Vijf en Twintigste Brief.Parijs, 16 October.Den 8endezer verliet ikTours, na alvorens nog eens rond gewandeld te hebben. Over het geheel is deze stad niet onaangenaam bebouwd, doch de overige straten zijn op verre na zoo fraai niet als die, waarvan ik u reeds gesproken heb. Men is nog bezig met ’er nieuwe aanteleggen, ter plaatse waar voorheen een groot gebouw, dat een Kerk of Klooster was, stond; en dit gedeelte van de stad zal daar door aanmerkelijk verfraaid worden. Voor de omwenteling was hier ook eene menigte Kerken en Kloosters; geen wonder, het is een goede en vruchtbare landstreek1. De zijdenstoffen fabrieken zijn vooral sedert de herroeping van het Edict vanNantesaanmerkelijk in deze stad verminderd, zoo wel als het getal der ingezetenen, dat thans maar op 21,000 begroot wordt, voorheen waren ’er bijna eens zoo veel.—Zie daar de gevolgen van de onverdraagzaamheid en vervolgzucht!—Behalve onderscheidene soorten van Damasten, voorheen zeer veel in gebruik, is de stof bij ons bekend onder den naam vangros de Tours, van hier afkomstig. ’Er zijn ook eenige leêrlooijerijen.Thans isToursde hoofdstad van het Departementl’Indre et Loire, en is zekerlijk, wat de gelegenheid aanbelangt, een der fraaiste en aangenaamste steden vanFrankrijk.De onder anderen door de verzen vanVoltaireberuchteAgnes Sorelis in dit Departement geboren; ondertusschen verwondert het mij, dat men nog heden teTourseen straat naar die bijzit vanKarelden VII. noemt, en dien naam op den hoek van dezelve geschreven ziet, zonder dat men die na de omwenteling schijnt uitgewischt te hebben. Zoo onregtvaardig zijn de menschen, een vrouw die met een zoogenaamd gemeen man buiten het huwelijk leeft, overlaadt men met smaad en verachting, terwijl men de bijzitten van Vorsten of Grooten eer bewijst; de eene wordt in het spinhuis, en de andere naast den troon geplaatst. Op dezelfde wijze gaat het in zoo vele andere gevallen, de eene, bij voorbeeld, eene verandering in de regering of het staatsgestel van zijn land willende bewerken, sterft als een oproermaker op het schavot, en de anderedie hetzelfde doet, maar gelukkiger is, leeft omringd van magt en gezag.—Hier ligt het grijze hoofd vanOldenbarneveldaan de voeten van den scherpregter, en daar doetMauritsin Vorstelijken tooi zijn trots en heerschzucht gelden.Met meêr regt mag dit Departement dan roem dragen (behalve opDescartes) op den vermaarden hekelachtigen schrijver en wijsgeerRabelais, van wien ik reeds, overMontpellierhandelende, sprak; en die teChinon, een stadje niet ver vanTours, geboren werd. Men verhaalt vanRabelais, dat hij den KanselierDuprat, die onder de regering vanLodewijkden XII. enFranciscusden I. geleefd heeft, willende spreken, en wel wetende dat het niet gemakkelijk was, om de groote Heeren te naderen, den portier in hetLatijnaansprak; deze hem niet begrijpende riep den kamerdienaar, enRabelaissprakGrieksch; vervolgens kwam de eerste klerk van het secretarij en hij sprakHebreeuwsch; de Secretaris voorkomende, liet hij zich in hetSyrischhooren; eindelijk kwam de Kanselier zelve, enRabelaisdeed zijne boodschap in hetFransch, met bijvoeging van de reden, waarom hij met zooveel taalgeleerdheid voor den dag was gekomen, waar over de Minister dan ook hartelijk lagchte.Daar de plaatsen op de gewone postwagens reeds besproken waren, zelfs voor den volgenden dag, (want de aanstaande krooningsplegtigheden teParijs, trekken daar nog al nieuwsgierigen naar toe) bleef mij niets overig, dan met een fourgon van deVelocifères2te vertrekken. Hoe ongaarne ik dit ook deed, om dat dit rijtuig niet overOrleansmaar overChartresrijdt, besloot ik ’er echter nog te meêr toe, omdat het weder zeer regenachtig was, en het zich niet liet aanzien, dat ik veel in de omstreken vanTourszou kunnen wandelen, indien ik daar nog al een paar dagen was gebleven. Ook wilde ik toch wel eens met die nieuwe rijtuigen reizen, hoe weinig verwachting ik ’er ook, zoo dra ik dezelve maar gezien heb, van had, en in dat denkbeeld nog dagelijks bevestigd werd. Ik betaalde in decabrioletvan defourgon3, die even zoo gemakkelijk is als die van deVelocifèreszelve, vanTourstotParijsvoor iedere plaats £ 39–:–:. Wij vertrokken tegen den middag, omdat ’er denvorigen dag reeds iets aan het rijtuig gebroken was, dat hier hersteld moest worden, anders had het ’s morgens zeer vroegtijdig al moeten vertrekken.De landstreek een eindje buitenTours, over de hoogte en door het dorpMonneye, is zeer eenzelvig, zijnde meest korenakkers, en dus het gezigt niet aangenaam.—Zij schijnt ook niet zeer bevolkt, althans ik zag ’er zeer weinig woningen; de weg is met opgeworpen keitjes gemaakt; op sommige plaatsen was men daar mede bezig; hij werd omtrent 1½ voet uitgegraven, in deze groef een bedding van keijen gelegd en vervolgens met kleine keitjes gevuld. De toegangen vanChateau Regnault, zijn nog al aangenaam; langs den weg heeft men Italiaansche populieren en weilanden. Dit steedje ligt aan het riviertjele Brenne, 4 posten vanTours; inwendig ziet het ’er slordig en onaangenaam uit, behalve de overblijfsels van een oud Kasteel op eene hoogte gelegen, is ’er nog een ander, dat in veel later tijden schijnt gebouwd te zijn.—De weg wordt slecht, en de landstreek levert niets merkwaardigs op; ondertusschen begon het donker te worden, en wij kwamen omtrent ten 9 uren teVendome, waar de Postillon bij het inrijden van de poort ons bijna omver wierp; nu het was ’er ook zeer donker, want lantaarns schijnen hier in geen gebruik. In de herberg, daar wij afstapten, om het avondmaal te neemen, wachtte men deVelocifèredie vanParijsmoest komen, nog met het middagmaal; na dat wij gegeten hadden kwam zij eerstaan. Vele menschen waren hier dronken van den nieuwen wijn, dien men voor tweesolsde fles verkocht.Vendomeis 7½ post vanTours. Daar wij ’er dien zelfden avond om 11 uren weder van daan reden, zag ik ’er genoegzaam niets van, doch was ’er ook, naar ik vernam, niet veel bijzonders op te merken. Het is de tweede stad in rang van het DepartementLoir4et Cher, en aan de eerstgenoemde kleine rivier gelegen. Zij bevat ruim 6200 inwoners. Men maakt ’er veel handschoenen voorParijs, en eenige wollen stoffen; het omliggende landschapVendomoisgenaamd is vrij vruchtbaar in granen en eenig ooft; de wijnen die ’er geteeld worden dienen genoegzaam alleen voor het gebruik van de bewoners. Gelukkig was het nog al sterrelicht en de weg werd beter. Daar het rijtuig zoo lang over zijn tijd uitbleef, sliepen de postillons overal, en de Conducteur, die voor de eerstemaal deze reis deed, had veel moeite, om ze op te zoeken, het geen onze reis ook nog vertraagde. De dageraad begon aantebreken, toen wij den 9dendezer teChateaudun, 5 posten vanVendome, aankwamen; men verwisselde daar weder van paarden, en toen wij wegreden was het volkomen licht, dat mij vermaak deed, om dat ’er dit stadje gnap uitziet. De markt, waarop het Raadhuis staat, is een fraaije plaats, en zoo wel als eenige straten vrij regelmatig aangelegd;ook vernam ik, dat ’er 60 à 70 jaren geleden een groot gedeelte vanChateaudunafgebrand zijnde, hetzelve sedert nieuw is opgebouwd. Daar deze landstreek vruchtbaar is in koren, drijft dit stadje daar in veel handel. Het is op een rotsachtige hoogte gelegen; van die hoogte, even buiten hetzelve, heeft men een schoon gezigt op de omliggende vlakte, waar deLoirslingerende doorloopt. (Dit stadje is het eerste aan dezen kant in het Departementl’Eure et Loir.) Wat verder kwamen wij over een fraaije steenen brug over die rivier de Loir; de gelegenheid is hier schilderachtig, vooral wanneer de eerste stralen der zon zich over hetzelve verspreiden; eene schoone en uitgestrekte vlakte doet zich vervolgens op, en na een eind door dezelve gereden te hebben, eene fraaije beplanting, een Kasteel en eenige buitenplaatsen. Ongeveer om 8 uren kwamen wij aan het steedjeBonneval, mede aan deLoiraangenaam gelegen; doch het ziet ’er naar en bouwvallig uit. De weg, die vrij goed is, loopt aanhoudend door eene uitgestrekte vlakte met korenakkers, hier en daar is hij beplant, en men ziet aan beide kanten verscheidene dorpen, vervolgens na eenige uren voortgereden te zijn, vertoonde zich van verre de Hoofdkerk vanChartres, met twee spitse torens pralende, en digter genaderd zijnde, leverde die, met de verdere huizen en gebouwen van die stad, geen onaardig gezichtje op, zoo als gij uit de bijgaande afteekening zien zult. Wij kwamen ’er omtrent 11 uren voor den middag aan, wantonze postillons hadden nog al vrij wel gereden, (Chartresis 6 posten vanChateaudun) en stapten af aan hetHotèl du grand Monarque, over een van de stads poorten; hier moesten wij het middagmaal houden. Dit Hotèl ziet ’er van buiten zeer wel uit, doch het eten beantwoordde ’er niet aan. Naauwelijks had ik den tijd, om even in de stad te gaan. Nu ’er is ook weinig bijzonders te zien. Het koor van deSt. AndréasKerk staat op een gewelf daar het riviertjel’Eureonder doorspoelt, en wordt door Bouwkundigen als iets merkwaardigs beschouwd. Deze stad is oud en ziet ’er ook wel ouderwets uit. Men meent te moeten veronderstellen, dat zij haren oorsprong aan deDruïden, naar welke ook het naburig stadjeDreuxgenoemd werd, verschuldigd is. Thans is zij de Hoofdplaats van het Departementl’Eure et Loir, en bevat omtrent 15,000 inwoners. Zij drijven veel handel in graan; men maakt ’er ook eene soort van serges, en de pasteijen vanChartreszijn zeer beroemd; vooral teParijswordt daar veel werk van gemaakt. Buiten de poort bij het Hotèl, waar ik gegeten had, was op een terras eene gemeene wandeling, maar zij scheen nog niet lang geleden beplant; behalve datHotèlstaat hier digt bij nog een ander, dat ’er niet minder goed uitziet; de voorname herbergen en uitspanningen zijn aan dezen kant, want de groote weg loopt niet door de stad, maar hier voorbij.