Boomgaarden.RondomChichestervindt men vele tuinen, die vol zyn van Appelbomen, welker takken onder ’t gewigt der vrugten buigen. De meesten zyn winterappelen, en derhalven waren ze nog geheel zuur. Elke Landhoeve en boerdery heeft haren tuin. Zy waren tamelyk uitgestrekt, en verschaften den eigenaar het gehele jaar door groten onderstand in de huishouding. Ik was dikwyls verwonderd over de schrandere behandeling der Inwoonders van dit Land. Zo dra hebben zy niet een stuk grondsgekoft, dat nog woest legt, of zy zorgen jonge Appelbomen te hebben en een tuin te maken. Dan gaan zy aan het bouwen van een huis, en dan bearbeiden zy den grond om dien te bezayen. Zy weten dat de bomen enige jaren van noden hebben voor dat ze vrugt dragen, en daarom planten zy die het eerst. Ik zag naby de huizen molens, raderen en andere werktuigen om de appelen te perssen, om ’er vervolgens Cyder van te maken.Weg vanChichesternaarPhiladelphia.VanChichesterreisde ik voort naarPhiladelphia. De Eiken waren de talrykste van alle de bomen in de bosschen. Dog daar waren ’er verscheiden soorten van, allen verschillende van deEuropischen. De varkens liepen nu in grote troepen in de eikebosschen, om de eikels te zoeken. Elk varken heeft een driekantig houten juk om den hals, om het te beletten door de tuinen en heiningen te dringen. Dit is de reden dat men de heiningen zeer ligt en gemakkelyk om op te nemen maakt, zo dat ’er ook weinig hout toe nodig is. In de eikebosschen ziet men ene menigte van Eekhoorns, ten dele op den grond lopende, en ten dele van den enen tak op den anderen springende. Om dezen tyd azen zy meest op de Eikels.[74]Beuken zag ik zeer weinig, dog die ’er waren zyn juist de zelven als deEuropischen.Mieren.Ik weet niet enige andere dan deZwarte MierinAmerikagezien te hebben. Zy waren zo zwart als kolen en van twederlei soort, sommigen zeer klein, gelyk de kleinsten by ons, en anderen van de grootte van onze gemene Roodbruinen. Ik had tot nog toe gene hoogtens ontdekt die haar tot nesten dienden, maar alleen ’er enigen zien lopen. In andere oorden vanAmerikaheb ik andere soorten van Mieren gezien, gelyk ik op zyn’ plaats zal aantekenen.Hagen.Het gemeneLigustrumdiende op vele plaatsen voor hagen om de akkers en boomgaarden. Ook zag ik op deze reis ’er gene anderen als van Ligustrum, schoon men wel wist dat de doornen daar beter toe zyn. De Ligustrumhagen worden zeer digt; dog by gebrek van doornen keren zy de varkens en het ander vee niet wel. En als ’er eens een gat in is, duurt het ene goede wyl eer dat weer toe is.Chester.Op den middag kwam ik doorChester, een klein vlek aan deDellaware, in de welke daar ene kleine rivier, die door het vlek heen loopt, zig uitstort. Over deze was ene kleine brug. De huizen staan hier en daar verstroid. De meesten zyn van steen en twee verdiepingen hoog, enigen ook van hout. Hier is ene kerk en ene marktplaats.Weit.De Weit was hier al overal in den grond. Op sommige plaatsen was zy al schoon opgekomen, zynde reeds vier weken gezaid geweest. De akkers lagen meest op zynEngelschzonder gruppen, maar met watervoren vier of zes voet van malkander. Op de akkers zag men grote stompen van omgehouwen bomen, een teken dat dit land eerst onlangs tot bouwland gemaakt was.De wortels der bomen liepen hier meest langs den grond, gaande niet diep in. Dit had ik gelegenheid op verscheiden plaatsen optemerken. Zelden vond ik enen wortel die boven enen halven voet in den grond gegaan was, schoon de aarde hier zeer los was.Yzer.Omtrent tweeEng.mylen vanChesterreden wy ene Yzerhut voorby. Zy kwam twee broeders toe. De oer wordt egter hier niet gegraven, maar wel dertig of veertig mylen verder gebroken, gesmolten, en vervolgens herwaards gevoerd. De blaasbalgen waren meest van leder, en, zo wel als de hamer en de vuurplaats, in vergelyking met de onzen, vry klein. Alles ging door middel van ’t water. Het yzer werd hier tot staven gesmeed.Ik merkte op deze reis, en naderhand zag ik het zelve dikwyls, dat de paarden veel van appelen houden. Zy verkozen ze ver boven het frissche gras, als men ze in enen boomgaard, daar afgevallen appelen lagen, lopen liet. Dog men hieldze hun niet zeer dienstig. En behalven dat, dit voedsel valt wat duur.[75]Geboomte.DeRoodbloemige Ahorn66is hier overvloedig, vooral in moerassige gronden. Uit zyn hout maakt men borden, spinnewielen, rollen, voeten voor stoelen en ledikanten, en ander huisraad. Met den bast verwt men linnen en wol donker blauw. Ten dien einde kookt men dien in water, en doet wat koperroods, diergelyk de hoede- en schoenmakers gebruiken, in den ketel, voor dat ’er de stof in komt. Ook maakt men ’er enen goeden zwarten inkt van. Als men in ’t voorjaar in den boom hakt, zo loopt ’er een zoet sap uit, gelyk als uit onze Berken. Dit sap gebruikt men hier niet, maar inKanadakookt men ’er syroop en suiker uit. Hier vindt men ene verscheidenheid van dezen boom welken men denBonten Ahornnoemt,67om dat zyn hout van binnen gespikkeld is. Men gebruikt het veel tot allerlei schrynwerk, en men zoekt het geen ’er van gemaakt is boven al ander werk. Het wordt veel duurder betaald dan het geen uit Walnoten of wilde Kersebomenhout68gemaakt is. Dog het kostbaarste huisraad is het geen vanBont Zwart Walnotenhoutgemaakt wordt, want dit is over ’t algemeen zeldzaam. De Bonte Ahorn wordt ook niet veel gevonden. Ook vindt men ’er wier buitenste gemarmeld is, dog het binnenste niet. Om die reden hakt men diep in den boom, eer men hem laat vallen, ten einde te ontdekken of hy van binnen wel geaderd is.Reis naarNew Jersey.Des avonds kwam ik tePhiladelphia. Den volgenden ogtend, zynde den 7. October, zettede ik deDellawarein een schuit over. Hier was ik inNew Jersey. Men betaalt vierpencevoor ’t overvaren van ieder persoon. Het Land is hier geheel anders gesteld als inPensylvanie. De Insekten en planten, welken ik dezen dag ontdekte, denk ik in een ander werk te beschryven.Vrugtbaarheid.Men zou misschien denken dat op enen zo mageren grond als die vanNew Jerseyis niets wassen moest. Evenwel stond ’er de Mais ongemeen wel. Wy zagen ’er gantsche velden van. De aarde was van dat soort waarin de Tabak byzonderlyk wel tiert, dog lang zo vet niet. De stelen van de Mais waren gemeenlyk agt voeten hoog. Zy waren vol van bladen. Men had de Mais als naar gewoonte, op ryen in vierkante vakken geplant, zo dat ’er ene opening van vyf voet en zes duim tusschen ieder kleine hoogte was, waarop zy stond, zo wel in de lengte als in de breedte. Uit elke hoogte kwamen drie of vier stelen te voorschyn. Men had ze hier nog niet tot voer van ’t vee gesneden. Elke steel droeg tot vier airen toe, die groot en vol van koorn waren. Noit had men zulk enen zandigen[76]grond beter kunnen gebruiken. Op andere plaatsen was de aarde tusschen de Mais omgeploegd om Rogge te zaijen, zo dat, als hetTurkschkoorn gemaid is, de Rogge op het veld staan blyft.Aspersies.Wy zagen veelAspersiesin ene losse aarde en op onbebouwde zandvelden wassen. Zy stonden ook veel tusschen de Mais, en waren vol van bessen. Dog ik kan niet zeggen of de zaden door den wind uit de naburige tuinen derwaards gebragt waren. Maar dit is zeker, dat ik ze op andere plaatsen inAmerikain het wild heb zien wassen.Wormkruid.HetWormzaadis ook menigvuldig op de wegen, op enen zandigen grond, gelyk dien vlak over het Veer vanPhiladelphia. Ik heb gezegd dat men dit den kinderen tegens de wormen ingeeft. Dit geschiedt aldus. Men legt het in brandewyn, neemt het ’er een uur daarna weer uit, laat het drogen, en geeft het dan de kinderen in met wat zoet gemaakt bier, of eenigen anderen drank. Sommigen roemden de uitwerking van dit middel zeer, als dodende de wormen. Dog anderen waren van oordeel dat zy ’er van vermeerderden. Maar by ondervinding weet ik dat het zeer heilzaam geweest is.Porselein.DePorseleinwast hier in ’t wild overvloedig, in de blote lugtige aarde tusschen de Mais in. Zy kruipt daar langs den grond, en hare stelen zyn vry dik en sappig, schoon het kwalyk te begrypen was hoe zy in zo droog ene aarde haar voedsel kreeg. Men ziet ze ook in menigte in dat zelve soort van aarde op andere plaatsen in dit Land wassen.SpaanscheNetels.DeBidens bipinnata,69by deEngelschen70Spaansche Netelsgenoemd, wast hier en daar, omtrent de landhuizen, op de wegen, by de tuinen, en langs de hagen. Zy bloeide ten dele nog; dog de meeste planten waren haren bloeisem al kwyt. Als het zaad ryp is wordt het zeer onaangenaam op zulke plaatsen te gaan daar zy staat, vermits het aan de kleren blyft zitten en die zwart maakt, en het is moeilyk die vlakken ’er uit te krygen. Elk zaadtje heeft drie doorns op zyn spits, en elke doorn heeft ook vele kleine omgebogene hoeken, waardoor het aan de klederen kleeft.In de bosschen, en langs de heggen kropen hier en daar enige enkelde kleine rode Mieren,71wier sprieten zo lang waren als hunne lichamen.Philadelphia.Tegens den avond keerden wy weer naarPhiladelphia.Op de kust vanPensylvanievindt men zeer veel schoneOesters. Men begon nu ze tePhiladelphiate koop te brengen. Zy worden gehouden zo goed te zyn als deNew Yorkschen, van de welken ik hierna byzonderlyk spreken zal. My scheen het egter, dat de laatsten groter en[77]lekkerder zyn. Men merkt aan, dat zy goed worden tegens den tyd dat de hete koortsen beginnen optehouden. Daar reden menschen met gantsche karren vol oesters langs de straten, schreuwden die te koop, daar het anders hier iets zeldzaams is waren langs de deuren te koop te zien veilen; dog teLondenis dit gemeen. Men eet hier den meesten tyd de Oesters op gloeijende kolen gebraden, tot dat de schelpen een weinig opengaan, en dan eet men den oester met wit tarwenbrood met boter besmeerd. Voorheen brandde men kalk uit de schelpen, dog thans heeft men ene betere stof daartoe. Men wees my enige huizen in de Stad die met schelpkalk gemetseld waren. De muren hadden de eigenschap van twee of drie dagen voor dat men regenagtig weder krygt, vogtig te worden, zo dat ’er tamelyk grote droppels aan hangen. Dus dienden zy voor Hygrometers.72Over het zelve ongemak klaagden vele menschen die in huizen gewoond hadden met schelpkalk gemetseld.Erwten.Erwten worden ’er inPensylvanieniet veel gezaid, schoon voorheen, volgens het geen enige bejaardeZwedenons verhaalden, ieder Boer een veld met erwten plegt te hebben. Even zo is het ook inNew Jerseyen het zuidelyke vanNew York. Maar in het noorder gedeelte vanNew York, of omtrentAlbany, en in alle de gedeeltens vanKanada, die door deFranschenbewoond worden, zait men ’er veel van, en zy slagen ongemeen wel. Alleen is men doorWormen in de Ewrten.een klein gekorven diertje in de eerstgenoemde Landschappen genoodzaakt geworden, zo nuttig een gewas niet meer te kweken. Voorheen was dit diertje weinig bekend. Het paart in den zomer, omtrent den tyd van het bloeijen der erwten, en legt dan een eitje in byna iedere kleine erwt. Als de erwten ryp zyn, zoude men van buiten niet zeggen dat ’er wormen in zitten, dog men vindt ze als men de erwten doorsnydt. De worm blyft den gehelen winter en een deel van de lente over in de erwt als men hem laat begaan, en eet al het binnenste op, zo dat ’er weinig meer dan de schil overblyft. Ten laatsten verandert de worm in een schaalagtig insekt, kruipt door een gat, dat hy zelf maakt, uit de erwt, en vliegt weg, om naar nieuwe erwtelanden te zoeken, ten einde daar te paren en zyn geslagt voorttezetten.Oorsprong daar van.Dit schadelyk gedierte heeft zig uitPensylvanienaar het Noorden[78]uitgebreid; wantNew York, waar het nu menigvuldig is, wierd ’er voor twaalf of vyftien jaren niet van geplaagd, en voor dien tyd teelde men erwten in overvloed zonder het minste belet. Maar allengskens wierden deze kleine vyanden zo menigvuldig, dat men van het zaijen van erwten moest afzien. Men klaagde hierover op vele plaatsen. De Boeren rondomAlbanyhadden thans het genoegen dat hunne erwten nog vry waren van dit Insekt, maar vrezen ’er altyd voor, dewyl het ieder jaar nader aan die streek komt.Ik weet niet of dit diertje inEuropavoortkomen zou; en ik zou denken dat onzeZweedschewinters het doden zouden, hoe diep het ook in de erwt zitte. Maar inNew Yorkis het dikwyls al zo koud, en egter vermeerdert het daar ieder jaar, en nadert allengskens hoe meer het Noorden. Ik was op het punt van enigen van dit ongedierte inEuropaover te brengen zonder het te weten. Op myn vertrek uitAmerikanam ik enige erwten mede naarEuropain een papier, welken ’er geheel frisch en groen uitzagen. Maar toen ik het papier den 1. Augustus 1751. teStokholmopende, vond ik al de erwten hol, en zag ’er de koppen der Insekten uitkyken. Sommigen kropen ’er al uit, dog ik haastte my om hen te beletten zig te verspreiden.73Ik beken, dat, toen ik ze het eerst zag, ik ’er meer van schrikte dan indien ik enen adder gezien had, want ik besefte op eens al de schade welke myn lieve Vaderland ’er van gehad zou hebben, indien maar twee of drie van deze schadelyke diertjes ontkomen waren. De nakomelingen van verscheiden huisgezinnen, ja zelfs van gehele volken, zouden reden gehad hebben, my te verwenschen, als de oorzaak van zo zwaar enen ramp. Ik zond ’er naderhand enigen, dog wel bewaard, aan den GraafTessinen den RidderLinnæus, tegelyk met een berigt van hunne schadelykheid. De laatste dier twee Heren heeft ’er reeds ene beschryving van gegeven in ene Akademische Verhandeling, onder hem verdedigd.74Hy noemt ze daar denBruchus van Noord Amerika.75Het was iets zonderlings[79]dat ’er niet ene erwt in het papier gevonden wierd die niet was opgegeten.Wanneer men inPensylvanieerwten zait van buiten in het Land gebragt, zyn die gemeenlyk het eerste jaar van dit gedierte vry, maar het twede komt het ’er al in. Het is zeer te wenschen, dat de schepen uitNew YorkenPensylvaniedit Insekt niet inEuropazullen overbrengen. Men ziet hier uit wat een veragtelyk gering Insekt vermag, en dat de studie van het Huishoudelyke en van de eigenschappen der Gekorvenen niet moet beschouwd worden als maar enkeld tydverdryf en ene nutteloze bezigheid.76Rhus radicans.Deopklimmende SumachofRhus radicansis een struik of boom, die zeer overvloedig in dit Land voortkomt, en heeft dit met den klimop77gemeen, dat hy niet groeit zonder enig steunsel te hebben, het zy enen boom, enen muur, of ene heg. Ik heb hem tot op de hoogsten der grote bomen zien klimmen. Zyne takken schoten overal kleine worteltjes, die zig op den boom hegtten, en, als ware het, ’er indrongen. Als men den stam afhouwt komt ’er een bleek bruin sap uit, van enen onaangenamen reuk. Dit sap is zo scherp, dat, als men ’er mede op lynwaat letters of vlakken maakt, die ’er niet uitgaan, maar des te zwarter worden hoe meer men het linnen wascht. De kinderen plegen met dit sap hunne namen op het linnen te tekenen. Als men ’er mede op papier schryft, zo gaan de letters noit uit, maar worden hoe langer hoe zwarter.Vergiftigheid.Dit gewas heeft de zelve kwade hoedanigheden als deVergiftboom, dien ik boven beschreven heb, van schadelyk te zyn voor sommige menschen en niet voor anderen; dog deVergiftboomheeft een sterker vergift. Evenwel heb ik menschen gezien die al zo sterk opzwellen van dezen boom. Ik weet ook twee Zusters, waarvan de ene dit gewas behandelen kon zonder het minste ongemak, schoon de andere ten eersten de uitwaassemingen ’er van gevoelde, zodra zy omtrent op den afstand van ene el den boom naderde, en zelfs als zy op ene plaats stond waar de wind over den boom henen naar toe woei. Dog op my had dit soort van Sumach noit enige kragt, schoon ik ’er meer als honderd proeven, zelfs met de zwaarste stammen, mede genomen heb, en het sap zelfs eens in myn oog sprong, zonder my enig letsel te doen. De huid van de hand van een ander mensch, welke ik zeer nat met dit sap gemaakt had, wierd weinig uren daarna zo hard als leder, en vervelde de volgende dagen zo sterk, dat het was als of ’er gantsche schalen van afvielen.[80]De bosschen en ’t hout.Den 10. October des morgens vroeg verzelde ik den HeerKocknaar zyn Landgoed, het welk omtrent negenEng.mylen noordwaards vanPhiladelphialegt.Schoon de bosschen vanPensylvanievele Eiken leveren, en men ’er meerder soorten van vindt dan meer naar het Noorden, bouwt men hier egter zo veel schepen niet als in de noordelyke Landschappen, byzonderlyk inNieuw Engeland. De ondervinding heeft geleerd dat hoe meerder het hout naar het Noorden wast het des te duurzamer is, en dat de deugd afneemt naar mate men de warmte nadert. Ook is het zeker dat de bomen in het zuiden schielyker groeijen, en dikker kringen maken dan in het Noorden. Daarenboven, die in ’t Zuiden wassen hebben grover sapbuizen voor den omloop der vogten. Om deze reden bouwt men zo veel schepen inPensylvanieniet als inNieuw Engeland, schoon meerder dan inVirginieenMaryland. InKarolinabouwt men ’er geen in ’t geheel, en men laat ze daar uitNieuw Engelandkomen. Die men hier, zelfs uit de beste Eiken timmert, duren nauwlyks meer dan tien of ten hoogsten twaalf jaren, en dan zyn zy zo vergaan dat niemant ’er mede in zee durft steken. Daar komen schippers uitEngelandinAmerikaom daar schepen te doen bouwen. De meesten gaan naarNieuw Engeland, de noordelykste Provincie; en zo zy al met schepen naarPhiladelphiageschikt overkomen, gaan zy egter gemeenlyk van daar naarNieuw Engeland. DeSpanjaardsin deWest Indien, wil men, dat hunne schepen van een byzonder soort van Ceders bouwen, die bestand zyn tegens het water en de verrotting; dog dit soort vindt men niet in deEngelscheVolkplantingen. Hier zyn meer dan negen verschillende soorten van Eiken, dog geen van die is zo goed als het ene soort dat wy inZwedenhebben. Om deze reden kost een schip vanEuropischveel meer dan een vanAmerikaanschEikenhout.Beet.Velen, die zig hier op het tuinieren toeleiden, hadden, verscheiden jaren ondervonden dat dieRode Beet, welke voortkwam uit zaad vanNew Yorkgekomen, zeer zoet en aangenaam wierd, dog dat zy alle jaar verminderde als zy uit zaad hier gewonnen werd gekweekt. Men moest dan ieder jaar zo veel zaad uitNew Yorkdoen komen als men van noden had. Ook heeft men opgemerkt, dat gewassen uitEngelschzaad voortkomende veel beter zyn, dan die uit zaad inAmerikagewonnen worden gekweekt.Radys.In den tuin van den HeerKockwas ene Radys78in de losse aarde zo groot geworden, dat zy zeven duimen middellyns had. Ieder verzekerde dat het iets zeldzaams was ze hier zo dik te zien.Het gewas,79dat gemeenlykBatatasgenoemd wordt, heet men[81]hierBermudische Potatoes. Aanzienlyken en gemenen planten ze in hunne tuinen. Dit geschiedt op dezelve wys als met de gemene Potatoes. Sommigen zetten ze op bedden. De grond moet een mengsel zyn uit zand en aarde, niet te vet nog te mager. Men snydt, als men ze planten zal, de wortelen, gelyk by de andere Potatoes, in kleine stukken, zo nogthans dat men een uitbotsel of twee aan iedere plant late. Hunne kleur is gemeenlyk rood van buiten, dog van binnen geel. Zy zyn gemeenlyk groter dan de gemene Potatoes. De smaak is zoet en aangenaam, zynde, naar myn gevoelen, de andere Potatoes, de Artisjokken, en zelfs alle andere bekende wortels daarin met hun niet te vergelyken. Zy smelten genoegzaam in den mond. Het is niet lang geleden dat zy hier geplant zyn. Men maakt ze gereed gelyk de andere Potatoes, en eet ze met dezelven of alleen. Zy groeijen hier zeer schielyk en zeer wel; maer het moeilykste is ze den winter over goed te houden, want zy kunnen nog tegens sterke koude, sterke hette, nog vogtigheid. Om die reden bewaart men ze ’s winters in kasten met zand op ene warme plaats. InPensylvanie, daar men gene klappen in de schoorstenen heeft, zet men ze in ene zandkast op enigen afstand van het vuur, waar zy veilig zyn voor de vorst en te grote hette. ’T is niet genoeg ze in droog zand in den kelder te leggen, gelyk gemeenlyk geschiedt met de gemene Potatoes. De vogtigheid der kelders zou door het zand heen dringen en ze doen rotten. Het zou waarschynlyk inZwedenwel te doen zyn, van ze in warme vertrekken den winter over te houden. Maar de zwarigheid is maar alleen hoe men ze zal overbrengen. By myn vertrek uitAmerikanam ik ’er een goed getal van mede, en droeg ’er alle mogelyke zorg voor. Dog wy hadden enen zwaren storm op zee, waardoor het schip zo beschadigd wierd, dat het sterk water in kreeg, zo dat onze klederen, bedden en ander goed zo nat waren dat wy ze uitwringen konden. Dus was het geen wonder dat myn’ Potatoes verrotteden. Dog dewyl ze nu inPortugal,Spanje, en zelfs inEngelandaangekweekt worden, zal het niet bezwaarlyk zyn ze inZwedenook te krygen. De drank, welken deSpanjaardsin hunneAmerikaanschebezittingen uit het sap dezer Potatoes maken, is niet in gebruik inPensylvanie80.Papier.De HeerKockheeft enen Papiermolen op een klein beekje, daar allerlei grof papier gemaakt wordt. Zy wordt ’s jaars voor vyftig pond st.Pensylvanischgeld verpagt.Schaarschheid van Appelen.Dit jaar, wierd my verteld, waren de Appelen schaarscher dan[82]naar gewoonte, het welk door de aanhoudende droogte in de maand van Mai veroorzaakt was, die de bloeisems had doen verwelken. De hitte was zo sterk geweest dat zy de planten en het gras op het veld verbrand had.HetPolytrichum commune, een soort van mos, wast overvloedig in lage en vogtige Weilanden tusschen de bosschen, en bedekt ze op vele plaatsen, gelyk ons mos inZwedendoet. Ook was het gemeen op de hoogtens.Landbouw.De Landbouw was hieromstreeks in enen slegten toestand. Wanneer iemant een stuk lands koopt, het geen misschien noit is bebouwd geweest, hakt hy een gedeelte van het hout omver, haalt de wortels uit den grond, beploegt dien, zait ’er koorn in, en heeft de eerste reis enen overvloedigen oogst. Dog dat zelve land verscheiden jaren agter een bebouwd wordende, moet het noodzakelyk zyne vrugtbaarheid verliezen. Men laat het dan braak leggen, en ontgint een ander stuk. Op deze wys gaat men voort tot dat men zyne geheele bezitting in koornlanden veranderd heeft, en put dus den grond uit. Dan komt men weer tot het eerste stuk lands, dat zig nu volkomen verhaald heeft, bebouwt het zo lang het iets geven wil, en gaat daarna weder aan een ander.Gebrek aan Mist.Het is hier onmogelyk veel mist te winnen, om dat men gewoon is het vee, zomer en winter, dag en nagt, altyd in ’t veld te laten. Maar wanneer het land enige jaren braak legt groeit ’er velerhande onkruid op, en dit zet ’er zig zo vast op, dat ’er een geruime tyd vereischt wordt om het uitteroeyen. Dit is ook de reden dat ’er altyd zo veel onkruids tusschen het koorn staat. De grote vrugtbaarheid van den grond, die by de aankomst derEuropeanennoit bebouwd geweest was, deed hen den Landbouw op deze wys veronagtzamen, waarin velen nog blyven voortgaan. Maar dezen bedenken niet, dat als de grond geheel en al uitgeput is, ’er een lange tyd en veel arbeids nodig is om dien weder in staat te brengen; vooral in deze gewesten, die alle zomers door de hitte zo worden uitgedroogd. De grond der koornlanden bestond uit ene dunne laag van tuinaarde, zeer vermengd met een soort van steenkleurige klei, en vele deeltjes van gebroken glinsterende aarde. Deze laatste kwam van de stenen, die men hier overal op de diepte van een voet vindt. Deze stukjes deden den grond glinsteren, als ’er de zon op scheen.Glinsterende steen.Byna alle de huizen hier omtrent waren van dien steen of van gebakken’ steen, dog de eerste was gemeender. InGermantown, dat tweeEng.mylen lang is, zag men geen ander muurwerk dan van dien steen. Maar daar zyn ’er verscheiden soorten van. Somtyds bestond hy uit enen zwarten of gryzen glimmer, lopenden met golvende[83]aderen, die hier en daar tusschen de kromtens met enen gryzen, lossen en fynen kalksteen opgevuld waren, welke ligt kon aan stukken gewreven worden. Sommige doorschynende deeltjes van Quarts waren ’er door verspreid. Dog het glinsterzand maakte het grootste deel van dien steen uit. Hy was vry gemakkelyk te bewerken, en kon met yzeren gereedschap in allerlei gedaantens gehouwen worden. Maar somtyds bestond hy uit enen zwarten glimmer met fyne korrels, enen witten fynen zandsteen, en enige Quartskorrels, zo dat de verscheidene delen wel door malkander gemengd waren. Somtyds vertoonden zig ook brede strepen van den witten kalksteen, zonder enig vermengsel van glimmer, dog meest waren zy sterk vermengd, en van ene gryze kleur. Eindelyk vindt men ’er op enige plaatsen die uit geheel fyne en zwarte glimmerstukken en enen grauwen, lossen en zeer fynen kalksteen t’zamengesteld zyn. Dezen waren ook gemakkelyk te bewerken.Deze verscheidenheden van stenen vindt men gemeenlyk by malkander. Men trof ze byna overal aan als men een weinig diep groef, dog niet in gelyke menigte en van gelyke deugd. Ook waren ze niet allen even ligt uit den grond te krygen. Als iemant dan een huis wilde bouwen, vorschte hy eerst naar waar hy den besten steen kon vinden. Men vindt dien zo wel op de akkers als op onbebouwde velden, op ene diepte van twee tot zes voeten. De stukken zyn meer of min groot. Sommigen hielden van agt tot tien voeten in de langte, twee in de breedte, en enen in de dikte. Anderen waren veel groter, dog ook enigen kleinder. Zy lagen hier by beddingen op malkander, van omtrent een voet elk bed in de dikte. De langte en breedte waren verschillend, dog gemeenlyk zo als ik gezegd heb. Men moest meest drie of vier voet diep zyn eer men de eerste laag vond. De losse grond boven de lagen is vol van kleine stukjes van dezen steen. Deze grond is de steenkleurige aarde, die hier algemeen is, en uit zand en klei bestaat, schoon ’er het zand de overhand heeft. De losse stukken glimmer, die zo sterk in het zand glinsteren, schynen van den steen onder den grond afgebroken te zyn.Gebruik daarvan.Men moet aanmerken, dat als men dezen steen tot metselen gebruikt men de platte zyde naar buiten keert. Maar de stenen zyn dikwyls ongelyk aan alle kanten, en dan maakt men ze gelyk, dat ligt te doen is. Dog evenwel blyven ze ongelyk in dikte, en kunnen zo net niet op een gevoegd worden als gebakken’ stenen. Ook breken ’er wel stukken af als men ze bewerkt, en laten openingen in het buitenste van den muur. Men vult die met kleine stukken steens en kalk, en overpleistert ze, zo dat het niet kan gezien worden, ten minsten niet op enigen afstand. Eindelyk, smeren zy op de buitenkanten[84]der muren kruisgewys lopende strepen van kalk, zo dat men zeggen zoude dat de muren uit even groten stenen bestonden, en dat die witte strepen de voegen der stenen waren. Het binnenste van de muren wordt glad gemaakt en gewit. Men heeft niet gemerkt dat dit soort van steen het vogt uit de lugt aantrekt. InPhiladelphiaen daaromstreeks zyn vele huizen op die wys gebouwd.De Huizen zyn gemeenlyk op deEngelschewys gemetseld.Dassen.Een der Zwarten van den HeerKockvertoonde my een vel van enen Das,81dien hy gedood had, en ik zag ’er uit dat deAmerikaanscheDas de zelve met denZweedschenis. Men noemt hem hierAardvarken.82DeSkulkill.Tegens den avond keerde ik naarPhiladelphiaterug. Den 12. October gingen wy ’s morgens naar deSkulkill, ten dele om zaden en planten te verzamelen, en ten dele om allerlei soorten van waarnemingen te doen. DeSkulkillis een smalle stroom, die omtrent vierEng.mylen ten zuiden vanPhiladelphiain deDellawarevalt. Maar hoe smal hy ook is, loopt hy wel twee honderdEng.mylen ver, en ontspringt op de westzyde van deBlauwe bergen. Het is een groot nadeel voor dit Land dat ’er verscheiden Watervallen in deze Rivier zo digt byPhiladelphiazyn, waardoor zy onbevaarbaar is. Ik ontwierp dezen dag enige beschryvingen van zulke kruiden daar het vee naar zoekt, en van zulken die het laat staan.Mollen.Men ontdekte op de velden hier en daar kleine onderaardsche gangen, lopende met allerlei bogten. De opening was groot genoeg voor een Mol. De aarde, die, als het ware, een verwulf ’er boven, en als een kleinen wal maakte, was omtrent twee duimen hoog, ene goede hand breed, en omtrent enen duim dik. Ik zag dikwyls deze onderaardsche gangen op de onbebouwde landen, die zig door de opgeworpen aarde ontdekten, en inzakten als men ’er optrapte, het welk het wandelen lastig maakte.Deze gangen worden door een soort van Mol83gemaakt, dien ik in een ander werk nader beschryven zal. Zy azen op wortelen. Het diertje heeft groter kragt dan anders vele dieren, naar evenredigheid van hunne grootte, bezitten. Waar het dagt te graven hield het altyd de poten buitenwaards, gelyk men de riemen in een schuit houdt. Ik leide het myn neusdoek voor, om te zien wat het ’er mede doen zou, en ik vond dat het dien in den tyd van ene minuut vol gaten had gemaakt. Ik was genoodzaakt enige boeken op het deksel van de doos te leggen, waarin het diertje zat, of anders lag ’er dat[85]ten eersten af. Het was zeer kwaadaardig, en beet gaten in alles wat het in den weg lag. Ik hield het enen stalen pennekoker voor, waarin het in ’t eerst zeer vinnig beet, maar de hardheid daarvan gevoeld hebbende wilde het nog daar nog ergens anders meer in byten. Deze Mollen maken gene hopen, gelyk deEuropischen, maar alleen zulke gangen, als ik beschreven heb.Talkboom.Hier wast ene plant, van welker bessen men een soort van wasch of talk maakt, waarom ze deZwedenTalkstruiknoemen. DeEngelschengeven ze den naam vanCandleberrytreeofBayberry-bush, en de RidderLinnæusheet zeMyrica cerifera. Zy groeit overvloedig in ene droge aarde, en schynt byzonderlyk in de nabuurschap der zee wel te tieren, want diep in het land heb ik ze niet gevonden. De bessen groeyen in overvloed op den vrouwelyken struik, en zien ’er uit als of ’er meel opgestroid was. Men verzamelt ze laat in den herfst, wanneer ze ryp zyn, smyt ze in een pot kokend water, zo dat haar smeer smelt, en boven op het water begint te dryven, het welk men dan met een schuimspaan ’er afneemt, en in een anderen ketel doet, zo lang tot dat ’er geen talk meer op het water dryft. Zo dra de talk styf is ziet hy ’er uit als gemene talk of als wasch, maar heeft ene morssige groene kleur.Kaarssen daarvan gemaakt.Om deze reden wordt hy nog eens gesmolten en gezuiverd, zo dat hy ene schone doorschynende groene kleur krygt. Deze talk is duurder dan de gemene talk, maar beter koop dan wasch. TePhiladelphiagaf men ene schelling voor het pond, daar de gemene talk maar ene halve, dog wasch twee schellingen kost. Van dezen talk maakt men hier te lande op vele plaatsen kaarssen, waar men egter wat gemenen talk onder doet. Dit soort van kaarssen breekt niet ligt en smelt zo niet in den zomer als de anderen, brandt byna beter en langer, en geeft zulk enen damp niet, maar zy laten veel eer enen aangenamen reuk na wanneer zy worden uitgedaan.Een oudeZweedvan een en negentig jaar verhaalde my dat zyne Landslieden voorheen dit soort van kaarssen plegten te gebruiken. Tegenwoordig gebruikt men dezen talk zo veel niet, indien men beestevet krygen kan, om dat het zo veel moeite kost de bessen te verzamelen. Dog de arme menschen, die in oorden wonen waar deze bessen veel wassen, en niet veel vee hebben om te slagten, gebruiken dezen talk voor kaarssen. Ook maakt men van het vet van deze plant ene zeep, die aangenaam ruikt, en zeer goed is om den baard te scheren. Nog maken ’er de Heelmeesters pleisters van. Een Koopman vanPhiladelphiazond eens ene menigte van deze kaarssen naar de Roomschgezinde[86]Landen inAmerika, denkende ene goede winst ’er op te hebben; dog de Geestelyken wilden ze niet nemen. Een oudeZweedzeide dat deWildenvoorheen den wortel van deze plant gebruikten tegens de tandpyn, en dat hy zelf, den wortel, in stukken gesneden, rond om den tand gelegd hebbende, veel baat by dit middel gevonden had. Een andereZweedverhaalde dat de schil van den wortel hem geholpen had. InKarolinamaakt men van dezen talk niet alleen kaarssen maar ook zegellak.Penny Royal.Penny Royalis deEngelschenaam van een gewas, dat enen zonderlingen sterken reuk heeft, en in overvloed op droge plaatsen groeit. De Kruidkenners noemen hetMelissa pulegioides84ofCunila pulegioides. Men houdt het zeer gezond om als thee gedronken te worden in verkoudheden, als bevorderende de doorwaasseming. Ook wil men dat deze plant op enige plaats des lichaams, waar men pyn gevoelt, gelegd, dezelve verdryft.Koopwaren vanNieuw Engeland.DeWarendie men gewoon is uitNieuw EngelandnaarLondente zenden zyn de volgenden. Allerlei Visch byTerre Neuve, andersNewfoundland, of elders gevangen; Traanolie, van verscheiden’ soorten, Walvischbaarden, Teer, Pek, Masten, nieuwe Schepen, enige Pelteryen, en somtyds enig hout. DeEngelscheEilanden inAmerika, alsJamaik, en deBarbados, trekken uitNieuw Engeland, Visch, Vleesch, Boter, Kaas, Talk, Paarden, Vee, allerlei Houtwerk, als kuipen, emmers, tobben en diergelyken; en zenden terugRum, Suiker, Syroop, en andere voortbrengsels, of ook wel baar geld. Het meeste hiervan, byzonderlyk van ’t geld, gaat verder naarLonden, om de goederen te betalen die men van daar ontvangen heeft.Elzen.De Elzen wiessen hier in overvloed op natte en lage plaatsen, en zelfs somtyds nog al op vry hoge gronden, dog kwamen noit tot de hoogte derEuropischeElzen, en stonden gemeenlyk als struiken van een of twee vadem langte. De HeerBartramen anderen, die veel in deze gewesten gereisd hadden, verhaalden my, dat hoe meer men naar het zuiden trekt de Elzen zo veel te kleinder worden, dog dat zy meer noordelyk hooger en dikker waren. Ik vond zelf naderhand dat de Elzen inKanadadie vanZwedenniet veel weken. Men gebruikt ’er den bast van om rood en bruin te verwen. EenAmerikaansche Zweedvertelde my, dat hy zig eens in het been tot op het gebeente toe gehouwen hebbende, zo dat de wonde zeer gevaarlyk was, hy zig daarvan genezen had door de kwetsuur met water te wassen, waarin hy den elzebast had laten koken.Nagtschaduw.DePhytocalla decandra85wordtPokeby deEngelschengenoemd.