet, omtrent welken tydKublai Khan, de overweldiger van geheelChinaen vanJapan, op den troon zat, onder wiens regering ik meen dat de gemelde ongelukkige togt opJapanwerd ondernomen, dieAmerikavan beschaafde inwoonders zal voorzien hebben. Daar is, indien ik my niet bedrieg, ene grote overeenkomst tusschen de gedaante van de Afgodsbeelden derMexikanenen die van[130]zulkeTartarendie den godsdienst van denDalaï Lamaaankleven, welken godsdienstKublai Khanhet eerst by deMogulsheeft ingevoerd. DeWildenvanAmerikaschynen enen anderen oorsprong te hebben, en zyn waarschynlyk afkomstig van deJukaghirienTkhuktkhi, die in enigen der noordoostelyke delen vanAsiawonen, van waar, volgens de berigten derRussen, de overtogt naarAmerikaniet zeer lang is. De woestheid dier twee volken, gelyk aan die der wildeAmerikanen, de gewoonte van zig het aangezigt te beschilderen, hunne gesteldheid op sterke dranken, waarvan zig ’er deJukaghirienigen uit vergiftige en bedwelmende paddenstoelen weten te bereiden, welken zy van deRussenkopen, en vele andere overeenkomsten, tonen duidelyk aan dat de beide volken den zelven oorsprong hebben. DeEskimausschynen een en het zelve volk met deGroenlanders, deSamoyedenen deLaplandenste wezen.Zuid Amerika, en byzonderlykPeru, is waarschynlyk uit het grote onbekendeZuidlandbevolkt, het welk digt byAmerikalegt. F.↑105Dit stuk is nog niet uitgegeven.↑106Lichen rangiferinus.↑107Pour faire un Recollet il faut une hachette, pour un Prêtre un ciseau, mais pour un Jesuite il faut un pinceau.↑108Spiculæ tri- vel quadrifloræ minimæ, semina basi pubescentia.↑109Hier volgt in ’tHoog Duitschwederom ene breedvoerige beschryving van de omheiningen die men inAmerikagewoon is om de akkers te maken, het welk wy als vervelend en voor onzen Lezer van geen nut hebben overgeslagen, gelyk ook deEngelscheoverzetter gedaan heeft.↑110“Ik heb het ene soort van dezen boom, door deFranschenCerisiergenoemd, in myn Dagboek dus beschreven;” zegt de HeerKalm. “Cerasus[144]foliis ovatis serratis, serraturis profundis fere subulatis, fructu racemoso.Het andere dus:Cerasus foliis lanceolatis, crenato-serratis, acutis, fructu fere solitario.↑111Helleborus trifolius.↑112Helianthus annuus.↑113Verscheiden proeven hebben bewezen dat een vogt in een ander vogt gedompeld,[148]en dan aan de lugt om uittewaassemen bloot gesteld, zeer koud wordt; en hoe schielyker de uitwaasseming na herhaalde indompelingen voortgaat te sterker is de koude. Dit is de reden dat de wyngeest, die meer uitwaassemt dan water, ook meer verkoelt dan water, en dat despiritus salis Ammoniaci, die nog vlugger is dan de wyngeest, ene nog groter kragt van verkoeling heeft. De uitwaasseming gelukt het best als men het vat waarin het vogt is beweegt, het aan de lugt bloot stelt, of ’er met een paar blaasbalgen op blaast. Ziede MairanDissert. sur la Glace;RichmaninNov. Comment. Petropol.ad ann. 1747. & 1748. p. 284. en Dr.CulleninThe Edinb. physical and literary Essays and Observationsvol. 2. p. 145. F.↑114Het is bekend dat alle bomen ieder jaar maar enen nieuwen kring maken, zo dat men ’er den ouderdom van den boom, en den spoed waarmede hy groeit, uit kan opmaken. F.↑115Polypodium fronde pinnata, pinnis alternis ad basin superne appendiculatis.↑116WaarschynlykOnidoes, zegt de HeerForster.↑117Venus mercenariaLinn.↑118Triglochin.↑119Waarschynlyk was die aarde bezwangerd met deeltjes van kopererts.↑120De grote Rivier.↑121Vitis Labrusca & vulpina.↑122Saxum micaceo quarzoso calcarium.↑123Zie Bl. 115.↑124Het beroemdeMoose-deeris niets anders dan een Eland, want niemant kan ontkennen, datMoose-deervanMusuofMoesafkomt, want deUop ’t laatst van dit woord spreken deAlgonkinsbyna niet uit. Voor dat deIroquoizen, of deVyf Volken, zo magtig wierden als zy nu zyn, waren deAlgonkinshet voornaamste volk vanNoord Amerika, en hunne taal was in gebruik over het grootste gedeelte van dat land. En, schoon zy byna geheel door deIroquoizenuitgeroeid zyn, is nogthans hunne taal meer in gebruik inKanadadan enige andereAmerikaanschetaal. F.↑125Histoire de la Nouvelle France.T. II. p. 125.↑126Sterna Hirundo.↑127Seigle de mer.↑128Vinland det goda, ofhet goede Wynland, is de naam dien de oudeSkandinavischeZeelieden aanAmerikagaven, het welk zy lang voorColumbustyd ontdekt hebben. ZieTorfæiHistoria Vinlandiæ antiquæ, seu partis Americæ Septentrionalis. Hafniæ 1715. in 4to. F.↑129Crithmum.↑130Pinus foliis geminis longis; ramis triplici fasciculo foliorum terminatis, conis ovatis lævibus.Flor. Canad.↑131Boven Bl. 115.↑132In geheelPolen,Rusland,Turkye, enTartaryerookt men uit pypen van een soort van steenmergel gemaakt, waaraan men lange houten stelen vast maakt; tot welk einde men gemeenlyk de jonge scheuten gebruikt van een soort vanSpiræa, waarin een merg zit dat men ’er ligt kan uitdoen. Dit soort van steenmergel wordt gemeenlykZeeschuimgenoemd, omdat het zo zagt is. DeKrimsche Tartarennoemen hetKaffekil. Men maakt allerhande figuren op deze pypenkoppen, en beslaat ze dikwyls met zilver. F.↑133Phoca vitulina.Linn.↑134Trichechus RosmarusLinn.↑135Enigen van de zogenaamdeMoravische Broedersmet enigeGroenlandersinTerra Labradorzynde gekomen, namen deEskimausde vlugt voor hen; dog een derGroenlandersriep hun toe in zyne taal. DeEskimaushem horende roepen, en zyne taal verstaande, bleven ten eersten staan, kwamen terug, en waren blyde enen landsman gevonden te hebben; en waarheen zy zig begaven vertelden zy onder deEskimausdat een van hunne landslieden aangekomen was. “Dit bewyst,” zegt de HeerForster, “dat deEskimauseen geslagt zyn verschillende van alle deEuropischeVolken, dewyl deGroenlandschetaal gene overeenkomst heeft met enigeEuropische.” Zie over deGroenlandschetaalHans EgedeBeschryving van Oud GroenlandHoofdst. 16. enAndersonBeschryving vanYslandenz. Bl. 202. en 244.↑136De HeerForsterwyst zynen Lezer, die meer van deEskimausbegeert te weten, naarHenry Ellis’sAccount of a Voyage to Hudson’s Bay by the Dobbs Galley and California. &c. enThe Account of a Voyage for the Discovery of a Northwest Passage by Hudsons streights, by the Clerk of the California, twee delen in 8vo. enCrantzHistorie van Groenland, welk boek in ’tNeder Duitschis overgezet.↑137De vermindering van het hout is het alleen niet waardoor delugtsgesteldheidvan een land veranderd wordt, maar de bevolking en de bebouwing zyn het voomamelyk. DeRomeinenhielden de winters inEngelanden inDuitschlandvoor zeer gestreng; dog gelukkiglyk genieten die twee landen tegenswoordig ene veel zagtere lugt, het geen men aan de drie genoemde oorzaken moet toeschryven. ByPetersburgop 60.gr. N.werd de Rivier deNevain ’t begin van December 1765. met ys bedekt, en raakte van het zelve niet vry voor den 11. April 1766. TeTsaritsin, leggende op 48.gr.40.min. N.was de Rivier deVolgareeds den 26. November 1765. toegevroren, en het ys raakte los den 27. April O. S. Het is byna ongelooflyk dat op ene plaats die by de twaalf graden meer zuidwaards ligt, de koude langduriger en sterker zoude zyn dan meer noordelyk. En schoon ’er in den omtrek vanPetersburgvele bosschen zyn, was daar egter de koude min gestreng en langdurig.Tsaritsinin tegendeel heeft in de nabuurschap gene bosschen op den afstand van enige honderdEng.mylen, indien men enige enkelde bomen en wat kreupelhout langs deVolgaen op de eilanden in dezelve uitzondert. Oostwaards aan vindt men gedurende vele honderd mylen niets dan ruime vlaktens zonder hout. Het omhouwen van het geboomte kan dan alleen de lugt niet zagter maken, maar het bebouwen van het land doet ’er meer toe. Op een beploegd veld smelt de sneuw altyd veel vroeger dan op een land met gras bewassen. De ontvlambare en warme deeltjes, die met de mist op een land gebragt worden, brengen veel toe om de gestrengheid der lugt te matigen; maar de uitwaassemingen van vele duizenden van menschen en vee in een wel bevolkt land, het branden van zo vele warmte veroorzakende deeltjes, en het verspreiden van dezelven door den dampkring, zyn het die uitermate veel toebrengen tot het verzagten van de lugtsgesteldheid. Honderd vierkante mylen rondomTsaritsinbevatten zo veel bebouwd land niet als tien rondomPetersburg. Het bebouwde land is in evenredigheid met het getal van de inwoonders dier twee plaatsen, en dit maakt het grootste onderscheid in de lugtsgesteldheid. Daar is nog iets.Petersburgligt digt aan zee, enTsaritsinver binnen in het land; en[183]in ’t algemeen heeft men opgemerkt dat plaatsen aan zee gelegen ene zagtere lugtsgesteldheid hebben dan anderen. Deze weinige aanmerkingen zullen, denk ik, voldoen om reden te geven van de veranderingen in de lugtsgesteldheden der landen, die, ontwyffelbaar, warmer en gematigder worden naar mate de bevolking en de landbouw toenemen. F.↑138Cornus sanguinea.Linn.↑139Orignacs.↑140Cariboux.↑141Loup-cerviers.↑142Histoire de laNouv. France.Tom. 6. p. 158.↑143De Schryver heeft deze lyst in ’tFranschmedegedeeld uit vrees van zig misschien anders niet volkomen juist uittedrukken.↑144Histoire de la Nouvelle FranceTom. 6. p. 415.↑145Annona muricata.↑146Fagus pumila.↑147Epinette blanche.De wys van dit Bier te brouwen heb ik in deVerhandeling[204]der Kon. Maatschappyvoor hetjaar1751. bl. 190. omstandiglyk beschreven.↑

