N.

N.Nennius, oud-Britsch geschiedschrijver,IX;96.Nero, Koning, trekt op tegen Koning Arthur,112;113.Newburgh, William of, Middel-Engelsch kroniekschrijver,XII.Nutt, Alfred, schrijver van “Studies in the Legend of the Holy Grail”,451;453;458–459.Nutt, David, uitgever,324.O.Oberge, Eilhart von, eerste bewerker der Tristan-sage in Duitschland,187;195.Orgeluse, geliefde van Amfortas,483.Orilus, jaloersche echtgenoot van Jeschute,467;482; verzoent zich met Jeschute,485.Othmer, Karl, schrijver van een dissertatie over de Erec-sage,352.P.Parcival,28;105;116;325;de Sage van Parcival en den Heiligen Graal,450–493.Paris, Gaston,34;131; theorie over het ontstaan der Tristan-legende,182;184;185;186;187;194; over den oorsprong der verhalen uit den “Mabinogion”,352; over het “Verliegen” van den ridder,353;355;357; over de trilogie van Borron,453; over Bledhericus,455; over het ontstaan der Arthur-sagen,458–459.Pellam, Koning,94; Balin’s avontuur aan zijn hof,116–119.Pellinore, Koning, vader van Parcival en Lamorak,105.Penevric, het slot van Guivret le Petit,395;396.Penning en Vostaert, dichters van den roman van Walewein,VII.Petitcrû, het tooverhondje,297,302.Philipot, Emmanuel, schrijver van eene studie over de Erec-sage,357.Potvin, uitgever van “Perlesvaus”,454.Pucci, Antonio, schrijver van “Dà un exempli”,32.R.Rhys, Sir John, schrijver van “Studies in the Arthurian Legend”,XI;95.Rience van Wallis, Koning, trekt Arthur’s rijk binnen,101,107; wordt door Balin en Balan verslagen en naar het hof van Arthur gebracht,110–112.Riol, vazal van den graaf van Bretagne,299; belegert zijn leenheer,300; wordt door Tristan gedood,302.Rivalin van Ermonie, vader van Tristan, begeeft zich naar het hof van Koning Mark,196–200; vat liefde op voor Blanchefleur,204–209; neemt haar mede naar zijn land,210,211; valt in den strijd,212; Koning Mark verneemt dat R. de vader van Tristan was,226–228.Robert, Broeder, vervaardiger van eene Noorsche proza-bewerking der Tristan-sage,187.Rohand, neemt het bestuur over Rivalin’s graafschap op zich,197; wordt pleegvader over Tristan,212–217; gaat zijn pleegzoon zoeken en vindt hem te Tintagel,224–226; deelt den koning het geheim van Tristan’s geboorte mede,227,228.S.Schoepperle, G., schrijfster van eene studie over de Tristan-sage,186.Schofield, over het onstaan der Arthur-sagen,458–459.Scott, Sir Walter, eerste bewerker van “Sir Tristrem”,188.Segramore, bijgenaamd de Begeerige,133.Segwarides,190.Sigune, een der Graaljonkvrouwen, deelt Parcival den oorsprong van den Graal mede,481–485.Simroch, Karl, vertaler van het gedicht van Gottfried von Straszburg,191.Straszburg, Gottfried von, dichter van het Middel-Hoogduitsche gedicht: “Tristan”,187;188;191.Swinburne, Algernon, Charles, schrijver van “A Tale of Balen”97; “Tristram of Lyonesse”,180;193;194.Sommer, Dr. H. Oskar, bewerker van een critische uitgave van de “Morte d’Arthur”,324.T.Tafel Ronde, de, wordt Arthur ten geschenke gegeven,19; plechtige inwijding,23–25;32;35; de Groene Ridder daagt de ridders der T. R. uit,44;57;65;71;87;91;102;180;181;341; Gareth tot de T. R. toegelaten,349.Tantris de