[87]Als men het sap der bessen op papier of iets diergelyks laat springen, wordt het een hoog purper, zo schoon als men ergens in de wereld die kleur kan maken; en het is jammer dat men nog geen middel weet om te beletten dat deze verw op linnen of wol ten eersten verschiet. De HeerBartramhad eens zynen voet tegens enen steen gestoten zo dat hy ’er zeer pynlyk van was, en had ’er een blad van deze plant opgelegd met dit gevolg dat hy zeer spoedig genezen was. De bessen worden om dezen tyd door de vogels gegeten. DeEngelschenenZwedeneten de bladeren in ’t voorjaar; als zy eerst uitkomen en nog malsch zyn, klaargemaakt, gelyk wy de Kool of de Spinaad doen. Somtyds bereiden zy ze als wy de Kool, wanneer de stelen al wat langer zyn geworden, en nemen alleen maar de topjes, die malsch en niet stokkig zyn. Maar als men ze als Spinaad wil gebruiken moet men zorgvuldig zyn, dewyl als men de plant eet na dat de bladen al wreed geworden zyn, men ligt zyn laatsten maaltyd doen kan, want dan heeft de plant ene geweldig buikopenende kragt. Ik heb menschen gekend die dit byna den dood gedaan had. Maar de bessen worden in den herfst zonder nadeel van de kinderen gegeten.Verwen.Linnen en wollen goed wordt met den bast van deHikorygeel geverwd. Het zelve geschiedt met dien van den zwarten Eik.86De bloemen en bladen van deImpatiens noli tangere87verwen ook alle wollen stoffen schoon geel.Collinsonia.DeCollinsonia Canadensiswordt in kreupelbosschen op goede gronden overvloedig gevonden. De HeerBartram, die het Land zeer wel kende, hield zig verzekerd datPensylvanieen alle de plaatsen vanAmerika, die onder de zelve lugtstreek leggen, het ware en regte land voor deze plant is. Verder naar het zuiden vond hy, nog de HerenClaytonenMitchel, ze noit, schoon die laatsten zeer nauwkeurige waarnemingen inVirginieen een gedeelte vanMarylandgedaan hebben. En uit eigene ondervinding wist hy dat zy in de noordelyke gedeeltens niet wast. Ik heb ze noit noordelyker dan op 43.gr.15.min. N.gevonden. De tyd van ’t jaar dat zy inPensylvanieopkomt is zo laat, dat haar zaad maar juist den tyd heeft van ryp te worden, en dus schynt zy verder noordwaards onmogelyk te kunnen slagen. De HeerBartramwas de eerste die dit gewas ontdekte. Hy zond het naarEuropa. De HeerJussieu, gedurende zyn verblyf teLonden, en naderhand de HeerLinnæus, noemden hetCollinsonia, naar den beroemdenPeter Collinson, eenLondenschKoopman, en Lid van de Koninglyke Maatschappy[88]inEngelandenZweden. Hy verdiende de eer wel, dat ’er ene plant naar hem genoemd werd, want ’er zyn weinig menschen die de Natuurlyke Historie en alle nuttige Wetenschappen met zulk enen yver getragt hebben te bevorderen, of die zo veel gedaan hebben als hy om allerhande soorten van planten te verzamelen, aantekweken, en te doen kennen. DeCollinsoniaheeft enen byzonderen reuk, die aangenaam, dog zeer sterk is. Ik had ’er altyd zware hoofdpyn van als ik voorby ene plaats ging daar zy menigvuldig was, vooral als zy in bloem stond. De HeerBartramkende ene betere hoedanigheid dan deze in dit gewas, namelyk van een uitmuntend middel te zyn tegens allerlei pyn in de leden en verkoudheden, door de leden met de plant te wryven. En de HeerKoenraad Weiser, een Tolk van de taal derWilden, had hem ene nog wonderbaarder genezing verhaald. Hy was eens onder een troep vanAmerikanen, waarvan ’er een door ene Ratelslang gebeten was, en door deWildenreeds opgegeven werd. Dog hy beproefde deCollinsoniate koken en den gewonden te drinken te geven, het welk hem behield. Wat meer noordelyk en inNew Yorkwordt deze plantPaardekruid88geheten, om dat de paarden ze in de lente eten, voor dat ’er nog andere kruiden opgekomen zyn.Toeneming van het land.Ik vroeg den HeerFranklinen anderen, die het Land wel kenden, of zy ’er enige tekens ontmoet hadden waaruit men opmaken kon, dat voorheen sommige plaatsen, die nu land waren, onder water gestaan hebben, en ik kreeg het volgende antwoord.Wanneer men van hier zuidwaards reist komt men op ene plaats waar de grote weg zeer diep tusschen twee bergen doorgaat. Aan beide de zyden ziet men niets als oester- en mosselschelpen, in ene oneindige menigte boven malkander leggende, schoon het vele mylen van de zee af is.Wanneer men in de Stad om putten te maken of om huizen te bouwen graaft, vindt men de aarde in verscheiden’ beddingen boven malkander leggen. Op ene diepte van viertien voet of meer ontmoet men klootronde stenen, die van buiten zo glad zyn als die welken aan zee op het strand leggen, en daar zo glad worden door het schuren der baren. Als men verders door gegraven en op de diepte van agttien of meer voeten gekomen is, ontdekt men op sommige plaatsen modder, diergelyken als de zee op ’t strand smyt, en als gemeenlyk op den bodem der zee en der rivieren legt. En deze modder is vol van takken, bladeren, riet, houtskolen, en andere dingen.Somtyds is het gebeurd dat de huizen zeer schielyk aan ene zyde begonnen[89]te zakken, zo dat men genoodzaakt was ze aftebreken. Dieper gravende, om enen vasten grond te vinden, kwam men op dat zelve soort van modder vol van hout, wortels en diergelyken.Zyn nu deze redenen niet gewigtig genoeg om te doen besluiten, dat die plaatsen inPhiladelphia, die nu viertien en meer voeten onder den grond zyn, voorheen de bodem der zee waren, en dat by verscheiden toevallen, zand, aarde en andere dingen daar op geraakt zyn? Of dat deDellawarevoor dezen breder was dan thans, of haren loop veranderd heeft? Dit laatste doet zy nog tegenwoordig dikwyls, daarzy den oever aan den enen kantafkabbelten aan den anderen vergroot. EnZwedenenEngelschenwezen my verscheiden plaatsen waar dit geschied was.Bloeyende planten.Den 18. October kon ik niet boven tien soorten van planten vinden, die nog in bloeisem stonden. Dezen waren deGentiana, twee soorten vanAsters, deSolidago Virga aurea, een soort vanHieracium, deOxalis corniculata, deDigitalis purpurea, deHamamelis Virginiana, hetAchillea Millefolium, en hetLeontodon Taraxacum. Alle andere planten hadden hare bloemen al laten vallen. Verscheiden bomen, vooral die vroeg in de lente bloeyen, hadden reeds zo dikke knoppen gezet, dat men ze openende alle de delen der bevrugtiging, als de kelk, de bloembladen, de helmstyltjes, en ’t stampertje,89onderkennen kon. Dus was het gemakkelyk het geslagt te bepalen waartoe deze bomen behoorden. Zodanige waren de Rode Ahorn90en de Zomer Laurier91en anderen. Dus bereidde zig de natuur, met den aanvang van het aangename weder in het aanstaande jaar, wederom bloemen voorttebrengen. De knoppen waren tegenwoordig geheel hard, en alle derzelver delen op een gepakt, om voor de koude beveiligd te wezen.Walnoten.De zwarte Walnootboom had zyne meeste bladeren al laten vallen, en velen waren al geheel kaal. De Walnoten zelven waren ook afgevallen, en hare groene schil verwde de handen zwart als men ze behandelde, zo dat men lang werk had eer ze weer schoon waren.Cornus florida.DeCornus floridawerd by deEngelschenDogwoodgenaamd, en was overvloedig in de bosschen. Hy maakt ene schone vertoning wanneer hy in de lente vol witte bloemen staat. Het hout is zeer hard, en men maakt ’er weverspoelen, en ander schrynwerk van. Wanneer het gebeurt, dat het vee in de lente uit zwakheid neer valt, binden de Boeren het een stuk van dezen boom om den hals, zig verbeeldende dat dit helpen zal.DeTulpeboomstaat hier overal in de bosschen. De kruidkundigen[90]noemen hemLiriodendron Tulipifera, om dat zyne bloemen en in grootte en in gedaante en zelfs enigsins in kleur naar den Tulp gelyken. DeZwedennoemden hem denKanoboom,92om dat men ’er veel kanoos van maakt. DeEngelscheninPensylvanieheten hemPoplar. Men houdt hem voor den grootsten en zwaarsten boom vanNoord Amerika. Evenwel wyken hem daar de Witte Eik en de Den weinig. Hy strydt met de zwaarsten van deEuropischebomen om den voorrang. Het is zeer aangenaam tegen ’t einde van Mai enen der zwaarste bomen geheel en al veertien dagen lang met bloemen bedekt te zien, die zo groot zyn als Tulpen, en ’er de gedaante en kleur ook meer of min van hebben. De bladen hebben ook iets byzonders, waarom deEngelschenden boom hetOude wyvehembdnoemen, om dat zy ’er in hunne verbeelding enige gelykenis tusschen menen te bespeuren.Men gebruikt het hout van dezen boom voor kanoos, delen, planken, blokken, schotels, borden, lepels, deurposten, en schrynwerk. Ik heb ene vry grote koornschuur gezien, welken geheel en al van enen enkelden boom, tot delen gezaagd, gemaakt was. Sommige schrynwerkers houden dezen boom beter dan den Eik, om dat die ligt buigt, dat de eerste noit doet en zig gemakkelyk laat bewerken. Dog anderen agten hem weinig. Het is zeker dat dit hout in het weder zo zeer krimpt, dat ’er grote reten in de planken komen, en in nat weder zwelt hy zo dat hy byna barsten moet, en nauwlyks is hier een hout bekend dat zo sterk krimpt en zwelt. Maar de schrynwerkers, die ’er veel in werken, zeggen dat ’er twee soorten van zyn; dog dit zyn eigenlyk maar twee Verscheidenheden, waarvan de ene met den tyd van binnen geel wordt, en de andere wit is. De eerste zegt men een losser hout te hebben. De bast laat zig, gelyk Marieglas, in dunne blaadtjes splyten, die veel naarbastgelyken. Men wil dat de bladeren gekneusd en tegens het voorhoofd gelegd goed zyn tegens hoofdpyn. Men geeft ook de schillen van den bast tot poeder gestampt den paarden droog tegens de wormen in. Sommigen beweren dat de wortelen even zo goed tegens de koorts zyn als deKina. De boom wast in alle soorten van gronden, maar al te grote nattigheid is hem niet goed.Beverboom.DeBeverboom, byLinnæusMagnolia glauca, zo door deEngelschengeheten om dat de Bevers de schors van dezen boom gaarn eten, wordt gevonden op verscheiden plaatsen vanPensylvanieenNew Jersey, in enen schralen moerassigen grond, of in natte weilanden. EnigeZwedengeven hem ook enen anderen naam, en sommigeEngelschenheten hem wel ookSwamp SassafrasenWitte Laurier. Deze bomen[91]laten hun loof vroeg in denherfstvallen, uitgenomen enige jonge bomen, die het den gantschen winter blyven behouden. Ik heb ze zelden ten noorden vanPensylvaniegevonden, waar ze op ’t laatst van Mai beginnen te bloeyen. De reuk der bloeisems is uitmuntend, en doet zig met enen gunstigen wind byna eneEng.myl ver ruiken. De gantsche lugt wordt ’er van vervuld. Men kan niet beschryven hoe aangenaam het op dien tyd, vooral tegen den avond, in de bosschen is te reizen. De bloemen blyven drie weken op den boom, en zelfs meer naar dat de grond is, en al dien tyd verspreiden zy dien aangenamen geur. De bessen zien ’er ook zeer smakelyk uit als ze ryp zyn. Zy hebben een schoon rood, en hangen aan trossen met dunne steeltjes. De deugden van dit middel worden zeer verheven, en men pryst het in teringen aan. De bast op brandewyn gezet, of in andere vogten gekookt, wordt gezegd niet alleen borstkwalen, maar ook allerhande inwendige pynen en steektens te genezen; ook zou hy den buikloop stoppen. In verkoudheden gebruikt men de takken van den Beverboom in water gekookt. Volgens de vertelling van enenZweed, was een van zyne kennissen, een oud man, die een open gat in zyn been had, dat hy te vergeefs door andere middelen getragt had te genezen, door enenAmerikaanop deze wys geholpen. Hy brandde wat van dit hout tot kolen, stampte dit tot poeder, mengde dat met varsch spek, en streek ’er de gaten verscheiden’ malen mede. Dit droogde de gaten op, die van te voren altyd open geweest waren, en de man had sedert altyd gezonde benen. Men gebruikt dit hout ook tot schrynwerk.Dieren die mak gemaakt kunnen worden.Omtrent de Dieren, welken men in de bosschen vanNoord Amerikavindt, heeft men bevonden dat de volgenden tamelyk mak gemaakt kunnen worden, zo dat zy weinig van de Huisdieren verschillen.Wilde Stieren.De wildeStierenenKoeyenworden inKarolinaen andere plaatsen, die zuidelyker danPensylvanieleggen, gevonden. De Kalveren van deze beesten onder het makke vee opgebragt waren volkomen tam, maar egter dartel, zo dat ’er gene betuiningen digt genoeg voor hun waren als zy ’er door wilden; want zy waren zo sterk van nek dat zy de palen met hunne hoorns omversmeten; en zodra zy enen doorgang gemaakt hadden volgde al het ander vee. Zy teelden met het tamme vee voort, en ’er kwam als ware het een nieuw soort van.93Reën.DeAmerikaansche Reënlieten zig ook mak maken, gelyk ik ’er velen gezien heb. Een Landman inNew Jerseyhad ’er ene, die hy jong zynde gevangen had, en welke nu zo mak was dat zy by dag in ’t bosch ging weiden en ’s avonds t’huis kwam, dikwyls ene wilde Ree mede brengende, en haren Heer gelegenheid gevende die te schieten. Vele[92]lieden houden jonge makke Reën, en gebruiken ze om andere Reën te vangen, of om de wilden, vooral in den bronstyd, met zig naar huis te brengen.Bevers.DeBeverszyn dikwyls zo tam geworden dat zy op de vischvangst gingen, en den visch dien zy gevangen hadden den menschen bragten. Dit gebeurt dikwyls metOtters, waarvan ik ’er gezien heb die hunne Meesters naliepen als honden. Als de Meester in ene schuit ging, sprong de Otter in ’t water, en kwam dikwyls kort daarna met enen visch in den bek boven. DeOpossumkan ook zo tam gemaakt worden, dat hy de menschen als een hond naloopt.DeRakkoon.DeRakkoon, dien deZwedenSjuppnoemen, kan men met den tyd zo mak maken, dat hy als een Huisdier langs de straat loopt, maar het is onmogelyk van hem zyn stelen te ontleren. ’s Nagts kruipt hy in de hoenderhokken en byt ’er alles dood. Suiker en andere zoetigheden moet men zorgvuldig voor hem verbergen, en de kasten en dozen wel sluiten, of hy sluipt ’er in, en snoept alles op. Dit maakt dat de Vrouwen alle dagen klagten tegens hem te doen hebben, en om deze reden willen vele menschen dit gedierte niet hebben.Eekhoorns.De kinderen maken de grauwe en devliegende Eekhoornszo mak, dat zy hun op de schouders springen, en hen overal volgen.Kalkoenen.In de bosschen vindt men ook wildeKalkoenen, die van de makken maar daarin verschillen dat ze groter zyn, en een roodagtiger, dog ook lekkerder vleesch hebben. Als men de eyeren dezer wilde Kalkoenen onder een makke hen laat uitbroeyen, worden de kiekens ook mak, schoon het wel eens gebeurt dat zy groot wordende wegvliegen, waarom men hun de vleugels als ze klein zyn knakt. Maar de makgemaakte kalkoenen zyn gemeenlyk kwaadaardiger dan de tammen. De Inlanders maken hun werk van ze te temmen en by hunne hutten te houden.Ganzen.WildeGanzenweet men ook mak te maken. Wanneer zy eerst in ’t voorjaar overkomen, en zig een wyl ophouden, want zy broeijen niet inPensylvanie, schiet men ze in de vleugels, als het gelukken wil. Dan roeit men ’er naar toe en vangt ze. Men houdt ze vervolgens enigen tyd binnen. Op deze wys worden zy dikwyls zo mak, dat men ze daarna ’s morgens kan uitlaten, en zy ’s avonds wederkomen. Dog uit voorzorg kortwiekt men ze. Ik heb van dit soort van Ganzen gezien, die de Eigenaar zeide reeds twaalf jaren gehad te hebben. Dog, schoon hy ’er agt van had, had hy ze noit met de anderen zien paren, of eyeren leggen.Veldhoenders. Duiven.Men kan dePatryzen, die hier ook menigvuldig zyn, ook zo temmen dat zy met de kippen lopen, en komen om gevoerd te worden wanneer men ze roept. Ook heb ik wildeDuivengezien, die zo mak geworden waren, dat ze met de tammen uitvlogen en wederom kwamen. Sommige[93]winters is ’er ene schrikkelyke menigte van wilde Duiven inPensylvanie.DeHommelvogel, of het Bloemzuigertje.Van alle de zeldzame Vogels vanNoord Amerikais deze de merkwaardigste dien deEngelschenHumming bird94noemen. Verscheiden’ redenen doen my denken dat men op weinig plaatsen zyns gelyken vinden zal. DeZwedenen sommigeEngelschennoemen hem denKoningsvogel.95De HeerCatesbyheeft hem met zyne natuurlyke kleuren en in zyne volle grootte afgebeeld en beschreven.96Hy is niet groter dan een grote Hommel, en gevolglyk is hy een van de kleinste vogeltjes der wereld, zo ’er al een kleinder soort ergens te vinden is.97Zyne vederen zyn van de allerschoonste kleuren, de meesten groen, anderen grauw, enigen maken enen glinsterenden roden kring om den hals. De staart glimt, en verandert van groen in koperkleur. Deze vogeltjes komen hier in ’t voorjaar, tegens dat het begint warm te worden. Zy maken hun nest in den zomer, dog verhuizen tegens denherfstnaar de zuidelyker landen. Zy bestaan louter van de zoete sappen der bloemen, die zy met hunne lange bekjes opzuigen. Van alle de bloemen houden zy het meest van die welken diep zyn en enen langen hals98hebben, en ik heb opgemerkt dat zy het meest op deImpatiensen deMonarda met karmozyne bloemenvliegen. Men kan verzekerd zyn van den gehelen zomer velen van die moye vogeltjes voor zyn venster te hebben, als men ’er een bed met allerlei soorten van bloemen onderplant. Het is zeker een vermakelyk gezigt, deze kleine zeer levendige schepseltjes van de bloemen op en af, gelyk Byen te zien vliegen, en ’er den honing met hunne lange smalle bekjes uit te halen. De bloemen derMonardazitten rondom den steel by iederen knoop,99gelyk aan onze gemene Munte,100bastaard Hennip,101Leonurus, enLamium. Het is dan zeer vermakelyk hen hunne bekjes in elke bloem rondom den steel te zien steken. Zo dra zy het sap van de ene bloem[94]ophebben vlodderen zy naar de naaste. Iemant, die het noit gezien heeft, zou kwalyk kunnen geloven in hoe kort enen tyd zy hunne snepjes in alle de bloemen van ene plant gehad hebben; en als die diep zyn, schynt ’er het vogeltje met zyn halve lyf in te kruipen.Zo lang zy bezig zyn te zuigen gaan zy noit op de bloem zitten, maar vlodderen altyd gelyk Byen, steken de pootjes agterwaards, en bewegen de vlerkjes zo gezwind, dat men ’er kwalyk een oog op houden kan. Gedurende dat vlodderen maken zy een gebrom gelyk als Byen.102Na dus ene wyl zonder rusten gevlogen te nebben, vliegen zy op enen nabystaanden boom of enen paal, om hunne kragten wat te herhalen. Dan gaan zy weer aan ’t brommen en ’t zuigen. Zy zyn niet zeer schuw. Ik ben nevens meer menschen op minder dan zes voeten by de plaats geweest daar ze vlogen, wy spraken t’zamen en bewogen ons, zonder dat wy ze stoorden. Maar als iemant op hen toeliep vlogen ze, als een pyl, weg. Wanneer het gebeurde dat ’er verscheidenen van hun op dezelve plaats neervielen, ontstond ’er een hevig gevegt als zy malkander op de bloemen aantroffen. Zy vlogen dan met zulke hevigheid tegen elkander aan, dat men denken zou, dat zy malkander met hunne spitse bekjes doorrygen moesten. Zy schenen onder ’t vegten in de lugt stil te staan, zig ophoudende door de onbegrypelyke rasheid waarmede zy hunne vleugels bewegen. Als de vensters open zyn vliegen zy dikwyls doormalkander in de kamers in, vegten een weinig, en vlodderen dan weer naar buiten. Somtyds komen zy op een verwelkte bloem, die geen sap meer heeft, en dan byten zy ze, als uit boosheid, af, en smyten ze op den grond, als ware het op dat zy naderhand ’er niet weder door bedrogen worden zullen. Wanneer ’er velen van deze vogeltjes in enen tuin zyn, plukken zy zo vele bloemen af dat ’er de grond van als bezaid legt; en men zoude zeggen dat zy dit uit nyd tegens malkanderen deden.Gemeenlyk hoort men ze geen ander geluid maken dan het brommen hunner vleugeltjes; maar wanneer zy in de lugt malkander te keer gaan maken zy een geschirp gelyk een mos of een kieken. Zy zyn zo klein dat men ze ligtelyk voor grote hommels of kapellen aanzien zou. Hun vliegen gelykt naar dat van den hommel, en is ongelooflyk snel. Noit heeft men opgemerkt dat zy op vrugten of gekorven diertjes azen; de honing der bloemen schynt hun enig voedsel te zyn. Vele menschen hebben ze om hunne zonderlinge schoonheid gevangen en in koitjes gezet, maar zy stierven by gebrek van voedsel. Evenwel gelukte het den HeerBartram’er een paar van ene gehele week in ’t leven te houden, door ze water te geven waarin hy wat suiker had doen smelten, en ik[95]denk dat men ze op die wys wel enen gehelen winter over in ene broeikas zou kunnen houden.Zy maken hunne nesten altyd midden op den tak van enen boom; en dezen zyn zo klein dat men ze van den grond niet zien kan, en dat men in den boom moet klimmen als men ze bekyken wil. Dus wordt het voor ene zeldzaamheid gehouden wanneer een nestje by toeval gevonden wordt, des te meer daar de bomen hier zo zwaar in ’t blad zyn. Het nest is ook een van de kleinsten die van vogels gemaakt worden. Ik heb ’er een dat geheel rond is, van binnen van een zagt bruin dons, dat op de bladen van het mannelyke Wolkruid103verzameld schynt te wezen, die dikwyls met een zagt dons bezet zyn. Die plant is hier menigvuldig. Het nestje wordt van buiten met een groenagtig grauw mos bedekt, diergelyk men op alle oude bomen ziet. Het heeft over ’t kruis nauwlyks enen halven duim boven aan, en onder enen halven. Men weet egter dat deHumming birdook uit vlas, hennip, mos, hair, en andere buigzame dingen zyn nest maakt. Men wil dat zy twee eyeren leggen, elk zo groot als ene erwt.Ik besteedde den 25. October en den volgenden dag met alle myne verzamelde zaden in te pakken, dewyl ik gelegenheid had ze naarEngelandte zenden. Van daar gingen zy verder naarZweden.Reis naarNewYork.Den 27. in den ogtendstond ging ik op een klein togtje naarNew York, in gezelschap van den HeerKock, met inzigt om het Land te zien, en te vernemen welke de veiligste weg ware om naarKanadate gaan, door de wildernissen die men tusschen deEngelscheVolkplantingen en dat Landschap vindt.De weg.De weg dien wy langs reden was aan beide zyden vry wel bewoond doorEngelschen,Duitschersen andereEuropeanen. Wy zagen vlaktens en hoogtens van onderscheiden uitgestrektheid. Bergen en stenen zag ik nergens, enige keyen uitgenomen. By elke Landhoeve genoegzaam was een grote boomgaard van Perzik- en Appelbomen, waarvan sommigen nog vol vrugten zaten.Heiningen.De heiningen waren op vele plaatsen zo laag dat het vee ’er gemakkelyk overheen springen kon; om dit voortekomen dragen de varkens houten jukken, ene gewoonte die ik al aangemerkt heb over alle deEngelscheVolkplantingen algemeen te zyn. De paarden hadden aan den hals een stuk houts, waaronder een haak aan vast was, die in de heining bleef zitten als het paard zyne voorste voeten opligtte om ’er over te springen; dog ik twyffel of deze uitvinding wel goed is voor de paarden zelven. Hun wierd ook het overspringen belet door een stuk houts, waar van het ene eind aan enen der voorvoeten en het ander aan enen der agtervoeten[96]was vast gemaakt, waardoor zy gedwongen wierden, zeer langzaam te gaan en volstrekt verhinderd te springen. Het kwam my voor dat dit stuk houts de paarden aan velerlei gevaren bloot stelde.Stenen bruggen.Digt byNieuw Frankfortreden wy over ene kleine stenen brug, en wat verder, agt of negenEng.mylen vanPhiladelphia, over nog ene andere. Tot nog toe zyn ’er gene mylpalen in het Land opgeregt, en men rekent de afstanden by gissing. Wat later werden wy aan een Veer over enen stroom gezet, waar wy driepencevoor ieder mensch met zyn paard betaalden.Mockingbird.Op ene plaats daar wy pleisterden hadden de menschen enenMockingbirdin ene koi. Hy wordt hier voor den besten zanger uit de vogels gehouden. Zyne vederen zyn niet frai. In dit jaargetyde zingt hy niet. De HeerCatesbyheeft, in zyne natuurlyke Historie vanKarolina, dezen vogel ook naar het leven afgebeeld en beschreven.104Men zegt, dat hy zyn nest in ’t kreupelhout en de bomen maakt; dog daarin zo eigenzinnig is dat als iemant ’er by komt en de eijeren bekykt, hy het nest verlaat en noit weder komt. De Jongen vorderen veel oppassens. Als men ze der Moeder ontneemt en in ene koi zet, komt zy ze daar drie of vier malen ’s daags voeren; maar eindelyk geen kans ziende om ze ’er uit te krygen zo verlaat zy ze; en dan sterven de Jongen dikwyls, vermoedelyk om dat zy aan ’t voeder niet kunnen wennen dat hun de menschen geven. Maar het volk verbeeldt zig dat de Moeder ze, wanneer zy ze voor de laatste reis voert, weet te vergeven, om ze des te eer uit hunne slaverny en rampzaligheid te verlossen. Deze vogels blyven hier den gehelen zomer over, maar verhuizen tegens denherfstnaar het zuiden. Men noemt zeMockingbirdsofSpotvogels, om dat ze het geluid van byna alle de vogels weten na te doen. Hun eigen zang is uitmuntend, vol van veranderingen van toon, zo dat vele menschen ze voor de beste zangvogels der wereld houden. Zeker is het dat ’er weinigen zyn die tegen hun aan kunnen, en dit is het dat ze tamelyk duur maakt.New Bristol.Omtrent den middag kwamen wy teNew Bristol, een klein vlek inPensylvanie, op deDellaware, omtrent vyftienEng.mylen vanPhiladelphia. De meeste huizen zyn van steen en staan op hun zelven. De Inwoonders dryven enen kleinen handel, dog de meesten laten hunne waren vanPhiladelphiakomen. Aan de overzyde der Rivier, omtrentBurlington.vlak overNew Bristollegt de StadBurlington, waar de Gouverneur vanNew Jerseyzyn verblyf houdt.Schrale grond.Wy hadden nu Landhuizen aan beide zyden van den weg, en kwamen in ene laan aan weerszyden met palen afgezet, die tamelyk grote koornvelden[97]omgaven. Daarop volgde een bosch, en vierEng.mylen ver zagen wy niets dan hout en enen mageren bodem, waarop deLupinus perennisin overvloed wast. Ik was zeer verblyd ene plant zo wel op zo magere gronden te zien tieren, en begon zelfs te overleggen of men deze ontdekking niet ten nutte maken konde. Dog ik had naderhand het verdriet van te vinden dat het vee deze plant niet eten wil, schoon zy ’er zeer groen en frisch uitziet en malsch op het gevoel is. Misschien zal ’er een middel uittevinden zyn om ze het vee smakelyk te maken. Des avonds kwamen wy teTrenton, na dat wy aan een Veer deDellawarewaren overgezet.Trenton.Trenton is een lang smal vlek, wat van deDellawareaf, en leggende in ene zandige vlakte. Het behoort totNew Jersey, en wordt gerekend dertigEng.mylen vanPhiladelphiate leggen. Daar zyn twee kleine kerken, ene voor deBisschoppelykenen de andere voor dePresbyterianen. De huizen zyn gedeeltelyk van steen gebouwd, dog de meesten van hout, gemeenlyk twee verdiepingen hoog, hebbende enen kelder en ene keuken daar naast onder den grond. Zy staan tamelyk ver van malkander, aan den enen kant aan de straat en aan den anderen aan tuinen van verschillende grootte. In elken tuin is een put. De plaats wordt voor zeer gezond gehouden. Onze Waard vertelde ons dat twee en twintig jaren geleden, wanneer hy zig hier eerst nederzettede, ’er nauwlyks meer dan een huis was, maar sedert dien tyd isTrentonzo toegenomen, dat ’er nu omtrent honderd huizenzyn. De huizen zyn van binnen in verscheiden’ vertrekken door plankenbeschotten verdeeld. De Inwoonders dryven enen kleinen handel in waren die zy vanPhiladelphiakrygen; maar hun voornaamste voordeel komt van de menigte van reizigers die vanPhiladelphianaarNew Yorken terug gaan, want zy worden gemeenlyk metTrentonscheJagten vanPhiladelphiateTrenton, of van daar naarPhiladelphiagebragt. Maar vanTrentonverder naarNieuw Brunswykgaat men met wagens, die elken dag op die plaats ryden. Velen van de Ingezetenen bestaan ook van het overvoeren van goederen, die alle dagen in menigte of vanPhiladelphianaarNew York, of vanNew YorknaarPhiladelphiagezonden worden. TusschenPhiladelphiaenTrentongeschiedt dit te water, dog tusschenTrentonenNieuw Brunswykte land; het welk gemeenlyk door menschen vanTrentonverrigt wordt.
