Aanteekeningen.

Aanteekeningen.De eerste uitgave van Romeo en Julia verscheen in 1597, in quarto. Twee jaar later verscheen een verbeterde en vermeerderde uitgave in quarto, die in zeer vele opzichten van de eerste verschilt, in 1609 een derde, met de tweede grootelijks overeenstemmende; in de folio-uitgave der dramatische werken van Sh. in 1623 is Romeo en Julia waarschijnlijk naar de quarto-editie van 1609 afgedrukt.De eerste uitgave wijkt zoozeer van de volgende af en is in zoovele opzichten onvolkomen, dat het stuk zeker nooit aldus is opgevoerd. Door een nauwkeurige vergelijking—zooals doorTycho Mommsen1volbracht is,—moet men wel tot het besluit komen, dat deze eerste quarto-uitgave,—onrechtmatig verkregen, zooals alle afzonderlijke uitgaven van Sh.’s tooneelwerken,—niet een eerste onvolkomen bewerking van het stuk door Sh. bevat, maar samengeflanst is uit echte gedeelten, misschien door afschriften der rollen van acteurs verkregen, uit aanteekeningen, gedurende de opvoering gemaakt, en uit onechte brokken, door den een of ander er bijgevoegd, om uit de materialen een geheel te maken. Toch is deze eerste uitgave een geenszins te versmaden hulpmiddel om drukfouten in de volgende te verbeteren en tot een juisten tekst te komen.Evenals in vele andere gevallen heeft Sh. het onderwerp van zijn stuk aan anderen ontleend, maar toch een hoogst oorspronkelijk werk geleverd. Hij heeft getoond, dat er van lotgevallen als die van Pyramus en Thisbe heel wat anders te maken was, dan de handwerkslieden deden in den Midzomernachtdroom.—De Veronezers stellen de geschiedenis in 1303 en toonen aan bezoekers niet alleen het huis der Capulets, maar ook het graf der gelieven. In 1535 verscheen een novelle,La Giuliettagetiteld, vanLuigi da Porto, van Vicenza, geschreven naar aanleiding van een verhaal, door een oud krijger hem gedaan. In 1554 deeldeBandelloin een Italiaansche novelle, de negende van zijn tweede verzameling, de lotgevallen van Romeo en Julia mede, en hieruit puttePierre Boisteauxeen Fransch verhaal. Uit het Fransch ging het in 1567 over inPainter’s, door Sh. meermalen gebruikte, verzameling van verhalen, die den naam droeg vanPalace of Pleasure, met den titel:The goodly history of the true and constant love betweene Rhomeo and Julietta, the one of whom died ofpoyson, and the other of sorrow, and hevinesse: wherein be comprysed many adventures of love and other devises touchinge the same.Reeds vroeger, in 1562, was er vanArthur Brookeeen episch gedicht verschenen:The Tragicall Historye of Romeus and Juliet, written first in Italian by Bandell, and nowe in Englishe by Ar. Br.—Aan dit episch gedicht heeft Sh. zich nader aangesloten dan aan Painters verhaal.Proloog.Choruswas de geijkte naam voor den woordvoerder van den Proloog.Ald. reg. 6.Ten ondergang gewijd.Sh. bezigt hier de uitdrukking:A pair of star-cross’d lovers, door een boos gesternte tegengewerkt; een uitdrukking, die ik niet volkomen vermocht weder te geven, evenmin als regel 9:The fearful passage of their death-mark’d love.De zorgvuldigste vertaling kan niet altijd alles teruggeven zonder gewrongen, onwelluidend en ondichterlijk te worden, en zou alsdan juist door het streven naar woordelijke getrouwheid een geheel anderen indruk maken dan het origineel.Ald. reg. 12.Een tweetal uren.Bij de tooneelvertooningen in Sh.’s tijd waren er geen tusschenpoozen na een bedrijf en geen veranderingen van tooneel, zoodat het spelen vlugger ging. Ook in den proloog van Koning Hendrik VIII wordt (reg. 13) een tijdsverloop van twee uren als de duur der vertooning aangegeven.I. 1. 1. De woordspelingen in het gesprek der bedienden moesten natuurlijk in het Nederlandsch door andere vervangen worden; zoo staat hier in het Engelsch:we’ll not carry coals, dat is: kolen dragen, smerigen arbeid verrichten, zich alles laten welgevallen, waarop dan de woordspeling metcholerencollarvolgt.—Hier zij tevens eens voor goed opgemerkt, dat de frivoliteiten, zooals die hier in dit gesprek der knechts voorkomen, en later in het stuk door de Voedster en den jongen edelman Mercutio geuit worden, bij Sh. steeds dienstig zijn om de personen te kenschetsen, zoodat deze daardoor te meer naar het leven geschilderd zijn; nooit om haarzelfs wil, nooit met het doel om door dergelijke aardigheden enkele toehoorders te behagen. Sh. is inderdaad een zeer gekuischt dichter: men vergelijke, om zich hiervan te overtuigen, Sh. met velen zijner tijdgenooten of ook met onze dichters uit zijn tijd of later, b.v. Brederoo en Huygens.I. 1. 52.Ik zal op me duimnagel tegen ze bijten.Er staat:I will bite my thumb at them.Ook bij Sh.’s tijdgenooten wordt het in den mond steken van den duim, als men iemand ontmoet, onder de beleedigende handelwijzen vermeld. Het gebaar wordt aldus beschreven:to defy by putting the thumbe naile into the mouth and with a jerke from the upper teeth make it to knacke.Wij zouden spreken van „een neus zetten” of van „met duim en vinger knippen”.I. 1. 82.Mijn zwaard.In ’t Engelsch staatmy long sword, het groote zwaard, onderscheiden van het tot sieraad gedragenlittle sword. Dat Capulet in zijn huisgewaad,in his gown, komt, bewijst, dat hij plotseling in zijn rust gestoord wordt.I. 1. 128.Wilde vijgeboomenofSycomoreskomen ook elders bij Sh. voor als boomen, wier schaduw door droefgeestige verliefden gezocht werd.I. 1. 130.De wolkenmeerd’rend.Sh. laat ook elders de zuchten wolken vormen.I. 1. 205.Zeg me in ernst.Tell me in sadness. Sadnessbeteekent zoowel ernst als treurigheid. Daarom zegt in ’t Engelsch Romeo in zijn antwoord alleen:What, shall I groan, and tell thee?I. 1.222.Haar schoon vergaatenz. In verscheidene sonnetten, misschien omstreeks dezen tijd geschreven, wordt dit denkbeeld uitgewerkt.I. 1. 236.’t Gelukkig mom.Toespeling op de zwarte maskers, die in Sh.’s tijd de dames bij het uitgaan plachten te dragen.I. 2. 52.Een weegbreeblad.Dit wordt door Sh. ook elders als heelmiddel tegen een gewond scheenbeen genoemd. Romeo zegt hier, dat hij geen van Benvolio’s tegengiften behoeft, maar zich met een weegbreeblad (Plantago) kan helpen.I. 3. 13.Ach, tien te veel.In ’t Engelsch staat:To my teen be it spoken,.... she is not fourteen.Een woordspeling metteen, kommer, verdriet, enteenin fourteen.—Een oogenblik later vat de voedster hetodd days, eenige dagen, van Lady Capulet, op als een oneven aantal, en zegteven or odd, en spreekt vanLammas-eve ad night(1 Augustus), alsof de avond niet reeds door eve werd aangeduid.I. 3. 23.De aardbeving, ja, is elf jaar nu geleên.Op 6 April 1580 deed zich in Engeland een vrij hevige aardbeving gevoelen, die zeker nog lang in het geheugen bleef. Men heeft wel vermoed, dat de dichter, met het oog op deze aardbeving, deze regels in 1591 zou geschreven hebben, doch dit vermoeden is ongetwijfeld zeer gewaagd, al behoort zeker dit stuk tot zijn vroege werken.I. 3. 86.Het randschrift ter verklaring geeft zijn oog.Sh. spreekt hier van „the margent of his eyes,”doelend op de aan den rand der boeken te vinden verklaringen.—Wat drie regels verder voorkomt „The fish lives in the sea” is vrij duister en wordt op meer dan ééne wijze verklaard. De hier gegeven vertaling levert ten minste een gezonden zin op.I. 4. 10.Wij nemen ’t luchtig op.Hetoorspronkelijke heeft hier een woordspeling metmeasure, meten, beoordeelen, enmeasure, een afgemeten dans.—Ook het vervolg bevat allerlei woordspelingen.I. 4. 36.’t Gevoelloos strooibies.De kamers werden bij feestelijke gelegenheden met biezen bestrooid.I. 4. 39.Hoe mooienz. Hier is het oorspronkelijke weder niet terug te geven. De woordenfairendonestaan in Romeo’s gezegde tegen elkander over. Mercutio vat het woord op alsdun(donkerkleurig of bruin) en zegt, dat, volgens de nachtwacht, bij nacht alle katten grauw zijn; en denkt terstond daarop weer aan het boerenspel:Dun is in the mire, waarbij een blok hout, dat een bruin paard moest voorstellen, door ’t gezelschap opgelicht en heen en weer getrokken werd. Even diep als dat paard in de modder, zat Romeo in het slijk, met verlof gezegd, der liefde.I. 4. 47.Veel meer dan onzen geest.In het Engelsch wordt gesproken van defive wits. Daaronder werden verstaan:common wit,imagination,fancy,estimation,memory. In zijn antwoord geeft Romeo aanmeaningenwitweder een andere beteekenis.