—Hendrikde IV. werd hier in 1594 gekroond.Chartres.Chartres.Om één uur reden wij verder door een landstreek,meestal met korenakkers, en langs een’ weg over hoogtens en laagtens, die hier en daar nog al aangename gezigten opleveren, tot het steedjeMaintenon, 2¼ post vanChartres, waar wij van paarden verwisselden. Dit plaatsje is aangenaam gelegen, ’er is een aanzienlijk Kasteel, voorheen het verblijf van de beruchte bijzit vanLodewijkden XIV., welke denzelfden naam voerde5. Die verkwistende Vorst liet hier ook eenAquaducbouwen, om het water van het riviertjel’Eurenaar de vijvers en fonteinen vanVersailleste geleiden; men ziet ’er nog de aanzienlijke overblijfsels van achter en ter zijde van het Kasteel. In 1686 werd ’er een kampement van krijgsvolk bijMaintenongelegd, om aan dezeAquaducte helpen maken6. Dit Kasteel is met breede grachten vol water omringd, de omstreken aangenaam beplant en lommerijk. Een eindje weegs buiten dit plaatsje, komt men op den grooten straatweg overVersaillesnaarParijs, en nu wordtmen, behalve den goeden weg, zeer wel gewaar, dat men de voormalige Hofplaats vanFrankrijknadert. De breede weg is aan beide zijden aangenaam en regelmatig beplant, en in een schoon landschap ziet men hier en daar fraaije buitenplaatsen. Eer wij teEpernonkwamen, en gelukkig niet ver van daar, ontdekten wij, dat de onderriemen, waarop het rijtuig hing, bijna geheel gebroken waren; voorzigtig rijdende, bragten wij het echter nog tot dat plaatsje; doch hier zeide ons de Conducteur, dat wij verpligt zouden zijn, om den nacht over te blijven, terwijl het rijtuig hersteld werd, in plaats van door te rijden, om nog denzelfden nacht teParijste komen, zoo als het oogmerk was. Daar ik geen haast had, was mij dit ongeval gansch niet onaangenaam, want nu had ik tijd, om dit plaatsje en de aangename omstreken te zien, zijnde het pas 4½ uur na den middag; daarenboven kon ik hier eene behoorlijke nachtrust genieten, en den volgenden dag de aangename landstreek, die wij nog door te reizen hadden, beschouwen. De omstreken vanEpernon, het laatste steedje van het Departementl’Eure et Loiraan dezen kant, en juist op de grenzen van hetzelve gelegen, zijn allerliefst; het is 3¼ post vanChartresgelegen, en nu waren wij nog 7½ post vanParijs. Inwendig ziet het ’er ook nog al welvarende uit. Men was ’er drok bezig met wijn te persen, in een groot gebouw, voor een soort van wijnpakhuis gemaakt; en daar men ’er niet gierig was op een dronk, deden eenige lieden, en zelfs aankomendejongens, ’er zich ter deeg aan tegoed7, en begonnen regt lustig te worden. Een jongen op een ton gezeten, een vrij dik man, die de hoogte al begon te krijgen, tegen dezelve leunende, en anderen die nog bezig waren met buizen, dit alles zou aan denAntwerpschenschilderJordaens, een goed model voor een Bacchusfeest opgeleverd hebben: hij had ’er slechts eenige half naakte vrouwlieden bijtevoegen.Bij dit steedje, aan den kant waar het kleine riviertje,l’Ouillegenaamd, stroomt, ziet men groene beemden, die met eenige woeste rotsen daar bij liggende, een aardige tegenstrijdigheid opleveren. Van andere hoogtens hieromstreeks heeft men ook aangename en schilderachtige gezigten, waartoe het boschachtige van de landstreek, hier en daar, niet weinig bijdraagt.Het avondmaal en de ligging was vrij goed, vooral voor den matigen prijs van £ 2–10-: de persoon, en hier voor had ik ’s avonds nog vuur op mijn kamer gehad.Den 10 dezer, met het opgaan van de zon, enhet aanbreken van een’ heerlijken herfstmorgen, vertrokken wij vanEpernon. De Conducteur, eenElzasser, was een van de geschiktsten, dien ik op reis ontmoet heb. Deze zeer ongerust zijnde dat hij ongenoegen over het lang uitblijven zou hebben, (want zonder verdere ongelukken zou het wel 24 uren over den gewonen tijd zijn) beloofde ik hem, om benevens mijn bediende, verklaringen dienaangaande te zullen geven8, het geen ik des te gereder deed, omdat deze rijtuigen, hoewel gemakkelijker en gezwinder gaande dan de gewone postwagens, veel te ligt en digt zijn, en alzoo bloot staan om gedurig te breken; vooral, wanneer de wegen niet allerbest zijn; de reizigers worden ’er dus maar aan gewaagd. Dagelijks gebeuren ’er ongelukken met dieVelocifères, zoo als ik daar van onderweg verscheidene voorvallen gehoord heb, en nog schijnt men dienaangaande geen genoegzame maatregelen te gebruiken9. Wat baat het toch, of men al gemakkelijk zit, als men naderhand door een val verminkt wordt, of een ander ongemak krijgt, en wat helpthet, of men op weg zijnde al gezwind rijdt, als men daarna verpligt is om zich eenige uren optehouden, terwijl het rijtuig gemaakt wordt. Ondertusschen is deze nieuwe uitvinding zeer wel voor verbetering vatbaar, zij behoeven slechts steviger gemaakt te worden; doch dan worden zij zwaarder en hebben dus een paard meêr noodig, en hier bij vindt de baatzucht haar rekening niet. Ik voor mij, reizende, om optemerken en te beschouwen, verkies dan, behalve om de opgenoemde redenen, de gewone postwagen, juist omdat zij minder gezwind gaan, en men den tijd heeft om zich hier en daar optehouden; zelfs verkies ik ze, vooral inFrankrijk, boven een eigen rijtuig, zoo als ik u in een mijner eerste brieven gezegd heb, en in welk gevoelen ik meêr en meêr ben bevestigd geworden.Rambouillet.Rambouillet.De weg vanEpernonnaarRambouilletis allerverrukkelijkst; hij loopt over eenige nog al steile hoogtens, door een schilderachtig landschap. Eer men aan het laatstgenoemde plaatsje komt, ziet men aan de linkerhand een digt bosch, waarin eenige vrij zware opgaande elzen; onder de sombere schaduw was een waterplas; hier en daar hingen de takken tot op het water; de stijve kunst had hier de natuur niet ontsierd, alles stond zoo regt onregelmatig en bevallig door elkanderen, het was juist in den smaak van de teekeningen vanWaterlo. Vervolgens heeft men een fraai gezigt op het Kasteel vanRambouillet, den grooten vijver en schoone bosschen van hetzelve. Men komt voorbij verscheidenegoede en aangenaam gelegen buitenverblijven tot aan het Posthuis, dat ook een fraai gebouw is, en hier bevonden wij, dat ’er wederom wat aan het rijtuig moest hersteld worden. Voor mij kon dat niet gelukkiger uitvallen; ik hield mij dan niet lang op, om te ontbijten, maar ging met een stuk in de hand wandelen.—ô! welk een verrukkelijk oord!10Omtrent achter het Posthuis is eene wandeling onder acacia-boomen, en langs de boorden van een’ grooten vijver. Van daar heeft men een schoon gezigt op het kasteel en de bosschen bij hetzelve. Eenige stukken rots, die boven het water uitsteken, hoewel zeer natuurlijk, zijn daar dunkt mij door de kunst geplaatst. Aan een’ anderen kant zag ik de overblijfsels, naar het scheen, van het een of ander gedenkteeken, denkelijk in het begin van de omwenteling afgebroken. Bijna over het Posthuis is een heuvel met denneboomen beplant. Het stadje zelve ziet ’er ook welvarende uit. Daar het raadhuis, dat van buiten een fraai aanzien heeft, openstond, ging ik ’er in, en vond den muur of het behangsel van de Raadzaal nog beschilderd met de beeldtenissen vanBrutus, Porsenna, Mucius Scevolaen eenige anderen—men ziet anders het borstbeeldvan KeizerNapoléon, op vele diergelijke plaatsen. VanBrutussprekende, teweten vanLucius Junius Brutus, en niet van het hoofd eener zamenzwering onder deRomeinen, die den dolk durfde stooten in de borst vanCæsar, herinner ik mij de schoone versen, waarinVoltaireook dit stuk geschreven heeft, en onder anderen de eerste regels11. En diergelijke stukken werden lang voor de omwenteling gespeeld en gelezen. Van binnen zag ’er dit Raadhuis ook vrij wel uit. Op de plaats voor hetzelve werd eene verkooping van hout aangekondigd,in de Bosschen van den Keizer, zoo als ik ook op de verkoopingscelen las;—eenige lieden merkten aan, dat die bosschen nog niet lang geledenNationale Bosschengenaamd werden, en schenen over die verandering niet zeer gesticht.—Denkelijk waren het Jakobijnen of zulk soort van volk, want wie zou anders aan een held, aan wien men de oppermagt over het geheele land in handen heeft gegeven, eenige bosschen willen onthouden.Op het Kasteel schenen militairen te leggen, zij moeten daar een aangenaam verblijf hebben. Dit Kasteel behoorde voorheen aan den HertogDe Penthièvre, die Heer was vanRambouillet; het is een ouderwetsch maar aanzienlijk gebouw, bij hetzelve staan nog eenige andere fraaije gebouwen.Den Conducteur gewaarschuwd hebbende, wandelde ik verder den grooten weg op, zij is aan beide zijden met zware boomen, die dezelve beschaduwen, beplant, en maakt daar door een schoone laan, die vrij lang is. Aan de regterhand heeft men akkerland, en aan de linker niet dan schoone bosschen12. Het hout staat hier zoo tierig, dat het een lust is, om te zien, en ik kan wel zeggen, dat ik op mijn geheele reis, naar mijn zin, geen aangenamer oord aangetroffen heb dan dit, en begrijp niet, hoe menschen, die nog al smaak schijnen te hebben, en die het aan geen geldmiddelen hapert; dit verblijf althans voor ’s zomers niet boven de veelal bedompte straten vanParijsverkiezen.Na omtrent 1½ uur met zeer veel genoegen gewandeld te hebben, werd ik eerst het rijtuig gewaar, men had het weder zoo wat gelapt; ik stapte ’er op, en wij sukkelden voort. De landstreek is aanhoudend zeer aangenaam, en vrij wel bevolkt. De weg is op veel plaatsen met appelen- en peren-boomen beplant. Welhaast naderden wij de schoone toegangen vanVersailles, welke plaats met de omstreken van dien, ik reeds naauwkeurig gezien had, en waarvan ik u in ’t vervolg misschien het een en ander zal mededelen; gelijk ook overParijsen verdere omliggende plaatsen: Mijne gehouden aanteekeningen gedurende een verblijf van ruim twee jaren in dezestad, zullen mij daar nog al eenige stof toe kunnen opleveren.Bij het inkomen vanVersaillesdoorsnuffelden de Commisen aan debarrièrehet rijtuig, doch ik behoefde mijne koffer niet te openen. Deze stad is 3¾ post vanRambouillet, en 2¼ post vanParijs.Tot bijSevres, waar de bekende porcelein-fabriek is, bleef ik nog op het rijtuig, doch daar de voornaamste riemen gebroken waren, en het genoegzaam alleen op de burrie rustte, verkoos ik van daar naarParijste wandelen, stellig voornemende, om zoo lang deVelocifères13niet verbeterd worden, niet meêr met dezelven te reizen. Omstreeks vijf uren kwam ik hier aan, na eene afwezigheid van 3 maanden min weinige dagen; hebbende in dien tijd de schoonste reis gedaan, die ’er inFrankrijkte doen is14, en zoo ik meen op de geschikste en min kostbaarste wijze. Op de nieuwste kaart der postwegen (routes de postes) die ik hier bijvoeg, zult gij naauwkeurig de weg kunnen zien die ik geredenheb, behalve in deCevennesen een gedeelte van dePyreneën15.Van hier weet ik u niets bijzonders te zeggen dan dat men vele en kostbare toebereidselen voor het aanstaande krooningsfeest maakt.