Boomgaarden.RondomChichestervindt men vele tuinen, die vol zyn van Appelbomen, welker takken onder ’t gewigt der vrugten buigen. De meesten zyn winterappelen, en derhalven waren ze nog geheel zuur. Elke Landhoeve en boerdery heeft haren tuin. Zy waren tamelyk uitgestrekt, en verschaften den eigenaar het gehele jaar door groten onderstand in de huishouding. Ik was dikwyls verwonderd over de schrandere behandeling der Inwoonders van dit Land. Zo dra hebben zy niet een stuk grondsgekoft, dat nog woest legt, of zy zorgen jonge Appelbomen te hebben en een tuin te maken. Dan gaan zy aan het bouwen van een huis, en dan bearbeiden zy den grond om dien te bezayen. Zy weten dat de bomen enige jaren van noden hebben voor dat ze vrugt dragen, en daarom planten zy die het eerst. Ik zag naby de huizen molens, raderen en andere werktuigen om de appelen te perssen, om ’er vervolgens Cyder van te maken.Weg vanChichesternaarPhiladelphia.VanChichesterreisde ik voort naarPhiladelphia. De Eiken waren de talrykste van alle de bomen in de bosschen. Dog daar waren ’er verscheiden soorten van, allen verschillende van deEuropischen. De varkens liepen nu in grote troepen in de eikebosschen, om de eikels te zoeken. Elk varken heeft een driekantig houten juk om den hals, om het te beletten door de tuinen en heiningen te dringen. Dit is de reden dat men de heiningen zeer ligt en gemakkelyk om op te nemen maakt, zo dat ’er ook weinig hout toe nodig is. In de eikebosschen ziet men ene menigte van Eekhoorns, ten dele op den grond lopende, en ten dele van den enen tak op den anderen springende. Om dezen tyd azen zy meest op de Eikels.[74]Beuken zag ik zeer weinig, dog die ’er waren zyn juist de zelven als deEuropischen.Mieren.Ik weet niet enige andere dan deZwarte MierinAmerikagezien te hebben. Zy waren zo zwart als kolen en van twederlei soort, sommigen zeer klein, gelyk de kleinsten by ons, en anderen van de grootte van onze gemene Roodbruinen. Ik had tot nog toe gene hoogtens ontdekt die haar tot nesten dienden, maar alleen ’er enigen zien lopen. In andere oorden vanAmerikaheb ik andere soorten van Mieren gezien, gelyk ik op zyn’ plaats zal aantekenen.Hagen.Het gemeneLigustrumdiende op vele plaatsen voor hagen om de akkers en boomgaarden. Ook zag ik op deze reis ’er gene anderen als van Ligustrum, schoon men wel wist dat de doornen daar beter toe zyn. De Ligustrumhagen worden zeer digt; dog by gebrek van doornen keren zy de varkens en het ander vee niet wel. En als ’er eens een gat in is, duurt het ene goede wyl eer dat weer toe is.Chester.Op den middag kwam ik doorChester, een klein vlek aan deDellaware, in de welke daar ene kleine rivier, die door het vlek heen loopt, zig uitstort. Over deze was ene kleine brug. De huizen staan hier en daar verstroid. De meesten zyn van steen en twee verdiepingen hoog, enigen ook van hout. Hier is ene kerk en ene marktplaats.Weit.De Weit was hier al overal in den grond. Op sommige plaatsen was zy al schoon opgekomen, zynde reeds vier weken gezaid geweest. De akkers lagen meest op zynEngelschzonder gruppen, maar met watervoren vier of zes voet van malkander. Op de akkers zag men grote stompen van omgehouwen bomen, een teken dat dit land eerst onlangs tot bouwland gemaakt was.De wortels der bomen liepen hier meest langs den grond, gaande niet diep in. Dit had ik gelegenheid op verscheiden plaatsen optemerken. Zelden vond ik enen wortel die boven enen halven voet in den grond gegaan was, schoon de aarde hier zeer los was.Yzer.Omtrent tweeEng.mylen vanChesterreden wy ene Yzerhut voorby. Zy kwam twee broeders toe. De oer wordt egter hier niet gegraven, maar wel dertig of veertig mylen verder gebroken, gesmolten, en vervolgens herwaards gevoerd. De blaasbalgen waren meest van leder, en, zo wel als de hamer en de vuurplaats, in vergelyking met de onzen, vry klein. Alles ging door middel van ’t water. Het yzer werd hier tot staven gesmeed.Ik merkte op deze reis, en naderhand zag ik het zelve dikwyls, dat de paarden veel van appelen houden. Zy verkozen ze ver boven het frissche gras, als men ze in enen boomgaard, daar afgevallen appelen lagen, lopen liet. Dog men hieldze hun niet zeer dienstig. En behalven dat, dit voedsel valt wat duur.[75]Geboomte.DeRoodbloemige Ahorn66is hier overvloedig, vooral in moerassige gronden. Uit zyn hout maakt men borden, spinnewielen, rollen, voeten voor stoelen en ledikanten, en ander huisraad. Met den bast verwt men linnen en wol donker blauw. Ten dien einde kookt men dien in water, en doet wat koperroods, diergelyk de hoede- en schoenmakers gebruiken, in den ketel, voor dat ’er de stof in komt. Ook maakt men ’er enen goeden zwarten inkt van. Als men in ’t voorjaar in den boom hakt, zo loopt ’er een zoet sap uit, gelyk als uit onze Berken. Dit sap gebruikt men hier niet, maar inKanadakookt men ’er syroop en suiker uit. Hier vindt men ene verscheidenheid van dezen boom welken men denBonten Ahornnoemt,67om dat zyn hout van binnen gespikkeld is. Men gebruikt het veel tot allerlei schrynwerk, en men zoekt het geen ’er van gemaakt is boven al ander werk. Het wordt veel duurder betaald dan het geen uit Walnoten of wilde Kersebomenhout68gemaakt is. Dog het kostbaarste huisraad is het geen vanBont Zwart Walnotenhoutgemaakt wordt, want dit is over ’t algemeen zeldzaam. De Bonte Ahorn wordt ook niet veel gevonden. Ook vindt men ’er wier buitenste gemarmeld is, dog het binnenste niet. Om die reden hakt men diep in den boom, eer men hem laat vallen, ten einde te ontdekken of hy van binnen wel geaderd is.Reis naarNew Jersey.Des avonds kwam ik tePhiladelphia. Den volgenden ogtend, zynde den 7. October, zettede ik deDellawarein een schuit over. Hier was ik inNew Jersey. Men betaalt vierpencevoor ’t overvaren van ieder persoon. Het Land is hier geheel anders gesteld als inPensylvanie. De Insekten en planten, welken ik dezen dag ontdekte, denk ik in een ander werk te beschryven.Vrugtbaarheid.Men zou misschien denken dat op enen zo mageren grond als die vanNew Jerseyis niets wassen moest. Evenwel stond ’er de Mais ongemeen wel. Wy zagen ’er gantsche velden van. De aarde was van dat soort waarin de Tabak byzonderlyk wel tiert, dog lang zo vet niet. De stelen van de Mais waren gemeenlyk agt voeten hoog. Zy waren vol van bladen. Men had de Mais als naar gewoonte, op ryen in vierkante vakken geplant, zo dat ’er ene opening van vyf voet en zes duim tusschen ieder kleine hoogte was, waarop zy stond, zo wel in de lengte als in de breedte. Uit elke hoogte kwamen drie of vier stelen te voorschyn. Men had ze hier nog niet tot voer van ’t vee gesneden. Elke steel droeg tot vier airen toe, die groot en vol van koorn waren. Noit had men zulk enen zandigen[76]grond beter kunnen gebruiken. Op andere plaatsen was de aarde tusschen de Mais omgeploegd om Rogge te zaijen, zo dat, als hetTurkschkoorn gemaid is, de Rogge op het veld staan blyft.Aspersies.Wy zagen veelAspersiesin ene losse aarde en op onbebouwde zandvelden wassen. Zy stonden ook veel tusschen de Mais, en waren vol van bessen. Dog ik kan niet zeggen of de zaden door den wind uit de naburige tuinen derwaards gebragt waren. Maar dit is zeker, dat ik ze op andere plaatsen inAmerikain het wild heb zien wassen.Wormkruid.HetWormzaadis ook menigvuldig op de wegen, op enen zandigen grond, gelyk dien vlak over het Veer vanPhiladelphia. Ik heb gezegd dat men dit den kinderen tegens de wormen ingeeft. Dit geschiedt aldus. Men legt het in brandewyn, neemt het ’er een uur daarna weer uit, laat het drogen, en geeft het dan de kinderen in met wat zoet gemaakt bier, of eenigen anderen drank. Sommigen roemden de uitwerking van dit middel zeer, als dodende de wormen. Dog anderen waren van oordeel dat zy ’er van vermeerderden. Maar by ondervinding weet ik dat het zeer heilzaam geweest is.Porselein.DePorseleinwast hier in ’t wild overvloedig, in de blote lugtige aarde tusschen de Mais in. Zy kruipt daar langs den grond, en hare stelen zyn vry dik en sappig, schoon het kwalyk te begrypen was hoe zy in zo droog ene aarde haar voedsel kreeg. Men ziet ze ook in menigte in dat zelve soort van aarde op andere plaatsen in dit Land wassen.SpaanscheNetels.DeBidens bipinnata,69by deEngelschen70Spaansche Netelsgenoemd, wast hier en daar, omtrent de landhuizen, op de wegen, by de tuinen, en langs de hagen. Zy bloeide ten dele nog; dog de meeste planten waren haren bloeisem al kwyt. Als het zaad ryp is wordt het zeer onaangenaam op zulke plaatsen te gaan daar zy staat, vermits het aan de kleren blyft zitten en die zwart maakt, en het is moeilyk die vlakken ’er uit te krygen. Elk zaadtje heeft drie doorns op zyn spits, en elke doorn heeft ook vele kleine omgebogene hoeken, waardoor het aan de klederen kleeft.In de bosschen, en langs de heggen kropen hier en daar enige enkelde kleine rode Mieren,71wier sprieten zo lang waren als hunne lichamen.Philadelphia.Tegens den avond keerden wy weer naarPhiladelphia.Op de kust vanPensylvanievindt men zeer veel schoneOesters. Men begon nu ze tePhiladelphiate koop te brengen. Zy worden gehouden zo goed te zyn als deNew Yorkschen, van de welken ik hierna byzonderlyk spreken zal. My scheen het egter, dat de laatsten groter en[77]lekkerder zyn. Men merkt aan, dat zy goed worden tegens den tyd dat de hete koortsen beginnen optehouden. Daar reden menschen met gantsche karren vol oesters langs de straten, schreuwden die te koop, daar het anders hier iets zeldzaams is waren langs de deuren te koop te zien veilen; dog teLondenis dit gemeen. Men eet hier den meesten tyd de Oesters op gloeijende kolen gebraden, tot dat de schelpen een weinig opengaan, en dan eet men den oester met wit tarwenbrood met boter besmeerd. Voorheen brandde men kalk uit de schelpen, dog thans heeft men ene betere stof daartoe. Men wees my enige huizen in de Stad die met schelpkalk gemetseld waren. De muren hadden de eigenschap van twee of drie dagen voor dat men regenagtig weder krygt, vogtig te worden, zo dat ’er tamelyk grote droppels aan hangen. Dus dienden zy voor Hygrometers.72Over het zelve ongemak klaagden vele menschen die in huizen gewoond hadden met schelpkalk gemetseld.Erwten.Erwten worden ’er inPensylvanieniet veel gezaid, schoon voorheen, volgens het geen enige bejaardeZwedenons verhaalden, ieder Boer een veld met erwten plegt te hebben. Even zo is het ook inNew Jerseyen het zuidelyke vanNew York. Maar in het noorder gedeelte vanNew York, of omtrentAlbany, en in alle de gedeeltens vanKanada, die door deFranschenbewoond worden, zait men ’er veel van, en zy slagen ongemeen wel. Alleen is men doorWormen in de Ewrten.een klein gekorven diertje in de eerstgenoemde Landschappen genoodzaakt geworden, zo nuttig een gewas niet meer te kweken. Voorheen was dit diertje weinig bekend. Het paart in den zomer, omtrent den tyd van het bloeijen der erwten, en legt dan een eitje in byna iedere kleine erwt. Als de erwten ryp zyn, zoude men van buiten niet zeggen dat ’er wormen in zitten, dog men vindt ze als men de erwten doorsnydt. De worm blyft den gehelen winter en een deel van de lente over in de erwt als men hem laat begaan, en eet al het binnenste op, zo dat ’er weinig meer dan de schil overblyft. Ten laatsten verandert de worm in een schaalagtig insekt, kruipt door een gat, dat hy zelf maakt, uit de erwt, en vliegt weg, om naar nieuwe erwtelanden te zoeken, ten einde daar te paren en zyn geslagt voorttezetten.Oorsprong daar van.Dit schadelyk gedierte heeft zig uitPensylvanienaar het Noorden[78]uitgebreid; wantNew York, waar het nu menigvuldig is, wierd ’er voor twaalf of vyftien jaren niet van geplaagd, en voor dien tyd teelde men erwten in overvloed zonder het minste belet. Maar allengskens wierden deze kleine vyanden zo menigvuldig, dat men van het zaijen van erwten moest afzien. Men klaagde hierover op vele plaatsen. De Boeren rondomAlbanyhadden thans het genoegen dat hunne erwten nog vry waren van dit Insekt, maar vrezen ’er altyd voor, dewyl het ieder jaar nader aan die streek komt.Ik weet niet of dit diertje inEuropavoortkomen zou; en ik zou denken dat onzeZweedschewinters het doden zouden, hoe diep het ook in de erwt zitte. Maar inNew Yorkis het dikwyls al zo koud, en egter vermeerdert het daar ieder jaar, en nadert allengskens hoe meer het Noorden. Ik was op het punt van enigen van dit ongedierte inEuropaover te brengen zonder het te weten. Op myn vertrek uitAmerikanam ik enige erwten mede naarEuropain een papier, welken ’er geheel frisch en groen uitzagen. Maar toen ik het papier den 1. Augustus 1751. teStokholmopende, vond ik al de erwten hol, en zag ’er de koppen der Insekten uitkyken. Sommigen kropen ’er al uit, dog ik haastte my om hen te beletten zig te verspreiden.73Ik beken, dat, toen ik ze het eerst zag, ik ’er meer van schrikte dan indien ik enen adder gezien had, want ik besefte op eens al de schade welke myn lieve Vaderland ’er van gehad zou hebben, indien maar twee of drie van deze schadelyke diertjes ontkomen waren. De nakomelingen van verscheiden huisgezinnen, ja zelfs van gehele volken, zouden reden gehad hebben, my te verwenschen, als de oorzaak van zo zwaar enen ramp. Ik zond ’er naderhand enigen, dog wel bewaard, aan den GraafTessinen den RidderLinnæus, tegelyk met een berigt van hunne schadelykheid. De laatste dier twee Heren heeft ’er reeds ene beschryving van gegeven in ene Akademische Verhandeling, onder hem verdedigd.74Hy noemt ze daar denBruchus van Noord Amerika.75Het was iets zonderlings[79]dat ’er niet ene erwt in het papier gevonden wierd die niet was opgegeten.Wanneer men inPensylvanieerwten zait van buiten in het Land gebragt, zyn die gemeenlyk het eerste jaar van dit gedierte vry, maar het twede komt het ’er al in. Het is zeer te wenschen, dat de schepen uitNew YorkenPensylvaniedit Insekt niet inEuropazullen overbrengen. Men ziet hier uit wat een veragtelyk gering Insekt vermag, en dat de studie van het Huishoudelyke en van de eigenschappen der Gekorvenen niet moet beschouwd worden als maar enkeld tydverdryf en ene nutteloze bezigheid.76Rhus radicans.Deopklimmende SumachofRhus radicansis een struik of boom, die zeer overvloedig in dit Land voortkomt, en heeft dit met den klimop77gemeen, dat hy niet groeit zonder enig steunsel te hebben, het zy enen boom, enen muur, of ene heg. Ik heb hem tot op de hoogsten der grote bomen zien klimmen. Zyne takken schoten overal kleine worteltjes, die zig op den boom hegtten, en, als ware het, ’er indrongen. Als men den stam afhouwt komt ’er een bleek bruin sap uit, van enen onaangenamen reuk. Dit sap is zo scherp, dat, als men ’er mede op lynwaat letters of vlakken maakt, die ’er niet uitgaan, maar des te zwarter worden hoe meer men het linnen wascht. De kinderen plegen met dit sap hunne namen op het linnen te tekenen. Als men ’er mede op papier schryft, zo gaan de letters noit uit, maar worden hoe langer hoe zwarter.Vergiftigheid.Dit gewas heeft de zelve kwade hoedanigheden als deVergiftboom, dien ik boven beschreven heb, van schadelyk te zyn voor sommige menschen en niet voor anderen; dog deVergiftboomheeft een sterker vergift. Evenwel heb ik menschen gezien die al zo sterk opzwellen van dezen boom. Ik weet ook twee Zusters, waarvan de ene dit gewas behandelen kon zonder het minste ongemak, schoon de andere ten eersten de uitwaassemingen ’er van gevoelde, zodra zy omtrent op den afstand van ene el den boom naderde, en zelfs als zy op ene plaats stond waar de wind over den boom henen naar toe woei. Dog op my had dit soort van Sumach noit enige kragt, schoon ik ’er meer als honderd proeven, zelfs met de zwaarste stammen, mede genomen heb, en het sap zelfs eens in myn oog sprong, zonder my enig letsel te doen. De huid van de hand van een ander mensch, welke ik zeer nat met dit sap gemaakt had, wierd weinig uren daarna zo hard als leder, en vervelde de volgende dagen zo sterk, dat het was als of ’er gantsche schalen van afvielen.[80]De bosschen en ’t hout.Den 10. October des morgens vroeg verzelde ik den HeerKocknaar zyn Landgoed, het welk omtrent negenEng.mylen noordwaards vanPhiladelphialegt.Schoon de bosschen vanPensylvanievele Eiken leveren, en men ’er meerder soorten van vindt dan meer naar het Noorden, bouwt men hier egter zo veel schepen niet als in de noordelyke Landschappen, byzonderlyk inNieuw Engeland. De ondervinding heeft geleerd dat hoe meerder het hout naar het Noorden wast het des te duurzamer is, en dat de deugd afneemt naar mate men de warmte nadert. Ook is het zeker dat de bomen in het zuiden schielyker groeijen, en dikker kringen maken dan in het Noorden. Daarenboven, die in ’t Zuiden wassen hebben grover sapbuizen voor den omloop der vogten. Om deze reden bouwt men zo veel schepen inPensylvanieniet als inNieuw Engeland, schoon meerder dan inVirginieenMaryland. InKarolinabouwt men ’er geen in ’t geheel, en men laat ze daar uitNieuw Engelandkomen. Die men hier, zelfs uit de beste Eiken timmert, duren nauwlyks meer dan tien of ten hoogsten twaalf jaren, en dan zyn zy zo vergaan dat niemant ’er mede in zee durft steken. Daar komen schippers uitEngelandinAmerikaom daar schepen te doen bouwen. De meesten gaan naarNieuw Engeland, de noordelykste Provincie; en zo zy al met schepen naarPhiladelphiageschikt overkomen, gaan zy egter gemeenlyk van daar naarNieuw Engeland. DeSpanjaardsin deWest Indien, wil men, dat hunne schepen van een byzonder soort van Ceders bouwen, die bestand zyn tegens het water en de verrotting; dog dit soort vindt men niet in deEngelscheVolkplantingen. Hier zyn meer dan negen verschillende soorten van Eiken, dog geen van die is zo goed als het ene soort dat wy inZwedenhebben. Om deze reden kost een schip vanEuropischveel meer dan een vanAmerikaanschEikenhout.Beet.Velen, die zig hier op het tuinieren toeleiden, hadden, verscheiden jaren ondervonden dat dieRode Beet, welke voortkwam uit zaad vanNew Yorkgekomen, zeer zoet en aangenaam wierd, dog dat zy alle jaar verminderde als zy uit zaad hier gewonnen werd gekweekt. Men moest dan ieder jaar zo veel zaad uitNew Yorkdoen komen als men van noden had. Ook heeft men opgemerkt, dat gewassen uitEngelschzaad voortkomende veel beter zyn, dan die uit zaad inAmerikagewonnen worden gekweekt.Radys.In den tuin van den HeerKockwas ene Radys78in de losse aarde zo groot geworden, dat zy zeven duimen middellyns had. Ieder verzekerde dat het iets zeldzaams was ze hier zo dik te zien.Het gewas,79dat gemeenlykBatatasgenoemd wordt, heet men[81]hierBermudische Potatoes. Aanzienlyken en gemenen planten ze in hunne tuinen. Dit geschiedt op dezelve wys als met de gemene Potatoes. Sommigen zetten ze op bedden. De grond moet een mengsel zyn uit zand en aarde, niet te vet nog te mager. Men snydt, als men ze planten zal, de wortelen, gelyk by de andere Potatoes, in kleine stukken, zo nogthans dat men een uitbotsel of twee aan iedere plant late. Hunne kleur is gemeenlyk rood van buiten, dog van binnen geel. Zy zyn gemeenlyk groter dan de gemene Potatoes. De smaak is zoet en aangenaam, zynde, naar myn gevoelen, de andere Potatoes, de Artisjokken, en zelfs alle andere bekende wortels daarin met hun niet te vergelyken. Zy smelten genoegzaam in den mond. Het is niet lang geleden dat zy hier geplant zyn. Men maakt ze gereed gelyk de andere Potatoes, en eet ze met dezelven of alleen. Zy groeijen hier zeer schielyk en zeer wel; maer het moeilykste is ze den winter over goed te houden, want zy kunnen nog tegens sterke koude, sterke hette, nog vogtigheid. Om die reden bewaart men ze ’s winters in kasten met zand op ene warme plaats. InPensylvanie, daar men gene klappen in de schoorstenen heeft, zet men ze in ene zandkast op enigen afstand van het vuur, waar zy veilig zyn voor de vorst en te grote hette. ’T is niet genoeg ze in droog zand in den kelder te leggen, gelyk gemeenlyk geschiedt met de gemene Potatoes. De vogtigheid der kelders zou door het zand heen dringen en ze doen rotten. Het zou waarschynlyk inZwedenwel te doen zyn, van ze in warme vertrekken den winter over te houden. Maar de zwarigheid is maar alleen hoe men ze zal overbrengen. By myn vertrek uitAmerikanam ik ’er een goed getal van mede, en droeg ’er alle mogelyke zorg voor. Dog wy hadden enen zwaren storm op zee, waardoor het schip zo beschadigd wierd, dat het sterk water in kreeg, zo dat onze klederen, bedden en ander goed zo nat waren dat wy ze uitwringen konden. Dus was het geen wonder dat myn’ Potatoes verrotteden. Dog dewyl ze nu inPortugal,Spanje, en zelfs inEngelandaangekweekt worden, zal het niet bezwaarlyk zyn ze inZwedenook te krygen. De drank, welken deSpanjaardsin hunneAmerikaanschebezittingen uit het sap dezer Potatoes maken, is niet in gebruik inPensylvanie80.Papier.De HeerKockheeft enen Papiermolen op een klein beekje, daar allerlei grof papier gemaakt wordt. Zy wordt ’s jaars voor vyftig pond st.Pensylvanischgeld verpagt.Schaarschheid van Appelen.Dit jaar, wierd my verteld, waren de Appelen schaarscher dan[82]naar gewoonte, het welk door de aanhoudende droogte in de maand van Mai veroorzaakt was, die de bloeisems had doen verwelken. De hitte was zo sterk geweest dat zy de planten en het gras op het veld verbrand had.HetPolytrichum commune, een soort van mos, wast overvloedig in lage en vogtige Weilanden tusschen de bosschen, en bedekt ze op vele plaatsen, gelyk ons mos inZwedendoet. Ook was het gemeen op de hoogtens.Landbouw.De Landbouw was hieromstreeks in enen slegten toestand. Wanneer iemant een stuk lands koopt, het geen misschien noit is bebouwd geweest, hakt hy een gedeelte van het hout omver, haalt de wortels uit den grond, beploegt dien, zait ’er koorn in, en heeft de eerste reis enen overvloedigen oogst. Dog dat zelve land verscheiden jaren agter een bebouwd wordende, moet het noodzakelyk zyne vrugtbaarheid verliezen. Men laat het dan braak leggen, en ontgint een ander stuk. Op deze wys gaat men voort tot dat men zyne geheele bezitting in koornlanden veranderd heeft, en put dus den grond uit. Dan komt men weer tot het eerste stuk lands, dat zig nu volkomen verhaald heeft, bebouwt het zo lang het iets geven wil, en gaat daarna weder aan een ander.Gebrek aan Mist.Het is hier onmogelyk veel mist te winnen, om dat men gewoon is het vee, zomer en winter, dag en nagt, altyd in ’t veld te laten. Maar wanneer het land enige jaren braak legt groeit ’er velerhande onkruid op, en dit zet ’er zig zo vast op, dat ’er een geruime tyd vereischt wordt om het uitteroeyen. Dit is ook de reden dat ’er altyd zo veel onkruids tusschen het koorn staat. De grote vrugtbaarheid van den grond, die by de aankomst derEuropeanennoit bebouwd geweest was, deed hen den Landbouw op deze wys veronagtzamen, waarin velen nog blyven voortgaan. Maar dezen bedenken niet, dat als de grond geheel en al uitgeput is, ’er een lange tyd en veel arbeids nodig is om dien weder in staat te brengen; vooral in deze gewesten, die alle zomers door de hitte zo worden uitgedroogd. De grond der koornlanden bestond uit ene dunne laag van tuinaarde, zeer vermengd met een soort van steenkleurige klei, en vele deeltjes van gebroken glinsterende aarde. Deze laatste kwam van de stenen, die men hier overal op de diepte van een voet vindt. Deze stukjes deden den grond glinsteren, als ’er de zon op scheen.Glinsterende steen.Byna alle de huizen hier omtrent waren van dien steen of van gebakken’ steen, dog de eerste was gemeender. InGermantown, dat tweeEng.mylen lang is, zag men geen ander muurwerk dan van dien steen. Maar daar zyn ’er verscheiden soorten van. Somtyds bestond hy uit enen zwarten of gryzen glimmer, lopenden met golvende[83]aderen, die hier en daar tusschen de kromtens met enen gryzen, lossen en fynen kalksteen opgevuld waren, welke ligt kon aan stukken gewreven worden. Sommige doorschynende deeltjes van Quarts waren ’er door verspreid. Dog het glinsterzand maakte het grootste deel van dien steen uit. Hy was vry gemakkelyk te bewerken, en kon met yzeren gereedschap in allerlei gedaantens gehouwen worden. Maar somtyds bestond hy uit enen zwarten glimmer met fyne korrels, enen witten fynen zandsteen, en enige Quartskorrels, zo dat de verscheidene delen wel door malkander gemengd waren. Somtyds vertoonden zig ook brede strepen van den witten kalksteen, zonder enig vermengsel van glimmer, dog meest waren zy sterk vermengd, en van ene gryze kleur. Eindelyk vindt men ’er op enige plaatsen die uit geheel fyne en zwarte glimmerstukken en enen grauwen, lossen en zeer fynen kalksteen t’zamengesteld zyn. Dezen waren ook gemakkelyk te bewerken.Deze verscheidenheden van stenen vindt men gemeenlyk by malkander. Men trof ze byna overal aan als men een weinig diep groef, dog niet in gelyke menigte en van gelyke deugd. Ook waren ze niet allen even ligt uit den grond te krygen. Als iemant dan een huis wilde bouwen, vorschte hy eerst naar waar hy den besten steen kon vinden. Men vindt dien zo wel op de akkers als op onbebouwde velden, op ene diepte van twee tot zes voeten. De stukken zyn meer of min groot. Sommigen hielden van agt tot tien voeten in de langte, twee in de breedte, en enen in de dikte. Anderen waren veel groter, dog ook enigen kleinder. Zy lagen hier by beddingen op malkander, van omtrent een voet elk bed in de dikte. De langte en breedte waren verschillend, dog gemeenlyk zo als ik gezegd heb. Men moest meest drie of vier voet diep zyn eer men de eerste laag vond. De losse grond boven de lagen is vol van kleine stukjes van dezen steen. Deze grond is de steenkleurige aarde, die hier algemeen is, en uit zand en klei bestaat, schoon ’er het zand de overhand heeft. De losse stukken glimmer, die zo sterk in het zand glinsteren, schynen van den steen onder den grond afgebroken te zyn.Gebruik daarvan.Men moet aanmerken, dat als men dezen steen tot metselen gebruikt men de platte zyde naar buiten keert. Maar de stenen zyn dikwyls ongelyk aan alle kanten, en dan maakt men ze gelyk, dat ligt te doen is. Dog evenwel blyven ze ongelyk in dikte, en kunnen zo net niet op een gevoegd worden als gebakken’ stenen. Ook breken ’er wel stukken af als men ze bewerkt, en laten openingen in het buitenste van den muur. Men vult die met kleine stukken steens en kalk, en overpleistert ze, zo dat het niet kan gezien worden, ten minsten niet op enigen afstand. Eindelyk, smeren zy op de buitenkanten[84]der muren kruisgewys lopende strepen van kalk, zo dat men zeggen zoude dat de muren uit even groten stenen bestonden, en dat die witte strepen de voegen der stenen waren. Het binnenste van de muren wordt glad gemaakt en gewit. Men heeft niet gemerkt dat dit soort van steen het vogt uit de lugt aantrekt. InPhiladelphiaen daaromstreeks zyn vele huizen op die wys gebouwd.De Huizen zyn gemeenlyk op deEngelschewys gemetseld.Dassen.Een der Zwarten van den HeerKockvertoonde my een vel van enen Das,81dien hy gedood had, en ik zag ’er uit dat deAmerikaanscheDas de zelve met denZweedschenis. Men noemt hem hierAardvarken.82DeSkulkill.Tegens den avond keerde ik naarPhiladelphiaterug. Den 12. October gingen wy ’s morgens naar deSkulkill, ten dele om zaden en planten te verzamelen, en ten dele om allerlei soorten van waarnemingen te doen. DeSkulkillis een smalle stroom, die omtrent vierEng.mylen ten zuiden vanPhiladelphiain deDellawarevalt. Maar hoe smal hy ook is, loopt hy wel twee honderdEng.mylen ver, en ontspringt op de westzyde van deBlauwe bergen. Het is een groot nadeel voor dit Land dat ’er verscheiden Watervallen in deze Rivier zo digt byPhiladelphiazyn, waardoor zy onbevaarbaar is. Ik ontwierp dezen dag enige beschryvingen van zulke kruiden daar het vee naar zoekt, en van zulken die het laat staan.Mollen.Men ontdekte op de velden hier en daar kleine onderaardsche gangen, lopende met allerlei bogten. De opening was groot genoeg voor een Mol. De aarde, die, als het ware, een verwulf ’er boven, en als een kleinen wal maakte, was omtrent twee duimen hoog, ene goede hand breed, en omtrent enen duim dik. Ik zag dikwyls deze onderaardsche gangen op de onbebouwde landen, die zig door de opgeworpen aarde ontdekten, en inzakten als men ’er optrapte, het welk het wandelen lastig maakte.Deze gangen worden door een soort van Mol83gemaakt, dien ik in een ander werk nader beschryven zal. Zy azen op wortelen. Het diertje heeft groter kragt dan anders vele dieren, naar evenredigheid van hunne grootte, bezitten. Waar het dagt te graven hield het altyd de poten buitenwaards, gelyk men de riemen in een schuit houdt. Ik leide het myn neusdoek voor, om te zien wat het ’er mede doen zou, en ik vond dat het dien in den tyd van ene minuut vol gaten had gemaakt. Ik was genoodzaakt enige boeken op het deksel van de doos te leggen, waarin het diertje zat, of anders lag ’er dat[85]ten eersten af. Het was zeer kwaadaardig, en beet gaten in alles wat het in den weg lag. Ik hield het enen stalen pennekoker voor, waarin het in ’t eerst zeer vinnig beet, maar de hardheid daarvan gevoeld hebbende wilde het nog daar nog ergens anders meer in byten. Deze Mollen maken gene hopen, gelyk deEuropischen, maar alleen zulke gangen, als ik beschreven heb.Talkboom.Hier wast ene plant, van welker bessen men een soort van wasch of talk maakt, waarom ze deZwedenTalkstruiknoemen. DeEngelschengeven ze den naam vanCandleberrytreeofBayberry-bush, en de RidderLinnæusheet zeMyrica cerifera. Zy groeit overvloedig in ene droge aarde, en schynt byzonderlyk in de nabuurschap der zee wel te tieren, want diep in het land heb ik ze niet gevonden. De bessen groeyen in overvloed op den vrouwelyken struik, en zien ’er uit als of ’er meel opgestroid was. Men verzamelt ze laat in den herfst, wanneer ze ryp zyn, smyt ze in een pot kokend water, zo dat haar smeer smelt, en boven op het water begint te dryven, het welk men dan met een schuimspaan ’er afneemt, en in een anderen ketel doet, zo lang tot dat ’er geen talk meer op het water dryft. Zo dra de talk styf is ziet hy ’er uit als gemene talk of als wasch, maar heeft ene morssige groene kleur.Kaarssen daarvan gemaakt.Om deze reden wordt hy nog eens gesmolten en gezuiverd, zo dat hy ene schone doorschynende groene kleur krygt. Deze talk is duurder dan de gemene talk, maar beter koop dan wasch. TePhiladelphiagaf men ene schelling voor het pond, daar de gemene talk maar ene halve, dog wasch twee schellingen kost. Van dezen talk maakt men hier te lande op vele plaatsen kaarssen, waar men egter wat gemenen talk onder doet. Dit soort van kaarssen breekt niet ligt en smelt zo niet in den zomer als de anderen, brandt byna beter en langer, en geeft zulk enen damp niet, maar zy laten veel eer enen aangenamen reuk na wanneer zy worden uitgedaan.Een oudeZweedvan een en negentig jaar verhaalde my dat zyne Landslieden voorheen dit soort van kaarssen plegten te gebruiken. Tegenwoordig gebruikt men dezen talk zo veel niet, indien men beestevet krygen kan, om dat het zo veel moeite kost de bessen te verzamelen. Dog de arme menschen, die in oorden wonen waar deze bessen veel wassen, en niet veel vee hebben om te slagten, gebruiken dezen talk voor kaarssen. Ook maakt men van het vet van deze plant ene zeep, die aangenaam ruikt, en zeer goed is om den baard te scheren. Nog maken ’er de Heelmeesters pleisters van. Een Koopman vanPhiladelphiazond eens ene menigte van deze kaarssen naar de Roomschgezinde[86]Landen inAmerika, denkende ene goede winst ’er op te hebben; dog de Geestelyken wilden ze niet nemen. Een oudeZweedzeide dat deWildenvoorheen den wortel van deze plant gebruikten tegens de tandpyn, en dat hy zelf, den wortel, in stukken gesneden, rond om den tand gelegd hebbende, veel baat by dit middel gevonden had. Een andereZweedverhaalde dat de schil van den wortel hem geholpen had. InKarolinamaakt men van dezen talk niet alleen kaarssen maar ook zegellak.Penny Royal.Penny Royalis deEngelschenaam van een gewas, dat enen zonderlingen sterken reuk heeft, en in overvloed op droge plaatsen groeit. De Kruidkenners noemen hetMelissa pulegioides84ofCunila pulegioides. Men houdt het zeer gezond om als thee gedronken te worden in verkoudheden, als bevorderende de doorwaasseming. Ook wil men dat deze plant op enige plaats des lichaams, waar men pyn gevoelt, gelegd, dezelve verdryft.Koopwaren vanNieuw Engeland.DeWarendie men gewoon is uitNieuw EngelandnaarLondente zenden zyn de volgenden. Allerlei Visch byTerre Neuve, andersNewfoundland, of elders gevangen; Traanolie, van verscheiden’ soorten, Walvischbaarden, Teer, Pek, Masten, nieuwe Schepen, enige Pelteryen, en somtyds enig hout. DeEngelscheEilanden inAmerika, alsJamaik, en deBarbados, trekken uitNieuw Engeland, Visch, Vleesch, Boter, Kaas, Talk, Paarden, Vee, allerlei Houtwerk, als kuipen, emmers, tobben en diergelyken; en zenden terugRum, Suiker, Syroop, en andere voortbrengsels, of ook wel baar geld. Het meeste hiervan, byzonderlyk van ’t geld, gaat verder naarLonden, om de goederen te betalen die men van daar ontvangen heeft.Elzen.De Elzen wiessen hier in overvloed op natte en lage plaatsen, en zelfs somtyds nog al op vry hoge gronden, dog kwamen noit tot de hoogte derEuropischeElzen, en stonden gemeenlyk als struiken van een of twee vadem langte. De HeerBartramen anderen, die veel in deze gewesten gereisd hadden, verhaalden my, dat hoe meer men naar het zuiden trekt de Elzen zo veel te kleinder worden, dog dat zy meer noordelyk hooger en dikker waren. Ik vond zelf naderhand dat de Elzen inKanadadie vanZwedenniet veel weken. Men gebruikt ’er den bast van om rood en bruin te verwen. EenAmerikaansche Zweedvertelde my, dat hy zig eens in het been tot op het gebeente toe gehouwen hebbende, zo dat de wonde zeer gevaarlyk was, hy zig daarvan genezen had door de kwetsuur met water te wassen, waarin hy den elzebast had laten koken.Nagtschaduw.DePhytocalla decandra85wordtPokeby deEngelschengenoemd.