—Een oogenblik later vat hij in Mercutio’s zeggen:That dreamers often lie, het woordlieop alsliggenen tevens alsliegen. Trouwens deze woordspeling komt bij Sh. zeer dikwijls voor.—In reg. 94 heeftcarriagetwee beteekenissen: draagvermogen en gedrag.I. 4. 54.Fee Mab. Queen Mabis de oude naam der Elfenkoningin. Volgens Mercutio is zij onder de andere elfen vooral de vroedvrouw (midwife), die het brein verlost van de droomen, waar het van zwanger gaat (voorbeelden volgen), en zoo ook bij Romeo in zijn slaap een droom heeft doen geboren worden.I. 5. 95.Ontwijdt deez’ handenz. De eerste samenspraak van Romeo met Julia heeft geheel den in Engeland gebruikelijken vorm van een sonnet. Opmerkelijk is het, dat Sh. in dit treurspel gebruik heeft gemaakt van alle drie de vormen, waarin de erotische poëzie zich bij voorkeur uit: het sonnet, het bruiloftslied of den Hymenaeus, (III, 2.) bij het ontbreken van speelnooten door Julia zelf gesproken, en het dageraadslied (III, 5), waarin twee heimlijk saamgekomen gelieven het oneens zijn, of het morgen is of nog avond.II. 1. 13.Aan ’tjongske, dat zoo treflijk schoot.In ’t oorspronkelijke staatYoung Abraham Cupid, wat door Knight volgens de toen ter tijd gebruikelijke uitdrukkingAbrahammenals „vagebond Cupido”, door Dyce voor een verknoeiing vanabronofabrene(auburn), kastanje-bruin, verklaard wordt. Waarschijnlijk echter moet, naar Uptons gissing, het woord Abraham in Adam veranderd worden en doelt dit dan op den beroemden, in balladen bezongen boogschutter Adam Bell, op wien Sh. ook inVeel Leven om niets(I. 1. 261.) zinspeelt.—Koning Cophetuawas algemeen bekend uit een Engelsche ballade, die bewaard is gebleven: hij was een koning uit „Affrica”, die eerst niets van vrouwen wilde weten, maar op een goeden dag, uit zijn venster liggende, een bedelmeisje zag, er terstond smoorlijk op verliefd werd en haar huwde. Penelophon,—zoo heette het meisje,—wist zich zeer goed als vorstin te gedragen, de koning leefde zeer gelukkig met haar en beiden werden bij hun sterven diep betreurd en in één graf begraven. De tweede strophe der ballade verhaalt, dat, toen de koning het meisje zag,The blinded boy, that shootes so trim,From heaven downe did hie;He drew a dart and shot at him,In place where he did lie.Dit couplet bewijst tevens, dat bij Sh.trimmoet staan, zooals de eerste quarto heeft, en niettrue, zooals de volgende quarto’s en de folio te lezen geven.II. 1. 36.Die tot hem riepenz. Het Engelsch was hier niet te vertalen:As maids call medlarsetc. De triviale naam van den mispel is „open-arse” en hierop wordt gedoeld.Poprin pearis een soort van peer, benoemd naar Poperinghe in Fransch Vlaanderen.—Wat hier doormandjevertaald is, heet in ’t Engelschtruckle-bed, een lage rustbank, die onder het groote bed,standing-bed, geborgen werd.II. 2. 161.Afhanklijkheid is heesch.In ’t Engelsch staatbondage, dat behalveafhankelijkheidookgevangenschapbeteekent.II. 4. 19.Meer dan de vorst van het kattengeslacht.Tybalt, of lieverTybert, is de naam van den Kater in Reynaert de Vos.II. 6. 16.Een tred, zóó licht, slijt nìmmer hard gesteente uit.Haar tred is zóó licht, dat hij zelfs dàt nimmer doet, wat waterdruppels vermogen. Men drukke op „zóó” en „nimmer”, anders is de plaats onduidelijk. De bewerker van de eerste quarto heeft, misschien omdat de echte lezing hem niet duidelijk was:So light of foote nere hurts the troden flower.III. 1. 59.Mijn man.Mercutio vat dit woord opzettelijk op als dienaar, zooals hij onmiddellijk daarna met het woordfollowerspeelt.III. 1. 77.Alla stoccata.Stoot met het rapier, vechtmeesters-uitdrukking.III. 1. 102.Doodbedaard.In ’t Engelscha grave man, een ernstig man en een man van ’t graf.III. 2. 14.Huif met uw zwarten mantelenz. Het beeld is aan het temmen van den valkontleend, die, zoolang hij nog niet aan den mensch gewoon (unmanned) is, met de vleugels slaat (to bate) en eerst, wanneer hem een huif op den kop gezet wordt (to hood), tot kalmte komt.III. 2. 45.Is ’t antwoord „ja”.Hier is een herhaalde woordspeling tusschenI(ik),ay(ja, in de oude uitgaven eveneensIgeschreven) eneye(oog).III. 3. 132.Vat vuurenz. De soldaten droegen aan den gordel aan de eene zijde een brandende lont, aan de andere kruit in een flesch of bus. Onvoorzichtigheid bracht dus licht gevaar.III. 5. 31.Men zegt, dat pad en leeuwrik de oogen ruilden.Dit volksgeloof ontsproot uit de opmerking, dat de pad fraaie, de leeuwrik leelijke oogen heeft. De leeuwrik moest dan ook maar de leelijke stem der pad hebben, daar hij met zijn stem Romeo verjaagt.III. 5. 175.Kraam uw wijsheid uit bij uws gelijken.Het Engelsch heeft:o’er a gossip’s bowl; bij gekruid warm bier en gebraden appelen; zie Midzomernachtdroom II. 1. 46. Capulet is niet keurig in zijn uitdrukkingen; dit bleek reeds op het bal, toen hij van eksteroogen sprak. In Sh.’s tijd werden overigens zulke sterke uitdrukkingen niet zoo aanstootelijk gerekend als tegenwoordig.IV. 3. 47.Gekrijsch als van alruinen.Ook bij andere dichters, tijdgenooten van Sh., wordt gewag gemaakt van den schrikkelijken, waanzinnigmakenden kreet, dien de alruin, als hij uit den grond getrokken wordt, uitstoot. De Alruin- of Tooverwortel, (Mandragora officinalis) het tooverkruid van Circe, is een plant uit de familie der Solaneën (waartoe ook de Aardappel, de Belladonna, Spaansche peper, alsmede de Doornappel, het Bilzenkruid en de Tabaksplant behooren), die in den omtrek der Middellandsche Zee en vooral in Griekenland voorkomt. Zij is sterker vergiftig dan de Belladonna en werd vroeger ook als geneesmiddel gebezigd, vooral echter als toovermiddel. De groote, knolvormige wortel is vaak van het midden af gespleten en heeft dan, vooral als de kunst wat helpt, eenigszins de gedaante van den mensch, zoodat Columella haar eenplanta semihominis(halfmensch-plant) noemde. Het bezit van een alruin bracht geluk aan. Zulke geluksmannetjes werden zorgvuldig bewaard, prachtig aangekleed, op bepaalde tijden met wijn of water gewasschen, enz. Zij konden de hardnekkigste kwalen genezen, twisten doen eindigen, vrouwen de weeën verlichten, en ook geld aanbrengen. Zij worden duur verkocht en het verhaal liep, dat zij, als zij uit den grond getrokken werden, zóó ontzettend schreeuwden, dat de mensch, die het hoorde, van schrik plotseling stierf of krankzinnig werd, en dat men dus zorg moest dragen zijn ooren vooraf met was dicht te stoppen, en liefst het uittrekken door een hond, aan wiens staart de plant bevestigd werd, moest laten doen.IV. 5. 6.Graaf Paris zet zijn rust op ’t spel.In het oorspronkelijke is hier een woordspeling: rest beteekent ook de overblijvende kaarten zoowel als „rust”;to set up his restwil dus ook zeggen: alles op het spel zetten.IV. 5. 128.Is ’t hart van zware zorgen krankenz. Dit is het begin van een gedicht van Richard Edwards, dat in een bundelThe Paradise of Dainty Devisesvoorkomt.—In dit gesprek komen allerlei woordspelingen voor, zooals blijkt;crochetbv. reg. 120 beteekent te gelijkkwartnootengril.V. 1. 43.Een krokodil.Een opgezette alligator en dergelijke dingen behoorden in Sh.’s tijd tot de onmisbare versiersels eener apotheek. Het woordschappenin reg. 44, misschien niet allen lezers bekend, beteekent planken van een kast.V. 2. 5.Ik zocht mij tot geleide een barvoetsbroeder.Sh. vond in Brooke’s gedicht, dat de monniken in Italië niet alléén, maar steeds door een ander vergezeld uitgingen.—De wacht der stadin reg. 8 bedoelt de gezondheidspolitie in tijden van pest, zooals èn uit Brooke’s gedicht èn uit Painter’s novelle blijkt.V. 3. 203.Die dolk, ach, is verdwaald, want zie, zijn huis rust ledig op den rug van Montague.De dolken werden vroeger op den rug gedragen.V. 3. 296.O, broeder Montague, reik mij uw hand.De verzoening der beide vijandige huizen is het treffend, bevredigend en noodzakelijk besluit van het treurspel. Welk gewicht de dichter zelf hieraan hechtte, kan uit den proloog blijken. Dezen bij de opvoering van het stuk weg te laten, gelijk maar al te dikwijls geschiedt, is een verminking, die den waren aard van het treurspel miskent.1Shakespeare’s Romeo und Julia. Eine kritische Ausgabe des überlieferten Doppeltextes etc. Oldenburg 1859.↑

