I.

I.EROTISCHE HUMOR EN EROTISCHE LYRIEK.Het liefdeleven van den mensch wekt volstrekt niet alleen naar verheven gedachten, dichterlijke stemmingen, romantische mijmeringen en wat dies meer zij. Het is ook een onuitputtelijke bron van humor. Behalve jubelende hoogliederen en dwepend gedroom inspireert het ook spotzucht, die met al dat mooie, schoone en liefelijke den draak steekt en het heele geslachtsleven stempelt tot een mengsel van dwaasheid en onzin, een grappig kluchtspel vol vermakelijke zotheid en komische domheden. En ook inspireert het geslachtsleven hekelende, schimpende satire en hoonend, verguizend sarcasme. Voor den een vol verheven tragiek, is het voor den ander een blijspel.En niemand heeft hier ongelijk. Met dit voorbehoud, dat de komische,spotlustige opvatting van het zoet geheim van het minnen ons dichter brengt bij de meest gewone dagelijksche werkelijkheid, dus bij het tastbare en concrete, dan de nevelig-onbestemde lofzangen van verheven dichterzielen dat doen. Laten we zeggen, dat de eerste den regel weergeeft en dat die anderen zich verdiepen in de uitzonderingen. Beide overdrijven—de erotische lyriek overdrijft de denkbeeldige grootschheid, de erotische humor vergroot de wezenlijke kleinheid van het geslachtsleven.2. Esthetische liefde.2.Esthetische liefde.—Laat ons bij de bezielende klanken van de harp, ver van het grauwe gewemel van den grooten hoop alleen voor de schoonheid leven.Fransche karikatuur van Jossot.De romantici en de dichters verdiepen zich bovendien vaker in de scheppingen hunner eigen phantasie, dan dat ze ons werkelijk bestaande uitzonderingen doen kennen. Daarentegen geven de erotische humoristen in woord en beeld—waartoe 99 procent van het menschelijk geslacht behoort—ons de dagelijksche, overal om ons heen waar te nemen werkelijkheid te zien. Wat zij ons voorhouden is concreet leven, zij het veelal in groteske overdrijving. De erotische humor geeft met scherpziende oogen acht op ’s menschen zwakheden in zijn sexueel leven, en geeft die ter tuchtiging over aan de onbarmhartigste van alle rechters—de lachers. De erotische humor werkt niet met de loftrompet, maar met de roskam.3. Liefde zonder omwegen.3.Liefde zonder omwegen.Duitsche karikatuur uit de 15e eeuw.Het liefdeleven heeft, wie zal het ontkennen, voor het kritisch oog meer komische kanten dan zulke, die „verheven”aandoen. Als regel althans. Liefde is ten slotte bezwijken voor den drang der natuur, die wil dat de sexen tot elkander komen en die hen daartoe verlokt en omkoopt met genot. Wie liefheeft zoekt, bewust of onbewust, dat genot en met genot is het komische, vroolijke en humoristische van nature nauwer verwant en meer vereenigbaar dan het poëtisch verhevene, welks wezen bestaat in het tragische en huiveringwekkende. En komisch is allereerst de naïeviteit, waarmee de mensch daarbij zichzelf om den tuin leidt. Terwijl toch het oppervlakkigste zelfonderzoek den verliefden mensch in een ommezien zou leeren, wat de ondergrond is van zijn hartstocht en waar het op uit zal loopen, doet hij daarbij toch gaarne quasi-gewichtig, of hult zich met zorg in een wolk van hoogdravende poëzie. Ieder, die met kritisch oog verliefden gadeslaat, moet hen wel dwaas vinden. Hij ziet in het heele dartele spel der vrijage een tactische kunst—zooals prof. Van der Vlugt („Gids” 1895) het noemt—met duizend regelen en conventiën, met voorpostenschermutselingen, loopgraven en tegen-mijnen, een komische strijd van bedekte aanvallen, waarbij de partij die schijnbaar aanvalt eigenlijk reeds volkomen een krijgsgevangene is van de partij, die zich schijnbaar tegen den aanvaller te weer stelt. En verliefden zien ook zeer wel de dwaasheden van andere verliefden. Alleen voor eigen dwaasheid hebben zij geen oog.4. Het lokaas van den duivel.4.Het lokaas van den duivel.Teekening van D. v. Widhopff.De afstand tusschen de verhevenste liefde en het belachelijke is maar een stap. De gedachte aan het onvermijdelijk slot van het zoo hooggestemde lied, moet wel een glimlach op de lippen brengen, juist door de tegenstelling tusschen die ingebeelde bovenaardsche heerlijkheid en dat zoo prozaïsche besluit.Het komische van het liefdeleven ligt in zijn eeuwige tegenstelling tusschen schijn en wezen. Liefde schijnt alles te schuwen wat naar waarheid en echtheid zweemt.In de liefde is ieder mensch van nature komediant. Een verliefd menschis altijd in nagenoeg elk opzicht onwaar. Hij verbergt gebreken, veinst deugden, slooft zich af om een gunstige meening omtrent zich te vestigen, en begaat daarbij tallooze domheden en onhandigheden. Want hoewel van nature in de liefde komediant, is hij er toch maar een van den tienden rang. Zoo is het bij de verliefdheid, en zoo is het in elke andere betrekking en verhouding met een sexueelen achter- of ondergrond. Het geheele geslachtsleven is een strijd van schijnbewegingen, hinderlagen en krijgslisten. Men betreedt dit gebied niet anders dan gemaskerd. Men geeft zich nagenoeg nooit zoo men is, maar men speelt een rol. Als een meisje door een jonkman wel wil worden gekust, dan ontvlucht zij hem. Dat ontvluchten is lokken. Als de vrouwen—van het jonge meisje af tot de al bejaarde dame toe—zich kleeden naar de mode, die voor haar is uitgedacht om er verleidelijk uit te zien, dan geven zij daarvoor honderden redenen op, behalve de ware. Het schijnt dat de liefde, om gelukkig te kunnen maken, een zeker beminnelijk bedrog noodig heeft, dat dan meestal voor negentig percent uit zelfbedrog bestaat. Als een paar elkander goed heeft leeren begrijpen, dan is het beiden veelal meteen duidelijk, dat er niets anders overblijft dan te scheiden. Zoozeer heeft de liefde illusies noodig. Als een man een vrouw prijst om haarschranderheid, dan is dit een bijna zeker teeken dat zij op het punt staat de door hem gewenschte domheid te begaan. In het huwelijk is doorgaans van beide partijen diegene de meerdere, die zich openlijk het minst doet gelden. De vrouw bijvoorbeeld weet den man in den regel te leiden waarheen zij wil en daarbij zich voor te doen of zij leidzaam volgt. Natuurlijk spelen in de liefde geldzaken nooit een rol; ieder trouwt alleen uit liefde, en ieder wil alleen om zich zelf worden genomen, en dan liefst door een millionair of een millionairsdochter.5. De Parisienne en de kluizenaar.5.De Parisienne en de kluizenaar.—Die kerk daar, vrome vader, is het werk van menschenhanden; maar dit hier komt uit Godes hand.Fransche spotprent op het ascetisme, van Adolf Willette, 1903.Allegorie op den Wellust.Allegorie op den Wellust.Kopergravure van Pieter van der Heyden, naar de schilderij van Pieter Brueghel den Oude (1558).6. Tableau vivant.6.Tableau vivant.Teekening van D. v. Widhopff.In de liefde is ieder zwak en dom, maar toch wil hij sterk en verstandig schijnen. Daaruit vloeit een oneindigheid van komische situaties voort. En door niets in kunst of literatuur worden deze zoo scherp en drastisch, zoo zonder genade, blootgelegd als door de karikatuur en in de komisch-erotische literatuur. Zij leeren ons de tallooze belachelijke zijden der onderdanen van koning Cupido kennen en zij toonen ons, onbarmhartig maar waar, elk dier onderdanen in zijn bijzondere belachelijkheid. Als zoodanig zijn zij bijna te beschouwen als een noodzakelijk, een gezond tegenwicht tegen de te sentimenteel-romantische opvatting van het sexueele leven. Zij bewaren er de menschheid voor het zelfbedrog te ver te voeren, drukken haar met lachend gezicht, maar niettemin met ijzeren hand, van tijd tot tijd eens met den neus op de werkelijkheid neer. Dat zij daarbij ook wel overdrijven is hun goed, artistiek recht. Zij beletten de menschen daardoor geestelijk om te komen in onwezenlijkheid en zich ten slotte te gaan verbeelden, dat al die buitensporige bovenaardschheid der liefde echt en wezenlijk is, dat b.v. elke verliefde een soort heilige zou zijn en al zulke dingen meer. De echte poëzie, die er in de liefde kan zijn, loopt daardoor geen gevaar—de spotters kunnen niet de illusie verstoren, maar slechts den schijn der illusie.De hyperdichterlijke en de kluchtig-prozaïsche opvatting der liefde houdende algemeene voorstellingen omtrent het liefdeleven eenigszins in evenwicht. De eerste heft die voorstelling op de duizelingwekkende hoogten van het abstract-schoone, de laatste haalt ze uit de wolken weer naar den beganen grond van het plat-concrete. Tezamen geven zij het liefdeleven te zien in zijn beide eindpunten, waar man en vrouw eenerzijds stralen in übermenschelijke heerlijkheid, anderzijds rondwriemelen in moraallooze genotzucht. Beide eindpunten zijn daarbij op te vatten als de uitzonderingen in het liefdeleven. Gaande van het eene eindpunt in de richting van het andere ontmoet men halverwege den norm, het gewone, de alledaagsche werkelijkheid, die evenver verwijderd is van de glanzende bergtoppen van het verheven schoone als van de duistere holen van het louter-liederlijke, evenver van den Olympus met zijn wonderen als van het bordeel met zijn uitvaagsel.7. Niet altijd is de liefde bestendig van duur!7.Niet altijd is de liefde bestendig van duur!Nederlandsche gravure, 17e eeuw.Tusschen de poëtische en de humoristische opvatting van het leven der sexen bestaat dit verschil, dat de laatste maar een greep behoeft te doen in het werkelijke leven, volgens het recept vervat in den uitval van het „lustige personage” uit Goethe’s Faust:Greift nur hinein in’s volle Menscheleben!Ein jeder lebt’s, nicht vielen ist’s bekannt,Und wo ihr’s packt, da ist’s interessant.De dichterlijke opvatting heeft daarentegen weinig meer tot haar beschikking dan hoogdravende beeldspraak. In de verbeeldingswereld die zij schept, raakt zij zelf, de gids en voorlichtster, meestal dadelijk het spoor bijster en doolt dan zoekend en vragend naar den rechten weg hulpeloos rond. Een typisch voorbeeld daarvan is F. H. van Leent’s variant op Van Beers’ lofzang op Het Licht:8. Avontuur van Kaatje op het marktplein te Stuttgart, waarbij volgens de legende een der toeschouwers, de burgemeester, zich doodlachte.8.Avontuur van Kaatje op het marktplein te Stuttgart, waarbij volgens de legende een der toeschouwers, de burgemeester, zich doodlachte.Oud-Duitsche zedeprent.Liefde! Wat zijt gij?Hoogten der Hemelen,Diepten der zeeën,Antwoordt mij—antwoordt mij—En gij, o mijn ziel,Zeg mij:Wat is Liefde?De donder woedde—de storm is voorbij!’t Azuur des hemels tintelt weerDoor gouden stralen besprankeld!Schitterend rijst de zon in het Oost,En in de hoogten der Hemelen,En in de diepten der zeeënWeerklinkt de blijde lofzang der Schepping.Ook in den zang van den VlasvinkRuischt het:o Zeg het mij, o zeg het mij:Wat is Liefde?De dag heeft zijn taak volbracht,En een lieflijk schemerduister heerscht;De vogelen dekken zich met hunne vleugelen;De bloemen sluiten zich en geuren niet meer;Ook het moede menschenkindVlijt zich neder en slaapt ….Zij komt! Zij komt!—de Godin der nachtBetreedt haar rijksgebiedMillioenen Engelenoogen waken—Waken over de sluimerende Aarde,En aan Gods vaderboezem rust het menschdomDoor Liefde’s armen omstrengeld!Slechts Zefiers fluisteren in ’t lommer:Zeg het mij, o zeg het mij:Wat is Liefde?Als ’s levens stormen ons teisteren,Alles gaat voorbij—alles sterft,Gij, o Liefde, zijt eeuwig!Aan den oever der EeuwigheidDrukt de levensmoede grijsaardDe bevende hand zijner gade,En in den doodsnik ruischt het nog:„Ik heb U lief! vaarwel tot wederziens!”Hoogten der Hemelen,Diepten der Zeeën,Antwoordt mij—antwoordt mij—En gij, o mijn Ziel,Zeg mij:Wat is Liefde?9. De Ladder der Lusten—Spel, Liefde, Tafelgenot.9.De Ladder der Lusten—Spel, Liefde, Tafelgenot.Drie lusten ’s levens last verzoeten:Bij ’t kind de vlugheid van de voetenBij oud’ren spookt ze in ’t midden om;De tong slechts rest aan d’ouderdom.Duitsche zedeprent, 1648.De ontvoering van Europa.De ontvoering van Europa.Italiaansche gravure van Giovanni Bastista del Porto, 15e eeuw. Britsch Museum, Londen.Zulke lofzangen zijn als een zoekend rondtasten in een gedroomde wereld, welks schoonheden men in de verbeelding ziet en toch niet ziet en waarin men ronddwaalt, vragend en zuchtend om wat reëels, iets tastbaars, ter motiveering van de opzettelijke opwinding en het enthousiasme, dat men zich opdringt. Het is of men er Faust in hoort zuchten om meer werkelijkheid in de zelf geschapen geheimzinnigheid, die men niet los wil laten, waar men niets van weet te zeggen en waar men toch vanwilspreken, met het gevolg dat men om het onwaarschijnlijke te vullen met iets wezenlijks, de toevlucht neemt tot het geheimzinnige. Het onbekende wordt te hulp geroepen om de duisternis op te klaren, en wat men bij zulke pogingen zou mogen verlangen is, dat ze werden aangeboden met als motto Faust’s eerlijke bekentenis:Ich hab’ mich der Magie ergeben, dass ich nicht mehr, mit sauerm Schweiss, zu sagen brauche was ich nicht weiss.10. Galante trekpot voor een galante dame (lady Cravening).10.Galante trekpot voor een galante dame (lady Cravening).Engelsche karikatuur, Londen 1778.11. Bede tot Priapus.11.Bede tot Priapus.Teekening van L. Le Reverend.De humoristische opvatting der liefdedaarentegen bedient zich in hare uitingen altijd van feiten, zij verdiept zich niet in bespiegelingen, schept geen denkbeeldige wereld, beproeft geenadelaarsvluchten, maar haalt haar stof uit de werkelijkheid, zij behoeft hare vondsten niet aan te bieden met voorzichtige vraagteekens, ze presenteert ze met vrijpostig-dartele uitroepteekens. Zij vraagt niet, maar weet. Wijl ze meer waar is, is ze steeds zekerder van haar zaak. Haar phantasieën worden steeds op het eerste gezicht zonder meer erkend als mogelijkheden. Hoe koddig en komisch de situatie ook is, die ze ons opdischt, niemand twijfelt aan de waarschijnlijkheid. In het komische acht men in het liefdeleven alles mogelijk. En dat wijl men dagelijks om zich heen het liefdeleven zich zoo ziet afspelen. In het liefdeleven overheerscht het komische, niet het verhevene of het romantische. Ieder ziet en kent het liefdeleven in zijn komische zijden, wijl de komische zijden de regel zijn. Weinigen zien of kennen het liefdeleven in zijn verheven openbaringen. Want, deze zijn de zeer zeldzame uitzonderingen. Daarom worden komische voorstellingen van het liefdeleven begrepen, als stukken werkelijkheid erkend en dienovereenkomstig gewaardeerd.12. Die kinderen.12.Die kinderen.—U hebt nog niet noodig bij mij om geld te komen, moeder … zoo onknap bent u zelf nog niet.Teekening van J. L. Forain.13. Anonieme karikatuur op Diana van Poitiers, maîtresse van Hendrik II.13.Anonieme karikatuur op Diana van Poitiers, maîtresse van Hendrik II.14. Minnend paar.14.Minnend paar.Kalendervignet.Voor de komische opvatting van het liefdeleven is niets heilig dan hetkomische, zij acht zich daartoe gerechtigd, o. a. op grond van den stelregel dat alles wat waar is noodzakelijk ook goed moet zijn. Door dien regel geleid weet ze van geen verschooning. Elke denkbare phase in het leven der sexen heeft voor haar tallooze kluchtige, koddige, vroolijke kanten en ze legt die zonder erbarmen bloot. En zij kan zich daarbij steeds bij voorbaat verzekerd houden van de instemming en de toejuiching van het overgroote meerendeel der menschen. Dit moedigt haar natuurlijk nog aan. En zoo is er eenvoudig niets in de bonte verscheidenheid van feiten, verschijnselen en phantasieën in het gebied van het liefdeleven, wat haar geen stof heeft kunnen opleveren voor kluchtige, koddige, vroolijke of satirieke voorstellingen. Als zij ons de schepping der vrouw en de sexueele verhouding van het eerste menschenpaar volgens de Mozaïsche legende, op hare wijze wil voor oogen stellen, dan stijgt ze niet zooals de dichterlijke opvatting, hoog uit boven de voorhanden gegevens, doet die gegevens ook geen geweld aan, maar houdt daar integendeel met voorbeeldige nauwgezetheid aan vast, en laat de komische zijde dier legende op het scherpst uitkomen door ze bijvoorbeeld een twaalfjarig Jodenjongetje te laten weergeven als volgt: „Het Adam gezien, alle beeste hebbe zich daar een vrouwtje; hettie het niet onder zich kenne houë,hettiegeroepe: „O! God! ik bin zoo vervelend!” hettie als gedwonge, hij mot ook een vrouwtje hebben. Het God um late slape, hettum een rip uit zijn heup genome, is der een vrouwtje van gekomme. Is Adam wakker geworre, hettie Eva gezien, hettie gezeit: „Van wie ben je?” Het Eva als maar geen antwoord gegeve; is um op eens na binne geschote,hettie gezeit: „Ik weet ut al! Jij bint Eva.”Binne ze same gaan speule in de tuin, is der een slang gekomme, het teuge Eva gezegd: „Over wat eet jij niet van die boom?” Het Eva geantwoord: „Om toch niet! noh! maak nou geen Schtoez, ja ik wil daar dood!” Het de slang weer gezeg: „Och! het is nietes! het God zoo maar derom gezeit! een gheintje!” Het Eva hard gaan wegloope, het de slang der teruggeroepe en an der laatte zien, het ze van de appel gegete, het ze geroepe: „O wa’ smaakt dat fijn! Adam za’k gezond blijve, proef ook eens!” Het Adam geproef, hebbe ze gezien datte ze geen kleere anhadde, datte ze heelemaal nakend binne, hebbe ze der eige geschaamd, binne der gaan verschuile achter een boom. Is God gekomme: „Adam, waar zijt gij?” Het Adam geen antwoord durreve geve. Het God nog is gekomme: „Adam, waar zijt gij?” Hettie nog geen antwoord durreve geve. Het Eva gezegd: „Adam, hoor je niet? der wordt an je geroepe!” Het Adam geroepe: „O God, ik kan ut niet hellepe. Eva het gezeg as dat ik er van ete mos. Het Eva gezeg, de slang het der verleidt. Is God woeiend geworre, en als maar staan te vloeke, en gezeg: „Heb ik je daarvoor in mijn tuin late spele! der-uit!” Hettie an de slang gezeg: „Jij zal altijd kruipe op je buik,” en an Eva: „jij zal altijd ziek zijn,” en teuge Adam: „Jij zal als maar zweete als je je boterham eet.”15. Sterrenbeeld Venus.15.Sterrenbeeld Venus.Florentijnsche sierkunst, 18e eeuw; origineel in het Britsch Museum, Londen.16. Ondeugende streek van de wind.16.Ondeugende streek van de wind.Fransche humoreske van Reverend.In zijn soort is deze poging om een gegeven humoristisch voor te stellen voorzeker beter geslaagd dan de meeste uitbarstingen van literairegeestdrift. Het is verder een typisch voorbeeld van de methode, door de humoristische opvatting van het sexueele leven in den regel toegepast: zij ontdoet de dingen van alle quasi-verheven onbegrijpelijkheid en laat het al of niet waarschijnlijke van het geval op het scherpst uitkomen, redeneert niet, maar laat zien. Zij werkt drastisch op de lachspieren, maar niet minder op het begrip. Want zij is waar, huldigt en vereert onbewust waarheid en werkelijkheid, en wanneer de dingen, zooals ze die ons zien laat, meestal in esthetischen zin niet mooi worden gevonden, dan ligt daarin geen verwijt aan haar opgesloten, maar een verwijt aan de waarheid en de werkelijkheid. Dat de werkelijkheid niet mooi is, is niet de schuld van wie dat constateert. Zij ontdoet de dingen van de heilig-sentimenteele sluiers, die men er omheen werpt, en die moeten doen gelooven aan eigenschappen en hoedanigheden, die wel schoon schijnen, doch het gebrek hebben van niet te bestaan.17. Het oordeel van Paris.Photo Brückmann,München.17.Het oordeel van Paris.Naar de schilderij van P. P. Rubens (1577–1640), Pradomuseum, Madrid.De esthetisch-verheven opvatting van het liefdeleven hult alles wat dat leven betreft in een waas van dwepende sentimentaliteit en wekt voorstellingen, die in het werkelijke leven niet worden teruggevonden. Zij flatteert de werkelijkheid naar de grillen harer phantasie, wat misschien haar recht is, doch eischt dan eerbied voor die misvormde werkelijkheid en brandmerkt gaarne de wezenlijke werkelijkheid met het teeken der minderwaardigheid, waartoe zij zekernietgerechtigd is. Werkelijkheid is natuur en de natuur weet beter wat noodzakelijk en goed is, dan de menschelijke phantasie datweet. Wat noodzakelijk is en goed, dat is juist datgene wat is—niet de droomwereld der dichters, maar de werkelijkheid.18. De mysterieuse machine ter vermaling van mannen.18.De mysterieuse machine ter vermaling van mannen.Symbolische satire op de „demonische macht” der vrouw.Naar de schilderij van Jean Veber.Men kan, meent de dichter, desnoods den lezer een bruidsvertrek, maar niet de slaapkamer eener maagd binnenleiden. De poëzie mag er zich nauwelijks wagen, het proza kan er slechts ontwijden. Wat nog maagdelijk is, moet verborgen blijven. Het is het inwendige eener nog gesloten bloem; het is iets teeders, omringd door schaduwen; het is het heilige der heiligen eener nog gesloten lelie, dat niet aanschouwd mag worden door het oog, zoolang het nog niet is aanschouwd door de zon. De vrouw in de knop is heilig en haar rustplaats is een heiligdom. Het onschuldige bed, dat zich ontbloot; die hemelsche halve naaktheid, die schuw is voor zichzelve; de blanke voet, die in een muiltje vlucht: die hals, die zich voor den spiegel bedekt, alsof die spiegel een oog ware; dat hemd, dat daarbij over den blooten schouder wordt getrokken om dien te verbergen voor een krakend meubelstuk, of voor een passeerend rijtuig; al die geknoopte banden, die geregen veters, al die huiveringen en rillingen van koude en van schaamte, heel die kuische schuwheid van alle bewegingen, die onrust waar niets is te vreezen, die allengs zich voltooiende kleeding, stuk voor stuk, als opvolgende wolkjes van den dageraad—het betaamt niet, dat alles te aanschouwen, noch het te schetsen. Het is reeds te veel het aan te duiden. Het oog van den man moet nog eerbiediger zijn voor het opstaan van een meisje, dan voor het opgaan eener ster. De zekerheid van te kwetsen moet hier den eerbied nogverhoogen. Het dons van de perzik, het waas van de druiven, het kristal van de sneeuw, de vleugels van den vlinder, dit alles is minder teer dan deze kuischheid, die zelfs niet weet dat zij kuisch is. De jonge maagd is nog slechts een lichtende droom, zij is nog geen beeld. Haar rustplaats is een der gewijde plaatsen in de verborgenheden van het ideaal. Een onbescheiden blik kwetst en ontwijdt. Aanschouwing is hier ontheiliging. Een Oostersch sprookje zegt, dat de roos wit is geschapen, maar dat zij van schaamte rood is geworden, toen Adam haar bij het ontluiken een oogenblik aanschouwde. Voor meisjes en bloemen betaamt het beschroomdheid te gevoelen, wijl ze eerbiedwaardig zijn.Van die heiligheid van het maagdelijk bed is den erotischen humorist niets bekend. Hij haast zich integendeel daar zijn opvatting tegenover te stellen. En hij kleedt die bijvoorbeeld in als volgt:19. Drie moderne Gratiën.19.Drie moderne Gratiën.Groen is het strand, wit is het zand, En dit zijn „die Dünnen von Helgoland”.Humoreske van Th. Grätz, in „Fliegende Blatter”.Den avond van den zesden dag, even na de schepping van de vrouw uit Adam’s ribstuk, had men in den hof Eden een oudachtig heer kunnen hooren mompelen in zijn baard: „De schilderij is wel aardig, maar er mankeert nog een passende lijst aan, en nu het werk is begonnen, dient het ook te worden voltooid.” En toen had men dien ouden heer haastig wat planken kunnen zien bijeenscharrelen, en daarvan iets knutselen, waarin men al heel gauw een soort ledikant zou hebben herkend. Dat ledikant had echter niets van den stijl Empire, evenmin iets van den stijl Hendrik II, maar was zuiver gehouden in een duizendmaal ouderen stijl—als het nog eens wordt teruggevonden, zal men het vermoedelijk in een museum te kijk zetten als een der oudste voortbrengselen van vóór-zondvloedsche of zesde-dag-Edensche kunst. En toen het zaakje klaar was, riep de oude heer: „Hier jij, kleine, dat is nu jouw troon! Evenals de hemel gemaakt is voor de wolken, de oceaan voor de koraalriffen, zoo is het bed geschapen voor de vrouw. Daar zal jeheerschen en triomfeeren en gebieden, meesteres zijn en koningin, daar zal de man je slaaf zijn, alle eeuwen door”. En Eva prevelde woorden van dank en nam de les ter harte. Het schijnt, dat zij ten volle tevreden was met deze schikking en zij, evenals alle dochteren Eva’s na haar, heeft naar die woorden gehandeld en van haar bed haar troon weten te maken, van waar zij heerschte als autocratisch gebiedster. Zoo werd en bleef dit de plaats waarheen welke Eva ter wereld ook zich nooit begaf zonder genoegen en die zij nooit verliet dan met tegenzin; de plaats waar zij het beste deel van haar leven sleet; de plaats, waar zij volkomen vrij was van haar wel onmisbare, maar toch ook zoo tirannieke bondgenoote, de mode; de plaats waar haar pudeur mocht insluimeren, terwijl haar coquetterie meer dan bleef waken.20. De liefde maakt de wereld dol.20.De liefde maakt de wereld dol.Duitsche spotprent uit de 16e eeuw.Prentenkabinet te Berlijn.Zoo herstelt de humoristische opvatting van het liefdeleven weer het evenwicht in de algemeene voorstelling der sexueele dingen. Waar de verheven-dichterlijke opvatting zich stelt op onbereikbare hoogten boven de werkelijkheid, daar daalt de erotische humorist dikwijls lager dan de werkelijkheid. Zijn voorstellingen zijn in den regel doortrokken van gloeiende zinnelijkheid, terwijl in de ontboezemingen der erotische lyriek veelal een element is van onzinnelijkheid en dwepende ascese. Intusschen is de erotische humorist in zijn gloeiende zinnelijkheid echt, eerlijk en waar, terwijl de erotische lyricus zwelgt in opgewonden, overspannen oogenbliksstemmingen, die hij in de praktijk van het leven wellicht het volgende moment al weer verloochent en te schande maakt.In de ondoordachte waardeering der groote massa wordt de sexueele lyriek hooger gesteld dan de erotische humor. Toch levert diezelfde grootemassa den erotischen humorist juist de stof voor zijn in- en uitvallen—zij is zijn altijddurend model, zij verkarikatuurt ieder oogenblik het sexueele leven in al zijn uitingen. Maar die massa is te kortzichtig en te onnadenkend, om in die photografiën haar eigen beeld te herkennen. Ieder ziet in die karikaturen wel den buurman, niet zichzelf. Men geeft gaarne toe, dat zoo en zoo door anderen wel wordt gehandeld, maar dat men zelf ook zoo doet, dezelfde dwaasheden begaat dat komt maar bij weinigen op. De instemming, die de erotische humor dan ook vindt bij de groote massa, en die in haar beste uitingen bestemd is, althans strekken kan, tot haar leering en haar sexueele opvoeding, berust gewoonlijk louter op leedvermaak. En den sexueelen humorist zelf, hoe gaarne men zich ook met zijn producten vermaakt, schat men toch niet bijzonder hoog.Een feit is het, dat de sexueele humor licht ontaardt in pornografie, gemakkelijk daartoe overhelt. Maar haar eigenlijk wezen is dit niet. Het gansche sexueele leven is van nature als overgoten met humor. Elk zijner uitingen heeft voor den kritischen waarnemer haar komische kanten. Die weer te geven zoo ze zich vertoonen, is natuurbeschrijving.Natuurbeschrijving voornamelijk van het niet-meer-natuurlijke, om niet te spreken van het onnatuurlijke. Want wel is er in het onvervalscht-natuurlijke liefdeleven veel zachte en liefelijke humor, maar stof voor spot, voor ironie en sarcasme biedt het nooit. Dat doet echter het liefdeleven dat beheerscht wordt door een of andere beschaving altijd. In dat liefdeleven, massaal overzien en de natuur trouw gebleven uitzonderingen buiten rekening gelaten, is alles valsch en onecht en onwaar, alles vorm en schijn, comediespel en berekening.Alles wat zich in het dusgenaamde liefdeleven der beschaafde menschen afspeelt, provoceert den spotlust, lokt als uit om er den draak mee te steken. Dit geldt van alle standen der samenleving, van de hoogste tot de laagste. Bij allen is het liefdeleven tot een dwaze karikatuur geworden. Gelijk vanzelf spreekt in verschillende richting en vooral ook hierbij blijkt weer, in welk een mate het liefdeleven wordt beheerscht door de stoffelijke omstandigheden, gelijk in dit werk aanhoudend is betoogd.De algemeene eigenaardigheid van het sexueele leven onder deze of gene beschaving is een voor ieder dichterlijk gemoed onuitstaanbare nuchterheid, een geestelooze practische zin. Wie zich in zijn geslachtsleven nauwgezet gedraagt naar de voorschriften der beschaving waaronder hij leeft, die vertegenwoordigt de kleurlooze nuchterheid in de elfde macht. Uit het beschaafde geslachtsleven is alle natuurlijke poëzie weggenomen. Het is het afwerken van de droge agenda der huishoudelijke vergadering eener vereeniging waarvan allen slechts fatsoenshalve lid zijn. Dit alles geeft hooger gestemde gemoederen ergernis en die ergernis uit zich in spot, en die spot is gewoonlijk waar, niet slechts voor het afzonderlijke geval, dat voor het oogenblik naar voren wordt gebracht, maar voor het karakter van het geheel.21. Pygmalion.21.Pygmalion.Karikatuur van Honoré Daumier.In het algemeene geslachtsleven van het beschaafde deel der menschheid is nagenoeg niets wat eerbied kan inboezemen, niets wat teedere gevoelens wakker roept, niets wat de heilige geestdrift aannemelijk maakt, die de dichterlijke waarnemer daaruit zegt te putten. De verheven-dichterlijke bezinger van het onbezingbare liefdeleven der beschaving leeft in een zelfgeschapen droomwereld van onwezenlijkheid, of hij is eenvoudig een simulant. Want in werkelijkheid isbedoeldliefdeleven grof en plat, kleurloos triestig, en wegens zijn onwaarheid, zijn maskers en zijn schijn alleen nog maarwaard er op te schimpen en het te verguizen en te hoonen door het prijs te geven aan den lachlust.Venus’ triumftocht.Venus’ triumftocht.Ital. gravure van Baccio Baldini (1452–1505), uit de „Suites des Planètes”, Britsch Museum, Londen.Dit is een der zijden van wat wij gemakshalve samenvatten onder de algemeene benaming: erotische humor. Hij heeft er tallooze. In den vorm, waarin wij dezen humor zooeven schetsten, is hij een uiting van ergernis over het ontbreken van natuurlijken humor en hij bedient zich diensvolgens bij voorkeur van bijtend sarcasme—elk zijner uitingen is een schrijnende zweepslag, een tergende schimpscheut, een handvol hoon naar de geslachtelijke zeden. Van dien aard zijn tal van humoresken in beeld, welke in dit deel zijn opgenomen.22. Amor wacht al met den sleutel.22.Amor wacht al met den sleutel.Vous qui, dans vos humeurs jalouses,Gênez sans cesse vos épouses:Malgré tous vos verroux et tous vos cadenatsl’Amour, en prenant ses mesures,Aura la clef de vos serrures,—Cet oracle est plus sûr que celui de Calchas!Spotprent op de nutteloosheid der kuischheidgordels, 18e eeuw.23. Het chemise van Genesis—de oudste uitvinding der mode.23.Het chemise van Genesis—de oudste uitvinding der mode.Naar L. Le Reverend.In onze taal is wel Multatuli de literaire vertegenwoordiger bij uitnemendheid van dit genre. Waar hij van de sexueele zeden en de geslachtelijke opvattingen van zijn tijd komt te spreken, heeft hij daarvoor niet anders dan spot en schimpend sarcasme. „In den beginne was deugd … niemendal. Men was deugdzaam, zoolang er niemand sprak over deugd. Want de natuur van den mensch was goed. De moeder had haar kindje lief.Menzei: hoort moeders, ge moet uw kinderen beminnen. Als van toen af ’n moeder heel lief was voor haar kindje, dacht dit al heel gauw: „je moet wel,menheeft het je gelast”. ’t Lag in de natuur, dat er hartelijkheidgeboren werd uit den omgang tusschen de geslachten. Dit was ook ’t geval bij de ganzen die samen hun jongen bewaken. Maar bij de ganzen is ’t zoo gebleven omdat er niemand was die ’t hun voorschreef. Kortom …. de deugd verdween na ’t spreken over de deugd, zooals de stilte verdwijnt door geschreeuw over de stilte.Menmaaktedeugden, die in de plaats kwamen vandeugd. En die gemaakte deugden veranderden met de seizoenen, ja bij de week. Wat heden deugd was, werd morgen ondeugd en omgekeerd. Wie vandaag de deugd omhing van verleden jaar zou uit de mode wezen, en worden aangezien voor verkeerd geboren. Wie zich kleedt in de deugd van de toekomst wordt uitgefloten als Wagner’s muziek te Parijs. De hoofdzaak is, dat men zich omhangt met dedeugdenvan den dag. Wie dit goed in acht neemt is modern, deugend, deugdzaam”.—„De kuisheid bestaat niet. ’t Is de toepassing van een der vele manieren waarop men zuinigheid verheft tot ’n principe, en deugd maakte uit de duurte der levensmiddelen. In den beginne …. waren alle kinderen onecht en ’t kwam niemand in den zin, een meisje te verachten omdat ze moeder was. ’t Zou geweest zijn alsof men boos werd op een bloem, wijl ze zich verstout had over te gaan van knop in bloem. Dit bleef zoo tot er schraalte kwam aan voeding. Men beduidde de jonge meisjes, dat ze te zorgen hadden voor ’t onderhoud vanharekinderen. Zij namen daaruit aanleiding vooraf te informeeren, of de kandidaat-vader ’n beklanten winkel had. Velen zeiden ja, en soms was ’t ook zoo. Maar er waren er, die in weerwil hiervan toch geen zorg droegen voor hun kinderen. Zij hielden zich als wisten zij van niets, wanneer deze of gene jonge moeder hen uitnoodigde om de zorgen voor ’t gezin met haar te deelen. Om deze ontkenning voor te komen, stelde men vast, dat er huwelijken zouden gesloten worden, en dat ieder die vader worden wou, dit eerst moest verklaren. Hierin … ligtwel iets goeds. Maar niet goed is het dat men ’t deed voorkomen alsof ’n meisje, dat iemand geloofde op z’n woord, zonder die openlijke verklaring, minder braaf was dan ’n ander”.