Speelman(=Tristan),236;249;250;252.Tennyson, Alfred,XVII;29;96;192;325;352;353;407;410;458.Thomas(genaamd:van Brittannië), Normandisch dichter uit de12e eeuw, schrijver van een der eerste Fransche Tristan-gedichten,182;187–190;195; over de bron van zijn werk,455.Thomas van Ercildoune, vermoedelijk schrijver van “Sir Tristrem”,188.Tintagel, de burcht, eigendom van Gorlois,4–6; verblijfplaats van Koning Mark van Cornwallis,195;198;201:202;206;209;220;224;227;229;231;234;239;270;273;274;287;290;295;299;304;306;316;317;318;323.Torre, oudste broeder van Elaine,418;431;444.Trevizent, de kluizenaar, brengt Parcival tot inkeer,490–492.Tristan,28;29; poogt de zwaardjonkvrouw te bevrijden,102;de Sage van Tristan en Isolde,180–323.Troies, Chrétien de, Fransch hofdichter uit de12e eeuw, schrijvervan gedichten over de Arthur-sage,V;XIV;28;31;33;125–131;181;189;190;350–352;353;375;404–406;452;458;460.Türheim, Ulrich von, voltooier van den “Tristan” van Gottfried von Straszburg,188.Türlin, Heinrich von dem, schrijver van “Diu Crône”,31.U.Ulfius, vriend van Koning Arthur,5.Uriens, koning van Wallis, vader van Iwein,133;148;157.Uther Pendragon, vader van Arthur, vat liefde op voor Igerna2–5; neemt haar ten huwelijk,6; sterft,9;19;141.V.Vance, de Vrouwe van, geliefde van Koning Rience,111.Velthem, Lodewijk van, verzamelaar van een aantal Middel-Nederlandsche Arthur-Sagen,VII.Viviane, de booze fee, lokt Merlijn in hare rotswoning,501.Vostaert, zie:Penning.W.Wace, schrijver van het Normandische gedicht: “Le Roman du Brut”,XIII;28;96;129.Wagner, Richard,180;192.Walewein, zie:de Sage van W. en den Groenen Ridder,27–91; probeert de zwaardjonkvrouw te bevrijden,102; verwijt Key zijn lasterpraat over Iwein,151; blijdschap over de ontmoeting met Iwein,152; haalt hem over naar het hof terug te keeren,153; benarde toestand van W.’s zwager,164,166; strijdt voor de rechten van eene jonkvrouw,171–173; herkent zijn tegenstander,174;181;326;330; wijst den koning op het gevaar van den schoonheidsprijs,358; als minnaar der koningin,407; W.’s ongunstige rol in “Le Morte Arthur”,410; gaat na het steekspel te Camelot zoeken naar den ridder met de roode mouw,429; komt in het kasteel Astolat,430; herkent het schild van Lanceloet,432; brengt aan het hof verslag uit over zijn tocht,433; onderscheidt zich op het steekspel van Allerheiligen,438; als held van de Graal-sage,454–455; brengt Parcival aan Arthur’s hof,487–488; besluit den dood zijner broeders op Lanceloet te wreken,496; strijdt tegen Lanceloet,500; valt in den strijd,501.Wauchien de Denain,452;455.Weston, Jessie, schrijfster van “The Legend of Sir Gawain”,31; v. Engelsche prozavertaling van Gottfried von Straszburg’s “Tristan”,192; van “The Legend of Sir Lancelot du Lac”,405–407; van “The Legend of Sir Perceval”,452;453;455;460.Willem de Veroveraar, Hertog van Normandië,183;458.Winchester, de stad,2;275.Windsor, de stad,37.Y.Yder, wordt door Erec op het steekspel van den Sperwer verslagen,371.Z.Zatzikhoven, Ulrich von, schrijver van het Middel-Hoogduitsche gedicht: “Lanzelet”,405.Zimmer, Prof. Heinrich, schrijver van een artikel over de eigennamen in de Arthur-Sagen,183;352;357;375.Zwaardjonkvrouw, de,94; komt aan het hof,101.

