De Albatros. (Bladz. 68).De Albatros. (Bladz.68).Wat de organen betreft van de toestellen, die de stijg- en de voortstuwingskracht leverden, van de ronddeelen en bladen der schroeven,eene geleiachtige vezelstof, die tegelijkertijd stevig en buigzaam was, maakte er het grondbestanddeel van uit. Die stof leende zich volkomentot het aannemen van alle vormen, was onoplosbaar in de meeste gassen en vloeistoffen, hetzij dat zuren of vluchtige oliën waren. Wordt hierbij nog vermeld, dat die geleiachtige vezelstof nog merkwaardige isoleerende eigenschappen bezat, dan moet erkend worden, dat hare toepassing bij de electrische machinerie van deAlbatrosvan buitengewoon groote waarde was.Men zou gezegd hebben een vaartuig met zeven en dertig masten... (Bladz. 69).Men zou gezegd hebben een vaartuig met zeven en dertig masten... (Bladz.69).Het personeel van het luchtschip bestond uit den ingenieur Robur, uit zijn tweeden officier Tom Turner, uit een werktuigkundige met twee helpers, uit twee stuurlieden en een kok. In het geheel dus acht koppen. Dat personeel was ruim voldoende, om de verschillende werkzaamheden, voor de luchtvaart vereischt, ten uitvoer te brengen. Jacht- en oorlogswapens, vischtuigen, electrische signaallantaarns, waarnemingsinstrumenten, kompassen en sextanten, om den koers en de lengte en breedte te bepalen, een thermometer om de temperatuur te weten, verschillende barometers, de eene om hoogtewaarnemingen te doen, en te bepalen welken afstand van de aardoppervlakte bereikt was, de andere om de wisselingen van den luchtdruk aan te geven, een “storm-glas” om nopens ernstige storingen in den dampkring bijtijds gewaarschuwd te worden, eene kleine boekerij, eene kleine draagbare drukpers, een achterlaadkanonstuk op draai-affuit, in het midden van het dek of platform opgesteld, waarmede een projectiel van zes centimeter kon voortgeschoten worden, een voorraad van buskruit, van kogels, van dynamietpatronen, eene kombuis wier vuren gevoed werden door de stroomingen der accumulatoren, een vrij aanzienlijke voorraad verduurzaamde levensmiddelen, als vleesch en groenten in blikken, die in een gedeelte van het ruim, daartoe ingericht, gerangschikt lagen, eenige vaten met whiskey, gin en brandewijn—in één woord: mondbehoeften, voldoende om maanden lang in de bovenluchtlagen te kunnen verwijlen, zonder noodig te hebben naar de aarde af te dalen;—ziedaar de complete inventaris van het luchtschip deAlbatros, ongerekend natuurlijk de beruchte trompet.Bovendien bevond zich nog aan boord een licht vaartuig of sloep, van caoutchouc vervaardigd, die in het water niet omkantelen kon. Deze kon acht man op de oppervlakte van eene rivier, van een meer of van eene kalme zee voeren.Maar had Robur ten minste valschermen ter zijner beschikking, om die ingeval van een ramp te kunnen bezigen?Neen. Hij geloofde noch aan rampen, noch aan toevallen, die daaronder gerangschikt kunnen worden. De assen zijner schroeven waren onafhankelijk van elkander. Kwam er eene te breken of stil te staan, dan had dat geen invloed op de werking van de anderen. En de arbeid van de helft der aanwezige schroeven was voldoende, om deAlbatrosin de lucht, haar natuurlijk element, zwevende te houden.“En met dat luchtschip,” zooals Robur de Veroveraar weldra gelegenheid had tot zijne gasten—gasten tegen wil en dank—te zeggen: “met dat luchtschip ben ik heer en meester van het zevende werelddeel, hetwelk grooter is, dan Australië, Oceanië, Azië, Amerika, Afrika en Europa te zamen zijn. Ik ben heer en meester van dat lucht-Icarië, hetwelk eens door duizenden en nog eens duizenden Icariërs bevolkt zal zijn.”VII.Waarin Uncle Prudent en Phil Evans nogmaals weigeren zich te laten overtuigen.De geachte voorzitter van Weldon-Institute was buiten zich zelven van verbazing, zijn secretaris en lotgenoot geheel buiten westen. Maar noch de een, noch de andere wilde iets laten blijken van de toch zoo natuurlijke gemoedsstemming, waarin zij zich bevonden.De bediende Frycollin bemantelde zijn schrik en angst niet, toen hij zich aan boord van zoo’n gevaarte door de ruimte heengevoerd zag. Hij zuchtte, kermde en ontzag zich niet tranen te storten en de handen te wringen; maar in weerwil van dat alles, draaiden de stijgingschroeven inmiddels met verbazende snelheid boven hunne hoofden. Maar, hoe aanmerkelijk die snelheid ook was, zij had kunnen verdriedubbeld worden, inderdaad, wanneer deAlbatroshoogere luchtlagen had willen bereiken.De voortstuwingsschroeven wentelden met vrij gematigden gang en verleenden aan het luchtschip slechts eene horizontale verplaatsing van niet meer dan twintig kilometers in het uur.Wanneer de passagiers van deAlbatrosbuiten boord beneden zich keken, dan konden zij een lang en bochtig maar vloeibaar lint ontwaren, dat als een eenvoudige beek kronkelde door een zeer geaccidenteerd terrein en te midden van de schitteringen van kleine meren en poelen, die door de schuine stralen der zon getroffen werden. Die beek was evenwel een stroom en nog wel een der meest belangrijke van die streken. Op den linker oever daarvan verhief zich een machtige bergketen, welker voortzetting zich bij den gezichteinder in de nevelen der lucht verloor.“En zult gij ons nu zeggen,” begon Uncle Prudent met een van woede bevende stem. “Zult gij ons nu zeggen....”“Wat wenscht gij te weten?” vroeg Robur met een sarcastischen glimlach op de lippen.“Waar wij zijn?”“Dat zal ik u wel niet mede te deelen hebben, niet waar?” antwoordde de ingenieur.“Maar zult gij ons dan toch zeggen, waarheen wij gaan?” vroeg de secretaris Phil Evans op zijne beurt.“Wij gaan door de ruimte.”“Zal ze lang duren, die reis door de ruimte?” vroeg Uncle Prudent.“Ja, zal ze lang duren?” herhaalde Phil Evans.“Net zoo lang als noodig zal zijn,” was het antwoord van den gezagvoerder van deAlbatros.“Als noodig zal zijn?....”“Zijt ge dan op reis, om de aarde rond te stevenen?” vroeg Phil Evans spotachtig.“O, meer dan dat,” antwoordde Robur.“En als die reis ons niet aanstaat?....” vroeg de president Uncle Prudent.“Het mocht wat!” was het bijtende antwoord; “zij moet u wel aanstaan.”Ziedaar een proefje, een voorsmaak als het ware, van den omgang, die tusschen den gezagvoerder van deAlbatrosen zijne gasten, om ze niet zijne gevangenen te noemen, zoude bestaan. Maar blijkbaar wilde hij hen den noodigen tijd gunnen, om weer tot zich zelven te komen, om het kunstige toestel te kunnen bewonderen, dat hen door de lucht vervoerde en waarschijnlijk ook om den uitvinder te complimenteeren. Hij beijverde zich dan ook, hen alleen te laten, terwijl hij het dek op en neer stapte van het eene uiteinde naar het andere.Zij waren dus geheel en al vrij de machineriën te bezichtigen en de inrichting van het luchtschip te onderzoeken. Zij konden ook hunne aandacht wijden aan het landschap, hetwelk zich in zijne geheele schoonheid onder hen uitspreidde.“Uncle Prudent,” zei de secretaris van Weldon-Institute.“Wat is er, Phil Evans?” hernam de voorzitter.“Ziet gij het niet?”“Wat, Phil Evans?”“Als ik mij niet vergis, Uncle Prudent, dan zweven wij thans boven het centraal gedeelte van het Canadeesche grondgebied.”“Niet mogelijk, Phil Evans!”“Neen, ik vergis mij niet. Die stroom, dien wij daar in het noordwesten bespeuren, is de Sint Laurensrivier.”“En die stad daar, die wij achter ons laten, Phil Evans?” vroeg Uncle Prudent.“Wel, dat is Québec.”Inderdaad, dat was de oude stad van Champlain, wier blikken daken als zoovele spiegels de zonnestralen weerkaatsten.“Maar Québec ligt op den zes en veertigsten graad noorderbreedte,” bromde Uncle Prudent.Juist, deAlbatrosheeft dus dien afstand van Philadelphia tot hier in weinige uren afgelegd, en dat verklaart ons het vroege dag-worden en den abnormalen duur van den dageraad.”“Maar kan het wel mogelijk zijn?”“Of het mogelijk kan zijn, weet ik niet,” antwoordde Phil Evans, “maar dat het zoo is, kan ik bevestigen. Ja, zeker is het Québec, die amphitheatersgewijze gebouwd is. Zie, daar is de heuvel, waarop hare citadel verrijst. Die citadel, die het Gibraltar van Noord-Amerika genoemd kan worden!”“En die torens daar, wat zijn dat?”“Dat zijn de Engelsche en Fransche kerken.”“En dat gebouw daar, waarboven de Britsche vlag wappert?”“Dat is het kantoor van in- en uitgaande rechten, de ‘Douane’ genaamd.”Uncle Prudent was nog niet geheel en al met zijne vragen en Phil Evans met zijne uitleggingen gereed, toen de hoofdstad van Canada reeds aan den horizon begon te verbleeken en zich minder duidelijk voordeed. Het luchtschip geraakte nu in eene bank van kleine wolken, die het gezicht van de aardoppervlakte langzamerhand sluierden.Robur meende toen te bemerken, dat de voorzitter en de secretaris van Weldon-Institute hunne aandacht weer op de uiterlijke bouworde van deAlbatrosvestigden. Hij naderde derhalve en zeide:“Welnu, heeren, gelooft gij thans aan de mogelijkheid van de luchtvaart...?”Uncle Prudent en Phil Evans gromden iets binnensmonds, zonder zich evenwel begrijpelijk uit te drukken.“Aan de mogelijkheid der luchtvaart door middel van toestellenzwaarder dan de lucht?” ging Robur onverstoorbaar voort.Het zou moeielijk geweest zijn de feiten te loochenen, die zij onder de oogen hadden. Toch bleven Uncle Prudent en Phil Evans grommen en zwijgen.“Gij antwoordt niet?” vroeg Robur met een bijtenden glimlach op de lippen.Geen geluid werd vernomen.“Misschien belet u de honger te spreken?” vervolgde de ingenieur. “Heb ik het geraden?.... Welnu, al heb ik mij tot taak gesteld, u door de lucht te laten reizen, zoo heb ik toch niet opmij genomen, u met die weinig voedzame stof te laten maaltijden. Kom, volgt mij, uw ontbijt wacht u.”Daar Uncle Prudent en Phil Evans een knagenden honger gevoelden, begrepen zij, dat het nu het oogenblik niet was om complimenten te maken of moeielijkheden op te werpen.“Daarenboven,” dachten zij, “een maaltijd bindt ons tot niets. Als die Robur ons weer op aarde zal teruggebracht hebben, zullen wij onze vrijheid van handelen weten te hernemen.”Beiden werden toen naar de achterroef geleid, waar zij een kleine “dining-room” binnentraden. Zij vonden daar een zindelijk gedekte tafel, waaraan zij gedurende de reis afzonderlijk zouden eten.De schotels bevatten verschillende verduurzaamde levensmiddelen en daaronder ook een soort brood, hetwelk uit gelijke deelen meel en tot poeder gestampt vleesch bestond en waarin eenig spek gebakken was. Dat brood, gekookt in water, gaf eene heerlijke soep. Vervolgens waren er sneden gebakken ham en bestond de drank uit thee.Ook was de knecht Frycollin niet vergeten. Ook hij had in het vooruit eene krachtige soep gevonden, van hetzelfde brood gemaakt. Maar het moet erkend worden, dat hij weinig eetlust had. En poogde hij ook al te eten, dan was dat, omdat hij toch honger gevoelde en zijn maag hem dwong. Maar met smaak ging het toch niet, daartoe klapperden zijne kakebeenen te zeer van angst.“Als het eens brak!.... Als het eens brak!....” herhaalde de ongelukkige neger voortdurend tusschen twee happen.En hij huiverde inderdaad bij die gedachte. En niet zonder redenen! Denk er toch eens om! Een val van eene hoogte van vijftienhonderd meters zou hem tot brij verpletterd hebben!Uncle Prudent en zijn secretaris Phil Evans verschenen een uur later weer op het dek. Maar Robur was er niet meer. Op het achterschip stond de roerganger in eene soort glazen kast, die hem tegen de guurheid van de atmosfeer moest beschutten, hield het oog op het kompas gevestigd en hield nauwkeurig en zonder de minste aarzeling het luchtschip in de stuurstreek die hem door den ingenieur aangegeven was.Het overige gedeelte van het personeel van het luchtgevaarte was beneden, waarschijnlijk bezig met ontbijten.Slechts een hulp-machinist, die de wacht bij de werktuigen had, wandelde onvermoeid het dek op en neer van de voorroef naar de achterroef.De beide gevangenen moesten erkennen, dat de snelheid van beweging van het luchtschip groot was, hoewel zij, in weerwil dat deAlbatrosbuiten de wolkenstreek getreden was, en de oppervlakte der aarde op een afstand van vijftienhonderd meters onder henzichtbaar was, zich van die snelheid slechts een onvolmaakt denkbeeld konden vormen.“Het is niet om er aan te gelooven,” zei de secretaris Phil Evans hoofdschuddend.“Dat doe ik dan ook maar niet,” antwoordde de voorzitter Uncle Prudent nurksch.Beiden stapten toen naar het voorschip en lieten hun blik langs den geheelen gezichteinder waren.“Kijk, daar doemt eene andere stad op!” zei Phil Evans.“Waar?” vroeg Uncle Prudent, terwijl hij ongeduldig den hals reikte en uitkeek.“Wel, daarginds!” antwoordde de secretaris, die den wijsvinger in zuidwestelijke richting uitstak.