—Onder zijn tallooze sarcasmen en schimpscheuten op sexueele opvattingen citeeren wij hier nog de ontboezeming, die hij het „deugdzame” meisje in den mond legt (bij wijze van navraag naar haar Japanschen minnaar), om te laten uitkomen welke begrippen er al zoo bestaan omtrent deugd: „M’nheer, wil u aan die gele heeren vragen, of ’t waar is, dat hun knecht in zijn land ’n beklante winkel heeft? En of ik er op rekenen kan dat-i behoorlijk voor me zal zorgen? Want ik ben niet zoo mal als Grietje, die loopt te bedelen met ’r kind zonder vader … want ziet u op me fatsoen ben ik gesteld. En om nou ’n goeien dienst te verliezen, voor ik zeker ben da ’k niet zal rondloopen als Grietje, die nergens terecht kan omdat ze geen eerlijk meissie is …”Ridderleven.Ridderleven.Duitsche prent van een onbekende meester der 15e eeuw.24. Droogstoppel in het museum.24.Droogstoppel in het museum.Zaalwachter: Wat is u daar aan het morrelen aan dat beeld?Droogstoppel: Ik …. ik wou eens zien of dat vijgenblad wel goed vast zit.Uit „Jugend”, 1906.25. Belgische karikatuur.25.Belgische karikatuur.Felicien Rops.In deze soort humor der groote denkers is altijd bitterheid, minachting en verontwaardiging. Het beleedigd esthetisch gevoel grijpt naar het middel der satirieke polemiek, naar dat van den verguizenden spot, naar elk middel dat den vijand—den sexueelen misstand—maar kan prijsgeven aan verachting. Het werpt zich met hartstocht, met woede op de grauwe kleurloosheid, op de onteerende berekeningen en de ontwijdende overleggingen, op al de karikaturen, schijnheiligheden en misvormingen van het geslachtsleven, zooals dat onder den invloed der dusgenaamde beschaving de regel is. En de typen, die vooral dezen humor zonder vroolijkheid, deze sarcastische bitterheden uitlokken, dat zijn de Droogstoppels van beiderlei sexe, waarvan het in debeschaafde wereld wemelt. In dezen sexueelen humor ligt veelal dramatiek.Zooveel als de tegenovergestelde richting in den erotischen humor is die, welke met een beminnelijk glimlachje de aandacht vestigt op de kleine onoprechtheden, onhandigheden, teleurstellingen en komische verdrietelijkheden in het verkeer der sexen. Aan dezen vorm vansexueelen humoris de neiging om te moraliseeren, met een lach om de lippen te onderrichten, niet vreemd, ofschoon moeilijk valt te zeggen,26. De rijke oude weduwvrouw.26.De rijke oude weduwvrouw.Duitsche karikatuur, omstreeks 1580.of deze neiging hem van nature eigen is. Nooit slaat deze vorm den toon aan van den fellen spot, er klinkt geen hevige verontwaardiging uit op, hij stelt niet onbarmhartig aan de kaak, is zelden recht op den man af persoonlijk, maar geeft bij voorkeur met eenige rake lijnen een min of meer scherpe aanduiding van het komisch geval, dat hem voor het oogenblik frappeert en tot spreken dringt. Zoo als bijvoorbeeld in den volgenden uitval:Aan een beroemde vrouw werd eens gevraagd, waarom zij niet getrouwd was, en of zij aan het huwelijksleven niet de voorkeur gaf. Het antwoord luidde: Ik heb drie wezens om mij heen, die zoo ten volle een man vervangen, dat ik niet in het minst naar een echtgenoot verlang. Naar eenige opheldering gevraagd, zeide de dame: Ik heb een hond, die den heelen morgen bromt en gromt, eenpapegaai, die den heelen middag vloekt en tiert, en een poes, die alle avonden tot diep in den nacht uit is. Alles bij elkaar heb ik dus zoo goed als een man.In dier voege karakteriseert deze soort van erotische humor gewone toestanden, zooveel als de kleine gebreken en de dagelijksche zonden in het samenleven der sexen. Het eigenlijk terrein van deze soort van erotische humor zijn de alledaagsche onhebbelijkheden, tekortkomingen en dwaasheden, die zoo algemeen zijn, dat ze nauwelijks meer als zoodanig worden opgemerkt. Zij wijst die dwaasheden enz. aan en zij mag daarvan het resultaat verwachten, dat hier en daar een nog niet geheel verharde een oogenblik tot nadenken wordt gebracht. Nooit grijpt zij daarbij naar het middel van den bijtenden spot, nog minder naar dat van het vlijmend sarcasme. Maar des te meer bedient zij zich van geestige gevatheid, die niet zelden tegelijkertijd verre perspectieven in het gebied van het zieleleven ontsluit. Zooals in het volgende staaltje van Turksche erotische humor:27. De IJdelheid.27.De IJdelheid.Allegorie van Hans Burgkmair, 16e eeuw.Een vrouw liep te wandelen en bemerkte dat zij gevolgd werd door een man, die nu eens dicht naast haar kwam en bewonderend tot haar opkeek en dan weer achter haar aanliep. Toen de vrouw meende zekerheid te hebben dat de belangstelling van dien man inderdaad haar gold, bleef zij staan en wendde zich tot hem met de vraag: Waarom loopt u zoo om mij heen?—Ik vind u zoo mooi, dat ik het oog niet van u kan afwenden, was het antwoord.—Zoo mooi ben ik toch niet; mijn zuster, die daar aankomt is veelmooier.—De man keek om en zag een oudje aan komen strompelen. Glimlachend zeide hij toen:—Waarom houdt u me voor den gek?—Omdat u mij ook voor den gek houdt. U kon uw oog niet van mij afhouden, zoo mooi was ik. Maar toch keek u onmiddellijk naar die andere.28. Karikatuur op der vrouwen lichtgeloovigheid.28.Karikatuur op der vrouwen lichtgeloovigheid.„Deutsche Reichsbremse” (1850).De modellen, die deze soort humor vooral de stof moeten leveren voor haar grappen en aardigheden, zijn de altijd-blauwtjes-loopende ongeluksvogels in de liefde, de onhandige minnaars, de bijdehandjes, de minzieke oude snoepers, de oude vrijsters, de onder-de-plak-zitters of pantoffelhelden, de betrapteechtbrekers, de sexueel-brave Hendrikken enz., enz., behalve dan nog de schoonmoeders en de mode.29. Wapenrusting der coquetterie.29.Wapenrusting der coquetterie.Teekening van L. Le Reverend.Over het geheel zoekt deze soort sexueele humor alleen te vermaken. Zij gaat niet diep, laat zich niet in met de groote problemen van het leven der sexen, stelt de dingen tegelijkertijd komisch en onschuldig voor, maakt belachelijk en vergoelijkt tevens, en is door dit gemis aan diepte en aan grooten hartstocht de erotische humor bij uitnemendheid voor de groote meerderheid, die het immers evenzeer ontbreekt aan diepe gevoelens en groote hartstochten. Zij is uiterlijk veelkleurig en innerlijk ideaalloos-grauw. Zij glimt en glinstert als fosforglans zonder vuur of gloed. Deze sexueele humor valt dan ook algemeen in den smaak. Zij doet even lachen en daarmee uit. Zij gaat in de eene noch in de andere richting wat men noemt te ver. Zij blijft binnen de grenzen der geijkte betamelijkheid en zij doet de oogen geen pijn door te fel licht. Zij doet gelooven dat eigen zwakheden aller zwakheden zijn en schenkt zoodoende het verkwikkend bewustzijn dat men in elk geval niet minder is dan de rest.De repetitie in de kermistent.De repetitie in de kermistent.Gravure van G. Presburg, naar William Hogarth (1697—1764).Van dit soort erotische humor is dan ook ten alle tijde alle literatuur, die op niet meer dan een eendags-bestaan mag hopen, doortrokken, evenals de dagelijksche conversatie van de praatgrage menigte, die meer lust dan stof heeft tot praten. Het gebied bij uitnemendheid van deze geslachtshumor zijn de dusgenaamde Zondagsbladen, stuiversbladen, geïllustreerde bladen en al dergelijke periodieke eendagsvliegen.30. Het eeuwige raadsel.30.Het eeuwige raadsel.Sfinxbeeld in het park van het paleis te Schönbrunn; gravure van Glaszbach.Een verdere hoofdvorm van den erotischen humor is de ontledende, de analyseerende, die door de maskers en door den schijn heendringt, het ware wezen van al dat schijnschoon blootlegt en er het belachelijke van in het licht stelt. Deze vorm bedient zich beurtelings van alle ten dienste staande middelen. Elke vondst, die hij, gewapend met loup en lancet, in het gebied van het sexueele leven doet, prepareert hij op de manier, die er hem het geschiktst voor dunkt. En altijd is het eindresultaat van zijn ontleden en indringen in het wezen der verhoudingen tusschen de sexen, dat er als regel in het liefdesgedoe niets verhevens is, hoe romantisch het zich ook voordoet, en hoe dichterlijk en verheven het zich ook aanstelt. Deze soort van erotische humor ziet in elke uiting van het geslachtsleven sexueel egoïsme, of zucht om voordeel te trekken uit een sexueele machtspositie. Zij ziet in het geslachtslevenhet kleine, het komediespel, het bedriegelijke, al die tallooze zwakheden, die men onder allerlei maskers angstvallig zoekt te verbergen. Voor haar is de liefde bijvoorbeeld allerminst blind, maar integendeel een scherpziende woekeraarster, die op elke mogelijke wijze haar voordeel zoekt te doen en sluw en geslepen elke geslachtelijke machtspositie weet te benutten,—als een voorzichtige rekenaarster, die altijd op den beganen grond blijft en geen oogenblik vergeet naar zich toe te rekenen.31. Waarom kloppen als de deur openstaat?31.Waarom kloppen als de deur openstaat?Hollandsche spotprent, 17e eeuw.Een eigenaardig kenmerk van deze soort van geslachtshumor is, dat zij zoo gaarne een wijsgeerigen toon aanslaat, zich met voorliefde uitdrukt in niet al te dagelijksche termen, er van houdt het air aan te nemen van den boven de massa ver verheven diep-vorschenden denker, die de dingen van alle kanten pleegt te bezien en vooral tedoorzien. In de bevindingen van zulke erotische onderzoekers vlamt niet de diepe ergernis of de felle verontwaardiging van den hoogvoelenden gevoelsmensch, die zich door de grauwe werkelijkheid op het pijnlijkst voelt beleedigd, wiens gewonde ziel tegen al dat minderwaardige en inferieure in het sexueel verkeer in titanisch verzet komten die voor den smaad, zijn esthetisch ideaal aangedaan, wraak neemt door gal-bitter sarcasme en venijnige ironie te spuwen. Maar nog minder verwaardigt zij zich tot de onschuldig-oppervlakkige grappen van den erotischen humor der groote menigte. Zij vindt de eene soort te eenzijdig en de andere te onbeduidend. Zij zoekt—de waarheid. Men zou haar kunnen noemen wetenschappelijke humor, en in elk geval beschouwt zij zichzelf als zoodanig.32. De vorst der zotten.32.De vorst der zotten.Galante karikatuur op den Hertog van Alva.Hollandsche gravure van D. de Brij (1528–1596).Het geliefkoosde middel waarvan zij zich bedient om hare vondsten en resultaten tot gemeen-goed te maken, is de geen tegenspraak duldende orakelspreuk. Zij formuleert gaarne zeer afdoend uitziende aforismen. Zij ontleedt, gaat tot de kern, dringt door tot het wezen der dingen—beweert dat tenminste. Zij blijft daarbij, zooals aan haar karakter van wetenschappelijkheid betaamt, onbewogen, hartstochtloos. Zij constateert alleen, zij is denijvere bij, die sexueele wijsheid opspoort en die aan de domme wereld aanbiedt als een kostbaar geschenk. Zij stelt er blijkbaar minder prijs op, dat men haar uitspraken houdt voor diep-doorvoeld, dan wel voor diep-doordacht.En inderdaad moet worden toegegeven, dat in deze soort sexueele humor zeer veel bruikbaars is te vinden, dat strekken kan om het inzicht in het wezen van het geslachtsleven te verhelderen. Eigenlijk schijnt zij zelden te bedoelen, als humorist op te treden. Uiterlijk ziet zij er veelal zeer deftig, degelijk en gedegen uit. Dat zij niettemin als humor werkt, is vermoedelijk hieraan toe te schrijven, dat het geslachtsleven, als het niet opzettelijk in verheven of tragische verpakking wordt gestoken, eigenlijk altijd min of meer humoristisch werkt. Zoo komisch en humoristisch is het geslachtsleven, dat, hoe men het wendt of keert, nagenoeg altijd een komische of humoristische zijde boven komt. Zelfs de verheven en de tragische voorstelling van het sexeleven doen dikwijls komisch aan. En menige bladzijde erotische humor is dan ook vermoedelijk niet geschreven om humoristisch effect te krijgen, en menige zeer komisch aandoende sexueel-wijze spreuk is ongetwijfeld oorspronkelijk bedoeld als hoog-ernstige geslachtskritiek.Zoo bijvoorbeeld Mantegazza in zijn boutades op de platonische liefde. Wat is platonische liefde? zoo vraagt hij en hij geeft haar prijs aan den spot met den volgenden stortvloed van hekelende formules waarvan elke volgende weer een nieuwe dwaze zijde van dit troeteldroombeeld der erotische lyriek blootlegt:De platonische liefde is een onding, een hersenschim; zij heeft nooit bestaan en zal ook nooit bestaan.33. Welbehagen.33.Welbehagen.Belgische teekening van Félicien Rops.De platonische liefde is een valsche vlag, die een verdachte lading dekt.De platonische liefde is een vervalscht document, bestemd om contrabande weg te smokkelen.De platonische liefde is een valsche sleutel om te komen waar men niet wezen mag.De platonische liefde is een masker voor geslachtelijke onmacht.De platonische liefde is eencontradictio in terminis; zij is de kwadratuur van den cirkel.De platonische liefde is de honderdste variant op de fabel van den vos, die de druiven waar hij niet bij kon, te zuur vond.Troonsbestijging.Troonsbestijging.Jacques van Loo (1614–1670).34. Toilet van Venus.Photo Brückmann, München.34.Toilet van Venus.Naar de schilderij van Velasquez (1599–1660),National Gallery, Londen.De platonische liefde is de onoprechtste manier om te zeggen: ik wil wel maar ik kan niet.De platonische liefde is een dubbele leugen, waaraan geen der beide leugenaars geloof slaat.De platonische liefde is het eerste stadium eener groote liefde of het laatste eener kleine liefde, maar nooit de liefde zelf.De platonische liefde is een bezworen overeenkomst tusschen partijen, met het verzwegen voorbehoud zoo gauw mogelijk meineedig te worden.De platonische liefde is de gelofte van den zeeman tijdens het noodweer, die hij geen oogenblik denkt na te komen.De platonische liefde is de vinger, die de gelegenheid biedt de heele hand te nemen.De platonische liefde is een schijngevecht tusschen twee die niet vechten kunnen en bang zijn bloed te zien.De platonische liefde is een bisdom inpartibus infidelium, als men geen parochie te vergeven heeft.De platonische liefde is de metaphysica van de liefde.De platonische liefde is de lompste parodie op den mooisten, grootsten engloeiendsten menschelijken hartstocht.De platonische liefde is een leeuwtje van gips, een bordpapieren tijger, een boeman of een trekpop voor kinderen.35. Amor’s slachtoffers koelen hun wraakzucht.35.Amor’s slachtoffers koelen hun wraakzucht.Florentijnsche sierkunst, 15e eeuw; origineel in het Britsch Museum, Londen.Voor zoodanige conclusies—n.l. dat het allemaal larie is—schijnt de wijsgeerige ontleder van het sexeleven een sterke voorliefde te hebben. In elk geval vindt ook hij, evenals de sarcastische pessimist en de luchtig-oppervlakkige pessimist in het leven der liefde wel veel zots, dwaas en belachelijks, maar weinig schoons. En dat weinige schoone is dan volgens zijn oordeel meestal nog slechts schijn en komedie. Hij wordt daarover echter niet boosaardig, kwaadaardig of giftig zooals de pessimist, noch minder maakt hij er zich vroolijk over zooals de optimist, maar hij blijft deftig en gewichtig in zijn rol van wijsgeerig waarnemer, en draagt vooral zorg, zich niet al te eenvoudig uit te drukken. Het valt niet te ontkennen, dat de pessimist, met zijn door wraakzucht gescherpten blik, duidelijker de dagelijksche werkelijkheid ziet; zelf diep geërgerd schept hij er vermaak in te ergeren, en dit doet hem de taal vinden die hem succes waarborgt. Niemand verstaat dan ook in die mate als de pessimist, ook op dit gebied, de kunst dat wat hem ergert, te overstelpen met smaad en het prijs te geven aan bespotting en aan hoongelach. De wijsgeerige humor daarentegen is zelden concreet, maar blijft bij voorkeur in de wolken van het abstracte. Hij verschaft algemeene formules, die men naar willekeur kan toepassen … op den buurman. Hij houdt u niet den spiegel voor, maar wapent u met machtspreuken en dogma’s die er veelal uitzien als treffende waarheden.Was ist der Kern der Mannesliebe?Die Sinnlichkeit.Und letzter Grund der Weibertriebe?Die Eitelkeit.Aldus orakelt Lessing.Paul Bourget hoont: Maagdelijns zonder onschuld, ziedaar het schitterendst product onzer beschaving. De vroegere barbaren, die in veroverde streken geweld pleegden, lieten daar onschuldige meisjes zonder maagdelijkheid achter. Men moet toegeven dat wij de methode verfijnd hebben.Onuitputtelijk is vooral de wijsgeerig-erotische geestigheid der mannen bij het beoordeelen van de vrouwen. In het geestig en frappant formuleeren van de zwakheden der vrouw, in het literair-smakelijk toebereiden van diagnosen van moreele vrouwenkwalen viert het mannelijk vernuft zijn grootste triumfen. De gewoonte, zijn beoordeelingen van de vrouw te kruiden met geestigheden en humor schijnt den man zoo eigen, dat hij het zelfs niet nalaten kan als hij van haar spreekt op een manier, die blijkbaar voor ernstig wil doorgaan. Zelden komt de vrouw anders uit zijn handen te voorschijn dan als een met komische zonden potsierlijk uitgedoscht beminnelijk wanschepsel. (Fig. 39).36. Offer aan Priapus.36.Offer aan Priapus.Fransche gravure op een antieke gesneden steen.De vrouwen, oordeelt Honoré de Balzac (inPetites misères de la vie conjugale) zijn erger dan de jezuïeten. De meest jezuïetischejezuïetonder de jezuïeten is duizendmaal minder jezuïet dan de minst jezuïetische vrouw, daaruit kan men opmaken hoe jezuïetisch de vrouwen zijn. Zij zijn zoo jezuïetisch, dat de ergste jezuïet er geen denkbeeld van heeft, hoever hij in jezuïetisme beneden een vrouw staat. Er zijn duizend manieren om jezuïetisch te zijn, en de vrouw is zulk een handige jezuïet, dat zij jezuïetisch kan zijn zonder dat men het merkt. Zelden, maar in elk geval toch wel eens een enkele maal, kan men een jezuïet bewijzen, dat hij een jezuïet is; maar probeer maar eens een vrouw te bewijzen, dat zij jezuïet is. Als ge het probeert, dan bewijst ze u in een ommezien, dat niet zij een jezuïet is, maar dat gij zelf een jezuïet zijt.„De vrouwen, zegt Dohm,bedienen zich van leugens zooals de stier zich bedient van zijn horens”.37. De straf na de zonde.37.De straf na de zonde.Illustratie van Holbein (1731) voor Erasmus’ „Lof der Zotheid”.„Men leert de vrouwen het liegen, schrijft Flaubert, niemand zegt ze ooit de waarheid, en krijgen ze de waarheid eens toevallig tegenover zich, dan schrikken ze als van iets ongehoords”.Schopenhauer oordeelt: „De natuur heeft de vrouw maar één middel gegeven om zich te verdedigen en te beschermen: onoprechtheid. De onoprechtheid is haar allen aangeboren, de domsten zoowel als de verstandigsten, en het is voor een vrouw even natuurlijk leugens te vertellen, als het voor een dier is zich van zijn natuurlijke wapens te bedienen; en zij gevoelt zich daarbij eigenlijk geheel in haar recht; vandaar is het zoo goed als onmogelijk een door en door oprechte, waarheidlievende vrouw te vinden”.38. De Phallusduivel.38.De Phallusduivel.Illustratie eener oud-Engelsche ballade.„De vrouwen, zegt Zola, zijn niet in staat de waarheid te spreken; zij beliegen iedereen, rechters, geliefden, haar omgeving en zelfs zichzelf”.De verjongingskuur.De verjongingskuur.Duitsche karikatuur van Hans Sebald Beham, 16e eeuw.Prentenkabinet, München.„Er zijn vrouwen”, zegt Seneca, „die altijd iets kwaadaardigs op de tong hebben, dat ze handig onder haar lieftalligheden weten te mengen; die vriendschap huichelen, waar ze tegenovergestelde gevoelens koesteren, en die haar haat weten te verbergen onder den sluier der vleierij; waar zij het minst trouw zijn, daar is haar vertoon van trouw gewoonlijk het grootst en zijplegen juist den man of geliefde dien zij bedriegen, de minste wenschen in de oogen te lezen.”Men herinnere zich de scène bij Molière tusschen Célemène en Arsinoë. Célemène zegt van Arsinoë:„In één woord, ik kan haar niet uitstaan en … (juist komt Arsinoë binnen). O, welke goede engel voert je hierheen? Eerlijk gezegd, verlangde ik juist met ongeduld naar je.”Tot dit type van erotische humor behooren ook de tallooze het geslachtsleven rakende bon-mots, kwinkslagen, komische uitvallen enz. van groote figuren op literair of ander gebied.Toen Diogenes eens een paar vrouwen zag die zich hadden opgehangen aan een olijfboom, zeide hij: Ach, dat alle boomen zulke vruchten droegen!39. DE ROBE-PARAPLUIE.39.DE ROBE-PARAPLUIE.—Zoo bederft tenminste mijn nieuwe hoed niet.Humoreske van Henry Gerbault.Hoe slecht ook een man van de vrouwen denken moge, zoo is er toch geen vrouw, die niet nog slechter van ze denkt, meent Chamfort, van wien ook deze beminnelijke uitval is: De liefde is als een epidemische ziekte—hoe banger men er voor is, des te meer gevaar loopt men aangestoken te worden.Een god, die mint, acht ik niet wijs, getuigt Publius Syrus.De mannen ondervinden dagelijks, dat het makkelijker is van de vrouwen kwaad te spreken, dan zich niet met haar in te laten (Debay).De vrouwen koesteren veel minder liefde jegens de mannen dan haat jegens de andere vrouwen. Hoe vaak nemen ze niet een minnaar alleen om te beletten dat een vriendin hem krijgt! (Alphonse Karr).40. Drastische ballet-manoeuvres: La Valse des Pantalons.40.Drastische ballet-manoeuvres: La Valse des Pantalons.A. Willette in „Le Courrier Français”.Een vrouw te nemen om gezondheidsredenen is eigenlijk hetzelfde als zich verdrinken om zijn dorst te lessen. (Mantegazza).41. Des Weibes Leib ist ein Gedicht.41.Des Weibes Leib ist ein Gedicht.Verheffend werkt het op de ziel zeer zeker niet, Als men bij regenweer zoo iets voor oogen ziet!Teekening van Wilhelm Busch.Op de vraag, of men trouwen moest of niet, gaf Socrates ten antwoord: Wat ge ook doet, het zal u rouwen. En Diogenes antwoordde op de vraag, wanneer men een vrouw moet nemen: Zoo lang men jong is, nog niet, en als men oud is, niet meer. Zoo dacht ook Thales erover. Toen men deze in zijn jeugd aanspoorde te trouwen, zeide hij: Daarvoor is het nog tijd genoeg! en later, toen hij oud was geworden: Nu is het te laat. Niet minder besluiteloos was Antisthenes. Deze zeide: Neemt men een mooie vrouw, dan heeft men haar met iedereen gemeen; neemt men een leelijke, dan is ze je maar tot ergernis. En dat ook in latere tijden vele mannen er nog ongeveerzoo over denken, dat althans voorgeven, blijkt uit dit gezegde van La Bruyère: Er zijn maar weinig zoo volmaakte vrouwen, die haar man niet minstens eenmaal per dag reden geven zich te beklagen dat hij getrouwd is, en anderen te benijden, die ongetrouwd zijn. En uit dit stukje ulevel-poëzie van Weber: Vader Adam legde zich in ’t Paradijs te slapen. Toen werd uit zijn rib vrouw Eva geschapen—Och Adam, je hebt er van gelust: je eerste slaap was je laatste rust. Dezelfde betuigt: Wie niet onder het echtelijk juk is doorgegaan, kent de deugd van het geduld maar half, een deugd die de vrouwen beter anderen weten te leeren dan ze zich zelf eigen te maken.42. Altijd welkome hulde.42.Altijd welkome hulde.Teekening van Adolphe Willette.Een zeer aparte en eigenaardige vorm van sexueele humor zijn de erotisch-humoristische sprookjes. Ook daaraan is de literatuur aller volken zeer rijk. Veelal wordt er een of ander moreel defect komisch in aan de kaak gesteld. Zooals bijvoorbeeld in het volgende van K. Simrock, dat tot titel draagt: Sluwer dan de Duivel, waaruit al bij voorbaat valt op te maken dat het gaat om een moreel defect der vrouw.Er was eens een brave boer, die met zijn vrouw zoo eenvoudig en Gode welgevallig leefde, dat hij een voorbeeld en de trots was van den heelen omtrek. Alleen de Duivel was er verdrietig om; die had vruchteloos al zijn listen en kunsten te baat genomen om de liefde en de trouw der beide gelukkige echtelieden ten val te brengen. Toen hij eens mistroostig om zijn vergeefsche pogingen aan den weg zat, vroeg een oud wijf, dat juist voorbij kwam, waarom hij daar zoo ontevreden zat te druilen.—Och, wat geeft hetof ik dat al vertel! antwoordde de Duivel.—Wie weet? zeide het oude wijf, bij mij is goede raad nog nooit duur geweest.—Toen klaagde hij haar zijn nood, hoe hij dat echtpaar maar niet van elkaar kon krijgen. Toen zij dat hoorde, kon zij niet nalaten hem een onnoozelen, onbeholpen ezel van een Duivel te vinden, wat zij hem dan ook zeide. Maar voor een behoorlijke belooning, voegde zij er aan toe, zal ik je wel helpen dat zaakje in orde te brengen. De Duivel beloofde haar een paar piksplinternieuwe schoenen. Toen zij het eens waren geworden, ging het booze wijf dadelijk naar de goede vrouw en vertelde haar met een meewarig gezicht en als een liefderijke vriendin, die het wel leed deed, maar die voelde niet langer te mogen zwijgen, dat haar man haar ontrouw was en zich in het geheim met andere vrouwen inliet. De goede vrouw wilde het echter niet gelooven, hoe de oude haar ook bezwoer, dat het de volle waarheid was.Eindelijk zeide het booze wijf: Als u het niet wil gelooven, volg dan tenminste mijn raad, baat het niet, schaden zal het ook niet. Vannacht, als uw man ligt te slapen, snijdt ge hem met een scheermes een lok uit zijn baard; dan kan u er vast van op aan, dat hij geen andere vrouw meer zal aanzien en u trouw zal blijven. Het is een ouderwetsch middeltje, dat altijd helpt.De goede vrouw beloofde dat zij het zou doen, hoewel ze niets geloofde van wat de oude haar had gezegd. En zij bedankte het oude wijf voor haar goeden raad.43. Wie het uiterste der wellusten zoekt, kroont een varken op den mesthoop.43.Wie het uiterste der wellusten zoekt, kroont een varken op den mesthoop.Zedeprent van Hans Burgkmair, omstreeks 1520.De vredige ingetogenheid van het buitenleven.De vredige ingetogenheid van het buitenleven.(Photo Hanfstaengl, München).Naar de Hollandsche schilderij van Lukas van Valckenborch, 1530–1580.De kwaadaardige heks ging toen naar den man, die bezig was het land te ploegen.—U zal wel denken, wat moet dat oudje hier, zoo begon ze, maar ik kan het niet langer verzwijgen, ik moet het u zeggen: uw vrouw handelt niet eerlijk met u, ze houdt er andere mannen op na, maar u bent een veel te braaf mensch, daarom wou ik u waarschuwen.De goede man wilde de oude van het land af ranselen, omdat ze zijn brave vrouw zoo belasterde. Maar het wijf ging door: Ik hoorde haar strak haar anderen man beloven, dat ze u vannacht, als u ligt te slapen, den hals zou afsnijden. Blijf daarom wakker, maar doe net of u slaapt, dan zal u wel zien of ik de waarheid spreek of niet.44. Dubbelzinnig ambt.44.Dubbelzinnig ambt.—Ach, mijnheer, is het als ambtenaar of als vrijer, dat u zoo doet?Humoreske van Abel Faivre.De bedrogen man, ofschoon hij niets geloofde van al wat de oude zeide, nam zich toch voor te doen zooals zij hem aangeraden had. En toen de goede vrouw meende, dat hij sliep, nam ze een scherp scheermes en probeerde een lok van zijn baard af te snijden. Toen sprong de man woedend overeind, en sloeg zijn vrouw zoolang tot ze voor dood op den grond liggen bleef.Op datzelfde oogenblik kwam de Duivel tot het booze wijf en reikte haar over de beek met een langen stok de beloofde schoenen toe, en zei:„Hieroudje, pak aan, hier is je loon. Ik geef het je zoo maar, want vlak bij je komen zal ik maar niet—je zou den Duivel zelf nog misschien een streek spelen. Ik moet bekennen, dat ik het tegen je moet afleggen.”Hierbij sluiten zich aan de humoristisch-erotische vertellingen en meer breed-opgezette komisch-sexueele anecdotes, zooals wij er in de volgende hoofdstukken eenigen zullen citeeren.Verder valt er nog te onderscheiden de gemoedelijke sexueele humor in woord en beeld. Deze bedient zich bij voorkeur van den vorm der poëzie en als zoodanig zijn hare hoofdvormen het bruiloftsvers en het sexueele leerdicht. De klassieke grootmeester in laatstgenoemden vorm, de didactisch-erotische poëzie, is in onze taal vader Cats. Als typeerend voorbeeld halen wij hier aan den komischen strijd tusschen het draagvermogen-bezittend Paradijs-gedierte, het paard, de ezel, de kameel enz., wie hunner de eer toekomt Eva op zijn rug te mogen torschen (in:Bruiloft van Adam en Eva):45. Grotesk-erotische voorstelling der eeuwige voortplanting.45.Grotesk-erotische voorstelling der eeuwige voortplanting.Beeldwerk in een gewijde grot op het eiland Elephanta bij Bombay.Maer dit geweldig rot begon terstond te strijden,Op wiens verheven rug Mevrouw behoort te rijden,Een yder van de drie vermeynt te zijn gegront,Dat hem na vollen eysch het voorregt open stont.En t’wijl men besig is op haar verschil te letten,Soo koomt de Crocodil sich voor de rechters setten,Die seyd, in grooten ernst, en met een vollen mont,Dat hem de schoone kans behoort te zijn gegont.Hij seyde, dat het paert, enbeysijn met-gesellen,Alleen maer op het droog de voeten kunnen stellen;Maer als men aen een stroom of holle beeken koomt,Dat yder dan verschrikt, en voor het water schroomt:Dat niemandt van den hoop daerin begeert te rijden,Als die geen killig nat en zijn gewoonte lijden;Maer dat hy swemmen kan, en diepe waters meet,En des al niet-te-min op vaste gronden treet.Terwijlen dese vier aldus te samen streden,So koomt ‘er uit het wout een schilt-pad aangetreden,En alsse voor de bruyt en by de dieren stont,Ontsloot het lastbaer dier sijn tandeloosen mont.Nadien een jonge vrouw haer niet en dient te wagen,Soo moet ick onse bruyt op desen rugge dragen.Wat dat sich hier vertoont is maer een rauwen hoop,Genegen tot gewoel en tot een woesten loop.Maer wien is niet bewust, die mijn gestalte kennen,Dat ick gantsch sedig ben, en noyt gewoon te rennen?En dat mijn kloecken rug een vlacken setel draegt,Of voor een jonge bruyt; of voor een teere maegt?Oock dat men sonder hulp kan op mijn lijf geraken,En dat men sonder sorg mijn rugge mag genaken?En schoon dat iemandt viel, dat hem het ongeval,Geen hinder doen en kan, of na-deel geven sal?46. Hulde tot in den dood.46.Hulde tot in den dood.Symbolische satire op de mannelijke zinnelijkheid.C. Deana Gibson, in „Pictorial Comedy”.Ten slotte is waarschijnlijk ieder mensch op zijn tijd erotisch humorist. Het schijnt den mensch als van nature ingeschapen, het geslachtsleven komisch en vroolijk op te vatten. Ieder heeft oog voor de dwaasheden van anderer sexualiteit.Het liefdeleven is de bron, waaruit ten allen tijde de humor het rijkelijkst gevloeid heeft. Erotische humor is een der massaproducten van den menschelijken geest. En in tegenstelling met den gewonen regel staat de kwaliteit niet in omgekeerde verhouding tot de kwantiteit. Ingendeel, niet slechts de meeste humor is ontsprongen uit het liefdeleven, maar ook de beste, de gezondste en krachtigste.47. De manschuwe Amphitrite vlucht op een zeemonster.47.De manschuwe Amphitrite vlucht op een zeemonster.Teekening van Albrecht Dürer, 1503.Bij de koppelaarster.Bij de koppelaarster.Naar de schilderij van Frans van Mieris (1635–1681), Galleria Uffizi, Florence.De beschavingsgeschiedenis kent geen tijdperk, waarin in alle humor het liefdeleven niet het overheerschende en meest op den voorgrond tredendeelement is. Er is geen cultuurvolk, bij hetwelk het geslachtsleven niet ten allen tijde het meest geliefdkoosde onderwerp was van allen humor en van alle satire. Er zijn verder maar zeer weinig satirieke kunstenaars geweest, die er niet aan hebben meegewerkt den schat der eeuwen aan erotischen humor te vergrooten; daarentegen zijn er talloozen, die zich daar zoo goed als uitsluitend aan hebben gewijd en voor wie het liefdeleven de eenige zon was, wier bevruchtende gloed hun gewrochten tot volle rijpheid kon brengen. In de komisch-satirieke behandeling van het geslachtsleven en wat daarmee in verband staat hebben genie en talent ons een deel van het beste geschonken dat zij ooit hebben voortgebracht. Op dit thema hebben zich steeds de schitterendste stralen van den menschelijken geest vereenigd, waarbij alles mat en onbelangrijk schijnt wat zich daarbuiten beweegt; rondom het leven der liefde heeft de menschelijke geest zijn vurigste, dol-dartele orgiën gevierd.48. De twee getrouwen.48.De twee getrouwen.—Mejuffrouw, ik geloof nooit, dat hij nog komt; en zij, op wie ik hier sta te wachten komt ook niet, geloof ik, Laten we het nog vijf minuten aanzien, en als er dan nog niemand is, stel ik u voor samen te gaan soupeeren.R. Mayer in „Das Kleine Witzblatt”, Berlijn.49. Bakvischjes tegenspoeden.49.Bakvischjes tegenspoeden.—Je moet maar gelukkig zijn … fiets kapot en natuurlijk in geen veldenof wegen een heer te zien.R. Mayer in „Das Kleine Witzblatt”, Berlijn.Het meerendeel der menschen is in het dagelijksch leven onuitputtelijk in aardigheden op al wat met het geslachtsleven in verband staat. De omgangstaal is als doorspekt met geestigheden op geslachtelijke dingen. Voor niets heeft men scherper oog dan voor anderer sexueele gebreken en de manier, waarop men de aandacht hierop vestigt is gewoonlijk die van den hekelenden spot. Niets is bij het groote publiek meer gezocht dan liederlijk-grappige beeldspraak, geestig-gemeene dubbelzinnigheden, vuile kluchten, dartel-ongebonden scherts. Niets is zoo geliefd en gaat zoo van mond totmond als sexueele anecdoten. Als volwassenen lachen, is bijna als regel een geslachtelijk onderwerp de aanleiding. Een enkele sexueel-getinte kwinkslag brengt onmiddellijk een vroolijke stemming teweeg en elke stemming van vroolijkheid slaat terstond om in sexueel-getinte praat. De sexueele geestigheid is als de veiligheidsklep, waardoor de opgekropte dierlijkheid zich ontlast en daarbij verschilt de goor-grauwe gemeenheid van den ruwen mensch alleen in graad, niet in wezen van den geraffineerde erotischen humor der verfijnde beschaving.50. Eert uw vader en uw moeder....50.Eert uw vader en uw moeder ….—Huil dan maar niet meer, moe, en zeg aan vader, dat ik naar dien oude terug zal gaan.Satire van J. Forain.In den loop des tijds zijn over alle geslachtelijke verhoudingen stroomen van spot uitgestort, stroomen van goedaardige scherts, stroomen van venijnig sarcasme, stroomen van humor in alle denkbare nuancen. De literatuur, de kunst, zelfs de wetenschap hebben om het hardst daaraan meegedaan. En in het dagelijksch leven kan men nauwelijks met ernstig gezicht over het geslachtsleven spreken, nauwelijks weet men er zich anders over uit te laten dan in schertsenden, spottenden, onernstigen toon. Voor den gemiddelden mensch is het geslachtsleven een klucht, iets vermakelijks en grappigs, iets dat als uitlokt er den draak mee te steken.De erotische humor is voor verreweg het grootse gedeelte afkomstig van den man en het grootste gedeelte daarvan is weer hetzij een directe, hetzij een indirecte hulde aan de vrouw.Nergens worden zoo luidruchtige, zoo ten volle gemeende en zoo enthousiaste lofliederen gezongen op de vrouw dan op het gebied van den erotischen humor. Zelfs waar deze de vrouw of een vrouw geeselt met de roeden van satire en sarcasme, ligt daarin toch altijd hulde voor het liefelijkst wonder der schepping verborgen. De sexueele humor is m.a.w. een natuurlijke uiting der mannelijke zinnelijkheid. Daardoor ook vindt niets ter wereld een zoo dankbaar gehoor—en een zoo willige markt—als de sexueele humor in woord en beeld. Dat dit weer moet leiden tot ongezonde speculatie op gemeene instincten, ligt voor de hand; behalve erotische humor wordt er misschien evenveel artistiek waardelooze marktwaar geproduceerd—het weelderige veld van den sexueelen humor is een vruchtbare bodem voor pornographie.51. Les in levenswijsheid.51.Les in levenswijsheid.—Jij gaat maar weer fijn naar een badplaats. Ik zal wel nooit de middelen daarvoor krijgen.—Zottinnetje, die middelen moet je opdoen onderweg en als je er bent.Satire van G. Leonne.Pornographie is echter in geenen deele humor, niet eens ontaarde humor, hoogstens een surrogaat van humor—zij staat tot sexueelen humor in dezelfde verhouding als het gezonde geslachtsleven tot de prostitutie, en in dezelfde verhouding als waarin de natuurlijke en normale omgang der sexen staat tot de uitspattingen van het bordeel. Daarom kunnen en moetenwij hier de pornographie, als liggende buiten en beneden ons onderwerp, ten volle uitschakelen.Wij stellen ons voor in de volgende hoofdstukken van dit deel eenige der hoofdmomenten van het geslachtsleven te bezien in het kleurige licht van den humor der sexueele humoristen van alle gading. Wij zullen daarbij trachten ons te stellen op zoo ruim mogelijk standpunt en wel nu en dan het woord laten aan de groote satirici van het liefdeleven, die de zware zonden en vergrijpen in het leven der sexen straffen met spot en sarcasme en de sexueele misstanden van hun tijd met het wapen der satirieke polemiek te lijf gaan—Rabelais, Fischart, Aretin, Multatuli etc.—maar vooral ook niet verzuimen te laten uitkomen hoe de ongekunstelde volkshumor de dingen ziet, en zoowel de stemmen uit het verre verleden als die van den huidigen dag beluisteren. Waarbij dan weer duidelijk zal blijken, dat er ook ten deze maar heel weinig of geen nieuws is onder de zon.52. Van het goede teveel.52.Van het goede teveel.Fransche humoreske.Phyllis en Aristoteles.Phyllis en Aristoteles.Duitsche karikatuur op de heerschappij der vrouw, van Hans Baldung Grien, 1513.Prentenkabinet Amsterdam.53. Amor’s hof.Photo Brogi.53.Amor’s hof.Naar de schilderij van Francesco d’Albani (1578–1660), Brera, Milaan.

