V8 September.—De trein met materieel is zoo even vertrokken, maar de militaire constructietrein staat nog onbewegelijk. Het is vijf uren in den morgen. Ik bibber van de koude en heb geen ander gezelschap dan een russisch ingenieur, die noch duitsch, noch fransch verstaat, want mijn reisgenoot tot hiertoe is ongesteld geworden en met den trein voor het materieel naar Merw teruggekeerd om van daar naar Europa te vertrekken. Zou het niet mogelijk zijn, in dit vroege morgenuur een kop thee te krijgen?Tchaï,tchaï? De ingenieur begrijpt mij, en wij gaan te zamen op weg naar eene kleine cantine voor de Turkmenen en de soldaten. Vier stevige palen aan de hoeken, boomtakken bij wijze van latwerk, wanden van leem, een dak van riet met aarde bedekt: ziedaar de cantine, die, zoo als ge bespeurt, niet zondigt door overmatige weelde. Van binnen een kleine houten tafel, twee banken, een soort van buffet met eenige flesschenwodka(brandewijn), tabak en de onmisbare samovar. Aanvankelijk moesten de russische officieren zich met zulke krotten tevreden stellen: zij hebben er niet tegen geprutteld en er zich nog minder door laten afschrikken. Op verschillende nog niet afgewerkte stations vindt men nog van die keten, half in den grond bedolven en door eene dikke laag aarde tegen de zonnehitte beschermd; er behoort geene geringe mate van moed toe om daar te leven, te midden van eene woestijn; maar dit is altijd toch nog beter dan, bij den noordenwind, onder den blooten hemel te slapen. Ik was althans zeer blijde, toen ik dit hol binnentrad, waartchaïte krijgen was, al struikelde ik half over twee Tekkés, die nog lagen te snorken, maar zich haastten om ruimte te maken.Na verloop van een uur, verkwikt en verwarmd door de heete thee, maakte ik mij gereed naar den trein terug te keeren, toen ik het fluiten hoorde eener lokomotief: dat was mijn trein, dievertrok. Maar in plaats van naar Merw terug te keeren, reed hij twee wersten verder in de richting van de Amoe-darja, daarmede bezit nemende van het stuk weg, dat den vorigen avond was afgewerkt, gedurende ons uitstapje naar de ruïnen. Ik moet tot mijne schande bekennen, dat ik naïef genoeg was om den trein na te loopen—natuurlijk te vergeefs. Indien er nog lieden mochten zijn, die niet aan het bestaan van den transkaspischen spoorweg gelooven, dan raad ik hun soortgelijke proef te nemen.Na een geforceerden marsch, waarbij ik gelukkig geen last had van de opkomende zon, kwam ik eindelijk aan de plek waar de trein stilstond. De arbeiders zijn aan het werk; de generaal is met zijne officieren te paard gestegen; overal heerscht dezelfde regelmatige en kalme drukte als bij den bouw van een fort, wanneer de vijand reeds in aantocht is. Ik heb reeds verhaald, hoe de arbeid is geregeld en verdeeld, en behoef dat dus niet te herhalen; laat ons liever enkele wagens bezichtigen.In het kabinet van den generaal ontvangt zijn partikuliere secretaris de telegrammen uit Petersburg en stelt de antwoorden op, die door den generaal in der haast worden gedicteerd; kozakken, met de lange tsjerkesse gekleed, komen en gaan onophoudelijk: dat zijn de ordonnansen van Zijne Excellencie. Onder deze flinke manschappen, naar de circassische mode gekleed, bevindt zich een Kirghizen-sultan, een geboren vorst, dien ge u wachten moet voor een gewoon oppasser te houden. Hij heet Araslanof, is geboortig van Orenburg en heeft den rang van adjudant. Zijne geschiedenis is merkwaardig genoeg. Na aan het hoofd te hebben gestaan van een opstand zijner stamgenooten, bood hij den Tsaar zijne onderwerping aan. Tot russisch officier benoemd, deserteerde hij en trad in dienst bij den khan van Khiwa, die hem tot minister van oorlog benoemde. Dank zij zijne maatregelen en beschikkingen, kon Khiwa gedurende zekeren tijd aan de Russen weerstand bieden. Toen hij eindelijk zag, dat het spel verloren was, aarzelde onze vriend niet langer: hij begaf zich naar de russische voorposten en leverde zich zelven over. “Ik weet wel, zeide hij, dat ik den kogel verdiend heb; maar als gij verstandig zijt, zult gij mij niet doodschieten, doch liever van mijn raad en hulp gebruik maken.”—Inderdaad verschafte hij aan de russische officieren alle inlichtingen omtrent de sterkte van den vijand en de meest geschikte punten voor den aanval; in ruil voor dit verraad kreeg hij vergiffenis en werd in zijn vroegeren rang hersteld. Het voorval is typisch: beter dan een lang vertoog teekent het de aziatische zeden. Maar dat de russische militairen zulke officieren niet bijzonder hoog achten, is niet meer dan natuurlijk. Trouwens, zoo als ik zeide, zij voeren nooit het bevel over russische soldaten.De ambulance-waggon is ledig; de verblijven van de soldaten en de turkmeensche werklieden zijn ontruimd en aangeveegd (van tijd tot tijd worden zij uitgestoomd); de slaapsteden zijn bedekt met de groote grijze kapotjassen, die zoo goed tegen de koude beveiligen; de soldaten van de tweede, de namiddag-brigade slapen, of verrichten partikulier werk, of wel zitten in troepjes rondom reusachtige samovars. Zingen doen zij alleen des avonds, als de dagtaak is volbracht.De koks zijn bezig met het gereedmaken van het ontbijt in de keuken-waggons. Het is voorzeker iets zeer ongewoons, in een goederenwagen een grooten steenen oven te zien. Wij hebben reeds iets dergelijks in den trein van Oezoen-Ada kunnen opmerken. De oven wordt noch met hout, noch met steenkolen gestookt: men gebruikt daarvoor het bezinksel dat bij het distilleeren van petroleum overblijft en van Bakoe wordt aangevoerd. Voor het stoken van de lokomotieven wordt dezelfde brandstof gebruikt, zonder dat dit eenig gevaar oplevert. De ontvlambare vloeistof wordt, na eerst door heet water verwarmd te zijn, in aanraking gebracht met den heeten damp van kokend water: de brandbare deeltjes vatten vuur, en zoo ontstaat een vlam, die de gansche breedte van den oven of den haard beslaat.Deze wijze van verwarming met petroleum heeft het groote voordeel, dat men eenvoudig door het omdraaien van een kraantje het vuur onmiddellijk kan uitblusschen. Dit is van overwegend belang zoodra er gevaar ontstaat voor springen. Bovendien beveelt dit stelsel zich aan door goedkoopheid: vergeleken bij de kosten van verwarming door hout, worden op deze wijze per maand vijf-en-dertig roebels uitgewonnen voor de voeding van eene kompagnie van tweehonderd man. Voor de lokomotieven berekent men dat het gebruik van deze naphta zes maal goedkooper is dan dat van steenkolen. In dat opzicht profiteert de transkaspische spoorweg van de nabijheid van petroleum-bronnen, wier rijkdom, volgens sommige geologen, onutputtelijk is.De militaire constructietrein voert, als alle treinen op de transkaspische lijn, niet alleen zijn petroleum of naphta, maar ook zijn water mede in speciale wagens, hetzij van hout, hetzij van geslagen plaatijzer, die elk zeshonderd pond—ongeveer negenduizend liter—vloeistof kunnen bevatten.Ten slotte gaan wij een bezoek afleggen bij den adjudant van den generaal, den heer Milioutin, in den bureau-waggon. Men kan altijd iets leeren van de zeer beschaafde en ontwikkelde officieren van het russische leger: mocht gij soms lust gevoelen om een uitstapje te maken naar Bokhara, dan zal de heer Milioutin u weten te verhalen van den met het walgelijkste ongedierte gevulden kuil, waarin de emir weleer zijne vreemde bezoekers placht op te sluiten. Sedert Bokhara het russische protektoraat heeft moeten erkennen, is daarin verandering gekomen; maar toch, indien ge niet zeer op uw hoede zijt en de ontevredenheid of het wantrouwen van den emir opwekt, dan.... Hij zal u ook het vermakelijke verhaal doen van de lotgevallen van een engelschen dagblad-correspondent, een zekeren heer OʼDonovan, een dier onuitstaanbare lieden, dieoveral bij willen zijn en over alles willen babbelen. Deze kwant wilde volstrekt den veldtocht der Russen in Turkmenië mede maken: een aanval van typhus verhinderde hem aan de eerste expeditie van Ghéok-Tépé deel te nemen; Skobeleff, die niet van reporters hield, zond hem bij de tweede expeditie uit het leger; niettemin volhardde hij bij zijn voornemen om naar Merw te gaan, en werkelijk gelukte het hem, onder eene vermomming, het eerst tot deze bijna onbekende oase door te dringen; maar eenmaal te Merw, werd hij gevangen genomen, en ondanks zijne hoedanigheid van onderdaan van Koningin Victoria, in den kerker opgesloten, waaruit hij eindelijk door de Russen moest worden bevrijd.Eenige dagen geleden, had een fransch reiziger, de heer Bonvalot, in dezen zelfden waggon inlichtingen gevraagd omtrent de beste wijze om met zijne reisgenooten in Afghanistan door te dringen, waar hij eene of andere wetenschappelijke missie had te vervullen. Zoowel de generaal als de heer Milioutin trachtten hen van dit voornemen terug te brengen. Sedert had men niets meer van hen vernomen; de vergunning om over de grenzen te gaan was hun geweigerd, hetgeen ieder zeer begrijpelijk vond. Eene maand later ontmoette ik een engelsch officier, aan wien vergunning was verleend om langs den transkaspischen spoorweg en door Kaukasië naar zijn vaderland terug te keeren; hij deelde mij mede dat het verbod om de grenzen te overschrijden louter in het belang der reizigers was uitgevaardigd: in Afghanistan heerschen burgeroorlog en anarchie, en de vreemdelingen loopen zeer groot gevaar gevangen genomen en zelfs wel vermoord te worden. Wanneer zullen Europeanen te Herat, even als thans te Merw, in volkomen veiligheid kunnen rondwandelen?9–14 September.—Merw ligt achthonderd-twee-en-twintig kilometers van de Kaspische-zee; Baïram-Ali is de zevenhonderd-vijf-en-negentigste werst, en wij naderen de mijlpaal achthonderd-vijftien, waar eene kleine halte, Koerban-Kala, zal werden gemaakt. Wij hebben de grens van de oase bereikt; wij bevinden ons op nieuw in de zandwoestijn, afgewisseld door onbebouwd alluvium, dat zich tot de Amoe-darja uitstrekt. Over deze rivier zal eene brug worden gebouwd te Tsjardjoeï, eene stad van dertigduizend inwoners, die tot het khanaat van Bokhara behoort; de afstand van deze stad tot Oezoen-Ada bedraagt duizend-vijf wersten. Op den achtsten September 1886 moest de spoorweg dus nog over ruim tweehonderd wersten worden doorgetrokken om den alouden Oxus te bereiken; de bouw van dit vak, het moeilijkste van de geheele lijn, was reeds den dertigsten November daaraanvolgende voltooid, zoo dat men nu slechts eenige uren noodig heeft voor de reis door eene woestijn, welke vroeger drie of vier dagen vorderde, waarbij men dan nog de kans liep, half verblind te worden door de wolken van zand, die de sterke wind voor zich uitdrijft. Ik had eigenlijk mijn bezoek drie maanden moeten uitstellen. Om de reis voort te zetten, moeten wij nu nog te paard stijgen en voor nachtverblijf ons met eene tent tevreden stellen. Gelukkig is de weg althans afgebakend; zelfs zou men reeds, over eene lengte van honderd kilometers, met een rijtuig de baan kunnen volgen.Want, zoo als ik zeide, de inlandsche arbeidersploegen, die de aardwerken moeten uitvoeren, zijn den constructietrein zeer ver vooruit. De turkmeensche werklieden, die met hunne groote mutsen van schapenwol het steken van de zon kunnen trotseeren, hebben den ganschen zomer doorgewerkt. Ook treft men overal langs de baan ingenieurs en landmeters aan, die het opzicht houden over de werkzaamheden, het terrein bestudeeren en opnemen, en de richting van den weg bepalen; hunne kampementen zijn van vijf-en-twintig tot dertig kilometers van elkander verwijderd. Deze ijverige mannen, die zich ter wille hunner plichtsvervulling allerlei ontberingen getroosten en letterlijk buiten de beschaafde wereld leven, zullen u steeds met de grootste hartelijkheid en gastvrijheid ontvangen. Een hunner heeft zelfs zijne vrouw bij zich.En deze onvermoeide ingenieurs konden niet volstaan met het bestudeeren van slechts eene richting voor de te maken baan. De turkmeensche woestijn was nog ten vorigen jare zoo volkomen eeneterra incognita, dat men aan gene zijde van Merw zoo goed als op den tast te werk moest gaan. Behalve de richting van Tsjardjoeï, waarop ten slotte de keuze is gevallen, omdat in die richting aan den rechter oever van de Amoe-darja minder zand wordt aangetroffen en de spoorweg door het meest bevolkte gedeelte van Bokhara loopt; behalve deze richting heeft men ook nog het ontwerp opgemaakt voor eene andere lijn met eene afwijking van minstens driehonderd kilometers, die te Boerdalik, nabij de afghaansche grens, over de rivier zou gaan. Onder de leiding van den hoofdingenieur Danilof, zijn al de terreinsopnemingen en voorbereidende werkzaamheden tusschen Askhabad en Samarkand, over eene uitgestrektheid van negenhonderd-dertien wersten of negenhonderd-zeven-en-zeventig kilometers, in weinige maanden, van Mei tot December 1885, verricht; als men de mede bestudeerde afwijkingen en wijzigingen daarbij in rekening brengt, omvat de arbeid eene uitgestrektheid van meer dan dertienhonderd kilometers. Bedenkt men daarbij, wat het zegt te leven en te werken in eene woestijn waar zelfs geen water is te vinden, dan zal men moeten toegeven, dat hetgeen hier door de russische ingenieurs is verricht, zonder voorbeeld was.Negen stations scheiden Merw van de Amoe-darja; ik geef hier de lijst dier stations met vermelding van den afstand van Oezoen-Ada:Baïram-Ali795 wersten.Koerban-Kala815 id.Keltsji839 id.Ravina862 id.Oetsjadji887 id.Peski912 id.Repetek936 id.Esjek-Rabat959 wersten.Selim982 id.Met uitzondering van het eerste station, dat wij bezocht hebben en waar eene vrij waterrijke beek wordt aangetroffen, liggen al de andere midden in de woestijn; geen enkel inlandsch kamp of dorp, behalve dat van Selim, brengt eenige afwisseling in deze doodsche eenzaamheid; overal ontbreekt drinkwater, uitgenomen bij de stations Koerban-Kala, Oetsjadji, Repetek en Selim, waar men met veel moeite geslaagd is in het opsporen van wellen; de kale zandduinen zijn ontbloot van iedere soort van plantengroei:—in één woord, de gansche landstreek is niet meer dan eene akelige naakte wildernis, waar slechts nu en dan de kreet van het wild gedierte de stilte verbreekt. En toch stonden hier eenmaal bloeiende steden en woonde hier eene talrijke beschaafde bevolking.Eenige kilometers voor men aan het station Ravina komt, beginnen de zandduinen zich te vertoonen, die zich dan onafgebroken over eene lengte van omstreeks vijf-en-zestig kilometers uitstrekken. De bouw van dit gedeelte van den spoorweg leverde de grootste moeilijkheden op. De duinen zijn misschien niet hooger dan die langs het strand van de Kaspische-zee, maar zij zijn volstrekt onbegroeid en daardoor aan voortdurende verstuiving onderhevig. Een sterke wind, die eenige dagen achtereen in dezelfde richting waait, kan de duinen soms van een tot twee meter verplaatsen. Het zal dus veel meer moeite kosten, deze losse duinen vast te leggen dan de reeds half begroeide duinen langs de Kaspische-zee; maar voor vernieling van den spoorweg behoeft men niet te vreezen. Wanneer ondanks de genomen voorzorgen, zoo als het plaatsen van paalrijen en staketsels om het zand tegen te houden, op sommige punten verplaatsingen mochten voorkomen, dan zullen die toch niet meer te beteekenen hebben dan aardstortingen op iedere andere lijn: een arbeid van eenige uren zal voldoende zijn om den hinderpaal weg te ruimen en het verkeer te herstellen. De hoogte der uitgravingen bedraagt niet meer dan tien el; de inhoud van de zandheuvels per werst bedraagt gemiddeld elfduizend kubiek meter.Heeft men deze duinen achter den rug, dan komt men op nieuw in de woestijn, die zich onafgebroken tot de Amoe-darja uitstrekt en afwisselend uit alluvium en zand bestaat. Welk eene verschrikkelijke streek; en hoe volkomen begrijpelijk is, wanneer men deze onherbergzame wildernis aanschouwt, de kalme gerustheid der beheerschers van Hindostan! Zulk eene woestijn mocht inderdaad het beste aller bolwerken worden gerekend, bijna even onoverkomelijk als de oceaan. Maar binnen weinige maanden is alles veranderd: de slagboom is opgeruimd, de kracht van het bolwerk gebroken. Al ware het meer dan vermetel, vooral in dit geval, de toekomst te willen voorspellen, zoo ligt toch eene verovering van Indië—gesteld dat de russische politiek daarop is gericht—vermoedelijk niet in het naaste verschiet. Maar toch.... met welk doel voegt de Tsaar deze afschuwelijke wildernissen en kale steppen bij zijn onmetelijk rijk?Wij komen te Tsjardjoeï. Bij deze belangrijke stad zal de spoorweg de Amoe-darja moeten oversteken; de ontworpen brug zal eene lengte verkrijgen van meer dan anderhalve kilometer. De oude klassieke Oxus stuwt zijne wateren voort tusschen steile, eenigszins zandige oevers, die eene hoogte hebben van acht tot tien meter. Generaal Annenkof is nog onzeker, of hij hier eene vaste ijzeren brug met wijde bogen zal laten bouwen; en die aarzeling is alleszins verklaarbaar, want hoewel het bed der rivier uit zand bestaat met een dunne laag klei overdekt, en hoewel de diepte, gedurende de helft van het jaar, niet veel meer dan drie voet bedraagt, zouden toch de kosten van zulk een werk zeer aanzienlijk zijn. Naar het schijnt, bestaat nu het plan om gebruik te maken van een eilandje, dat de rivier in twee bijna gelijke takken verdeelt en waaraan een kabel zou worden bevestigd, waarvan het andere uiteinde aan eene stoomponton wordt vastgemaakt. Op die ponton zouden dan de passagiers- en goederenwagens worden overgezet, terwijl de lokomotief zou achterblijven.Door het doortrekken van den transkaspischen spoorweg tot aan Tsjardjoeï verzekert Rusland zich het bezit van eene rivier, die wat de lengte van haar loop (vijf-en-twintighonderd kilometers) en het jaarlijksch volume van haar watermassa aangaat, in Europa alleen door den Donau en de Wolga wordt overtroffen. Zij vormt de grensscheiding tusschen Bokhara, dat feitelijk eene russische provincie is, en noordelijk Afghanistan. Langs dezen weg kan men troepen vervoeren tot aan de grenzen van Badaksjan, aan den voet der bergpassen van den Hindoekoesh, waarover de wegen naar Engelsch Indië loopen: men begrijpt dus van welk strategisch gewicht het bezit dezer rivier is. Ongelukkig gaat de scheepvaart op de Amoe-darja met bezwaren gepaard, die wel niet onoverkomelijk zijn, maar welker opruiming toch zeer veel inspanning en maatregelen van bijzonderen aard zal vorderen. In het voorjaar en in den zomer, na het smelten der sneeuw op het Pamirgebergte, waar de Amoe-darja ontspringt, bereikt de rivier eene hoogte van vijf tot zes meter; in den winter en den herfst daarentegen bedraagt de diepte niet meer dan twee of drie voet. Om van dezen waterweg in zijn tegenwoordigen toestand gebruik te kunnen maken, moet men dus eene flottille van platboomde stoombooten tot zijne beschikking hebben. Wordt met den bouw van deze vloot evenveel spoed gemaakt als met den spoorweg, dan zal zij zeker binnen niet langen tijd de wateren van den Oxus klieven.De citadel te Merw.De citadel te Merw.Na eene aanhoudende ingespannen werkzaamheid van achttien maanden, schijnt de verdere voortzetting van de transkaspische spoorlijn voorloopig te blijven rusten. Wij zullen dus ook hier, aan de oevers van de Amoe-darja, het einddoel van onze reis vinden, hoewel het minder gevaarlijk is om een bezoek te gaan afleggen bij den emir van Bokhara, dan bij zijn buurman van Kaboel. Blijftde vrede in Europa bewaard, dan zullen wij in het volgende jaar, zonder eenige vermoeienis of inspanning, in tien uren den afstand van driehonderd-vijf-en-zeventig kilometers kunnen afleggen, die ons van Samarkand scheidt. De aanleg van dit gedeelte der lijn zal veel gemakkelijker zijn dan van de andere. Van de Amoe-darja tot Karakoel, over eene lengte van omstreeks vijftig wersten, heeft men eene waterlooze woestijn; maar verderop kan de lijn den loop volgen van de Sarafsjan, de groote rivier, die naar de oude aziatische metropolis voert. Zal Samarkand dan het eindpunt zijn van den transkaspischen spoorweg? Misschien. De groote stad Tashkend met haar honderdduizend inwoners is nog geen driehonderd kilometers van Samarkand verwijderd; en de eenige ernstige moeilijkheid, die overwonnen zou moeten worden, is de overgang van de Sir-darja, eene rivier die in breedte en beteekenis vrij wel met de Amoe-darja gelijk staat.En naTashkend? Op die vraag is geen antwoord te geven; maar de onderstelling is zeker niet gewaagd, dat zulke onvermoeide pionniers als de Russen niet halverwege blijven stilstaan bij hunne vreedzame verovering van Centraal-Azië.VI15 September.—Terugkomst te Merw. Als men zoo pas de woestijn verlaten heeft, schijnt de kleine onaanzienlijke stad haast een paradijs. Verschillende officieren van den constructietrein hebben verlof gekregen om mij te vergezellen; het wederzien van dit toekomstige Babylon, de ontmoeting met hunne kameraden, het slapen in een hôtel—ziedaar genietingen, waarnaar zij vurig verlangen. De hôtels van Merw! Verbeeld u dat het mijne sedert acht dagen—alles gaat hier met stoom!—eene geheele verandering heeft ondergaan het is thans in het bezit van eene onbeschrijfbare piano en van eene onweerstaanbare zangeres. Dit noemt men eencafé-chantant; Merw bezit misschien een half dozijn van die inrichtingen, zoo als men ze ook vindt in de binnenlanden van Algerië. Russen en Franschen hebben op dit punt dezelfde liefhebberij. Nu, misschien is het nog beter, na een dag van vermoeienden arbeid, zich ʼs avonds zoo goed en zoo kwaad als het gaat te vermaken, dan van verveling te versuffen.16 September.—Toebereidselen tot het vertrek. Afscheidsbezoeken bij de hoofdofficieren, bij allen, die ons met zooveel vriendelijkheid en voorkomendheid ontvangen hebben. Wij vleien ons met de hoop, elkander weder te zien.De Moergab, die reeds in het begin van September zeer laag was, is in de laatste tien dagen nog meer gezakt, zoodat de kleiachtige steile oevers bijna geheel bloot liggen. Toch kon, in Juni jl., de bedding der rivier het afstroomende water niet bevatten. Sedert men de stuwen en waterwerken, welke door de vroegere sultans waren gemaakt, heeft vernield en laten vervallen, wordt de oase van Merw elk jaar, bij het smelten der sneeuw in de bergen van Afghanistan, door overstroomingen geteisterd. Die van 1886 bereikte eene buitengewone hoogte, en de Russen moesten alle krachten inspannen om de noodlottige gevolgen dier overstrooming te keeren. In aller ijl werden dammen en kistingen opgeworpen om de gaten en kuilen te stoppen, waardoor het water kon binnenstroomen; gelukkig zijn de Tekkés in dit soort van werk zeer ervaren. Ondanks alle inspanning richtte de overstrooming toch groote verwoestingen aan; niet zonder verbazing vernam men dan ook te Petersburg de inwijding van hetstationte Merw op 2/14 Juli daaraanvolgende. De opening van een spoorweg in eene overstroomde landstreek scheen bijna ongeloofelijk, en toch was het waar. Men was er in geslaagd, de overstrooming te stuiten, de rivier in hare bedding terug te dringen, en op den bepaalden dag te Merw te komen. Een generaal-majoor, adjudant des Keizers, is zoo juist hier aangekomen om zich met eigen oogen van het feit te overtuigen. Ongetwijfeld zal zijn advies de uitvoering bespoedigen van de noodige werken, waardoor de periodieke terugkeer dezer overstroomingen kan worden voorkomen en aan de oase hare vroegere vruchtbaarheid terug gegeven.De trein van den generaal staat gereed: mij valt de eer te beurt, met Zijne Excellencie naar Oezoen-Ada terug te keeren. Wij vertrekken ten elf uren des avonds.—Als het mij ooit vergund mocht zijn, in deze landstreken terug te komen, wat zal ik dan vinden in plaats van de dorre steppen en de sedert eene eeuw ontvolkte oasen? Die oasen kunnen en zullen zonder eenigen twijfel, door het aanleggen van waterwerken en irrigatiekanalen, in haar vroegeren toestand van vruchtbaarheid en bloei worden hersteld; zelfs zal het mogelijk zijn, de steppen, waarvan de grond vruchtbaar is, door aanvoer van water, over groote uitgestrektheden in kultuur te brengen.Over de vraag, waaraan de herhaalde afwisselingen van vruchtbaarheid en dorheid moeten worden toegeschreven, die sedert twee- à drieduizend jaar in Turkmenië voorkomen, loopen de gevoelens der geografen uiteen. Toch schijnt de Amoe-darja als de onmiddellijke oorzaak te moeten worden beschouwd van de veranderingen, welke historisch zijn gestaafd; en deze oorzaak is hoogst waarschijnlijk zelve weder het gevolg van natuurkrachten, wier werking zich ook openbaart in de naphta- en petroleumbronnen.Ten tijde van Strabo stortte de Oxus zich in de Kaspische-zee uit; de handel tusschen den Pontus Euxinus en Indië volgde de waterwegen, die ten oosten van de Kaspische-zee eene voortzetting vormden van de vallei van de Koer in Transkaukasië. Het mag inderdaad onmogelijk worden geacht, dat de grieksche geografen, na de veroveringen van Alexander en de stichting van helleensche staten in Centraal-Azië, vooral ook na het onderzoek van de oostelijke oevers der Kaspische-zee door den zeevaarder Patroclus op last van Seleucus I, zich omtrent een zoo belangrijk punt als de loopvan den Oxus zouden hebben vergist. Maar tijdens de oudste arabische en turksche schrijvers had de rivier zich noordwaarts gekeerd en stortte zich in het Aralmeer uit; alle arabische geschriften en dokumenten uit dit tijdvak staven dat feit. In de veertiende eeuw hernam de Oxus weer de richting naar de Kaspische-zee, daarbij de natuurlijke helling van het terrein volgende, dat met een vrij sterk verval (ruim veertien centimeters per kilometer) naar die zee afdaalt. Ongeveer twee eeuwen achtereen stroomde de rivier nu door de nieuwe bedding; maar omstreeks het midden der zestiende eeuw wendde de Amoe-darja zich nogmaals van de Kaspische-zee af en keerde, voor zoover ons bekend is, ten tweeden male, naar het meer Aral terug.Deze herhaalde verplaatsingen, waarvan onbetwistbare dokumenten gewag maken, zijn bovendien op de meest afdoende wijze bevestigd door de nauwkeurige verkenningen en opnemingen van de oude bedding van den Oxus, thans onder den naam van de Oesboï bekend, die ter hoogte van de stad Koenia-Oergendsh zich van de tegenwoordige bedding afscheidde en naar de baai van Krasnowodsk liep. De verlaten bedding, gemiddeld een kilometer breed, is zoo duidelijk kenbaar, als ware het water eerst kort geleden weggevloeid. De steile oevers zijn in den kleiachtigen grond tot eene diepte van twintig en vijf-en-twintig meters uitgegraven; slechts hier en daar zijn de gelijkmatige aardlagen met taluds van zand bedekt. De platen en eilanden, waarmede de rivier bezaaid was, zijn nog duidelijk zichtbaar. De diepe kuilen in de oude bedding zijn op vele plaatsen met water gevuld en vormen langwerpige, kronkelende plassen, aan stukken van eene rivier gelijk; struikgewas en rietbosschen verkwikken het oog van den reiziger, die weken lang niets heeft aanschouwd dan de naakte steppen; hier en daar ontmoet hij zelfs, langs den zoom van het zoete water, boschjes van populieren en wilde olijven. De ruïnen van steden en dorpen, die men, bepaaldelijk tusschen de delta van de Amoe en het meer Sari-Kamisch, langs de oevers van de Oesboï aantreft, zijn onbetwistbaar uit twee verschillende tijdperken afkomstig, overeenkomende met de twee perioden gedurende welke de Oxus zijn loop nam naar de Kaspische-zee. De bouwvallen der oudste steden getuigen van eene mate van ontwikkeling, beschaving en rijkdom, die zeer veel hooger staat dan hetgeen de meer moderne ruïnen ons te aanschouwen geven: deze laatsten komen geheel overeen met de ruïnen der eerst in den laatsten tijd gebouwde turkmeensche steden. Trouwens, hetzelfde verschijnsel hebben wij waargenomen bij de ruïnen van Sultan-Sandjar-Kala en van Baïram-Ali, die beiden achtereenvolgens de plaats van het tegenwoordige Merw hebben ingenomen; slechts in de eerste, oudste stad vindt men artistieke monumenten, freskoos en geëmailleerde tegels.De Amoe-darja is echter niet de eenige rivier in deze landstreek, welke in den loop der tijden hare bedding heeft verlegd. Toen de Amoe zich nog in de Kaspische-zee uitstortte, liep de Sirdarja of Iaxartes in den Oxus uit; het groote meer Aral bestond toen niet of was althans niet veel meer dan een moeras. De schrijvers die melding maken van de landstreek, welke door den Oxus en den Iaxartes wordt besproeid, gewagen van het meer Aral alleen in die tijdperken, waarin de genoemde rivieren zich niet meer in de Kaspische-zee uitstorten.Terwijl de hoofdstroom van den Oxus zich, langs de bedding van de tegenwoordige Oesboï, naar de baai van Krasnowodsk richtte, schijnt een andere tak van de rivier, uitgaande van Tsjardjoeï, zijn loop in westelijke richting te hebben genomen door de toenmaals boschrijke en vruchtbare vlakte, thans als de woestijn van Karakoem bekend. De Moergab van Merw en de Tedsjen, die zich thans in het zand verliezen, stortten zich toen zeker in dien tak van de Amoe-darja uit. Naar alle waarschijnlijkheid had ook de Sarafsjan vroeger haar uitmonding in de Amoe; tegenwoordig verdwijnt zij in den grond op betrekkelijk korten afstand van die rivier, waarin zij zich ongeveer tegenover Tsjardjoeï moet hebben uitgestort.Deze veranderingen en omkeeringen zijn te verklaren, wanneer men aanneemt dat de bodem beurtelings is gerezen en gedaald, waardoor natuurlijk de richting van het verval geheel gewijzigd werd. Dergelijke golvingen van den grond zijn des te waarschijnlijker, omdat zij slechts enkele meters behoeven te bedragen ten einde eene geheele verplaatsing te weeg te brengen van de rivierbeddingen. De geologie heeft reeds op verschillende punten van den aardbol dergelijke rijzing of daling van den bodem geconstateerd; en binnen de grenzen van de landstreek zelve, waarover wij nu spreken, kunnen wij wijzen op de bewegingen van den grond in den omtrek van Bakoe, dat wil zeggen in het brandpunt der natuurkrachten, die de naphta- en petroleumbronnen naar de oppervlakte der aarde drijven. Het petroleumbekken van Transkaukasië strekt zich echter ook onder den grond van het transkaspische gebied uit: in de beide landen kunnen dezelfde oorzaken dezelfde gevolgen hebben te weeg gebracht.De nauwkeurige waarnemingen en waterpassingen, voor den aanleg van den spoorweg noodig, hebben zeer belangrijke inlichtingen verschaft over de golvingen en oneffenheden van het terrein, en daarbij de middelen aangewezen, om van de tegenwoordige gesteldheid zooveel mogelijk partij te trekken. De Moergab en deTedsjenleveren eene voldoende hoeveelheid water, om zelfs zonder groote onkosten, de oasen van Merw en van de Atek weer in haar vroegeren toestand te herstellen; voor de vruchtbaarmaking van de oase van Akhal-Tekké kan men de rivieren van het plateau van Iran gebruiken. Maar om de woestijn van Karakoem, althans gedeeltelijk, voor de kultuur te herwinnen zal men een irrigatie-kanaal moeten aanleggen, dat boven Tsjardjoeï van de Amoe-darja uitgaat en de natuurlijke golvingen van het terrein volgt. Eene terugleiding van de rivier in de voormalige bedding, door de Oesboï aangewezen, isthans onmogelijk door de veranderingen, welke de bodem sedert heeft ondergaan en welke de Amoe-darja juist gedwongen hebben, zich een weg te banen naar het meer Aral. Toch hebben de russische ingenieurs hier eene schoone taak te vervullen, wanneer zij er in slagen, deze wijd uitgestrekte landstreken, deze steppen en wildernissen, waar het alleen aan water hapert, tot nieuw leven en vruchtbaarheid te wekken en ze wederom te maken tot hetgeen ze eenmaal waren: de voorraadschuren van Centraal-Azië.17 September.—Acht uren des morgens. Wij komen te Askhabad, na in negen uren een traject van driehonderd-vijf-en-veertig kilometers te hebben afgelegd. Als wij den tijd van oponthoud aan de stations mede in rekening brengen, heeft de trein met eene snelheid van ruim veertig kilometers in het uur gereden: hetgeen inderdaad knap mag worden genoemd voor eene lijn, die ter nauwernood voltooid is. Ik verlaat den salon-wagen, waar ik een uitmuntenden nacht heb doorgebracht en roep een koetsier, om een bezoek te gaan afleggen bij generaal Komarof: want, even als in Europa, vindt men ook hier rijtuigen bij aankomst van den trein.Een turkmeensche ploeg.Een turkmeensche ploeg.De stad ligt ruim vijftienhonderd meters van het station verwijderd; de weg die beiden verbindt zou niets te wenschen overlaten, ware hij niet bedekt met zulk eene dikke laag stof, dat door den wind wordt aangevoerd. Ik durf mij nauwelijks voorstellen, hoe men het hier maken moet bij storm uit het noorden.Askhabad is vele jaren ouder dan Merw en is dan ook drukker en als handelsplaats belangrijker; intusschen laat het zich aanzien dat Merw deze stad spoedig genoeg overvleugelen zal. Generaal Komarof bewoont een zeer fraai huis, zoo als men er in Merw nog geen vindt. Ik word dadelijk toegelaten bij Zijne Excellencie, die in zijn kabinet, eene zeer ruime zaal, aan het werk is. In warme landen is het de gewoonte—en eene zeer goede gewoonte—groote, ruime kamers te maken; maar in Turkmenië, waar het ʼs winters zoo geducht koud kan zijn, moet men in zulke zalen half bevriezen.—De generaal ontvangt mij met de meest voorkomende vriendelijkheid; hij verhaalt mij van zijn reis, nu kort geleden, naar de vallei van de Atrek en de perzische grens, en laat mij zijne rijke verzameling van photografiën en van antiquiteiten zien: generaal Komarof is namelijk niet alleen een militair, maar ook een geleerde en een ijverig navorscher. Na zijn ontslag uit de militaire dienst, stelt hij zich voor, een omvangrijk werk uit te geven over de landen van den Kaukasus en Voor-Azië.Ik moest dien dag bijzonder veel van mijne maag vorderen: om twaalf uur dejeuneerde ik met generaal Annenkof in den trein; om half twee dejeuneerde ik nog eens bij generaal Komarof; om vier uur lunch bij denzelfden; om zeven uren diner in den trein; om negen uur, receptie in de militaire societeit; te middernacht officieel souper bij den opperbevelhebber van het transkaspische gebied.—Dit gebied of deze provincie is—in het voorbijgaan gezegd—in zes districten verdeeld, aan het hoofd waarvan een kolonel of een luitenant-kolonel staat. Deze zes districten zijn: Fort-Alexandrowski, Krasnowodsk, Askhabad, Karibent, Merw en Pendeh; de inlandsche bevolking wordt op ongeveer vijfhonderd-vijftigduizend zielen geschat.De trein zette zich tegen half drie in den morgen in beweging: het was meer dan tijd. Het is mij niet mogelijk geweest, een bezoek te brengen aande ruïnen van Nissa, op eenige wersten afstands, aan den voet der perzische bergen gelegen. Men vindt in den bazar van Askhabad prachtige perzische tapijten en verschillende produkten van Merw, Afghanistan en Bokhara, waaronder zeer fraaie zaken. Deze artikelen zijn niet duur, maar men moet er kennis van hebben.18 September.