“Herkent gij haar?”“Wel zeker. Mij komt het voor dat het Montréal is.”“Montréal, Phil Evans?”“Montréal, Uncle Prudent!”“Maar het is hoogstens twee uren geleden, dat wij over Québec heengevaren zijn!”“Welnu, dat bewijst....”“Wat?”“Dat dit gevaarte zich voortbeweegt met eene snelheid van minstens vijf en twintig uren gaans in het uur.”En inderdaad, dat was de snelheid van het luchtschip. Het was merkwaardig, dat de passagiers daarvan den invloed niet ondervonden. Maar de reden daarvan was, dat de vaart in de richting van den wind geschiedde. Hadde er windstilte geheerscht, dan voorzeker zouden zij het wel gewaar zijn geworden, want de aangeduide snelheid was nagenoeg die van een sneltrein. Bij tegenwind zou het doorstaan van zulk snijden tot de onmogelijkheden moeten gerekend worden.De secretaris Phil Evans had zich inderdaad niet vergist. Onder deAlbatrosverscheen Montréal, welke stad geheel herkenbaar was door de Victoria-Bridge, eene buisbrug, welke de Sint Laurensrivier, evenals de viaduct van den spoorweg te Venetië de lagune overspant. Daarna onderscheidde men de breede straten der stad, hare onmetelijke magazijnen, het paleis harer bankinrichtingen, hare kathedraal, eene basiliek of domkerk, die kort geleden naar het model der Sint Pieterskerk te Rome gebouwd is, eindelijk de Mont-Royal, een heuvel, die de geheele stad beheerscht en op welks top en hellingen men een overheerlijk park heeft aangelegd.Het was waarachtig gelukkig, dat de secretaris Phil Evans vroeger reeds de voornaamste steden van Canada bezocht had. Hij was daardoor in staat ettelijken harer te herkennen, zonder tot Roburbehoeven zijne toevlucht te nemen, om inlichtingen in te winnen.Na Montréal zweefden zij zoo omstreeks tegen half twee in den namiddag over Ottawa in het oosten gelegen. De watervallen, in de nabijheid dier stad aanwezig, verschenen, als een overgroote ketel, die flink gestookt werd. Het deed zich voor, alsof de ziedende schuimmassa in breede golvingen overkookte en dit veroorzaakte een indrukwekkend schouwspel, van uit den hooge gezien.“Daar is het Parlements-paleis!” riep Phil Evans uit.En hij toonde een gebouwtje, dat veel had van een stuk speelgoed uit een Neurenberger doos, hetwelk door een kinderhand op een heuveltje geplaatst zoude zijn. Dat speelgoed met zijnen uiteenloopenden bouwtrant geleek evenveel op het Londensche Parliament-House als de kathedraal van Montréal op de Sint Pieterskerk van Rome zou gelijken, maar dat kon onze reizigers weinig schelen. Het voornaamste voor hen was, dat het onbetwistbaar was, dat die stad Ottawa was.Zij begon evenwel zich ook in den nevel te verliezen en vormde weldra niet meer dan een soort lichtgevend punt in de nabijheid van den gezichteinder op den grond.Het was twee uren ongeveer, toen Robur weer op het dek verscheen. Hij was thans vergezeld van Tom Turner, zijn eerste officier. Tot dezen sprak hij slechts drie woorden. Tom Turner bracht die bij de beide stuurlieden over, welke bij de voor- en achterroeren post gevat hadden. Op een enkelen wenk wijzigde de roerganger den koers van deAlbatrosin dier voege, dat het luchtschip twee graden meer naar het zuidwesten afviel. Uncle Prudent en Phil Evans konden tegelijkertijd ontwaren, dat de voortstuwingsschroeven eene grootere kracht ontwikkelden en dus aan het luchtschip eene grootere snelheid verleenden.De snelheid had evenwel verdubbeld kunnen worden, waardoor zij alle werktuigen van voortbeweging, op den vasten bodem gebruikt, hoe volmaakt ook, in de schaduw zou gesteld hebben.Dat de lezer er over oordeele! De torpilleurs of torpedobooten kunnen vijf en twintig knoopen of veertig kilometers in het uur afleggen. De treinen op de Engelsche en Fransche spoorwegen bereiken honderd kilometers. De ijsschuiten of beter gezegd de schuiten op schaatsen, leggen op de bevrozen rivieren van de Vereenigde Staten van Noord-Amerika honderd vijftien kilometers af. Een locomotief met eene uiterst krachtige machine van kamraderen, in de werkplaatsen van Patterson te New-York vervaardigd, volbrengt honderd dertig kilometers in het uur op de spoorweglijn van het Erie-meer, en eene andere locomotief legde eens tusschen Trenton en Jersey honderd zeven-en-dertig af.Nu kon deAlbatros, wanneer zij hare voortstuwingsschroeven metvolle kracht liet werken eene snelheid bereiken van tweehonderd kilometers in het uur, hetgeen ongeveer vijftig meters in de seconde maakt.Zij vonden daar een zindelijk gedekte tafel. (Bladz. 78.)Zij vonden daar een zindelijk gedekte tafel. (Bladz.78.)Welnu, dat is de snelheid van een orkaan, die boomen ontwortelt en huizen van hunne daken berooft. Bij een windstoot gedurende een onweder werd te Cahors in Frankrijk op den 21stenSeptember 1881 eene snelheid van honderd vier en negentig kilometers gemeten. Dat is de gemiddelde snelheid van een reisduif, welker vlucht slechts voorbijgestreefd wordt door die van de gewone zwaluw, welke zeven en zestig meters, en door die van de gierzwaluw, welke negen en tachtig meters in de seconde bedraagt.In één woord, deAlbatroszou, zooals Robur beweerd had, wanneer zij hare schroeven met volle kracht liet werken, de reis rondom de wereld in tweehonderd uren, dat wil zeggen: in minder dan acht dagen kunnen volvoeren!Dat de aardbol op dat tijdstip ook al vierhonderd vijftig duizend strekkende kilometers aan spoorwegen bezat,—hetgeen tusschen twee haakjes gezegd, gelijk staat met elf malen den omtrek der aarde, bij den Evenaar gemeten,—kon natuurlijk bij de vliegende machine niet in aanmerking komen. Had zij niet het geheele luchtruim tot steunpunt!Hebben wij thans nog noodig er bij te voegen, dat het dit luchtgevaarte was, hetwelk de belangstelling der menigte van de twee halfronden der aarde in de hoogste mate had beziggehouden? Ja, het was het luchtschip van den ingenieur Robur, dat gezien was; en het was de trompet van Tom Turner, die hare schetterende fanfare had laten hooren. Die vlag, welke op de voornaamste gedenkteeken van Europa, Azië en Amerika geplant was geworden, was de banier van Robur de Veroveraar, die hij zoo fier op deAlbatrosontplooide.Het is waar, tot nu toe had de ingenieur eenige voorzorgen genomen, om niet herkend te worden en had hij bij voorkeur des nachts gereisd, waarbij hij zijn luchtschip dan electrisch verlicht had; terwijl hij overdag gewoonlijk achter eene wolkenbank schuil gegaan was. Maar dat tijdperk was thans voorbij. Hij scheen nu zijne uitvinding niet meer in een geheimzinnig waas te willen verbergen.Hij was nu te Philadelphia gekomen en in de zittingzaal van Weldon-Institute binnengedrongen, uitsluitend en alleen om van zijne uitvinding mededeeling te doen en omipso factode meest-ongeloovigen te bekeeren en te overtuigen.Men weet hoe hij door het bestuur en de leden ontvangen was geworden en men zal zien welke weerwraak hij op den voorzitter en den secretaris van die club wenschte te nemen.Robur was intusschen zijn beide gevangenen genaderd. Deze namen het voorkomen aan, alsof zij zich volstrekt niet verwonderden over hetgeen zij zagen en over hetgeen zij ondervonden. Onder het schedelgewelf van die twee Anglo-Saksische dikkoppen bestondklaarblijkelijk eene stijfhoofdigheid, die moeielijk te ontwortelen zoude zijn.Van zijn kant wilde Robur zelfs niet laten blijken, dat hij dit bemerkte. Hij hernam dan ook, alsof hij een gewoon gesprek voortzette, hetwelk toch gedurende meer dan twee uren afgebroken was geweest:“Gij doet u zeker de vraag, heeren,” zeide hij, “of dit toestel, hetwelk zoo uitnemend geschikt voor de luchtvaart is, eene grootere snelheid dan thans deelachtig kan zijn?”Geen der beide aangesprokenen bewoog ook maar de lippen. Zij waren stom als een visch.“Mijn luchtschip zou niet waardig zijn de ruimte te beheerschen,” ging Robur voort, “wanneer het niet in staat was, om als het ware die ruimte te verslinden. Ik heb gewild, dat de lucht voor mij een degelijk en vertrouwbaar steunpunt zoude zijn en, ziet, zij is het! Ik heb begrepen, dat om den strijd tegen den wind te kunnen voeren, ik eenvoudig sterker dan hij moest zijn, en ziet, ik ben sterker dan de wind. Ik heb geen zeilen noodig om mij heen te voeren; ik heb geen roeiriemen of raderen noodig om mij voort te bewegen, ook geen rails om mij een meer gemakkelijken weg te bereiden. Ik heb slechts lucht noodig, dat is alles. Slechts de lucht, die mij omringt, zooals het water het onderzeesche schip omgeeft, slechts de lucht, waarin ik mij met mijne voortstuwingsbladen inschroef als de schroeven van een stoomschip.”De beide Philadelphiërs zwegen steeds.“Ziedaar,” ging Robur voort, “hoe ik het vraagstuk der vliegkunst opgelost heb. Ziedaar, wat een ballon evenmin als ieder ander toestel, lichter dan de lucht, nimmer zal kunnen volvoeren.”Bij deze laatste woorden keek de ingenieur zijn gevangenen uitdagend aan. Maar dezen volhardden in hun stilzwijgen, hetgeen den spreker niet van zijn stuk bracht. Hij vergenoegde zich even te glimlachen en ging toen op vragenden toon aldus voort:“Wellicht vraagt gij u nog af, of deAlbatrosaan de kracht om zich horizontaal voort te kunnen bewegen, ook een gelijke kracht paart om zich in loodrechte richting te verplaatsen; met andere woorden: of mijn luchtschip, wanneer het de bovenluchtlagen wenscht op te zoeken, met een luchtballon zal kunnen wedijveren? Welnu, ik zou u niet aanraden om deGo aheadin het strijdperk met de Albatros te laten treden.”De beide clubgenooten hadden eenvoudig de schoudersminachtendopgetrokken. Maar dat was het juist, wat de ingenieur verwachtte.Hij gaf een teeken. De voortstuwingsschroeven stonden oogenblikkelijk stil. Vervolgens bleef de Albatros, na nog over eene uitgestrektheidvan eene mijl door zijne vaart voortgedreven te zijn, onbeweeglijk zweven.Op een tweede gebaar van Robur bewogen de opstuwingsschroeven zich met zulk eene snelheid, dat men haar met die der sirenen, in de gehoorkundige proeven gebezigd, zoude hebben kunnen vergelijken. Hun frrrgeluid steeg ongeveer eene octaaf in de toonladder, hoewel de omvang van het geluid verminderde door de toenemende ijlheid der lucht. Het toestel steeg toen loodrecht naar boven, evenals een leewerik, die zijn welluidend gezang door de ruimte laat weerklinken.“Baas!.... Meester!....” riep Frycollin ten toppunt van angst uit. “Als de boel maar niet breekt!”Een minachtende glimlach was het eenige antwoord van Robur.Binnen weinige minuten had deAlbatroseen hoogte van twee duizend zeven honderd meters bereikt, hetgeen den gezichtskring op een omtrek van zeventig mijlen uitbreidde. Daarop steeg het luchtschip tot vier duizend meters, hetgeen door den barometer aangewezen werd, die op vier honderd tachtig millimeters viel.Toen die proef genomen was, daalde deAlbatrosweer. De vermindering van luchtdruk in de bovenste atmospherische lagen heeft eene vermindering van zuurstof in de lucht en bijgevolg ook in het bloed ten gevolge. Daarin bestaat de oorzaak der ernstige ongevallen, die sommigen luchtvaarders getroffen hebben. Robur vermeende, dat het onnoodig was, zich aan dat gevaar bloot te stellen.DeAlbatrosdaalde dus tot op de hoogte, die zij bij voorkeur scheen te willen houden. Toen hare voortstuwingsschroeven in beweging gesteld waren, hernam zij hare snelle vaart in zuidwestelijke richting.“Welnu, heeren,” sprak Robur met ietwat spotachtigs in zijne stem, “als gij u die vraag inderdaad gesteld hebt, dan zult gij haar nu wel kunnen beantwoorden.”Daarop boog hij voorover, leunde met het bovenlijf op de verschansing en verdiepte zich in de beschouwing van het verrukkelijke schouwspel, hetwelk de aarde onder zijne voeten ontrolde.Toen hij een poos later het hoofd weer ophief, stonden de voorzitter en de secretaris van Weldon-Institute vlak voor hem.“Ingenieur Robur,” sprak Uncle Prudent, die te vergeefs trachtte zijne zelfbeheersching te bewaren, “ingenieur Robur, wij hebben ons geene zoodanige vragen gesteld, als gij schijnt te gelooven. Maar wij wenschen u een vraag te doen, en wij rekenen er op, dat gij haar zult willen beantwoorden.”“Spreek!”Stond de roerganger in een soort glazen kast. (Bladz. 78).Stond de roerganger in een soort glazen kast. (Bladz.78).“Krachtens welk recht hebt gij ons in Fairmont Park te Philadelphiaaangevallen? Krachtens welk recht hebt gij ons hier in eene cel opgesloten? Krachtens welk recht vervoert gij ons tegen onzenwil,—versta mij goed: tegen onzen wil—aan boord van dit vliegende werktuig?”“En krachtens welk recht, heeren ballonisten,” vroeg Robur op zijne beurt, “hebt gij mij in uwe Club beleedigd, uitgejouwd, bedreigd, en wel zoodanig, dat het mij verwondert, dat ik levend buiten uwe vergaderzaal geraakt ben?”