I.EROTISCHE HUMOR EN EROTISCHE LYRIEK.Het liefdeleven van den mensch wekt volstrekt niet alleen naar verheven gedachten, dichterlijke stemmingen, romantische mijmeringen en wat dies meer zij. Het is ook een onuitputtelijke bron van humor. Behalve jubelende hoogliederen en dwepend gedroom inspireert het ook spotzucht, die met al dat mooie, schoone en liefelijke den draak steekt en het heele geslachtsleven stempelt tot een mengsel van dwaasheid en onzin, een grappig kluchtspel vol vermakelijke zotheid en komische domheden. En ook inspireert het geslachtsleven hekelende, schimpende satire en hoonend, verguizend sarcasme. Voor den een vol verheven tragiek, is het voor den ander een blijspel.En niemand heeft hier ongelijk. Met dit voorbehoud, dat de komische,spotlustige opvatting van het zoet geheim van het minnen ons dichter brengt bij de meest gewone dagelijksche werkelijkheid, dus bij het tastbare en concrete, dan de nevelig-onbestemde lofzangen van verheven dichterzielen dat doen. Laten we zeggen, dat de eerste den regel weergeeft en dat die anderen zich verdiepen in de uitzonderingen. Beide overdrijven—de erotische lyriek overdrijft de denkbeeldige grootschheid, de erotische humor vergroot de wezenlijke kleinheid van het geslachtsleven.2. Esthetische liefde.2.Esthetische liefde.—Laat ons bij de bezielende klanken van de harp, ver van het grauwe gewemel van den grooten hoop alleen voor de schoonheid leven.Fransche karikatuur van Jossot.De romantici en de dichters verdiepen zich bovendien vaker in de scheppingen hunner eigen phantasie, dan dat ze ons werkelijk bestaande uitzonderingen doen kennen. Daarentegen geven de erotische humoristen in woord en beeld—waartoe 99 procent van het menschelijk geslacht behoort—ons de dagelijksche, overal om ons heen waar te nemen werkelijkheid te zien. Wat zij ons voorhouden is concreet leven, zij het veelal in groteske overdrijving. De erotische humor geeft met scherpziende oogen acht op ’s menschen zwakheden in zijn sexueel leven, en geeft die ter tuchtiging over aan de onbarmhartigste van alle rechters—de lachers. De erotische humor werkt niet met de loftrompet, maar met de roskam.3. Liefde zonder omwegen.3.Liefde zonder omwegen.Duitsche karikatuur uit de 15e eeuw.Het liefdeleven heeft, wie zal het ontkennen, voor het kritisch oog meer komische kanten dan zulke, die „verheven”aandoen. Als regel althans. Liefde is ten slotte bezwijken voor den drang der natuur, die wil dat de sexen tot elkander komen en die hen daartoe verlokt en omkoopt met genot. Wie liefheeft zoekt, bewust of onbewust, dat genot en met genot is het komische, vroolijke en humoristische van nature nauwer verwant en meer vereenigbaar dan het poëtisch verhevene, welks wezen bestaat in het tragische en huiveringwekkende. En komisch is allereerst de naïeviteit, waarmee de mensch daarbij zichzelf om den tuin leidt. Terwijl toch het oppervlakkigste zelfonderzoek den verliefden mensch in een ommezien zou leeren, wat de ondergrond is van zijn hartstocht en waar het op uit zal loopen, doet hij daarbij toch gaarne quasi-gewichtig, of hult zich met zorg in een wolk van hoogdravende poëzie. Ieder, die met kritisch oog verliefden gadeslaat, moet hen wel dwaas vinden. Hij ziet in het heele dartele spel der vrijage een tactische kunst—zooals prof. Van der Vlugt („Gids” 1895) het noemt—met duizend regelen en conventiën, met voorpostenschermutselingen, loopgraven en tegen-mijnen, een komische strijd van bedekte aanvallen, waarbij de partij die schijnbaar aanvalt eigenlijk reeds volkomen een krijgsgevangene is van de partij, die zich schijnbaar tegen den aanvaller te weer stelt. En verliefden zien ook zeer wel de dwaasheden van andere verliefden. Alleen voor eigen dwaasheid hebben zij geen oog.4. Het lokaas van den duivel.4.Het lokaas van den duivel.Teekening van D. v. Widhopff.De afstand tusschen de verhevenste liefde en het belachelijke is maar een stap. De gedachte aan het onvermijdelijk slot van het zoo hooggestemde lied, moet wel een glimlach op de lippen brengen, juist door de tegenstelling tusschen die ingebeelde bovenaardsche heerlijkheid en dat zoo prozaïsche besluit.Het komische van het liefdeleven ligt in zijn eeuwige tegenstelling tusschen schijn en wezen. Liefde schijnt alles te schuwen wat naar waarheid en echtheid zweemt.In de liefde is ieder mensch van nature komediant. Een verliefd menschis altijd in nagenoeg elk opzicht onwaar. Hij verbergt gebreken, veinst deugden, slooft zich af om een gunstige meening omtrent zich te vestigen, en begaat daarbij tallooze domheden en onhandigheden. Want hoewel van nature in de liefde komediant, is hij er toch maar een van den tienden rang. Zoo is het bij de verliefdheid, en zoo is het in elke andere betrekking en verhouding met een sexueelen achter- of ondergrond. Het geheele geslachtsleven is een strijd van schijnbewegingen, hinderlagen en krijgslisten. Men betreedt dit gebied niet anders dan gemaskerd. Men geeft zich nagenoeg nooit zoo men is, maar men speelt een rol. Als een meisje door een jonkman wel wil worden gekust, dan ontvlucht zij hem. Dat ontvluchten is lokken. Als de vrouwen—van het jonge meisje af tot de al bejaarde dame toe—zich kleeden naar de mode, die voor haar is uitgedacht om er verleidelijk uit te zien, dan geven zij daarvoor honderden redenen op, behalve de ware. Het schijnt dat de liefde, om gelukkig te kunnen maken, een zeker beminnelijk bedrog noodig heeft, dat dan meestal voor negentig percent uit zelfbedrog bestaat. Als een paar elkander goed heeft leeren begrijpen, dan is het beiden veelal meteen duidelijk, dat er niets anders overblijft dan te scheiden. Zoozeer heeft de liefde illusies noodig. Als een man een vrouw prijst om haarschranderheid, dan is dit een bijna zeker teeken dat zij op het punt staat de door hem gewenschte domheid te begaan. In het huwelijk is doorgaans van beide partijen diegene de meerdere, die zich openlijk het minst doet gelden. De vrouw bijvoorbeeld weet den man in den regel te leiden waarheen zij wil en daarbij zich voor te doen of zij leidzaam volgt. Natuurlijk spelen in de liefde geldzaken nooit een rol; ieder trouwt alleen uit liefde, en ieder wil alleen om zich zelf worden genomen, en dan liefst door een millionair of een millionairsdochter.5. De Parisienne en de kluizenaar.5.De Parisienne en de kluizenaar.—Die kerk daar, vrome vader, is het werk van menschenhanden; maar dit hier komt uit Godes hand.Fransche spotprent op het ascetisme, van Adolf Willette, 1903.Allegorie op den Wellust.Allegorie op den Wellust.Kopergravure van Pieter van der Heyden, naar de schilderij van Pieter Brueghel den Oude (1558).6. Tableau vivant.6.Tableau vivant.Teekening van D. v. Widhopff.In de liefde is ieder zwak en dom, maar toch wil hij sterk en verstandig schijnen. Daaruit vloeit een oneindigheid van komische situaties voort. En door niets in kunst of literatuur worden deze zoo scherp en drastisch, zoo zonder genade, blootgelegd als door de karikatuur en in de komisch-erotische literatuur. Zij leeren ons de tallooze belachelijke zijden der onderdanen van koning Cupido kennen en zij toonen ons, onbarmhartig maar waar, elk dier onderdanen in zijn bijzondere belachelijkheid. Als zoodanig zijn zij bijna te beschouwen als een noodzakelijk, een gezond tegenwicht tegen de te sentimenteel-romantische opvatting van het sexueele leven. Zij bewaren er de menschheid voor het zelfbedrog te ver te voeren, drukken haar met lachend gezicht, maar niettemin met ijzeren hand, van tijd tot tijd eens met den neus op de werkelijkheid neer. Dat zij daarbij ook wel overdrijven is hun goed, artistiek recht. Zij beletten de menschen daardoor geestelijk om te komen in onwezenlijkheid en zich ten slotte te gaan verbeelden, dat al die buitensporige bovenaardschheid der liefde echt en wezenlijk is, dat b.v. elke verliefde een soort heilige zou zijn en al zulke dingen meer. De echte poëzie, die er in de liefde kan zijn, loopt daardoor geen gevaar—de spotters kunnen niet de illusie verstoren, maar slechts den schijn der illusie.De hyperdichterlijke en de kluchtig-prozaïsche opvatting der liefde houdende algemeene voorstellingen omtrent het liefdeleven eenigszins in evenwicht. De eerste heft die voorstelling op de duizelingwekkende hoogten van het abstract-schoone, de laatste haalt ze uit de wolken weer naar den beganen grond van het plat-concrete. Tezamen geven zij het liefdeleven te zien in zijn beide eindpunten, waar man en vrouw eenerzijds stralen in übermenschelijke heerlijkheid, anderzijds rondwriemelen in moraallooze genotzucht. Beide eindpunten zijn daarbij op te vatten als de uitzonderingen in het liefdeleven. Gaande van het eene eindpunt in de richting van het andere ontmoet men halverwege den norm, het gewone, de alledaagsche werkelijkheid, die evenver verwijderd is van de glanzende bergtoppen van het verheven schoone als van de duistere holen van het louter-liederlijke, evenver van den Olympus met zijn wonderen als van het bordeel met zijn uitvaagsel.7. Niet altijd is de liefde bestendig van duur!7.Niet altijd is de liefde bestendig van duur!Nederlandsche gravure, 17e eeuw.Tusschen de poëtische en de humoristische opvatting van het leven der sexen bestaat dit verschil, dat de laatste maar een greep behoeft te doen in het werkelijke leven, volgens het recept vervat in den uitval van het „lustige personage” uit Goethe’s Faust:Greift nur hinein in’s volle Menscheleben!Ein jeder lebt’s, nicht vielen ist’s bekannt,Und wo ihr’s packt, da ist’s interessant.De dichterlijke opvatting heeft daarentegen weinig meer tot haar beschikking dan hoogdravende beeldspraak. In de verbeeldingswereld die zij schept, raakt zij zelf, de gids en voorlichtster, meestal dadelijk het spoor bijster en doolt dan zoekend en vragend naar den rechten weg hulpeloos rond. Een typisch voorbeeld daarvan is F. H. van Leent’s variant op Van Beers’ lofzang op Het Licht:8. Avontuur van Kaatje op het marktplein te Stuttgart, waarbij volgens de legende een der toeschouwers, de burgemeester, zich doodlachte.8.Avontuur van Kaatje op het marktplein te Stuttgart, waarbij volgens de legende een der toeschouwers, de burgemeester, zich doodlachte.Oud-Duitsche zedeprent.Liefde! Wat zijt gij?Hoogten der Hemelen,Diepten der zeeën,Antwoordt mij—antwoordt mij—En gij, o mijn ziel,Zeg mij:Wat is Liefde?De donder woedde—de storm is voorbij!’t Azuur des hemels tintelt weerDoor gouden stralen besprankeld!Schitterend rijst de zon in het Oost,En in de hoogten der Hemelen,En in de diepten der zeeënWeerklinkt de blijde lofzang der Schepping.Ook in den zang van den VlasvinkRuischt het:o Zeg het mij, o zeg het mij:Wat is Liefde?De dag heeft zijn taak volbracht,En een lieflijk schemerduister heerscht;De vogelen dekken zich met hunne vleugelen;De bloemen sluiten zich en geuren niet meer;Ook het moede menschenkindVlijt zich neder en slaapt ….Zij komt! Zij komt!—de Godin der nachtBetreedt haar rijksgebiedMillioenen Engelenoogen waken—Waken over de sluimerende Aarde,En aan Gods vaderboezem rust het menschdomDoor Liefde’s armen omstrengeld!Slechts Zefiers fluisteren in ’t lommer:Zeg het mij, o zeg het mij:Wat is Liefde?Als ’s levens stormen ons teisteren,Alles gaat voorbij—alles sterft,Gij, o Liefde, zijt eeuwig!Aan den oever der EeuwigheidDrukt de levensmoede grijsaardDe bevende hand zijner gade,En in den doodsnik ruischt het nog:„Ik heb U lief! vaarwel tot wederziens!”Hoogten der Hemelen,Diepten der Zeeën,Antwoordt mij—antwoordt mij—En gij, o mijn Ziel,Zeg mij:Wat is Liefde?9. De Ladder der Lusten—Spel, Liefde, Tafelgenot.9.De Ladder der Lusten—Spel, Liefde, Tafelgenot.Drie lusten ’s levens last verzoeten:Bij ’t kind de vlugheid van de voetenBij oud’ren spookt ze in ’t midden om;De tong slechts rest aan d’ouderdom.Duitsche zedeprent, 1648.De ontvoering van Europa.De ontvoering van Europa.Italiaansche gravure van Giovanni Bastista del Porto, 15e eeuw. Britsch Museum, Londen.Zulke lofzangen zijn als een zoekend rondtasten in een gedroomde wereld, welks schoonheden men in de verbeelding ziet en toch niet ziet en waarin men ronddwaalt, vragend en zuchtend om wat reëels, iets tastbaars, ter motiveering van de opzettelijke opwinding en het enthousiasme, dat men zich opdringt. Het is of men er Faust in hoort zuchten om meer werkelijkheid in de zelf geschapen geheimzinnigheid, die men niet los wil laten, waar men niets van weet te zeggen en waar men toch vanwilspreken, met het gevolg dat men om het onwaarschijnlijke te vullen met iets wezenlijks, de toevlucht neemt tot het geheimzinnige. Het onbekende wordt te hulp geroepen om de duisternis op te klaren, en wat men bij zulke pogingen zou mogen verlangen is, dat ze werden aangeboden met als motto Faust’s eerlijke bekentenis:Ich hab’ mich der Magie ergeben, dass ich nicht mehr, mit sauerm Schweiss, zu sagen brauche was ich nicht weiss.10. Galante trekpot voor een galante dame (lady Cravening).10.Galante trekpot voor een galante dame (lady Cravening).Engelsche karikatuur, Londen 1778.11. Bede tot Priapus.11.Bede tot Priapus.Teekening van L. Le Reverend.De humoristische opvatting der liefdedaarentegen bedient zich in hare uitingen altijd van feiten, zij verdiept zich niet in bespiegelingen, schept geen denkbeeldige wereld, beproeft geenadelaarsvluchten, maar haalt haar stof uit de werkelijkheid, zij behoeft hare vondsten niet aan te bieden met voorzichtige vraagteekens, ze presenteert ze met vrijpostig-dartele uitroepteekens. Zij vraagt niet, maar weet. Wijl ze meer waar is, is ze steeds zekerder van haar zaak. Haar phantasieën worden steeds op het eerste gezicht zonder meer erkend als mogelijkheden. Hoe koddig en komisch de situatie ook is, die ze ons opdischt, niemand twijfelt aan de waarschijnlijkheid. In het komische acht men in het liefdeleven alles mogelijk. En dat wijl men dagelijks om zich heen het liefdeleven zich zoo ziet afspelen. In het liefdeleven overheerscht het komische, niet het verhevene of het romantische. Ieder ziet en kent het liefdeleven in zijn komische zijden, wijl de komische zijden de regel zijn. Weinigen zien of kennen het liefdeleven in zijn verheven openbaringen. Want, deze zijn de zeer zeldzame uitzonderingen. Daarom worden komische voorstellingen van het liefdeleven begrepen, als stukken werkelijkheid erkend en dienovereenkomstig gewaardeerd.12. Die kinderen.12.Die kinderen.—U hebt nog niet noodig bij mij om geld te komen, moeder … zoo onknap bent u zelf nog niet.Teekening van J. L. Forain.13. Anonieme karikatuur op Diana van Poitiers, maîtresse van Hendrik II.13.Anonieme karikatuur op Diana van Poitiers, maîtresse van Hendrik II.14. Minnend paar.14.Minnend paar.Kalendervignet.Voor de komische opvatting van het liefdeleven is niets heilig dan hetkomische, zij acht zich daartoe gerechtigd, o. a. op grond van den stelregel dat alles wat waar is noodzakelijk ook goed moet zijn. Door dien regel geleid weet ze van geen verschooning. Elke denkbare phase in het leven der sexen heeft voor haar tallooze kluchtige, koddige, vroolijke kanten en ze legt die zonder erbarmen bloot. En zij kan zich daarbij steeds bij voorbaat verzekerd houden van de instemming en de toejuiching van het overgroote meerendeel der menschen. Dit moedigt haar natuurlijk nog aan. En zoo is er eenvoudig niets in de bonte verscheidenheid van feiten, verschijnselen en phantasieën in het gebied van het liefdeleven, wat haar geen stof heeft kunnen opleveren voor kluchtige, koddige, vroolijke of satirieke voorstellingen. Als zij ons de schepping der vrouw en de sexueele verhouding van het eerste menschenpaar volgens de Mozaïsche legende, op hare wijze wil voor oogen stellen, dan stijgt ze niet zooals de dichterlijke opvatting, hoog uit boven de voorhanden gegevens, doet die gegevens ook geen geweld aan, maar houdt daar integendeel met voorbeeldige nauwgezetheid aan vast, en laat de komische zijde dier legende op het scherpst uitkomen door ze bijvoorbeeld een twaalfjarig Jodenjongetje te laten weergeven als volgt: „Het Adam gezien, alle beeste hebbe zich daar een vrouwtje; hettie het niet onder zich kenne houë,hettiegeroepe: „O! God! ik bin zoo vervelend!” hettie als gedwonge, hij mot ook een vrouwtje hebben. Het God um late slape, hettum een rip uit zijn heup genome, is der een vrouwtje van gekomme. Is Adam wakker geworre, hettie Eva gezien, hettie gezeit: „Van wie ben je?” Het Eva als maar geen antwoord gegeve; is um op eens na binne geschote,hettie gezeit: „Ik weet ut al! Jij bint Eva.”Binne ze same gaan speule in de tuin, is der een slang gekomme, het teuge Eva gezegd: „Over wat eet jij niet van die boom?” Het Eva geantwoord: „Om toch niet! noh! maak nou geen Schtoez, ja ik wil daar dood!” Het de slang weer gezeg: „Och! het is nietes! het God zoo maar derom gezeit! een gheintje!” Het Eva hard gaan wegloope, het de slang der teruggeroepe en an der laatte zien, het ze van de appel gegete, het ze geroepe: „O wa’ smaakt dat fijn! Adam za’k gezond blijve, proef ook eens!” Het Adam geproef, hebbe ze gezien datte ze geen kleere anhadde, datte ze heelemaal nakend binne, hebbe ze der eige geschaamd, binne der gaan verschuile achter een boom. Is God gekomme: „Adam, waar zijt gij?” Het Adam geen antwoord durreve geve. Het God nog is gekomme: „Adam, waar zijt gij?” Hettie nog geen antwoord durreve geve. Het Eva gezegd: „Adam, hoor je niet? der wordt an je geroepe!” Het Adam geroepe: „O God, ik kan ut niet hellepe. Eva het gezeg as dat ik er van ete mos. Het Eva gezeg, de slang het der verleidt. Is God woeiend geworre, en als maar staan te vloeke, en gezeg: „Heb ik je daarvoor in mijn tuin late spele! der-uit!” Hettie an de slang gezeg: „Jij zal altijd kruipe op je buik,” en an Eva: „jij zal altijd ziek zijn,” en teuge Adam: „Jij zal als maar zweete als je je boterham eet.”15. Sterrenbeeld Venus.15.Sterrenbeeld Venus.Florentijnsche sierkunst, 18e eeuw; origineel in het Britsch Museum, Londen.16. Ondeugende streek van de wind.16.Ondeugende streek van de wind.Fransche humoreske van Reverend.In zijn soort is deze poging om een gegeven humoristisch voor te stellen voorzeker beter geslaagd dan de meeste uitbarstingen van literairegeestdrift. Het is verder een typisch voorbeeld van de methode, door de humoristische opvatting van het sexueele leven in den regel toegepast: zij ontdoet de dingen van alle quasi-verheven onbegrijpelijkheid en laat het al of niet waarschijnlijke van het geval op het scherpst uitkomen, redeneert niet, maar laat zien. Zij werkt drastisch op de lachspieren, maar niet minder op het begrip. Want zij is waar, huldigt en vereert onbewust waarheid en werkelijkheid, en wanneer de dingen, zooals ze die ons zien laat, meestal in esthetischen zin niet mooi worden gevonden, dan ligt daarin geen verwijt aan haar opgesloten, maar een verwijt aan de waarheid en de werkelijkheid. Dat de werkelijkheid niet mooi is, is niet de schuld van wie dat constateert. Zij ontdoet de dingen van de heilig-sentimenteele sluiers, die men er omheen werpt, en die moeten doen gelooven aan eigenschappen en hoedanigheden, die wel schoon schijnen, doch het gebrek hebben van niet te bestaan.17. Het oordeel van Paris.Photo Brückmann,München.17.Het oordeel van Paris.Naar de schilderij van P. P. Rubens (1577–1640), Pradomuseum, Madrid.De esthetisch-verheven opvatting van het liefdeleven hult alles wat dat leven betreft in een waas van dwepende sentimentaliteit en wekt voorstellingen, die in het werkelijke leven niet worden teruggevonden. Zij flatteert de werkelijkheid naar de grillen harer phantasie, wat misschien haar recht is, doch eischt dan eerbied voor die misvormde werkelijkheid en brandmerkt gaarne de wezenlijke werkelijkheid met het teeken der minderwaardigheid, waartoe zij zekernietgerechtigd is. Werkelijkheid is natuur en de natuur weet beter wat noodzakelijk en goed is, dan de menschelijke phantasie datweet. Wat noodzakelijk is en goed, dat is juist datgene wat is—niet de droomwereld der dichters, maar de werkelijkheid.18. De mysterieuse machine ter vermaling van mannen.18.De mysterieuse machine ter vermaling van mannen.Symbolische satire op de „demonische macht” der vrouw.Naar de schilderij van Jean Veber.Men kan, meent de dichter, desnoods den lezer een bruidsvertrek, maar niet de slaapkamer eener maagd binnenleiden. De poëzie mag er zich nauwelijks wagen, het proza kan er slechts ontwijden. Wat nog maagdelijk is, moet verborgen blijven. Het is het inwendige eener nog gesloten bloem; het is iets teeders, omringd door schaduwen; het is het heilige der heiligen eener nog gesloten lelie, dat niet aanschouwd mag worden door het oog, zoolang het nog niet is aanschouwd door de zon. De vrouw in de knop is heilig en haar rustplaats is een heiligdom. Het onschuldige bed, dat zich ontbloot; die hemelsche halve naaktheid, die schuw is voor zichzelve; de blanke voet, die in een muiltje vlucht: die hals, die zich voor den spiegel bedekt, alsof die spiegel een oog ware; dat hemd, dat daarbij over den blooten schouder wordt getrokken om dien te verbergen voor een krakend meubelstuk, of voor een passeerend rijtuig; al die geknoopte banden, die geregen veters, al die huiveringen en rillingen van koude en van schaamte, heel die kuische schuwheid van alle bewegingen, die onrust waar niets is te vreezen, die allengs zich voltooiende kleeding, stuk voor stuk, als opvolgende wolkjes van den dageraad—het betaamt niet, dat alles te aanschouwen, noch het te schetsen. Het is reeds te veel het aan te duiden. Het oog van den man moet nog eerbiediger zijn voor het opstaan van een meisje, dan voor het opgaan eener ster. De zekerheid van te kwetsen moet hier den eerbied nogverhoogen. Het dons van de perzik, het waas van de druiven, het kristal van de sneeuw, de vleugels van den vlinder, dit alles is minder teer dan deze kuischheid, die zelfs niet weet dat zij kuisch is. De jonge maagd is nog slechts een lichtende droom, zij is nog geen beeld. Haar rustplaats is een der gewijde plaatsen in de verborgenheden van het ideaal. Een onbescheiden blik kwetst en ontwijdt. Aanschouwing is hier ontheiliging. Een Oostersch sprookje zegt, dat de roos wit is geschapen, maar dat zij van schaamte rood is geworden, toen Adam haar bij het ontluiken een oogenblik aanschouwde. Voor meisjes en bloemen betaamt het beschroomdheid te gevoelen, wijl ze eerbiedwaardig zijn.Van die heiligheid van het maagdelijk bed is den erotischen humorist niets bekend. Hij haast zich integendeel daar zijn opvatting tegenover te stellen. En hij kleedt die bijvoorbeeld in als volgt:19. Drie moderne Gratiën.19.Drie moderne Gratiën.Groen is het strand, wit is het zand, En dit zijn „die Dünnen von Helgoland”.Humoreske van Th. Grätz, in „Fliegende Blatter”.Den avond van den zesden dag, even na de schepping van de vrouw uit Adam’s ribstuk, had men in den hof Eden een oudachtig heer kunnen hooren mompelen in zijn baard: „De schilderij is wel aardig, maar er mankeert nog een passende lijst aan, en nu het werk is begonnen, dient het ook te worden voltooid.” En toen had men dien ouden heer haastig wat planken kunnen zien bijeenscharrelen, en daarvan iets knutselen, waarin men al heel gauw een soort ledikant zou hebben herkend. Dat ledikant had echter niets van den stijl Empire, evenmin iets van den stijl Hendrik II, maar was zuiver gehouden in een duizendmaal ouderen stijl—als het nog eens wordt teruggevonden, zal men het vermoedelijk in een museum te kijk zetten als een der oudste voortbrengselen van vóór-zondvloedsche of zesde-dag-Edensche kunst. En toen het zaakje klaar was, riep de oude heer: „Hier jij, kleine, dat is nu jouw troon! Evenals de hemel gemaakt is voor de wolken, de oceaan voor de koraalriffen, zoo is het bed geschapen voor de vrouw. Daar zal jeheerschen en triomfeeren en gebieden, meesteres zijn en koningin, daar zal de man je slaaf zijn, alle eeuwen door”. En Eva prevelde woorden van dank en nam de les ter harte. Het schijnt, dat zij ten volle tevreden was met deze schikking en zij, evenals alle dochteren Eva’s na haar, heeft naar die woorden gehandeld en van haar bed haar troon weten te maken, van waar zij heerschte als autocratisch gebiedster. Zoo werd en bleef dit de plaats waarheen welke Eva ter wereld ook zich nooit begaf zonder genoegen en die zij nooit verliet dan met tegenzin; de plaats waar zij het beste deel van haar leven sleet; de plaats, waar zij volkomen vrij was van haar wel onmisbare, maar toch ook zoo tirannieke bondgenoote, de mode; de plaats waar haar pudeur mocht insluimeren, terwijl haar coquetterie meer dan bleef waken.20. De liefde maakt de wereld dol.20.De liefde maakt de wereld dol.Duitsche spotprent uit de 16e eeuw.Prentenkabinet te Berlijn.Zoo herstelt de humoristische opvatting van het liefdeleven weer het evenwicht in de algemeene voorstelling der sexueele dingen. Waar de verheven-dichterlijke opvatting zich stelt op onbereikbare hoogten boven de werkelijkheid, daar daalt de erotische humorist dikwijls lager dan de werkelijkheid. Zijn voorstellingen zijn in den regel doortrokken van gloeiende zinnelijkheid, terwijl in de ontboezemingen der erotische lyriek veelal een element is van onzinnelijkheid en dwepende ascese. Intusschen is de erotische humorist in zijn gloeiende zinnelijkheid echt, eerlijk en waar, terwijl de erotische lyricus zwelgt in opgewonden, overspannen oogenbliksstemmingen, die hij in de praktijk van het leven wellicht het volgende moment al weer verloochent en te schande maakt.In de ondoordachte waardeering der groote massa wordt de sexueele lyriek hooger gesteld dan de erotische humor. Toch levert diezelfde grootemassa den erotischen humorist juist de stof voor zijn in- en uitvallen—zij is zijn altijddurend model, zij verkarikatuurt ieder oogenblik het sexueele leven in al zijn uitingen. Maar die massa is te kortzichtig en te onnadenkend, om in die photografiën haar eigen beeld te herkennen. Ieder ziet in die karikaturen wel den buurman, niet zichzelf. Men geeft gaarne toe, dat zoo en zoo door anderen wel wordt gehandeld, maar dat men zelf ook zoo doet, dezelfde dwaasheden begaat dat komt maar bij weinigen op. De instemming, die de erotische humor dan ook vindt bij de groote massa, en die in haar beste uitingen bestemd is, althans strekken kan, tot haar leering en haar sexueele opvoeding, berust gewoonlijk louter op leedvermaak. En den sexueelen humorist zelf, hoe gaarne men zich ook met zijn producten vermaakt, schat men toch niet bijzonder hoog.Een feit is het, dat de sexueele humor licht ontaardt in pornografie, gemakkelijk daartoe overhelt. Maar haar eigenlijk wezen is dit niet. Het gansche sexueele leven is van nature als overgoten met humor. Elk zijner uitingen heeft voor den kritischen waarnemer haar komische kanten. Die weer te geven zoo ze zich vertoonen, is natuurbeschrijving.Natuurbeschrijving voornamelijk van het niet-meer-natuurlijke, om niet te spreken van het onnatuurlijke. Want wel is er in het onvervalscht-natuurlijke liefdeleven veel zachte en liefelijke humor, maar stof voor spot, voor ironie en sarcasme biedt het nooit. Dat doet echter het liefdeleven dat beheerscht wordt door een of andere beschaving altijd. In dat liefdeleven, massaal overzien en de natuur trouw gebleven uitzonderingen buiten rekening gelaten, is alles valsch en onecht en onwaar, alles vorm en schijn, comediespel en berekening.Alles wat zich in het dusgenaamde liefdeleven der beschaafde menschen afspeelt, provoceert den spotlust, lokt als uit om er den draak mee te steken. Dit geldt van alle standen der samenleving, van de hoogste tot de laagste. Bij allen is het liefdeleven tot een dwaze karikatuur geworden. Gelijk vanzelf spreekt in verschillende richting en vooral ook hierbij blijkt weer, in welk een mate het liefdeleven wordt beheerscht door de stoffelijke omstandigheden, gelijk in dit werk aanhoudend is betoogd.De algemeene eigenaardigheid van het sexueele leven onder deze of gene beschaving is een voor ieder dichterlijk gemoed onuitstaanbare nuchterheid, een geestelooze practische zin. Wie zich in zijn geslachtsleven nauwgezet gedraagt naar de voorschriften der beschaving waaronder hij leeft, die vertegenwoordigt de kleurlooze nuchterheid in de elfde macht. Uit het beschaafde geslachtsleven is alle natuurlijke poëzie weggenomen. Het is het afwerken van de droge agenda der huishoudelijke vergadering eener vereeniging waarvan allen slechts fatsoenshalve lid zijn. Dit alles geeft hooger gestemde gemoederen ergernis en die ergernis uit zich in spot, en die spot is gewoonlijk waar, niet slechts voor het afzonderlijke geval, dat voor het oogenblik naar voren wordt gebracht, maar voor het karakter van het geheel.21. Pygmalion.21.Pygmalion.Karikatuur van Honoré Daumier.In het algemeene geslachtsleven van het beschaafde deel der menschheid is nagenoeg niets wat eerbied kan inboezemen, niets wat teedere gevoelens wakker roept, niets wat de heilige geestdrift aannemelijk maakt, die de dichterlijke waarnemer daaruit zegt te putten. De verheven-dichterlijke bezinger van het onbezingbare liefdeleven der beschaving leeft in een zelfgeschapen droomwereld van onwezenlijkheid, of hij is eenvoudig een simulant. Want in werkelijkheid isbedoeldliefdeleven grof en plat, kleurloos triestig, en wegens zijn onwaarheid, zijn maskers en zijn schijn alleen nog maarwaard er op te schimpen en het te verguizen en te hoonen door het prijs te geven aan den lachlust.Venus’ triumftocht.Venus’ triumftocht.Ital. gravure van Baccio Baldini (1452–1505), uit de „Suites des Planètes”, Britsch Museum, Londen.Dit is een der zijden van wat wij gemakshalve samenvatten onder de algemeene benaming: erotische humor. Hij heeft er tallooze. In den vorm, waarin wij dezen humor zooeven schetsten, is hij een uiting van ergernis over het ontbreken van natuurlijken humor en hij bedient zich diensvolgens bij voorkeur van bijtend sarcasme—elk zijner uitingen is een schrijnende zweepslag, een tergende schimpscheut, een handvol hoon naar de geslachtelijke zeden. Van dien aard zijn tal van humoresken in beeld, welke in dit deel zijn opgenomen.22. Amor wacht al met den sleutel.22.Amor wacht al met den sleutel.Vous qui, dans vos humeurs jalouses,Gênez sans cesse vos épouses:Malgré tous vos verroux et tous vos cadenatsl’Amour, en prenant ses mesures,Aura la clef de vos serrures,—Cet oracle est plus sûr que celui de Calchas!Spotprent op de nutteloosheid der kuischheidgordels, 18e eeuw.23. Het chemise van Genesis—de oudste uitvinding der mode.23.Het chemise van Genesis—de oudste uitvinding der mode.Naar L. Le Reverend.In onze taal is wel Multatuli de literaire vertegenwoordiger bij uitnemendheid van dit genre. Waar hij van de sexueele zeden en de geslachtelijke opvattingen van zijn tijd komt te spreken, heeft hij daarvoor niet anders dan spot en schimpend sarcasme. „In den beginne was deugd … niemendal. Men was deugdzaam, zoolang er niemand sprak over deugd. Want de natuur van den mensch was goed. De moeder had haar kindje lief.Menzei: hoort moeders, ge moet uw kinderen beminnen. Als van toen af ’n moeder heel lief was voor haar kindje, dacht dit al heel gauw: „je moet wel,menheeft het je gelast”. ’t Lag in de natuur, dat er hartelijkheidgeboren werd uit den omgang tusschen de geslachten. Dit was ook ’t geval bij de ganzen die samen hun jongen bewaken. Maar bij de ganzen is ’t zoo gebleven omdat er niemand was die ’t hun voorschreef. Kortom …. de deugd verdween na ’t spreken over de deugd, zooals de stilte verdwijnt door geschreeuw over de stilte.Menmaaktedeugden, die in de plaats kwamen vandeugd. En die gemaakte deugden veranderden met de seizoenen, ja bij de week. Wat heden deugd was, werd morgen ondeugd en omgekeerd. Wie vandaag de deugd omhing van verleden jaar zou uit de mode wezen, en worden aangezien voor verkeerd geboren. Wie zich kleedt in de deugd van de toekomst wordt uitgefloten als Wagner’s muziek te Parijs. De hoofdzaak is, dat men zich omhangt met dedeugdenvan den dag. Wie dit goed in acht neemt is modern, deugend, deugdzaam”.—„De kuisheid bestaat niet. ’t Is de toepassing van een der vele manieren waarop men zuinigheid verheft tot ’n principe, en deugd maakte uit de duurte der levensmiddelen. In den beginne …. waren alle kinderen onecht en ’t kwam niemand in den zin, een meisje te verachten omdat ze moeder was. ’t Zou geweest zijn alsof men boos werd op een bloem, wijl ze zich verstout had over te gaan van knop in bloem. Dit bleef zoo tot er schraalte kwam aan voeding. Men beduidde de jonge meisjes, dat ze te zorgen hadden voor ’t onderhoud vanharekinderen. Zij namen daaruit aanleiding vooraf te informeeren, of de kandidaat-vader ’n beklanten winkel had. Velen zeiden ja, en soms was ’t ook zoo. Maar er waren er, die in weerwil hiervan toch geen zorg droegen voor hun kinderen. Zij hielden zich als wisten zij van niets, wanneer deze of gene jonge moeder hen uitnoodigde om de zorgen voor ’t gezin met haar te deelen. Om deze ontkenning voor te komen, stelde men vast, dat er huwelijken zouden gesloten worden, en dat ieder die vader worden wou, dit eerst moest verklaren. Hierin … ligtwel iets goeds. Maar niet goed is het dat men ’t deed voorkomen alsof ’n meisje, dat iemand geloofde op z’n woord, zonder die openlijke verklaring, minder braaf was dan ’n ander”.—Onder zijn tallooze sarcasmen en schimpscheuten op sexueele opvattingen citeeren wij hier nog de ontboezeming, die hij het „deugdzame” meisje in den mond legt (bij wijze van navraag naar haar Japanschen minnaar), om te laten uitkomen welke begrippen er al zoo bestaan omtrent deugd: „M’nheer, wil u aan die gele heeren vragen, of ’t waar is, dat hun knecht in zijn land ’n beklante winkel heeft? En of ik er op rekenen kan dat-i behoorlijk voor me zal zorgen? Want ik ben niet zoo mal als Grietje, die loopt te bedelen met ’r kind zonder vader … want ziet u op me fatsoen ben ik gesteld. En om nou ’n goeien dienst te verliezen, voor ik zeker ben da ’k niet zal rondloopen als Grietje, die nergens terecht kan omdat ze geen eerlijk meissie is …”Ridderleven.Ridderleven.Duitsche prent van een onbekende meester der 15e eeuw.24. Droogstoppel in het museum.24.Droogstoppel in het museum.Zaalwachter: Wat is u daar aan het morrelen aan dat beeld?Droogstoppel: Ik …. ik wou eens zien of dat vijgenblad wel goed vast zit.Uit „Jugend”, 1906.25. Belgische karikatuur.25.Belgische karikatuur.Felicien Rops.In deze soort humor der groote denkers is altijd bitterheid, minachting en verontwaardiging. Het beleedigd esthetisch gevoel grijpt naar het middel der satirieke polemiek, naar dat van den verguizenden spot, naar elk middel dat den vijand—den sexueelen misstand—maar kan prijsgeven aan verachting. Het werpt zich met hartstocht, met woede op de grauwe kleurloosheid, op de onteerende berekeningen en de ontwijdende overleggingen, op al de karikaturen, schijnheiligheden en misvormingen van het geslachtsleven, zooals dat onder den invloed der dusgenaamde beschaving de regel is. En de typen, die vooral dezen humor zonder vroolijkheid, deze sarcastische bitterheden uitlokken, dat zijn de Droogstoppels van beiderlei sexe, waarvan het in debeschaafde wereld wemelt. In dezen sexueelen humor ligt veelal dramatiek.Zooveel als de tegenovergestelde richting in den erotischen humor is die, welke met een beminnelijk glimlachje de aandacht vestigt op de kleine onoprechtheden, onhandigheden, teleurstellingen en komische verdrietelijkheden in het verkeer der sexen. Aan dezen vorm vansexueelen humoris de neiging om te moraliseeren, met een lach om de lippen te onderrichten, niet vreemd, ofschoon moeilijk valt te zeggen,26. De rijke oude weduwvrouw.26.De rijke oude weduwvrouw.Duitsche karikatuur, omstreeks 1580.of deze neiging hem van nature eigen is. Nooit slaat deze vorm den toon aan van den fellen spot, er klinkt geen hevige verontwaardiging uit op, hij stelt niet onbarmhartig aan de kaak, is zelden recht op den man af persoonlijk, maar geeft bij voorkeur met eenige rake lijnen een min of meer scherpe aanduiding van het komisch geval, dat hem voor het oogenblik frappeert en tot spreken dringt. Zoo als bijvoorbeeld in den volgenden uitval:Aan een beroemde vrouw werd eens gevraagd, waarom zij niet getrouwd was, en of zij aan het huwelijksleven niet de voorkeur gaf. Het antwoord luidde: Ik heb drie wezens om mij heen, die zoo ten volle een man vervangen, dat ik niet in het minst naar een echtgenoot verlang. Naar eenige opheldering gevraagd, zeide de dame: Ik heb een hond, die den heelen morgen bromt en gromt, eenpapegaai, die den heelen middag vloekt en tiert, en een poes, die alle avonden tot diep in den nacht uit is. Alles bij elkaar heb ik dus zoo goed als een man.In dier voege karakteriseert deze soort van erotische humor gewone toestanden, zooveel als de kleine gebreken en de dagelijksche zonden in het samenleven der sexen. Het eigenlijk terrein van deze soort van erotische humor zijn de alledaagsche onhebbelijkheden, tekortkomingen en dwaasheden, die zoo algemeen zijn, dat ze nauwelijks meer als zoodanig worden opgemerkt. Zij wijst die dwaasheden enz. aan en zij mag daarvan het resultaat verwachten, dat hier en daar een nog niet geheel verharde een oogenblik tot nadenken wordt gebracht. Nooit grijpt zij daarbij naar het middel van den bijtenden spot, nog minder naar dat van het vlijmend sarcasme. Maar des te meer bedient zij zich van geestige gevatheid, die niet zelden tegelijkertijd verre perspectieven in het gebied van het zieleleven ontsluit. Zooals in het volgende staaltje van Turksche erotische humor:27. De IJdelheid.27.De IJdelheid.Allegorie van Hans Burgkmair, 16e eeuw.Een vrouw liep te wandelen en bemerkte dat zij gevolgd werd door een man, die nu eens dicht naast haar kwam en bewonderend tot haar opkeek en dan weer achter haar aanliep. Toen de vrouw meende zekerheid te hebben dat de belangstelling van dien man inderdaad haar gold, bleef zij staan en wendde zich tot hem met de vraag: Waarom loopt u zoo om mij heen?—Ik vind u zoo mooi, dat ik het oog niet van u kan afwenden, was het antwoord.—Zoo mooi ben ik toch niet; mijn zuster, die daar aankomt is veelmooier.—De man keek om en zag een oudje aan komen strompelen. Glimlachend zeide hij toen:—Waarom houdt u me voor den gek?—Omdat u mij ook voor den gek houdt. U kon uw oog niet van mij afhouden, zoo mooi was ik. Maar toch keek u onmiddellijk naar die andere.28. Karikatuur op der vrouwen lichtgeloovigheid.28.Karikatuur op der vrouwen lichtgeloovigheid.„Deutsche Reichsbremse” (1850).De modellen, die deze soort humor vooral de stof moeten leveren voor haar grappen en aardigheden, zijn de altijd-blauwtjes-loopende ongeluksvogels in de liefde, de onhandige minnaars, de bijdehandjes, de minzieke oude snoepers, de oude vrijsters, de onder-de-plak-zitters of pantoffelhelden, de betrapteechtbrekers, de sexueel-brave Hendrikken enz., enz., behalve dan nog de schoonmoeders en de mode.29. Wapenrusting der coquetterie.29.Wapenrusting der coquetterie.Teekening van L. Le Reverend.Over het geheel zoekt deze soort sexueele humor alleen te vermaken. Zij gaat niet diep, laat zich niet in met de groote problemen van het leven der sexen, stelt de dingen tegelijkertijd komisch en onschuldig voor, maakt belachelijk en vergoelijkt tevens, en is door dit gemis aan diepte en aan grooten hartstocht de erotische humor bij uitnemendheid voor de groote meerderheid, die het immers evenzeer ontbreekt aan diepe gevoelens en groote hartstochten. Zij is uiterlijk veelkleurig en innerlijk ideaalloos-grauw. Zij glimt en glinstert als fosforglans zonder vuur of gloed. Deze sexueele humor valt dan ook algemeen in den smaak. Zij doet even lachen en daarmee uit. Zij gaat in de eene noch in de andere richting wat men noemt te ver. Zij blijft binnen de grenzen der geijkte betamelijkheid en zij doet de oogen geen pijn door te fel licht. Zij doet gelooven dat eigen zwakheden aller zwakheden zijn en schenkt zoodoende het verkwikkend bewustzijn dat men in elk geval niet minder is dan de rest.De repetitie in de kermistent.De repetitie in de kermistent.Gravure van G. Presburg, naar William Hogarth (1697—1764).Van dit soort erotische humor is dan ook ten alle tijde alle literatuur, die op niet meer dan een eendags-bestaan mag hopen, doortrokken, evenals de dagelijksche conversatie van de praatgrage menigte, die meer lust dan stof heeft tot praten. Het gebied bij uitnemendheid van deze geslachtshumor zijn de dusgenaamde Zondagsbladen, stuiversbladen, geïllustreerde bladen en al dergelijke periodieke eendagsvliegen.30. Het eeuwige raadsel.30.Het eeuwige raadsel.Sfinxbeeld in het park van het paleis te Schönbrunn; gravure van Glaszbach.Een verdere hoofdvorm van den erotischen humor is de ontledende, de analyseerende, die door de maskers en door den schijn heendringt, het ware wezen van al dat schijnschoon blootlegt en er het belachelijke van in het licht stelt. Deze vorm bedient zich beurtelings van alle ten dienste staande middelen. Elke vondst, die hij, gewapend met loup en lancet, in het gebied van het sexueele leven doet, prepareert hij op de manier, die er hem het geschiktst voor dunkt. En altijd is het eindresultaat van zijn ontleden en indringen in het wezen der verhoudingen tusschen de sexen, dat er als regel in het liefdesgedoe niets verhevens is, hoe romantisch het zich ook voordoet, en hoe dichterlijk en verheven het zich ook aanstelt. Deze soort van erotische humor ziet in elke uiting van het geslachtsleven sexueel egoïsme, of zucht om voordeel te trekken uit een sexueele machtspositie. Zij ziet in het geslachtslevenhet kleine, het komediespel, het bedriegelijke, al die tallooze zwakheden, die men onder allerlei maskers angstvallig zoekt te verbergen. Voor haar is de liefde bijvoorbeeld allerminst blind, maar integendeel een scherpziende woekeraarster, die op elke mogelijke wijze haar voordeel zoekt te doen en sluw en geslepen elke geslachtelijke machtspositie weet te benutten,—als een voorzichtige rekenaarster, die altijd op den beganen grond blijft en geen oogenblik vergeet naar zich toe te rekenen.31. Waarom kloppen als de deur openstaat?31.Waarom kloppen als de deur openstaat?Hollandsche spotprent, 17e eeuw.Een eigenaardig kenmerk van deze soort van geslachtshumor is, dat zij zoo gaarne een wijsgeerigen toon aanslaat, zich met voorliefde uitdrukt in niet al te dagelijksche termen, er van houdt het air aan te nemen van den boven de massa ver verheven diep-vorschenden denker, die de dingen van alle kanten pleegt te bezien en vooral tedoorzien. In de bevindingen van zulke erotische onderzoekers vlamt niet de diepe ergernis of de felle verontwaardiging van den hoogvoelenden gevoelsmensch, die zich door de grauwe werkelijkheid op het pijnlijkst voelt beleedigd, wiens gewonde ziel tegen al dat minderwaardige en inferieure in het sexueel verkeer in titanisch verzet komten die voor den smaad, zijn esthetisch ideaal aangedaan, wraak neemt door gal-bitter sarcasme en venijnige ironie te spuwen. Maar nog minder verwaardigt zij zich tot de onschuldig-oppervlakkige grappen van den erotischen humor der groote menigte. Zij vindt de eene soort te eenzijdig en de andere te onbeduidend. Zij zoekt—de waarheid. Men zou haar kunnen noemen wetenschappelijke humor, en in elk geval beschouwt zij zichzelf als zoodanig.32. De vorst der zotten.32.De vorst der zotten.Galante karikatuur op den Hertog van Alva.Hollandsche gravure van D. de Brij (1528–1596).Het geliefkoosde middel waarvan zij zich bedient om hare vondsten en resultaten tot gemeen-goed te maken, is de geen tegenspraak duldende orakelspreuk. Zij formuleert gaarne zeer afdoend uitziende aforismen. Zij ontleedt, gaat tot de kern, dringt door tot het wezen der dingen—beweert dat tenminste. Zij blijft daarbij, zooals aan haar karakter van wetenschappelijkheid betaamt, onbewogen, hartstochtloos. Zij constateert alleen, zij is denijvere bij, die sexueele wijsheid opspoort en die aan de domme wereld aanbiedt als een kostbaar geschenk. Zij stelt er blijkbaar minder prijs op, dat men haar uitspraken houdt voor diep-doorvoeld, dan wel voor diep-doordacht.En inderdaad moet worden toegegeven, dat in deze soort sexueele humor zeer veel bruikbaars is te vinden, dat strekken kan om het inzicht in het wezen van het geslachtsleven te verhelderen. Eigenlijk schijnt zij zelden te bedoelen, als humorist op te treden. Uiterlijk ziet zij er veelal zeer deftig, degelijk en gedegen uit. Dat zij niettemin als humor werkt, is vermoedelijk hieraan toe te schrijven, dat het geslachtsleven, als het niet opzettelijk in verheven of tragische verpakking wordt gestoken, eigenlijk altijd min of meer humoristisch werkt. Zoo komisch en humoristisch is het geslachtsleven, dat, hoe men het wendt of keert, nagenoeg altijd een komische of humoristische zijde boven komt. Zelfs de verheven en de tragische voorstelling van het sexeleven doen dikwijls komisch aan. En menige bladzijde erotische humor is dan ook vermoedelijk niet geschreven om humoristisch effect te krijgen, en menige zeer komisch aandoende sexueel-wijze spreuk is ongetwijfeld oorspronkelijk bedoeld als hoog-ernstige geslachtskritiek.Zoo bijvoorbeeld Mantegazza in zijn boutades op de platonische liefde. Wat is platonische liefde? zoo vraagt hij en hij geeft haar prijs aan den spot met den volgenden stortvloed van hekelende formules waarvan elke volgende weer een nieuwe dwaze zijde van dit troeteldroombeeld der erotische lyriek blootlegt:De platonische liefde is een onding, een hersenschim; zij heeft nooit bestaan en zal ook nooit bestaan.33. Welbehagen.33.Welbehagen.Belgische teekening van Félicien Rops.De platonische liefde is een valsche vlag, die een verdachte lading dekt.De platonische liefde is een vervalscht document, bestemd om contrabande weg te smokkelen.De platonische liefde is een valsche sleutel om te komen waar men niet wezen mag.De platonische liefde is een masker voor geslachtelijke onmacht.De platonische liefde is eencontradictio in terminis; zij is de kwadratuur van den cirkel.De platonische liefde is de honderdste variant op de fabel van den vos, die de druiven waar hij niet bij kon, te zuur vond.Troonsbestijging.Troonsbestijging.Jacques van Loo (1614–1670).34. Toilet van Venus.Photo Brückmann, München.34.Toilet van Venus.Naar de schilderij van Velasquez (1599–1660),National Gallery, Londen.De platonische liefde is de onoprechtste manier om te zeggen: ik wil wel maar ik kan niet.De platonische liefde is een dubbele leugen, waaraan geen der beide leugenaars geloof slaat.De platonische liefde is het eerste stadium eener groote liefde of het laatste eener kleine liefde, maar nooit de liefde zelf.De platonische liefde is een bezworen overeenkomst tusschen partijen, met het verzwegen voorbehoud zoo gauw mogelijk meineedig te worden.De platonische liefde is de gelofte van den zeeman tijdens het noodweer, die hij geen oogenblik denkt na te komen.De platonische liefde is de vinger, die de gelegenheid biedt de heele hand te nemen.De platonische liefde is een schijngevecht tusschen twee die niet vechten kunnen en bang zijn bloed te zien.De platonische liefde is een bisdom inpartibus infidelium, als men geen parochie te vergeven heeft.De platonische liefde is de metaphysica van de liefde.De platonische liefde is de lompste parodie op den mooisten, grootsten engloeiendsten menschelijken hartstocht.De platonische liefde is een leeuwtje van gips, een bordpapieren tijger, een boeman of een trekpop voor kinderen.35. Amor’s slachtoffers koelen hun wraakzucht.35.Amor’s slachtoffers koelen hun wraakzucht.Florentijnsche sierkunst, 15e eeuw; origineel in het Britsch Museum, Londen.Voor zoodanige conclusies—n.l. dat het allemaal larie is—schijnt de wijsgeerige ontleder van het sexeleven een sterke voorliefde te hebben. In elk geval vindt ook hij, evenals de sarcastische pessimist en de luchtig-oppervlakkige pessimist in het leven der liefde wel veel zots, dwaas en belachelijks, maar weinig schoons. En dat weinige schoone is dan volgens zijn oordeel meestal nog slechts schijn en komedie. Hij wordt daarover echter niet boosaardig, kwaadaardig of giftig zooals de pessimist, noch minder maakt hij er zich vroolijk over zooals de optimist, maar hij blijft deftig en gewichtig in zijn rol van wijsgeerig waarnemer, en draagt vooral zorg, zich niet al te eenvoudig uit te drukken. Het valt niet te ontkennen, dat de pessimist, met zijn door wraakzucht gescherpten blik, duidelijker de dagelijksche werkelijkheid ziet; zelf diep geërgerd schept hij er vermaak in te ergeren, en dit doet hem de taal vinden die hem succes waarborgt. Niemand verstaat dan ook in die mate als de pessimist, ook op dit gebied, de kunst dat wat hem ergert, te overstelpen met smaad en het prijs te geven aan bespotting en aan hoongelach. De wijsgeerige humor daarentegen is zelden concreet, maar blijft bij voorkeur in de wolken van het abstracte. Hij verschaft algemeene formules, die men naar willekeur kan toepassen … op den buurman. Hij houdt u niet den spiegel voor, maar wapent u met machtspreuken en dogma’s die er veelal uitzien als treffende waarheden.Was ist der Kern der Mannesliebe?Die Sinnlichkeit.Und letzter Grund der Weibertriebe?Die Eitelkeit.Aldus orakelt Lessing.Paul Bourget hoont: Maagdelijns zonder onschuld, ziedaar het schitterendst product onzer beschaving. De vroegere barbaren, die in veroverde streken geweld pleegden, lieten daar onschuldige meisjes zonder maagdelijkheid achter. Men moet toegeven dat wij de methode verfijnd hebben.Onuitputtelijk is vooral de wijsgeerig-erotische geestigheid der mannen bij het beoordeelen van de vrouwen. In het geestig en frappant formuleeren van de zwakheden der vrouw, in het literair-smakelijk toebereiden van diagnosen van moreele vrouwenkwalen viert het mannelijk vernuft zijn grootste triumfen. De gewoonte, zijn beoordeelingen van de vrouw te kruiden met geestigheden en humor schijnt den man zoo eigen, dat hij het zelfs niet nalaten kan als hij van haar spreekt op een manier, die blijkbaar voor ernstig wil doorgaan. Zelden komt de vrouw anders uit zijn handen te voorschijn dan als een met komische zonden potsierlijk uitgedoscht beminnelijk wanschepsel. (Fig. 39).36. Offer aan Priapus.36.Offer aan Priapus.Fransche gravure op een antieke gesneden steen.De vrouwen, oordeelt Honoré de Balzac (inPetites misères de la vie conjugale) zijn erger dan de jezuïeten. De meest jezuïetischejezuïetonder de jezuïeten is duizendmaal minder jezuïet dan de minst jezuïetische vrouw, daaruit kan men opmaken hoe jezuïetisch de vrouwen zijn. Zij zijn zoo jezuïetisch, dat de ergste jezuïet er geen denkbeeld van heeft, hoever hij in jezuïetisme beneden een vrouw staat. Er zijn duizend manieren om jezuïetisch te zijn, en de vrouw is zulk een handige jezuïet, dat zij jezuïetisch kan zijn zonder dat men het merkt. Zelden, maar in elk geval toch wel eens een enkele maal, kan men een jezuïet bewijzen, dat hij een jezuïet is; maar probeer maar eens een vrouw te bewijzen, dat zij jezuïet is. Als ge het probeert, dan bewijst ze u in een ommezien, dat niet zij een jezuïet is, maar dat gij zelf een jezuïet zijt.„De vrouwen, zegt Dohm,bedienen zich van leugens zooals de stier zich bedient van zijn horens”.37. De straf na de zonde.37.De straf na de zonde.Illustratie van Holbein (1731) voor Erasmus’ „Lof der Zotheid”.„Men leert de vrouwen het liegen, schrijft Flaubert, niemand zegt ze ooit de waarheid, en krijgen ze de waarheid eens toevallig tegenover zich, dan schrikken ze als van iets ongehoords”.Schopenhauer oordeelt: „De natuur heeft de vrouw maar één middel gegeven om zich te verdedigen en te beschermen: onoprechtheid. De onoprechtheid is haar allen aangeboren, de domsten zoowel als de verstandigsten, en het is voor een vrouw even natuurlijk leugens te vertellen, als het voor een dier is zich van zijn natuurlijke wapens te bedienen; en zij gevoelt zich daarbij eigenlijk geheel in haar recht; vandaar is het zoo goed als onmogelijk een door en door oprechte, waarheidlievende vrouw te vinden”.38. De Phallusduivel.38.De Phallusduivel.Illustratie eener oud-Engelsche ballade.„De vrouwen, zegt Zola, zijn niet in staat de waarheid te spreken; zij beliegen iedereen, rechters, geliefden, haar omgeving en zelfs zichzelf”.De verjongingskuur.De verjongingskuur.Duitsche karikatuur van Hans Sebald Beham, 16e eeuw.Prentenkabinet, München.„Er zijn vrouwen”, zegt Seneca, „die altijd iets kwaadaardigs op de tong hebben, dat ze handig onder haar lieftalligheden weten te mengen; die vriendschap huichelen, waar ze tegenovergestelde gevoelens koesteren, en die haar haat weten te verbergen onder den sluier der vleierij; waar zij het minst trouw zijn, daar is haar vertoon van trouw gewoonlijk het grootst en zijplegen juist den man of geliefde dien zij bedriegen, de minste wenschen in de oogen te lezen.”Men herinnere zich de scène bij Molière tusschen Célemène en Arsinoë. Célemène zegt van Arsinoë:„In één woord, ik kan haar niet uitstaan en … (juist komt Arsinoë binnen). O, welke goede engel voert je hierheen? Eerlijk gezegd, verlangde ik juist met ongeduld naar je.”Tot dit type van erotische humor behooren ook de tallooze het geslachtsleven rakende bon-mots, kwinkslagen, komische uitvallen enz. van groote figuren op literair of ander gebied.Toen Diogenes eens een paar vrouwen zag die zich hadden opgehangen aan een olijfboom, zeide hij: Ach, dat alle boomen zulke vruchten droegen!39. DE ROBE-PARAPLUIE.39.DE ROBE-PARAPLUIE.—Zoo bederft tenminste mijn nieuwe hoed niet.Humoreske van Henry Gerbault.Hoe slecht ook een man van de vrouwen denken moge, zoo is er toch geen vrouw, die niet nog slechter van ze denkt, meent Chamfort, van wien ook deze beminnelijke uitval is: De liefde is als een epidemische ziekte—hoe banger men er voor is, des te meer gevaar loopt men aangestoken te worden.Een god, die mint, acht ik niet wijs, getuigt Publius Syrus.De mannen ondervinden dagelijks, dat het makkelijker is van de vrouwen kwaad te spreken, dan zich niet met haar in te laten (Debay).De vrouwen koesteren veel minder liefde jegens de mannen dan haat jegens de andere vrouwen. Hoe vaak nemen ze niet een minnaar alleen om te beletten dat een vriendin hem krijgt! (Alphonse Karr).40. Drastische ballet-manoeuvres: La Valse des Pantalons.40.Drastische ballet-manoeuvres: La Valse des Pantalons.A. Willette in „Le Courrier Français”.Een vrouw te nemen om gezondheidsredenen is eigenlijk hetzelfde als zich verdrinken om zijn dorst te lessen. (Mantegazza).41. Des Weibes Leib ist ein Gedicht.41.Des Weibes Leib ist ein Gedicht.Verheffend werkt het op de ziel zeer zeker niet, Als men bij regenweer zoo iets voor oogen ziet!Teekening van Wilhelm Busch.Op de vraag, of men trouwen moest of niet, gaf Socrates ten antwoord: Wat ge ook doet, het zal u rouwen. En Diogenes antwoordde op de vraag, wanneer men een vrouw moet nemen: Zoo lang men jong is, nog niet, en als men oud is, niet meer. Zoo dacht ook Thales erover. Toen men deze in zijn jeugd aanspoorde te trouwen, zeide hij: Daarvoor is het nog tijd genoeg! en later, toen hij oud was geworden: Nu is het te laat. Niet minder besluiteloos was Antisthenes. Deze zeide: Neemt men een mooie vrouw, dan heeft men haar met iedereen gemeen; neemt men een leelijke, dan is ze je maar tot ergernis. En dat ook in latere tijden vele mannen er nog ongeveerzoo over denken, dat althans voorgeven, blijkt uit dit gezegde van La Bruyère: Er zijn maar weinig zoo volmaakte vrouwen, die haar man niet minstens eenmaal per dag reden geven zich te beklagen dat hij getrouwd is, en anderen te benijden, die ongetrouwd zijn. En uit dit stukje ulevel-poëzie van Weber: Vader Adam legde zich in ’t Paradijs te slapen. Toen werd uit zijn rib vrouw Eva geschapen—Och Adam, je hebt er van gelust: je eerste slaap was je laatste rust. Dezelfde betuigt: Wie niet onder het echtelijk juk is doorgegaan, kent de deugd van het geduld maar half, een deugd die de vrouwen beter anderen weten te leeren dan ze zich zelf eigen te maken.42. Altijd welkome hulde.42.Altijd welkome hulde.Teekening van Adolphe Willette.Een zeer aparte en eigenaardige vorm van sexueele humor zijn de erotisch-humoristische sprookjes. Ook daaraan is de literatuur aller volken zeer rijk. Veelal wordt er een of ander moreel defect komisch in aan de kaak gesteld. Zooals bijvoorbeeld in het volgende van K. Simrock, dat tot titel draagt: Sluwer dan de Duivel, waaruit al bij voorbaat valt op te maken dat het gaat om een moreel defect der vrouw.Er was eens een brave boer, die met zijn vrouw zoo eenvoudig en Gode welgevallig leefde, dat hij een voorbeeld en de trots was van den heelen omtrek. Alleen de Duivel was er verdrietig om; die had vruchteloos al zijn listen en kunsten te baat genomen om de liefde en de trouw der beide gelukkige echtelieden ten val te brengen. Toen hij eens mistroostig om zijn vergeefsche pogingen aan den weg zat, vroeg een oud wijf, dat juist voorbij kwam, waarom hij daar zoo ontevreden zat te druilen.—Och, wat geeft hetof ik dat al vertel! antwoordde de Duivel.—Wie weet? zeide het oude wijf, bij mij is goede raad nog nooit duur geweest.—Toen klaagde hij haar zijn nood, hoe hij dat echtpaar maar niet van elkaar kon krijgen. Toen zij dat hoorde, kon zij niet nalaten hem een onnoozelen, onbeholpen ezel van een Duivel te vinden, wat zij hem dan ook zeide. Maar voor een behoorlijke belooning, voegde zij er aan toe, zal ik je wel helpen dat zaakje in orde te brengen. De Duivel beloofde haar een paar piksplinternieuwe schoenen. Toen zij het eens waren geworden, ging het booze wijf dadelijk naar de goede vrouw en vertelde haar met een meewarig gezicht en als een liefderijke vriendin, die het wel leed deed, maar die voelde niet langer te mogen zwijgen, dat haar man haar ontrouw was en zich in het geheim met andere vrouwen inliet. De goede vrouw wilde het echter niet gelooven, hoe de oude haar ook bezwoer, dat het de volle waarheid was.Eindelijk zeide het booze wijf: Als u het niet wil gelooven, volg dan tenminste mijn raad, baat het niet, schaden zal het ook niet. Vannacht, als uw man ligt te slapen, snijdt ge hem met een scheermes een lok uit zijn baard; dan kan u er vast van op aan, dat hij geen andere vrouw meer zal aanzien en u trouw zal blijven. Het is een ouderwetsch middeltje, dat altijd helpt.De goede vrouw beloofde dat zij het zou doen, hoewel ze niets geloofde van wat de oude haar had gezegd. En zij bedankte het oude wijf voor haar goeden raad.43. Wie het uiterste der wellusten zoekt, kroont een varken op den mesthoop.43.Wie het uiterste der wellusten zoekt, kroont een varken op den mesthoop.Zedeprent van Hans Burgkmair, omstreeks 1520.De vredige ingetogenheid van het buitenleven.De vredige ingetogenheid van het buitenleven.(Photo Hanfstaengl, München).Naar de Hollandsche schilderij van Lukas van Valckenborch, 1530–1580.De kwaadaardige heks ging toen naar den man, die bezig was het land te ploegen.—U zal wel denken, wat moet dat oudje hier, zoo begon ze, maar ik kan het niet langer verzwijgen, ik moet het u zeggen: uw vrouw handelt niet eerlijk met u, ze houdt er andere mannen op na, maar u bent een veel te braaf mensch, daarom wou ik u waarschuwen.De goede man wilde de oude van het land af ranselen, omdat ze zijn brave vrouw zoo belasterde. Maar het wijf ging door: Ik hoorde haar strak haar anderen man beloven, dat ze u vannacht, als u ligt te slapen, den hals zou afsnijden. Blijf daarom wakker, maar doe net of u slaapt, dan zal u wel zien of ik de waarheid spreek of niet.44. Dubbelzinnig ambt.44.Dubbelzinnig ambt.—Ach, mijnheer, is het als ambtenaar of als vrijer, dat u zoo doet?Humoreske van Abel Faivre.De bedrogen man, ofschoon hij niets geloofde van al wat de oude zeide, nam zich toch voor te doen zooals zij hem aangeraden had. En toen de goede vrouw meende, dat hij sliep, nam ze een scherp scheermes en probeerde een lok van zijn baard af te snijden. Toen sprong de man woedend overeind, en sloeg zijn vrouw zoolang tot ze voor dood op den grond liggen bleef.Op datzelfde oogenblik kwam de Duivel tot het booze wijf en reikte haar over de beek met een langen stok de beloofde schoenen toe, en zei:„Hieroudje, pak aan, hier is je loon. Ik geef het je zoo maar, want vlak bij je komen zal ik maar niet—je zou den Duivel zelf nog misschien een streek spelen. Ik moet bekennen, dat ik het tegen je moet afleggen.”Hierbij sluiten zich aan de humoristisch-erotische vertellingen en meer breed-opgezette komisch-sexueele anecdotes, zooals wij er in de volgende hoofdstukken eenigen zullen citeeren.Verder valt er nog te onderscheiden de gemoedelijke sexueele humor in woord en beeld. Deze bedient zich bij voorkeur van den vorm der poëzie en als zoodanig zijn hare hoofdvormen het bruiloftsvers en het sexueele leerdicht. De klassieke grootmeester in laatstgenoemden vorm, de didactisch-erotische poëzie, is in onze taal vader Cats. Als typeerend voorbeeld halen wij hier aan den komischen strijd tusschen het draagvermogen-bezittend Paradijs-gedierte, het paard, de ezel, de kameel enz., wie hunner de eer toekomt Eva op zijn rug te mogen torschen (in:Bruiloft van Adam en Eva):45. Grotesk-erotische voorstelling der eeuwige voortplanting.45.Grotesk-erotische voorstelling der eeuwige voortplanting.Beeldwerk in een gewijde grot op het eiland Elephanta bij Bombay.Maer dit geweldig rot begon terstond te strijden,Op wiens verheven rug Mevrouw behoort te rijden,Een yder van de drie vermeynt te zijn gegront,Dat hem na vollen eysch het voorregt open stont.En t’wijl men besig is op haar verschil te letten,Soo koomt de Crocodil sich voor de rechters setten,Die seyd, in grooten ernst, en met een vollen mont,Dat hem de schoone kans behoort te zijn gegont.Hij seyde, dat het paert, enbeysijn met-gesellen,Alleen maer op het droog de voeten kunnen stellen;Maer als men aen een stroom of holle beeken koomt,Dat yder dan verschrikt, en voor het water schroomt:Dat niemandt van den hoop daerin begeert te rijden,Als die geen killig nat en zijn gewoonte lijden;Maer dat hy swemmen kan, en diepe waters meet,En des al niet-te-min op vaste gronden treet.Terwijlen dese vier aldus te samen streden,So koomt ‘er uit het wout een schilt-pad aangetreden,En alsse voor de bruyt en by de dieren stont,Ontsloot het lastbaer dier sijn tandeloosen mont.Nadien een jonge vrouw haer niet en dient te wagen,Soo moet ick onse bruyt op desen rugge dragen.Wat dat sich hier vertoont is maer een rauwen hoop,Genegen tot gewoel en tot een woesten loop.Maer wien is niet bewust, die mijn gestalte kennen,Dat ick gantsch sedig ben, en noyt gewoon te rennen?En dat mijn kloecken rug een vlacken setel draegt,Of voor een jonge bruyt; of voor een teere maegt?Oock dat men sonder hulp kan op mijn lijf geraken,En dat men sonder sorg mijn rugge mag genaken?En schoon dat iemandt viel, dat hem het ongeval,Geen hinder doen en kan, of na-deel geven sal?46. Hulde tot in den dood.46.Hulde tot in den dood.Symbolische satire op de mannelijke zinnelijkheid.C. Deana Gibson, in „Pictorial Comedy”.Ten slotte is waarschijnlijk ieder mensch op zijn tijd erotisch humorist. Het schijnt den mensch als van nature ingeschapen, het geslachtsleven komisch en vroolijk op te vatten. Ieder heeft oog voor de dwaasheden van anderer sexualiteit.Het liefdeleven is de bron, waaruit ten allen tijde de humor het rijkelijkst gevloeid heeft. Erotische humor is een der massaproducten van den menschelijken geest. En in tegenstelling met den gewonen regel staat de kwaliteit niet in omgekeerde verhouding tot de kwantiteit. Ingendeel, niet slechts de meeste humor is ontsprongen uit het liefdeleven, maar ook de beste, de gezondste en krachtigste.47. De manschuwe Amphitrite vlucht op een zeemonster.47.De manschuwe Amphitrite vlucht op een zeemonster.Teekening van Albrecht Dürer, 1503.Bij de koppelaarster.Bij de koppelaarster.Naar de schilderij van Frans van Mieris (1635–1681), Galleria Uffizi, Florence.De beschavingsgeschiedenis kent geen tijdperk, waarin in alle humor het liefdeleven niet het overheerschende en meest op den voorgrond tredendeelement is. Er is geen cultuurvolk, bij hetwelk het geslachtsleven niet ten allen tijde het meest geliefdkoosde onderwerp was van allen humor en van alle satire. Er zijn verder maar zeer weinig satirieke kunstenaars geweest, die er niet aan hebben meegewerkt den schat der eeuwen aan erotischen humor te vergrooten; daarentegen zijn er talloozen, die zich daar zoo goed als uitsluitend aan hebben gewijd en voor wie het liefdeleven de eenige zon was, wier bevruchtende gloed hun gewrochten tot volle rijpheid kon brengen. In de komisch-satirieke behandeling van het geslachtsleven en wat daarmee in verband staat hebben genie en talent ons een deel van het beste geschonken dat zij ooit hebben voortgebracht. Op dit thema hebben zich steeds de schitterendste stralen van den menschelijken geest vereenigd, waarbij alles mat en onbelangrijk schijnt wat zich daarbuiten beweegt; rondom het leven der liefde heeft de menschelijke geest zijn vurigste, dol-dartele orgiën gevierd.48. De twee getrouwen.48.De twee getrouwen.—Mejuffrouw, ik geloof nooit, dat hij nog komt; en zij, op wie ik hier sta te wachten komt ook niet, geloof ik, Laten we het nog vijf minuten aanzien, en als er dan nog niemand is, stel ik u voor samen te gaan soupeeren.R. Mayer in „Das Kleine Witzblatt”, Berlijn.49. Bakvischjes tegenspoeden.49.Bakvischjes tegenspoeden.—Je moet maar gelukkig zijn … fiets kapot en natuurlijk in geen veldenof wegen een heer te zien.R. Mayer in „Das Kleine Witzblatt”, Berlijn.Het meerendeel der menschen is in het dagelijksch leven onuitputtelijk in aardigheden op al wat met het geslachtsleven in verband staat. De omgangstaal is als doorspekt met geestigheden op geslachtelijke dingen. Voor niets heeft men scherper oog dan voor anderer sexueele gebreken en de manier, waarop men de aandacht hierop vestigt is gewoonlijk die van den hekelenden spot. Niets is bij het groote publiek meer gezocht dan liederlijk-grappige beeldspraak, geestig-gemeene dubbelzinnigheden, vuile kluchten, dartel-ongebonden scherts. Niets is zoo geliefd en gaat zoo van mond totmond als sexueele anecdoten. Als volwassenen lachen, is bijna als regel een geslachtelijk onderwerp de aanleiding. Een enkele sexueel-getinte kwinkslag brengt onmiddellijk een vroolijke stemming teweeg en elke stemming van vroolijkheid slaat terstond om in sexueel-getinte praat. De sexueele geestigheid is als de veiligheidsklep, waardoor de opgekropte dierlijkheid zich ontlast en daarbij verschilt de goor-grauwe gemeenheid van den ruwen mensch alleen in graad, niet in wezen van den geraffineerde erotischen humor der verfijnde beschaving.50. Eert uw vader en uw moeder....50.Eert uw vader en uw moeder ….—Huil dan maar niet meer, moe, en zeg aan vader, dat ik naar dien oude terug zal gaan.Satire van J. Forain.In den loop des tijds zijn over alle geslachtelijke verhoudingen stroomen van spot uitgestort, stroomen van goedaardige scherts, stroomen van venijnig sarcasme, stroomen van humor in alle denkbare nuancen. De literatuur, de kunst, zelfs de wetenschap hebben om het hardst daaraan meegedaan. En in het dagelijksch leven kan men nauwelijks met ernstig gezicht over het geslachtsleven spreken, nauwelijks weet men er zich anders over uit te laten dan in schertsenden, spottenden, onernstigen toon. Voor den gemiddelden mensch is het geslachtsleven een klucht, iets vermakelijks en grappigs, iets dat als uitlokt er den draak mee te steken.De erotische humor is voor verreweg het grootse gedeelte afkomstig van den man en het grootste gedeelte daarvan is weer hetzij een directe, hetzij een indirecte hulde aan de vrouw.Nergens worden zoo luidruchtige, zoo ten volle gemeende en zoo enthousiaste lofliederen gezongen op de vrouw dan op het gebied van den erotischen humor. Zelfs waar deze de vrouw of een vrouw geeselt met de roeden van satire en sarcasme, ligt daarin toch altijd hulde voor het liefelijkst wonder der schepping verborgen. De sexueele humor is m.a.w. een natuurlijke uiting der mannelijke zinnelijkheid. Daardoor ook vindt niets ter wereld een zoo dankbaar gehoor—en een zoo willige markt—als de sexueele humor in woord en beeld. Dat dit weer moet leiden tot ongezonde speculatie op gemeene instincten, ligt voor de hand; behalve erotische humor wordt er misschien evenveel artistiek waardelooze marktwaar geproduceerd—het weelderige veld van den sexueelen humor is een vruchtbare bodem voor pornographie.51. Les in levenswijsheid.51.Les in levenswijsheid.—Jij gaat maar weer fijn naar een badplaats. Ik zal wel nooit de middelen daarvoor krijgen.—Zottinnetje, die middelen moet je opdoen onderweg en als je er bent.Satire van G. Leonne.Pornographie is echter in geenen deele humor, niet eens ontaarde humor, hoogstens een surrogaat van humor—zij staat tot sexueelen humor in dezelfde verhouding als het gezonde geslachtsleven tot de prostitutie, en in dezelfde verhouding als waarin de natuurlijke en normale omgang der sexen staat tot de uitspattingen van het bordeel. Daarom kunnen en moetenwij hier de pornographie, als liggende buiten en beneden ons onderwerp, ten volle uitschakelen.Wij stellen ons voor in de volgende hoofdstukken van dit deel eenige der hoofdmomenten van het geslachtsleven te bezien in het kleurige licht van den humor der sexueele humoristen van alle gading. Wij zullen daarbij trachten ons te stellen op zoo ruim mogelijk standpunt en wel nu en dan het woord laten aan de groote satirici van het liefdeleven, die de zware zonden en vergrijpen in het leven der sexen straffen met spot en sarcasme en de sexueele misstanden van hun tijd met het wapen der satirieke polemiek te lijf gaan—Rabelais, Fischart, Aretin, Multatuli etc.—maar vooral ook niet verzuimen te laten uitkomen hoe de ongekunstelde volkshumor de dingen ziet, en zoowel de stemmen uit het verre verleden als die van den huidigen dag beluisteren. Waarbij dan weer duidelijk zal blijken, dat er ook ten deze maar heel weinig of geen nieuws is onder de zon.52. Van het goede teveel.52.Van het goede teveel.Fransche humoreske.Phyllis en Aristoteles.Phyllis en Aristoteles.Duitsche karikatuur op de heerschappij der vrouw, van Hans Baldung Grien, 1513.Prentenkabinet Amsterdam.53. Amor’s hof.Photo Brogi.53.Amor’s hof.Naar de schilderij van Francesco d’Albani (1578–1660), Brera, Milaan.

