Aanteek. van den Schryver.
[53] Verscheiden Natuur-kenners zyn van dit gevoelen niet. Onder dit getal behoort BUFFON, die in zyne Natuurlyke Geschiedenis van den Mensch zegt:—"De witte of blanke kleur schynt de oorsprongelyke kleur der natuur te zyn, welke de luchtstreek, het voedzel en de zeden zelfs tot in het geele, bruine of zwarte doen veranderen, en die in zekere omstandigheden weder te voorschyn koomt, maar met eene zoo groote verandering, dat ze niet gelykt naar de oorsprongelyke witte kleur, die door de opgegevene oorzaaken in de daad van natuur veranderd is".
Aanteek. v. d. Franschen Vert.
[54] Ik heb reeds gezegd, dat de Indiaansche vrouwen zonder smart kinderen baaren.
Aanteek. van den Schryver.
[55] Dit is onder hen zeer zeldzaam, want 'er is geen vreedzamer volk, dan zy.
Aanteek. van den Schryver.
[56] De inwoonders van Nieuw-Zeeland noemen hunne knodsen patou patous, welke gelykluidende uitdrukkingen te merkwaardiger zyn, naar mate van den zeer verren afstand, die hen van elkander scheidt.
Aanteek. v. d. Franschen Vert.
[57] Ik begryp niet, hoe Mejuffrouw DE MERIAN van dit kruipend gedierte kan zeggen, dat het zyne jongen levendig werpt.
Aanteek. van den Schryver.
[58] De Staaten van Holland weigerden den Koning dit verzoek.
Aanteek. van den Schrijver.
[59] 'Er zyn jaaren van vier, andere wederom van zes schepen.
Aantek. van den Schryver.
[60] Ik heb reeds gezegd, dat men in deeze Volkplanting geen rhum maakt, en geen suiker raffineert.
Aanteek. van den Schryver.
[61] Men zie Plaat VIII, te vinden in het 1ste Deel van dit werk, tegen over bladz. 128.
[62] Schoon de Europeanen in de verzengde luchtstreek bleek worden, hebben de inboorlingen des Lands, en inzonderheid de Mulatten en Quarteron-Negers eene zeer frissche kleur.
Aanteek. v. d. Franschen Vert.
[63] Hier wordt misschien bedoeld het zoort van rozen-boomen, het welk bloemen voortbrengt, Caraïbische rozen genaamd, en waar van Mejuffrouw DE MERIAN zegt:—"Deeze rozen zyn uit het Land der Caraïben gebragt naar Surinamen, alwaar zy welig groeien. Des morgens, wanneer zy open gaan, zyn zy wit, des middags rood, en des avonds vallen zy af".—Zy is de Rosa Sinuensis van FERRARIUS.
Aanteek. v. d. Franschen Vert.
[64] De groote en kleine Zurzak, of Zursaka, zyn onder den naam van Anona in de plant-tuinen in Holland bekend.
Aanteek. v. d. Franschen Vert.
[65] Men weet dat verscheiden dieren, zoo als de konynen en muizen, die volmaakt wit zyn, oogen van eene bloedkleur hebben.
Aanteek. van den Schryver.
[66] Deeze boom groeit tot eene aanmerkelyke hoogte. Zyn dikke en rechte stam is omkleed met een gryze schors, met stekels bedekt. Zyne takken zyn zeer wyd uitgespreid, en zyne bladeren zyn klein en getand. Alle drie jaren brengt hy catoen voort, maar die niet overvloedig, en niet zeer wit is, en daarom weinig gezocht wordt. Deeze boom, die zeer veel overëenkomst heeft met den Engelschen eikenboom, overtreft denzelven echter uit hoofde der grootte en cierlykheid, waar mede hy zig vertoont.
Aanteek. van den Schryver.
[67] Deeze slang heeft van drie tot vyf voeten lengte, en is in 't geheel niet gevaarlyk. Hy is niet bevreesd, om zig, zelfs door den mensch, te laten aanraken. De weergalooze glans van zyne kleuren noopt zelfs de Negers, om hem aan te bidden.
Aanteek. van den Schryver.