“Ondervragen is niet antwoorden,” hernam Phil Evans gebelgd.“Dat is eene onbetwistbare waarheid; maar....”“Kom, kom, geen praatjes!” viel de driftige secretaris in. “Gij hebt slechts te antwoorden op de vraag: krachtens welk recht hebt gij gehandeld?”“Wilt gij dat weten?”“Als je blieft.”“Welnu, krachtens het recht van den sterkste.”“Dat is hondsch!”“Toegegeven; maar het is zoo!”“En hoelang, burger ingenieur,” vroeg Uncle Prudent, die ten lange laatste losbarstte, “en hoelang zult gij de vermetelheid hebben, om dat recht van den sterkste uit te oefenen?”“Maar, mijne heeren,” antwoordde Robur ironisch, “hoe kunt gij mij toch zulke vraag doen, wanneer gij slechts uwen blik naar beneden te wenden hebt, om een schouwspel te genieten, dat zijns gelijken op de geheele wereld niet heeft?”“Gij spot, mijnheer!” kreet de voorzitter van Weldon-Institute verwoed.“Volstrekt niet. Kijk slechts!”DeAlbatrosspiegelde zich toen in de onmetelijke oppervlakte van het meer Ontario. Zij was over de streken gezweefd, die door Fenimore Cooper zoo dichterlijk beschreven zijn. Daarna volgde het luchtschip den zuidelijken oever van dat uitgestrekte zoetwaterbekken en richtte zijn koers naar de beroemde rivier, die hem het water van het Erie-meer toevoert en die ter halve wege tusschen de beide meren, den prachtigsten waterval der geheele wereld vormt.Gedurende een oogenblik steeg een plechtig geluid, een gegrom als van een verwijderd onweder naar het luchtschip op. De atmospheer koelde zeer merkbaar af. Het was alsof een kille vochtige neveldamp zich in de lucht uitspreidde.Onder deAlbatrosstortten zich vloeibare massa’s in den vorm van een hoefijzer naar beneden in de diepte. Men zou gemeend hebben een stroom van gesmolten kristal te zien, te midden van duizenden regenbogen, die door de weerkaatsing, welke de zonnestralen ontleedden, gevormd werden. Dat was inderdaad een verheven schouwspel.Voor den waterval verbond een loopbruggetje, dat, van uit de hoogte gezien, zich als een gespannen draad voordeed, den eenenoever met den anderen. Een weinig verder op een afstand van drie mijlen benedenstrooms, was eene hangbrug gespannen, waarop toen juist een spoortrein voort scheen te kruipen, die van den Canadaschen oever naar den Amerikaanschen stoomde.“De Niagara-waterval!” riep de secretaris Phil Evans bewonderend uit.Die kreet ontsnapte hem, terwijl de voorzitter Uncle Prudent hem met een verwijtend oog aankeek en voor zich zelven alle moeite deed om niets van die wonderen te bewonderen.DeAlbatroshad eene minuut later de rivier overschreden, die de grensscheiding uitmaakt tusschen de Vereenigde Staten van Noord-Amerika en de Britsche kolonie Canada, en zweefde thans boven het uitgebreide grondgebied van de onmetelijke Republiek.VIII.Waarin bespeurd zal worden, dat Robur eindelijk besluit, antwoord te verleenen op de gewichtige vraag, die hem gesteld is.In een van de hutten van de achterroef hadden Uncle Prudent en zijn secretaris Phil Evans twee heerlijke kooien of couchetten aangetroffen, alsmede linnengoed en verdere kleedingstukken in voldoenden voorraad, zoo ook mantels en de noodige reisdekens. Een Transatlantische stoomer zou hun niet meer gemakken hebben kunnen aanbieden. Als zij niet goed sliepen, dan had dit tot reden: òf minder goede wil van hun kant, òf werkelijke onrust, die hun nachtrust kwam storen.In welk avontuur waren zij toch in Godsnaam verward geraakt?Van welke reeks van proefnemingen waren zij genoodzaakt deel uit te maken, als deze woordspeling geoorloofd is?Wat zou het einde van dat avontuur zijn, en wat wilde de ingenieur Robur eigenlijk toch?Al die vragen gaven inderdaad aanleiding tot veel hoofdbreken.Wat Frycollin betreft, die logeerde vooruit in eene hut, welke aan die van den kok van deAlbatrosgrensde. Die nabuurschap was hem niet onaangenaam. Hij hield er van, om met de machtigen der aarde om te gaan. En in zijn oog was hij, die over de keuken heerschte, een zeer machtig persoon. Toch moet erkend worden, dat wanneer hij insliep, hij slechts droomde van vallen, van voortgeslingerd te worden, en dit veroorzaakte voortdurend bij den armen drommel eene afschuwelijke nachtmerrie.En toch was er niets kalmers uit te denken, dan die reis te middenvan een atmosfeer, welker stroomingen bij het vallen van den avond als het ware ingesluimerd waren. Buiten het frr frr en gedruisch der schroefbladen, was geen enkel gerucht in deze bovenluchtlagen waarneembaar. Soms werd een schel gefluit van eene locomotief, welke zich langs een of andere spoorbaan voortbewoog, vernomen, soms ook het gehuil van huisdieren, zooals honden en katten. Zonderling instinct bij die dieren! Zij voelden als het ware de vliegende machine over zich heen zweven en schreeuwden van angst bij haren overgang.Den volgenden morgen—14denJuni—wandelden de voorzitter Uncle Prudent en Phil Evans om vijf uur reeds op het platform of beter gezegd op het dek van het luchtschip. Niets was sedert den vorigen dag veranderd: vooruit stond een man op uitkijk, achteruit stond de roerganger.Waarom toch een man op uitkijk?Was er dan eene botsing met een toestel van dezelfde soort te vreezen?Klaarblijkelijk neen; want Robur had nog geen navolgers gevonden.En wat de aanvaring met een luchtballon betreft, die in de ruimte zou zweven, de kans daartoe was zoo gering, dat die gerust buiten rekening mocht blijven.In ieder geval zou dat des te erger voor den ballon zijn—de strijd van den ijzeren met den aarden pot. DeAlbatroszou van zulke aanvaring niets te duchten hebben.Maar zou een ander gevaar kunnen voorkomen?Ja, het was niet onmogelijk, dat deAlbatrosstrandde als een gewoon schip, wanneer een berg, dien zij niet had kunnen omtrekken of daarvoor had kunnen uitwijken, haar den weg afsloot. Dat waren de luchtklippen, die ontweken moesten worden, zooals het schip de zeeklippen ontwijkt.De ingenieur had, wel is waar, den koers opgegeven, zooals een gezagvoerder doet, en had daarbij rekening gehouden met de noodige hoogte, om de uitstekende toppen van de landstreek te kunnen vermijden. Maar daar het luchtschip nu weldra boven een bergachtig land zoude zweven, was uitkijken toch de boodschap, vooral voor het geval, dat het luchtschip eenigszins van den weg afdwaalde.Toen zij de landstreek beschouwden, die onder hen als het ware voorbijdreef, ontwaarden Uncle Prudent en zijn secretaris Phil Evans een uitgestrekt meer, waarvan deAlbatrosde uiterste punt, naar het zuiden gekeerd, ging bereiken. Zij maakten daaruit op, dat zij gedurende den nacht over het geheele Erie-meer in zijne volle lengte gezweefd hadden. Dus, daar het luchtschip nu meer rechtstreeks westwaarts aanhield, zou men weldra het uiteinde van het meer Michigan bereiken.Onder de Albatros stortten zich vloeibare massa’s in den vorm van een hoefijzer naar beneden. (Bladz. 86).Onder de Albatros stortten zich vloeibare massa’s in den vorm van een hoefijzer naar beneden. (Bladz.86).“Er is geen twijfel meer mogelijk, Uncle Prudent!” riep Phil Evans eensklaps uit.“Waaromtrent is geen twijfel mogelijk, Master Phil Evans?” vroeg de voorzitter van Weldon-Institute steeds nurksch.“Wel die verzameling van daken, dat is....”“Welnu, dat is?”“Chicago!”“Och, kom! Waar dan toch?”“Daar! daar! In westelijke richting!”En, inderdaad, de secretaris Phil Evans vergiste zich niet. Dat was daar wel de stad, waarheen zeventien spoorwegen voeren, als zoovele stralen naar een centrum. Ja, dat was de koningin van het Westen, de groote vergaarbak van de landbouw- en nijverheidsvoortbrengselen van de Staten Indiana, Ohio, Wisconsin, Missouri en van al de gewesten, die het westelijk gedeelte van de Vereenigde Staten van Noord-Amerika uitmaken.Uncle Prudent, voorzien van een uitnemenden scheepskijker, dien hij in zijne hut aangetroffen had, herkende gemakkelijk de voornaamste gebouwen en monumenten der stad. Zijn lotgenoot was in staat hem de kerken, de openbare gebouwen aan te duiden, als ook de voornaamste der talrijke “elevators” of beter gezegd mechanische graanzolders. Hij toonde hem het onmetelijk hôtel Sherman, hetwelk zich eigenaardig genoeg als een grooten dobbelsteen voordeed, waarop de vensters honderden oogen op ieder der zichtbare vlakken vormden.“Welnu, daar het dan toch Chicago zijn moet,” zei Uncle Prudent, “zoo ligt daarin het bewijs, dat wij te veel westwaarts heengevoerd zijn, om....”“Om wat?” vroeg de secretaris.“Wel, om tot ons uitgangspunt terug te komen. Gij blijft toch steeds onbevattelijk, Phil Evans.”Deze keek boos; maar zweeg tegen zijne gewoonte in. Waarschijnlijk rekende hij, dat een gekibbel tusschen voorzitter en secretaris thans minder passend zoude zijn.De opmerking van Uncle Prudent, hoewel barsch geuit, was toch volkomen juist. DeAlbatrosverwijderde zich in rechte lijn van de hoofdstad van Pensylvanië.Wanneer het evenwel Uncle Prudent’s voornemen was geweest, van den ingenieur Robur te vergen, dat hij zijne gevangenen naar Philadelphia, dus in oostelijke richting, terug zou voeren, dan zou hem daartoe de gelegenheid ontnomen zijn, althans voor het oogenblik. Want de gezagvoerder van deAlbatrosscheen dien morgen volstrekt niet gehaast te zijn, om zijn kajuit te verlaten; hetzij dat hij zich met eenige werkzaamheden bezighield, hetzij dat hij nog sliep. De beide leden van Weldon-Institute waren derhalve genoodzaakt te gaan ontbijten, zonder hem gezien te hebben.De snelheid van beweging was sedert den vorigen dag niet gewijzigd. Bij de doorstaande richting van den wind, die uit het oosten blies, was die snelheid geenszins hinderlijk, en daar de thermometer slechts één graad per honderd zeventig meters stijging daalt, was de temperatuur volkomen dragelijk. Onze voorzitter Uncle Prudent en onze secretaris Phil Evans wandelden dan ook, nadenkende en koutende, alsof zij straks niet verstoord op elkander geweest waren, en in afwachting dat de ingenieur Robur zoude verschijnen, het dek op en neer onder hetgeen men de schaduw zou kunnen noemen der schroefbladen, die toen in eene zoodanige draaiende beweging gebracht waren, dat hunne rondzwiepende uitstraling in een beeld versmolt, hetwelk den vorm eener half doorzichtige schijf aannam.De Staat Illinois werd zoo langs zijne noordelijke grens in minder dan twee en een half uur voorbijgestevend of beter overzweefd. Men overschreed den Vader der Wateren, de Mississippi, waarop de stoombooten met hare twee verdiepingen, van uit die hoogte gezien, zich niet grooter voordeden dan als eenvoudige sloepen.Daarna kwam deAlbatrosboven den Staat Jowa te zweven, en kreeg tegen elf uur in den morgen Jowa-City in het gezicht.Eenige heuvel-ketens, in die streken “bluffs” genoemd, slingerden door het grondgebied van den Staat, zich in hoofdzaak van het zuid-oosten naar het noord-westen uitstrekkende en door de aardrijkskundigen als Prairiën-Plateau aangeduid. De mindere hoogte van die heuvels maakte geene stijging voor het luchtschip noodzakelijk. Die bluffs daarenboven zouden weldra verdwijnen, om plaats te maken voor de onmetelijke vlakten van Jowa, die zich over het geheele westelijke gedeelte van dat grondgebied en over den Staat Nebraska tot aan den voet van het Rotsgebergte in de Staten Wyoming en Colorado uitstrekken.Hier en daar werden rio’s ontwaard, toevoerrivieren van de Missouri, die zelf eene nevenrivier van de Mississippi is en daarin bij Sint Louis uitmondt. Langs de oevers van die nevenrivieren ontwaarden de passagiers derAlbatrossteden en dorpen, die evenwel al zeldzamer en zeldzamer werden, naarmate het luchtschip het Far West naderde.Niets bijzonders deed zich dien dag voor. Uncle Prudent en zijn secretaris Phil Evans bleven geheel aan zich zelven overgelaten. Ternauwernood zagen zij Frycollin, op het voorschip, lui uitgestrekt, die daarbij nog de oogen sloot om maar niets te zien. En toch moet erkend worden, dat de neger volstrekt niet aan duizeligheid onderhevig was, zooals men soms mocht meenen. Daarenboven, die duizeligheid zou zich door gebrek aan gezichtssteunpunten niet hebben kunnen openbaren, zooals dat op den top van een hooggebouw, bij voorbeeld een toren geschiedt. De afgrond trekt niet aan, wanneer men hem van uit een schuitje van een ballon of van het dek van een luchtschip beheerscht. Of beter uitgedrukt, het is geen afgrond, die zich onder den luchtreiziger uitholt, het is integendeel de gezichteinder, die stijgt en hem van alle kanten omgeeft.Tegen twee uur stevende deAlbatrosboven Omaha op de grenzen van Jowa en Nebraska. Omaha-City kan als middelpunt gelden van den Stille Zuidzee-Spoorweg, die eene lange aaneengeschakelde baan van rails van vijftien honderd uren gaans vormt, getraceerd tusschen New-York aan den Atlantischen Oceaan en San-Francisco aan de Groote Stille Zuidzee.Men kon voor een oogenblik de gele wateren van de Missouri-rivier ontwaren; daarna kreeg men de stad in het gezicht met hare houten geraamten met baksteenen aangevuld. Zij verscheen in dat rijke bekken als eene gesp aan den ijzeren gordel, die Noord-Amerika om het midden omsluit.Terwijl de passagiers van deAlbatrosal die bijzonderheden opmerkten, moesten de bewoners van Omaha-City buiten allen twijfel ook het luchtschip, dat vreemdsoortige gevaarte opmerken, en voorzeker waren zij niet meer verbaasd bij dien aanblik dan de voorzitter en de secretaris van Weldon-Institute verwonderd waren over hunne eigene tegenwoordigheid aan boord.In ieder geval zweefde daar eene onbetwistbare daadwerkelijkheid, die ongetwijfeld door de dagbladen van de geheele Vereenigde Staten besproken en gecommenteerd zoude worden.Men zou thans de opheldering krijgen van het tot nu toe onverklaarbare, waarmede de geheele wereld zich bezig hield en waarin zij ten zeerste belang stelde.DeAlbatroshad een uur later Omaha-City overschreden.Het bleek toen evenwel overtuigend, dat het vaartuig meer oostwaarts aanhield en zich daarbij van de Platte-rivier verwijderde, door welker dal de Pacific-Railway in de Prairie kronkelt. Zoo iets was niet geschikt, om den voorzitter Uncle Prudent en zijn secretaris Phil Evans genoegen te doen.