1Deze drie stippen zyn den meesten Insekten eigen, en moeten by gevolg niet voor kentekens van een byzonder soort worden gehouden. Men noemt zeStemmata, en zy zyn een soort van ogen, dienende om in de verte te zien, gelyk hunne andere ogen dienen om naby zynde voorwerpen te beschouwen. F.↑2Het is een stuk dat onder de Natuurkundigen in verschil staat, of de Zwaluwen, wanneer zy in de noordelyke landen verdwynen, naar warmer gewesten verhuizen, dan of zy in holle bomen en gaten in rotsen kruipen, en daar den winter ongevoelig doorbrengen, dan eindelyk of zy zig onder water verbergen en met den aanvang der lente weder te voorschyn komen. De twee eerste gevoelens hebben de meeste goedkeuring verworven, het laatste is by velen als een spreukje uitgejouwd. Maar de Natuurlyke Historie, gelyk alle andere Historien, steunt niet altyd op ene innerlyke waarschynlykheid, dog op daden, gegrond op het getuigenis van geloofwaardige lieden. Men heeft zelden Zwaluwen in ’t water zien wegduiken; Zwaluwen zyn niet met zulke werktuigen geschapen als kikkers en hagedissen, die des winters ongevoelig zyn; by gevolg kunnen de Zwaluwen des winters niet onderwater leven.—Zulk ene wys van redeneren, denk ik, zou ons te ver voeren in vele gevallen; want, schoon men niet wel begrypt hoe Zwaluwen onder water leven kunnen, zoude het egter waar kunnen zyn. Hagedissen en kikkers zyn dieren al te zeer van de Zwaluwen verschillende, dan dat de laatsten van een diergelyk maaksel als de eersten zyn zouden. De beer en de bergrot zyn in den winter in enen gevoellozen staat, en hebben egter gene werktuigen gelyk de kikkers en hagedisssen, en niemant twyffelt ’er aan dat zy in de ruwste lugtstreken in enen staat van gevoelloosheid zyn. De bewoonders derAlpesgraven de hollen der marmotten op, en vinden ze in enen gevoellozen staat, zo dat zy hun den hals afsnyden kunnen zonder dat de dieren het minste teken van leven geven. Dog als men den slapenden marmot in een warm vertrek brengt en voor het vuur plaatst, wordt hy levendig. Derhalven moet de vraag door daden worden beslist, en die ontbreken hier niet. Dr.Wallerius, die beroemdeZweedschescheikundige, schreef in ’t jaar 1748. den 6. Sept. O. S. aan den HeerKlein, Geheimschryver der stadDantzig, dat hy meer dan eens de Zwaluwen op het riet zig had zien verzamelen, tot dat zy allen in ’t water wegzonken, na dat zy, als ware het, een kwartier lang een doodlied gezongen hadden. Ook getuigt hy dat hy ene Zwaluw gezien heeft die in den winter met een net uit een poel gehaald was, zynde, gelyk dit in de noorder landen gewoonlyk is, onder het ys gezonken, welke in ene warme kamer gebragt zynde by zig kwam, begon te vliegen, dog kort daarna stierf.De HeerKleinvervoegde zig aan sommige algemene Pagters in de landen des Konings vanPruissen, in wier landstreken vele wateren waren, welker visschery een deel uitmaakte van hunne inkomsten, en die het voordeligst in den winter is onder het ys, geschiedende met netten die meer dan twee of driehonderd vademen zig uitstrekken, zo dat zy dikwyls met werktuigen van wegens hunne zwaarte, moeten worden opgehaald. Nu alle de volgende personen[5]ondervraagd zynde hebben voor de wethouderschap onder ede het volgende betuigd. I. De Moeder der Gravin vanLehndorfzeide, dat zy enen klomp van Zwaluwen gezien had, gehaald uit hetFrisch Haff, een Meer dat byPillaugemeenschap heeft met deOostzee, welken, in een matiglyk warm vertrek gebragt zynde levendig wierden en begonnen te vliegen. II. De Graaf vanSchliebengaf een bezegeld getuigschrift, behelzende, dat des winters in het Meer, behorende aan zyn Landgoed vanGerdauen, visschende, hy verscheiden Zwaluwen in het net kreeg, waarvan hy ’er ene opnam, ze in een warm vertrek bragt, alwaar zy, een half uur gelegen hebbende, zig begon te bewegen, en een half uur daarna herom te vliegen. III. De AmptmanWitkowskibetuigde, dat in het jaar 1740. drie Zwaluwen in een net opgehaald wierden in het grote Meer teDidlacken. In het jaar 1741. kreeg hy twee Zwaluwen uit een ander deel van het Meer en bragt ze naar huis, dewyl zy in zyn byzyn gevangen waren. Na den tyd van een uur wierden zy allen in ene warme kamer levendig, vlogen, en stierven drie uren daarna. IV. De AmptmanBonkezeide, dat hy, het LandgoedKleskowin pagt hebbende, negen Zwaluwen in een net van onder het ys had zien ophalen, die hy allen in ene warme kamer bragt, waar hy duidelyk zag hoe zy allengskens bykwamen, dog zy stierven allen kort daarna. Ene andere reis kreeg zyn volk weder enige Zwaluwen in een net, dog hy deed ze weder in ’t water smyten. V.Andries Rutta, een Visscher teOletsko, getuigde in ’t jaar 1747. dattweeëntwintigjaar geleden hy in een net twee Zwaluwen optrok van onder het ys van daan, die in ene warme kamer bykwamen. VI.Jakob Kosiulo, ook een Visscher teStradauen, betuigde dat in ’t jaar 1736. hy in een net van onder, het ys op het Meer teRatskiene dood schynende Zwaluw optrok, die binnen een half uur in een warm vertrek bykwam, dog een kwartier uurs daarna zwak wierd en kort daarop overleed. VII. Ik kan my zelven onder de ooggetuigen rekenen van deze vreemde stelling in de Natuurlyke Historie. In het jaar 1735. in den winter, zag ik, een kleine jonge zynde, verscheiden’ Zwaluwen door enen Visscher uit deWeisselin myn vaders huis brengen, waarvan ’er twee in een warme kamer zynde gebragt bykwamen, en aan ’t vliegen gingen. Ik zag dat ze verscheiden’ malen op den kacchel gingen zitten, en het heugt my dat zy den zelven morgen nog stierven, en dat ik ze dood in myne handen had.In het jaar 1754. na den dood van mynen OomGodefried Wolf, Kapitein in het RegimentPoolsche Gardeste voet, een van wiens erfgenamen ik zelf was, bestierde ik ten behoeven myner medeërfgenamen verscheiden landgoederen, geheten deStarostyvanDirschauinPoolsch Pruissen, die myn overleden Oom van den Koning had gepagt. In Januari beval ik onder het ys van het Meer vanLybsbaute visschen, en in myne tegenwoordigheid wierden ’er[6]verscheiden Zwaluwen opgehaald, welken de Visscher weer in ’t water smeet, uitgenomen ene, die ik zelf in huis bragt, hetwelk vyf mylen van daar lag, waar zy bykwam, dog kort daaraan overleed. Dit zyn daden bevestigd door lieden van den hoogsten rang, waarvan sommigen openbare ampten bekleedden, of door anderen, die, schoon van minder aanzien, dezelven met eden bevestigd hebben. Het is onmogelyk te onderstellen, dat alle deze lieden zonder onderscheid belang gehad zouden hebben van ene onwaarheid als ene gebeurde zaak optegeven. Het is dan zeer waarschynlyk, of liever het is onbetwistbaar waar, dat in de noordelyke landen de Zwaluwen gedurende den winter zig in het water verbergen, en daar in enen staat van gevoelloosheid blyven tot dat de warmte in de lente ze weder levendig maakt. Derhalven, dunkt my, moest de stelling dus worden voorgesteld, “de Zwaluwen inSpanje,Italie,Frankryk, en misschien sommigen inEngeland, verhuizen naar warmer lugtstreken. Anderen inEngeland, sommigen inDuitschlanden andere gematigde gewesten, begeven zig in spleten en holen in de bergen en klippen, en blyven daar in enen staat van ongevoeligheid. In de kouder landen verbergen zy zig in ’t water, en blyven daar den winter over zonder gevoel onder het ys.” Dog daar zyn enige tegenwerpingen tegen dit laatste gevoelen, die wy moeten oplossen. Men zegt, hoe komt het dat de visschen en andere viervoetige waterdieren de Zwaluwen onder het water niet opvreten? Het antwoord is gereed. De Zwaluwen kiezen alleen tot haar winterverblyf zulke plaatsen die digt by ’t riet zyn, zo dat zy tusschen het zelve in nederzinkende bevryd zyn voor de gulzigheid harer vyanden. Anderen werpen tegen; waarom haalt men gene Zwaluwen uit waters daarmen gedurig met netten in vischt? Ik denk, dat het zo even gegeven antwoord ook op deze vraag past. De Visschers dragen zorg met hunne netten die plaatsen te vermyden waar veel riet staat, uit vrees van in het zelve vastteraken en de netten te scheuren; en dus is de legging der Zwaluwen onder ’t water oorzaak dat zy zelden in haar winterverblyf gestoord worden. Wat deze mening nog verder beveiligt is, dat men noit inPruissenZwaluwen uit het water gehaald heeft als in dat gedeelte van het net dat langs het riet ging, en somtyds zaten de Zwaluwen met hare poten vast aan het riet wanneer zy met het net wierden opgetrokken. En wat de zwarigheid aangaat hoe zy zo lang onder water kunnen zyn zonder te verrotten, schynt het my toe, dat ’er een wezenlyk onderscheid is tusschen dieren die in ’t water versmoord zyn en zulken die daar gevoelloos in leggen. Daar zyn voorbeelden van dingen die lang onder water zyn geweest; waarby men de scherpe koude dier landen voegen kan, die de verrotting belet. Wie zou gedagt hebben dat men slakken en polypes in stukken snyden kon, en dat zy de afgesneden stukken van hun lichaam wederom konden voortbrengen, indien dit niet ene daad was? Men behoort de Natuurlyke[7]historie te beoeffenen als zynde ene verzameling van daden, en niet als de Historie van onzegissingenen meningen. De Natuur is op ene oneindige wys verscheiden, en de Voorzienigheid heeft den aard der dieren en hunne huishouding zeer onderscheiden gemaakt, en alles geschikt naar de verschillende jaargetyden en lugtstreken. Ik oordeelde dezen langen buitenstap nodig en te verschonen te zyn, des te meer omdat deze grote voorstanders der Natuurlyke Historie, de HerenCollinsonenPennant, beiden hebben beweerd, dat het onmogelyk was dat de Zwaluwen onder ’t water zouden in ’t leven blyven. Ik eerbiedige de geheugenis en de assche van den enen, en agte de vriendschap van den anderen ene eer voor my te zyn, dog ik ben verzekerd dat de waarheid altyd by hun boven hunne eigene meningen geschat geworden is, en dat zy altyd gereed waren om ene zedige tegenspraak te dulden, wanneer zy opregtelyk wordt voorgesteld, met inzigt om de waarheid te bevorderen, en met gevoelens van eerbied en dankbaarheid, gelyk ik in dit geval ben doende. F.↑3Linnæusnoemt zeHirundo riparia.↑4Musträd.Mousewood.↑5Bois de plomb.↑6DitCurrantsmoet wel onderscheiden worden van hetCurrantsdat men inEngelandheeft, en ’t welk hetRibes rubrumis. F.↑7Caprimulgus minor AmericanusCatesbyNat. Hist. ofCarolinavol. 3. t. 16.Edwards’sNat. Hist. of Birdst. 63.↑8Geitemelker.↑9Kungsfogel.↑10Veratrum album.↑11Juglans regia.↑12Malus Sylvestris, floribus odoratis.Gronov.Fl. Virg. p. 55.Pyrus coronaria.Linn.Sp. Pl. p. 480.↑13Dit kan zo zyn in de noordelyker landen vanEuropadan deNederlanden, dog daar gebeurt het dikwyls dat de vorst den bloeisem vernielt.↑14Linnæusnoemt zeAzalea nudiflora.↑15Azalea erecta,foliisovatis, integris, alternis, flore luteo, piloso, præcoci.Cold.Ebor. 25.↑16Linnæusnoemt dezen KikkerRana boans.Syst. Nat.T. 1. p. 358.CatesbyNat. Hist. of Carol.Vol.2. p. 72. heeft hem afgebeeld en beschreven onder den naam vanRana maxima Americana aquatica.↑17Cypressus thyoides.Linn.Sp. Pl. p. 1422.Cypressus Americana, fructu minimo.Miller’sGard. Diction.↑18Juniperus Virginiana.Linn.Sp. Pl. p. 114.↑19Juniperus communis.Linn.Sp. Pl. p. 1470.↑20Een Eiland in de RivierSt. Laurence, byMontrealinKanada.↑21Warglo; Felis Lynx,Linn.DeZwedenmaken gewag van twee soorten vanLynxen, het eneWargloof deWolflynx, en het anderKattloof deKatlynxgenaamd. De Duitschers maken het zelve onderscheid, en noemen het eersteWolf-luchs, en het andereKatz-luchs. Het eerste soort is het zwaarste, bruinrood, gemengd met wit en grauw op den rug, en wit naar den buik toe aan met bruine vlakken. Het laatste soort is kleinder, zyn huid is wat witagtiger en meer gespikkeld. F.↑22Anguis niger.ZieCatesby’sNat. Hist. of Carol. vol. a. p. 48. tab. 48.↑23Scutaabdominalia.↑24Sqamæ subcaudales.↑25Men heeft by ene herhaalde ondervinding bevonden, dat het byzondere kenmerk ’t welkLinnæusgebruikt om de soorten der Slangen te onderscheiden, ontleend van derzelverscuta abdominaliaencaudalia, ofsquamæ subcaudales, in Slangen van het zelve soort grotelyks verschilt, zo dat ’er dikwyls een verschil plaats heeft van tien of meer. Somtyds is het gehele getal der schilden een behulp om het soort uittevinden, mits men verdagt zy of de Slang ook by geval haren staart verloren hebbe en die weder aangegroeid zy, in welk geval men zig van dit kenmerk niet kan bedienen. Dit kenmerk is zo zeker en goed niet als men wel wenschen zoude; dog de tekens ontleend uit de kleur, vlakken of strepen, en diergelyken, zyn ook niet standvastig; en derhalven is het beter zig aan een onvolmaakt kenmerk te houden dan ’er geen te hebben. De tyd en ene grondiger kennis van dit gedierte zullen misschien deszelfs natuurlyke kenmerken nader en zekerder doen vaststellen. F.↑26Deze aanmerkingen werpen ook ene grote zwarigheid op de uitlegging dezer zaak, hier boven I. D. bl. 137. in ene Aantekening door den HeerForstergegeven, welke uitlegging anders niet onaannemelyk scheen.↑27Dat onder de sterke dranken deRumde minst schadelyke is, komt voornamelyk van hare balsemagtige eigenschap, die zy van de suiker krygt, welke de brandende kragt, allen sterken dranken eigen,matiger. Hoe ouder deRumis zoo veel te meer wordt deze brandende eigenschap verminderd. Dit is onlangs, volgens de ontwyfelbaarste gronden der Scheikunde, door den HeerDossie, met duidelyke proeven, bewezen, F.↑28DeNew YorkscheSteuren, die ik dit jaar overgebragt heb gezien, hadden korte stompe neuzen, daar deEngelschenlange snoeten hebben. F.↑29De HeerKalmbedriegt zig als hy denkt dat op de toppen dezer bergen niets wil wassen van wege de kragt der zonne aldaar, dewyl het algemeen bekend, en op de ondervinding gegrond is, dat de zon zo grote uitwerking niet maakt op de toppen der bergen als in de dalen, en de koude verhindert dikwyls het hout op de toppen der bergen te wassen.↑30Agaricus.↑31Acer rubrum.↑32Acersaccharinum.↑33Carex.↑34Dit gebruik zal men denkelyk van deHollandersontleend hebben.↑35Van hetFranschBatteaux.↑36Dit wordt volgens den O. S. gerekend.↑37Convolvulus Batatas.↑38Lampyris.↑39Fireflies.↑40Waterpoplar;Populus glaudulis variis basi foliorum adnexis, foliis cordato-deltoidibus, acuminatis,serrato-angulosis, utrimque glabris.Is dit dePopulus heterophyllavanLinnæus? F.↑41Sedert dat deEngelschenook meester vanKanadazyn moet hierin noodwendig verandering gekomen zyn.↑42Dat is die welke met den vrede vanAkenin ’t jaar 1748. geëindigd is.↑43Deze Reis gaf de HeerKalmuit gedurende den nu laatsten oorlog tusschen deFranschenenEngelschen.↑44Te weten deMohawks,Senekas,Kaijugaws,Onondagoes, enOnidoes.↑45De HeerForsterwil niet geloven dat deFranscheZendelingen het beter dan deEngelschengemaakt hebben; en ik denk het zelve met hem. “De HeerKalm,” zegt hy, “schynt hier niet wel onderrigt te wezen. DeFranscheGeestelyken hebben enige armeAmerikanentot hunnen Godsdienst en hunne belangen overgehaald. Dog uit het gedrag dezer Bekeerden in verscheiden oorlogen tusschen deFranschenenEngelschenbleek het, dat zy tot de gruwelykste wreedheden bekwaam waren, en zelfs meer dan hunne Heidensche Landsgenoten; en dus schynen zy eer bedorven dan bekeerd te zyn. Integendeel, deEngelschenhebben den Bybel in de taal van deWildenvanVirginieovergezet, en ’er velen van tot de ware kennis van God gebragt. En tegenswoordig hebben deAmerikaanscheliefdescholen, onder het opzigt van den HeerEleazar Wheelock, velen van deWildentot den waren God getrokken. De Maatschappy ter verbreiding van het Euangelium onder de Heidenen zendt alle jaren op hare eigene kosten, verscheiden’ Zendelingen onder deAmerikanen. Ook zyn deMoravische Broederenzeer yverig in het bekeren der Heidenen. Zo dat, indien de HeerKalmdit alles wat nauwkeuriger hadgadeslagen, hy veel gunstiger van den yver derEngelschenter uitbreiding van het Euangelium zoude geoordeeld hebben.”↑46Sinapis arvensis.↑47Deze Waterval is hier in print gebragt, zynde door denIngenieurLewis Evansgetekend.↑48Conserva.↑49Castor ZibethicusLinn.↑50Dit schynt ene nieuwe waarneming te zyn. Ten minsten,Linnæus,BuffonenSarrasinbeweren dat de Muskusratten alleen van denAcoras, een riet, en andere wortels leven. F.↑51Formica rufaLinn.↑52Carpinus ostryaLinn.↑53Dit is de woordelyke vertaling van hetZweedsche woord,Jätte-grytor. Zie de Verhandeling derZweedsche Maatschappy der Wetenschappenvoor het jaar 1743. bl. 122. en hierboven I. D. bl. 54. en 55.↑54Culex pulicaris.Linn.↑55Culex pipiens.↑56Acari Americani.↑57Bl. 19.↑58InZwedenen inRuslandis het de gewoonte onder allerlei soorten van menschen van alle week ten minsten eens te baden, het welk geschiedt door middel van ene kamer warm gemaakt door een kacchel, en dat tot zulk enen graad dat menschen die ’er niet aan gewend zyn ’er van stikken zouden. De hette wordt daar gemeenlyk vergroot door den hetenwaassemveroorzaakt door het smyten van gloeyende stenen in water. In deze baden baadt het gemene volk van beide geslagten inRuslanddooreen, gelyk deRomeinendeden, van de welken, gelykPlutarchusin ’t leven van Catoaantekent, deGriekendeze onbeschaafde en onbetamelyke gewoonte ontleend hebben, die zo algemeen werd, dat de KeizersAdriaanenMarcus Antoninusgenoodzaakt waren ’er wetten tegen te maken, die egter niet werden in agt genomen; want wy vinden dat de Kerkvergadering vanLaodiceaeen verbod tegens deze ergerlyke[74]gewoonte heeft gegeven. En dit niettegenstaande vinden wy kort daaraan dat lieden van allerlei staat, zelfs Priesters en Monniken, te gelyk met de vrouwen in ’t bad gingen. Van daar is waarschynlyk deze gewoonte naarRuslandovergegaan, toen het Christendom in dat Land wierd ingevoerd. Digt by het bad inRuslandis gemeenlyk een water, waarin het volk zig dompelt als zy door en door heet zyn, en in den winter rollen zy zig in de sneuw; en des zaterdags ziet men gewoonlyk voor het bad een deel mans en vrouwen geheel nakend, hebbende ieder enen bondel met roeden in de hand, waarmede zy malkander in het bad vriendelyk den rug kwispelen. F.↑59De HeerForstertekent hier aan, dat hy op zyne reizen in de Woestenyen boven de Rivier deVolgagelegenheid gehad heeft deze nuttigheid der Thee ook te ondervinden.↑60By deEngelschengenaamdLake George.↑61“Hier, zegt de HeerForster, schynt de HeerKalmDr.Colden, Dr.Franklin, en den HeerBartram, te vergeten, die inNoord Amerikade natuur zo zorgvuldig hebben nagespoord. Hoe zoude zonder de vlyt derEngelschenin dit Werelddeel de planten die daar voortkomen zo menigvuldig wezen in de tuinen vanEngeland? De nieuwe uitgaaf van hetSystemavanLinnæustoont genoeg aan dat deEngelscheninAmerikazelfs veel meer dan deFranschenhebben toegebragt ter bevordering der Natuurlyke Historie. In de andere takken der wetenschappen overtreffen deEngelscheninAmerikadeFranscheninKanadazeer ver, getuigen zo vele instellingen en opgeregte boekeryen ter bevordering der geleerdheid, die men in deEngelscheVolkplantingen vindt, en waarvan deFranscheninKanadaweinig wisten voor dat dat Land in de handen derEngelschenviel. Om niet te spreken van de voortbrengsels van verscheiden inAmerikageborene geesten.”↑62Het Land derIllinoizenlegt op de RivierOhio, digt by de plaats waar deEngelschenenig gebeente gevonden hebben, dat men veronderstelde van Elefanten te zyn. Zie I. D. Bl. 60. in de Aantekening.↑63Dandelion, byLinnæusLeontodon Taraxacum.↑64Dit noemen deEngelschenPaddling.↑65Marmor schistosumLinn.vol. 3. p. 40.Marmor unicolor nigrum.[87]Waller. Min. p. 61. n. 2.Lime-slates, schistus calcareus.ForsterIntrod. to Mineral. p. 9.↑66Lithophyta.↑67Madreporæ.↑68Hondendood met eironde bladen.↑69Vloikruid.↑70I. Deel bl. 36.↑71Ook wil men dat zy een dodelyk vergift voor honden, wolven en ander vee is; waarom zy ook Hondendood genoemd wordt. Zie den nieuwen druk vanChomelHuish. Woord.op het woordApocynum.↑72Arctium Lappa.↑73Asclepias SyriacaLinn.Le Cotonier.↑74Zie daar bl. 284. DeStillingia sylvatica, zegt de HeerForster, is waarschynlyk een van deze wortelen.↑75Tænia.↑76Loups marins.↑77ZesFrancs.↑78Abies foliis subtus argenteis.↑79Hier tekent de HeerForsterhet volgende aan. “Het schynt dat voor het toekomende de schone sex in deEngelscheVolkplantingen inNoord Amerikade verwytingen, die de HeerKalmdoet, niet zal verdienen, dewyl men berigt dat de Dames sedert malkander zoeken de loef aftesteken in het vervaardigen van het nodige voor hare huishoudingen, en dat in ’t algemeen een geest van nyverheid onder haar de overhand begint te nemen.”↑80Tetrao Logapus.↑81Pag. 72.↑82Maar zonden zy getemd zynde die voordelen die zy nu boven het tamme vee hebben, en die zy aan hunnen wilden staat moeten danken, niet verliezen? Zekerlyk, al het wilde gedierte dat tam gemaakt is geworden veraardt. F.↑83Le Cotonier.Dit is ook de naam dien zy derAsclopias Syriacageven. Zie bov. Bl. 89, 90.↑84Poaculmo compresso, panicula tenuissima, spiculis trifloris minimis, flosculis basi pubescentibus. Dus beschryft het de HeerKalm.↑85Tophus TubalcainiLinn.S. N. vol 3. p. 187. n. 5.Minera ferri subaquosa nigro cærulescens,WallerMiner. p. 263. Germ. Ed. p. 340. n. 3. ZieForsterMiner. p. 48.↑86Stink-rivier.↑87Vliegvogel.↑88Deze kalksteen schynt een mergel te zyn, of liever een soort van steenmergel; want men vindt ’er een witagtig soort van inKrimsch Tartarye, en digt byStivaofThebeinGriekenland, ’t welk deTurkenenTartarengebruiken om pypenkoppen te maken. Met kan in ’t eerst gemakkelyk doorgesneden worden, dog verkrygt naderhand groter vastigheid. F.↑89La haute & la basse ville.↑90Le Seminaire.↑91Gelyk hetNitrum SuillumvanLinn.S. N. vol. 3. p. 86. of deLapis Suillus prismaticusvanWallerMin. p. 59. 41. De HeerForsternoemt dien steenStink-stone. Introd. to Mineral. p. 40.↑92Zie hier ene aantekening van denEngelschenOverzetter. “De RivierSt. Laurencewas niet langer een voormuur tegens de overwinnendeBritsche[124]vloot in den laatsten oorlog. De Vestingwerken vanQuebecwaren toen ook niet in staat de wakkere aanvallen van hetEngelschheirte land te wederstaan. Dit stelde de goedeFranschjesinKanadaomtrent hunne gunstige gedagte aangaande de sterkte van hun land te loor. Thans zyn zy gelukkig door deze omwenteling der Fortuin, welke hen aan denBritschenRyksstaf onderworpen heeft, wiens zoete invloeden zy thans genieten.”↑93De Kruidkundigen kennen deze plant onder den naam vanPanax quinquefolium,foliis ternis quinatisLinn.Mat. Med.§. 116.Spec. Plant.p. 15. 12.Gronov.Fl. Virgin.p. 147. Zie ookCatesby’sNat. Hist. of Carol.vol. 3. p. 16. t. 16.LaffitauGins.51. t. 1.CharlevoixHist. de la Nouv. FranceTom. 4. p. 308. Fig. 13. en Tom. 5. p. 24.↑94Description de l’Empire de la Chine.Tom. 4, p. 9.↑95ZieOsbeck’sVoyage to China.Vol. 1, p. 223.↑96De HeerOsbeckschynt te twyfelen of deEuropersenige winst doen met den handel in denGinsenginChina, aangezien deChinezendeKanadaschewortels zo hoog niet schatten als deTartaarschen, waardoor de eersten nauwlyks half zo veel gelden als de laatsten. ZieOsbeck’sVoyage to China. Vol. 1. p. 223. F.↑97Dit strydt lynregt met het geen de HeerOsbeckverzekert. Zie bov. Bl. 125 in de Aant.↑98Dit is hetAdiantum pedatumvanLinn.Sp. Pl. p. 1557.Cornutusin zynCanadens. Plant. Historiap. 7. noemt hetAdiantum Americanum, en geeft by de beschryving ene afbeelding ’er van, p. 6.↑99Maiden-hair.↑100Adiantum Capillus Veneris.↑101Solanum tuberosum.↑102Convolvulus Batatas.↑103Dit is een soort van Kool met lange ronde eetbare wortelen, die boven den grond wassen, waarin zy vanBrassica Napobrassicaverschilt, welker wortels onder den grond groeyen. Beide de soorten zyn gemeen inDuitschland, en de eerste inItalie. F.↑104Dit schynt zeer waarschynlyk te wezen, want wy vinden inMarco Paolo, datKublai Khan, een van de Opvolgers vanGenghis Khan, na de zuidelyke delen vanChinate hebben overmeesterd, ene vloot uitzond omJapan, of, gelyk zy het noemden,Nipan-gri, te veroveren; dog een geweldige storm beliep de vloot, en geen schip is er oit van te regt gekomen.Waarschynlyk wierden enigen van deze schepen op de Kust vanAmerikagesmeten, die, regt over de groteAmerikaanscheMeren, tusschen de 40, en 30.gr. N.legt; en het scheepsvolk zal naar alle gedagte deze gedenktekens hebben opgerigt, en de voorvaders zyn geweest van enige volken,Mozemleksgenaamd, die enigsins beschaafd zyn. En ander gedeelte dezer vloot schynt op de kust vanMexikogeraakt te zyn, en denoorsprongaan hetMexikaanscheRyk gegeven te hebben, het welk, volgens de verhalen derMexikanenzelven, zo als ons deSpanjaardenberigten, niet zeer oud is; zo dat zy nauwlyks meer dan zeven VorstenvoorMotezuma den twedenweten optenoemen, die regeerde ten tyde dat deSpaanschenonderFernando Cortezdaar in het jaar 1519. aanlandden. Gevolgelyk begon de eerste dezer Vorsten in het jaar 1270. te regeren, onderstellende dat elk van hun drieëndertig jaar en vier maanden geregeerd heeft, en men daar de zestien jaren vanMotezumabydoet, omtrent welken tydKublai Khan, de overweldiger van geheelChinaen vanJapan, op den troon zat, onder wiens regering ik meen dat de gemelde ongelukkige togt opJapanwerd ondernomen, dieAmerikavan beschaafde inwoonders zal voorzien hebben. Daar is, indien ik my niet bedrieg, ene grote overeenkomst tusschen de gedaante van de Afgodsbeelden derMexikanenen die van[130]zulkeTartarendie den godsdienst van denDalaï Lamaaankleven, welken godsdienstKublai Khanhet eerst by deMogulsheeft ingevoerd. DeWildenvanAmerikaschynen enen anderen oorsprong te hebben, en zyn waarschynlyk afkomstig van deJukaghirienTkhuktkhi, die in enigen der noordoostelyke delen vanAsiawonen, van waar, volgens de berigten derRussen, de overtogt naarAmerikaniet zeer lang is. De woestheid dier twee volken, gelyk aan die der wildeAmerikanen, de gewoonte van zig het aangezigt te beschilderen, hunne gesteldheid op sterke dranken, waarvan zig ’er deJukaghirienigen uit vergiftige en bedwelmende paddenstoelen weten te bereiden, welken zy van deRussenkopen, en vele andere overeenkomsten, tonen duidelyk aan dat de beide volken den zelven oorsprong hebben. DeEskimausschynen een en het zelve volk met deGroenlanders, deSamoyedenen deLaplandenste wezen.Zuid Amerika, en byzonderlykPeru, is waarschynlyk uit het grote onbekendeZuidlandbevolkt, het welk digt byAmerikalegt. F.↑105Dit stuk is nog niet uitgegeven.↑106Lichen rangiferinus.↑107Pour faire un Recollet il faut une hachette, pour un Prêtre un ciseau, mais pour un Jesuite il faut un pinceau.↑108Spiculæ tri- vel quadrifloræ minimæ, semina basi pubescentia.↑109Hier volgt in ’tHoog Duitschwederom ene breedvoerige beschryving van de omheiningen die men inAmerikagewoon is om de akkers te maken, het welk wy als vervelend en voor onzen Lezer van geen nut hebben overgeslagen, gelyk ook deEngelscheoverzetter gedaan heeft.↑110“Ik heb het ene soort van dezen boom, door deFranschenCerisiergenoemd, in myn Dagboek dus beschreven;” zegt de HeerKalm. “Cerasus[144]foliis ovatis serratis, serraturis profundis fere subulatis, fructu racemoso.Het andere dus:Cerasus foliis lanceolatis, crenato-serratis, acutis, fructu fere solitario.↑111Helleborus trifolius.↑112Helianthus annuus.↑113Verscheiden proeven hebben bewezen dat een vogt in een ander vogt gedompeld,[148]en dan aan de lugt om uittewaassemen bloot gesteld, zeer koud wordt; en hoe schielyker de uitwaasseming na herhaalde indompelingen voortgaat te sterker is de koude. Dit is de reden dat de wyngeest, die meer uitwaassemt dan water, ook meer verkoelt dan water, en dat despiritus salis Ammoniaci, die nog vlugger is dan de wyngeest, ene nog groter kragt van verkoeling heeft. De uitwaasseming gelukt het best als men het vat waarin het vogt is beweegt, het aan de lugt bloot stelt, of ’er met een paar blaasbalgen op blaast. Ziede MairanDissert. sur la Glace;RichmaninNov. Comment. Petropol.ad ann. 1747. & 1748. p. 284. en Dr.CulleninThe Edinb. physical and literary Essays and Observationsvol. 2. p. 145. F.↑114Het is bekend dat alle bomen ieder jaar maar enen nieuwen kring maken, zo dat men ’er den ouderdom van den boom, en den spoed waarmede hy groeit, uit kan opmaken. F.↑115Polypodium fronde pinnata, pinnis alternis ad basin superne appendiculatis.↑116WaarschynlykOnidoes, zegt de HeerForster.↑117Venus mercenariaLinn.↑118Triglochin.↑119Waarschynlyk was die aarde bezwangerd met deeltjes van kopererts.↑120De grote Rivier.↑121Vitis Labrusca & vulpina.↑122Saxum micaceo quarzoso calcarium.↑123Zie Bl. 115.↑124Het beroemdeMoose-deeris niets anders dan een Eland, want niemant kan ontkennen, datMoose-deervanMusuofMoesafkomt, want deUop ’t laatst van dit woord spreken deAlgonkinsbyna niet uit. Voor dat deIroquoizen, of deVyf Volken, zo magtig wierden als zy nu zyn, waren deAlgonkinshet voornaamste volk vanNoord Amerika, en hunne taal was in gebruik over het grootste gedeelte van dat land. En, schoon zy byna geheel door deIroquoizenuitgeroeid zyn, is nogthans hunne taal meer in gebruik inKanadadan enige andereAmerikaanschetaal. F.↑125Histoire de la Nouvelle France.T. II. p. 125.↑126Sterna Hirundo.↑127Seigle de mer.↑128Vinland det goda, ofhet goede Wynland, is de naam dien de oudeSkandinavischeZeelieden aanAmerikagaven, het welk zy lang voorColumbustyd ontdekt hebben. ZieTorfæiHistoria Vinlandiæ antiquæ, seu partis Americæ Septentrionalis. Hafniæ 1715. in 4to. F.↑129Crithmum.↑130Pinus foliis geminis longis; ramis triplici fasciculo foliorum terminatis, conis ovatis lævibus.Flor. Canad.↑131Boven Bl. 115.↑132In geheelPolen,Rusland,Turkye, enTartaryerookt men uit pypen van een soort van steenmergel gemaakt, waaraan men lange houten stelen vast maakt; tot welk einde men gemeenlyk de jonge scheuten gebruikt van een soort vanSpiræa, waarin een merg zit dat men ’er ligt kan uitdoen. Dit soort van steenmergel wordt gemeenlykZeeschuimgenoemd, omdat het zo zagt is. DeKrimsche Tartarennoemen hetKaffekil. Men maakt allerhande figuren op deze pypenkoppen, en beslaat ze dikwyls met zilver. F.↑133Phoca vitulina.Linn.↑134Trichechus RosmarusLinn.↑135Enigen van de zogenaamdeMoravische Broedersmet enigeGroenlandersinTerra Labradorzynde gekomen, namen deEskimausde vlugt voor hen; dog een derGroenlandersriep hun toe in zyne taal. DeEskimaushem horende roepen, en zyne taal verstaande, bleven ten eersten staan, kwamen terug, en waren blyde enen landsman gevonden te hebben; en waarheen zy zig begaven vertelden zy onder deEskimausdat een van hunne landslieden aangekomen was. “Dit bewyst,” zegt de HeerForster, “dat deEskimauseen geslagt zyn verschillende van alle deEuropischeVolken, dewyl deGroenlandschetaal gene overeenkomst heeft met enigeEuropische.” Zie over deGroenlandschetaalHans EgedeBeschryving van Oud GroenlandHoofdst. 16. enAndersonBeschryving vanYslandenz. Bl. 202. en 244.↑136De HeerForsterwyst zynen Lezer, die meer van deEskimausbegeert te weten, naarHenry Ellis’sAccount of a Voyage to Hudson’s Bay by the Dobbs Galley and California. &c. enThe Account of a Voyage for the Discovery of a Northwest Passage by Hudsons streights, by the Clerk of the California, twee delen in 8vo. enCrantzHistorie van Groenland, welk boek in ’tNeder Duitschis overgezet.↑137De vermindering van het hout is het alleen niet waardoor delugtsgesteldheidvan een land veranderd wordt, maar de bevolking en de bebouwing zyn het voomamelyk. DeRomeinenhielden de winters inEngelanden inDuitschlandvoor zeer gestreng; dog gelukkiglyk genieten die twee landen tegenswoordig ene veel zagtere lugt, het geen men aan de drie genoemde oorzaken moet toeschryven. ByPetersburgop 60.gr. N.werd de Rivier deNevain ’t begin van December 1765. met ys bedekt, en raakte van het zelve niet vry voor den 11. April 1766. TeTsaritsin, leggende op 48.gr.40.min. N.was de Rivier deVolgareeds den 26. November 1765. toegevroren, en het ys raakte los den 27. April O. S. Het is byna ongelooflyk dat op ene plaats die by de twaalf graden meer zuidwaards ligt, de koude langduriger en sterker zoude zyn dan meer noordelyk. En schoon ’er in den omtrek vanPetersburgvele bosschen zyn, was daar egter de koude min gestreng en langdurig.Tsaritsinin tegendeel heeft in de nabuurschap gene bosschen op den afstand van enige honderdEng.mylen, indien men enige enkelde bomen en wat kreupelhout langs deVolgaen op de eilanden in dezelve uitzondert. Oostwaards aan vindt men gedurende vele honderd mylen niets dan ruime vlaktens zonder hout. Het omhouwen van het geboomte kan dan alleen de lugt niet zagter maken, maar het bebouwen van het land doet ’er meer toe. Op een beploegd veld smelt de sneuw altyd veel vroeger dan op een land met gras bewassen. De ontvlambare en warme deeltjes, die met de mist op een land gebragt worden, brengen veel toe om de gestrengheid der lugt te matigen; maar de uitwaassemingen van vele duizenden van menschen en vee in een wel bevolkt land, het branden van zo vele warmte veroorzakende deeltjes, en het verspreiden van dezelven door den dampkring, zyn het die uitermate veel toebrengen tot het verzagten van de lugtsgesteldheid. Honderd vierkante mylen rondomTsaritsinbevatten zo veel bebouwd land niet als tien rondomPetersburg. Het bebouwde land is in evenredigheid met het getal van de inwoonders dier twee plaatsen, en dit maakt het grootste onderscheid in de lugtsgesteldheid. Daar is nog iets.Petersburgligt digt aan zee, enTsaritsinver binnen in het land; en[183]in ’t algemeen heeft men opgemerkt dat plaatsen aan zee gelegen ene zagtere lugtsgesteldheid hebben dan anderen. Deze weinige aanmerkingen zullen, denk ik, voldoen om reden te geven van de veranderingen in de lugtsgesteldheden der landen, die, ontwyffelbaar, warmer en gematigder worden naar mate de bevolking en de landbouw toenemen. F.↑138Cornus sanguinea.Linn.↑139Orignacs.↑140Cariboux.↑141Loup-cerviers.↑142Histoire de laNouv. France.Tom. 6. p. 158.↑143De Schryver heeft deze lyst in ’tFranschmedegedeeld uit vrees van zig misschien anders niet volkomen juist uittedrukken.↑144Histoire de la Nouvelle FranceTom. 6. p. 415.↑145Annona muricata.↑146Fagus pumila.↑147Epinette blanche.De wys van dit Bier te brouwen heb ik in deVerhandeling[204]der Kon. Maatschappyvoor hetjaar1751. bl. 190. omstandiglyk beschreven.↑

