[171]Broughton,Voyage of discovery, l. c. pag. 392.[172]Francis L. Hawks,Narrative, l. c. pag. 511 en 519. Om zich een denkbeeld te vormen van de bekrompenheid der kruidkundige mededeelingen, uit de aanteekeningen en dagboeken van den Commodore getrokken en inonze eeuwdoor den druk bekend gemaakt, laten wij dengeheelenletterlijken inhoud volgen:[173]„These are tastefully planted with fruit and shade trees, and bounded with green hedges, while beds of variegated flowers contrast their bright hues with the green verdure of the foliage and the lawns of grass.”[174]„Onions, a few sweet potatoes and radishes, are the chief products.” Sweet potatoes of Batatas edulis tieren niet opJezo.[175]„There are several beautiful copses of pines and maples, near the town, some fruit trees and flowering shrubs, and the vegetation upon the lower acclivities of the surrounding hills is vigorous. A large variety of northern plants, birches, spiraeas, laburnums, wake-robins, and others clothe the sides, and afford a scant fuel to the poor.”[176]NipponVIII, l. c. pag. 273 enz.[177]De eetbare en andere nuttige gewassen zijn met * gemerkt.[178]Dit eetbaar zeewier, die, zoo als boven reeds gezegd is, een aanzienlijk artikel van den uitvoer der Japanners is, wordt van eene bijzonder goede hoedanigheid in het zuidoosten en oosten vanJezogevonden, en met het opvisschen en droogen daarvan, zoo als ook van tripang en klipzuigers, houden zich de vrouwen derAino’sbezig.
[171]Broughton,Voyage of discovery, l. c. pag. 392.
[172]Francis L. Hawks,Narrative, l. c. pag. 511 en 519. Om zich een denkbeeld te vormen van de bekrompenheid der kruidkundige mededeelingen, uit de aanteekeningen en dagboeken van den Commodore getrokken en inonze eeuwdoor den druk bekend gemaakt, laten wij dengeheelenletterlijken inhoud volgen:
[173]„These are tastefully planted with fruit and shade trees, and bounded with green hedges, while beds of variegated flowers contrast their bright hues with the green verdure of the foliage and the lawns of grass.”
[174]„Onions, a few sweet potatoes and radishes, are the chief products.” Sweet potatoes of Batatas edulis tieren niet opJezo.
[175]„There are several beautiful copses of pines and maples, near the town, some fruit trees and flowering shrubs, and the vegetation upon the lower acclivities of the surrounding hills is vigorous. A large variety of northern plants, birches, spiraeas, laburnums, wake-robins, and others clothe the sides, and afford a scant fuel to the poor.”
[176]NipponVIII, l. c. pag. 273 enz.
[177]De eetbare en andere nuttige gewassen zijn met * gemerkt.
[178]Dit eetbaar zeewier, die, zoo als boven reeds gezegd is, een aanzienlijk artikel van den uitvoer der Japanners is, wordt van eene bijzonder goede hoedanigheid in het zuidoosten en oosten vanJezogevonden, en met het opvisschen en droogen daarvan, zoo als ook van tripang en klipzuigers, houden zich de vrouwen derAino’sbezig.
Eene orographische beschrijving van het eilandJezoen van de reeks van vuurbergen die zich van het Z. tot het N. vanJapanen van daar overJezotot naar deKurilenen verder tot naar het schiereilandKamtschatkauitbreiden, hebbenwij reeds op andere plaatsen medegedeeld[179]. Over de geologische gesteldheid van deAino-landen kunnen wij niets mededeelen dan eenige waarnemingen door Dr.Green, lid van de Amerikaansche expeditie, in de naaste omtrekken vanHakodategedaan. Deze beperken zich tot eene oppervlakkige beschrijving van eene roodachtige verscheidenheid van Siëniet, dat zich door eene buitengewoon groote hoeveelheid van Toermalijn kristallen kenmerkt, waaruit de top van den digt bijHakodategelegen berg bestaat, en tot eenige waarnemingen op het voorgebergte (dat de baai vormt?), van verheffingen door onderaardsche kracht en van de oprijzing van een naar het voormelde Siëniet gelijkend gesteente, dat in plaats van Toermalijn met Veldspaath vermengd was en door Dr.Greenals eene Porphier-formatie herkend werd[180]. Het eilandJezoschijnt overigens zijne tegenwoordige gedaante, even alsKamtschatka, waarvan men thans de geologische gesteldheid naauwkeurig kent, aan verscheidene verheffingen, waarvan de eerste in groote tijdperken elkander opgevolgd zijn, te danken te hebben. Het eerste kwam daar Graniet en Porphier te voorschijn en deze beide gesteenten hebben de eerste verheffing en omwenteling van den vasten leisteen veroorzaakt; na eene lange rust, gedurende welker laatste tijdperk zich de tertiaire lagen gevormd hebben, braken Basalt en Amandelgesteente door en oefenden op de jongste sedimentgesteenten eenen omwentelenden invloed uit. Daarna volgden spoedig op elkander magtige uitbarstingen van trachietische en oud-vulkanische gesteenten, de reeds voorhanden gesteenten menigvuldig door elkander werpende en omwentelende, tot dat zich eindelijk de nog thans in werking zijnde vuurbergen, door de reeds bestaande verstoring en verwarring van oude kraters, den weg baanden en bij voortduring nieuwe omwentelingen en formatiën van het land voorbrengen. Zulkeen tafereel van verwoesting en herschepping, door onderaardsche kracht, levert de geheele keten van vuurbergen op, die zich van het zuiden vanJapanover deAino-landen tot naarKamtschatkauitbreiden, waar zij, zoo als de laatste onderzoekingen hebben getoond, uit zeventien trechters onophoudelijk werkzaam zijn.