—Omtrent 1000 jaren na den zoogenaamdenCarolus Magnus, krijgtFrankrijkdan weder een Keizer; en dat na een dan meêr dan min Republikeinsch bestuur van omtrent 12 jaren. DeParijsenaarsdie, zoo als ik U reeds gezegd heb, veel van kwinkslagen houden, zeggen daaromtrent hunne aardigheden. Velen hebben zich over deze verandering van zaken verwonderd, ondertusschen is dezelve lang te voorzien geweest, en ik herinner mij zeer wel van reeds omtrent 2½ jaar geleden daar vanhier te hebben hooren spreken, en eenige uwer stadgenooten, die zich toen hier bevonden, zullen zich zulks ook wel herinneren.Welk een geluk echter voor het menschdom, indien de nieuwe Keizer ons spoedig eenen bestendigen Vrede kon bezorgen; ons Vaderland moet dien hoog noodig hebben.—Hier wordt men niet gewaar, dat het oorlog is. Vaarwel!1Ik zag teTourseen soort van uitroeper, aankondigende, dat ’er bij N.N. nieuwe wijn te koop was; hij had een fles van dien wijn in de hand, en liet ieder der voorbijgangers, die het begeerde, daar van proeven.2Velocifèreszijn nieuw uitgevonden rijtuigen, veel ligter, en dus gezwinder gaande, dan die welke men gewoonlijk gebruikt; de naam komt dan ook van hetFranschewoordVelocite, gezwindheid, snelheid; jammer is het, dat ’er de stevigheid aan ontbreekt.—Nu dat ziet men wel eens meêr van Fransch werk.3DeFourgonis het rijtuig waarin de koffers enz. van de reizigers geladen worden, want men kan die niet met zich op deVelocifèrenemen; dezeFourgonrijdt dan vooruit of komt achter aan, zoo als heden het geval is. Dit rijtuig hangt of staat ook op veeren, en voor en achter zijn afzonderlijke plaatsen voor reizigers, doch de achterste zijn naar ik vernam niet zeer gemakkelijk; voor aan zit men zeer goed.4Le Loiris weder een andere en kleinere rivier danle Loire, die voorbijToursenz. stroomt.5Deze bijzit werd opperste van de AbdijSt. Cyr, die in 1686 in de nabijheid vanVersaillesgesticht werd. Als men opmerkt, hoe men ook inFrankrijkmet de Roomsche Religie heeft omgesprongen, verwondert men zich niet dat velen ’er in dat Land zoo weinig waarde aan hechten.6De soldaten werden dan aan een werk ten dienste van het Hof gebruikt. Zou men ze bij ons in vredestijd niet op eene betere, en voor het algemeen nuttige wijze kunnen te werk stellen, in het doen bewerken van onze heiden en woeste gronden?7De nieuwe wijn gold hier ook niet meêr dan 2solsde fles. Op sommige plaatsen, waar wij doorgekomen waren, te afgelegen zijnde voor den handel, bood de eigenaar van wijngaarden aan, om, indien men hem eenige nieuwe wijnvaten wilde geven, men daarvoor de helft met wijn gevuld weder terug kon krijgen; zoodat de vaten daar meerder waard waren dan de wijn.8Ondertusschen wachtten de reizigers teParijsnaar hunbagage.9Een reisgenoot teBordeauxgebleven zijnde, en van daar 14 dagen na mij teParijsperVelocifèreterug gekomen, is ’er onder weg ook al wat aan gebroken, zoodat zij verpligt geweest zijn om zich eenigen tijd op te houden, nacht en dag vervolgens door te rijden, en nog kwamen zij lang over hun tijd aan.10Zie hier eene juiste afteekening van een gedeelte van hetzelve, gaarne wilde ik ’er u meêr van laten zien; doch om al de schoone gezigten, die men hier aantreft, afteteekenen, zou een bekwaam schilder of teekenaar nog al eenigen tijd werk hebben.11Destructeurs de Tirans, vous qui n’avez pour Rois Que les Dieux de Numa, vos vertus, et nos loix, etc.12De bosschen vanRambouilletzijn ruim 7000 morgen groot.13De boeren en andere lieden, op vele plaatsen daar wij doorkwamen, noemden zeles Lucifers, en waarlijk zij verdienen dikwijls dien naam, om het ongemak dat zij den reizenden veroorzaken.14Wanneer het niet zoo laat in het jaar geweest was, had ik echter deLoiretotNantesnog afgevaren, hoewel de boorden van die rivier aan dien kant juist het fraaiste niet zijn, en vervolgens langs een gedeelte der kusten en overRouenterug gekomen.15Op reis heb ik, zoo als gij gezien heb, juist geen bijzondere gevallen gehad, doch hier, van het bureau van deVelocifèresnaar huis gaande, en op dePont Neufkomende, greep mij een man bij den kraag, en gelaste mij om met hem naar het eerste wachthuis (Corps de Garde) te gaan, een tweede kwam terstond aan mijn andere zijde; ik verzocht dat men mij los zou laten, daar ik gewillig mede wilde gaan; dit geschiedde dan ook, en ik werd tusschen die twee lieden naar het wachthuis op dePont Neufgeleid; een Politie-Commissaris vroeg mij, daar naar mijn paspoort of dergelijke; van de reis komende, had ik dit bij mij, zoodra de Commissaris het ingezien, en mij van het hoofd tot de voeten bekeken had, zeî hij, dat het goed was en ik heen kon gaan, zonder echter eenige verontschuldigingen wegens dien verkeerden aanslag te maken; want naar ik merkte, had men mij voor een ander, van wien men denkelijk het signalement had, genomen.
Vijf en Twintigste Brief.Parijs, 16 October.Den 8endezer verliet ikTours, na alvorens nog eens rond gewandeld te hebben. Over het geheel is deze stad niet onaangenaam bebouwd, doch de overige straten zijn op verre na zoo fraai niet als die, waarvan ik u reeds gesproken heb. Men is nog bezig met ’er nieuwe aanteleggen, ter plaatse waar voorheen een groot gebouw, dat een Kerk of Klooster was, stond; en dit gedeelte van de stad zal daar door aanmerkelijk verfraaid worden. Voor de omwenteling was hier ook eene menigte Kerken en Kloosters; geen wonder, het is een goede en vruchtbare landstreek1. De zijdenstoffen fabrieken zijn vooral sedert de herroeping van het Edict vanNantesaanmerkelijk in deze stad verminderd, zoo wel als het getal der ingezetenen, dat thans maar op 21,000 begroot wordt, voorheen waren ’er bijna eens zoo veel.—Zie daar de gevolgen van de onverdraagzaamheid en vervolgzucht!—Behalve onderscheidene soorten van Damasten, voorheen zeer veel in gebruik, is de stof bij ons bekend onder den naam vangros de Tours, van hier afkomstig. ’Er zijn ook eenige leêrlooijerijen.Thans isToursde hoofdstad van het Departementl’Indre et Loire, en is zekerlijk, wat de gelegenheid aanbelangt, een der fraaiste en aangenaamste steden vanFrankrijk.De onder anderen door de verzen vanVoltaireberuchteAgnes Sorelis in dit Departement geboren; ondertusschen verwondert het mij, dat men nog heden teTourseen straat naar die bijzit vanKarelden VII. noemt, en dien naam op den hoek van dezelve geschreven ziet, zonder dat men die na de omwenteling schijnt uitgewischt te hebben. Zoo onregtvaardig zijn de menschen, een vrouw die met een zoogenaamd gemeen man buiten het huwelijk leeft, overlaadt men met smaad en verachting, terwijl men de bijzitten van Vorsten of Grooten eer bewijst; de eene wordt in het spinhuis, en de andere naast den troon geplaatst. Op dezelfde wijze gaat het in zoo vele andere gevallen, de eene, bij voorbeeld, eene verandering in de regering of het staatsgestel van zijn land willende bewerken, sterft als een oproermaker op het schavot, en de anderedie hetzelfde doet, maar gelukkiger is, leeft omringd van magt en gezag.—Hier ligt het grijze hoofd vanOldenbarneveldaan de voeten van den scherpregter, en daar doetMauritsin Vorstelijken tooi zijn trots en heerschzucht gelden.Met meêr regt mag dit Departement dan roem dragen (behalve opDescartes) op den vermaarden hekelachtigen schrijver en wijsgeerRabelais, van wien ik reeds, overMontpellierhandelende, sprak; en die teChinon, een stadje niet ver vanTours, geboren werd. Men verhaalt vanRabelais, dat hij den KanselierDuprat, die onder de regering vanLodewijkden XII. enFranciscusden I. geleefd heeft, willende spreken, en wel wetende dat het niet gemakkelijk was, om de groote Heeren te naderen, den portier in hetLatijnaansprak; deze hem niet begrijpende riep den kamerdienaar, enRabelaissprakGrieksch; vervolgens kwam de eerste klerk van het secretarij en hij sprakHebreeuwsch; de Secretaris voorkomende, liet hij zich in hetSyrischhooren; eindelijk kwam de Kanselier zelve, enRabelaisdeed zijne boodschap in hetFransch, met bijvoeging van de reden, waarom hij met zooveel taalgeleerdheid voor den dag was gekomen, waar over de Minister dan ook hartelijk lagchte.Daar de plaatsen op de gewone postwagens reeds besproken waren, zelfs voor den volgenden dag, (want de aanstaande krooningsplegtigheden teParijs, trekken daar nog al nieuwsgierigen naar toe) bleef mij niets overig, dan met een fourgon van deVelocifères2te vertrekken. Hoe ongaarne ik dit ook deed, om dat dit rijtuig niet overOrleansmaar overChartresrijdt, besloot ik ’er echter nog te meêr toe, omdat het weder zeer regenachtig was, en het zich niet liet aanzien, dat ik veel in de omstreken vanTourszou kunnen wandelen, indien ik daar nog al een paar dagen was gebleven. Ook wilde ik toch wel eens met die nieuwe rijtuigen reizen, hoe weinig verwachting ik ’er ook, zoo dra ik dezelve maar gezien heb, van had, en in dat denkbeeld nog dagelijks bevestigd werd. Ik betaalde in decabrioletvan defourgon3, die even zoo gemakkelijk is als die van deVelocifèreszelve, vanTourstotParijsvoor iedere plaats £ 39–:–:. Wij vertrokken tegen den middag, omdat ’er denvorigen dag reeds iets aan het rijtuig gebroken was, dat hier hersteld moest worden, anders had het ’s morgens zeer vroegtijdig al moeten vertrekken.De landstreek een eindje buitenTours, over de hoogte en door het dorpMonneye, is zeer eenzelvig, zijnde meest korenakkers, en dus het gezigt niet aangenaam.—Zij schijnt ook niet zeer bevolkt, althans ik zag ’er zeer weinig woningen; de weg is met opgeworpen keitjes gemaakt; op sommige plaatsen was men daar mede bezig; hij werd omtrent 1½ voet uitgegraven, in deze groef een bedding van keijen gelegd en vervolgens met kleine keitjes gevuld. De toegangen vanChateau Regnault, zijn nog al aangenaam; langs den weg heeft men Italiaansche populieren en weilanden. Dit steedje ligt aan het riviertjele Brenne, 4 posten vanTours; inwendig ziet het ’er slordig en onaangenaam uit, behalve de overblijfsels van een oud Kasteel op eene hoogte gelegen, is ’er nog een ander, dat in veel later tijden schijnt gebouwd te zijn.