1Deze drie stippen zyn den meesten Insekten eigen, en moeten by gevolg niet voor kentekens van een byzonder soort worden gehouden. Men noemt zeStemmata, en zy zyn een soort van ogen, dienende om in de verte te zien, gelyk hunne andere ogen dienen om naby zynde voorwerpen te beschouwen. F.↑2Het is een stuk dat onder de Natuurkundigen in verschil staat, of de Zwaluwen, wanneer zy in de noordelyke landen verdwynen, naar warmer gewesten verhuizen, dan of zy in holle bomen en gaten in rotsen kruipen, en daar den winter ongevoelig doorbrengen, dan eindelyk of zy zig onder water verbergen en met den aanvang der lente weder te voorschyn komen. De twee eerste gevoelens hebben de meeste goedkeuring verworven, het laatste is by velen als een spreukje uitgejouwd. Maar de Natuurlyke Historie, gelyk alle andere Historien, steunt niet altyd op ene innerlyke waarschynlykheid, dog op daden, gegrond op het getuigenis van geloofwaardige lieden. Men heeft zelden Zwaluwen in ’t water zien wegduiken; Zwaluwen zyn niet met zulke werktuigen geschapen als kikkers en hagedissen, die des winters ongevoelig zyn; by gevolg kunnen de Zwaluwen des winters niet onderwater leven.—Zulk ene wys van redeneren, denk ik, zou ons te ver voeren in vele gevallen; want, schoon men niet wel begrypt hoe Zwaluwen onder water leven kunnen, zoude het egter waar kunnen zyn. Hagedissen en kikkers zyn dieren al te zeer van de Zwaluwen verschillende, dan dat de laatsten van een diergelyk maaksel als de eersten zyn zouden. De beer en de bergrot zyn in den winter in enen gevoellozen staat, en hebben egter gene werktuigen gelyk de kikkers en hagedisssen, en niemant twyffelt ’er aan dat zy in de ruwste lugtstreken in enen staat van gevoelloosheid zyn. De bewoonders derAlpesgraven de hollen der marmotten op, en vinden ze in enen gevoellozen staat, zo dat zy hun den hals afsnyden kunnen zonder dat de dieren het minste teken van leven geven. Dog als men den slapenden marmot in een warm vertrek brengt en voor het vuur plaatst, wordt hy levendig. Derhalven moet de vraag door daden worden beslist, en die ontbreken hier niet. Dr.Wallerius, die beroemdeZweedschescheikundige, schreef in ’t jaar 1748. den 6. Sept. O. S. aan den HeerKlein, Geheimschryver der stadDantzig, dat hy meer dan eens de Zwaluwen op het riet zig had zien verzamelen, tot dat zy allen in ’t water wegzonken, na dat zy, als ware het, een kwartier lang een doodlied gezongen hadden. Ook getuigt hy dat hy ene Zwaluw gezien heeft die in den winter met een net uit een poel gehaald was, zynde, gelyk dit in de noorder landen gewoonlyk is, onder het ys gezonken, welke in ene warme kamer gebragt zynde by zig kwam, begon te vliegen, dog kort daarna stierf.De HeerKleinvervoegde zig aan sommige algemene Pagters in de landen des Konings vanPruissen, in wier landstreken vele wateren waren, welker visschery een deel uitmaakte van hunne inkomsten, en die het voordeligst in den winter is onder het ys, geschiedende met netten die meer dan twee of driehonderd vademen zig uitstrekken, zo dat zy dikwyls met werktuigen van wegens hunne zwaarte, moeten worden opgehaald. Nu alle de volgende personen[5]ondervraagd zynde hebben voor de wethouderschap onder ede het volgende betuigd. I. De Moeder der Gravin vanLehndorfzeide, dat zy enen klomp van Zwaluwen gezien had, gehaald uit hetFrisch Haff, een Meer dat byPillaugemeenschap heeft met deOostzee, welken, in een matiglyk warm vertrek gebragt zynde levendig wierden en begonnen te vliegen. II. De Graaf vanSchliebengaf een bezegeld getuigschrift, behelzende, dat des winters in het Meer, behorende aan zyn Landgoed vanGerdauen, visschende, hy verscheiden Zwaluwen in het net kreeg, waarvan hy ’er ene opnam, ze in een warm vertrek bragt, alwaar zy, een half uur gelegen hebbende, zig begon te bewegen, en een half uur daarna herom te vliegen. III. De AmptmanWitkowskibetuigde, dat in het jaar 1740. drie Zwaluwen in een net opgehaald wierden in het grote Meer teDidlacken. In het jaar 1741. kreeg hy twee Zwaluwen uit een ander deel van het Meer en bragt ze naar huis, dewyl zy in zyn byzyn gevangen waren. Na den tyd van een uur wierden zy allen in ene warme kamer levendig, vlogen, en stierven drie uren daarna. IV. De AmptmanBonkezeide, dat hy, het LandgoedKleskowin pagt hebbende, negen Zwaluwen in een net van onder het ys had zien ophalen, die hy allen in ene warme kamer bragt, waar hy duidelyk zag hoe zy allengskens bykwamen, dog zy stierven allen kort daarna. Ene andere reis kreeg zyn volk weder enige Zwaluwen in een net, dog hy deed ze weder in ’t water smyten. V.Andries Rutta, een Visscher teOletsko, getuigde in ’t jaar 1747. dattweeëntwintigjaar geleden hy in een net twee Zwaluwen optrok van onder het ys van daan, die in ene warme kamer bykwamen. VI.Jakob Kosiulo, ook een Visscher teStradauen, betuigde dat in ’t jaar 1736. hy in een net van onder, het ys op het Meer teRatskiene dood schynende Zwaluw optrok, die binnen een half uur in een warm vertrek bykwam, dog een kwartier uurs daarna zwak wierd en kort daarop overleed. VII. Ik kan my zelven onder de ooggetuigen rekenen van deze vreemde stelling in de Natuurlyke Historie. In het jaar 1735. in den winter, zag ik, een kleine jonge zynde, verscheiden’ Zwaluwen door enen Visscher uit deWeisselin myn vaders huis brengen, waarvan ’er twee in een warme kamer zynde gebragt bykwamen, en aan ’t vliegen gingen. Ik zag dat ze verscheiden’ malen op den kacchel gingen zitten, en het heugt my dat zy den zelven morgen nog stierven, en dat ik ze dood in myne handen had.In het jaar 1754. na den dood van mynen OomGodefried Wolf, Kapitein in het RegimentPoolsche Gardeste voet, een van wiens erfgenamen ik zelf was, bestierde ik ten behoeven myner medeërfgenamen verscheiden landgoederen, geheten deStarostyvanDirschauinPoolsch Pruissen, die myn overleden Oom van den Koning had gepagt. In Januari beval ik onder het ys van het Meer vanLybsbaute visschen, en in myne tegenwoordigheid wierden ’er[6]verscheiden Zwaluwen opgehaald, welken de Visscher weer in ’t water smeet, uitgenomen ene, die ik zelf in huis bragt, hetwelk vyf mylen van daar lag, waar zy bykwam, dog kort daaraan overleed. Dit zyn daden bevestigd door lieden van den hoogsten rang, waarvan sommigen openbare ampten bekleedden, of door anderen, die, schoon van minder aanzien, dezelven met eden bevestigd hebben. Het is onmogelyk te onderstellen, dat alle deze lieden zonder onderscheid belang gehad zouden hebben van ene onwaarheid als ene gebeurde zaak optegeven. Het is dan zeer waarschynlyk, of liever het is onbetwistbaar waar, dat in de noordelyke landen de Zwaluwen gedurende den winter zig in het water verbergen, en daar in enen staat van gevoelloosheid blyven tot dat de warmte in de lente ze weder levendig maakt. Derhalven, dunkt my, moest de stelling dus worden voorgesteld, “de Zwaluwen inSpanje,Italie,Frankryk, en misschien sommigen inEngeland, verhuizen naar warmer lugtstreken. Anderen inEngeland, sommigen inDuitschlanden andere gematigde gewesten, begeven zig in spleten en holen in de bergen en klippen, en blyven daar in enen staat van ongevoeligheid. In de kouder landen verbergen zy zig in ’t water, en blyven daar den winter over zonder gevoel onder het ys.” Dog daar zyn enige tegenwerpingen tegen dit laatste gevoelen, die wy moeten oplossen. Men zegt, hoe komt het dat de visschen en andere viervoetige waterdieren de Zwaluwen onder het water niet opvreten? Het antwoord is gereed. De Zwaluwen kiezen alleen tot haar winterverblyf zulke plaatsen die digt by ’t riet zyn, zo dat zy tusschen het zelve in nederzinkende bevryd zyn voor de gulzigheid harer vyanden. Anderen werpen tegen; waarom haalt men gene Zwaluwen uit waters daarmen gedurig met netten in vischt? Ik denk, dat het zo even gegeven antwoord ook op deze vraag past. De Visschers dragen zorg met hunne netten die plaatsen te vermyden waar veel riet staat, uit vrees van in het zelve vastteraken en de netten te scheuren; en dus is de legging der Zwaluwen onder ’t water oorzaak dat zy zelden in haar winterverblyf gestoord worden. Wat deze mening nog verder beveiligt is, dat men noit inPruissenZwaluwen uit het water gehaald heeft als in dat gedeelte van het net dat langs het riet ging, en somtyds zaten de Zwaluwen met hare poten vast aan het riet wanneer zy met het net wierden opgetrokken. En wat de zwarigheid aangaat hoe zy zo lang onder water kunnen zyn zonder te verrotten, schynt het my toe, dat ’er een wezenlyk onderscheid is tusschen dieren die in ’t water versmoord zyn en zulken die daar gevoelloos in leggen. Daar zyn voorbeelden van dingen die lang onder water zyn geweest; waarby men de scherpe koude dier landen voegen kan, die de verrotting belet. Wie zou gedagt hebben dat men slakken en polypes in stukken snyden kon, en dat zy de afgesneden stukken van hun lichaam wederom konden voortbrengen, indien dit niet ene daad was? Men behoort de Natuurlyke[7]historie te beoeffenen als zynde ene verzameling van daden, en niet als de Historie van onzegissingenen meningen. De Natuur is op ene oneindige wys verscheiden, en de Voorzienigheid heeft den aard der dieren en hunne huishouding zeer onderscheiden gemaakt, en alles geschikt naar de verschillende jaargetyden en lugtstreken. Ik oordeelde dezen langen buitenstap nodig en te verschonen te zyn, des te meer omdat deze grote voorstanders der Natuurlyke Historie, de HerenCollinsonenPennant, beiden hebben beweerd, dat het onmogelyk was dat de Zwaluwen onder ’t water zouden in ’t leven blyven. Ik eerbiedige de geheugenis en de assche van den enen, en agte de vriendschap van den anderen ene eer voor my te zyn, dog ik ben verzekerd dat de waarheid altyd by hun boven hunne eigene meningen geschat geworden is, en dat zy altyd gereed waren om ene zedige tegenspraak te dulden, wanneer zy opregtelyk wordt voorgesteld, met inzigt om de waarheid te bevorderen, en met gevoelens van eerbied en dankbaarheid, gelyk ik in dit geval ben doende. F.↑3Linnæusnoemt zeHirundo riparia.↑4Musträd.Mousewood.↑5Bois de plomb.↑6DitCurrantsmoet wel onderscheiden worden van hetCurrantsdat men inEngelandheeft, en ’t welk hetRibes rubrumis. F.↑7Caprimulgus minor AmericanusCatesbyNat. Hist. ofCarolinavol. 3. t. 16.Edwards’sNat. Hist. of Birdst. 63.↑8Geitemelker.↑9Kungsfogel.↑10Veratrum album.↑11Juglans regia.↑12Malus Sylvestris, floribus odoratis.Gronov.Fl. Virg. p. 55.Pyrus coronaria.Linn.Sp. Pl. p. 480.↑13Dit kan zo zyn in de noordelyker landen vanEuropadan deNederlanden, dog daar gebeurt het dikwyls dat de vorst den bloeisem vernielt.↑14Linnæusnoemt zeAzalea nudiflora.↑15Azalea erecta,foliisovatis, integris, alternis, flore luteo, piloso, præcoci.Cold.Ebor. 25.↑16Linnæusnoemt dezen KikkerRana boans.Syst. Nat.T. 1. p. 358.CatesbyNat. Hist. of Carol.Vol.2. p. 72. heeft hem afgebeeld en beschreven onder den naam vanRana maxima Americana aquatica.↑17Cypressus thyoides.Linn.Sp. Pl. p. 1422.Cypressus Americana, fructu minimo.Miller’sGard. Diction.↑18Juniperus Virginiana.Linn.Sp. Pl. p. 114.↑19Juniperus communis.Linn.Sp. Pl. p. 1470.↑20Een Eiland in de RivierSt. Laurence, byMontrealinKanada.↑21Warglo; Felis Lynx,Linn.DeZwedenmaken gewag van twee soorten vanLynxen, het eneWargloof deWolflynx, en het anderKattloof deKatlynxgenaamd. De Duitschers maken het zelve onderscheid, en noemen het eersteWolf-luchs, en het andereKatz-luchs. Het eerste soort is het zwaarste, bruinrood, gemengd met wit en grauw op den rug, en wit naar den buik toe aan met bruine vlakken. Het laatste soort is kleinder, zyn huid is wat witagtiger en meer gespikkeld. F.↑22Anguis niger.ZieCatesby’sNat. Hist. of Carol. vol. a. p. 48. tab. 48.↑23Scutaabdominalia.↑24Sqamæ subcaudales.↑25Men heeft by ene herhaalde ondervinding bevonden, dat het byzondere kenmerk ’t welkLinnæusgebruikt om de soorten der Slangen te onderscheiden, ontleend van derzelverscuta abdominaliaencaudalia, ofsquamæ subcaudales, in Slangen van het zelve soort grotelyks verschilt, zo dat ’er dikwyls een verschil plaats heeft van tien of meer. Somtyds is het gehele getal der schilden een behulp om het soort uittevinden, mits men verdagt zy of de Slang ook by geval haren staart verloren hebbe en die weder aangegroeid zy, in welk geval men zig van dit kenmerk niet kan bedienen. Dit kenmerk is zo zeker en goed niet als men wel wenschen zoude; dog de tekens ontleend uit de kleur, vlakken of strepen, en diergelyken, zyn ook niet standvastig; en derhalven is het beter zig aan een onvolmaakt kenmerk te houden dan ’er geen te hebben. De tyd en ene grondiger kennis van dit gedierte zullen misschien deszelfs natuurlyke kenmerken nader en zekerder doen vaststellen. F.↑26Deze aanmerkingen werpen ook ene grote zwarigheid op de uitlegging dezer zaak, hier boven I. D. bl. 137. in ene Aantekening door den HeerForstergegeven, welke uitlegging anders niet onaannemelyk scheen.↑27Dat onder de sterke dranken deRumde minst schadelyke is, komt voornamelyk van hare balsemagtige eigenschap, die zy van de suiker krygt, welke de brandende kragt, allen sterken dranken eigen,matiger. Hoe ouder deRumis zoo veel te meer wordt deze brandende eigenschap verminderd. Dit is onlangs, volgens de ontwyfelbaarste gronden der Scheikunde, door den HeerDossie, met duidelyke proeven, bewezen, F.↑28DeNew YorkscheSteuren, die ik dit jaar overgebragt heb gezien, hadden korte stompe neuzen, daar deEngelschenlange snoeten hebben. F.↑29De HeerKalmbedriegt zig als hy denkt dat op de toppen dezer bergen niets wil wassen van wege de kragt der zonne aldaar, dewyl het algemeen bekend, en op de ondervinding gegrond is, dat de zon zo grote uitwerking niet maakt op de toppen der bergen als in de dalen, en de koude verhindert dikwyls het hout op de toppen der bergen te wassen.↑30Agaricus.↑31Acer rubrum.↑32Acersaccharinum.↑33Carex.↑34Dit gebruik zal men denkelyk van deHollandersontleend hebben.↑35Van hetFranschBatteaux.↑36Dit wordt volgens den O. S. gerekend.↑37Convolvulus Batatas.↑38Lampyris.↑39Fireflies.↑40Waterpoplar;Populus glaudulis variis basi foliorum adnexis, foliis cordato-deltoidibus, acuminatis,serrato-angulosis, utrimque glabris.Is dit dePopulus heterophyllavanLinnæus? F.↑41Sedert dat deEngelschenook meester vanKanadazyn moet hierin noodwendig verandering gekomen zyn.↑42Dat is die welke met den vrede vanAkenin ’t jaar 1748. geëindigd is.↑43Deze Reis gaf de HeerKalmuit gedurende den nu laatsten oorlog tusschen deFranschenenEngelschen.↑44Te weten deMohawks,Senekas,Kaijugaws,Onondagoes, enOnidoes.↑45De HeerForsterwil niet geloven dat deFranscheZendelingen het beter dan deEngelschengemaakt hebben; en ik denk het zelve met hem. “De HeerKalm,” zegt hy, “schynt hier niet wel onderrigt te wezen. DeFranscheGeestelyken hebben enige armeAmerikanentot hunnen Godsdienst en hunne belangen overgehaald. Dog uit het gedrag dezer Bekeerden in verscheiden oorlogen tusschen deFranschenenEngelschenbleek het, dat zy tot de gruwelykste wreedheden bekwaam waren, en zelfs meer dan hunne Heidensche Landsgenoten; en dus schynen zy eer bedorven dan bekeerd te zyn. Integendeel, deEngelschenhebben den Bybel in de taal van deWildenvanVirginieovergezet, en ’er velen van tot de ware kennis van God gebragt. En tegenswoordig hebben deAmerikaanscheliefdescholen, onder het opzigt van den HeerEleazar Wheelock, velen van deWildentot den waren God getrokken. De Maatschappy ter verbreiding van het Euangelium onder de Heidenen zendt alle jaren op hare eigene kosten, verscheiden’ Zendelingen onder deAmerikanen. Ook zyn deMoravische Broederenzeer yverig in het bekeren der Heidenen. Zo dat, indien de HeerKalmdit alles wat nauwkeuriger hadgadeslagen, hy veel gunstiger van den yver derEngelschenter uitbreiding van het Euangelium zoude geoordeeld hebben.”↑46Sinapis arvensis.↑47Deze Waterval is hier in print gebragt, zynde door denIngenieurLewis Evansgetekend.↑48Conserva.↑49Castor ZibethicusLinn.↑50Dit schynt ene nieuwe waarneming te zyn. Ten minsten,Linnæus,BuffonenSarrasinbeweren dat de Muskusratten alleen van denAcoras, een riet, en andere wortels leven. F.↑51Formica rufaLinn.↑52Carpinus ostryaLinn.↑53Dit is de woordelyke vertaling van hetZweedsche woord,Jätte-grytor. Zie de Verhandeling derZweedsche Maatschappy der Wetenschappenvoor het jaar 1743. bl. 122. en hierboven I. D. bl. 54. en 55.↑54Culex pulicaris.Linn.↑55Culex pipiens.↑56Acari Americani.↑57Bl. 19.↑58InZwedenen inRuslandis het de gewoonte onder allerlei soorten van menschen van alle week ten minsten eens te baden, het welk geschiedt door middel van ene kamer warm gemaakt door een kacchel, en dat tot zulk enen graad dat menschen die ’er niet aan gewend zyn ’er van stikken zouden. De hette wordt daar gemeenlyk vergroot door den hetenwaassemveroorzaakt door het smyten van gloeyende stenen in water. In deze baden baadt het gemene volk van beide geslagten inRuslanddooreen, gelyk deRomeinendeden, van de welken, gelykPlutarchusin ’t leven van Catoaantekent, deGriekendeze onbeschaafde en onbetamelyke gewoonte ontleend hebben, die zo algemeen werd, dat de KeizersAdriaanenMarcus Antoninusgenoodzaakt waren ’er wetten tegen te maken, die egter niet werden in agt genomen; want wy vinden dat de Kerkvergadering vanLaodiceaeen verbod tegens deze ergerlyke[74]gewoonte heeft gegeven. En dit niettegenstaande vinden wy kort daaraan dat lieden van allerlei staat, zelfs Priesters en Monniken, te gelyk met de vrouwen in ’t bad gingen. Van daar is waarschynlyk deze gewoonte naarRuslandovergegaan, toen het Christendom in dat Land wierd ingevoerd. Digt by het bad inRuslandis gemeenlyk een water, waarin het volk zig dompelt als zy door en door heet zyn, en in den winter rollen zy zig in de sneuw; en des zaterdags ziet men gewoonlyk voor het bad een deel mans en vrouwen geheel nakend, hebbende ieder enen bondel met roeden in de hand, waarmede zy malkander in het bad vriendelyk den rug kwispelen. F.↑59De HeerForstertekent hier aan, dat hy op zyne reizen in de Woestenyen boven de Rivier deVolgagelegenheid gehad heeft deze nuttigheid der Thee ook te ondervinden.↑60By deEngelschengenaamdLake George.↑61“Hier, zegt de HeerForster, schynt de HeerKalmDr.Colden, Dr.Franklin, en den HeerBartram, te vergeten, die inNoord Amerikade natuur zo zorgvuldig hebben nagespoord. Hoe zoude zonder de vlyt derEngelschenin dit Werelddeel de planten die daar voortkomen zo menigvuldig wezen in de tuinen vanEngeland? De nieuwe uitgaaf van hetSystemavanLinnæustoont genoeg aan dat deEngelscheninAmerikazelfs veel meer dan deFranschenhebben toegebragt ter bevordering der Natuurlyke Historie. In de andere takken der wetenschappen overtreffen deEngelscheninAmerikadeFranscheninKanadazeer ver, getuigen zo vele instellingen en opgeregte boekeryen ter bevordering der geleerdheid, die men in deEngelscheVolkplantingen vindt, en waarvan deFranscheninKanadaweinig wisten voor dat dat Land in de handen derEngelschenviel. Om niet te spreken van de voortbrengsels van verscheiden inAmerikageborene geesten.”↑62Het Land derIllinoizenlegt op de RivierOhio, digt by de plaats waar deEngelschenenig gebeente gevonden hebben, dat men veronderstelde van Elefanten te zyn. Zie I. D. Bl. 60. in de Aantekening.↑63Dandelion, byLinnæusLeontodon Taraxacum.↑64Dit noemen deEngelschenPaddling.↑65Marmor schistosumLinn.vol. 3. p. 40.Marmor unicolor nigrum.[87]Waller. Min. p. 61. n. 2.Lime-slates, schistus calcareus.ForsterIntrod. to Mineral. p. 9.↑66Lithophyta.↑67Madreporæ.↑68Hondendood met eironde bladen.↑69Vloikruid.↑70I. Deel bl. 36.↑71Ook wil men dat zy een dodelyk vergift voor honden, wolven en ander vee is; waarom zy ook Hondendood genoemd wordt. Zie den nieuwen druk vanChomelHuish. Woord.op het woordApocynum.↑72Arctium Lappa.↑73Asclepias SyriacaLinn.Le Cotonier.↑74Zie daar bl. 284. DeStillingia sylvatica, zegt de HeerForster, is waarschynlyk een van deze wortelen.↑75Tænia.↑76Loups marins.↑77ZesFrancs.↑78Abies foliis subtus argenteis.↑79Hier tekent de HeerForsterhet volgende aan. “Het schynt dat voor het toekomende de schone sex in deEngelscheVolkplantingen inNoord Amerikade verwytingen, die de HeerKalmdoet, niet zal verdienen, dewyl men berigt dat de Dames sedert malkander zoeken de loef aftesteken in het vervaardigen van het nodige voor hare huishoudingen, en dat in ’t algemeen een geest van nyverheid onder haar de overhand begint te nemen.”↑80Tetrao Logapus.↑81Pag. 72.↑82Maar zonden zy getemd zynde die voordelen die zy nu boven het tamme vee hebben, en die zy aan hunnen wilden staat moeten danken, niet verliezen? Zekerlyk, al het wilde gedierte dat tam gemaakt is geworden veraardt. F.↑83Le Cotonier.Dit is ook de naam dien zy derAsclopias Syriacageven. Zie bov. Bl. 89, 90.↑84Poaculmo compresso, panicula tenuissima, spiculis trifloris minimis, flosculis basi pubescentibus. Dus beschryft het de HeerKalm.↑85Tophus TubalcainiLinn.S. N. vol 3. p. 187. n. 5.Minera ferri subaquosa nigro cærulescens,WallerMiner. p. 263. Germ. Ed. p. 340. n. 3. ZieForsterMiner. p. 48.↑86Stink-rivier.↑87Vliegvogel.↑88Deze kalksteen schynt een mergel te zyn, of liever een soort van steenmergel; want men vindt ’er een witagtig soort van inKrimsch Tartarye, en digt byStivaofThebeinGriekenland, ’t welk deTurkenenTartarengebruiken om pypenkoppen te maken. Met kan in ’t eerst gemakkelyk doorgesneden worden, dog verkrygt naderhand groter vastigheid. F.↑89La haute & la basse ville.↑90Le Seminaire.↑91Gelyk hetNitrum SuillumvanLinn.S. N. vol. 3. p. 86. of deLapis Suillus prismaticusvanWallerMin. p. 59. 41. De HeerForsternoemt dien steenStink-stone. Introd. to Mineral. p. 40.↑92Zie hier ene aantekening van denEngelschenOverzetter. “De RivierSt. Laurencewas niet langer een voormuur tegens de overwinnendeBritsche[124]vloot in den laatsten oorlog. De Vestingwerken vanQuebecwaren toen ook niet in staat de wakkere aanvallen van hetEngelschheirte land te wederstaan. Dit stelde de goedeFranschjesinKanadaomtrent hunne gunstige gedagte aangaande de sterkte van hun land te loor. Thans zyn zy gelukkig door deze omwenteling der Fortuin, welke hen aan denBritschenRyksstaf onderworpen heeft, wiens zoete invloeden zy thans genieten.”↑93De Kruidkundigen kennen deze plant onder den naam vanPanax quinquefolium,foliis ternis quinatisLinn.Mat. Med.§. 116.Spec. Plant.p. 15. 12.Gronov.Fl. Virgin.p. 147. Zie ookCatesby’sNat. Hist. of Carol.vol. 3. p. 16. t. 16.LaffitauGins.51. t. 1.CharlevoixHist. de la Nouv. FranceTom. 4. p. 308. Fig. 13. en Tom. 5. p. 24.↑94Description de l’Empire de la Chine.Tom. 4, p. 9.↑95ZieOsbeck’sVoyage to China.Vol. 1, p. 223.↑96De HeerOsbeckschynt te twyfelen of deEuropersenige winst doen met den handel in denGinsenginChina, aangezien deChinezendeKanadaschewortels zo hoog niet schatten als deTartaarschen, waardoor de eersten nauwlyks half zo veel gelden als de laatsten. ZieOsbeck’sVoyage to China. Vol. 1. p. 223. F.↑97Dit strydt lynregt met het geen de HeerOsbeckverzekert. Zie bov. Bl. 125 in de Aant.↑98Dit is hetAdiantum pedatumvanLinn.Sp. Pl. p. 1557.Cornutusin zynCanadens. Plant. Historiap. 7. noemt hetAdiantum Americanum, en geeft by de beschryving ene afbeelding ’er van, p. 6.↑99Maiden-hair.↑100Adiantum Capillus Veneris.↑101Solanum tuberosum.↑102Convolvulus Batatas.↑103Dit is een soort van Kool met lange ronde eetbare wortelen, die boven den grond wassen, waarin zy vanBrassica Napobrassicaverschilt, welker wortels onder den grond groeyen. Beide de soorten zyn gemeen inDuitschland, en de eerste inItalie. F.↑104Dit schynt zeer waarschynlyk te wezen, want wy vinden inMarco Paolo, datKublai Khan, een van de Opvolgers vanGenghis Khan, na de zuidelyke delen vanChinate hebben overmeesterd, ene vloot uitzond omJapan, of, gelyk zy het noemden,Nipan-gri, te veroveren; dog een geweldige storm beliep de vloot, en geen schip is er oit van te regt gekomen.Waarschynlyk wierden enigen van deze schepen op de Kust vanAmerikagesmeten, die, regt over de groteAmerikaanscheMeren, tusschen de 40, en 30.gr. N.legt; en het scheepsvolk zal naar alle gedagte deze gedenktekens hebben opgerigt, en de voorvaders zyn geweest van enige volken,Mozemleksgenaamd, die enigsins beschaafd zyn. En ander gedeelte dezer vloot schynt op de kust vanMexikogeraakt te zyn, en denoorsprongaan hetMexikaanscheRyk gegeven te hebben, het welk, volgens de verhalen derMexikanenzelven, zo als ons deSpanjaardenberigten, niet zeer oud is; zo dat zy nauwlyks meer dan zeven VorstenvoorMotezuma den twedenweten optenoemen, die regeerde ten tyde dat deSpaanschenonderFernando Cortezdaar in het jaar 1519. aanlandden. Gevolgelyk begon de eerste dezer Vorsten in het jaar 1270. te regeren, onderstellende dat elk van hun drieëndertig jaar en vier maanden geregeerd heeft, en men daar de zestien jaren vanMotezumabydoet, omtrent welken tydKublai Khan, de overweldiger van geheelChinaen vanJapan, op den troon zat, onder wiens regering ik meen dat de gemelde ongelukkige togt opJapanwerd ondernomen, dieAmerikavan beschaafde inwoonders zal voorzien hebben. Daar is, indien ik my niet bedrieg, ene grote overeenkomst tusschen de gedaante van de Afgodsbeelden derMexikanenen die van[130]zulkeTartarendie den godsdienst van denDalaï Lamaaankleven, welken godsdienstKublai Khanhet eerst by deMogulsheeft ingevoerd. DeWildenvanAmerikaschynen enen anderen oorsprong te hebben, en zyn waarschynlyk afkomstig van deJukaghirienTkhuktkhi, die in enigen der noordoostelyke delen vanAsiawonen, van waar, volgens de berigten derRussen, de overtogt naarAmerikaniet zeer lang is. De woestheid dier twee volken, gelyk aan die der wildeAmerikanen, de gewoonte van zig het aangezigt te beschilderen, hunne gesteldheid op sterke dranken, waarvan zig ’er deJukaghirienigen uit vergiftige en bedwelmende paddenstoelen weten te bereiden, welken zy van deRussenkopen, en vele andere overeenkomsten, tonen duidelyk aan dat de beide volken den zelven oorsprong hebben. DeEskimausschynen een en het zelve volk met deGroenlanders, deSamoyedenen deLaplandenste wezen.Zuid Amerika, en byzonderlykPeru, is waarschynlyk uit het grote onbekendeZuidlandbevolkt, het welk digt byAmerikalegt. F.↑105Dit stuk is nog niet uitgegeven.↑106Lichen rangiferinus.↑107Pour faire un Recollet il faut une hachette, pour un Prêtre un ciseau, mais pour un Jesuite il faut un pinceau.↑108Spiculæ tri- vel quadrifloræ minimæ, semina basi pubescentia.↑109Hier volgt in ’tHoog Duitschwederom ene breedvoerige beschryving van de omheiningen die men inAmerikagewoon is om de akkers te maken, het welk wy als vervelend en voor onzen Lezer van geen nut hebben overgeslagen, gelyk ook deEngelscheoverzetter gedaan heeft.↑110“Ik heb het ene soort van dezen boom, door deFranschenCerisiergenoemd, in myn Dagboek dus beschreven;” zegt de HeerKalm. “Cerasus[144]foliis ovatis serratis, serraturis profundis fere subulatis, fructu racemoso.Het andere dus:Cerasus foliis lanceolatis, crenato-serratis, acutis, fructu fere solitario.↑111Helleborus trifolius.↑112Helianthus annuus.↑113Verscheiden proeven hebben bewezen dat een vogt in een ander vogt gedompeld,[148]en dan aan de lugt om uittewaassemen bloot gesteld, zeer koud wordt; en hoe schielyker de uitwaasseming na herhaalde indompelingen voortgaat te sterker is de koude. Dit is de reden dat de wyngeest, die meer uitwaassemt dan water, ook meer verkoelt dan water, en dat despiritus salis Ammoniaci, die nog vlugger is dan de wyngeest, ene nog groter kragt van verkoeling heeft. De uitwaasseming gelukt het best als men het vat waarin het vogt is beweegt, het aan de lugt bloot stelt, of ’er met een paar blaasbalgen op blaast. Ziede MairanDissert. sur la Glace;RichmaninNov. Comment. Petropol.ad ann. 1747. & 1748. p. 284. en Dr.CulleninThe Edinb. physical and literary Essays and Observationsvol. 2. p. 145. F.↑114Het is bekend dat alle bomen ieder jaar maar enen nieuwen kring maken, zo dat men ’er den ouderdom van den boom, en den spoed waarmede hy groeit, uit kan opmaken. F.↑115Polypodium fronde pinnata, pinnis alternis ad basin superne appendiculatis.↑116WaarschynlykOnidoes, zegt de HeerForster.↑117Venus mercenariaLinn.↑118Triglochin.↑119Waarschynlyk was die aarde bezwangerd met deeltjes van kopererts.↑120De grote Rivier.↑121Vitis Labrusca & vulpina.↑122Saxum micaceo quarzoso calcarium.↑123Zie Bl. 115.↑124Het beroemdeMoose-deeris niets anders dan een Eland, want niemant kan ontkennen, datMoose-deervanMusuofMoesafkomt, want deUop ’t laatst van dit woord spreken deAlgonkinsbyna niet uit. Voor dat deIroquoizen, of deVyf Volken, zo magtig wierden als zy nu zyn, waren deAlgonkinshet voornaamste volk vanNoord Amerika, en hunne taal was in gebruik over het grootste gedeelte van dat land. En, schoon zy byna geheel door deIroquoizenuitgeroeid zyn, is nogthans hunne taal meer in gebruik inKanadadan enige andereAmerikaanschetaal. F.↑125Histoire de la Nouvelle France.T. II. p. 125.↑126Sterna Hirundo.↑127Seigle de mer.↑128Vinland det goda, ofhet goede Wynland, is de naam dien de oudeSkandinavischeZeelieden aanAmerikagaven, het welk zy lang voorColumbustyd ontdekt hebben. ZieTorfæiHistoria Vinlandiæ antiquæ, seu partis Americæ Septentrionalis. Hafniæ 1715. in 4to. F.↑129Crithmum.↑130Pinus foliis geminis longis; ramis triplici fasciculo foliorum terminatis, conis ovatis lævibus.Flor. Canad.↑131Boven Bl. 115.↑132In geheelPolen,Rusland,Turkye, enTartaryerookt men uit pypen van een soort van steenmergel gemaakt, waaraan men lange houten stelen vast maakt; tot welk einde men gemeenlyk de jonge scheuten gebruikt van een soort vanSpiræa, waarin een merg zit dat men ’er ligt kan uitdoen. Dit soort van steenmergel wordt gemeenlykZeeschuimgenoemd, omdat het zo zagt is. DeKrimsche Tartarennoemen hetKaffekil. Men maakt allerhande figuren op deze pypenkoppen, en beslaat ze dikwyls met zilver. F.↑133Phoca vitulina.Linn.↑134Trichechus RosmarusLinn.↑135Enigen van de zogenaamdeMoravische Broedersmet enigeGroenlandersinTerra Labradorzynde gekomen, namen deEskimausde vlugt voor hen; dog een derGroenlandersriep hun toe in zyne taal. DeEskimaushem horende roepen, en zyne taal verstaande, bleven ten eersten staan, kwamen terug, en waren blyde enen landsman gevonden te hebben; en waarheen zy zig begaven vertelden zy onder deEskimausdat een van hunne landslieden aangekomen was. “Dit bewyst,” zegt de HeerForster, “dat deEskimauseen geslagt zyn verschillende van alle deEuropischeVolken, dewyl deGroenlandschetaal gene overeenkomst heeft met enigeEuropische.” Zie over deGroenlandschetaalHans EgedeBeschryving van Oud GroenlandHoofdst. 16. enAndersonBeschryving vanYslandenz. Bl. 202. en 244.↑136De HeerForsterwyst zynen Lezer, die meer van deEskimausbegeert te weten, naarHenry Ellis’sAccount of a Voyage to Hudson’s Bay by the Dobbs Galley and California. &c. enThe Account of a Voyage for the Discovery of a Northwest Passage by Hudsons streights, by the Clerk of the California, twee delen in 8vo. enCrantzHistorie van Groenland, welk boek in ’tNeder Duitschis overgezet.↑137De vermindering van het hout is het alleen niet waardoor delugtsgesteldheidvan een land veranderd wordt, maar de bevolking en de bebouwing zyn het voomamelyk. DeRomeinenhielden de winters inEngelanden inDuitschlandvoor zeer gestreng; dog gelukkiglyk genieten die twee landen tegenswoordig ene veel zagtere lugt, het geen men aan de drie genoemde oorzaken moet toeschryven. ByPetersburgop 60.gr. N.werd de Rivier deNevain ’t begin van December 1765. met ys bedekt, en raakte van het zelve niet vry voor den 11. April 1766. TeTsaritsin, leggende op 48.gr.40.min. N.was de Rivier deVolgareeds den 26. November 1765. toegevroren, en het ys raakte los den 27. April O. S. Het is byna ongelooflyk dat op ene plaats die by de twaalf graden meer zuidwaards ligt, de koude langduriger en sterker zoude zyn dan meer noordelyk. En schoon ’er in den omtrek vanPetersburgvele bosschen zyn, was daar egter de koude min gestreng en langdurig.Tsaritsinin tegendeel heeft in de nabuurschap gene bosschen op den afstand van enige honderdEng.mylen, indien men enige enkelde bomen en wat kreupelhout langs deVolgaen op de eilanden in dezelve uitzondert. Oostwaards aan vindt men gedurende vele honderd mylen niets dan ruime vlaktens zonder hout. Het omhouwen van het geboomte kan dan alleen de lugt niet zagter maken, maar het bebouwen van het land doet ’er meer toe. Op een beploegd veld smelt de sneuw altyd veel vroeger dan op een land met gras bewassen. De ontvlambare en warme deeltjes, die met de mist op een land gebragt worden, brengen veel toe om de gestrengheid der lugt te matigen; maar de uitwaassemingen van vele duizenden van menschen en vee in een wel bevolkt land, het branden van zo vele warmte veroorzakende deeltjes, en het verspreiden van dezelven door den dampkring, zyn het die uitermate veel toebrengen tot het verzagten van de lugtsgesteldheid. Honderd vierkante mylen rondomTsaritsinbevatten zo veel bebouwd land niet als tien rondomPetersburg. Het bebouwde land is in evenredigheid met het getal van de inwoonders dier twee plaatsen, en dit maakt het grootste onderscheid in de lugtsgesteldheid. Daar is nog iets.Petersburgligt digt aan zee, enTsaritsinver binnen in het land; en[183]in ’t algemeen heeft men opgemerkt dat plaatsen aan zee gelegen ene zagtere lugtsgesteldheid hebben dan anderen. Deze weinige aanmerkingen zullen, denk ik, voldoen om reden te geven van de veranderingen in de lugtsgesteldheden der landen, die, ontwyffelbaar, warmer en gematigder worden naar mate de bevolking en de landbouw toenemen. F.↑138Cornus sanguinea.Linn.↑139Orignacs.↑140Cariboux.↑141Loup-cerviers.↑142Histoire de laNouv. France.Tom. 6. p. 158.↑143De Schryver heeft deze lyst in ’tFranschmedegedeeld uit vrees van zig misschien anders niet volkomen juist uittedrukken.↑144Histoire de la Nouvelle FranceTom. 6. p. 415.↑145Annona muricata.↑146Fagus pumila.↑147Epinette blanche.De wys van dit Bier te brouwen heb ik in deVerhandeling[204]der Kon. Maatschappyvoor hetjaar1751. bl. 190. omstandiglyk beschreven.↑