N.Nennius, oud-Britsch geschiedschrijver,IX;96.Nero, Koning, trekt op tegen Koning Arthur,112;113.Newburgh, William of, Middel-Engelsch kroniekschrijver,XII.Nutt, Alfred, schrijver van “Studies in the Legend of the Holy Grail”,451;453;458–459.Nutt, David, uitgever,324.O.Oberge, Eilhart von, eerste bewerker der Tristan-sage in Duitschland,187;195.Orgeluse, geliefde van Amfortas,483.Orilus, jaloersche echtgenoot van Jeschute,467;482; verzoent zich met Jeschute,485.Othmer, Karl, schrijver van een dissertatie over de Erec-sage,352.P.Parcival,28;105;116;325;de Sage van Parcival en den Heiligen Graal,450–493.Paris, Gaston,34;131; theorie over het ontstaan der Tristan-legende,182;184;185;186;187;194; over den oorsprong der verhalen uit den “Mabinogion”,352; over het “Verliegen” van den ridder,353;355;357; over de trilogie van Borron,453; over Bledhericus,455; over het ontstaan der Arthur-sagen,458–459.Pellam, Koning,94; Balin’s avontuur aan zijn hof,116–119.Pellinore, Koning, vader van Parcival en Lamorak,105.Penevric, het slot van Guivret le Petit,395;396.Penning en Vostaert, dichters van den roman van Walewein,VII.Petitcrû, het tooverhondje,297,302.Philipot, Emmanuel, schrijver van eene studie over de Erec-sage,357.Potvin, uitgever van “Perlesvaus”,454.Pucci, Antonio, schrijver van “Dà un exempli”,32.R.Rhys, Sir John, schrijver van “Studies in the Arthurian Legend”,XI;95.Rience van Wallis, Koning, trekt Arthur’s rijk binnen,101,107; wordt door Balin en Balan verslagen en naar het hof van Arthur gebracht,110–112.Riol, vazal van den graaf van Bretagne,299; belegert zijn leenheer,300; wordt door Tristan gedood,302.Rivalin van Ermonie, vader van Tristan, begeeft zich naar het hof van Koning Mark,196–200; vat liefde op voor Blanchefleur,204–209; neemt haar mede naar zijn land,210,211; valt in den strijd,212; Koning Mark verneemt dat R. de vader van Tristan was,226–228.Robert, Broeder, vervaardiger van eene Noorsche proza-bewerking der Tristan-sage,187.Rohand, neemt het bestuur over Rivalin’s graafschap op zich,197; wordt pleegvader over Tristan,212–217; gaat zijn pleegzoon zoeken en vindt hem te Tintagel,224–226; deelt den koning het geheim van Tristan’s geboorte mede,227,228.S.Schoepperle, G., schrijfster van eene studie over de Tristan-sage,186.Schofield, over het onstaan der Arthur-sagen,458–459.Scott, Sir Walter, eerste bewerker van “Sir Tristrem”,188.Segramore, bijgenaamd de Begeerige,133.Segwarides,190.Sigune, een der Graaljonkvrouwen, deelt Parcival den oorsprong van den Graal mede,481–485.Simroch, Karl, vertaler van het gedicht van Gottfried von Straszburg,191.Straszburg, Gottfried von, dichter van het Middel-Hoogduitsche gedicht: “Tristan”,187;188;191.Swinburne, Algernon, Charles, schrijver van “A Tale of Balen”97; “Tristram of Lyonesse”,180;193;194.Sommer, Dr. H. Oskar, bewerker van een critische uitgave van de “Morte d’Arthur”,324.T.Tafel Ronde, de, wordt Arthur ten geschenke gegeven,19; plechtige inwijding,23–25;32;35; de Groene Ridder daagt de ridders der T. R. uit,44;57;65;71;87;91;102;180;181;341; Gareth tot de T. R. toegelaten,349.Tantris de