—De weg wordt slecht, en de landstreek levert niets merkwaardigs op; ondertusschen begon het donker te worden, en wij kwamen omtrent ten 9 uren teVendome, waar de Postillon bij het inrijden van de poort ons bijna omver wierp; nu het was ’er ook zeer donker, want lantaarns schijnen hier in geen gebruik. In de herberg, daar wij afstapten, om het avondmaal te neemen, wachtte men deVelocifèredie vanParijsmoest komen, nog met het middagmaal; na dat wij gegeten hadden kwam zij eerstaan. Vele menschen waren hier dronken van den nieuwen wijn, dien men voor tweesolsde fles verkocht.Vendomeis 7½ post vanTours. Daar wij ’er dien zelfden avond om 11 uren weder van daan reden, zag ik ’er genoegzaam niets van, doch was ’er ook, naar ik vernam, niet veel bijzonders op te merken. Het is de tweede stad in rang van het DepartementLoir4et Cher, en aan de eerstgenoemde kleine rivier gelegen. Zij bevat ruim 6200 inwoners. Men maakt ’er veel handschoenen voorParijs, en eenige wollen stoffen; het omliggende landschapVendomoisgenaamd is vrij vruchtbaar in granen en eenig ooft; de wijnen die ’er geteeld worden dienen genoegzaam alleen voor het gebruik van de bewoners. Gelukkig was het nog al sterrelicht en de weg werd beter. Daar het rijtuig zoo lang over zijn tijd uitbleef, sliepen de postillons overal, en de Conducteur, die voor de eerstemaal deze reis deed, had veel moeite, om ze op te zoeken, het geen onze reis ook nog vertraagde. De dageraad begon aantebreken, toen wij den 9dendezer teChateaudun, 5 posten vanVendome, aankwamen; men verwisselde daar weder van paarden, en toen wij wegreden was het volkomen licht, dat mij vermaak deed, om dat ’er dit stadje gnap uitziet. De markt, waarop het Raadhuis staat, is een fraaije plaats, en zoo wel als eenige straten vrij regelmatig aangelegd;ook vernam ik, dat ’er 60 à 70 jaren geleden een groot gedeelte vanChateaudunafgebrand zijnde, hetzelve sedert nieuw is opgebouwd. Daar deze landstreek vruchtbaar is in koren, drijft dit stadje daar in veel handel. Het is op een rotsachtige hoogte gelegen; van die hoogte, even buiten hetzelve, heeft men een schoon gezigt op de omliggende vlakte, waar deLoirslingerende doorloopt. (Dit stadje is het eerste aan dezen kant in het Departementl’Eure et Loir.) Wat verder kwamen wij over een fraaije steenen brug over die rivier de Loir; de gelegenheid is hier schilderachtig, vooral wanneer de eerste stralen der zon zich over hetzelve verspreiden; eene schoone en uitgestrekte vlakte doet zich vervolgens op, en na een eind door dezelve gereden te hebben, eene fraaije beplanting, een Kasteel en eenige buitenplaatsen. Ongeveer om 8 uren kwamen wij aan het steedjeBonneval, mede aan deLoiraangenaam gelegen; doch het ziet ’er naar en bouwvallig uit. De weg, die vrij goed is, loopt aanhoudend door eene uitgestrekte vlakte met korenakkers, hier en daar is hij beplant, en men ziet aan beide kanten verscheidene dorpen, vervolgens na eenige uren voortgereden te zijn, vertoonde zich van verre de Hoofdkerk vanChartres, met twee spitse torens pralende, en digter genaderd zijnde, leverde die, met de verdere huizen en gebouwen van die stad, geen onaardig gezichtje op, zoo als gij uit de bijgaande afteekening zien zult. Wij kwamen ’er omtrent 11 uren voor den middag aan, wantonze postillons hadden nog al vrij wel gereden, (Chartresis 6 posten vanChateaudun) en stapten af aan hetHotèl du grand Monarque, over een van de stads poorten; hier moesten wij het middagmaal houden. Dit Hotèl ziet ’er van buiten zeer wel uit, doch het eten beantwoordde ’er niet aan. Naauwelijks had ik den tijd, om even in de stad te gaan. Nu ’er is ook weinig bijzonders te zien. Het koor van deSt. AndréasKerk staat op een gewelf daar het riviertjel’Eureonder doorspoelt, en wordt door Bouwkundigen als iets merkwaardigs beschouwd. Deze stad is oud en ziet ’er ook wel ouderwets uit. Men meent te moeten veronderstellen, dat zij haren oorsprong aan deDruïden, naar welke ook het naburig stadjeDreuxgenoemd werd, verschuldigd is. Thans is zij de Hoofdplaats van het Departementl’Eure et Loir, en bevat omtrent 15,000 inwoners. Zij drijven veel handel in graan; men maakt ’er ook eene soort van serges, en de pasteijen vanChartreszijn zeer beroemd; vooral teParijswordt daar veel werk van gemaakt. Buiten de poort bij het Hotèl, waar ik gegeten had, was op een terras eene gemeene wandeling, maar zij scheen nog niet lang geleden beplant; behalve datHotèlstaat hier digt bij nog een ander, dat ’er niet minder goed uitziet; de voorname herbergen en uitspanningen zijn aan dezen kant, want de groote weg loopt niet door de stad, maar hier voorbij.—Hendrikde IV. werd hier in 1594 gekroond.Chartres.Chartres.Om één uur reden wij verder door een landstreek,meestal met korenakkers, en langs een’ weg over hoogtens en laagtens, die hier en daar nog al aangename gezigten opleveren, tot het steedjeMaintenon, 2¼ post vanChartres, waar wij van paarden verwisselden. Dit plaatsje is aangenaam gelegen, ’er is een aanzienlijk Kasteel, voorheen het verblijf van de beruchte bijzit vanLodewijkden XIV., welke denzelfden naam voerde5. Die verkwistende Vorst liet hier ook eenAquaducbouwen, om het water van het riviertjel’Eurenaar de vijvers en fonteinen vanVersailleste geleiden; men ziet ’er nog de aanzienlijke overblijfsels van achter en ter zijde van het Kasteel. In 1686 werd ’er een kampement van krijgsvolk bijMaintenongelegd, om aan dezeAquaducte helpen maken6. Dit Kasteel is met breede grachten vol water omringd, de omstreken aangenaam beplant en lommerijk. Een eindje weegs buiten dit plaatsje, komt men op den grooten straatweg overVersaillesnaarParijs, en nu wordtmen, behalve den goeden weg, zeer wel gewaar, dat men de voormalige Hofplaats vanFrankrijknadert. De breede weg is aan beide zijden aangenaam en regelmatig beplant, en in een schoon landschap ziet men hier en daar fraaije buitenplaatsen. Eer wij teEpernonkwamen, en gelukkig niet ver van daar, ontdekten wij, dat de onderriemen, waarop het rijtuig hing, bijna geheel gebroken waren; voorzigtig rijdende, bragten wij het echter nog tot dat plaatsje; doch hier zeide ons de Conducteur, dat wij verpligt zouden zijn, om den nacht over te blijven, terwijl het rijtuig hersteld werd, in plaats van door te rijden, om nog denzelfden nacht teParijste komen, zoo als het oogmerk was. Daar ik geen haast had, was mij dit ongeval gansch niet onaangenaam, want nu had ik tijd, om dit plaatsje en de aangename omstreken te zien, zijnde het pas 4½ uur na den middag; daarenboven kon ik hier eene behoorlijke nachtrust genieten, en den volgenden dag de aangename landstreek, die wij nog door te reizen hadden, beschouwen. De omstreken vanEpernon, het laatste steedje van het Departementl’Eure et Loiraan dezen kant, en juist op de grenzen van hetzelve gelegen, zijn allerliefst; het is 3¼ post vanChartresgelegen, en nu waren wij nog 7½ post vanParijs. Inwendig ziet het ’er ook nog al welvarende uit. Men was ’er drok bezig met wijn te persen, in een groot gebouw, voor een soort van wijnpakhuis gemaakt; en daar men ’er niet gierig was op een dronk, deden eenige lieden, en zelfs aankomendejongens, ’er zich ter deeg aan tegoed7, en begonnen regt lustig te worden. Een jongen op een ton gezeten, een vrij dik man, die de hoogte al begon te krijgen, tegen dezelve leunende, en anderen die nog bezig waren met buizen, dit alles zou aan denAntwerpschenschilderJordaens, een goed model voor een Bacchusfeest opgeleverd hebben: hij had ’er slechts eenige half naakte vrouwlieden bijtevoegen.Bij dit steedje, aan den kant waar het kleine riviertje,l’Ouillegenaamd, stroomt, ziet men groene beemden, die met eenige woeste rotsen daar bij liggende, een aardige tegenstrijdigheid opleveren. Van andere hoogtens hieromstreeks heeft men ook aangename en schilderachtige gezigten, waartoe het boschachtige van de landstreek, hier en daar, niet weinig bijdraagt.Het avondmaal en de ligging was vrij goed, vooral voor den matigen prijs van £ 2–10-: de persoon, en hier voor had ik ’s avonds nog vuur op mijn kamer gehad.Den 10 dezer, met het opgaan van de zon, enhet aanbreken van een’ heerlijken herfstmorgen, vertrokken wij vanEpernon. De Conducteur, eenElzasser, was een van de geschiktsten, dien ik op reis ontmoet heb. Deze zeer ongerust zijnde dat hij ongenoegen over het lang uitblijven zou hebben, (want zonder verdere ongelukken zou het wel 24 uren over den gewonen tijd zijn) beloofde ik hem, om benevens mijn bediende, verklaringen dienaangaande te zullen geven8, het geen ik des te gereder deed, omdat deze rijtuigen, hoewel gemakkelijker en gezwinder gaande dan de gewone postwagens, veel te ligt en digt zijn, en alzoo bloot staan om gedurig te breken; vooral, wanneer de wegen niet allerbest zijn; de reizigers worden ’er dus maar aan gewaagd. Dagelijks gebeuren ’er ongelukken met dieVelocifères, zoo als ik daar van onderweg verscheidene voorvallen gehoord heb, en nog schijnt men dienaangaande geen genoegzame maatregelen te gebruiken9. Wat baat het toch, of men al gemakkelijk zit, als men naderhand door een val verminkt wordt, of een ander ongemak krijgt, en wat helpthet, of men op weg zijnde al gezwind rijdt, als men daarna verpligt is om zich eenige uren optehouden, terwijl het rijtuig gemaakt wordt. Ondertusschen is deze nieuwe uitvinding zeer wel voor verbetering vatbaar, zij behoeven slechts steviger gemaakt te worden; doch dan worden zij zwaarder en hebben dus een paard meêr noodig, en hier bij vindt de baatzucht haar rekening niet. Ik voor mij, reizende, om optemerken en te beschouwen, verkies dan, behalve om de opgenoemde redenen, de gewone postwagen, juist omdat zij minder gezwind gaan, en men den tijd heeft om zich hier en daar optehouden; zelfs verkies ik ze, vooral inFrankrijk, boven een eigen rijtuig, zoo als ik u in een mijner eerste brieven gezegd heb, en in welk gevoelen ik meêr en meêr ben bevestigd geworden.Rambouillet.Rambouillet.De weg vanEpernonnaarRambouilletis allerverrukkelijkst; hij loopt over eenige nog al steile hoogtens, door een schilderachtig landschap. Eer men aan het laatstgenoemde plaatsje komt, ziet men aan de linkerhand een digt bosch, waarin eenige vrij zware opgaande elzen; onder de sombere schaduw was een waterplas; hier en daar hingen de takken tot op het water; de stijve kunst had hier de natuur niet ontsierd, alles stond zoo regt onregelmatig en bevallig door elkanderen, het was juist in den smaak van de teekeningen vanWaterlo. Vervolgens heeft men een fraai gezigt op het Kasteel vanRambouillet, den grooten vijver en schoone bosschen van hetzelve. Men komt voorbij verscheidenegoede en aangenaam gelegen buitenverblijven tot aan het Posthuis, dat ook een fraai gebouw is, en hier bevonden wij, dat ’er wederom wat aan het rijtuig moest hersteld worden. Voor mij kon dat niet gelukkiger uitvallen; ik hield mij dan niet lang op, om te ontbijten, maar ging met een stuk in de hand wandelen.