1Deze drie stippen zyn den meesten Insekten eigen, en moeten by gevolg niet voor kentekens van een byzonder soort worden gehouden. Men noemt zeStemmata, en zy zyn een soort van ogen, dienende om in de verte te zien, gelyk hunne andere ogen dienen om naby zynde voorwerpen te beschouwen. F.↑2Het is een stuk dat onder de Natuurkundigen in verschil staat, of de Zwaluwen, wanneer zy in de noordelyke landen verdwynen, naar warmer gewesten verhuizen, dan of zy in holle bomen en gaten in rotsen kruipen, en daar den winter ongevoelig doorbrengen, dan eindelyk of zy zig onder water verbergen en met den aanvang der lente weder te voorschyn komen. De twee eerste gevoelens hebben de meeste goedkeuring verworven, het laatste is by velen als een spreukje uitgejouwd. Maar de Natuurlyke Historie, gelyk alle andere Historien, steunt niet altyd op ene innerlyke waarschynlykheid, dog op daden, gegrond op het getuigenis van geloofwaardige lieden. Men heeft zelden Zwaluwen in ’t water zien wegduiken; Zwaluwen zyn niet met zulke werktuigen geschapen als kikkers en hagedissen, die des winters ongevoelig zyn; by gevolg kunnen de Zwaluwen des winters niet onderwater leven.—Zulk ene wys van redeneren, denk ik, zou ons te ver voeren in vele gevallen; want, schoon men niet wel begrypt hoe Zwaluwen onder water leven kunnen, zoude het egter waar kunnen zyn. Hagedissen en kikkers zyn dieren al te zeer van de Zwaluwen verschillende, dan dat de laatsten van een diergelyk maaksel als de eersten zyn zouden. De beer en de bergrot zyn in den winter in enen gevoellozen staat, en hebben egter gene werktuigen gelyk de kikkers en hagedisssen, en niemant twyffelt ’er aan dat zy in de ruwste lugtstreken in enen staat van gevoelloosheid zyn. De bewoonders derAlpesgraven de hollen der marmotten op, en vinden ze in enen gevoellozen staat, zo dat zy hun den hals afsnyden kunnen zonder dat de dieren het minste teken van leven geven. Dog als men den slapenden marmot in een warm vertrek brengt en voor het vuur plaatst, wordt hy levendig. Derhalven moet de vraag door daden worden beslist, en die ontbreken hier niet. Dr.Wallerius, die beroemdeZweedschescheikundige, schreef in ’t jaar 1748. den 6. Sept. O. S. aan den HeerKlein, Geheimschryver der stadDantzig, dat hy meer dan eens de Zwaluwen op het riet zig had zien verzamelen, tot dat zy allen in ’t water wegzonken, na dat zy, als ware het, een kwartier lang een doodlied gezongen hadden. Ook getuigt hy dat hy ene Zwaluw gezien heeft die in den winter met een net uit een poel gehaald was, zynde, gelyk dit in de noorder landen gewoonlyk is, onder het ys gezonken, welke in ene warme kamer gebragt zynde by zig kwam, begon te vliegen, dog kort daarna stierf.De HeerKleinvervoegde zig aan sommige algemene Pagters in de landen des Konings vanPruissen, in wier landstreken vele wateren waren, welker visschery een deel uitmaakte van hunne inkomsten, en die het voordeligst in den winter is onder het ys, geschiedende met netten die meer dan twee of driehonderd vademen zig uitstrekken, zo dat zy dikwyls met werktuigen van wegens hunne zwaarte, moeten worden opgehaald. Nu alle de volgende personen[5]ondervraagd zynde hebben voor de wethouderschap onder ede het volgende betuigd. I. De Moeder der Gravin vanLehndorfzeide, dat zy enen klomp van Zwaluwen gezien had, gehaald uit hetFrisch Haff, een Meer dat byPillaugemeenschap heeft met deOostzee, welken, in een matiglyk warm vertrek gebragt zynde levendig wierden en begonnen te vliegen. II. De Graaf vanSchliebengaf een bezegeld getuigschrift, behelzende, dat des winters in het Meer, behorende aan zyn Landgoed vanGerdauen, visschende, hy verscheiden Zwaluwen in het net kreeg, waarvan hy ’er ene opnam, ze in een warm vertrek bragt, alwaar zy, een half uur gelegen hebbende, zig begon te bewegen, en een half uur daarna herom te vliegen. III. De AmptmanWitkowskibetuigde, dat in het jaar 1740. drie Zwaluwen in een net opgehaald wierden in het grote Meer teDidlacken. In het jaar 1741. kreeg hy twee Zwaluwen uit een ander deel van het Meer en bragt ze naar huis, dewyl zy in zyn byzyn gevangen waren. Na den tyd van een uur wierden zy allen in ene warme kamer levendig, vlogen, en stierven drie uren daarna. IV. De AmptmanBonkezeide, dat hy, het LandgoedKleskowin pagt hebbende, negen Zwaluwen in een net van onder het ys had zien ophalen, die hy allen in ene warme kamer bragt, waar hy duidelyk zag hoe zy allengskens bykwamen, dog zy stierven allen kort daarna. Ene andere reis kreeg zyn volk weder enige Zwaluwen in een net, dog hy deed ze weder in ’t water smyten. V.Andries Rutta, een Visscher teOletsko, getuigde in ’t jaar 1747. dattweeëntwintigjaar geleden hy in een net twee Zwaluwen optrok van onder het ys van daan, die in ene warme kamer bykwamen. VI.Jakob Kosiulo, ook een Visscher teStradauen, betuigde dat in ’t jaar 1736. hy in een net van onder, het ys op het Meer teRatskiene dood schynende Zwaluw optrok, die binnen een half uur in een warm vertrek bykwam, dog een kwartier uurs daarna zwak wierd en kort daarop overleed. VII. Ik kan my zelven onder de ooggetuigen rekenen van deze vreemde stelling in de Natuurlyke Historie. In het jaar 1735. in den winter, zag ik, een kleine jonge zynde, verscheiden’ Zwaluwen door enen Visscher uit deWeisselin myn vaders huis brengen, waarvan ’er twee in een warme kamer zynde gebragt bykwamen, en aan ’t vliegen gingen. Ik zag dat ze verscheiden’ malen op den kacchel gingen zitten, en het heugt my dat zy den zelven morgen nog stierven, en dat ik ze dood in myne handen had.In het jaar 1754. na den dood van mynen OomGodefried Wolf, Kapitein in het RegimentPoolsche Gardeste voet, een van wiens erfgenamen ik zelf was, bestierde ik ten behoeven myner medeërfgenamen verscheiden landgoederen, geheten deStarostyvanDirschauinPoolsch Pruissen, die myn overleden Oom van den Koning had gepagt. In Januari beval ik onder het ys van het Meer vanLybsbaute visschen, en in myne tegenwoordigheid wierden ’er[6]verscheiden Zwaluwen opgehaald, welken de Visscher weer in ’t water smeet, uitgenomen ene, die ik zelf in huis bragt, hetwelk vyf mylen van daar lag, waar zy bykwam, dog kort daaraan overleed. Dit zyn daden bevestigd door lieden van den hoogsten rang, waarvan sommigen openbare ampten bekleedden, of door anderen, die, schoon van minder aanzien, dezelven met eden bevestigd hebben. Het is onmogelyk te onderstellen, dat alle deze lieden zonder onderscheid belang gehad zouden hebben van ene onwaarheid als ene gebeurde zaak optegeven. Het is dan zeer waarschynlyk, of liever het is onbetwistbaar waar, dat in de noordelyke landen de Zwaluwen gedurende den winter zig in het water verbergen, en daar in enen staat van gevoelloosheid blyven tot dat de warmte in de lente ze weder levendig maakt. Derhalven, dunkt my, moest de stelling dus worden voorgesteld, “de Zwaluwen inSpanje,Italie,Frankryk, en misschien sommigen inEngeland, verhuizen naar warmer lugtstreken. Anderen inEngeland, sommigen inDuitschlanden andere gematigde gewesten, begeven zig in spleten en holen in de bergen en klippen, en blyven daar in enen staat van ongevoeligheid. In de kouder landen verbergen zy zig in ’t water, en blyven daar den winter over zonder gevoel onder het ys.” Dog daar zyn enige tegenwerpingen tegen dit laatste gevoelen, die wy moeten oplossen. Men zegt, hoe komt het dat de visschen en andere viervoetige waterdieren de Zwaluwen onder het water niet opvreten? Het antwoord is gereed. De Zwaluwen kiezen alleen tot haar winterverblyf zulke plaatsen die digt by ’t riet zyn, zo dat zy tusschen het zelve in nederzinkende bevryd zyn voor de gulzigheid harer vyanden. Anderen werpen tegen; waarom haalt men gene Zwaluwen uit waters daarmen gedurig met netten in vischt? Ik denk, dat het zo even gegeven antwoord ook op deze vraag past. De Visschers dragen zorg met hunne netten die plaatsen te vermyden waar veel riet staat, uit vrees van in het zelve vastteraken en de netten te scheuren; en dus is de legging der Zwaluwen onder ’t water oorzaak dat zy zelden in haar winterverblyf gestoord worden. Wat deze mening nog verder beveiligt is, dat men noit inPruissenZwaluwen uit het water gehaald heeft als in dat gedeelte van het net dat langs het riet ging, en somtyds zaten de Zwaluwen met hare poten vast aan het riet wanneer zy met het net wierden opgetrokken. En wat de zwarigheid aangaat hoe zy zo lang onder water kunnen zyn zonder te verrotten, schynt het my toe, dat ’er een wezenlyk onderscheid is tusschen dieren die in ’t water versmoord zyn en zulken die daar gevoelloos in leggen. Daar zyn voorbeelden van dingen die lang onder water zyn geweest; waarby men de scherpe koude dier landen voegen kan, die de verrotting belet. Wie zou gedagt hebben dat men slakken en polypes in stukken snyden kon, en dat zy de afgesneden stukken van hun lichaam wederom konden voortbrengen, indien dit niet ene daad was? Men behoort de Natuurlyke[7]historie te beoeffenen als zynde ene verzameling van daden, en niet als de Historie van onzegissingenen meningen. De Natuur is op ene oneindige wys verscheiden, en de Voorzienigheid heeft den aard der dieren en hunne huishouding zeer onderscheiden gemaakt, en alles geschikt naar de verschillende jaargetyden en lugtstreken. Ik oordeelde dezen langen buitenstap nodig en te verschonen te zyn, des te meer omdat deze grote voorstanders der Natuurlyke Historie, de HerenCollinsonenPennant, beiden hebben beweerd, dat het onmogelyk was dat de Zwaluwen onder ’t water zouden in ’t leven blyven. Ik eerbiedige de geheugenis en de assche van den enen, en agte de vriendschap van den anderen ene eer voor my te zyn, dog ik ben verzekerd dat de waarheid altyd by hun boven hunne eigene meningen geschat geworden is, en dat zy altyd gereed waren om ene zedige tegenspraak te dulden, wanneer zy opregtelyk wordt voorgesteld, met inzigt om de waarheid te bevorderen, en met gevoelens van eerbied en dankbaarheid, gelyk ik in dit geval ben doende. F.↑3Linnæusnoemt zeHirundo riparia.↑4Musträd.Mousewood.↑5Bois de plomb.↑6DitCurrantsmoet wel onderscheiden worden van hetCurrantsdat men inEngelandheeft, en ’t welk hetRibes rubrumis. F.↑7Caprimulgus minor AmericanusCatesbyNat. Hist. ofCarolinavol. 3. t. 16.Edwards’sNat. Hist. of Birdst. 63.↑8Geitemelker.↑9Kungsfogel.↑10Veratrum album.↑11Juglans regia.↑12Malus Sylvestris, floribus odoratis.Gronov.Fl. Virg. p. 55.Pyrus coronaria.Linn.Sp. Pl. p. 480.↑13Dit kan zo zyn in de noordelyker landen vanEuropadan deNederlanden, dog daar gebeurt het dikwyls dat de vorst den bloeisem vernielt.↑14Linnæusnoemt zeAzalea nudiflora.↑15Azalea erecta,foliisovatis, integris, alternis, flore luteo, piloso, præcoci.Cold.Ebor. 25.↑16Linnæusnoemt dezen KikkerRana boans.Syst. Nat.T. 1. p. 358.CatesbyNat. Hist. of Carol.Vol.2. p. 72. heeft hem afgebeeld en beschreven onder den naam vanRana maxima Americana aquatica.↑17Cypressus thyoides.Linn.Sp. Pl. p. 1422.Cypressus Americana, fructu minimo.Miller’sGard. Diction.↑18Juniperus Virginiana.Linn.Sp. Pl. p. 114.↑19Juniperus communis.Linn.Sp. Pl. p. 1470.↑20Een Eiland in de RivierSt. Laurence, byMontrealinKanada.↑21Warglo; Felis Lynx,Linn.DeZwedenmaken gewag van twee soorten vanLynxen, het eneWargloof deWolflynx, en het anderKattloof deKatlynxgenaamd. De Duitschers maken het zelve onderscheid, en noemen het eersteWolf-luchs, en het andereKatz-luchs. Het eerste soort is het zwaarste, bruinrood, gemengd met wit en grauw op den rug, en wit naar den buik toe aan met bruine vlakken. Het laatste soort is kleinder, zyn huid is wat witagtiger en meer gespikkeld. F.↑22Anguis niger.ZieCatesby’sNat. Hist. of Carol. vol. a. p. 48. tab. 48.↑23Scutaabdominalia.↑24Sqamæ subcaudales.↑25Men heeft by ene herhaalde ondervinding bevonden, dat het byzondere kenmerk ’t welkLinnæusgebruikt om de soorten der Slangen te onderscheiden, ontleend van derzelverscuta abdominaliaencaudalia, ofsquamæ subcaudales, in Slangen van het zelve soort grotelyks verschilt, zo dat ’er dikwyls een verschil plaats heeft van tien of meer. Somtyds is het gehele getal der schilden een behulp om het soort uittevinden, mits men verdagt zy of de Slang ook by geval haren staart verloren hebbe en die weder aangegroeid zy, in welk geval men zig van dit kenmerk niet kan bedienen. Dit kenmerk is zo zeker en goed niet als men wel wenschen zoude; dog de tekens ontleend uit de kleur, vlakken of strepen, en diergelyken, zyn ook niet standvastig; en derhalven is het beter zig aan een onvolmaakt kenmerk te houden dan ’er geen te hebben. De tyd en ene grondiger kennis van dit gedierte zullen misschien deszelfs natuurlyke kenmerken nader en zekerder doen vaststellen. F.↑26Deze aanmerkingen werpen ook ene grote zwarigheid op de uitlegging dezer zaak, hier boven I. D. bl. 137. in ene Aantekening door den HeerForstergegeven, welke uitlegging anders niet onaannemelyk scheen.↑27Dat onder de sterke dranken deRumde minst schadelyke is, komt voornamelyk van hare balsemagtige eigenschap, die zy van de suiker krygt, welke de brandende kragt, allen sterken dranken eigen,matiger. Hoe ouder deRumis zoo veel te meer wordt deze brandende eigenschap verminderd. Dit is onlangs, volgens de ontwyfelbaarste gronden der Scheikunde, door den HeerDossie, met duidelyke proeven, bewezen, F.↑28DeNew YorkscheSteuren, die ik dit jaar overgebragt heb gezien, hadden korte stompe neuzen, daar deEngelschenlange snoeten hebben. F.↑29De HeerKalmbedriegt zig als hy denkt dat op de toppen dezer bergen niets wil wassen van wege de kragt der zonne aldaar, dewyl het algemeen bekend, en op de ondervinding gegrond is, dat de zon zo grote uitwerking niet maakt op de toppen der bergen als in de dalen, en de koude verhindert dikwyls het hout op de toppen der bergen te wassen.↑30Agaricus.↑31Acer rubrum.↑32Acersaccharinum.↑33Carex.↑34Dit gebruik zal men denkelyk van deHollandersontleend hebben.↑35Van hetFranschBatteaux.↑36Dit wordt volgens den O. S. gerekend.↑37Convolvulus Batatas.↑38Lampyris.↑39Fireflies.↑40Waterpoplar;Populus glaudulis variis basi foliorum adnexis, foliis cordato-deltoidibus, acuminatis,serrato-angulosis, utrimque glabris.Is dit dePopulus heterophyllavanLinnæus? F.↑41Sedert dat deEngelschenook meester vanKanadazyn moet hierin noodwendig verandering gekomen zyn.↑42Dat is die welke met den vrede vanAkenin ’t jaar 1748. geëindigd is.↑43Deze Reis gaf de HeerKalmuit gedurende den nu laatsten oorlog tusschen deFranschenenEngelschen.↑44Te weten deMohawks,Senekas,Kaijugaws,Onondagoes, enOnidoes.↑45De HeerForsterwil niet geloven dat deFranscheZendelingen het beter dan deEngelschengemaakt hebben; en ik denk het zelve met hem. “De HeerKalm,” zegt hy, “schynt hier niet wel onderrigt te wezen. DeFranscheGeestelyken hebben enige armeAmerikanentot hunnen Godsdienst en hunne belangen overgehaald. Dog uit het gedrag dezer Bekeerden in verscheiden oorlogen tusschen deFranschenenEngelschenbleek het, dat zy tot de gruwelykste wreedheden bekwaam waren, en zelfs meer dan hunne Heidensche Landsgenoten; en dus schynen zy eer bedorven dan bekeerd te zyn. Integendeel, deEngelschenhebben den Bybel in de taal van deWildenvanVirginieovergezet, en ’er velen van tot de ware kennis van God gebragt. En tegenswoordig hebben deAmerikaanscheliefdescholen, onder het opzigt van den HeerEleazar Wheelock, velen van deWildentot den waren God getrokken. De Maatschappy ter verbreiding van het Euangelium onder de Heidenen zendt alle jaren op hare eigene kosten, verscheiden’ Zendelingen onder deAmerikanen. Ook zyn deMoravische Broederenzeer yverig in het bekeren der Heidenen. Zo dat, indien de HeerKalmdit alles wat nauwkeuriger hadgadeslagen, hy veel gunstiger van den yver derEngelschenter uitbreiding van het Euangelium zoude geoordeeld hebben.”↑46Sinapis arvensis.↑47Deze Waterval is hier in print gebragt, zynde door denIngenieurLewis Evansgetekend.↑48Conserva.↑49Castor ZibethicusLinn.↑50Dit schynt ene nieuwe waarneming te zyn. Ten minsten,Linnæus,BuffonenSarrasinbeweren dat de Muskusratten alleen van denAcoras, een riet, en andere wortels leven. F.↑51Formica rufaLinn.↑52Carpinus ostryaLinn.↑53Dit is de woordelyke vertaling van hetZweedsche woord,Jätte-grytor. Zie de Verhandeling derZweedsche Maatschappy der Wetenschappenvoor het jaar 1743. bl. 122. en hierboven I. D. bl. 54. en 55.↑54Culex pulicaris.Linn.↑55Culex pipiens.↑56Acari Americani.↑57Bl. 19.