I.EROTISCHE HUMOR EN EROTISCHE LYRIEK.

Het liefdeleven van den mensch wekt volstrekt niet alleen naar verheven gedachten, dichterlijke stemmingen, romantische mijmeringen en wat dies meer zij. Het is ook een onuitputtelijke bron van humor. Behalve jubelende hoogliederen en dwepend gedroom inspireert het ook spotzucht, die met al dat mooie, schoone en liefelijke den draak steekt en het heele geslachtsleven stempelt tot een mengsel van dwaasheid en onzin, een grappig kluchtspel vol vermakelijke zotheid en komische domheden. En ook inspireert het geslachtsleven hekelende, schimpende satire en hoonend, verguizend sarcasme. Voor den een vol verheven tragiek, is het voor den ander een blijspel.En niemand heeft hier ongelijk. Met dit voorbehoud, dat de komische,spotlustige opvatting van het zoet geheim van het minnen ons dichter brengt bij de meest gewone dagelijksche werkelijkheid, dus bij het tastbare en concrete, dan de nevelig-onbestemde lofzangen van verheven dichterzielen dat doen. Laten we zeggen, dat de eerste den regel weergeeft en dat die anderen zich verdiepen in de uitzonderingen. Beide overdrijven—de erotische lyriek overdrijft de denkbeeldige grootschheid, de erotische humor vergroot de wezenlijke kleinheid van het geslachtsleven.2. Esthetische liefde.2.Esthetische liefde.—Laat ons bij de bezielende klanken van de harp, ver van het grauwe gewemel van den grooten hoop alleen voor de schoonheid leven.Fransche karikatuur van Jossot.De romantici en de dichters verdiepen zich bovendien vaker in de scheppingen hunner eigen phantasie, dan dat ze ons werkelijk bestaande uitzonderingen doen kennen. Daarentegen geven de erotische humoristen in woord en beeld—waartoe 99 procent van het menschelijk geslacht behoort—ons de dagelijksche, overal om ons heen waar te nemen werkelijkheid te zien. Wat zij ons voorhouden is concreet leven, zij het veelal in groteske overdrijving. De erotische humor geeft met scherpziende oogen acht op ’s menschen zwakheden in zijn sexueel leven, en geeft die ter tuchtiging over aan de onbarmhartigste van alle rechters—de lachers. De erotische humor werkt niet met de loftrompet, maar met de roskam.3. Liefde zonder omwegen.3.Liefde zonder omwegen.Duitsche karikatuur uit de 15e eeuw.Het liefdeleven heeft, wie zal het ontkennen, voor het kritisch oog meer komische kanten dan zulke, die „verheven”aandoen. Als regel althans. Liefde is ten slotte bezwijken voor den drang der natuur, die wil dat de sexen tot elkander komen en die hen daartoe verlokt en omkoopt met genot. Wie liefheeft zoekt, bewust of onbewust, dat genot en met genot is het komische, vroolijke en humoristische van nature nauwer verwant en meer vereenigbaar dan het poëtisch verhevene, welks wezen bestaat in het tragische en huiveringwekkende. En komisch is allereerst de naïeviteit, waarmee de mensch daarbij zichzelf om den tuin leidt. Terwijl toch het oppervlakkigste zelfonderzoek den verliefden mensch in een ommezien zou leeren, wat de ondergrond is van zijn hartstocht en waar het op uit zal loopen, doet hij daarbij toch gaarne quasi-gewichtig, of hult zich met zorg in een wolk van hoogdravende poëzie. Ieder, die met kritisch oog verliefden gadeslaat, moet hen wel dwaas vinden. Hij ziet in het heele dartele spel der vrijage een tactische kunst—zooals prof. Van der Vlugt („Gids” 1895) het noemt—met duizend regelen en conventiën, met voorpostenschermutselingen, loopgraven en tegen-mijnen, een komische strijd van bedekte aanvallen, waarbij de partij die schijnbaar aanvalt eigenlijk reeds volkomen een krijgsgevangene is van de partij, die zich schijnbaar tegen den aanvaller te weer stelt. En verliefden zien ook zeer wel de dwaasheden van andere verliefden. Alleen voor eigen dwaasheid hebben zij geen oog.4. Het lokaas van den duivel.4.Het lokaas van den duivel.Teekening van D. v. Widhopff.De afstand tusschen de verhevenste liefde en het belachelijke is maar een stap. De gedachte aan het onvermijdelijk slot van het zoo hooggestemde lied, moet wel een glimlach op de lippen brengen, juist door de tegenstelling tusschen die ingebeelde bovenaardsche heerlijkheid en dat zoo prozaïsche besluit.Het komische van het liefdeleven ligt in zijn eeuwige tegenstelling tusschen schijn en wezen. Liefde schijnt alles te schuwen wat naar waarheid en echtheid zweemt.In de liefde is ieder mensch van nature komediant. Een verliefd menschis altijd in nagenoeg elk opzicht onwaar. Hij verbergt gebreken, veinst deugden, slooft zich af om een gunstige meening omtrent zich te vestigen, en begaat daarbij tallooze domheden en onhandigheden. Want hoewel van nature in de liefde komediant, is hij er toch maar een van den tienden rang. Zoo is het bij de verliefdheid, en zoo is het in elke andere betrekking en verhouding met een sexueelen achter- of ondergrond. Het geheele geslachtsleven is een strijd van schijnbewegingen, hinderlagen en krijgslisten. Men betreedt dit gebied niet anders dan gemaskerd. Men geeft zich nagenoeg nooit zoo men is, maar men speelt een rol. Als een meisje door een jonkman wel wil worden gekust, dan ontvlucht zij hem. Dat ontvluchten is lokken. Als de vrouwen—van het jonge meisje af tot de al bejaarde dame toe—zich kleeden naar de mode, die voor haar is uitgedacht om er verleidelijk uit te zien, dan geven zij daarvoor honderden redenen op, behalve de ware. Het schijnt dat de liefde, om gelukkig te kunnen maken, een zeker beminnelijk bedrog noodig heeft, dat dan meestal voor negentig percent uit zelfbedrog bestaat. Als een paar elkander goed heeft leeren begrijpen, dan is het beiden veelal meteen duidelijk, dat er niets anders overblijft dan te scheiden. Zoozeer heeft de liefde illusies noodig. Als een man een vrouw prijst om haarschranderheid, dan is dit een bijna zeker teeken dat zij op het punt staat de door hem gewenschte domheid te begaan. In het huwelijk is doorgaans van beide partijen diegene de meerdere, die zich openlijk het minst doet gelden. De vrouw bijvoorbeeld weet den man in den regel te leiden waarheen zij wil en daarbij zich voor te doen of zij leidzaam volgt. Natuurlijk spelen in de liefde geldzaken nooit een rol; ieder trouwt alleen uit liefde, en ieder wil alleen om zich zelf worden genomen, en dan liefst door een millionair of een millionairsdochter.5. De Parisienne en de kluizenaar.5.De Parisienne en de kluizenaar.—Die kerk daar, vrome vader, is het werk van menschenhanden; maar dit hier komt uit Godes hand.Fransche spotprent op het ascetisme, van Adolf Willette, 1903.Allegorie op den Wellust.Allegorie op den Wellust.Kopergravure van Pieter van der Heyden, naar de schilderij van Pieter Brueghel den Oude (1558).6. Tableau vivant.6.Tableau vivant.Teekening van D. v. Widhopff.In de liefde is ieder zwak en dom, maar toch wil hij sterk en verstandig schijnen. Daaruit vloeit een oneindigheid van komische situaties voort. En door niets in kunst of literatuur worden deze zoo scherp en drastisch, zoo zonder genade, blootgelegd als door de karikatuur en in de komisch-erotische literatuur. Zij leeren ons de tallooze belachelijke zijden der onderdanen van koning Cupido kennen en zij toonen ons, onbarmhartig maar waar, elk dier onderdanen in zijn bijzondere belachelijkheid. Als zoodanig zijn zij bijna te beschouwen als een noodzakelijk, een gezond tegenwicht tegen de te sentimenteel-romantische opvatting van het sexueele leven. Zij bewaren er de menschheid voor het zelfbedrog te ver te voeren, drukken haar met lachend gezicht, maar niettemin met ijzeren hand, van tijd tot tijd eens met den neus op de werkelijkheid neer. Dat zij daarbij ook wel overdrijven is hun goed, artistiek recht. Zij beletten de menschen daardoor geestelijk om te komen in onwezenlijkheid en zich ten slotte te gaan verbeelden, dat al die buitensporige bovenaardschheid der liefde echt en wezenlijk is, dat b.v. elke verliefde een soort heilige zou zijn en al zulke dingen meer. De echte poëzie, die er in de liefde kan zijn, loopt daardoor geen gevaar—de spotters kunnen niet de illusie verstoren, maar slechts den schijn der illusie.De hyperdichterlijke en de kluchtig-prozaïsche opvatting der liefde houdende algemeene voorstellingen omtrent het liefdeleven eenigszins in evenwicht. De eerste heft die voorstelling op de duizelingwekkende hoogten van het abstract-schoone, de laatste haalt ze uit de wolken weer naar den beganen grond van het plat-concrete. Tezamen geven zij het liefdeleven te zien in zijn beide eindpunten, waar man en vrouw eenerzijds stralen in übermenschelijke heerlijkheid, anderzijds rondwriemelen in moraallooze genotzucht. Beide eindpunten zijn daarbij op te vatten als de uitzonderingen in het liefdeleven. Gaande van het eene eindpunt in de richting van het andere ontmoet men halverwege den norm, het gewone, de alledaagsche werkelijkheid, die evenver verwijderd is van de glanzende bergtoppen van het verheven schoone als van de duistere holen van het louter-liederlijke, evenver van den Olympus met zijn wonderen als van het bordeel met zijn uitvaagsel.7. Niet altijd is de liefde bestendig van duur!7.Niet altijd is de liefde bestendig van duur!Nederlandsche gravure, 17e eeuw.Tusschen de poëtische en de humoristische opvatting van het leven der sexen bestaat dit verschil, dat de laatste maar een greep behoeft te doen in het werkelijke leven, volgens het recept vervat in den uitval van het „lustige personage” uit Goethe’s Faust:Greift nur hinein in’s volle Menscheleben!Ein jeder lebt’s, nicht vielen ist’s bekannt,Und wo ihr’s packt, da ist’s interessant.De dichterlijke opvatting heeft daarentegen weinig meer tot haar beschikking dan hoogdravende beeldspraak. In de verbeeldingswereld die zij schept, raakt zij zelf, de gids en voorlichtster, meestal dadelijk het spoor bijster en doolt dan zoekend en vragend naar den rechten weg hulpeloos rond. Een typisch voorbeeld daarvan is F. H. van Leent’s variant op Van Beers’ lofzang op Het Licht:8. Avontuur van Kaatje op het marktplein te Stuttgart, waarbij volgens de legende een der toeschouwers, de burgemeester, zich doodlachte.8.Avontuur van Kaatje op het marktplein te Stuttgart, waarbij volgens de legende een der toeschouwers, de burgemeester, zich doodlachte.Oud-Duitsche zedeprent.Liefde! Wat zijt gij?Hoogten der Hemelen,Diepten der zeeën,Antwoordt mij—antwoordt mij—En gij, o mijn ziel,Zeg mij:Wat is Liefde?De donder woedde—de storm is voorbij!’t Azuur des hemels tintelt weerDoor gouden stralen besprankeld!Schitterend rijst de zon in het Oost,En in de hoogten der Hemelen,En in de diepten der zeeënWeerklinkt de blijde lofzang der Schepping.Ook in den zang van den VlasvinkRuischt het:o Zeg het mij, o zeg het mij:Wat is Liefde?De dag heeft zijn taak volbracht,En een lieflijk schemerduister heerscht;De vogelen dekken zich met hunne vleugelen;De bloemen sluiten zich en geuren niet meer;Ook het moede menschenkindVlijt zich neder en slaapt ….Zij komt! Zij komt!—de Godin der nachtBetreedt haar rijksgebiedMillioenen Engelenoogen waken—Waken over de sluimerende Aarde,En aan Gods vaderboezem rust het menschdomDoor Liefde’s armen omstrengeld!Slechts Zefiers fluisteren in ’t lommer:Zeg het mij, o zeg het mij:Wat is Liefde?Als ’s levens stormen ons teisteren,Alles gaat voorbij—alles sterft,Gij, o Liefde, zijt eeuwig!Aan den oever der EeuwigheidDrukt de levensmoede grijsaardDe bevende hand zijner gade,En in den doodsnik ruischt het nog:„Ik heb U lief! vaarwel tot wederziens!”Hoogten der Hemelen,Diepten der Zeeën,Antwoordt mij—antwoordt mij—En gij, o mijn Ziel,Zeg mij:Wat is Liefde?9. De Ladder der Lusten—Spel, Liefde, Tafelgenot.9.De Ladder der Lusten—Spel, Liefde, Tafelgenot.Drie lusten ’s levens last verzoeten:Bij ’t kind de vlugheid van de voetenBij oud’ren spookt ze in ’t midden om;De tong slechts rest aan d’ouderdom.Duitsche zedeprent, 1648.De ontvoering van Europa.De ontvoering van Europa.Italiaansche gravure van Giovanni Bastista del Porto, 15e eeuw. Britsch Museum, Londen.Zulke lofzangen zijn als een zoekend rondtasten in een gedroomde wereld, welks schoonheden men in de verbeelding ziet en toch niet ziet en waarin men ronddwaalt, vragend en zuchtend om wat reëels, iets tastbaars, ter motiveering van de opzettelijke opwinding en het enthousiasme, dat men zich opdringt. Het is of men er Faust in hoort zuchten om meer werkelijkheid in de zelf geschapen geheimzinnigheid, die men niet los wil laten, waar men niets van weet te zeggen en waar men toch vanwilspreken, met het gevolg dat men om het onwaarschijnlijke te vullen met iets wezenlijks, de toevlucht neemt tot het geheimzinnige. Het onbekende wordt te hulp geroepen om de duisternis op te klaren, en wat men bij zulke pogingen zou mogen verlangen is, dat ze werden aangeboden met als motto Faust’s eerlijke bekentenis:Ich hab’ mich der Magie ergeben, dass ich nicht mehr, mit sauerm Schweiss, zu sagen brauche was ich nicht weiss.10. Galante trekpot voor een galante dame (lady Cravening).10.Galante trekpot voor een galante dame (lady Cravening).Engelsche karikatuur, Londen 1778.11. Bede tot Priapus.11.Bede tot Priapus.Teekening van L. Le Reverend.De humoristische opvatting der liefdedaarentegen bedient zich in hare uitingen altijd van feiten, zij verdiept zich niet in bespiegelingen, schept geen denkbeeldige wereld, beproeft geenadelaarsvluchten, maar haalt haar stof uit de werkelijkheid, zij behoeft hare vondsten niet aan te bieden met voorzichtige vraagteekens, ze presenteert ze met vrijpostig-dartele uitroepteekens. Zij vraagt niet, maar weet. Wijl ze meer waar is, is ze steeds zekerder van haar zaak. Haar phantasieën worden steeds op het eerste gezicht zonder meer erkend als mogelijkheden. Hoe koddig en komisch de situatie ook is, die ze ons opdischt, niemand twijfelt aan de waarschijnlijkheid. In het komische acht men in het liefdeleven alles mogelijk. En dat wijl men dagelijks om zich heen het liefdeleven zich zoo ziet afspelen. In het liefdeleven overheerscht het komische, niet het verhevene of het romantische. Ieder ziet en kent het liefdeleven in zijn komische zijden, wijl de komische zijden de regel zijn. Weinigen zien of kennen het liefdeleven in zijn verheven openbaringen. Want, deze zijn de zeer zeldzame uitzonderingen. Daarom worden komische voorstellingen van het liefdeleven begrepen, als stukken werkelijkheid erkend en dienovereenkomstig gewaardeerd.12. Die kinderen.12.Die kinderen.—U hebt nog niet noodig bij mij om geld te komen, moeder … zoo onknap bent u zelf nog niet.Teekening van J. L. Forain.13. Anonieme karikatuur op Diana van Poitiers, maîtresse van Hendrik II.13.Anonieme karikatuur op Diana van Poitiers, maîtresse van Hendrik II.14. Minnend paar.14.Minnend paar.Kalendervignet.Voor de komische opvatting van het liefdeleven is niets heilig dan hetkomische, zij acht zich daartoe gerechtigd, o. a. op grond van den stelregel dat alles wat waar is noodzakelijk ook goed moet zijn. Door dien regel geleid weet ze van geen verschooning. Elke denkbare phase in het leven der sexen heeft voor haar tallooze kluchtige, koddige, vroolijke kanten en ze legt die zonder erbarmen bloot. En zij kan zich daarbij steeds bij voorbaat verzekerd houden van de instemming en de toejuiching van het overgroote meerendeel der menschen. Dit moedigt haar natuurlijk nog aan. En zoo is er eenvoudig niets in de bonte verscheidenheid van feiten, verschijnselen en phantasieën in het gebied van het liefdeleven, wat haar geen stof heeft kunnen opleveren voor kluchtige, koddige, vroolijke of satirieke voorstellingen. Als zij ons de schepping der vrouw en de sexueele verhouding van het eerste menschenpaar volgens de Mozaïsche legende, op hare wijze wil voor oogen stellen, dan stijgt ze niet zooals de dichterlijke opvatting, hoog uit boven de voorhanden gegevens, doet die gegevens ook geen geweld aan, maar houdt daar integendeel met voorbeeldige nauwgezetheid aan vast, en laat de komische zijde dier legende op het scherpst uitkomen door ze bijvoorbeeld een twaalfjarig Jodenjongetje te laten weergeven als volgt: „Het Adam gezien, alle beeste hebbe zich daar een vrouwtje; hettie het niet onder zich kenne houë,hettiegeroepe: „O! God! ik bin zoo vervelend!” hettie als gedwonge, hij mot ook een vrouwtje hebben. Het God um late slape, hettum een rip uit zijn heup genome, is der een vrouwtje van gekomme. Is Adam wakker geworre, hettie Eva gezien, hettie gezeit: „Van wie ben je?” Het Eva als maar geen antwoord gegeve; is um op eens na binne geschote,hettie gezeit: „Ik weet ut al! Jij bint Eva.”Binne ze same gaan speule in de tuin, is der een slang gekomme, het teuge Eva gezegd: „Over wat eet jij niet van die boom?” Het Eva geantwoord: „Om toch niet! noh! maak nou geen Schtoez, ja ik wil daar dood!” Het de slang weer gezeg: „Och! het is nietes! het God zoo maar derom gezeit! een gheintje!” Het Eva hard gaan wegloope, het de slang der teruggeroepe en an der laatte zien, het ze van de appel gegete, het ze geroepe: „O wa’ smaakt dat fijn! Adam za’k gezond blijve, proef ook eens!” Het Adam geproef, hebbe ze gezien datte ze geen kleere anhadde, datte ze heelemaal nakend binne, hebbe ze der eige geschaamd, binne der gaan verschuile achter een boom. Is God gekomme: „Adam, waar zijt gij?” Het Adam geen antwoord durreve geve. Het God nog is gekomme: „Adam, waar zijt gij?” Hettie nog geen antwoord durreve geve. Het Eva gezegd: „Adam, hoor je niet? der wordt an je geroepe!” Het Adam geroepe: „O God, ik kan ut niet hellepe. Eva het gezeg as dat ik er van ete mos. Het Eva gezeg, de slang het der verleidt. Is God woeiend geworre, en als maar staan te vloeke, en gezeg: „Heb ik je daarvoor in mijn tuin late spele! der-uit!” Hettie an de slang gezeg: „Jij zal altijd kruipe op je buik,” en an Eva: „jij zal altijd ziek zijn,” en teuge Adam: „Jij zal als maar zweete als je je boterham eet.”15. Sterrenbeeld Venus.15.Sterrenbeeld Venus.Florentijnsche sierkunst, 18e eeuw; origineel in het Britsch Museum, Londen.16. Ondeugende streek van de wind.16.Ondeugende streek van de wind.Fransche humoreske van Reverend.In zijn soort is deze poging om een gegeven humoristisch voor te stellen voorzeker beter geslaagd dan de meeste uitbarstingen van literairegeestdrift. Het is verder een typisch voorbeeld van de methode, door de humoristische opvatting van het sexueele leven in den regel toegepast: zij ontdoet de dingen van alle quasi-verheven onbegrijpelijkheid en laat het al of niet waarschijnlijke van het geval op het scherpst uitkomen, redeneert niet, maar laat zien. Zij werkt drastisch op de lachspieren, maar niet minder op het begrip. Want zij is waar, huldigt en vereert onbewust waarheid en werkelijkheid, en wanneer de dingen, zooals ze die ons zien laat, meestal in esthetischen zin niet mooi worden gevonden, dan ligt daarin geen verwijt aan haar opgesloten, maar een verwijt aan de waarheid en de werkelijkheid. Dat de werkelijkheid niet mooi is, is niet de schuld van wie dat constateert. Zij ontdoet de dingen van de heilig-sentimenteele sluiers, die men er omheen werpt, en die moeten doen gelooven aan eigenschappen en hoedanigheden, die wel schoon schijnen, doch het gebrek hebben van niet te bestaan.17. Het oordeel van Paris.Photo Brückmann,München.17.Het oordeel van Paris.Naar de schilderij van P. P. Rubens (1577–1640), Pradomuseum, Madrid.De esthetisch-verheven opvatting van het liefdeleven hult alles wat dat leven betreft in een waas van dwepende sentimentaliteit en wekt voorstellingen, die in het werkelijke leven niet worden teruggevonden. Zij flatteert de werkelijkheid naar de grillen harer phantasie, wat misschien haar recht is, doch eischt dan eerbied voor die misvormde werkelijkheid en brandmerkt gaarne de wezenlijke werkelijkheid met het teeken der minderwaardigheid, waartoe zij zekernietgerechtigd is. Werkelijkheid is natuur en de natuur weet beter wat noodzakelijk en goed is, dan de menschelijke phantasie datweet. Wat noodzakelijk is en goed, dat is juist datgene wat is—niet de droomwereld der dichters, maar de werkelijkheid.18. De mysterieuse machine ter vermaling van mannen.18.De mysterieuse machine ter vermaling van mannen.Symbolische satire op de „demonische macht” der vrouw.Naar de schilderij van Jean Veber.Men kan, meent de dichter, desnoods den lezer een bruidsvertrek, maar niet de slaapkamer eener maagd binnenleiden. De poëzie mag er zich nauwelijks wagen, het proza kan er slechts ontwijden. Wat nog maagdelijk is, moet verborgen blijven. Het is het inwendige eener nog gesloten bloem; het is iets teeders, omringd door schaduwen; het is het heilige der heiligen eener nog gesloten lelie, dat niet aanschouwd mag worden door het oog, zoolang het nog niet is aanschouwd door de zon. De vrouw in de knop is heilig en haar rustplaats is een heiligdom. Het onschuldige bed, dat zich ontbloot; die hemelsche halve naaktheid, die schuw is voor zichzelve; de blanke voet, die in een muiltje vlucht: die hals, die zich voor den spiegel bedekt, alsof die spiegel een oog ware; dat hemd, dat daarbij over den blooten schouder wordt getrokken om dien te verbergen voor een krakend meubelstuk, of voor een passeerend rijtuig; al die geknoopte banden, die geregen veters, al die huiveringen en rillingen van koude en van schaamte, heel die kuische schuwheid van alle bewegingen, die onrust waar niets is te vreezen, die allengs zich voltooiende kleeding, stuk voor stuk, als opvolgende wolkjes van den dageraad—het betaamt niet, dat alles te aanschouwen, noch het te schetsen. Het is reeds te veel het aan te duiden. Het oog van den man moet nog eerbiediger zijn voor het opstaan van een meisje, dan voor het opgaan eener ster. De zekerheid van te kwetsen moet hier den eerbied nogverhoogen. Het dons van de perzik, het waas van de druiven, het kristal van de sneeuw, de vleugels van den vlinder, dit alles is minder teer dan deze kuischheid, die zelfs niet weet dat zij kuisch is. De jonge maagd is nog slechts een lichtende droom, zij is nog geen beeld. Haar rustplaats is een der gewijde plaatsen in de verborgenheden van het ideaal. Een onbescheiden blik kwetst en ontwijdt. Aanschouwing is hier ontheiliging. Een Oostersch sprookje zegt, dat de roos wit is geschapen, maar dat zij van schaamte rood is geworden, toen Adam haar bij het ontluiken een oogenblik aanschouwde. Voor meisjes en bloemen betaamt het beschroomdheid te gevoelen, wijl ze eerbiedwaardig zijn.Van die heiligheid van het maagdelijk bed is den erotischen humorist niets bekend. Hij haast zich integendeel daar zijn opvatting tegenover te stellen. En hij kleedt die bijvoorbeeld in als volgt:19. Drie moderne Gratiën.19.Drie moderne Gratiën.Groen is het strand, wit is het zand, En dit zijn „die Dünnen von Helgoland”.Humoreske van Th. Grätz, in „Fliegende Blatter”.Den avond van den zesden dag, even na de schepping van de vrouw uit Adam’s ribstuk, had men in den hof Eden een oudachtig heer kunnen hooren mompelen in zijn baard: „De schilderij is wel aardig, maar er mankeert nog een passende lijst aan, en nu het werk is begonnen, dient het ook te worden voltooid.” En toen had men dien ouden heer haastig wat planken kunnen zien bijeenscharrelen, en daarvan iets knutselen, waarin men al heel gauw een soort ledikant zou hebben herkend. Dat ledikant had echter niets van den stijl Empire, evenmin iets van den stijl Hendrik II, maar was zuiver gehouden in een duizendmaal ouderen stijl—als het nog eens wordt teruggevonden, zal men het vermoedelijk in een museum te kijk zetten als een der oudste voortbrengselen van vóór-zondvloedsche of zesde-dag-Edensche kunst. En toen het zaakje klaar was, riep de oude heer: „Hier jij, kleine, dat is nu jouw troon! Evenals de hemel gemaakt is voor de wolken, de oceaan voor de koraalriffen, zoo is het bed geschapen voor de vrouw. Daar zal jeheerschen en triomfeeren en gebieden, meesteres zijn en koningin, daar zal de man je slaaf zijn, alle eeuwen door”. En Eva prevelde woorden van dank en nam de les ter harte. Het schijnt, dat zij ten volle tevreden was met deze schikking en zij, evenals alle dochteren Eva’s na haar, heeft naar die woorden gehandeld en van haar bed haar troon weten te maken, van waar zij heerschte als autocratisch gebiedster. Zoo werd en bleef dit de plaats waarheen welke Eva ter wereld ook zich nooit begaf zonder genoegen en die zij nooit verliet dan met tegenzin; de plaats waar zij het beste deel van haar leven sleet; de plaats, waar zij volkomen vrij was van haar wel onmisbare, maar toch ook zoo tirannieke bondgenoote, de mode; de plaats waar haar pudeur mocht insluimeren, terwijl haar coquetterie meer dan bleef waken.20. De liefde maakt de wereld dol.20.De liefde maakt de wereld dol.Duitsche spotprent uit de 16e eeuw.Prentenkabinet te Berlijn.Zoo herstelt de humoristische opvatting van het liefdeleven weer het evenwicht in de algemeene voorstelling der sexueele dingen. Waar de verheven-dichterlijke opvatting zich stelt op onbereikbare hoogten boven de werkelijkheid, daar daalt de erotische humorist dikwijls lager dan de werkelijkheid. Zijn voorstellingen zijn in den regel doortrokken van gloeiende zinnelijkheid, terwijl in de ontboezemingen der erotische lyriek veelal een element is van onzinnelijkheid en dwepende ascese. Intusschen is de erotische humorist in zijn gloeiende zinnelijkheid echt, eerlijk en waar, terwijl de erotische lyricus zwelgt in opgewonden, overspannen oogenbliksstemmingen, die hij in de praktijk van het leven wellicht het volgende moment al weer verloochent en te schande maakt.In de ondoordachte waardeering der groote massa wordt de sexueele lyriek hooger gesteld dan de erotische humor. Toch levert diezelfde grootemassa den erotischen humorist juist de stof voor zijn in- en uitvallen—zij is zijn altijddurend model, zij verkarikatuurt ieder oogenblik het sexueele leven in al zijn uitingen. Maar die massa is te kortzichtig en te onnadenkend, om in die photografiën haar eigen beeld te herkennen. Ieder ziet in die karikaturen wel den buurman, niet zichzelf. Men geeft gaarne toe, dat zoo en zoo door anderen wel wordt gehandeld, maar dat men zelf ook zoo doet, dezelfde dwaasheden begaat dat komt maar bij weinigen op. De instemming, die de erotische humor dan ook vindt bij de groote massa, en die in haar beste uitingen bestemd is, althans strekken kan, tot haar leering en haar sexueele opvoeding, berust gewoonlijk louter op leedvermaak. En den sexueelen humorist zelf, hoe gaarne men zich ook met zijn producten vermaakt, schat men toch niet bijzonder hoog.Een feit is het, dat de sexueele humor licht ontaardt in pornografie, gemakkelijk daartoe overhelt. Maar haar eigenlijk wezen is dit niet. Het gansche sexueele leven is van nature als overgoten met humor. Elk zijner uitingen heeft voor den kritischen waarnemer haar komische kanten. Die weer te geven zoo ze zich vertoonen, is natuurbeschrijving.Natuurbeschrijving voornamelijk van het niet-meer-natuurlijke, om niet te spreken van het onnatuurlijke. Want wel is er in het onvervalscht-natuurlijke liefdeleven veel zachte en liefelijke humor, maar stof voor spot, voor ironie en sarcasme biedt het nooit. Dat doet echter het liefdeleven dat beheerscht wordt door een of andere beschaving altijd. In dat liefdeleven, massaal overzien en de natuur trouw gebleven uitzonderingen buiten rekening gelaten, is alles valsch en onecht en onwaar, alles vorm en schijn, comediespel en berekening.Alles wat zich in het dusgenaamde liefdeleven der beschaafde menschen afspeelt, provoceert den spotlust, lokt als uit om er den draak mee te steken. Dit geldt van alle standen der samenleving, van de hoogste tot de laagste. Bij allen is het liefdeleven tot een dwaze karikatuur geworden. Gelijk vanzelf spreekt in verschillende richting en vooral ook hierbij blijkt weer, in welk een mate het liefdeleven wordt beheerscht door de stoffelijke omstandigheden, gelijk in dit werk aanhoudend is betoogd.De algemeene eigenaardigheid van het sexueele leven onder deze of gene beschaving is een voor ieder dichterlijk gemoed onuitstaanbare nuchterheid, een geestelooze practische zin. Wie zich in zijn geslachtsleven nauwgezet gedraagt naar de voorschriften der beschaving waaronder hij leeft, die vertegenwoordigt de kleurlooze nuchterheid in de elfde macht. Uit het beschaafde geslachtsleven is alle natuurlijke poëzie weggenomen. Het is het afwerken van de droge agenda der huishoudelijke vergadering eener vereeniging waarvan allen slechts fatsoenshalve lid zijn. Dit alles geeft hooger gestemde gemoederen ergernis en die ergernis uit zich in spot, en die spot is gewoonlijk waar, niet slechts voor het afzonderlijke geval, dat voor het oogenblik naar voren wordt gebracht, maar voor het karakter van het geheel.21. Pygmalion.21.Pygmalion.Karikatuur van Honoré Daumier.In het algemeene geslachtsleven van het beschaafde deel der menschheid is nagenoeg niets wat eerbied kan inboezemen, niets wat teedere gevoelens wakker roept, niets wat de heilige geestdrift aannemelijk maakt, die de dichterlijke waarnemer daaruit zegt te putten. De verheven-dichterlijke bezinger van het onbezingbare liefdeleven der beschaving leeft in een zelfgeschapen droomwereld van onwezenlijkheid, of hij is eenvoudig een simulant. Want in werkelijkheid isbedoeldliefdeleven grof en plat, kleurloos triestig, en wegens zijn onwaarheid, zijn maskers en zijn schijn alleen nog maarwaard er op te schimpen en het te verguizen en te hoonen door het prijs te geven aan den lachlust.Venus’ triumftocht.Venus’ triumftocht.Ital. gravure van Baccio Baldini (1452–1505), uit de „Suites des Planètes”, Britsch Museum, Londen.Dit is een der zijden van wat wij gemakshalve samenvatten onder de algemeene benaming: erotische humor. Hij heeft er tallooze. In den vorm, waarin wij dezen humor zooeven schetsten, is hij een uiting van ergernis over het ontbreken van natuurlijken humor en hij bedient zich diensvolgens bij voorkeur van bijtend sarcasme—elk zijner uitingen is een schrijnende zweepslag, een tergende schimpscheut, een handvol hoon naar de geslachtelijke zeden. Van dien aard zijn tal van humoresken in beeld, welke in dit deel zijn opgenomen.22. Amor wacht al met den sleutel.22.Amor wacht al met den sleutel.Vous qui, dans vos humeurs jalouses,Gênez sans cesse vos épouses:Malgré tous vos verroux et tous vos cadenatsl’Amour, en prenant ses mesures,Aura la clef de vos serrures,—Cet oracle est plus sûr que celui de Calchas!Spotprent op de nutteloosheid der kuischheidgordels, 18e eeuw.23. Het chemise van Genesis—de oudste uitvinding der mode.23.Het chemise van Genesis—de oudste uitvinding der mode.Naar L. Le Reverend.In onze taal is wel Multatuli de literaire vertegenwoordiger bij uitnemendheid van dit genre. Waar hij van de sexueele zeden en de geslachtelijke opvattingen van zijn tijd komt te spreken, heeft hij daarvoor niet anders dan spot en schimpend sarcasme. „In den beginne was deugd … niemendal. Men was deugdzaam, zoolang er niemand sprak over deugd. Want de natuur van den mensch was goed. De moeder had haar kindje lief.Menzei: hoort moeders, ge moet uw kinderen beminnen. Als van toen af ’n moeder heel lief was voor haar kindje, dacht dit al heel gauw: „je moet wel,menheeft het je gelast”. ’t Lag in de natuur, dat er hartelijkheidgeboren werd uit den omgang tusschen de geslachten. Dit was ook ’t geval bij de ganzen die samen hun jongen bewaken. Maar bij de ganzen is ’t zoo gebleven omdat er niemand was die ’t hun voorschreef. Kortom …. de deugd verdween na ’t spreken over de deugd, zooals de stilte verdwijnt door geschreeuw over de stilte.Menmaaktedeugden, die in de plaats kwamen vandeugd. En die gemaakte deugden veranderden met de seizoenen, ja bij de week. Wat heden deugd was, werd morgen ondeugd en omgekeerd. Wie vandaag de deugd omhing van verleden jaar zou uit de mode wezen, en worden aangezien voor verkeerd geboren. Wie zich kleedt in de deugd van de toekomst wordt uitgefloten als Wagner’s muziek te Parijs. De hoofdzaak is, dat men zich omhangt met dedeugdenvan den dag. Wie dit goed in acht neemt is modern, deugend, deugdzaam”.—„De kuisheid bestaat niet. ’t Is de toepassing van een der vele manieren waarop men zuinigheid verheft tot ’n principe, en deugd maakte uit de duurte der levensmiddelen. In den beginne …. waren alle kinderen onecht en ’t kwam niemand in den zin, een meisje te verachten omdat ze moeder was. ’t Zou geweest zijn alsof men boos werd op een bloem, wijl ze zich verstout had over te gaan van knop in bloem. Dit bleef zoo tot er schraalte kwam aan voeding. Men beduidde de jonge meisjes, dat ze te zorgen hadden voor ’t onderhoud vanharekinderen. Zij namen daaruit aanleiding vooraf te informeeren, of de kandidaat-vader ’n beklanten winkel had. Velen zeiden ja, en soms was ’t ook zoo. Maar er waren er, die in weerwil hiervan toch geen zorg droegen voor hun kinderen. Zij hielden zich als wisten zij van niets, wanneer deze of gene jonge moeder hen uitnoodigde om de zorgen voor ’t gezin met haar te deelen. Om deze ontkenning voor te komen, stelde men vast, dat er huwelijken zouden gesloten worden, en dat ieder die vader worden wou, dit eerst moest verklaren. Hierin … ligtwel iets goeds. Maar niet goed is het dat men ’t deed voorkomen alsof ’n meisje, dat iemand geloofde op z’n woord, zonder die openlijke verklaring, minder braaf was dan ’n ander”.