Speelman(=Tristan),236;249;250;252.Tennyson, Alfred,XVII;29;96;192;325;352;353;407;410;458.Thomas(genaamd:van Brittannië), Normandisch dichter uit de12e eeuw, schrijver van een der eerste Fransche Tristan-gedichten,182;187–190;195; over de bron van zijn werk,455.Thomas van Ercildoune, vermoedelijk schrijver van “Sir Tristrem”,188.Tintagel, de burcht, eigendom van Gorlois,4–6; verblijfplaats van Koning Mark van Cornwallis,195;198;201:202;206;209;220;224;227;229;231;234;239;270;273;274;287;290;295;299;304;306;316;317;318;323.Torre, oudste broeder van Elaine,418;431;444.Trevizent, de kluizenaar, brengt Parcival tot inkeer,490–492.Tristan,28;29; poogt de zwaardjonkvrouw te bevrijden,102;de Sage van Tristan en Isolde,180–323.Troies, Chrétien de, Fransch hofdichter uit de12e eeuw, schrijvervan gedichten over de Arthur-sage,V;XIV;28;31;33;125–131;181;189;190;350–352;353;375;404–406;452;458;460.Türheim, Ulrich von, voltooier van den “Tristan” van Gottfried von Straszburg,188.Türlin, Heinrich von dem, schrijver van “Diu Crône”,31.U.Ulfius, vriend van Koning Arthur,5.Uriens, koning van Wallis, vader van Iwein,133;148;157.Uther Pendragon, vader van Arthur, vat liefde op voor Igerna2–5; neemt haar ten huwelijk,6; sterft,9;19;141.V.Vance, de Vrouwe van, geliefde van Koning Rience,111.Velthem, Lodewijk van, verzamelaar van een aantal Middel-Nederlandsche Arthur-Sagen,VII.Viviane, de booze fee, lokt Merlijn in hare rotswoning,501.Vostaert, zie:Penning.W.Wace, schrijver van het Normandische gedicht: “Le Roman du Brut”,XIII;28;96;129.Wagner, Richard,180;192.Walewein, zie:de Sage van W. en den Groenen Ridder,27–91; probeert de zwaardjonkvrouw te bevrijden,102; verwijt Key zijn lasterpraat over Iwein,151; blijdschap over de ontmoeting met Iwein,152; haalt hem over naar het hof terug te keeren,153; benarde toestand van W.’s zwager,164,166; strijdt voor de rechten van eene jonkvrouw,171–173; herkent zijn tegenstander,174;181;326;330; wijst den koning op het gevaar van den schoonheidsprijs,358; als minnaar der koningin,407; W.’s ongunstige rol in “Le Morte Arthur”,410; gaat na het steekspel te Camelot zoeken naar den ridder met de roode mouw,429; komt in het kasteel Astolat,430; herkent het schild van Lanceloet,432; brengt aan het hof verslag uit over zijn tocht,433; onderscheidt zich op het steekspel van Allerheiligen,438; als held van de Graal-sage,454–455; brengt Parcival aan Arthur’s hof,487–488; besluit den dood zijner broeders op Lanceloet te wreken,496; strijdt tegen Lanceloet,500; valt in den strijd,501.Wauchien de Denain,452;455.Weston, Jessie, schrijfster van “The Legend of Sir Gawain”,31; v. Engelsche prozavertaling van Gottfried von Straszburg’s “Tristan”,192; van “The Legend of Sir Lancelot du Lac”,405–407; van “The Legend of Sir Perceval”,452;453;455;460.Willem de Veroveraar, Hertog van Normandië,183;458.Winchester, de stad,2;275.Windsor, de stad,37.Y.Yder, wordt door Erec op het steekspel van den Sperwer verslagen,371.Z.Zatzikhoven, Ulrich von, schrijver van het Middel-Hoogduitsche gedicht: “Lanzelet”,405.Zimmer, Prof. Heinrich, schrijver van een artikel over de eigennamen in de Arthur-Sagen,183;352;357;375.Zwaardjonkvrouw, de,94; komt aan het hof,101.