“Het schijnt dus ernstig te zijn,” zei de een.“Wat?” vroeg de andere.“Dat plan om ons naar het land der tegenvoeters te voeren!”“En dat tegen onzen wil!”“Juist, tegen onzen wil!”“O! dat die Robur oppasse!....”“Ja, dat hij oppasse!”“Want ik ben de man er niet naar,” zei Uncle Prudent ziedend van toorn, “om hem zoo maar zijn gang te laten gaan. Neen, waarachtig niet!”“En ik ook niet!” zei de secretaris. “Maar geloof mij, Uncle Prudent....”“Wat moet ik gelooven, Phil Evans?”“Tracht u te bedwingen.”“Mij te bedwingen!.... Duivels!....”“Bewaar uwen toorn, tot het oogenblik, dat hij nuttig zal te voorschijn kunnen treden, dan zal zijne losbarsting effect sorteeren.”Tegen vijf uur zweefde deAlbatros, na het Zwarte Gebergte, hetwelk met dennen en met ceders getooid is, overschreden te hebben, boven dat grondgebied, hetwelk men zoo terecht de Slechte Gronden van den Staat Nebraska genoemd heeft. Die Slechte Gronden bestaan uit een mengelmoes, een ware chaos van heuvels, die eene okerkleur vertoonen, van brokstukken van bergen, die men van boven zou hebben laten vallen en die zich bij hunnen val verbrijzeld zouden hebben. Van verre gezien, namen die blokken de grilligste vormen aan. Hier en daar, ontwaarde men nu eens alsof het een overgroot bikkelspel was, dan weer of het bouwvallen van groote steden uit de middeleeuwen waren, met kasteeltorens, met burchten voorzien van machicoulis en peperbusvormige bastions. Maar in werkelijkheid zijn die Slechte Gronden slechts een groot kerkhof, een onmetelijk knekelveld, waar de overblijfselen van dikhuidigen, van dieren, die tot de familie der zeeschildpadden behooren en, zooals beweerd wordt, zelfs van fossilen of voorwereldlijke menschengeslachten, die daar door de een of andere natuurkracht der eerste tijden verzameld werden, liggen te bleeken.Toen de avond viel, was dat geheele bekken van de Platte-rivier overschreden. Nu spreidde zich de vlakte tot aan de uiterste grenzen van den gezichteinder uit. En die grenzen lagen ver, zeer ver verwijderd, nu deAlbatroslangzamerhand in hoogere luchtlagen gestegen was.Gedurende den nacht werd geen scherp gegil der locomotieven of geen dieper geraas der stoomfluiten van de stoomvaartuigen vernomen, om de stilte en de kalmte van het firmament, waarin myriaden sterren flonkerden, te storen. Soms steeg een langgerekt geloei tot bij het luchtschip op. Dat werd veroorzaakt door geheele kudden bisons, die de prairiën doorkruisten om beken en weilanden op te sporen, ten einde hunnen dorst te lesschen en hunnen honger te stillen. En wanneer dat geloei zweeg, dan toch kon het geritsel der grasstengels onder hunne pooten vernomen worden, dat een dof geluid veroorzaakte, niet ongelijk aan het sombere gerol eener overstrooming, en zeer verschillend van het onophoudelijk frrr frrr der schroeven.Ook werd van tijd tot tijd het gehuil van een wolf, van een vos, van een wilde kat, of van eene cojote vernomen. Deze laatstgenoemdeis decanis latransder geleerden en verdient zijn naam door zijn schel geblaf ten volle.En ook de doordringende geuren der kruizemunt, der pepermunt, der absinth-planten, der saliestruiken, vermengd met de nog krachtiger geuren der nagelboomen, stegen door de zuivere nachtelijke luchtlagen op.Eindelijk werd ook nog tusschen al die aardsche kreten soms een akelig geluid vernomen, dat ditmaal niet door cojoten veroorzaakt werd. Dat was de gil van den Roodhuid, waardoor een pionier niet misleid zou worden en derhalve ook niet door dezen voor het geschreeuw van wilde beesten genomen zoude zijn.Den volgenden morgen, den 15denJuni, verliet Phil Evans tegen vijf uren in den morgen zijne hut. Misschien zou hij dien dag den ingenieur Robur ontmoeten.In ieder geval dreef hem zijne nieuwsgierigheid er toe om zich tot den eersten officier Tom Turner te wenden, ten einde te weten, waarom Robur den vorigen dag niet verschenen was.Tom Turner, een Engelschman van geboorte, was ongeveer vijf en veertig jaren oud. Hij had een breede borstkas en stevige ledematen, die als door een ijzeren geraamte gestut werden. Daarenboven had hij een zeer groot en karakteristiek hoofd, à la Hogarth, zooals die schilder van alle mogelijke leelijke Angel-Saksische gelaatstrekken met zijn penseel bij dozijnen vermenigvuldigd heeft. Wanneer men de vierde plaat van zijn Harlots Progress wil inzien, dan zal men het hoofd van Tom Turner op den romp van den gevangenbewaarder aantreffen, en dan zal men moeten erkennen, dat diens gelaatstrekken niets vriendelijks en niets aanmoedigends konden aanbieden.“Zullen wij heden den ingenieur Robur te zien krijgen?” vroeg Phil Evans.“Dat weet ik niet,” antwoordde Tom Turner.“Ik vraag u niet, of hij uitgegaan is.”“Dat zou toch wel kunnen zijn.”“Wanneer zal hij terugkomen?”“Klaarblijkelijk, wanneer hij zijne boodschappen verricht zal hebben.”Na dat antwoord stapte Tom Turner zijne roef binnen.Phil Evans moest zich met dat loopje, hetwelk met hem genomen werd, tevreden stellen. Het antwoord was te minder geruststellend, daar een blik op het kompas aangaf, dat deAlbatrosin noordwestelijke richting afhield.Welk contrast kon toen waargenomen worden, tusschen de onvruchtbare streek der Slechte Gronden, die men in den loop van den vorigen nacht verliet, met het landschap, dat zich nu op de oppervlakte der aarde uitspreidde.Het luchtschip bevond zich thans, na ongeveer duizend kilometers van Omaha af afgelegd te hebben, boven eene streek, die Phil Evans onmogelijk kon herkennen, om de eenvoudige reden, dat hij haar nimmer bezocht had. Eenige forten, die tot bestemming hadden om de Indianen in bedwang te houden, bekroonden met hunne geometrische lijnen en hoeken, die meer door palissaden of paalwerk dan door muren gevormd werden, de bluffs. Weinig dorpen werden ontwaard, en weinig inwoners. Hierin verschilde dit land veel met het goudhoudend grondgebied van Colorado, hetwelk eenige graden meer zuidwaarts gelegen was.Heel ver, bij den horizon, begon men, evenwel nog zeer onduidelijk, eene opeenvolging van bergtoppen te ontwaren, die door de opkomende zon als met een vurig boord omzoomd werden.Dat was het Rotsgebergte.Al dadelijk ondervonden Uncle Prudent en Phil Evans dien ochtend een scherpe koude. Deze temperatuursverlaging kon niet toegeschreven worden aan eene wijziging van het weder, want de zon scheen met volle pracht.“Dat wordt veroorzaakt, doordat deAlbatroshooger in de lucht gestegen is,” zei Phil Evans.Inderdaad de barometer, die buiten de deur der middenroef geplaatst was, werd bevonden op vijfhonderd veertig millimeter gevallen te zijn,—hetgeen op een hoogte van drieduizend meters ongeveer wees. Het luchtschip bleef zich dus op eene vrij aanzienlijke hoogte bewegen en werd daartoe door de afwisselingen van het terrein genoodzaakt. Een uur vroeger toch, had het de hoogte van vierduizend meters moeten overschrijden, want achter het gevaarte verrezen bergen, die door eeuwigdurende sneeuw bedekt waren.Uncle Prudent noch zijn lotgenoot konden zich herinneren welk land het was, waarboven zij zweefden. DeAlbatroshad gedurende den nacht afwijkingen van den koers met eene buitengewone snelheid naar noord of zuid kunnen maken, en dat was voldoende om hen het spoor bijster te maken.Nadat zij evenwel de verschillende minder of meer aanneembare vooronderstellingen bepleit hadden, kwamen zij daarin overeen: dat deze streek, omlijst door een kring van bergen, de plek was, die door eene congres-acte in Maart 1872 tot nationaal park van de Vereenigde Staten verklaard was.Dat was inderdaad een zonderlinge en belangwekkende streek. Zij verdiende werkelijk den naam van park—een park met bergen in de plaats van heuvelen, met meren in de plaats van vijvers, met rivieren in de plaats van beken, met uitgestrekte bosschen tot wandelplaatsen en labyrinthen, en eindelijk met geyzersvan eene bewonderenswaardige kracht, in de plaats van fonteinen en waterwerken.Weinige minuten later gleed deAlbatroshoog bovenover de Yellowstone-River, liet den Stevenson-berg ter rechterzijde en kwam boven het groote meer te zweven, dat den naam van dien waterstroom voert. Welke afwisseling in den oeverrand van dit waterbekken, waarvan de strandvlakten met obsediaan-brokken bezaaid waren en met kleine kristallen, welker duizenden facetten de zonnestralen weerkaatsten! Welke grilligheid in het daarstellen der eilanden, die aan de wateroppervlakte verschenen! Welke azuren weerschijn toch door dien onmetelijken spiegel veroorzaakt! En rondom dat meer, een der hoogst gelegenen van den aardbol, welke zwermen, welke wolken van gevogelte, van pelikanen, van zwanen, van meeuwen, van ganzen, van duikeleendjes! Sommige gedeelten der oevers, die zeer steil uit het water oprezen, waren bedekt met groene boomen als dennen, pijnboomen en lorkeboomen, en aan den voet van die steile hoogten rookten ontelbare witte fumarolen. De waterdamp ontsnapte uit dien bodem als uit een onmetelijken vergaarbak, waarin het water door onderaardsche vuren steeds ziedend gehouden werd.Hier ware voor den kok en hofmeester uitmuntende gelegenheid geweest, om een grooten voorraad forellen op te doen, de eenige vischsoort, die in ontelbare menigte in het Yellowstone-meer aangetroffen wordt. Maar deAlbatrosbleef steeds op zulke hoogte, dat er niet aan eene vischvangst te denken viel, die anders wel tot de wonderbaarlijke zoude behoord hebben.Daarenboven het meer werd in minder dan drie kwartieruurs overschreden en een weinig verder de streek der geyzers bereikt, die met de fraaiste van IJsland kunnen wedijveren. Uncle Prudent en Phil Evans lagen over het verschansingsboord gebogen en beschouwden de vloeibare kolommen, die opstegen, alsof zij aan het luchtschip een nieuw element wilden verschaffen. Daar was eerst “de Waaier”, die zijne uitstralende waterstralen uitspoot; “het Sterke Kasteel”, dat zich als met geschut scheen te verdedigen; “de Oude Getrouwe”, met zijne waterzuilen, die zich met regenbogen kroonden; “de Reus”, die met zoo’n kracht een loodrechten waterstraal, welke een omvang heeft van twintig voet, loodrecht opwerpt, dat hij eene hoogte van tweehonderd voeten bereikt.Robur kende voorzeker dat onvergelijkelijk schouwspel, hetwelk eenig op de wereld bestaat; want hij verscheen niet op het dek. Had hij dus alleen voor het genoegen zijner gasten het luchtschip boven dat nationale domein gebracht? Hoe het ook zij, hij onthield zich een bedankje te komen vragen. Hij verscheen zelfs niet bij den stoutmoedigen overtocht van het Rotsgebergte, die tegen zeven uur in den ochtend aanvaard werd.
De Albatros. (Bladz. 68).De Albatros. (Bladz.68).
De Albatros. (Bladz. 68).
De Albatros. (Bladz.68).
Wat de organen betreft van de toestellen, die de stijg- en de voortstuwingskracht leverden, van de ronddeelen en bladen der schroeven,eene geleiachtige vezelstof, die tegelijkertijd stevig en buigzaam was, maakte er het grondbestanddeel van uit. Die stof leende zich volkomentot het aannemen van alle vormen, was onoplosbaar in de meeste gassen en vloeistoffen, hetzij dat zuren of vluchtige oliën waren. Wordt hierbij nog vermeld, dat die geleiachtige vezelstof nog merkwaardige isoleerende eigenschappen bezat, dan moet erkend worden, dat hare toepassing bij de electrische machinerie van deAlbatrosvan buitengewoon groote waarde was.