Aanteekeningen.De eerste uitgave van Romeo en Julia verscheen in 1597, in quarto. Twee jaar later verscheen een verbeterde en vermeerderde uitgave in quarto, die in zeer vele opzichten van de eerste verschilt, in 1609 een derde, met de tweede grootelijks overeenstemmende; in de folio-uitgave der dramatische werken van Sh. in 1623 is Romeo en Julia waarschijnlijk naar de quarto-editie van 1609 afgedrukt.De eerste uitgave wijkt zoozeer van de volgende af en is in zoovele opzichten onvolkomen, dat het stuk zeker nooit aldus is opgevoerd. Door een nauwkeurige vergelijking—zooals doorTycho Mommsen1volbracht is,—moet men wel tot het besluit komen, dat deze eerste quarto-uitgave,—onrechtmatig verkregen, zooals alle afzonderlijke uitgaven van Sh.’s tooneelwerken,—niet een eerste onvolkomen bewerking van het stuk door Sh. bevat, maar samengeflanst is uit echte gedeelten, misschien door afschriften der rollen van acteurs verkregen, uit aanteekeningen, gedurende de opvoering gemaakt, en uit onechte brokken, door den een of ander er bijgevoegd, om uit de materialen een geheel te maken. Toch is deze eerste uitgave een geenszins te versmaden hulpmiddel om drukfouten in de volgende te verbeteren en tot een juisten tekst te komen.Evenals in vele andere gevallen heeft Sh. het onderwerp van zijn stuk aan anderen ontleend, maar toch een hoogst oorspronkelijk werk geleverd. Hij heeft getoond, dat er van lotgevallen als die van Pyramus en Thisbe heel wat anders te maken was, dan de handwerkslieden deden in den Midzomernachtdroom.—De Veronezers stellen de geschiedenis in 1303 en toonen aan bezoekers niet alleen het huis der Capulets, maar ook het graf der gelieven. In 1535 verscheen een novelle,La Giuliettagetiteld, vanLuigi da Porto, van Vicenza, geschreven naar aanleiding van een verhaal, door een oud krijger hem gedaan. In 1554 deeldeBandelloin een Italiaansche novelle, de negende van zijn tweede verzameling, de lotgevallen van Romeo en Julia mede, en hieruit puttePierre Boisteauxeen Fransch verhaal. Uit het Fransch ging het in 1567 over inPainter’s, door Sh. meermalen gebruikte, verzameling van verhalen, die den naam droeg vanPalace of Pleasure, met den titel:The goodly history of the true and constant love betweene Rhomeo and Julietta, the one of whom died ofpoyson, and the other of sorrow, and hevinesse: wherein be comprysed many adventures of love and other devises touchinge the same.Reeds vroeger, in 1562, was er vanArthur Brookeeen episch gedicht verschenen:The Tragicall Historye of Romeus and Juliet, written first in Italian by Bandell, and nowe in Englishe by Ar. Br.—Aan dit episch gedicht heeft Sh. zich nader aangesloten dan aan Painters verhaal.Proloog.Choruswas de geijkte naam voor den woordvoerder van den Proloog.Ald. reg. 6.Ten ondergang gewijd.Sh. bezigt hier de uitdrukking:A pair of star-cross’d lovers, door een boos gesternte tegengewerkt; een uitdrukking, die ik niet volkomen vermocht weder te geven, evenmin als regel 9:The fearful passage of their death-mark’d love.De zorgvuldigste vertaling kan niet altijd alles teruggeven zonder gewrongen, onwelluidend en ondichterlijk te worden, en zou alsdan juist door het streven naar woordelijke getrouwheid een geheel anderen indruk maken dan het origineel.Ald. reg. 12.Een tweetal uren.Bij de tooneelvertooningen in Sh.’s tijd waren er geen tusschenpoozen na een bedrijf en geen veranderingen van tooneel, zoodat het spelen vlugger ging. Ook in den proloog van Koning Hendrik VIII wordt (reg. 13) een tijdsverloop van twee uren als de duur der vertooning aangegeven.I. 1. 1. De woordspelingen in het gesprek der bedienden moesten natuurlijk in het Nederlandsch door andere vervangen worden; zoo staat hier in het Engelsch:we’ll not carry coals, dat is: kolen dragen, smerigen arbeid verrichten, zich alles laten welgevallen, waarop dan de woordspeling metcholerencollarvolgt.—Hier zij tevens eens voor goed opgemerkt, dat de frivoliteiten, zooals die hier in dit gesprek der knechts voorkomen, en later in het stuk door de Voedster en den jongen edelman Mercutio geuit worden, bij Sh. steeds dienstig zijn om de personen te kenschetsen, zoodat deze daardoor te meer naar het leven geschilderd zijn; nooit om haarzelfs wil, nooit met het doel om door dergelijke aardigheden enkele toehoorders te behagen. Sh. is inderdaad een zeer gekuischt dichter: men vergelijke, om zich hiervan te overtuigen, Sh. met velen zijner tijdgenooten of ook met onze dichters uit zijn tijd of later, b.v. Brederoo en Huygens.I. 1. 52.Ik zal op me duimnagel tegen ze bijten.Er staat:I will bite my thumb at them.Ook bij Sh.’s tijdgenooten wordt het in den mond steken van den duim, als men iemand ontmoet, onder de beleedigende handelwijzen vermeld. Het gebaar wordt aldus beschreven:to defy by putting the thumbe naile into the mouth and with a jerke from the upper teeth make it to knacke.Wij zouden spreken van „een neus zetten” of van „met duim en vinger knippen”.I. 1. 82.Mijn zwaard.In ’t Engelsch staatmy long sword, het groote zwaard, onderscheiden van het tot sieraad gedragenlittle sword. Dat Capulet in zijn huisgewaad,in his gown, komt, bewijst, dat hij plotseling in zijn rust gestoord wordt.I. 1. 128.Wilde vijgeboomenofSycomoreskomen ook elders bij Sh. voor als boomen, wier schaduw door droefgeestige verliefden gezocht werd.I. 1. 130.De wolkenmeerd’rend.Sh. laat ook elders de zuchten wolken vormen.I. 1. 205.Zeg me in ernst.Tell me in sadness. Sadnessbeteekent zoowel ernst als treurigheid. Daarom zegt in ’t Engelsch Romeo in zijn antwoord alleen:What, shall I groan, and tell thee?I. 1.222.Haar schoon vergaatenz. In verscheidene sonnetten, misschien omstreeks dezen tijd geschreven, wordt dit denkbeeld uitgewerkt.I. 1. 236.’t Gelukkig mom.Toespeling op de zwarte maskers, die in Sh.’s tijd de dames bij het uitgaan plachten te dragen.I. 2. 52.Een weegbreeblad.Dit wordt door Sh. ook elders als heelmiddel tegen een gewond scheenbeen genoemd. Romeo zegt hier, dat hij geen van Benvolio’s tegengiften behoeft, maar zich met een weegbreeblad (Plantago) kan helpen.I. 3. 13.Ach, tien te veel.In ’t Engelsch staat:To my teen be it spoken,.... she is not fourteen.Een woordspeling metteen, kommer, verdriet, enteenin fourteen.—Een oogenblik later vat de voedster hetodd days, eenige dagen, van Lady Capulet, op als een oneven aantal, en zegteven or odd, en spreekt vanLammas-eve ad night(1 Augustus), alsof de avond niet reeds door eve werd aangeduid.I. 3. 23.De aardbeving, ja, is elf jaar nu geleên.Op 6 April 1580 deed zich in Engeland een vrij hevige aardbeving gevoelen, die zeker nog lang in het geheugen bleef. Men heeft wel vermoed, dat de dichter, met het oog op deze aardbeving, deze regels in 1591 zou geschreven hebben, doch dit vermoeden is ongetwijfeld zeer gewaagd, al behoort zeker dit stuk tot zijn vroege werken.I. 3. 86.Het randschrift ter verklaring geeft zijn oog.Sh. spreekt hier van „the margent of his eyes,”doelend op de aan den rand der boeken te vinden verklaringen.—Wat drie regels verder voorkomt „The fish lives in the sea” is vrij duister en wordt op meer dan ééne wijze verklaard. De hier gegeven vertaling levert ten minste een gezonden zin op.I. 4. 10.Wij nemen ’t luchtig op.Hetoorspronkelijke heeft hier een woordspeling metmeasure, meten, beoordeelen, enmeasure, een afgemeten dans.—Ook het vervolg bevat allerlei woordspelingen.I. 4. 36.’t Gevoelloos strooibies.De kamers werden bij feestelijke gelegenheden met biezen bestrooid.I. 4. 39.Hoe mooienz. Hier is het oorspronkelijke weder niet terug te geven. De woordenfairendonestaan in Romeo’s gezegde tegen elkander over. Mercutio vat het woord op alsdun(donkerkleurig of bruin) en zegt, dat, volgens de nachtwacht, bij nacht alle katten grauw zijn; en denkt terstond daarop weer aan het boerenspel:Dun is in the mire, waarbij een blok hout, dat een bruin paard moest voorstellen, door ’t gezelschap opgelicht en heen en weer getrokken werd. Even diep als dat paard in de modder, zat Romeo in het slijk, met verlof gezegd, der liefde.I. 4. 47.Veel meer dan onzen geest.In het Engelsch wordt gesproken van defive wits. Daaronder werden verstaan:common wit,imagination,fancy,estimation,memory. In zijn antwoord geeft Romeo aanmeaningenwitweder een andere beteekenis.—Een oogenblik later vat hij in Mercutio’s zeggen:That dreamers often lie, het woordlieop alsliggenen tevens alsliegen. Trouwens deze woordspeling komt bij Sh. zeer dikwijls voor.—In reg. 94 heeftcarriagetwee beteekenissen: draagvermogen en gedrag.I. 4. 54.Fee Mab. Queen Mabis de oude naam der Elfenkoningin. Volgens Mercutio is zij onder de andere elfen vooral de vroedvrouw (midwife), die het brein verlost van de droomen, waar het van zwanger gaat (voorbeelden volgen), en zoo ook bij Romeo in zijn slaap een droom heeft doen geboren worden.I. 5. 95.Ontwijdt deez’ handenz. De eerste samenspraak van Romeo met Julia heeft geheel den in Engeland gebruikelijken vorm van een sonnet. Opmerkelijk is het, dat Sh. in dit treurspel gebruik heeft gemaakt van alle drie de vormen, waarin de erotische poëzie zich bij voorkeur uit: het sonnet, het bruiloftslied of den Hymenaeus, (III, 2.) bij het ontbreken van speelnooten door Julia zelf gesproken, en het dageraadslied (III, 5), waarin twee heimlijk saamgekomen gelieven het oneens zijn, of het morgen is of nog avond.II. 1. 13.Aan ’tjongske, dat zoo treflijk schoot.In ’t oorspronkelijke staatYoung Abraham Cupid, wat door Knight volgens de toen ter tijd gebruikelijke uitdrukkingAbrahammenals „vagebond Cupido”, door Dyce voor een verknoeiing vanabronofabrene(auburn), kastanje-bruin, verklaard wordt. Waarschijnlijk echter moet, naar Uptons gissing, het woord Abraham in Adam veranderd worden en doelt dit dan op den beroemden, in balladen bezongen boogschutter Adam Bell, op wien Sh. ook inVeel Leven om niets(I. 1. 261.) zinspeelt.—Koning Cophetuawas algemeen bekend uit een Engelsche ballade, die bewaard is gebleven: hij was een koning uit „Affrica”, die eerst niets van vrouwen wilde weten, maar op een goeden dag, uit zijn venster liggende, een bedelmeisje zag, er terstond smoorlijk op verliefd werd en haar huwde. Penelophon,—zoo heette het meisje,—wist zich zeer goed als vorstin te gedragen, de koning leefde zeer gelukkig met haar en beiden werden bij hun sterven diep betreurd en in één graf begraven. De tweede strophe der ballade verhaalt, dat, toen de koning het meisje zag,The blinded boy, that shootes so trim,From heaven downe did hie;He drew a dart and shot at him,In place where he did lie.Dit couplet bewijst tevens, dat bij Sh.trimmoet staan, zooals de eerste quarto heeft, en niettrue, zooals de volgende quarto’s en de folio te lezen geven.II. 1. 36.Die tot hem riepenz. Het Engelsch was hier niet te vertalen:As maids call medlarsetc. De triviale naam van den mispel is „open-arse” en hierop wordt gedoeld.Poprin pearis een soort van peer, benoemd naar Poperinghe in Fransch Vlaanderen.—Wat hier doormandjevertaald is, heet in ’t Engelschtruckle-bed, een lage rustbank, die onder het groote bed,standing-bed, geborgen werd.II. 2. 161.Afhanklijkheid is heesch.In ’t Engelsch staatbondage, dat behalveafhankelijkheidookgevangenschapbeteekent.II. 4. 19.Meer dan de vorst van het kattengeslacht.Tybalt, of lieverTybert, is de naam van den Kater in Reynaert de Vos.II. 6. 16.Een tred, zóó licht, slijt nìmmer hard gesteente uit.Haar tred is zóó licht, dat hij zelfs dàt nimmer doet, wat waterdruppels vermogen. Men drukke op „zóó” en „nimmer”, anders is de plaats onduidelijk. De bewerker van de eerste quarto heeft, misschien omdat de echte lezing hem niet duidelijk was:So light of foote nere hurts the troden flower.III. 1. 59.Mijn man.Mercutio vat dit woord opzettelijk op als dienaar, zooals hij onmiddellijk daarna met het woordfollowerspeelt.III. 1. 77.Alla stoccata.Stoot met het rapier, vechtmeesters-uitdrukking.III. 1. 102.Doodbedaard.In ’t Engelscha grave man, een ernstig man en een man van ’t graf.III. 2. 14.Huif met uw zwarten mantelenz. Het beeld is aan het temmen van den valkontleend, die, zoolang hij nog niet aan den mensch gewoon (unmanned) is, met de vleugels slaat (to bate) en eerst, wanneer hem een huif op den kop gezet wordt (to hood), tot kalmte komt.III. 2. 45.Is ’t antwoord „ja”.Hier is een herhaalde woordspeling tusschenI(ik),ay(ja, in de oude uitgaven eveneensIgeschreven) eneye(oog).III. 3. 132.Vat vuurenz. De soldaten droegen aan den gordel aan de eene zijde een brandende lont, aan de andere kruit in een flesch of bus. Onvoorzichtigheid bracht dus licht gevaar.III. 5. 31.Men zegt, dat pad en leeuwrik de oogen ruilden.Dit volksgeloof ontsproot uit de opmerking, dat de pad fraaie, de leeuwrik leelijke oogen heeft. De leeuwrik moest dan ook maar de leelijke stem der pad hebben, daar hij met zijn stem Romeo verjaagt.III. 5. 175.Kraam uw wijsheid uit bij uws gelijken.Het Engelsch heeft:o’er a gossip’s bowl; bij gekruid warm bier en gebraden appelen; zie Midzomernachtdroom II. 1. 46. Capulet is niet keurig in zijn uitdrukkingen; dit bleek reeds op het bal, toen hij van eksteroogen sprak. In Sh.’s tijd werden overigens zulke sterke uitdrukkingen niet zoo aanstootelijk gerekend als tegenwoordig.IV. 3. 47.Gekrijsch als van alruinen.Ook bij andere dichters, tijdgenooten van Sh., wordt gewag gemaakt van den schrikkelijken, waanzinnigmakenden kreet, dien de alruin, als hij uit den grond getrokken wordt, uitstoot. De Alruin- of Tooverwortel, (Mandragora officinalis) het tooverkruid van Circe, is een plant uit de familie der Solaneën (waartoe ook de Aardappel, de Belladonna, Spaansche peper, alsmede de Doornappel, het Bilzenkruid en de Tabaksplant behooren), die in den omtrek der Middellandsche Zee en vooral in Griekenland voorkomt. Zij is sterker vergiftig dan de Belladonna en werd vroeger ook als geneesmiddel gebezigd, vooral echter als toovermiddel. De groote, knolvormige wortel is vaak van het midden af gespleten en heeft dan, vooral als de kunst wat helpt, eenigszins de gedaante van den mensch, zoodat Columella haar eenplanta semihominis(halfmensch-plant) noemde. Het bezit van een alruin bracht geluk aan. Zulke geluksmannetjes werden zorgvuldig bewaard, prachtig aangekleed, op bepaalde tijden met wijn of water gewasschen, enz. Zij konden de hardnekkigste kwalen genezen, twisten doen eindigen, vrouwen de weeën verlichten, en ook geld aanbrengen. Zij worden duur verkocht en het verhaal liep, dat zij, als zij uit den grond getrokken werden, zóó ontzettend schreeuwden, dat de mensch, die het hoorde, van schrik plotseling stierf of krankzinnig werd, en dat men dus zorg moest dragen zijn ooren vooraf met was dicht te stoppen, en liefst het uittrekken door een hond, aan wiens staart de plant bevestigd werd, moest laten doen.IV. 5. 6.Graaf Paris zet zijn rust op ’t spel.In het oorspronkelijke is hier een woordspeling: rest beteekent ook de overblijvende kaarten zoowel als „rust”;to set up his restwil dus ook zeggen: alles op het spel zetten.IV. 5. 128.Is ’t hart van zware zorgen krankenz. Dit is het begin van een gedicht van Richard Edwards, dat in een bundelThe Paradise of Dainty Devisesvoorkomt.—In dit gesprek komen allerlei woordspelingen voor, zooals blijkt;crochetbv. reg. 120 beteekent te gelijkkwartnootengril.V. 1. 43.Een krokodil.Een opgezette alligator en dergelijke dingen behoorden in Sh.’s tijd tot de onmisbare versiersels eener apotheek. Het woordschappenin reg. 44, misschien niet allen lezers bekend, beteekent planken van een kast.V. 2. 5.Ik zocht mij tot geleide een barvoetsbroeder.Sh. vond in Brooke’s gedicht, dat de monniken in Italië niet alléén, maar steeds door een ander vergezeld uitgingen.—De wacht der stadin reg. 8 bedoelt de gezondheidspolitie in tijden van pest, zooals èn uit Brooke’s gedicht èn uit Painter’s novelle blijkt.V. 3. 203.Die dolk, ach, is verdwaald, want zie, zijn huis rust ledig op den rug van Montague.De dolken werden vroeger op den rug gedragen.V. 3. 296.O, broeder Montague, reik mij uw hand.De verzoening der beide vijandige huizen is het treffend, bevredigend en noodzakelijk besluit van het treurspel. Welk gewicht de dichter zelf hieraan hechtte, kan uit den proloog blijken. Dezen bij de opvoering van het stuk weg te laten, gelijk maar al te dikwijls geschiedt, is een verminking, die den waren aard van het treurspel miskent.1Shakespeare’s Romeo und Julia. Eine kritische Ausgabe des überlieferten Doppeltextes etc. Oldenburg 1859.↑