[68] Het geval is in dit Land bekend, dat een Neger, die by zynen meester mishandeld was geworden, 'er op de volgende wyze wraak over nam.—Toen deeze met zyne vrouw was uitgegaan, sloot de Neger alle de deuren toe; en by hunne te rug komst, vertoonde hy zig met hunne drie kinderen op een plat dak boven op het huis. Zyn meester en meesteresse vroegen hem, waarom hy niet open deed, en tot antwoord, wierp hy de jongste hunner kinderen voor hunne voeten; zy dreigden hem, hy wierp de tweede; zy smeekten hem, hy wierp de derde, en allen vielen zy voor de voeten hunner ongelukkige ouderen dood ter neder. Deeze woedende Neger zeide hun toen, dat hy voldaan was; en vervolgens wierp hy zig zelven van boven neder op de straat.—Een andere Neger, om zig over zyne meesteresse te wreeken, doorstak den man, die hem niet beledigd had, en verklaarde wyders, dat haar dood hem de wraak van slechts een oogenblik bezorgen zoude; maar dat haar te berooven van het geen haar het liefste was, haar tevens veröordeelde tot eene eeuwigdurende straf, waar van het denkbeeld alleen voor hem genoeglyk was.
Aanteek, van den Schryver.
[69] Na het naauwkeurigst onderzoek, en het bekomen van overtuigende bewyzen, kan ik verzekeren, dat dit alles met de waarheid overëenkomstig is.
Aanteek. van den Schryver.
[70] Volgens eene wet, in den Raad van Jamaica vastgesteld, is de straf van eenen Neger gewoonlyk twaalf zweepslagen, maar kan nooit boven de negen-en-dertig gaan. Ik heb, in Surinamen, eene vrouw twee honderd slagen zien ontfangen, en ik was oorzaak, dat zy, op het zelfde oogenblik, die straf voor de tweede maal onderging.—Men zie hier boven het II. Deel, bladz. 89.
Aanteek. van den Schryver.
[71] In de maand October 1789, wierden in drie dagen tyds, op Demerary, twee-en-dertig Negers ter dood gebragt; zy trotseerden den dood met eenen gelyken moed als hy, wiens geschiedenis alhier door my is opgegeven.
Aanteek. van den Schryver.
[72] De volgende beschryving zal misschien deeze behandeling beter ontwikkelen.
"Men moet, om Indigo te maken, drie kuipen hebben, die op verschillende hoogten naast elkander geplaatst zyn. Men zet ze op een plaats, alwaar men onbekrompen water bekomen kan.
"De eerste kuip is doorgaans van vyftien tot agtien voeten lang, twaalf voeten breed, en drie of vier voeten diep. Men maakt dezelve anderhalf voet wyd, en volkomen digt.
"De tweede is gewoonlyk de helft minder groot, dan de eerste; en de derde is een derde gedeelte kleiner, dan de tweede. De drie kuipen zyn zoo ingericht, dat zy door openingen, die in den bodem gemaakt zyn, uit de bovenste het daar in vervatte vocht ontfangen kunnen.
"Men noemt de eerste kuip de Uitweek-kuip, de tweede de Slag-kuip, en de derde de Zink-kuip, naardien in dezelve, het geen uit de twee eerste koomt, bezinkt, en de Indigo daar in tot volkomenheid gebragt wordt."
"Het is van aanbelang, dat deeze kuipen wel bepleisterd zyn, en eene zekere dikte hebben, om de gisting, die daar in ontstaat, te kunnen wederstaan. Zy worden in gebakken of gehouwen steenen gemaakt."
Indien ze van uitgehold hout gemaakt worden, en dat men ze langen tyd wil doen duuren, moet men dezelve met zeer dun lood beleggen.
De Indigo van Cayenne is van een blaauwer kleur, dan die van St. Domingo. Zy is aan de rupsen zoo niet onderworpen. (Maison rustique de Cayenne.)
De ouden hebben den oorsprong van de Indigo in 't geheel niet gekend. PLINIUS gelooft, dat het een schuim van riet is, zig vast hechtende aan een zoort van modder, die zwart is, wanneer men ze wryft, en eene fraaije bruine kleur geeft, met purper gemengd, wanneer men ze weekt. DIOSCORIDES gelooft, dat het een steen is.
De Indigo plant koomt in Europa alle jaaren voort. Zie hier de manier, op welke men dezelve aldaar aankweekt. Men zaait ze in de lente, op een bed, en wanneer zy spruiten van twee of drie duimen hoog geschoten heeft, brengt men ze over in kleine kistjes, met goede aarde gevuld, en men zet deeze kistjes in een warm bed van rum. Wanneer deeze planten eenige kragt verkregen hebben, geeft men aan dezelve veel lucht, door de raamen der broeykassen open te zetten, en in de maand Juny brengen zy bloemen voort, die spoedig in peulen veranderen.
Aanteek. v. d. Franschen Vertaler.
[73] Het is een heestergewas of boompje van middelmatige hoogte. Het brengt één of meer stammen voort van een duim in den omtrek, die zes of agt voeten hoog groeijen, alvoorens takken te doen uitspruiten. Tot dat de stammen beginnen takken te schieten, zyn zy over haare geheele lengte van bladeren voorzien, die zy doorgaans na het vormen der takken laten vallen.