Men zou gezegd hebben een vaartuig met zeven en dertig masten... (Bladz. 69).Men zou gezegd hebben een vaartuig met zeven en dertig masten... (Bladz.69).
Men zou gezegd hebben een vaartuig met zeven en dertig masten... (Bladz. 69).
Men zou gezegd hebben een vaartuig met zeven en dertig masten... (Bladz.69).
Het personeel van het luchtschip bestond uit den ingenieur Robur, uit zijn tweeden officier Tom Turner, uit een werktuigkundige met twee helpers, uit twee stuurlieden en een kok. In het geheel dus acht koppen. Dat personeel was ruim voldoende, om de verschillende werkzaamheden, voor de luchtvaart vereischt, ten uitvoer te brengen. Jacht- en oorlogswapens, vischtuigen, electrische signaallantaarns, waarnemingsinstrumenten, kompassen en sextanten, om den koers en de lengte en breedte te bepalen, een thermometer om de temperatuur te weten, verschillende barometers, de eene om hoogtewaarnemingen te doen, en te bepalen welken afstand van de aardoppervlakte bereikt was, de andere om de wisselingen van den luchtdruk aan te geven, een “storm-glas” om nopens ernstige storingen in den dampkring bijtijds gewaarschuwd te worden, eene kleine boekerij, eene kleine draagbare drukpers, een achterlaadkanonstuk op draai-affuit, in het midden van het dek of platform opgesteld, waarmede een projectiel van zes centimeter kon voortgeschoten worden, een voorraad van buskruit, van kogels, van dynamietpatronen, eene kombuis wier vuren gevoed werden door de stroomingen der accumulatoren, een vrij aanzienlijke voorraad verduurzaamde levensmiddelen, als vleesch en groenten in blikken, die in een gedeelte van het ruim, daartoe ingericht, gerangschikt lagen, eenige vaten met whiskey, gin en brandewijn—in één woord: mondbehoeften, voldoende om maanden lang in de bovenluchtlagen te kunnen verwijlen, zonder noodig te hebben naar de aarde af te dalen;—ziedaar de complete inventaris van het luchtschip deAlbatros, ongerekend natuurlijk de beruchte trompet.
Bovendien bevond zich nog aan boord een licht vaartuig of sloep, van caoutchouc vervaardigd, die in het water niet omkantelen kon. Deze kon acht man op de oppervlakte van eene rivier, van een meer of van eene kalme zee voeren.
Maar had Robur ten minste valschermen ter zijner beschikking, om die ingeval van een ramp te kunnen bezigen?
Neen. Hij geloofde noch aan rampen, noch aan toevallen, die daaronder gerangschikt kunnen worden. De assen zijner schroeven waren onafhankelijk van elkander. Kwam er eene te breken of stil te staan, dan had dat geen invloed op de werking van de anderen. En de arbeid van de helft der aanwezige schroeven was voldoende, om deAlbatrosin de lucht, haar natuurlijk element, zwevende te houden.
“En met dat luchtschip,” zooals Robur de Veroveraar weldra gelegenheid had tot zijne gasten—gasten tegen wil en dank—te zeggen: “met dat luchtschip ben ik heer en meester van het zevende werelddeel, hetwelk grooter is, dan Australië, Oceanië, Azië, Amerika, Afrika en Europa te zamen zijn. Ik ben heer en meester van dat lucht-Icarië, hetwelk eens door duizenden en nog eens duizenden Icariërs bevolkt zal zijn.”
De geachte voorzitter van Weldon-Institute was buiten zich zelven van verbazing, zijn secretaris en lotgenoot geheel buiten westen. Maar noch de een, noch de andere wilde iets laten blijken van de toch zoo natuurlijke gemoedsstemming, waarin zij zich bevonden.
De bediende Frycollin bemantelde zijn schrik en angst niet, toen hij zich aan boord van zoo’n gevaarte door de ruimte heengevoerd zag. Hij zuchtte, kermde en ontzag zich niet tranen te storten en de handen te wringen; maar in weerwil van dat alles, draaiden de stijgingschroeven inmiddels met verbazende snelheid boven hunne hoofden. Maar, hoe aanmerkelijk die snelheid ook was, zij had kunnen verdriedubbeld worden, inderdaad, wanneer deAlbatroshoogere luchtlagen had willen bereiken.
De voortstuwingsschroeven wentelden met vrij gematigden gang en verleenden aan het luchtschip slechts eene horizontale verplaatsing van niet meer dan twintig kilometers in het uur.
Wanneer de passagiers van deAlbatrosbuiten boord beneden zich keken, dan konden zij een lang en bochtig maar vloeibaar lint ontwaren, dat als een eenvoudige beek kronkelde door een zeer geaccidenteerd terrein en te midden van de schitteringen van kleine meren en poelen, die door de schuine stralen der zon getroffen werden. Die beek was evenwel een stroom en nog wel een der meest belangrijke van die streken. Op den linker oever daarvan verhief zich een machtige bergketen, welker voortzetting zich bij den gezichteinder in de nevelen der lucht verloor.
“En zult gij ons nu zeggen,” begon Uncle Prudent met een van woede bevende stem. “Zult gij ons nu zeggen....”
“Wat wenscht gij te weten?” vroeg Robur met een sarcastischen glimlach op de lippen.
“Waar wij zijn?”
“Dat zal ik u wel niet mede te deelen hebben, niet waar?” antwoordde de ingenieur.
“Maar zult gij ons dan toch zeggen, waarheen wij gaan?” vroeg de secretaris Phil Evans op zijne beurt.
“Wij gaan door de ruimte.”
“Zal ze lang duren, die reis door de ruimte?” vroeg Uncle Prudent.
“Ja, zal ze lang duren?” herhaalde Phil Evans.
“Net zoo lang als noodig zal zijn,” was het antwoord van den gezagvoerder van deAlbatros.
“Als noodig zal zijn?....”
“Zijt ge dan op reis, om de aarde rond te stevenen?” vroeg Phil Evans spotachtig.
“O, meer dan dat,” antwoordde Robur.
“En als die reis ons niet aanstaat?....” vroeg de president Uncle Prudent.
“Het mocht wat!” was het bijtende antwoord; “zij moet u wel aanstaan.”
Ziedaar een proefje, een voorsmaak als het ware, van den omgang, die tusschen den gezagvoerder van deAlbatrosen zijne gasten, om ze niet zijne gevangenen te noemen, zoude bestaan. Maar blijkbaar wilde hij hen den noodigen tijd gunnen, om weer tot zich zelven te komen, om het kunstige toestel te kunnen bewonderen, dat hen door de lucht vervoerde en waarschijnlijk ook om den uitvinder te complimenteeren. Hij beijverde zich dan ook, hen alleen te laten, terwijl hij het dek op en neer stapte van het eene uiteinde naar het andere.
Zij waren dus geheel en al vrij de machineriën te bezichtigen en de inrichting van het luchtschip te onderzoeken. Zij konden ook hunne aandacht wijden aan het landschap, hetwelk zich in zijne geheele schoonheid onder hen uitspreidde.
“Uncle Prudent,” zei de secretaris van Weldon-Institute.
“Wat is er, Phil Evans?” hernam de voorzitter.
“Ziet gij het niet?”
“Wat, Phil Evans?”
“Als ik mij niet vergis, Uncle Prudent, dan zweven wij thans boven het centraal gedeelte van het Canadeesche grondgebied.”
“Niet mogelijk, Phil Evans!”
“Neen, ik vergis mij niet. Die stroom, dien wij daar in het noordwesten bespeuren, is de Sint Laurensrivier.”
“En die stad daar, die wij achter ons laten, Phil Evans?” vroeg Uncle Prudent.
“Wel, dat is Québec.”
Inderdaad, dat was de oude stad van Champlain, wier blikken daken als zoovele spiegels de zonnestralen weerkaatsten.
“Maar Québec ligt op den zes en veertigsten graad noorderbreedte,” bromde Uncle Prudent.
Juist, deAlbatrosheeft dus dien afstand van Philadelphia tot hier in weinige uren afgelegd, en dat verklaart ons het vroege dag-worden en den abnormalen duur van den dageraad.”
“Maar kan het wel mogelijk zijn?”
“Of het mogelijk kan zijn, weet ik niet,” antwoordde Phil Evans, “maar dat het zoo is, kan ik bevestigen. Ja, zeker is het Québec, die amphitheatersgewijze gebouwd is. Zie, daar is de heuvel, waarop hare citadel verrijst. Die citadel, die het Gibraltar van Noord-Amerika genoemd kan worden!”
“En die torens daar, wat zijn dat?”
“Dat zijn de Engelsche en Fransche kerken.”
“En dat gebouw daar, waarboven de Britsche vlag wappert?”
“Dat is het kantoor van in- en uitgaande rechten, de ‘Douane’ genaamd.”
Uncle Prudent was nog niet geheel en al met zijne vragen en Phil Evans met zijne uitleggingen gereed, toen de hoofdstad van Canada reeds aan den horizon begon te verbleeken en zich minder duidelijk voordeed. Het luchtschip geraakte nu in eene bank van kleine wolken, die het gezicht van de aardoppervlakte langzamerhand sluierden.
Robur meende toen te bemerken, dat de voorzitter en de secretaris van Weldon-Institute hunne aandacht weer op de uiterlijke bouworde van deAlbatrosvestigden. Hij naderde derhalve en zeide:
“Welnu, heeren, gelooft gij thans aan de mogelijkheid van de luchtvaart...?”
Uncle Prudent en Phil Evans gromden iets binnensmonds, zonder zich evenwel begrijpelijk uit te drukken.
“Aan de mogelijkheid der luchtvaart door middel van toestellenzwaarder dan de lucht?” ging Robur onverstoorbaar voort.
Het zou moeielijk geweest zijn de feiten te loochenen, die zij onder de oogen hadden. Toch bleven Uncle Prudent en Phil Evans grommen en zwijgen.
“Gij antwoordt niet?” vroeg Robur met een bijtenden glimlach op de lippen.
Geen geluid werd vernomen.
“Misschien belet u de honger te spreken?” vervolgde de ingenieur. “Heb ik het geraden?.... Welnu, al heb ik mij tot taak gesteld, u door de lucht te laten reizen, zoo heb ik toch niet opmij genomen, u met die weinig voedzame stof te laten maaltijden. Kom, volgt mij, uw ontbijt wacht u.”
Daar Uncle Prudent en Phil Evans een knagenden honger gevoelden, begrepen zij, dat het nu het oogenblik niet was om complimenten te maken of moeielijkheden op te werpen.
“Daarenboven,” dachten zij, “een maaltijd bindt ons tot niets. Als die Robur ons weer op aarde zal teruggebracht hebben, zullen wij onze vrijheid van handelen weten te hernemen.”
Beiden werden toen naar de achterroef geleid, waar zij een kleine “dining-room” binnentraden. Zij vonden daar een zindelijk gedekte tafel, waaraan zij gedurende de reis afzonderlijk zouden eten.
De schotels bevatten verschillende verduurzaamde levensmiddelen en daaronder ook een soort brood, hetwelk uit gelijke deelen meel en tot poeder gestampt vleesch bestond en waarin eenig spek gebakken was. Dat brood, gekookt in water, gaf eene heerlijke soep. Vervolgens waren er sneden gebakken ham en bestond de drank uit thee.
Ook was de knecht Frycollin niet vergeten. Ook hij had in het vooruit eene krachtige soep gevonden, van hetzelfde brood gemaakt. Maar het moet erkend worden, dat hij weinig eetlust had. En poogde hij ook al te eten, dan was dat, omdat hij toch honger gevoelde en zijn maag hem dwong. Maar met smaak ging het toch niet, daartoe klapperden zijne kakebeenen te zeer van angst.
“Als het eens brak!.... Als het eens brak!....” herhaalde de ongelukkige neger voortdurend tusschen twee happen.
En hij huiverde inderdaad bij die gedachte. En niet zonder redenen! Denk er toch eens om! Een val van eene hoogte van vijftienhonderd meters zou hem tot brij verpletterd hebben!
Uncle Prudent en zijn secretaris Phil Evans verschenen een uur later weer op het dek. Maar Robur was er niet meer. Op het achterschip stond de roerganger in eene soort glazen kast, die hem tegen de guurheid van de atmosfeer moest beschutten, hield het oog op het kompas gevestigd en hield nauwkeurig en zonder de minste aarzeling het luchtschip in de stuurstreek die hem door den ingenieur aangegeven was.
Het overige gedeelte van het personeel van het luchtgevaarte was beneden, waarschijnlijk bezig met ontbijten.
Slechts een hulp-machinist, die de wacht bij de werktuigen had, wandelde onvermoeid het dek op en neer van de voorroef naar de achterroef.
De beide gevangenen moesten erkennen, dat de snelheid van beweging van het luchtschip groot was, hoewel zij, in weerwil dat deAlbatrosbuiten de wolkenstreek getreden was, en de oppervlakte der aarde op een afstand van vijftienhonderd meters onder henzichtbaar was, zich van die snelheid slechts een onvolmaakt denkbeeld konden vormen.
“Het is niet om er aan te gelooven,” zei de secretaris Phil Evans hoofdschuddend.
“Dat doe ik dan ook maar niet,” antwoordde de voorzitter Uncle Prudent nurksch.
Beiden stapten toen naar het voorschip en lieten hun blik langs den geheelen gezichteinder waren.
“Kijk, daar doemt eene andere stad op!” zei Phil Evans.
“Waar?” vroeg Uncle Prudent, terwijl hij ongeduldig den hals reikte en uitkeek.
“Wel, daarginds!” antwoordde de secretaris, die den wijsvinger in zuidwestelijke richting uitstak.
“Herkent gij haar?”
“Wel zeker. Mij komt het voor dat het Montréal is.”