[87]Als men het sap der bessen op papier of iets diergelyks laat springen, wordt het een hoog purper, zo schoon als men ergens in de wereld die kleur kan maken; en het is jammer dat men nog geen middel weet om te beletten dat deze verw op linnen of wol ten eersten verschiet. De HeerBartramhad eens zynen voet tegens enen steen gestoten zo dat hy ’er zeer pynlyk van was, en had ’er een blad van deze plant opgelegd met dit gevolg dat hy zeer spoedig genezen was. De bessen worden om dezen tyd door de vogels gegeten. DeEngelschenenZwedeneten de bladeren in ’t voorjaar; als zy eerst uitkomen en nog malsch zyn, klaargemaakt, gelyk wy de Kool of de Spinaad doen. Somtyds bereiden zy ze als wy de Kool, wanneer de stelen al wat langer zyn geworden, en nemen alleen maar de topjes, die malsch en niet stokkig zyn. Maar als men ze als Spinaad wil gebruiken moet men zorgvuldig zyn, dewyl als men de plant eet na dat de bladen al wreed geworden zyn, men ligt zyn laatsten maaltyd doen kan, want dan heeft de plant ene geweldig buikopenende kragt. Ik heb menschen gekend die dit byna den dood gedaan had. Maar de bessen worden in den herfst zonder nadeel van de kinderen gegeten.Verwen.Linnen en wollen goed wordt met den bast van deHikorygeel geverwd. Het zelve geschiedt met dien van den zwarten Eik.86De bloemen en bladen van deImpatiens noli tangere87verwen ook alle wollen stoffen schoon geel.Collinsonia.DeCollinsonia Canadensiswordt in kreupelbosschen op goede gronden overvloedig gevonden. De HeerBartram, die het Land zeer wel kende, hield zig verzekerd datPensylvanieen alle de plaatsen vanAmerika, die onder de zelve lugtstreek leggen, het ware en regte land voor deze plant is. Verder naar het zuiden vond hy, nog de HerenClaytonenMitchel, ze noit, schoon die laatsten zeer nauwkeurige waarnemingen inVirginieen een gedeelte vanMarylandgedaan hebben. En uit eigene ondervinding wist hy dat zy in de noordelyke gedeeltens niet wast. Ik heb ze noit noordelyker dan op 43.gr.15.min. N.gevonden. De tyd van ’t jaar dat zy inPensylvanieopkomt is zo laat, dat haar zaad maar juist den tyd heeft van ryp te worden, en dus schynt zy verder noordwaards onmogelyk te kunnen slagen. De HeerBartramwas de eerste die dit gewas ontdekte. Hy zond het naarEuropa. De HeerJussieu, gedurende zyn verblyf teLonden, en naderhand de HeerLinnæus, noemden hetCollinsonia, naar den beroemdenPeter Collinson, eenLondenschKoopman, en Lid van de Koninglyke Maatschappy[88]inEngelandenZweden. Hy verdiende de eer wel, dat ’er ene plant naar hem genoemd werd, want ’er zyn weinig menschen die de Natuurlyke Historie en alle nuttige Wetenschappen met zulk enen yver getragt hebben te bevorderen, of die zo veel gedaan hebben als hy om allerhande soorten van planten te verzamelen, aantekweken, en te doen kennen. DeCollinsoniaheeft enen byzonderen reuk, die aangenaam, dog zeer sterk is. Ik had ’er altyd zware hoofdpyn van als ik voorby ene plaats ging daar zy menigvuldig was, vooral als zy in bloem stond. De HeerBartramkende ene betere hoedanigheid dan deze in dit gewas, namelyk van een uitmuntend middel te zyn tegens allerlei pyn in de leden en verkoudheden, door de leden met de plant te wryven. En de HeerKoenraad Weiser, een Tolk van de taal derWilden, had hem ene nog wonderbaarder genezing verhaald. Hy was eens onder een troep vanAmerikanen, waarvan ’er een door ene Ratelslang gebeten was, en door deWildenreeds opgegeven werd. Dog hy beproefde deCollinsoniate koken en den gewonden te drinken te geven, het welk hem behield. Wat meer noordelyk en inNew Yorkwordt deze plantPaardekruid88geheten, om dat de paarden ze in de lente eten, voor dat ’er nog andere kruiden opgekomen zyn.Toeneming van het land.Ik vroeg den HeerFranklinen anderen, die het Land wel kenden, of zy ’er enige tekens ontmoet hadden waaruit men opmaken kon, dat voorheen sommige plaatsen, die nu land waren, onder water gestaan hebben, en ik kreeg het volgende antwoord.Wanneer men van hier zuidwaards reist komt men op ene plaats waar de grote weg zeer diep tusschen twee bergen doorgaat. Aan beide de zyden ziet men niets als oester- en mosselschelpen, in ene oneindige menigte boven malkander leggende, schoon het vele mylen van de zee af is.Wanneer men in de Stad om putten te maken of om huizen te bouwen graaft, vindt men de aarde in verscheiden’ beddingen boven malkander leggen. Op ene diepte van viertien voet of meer ontmoet men klootronde stenen, die van buiten zo glad zyn als die welken aan zee op het strand leggen, en daar zo glad worden door het schuren der baren. Als men verders door gegraven en op de diepte van agttien of meer voeten gekomen is, ontdekt men op sommige plaatsen modder, diergelyken als de zee op ’t strand smyt, en als gemeenlyk op den bodem der zee en der rivieren legt. En deze modder is vol van takken, bladeren, riet, houtskolen, en andere dingen.Somtyds is het gebeurd dat de huizen zeer schielyk aan ene zyde begonnen[89]te zakken, zo dat men genoodzaakt was ze aftebreken. Dieper gravende, om enen vasten grond te vinden, kwam men op dat zelve soort van modder vol van hout, wortels en diergelyken.Zyn nu deze redenen niet gewigtig genoeg om te doen besluiten, dat die plaatsen inPhiladelphia, die nu viertien en meer voeten onder den grond zyn, voorheen de bodem der zee waren, en dat by verscheiden toevallen, zand, aarde en andere dingen daar op geraakt zyn? Of dat deDellawarevoor dezen breder was dan thans, of haren loop veranderd heeft? Dit laatste doet zy nog tegenwoordig dikwyls, daarzy den oever aan den enen kantafkabbelten aan den anderen vergroot. EnZwedenenEngelschenwezen my verscheiden plaatsen waar dit geschied was.Bloeyende planten.Den 18. October kon ik niet boven tien soorten van planten vinden, die nog in bloeisem stonden. Dezen waren deGentiana, twee soorten vanAsters, deSolidago Virga aurea, een soort vanHieracium, deOxalis corniculata, deDigitalis purpurea, deHamamelis Virginiana, hetAchillea Millefolium, en hetLeontodon Taraxacum. Alle andere planten hadden hare bloemen al laten vallen. Verscheiden bomen, vooral die vroeg in de lente bloeyen, hadden reeds zo dikke knoppen gezet, dat men ze openende alle de delen der bevrugtiging, als de kelk, de bloembladen, de helmstyltjes, en ’t stampertje,89onderkennen kon. Dus was het gemakkelyk het geslagt te bepalen waartoe deze bomen behoorden. Zodanige waren de Rode Ahorn90en de Zomer Laurier91en anderen. Dus bereidde zig de natuur, met den aanvang van het aangename weder in het aanstaande jaar, wederom bloemen voorttebrengen. De knoppen waren tegenwoordig geheel hard, en alle derzelver delen op een gepakt, om voor de koude beveiligd te wezen.Walnoten.De zwarte Walnootboom had zyne meeste bladeren al laten vallen, en velen waren al geheel kaal. De Walnoten zelven waren ook afgevallen, en hare groene schil verwde de handen zwart als men ze behandelde, zo dat men lang werk had eer ze weer schoon waren.Cornus florida.DeCornus floridawerd by deEngelschenDogwoodgenaamd, en was overvloedig in de bosschen. Hy maakt ene schone vertoning wanneer hy in de lente vol witte bloemen staat. Het hout is zeer hard, en men maakt ’er weverspoelen, en ander schrynwerk van. Wanneer het gebeurt, dat het vee in de lente uit zwakheid neer valt, binden de Boeren het een stuk van dezen boom om den hals, zig verbeeldende dat dit helpen zal.DeTulpeboomstaat hier overal in de bosschen. De kruidkundigen[90]noemen hemLiriodendron Tulipifera, om dat zyne bloemen en in grootte en in gedaante en zelfs enigsins in kleur naar den Tulp gelyken. DeZwedennoemden hem denKanoboom,92om dat men ’er veel kanoos van maakt. DeEngelscheninPensylvanieheten hemPoplar. Men houdt hem voor den grootsten en zwaarsten boom vanNoord Amerika. Evenwel wyken hem daar de Witte Eik en de Den weinig. Hy strydt met de zwaarsten van deEuropischebomen om den voorrang. Het is zeer aangenaam tegen ’t einde van Mai enen der zwaarste bomen geheel en al veertien dagen lang met bloemen bedekt te zien, die zo groot zyn als Tulpen, en ’er de gedaante en kleur ook meer of min van hebben. De bladen hebben ook iets byzonders, waarom deEngelschenden boom hetOude wyvehembdnoemen, om dat zy ’er in hunne verbeelding enige gelykenis tusschen menen te bespeuren.Men gebruikt het hout van dezen boom voor kanoos, delen, planken, blokken, schotels, borden, lepels, deurposten, en schrynwerk. Ik heb ene vry grote koornschuur gezien, welken geheel en al van enen enkelden boom, tot delen gezaagd, gemaakt was. Sommige schrynwerkers houden dezen boom beter dan den Eik, om dat die ligt buigt, dat de eerste noit doet en zig gemakkelyk laat bewerken. Dog anderen agten hem weinig. Het is zeker dat dit hout in het weder zo zeer krimpt, dat ’er grote reten in de planken komen, en in nat weder zwelt hy zo dat hy byna barsten moet, en nauwlyks is hier een hout bekend dat zo sterk krimpt en zwelt. Maar de schrynwerkers, die ’er veel in werken, zeggen dat ’er twee soorten van zyn; dog dit zyn eigenlyk maar twee Verscheidenheden, waarvan de ene met den tyd van binnen geel wordt, en de andere wit is. De eerste zegt men een losser hout te hebben. De bast laat zig, gelyk Marieglas, in dunne blaadtjes splyten, die veel naarbastgelyken. Men wil dat de bladeren gekneusd en tegens het voorhoofd gelegd goed zyn tegens hoofdpyn. Men geeft ook de schillen van den bast tot poeder gestampt den paarden droog tegens de wormen in. Sommigen beweren dat de wortelen even zo goed tegens de koorts zyn als deKina. De boom wast in alle soorten van gronden, maar al te grote nattigheid is hem niet goed.Beverboom.DeBeverboom, byLinnæusMagnolia glauca, zo door deEngelschengeheten om dat de Bevers de schors van dezen boom gaarn eten, wordt gevonden op verscheiden plaatsen vanPensylvanieenNew Jersey, in enen schralen moerassigen grond, of in natte weilanden. EnigeZwedengeven hem ook enen anderen naam, en sommigeEngelschenheten hem wel ookSwamp SassafrasenWitte Laurier. Deze bomen[91]laten hun loof vroeg in denherfstvallen, uitgenomen enige jonge bomen, die het den gantschen winter blyven behouden. Ik heb ze zelden ten noorden vanPensylvaniegevonden, waar ze op ’t laatst van Mai beginnen te bloeyen. De reuk der bloeisems is uitmuntend, en doet zig met enen gunstigen wind byna eneEng.myl ver ruiken. De gantsche lugt wordt ’er van vervuld. Men kan niet beschryven hoe aangenaam het op dien tyd, vooral tegen den avond, in de bosschen is te reizen. De bloemen blyven drie weken op den boom, en zelfs meer naar dat de grond is, en al dien tyd verspreiden zy dien aangenamen geur. De bessen zien ’er ook zeer smakelyk uit als ze ryp zyn. Zy hebben een schoon rood, en hangen aan trossen met dunne steeltjes. De deugden van dit middel worden zeer verheven, en men pryst het in teringen aan. De bast op brandewyn gezet, of in andere vogten gekookt, wordt gezegd niet alleen borstkwalen, maar ook allerhande inwendige pynen en steektens te genezen; ook zou hy den buikloop stoppen. In verkoudheden gebruikt men de takken van den Beverboom in water gekookt. Volgens de vertelling van enenZweed, was een van zyne kennissen, een oud man, die een open gat in zyn been had, dat hy te vergeefs door andere middelen getragt had te genezen, door enenAmerikaanop deze wys geholpen. Hy brandde wat van dit hout tot kolen, stampte dit tot poeder, mengde dat met varsch spek, en streek ’er de gaten verscheiden’ malen mede. Dit droogde de gaten op, die van te voren altyd open geweest waren, en de man had sedert altyd gezonde benen. Men gebruikt dit hout ook tot schrynwerk.Dieren die mak gemaakt kunnen worden.Omtrent de Dieren, welken men in de bosschen vanNoord Amerikavindt, heeft men bevonden dat de volgenden tamelyk mak gemaakt kunnen worden, zo dat zy weinig van de Huisdieren verschillen.Wilde Stieren.De wildeStierenenKoeyenworden inKarolinaen andere plaatsen, die zuidelyker danPensylvanieleggen, gevonden. De Kalveren van deze beesten onder het makke vee opgebragt waren volkomen tam, maar egter dartel, zo dat ’er gene betuiningen digt genoeg voor hun waren als zy ’er door wilden; want zy waren zo sterk van nek dat zy de palen met hunne hoorns omversmeten; en zodra zy enen doorgang gemaakt hadden volgde al het ander vee. Zy teelden met het tamme vee voort, en ’er kwam als ware het een nieuw soort van.93Reën.DeAmerikaansche Reënlieten zig ook mak maken, gelyk ik ’er velen gezien heb. Een Landman inNew Jerseyhad ’er ene, die hy jong zynde gevangen had, en welke nu zo mak was dat zy by dag in ’t bosch ging weiden en ’s avonds t’huis kwam, dikwyls ene wilde Ree mede brengende, en haren Heer gelegenheid gevende die te schieten. Vele[92]lieden houden jonge makke Reën, en gebruiken ze om andere Reën te vangen, of om de wilden, vooral in den bronstyd, met zig naar huis te brengen.Bevers.DeBeverszyn dikwyls zo tam geworden dat zy op de vischvangst gingen, en den visch dien zy gevangen hadden den menschen bragten. Dit gebeurt dikwyls metOtters, waarvan ik ’er gezien heb die hunne Meesters naliepen als honden. Als de Meester in ene schuit ging, sprong de Otter in ’t water, en kwam dikwyls kort daarna met enen visch in den bek boven. DeOpossumkan ook zo tam gemaakt worden, dat hy de menschen als een hond naloopt.DeRakkoon.DeRakkoon, dien deZwedenSjuppnoemen, kan men met den tyd zo mak maken, dat hy als een Huisdier langs de straat loopt, maar het is onmogelyk van hem zyn stelen te ontleren. ’s Nagts kruipt hy in de hoenderhokken en byt ’er alles dood. Suiker en andere zoetigheden moet men zorgvuldig voor hem verbergen, en de kasten en dozen wel sluiten, of hy sluipt ’er in, en snoept alles op. Dit maakt dat de Vrouwen alle dagen klagten tegens hem te doen hebben, en om deze reden willen vele menschen dit gedierte niet hebben.Eekhoorns.De kinderen maken de grauwe en devliegende Eekhoornszo mak, dat zy hun op de schouders springen, en hen overal volgen.Kalkoenen.In de bosschen vindt men ook wildeKalkoenen, die van de makken maar daarin verschillen dat ze groter zyn, en een roodagtiger, dog ook lekkerder vleesch hebben. Als men de eyeren dezer wilde Kalkoenen onder een makke hen laat uitbroeyen, worden de kiekens ook mak, schoon het wel eens gebeurt dat zy groot wordende wegvliegen, waarom men hun de vleugels als ze klein zyn knakt. Maar de makgemaakte kalkoenen zyn gemeenlyk kwaadaardiger dan de tammen. De Inlanders maken hun werk van ze te temmen en by hunne hutten te houden.Ganzen.WildeGanzenweet men ook mak te maken. Wanneer zy eerst in ’t voorjaar overkomen, en zig een wyl ophouden, want zy broeijen niet inPensylvanie, schiet men ze in de vleugels, als het gelukken wil. Dan roeit men ’er naar toe en vangt ze. Men houdt ze vervolgens enigen tyd binnen. Op deze wys worden zy dikwyls zo mak, dat men ze daarna ’s morgens kan uitlaten, en zy ’s avonds wederkomen. Dog uit voorzorg kortwiekt men ze. Ik heb van dit soort van Ganzen gezien, die de Eigenaar zeide reeds twaalf jaren gehad te hebben. Dog, schoon hy ’er agt van had, had hy ze noit met de anderen zien paren, of eyeren leggen.Veldhoenders. Duiven.Men kan dePatryzen, die hier ook menigvuldig zyn, ook zo temmen dat zy met de kippen lopen, en komen om gevoerd te worden wanneer men ze roept. Ook heb ik wildeDuivengezien, die zo mak geworden waren, dat ze met de tammen uitvlogen en wederom kwamen. Sommige[93]winters is ’er ene schrikkelyke menigte van wilde Duiven inPensylvanie.DeHommelvogel, of het Bloemzuigertje.Van alle de zeldzame Vogels vanNoord Amerikais deze de merkwaardigste dien deEngelschenHumming bird94noemen. Verscheiden’ redenen doen my denken dat men op weinig plaatsen zyns gelyken vinden zal. DeZwedenen sommigeEngelschennoemen hem denKoningsvogel.95De HeerCatesbyheeft hem met zyne natuurlyke kleuren en in zyne volle grootte afgebeeld en beschreven.96Hy is niet groter dan een grote Hommel, en gevolglyk is hy een van de kleinste vogeltjes der wereld, zo ’er al een kleinder soort ergens te vinden is.97Zyne vederen zyn van de allerschoonste kleuren, de meesten groen, anderen grauw, enigen maken enen glinsterenden roden kring om den hals. De staart glimt, en verandert van groen in koperkleur. Deze vogeltjes komen hier in ’t voorjaar, tegens dat het begint warm te worden. Zy maken hun nest in den zomer, dog verhuizen tegens denherfstnaar de zuidelyker landen. Zy bestaan louter van de zoete sappen der bloemen, die zy met hunne lange bekjes opzuigen. Van alle de bloemen houden zy het meest van die welken diep zyn en enen langen hals98hebben, en ik heb opgemerkt dat zy het meest op deImpatiensen deMonarda met karmozyne bloemenvliegen. Men kan verzekerd zyn van den gehelen zomer velen van die moye vogeltjes voor zyn venster te hebben, als men ’er een bed met allerlei soorten van bloemen onderplant. Het is zeker een vermakelyk gezigt, deze kleine zeer levendige schepseltjes van de bloemen op en af, gelyk Byen te zien vliegen, en ’er den honing met hunne lange smalle bekjes uit te halen. De bloemen derMonardazitten rondom den steel by iederen knoop,99gelyk aan onze gemene Munte,100bastaard Hennip,101Leonurus, enLamium. Het is dan zeer vermakelyk hen hunne bekjes in elke bloem rondom den steel te zien steken. Zo dra zy het sap van de ene bloem[94]ophebben vlodderen zy naar de naaste. Iemant, die het noit gezien heeft, zou kwalyk kunnen geloven in hoe kort enen tyd zy hunne snepjes in alle de bloemen van ene plant gehad hebben; en als die diep zyn, schynt ’er het vogeltje met zyn halve lyf in te kruipen.Zo lang zy bezig zyn te zuigen gaan zy noit op de bloem zitten, maar vlodderen altyd gelyk Byen, steken de pootjes agterwaards, en bewegen de vlerkjes zo gezwind, dat men ’er kwalyk een oog op houden kan. Gedurende dat vlodderen maken zy een gebrom gelyk als Byen.102Na dus ene wyl zonder rusten gevlogen te nebben, vliegen zy op enen nabystaanden boom of enen paal, om hunne kragten wat te herhalen. Dan gaan zy weer aan ’t brommen en ’t zuigen. Zy zyn niet zeer schuw. Ik ben nevens meer menschen op minder dan zes voeten by de plaats geweest daar ze vlogen, wy spraken t’zamen en bewogen ons, zonder dat wy ze stoorden. Maar als iemant op hen toeliep vlogen ze, als een pyl, weg. Wanneer het gebeurde dat ’er verscheidenen van hun op dezelve plaats neervielen, ontstond ’er een hevig gevegt als zy malkander op de bloemen aantroffen. Zy vlogen dan met zulke hevigheid tegen elkander aan, dat men denken zou, dat zy malkander met hunne spitse bekjes doorrygen moesten. Zy schenen onder ’t vegten in de lugt stil te staan, zig ophoudende door de onbegrypelyke rasheid waarmede zy hunne vleugels bewegen. Als de vensters open zyn vliegen zy dikwyls doormalkander in de kamers in, vegten een weinig, en vlodderen dan weer naar buiten. Somtyds komen zy op een verwelkte bloem, die geen sap meer heeft, en dan byten zy ze, als uit boosheid, af, en smyten ze op den grond, als ware het op dat zy naderhand ’er niet weder door bedrogen worden zullen. Wanneer ’er velen van deze vogeltjes in enen tuin zyn, plukken zy zo vele bloemen af dat ’er de grond van als bezaid legt; en men zoude zeggen dat zy dit uit nyd tegens malkanderen deden.Gemeenlyk hoort men ze geen ander geluid maken dan het brommen hunner vleugeltjes; maar wanneer zy in de lugt malkander te keer gaan maken zy een geschirp gelyk een mos of een kieken. Zy zyn zo klein dat men ze ligtelyk voor grote hommels of kapellen aanzien zou. Hun vliegen gelykt naar dat van den hommel, en is ongelooflyk snel. Noit heeft men opgemerkt dat zy op vrugten of gekorven diertjes azen; de honing der bloemen schynt hun enig voedsel te zyn. Vele menschen hebben ze om hunne zonderlinge schoonheid gevangen en in koitjes gezet, maar zy stierven by gebrek van voedsel. Evenwel gelukte het den HeerBartram’er een paar van ene gehele week in ’t leven te houden, door ze water te geven waarin hy wat suiker had doen smelten, en ik[95]denk dat men ze op die wys wel enen gehelen winter over in ene broeikas zou kunnen houden.Zy maken hunne nesten altyd midden op den tak van enen boom; en dezen zyn zo klein dat men ze van den grond niet zien kan, en dat men in den boom moet klimmen als men ze bekyken wil. Dus wordt het voor ene zeldzaamheid gehouden wanneer een nestje by toeval gevonden wordt, des te meer daar de bomen hier zo zwaar in ’t blad zyn. Het nest is ook een van de kleinsten die van vogels gemaakt worden. Ik heb ’er een dat geheel rond is, van binnen van een zagt bruin dons, dat op de bladen van het mannelyke Wolkruid103verzameld schynt te wezen, die dikwyls met een zagt dons bezet zyn. Die plant is hier menigvuldig. Het nestje wordt van buiten met een groenagtig grauw mos bedekt, diergelyk men op alle oude bomen ziet. Het heeft over ’t kruis nauwlyks enen halven duim boven aan, en onder enen halven. Men weet egter dat deHumming birdook uit vlas, hennip, mos, hair, en andere buigzame dingen zyn nest maakt. Men wil dat zy twee eyeren leggen, elk zo groot als ene erwt.Ik besteedde den 25. October en den volgenden dag met alle myne verzamelde zaden in te pakken, dewyl ik gelegenheid had ze naarEngelandte zenden. Van daar gingen zy verder naarZweden.Reis naarNewYork.Den 27. in den ogtendstond ging ik op een klein togtje naarNew York, in gezelschap van den HeerKock, met inzigt om het Land te zien, en te vernemen welke de veiligste weg ware om naarKanadate gaan, door de wildernissen die men tusschen deEngelscheVolkplantingen en dat Landschap vindt.De weg.De weg dien wy langs reden was aan beide zyden vry wel bewoond doorEngelschen,Duitschersen andereEuropeanen. Wy zagen vlaktens en hoogtens van onderscheiden uitgestrektheid. Bergen en stenen zag ik nergens, enige keyen uitgenomen. By elke Landhoeve genoegzaam was een grote boomgaard van Perzik- en Appelbomen, waarvan sommigen nog vol vrugten zaten.Heiningen.De heiningen waren op vele plaatsen zo laag dat het vee ’er gemakkelyk overheen springen kon; om dit voortekomen dragen de varkens houten jukken, ene gewoonte die ik al aangemerkt heb over alle deEngelscheVolkplantingen algemeen te zyn. De paarden hadden aan den hals een stuk houts, waaronder een haak aan vast was, die in de heining bleef zitten als het paard zyne voorste voeten opligtte om ’er over te springen; dog ik twyffel of deze uitvinding wel goed is voor de paarden zelven. Hun wierd ook het overspringen belet door een stuk houts, waar van het ene eind aan enen der voorvoeten en het ander aan enen der agtervoeten[96]was vast gemaakt, waardoor zy gedwongen wierden, zeer langzaam te gaan en volstrekt verhinderd te springen. Het kwam my voor dat dit stuk houts de paarden aan velerlei gevaren bloot stelde.Stenen bruggen.Digt byNieuw Frankfortreden wy over ene kleine stenen brug, en wat verder, agt of negenEng.mylen vanPhiladelphia, over nog ene andere. Tot nog toe zyn ’er gene mylpalen in het Land opgeregt, en men rekent de afstanden by gissing. Wat later werden wy aan een Veer over enen stroom gezet, waar wy driepencevoor ieder mensch met zyn paard betaalden.Mockingbird.Op ene plaats daar wy pleisterden hadden de menschen enenMockingbirdin ene koi. Hy wordt hier voor den besten zanger uit de vogels gehouden. Zyne vederen zyn niet frai. In dit jaargetyde zingt hy niet. De HeerCatesbyheeft, in zyne natuurlyke Historie vanKarolina, dezen vogel ook naar het leven afgebeeld en beschreven.104Men zegt, dat hy zyn nest in ’t kreupelhout en de bomen maakt; dog daarin zo eigenzinnig is dat als iemant ’er by komt en de eijeren bekykt, hy het nest verlaat en noit weder komt. De Jongen vorderen veel oppassens. Als men ze der Moeder ontneemt en in ene koi zet, komt zy ze daar drie of vier malen ’s daags voeren; maar eindelyk geen kans ziende om ze ’er uit te krygen zo verlaat zy ze; en dan sterven de Jongen dikwyls, vermoedelyk om dat zy aan ’t voeder niet kunnen wennen dat hun de menschen geven. Maar het volk verbeeldt zig dat de Moeder ze, wanneer zy ze voor de laatste reis voert, weet te vergeven, om ze des te eer uit hunne slaverny en rampzaligheid te verlossen. Deze vogels blyven hier den gehelen zomer over, maar verhuizen tegens denherfstnaar het zuiden. Men noemt zeMockingbirdsofSpotvogels, om dat ze het geluid van byna alle de vogels weten na te doen. Hun eigen zang is uitmuntend, vol van veranderingen van toon, zo dat vele menschen ze voor de beste zangvogels der wereld houden. Zeker is het dat ’er weinigen zyn die tegen hun aan kunnen, en dit is het dat ze tamelyk duur maakt.New Bristol.Omtrent den middag kwamen wy teNew Bristol, een klein vlek inPensylvanie, op deDellaware, omtrent vyftienEng.mylen vanPhiladelphia. De meeste huizen zyn van steen en staan op hun zelven. De Inwoonders dryven enen kleinen handel, dog de meesten laten hunne waren vanPhiladelphiakomen. Aan de overzyde der Rivier, omtrentBurlington.vlak overNew Bristollegt de StadBurlington, waar de Gouverneur vanNew Jerseyzyn verblyf houdt.Schrale grond.Wy hadden nu Landhuizen aan beide zyden van den weg, en kwamen in ene laan aan weerszyden met palen afgezet, die tamelyk grote koornvelden[97]omgaven. Daarop volgde een bosch, en vierEng.mylen ver zagen wy niets dan hout en enen mageren bodem, waarop deLupinus perennisin overvloed wast. Ik was zeer verblyd ene plant zo wel op zo magere gronden te zien tieren, en begon zelfs te overleggen of men deze ontdekking niet ten nutte maken konde. Dog ik had naderhand het verdriet van te vinden dat het vee deze plant niet eten wil, schoon zy ’er zeer groen en frisch uitziet en malsch op het gevoel is. Misschien zal ’er een middel uittevinden zyn om ze het vee smakelyk te maken. Des avonds kwamen wy teTrenton, na dat wy aan een Veer deDellawarewaren overgezet.Trenton.Trenton is een lang smal vlek, wat van deDellawareaf, en leggende in ene zandige vlakte. Het behoort totNew Jersey, en wordt gerekend dertigEng.mylen vanPhiladelphiate leggen. Daar zyn twee kleine kerken, ene voor deBisschoppelykenen de andere voor dePresbyterianen. De huizen zyn gedeeltelyk van steen gebouwd, dog de meesten van hout, gemeenlyk twee verdiepingen hoog, hebbende enen kelder en ene keuken daar naast onder den grond. Zy staan tamelyk ver van malkander, aan den enen kant aan de straat en aan den anderen aan tuinen van verschillende grootte. In elken tuin is een put. De plaats wordt voor zeer gezond gehouden. Onze Waard vertelde ons dat twee en twintig jaren geleden, wanneer hy zig hier eerst nederzettede, ’er nauwlyks meer dan een huis was, maar sedert dien tyd isTrentonzo toegenomen, dat ’er nu omtrent honderd huizenzyn. De huizen zyn van binnen in verscheiden’ vertrekken door plankenbeschotten verdeeld. De Inwoonders dryven enen kleinen handel in waren die zy vanPhiladelphiakrygen; maar hun voornaamste voordeel komt van de menigte van reizigers die vanPhiladelphianaarNew Yorken terug gaan, want zy worden gemeenlyk metTrentonscheJagten vanPhiladelphiateTrenton, of van daar naarPhiladelphiagebragt. Maar vanTrentonverder naarNieuw Brunswykgaat men met wagens, die elken dag op die plaats ryden. Velen van de Ingezetenen bestaan ook van het overvoeren van goederen, die alle dagen in menigte of vanPhiladelphianaarNew York, of vanNew YorknaarPhiladelphiagezonden worden. TusschenPhiladelphiaenTrentongeschiedt dit te water, dog tusschenTrentonenNieuw Brunswykte land; het welk gemeenlyk door menschen vanTrentonverrigt wordt.