—ô! welk een verrukkelijk oord!10Omtrent achter het Posthuis is eene wandeling onder acacia-boomen, en langs de boorden van een’ grooten vijver. Van daar heeft men een schoon gezigt op het kasteel en de bosschen bij hetzelve. Eenige stukken rots, die boven het water uitsteken, hoewel zeer natuurlijk, zijn daar dunkt mij door de kunst geplaatst. Aan een’ anderen kant zag ik de overblijfsels, naar het scheen, van het een of ander gedenkteeken, denkelijk in het begin van de omwenteling afgebroken. Bijna over het Posthuis is een heuvel met denneboomen beplant. Het stadje zelve ziet ’er ook welvarende uit. Daar het raadhuis, dat van buiten een fraai aanzien heeft, openstond, ging ik ’er in, en vond den muur of het behangsel van de Raadzaal nog beschilderd met de beeldtenissen vanBrutus, Porsenna, Mucius Scevolaen eenige anderen—men ziet anders het borstbeeldvan KeizerNapoléon, op vele diergelijke plaatsen. VanBrutussprekende, teweten vanLucius Junius Brutus, en niet van het hoofd eener zamenzwering onder deRomeinen, die den dolk durfde stooten in de borst vanCæsar, herinner ik mij de schoone versen, waarinVoltaireook dit stuk geschreven heeft, en onder anderen de eerste regels11. En diergelijke stukken werden lang voor de omwenteling gespeeld en gelezen. Van binnen zag ’er dit Raadhuis ook vrij wel uit. Op de plaats voor hetzelve werd eene verkooping van hout aangekondigd,in de Bosschen van den Keizer, zoo als ik ook op de verkoopingscelen las;—eenige lieden merkten aan, dat die bosschen nog niet lang geledenNationale Bosschengenaamd werden, en schenen over die verandering niet zeer gesticht.—Denkelijk waren het Jakobijnen of zulk soort van volk, want wie zou anders aan een held, aan wien men de oppermagt over het geheele land in handen heeft gegeven, eenige bosschen willen onthouden.Op het Kasteel schenen militairen te leggen, zij moeten daar een aangenaam verblijf hebben. Dit Kasteel behoorde voorheen aan den HertogDe Penthièvre, die Heer was vanRambouillet; het is een ouderwetsch maar aanzienlijk gebouw, bij hetzelve staan nog eenige andere fraaije gebouwen.Den Conducteur gewaarschuwd hebbende, wandelde ik verder den grooten weg op, zij is aan beide zijden met zware boomen, die dezelve beschaduwen, beplant, en maakt daar door een schoone laan, die vrij lang is. Aan de regterhand heeft men akkerland, en aan de linker niet dan schoone bosschen12. Het hout staat hier zoo tierig, dat het een lust is, om te zien, en ik kan wel zeggen, dat ik op mijn geheele reis, naar mijn zin, geen aangenamer oord aangetroffen heb dan dit, en begrijp niet, hoe menschen, die nog al smaak schijnen te hebben, en die het aan geen geldmiddelen hapert; dit verblijf althans voor ’s zomers niet boven de veelal bedompte straten vanParijsverkiezen.Na omtrent 1½ uur met zeer veel genoegen gewandeld te hebben, werd ik eerst het rijtuig gewaar, men had het weder zoo wat gelapt; ik stapte ’er op, en wij sukkelden voort. De landstreek is aanhoudend zeer aangenaam, en vrij wel bevolkt. De weg is op veel plaatsen met appelen- en peren-boomen beplant. Welhaast naderden wij de schoone toegangen vanVersailles, welke plaats met de omstreken van dien, ik reeds naauwkeurig gezien had, en waarvan ik u in ’t vervolg misschien het een en ander zal mededelen; gelijk ook overParijsen verdere omliggende plaatsen: Mijne gehouden aanteekeningen gedurende een verblijf van ruim twee jaren in dezestad, zullen mij daar nog al eenige stof toe kunnen opleveren.Bij het inkomen vanVersaillesdoorsnuffelden de Commisen aan debarrièrehet rijtuig, doch ik behoefde mijne koffer niet te openen. Deze stad is 3¾ post vanRambouillet, en 2¼ post vanParijs.Tot bijSevres, waar de bekende porcelein-fabriek is, bleef ik nog op het rijtuig, doch daar de voornaamste riemen gebroken waren, en het genoegzaam alleen op de burrie rustte, verkoos ik van daar naarParijste wandelen, stellig voornemende, om zoo lang deVelocifères13niet verbeterd worden, niet meêr met dezelven te reizen. Omstreeks vijf uren kwam ik hier aan, na eene afwezigheid van 3 maanden min weinige dagen; hebbende in dien tijd de schoonste reis gedaan, die ’er inFrankrijkte doen is14, en zoo ik meen op de geschikste en min kostbaarste wijze. Op de nieuwste kaart der postwegen (routes de postes) die ik hier bijvoeg, zult gij naauwkeurig de weg kunnen zien die ik geredenheb, behalve in deCevennesen een gedeelte van dePyreneën15.Van hier weet ik u niets bijzonders te zeggen dan dat men vele en kostbare toebereidselen voor het aanstaande krooningsfeest maakt.—Omtrent 1000 jaren na den zoogenaamdenCarolus Magnus, krijgtFrankrijkdan weder een Keizer; en dat na een dan meêr dan min Republikeinsch bestuur van omtrent 12 jaren. DeParijsenaarsdie, zoo als ik U reeds gezegd heb, veel van kwinkslagen houden, zeggen daaromtrent hunne aardigheden. Velen hebben zich over deze verandering van zaken verwonderd, ondertusschen is dezelve lang te voorzien geweest, en ik herinner mij zeer wel van reeds omtrent 2½ jaar geleden daar vanhier te hebben hooren spreken, en eenige uwer stadgenooten, die zich toen hier bevonden, zullen zich zulks ook wel herinneren.Welk een geluk echter voor het menschdom, indien de nieuwe Keizer ons spoedig eenen bestendigen Vrede kon bezorgen; ons Vaderland moet dien hoog noodig hebben.—Hier wordt men niet gewaar, dat het oorlog is. Vaarwel!1Ik zag teTourseen soort van uitroeper, aankondigende, dat ’er bij N.N. nieuwe wijn te koop was; hij had een fles van dien wijn in de hand, en liet ieder der voorbijgangers, die het begeerde, daar van proeven.2Velocifèreszijn nieuw uitgevonden rijtuigen, veel ligter, en dus gezwinder gaande, dan die welke men gewoonlijk gebruikt; de naam komt dan ook van hetFranschewoordVelocite, gezwindheid, snelheid; jammer is het, dat ’er de stevigheid aan ontbreekt.—Nu dat ziet men wel eens meêr van Fransch werk.3DeFourgonis het rijtuig waarin de koffers enz. van de reizigers geladen worden, want men kan die niet met zich op deVelocifèrenemen; dezeFourgonrijdt dan vooruit of komt achter aan, zoo als heden het geval is. Dit rijtuig hangt of staat ook op veeren, en voor en achter zijn afzonderlijke plaatsen voor reizigers, doch de achterste zijn naar ik vernam niet zeer gemakkelijk; voor aan zit men zeer goed.4Le Loiris weder een andere en kleinere rivier danle Loire, die voorbijToursenz. stroomt.5Deze bijzit werd opperste van de AbdijSt. Cyr, die in 1686 in de nabijheid vanVersaillesgesticht werd. Als men opmerkt, hoe men ook inFrankrijkmet de Roomsche Religie heeft omgesprongen, verwondert men zich niet dat velen ’er in dat Land zoo weinig waarde aan hechten.6De soldaten werden dan aan een werk ten dienste van het Hof gebruikt. Zou men ze bij ons in vredestijd niet op eene betere, en voor het algemeen nuttige wijze kunnen te werk stellen, in het doen bewerken van onze heiden en woeste gronden?7De nieuwe wijn gold hier ook niet meêr dan 2solsde fles. Op sommige plaatsen, waar wij doorgekomen waren, te afgelegen zijnde voor den handel, bood de eigenaar van wijngaarden aan, om, indien men hem eenige nieuwe wijnvaten wilde geven, men daarvoor de helft met wijn gevuld weder terug kon krijgen; zoodat de vaten daar meerder waard waren dan de wijn.8Ondertusschen wachtten de reizigers teParijsnaar hunbagage.9Een reisgenoot teBordeauxgebleven zijnde, en van daar 14 dagen na mij teParijsperVelocifèreterug gekomen, is ’er onder weg ook al wat aan gebroken, zoodat zij verpligt geweest zijn om zich eenigen tijd op te houden, nacht en dag vervolgens door te rijden, en nog kwamen zij lang over hun tijd aan.10Zie hier eene juiste afteekening van een gedeelte van hetzelve, gaarne wilde ik ’er u meêr van laten zien; doch om al de schoone gezigten, die men hier aantreft, afteteekenen, zou een bekwaam schilder of teekenaar nog al eenigen tijd werk hebben.11Destructeurs de Tirans, vous qui n’avez pour Rois Que les Dieux de Numa, vos vertus, et nos loix, etc.12De bosschen vanRambouilletzijn ruim 7000 morgen groot.13De boeren en andere lieden, op vele plaatsen daar wij doorkwamen, noemden zeles Lucifers, en waarlijk zij verdienen dikwijls dien naam, om het ongemak dat zij den reizenden veroorzaken.14Wanneer het niet zoo laat in het jaar geweest was, had ik echter deLoiretotNantesnog afgevaren, hoewel de boorden van die rivier aan dien kant juist het fraaiste niet zijn, en vervolgens langs een gedeelte der kusten en overRouenterug gekomen.15Op reis heb ik, zoo als gij gezien heb, juist geen bijzondere gevallen gehad, doch hier, van het bureau van deVelocifèresnaar huis gaande, en op dePont Neufkomende, greep mij een man bij den kraag, en gelaste mij om met hem naar het eerste wachthuis (Corps de Garde) te gaan, een tweede kwam terstond aan mijn andere zijde; ik verzocht dat men mij los zou laten, daar ik gewillig mede wilde gaan; dit geschiedde dan ook, en ik werd tusschen die twee lieden naar het wachthuis op dePont Neufgeleid; een Politie-Commissaris vroeg mij, daar naar mijn paspoort of dergelijke; van de reis komende, had ik dit bij mij, zoodra de Commissaris het ingezien, en mij van het hoofd tot de voeten bekeken had, zeî hij, dat het goed was en ik heen kon gaan, zonder echter eenige verontschuldigingen wegens dien verkeerden aanslag te maken; want naar ik merkte, had men mij voor een ander, van wien men denkelijk het signalement had, genomen.