“Montréal, Phil Evans?”
“Montréal, Uncle Prudent!”
“Maar het is hoogstens twee uren geleden, dat wij over Québec heengevaren zijn!”
“Welnu, dat bewijst....”
“Wat?”
“Dat dit gevaarte zich voortbeweegt met eene snelheid van minstens vijf en twintig uren gaans in het uur.”
En inderdaad, dat was de snelheid van het luchtschip. Het was merkwaardig, dat de passagiers daarvan den invloed niet ondervonden. Maar de reden daarvan was, dat de vaart in de richting van den wind geschiedde. Hadde er windstilte geheerscht, dan voorzeker zouden zij het wel gewaar zijn geworden, want de aangeduide snelheid was nagenoeg die van een sneltrein. Bij tegenwind zou het doorstaan van zulk snijden tot de onmogelijkheden moeten gerekend worden.
De secretaris Phil Evans had zich inderdaad niet vergist. Onder deAlbatrosverscheen Montréal, welke stad geheel herkenbaar was door de Victoria-Bridge, eene buisbrug, welke de Sint Laurensrivier, evenals de viaduct van den spoorweg te Venetië de lagune overspant. Daarna onderscheidde men de breede straten der stad, hare onmetelijke magazijnen, het paleis harer bankinrichtingen, hare kathedraal, eene basiliek of domkerk, die kort geleden naar het model der Sint Pieterskerk te Rome gebouwd is, eindelijk de Mont-Royal, een heuvel, die de geheele stad beheerscht en op welks top en hellingen men een overheerlijk park heeft aangelegd.
Het was waarachtig gelukkig, dat de secretaris Phil Evans vroeger reeds de voornaamste steden van Canada bezocht had. Hij was daardoor in staat ettelijken harer te herkennen, zonder tot Roburbehoeven zijne toevlucht te nemen, om inlichtingen in te winnen.
Na Montréal zweefden zij zoo omstreeks tegen half twee in den namiddag over Ottawa in het oosten gelegen. De watervallen, in de nabijheid dier stad aanwezig, verschenen, als een overgroote ketel, die flink gestookt werd. Het deed zich voor, alsof de ziedende schuimmassa in breede golvingen overkookte en dit veroorzaakte een indrukwekkend schouwspel, van uit den hooge gezien.
“Daar is het Parlements-paleis!” riep Phil Evans uit.
En hij toonde een gebouwtje, dat veel had van een stuk speelgoed uit een Neurenberger doos, hetwelk door een kinderhand op een heuveltje geplaatst zoude zijn. Dat speelgoed met zijnen uiteenloopenden bouwtrant geleek evenveel op het Londensche Parliament-House als de kathedraal van Montréal op de Sint Pieterskerk van Rome zou gelijken, maar dat kon onze reizigers weinig schelen. Het voornaamste voor hen was, dat het onbetwistbaar was, dat die stad Ottawa was.
Zij begon evenwel zich ook in den nevel te verliezen en vormde weldra niet meer dan een soort lichtgevend punt in de nabijheid van den gezichteinder op den grond.
Het was twee uren ongeveer, toen Robur weer op het dek verscheen. Hij was thans vergezeld van Tom Turner, zijn eerste officier. Tot dezen sprak hij slechts drie woorden. Tom Turner bracht die bij de beide stuurlieden over, welke bij de voor- en achterroeren post gevat hadden. Op een enkelen wenk wijzigde de roerganger den koers van deAlbatrosin dier voege, dat het luchtschip twee graden meer naar het zuidwesten afviel. Uncle Prudent en Phil Evans konden tegelijkertijd ontwaren, dat de voortstuwingsschroeven eene grootere kracht ontwikkelden en dus aan het luchtschip eene grootere snelheid verleenden.
De snelheid had evenwel verdubbeld kunnen worden, waardoor zij alle werktuigen van voortbeweging, op den vasten bodem gebruikt, hoe volmaakt ook, in de schaduw zou gesteld hebben.
Dat de lezer er over oordeele! De torpilleurs of torpedobooten kunnen vijf en twintig knoopen of veertig kilometers in het uur afleggen. De treinen op de Engelsche en Fransche spoorwegen bereiken honderd kilometers. De ijsschuiten of beter gezegd de schuiten op schaatsen, leggen op de bevrozen rivieren van de Vereenigde Staten van Noord-Amerika honderd vijftien kilometers af. Een locomotief met eene uiterst krachtige machine van kamraderen, in de werkplaatsen van Patterson te New-York vervaardigd, volbrengt honderd dertig kilometers in het uur op de spoorweglijn van het Erie-meer, en eene andere locomotief legde eens tusschen Trenton en Jersey honderd zeven-en-dertig af.
Nu kon deAlbatros, wanneer zij hare voortstuwingsschroeven metvolle kracht liet werken eene snelheid bereiken van tweehonderd kilometers in het uur, hetgeen ongeveer vijftig meters in de seconde maakt.
Zij vonden daar een zindelijk gedekte tafel. (Bladz. 78.)Zij vonden daar een zindelijk gedekte tafel. (Bladz.78.)
Zij vonden daar een zindelijk gedekte tafel. (Bladz. 78.)
Zij vonden daar een zindelijk gedekte tafel. (Bladz.78.)
Welnu, dat is de snelheid van een orkaan, die boomen ontwortelt en huizen van hunne daken berooft. Bij een windstoot gedurende een onweder werd te Cahors in Frankrijk op den 21stenSeptember 1881 eene snelheid van honderd vier en negentig kilometers gemeten. Dat is de gemiddelde snelheid van een reisduif, welker vlucht slechts voorbijgestreefd wordt door die van de gewone zwaluw, welke zeven en zestig meters, en door die van de gierzwaluw, welke negen en tachtig meters in de seconde bedraagt.
In één woord, deAlbatroszou, zooals Robur beweerd had, wanneer zij hare schroeven met volle kracht liet werken, de reis rondom de wereld in tweehonderd uren, dat wil zeggen: in minder dan acht dagen kunnen volvoeren!
Dat de aardbol op dat tijdstip ook al vierhonderd vijftig duizend strekkende kilometers aan spoorwegen bezat,—hetgeen tusschen twee haakjes gezegd, gelijk staat met elf malen den omtrek der aarde, bij den Evenaar gemeten,—kon natuurlijk bij de vliegende machine niet in aanmerking komen. Had zij niet het geheele luchtruim tot steunpunt!
Hebben wij thans nog noodig er bij te voegen, dat het dit luchtgevaarte was, hetwelk de belangstelling der menigte van de twee halfronden der aarde in de hoogste mate had beziggehouden? Ja, het was het luchtschip van den ingenieur Robur, dat gezien was; en het was de trompet van Tom Turner, die hare schetterende fanfare had laten hooren. Die vlag, welke op de voornaamste gedenkteeken van Europa, Azië en Amerika geplant was geworden, was de banier van Robur de Veroveraar, die hij zoo fier op deAlbatrosontplooide.
Het is waar, tot nu toe had de ingenieur eenige voorzorgen genomen, om niet herkend te worden en had hij bij voorkeur des nachts gereisd, waarbij hij zijn luchtschip dan electrisch verlicht had; terwijl hij overdag gewoonlijk achter eene wolkenbank schuil gegaan was. Maar dat tijdperk was thans voorbij. Hij scheen nu zijne uitvinding niet meer in een geheimzinnig waas te willen verbergen.
Hij was nu te Philadelphia gekomen en in de zittingzaal van Weldon-Institute binnengedrongen, uitsluitend en alleen om van zijne uitvinding mededeeling te doen en omipso factode meest-ongeloovigen te bekeeren en te overtuigen.
Men weet hoe hij door het bestuur en de leden ontvangen was geworden en men zal zien welke weerwraak hij op den voorzitter en den secretaris van die club wenschte te nemen.
Robur was intusschen zijn beide gevangenen genaderd. Deze namen het voorkomen aan, alsof zij zich volstrekt niet verwonderden over hetgeen zij zagen en over hetgeen zij ondervonden. Onder het schedelgewelf van die twee Anglo-Saksische dikkoppen bestondklaarblijkelijk eene stijfhoofdigheid, die moeielijk te ontwortelen zoude zijn.
Van zijn kant wilde Robur zelfs niet laten blijken, dat hij dit bemerkte. Hij hernam dan ook, alsof hij een gewoon gesprek voortzette, hetwelk toch gedurende meer dan twee uren afgebroken was geweest:
“Gij doet u zeker de vraag, heeren,” zeide hij, “of dit toestel, hetwelk zoo uitnemend geschikt voor de luchtvaart is, eene grootere snelheid dan thans deelachtig kan zijn?”
Geen der beide aangesprokenen bewoog ook maar de lippen. Zij waren stom als een visch.
“Mijn luchtschip zou niet waardig zijn de ruimte te beheerschen,” ging Robur voort, “wanneer het niet in staat was, om als het ware die ruimte te verslinden. Ik heb gewild, dat de lucht voor mij een degelijk en vertrouwbaar steunpunt zoude zijn en, ziet, zij is het! Ik heb begrepen, dat om den strijd tegen den wind te kunnen voeren, ik eenvoudig sterker dan hij moest zijn, en ziet, ik ben sterker dan de wind. Ik heb geen zeilen noodig om mij heen te voeren; ik heb geen roeiriemen of raderen noodig om mij voort te bewegen, ook geen rails om mij een meer gemakkelijken weg te bereiden. Ik heb slechts lucht noodig, dat is alles. Slechts de lucht, die mij omringt, zooals het water het onderzeesche schip omgeeft, slechts de lucht, waarin ik mij met mijne voortstuwingsbladen inschroef als de schroeven van een stoomschip.”
De beide Philadelphiërs zwegen steeds.
“Ziedaar,” ging Robur voort, “hoe ik het vraagstuk der vliegkunst opgelost heb. Ziedaar, wat een ballon evenmin als ieder ander toestel, lichter dan de lucht, nimmer zal kunnen volvoeren.”
Bij deze laatste woorden keek de ingenieur zijn gevangenen uitdagend aan. Maar dezen volhardden in hun stilzwijgen, hetgeen den spreker niet van zijn stuk bracht. Hij vergenoegde zich even te glimlachen en ging toen op vragenden toon aldus voort:
“Wellicht vraagt gij u nog af, of deAlbatrosaan de kracht om zich horizontaal voort te kunnen bewegen, ook een gelijke kracht paart om zich in loodrechte richting te verplaatsen; met andere woorden: of mijn luchtschip, wanneer het de bovenluchtlagen wenscht op te zoeken, met een luchtballon zal kunnen wedijveren? Welnu, ik zou u niet aanraden om deGo aheadin het strijdperk met de Albatros te laten treden.”
De beide clubgenooten hadden eenvoudig de schoudersminachtendopgetrokken. Maar dat was het juist, wat de ingenieur verwachtte.
Hij gaf een teeken. De voortstuwingsschroeven stonden oogenblikkelijk stil. Vervolgens bleef de Albatros, na nog over eene uitgestrektheidvan eene mijl door zijne vaart voortgedreven te zijn, onbeweeglijk zweven.
Op een tweede gebaar van Robur bewogen de opstuwingsschroeven zich met zulk eene snelheid, dat men haar met die der sirenen, in de gehoorkundige proeven gebezigd, zoude hebben kunnen vergelijken. Hun frrrgeluid steeg ongeveer eene octaaf in de toonladder, hoewel de omvang van het geluid verminderde door de toenemende ijlheid der lucht. Het toestel steeg toen loodrecht naar boven, evenals een leewerik, die zijn welluidend gezang door de ruimte laat weerklinken.
“Baas!.... Meester!....” riep Frycollin ten toppunt van angst uit. “Als de boel maar niet breekt!”
Een minachtende glimlach was het eenige antwoord van Robur.
Binnen weinige minuten had deAlbatroseen hoogte van twee duizend zeven honderd meters bereikt, hetgeen den gezichtskring op een omtrek van zeventig mijlen uitbreidde. Daarop steeg het luchtschip tot vier duizend meters, hetgeen door den barometer aangewezen werd, die op vier honderd tachtig millimeters viel.
Toen die proef genomen was, daalde deAlbatrosweer. De vermindering van luchtdruk in de bovenste atmospherische lagen heeft eene vermindering van zuurstof in de lucht en bijgevolg ook in het bloed ten gevolge. Daarin bestaat de oorzaak der ernstige ongevallen, die sommigen luchtvaarders getroffen hebben. Robur vermeende, dat het onnoodig was, zich aan dat gevaar bloot te stellen.
DeAlbatrosdaalde dus tot op de hoogte, die zij bij voorkeur scheen te willen houden. Toen hare voortstuwingsschroeven in beweging gesteld waren, hernam zij hare snelle vaart in zuidwestelijke richting.
“Welnu, heeren,” sprak Robur met ietwat spotachtigs in zijne stem, “als gij u die vraag inderdaad gesteld hebt, dan zult gij haar nu wel kunnen beantwoorden.”
Daarop boog hij voorover, leunde met het bovenlijf op de verschansing en verdiepte zich in de beschouwing van het verrukkelijke schouwspel, hetwelk de aarde onder zijne voeten ontrolde.
Toen hij een poos later het hoofd weer ophief, stonden de voorzitter en de secretaris van Weldon-Institute vlak voor hem.
“Ingenieur Robur,” sprak Uncle Prudent, die te vergeefs trachtte zijne zelfbeheersching te bewaren, “ingenieur Robur, wij hebben ons geene zoodanige vragen gesteld, als gij schijnt te gelooven. Maar wij wenschen u een vraag te doen, en wij rekenen er op, dat gij haar zult willen beantwoorden.”
“Spreek!”
Stond de roerganger in een soort glazen kast. (Bladz. 78).Stond de roerganger in een soort glazen kast. (Bladz.78).
Stond de roerganger in een soort glazen kast. (Bladz. 78).
Stond de roerganger in een soort glazen kast. (Bladz.78).