De stam van dit boompjen is langwerpig rond en grysachtig. De jonge uitspruitzels hebben eene groene schors met eenige weinige witte stippen; die van de takken is, in het eerste begin, van eene fraaije roode kleur naar het bruine hellende, en ouder wordende met eenige grysächtige lynen geteekend. De bladen groeiën wederkeerig, en bestaan uit drie of vier reijen van blaadjes zonder steelen, maar van eene eironde gedaante. Het Quacy-hout is zelden zonder bladeren.
Dit boompje is alleräangenaamst voor het gezicht, uit hoofde van de meenigte zyner roode bloemen, en de verscheidenheid van kleuren in deszelfs bladeren. De wortel, het eenige gedeelte van den boom, het welk gebruikt wordt, is ligt, en geheel van week hout; deszelfs schors is fyn, grys en knoestig, en op zommige plaatsen als gespleeten. Deeze wortel is, even als de geheele boom, uittermaten bitter. Men oordeelt dit hout zeer balsemächtig te wezen, en door zyne bitterheid geschikt, om zuure stoffen en verrotting te wederstaan. Men bedient 'er zig in America van tegen de tusschenpoozende, aanhoudende, kwaadäartige, en rotkoortsen. Men neemt het in als een poeder, en, om des te beter te werken, als een afkookzel in wyn of water. Het is nog maar weinige jaaren geleden, dat dit middel in Europa in de Geneeskunde is ingevoerd. Men bedient zig ook van een aftrekzel van dit hout in wyn, tegen de jicht, en om de maag te versterken. In één woord, het Quacy-hout kan het gebrek van de Kina vervullen.
Aanteek. van den Franschen vert.
[74] De koffy wierd in 't 1554. uit Arabië naar Constantinopolen overgebragt.—Omtrent in het midden van de zestiende eeuw wierd derzelver gebruik te London ingevoerd; en in 't jaar 1728, plantte de heer NICOLAAS LAWS de eerste Koffyboon te Jamaica.
Aanteek. van den Schryver.
Men heeft reden te gelooven, dat de Italianen de eerste onder de Christen volken zyn, by welken deeze beroemde drank is ingevoerd. Zy is vervolgens voor het jaar 1643 naar Parys overgebragt. 'Er zyn bewyzen, zegt AUBLET, dat geduurende de regeering van LODEWYK XIII, onder het kleine Gerechtshof te Parys, gekookte koffy verkogt wierd, onder den naam van cahové of cahovet. De Turken noemen dezelve cahveh, het welk koomt van het waord cahoah of cahoueh, waar door de Arabieren dien drank aanduiden, dien zy het eerst gekend en in gebruik gebragt hebben; schoon dit Arabisch woord allen drank in 't gemeen beteekent. Het is waarschynlyk, dat 'er niet zeer veel van verkogt wierd, en dat dit niet lang geduurd heeft.
Het jaar 1669, in onze Geschiedenis over bekend door het plechtig Gezandschap van SOLIMAN AGA, die door Sultan MAHOMET IV aan LODEWYK XIV gezonden wierd, moet gehouden worden voor het waare tydperk van de eerste invoering van het gemeene gebruik der koffy te Parys. Deeze Gezant, en zyn gevolg, boden, volgens de gewoonte van hun Land, deezen drank aan de Hovelingen, en verdere persoonen, die uit beleefdheid aan den Turkschen Minister een bezoek gaven, waar door veele inwooners deezer hoofdstad 'er smaak in kregen, en 'er zig aan gewenden.
Aanteek. v. d. Franschen Vertaler.
[75] Alle vrylating is, in de Volkplanting van Surinamen, aan de volgende bepalingen onderhevig: indien dezelve geschiedt ten voordeele van een manspersoon, is deeze genoodzaakt de Volkplanting tegen derzelver binnen- en buitenlandsche vyanden te dienen: de vrygelatene, van welke kunne die ook zy, kan geen getuigenis geven tegen zynen ouden meester; en indien hy in de Volkplanting koomt te sterven, erft zyn voorige meester het vierde gedeelte zyner nalatenschap.
Aanteek. v. d. Schryver.
[76] Daar de laatstgemelde zynen post kortlings heeft nedergelegd,heb ik het genoegen het Publiek te berigten, dat de Heer FREDERIK, die brave Officier, waar van ik zoo dikwils gesproken heb, en die, eenigen tyd bevoorens, onder het krygsvolk der Sociëteit van Surinamen te rug keerde, in het jaar 1792. tot Gouverneur der Volkplanting benoemd wierd.