—Negen uur ʼs morgens. Aankomst te Kizil-Arwat. Wij hebben op nieuw tweehonderd kilometers afgelegd, met eene snelheid van vijf-en-veertig kilometers in het uur. De generaal neemt de werken voor den bouw van het nieuwe station, tot in de kleinste bijzonderheden, in oogenschouw. Hij gaat overal heen en ziet alles na: ondanks zijne vijftig lenten schijnt de brandende zon hem niet te hinderen. Bedenk daarbij, dat hij aldus onafgebroken sedert vijftien maanden bezig is.De steppen, de zandduinen, de Groote- en de Kleine Balkan vliegen langs ons heen: de trein heeft eene snelheid van vijftig kilometers in het uur. Wij dalen in volle vaart het zandige plateau van de kuststreek der Kaspische-zee af, waartegen de gewone passagierstrein, bij onze aankomst, zich langzaam moest opwerken. Vier uren na ons vertrek van Kizil-Arwat zijn wij weer te Oezoen-Ada, dat in dien tusschentijd belangrijke veranderingen en vergrootingen heeft ondergaan. Het is vier uren in den namiddag; wij hebben tweehonderd-vijftig kilometers afgelegd.De kaai te Bakoe.De kaai te Bakoe.De schrijvers, die aan de Russen de talenten en bekwaamheden der west-europeesche rassen ontzeggen en geene gelegenheid laten voorbijgaan om tegen Rusland en voor Engeland partij te kiezen, zouden wel doen, indien zij hun studeervertrek eens verlieten om zich met eigen oogen te overtuigen van het groote werk in het hart van Azië volbracht, en dat, zoo noodig, met onverzettelijke energie zal worden voortgezet tot de eindelijke, de onvermijdelijke ontknooping. Zij zouden dan begrijpen dat wellicht de tijd nadert voor het vereffenen van zekere sedert lang loopende rekeningen, en dat misschien de negentiende eeuw niet ten einde zal spoeden, zonder getuige te zijn geweest van groote en gewichtige gebeurtenissen.En wat hen niet het minst zou verbazen, is het gering bedrag der kosten van het zoo gelukkig volbrachte werk. De kosten van aanleg van den transkaspischen spoorweg bedragen niet meer dan twee-en-dertig duizend roebels per werst, daaronder begrepen de kosten der metalen rails en van het rollend materieel, welk een en ander uitsluitend door russische fabrieken geleverd wordt. Als men de ontzaglijke afstanden en de bezwaren, aan het verblijf in de turkmeensche steppen eigen, in aanmerking neemt, dan mag dit cijfer inderdaad zeer gering heeten. Onder de voornaamste oorzaken van deze geringe uitgave moet men voorzeker in de eerste plaats rekenen de omstandigheid, dat een zeer groot deel van het personeel uit militairen bestaat; en voorts het gebruik van inlandsche arbeiders, die weinig kosten en veel werk verrichten, ondanks sommige zeer primitieve gebruiken. Daartoe behoort onder anderen de aartsvaderlijke gewoonte om elkander van hand tot hand de steenen voor den bouw over te reiken en om de uitgegraven aarde in zakken te vervoeren. Ik houd het er voor, dat de metselaars bij den torenbouw van Babel op gelijke wijze te werk gingen. Voor elken zak zijn drie man noodig: een die de aarde uitgraaft, een die den zak vasthoudt en wegdraagt naar de plaats van berging, waar een derde man den voorraad in ontvangst neemt en zoogenoemd verwerkt.Dat de lijn dadelijk in exploitatie wordt gebracht naar gelang de rails zijn gelegd, zonderop de voltooiing der stations en andere werken te wachten, draagt er mede toe bij om de kosten te verminderen, want nu wordt zooveel te spoediger gelegenheid gegeven tot een, zij het ook nog beperkt vervoer, waarvan de opbrengst in mindering komt van de kosten van aanleg. Reeds hebben duizenden mohammedaansche pelgrims, die jaarlijks uit westelijk Perzië en de landen van Transkaukasië naar Mesjhed trekken om de graven der Aliden te bezoeken, van den transkaspischen spoorweg gebruik gemaakt. Om hen te lokken, heeft de generaal eene in het perzisch geschreven brochure doen uitgeven en verspreiden, waarin de voordeelen van dit nieuwe middel van vervoer, de besparing van tijd en geld, worden aangetoond. Bovendien zijn ten behoeve van die bedevaartgangers bijzondere wagens ingericht. Men heeft ook handelsagenten naar de jaarmarkt van Nowgorod en tevens naar Bokhara en naar andere steden van Centraal-Azië gezonden, om de aandacht op den nieuwen spoorweg te vestigen: met dat gevolg, dat een deel der waren die vroeger over Orenburg werden vervoerd, nu langs deze lijn zijn getransporteerd. Reeds nu zag ik te Tsjardjoeï groote hoeveelheden van wollen en zijden stoffen, van gedroogde vruchten en vooral van katoen. Dit laatste is van bijzonder gewicht. Tot dusver moesten de russische katoenfabriekanten hunne grondstof voor negen tienden uit Amerika en Egypte ontbieden; het gemis van geschikte vervoermiddelen maakte het voor hen bijna onmogelijk, hunne katoen uit Centraal-Azië te laten komen. De transkaspische spoorweg zal hierin eene groote verandering brengen; en het weder in kultuur brengen van de turkmeensche steppen, dat niet achterwege kan blijven, zal er krachtig toe bijdragen om ook onder dit opzicht Rusland van de vreemden onafhankelijk te maken.De avond is gevallen, en het is aan zee zeer koel geworden. Wij kunnen zeer goed gevoelen dat de zomer voorbij is. Wij dineeren in den gesloten wagon, en luisteren daarbij naar eene militaire muziek, welke ik voor het eerst hoor. De muziekanten dragen de russische uniform; een der officieren deelt mij echter mede, dat de kosten van dit muziekkorps door den generaal persoonlijk worden gedragen; de muziekanten verplaatsen zich nu naar het eene, dan naar het andere station, om in het leven der ballingen althans eenige afwisseling te brengen.Na afloop van het diner was er groote reunie in de galerij van het station, waarbij ook de dames der officieren en ambtenaren tegenwoordig waren. De generaal wilde voor den volgenden avond een groot bal organiseeren;—maar helaas! eene leelijke kleine stoomboot ligt gereed om naar Bakoe te vertrekken. Verzuim ik deze gelegenheid, dan moet ik drie dagen wachten: dat is onmogelijk. Maar desniettemin breng ik dezen laatsten avond op aziatischen bodem op de aangenaamste wijze door.19 September.—Het uur van vertrek is gekomen; de boot vaart om twaalf uur af; ik moest dus afscheid nemen van allen met wie ik op dit uitstapje kennis had gemaakt en van wie ik de vriendelijkste en liefelijkste herinneringen medenam. Generaal Annenkof geleidde mij met zijne officieren naar boord: op de stoomboot drukten wij elkander voor het laatst de hand. De generaal voegde mij toe, dat hij mij over een jaar weer hoopte te zien bij de inwijding van het station te Samarkand.Het laatste gelui weerklinkt; het anker wordt gelicht; de boot zet zich in beweging; de officieren op de kaai wuiven mij een laatsten afscheidsgroet toe. Twee minuten later is Oezoen-Ada achter de gele zandheuvelen verdwenen.VIIBakoe, 20 September 1886.—Wanneer men een tocht door de turkmeensche steppen heeft gemaakt en de oase van Merw doorkruist, schijnt het niet meer dan natuurlijk dat men zich beijvert om zoo spoedig mogelijk naar huis terug te keeren. Maar aan den anderen kant is het toch ook niet geoorloofd, Bakoe, de stad van het eeuwige vuur, inderhaast voorbij te gaan, zonder er te toeven. Op geen ander punt der wereld misschien heeft de natuur zoo vele en zoo verbazingwekkende wonderen gewrocht, welke niet alleen de oogen der nieuwsgierige menigte trekken, doch daarbij den geleerden raadselen voorleggen, welker oplossing nog niet gevonden is.De kleine stoomboot, waarmede ik van Oezoen-Ada vertrokken ben, vaart des morgens ten acht uur, na een overtocht van twintig uren, langs de uitstekende landpunt van het schiereiland Apsjeron. Wij volgen nu, op korten afstand, de vlakke, zuidelijke kust, en bereiken eindelijk de ruime reede, waar een honderdtal schepen in volle veiligheid hun anker hebben uitgeworpen. Ten zuiden beuren de bergen van Lenkoran, bekend door hunne zwavelbeddingen, hun spitse kruinen in de nevelige lucht; kort daarop onderscheid ik langs den oever de marinewerven en inrichtingen, de perzische stad met haar gekanteelde muren, de nieuwe russische stad met haar in lange rijen geschaarde grijze huizen, de zwarte stad en de donkere rookwolken die haar in een eeuwigen sluier hullen. Om tien uur werpen wij het anker uit aan den gemetselden aanlegsteiger van de douane, die honderd el ver in zee uitsteekt; er zijn bovendien in de haven van Bakoe nog twintig andere, op palen rustende, houten aanlegsteigers, waarvan sommigen tweehonderd el lengte hebben, en die bijna allen het eigendom zijn van particuliere maatschappijen. Bakoe is tegenwoordig de tweede handelstad van de Kaspische-zee, en zal misschien over niet langen tijd de eerste zijn. Sedert de laatste twintig jaren is de bevolking van tienduizend tot zestigduizend zielen gestegen. De kleine hoofdstad van onbekende khans is onder het russische bestuur een der voornaamste en welvarendste industrieele centra geworden. Dezen voorspoed dankt de stad aan de exploitatie der petroleum- en naphtabronnen.Na een haastig ontbijt in een voortreffelijk europeeschhôtel, waarvan het eenige ongerief is—en daaraan valt niets te veranderen—dat het er letterlijk overal sterk naar petroleum ruikt, spring ik in een mooien phaëton, en rijd in vollen galop naar de Villa Petrolia. Eerst rijden wij door de rechte, goed geplaveide, levendige straten van de russische stad; dan komen wij aan eene kleine zandwoestijn van omstreeks vierhonderd meters lengte, waar de tartaarsche paarden niet dan stapvoets en met veel inspanning kunnen voortgaan. Eindelijk komen wij weer op een vaster terrein, waar de grond eene roodachtige kleur heeft; links en rechts zien wij een aantal plassen, waarvan het vocht het meest op levertraan gelijkt: dit vocht is het bezinksel, dat bij het zuiveren van de natuurlijke naphta overblijft; de grond is geheel met dit vocht doortrokken—van daar zijne eigenaardige kleur en zijne meerdere vastheid. Het klinkt bijna ongeloofelijk, en toch is het waar, dat men te Bakoe, waar het zelden regent, dit bezinksel van petroleum soms gebruikt om de straten te besproeien. Het asphalt, waarmede de trottoirs zijn bekleed, wordt evenzoo van naphta gemaakt: het is in die mate onderhevig aan de werking der zon, dat uw voet er soms inzinkt als in half droge modder.Ten slotte bevinden wij ons midden in de zwarte stad: dat wil zeggen in een baaierd van groote en kleine werkplaatsen en fabrieken, die ieder om het hardst vuile zwarte rookwolken omhoog blazen, behalve drie of vier, de grootste en de best ingerichte, die aan Europeanen behooren, en die haar eigen rook verteren. De meeste fabrieken, die door Armeniërs worden bestuurd, zenden u in het voorbijgaan stroomen van vuil stinkend gas in het aangezicht, zoodat ge bijna gevaar loopt te stikken. Het is raadzaam, hier niet te lang te toeven; mijn koetsier legt de zweep over de paarden en drijft ze tegen een heuvel op, waarop ge drie geweldige gasmeters ziet: het zijn evenwel geen gasmeters, maar bewaarbakken van naphta. Zie zoo: wij zijn deze noodlottige plek voorbij; de wind drijft de afschuwelijke rookwolken achter onzen rug weg; van de hoogte waarop wij nu staan, overzien wij de baai van Bakoe en de naakte heuvelen van Apsjeron. Voor onze voeten, aan den oever der zee, zien wij eene soort van oase, waar althans eenig groen de oogen verkwikt; eenige nette, ruime woningen staan daar te midden van de dorre zandwoestijn. Deze woningen zijn gebouwd door de heeren Nobel, de chefs van een zeer aanzienlijk handelshuis en eigenaars van petroleumbronnen; zij dienen tot huisvesting van hunne agenten en voornaamste beambten. Deze kleine oase draagt den naam van Villa Petrolia. Ongelukkig genoeg moeten wij langs denzelfden weg, midden door de stinkende, de lucht verpestende fabrieken, naar Bakoe terugkeeren.Eene wandeling door het oude Bakoe is in meer dan een opzicht belangwekkend. Men behoeft bijna niet naar Perzië te gaan, om zich althans in het algemeen eene voorstelling te maken van de perzische architectuur. De verovering van oostelijk Transkaukasië door de Russen is nog niet zoo lang geleden, dat de voormalige hoofdstad reeds haar oostersch karakter zou hebben verloren. Die nauwe, bochtige en vuile straten en stegen, omzoomd door wit gepleisterde huizen met platte daken, waarvan de deuren meestal gesloten en de bewoners onzichtbaar zijn, hebben zeker in de laatste honderd jaar geene verandering van eenige beteekenis ondergaan; het zijn nog altijd dezelfde minarets, dezelfde koepeltjes boven de badkamers: dit alles van leem en klei gemaakt en met kalk overpleisterd. Dan heeft men den bazar, minder opmerkelijk door zijn geringen omvang, dan door de doodsche stilte die er heerscht; in ellendige, armoedige winkeltjes neergehurkt, bieden de perzische kooplieden u met onverstoorbare kalmte eenen rijken overvloed van valsche steenen te koop, vooral van turkoizen. De turkois is hier inheemsch; ge moet dus, even als te Tiflis, bij inkoop dubbel op uwe hoede zijn. Gij kunt hier ook fraaie perzische tapijten koopen, maar ze zijn duurder dan te Askhabad.De eenige eenigszins bezienswaardige monumenten van deze oude, ten doode gedoemde stad zijn de zoogenoemde Maagdetoren en de citadel of het paleis der khans. De dertig el hooge Maagdetoren is uit zee zoo goed zichtbaar, dat de Russen er een kusttelegraaf en een havenlicht op hebben geplaatst. De legende verhaalt dat een zekere khan van Bakoe zijne wonderbaar schoone dochter wilde dwingen tot het huwelijk met een man, dien zij verfoeide; op aandrang van haar vader, stemde zij eindelijk in de echtverbindtenis toe, onder voorwaarde, dat hij een hoogen toren zou laten bouwen. Toen de toren voltooid was, klom het jonge meisje naar het plat en wierp zich van daar naar beneden.Het merkwaardigste van de citadel is eene zeer fraaie en goed geconserveerde poort in moorschen stijl. De zware steenen muren zijn zeer hoog en van geduchte schietgaten voorzien, waaruit kanonnen dreigend te voorschijn kwamen. Maar het waren er dan ook kanonnen naar! of liever, de artilleristen, die ze bedienen moesten, wisten er niet mede om te gaan. In de vorige eeuw namen de turkmeensche ruiters Bakoe in en sabelden de kanonniers neer bij hunne stukken. Ge kunt u voorstellen, dat de vermeestering der stad den Russen niet moeilijk viel; het eenige ernstige verlies dat zij leden was dat van hun generaal, die bij de overgave van de sleutels der citadel, door een zoo genoemden dweeper, lafhartig werd vermoord. Men heeft te zijner gedachtenis een monument opgericht.Aan den voet der voormalige citadel bevindt zich tegenwoordig een vrij groot park, waarvan de bestoven bosschages en de verschrompelde dwergachtige boomen eene armzalige figuur maken; ik kan u verzekeren dat ze niet alle dagen begoten worden. Dit is het Michaëlpark. De paden zijn, evenals gewone trottoirs, met asphalt belegd, hetgeen een vreemden en zelfs onaangenamen indruk maakt, maar toch zeer verklaarbaar is. Zonder deze bedekking, zou het hier, bij eenigszins sterken wind, niet zijn uit te houden door de wolkenzand en stof. Alle paden loopen, met zachte glooiing, op een ruim terras uit, van waar men een prachtig gezicht heeft. Daar staat de sociëteit, deKroujok, een prachtig gebouw, waar nog op de onmogelijkste uren gegeten en gedronken wordt. De Russen zijn, zoo als men weet, onverbeterlijke nachtbrakers.Wij keeren naar het hotel terug, en volgen de breede kaaien die zich langs de nieuwe stad uitstrekken. De kabbelende golven vloeien murmelend weg over de groote steenblokken, welke den voet der naar alle regelen van de kunst gebouwde trotsche kaaien moeten verdedigen. Het is druk en levendig genoeg; de zon zinkt weg achter de heuvelen, waarop zich de perzische begraafplaatsen bevinden; de wandelaars komen naar buiten om de frissche zeelucht in te ademen. Wij zien vele uniformen en niet minder smaakvolle toiletten. Maar om die te zien, behoeft men toch waarlijk niet naar de oevers van de Kaspische-zee te reizen; en is men dan zelfs daar nog niet veilig voor onze onzinnige mode en onze niet minder onzinnige zucht naar eenvormigheid? Gelukkig bieden zij althans eenige afwisseling, die tartaarsche vrouwen, die in haar nationale kleederdracht, aan den voet der kaaimuren op de steenen neergehurkt, haar linnengoed wasschen.Ik heb kennis gemaakt met den heer T., een der beambten van het huis Nobel; morgen zal ik met hem een uitstapje in den omtrek gaan maken. Het is een zonderling land, dat wij zullen bezoeken. De keten van den Kaukasus loopt aan beide zijden uit in vulkanische terreinen, waaronder de onderaardsche krachten nog voortdurend werkzaam zijn. Bovenal is dit het geval op het schiereiland Apsjeron, ten oosten van den Kaukasus. Op een aantal plaatsen is de grond haast bedekt met werkzame slijkvulkanen; uit spleten in de aardkorst komt ontvlambaar gas te voorschijn, en een enkele vonk is voldoende om een geweldigen brand te ontsteken. Beklim in een stillen donkeren nacht, het plat van den Maagdetoren, en zeer vermoedelijk zult gij het gansche schiereiland overstraald zien met een phosphorischen gloed. Nog in den loop van dit jaar 1886 heeft een der slijkvulkanen, tot op eene hoogte van driehonderd voet, een gaskolom opgeworpen, die ʼs nachts ontvlamde; de gansche hemel was door een fantastischen rooden gloed verlicht; na verloop van een uur doofde de brand even plotseling uit als hij was ontstaan, tot groote vreugde der doodelijk verschrikte inwoners.Dergelijke verschijnselen kunnen zelfs in onze sceptische, geblaseerde eeuw niet nalaten, de aandacht en verwondering te wekken: het is dus inderdaad niet vreemd, dat vroegere geslachten daarin iets bovennatuurlijks meenden te zien. Sedert overoude tijden tot op den dag van heden is Bakoe, in de oogen der vuuraanbidders, eene bij uitstek heilige plaats, waarheen zij weleer uit alle landen van Centraal-Azië ter bedevaart togen. De edicten van Keizer Heraclius, die het heilige vuur, dat door de priesters zorgvuldig onderhouden werd, liet uitdooven, vermochten al evenmin deze oude eeredienst te vernietigen, als de vervolgingen, waaraan de volgelingen van Zoroaster bloot stonden nadat de Arabieren Perzië hadden veroverd en de leer van den Islam met het zwaard invoerden. De Parsis weken voor een deel naar Indië uit, waar nog heden hunne nakomelingen worden aangetroffen; de tempel van het heilige vuur staat nog altijd, en telken jare komen nog ettelijke pelgrims uit Hindostan om te dezer plaatse de godheid onder haar schitterend symbool te aanbidden. Morgen zullen wij tot op zekere hoogte hun voorbeeld volgen.Doch waar komen die vuren van daan, die sedert duizenden van jaren branden? Zij worden veroorzaakt door de naphta- of petroleumdampen, welke door de geweldige drukking van de in onderaardsche holten en kloven opgesloten gassen naar de oppervlakte der aardkorst worden geperst. En de petroleum zelf, waarvan het gebruik in onzen tijd zoo algemeen is geworden, wat is die eigenlijk en van waar komt die?Wees gerust, vriendelijke lezer, ik ben niet van plan, een wetenschappelijk betoog te gaan houden: en dat te minder, daar de wetenschap zelve op de zoo even gestelde vragen geen stellig antwoord kan geven. Ik behoef er dan ook niet bij te voegen, dat de gevoelens der geleerden op dit als op zoo menig ander punt tamelijk uiteen loopen: wij zullen ons dus in de verschillende theorieën maar niet verdiepen.Reeds sedert overoude tijden is het gebruik van petroleum of aardolie bekend. Herodotus, Aristoteles, Plinius, Plutarchus, geven ons meer of min uitvoerige beschrijvingen van oliebronnen of naphtabeddingen, die in hun tijd geëxploiteerd werden; Strabo verhaalt dat de Egyptenaren eene soort van naphta of asphalt gebruikten bij het balsemen hunner dooden; bij den bouw van Babel en Ninive bezigde men eene soort van asphalt, dat door verdamping van aardolie uit de bronnen in de nabijheid van den Euphraat verkregen werd. Ook in China en Japan is de aardolie sedert onheugelijke tijden bekend; zelfs werd zij reeds in de oudheid voor het branden van lampen gebruikt. Al heeft de wetenschap dan tot dusverre nog niet het raadsel kunnen oplossen, hoe en waardoor de aardolie eigenlijk ontstaat, voor ons is het genoeg dat de kostbare brandstof voorhanden is en wel, naar het schijnt, in onuitputtelijke hoeveelheid.21 September.—Wij gaan met den ochtendtrein van tien minuten voor achten; een afzonderlijke spoorweg verbindt Bakoe met de in exploitatie zijnde petroleumbronnen. In Bakoe zelf vindt men niets dan distilleerderijen; de putten zelven liggen acht mijlen meer noordelijk, op het plateau van Balakhani-Saboentsji, dat tweehonderd voet boven de zee verheven is. Stel u een circus voor van drie tot vier kilometers in doorsnede, omgord door lage kalkachtige heuvels; in den bodem van dien circus, die afwisselend uit zand en harde mergel bestaat, heeft men ruim vierhonderd putten gegraven, die bijna allen eene goede winst hebben opgeleverd. Daar staan, vlak naast elkander, de verschillende inrichtingen, diedeels aan maatschappijen, deels aan partikulieren behooren; en wel, acht-en-veertig in het district Balakhani en een-en-dertig in Saboentsji.Het maken van een dijk.Het maken van een dijk.De rit duurt acht-en-dertig minuten. Als ge uit den trein stapt, treft een eigenaardig schouwspel uw oog: tusschen de honderd-vijftig en tweehonderd zwarte houten stellages, vrij wel overeenkomende met reusachtige fabrieksschoorsteenen, verrijzen voor u; op een afstand van omstreeks tien kilometers zoudt ge ze voor groote bladerlooze boomen kunnen aanzien, die eene soort van oase te midden der woestijn vormen. Elk van deze houten stellages, in het russischvichkagenoemd, verrijst boven een mijnschacht of artesischen put, waarmede men de aardolie, uit zeer verschillende diepte, naar boven voert. De boring geschiedt volgens amerikaansche manier: men gebruikt daarvoor een stevig touw, aan welks uiteinde eene lange zware aard- of steenboor met stalen punt is bevestigd. Het touw loopt over eene katrol, die boven op de omstreeks vijftien meter hooge stellage is geplaatst, en wordt in beweging gebracht door eene stoommachine, die de boor opheft en weer vallen laat.Het is de gulden tijd niet meer, toen men slechts even den grond had om te spitten om de kostbare vloeistof aan het licht te brengen. Tegenwoordig moet men honderd, tweehonderd el en soms nog dieper in de aarde afdalen om de olie te vinden: en meermalen zoekt men ook dan te vergeefs. De putten in Pennsylvanië bereiken wel is waar eene diepte van tweeduizend voet, maar men moet toch erkennen dat ook te Balakhani de boringen diep en kostbaar zijn. Mijn geleider wijst mij een put van driehonderd meter, waaraan men een vol jaar heeft gearbeid en dertigduizend roebels ten koste gelegd, en die nog niets heeft opgeleverd. Hij brengt mij bij eene andere schacht, waar men sedert drie maanden te vergeefs poogt, door eene aardlaag heen te boren. Dit schijnbaar ongeloofelijke feit vindt zijne verklaring in de geweldige drukking van de gassen, die in het petroleumhoudend zand zijn opgesloten; aan een manometer gemeten, bedraagt die drukking honderdvijftig atmospheren. Onder zulk eene persing is het niet zoo vreemd, dat het geboorde gat zich aanstonds weer vult; de ontvlambare gassen drijven het zand in de buizen:—het is een echte Penelope-arbeid.Heeft men eenige gegevens om de keus te bepalen voor de plaats der nieuwe putten; is men eenigszins op de hoogte van de vermoedelijke ligging en diepte der oliebeddingen? In geenen deele. Alles is aan het toeval overgelaten; ieder graaft en boort waar hij wil. Sedert twintig jaren heeft men geene aanteekening gehouden van de boringen, zoo als dat toch in alle mijnen geschiedt; dat toch is het eenige middel om met zekerheid iets te weten te komen omtrent de ligging en gesteldheid der beddingen en om noodelooze uitgaven te vermijden. Maar men baadde in den overvloed, en niemand bekommerde zich om de toekomst.—Kan dan soms, bij gebrek van waarnemingen en aanteekeningen, de wetenschap zelve een middel aan de hand doen om zuinig en doelmatig te werken? Evenmin. Gelijk men met zekerheid niets weet omtrent den oorsprong van de aardolie, zoo kan men ook slechts gissingen opperen ten aanzien van de gedaante en de verdeeling der beddingen in de verschillende geologische aardlagen.Een punt schijnt vast te staan: namelijk, dat de vroegere hypothese van eene doorloopende horizontale oliebedding onhoudbaar is. Putten, op weinige ellen afstands van elkander gegraven, leveren zeer verschillende uitkomsten op. De eene zal al vrij spoedig naar een overvloedig reservoir voeren; de anderen zullen volstrekt niets opleveren of althans tot aanmerkelijke diepte moeten worden geboord. Mijn geleider sprak mij o. a. van vier putten, om zoo te zeggen naast elkander gelegen: de eerste was acht-en-zeventig, de tweede honderd-acht-en-zestig, de derde vijf-en-tachtig, en de vierde honderd-vijf el diep. Ziehier een ander voorbeeld: vlak bij een ouden put van twintig meter, die nog altijd olie oplevert, moest men tot eene diepte van honderd-zes-en-twintig meters boren om eene bedding te vinden. Om dergelijke verschijnselen te verklaren, heeft men vrij algemeen de hypothese aangenomen dat de aardolie is opgesloten in holle ruimten, die onregelmatig van vorm zijn en ook ten aanzien van diepte en ligging zeer ongelijk verdeeld. De boor kan in die holten doordringen, maar ook daarlangs heen gaan; twee naburige putten kunnen gevoed worden uit twee holten, die op zeer verschillende diepte liggen.Is de boor in een reservoir van aardolie doorgedrongen, dan kan er tweeërlei gebeuren. Vooreerst kunnen de gassen zich met geweld een uitweg banen door de schachten van de boor: dan houdt, naarmate zich het evenwicht herstelt tusschen de onderaardsche spanning en de atmospherische drukking, de uitbarsting allengs op, en om de petroleum te verkrijgen, moet men haar oppompen. Maar het kan ook gebeuren dat, in plaats van gassen, de olie zelve, vermengd met zoutachtig water en zand, met kracht naar boven wordt gedreven. Is dat het geval, dan worden de arbeiders in de vichka gewaarschuwd door een oorverdoovend gebrul, en is het zaak dat zij zich zoo spoedig mogelijk uit de voeten maken. Somwijlen is de uitbarsting zoo hevig, dat de boor met haar schacht, ondanks haar gezamenlijk gewicht van omstreeks driehonderd kilogrammen, in de lucht wordt geslingerd en het bovenste gedeelte van de stellage geheel wordt vernield. De hoogte van deze fonteinen is zeer verschillend: men heeft stralen gemeten van meer dan negentig meter: dat is hooger dan de groote Geijser op IJsland.Hoe dit te verklaren? Men onderstelt dat de holten, waarvan ik boven sprak, niet enkel petroleum bevatten, maar ook zoutachtig water en gassen. Het water en de naphta bevinden zich in het onderste gedeelte van de holte, van den zak moest ik eigenlijk zeggen; het bovenste is met saamgeperste gassen gevuld. Naarmate nu de boor in het eene of het andere gedeelte eene opening maakt, ontsnapt het gas, of wel de olie wordt, door de geweldige persing der gassen, naar boven gedreven.—Zoudt ge nu wel willen gelooven, datdie groote springende fonteinen, die eene massa petroleum van acht millioen liter in de vier-en-twintig uren opleveren, haar eigenaars niet altijd hebben rijk gemaakt, maar zelfs meer dan eens geruïneerd? Rondom u is de grond doorsneden door een netwerk van geulen of kanalen; iedere put staat met die kanalen in verbinding. Zal de nieuwe put voldoende opleveren om de kosten te dekken? Zal er misschien een straal van zestig meters hoogte uit opschieten? Men weet er niets van; en in die onzekerheid neemt men voorzorgen. Volgt er eene uitbarsting, dan valt de petroleumregen in de geulen, welke op groote putten uitloopen, waarin de petroleum eenigen tijd blijft staan om het zand te laten bezinken; daarna wordt zij door stoommachines in metalen bakken of reservoirs opgevoerd. In den beginne waren dergelijke verrassingen volstrekt niet zeldzaam. Maar ook nu nog heeft men geen middel om den toevoer van zand te verhinderen, dat dikwijls in zoo groote massa wordt opgeworpen, dat de naburige vichkas daaronder bedolven worden.De heer Ch. Marvin verhaalt in zijn boekThe Region of the eternal fire(Het land van het eeuwige vuur) de uitbarsting van de fontein Droejba, waarvan hij getuige was, en die geduchte verwoestingen aanrichtte. “Het gebrul werd verscheidene mijlen in het rond gehoord. Het was inderdaad een indrukwekkend schouwspel. De straal bereikte den top van de vichka (twintig ellen hoog) en, dwars door de losgeslagen balken heenstuivende, verhief hij zich nog ruim zestig ellen hooger; toen boog hij zich nederwaarts en daalde als een dichte donkere regenwolk ter aarde. In de eerste vier-en-twintig uren der uitbarsting had het uit den put opgeworpen zand zich tot de daken der magazijnen en schuren opgestapeld; de omringende vichkas waren binnen een afstand van vijftig meters in het rond, ter hoogte van twee tot twee-en-een-halve el onder het zand begraven... Bij de opening van den krater lag het zand zes ellen hoog.“Hier en daar waren ploegen arbeiders met schoppen gewapend, bezig met het graven en uitdiepen van de kanalen rondom den put om het vocht gelegenheid te geven tot wegvloeien; de arbeid was niet zonder gevaar en nog minder pleizierig; hun hoofd en hunne schouders waren geheel bedekt met petroleum en zand, en zij moesten uiterst voorzichtig zijn om niet medegesleept te worden door den geweldigen luchtstroom, die rondom den voet van den krater loeide... Na door de tallooze geulen en kanalen te zijn weggevloeid, verzamelde de petroleum zich in kuilen en diepten, die in vijvers en riviertjes herschapen werden, waarvan sommigen groot en diep genoeg waren om er in te kunnen varen. Eindelijk liepen die meertjes over; de naphta groef zich een breed kanaal en verloor zich in de Kaspische-zee.”Weken achtereen bleef de fontein Droejba met dezelfde kracht aan het werk, en de overstrooming van petroleum nam zulk een dreigend karakter aan, dat twee ingenieurs van Petersburg werden gezonden om de wel te stoppen. Niet alleen behaalde de maatschappij, aan welke de bron behoorde, geen winst, maar zij werd geruïneerd door de schadevergoedingen, die zij aan de aangrenzende exploitaties moest uitbetalen.Zulke ongevallen komen tegenwoordig niet meer voor. In de eerste plaats vindt men bijna geene fonteinen meer van die kracht: in den regel treft men slechts kleine bronnen aan, die in de vier-en-twintig uren van negenhonderd-duizend tot vijftienhonderd-duizend liter petroleum opleveren; ten andere zijn de kanalen en vijvers in veel beteren toestand gebracht; eindelijk hebben de werklieden thans de gewoonte, om wanneer bij het boren onderaardsche geluiden de nadering van gas of van vloeistof aankondigen, onmiddellijk aan het boveneinde van de buis eene soort van stevige ijzeren kap te bevestigen, van eene kraan voorzien, waarmede men de wegstrooming kan temperen. Heeft men den tijd, om de opening op die wijze af te sluiten, dan is alle gevaar verdwenen: er ontstaat geen straal, en men tapt eenvoudig de olie af als uit een vat. Slechts in zeer zeldzame gevallen is de opstijging van de naphta zoo snel en tegelijk zoo hevig, dat de kap niet kan worden geplaatst of wel uiteen wordt geslagen. Zoo kon bij voorbeeld de groote fontein Nobel niet worden afgesloten. Zij leverde in vier-en-twintig uren niet minder dan zestien millioen liter naphta, diezorgvuldigwerd verzameld en eene inkomst afwierp van zoowat anderhalve ton per dag. Ongelukkig bleek die goudmijn na verloop van een-en-dertig dagen uitgeput. Want de petroleumbronnen duren niet eeuwig. Doorgaans houdt de fontein het niet langer dan twee maanden vol: dan is de straal verdwenen, en moet men zijne toevlucht tot de pomp nemen om de petroleum uit de diepte op te halen. Dit geschiedt door middel van eene soort van emmer met een zelfwerkende klep, die ongeveer dertig liter kan bevatten, door een stoommachine in den put wordt neergelaten en na gevuld te zijn, weer opgehaald.Wij besluiten onze wandeling met een bezoek aan eene oude fontein, die in de jaarboeken van Bakoe beroemd zal blijven: tegenwoordig onderscheidt zij zich wel door niets bijzonders, maar het is toch altijd iets beroemd te zijn geweest. Deze fontein had de hoogst merkwaardige eigenschap dat zij met geregelde tusschenpoozen werkte; de bron, op eene diepte van tweehonderd-tachtig meter ontdekt, heeft eene maand lang gewerkt, en in dien tijd sprong zij gedurende een minuut, rustte dan zes minuten, sprong dan weer gedurende eene minuut en zoo vervolgens. Deze afwisseling was zoo regelmatig, dat men zelfs met den chronometer geen verschil van eene sekonde heeft kunnen waarnemen. Mocht ge soms met de reden van dit allerzonderlingste verschijnsel bekend zijn, dan zult ge den geleerden eene groote dienst bewijzen, indien gij die hun mededeelt. Het is te begrijpen, dat de drukking van de onderaardsche gassen vermindert, naarmate de holte zich ontledigt, en dat dus de kracht, die het vocht naar bovendrijft gaandeweg afneemt en eindelijk ophoudt te werken; maar hoe is het mogelijk dat zij telkens weer, en dan nog wel met zoo mathematische regelmatigheid, in werking treedt?Wij gebruiken het dejeuner met de ingenieurs in dienst van de heeren Nobel, en hervatten vervolgens onze wandeling door den doolhof der vichkas, magazijnen, schuren, machines, vijvers en kanalen vol petroleum. De zon is nog zeer heet: niettemin klauteren wij op een dier metalen reservoirs, waarin de ongezuiverde naphta wordt bewaard, alvorens zij naar de distilleerderijen van Bakoe verzonden wordt. Het is niet mogelijk, deze zuivering op de plaats zelve der bronnen te bewerkstelligen: dit ware veel te gevaarlijk; men mag hier zelfs geene sigaar rooken. Maar waartoe dienen die half in den grond bedolven ijzeren buizen, welke van de reservoirs uitgaan? Ik tel er zeven met een diameter van vijftien duim. Zij dienen voor het vervoer van de naphta, welke door middel van een vernuftig toestel door die pijpen wordt gedreven. Deze inrichting werd voor ongeveer elf jaren gemaakt; de heeren Nobel hebben daardoor zeker belangrijk voordeel genoten, maar de invoering van deze nieuwigheid baarde hun ook veel verdriet. Vroeger werd de ongezuiverde naphta in vaatjes vervoerd, die met tartaarsche karretjes,arbasgenoemd, naar de stad werden gebracht. Deze lichte, smalle karretjes, die er met hun hooge wielen zeer wonderlijk uitzagen, maar voor het eigenaardige terrein zeer geschikt waren, reden onophoudelijk heen en weer tusschen de bronnen en de stad, en brachten den eigenaars jaarlijks gemiddeld ruim een millioen gulden op. Het leggen der buizen maakte de karretjes overbodig; het is dus niet vreemd dat de eigenaars, zich op eens van hunne inkomsten verstoken ziende, op wraak bedacht waren en bij herhaling de pijpen vernielden.Tempel der vuuraanbidders.Tempel der vuuraanbidders.De spoorweg van Bakoe naar Balakhani loopt door tot Soerakhani, weleer het middelpunt der exploitatie, waar nog sommige bronnen in werking zijn. Maar een enkele buis is voldoende om al de petroleum, welke hier gewonnen wordt, naar Bakoe af te voeren, en voorwaar niet om deze bronnen te bezoeken, gaat men naar Soerakhani. Doch hier bevindt zich de tempel der vuuraanbidders. Te midden van eene ommuurde ruimte verheft zich een vierkant gebouwtje, met een koepel gedekt, waaruit een aantal pijpen en buizen te voorschijn komen. Uit al die buizen en pijpen stroomde weleer het brandende gas: en de scharen der geloovigen bogen zich ter aarde voor het eeuwige heilige vuur.... Vervlogen heerlijkheid! Het heiligdom wordt tegenwoordig nog slechts bediend door twee arme Parsis, die het gas ten geschenke ontvangen van de eigenaars der naburige bronnen; en sedert jaren zijn hier haast geen andere pelgrims verschenen, dan de nieuwsgierige, ongeloovige Westerlingen. Zij exploiteeren het heilige vuur ten eigen bate; ja, zij spelen er mede. Zijscheppener een kinderachtig vermaak in, met een lucifer het gas te doen ontvlammen, dat uit de spleten in den grond ontsnapt; en dan ontzien zij zich niet om—zij het ook in onwetendheid—heiligschennis te plegen door de vlam weer uit te blazen!Petroleumfontijn bij Bakoe.Petroleumfontijn bij Bakoe.Den volgenden dag brachten wij een bezoek aan de distilleerderijen in de zwarte stad te Bakoe. Misschien zou zulk een bezoek den lezer belangstelling inboezemen, indien hij er zelf bij tegenwoordig was; eene beschrijving zou hem stellig vervelen: daarom houde ik die terug.—De kostende prijs der gezuiverde petroleum bedraagt niet meer dan acht-en-veertig kopeken (ongeveer ƒ 0.60) de honderd liter; de afval, die als brandstof gebruikt wordt en driemaal meer warmte geeft dan dezelfde hoeveelheid steenkolen, kost omstreeks vijf-en-twintig centen de honderd kiloʼs.De petroleum wordt tegenwoordig met opzettelijk daarvoor ingerichte stoombooten naar Astrakhan vervoerd en van daar met kleinere booten, langs de Wolga naar Tsaritsin gebracht, dat driehonderd-vier-en-zestig mijlen van de zee verwijderd ligt. Daar bevindt zich het centraal-depot, dat geheel europeesch Rusland van petroleum voorziet; de reservoirs kunnen twee-en-twintig millioen liter bevatten. Daar de Wolga gedurende vier maanden van het jaar met ijs bezet is, heeft men nog zes-en-dertig andere depots ingericht, die vóór den winter gevuld worden en te zamen honderd-drie-en-zestig millioen liter kunnen bevatten.Er bestaat ook nog een andere weg voor het vervoer der produkten van Bakoe: namelijk de transkaukasische spoorweg, die Bakoe met Poti en Batoem verbindt; maar het vervoer langs dien weg komt niet in vergelijking met dat langs de Wolga. De spoorwegmaatschappij bezit maar een beperkt aantal wagens, die voor het vervoer van petroleum geschikt zijn, en kan zelfs niet altijd aan de aanvragen uit westelijk Europa voldoen. Bovendien schijnen de Russen niet gezind om den uitvoer te bevorderen van een artikel, dat hun zelven zoo uitnemend te stade komt. Vrijhandelaars en belanghebbende industrieelen mogen schreeuwen zoo hard zij willen: de russische regeering is wijs genoeg, zich daaraan niet te storen. Trouwens, de waarde der vrijhandelaarstheorieën blijkt ook hier weder. Van 1801 (toen Bakoe bij Rusland werd ingelijfd) tot 1872 was de exploitatie van de petroleum een monopolie, dat aan een partikulier, den heer Mirzoef, verleend was. In 1840 bedroeg de opbrengst 3565 ton en in 1872, 24800 ton. In laatstgenoemd jaar werd het monopolie afgeschaft: iedereen kan nu eene concessie tot ontginning der beddingen krijgen. Te gelijker tijd werd de amerikaansche petroleum met een inkomend recht bezwaard, dat verscheidene malen de waarde overtreft en dus met een verbod gelijk staat. Eensklaps stijgt de opbrengst: in 1873 tot 54.000 ton, in 1876 tot 194,000, in 1886 tot 1.600,000 ton. En de prijs; is die, na het ophouden van alle concurrentie, gestegen, zoo als toch volgens de economische wetenschap gebeuren moet? Integendeel: van dertig gulden per honderd liter is die gedaald tot negen gulden, zoodat de verlichting in Rusland goedkooper is dan in eenig ander land! Ook in dit geval bleek de werkelijkheid onbeschaamd genoeg om zich niet aan de theorie te storen.Met de zeer moeilijke en ingewikkelde vraag of en wanneer, bij zoo geweldig stijgende produktie, de voorraad petroleum uitgeput zal raken, mag ik mij hier niet bezig houden; ook omtrent dit punt loopen de gevoelens zeer uit een. Ik heb u slechts de merkwaardigheden willen doen aanschouwen van deze plek, waar wij als tot vroegere geologische tijdperken worden teruggevoerd. Vergun mij thans mijn taak als afgedaan te beschouwen.