“Krachtens welk recht hebt gij ons in Fairmont Park te Philadelphiaaangevallen? Krachtens welk recht hebt gij ons hier in eene cel opgesloten? Krachtens welk recht vervoert gij ons tegen onzenwil,—versta mij goed: tegen onzen wil—aan boord van dit vliegende werktuig?”
“En krachtens welk recht, heeren ballonisten,” vroeg Robur op zijne beurt, “hebt gij mij in uwe Club beleedigd, uitgejouwd, bedreigd, en wel zoodanig, dat het mij verwondert, dat ik levend buiten uwe vergaderzaal geraakt ben?”
“Ondervragen is niet antwoorden,” hernam Phil Evans gebelgd.
“Dat is eene onbetwistbare waarheid; maar....”
“Kom, kom, geen praatjes!” viel de driftige secretaris in. “Gij hebt slechts te antwoorden op de vraag: krachtens welk recht hebt gij gehandeld?”
“Wilt gij dat weten?”
“Als je blieft.”
“Welnu, krachtens het recht van den sterkste.”
“Dat is hondsch!”
“Toegegeven; maar het is zoo!”
“En hoelang, burger ingenieur,” vroeg Uncle Prudent, die ten lange laatste losbarstte, “en hoelang zult gij de vermetelheid hebben, om dat recht van den sterkste uit te oefenen?”
“Maar, mijne heeren,” antwoordde Robur ironisch, “hoe kunt gij mij toch zulke vraag doen, wanneer gij slechts uwen blik naar beneden te wenden hebt, om een schouwspel te genieten, dat zijns gelijken op de geheele wereld niet heeft?”
“Gij spot, mijnheer!” kreet de voorzitter van Weldon-Institute verwoed.
“Volstrekt niet. Kijk slechts!”
DeAlbatrosspiegelde zich toen in de onmetelijke oppervlakte van het meer Ontario. Zij was over de streken gezweefd, die door Fenimore Cooper zoo dichterlijk beschreven zijn. Daarna volgde het luchtschip den zuidelijken oever van dat uitgestrekte zoetwaterbekken en richtte zijn koers naar de beroemde rivier, die hem het water van het Erie-meer toevoert en die ter halve wege tusschen de beide meren, den prachtigsten waterval der geheele wereld vormt.
Gedurende een oogenblik steeg een plechtig geluid, een gegrom als van een verwijderd onweder naar het luchtschip op. De atmospheer koelde zeer merkbaar af. Het was alsof een kille vochtige neveldamp zich in de lucht uitspreidde.
Onder deAlbatrosstortten zich vloeibare massa’s in den vorm van een hoefijzer naar beneden in de diepte. Men zou gemeend hebben een stroom van gesmolten kristal te zien, te midden van duizenden regenbogen, die door de weerkaatsing, welke de zonnestralen ontleedden, gevormd werden. Dat was inderdaad een verheven schouwspel.
Voor den waterval verbond een loopbruggetje, dat, van uit de hoogte gezien, zich als een gespannen draad voordeed, den eenenoever met den anderen. Een weinig verder op een afstand van drie mijlen benedenstrooms, was eene hangbrug gespannen, waarop toen juist een spoortrein voort scheen te kruipen, die van den Canadaschen oever naar den Amerikaanschen stoomde.
“De Niagara-waterval!” riep de secretaris Phil Evans bewonderend uit.
Die kreet ontsnapte hem, terwijl de voorzitter Uncle Prudent hem met een verwijtend oog aankeek en voor zich zelven alle moeite deed om niets van die wonderen te bewonderen.
DeAlbatroshad eene minuut later de rivier overschreden, die de grensscheiding uitmaakt tusschen de Vereenigde Staten van Noord-Amerika en de Britsche kolonie Canada, en zweefde thans boven het uitgebreide grondgebied van de onmetelijke Republiek.
In een van de hutten van de achterroef hadden Uncle Prudent en zijn secretaris Phil Evans twee heerlijke kooien of couchetten aangetroffen, alsmede linnengoed en verdere kleedingstukken in voldoenden voorraad, zoo ook mantels en de noodige reisdekens. Een Transatlantische stoomer zou hun niet meer gemakken hebben kunnen aanbieden. Als zij niet goed sliepen, dan had dit tot reden: òf minder goede wil van hun kant, òf werkelijke onrust, die hun nachtrust kwam storen.
In welk avontuur waren zij toch in Godsnaam verward geraakt?
Van welke reeks van proefnemingen waren zij genoodzaakt deel uit te maken, als deze woordspeling geoorloofd is?
Wat zou het einde van dat avontuur zijn, en wat wilde de ingenieur Robur eigenlijk toch?
Al die vragen gaven inderdaad aanleiding tot veel hoofdbreken.
Wat Frycollin betreft, die logeerde vooruit in eene hut, welke aan die van den kok van deAlbatrosgrensde. Die nabuurschap was hem niet onaangenaam. Hij hield er van, om met de machtigen der aarde om te gaan. En in zijn oog was hij, die over de keuken heerschte, een zeer machtig persoon. Toch moet erkend worden, dat wanneer hij insliep, hij slechts droomde van vallen, van voortgeslingerd te worden, en dit veroorzaakte voortdurend bij den armen drommel eene afschuwelijke nachtmerrie.
En toch was er niets kalmers uit te denken, dan die reis te middenvan een atmosfeer, welker stroomingen bij het vallen van den avond als het ware ingesluimerd waren. Buiten het frr frr en gedruisch der schroefbladen, was geen enkel gerucht in deze bovenluchtlagen waarneembaar. Soms werd een schel gefluit van eene locomotief, welke zich langs een of andere spoorbaan voortbewoog, vernomen, soms ook het gehuil van huisdieren, zooals honden en katten. Zonderling instinct bij die dieren! Zij voelden als het ware de vliegende machine over zich heen zweven en schreeuwden van angst bij haren overgang.
Den volgenden morgen—14denJuni—wandelden de voorzitter Uncle Prudent en Phil Evans om vijf uur reeds op het platform of beter gezegd op het dek van het luchtschip. Niets was sedert den vorigen dag veranderd: vooruit stond een man op uitkijk, achteruit stond de roerganger.
Waarom toch een man op uitkijk?
Was er dan eene botsing met een toestel van dezelfde soort te vreezen?
Klaarblijkelijk neen; want Robur had nog geen navolgers gevonden.
En wat de aanvaring met een luchtballon betreft, die in de ruimte zou zweven, de kans daartoe was zoo gering, dat die gerust buiten rekening mocht blijven.
In ieder geval zou dat des te erger voor den ballon zijn—de strijd van den ijzeren met den aarden pot. DeAlbatroszou van zulke aanvaring niets te duchten hebben.
Maar zou een ander gevaar kunnen voorkomen?
Ja, het was niet onmogelijk, dat deAlbatrosstrandde als een gewoon schip, wanneer een berg, dien zij niet had kunnen omtrekken of daarvoor had kunnen uitwijken, haar den weg afsloot. Dat waren de luchtklippen, die ontweken moesten worden, zooals het schip de zeeklippen ontwijkt.
De ingenieur had, wel is waar, den koers opgegeven, zooals een gezagvoerder doet, en had daarbij rekening gehouden met de noodige hoogte, om de uitstekende toppen van de landstreek te kunnen vermijden. Maar daar het luchtschip nu weldra boven een bergachtig land zoude zweven, was uitkijken toch de boodschap, vooral voor het geval, dat het luchtschip eenigszins van den weg afdwaalde.
Toen zij de landstreek beschouwden, die onder hen als het ware voorbijdreef, ontwaarden Uncle Prudent en zijn secretaris Phil Evans een uitgestrekt meer, waarvan deAlbatrosde uiterste punt, naar het zuiden gekeerd, ging bereiken. Zij maakten daaruit op, dat zij gedurende den nacht over het geheele Erie-meer in zijne volle lengte gezweefd hadden. Dus, daar het luchtschip nu meer rechtstreeks westwaarts aanhield, zou men weldra het uiteinde van het meer Michigan bereiken.
Onder de Albatros stortten zich vloeibare massa’s in den vorm van een hoefijzer naar beneden. (Bladz. 86).Onder de Albatros stortten zich vloeibare massa’s in den vorm van een hoefijzer naar beneden. (Bladz.86).
Onder de Albatros stortten zich vloeibare massa’s in den vorm van een hoefijzer naar beneden. (Bladz. 86).
Onder de Albatros stortten zich vloeibare massa’s in den vorm van een hoefijzer naar beneden. (Bladz.86).
“Er is geen twijfel meer mogelijk, Uncle Prudent!” riep Phil Evans eensklaps uit.
“Waaromtrent is geen twijfel mogelijk, Master Phil Evans?” vroeg de voorzitter van Weldon-Institute steeds nurksch.
“Wel die verzameling van daken, dat is....”
“Welnu, dat is?”
“Chicago!”
“Och, kom! Waar dan toch?”
“Daar! daar! In westelijke richting!”
En, inderdaad, de secretaris Phil Evans vergiste zich niet. Dat was daar wel de stad, waarheen zeventien spoorwegen voeren, als zoovele stralen naar een centrum. Ja, dat was de koningin van het Westen, de groote vergaarbak van de landbouw- en nijverheidsvoortbrengselen van de Staten Indiana, Ohio, Wisconsin, Missouri en van al de gewesten, die het westelijk gedeelte van de Vereenigde Staten van Noord-Amerika uitmaken.
Uncle Prudent, voorzien van een uitnemenden scheepskijker, dien hij in zijne hut aangetroffen had, herkende gemakkelijk de voornaamste gebouwen en monumenten der stad. Zijn lotgenoot was in staat hem de kerken, de openbare gebouwen aan te duiden, als ook de voornaamste der talrijke “elevators” of beter gezegd mechanische graanzolders. Hij toonde hem het onmetelijk hôtel Sherman, hetwelk zich eigenaardig genoeg als een grooten dobbelsteen voordeed, waarop de vensters honderden oogen op ieder der zichtbare vlakken vormden.
“Welnu, daar het dan toch Chicago zijn moet,” zei Uncle Prudent, “zoo ligt daarin het bewijs, dat wij te veel westwaarts heengevoerd zijn, om....”
“Om wat?” vroeg de secretaris.
“Wel, om tot ons uitgangspunt terug te komen. Gij blijft toch steeds onbevattelijk, Phil Evans.”
Deze keek boos; maar zweeg tegen zijne gewoonte in. Waarschijnlijk rekende hij, dat een gekibbel tusschen voorzitter en secretaris thans minder passend zoude zijn.
De opmerking van Uncle Prudent, hoewel barsch geuit, was toch volkomen juist. DeAlbatrosverwijderde zich in rechte lijn van de hoofdstad van Pensylvanië.
Wanneer het evenwel Uncle Prudent’s voornemen was geweest, van den ingenieur Robur te vergen, dat hij zijne gevangenen naar Philadelphia, dus in oostelijke richting, terug zou voeren, dan zou hem daartoe de gelegenheid ontnomen zijn, althans voor het oogenblik. Want de gezagvoerder van deAlbatrosscheen dien morgen volstrekt niet gehaast te zijn, om zijn kajuit te verlaten; hetzij dat hij zich met eenige werkzaamheden bezighield, hetzij dat hij nog sliep. De beide leden van Weldon-Institute waren derhalve genoodzaakt te gaan ontbijten, zonder hem gezien te hebben.
De snelheid van beweging was sedert den vorigen dag niet gewijzigd. Bij de doorstaande richting van den wind, die uit het oosten blies, was die snelheid geenszins hinderlijk, en daar de thermometer slechts één graad per honderd zeventig meters stijging daalt, was de temperatuur volkomen dragelijk. Onze voorzitter Uncle Prudent en onze secretaris Phil Evans wandelden dan ook, nadenkende en koutende, alsof zij straks niet verstoord op elkander geweest waren, en in afwachting dat de ingenieur Robur zoude verschijnen, het dek op en neer onder hetgeen men de schaduw zou kunnen noemen der schroefbladen, die toen in eene zoodanige draaiende beweging gebracht waren, dat hunne rondzwiepende uitstraling in een beeld versmolt, hetwelk den vorm eener half doorzichtige schijf aannam.
De Staat Illinois werd zoo langs zijne noordelijke grens in minder dan twee en een half uur voorbijgestevend of beter overzweefd. Men overschreed den Vader der Wateren, de Mississippi, waarop de stoombooten met hare twee verdiepingen, van uit die hoogte gezien, zich niet grooter voordeden dan als eenvoudige sloepen.
Daarna kwam deAlbatrosboven den Staat Jowa te zweven, en kreeg tegen elf uur in den morgen Jowa-City in het gezicht.
Eenige heuvel-ketens, in die streken “bluffs” genoemd, slingerden door het grondgebied van den Staat, zich in hoofdzaak van het zuid-oosten naar het noord-westen uitstrekkende en door de aardrijkskundigen als Prairiën-Plateau aangeduid. De mindere hoogte van die heuvels maakte geene stijging voor het luchtschip noodzakelijk. Die bluffs daarenboven zouden weldra verdwijnen, om plaats te maken voor de onmetelijke vlakten van Jowa, die zich over het geheele westelijke gedeelte van dat grondgebied en over den Staat Nebraska tot aan den voet van het Rotsgebergte in de Staten Wyoming en Colorado uitstrekken.
Hier en daar werden rio’s ontwaard, toevoerrivieren van de Missouri, die zelf eene nevenrivier van de Mississippi is en daarin bij Sint Louis uitmondt. Langs de oevers van die nevenrivieren ontwaarden de passagiers derAlbatrossteden en dorpen, die evenwel al zeldzamer en zeldzamer werden, naarmate het luchtschip het Far West naderde.
Niets bijzonders deed zich dien dag voor. Uncle Prudent en zijn secretaris Phil Evans bleven geheel aan zich zelven overgelaten. Ternauwernood zagen zij Frycollin, op het voorschip, lui uitgestrekt, die daarbij nog de oogen sloot om maar niets te zien. En toch moet erkend worden, dat de neger volstrekt niet aan duizeligheid onderhevig was, zooals men soms mocht meenen. Daarenboven, die duizeligheid zou zich door gebrek aan gezichtssteunpunten niet hebben kunnen openbaren, zooals dat op den top van een hooggebouw, bij voorbeeld een toren geschiedt. De afgrond trekt niet aan, wanneer men hem van uit een schuitje van een ballon of van het dek van een luchtschip beheerscht. Of beter uitgedrukt, het is geen afgrond, die zich onder den luchtreiziger uitholt, het is integendeel de gezichteinder, die stijgt en hem van alle kanten omgeeft.
