I. —Reizen. — Vroeger en nu. Schoonheid van België
II. —De Vlaamsche Ardennen. — Ligging. Heuvelen en aanzienlijke verhevenheden. Beken. De vaart van Bosuit. Bosschen in vroegeren tijd en nu. Klopjachten. Spoorwegen
III. —Kortrijk. — Ligging en uitgestrektheid der stad. Kortrijk vóor 1386. Het kasteel. Gewichtige gebeurtenissen en vergrootingen. Bevolking. Het stadhuis en zijne schouwen. De oude en de nieuwe halle. De Broeltorens. Sint-Martenskerk. De kerk van O.-L.-Vrouw. Sint-Michielskerk. Het Begijnhof. Beroemde mannen. Scholen en maatschappijen. Openbare plaatsen en straten
IV. —Naar Groeninge. — Ligging. Grenzen, beken en wegen. Sagen. De kapel van Groeninge. De slag der Gulden Sporen en zijne gevolgen
V. —De omstreken van Kortrijk. — De bodem. De vlasnijverheid. Ondersteuning en aanmoediging door de wethouders. De Pottelberg, het kasteel van Hoog-Mosscher en de Bloedkapel. Het Hooge. De Spoelberg. Eene schermutseling in 1814
VI. —De hofstede «ten Akker.»— Oude heerlijkheden. Ligging. Wal en gebouwen. Het huisraad. De pachter en zijn gezin. Netheid
VII. —Naar den Lauweberg. — De weg. Het oude kerkhof. Eene episode uit den Boerenkrijg. De abdij van Marke, later van Groeninge. De Lauweberg. Landschappen. De abdij van Wevelgem, nu het Kloosterhof. Wevelgem. Vermaarde mannen. Bellegem
VIII. —Naar Harelbeke. — Weg. De abdij van Groeninge. Brigands-Zondag. De watermolens. Harelbeke. De kerk. Het kapittel. De vroegere en latere nijverheid. Peter Benoit. Andreas Pevernage
IX. —Naar Zwevegem, Moen en Heestert. — De heer van Zwevegem in 1573. De weg naar Knokke. De vaart. Het Banhout. Knokke. Eene ontmoeting. De Keiberg. Moen. De heerlijkheid van Moen. Het feest van Sint-Elooi. De kerk. Heksenprocessen. Heestert. Ommegangen. Sint-Denijs
X. —Naar Tiegem. — Vacantie. Herinneringen. Ansegem. Kaster. Tiegem. Bevolking en oppervlakte. Uitzicht. De kerk. De patroon der parochie
XI. —Naar het Kapelbosch. — M. Moreels-Verhaeghe. Uitgestrektheid en waarde van het bosch. De kapel en hare omgeving. De kijktoren. Panorama. Schoonheid van het landschap. Jaarlijksche novene
XII. —Naar Quaremont en den Kluisberg. — Afstand. Avelgem, Ruien en Berchem. Quaremont. De kerk. De bodem. Oudheden. Aande Klok. Aande Martiko. Panorama's. Naar den Kluisberg. Een heerlijk landschap. Peetje en Meetje. Orroir, Amougies en Rozenaken. Dottignies. De vallei der Schelde
XIII. —Oudenaarde. — De keure der gemeente. Merkwaardige gebeurtenissen. Vroegere weelde der stad. Tapijtwevers. De hedendaagsche nijverheid. De kerk van Pamele. Sint-Walburgiskerk. Misdaden in 1566 en 1572. Het stadhuis. Het museüm van oudheden. Het Belfort. Het huis van Burgondië. De abdij van Maagdendale. Rederijkkamers en landjuweelen. Beroemde mannen
XIV. —Naar Leupegem en Edelare. — Leupegem. De berg van Edelare. Panorama. De kerk van Edelare. De kapel van Kerselaar, haar oorsprong en hare geschiedenis. De krokodil. De novene. DeTivoli. Mater en Maria-Hoorebeke. Protestanten in Vlaanderen. Elzegem en zijne priorij. Oudheden, gevonden te Etikhove
XV. —Naar Gaver. — Eine. De kerk. Defittel. De heerlijkheid van Eine. De ruitersprocessie. De processie van Asper. Syngem en zijne kerk. Huise en Gaver. De opstand der Gentenaars in 1453. De slag van Gaver. Folklore
XVI. —Binders of BrandersEene bladzijde uit de geschiedenis van den Boerenkrijg. — Het einde der XVIIIeeeuw. Rooversbenden in Vlaanderen. De Boerenkrijg. Botsing te Oudenaarde. Namen van slachtoffers