Parijs, 16 October.
Den 8endezer verliet ikTours, na alvorens nog eens rond gewandeld te hebben. Over het geheel is deze stad niet onaangenaam bebouwd, doch de overige straten zijn op verre na zoo fraai niet als die, waarvan ik u reeds gesproken heb. Men is nog bezig met ’er nieuwe aanteleggen, ter plaatse waar voorheen een groot gebouw, dat een Kerk of Klooster was, stond; en dit gedeelte van de stad zal daar door aanmerkelijk verfraaid worden. Voor de omwenteling was hier ook eene menigte Kerken en Kloosters; geen wonder, het is een goede en vruchtbare landstreek1. De zijdenstoffen fabrieken zijn vooral sedert de herroeping van het Edict vanNantesaanmerkelijk in deze stad verminderd, zoo wel als het getal der ingezetenen, dat thans maar op 21,000 begroot wordt, voorheen waren ’er bijna eens zoo veel.—Zie daar de gevolgen van de onverdraagzaamheid en vervolgzucht!—Behalve onderscheidene soorten van Damasten, voorheen zeer veel in gebruik, is de stof bij ons bekend onder den naam vangros de Tours, van hier afkomstig. ’Er zijn ook eenige leêrlooijerijen.
Thans isToursde hoofdstad van het Departementl’Indre et Loire, en is zekerlijk, wat de gelegenheid aanbelangt, een der fraaiste en aangenaamste steden vanFrankrijk.
De onder anderen door de verzen vanVoltaireberuchteAgnes Sorelis in dit Departement geboren; ondertusschen verwondert het mij, dat men nog heden teTourseen straat naar die bijzit vanKarelden VII. noemt, en dien naam op den hoek van dezelve geschreven ziet, zonder dat men die na de omwenteling schijnt uitgewischt te hebben. Zoo onregtvaardig zijn de menschen, een vrouw die met een zoogenaamd gemeen man buiten het huwelijk leeft, overlaadt men met smaad en verachting, terwijl men de bijzitten van Vorsten of Grooten eer bewijst; de eene wordt in het spinhuis, en de andere naast den troon geplaatst. Op dezelfde wijze gaat het in zoo vele andere gevallen, de eene, bij voorbeeld, eene verandering in de regering of het staatsgestel van zijn land willende bewerken, sterft als een oproermaker op het schavot, en de anderedie hetzelfde doet, maar gelukkiger is, leeft omringd van magt en gezag.—Hier ligt het grijze hoofd vanOldenbarneveldaan de voeten van den scherpregter, en daar doetMauritsin Vorstelijken tooi zijn trots en heerschzucht gelden.
Met meêr regt mag dit Departement dan roem dragen (behalve opDescartes) op den vermaarden hekelachtigen schrijver en wijsgeerRabelais, van wien ik reeds, overMontpellierhandelende, sprak; en die teChinon, een stadje niet ver vanTours, geboren werd. Men verhaalt vanRabelais, dat hij den KanselierDuprat, die onder de regering vanLodewijkden XII. enFranciscusden I. geleefd heeft, willende spreken, en wel wetende dat het niet gemakkelijk was, om de groote Heeren te naderen, den portier in hetLatijnaansprak; deze hem niet begrijpende riep den kamerdienaar, enRabelaissprakGrieksch; vervolgens kwam de eerste klerk van het secretarij en hij sprakHebreeuwsch; de Secretaris voorkomende, liet hij zich in hetSyrischhooren; eindelijk kwam de Kanselier zelve, enRabelaisdeed zijne boodschap in hetFransch, met bijvoeging van de reden, waarom hij met zooveel taalgeleerdheid voor den dag was gekomen, waar over de Minister dan ook hartelijk lagchte.
Daar de plaatsen op de gewone postwagens reeds besproken waren, zelfs voor den volgenden dag, (want de aanstaande krooningsplegtigheden teParijs, trekken daar nog al nieuwsgierigen naar toe) bleef mij niets overig, dan met een fourgon van deVelocifères2te vertrekken. Hoe ongaarne ik dit ook deed, om dat dit rijtuig niet overOrleansmaar overChartresrijdt, besloot ik ’er echter nog te meêr toe, omdat het weder zeer regenachtig was, en het zich niet liet aanzien, dat ik veel in de omstreken vanTourszou kunnen wandelen, indien ik daar nog al een paar dagen was gebleven. Ook wilde ik toch wel eens met die nieuwe rijtuigen reizen, hoe weinig verwachting ik ’er ook, zoo dra ik dezelve maar gezien heb, van had, en in dat denkbeeld nog dagelijks bevestigd werd. Ik betaalde in decabrioletvan defourgon3, die even zoo gemakkelijk is als die van deVelocifèreszelve, vanTourstotParijsvoor iedere plaats £ 39–:–:. Wij vertrokken tegen den middag, omdat ’er denvorigen dag reeds iets aan het rijtuig gebroken was, dat hier hersteld moest worden, anders had het ’s morgens zeer vroegtijdig al moeten vertrekken.
De landstreek een eindje buitenTours, over de hoogte en door het dorpMonneye, is zeer eenzelvig, zijnde meest korenakkers, en dus het gezigt niet aangenaam.—Zij schijnt ook niet zeer bevolkt, althans ik zag ’er zeer weinig woningen; de weg is met opgeworpen keitjes gemaakt; op sommige plaatsen was men daar mede bezig; hij werd omtrent 1½ voet uitgegraven, in deze groef een bedding van keijen gelegd en vervolgens met kleine keitjes gevuld. De toegangen vanChateau Regnault, zijn nog al aangenaam; langs den weg heeft men Italiaansche populieren en weilanden. Dit steedje ligt aan het riviertjele Brenne, 4 posten vanTours; inwendig ziet het ’er slordig en onaangenaam uit, behalve de overblijfsels van een oud Kasteel op eene hoogte gelegen, is ’er nog een ander, dat in veel later tijden schijnt gebouwd te zijn.—De weg wordt slecht, en de landstreek levert niets merkwaardigs op; ondertusschen begon het donker te worden, en wij kwamen omtrent ten 9 uren teVendome, waar de Postillon bij het inrijden van de poort ons bijna omver wierp; nu het was ’er ook zeer donker, want lantaarns schijnen hier in geen gebruik. In de herberg, daar wij afstapten, om het avondmaal te neemen, wachtte men deVelocifèredie vanParijsmoest komen, nog met het middagmaal; na dat wij gegeten hadden kwam zij eerstaan. Vele menschen waren hier dronken van den nieuwen wijn, dien men voor tweesolsde fles verkocht.Vendomeis 7½ post vanTours. Daar wij ’er dien zelfden avond om 11 uren weder van daan reden, zag ik ’er genoegzaam niets van, doch was ’er ook, naar ik vernam, niet veel bijzonders op te merken. Het is de tweede stad in rang van het DepartementLoir4et Cher, en aan de eerstgenoemde kleine rivier gelegen. Zij bevat ruim 6200 inwoners. Men maakt ’er veel handschoenen voorParijs, en eenige wollen stoffen; het omliggende landschapVendomoisgenaamd is vrij vruchtbaar in granen en eenig ooft; de wijnen die ’er geteeld worden dienen genoegzaam alleen voor het gebruik van de bewoners. Gelukkig was het nog al sterrelicht en de weg werd beter. Daar het rijtuig zoo lang over zijn tijd uitbleef, sliepen de postillons overal, en de Conducteur, die voor de eerstemaal deze reis deed, had veel moeite, om ze op te zoeken, het geen onze reis ook nog vertraagde. De dageraad begon aantebreken, toen wij den 9dendezer teChateaudun, 5 posten vanVendome, aankwamen; men verwisselde daar weder van paarden, en toen wij wegreden was het volkomen licht, dat mij vermaak deed, om dat ’er dit stadje gnap uitziet. De markt, waarop het Raadhuis staat, is een fraaije plaats, en zoo wel als eenige straten vrij regelmatig aangelegd;ook vernam ik, dat ’er 60 à 70 jaren geleden een groot gedeelte vanChateaudunafgebrand zijnde, hetzelve sedert nieuw is opgebouwd. Daar deze landstreek vruchtbaar is in koren, drijft dit stadje daar in veel handel. Het is op een rotsachtige hoogte gelegen; van die hoogte, even buiten hetzelve, heeft men een schoon gezigt op de omliggende vlakte, waar deLoirslingerende doorloopt. (Dit stadje is het eerste aan dezen kant in het Departementl’Eure et Loir.) Wat verder kwamen wij over een fraaije steenen brug over die rivier de Loir; de gelegenheid is hier schilderachtig, vooral wanneer de eerste stralen der zon zich over hetzelve verspreiden; eene schoone en uitgestrekte vlakte doet zich vervolgens op, en na een eind door dezelve gereden te hebben, eene fraaije beplanting, een Kasteel en eenige buitenplaatsen. Ongeveer om 8 uren kwamen wij aan het steedjeBonneval, mede aan deLoiraangenaam gelegen; doch het ziet ’er naar en bouwvallig uit. De weg, die vrij goed is, loopt aanhoudend door eene uitgestrekte vlakte met korenakkers, hier en daar is hij beplant, en men ziet aan beide kanten verscheidene dorpen, vervolgens na eenige uren voortgereden te zijn, vertoonde zich van verre de Hoofdkerk vanChartres, met twee spitse torens pralende, en digter genaderd zijnde, leverde die, met de verdere huizen en gebouwen van die stad, geen onaardig gezichtje op, zoo als gij uit de bijgaande afteekening zien zult. Wij kwamen ’er omtrent 11 uren voor den middag aan, wantonze postillons hadden nog al vrij wel gereden, (Chartresis 6 posten vanChateaudun) en stapten af aan hetHotèl du grand Monarque, over een van de stads poorten; hier moesten wij het middagmaal houden. Dit Hotèl ziet ’er van buiten zeer wel uit, doch het eten beantwoordde ’er niet aan. Naauwelijks had ik den tijd, om even in de stad te gaan. Nu ’er is ook weinig bijzonders te zien. Het koor van deSt. AndréasKerk staat op een gewelf daar het riviertjel’Eureonder doorspoelt, en wordt door Bouwkundigen als iets merkwaardigs beschouwd. Deze stad is oud en ziet ’er ook wel ouderwets uit. Men meent te moeten veronderstellen, dat zij haren oorsprong aan deDruïden, naar welke ook het naburig stadjeDreuxgenoemd werd, verschuldigd is. Thans is zij de Hoofdplaats van het Departementl’Eure et Loir, en bevat omtrent 15,000 inwoners. Zij drijven veel handel in graan; men maakt ’er ook eene soort van serges, en de pasteijen vanChartreszijn zeer beroemd; vooral teParijswordt daar veel werk van gemaakt. Buiten de poort bij het Hotèl, waar ik gegeten had, was op een terras eene gemeene wandeling, maar zij scheen nog niet lang geleden beplant; behalve datHotèlstaat hier digt bij nog een ander, dat ’er niet minder goed uitziet; de voorname herbergen en uitspanningen zijn aan dezen kant, want de groote weg loopt niet door de stad, maar hier voorbij.—Hendrikde IV. werd hier in 1594 gekroond.