Onder de verzamelingen van zeldzame steenen uitJezo, die wij van Japanners gekregen hebben, bevinden zich ook gelijksoortige granitische en porphiergesteenten en verscheidene gekrystaliseerde Kwartssoorten, waaronder zich uitmuntende krystallen van zwarten Rooktopaas, Amethyst en Bergkristal bevinden. Ook hebben wij Obsidiaan-kogels van twee tot drie palmen doorsnede, pikzwart van kleur, en kleine blaauwe stukjes, waarvan waarschijnlijk de zoogenoemdeKrafto tama, d. i. edele steenen vanKraftovervaardigd worden, van daar verkregen. Als eene bijzondere zeldzaamheid werden ons vanMatsmaëmeer dan eene el lange en vier duim dikke vijfhoekige zuilen van Trachiet gezonden, die op de bergtoppen aan de oevers van deIsikari-rivier gevonden worden.
Zulke gesteenten op zichzelven bestaande, laten zich echter bloot als zeldzaamheden beschouwen en het bestaan van primitive ertsrijke, en vulkanische, nog werkzame of uitgedoofde, gebergten veronderstellen; voor de beoordeeling van de geologische gesteldheid dezer landen zijn zij van geene beteekenis. Wij willen hier nog de namen van ertsen en van eenige andere delfstoffen aanhalen:
Het binnenland vanJezozou rijk aan ertsen zijn en het zand van verscheiden rivieren en aan het zeestrand goud bevatten. Het zal dus niet onbelangrijk zijn onze verhandeling met een geschiedkundig overzigt van de berigten over den goud- en zilver-rijkdom vanJezo, uit japansche bronnen geput, te sluiten. Het was toch het voornaamste oogmerk van de onder de CommandeursQuastenVriesondernomen zeetogten, goud- en zilverrijke eilanden op te zoeken; en die zijn dan ook door onzenVrieswerkelijk ontdekt, zoo als thans op het eilandUrupgebleken is, waar de nieuwe bezitters van het Compagnie-land, de Russen, rijke kopermijnen openen, en zoo als ook alle Japansche reizigers vanJezobeweren. Deze ontdekkingen zijn, helaas! gelijk vele andere nuttige wenken en raadgevingen in het belang van onze overzeesche bezittingen, in het meer der vergetelheid met de oude Nederlandsche vlag ondergegaan, om zich onder eene vreemde vlag, in het noordelijk halfrond van den Grooten Oceaan, allengs weder daaruit te verheffen[181].