↑58InZwedenen inRuslandis het de gewoonte onder allerlei soorten van menschen van alle week ten minsten eens te baden, het welk geschiedt door middel van ene kamer warm gemaakt door een kacchel, en dat tot zulk enen graad dat menschen die ’er niet aan gewend zyn ’er van stikken zouden. De hette wordt daar gemeenlyk vergroot door den hetenwaassemveroorzaakt door het smyten van gloeyende stenen in water. In deze baden baadt het gemene volk van beide geslagten inRuslanddooreen, gelyk deRomeinendeden, van de welken, gelykPlutarchusin ’t leven van Catoaantekent, deGriekendeze onbeschaafde en onbetamelyke gewoonte ontleend hebben, die zo algemeen werd, dat de KeizersAdriaanenMarcus Antoninusgenoodzaakt waren ’er wetten tegen te maken, die egter niet werden in agt genomen; want wy vinden dat de Kerkvergadering vanLaodiceaeen verbod tegens deze ergerlyke[74]gewoonte heeft gegeven. En dit niettegenstaande vinden wy kort daaraan dat lieden van allerlei staat, zelfs Priesters en Monniken, te gelyk met de vrouwen in ’t bad gingen. Van daar is waarschynlyk deze gewoonte naarRuslandovergegaan, toen het Christendom in dat Land wierd ingevoerd. Digt by het bad inRuslandis gemeenlyk een water, waarin het volk zig dompelt als zy door en door heet zyn, en in den winter rollen zy zig in de sneuw; en des zaterdags ziet men gewoonlyk voor het bad een deel mans en vrouwen geheel nakend, hebbende ieder enen bondel met roeden in de hand, waarmede zy malkander in het bad vriendelyk den rug kwispelen. F.↑59De HeerForstertekent hier aan, dat hy op zyne reizen in de Woestenyen boven de Rivier deVolgagelegenheid gehad heeft deze nuttigheid der Thee ook te ondervinden.↑60By deEngelschengenaamdLake George.↑61“Hier, zegt de HeerForster, schynt de HeerKalmDr.Colden, Dr.Franklin, en den HeerBartram, te vergeten, die inNoord Amerikade natuur zo zorgvuldig hebben nagespoord. Hoe zoude zonder de vlyt derEngelschenin dit Werelddeel de planten die daar voortkomen zo menigvuldig wezen in de tuinen vanEngeland? De nieuwe uitgaaf van hetSystemavanLinnæustoont genoeg aan dat deEngelscheninAmerikazelfs veel meer dan deFranschenhebben toegebragt ter bevordering der Natuurlyke Historie. In de andere takken der wetenschappen overtreffen deEngelscheninAmerikadeFranscheninKanadazeer ver, getuigen zo vele instellingen en opgeregte boekeryen ter bevordering der geleerdheid, die men in deEngelscheVolkplantingen vindt, en waarvan deFranscheninKanadaweinig wisten voor dat dat Land in de handen derEngelschenviel. Om niet te spreken van de voortbrengsels van verscheiden inAmerikageborene geesten.”↑62Het Land derIllinoizenlegt op de RivierOhio, digt by de plaats waar deEngelschenenig gebeente gevonden hebben, dat men veronderstelde van Elefanten te zyn. Zie I. D. Bl. 60. in de Aantekening.↑63Dandelion, byLinnæusLeontodon Taraxacum.↑64Dit noemen deEngelschenPaddling.↑65Marmor schistosumLinn.vol. 3. p. 40.Marmor unicolor nigrum.[87]Waller. Min. p. 61. n. 2.Lime-slates, schistus calcareus.ForsterIntrod. to Mineral. p. 9.↑66Lithophyta.↑67Madreporæ.↑68Hondendood met eironde bladen.↑69Vloikruid.↑70I. Deel bl. 36.↑71Ook wil men dat zy een dodelyk vergift voor honden, wolven en ander vee is; waarom zy ook Hondendood genoemd wordt. Zie den nieuwen druk vanChomelHuish. Woord.op het woordApocynum.↑72Arctium Lappa.↑73Asclepias SyriacaLinn.Le Cotonier.↑74Zie daar bl. 284. DeStillingia sylvatica, zegt de HeerForster, is waarschynlyk een van deze wortelen.↑75Tænia.↑76Loups marins.↑77ZesFrancs.↑78Abies foliis subtus argenteis.↑79Hier tekent de HeerForsterhet volgende aan. “Het schynt dat voor het toekomende de schone sex in deEngelscheVolkplantingen inNoord Amerikade verwytingen, die de HeerKalmdoet, niet zal verdienen, dewyl men berigt dat de Dames sedert malkander zoeken de loef aftesteken in het vervaardigen van het nodige voor hare huishoudingen, en dat in ’t algemeen een geest van nyverheid onder haar de overhand begint te nemen.”↑80Tetrao Logapus.↑81Pag. 72.↑82Maar zonden zy getemd zynde die voordelen die zy nu boven het tamme vee hebben, en die zy aan hunnen wilden staat moeten danken, niet verliezen? Zekerlyk, al het wilde gedierte dat tam gemaakt is geworden veraardt. F.↑83Le Cotonier.Dit is ook de naam dien zy derAsclopias Syriacageven. Zie bov. Bl. 89, 90.↑84Poaculmo compresso, panicula tenuissima, spiculis trifloris minimis, flosculis basi pubescentibus. Dus beschryft het de HeerKalm.↑85Tophus TubalcainiLinn.S. N. vol 3. p. 187. n. 5.Minera ferri subaquosa nigro cærulescens,WallerMiner. p. 263. Germ. Ed. p. 340. n. 3. ZieForsterMiner. p. 48.↑86Stink-rivier.↑87Vliegvogel.↑88Deze kalksteen schynt een mergel te zyn, of liever een soort van steenmergel; want men vindt ’er een witagtig soort van inKrimsch Tartarye, en digt byStivaofThebeinGriekenland, ’t welk deTurkenenTartarengebruiken om pypenkoppen te maken. Met kan in ’t eerst gemakkelyk doorgesneden worden, dog verkrygt naderhand groter vastigheid. F.↑89La haute & la basse ville.↑90Le Seminaire.↑91Gelyk hetNitrum SuillumvanLinn.S. N. vol. 3. p. 86. of deLapis Suillus prismaticusvanWallerMin. p. 59. 41. De HeerForsternoemt dien steenStink-stone. Introd. to Mineral. p. 40.↑92Zie hier ene aantekening van denEngelschenOverzetter. “De RivierSt. Laurencewas niet langer een voormuur tegens de overwinnendeBritsche[124]vloot in den laatsten oorlog. De Vestingwerken vanQuebecwaren toen ook niet in staat de wakkere aanvallen van hetEngelschheirte land te wederstaan. Dit stelde de goedeFranschjesinKanadaomtrent hunne gunstige gedagte aangaande de sterkte van hun land te loor. Thans zyn zy gelukkig door deze omwenteling der Fortuin, welke hen aan denBritschenRyksstaf onderworpen heeft, wiens zoete invloeden zy thans genieten.”↑93De Kruidkundigen kennen deze plant onder den naam vanPanax quinquefolium,foliis ternis quinatisLinn.Mat. Med.§. 116.Spec. Plant.p. 15. 12.Gronov.Fl. Virgin.p. 147. Zie ookCatesby’sNat. Hist. of Carol.vol. 3. p. 16. t. 16.LaffitauGins.51. t. 1.CharlevoixHist. de la Nouv. FranceTom. 4. p. 308. Fig. 13. en Tom. 5. p. 24.↑94Description de l’Empire de la Chine.Tom. 4, p. 9.↑95ZieOsbeck’sVoyage to China.Vol. 1, p. 223.↑96De HeerOsbeckschynt te twyfelen of deEuropersenige winst doen met den handel in denGinsenginChina, aangezien deChinezendeKanadaschewortels zo hoog niet schatten als deTartaarschen, waardoor de eersten nauwlyks half zo veel gelden als de laatsten. ZieOsbeck’sVoyage to China. Vol. 1. p. 223. F.↑97Dit strydt lynregt met het geen de HeerOsbeckverzekert. Zie bov. Bl. 125 in de Aant.↑98Dit is hetAdiantum pedatumvanLinn.Sp. Pl. p. 1557.Cornutusin zynCanadens. Plant. Historiap. 7. noemt hetAdiantum Americanum, en geeft by de beschryving ene afbeelding ’er van, p. 6.↑99Maiden-hair.↑100Adiantum Capillus Veneris.↑101Solanum tuberosum.↑102Convolvulus Batatas.↑103Dit is een soort van Kool met lange ronde eetbare wortelen, die boven den grond wassen, waarin zy vanBrassica Napobrassicaverschilt, welker wortels onder den grond groeyen. Beide de soorten zyn gemeen inDuitschland, en de eerste inItalie. F.↑104Dit schynt zeer waarschynlyk te wezen, want wy vinden inMarco Paolo, datKublai Khan, een van de Opvolgers vanGenghis Khan, na de zuidelyke delen vanChinate hebben overmeesterd, ene vloot uitzond omJapan, of, gelyk zy het noemden,Nipan-gri, te veroveren; dog een geweldige storm beliep de vloot, en geen schip is er oit van te regt gekomen.Waarschynlyk wierden enigen van deze schepen op de Kust vanAmerikagesmeten, die, regt over de groteAmerikaanscheMeren, tusschen de 40, en 30.gr. N.legt; en het scheepsvolk zal naar alle gedagte deze gedenktekens hebben opgerigt, en de voorvaders zyn geweest van enige volken,Mozemleksgenaamd, die enigsins beschaafd zyn. En ander gedeelte dezer vloot schynt op de kust vanMexikogeraakt te zyn, en denoorsprongaan hetMexikaanscheRyk gegeven te hebben, het welk, volgens de verhalen derMexikanenzelven, zo als ons deSpanjaardenberigten, niet zeer oud is; zo dat zy nauwlyks meer dan zeven VorstenvoorMotezuma den twedenweten optenoemen, die regeerde ten tyde dat deSpaanschenonderFernando Cortezdaar in het jaar 1519. aanlandden. Gevolgelyk begon de eerste dezer Vorsten in het jaar 1270. te regeren, onderstellende dat elk van hun drieëndertig jaar en vier maanden geregeerd heeft, en men daar de zestien jaren vanMotezumabydoet, omtrent welken tydKublai Khan, de overweldiger van geheelChinaen vanJapan, op den troon zat, onder wiens regering ik meen dat de gemelde ongelukkige togt opJapanwerd ondernomen, dieAmerikavan beschaafde inwoonders zal voorzien hebben. Daar is, indien ik my niet bedrieg, ene grote overeenkomst tusschen de gedaante van de Afgodsbeelden derMexikanenen die van[130]zulkeTartarendie den godsdienst van denDalaï Lamaaankleven, welken godsdienstKublai Khanhet eerst by deMogulsheeft ingevoerd. DeWildenvanAmerikaschynen enen anderen oorsprong te hebben, en zyn waarschynlyk afkomstig van deJukaghirienTkhuktkhi, die in enigen der noordoostelyke delen vanAsiawonen, van waar, volgens de berigten derRussen, de overtogt naarAmerikaniet zeer lang is. De woestheid dier twee volken, gelyk aan die der wildeAmerikanen, de gewoonte van zig het aangezigt te beschilderen, hunne gesteldheid op sterke dranken, waarvan zig ’er deJukaghirienigen uit vergiftige en bedwelmende paddenstoelen weten te bereiden, welken zy van deRussenkopen, en vele andere overeenkomsten, tonen duidelyk aan dat de beide volken den zelven oorsprong hebben. DeEskimausschynen een en het zelve volk met deGroenlanders, deSamoyedenen deLaplandenste wezen.Zuid Amerika, en byzonderlykPeru, is waarschynlyk uit het grote onbekendeZuidlandbevolkt, het welk digt byAmerikalegt. F.↑105Dit stuk is nog niet uitgegeven.↑106Lichen rangiferinus.↑107Pour faire un Recollet il faut une hachette, pour un Prêtre un ciseau, mais pour un Jesuite il faut un pinceau.↑108Spiculæ tri- vel quadrifloræ minimæ, semina basi pubescentia.↑109Hier volgt in ’tHoog Duitschwederom ene breedvoerige beschryving van de omheiningen die men inAmerikagewoon is om de akkers te maken, het welk wy als vervelend en voor onzen Lezer van geen nut hebben overgeslagen, gelyk ook deEngelscheoverzetter gedaan heeft.↑110“Ik heb het ene soort van dezen boom, door deFranschenCerisiergenoemd, in myn Dagboek dus beschreven;” zegt de HeerKalm. “Cerasus[144]foliis ovatis serratis, serraturis profundis fere subulatis, fructu racemoso.Het andere dus:Cerasus foliis lanceolatis, crenato-serratis, acutis, fructu fere solitario.↑111Helleborus trifolius.↑112Helianthus annuus.↑113Verscheiden proeven hebben bewezen dat een vogt in een ander vogt gedompeld,[148]en dan aan de lugt om uittewaassemen bloot gesteld, zeer koud wordt; en hoe schielyker de uitwaasseming na herhaalde indompelingen voortgaat te sterker is de koude. Dit is de reden dat de wyngeest, die meer uitwaassemt dan water, ook meer verkoelt dan water, en dat despiritus salis Ammoniaci, die nog vlugger is dan de wyngeest, ene nog groter kragt van verkoeling heeft. De uitwaasseming gelukt het best als men het vat waarin het vogt is beweegt, het aan de lugt bloot stelt, of ’er met een paar blaasbalgen op blaast. Ziede MairanDissert. sur la Glace;RichmaninNov. Comment. Petropol.ad ann. 1747. & 1748. p. 284. en Dr.CulleninThe Edinb. physical and literary Essays and Observationsvol. 2. p. 145. F.↑114Het is bekend dat alle bomen ieder jaar maar enen nieuwen kring maken, zo dat men ’er den ouderdom van den boom, en den spoed waarmede hy groeit, uit kan opmaken. F.↑115Polypodium fronde pinnata, pinnis alternis ad basin superne appendiculatis.↑116WaarschynlykOnidoes, zegt de HeerForster.↑117Venus mercenariaLinn.↑118Triglochin.↑119Waarschynlyk was die aarde bezwangerd met deeltjes van kopererts.↑120De grote Rivier.↑121Vitis Labrusca & vulpina.↑122Saxum micaceo quarzoso calcarium.↑123Zie Bl. 115.↑124Het beroemdeMoose-deeris niets anders dan een Eland, want niemant kan ontkennen, datMoose-deervanMusuofMoesafkomt, want deUop ’t laatst van dit woord spreken deAlgonkinsbyna niet uit. Voor dat deIroquoizen, of deVyf Volken, zo magtig wierden als zy nu zyn, waren deAlgonkinshet voornaamste volk vanNoord Amerika, en hunne taal was in gebruik over het grootste gedeelte van dat land. En, schoon zy byna geheel door deIroquoizenuitgeroeid zyn, is nogthans hunne taal meer in gebruik inKanadadan enige andereAmerikaanschetaal. F.↑125Histoire de la Nouvelle France.T. II. p. 125.↑126Sterna Hirundo.↑127Seigle de mer.↑128Vinland det goda, ofhet goede Wynland, is de naam dien de oudeSkandinavischeZeelieden aanAmerikagaven, het welk zy lang voorColumbustyd ontdekt hebben. ZieTorfæiHistoria Vinlandiæ antiquæ, seu partis Americæ Septentrionalis. Hafniæ 1715. in 4to. F.↑129Crithmum.↑130Pinus foliis geminis longis; ramis triplici fasciculo foliorum terminatis, conis ovatis lævibus.Flor. Canad.↑131Boven Bl. 115.↑132In geheelPolen,Rusland,Turkye, enTartaryerookt men uit pypen van een soort van steenmergel gemaakt, waaraan men lange houten stelen vast maakt; tot welk einde men gemeenlyk de jonge scheuten gebruikt van een soort vanSpiræa, waarin een merg zit dat men ’er ligt kan uitdoen. Dit soort van steenmergel wordt gemeenlykZeeschuimgenoemd, omdat het zo zagt is. DeKrimsche Tartarennoemen hetKaffekil. Men maakt allerhande figuren op deze pypenkoppen, en beslaat ze dikwyls met zilver. F.↑133Phoca vitulina.Linn.↑134Trichechus RosmarusLinn.↑135Enigen van de zogenaamdeMoravische Broedersmet enigeGroenlandersinTerra Labradorzynde gekomen, namen deEskimausde vlugt voor hen; dog een derGroenlandersriep hun toe in zyne taal. DeEskimaushem horende roepen, en zyne taal verstaande, bleven ten eersten staan, kwamen terug, en waren blyde enen landsman gevonden te hebben; en waarheen zy zig begaven vertelden zy onder deEskimausdat een van hunne landslieden aangekomen was. “Dit bewyst,” zegt de HeerForster, “dat deEskimauseen geslagt zyn verschillende van alle deEuropischeVolken, dewyl deGroenlandschetaal gene overeenkomst heeft met enigeEuropische.” Zie over deGroenlandschetaalHans EgedeBeschryving van Oud GroenlandHoofdst. 16. enAndersonBeschryving vanYslandenz. Bl. 202. en 244.↑136De HeerForsterwyst zynen Lezer, die meer van deEskimausbegeert te weten, naarHenry Ellis’sAccount of a Voyage to Hudson’s Bay by the Dobbs Galley and California. &c. enThe Account of a Voyage for the Discovery of a Northwest Passage by Hudsons streights, by the Clerk of the California, twee delen in 8vo. enCrantzHistorie van Groenland, welk boek in ’tNeder Duitschis overgezet.↑137De vermindering van het hout is het alleen niet waardoor delugtsgesteldheidvan een land veranderd wordt, maar de bevolking en de bebouwing zyn het voomamelyk. DeRomeinenhielden de winters inEngelanden inDuitschlandvoor zeer gestreng; dog gelukkiglyk genieten die twee landen tegenswoordig ene veel zagtere lugt, het geen men aan de drie genoemde oorzaken moet toeschryven. ByPetersburgop 60.gr. N.werd de Rivier deNevain ’t begin van December 1765. met ys bedekt, en raakte van het zelve niet vry voor den 11. April 1766. TeTsaritsin, leggende op 48.gr.40.min. N.was de Rivier deVolgareeds den 26. November 1765. toegevroren, en het ys raakte los den 27. April O. S. Het is byna ongelooflyk dat op ene plaats die by de twaalf graden meer zuidwaards ligt, de koude langduriger en sterker zoude zyn dan meer noordelyk. En schoon ’er in den omtrek vanPetersburgvele bosschen zyn, was daar egter de koude min gestreng en langdurig.Tsaritsinin tegendeel heeft in de nabuurschap gene bosschen op den afstand van enige honderdEng.mylen, indien men enige enkelde bomen en wat kreupelhout langs deVolgaen op de eilanden in dezelve uitzondert. Oostwaards aan vindt men gedurende vele honderd mylen niets dan ruime vlaktens zonder hout. Het omhouwen van het geboomte kan dan alleen de lugt niet zagter maken, maar het bebouwen van het land doet ’er meer toe. Op een beploegd veld smelt de sneuw altyd veel vroeger dan op een land met gras bewassen. De ontvlambare en warme deeltjes, die met de mist op een land gebragt worden, brengen veel toe om de gestrengheid der lugt te matigen; maar de uitwaassemingen van vele duizenden van menschen en vee in een wel bevolkt land, het branden van zo vele warmte veroorzakende deeltjes, en het verspreiden van dezelven door den dampkring, zyn het die uitermate veel toebrengen tot het verzagten van de lugtsgesteldheid. Honderd vierkante mylen rondomTsaritsinbevatten zo veel bebouwd land niet als tien rondomPetersburg. Het bebouwde land is in evenredigheid met het getal van de inwoonders dier twee plaatsen, en dit maakt het grootste onderscheid in de lugtsgesteldheid. Daar is nog iets.Petersburgligt digt aan zee, enTsaritsinver binnen in het land; en[183]in ’t algemeen heeft men opgemerkt dat plaatsen aan zee gelegen ene zagtere lugtsgesteldheid hebben dan anderen. Deze weinige aanmerkingen zullen, denk ik, voldoen om reden te geven van de veranderingen in de lugtsgesteldheden der landen, die, ontwyffelbaar, warmer en gematigder worden naar mate de bevolking en de landbouw toenemen. F.↑138Cornus sanguinea.Linn.↑139Orignacs.↑140Cariboux.↑141Loup-cerviers.↑142Histoire de laNouv. France.Tom. 6. p. 158.↑143De Schryver heeft deze lyst in ’tFranschmedegedeeld uit vrees van zig misschien anders niet volkomen juist uittedrukken.↑144Histoire de la Nouvelle FranceTom. 6. p. 415.↑145Annona muricata.↑146Fagus pumila.↑147Epinette blanche.De wys van dit Bier te brouwen heb ik in deVerhandeling[204]der Kon. Maatschappyvoor hetjaar1751. bl. 190. omstandiglyk beschreven.↑