Aanteekeningen.De eerste uitgave van Romeo en Julia verscheen in 1597, in quarto. Twee jaar later verscheen een verbeterde en vermeerderde uitgave in quarto, die in zeer vele opzichten van de eerste verschilt, in 1609 een derde, met de tweede grootelijks overeenstemmende; in de folio-uitgave der dramatische werken van Sh. in 1623 is Romeo en Julia waarschijnlijk naar de quarto-editie van 1609 afgedrukt.De eerste uitgave wijkt zoozeer van de volgende af en is in zoovele opzichten onvolkomen, dat het stuk zeker nooit aldus is opgevoerd. Door een nauwkeurige vergelijking—zooals doorTycho Mommsen1volbracht is,—moet men wel tot het besluit komen, dat deze eerste quarto-uitgave,—onrechtmatig verkregen, zooals alle afzonderlijke uitgaven van Sh.’s tooneelwerken,—niet een eerste onvolkomen bewerking van het stuk door Sh. bevat, maar samengeflanst is uit echte gedeelten, misschien door afschriften der rollen van acteurs verkregen, uit aanteekeningen, gedurende de opvoering gemaakt, en uit onechte brokken, door den een of ander er bijgevoegd, om uit de materialen een geheel te maken. Toch is deze eerste uitgave een geenszins te versmaden hulpmiddel om drukfouten in de volgende te verbeteren en tot een juisten tekst te komen.Evenals in vele andere gevallen heeft Sh. het onderwerp van zijn stuk aan anderen ontleend, maar toch een hoogst oorspronkelijk werk geleverd. Hij heeft getoond, dat er van lotgevallen als die van Pyramus en Thisbe heel wat anders te maken was, dan de handwerkslieden deden in den Midzomernachtdroom.—De Veronezers stellen de geschiedenis in 1303 en toonen aan bezoekers niet alleen het huis der Capulets, maar ook het graf der gelieven. In 1535 verscheen een novelle,La Giuliettagetiteld, vanLuigi da Porto, van Vicenza, geschreven naar aanleiding van een verhaal, door een oud krijger hem gedaan. In 1554 deeldeBandelloin een Italiaansche novelle, de negende van zijn tweede verzameling, de lotgevallen van Romeo en Julia mede, en hieruit puttePierre Boisteauxeen Fransch verhaal. Uit het Fransch ging het in 1567 over inPainter’s, door Sh. meermalen gebruikte, verzameling van verhalen, die den naam droeg vanPalace of Pleasure, met den titel:The goodly history of the true and constant love betweene Rhomeo and Julietta, the one of whom died ofpoyson, and the other of sorrow, and hevinesse: wherein be comprysed many adventures of love and other devises touchinge the same.Reeds vroeger, in 1562, was er vanArthur Brookeeen episch gedicht verschenen:The Tragicall Historye of Romeus and Juliet, written first in Italian by Bandell, and nowe in Englishe by Ar. Br.—Aan dit episch gedicht heeft Sh. zich nader aangesloten dan aan Painters verhaal.Proloog.Choruswas de geijkte naam voor den woordvoerder van den Proloog.Ald. reg. 6.Ten ondergang gewijd.Sh. bezigt hier de uitdrukking:A pair of star-cross’d lovers, door een boos gesternte tegengewerkt; een uitdrukking, die ik niet volkomen vermocht weder te geven, evenmin als regel 9:The fearful passage of their death-mark’d love.De zorgvuldigste vertaling kan niet altijd alles teruggeven zonder gewrongen, onwelluidend en ondichterlijk te worden, en zou alsdan juist door het streven naar woordelijke getrouwheid een geheel anderen indruk maken dan het origineel.Ald. reg. 12.Een tweetal uren.Bij de tooneelvertooningen in Sh.’s tijd waren er geen tusschenpoozen na een bedrijf en geen veranderingen van tooneel, zoodat het spelen vlugger ging. Ook in den proloog van Koning Hendrik VIII wordt (reg. 13) een tijdsverloop van twee uren als de duur der vertooning aangegeven.I. 1. 1. De woordspelingen in het gesprek der bedienden moesten natuurlijk in het Nederlandsch door andere vervangen worden; zoo staat hier in het Engelsch:we’ll not carry coals, dat is: kolen dragen, smerigen arbeid verrichten, zich alles laten welgevallen, waarop dan de woordspeling metcholerencollarvolgt.—Hier zij tevens eens voor goed opgemerkt, dat de frivoliteiten, zooals die hier in dit gesprek der knechts voorkomen, en later in het stuk door de Voedster en den jongen edelman Mercutio geuit worden, bij Sh. steeds dienstig zijn om de personen te kenschetsen, zoodat deze daardoor te meer naar het leven geschilderd zijn; nooit om haarzelfs wil, nooit met het doel om door dergelijke aardigheden enkele toehoorders te behagen. Sh. is inderdaad een zeer gekuischt dichter: men vergelijke, om zich hiervan te overtuigen, Sh. met velen zijner tijdgenooten of ook met onze dichters uit zijn tijd of later, b.v. Brederoo en Huygens.I. 1. 52.Ik zal op me duimnagel tegen ze bijten.Er staat:I will bite my thumb at them.Ook bij Sh.’s tijdgenooten wordt het in den mond steken van den duim, als men iemand ontmoet, onder de beleedigende handelwijzen vermeld. Het gebaar wordt aldus beschreven:to defy by putting the thumbe naile into the mouth and with a jerke from the upper teeth make it to knacke.Wij zouden spreken van „een neus zetten” of van „met duim en vinger knippen”.I. 1. 82.Mijn zwaard.In ’t Engelsch staatmy long sword, het groote zwaard, onderscheiden van het tot sieraad gedragenlittle sword. Dat Capulet in zijn huisgewaad,in his gown, komt, bewijst, dat hij plotseling in zijn rust gestoord wordt.I. 1. 128.Wilde vijgeboomenofSycomoreskomen ook elders bij Sh. voor als boomen, wier schaduw door droefgeestige verliefden gezocht werd.I. 1. 130.De wolkenmeerd’rend.Sh. laat ook elders de zuchten wolken vormen.I. 1. 205.Zeg me in ernst.Tell me in sadness. Sadnessbeteekent zoowel ernst als treurigheid. Daarom zegt in ’t Engelsch Romeo in zijn antwoord alleen:What, shall I groan, and tell thee?I. 1.222.Haar schoon vergaatenz. In verscheidene sonnetten, misschien omstreeks dezen tijd geschreven, wordt dit denkbeeld uitgewerkt.I. 1. 236.’t Gelukkig mom.Toespeling op de zwarte maskers, die in Sh.’s tijd de dames bij het uitgaan plachten te dragen.I. 2. 52.Een weegbreeblad.Dit wordt door Sh. ook elders als heelmiddel tegen een gewond scheenbeen genoemd. Romeo zegt hier, dat hij geen van Benvolio’s tegengiften behoeft, maar zich met een weegbreeblad (Plantago) kan helpen.I. 3. 13.Ach, tien te veel.In ’t Engelsch staat:To my teen be it spoken,.... she is not fourteen.Een woordspeling metteen, kommer, verdriet, enteenin fourteen.—Een oogenblik later vat de voedster hetodd days, eenige dagen, van Lady Capulet, op als een oneven aantal, en zegteven or odd, en spreekt vanLammas-eve ad night(1 Augustus), alsof de avond niet reeds door eve werd aangeduid.I. 3. 23.De aardbeving, ja, is elf jaar nu geleên.Op 6 April 1580 deed zich in Engeland een vrij hevige aardbeving gevoelen, die zeker nog lang in het geheugen bleef. Men heeft wel vermoed, dat de dichter, met het oog op deze aardbeving, deze regels in 1591 zou geschreven hebben, doch dit vermoeden is ongetwijfeld zeer gewaagd, al behoort zeker dit stuk tot zijn vroege werken.I. 3. 86.Het randschrift ter verklaring geeft zijn oog.Sh. spreekt hier van „the margent of his eyes,”doelend op de aan den rand der boeken te vinden verklaringen.—Wat drie regels verder voorkomt „The fish lives in the sea” is vrij duister en wordt op meer dan ééne wijze verklaard. De hier gegeven vertaling levert ten minste een gezonden zin op.I. 4. 10.Wij nemen ’t luchtig op.Hetoorspronkelijke heeft hier een woordspeling metmeasure, meten, beoordeelen, enmeasure, een afgemeten dans.—Ook het vervolg bevat allerlei woordspelingen.I. 4. 36.’t Gevoelloos strooibies.De kamers werden bij feestelijke gelegenheden met biezen bestrooid.I. 4. 39.Hoe mooienz. Hier is het oorspronkelijke weder niet terug te geven. De woordenfairendonestaan in Romeo’s gezegde tegen elkander over. Mercutio vat het woord op alsdun(donkerkleurig of bruin) en zegt, dat, volgens de nachtwacht, bij nacht alle katten grauw zijn; en denkt terstond daarop weer aan het boerenspel:Dun is in the mire, waarbij een blok hout, dat een bruin paard moest voorstellen, door ’t gezelschap opgelicht en heen en weer getrokken werd. Even diep als dat paard in de modder, zat Romeo in het slijk, met verlof gezegd, der liefde.I. 4. 47.Veel meer dan onzen geest.In het Engelsch wordt gesproken van defive wits. Daaronder werden verstaan:common wit,imagination,fancy,estimation,memory. In zijn antwoord geeft Romeo aanmeaningenwitweder een andere beteekenis.