V8 September.—De trein met materieel is zoo even vertrokken, maar de militaire constructietrein staat nog onbewegelijk. Het is vijf uren in den morgen. Ik bibber van de koude en heb geen ander gezelschap dan een russisch ingenieur, die noch duitsch, noch fransch verstaat, want mijn reisgenoot tot hiertoe is ongesteld geworden en met den trein voor het materieel naar Merw teruggekeerd om van daar naar Europa te vertrekken. Zou het niet mogelijk zijn, in dit vroege morgenuur een kop thee te krijgen?Tchaï,tchaï? De ingenieur begrijpt mij, en wij gaan te zamen op weg naar eene kleine cantine voor de Turkmenen en de soldaten. Vier stevige palen aan de hoeken, boomtakken bij wijze van latwerk, wanden van leem, een dak van riet met aarde bedekt: ziedaar de cantine, die, zoo als ge bespeurt, niet zondigt door overmatige weelde. Van binnen een kleine houten tafel, twee banken, een soort van buffet met eenige flesschenwodka(brandewijn), tabak en de onmisbare samovar. Aanvankelijk moesten de russische officieren zich met zulke krotten tevreden stellen: zij hebben er niet tegen geprutteld en er zich nog minder door laten afschrikken. Op verschillende nog niet afgewerkte stations vindt men nog van die keten, half in den grond bedolven en door eene dikke laag aarde tegen de zonnehitte beschermd; er behoort geene geringe mate van moed toe om daar te leven, te midden van eene woestijn; maar dit is altijd toch nog beter dan, bij den noordenwind, onder den blooten hemel te slapen. Ik was althans zeer blijde, toen ik dit hol binnentrad, waartchaïte krijgen was, al struikelde ik half over twee Tekkés, die nog lagen te snorken, maar zich haastten om ruimte te maken.Na verloop van een uur, verkwikt en verwarmd door de heete thee, maakte ik mij gereed naar den trein terug te keeren, toen ik het fluiten hoorde eener lokomotief: dat was mijn trein, dievertrok. Maar in plaats van naar Merw terug te keeren, reed hij twee wersten verder in de richting van de Amoe-darja, daarmede bezit nemende van het stuk weg, dat den vorigen avond was afgewerkt, gedurende ons uitstapje naar de ruïnen. Ik moet tot mijne schande bekennen, dat ik naïef genoeg was om den trein na te loopen—natuurlijk te vergeefs. Indien er nog lieden mochten zijn, die niet aan het bestaan van den transkaspischen spoorweg gelooven, dan raad ik hun soortgelijke proef te nemen.Na een geforceerden marsch, waarbij ik gelukkig geen last had van de opkomende zon, kwam ik eindelijk aan de plek waar de trein stilstond. De arbeiders zijn aan het werk; de generaal is met zijne officieren te paard gestegen; overal heerscht dezelfde regelmatige en kalme drukte als bij den bouw van een fort, wanneer de vijand reeds in aantocht is. Ik heb reeds verhaald, hoe de arbeid is geregeld en verdeeld, en behoef dat dus niet te herhalen; laat ons liever enkele wagens bezichtigen.In het kabinet van den generaal ontvangt zijn partikuliere secretaris de telegrammen uit Petersburg en stelt de antwoorden op, die door den generaal in der haast worden gedicteerd; kozakken, met de lange tsjerkesse gekleed, komen en gaan onophoudelijk: dat zijn de ordonnansen van Zijne Excellencie. Onder deze flinke manschappen, naar de circassische mode gekleed, bevindt zich een Kirghizen-sultan, een geboren vorst, dien ge u wachten moet voor een gewoon oppasser te houden. Hij heet Araslanof, is geboortig van Orenburg en heeft den rang van adjudant. Zijne geschiedenis is merkwaardig genoeg. Na aan het hoofd te hebben gestaan van een opstand zijner stamgenooten, bood hij den Tsaar zijne onderwerping aan. Tot russisch officier benoemd, deserteerde hij en trad in dienst bij den khan van Khiwa, die hem tot minister van oorlog benoemde. Dank zij zijne maatregelen en beschikkingen, kon Khiwa gedurende zekeren tijd aan de Russen weerstand bieden. Toen hij eindelijk zag, dat het spel verloren was, aarzelde onze vriend niet langer: hij begaf zich naar de russische voorposten en leverde zich zelven over. “Ik weet wel, zeide hij, dat ik den kogel verdiend heb; maar als gij verstandig zijt, zult gij mij niet doodschieten, doch liever van mijn raad en hulp gebruik maken.”—Inderdaad verschafte hij aan de russische officieren alle inlichtingen omtrent de sterkte van den vijand en de meest geschikte punten voor den aanval; in ruil voor dit verraad kreeg hij vergiffenis en werd in zijn vroegeren rang hersteld. Het voorval is typisch: beter dan een lang vertoog teekent het de aziatische zeden. Maar dat de russische militairen zulke officieren niet bijzonder hoog achten, is niet meer dan natuurlijk. Trouwens, zoo als ik zeide, zij voeren nooit het bevel over russische soldaten.De ambulance-waggon is ledig; de verblijven van de soldaten en de turkmeensche werklieden zijn ontruimd en aangeveegd (van tijd tot tijd worden zij uitgestoomd); de slaapsteden zijn bedekt met de groote grijze kapotjassen, die zoo goed tegen de koude beveiligen; de soldaten van de tweede, de namiddag-brigade slapen, of verrichten partikulier werk, of wel zitten in troepjes rondom reusachtige samovars. Zingen doen zij alleen des avonds, als de dagtaak is volbracht.De koks zijn bezig met het gereedmaken van het ontbijt in de keuken-waggons. Het is voorzeker iets zeer ongewoons, in een goederenwagen een grooten steenen oven te zien. Wij hebben reeds iets dergelijks in den trein van Oezoen-Ada kunnen opmerken. De oven wordt noch met hout, noch met steenkolen gestookt: men gebruikt daarvoor het bezinksel dat bij het distilleeren van petroleum overblijft en van Bakoe wordt aangevoerd. Voor het stoken van de lokomotieven wordt dezelfde brandstof gebruikt, zonder dat dit eenig gevaar oplevert. De ontvlambare vloeistof wordt, na eerst door heet water verwarmd te zijn, in aanraking gebracht met den heeten damp van kokend water: de brandbare deeltjes vatten vuur, en zoo ontstaat een vlam, die de gansche breedte van den oven of den haard beslaat.Deze wijze van verwarming met petroleum heeft het groote voordeel, dat men eenvoudig door het omdraaien van een kraantje het vuur onmiddellijk kan uitblusschen. Dit is van overwegend belang zoodra er gevaar ontstaat voor springen. Bovendien beveelt dit stelsel zich aan door goedkoopheid: vergeleken bij de kosten van verwarming door hout, worden op deze wijze per maand vijf-en-dertig roebels uitgewonnen voor de voeding van eene kompagnie van tweehonderd man. Voor de lokomotieven berekent men dat het gebruik van deze naphta zes maal goedkooper is dan dat van steenkolen. In dat opzicht profiteert de transkaspische spoorweg van de nabijheid van petroleum-bronnen, wier rijkdom, volgens sommige geologen, onutputtelijk is.De militaire constructietrein voert, als alle treinen op de transkaspische lijn, niet alleen zijn petroleum of naphta, maar ook zijn water mede in speciale wagens, hetzij van hout, hetzij van geslagen plaatijzer, die elk zeshonderd pond—ongeveer negenduizend liter—vloeistof kunnen bevatten.Ten slotte gaan wij een bezoek afleggen bij den adjudant van den generaal, den heer Milioutin, in den bureau-waggon. Men kan altijd iets leeren van de zeer beschaafde en ontwikkelde officieren van het russische leger: mocht gij soms lust gevoelen om een uitstapje te maken naar Bokhara, dan zal de heer Milioutin u weten te verhalen van den met het walgelijkste ongedierte gevulden kuil, waarin de emir weleer zijne vreemde bezoekers placht op te sluiten. Sedert Bokhara het russische protektoraat heeft moeten erkennen, is daarin verandering gekomen; maar toch, indien ge niet zeer op uw hoede zijt en de ontevredenheid of het wantrouwen van den emir opwekt, dan.... Hij zal u ook het vermakelijke verhaal doen van de lotgevallen van een engelschen dagblad-correspondent, een zekeren heer OʼDonovan, een dier onuitstaanbare lieden, dieoveral bij willen zijn en over alles willen babbelen. Deze kwant wilde volstrekt den veldtocht der Russen in Turkmenië mede maken: een aanval van typhus verhinderde hem aan de eerste expeditie van Ghéok-Tépé deel te nemen; Skobeleff, die niet van reporters hield, zond hem bij de tweede expeditie uit het leger; niettemin volhardde hij bij zijn voornemen om naar Merw te gaan, en werkelijk gelukte het hem, onder eene vermomming, het eerst tot deze bijna onbekende oase door te dringen; maar eenmaal te Merw, werd hij gevangen genomen, en ondanks zijne hoedanigheid van onderdaan van Koningin Victoria, in den kerker opgesloten, waaruit hij eindelijk door de Russen moest worden bevrijd.Eenige dagen geleden, had een fransch reiziger, de heer Bonvalot, in dezen zelfden waggon inlichtingen gevraagd omtrent de beste wijze om met zijne reisgenooten in Afghanistan door te dringen, waar hij eene of andere wetenschappelijke missie had te vervullen. Zoowel de generaal als de heer Milioutin trachtten hen van dit voornemen terug te brengen. Sedert had men niets meer van hen vernomen; de vergunning om over de grenzen te gaan was hun geweigerd, hetgeen ieder zeer begrijpelijk vond. Eene maand later ontmoette ik een engelsch officier, aan wien vergunning was verleend om langs den transkaspischen spoorweg en door Kaukasië naar zijn vaderland terug te keeren; hij deelde mij mede dat het verbod om de grenzen te overschrijden louter in het belang der reizigers was uitgevaardigd: in Afghanistan heerschen burgeroorlog en anarchie, en de vreemdelingen loopen zeer groot gevaar gevangen genomen en zelfs wel vermoord te worden. Wanneer zullen Europeanen te Herat, even als thans te Merw, in volkomen veiligheid kunnen rondwandelen?9–14 September.—Merw ligt achthonderd-twee-en-twintig kilometers van de Kaspische-zee; Baïram-Ali is de zevenhonderd-vijf-en-negentigste werst, en wij naderen de mijlpaal achthonderd-vijftien, waar eene kleine halte, Koerban-Kala, zal werden gemaakt. Wij hebben de grens van de oase bereikt; wij bevinden ons op nieuw in de zandwoestijn, afgewisseld door onbebouwd alluvium, dat zich tot de Amoe-darja uitstrekt. Over deze rivier zal eene brug worden gebouwd te Tsjardjoeï, eene stad van dertigduizend inwoners, die tot het khanaat van Bokhara behoort; de afstand van deze stad tot Oezoen-Ada bedraagt duizend-vijf wersten. Op den achtsten September 1886 moest de spoorweg dus nog over ruim tweehonderd wersten worden doorgetrokken om den alouden Oxus te bereiken; de bouw van dit vak, het moeilijkste van de geheele lijn, was reeds den dertigsten November daaraanvolgende voltooid, zoo dat men nu slechts eenige uren noodig heeft voor de reis door eene woestijn, welke vroeger drie of vier dagen vorderde, waarbij men dan nog de kans liep, half verblind te worden door de wolken van zand, die de sterke wind voor zich uitdrijft. Ik had eigenlijk mijn bezoek drie maanden moeten uitstellen. Om de reis voort te zetten, moeten wij nu nog te paard stijgen en voor nachtverblijf ons met eene tent tevreden stellen. Gelukkig is de weg althans afgebakend; zelfs zou men reeds, over eene lengte van honderd kilometers, met een rijtuig de baan kunnen volgen.Want, zoo als ik zeide, de inlandsche arbeidersploegen, die de aardwerken moeten uitvoeren, zijn den constructietrein zeer ver vooruit. De turkmeensche werklieden, die met hunne groote mutsen van schapenwol het steken van de zon kunnen trotseeren, hebben den ganschen zomer doorgewerkt. Ook treft men overal langs de baan ingenieurs en landmeters aan, die het opzicht houden over de werkzaamheden, het terrein bestudeeren en opnemen, en de richting van den weg bepalen; hunne kampementen zijn van vijf-en-twintig tot dertig kilometers van elkander verwijderd. Deze ijverige mannen, die zich ter wille hunner plichtsvervulling allerlei ontberingen getroosten en letterlijk buiten de beschaafde wereld leven, zullen u steeds met de grootste hartelijkheid en gastvrijheid ontvangen. Een hunner heeft zelfs zijne vrouw bij zich.En deze onvermoeide ingenieurs konden niet volstaan met het bestudeeren van slechts eene richting voor de te maken baan. De turkmeensche woestijn was nog ten vorigen jare zoo volkomen eeneterra incognita, dat men aan gene zijde van Merw zoo goed als op den tast te werk moest gaan. Behalve de richting van Tsjardjoeï, waarop ten slotte de keuze is gevallen, omdat in die richting aan den rechter oever van de Amoe-darja minder zand wordt aangetroffen en de spoorweg door het meest bevolkte gedeelte van Bokhara loopt; behalve deze richting heeft men ook nog het ontwerp opgemaakt voor eene andere lijn met eene afwijking van minstens driehonderd kilometers, die te Boerdalik, nabij de afghaansche grens, over de rivier zou gaan. Onder de leiding van den hoofdingenieur Danilof, zijn al de terreinsopnemingen en voorbereidende werkzaamheden tusschen Askhabad en Samarkand, over eene uitgestrektheid van negenhonderd-dertien wersten of negenhonderd-zeven-en-zeventig kilometers, in weinige maanden, van Mei tot December 1885, verricht; als men de mede bestudeerde afwijkingen en wijzigingen daarbij in rekening brengt, omvat de arbeid eene uitgestrektheid van meer dan dertienhonderd kilometers. Bedenkt men daarbij, wat het zegt te leven en te werken in eene woestijn waar zelfs geen water is te vinden, dan zal men moeten toegeven, dat hetgeen hier door de russische ingenieurs is verricht, zonder voorbeeld was.Negen stations scheiden Merw van de Amoe-darja; ik geef hier de lijst dier stations met vermelding van den afstand van Oezoen-Ada:Baïram-Ali795 wersten.Koerban-Kala815 id.Keltsji839 id.Ravina862 id.Oetsjadji887 id.Peski912 id.Repetek936 id.Esjek-Rabat959 wersten.Selim982 id.Met uitzondering van het eerste station, dat wij bezocht hebben en waar eene vrij waterrijke beek wordt aangetroffen, liggen al de andere midden in de woestijn; geen enkel inlandsch kamp of dorp, behalve dat van Selim, brengt eenige afwisseling in deze doodsche eenzaamheid; overal ontbreekt drinkwater, uitgenomen bij de stations Koerban-Kala, Oetsjadji, Repetek en Selim, waar men met veel moeite geslaagd is in het opsporen van wellen; de kale zandduinen zijn ontbloot van iedere soort van plantengroei:—in één woord, de gansche landstreek is niet meer dan eene akelige naakte wildernis, waar slechts nu en dan de kreet van het wild gedierte de stilte verbreekt. En toch stonden hier eenmaal bloeiende steden en woonde hier eene talrijke beschaafde bevolking.Eenige kilometers voor men aan het station Ravina komt, beginnen de zandduinen zich te vertoonen, die zich dan onafgebroken over eene lengte van omstreeks vijf-en-zestig kilometers uitstrekken. De bouw van dit gedeelte van den spoorweg leverde de grootste moeilijkheden op. De duinen zijn misschien niet hooger dan die langs het strand van de Kaspische-zee, maar zij zijn volstrekt onbegroeid en daardoor aan voortdurende verstuiving onderhevig. Een sterke wind, die eenige dagen achtereen in dezelfde richting waait, kan de duinen soms van een tot twee meter verplaatsen. Het zal dus veel meer moeite kosten, deze losse duinen vast te leggen dan de reeds half begroeide duinen langs de Kaspische-zee; maar voor vernieling van den spoorweg behoeft men niet te vreezen. Wanneer ondanks de genomen voorzorgen, zoo als het plaatsen van paalrijen en staketsels om het zand tegen te houden, op sommige punten verplaatsingen mochten voorkomen, dan zullen die toch niet meer te beteekenen hebben dan aardstortingen op iedere andere lijn: een arbeid van eenige uren zal voldoende zijn om den hinderpaal weg te ruimen en het verkeer te herstellen. De hoogte der uitgravingen bedraagt niet meer dan tien el; de inhoud van de zandheuvels per werst bedraagt gemiddeld elfduizend kubiek meter.Heeft men deze duinen achter den rug, dan komt men op nieuw in de woestijn, die zich onafgebroken tot de Amoe-darja uitstrekt en afwisselend uit alluvium en zand bestaat. Welk eene verschrikkelijke streek; en hoe volkomen begrijpelijk is, wanneer men deze onherbergzame wildernis aanschouwt, de kalme gerustheid der beheerschers van Hindostan! Zulk eene woestijn mocht inderdaad het beste aller bolwerken worden gerekend, bijna even onoverkomelijk als de oceaan. Maar binnen weinige maanden is alles veranderd: de slagboom is opgeruimd, de kracht van het bolwerk gebroken. Al ware het meer dan vermetel, vooral in dit geval, de toekomst te willen voorspellen, zoo ligt toch eene verovering van Indië—gesteld dat de russische politiek daarop is gericht—vermoedelijk niet in het naaste verschiet. Maar toch.... met welk doel voegt de Tsaar deze afschuwelijke wildernissen en kale steppen bij zijn onmetelijk rijk?Wij komen te Tsjardjoeï. Bij deze belangrijke stad zal de spoorweg de Amoe-darja moeten oversteken; de ontworpen brug zal eene lengte verkrijgen van meer dan anderhalve kilometer. De oude klassieke Oxus stuwt zijne wateren voort tusschen steile, eenigszins zandige oevers, die eene hoogte hebben van acht tot tien meter. Generaal Annenkof is nog onzeker, of hij hier eene vaste ijzeren brug met wijde bogen zal laten bouwen; en die aarzeling is alleszins verklaarbaar, want hoewel het bed der rivier uit zand bestaat met een dunne laag klei overdekt, en hoewel de diepte, gedurende de helft van het jaar, niet veel meer dan drie voet bedraagt, zouden toch de kosten van zulk een werk zeer aanzienlijk zijn. Naar het schijnt, bestaat nu het plan om gebruik te maken van een eilandje, dat de rivier in twee bijna gelijke takken verdeelt en waaraan een kabel zou worden bevestigd, waarvan het andere uiteinde aan eene stoomponton wordt vastgemaakt. Op die ponton zouden dan de passagiers- en goederenwagens worden overgezet, terwijl de lokomotief zou achterblijven.Door het doortrekken van den transkaspischen spoorweg tot aan Tsjardjoeï verzekert Rusland zich het bezit van eene rivier, die wat de lengte van haar loop (vijf-en-twintighonderd kilometers) en het jaarlijksch volume van haar watermassa aangaat, in Europa alleen door den Donau en de Wolga wordt overtroffen. Zij vormt de grensscheiding tusschen Bokhara, dat feitelijk eene russische provincie is, en noordelijk Afghanistan. Langs dezen weg kan men troepen vervoeren tot aan de grenzen van Badaksjan, aan den voet der bergpassen van den Hindoekoesh, waarover de wegen naar Engelsch Indië loopen: men begrijpt dus van welk strategisch gewicht het bezit dezer rivier is. Ongelukkig gaat de scheepvaart op de Amoe-darja met bezwaren gepaard, die wel niet onoverkomelijk zijn, maar welker opruiming toch zeer veel inspanning en maatregelen van bijzonderen aard zal vorderen. In het voorjaar en in den zomer, na het smelten der sneeuw op het Pamirgebergte, waar de Amoe-darja ontspringt, bereikt de rivier eene hoogte van vijf tot zes meter; in den winter en den herfst daarentegen bedraagt de diepte niet meer dan twee of drie voet. Om van dezen waterweg in zijn tegenwoordigen toestand gebruik te kunnen maken, moet men dus eene flottille van platboomde stoombooten tot zijne beschikking hebben. Wordt met den bouw van deze vloot evenveel spoed gemaakt als met den spoorweg, dan zal zij zeker binnen niet langen tijd de wateren van den Oxus klieven.De citadel te Merw.De citadel te Merw.Na eene aanhoudende ingespannen werkzaamheid van achttien maanden, schijnt de verdere voortzetting van de transkaspische spoorlijn voorloopig te blijven rusten. Wij zullen dus ook hier, aan de oevers van de Amoe-darja, het einddoel van onze reis vinden, hoewel het minder gevaarlijk is om een bezoek te gaan afleggen bij den emir van Bokhara, dan bij zijn buurman van Kaboel. Blijftde vrede in Europa bewaard, dan zullen wij in het volgende jaar, zonder eenige vermoeienis of inspanning, in tien uren den afstand van driehonderd-vijf-en-zeventig kilometers kunnen afleggen, die ons van Samarkand scheidt. De aanleg van dit gedeelte der lijn zal veel gemakkelijker zijn dan van de andere. Van de Amoe-darja tot Karakoel, over eene lengte van omstreeks vijftig wersten, heeft men eene waterlooze woestijn; maar verderop kan de lijn den loop volgen van de Sarafsjan, de groote rivier, die naar de oude aziatische metropolis voert. Zal Samarkand dan het eindpunt zijn van den transkaspischen spoorweg? Misschien. De groote stad Tashkend met haar honderdduizend inwoners is nog geen driehonderd kilometers van Samarkand verwijderd; en de eenige ernstige moeilijkheid, die overwonnen zou moeten worden, is de overgang van de Sir-darja, eene rivier die in breedte en beteekenis vrij wel met de Amoe-darja gelijk staat.En naTashkend? Op die vraag is geen antwoord te geven; maar de onderstelling is zeker niet gewaagd, dat zulke onvermoeide pionniers als de Russen niet halverwege blijven stilstaan bij hunne vreedzame verovering van Centraal-Azië.VI15 September.—Terugkomst te Merw. Als men zoo pas de woestijn verlaten heeft, schijnt de kleine onaanzienlijke stad haast een paradijs. Verschillende officieren van den constructietrein hebben verlof gekregen om mij te vergezellen; het wederzien van dit toekomstige Babylon, de ontmoeting met hunne kameraden, het slapen in een hôtel—ziedaar genietingen, waarnaar zij vurig verlangen. De hôtels van Merw! Verbeeld u dat het mijne sedert acht dagen—alles gaat hier met stoom!—eene geheele verandering heeft ondergaan het is thans in het bezit van eene onbeschrijfbare piano en van eene onweerstaanbare zangeres. Dit noemt men eencafé-chantant; Merw bezit misschien een half dozijn van die inrichtingen, zoo als men ze ook vindt in de binnenlanden van Algerië. Russen en Franschen hebben op dit punt dezelfde liefhebberij. Nu, misschien is het nog beter, na een dag van vermoeienden arbeid, zich ʼs avonds zoo goed en zoo kwaad als het gaat te vermaken, dan van verveling te versuffen.16 September.—Toebereidselen tot het vertrek. Afscheidsbezoeken bij de hoofdofficieren, bij allen, die ons met zooveel vriendelijkheid en voorkomendheid ontvangen hebben. Wij vleien ons met de hoop, elkander weder te zien.De Moergab, die reeds in het begin van September zeer laag was, is in de laatste tien dagen nog meer gezakt, zoodat de kleiachtige steile oevers bijna geheel bloot liggen. Toch kon, in Juni jl., de bedding der rivier het afstroomende water niet bevatten. Sedert men de stuwen en waterwerken, welke door de vroegere sultans waren gemaakt, heeft vernield en laten vervallen, wordt de oase van Merw elk jaar, bij het smelten der sneeuw in de bergen van Afghanistan, door overstroomingen geteisterd. Die van 1886 bereikte eene buitengewone hoogte, en de Russen moesten alle krachten inspannen om de noodlottige gevolgen dier overstrooming te keeren. In aller ijl werden dammen en kistingen opgeworpen om de gaten en kuilen te stoppen, waardoor het water kon binnenstroomen; gelukkig zijn de Tekkés in dit soort van werk zeer ervaren. Ondanks alle inspanning richtte de overstrooming toch groote verwoestingen aan; niet zonder verbazing vernam men dan ook te Petersburg de inwijding van hetstationte Merw op 2/14 Juli daaraanvolgende. De opening van een spoorweg in eene overstroomde landstreek scheen bijna ongeloofelijk, en toch was het waar. Men was er in geslaagd, de overstrooming te stuiten, de rivier in hare bedding terug te dringen, en op den bepaalden dag te Merw te komen. Een generaal-majoor, adjudant des Keizers, is zoo juist hier aangekomen om zich met eigen oogen van het feit te overtuigen. Ongetwijfeld zal zijn advies de uitvoering bespoedigen van de noodige werken, waardoor de periodieke terugkeer dezer overstroomingen kan worden voorkomen en aan de oase hare vroegere vruchtbaarheid terug gegeven.De trein van den generaal staat gereed: mij valt de eer te beurt, met Zijne Excellencie naar Oezoen-Ada terug te keeren. Wij vertrekken ten elf uren des avonds.—Als het mij ooit vergund mocht zijn, in deze landstreken terug te komen, wat zal ik dan vinden in plaats van de dorre steppen en de sedert eene eeuw ontvolkte oasen? Die oasen kunnen en zullen zonder eenigen twijfel, door het aanleggen van waterwerken en irrigatiekanalen, in haar vroegeren toestand van vruchtbaarheid en bloei worden hersteld; zelfs zal het mogelijk zijn, de steppen, waarvan de grond vruchtbaar is, door aanvoer van water, over groote uitgestrektheden in kultuur te brengen.Over de vraag, waaraan de herhaalde afwisselingen van vruchtbaarheid en dorheid moeten worden toegeschreven, die sedert twee- à drieduizend jaar in Turkmenië voorkomen, loopen de gevoelens der geografen uiteen. Toch schijnt de Amoe-darja als de onmiddellijke oorzaak te moeten worden beschouwd van de veranderingen, welke historisch zijn gestaafd; en deze oorzaak is hoogst waarschijnlijk zelve weder het gevolg van natuurkrachten, wier werking zich ook openbaart in de naphta- en petroleumbronnen.Ten tijde van Strabo stortte de Oxus zich in de Kaspische-zee uit; de handel tusschen den Pontus Euxinus en Indië volgde de waterwegen, die ten oosten van de Kaspische-zee eene voortzetting vormden van de vallei van de Koer in Transkaukasië. Het mag inderdaad onmogelijk worden geacht, dat de grieksche geografen, na de veroveringen van Alexander en de stichting van helleensche staten in Centraal-Azië, vooral ook na het onderzoek van de oostelijke oevers der Kaspische-zee door den zeevaarder Patroclus op last van Seleucus I, zich omtrent een zoo belangrijk punt als de loopvan den Oxus zouden hebben vergist. Maar tijdens de oudste arabische en turksche schrijvers had de rivier zich noordwaarts gekeerd en stortte zich in het Aralmeer uit; alle arabische geschriften en dokumenten uit dit tijdvak staven dat feit. In de veertiende eeuw hernam de Oxus weer de richting naar de Kaspische-zee, daarbij de natuurlijke helling van het terrein volgende, dat met een vrij sterk verval (ruim veertien centimeters per kilometer) naar die zee afdaalt. Ongeveer twee eeuwen achtereen stroomde de rivier nu door de nieuwe bedding; maar omstreeks het midden der zestiende eeuw wendde de Amoe-darja zich nogmaals van de Kaspische-zee af en keerde, voor zoover ons bekend is, ten tweeden male, naar het meer Aral terug.Deze herhaalde verplaatsingen, waarvan onbetwistbare dokumenten gewag maken, zijn bovendien op de meest afdoende wijze bevestigd door de nauwkeurige verkenningen en opnemingen van de oude bedding van den Oxus, thans onder den naam van de Oesboï bekend, die ter hoogte van de stad Koenia-Oergendsh zich van de tegenwoordige bedding afscheidde en naar de baai van Krasnowodsk liep. De verlaten bedding, gemiddeld een kilometer breed, is zoo duidelijk kenbaar, als ware het water eerst kort geleden weggevloeid. De steile oevers zijn in den kleiachtigen grond tot eene diepte van twintig en vijf-en-twintig meters uitgegraven; slechts hier en daar zijn de gelijkmatige aardlagen met taluds van zand bedekt. De platen en eilanden, waarmede de rivier bezaaid was, zijn nog duidelijk zichtbaar. De diepe kuilen in de oude bedding zijn op vele plaatsen met water gevuld en vormen langwerpige, kronkelende plassen, aan stukken van eene rivier gelijk; struikgewas en rietbosschen verkwikken het oog van den reiziger, die weken lang niets heeft aanschouwd dan de naakte steppen; hier en daar ontmoet hij zelfs, langs den zoom van het zoete water, boschjes van populieren en wilde olijven. De ruïnen van steden en dorpen, die men, bepaaldelijk tusschen de delta van de Amoe en het meer Sari-Kamisch, langs de oevers van de Oesboï aantreft, zijn onbetwistbaar uit twee verschillende tijdperken afkomstig, overeenkomende met de twee perioden gedurende welke de Oxus zijn loop nam naar de Kaspische-zee. De bouwvallen der oudste steden getuigen van eene mate van ontwikkeling, beschaving en rijkdom, die zeer veel hooger staat dan hetgeen de meer moderne ruïnen ons te aanschouwen geven: deze laatsten komen geheel overeen met de ruïnen der eerst in den laatsten tijd gebouwde turkmeensche steden. Trouwens, hetzelfde verschijnsel hebben wij waargenomen bij de ruïnen van Sultan-Sandjar-Kala en van Baïram-Ali, die beiden achtereenvolgens de plaats van het tegenwoordige Merw hebben ingenomen; slechts in de eerste, oudste stad vindt men artistieke monumenten, freskoos en geëmailleerde tegels.De Amoe-darja is echter niet de eenige rivier in deze landstreek, welke in den loop der tijden hare bedding heeft verlegd. Toen de Amoe zich nog in de Kaspische-zee uitstortte, liep de Sirdarja of Iaxartes in den Oxus uit; het groote meer Aral bestond toen niet of was althans niet veel meer dan een moeras. De schrijvers die melding maken van de landstreek, welke door den Oxus en den Iaxartes wordt besproeid, gewagen van het meer Aral alleen in die tijdperken, waarin de genoemde rivieren zich niet meer in de Kaspische-zee uitstorten.Terwijl de hoofdstroom van den Oxus zich, langs de bedding van de tegenwoordige Oesboï, naar de baai van Krasnowodsk richtte, schijnt een andere tak van de rivier, uitgaande van Tsjardjoeï, zijn loop in westelijke richting te hebben genomen door de toenmaals boschrijke en vruchtbare vlakte, thans als de woestijn van Karakoem bekend. De Moergab van Merw en de Tedsjen, die zich thans in het zand verliezen, stortten zich toen zeker in dien tak van de Amoe-darja uit. Naar alle waarschijnlijkheid had ook de Sarafsjan vroeger haar uitmonding in de Amoe; tegenwoordig verdwijnt zij in den grond op betrekkelijk korten afstand van die rivier, waarin zij zich ongeveer tegenover Tsjardjoeï moet hebben uitgestort.Deze veranderingen en omkeeringen zijn te verklaren, wanneer men aanneemt dat de bodem beurtelings is gerezen en gedaald, waardoor natuurlijk de richting van het verval geheel gewijzigd werd. Dergelijke golvingen van den grond zijn des te waarschijnlijker, omdat zij slechts enkele meters behoeven te bedragen ten einde eene geheele verplaatsing te weeg te brengen van de rivierbeddingen. De geologie heeft reeds op verschillende punten van den aardbol dergelijke rijzing of daling van den bodem geconstateerd; en binnen de grenzen van de landstreek zelve, waarover wij nu spreken, kunnen wij wijzen op de bewegingen van den grond in den omtrek van Bakoe, dat wil zeggen in het brandpunt der natuurkrachten, die de naphta- en petroleumbronnen naar de oppervlakte der aarde drijven. Het petroleumbekken van Transkaukasië strekt zich echter ook onder den grond van het transkaspische gebied uit: in de beide landen kunnen dezelfde oorzaken dezelfde gevolgen hebben te weeg gebracht.De nauwkeurige waarnemingen en waterpassingen, voor den aanleg van den spoorweg noodig, hebben zeer belangrijke inlichtingen verschaft over de golvingen en oneffenheden van het terrein, en daarbij de middelen aangewezen, om van de tegenwoordige gesteldheid zooveel mogelijk partij te trekken. De Moergab en deTedsjenleveren eene voldoende hoeveelheid water, om zelfs zonder groote onkosten, de oasen van Merw en van de Atek weer in haar vroegeren toestand te herstellen; voor de vruchtbaarmaking van de oase van Akhal-Tekké kan men de rivieren van het plateau van Iran gebruiken. Maar om de woestijn van Karakoem, althans gedeeltelijk, voor de kultuur te herwinnen zal men een irrigatie-kanaal moeten aanleggen, dat boven Tsjardjoeï van de Amoe-darja uitgaat en de natuurlijke golvingen van het terrein volgt. Eene terugleiding van de rivier in de voormalige bedding, door de Oesboï aangewezen, isthans onmogelijk door de veranderingen, welke de bodem sedert heeft ondergaan en welke de Amoe-darja juist gedwongen hebben, zich een weg te banen naar het meer Aral. Toch hebben de russische ingenieurs hier eene schoone taak te vervullen, wanneer zij er in slagen, deze wijd uitgestrekte landstreken, deze steppen en wildernissen, waar het alleen aan water hapert, tot nieuw leven en vruchtbaarheid te wekken en ze wederom te maken tot hetgeen ze eenmaal waren: de voorraadschuren van Centraal-Azië.17 September.—Acht uren des morgens. Wij komen te Askhabad, na in negen uren een traject van driehonderd-vijf-en-veertig kilometers te hebben afgelegd. Als wij den tijd van oponthoud aan de stations mede in rekening brengen, heeft de trein met eene snelheid van ruim veertig kilometers in het uur gereden: hetgeen inderdaad knap mag worden genoemd voor eene lijn, die ter nauwernood voltooid is. Ik verlaat den salon-wagen, waar ik een uitmuntenden nacht heb doorgebracht en roep een koetsier, om een bezoek te gaan afleggen bij generaal Komarof: want, even als in Europa, vindt men ook hier rijtuigen bij aankomst van den trein.Een turkmeensche ploeg.Een turkmeensche ploeg.De stad ligt ruim vijftienhonderd meters van het station verwijderd; de weg die beiden verbindt zou niets te wenschen overlaten, ware hij niet bedekt met zulk eene dikke laag stof, dat door den wind wordt aangevoerd. Ik durf mij nauwelijks voorstellen, hoe men het hier maken moet bij storm uit het noorden.Askhabad is vele jaren ouder dan Merw en is dan ook drukker en als handelsplaats belangrijker; intusschen laat het zich aanzien dat Merw deze stad spoedig genoeg overvleugelen zal. Generaal Komarof bewoont een zeer fraai huis, zoo als men er in Merw nog geen vindt. Ik word dadelijk toegelaten bij Zijne Excellencie, die in zijn kabinet, eene zeer ruime zaal, aan het werk is. In warme landen is het de gewoonte—en eene zeer goede gewoonte—groote, ruime kamers te maken; maar in Turkmenië, waar het ʼs winters zoo geducht koud kan zijn, moet men in zulke zalen half bevriezen.—De generaal ontvangt mij met de meest voorkomende vriendelijkheid; hij verhaalt mij van zijn reis, nu kort geleden, naar de vallei van de Atrek en de perzische grens, en laat mij zijne rijke verzameling van photografiën en van antiquiteiten zien: generaal Komarof is namelijk niet alleen een militair, maar ook een geleerde en een ijverig navorscher. Na zijn ontslag uit de militaire dienst, stelt hij zich voor, een omvangrijk werk uit te geven over de landen van den Kaukasus en Voor-Azië.Ik moest dien dag bijzonder veel van mijne maag vorderen: om twaalf uur dejeuneerde ik met generaal Annenkof in den trein; om half twee dejeuneerde ik nog eens bij generaal Komarof; om vier uur lunch bij denzelfden; om zeven uren diner in den trein; om negen uur, receptie in de militaire societeit; te middernacht officieel souper bij den opperbevelhebber van het transkaspische gebied.—Dit gebied of deze provincie is—in het voorbijgaan gezegd—in zes districten verdeeld, aan het hoofd waarvan een kolonel of een luitenant-kolonel staat. Deze zes districten zijn: Fort-Alexandrowski, Krasnowodsk, Askhabad, Karibent, Merw en Pendeh; de inlandsche bevolking wordt op ongeveer vijfhonderd-vijftigduizend zielen geschat.De trein zette zich tegen half drie in den morgen in beweging: het was meer dan tijd. Het is mij niet mogelijk geweest, een bezoek te brengen aande ruïnen van Nissa, op eenige wersten afstands, aan den voet der perzische bergen gelegen. Men vindt in den bazar van Askhabad prachtige perzische tapijten en verschillende produkten van Merw, Afghanistan en Bokhara, waaronder zeer fraaie zaken. Deze artikelen zijn niet duur, maar men moet er kennis van hebben.18 September.