Tegen twee uur stevende deAlbatrosboven Omaha op de grenzen van Jowa en Nebraska. Omaha-City kan als middelpunt gelden van den Stille Zuidzee-Spoorweg, die eene lange aaneengeschakelde baan van rails van vijftien honderd uren gaans vormt, getraceerd tusschen New-York aan den Atlantischen Oceaan en San-Francisco aan de Groote Stille Zuidzee.
Men kon voor een oogenblik de gele wateren van de Missouri-rivier ontwaren; daarna kreeg men de stad in het gezicht met hare houten geraamten met baksteenen aangevuld. Zij verscheen in dat rijke bekken als eene gesp aan den ijzeren gordel, die Noord-Amerika om het midden omsluit.
Terwijl de passagiers van deAlbatrosal die bijzonderheden opmerkten, moesten de bewoners van Omaha-City buiten allen twijfel ook het luchtschip, dat vreemdsoortige gevaarte opmerken, en voorzeker waren zij niet meer verbaasd bij dien aanblik dan de voorzitter en de secretaris van Weldon-Institute verwonderd waren over hunne eigene tegenwoordigheid aan boord.
In ieder geval zweefde daar eene onbetwistbare daadwerkelijkheid, die ongetwijfeld door de dagbladen van de geheele Vereenigde Staten besproken en gecommenteerd zoude worden.
Men zou thans de opheldering krijgen van het tot nu toe onverklaarbare, waarmede de geheele wereld zich bezig hield en waarin zij ten zeerste belang stelde.
DeAlbatroshad een uur later Omaha-City overschreden.
Het bleek toen evenwel overtuigend, dat het vaartuig meer oostwaarts aanhield en zich daarbij van de Platte-rivier verwijderde, door welker dal de Pacific-Railway in de Prairie kronkelt. Zoo iets was niet geschikt, om den voorzitter Uncle Prudent en zijn secretaris Phil Evans genoegen te doen.
“Het schijnt dus ernstig te zijn,” zei de een.
“Wat?” vroeg de andere.
“Dat plan om ons naar het land der tegenvoeters te voeren!”
“En dat tegen onzen wil!”
“Juist, tegen onzen wil!”
“O! dat die Robur oppasse!....”
“Ja, dat hij oppasse!”
“Want ik ben de man er niet naar,” zei Uncle Prudent ziedend van toorn, “om hem zoo maar zijn gang te laten gaan. Neen, waarachtig niet!”
“En ik ook niet!” zei de secretaris. “Maar geloof mij, Uncle Prudent....”
“Wat moet ik gelooven, Phil Evans?”
“Tracht u te bedwingen.”
“Mij te bedwingen!.... Duivels!....”
“Bewaar uwen toorn, tot het oogenblik, dat hij nuttig zal te voorschijn kunnen treden, dan zal zijne losbarsting effect sorteeren.”
Tegen vijf uur zweefde deAlbatros, na het Zwarte Gebergte, hetwelk met dennen en met ceders getooid is, overschreden te hebben, boven dat grondgebied, hetwelk men zoo terecht de Slechte Gronden van den Staat Nebraska genoemd heeft. Die Slechte Gronden bestaan uit een mengelmoes, een ware chaos van heuvels, die eene okerkleur vertoonen, van brokstukken van bergen, die men van boven zou hebben laten vallen en die zich bij hunnen val verbrijzeld zouden hebben. Van verre gezien, namen die blokken de grilligste vormen aan. Hier en daar, ontwaarde men nu eens alsof het een overgroot bikkelspel was, dan weer of het bouwvallen van groote steden uit de middeleeuwen waren, met kasteeltorens, met burchten voorzien van machicoulis en peperbusvormige bastions. Maar in werkelijkheid zijn die Slechte Gronden slechts een groot kerkhof, een onmetelijk knekelveld, waar de overblijfselen van dikhuidigen, van dieren, die tot de familie der zeeschildpadden behooren en, zooals beweerd wordt, zelfs van fossilen of voorwereldlijke menschengeslachten, die daar door de een of andere natuurkracht der eerste tijden verzameld werden, liggen te bleeken.
Toen de avond viel, was dat geheele bekken van de Platte-rivier overschreden. Nu spreidde zich de vlakte tot aan de uiterste grenzen van den gezichteinder uit. En die grenzen lagen ver, zeer ver verwijderd, nu deAlbatroslangzamerhand in hoogere luchtlagen gestegen was.
Gedurende den nacht werd geen scherp gegil der locomotieven of geen dieper geraas der stoomfluiten van de stoomvaartuigen vernomen, om de stilte en de kalmte van het firmament, waarin myriaden sterren flonkerden, te storen. Soms steeg een langgerekt geloei tot bij het luchtschip op. Dat werd veroorzaakt door geheele kudden bisons, die de prairiën doorkruisten om beken en weilanden op te sporen, ten einde hunnen dorst te lesschen en hunnen honger te stillen. En wanneer dat geloei zweeg, dan toch kon het geritsel der grasstengels onder hunne pooten vernomen worden, dat een dof geluid veroorzaakte, niet ongelijk aan het sombere gerol eener overstrooming, en zeer verschillend van het onophoudelijk frrr frrr der schroeven.
Ook werd van tijd tot tijd het gehuil van een wolf, van een vos, van een wilde kat, of van eene cojote vernomen. Deze laatstgenoemdeis decanis latransder geleerden en verdient zijn naam door zijn schel geblaf ten volle.
En ook de doordringende geuren der kruizemunt, der pepermunt, der absinth-planten, der saliestruiken, vermengd met de nog krachtiger geuren der nagelboomen, stegen door de zuivere nachtelijke luchtlagen op.
Eindelijk werd ook nog tusschen al die aardsche kreten soms een akelig geluid vernomen, dat ditmaal niet door cojoten veroorzaakt werd. Dat was de gil van den Roodhuid, waardoor een pionier niet misleid zou worden en derhalve ook niet door dezen voor het geschreeuw van wilde beesten genomen zoude zijn.
Den volgenden morgen, den 15denJuni, verliet Phil Evans tegen vijf uren in den morgen zijne hut. Misschien zou hij dien dag den ingenieur Robur ontmoeten.
In ieder geval dreef hem zijne nieuwsgierigheid er toe om zich tot den eersten officier Tom Turner te wenden, ten einde te weten, waarom Robur den vorigen dag niet verschenen was.
Tom Turner, een Engelschman van geboorte, was ongeveer vijf en veertig jaren oud. Hij had een breede borstkas en stevige ledematen, die als door een ijzeren geraamte gestut werden. Daarenboven had hij een zeer groot en karakteristiek hoofd, à la Hogarth, zooals die schilder van alle mogelijke leelijke Angel-Saksische gelaatstrekken met zijn penseel bij dozijnen vermenigvuldigd heeft. Wanneer men de vierde plaat van zijn Harlots Progress wil inzien, dan zal men het hoofd van Tom Turner op den romp van den gevangenbewaarder aantreffen, en dan zal men moeten erkennen, dat diens gelaatstrekken niets vriendelijks en niets aanmoedigends konden aanbieden.
“Zullen wij heden den ingenieur Robur te zien krijgen?” vroeg Phil Evans.
“Dat weet ik niet,” antwoordde Tom Turner.
“Ik vraag u niet, of hij uitgegaan is.”
“Dat zou toch wel kunnen zijn.”
“Wanneer zal hij terugkomen?”
“Klaarblijkelijk, wanneer hij zijne boodschappen verricht zal hebben.”
Na dat antwoord stapte Tom Turner zijne roef binnen.
Phil Evans moest zich met dat loopje, hetwelk met hem genomen werd, tevreden stellen. Het antwoord was te minder geruststellend, daar een blik op het kompas aangaf, dat deAlbatrosin noordwestelijke richting afhield.
Welk contrast kon toen waargenomen worden, tusschen de onvruchtbare streek der Slechte Gronden, die men in den loop van den vorigen nacht verliet, met het landschap, dat zich nu op de oppervlakte der aarde uitspreidde.
Het luchtschip bevond zich thans, na ongeveer duizend kilometers van Omaha af afgelegd te hebben, boven eene streek, die Phil Evans onmogelijk kon herkennen, om de eenvoudige reden, dat hij haar nimmer bezocht had. Eenige forten, die tot bestemming hadden om de Indianen in bedwang te houden, bekroonden met hunne geometrische lijnen en hoeken, die meer door palissaden of paalwerk dan door muren gevormd werden, de bluffs. Weinig dorpen werden ontwaard, en weinig inwoners. Hierin verschilde dit land veel met het goudhoudend grondgebied van Colorado, hetwelk eenige graden meer zuidwaarts gelegen was.
Heel ver, bij den horizon, begon men, evenwel nog zeer onduidelijk, eene opeenvolging van bergtoppen te ontwaren, die door de opkomende zon als met een vurig boord omzoomd werden.
Dat was het Rotsgebergte.
Al dadelijk ondervonden Uncle Prudent en Phil Evans dien ochtend een scherpe koude. Deze temperatuursverlaging kon niet toegeschreven worden aan eene wijziging van het weder, want de zon scheen met volle pracht.
“Dat wordt veroorzaakt, doordat deAlbatroshooger in de lucht gestegen is,” zei Phil Evans.
Inderdaad de barometer, die buiten de deur der middenroef geplaatst was, werd bevonden op vijfhonderd veertig millimeter gevallen te zijn,—hetgeen op een hoogte van drieduizend meters ongeveer wees. Het luchtschip bleef zich dus op eene vrij aanzienlijke hoogte bewegen en werd daartoe door de afwisselingen van het terrein genoodzaakt. Een uur vroeger toch, had het de hoogte van vierduizend meters moeten overschrijden, want achter het gevaarte verrezen bergen, die door eeuwigdurende sneeuw bedekt waren.
Uncle Prudent noch zijn lotgenoot konden zich herinneren welk land het was, waarboven zij zweefden. DeAlbatroshad gedurende den nacht afwijkingen van den koers met eene buitengewone snelheid naar noord of zuid kunnen maken, en dat was voldoende om hen het spoor bijster te maken.
Nadat zij evenwel de verschillende minder of meer aanneembare vooronderstellingen bepleit hadden, kwamen zij daarin overeen: dat deze streek, omlijst door een kring van bergen, de plek was, die door eene congres-acte in Maart 1872 tot nationaal park van de Vereenigde Staten verklaard was.
Dat was inderdaad een zonderlinge en belangwekkende streek. Zij verdiende werkelijk den naam van park—een park met bergen in de plaats van heuvelen, met meren in de plaats van vijvers, met rivieren in de plaats van beken, met uitgestrekte bosschen tot wandelplaatsen en labyrinthen, en eindelijk met geyzersvan eene bewonderenswaardige kracht, in de plaats van fonteinen en waterwerken.
Weinige minuten later gleed deAlbatroshoog bovenover de Yellowstone-River, liet den Stevenson-berg ter rechterzijde en kwam boven het groote meer te zweven, dat den naam van dien waterstroom voert. Welke afwisseling in den oeverrand van dit waterbekken, waarvan de strandvlakten met obsediaan-brokken bezaaid waren en met kleine kristallen, welker duizenden facetten de zonnestralen weerkaatsten! Welke grilligheid in het daarstellen der eilanden, die aan de wateroppervlakte verschenen! Welke azuren weerschijn toch door dien onmetelijken spiegel veroorzaakt! En rondom dat meer, een der hoogst gelegenen van den aardbol, welke zwermen, welke wolken van gevogelte, van pelikanen, van zwanen, van meeuwen, van ganzen, van duikeleendjes! Sommige gedeelten der oevers, die zeer steil uit het water oprezen, waren bedekt met groene boomen als dennen, pijnboomen en lorkeboomen, en aan den voet van die steile hoogten rookten ontelbare witte fumarolen. De waterdamp ontsnapte uit dien bodem als uit een onmetelijken vergaarbak, waarin het water door onderaardsche vuren steeds ziedend gehouden werd.
Hier ware voor den kok en hofmeester uitmuntende gelegenheid geweest, om een grooten voorraad forellen op te doen, de eenige vischsoort, die in ontelbare menigte in het Yellowstone-meer aangetroffen wordt. Maar deAlbatrosbleef steeds op zulke hoogte, dat er niet aan eene vischvangst te denken viel, die anders wel tot de wonderbaarlijke zoude behoord hebben.
Daarenboven het meer werd in minder dan drie kwartieruurs overschreden en een weinig verder de streek der geyzers bereikt, die met de fraaiste van IJsland kunnen wedijveren. Uncle Prudent en Phil Evans lagen over het verschansingsboord gebogen en beschouwden de vloeibare kolommen, die opstegen, alsof zij aan het luchtschip een nieuw element wilden verschaffen. Daar was eerst “de Waaier”, die zijne uitstralende waterstralen uitspoot; “het Sterke Kasteel”, dat zich als met geschut scheen te verdedigen; “de Oude Getrouwe”, met zijne waterzuilen, die zich met regenbogen kroonden; “de Reus”, die met zoo’n kracht een loodrechten waterstraal, welke een omvang heeft van twintig voet, loodrecht opwerpt, dat hij eene hoogte van tweehonderd voeten bereikt.
Robur kende voorzeker dat onvergelijkelijk schouwspel, hetwelk eenig op de wereld bestaat; want hij verscheen niet op het dek. Had hij dus alleen voor het genoegen zijner gasten het luchtschip boven dat nationale domein gebracht? Hoe het ook zij, hij onthield zich een bedankje te komen vragen. Hij verscheen zelfs niet bij den stoutmoedigen overtocht van het Rotsgebergte, die tegen zeven uur in den ochtend aanvaard werd.