—Onder zijn tallooze sarcasmen en schimpscheuten op sexueele opvattingen citeeren wij hier nog de ontboezeming, die hij het „deugdzame” meisje in den mond legt (bij wijze van navraag naar haar Japanschen minnaar), om te laten uitkomen welke begrippen er al zoo bestaan omtrent deugd: „M’nheer, wil u aan die gele heeren vragen, of ’t waar is, dat hun knecht in zijn land ’n beklante winkel heeft? En of ik er op rekenen kan dat-i behoorlijk voor me zal zorgen? Want ik ben niet zoo mal als Grietje, die loopt te bedelen met ’r kind zonder vader … want ziet u op me fatsoen ben ik gesteld. En om nou ’n goeien dienst te verliezen, voor ik zeker ben da ’k niet zal rondloopen als Grietje, die nergens terecht kan omdat ze geen eerlijk meissie is …”Ridderleven.Ridderleven.Duitsche prent van een onbekende meester der 15e eeuw.24. Droogstoppel in het museum.24.Droogstoppel in het museum.Zaalwachter: Wat is u daar aan het morrelen aan dat beeld?Droogstoppel: Ik …. ik wou eens zien of dat vijgenblad wel goed vast zit.Uit „Jugend”, 1906.25. Belgische karikatuur.25.Belgische karikatuur.Felicien Rops.In deze soort humor der groote denkers is altijd bitterheid, minachting en verontwaardiging. Het beleedigd esthetisch gevoel grijpt naar het middel der satirieke polemiek, naar dat van den verguizenden spot, naar elk middel dat den vijand—den sexueelen misstand—maar kan prijsgeven aan verachting. Het werpt zich met hartstocht, met woede op de grauwe kleurloosheid, op de onteerende berekeningen en de ontwijdende overleggingen, op al de karikaturen, schijnheiligheden en misvormingen van het geslachtsleven, zooals dat onder den invloed der dusgenaamde beschaving de regel is. En de typen, die vooral dezen humor zonder vroolijkheid, deze sarcastische bitterheden uitlokken, dat zijn de Droogstoppels van beiderlei sexe, waarvan het in debeschaafde wereld wemelt. In dezen sexueelen humor ligt veelal dramatiek.Zooveel als de tegenovergestelde richting in den erotischen humor is die, welke met een beminnelijk glimlachje de aandacht vestigt op de kleine onoprechtheden, onhandigheden, teleurstellingen en komische verdrietelijkheden in het verkeer der sexen. Aan dezen vorm vansexueelen humoris de neiging om te moraliseeren, met een lach om de lippen te onderrichten, niet vreemd, ofschoon moeilijk valt te zeggen,26. De rijke oude weduwvrouw.26.De rijke oude weduwvrouw.Duitsche karikatuur, omstreeks 1580.of deze neiging hem van nature eigen is. Nooit slaat deze vorm den toon aan van den fellen spot, er klinkt geen hevige verontwaardiging uit op, hij stelt niet onbarmhartig aan de kaak, is zelden recht op den man af persoonlijk, maar geeft bij voorkeur met eenige rake lijnen een min of meer scherpe aanduiding van het komisch geval, dat hem voor het oogenblik frappeert en tot spreken dringt. Zoo als bijvoorbeeld in den volgenden uitval:Aan een beroemde vrouw werd eens gevraagd, waarom zij niet getrouwd was, en of zij aan het huwelijksleven niet de voorkeur gaf. Het antwoord luidde: Ik heb drie wezens om mij heen, die zoo ten volle een man vervangen, dat ik niet in het minst naar een echtgenoot verlang. Naar eenige opheldering gevraagd, zeide de dame: Ik heb een hond, die den heelen morgen bromt en gromt, eenpapegaai, die den heelen middag vloekt en tiert, en een poes, die alle avonden tot diep in den nacht uit is. Alles bij elkaar heb ik dus zoo goed als een man.In dier voege karakteriseert deze soort van erotische humor gewone toestanden, zooveel als de kleine gebreken en de dagelijksche zonden in het samenleven der sexen. Het eigenlijk terrein van deze soort van erotische humor zijn de alledaagsche onhebbelijkheden, tekortkomingen en dwaasheden, die zoo algemeen zijn, dat ze nauwelijks meer als zoodanig worden opgemerkt. Zij wijst die dwaasheden enz. aan en zij mag daarvan het resultaat verwachten, dat hier en daar een nog niet geheel verharde een oogenblik tot nadenken wordt gebracht. Nooit grijpt zij daarbij naar het middel van den bijtenden spot, nog minder naar dat van het vlijmend sarcasme. Maar des te meer bedient zij zich van geestige gevatheid, die niet zelden tegelijkertijd verre perspectieven in het gebied van het zieleleven ontsluit. Zooals in het volgende staaltje van Turksche erotische humor:27. De IJdelheid.27.De IJdelheid.Allegorie van Hans Burgkmair, 16e eeuw.Een vrouw liep te wandelen en bemerkte dat zij gevolgd werd door een man, die nu eens dicht naast haar kwam en bewonderend tot haar opkeek en dan weer achter haar aanliep. Toen de vrouw meende zekerheid te hebben dat de belangstelling van dien man inderdaad haar gold, bleef zij staan en wendde zich tot hem met de vraag: Waarom loopt u zoo om mij heen?—Ik vind u zoo mooi, dat ik het oog niet van u kan afwenden, was het antwoord.—Zoo mooi ben ik toch niet; mijn zuster, die daar aankomt is veelmooier.—De man keek om en zag een oudje aan komen strompelen. Glimlachend zeide hij toen:—Waarom houdt u me voor den gek?—Omdat u mij ook voor den gek houdt. U kon uw oog niet van mij afhouden, zoo mooi was ik. Maar toch keek u onmiddellijk naar die andere.28. Karikatuur op der vrouwen lichtgeloovigheid.28.Karikatuur op der vrouwen lichtgeloovigheid.„Deutsche Reichsbremse” (1850).De modellen, die deze soort humor vooral de stof moeten leveren voor haar grappen en aardigheden, zijn de altijd-blauwtjes-loopende ongeluksvogels in de liefde, de onhandige minnaars, de bijdehandjes, de minzieke oude snoepers, de oude vrijsters, de onder-de-plak-zitters of pantoffelhelden, de betrapteechtbrekers, de sexueel-brave Hendrikken enz., enz., behalve dan nog de schoonmoeders en de mode.29. Wapenrusting der coquetterie.29.Wapenrusting der coquetterie.Teekening van L. Le Reverend.Over het geheel zoekt deze soort sexueele humor alleen te vermaken. Zij gaat niet diep, laat zich niet in met de groote problemen van het leven der sexen, stelt de dingen tegelijkertijd komisch en onschuldig voor, maakt belachelijk en vergoelijkt tevens, en is door dit gemis aan diepte en aan grooten hartstocht de erotische humor bij uitnemendheid voor de groote meerderheid, die het immers evenzeer ontbreekt aan diepe gevoelens en groote hartstochten. Zij is uiterlijk veelkleurig en innerlijk ideaalloos-grauw. Zij glimt en glinstert als fosforglans zonder vuur of gloed. Deze sexueele humor valt dan ook algemeen in den smaak. Zij doet even lachen en daarmee uit. Zij gaat in de eene noch in de andere richting wat men noemt te ver. Zij blijft binnen de grenzen der geijkte betamelijkheid en zij doet de oogen geen pijn door te fel licht. Zij doet gelooven dat eigen zwakheden aller zwakheden zijn en schenkt zoodoende het verkwikkend bewustzijn dat men in elk geval niet minder is dan de rest.De repetitie in de kermistent.De repetitie in de kermistent.Gravure van G. Presburg, naar William Hogarth (1697—1764).Van dit soort erotische humor is dan ook ten alle tijde alle literatuur, die op niet meer dan een eendags-bestaan mag hopen, doortrokken, evenals de dagelijksche conversatie van de praatgrage menigte, die meer lust dan stof heeft tot praten. Het gebied bij uitnemendheid van deze geslachtshumor zijn de dusgenaamde Zondagsbladen, stuiversbladen, geïllustreerde bladen en al dergelijke periodieke eendagsvliegen.30. Het eeuwige raadsel.30.Het eeuwige raadsel.Sfinxbeeld in het park van het paleis te Schönbrunn; gravure van Glaszbach.Een verdere hoofdvorm van den erotischen humor is de ontledende, de analyseerende, die door de maskers en door den schijn heendringt, het ware wezen van al dat schijnschoon blootlegt en er het belachelijke van in het licht stelt. Deze vorm bedient zich beurtelings van alle ten dienste staande middelen. Elke vondst, die hij, gewapend met loup en lancet, in het gebied van het sexueele leven doet, prepareert hij op de manier, die er hem het geschiktst voor dunkt. En altijd is het eindresultaat van zijn ontleden en indringen in het wezen der verhoudingen tusschen de sexen, dat er als regel in het liefdesgedoe niets verhevens is, hoe romantisch het zich ook voordoet, en hoe dichterlijk en verheven het zich ook aanstelt. Deze soort van erotische humor ziet in elke uiting van het geslachtsleven sexueel egoïsme, of zucht om voordeel te trekken uit een sexueele machtspositie. Zij ziet in het geslachtslevenhet kleine, het komediespel, het bedriegelijke, al die tallooze zwakheden, die men onder allerlei maskers angstvallig zoekt te verbergen. Voor haar is de liefde bijvoorbeeld allerminst blind, maar integendeel een scherpziende woekeraarster, die op elke mogelijke wijze haar voordeel zoekt te doen en sluw en geslepen elke geslachtelijke machtspositie weet te benutten,—als een voorzichtige rekenaarster, die altijd op den beganen grond blijft en geen oogenblik vergeet naar zich toe te rekenen.31. Waarom kloppen als de deur openstaat?31.Waarom kloppen als de deur openstaat?Hollandsche spotprent, 17e eeuw.Een eigenaardig kenmerk van deze soort van geslachtshumor is, dat zij zoo gaarne een wijsgeerigen toon aanslaat, zich met voorliefde uitdrukt in niet al te dagelijksche termen, er van houdt het air aan te nemen van den boven de massa ver verheven diep-vorschenden denker, die de dingen van alle kanten pleegt te bezien en vooral tedoorzien. In de bevindingen van zulke erotische onderzoekers vlamt niet de diepe ergernis of de felle verontwaardiging van den hoogvoelenden gevoelsmensch, die zich door de grauwe werkelijkheid op het pijnlijkst voelt beleedigd, wiens gewonde ziel tegen al dat minderwaardige en inferieure in het sexueel verkeer in titanisch verzet komten die voor den smaad, zijn esthetisch ideaal aangedaan, wraak neemt door gal-bitter sarcasme en venijnige ironie te spuwen. Maar nog minder verwaardigt zij zich tot de onschuldig-oppervlakkige grappen van den erotischen humor der groote menigte. Zij vindt de eene soort te eenzijdig en de andere te onbeduidend. Zij zoekt—de waarheid. Men zou haar kunnen noemen wetenschappelijke humor, en in elk geval beschouwt zij zichzelf als zoodanig.32. De vorst der zotten.32.De vorst der zotten.Galante karikatuur op den Hertog van Alva.Hollandsche gravure van D. de Brij (1528–1596).Het geliefkoosde middel waarvan zij zich bedient om hare vondsten en resultaten tot gemeen-goed te maken, is de geen tegenspraak duldende orakelspreuk. Zij formuleert gaarne zeer afdoend uitziende aforismen. Zij ontleedt, gaat tot de kern, dringt door tot het wezen der dingen—beweert dat tenminste. Zij blijft daarbij, zooals aan haar karakter van wetenschappelijkheid betaamt, onbewogen, hartstochtloos. Zij constateert alleen, zij is denijvere bij, die sexueele wijsheid opspoort en die aan de domme wereld aanbiedt als een kostbaar geschenk. Zij stelt er blijkbaar minder prijs op, dat men haar uitspraken houdt voor diep-doorvoeld, dan wel voor diep-doordacht.En inderdaad moet worden toegegeven, dat in deze soort sexueele humor zeer veel bruikbaars is te vinden, dat strekken kan om het inzicht in het wezen van het geslachtsleven te verhelderen. Eigenlijk schijnt zij zelden te bedoelen, als humorist op te treden. Uiterlijk ziet zij er veelal zeer deftig, degelijk en gedegen uit. Dat zij niettemin als humor werkt, is vermoedelijk hieraan toe te schrijven, dat het geslachtsleven, als het niet opzettelijk in verheven of tragische verpakking wordt gestoken, eigenlijk altijd min of meer humoristisch werkt. Zoo komisch en humoristisch is het geslachtsleven, dat, hoe men het wendt of keert, nagenoeg altijd een komische of humoristische zijde boven komt. Zelfs de verheven en de tragische voorstelling van het sexeleven doen dikwijls komisch aan. En menige bladzijde erotische humor is dan ook vermoedelijk niet geschreven om humoristisch effect te krijgen, en menige zeer komisch aandoende sexueel-wijze spreuk is ongetwijfeld oorspronkelijk bedoeld als hoog-ernstige geslachtskritiek.Zoo bijvoorbeeld Mantegazza in zijn boutades op de platonische liefde. Wat is platonische liefde? zoo vraagt hij en hij geeft haar prijs aan den spot met den volgenden stortvloed van hekelende formules waarvan elke volgende weer een nieuwe dwaze zijde van dit troeteldroombeeld der erotische lyriek blootlegt:De platonische liefde is een onding, een hersenschim; zij heeft nooit bestaan en zal ook nooit bestaan.33. Welbehagen.33.Welbehagen.Belgische teekening van Félicien Rops.De platonische liefde is een valsche vlag, die een verdachte lading dekt.De platonische liefde is een vervalscht document, bestemd om contrabande weg te smokkelen.De platonische liefde is een valsche sleutel om te komen waar men niet wezen mag.De platonische liefde is een masker voor geslachtelijke onmacht.De platonische liefde is eencontradictio in terminis; zij is de kwadratuur van den cirkel.De platonische liefde is de honderdste variant op de fabel van den vos, die de druiven waar hij niet bij kon, te zuur vond.Troonsbestijging.Troonsbestijging.Jacques van Loo (1614–1670).34. Toilet van Venus.Photo Brückmann, München.34.Toilet van Venus.Naar de schilderij van Velasquez (1599–1660),National Gallery, Londen.De platonische liefde is de onoprechtste manier om te zeggen: ik wil wel maar ik kan niet.De platonische liefde is een dubbele leugen, waaraan geen der beide leugenaars geloof slaat.De platonische liefde is het eerste stadium eener groote liefde of het laatste eener kleine liefde, maar nooit de liefde zelf.De platonische liefde is een bezworen overeenkomst tusschen partijen, met het verzwegen voorbehoud zoo gauw mogelijk meineedig te worden.De platonische liefde is de gelofte van den zeeman tijdens het noodweer, die hij geen oogenblik denkt na te komen.De platonische liefde is de vinger, die de gelegenheid biedt de heele hand te nemen.De platonische liefde is een schijngevecht tusschen twee die niet vechten kunnen en bang zijn bloed te zien.De platonische liefde is een bisdom inpartibus infidelium, als men geen parochie te vergeven heeft.De platonische liefde is de metaphysica van de liefde.De platonische liefde is de lompste parodie op den mooisten, grootsten engloeiendsten menschelijken hartstocht.De platonische liefde is een leeuwtje van gips, een bordpapieren tijger, een boeman of een trekpop voor kinderen.35. Amor’s slachtoffers koelen hun wraakzucht.35.Amor’s slachtoffers koelen hun wraakzucht.Florentijnsche sierkunst, 15e eeuw; origineel in het Britsch Museum, Londen.Voor zoodanige conclusies—n.l. dat het allemaal larie is—schijnt de wijsgeerige ontleder van het sexeleven een sterke voorliefde te hebben. In elk geval vindt ook hij, evenals de sarcastische pessimist en de luchtig-oppervlakkige pessimist in het leven der liefde wel veel zots, dwaas en belachelijks, maar weinig schoons. En dat weinige schoone is dan volgens zijn oordeel meestal nog slechts schijn en komedie. Hij wordt daarover echter niet boosaardig, kwaadaardig of giftig zooals de pessimist, noch minder maakt hij er zich vroolijk over zooals de optimist, maar hij blijft deftig en gewichtig in zijn rol van wijsgeerig waarnemer, en draagt vooral zorg, zich niet al te eenvoudig uit te drukken. Het valt niet te ontkennen, dat de pessimist, met zijn door wraakzucht gescherpten blik, duidelijker de dagelijksche werkelijkheid ziet; zelf diep geërgerd schept hij er vermaak in te ergeren, en dit doet hem de taal vinden die hem succes waarborgt. Niemand verstaat dan ook in die mate als de pessimist, ook op dit gebied, de kunst dat wat hem ergert, te overstelpen met smaad en het prijs te geven aan bespotting en aan hoongelach. De wijsgeerige humor daarentegen is zelden concreet, maar blijft bij voorkeur in de wolken van het abstracte. Hij verschaft algemeene formules, die men naar willekeur kan toepassen … op den buurman. Hij houdt u niet den spiegel voor, maar wapent u met machtspreuken en dogma’s die er veelal uitzien als treffende waarheden.Was ist der Kern der Mannesliebe?Die Sinnlichkeit.Und letzter Grund der Weibertriebe?Die Eitelkeit.Aldus orakelt Lessing.Paul Bourget hoont: Maagdelijns zonder onschuld, ziedaar het schitterendst product onzer beschaving. De vroegere barbaren, die in veroverde streken geweld pleegden, lieten daar onschuldige meisjes zonder maagdelijkheid achter. Men moet toegeven dat wij de methode verfijnd hebben.Onuitputtelijk is vooral de wijsgeerig-erotische geestigheid der mannen bij het beoordeelen van de vrouwen. In het geestig en frappant formuleeren van de zwakheden der vrouw, in het literair-smakelijk toebereiden van diagnosen van moreele vrouwenkwalen viert het mannelijk vernuft zijn grootste triumfen. De gewoonte, zijn beoordeelingen van de vrouw te kruiden met geestigheden en humor schijnt den man zoo eigen, dat hij het zelfs niet nalaten kan als hij van haar spreekt op een manier, die blijkbaar voor ernstig wil doorgaan. Zelden komt de vrouw anders uit zijn handen te voorschijn dan als een met komische zonden potsierlijk uitgedoscht beminnelijk wanschepsel. (Fig. 39).36. Offer aan Priapus.36.Offer aan Priapus.Fransche gravure op een antieke gesneden steen.De vrouwen, oordeelt Honoré de Balzac (inPetites misères de la vie conjugale) zijn erger dan de jezuïeten. De meest jezuïetischejezuïetonder de jezuïeten is duizendmaal minder jezuïet dan de minst jezuïetische vrouw, daaruit kan men opmaken hoe jezuïetisch de vrouwen zijn. Zij zijn zoo jezuïetisch, dat de ergste jezuïet er geen denkbeeld van heeft, hoever hij in jezuïetisme beneden een vrouw staat. Er zijn duizend manieren om jezuïetisch te zijn, en de vrouw is zulk een handige jezuïet, dat zij jezuïetisch kan zijn zonder dat men het merkt. Zelden, maar in elk geval toch wel eens een enkele maal, kan men een jezuïet bewijzen, dat hij een jezuïet is; maar probeer maar eens een vrouw te bewijzen, dat zij jezuïet is. Als ge het probeert, dan bewijst ze u in een ommezien, dat niet zij een jezuïet is, maar dat gij zelf een jezuïet zijt.„De vrouwen, zegt Dohm,bedienen zich van leugens zooals de stier zich bedient van zijn horens”.37. De straf na de zonde.37.De straf na de zonde.Illustratie van Holbein (1731) voor Erasmus’ „Lof der Zotheid”.„Men leert de vrouwen het liegen, schrijft Flaubert, niemand zegt ze ooit de waarheid, en krijgen ze de waarheid eens toevallig tegenover zich, dan schrikken ze als van iets ongehoords”.Schopenhauer oordeelt: „De natuur heeft de vrouw maar één middel gegeven om zich te verdedigen en te beschermen: onoprechtheid. De onoprechtheid is haar allen aangeboren, de domsten zoowel als de verstandigsten, en het is voor een vrouw even natuurlijk leugens te vertellen, als het voor een dier is zich van zijn natuurlijke wapens te bedienen; en zij gevoelt zich daarbij eigenlijk geheel in haar recht; vandaar is het zoo goed als onmogelijk een door en door oprechte, waarheidlievende vrouw te vinden”.38. De Phallusduivel.38.De Phallusduivel.Illustratie eener oud-Engelsche ballade.„De vrouwen, zegt Zola, zijn niet in staat de waarheid te spreken; zij beliegen iedereen, rechters, geliefden, haar omgeving en zelfs zichzelf”.De verjongingskuur.De verjongingskuur.Duitsche karikatuur van Hans Sebald Beham, 16e eeuw.Prentenkabinet, München.„Er zijn vrouwen”, zegt Seneca, „die altijd iets kwaadaardigs op de tong hebben, dat ze handig onder haar lieftalligheden weten te mengen; die vriendschap huichelen, waar ze tegenovergestelde gevoelens koesteren, en die haar haat weten te verbergen onder den sluier der vleierij; waar zij het minst trouw zijn, daar is haar vertoon van trouw gewoonlijk het grootst en zijplegen juist den man of geliefde dien zij bedriegen, de minste wenschen in de oogen te lezen.”Men herinnere zich de scène bij Molière tusschen Célemène en Arsinoë. Célemène zegt van Arsinoë:„In één woord, ik kan haar niet uitstaan en … (juist komt Arsinoë binnen). O, welke goede engel voert je hierheen? Eerlijk gezegd, verlangde ik juist met ongeduld naar je.”Tot dit type van erotische humor behooren ook de tallooze het geslachtsleven rakende bon-mots, kwinkslagen, komische uitvallen enz. van groote figuren op literair of ander gebied.Toen Diogenes eens een paar vrouwen zag die zich hadden opgehangen aan een olijfboom, zeide hij: Ach, dat alle boomen zulke vruchten droegen!39. DE ROBE-PARAPLUIE.39.DE ROBE-PARAPLUIE.—Zoo bederft tenminste mijn nieuwe hoed niet.Humoreske van Henry Gerbault.Hoe slecht ook een man van de vrouwen denken moge, zoo is er toch geen vrouw, die niet nog slechter van ze denkt, meent Chamfort, van wien ook deze beminnelijke uitval is: De liefde is als een epidemische ziekte—hoe banger men er voor is, des te meer gevaar loopt men aangestoken te worden.Een god, die mint, acht ik niet wijs, getuigt Publius Syrus.De mannen ondervinden dagelijks, dat het makkelijker is van de vrouwen kwaad te spreken, dan zich niet met haar in te laten (Debay).De vrouwen koesteren veel minder liefde jegens de mannen dan haat jegens de andere vrouwen. Hoe vaak nemen ze niet een minnaar alleen om te beletten dat een vriendin hem krijgt! (Alphonse Karr).40. Drastische ballet-manoeuvres: La Valse des Pantalons.40.Drastische ballet-manoeuvres: La Valse des Pantalons.A. Willette in „Le Courrier Français”.Een vrouw te nemen om gezondheidsredenen is eigenlijk hetzelfde als zich verdrinken om zijn dorst te lessen. (Mantegazza).41. Des Weibes Leib ist ein Gedicht.41.Des Weibes Leib ist ein Gedicht.Verheffend werkt het op de ziel zeer zeker niet, Als men bij regenweer zoo iets voor oogen ziet!Teekening van Wilhelm Busch.Op de vraag, of men trouwen moest of niet, gaf Socrates ten antwoord: Wat ge ook doet, het zal u rouwen. En Diogenes antwoordde op de vraag, wanneer men een vrouw moet nemen: Zoo lang men jong is, nog niet, en als men oud is, niet meer. Zoo dacht ook Thales erover. Toen men deze in zijn jeugd aanspoorde te trouwen, zeide hij: Daarvoor is het nog tijd genoeg! en later, toen hij oud was geworden: Nu is het te laat. Niet minder besluiteloos was Antisthenes. Deze zeide: Neemt men een mooie vrouw, dan heeft men haar met iedereen gemeen; neemt men een leelijke, dan is ze je maar tot ergernis. En dat ook in latere tijden vele mannen er nog ongeveerzoo over denken, dat althans voorgeven, blijkt uit dit gezegde van La Bruyère: Er zijn maar weinig zoo volmaakte vrouwen, die haar man niet minstens eenmaal per dag reden geven zich te beklagen dat hij getrouwd is, en anderen te benijden, die ongetrouwd zijn. En uit dit stukje ulevel-poëzie van Weber: Vader Adam legde zich in ’t Paradijs te slapen. Toen werd uit zijn rib vrouw Eva geschapen—Och Adam, je hebt er van gelust: je eerste slaap was je laatste rust. Dezelfde betuigt: Wie niet onder het echtelijk juk is doorgegaan, kent de deugd van het geduld maar half, een deugd die de vrouwen beter anderen weten te leeren dan ze zich zelf eigen te maken.42. Altijd welkome hulde.42.Altijd welkome hulde.Teekening van Adolphe Willette.Een zeer aparte en eigenaardige vorm van sexueele humor zijn de erotisch-humoristische sprookjes. Ook daaraan is de literatuur aller volken zeer rijk. Veelal wordt er een of ander moreel defect komisch in aan de kaak gesteld. Zooals bijvoorbeeld in het volgende van K. Simrock, dat tot titel draagt: Sluwer dan de Duivel, waaruit al bij voorbaat valt op te maken dat het gaat om een moreel defect der vrouw.Er was eens een brave boer, die met zijn vrouw zoo eenvoudig en Gode welgevallig leefde, dat hij een voorbeeld en de trots was van den heelen omtrek. Alleen de Duivel was er verdrietig om; die had vruchteloos al zijn listen en kunsten te baat genomen om de liefde en de trouw der beide gelukkige echtelieden ten val te brengen. Toen hij eens mistroostig om zijn vergeefsche pogingen aan den weg zat, vroeg een oud wijf, dat juist voorbij kwam, waarom hij daar zoo ontevreden zat te druilen.—Och, wat geeft hetof ik dat al vertel! antwoordde de Duivel.—Wie weet? zeide het oude wijf, bij mij is goede raad nog nooit duur geweest.—Toen klaagde hij haar zijn nood, hoe hij dat echtpaar maar niet van elkaar kon krijgen. Toen zij dat hoorde, kon zij niet nalaten hem een onnoozelen, onbeholpen ezel van een Duivel te vinden, wat zij hem dan ook zeide. Maar voor een behoorlijke belooning, voegde zij er aan toe, zal ik je wel helpen dat zaakje in orde te brengen. De Duivel beloofde haar een paar piksplinternieuwe schoenen. Toen zij het eens waren geworden, ging het booze wijf dadelijk naar de goede vrouw en vertelde haar met een meewarig gezicht en als een liefderijke vriendin, die het wel leed deed, maar die voelde niet langer te mogen zwijgen, dat haar man haar ontrouw was en zich in het geheim met andere vrouwen inliet. De goede vrouw wilde het echter niet gelooven, hoe de oude haar ook bezwoer, dat het de volle waarheid was.Eindelijk zeide het booze wijf: Als u het niet wil gelooven, volg dan tenminste mijn raad, baat het niet, schaden zal het ook niet. Vannacht, als uw man ligt te slapen, snijdt ge hem met een scheermes een lok uit zijn baard; dan kan u er vast van op aan, dat hij geen andere vrouw meer zal aanzien en u trouw zal blijven. Het is een ouderwetsch middeltje, dat altijd helpt.De goede vrouw beloofde dat zij het zou doen, hoewel ze niets geloofde van wat de oude haar had gezegd. En zij bedankte het oude wijf voor haar goeden raad.43. Wie het uiterste der wellusten zoekt, kroont een varken op den mesthoop.43.Wie het uiterste der wellusten zoekt, kroont een varken op den mesthoop.Zedeprent van Hans Burgkmair, omstreeks 1520.De vredige ingetogenheid van het buitenleven.De vredige ingetogenheid van het buitenleven.(Photo Hanfstaengl, München).Naar de Hollandsche schilderij van Lukas van Valckenborch, 1530–1580.De kwaadaardige heks ging toen naar den man, die bezig was het land te ploegen.—U zal wel denken, wat moet dat oudje hier, zoo begon ze, maar ik kan het niet langer verzwijgen, ik moet het u zeggen: uw vrouw handelt niet eerlijk met u, ze houdt er andere mannen op na, maar u bent een veel te braaf mensch, daarom wou ik u waarschuwen.De goede man wilde de oude van het land af ranselen, omdat ze zijn brave vrouw zoo belasterde. Maar het wijf ging door: Ik hoorde haar strak haar anderen man beloven, dat ze u vannacht, als u ligt te slapen, den hals zou afsnijden. Blijf daarom wakker, maar doe net of u slaapt, dan zal u wel zien of ik de waarheid spreek of niet.44. Dubbelzinnig ambt.44.Dubbelzinnig ambt.—Ach, mijnheer, is het als ambtenaar of als vrijer, dat u zoo doet?Humoreske van Abel Faivre.De bedrogen man, ofschoon hij niets geloofde van al wat de oude zeide, nam zich toch voor te doen zooals zij hem aangeraden had. En toen de goede vrouw meende, dat hij sliep, nam ze een scherp scheermes en probeerde een lok van zijn baard af te snijden. Toen sprong de man woedend overeind, en sloeg zijn vrouw zoolang tot ze voor dood op den grond liggen bleef.Op datzelfde oogenblik kwam de Duivel tot het booze wijf en reikte haar over de beek met een langen stok de beloofde schoenen toe, en zei:„Hieroudje, pak aan, hier is je loon. Ik geef het je zoo maar, want vlak bij je komen zal ik maar niet—je zou den Duivel zelf nog misschien een streek spelen. Ik moet bekennen, dat ik het tegen je moet afleggen.”Hierbij sluiten zich aan de humoristisch-erotische vertellingen en meer breed-opgezette komisch-sexueele anecdotes, zooals wij er in de volgende hoofdstukken eenigen zullen citeeren.Verder valt er nog te onderscheiden de gemoedelijke sexueele humor in woord en beeld. Deze bedient zich bij voorkeur van den vorm der poëzie en als zoodanig zijn hare hoofdvormen het bruiloftsvers en het sexueele leerdicht. De klassieke grootmeester in laatstgenoemden vorm, de didactisch-erotische poëzie, is in onze taal vader Cats. Als typeerend voorbeeld halen wij hier aan den komischen strijd tusschen het draagvermogen-bezittend Paradijs-gedierte, het paard, de ezel, de kameel enz., wie hunner de eer toekomt Eva op zijn rug te mogen torschen (in:Bruiloft van Adam en Eva):45. Grotesk-erotische voorstelling der eeuwige voortplanting.45.Grotesk-erotische voorstelling der eeuwige voortplanting.Beeldwerk in een gewijde grot op het eiland Elephanta bij Bombay.Maer dit geweldig rot begon terstond te strijden,Op wiens verheven rug Mevrouw behoort te rijden,Een yder van de drie vermeynt te zijn gegront,Dat hem na vollen eysch het voorregt open stont.En t’wijl men besig is op haar verschil te letten,Soo koomt de Crocodil sich voor de rechters setten,Die seyd, in grooten ernst, en met een vollen mont,Dat hem de schoone kans behoort te zijn gegont.Hij seyde, dat het paert, enbeysijn met-gesellen,Alleen maer op het droog de voeten kunnen stellen;Maer als men aen een stroom of holle beeken koomt,Dat yder dan verschrikt, en voor het water schroomt:Dat niemandt van den hoop daerin begeert te rijden,Als die geen killig nat en zijn gewoonte lijden;Maer dat hy swemmen kan, en diepe waters meet,En des al niet-te-min op vaste gronden treet.Terwijlen dese vier aldus te samen streden,So koomt ‘er uit het wout een schilt-pad aangetreden,En alsse voor de bruyt en by de dieren stont,Ontsloot het lastbaer dier sijn tandeloosen mont.Nadien een jonge vrouw haer niet en dient te wagen,Soo moet ick onse bruyt op desen rugge dragen.Wat dat sich hier vertoont is maer een rauwen hoop,Genegen tot gewoel en tot een woesten loop.Maer wien is niet bewust, die mijn gestalte kennen,Dat ick gantsch sedig ben, en noyt gewoon te rennen?En dat mijn kloecken rug een vlacken setel draegt,Of voor een jonge bruyt; of voor een teere maegt?Oock dat men sonder hulp kan op mijn lijf geraken,En dat men sonder sorg mijn rugge mag genaken?En schoon dat iemandt viel, dat hem het ongeval,Geen hinder doen en kan, of na-deel geven sal?46. Hulde tot in den dood.46.Hulde tot in den dood.Symbolische satire op de mannelijke zinnelijkheid.C. Deana Gibson, in „Pictorial Comedy”.Ten slotte is waarschijnlijk ieder mensch op zijn tijd erotisch humorist. Het schijnt den mensch als van nature ingeschapen, het geslachtsleven komisch en vroolijk op te vatten. Ieder heeft oog voor de dwaasheden van anderer sexualiteit.Het liefdeleven is de bron, waaruit ten allen tijde de humor het rijkelijkst gevloeid heeft. Erotische humor is een der massaproducten van den menschelijken geest. En in tegenstelling met den gewonen regel staat de kwaliteit niet in omgekeerde verhouding tot de kwantiteit. Ingendeel, niet slechts de meeste humor is ontsprongen uit het liefdeleven, maar ook de beste, de gezondste en krachtigste.47. De manschuwe Amphitrite vlucht op een zeemonster.47.De manschuwe Amphitrite vlucht op een zeemonster.Teekening van Albrecht Dürer, 1503.Bij de koppelaarster.Bij de koppelaarster.Naar de schilderij van Frans van Mieris (1635–1681), Galleria Uffizi, Florence.De beschavingsgeschiedenis kent geen tijdperk, waarin in alle humor het liefdeleven niet het overheerschende en meest op den voorgrond tredendeelement is. Er is geen cultuurvolk, bij hetwelk het geslachtsleven niet ten allen tijde het meest geliefdkoosde onderwerp was van allen humor en van alle satire. Er zijn verder maar zeer weinig satirieke kunstenaars geweest, die er niet aan hebben meegewerkt den schat der eeuwen aan erotischen humor te vergrooten; daarentegen zijn er talloozen, die zich daar zoo goed als uitsluitend aan hebben gewijd en voor wie het liefdeleven de eenige zon was, wier bevruchtende gloed hun gewrochten tot volle rijpheid kon brengen. In de komisch-satirieke behandeling van het geslachtsleven en wat daarmee in verband staat hebben genie en talent ons een deel van het beste geschonken dat zij ooit hebben voortgebracht. Op dit thema hebben zich steeds de schitterendste stralen van den menschelijken geest vereenigd, waarbij alles mat en onbelangrijk schijnt wat zich daarbuiten beweegt; rondom het leven der liefde heeft de menschelijke geest zijn vurigste, dol-dartele orgiën gevierd.48. De twee getrouwen.48.De twee getrouwen.—Mejuffrouw, ik geloof nooit, dat hij nog komt; en zij, op wie ik hier sta te wachten komt ook niet, geloof ik, Laten we het nog vijf minuten aanzien, en als er dan nog niemand is, stel ik u voor samen te gaan soupeeren.R. Mayer in „Das Kleine Witzblatt”, Berlijn.49. Bakvischjes tegenspoeden.49.Bakvischjes tegenspoeden.—Je moet maar gelukkig zijn … fiets kapot en natuurlijk in geen veldenof wegen een heer te zien.R. Mayer in „Das Kleine Witzblatt”, Berlijn.Het meerendeel der menschen is in het dagelijksch leven onuitputtelijk in aardigheden op al wat met het geslachtsleven in verband staat. De omgangstaal is als doorspekt met geestigheden op geslachtelijke dingen. Voor niets heeft men scherper oog dan voor anderer sexueele gebreken en de manier, waarop men de aandacht hierop vestigt is gewoonlijk die van den hekelenden spot. Niets is bij het groote publiek meer gezocht dan liederlijk-grappige beeldspraak, geestig-gemeene dubbelzinnigheden, vuile kluchten, dartel-ongebonden scherts. Niets is zoo geliefd en gaat zoo van mond totmond als sexueele anecdoten. Als volwassenen lachen, is bijna als regel een geslachtelijk onderwerp de aanleiding. Een enkele sexueel-getinte kwinkslag brengt onmiddellijk een vroolijke stemming teweeg en elke stemming van vroolijkheid slaat terstond om in sexueel-getinte praat. De sexueele geestigheid is als de veiligheidsklep, waardoor de opgekropte dierlijkheid zich ontlast en daarbij verschilt de goor-grauwe gemeenheid van den ruwen mensch alleen in graad, niet in wezen van den geraffineerde erotischen humor der verfijnde beschaving.50. Eert uw vader en uw moeder....50.Eert uw vader en uw moeder ….—Huil dan maar niet meer, moe, en zeg aan vader, dat ik naar dien oude terug zal gaan.Satire van J. Forain.In den loop des tijds zijn over alle geslachtelijke verhoudingen stroomen van spot uitgestort, stroomen van goedaardige scherts, stroomen van venijnig sarcasme, stroomen van humor in alle denkbare nuancen. De literatuur, de kunst, zelfs de wetenschap hebben om het hardst daaraan meegedaan. En in het dagelijksch leven kan men nauwelijks met ernstig gezicht over het geslachtsleven spreken, nauwelijks weet men er zich anders over uit te laten dan in schertsenden, spottenden, onernstigen toon. Voor den gemiddelden mensch is het geslachtsleven een klucht, iets vermakelijks en grappigs, iets dat als uitlokt er den draak mee te steken.De erotische humor is voor verreweg het grootse gedeelte afkomstig van den man en het grootste gedeelte daarvan is weer hetzij een directe, hetzij een indirecte hulde aan de vrouw.Nergens worden zoo luidruchtige, zoo ten volle gemeende en zoo enthousiaste lofliederen gezongen op de vrouw dan op het gebied van den erotischen humor. Zelfs waar deze de vrouw of een vrouw geeselt met de roeden van satire en sarcasme, ligt daarin toch altijd hulde voor het liefelijkst wonder der schepping verborgen. De sexueele humor is m.a.w. een natuurlijke uiting der mannelijke zinnelijkheid. Daardoor ook vindt niets ter wereld een zoo dankbaar gehoor—en een zoo willige markt—als de sexueele humor in woord en beeld. Dat dit weer moet leiden tot ongezonde speculatie op gemeene instincten, ligt voor de hand; behalve erotische humor wordt er misschien evenveel artistiek waardelooze marktwaar geproduceerd—het weelderige veld van den sexueelen humor is een vruchtbare bodem voor pornographie.51. Les in levenswijsheid.51.Les in levenswijsheid.—Jij gaat maar weer fijn naar een badplaats. Ik zal wel nooit de middelen daarvoor krijgen.—Zottinnetje, die middelen moet je opdoen onderweg en als je er bent.Satire van G. Leonne.Pornographie is echter in geenen deele humor, niet eens ontaarde humor, hoogstens een surrogaat van humor—zij staat tot sexueelen humor in dezelfde verhouding als het gezonde geslachtsleven tot de prostitutie, en in dezelfde verhouding als waarin de natuurlijke en normale omgang der sexen staat tot de uitspattingen van het bordeel. Daarom kunnen en moetenwij hier de pornographie, als liggende buiten en beneden ons onderwerp, ten volle uitschakelen.Wij stellen ons voor in de volgende hoofdstukken van dit deel eenige der hoofdmomenten van het geslachtsleven te bezien in het kleurige licht van den humor der sexueele humoristen van alle gading. Wij zullen daarbij trachten ons te stellen op zoo ruim mogelijk standpunt en wel nu en dan het woord laten aan de groote satirici van het liefdeleven, die de zware zonden en vergrijpen in het leven der sexen straffen met spot en sarcasme en de sexueele misstanden van hun tijd met het wapen der satirieke polemiek te lijf gaan—Rabelais, Fischart, Aretin, Multatuli etc.—maar vooral ook niet verzuimen te laten uitkomen hoe de ongekunstelde volkshumor de dingen ziet, en zoowel de stemmen uit het verre verleden als die van den huidigen dag beluisteren. Waarbij dan weer duidelijk zal blijken, dat er ook ten deze maar heel weinig of geen nieuws is onder de zon.52. Van het goede teveel.52.Van het goede teveel.Fransche humoreske.Phyllis en Aristoteles.Phyllis en Aristoteles.Duitsche karikatuur op de heerschappij der vrouw, van Hans Baldung Grien, 1513.Prentenkabinet Amsterdam.53. Amor’s hof.Photo Brogi.53.Amor’s hof.Naar de schilderij van Francesco d’Albani (1578–1660), Brera, Milaan.