1Deze drie stippen zyn den meesten Insekten eigen, en moeten by gevolg niet voor kentekens van een byzonder soort worden gehouden. Men noemt zeStemmata, en zy zyn een soort van ogen, dienende om in de verte te zien, gelyk hunne andere ogen dienen om naby zynde voorwerpen te beschouwen. F.↑

1Deze drie stippen zyn den meesten Insekten eigen, en moeten by gevolg niet voor kentekens van een byzonder soort worden gehouden. Men noemt zeStemmata, en zy zyn een soort van ogen, dienende om in de verte te zien, gelyk hunne andere ogen dienen om naby zynde voorwerpen te beschouwen. F.↑

2Het is een stuk dat onder de Natuurkundigen in verschil staat, of de Zwaluwen, wanneer zy in de noordelyke landen verdwynen, naar warmer gewesten verhuizen, dan of zy in holle bomen en gaten in rotsen kruipen, en daar den winter ongevoelig doorbrengen, dan eindelyk of zy zig onder water verbergen en met den aanvang der lente weder te voorschyn komen. De twee eerste gevoelens hebben de meeste goedkeuring verworven, het laatste is by velen als een spreukje uitgejouwd. Maar de Natuurlyke Historie, gelyk alle andere Historien, steunt niet altyd op ene innerlyke waarschynlykheid, dog op daden, gegrond op het getuigenis van geloofwaardige lieden. Men heeft zelden Zwaluwen in ’t water zien wegduiken; Zwaluwen zyn niet met zulke werktuigen geschapen als kikkers en hagedissen, die des winters ongevoelig zyn; by gevolg kunnen de Zwaluwen des winters niet onderwater leven.—Zulk ene wys van redeneren, denk ik, zou ons te ver voeren in vele gevallen; want, schoon men niet wel begrypt hoe Zwaluwen onder water leven kunnen, zoude het egter waar kunnen zyn. Hagedissen en kikkers zyn dieren al te zeer van de Zwaluwen verschillende, dan dat de laatsten van een diergelyk maaksel als de eersten zyn zouden. De beer en de bergrot zyn in den winter in enen gevoellozen staat, en hebben egter gene werktuigen gelyk de kikkers en hagedisssen, en niemant twyffelt ’er aan dat zy in de ruwste lugtstreken in enen staat van gevoelloosheid zyn. De bewoonders derAlpesgraven de hollen der marmotten op, en vinden ze in enen gevoellozen staat, zo dat zy hun den hals afsnyden kunnen zonder dat de dieren het minste teken van leven geven. Dog als men den slapenden marmot in een warm vertrek brengt en voor het vuur plaatst, wordt hy levendig. Derhalven moet de vraag door daden worden beslist, en die ontbreken hier niet. Dr.Wallerius, die beroemdeZweedschescheikundige, schreef in ’t jaar 1748. den 6. Sept. O. S. aan den HeerKlein, Geheimschryver der stadDantzig, dat hy meer dan eens de Zwaluwen op het riet zig had zien verzamelen, tot dat zy allen in ’t water wegzonken, na dat zy, als ware het, een kwartier lang een doodlied gezongen hadden. Ook getuigt hy dat hy ene Zwaluw gezien heeft die in den winter met een net uit een poel gehaald was, zynde, gelyk dit in de noorder landen gewoonlyk is, onder het ys gezonken, welke in ene warme kamer gebragt zynde by zig kwam, begon te vliegen, dog kort daarna stierf.De HeerKleinvervoegde zig aan sommige algemene Pagters in de landen des Konings vanPruissen, in wier landstreken vele wateren waren, welker visschery een deel uitmaakte van hunne inkomsten, en die het voordeligst in den winter is onder het ys, geschiedende met netten die meer dan twee of driehonderd vademen zig uitstrekken, zo dat zy dikwyls met werktuigen van wegens hunne zwaarte, moeten worden opgehaald. Nu alle de volgende personen[5]ondervraagd zynde hebben voor de wethouderschap onder ede het volgende betuigd. I. De Moeder der Gravin vanLehndorfzeide, dat zy enen klomp van Zwaluwen gezien had, gehaald uit hetFrisch Haff, een Meer dat byPillaugemeenschap heeft met deOostzee, welken, in een matiglyk warm vertrek gebragt zynde levendig wierden en begonnen te vliegen. II. De Graaf vanSchliebengaf een bezegeld getuigschrift, behelzende, dat des winters in het Meer, behorende aan zyn Landgoed vanGerdauen, visschende, hy verscheiden Zwaluwen in het net kreeg, waarvan hy ’er ene opnam, ze in een warm vertrek bragt, alwaar zy, een half uur gelegen hebbende, zig begon te bewegen, en een half uur daarna herom te vliegen. III. De AmptmanWitkowskibetuigde, dat in het jaar 1740. drie Zwaluwen in een net opgehaald wierden in het grote Meer teDidlacken. In het jaar 1741. kreeg hy twee Zwaluwen uit een ander deel van het Meer en bragt ze naar huis, dewyl zy in zyn byzyn gevangen waren. Na den tyd van een uur wierden zy allen in ene warme kamer levendig, vlogen, en stierven drie uren daarna. IV. De AmptmanBonkezeide, dat hy, het LandgoedKleskowin pagt hebbende, negen Zwaluwen in een net van onder het ys had zien ophalen, die hy allen in ene warme kamer bragt, waar hy duidelyk zag hoe zy allengskens bykwamen, dog zy stierven allen kort daarna. Ene andere reis kreeg zyn volk weder enige Zwaluwen in een net, dog hy deed ze weder in ’t water smyten. V.Andries Rutta, een Visscher teOletsko, getuigde in ’t jaar 1747. dattweeëntwintigjaar geleden hy in een net twee Zwaluwen optrok van onder het ys van daan, die in ene warme kamer bykwamen. VI.Jakob Kosiulo, ook een Visscher teStradauen, betuigde dat in ’t jaar 1736. hy in een net van onder, het ys op het Meer teRatskiene dood schynende Zwaluw optrok, die binnen een half uur in een warm vertrek bykwam, dog een kwartier uurs daarna zwak wierd en kort daarop overleed. VII. Ik kan my zelven onder de ooggetuigen rekenen van deze vreemde stelling in de Natuurlyke Historie. In het jaar 1735. in den winter, zag ik, een kleine jonge zynde, verscheiden’ Zwaluwen door enen Visscher uit deWeisselin myn vaders huis brengen, waarvan ’er twee in een warme kamer zynde gebragt bykwamen, en aan ’t vliegen gingen. Ik zag dat ze verscheiden’ malen op den kacchel gingen zitten, en het heugt my dat zy den zelven morgen nog stierven, en dat ik ze dood in myne handen had.In het jaar 1754. na den dood van mynen OomGodefried Wolf, Kapitein in het RegimentPoolsche Gardeste voet, een van wiens erfgenamen ik zelf was, bestierde ik ten behoeven myner medeërfgenamen verscheiden landgoederen, geheten deStarostyvanDirschauinPoolsch Pruissen, die myn overleden Oom van den Koning had gepagt. In Januari beval ik onder het ys van het Meer vanLybsbaute visschen, en in myne tegenwoordigheid wierden ’er[6]verscheiden Zwaluwen opgehaald, welken de Visscher weer in ’t water smeet, uitgenomen ene, die ik zelf in huis bragt, hetwelk vyf mylen van daar lag, waar zy bykwam, dog kort daaraan overleed. Dit zyn daden bevestigd door lieden van den hoogsten rang, waarvan sommigen openbare ampten bekleedden, of door anderen, die, schoon van minder aanzien, dezelven met eden bevestigd hebben. Het is onmogelyk te onderstellen, dat alle deze lieden zonder onderscheid belang gehad zouden hebben van ene onwaarheid als ene gebeurde zaak optegeven. Het is dan zeer waarschynlyk, of liever het is onbetwistbaar waar, dat in de noordelyke landen de Zwaluwen gedurende den winter zig in het water verbergen, en daar in enen staat van gevoelloosheid blyven tot dat de warmte in de lente ze weder levendig maakt. Derhalven, dunkt my, moest de stelling dus worden voorgesteld, “de Zwaluwen inSpanje,Italie,Frankryk, en misschien sommigen inEngeland, verhuizen naar warmer lugtstreken. Anderen inEngeland, sommigen inDuitschlanden andere gematigde gewesten, begeven zig in spleten en holen in de bergen en klippen, en blyven daar in enen staat van ongevoeligheid. In de kouder landen verbergen zy zig in ’t water, en blyven daar den winter over zonder gevoel onder het ys.” Dog daar zyn enige tegenwerpingen tegen dit laatste gevoelen, die wy moeten oplossen. Men zegt, hoe komt het dat de visschen en andere viervoetige waterdieren de Zwaluwen onder het water niet opvreten? Het antwoord is gereed. De Zwaluwen kiezen alleen tot haar winterverblyf zulke plaatsen die digt by ’t riet zyn, zo dat zy tusschen het zelve in nederzinkende bevryd zyn voor de gulzigheid harer vyanden. Anderen werpen tegen; waarom haalt men gene Zwaluwen uit waters daarmen gedurig met netten in vischt? Ik denk, dat het zo even gegeven antwoord ook op deze vraag past. De Visschers dragen zorg met hunne netten die plaatsen te vermyden waar veel riet staat, uit vrees van in het zelve vastteraken en de netten te scheuren; en dus is de legging der Zwaluwen onder ’t water oorzaak dat zy zelden in haar winterverblyf gestoord worden. Wat deze mening nog verder beveiligt is, dat men noit inPruissenZwaluwen uit het water gehaald heeft als in dat gedeelte van het net dat langs het riet ging, en somtyds zaten de Zwaluwen met hare poten vast aan het riet wanneer zy met het net wierden opgetrokken. En wat de zwarigheid aangaat hoe zy zo lang onder water kunnen zyn zonder te verrotten, schynt het my toe, dat ’er een wezenlyk onderscheid is tusschen dieren die in ’t water versmoord zyn en zulken die daar gevoelloos in leggen. Daar zyn voorbeelden van dingen die lang onder water zyn geweest; waarby men de scherpe koude dier landen voegen kan, die de verrotting belet. Wie zou gedagt hebben dat men slakken en polypes in stukken snyden kon, en dat zy de afgesneden stukken van hun lichaam wederom konden voortbrengen, indien dit niet ene daad was? Men behoort de Natuurlyke[7]historie te beoeffenen als zynde ene verzameling van daden, en niet als de Historie van onzegissingenen meningen. De Natuur is op ene oneindige wys verscheiden, en de Voorzienigheid heeft den aard der dieren en hunne huishouding zeer onderscheiden gemaakt, en alles geschikt naar de verschillende jaargetyden en lugtstreken. Ik oordeelde dezen langen buitenstap nodig en te verschonen te zyn, des te meer omdat deze grote voorstanders der Natuurlyke Historie, de HerenCollinsonenPennant, beiden hebben beweerd, dat het onmogelyk was dat de Zwaluwen onder ’t water zouden in ’t leven blyven. Ik eerbiedige de geheugenis en de assche van den enen, en agte de vriendschap van den anderen ene eer voor my te zyn, dog ik ben verzekerd dat de waarheid altyd by hun boven hunne eigene meningen geschat geworden is, en dat zy altyd gereed waren om ene zedige tegenspraak te dulden, wanneer zy opregtelyk wordt voorgesteld, met inzigt om de waarheid te bevorderen, en met gevoelens van eerbied en dankbaarheid, gelyk ik in dit geval ben doende. F.↑

2Het is een stuk dat onder de Natuurkundigen in verschil staat, of de Zwaluwen, wanneer zy in de noordelyke landen verdwynen, naar warmer gewesten verhuizen, dan of zy in holle bomen en gaten in rotsen kruipen, en daar den winter ongevoelig doorbrengen, dan eindelyk of zy zig onder water verbergen en met den aanvang der lente weder te voorschyn komen. De twee eerste gevoelens hebben de meeste goedkeuring verworven, het laatste is by velen als een spreukje uitgejouwd. Maar de Natuurlyke Historie, gelyk alle andere Historien, steunt niet altyd op ene innerlyke waarschynlykheid, dog op daden, gegrond op het getuigenis van geloofwaardige lieden. Men heeft zelden Zwaluwen in ’t water zien wegduiken; Zwaluwen zyn niet met zulke werktuigen geschapen als kikkers en hagedissen, die des winters ongevoelig zyn; by gevolg kunnen de Zwaluwen des winters niet onderwater leven.—Zulk ene wys van redeneren, denk ik, zou ons te ver voeren in vele gevallen; want, schoon men niet wel begrypt hoe Zwaluwen onder water leven kunnen, zoude het egter waar kunnen zyn. Hagedissen en kikkers zyn dieren al te zeer van de Zwaluwen verschillende, dan dat de laatsten van een diergelyk maaksel als de eersten zyn zouden. De beer en de bergrot zyn in den winter in enen gevoellozen staat, en hebben egter gene werktuigen gelyk de kikkers en hagedisssen, en niemant twyffelt ’er aan dat zy in de ruwste lugtstreken in enen staat van gevoelloosheid zyn. De bewoonders derAlpesgraven de hollen der marmotten op, en vinden ze in enen gevoellozen staat, zo dat zy hun den hals afsnyden kunnen zonder dat de dieren het minste teken van leven geven. Dog als men den slapenden marmot in een warm vertrek brengt en voor het vuur plaatst, wordt hy levendig. Derhalven moet de vraag door daden worden beslist, en die ontbreken hier niet. Dr.Wallerius, die beroemdeZweedschescheikundige, schreef in ’t jaar 1748. den 6. Sept. O. S. aan den HeerKlein, Geheimschryver der stadDantzig, dat hy meer dan eens de Zwaluwen op het riet zig had zien verzamelen, tot dat zy allen in ’t water wegzonken, na dat zy, als ware het, een kwartier lang een doodlied gezongen hadden. Ook getuigt hy dat hy ene Zwaluw gezien heeft die in den winter met een net uit een poel gehaald was, zynde, gelyk dit in de noorder landen gewoonlyk is, onder het ys gezonken, welke in ene warme kamer gebragt zynde by zig kwam, begon te vliegen, dog kort daarna stierf.

De HeerKleinvervoegde zig aan sommige algemene Pagters in de landen des Konings vanPruissen, in wier landstreken vele wateren waren, welker visschery een deel uitmaakte van hunne inkomsten, en die het voordeligst in den winter is onder het ys, geschiedende met netten die meer dan twee of driehonderd vademen zig uitstrekken, zo dat zy dikwyls met werktuigen van wegens hunne zwaarte, moeten worden opgehaald. Nu alle de volgende personen[5]ondervraagd zynde hebben voor de wethouderschap onder ede het volgende betuigd. I. De Moeder der Gravin vanLehndorfzeide, dat zy enen klomp van Zwaluwen gezien had, gehaald uit hetFrisch Haff, een Meer dat byPillaugemeenschap heeft met deOostzee, welken, in een matiglyk warm vertrek gebragt zynde levendig wierden en begonnen te vliegen. II. De Graaf vanSchliebengaf een bezegeld getuigschrift, behelzende, dat des winters in het Meer, behorende aan zyn Landgoed vanGerdauen, visschende, hy verscheiden Zwaluwen in het net kreeg, waarvan hy ’er ene opnam, ze in een warm vertrek bragt, alwaar zy, een half uur gelegen hebbende, zig begon te bewegen, en een half uur daarna herom te vliegen. III. De AmptmanWitkowskibetuigde, dat in het jaar 1740. drie Zwaluwen in een net opgehaald wierden in het grote Meer teDidlacken. In het jaar 1741. kreeg hy twee Zwaluwen uit een ander deel van het Meer en bragt ze naar huis, dewyl zy in zyn byzyn gevangen waren. Na den tyd van een uur wierden zy allen in ene warme kamer levendig, vlogen, en stierven drie uren daarna. IV. De AmptmanBonkezeide, dat hy, het LandgoedKleskowin pagt hebbende, negen Zwaluwen in een net van onder het ys had zien ophalen, die hy allen in ene warme kamer bragt, waar hy duidelyk zag hoe zy allengskens bykwamen, dog zy stierven allen kort daarna. Ene andere reis kreeg zyn volk weder enige Zwaluwen in een net, dog hy deed ze weder in ’t water smyten. V.Andries Rutta, een Visscher teOletsko, getuigde in ’t jaar 1747. dattweeëntwintigjaar geleden hy in een net twee Zwaluwen optrok van onder het ys van daan, die in ene warme kamer bykwamen. VI.Jakob Kosiulo, ook een Visscher teStradauen, betuigde dat in ’t jaar 1736. hy in een net van onder, het ys op het Meer teRatskiene dood schynende Zwaluw optrok, die binnen een half uur in een warm vertrek bykwam, dog een kwartier uurs daarna zwak wierd en kort daarop overleed. VII. Ik kan my zelven onder de ooggetuigen rekenen van deze vreemde stelling in de Natuurlyke Historie. In het jaar 1735. in den winter, zag ik, een kleine jonge zynde, verscheiden’ Zwaluwen door enen Visscher uit deWeisselin myn vaders huis brengen, waarvan ’er twee in een warme kamer zynde gebragt bykwamen, en aan ’t vliegen gingen. Ik zag dat ze verscheiden’ malen op den kacchel gingen zitten, en het heugt my dat zy den zelven morgen nog stierven, en dat ik ze dood in myne handen had.

In het jaar 1754. na den dood van mynen OomGodefried Wolf, Kapitein in het RegimentPoolsche Gardeste voet, een van wiens erfgenamen ik zelf was, bestierde ik ten behoeven myner medeërfgenamen verscheiden landgoederen, geheten deStarostyvanDirschauinPoolsch Pruissen, die myn overleden Oom van den Koning had gepagt. In Januari beval ik onder het ys van het Meer vanLybsbaute visschen, en in myne tegenwoordigheid wierden ’er[6]verscheiden Zwaluwen opgehaald, welken de Visscher weer in ’t water smeet, uitgenomen ene, die ik zelf in huis bragt, hetwelk vyf mylen van daar lag, waar zy bykwam, dog kort daaraan overleed. Dit zyn daden bevestigd door lieden van den hoogsten rang, waarvan sommigen openbare ampten bekleedden, of door anderen, die, schoon van minder aanzien, dezelven met eden bevestigd hebben. Het is onmogelyk te onderstellen, dat alle deze lieden zonder onderscheid belang gehad zouden hebben van ene onwaarheid als ene gebeurde zaak optegeven. Het is dan zeer waarschynlyk, of liever het is onbetwistbaar waar, dat in de noordelyke landen de Zwaluwen gedurende den winter zig in het water verbergen, en daar in enen staat van gevoelloosheid blyven tot dat de warmte in de lente ze weder levendig maakt. Derhalven, dunkt my, moest de stelling dus worden voorgesteld, “de Zwaluwen inSpanje,Italie,Frankryk, en misschien sommigen inEngeland, verhuizen naar warmer lugtstreken. Anderen inEngeland, sommigen inDuitschlanden andere gematigde gewesten, begeven zig in spleten en holen in de bergen en klippen, en blyven daar in enen staat van ongevoeligheid. In de kouder landen verbergen zy zig in ’t water, en blyven daar den winter over zonder gevoel onder het ys.” Dog daar zyn enige tegenwerpingen tegen dit laatste gevoelen, die wy moeten oplossen. Men zegt, hoe komt het dat de visschen en andere viervoetige waterdieren de Zwaluwen onder het water niet opvreten? Het antwoord is gereed. De Zwaluwen kiezen alleen tot haar winterverblyf zulke plaatsen die digt by ’t riet zyn, zo dat zy tusschen het zelve in nederzinkende bevryd zyn voor de gulzigheid harer vyanden. Anderen werpen tegen; waarom haalt men gene Zwaluwen uit waters daarmen gedurig met netten in vischt? Ik denk, dat het zo even gegeven antwoord ook op deze vraag past. De Visschers dragen zorg met hunne netten die plaatsen te vermyden waar veel riet staat, uit vrees van in het zelve vastteraken en de netten te scheuren; en dus is de legging der Zwaluwen onder ’t water oorzaak dat zy zelden in haar winterverblyf gestoord worden. Wat deze mening nog verder beveiligt is, dat men noit inPruissenZwaluwen uit het water gehaald heeft als in dat gedeelte van het net dat langs het riet ging, en somtyds zaten de Zwaluwen met hare poten vast aan het riet wanneer zy met het net wierden opgetrokken. En wat de zwarigheid aangaat hoe zy zo lang onder water kunnen zyn zonder te verrotten, schynt het my toe, dat ’er een wezenlyk onderscheid is tusschen dieren die in ’t water versmoord zyn en zulken die daar gevoelloos in leggen. Daar zyn voorbeelden van dingen die lang onder water zyn geweest; waarby men de scherpe koude dier landen voegen kan, die de verrotting belet. Wie zou gedagt hebben dat men slakken en polypes in stukken snyden kon, en dat zy de afgesneden stukken van hun lichaam wederom konden voortbrengen, indien dit niet ene daad was? Men behoort de Natuurlyke[7]historie te beoeffenen als zynde ene verzameling van daden, en niet als de Historie van onzegissingenen meningen. De Natuur is op ene oneindige wys verscheiden, en de Voorzienigheid heeft den aard der dieren en hunne huishouding zeer onderscheiden gemaakt, en alles geschikt naar de verschillende jaargetyden en lugtstreken. Ik oordeelde dezen langen buitenstap nodig en te verschonen te zyn, des te meer omdat deze grote voorstanders der Natuurlyke Historie, de HerenCollinsonenPennant, beiden hebben beweerd, dat het onmogelyk was dat de Zwaluwen onder ’t water zouden in ’t leven blyven. Ik eerbiedige de geheugenis en de assche van den enen, en agte de vriendschap van den anderen ene eer voor my te zyn, dog ik ben verzekerd dat de waarheid altyd by hun boven hunne eigene meningen geschat geworden is, en dat zy altyd gereed waren om ene zedige tegenspraak te dulden, wanneer zy opregtelyk wordt voorgesteld, met inzigt om de waarheid te bevorderen, en met gevoelens van eerbied en dankbaarheid, gelyk ik in dit geval ben doende. F.↑

3Linnæusnoemt zeHirundo riparia.↑

3Linnæusnoemt zeHirundo riparia.↑

4Musträd.Mousewood.↑

4Musträd.Mousewood.↑

5Bois de plomb.↑

5Bois de plomb.↑

6DitCurrantsmoet wel onderscheiden worden van hetCurrantsdat men inEngelandheeft, en ’t welk hetRibes rubrumis. F.↑

6DitCurrantsmoet wel onderscheiden worden van hetCurrantsdat men inEngelandheeft, en ’t welk hetRibes rubrumis. F.↑

7Caprimulgus minor AmericanusCatesbyNat. Hist. ofCarolinavol. 3. t. 16.Edwards’sNat. Hist. of Birdst. 63.↑

7Caprimulgus minor AmericanusCatesbyNat. Hist. ofCarolinavol. 3. t. 16.Edwards’sNat. Hist. of Birdst. 63.↑

8Geitemelker.↑

8Geitemelker.↑

9Kungsfogel.↑

9Kungsfogel.↑

10Veratrum album.↑

10Veratrum album.↑

11Juglans regia.↑

11Juglans regia.↑

12Malus Sylvestris, floribus odoratis.Gronov.Fl. Virg. p. 55.Pyrus coronaria.Linn.Sp. Pl. p. 480.↑

12Malus Sylvestris, floribus odoratis.Gronov.Fl. Virg. p. 55.Pyrus coronaria.Linn.Sp. Pl. p. 480.↑

13Dit kan zo zyn in de noordelyker landen vanEuropadan deNederlanden, dog daar gebeurt het dikwyls dat de vorst den bloeisem vernielt.↑

13Dit kan zo zyn in de noordelyker landen vanEuropadan deNederlanden, dog daar gebeurt het dikwyls dat de vorst den bloeisem vernielt.↑

14Linnæusnoemt zeAzalea nudiflora.↑

14Linnæusnoemt zeAzalea nudiflora.↑

15Azalea erecta,foliisovatis, integris, alternis, flore luteo, piloso, præcoci.Cold.Ebor. 25.↑

15Azalea erecta,foliisovatis, integris, alternis, flore luteo, piloso, præcoci.Cold.Ebor. 25.↑

16Linnæusnoemt dezen KikkerRana boans.Syst. Nat.T. 1. p. 358.CatesbyNat. Hist. of Carol.Vol.2. p. 72. heeft hem afgebeeld en beschreven onder den naam vanRana maxima Americana aquatica.↑

16Linnæusnoemt dezen KikkerRana boans.Syst. Nat.T. 1. p. 358.CatesbyNat. Hist. of Carol.Vol.2. p. 72. heeft hem afgebeeld en beschreven onder den naam vanRana maxima Americana aquatica.↑

17Cypressus thyoides.Linn.Sp. Pl. p. 1422.Cypressus Americana, fructu minimo.Miller’sGard. Diction.↑

17Cypressus thyoides.Linn.Sp. Pl. p. 1422.Cypressus Americana, fructu minimo.Miller’sGard. Diction.↑

18Juniperus Virginiana.Linn.Sp. Pl. p. 114.↑

18Juniperus Virginiana.Linn.Sp. Pl. p. 114.↑

19Juniperus communis.Linn.Sp. Pl. p. 1470.↑

19Juniperus communis.Linn.Sp. Pl. p. 1470.↑

20Een Eiland in de RivierSt. Laurence, byMontrealinKanada.↑

20Een Eiland in de RivierSt. Laurence, byMontrealinKanada.↑

21Warglo; Felis Lynx,Linn.DeZwedenmaken gewag van twee soorten vanLynxen, het eneWargloof deWolflynx, en het anderKattloof deKatlynxgenaamd. De Duitschers maken het zelve onderscheid, en noemen het eersteWolf-luchs, en het andereKatz-luchs. Het eerste soort is het zwaarste, bruinrood, gemengd met wit en grauw op den rug, en wit naar den buik toe aan met bruine vlakken. Het laatste soort is kleinder, zyn huid is wat witagtiger en meer gespikkeld. F.↑

21Warglo; Felis Lynx,Linn.DeZwedenmaken gewag van twee soorten vanLynxen, het eneWargloof deWolflynx, en het anderKattloof deKatlynxgenaamd. De Duitschers maken het zelve onderscheid, en noemen het eersteWolf-luchs, en het andereKatz-luchs. Het eerste soort is het zwaarste, bruinrood, gemengd met wit en grauw op den rug, en wit naar den buik toe aan met bruine vlakken. Het laatste soort is kleinder, zyn huid is wat witagtiger en meer gespikkeld. F.↑

22Anguis niger.ZieCatesby’sNat. Hist. of Carol. vol. a. p. 48. tab. 48.↑

22Anguis niger.ZieCatesby’sNat. Hist. of Carol. vol. a. p. 48. tab. 48.↑

23Scutaabdominalia.↑

23Scutaabdominalia.↑

24Sqamæ subcaudales.↑

24Sqamæ subcaudales.↑

25Men heeft by ene herhaalde ondervinding bevonden, dat het byzondere kenmerk ’t welkLinnæusgebruikt om de soorten der Slangen te onderscheiden, ontleend van derzelverscuta abdominaliaencaudalia, ofsquamæ subcaudales, in Slangen van het zelve soort grotelyks verschilt, zo dat ’er dikwyls een verschil plaats heeft van tien of meer. Somtyds is het gehele getal der schilden een behulp om het soort uittevinden, mits men verdagt zy of de Slang ook by geval haren staart verloren hebbe en die weder aangegroeid zy, in welk geval men zig van dit kenmerk niet kan bedienen. Dit kenmerk is zo zeker en goed niet als men wel wenschen zoude; dog de tekens ontleend uit de kleur, vlakken of strepen, en diergelyken, zyn ook niet standvastig; en derhalven is het beter zig aan een onvolmaakt kenmerk te houden dan ’er geen te hebben. De tyd en ene grondiger kennis van dit gedierte zullen misschien deszelfs natuurlyke kenmerken nader en zekerder doen vaststellen. F.↑