Chartres.Chartres.
Chartres.
Om één uur reden wij verder door een landstreek,meestal met korenakkers, en langs een’ weg over hoogtens en laagtens, die hier en daar nog al aangename gezigten opleveren, tot het steedjeMaintenon, 2¼ post vanChartres, waar wij van paarden verwisselden. Dit plaatsje is aangenaam gelegen, ’er is een aanzienlijk Kasteel, voorheen het verblijf van de beruchte bijzit vanLodewijkden XIV., welke denzelfden naam voerde5. Die verkwistende Vorst liet hier ook eenAquaducbouwen, om het water van het riviertjel’Eurenaar de vijvers en fonteinen vanVersailleste geleiden; men ziet ’er nog de aanzienlijke overblijfsels van achter en ter zijde van het Kasteel. In 1686 werd ’er een kampement van krijgsvolk bijMaintenongelegd, om aan dezeAquaducte helpen maken6. Dit Kasteel is met breede grachten vol water omringd, de omstreken aangenaam beplant en lommerijk. Een eindje weegs buiten dit plaatsje, komt men op den grooten straatweg overVersaillesnaarParijs, en nu wordtmen, behalve den goeden weg, zeer wel gewaar, dat men de voormalige Hofplaats vanFrankrijknadert. De breede weg is aan beide zijden aangenaam en regelmatig beplant, en in een schoon landschap ziet men hier en daar fraaije buitenplaatsen. Eer wij teEpernonkwamen, en gelukkig niet ver van daar, ontdekten wij, dat de onderriemen, waarop het rijtuig hing, bijna geheel gebroken waren; voorzigtig rijdende, bragten wij het echter nog tot dat plaatsje; doch hier zeide ons de Conducteur, dat wij verpligt zouden zijn, om den nacht over te blijven, terwijl het rijtuig hersteld werd, in plaats van door te rijden, om nog denzelfden nacht teParijste komen, zoo als het oogmerk was. Daar ik geen haast had, was mij dit ongeval gansch niet onaangenaam, want nu had ik tijd, om dit plaatsje en de aangename omstreken te zien, zijnde het pas 4½ uur na den middag; daarenboven kon ik hier eene behoorlijke nachtrust genieten, en den volgenden dag de aangename landstreek, die wij nog door te reizen hadden, beschouwen. De omstreken vanEpernon, het laatste steedje van het Departementl’Eure et Loiraan dezen kant, en juist op de grenzen van hetzelve gelegen, zijn allerliefst; het is 3¼ post vanChartresgelegen, en nu waren wij nog 7½ post vanParijs. Inwendig ziet het ’er ook nog al welvarende uit. Men was ’er drok bezig met wijn te persen, in een groot gebouw, voor een soort van wijnpakhuis gemaakt; en daar men ’er niet gierig was op een dronk, deden eenige lieden, en zelfs aankomendejongens, ’er zich ter deeg aan tegoed7, en begonnen regt lustig te worden. Een jongen op een ton gezeten, een vrij dik man, die de hoogte al begon te krijgen, tegen dezelve leunende, en anderen die nog bezig waren met buizen, dit alles zou aan denAntwerpschenschilderJordaens, een goed model voor een Bacchusfeest opgeleverd hebben: hij had ’er slechts eenige half naakte vrouwlieden bijtevoegen.
Bij dit steedje, aan den kant waar het kleine riviertje,l’Ouillegenaamd, stroomt, ziet men groene beemden, die met eenige woeste rotsen daar bij liggende, een aardige tegenstrijdigheid opleveren. Van andere hoogtens hieromstreeks heeft men ook aangename en schilderachtige gezigten, waartoe het boschachtige van de landstreek, hier en daar, niet weinig bijdraagt.
Het avondmaal en de ligging was vrij goed, vooral voor den matigen prijs van £ 2–10-: de persoon, en hier voor had ik ’s avonds nog vuur op mijn kamer gehad.
Den 10 dezer, met het opgaan van de zon, enhet aanbreken van een’ heerlijken herfstmorgen, vertrokken wij vanEpernon. De Conducteur, eenElzasser, was een van de geschiktsten, dien ik op reis ontmoet heb. Deze zeer ongerust zijnde dat hij ongenoegen over het lang uitblijven zou hebben, (want zonder verdere ongelukken zou het wel 24 uren over den gewonen tijd zijn) beloofde ik hem, om benevens mijn bediende, verklaringen dienaangaande te zullen geven8, het geen ik des te gereder deed, omdat deze rijtuigen, hoewel gemakkelijker en gezwinder gaande dan de gewone postwagens, veel te ligt en digt zijn, en alzoo bloot staan om gedurig te breken; vooral, wanneer de wegen niet allerbest zijn; de reizigers worden ’er dus maar aan gewaagd. Dagelijks gebeuren ’er ongelukken met dieVelocifères, zoo als ik daar van onderweg verscheidene voorvallen gehoord heb, en nog schijnt men dienaangaande geen genoegzame maatregelen te gebruiken9. Wat baat het toch, of men al gemakkelijk zit, als men naderhand door een val verminkt wordt, of een ander ongemak krijgt, en wat helpthet, of men op weg zijnde al gezwind rijdt, als men daarna verpligt is om zich eenige uren optehouden, terwijl het rijtuig gemaakt wordt. Ondertusschen is deze nieuwe uitvinding zeer wel voor verbetering vatbaar, zij behoeven slechts steviger gemaakt te worden; doch dan worden zij zwaarder en hebben dus een paard meêr noodig, en hier bij vindt de baatzucht haar rekening niet. Ik voor mij, reizende, om optemerken en te beschouwen, verkies dan, behalve om de opgenoemde redenen, de gewone postwagen, juist omdat zij minder gezwind gaan, en men den tijd heeft om zich hier en daar optehouden; zelfs verkies ik ze, vooral inFrankrijk, boven een eigen rijtuig, zoo als ik u in een mijner eerste brieven gezegd heb, en in welk gevoelen ik meêr en meêr ben bevestigd geworden.
Rambouillet.Rambouillet.
Rambouillet.
De weg vanEpernonnaarRambouilletis allerverrukkelijkst; hij loopt over eenige nog al steile hoogtens, door een schilderachtig landschap. Eer men aan het laatstgenoemde plaatsje komt, ziet men aan de linkerhand een digt bosch, waarin eenige vrij zware opgaande elzen; onder de sombere schaduw was een waterplas; hier en daar hingen de takken tot op het water; de stijve kunst had hier de natuur niet ontsierd, alles stond zoo regt onregelmatig en bevallig door elkanderen, het was juist in den smaak van de teekeningen vanWaterlo. Vervolgens heeft men een fraai gezigt op het Kasteel vanRambouillet, den grooten vijver en schoone bosschen van hetzelve. Men komt voorbij verscheidenegoede en aangenaam gelegen buitenverblijven tot aan het Posthuis, dat ook een fraai gebouw is, en hier bevonden wij, dat ’er wederom wat aan het rijtuig moest hersteld worden. Voor mij kon dat niet gelukkiger uitvallen; ik hield mij dan niet lang op, om te ontbijten, maar ging met een stuk in de hand wandelen.—ô! welk een verrukkelijk oord!10Omtrent achter het Posthuis is eene wandeling onder acacia-boomen, en langs de boorden van een’ grooten vijver. Van daar heeft men een schoon gezigt op het kasteel en de bosschen bij hetzelve. Eenige stukken rots, die boven het water uitsteken, hoewel zeer natuurlijk, zijn daar dunkt mij door de kunst geplaatst. Aan een’ anderen kant zag ik de overblijfsels, naar het scheen, van het een of ander gedenkteeken, denkelijk in het begin van de omwenteling afgebroken. Bijna over het Posthuis is een heuvel met denneboomen beplant. Het stadje zelve ziet ’er ook welvarende uit. Daar het raadhuis, dat van buiten een fraai aanzien heeft, openstond, ging ik ’er in, en vond den muur of het behangsel van de Raadzaal nog beschilderd met de beeldtenissen vanBrutus, Porsenna, Mucius Scevolaen eenige anderen—men ziet anders het borstbeeldvan KeizerNapoléon, op vele diergelijke plaatsen. VanBrutussprekende, teweten vanLucius Junius Brutus, en niet van het hoofd eener zamenzwering onder deRomeinen, die den dolk durfde stooten in de borst vanCæsar, herinner ik mij de schoone versen, waarinVoltaireook dit stuk geschreven heeft, en onder anderen de eerste regels11. En diergelijke stukken werden lang voor de omwenteling gespeeld en gelezen. Van binnen zag ’er dit Raadhuis ook vrij wel uit. Op de plaats voor hetzelve werd eene verkooping van hout aangekondigd,in de Bosschen van den Keizer, zoo als ik ook op de verkoopingscelen las;—eenige lieden merkten aan, dat die bosschen nog niet lang geledenNationale Bosschengenaamd werden, en schenen over die verandering niet zeer gesticht.—Denkelijk waren het Jakobijnen of zulk soort van volk, want wie zou anders aan een held, aan wien men de oppermagt over het geheele land in handen heeft gegeven, eenige bosschen willen onthouden.
Op het Kasteel schenen militairen te leggen, zij moeten daar een aangenaam verblijf hebben. Dit Kasteel behoorde voorheen aan den HertogDe Penthièvre, die Heer was vanRambouillet; het is een ouderwetsch maar aanzienlijk gebouw, bij hetzelve staan nog eenige andere fraaije gebouwen.
Den Conducteur gewaarschuwd hebbende, wandelde ik verder den grooten weg op, zij is aan beide zijden met zware boomen, die dezelve beschaduwen, beplant, en maakt daar door een schoone laan, die vrij lang is. Aan de regterhand heeft men akkerland, en aan de linker niet dan schoone bosschen12. Het hout staat hier zoo tierig, dat het een lust is, om te zien, en ik kan wel zeggen, dat ik op mijn geheele reis, naar mijn zin, geen aangenamer oord aangetroffen heb dan dit, en begrijp niet, hoe menschen, die nog al smaak schijnen te hebben, en die het aan geen geldmiddelen hapert; dit verblijf althans voor ’s zomers niet boven de veelal bedompte straten vanParijsverkiezen.
Na omtrent 1½ uur met zeer veel genoegen gewandeld te hebben, werd ik eerst het rijtuig gewaar, men had het weder zoo wat gelapt; ik stapte ’er op, en wij sukkelden voort. De landstreek is aanhoudend zeer aangenaam, en vrij wel bevolkt. De weg is op veel plaatsen met appelen- en peren-boomen beplant. Welhaast naderden wij de schoone toegangen vanVersailles, welke plaats met de omstreken van dien, ik reeds naauwkeurig gezien had, en waarvan ik u in ’t vervolg misschien het een en ander zal mededelen; gelijk ook overParijsen verdere omliggende plaatsen: Mijne gehouden aanteekeningen gedurende een verblijf van ruim twee jaren in dezestad, zullen mij daar nog al eenige stof toe kunnen opleveren.