Boomgaarden.RondomChichestervindt men vele tuinen, die vol zyn van Appelbomen, welker takken onder ’t gewigt der vrugten buigen. De meesten zyn winterappelen, en derhalven waren ze nog geheel zuur. Elke Landhoeve en boerdery heeft haren tuin. Zy waren tamelyk uitgestrekt, en verschaften den eigenaar het gehele jaar door groten onderstand in de huishouding. Ik was dikwyls verwonderd over de schrandere behandeling der Inwoonders van dit Land. Zo dra hebben zy niet een stuk grondsgekoft, dat nog woest legt, of zy zorgen jonge Appelbomen te hebben en een tuin te maken. Dan gaan zy aan het bouwen van een huis, en dan bearbeiden zy den grond om dien te bezayen. Zy weten dat de bomen enige jaren van noden hebben voor dat ze vrugt dragen, en daarom planten zy die het eerst. Ik zag naby de huizen molens, raderen en andere werktuigen om de appelen te perssen, om ’er vervolgens Cyder van te maken.Weg vanChichesternaarPhiladelphia.VanChichesterreisde ik voort naarPhiladelphia. De Eiken waren de talrykste van alle de bomen in de bosschen. Dog daar waren ’er verscheiden soorten van, allen verschillende van deEuropischen. De varkens liepen nu in grote troepen in de eikebosschen, om de eikels te zoeken. Elk varken heeft een driekantig houten juk om den hals, om het te beletten door de tuinen en heiningen te dringen. Dit is de reden dat men de heiningen zeer ligt en gemakkelyk om op te nemen maakt, zo dat ’er ook weinig hout toe nodig is. In de eikebosschen ziet men ene menigte van Eekhoorns, ten dele op den grond lopende, en ten dele van den enen tak op den anderen springende. Om dezen tyd azen zy meest op de Eikels.[74]Beuken zag ik zeer weinig, dog die ’er waren zyn juist de zelven als deEuropischen.Mieren.Ik weet niet enige andere dan deZwarte MierinAmerikagezien te hebben. Zy waren zo zwart als kolen en van twederlei soort, sommigen zeer klein, gelyk de kleinsten by ons, en anderen van de grootte van onze gemene Roodbruinen. Ik had tot nog toe gene hoogtens ontdekt die haar tot nesten dienden, maar alleen ’er enigen zien lopen. In andere oorden vanAmerikaheb ik andere soorten van Mieren gezien, gelyk ik op zyn’ plaats zal aantekenen.Hagen.Het gemeneLigustrumdiende op vele plaatsen voor hagen om de akkers en boomgaarden. Ook zag ik op deze reis ’er gene anderen als van Ligustrum, schoon men wel wist dat de doornen daar beter toe zyn. De Ligustrumhagen worden zeer digt; dog by gebrek van doornen keren zy de varkens en het ander vee niet wel. En als ’er eens een gat in is, duurt het ene goede wyl eer dat weer toe is.Chester.Op den middag kwam ik doorChester, een klein vlek aan deDellaware, in de welke daar ene kleine rivier, die door het vlek heen loopt, zig uitstort. Over deze was ene kleine brug. De huizen staan hier en daar verstroid. De meesten zyn van steen en twee verdiepingen hoog, enigen ook van hout. Hier is ene kerk en ene marktplaats.Weit.De Weit was hier al overal in den grond. Op sommige plaatsen was zy al schoon opgekomen, zynde reeds vier weken gezaid geweest. De akkers lagen meest op zynEngelschzonder gruppen, maar met watervoren vier of zes voet van malkander. Op de akkers zag men grote stompen van omgehouwen bomen, een teken dat dit land eerst onlangs tot bouwland gemaakt was.De wortels der bomen liepen hier meest langs den grond, gaande niet diep in. Dit had ik gelegenheid op verscheiden plaatsen optemerken. Zelden vond ik enen wortel die boven enen halven voet in den grond gegaan was, schoon de aarde hier zeer los was.Yzer.Omtrent tweeEng.mylen vanChesterreden wy ene Yzerhut voorby. Zy kwam twee broeders toe. De oer wordt egter hier niet gegraven, maar wel dertig of veertig mylen verder gebroken, gesmolten, en vervolgens herwaards gevoerd. De blaasbalgen waren meest van leder, en, zo wel als de hamer en de vuurplaats, in vergelyking met de onzen, vry klein. Alles ging door middel van ’t water. Het yzer werd hier tot staven gesmeed.Ik merkte op deze reis, en naderhand zag ik het zelve dikwyls, dat de paarden veel van appelen houden. Zy verkozen ze ver boven het frissche gras, als men ze in enen boomgaard, daar afgevallen appelen lagen, lopen liet. Dog men hieldze hun niet zeer dienstig. En behalven dat, dit voedsel valt wat duur.[75]Geboomte.DeRoodbloemige Ahorn66is hier overvloedig, vooral in moerassige gronden. Uit zyn hout maakt men borden, spinnewielen, rollen, voeten voor stoelen en ledikanten, en ander huisraad. Met den bast verwt men linnen en wol donker blauw. Ten dien einde kookt men dien in water, en doet wat koperroods, diergelyk de hoede- en schoenmakers gebruiken, in den ketel, voor dat ’er de stof in komt. Ook maakt men ’er enen goeden zwarten inkt van. Als men in ’t voorjaar in den boom hakt, zo loopt ’er een zoet sap uit, gelyk als uit onze Berken. Dit sap gebruikt men hier niet, maar inKanadakookt men ’er syroop en suiker uit. Hier vindt men ene verscheidenheid van dezen boom welken men denBonten Ahornnoemt,67om dat zyn hout van binnen gespikkeld is. Men gebruikt het veel tot allerlei schrynwerk, en men zoekt het geen ’er van gemaakt is boven al ander werk. Het wordt veel duurder betaald dan het geen uit Walnoten of wilde Kersebomenhout68gemaakt is. Dog het kostbaarste huisraad is het geen vanBont Zwart Walnotenhoutgemaakt wordt, want dit is over ’t algemeen zeldzaam. De Bonte Ahorn wordt ook niet veel gevonden. Ook vindt men ’er wier buitenste gemarmeld is, dog het binnenste niet. Om die reden hakt men diep in den boom, eer men hem laat vallen, ten einde te ontdekken of hy van binnen wel geaderd is.Reis naarNew Jersey.Des avonds kwam ik tePhiladelphia. Den volgenden ogtend, zynde den 7. October, zettede ik deDellawarein een schuit over. Hier was ik inNew Jersey. Men betaalt vierpencevoor ’t overvaren van ieder persoon. Het Land is hier geheel anders gesteld als inPensylvanie. De Insekten en planten, welken ik dezen dag ontdekte, denk ik in een ander werk te beschryven.Vrugtbaarheid.Men zou misschien denken dat op enen zo mageren grond als die vanNew Jerseyis niets wassen moest. Evenwel stond ’er de Mais ongemeen wel. Wy zagen ’er gantsche velden van. De aarde was van dat soort waarin de Tabak byzonderlyk wel tiert, dog lang zo vet niet. De stelen van de Mais waren gemeenlyk agt voeten hoog. Zy waren vol van bladen. Men had de Mais als naar gewoonte, op ryen in vierkante vakken geplant, zo dat ’er ene opening van vyf voet en zes duim tusschen ieder kleine hoogte was, waarop zy stond, zo wel in de lengte als in de breedte. Uit elke hoogte kwamen drie of vier stelen te voorschyn. Men had ze hier nog niet tot voer van ’t vee gesneden. Elke steel droeg tot vier airen toe, die groot en vol van koorn waren. Noit had men zulk enen zandigen[76]grond beter kunnen gebruiken. Op andere plaatsen was de aarde tusschen de Mais omgeploegd om Rogge te zaijen, zo dat, als hetTurkschkoorn gemaid is, de Rogge op het veld staan blyft.Aspersies.Wy zagen veelAspersiesin ene losse aarde en op onbebouwde zandvelden wassen. Zy stonden ook veel tusschen de Mais, en waren vol van bessen. Dog ik kan niet zeggen of de zaden door den wind uit de naburige tuinen derwaards gebragt waren. Maar dit is zeker, dat ik ze op andere plaatsen inAmerikain het wild heb zien wassen.Wormkruid.HetWormzaadis ook menigvuldig op de wegen, op enen zandigen grond, gelyk dien vlak over het Veer vanPhiladelphia. Ik heb gezegd dat men dit den kinderen tegens de wormen ingeeft. Dit geschiedt aldus. Men legt het in brandewyn, neemt het ’er een uur daarna weer uit, laat het drogen, en geeft het dan de kinderen in met wat zoet gemaakt bier, of eenigen anderen drank. Sommigen roemden de uitwerking van dit middel zeer, als dodende de wormen. Dog anderen waren van oordeel dat zy ’er van vermeerderden. Maar by ondervinding weet ik dat het zeer heilzaam geweest is.Porselein.DePorseleinwast hier in ’t wild overvloedig, in de blote lugtige aarde tusschen de Mais in. Zy kruipt daar langs den grond, en hare stelen zyn vry dik en sappig, schoon het kwalyk te begrypen was hoe zy in zo droog ene aarde haar voedsel kreeg. Men ziet ze ook in menigte in dat zelve soort van aarde op andere plaatsen in dit Land wassen.SpaanscheNetels.DeBidens bipinnata,69by deEngelschen70Spaansche Netelsgenoemd, wast hier en daar, omtrent de landhuizen, op de wegen, by de tuinen, en langs de hagen. Zy bloeide ten dele nog; dog de meeste planten waren haren bloeisem al kwyt. Als het zaad ryp is wordt het zeer onaangenaam op zulke plaatsen te gaan daar zy staat, vermits het aan de kleren blyft zitten en die zwart maakt, en het is moeilyk die vlakken ’er uit te krygen. Elk zaadtje heeft drie doorns op zyn spits, en elke doorn heeft ook vele kleine omgebogene hoeken, waardoor het aan de klederen kleeft.In de bosschen, en langs de heggen kropen hier en daar enige enkelde kleine rode Mieren,71wier sprieten zo lang waren als hunne lichamen.Philadelphia.Tegens den avond keerden wy weer naarPhiladelphia.Op de kust vanPensylvanievindt men zeer veel schoneOesters. Men begon nu ze tePhiladelphiate koop te brengen. Zy worden gehouden zo goed te zyn als deNew Yorkschen, van de welken ik hierna byzonderlyk spreken zal. My scheen het egter, dat de laatsten groter en[77]lekkerder zyn. Men merkt aan, dat zy goed worden tegens den tyd dat de hete koortsen beginnen optehouden. Daar reden menschen met gantsche karren vol oesters langs de straten, schreuwden die te koop, daar het anders hier iets zeldzaams is waren langs de deuren te koop te zien veilen; dog teLondenis dit gemeen. Men eet hier den meesten tyd de Oesters op gloeijende kolen gebraden, tot dat de schelpen een weinig opengaan, en dan eet men den oester met wit tarwenbrood met boter besmeerd. Voorheen brandde men kalk uit de schelpen, dog thans heeft men ene betere stof daartoe. Men wees my enige huizen in de Stad die met schelpkalk gemetseld waren. De muren hadden de eigenschap van twee of drie dagen voor dat men regenagtig weder krygt, vogtig te worden, zo dat ’er tamelyk grote droppels aan hangen. Dus dienden zy voor Hygrometers.72Over het zelve ongemak klaagden vele menschen die in huizen gewoond hadden met schelpkalk gemetseld.Erwten.Erwten worden ’er inPensylvanieniet veel gezaid, schoon voorheen, volgens het geen enige bejaardeZwedenons verhaalden, ieder Boer een veld met erwten plegt te hebben. Even zo is het ook inNew Jerseyen het zuidelyke vanNew York. Maar in het noorder gedeelte vanNew York, of omtrentAlbany, en in alle de gedeeltens vanKanada, die door deFranschenbewoond worden, zait men ’er veel van, en zy slagen ongemeen wel. Alleen is men doorWormen in de Ewrten.een klein gekorven diertje in de eerstgenoemde Landschappen genoodzaakt geworden, zo nuttig een gewas niet meer te kweken. Voorheen was dit diertje weinig bekend. Het paart in den zomer, omtrent den tyd van het bloeijen der erwten, en legt dan een eitje in byna iedere kleine erwt. Als de erwten ryp zyn, zoude men van buiten niet zeggen dat ’er wormen in zitten, dog men vindt ze als men de erwten doorsnydt. De worm blyft den gehelen winter en een deel van de lente over in de erwt als men hem laat begaan, en eet al het binnenste op, zo dat ’er weinig meer dan de schil overblyft. Ten laatsten verandert de worm in een schaalagtig insekt, kruipt door een gat, dat hy zelf maakt, uit de erwt, en vliegt weg, om naar nieuwe erwtelanden te zoeken, ten einde daar te paren en zyn geslagt voorttezetten.Oorsprong daar van.Dit schadelyk gedierte heeft zig uitPensylvanienaar het Noorden[78]uitgebreid; wantNew York, waar het nu menigvuldig is, wierd ’er voor twaalf of vyftien jaren niet van geplaagd, en voor dien tyd teelde men erwten in overvloed zonder het minste belet. Maar allengskens wierden deze kleine vyanden zo menigvuldig, dat men van het zaijen van erwten moest afzien. Men klaagde hierover op vele plaatsen. De Boeren rondomAlbanyhadden thans het genoegen dat hunne erwten nog vry waren van dit Insekt, maar vrezen ’er altyd voor, dewyl het ieder jaar nader aan die streek komt.Ik weet niet of dit diertje inEuropavoortkomen zou; en ik zou denken dat onzeZweedschewinters het doden zouden, hoe diep het ook in de erwt zitte. Maar inNew Yorkis het dikwyls al zo koud, en egter vermeerdert het daar ieder jaar, en nadert allengskens hoe meer het Noorden. Ik was op het punt van enigen van dit ongedierte inEuropaover te brengen zonder het te weten. Op myn vertrek uitAmerikanam ik enige erwten mede naarEuropain een papier, welken ’er geheel frisch en groen uitzagen. Maar toen ik het papier den 1. Augustus 1751. teStokholmopende, vond ik al de erwten hol, en zag ’er de koppen der Insekten uitkyken. Sommigen kropen ’er al uit, dog ik haastte my om hen te beletten zig te verspreiden.73Ik beken, dat, toen ik ze het eerst zag, ik ’er meer van schrikte dan indien ik enen adder gezien had, want ik besefte op eens al de schade welke myn lieve Vaderland ’er van gehad zou hebben, indien maar twee of drie van deze schadelyke diertjes ontkomen waren. De nakomelingen van verscheiden huisgezinnen, ja zelfs van gehele volken, zouden reden gehad hebben, my te verwenschen, als de oorzaak van zo zwaar enen ramp. Ik zond ’er naderhand enigen, dog wel bewaard, aan den GraafTessinen den RidderLinnæus, tegelyk met een berigt van hunne schadelykheid. De laatste dier twee Heren heeft ’er reeds ene beschryving van gegeven in ene Akademische Verhandeling, onder hem verdedigd.74Hy noemt ze daar denBruchus van Noord Amerika.75Het was iets zonderlings[79]dat ’er niet ene erwt in het papier gevonden wierd die niet was opgegeten.Wanneer men inPensylvanieerwten zait van buiten in het Land gebragt, zyn die gemeenlyk het eerste jaar van dit gedierte vry, maar het twede komt het ’er al in. Het is zeer te wenschen, dat de schepen uitNew YorkenPensylvaniedit Insekt niet inEuropazullen overbrengen. Men ziet hier uit wat een veragtelyk gering Insekt vermag, en dat de studie van het Huishoudelyke en van de eigenschappen der Gekorvenen niet moet beschouwd worden als maar enkeld tydverdryf en ene nutteloze bezigheid.76Rhus radicans.Deopklimmende SumachofRhus radicansis een struik of boom, die zeer overvloedig in dit Land voortkomt, en heeft dit met den klimop77gemeen, dat hy niet groeit zonder enig steunsel te hebben, het zy enen boom, enen muur, of ene heg. Ik heb hem tot op de hoogsten der grote bomen zien klimmen. Zyne takken schoten overal kleine worteltjes, die zig op den boom hegtten, en, als ware het, ’er indrongen. Als men den stam afhouwt komt ’er een bleek bruin sap uit, van enen onaangenamen reuk. Dit sap is zo scherp, dat, als men ’er mede op lynwaat letters of vlakken maakt, die ’er niet uitgaan, maar des te zwarter worden hoe meer men het linnen wascht. De kinderen plegen met dit sap hunne namen op het linnen te tekenen. Als men ’er mede op papier schryft, zo gaan de letters noit uit, maar worden hoe langer hoe zwarter.Vergiftigheid.Dit gewas heeft de zelve kwade hoedanigheden als deVergiftboom, dien ik boven beschreven heb, van schadelyk te zyn voor sommige menschen en niet voor anderen; dog deVergiftboomheeft een sterker vergift. Evenwel heb ik menschen gezien die al zo sterk opzwellen van dezen boom. Ik weet ook twee Zusters, waarvan de ene dit gewas behandelen kon zonder het minste ongemak, schoon de andere ten eersten de uitwaassemingen ’er van gevoelde, zodra zy omtrent op den afstand van ene el den boom naderde, en zelfs als zy op ene plaats stond waar de wind over den boom henen naar toe woei. Dog op my had dit soort van Sumach noit enige kragt, schoon ik ’er meer als honderd proeven, zelfs met de zwaarste stammen, mede genomen heb, en het sap zelfs eens in myn oog sprong, zonder my enig letsel te doen. De huid van de hand van een ander mensch, welke ik zeer nat met dit sap gemaakt had, wierd weinig uren daarna zo hard als leder, en vervelde de volgende dagen zo sterk, dat het was als of ’er gantsche schalen van afvielen.[80]De bosschen en ’t hout.Den 10. October des morgens vroeg verzelde ik den HeerKocknaar zyn Landgoed, het welk omtrent negenEng.mylen noordwaards vanPhiladelphialegt.Schoon de bosschen vanPensylvanievele Eiken leveren, en men ’er meerder soorten van vindt dan meer naar het Noorden, bouwt men hier egter zo veel schepen niet als in de noordelyke Landschappen, byzonderlyk inNieuw Engeland. De ondervinding heeft geleerd dat hoe meerder het hout naar het Noorden wast het des te duurzamer is, en dat de deugd afneemt naar mate men de warmte nadert. Ook is het zeker dat de bomen in het zuiden schielyker groeijen, en dikker kringen maken dan in het Noorden. Daarenboven, die in ’t Zuiden wassen hebben grover sapbuizen voor den omloop der vogten. Om deze reden bouwt men zo veel schepen inPensylvanieniet als inNieuw Engeland, schoon meerder dan inVirginieenMaryland. InKarolinabouwt men ’er geen in ’t geheel, en men laat ze daar uitNieuw Engelandkomen. Die men hier, zelfs uit de beste Eiken timmert, duren nauwlyks meer dan tien of ten hoogsten twaalf jaren, en dan zyn zy zo vergaan dat niemant ’er mede in zee durft steken. Daar komen schippers uitEngelandinAmerikaom daar schepen te doen bouwen. De meesten gaan naarNieuw Engeland, de noordelykste Provincie; en zo zy al met schepen naarPhiladelphiageschikt overkomen, gaan zy egter gemeenlyk van daar naarNieuw Engeland. DeSpanjaardsin deWest Indien, wil men, dat hunne schepen van een byzonder soort van Ceders bouwen, die bestand zyn tegens het water en de verrotting; dog dit soort vindt men niet in deEngelscheVolkplantingen. Hier zyn meer dan negen verschillende soorten van Eiken, dog geen van die is zo goed als het ene soort dat wy inZwedenhebben. Om deze reden kost een schip vanEuropischveel meer dan een vanAmerikaanschEikenhout.Beet.Velen, die zig hier op het tuinieren toeleiden, hadden, verscheiden jaren ondervonden dat dieRode Beet, welke voortkwam uit zaad vanNew Yorkgekomen, zeer zoet en aangenaam wierd, dog dat zy alle jaar verminderde als zy uit zaad hier gewonnen werd gekweekt. Men moest dan ieder jaar zo veel zaad uitNew Yorkdoen komen als men van noden had. Ook heeft men opgemerkt, dat gewassen uitEngelschzaad voortkomende veel beter zyn, dan die uit zaad inAmerikagewonnen worden gekweekt.Radys.In den tuin van den HeerKockwas ene Radys78in de losse aarde zo groot geworden, dat zy zeven duimen middellyns had. Ieder verzekerde dat het iets zeldzaams was ze hier zo dik te zien.Het gewas,79dat gemeenlykBatatasgenoemd wordt, heet men[81]hierBermudische Potatoes. Aanzienlyken en gemenen planten ze in hunne tuinen. Dit geschiedt op dezelve wys als met de gemene Potatoes. Sommigen zetten ze op bedden. De grond moet een mengsel zyn uit zand en aarde, niet te vet nog te mager. Men snydt, als men ze planten zal, de wortelen, gelyk by de andere Potatoes, in kleine stukken, zo nogthans dat men een uitbotsel of twee aan iedere plant late. Hunne kleur is gemeenlyk rood van buiten, dog van binnen geel. Zy zyn gemeenlyk groter dan de gemene Potatoes. De smaak is zoet en aangenaam, zynde, naar myn gevoelen, de andere Potatoes, de Artisjokken, en zelfs alle andere bekende wortels daarin met hun niet te vergelyken. Zy smelten genoegzaam in den mond. Het is niet lang geleden dat zy hier geplant zyn. Men maakt ze gereed gelyk de andere Potatoes, en eet ze met dezelven of alleen. Zy groeijen hier zeer schielyk en zeer wel; maer het moeilykste is ze den winter over goed te houden, want zy kunnen nog tegens sterke koude, sterke hette, nog vogtigheid. Om die reden bewaart men ze ’s winters in kasten met zand op ene warme plaats. InPensylvanie, daar men gene klappen in de schoorstenen heeft, zet men ze in ene zandkast op enigen afstand van het vuur, waar zy veilig zyn voor de vorst en te grote hette. ’T is niet genoeg ze in droog zand in den kelder te leggen, gelyk gemeenlyk geschiedt met de gemene Potatoes. De vogtigheid der kelders zou door het zand heen dringen en ze doen rotten. Het zou waarschynlyk inZwedenwel te doen zyn, van ze in warme vertrekken den winter over te houden. Maar de zwarigheid is maar alleen hoe men ze zal overbrengen. By myn vertrek uitAmerikanam ik ’er een goed getal van mede, en droeg ’er alle mogelyke zorg voor. Dog wy hadden enen zwaren storm op zee, waardoor het schip zo beschadigd wierd, dat het sterk water in kreeg, zo dat onze klederen, bedden en ander goed zo nat waren dat wy ze uitwringen konden. Dus was het geen wonder dat myn’ Potatoes verrotteden. Dog dewyl ze nu inPortugal,Spanje, en zelfs inEngelandaangekweekt worden, zal het niet bezwaarlyk zyn ze inZwedenook te krygen. De drank, welken deSpanjaardsin hunneAmerikaanschebezittingen uit het sap dezer Potatoes maken, is niet in gebruik inPensylvanie80.Papier.De HeerKockheeft enen Papiermolen op een klein beekje, daar allerlei grof papier gemaakt wordt. Zy wordt ’s jaars voor vyftig pond st.Pensylvanischgeld verpagt.Schaarschheid van Appelen.Dit jaar, wierd my verteld, waren de Appelen schaarscher dan[82]naar gewoonte, het welk door de aanhoudende droogte in de maand van Mai veroorzaakt was, die de bloeisems had doen verwelken. De hitte was zo sterk geweest dat zy de planten en het gras op het veld verbrand had.HetPolytrichum commune, een soort van mos, wast overvloedig in lage en vogtige Weilanden tusschen de bosschen, en bedekt ze op vele plaatsen, gelyk ons mos inZwedendoet. Ook was het gemeen op de hoogtens.Landbouw.De Landbouw was hieromstreeks in enen slegten toestand. Wanneer iemant een stuk lands koopt, het geen misschien noit is bebouwd geweest, hakt hy een gedeelte van het hout omver, haalt de wortels uit den grond, beploegt dien, zait ’er koorn in, en heeft de eerste reis enen overvloedigen oogst. Dog dat zelve land verscheiden jaren agter een bebouwd wordende, moet het noodzakelyk zyne vrugtbaarheid verliezen. Men laat het dan braak leggen, en ontgint een ander stuk. Op deze wys gaat men voort tot dat men zyne geheele bezitting in koornlanden veranderd heeft, en put dus den grond uit. Dan komt men weer tot het eerste stuk lands, dat zig nu volkomen verhaald heeft, bebouwt het zo lang het iets geven wil, en gaat daarna weder aan een ander.Gebrek aan Mist.Het is hier onmogelyk veel mist te winnen, om dat men gewoon is het vee, zomer en winter, dag en nagt, altyd in ’t veld te laten. Maar wanneer het land enige jaren braak legt groeit ’er velerhande onkruid op, en dit zet ’er zig zo vast op, dat ’er een geruime tyd vereischt wordt om het uitteroeyen. Dit is ook de reden dat ’er altyd zo veel onkruids tusschen het koorn staat. De grote vrugtbaarheid van den grond, die by de aankomst derEuropeanennoit bebouwd geweest was, deed hen den Landbouw op deze wys veronagtzamen, waarin velen nog blyven voortgaan. Maar dezen bedenken niet, dat als de grond geheel en al uitgeput is, ’er een lange tyd en veel arbeids nodig is om dien weder in staat te brengen; vooral in deze gewesten, die alle zomers door de hitte zo worden uitgedroogd. De grond der koornlanden bestond uit ene dunne laag van tuinaarde, zeer vermengd met een soort van steenkleurige klei, en vele deeltjes van gebroken glinsterende aarde. Deze laatste kwam van de stenen, die men hier overal op de diepte van een voet vindt. Deze stukjes deden den grond glinsteren, als ’er de zon op scheen.Glinsterende steen.Byna alle de huizen hier omtrent waren van dien steen of van gebakken’ steen, dog de eerste was gemeender. InGermantown, dat tweeEng.mylen lang is, zag men geen ander muurwerk dan van dien steen. Maar daar zyn ’er verscheiden soorten van. Somtyds bestond hy uit enen zwarten of gryzen glimmer, lopenden met golvende[83]aderen, die hier en daar tusschen de kromtens met enen gryzen, lossen en fynen kalksteen opgevuld waren, welke ligt kon aan stukken gewreven worden. Sommige doorschynende deeltjes van Quarts waren ’er door verspreid. Dog het glinsterzand maakte het grootste deel van dien steen uit. Hy was vry gemakkelyk te bewerken, en kon met yzeren gereedschap in allerlei gedaantens gehouwen worden. Maar somtyds bestond hy uit enen zwarten glimmer met fyne korrels, enen witten fynen zandsteen, en enige Quartskorrels, zo dat de verscheidene delen wel door malkander gemengd waren. Somtyds vertoonden zig ook brede strepen van den witten kalksteen, zonder enig vermengsel van glimmer, dog meest waren zy sterk vermengd, en van ene gryze kleur. Eindelyk vindt men ’er op enige plaatsen die uit geheel fyne en zwarte glimmerstukken en enen grauwen, lossen en zeer fynen kalksteen t’zamengesteld zyn. Dezen waren ook gemakkelyk te bewerken.Deze verscheidenheden van stenen vindt men gemeenlyk by malkander. Men trof ze byna overal aan als men een weinig diep groef, dog niet in gelyke menigte en van gelyke deugd. Ook waren ze niet allen even ligt uit den grond te krygen. Als iemant dan een huis wilde bouwen, vorschte hy eerst naar waar hy den besten steen kon vinden. Men vindt dien zo wel op de akkers als op onbebouwde velden, op ene diepte van twee tot zes voeten. De stukken zyn meer of min groot. Sommigen hielden van agt tot tien voeten in de langte, twee in de breedte, en enen in de dikte. Anderen waren veel groter, dog ook enigen kleinder. Zy lagen hier by beddingen op malkander, van omtrent een voet elk bed in de dikte. De langte en breedte waren verschillend, dog gemeenlyk zo als ik gezegd heb. Men moest meest drie of vier voet diep zyn eer men de eerste laag vond. De losse grond boven de lagen is vol van kleine stukjes van dezen steen. Deze grond is de steenkleurige aarde, die hier algemeen is, en uit zand en klei bestaat, schoon ’er het zand de overhand heeft. De losse stukken glimmer, die zo sterk in het zand glinsteren, schynen van den steen onder den grond afgebroken te zyn.Gebruik daarvan.Men moet aanmerken, dat als men dezen steen tot metselen gebruikt men de platte zyde naar buiten keert. Maar de stenen zyn dikwyls ongelyk aan alle kanten, en dan maakt men ze gelyk, dat ligt te doen is. Dog evenwel blyven ze ongelyk in dikte, en kunnen zo net niet op een gevoegd worden als gebakken’ stenen. Ook breken ’er wel stukken af als men ze bewerkt, en laten openingen in het buitenste van den muur. Men vult die met kleine stukken steens en kalk, en overpleistert ze, zo dat het niet kan gezien worden, ten minsten niet op enigen afstand. Eindelyk, smeren zy op de buitenkanten[84]der muren kruisgewys lopende strepen van kalk, zo dat men zeggen zoude dat de muren uit even groten stenen bestonden, en dat die witte strepen de voegen der stenen waren. Het binnenste van de muren wordt glad gemaakt en gewit. Men heeft niet gemerkt dat dit soort van steen het vogt uit de lugt aantrekt. InPhiladelphiaen daaromstreeks zyn vele huizen op die wys gebouwd.De Huizen zyn gemeenlyk op deEngelschewys gemetseld.Dassen.Een der Zwarten van den HeerKockvertoonde my een vel van enen Das,81dien hy gedood had, en ik zag ’er uit dat deAmerikaanscheDas de zelve met denZweedschenis. Men noemt hem hierAardvarken.82DeSkulkill.Tegens den avond keerde ik naarPhiladelphiaterug. Den 12. October gingen wy ’s morgens naar deSkulkill, ten dele om zaden en planten te verzamelen, en ten dele om allerlei soorten van waarnemingen te doen. DeSkulkillis een smalle stroom, die omtrent vierEng.mylen ten zuiden vanPhiladelphiain deDellawarevalt. Maar hoe smal hy ook is, loopt hy wel twee honderdEng.mylen ver, en ontspringt op de westzyde van deBlauwe bergen. Het is een groot nadeel voor dit Land dat ’er verscheiden Watervallen in deze Rivier zo digt byPhiladelphiazyn, waardoor zy onbevaarbaar is. Ik ontwierp dezen dag enige beschryvingen van zulke kruiden daar het vee naar zoekt, en van zulken die het laat staan.Mollen.Men ontdekte op de velden hier en daar kleine onderaardsche gangen, lopende met allerlei bogten. De opening was groot genoeg voor een Mol. De aarde, die, als het ware, een verwulf ’er boven, en als een kleinen wal maakte, was omtrent twee duimen hoog, ene goede hand breed, en omtrent enen duim dik. Ik zag dikwyls deze onderaardsche gangen op de onbebouwde landen, die zig door de opgeworpen aarde ontdekten, en inzakten als men ’er optrapte, het welk het wandelen lastig maakte.Deze gangen worden door een soort van Mol83gemaakt, dien ik in een ander werk nader beschryven zal. Zy azen op wortelen. Het diertje heeft groter kragt dan anders vele dieren, naar evenredigheid van hunne grootte, bezitten. Waar het dagt te graven hield het altyd de poten buitenwaards, gelyk men de riemen in een schuit houdt. Ik leide het myn neusdoek voor, om te zien wat het ’er mede doen zou, en ik vond dat het dien in den tyd van ene minuut vol gaten had gemaakt. Ik was genoodzaakt enige boeken op het deksel van de doos te leggen, waarin het diertje zat, of anders lag ’er dat[85]ten eersten af. Het was zeer kwaadaardig, en beet gaten in alles wat het in den weg lag. Ik hield het enen stalen pennekoker voor, waarin het in ’t eerst zeer vinnig beet, maar de hardheid daarvan gevoeld hebbende wilde het nog daar nog ergens anders meer in byten. Deze Mollen maken gene hopen, gelyk deEuropischen, maar alleen zulke gangen, als ik beschreven heb.Talkboom.Hier wast ene plant, van welker bessen men een soort van wasch of talk maakt, waarom ze deZwedenTalkstruiknoemen. DeEngelschengeven ze den naam vanCandleberrytreeofBayberry-bush, en de RidderLinnæusheet zeMyrica cerifera. Zy groeit overvloedig in ene droge aarde, en schynt byzonderlyk in de nabuurschap der zee wel te tieren, want diep in het land heb ik ze niet gevonden. De bessen groeyen in overvloed op den vrouwelyken struik, en zien ’er uit als of ’er meel opgestroid was. Men verzamelt ze laat in den herfst, wanneer ze ryp zyn, smyt ze in een pot kokend water, zo dat haar smeer smelt, en boven op het water begint te dryven, het welk men dan met een schuimspaan ’er afneemt, en in een anderen ketel doet, zo lang tot dat ’er geen talk meer op het water dryft. Zo dra de talk styf is ziet hy ’er uit als gemene talk of als wasch, maar heeft ene morssige groene kleur.Kaarssen daarvan gemaakt.Om deze reden wordt hy nog eens gesmolten en gezuiverd, zo dat hy ene schone doorschynende groene kleur krygt. Deze talk is duurder dan de gemene talk, maar beter koop dan wasch. TePhiladelphiagaf men ene schelling voor het pond, daar de gemene talk maar ene halve, dog wasch twee schellingen kost. Van dezen talk maakt men hier te lande op vele plaatsen kaarssen, waar men egter wat gemenen talk onder doet. Dit soort van kaarssen breekt niet ligt en smelt zo niet in den zomer als de anderen, brandt byna beter en langer, en geeft zulk enen damp niet, maar zy laten veel eer enen aangenamen reuk na wanneer zy worden uitgedaan.Een oudeZweedvan een en negentig jaar verhaalde my dat zyne Landslieden voorheen dit soort van kaarssen plegten te gebruiken. Tegenwoordig gebruikt men dezen talk zo veel niet, indien men beestevet krygen kan, om dat het zo veel moeite kost de bessen te verzamelen. Dog de arme menschen, die in oorden wonen waar deze bessen veel wassen, en niet veel vee hebben om te slagten, gebruiken dezen talk voor kaarssen. Ook maakt men van het vet van deze plant ene zeep, die aangenaam ruikt, en zeer goed is om den baard te scheren. Nog maken ’er de Heelmeesters pleisters van. Een Koopman vanPhiladelphiazond eens ene menigte van deze kaarssen naar de Roomschgezinde[86]Landen inAmerika, denkende ene goede winst ’er op te hebben; dog de Geestelyken wilden ze niet nemen. Een oudeZweedzeide dat deWildenvoorheen den wortel van deze plant gebruikten tegens de tandpyn, en dat hy zelf, den wortel, in stukken gesneden, rond om den tand gelegd hebbende, veel baat by dit middel gevonden had. Een andereZweedverhaalde dat de schil van den wortel hem geholpen had. InKarolinamaakt men van dezen talk niet alleen kaarssen maar ook zegellak.Penny Royal.Penny Royalis deEngelschenaam van een gewas, dat enen zonderlingen sterken reuk heeft, en in overvloed op droge plaatsen groeit. De Kruidkenners noemen hetMelissa pulegioides84ofCunila pulegioides. Men houdt het zeer gezond om als thee gedronken te worden in verkoudheden, als bevorderende de doorwaasseming. Ook wil men dat deze plant op enige plaats des lichaams, waar men pyn gevoelt, gelegd, dezelve verdryft.Koopwaren vanNieuw Engeland.DeWarendie men gewoon is uitNieuw EngelandnaarLondente zenden zyn de volgenden. Allerlei Visch byTerre Neuve, andersNewfoundland, of elders gevangen; Traanolie, van verscheiden’ soorten, Walvischbaarden, Teer, Pek, Masten, nieuwe Schepen, enige Pelteryen, en somtyds enig hout. DeEngelscheEilanden inAmerika, alsJamaik, en deBarbados, trekken uitNieuw Engeland, Visch, Vleesch, Boter, Kaas, Talk, Paarden, Vee, allerlei Houtwerk, als kuipen, emmers, tobben en diergelyken; en zenden terugRum, Suiker, Syroop, en andere voortbrengsels, of ook wel baar geld. Het meeste hiervan, byzonderlyk van ’t geld, gaat verder naarLonden, om de goederen te betalen die men van daar ontvangen heeft.Elzen.De Elzen wiessen hier in overvloed op natte en lage plaatsen, en zelfs somtyds nog al op vry hoge gronden, dog kwamen noit tot de hoogte derEuropischeElzen, en stonden gemeenlyk als struiken van een of twee vadem langte. De HeerBartramen anderen, die veel in deze gewesten gereisd hadden, verhaalden my, dat hoe meer men naar het zuiden trekt de Elzen zo veel te kleinder worden, dog dat zy meer noordelyk hooger en dikker waren. Ik vond zelf naderhand dat de Elzen inKanadadie vanZwedenniet veel weken. Men gebruikt ’er den bast van om rood en bruin te verwen. EenAmerikaansche Zweedvertelde my, dat hy zig eens in het been tot op het gebeente toe gehouwen hebbende, zo dat de wonde zeer gevaarlyk was, hy zig daarvan genezen had door de kwetsuur met water te wassen, waarin hy den elzebast had laten koken.Nagtschaduw.DePhytocalla decandra85wordtPokeby deEngelschengenoemd.