Het liefdeleven van den mensch wekt volstrekt niet alleen naar verheven gedachten, dichterlijke stemmingen, romantische mijmeringen en wat dies meer zij. Het is ook een onuitputtelijke bron van humor. Behalve jubelende hoogliederen en dwepend gedroom inspireert het ook spotzucht, die met al dat mooie, schoone en liefelijke den draak steekt en het heele geslachtsleven stempelt tot een mengsel van dwaasheid en onzin, een grappig kluchtspel vol vermakelijke zotheid en komische domheden. En ook inspireert het geslachtsleven hekelende, schimpende satire en hoonend, verguizend sarcasme. Voor den een vol verheven tragiek, is het voor den ander een blijspel.

En niemand heeft hier ongelijk. Met dit voorbehoud, dat de komische,spotlustige opvatting van het zoet geheim van het minnen ons dichter brengt bij de meest gewone dagelijksche werkelijkheid, dus bij het tastbare en concrete, dan de nevelig-onbestemde lofzangen van verheven dichterzielen dat doen. Laten we zeggen, dat de eerste den regel weergeeft en dat die anderen zich verdiepen in de uitzonderingen. Beide overdrijven—de erotische lyriek overdrijft de denkbeeldige grootschheid, de erotische humor vergroot de wezenlijke kleinheid van het geslachtsleven.