Bij het inkomen vanVersaillesdoorsnuffelden de Commisen aan debarrièrehet rijtuig, doch ik behoefde mijne koffer niet te openen. Deze stad is 3¾ post vanRambouillet, en 2¼ post vanParijs.
Tot bijSevres, waar de bekende porcelein-fabriek is, bleef ik nog op het rijtuig, doch daar de voornaamste riemen gebroken waren, en het genoegzaam alleen op de burrie rustte, verkoos ik van daar naarParijste wandelen, stellig voornemende, om zoo lang deVelocifères13niet verbeterd worden, niet meêr met dezelven te reizen. Omstreeks vijf uren kwam ik hier aan, na eene afwezigheid van 3 maanden min weinige dagen; hebbende in dien tijd de schoonste reis gedaan, die ’er inFrankrijkte doen is14, en zoo ik meen op de geschikste en min kostbaarste wijze. Op de nieuwste kaart der postwegen (routes de postes) die ik hier bijvoeg, zult gij naauwkeurig de weg kunnen zien die ik geredenheb, behalve in deCevennesen een gedeelte van dePyreneën15.
Van hier weet ik u niets bijzonders te zeggen dan dat men vele en kostbare toebereidselen voor het aanstaande krooningsfeest maakt.—Omtrent 1000 jaren na den zoogenaamdenCarolus Magnus, krijgtFrankrijkdan weder een Keizer; en dat na een dan meêr dan min Republikeinsch bestuur van omtrent 12 jaren. DeParijsenaarsdie, zoo als ik U reeds gezegd heb, veel van kwinkslagen houden, zeggen daaromtrent hunne aardigheden. Velen hebben zich over deze verandering van zaken verwonderd, ondertusschen is dezelve lang te voorzien geweest, en ik herinner mij zeer wel van reeds omtrent 2½ jaar geleden daar vanhier te hebben hooren spreken, en eenige uwer stadgenooten, die zich toen hier bevonden, zullen zich zulks ook wel herinneren.
Welk een geluk echter voor het menschdom, indien de nieuwe Keizer ons spoedig eenen bestendigen Vrede kon bezorgen; ons Vaderland moet dien hoog noodig hebben.—Hier wordt men niet gewaar, dat het oorlog is. Vaarwel!
1Ik zag teTourseen soort van uitroeper, aankondigende, dat ’er bij N.N. nieuwe wijn te koop was; hij had een fles van dien wijn in de hand, en liet ieder der voorbijgangers, die het begeerde, daar van proeven.2Velocifèreszijn nieuw uitgevonden rijtuigen, veel ligter, en dus gezwinder gaande, dan die welke men gewoonlijk gebruikt; de naam komt dan ook van hetFranschewoordVelocite, gezwindheid, snelheid; jammer is het, dat ’er de stevigheid aan ontbreekt.—Nu dat ziet men wel eens meêr van Fransch werk.3DeFourgonis het rijtuig waarin de koffers enz. van de reizigers geladen worden, want men kan die niet met zich op deVelocifèrenemen; dezeFourgonrijdt dan vooruit of komt achter aan, zoo als heden het geval is. Dit rijtuig hangt of staat ook op veeren, en voor en achter zijn afzonderlijke plaatsen voor reizigers, doch de achterste zijn naar ik vernam niet zeer gemakkelijk; voor aan zit men zeer goed.4Le Loiris weder een andere en kleinere rivier danle Loire, die voorbijToursenz. stroomt.5Deze bijzit werd opperste van de AbdijSt. Cyr, die in 1686 in de nabijheid vanVersaillesgesticht werd. Als men opmerkt, hoe men ook inFrankrijkmet de Roomsche Religie heeft omgesprongen, verwondert men zich niet dat velen ’er in dat Land zoo weinig waarde aan hechten.6De soldaten werden dan aan een werk ten dienste van het Hof gebruikt. Zou men ze bij ons in vredestijd niet op eene betere, en voor het algemeen nuttige wijze kunnen te werk stellen, in het doen bewerken van onze heiden en woeste gronden?7De nieuwe wijn gold hier ook niet meêr dan 2solsde fles. Op sommige plaatsen, waar wij doorgekomen waren, te afgelegen zijnde voor den handel, bood de eigenaar van wijngaarden aan, om, indien men hem eenige nieuwe wijnvaten wilde geven, men daarvoor de helft met wijn gevuld weder terug kon krijgen; zoodat de vaten daar meerder waard waren dan de wijn.8Ondertusschen wachtten de reizigers teParijsnaar hunbagage.9Een reisgenoot teBordeauxgebleven zijnde, en van daar 14 dagen na mij teParijsperVelocifèreterug gekomen, is ’er onder weg ook al wat aan gebroken, zoodat zij verpligt geweest zijn om zich eenigen tijd op te houden, nacht en dag vervolgens door te rijden, en nog kwamen zij lang over hun tijd aan.10Zie hier eene juiste afteekening van een gedeelte van hetzelve, gaarne wilde ik ’er u meêr van laten zien; doch om al de schoone gezigten, die men hier aantreft, afteteekenen, zou een bekwaam schilder of teekenaar nog al eenigen tijd werk hebben.11Destructeurs de Tirans, vous qui n’avez pour Rois Que les Dieux de Numa, vos vertus, et nos loix, etc.12De bosschen vanRambouilletzijn ruim 7000 morgen groot.13De boeren en andere lieden, op vele plaatsen daar wij doorkwamen, noemden zeles Lucifers, en waarlijk zij verdienen dikwijls dien naam, om het ongemak dat zij den reizenden veroorzaken.14Wanneer het niet zoo laat in het jaar geweest was, had ik echter deLoiretotNantesnog afgevaren, hoewel de boorden van die rivier aan dien kant juist het fraaiste niet zijn, en vervolgens langs een gedeelte der kusten en overRouenterug gekomen.15Op reis heb ik, zoo als gij gezien heb, juist geen bijzondere gevallen gehad, doch hier, van het bureau van deVelocifèresnaar huis gaande, en op dePont Neufkomende, greep mij een man bij den kraag, en gelaste mij om met hem naar het eerste wachthuis (Corps de Garde) te gaan, een tweede kwam terstond aan mijn andere zijde; ik verzocht dat men mij los zou laten, daar ik gewillig mede wilde gaan; dit geschiedde dan ook, en ik werd tusschen die twee lieden naar het wachthuis op dePont Neufgeleid; een Politie-Commissaris vroeg mij, daar naar mijn paspoort of dergelijke; van de reis komende, had ik dit bij mij, zoodra de Commissaris het ingezien, en mij van het hoofd tot de voeten bekeken had, zeî hij, dat het goed was en ik heen kon gaan, zonder echter eenige verontschuldigingen wegens dien verkeerden aanslag te maken; want naar ik merkte, had men mij voor een ander, van wien men denkelijk het signalement had, genomen.
1Ik zag teTourseen soort van uitroeper, aankondigende, dat ’er bij N.N. nieuwe wijn te koop was; hij had een fles van dien wijn in de hand, en liet ieder der voorbijgangers, die het begeerde, daar van proeven.
2Velocifèreszijn nieuw uitgevonden rijtuigen, veel ligter, en dus gezwinder gaande, dan die welke men gewoonlijk gebruikt; de naam komt dan ook van hetFranschewoordVelocite, gezwindheid, snelheid; jammer is het, dat ’er de stevigheid aan ontbreekt.—Nu dat ziet men wel eens meêr van Fransch werk.
3DeFourgonis het rijtuig waarin de koffers enz. van de reizigers geladen worden, want men kan die niet met zich op deVelocifèrenemen; dezeFourgonrijdt dan vooruit of komt achter aan, zoo als heden het geval is. Dit rijtuig hangt of staat ook op veeren, en voor en achter zijn afzonderlijke plaatsen voor reizigers, doch de achterste zijn naar ik vernam niet zeer gemakkelijk; voor aan zit men zeer goed.
4Le Loiris weder een andere en kleinere rivier danle Loire, die voorbijToursenz. stroomt.
5Deze bijzit werd opperste van de AbdijSt. Cyr, die in 1686 in de nabijheid vanVersaillesgesticht werd. Als men opmerkt, hoe men ook inFrankrijkmet de Roomsche Religie heeft omgesprongen, verwondert men zich niet dat velen ’er in dat Land zoo weinig waarde aan hechten.
6De soldaten werden dan aan een werk ten dienste van het Hof gebruikt. Zou men ze bij ons in vredestijd niet op eene betere, en voor het algemeen nuttige wijze kunnen te werk stellen, in het doen bewerken van onze heiden en woeste gronden?
7De nieuwe wijn gold hier ook niet meêr dan 2solsde fles. Op sommige plaatsen, waar wij doorgekomen waren, te afgelegen zijnde voor den handel, bood de eigenaar van wijngaarden aan, om, indien men hem eenige nieuwe wijnvaten wilde geven, men daarvoor de helft met wijn gevuld weder terug kon krijgen; zoodat de vaten daar meerder waard waren dan de wijn.
8Ondertusschen wachtten de reizigers teParijsnaar hunbagage.
9Een reisgenoot teBordeauxgebleven zijnde, en van daar 14 dagen na mij teParijsperVelocifèreterug gekomen, is ’er onder weg ook al wat aan gebroken, zoodat zij verpligt geweest zijn om zich eenigen tijd op te houden, nacht en dag vervolgens door te rijden, en nog kwamen zij lang over hun tijd aan.
10Zie hier eene juiste afteekening van een gedeelte van hetzelve, gaarne wilde ik ’er u meêr van laten zien; doch om al de schoone gezigten, die men hier aantreft, afteteekenen, zou een bekwaam schilder of teekenaar nog al eenigen tijd werk hebben.
11Destructeurs de Tirans, vous qui n’avez pour Rois Que les Dieux de Numa, vos vertus, et nos loix, etc.
12De bosschen vanRambouilletzijn ruim 7000 morgen groot.
13De boeren en andere lieden, op vele plaatsen daar wij doorkwamen, noemden zeles Lucifers, en waarlijk zij verdienen dikwijls dien naam, om het ongemak dat zij den reizenden veroorzaken.
14Wanneer het niet zoo laat in het jaar geweest was, had ik echter deLoiretotNantesnog afgevaren, hoewel de boorden van die rivier aan dien kant juist het fraaiste niet zijn, en vervolgens langs een gedeelte der kusten en overRouenterug gekomen.
15Op reis heb ik, zoo als gij gezien heb, juist geen bijzondere gevallen gehad, doch hier, van het bureau van deVelocifèresnaar huis gaande, en op dePont Neufkomende, greep mij een man bij den kraag, en gelaste mij om met hem naar het eerste wachthuis (Corps de Garde) te gaan, een tweede kwam terstond aan mijn andere zijde; ik verzocht dat men mij los zou laten, daar ik gewillig mede wilde gaan; dit geschiedde dan ook, en ik werd tusschen die twee lieden naar het wachthuis op dePont Neufgeleid; een Politie-Commissaris vroeg mij, daar naar mijn paspoort of dergelijke; van de reis komende, had ik dit bij mij, zoodra de Commissaris het ingezien, en mij van het hoofd tot de voeten bekeken had, zeî hij, dat het goed was en ik heen kon gaan, zonder echter eenige verontschuldigingen wegens dien verkeerden aanslag te maken; want naar ik merkte, had men mij voor een ander, van wien men denkelijk het signalement had, genomen.