—Negen uur ʼs morgens. Aankomst te Kizil-Arwat. Wij hebben op nieuw tweehonderd kilometers afgelegd, met eene snelheid van vijf-en-veertig kilometers in het uur. De generaal neemt de werken voor den bouw van het nieuwe station, tot in de kleinste bijzonderheden, in oogenschouw. Hij gaat overal heen en ziet alles na: ondanks zijne vijftig lenten schijnt de brandende zon hem niet te hinderen. Bedenk daarbij, dat hij aldus onafgebroken sedert vijftien maanden bezig is.De steppen, de zandduinen, de Groote- en de Kleine Balkan vliegen langs ons heen: de trein heeft eene snelheid van vijftig kilometers in het uur. Wij dalen in volle vaart het zandige plateau van de kuststreek der Kaspische-zee af, waartegen de gewone passagierstrein, bij onze aankomst, zich langzaam moest opwerken. Vier uren na ons vertrek van Kizil-Arwat zijn wij weer te Oezoen-Ada, dat in dien tusschentijd belangrijke veranderingen en vergrootingen heeft ondergaan. Het is vier uren in den namiddag; wij hebben tweehonderd-vijftig kilometers afgelegd.De kaai te Bakoe.De kaai te Bakoe.De schrijvers, die aan de Russen de talenten en bekwaamheden der west-europeesche rassen ontzeggen en geene gelegenheid laten voorbijgaan om tegen Rusland en voor Engeland partij te kiezen, zouden wel doen, indien zij hun studeervertrek eens verlieten om zich met eigen oogen te overtuigen van het groote werk in het hart van Azië volbracht, en dat, zoo noodig, met onverzettelijke energie zal worden voortgezet tot de eindelijke, de onvermijdelijke ontknooping. Zij zouden dan begrijpen dat wellicht de tijd nadert voor het vereffenen van zekere sedert lang loopende rekeningen, en dat misschien de negentiende eeuw niet ten einde zal spoeden, zonder getuige te zijn geweest van groote en gewichtige gebeurtenissen.En wat hen niet het minst zou verbazen, is het gering bedrag der kosten van het zoo gelukkig volbrachte werk. De kosten van aanleg van den transkaspischen spoorweg bedragen niet meer dan twee-en-dertig duizend roebels per werst, daaronder begrepen de kosten der metalen rails en van het rollend materieel, welk een en ander uitsluitend door russische fabrieken geleverd wordt. Als men de ontzaglijke afstanden en de bezwaren, aan het verblijf in de turkmeensche steppen eigen, in aanmerking neemt, dan mag dit cijfer inderdaad zeer gering heeten. Onder de voornaamste oorzaken van deze geringe uitgave moet men voorzeker in de eerste plaats rekenen de omstandigheid, dat een zeer groot deel van het personeel uit militairen bestaat; en voorts het gebruik van inlandsche arbeiders, die weinig kosten en veel werk verrichten, ondanks sommige zeer primitieve gebruiken. Daartoe behoort onder anderen de aartsvaderlijke gewoonte om elkander van hand tot hand de steenen voor den bouw over te reiken en om de uitgegraven aarde in zakken te vervoeren. Ik houd het er voor, dat de metselaars bij den torenbouw van Babel op gelijke wijze te werk gingen. Voor elken zak zijn drie man noodig: een die de aarde uitgraaft, een die den zak vasthoudt en wegdraagt naar de plaats van berging, waar een derde man den voorraad in ontvangst neemt en zoogenoemd verwerkt.Dat de lijn dadelijk in exploitatie wordt gebracht naar gelang de rails zijn gelegd, zonderop de voltooiing der stations en andere werken te wachten, draagt er mede toe bij om de kosten te verminderen, want nu wordt zooveel te spoediger gelegenheid gegeven tot een, zij het ook nog beperkt vervoer, waarvan de opbrengst in mindering komt van de kosten van aanleg. Reeds hebben duizenden mohammedaansche pelgrims, die jaarlijks uit westelijk Perzië en de landen van Transkaukasië naar Mesjhed trekken om de graven der Aliden te bezoeken, van den transkaspischen spoorweg gebruik gemaakt. Om hen te lokken, heeft de generaal eene in het perzisch geschreven brochure doen uitgeven en verspreiden, waarin de voordeelen van dit nieuwe middel van vervoer, de besparing van tijd en geld, worden aangetoond. Bovendien zijn ten behoeve van die bedevaartgangers bijzondere wagens ingericht. Men heeft ook handelsagenten naar de jaarmarkt van Nowgorod en tevens naar Bokhara en naar andere steden van Centraal-Azië gezonden, om de aandacht op den nieuwen spoorweg te vestigen: met dat gevolg, dat een deel der waren die vroeger over Orenburg werden vervoerd, nu langs deze lijn zijn getransporteerd. Reeds nu zag ik te Tsjardjoeï groote hoeveelheden van wollen en zijden stoffen, van gedroogde vruchten en vooral van katoen. Dit laatste is van bijzonder gewicht. Tot dusver moesten de russische katoenfabriekanten hunne grondstof voor negen tienden uit Amerika en Egypte ontbieden; het gemis van geschikte vervoermiddelen maakte het voor hen bijna onmogelijk, hunne katoen uit Centraal-Azië te laten komen. De transkaspische spoorweg zal hierin eene groote verandering brengen; en het weder in kultuur brengen van de turkmeensche steppen, dat niet achterwege kan blijven, zal er krachtig toe bijdragen om ook onder dit opzicht Rusland van de vreemden onafhankelijk te maken.De avond is gevallen, en het is aan zee zeer koel geworden. Wij kunnen zeer goed gevoelen dat de zomer voorbij is. Wij dineeren in den gesloten wagon, en luisteren daarbij naar eene militaire muziek, welke ik voor het eerst hoor. De muziekanten dragen de russische uniform; een der officieren deelt mij echter mede, dat de kosten van dit muziekkorps door den generaal persoonlijk worden gedragen; de muziekanten verplaatsen zich nu naar het eene, dan naar het andere station, om in het leven der ballingen althans eenige afwisseling te brengen.Na afloop van het diner was er groote reunie in de galerij van het station, waarbij ook de dames der officieren en ambtenaren tegenwoordig waren. De generaal wilde voor den volgenden avond een groot bal organiseeren;—maar helaas! eene leelijke kleine stoomboot ligt gereed om naar Bakoe te vertrekken. Verzuim ik deze gelegenheid, dan moet ik drie dagen wachten: dat is onmogelijk. Maar desniettemin breng ik dezen laatsten avond op aziatischen bodem op de aangenaamste wijze door.19 September.—Het uur van vertrek is gekomen; de boot vaart om twaalf uur af; ik moest dus afscheid nemen van allen met wie ik op dit uitstapje kennis had gemaakt en van wie ik de vriendelijkste en liefelijkste herinneringen medenam. Generaal Annenkof geleidde mij met zijne officieren naar boord: op de stoomboot drukten wij elkander voor het laatst de hand. De generaal voegde mij toe, dat hij mij over een jaar weer hoopte te zien bij de inwijding van het station te Samarkand.Het laatste gelui weerklinkt; het anker wordt gelicht; de boot zet zich in beweging; de officieren op de kaai wuiven mij een laatsten afscheidsgroet toe. Twee minuten later is Oezoen-Ada achter de gele zandheuvelen verdwenen.VIIBakoe, 20 September 1886.—Wanneer men een tocht door de turkmeensche steppen heeft gemaakt en de oase van Merw doorkruist, schijnt het niet meer dan natuurlijk dat men zich beijvert om zoo spoedig mogelijk naar huis terug te keeren. Maar aan den anderen kant is het toch ook niet geoorloofd, Bakoe, de stad van het eeuwige vuur, inderhaast voorbij te gaan, zonder er te toeven. Op geen ander punt der wereld misschien heeft de natuur zoo vele en zoo verbazingwekkende wonderen gewrocht, welke niet alleen de oogen der nieuwsgierige menigte trekken, doch daarbij den geleerden raadselen voorleggen, welker oplossing nog niet gevonden is.De kleine stoomboot, waarmede ik van Oezoen-Ada vertrokken ben, vaart des morgens ten acht uur, na een overtocht van twintig uren, langs de uitstekende landpunt van het schiereiland Apsjeron. Wij volgen nu, op korten afstand, de vlakke, zuidelijke kust, en bereiken eindelijk de ruime reede, waar een honderdtal schepen in volle veiligheid hun anker hebben uitgeworpen. Ten zuiden beuren de bergen van Lenkoran, bekend door hunne zwavelbeddingen, hun spitse kruinen in de nevelige lucht; kort daarop onderscheid ik langs den oever de marinewerven en inrichtingen, de perzische stad met haar gekanteelde muren, de nieuwe russische stad met haar in lange rijen geschaarde grijze huizen, de zwarte stad en de donkere rookwolken die haar in een eeuwigen sluier hullen. Om tien uur werpen wij het anker uit aan den gemetselden aanlegsteiger van de douane, die honderd el ver in zee uitsteekt; er zijn bovendien in de haven van Bakoe nog twintig andere, op palen rustende, houten aanlegsteigers, waarvan sommigen tweehonderd el lengte hebben, en die bijna allen het eigendom zijn van particuliere maatschappijen. Bakoe is tegenwoordig de tweede handelstad van de Kaspische-zee, en zal misschien over niet langen tijd de eerste zijn. Sedert de laatste twintig jaren is de bevolking van tienduizend tot zestigduizend zielen gestegen. De kleine hoofdstad van onbekende khans is onder het russische bestuur een der voornaamste en welvarendste industrieele centra geworden. Dezen voorspoed dankt de stad aan de exploitatie der petroleum- en naphtabronnen.Na een haastig ontbijt in een voortreffelijk europeeschhôtel, waarvan het eenige ongerief is—en daaraan valt niets te veranderen—dat het er letterlijk overal sterk naar petroleum ruikt, spring ik in een mooien phaëton, en rijd in vollen galop naar de Villa Petrolia. Eerst rijden wij door de rechte, goed geplaveide, levendige straten van de russische stad; dan komen wij aan eene kleine zandwoestijn van omstreeks vierhonderd meters lengte, waar de tartaarsche paarden niet dan stapvoets en met veel inspanning kunnen voortgaan. Eindelijk komen wij weer op een vaster terrein, waar de grond eene roodachtige kleur heeft; links en rechts zien wij een aantal plassen, waarvan het vocht het meest op levertraan gelijkt: dit vocht is het bezinksel, dat bij het zuiveren van de natuurlijke naphta overblijft; de grond is geheel met dit vocht doortrokken—van daar zijne eigenaardige kleur en zijne meerdere vastheid. Het klinkt bijna ongeloofelijk, en toch is het waar, dat men te Bakoe, waar het zelden regent, dit bezinksel van petroleum soms gebruikt om de straten te besproeien. Het asphalt, waarmede de trottoirs zijn bekleed, wordt evenzoo van naphta gemaakt: het is in die mate onderhevig aan de werking der zon, dat uw voet er soms inzinkt als in half droge modder.Ten slotte bevinden wij ons midden in de zwarte stad: dat wil zeggen in een baaierd van groote en kleine werkplaatsen en fabrieken, die ieder om het hardst vuile zwarte rookwolken omhoog blazen, behalve drie of vier, de grootste en de best ingerichte, die aan Europeanen behooren, en die haar eigen rook verteren. De meeste fabrieken, die door Armeniërs worden bestuurd, zenden u in het voorbijgaan stroomen van vuil stinkend gas in het aangezicht, zoodat ge bijna gevaar loopt te stikken. Het is raadzaam, hier niet te lang te toeven; mijn koetsier legt de zweep over de paarden en drijft ze tegen een heuvel op, waarop ge drie geweldige gasmeters ziet: het zijn evenwel geen gasmeters, maar bewaarbakken van naphta. Zie zoo: wij zijn deze noodlottige plek voorbij; de wind drijft de afschuwelijke rookwolken achter onzen rug weg; van de hoogte waarop wij nu staan, overzien wij de baai van Bakoe en de naakte heuvelen van Apsjeron. Voor onze voeten, aan den oever der zee, zien wij eene soort van oase, waar althans eenig groen de oogen verkwikt; eenige nette, ruime woningen staan daar te midden van de dorre zandwoestijn. Deze woningen zijn gebouwd door de heeren Nobel, de chefs van een zeer aanzienlijk handelshuis en eigenaars van petroleumbronnen; zij dienen tot huisvesting van hunne agenten en voornaamste beambten. Deze kleine oase draagt den naam van Villa Petrolia. Ongelukkig genoeg moeten wij langs denzelfden weg, midden door de stinkende, de lucht verpestende fabrieken, naar Bakoe terugkeeren.Eene wandeling door het oude Bakoe is in meer dan een opzicht belangwekkend. Men behoeft bijna niet naar Perzië te gaan, om zich althans in het algemeen eene voorstelling te maken van de perzische architectuur. De verovering van oostelijk Transkaukasië door de Russen is nog niet zoo lang geleden, dat de voormalige hoofdstad reeds haar oostersch karakter zou hebben verloren. Die nauwe, bochtige en vuile straten en stegen, omzoomd door wit gepleisterde huizen met platte daken, waarvan de deuren meestal gesloten en de bewoners onzichtbaar zijn, hebben zeker in de laatste honderd jaar geene verandering van eenige beteekenis ondergaan; het zijn nog altijd dezelfde minarets, dezelfde koepeltjes boven de badkamers: dit alles van leem en klei gemaakt en met kalk overpleisterd. Dan heeft men den bazar, minder opmerkelijk door zijn geringen omvang, dan door de doodsche stilte die er heerscht; in ellendige, armoedige winkeltjes neergehurkt, bieden de perzische kooplieden u met onverstoorbare kalmte eenen rijken overvloed van valsche steenen te koop, vooral van turkoizen. De turkois is hier inheemsch; ge moet dus, even als te Tiflis, bij inkoop dubbel op uwe hoede zijn. Gij kunt hier ook fraaie perzische tapijten koopen, maar ze zijn duurder dan te Askhabad.De eenige eenigszins bezienswaardige monumenten van deze oude, ten doode gedoemde stad zijn de zoogenoemde Maagdetoren en de citadel of het paleis der khans. De dertig el hooge Maagdetoren is uit zee zoo goed zichtbaar, dat de Russen er een kusttelegraaf en een havenlicht op hebben geplaatst. De legende verhaalt dat een zekere khan van Bakoe zijne wonderbaar schoone dochter wilde dwingen tot het huwelijk met een man, dien zij verfoeide; op aandrang van haar vader, stemde zij eindelijk in de echtverbindtenis toe, onder voorwaarde, dat hij een hoogen toren zou laten bouwen. Toen de toren voltooid was, klom het jonge meisje naar het plat en wierp zich van daar naar beneden.Het merkwaardigste van de citadel is eene zeer fraaie en goed geconserveerde poort in moorschen stijl. De zware steenen muren zijn zeer hoog en van geduchte schietgaten voorzien, waaruit kanonnen dreigend te voorschijn kwamen. Maar het waren er dan ook kanonnen naar! of liever, de artilleristen, die ze bedienen moesten, wisten er niet mede om te gaan. In de vorige eeuw namen de turkmeensche ruiters Bakoe in en sabelden de kanonniers neer bij hunne stukken. Ge kunt u voorstellen, dat de vermeestering der stad den Russen niet moeilijk viel; het eenige ernstige verlies dat zij leden was dat van hun generaal, die bij de overgave van de sleutels der citadel, door een zoo genoemden dweeper, lafhartig werd vermoord. Men heeft te zijner gedachtenis een monument opgericht.Aan den voet der voormalige citadel bevindt zich tegenwoordig een vrij groot park, waarvan de bestoven bosschages en de verschrompelde dwergachtige boomen eene armzalige figuur maken; ik kan u verzekeren dat ze niet alle dagen begoten worden. Dit is het Michaëlpark. De paden zijn, evenals gewone trottoirs, met asphalt belegd, hetgeen een vreemden en zelfs onaangenamen indruk maakt, maar toch zeer verklaarbaar is. Zonder deze bedekking, zou het hier, bij eenigszins sterken wind, niet zijn uit te houden door de wolkenzand en stof. Alle paden loopen, met zachte glooiing, op een ruim terras uit, van waar men een prachtig gezicht heeft. Daar staat de sociëteit, deKroujok, een prachtig gebouw, waar nog op de onmogelijkste uren gegeten en gedronken wordt. De Russen zijn, zoo als men weet, onverbeterlijke nachtbrakers.Wij keeren naar het hotel terug, en volgen de breede kaaien die zich langs de nieuwe stad uitstrekken. De kabbelende golven vloeien murmelend weg over de groote steenblokken, welke den voet der naar alle regelen van de kunst gebouwde trotsche kaaien moeten verdedigen. Het is druk en levendig genoeg; de zon zinkt weg achter de heuvelen, waarop zich de perzische begraafplaatsen bevinden; de wandelaars komen naar buiten om de frissche zeelucht in te ademen. Wij zien vele uniformen en niet minder smaakvolle toiletten. Maar om die te zien, behoeft men toch waarlijk niet naar de oevers van de Kaspische-zee te reizen; en is men dan zelfs daar nog niet veilig voor onze onzinnige mode en onze niet minder onzinnige zucht naar eenvormigheid? Gelukkig bieden zij althans eenige afwisseling, die tartaarsche vrouwen, die in haar nationale kleederdracht, aan den voet der kaaimuren op de steenen neergehurkt, haar linnengoed wasschen.Ik heb kennis gemaakt met den heer T., een der beambten van het huis Nobel; morgen zal ik met hem een uitstapje in den omtrek gaan maken. Het is een zonderling land, dat wij zullen bezoeken. De keten van den Kaukasus loopt aan beide zijden uit in vulkanische terreinen, waaronder de onderaardsche krachten nog voortdurend werkzaam zijn. Bovenal is dit het geval op het schiereiland Apsjeron, ten oosten van den Kaukasus. Op een aantal plaatsen is de grond haast bedekt met werkzame slijkvulkanen; uit spleten in de aardkorst komt ontvlambaar gas te voorschijn, en een enkele vonk is voldoende om een geweldigen brand te ontsteken. Beklim in een stillen donkeren nacht, het plat van den Maagdetoren, en zeer vermoedelijk zult gij het gansche schiereiland overstraald zien met een phosphorischen gloed. Nog in den loop van dit jaar 1886 heeft een der slijkvulkanen, tot op eene hoogte van driehonderd voet, een gaskolom opgeworpen, die ʼs nachts ontvlamde; de gansche hemel was door een fantastischen rooden gloed verlicht; na verloop van een uur doofde de brand even plotseling uit als hij was ontstaan, tot groote vreugde der doodelijk verschrikte inwoners.Dergelijke verschijnselen kunnen zelfs in onze sceptische, geblaseerde eeuw niet nalaten, de aandacht en verwondering te wekken: het is dus inderdaad niet vreemd, dat vroegere geslachten daarin iets bovennatuurlijks meenden te zien. Sedert overoude tijden tot op den dag van heden is Bakoe, in de oogen der vuuraanbidders, eene bij uitstek heilige plaats, waarheen zij weleer uit alle landen van Centraal-Azië ter bedevaart togen. De edicten van Keizer Heraclius, die het heilige vuur, dat door de priesters zorgvuldig onderhouden werd, liet uitdooven, vermochten al evenmin deze oude eeredienst te vernietigen, als de vervolgingen, waaraan de volgelingen van Zoroaster bloot stonden nadat de Arabieren Perzië hadden veroverd en de leer van den Islam met het zwaard invoerden. De Parsis weken voor een deel naar Indië uit, waar nog heden hunne nakomelingen worden aangetroffen; de tempel van het heilige vuur staat nog altijd, en telken jare komen nog ettelijke pelgrims uit Hindostan om te dezer plaatse de godheid onder haar schitterend symbool te aanbidden. Morgen zullen wij tot op zekere hoogte hun voorbeeld volgen.Doch waar komen die vuren van daan, die sedert duizenden van jaren branden? Zij worden veroorzaakt door de naphta- of petroleumdampen, welke door de geweldige drukking van de in onderaardsche holten en kloven opgesloten gassen naar de oppervlakte der aardkorst worden geperst. En de petroleum zelf, waarvan het gebruik in onzen tijd zoo algemeen is geworden, wat is die eigenlijk en van waar komt die?Wees gerust, vriendelijke lezer, ik ben niet van plan, een wetenschappelijk betoog te gaan houden: en dat te minder, daar de wetenschap zelve op de zoo even gestelde vragen geen stellig antwoord kan geven. Ik behoef er dan ook niet bij te voegen, dat de gevoelens der geleerden op dit als op zoo menig ander punt tamelijk uiteen loopen: wij zullen ons dus in de verschillende theorieën maar niet verdiepen.Reeds sedert overoude tijden is het gebruik van petroleum of aardolie bekend. Herodotus, Aristoteles, Plinius, Plutarchus, geven ons meer of min uitvoerige beschrijvingen van oliebronnen of naphtabeddingen, die in hun tijd geëxploiteerd werden; Strabo verhaalt dat de Egyptenaren eene soort van naphta of asphalt gebruikten bij het balsemen hunner dooden; bij den bouw van Babel en Ninive bezigde men eene soort van asphalt, dat door verdamping van aardolie uit de bronnen in de nabijheid van den Euphraat verkregen werd. Ook in China en Japan is de aardolie sedert onheugelijke tijden bekend; zelfs werd zij reeds in de oudheid voor het branden van lampen gebruikt. Al heeft de wetenschap dan tot dusverre nog niet het raadsel kunnen oplossen, hoe en waardoor de aardolie eigenlijk ontstaat, voor ons is het genoeg dat de kostbare brandstof voorhanden is en wel, naar het schijnt, in onuitputtelijke hoeveelheid.21 September.—Wij gaan met den ochtendtrein van tien minuten voor achten; een afzonderlijke spoorweg verbindt Bakoe met de in exploitatie zijnde petroleumbronnen. In Bakoe zelf vindt men niets dan distilleerderijen; de putten zelven liggen acht mijlen meer noordelijk, op het plateau van Balakhani-Saboentsji, dat tweehonderd voet boven de zee verheven is. Stel u een circus voor van drie tot vier kilometers in doorsnede, omgord door lage kalkachtige heuvels; in den bodem van dien circus, die afwisselend uit zand en harde mergel bestaat, heeft men ruim vierhonderd putten gegraven, die bijna allen eene goede winst hebben opgeleverd. Daar staan, vlak naast elkander, de verschillende inrichtingen, diedeels aan maatschappijen, deels aan partikulieren behooren; en wel, acht-en-veertig in het district Balakhani en een-en-dertig in Saboentsji.Het maken van een dijk.Het maken van een dijk.De rit duurt acht-en-dertig minuten. Als ge uit den trein stapt, treft een eigenaardig schouwspel uw oog: tusschen de honderd-vijftig en tweehonderd zwarte houten stellages, vrij wel overeenkomende met reusachtige fabrieksschoorsteenen, verrijzen voor u; op een afstand van omstreeks tien kilometers zoudt ge ze voor groote bladerlooze boomen kunnen aanzien, die eene soort van oase te midden der woestijn vormen. Elk van deze houten stellages, in het russischvichkagenoemd, verrijst boven een mijnschacht of artesischen put, waarmede men de aardolie, uit zeer verschillende diepte, naar boven voert. De boring geschiedt volgens amerikaansche manier: men gebruikt daarvoor een stevig touw, aan welks uiteinde eene lange zware aard- of steenboor met stalen punt is bevestigd. Het touw loopt over eene katrol, die boven op de omstreeks vijftien meter hooge stellage is geplaatst, en wordt in beweging gebracht door eene stoommachine, die de boor opheft en weer vallen laat.Het is de gulden tijd niet meer, toen men slechts even den grond had om te spitten om de kostbare vloeistof aan het licht te brengen. Tegenwoordig moet men honderd, tweehonderd el en soms nog dieper in de aarde afdalen om de olie te vinden: en meermalen zoekt men ook dan te vergeefs. De putten in Pennsylvanië bereiken wel is waar eene diepte van tweeduizend voet, maar men moet toch erkennen dat ook te Balakhani de boringen diep en kostbaar zijn. Mijn geleider wijst mij een put van driehonderd meter, waaraan men een vol jaar heeft gearbeid en dertigduizend roebels ten koste gelegd, en die nog niets heeft opgeleverd. Hij brengt mij bij eene andere schacht, waar men sedert drie maanden te vergeefs poogt, door eene aardlaag heen te boren. Dit schijnbaar ongeloofelijke feit vindt zijne verklaring in de geweldige drukking van de gassen, die in het petroleumhoudend zand zijn opgesloten; aan een manometer gemeten, bedraagt die drukking honderdvijftig atmospheren. Onder zulk eene persing is het niet zoo vreemd, dat het geboorde gat zich aanstonds weer vult; de ontvlambare gassen drijven het zand in de buizen:—het is een echte Penelope-arbeid.Heeft men eenige gegevens om de keus te bepalen voor de plaats der nieuwe putten; is men eenigszins op de hoogte van de vermoedelijke ligging en diepte der oliebeddingen? In geenen deele. Alles is aan het toeval overgelaten; ieder graaft en boort waar hij wil. Sedert twintig jaren heeft men geene aanteekening gehouden van de boringen, zoo als dat toch in alle mijnen geschiedt; dat toch is het eenige middel om met zekerheid iets te weten te komen omtrent de ligging en gesteldheid der beddingen en om noodelooze uitgaven te vermijden. Maar men baadde in den overvloed, en niemand bekommerde zich om de toekomst.—Kan dan soms, bij gebrek van waarnemingen en aanteekeningen, de wetenschap zelve een middel aan de hand doen om zuinig en doelmatig te werken? Evenmin. Gelijk men met zekerheid niets weet omtrent den oorsprong van de aardolie, zoo kan men ook slechts gissingen opperen ten aanzien van de gedaante en de verdeeling der beddingen in de verschillende geologische aardlagen.Een punt schijnt vast te staan: namelijk, dat de vroegere hypothese van eene doorloopende horizontale oliebedding onhoudbaar is. Putten, op weinige ellen afstands van elkander gegraven, leveren zeer verschillende uitkomsten op. De eene zal al vrij spoedig naar een overvloedig reservoir voeren; de anderen zullen volstrekt niets opleveren of althans tot aanmerkelijke diepte moeten worden geboord. Mijn geleider sprak mij o. a. van vier putten, om zoo te zeggen naast elkander gelegen: de eerste was acht-en-zeventig, de tweede honderd-acht-en-zestig, de derde vijf-en-tachtig, en de vierde honderd-vijf el diep. Ziehier een ander voorbeeld: vlak bij een ouden put van twintig meter, die nog altijd olie oplevert, moest men tot eene diepte van honderd-zes-en-twintig meters boren om eene bedding te vinden. Om dergelijke verschijnselen te verklaren, heeft men vrij algemeen de hypothese aangenomen dat de aardolie is opgesloten in holle ruimten, die onregelmatig van vorm zijn en ook ten aanzien van diepte en ligging zeer ongelijk verdeeld. De boor kan in die holten doordringen, maar ook daarlangs heen gaan; twee naburige putten kunnen gevoed worden uit twee holten, die op zeer verschillende diepte liggen.Is de boor in een reservoir van aardolie doorgedrongen, dan kan er tweeërlei gebeuren. Vooreerst kunnen de gassen zich met geweld een uitweg banen door de schachten van de boor: dan houdt, naarmate zich het evenwicht herstelt tusschen de onderaardsche spanning en de atmospherische drukking, de uitbarsting allengs op, en om de petroleum te verkrijgen, moet men haar oppompen. Maar het kan ook gebeuren dat, in plaats van gassen, de olie zelve, vermengd met zoutachtig water en zand, met kracht naar boven wordt gedreven. Is dat het geval, dan worden de arbeiders in de vichka gewaarschuwd door een oorverdoovend gebrul, en is het zaak dat zij zich zoo spoedig mogelijk uit de voeten maken. Somwijlen is de uitbarsting zoo hevig, dat de boor met haar schacht, ondanks haar gezamenlijk gewicht van omstreeks driehonderd kilogrammen, in de lucht wordt geslingerd en het bovenste gedeelte van de stellage geheel wordt vernield. De hoogte van deze fonteinen is zeer verschillend: men heeft stralen gemeten van meer dan negentig meter: dat is hooger dan de groote Geijser op IJsland.Hoe dit te verklaren? Men onderstelt dat de holten, waarvan ik boven sprak, niet enkel petroleum bevatten, maar ook zoutachtig water en gassen. Het water en de naphta bevinden zich in het onderste gedeelte van de holte, van den zak moest ik eigenlijk zeggen; het bovenste is met saamgeperste gassen gevuld. Naarmate nu de boor in het eene of het andere gedeelte eene opening maakt, ontsnapt het gas, of wel de olie wordt, door de geweldige persing der gassen, naar boven gedreven.—Zoudt ge nu wel willen gelooven, datdie groote springende fonteinen, die eene massa petroleum van acht millioen liter in de vier-en-twintig uren opleveren, haar eigenaars niet altijd hebben rijk gemaakt, maar zelfs meer dan eens geruïneerd? Rondom u is de grond doorsneden door een netwerk van geulen of kanalen; iedere put staat met die kanalen in verbinding. Zal de nieuwe put voldoende opleveren om de kosten te dekken? Zal er misschien een straal van zestig meters hoogte uit opschieten? Men weet er niets van; en in die onzekerheid neemt men voorzorgen. Volgt er eene uitbarsting, dan valt de petroleumregen in de geulen, welke op groote putten uitloopen, waarin de petroleum eenigen tijd blijft staan om het zand te laten bezinken; daarna wordt zij door stoommachines in metalen bakken of reservoirs opgevoerd. In den beginne waren dergelijke verrassingen volstrekt niet zeldzaam. Maar ook nu nog heeft men geen middel om den toevoer van zand te verhinderen, dat dikwijls in zoo groote massa wordt opgeworpen, dat de naburige vichkas daaronder bedolven worden.De heer Ch. Marvin verhaalt in zijn boekThe Region of the eternal fire(Het land van het eeuwige vuur) de uitbarsting van de fontein Droejba, waarvan hij getuige was, en die geduchte verwoestingen aanrichtte. “Het gebrul werd verscheidene mijlen in het rond gehoord. Het was inderdaad een indrukwekkend schouwspel. De straal bereikte den top van de vichka (twintig ellen hoog) en, dwars door de losgeslagen balken heenstuivende, verhief hij zich nog ruim zestig ellen hooger; toen boog hij zich nederwaarts en daalde als een dichte donkere regenwolk ter aarde. In de eerste vier-en-twintig uren der uitbarsting had het uit den put opgeworpen zand zich tot de daken der magazijnen en schuren opgestapeld; de omringende vichkas waren binnen een afstand van vijftig meters in het rond, ter hoogte van twee tot twee-en-een-halve el onder het zand begraven... Bij de opening van den krater lag het zand zes ellen hoog.“Hier en daar waren ploegen arbeiders met schoppen gewapend, bezig met het graven en uitdiepen van de kanalen rondom den put om het vocht gelegenheid te geven tot wegvloeien; de arbeid was niet zonder gevaar en nog minder pleizierig; hun hoofd en hunne schouders waren geheel bedekt met petroleum en zand, en zij moesten uiterst voorzichtig zijn om niet medegesleept te worden door den geweldigen luchtstroom, die rondom den voet van den krater loeide... Na door de tallooze geulen en kanalen te zijn weggevloeid, verzamelde de petroleum zich in kuilen en diepten, die in vijvers en riviertjes herschapen werden, waarvan sommigen groot en diep genoeg waren om er in te kunnen varen. Eindelijk liepen die meertjes over; de naphta groef zich een breed kanaal en verloor zich in de Kaspische-zee.”Weken achtereen bleef de fontein Droejba met dezelfde kracht aan het werk, en de overstrooming van petroleum nam zulk een dreigend karakter aan, dat twee ingenieurs van Petersburg werden gezonden om de wel te stoppen. Niet alleen behaalde de maatschappij, aan welke de bron behoorde, geen winst, maar zij werd geruïneerd door de schadevergoedingen, die zij aan de aangrenzende exploitaties moest uitbetalen.Zulke ongevallen komen tegenwoordig niet meer voor. In de eerste plaats vindt men bijna geene fonteinen meer van die kracht: in den regel treft men slechts kleine bronnen aan, die in de vier-en-twintig uren van negenhonderd-duizend tot vijftienhonderd-duizend liter petroleum opleveren; ten andere zijn de kanalen en vijvers in veel beteren toestand gebracht; eindelijk hebben de werklieden thans de gewoonte, om wanneer bij het boren onderaardsche geluiden de nadering van gas of van vloeistof aankondigen, onmiddellijk aan het boveneinde van de buis eene soort van stevige ijzeren kap te bevestigen, van eene kraan voorzien, waarmede men de wegstrooming kan temperen. Heeft men den tijd, om de opening op die wijze af te sluiten, dan is alle gevaar verdwenen: er ontstaat geen straal, en men tapt eenvoudig de olie af als uit een vat. Slechts in zeer zeldzame gevallen is de opstijging van de naphta zoo snel en tegelijk zoo hevig, dat de kap niet kan worden geplaatst of wel uiteen wordt geslagen. Zoo kon bij voorbeeld de groote fontein Nobel niet worden afgesloten. Zij leverde in vier-en-twintig uren niet minder dan zestien millioen liter naphta, diezorgvuldigwerd verzameld en eene inkomst afwierp van zoowat anderhalve ton per dag. Ongelukkig bleek die goudmijn na verloop van een-en-dertig dagen uitgeput. Want de petroleumbronnen duren niet eeuwig. Doorgaans houdt de fontein het niet langer dan twee maanden vol: dan is de straal verdwenen, en moet men zijne toevlucht tot de pomp nemen om de petroleum uit de diepte op te halen. Dit geschiedt door middel van eene soort van emmer met een zelfwerkende klep, die ongeveer dertig liter kan bevatten, door een stoommachine in den put wordt neergelaten en na gevuld te zijn, weer opgehaald.Wij besluiten onze wandeling met een bezoek aan eene oude fontein, die in de jaarboeken van Bakoe beroemd zal blijven: tegenwoordig onderscheidt zij zich wel door niets bijzonders, maar het is toch altijd iets beroemd te zijn geweest. Deze fontein had de hoogst merkwaardige eigenschap dat zij met geregelde tusschenpoozen werkte; de bron, op eene diepte van tweehonderd-tachtig meter ontdekt, heeft eene maand lang gewerkt, en in dien tijd sprong zij gedurende een minuut, rustte dan zes minuten, sprong dan weer gedurende eene minuut en zoo vervolgens. Deze afwisseling was zoo regelmatig, dat men zelfs met den chronometer geen verschil van eene sekonde heeft kunnen waarnemen. Mocht ge soms met de reden van dit allerzonderlingste verschijnsel bekend zijn, dan zult ge den geleerden eene groote dienst bewijzen, indien gij die hun mededeelt. Het is te begrijpen, dat de drukking van de onderaardsche gassen vermindert, naarmate de holte zich ontledigt, en dat dus de kracht, die het vocht naar bovendrijft gaandeweg afneemt en eindelijk ophoudt te werken; maar hoe is het mogelijk dat zij telkens weer, en dan nog wel met zoo mathematische regelmatigheid, in werking treedt?Wij gebruiken het dejeuner met de ingenieurs in dienst van de heeren Nobel, en hervatten vervolgens onze wandeling door den doolhof der vichkas, magazijnen, schuren, machines, vijvers en kanalen vol petroleum. De zon is nog zeer heet: niettemin klauteren wij op een dier metalen reservoirs, waarin de ongezuiverde naphta wordt bewaard, alvorens zij naar de distilleerderijen van Bakoe verzonden wordt. Het is niet mogelijk, deze zuivering op de plaats zelve der bronnen te bewerkstelligen: dit ware veel te gevaarlijk; men mag hier zelfs geene sigaar rooken. Maar waartoe dienen die half in den grond bedolven ijzeren buizen, welke van de reservoirs uitgaan? Ik tel er zeven met een diameter van vijftien duim. Zij dienen voor het vervoer van de naphta, welke door middel van een vernuftig toestel door die pijpen wordt gedreven. Deze inrichting werd voor ongeveer elf jaren gemaakt; de heeren Nobel hebben daardoor zeker belangrijk voordeel genoten, maar de invoering van deze nieuwigheid baarde hun ook veel verdriet. Vroeger werd de ongezuiverde naphta in vaatjes vervoerd, die met tartaarsche karretjes,arbasgenoemd, naar de stad werden gebracht. Deze lichte, smalle karretjes, die er met hun hooge wielen zeer wonderlijk uitzagen, maar voor het eigenaardige terrein zeer geschikt waren, reden onophoudelijk heen en weer tusschen de bronnen en de stad, en brachten den eigenaars jaarlijks gemiddeld ruim een millioen gulden op. Het leggen der buizen maakte de karretjes overbodig; het is dus niet vreemd dat de eigenaars, zich op eens van hunne inkomsten verstoken ziende, op wraak bedacht waren en bij herhaling de pijpen vernielden.Tempel der vuuraanbidders.Tempel der vuuraanbidders.De spoorweg van Bakoe naar Balakhani loopt door tot Soerakhani, weleer het middelpunt der exploitatie, waar nog sommige bronnen in werking zijn. Maar een enkele buis is voldoende om al de petroleum, welke hier gewonnen wordt, naar Bakoe af te voeren, en voorwaar niet om deze bronnen te bezoeken, gaat men naar Soerakhani. Doch hier bevindt zich de tempel der vuuraanbidders. Te midden van eene ommuurde ruimte verheft zich een vierkant gebouwtje, met een koepel gedekt, waaruit een aantal pijpen en buizen te voorschijn komen. Uit al die buizen en pijpen stroomde weleer het brandende gas: en de scharen der geloovigen bogen zich ter aarde voor het eeuwige heilige vuur.... Vervlogen heerlijkheid! Het heiligdom wordt tegenwoordig nog slechts bediend door twee arme Parsis, die het gas ten geschenke ontvangen van de eigenaars der naburige bronnen; en sedert jaren zijn hier haast geen andere pelgrims verschenen, dan de nieuwsgierige, ongeloovige Westerlingen. Zij exploiteeren het heilige vuur ten eigen bate; ja, zij spelen er mede. Zijscheppener een kinderachtig vermaak in, met een lucifer het gas te doen ontvlammen, dat uit de spleten in den grond ontsnapt; en dan ontzien zij zich niet om—zij het ook in onwetendheid—heiligschennis te plegen door de vlam weer uit te blazen!Petroleumfontijn bij Bakoe.Petroleumfontijn bij Bakoe.Den volgenden dag brachten wij een bezoek aan de distilleerderijen in de zwarte stad te Bakoe. Misschien zou zulk een bezoek den lezer belangstelling inboezemen, indien hij er zelf bij tegenwoordig was; eene beschrijving zou hem stellig vervelen: daarom houde ik die terug.—De kostende prijs der gezuiverde petroleum bedraagt niet meer dan acht-en-veertig kopeken (ongeveer ƒ 0.60) de honderd liter; de afval, die als brandstof gebruikt wordt en driemaal meer warmte geeft dan dezelfde hoeveelheid steenkolen, kost omstreeks vijf-en-twintig centen de honderd kiloʼs.De petroleum wordt tegenwoordig met opzettelijk daarvoor ingerichte stoombooten naar Astrakhan vervoerd en van daar met kleinere booten, langs de Wolga naar Tsaritsin gebracht, dat driehonderd-vier-en-zestig mijlen van de zee verwijderd ligt. Daar bevindt zich het centraal-depot, dat geheel europeesch Rusland van petroleum voorziet; de reservoirs kunnen twee-en-twintig millioen liter bevatten. Daar de Wolga gedurende vier maanden van het jaar met ijs bezet is, heeft men nog zes-en-dertig andere depots ingericht, die vóór den winter gevuld worden en te zamen honderd-drie-en-zestig millioen liter kunnen bevatten.Er bestaat ook nog een andere weg voor het vervoer der produkten van Bakoe: namelijk de transkaukasische spoorweg, die Bakoe met Poti en Batoem verbindt; maar het vervoer langs dien weg komt niet in vergelijking met dat langs de Wolga. De spoorwegmaatschappij bezit maar een beperkt aantal wagens, die voor het vervoer van petroleum geschikt zijn, en kan zelfs niet altijd aan de aanvragen uit westelijk Europa voldoen. Bovendien schijnen de Russen niet gezind om den uitvoer te bevorderen van een artikel, dat hun zelven zoo uitnemend te stade komt. Vrijhandelaars en belanghebbende industrieelen mogen schreeuwen zoo hard zij willen: de russische regeering is wijs genoeg, zich daaraan niet te storen. Trouwens, de waarde der vrijhandelaarstheorieën blijkt ook hier weder. Van 1801 (toen Bakoe bij Rusland werd ingelijfd) tot 1872 was de exploitatie van de petroleum een monopolie, dat aan een partikulier, den heer Mirzoef, verleend was. In 1840 bedroeg de opbrengst 3565 ton en in 1872, 24800 ton. In laatstgenoemd jaar werd het monopolie afgeschaft: iedereen kan nu eene concessie tot ontginning der beddingen krijgen. Te gelijker tijd werd de amerikaansche petroleum met een inkomend recht bezwaard, dat verscheidene malen de waarde overtreft en dus met een verbod gelijk staat. Eensklaps stijgt de opbrengst: in 1873 tot 54.000 ton, in 1876 tot 194,000, in 1886 tot 1.600,000 ton. En de prijs; is die, na het ophouden van alle concurrentie, gestegen, zoo als toch volgens de economische wetenschap gebeuren moet? Integendeel: van dertig gulden per honderd liter is die gedaald tot negen gulden, zoodat de verlichting in Rusland goedkooper is dan in eenig ander land! Ook in dit geval bleek de werkelijkheid onbeschaamd genoeg om zich niet aan de theorie te storen.Met de zeer moeilijke en ingewikkelde vraag of en wanneer, bij zoo geweldig stijgende produktie, de voorraad petroleum uitgeput zal raken, mag ik mij hier niet bezig houden; ook omtrent dit punt loopen de gevoelens zeer uit een. Ik heb u slechts de merkwaardigheden willen doen aanschouwen van deze plek, waar wij als tot vroegere geologische tijdperken worden teruggevoerd. Vergun mij thans mijn taak als afgedaan te beschouwen.