N.Nennius, oud-Britsch geschiedschrijver,IX;96.Nero, Koning, trekt op tegen Koning Arthur,112;113.Newburgh, William of, Middel-Engelsch kroniekschrijver,XII.Nutt, Alfred, schrijver van “Studies in the Legend of the Holy Grail”,451;453;458–459.Nutt, David, uitgever,324.

Nennius, oud-Britsch geschiedschrijver,IX;96.

Nero, Koning, trekt op tegen Koning Arthur,112;113.

Newburgh, William of, Middel-Engelsch kroniekschrijver,XII.

Nutt, Alfred, schrijver van “Studies in the Legend of the Holy Grail”,451;453;458–459.

Nutt, David, uitgever,324.

O.Oberge, Eilhart von, eerste bewerker der Tristan-sage in Duitschland,187;195.Orgeluse, geliefde van Amfortas,483.Orilus, jaloersche echtgenoot van Jeschute,467;482; verzoent zich met Jeschute,485.Othmer, Karl, schrijver van een dissertatie over de Erec-sage,352.

Oberge, Eilhart von, eerste bewerker der Tristan-sage in Duitschland,187;195.

Orgeluse, geliefde van Amfortas,483.

Orilus, jaloersche echtgenoot van Jeschute,467;482; verzoent zich met Jeschute,485.

Othmer, Karl, schrijver van een dissertatie over de Erec-sage,352.

P.Parcival,28;105;116;325;de Sage van Parcival en den Heiligen Graal,450–493.Paris, Gaston,34;131; theorie over het ontstaan der Tristan-legende,182;184;185;186;187;194; over den oorsprong der verhalen uit den “Mabinogion”,352; over het “Verliegen” van den ridder,353;355;357; over de trilogie van Borron,453; over Bledhericus,455; over het ontstaan der Arthur-sagen,458–459.Pellam, Koning,94; Balin’s avontuur aan zijn hof,116–119.Pellinore, Koning, vader van Parcival en Lamorak,105.Penevric, het slot van Guivret le Petit,395;396.Penning en Vostaert, dichters van den roman van Walewein,VII.Petitcrû, het tooverhondje,297,302.Philipot, Emmanuel, schrijver van eene studie over de Erec-sage,357.Potvin, uitgever van “Perlesvaus”,454.Pucci, Antonio, schrijver van “Dà un exempli”,32.

Parcival,28;105;116;325;de Sage van Parcival en den Heiligen Graal,450–493.

Paris, Gaston,34;131; theorie over het ontstaan der Tristan-legende,182;184;185;186;187;194; over den oorsprong der verhalen uit den “Mabinogion”,352; over het “Verliegen” van den ridder,353;355;357; over de trilogie van Borron,453; over Bledhericus,455; over het ontstaan der Arthur-sagen,458–459.

Pellam, Koning,94; Balin’s avontuur aan zijn hof,116–119.

Pellinore, Koning, vader van Parcival en Lamorak,105.

Penevric, het slot van Guivret le Petit,395;396.

Penning en Vostaert, dichters van den roman van Walewein,VII.

Petitcrû, het tooverhondje,297,302.

Philipot, Emmanuel, schrijver van eene studie over de Erec-sage,357.

Potvin, uitgever van “Perlesvaus”,454.

Pucci, Antonio, schrijver van “Dà un exempli”,32.

R.Rhys, Sir John, schrijver van “Studies in the Arthurian Legend”,XI;95.Rience van Wallis, Koning, trekt Arthur’s rijk binnen,101,107; wordt door Balin en Balan verslagen en naar het hof van Arthur gebracht,110–112.Riol, vazal van den graaf van Bretagne,299; belegert zijn leenheer,300; wordt door Tristan gedood,302.Rivalin van Ermonie, vader van Tristan, begeeft zich naar het hof van Koning Mark,196–200; vat liefde op voor Blanchefleur,204–209; neemt haar mede naar zijn land,210,211; valt in den strijd,212; Koning Mark verneemt dat R. de vader van Tristan was,226–228.Robert, Broeder, vervaardiger van eene Noorsche proza-bewerking der Tristan-sage,187.Rohand, neemt het bestuur over Rivalin’s graafschap op zich,197; wordt pleegvader over Tristan,212–217; gaat zijn pleegzoon zoeken en vindt hem te Tintagel,224–226; deelt den koning het geheim van Tristan’s geboorte mede,227,228.