Aanteek. van den Schryver.
[77] Deeze Officiers, welken men steeds als de waare vertegenwoordigers van de Schotsche Brigade beschouwde, zagen hunne braafheid beloond door het herstel van deeze oude krygsbende, onder bevel van den Generaal FRANCIS DUNDAS; en dezelve wierd naar Gibraltar in bezetting gezonden.
Aanteek. van den Schryver.
[78] Haar broeder HENDRIK, die zyne vryheid verkregen had, ondervond het zelfde lot.
Aanteek. van den Schryver.
[79] Exposé des moyens de mettre en valeur & d'administrer la Guiane.—Eén Deel in 8vo; met een Kaart: by DUPONT, rue de la Loi.
[80] Dit is geschreven in 't jaar 1786. De hoeveelheid van de voortbrengzels deezer Volkplanting is tegenwoordig ten minsten verdubbeld.
[81] De Hollandsche roede is van 12 voeten Rhynlandsche maat, het welk ten naasten by 11 Fransche voeten. (of 3 metres, 572,) uitmaakt.
[82] De groote verwagting, die men van Fransch Guiana had opgevat, deed aan het zelve eenigen tyd den naam geven van Middel-lynig Frankryk, of France Equinoxiale.
[83] De Burger LESCAILLIER ontvouwt dit verschynfel op eene voldoende wyze, in zyn werk, ten titel voerende: Exposé des moyens de mettre en valeur, & d'administrer la Guiane, &c. chez Dupont, imprimeur-libraire, rue de la Loi, Nº. 1231.
[84] PIERRE BARRERE, Correspondent van de Koninglyke Academie der Wetenschappen te Parys, en Genees-Kruidkundige van den Koning op het Eiland Cayenne.
[85] ANTOINE BIET, de opperste der Zendelingen, die toen naar Guiana vertrokken, verhaalt, dat elk der deelgenooten, welken men Seignieurs associés noemde, het bevel wilde voeren. ROIVILLE lag ziek, toen hy vermoord wierd. Hy scheen 't lot, het welk hem over het hoofd hing, te voorzien, en was zeer ontroerd van geest. Den 17 September 1652, omtrent middernacht, werd BIET door een zeer sterk geraas ontwaakt; en op het zelfde oogenblik hoorde hy een geroep: Werp dien schurk in de zee. Willende zien wat 'er gaande was, wierd hy te rug gestooten. Kort daar op deeden hem de moordenaars by hun komen. Hy beklom de hut, en schrikte op het zien van het bed van den Generaal, geheel met bloed besmet, en waar op twee bebloede baijonnetten lagen. Men verklaarde aan den Zendeling, dat de deelgenooten raadzaam geöordeeld hadden zig te ontdoen van eenen man, die het voornemen had hen allen van kant te helpen. BIET ging heen; maar des anderen daags liet men hem wederkomen, hem aanzeggende, dat hy den dood van den Generaal aan al het scheepsvolk zoude hebben bekend te maken. De Geestelyke was 'er zeer verlegen mede. Hy besloot echter te gehoorzamen, maar hy deed zulks, zonder den gepleegden moord te rechtvaardigen.
[86] Men kan niet zonder yzing aan den naam van Kourou denken, zegt de Burger LESCAILLIER; aan die plaats, alwaar 13000 menschen het leven lieten, en de slachtöffers werden van een ontwerp, het welk misschien uitvoerlyk geweest was, indien het met gematigdheid en voorzorge was aangelegd geweest; alwaar de Staat dertig millioenen aan onkosten verspilt heeft, met geen ander gevolg, dan dat, deeze ongelukkige Volkplanting een geruimen tyd haare achting verloren heeft; terwyl men aan den aart der luchtstreek toeschreef, het geen slechts de misslag der Regeering, en het gevolg van een verkeerd overleg was. (Exposé des moyens de mettre en valeur, & d'administrer la Guiane, an VI.)
[87] In de ver af gelegene Binnen-Landen zyn Indianen van eene verhevene gestalte, en sterk gespierd.
[88] Ik vermeene alhier, ter eere van deeze beide huwelyks verbintenissen, te moeten herïnneren, dat het geen de Burger LESCAILLIER gedacht en beproeft heeft, overëenkoomt met den raad, door RAYNAL gegeven, in zyne Histoire Philosophique des deux Indes, Liv. XIII. Tom. III. pag. 359. & suiv. Edit. in 4º.
[89] Zie RAYNAL, Livr. XIII. pag. 291. Edit. in 4º.
End of Project Gutenberg's Reize naar Surinamen, by John Gabriel Stedman