V8 September.—De trein met materieel is zoo even vertrokken, maar de militaire constructietrein staat nog onbewegelijk. Het is vijf uren in den morgen. Ik bibber van de koude en heb geen ander gezelschap dan een russisch ingenieur, die noch duitsch, noch fransch verstaat, want mijn reisgenoot tot hiertoe is ongesteld geworden en met den trein voor het materieel naar Merw teruggekeerd om van daar naar Europa te vertrekken. Zou het niet mogelijk zijn, in dit vroege morgenuur een kop thee te krijgen?Tchaï,tchaï? De ingenieur begrijpt mij, en wij gaan te zamen op weg naar eene kleine cantine voor de Turkmenen en de soldaten. Vier stevige palen aan de hoeken, boomtakken bij wijze van latwerk, wanden van leem, een dak van riet met aarde bedekt: ziedaar de cantine, die, zoo als ge bespeurt, niet zondigt door overmatige weelde. Van binnen een kleine houten tafel, twee banken, een soort van buffet met eenige flesschenwodka(brandewijn), tabak en de onmisbare samovar. Aanvankelijk moesten de russische officieren zich met zulke krotten tevreden stellen: zij hebben er niet tegen geprutteld en er zich nog minder door laten afschrikken. Op verschillende nog niet afgewerkte stations vindt men nog van die keten, half in den grond bedolven en door eene dikke laag aarde tegen de zonnehitte beschermd; er behoort geene geringe mate van moed toe om daar te leven, te midden van eene woestijn; maar dit is altijd toch nog beter dan, bij den noordenwind, onder den blooten hemel te slapen. Ik was althans zeer blijde, toen ik dit hol binnentrad, waartchaïte krijgen was, al struikelde ik half over twee Tekkés, die nog lagen te snorken, maar zich haastten om ruimte te maken.Na verloop van een uur, verkwikt en verwarmd door de heete thee, maakte ik mij gereed naar den trein terug te keeren, toen ik het fluiten hoorde eener lokomotief: dat was mijn trein, dievertrok. Maar in plaats van naar Merw terug te keeren, reed hij twee wersten verder in de richting van de Amoe-darja, daarmede bezit nemende van het stuk weg, dat den vorigen avond was afgewerkt, gedurende ons uitstapje naar de ruïnen. Ik moet tot mijne schande bekennen, dat ik naïef genoeg was om den trein na te loopen—natuurlijk te vergeefs. Indien er nog lieden mochten zijn, die niet aan het bestaan van den transkaspischen spoorweg gelooven, dan raad ik hun soortgelijke proef te nemen.Na een geforceerden marsch, waarbij ik gelukkig geen last had van de opkomende zon, kwam ik eindelijk aan de plek waar de trein stilstond. De arbeiders zijn aan het werk; de generaal is met zijne officieren te paard gestegen; overal heerscht dezelfde regelmatige en kalme drukte als bij den bouw van een fort, wanneer de vijand reeds in aantocht is. Ik heb reeds verhaald, hoe de arbeid is geregeld en verdeeld, en behoef dat dus niet te herhalen; laat ons liever enkele wagens bezichtigen.In het kabinet van den generaal ontvangt zijn partikuliere secretaris de telegrammen uit Petersburg en stelt de antwoorden op, die door den generaal in der haast worden gedicteerd; kozakken, met de lange tsjerkesse gekleed, komen en gaan onophoudelijk: dat zijn de ordonnansen van Zijne Excellencie. Onder deze flinke manschappen, naar de circassische mode gekleed, bevindt zich een Kirghizen-sultan, een geboren vorst, dien ge u wachten moet voor een gewoon oppasser te houden. Hij heet Araslanof, is geboortig van Orenburg en heeft den rang van adjudant. Zijne geschiedenis is merkwaardig genoeg. Na aan het hoofd te hebben gestaan van een opstand zijner stamgenooten, bood hij den Tsaar zijne onderwerping aan. Tot russisch officier benoemd, deserteerde hij en trad in dienst bij den khan van Khiwa, die hem tot minister van oorlog benoemde. Dank zij zijne maatregelen en beschikkingen, kon Khiwa gedurende zekeren tijd aan de Russen weerstand bieden. Toen hij eindelijk zag, dat het spel verloren was, aarzelde onze vriend niet langer: hij begaf zich naar de russische voorposten en leverde zich zelven over. “Ik weet wel, zeide hij, dat ik den kogel verdiend heb; maar als gij verstandig zijt, zult gij mij niet doodschieten, doch liever van mijn raad en hulp gebruik maken.”—Inderdaad verschafte hij aan de russische officieren alle inlichtingen omtrent de sterkte van den vijand en de meest geschikte punten voor den aanval; in ruil voor dit verraad kreeg hij vergiffenis en werd in zijn vroegeren rang hersteld. Het voorval is typisch: beter dan een lang vertoog teekent het de aziatische zeden. Maar dat de russische militairen zulke officieren niet bijzonder hoog achten, is niet meer dan natuurlijk. Trouwens, zoo als ik zeide, zij voeren nooit het bevel over russische soldaten.De ambulance-waggon is ledig; de verblijven van de soldaten en de turkmeensche werklieden zijn ontruimd en aangeveegd (van tijd tot tijd worden zij uitgestoomd); de slaapsteden zijn bedekt met de groote grijze kapotjassen, die zoo goed tegen de koude beveiligen; de soldaten van de tweede, de namiddag-brigade slapen, of verrichten partikulier werk, of wel zitten in troepjes rondom reusachtige samovars. Zingen doen zij alleen des avonds, als de dagtaak is volbracht.De koks zijn bezig met het gereedmaken van het ontbijt in de keuken-waggons. Het is voorzeker iets zeer ongewoons, in een goederenwagen een grooten steenen oven te zien. Wij hebben reeds iets dergelijks in den trein van Oezoen-Ada kunnen opmerken. De oven wordt noch met hout, noch met steenkolen gestookt: men gebruikt daarvoor het bezinksel dat bij het distilleeren van petroleum overblijft en van Bakoe wordt aangevoerd. Voor het stoken van de lokomotieven wordt dezelfde brandstof gebruikt, zonder dat dit eenig gevaar oplevert. De ontvlambare vloeistof wordt, na eerst door heet water verwarmd te zijn, in aanraking gebracht met den heeten damp van kokend water: de brandbare deeltjes vatten vuur, en zoo ontstaat een vlam, die de gansche breedte van den oven of den haard beslaat.Deze wijze van verwarming met petroleum heeft het groote voordeel, dat men eenvoudig door het omdraaien van een kraantje het vuur onmiddellijk kan uitblusschen. Dit is van overwegend belang zoodra er gevaar ontstaat voor springen. Bovendien beveelt dit stelsel zich aan door goedkoopheid: vergeleken bij de kosten van verwarming door hout, worden op deze wijze per maand vijf-en-dertig roebels uitgewonnen voor de voeding van eene kompagnie van tweehonderd man. Voor de lokomotieven berekent men dat het gebruik van deze naphta zes maal goedkooper is dan dat van steenkolen. In dat opzicht profiteert de transkaspische spoorweg van de nabijheid van petroleum-bronnen, wier rijkdom, volgens sommige geologen, onutputtelijk is.De militaire constructietrein voert, als alle treinen op de transkaspische lijn, niet alleen zijn petroleum of naphta, maar ook zijn water mede in speciale wagens, hetzij van hout, hetzij van geslagen plaatijzer, die elk zeshonderd pond—ongeveer negenduizend liter—vloeistof kunnen bevatten.Ten slotte gaan wij een bezoek afleggen bij den adjudant van den generaal, den heer Milioutin, in den bureau-waggon. Men kan altijd iets leeren van de zeer beschaafde en ontwikkelde officieren van het russische leger: mocht gij soms lust gevoelen om een uitstapje te maken naar Bokhara, dan zal de heer Milioutin u weten te verhalen van den met het walgelijkste ongedierte gevulden kuil, waarin de emir weleer zijne vreemde bezoekers placht op te sluiten. Sedert Bokhara het russische protektoraat heeft moeten erkennen, is daarin verandering gekomen; maar toch, indien ge niet zeer op uw hoede zijt en de ontevredenheid of het wantrouwen van den emir opwekt, dan.... Hij zal u ook het vermakelijke verhaal doen van de lotgevallen van een engelschen dagblad-correspondent, een zekeren heer OʼDonovan, een dier onuitstaanbare lieden, dieoveral bij willen zijn en over alles willen babbelen. Deze kwant wilde volstrekt den veldtocht der Russen in Turkmenië mede maken: een aanval van typhus verhinderde hem aan de eerste expeditie van Ghéok-Tépé deel te nemen; Skobeleff, die niet van reporters hield, zond hem bij de tweede expeditie uit het leger; niettemin volhardde hij bij zijn voornemen om naar Merw te gaan, en werkelijk gelukte het hem, onder eene vermomming, het eerst tot deze bijna onbekende oase door te dringen; maar eenmaal te Merw, werd hij gevangen genomen, en ondanks zijne hoedanigheid van onderdaan van Koningin Victoria, in den kerker opgesloten, waaruit hij eindelijk door de Russen moest worden bevrijd.Eenige dagen geleden, had een fransch reiziger, de heer Bonvalot, in dezen zelfden waggon inlichtingen gevraagd omtrent de beste wijze om met zijne reisgenooten in Afghanistan door te dringen, waar hij eene of andere wetenschappelijke missie had te vervullen. Zoowel de generaal als de heer Milioutin trachtten hen van dit voornemen terug te brengen. Sedert had men niets meer van hen vernomen; de vergunning om over de grenzen te gaan was hun geweigerd, hetgeen ieder zeer begrijpelijk vond. Eene maand later ontmoette ik een engelsch officier, aan wien vergunning was verleend om langs den transkaspischen spoorweg en door Kaukasië naar zijn vaderland terug te keeren; hij deelde mij mede dat het verbod om de grenzen te overschrijden louter in het belang der reizigers was uitgevaardigd: in Afghanistan heerschen burgeroorlog en anarchie, en de vreemdelingen loopen zeer groot gevaar gevangen genomen en zelfs wel vermoord te worden. Wanneer zullen Europeanen te Herat, even als thans te Merw, in volkomen veiligheid kunnen rondwandelen?9–14 September.—Merw ligt achthonderd-twee-en-twintig kilometers van de Kaspische-zee; Baïram-Ali is de zevenhonderd-vijf-en-negentigste werst, en wij naderen de mijlpaal achthonderd-vijftien, waar eene kleine halte, Koerban-Kala, zal werden gemaakt. Wij hebben de grens van de oase bereikt; wij bevinden ons op nieuw in de zandwoestijn, afgewisseld door onbebouwd alluvium, dat zich tot de Amoe-darja uitstrekt. Over deze rivier zal eene brug worden gebouwd te Tsjardjoeï, eene stad van dertigduizend inwoners, die tot het khanaat van Bokhara behoort; de afstand van deze stad tot Oezoen-Ada bedraagt duizend-vijf wersten. Op den achtsten September 1886 moest de spoorweg dus nog over ruim tweehonderd wersten worden doorgetrokken om den alouden Oxus te bereiken; de bouw van dit vak, het moeilijkste van de geheele lijn, was reeds den dertigsten November daaraanvolgende voltooid, zoo dat men nu slechts eenige uren noodig heeft voor de reis door eene woestijn, welke vroeger drie of vier dagen vorderde, waarbij men dan nog de kans liep, half verblind te worden door de wolken van zand, die de sterke wind voor zich uitdrijft. Ik had eigenlijk mijn bezoek drie maanden moeten uitstellen. Om de reis voort te zetten, moeten wij nu nog te paard stijgen en voor nachtverblijf ons met eene tent tevreden stellen. Gelukkig is de weg althans afgebakend; zelfs zou men reeds, over eene lengte van honderd kilometers, met een rijtuig de baan kunnen volgen.Want, zoo als ik zeide, de inlandsche arbeidersploegen, die de aardwerken moeten uitvoeren, zijn den constructietrein zeer ver vooruit. De turkmeensche werklieden, die met hunne groote mutsen van schapenwol het steken van de zon kunnen trotseeren, hebben den ganschen zomer doorgewerkt. Ook treft men overal langs de baan ingenieurs en landmeters aan, die het opzicht houden over de werkzaamheden, het terrein bestudeeren en opnemen, en de richting van den weg bepalen; hunne kampementen zijn van vijf-en-twintig tot dertig kilometers van elkander verwijderd. Deze ijverige mannen, die zich ter wille hunner plichtsvervulling allerlei ontberingen getroosten en letterlijk buiten de beschaafde wereld leven, zullen u steeds met de grootste hartelijkheid en gastvrijheid ontvangen. Een hunner heeft zelfs zijne vrouw bij zich.En deze onvermoeide ingenieurs konden niet volstaan met het bestudeeren van slechts eene richting voor de te maken baan. De turkmeensche woestijn was nog ten vorigen jare zoo volkomen eeneterra incognita, dat men aan gene zijde van Merw zoo goed als op den tast te werk moest gaan. Behalve de richting van Tsjardjoeï, waarop ten slotte de keuze is gevallen, omdat in die richting aan den rechter oever van de Amoe-darja minder zand wordt aangetroffen en de spoorweg door het meest bevolkte gedeelte van Bokhara loopt; behalve deze richting heeft men ook nog het ontwerp opgemaakt voor eene andere lijn met eene afwijking van minstens driehonderd kilometers, die te Boerdalik, nabij de afghaansche grens, over de rivier zou gaan. Onder de leiding van den hoofdingenieur Danilof, zijn al de terreinsopnemingen en voorbereidende werkzaamheden tusschen Askhabad en Samarkand, over eene uitgestrektheid van negenhonderd-dertien wersten of negenhonderd-zeven-en-zeventig kilometers, in weinige maanden, van Mei tot December 1885, verricht; als men de mede bestudeerde afwijkingen en wijzigingen daarbij in rekening brengt, omvat de arbeid eene uitgestrektheid van meer dan dertienhonderd kilometers. Bedenkt men daarbij, wat het zegt te leven en te werken in eene woestijn waar zelfs geen water is te vinden, dan zal men moeten toegeven, dat hetgeen hier door de russische ingenieurs is verricht, zonder voorbeeld was.Negen stations scheiden Merw van de Amoe-darja; ik geef hier de lijst dier stations met vermelding van den afstand van Oezoen-Ada:Baïram-Ali795 wersten.Koerban-Kala815 id.Keltsji839 id.Ravina862 id.Oetsjadji887 id.Peski912 id.Repetek936 id.Esjek-Rabat959 wersten.Selim982 id.Met uitzondering van het eerste station, dat wij bezocht hebben en waar eene vrij waterrijke beek wordt aangetroffen, liggen al de andere midden in de woestijn; geen enkel inlandsch kamp of dorp, behalve dat van Selim, brengt eenige afwisseling in deze doodsche eenzaamheid; overal ontbreekt drinkwater, uitgenomen bij de stations Koerban-Kala, Oetsjadji, Repetek en Selim, waar men met veel moeite geslaagd is in het opsporen van wellen; de kale zandduinen zijn ontbloot van iedere soort van plantengroei:—in één woord, de gansche landstreek is niet meer dan eene akelige naakte wildernis, waar slechts nu en dan de kreet van het wild gedierte de stilte verbreekt. En toch stonden hier eenmaal bloeiende steden en woonde hier eene talrijke beschaafde bevolking.Eenige kilometers voor men aan het station Ravina komt, beginnen de zandduinen zich te vertoonen, die zich dan onafgebroken over eene lengte van omstreeks vijf-en-zestig kilometers uitstrekken. De bouw van dit gedeelte van den spoorweg leverde de grootste moeilijkheden op. De duinen zijn misschien niet hooger dan die langs het strand van de Kaspische-zee, maar zij zijn volstrekt onbegroeid en daardoor aan voortdurende verstuiving onderhevig. Een sterke wind, die eenige dagen achtereen in dezelfde richting waait, kan de duinen soms van een tot twee meter verplaatsen. Het zal dus veel meer moeite kosten, deze losse duinen vast te leggen dan de reeds half begroeide duinen langs de Kaspische-zee; maar voor vernieling van den spoorweg behoeft men niet te vreezen. Wanneer ondanks de genomen voorzorgen, zoo als het plaatsen van paalrijen en staketsels om het zand tegen te houden, op sommige punten verplaatsingen mochten voorkomen, dan zullen die toch niet meer te beteekenen hebben dan aardstortingen op iedere andere lijn: een arbeid van eenige uren zal voldoende zijn om den hinderpaal weg te ruimen en het verkeer te herstellen. De hoogte der uitgravingen bedraagt niet meer dan tien el; de inhoud van de zandheuvels per werst bedraagt gemiddeld elfduizend kubiek meter.Heeft men deze duinen achter den rug, dan komt men op nieuw in de woestijn, die zich onafgebroken tot de Amoe-darja uitstrekt en afwisselend uit alluvium en zand bestaat. Welk eene verschrikkelijke streek; en hoe volkomen begrijpelijk is, wanneer men deze onherbergzame wildernis aanschouwt, de kalme gerustheid der beheerschers van Hindostan! Zulk eene woestijn mocht inderdaad het beste aller bolwerken worden gerekend, bijna even onoverkomelijk als de oceaan. Maar binnen weinige maanden is alles veranderd: de slagboom is opgeruimd, de kracht van het bolwerk gebroken. Al ware het meer dan vermetel, vooral in dit geval, de toekomst te willen voorspellen, zoo ligt toch eene verovering van Indië—gesteld dat de russische politiek daarop is gericht—vermoedelijk niet in het naaste verschiet. Maar toch.... met welk doel voegt de Tsaar deze afschuwelijke wildernissen en kale steppen bij zijn onmetelijk rijk?Wij komen te Tsjardjoeï. Bij deze belangrijke stad zal de spoorweg de Amoe-darja moeten oversteken; de ontworpen brug zal eene lengte verkrijgen van meer dan anderhalve kilometer. De oude klassieke Oxus stuwt zijne wateren voort tusschen steile, eenigszins zandige oevers, die eene hoogte hebben van acht tot tien meter. Generaal Annenkof is nog onzeker, of hij hier eene vaste ijzeren brug met wijde bogen zal laten bouwen; en die aarzeling is alleszins verklaarbaar, want hoewel het bed der rivier uit zand bestaat met een dunne laag klei overdekt, en hoewel de diepte, gedurende de helft van het jaar, niet veel meer dan drie voet bedraagt, zouden toch de kosten van zulk een werk zeer aanzienlijk zijn. Naar het schijnt, bestaat nu het plan om gebruik te maken van een eilandje, dat de rivier in twee bijna gelijke takken verdeelt en waaraan een kabel zou worden bevestigd, waarvan het andere uiteinde aan eene stoomponton wordt vastgemaakt. Op die ponton zouden dan de passagiers- en goederenwagens worden overgezet, terwijl de lokomotief zou achterblijven.Door het doortrekken van den transkaspischen spoorweg tot aan Tsjardjoeï verzekert Rusland zich het bezit van eene rivier, die wat de lengte van haar loop (vijf-en-twintighonderd kilometers) en het jaarlijksch volume van haar watermassa aangaat, in Europa alleen door den Donau en de Wolga wordt overtroffen. Zij vormt de grensscheiding tusschen Bokhara, dat feitelijk eene russische provincie is, en noordelijk Afghanistan. Langs dezen weg kan men troepen vervoeren tot aan de grenzen van Badaksjan, aan den voet der bergpassen van den Hindoekoesh, waarover de wegen naar Engelsch Indië loopen: men begrijpt dus van welk strategisch gewicht het bezit dezer rivier is. Ongelukkig gaat de scheepvaart op de Amoe-darja met bezwaren gepaard, die wel niet onoverkomelijk zijn, maar welker opruiming toch zeer veel inspanning en maatregelen van bijzonderen aard zal vorderen. In het voorjaar en in den zomer, na het smelten der sneeuw op het Pamirgebergte, waar de Amoe-darja ontspringt, bereikt de rivier eene hoogte van vijf tot zes meter; in den winter en den herfst daarentegen bedraagt de diepte niet meer dan twee of drie voet. Om van dezen waterweg in zijn tegenwoordigen toestand gebruik te kunnen maken, moet men dus eene flottille van platboomde stoombooten tot zijne beschikking hebben. Wordt met den bouw van deze vloot evenveel spoed gemaakt als met den spoorweg, dan zal zij zeker binnen niet langen tijd de wateren van den Oxus klieven.De citadel te Merw.De citadel te Merw.Na eene aanhoudende ingespannen werkzaamheid van achttien maanden, schijnt de verdere voortzetting van de transkaspische spoorlijn voorloopig te blijven rusten. Wij zullen dus ook hier, aan de oevers van de Amoe-darja, het einddoel van onze reis vinden, hoewel het minder gevaarlijk is om een bezoek te gaan afleggen bij den emir van Bokhara, dan bij zijn buurman van Kaboel. Blijftde vrede in Europa bewaard, dan zullen wij in het volgende jaar, zonder eenige vermoeienis of inspanning, in tien uren den afstand van driehonderd-vijf-en-zeventig kilometers kunnen afleggen, die ons van Samarkand scheidt. De aanleg van dit gedeelte der lijn zal veel gemakkelijker zijn dan van de andere. Van de Amoe-darja tot Karakoel, over eene lengte van omstreeks vijftig wersten, heeft men eene waterlooze woestijn; maar verderop kan de lijn den loop volgen van de Sarafsjan, de groote rivier, die naar de oude aziatische metropolis voert. Zal Samarkand dan het eindpunt zijn van den transkaspischen spoorweg? Misschien. De groote stad Tashkend met haar honderdduizend inwoners is nog geen driehonderd kilometers van Samarkand verwijderd; en de eenige ernstige moeilijkheid, die overwonnen zou moeten worden, is de overgang van de Sir-darja, eene rivier die in breedte en beteekenis vrij wel met de Amoe-darja gelijk staat.En naTashkend? Op die vraag is geen antwoord te geven; maar de onderstelling is zeker niet gewaagd, dat zulke onvermoeide pionniers als de Russen niet halverwege blijven stilstaan bij hunne vreedzame verovering van Centraal-Azië.
8 September.—De trein met materieel is zoo even vertrokken, maar de militaire constructietrein staat nog onbewegelijk. Het is vijf uren in den morgen. Ik bibber van de koude en heb geen ander gezelschap dan een russisch ingenieur, die noch duitsch, noch fransch verstaat, want mijn reisgenoot tot hiertoe is ongesteld geworden en met den trein voor het materieel naar Merw teruggekeerd om van daar naar Europa te vertrekken. Zou het niet mogelijk zijn, in dit vroege morgenuur een kop thee te krijgen?Tchaï,tchaï? De ingenieur begrijpt mij, en wij gaan te zamen op weg naar eene kleine cantine voor de Turkmenen en de soldaten. Vier stevige palen aan de hoeken, boomtakken bij wijze van latwerk, wanden van leem, een dak van riet met aarde bedekt: ziedaar de cantine, die, zoo als ge bespeurt, niet zondigt door overmatige weelde. Van binnen een kleine houten tafel, twee banken, een soort van buffet met eenige flesschenwodka(brandewijn), tabak en de onmisbare samovar. Aanvankelijk moesten de russische officieren zich met zulke krotten tevreden stellen: zij hebben er niet tegen geprutteld en er zich nog minder door laten afschrikken. Op verschillende nog niet afgewerkte stations vindt men nog van die keten, half in den grond bedolven en door eene dikke laag aarde tegen de zonnehitte beschermd; er behoort geene geringe mate van moed toe om daar te leven, te midden van eene woestijn; maar dit is altijd toch nog beter dan, bij den noordenwind, onder den blooten hemel te slapen. Ik was althans zeer blijde, toen ik dit hol binnentrad, waartchaïte krijgen was, al struikelde ik half over twee Tekkés, die nog lagen te snorken, maar zich haastten om ruimte te maken.
Na verloop van een uur, verkwikt en verwarmd door de heete thee, maakte ik mij gereed naar den trein terug te keeren, toen ik het fluiten hoorde eener lokomotief: dat was mijn trein, dievertrok. Maar in plaats van naar Merw terug te keeren, reed hij twee wersten verder in de richting van de Amoe-darja, daarmede bezit nemende van het stuk weg, dat den vorigen avond was afgewerkt, gedurende ons uitstapje naar de ruïnen. Ik moet tot mijne schande bekennen, dat ik naïef genoeg was om den trein na te loopen—natuurlijk te vergeefs. Indien er nog lieden mochten zijn, die niet aan het bestaan van den transkaspischen spoorweg gelooven, dan raad ik hun soortgelijke proef te nemen.
Na een geforceerden marsch, waarbij ik gelukkig geen last had van de opkomende zon, kwam ik eindelijk aan de plek waar de trein stilstond. De arbeiders zijn aan het werk; de generaal is met zijne officieren te paard gestegen; overal heerscht dezelfde regelmatige en kalme drukte als bij den bouw van een fort, wanneer de vijand reeds in aantocht is. Ik heb reeds verhaald, hoe de arbeid is geregeld en verdeeld, en behoef dat dus niet te herhalen; laat ons liever enkele wagens bezichtigen.
In het kabinet van den generaal ontvangt zijn partikuliere secretaris de telegrammen uit Petersburg en stelt de antwoorden op, die door den generaal in der haast worden gedicteerd; kozakken, met de lange tsjerkesse gekleed, komen en gaan onophoudelijk: dat zijn de ordonnansen van Zijne Excellencie. Onder deze flinke manschappen, naar de circassische mode gekleed, bevindt zich een Kirghizen-sultan, een geboren vorst, dien ge u wachten moet voor een gewoon oppasser te houden. Hij heet Araslanof, is geboortig van Orenburg en heeft den rang van adjudant. Zijne geschiedenis is merkwaardig genoeg. Na aan het hoofd te hebben gestaan van een opstand zijner stamgenooten, bood hij den Tsaar zijne onderwerping aan. Tot russisch officier benoemd, deserteerde hij en trad in dienst bij den khan van Khiwa, die hem tot minister van oorlog benoemde. Dank zij zijne maatregelen en beschikkingen, kon Khiwa gedurende zekeren tijd aan de Russen weerstand bieden. Toen hij eindelijk zag, dat het spel verloren was, aarzelde onze vriend niet langer: hij begaf zich naar de russische voorposten en leverde zich zelven over. “Ik weet wel, zeide hij, dat ik den kogel verdiend heb; maar als gij verstandig zijt, zult gij mij niet doodschieten, doch liever van mijn raad en hulp gebruik maken.”—Inderdaad verschafte hij aan de russische officieren alle inlichtingen omtrent de sterkte van den vijand en de meest geschikte punten voor den aanval; in ruil voor dit verraad kreeg hij vergiffenis en werd in zijn vroegeren rang hersteld. Het voorval is typisch: beter dan een lang vertoog teekent het de aziatische zeden. Maar dat de russische militairen zulke officieren niet bijzonder hoog achten, is niet meer dan natuurlijk. Trouwens, zoo als ik zeide, zij voeren nooit het bevel over russische soldaten.
De ambulance-waggon is ledig; de verblijven van de soldaten en de turkmeensche werklieden zijn ontruimd en aangeveegd (van tijd tot tijd worden zij uitgestoomd); de slaapsteden zijn bedekt met de groote grijze kapotjassen, die zoo goed tegen de koude beveiligen; de soldaten van de tweede, de namiddag-brigade slapen, of verrichten partikulier werk, of wel zitten in troepjes rondom reusachtige samovars. Zingen doen zij alleen des avonds, als de dagtaak is volbracht.
De koks zijn bezig met het gereedmaken van het ontbijt in de keuken-waggons. Het is voorzeker iets zeer ongewoons, in een goederenwagen een grooten steenen oven te zien. Wij hebben reeds iets dergelijks in den trein van Oezoen-Ada kunnen opmerken. De oven wordt noch met hout, noch met steenkolen gestookt: men gebruikt daarvoor het bezinksel dat bij het distilleeren van petroleum overblijft en van Bakoe wordt aangevoerd. Voor het stoken van de lokomotieven wordt dezelfde brandstof gebruikt, zonder dat dit eenig gevaar oplevert. De ontvlambare vloeistof wordt, na eerst door heet water verwarmd te zijn, in aanraking gebracht met den heeten damp van kokend water: de brandbare deeltjes vatten vuur, en zoo ontstaat een vlam, die de gansche breedte van den oven of den haard beslaat.
Deze wijze van verwarming met petroleum heeft het groote voordeel, dat men eenvoudig door het omdraaien van een kraantje het vuur onmiddellijk kan uitblusschen. Dit is van overwegend belang zoodra er gevaar ontstaat voor springen. Bovendien beveelt dit stelsel zich aan door goedkoopheid: vergeleken bij de kosten van verwarming door hout, worden op deze wijze per maand vijf-en-dertig roebels uitgewonnen voor de voeding van eene kompagnie van tweehonderd man. Voor de lokomotieven berekent men dat het gebruik van deze naphta zes maal goedkooper is dan dat van steenkolen. In dat opzicht profiteert de transkaspische spoorweg van de nabijheid van petroleum-bronnen, wier rijkdom, volgens sommige geologen, onutputtelijk is.
De militaire constructietrein voert, als alle treinen op de transkaspische lijn, niet alleen zijn petroleum of naphta, maar ook zijn water mede in speciale wagens, hetzij van hout, hetzij van geslagen plaatijzer, die elk zeshonderd pond—ongeveer negenduizend liter—vloeistof kunnen bevatten.
Ten slotte gaan wij een bezoek afleggen bij den adjudant van den generaal, den heer Milioutin, in den bureau-waggon. Men kan altijd iets leeren van de zeer beschaafde en ontwikkelde officieren van het russische leger: mocht gij soms lust gevoelen om een uitstapje te maken naar Bokhara, dan zal de heer Milioutin u weten te verhalen van den met het walgelijkste ongedierte gevulden kuil, waarin de emir weleer zijne vreemde bezoekers placht op te sluiten. Sedert Bokhara het russische protektoraat heeft moeten erkennen, is daarin verandering gekomen; maar toch, indien ge niet zeer op uw hoede zijt en de ontevredenheid of het wantrouwen van den emir opwekt, dan.... Hij zal u ook het vermakelijke verhaal doen van de lotgevallen van een engelschen dagblad-correspondent, een zekeren heer OʼDonovan, een dier onuitstaanbare lieden, dieoveral bij willen zijn en over alles willen babbelen. Deze kwant wilde volstrekt den veldtocht der Russen in Turkmenië mede maken: een aanval van typhus verhinderde hem aan de eerste expeditie van Ghéok-Tépé deel te nemen; Skobeleff, die niet van reporters hield, zond hem bij de tweede expeditie uit het leger; niettemin volhardde hij bij zijn voornemen om naar Merw te gaan, en werkelijk gelukte het hem, onder eene vermomming, het eerst tot deze bijna onbekende oase door te dringen; maar eenmaal te Merw, werd hij gevangen genomen, en ondanks zijne hoedanigheid van onderdaan van Koningin Victoria, in den kerker opgesloten, waaruit hij eindelijk door de Russen moest worden bevrijd.
Eenige dagen geleden, had een fransch reiziger, de heer Bonvalot, in dezen zelfden waggon inlichtingen gevraagd omtrent de beste wijze om met zijne reisgenooten in Afghanistan door te dringen, waar hij eene of andere wetenschappelijke missie had te vervullen. Zoowel de generaal als de heer Milioutin trachtten hen van dit voornemen terug te brengen. Sedert had men niets meer van hen vernomen; de vergunning om over de grenzen te gaan was hun geweigerd, hetgeen ieder zeer begrijpelijk vond. Eene maand later ontmoette ik een engelsch officier, aan wien vergunning was verleend om langs den transkaspischen spoorweg en door Kaukasië naar zijn vaderland terug te keeren; hij deelde mij mede dat het verbod om de grenzen te overschrijden louter in het belang der reizigers was uitgevaardigd: in Afghanistan heerschen burgeroorlog en anarchie, en de vreemdelingen loopen zeer groot gevaar gevangen genomen en zelfs wel vermoord te worden. Wanneer zullen Europeanen te Herat, even als thans te Merw, in volkomen veiligheid kunnen rondwandelen?
9–14 September.—Merw ligt achthonderd-twee-en-twintig kilometers van de Kaspische-zee; Baïram-Ali is de zevenhonderd-vijf-en-negentigste werst, en wij naderen de mijlpaal achthonderd-vijftien, waar eene kleine halte, Koerban-Kala, zal werden gemaakt. Wij hebben de grens van de oase bereikt; wij bevinden ons op nieuw in de zandwoestijn, afgewisseld door onbebouwd alluvium, dat zich tot de Amoe-darja uitstrekt. Over deze rivier zal eene brug worden gebouwd te Tsjardjoeï, eene stad van dertigduizend inwoners, die tot het khanaat van Bokhara behoort; de afstand van deze stad tot Oezoen-Ada bedraagt duizend-vijf wersten. Op den achtsten September 1886 moest de spoorweg dus nog over ruim tweehonderd wersten worden doorgetrokken om den alouden Oxus te bereiken; de bouw van dit vak, het moeilijkste van de geheele lijn, was reeds den dertigsten November daaraanvolgende voltooid, zoo dat men nu slechts eenige uren noodig heeft voor de reis door eene woestijn, welke vroeger drie of vier dagen vorderde, waarbij men dan nog de kans liep, half verblind te worden door de wolken van zand, die de sterke wind voor zich uitdrijft. Ik had eigenlijk mijn bezoek drie maanden moeten uitstellen. Om de reis voort te zetten, moeten wij nu nog te paard stijgen en voor nachtverblijf ons met eene tent tevreden stellen. Gelukkig is de weg althans afgebakend; zelfs zou men reeds, over eene lengte van honderd kilometers, met een rijtuig de baan kunnen volgen.
Want, zoo als ik zeide, de inlandsche arbeidersploegen, die de aardwerken moeten uitvoeren, zijn den constructietrein zeer ver vooruit. De turkmeensche werklieden, die met hunne groote mutsen van schapenwol het steken van de zon kunnen trotseeren, hebben den ganschen zomer doorgewerkt. Ook treft men overal langs de baan ingenieurs en landmeters aan, die het opzicht houden over de werkzaamheden, het terrein bestudeeren en opnemen, en de richting van den weg bepalen; hunne kampementen zijn van vijf-en-twintig tot dertig kilometers van elkander verwijderd. Deze ijverige mannen, die zich ter wille hunner plichtsvervulling allerlei ontberingen getroosten en letterlijk buiten de beschaafde wereld leven, zullen u steeds met de grootste hartelijkheid en gastvrijheid ontvangen. Een hunner heeft zelfs zijne vrouw bij zich.
En deze onvermoeide ingenieurs konden niet volstaan met het bestudeeren van slechts eene richting voor de te maken baan. De turkmeensche woestijn was nog ten vorigen jare zoo volkomen eeneterra incognita, dat men aan gene zijde van Merw zoo goed als op den tast te werk moest gaan. Behalve de richting van Tsjardjoeï, waarop ten slotte de keuze is gevallen, omdat in die richting aan den rechter oever van de Amoe-darja minder zand wordt aangetroffen en de spoorweg door het meest bevolkte gedeelte van Bokhara loopt; behalve deze richting heeft men ook nog het ontwerp opgemaakt voor eene andere lijn met eene afwijking van minstens driehonderd kilometers, die te Boerdalik, nabij de afghaansche grens, over de rivier zou gaan. Onder de leiding van den hoofdingenieur Danilof, zijn al de terreinsopnemingen en voorbereidende werkzaamheden tusschen Askhabad en Samarkand, over eene uitgestrektheid van negenhonderd-dertien wersten of negenhonderd-zeven-en-zeventig kilometers, in weinige maanden, van Mei tot December 1885, verricht; als men de mede bestudeerde afwijkingen en wijzigingen daarbij in rekening brengt, omvat de arbeid eene uitgestrektheid van meer dan dertienhonderd kilometers. Bedenkt men daarbij, wat het zegt te leven en te werken in eene woestijn waar zelfs geen water is te vinden, dan zal men moeten toegeven, dat hetgeen hier door de russische ingenieurs is verricht, zonder voorbeeld was.
Negen stations scheiden Merw van de Amoe-darja; ik geef hier de lijst dier stations met vermelding van den afstand van Oezoen-Ada:
Baïram-Ali795 wersten.Koerban-Kala815 id.Keltsji839 id.Ravina862 id.Oetsjadji887 id.Peski912 id.Repetek936 id.Esjek-Rabat959 wersten.Selim982 id.
Met uitzondering van het eerste station, dat wij bezocht hebben en waar eene vrij waterrijke beek wordt aangetroffen, liggen al de andere midden in de woestijn; geen enkel inlandsch kamp of dorp, behalve dat van Selim, brengt eenige afwisseling in deze doodsche eenzaamheid; overal ontbreekt drinkwater, uitgenomen bij de stations Koerban-Kala, Oetsjadji, Repetek en Selim, waar men met veel moeite geslaagd is in het opsporen van wellen; de kale zandduinen zijn ontbloot van iedere soort van plantengroei:—in één woord, de gansche landstreek is niet meer dan eene akelige naakte wildernis, waar slechts nu en dan de kreet van het wild gedierte de stilte verbreekt. En toch stonden hier eenmaal bloeiende steden en woonde hier eene talrijke beschaafde bevolking.
Eenige kilometers voor men aan het station Ravina komt, beginnen de zandduinen zich te vertoonen, die zich dan onafgebroken over eene lengte van omstreeks vijf-en-zestig kilometers uitstrekken. De bouw van dit gedeelte van den spoorweg leverde de grootste moeilijkheden op. De duinen zijn misschien niet hooger dan die langs het strand van de Kaspische-zee, maar zij zijn volstrekt onbegroeid en daardoor aan voortdurende verstuiving onderhevig. Een sterke wind, die eenige dagen achtereen in dezelfde richting waait, kan de duinen soms van een tot twee meter verplaatsen. Het zal dus veel meer moeite kosten, deze losse duinen vast te leggen dan de reeds half begroeide duinen langs de Kaspische-zee; maar voor vernieling van den spoorweg behoeft men niet te vreezen. Wanneer ondanks de genomen voorzorgen, zoo als het plaatsen van paalrijen en staketsels om het zand tegen te houden, op sommige punten verplaatsingen mochten voorkomen, dan zullen die toch niet meer te beteekenen hebben dan aardstortingen op iedere andere lijn: een arbeid van eenige uren zal voldoende zijn om den hinderpaal weg te ruimen en het verkeer te herstellen. De hoogte der uitgravingen bedraagt niet meer dan tien el; de inhoud van de zandheuvels per werst bedraagt gemiddeld elfduizend kubiek meter.
Heeft men deze duinen achter den rug, dan komt men op nieuw in de woestijn, die zich onafgebroken tot de Amoe-darja uitstrekt en afwisselend uit alluvium en zand bestaat. Welk eene verschrikkelijke streek; en hoe volkomen begrijpelijk is, wanneer men deze onherbergzame wildernis aanschouwt, de kalme gerustheid der beheerschers van Hindostan! Zulk eene woestijn mocht inderdaad het beste aller bolwerken worden gerekend, bijna even onoverkomelijk als de oceaan. Maar binnen weinige maanden is alles veranderd: de slagboom is opgeruimd, de kracht van het bolwerk gebroken. Al ware het meer dan vermetel, vooral in dit geval, de toekomst te willen voorspellen, zoo ligt toch eene verovering van Indië—gesteld dat de russische politiek daarop is gericht—vermoedelijk niet in het naaste verschiet. Maar toch.... met welk doel voegt de Tsaar deze afschuwelijke wildernissen en kale steppen bij zijn onmetelijk rijk?