Rhys, Sir John, schrijver van “Studies in the Arthurian Legend”,XI;95.

Rience van Wallis, Koning, trekt Arthur’s rijk binnen,101,107; wordt door Balin en Balan verslagen en naar het hof van Arthur gebracht,110–112.

Riol, vazal van den graaf van Bretagne,299; belegert zijn leenheer,300; wordt door Tristan gedood,302.

Rivalin van Ermonie, vader van Tristan, begeeft zich naar het hof van Koning Mark,196–200; vat liefde op voor Blanchefleur,204–209; neemt haar mede naar zijn land,210,211; valt in den strijd,212; Koning Mark verneemt dat R. de vader van Tristan was,226–228.

Robert, Broeder, vervaardiger van eene Noorsche proza-bewerking der Tristan-sage,187.

Rohand, neemt het bestuur over Rivalin’s graafschap op zich,197; wordt pleegvader over Tristan,212–217; gaat zijn pleegzoon zoeken en vindt hem te Tintagel,224–226; deelt den koning het geheim van Tristan’s geboorte mede,227,228.

S.Schoepperle, G., schrijfster van eene studie over de Tristan-sage,186.Schofield, over het onstaan der Arthur-sagen,458–459.Scott, Sir Walter, eerste bewerker van “Sir Tristrem”,188.Segramore, bijgenaamd de Begeerige,133.Segwarides,190.Sigune, een der Graaljonkvrouwen, deelt Parcival den oorsprong van den Graal mede,481–485.Simroch, Karl, vertaler van het gedicht van Gottfried von Straszburg,191.Straszburg, Gottfried von, dichter van het Middel-Hoogduitsche gedicht: “Tristan”,187;188;191.Swinburne, Algernon, Charles, schrijver van “A Tale of Balen”97; “Tristram of Lyonesse”,180;193;194.Sommer, Dr. H. Oskar, bewerker van een critische uitgave van de “Morte d’Arthur”,324.

Schoepperle, G., schrijfster van eene studie over de Tristan-sage,186.

Schofield, over het onstaan der Arthur-sagen,458–459.

Scott, Sir Walter, eerste bewerker van “Sir Tristrem”,188.

Segramore, bijgenaamd de Begeerige,133.

Segwarides,190.

Sigune, een der Graaljonkvrouwen, deelt Parcival den oorsprong van den Graal mede,481–485.

Simroch, Karl, vertaler van het gedicht van Gottfried von Straszburg,191.

Straszburg, Gottfried von, dichter van het Middel-Hoogduitsche gedicht: “Tristan”,187;188;191.

Swinburne, Algernon, Charles, schrijver van “A Tale of Balen”97; “Tristram of Lyonesse”,180;193;194.

Sommer, Dr. H. Oskar, bewerker van een critische uitgave van de “Morte d’Arthur”,324.