—Een oogenblik later vat hij in Mercutio’s zeggen:That dreamers often lie, het woordlieop alsliggenen tevens alsliegen. Trouwens deze woordspeling komt bij Sh. zeer dikwijls voor.—In reg. 94 heeftcarriagetwee beteekenissen: draagvermogen en gedrag.I. 4. 54.Fee Mab. Queen Mabis de oude naam der Elfenkoningin. Volgens Mercutio is zij onder de andere elfen vooral de vroedvrouw (midwife), die het brein verlost van de droomen, waar het van zwanger gaat (voorbeelden volgen), en zoo ook bij Romeo in zijn slaap een droom heeft doen geboren worden.I. 5. 95.Ontwijdt deez’ handenz. De eerste samenspraak van Romeo met Julia heeft geheel den in Engeland gebruikelijken vorm van een sonnet. Opmerkelijk is het, dat Sh. in dit treurspel gebruik heeft gemaakt van alle drie de vormen, waarin de erotische poëzie zich bij voorkeur uit: het sonnet, het bruiloftslied of den Hymenaeus, (III, 2.) bij het ontbreken van speelnooten door Julia zelf gesproken, en het dageraadslied (III, 5), waarin twee heimlijk saamgekomen gelieven het oneens zijn, of het morgen is of nog avond.II. 1. 13.Aan ’tjongske, dat zoo treflijk schoot.In ’t oorspronkelijke staatYoung Abraham Cupid, wat door Knight volgens de toen ter tijd gebruikelijke uitdrukkingAbrahammenals „vagebond Cupido”, door Dyce voor een verknoeiing vanabronofabrene(auburn), kastanje-bruin, verklaard wordt. Waarschijnlijk echter moet, naar Uptons gissing, het woord Abraham in Adam veranderd worden en doelt dit dan op den beroemden, in balladen bezongen boogschutter Adam Bell, op wien Sh. ook inVeel Leven om niets(I. 1. 261.) zinspeelt.—Koning Cophetuawas algemeen bekend uit een Engelsche ballade, die bewaard is gebleven: hij was een koning uit „Affrica”, die eerst niets van vrouwen wilde weten, maar op een goeden dag, uit zijn venster liggende, een bedelmeisje zag, er terstond smoorlijk op verliefd werd en haar huwde. Penelophon,—zoo heette het meisje,—wist zich zeer goed als vorstin te gedragen, de koning leefde zeer gelukkig met haar en beiden werden bij hun sterven diep betreurd en in één graf begraven. De tweede strophe der ballade verhaalt, dat, toen de koning het meisje zag,The blinded boy, that shootes so trim,From heaven downe did hie;He drew a dart and shot at him,In place where he did lie.Dit couplet bewijst tevens, dat bij Sh.trimmoet staan, zooals de eerste quarto heeft, en niettrue, zooals de volgende quarto’s en de folio te lezen geven.II. 1. 36.Die tot hem riepenz. Het Engelsch was hier niet te vertalen:As maids call medlarsetc. De triviale naam van den mispel is „open-arse” en hierop wordt gedoeld.Poprin pearis een soort van peer, benoemd naar Poperinghe in Fransch Vlaanderen.—Wat hier doormandjevertaald is, heet in ’t Engelschtruckle-bed, een lage rustbank, die onder het groote bed,standing-bed, geborgen werd.II. 2. 161.Afhanklijkheid is heesch.In ’t Engelsch staatbondage, dat behalveafhankelijkheidookgevangenschapbeteekent.II. 4. 19.Meer dan de vorst van het kattengeslacht.Tybalt, of lieverTybert, is de naam van den Kater in Reynaert de Vos.II. 6. 16.Een tred, zóó licht, slijt nìmmer hard gesteente uit.Haar tred is zóó licht, dat hij zelfs dàt nimmer doet, wat waterdruppels vermogen. Men drukke op „zóó” en „nimmer”, anders is de plaats onduidelijk. De bewerker van de eerste quarto heeft, misschien omdat de echte lezing hem niet duidelijk was:So light of foote nere hurts the troden flower.III. 1. 59.Mijn man.Mercutio vat dit woord opzettelijk op als dienaar, zooals hij onmiddellijk daarna met het woordfollowerspeelt.III. 1. 77.Alla stoccata.Stoot met het rapier, vechtmeesters-uitdrukking.III. 1. 102.Doodbedaard.In ’t Engelscha grave man, een ernstig man en een man van ’t graf.III. 2. 14.Huif met uw zwarten mantelenz. Het beeld is aan het temmen van den valkontleend, die, zoolang hij nog niet aan den mensch gewoon (unmanned) is, met de vleugels slaat (to bate) en eerst, wanneer hem een huif op den kop gezet wordt (to hood), tot kalmte komt.III. 2. 45.Is ’t antwoord „ja”.Hier is een herhaalde woordspeling tusschenI(ik),ay(ja, in de oude uitgaven eveneensIgeschreven) eneye(oog).III. 3. 132.Vat vuurenz. De soldaten droegen aan den gordel aan de eene zijde een brandende lont, aan de andere kruit in een flesch of bus. Onvoorzichtigheid bracht dus licht gevaar.III. 5. 31.Men zegt, dat pad en leeuwrik de oogen ruilden.Dit volksgeloof ontsproot uit de opmerking, dat de pad fraaie, de leeuwrik leelijke oogen heeft. De leeuwrik moest dan ook maar de leelijke stem der pad hebben, daar hij met zijn stem Romeo verjaagt.III. 5. 175.Kraam uw wijsheid uit bij uws gelijken.Het Engelsch heeft:o’er a gossip’s bowl; bij gekruid warm bier en gebraden appelen; zie Midzomernachtdroom II. 1. 46. Capulet is niet keurig in zijn uitdrukkingen; dit bleek reeds op het bal, toen hij van eksteroogen sprak. In Sh.’s tijd werden overigens zulke sterke uitdrukkingen niet zoo aanstootelijk gerekend als tegenwoordig.IV. 3. 47.Gekrijsch als van alruinen.Ook bij andere dichters, tijdgenooten van Sh., wordt gewag gemaakt van den schrikkelijken, waanzinnigmakenden kreet, dien de alruin, als hij uit den grond getrokken wordt, uitstoot. De Alruin- of Tooverwortel, (Mandragora officinalis) het tooverkruid van Circe, is een plant uit de familie der Solaneën (waartoe ook de Aardappel, de Belladonna, Spaansche peper, alsmede de Doornappel, het Bilzenkruid en de Tabaksplant behooren), die in den omtrek der Middellandsche Zee en vooral in Griekenland voorkomt. Zij is sterker vergiftig dan de Belladonna en werd vroeger ook als geneesmiddel gebezigd, vooral echter als toovermiddel. De groote, knolvormige wortel is vaak van het midden af gespleten en heeft dan, vooral als de kunst wat helpt, eenigszins de gedaante van den mensch, zoodat Columella haar eenplanta semihominis(halfmensch-plant) noemde. Het bezit van een alruin bracht geluk aan. Zulke geluksmannetjes werden zorgvuldig bewaard, prachtig aangekleed, op bepaalde tijden met wijn of water gewasschen, enz. Zij konden de hardnekkigste kwalen genezen, twisten doen eindigen, vrouwen de weeën verlichten, en ook geld aanbrengen. Zij worden duur verkocht en het verhaal liep, dat zij, als zij uit den grond getrokken werden, zóó ontzettend schreeuwden, dat de mensch, die het hoorde, van schrik plotseling stierf of krankzinnig werd, en dat men dus zorg moest dragen zijn ooren vooraf met was dicht te stoppen, en liefst het uittrekken door een hond, aan wiens staart de plant bevestigd werd, moest laten doen.IV. 5. 6.Graaf Paris zet zijn rust op ’t spel.In het oorspronkelijke is hier een woordspeling: rest beteekent ook de overblijvende kaarten zoowel als „rust”;to set up his restwil dus ook zeggen: alles op het spel zetten.IV. 5. 128.Is ’t hart van zware zorgen krankenz. Dit is het begin van een gedicht van Richard Edwards, dat in een bundelThe Paradise of Dainty Devisesvoorkomt.—In dit gesprek komen allerlei woordspelingen voor, zooals blijkt;crochetbv. reg. 120 beteekent te gelijkkwartnootengril.V. 1. 43.Een krokodil.Een opgezette alligator en dergelijke dingen behoorden in Sh.’s tijd tot de onmisbare versiersels eener apotheek. Het woordschappenin reg. 44, misschien niet allen lezers bekend, beteekent planken van een kast.V. 2. 5.Ik zocht mij tot geleide een barvoetsbroeder.Sh. vond in Brooke’s gedicht, dat de monniken in Italië niet alléén, maar steeds door een ander vergezeld uitgingen.—De wacht der stadin reg. 8 bedoelt de gezondheidspolitie in tijden van pest, zooals èn uit Brooke’s gedicht èn uit Painter’s novelle blijkt.V. 3. 203.Die dolk, ach, is verdwaald, want zie, zijn huis rust ledig op den rug van Montague.De dolken werden vroeger op den rug gedragen.V. 3. 296.O, broeder Montague, reik mij uw hand.De verzoening der beide vijandige huizen is het treffend, bevredigend en noodzakelijk besluit van het treurspel. Welk gewicht de dichter zelf hieraan hechtte, kan uit den proloog blijken. Dezen bij de opvoering van het stuk weg te laten, gelijk maar al te dikwijls geschiedt, is een verminking, die den waren aard van het treurspel miskent.1Shakespeare’s Romeo und Julia. Eine kritische Ausgabe des überlieferten Doppeltextes etc. Oldenburg 1859.↑