Wij komen te Tsjardjoeï. Bij deze belangrijke stad zal de spoorweg de Amoe-darja moeten oversteken; de ontworpen brug zal eene lengte verkrijgen van meer dan anderhalve kilometer. De oude klassieke Oxus stuwt zijne wateren voort tusschen steile, eenigszins zandige oevers, die eene hoogte hebben van acht tot tien meter. Generaal Annenkof is nog onzeker, of hij hier eene vaste ijzeren brug met wijde bogen zal laten bouwen; en die aarzeling is alleszins verklaarbaar, want hoewel het bed der rivier uit zand bestaat met een dunne laag klei overdekt, en hoewel de diepte, gedurende de helft van het jaar, niet veel meer dan drie voet bedraagt, zouden toch de kosten van zulk een werk zeer aanzienlijk zijn. Naar het schijnt, bestaat nu het plan om gebruik te maken van een eilandje, dat de rivier in twee bijna gelijke takken verdeelt en waaraan een kabel zou worden bevestigd, waarvan het andere uiteinde aan eene stoomponton wordt vastgemaakt. Op die ponton zouden dan de passagiers- en goederenwagens worden overgezet, terwijl de lokomotief zou achterblijven.
Door het doortrekken van den transkaspischen spoorweg tot aan Tsjardjoeï verzekert Rusland zich het bezit van eene rivier, die wat de lengte van haar loop (vijf-en-twintighonderd kilometers) en het jaarlijksch volume van haar watermassa aangaat, in Europa alleen door den Donau en de Wolga wordt overtroffen. Zij vormt de grensscheiding tusschen Bokhara, dat feitelijk eene russische provincie is, en noordelijk Afghanistan. Langs dezen weg kan men troepen vervoeren tot aan de grenzen van Badaksjan, aan den voet der bergpassen van den Hindoekoesh, waarover de wegen naar Engelsch Indië loopen: men begrijpt dus van welk strategisch gewicht het bezit dezer rivier is. Ongelukkig gaat de scheepvaart op de Amoe-darja met bezwaren gepaard, die wel niet onoverkomelijk zijn, maar welker opruiming toch zeer veel inspanning en maatregelen van bijzonderen aard zal vorderen. In het voorjaar en in den zomer, na het smelten der sneeuw op het Pamirgebergte, waar de Amoe-darja ontspringt, bereikt de rivier eene hoogte van vijf tot zes meter; in den winter en den herfst daarentegen bedraagt de diepte niet meer dan twee of drie voet. Om van dezen waterweg in zijn tegenwoordigen toestand gebruik te kunnen maken, moet men dus eene flottille van platboomde stoombooten tot zijne beschikking hebben. Wordt met den bouw van deze vloot evenveel spoed gemaakt als met den spoorweg, dan zal zij zeker binnen niet langen tijd de wateren van den Oxus klieven.
De citadel te Merw.De citadel te Merw.
De citadel te Merw.
Na eene aanhoudende ingespannen werkzaamheid van achttien maanden, schijnt de verdere voortzetting van de transkaspische spoorlijn voorloopig te blijven rusten. Wij zullen dus ook hier, aan de oevers van de Amoe-darja, het einddoel van onze reis vinden, hoewel het minder gevaarlijk is om een bezoek te gaan afleggen bij den emir van Bokhara, dan bij zijn buurman van Kaboel. Blijftde vrede in Europa bewaard, dan zullen wij in het volgende jaar, zonder eenige vermoeienis of inspanning, in tien uren den afstand van driehonderd-vijf-en-zeventig kilometers kunnen afleggen, die ons van Samarkand scheidt. De aanleg van dit gedeelte der lijn zal veel gemakkelijker zijn dan van de andere. Van de Amoe-darja tot Karakoel, over eene lengte van omstreeks vijftig wersten, heeft men eene waterlooze woestijn; maar verderop kan de lijn den loop volgen van de Sarafsjan, de groote rivier, die naar de oude aziatische metropolis voert. Zal Samarkand dan het eindpunt zijn van den transkaspischen spoorweg? Misschien. De groote stad Tashkend met haar honderdduizend inwoners is nog geen driehonderd kilometers van Samarkand verwijderd; en de eenige ernstige moeilijkheid, die overwonnen zou moeten worden, is de overgang van de Sir-darja, eene rivier die in breedte en beteekenis vrij wel met de Amoe-darja gelijk staat.
En naTashkend? Op die vraag is geen antwoord te geven; maar de onderstelling is zeker niet gewaagd, dat zulke onvermoeide pionniers als de Russen niet halverwege blijven stilstaan bij hunne vreedzame verovering van Centraal-Azië.
VI15 September.—Terugkomst te Merw. Als men zoo pas de woestijn verlaten heeft, schijnt de kleine onaanzienlijke stad haast een paradijs. Verschillende officieren van den constructietrein hebben verlof gekregen om mij te vergezellen; het wederzien van dit toekomstige Babylon, de ontmoeting met hunne kameraden, het slapen in een hôtel—ziedaar genietingen, waarnaar zij vurig verlangen. De hôtels van Merw! Verbeeld u dat het mijne sedert acht dagen—alles gaat hier met stoom!—eene geheele verandering heeft ondergaan het is thans in het bezit van eene onbeschrijfbare piano en van eene onweerstaanbare zangeres. Dit noemt men eencafé-chantant; Merw bezit misschien een half dozijn van die inrichtingen, zoo als men ze ook vindt in de binnenlanden van Algerië. Russen en Franschen hebben op dit punt dezelfde liefhebberij. Nu, misschien is het nog beter, na een dag van vermoeienden arbeid, zich ʼs avonds zoo goed en zoo kwaad als het gaat te vermaken, dan van verveling te versuffen.16 September.—Toebereidselen tot het vertrek. Afscheidsbezoeken bij de hoofdofficieren, bij allen, die ons met zooveel vriendelijkheid en voorkomendheid ontvangen hebben. Wij vleien ons met de hoop, elkander weder te zien.De Moergab, die reeds in het begin van September zeer laag was, is in de laatste tien dagen nog meer gezakt, zoodat de kleiachtige steile oevers bijna geheel bloot liggen. Toch kon, in Juni jl., de bedding der rivier het afstroomende water niet bevatten. Sedert men de stuwen en waterwerken, welke door de vroegere sultans waren gemaakt, heeft vernield en laten vervallen, wordt de oase van Merw elk jaar, bij het smelten der sneeuw in de bergen van Afghanistan, door overstroomingen geteisterd. Die van 1886 bereikte eene buitengewone hoogte, en de Russen moesten alle krachten inspannen om de noodlottige gevolgen dier overstrooming te keeren. In aller ijl werden dammen en kistingen opgeworpen om de gaten en kuilen te stoppen, waardoor het water kon binnenstroomen; gelukkig zijn de Tekkés in dit soort van werk zeer ervaren. Ondanks alle inspanning richtte de overstrooming toch groote verwoestingen aan; niet zonder verbazing vernam men dan ook te Petersburg de inwijding van hetstationte Merw op 2/14 Juli daaraanvolgende. De opening van een spoorweg in eene overstroomde landstreek scheen bijna ongeloofelijk, en toch was het waar. Men was er in geslaagd, de overstrooming te stuiten, de rivier in hare bedding terug te dringen, en op den bepaalden dag te Merw te komen. Een generaal-majoor, adjudant des Keizers, is zoo juist hier aangekomen om zich met eigen oogen van het feit te overtuigen. Ongetwijfeld zal zijn advies de uitvoering bespoedigen van de noodige werken, waardoor de periodieke terugkeer dezer overstroomingen kan worden voorkomen en aan de oase hare vroegere vruchtbaarheid terug gegeven.De trein van den generaal staat gereed: mij valt de eer te beurt, met Zijne Excellencie naar Oezoen-Ada terug te keeren. Wij vertrekken ten elf uren des avonds.—Als het mij ooit vergund mocht zijn, in deze landstreken terug te komen, wat zal ik dan vinden in plaats van de dorre steppen en de sedert eene eeuw ontvolkte oasen? Die oasen kunnen en zullen zonder eenigen twijfel, door het aanleggen van waterwerken en irrigatiekanalen, in haar vroegeren toestand van vruchtbaarheid en bloei worden hersteld; zelfs zal het mogelijk zijn, de steppen, waarvan de grond vruchtbaar is, door aanvoer van water, over groote uitgestrektheden in kultuur te brengen.Over de vraag, waaraan de herhaalde afwisselingen van vruchtbaarheid en dorheid moeten worden toegeschreven, die sedert twee- à drieduizend jaar in Turkmenië voorkomen, loopen de gevoelens der geografen uiteen. Toch schijnt de Amoe-darja als de onmiddellijke oorzaak te moeten worden beschouwd van de veranderingen, welke historisch zijn gestaafd; en deze oorzaak is hoogst waarschijnlijk zelve weder het gevolg van natuurkrachten, wier werking zich ook openbaart in de naphta- en petroleumbronnen.Ten tijde van Strabo stortte de Oxus zich in de Kaspische-zee uit; de handel tusschen den Pontus Euxinus en Indië volgde de waterwegen, die ten oosten van de Kaspische-zee eene voortzetting vormden van de vallei van de Koer in Transkaukasië. Het mag inderdaad onmogelijk worden geacht, dat de grieksche geografen, na de veroveringen van Alexander en de stichting van helleensche staten in Centraal-Azië, vooral ook na het onderzoek van de oostelijke oevers der Kaspische-zee door den zeevaarder Patroclus op last van Seleucus I, zich omtrent een zoo belangrijk punt als de loopvan den Oxus zouden hebben vergist. Maar tijdens de oudste arabische en turksche schrijvers had de rivier zich noordwaarts gekeerd en stortte zich in het Aralmeer uit; alle arabische geschriften en dokumenten uit dit tijdvak staven dat feit. In de veertiende eeuw hernam de Oxus weer de richting naar de Kaspische-zee, daarbij de natuurlijke helling van het terrein volgende, dat met een vrij sterk verval (ruim veertien centimeters per kilometer) naar die zee afdaalt. Ongeveer twee eeuwen achtereen stroomde de rivier nu door de nieuwe bedding; maar omstreeks het midden der zestiende eeuw wendde de Amoe-darja zich nogmaals van de Kaspische-zee af en keerde, voor zoover ons bekend is, ten tweeden male, naar het meer Aral terug.Deze herhaalde verplaatsingen, waarvan onbetwistbare dokumenten gewag maken, zijn bovendien op de meest afdoende wijze bevestigd door de nauwkeurige verkenningen en opnemingen van de oude bedding van den Oxus, thans onder den naam van de Oesboï bekend, die ter hoogte van de stad Koenia-Oergendsh zich van de tegenwoordige bedding afscheidde en naar de baai van Krasnowodsk liep. De verlaten bedding, gemiddeld een kilometer breed, is zoo duidelijk kenbaar, als ware het water eerst kort geleden weggevloeid. De steile oevers zijn in den kleiachtigen grond tot eene diepte van twintig en vijf-en-twintig meters uitgegraven; slechts hier en daar zijn de gelijkmatige aardlagen met taluds van zand bedekt. De platen en eilanden, waarmede de rivier bezaaid was, zijn nog duidelijk zichtbaar. De diepe kuilen in de oude bedding zijn op vele plaatsen met water gevuld en vormen langwerpige, kronkelende plassen, aan stukken van eene rivier gelijk; struikgewas en rietbosschen verkwikken het oog van den reiziger, die weken lang niets heeft aanschouwd dan de naakte steppen; hier en daar ontmoet hij zelfs, langs den zoom van het zoete water, boschjes van populieren en wilde olijven. De ruïnen van steden en dorpen, die men, bepaaldelijk tusschen de delta van de Amoe en het meer Sari-Kamisch, langs de oevers van de Oesboï aantreft, zijn onbetwistbaar uit twee verschillende tijdperken afkomstig, overeenkomende met de twee perioden gedurende welke de Oxus zijn loop nam naar de Kaspische-zee. De bouwvallen der oudste steden getuigen van eene mate van ontwikkeling, beschaving en rijkdom, die zeer veel hooger staat dan hetgeen de meer moderne ruïnen ons te aanschouwen geven: deze laatsten komen geheel overeen met de ruïnen der eerst in den laatsten tijd gebouwde turkmeensche steden. Trouwens, hetzelfde verschijnsel hebben wij waargenomen bij de ruïnen van Sultan-Sandjar-Kala en van Baïram-Ali, die beiden achtereenvolgens de plaats van het tegenwoordige Merw hebben ingenomen; slechts in de eerste, oudste stad vindt men artistieke monumenten, freskoos en geëmailleerde tegels.De Amoe-darja is echter niet de eenige rivier in deze landstreek, welke in den loop der tijden hare bedding heeft verlegd. Toen de Amoe zich nog in de Kaspische-zee uitstortte, liep de Sirdarja of Iaxartes in den Oxus uit; het groote meer Aral bestond toen niet of was althans niet veel meer dan een moeras. De schrijvers die melding maken van de landstreek, welke door den Oxus en den Iaxartes wordt besproeid, gewagen van het meer Aral alleen in die tijdperken, waarin de genoemde rivieren zich niet meer in de Kaspische-zee uitstorten.Terwijl de hoofdstroom van den Oxus zich, langs de bedding van de tegenwoordige Oesboï, naar de baai van Krasnowodsk richtte, schijnt een andere tak van de rivier, uitgaande van Tsjardjoeï, zijn loop in westelijke richting te hebben genomen door de toenmaals boschrijke en vruchtbare vlakte, thans als de woestijn van Karakoem bekend. De Moergab van Merw en de Tedsjen, die zich thans in het zand verliezen, stortten zich toen zeker in dien tak van de Amoe-darja uit. Naar alle waarschijnlijkheid had ook de Sarafsjan vroeger haar uitmonding in de Amoe; tegenwoordig verdwijnt zij in den grond op betrekkelijk korten afstand van die rivier, waarin zij zich ongeveer tegenover Tsjardjoeï moet hebben uitgestort.Deze veranderingen en omkeeringen zijn te verklaren, wanneer men aanneemt dat de bodem beurtelings is gerezen en gedaald, waardoor natuurlijk de richting van het verval geheel gewijzigd werd. Dergelijke golvingen van den grond zijn des te waarschijnlijker, omdat zij slechts enkele meters behoeven te bedragen ten einde eene geheele verplaatsing te weeg te brengen van de rivierbeddingen. De geologie heeft reeds op verschillende punten van den aardbol dergelijke rijzing of daling van den bodem geconstateerd; en binnen de grenzen van de landstreek zelve, waarover wij nu spreken, kunnen wij wijzen op de bewegingen van den grond in den omtrek van Bakoe, dat wil zeggen in het brandpunt der natuurkrachten, die de naphta- en petroleumbronnen naar de oppervlakte der aarde drijven. Het petroleumbekken van Transkaukasië strekt zich echter ook onder den grond van het transkaspische gebied uit: in de beide landen kunnen dezelfde oorzaken dezelfde gevolgen hebben te weeg gebracht.De nauwkeurige waarnemingen en waterpassingen, voor den aanleg van den spoorweg noodig, hebben zeer belangrijke inlichtingen verschaft over de golvingen en oneffenheden van het terrein, en daarbij de middelen aangewezen, om van de tegenwoordige gesteldheid zooveel mogelijk partij te trekken. De Moergab en deTedsjenleveren eene voldoende hoeveelheid water, om zelfs zonder groote onkosten, de oasen van Merw en van de Atek weer in haar vroegeren toestand te herstellen; voor de vruchtbaarmaking van de oase van Akhal-Tekké kan men de rivieren van het plateau van Iran gebruiken. Maar om de woestijn van Karakoem, althans gedeeltelijk, voor de kultuur te herwinnen zal men een irrigatie-kanaal moeten aanleggen, dat boven Tsjardjoeï van de Amoe-darja uitgaat en de natuurlijke golvingen van het terrein volgt. Eene terugleiding van de rivier in de voormalige bedding, door de Oesboï aangewezen, isthans onmogelijk door de veranderingen, welke de bodem sedert heeft ondergaan en welke de Amoe-darja juist gedwongen hebben, zich een weg te banen naar het meer Aral. Toch hebben de russische ingenieurs hier eene schoone taak te vervullen, wanneer zij er in slagen, deze wijd uitgestrekte landstreken, deze steppen en wildernissen, waar het alleen aan water hapert, tot nieuw leven en vruchtbaarheid te wekken en ze wederom te maken tot hetgeen ze eenmaal waren: de voorraadschuren van Centraal-Azië.17 September.—Acht uren des morgens. Wij komen te Askhabad, na in negen uren een traject van driehonderd-vijf-en-veertig kilometers te hebben afgelegd. Als wij den tijd van oponthoud aan de stations mede in rekening brengen, heeft de trein met eene snelheid van ruim veertig kilometers in het uur gereden: hetgeen inderdaad knap mag worden genoemd voor eene lijn, die ter nauwernood voltooid is. Ik verlaat den salon-wagen, waar ik een uitmuntenden nacht heb doorgebracht en roep een koetsier, om een bezoek te gaan afleggen bij generaal Komarof: want, even als in Europa, vindt men ook hier rijtuigen bij aankomst van den trein.Een turkmeensche ploeg.Een turkmeensche ploeg.De stad ligt ruim vijftienhonderd meters van het station verwijderd; de weg die beiden verbindt zou niets te wenschen overlaten, ware hij niet bedekt met zulk eene dikke laag stof, dat door den wind wordt aangevoerd. Ik durf mij nauwelijks voorstellen, hoe men het hier maken moet bij storm uit het noorden.Askhabad is vele jaren ouder dan Merw en is dan ook drukker en als handelsplaats belangrijker; intusschen laat het zich aanzien dat Merw deze stad spoedig genoeg overvleugelen zal. Generaal Komarof bewoont een zeer fraai huis, zoo als men er in Merw nog geen vindt. Ik word dadelijk toegelaten bij Zijne Excellencie, die in zijn kabinet, eene zeer ruime zaal, aan het werk is. In warme landen is het de gewoonte—en eene zeer goede gewoonte—groote, ruime kamers te maken; maar in Turkmenië, waar het ʼs winters zoo geducht koud kan zijn, moet men in zulke zalen half bevriezen.—De generaal ontvangt mij met de meest voorkomende vriendelijkheid; hij verhaalt mij van zijn reis, nu kort geleden, naar de vallei van de Atrek en de perzische grens, en laat mij zijne rijke verzameling van photografiën en van antiquiteiten zien: generaal Komarof is namelijk niet alleen een militair, maar ook een geleerde en een ijverig navorscher. Na zijn ontslag uit de militaire dienst, stelt hij zich voor, een omvangrijk werk uit te geven over de landen van den Kaukasus en Voor-Azië.Ik moest dien dag bijzonder veel van mijne maag vorderen: om twaalf uur dejeuneerde ik met generaal Annenkof in den trein; om half twee dejeuneerde ik nog eens bij generaal Komarof; om vier uur lunch bij denzelfden; om zeven uren diner in den trein; om negen uur, receptie in de militaire societeit; te middernacht officieel souper bij den opperbevelhebber van het transkaspische gebied.—Dit gebied of deze provincie is—in het voorbijgaan gezegd—in zes districten verdeeld, aan het hoofd waarvan een kolonel of een luitenant-kolonel staat. Deze zes districten zijn: Fort-Alexandrowski, Krasnowodsk, Askhabad, Karibent, Merw en Pendeh; de inlandsche bevolking wordt op ongeveer vijfhonderd-vijftigduizend zielen geschat.De trein zette zich tegen half drie in den morgen in beweging: het was meer dan tijd. Het is mij niet mogelijk geweest, een bezoek te brengen aande ruïnen van Nissa, op eenige wersten afstands, aan den voet der perzische bergen gelegen. Men vindt in den bazar van Askhabad prachtige perzische tapijten en verschillende produkten van Merw, Afghanistan en Bokhara, waaronder zeer fraaie zaken. Deze artikelen zijn niet duur, maar men moet er kennis van hebben.18 September.—Negen uur ʼs morgens. Aankomst te Kizil-Arwat. Wij hebben op nieuw tweehonderd kilometers afgelegd, met eene snelheid van vijf-en-veertig kilometers in het uur. De generaal neemt de werken voor den bouw van het nieuwe station, tot in de kleinste bijzonderheden, in oogenschouw. Hij gaat overal heen en ziet alles na: ondanks zijne vijftig lenten schijnt de brandende zon hem niet te hinderen. Bedenk daarbij, dat hij aldus onafgebroken sedert vijftien maanden bezig is.De steppen, de zandduinen, de Groote- en de Kleine Balkan vliegen langs ons heen: de trein heeft eene snelheid van vijftig kilometers in het uur. Wij dalen in volle vaart het zandige plateau van de kuststreek der Kaspische-zee af, waartegen de gewone passagierstrein, bij onze aankomst, zich langzaam moest opwerken. Vier uren na ons vertrek van Kizil-Arwat zijn wij weer te Oezoen-Ada, dat in dien tusschentijd belangrijke veranderingen en vergrootingen heeft ondergaan. Het is vier uren in den namiddag; wij hebben tweehonderd-vijftig kilometers afgelegd.De kaai te Bakoe.De kaai te Bakoe.De schrijvers, die aan de Russen de talenten en bekwaamheden der west-europeesche rassen ontzeggen en geene gelegenheid laten voorbijgaan om tegen Rusland en voor Engeland partij te kiezen, zouden wel doen, indien zij hun studeervertrek eens verlieten om zich met eigen oogen te overtuigen van het groote werk in het hart van Azië volbracht, en dat, zoo noodig, met onverzettelijke energie zal worden voortgezet tot de eindelijke, de onvermijdelijke ontknooping. Zij zouden dan begrijpen dat wellicht de tijd nadert voor het vereffenen van zekere sedert lang loopende rekeningen, en dat misschien de negentiende eeuw niet ten einde zal spoeden, zonder getuige te zijn geweest van groote en gewichtige gebeurtenissen.En wat hen niet het minst zou verbazen, is het gering bedrag der kosten van het zoo gelukkig volbrachte werk. De kosten van aanleg van den transkaspischen spoorweg bedragen niet meer dan twee-en-dertig duizend roebels per werst, daaronder begrepen de kosten der metalen rails en van het rollend materieel, welk een en ander uitsluitend door russische fabrieken geleverd wordt. Als men de ontzaglijke afstanden en de bezwaren, aan het verblijf in de turkmeensche steppen eigen, in aanmerking neemt, dan mag dit cijfer inderdaad zeer gering heeten. Onder de voornaamste oorzaken van deze geringe uitgave moet men voorzeker in de eerste plaats rekenen de omstandigheid, dat een zeer groot deel van het personeel uit militairen bestaat; en voorts het gebruik van inlandsche arbeiders, die weinig kosten en veel werk verrichten, ondanks sommige zeer primitieve gebruiken. Daartoe behoort onder anderen de aartsvaderlijke gewoonte om elkander van hand tot hand de steenen voor den bouw over te reiken en om de uitgegraven aarde in zakken te vervoeren. Ik houd het er voor, dat de metselaars bij den torenbouw van Babel op gelijke wijze te werk gingen. Voor elken zak zijn drie man noodig: een die de aarde uitgraaft, een die den zak vasthoudt en wegdraagt naar de plaats van berging, waar een derde man den voorraad in ontvangst neemt en zoogenoemd verwerkt.Dat de lijn dadelijk in exploitatie wordt gebracht naar gelang de rails zijn gelegd, zonderop de voltooiing der stations en andere werken te wachten, draagt er mede toe bij om de kosten te verminderen, want nu wordt zooveel te spoediger gelegenheid gegeven tot een, zij het ook nog beperkt vervoer, waarvan de opbrengst in mindering komt van de kosten van aanleg. Reeds hebben duizenden mohammedaansche pelgrims, die jaarlijks uit westelijk Perzië en de landen van Transkaukasië naar Mesjhed trekken om de graven der Aliden te bezoeken, van den transkaspischen spoorweg gebruik gemaakt. Om hen te lokken, heeft de generaal eene in het perzisch geschreven brochure doen uitgeven en verspreiden, waarin de voordeelen van dit nieuwe middel van vervoer, de besparing van tijd en geld, worden aangetoond. Bovendien zijn ten behoeve van die bedevaartgangers bijzondere wagens ingericht. Men heeft ook handelsagenten naar de jaarmarkt van Nowgorod en tevens naar Bokhara en naar andere steden van Centraal-Azië gezonden, om de aandacht op den nieuwen spoorweg te vestigen: met dat gevolg, dat een deel der waren die vroeger over Orenburg werden vervoerd, nu langs deze lijn zijn getransporteerd. Reeds nu zag ik te Tsjardjoeï groote hoeveelheden van wollen en zijden stoffen, van gedroogde vruchten en vooral van katoen. Dit laatste is van bijzonder gewicht. Tot dusver moesten de russische katoenfabriekanten hunne grondstof voor negen tienden uit Amerika en Egypte ontbieden; het gemis van geschikte vervoermiddelen maakte het voor hen bijna onmogelijk, hunne katoen uit Centraal-Azië te laten komen. De transkaspische spoorweg zal hierin eene groote verandering brengen; en het weder in kultuur brengen van de turkmeensche steppen, dat niet achterwege kan blijven, zal er krachtig toe bijdragen om ook onder dit opzicht Rusland van de vreemden onafhankelijk te maken.De avond is gevallen, en het is aan zee zeer koel geworden. Wij kunnen zeer goed gevoelen dat de zomer voorbij is. Wij dineeren in den gesloten wagon, en luisteren daarbij naar eene militaire muziek, welke ik voor het eerst hoor. De muziekanten dragen de russische uniform; een der officieren deelt mij echter mede, dat de kosten van dit muziekkorps door den generaal persoonlijk worden gedragen; de muziekanten verplaatsen zich nu naar het eene, dan naar het andere station, om in het leven der ballingen althans eenige afwisseling te brengen.Na afloop van het diner was er groote reunie in de galerij van het station, waarbij ook de dames der officieren en ambtenaren tegenwoordig waren. De generaal wilde voor den volgenden avond een groot bal organiseeren;—maar helaas! eene leelijke kleine stoomboot ligt gereed om naar Bakoe te vertrekken. Verzuim ik deze gelegenheid, dan moet ik drie dagen wachten: dat is onmogelijk. Maar desniettemin breng ik dezen laatsten avond op aziatischen bodem op de aangenaamste wijze door.19 September.—Het uur van vertrek is gekomen; de boot vaart om twaalf uur af; ik moest dus afscheid nemen van allen met wie ik op dit uitstapje kennis had gemaakt en van wie ik de vriendelijkste en liefelijkste herinneringen medenam. Generaal Annenkof geleidde mij met zijne officieren naar boord: op de stoomboot drukten wij elkander voor het laatst de hand. De generaal voegde mij toe, dat hij mij over een jaar weer hoopte te zien bij de inwijding van het station te Samarkand.Het laatste gelui weerklinkt; het anker wordt gelicht; de boot zet zich in beweging; de officieren op de kaai wuiven mij een laatsten afscheidsgroet toe. Twee minuten later is Oezoen-Ada achter de gele zandheuvelen verdwenen.
15 September.—Terugkomst te Merw. Als men zoo pas de woestijn verlaten heeft, schijnt de kleine onaanzienlijke stad haast een paradijs. Verschillende officieren van den constructietrein hebben verlof gekregen om mij te vergezellen; het wederzien van dit toekomstige Babylon, de ontmoeting met hunne kameraden, het slapen in een hôtel—ziedaar genietingen, waarnaar zij vurig verlangen. De hôtels van Merw! Verbeeld u dat het mijne sedert acht dagen—alles gaat hier met stoom!—eene geheele verandering heeft ondergaan het is thans in het bezit van eene onbeschrijfbare piano en van eene onweerstaanbare zangeres. Dit noemt men eencafé-chantant; Merw bezit misschien een half dozijn van die inrichtingen, zoo als men ze ook vindt in de binnenlanden van Algerië. Russen en Franschen hebben op dit punt dezelfde liefhebberij. Nu, misschien is het nog beter, na een dag van vermoeienden arbeid, zich ʼs avonds zoo goed en zoo kwaad als het gaat te vermaken, dan van verveling te versuffen.
16 September.—Toebereidselen tot het vertrek. Afscheidsbezoeken bij de hoofdofficieren, bij allen, die ons met zooveel vriendelijkheid en voorkomendheid ontvangen hebben. Wij vleien ons met de hoop, elkander weder te zien.
De Moergab, die reeds in het begin van September zeer laag was, is in de laatste tien dagen nog meer gezakt, zoodat de kleiachtige steile oevers bijna geheel bloot liggen. Toch kon, in Juni jl., de bedding der rivier het afstroomende water niet bevatten. Sedert men de stuwen en waterwerken, welke door de vroegere sultans waren gemaakt, heeft vernield en laten vervallen, wordt de oase van Merw elk jaar, bij het smelten der sneeuw in de bergen van Afghanistan, door overstroomingen geteisterd. Die van 1886 bereikte eene buitengewone hoogte, en de Russen moesten alle krachten inspannen om de noodlottige gevolgen dier overstrooming te keeren. In aller ijl werden dammen en kistingen opgeworpen om de gaten en kuilen te stoppen, waardoor het water kon binnenstroomen; gelukkig zijn de Tekkés in dit soort van werk zeer ervaren. Ondanks alle inspanning richtte de overstrooming toch groote verwoestingen aan; niet zonder verbazing vernam men dan ook te Petersburg de inwijding van hetstationte Merw op 2/14 Juli daaraanvolgende. De opening van een spoorweg in eene overstroomde landstreek scheen bijna ongeloofelijk, en toch was het waar. Men was er in geslaagd, de overstrooming te stuiten, de rivier in hare bedding terug te dringen, en op den bepaalden dag te Merw te komen. Een generaal-majoor, adjudant des Keizers, is zoo juist hier aangekomen om zich met eigen oogen van het feit te overtuigen. Ongetwijfeld zal zijn advies de uitvoering bespoedigen van de noodige werken, waardoor de periodieke terugkeer dezer overstroomingen kan worden voorkomen en aan de oase hare vroegere vruchtbaarheid terug gegeven.
De trein van den generaal staat gereed: mij valt de eer te beurt, met Zijne Excellencie naar Oezoen-Ada terug te keeren. Wij vertrekken ten elf uren des avonds.—Als het mij ooit vergund mocht zijn, in deze landstreken terug te komen, wat zal ik dan vinden in plaats van de dorre steppen en de sedert eene eeuw ontvolkte oasen? Die oasen kunnen en zullen zonder eenigen twijfel, door het aanleggen van waterwerken en irrigatiekanalen, in haar vroegeren toestand van vruchtbaarheid en bloei worden hersteld; zelfs zal het mogelijk zijn, de steppen, waarvan de grond vruchtbaar is, door aanvoer van water, over groote uitgestrektheden in kultuur te brengen.
Over de vraag, waaraan de herhaalde afwisselingen van vruchtbaarheid en dorheid moeten worden toegeschreven, die sedert twee- à drieduizend jaar in Turkmenië voorkomen, loopen de gevoelens der geografen uiteen. Toch schijnt de Amoe-darja als de onmiddellijke oorzaak te moeten worden beschouwd van de veranderingen, welke historisch zijn gestaafd; en deze oorzaak is hoogst waarschijnlijk zelve weder het gevolg van natuurkrachten, wier werking zich ook openbaart in de naphta- en petroleumbronnen.
Ten tijde van Strabo stortte de Oxus zich in de Kaspische-zee uit; de handel tusschen den Pontus Euxinus en Indië volgde de waterwegen, die ten oosten van de Kaspische-zee eene voortzetting vormden van de vallei van de Koer in Transkaukasië. Het mag inderdaad onmogelijk worden geacht, dat de grieksche geografen, na de veroveringen van Alexander en de stichting van helleensche staten in Centraal-Azië, vooral ook na het onderzoek van de oostelijke oevers der Kaspische-zee door den zeevaarder Patroclus op last van Seleucus I, zich omtrent een zoo belangrijk punt als de loopvan den Oxus zouden hebben vergist. Maar tijdens de oudste arabische en turksche schrijvers had de rivier zich noordwaarts gekeerd en stortte zich in het Aralmeer uit; alle arabische geschriften en dokumenten uit dit tijdvak staven dat feit. In de veertiende eeuw hernam de Oxus weer de richting naar de Kaspische-zee, daarbij de natuurlijke helling van het terrein volgende, dat met een vrij sterk verval (ruim veertien centimeters per kilometer) naar die zee afdaalt. Ongeveer twee eeuwen achtereen stroomde de rivier nu door de nieuwe bedding; maar omstreeks het midden der zestiende eeuw wendde de Amoe-darja zich nogmaals van de Kaspische-zee af en keerde, voor zoover ons bekend is, ten tweeden male, naar het meer Aral terug.
Deze herhaalde verplaatsingen, waarvan onbetwistbare dokumenten gewag maken, zijn bovendien op de meest afdoende wijze bevestigd door de nauwkeurige verkenningen en opnemingen van de oude bedding van den Oxus, thans onder den naam van de Oesboï bekend, die ter hoogte van de stad Koenia-Oergendsh zich van de tegenwoordige bedding afscheidde en naar de baai van Krasnowodsk liep. De verlaten bedding, gemiddeld een kilometer breed, is zoo duidelijk kenbaar, als ware het water eerst kort geleden weggevloeid. De steile oevers zijn in den kleiachtigen grond tot eene diepte van twintig en vijf-en-twintig meters uitgegraven; slechts hier en daar zijn de gelijkmatige aardlagen met taluds van zand bedekt. De platen en eilanden, waarmede de rivier bezaaid was, zijn nog duidelijk zichtbaar. De diepe kuilen in de oude bedding zijn op vele plaatsen met water gevuld en vormen langwerpige, kronkelende plassen, aan stukken van eene rivier gelijk; struikgewas en rietbosschen verkwikken het oog van den reiziger, die weken lang niets heeft aanschouwd dan de naakte steppen; hier en daar ontmoet hij zelfs, langs den zoom van het zoete water, boschjes van populieren en wilde olijven. De ruïnen van steden en dorpen, die men, bepaaldelijk tusschen de delta van de Amoe en het meer Sari-Kamisch, langs de oevers van de Oesboï aantreft, zijn onbetwistbaar uit twee verschillende tijdperken afkomstig, overeenkomende met de twee perioden gedurende welke de Oxus zijn loop nam naar de Kaspische-zee. De bouwvallen der oudste steden getuigen van eene mate van ontwikkeling, beschaving en rijkdom, die zeer veel hooger staat dan hetgeen de meer moderne ruïnen ons te aanschouwen geven: deze laatsten komen geheel overeen met de ruïnen der eerst in den laatsten tijd gebouwde turkmeensche steden. Trouwens, hetzelfde verschijnsel hebben wij waargenomen bij de ruïnen van Sultan-Sandjar-Kala en van Baïram-Ali, die beiden achtereenvolgens de plaats van het tegenwoordige Merw hebben ingenomen; slechts in de eerste, oudste stad vindt men artistieke monumenten, freskoos en geëmailleerde tegels.
De Amoe-darja is echter niet de eenige rivier in deze landstreek, welke in den loop der tijden hare bedding heeft verlegd. Toen de Amoe zich nog in de Kaspische-zee uitstortte, liep de Sirdarja of Iaxartes in den Oxus uit; het groote meer Aral bestond toen niet of was althans niet veel meer dan een moeras. De schrijvers die melding maken van de landstreek, welke door den Oxus en den Iaxartes wordt besproeid, gewagen van het meer Aral alleen in die tijdperken, waarin de genoemde rivieren zich niet meer in de Kaspische-zee uitstorten.
Terwijl de hoofdstroom van den Oxus zich, langs de bedding van de tegenwoordige Oesboï, naar de baai van Krasnowodsk richtte, schijnt een andere tak van de rivier, uitgaande van Tsjardjoeï, zijn loop in westelijke richting te hebben genomen door de toenmaals boschrijke en vruchtbare vlakte, thans als de woestijn van Karakoem bekend. De Moergab van Merw en de Tedsjen, die zich thans in het zand verliezen, stortten zich toen zeker in dien tak van de Amoe-darja uit. Naar alle waarschijnlijkheid had ook de Sarafsjan vroeger haar uitmonding in de Amoe; tegenwoordig verdwijnt zij in den grond op betrekkelijk korten afstand van die rivier, waarin zij zich ongeveer tegenover Tsjardjoeï moet hebben uitgestort.
Deze veranderingen en omkeeringen zijn te verklaren, wanneer men aanneemt dat de bodem beurtelings is gerezen en gedaald, waardoor natuurlijk de richting van het verval geheel gewijzigd werd. Dergelijke golvingen van den grond zijn des te waarschijnlijker, omdat zij slechts enkele meters behoeven te bedragen ten einde eene geheele verplaatsing te weeg te brengen van de rivierbeddingen. De geologie heeft reeds op verschillende punten van den aardbol dergelijke rijzing of daling van den bodem geconstateerd; en binnen de grenzen van de landstreek zelve, waarover wij nu spreken, kunnen wij wijzen op de bewegingen van den grond in den omtrek van Bakoe, dat wil zeggen in het brandpunt der natuurkrachten, die de naphta- en petroleumbronnen naar de oppervlakte der aarde drijven. Het petroleumbekken van Transkaukasië strekt zich echter ook onder den grond van het transkaspische gebied uit: in de beide landen kunnen dezelfde oorzaken dezelfde gevolgen hebben te weeg gebracht.
De nauwkeurige waarnemingen en waterpassingen, voor den aanleg van den spoorweg noodig, hebben zeer belangrijke inlichtingen verschaft over de golvingen en oneffenheden van het terrein, en daarbij de middelen aangewezen, om van de tegenwoordige gesteldheid zooveel mogelijk partij te trekken. De Moergab en deTedsjenleveren eene voldoende hoeveelheid water, om zelfs zonder groote onkosten, de oasen van Merw en van de Atek weer in haar vroegeren toestand te herstellen; voor de vruchtbaarmaking van de oase van Akhal-Tekké kan men de rivieren van het plateau van Iran gebruiken. Maar om de woestijn van Karakoem, althans gedeeltelijk, voor de kultuur te herwinnen zal men een irrigatie-kanaal moeten aanleggen, dat boven Tsjardjoeï van de Amoe-darja uitgaat en de natuurlijke golvingen van het terrein volgt. Eene terugleiding van de rivier in de voormalige bedding, door de Oesboï aangewezen, isthans onmogelijk door de veranderingen, welke de bodem sedert heeft ondergaan en welke de Amoe-darja juist gedwongen hebben, zich een weg te banen naar het meer Aral. Toch hebben de russische ingenieurs hier eene schoone taak te vervullen, wanneer zij er in slagen, deze wijd uitgestrekte landstreken, deze steppen en wildernissen, waar het alleen aan water hapert, tot nieuw leven en vruchtbaarheid te wekken en ze wederom te maken tot hetgeen ze eenmaal waren: de voorraadschuren van Centraal-Azië.
17 September.—Acht uren des morgens. Wij komen te Askhabad, na in negen uren een traject van driehonderd-vijf-en-veertig kilometers te hebben afgelegd. Als wij den tijd van oponthoud aan de stations mede in rekening brengen, heeft de trein met eene snelheid van ruim veertig kilometers in het uur gereden: hetgeen inderdaad knap mag worden genoemd voor eene lijn, die ter nauwernood voltooid is. Ik verlaat den salon-wagen, waar ik een uitmuntenden nacht heb doorgebracht en roep een koetsier, om een bezoek te gaan afleggen bij generaal Komarof: want, even als in Europa, vindt men ook hier rijtuigen bij aankomst van den trein.
Een turkmeensche ploeg.Een turkmeensche ploeg.
Een turkmeensche ploeg.
De stad ligt ruim vijftienhonderd meters van het station verwijderd; de weg die beiden verbindt zou niets te wenschen overlaten, ware hij niet bedekt met zulk eene dikke laag stof, dat door den wind wordt aangevoerd. Ik durf mij nauwelijks voorstellen, hoe men het hier maken moet bij storm uit het noorden.