[87]Als men het sap der bessen op papier of iets diergelyks laat springen, wordt het een hoog purper, zo schoon als men ergens in de wereld die kleur kan maken; en het is jammer dat men nog geen middel weet om te beletten dat deze verw op linnen of wol ten eersten verschiet. De HeerBartramhad eens zynen voet tegens enen steen gestoten zo dat hy ’er zeer pynlyk van was, en had ’er een blad van deze plant opgelegd met dit gevolg dat hy zeer spoedig genezen was. De bessen worden om dezen tyd door de vogels gegeten. DeEngelschenenZwedeneten de bladeren in ’t voorjaar; als zy eerst uitkomen en nog malsch zyn, klaargemaakt, gelyk wy de Kool of de Spinaad doen. Somtyds bereiden zy ze als wy de Kool, wanneer de stelen al wat langer zyn geworden, en nemen alleen maar de topjes, die malsch en niet stokkig zyn. Maar als men ze als Spinaad wil gebruiken moet men zorgvuldig zyn, dewyl als men de plant eet na dat de bladen al wreed geworden zyn, men ligt zyn laatsten maaltyd doen kan, want dan heeft de plant ene geweldig buikopenende kragt. Ik heb menschen gekend die dit byna den dood gedaan had. Maar de bessen worden in den herfst zonder nadeel van de kinderen gegeten.Verwen.Linnen en wollen goed wordt met den bast van deHikorygeel geverwd. Het zelve geschiedt met dien van den zwarten Eik.86De bloemen en bladen van deImpatiens noli tangere87verwen ook alle wollen stoffen schoon geel.Collinsonia.DeCollinsonia Canadensiswordt in kreupelbosschen op goede gronden overvloedig gevonden. De HeerBartram, die het Land zeer wel kende, hield zig verzekerd datPensylvanieen alle de plaatsen vanAmerika, die onder de zelve lugtstreek leggen, het ware en regte land voor deze plant is. Verder naar het zuiden vond hy, nog de HerenClaytonenMitchel, ze noit, schoon die laatsten zeer nauwkeurige waarnemingen inVirginieen een gedeelte vanMarylandgedaan hebben. En uit eigene ondervinding wist hy dat zy in de noordelyke gedeeltens niet wast. Ik heb ze noit noordelyker dan op 43.gr.15.min. N.gevonden. De tyd van ’t jaar dat zy inPensylvanieopkomt is zo laat, dat haar zaad maar juist den tyd heeft van ryp te worden, en dus schynt zy verder noordwaards onmogelyk te kunnen slagen. De HeerBartramwas de eerste die dit gewas ontdekte. Hy zond het naarEuropa. De HeerJussieu, gedurende zyn verblyf teLonden, en naderhand de HeerLinnæus, noemden hetCollinsonia, naar den beroemdenPeter Collinson, eenLondenschKoopman, en Lid van de Koninglyke Maatschappy[88]inEngelandenZweden. Hy verdiende de eer wel, dat ’er ene plant naar hem genoemd werd, want ’er zyn weinig menschen die de Natuurlyke Historie en alle nuttige Wetenschappen met zulk enen yver getragt hebben te bevorderen, of die zo veel gedaan hebben als hy om allerhande soorten van planten te verzamelen, aantekweken, en te doen kennen. DeCollinsoniaheeft enen byzonderen reuk, die aangenaam, dog zeer sterk is. Ik had ’er altyd zware hoofdpyn van als ik voorby ene plaats ging daar zy menigvuldig was, vooral als zy in bloem stond. De HeerBartramkende ene betere hoedanigheid dan deze in dit gewas, namelyk van een uitmuntend middel te zyn tegens allerlei pyn in de leden en verkoudheden, door de leden met de plant te wryven. En de HeerKoenraad Weiser, een Tolk van de taal derWilden, had hem ene nog wonderbaarder genezing verhaald. Hy was eens onder een troep vanAmerikanen, waarvan ’er een door ene Ratelslang gebeten was, en door deWildenreeds opgegeven werd. Dog hy beproefde deCollinsoniate koken en den gewonden te drinken te geven, het welk hem behield. Wat meer noordelyk en inNew Yorkwordt deze plantPaardekruid88geheten, om dat de paarden ze in de lente eten, voor dat ’er nog andere kruiden opgekomen zyn.Toeneming van het land.Ik vroeg den HeerFranklinen anderen, die het Land wel kenden, of zy ’er enige tekens ontmoet hadden waaruit men opmaken kon, dat voorheen sommige plaatsen, die nu land waren, onder water gestaan hebben, en ik kreeg het volgende antwoord.Wanneer men van hier zuidwaards reist komt men op ene plaats waar de grote weg zeer diep tusschen twee bergen doorgaat. Aan beide de zyden ziet men niets als oester- en mosselschelpen, in ene oneindige menigte boven malkander leggende, schoon het vele mylen van de zee af is.Wanneer men in de Stad om putten te maken of om huizen te bouwen graaft, vindt men de aarde in verscheiden’ beddingen boven malkander leggen. Op ene diepte van viertien voet of meer ontmoet men klootronde stenen, die van buiten zo glad zyn als die welken aan zee op het strand leggen, en daar zo glad worden door het schuren der baren. Als men verders door gegraven en op de diepte van agttien of meer voeten gekomen is, ontdekt men op sommige plaatsen modder, diergelyken als de zee op ’t strand smyt, en als gemeenlyk op den bodem der zee en der rivieren legt. En deze modder is vol van takken, bladeren, riet, houtskolen, en andere dingen.Somtyds is het gebeurd dat de huizen zeer schielyk aan ene zyde begonnen[89]te zakken, zo dat men genoodzaakt was ze aftebreken. Dieper gravende, om enen vasten grond te vinden, kwam men op dat zelve soort van modder vol van hout, wortels en diergelyken.Zyn nu deze redenen niet gewigtig genoeg om te doen besluiten, dat die plaatsen inPhiladelphia, die nu viertien en meer voeten onder den grond zyn, voorheen de bodem der zee waren, en dat by verscheiden toevallen, zand, aarde en andere dingen daar op geraakt zyn? Of dat deDellawarevoor dezen breder was dan thans, of haren loop veranderd heeft? Dit laatste doet zy nog tegenwoordig dikwyls, daarzy den oever aan den enen kantafkabbelten aan den anderen vergroot. EnZwedenenEngelschenwezen my verscheiden plaatsen waar dit geschied was.Bloeyende planten.Den 18. October kon ik niet boven tien soorten van planten vinden, die nog in bloeisem stonden. Dezen waren deGentiana, twee soorten vanAsters, deSolidago Virga aurea, een soort vanHieracium, deOxalis corniculata, deDigitalis purpurea, deHamamelis Virginiana, hetAchillea Millefolium, en hetLeontodon Taraxacum. Alle andere planten hadden hare bloemen al laten vallen. Verscheiden bomen, vooral die vroeg in de lente bloeyen, hadden reeds zo dikke knoppen gezet, dat men ze openende alle de delen der bevrugtiging, als de kelk, de bloembladen, de helmstyltjes, en ’t stampertje,89onderkennen kon. Dus was het gemakkelyk het geslagt te bepalen waartoe deze bomen behoorden. Zodanige waren de Rode Ahorn90en de Zomer Laurier91en anderen. Dus bereidde zig de natuur, met den aanvang van het aangename weder in het aanstaande jaar, wederom bloemen voorttebrengen. De knoppen waren tegenwoordig geheel hard, en alle derzelver delen op een gepakt, om voor de koude beveiligd te wezen.Walnoten.De zwarte Walnootboom had zyne meeste bladeren al laten vallen, en velen waren al geheel kaal. De Walnoten zelven waren ook afgevallen, en hare groene schil verwde de handen zwart als men ze behandelde, zo dat men lang werk had eer ze weer schoon waren.Cornus florida.DeCornus floridawerd by deEngelschenDogwoodgenaamd, en was overvloedig in de bosschen. Hy maakt ene schone vertoning wanneer hy in de lente vol witte bloemen staat. Het hout is zeer hard, en men maakt ’er weverspoelen, en ander schrynwerk van. Wanneer het gebeurt, dat het vee in de lente uit zwakheid neer valt, binden de Boeren het een stuk van dezen boom om den hals, zig verbeeldende dat dit helpen zal.DeTulpeboomstaat hier overal in de bosschen. De kruidkundigen[90]noemen hemLiriodendron Tulipifera, om dat zyne bloemen en in grootte en in gedaante en zelfs enigsins in kleur naar den Tulp gelyken. DeZwedennoemden hem denKanoboom,92om dat men ’er veel kanoos van maakt. DeEngelscheninPensylvanieheten hemPoplar. Men houdt hem voor den grootsten en zwaarsten boom vanNoord Amerika. Evenwel wyken hem daar de Witte Eik en de Den weinig. Hy strydt met de zwaarsten van deEuropischebomen om den voorrang. Het is zeer aangenaam tegen ’t einde van Mai enen der zwaarste bomen geheel en al veertien dagen lang met bloemen bedekt te zien, die zo groot zyn als Tulpen, en ’er de gedaante en kleur ook meer of min van hebben. De bladen hebben ook iets byzonders, waarom deEngelschenden boom hetOude wyvehembdnoemen, om dat zy ’er in hunne verbeelding enige gelykenis tusschen menen te bespeuren.Men gebruikt het hout van dezen boom voor kanoos, delen, planken, blokken, schotels, borden, lepels, deurposten, en schrynwerk. Ik heb ene vry grote koornschuur gezien, welken geheel en al van enen enkelden boom, tot delen gezaagd, gemaakt was. Sommige schrynwerkers houden dezen boom beter dan den Eik, om dat die ligt buigt, dat de eerste noit doet en zig gemakkelyk laat bewerken. Dog anderen agten hem weinig. Het is zeker dat dit hout in het weder zo zeer krimpt, dat ’er grote reten in de planken komen, en in nat weder zwelt hy zo dat hy byna barsten moet, en nauwlyks is hier een hout bekend dat zo sterk krimpt en zwelt. Maar de schrynwerkers, die ’er veel in werken, zeggen dat ’er twee soorten van zyn; dog dit zyn eigenlyk maar twee Verscheidenheden, waarvan de ene met den tyd van binnen geel wordt, en de andere wit is. De eerste zegt men een losser hout te hebben. De bast laat zig, gelyk Marieglas, in dunne blaadtjes splyten, die veel naarbastgelyken. Men wil dat de bladeren gekneusd en tegens het voorhoofd gelegd goed zyn tegens hoofdpyn. Men geeft ook de schillen van den bast tot poeder gestampt den paarden droog tegens de wormen in. Sommigen beweren dat de wortelen even zo goed tegens de koorts zyn als deKina. De boom wast in alle soorten van gronden, maar al te grote nattigheid is hem niet goed.Beverboom.DeBeverboom, byLinnæusMagnolia glauca, zo door deEngelschengeheten om dat de Bevers de schors van dezen boom gaarn eten, wordt gevonden op verscheiden plaatsen vanPensylvanieenNew Jersey, in enen schralen moerassigen grond, of in natte weilanden. EnigeZwedengeven hem ook enen anderen naam, en sommigeEngelschenheten hem wel ookSwamp SassafrasenWitte Laurier. Deze bomen[91]laten hun loof vroeg in denherfstvallen, uitgenomen enige jonge bomen, die het den gantschen winter blyven behouden. Ik heb ze zelden ten noorden vanPensylvaniegevonden, waar ze op ’t laatst van Mai beginnen te bloeyen. De reuk der bloeisems is uitmuntend, en doet zig met enen gunstigen wind byna eneEng.myl ver ruiken. De gantsche lugt wordt ’er van vervuld. Men kan niet beschryven hoe aangenaam het op dien tyd, vooral tegen den avond, in de bosschen is te reizen. De bloemen blyven drie weken op den boom, en zelfs meer naar dat de grond is, en al dien tyd verspreiden zy dien aangenamen geur. De bessen zien ’er ook zeer smakelyk uit als ze ryp zyn. Zy hebben een schoon rood, en hangen aan trossen met dunne steeltjes. De deugden van dit middel worden zeer verheven, en men pryst het in teringen aan. De bast op brandewyn gezet, of in andere vogten gekookt, wordt gezegd niet alleen borstkwalen, maar ook allerhande inwendige pynen en steektens te genezen; ook zou hy den buikloop stoppen. In verkoudheden gebruikt men de takken van den Beverboom in water gekookt. Volgens de vertelling van enenZweed, was een van zyne kennissen, een oud man, die een open gat in zyn been had, dat hy te vergeefs door andere middelen getragt had te genezen, door enenAmerikaanop deze wys geholpen. Hy brandde wat van dit hout tot kolen, stampte dit tot poeder, mengde dat met varsch spek, en streek ’er de gaten verscheiden’ malen mede. Dit droogde de gaten op, die van te voren altyd open geweest waren, en de man had sedert altyd gezonde benen. Men gebruikt dit hout ook tot schrynwerk.Dieren die mak gemaakt kunnen worden.Omtrent de Dieren, welken men in de bosschen vanNoord Amerikavindt, heeft men bevonden dat de volgenden tamelyk mak gemaakt kunnen worden, zo dat zy weinig van de Huisdieren verschillen.Wilde Stieren.De wildeStierenenKoeyenworden inKarolinaen andere plaatsen, die zuidelyker danPensylvanieleggen, gevonden. De Kalveren van deze beesten onder het makke vee opgebragt waren volkomen tam, maar egter dartel, zo dat ’er gene betuiningen digt genoeg voor hun waren als zy ’er door wilden; want zy waren zo sterk van nek dat zy de palen met hunne hoorns omversmeten; en zodra zy enen doorgang gemaakt hadden volgde al het ander vee. Zy teelden met het tamme vee voort, en ’er kwam als ware het een nieuw soort van.93Reën.DeAmerikaansche Reënlieten zig ook mak maken, gelyk ik ’er velen gezien heb. Een Landman inNew Jerseyhad ’er ene, die hy jong zynde gevangen had, en welke nu zo mak was dat zy by dag in ’t bosch ging weiden en ’s avonds t’huis kwam, dikwyls ene wilde Ree mede brengende, en haren Heer gelegenheid gevende die te schieten. Vele[92]lieden houden jonge makke Reën, en gebruiken ze om andere Reën te vangen, of om de wilden, vooral in den bronstyd, met zig naar huis te brengen.Bevers.DeBeverszyn dikwyls zo tam geworden dat zy op de vischvangst gingen, en den visch dien zy gevangen hadden den menschen bragten. Dit gebeurt dikwyls metOtters, waarvan ik ’er gezien heb die hunne Meesters naliepen als honden. Als de Meester in ene schuit ging, sprong de Otter in ’t water, en kwam dikwyls kort daarna met enen visch in den bek boven. DeOpossumkan ook zo tam gemaakt worden, dat hy de menschen als een hond naloopt.DeRakkoon.DeRakkoon, dien deZwedenSjuppnoemen, kan men met den tyd zo mak maken, dat hy als een Huisdier langs de straat loopt, maar het is onmogelyk van hem zyn stelen te ontleren. ’s Nagts kruipt hy in de hoenderhokken en byt ’er alles dood. Suiker en andere zoetigheden moet men zorgvuldig voor hem verbergen, en de kasten en dozen wel sluiten, of hy sluipt ’er in, en snoept alles op. Dit maakt dat de Vrouwen alle dagen klagten tegens hem te doen hebben, en om deze reden willen vele menschen dit gedierte niet hebben.Eekhoorns.De kinderen maken de grauwe en devliegende Eekhoornszo mak, dat zy hun op de schouders springen, en hen overal volgen.Kalkoenen.In de bosschen vindt men ook wildeKalkoenen, die van de makken maar daarin verschillen dat ze groter zyn, en een roodagtiger, dog ook lekkerder vleesch hebben. Als men de eyeren dezer wilde Kalkoenen onder een makke hen laat uitbroeyen, worden de kiekens ook mak, schoon het wel eens gebeurt dat zy groot wordende wegvliegen, waarom men hun de vleugels als ze klein zyn knakt. Maar de makgemaakte kalkoenen zyn gemeenlyk kwaadaardiger dan de tammen. De Inlanders maken hun werk van ze te temmen en by hunne hutten te houden.Ganzen.WildeGanzenweet men ook mak te maken. Wanneer zy eerst in ’t voorjaar overkomen, en zig een wyl ophouden, want zy broeijen niet inPensylvanie, schiet men ze in de vleugels, als het gelukken wil. Dan roeit men ’er naar toe en vangt ze. Men houdt ze vervolgens enigen tyd binnen. Op deze wys worden zy dikwyls zo mak, dat men ze daarna ’s morgens kan uitlaten, en zy ’s avonds wederkomen. Dog uit voorzorg kortwiekt men ze. Ik heb van dit soort van Ganzen gezien, die de Eigenaar zeide reeds twaalf jaren gehad te hebben. Dog, schoon hy ’er agt van had, had hy ze noit met de anderen zien paren, of eyeren leggen.Veldhoenders. Duiven.Men kan dePatryzen, die hier ook menigvuldig zyn, ook zo temmen dat zy met de kippen lopen, en komen om gevoerd te worden wanneer men ze roept. Ook heb ik wildeDuivengezien, die zo mak geworden waren, dat ze met de tammen uitvlogen en wederom kwamen. Sommige[93]winters is ’er ene schrikkelyke menigte van wilde Duiven inPensylvanie.DeHommelvogel, of het Bloemzuigertje.Van alle de zeldzame Vogels vanNoord Amerikais deze de merkwaardigste dien deEngelschenHumming bird94noemen. Verscheiden’ redenen doen my denken dat men op weinig plaatsen zyns gelyken vinden zal. DeZwedenen sommigeEngelschennoemen hem denKoningsvogel.95De HeerCatesbyheeft hem met zyne natuurlyke kleuren en in zyne volle grootte afgebeeld en beschreven.96Hy is niet groter dan een grote Hommel, en gevolglyk is hy een van de kleinste vogeltjes der wereld, zo ’er al een kleinder soort ergens te vinden is.97Zyne vederen zyn van de allerschoonste kleuren, de meesten groen, anderen grauw, enigen maken enen glinsterenden roden kring om den hals. De staart glimt, en verandert van groen in koperkleur. Deze vogeltjes komen hier in ’t voorjaar, tegens dat het begint warm te worden. Zy maken hun nest in den zomer, dog verhuizen tegens denherfstnaar de zuidelyker landen. Zy bestaan louter van de zoete sappen der bloemen, die zy met hunne lange bekjes opzuigen. Van alle de bloemen houden zy het meest van die welken diep zyn en enen langen hals98hebben, en ik heb opgemerkt dat zy het meest op deImpatiensen deMonarda met karmozyne bloemenvliegen. Men kan verzekerd zyn van den gehelen zomer velen van die moye vogeltjes voor zyn venster te hebben, als men ’er een bed met allerlei soorten van bloemen onderplant. Het is zeker een vermakelyk gezigt, deze kleine zeer levendige schepseltjes van de bloemen op en af, gelyk Byen te zien vliegen, en ’er den honing met hunne lange smalle bekjes uit te halen. De bloemen derMonardazitten rondom den steel by iederen knoop,99gelyk aan onze gemene Munte,100bastaard Hennip,101Leonurus, enLamium. Het is dan zeer vermakelyk hen hunne bekjes in elke bloem rondom den steel te zien steken. Zo dra zy het sap van de ene bloem[94]ophebben vlodderen zy naar de naaste. Iemant, die het noit gezien heeft, zou kwalyk kunnen geloven in hoe kort enen tyd zy hunne snepjes in alle de bloemen van ene plant gehad hebben; en als die diep zyn, schynt ’er het vogeltje met zyn halve lyf in te kruipen.Zo lang zy bezig zyn te zuigen gaan zy noit op de bloem zitten, maar vlodderen altyd gelyk Byen, steken de pootjes agterwaards, en bewegen de vlerkjes zo gezwind, dat men ’er kwalyk een oog op houden kan. Gedurende dat vlodderen maken zy een gebrom gelyk als Byen.102Na dus ene wyl zonder rusten gevlogen te nebben, vliegen zy op enen nabystaanden boom of enen paal, om hunne kragten wat te herhalen. Dan gaan zy weer aan ’t brommen en ’t zuigen. Zy zyn niet zeer schuw. Ik ben nevens meer menschen op minder dan zes voeten by de plaats geweest daar ze vlogen, wy spraken t’zamen en bewogen ons, zonder dat wy ze stoorden. Maar als iemant op hen toeliep vlogen ze, als een pyl, weg. Wanneer het gebeurde dat ’er verscheidenen van hun op dezelve plaats neervielen, ontstond ’er een hevig gevegt als zy malkander op de bloemen aantroffen. Zy vlogen dan met zulke hevigheid tegen elkander aan, dat men denken zou, dat zy malkander met hunne spitse bekjes doorrygen moesten. Zy schenen onder ’t vegten in de lugt stil te staan, zig ophoudende door de onbegrypelyke rasheid waarmede zy hunne vleugels bewegen. Als de vensters open zyn vliegen zy dikwyls doormalkander in de kamers in, vegten een weinig, en vlodderen dan weer naar buiten. Somtyds komen zy op een verwelkte bloem, die geen sap meer heeft, en dan byten zy ze, als uit boosheid, af, en smyten ze op den grond, als ware het op dat zy naderhand ’er niet weder door bedrogen worden zullen. Wanneer ’er velen van deze vogeltjes in enen tuin zyn, plukken zy zo vele bloemen af dat ’er de grond van als bezaid legt; en men zoude zeggen dat zy dit uit nyd tegens malkanderen deden.Gemeenlyk hoort men ze geen ander geluid maken dan het brommen hunner vleugeltjes; maar wanneer zy in de lugt malkander te keer gaan maken zy een geschirp gelyk een mos of een kieken. Zy zyn zo klein dat men ze ligtelyk voor grote hommels of kapellen aanzien zou. Hun vliegen gelykt naar dat van den hommel, en is ongelooflyk snel. Noit heeft men opgemerkt dat zy op vrugten of gekorven diertjes azen; de honing der bloemen schynt hun enig voedsel te zyn. Vele menschen hebben ze om hunne zonderlinge schoonheid gevangen en in koitjes gezet, maar zy stierven by gebrek van voedsel. Evenwel gelukte het den HeerBartram’er een paar van ene gehele week in ’t leven te houden, door ze water te geven waarin hy wat suiker had doen smelten, en ik[95]denk dat men ze op die wys wel enen gehelen winter over in ene broeikas zou kunnen houden.Zy maken hunne nesten altyd midden op den tak van enen boom; en dezen zyn zo klein dat men ze van den grond niet zien kan, en dat men in den boom moet klimmen als men ze bekyken wil. Dus wordt het voor ene zeldzaamheid gehouden wanneer een nestje by toeval gevonden wordt, des te meer daar de bomen hier zo zwaar in ’t blad zyn. Het nest is ook een van de kleinsten die van vogels gemaakt worden. Ik heb ’er een dat geheel rond is, van binnen van een zagt bruin dons, dat op de bladen van het mannelyke Wolkruid103verzameld schynt te wezen, die dikwyls met een zagt dons bezet zyn. Die plant is hier menigvuldig. Het nestje wordt van buiten met een groenagtig grauw mos bedekt, diergelyk men op alle oude bomen ziet. Het heeft over ’t kruis nauwlyks enen halven duim boven aan, en onder enen halven. Men weet egter dat deHumming birdook uit vlas, hennip, mos, hair, en andere buigzame dingen zyn nest maakt. Men wil dat zy twee eyeren leggen, elk zo groot als ene erwt.Ik besteedde den 25. October en den volgenden dag met alle myne verzamelde zaden in te pakken, dewyl ik gelegenheid had ze naarEngelandte zenden. Van daar gingen zy verder naarZweden.Reis naarNewYork.Den 27. in den ogtendstond ging ik op een klein togtje naarNew York, in gezelschap van den HeerKock, met inzigt om het Land te zien, en te vernemen welke de veiligste weg ware om naarKanadate gaan, door de wildernissen die men tusschen deEngelscheVolkplantingen en dat Landschap vindt.De weg.De weg dien wy langs reden was aan beide zyden vry wel bewoond doorEngelschen,Duitschersen andereEuropeanen. Wy zagen vlaktens en hoogtens van onderscheiden uitgestrektheid. Bergen en stenen zag ik nergens, enige keyen uitgenomen. By elke Landhoeve genoegzaam was een grote boomgaard van Perzik- en Appelbomen, waarvan sommigen nog vol vrugten zaten.Heiningen.De heiningen waren op vele plaatsen zo laag dat het vee ’er gemakkelyk overheen springen kon; om dit voortekomen dragen de varkens houten jukken, ene gewoonte die ik al aangemerkt heb over alle deEngelscheVolkplantingen algemeen te zyn. De paarden hadden aan den hals een stuk houts, waaronder een haak aan vast was, die in de heining bleef zitten als het paard zyne voorste voeten opligtte om ’er over te springen; dog ik twyffel of deze uitvinding wel goed is voor de paarden zelven. Hun wierd ook het overspringen belet door een stuk houts, waar van het ene eind aan enen der voorvoeten en het ander aan enen der agtervoeten[96]was vast gemaakt, waardoor zy gedwongen wierden, zeer langzaam te gaan en volstrekt verhinderd te springen. Het kwam my voor dat dit stuk houts de paarden aan velerlei gevaren bloot stelde.Stenen bruggen.Digt byNieuw Frankfortreden wy over ene kleine stenen brug, en wat verder, agt of negenEng.mylen vanPhiladelphia, over nog ene andere. Tot nog toe zyn ’er gene mylpalen in het Land opgeregt, en men rekent de afstanden by gissing. Wat later werden wy aan een Veer over enen stroom gezet, waar wy driepencevoor ieder mensch met zyn paard betaalden.Mockingbird.Op ene plaats daar wy pleisterden hadden de menschen enenMockingbirdin ene koi. Hy wordt hier voor den besten zanger uit de vogels gehouden. Zyne vederen zyn niet frai. In dit jaargetyde zingt hy niet. De HeerCatesbyheeft, in zyne natuurlyke Historie vanKarolina, dezen vogel ook naar het leven afgebeeld en beschreven.104Men zegt, dat hy zyn nest in ’t kreupelhout en de bomen maakt; dog daarin zo eigenzinnig is dat als iemant ’er by komt en de eijeren bekykt, hy het nest verlaat en noit weder komt. De Jongen vorderen veel oppassens. Als men ze der Moeder ontneemt en in ene koi zet, komt zy ze daar drie of vier malen ’s daags voeren; maar eindelyk geen kans ziende om ze ’er uit te krygen zo verlaat zy ze; en dan sterven de Jongen dikwyls, vermoedelyk om dat zy aan ’t voeder niet kunnen wennen dat hun de menschen geven. Maar het volk verbeeldt zig dat de Moeder ze, wanneer zy ze voor de laatste reis voert, weet te vergeven, om ze des te eer uit hunne slaverny en rampzaligheid te verlossen. Deze vogels blyven hier den gehelen zomer over, maar verhuizen tegens denherfstnaar het zuiden. Men noemt zeMockingbirdsofSpotvogels, om dat ze het geluid van byna alle de vogels weten na te doen. Hun eigen zang is uitmuntend, vol van veranderingen van toon, zo dat vele menschen ze voor de beste zangvogels der wereld houden. Zeker is het dat ’er weinigen zyn die tegen hun aan kunnen, en dit is het dat ze tamelyk duur maakt.New Bristol.Omtrent den middag kwamen wy teNew Bristol, een klein vlek inPensylvanie, op deDellaware, omtrent vyftienEng.mylen vanPhiladelphia. De meeste huizen zyn van steen en staan op hun zelven. De Inwoonders dryven enen kleinen handel, dog de meesten laten hunne waren vanPhiladelphiakomen. Aan de overzyde der Rivier, omtrentBurlington.vlak overNew Bristollegt de StadBurlington, waar de Gouverneur vanNew Jerseyzyn verblyf houdt.Schrale grond.Wy hadden nu Landhuizen aan beide zyden van den weg, en kwamen in ene laan aan weerszyden met palen afgezet, die tamelyk grote koornvelden[97]omgaven. Daarop volgde een bosch, en vierEng.mylen ver zagen wy niets dan hout en enen mageren bodem, waarop deLupinus perennisin overvloed wast. Ik was zeer verblyd ene plant zo wel op zo magere gronden te zien tieren, en begon zelfs te overleggen of men deze ontdekking niet ten nutte maken konde. Dog ik had naderhand het verdriet van te vinden dat het vee deze plant niet eten wil, schoon zy ’er zeer groen en frisch uitziet en malsch op het gevoel is. Misschien zal ’er een middel uittevinden zyn om ze het vee smakelyk te maken. Des avonds kwamen wy teTrenton, na dat wy aan een Veer deDellawarewaren overgezet.Trenton.Trenton is een lang smal vlek, wat van deDellawareaf, en leggende in ene zandige vlakte. Het behoort totNew Jersey, en wordt gerekend dertigEng.mylen vanPhiladelphiate leggen. Daar zyn twee kleine kerken, ene voor deBisschoppelykenen de andere voor dePresbyterianen. De huizen zyn gedeeltelyk van steen gebouwd, dog de meesten van hout, gemeenlyk twee verdiepingen hoog, hebbende enen kelder en ene keuken daar naast onder den grond. Zy staan tamelyk ver van malkander, aan den enen kant aan de straat en aan den anderen aan tuinen van verschillende grootte. In elken tuin is een put. De plaats wordt voor zeer gezond gehouden. Onze Waard vertelde ons dat twee en twintig jaren geleden, wanneer hy zig hier eerst nederzettede, ’er nauwlyks meer dan een huis was, maar sedert dien tyd isTrentonzo toegenomen, dat ’er nu omtrent honderd huizenzyn. De huizen zyn van binnen in verscheiden’ vertrekken door plankenbeschotten verdeeld. De Inwoonders dryven enen kleinen handel in waren die zy vanPhiladelphiakrygen; maar hun voornaamste voordeel komt van de menigte van reizigers die vanPhiladelphianaarNew Yorken terug gaan, want zy worden gemeenlyk metTrentonscheJagten vanPhiladelphiateTrenton, of van daar naarPhiladelphiagebragt. Maar vanTrentonverder naarNieuw Brunswykgaat men met wagens, die elken dag op die plaats ryden. Velen van de Ingezetenen bestaan ook van het overvoeren van goederen, die alle dagen in menigte of vanPhiladelphianaarNew York, of vanNew YorknaarPhiladelphiagezonden worden. TusschenPhiladelphiaenTrentongeschiedt dit te water, dog tusschenTrentonenNieuw Brunswykte land; het welk gemeenlyk door menschen vanTrentonverrigt wordt.
Boomgaarden.