»Jezo, zegtFajasi Sifei, is rijk aan ertsen; de inboorlingen hebben echter geene kennis van bergbouw en verstaan niet edele metalen door mijnwerken te winnen.” Goudzand vindt men opJezoop vele plaatsen: als bijKunsuiin het N.W. van de Vulkaanbaai, aan het strand vanUsibetsin het W. van kaapJerimo; in het gebergte vanJubarienSen ken gak, dat men de Goudbergen (Kinsan) noemt; bijSikots, niet verre van het groote binnenmeer, waaruit de grootste rivier vanJezo, deIsikari, ontspringt; en bijHaboroop de N.W. kust. Het goudzand wordt niet alleen door de rivieren aangespoeld, maar dikwijls ook overstreken lands van 10 tot 20Riverspreid gevonden. BijHaborovindt men het goudzand telkens wanneer de wind N.W. is, en wanneer het hard gewaaid heeft, glinstert het zeestrand, als ware het verguld. Ook vernamen onze oude Nederlandsche zeevaarders, op hunne ankerplaats bij het Vossen-eiland (opKunasiri), dat goud in de omstreken van den piekAntonygevonden en het zilver voor oorringen van deMinami sjamd. i. Zuidmenschen (vanJezoërs) verkregen werd. »De luiden achten het zilver weinigh” (S. B.). De erts op denMineraelbergh, op het Compagnieland (Urup) gevonden, wordt aldus beschreven: »Steenachtige aerde, gelijkende wel witte volaerde, welke, dikwils gewasschen zijnde, stukjes metaal, als speldehoofden, uitgaf, die zij oordeelden zilver te zijn” (S. B.).Sifeiklaagt er zeer over, dat de Japanners het opzoeken van het goudzand verwaarloozen, voorgevende, dat de berglieden het daar van koude niet konden uithouden; bleven toch, meent hij, de inboorlingen in het noorden vanHaborogezond, zoo konden daar ook wel menschen uit warme landen, wanneer zij zich maar warm kleeden en goed voeden, zich tegen de koude bewaren en gezond blijven.” Er bestaat echter eene andere oorzaak, die de Japanners van het goudzoeken terughoudt: het ontginnen van goudmijnen en wasschen van goudzand zijn voorregten eenig en alleen aan denSjôgun, den zoogenaamden wereldlijken Keizer, voorbehouden en uit staatkundige redenen streng verboden. Vroeger, in het midden van de 17deeeuw, werd veel goud en zilver in de Vulkaanbaai bij de rivierKunuien op de oostkust aan deSarui-rivier gewonnen, en er had daar veel handel tusschen deAino’sen de Japanners plaats; toenmaals verwekte echter een beruchtAino-hoofd,Samsaiin, eenen opstand, die met geweld van wapenen ten onder gebragt werd, waarop het goudzoeken beperkt en allengs verboden is. In deBaie de Langle, op de westkust vanKrafto, werden doorLapérouseaan het strand stukken van steenkolen, maar hoegenaamd geenegesteenten gevonden, aan die men sporen van goud, koper of andere ertsen kon ontdekken. In den nieuwsten tijd zijn ook opJezosteenkolen gevonden, die van goede hoedanigheid zullen zijn; de Vorst-stedehouder vanMatsmaëhad echter in 1856 van het Hof teJedohet verlof tot het ontginnen van de kolenmijnen nog niet verkregen. In het overzigt der reis van den Kapitein-luitenant ter zeeFabiustot het bezoeken van de havens vanHakodateenSimodamet de Nederlandsche schroef-korvetMedusa, in September en October 1856, wordt ook bevestigd, dat het eilandJezozeer rijk aan zilver- en kopermijnen is, en dat de mijnen niet mogen ontgonnen worden[182].
[179]Geschichte der Entdeckungen, l. c., pag. 137.Alexander von Humboldt,Kosmos. Band IV, Abth. 1.[180]Francis L. Hawks,Narrative, l. c. pag. 518.[181]De schrijver bedoelt daar het verwaarloosdeFormosa,Quelspaard, deBonineilanden en eenige andere voor de Nederlandsche scheepvaart en den overzeeschen handel gewigtige plaatsen, die hij hier niet noemen wil, omdat ze mogelijk nog voor den particulieren meer en meer verlichten Nederlandschen handelsgeest kunnen toegankelijk gemaakt worden.[182]Rapportder Departementen van Koloniën en Buitenlandsche Zaken dd. 19 April en 7 Mei 1857, betreffende de Japansche aangelegenheden.
[179]Geschichte der Entdeckungen, l. c., pag. 137.Alexander von Humboldt,Kosmos. Band IV, Abth. 1.
[180]Francis L. Hawks,Narrative, l. c. pag. 518.
[181]De schrijver bedoelt daar het verwaarloosdeFormosa,Quelspaard, deBonineilanden en eenige andere voor de Nederlandsche scheepvaart en den overzeeschen handel gewigtige plaatsen, die hij hier niet noemen wil, omdat ze mogelijk nog voor den particulieren meer en meer verlichten Nederlandschen handelsgeest kunnen toegankelijk gemaakt worden.
[182]Rapportder Departementen van Koloniën en Buitenlandsche Zaken dd. 19 April en 7 Mei 1857, betreffende de Japansche aangelegenheden.
In onze aardrijkskundige toelichtingen hebben wij van de meest gewigtige punten en plaatsen op de oostkust vanJezo, de zuidelijkeKurilenen van den golf vanAniwatot naar de bogt vanPatientieopKraftode aardrijkskundige ligging, zoo als die doorVriesbepaald of door ons volgens de waarnemingen van onze oude Nederlandsche zeevaarders berekend is geworden, aangehaald, en ze met die van de Hof-astronomisten teJedoen van andere zeevaarders vergeleken. Een vergelijkend overzigt dezer waarnemingen zal hier niet te onpas komen, en om het algemeen nut daarvan te verhoogen, zullen wij er de tot nu toe bekende breedte en lengte bepalingen van alle overige punten en plaatsen vanJezo,Kraftoen de zuidelijkeKurilenbijvoegen.