Askhabad is vele jaren ouder dan Merw en is dan ook drukker en als handelsplaats belangrijker; intusschen laat het zich aanzien dat Merw deze stad spoedig genoeg overvleugelen zal. Generaal Komarof bewoont een zeer fraai huis, zoo als men er in Merw nog geen vindt. Ik word dadelijk toegelaten bij Zijne Excellencie, die in zijn kabinet, eene zeer ruime zaal, aan het werk is. In warme landen is het de gewoonte—en eene zeer goede gewoonte—groote, ruime kamers te maken; maar in Turkmenië, waar het ʼs winters zoo geducht koud kan zijn, moet men in zulke zalen half bevriezen.—De generaal ontvangt mij met de meest voorkomende vriendelijkheid; hij verhaalt mij van zijn reis, nu kort geleden, naar de vallei van de Atrek en de perzische grens, en laat mij zijne rijke verzameling van photografiën en van antiquiteiten zien: generaal Komarof is namelijk niet alleen een militair, maar ook een geleerde en een ijverig navorscher. Na zijn ontslag uit de militaire dienst, stelt hij zich voor, een omvangrijk werk uit te geven over de landen van den Kaukasus en Voor-Azië.
Ik moest dien dag bijzonder veel van mijne maag vorderen: om twaalf uur dejeuneerde ik met generaal Annenkof in den trein; om half twee dejeuneerde ik nog eens bij generaal Komarof; om vier uur lunch bij denzelfden; om zeven uren diner in den trein; om negen uur, receptie in de militaire societeit; te middernacht officieel souper bij den opperbevelhebber van het transkaspische gebied.—Dit gebied of deze provincie is—in het voorbijgaan gezegd—in zes districten verdeeld, aan het hoofd waarvan een kolonel of een luitenant-kolonel staat. Deze zes districten zijn: Fort-Alexandrowski, Krasnowodsk, Askhabad, Karibent, Merw en Pendeh; de inlandsche bevolking wordt op ongeveer vijfhonderd-vijftigduizend zielen geschat.
De trein zette zich tegen half drie in den morgen in beweging: het was meer dan tijd. Het is mij niet mogelijk geweest, een bezoek te brengen aande ruïnen van Nissa, op eenige wersten afstands, aan den voet der perzische bergen gelegen. Men vindt in den bazar van Askhabad prachtige perzische tapijten en verschillende produkten van Merw, Afghanistan en Bokhara, waaronder zeer fraaie zaken. Deze artikelen zijn niet duur, maar men moet er kennis van hebben.
18 September.—Negen uur ʼs morgens. Aankomst te Kizil-Arwat. Wij hebben op nieuw tweehonderd kilometers afgelegd, met eene snelheid van vijf-en-veertig kilometers in het uur. De generaal neemt de werken voor den bouw van het nieuwe station, tot in de kleinste bijzonderheden, in oogenschouw. Hij gaat overal heen en ziet alles na: ondanks zijne vijftig lenten schijnt de brandende zon hem niet te hinderen. Bedenk daarbij, dat hij aldus onafgebroken sedert vijftien maanden bezig is.
De steppen, de zandduinen, de Groote- en de Kleine Balkan vliegen langs ons heen: de trein heeft eene snelheid van vijftig kilometers in het uur. Wij dalen in volle vaart het zandige plateau van de kuststreek der Kaspische-zee af, waartegen de gewone passagierstrein, bij onze aankomst, zich langzaam moest opwerken. Vier uren na ons vertrek van Kizil-Arwat zijn wij weer te Oezoen-Ada, dat in dien tusschentijd belangrijke veranderingen en vergrootingen heeft ondergaan. Het is vier uren in den namiddag; wij hebben tweehonderd-vijftig kilometers afgelegd.
De kaai te Bakoe.De kaai te Bakoe.
De kaai te Bakoe.
De schrijvers, die aan de Russen de talenten en bekwaamheden der west-europeesche rassen ontzeggen en geene gelegenheid laten voorbijgaan om tegen Rusland en voor Engeland partij te kiezen, zouden wel doen, indien zij hun studeervertrek eens verlieten om zich met eigen oogen te overtuigen van het groote werk in het hart van Azië volbracht, en dat, zoo noodig, met onverzettelijke energie zal worden voortgezet tot de eindelijke, de onvermijdelijke ontknooping. Zij zouden dan begrijpen dat wellicht de tijd nadert voor het vereffenen van zekere sedert lang loopende rekeningen, en dat misschien de negentiende eeuw niet ten einde zal spoeden, zonder getuige te zijn geweest van groote en gewichtige gebeurtenissen.
En wat hen niet het minst zou verbazen, is het gering bedrag der kosten van het zoo gelukkig volbrachte werk. De kosten van aanleg van den transkaspischen spoorweg bedragen niet meer dan twee-en-dertig duizend roebels per werst, daaronder begrepen de kosten der metalen rails en van het rollend materieel, welk een en ander uitsluitend door russische fabrieken geleverd wordt. Als men de ontzaglijke afstanden en de bezwaren, aan het verblijf in de turkmeensche steppen eigen, in aanmerking neemt, dan mag dit cijfer inderdaad zeer gering heeten. Onder de voornaamste oorzaken van deze geringe uitgave moet men voorzeker in de eerste plaats rekenen de omstandigheid, dat een zeer groot deel van het personeel uit militairen bestaat; en voorts het gebruik van inlandsche arbeiders, die weinig kosten en veel werk verrichten, ondanks sommige zeer primitieve gebruiken. Daartoe behoort onder anderen de aartsvaderlijke gewoonte om elkander van hand tot hand de steenen voor den bouw over te reiken en om de uitgegraven aarde in zakken te vervoeren. Ik houd het er voor, dat de metselaars bij den torenbouw van Babel op gelijke wijze te werk gingen. Voor elken zak zijn drie man noodig: een die de aarde uitgraaft, een die den zak vasthoudt en wegdraagt naar de plaats van berging, waar een derde man den voorraad in ontvangst neemt en zoogenoemd verwerkt.
Dat de lijn dadelijk in exploitatie wordt gebracht naar gelang de rails zijn gelegd, zonderop de voltooiing der stations en andere werken te wachten, draagt er mede toe bij om de kosten te verminderen, want nu wordt zooveel te spoediger gelegenheid gegeven tot een, zij het ook nog beperkt vervoer, waarvan de opbrengst in mindering komt van de kosten van aanleg. Reeds hebben duizenden mohammedaansche pelgrims, die jaarlijks uit westelijk Perzië en de landen van Transkaukasië naar Mesjhed trekken om de graven der Aliden te bezoeken, van den transkaspischen spoorweg gebruik gemaakt. Om hen te lokken, heeft de generaal eene in het perzisch geschreven brochure doen uitgeven en verspreiden, waarin de voordeelen van dit nieuwe middel van vervoer, de besparing van tijd en geld, worden aangetoond. Bovendien zijn ten behoeve van die bedevaartgangers bijzondere wagens ingericht. Men heeft ook handelsagenten naar de jaarmarkt van Nowgorod en tevens naar Bokhara en naar andere steden van Centraal-Azië gezonden, om de aandacht op den nieuwen spoorweg te vestigen: met dat gevolg, dat een deel der waren die vroeger over Orenburg werden vervoerd, nu langs deze lijn zijn getransporteerd. Reeds nu zag ik te Tsjardjoeï groote hoeveelheden van wollen en zijden stoffen, van gedroogde vruchten en vooral van katoen. Dit laatste is van bijzonder gewicht. Tot dusver moesten de russische katoenfabriekanten hunne grondstof voor negen tienden uit Amerika en Egypte ontbieden; het gemis van geschikte vervoermiddelen maakte het voor hen bijna onmogelijk, hunne katoen uit Centraal-Azië te laten komen. De transkaspische spoorweg zal hierin eene groote verandering brengen; en het weder in kultuur brengen van de turkmeensche steppen, dat niet achterwege kan blijven, zal er krachtig toe bijdragen om ook onder dit opzicht Rusland van de vreemden onafhankelijk te maken.
De avond is gevallen, en het is aan zee zeer koel geworden. Wij kunnen zeer goed gevoelen dat de zomer voorbij is. Wij dineeren in den gesloten wagon, en luisteren daarbij naar eene militaire muziek, welke ik voor het eerst hoor. De muziekanten dragen de russische uniform; een der officieren deelt mij echter mede, dat de kosten van dit muziekkorps door den generaal persoonlijk worden gedragen; de muziekanten verplaatsen zich nu naar het eene, dan naar het andere station, om in het leven der ballingen althans eenige afwisseling te brengen.
Na afloop van het diner was er groote reunie in de galerij van het station, waarbij ook de dames der officieren en ambtenaren tegenwoordig waren. De generaal wilde voor den volgenden avond een groot bal organiseeren;—maar helaas! eene leelijke kleine stoomboot ligt gereed om naar Bakoe te vertrekken. Verzuim ik deze gelegenheid, dan moet ik drie dagen wachten: dat is onmogelijk. Maar desniettemin breng ik dezen laatsten avond op aziatischen bodem op de aangenaamste wijze door.
19 September.—Het uur van vertrek is gekomen; de boot vaart om twaalf uur af; ik moest dus afscheid nemen van allen met wie ik op dit uitstapje kennis had gemaakt en van wie ik de vriendelijkste en liefelijkste herinneringen medenam. Generaal Annenkof geleidde mij met zijne officieren naar boord: op de stoomboot drukten wij elkander voor het laatst de hand. De generaal voegde mij toe, dat hij mij over een jaar weer hoopte te zien bij de inwijding van het station te Samarkand.
Het laatste gelui weerklinkt; het anker wordt gelicht; de boot zet zich in beweging; de officieren op de kaai wuiven mij een laatsten afscheidsgroet toe. Twee minuten later is Oezoen-Ada achter de gele zandheuvelen verdwenen.
VIIBakoe, 20 September 1886.—Wanneer men een tocht door de turkmeensche steppen heeft gemaakt en de oase van Merw doorkruist, schijnt het niet meer dan natuurlijk dat men zich beijvert om zoo spoedig mogelijk naar huis terug te keeren. Maar aan den anderen kant is het toch ook niet geoorloofd, Bakoe, de stad van het eeuwige vuur, inderhaast voorbij te gaan, zonder er te toeven. Op geen ander punt der wereld misschien heeft de natuur zoo vele en zoo verbazingwekkende wonderen gewrocht, welke niet alleen de oogen der nieuwsgierige menigte trekken, doch daarbij den geleerden raadselen voorleggen, welker oplossing nog niet gevonden is.De kleine stoomboot, waarmede ik van Oezoen-Ada vertrokken ben, vaart des morgens ten acht uur, na een overtocht van twintig uren, langs de uitstekende landpunt van het schiereiland Apsjeron. Wij volgen nu, op korten afstand, de vlakke, zuidelijke kust, en bereiken eindelijk de ruime reede, waar een honderdtal schepen in volle veiligheid hun anker hebben uitgeworpen. Ten zuiden beuren de bergen van Lenkoran, bekend door hunne zwavelbeddingen, hun spitse kruinen in de nevelige lucht; kort daarop onderscheid ik langs den oever de marinewerven en inrichtingen, de perzische stad met haar gekanteelde muren, de nieuwe russische stad met haar in lange rijen geschaarde grijze huizen, de zwarte stad en de donkere rookwolken die haar in een eeuwigen sluier hullen. Om tien uur werpen wij het anker uit aan den gemetselden aanlegsteiger van de douane, die honderd el ver in zee uitsteekt; er zijn bovendien in de haven van Bakoe nog twintig andere, op palen rustende, houten aanlegsteigers, waarvan sommigen tweehonderd el lengte hebben, en die bijna allen het eigendom zijn van particuliere maatschappijen. Bakoe is tegenwoordig de tweede handelstad van de Kaspische-zee, en zal misschien over niet langen tijd de eerste zijn. Sedert de laatste twintig jaren is de bevolking van tienduizend tot zestigduizend zielen gestegen. De kleine hoofdstad van onbekende khans is onder het russische bestuur een der voornaamste en welvarendste industrieele centra geworden. Dezen voorspoed dankt de stad aan de exploitatie der petroleum- en naphtabronnen.Na een haastig ontbijt in een voortreffelijk europeeschhôtel, waarvan het eenige ongerief is—en daaraan valt niets te veranderen—dat het er letterlijk overal sterk naar petroleum ruikt, spring ik in een mooien phaëton, en rijd in vollen galop naar de Villa Petrolia. Eerst rijden wij door de rechte, goed geplaveide, levendige straten van de russische stad; dan komen wij aan eene kleine zandwoestijn van omstreeks vierhonderd meters lengte, waar de tartaarsche paarden niet dan stapvoets en met veel inspanning kunnen voortgaan. Eindelijk komen wij weer op een vaster terrein, waar de grond eene roodachtige kleur heeft; links en rechts zien wij een aantal plassen, waarvan het vocht het meest op levertraan gelijkt: dit vocht is het bezinksel, dat bij het zuiveren van de natuurlijke naphta overblijft; de grond is geheel met dit vocht doortrokken—van daar zijne eigenaardige kleur en zijne meerdere vastheid. Het klinkt bijna ongeloofelijk, en toch is het waar, dat men te Bakoe, waar het zelden regent, dit bezinksel van petroleum soms gebruikt om de straten te besproeien. Het asphalt, waarmede de trottoirs zijn bekleed, wordt evenzoo van naphta gemaakt: het is in die mate onderhevig aan de werking der zon, dat uw voet er soms inzinkt als in half droge modder.Ten slotte bevinden wij ons midden in de zwarte stad: dat wil zeggen in een baaierd van groote en kleine werkplaatsen en fabrieken, die ieder om het hardst vuile zwarte rookwolken omhoog blazen, behalve drie of vier, de grootste en de best ingerichte, die aan Europeanen behooren, en die haar eigen rook verteren. De meeste fabrieken, die door Armeniërs worden bestuurd, zenden u in het voorbijgaan stroomen van vuil stinkend gas in het aangezicht, zoodat ge bijna gevaar loopt te stikken. Het is raadzaam, hier niet te lang te toeven; mijn koetsier legt de zweep over de paarden en drijft ze tegen een heuvel op, waarop ge drie geweldige gasmeters ziet: het zijn evenwel geen gasmeters, maar bewaarbakken van naphta. Zie zoo: wij zijn deze noodlottige plek voorbij; de wind drijft de afschuwelijke rookwolken achter onzen rug weg; van de hoogte waarop wij nu staan, overzien wij de baai van Bakoe en de naakte heuvelen van Apsjeron. Voor onze voeten, aan den oever der zee, zien wij eene soort van oase, waar althans eenig groen de oogen verkwikt; eenige nette, ruime woningen staan daar te midden van de dorre zandwoestijn. Deze woningen zijn gebouwd door de heeren Nobel, de chefs van een zeer aanzienlijk handelshuis en eigenaars van petroleumbronnen; zij dienen tot huisvesting van hunne agenten en voornaamste beambten. Deze kleine oase draagt den naam van Villa Petrolia. Ongelukkig genoeg moeten wij langs denzelfden weg, midden door de stinkende, de lucht verpestende fabrieken, naar Bakoe terugkeeren.Eene wandeling door het oude Bakoe is in meer dan een opzicht belangwekkend. Men behoeft bijna niet naar Perzië te gaan, om zich althans in het algemeen eene voorstelling te maken van de perzische architectuur. De verovering van oostelijk Transkaukasië door de Russen is nog niet zoo lang geleden, dat de voormalige hoofdstad reeds haar oostersch karakter zou hebben verloren. Die nauwe, bochtige en vuile straten en stegen, omzoomd door wit gepleisterde huizen met platte daken, waarvan de deuren meestal gesloten en de bewoners onzichtbaar zijn, hebben zeker in de laatste honderd jaar geene verandering van eenige beteekenis ondergaan; het zijn nog altijd dezelfde minarets, dezelfde koepeltjes boven de badkamers: dit alles van leem en klei gemaakt en met kalk overpleisterd. Dan heeft men den bazar, minder opmerkelijk door zijn geringen omvang, dan door de doodsche stilte die er heerscht; in ellendige, armoedige winkeltjes neergehurkt, bieden de perzische kooplieden u met onverstoorbare kalmte eenen rijken overvloed van valsche steenen te koop, vooral van turkoizen. De turkois is hier inheemsch; ge moet dus, even als te Tiflis, bij inkoop dubbel op uwe hoede zijn. Gij kunt hier ook fraaie perzische tapijten koopen, maar ze zijn duurder dan te Askhabad.De eenige eenigszins bezienswaardige monumenten van deze oude, ten doode gedoemde stad zijn de zoogenoemde Maagdetoren en de citadel of het paleis der khans. De dertig el hooge Maagdetoren is uit zee zoo goed zichtbaar, dat de Russen er een kusttelegraaf en een havenlicht op hebben geplaatst. De legende verhaalt dat een zekere khan van Bakoe zijne wonderbaar schoone dochter wilde dwingen tot het huwelijk met een man, dien zij verfoeide; op aandrang van haar vader, stemde zij eindelijk in de echtverbindtenis toe, onder voorwaarde, dat hij een hoogen toren zou laten bouwen. Toen de toren voltooid was, klom het jonge meisje naar het plat en wierp zich van daar naar beneden.Het merkwaardigste van de citadel is eene zeer fraaie en goed geconserveerde poort in moorschen stijl. De zware steenen muren zijn zeer hoog en van geduchte schietgaten voorzien, waaruit kanonnen dreigend te voorschijn kwamen. Maar het waren er dan ook kanonnen naar! of liever, de artilleristen, die ze bedienen moesten, wisten er niet mede om te gaan. In de vorige eeuw namen de turkmeensche ruiters Bakoe in en sabelden de kanonniers neer bij hunne stukken. Ge kunt u voorstellen, dat de vermeestering der stad den Russen niet moeilijk viel; het eenige ernstige verlies dat zij leden was dat van hun generaal, die bij de overgave van de sleutels der citadel, door een zoo genoemden dweeper, lafhartig werd vermoord. Men heeft te zijner gedachtenis een monument opgericht.Aan den voet der voormalige citadel bevindt zich tegenwoordig een vrij groot park, waarvan de bestoven bosschages en de verschrompelde dwergachtige boomen eene armzalige figuur maken; ik kan u verzekeren dat ze niet alle dagen begoten worden. Dit is het Michaëlpark. De paden zijn, evenals gewone trottoirs, met asphalt belegd, hetgeen een vreemden en zelfs onaangenamen indruk maakt, maar toch zeer verklaarbaar is. Zonder deze bedekking, zou het hier, bij eenigszins sterken wind, niet zijn uit te houden door de wolkenzand en stof. Alle paden loopen, met zachte glooiing, op een ruim terras uit, van waar men een prachtig gezicht heeft. Daar staat de sociëteit, deKroujok, een prachtig gebouw, waar nog op de onmogelijkste uren gegeten en gedronken wordt. De Russen zijn, zoo als men weet, onverbeterlijke nachtbrakers.Wij keeren naar het hotel terug, en volgen de breede kaaien die zich langs de nieuwe stad uitstrekken. De kabbelende golven vloeien murmelend weg over de groote steenblokken, welke den voet der naar alle regelen van de kunst gebouwde trotsche kaaien moeten verdedigen. Het is druk en levendig genoeg; de zon zinkt weg achter de heuvelen, waarop zich de perzische begraafplaatsen bevinden; de wandelaars komen naar buiten om de frissche zeelucht in te ademen. Wij zien vele uniformen en niet minder smaakvolle toiletten. Maar om die te zien, behoeft men toch waarlijk niet naar de oevers van de Kaspische-zee te reizen; en is men dan zelfs daar nog niet veilig voor onze onzinnige mode en onze niet minder onzinnige zucht naar eenvormigheid? Gelukkig bieden zij althans eenige afwisseling, die tartaarsche vrouwen, die in haar nationale kleederdracht, aan den voet der kaaimuren op de steenen neergehurkt, haar linnengoed wasschen.Ik heb kennis gemaakt met den heer T., een der beambten van het huis Nobel; morgen zal ik met hem een uitstapje in den omtrek gaan maken. Het is een zonderling land, dat wij zullen bezoeken. De keten van den Kaukasus loopt aan beide zijden uit in vulkanische terreinen, waaronder de onderaardsche krachten nog voortdurend werkzaam zijn. Bovenal is dit het geval op het schiereiland Apsjeron, ten oosten van den Kaukasus. Op een aantal plaatsen is de grond haast bedekt met werkzame slijkvulkanen; uit spleten in de aardkorst komt ontvlambaar gas te voorschijn, en een enkele vonk is voldoende om een geweldigen brand te ontsteken. Beklim in een stillen donkeren nacht, het plat van den Maagdetoren, en zeer vermoedelijk zult gij het gansche schiereiland overstraald zien met een phosphorischen gloed. Nog in den loop van dit jaar 1886 heeft een der slijkvulkanen, tot op eene hoogte van driehonderd voet, een gaskolom opgeworpen, die ʼs nachts ontvlamde; de gansche hemel was door een fantastischen rooden gloed verlicht; na verloop van een uur doofde de brand even plotseling uit als hij was ontstaan, tot groote vreugde der doodelijk verschrikte inwoners.Dergelijke verschijnselen kunnen zelfs in onze sceptische, geblaseerde eeuw niet nalaten, de aandacht en verwondering te wekken: het is dus inderdaad niet vreemd, dat vroegere geslachten daarin iets bovennatuurlijks meenden te zien. Sedert overoude tijden tot op den dag van heden is Bakoe, in de oogen der vuuraanbidders, eene bij uitstek heilige plaats, waarheen zij weleer uit alle landen van Centraal-Azië ter bedevaart togen. De edicten van Keizer Heraclius, die het heilige vuur, dat door de priesters zorgvuldig onderhouden werd, liet uitdooven, vermochten al evenmin deze oude eeredienst te vernietigen, als de vervolgingen, waaraan de volgelingen van Zoroaster bloot stonden nadat de Arabieren Perzië hadden veroverd en de leer van den Islam met het zwaard invoerden. De Parsis weken voor een deel naar Indië uit, waar nog heden hunne nakomelingen worden aangetroffen; de tempel van het heilige vuur staat nog altijd, en telken jare komen nog ettelijke pelgrims uit Hindostan om te dezer plaatse de godheid onder haar schitterend symbool te aanbidden. Morgen zullen wij tot op zekere hoogte hun voorbeeld volgen.Doch waar komen die vuren van daan, die sedert duizenden van jaren branden? Zij worden veroorzaakt door de naphta- of petroleumdampen, welke door de geweldige drukking van de in onderaardsche holten en kloven opgesloten gassen naar de oppervlakte der aardkorst worden geperst. En de petroleum zelf, waarvan het gebruik in onzen tijd zoo algemeen is geworden, wat is die eigenlijk en van waar komt die?Wees gerust, vriendelijke lezer, ik ben niet van plan, een wetenschappelijk betoog te gaan houden: en dat te minder, daar de wetenschap zelve op de zoo even gestelde vragen geen stellig antwoord kan geven. Ik behoef er dan ook niet bij te voegen, dat de gevoelens der geleerden op dit als op zoo menig ander punt tamelijk uiteen loopen: wij zullen ons dus in de verschillende theorieën maar niet verdiepen.Reeds sedert overoude tijden is het gebruik van petroleum of aardolie bekend. Herodotus, Aristoteles, Plinius, Plutarchus, geven ons meer of min uitvoerige beschrijvingen van oliebronnen of naphtabeddingen, die in hun tijd geëxploiteerd werden; Strabo verhaalt dat de Egyptenaren eene soort van naphta of asphalt gebruikten bij het balsemen hunner dooden; bij den bouw van Babel en Ninive bezigde men eene soort van asphalt, dat door verdamping van aardolie uit de bronnen in de nabijheid van den Euphraat verkregen werd. Ook in China en Japan is de aardolie sedert onheugelijke tijden bekend; zelfs werd zij reeds in de oudheid voor het branden van lampen gebruikt. Al heeft de wetenschap dan tot dusverre nog niet het raadsel kunnen oplossen, hoe en waardoor de aardolie eigenlijk ontstaat, voor ons is het genoeg dat de kostbare brandstof voorhanden is en wel, naar het schijnt, in onuitputtelijke hoeveelheid.21 September.—Wij gaan met den ochtendtrein van tien minuten voor achten; een afzonderlijke spoorweg verbindt Bakoe met de in exploitatie zijnde petroleumbronnen. In Bakoe zelf vindt men niets dan distilleerderijen; de putten zelven liggen acht mijlen meer noordelijk, op het plateau van Balakhani-Saboentsji, dat tweehonderd voet boven de zee verheven is. Stel u een circus voor van drie tot vier kilometers in doorsnede, omgord door lage kalkachtige heuvels; in den bodem van dien circus, die afwisselend uit zand en harde mergel bestaat, heeft men ruim vierhonderd putten gegraven, die bijna allen eene goede winst hebben opgeleverd. Daar staan, vlak naast elkander, de verschillende inrichtingen, diedeels aan maatschappijen, deels aan partikulieren behooren; en wel, acht-en-veertig in het district Balakhani en een-en-dertig in Saboentsji.Het maken van een dijk.Het maken van een dijk.De rit duurt acht-en-dertig minuten. Als ge uit den trein stapt, treft een eigenaardig schouwspel uw oog: tusschen de honderd-vijftig en tweehonderd zwarte houten stellages, vrij wel overeenkomende met reusachtige fabrieksschoorsteenen, verrijzen voor u; op een afstand van omstreeks tien kilometers zoudt ge ze voor groote bladerlooze boomen kunnen aanzien, die eene soort van oase te midden der woestijn vormen. Elk van deze houten stellages, in het russischvichkagenoemd, verrijst boven een mijnschacht of artesischen put, waarmede men de aardolie, uit zeer verschillende diepte, naar boven voert. De boring geschiedt volgens amerikaansche manier: men gebruikt daarvoor een stevig touw, aan welks uiteinde eene lange zware aard- of steenboor met stalen punt is bevestigd. Het touw loopt over eene katrol, die boven op de omstreeks vijftien meter hooge stellage is geplaatst, en wordt in beweging gebracht door eene stoommachine, die de boor opheft en weer vallen laat.Het is de gulden tijd niet meer, toen men slechts even den grond had om te spitten om de kostbare vloeistof aan het licht te brengen. Tegenwoordig moet men honderd, tweehonderd el en soms nog dieper in de aarde afdalen om de olie te vinden: en meermalen zoekt men ook dan te vergeefs. De putten in Pennsylvanië bereiken wel is waar eene diepte van tweeduizend voet, maar men moet toch erkennen dat ook te Balakhani de boringen diep en kostbaar zijn. Mijn geleider wijst mij een put van driehonderd meter, waaraan men een vol jaar heeft gearbeid en dertigduizend roebels ten koste gelegd, en die nog niets heeft opgeleverd. Hij brengt mij bij eene andere schacht, waar men sedert drie maanden te vergeefs poogt, door eene aardlaag heen te boren. Dit schijnbaar ongeloofelijke feit vindt zijne verklaring in de geweldige drukking van de gassen, die in het petroleumhoudend zand zijn opgesloten; aan een manometer gemeten, bedraagt die drukking honderdvijftig atmospheren. Onder zulk eene persing is het niet zoo vreemd, dat het geboorde gat zich aanstonds weer vult; de ontvlambare gassen drijven het zand in de buizen:—het is een echte Penelope-arbeid.Heeft men eenige gegevens om de keus te bepalen voor de plaats der nieuwe putten; is men eenigszins op de hoogte van de vermoedelijke ligging en diepte der oliebeddingen? In geenen deele. Alles is aan het toeval overgelaten; ieder graaft en boort waar hij wil. Sedert twintig jaren heeft men geene aanteekening gehouden van de boringen, zoo als dat toch in alle mijnen geschiedt; dat toch is het eenige middel om met zekerheid iets te weten te komen omtrent de ligging en gesteldheid der beddingen en om noodelooze uitgaven te vermijden. Maar men baadde in den overvloed, en niemand bekommerde zich om de toekomst.—Kan dan soms, bij gebrek van waarnemingen en aanteekeningen, de wetenschap zelve een middel aan de hand doen om zuinig en doelmatig te werken? Evenmin. Gelijk men met zekerheid niets weet omtrent den oorsprong van de aardolie, zoo kan men ook slechts gissingen opperen ten aanzien van de gedaante en de verdeeling der beddingen in de verschillende geologische aardlagen.Een punt schijnt vast te staan: namelijk, dat de vroegere hypothese van eene doorloopende horizontale oliebedding onhoudbaar is. Putten, op weinige ellen afstands van elkander gegraven, leveren zeer verschillende uitkomsten op. De eene zal al vrij spoedig naar een overvloedig reservoir voeren; de anderen zullen volstrekt niets opleveren of althans tot aanmerkelijke diepte moeten worden geboord. Mijn geleider sprak mij o. a. van vier putten, om zoo te zeggen naast elkander gelegen: de eerste was acht-en-zeventig, de tweede honderd-acht-en-zestig, de derde vijf-en-tachtig, en de vierde honderd-vijf el diep. Ziehier een ander voorbeeld: vlak bij een ouden put van twintig meter, die nog altijd olie oplevert, moest men tot eene diepte van honderd-zes-en-twintig meters boren om eene bedding te vinden. Om dergelijke verschijnselen te verklaren, heeft men vrij algemeen de hypothese aangenomen dat de aardolie is opgesloten in holle ruimten, die onregelmatig van vorm zijn en ook ten aanzien van diepte en ligging zeer ongelijk verdeeld. De boor kan in die holten doordringen, maar ook daarlangs heen gaan; twee naburige putten kunnen gevoed worden uit twee holten, die op zeer verschillende diepte liggen.Is de boor in een reservoir van aardolie doorgedrongen, dan kan er tweeërlei gebeuren. Vooreerst kunnen de gassen zich met geweld een uitweg banen door de schachten van de boor: dan houdt, naarmate zich het evenwicht herstelt tusschen de onderaardsche spanning en de atmospherische drukking, de uitbarsting allengs op, en om de petroleum te verkrijgen, moet men haar oppompen. Maar het kan ook gebeuren dat, in plaats van gassen, de olie zelve, vermengd met zoutachtig water en zand, met kracht naar boven wordt gedreven. Is dat het geval, dan worden de arbeiders in de vichka gewaarschuwd door een oorverdoovend gebrul, en is het zaak dat zij zich zoo spoedig mogelijk uit de voeten maken. Somwijlen is de uitbarsting zoo hevig, dat de boor met haar schacht, ondanks haar gezamenlijk gewicht van omstreeks driehonderd kilogrammen, in de lucht wordt geslingerd en het bovenste gedeelte van de stellage geheel wordt vernield. De hoogte van deze fonteinen is zeer verschillend: men heeft stralen gemeten van meer dan negentig meter: dat is hooger dan de groote Geijser op IJsland.Hoe dit te verklaren? Men onderstelt dat de holten, waarvan ik boven sprak, niet enkel petroleum bevatten, maar ook zoutachtig water en gassen. Het water en de naphta bevinden zich in het onderste gedeelte van de holte, van den zak moest ik eigenlijk zeggen; het bovenste is met saamgeperste gassen gevuld. Naarmate nu de boor in het eene of het andere gedeelte eene opening maakt, ontsnapt het gas, of wel de olie wordt, door de geweldige persing der gassen, naar boven gedreven.—Zoudt ge nu wel willen gelooven, datdie groote springende fonteinen, die eene massa petroleum van acht millioen liter in de vier-en-twintig uren opleveren, haar eigenaars niet altijd hebben rijk gemaakt, maar zelfs meer dan eens geruïneerd? Rondom u is de grond doorsneden door een netwerk van geulen of kanalen; iedere put staat met die kanalen in verbinding. Zal de nieuwe put voldoende opleveren om de kosten te dekken? Zal er misschien een straal van zestig meters hoogte uit opschieten? Men weet er niets van; en in die onzekerheid neemt men voorzorgen. Volgt er eene uitbarsting, dan valt de petroleumregen in de geulen, welke op groote putten uitloopen, waarin de petroleum eenigen tijd blijft staan om het zand te laten bezinken; daarna wordt zij door stoommachines in metalen bakken of reservoirs opgevoerd. In den beginne waren dergelijke verrassingen volstrekt niet zeldzaam. Maar ook nu nog heeft men geen middel om den toevoer van zand te verhinderen, dat dikwijls in zoo groote massa wordt opgeworpen, dat de naburige vichkas daaronder bedolven worden.De heer Ch. Marvin verhaalt in zijn boekThe Region of the eternal fire(Het land van het eeuwige vuur) de uitbarsting van de fontein Droejba, waarvan hij getuige was, en die geduchte verwoestingen aanrichtte. “Het gebrul werd verscheidene mijlen in het rond gehoord. Het was inderdaad een indrukwekkend schouwspel. De straal bereikte den top van de vichka (twintig ellen hoog) en, dwars door de losgeslagen balken heenstuivende, verhief hij zich nog ruim zestig ellen hooger; toen boog hij zich nederwaarts en daalde als een dichte donkere regenwolk ter aarde. In de eerste vier-en-twintig uren der uitbarsting had het uit den put opgeworpen zand zich tot de daken der magazijnen en schuren opgestapeld; de omringende vichkas waren binnen een afstand van vijftig meters in het rond, ter hoogte van twee tot twee-en-een-halve el onder het zand begraven... Bij de opening van den krater lag het zand zes ellen hoog.“Hier en daar waren ploegen arbeiders met schoppen gewapend, bezig met het graven en uitdiepen van de kanalen rondom den put om het vocht gelegenheid te geven tot wegvloeien; de arbeid was niet zonder gevaar en nog minder pleizierig; hun hoofd en hunne schouders waren geheel bedekt met petroleum en zand, en zij moesten uiterst voorzichtig zijn om niet medegesleept te worden door den geweldigen luchtstroom, die rondom den voet van den krater loeide... Na door de tallooze geulen en kanalen te zijn weggevloeid, verzamelde de petroleum zich in kuilen en diepten, die in vijvers en riviertjes herschapen werden, waarvan sommigen groot en diep genoeg waren om er in te kunnen varen. Eindelijk liepen die meertjes over; de naphta groef zich een breed kanaal en verloor zich in de Kaspische-zee.”Weken achtereen bleef de fontein Droejba met dezelfde kracht aan het werk, en de overstrooming van petroleum nam zulk een dreigend karakter aan, dat twee ingenieurs van Petersburg werden gezonden om de wel te stoppen. Niet alleen behaalde de maatschappij, aan welke de bron behoorde, geen winst, maar zij werd geruïneerd door de schadevergoedingen, die zij aan de aangrenzende exploitaties moest uitbetalen.Zulke ongevallen komen tegenwoordig niet meer voor. In de eerste plaats vindt men bijna geene fonteinen meer van die kracht: in den regel treft men slechts kleine bronnen aan, die in de vier-en-twintig uren van negenhonderd-duizend tot vijftienhonderd-duizend liter petroleum opleveren; ten andere zijn de kanalen en vijvers in veel beteren toestand gebracht; eindelijk hebben de werklieden thans de gewoonte, om wanneer bij het boren onderaardsche geluiden de nadering van gas of van vloeistof aankondigen, onmiddellijk aan het boveneinde van de buis eene soort van stevige ijzeren kap te bevestigen, van eene kraan voorzien, waarmede men de wegstrooming kan temperen. Heeft men den tijd, om de opening op die wijze af te sluiten, dan is alle gevaar verdwenen: er ontstaat geen straal, en men tapt eenvoudig de olie af als uit een vat. Slechts in zeer zeldzame gevallen is de opstijging van de naphta zoo snel en tegelijk zoo hevig, dat de kap niet kan worden geplaatst of wel uiteen wordt geslagen. Zoo kon bij voorbeeld de groote fontein Nobel niet worden afgesloten. Zij leverde in vier-en-twintig uren niet minder dan zestien millioen liter naphta, diezorgvuldigwerd verzameld en eene inkomst afwierp van zoowat anderhalve ton per dag. Ongelukkig bleek die goudmijn na verloop van een-en-dertig dagen uitgeput. Want de petroleumbronnen duren niet eeuwig. Doorgaans houdt de fontein het niet langer dan twee maanden vol: dan is de straal verdwenen, en moet men zijne toevlucht tot de pomp nemen om de petroleum uit de diepte op te halen. Dit geschiedt door middel van eene soort van emmer met een zelfwerkende klep, die ongeveer dertig liter kan bevatten, door een stoommachine in den put wordt neergelaten en na gevuld te zijn, weer opgehaald.Wij besluiten onze wandeling met een bezoek aan eene oude fontein, die in de jaarboeken van Bakoe beroemd zal blijven: tegenwoordig onderscheidt zij zich wel door niets bijzonders, maar het is toch altijd iets beroemd te zijn geweest. Deze fontein had de hoogst merkwaardige eigenschap dat zij met geregelde tusschenpoozen werkte; de bron, op eene diepte van tweehonderd-tachtig meter ontdekt, heeft eene maand lang gewerkt, en in dien tijd sprong zij gedurende een minuut, rustte dan zes minuten, sprong dan weer gedurende eene minuut en zoo vervolgens. Deze afwisseling was zoo regelmatig, dat men zelfs met den chronometer geen verschil van eene sekonde heeft kunnen waarnemen. Mocht ge soms met de reden van dit allerzonderlingste verschijnsel bekend zijn, dan zult ge den geleerden eene groote dienst bewijzen, indien gij die hun mededeelt. Het is te begrijpen, dat de drukking van de onderaardsche gassen vermindert, naarmate de holte zich ontledigt, en dat dus de kracht, die het vocht naar bovendrijft gaandeweg afneemt en eindelijk ophoudt te werken; maar hoe is het mogelijk dat zij telkens weer, en dan nog wel met zoo mathematische regelmatigheid, in werking treedt?Wij gebruiken het dejeuner met de ingenieurs in dienst van de heeren Nobel, en hervatten vervolgens onze wandeling door den doolhof der vichkas, magazijnen, schuren, machines, vijvers en kanalen vol petroleum. De zon is nog zeer heet: niettemin klauteren wij op een dier metalen reservoirs, waarin de ongezuiverde naphta wordt bewaard, alvorens zij naar de distilleerderijen van Bakoe verzonden wordt. Het is niet mogelijk, deze zuivering op de plaats zelve der bronnen te bewerkstelligen: dit ware veel te gevaarlijk; men mag hier zelfs geene sigaar rooken. Maar waartoe dienen die half in den grond bedolven ijzeren buizen, welke van de reservoirs uitgaan? Ik tel er zeven met een diameter van vijftien duim. Zij dienen voor het vervoer van de naphta, welke door middel van een vernuftig toestel door die pijpen wordt gedreven. Deze inrichting werd voor ongeveer elf jaren gemaakt; de heeren Nobel hebben daardoor zeker belangrijk voordeel genoten, maar de invoering van deze nieuwigheid baarde hun ook veel verdriet. Vroeger werd de ongezuiverde naphta in vaatjes vervoerd, die met tartaarsche karretjes,arbasgenoemd, naar de stad werden gebracht. Deze lichte, smalle karretjes, die er met hun hooge wielen zeer wonderlijk uitzagen, maar voor het eigenaardige terrein zeer geschikt waren, reden onophoudelijk heen en weer tusschen de bronnen en de stad, en brachten den eigenaars jaarlijks gemiddeld ruim een millioen gulden op. Het leggen der buizen maakte de karretjes overbodig; het is dus niet vreemd dat de eigenaars, zich op eens van hunne inkomsten verstoken ziende, op wraak bedacht waren en bij herhaling de pijpen vernielden.Tempel der vuuraanbidders.Tempel der vuuraanbidders.De spoorweg van Bakoe naar Balakhani loopt door tot Soerakhani, weleer het middelpunt der exploitatie, waar nog sommige bronnen in werking zijn. Maar een enkele buis is voldoende om al de petroleum, welke hier gewonnen wordt, naar Bakoe af te voeren, en voorwaar niet om deze bronnen te bezoeken, gaat men naar Soerakhani. Doch hier bevindt zich de tempel der vuuraanbidders. Te midden van eene ommuurde ruimte verheft zich een vierkant gebouwtje, met een koepel gedekt, waaruit een aantal pijpen en buizen te voorschijn komen. Uit al die buizen en pijpen stroomde weleer het brandende gas: en de scharen der geloovigen bogen zich ter aarde voor het eeuwige heilige vuur.... Vervlogen heerlijkheid! Het heiligdom wordt tegenwoordig nog slechts bediend door twee arme Parsis, die het gas ten geschenke ontvangen van de eigenaars der naburige bronnen; en sedert jaren zijn hier haast geen andere pelgrims verschenen, dan de nieuwsgierige, ongeloovige Westerlingen. Zij exploiteeren het heilige vuur ten eigen bate; ja, zij spelen er mede. Zijscheppener een kinderachtig vermaak in, met een lucifer het gas te doen ontvlammen, dat uit de spleten in den grond ontsnapt; en dan ontzien zij zich niet om—zij het ook in onwetendheid—heiligschennis te plegen door de vlam weer uit te blazen!Petroleumfontijn bij Bakoe.Petroleumfontijn bij Bakoe.Den volgenden dag brachten wij een bezoek aan de distilleerderijen in de zwarte stad te Bakoe. Misschien zou zulk een bezoek den lezer belangstelling inboezemen, indien hij er zelf bij tegenwoordig was; eene beschrijving zou hem stellig vervelen: daarom houde ik die terug.—De kostende prijs der gezuiverde petroleum bedraagt niet meer dan acht-en-veertig kopeken (ongeveer ƒ 0.60) de honderd liter; de afval, die als brandstof gebruikt wordt en driemaal meer warmte geeft dan dezelfde hoeveelheid steenkolen, kost omstreeks vijf-en-twintig centen de honderd kiloʼs.De petroleum wordt tegenwoordig met opzettelijk daarvoor ingerichte stoombooten naar Astrakhan vervoerd en van daar met kleinere booten, langs de Wolga naar Tsaritsin gebracht, dat driehonderd-vier-en-zestig mijlen van de zee verwijderd ligt. Daar bevindt zich het centraal-depot, dat geheel europeesch Rusland van petroleum voorziet; de reservoirs kunnen twee-en-twintig millioen liter bevatten. Daar de Wolga gedurende vier maanden van het jaar met ijs bezet is, heeft men nog zes-en-dertig andere depots ingericht, die vóór den winter gevuld worden en te zamen honderd-drie-en-zestig millioen liter kunnen bevatten.Er bestaat ook nog een andere weg voor het vervoer der produkten van Bakoe: namelijk de transkaukasische spoorweg, die Bakoe met Poti en Batoem verbindt; maar het vervoer langs dien weg komt niet in vergelijking met dat langs de Wolga. De spoorwegmaatschappij bezit maar een beperkt aantal wagens, die voor het vervoer van petroleum geschikt zijn, en kan zelfs niet altijd aan de aanvragen uit westelijk Europa voldoen. Bovendien schijnen de Russen niet gezind om den uitvoer te bevorderen van een artikel, dat hun zelven zoo uitnemend te stade komt. Vrijhandelaars en belanghebbende industrieelen mogen schreeuwen zoo hard zij willen: de russische regeering is wijs genoeg, zich daaraan niet te storen. Trouwens, de waarde der vrijhandelaarstheorieën blijkt ook hier weder. Van 1801 (toen Bakoe bij Rusland werd ingelijfd) tot 1872 was de exploitatie van de petroleum een monopolie, dat aan een partikulier, den heer Mirzoef, verleend was. In 1840 bedroeg de opbrengst 3565 ton en in 1872, 24800 ton. In laatstgenoemd jaar werd het monopolie afgeschaft: iedereen kan nu eene concessie tot ontginning der beddingen krijgen. Te gelijker tijd werd de amerikaansche petroleum met een inkomend recht bezwaard, dat verscheidene malen de waarde overtreft en dus met een verbod gelijk staat. Eensklaps stijgt de opbrengst: in 1873 tot 54.000 ton, in 1876 tot 194,000, in 1886 tot 1.600,000 ton. En de prijs; is die, na het ophouden van alle concurrentie, gestegen, zoo als toch volgens de economische wetenschap gebeuren moet? Integendeel: van dertig gulden per honderd liter is die gedaald tot negen gulden, zoodat de verlichting in Rusland goedkooper is dan in eenig ander land! Ook in dit geval bleek de werkelijkheid onbeschaamd genoeg om zich niet aan de theorie te storen.Met de zeer moeilijke en ingewikkelde vraag of en wanneer, bij zoo geweldig stijgende produktie, de voorraad petroleum uitgeput zal raken, mag ik mij hier niet bezig houden; ook omtrent dit punt loopen de gevoelens zeer uit een. Ik heb u slechts de merkwaardigheden willen doen aanschouwen van deze plek, waar wij als tot vroegere geologische tijdperken worden teruggevoerd. Vergun mij thans mijn taak als afgedaan te beschouwen.