Aanteekeningen.

De eerste uitgave van Romeo en Julia verscheen in 1597, in quarto. Twee jaar later verscheen een verbeterde en vermeerderde uitgave in quarto, die in zeer vele opzichten van de eerste verschilt, in 1609 een derde, met de tweede grootelijks overeenstemmende; in de folio-uitgave der dramatische werken van Sh. in 1623 is Romeo en Julia waarschijnlijk naar de quarto-editie van 1609 afgedrukt.De eerste uitgave wijkt zoozeer van de volgende af en is in zoovele opzichten onvolkomen, dat het stuk zeker nooit aldus is opgevoerd. Door een nauwkeurige vergelijking—zooals doorTycho Mommsen1volbracht is,—moet men wel tot het besluit komen, dat deze eerste quarto-uitgave,—onrechtmatig verkregen, zooals alle afzonderlijke uitgaven van Sh.’s tooneelwerken,—niet een eerste onvolkomen bewerking van het stuk door Sh. bevat, maar samengeflanst is uit echte gedeelten, misschien door afschriften der rollen van acteurs verkregen, uit aanteekeningen, gedurende de opvoering gemaakt, en uit onechte brokken, door den een of ander er bijgevoegd, om uit de materialen een geheel te maken. Toch is deze eerste uitgave een geenszins te versmaden hulpmiddel om drukfouten in de volgende te verbeteren en tot een juisten tekst te komen.Evenals in vele andere gevallen heeft Sh. het onderwerp van zijn stuk aan anderen ontleend, maar toch een hoogst oorspronkelijk werk geleverd. Hij heeft getoond, dat er van lotgevallen als die van Pyramus en Thisbe heel wat anders te maken was, dan de handwerkslieden deden in den Midzomernachtdroom.—De Veronezers stellen de geschiedenis in 1303 en toonen aan bezoekers niet alleen het huis der Capulets, maar ook het graf der gelieven. In 1535 verscheen een novelle,La Giuliettagetiteld, vanLuigi da Porto, van Vicenza, geschreven naar aanleiding van een verhaal, door een oud krijger hem gedaan. In 1554 deeldeBandelloin een Italiaansche novelle, de negende van zijn tweede verzameling, de lotgevallen van Romeo en Julia mede, en hieruit puttePierre Boisteauxeen Fransch verhaal. Uit het Fransch ging het in 1567 over inPainter’s, door Sh. meermalen gebruikte, verzameling van verhalen, die den naam droeg vanPalace of Pleasure, met den titel:The goodly history of the true and constant love betweene Rhomeo and Julietta, the one of whom died ofpoyson, and the other of sorrow, and hevinesse: wherein be comprysed many adventures of love and other devises touchinge the same.Reeds vroeger, in 1562, was er vanArthur Brookeeen episch gedicht verschenen:The Tragicall Historye of Romeus and Juliet, written first in Italian by Bandell, and nowe in Englishe by Ar. Br.—Aan dit episch gedicht heeft Sh. zich nader aangesloten dan aan Painters verhaal.Proloog.Choruswas de geijkte naam voor den woordvoerder van den Proloog.Ald. reg. 6.Ten ondergang gewijd.Sh. bezigt hier de uitdrukking:A pair of star-cross’d lovers, door een boos gesternte tegengewerkt; een uitdrukking, die ik niet volkomen vermocht weder te geven, evenmin als regel 9:The fearful passage of their death-mark’d love.De zorgvuldigste vertaling kan niet altijd alles teruggeven zonder gewrongen, onwelluidend en ondichterlijk te worden, en zou alsdan juist door het streven naar woordelijke getrouwheid een geheel anderen indruk maken dan het origineel.Ald. reg. 12.Een tweetal uren.Bij de tooneelvertooningen in Sh.’s tijd waren er geen tusschenpoozen na een bedrijf en geen veranderingen van tooneel, zoodat het spelen vlugger ging. Ook in den proloog van Koning Hendrik VIII wordt (reg. 13) een tijdsverloop van twee uren als de duur der vertooning aangegeven.I. 1. 1. De woordspelingen in het gesprek der bedienden moesten natuurlijk in het Nederlandsch door andere vervangen worden; zoo staat hier in het Engelsch:we’ll not carry coals, dat is: kolen dragen, smerigen arbeid verrichten, zich alles laten welgevallen, waarop dan de woordspeling metcholerencollarvolgt.—Hier zij tevens eens voor goed opgemerkt, dat de frivoliteiten, zooals die hier in dit gesprek der knechts voorkomen, en later in het stuk door de Voedster en den jongen edelman Mercutio geuit worden, bij Sh. steeds dienstig zijn om de personen te kenschetsen, zoodat deze daardoor te meer naar het leven geschilderd zijn; nooit om haarzelfs wil, nooit met het doel om door dergelijke aardigheden enkele toehoorders te behagen. Sh. is inderdaad een zeer gekuischt dichter: men vergelijke, om zich hiervan te overtuigen, Sh. met velen zijner tijdgenooten of ook met onze dichters uit zijn tijd of later, b.v. Brederoo en Huygens.I. 1. 52.Ik zal op me duimnagel tegen ze bijten.Er staat:I will bite my thumb at them.Ook bij Sh.’s tijdgenooten wordt het in den mond steken van den duim, als men iemand ontmoet, onder de beleedigende handelwijzen vermeld. Het gebaar wordt aldus beschreven:to defy by putting the thumbe naile into the mouth and with a jerke from the upper teeth make it to knacke.Wij zouden spreken van „een neus zetten” of van „met duim en vinger knippen”.I. 1. 82.Mijn zwaard.In ’t Engelsch staatmy long sword, het groote zwaard, onderscheiden van het tot sieraad gedragenlittle sword. Dat Capulet in zijn huisgewaad,in his gown, komt, bewijst, dat hij plotseling in zijn rust gestoord wordt.I. 1. 128.Wilde vijgeboomenofSycomoreskomen ook elders bij Sh. voor als boomen, wier schaduw door droefgeestige verliefden gezocht werd.I. 1. 130.De wolkenmeerd’rend.Sh. laat ook elders de zuchten wolken vormen.I. 1. 205.Zeg me in ernst.Tell me in sadness. Sadnessbeteekent zoowel ernst als treurigheid. Daarom zegt in ’t Engelsch Romeo in zijn antwoord alleen:What, shall I groan, and tell thee?I. 1.222.Haar schoon vergaatenz. In verscheidene sonnetten, misschien omstreeks dezen tijd geschreven, wordt dit denkbeeld uitgewerkt.I. 1. 236.’t Gelukkig mom.Toespeling op de zwarte maskers, die in Sh.’s tijd de dames bij het uitgaan plachten te dragen.I. 2. 52.Een weegbreeblad.Dit wordt door Sh. ook elders als heelmiddel tegen een gewond scheenbeen genoemd. Romeo zegt hier, dat hij geen van Benvolio’s tegengiften behoeft, maar zich met een weegbreeblad (Plantago) kan helpen.I. 3. 13.Ach, tien te veel.In ’t Engelsch staat:To my teen be it spoken,.... she is not fourteen.Een woordspeling metteen, kommer, verdriet, enteenin fourteen.—Een oogenblik later vat de voedster hetodd days, eenige dagen, van Lady Capulet, op als een oneven aantal, en zegteven or odd, en spreekt vanLammas-eve ad night(1 Augustus), alsof de avond niet reeds door eve werd aangeduid.I. 3. 23.De aardbeving, ja, is elf jaar nu geleên.Op 6 April 1580 deed zich in Engeland een vrij hevige aardbeving gevoelen, die zeker nog lang in het geheugen bleef. Men heeft wel vermoed, dat de dichter, met het oog op deze aardbeving, deze regels in 1591 zou geschreven hebben, doch dit vermoeden is ongetwijfeld zeer gewaagd, al behoort zeker dit stuk tot zijn vroege werken.I. 3. 86.Het randschrift ter verklaring geeft zijn oog.Sh. spreekt hier van „the margent of his eyes,”doelend op de aan den rand der boeken te vinden verklaringen.—Wat drie regels verder voorkomt „The fish lives in the sea” is vrij duister en wordt op meer dan ééne wijze verklaard. De hier gegeven vertaling levert ten minste een gezonden zin op.I. 4. 10.Wij nemen ’t luchtig op.Hetoorspronkelijke heeft hier een woordspeling metmeasure, meten, beoordeelen, enmeasure, een afgemeten dans.—Ook het vervolg bevat allerlei woordspelingen.I. 4. 36.’t Gevoelloos strooibies.De kamers werden bij feestelijke gelegenheden met biezen bestrooid.I. 4. 39.Hoe mooienz. Hier is het oorspronkelijke weder niet terug te geven. De woordenfairendonestaan in Romeo’s gezegde tegen elkander over. Mercutio vat het woord op alsdun(donkerkleurig of bruin) en zegt, dat, volgens de nachtwacht, bij nacht alle katten grauw zijn; en denkt terstond daarop weer aan het boerenspel:Dun is in the mire, waarbij een blok hout, dat een bruin paard moest voorstellen, door ’t gezelschap opgelicht en heen en weer getrokken werd. Even diep als dat paard in de modder, zat Romeo in het slijk, met verlof gezegd, der liefde.I. 4. 47.Veel meer dan onzen geest.In het Engelsch wordt gesproken van defive wits. Daaronder werden verstaan:common wit,imagination,fancy,estimation,memory. In zijn antwoord geeft Romeo aanmeaningenwitweder een andere beteekenis.—Een oogenblik later vat hij in Mercutio’s zeggen:That dreamers often lie, het woordlieop alsliggenen tevens alsliegen. Trouwens deze woordspeling komt bij Sh. zeer dikwijls voor.—In reg. 94 heeftcarriagetwee beteekenissen: draagvermogen en gedrag.I. 4. 54.Fee Mab. Queen Mabis de oude naam der Elfenkoningin. Volgens Mercutio is zij onder de andere elfen vooral de vroedvrouw (midwife), die het brein verlost van de droomen, waar het van zwanger gaat (voorbeelden volgen), en zoo ook bij Romeo in zijn slaap een droom heeft doen geboren worden.I. 5. 95.Ontwijdt deez’ handenz. De eerste samenspraak van Romeo met Julia heeft geheel den in Engeland gebruikelijken vorm van een sonnet. Opmerkelijk is het, dat Sh. in dit treurspel gebruik heeft gemaakt van alle drie de vormen, waarin de erotische poëzie zich bij voorkeur uit: het sonnet, het bruiloftslied of den Hymenaeus, (III, 2.) bij het ontbreken van speelnooten door Julia zelf gesproken, en het dageraadslied (III, 5), waarin twee heimlijk saamgekomen gelieven het oneens zijn, of het morgen is of nog avond.II. 1. 13.Aan ’tjongske, dat zoo treflijk schoot.In ’t oorspronkelijke staatYoung Abraham Cupid, wat door Knight volgens de toen ter tijd gebruikelijke uitdrukkingAbrahammenals „vagebond Cupido”, door Dyce voor een verknoeiing vanabronofabrene(auburn), kastanje-bruin, verklaard wordt. Waarschijnlijk echter moet, naar Uptons gissing, het woord Abraham in Adam veranderd worden en doelt dit dan op den beroemden, in balladen bezongen boogschutter Adam Bell, op wien Sh. ook inVeel Leven om niets(I. 1. 261.) zinspeelt.—Koning Cophetuawas algemeen bekend uit een Engelsche ballade, die bewaard is gebleven: hij was een koning uit „Affrica”, die eerst niets van vrouwen wilde weten, maar op een goeden dag, uit zijn venster liggende, een bedelmeisje zag, er terstond smoorlijk op verliefd werd en haar huwde. Penelophon,—zoo heette het meisje,—wist zich zeer goed als vorstin te gedragen, de koning leefde zeer gelukkig met haar en beiden werden bij hun sterven diep betreurd en in één graf begraven. De tweede strophe der ballade verhaalt, dat, toen de koning het meisje zag,The blinded boy, that shootes so trim,From heaven downe did hie;He drew a dart and shot at him,In place where he did lie.Dit couplet bewijst tevens, dat bij Sh.trimmoet staan, zooals de eerste quarto heeft, en niettrue, zooals de volgende quarto’s en de folio te lezen geven.II. 1. 36.Die tot hem riepenz. Het Engelsch was hier niet te vertalen:As maids call medlarsetc. De triviale naam van den mispel is „open-arse” en hierop wordt gedoeld.Poprin pearis een soort van peer, benoemd naar Poperinghe in Fransch Vlaanderen.—Wat hier doormandjevertaald is, heet in ’t Engelschtruckle-bed, een lage rustbank, die onder het groote bed,standing-bed, geborgen werd.II. 2. 161.Afhanklijkheid is heesch.In ’t Engelsch staatbondage, dat behalveafhankelijkheidookgevangenschapbeteekent.II. 4. 19.Meer dan de vorst van het kattengeslacht.Tybalt, of lieverTybert, is de naam van den Kater in Reynaert de Vos.II. 6. 16.Een tred, zóó licht, slijt nìmmer hard gesteente uit.Haar tred is zóó licht, dat hij zelfs dàt nimmer doet, wat waterdruppels vermogen. Men drukke op „zóó” en „nimmer”, anders is de plaats onduidelijk. De bewerker van de eerste quarto heeft, misschien omdat de echte lezing hem niet duidelijk was:So light of foote nere hurts the troden flower.III. 1. 59.Mijn man.Mercutio vat dit woord opzettelijk op als dienaar, zooals hij onmiddellijk daarna met het woordfollowerspeelt.III. 1. 77.Alla stoccata.Stoot met het rapier, vechtmeesters-uitdrukking.III. 1. 102.Doodbedaard.In ’t Engelscha grave man, een ernstig man en een man van ’t graf.III. 2. 14.Huif met uw zwarten mantelenz. Het beeld is aan het temmen van den valkontleend, die, zoolang hij nog niet aan den mensch gewoon (unmanned) is, met de vleugels slaat (to bate) en eerst, wanneer hem een huif op den kop gezet wordt (to hood), tot kalmte komt.III. 2. 45.Is ’t antwoord „ja”.Hier is een herhaalde woordspeling tusschenI(ik),ay(ja, in de oude uitgaven eveneensIgeschreven) eneye(oog).III. 3. 132.Vat vuurenz. De soldaten droegen aan den gordel aan de eene zijde een brandende lont, aan de andere kruit in een flesch of bus. Onvoorzichtigheid bracht dus licht gevaar.III. 5. 31.Men zegt, dat pad en leeuwrik de oogen ruilden.Dit volksgeloof ontsproot uit de opmerking, dat de pad fraaie, de leeuwrik leelijke oogen heeft. De leeuwrik moest dan ook maar de leelijke stem der pad hebben, daar hij met zijn stem Romeo verjaagt.III. 5. 175.Kraam uw wijsheid uit bij uws gelijken.Het Engelsch heeft:o’er a gossip’s bowl; bij gekruid warm bier en gebraden appelen; zie Midzomernachtdroom II. 1. 46. Capulet is niet keurig in zijn uitdrukkingen; dit bleek reeds op het bal, toen hij van eksteroogen sprak. In Sh.’s tijd werden overigens zulke sterke uitdrukkingen niet zoo aanstootelijk gerekend als tegenwoordig.IV. 3. 47.Gekrijsch als van alruinen.Ook bij andere dichters, tijdgenooten van Sh., wordt gewag gemaakt van den schrikkelijken, waanzinnigmakenden kreet, dien de alruin, als hij uit den grond getrokken wordt, uitstoot. De Alruin- of Tooverwortel, (Mandragora officinalis) het tooverkruid van Circe, is een plant uit de familie der Solaneën (waartoe ook de Aardappel, de Belladonna, Spaansche peper, alsmede de Doornappel, het Bilzenkruid en de Tabaksplant behooren), die in den omtrek der Middellandsche Zee en vooral in Griekenland voorkomt. Zij is sterker vergiftig dan de Belladonna en werd vroeger ook als geneesmiddel gebezigd, vooral echter als toovermiddel. De groote, knolvormige wortel is vaak van het midden af gespleten en heeft dan, vooral als de kunst wat helpt, eenigszins de gedaante van den mensch, zoodat Columella haar eenplanta semihominis(halfmensch-plant) noemde. Het bezit van een alruin bracht geluk aan. Zulke geluksmannetjes werden zorgvuldig bewaard, prachtig aangekleed, op bepaalde tijden met wijn of water gewasschen, enz. Zij konden de hardnekkigste kwalen genezen, twisten doen eindigen, vrouwen de weeën verlichten, en ook geld aanbrengen. Zij worden duur verkocht en het verhaal liep, dat zij, als zij uit den grond getrokken werden, zóó ontzettend schreeuwden, dat de mensch, die het hoorde, van schrik plotseling stierf of krankzinnig werd, en dat men dus zorg moest dragen zijn ooren vooraf met was dicht te stoppen, en liefst het uittrekken door een hond, aan wiens staart de plant bevestigd werd, moest laten doen.IV. 5. 6.Graaf Paris zet zijn rust op ’t spel.In het oorspronkelijke is hier een woordspeling: rest beteekent ook de overblijvende kaarten zoowel als „rust”;to set up his restwil dus ook zeggen: alles op het spel zetten.IV. 5. 128.Is ’t hart van zware zorgen krankenz. Dit is het begin van een gedicht van Richard Edwards, dat in een bundelThe Paradise of Dainty Devisesvoorkomt.—In dit gesprek komen allerlei woordspelingen voor, zooals blijkt;crochetbv. reg. 120 beteekent te gelijkkwartnootengril.V. 1. 43.Een krokodil.Een opgezette alligator en dergelijke dingen behoorden in Sh.’s tijd tot de onmisbare versiersels eener apotheek. Het woordschappenin reg. 44, misschien niet allen lezers bekend, beteekent planken van een kast.V. 2. 5.Ik zocht mij tot geleide een barvoetsbroeder.Sh. vond in Brooke’s gedicht, dat de monniken in Italië niet alléén, maar steeds door een ander vergezeld uitgingen.—De wacht der stadin reg. 8 bedoelt de gezondheidspolitie in tijden van pest, zooals èn uit Brooke’s gedicht èn uit Painter’s novelle blijkt.V. 3. 203.Die dolk, ach, is verdwaald, want zie, zijn huis rust ledig op den rug van Montague.De dolken werden vroeger op den rug gedragen.V. 3. 296.O, broeder Montague, reik mij uw hand.De verzoening der beide vijandige huizen is het treffend, bevredigend en noodzakelijk besluit van het treurspel. Welk gewicht de dichter zelf hieraan hechtte, kan uit den proloog blijken. Dezen bij de opvoering van het stuk weg te laten, gelijk maar al te dikwijls geschiedt, is een verminking, die den waren aard van het treurspel miskent.