T.Tafel Ronde, de, wordt Arthur ten geschenke gegeven,19; plechtige inwijding,23–25;32;35; de Groene Ridder daagt de ridders der T. R. uit,44;57;65;71;87;91;102;180;181;341; Gareth tot de T. R. toegelaten,349.Tantris de Speelman(=Tristan),236;249;250;252.Tennyson, Alfred,XVII;29;96;192;325;352;353;407;410;458.Thomas(genaamd:van Brittannië), Normandisch dichter uit de12e eeuw, schrijver van een der eerste Fransche Tristan-gedichten,182;187–190;195; over de bron van zijn werk,455.Thomas van Ercildoune, vermoedelijk schrijver van “Sir Tristrem”,188.Tintagel, de burcht, eigendom van Gorlois,4–6; verblijfplaats van Koning Mark van Cornwallis,195;198;201:202;206;209;220;224;227;229;231;234;239;270;273;274;287;290;295;299;304;306;316;317;318;323.Torre, oudste broeder van Elaine,418;431;444.Trevizent, de kluizenaar, brengt Parcival tot inkeer,490–492.Tristan,28;29; poogt de zwaardjonkvrouw te bevrijden,102;de Sage van Tristan en Isolde,180–323.Troies, Chrétien de, Fransch hofdichter uit de12e eeuw, schrijvervan gedichten over de Arthur-sage,V;XIV;28;31;33;125–131;181;189;190;350–352;353;375;404–406;452;458;460.Türheim, Ulrich von, voltooier van den “Tristan” van Gottfried von Straszburg,188.Türlin, Heinrich von dem, schrijver van “Diu Crône”,31.

Tafel Ronde, de, wordt Arthur ten geschenke gegeven,19; plechtige inwijding,23–25;32;35; de Groene Ridder daagt de ridders der T. R. uit,44;57;65;71;87;91;102;180;181;341; Gareth tot de T. R. toegelaten,349.

Tantris de Speelman(=Tristan),236;249;250;252.

Tennyson, Alfred,XVII;29;96;192;325;352;353;407;410;458.

Thomas(genaamd:van Brittannië), Normandisch dichter uit de12e eeuw, schrijver van een der eerste Fransche Tristan-gedichten,182;187–190;195; over de bron van zijn werk,455.

Thomas van Ercildoune, vermoedelijk schrijver van “Sir Tristrem”,188.

Tintagel, de burcht, eigendom van Gorlois,4–6; verblijfplaats van Koning Mark van Cornwallis,195;198;201:202;206;209;220;224;227;229;231;234;239;270;273;274;287;290;295;299;304;306;316;317;318;323.

Torre, oudste broeder van Elaine,418;431;444.

Trevizent, de kluizenaar, brengt Parcival tot inkeer,490–492.

Tristan,28;29; poogt de zwaardjonkvrouw te bevrijden,102;de Sage van Tristan en Isolde,180–323.

Troies, Chrétien de, Fransch hofdichter uit de12e eeuw, schrijvervan gedichten over de Arthur-sage,V;XIV;28;31;33;125–131;181;189;190;350–352;353;375;404–406;452;458;460.

Türheim, Ulrich von, voltooier van den “Tristan” van Gottfried von Straszburg,188.

Türlin, Heinrich von dem, schrijver van “Diu Crône”,31.

U.Ulfius, vriend van Koning Arthur,5.Uriens, koning van Wallis, vader van Iwein,133;148;157.Uther Pendragon, vader van Arthur, vat liefde op voor Igerna2–5; neemt haar ten huwelijk,6; sterft,9;19;141.

Ulfius, vriend van Koning Arthur,5.

Uriens, koning van Wallis, vader van Iwein,133;148;157.

Uther Pendragon, vader van Arthur, vat liefde op voor Igerna2–5; neemt haar ten huwelijk,6; sterft,9;19;141.

V.Vance, de Vrouwe van, geliefde van Koning Rience,111.Velthem, Lodewijk van, verzamelaar van een aantal Middel-Nederlandsche Arthur-Sagen,VII.Viviane, de booze fee, lokt Merlijn in hare rotswoning,501.Vostaert, zie:Penning.

Vance, de Vrouwe van, geliefde van Koning Rience,111.

Velthem, Lodewijk van, verzamelaar van een aantal Middel-Nederlandsche Arthur-Sagen,VII.

Viviane, de booze fee, lokt Merlijn in hare rotswoning,501.

Vostaert, zie:Penning.