Bakoe, 20 September 1886.—Wanneer men een tocht door de turkmeensche steppen heeft gemaakt en de oase van Merw doorkruist, schijnt het niet meer dan natuurlijk dat men zich beijvert om zoo spoedig mogelijk naar huis terug te keeren. Maar aan den anderen kant is het toch ook niet geoorloofd, Bakoe, de stad van het eeuwige vuur, inderhaast voorbij te gaan, zonder er te toeven. Op geen ander punt der wereld misschien heeft de natuur zoo vele en zoo verbazingwekkende wonderen gewrocht, welke niet alleen de oogen der nieuwsgierige menigte trekken, doch daarbij den geleerden raadselen voorleggen, welker oplossing nog niet gevonden is.
De kleine stoomboot, waarmede ik van Oezoen-Ada vertrokken ben, vaart des morgens ten acht uur, na een overtocht van twintig uren, langs de uitstekende landpunt van het schiereiland Apsjeron. Wij volgen nu, op korten afstand, de vlakke, zuidelijke kust, en bereiken eindelijk de ruime reede, waar een honderdtal schepen in volle veiligheid hun anker hebben uitgeworpen. Ten zuiden beuren de bergen van Lenkoran, bekend door hunne zwavelbeddingen, hun spitse kruinen in de nevelige lucht; kort daarop onderscheid ik langs den oever de marinewerven en inrichtingen, de perzische stad met haar gekanteelde muren, de nieuwe russische stad met haar in lange rijen geschaarde grijze huizen, de zwarte stad en de donkere rookwolken die haar in een eeuwigen sluier hullen. Om tien uur werpen wij het anker uit aan den gemetselden aanlegsteiger van de douane, die honderd el ver in zee uitsteekt; er zijn bovendien in de haven van Bakoe nog twintig andere, op palen rustende, houten aanlegsteigers, waarvan sommigen tweehonderd el lengte hebben, en die bijna allen het eigendom zijn van particuliere maatschappijen. Bakoe is tegenwoordig de tweede handelstad van de Kaspische-zee, en zal misschien over niet langen tijd de eerste zijn. Sedert de laatste twintig jaren is de bevolking van tienduizend tot zestigduizend zielen gestegen. De kleine hoofdstad van onbekende khans is onder het russische bestuur een der voornaamste en welvarendste industrieele centra geworden. Dezen voorspoed dankt de stad aan de exploitatie der petroleum- en naphtabronnen.
Na een haastig ontbijt in een voortreffelijk europeeschhôtel, waarvan het eenige ongerief is—en daaraan valt niets te veranderen—dat het er letterlijk overal sterk naar petroleum ruikt, spring ik in een mooien phaëton, en rijd in vollen galop naar de Villa Petrolia. Eerst rijden wij door de rechte, goed geplaveide, levendige straten van de russische stad; dan komen wij aan eene kleine zandwoestijn van omstreeks vierhonderd meters lengte, waar de tartaarsche paarden niet dan stapvoets en met veel inspanning kunnen voortgaan. Eindelijk komen wij weer op een vaster terrein, waar de grond eene roodachtige kleur heeft; links en rechts zien wij een aantal plassen, waarvan het vocht het meest op levertraan gelijkt: dit vocht is het bezinksel, dat bij het zuiveren van de natuurlijke naphta overblijft; de grond is geheel met dit vocht doortrokken—van daar zijne eigenaardige kleur en zijne meerdere vastheid. Het klinkt bijna ongeloofelijk, en toch is het waar, dat men te Bakoe, waar het zelden regent, dit bezinksel van petroleum soms gebruikt om de straten te besproeien. Het asphalt, waarmede de trottoirs zijn bekleed, wordt evenzoo van naphta gemaakt: het is in die mate onderhevig aan de werking der zon, dat uw voet er soms inzinkt als in half droge modder.
Ten slotte bevinden wij ons midden in de zwarte stad: dat wil zeggen in een baaierd van groote en kleine werkplaatsen en fabrieken, die ieder om het hardst vuile zwarte rookwolken omhoog blazen, behalve drie of vier, de grootste en de best ingerichte, die aan Europeanen behooren, en die haar eigen rook verteren. De meeste fabrieken, die door Armeniërs worden bestuurd, zenden u in het voorbijgaan stroomen van vuil stinkend gas in het aangezicht, zoodat ge bijna gevaar loopt te stikken. Het is raadzaam, hier niet te lang te toeven; mijn koetsier legt de zweep over de paarden en drijft ze tegen een heuvel op, waarop ge drie geweldige gasmeters ziet: het zijn evenwel geen gasmeters, maar bewaarbakken van naphta. Zie zoo: wij zijn deze noodlottige plek voorbij; de wind drijft de afschuwelijke rookwolken achter onzen rug weg; van de hoogte waarop wij nu staan, overzien wij de baai van Bakoe en de naakte heuvelen van Apsjeron. Voor onze voeten, aan den oever der zee, zien wij eene soort van oase, waar althans eenig groen de oogen verkwikt; eenige nette, ruime woningen staan daar te midden van de dorre zandwoestijn. Deze woningen zijn gebouwd door de heeren Nobel, de chefs van een zeer aanzienlijk handelshuis en eigenaars van petroleumbronnen; zij dienen tot huisvesting van hunne agenten en voornaamste beambten. Deze kleine oase draagt den naam van Villa Petrolia. Ongelukkig genoeg moeten wij langs denzelfden weg, midden door de stinkende, de lucht verpestende fabrieken, naar Bakoe terugkeeren.
Eene wandeling door het oude Bakoe is in meer dan een opzicht belangwekkend. Men behoeft bijna niet naar Perzië te gaan, om zich althans in het algemeen eene voorstelling te maken van de perzische architectuur. De verovering van oostelijk Transkaukasië door de Russen is nog niet zoo lang geleden, dat de voormalige hoofdstad reeds haar oostersch karakter zou hebben verloren. Die nauwe, bochtige en vuile straten en stegen, omzoomd door wit gepleisterde huizen met platte daken, waarvan de deuren meestal gesloten en de bewoners onzichtbaar zijn, hebben zeker in de laatste honderd jaar geene verandering van eenige beteekenis ondergaan; het zijn nog altijd dezelfde minarets, dezelfde koepeltjes boven de badkamers: dit alles van leem en klei gemaakt en met kalk overpleisterd. Dan heeft men den bazar, minder opmerkelijk door zijn geringen omvang, dan door de doodsche stilte die er heerscht; in ellendige, armoedige winkeltjes neergehurkt, bieden de perzische kooplieden u met onverstoorbare kalmte eenen rijken overvloed van valsche steenen te koop, vooral van turkoizen. De turkois is hier inheemsch; ge moet dus, even als te Tiflis, bij inkoop dubbel op uwe hoede zijn. Gij kunt hier ook fraaie perzische tapijten koopen, maar ze zijn duurder dan te Askhabad.
De eenige eenigszins bezienswaardige monumenten van deze oude, ten doode gedoemde stad zijn de zoogenoemde Maagdetoren en de citadel of het paleis der khans. De dertig el hooge Maagdetoren is uit zee zoo goed zichtbaar, dat de Russen er een kusttelegraaf en een havenlicht op hebben geplaatst. De legende verhaalt dat een zekere khan van Bakoe zijne wonderbaar schoone dochter wilde dwingen tot het huwelijk met een man, dien zij verfoeide; op aandrang van haar vader, stemde zij eindelijk in de echtverbindtenis toe, onder voorwaarde, dat hij een hoogen toren zou laten bouwen. Toen de toren voltooid was, klom het jonge meisje naar het plat en wierp zich van daar naar beneden.
Het merkwaardigste van de citadel is eene zeer fraaie en goed geconserveerde poort in moorschen stijl. De zware steenen muren zijn zeer hoog en van geduchte schietgaten voorzien, waaruit kanonnen dreigend te voorschijn kwamen. Maar het waren er dan ook kanonnen naar! of liever, de artilleristen, die ze bedienen moesten, wisten er niet mede om te gaan. In de vorige eeuw namen de turkmeensche ruiters Bakoe in en sabelden de kanonniers neer bij hunne stukken. Ge kunt u voorstellen, dat de vermeestering der stad den Russen niet moeilijk viel; het eenige ernstige verlies dat zij leden was dat van hun generaal, die bij de overgave van de sleutels der citadel, door een zoo genoemden dweeper, lafhartig werd vermoord. Men heeft te zijner gedachtenis een monument opgericht.
Aan den voet der voormalige citadel bevindt zich tegenwoordig een vrij groot park, waarvan de bestoven bosschages en de verschrompelde dwergachtige boomen eene armzalige figuur maken; ik kan u verzekeren dat ze niet alle dagen begoten worden. Dit is het Michaëlpark. De paden zijn, evenals gewone trottoirs, met asphalt belegd, hetgeen een vreemden en zelfs onaangenamen indruk maakt, maar toch zeer verklaarbaar is. Zonder deze bedekking, zou het hier, bij eenigszins sterken wind, niet zijn uit te houden door de wolkenzand en stof. Alle paden loopen, met zachte glooiing, op een ruim terras uit, van waar men een prachtig gezicht heeft. Daar staat de sociëteit, deKroujok, een prachtig gebouw, waar nog op de onmogelijkste uren gegeten en gedronken wordt. De Russen zijn, zoo als men weet, onverbeterlijke nachtbrakers.
Wij keeren naar het hotel terug, en volgen de breede kaaien die zich langs de nieuwe stad uitstrekken. De kabbelende golven vloeien murmelend weg over de groote steenblokken, welke den voet der naar alle regelen van de kunst gebouwde trotsche kaaien moeten verdedigen. Het is druk en levendig genoeg; de zon zinkt weg achter de heuvelen, waarop zich de perzische begraafplaatsen bevinden; de wandelaars komen naar buiten om de frissche zeelucht in te ademen. Wij zien vele uniformen en niet minder smaakvolle toiletten. Maar om die te zien, behoeft men toch waarlijk niet naar de oevers van de Kaspische-zee te reizen; en is men dan zelfs daar nog niet veilig voor onze onzinnige mode en onze niet minder onzinnige zucht naar eenvormigheid? Gelukkig bieden zij althans eenige afwisseling, die tartaarsche vrouwen, die in haar nationale kleederdracht, aan den voet der kaaimuren op de steenen neergehurkt, haar linnengoed wasschen.
Ik heb kennis gemaakt met den heer T., een der beambten van het huis Nobel; morgen zal ik met hem een uitstapje in den omtrek gaan maken. Het is een zonderling land, dat wij zullen bezoeken. De keten van den Kaukasus loopt aan beide zijden uit in vulkanische terreinen, waaronder de onderaardsche krachten nog voortdurend werkzaam zijn. Bovenal is dit het geval op het schiereiland Apsjeron, ten oosten van den Kaukasus. Op een aantal plaatsen is de grond haast bedekt met werkzame slijkvulkanen; uit spleten in de aardkorst komt ontvlambaar gas te voorschijn, en een enkele vonk is voldoende om een geweldigen brand te ontsteken. Beklim in een stillen donkeren nacht, het plat van den Maagdetoren, en zeer vermoedelijk zult gij het gansche schiereiland overstraald zien met een phosphorischen gloed. Nog in den loop van dit jaar 1886 heeft een der slijkvulkanen, tot op eene hoogte van driehonderd voet, een gaskolom opgeworpen, die ʼs nachts ontvlamde; de gansche hemel was door een fantastischen rooden gloed verlicht; na verloop van een uur doofde de brand even plotseling uit als hij was ontstaan, tot groote vreugde der doodelijk verschrikte inwoners.
Dergelijke verschijnselen kunnen zelfs in onze sceptische, geblaseerde eeuw niet nalaten, de aandacht en verwondering te wekken: het is dus inderdaad niet vreemd, dat vroegere geslachten daarin iets bovennatuurlijks meenden te zien. Sedert overoude tijden tot op den dag van heden is Bakoe, in de oogen der vuuraanbidders, eene bij uitstek heilige plaats, waarheen zij weleer uit alle landen van Centraal-Azië ter bedevaart togen. De edicten van Keizer Heraclius, die het heilige vuur, dat door de priesters zorgvuldig onderhouden werd, liet uitdooven, vermochten al evenmin deze oude eeredienst te vernietigen, als de vervolgingen, waaraan de volgelingen van Zoroaster bloot stonden nadat de Arabieren Perzië hadden veroverd en de leer van den Islam met het zwaard invoerden. De Parsis weken voor een deel naar Indië uit, waar nog heden hunne nakomelingen worden aangetroffen; de tempel van het heilige vuur staat nog altijd, en telken jare komen nog ettelijke pelgrims uit Hindostan om te dezer plaatse de godheid onder haar schitterend symbool te aanbidden. Morgen zullen wij tot op zekere hoogte hun voorbeeld volgen.
Doch waar komen die vuren van daan, die sedert duizenden van jaren branden? Zij worden veroorzaakt door de naphta- of petroleumdampen, welke door de geweldige drukking van de in onderaardsche holten en kloven opgesloten gassen naar de oppervlakte der aardkorst worden geperst. En de petroleum zelf, waarvan het gebruik in onzen tijd zoo algemeen is geworden, wat is die eigenlijk en van waar komt die?
Wees gerust, vriendelijke lezer, ik ben niet van plan, een wetenschappelijk betoog te gaan houden: en dat te minder, daar de wetenschap zelve op de zoo even gestelde vragen geen stellig antwoord kan geven. Ik behoef er dan ook niet bij te voegen, dat de gevoelens der geleerden op dit als op zoo menig ander punt tamelijk uiteen loopen: wij zullen ons dus in de verschillende theorieën maar niet verdiepen.
Reeds sedert overoude tijden is het gebruik van petroleum of aardolie bekend. Herodotus, Aristoteles, Plinius, Plutarchus, geven ons meer of min uitvoerige beschrijvingen van oliebronnen of naphtabeddingen, die in hun tijd geëxploiteerd werden; Strabo verhaalt dat de Egyptenaren eene soort van naphta of asphalt gebruikten bij het balsemen hunner dooden; bij den bouw van Babel en Ninive bezigde men eene soort van asphalt, dat door verdamping van aardolie uit de bronnen in de nabijheid van den Euphraat verkregen werd. Ook in China en Japan is de aardolie sedert onheugelijke tijden bekend; zelfs werd zij reeds in de oudheid voor het branden van lampen gebruikt. Al heeft de wetenschap dan tot dusverre nog niet het raadsel kunnen oplossen, hoe en waardoor de aardolie eigenlijk ontstaat, voor ons is het genoeg dat de kostbare brandstof voorhanden is en wel, naar het schijnt, in onuitputtelijke hoeveelheid.
21 September.—Wij gaan met den ochtendtrein van tien minuten voor achten; een afzonderlijke spoorweg verbindt Bakoe met de in exploitatie zijnde petroleumbronnen. In Bakoe zelf vindt men niets dan distilleerderijen; de putten zelven liggen acht mijlen meer noordelijk, op het plateau van Balakhani-Saboentsji, dat tweehonderd voet boven de zee verheven is. Stel u een circus voor van drie tot vier kilometers in doorsnede, omgord door lage kalkachtige heuvels; in den bodem van dien circus, die afwisselend uit zand en harde mergel bestaat, heeft men ruim vierhonderd putten gegraven, die bijna allen eene goede winst hebben opgeleverd. Daar staan, vlak naast elkander, de verschillende inrichtingen, diedeels aan maatschappijen, deels aan partikulieren behooren; en wel, acht-en-veertig in het district Balakhani en een-en-dertig in Saboentsji.
Het maken van een dijk.Het maken van een dijk.
Het maken van een dijk.
De rit duurt acht-en-dertig minuten. Als ge uit den trein stapt, treft een eigenaardig schouwspel uw oog: tusschen de honderd-vijftig en tweehonderd zwarte houten stellages, vrij wel overeenkomende met reusachtige fabrieksschoorsteenen, verrijzen voor u; op een afstand van omstreeks tien kilometers zoudt ge ze voor groote bladerlooze boomen kunnen aanzien, die eene soort van oase te midden der woestijn vormen. Elk van deze houten stellages, in het russischvichkagenoemd, verrijst boven een mijnschacht of artesischen put, waarmede men de aardolie, uit zeer verschillende diepte, naar boven voert. De boring geschiedt volgens amerikaansche manier: men gebruikt daarvoor een stevig touw, aan welks uiteinde eene lange zware aard- of steenboor met stalen punt is bevestigd. Het touw loopt over eene katrol, die boven op de omstreeks vijftien meter hooge stellage is geplaatst, en wordt in beweging gebracht door eene stoommachine, die de boor opheft en weer vallen laat.
Het is de gulden tijd niet meer, toen men slechts even den grond had om te spitten om de kostbare vloeistof aan het licht te brengen. Tegenwoordig moet men honderd, tweehonderd el en soms nog dieper in de aarde afdalen om de olie te vinden: en meermalen zoekt men ook dan te vergeefs. De putten in Pennsylvanië bereiken wel is waar eene diepte van tweeduizend voet, maar men moet toch erkennen dat ook te Balakhani de boringen diep en kostbaar zijn. Mijn geleider wijst mij een put van driehonderd meter, waaraan men een vol jaar heeft gearbeid en dertigduizend roebels ten koste gelegd, en die nog niets heeft opgeleverd. Hij brengt mij bij eene andere schacht, waar men sedert drie maanden te vergeefs poogt, door eene aardlaag heen te boren. Dit schijnbaar ongeloofelijke feit vindt zijne verklaring in de geweldige drukking van de gassen, die in het petroleumhoudend zand zijn opgesloten; aan een manometer gemeten, bedraagt die drukking honderdvijftig atmospheren. Onder zulk eene persing is het niet zoo vreemd, dat het geboorde gat zich aanstonds weer vult; de ontvlambare gassen drijven het zand in de buizen:—het is een echte Penelope-arbeid.
Heeft men eenige gegevens om de keus te bepalen voor de plaats der nieuwe putten; is men eenigszins op de hoogte van de vermoedelijke ligging en diepte der oliebeddingen? In geenen deele. Alles is aan het toeval overgelaten; ieder graaft en boort waar hij wil. Sedert twintig jaren heeft men geene aanteekening gehouden van de boringen, zoo als dat toch in alle mijnen geschiedt; dat toch is het eenige middel om met zekerheid iets te weten te komen omtrent de ligging en gesteldheid der beddingen en om noodelooze uitgaven te vermijden. Maar men baadde in den overvloed, en niemand bekommerde zich om de toekomst.—Kan dan soms, bij gebrek van waarnemingen en aanteekeningen, de wetenschap zelve een middel aan de hand doen om zuinig en doelmatig te werken? Evenmin. Gelijk men met zekerheid niets weet omtrent den oorsprong van de aardolie, zoo kan men ook slechts gissingen opperen ten aanzien van de gedaante en de verdeeling der beddingen in de verschillende geologische aardlagen.
Een punt schijnt vast te staan: namelijk, dat de vroegere hypothese van eene doorloopende horizontale oliebedding onhoudbaar is. Putten, op weinige ellen afstands van elkander gegraven, leveren zeer verschillende uitkomsten op. De eene zal al vrij spoedig naar een overvloedig reservoir voeren; de anderen zullen volstrekt niets opleveren of althans tot aanmerkelijke diepte moeten worden geboord. Mijn geleider sprak mij o. a. van vier putten, om zoo te zeggen naast elkander gelegen: de eerste was acht-en-zeventig, de tweede honderd-acht-en-zestig, de derde vijf-en-tachtig, en de vierde honderd-vijf el diep. Ziehier een ander voorbeeld: vlak bij een ouden put van twintig meter, die nog altijd olie oplevert, moest men tot eene diepte van honderd-zes-en-twintig meters boren om eene bedding te vinden. Om dergelijke verschijnselen te verklaren, heeft men vrij algemeen de hypothese aangenomen dat de aardolie is opgesloten in holle ruimten, die onregelmatig van vorm zijn en ook ten aanzien van diepte en ligging zeer ongelijk verdeeld. De boor kan in die holten doordringen, maar ook daarlangs heen gaan; twee naburige putten kunnen gevoed worden uit twee holten, die op zeer verschillende diepte liggen.
Is de boor in een reservoir van aardolie doorgedrongen, dan kan er tweeërlei gebeuren. Vooreerst kunnen de gassen zich met geweld een uitweg banen door de schachten van de boor: dan houdt, naarmate zich het evenwicht herstelt tusschen de onderaardsche spanning en de atmospherische drukking, de uitbarsting allengs op, en om de petroleum te verkrijgen, moet men haar oppompen. Maar het kan ook gebeuren dat, in plaats van gassen, de olie zelve, vermengd met zoutachtig water en zand, met kracht naar boven wordt gedreven. Is dat het geval, dan worden de arbeiders in de vichka gewaarschuwd door een oorverdoovend gebrul, en is het zaak dat zij zich zoo spoedig mogelijk uit de voeten maken. Somwijlen is de uitbarsting zoo hevig, dat de boor met haar schacht, ondanks haar gezamenlijk gewicht van omstreeks driehonderd kilogrammen, in de lucht wordt geslingerd en het bovenste gedeelte van de stellage geheel wordt vernield. De hoogte van deze fonteinen is zeer verschillend: men heeft stralen gemeten van meer dan negentig meter: dat is hooger dan de groote Geijser op IJsland.
Hoe dit te verklaren? Men onderstelt dat de holten, waarvan ik boven sprak, niet enkel petroleum bevatten, maar ook zoutachtig water en gassen. Het water en de naphta bevinden zich in het onderste gedeelte van de holte, van den zak moest ik eigenlijk zeggen; het bovenste is met saamgeperste gassen gevuld. Naarmate nu de boor in het eene of het andere gedeelte eene opening maakt, ontsnapt het gas, of wel de olie wordt, door de geweldige persing der gassen, naar boven gedreven.—Zoudt ge nu wel willen gelooven, datdie groote springende fonteinen, die eene massa petroleum van acht millioen liter in de vier-en-twintig uren opleveren, haar eigenaars niet altijd hebben rijk gemaakt, maar zelfs meer dan eens geruïneerd? Rondom u is de grond doorsneden door een netwerk van geulen of kanalen; iedere put staat met die kanalen in verbinding. Zal de nieuwe put voldoende opleveren om de kosten te dekken? Zal er misschien een straal van zestig meters hoogte uit opschieten? Men weet er niets van; en in die onzekerheid neemt men voorzorgen. Volgt er eene uitbarsting, dan valt de petroleumregen in de geulen, welke op groote putten uitloopen, waarin de petroleum eenigen tijd blijft staan om het zand te laten bezinken; daarna wordt zij door stoommachines in metalen bakken of reservoirs opgevoerd. In den beginne waren dergelijke verrassingen volstrekt niet zeldzaam. Maar ook nu nog heeft men geen middel om den toevoer van zand te verhinderen, dat dikwijls in zoo groote massa wordt opgeworpen, dat de naburige vichkas daaronder bedolven worden.
De heer Ch. Marvin verhaalt in zijn boekThe Region of the eternal fire(Het land van het eeuwige vuur) de uitbarsting van de fontein Droejba, waarvan hij getuige was, en die geduchte verwoestingen aanrichtte. “Het gebrul werd verscheidene mijlen in het rond gehoord. Het was inderdaad een indrukwekkend schouwspel. De straal bereikte den top van de vichka (twintig ellen hoog) en, dwars door de losgeslagen balken heenstuivende, verhief hij zich nog ruim zestig ellen hooger; toen boog hij zich nederwaarts en daalde als een dichte donkere regenwolk ter aarde. In de eerste vier-en-twintig uren der uitbarsting had het uit den put opgeworpen zand zich tot de daken der magazijnen en schuren opgestapeld; de omringende vichkas waren binnen een afstand van vijftig meters in het rond, ter hoogte van twee tot twee-en-een-halve el onder het zand begraven... Bij de opening van den krater lag het zand zes ellen hoog.
“Hier en daar waren ploegen arbeiders met schoppen gewapend, bezig met het graven en uitdiepen van de kanalen rondom den put om het vocht gelegenheid te geven tot wegvloeien; de arbeid was niet zonder gevaar en nog minder pleizierig; hun hoofd en hunne schouders waren geheel bedekt met petroleum en zand, en zij moesten uiterst voorzichtig zijn om niet medegesleept te worden door den geweldigen luchtstroom, die rondom den voet van den krater loeide... Na door de tallooze geulen en kanalen te zijn weggevloeid, verzamelde de petroleum zich in kuilen en diepten, die in vijvers en riviertjes herschapen werden, waarvan sommigen groot en diep genoeg waren om er in te kunnen varen. Eindelijk liepen die meertjes over; de naphta groef zich een breed kanaal en verloor zich in de Kaspische-zee.”
Weken achtereen bleef de fontein Droejba met dezelfde kracht aan het werk, en de overstrooming van petroleum nam zulk een dreigend karakter aan, dat twee ingenieurs van Petersburg werden gezonden om de wel te stoppen. Niet alleen behaalde de maatschappij, aan welke de bron behoorde, geen winst, maar zij werd geruïneerd door de schadevergoedingen, die zij aan de aangrenzende exploitaties moest uitbetalen.
Zulke ongevallen komen tegenwoordig niet meer voor. In de eerste plaats vindt men bijna geene fonteinen meer van die kracht: in den regel treft men slechts kleine bronnen aan, die in de vier-en-twintig uren van negenhonderd-duizend tot vijftienhonderd-duizend liter petroleum opleveren; ten andere zijn de kanalen en vijvers in veel beteren toestand gebracht; eindelijk hebben de werklieden thans de gewoonte, om wanneer bij het boren onderaardsche geluiden de nadering van gas of van vloeistof aankondigen, onmiddellijk aan het boveneinde van de buis eene soort van stevige ijzeren kap te bevestigen, van eene kraan voorzien, waarmede men de wegstrooming kan temperen. Heeft men den tijd, om de opening op die wijze af te sluiten, dan is alle gevaar verdwenen: er ontstaat geen straal, en men tapt eenvoudig de olie af als uit een vat. Slechts in zeer zeldzame gevallen is de opstijging van de naphta zoo snel en tegelijk zoo hevig, dat de kap niet kan worden geplaatst of wel uiteen wordt geslagen. Zoo kon bij voorbeeld de groote fontein Nobel niet worden afgesloten. Zij leverde in vier-en-twintig uren niet minder dan zestien millioen liter naphta, diezorgvuldigwerd verzameld en eene inkomst afwierp van zoowat anderhalve ton per dag. Ongelukkig bleek die goudmijn na verloop van een-en-dertig dagen uitgeput. Want de petroleumbronnen duren niet eeuwig. Doorgaans houdt de fontein het niet langer dan twee maanden vol: dan is de straal verdwenen, en moet men zijne toevlucht tot de pomp nemen om de petroleum uit de diepte op te halen. Dit geschiedt door middel van eene soort van emmer met een zelfwerkende klep, die ongeveer dertig liter kan bevatten, door een stoommachine in den put wordt neergelaten en na gevuld te zijn, weer opgehaald.
Wij besluiten onze wandeling met een bezoek aan eene oude fontein, die in de jaarboeken van Bakoe beroemd zal blijven: tegenwoordig onderscheidt zij zich wel door niets bijzonders, maar het is toch altijd iets beroemd te zijn geweest. Deze fontein had de hoogst merkwaardige eigenschap dat zij met geregelde tusschenpoozen werkte; de bron, op eene diepte van tweehonderd-tachtig meter ontdekt, heeft eene maand lang gewerkt, en in dien tijd sprong zij gedurende een minuut, rustte dan zes minuten, sprong dan weer gedurende eene minuut en zoo vervolgens. Deze afwisseling was zoo regelmatig, dat men zelfs met den chronometer geen verschil van eene sekonde heeft kunnen waarnemen. Mocht ge soms met de reden van dit allerzonderlingste verschijnsel bekend zijn, dan zult ge den geleerden eene groote dienst bewijzen, indien gij die hun mededeelt. Het is te begrijpen, dat de drukking van de onderaardsche gassen vermindert, naarmate de holte zich ontledigt, en dat dus de kracht, die het vocht naar bovendrijft gaandeweg afneemt en eindelijk ophoudt te werken; maar hoe is het mogelijk dat zij telkens weer, en dan nog wel met zoo mathematische regelmatigheid, in werking treedt?
Wij gebruiken het dejeuner met de ingenieurs in dienst van de heeren Nobel, en hervatten vervolgens onze wandeling door den doolhof der vichkas, magazijnen, schuren, machines, vijvers en kanalen vol petroleum. De zon is nog zeer heet: niettemin klauteren wij op een dier metalen reservoirs, waarin de ongezuiverde naphta wordt bewaard, alvorens zij naar de distilleerderijen van Bakoe verzonden wordt. Het is niet mogelijk, deze zuivering op de plaats zelve der bronnen te bewerkstelligen: dit ware veel te gevaarlijk; men mag hier zelfs geene sigaar rooken. Maar waartoe dienen die half in den grond bedolven ijzeren buizen, welke van de reservoirs uitgaan? Ik tel er zeven met een diameter van vijftien duim. Zij dienen voor het vervoer van de naphta, welke door middel van een vernuftig toestel door die pijpen wordt gedreven. Deze inrichting werd voor ongeveer elf jaren gemaakt; de heeren Nobel hebben daardoor zeker belangrijk voordeel genoten, maar de invoering van deze nieuwigheid baarde hun ook veel verdriet. Vroeger werd de ongezuiverde naphta in vaatjes vervoerd, die met tartaarsche karretjes,arbasgenoemd, naar de stad werden gebracht. Deze lichte, smalle karretjes, die er met hun hooge wielen zeer wonderlijk uitzagen, maar voor het eigenaardige terrein zeer geschikt waren, reden onophoudelijk heen en weer tusschen de bronnen en de stad, en brachten den eigenaars jaarlijks gemiddeld ruim een millioen gulden op. Het leggen der buizen maakte de karretjes overbodig; het is dus niet vreemd dat de eigenaars, zich op eens van hunne inkomsten verstoken ziende, op wraak bedacht waren en bij herhaling de pijpen vernielden.
Tempel der vuuraanbidders.Tempel der vuuraanbidders.
Tempel der vuuraanbidders.
De spoorweg van Bakoe naar Balakhani loopt door tot Soerakhani, weleer het middelpunt der exploitatie, waar nog sommige bronnen in werking zijn. Maar een enkele buis is voldoende om al de petroleum, welke hier gewonnen wordt, naar Bakoe af te voeren, en voorwaar niet om deze bronnen te bezoeken, gaat men naar Soerakhani. Doch hier bevindt zich de tempel der vuuraanbidders. Te midden van eene ommuurde ruimte verheft zich een vierkant gebouwtje, met een koepel gedekt, waaruit een aantal pijpen en buizen te voorschijn komen. Uit al die buizen en pijpen stroomde weleer het brandende gas: en de scharen der geloovigen bogen zich ter aarde voor het eeuwige heilige vuur.... Vervlogen heerlijkheid! Het heiligdom wordt tegenwoordig nog slechts bediend door twee arme Parsis, die het gas ten geschenke ontvangen van de eigenaars der naburige bronnen; en sedert jaren zijn hier haast geen andere pelgrims verschenen, dan de nieuwsgierige, ongeloovige Westerlingen. Zij exploiteeren het heilige vuur ten eigen bate; ja, zij spelen er mede. Zijscheppener een kinderachtig vermaak in, met een lucifer het gas te doen ontvlammen, dat uit de spleten in den grond ontsnapt; en dan ontzien zij zich niet om—zij het ook in onwetendheid—heiligschennis te plegen door de vlam weer uit te blazen!
Petroleumfontijn bij Bakoe.Petroleumfontijn bij Bakoe.
Petroleumfontijn bij Bakoe.
Den volgenden dag brachten wij een bezoek aan de distilleerderijen in de zwarte stad te Bakoe. Misschien zou zulk een bezoek den lezer belangstelling inboezemen, indien hij er zelf bij tegenwoordig was; eene beschrijving zou hem stellig vervelen: daarom houde ik die terug.—De kostende prijs der gezuiverde petroleum bedraagt niet meer dan acht-en-veertig kopeken (ongeveer ƒ 0.60) de honderd liter; de afval, die als brandstof gebruikt wordt en driemaal meer warmte geeft dan dezelfde hoeveelheid steenkolen, kost omstreeks vijf-en-twintig centen de honderd kiloʼs.
De petroleum wordt tegenwoordig met opzettelijk daarvoor ingerichte stoombooten naar Astrakhan vervoerd en van daar met kleinere booten, langs de Wolga naar Tsaritsin gebracht, dat driehonderd-vier-en-zestig mijlen van de zee verwijderd ligt. Daar bevindt zich het centraal-depot, dat geheel europeesch Rusland van petroleum voorziet; de reservoirs kunnen twee-en-twintig millioen liter bevatten. Daar de Wolga gedurende vier maanden van het jaar met ijs bezet is, heeft men nog zes-en-dertig andere depots ingericht, die vóór den winter gevuld worden en te zamen honderd-drie-en-zestig millioen liter kunnen bevatten.
Er bestaat ook nog een andere weg voor het vervoer der produkten van Bakoe: namelijk de transkaukasische spoorweg, die Bakoe met Poti en Batoem verbindt; maar het vervoer langs dien weg komt niet in vergelijking met dat langs de Wolga. De spoorwegmaatschappij bezit maar een beperkt aantal wagens, die voor het vervoer van petroleum geschikt zijn, en kan zelfs niet altijd aan de aanvragen uit westelijk Europa voldoen. Bovendien schijnen de Russen niet gezind om den uitvoer te bevorderen van een artikel, dat hun zelven zoo uitnemend te stade komt. Vrijhandelaars en belanghebbende industrieelen mogen schreeuwen zoo hard zij willen: de russische regeering is wijs genoeg, zich daaraan niet te storen. Trouwens, de waarde der vrijhandelaarstheorieën blijkt ook hier weder. Van 1801 (toen Bakoe bij Rusland werd ingelijfd) tot 1872 was de exploitatie van de petroleum een monopolie, dat aan een partikulier, den heer Mirzoef, verleend was. In 1840 bedroeg de opbrengst 3565 ton en in 1872, 24800 ton. In laatstgenoemd jaar werd het monopolie afgeschaft: iedereen kan nu eene concessie tot ontginning der beddingen krijgen. Te gelijker tijd werd de amerikaansche petroleum met een inkomend recht bezwaard, dat verscheidene malen de waarde overtreft en dus met een verbod gelijk staat. Eensklaps stijgt de opbrengst: in 1873 tot 54.000 ton, in 1876 tot 194,000, in 1886 tot 1.600,000 ton. En de prijs; is die, na het ophouden van alle concurrentie, gestegen, zoo als toch volgens de economische wetenschap gebeuren moet? Integendeel: van dertig gulden per honderd liter is die gedaald tot negen gulden, zoodat de verlichting in Rusland goedkooper is dan in eenig ander land! Ook in dit geval bleek de werkelijkheid onbeschaamd genoeg om zich niet aan de theorie te storen.
Met de zeer moeilijke en ingewikkelde vraag of en wanneer, bij zoo geweldig stijgende produktie, de voorraad petroleum uitgeput zal raken, mag ik mij hier niet bezig houden; ook omtrent dit punt loopen de gevoelens zeer uit een. Ik heb u slechts de merkwaardigheden willen doen aanschouwen van deze plek, waar wij als tot vroegere geologische tijdperken worden teruggevoerd. Vergun mij thans mijn taak als afgedaan te beschouwen.