De eerste uitgave van Romeo en Julia verscheen in 1597, in quarto. Twee jaar later verscheen een verbeterde en vermeerderde uitgave in quarto, die in zeer vele opzichten van de eerste verschilt, in 1609 een derde, met de tweede grootelijks overeenstemmende; in de folio-uitgave der dramatische werken van Sh. in 1623 is Romeo en Julia waarschijnlijk naar de quarto-editie van 1609 afgedrukt.

De eerste uitgave wijkt zoozeer van de volgende af en is in zoovele opzichten onvolkomen, dat het stuk zeker nooit aldus is opgevoerd. Door een nauwkeurige vergelijking—zooals doorTycho Mommsen1volbracht is,—moet men wel tot het besluit komen, dat deze eerste quarto-uitgave,—onrechtmatig verkregen, zooals alle afzonderlijke uitgaven van Sh.’s tooneelwerken,—niet een eerste onvolkomen bewerking van het stuk door Sh. bevat, maar samengeflanst is uit echte gedeelten, misschien door afschriften der rollen van acteurs verkregen, uit aanteekeningen, gedurende de opvoering gemaakt, en uit onechte brokken, door den een of ander er bijgevoegd, om uit de materialen een geheel te maken. Toch is deze eerste uitgave een geenszins te versmaden hulpmiddel om drukfouten in de volgende te verbeteren en tot een juisten tekst te komen.

Evenals in vele andere gevallen heeft Sh. het onderwerp van zijn stuk aan anderen ontleend, maar toch een hoogst oorspronkelijk werk geleverd. Hij heeft getoond, dat er van lotgevallen als die van Pyramus en Thisbe heel wat anders te maken was, dan de handwerkslieden deden in den Midzomernachtdroom.—De Veronezers stellen de geschiedenis in 1303 en toonen aan bezoekers niet alleen het huis der Capulets, maar ook het graf der gelieven. In 1535 verscheen een novelle,La Giuliettagetiteld, vanLuigi da Porto, van Vicenza, geschreven naar aanleiding van een verhaal, door een oud krijger hem gedaan. In 1554 deeldeBandelloin een Italiaansche novelle, de negende van zijn tweede verzameling, de lotgevallen van Romeo en Julia mede, en hieruit puttePierre Boisteauxeen Fransch verhaal. Uit het Fransch ging het in 1567 over inPainter’s, door Sh. meermalen gebruikte, verzameling van verhalen, die den naam droeg vanPalace of Pleasure, met den titel:The goodly history of the true and constant love betweene Rhomeo and Julietta, the one of whom died ofpoyson, and the other of sorrow, and hevinesse: wherein be comprysed many adventures of love and other devises touchinge the same.Reeds vroeger, in 1562, was er vanArthur Brookeeen episch gedicht verschenen:The Tragicall Historye of Romeus and Juliet, written first in Italian by Bandell, and nowe in Englishe by Ar. Br.—Aan dit episch gedicht heeft Sh. zich nader aangesloten dan aan Painters verhaal.

Proloog.Choruswas de geijkte naam voor den woordvoerder van den Proloog.

Ald. reg. 6.Ten ondergang gewijd.Sh. bezigt hier de uitdrukking:A pair of star-cross’d lovers, door een boos gesternte tegengewerkt; een uitdrukking, die ik niet volkomen vermocht weder te geven, evenmin als regel 9:The fearful passage of their death-mark’d love.De zorgvuldigste vertaling kan niet altijd alles teruggeven zonder gewrongen, onwelluidend en ondichterlijk te worden, en zou alsdan juist door het streven naar woordelijke getrouwheid een geheel anderen indruk maken dan het origineel.

Ald. reg. 12.Een tweetal uren.Bij de tooneelvertooningen in Sh.’s tijd waren er geen tusschenpoozen na een bedrijf en geen veranderingen van tooneel, zoodat het spelen vlugger ging. Ook in den proloog van Koning Hendrik VIII wordt (reg. 13) een tijdsverloop van twee uren als de duur der vertooning aangegeven.

I. 1. 1. De woordspelingen in het gesprek der bedienden moesten natuurlijk in het Nederlandsch door andere vervangen worden; zoo staat hier in het Engelsch:we’ll not carry coals, dat is: kolen dragen, smerigen arbeid verrichten, zich alles laten welgevallen, waarop dan de woordspeling metcholerencollarvolgt.—Hier zij tevens eens voor goed opgemerkt, dat de frivoliteiten, zooals die hier in dit gesprek der knechts voorkomen, en later in het stuk door de Voedster en den jongen edelman Mercutio geuit worden, bij Sh. steeds dienstig zijn om de personen te kenschetsen, zoodat deze daardoor te meer naar het leven geschilderd zijn; nooit om haarzelfs wil, nooit met het doel om door dergelijke aardigheden enkele toehoorders te behagen. Sh. is inderdaad een zeer gekuischt dichter: men vergelijke, om zich hiervan te overtuigen, Sh. met velen zijner tijdgenooten of ook met onze dichters uit zijn tijd of later, b.v. Brederoo en Huygens.

I. 1. 52.Ik zal op me duimnagel tegen ze bijten.Er staat:I will bite my thumb at them.Ook bij Sh.’s tijdgenooten wordt het in den mond steken van den duim, als men iemand ontmoet, onder de beleedigende handelwijzen vermeld. Het gebaar wordt aldus beschreven:to defy by putting the thumbe naile into the mouth and with a jerke from the upper teeth make it to knacke.Wij zouden spreken van „een neus zetten” of van „met duim en vinger knippen”.

I. 1. 82.Mijn zwaard.In ’t Engelsch staatmy long sword, het groote zwaard, onderscheiden van het tot sieraad gedragenlittle sword. Dat Capulet in zijn huisgewaad,in his gown, komt, bewijst, dat hij plotseling in zijn rust gestoord wordt.

I. 1. 128.Wilde vijgeboomenofSycomoreskomen ook elders bij Sh. voor als boomen, wier schaduw door droefgeestige verliefden gezocht werd.

I. 1. 130.De wolkenmeerd’rend.Sh. laat ook elders de zuchten wolken vormen.

I. 1. 205.Zeg me in ernst.Tell me in sadness. Sadnessbeteekent zoowel ernst als treurigheid. Daarom zegt in ’t Engelsch Romeo in zijn antwoord alleen:What, shall I groan, and tell thee?

I. 1.222.Haar schoon vergaatenz. In verscheidene sonnetten, misschien omstreeks dezen tijd geschreven, wordt dit denkbeeld uitgewerkt.

I. 1. 236.’t Gelukkig mom.Toespeling op de zwarte maskers, die in Sh.’s tijd de dames bij het uitgaan plachten te dragen.

I. 2. 52.Een weegbreeblad.Dit wordt door Sh. ook elders als heelmiddel tegen een gewond scheenbeen genoemd. Romeo zegt hier, dat hij geen van Benvolio’s tegengiften behoeft, maar zich met een weegbreeblad (Plantago) kan helpen.

I. 3. 13.Ach, tien te veel.In ’t Engelsch staat:To my teen be it spoken,.... she is not fourteen.Een woordspeling metteen, kommer, verdriet, enteenin fourteen.—Een oogenblik later vat de voedster hetodd days, eenige dagen, van Lady Capulet, op als een oneven aantal, en zegteven or odd, en spreekt vanLammas-eve ad night(1 Augustus), alsof de avond niet reeds door eve werd aangeduid.