25Men heeft by ene herhaalde ondervinding bevonden, dat het byzondere kenmerk ’t welkLinnæusgebruikt om de soorten der Slangen te onderscheiden, ontleend van derzelverscuta abdominaliaencaudalia, ofsquamæ subcaudales, in Slangen van het zelve soort grotelyks verschilt, zo dat ’er dikwyls een verschil plaats heeft van tien of meer. Somtyds is het gehele getal der schilden een behulp om het soort uittevinden, mits men verdagt zy of de Slang ook by geval haren staart verloren hebbe en die weder aangegroeid zy, in welk geval men zig van dit kenmerk niet kan bedienen. Dit kenmerk is zo zeker en goed niet als men wel wenschen zoude; dog de tekens ontleend uit de kleur, vlakken of strepen, en diergelyken, zyn ook niet standvastig; en derhalven is het beter zig aan een onvolmaakt kenmerk te houden dan ’er geen te hebben. De tyd en ene grondiger kennis van dit gedierte zullen misschien deszelfs natuurlyke kenmerken nader en zekerder doen vaststellen. F.↑

26Deze aanmerkingen werpen ook ene grote zwarigheid op de uitlegging dezer zaak, hier boven I. D. bl. 137. in ene Aantekening door den HeerForstergegeven, welke uitlegging anders niet onaannemelyk scheen.↑

26Deze aanmerkingen werpen ook ene grote zwarigheid op de uitlegging dezer zaak, hier boven I. D. bl. 137. in ene Aantekening door den HeerForstergegeven, welke uitlegging anders niet onaannemelyk scheen.↑

27Dat onder de sterke dranken deRumde minst schadelyke is, komt voornamelyk van hare balsemagtige eigenschap, die zy van de suiker krygt, welke de brandende kragt, allen sterken dranken eigen,matiger. Hoe ouder deRumis zoo veel te meer wordt deze brandende eigenschap verminderd. Dit is onlangs, volgens de ontwyfelbaarste gronden der Scheikunde, door den HeerDossie, met duidelyke proeven, bewezen, F.↑

27Dat onder de sterke dranken deRumde minst schadelyke is, komt voornamelyk van hare balsemagtige eigenschap, die zy van de suiker krygt, welke de brandende kragt, allen sterken dranken eigen,matiger. Hoe ouder deRumis zoo veel te meer wordt deze brandende eigenschap verminderd. Dit is onlangs, volgens de ontwyfelbaarste gronden der Scheikunde, door den HeerDossie, met duidelyke proeven, bewezen, F.↑

28DeNew YorkscheSteuren, die ik dit jaar overgebragt heb gezien, hadden korte stompe neuzen, daar deEngelschenlange snoeten hebben. F.↑

28DeNew YorkscheSteuren, die ik dit jaar overgebragt heb gezien, hadden korte stompe neuzen, daar deEngelschenlange snoeten hebben. F.↑

29De HeerKalmbedriegt zig als hy denkt dat op de toppen dezer bergen niets wil wassen van wege de kragt der zonne aldaar, dewyl het algemeen bekend, en op de ondervinding gegrond is, dat de zon zo grote uitwerking niet maakt op de toppen der bergen als in de dalen, en de koude verhindert dikwyls het hout op de toppen der bergen te wassen.↑

29De HeerKalmbedriegt zig als hy denkt dat op de toppen dezer bergen niets wil wassen van wege de kragt der zonne aldaar, dewyl het algemeen bekend, en op de ondervinding gegrond is, dat de zon zo grote uitwerking niet maakt op de toppen der bergen als in de dalen, en de koude verhindert dikwyls het hout op de toppen der bergen te wassen.↑

30Agaricus.↑

30Agaricus.↑

31Acer rubrum.↑

31Acer rubrum.↑

32Acersaccharinum.↑

32Acersaccharinum.↑

33Carex.↑

33Carex.↑

34Dit gebruik zal men denkelyk van deHollandersontleend hebben.↑

34Dit gebruik zal men denkelyk van deHollandersontleend hebben.↑

35Van hetFranschBatteaux.↑

35Van hetFranschBatteaux.↑

36Dit wordt volgens den O. S. gerekend.↑

36Dit wordt volgens den O. S. gerekend.↑

37Convolvulus Batatas.↑

37Convolvulus Batatas.↑

38Lampyris.↑

38Lampyris.↑

39Fireflies.↑

39Fireflies.↑

40Waterpoplar;Populus glaudulis variis basi foliorum adnexis, foliis cordato-deltoidibus, acuminatis,serrato-angulosis, utrimque glabris.Is dit dePopulus heterophyllavanLinnæus? F.↑

40Waterpoplar;Populus glaudulis variis basi foliorum adnexis, foliis cordato-deltoidibus, acuminatis,serrato-angulosis, utrimque glabris.Is dit dePopulus heterophyllavanLinnæus? F.↑

41Sedert dat deEngelschenook meester vanKanadazyn moet hierin noodwendig verandering gekomen zyn.↑

41Sedert dat deEngelschenook meester vanKanadazyn moet hierin noodwendig verandering gekomen zyn.↑

42Dat is die welke met den vrede vanAkenin ’t jaar 1748. geëindigd is.↑

42Dat is die welke met den vrede vanAkenin ’t jaar 1748. geëindigd is.↑

43Deze Reis gaf de HeerKalmuit gedurende den nu laatsten oorlog tusschen deFranschenenEngelschen.↑

43Deze Reis gaf de HeerKalmuit gedurende den nu laatsten oorlog tusschen deFranschenenEngelschen.↑

44Te weten deMohawks,Senekas,Kaijugaws,Onondagoes, enOnidoes.↑

44Te weten deMohawks,Senekas,Kaijugaws,Onondagoes, enOnidoes.↑

45De HeerForsterwil niet geloven dat deFranscheZendelingen het beter dan deEngelschengemaakt hebben; en ik denk het zelve met hem. “De HeerKalm,” zegt hy, “schynt hier niet wel onderrigt te wezen. DeFranscheGeestelyken hebben enige armeAmerikanentot hunnen Godsdienst en hunne belangen overgehaald. Dog uit het gedrag dezer Bekeerden in verscheiden oorlogen tusschen deFranschenenEngelschenbleek het, dat zy tot de gruwelykste wreedheden bekwaam waren, en zelfs meer dan hunne Heidensche Landsgenoten; en dus schynen zy eer bedorven dan bekeerd te zyn. Integendeel, deEngelschenhebben den Bybel in de taal van deWildenvanVirginieovergezet, en ’er velen van tot de ware kennis van God gebragt. En tegenswoordig hebben deAmerikaanscheliefdescholen, onder het opzigt van den HeerEleazar Wheelock, velen van deWildentot den waren God getrokken. De Maatschappy ter verbreiding van het Euangelium onder de Heidenen zendt alle jaren op hare eigene kosten, verscheiden’ Zendelingen onder deAmerikanen. Ook zyn deMoravische Broederenzeer yverig in het bekeren der Heidenen. Zo dat, indien de HeerKalmdit alles wat nauwkeuriger hadgadeslagen, hy veel gunstiger van den yver derEngelschenter uitbreiding van het Euangelium zoude geoordeeld hebben.”↑

45De HeerForsterwil niet geloven dat deFranscheZendelingen het beter dan deEngelschengemaakt hebben; en ik denk het zelve met hem. “De HeerKalm,” zegt hy, “schynt hier niet wel onderrigt te wezen. DeFranscheGeestelyken hebben enige armeAmerikanentot hunnen Godsdienst en hunne belangen overgehaald. Dog uit het gedrag dezer Bekeerden in verscheiden oorlogen tusschen deFranschenenEngelschenbleek het, dat zy tot de gruwelykste wreedheden bekwaam waren, en zelfs meer dan hunne Heidensche Landsgenoten; en dus schynen zy eer bedorven dan bekeerd te zyn. Integendeel, deEngelschenhebben den Bybel in de taal van deWildenvanVirginieovergezet, en ’er velen van tot de ware kennis van God gebragt. En tegenswoordig hebben deAmerikaanscheliefdescholen, onder het opzigt van den HeerEleazar Wheelock, velen van deWildentot den waren God getrokken. De Maatschappy ter verbreiding van het Euangelium onder de Heidenen zendt alle jaren op hare eigene kosten, verscheiden’ Zendelingen onder deAmerikanen. Ook zyn deMoravische Broederenzeer yverig in het bekeren der Heidenen. Zo dat, indien de HeerKalmdit alles wat nauwkeuriger hadgadeslagen, hy veel gunstiger van den yver derEngelschenter uitbreiding van het Euangelium zoude geoordeeld hebben.”↑

46Sinapis arvensis.↑

46Sinapis arvensis.↑

47Deze Waterval is hier in print gebragt, zynde door denIngenieurLewis Evansgetekend.↑

47Deze Waterval is hier in print gebragt, zynde door denIngenieurLewis Evansgetekend.↑

48Conserva.↑

48Conserva.↑

49Castor ZibethicusLinn.↑

49Castor ZibethicusLinn.↑

50Dit schynt ene nieuwe waarneming te zyn. Ten minsten,Linnæus,BuffonenSarrasinbeweren dat de Muskusratten alleen van denAcoras, een riet, en andere wortels leven. F.↑

50Dit schynt ene nieuwe waarneming te zyn. Ten minsten,Linnæus,BuffonenSarrasinbeweren dat de Muskusratten alleen van denAcoras, een riet, en andere wortels leven. F.↑

51Formica rufaLinn.↑

51Formica rufaLinn.↑

52Carpinus ostryaLinn.↑

52Carpinus ostryaLinn.↑

53Dit is de woordelyke vertaling van hetZweedsche woord,Jätte-grytor. Zie de Verhandeling derZweedsche Maatschappy der Wetenschappenvoor het jaar 1743. bl. 122. en hierboven I. D. bl. 54. en 55.↑

53Dit is de woordelyke vertaling van hetZweedsche woord,Jätte-grytor. Zie de Verhandeling derZweedsche Maatschappy der Wetenschappenvoor het jaar 1743. bl. 122. en hierboven I. D. bl. 54. en 55.↑

54Culex pulicaris.Linn.↑

54Culex pulicaris.Linn.↑

55Culex pipiens.↑

55Culex pipiens.↑

56Acari Americani.↑

56Acari Americani.↑

57Bl. 19.↑

57Bl. 19.↑

58InZwedenen inRuslandis het de gewoonte onder allerlei soorten van menschen van alle week ten minsten eens te baden, het welk geschiedt door middel van ene kamer warm gemaakt door een kacchel, en dat tot zulk enen graad dat menschen die ’er niet aan gewend zyn ’er van stikken zouden. De hette wordt daar gemeenlyk vergroot door den hetenwaassemveroorzaakt door het smyten van gloeyende stenen in water. In deze baden baadt het gemene volk van beide geslagten inRuslanddooreen, gelyk deRomeinendeden, van de welken, gelykPlutarchusin ’t leven van Catoaantekent, deGriekendeze onbeschaafde en onbetamelyke gewoonte ontleend hebben, die zo algemeen werd, dat de KeizersAdriaanenMarcus Antoninusgenoodzaakt waren ’er wetten tegen te maken, die egter niet werden in agt genomen; want wy vinden dat de Kerkvergadering vanLaodiceaeen verbod tegens deze ergerlyke[74]gewoonte heeft gegeven. En dit niettegenstaande vinden wy kort daaraan dat lieden van allerlei staat, zelfs Priesters en Monniken, te gelyk met de vrouwen in ’t bad gingen. Van daar is waarschynlyk deze gewoonte naarRuslandovergegaan, toen het Christendom in dat Land wierd ingevoerd. Digt by het bad inRuslandis gemeenlyk een water, waarin het volk zig dompelt als zy door en door heet zyn, en in den winter rollen zy zig in de sneuw; en des zaterdags ziet men gewoonlyk voor het bad een deel mans en vrouwen geheel nakend, hebbende ieder enen bondel met roeden in de hand, waarmede zy malkander in het bad vriendelyk den rug kwispelen. F.↑

58InZwedenen inRuslandis het de gewoonte onder allerlei soorten van menschen van alle week ten minsten eens te baden, het welk geschiedt door middel van ene kamer warm gemaakt door een kacchel, en dat tot zulk enen graad dat menschen die ’er niet aan gewend zyn ’er van stikken zouden. De hette wordt daar gemeenlyk vergroot door den hetenwaassemveroorzaakt door het smyten van gloeyende stenen in water. In deze baden baadt het gemene volk van beide geslagten inRuslanddooreen, gelyk deRomeinendeden, van de welken, gelykPlutarchusin ’t leven van Catoaantekent, deGriekendeze onbeschaafde en onbetamelyke gewoonte ontleend hebben, die zo algemeen werd, dat de KeizersAdriaanenMarcus Antoninusgenoodzaakt waren ’er wetten tegen te maken, die egter niet werden in agt genomen; want wy vinden dat de Kerkvergadering vanLaodiceaeen verbod tegens deze ergerlyke[74]gewoonte heeft gegeven. En dit niettegenstaande vinden wy kort daaraan dat lieden van allerlei staat, zelfs Priesters en Monniken, te gelyk met de vrouwen in ’t bad gingen. Van daar is waarschynlyk deze gewoonte naarRuslandovergegaan, toen het Christendom in dat Land wierd ingevoerd. Digt by het bad inRuslandis gemeenlyk een water, waarin het volk zig dompelt als zy door en door heet zyn, en in den winter rollen zy zig in de sneuw; en des zaterdags ziet men gewoonlyk voor het bad een deel mans en vrouwen geheel nakend, hebbende ieder enen bondel met roeden in de hand, waarmede zy malkander in het bad vriendelyk den rug kwispelen. F.↑

59De HeerForstertekent hier aan, dat hy op zyne reizen in de Woestenyen boven de Rivier deVolgagelegenheid gehad heeft deze nuttigheid der Thee ook te ondervinden.↑

59De HeerForstertekent hier aan, dat hy op zyne reizen in de Woestenyen boven de Rivier deVolgagelegenheid gehad heeft deze nuttigheid der Thee ook te ondervinden.↑

60By deEngelschengenaamdLake George.↑

60By deEngelschengenaamdLake George.↑

61“Hier, zegt de HeerForster, schynt de HeerKalmDr.Colden, Dr.Franklin, en den HeerBartram, te vergeten, die inNoord Amerikade natuur zo zorgvuldig hebben nagespoord. Hoe zoude zonder de vlyt derEngelschenin dit Werelddeel de planten die daar voortkomen zo menigvuldig wezen in de tuinen vanEngeland? De nieuwe uitgaaf van hetSystemavanLinnæustoont genoeg aan dat deEngelscheninAmerikazelfs veel meer dan deFranschenhebben toegebragt ter bevordering der Natuurlyke Historie. In de andere takken der wetenschappen overtreffen deEngelscheninAmerikadeFranscheninKanadazeer ver, getuigen zo vele instellingen en opgeregte boekeryen ter bevordering der geleerdheid, die men in deEngelscheVolkplantingen vindt, en waarvan deFranscheninKanadaweinig wisten voor dat dat Land in de handen derEngelschenviel. Om niet te spreken van de voortbrengsels van verscheiden inAmerikageborene geesten.”↑

61“Hier, zegt de HeerForster, schynt de HeerKalmDr.Colden, Dr.Franklin, en den HeerBartram, te vergeten, die inNoord Amerikade natuur zo zorgvuldig hebben nagespoord. Hoe zoude zonder de vlyt derEngelschenin dit Werelddeel de planten die daar voortkomen zo menigvuldig wezen in de tuinen vanEngeland? De nieuwe uitgaaf van hetSystemavanLinnæustoont genoeg aan dat deEngelscheninAmerikazelfs veel meer dan deFranschenhebben toegebragt ter bevordering der Natuurlyke Historie. In de andere takken der wetenschappen overtreffen deEngelscheninAmerikadeFranscheninKanadazeer ver, getuigen zo vele instellingen en opgeregte boekeryen ter bevordering der geleerdheid, die men in deEngelscheVolkplantingen vindt, en waarvan deFranscheninKanadaweinig wisten voor dat dat Land in de handen derEngelschenviel. Om niet te spreken van de voortbrengsels van verscheiden inAmerikageborene geesten.”↑

62Het Land derIllinoizenlegt op de RivierOhio, digt by de plaats waar deEngelschenenig gebeente gevonden hebben, dat men veronderstelde van Elefanten te zyn. Zie I. D. Bl. 60. in de Aantekening.↑

62Het Land derIllinoizenlegt op de RivierOhio, digt by de plaats waar deEngelschenenig gebeente gevonden hebben, dat men veronderstelde van Elefanten te zyn. Zie I. D. Bl. 60. in de Aantekening.↑

63Dandelion, byLinnæusLeontodon Taraxacum.↑

63Dandelion, byLinnæusLeontodon Taraxacum.↑

64Dit noemen deEngelschenPaddling.↑

64Dit noemen deEngelschenPaddling.↑

65Marmor schistosumLinn.vol. 3. p. 40.Marmor unicolor nigrum.[87]Waller. Min. p. 61. n. 2.Lime-slates, schistus calcareus.ForsterIntrod. to Mineral. p. 9.↑

65Marmor schistosumLinn.vol. 3. p. 40.Marmor unicolor nigrum.[87]Waller. Min. p. 61. n. 2.Lime-slates, schistus calcareus.ForsterIntrod. to Mineral. p. 9.↑

66Lithophyta.↑

66Lithophyta.↑

67Madreporæ.↑

67Madreporæ.↑

68Hondendood met eironde bladen.↑

68Hondendood met eironde bladen.↑

69Vloikruid.↑

69Vloikruid.↑

70I. Deel bl. 36.↑

70I. Deel bl. 36.↑

71Ook wil men dat zy een dodelyk vergift voor honden, wolven en ander vee is; waarom zy ook Hondendood genoemd wordt. Zie den nieuwen druk vanChomelHuish. Woord.op het woordApocynum.↑

71Ook wil men dat zy een dodelyk vergift voor honden, wolven en ander vee is; waarom zy ook Hondendood genoemd wordt. Zie den nieuwen druk vanChomelHuish. Woord.op het woordApocynum.↑

72Arctium Lappa.↑

72Arctium Lappa.↑

73Asclepias SyriacaLinn.Le Cotonier.↑

73Asclepias SyriacaLinn.Le Cotonier.↑

74Zie daar bl. 284. DeStillingia sylvatica, zegt de HeerForster, is waarschynlyk een van deze wortelen.↑

74Zie daar bl. 284. DeStillingia sylvatica, zegt de HeerForster, is waarschynlyk een van deze wortelen.↑

75Tænia.↑

75Tænia.↑

76Loups marins.↑

76Loups marins.↑

77ZesFrancs.↑

77ZesFrancs.↑

78Abies foliis subtus argenteis.↑

78Abies foliis subtus argenteis.↑

79Hier tekent de HeerForsterhet volgende aan. “Het schynt dat voor het toekomende de schone sex in deEngelscheVolkplantingen inNoord Amerikade verwytingen, die de HeerKalmdoet, niet zal verdienen, dewyl men berigt dat de Dames sedert malkander zoeken de loef aftesteken in het vervaardigen van het nodige voor hare huishoudingen, en dat in ’t algemeen een geest van nyverheid onder haar de overhand begint te nemen.”↑

79Hier tekent de HeerForsterhet volgende aan. “Het schynt dat voor het toekomende de schone sex in deEngelscheVolkplantingen inNoord Amerikade verwytingen, die de HeerKalmdoet, niet zal verdienen, dewyl men berigt dat de Dames sedert malkander zoeken de loef aftesteken in het vervaardigen van het nodige voor hare huishoudingen, en dat in ’t algemeen een geest van nyverheid onder haar de overhand begint te nemen.”↑

80Tetrao Logapus.↑

80Tetrao Logapus.↑

81Pag. 72.↑

81Pag. 72.↑

82Maar zonden zy getemd zynde die voordelen die zy nu boven het tamme vee hebben, en die zy aan hunnen wilden staat moeten danken, niet verliezen? Zekerlyk, al het wilde gedierte dat tam gemaakt is geworden veraardt. F.↑

82Maar zonden zy getemd zynde die voordelen die zy nu boven het tamme vee hebben, en die zy aan hunnen wilden staat moeten danken, niet verliezen? Zekerlyk, al het wilde gedierte dat tam gemaakt is geworden veraardt. F.↑

83Le Cotonier.Dit is ook de naam dien zy derAsclopias Syriacageven. Zie bov. Bl. 89, 90.↑

83Le Cotonier.Dit is ook de naam dien zy derAsclopias Syriacageven. Zie bov. Bl. 89, 90.↑

84Poaculmo compresso, panicula tenuissima, spiculis trifloris minimis, flosculis basi pubescentibus. Dus beschryft het de HeerKalm.↑

84Poaculmo compresso, panicula tenuissima, spiculis trifloris minimis, flosculis basi pubescentibus. Dus beschryft het de HeerKalm.↑

85Tophus TubalcainiLinn.S. N. vol 3. p. 187. n. 5.Minera ferri subaquosa nigro cærulescens,WallerMiner. p. 263. Germ. Ed. p. 340. n. 3. ZieForsterMiner. p. 48.↑

85Tophus TubalcainiLinn.S. N. vol 3. p. 187. n. 5.Minera ferri subaquosa nigro cærulescens,WallerMiner. p. 263. Germ. Ed. p. 340. n. 3. ZieForsterMiner. p. 48.↑

86Stink-rivier.↑

86Stink-rivier.↑

87Vliegvogel.↑

87Vliegvogel.↑

88Deze kalksteen schynt een mergel te zyn, of liever een soort van steenmergel; want men vindt ’er een witagtig soort van inKrimsch Tartarye, en digt byStivaofThebeinGriekenland, ’t welk deTurkenenTartarengebruiken om pypenkoppen te maken. Met kan in ’t eerst gemakkelyk doorgesneden worden, dog verkrygt naderhand groter vastigheid. F.↑

88Deze kalksteen schynt een mergel te zyn, of liever een soort van steenmergel; want men vindt ’er een witagtig soort van inKrimsch Tartarye, en digt byStivaofThebeinGriekenland, ’t welk deTurkenenTartarengebruiken om pypenkoppen te maken. Met kan in ’t eerst gemakkelyk doorgesneden worden, dog verkrygt naderhand groter vastigheid. F.↑

89La haute & la basse ville.↑

89La haute & la basse ville.↑

90Le Seminaire.↑

90Le Seminaire.↑

91Gelyk hetNitrum SuillumvanLinn.S. N. vol. 3. p. 86. of deLapis Suillus prismaticusvanWallerMin. p. 59. 41. De HeerForsternoemt dien steenStink-stone. Introd. to Mineral. p. 40.↑

91Gelyk hetNitrum SuillumvanLinn.S. N. vol. 3. p. 86. of deLapis Suillus prismaticusvanWallerMin. p. 59. 41. De HeerForsternoemt dien steenStink-stone. Introd. to Mineral. p. 40.↑

92Zie hier ene aantekening van denEngelschenOverzetter. “De RivierSt. Laurencewas niet langer een voormuur tegens de overwinnendeBritsche[124]vloot in den laatsten oorlog. De Vestingwerken vanQuebecwaren toen ook niet in staat de wakkere aanvallen van hetEngelschheirte land te wederstaan. Dit stelde de goedeFranschjesinKanadaomtrent hunne gunstige gedagte aangaande de sterkte van hun land te loor. Thans zyn zy gelukkig door deze omwenteling der Fortuin, welke hen aan denBritschenRyksstaf onderworpen heeft, wiens zoete invloeden zy thans genieten.”↑

92Zie hier ene aantekening van denEngelschenOverzetter. “De RivierSt. Laurencewas niet langer een voormuur tegens de overwinnendeBritsche[124]vloot in den laatsten oorlog. De Vestingwerken vanQuebecwaren toen ook niet in staat de wakkere aanvallen van hetEngelschheirte land te wederstaan. Dit stelde de goedeFranschjesinKanadaomtrent hunne gunstige gedagte aangaande de sterkte van hun land te loor. Thans zyn zy gelukkig door deze omwenteling der Fortuin, welke hen aan denBritschenRyksstaf onderworpen heeft, wiens zoete invloeden zy thans genieten.”↑

93De Kruidkundigen kennen deze plant onder den naam vanPanax quinquefolium,foliis ternis quinatisLinn.Mat. Med.§. 116.Spec. Plant.p. 15. 12.Gronov.Fl. Virgin.p. 147. Zie ookCatesby’sNat. Hist. of Carol.vol. 3. p. 16. t. 16.LaffitauGins.51. t. 1.CharlevoixHist. de la Nouv. FranceTom. 4. p. 308. Fig. 13. en Tom. 5. p. 24.↑

93De Kruidkundigen kennen deze plant onder den naam vanPanax quinquefolium,foliis ternis quinatisLinn.Mat. Med.§. 116.Spec. Plant.p. 15. 12.Gronov.Fl. Virgin.p. 147. Zie ookCatesby’sNat. Hist. of Carol.vol. 3. p. 16. t. 16.LaffitauGins.51. t. 1.CharlevoixHist. de la Nouv. FranceTom. 4. p. 308. Fig. 13. en Tom. 5. p. 24.↑

94Description de l’Empire de la Chine.Tom. 4, p. 9.↑

94Description de l’Empire de la Chine.Tom. 4, p. 9.↑

95ZieOsbeck’sVoyage to China.Vol. 1, p. 223.↑

95ZieOsbeck’sVoyage to China.Vol. 1, p. 223.↑

96De HeerOsbeckschynt te twyfelen of deEuropersenige winst doen met den handel in denGinsenginChina, aangezien deChinezendeKanadaschewortels zo hoog niet schatten als deTartaarschen, waardoor de eersten nauwlyks half zo veel gelden als de laatsten. ZieOsbeck’sVoyage to China. Vol. 1. p. 223. F.↑

96De HeerOsbeckschynt te twyfelen of deEuropersenige winst doen met den handel in denGinsenginChina, aangezien deChinezendeKanadaschewortels zo hoog niet schatten als deTartaarschen, waardoor de eersten nauwlyks half zo veel gelden als de laatsten. ZieOsbeck’sVoyage to China. Vol. 1. p. 223. F.↑