XVII. —Naar Zottegem. — Eename en zijne abdij. Vlucht der nonnen van Groeninge in 1794. Oudheden, gevonden te Erwetegem. Zottegem. Het lakenweven. Oploop der Gentenaars in 1314. De rederijkkamer. De kerk. Het standbeeld van den graaf van Egmond. Eene bladzijde uit de geschiedenis der XVIeeeuw. Laurens de Mets
XVIII. —De omstreken van Zottegem. — Gevonden oudheden. Middeleeuwsche burchten. Het klooster van Velzeke. Elene. De jaarmarkt van Nieuwwege. Hillegem. Grootenberge, Sint-Lievens-Essche, Godveerdegem en Erwetegem
XIX. —Geeraardsbergen. — Het ontstaan der stad en hare keure. De eerste vestingen. Onlusten in 1328, 1380, 1485 en 1491. De kerk van Hunnegem. De kerk van Sint-Bartholomeus. De abdij. Het gasthuis. De vroegere en de hedendaagsche nijverheid. Vermaarde mannen. Scholen en genootschappen. Uitgestrektheid en bevolking. Hoogte van den bodem
XX. —Op den Ouden berg. — HetHemelrijk. Panorama. Eene legende. Het Raspaillenwoud. Op het hoogste van den berg. Godsdienstige beelden. De kapel. De vijver en het tafeltje. Gezicht op Brabant en Henegouw. Een gedicht van F. de Beck
XXI.—Eene Geeraardsbergsche sage. — Een eigenaardig feest. Het beleg der stad. De belegerden verschaken den vijand. Het ontsteken van vreugdevuren. Hooge oudheid van het feest
XXII. —De omstreken van Geeraardsbergen. — Boelare en zijne burcht. Koekebak te Sarlardinge. Goeferdinge en zijne kerk. Welstand in de gemeente. Schendelbeke. Pollare. Onkerzele. Een eigenaardig dorp. Panorama. DeJonkvrouw. Onlusten in 1453. Het zoeken van steenkolen in 1765. De Boerenkrijg te Geeraardsbergen. Nederbrakel, Opbrakel en Schoorisse
XXIII. —Ronse. — Ligging der stad. Hare oudheid. De plaatselijke nijverheid. Rampen in 1477, 1519, 1559 en 1719. De beeldstormerij. Het kasteel. De Sint-Pieterskerk. De Sint-Hermeskerk. De Sint-Martenskerk. Openbare plaatsen. Voorname huizen. Gilden en maatschappijen. De Molenbeek. Scholen. Het archief der stad. Vermaarde mannen
XXIV. —Naar het bosch-Joly. — Weg. Rotsen. Bronnen en vijvers. De grot. Een dolmen. Uitzicht
XXV. —Naar den Hootond en de Kruisen. — De kapel ten witten Tak. Besmettelijke ziekten. Op den Hootond. Een heerlijk vergezicht. De Kruisen. Ontmoetingen
XXVI. —Naar den Muziekberg. — Weg. In het woud. Het kijktorentje. Nog een panorama. Wijnbouw in 1827. Avond. Gedicht van H. Tollens
XXVII. —Nog in het land van Ronse. — De Hooge heide. Van den Daele's bosch. Ellezele. St-Sauveur. Watripont en zijne heerlijkheid. De baronij van Ronse
XXVIII. —De Fiertere van Ronse. — Onze heiligen. Bedevaarten en ommegangen. De overblijfselen van St-Hermes. De Fiertere in vroegere eeuwen. Eigenaardige gebruiken. De Fiertere op heden. Oudheid der plechtigheid. HetZottenboek
XXIX. —Naar den Pottelsberg. — Vloesberge en zijn woud. Voorname verhevenheden. De weg. De kapel van Lorette en de kapel ter Heide. De Tijloozen-ommegang.Les quatre Vents. Op den Pottelsberg. Verloren loopen
XXX. —Naar Ellezele. — Uitgestrektheid der streek. De Luxemburgsche Ardennen en Zuid-Vlaanderen. Ellezele. Grondgebied en bevolking. Heidens in de streek. Maatregelen tegen die booswichten. De parochiale kerk. Hoedanigheden der bevolking. Eene aardbeving. De betwiste gronden
XXXI. —De schilder van Ellezele. — Een weinig gekend altaarstuk. De familie Lelatteur en de familie Dutransnoit. De volksoverlevering. Jan Dutransnoit, schilder in 1535-1569. Wie het altaarstuk waarschijnlijk bestelde. Terugreis en afscheid
INHOUD