I. 3. 23.De aardbeving, ja, is elf jaar nu geleên.Op 6 April 1580 deed zich in Engeland een vrij hevige aardbeving gevoelen, die zeker nog lang in het geheugen bleef. Men heeft wel vermoed, dat de dichter, met het oog op deze aardbeving, deze regels in 1591 zou geschreven hebben, doch dit vermoeden is ongetwijfeld zeer gewaagd, al behoort zeker dit stuk tot zijn vroege werken.

I. 3. 86.Het randschrift ter verklaring geeft zijn oog.Sh. spreekt hier van „the margent of his eyes,”doelend op de aan den rand der boeken te vinden verklaringen.—Wat drie regels verder voorkomt „The fish lives in the sea” is vrij duister en wordt op meer dan ééne wijze verklaard. De hier gegeven vertaling levert ten minste een gezonden zin op.

I. 4. 10.Wij nemen ’t luchtig op.Hetoorspronkelijke heeft hier een woordspeling metmeasure, meten, beoordeelen, enmeasure, een afgemeten dans.—Ook het vervolg bevat allerlei woordspelingen.

I. 4. 36.’t Gevoelloos strooibies.De kamers werden bij feestelijke gelegenheden met biezen bestrooid.

I. 4. 39.Hoe mooienz. Hier is het oorspronkelijke weder niet terug te geven. De woordenfairendonestaan in Romeo’s gezegde tegen elkander over. Mercutio vat het woord op alsdun(donkerkleurig of bruin) en zegt, dat, volgens de nachtwacht, bij nacht alle katten grauw zijn; en denkt terstond daarop weer aan het boerenspel:Dun is in the mire, waarbij een blok hout, dat een bruin paard moest voorstellen, door ’t gezelschap opgelicht en heen en weer getrokken werd. Even diep als dat paard in de modder, zat Romeo in het slijk, met verlof gezegd, der liefde.

I. 4. 47.Veel meer dan onzen geest.In het Engelsch wordt gesproken van defive wits. Daaronder werden verstaan:common wit,imagination,fancy,estimation,memory. In zijn antwoord geeft Romeo aanmeaningenwitweder een andere beteekenis.—Een oogenblik later vat hij in Mercutio’s zeggen:That dreamers often lie, het woordlieop alsliggenen tevens alsliegen. Trouwens deze woordspeling komt bij Sh. zeer dikwijls voor.—In reg. 94 heeftcarriagetwee beteekenissen: draagvermogen en gedrag.

I. 4. 54.Fee Mab. Queen Mabis de oude naam der Elfenkoningin. Volgens Mercutio is zij onder de andere elfen vooral de vroedvrouw (midwife), die het brein verlost van de droomen, waar het van zwanger gaat (voorbeelden volgen), en zoo ook bij Romeo in zijn slaap een droom heeft doen geboren worden.

I. 5. 95.Ontwijdt deez’ handenz. De eerste samenspraak van Romeo met Julia heeft geheel den in Engeland gebruikelijken vorm van een sonnet. Opmerkelijk is het, dat Sh. in dit treurspel gebruik heeft gemaakt van alle drie de vormen, waarin de erotische poëzie zich bij voorkeur uit: het sonnet, het bruiloftslied of den Hymenaeus, (III, 2.) bij het ontbreken van speelnooten door Julia zelf gesproken, en het dageraadslied (III, 5), waarin twee heimlijk saamgekomen gelieven het oneens zijn, of het morgen is of nog avond.

II. 1. 13.Aan ’tjongske, dat zoo treflijk schoot.In ’t oorspronkelijke staatYoung Abraham Cupid, wat door Knight volgens de toen ter tijd gebruikelijke uitdrukkingAbrahammenals „vagebond Cupido”, door Dyce voor een verknoeiing vanabronofabrene(auburn), kastanje-bruin, verklaard wordt. Waarschijnlijk echter moet, naar Uptons gissing, het woord Abraham in Adam veranderd worden en doelt dit dan op den beroemden, in balladen bezongen boogschutter Adam Bell, op wien Sh. ook inVeel Leven om niets(I. 1. 261.) zinspeelt.—Koning Cophetuawas algemeen bekend uit een Engelsche ballade, die bewaard is gebleven: hij was een koning uit „Affrica”, die eerst niets van vrouwen wilde weten, maar op een goeden dag, uit zijn venster liggende, een bedelmeisje zag, er terstond smoorlijk op verliefd werd en haar huwde. Penelophon,—zoo heette het meisje,—wist zich zeer goed als vorstin te gedragen, de koning leefde zeer gelukkig met haar en beiden werden bij hun sterven diep betreurd en in één graf begraven. De tweede strophe der ballade verhaalt, dat, toen de koning het meisje zag,

The blinded boy, that shootes so trim,From heaven downe did hie;He drew a dart and shot at him,In place where he did lie.

The blinded boy, that shootes so trim,

From heaven downe did hie;

He drew a dart and shot at him,

In place where he did lie.

Dit couplet bewijst tevens, dat bij Sh.trimmoet staan, zooals de eerste quarto heeft, en niettrue, zooals de volgende quarto’s en de folio te lezen geven.

II. 1. 36.Die tot hem riepenz. Het Engelsch was hier niet te vertalen:As maids call medlarsetc. De triviale naam van den mispel is „open-arse” en hierop wordt gedoeld.Poprin pearis een soort van peer, benoemd naar Poperinghe in Fransch Vlaanderen.—Wat hier doormandjevertaald is, heet in ’t Engelschtruckle-bed, een lage rustbank, die onder het groote bed,standing-bed, geborgen werd.

II. 2. 161.Afhanklijkheid is heesch.In ’t Engelsch staatbondage, dat behalveafhankelijkheidookgevangenschapbeteekent.

II. 4. 19.Meer dan de vorst van het kattengeslacht.Tybalt, of lieverTybert, is de naam van den Kater in Reynaert de Vos.

II. 6. 16.Een tred, zóó licht, slijt nìmmer hard gesteente uit.Haar tred is zóó licht, dat hij zelfs dàt nimmer doet, wat waterdruppels vermogen. Men drukke op „zóó” en „nimmer”, anders is de plaats onduidelijk. De bewerker van de eerste quarto heeft, misschien omdat de echte lezing hem niet duidelijk was:So light of foote nere hurts the troden flower.

III. 1. 59.Mijn man.Mercutio vat dit woord opzettelijk op als dienaar, zooals hij onmiddellijk daarna met het woordfollowerspeelt.

III. 1. 77.Alla stoccata.Stoot met het rapier, vechtmeesters-uitdrukking.

III. 1. 102.Doodbedaard.In ’t Engelscha grave man, een ernstig man en een man van ’t graf.

III. 2. 14.Huif met uw zwarten mantelenz. Het beeld is aan het temmen van den valkontleend, die, zoolang hij nog niet aan den mensch gewoon (unmanned) is, met de vleugels slaat (to bate) en eerst, wanneer hem een huif op den kop gezet wordt (to hood), tot kalmte komt.

III. 2. 45.Is ’t antwoord „ja”.Hier is een herhaalde woordspeling tusschenI(ik),ay(ja, in de oude uitgaven eveneensIgeschreven) eneye(oog).

III. 3. 132.Vat vuurenz. De soldaten droegen aan den gordel aan de eene zijde een brandende lont, aan de andere kruit in een flesch of bus. Onvoorzichtigheid bracht dus licht gevaar.

III. 5. 31.Men zegt, dat pad en leeuwrik de oogen ruilden.Dit volksgeloof ontsproot uit de opmerking, dat de pad fraaie, de leeuwrik leelijke oogen heeft. De leeuwrik moest dan ook maar de leelijke stem der pad hebben, daar hij met zijn stem Romeo verjaagt.

III. 5. 175.Kraam uw wijsheid uit bij uws gelijken.Het Engelsch heeft:o’er a gossip’s bowl; bij gekruid warm bier en gebraden appelen; zie Midzomernachtdroom II. 1. 46. Capulet is niet keurig in zijn uitdrukkingen; dit bleek reeds op het bal, toen hij van eksteroogen sprak. In Sh.’s tijd werden overigens zulke sterke uitdrukkingen niet zoo aanstootelijk gerekend als tegenwoordig.

IV. 3. 47.Gekrijsch als van alruinen.Ook bij andere dichters, tijdgenooten van Sh., wordt gewag gemaakt van den schrikkelijken, waanzinnigmakenden kreet, dien de alruin, als hij uit den grond getrokken wordt, uitstoot. De Alruin- of Tooverwortel, (Mandragora officinalis) het tooverkruid van Circe, is een plant uit de familie der Solaneën (waartoe ook de Aardappel, de Belladonna, Spaansche peper, alsmede de Doornappel, het Bilzenkruid en de Tabaksplant behooren), die in den omtrek der Middellandsche Zee en vooral in Griekenland voorkomt. Zij is sterker vergiftig dan de Belladonna en werd vroeger ook als geneesmiddel gebezigd, vooral echter als toovermiddel. De groote, knolvormige wortel is vaak van het midden af gespleten en heeft dan, vooral als de kunst wat helpt, eenigszins de gedaante van den mensch, zoodat Columella haar eenplanta semihominis(halfmensch-plant) noemde. Het bezit van een alruin bracht geluk aan. Zulke geluksmannetjes werden zorgvuldig bewaard, prachtig aangekleed, op bepaalde tijden met wijn of water gewasschen, enz. Zij konden de hardnekkigste kwalen genezen, twisten doen eindigen, vrouwen de weeën verlichten, en ook geld aanbrengen. Zij worden duur verkocht en het verhaal liep, dat zij, als zij uit den grond getrokken werden, zóó ontzettend schreeuwden, dat de mensch, die het hoorde, van schrik plotseling stierf of krankzinnig werd, en dat men dus zorg moest dragen zijn ooren vooraf met was dicht te stoppen, en liefst het uittrekken door een hond, aan wiens staart de plant bevestigd werd, moest laten doen.

IV. 5. 6.Graaf Paris zet zijn rust op ’t spel.In het oorspronkelijke is hier een woordspeling: rest beteekent ook de overblijvende kaarten zoowel als „rust”;to set up his restwil dus ook zeggen: alles op het spel zetten.

IV. 5. 128.Is ’t hart van zware zorgen krankenz. Dit is het begin van een gedicht van Richard Edwards, dat in een bundelThe Paradise of Dainty Devisesvoorkomt.—In dit gesprek komen allerlei woordspelingen voor, zooals blijkt;crochetbv. reg. 120 beteekent te gelijkkwartnootengril.

V. 1. 43.Een krokodil.Een opgezette alligator en dergelijke dingen behoorden in Sh.’s tijd tot de onmisbare versiersels eener apotheek. Het woordschappenin reg. 44, misschien niet allen lezers bekend, beteekent planken van een kast.

V. 2. 5.Ik zocht mij tot geleide een barvoetsbroeder.Sh. vond in Brooke’s gedicht, dat de monniken in Italië niet alléén, maar steeds door een ander vergezeld uitgingen.—De wacht der stadin reg. 8 bedoelt de gezondheidspolitie in tijden van pest, zooals èn uit Brooke’s gedicht èn uit Painter’s novelle blijkt.

V. 3. 203.Die dolk, ach, is verdwaald, want zie, zijn huis rust ledig op den rug van Montague.De dolken werden vroeger op den rug gedragen.

V. 3. 296.O, broeder Montague, reik mij uw hand.De verzoening der beide vijandige huizen is het treffend, bevredigend en noodzakelijk besluit van het treurspel. Welk gewicht de dichter zelf hieraan hechtte, kan uit den proloog blijken. Dezen bij de opvoering van het stuk weg te laten, gelijk maar al te dikwijls geschiedt, is een verminking, die den waren aard van het treurspel miskent.

1Shakespeare’s Romeo und Julia. Eine kritische Ausgabe des überlieferten Doppeltextes etc. Oldenburg 1859.↑

1Shakespeare’s Romeo und Julia. Eine kritische Ausgabe des überlieferten Doppeltextes etc. Oldenburg 1859.↑


Back to IndexNext