RondomChichestervindt men vele tuinen, die vol zyn van Appelbomen, welker takken onder ’t gewigt der vrugten buigen. De meesten zyn winterappelen, en derhalven waren ze nog geheel zuur. Elke Landhoeve en boerdery heeft haren tuin. Zy waren tamelyk uitgestrekt, en verschaften den eigenaar het gehele jaar door groten onderstand in de huishouding. Ik was dikwyls verwonderd over de schrandere behandeling der Inwoonders van dit Land. Zo dra hebben zy niet een stuk grondsgekoft, dat nog woest legt, of zy zorgen jonge Appelbomen te hebben en een tuin te maken. Dan gaan zy aan het bouwen van een huis, en dan bearbeiden zy den grond om dien te bezayen. Zy weten dat de bomen enige jaren van noden hebben voor dat ze vrugt dragen, en daarom planten zy die het eerst. Ik zag naby de huizen molens, raderen en andere werktuigen om de appelen te perssen, om ’er vervolgens Cyder van te maken.
Weg vanChichesternaarPhiladelphia.
VanChichesterreisde ik voort naarPhiladelphia. De Eiken waren de talrykste van alle de bomen in de bosschen. Dog daar waren ’er verscheiden soorten van, allen verschillende van deEuropischen. De varkens liepen nu in grote troepen in de eikebosschen, om de eikels te zoeken. Elk varken heeft een driekantig houten juk om den hals, om het te beletten door de tuinen en heiningen te dringen. Dit is de reden dat men de heiningen zeer ligt en gemakkelyk om op te nemen maakt, zo dat ’er ook weinig hout toe nodig is. In de eikebosschen ziet men ene menigte van Eekhoorns, ten dele op den grond lopende, en ten dele van den enen tak op den anderen springende. Om dezen tyd azen zy meest op de Eikels.[74]
Beuken zag ik zeer weinig, dog die ’er waren zyn juist de zelven als deEuropischen.
Mieren.
Ik weet niet enige andere dan deZwarte MierinAmerikagezien te hebben. Zy waren zo zwart als kolen en van twederlei soort, sommigen zeer klein, gelyk de kleinsten by ons, en anderen van de grootte van onze gemene Roodbruinen. Ik had tot nog toe gene hoogtens ontdekt die haar tot nesten dienden, maar alleen ’er enigen zien lopen. In andere oorden vanAmerikaheb ik andere soorten van Mieren gezien, gelyk ik op zyn’ plaats zal aantekenen.
Hagen.
Het gemeneLigustrumdiende op vele plaatsen voor hagen om de akkers en boomgaarden. Ook zag ik op deze reis ’er gene anderen als van Ligustrum, schoon men wel wist dat de doornen daar beter toe zyn. De Ligustrumhagen worden zeer digt; dog by gebrek van doornen keren zy de varkens en het ander vee niet wel. En als ’er eens een gat in is, duurt het ene goede wyl eer dat weer toe is.
Chester.
Op den middag kwam ik doorChester, een klein vlek aan deDellaware, in de welke daar ene kleine rivier, die door het vlek heen loopt, zig uitstort. Over deze was ene kleine brug. De huizen staan hier en daar verstroid. De meesten zyn van steen en twee verdiepingen hoog, enigen ook van hout. Hier is ene kerk en ene marktplaats.
Weit.
De Weit was hier al overal in den grond. Op sommige plaatsen was zy al schoon opgekomen, zynde reeds vier weken gezaid geweest. De akkers lagen meest op zynEngelschzonder gruppen, maar met watervoren vier of zes voet van malkander. Op de akkers zag men grote stompen van omgehouwen bomen, een teken dat dit land eerst onlangs tot bouwland gemaakt was.
De wortels der bomen liepen hier meest langs den grond, gaande niet diep in. Dit had ik gelegenheid op verscheiden plaatsen optemerken. Zelden vond ik enen wortel die boven enen halven voet in den grond gegaan was, schoon de aarde hier zeer los was.
Yzer.
Omtrent tweeEng.mylen vanChesterreden wy ene Yzerhut voorby. Zy kwam twee broeders toe. De oer wordt egter hier niet gegraven, maar wel dertig of veertig mylen verder gebroken, gesmolten, en vervolgens herwaards gevoerd. De blaasbalgen waren meest van leder, en, zo wel als de hamer en de vuurplaats, in vergelyking met de onzen, vry klein. Alles ging door middel van ’t water. Het yzer werd hier tot staven gesmeed.
Ik merkte op deze reis, en naderhand zag ik het zelve dikwyls, dat de paarden veel van appelen houden. Zy verkozen ze ver boven het frissche gras, als men ze in enen boomgaard, daar afgevallen appelen lagen, lopen liet. Dog men hieldze hun niet zeer dienstig. En behalven dat, dit voedsel valt wat duur.[75]
Geboomte.
DeRoodbloemige Ahorn66is hier overvloedig, vooral in moerassige gronden. Uit zyn hout maakt men borden, spinnewielen, rollen, voeten voor stoelen en ledikanten, en ander huisraad. Met den bast verwt men linnen en wol donker blauw. Ten dien einde kookt men dien in water, en doet wat koperroods, diergelyk de hoede- en schoenmakers gebruiken, in den ketel, voor dat ’er de stof in komt. Ook maakt men ’er enen goeden zwarten inkt van. Als men in ’t voorjaar in den boom hakt, zo loopt ’er een zoet sap uit, gelyk als uit onze Berken. Dit sap gebruikt men hier niet, maar inKanadakookt men ’er syroop en suiker uit. Hier vindt men ene verscheidenheid van dezen boom welken men denBonten Ahornnoemt,67om dat zyn hout van binnen gespikkeld is. Men gebruikt het veel tot allerlei schrynwerk, en men zoekt het geen ’er van gemaakt is boven al ander werk. Het wordt veel duurder betaald dan het geen uit Walnoten of wilde Kersebomenhout68gemaakt is. Dog het kostbaarste huisraad is het geen vanBont Zwart Walnotenhoutgemaakt wordt, want dit is over ’t algemeen zeldzaam. De Bonte Ahorn wordt ook niet veel gevonden. Ook vindt men ’er wier buitenste gemarmeld is, dog het binnenste niet. Om die reden hakt men diep in den boom, eer men hem laat vallen, ten einde te ontdekken of hy van binnen wel geaderd is.
Reis naarNew Jersey.
Des avonds kwam ik tePhiladelphia. Den volgenden ogtend, zynde den 7. October, zettede ik deDellawarein een schuit over. Hier was ik inNew Jersey. Men betaalt vierpencevoor ’t overvaren van ieder persoon. Het Land is hier geheel anders gesteld als inPensylvanie. De Insekten en planten, welken ik dezen dag ontdekte, denk ik in een ander werk te beschryven.
Vrugtbaarheid.
Men zou misschien denken dat op enen zo mageren grond als die vanNew Jerseyis niets wassen moest. Evenwel stond ’er de Mais ongemeen wel. Wy zagen ’er gantsche velden van. De aarde was van dat soort waarin de Tabak byzonderlyk wel tiert, dog lang zo vet niet. De stelen van de Mais waren gemeenlyk agt voeten hoog. Zy waren vol van bladen. Men had de Mais als naar gewoonte, op ryen in vierkante vakken geplant, zo dat ’er ene opening van vyf voet en zes duim tusschen ieder kleine hoogte was, waarop zy stond, zo wel in de lengte als in de breedte. Uit elke hoogte kwamen drie of vier stelen te voorschyn. Men had ze hier nog niet tot voer van ’t vee gesneden. Elke steel droeg tot vier airen toe, die groot en vol van koorn waren. Noit had men zulk enen zandigen[76]grond beter kunnen gebruiken. Op andere plaatsen was de aarde tusschen de Mais omgeploegd om Rogge te zaijen, zo dat, als hetTurkschkoorn gemaid is, de Rogge op het veld staan blyft.
Aspersies.
Wy zagen veelAspersiesin ene losse aarde en op onbebouwde zandvelden wassen. Zy stonden ook veel tusschen de Mais, en waren vol van bessen. Dog ik kan niet zeggen of de zaden door den wind uit de naburige tuinen derwaards gebragt waren. Maar dit is zeker, dat ik ze op andere plaatsen inAmerikain het wild heb zien wassen.
Wormkruid.
HetWormzaadis ook menigvuldig op de wegen, op enen zandigen grond, gelyk dien vlak over het Veer vanPhiladelphia. Ik heb gezegd dat men dit den kinderen tegens de wormen ingeeft. Dit geschiedt aldus. Men legt het in brandewyn, neemt het ’er een uur daarna weer uit, laat het drogen, en geeft het dan de kinderen in met wat zoet gemaakt bier, of eenigen anderen drank. Sommigen roemden de uitwerking van dit middel zeer, als dodende de wormen. Dog anderen waren van oordeel dat zy ’er van vermeerderden. Maar by ondervinding weet ik dat het zeer heilzaam geweest is.
Porselein.
DePorseleinwast hier in ’t wild overvloedig, in de blote lugtige aarde tusschen de Mais in. Zy kruipt daar langs den grond, en hare stelen zyn vry dik en sappig, schoon het kwalyk te begrypen was hoe zy in zo droog ene aarde haar voedsel kreeg. Men ziet ze ook in menigte in dat zelve soort van aarde op andere plaatsen in dit Land wassen.
SpaanscheNetels.
DeBidens bipinnata,69by deEngelschen70Spaansche Netelsgenoemd, wast hier en daar, omtrent de landhuizen, op de wegen, by de tuinen, en langs de hagen. Zy bloeide ten dele nog; dog de meeste planten waren haren bloeisem al kwyt. Als het zaad ryp is wordt het zeer onaangenaam op zulke plaatsen te gaan daar zy staat, vermits het aan de kleren blyft zitten en die zwart maakt, en het is moeilyk die vlakken ’er uit te krygen. Elk zaadtje heeft drie doorns op zyn spits, en elke doorn heeft ook vele kleine omgebogene hoeken, waardoor het aan de klederen kleeft.
In de bosschen, en langs de heggen kropen hier en daar enige enkelde kleine rode Mieren,71wier sprieten zo lang waren als hunne lichamen.
Philadelphia.
Tegens den avond keerden wy weer naarPhiladelphia.
Op de kust vanPensylvanievindt men zeer veel schoneOesters. Men begon nu ze tePhiladelphiate koop te brengen. Zy worden gehouden zo goed te zyn als deNew Yorkschen, van de welken ik hierna byzonderlyk spreken zal. My scheen het egter, dat de laatsten groter en[77]lekkerder zyn. Men merkt aan, dat zy goed worden tegens den tyd dat de hete koortsen beginnen optehouden. Daar reden menschen met gantsche karren vol oesters langs de straten, schreuwden die te koop, daar het anders hier iets zeldzaams is waren langs de deuren te koop te zien veilen; dog teLondenis dit gemeen. Men eet hier den meesten tyd de Oesters op gloeijende kolen gebraden, tot dat de schelpen een weinig opengaan, en dan eet men den oester met wit tarwenbrood met boter besmeerd. Voorheen brandde men kalk uit de schelpen, dog thans heeft men ene betere stof daartoe. Men wees my enige huizen in de Stad die met schelpkalk gemetseld waren. De muren hadden de eigenschap van twee of drie dagen voor dat men regenagtig weder krygt, vogtig te worden, zo dat ’er tamelyk grote droppels aan hangen. Dus dienden zy voor Hygrometers.72Over het zelve ongemak klaagden vele menschen die in huizen gewoond hadden met schelpkalk gemetseld.
Erwten.
Erwten worden ’er inPensylvanieniet veel gezaid, schoon voorheen, volgens het geen enige bejaardeZwedenons verhaalden, ieder Boer een veld met erwten plegt te hebben. Even zo is het ook inNew Jerseyen het zuidelyke vanNew York. Maar in het noorder gedeelte vanNew York, of omtrentAlbany, en in alle de gedeeltens vanKanada, die door deFranschenbewoond worden, zait men ’er veel van, en zy slagen ongemeen wel. Alleen is men doorWormen in de Ewrten.een klein gekorven diertje in de eerstgenoemde Landschappen genoodzaakt geworden, zo nuttig een gewas niet meer te kweken. Voorheen was dit diertje weinig bekend. Het paart in den zomer, omtrent den tyd van het bloeijen der erwten, en legt dan een eitje in byna iedere kleine erwt. Als de erwten ryp zyn, zoude men van buiten niet zeggen dat ’er wormen in zitten, dog men vindt ze als men de erwten doorsnydt. De worm blyft den gehelen winter en een deel van de lente over in de erwt als men hem laat begaan, en eet al het binnenste op, zo dat ’er weinig meer dan de schil overblyft. Ten laatsten verandert de worm in een schaalagtig insekt, kruipt door een gat, dat hy zelf maakt, uit de erwt, en vliegt weg, om naar nieuwe erwtelanden te zoeken, ten einde daar te paren en zyn geslagt voorttezetten.
Oorsprong daar van.
Dit schadelyk gedierte heeft zig uitPensylvanienaar het Noorden[78]uitgebreid; wantNew York, waar het nu menigvuldig is, wierd ’er voor twaalf of vyftien jaren niet van geplaagd, en voor dien tyd teelde men erwten in overvloed zonder het minste belet. Maar allengskens wierden deze kleine vyanden zo menigvuldig, dat men van het zaijen van erwten moest afzien. Men klaagde hierover op vele plaatsen. De Boeren rondomAlbanyhadden thans het genoegen dat hunne erwten nog vry waren van dit Insekt, maar vrezen ’er altyd voor, dewyl het ieder jaar nader aan die streek komt.
Ik weet niet of dit diertje inEuropavoortkomen zou; en ik zou denken dat onzeZweedschewinters het doden zouden, hoe diep het ook in de erwt zitte. Maar inNew Yorkis het dikwyls al zo koud, en egter vermeerdert het daar ieder jaar, en nadert allengskens hoe meer het Noorden. Ik was op het punt van enigen van dit ongedierte inEuropaover te brengen zonder het te weten. Op myn vertrek uitAmerikanam ik enige erwten mede naarEuropain een papier, welken ’er geheel frisch en groen uitzagen. Maar toen ik het papier den 1. Augustus 1751. teStokholmopende, vond ik al de erwten hol, en zag ’er de koppen der Insekten uitkyken. Sommigen kropen ’er al uit, dog ik haastte my om hen te beletten zig te verspreiden.73Ik beken, dat, toen ik ze het eerst zag, ik ’er meer van schrikte dan indien ik enen adder gezien had, want ik besefte op eens al de schade welke myn lieve Vaderland ’er van gehad zou hebben, indien maar twee of drie van deze schadelyke diertjes ontkomen waren. De nakomelingen van verscheiden huisgezinnen, ja zelfs van gehele volken, zouden reden gehad hebben, my te verwenschen, als de oorzaak van zo zwaar enen ramp. Ik zond ’er naderhand enigen, dog wel bewaard, aan den GraafTessinen den RidderLinnæus, tegelyk met een berigt van hunne schadelykheid. De laatste dier twee Heren heeft ’er reeds ene beschryving van gegeven in ene Akademische Verhandeling, onder hem verdedigd.74Hy noemt ze daar denBruchus van Noord Amerika.75Het was iets zonderlings[79]dat ’er niet ene erwt in het papier gevonden wierd die niet was opgegeten.
Wanneer men inPensylvanieerwten zait van buiten in het Land gebragt, zyn die gemeenlyk het eerste jaar van dit gedierte vry, maar het twede komt het ’er al in. Het is zeer te wenschen, dat de schepen uitNew YorkenPensylvaniedit Insekt niet inEuropazullen overbrengen. Men ziet hier uit wat een veragtelyk gering Insekt vermag, en dat de studie van het Huishoudelyke en van de eigenschappen der Gekorvenen niet moet beschouwd worden als maar enkeld tydverdryf en ene nutteloze bezigheid.76
Rhus radicans.
Deopklimmende SumachofRhus radicansis een struik of boom, die zeer overvloedig in dit Land voortkomt, en heeft dit met den klimop77gemeen, dat hy niet groeit zonder enig steunsel te hebben, het zy enen boom, enen muur, of ene heg. Ik heb hem tot op de hoogsten der grote bomen zien klimmen. Zyne takken schoten overal kleine worteltjes, die zig op den boom hegtten, en, als ware het, ’er indrongen. Als men den stam afhouwt komt ’er een bleek bruin sap uit, van enen onaangenamen reuk. Dit sap is zo scherp, dat, als men ’er mede op lynwaat letters of vlakken maakt, die ’er niet uitgaan, maar des te zwarter worden hoe meer men het linnen wascht. De kinderen plegen met dit sap hunne namen op het linnen te tekenen. Als men ’er mede op papier schryft, zo gaan de letters noit uit, maar worden hoe langer hoe zwarter.
Vergiftigheid.
Dit gewas heeft de zelve kwade hoedanigheden als deVergiftboom, dien ik boven beschreven heb, van schadelyk te zyn voor sommige menschen en niet voor anderen; dog deVergiftboomheeft een sterker vergift. Evenwel heb ik menschen gezien die al zo sterk opzwellen van dezen boom. Ik weet ook twee Zusters, waarvan de ene dit gewas behandelen kon zonder het minste ongemak, schoon de andere ten eersten de uitwaassemingen ’er van gevoelde, zodra zy omtrent op den afstand van ene el den boom naderde, en zelfs als zy op ene plaats stond waar de wind over den boom henen naar toe woei. Dog op my had dit soort van Sumach noit enige kragt, schoon ik ’er meer als honderd proeven, zelfs met de zwaarste stammen, mede genomen heb, en het sap zelfs eens in myn oog sprong, zonder my enig letsel te doen. De huid van de hand van een ander mensch, welke ik zeer nat met dit sap gemaakt had, wierd weinig uren daarna zo hard als leder, en vervelde de volgende dagen zo sterk, dat het was als of ’er gantsche schalen van afvielen.[80]
De bosschen en ’t hout.
Den 10. October des morgens vroeg verzelde ik den HeerKocknaar zyn Landgoed, het welk omtrent negenEng.mylen noordwaards vanPhiladelphialegt.
Schoon de bosschen vanPensylvanievele Eiken leveren, en men ’er meerder soorten van vindt dan meer naar het Noorden, bouwt men hier egter zo veel schepen niet als in de noordelyke Landschappen, byzonderlyk inNieuw Engeland. De ondervinding heeft geleerd dat hoe meerder het hout naar het Noorden wast het des te duurzamer is, en dat de deugd afneemt naar mate men de warmte nadert. Ook is het zeker dat de bomen in het zuiden schielyker groeijen, en dikker kringen maken dan in het Noorden. Daarenboven, die in ’t Zuiden wassen hebben grover sapbuizen voor den omloop der vogten. Om deze reden bouwt men zo veel schepen inPensylvanieniet als inNieuw Engeland, schoon meerder dan inVirginieenMaryland. InKarolinabouwt men ’er geen in ’t geheel, en men laat ze daar uitNieuw Engelandkomen. Die men hier, zelfs uit de beste Eiken timmert, duren nauwlyks meer dan tien of ten hoogsten twaalf jaren, en dan zyn zy zo vergaan dat niemant ’er mede in zee durft steken. Daar komen schippers uitEngelandinAmerikaom daar schepen te doen bouwen. De meesten gaan naarNieuw Engeland, de noordelykste Provincie; en zo zy al met schepen naarPhiladelphiageschikt overkomen, gaan zy egter gemeenlyk van daar naarNieuw Engeland. DeSpanjaardsin deWest Indien, wil men, dat hunne schepen van een byzonder soort van Ceders bouwen, die bestand zyn tegens het water en de verrotting; dog dit soort vindt men niet in deEngelscheVolkplantingen. Hier zyn meer dan negen verschillende soorten van Eiken, dog geen van die is zo goed als het ene soort dat wy inZwedenhebben. Om deze reden kost een schip vanEuropischveel meer dan een vanAmerikaanschEikenhout.
Beet.
Velen, die zig hier op het tuinieren toeleiden, hadden, verscheiden jaren ondervonden dat dieRode Beet, welke voortkwam uit zaad vanNew Yorkgekomen, zeer zoet en aangenaam wierd, dog dat zy alle jaar verminderde als zy uit zaad hier gewonnen werd gekweekt. Men moest dan ieder jaar zo veel zaad uitNew Yorkdoen komen als men van noden had. Ook heeft men opgemerkt, dat gewassen uitEngelschzaad voortkomende veel beter zyn, dan die uit zaad inAmerikagewonnen worden gekweekt.
Radys.
In den tuin van den HeerKockwas ene Radys78in de losse aarde zo groot geworden, dat zy zeven duimen middellyns had. Ieder verzekerde dat het iets zeldzaams was ze hier zo dik te zien.
Het gewas,79dat gemeenlykBatatasgenoemd wordt, heet men[81]hierBermudische Potatoes. Aanzienlyken en gemenen planten ze in hunne tuinen. Dit geschiedt op dezelve wys als met de gemene Potatoes. Sommigen zetten ze op bedden. De grond moet een mengsel zyn uit zand en aarde, niet te vet nog te mager. Men snydt, als men ze planten zal, de wortelen, gelyk by de andere Potatoes, in kleine stukken, zo nogthans dat men een uitbotsel of twee aan iedere plant late. Hunne kleur is gemeenlyk rood van buiten, dog van binnen geel. Zy zyn gemeenlyk groter dan de gemene Potatoes. De smaak is zoet en aangenaam, zynde, naar myn gevoelen, de andere Potatoes, de Artisjokken, en zelfs alle andere bekende wortels daarin met hun niet te vergelyken. Zy smelten genoegzaam in den mond. Het is niet lang geleden dat zy hier geplant zyn. Men maakt ze gereed gelyk de andere Potatoes, en eet ze met dezelven of alleen. Zy groeijen hier zeer schielyk en zeer wel; maer het moeilykste is ze den winter over goed te houden, want zy kunnen nog tegens sterke koude, sterke hette, nog vogtigheid. Om die reden bewaart men ze ’s winters in kasten met zand op ene warme plaats. InPensylvanie, daar men gene klappen in de schoorstenen heeft, zet men ze in ene zandkast op enigen afstand van het vuur, waar zy veilig zyn voor de vorst en te grote hette. ’T is niet genoeg ze in droog zand in den kelder te leggen, gelyk gemeenlyk geschiedt met de gemene Potatoes. De vogtigheid der kelders zou door het zand heen dringen en ze doen rotten. Het zou waarschynlyk inZwedenwel te doen zyn, van ze in warme vertrekken den winter over te houden. Maar de zwarigheid is maar alleen hoe men ze zal overbrengen. By myn vertrek uitAmerikanam ik ’er een goed getal van mede, en droeg ’er alle mogelyke zorg voor. Dog wy hadden enen zwaren storm op zee, waardoor het schip zo beschadigd wierd, dat het sterk water in kreeg, zo dat onze klederen, bedden en ander goed zo nat waren dat wy ze uitwringen konden. Dus was het geen wonder dat myn’ Potatoes verrotteden. Dog dewyl ze nu inPortugal,Spanje, en zelfs inEngelandaangekweekt worden, zal het niet bezwaarlyk zyn ze inZwedenook te krygen. De drank, welken deSpanjaardsin hunneAmerikaanschebezittingen uit het sap dezer Potatoes maken, is niet in gebruik inPensylvanie80.
Papier.
De HeerKockheeft enen Papiermolen op een klein beekje, daar allerlei grof papier gemaakt wordt. Zy wordt ’s jaars voor vyftig pond st.Pensylvanischgeld verpagt.
Schaarschheid van Appelen.
Dit jaar, wierd my verteld, waren de Appelen schaarscher dan[82]naar gewoonte, het welk door de aanhoudende droogte in de maand van Mai veroorzaakt was, die de bloeisems had doen verwelken. De hitte was zo sterk geweest dat zy de planten en het gras op het veld verbrand had.
HetPolytrichum commune, een soort van mos, wast overvloedig in lage en vogtige Weilanden tusschen de bosschen, en bedekt ze op vele plaatsen, gelyk ons mos inZwedendoet. Ook was het gemeen op de hoogtens.
Landbouw.
De Landbouw was hieromstreeks in enen slegten toestand. Wanneer iemant een stuk lands koopt, het geen misschien noit is bebouwd geweest, hakt hy een gedeelte van het hout omver, haalt de wortels uit den grond, beploegt dien, zait ’er koorn in, en heeft de eerste reis enen overvloedigen oogst. Dog dat zelve land verscheiden jaren agter een bebouwd wordende, moet het noodzakelyk zyne vrugtbaarheid verliezen. Men laat het dan braak leggen, en ontgint een ander stuk. Op deze wys gaat men voort tot dat men zyne geheele bezitting in koornlanden veranderd heeft, en put dus den grond uit. Dan komt men weer tot het eerste stuk lands, dat zig nu volkomen verhaald heeft, bebouwt het zo lang het iets geven wil, en gaat daarna weder aan een ander.
Gebrek aan Mist.
Het is hier onmogelyk veel mist te winnen, om dat men gewoon is het vee, zomer en winter, dag en nagt, altyd in ’t veld te laten. Maar wanneer het land enige jaren braak legt groeit ’er velerhande onkruid op, en dit zet ’er zig zo vast op, dat ’er een geruime tyd vereischt wordt om het uitteroeyen. Dit is ook de reden dat ’er altyd zo veel onkruids tusschen het koorn staat. De grote vrugtbaarheid van den grond, die by de aankomst derEuropeanennoit bebouwd geweest was, deed hen den Landbouw op deze wys veronagtzamen, waarin velen nog blyven voortgaan. Maar dezen bedenken niet, dat als de grond geheel en al uitgeput is, ’er een lange tyd en veel arbeids nodig is om dien weder in staat te brengen; vooral in deze gewesten, die alle zomers door de hitte zo worden uitgedroogd. De grond der koornlanden bestond uit ene dunne laag van tuinaarde, zeer vermengd met een soort van steenkleurige klei, en vele deeltjes van gebroken glinsterende aarde. Deze laatste kwam van de stenen, die men hier overal op de diepte van een voet vindt. Deze stukjes deden den grond glinsteren, als ’er de zon op scheen.
Glinsterende steen.
Byna alle de huizen hier omtrent waren van dien steen of van gebakken’ steen, dog de eerste was gemeender. InGermantown, dat tweeEng.mylen lang is, zag men geen ander muurwerk dan van dien steen. Maar daar zyn ’er verscheiden soorten van. Somtyds bestond hy uit enen zwarten of gryzen glimmer, lopenden met golvende[83]aderen, die hier en daar tusschen de kromtens met enen gryzen, lossen en fynen kalksteen opgevuld waren, welke ligt kon aan stukken gewreven worden. Sommige doorschynende deeltjes van Quarts waren ’er door verspreid. Dog het glinsterzand maakte het grootste deel van dien steen uit. Hy was vry gemakkelyk te bewerken, en kon met yzeren gereedschap in allerlei gedaantens gehouwen worden. Maar somtyds bestond hy uit enen zwarten glimmer met fyne korrels, enen witten fynen zandsteen, en enige Quartskorrels, zo dat de verscheidene delen wel door malkander gemengd waren. Somtyds vertoonden zig ook brede strepen van den witten kalksteen, zonder enig vermengsel van glimmer, dog meest waren zy sterk vermengd, en van ene gryze kleur. Eindelyk vindt men ’er op enige plaatsen die uit geheel fyne en zwarte glimmerstukken en enen grauwen, lossen en zeer fynen kalksteen t’zamengesteld zyn. Dezen waren ook gemakkelyk te bewerken.
Deze verscheidenheden van stenen vindt men gemeenlyk by malkander. Men trof ze byna overal aan als men een weinig diep groef, dog niet in gelyke menigte en van gelyke deugd. Ook waren ze niet allen even ligt uit den grond te krygen. Als iemant dan een huis wilde bouwen, vorschte hy eerst naar waar hy den besten steen kon vinden. Men vindt dien zo wel op de akkers als op onbebouwde velden, op ene diepte van twee tot zes voeten. De stukken zyn meer of min groot. Sommigen hielden van agt tot tien voeten in de langte, twee in de breedte, en enen in de dikte. Anderen waren veel groter, dog ook enigen kleinder. Zy lagen hier by beddingen op malkander, van omtrent een voet elk bed in de dikte. De langte en breedte waren verschillend, dog gemeenlyk zo als ik gezegd heb. Men moest meest drie of vier voet diep zyn eer men de eerste laag vond. De losse grond boven de lagen is vol van kleine stukjes van dezen steen. Deze grond is de steenkleurige aarde, die hier algemeen is, en uit zand en klei bestaat, schoon ’er het zand de overhand heeft. De losse stukken glimmer, die zo sterk in het zand glinsteren, schynen van den steen onder den grond afgebroken te zyn.
Gebruik daarvan.
Men moet aanmerken, dat als men dezen steen tot metselen gebruikt men de platte zyde naar buiten keert. Maar de stenen zyn dikwyls ongelyk aan alle kanten, en dan maakt men ze gelyk, dat ligt te doen is. Dog evenwel blyven ze ongelyk in dikte, en kunnen zo net niet op een gevoegd worden als gebakken’ stenen. Ook breken ’er wel stukken af als men ze bewerkt, en laten openingen in het buitenste van den muur. Men vult die met kleine stukken steens en kalk, en overpleistert ze, zo dat het niet kan gezien worden, ten minsten niet op enigen afstand. Eindelyk, smeren zy op de buitenkanten[84]der muren kruisgewys lopende strepen van kalk, zo dat men zeggen zoude dat de muren uit even groten stenen bestonden, en dat die witte strepen de voegen der stenen waren. Het binnenste van de muren wordt glad gemaakt en gewit. Men heeft niet gemerkt dat dit soort van steen het vogt uit de lugt aantrekt. InPhiladelphiaen daaromstreeks zyn vele huizen op die wys gebouwd.
De Huizen zyn gemeenlyk op deEngelschewys gemetseld.
Dassen.
Een der Zwarten van den HeerKockvertoonde my een vel van enen Das,81dien hy gedood had, en ik zag ’er uit dat deAmerikaanscheDas de zelve met denZweedschenis. Men noemt hem hierAardvarken.82
DeSkulkill.
Tegens den avond keerde ik naarPhiladelphiaterug. Den 12. October gingen wy ’s morgens naar deSkulkill, ten dele om zaden en planten te verzamelen, en ten dele om allerlei soorten van waarnemingen te doen. DeSkulkillis een smalle stroom, die omtrent vierEng.mylen ten zuiden vanPhiladelphiain deDellawarevalt. Maar hoe smal hy ook is, loopt hy wel twee honderdEng.mylen ver, en ontspringt op de westzyde van deBlauwe bergen. Het is een groot nadeel voor dit Land dat ’er verscheiden Watervallen in deze Rivier zo digt byPhiladelphiazyn, waardoor zy onbevaarbaar is. Ik ontwierp dezen dag enige beschryvingen van zulke kruiden daar het vee naar zoekt, en van zulken die het laat staan.
Mollen.
Men ontdekte op de velden hier en daar kleine onderaardsche gangen, lopende met allerlei bogten. De opening was groot genoeg voor een Mol. De aarde, die, als het ware, een verwulf ’er boven, en als een kleinen wal maakte, was omtrent twee duimen hoog, ene goede hand breed, en omtrent enen duim dik. Ik zag dikwyls deze onderaardsche gangen op de onbebouwde landen, die zig door de opgeworpen aarde ontdekten, en inzakten als men ’er optrapte, het welk het wandelen lastig maakte.
Deze gangen worden door een soort van Mol83gemaakt, dien ik in een ander werk nader beschryven zal. Zy azen op wortelen. Het diertje heeft groter kragt dan anders vele dieren, naar evenredigheid van hunne grootte, bezitten. Waar het dagt te graven hield het altyd de poten buitenwaards, gelyk men de riemen in een schuit houdt. Ik leide het myn neusdoek voor, om te zien wat het ’er mede doen zou, en ik vond dat het dien in den tyd van ene minuut vol gaten had gemaakt. Ik was genoodzaakt enige boeken op het deksel van de doos te leggen, waarin het diertje zat, of anders lag ’er dat[85]ten eersten af. Het was zeer kwaadaardig, en beet gaten in alles wat het in den weg lag. Ik hield het enen stalen pennekoker voor, waarin het in ’t eerst zeer vinnig beet, maar de hardheid daarvan gevoeld hebbende wilde het nog daar nog ergens anders meer in byten. Deze Mollen maken gene hopen, gelyk deEuropischen, maar alleen zulke gangen, als ik beschreven heb.
Talkboom.
Hier wast ene plant, van welker bessen men een soort van wasch of talk maakt, waarom ze deZwedenTalkstruiknoemen. DeEngelschengeven ze den naam vanCandleberrytreeofBayberry-bush, en de RidderLinnæusheet zeMyrica cerifera. Zy groeit overvloedig in ene droge aarde, en schynt byzonderlyk in de nabuurschap der zee wel te tieren, want diep in het land heb ik ze niet gevonden. De bessen groeyen in overvloed op den vrouwelyken struik, en zien ’er uit als of ’er meel opgestroid was. Men verzamelt ze laat in den herfst, wanneer ze ryp zyn, smyt ze in een pot kokend water, zo dat haar smeer smelt, en boven op het water begint te dryven, het welk men dan met een schuimspaan ’er afneemt, en in een anderen ketel doet, zo lang tot dat ’er geen talk meer op het water dryft. Zo dra de talk styf is ziet hy ’er uit als gemene talk of als wasch, maar heeft ene morssige groene kleur.
Kaarssen daarvan gemaakt.
Om deze reden wordt hy nog eens gesmolten en gezuiverd, zo dat hy ene schone doorschynende groene kleur krygt. Deze talk is duurder dan de gemene talk, maar beter koop dan wasch. TePhiladelphiagaf men ene schelling voor het pond, daar de gemene talk maar ene halve, dog wasch twee schellingen kost. Van dezen talk maakt men hier te lande op vele plaatsen kaarssen, waar men egter wat gemenen talk onder doet. Dit soort van kaarssen breekt niet ligt en smelt zo niet in den zomer als de anderen, brandt byna beter en langer, en geeft zulk enen damp niet, maar zy laten veel eer enen aangenamen reuk na wanneer zy worden uitgedaan.