97Dit strydt lynregt met het geen de HeerOsbeckverzekert. Zie bov. Bl. 125 in de Aant.↑

97Dit strydt lynregt met het geen de HeerOsbeckverzekert. Zie bov. Bl. 125 in de Aant.↑

98Dit is hetAdiantum pedatumvanLinn.Sp. Pl. p. 1557.Cornutusin zynCanadens. Plant. Historiap. 7. noemt hetAdiantum Americanum, en geeft by de beschryving ene afbeelding ’er van, p. 6.↑

98Dit is hetAdiantum pedatumvanLinn.Sp. Pl. p. 1557.Cornutusin zynCanadens. Plant. Historiap. 7. noemt hetAdiantum Americanum, en geeft by de beschryving ene afbeelding ’er van, p. 6.↑

99Maiden-hair.↑

99Maiden-hair.↑

100Adiantum Capillus Veneris.↑

100Adiantum Capillus Veneris.↑

101Solanum tuberosum.↑

101Solanum tuberosum.↑

102Convolvulus Batatas.↑

102Convolvulus Batatas.↑

103Dit is een soort van Kool met lange ronde eetbare wortelen, die boven den grond wassen, waarin zy vanBrassica Napobrassicaverschilt, welker wortels onder den grond groeyen. Beide de soorten zyn gemeen inDuitschland, en de eerste inItalie. F.↑

103Dit is een soort van Kool met lange ronde eetbare wortelen, die boven den grond wassen, waarin zy vanBrassica Napobrassicaverschilt, welker wortels onder den grond groeyen. Beide de soorten zyn gemeen inDuitschland, en de eerste inItalie. F.↑

104Dit schynt zeer waarschynlyk te wezen, want wy vinden inMarco Paolo, datKublai Khan, een van de Opvolgers vanGenghis Khan, na de zuidelyke delen vanChinate hebben overmeesterd, ene vloot uitzond omJapan, of, gelyk zy het noemden,Nipan-gri, te veroveren; dog een geweldige storm beliep de vloot, en geen schip is er oit van te regt gekomen.Waarschynlyk wierden enigen van deze schepen op de Kust vanAmerikagesmeten, die, regt over de groteAmerikaanscheMeren, tusschen de 40, en 30.gr. N.legt; en het scheepsvolk zal naar alle gedagte deze gedenktekens hebben opgerigt, en de voorvaders zyn geweest van enige volken,Mozemleksgenaamd, die enigsins beschaafd zyn. En ander gedeelte dezer vloot schynt op de kust vanMexikogeraakt te zyn, en denoorsprongaan hetMexikaanscheRyk gegeven te hebben, het welk, volgens de verhalen derMexikanenzelven, zo als ons deSpanjaardenberigten, niet zeer oud is; zo dat zy nauwlyks meer dan zeven VorstenvoorMotezuma den twedenweten optenoemen, die regeerde ten tyde dat deSpaanschenonderFernando Cortezdaar in het jaar 1519. aanlandden. Gevolgelyk begon de eerste dezer Vorsten in het jaar 1270. te regeren, onderstellende dat elk van hun drieëndertig jaar en vier maanden geregeerd heeft, en men daar de zestien jaren vanMotezumabydoet, omtrent welken tydKublai Khan, de overweldiger van geheelChinaen vanJapan, op den troon zat, onder wiens regering ik meen dat de gemelde ongelukkige togt opJapanwerd ondernomen, dieAmerikavan beschaafde inwoonders zal voorzien hebben. Daar is, indien ik my niet bedrieg, ene grote overeenkomst tusschen de gedaante van de Afgodsbeelden derMexikanenen die van[130]zulkeTartarendie den godsdienst van denDalaï Lamaaankleven, welken godsdienstKublai Khanhet eerst by deMogulsheeft ingevoerd. DeWildenvanAmerikaschynen enen anderen oorsprong te hebben, en zyn waarschynlyk afkomstig van deJukaghirienTkhuktkhi, die in enigen der noordoostelyke delen vanAsiawonen, van waar, volgens de berigten derRussen, de overtogt naarAmerikaniet zeer lang is. De woestheid dier twee volken, gelyk aan die der wildeAmerikanen, de gewoonte van zig het aangezigt te beschilderen, hunne gesteldheid op sterke dranken, waarvan zig ’er deJukaghirienigen uit vergiftige en bedwelmende paddenstoelen weten te bereiden, welken zy van deRussenkopen, en vele andere overeenkomsten, tonen duidelyk aan dat de beide volken den zelven oorsprong hebben. DeEskimausschynen een en het zelve volk met deGroenlanders, deSamoyedenen deLaplandenste wezen.Zuid Amerika, en byzonderlykPeru, is waarschynlyk uit het grote onbekendeZuidlandbevolkt, het welk digt byAmerikalegt. F.↑

104Dit schynt zeer waarschynlyk te wezen, want wy vinden inMarco Paolo, datKublai Khan, een van de Opvolgers vanGenghis Khan, na de zuidelyke delen vanChinate hebben overmeesterd, ene vloot uitzond omJapan, of, gelyk zy het noemden,Nipan-gri, te veroveren; dog een geweldige storm beliep de vloot, en geen schip is er oit van te regt gekomen.Waarschynlyk wierden enigen van deze schepen op de Kust vanAmerikagesmeten, die, regt over de groteAmerikaanscheMeren, tusschen de 40, en 30.gr. N.legt; en het scheepsvolk zal naar alle gedagte deze gedenktekens hebben opgerigt, en de voorvaders zyn geweest van enige volken,Mozemleksgenaamd, die enigsins beschaafd zyn. En ander gedeelte dezer vloot schynt op de kust vanMexikogeraakt te zyn, en denoorsprongaan hetMexikaanscheRyk gegeven te hebben, het welk, volgens de verhalen derMexikanenzelven, zo als ons deSpanjaardenberigten, niet zeer oud is; zo dat zy nauwlyks meer dan zeven VorstenvoorMotezuma den twedenweten optenoemen, die regeerde ten tyde dat deSpaanschenonderFernando Cortezdaar in het jaar 1519. aanlandden. Gevolgelyk begon de eerste dezer Vorsten in het jaar 1270. te regeren, onderstellende dat elk van hun drieëndertig jaar en vier maanden geregeerd heeft, en men daar de zestien jaren vanMotezumabydoet, omtrent welken tydKublai Khan, de overweldiger van geheelChinaen vanJapan, op den troon zat, onder wiens regering ik meen dat de gemelde ongelukkige togt opJapanwerd ondernomen, dieAmerikavan beschaafde inwoonders zal voorzien hebben. Daar is, indien ik my niet bedrieg, ene grote overeenkomst tusschen de gedaante van de Afgodsbeelden derMexikanenen die van[130]zulkeTartarendie den godsdienst van denDalaï Lamaaankleven, welken godsdienstKublai Khanhet eerst by deMogulsheeft ingevoerd. DeWildenvanAmerikaschynen enen anderen oorsprong te hebben, en zyn waarschynlyk afkomstig van deJukaghirienTkhuktkhi, die in enigen der noordoostelyke delen vanAsiawonen, van waar, volgens de berigten derRussen, de overtogt naarAmerikaniet zeer lang is. De woestheid dier twee volken, gelyk aan die der wildeAmerikanen, de gewoonte van zig het aangezigt te beschilderen, hunne gesteldheid op sterke dranken, waarvan zig ’er deJukaghirienigen uit vergiftige en bedwelmende paddenstoelen weten te bereiden, welken zy van deRussenkopen, en vele andere overeenkomsten, tonen duidelyk aan dat de beide volken den zelven oorsprong hebben. DeEskimausschynen een en het zelve volk met deGroenlanders, deSamoyedenen deLaplandenste wezen.Zuid Amerika, en byzonderlykPeru, is waarschynlyk uit het grote onbekendeZuidlandbevolkt, het welk digt byAmerikalegt. F.↑

105Dit stuk is nog niet uitgegeven.↑

105Dit stuk is nog niet uitgegeven.↑

106Lichen rangiferinus.↑

106Lichen rangiferinus.↑

107Pour faire un Recollet il faut une hachette, pour un Prêtre un ciseau, mais pour un Jesuite il faut un pinceau.↑

107Pour faire un Recollet il faut une hachette, pour un Prêtre un ciseau, mais pour un Jesuite il faut un pinceau.↑

108Spiculæ tri- vel quadrifloræ minimæ, semina basi pubescentia.↑

108Spiculæ tri- vel quadrifloræ minimæ, semina basi pubescentia.↑

109Hier volgt in ’tHoog Duitschwederom ene breedvoerige beschryving van de omheiningen die men inAmerikagewoon is om de akkers te maken, het welk wy als vervelend en voor onzen Lezer van geen nut hebben overgeslagen, gelyk ook deEngelscheoverzetter gedaan heeft.↑

109Hier volgt in ’tHoog Duitschwederom ene breedvoerige beschryving van de omheiningen die men inAmerikagewoon is om de akkers te maken, het welk wy als vervelend en voor onzen Lezer van geen nut hebben overgeslagen, gelyk ook deEngelscheoverzetter gedaan heeft.↑

110“Ik heb het ene soort van dezen boom, door deFranschenCerisiergenoemd, in myn Dagboek dus beschreven;” zegt de HeerKalm. “Cerasus[144]foliis ovatis serratis, serraturis profundis fere subulatis, fructu racemoso.Het andere dus:Cerasus foliis lanceolatis, crenato-serratis, acutis, fructu fere solitario.↑

110“Ik heb het ene soort van dezen boom, door deFranschenCerisiergenoemd, in myn Dagboek dus beschreven;” zegt de HeerKalm. “Cerasus[144]foliis ovatis serratis, serraturis profundis fere subulatis, fructu racemoso.Het andere dus:Cerasus foliis lanceolatis, crenato-serratis, acutis, fructu fere solitario.↑

111Helleborus trifolius.↑

111Helleborus trifolius.↑

112Helianthus annuus.↑

112Helianthus annuus.↑

113Verscheiden proeven hebben bewezen dat een vogt in een ander vogt gedompeld,[148]en dan aan de lugt om uittewaassemen bloot gesteld, zeer koud wordt; en hoe schielyker de uitwaasseming na herhaalde indompelingen voortgaat te sterker is de koude. Dit is de reden dat de wyngeest, die meer uitwaassemt dan water, ook meer verkoelt dan water, en dat despiritus salis Ammoniaci, die nog vlugger is dan de wyngeest, ene nog groter kragt van verkoeling heeft. De uitwaasseming gelukt het best als men het vat waarin het vogt is beweegt, het aan de lugt bloot stelt, of ’er met een paar blaasbalgen op blaast. Ziede MairanDissert. sur la Glace;RichmaninNov. Comment. Petropol.ad ann. 1747. & 1748. p. 284. en Dr.CulleninThe Edinb. physical and literary Essays and Observationsvol. 2. p. 145. F.↑

113Verscheiden proeven hebben bewezen dat een vogt in een ander vogt gedompeld,[148]en dan aan de lugt om uittewaassemen bloot gesteld, zeer koud wordt; en hoe schielyker de uitwaasseming na herhaalde indompelingen voortgaat te sterker is de koude. Dit is de reden dat de wyngeest, die meer uitwaassemt dan water, ook meer verkoelt dan water, en dat despiritus salis Ammoniaci, die nog vlugger is dan de wyngeest, ene nog groter kragt van verkoeling heeft. De uitwaasseming gelukt het best als men het vat waarin het vogt is beweegt, het aan de lugt bloot stelt, of ’er met een paar blaasbalgen op blaast. Ziede MairanDissert. sur la Glace;RichmaninNov. Comment. Petropol.ad ann. 1747. & 1748. p. 284. en Dr.CulleninThe Edinb. physical and literary Essays and Observationsvol. 2. p. 145. F.↑

114Het is bekend dat alle bomen ieder jaar maar enen nieuwen kring maken, zo dat men ’er den ouderdom van den boom, en den spoed waarmede hy groeit, uit kan opmaken. F.↑

114Het is bekend dat alle bomen ieder jaar maar enen nieuwen kring maken, zo dat men ’er den ouderdom van den boom, en den spoed waarmede hy groeit, uit kan opmaken. F.↑

115Polypodium fronde pinnata, pinnis alternis ad basin superne appendiculatis.↑

115Polypodium fronde pinnata, pinnis alternis ad basin superne appendiculatis.↑

116WaarschynlykOnidoes, zegt de HeerForster.↑

116WaarschynlykOnidoes, zegt de HeerForster.↑

117Venus mercenariaLinn.↑

117Venus mercenariaLinn.↑

118Triglochin.↑

118Triglochin.↑

119Waarschynlyk was die aarde bezwangerd met deeltjes van kopererts.↑

119Waarschynlyk was die aarde bezwangerd met deeltjes van kopererts.↑

120De grote Rivier.↑

120De grote Rivier.↑

121Vitis Labrusca & vulpina.↑

121Vitis Labrusca & vulpina.↑

122Saxum micaceo quarzoso calcarium.↑

122Saxum micaceo quarzoso calcarium.↑

123Zie Bl. 115.↑

123Zie Bl. 115.↑

124Het beroemdeMoose-deeris niets anders dan een Eland, want niemant kan ontkennen, datMoose-deervanMusuofMoesafkomt, want deUop ’t laatst van dit woord spreken deAlgonkinsbyna niet uit. Voor dat deIroquoizen, of deVyf Volken, zo magtig wierden als zy nu zyn, waren deAlgonkinshet voornaamste volk vanNoord Amerika, en hunne taal was in gebruik over het grootste gedeelte van dat land. En, schoon zy byna geheel door deIroquoizenuitgeroeid zyn, is nogthans hunne taal meer in gebruik inKanadadan enige andereAmerikaanschetaal. F.↑

124Het beroemdeMoose-deeris niets anders dan een Eland, want niemant kan ontkennen, datMoose-deervanMusuofMoesafkomt, want deUop ’t laatst van dit woord spreken deAlgonkinsbyna niet uit. Voor dat deIroquoizen, of deVyf Volken, zo magtig wierden als zy nu zyn, waren deAlgonkinshet voornaamste volk vanNoord Amerika, en hunne taal was in gebruik over het grootste gedeelte van dat land. En, schoon zy byna geheel door deIroquoizenuitgeroeid zyn, is nogthans hunne taal meer in gebruik inKanadadan enige andereAmerikaanschetaal. F.↑

125Histoire de la Nouvelle France.T. II. p. 125.↑

125Histoire de la Nouvelle France.T. II. p. 125.↑

126Sterna Hirundo.↑

126Sterna Hirundo.↑

127Seigle de mer.↑

127Seigle de mer.↑

128Vinland det goda, ofhet goede Wynland, is de naam dien de oudeSkandinavischeZeelieden aanAmerikagaven, het welk zy lang voorColumbustyd ontdekt hebben. ZieTorfæiHistoria Vinlandiæ antiquæ, seu partis Americæ Septentrionalis. Hafniæ 1715. in 4to. F.↑

128Vinland det goda, ofhet goede Wynland, is de naam dien de oudeSkandinavischeZeelieden aanAmerikagaven, het welk zy lang voorColumbustyd ontdekt hebben. ZieTorfæiHistoria Vinlandiæ antiquæ, seu partis Americæ Septentrionalis. Hafniæ 1715. in 4to. F.↑

129Crithmum.↑

129Crithmum.↑

130Pinus foliis geminis longis; ramis triplici fasciculo foliorum terminatis, conis ovatis lævibus.Flor. Canad.↑

130Pinus foliis geminis longis; ramis triplici fasciculo foliorum terminatis, conis ovatis lævibus.Flor. Canad.↑

131Boven Bl. 115.↑

131Boven Bl. 115.↑

132In geheelPolen,Rusland,Turkye, enTartaryerookt men uit pypen van een soort van steenmergel gemaakt, waaraan men lange houten stelen vast maakt; tot welk einde men gemeenlyk de jonge scheuten gebruikt van een soort vanSpiræa, waarin een merg zit dat men ’er ligt kan uitdoen. Dit soort van steenmergel wordt gemeenlykZeeschuimgenoemd, omdat het zo zagt is. DeKrimsche Tartarennoemen hetKaffekil. Men maakt allerhande figuren op deze pypenkoppen, en beslaat ze dikwyls met zilver. F.↑

132In geheelPolen,Rusland,Turkye, enTartaryerookt men uit pypen van een soort van steenmergel gemaakt, waaraan men lange houten stelen vast maakt; tot welk einde men gemeenlyk de jonge scheuten gebruikt van een soort vanSpiræa, waarin een merg zit dat men ’er ligt kan uitdoen. Dit soort van steenmergel wordt gemeenlykZeeschuimgenoemd, omdat het zo zagt is. DeKrimsche Tartarennoemen hetKaffekil. Men maakt allerhande figuren op deze pypenkoppen, en beslaat ze dikwyls met zilver. F.↑

133Phoca vitulina.Linn.↑

133Phoca vitulina.Linn.↑

134Trichechus RosmarusLinn.↑

134Trichechus RosmarusLinn.↑

135Enigen van de zogenaamdeMoravische Broedersmet enigeGroenlandersinTerra Labradorzynde gekomen, namen deEskimausde vlugt voor hen; dog een derGroenlandersriep hun toe in zyne taal. DeEskimaushem horende roepen, en zyne taal verstaande, bleven ten eersten staan, kwamen terug, en waren blyde enen landsman gevonden te hebben; en waarheen zy zig begaven vertelden zy onder deEskimausdat een van hunne landslieden aangekomen was. “Dit bewyst,” zegt de HeerForster, “dat deEskimauseen geslagt zyn verschillende van alle deEuropischeVolken, dewyl deGroenlandschetaal gene overeenkomst heeft met enigeEuropische.” Zie over deGroenlandschetaalHans EgedeBeschryving van Oud GroenlandHoofdst. 16. enAndersonBeschryving vanYslandenz. Bl. 202. en 244.↑

135Enigen van de zogenaamdeMoravische Broedersmet enigeGroenlandersinTerra Labradorzynde gekomen, namen deEskimausde vlugt voor hen; dog een derGroenlandersriep hun toe in zyne taal. DeEskimaushem horende roepen, en zyne taal verstaande, bleven ten eersten staan, kwamen terug, en waren blyde enen landsman gevonden te hebben; en waarheen zy zig begaven vertelden zy onder deEskimausdat een van hunne landslieden aangekomen was. “Dit bewyst,” zegt de HeerForster, “dat deEskimauseen geslagt zyn verschillende van alle deEuropischeVolken, dewyl deGroenlandschetaal gene overeenkomst heeft met enigeEuropische.” Zie over deGroenlandschetaalHans EgedeBeschryving van Oud GroenlandHoofdst. 16. enAndersonBeschryving vanYslandenz. Bl. 202. en 244.↑

136De HeerForsterwyst zynen Lezer, die meer van deEskimausbegeert te weten, naarHenry Ellis’sAccount of a Voyage to Hudson’s Bay by the Dobbs Galley and California. &c. enThe Account of a Voyage for the Discovery of a Northwest Passage by Hudsons streights, by the Clerk of the California, twee delen in 8vo. enCrantzHistorie van Groenland, welk boek in ’tNeder Duitschis overgezet.↑

136De HeerForsterwyst zynen Lezer, die meer van deEskimausbegeert te weten, naarHenry Ellis’sAccount of a Voyage to Hudson’s Bay by the Dobbs Galley and California. &c. enThe Account of a Voyage for the Discovery of a Northwest Passage by Hudsons streights, by the Clerk of the California, twee delen in 8vo. enCrantzHistorie van Groenland, welk boek in ’tNeder Duitschis overgezet.↑

137De vermindering van het hout is het alleen niet waardoor delugtsgesteldheidvan een land veranderd wordt, maar de bevolking en de bebouwing zyn het voomamelyk. DeRomeinenhielden de winters inEngelanden inDuitschlandvoor zeer gestreng; dog gelukkiglyk genieten die twee landen tegenswoordig ene veel zagtere lugt, het geen men aan de drie genoemde oorzaken moet toeschryven. ByPetersburgop 60.gr. N.werd de Rivier deNevain ’t begin van December 1765. met ys bedekt, en raakte van het zelve niet vry voor den 11. April 1766. TeTsaritsin, leggende op 48.gr.40.min. N.was de Rivier deVolgareeds den 26. November 1765. toegevroren, en het ys raakte los den 27. April O. S. Het is byna ongelooflyk dat op ene plaats die by de twaalf graden meer zuidwaards ligt, de koude langduriger en sterker zoude zyn dan meer noordelyk. En schoon ’er in den omtrek vanPetersburgvele bosschen zyn, was daar egter de koude min gestreng en langdurig.Tsaritsinin tegendeel heeft in de nabuurschap gene bosschen op den afstand van enige honderdEng.mylen, indien men enige enkelde bomen en wat kreupelhout langs deVolgaen op de eilanden in dezelve uitzondert. Oostwaards aan vindt men gedurende vele honderd mylen niets dan ruime vlaktens zonder hout. Het omhouwen van het geboomte kan dan alleen de lugt niet zagter maken, maar het bebouwen van het land doet ’er meer toe. Op een beploegd veld smelt de sneuw altyd veel vroeger dan op een land met gras bewassen. De ontvlambare en warme deeltjes, die met de mist op een land gebragt worden, brengen veel toe om de gestrengheid der lugt te matigen; maar de uitwaassemingen van vele duizenden van menschen en vee in een wel bevolkt land, het branden van zo vele warmte veroorzakende deeltjes, en het verspreiden van dezelven door den dampkring, zyn het die uitermate veel toebrengen tot het verzagten van de lugtsgesteldheid. Honderd vierkante mylen rondomTsaritsinbevatten zo veel bebouwd land niet als tien rondomPetersburg. Het bebouwde land is in evenredigheid met het getal van de inwoonders dier twee plaatsen, en dit maakt het grootste onderscheid in de lugtsgesteldheid. Daar is nog iets.Petersburgligt digt aan zee, enTsaritsinver binnen in het land; en[183]in ’t algemeen heeft men opgemerkt dat plaatsen aan zee gelegen ene zagtere lugtsgesteldheid hebben dan anderen. Deze weinige aanmerkingen zullen, denk ik, voldoen om reden te geven van de veranderingen in de lugtsgesteldheden der landen, die, ontwyffelbaar, warmer en gematigder worden naar mate de bevolking en de landbouw toenemen. F.↑

137De vermindering van het hout is het alleen niet waardoor delugtsgesteldheidvan een land veranderd wordt, maar de bevolking en de bebouwing zyn het voomamelyk. DeRomeinenhielden de winters inEngelanden inDuitschlandvoor zeer gestreng; dog gelukkiglyk genieten die twee landen tegenswoordig ene veel zagtere lugt, het geen men aan de drie genoemde oorzaken moet toeschryven. ByPetersburgop 60.gr. N.werd de Rivier deNevain ’t begin van December 1765. met ys bedekt, en raakte van het zelve niet vry voor den 11. April 1766. TeTsaritsin, leggende op 48.gr.40.min. N.was de Rivier deVolgareeds den 26. November 1765. toegevroren, en het ys raakte los den 27. April O. S. Het is byna ongelooflyk dat op ene plaats die by de twaalf graden meer zuidwaards ligt, de koude langduriger en sterker zoude zyn dan meer noordelyk. En schoon ’er in den omtrek vanPetersburgvele bosschen zyn, was daar egter de koude min gestreng en langdurig.Tsaritsinin tegendeel heeft in de nabuurschap gene bosschen op den afstand van enige honderdEng.mylen, indien men enige enkelde bomen en wat kreupelhout langs deVolgaen op de eilanden in dezelve uitzondert. Oostwaards aan vindt men gedurende vele honderd mylen niets dan ruime vlaktens zonder hout. Het omhouwen van het geboomte kan dan alleen de lugt niet zagter maken, maar het bebouwen van het land doet ’er meer toe. Op een beploegd veld smelt de sneuw altyd veel vroeger dan op een land met gras bewassen. De ontvlambare en warme deeltjes, die met de mist op een land gebragt worden, brengen veel toe om de gestrengheid der lugt te matigen; maar de uitwaassemingen van vele duizenden van menschen en vee in een wel bevolkt land, het branden van zo vele warmte veroorzakende deeltjes, en het verspreiden van dezelven door den dampkring, zyn het die uitermate veel toebrengen tot het verzagten van de lugtsgesteldheid. Honderd vierkante mylen rondomTsaritsinbevatten zo veel bebouwd land niet als tien rondomPetersburg. Het bebouwde land is in evenredigheid met het getal van de inwoonders dier twee plaatsen, en dit maakt het grootste onderscheid in de lugtsgesteldheid. Daar is nog iets.Petersburgligt digt aan zee, enTsaritsinver binnen in het land; en[183]in ’t algemeen heeft men opgemerkt dat plaatsen aan zee gelegen ene zagtere lugtsgesteldheid hebben dan anderen. Deze weinige aanmerkingen zullen, denk ik, voldoen om reden te geven van de veranderingen in de lugtsgesteldheden der landen, die, ontwyffelbaar, warmer en gematigder worden naar mate de bevolking en de landbouw toenemen. F.↑

138Cornus sanguinea.Linn.↑

138Cornus sanguinea.Linn.↑

139Orignacs.↑

139Orignacs.↑

140Cariboux.↑

140Cariboux.↑

141Loup-cerviers.↑

141Loup-cerviers.↑

142Histoire de laNouv. France.Tom. 6. p. 158.↑

142Histoire de laNouv. France.Tom. 6. p. 158.↑

143De Schryver heeft deze lyst in ’tFranschmedegedeeld uit vrees van zig misschien anders niet volkomen juist uittedrukken.↑

143De Schryver heeft deze lyst in ’tFranschmedegedeeld uit vrees van zig misschien anders niet volkomen juist uittedrukken.↑

144Histoire de la Nouvelle FranceTom. 6. p. 415.↑

144Histoire de la Nouvelle FranceTom. 6. p. 415.↑

145Annona muricata.↑

145Annona muricata.↑

146Fagus pumila.↑

146Fagus pumila.↑

147Epinette blanche.De wys van dit Bier te brouwen heb ik in deVerhandeling[204]der Kon. Maatschappyvoor hetjaar1751. bl. 190. omstandiglyk beschreven.↑

147Epinette blanche.De wys van dit Bier te brouwen heb ik in deVerhandeling[204]der Kon. Maatschappyvoor hetjaar1751. bl. 190. omstandiglyk beschreven.↑


Back to IndexNext