2. Esthetische liefde.2.Esthetische liefde.—Laat ons bij de bezielende klanken van de harp, ver van het grauwe gewemel van den grooten hoop alleen voor de schoonheid leven.Fransche karikatuur van Jossot.

2.Esthetische liefde.

—Laat ons bij de bezielende klanken van de harp, ver van het grauwe gewemel van den grooten hoop alleen voor de schoonheid leven.

Fransche karikatuur van Jossot.

De romantici en de dichters verdiepen zich bovendien vaker in de scheppingen hunner eigen phantasie, dan dat ze ons werkelijk bestaande uitzonderingen doen kennen. Daarentegen geven de erotische humoristen in woord en beeld—waartoe 99 procent van het menschelijk geslacht behoort—ons de dagelijksche, overal om ons heen waar te nemen werkelijkheid te zien. Wat zij ons voorhouden is concreet leven, zij het veelal in groteske overdrijving. De erotische humor geeft met scherpziende oogen acht op ’s menschen zwakheden in zijn sexueel leven, en geeft die ter tuchtiging over aan de onbarmhartigste van alle rechters—de lachers. De erotische humor werkt niet met de loftrompet, maar met de roskam.

3. Liefde zonder omwegen.3.Liefde zonder omwegen.Duitsche karikatuur uit de 15e eeuw.

3.Liefde zonder omwegen.

Duitsche karikatuur uit de 15e eeuw.

Het liefdeleven heeft, wie zal het ontkennen, voor het kritisch oog meer komische kanten dan zulke, die „verheven”aandoen. Als regel althans. Liefde is ten slotte bezwijken voor den drang der natuur, die wil dat de sexen tot elkander komen en die hen daartoe verlokt en omkoopt met genot. Wie liefheeft zoekt, bewust of onbewust, dat genot en met genot is het komische, vroolijke en humoristische van nature nauwer verwant en meer vereenigbaar dan het poëtisch verhevene, welks wezen bestaat in het tragische en huiveringwekkende. En komisch is allereerst de naïeviteit, waarmee de mensch daarbij zichzelf om den tuin leidt. Terwijl toch het oppervlakkigste zelfonderzoek den verliefden mensch in een ommezien zou leeren, wat de ondergrond is van zijn hartstocht en waar het op uit zal loopen, doet hij daarbij toch gaarne quasi-gewichtig, of hult zich met zorg in een wolk van hoogdravende poëzie. Ieder, die met kritisch oog verliefden gadeslaat, moet hen wel dwaas vinden. Hij ziet in het heele dartele spel der vrijage een tactische kunst—zooals prof. Van der Vlugt („Gids” 1895) het noemt—met duizend regelen en conventiën, met voorpostenschermutselingen, loopgraven en tegen-mijnen, een komische strijd van bedekte aanvallen, waarbij de partij die schijnbaar aanvalt eigenlijk reeds volkomen een krijgsgevangene is van de partij, die zich schijnbaar tegen den aanvaller te weer stelt. En verliefden zien ook zeer wel de dwaasheden van andere verliefden. Alleen voor eigen dwaasheid hebben zij geen oog.

4. Het lokaas van den duivel.4.Het lokaas van den duivel.Teekening van D. v. Widhopff.

4.Het lokaas van den duivel.

Teekening van D. v. Widhopff.

De afstand tusschen de verhevenste liefde en het belachelijke is maar een stap. De gedachte aan het onvermijdelijk slot van het zoo hooggestemde lied, moet wel een glimlach op de lippen brengen, juist door de tegenstelling tusschen die ingebeelde bovenaardsche heerlijkheid en dat zoo prozaïsche besluit.

Het komische van het liefdeleven ligt in zijn eeuwige tegenstelling tusschen schijn en wezen. Liefde schijnt alles te schuwen wat naar waarheid en echtheid zweemt.

In de liefde is ieder mensch van nature komediant. Een verliefd menschis altijd in nagenoeg elk opzicht onwaar. Hij verbergt gebreken, veinst deugden, slooft zich af om een gunstige meening omtrent zich te vestigen, en begaat daarbij tallooze domheden en onhandigheden. Want hoewel van nature in de liefde komediant, is hij er toch maar een van den tienden rang. Zoo is het bij de verliefdheid, en zoo is het in elke andere betrekking en verhouding met een sexueelen achter- of ondergrond. Het geheele geslachtsleven is een strijd van schijnbewegingen, hinderlagen en krijgslisten. Men betreedt dit gebied niet anders dan gemaskerd. Men geeft zich nagenoeg nooit zoo men is, maar men speelt een rol. Als een meisje door een jonkman wel wil worden gekust, dan ontvlucht zij hem. Dat ontvluchten is lokken. Als de vrouwen—van het jonge meisje af tot de al bejaarde dame toe—zich kleeden naar de mode, die voor haar is uitgedacht om er verleidelijk uit te zien, dan geven zij daarvoor honderden redenen op, behalve de ware. Het schijnt dat de liefde, om gelukkig te kunnen maken, een zeker beminnelijk bedrog noodig heeft, dat dan meestal voor negentig percent uit zelfbedrog bestaat. Als een paar elkander goed heeft leeren begrijpen, dan is het beiden veelal meteen duidelijk, dat er niets anders overblijft dan te scheiden. Zoozeer heeft de liefde illusies noodig. Als een man een vrouw prijst om haarschranderheid, dan is dit een bijna zeker teeken dat zij op het punt staat de door hem gewenschte domheid te begaan. In het huwelijk is doorgaans van beide partijen diegene de meerdere, die zich openlijk het minst doet gelden. De vrouw bijvoorbeeld weet den man in den regel te leiden waarheen zij wil en daarbij zich voor te doen of zij leidzaam volgt. Natuurlijk spelen in de liefde geldzaken nooit een rol; ieder trouwt alleen uit liefde, en ieder wil alleen om zich zelf worden genomen, en dan liefst door een millionair of een millionairsdochter.

5. De Parisienne en de kluizenaar.5.De Parisienne en de kluizenaar.—Die kerk daar, vrome vader, is het werk van menschenhanden; maar dit hier komt uit Godes hand.Fransche spotprent op het ascetisme, van Adolf Willette, 1903.

5.De Parisienne en de kluizenaar.

—Die kerk daar, vrome vader, is het werk van menschenhanden; maar dit hier komt uit Godes hand.

Fransche spotprent op het ascetisme, van Adolf Willette, 1903.

Allegorie op den Wellust.Allegorie op den Wellust.Kopergravure van Pieter van der Heyden, naar de schilderij van Pieter Brueghel den Oude (1558).

Allegorie op den Wellust.

Kopergravure van Pieter van der Heyden, naar de schilderij van Pieter Brueghel den Oude (1558).

6. Tableau vivant.6.Tableau vivant.Teekening van D. v. Widhopff.

6.Tableau vivant.

Teekening van D. v. Widhopff.

In de liefde is ieder zwak en dom, maar toch wil hij sterk en verstandig schijnen. Daaruit vloeit een oneindigheid van komische situaties voort. En door niets in kunst of literatuur worden deze zoo scherp en drastisch, zoo zonder genade, blootgelegd als door de karikatuur en in de komisch-erotische literatuur. Zij leeren ons de tallooze belachelijke zijden der onderdanen van koning Cupido kennen en zij toonen ons, onbarmhartig maar waar, elk dier onderdanen in zijn bijzondere belachelijkheid. Als zoodanig zijn zij bijna te beschouwen als een noodzakelijk, een gezond tegenwicht tegen de te sentimenteel-romantische opvatting van het sexueele leven. Zij bewaren er de menschheid voor het zelfbedrog te ver te voeren, drukken haar met lachend gezicht, maar niettemin met ijzeren hand, van tijd tot tijd eens met den neus op de werkelijkheid neer. Dat zij daarbij ook wel overdrijven is hun goed, artistiek recht. Zij beletten de menschen daardoor geestelijk om te komen in onwezenlijkheid en zich ten slotte te gaan verbeelden, dat al die buitensporige bovenaardschheid der liefde echt en wezenlijk is, dat b.v. elke verliefde een soort heilige zou zijn en al zulke dingen meer. De echte poëzie, die er in de liefde kan zijn, loopt daardoor geen gevaar—de spotters kunnen niet de illusie verstoren, maar slechts den schijn der illusie.

De hyperdichterlijke en de kluchtig-prozaïsche opvatting der liefde houdende algemeene voorstellingen omtrent het liefdeleven eenigszins in evenwicht. De eerste heft die voorstelling op de duizelingwekkende hoogten van het abstract-schoone, de laatste haalt ze uit de wolken weer naar den beganen grond van het plat-concrete. Tezamen geven zij het liefdeleven te zien in zijn beide eindpunten, waar man en vrouw eenerzijds stralen in übermenschelijke heerlijkheid, anderzijds rondwriemelen in moraallooze genotzucht. Beide eindpunten zijn daarbij op te vatten als de uitzonderingen in het liefdeleven. Gaande van het eene eindpunt in de richting van het andere ontmoet men halverwege den norm, het gewone, de alledaagsche werkelijkheid, die evenver verwijderd is van de glanzende bergtoppen van het verheven schoone als van de duistere holen van het louter-liederlijke, evenver van den Olympus met zijn wonderen als van het bordeel met zijn uitvaagsel.

7. Niet altijd is de liefde bestendig van duur!7.Niet altijd is de liefde bestendig van duur!Nederlandsche gravure, 17e eeuw.

7.Niet altijd is de liefde bestendig van duur!

Nederlandsche gravure, 17e eeuw.

Tusschen de poëtische en de humoristische opvatting van het leven der sexen bestaat dit verschil, dat de laatste maar een greep behoeft te doen in het werkelijke leven, volgens het recept vervat in den uitval van het „lustige personage” uit Goethe’s Faust:

Greift nur hinein in’s volle Menscheleben!Ein jeder lebt’s, nicht vielen ist’s bekannt,Und wo ihr’s packt, da ist’s interessant.

Greift nur hinein in’s volle Menscheleben!

Ein jeder lebt’s, nicht vielen ist’s bekannt,

Und wo ihr’s packt, da ist’s interessant.

De dichterlijke opvatting heeft daarentegen weinig meer tot haar beschikking dan hoogdravende beeldspraak. In de verbeeldingswereld die zij schept, raakt zij zelf, de gids en voorlichtster, meestal dadelijk het spoor bijster en doolt dan zoekend en vragend naar den rechten weg hulpeloos rond. Een typisch voorbeeld daarvan is F. H. van Leent’s variant op Van Beers’ lofzang op Het Licht:

8. Avontuur van Kaatje op het marktplein te Stuttgart, waarbij volgens de legende een der toeschouwers, de burgemeester, zich doodlachte.8.Avontuur van Kaatje op het marktplein te Stuttgart, waarbij volgens de legende een der toeschouwers, de burgemeester, zich doodlachte.Oud-Duitsche zedeprent.

8.Avontuur van Kaatje op het marktplein te Stuttgart, waarbij volgens de legende een der toeschouwers, de burgemeester, zich doodlachte.

Oud-Duitsche zedeprent.

Liefde! Wat zijt gij?Hoogten der Hemelen,Diepten der zeeën,Antwoordt mij—antwoordt mij—En gij, o mijn ziel,Zeg mij:Wat is Liefde?De donder woedde—de storm is voorbij!’t Azuur des hemels tintelt weerDoor gouden stralen besprankeld!Schitterend rijst de zon in het Oost,En in de hoogten der Hemelen,En in de diepten der zeeënWeerklinkt de blijde lofzang der Schepping.Ook in den zang van den VlasvinkRuischt het:o Zeg het mij, o zeg het mij:Wat is Liefde?De dag heeft zijn taak volbracht,En een lieflijk schemerduister heerscht;De vogelen dekken zich met hunne vleugelen;De bloemen sluiten zich en geuren niet meer;Ook het moede menschenkindVlijt zich neder en slaapt ….Zij komt! Zij komt!—de Godin der nachtBetreedt haar rijksgebiedMillioenen Engelenoogen waken—Waken over de sluimerende Aarde,En aan Gods vaderboezem rust het menschdomDoor Liefde’s armen omstrengeld!Slechts Zefiers fluisteren in ’t lommer:Zeg het mij, o zeg het mij:Wat is Liefde?Als ’s levens stormen ons teisteren,Alles gaat voorbij—alles sterft,Gij, o Liefde, zijt eeuwig!Aan den oever der EeuwigheidDrukt de levensmoede grijsaardDe bevende hand zijner gade,En in den doodsnik ruischt het nog:„Ik heb U lief! vaarwel tot wederziens!”Hoogten der Hemelen,Diepten der Zeeën,Antwoordt mij—antwoordt mij—En gij, o mijn Ziel,Zeg mij:Wat is Liefde?

Liefde! Wat zijt gij?Hoogten der Hemelen,Diepten der zeeën,Antwoordt mij—antwoordt mij—En gij, o mijn ziel,Zeg mij:Wat is Liefde?

Liefde! Wat zijt gij?

Hoogten der Hemelen,

Diepten der zeeën,

Antwoordt mij—antwoordt mij—

En gij, o mijn ziel,

Zeg mij:

Wat is Liefde?

De donder woedde—de storm is voorbij!’t Azuur des hemels tintelt weerDoor gouden stralen besprankeld!Schitterend rijst de zon in het Oost,En in de hoogten der Hemelen,En in de diepten der zeeënWeerklinkt de blijde lofzang der Schepping.Ook in den zang van den VlasvinkRuischt het:o Zeg het mij, o zeg het mij:Wat is Liefde?

De donder woedde—de storm is voorbij!

’t Azuur des hemels tintelt weer

Door gouden stralen besprankeld!

Schitterend rijst de zon in het Oost,

En in de hoogten der Hemelen,

En in de diepten der zeeën

Weerklinkt de blijde lofzang der Schepping.

Ook in den zang van den Vlasvink

Ruischt het:

o Zeg het mij, o zeg het mij:

Wat is Liefde?

De dag heeft zijn taak volbracht,En een lieflijk schemerduister heerscht;De vogelen dekken zich met hunne vleugelen;De bloemen sluiten zich en geuren niet meer;Ook het moede menschenkindVlijt zich neder en slaapt ….Zij komt! Zij komt!—de Godin der nachtBetreedt haar rijksgebiedMillioenen Engelenoogen waken—Waken over de sluimerende Aarde,En aan Gods vaderboezem rust het menschdomDoor Liefde’s armen omstrengeld!Slechts Zefiers fluisteren in ’t lommer:Zeg het mij, o zeg het mij:Wat is Liefde?

De dag heeft zijn taak volbracht,

En een lieflijk schemerduister heerscht;

De vogelen dekken zich met hunne vleugelen;

De bloemen sluiten zich en geuren niet meer;

Ook het moede menschenkind

Vlijt zich neder en slaapt ….

Zij komt! Zij komt!—de Godin der nacht

Betreedt haar rijksgebied

Millioenen Engelenoogen waken—

Waken over de sluimerende Aarde,

En aan Gods vaderboezem rust het menschdom

Door Liefde’s armen omstrengeld!

Slechts Zefiers fluisteren in ’t lommer:

Zeg het mij, o zeg het mij:

Wat is Liefde?

Als ’s levens stormen ons teisteren,Alles gaat voorbij—alles sterft,Gij, o Liefde, zijt eeuwig!Aan den oever der EeuwigheidDrukt de levensmoede grijsaardDe bevende hand zijner gade,En in den doodsnik ruischt het nog:„Ik heb U lief! vaarwel tot wederziens!”

Als ’s levens stormen ons teisteren,

Alles gaat voorbij—alles sterft,

Gij, o Liefde, zijt eeuwig!

Aan den oever der Eeuwigheid

Drukt de levensmoede grijsaard

De bevende hand zijner gade,

En in den doodsnik ruischt het nog:

„Ik heb U lief! vaarwel tot wederziens!”

Hoogten der Hemelen,Diepten der Zeeën,Antwoordt mij—antwoordt mij—En gij, o mijn Ziel,Zeg mij:Wat is Liefde?

Hoogten der Hemelen,

Diepten der Zeeën,

Antwoordt mij—antwoordt mij—

En gij, o mijn Ziel,

Zeg mij:

Wat is Liefde?

9. De Ladder der Lusten—Spel, Liefde, Tafelgenot.9.De Ladder der Lusten—Spel, Liefde, Tafelgenot.Drie lusten ’s levens last verzoeten:Bij ’t kind de vlugheid van de voetenBij oud’ren spookt ze in ’t midden om;De tong slechts rest aan d’ouderdom.Duitsche zedeprent, 1648.

9.De Ladder der Lusten—Spel, Liefde, Tafelgenot.

Drie lusten ’s levens last verzoeten:Bij ’t kind de vlugheid van de voetenBij oud’ren spookt ze in ’t midden om;De tong slechts rest aan d’ouderdom.

Drie lusten ’s levens last verzoeten:Bij ’t kind de vlugheid van de voetenBij oud’ren spookt ze in ’t midden om;De tong slechts rest aan d’ouderdom.

Drie lusten ’s levens last verzoeten:Bij ’t kind de vlugheid van de voetenBij oud’ren spookt ze in ’t midden om;De tong slechts rest aan d’ouderdom.

Drie lusten ’s levens last verzoeten:

Bij ’t kind de vlugheid van de voeten

Bij oud’ren spookt ze in ’t midden om;

De tong slechts rest aan d’ouderdom.

Duitsche zedeprent, 1648.

De ontvoering van Europa.De ontvoering van Europa.Italiaansche gravure van Giovanni Bastista del Porto, 15e eeuw. Britsch Museum, Londen.

De ontvoering van Europa.

Italiaansche gravure van Giovanni Bastista del Porto, 15e eeuw. Britsch Museum, Londen.

Zulke lofzangen zijn als een zoekend rondtasten in een gedroomde wereld, welks schoonheden men in de verbeelding ziet en toch niet ziet en waarin men ronddwaalt, vragend en zuchtend om wat reëels, iets tastbaars, ter motiveering van de opzettelijke opwinding en het enthousiasme, dat men zich opdringt. Het is of men er Faust in hoort zuchten om meer werkelijkheid in de zelf geschapen geheimzinnigheid, die men niet los wil laten, waar men niets van weet te zeggen en waar men toch vanwilspreken, met het gevolg dat men om het onwaarschijnlijke te vullen met iets wezenlijks, de toevlucht neemt tot het geheimzinnige. Het onbekende wordt te hulp geroepen om de duisternis op te klaren, en wat men bij zulke pogingen zou mogen verlangen is, dat ze werden aangeboden met als motto Faust’s eerlijke bekentenis:Ich hab’ mich der Magie ergeben, dass ich nicht mehr, mit sauerm Schweiss, zu sagen brauche was ich nicht weiss.

10. Galante trekpot voor een galante dame (lady Cravening).10.Galante trekpot voor een galante dame (lady Cravening).Engelsche karikatuur, Londen 1778.

10.Galante trekpot voor een galante dame (lady Cravening).

Engelsche karikatuur, Londen 1778.

11. Bede tot Priapus.11.Bede tot Priapus.Teekening van L. Le Reverend.

11.Bede tot Priapus.

Teekening van L. Le Reverend.

De humoristische opvatting der liefdedaarentegen bedient zich in hare uitingen altijd van feiten, zij verdiept zich niet in bespiegelingen, schept geen denkbeeldige wereld, beproeft geenadelaarsvluchten, maar haalt haar stof uit de werkelijkheid, zij behoeft hare vondsten niet aan te bieden met voorzichtige vraagteekens, ze presenteert ze met vrijpostig-dartele uitroepteekens. Zij vraagt niet, maar weet. Wijl ze meer waar is, is ze steeds zekerder van haar zaak. Haar phantasieën worden steeds op het eerste gezicht zonder meer erkend als mogelijkheden. Hoe koddig en komisch de situatie ook is, die ze ons opdischt, niemand twijfelt aan de waarschijnlijkheid. In het komische acht men in het liefdeleven alles mogelijk. En dat wijl men dagelijks om zich heen het liefdeleven zich zoo ziet afspelen. In het liefdeleven overheerscht het komische, niet het verhevene of het romantische. Ieder ziet en kent het liefdeleven in zijn komische zijden, wijl de komische zijden de regel zijn. Weinigen zien of kennen het liefdeleven in zijn verheven openbaringen. Want, deze zijn de zeer zeldzame uitzonderingen. Daarom worden komische voorstellingen van het liefdeleven begrepen, als stukken werkelijkheid erkend en dienovereenkomstig gewaardeerd.

12. Die kinderen.12.Die kinderen.—U hebt nog niet noodig bij mij om geld te komen, moeder … zoo onknap bent u zelf nog niet.Teekening van J. L. Forain.

12.Die kinderen.

—U hebt nog niet noodig bij mij om geld te komen, moeder … zoo onknap bent u zelf nog niet.

Teekening van J. L. Forain.

13. Anonieme karikatuur op Diana van Poitiers, maîtresse van Hendrik II.13.Anonieme karikatuur op Diana van Poitiers, maîtresse van Hendrik II.

13.Anonieme karikatuur op Diana van Poitiers, maîtresse van Hendrik II.

14. Minnend paar.14.Minnend paar.Kalendervignet.

14.Minnend paar.

Kalendervignet.

Voor de komische opvatting van het liefdeleven is niets heilig dan hetkomische, zij acht zich daartoe gerechtigd, o. a. op grond van den stelregel dat alles wat waar is noodzakelijk ook goed moet zijn. Door dien regel geleid weet ze van geen verschooning. Elke denkbare phase in het leven der sexen heeft voor haar tallooze kluchtige, koddige, vroolijke kanten en ze legt die zonder erbarmen bloot. En zij kan zich daarbij steeds bij voorbaat verzekerd houden van de instemming en de toejuiching van het overgroote meerendeel der menschen. Dit moedigt haar natuurlijk nog aan. En zoo is er eenvoudig niets in de bonte verscheidenheid van feiten, verschijnselen en phantasieën in het gebied van het liefdeleven, wat haar geen stof heeft kunnen opleveren voor kluchtige, koddige, vroolijke of satirieke voorstellingen. Als zij ons de schepping der vrouw en de sexueele verhouding van het eerste menschenpaar volgens de Mozaïsche legende, op hare wijze wil voor oogen stellen, dan stijgt ze niet zooals de dichterlijke opvatting, hoog uit boven de voorhanden gegevens, doet die gegevens ook geen geweld aan, maar houdt daar integendeel met voorbeeldige nauwgezetheid aan vast, en laat de komische zijde dier legende op het scherpst uitkomen door ze bijvoorbeeld een twaalfjarig Jodenjongetje te laten weergeven als volgt: „Het Adam gezien, alle beeste hebbe zich daar een vrouwtje; hettie het niet onder zich kenne houë,hettiegeroepe: „O! God! ik bin zoo vervelend!” hettie als gedwonge, hij mot ook een vrouwtje hebben. Het God um late slape, hettum een rip uit zijn heup genome, is der een vrouwtje van gekomme. Is Adam wakker geworre, hettie Eva gezien, hettie gezeit: „Van wie ben je?” Het Eva als maar geen antwoord gegeve; is um op eens na binne geschote,hettie gezeit: „Ik weet ut al! Jij bint Eva.”Binne ze same gaan speule in de tuin, is der een slang gekomme, het teuge Eva gezegd: „Over wat eet jij niet van die boom?” Het Eva geantwoord: „Om toch niet! noh! maak nou geen Schtoez, ja ik wil daar dood!” Het de slang weer gezeg: „Och! het is nietes! het God zoo maar derom gezeit! een gheintje!” Het Eva hard gaan wegloope, het de slang der teruggeroepe en an der laatte zien, het ze van de appel gegete, het ze geroepe: „O wa’ smaakt dat fijn! Adam za’k gezond blijve, proef ook eens!” Het Adam geproef, hebbe ze gezien datte ze geen kleere anhadde, datte ze heelemaal nakend binne, hebbe ze der eige geschaamd, binne der gaan verschuile achter een boom. Is God gekomme: „Adam, waar zijt gij?” Het Adam geen antwoord durreve geve. Het God nog is gekomme: „Adam, waar zijt gij?” Hettie nog geen antwoord durreve geve. Het Eva gezegd: „Adam, hoor je niet? der wordt an je geroepe!” Het Adam geroepe: „O God, ik kan ut niet hellepe. Eva het gezeg as dat ik er van ete mos. Het Eva gezeg, de slang het der verleidt. Is God woeiend geworre, en als maar staan te vloeke, en gezeg: „Heb ik je daarvoor in mijn tuin late spele! der-uit!” Hettie an de slang gezeg: „Jij zal altijd kruipe op je buik,” en an Eva: „jij zal altijd ziek zijn,” en teuge Adam: „Jij zal als maar zweete als je je boterham eet.”

15. Sterrenbeeld Venus.15.Sterrenbeeld Venus.Florentijnsche sierkunst, 18e eeuw; origineel in het Britsch Museum, Londen.

15.Sterrenbeeld Venus.

Florentijnsche sierkunst, 18e eeuw; origineel in het Britsch Museum, Londen.

16. Ondeugende streek van de wind.16.Ondeugende streek van de wind.Fransche humoreske van Reverend.

16.Ondeugende streek van de wind.

Fransche humoreske van Reverend.

In zijn soort is deze poging om een gegeven humoristisch voor te stellen voorzeker beter geslaagd dan de meeste uitbarstingen van literairegeestdrift. Het is verder een typisch voorbeeld van de methode, door de humoristische opvatting van het sexueele leven in den regel toegepast: zij ontdoet de dingen van alle quasi-verheven onbegrijpelijkheid en laat het al of niet waarschijnlijke van het geval op het scherpst uitkomen, redeneert niet, maar laat zien. Zij werkt drastisch op de lachspieren, maar niet minder op het begrip. Want zij is waar, huldigt en vereert onbewust waarheid en werkelijkheid, en wanneer de dingen, zooals ze die ons zien laat, meestal in esthetischen zin niet mooi worden gevonden, dan ligt daarin geen verwijt aan haar opgesloten, maar een verwijt aan de waarheid en de werkelijkheid. Dat de werkelijkheid niet mooi is, is niet de schuld van wie dat constateert. Zij ontdoet de dingen van de heilig-sentimenteele sluiers, die men er omheen werpt, en die moeten doen gelooven aan eigenschappen en hoedanigheden, die wel schoon schijnen, doch het gebrek hebben van niet te bestaan.

17. Het oordeel van Paris.Photo Brückmann,München.17.Het oordeel van Paris.Naar de schilderij van P. P. Rubens (1577–1640), Pradomuseum, Madrid.

Photo Brückmann,München.

17.Het oordeel van Paris.

Naar de schilderij van P. P. Rubens (1577–1640), Pradomuseum, Madrid.

De esthetisch-verheven opvatting van het liefdeleven hult alles wat dat leven betreft in een waas van dwepende sentimentaliteit en wekt voorstellingen, die in het werkelijke leven niet worden teruggevonden. Zij flatteert de werkelijkheid naar de grillen harer phantasie, wat misschien haar recht is, doch eischt dan eerbied voor die misvormde werkelijkheid en brandmerkt gaarne de wezenlijke werkelijkheid met het teeken der minderwaardigheid, waartoe zij zekernietgerechtigd is. Werkelijkheid is natuur en de natuur weet beter wat noodzakelijk en goed is, dan de menschelijke phantasie datweet. Wat noodzakelijk is en goed, dat is juist datgene wat is—niet de droomwereld der dichters, maar de werkelijkheid.

18. De mysterieuse machine ter vermaling van mannen.18.De mysterieuse machine ter vermaling van mannen.Symbolische satire op de „demonische macht” der vrouw.Naar de schilderij van Jean Veber.

18.De mysterieuse machine ter vermaling van mannen.

Symbolische satire op de „demonische macht” der vrouw.

Naar de schilderij van Jean Veber.

Men kan, meent de dichter, desnoods den lezer een bruidsvertrek, maar niet de slaapkamer eener maagd binnenleiden. De poëzie mag er zich nauwelijks wagen, het proza kan er slechts ontwijden. Wat nog maagdelijk is, moet verborgen blijven. Het is het inwendige eener nog gesloten bloem; het is iets teeders, omringd door schaduwen; het is het heilige der heiligen eener nog gesloten lelie, dat niet aanschouwd mag worden door het oog, zoolang het nog niet is aanschouwd door de zon. De vrouw in de knop is heilig en haar rustplaats is een heiligdom. Het onschuldige bed, dat zich ontbloot; die hemelsche halve naaktheid, die schuw is voor zichzelve; de blanke voet, die in een muiltje vlucht: die hals, die zich voor den spiegel bedekt, alsof die spiegel een oog ware; dat hemd, dat daarbij over den blooten schouder wordt getrokken om dien te verbergen voor een krakend meubelstuk, of voor een passeerend rijtuig; al die geknoopte banden, die geregen veters, al die huiveringen en rillingen van koude en van schaamte, heel die kuische schuwheid van alle bewegingen, die onrust waar niets is te vreezen, die allengs zich voltooiende kleeding, stuk voor stuk, als opvolgende wolkjes van den dageraad—het betaamt niet, dat alles te aanschouwen, noch het te schetsen. Het is reeds te veel het aan te duiden. Het oog van den man moet nog eerbiediger zijn voor het opstaan van een meisje, dan voor het opgaan eener ster. De zekerheid van te kwetsen moet hier den eerbied nogverhoogen. Het dons van de perzik, het waas van de druiven, het kristal van de sneeuw, de vleugels van den vlinder, dit alles is minder teer dan deze kuischheid, die zelfs niet weet dat zij kuisch is. De jonge maagd is nog slechts een lichtende droom, zij is nog geen beeld. Haar rustplaats is een der gewijde plaatsen in de verborgenheden van het ideaal. Een onbescheiden blik kwetst en ontwijdt. Aanschouwing is hier ontheiliging. Een Oostersch sprookje zegt, dat de roos wit is geschapen, maar dat zij van schaamte rood is geworden, toen Adam haar bij het ontluiken een oogenblik aanschouwde. Voor meisjes en bloemen betaamt het beschroomdheid te gevoelen, wijl ze eerbiedwaardig zijn.

Van die heiligheid van het maagdelijk bed is den erotischen humorist niets bekend. Hij haast zich integendeel daar zijn opvatting tegenover te stellen. En hij kleedt die bijvoorbeeld in als volgt:

19. Drie moderne Gratiën.19.Drie moderne Gratiën.Groen is het strand, wit is het zand, En dit zijn „die Dünnen von Helgoland”.Humoreske van Th. Grätz, in „Fliegende Blatter”.

19.Drie moderne Gratiën.

Groen is het strand, wit is het zand, En dit zijn „die Dünnen von Helgoland”.

Humoreske van Th. Grätz, in „Fliegende Blatter”.

Den avond van den zesden dag, even na de schepping van de vrouw uit Adam’s ribstuk, had men in den hof Eden een oudachtig heer kunnen hooren mompelen in zijn baard: „De schilderij is wel aardig, maar er mankeert nog een passende lijst aan, en nu het werk is begonnen, dient het ook te worden voltooid.” En toen had men dien ouden heer haastig wat planken kunnen zien bijeenscharrelen, en daarvan iets knutselen, waarin men al heel gauw een soort ledikant zou hebben herkend. Dat ledikant had echter niets van den stijl Empire, evenmin iets van den stijl Hendrik II, maar was zuiver gehouden in een duizendmaal ouderen stijl—als het nog eens wordt teruggevonden, zal men het vermoedelijk in een museum te kijk zetten als een der oudste voortbrengselen van vóór-zondvloedsche of zesde-dag-Edensche kunst. En toen het zaakje klaar was, riep de oude heer: „Hier jij, kleine, dat is nu jouw troon! Evenals de hemel gemaakt is voor de wolken, de oceaan voor de koraalriffen, zoo is het bed geschapen voor de vrouw. Daar zal jeheerschen en triomfeeren en gebieden, meesteres zijn en koningin, daar zal de man je slaaf zijn, alle eeuwen door”. En Eva prevelde woorden van dank en nam de les ter harte. Het schijnt, dat zij ten volle tevreden was met deze schikking en zij, evenals alle dochteren Eva’s na haar, heeft naar die woorden gehandeld en van haar bed haar troon weten te maken, van waar zij heerschte als autocratisch gebiedster. Zoo werd en bleef dit de plaats waarheen welke Eva ter wereld ook zich nooit begaf zonder genoegen en die zij nooit verliet dan met tegenzin; de plaats waar zij het beste deel van haar leven sleet; de plaats, waar zij volkomen vrij was van haar wel onmisbare, maar toch ook zoo tirannieke bondgenoote, de mode; de plaats waar haar pudeur mocht insluimeren, terwijl haar coquetterie meer dan bleef waken.

20. De liefde maakt de wereld dol.20.De liefde maakt de wereld dol.Duitsche spotprent uit de 16e eeuw.Prentenkabinet te Berlijn.

20.De liefde maakt de wereld dol.

Duitsche spotprent uit de 16e eeuw.

Prentenkabinet te Berlijn.

Zoo herstelt de humoristische opvatting van het liefdeleven weer het evenwicht in de algemeene voorstelling der sexueele dingen. Waar de verheven-dichterlijke opvatting zich stelt op onbereikbare hoogten boven de werkelijkheid, daar daalt de erotische humorist dikwijls lager dan de werkelijkheid. Zijn voorstellingen zijn in den regel doortrokken van gloeiende zinnelijkheid, terwijl in de ontboezemingen der erotische lyriek veelal een element is van onzinnelijkheid en dwepende ascese. Intusschen is de erotische humorist in zijn gloeiende zinnelijkheid echt, eerlijk en waar, terwijl de erotische lyricus zwelgt in opgewonden, overspannen oogenbliksstemmingen, die hij in de praktijk van het leven wellicht het volgende moment al weer verloochent en te schande maakt.

In de ondoordachte waardeering der groote massa wordt de sexueele lyriek hooger gesteld dan de erotische humor. Toch levert diezelfde grootemassa den erotischen humorist juist de stof voor zijn in- en uitvallen—zij is zijn altijddurend model, zij verkarikatuurt ieder oogenblik het sexueele leven in al zijn uitingen. Maar die massa is te kortzichtig en te onnadenkend, om in die photografiën haar eigen beeld te herkennen. Ieder ziet in die karikaturen wel den buurman, niet zichzelf. Men geeft gaarne toe, dat zoo en zoo door anderen wel wordt gehandeld, maar dat men zelf ook zoo doet, dezelfde dwaasheden begaat dat komt maar bij weinigen op. De instemming, die de erotische humor dan ook vindt bij de groote massa, en die in haar beste uitingen bestemd is, althans strekken kan, tot haar leering en haar sexueele opvoeding, berust gewoonlijk louter op leedvermaak. En den sexueelen humorist zelf, hoe gaarne men zich ook met zijn producten vermaakt, schat men toch niet bijzonder hoog.

Een feit is het, dat de sexueele humor licht ontaardt in pornografie, gemakkelijk daartoe overhelt. Maar haar eigenlijk wezen is dit niet. Het gansche sexueele leven is van nature als overgoten met humor. Elk zijner uitingen heeft voor den kritischen waarnemer haar komische kanten. Die weer te geven zoo ze zich vertoonen, is natuurbeschrijving.

Natuurbeschrijving voornamelijk van het niet-meer-natuurlijke, om niet te spreken van het onnatuurlijke. Want wel is er in het onvervalscht-natuurlijke liefdeleven veel zachte en liefelijke humor, maar stof voor spot, voor ironie en sarcasme biedt het nooit. Dat doet echter het liefdeleven dat beheerscht wordt door een of andere beschaving altijd. In dat liefdeleven, massaal overzien en de natuur trouw gebleven uitzonderingen buiten rekening gelaten, is alles valsch en onecht en onwaar, alles vorm en schijn, comediespel en berekening.Alles wat zich in het dusgenaamde liefdeleven der beschaafde menschen afspeelt, provoceert den spotlust, lokt als uit om er den draak mee te steken. Dit geldt van alle standen der samenleving, van de hoogste tot de laagste. Bij allen is het liefdeleven tot een dwaze karikatuur geworden. Gelijk vanzelf spreekt in verschillende richting en vooral ook hierbij blijkt weer, in welk een mate het liefdeleven wordt beheerscht door de stoffelijke omstandigheden, gelijk in dit werk aanhoudend is betoogd.

De algemeene eigenaardigheid van het sexueele leven onder deze of gene beschaving is een voor ieder dichterlijk gemoed onuitstaanbare nuchterheid, een geestelooze practische zin. Wie zich in zijn geslachtsleven nauwgezet gedraagt naar de voorschriften der beschaving waaronder hij leeft, die vertegenwoordigt de kleurlooze nuchterheid in de elfde macht. Uit het beschaafde geslachtsleven is alle natuurlijke poëzie weggenomen. Het is het afwerken van de droge agenda der huishoudelijke vergadering eener vereeniging waarvan allen slechts fatsoenshalve lid zijn. Dit alles geeft hooger gestemde gemoederen ergernis en die ergernis uit zich in spot, en die spot is gewoonlijk waar, niet slechts voor het afzonderlijke geval, dat voor het oogenblik naar voren wordt gebracht, maar voor het karakter van het geheel.

21. Pygmalion.21.Pygmalion.Karikatuur van Honoré Daumier.

21.Pygmalion.

Karikatuur van Honoré Daumier.

In het algemeene geslachtsleven van het beschaafde deel der menschheid is nagenoeg niets wat eerbied kan inboezemen, niets wat teedere gevoelens wakker roept, niets wat de heilige geestdrift aannemelijk maakt, die de dichterlijke waarnemer daaruit zegt te putten. De verheven-dichterlijke bezinger van het onbezingbare liefdeleven der beschaving leeft in een zelfgeschapen droomwereld van onwezenlijkheid, of hij is eenvoudig een simulant. Want in werkelijkheid isbedoeldliefdeleven grof en plat, kleurloos triestig, en wegens zijn onwaarheid, zijn maskers en zijn schijn alleen nog maarwaard er op te schimpen en het te verguizen en te hoonen door het prijs te geven aan den lachlust.