W.Wace, schrijver van het Normandische gedicht: “Le Roman du Brut”,XIII;28;96;129.Wagner, Richard,180;192.Walewein, zie:de Sage van W. en den Groenen Ridder,27–91; probeert de zwaardjonkvrouw te bevrijden,102; verwijt Key zijn lasterpraat over Iwein,151; blijdschap over de ontmoeting met Iwein,152; haalt hem over naar het hof terug te keeren,153; benarde toestand van W.’s zwager,164,166; strijdt voor de rechten van eene jonkvrouw,171–173; herkent zijn tegenstander,174;181;326;330; wijst den koning op het gevaar van den schoonheidsprijs,358; als minnaar der koningin,407; W.’s ongunstige rol in “Le Morte Arthur”,410; gaat na het steekspel te Camelot zoeken naar den ridder met de roode mouw,429; komt in het kasteel Astolat,430; herkent het schild van Lanceloet,432; brengt aan het hof verslag uit over zijn tocht,433; onderscheidt zich op het steekspel van Allerheiligen,438; als held van de Graal-sage,454–455; brengt Parcival aan Arthur’s hof,487–488; besluit den dood zijner broeders op Lanceloet te wreken,496; strijdt tegen Lanceloet,500; valt in den strijd,501.Wauchien de Denain,452;455.Weston, Jessie, schrijfster van “The Legend of Sir Gawain”,31; v. Engelsche prozavertaling van Gottfried von Straszburg’s “Tristan”,192; van “The Legend of Sir Lancelot du Lac”,405–407; van “The Legend of Sir Perceval”,452;453;455;460.Willem de Veroveraar, Hertog van Normandië,183;458.Winchester, de stad,2;275.Windsor, de stad,37.

Wace, schrijver van het Normandische gedicht: “Le Roman du Brut”,XIII;28;96;129.

Wagner, Richard,180;192.

Walewein, zie:de Sage van W. en den Groenen Ridder,27–91; probeert de zwaardjonkvrouw te bevrijden,102; verwijt Key zijn lasterpraat over Iwein,151; blijdschap over de ontmoeting met Iwein,152; haalt hem over naar het hof terug te keeren,153; benarde toestand van W.’s zwager,164,166; strijdt voor de rechten van eene jonkvrouw,171–173; herkent zijn tegenstander,174;181;326;330; wijst den koning op het gevaar van den schoonheidsprijs,358; als minnaar der koningin,407; W.’s ongunstige rol in “Le Morte Arthur”,410; gaat na het steekspel te Camelot zoeken naar den ridder met de roode mouw,429; komt in het kasteel Astolat,430; herkent het schild van Lanceloet,432; brengt aan het hof verslag uit over zijn tocht,433; onderscheidt zich op het steekspel van Allerheiligen,438; als held van de Graal-sage,454–455; brengt Parcival aan Arthur’s hof,487–488; besluit den dood zijner broeders op Lanceloet te wreken,496; strijdt tegen Lanceloet,500; valt in den strijd,501.

Wauchien de Denain,452;455.

Weston, Jessie, schrijfster van “The Legend of Sir Gawain”,31; v. Engelsche prozavertaling van Gottfried von Straszburg’s “Tristan”,192; van “The Legend of Sir Lancelot du Lac”,405–407; van “The Legend of Sir Perceval”,452;453;455;460.

Willem de Veroveraar, Hertog van Normandië,183;458.

Winchester, de stad,2;275.

Windsor, de stad,37.

Y.Yder, wordt door Erec op het steekspel van den Sperwer verslagen,371.

Yder, wordt door Erec op het steekspel van den Sperwer verslagen,371.

Z.Zatzikhoven, Ulrich von, schrijver van het Middel-Hoogduitsche gedicht: “Lanzelet”,405.Zimmer, Prof. Heinrich, schrijver van een artikel over de eigennamen in de Arthur-Sagen,183;352;357;375.Zwaardjonkvrouw, de,94; komt aan het hof,101.

Zatzikhoven, Ulrich von, schrijver van het Middel-Hoogduitsche gedicht: “Lanzelet”,405.

Zimmer, Prof. Heinrich, schrijver van een artikel over de eigennamen in de Arthur-Sagen,183;352;357;375.

Zwaardjonkvrouw, de,94; komt aan het hof,101.


Back to IndexNext