Een oudeZweedvan een en negentig jaar verhaalde my dat zyne Landslieden voorheen dit soort van kaarssen plegten te gebruiken. Tegenwoordig gebruikt men dezen talk zo veel niet, indien men beestevet krygen kan, om dat het zo veel moeite kost de bessen te verzamelen. Dog de arme menschen, die in oorden wonen waar deze bessen veel wassen, en niet veel vee hebben om te slagten, gebruiken dezen talk voor kaarssen. Ook maakt men van het vet van deze plant ene zeep, die aangenaam ruikt, en zeer goed is om den baard te scheren. Nog maken ’er de Heelmeesters pleisters van. Een Koopman vanPhiladelphiazond eens ene menigte van deze kaarssen naar de Roomschgezinde[86]Landen inAmerika, denkende ene goede winst ’er op te hebben; dog de Geestelyken wilden ze niet nemen. Een oudeZweedzeide dat deWildenvoorheen den wortel van deze plant gebruikten tegens de tandpyn, en dat hy zelf, den wortel, in stukken gesneden, rond om den tand gelegd hebbende, veel baat by dit middel gevonden had. Een andereZweedverhaalde dat de schil van den wortel hem geholpen had. InKarolinamaakt men van dezen talk niet alleen kaarssen maar ook zegellak.
Penny Royal.
Penny Royalis deEngelschenaam van een gewas, dat enen zonderlingen sterken reuk heeft, en in overvloed op droge plaatsen groeit. De Kruidkenners noemen hetMelissa pulegioides84ofCunila pulegioides. Men houdt het zeer gezond om als thee gedronken te worden in verkoudheden, als bevorderende de doorwaasseming. Ook wil men dat deze plant op enige plaats des lichaams, waar men pyn gevoelt, gelegd, dezelve verdryft.
Koopwaren vanNieuw Engeland.
DeWarendie men gewoon is uitNieuw EngelandnaarLondente zenden zyn de volgenden. Allerlei Visch byTerre Neuve, andersNewfoundland, of elders gevangen; Traanolie, van verscheiden’ soorten, Walvischbaarden, Teer, Pek, Masten, nieuwe Schepen, enige Pelteryen, en somtyds enig hout. DeEngelscheEilanden inAmerika, alsJamaik, en deBarbados, trekken uitNieuw Engeland, Visch, Vleesch, Boter, Kaas, Talk, Paarden, Vee, allerlei Houtwerk, als kuipen, emmers, tobben en diergelyken; en zenden terugRum, Suiker, Syroop, en andere voortbrengsels, of ook wel baar geld. Het meeste hiervan, byzonderlyk van ’t geld, gaat verder naarLonden, om de goederen te betalen die men van daar ontvangen heeft.
Elzen.
De Elzen wiessen hier in overvloed op natte en lage plaatsen, en zelfs somtyds nog al op vry hoge gronden, dog kwamen noit tot de hoogte derEuropischeElzen, en stonden gemeenlyk als struiken van een of twee vadem langte. De HeerBartramen anderen, die veel in deze gewesten gereisd hadden, verhaalden my, dat hoe meer men naar het zuiden trekt de Elzen zo veel te kleinder worden, dog dat zy meer noordelyk hooger en dikker waren. Ik vond zelf naderhand dat de Elzen inKanadadie vanZwedenniet veel weken. Men gebruikt ’er den bast van om rood en bruin te verwen. EenAmerikaansche Zweedvertelde my, dat hy zig eens in het been tot op het gebeente toe gehouwen hebbende, zo dat de wonde zeer gevaarlyk was, hy zig daarvan genezen had door de kwetsuur met water te wassen, waarin hy den elzebast had laten koken.
Nagtschaduw.
DePhytocalla decandra85wordtPokeby deEngelschengenoemd.[87]Als men het sap der bessen op papier of iets diergelyks laat springen, wordt het een hoog purper, zo schoon als men ergens in de wereld die kleur kan maken; en het is jammer dat men nog geen middel weet om te beletten dat deze verw op linnen of wol ten eersten verschiet. De HeerBartramhad eens zynen voet tegens enen steen gestoten zo dat hy ’er zeer pynlyk van was, en had ’er een blad van deze plant opgelegd met dit gevolg dat hy zeer spoedig genezen was. De bessen worden om dezen tyd door de vogels gegeten. DeEngelschenenZwedeneten de bladeren in ’t voorjaar; als zy eerst uitkomen en nog malsch zyn, klaargemaakt, gelyk wy de Kool of de Spinaad doen. Somtyds bereiden zy ze als wy de Kool, wanneer de stelen al wat langer zyn geworden, en nemen alleen maar de topjes, die malsch en niet stokkig zyn. Maar als men ze als Spinaad wil gebruiken moet men zorgvuldig zyn, dewyl als men de plant eet na dat de bladen al wreed geworden zyn, men ligt zyn laatsten maaltyd doen kan, want dan heeft de plant ene geweldig buikopenende kragt. Ik heb menschen gekend die dit byna den dood gedaan had. Maar de bessen worden in den herfst zonder nadeel van de kinderen gegeten.
Verwen.
Linnen en wollen goed wordt met den bast van deHikorygeel geverwd. Het zelve geschiedt met dien van den zwarten Eik.86De bloemen en bladen van deImpatiens noli tangere87verwen ook alle wollen stoffen schoon geel.
Collinsonia.
DeCollinsonia Canadensiswordt in kreupelbosschen op goede gronden overvloedig gevonden. De HeerBartram, die het Land zeer wel kende, hield zig verzekerd datPensylvanieen alle de plaatsen vanAmerika, die onder de zelve lugtstreek leggen, het ware en regte land voor deze plant is. Verder naar het zuiden vond hy, nog de HerenClaytonenMitchel, ze noit, schoon die laatsten zeer nauwkeurige waarnemingen inVirginieen een gedeelte vanMarylandgedaan hebben. En uit eigene ondervinding wist hy dat zy in de noordelyke gedeeltens niet wast. Ik heb ze noit noordelyker dan op 43.gr.15.min. N.gevonden. De tyd van ’t jaar dat zy inPensylvanieopkomt is zo laat, dat haar zaad maar juist den tyd heeft van ryp te worden, en dus schynt zy verder noordwaards onmogelyk te kunnen slagen. De HeerBartramwas de eerste die dit gewas ontdekte. Hy zond het naarEuropa. De HeerJussieu, gedurende zyn verblyf teLonden, en naderhand de HeerLinnæus, noemden hetCollinsonia, naar den beroemdenPeter Collinson, eenLondenschKoopman, en Lid van de Koninglyke Maatschappy[88]inEngelandenZweden. Hy verdiende de eer wel, dat ’er ene plant naar hem genoemd werd, want ’er zyn weinig menschen die de Natuurlyke Historie en alle nuttige Wetenschappen met zulk enen yver getragt hebben te bevorderen, of die zo veel gedaan hebben als hy om allerhande soorten van planten te verzamelen, aantekweken, en te doen kennen. DeCollinsoniaheeft enen byzonderen reuk, die aangenaam, dog zeer sterk is. Ik had ’er altyd zware hoofdpyn van als ik voorby ene plaats ging daar zy menigvuldig was, vooral als zy in bloem stond. De HeerBartramkende ene betere hoedanigheid dan deze in dit gewas, namelyk van een uitmuntend middel te zyn tegens allerlei pyn in de leden en verkoudheden, door de leden met de plant te wryven. En de HeerKoenraad Weiser, een Tolk van de taal derWilden, had hem ene nog wonderbaarder genezing verhaald. Hy was eens onder een troep vanAmerikanen, waarvan ’er een door ene Ratelslang gebeten was, en door deWildenreeds opgegeven werd. Dog hy beproefde deCollinsoniate koken en den gewonden te drinken te geven, het welk hem behield. Wat meer noordelyk en inNew Yorkwordt deze plantPaardekruid88geheten, om dat de paarden ze in de lente eten, voor dat ’er nog andere kruiden opgekomen zyn.
Toeneming van het land.
Ik vroeg den HeerFranklinen anderen, die het Land wel kenden, of zy ’er enige tekens ontmoet hadden waaruit men opmaken kon, dat voorheen sommige plaatsen, die nu land waren, onder water gestaan hebben, en ik kreeg het volgende antwoord.
Wanneer men van hier zuidwaards reist komt men op ene plaats waar de grote weg zeer diep tusschen twee bergen doorgaat. Aan beide de zyden ziet men niets als oester- en mosselschelpen, in ene oneindige menigte boven malkander leggende, schoon het vele mylen van de zee af is.
Wanneer men in de Stad om putten te maken of om huizen te bouwen graaft, vindt men de aarde in verscheiden’ beddingen boven malkander leggen. Op ene diepte van viertien voet of meer ontmoet men klootronde stenen, die van buiten zo glad zyn als die welken aan zee op het strand leggen, en daar zo glad worden door het schuren der baren. Als men verders door gegraven en op de diepte van agttien of meer voeten gekomen is, ontdekt men op sommige plaatsen modder, diergelyken als de zee op ’t strand smyt, en als gemeenlyk op den bodem der zee en der rivieren legt. En deze modder is vol van takken, bladeren, riet, houtskolen, en andere dingen.
Somtyds is het gebeurd dat de huizen zeer schielyk aan ene zyde begonnen[89]te zakken, zo dat men genoodzaakt was ze aftebreken. Dieper gravende, om enen vasten grond te vinden, kwam men op dat zelve soort van modder vol van hout, wortels en diergelyken.
Zyn nu deze redenen niet gewigtig genoeg om te doen besluiten, dat die plaatsen inPhiladelphia, die nu viertien en meer voeten onder den grond zyn, voorheen de bodem der zee waren, en dat by verscheiden toevallen, zand, aarde en andere dingen daar op geraakt zyn? Of dat deDellawarevoor dezen breder was dan thans, of haren loop veranderd heeft? Dit laatste doet zy nog tegenwoordig dikwyls, daarzy den oever aan den enen kantafkabbelten aan den anderen vergroot. EnZwedenenEngelschenwezen my verscheiden plaatsen waar dit geschied was.
Bloeyende planten.
Den 18. October kon ik niet boven tien soorten van planten vinden, die nog in bloeisem stonden. Dezen waren deGentiana, twee soorten vanAsters, deSolidago Virga aurea, een soort vanHieracium, deOxalis corniculata, deDigitalis purpurea, deHamamelis Virginiana, hetAchillea Millefolium, en hetLeontodon Taraxacum. Alle andere planten hadden hare bloemen al laten vallen. Verscheiden bomen, vooral die vroeg in de lente bloeyen, hadden reeds zo dikke knoppen gezet, dat men ze openende alle de delen der bevrugtiging, als de kelk, de bloembladen, de helmstyltjes, en ’t stampertje,89onderkennen kon. Dus was het gemakkelyk het geslagt te bepalen waartoe deze bomen behoorden. Zodanige waren de Rode Ahorn90en de Zomer Laurier91en anderen. Dus bereidde zig de natuur, met den aanvang van het aangename weder in het aanstaande jaar, wederom bloemen voorttebrengen. De knoppen waren tegenwoordig geheel hard, en alle derzelver delen op een gepakt, om voor de koude beveiligd te wezen.
Walnoten.
De zwarte Walnootboom had zyne meeste bladeren al laten vallen, en velen waren al geheel kaal. De Walnoten zelven waren ook afgevallen, en hare groene schil verwde de handen zwart als men ze behandelde, zo dat men lang werk had eer ze weer schoon waren.
Cornus florida.
DeCornus floridawerd by deEngelschenDogwoodgenaamd, en was overvloedig in de bosschen. Hy maakt ene schone vertoning wanneer hy in de lente vol witte bloemen staat. Het hout is zeer hard, en men maakt ’er weverspoelen, en ander schrynwerk van. Wanneer het gebeurt, dat het vee in de lente uit zwakheid neer valt, binden de Boeren het een stuk van dezen boom om den hals, zig verbeeldende dat dit helpen zal.
DeTulpeboomstaat hier overal in de bosschen. De kruidkundigen[90]noemen hemLiriodendron Tulipifera, om dat zyne bloemen en in grootte en in gedaante en zelfs enigsins in kleur naar den Tulp gelyken. DeZwedennoemden hem denKanoboom,92om dat men ’er veel kanoos van maakt. DeEngelscheninPensylvanieheten hemPoplar. Men houdt hem voor den grootsten en zwaarsten boom vanNoord Amerika. Evenwel wyken hem daar de Witte Eik en de Den weinig. Hy strydt met de zwaarsten van deEuropischebomen om den voorrang. Het is zeer aangenaam tegen ’t einde van Mai enen der zwaarste bomen geheel en al veertien dagen lang met bloemen bedekt te zien, die zo groot zyn als Tulpen, en ’er de gedaante en kleur ook meer of min van hebben. De bladen hebben ook iets byzonders, waarom deEngelschenden boom hetOude wyvehembdnoemen, om dat zy ’er in hunne verbeelding enige gelykenis tusschen menen te bespeuren.
Men gebruikt het hout van dezen boom voor kanoos, delen, planken, blokken, schotels, borden, lepels, deurposten, en schrynwerk. Ik heb ene vry grote koornschuur gezien, welken geheel en al van enen enkelden boom, tot delen gezaagd, gemaakt was. Sommige schrynwerkers houden dezen boom beter dan den Eik, om dat die ligt buigt, dat de eerste noit doet en zig gemakkelyk laat bewerken. Dog anderen agten hem weinig. Het is zeker dat dit hout in het weder zo zeer krimpt, dat ’er grote reten in de planken komen, en in nat weder zwelt hy zo dat hy byna barsten moet, en nauwlyks is hier een hout bekend dat zo sterk krimpt en zwelt. Maar de schrynwerkers, die ’er veel in werken, zeggen dat ’er twee soorten van zyn; dog dit zyn eigenlyk maar twee Verscheidenheden, waarvan de ene met den tyd van binnen geel wordt, en de andere wit is. De eerste zegt men een losser hout te hebben. De bast laat zig, gelyk Marieglas, in dunne blaadtjes splyten, die veel naarbastgelyken. Men wil dat de bladeren gekneusd en tegens het voorhoofd gelegd goed zyn tegens hoofdpyn. Men geeft ook de schillen van den bast tot poeder gestampt den paarden droog tegens de wormen in. Sommigen beweren dat de wortelen even zo goed tegens de koorts zyn als deKina. De boom wast in alle soorten van gronden, maar al te grote nattigheid is hem niet goed.
Beverboom.
DeBeverboom, byLinnæusMagnolia glauca, zo door deEngelschengeheten om dat de Bevers de schors van dezen boom gaarn eten, wordt gevonden op verscheiden plaatsen vanPensylvanieenNew Jersey, in enen schralen moerassigen grond, of in natte weilanden. EnigeZwedengeven hem ook enen anderen naam, en sommigeEngelschenheten hem wel ookSwamp SassafrasenWitte Laurier. Deze bomen[91]laten hun loof vroeg in denherfstvallen, uitgenomen enige jonge bomen, die het den gantschen winter blyven behouden. Ik heb ze zelden ten noorden vanPensylvaniegevonden, waar ze op ’t laatst van Mai beginnen te bloeyen. De reuk der bloeisems is uitmuntend, en doet zig met enen gunstigen wind byna eneEng.myl ver ruiken. De gantsche lugt wordt ’er van vervuld. Men kan niet beschryven hoe aangenaam het op dien tyd, vooral tegen den avond, in de bosschen is te reizen. De bloemen blyven drie weken op den boom, en zelfs meer naar dat de grond is, en al dien tyd verspreiden zy dien aangenamen geur. De bessen zien ’er ook zeer smakelyk uit als ze ryp zyn. Zy hebben een schoon rood, en hangen aan trossen met dunne steeltjes. De deugden van dit middel worden zeer verheven, en men pryst het in teringen aan. De bast op brandewyn gezet, of in andere vogten gekookt, wordt gezegd niet alleen borstkwalen, maar ook allerhande inwendige pynen en steektens te genezen; ook zou hy den buikloop stoppen. In verkoudheden gebruikt men de takken van den Beverboom in water gekookt. Volgens de vertelling van enenZweed, was een van zyne kennissen, een oud man, die een open gat in zyn been had, dat hy te vergeefs door andere middelen getragt had te genezen, door enenAmerikaanop deze wys geholpen. Hy brandde wat van dit hout tot kolen, stampte dit tot poeder, mengde dat met varsch spek, en streek ’er de gaten verscheiden’ malen mede. Dit droogde de gaten op, die van te voren altyd open geweest waren, en de man had sedert altyd gezonde benen. Men gebruikt dit hout ook tot schrynwerk.
Dieren die mak gemaakt kunnen worden.
Omtrent de Dieren, welken men in de bosschen vanNoord Amerikavindt, heeft men bevonden dat de volgenden tamelyk mak gemaakt kunnen worden, zo dat zy weinig van de Huisdieren verschillen.
Wilde Stieren.
De wildeStierenenKoeyenworden inKarolinaen andere plaatsen, die zuidelyker danPensylvanieleggen, gevonden. De Kalveren van deze beesten onder het makke vee opgebragt waren volkomen tam, maar egter dartel, zo dat ’er gene betuiningen digt genoeg voor hun waren als zy ’er door wilden; want zy waren zo sterk van nek dat zy de palen met hunne hoorns omversmeten; en zodra zy enen doorgang gemaakt hadden volgde al het ander vee. Zy teelden met het tamme vee voort, en ’er kwam als ware het een nieuw soort van.93
Reën.
DeAmerikaansche Reënlieten zig ook mak maken, gelyk ik ’er velen gezien heb. Een Landman inNew Jerseyhad ’er ene, die hy jong zynde gevangen had, en welke nu zo mak was dat zy by dag in ’t bosch ging weiden en ’s avonds t’huis kwam, dikwyls ene wilde Ree mede brengende, en haren Heer gelegenheid gevende die te schieten. Vele[92]lieden houden jonge makke Reën, en gebruiken ze om andere Reën te vangen, of om de wilden, vooral in den bronstyd, met zig naar huis te brengen.
Bevers.
DeBeverszyn dikwyls zo tam geworden dat zy op de vischvangst gingen, en den visch dien zy gevangen hadden den menschen bragten. Dit gebeurt dikwyls metOtters, waarvan ik ’er gezien heb die hunne Meesters naliepen als honden. Als de Meester in ene schuit ging, sprong de Otter in ’t water, en kwam dikwyls kort daarna met enen visch in den bek boven. DeOpossumkan ook zo tam gemaakt worden, dat hy de menschen als een hond naloopt.
DeRakkoon.
DeRakkoon, dien deZwedenSjuppnoemen, kan men met den tyd zo mak maken, dat hy als een Huisdier langs de straat loopt, maar het is onmogelyk van hem zyn stelen te ontleren. ’s Nagts kruipt hy in de hoenderhokken en byt ’er alles dood. Suiker en andere zoetigheden moet men zorgvuldig voor hem verbergen, en de kasten en dozen wel sluiten, of hy sluipt ’er in, en snoept alles op. Dit maakt dat de Vrouwen alle dagen klagten tegens hem te doen hebben, en om deze reden willen vele menschen dit gedierte niet hebben.
Eekhoorns.
De kinderen maken de grauwe en devliegende Eekhoornszo mak, dat zy hun op de schouders springen, en hen overal volgen.
Kalkoenen.
In de bosschen vindt men ook wildeKalkoenen, die van de makken maar daarin verschillen dat ze groter zyn, en een roodagtiger, dog ook lekkerder vleesch hebben. Als men de eyeren dezer wilde Kalkoenen onder een makke hen laat uitbroeyen, worden de kiekens ook mak, schoon het wel eens gebeurt dat zy groot wordende wegvliegen, waarom men hun de vleugels als ze klein zyn knakt. Maar de makgemaakte kalkoenen zyn gemeenlyk kwaadaardiger dan de tammen. De Inlanders maken hun werk van ze te temmen en by hunne hutten te houden.
Ganzen.
WildeGanzenweet men ook mak te maken. Wanneer zy eerst in ’t voorjaar overkomen, en zig een wyl ophouden, want zy broeijen niet inPensylvanie, schiet men ze in de vleugels, als het gelukken wil. Dan roeit men ’er naar toe en vangt ze. Men houdt ze vervolgens enigen tyd binnen. Op deze wys worden zy dikwyls zo mak, dat men ze daarna ’s morgens kan uitlaten, en zy ’s avonds wederkomen. Dog uit voorzorg kortwiekt men ze. Ik heb van dit soort van Ganzen gezien, die de Eigenaar zeide reeds twaalf jaren gehad te hebben. Dog, schoon hy ’er agt van had, had hy ze noit met de anderen zien paren, of eyeren leggen.
Veldhoenders. Duiven.
Men kan dePatryzen, die hier ook menigvuldig zyn, ook zo temmen dat zy met de kippen lopen, en komen om gevoerd te worden wanneer men ze roept. Ook heb ik wildeDuivengezien, die zo mak geworden waren, dat ze met de tammen uitvlogen en wederom kwamen. Sommige[93]winters is ’er ene schrikkelyke menigte van wilde Duiven inPensylvanie.
DeHommelvogel, of het Bloemzuigertje.
Van alle de zeldzame Vogels vanNoord Amerikais deze de merkwaardigste dien deEngelschenHumming bird94noemen. Verscheiden’ redenen doen my denken dat men op weinig plaatsen zyns gelyken vinden zal. DeZwedenen sommigeEngelschennoemen hem denKoningsvogel.95De HeerCatesbyheeft hem met zyne natuurlyke kleuren en in zyne volle grootte afgebeeld en beschreven.96Hy is niet groter dan een grote Hommel, en gevolglyk is hy een van de kleinste vogeltjes der wereld, zo ’er al een kleinder soort ergens te vinden is.97Zyne vederen zyn van de allerschoonste kleuren, de meesten groen, anderen grauw, enigen maken enen glinsterenden roden kring om den hals. De staart glimt, en verandert van groen in koperkleur. Deze vogeltjes komen hier in ’t voorjaar, tegens dat het begint warm te worden. Zy maken hun nest in den zomer, dog verhuizen tegens denherfstnaar de zuidelyker landen. Zy bestaan louter van de zoete sappen der bloemen, die zy met hunne lange bekjes opzuigen. Van alle de bloemen houden zy het meest van die welken diep zyn en enen langen hals98hebben, en ik heb opgemerkt dat zy het meest op deImpatiensen deMonarda met karmozyne bloemenvliegen. Men kan verzekerd zyn van den gehelen zomer velen van die moye vogeltjes voor zyn venster te hebben, als men ’er een bed met allerlei soorten van bloemen onderplant. Het is zeker een vermakelyk gezigt, deze kleine zeer levendige schepseltjes van de bloemen op en af, gelyk Byen te zien vliegen, en ’er den honing met hunne lange smalle bekjes uit te halen. De bloemen derMonardazitten rondom den steel by iederen knoop,99gelyk aan onze gemene Munte,100bastaard Hennip,101Leonurus, enLamium. Het is dan zeer vermakelyk hen hunne bekjes in elke bloem rondom den steel te zien steken. Zo dra zy het sap van de ene bloem[94]ophebben vlodderen zy naar de naaste. Iemant, die het noit gezien heeft, zou kwalyk kunnen geloven in hoe kort enen tyd zy hunne snepjes in alle de bloemen van ene plant gehad hebben; en als die diep zyn, schynt ’er het vogeltje met zyn halve lyf in te kruipen.
Zo lang zy bezig zyn te zuigen gaan zy noit op de bloem zitten, maar vlodderen altyd gelyk Byen, steken de pootjes agterwaards, en bewegen de vlerkjes zo gezwind, dat men ’er kwalyk een oog op houden kan. Gedurende dat vlodderen maken zy een gebrom gelyk als Byen.102Na dus ene wyl zonder rusten gevlogen te nebben, vliegen zy op enen nabystaanden boom of enen paal, om hunne kragten wat te herhalen. Dan gaan zy weer aan ’t brommen en ’t zuigen. Zy zyn niet zeer schuw. Ik ben nevens meer menschen op minder dan zes voeten by de plaats geweest daar ze vlogen, wy spraken t’zamen en bewogen ons, zonder dat wy ze stoorden. Maar als iemant op hen toeliep vlogen ze, als een pyl, weg. Wanneer het gebeurde dat ’er verscheidenen van hun op dezelve plaats neervielen, ontstond ’er een hevig gevegt als zy malkander op de bloemen aantroffen. Zy vlogen dan met zulke hevigheid tegen elkander aan, dat men denken zou, dat zy malkander met hunne spitse bekjes doorrygen moesten. Zy schenen onder ’t vegten in de lugt stil te staan, zig ophoudende door de onbegrypelyke rasheid waarmede zy hunne vleugels bewegen. Als de vensters open zyn vliegen zy dikwyls doormalkander in de kamers in, vegten een weinig, en vlodderen dan weer naar buiten. Somtyds komen zy op een verwelkte bloem, die geen sap meer heeft, en dan byten zy ze, als uit boosheid, af, en smyten ze op den grond, als ware het op dat zy naderhand ’er niet weder door bedrogen worden zullen. Wanneer ’er velen van deze vogeltjes in enen tuin zyn, plukken zy zo vele bloemen af dat ’er de grond van als bezaid legt; en men zoude zeggen dat zy dit uit nyd tegens malkanderen deden.
Gemeenlyk hoort men ze geen ander geluid maken dan het brommen hunner vleugeltjes; maar wanneer zy in de lugt malkander te keer gaan maken zy een geschirp gelyk een mos of een kieken. Zy zyn zo klein dat men ze ligtelyk voor grote hommels of kapellen aanzien zou. Hun vliegen gelykt naar dat van den hommel, en is ongelooflyk snel. Noit heeft men opgemerkt dat zy op vrugten of gekorven diertjes azen; de honing der bloemen schynt hun enig voedsel te zyn. Vele menschen hebben ze om hunne zonderlinge schoonheid gevangen en in koitjes gezet, maar zy stierven by gebrek van voedsel. Evenwel gelukte het den HeerBartram’er een paar van ene gehele week in ’t leven te houden, door ze water te geven waarin hy wat suiker had doen smelten, en ik[95]denk dat men ze op die wys wel enen gehelen winter over in ene broeikas zou kunnen houden.
Zy maken hunne nesten altyd midden op den tak van enen boom; en dezen zyn zo klein dat men ze van den grond niet zien kan, en dat men in den boom moet klimmen als men ze bekyken wil. Dus wordt het voor ene zeldzaamheid gehouden wanneer een nestje by toeval gevonden wordt, des te meer daar de bomen hier zo zwaar in ’t blad zyn. Het nest is ook een van de kleinsten die van vogels gemaakt worden. Ik heb ’er een dat geheel rond is, van binnen van een zagt bruin dons, dat op de bladen van het mannelyke Wolkruid103verzameld schynt te wezen, die dikwyls met een zagt dons bezet zyn. Die plant is hier menigvuldig. Het nestje wordt van buiten met een groenagtig grauw mos bedekt, diergelyk men op alle oude bomen ziet. Het heeft over ’t kruis nauwlyks enen halven duim boven aan, en onder enen halven. Men weet egter dat deHumming birdook uit vlas, hennip, mos, hair, en andere buigzame dingen zyn nest maakt. Men wil dat zy twee eyeren leggen, elk zo groot als ene erwt.
Ik besteedde den 25. October en den volgenden dag met alle myne verzamelde zaden in te pakken, dewyl ik gelegenheid had ze naarEngelandte zenden. Van daar gingen zy verder naarZweden.
Reis naarNewYork.
Den 27. in den ogtendstond ging ik op een klein togtje naarNew York, in gezelschap van den HeerKock, met inzigt om het Land te zien, en te vernemen welke de veiligste weg ware om naarKanadate gaan, door de wildernissen die men tusschen deEngelscheVolkplantingen en dat Landschap vindt.
De weg.
De weg dien wy langs reden was aan beide zyden vry wel bewoond doorEngelschen,Duitschersen andereEuropeanen. Wy zagen vlaktens en hoogtens van onderscheiden uitgestrektheid. Bergen en stenen zag ik nergens, enige keyen uitgenomen. By elke Landhoeve genoegzaam was een grote boomgaard van Perzik- en Appelbomen, waarvan sommigen nog vol vrugten zaten.
Heiningen.
De heiningen waren op vele plaatsen zo laag dat het vee ’er gemakkelyk overheen springen kon; om dit voortekomen dragen de varkens houten jukken, ene gewoonte die ik al aangemerkt heb over alle deEngelscheVolkplantingen algemeen te zyn. De paarden hadden aan den hals een stuk houts, waaronder een haak aan vast was, die in de heining bleef zitten als het paard zyne voorste voeten opligtte om ’er over te springen; dog ik twyffel of deze uitvinding wel goed is voor de paarden zelven. Hun wierd ook het overspringen belet door een stuk houts, waar van het ene eind aan enen der voorvoeten en het ander aan enen der agtervoeten[96]was vast gemaakt, waardoor zy gedwongen wierden, zeer langzaam te gaan en volstrekt verhinderd te springen. Het kwam my voor dat dit stuk houts de paarden aan velerlei gevaren bloot stelde.
Stenen bruggen.
Digt byNieuw Frankfortreden wy over ene kleine stenen brug, en wat verder, agt of negenEng.mylen vanPhiladelphia, over nog ene andere. Tot nog toe zyn ’er gene mylpalen in het Land opgeregt, en men rekent de afstanden by gissing. Wat later werden wy aan een Veer over enen stroom gezet, waar wy driepencevoor ieder mensch met zyn paard betaalden.
Mockingbird.
Op ene plaats daar wy pleisterden hadden de menschen enenMockingbirdin ene koi. Hy wordt hier voor den besten zanger uit de vogels gehouden. Zyne vederen zyn niet frai. In dit jaargetyde zingt hy niet. De HeerCatesbyheeft, in zyne natuurlyke Historie vanKarolina, dezen vogel ook naar het leven afgebeeld en beschreven.104Men zegt, dat hy zyn nest in ’t kreupelhout en de bomen maakt; dog daarin zo eigenzinnig is dat als iemant ’er by komt en de eijeren bekykt, hy het nest verlaat en noit weder komt. De Jongen vorderen veel oppassens. Als men ze der Moeder ontneemt en in ene koi zet, komt zy ze daar drie of vier malen ’s daags voeren; maar eindelyk geen kans ziende om ze ’er uit te krygen zo verlaat zy ze; en dan sterven de Jongen dikwyls, vermoedelyk om dat zy aan ’t voeder niet kunnen wennen dat hun de menschen geven. Maar het volk verbeeldt zig dat de Moeder ze, wanneer zy ze voor de laatste reis voert, weet te vergeven, om ze des te eer uit hunne slaverny en rampzaligheid te verlossen. Deze vogels blyven hier den gehelen zomer over, maar verhuizen tegens denherfstnaar het zuiden. Men noemt zeMockingbirdsofSpotvogels, om dat ze het geluid van byna alle de vogels weten na te doen. Hun eigen zang is uitmuntend, vol van veranderingen van toon, zo dat vele menschen ze voor de beste zangvogels der wereld houden. Zeker is het dat ’er weinigen zyn die tegen hun aan kunnen, en dit is het dat ze tamelyk duur maakt.
New Bristol.
Omtrent den middag kwamen wy teNew Bristol, een klein vlek inPensylvanie, op deDellaware, omtrent vyftienEng.mylen vanPhiladelphia. De meeste huizen zyn van steen en staan op hun zelven. De Inwoonders dryven enen kleinen handel, dog de meesten laten hunne waren vanPhiladelphiakomen. Aan de overzyde der Rivier, omtrentBurlington.vlak overNew Bristollegt de StadBurlington, waar de Gouverneur vanNew Jerseyzyn verblyf houdt.
Schrale grond.
Wy hadden nu Landhuizen aan beide zyden van den weg, en kwamen in ene laan aan weerszyden met palen afgezet, die tamelyk grote koornvelden[97]omgaven. Daarop volgde een bosch, en vierEng.mylen ver zagen wy niets dan hout en enen mageren bodem, waarop deLupinus perennisin overvloed wast. Ik was zeer verblyd ene plant zo wel op zo magere gronden te zien tieren, en begon zelfs te overleggen of men deze ontdekking niet ten nutte maken konde. Dog ik had naderhand het verdriet van te vinden dat het vee deze plant niet eten wil, schoon zy ’er zeer groen en frisch uitziet en malsch op het gevoel is. Misschien zal ’er een middel uittevinden zyn om ze het vee smakelyk te maken. Des avonds kwamen wy teTrenton, na dat wy aan een Veer deDellawarewaren overgezet.
Trenton.
Trenton is een lang smal vlek, wat van deDellawareaf, en leggende in ene zandige vlakte. Het behoort totNew Jersey, en wordt gerekend dertigEng.mylen vanPhiladelphiate leggen. Daar zyn twee kleine kerken, ene voor deBisschoppelykenen de andere voor dePresbyterianen. De huizen zyn gedeeltelyk van steen gebouwd, dog de meesten van hout, gemeenlyk twee verdiepingen hoog, hebbende enen kelder en ene keuken daar naast onder den grond. Zy staan tamelyk ver van malkander, aan den enen kant aan de straat en aan den anderen aan tuinen van verschillende grootte. In elken tuin is een put. De plaats wordt voor zeer gezond gehouden. Onze Waard vertelde ons dat twee en twintig jaren geleden, wanneer hy zig hier eerst nederzettede, ’er nauwlyks meer dan een huis was, maar sedert dien tyd isTrentonzo toegenomen, dat ’er nu omtrent honderd huizenzyn. De huizen zyn van binnen in verscheiden’ vertrekken door plankenbeschotten verdeeld. De Inwoonders dryven enen kleinen handel in waren die zy vanPhiladelphiakrygen; maar hun voornaamste voordeel komt van de menigte van reizigers die vanPhiladelphianaarNew Yorken terug gaan, want zy worden gemeenlyk metTrentonscheJagten vanPhiladelphiateTrenton, of van daar naarPhiladelphiagebragt. Maar vanTrentonverder naarNieuw Brunswykgaat men met wagens, die elken dag op die plaats ryden. Velen van de Ingezetenen bestaan ook van het overvoeren van goederen, die alle dagen in menigte of vanPhiladelphianaarNew York, of vanNew YorknaarPhiladelphiagezonden worden. TusschenPhiladelphiaenTrentongeschiedt dit te water, dog tusschenTrentonenNieuw Brunswykte land; het welk gemeenlyk door menschen vanTrentonverrigt wordt.