Venus’ triumftocht.Venus’ triumftocht.Ital. gravure van Baccio Baldini (1452–1505), uit de „Suites des Planètes”, Britsch Museum, Londen.

Venus’ triumftocht.

Ital. gravure van Baccio Baldini (1452–1505), uit de „Suites des Planètes”, Britsch Museum, Londen.

Dit is een der zijden van wat wij gemakshalve samenvatten onder de algemeene benaming: erotische humor. Hij heeft er tallooze. In den vorm, waarin wij dezen humor zooeven schetsten, is hij een uiting van ergernis over het ontbreken van natuurlijken humor en hij bedient zich diensvolgens bij voorkeur van bijtend sarcasme—elk zijner uitingen is een schrijnende zweepslag, een tergende schimpscheut, een handvol hoon naar de geslachtelijke zeden. Van dien aard zijn tal van humoresken in beeld, welke in dit deel zijn opgenomen.

22. Amor wacht al met den sleutel.22.Amor wacht al met den sleutel.Vous qui, dans vos humeurs jalouses,Gênez sans cesse vos épouses:Malgré tous vos verroux et tous vos cadenatsl’Amour, en prenant ses mesures,Aura la clef de vos serrures,—Cet oracle est plus sûr que celui de Calchas!Spotprent op de nutteloosheid der kuischheidgordels, 18e eeuw.

22.Amor wacht al met den sleutel.

Vous qui, dans vos humeurs jalouses,Gênez sans cesse vos épouses:Malgré tous vos verroux et tous vos cadenatsl’Amour, en prenant ses mesures,Aura la clef de vos serrures,—Cet oracle est plus sûr que celui de Calchas!

Vous qui, dans vos humeurs jalouses,Gênez sans cesse vos épouses:Malgré tous vos verroux et tous vos cadenatsl’Amour, en prenant ses mesures,Aura la clef de vos serrures,—Cet oracle est plus sûr que celui de Calchas!

Vous qui, dans vos humeurs jalouses,Gênez sans cesse vos épouses:Malgré tous vos verroux et tous vos cadenatsl’Amour, en prenant ses mesures,Aura la clef de vos serrures,—Cet oracle est plus sûr que celui de Calchas!

Vous qui, dans vos humeurs jalouses,

Gênez sans cesse vos épouses:

Malgré tous vos verroux et tous vos cadenats

l’Amour, en prenant ses mesures,

Aura la clef de vos serrures,—

Cet oracle est plus sûr que celui de Calchas!

Spotprent op de nutteloosheid der kuischheidgordels, 18e eeuw.

23. Het chemise van Genesis—de oudste uitvinding der mode.23.Het chemise van Genesis—de oudste uitvinding der mode.Naar L. Le Reverend.

23.Het chemise van Genesis—de oudste uitvinding der mode.

Naar L. Le Reverend.

In onze taal is wel Multatuli de literaire vertegenwoordiger bij uitnemendheid van dit genre. Waar hij van de sexueele zeden en de geslachtelijke opvattingen van zijn tijd komt te spreken, heeft hij daarvoor niet anders dan spot en schimpend sarcasme. „In den beginne was deugd … niemendal. Men was deugdzaam, zoolang er niemand sprak over deugd. Want de natuur van den mensch was goed. De moeder had haar kindje lief.Menzei: hoort moeders, ge moet uw kinderen beminnen. Als van toen af ’n moeder heel lief was voor haar kindje, dacht dit al heel gauw: „je moet wel,menheeft het je gelast”. ’t Lag in de natuur, dat er hartelijkheidgeboren werd uit den omgang tusschen de geslachten. Dit was ook ’t geval bij de ganzen die samen hun jongen bewaken. Maar bij de ganzen is ’t zoo gebleven omdat er niemand was die ’t hun voorschreef. Kortom …. de deugd verdween na ’t spreken over de deugd, zooals de stilte verdwijnt door geschreeuw over de stilte.Menmaaktedeugden, die in de plaats kwamen vandeugd. En die gemaakte deugden veranderden met de seizoenen, ja bij de week. Wat heden deugd was, werd morgen ondeugd en omgekeerd. Wie vandaag de deugd omhing van verleden jaar zou uit de mode wezen, en worden aangezien voor verkeerd geboren. Wie zich kleedt in de deugd van de toekomst wordt uitgefloten als Wagner’s muziek te Parijs. De hoofdzaak is, dat men zich omhangt met dedeugdenvan den dag. Wie dit goed in acht neemt is modern, deugend, deugdzaam”.—„De kuisheid bestaat niet. ’t Is de toepassing van een der vele manieren waarop men zuinigheid verheft tot ’n principe, en deugd maakte uit de duurte der levensmiddelen. In den beginne …. waren alle kinderen onecht en ’t kwam niemand in den zin, een meisje te verachten omdat ze moeder was. ’t Zou geweest zijn alsof men boos werd op een bloem, wijl ze zich verstout had over te gaan van knop in bloem. Dit bleef zoo tot er schraalte kwam aan voeding. Men beduidde de jonge meisjes, dat ze te zorgen hadden voor ’t onderhoud vanharekinderen. Zij namen daaruit aanleiding vooraf te informeeren, of de kandidaat-vader ’n beklanten winkel had. Velen zeiden ja, en soms was ’t ook zoo. Maar er waren er, die in weerwil hiervan toch geen zorg droegen voor hun kinderen. Zij hielden zich als wisten zij van niets, wanneer deze of gene jonge moeder hen uitnoodigde om de zorgen voor ’t gezin met haar te deelen. Om deze ontkenning voor te komen, stelde men vast, dat er huwelijken zouden gesloten worden, en dat ieder die vader worden wou, dit eerst moest verklaren. Hierin … ligtwel iets goeds. Maar niet goed is het dat men ’t deed voorkomen alsof ’n meisje, dat iemand geloofde op z’n woord, zonder die openlijke verklaring, minder braaf was dan ’n ander”.—Onder zijn tallooze sarcasmen en schimpscheuten op sexueele opvattingen citeeren wij hier nog de ontboezeming, die hij het „deugdzame” meisje in den mond legt (bij wijze van navraag naar haar Japanschen minnaar), om te laten uitkomen welke begrippen er al zoo bestaan omtrent deugd: „M’nheer, wil u aan die gele heeren vragen, of ’t waar is, dat hun knecht in zijn land ’n beklante winkel heeft? En of ik er op rekenen kan dat-i behoorlijk voor me zal zorgen? Want ik ben niet zoo mal als Grietje, die loopt te bedelen met ’r kind zonder vader … want ziet u op me fatsoen ben ik gesteld. En om nou ’n goeien dienst te verliezen, voor ik zeker ben da ’k niet zal rondloopen als Grietje, die nergens terecht kan omdat ze geen eerlijk meissie is …”

Ridderleven.Ridderleven.Duitsche prent van een onbekende meester der 15e eeuw.

Ridderleven.

Duitsche prent van een onbekende meester der 15e eeuw.

24. Droogstoppel in het museum.24.Droogstoppel in het museum.Zaalwachter: Wat is u daar aan het morrelen aan dat beeld?Droogstoppel: Ik …. ik wou eens zien of dat vijgenblad wel goed vast zit.Uit „Jugend”, 1906.

24.Droogstoppel in het museum.

Zaalwachter: Wat is u daar aan het morrelen aan dat beeld?

Droogstoppel: Ik …. ik wou eens zien of dat vijgenblad wel goed vast zit.

Uit „Jugend”, 1906.

25. Belgische karikatuur.25.Belgische karikatuur.Felicien Rops.

25.Belgische karikatuur.

Felicien Rops.

In deze soort humor der groote denkers is altijd bitterheid, minachting en verontwaardiging. Het beleedigd esthetisch gevoel grijpt naar het middel der satirieke polemiek, naar dat van den verguizenden spot, naar elk middel dat den vijand—den sexueelen misstand—maar kan prijsgeven aan verachting. Het werpt zich met hartstocht, met woede op de grauwe kleurloosheid, op de onteerende berekeningen en de ontwijdende overleggingen, op al de karikaturen, schijnheiligheden en misvormingen van het geslachtsleven, zooals dat onder den invloed der dusgenaamde beschaving de regel is. En de typen, die vooral dezen humor zonder vroolijkheid, deze sarcastische bitterheden uitlokken, dat zijn de Droogstoppels van beiderlei sexe, waarvan het in debeschaafde wereld wemelt. In dezen sexueelen humor ligt veelal dramatiek.

Zooveel als de tegenovergestelde richting in den erotischen humor is die, welke met een beminnelijk glimlachje de aandacht vestigt op de kleine onoprechtheden, onhandigheden, teleurstellingen en komische verdrietelijkheden in het verkeer der sexen. Aan dezen vorm vansexueelen humoris de neiging om te moraliseeren, met een lach om de lippen te onderrichten, niet vreemd, ofschoon moeilijk valt te zeggen,

26. De rijke oude weduwvrouw.26.De rijke oude weduwvrouw.Duitsche karikatuur, omstreeks 1580.

26.De rijke oude weduwvrouw.

Duitsche karikatuur, omstreeks 1580.

of deze neiging hem van nature eigen is. Nooit slaat deze vorm den toon aan van den fellen spot, er klinkt geen hevige verontwaardiging uit op, hij stelt niet onbarmhartig aan de kaak, is zelden recht op den man af persoonlijk, maar geeft bij voorkeur met eenige rake lijnen een min of meer scherpe aanduiding van het komisch geval, dat hem voor het oogenblik frappeert en tot spreken dringt. Zoo als bijvoorbeeld in den volgenden uitval:

Aan een beroemde vrouw werd eens gevraagd, waarom zij niet getrouwd was, en of zij aan het huwelijksleven niet de voorkeur gaf. Het antwoord luidde: Ik heb drie wezens om mij heen, die zoo ten volle een man vervangen, dat ik niet in het minst naar een echtgenoot verlang. Naar eenige opheldering gevraagd, zeide de dame: Ik heb een hond, die den heelen morgen bromt en gromt, eenpapegaai, die den heelen middag vloekt en tiert, en een poes, die alle avonden tot diep in den nacht uit is. Alles bij elkaar heb ik dus zoo goed als een man.

In dier voege karakteriseert deze soort van erotische humor gewone toestanden, zooveel als de kleine gebreken en de dagelijksche zonden in het samenleven der sexen. Het eigenlijk terrein van deze soort van erotische humor zijn de alledaagsche onhebbelijkheden, tekortkomingen en dwaasheden, die zoo algemeen zijn, dat ze nauwelijks meer als zoodanig worden opgemerkt. Zij wijst die dwaasheden enz. aan en zij mag daarvan het resultaat verwachten, dat hier en daar een nog niet geheel verharde een oogenblik tot nadenken wordt gebracht. Nooit grijpt zij daarbij naar het middel van den bijtenden spot, nog minder naar dat van het vlijmend sarcasme. Maar des te meer bedient zij zich van geestige gevatheid, die niet zelden tegelijkertijd verre perspectieven in het gebied van het zieleleven ontsluit. Zooals in het volgende staaltje van Turksche erotische humor:

27. De IJdelheid.27.De IJdelheid.Allegorie van Hans Burgkmair, 16e eeuw.

27.De IJdelheid.

Allegorie van Hans Burgkmair, 16e eeuw.

Een vrouw liep te wandelen en bemerkte dat zij gevolgd werd door een man, die nu eens dicht naast haar kwam en bewonderend tot haar opkeek en dan weer achter haar aanliep. Toen de vrouw meende zekerheid te hebben dat de belangstelling van dien man inderdaad haar gold, bleef zij staan en wendde zich tot hem met de vraag: Waarom loopt u zoo om mij heen?—Ik vind u zoo mooi, dat ik het oog niet van u kan afwenden, was het antwoord.—Zoo mooi ben ik toch niet; mijn zuster, die daar aankomt is veelmooier.—De man keek om en zag een oudje aan komen strompelen. Glimlachend zeide hij toen:—Waarom houdt u me voor den gek?—Omdat u mij ook voor den gek houdt. U kon uw oog niet van mij afhouden, zoo mooi was ik. Maar toch keek u onmiddellijk naar die andere.

28. Karikatuur op der vrouwen lichtgeloovigheid.28.Karikatuur op der vrouwen lichtgeloovigheid.„Deutsche Reichsbremse” (1850).

28.Karikatuur op der vrouwen lichtgeloovigheid.

„Deutsche Reichsbremse” (1850).

De modellen, die deze soort humor vooral de stof moeten leveren voor haar grappen en aardigheden, zijn de altijd-blauwtjes-loopende ongeluksvogels in de liefde, de onhandige minnaars, de bijdehandjes, de minzieke oude snoepers, de oude vrijsters, de onder-de-plak-zitters of pantoffelhelden, de betrapteechtbrekers, de sexueel-brave Hendrikken enz., enz., behalve dan nog de schoonmoeders en de mode.

29. Wapenrusting der coquetterie.29.Wapenrusting der coquetterie.Teekening van L. Le Reverend.

29.Wapenrusting der coquetterie.

Teekening van L. Le Reverend.

Over het geheel zoekt deze soort sexueele humor alleen te vermaken. Zij gaat niet diep, laat zich niet in met de groote problemen van het leven der sexen, stelt de dingen tegelijkertijd komisch en onschuldig voor, maakt belachelijk en vergoelijkt tevens, en is door dit gemis aan diepte en aan grooten hartstocht de erotische humor bij uitnemendheid voor de groote meerderheid, die het immers evenzeer ontbreekt aan diepe gevoelens en groote hartstochten. Zij is uiterlijk veelkleurig en innerlijk ideaalloos-grauw. Zij glimt en glinstert als fosforglans zonder vuur of gloed. Deze sexueele humor valt dan ook algemeen in den smaak. Zij doet even lachen en daarmee uit. Zij gaat in de eene noch in de andere richting wat men noemt te ver. Zij blijft binnen de grenzen der geijkte betamelijkheid en zij doet de oogen geen pijn door te fel licht. Zij doet gelooven dat eigen zwakheden aller zwakheden zijn en schenkt zoodoende het verkwikkend bewustzijn dat men in elk geval niet minder is dan de rest.

De repetitie in de kermistent.De repetitie in de kermistent.Gravure van G. Presburg, naar William Hogarth (1697—1764).

De repetitie in de kermistent.

Gravure van G. Presburg, naar William Hogarth (1697—1764).

Van dit soort erotische humor is dan ook ten alle tijde alle literatuur, die op niet meer dan een eendags-bestaan mag hopen, doortrokken, evenals de dagelijksche conversatie van de praatgrage menigte, die meer lust dan stof heeft tot praten. Het gebied bij uitnemendheid van deze geslachtshumor zijn de dusgenaamde Zondagsbladen, stuiversbladen, geïllustreerde bladen en al dergelijke periodieke eendagsvliegen.

30. Het eeuwige raadsel.30.Het eeuwige raadsel.Sfinxbeeld in het park van het paleis te Schönbrunn; gravure van Glaszbach.

30.Het eeuwige raadsel.

Sfinxbeeld in het park van het paleis te Schönbrunn; gravure van Glaszbach.

Een verdere hoofdvorm van den erotischen humor is de ontledende, de analyseerende, die door de maskers en door den schijn heendringt, het ware wezen van al dat schijnschoon blootlegt en er het belachelijke van in het licht stelt. Deze vorm bedient zich beurtelings van alle ten dienste staande middelen. Elke vondst, die hij, gewapend met loup en lancet, in het gebied van het sexueele leven doet, prepareert hij op de manier, die er hem het geschiktst voor dunkt. En altijd is het eindresultaat van zijn ontleden en indringen in het wezen der verhoudingen tusschen de sexen, dat er als regel in het liefdesgedoe niets verhevens is, hoe romantisch het zich ook voordoet, en hoe dichterlijk en verheven het zich ook aanstelt. Deze soort van erotische humor ziet in elke uiting van het geslachtsleven sexueel egoïsme, of zucht om voordeel te trekken uit een sexueele machtspositie. Zij ziet in het geslachtslevenhet kleine, het komediespel, het bedriegelijke, al die tallooze zwakheden, die men onder allerlei maskers angstvallig zoekt te verbergen. Voor haar is de liefde bijvoorbeeld allerminst blind, maar integendeel een scherpziende woekeraarster, die op elke mogelijke wijze haar voordeel zoekt te doen en sluw en geslepen elke geslachtelijke machtspositie weet te benutten,—als een voorzichtige rekenaarster, die altijd op den beganen grond blijft en geen oogenblik vergeet naar zich toe te rekenen.

31. Waarom kloppen als de deur openstaat?31.Waarom kloppen als de deur openstaat?Hollandsche spotprent, 17e eeuw.

31.Waarom kloppen als de deur openstaat?

Hollandsche spotprent, 17e eeuw.

Een eigenaardig kenmerk van deze soort van geslachtshumor is, dat zij zoo gaarne een wijsgeerigen toon aanslaat, zich met voorliefde uitdrukt in niet al te dagelijksche termen, er van houdt het air aan te nemen van den boven de massa ver verheven diep-vorschenden denker, die de dingen van alle kanten pleegt te bezien en vooral tedoorzien. In de bevindingen van zulke erotische onderzoekers vlamt niet de diepe ergernis of de felle verontwaardiging van den hoogvoelenden gevoelsmensch, die zich door de grauwe werkelijkheid op het pijnlijkst voelt beleedigd, wiens gewonde ziel tegen al dat minderwaardige en inferieure in het sexueel verkeer in titanisch verzet komten die voor den smaad, zijn esthetisch ideaal aangedaan, wraak neemt door gal-bitter sarcasme en venijnige ironie te spuwen. Maar nog minder verwaardigt zij zich tot de onschuldig-oppervlakkige grappen van den erotischen humor der groote menigte. Zij vindt de eene soort te eenzijdig en de andere te onbeduidend. Zij zoekt—de waarheid. Men zou haar kunnen noemen wetenschappelijke humor, en in elk geval beschouwt zij zichzelf als zoodanig.

32. De vorst der zotten.32.De vorst der zotten.Galante karikatuur op den Hertog van Alva.Hollandsche gravure van D. de Brij (1528–1596).

32.De vorst der zotten.

Galante karikatuur op den Hertog van Alva.

Hollandsche gravure van D. de Brij (1528–1596).

Het geliefkoosde middel waarvan zij zich bedient om hare vondsten en resultaten tot gemeen-goed te maken, is de geen tegenspraak duldende orakelspreuk. Zij formuleert gaarne zeer afdoend uitziende aforismen. Zij ontleedt, gaat tot de kern, dringt door tot het wezen der dingen—beweert dat tenminste. Zij blijft daarbij, zooals aan haar karakter van wetenschappelijkheid betaamt, onbewogen, hartstochtloos. Zij constateert alleen, zij is denijvere bij, die sexueele wijsheid opspoort en die aan de domme wereld aanbiedt als een kostbaar geschenk. Zij stelt er blijkbaar minder prijs op, dat men haar uitspraken houdt voor diep-doorvoeld, dan wel voor diep-doordacht.

En inderdaad moet worden toegegeven, dat in deze soort sexueele humor zeer veel bruikbaars is te vinden, dat strekken kan om het inzicht in het wezen van het geslachtsleven te verhelderen. Eigenlijk schijnt zij zelden te bedoelen, als humorist op te treden. Uiterlijk ziet zij er veelal zeer deftig, degelijk en gedegen uit. Dat zij niettemin als humor werkt, is vermoedelijk hieraan toe te schrijven, dat het geslachtsleven, als het niet opzettelijk in verheven of tragische verpakking wordt gestoken, eigenlijk altijd min of meer humoristisch werkt. Zoo komisch en humoristisch is het geslachtsleven, dat, hoe men het wendt of keert, nagenoeg altijd een komische of humoristische zijde boven komt. Zelfs de verheven en de tragische voorstelling van het sexeleven doen dikwijls komisch aan. En menige bladzijde erotische humor is dan ook vermoedelijk niet geschreven om humoristisch effect te krijgen, en menige zeer komisch aandoende sexueel-wijze spreuk is ongetwijfeld oorspronkelijk bedoeld als hoog-ernstige geslachtskritiek.

Zoo bijvoorbeeld Mantegazza in zijn boutades op de platonische liefde. Wat is platonische liefde? zoo vraagt hij en hij geeft haar prijs aan den spot met den volgenden stortvloed van hekelende formules waarvan elke volgende weer een nieuwe dwaze zijde van dit troeteldroombeeld der erotische lyriek blootlegt:

De platonische liefde is een onding, een hersenschim; zij heeft nooit bestaan en zal ook nooit bestaan.

33. Welbehagen.33.Welbehagen.Belgische teekening van Félicien Rops.

33.Welbehagen.

Belgische teekening van Félicien Rops.

De platonische liefde is een valsche vlag, die een verdachte lading dekt.

De platonische liefde is een vervalscht document, bestemd om contrabande weg te smokkelen.

De platonische liefde is een valsche sleutel om te komen waar men niet wezen mag.

De platonische liefde is een masker voor geslachtelijke onmacht.

De platonische liefde is eencontradictio in terminis; zij is de kwadratuur van den cirkel.

De platonische liefde is de honderdste variant op de fabel van den vos, die de druiven waar hij niet bij kon, te zuur vond.

Troonsbestijging.Troonsbestijging.Jacques van Loo (1614–1670).

Troonsbestijging.

Jacques van Loo (1614–1670).

34. Toilet van Venus.Photo Brückmann, München.34.Toilet van Venus.Naar de schilderij van Velasquez (1599–1660),National Gallery, Londen.

Photo Brückmann, München.

34.Toilet van Venus.

Naar de schilderij van Velasquez (1599–1660),National Gallery, Londen.

De platonische liefde is de onoprechtste manier om te zeggen: ik wil wel maar ik kan niet.

De platonische liefde is een dubbele leugen, waaraan geen der beide leugenaars geloof slaat.

De platonische liefde is het eerste stadium eener groote liefde of het laatste eener kleine liefde, maar nooit de liefde zelf.

De platonische liefde is een bezworen overeenkomst tusschen partijen, met het verzwegen voorbehoud zoo gauw mogelijk meineedig te worden.

De platonische liefde is de gelofte van den zeeman tijdens het noodweer, die hij geen oogenblik denkt na te komen.

De platonische liefde is de vinger, die de gelegenheid biedt de heele hand te nemen.

De platonische liefde is een schijngevecht tusschen twee die niet vechten kunnen en bang zijn bloed te zien.

De platonische liefde is een bisdom inpartibus infidelium, als men geen parochie te vergeven heeft.

De platonische liefde is de metaphysica van de liefde.

De platonische liefde is de lompste parodie op den mooisten, grootsten engloeiendsten menschelijken hartstocht.

De platonische liefde is een leeuwtje van gips, een bordpapieren tijger, een boeman of een trekpop voor kinderen.

35. Amor’s slachtoffers koelen hun wraakzucht.35.Amor’s slachtoffers koelen hun wraakzucht.Florentijnsche sierkunst, 15e eeuw; origineel in het Britsch Museum, Londen.

35.Amor’s slachtoffers koelen hun wraakzucht.

Florentijnsche sierkunst, 15e eeuw; origineel in het Britsch Museum, Londen.

Voor zoodanige conclusies—n.l. dat het allemaal larie is—schijnt de wijsgeerige ontleder van het sexeleven een sterke voorliefde te hebben. In elk geval vindt ook hij, evenals de sarcastische pessimist en de luchtig-oppervlakkige pessimist in het leven der liefde wel veel zots, dwaas en belachelijks, maar weinig schoons. En dat weinige schoone is dan volgens zijn oordeel meestal nog slechts schijn en komedie. Hij wordt daarover echter niet boosaardig, kwaadaardig of giftig zooals de pessimist, noch minder maakt hij er zich vroolijk over zooals de optimist, maar hij blijft deftig en gewichtig in zijn rol van wijsgeerig waarnemer, en draagt vooral zorg, zich niet al te eenvoudig uit te drukken. Het valt niet te ontkennen, dat de pessimist, met zijn door wraakzucht gescherpten blik, duidelijker de dagelijksche werkelijkheid ziet; zelf diep geërgerd schept hij er vermaak in te ergeren, en dit doet hem de taal vinden die hem succes waarborgt. Niemand verstaat dan ook in die mate als de pessimist, ook op dit gebied, de kunst dat wat hem ergert, te overstelpen met smaad en het prijs te geven aan bespotting en aan hoongelach. De wijsgeerige humor daarentegen is zelden concreet, maar blijft bij voorkeur in de wolken van het abstracte. Hij verschaft algemeene formules, die men naar willekeur kan toepassen … op den buurman. Hij houdt u niet den spiegel voor, maar wapent u met machtspreuken en dogma’s die er veelal uitzien als treffende waarheden.

Was ist der Kern der Mannesliebe?Die Sinnlichkeit.Und letzter Grund der Weibertriebe?Die Eitelkeit.

Was ist der Kern der Mannesliebe?

Die Sinnlichkeit.

Und letzter Grund der Weibertriebe?

Die Eitelkeit.

Aldus orakelt Lessing.

Paul Bourget hoont: Maagdelijns zonder onschuld, ziedaar het schitterendst product onzer beschaving. De vroegere barbaren, die in veroverde streken geweld pleegden, lieten daar onschuldige meisjes zonder maagdelijkheid achter. Men moet toegeven dat wij de methode verfijnd hebben.

Onuitputtelijk is vooral de wijsgeerig-erotische geestigheid der mannen bij het beoordeelen van de vrouwen. In het geestig en frappant formuleeren van de zwakheden der vrouw, in het literair-smakelijk toebereiden van diagnosen van moreele vrouwenkwalen viert het mannelijk vernuft zijn grootste triumfen. De gewoonte, zijn beoordeelingen van de vrouw te kruiden met geestigheden en humor schijnt den man zoo eigen, dat hij het zelfs niet nalaten kan als hij van haar spreekt op een manier, die blijkbaar voor ernstig wil doorgaan. Zelden komt de vrouw anders uit zijn handen te voorschijn dan als een met komische zonden potsierlijk uitgedoscht beminnelijk wanschepsel. (Fig. 39).

36. Offer aan Priapus.36.Offer aan Priapus.Fransche gravure op een antieke gesneden steen.

36.Offer aan Priapus.

Fransche gravure op een antieke gesneden steen.

De vrouwen, oordeelt Honoré de Balzac (inPetites misères de la vie conjugale) zijn erger dan de jezuïeten. De meest jezuïetischejezuïetonder de jezuïeten is duizendmaal minder jezuïet dan de minst jezuïetische vrouw, daaruit kan men opmaken hoe jezuïetisch de vrouwen zijn. Zij zijn zoo jezuïetisch, dat de ergste jezuïet er geen denkbeeld van heeft, hoever hij in jezuïetisme beneden een vrouw staat. Er zijn duizend manieren om jezuïetisch te zijn, en de vrouw is zulk een handige jezuïet, dat zij jezuïetisch kan zijn zonder dat men het merkt. Zelden, maar in elk geval toch wel eens een enkele maal, kan men een jezuïet bewijzen, dat hij een jezuïet is; maar probeer maar eens een vrouw te bewijzen, dat zij jezuïet is. Als ge het probeert, dan bewijst ze u in een ommezien, dat niet zij een jezuïet is, maar dat gij zelf een jezuïet zijt.

„De vrouwen, zegt Dohm,bedienen zich van leugens zooals de stier zich bedient van zijn horens”.

37. De straf na de zonde.37.De straf na de zonde.Illustratie van Holbein (1731) voor Erasmus’ „Lof der Zotheid”.

37.De straf na de zonde.

Illustratie van Holbein (1731) voor Erasmus’ „Lof der Zotheid”.

„Men leert de vrouwen het liegen, schrijft Flaubert, niemand zegt ze ooit de waarheid, en krijgen ze de waarheid eens toevallig tegenover zich, dan schrikken ze als van iets ongehoords”.

Schopenhauer oordeelt: „De natuur heeft de vrouw maar één middel gegeven om zich te verdedigen en te beschermen: onoprechtheid. De onoprechtheid is haar allen aangeboren, de domsten zoowel als de verstandigsten, en het is voor een vrouw even natuurlijk leugens te vertellen, als het voor een dier is zich van zijn natuurlijke wapens te bedienen; en zij gevoelt zich daarbij eigenlijk geheel in haar recht; vandaar is het zoo goed als onmogelijk een door en door oprechte, waarheidlievende vrouw te vinden”.

38. De Phallusduivel.38.De Phallusduivel.Illustratie eener oud-Engelsche ballade.

38.De Phallusduivel.

Illustratie eener oud-Engelsche ballade.

„De vrouwen, zegt Zola, zijn niet in staat de waarheid te spreken; zij beliegen iedereen, rechters, geliefden, haar omgeving en zelfs zichzelf”.

De verjongingskuur.De verjongingskuur.Duitsche karikatuur van Hans Sebald Beham, 16e eeuw.Prentenkabinet, München.

De verjongingskuur.

Duitsche karikatuur van Hans Sebald Beham, 16e eeuw.

Prentenkabinet, München.

„Er zijn vrouwen”, zegt Seneca, „die altijd iets kwaadaardigs op de tong hebben, dat ze handig onder haar lieftalligheden weten te mengen; die vriendschap huichelen, waar ze tegenovergestelde gevoelens koesteren, en die haar haat weten te verbergen onder den sluier der vleierij; waar zij het minst trouw zijn, daar is haar vertoon van trouw gewoonlijk het grootst en zijplegen juist den man of geliefde dien zij bedriegen, de minste wenschen in de oogen te lezen.”

Men herinnere zich de scène bij Molière tusschen Célemène en Arsinoë. Célemène zegt van Arsinoë:„In één woord, ik kan haar niet uitstaan en … (juist komt Arsinoë binnen). O, welke goede engel voert je hierheen? Eerlijk gezegd, verlangde ik juist met ongeduld naar je.”

Tot dit type van erotische humor behooren ook de tallooze het geslachtsleven rakende bon-mots, kwinkslagen, komische uitvallen enz. van groote figuren op literair of ander gebied.

Toen Diogenes eens een paar vrouwen zag die zich hadden opgehangen aan een olijfboom, zeide hij: Ach, dat alle boomen zulke vruchten droegen!

39. DE ROBE-PARAPLUIE.39.DE ROBE-PARAPLUIE.—Zoo bederft tenminste mijn nieuwe hoed niet.Humoreske van Henry Gerbault.

39.DE ROBE-PARAPLUIE.

—Zoo bederft tenminste mijn nieuwe hoed niet.

Humoreske van Henry Gerbault.

Hoe slecht ook een man van de vrouwen denken moge, zoo is er toch geen vrouw, die niet nog slechter van ze denkt, meent Chamfort, van wien ook deze beminnelijke uitval is: De liefde is als een epidemische ziekte—hoe banger men er voor is, des te meer gevaar loopt men aangestoken te worden.

Een god, die mint, acht ik niet wijs, getuigt Publius Syrus.

De mannen ondervinden dagelijks, dat het makkelijker is van de vrouwen kwaad te spreken, dan zich niet met haar in te laten (Debay).

De vrouwen koesteren veel minder liefde jegens de mannen dan haat jegens de andere vrouwen. Hoe vaak nemen ze niet een minnaar alleen om te beletten dat een vriendin hem krijgt! (Alphonse Karr).

40. Drastische ballet-manoeuvres: La Valse des Pantalons.40.Drastische ballet-manoeuvres: La Valse des Pantalons.A. Willette in „Le Courrier Français”.

40.Drastische ballet-manoeuvres: La Valse des Pantalons.

A. Willette in „Le Courrier Français”.

Een vrouw te nemen om gezondheidsredenen is eigenlijk hetzelfde als zich verdrinken om zijn dorst te lessen. (Mantegazza).

41. Des Weibes Leib ist ein Gedicht.41.Des Weibes Leib ist ein Gedicht.Verheffend werkt het op de ziel zeer zeker niet, Als men bij regenweer zoo iets voor oogen ziet!Teekening van Wilhelm Busch.

41.Des Weibes Leib ist ein Gedicht.

Verheffend werkt het op de ziel zeer zeker niet, Als men bij regenweer zoo iets voor oogen ziet!

Teekening van Wilhelm Busch.

Op de vraag, of men trouwen moest of niet, gaf Socrates ten antwoord: Wat ge ook doet, het zal u rouwen. En Diogenes antwoordde op de vraag, wanneer men een vrouw moet nemen: Zoo lang men jong is, nog niet, en als men oud is, niet meer. Zoo dacht ook Thales erover. Toen men deze in zijn jeugd aanspoorde te trouwen, zeide hij: Daarvoor is het nog tijd genoeg! en later, toen hij oud was geworden: Nu is het te laat. Niet minder besluiteloos was Antisthenes. Deze zeide: Neemt men een mooie vrouw, dan heeft men haar met iedereen gemeen; neemt men een leelijke, dan is ze je maar tot ergernis. En dat ook in latere tijden vele mannen er nog ongeveerzoo over denken, dat althans voorgeven, blijkt uit dit gezegde van La Bruyère: Er zijn maar weinig zoo volmaakte vrouwen, die haar man niet minstens eenmaal per dag reden geven zich te beklagen dat hij getrouwd is, en anderen te benijden, die ongetrouwd zijn. En uit dit stukje ulevel-poëzie van Weber: Vader Adam legde zich in ’t Paradijs te slapen. Toen werd uit zijn rib vrouw Eva geschapen—Och Adam, je hebt er van gelust: je eerste slaap was je laatste rust. Dezelfde betuigt: Wie niet onder het echtelijk juk is doorgegaan, kent de deugd van het geduld maar half, een deugd die de vrouwen beter anderen weten te leeren dan ze zich zelf eigen te maken.

42. Altijd welkome hulde.42.Altijd welkome hulde.Teekening van Adolphe Willette.

42.Altijd welkome hulde.

Teekening van Adolphe Willette.

Een zeer aparte en eigenaardige vorm van sexueele humor zijn de erotisch-humoristische sprookjes. Ook daaraan is de literatuur aller volken zeer rijk. Veelal wordt er een of ander moreel defect komisch in aan de kaak gesteld. Zooals bijvoorbeeld in het volgende van K. Simrock, dat tot titel draagt: Sluwer dan de Duivel, waaruit al bij voorbaat valt op te maken dat het gaat om een moreel defect der vrouw.

Er was eens een brave boer, die met zijn vrouw zoo eenvoudig en Gode welgevallig leefde, dat hij een voorbeeld en de trots was van den heelen omtrek. Alleen de Duivel was er verdrietig om; die had vruchteloos al zijn listen en kunsten te baat genomen om de liefde en de trouw der beide gelukkige echtelieden ten val te brengen. Toen hij eens mistroostig om zijn vergeefsche pogingen aan den weg zat, vroeg een oud wijf, dat juist voorbij kwam, waarom hij daar zoo ontevreden zat te druilen.—Och, wat geeft hetof ik dat al vertel! antwoordde de Duivel.—Wie weet? zeide het oude wijf, bij mij is goede raad nog nooit duur geweest.—Toen klaagde hij haar zijn nood, hoe hij dat echtpaar maar niet van elkaar kon krijgen. Toen zij dat hoorde, kon zij niet nalaten hem een onnoozelen, onbeholpen ezel van een Duivel te vinden, wat zij hem dan ook zeide. Maar voor een behoorlijke belooning, voegde zij er aan toe, zal ik je wel helpen dat zaakje in orde te brengen. De Duivel beloofde haar een paar piksplinternieuwe schoenen. Toen zij het eens waren geworden, ging het booze wijf dadelijk naar de goede vrouw en vertelde haar met een meewarig gezicht en als een liefderijke vriendin, die het wel leed deed, maar die voelde niet langer te mogen zwijgen, dat haar man haar ontrouw was en zich in het geheim met andere vrouwen inliet. De goede vrouw wilde het echter niet gelooven, hoe de oude haar ook bezwoer, dat het de volle waarheid was.

Eindelijk zeide het booze wijf: Als u het niet wil gelooven, volg dan tenminste mijn raad, baat het niet, schaden zal het ook niet. Vannacht, als uw man ligt te slapen, snijdt ge hem met een scheermes een lok uit zijn baard; dan kan u er vast van op aan, dat hij geen andere vrouw meer zal aanzien en u trouw zal blijven. Het is een ouderwetsch middeltje, dat altijd helpt.

De goede vrouw beloofde dat zij het zou doen, hoewel ze niets geloofde van wat de oude haar had gezegd. En zij bedankte het oude wijf voor haar goeden raad.

43. Wie het uiterste der wellusten zoekt, kroont een varken op den mesthoop.43.Wie het uiterste der wellusten zoekt, kroont een varken op den mesthoop.Zedeprent van Hans Burgkmair, omstreeks 1520.

43.Wie het uiterste der wellusten zoekt, kroont een varken op den mesthoop.

Zedeprent van Hans Burgkmair, omstreeks 1520.

De vredige ingetogenheid van het buitenleven.De vredige ingetogenheid van het buitenleven.(Photo Hanfstaengl, München).Naar de Hollandsche schilderij van Lukas van Valckenborch, 1530–1580.

De vredige ingetogenheid van het buitenleven.

(Photo Hanfstaengl, München).

Naar de Hollandsche schilderij van Lukas van Valckenborch, 1530–1580.

De kwaadaardige heks ging toen naar den man, die bezig was het land te ploegen.—U zal wel denken, wat moet dat oudje hier, zoo begon ze, maar ik kan het niet langer verzwijgen, ik moet het u zeggen: uw vrouw handelt niet eerlijk met u, ze houdt er andere mannen op na, maar u bent een veel te braaf mensch, daarom wou ik u waarschuwen.

De goede man wilde de oude van het land af ranselen, omdat ze zijn brave vrouw zoo belasterde. Maar het wijf ging door: Ik hoorde haar strak haar anderen man beloven, dat ze u vannacht, als u ligt te slapen, den hals zou afsnijden. Blijf daarom wakker, maar doe net of u slaapt, dan zal u wel zien of ik de waarheid spreek of niet.

44. Dubbelzinnig ambt.44.Dubbelzinnig ambt.—Ach, mijnheer, is het als ambtenaar of als vrijer, dat u zoo doet?Humoreske van Abel Faivre.

44.Dubbelzinnig ambt.

—Ach, mijnheer, is het als ambtenaar of als vrijer, dat u zoo doet?

Humoreske van Abel Faivre.

De bedrogen man, ofschoon hij niets geloofde van al wat de oude zeide, nam zich toch voor te doen zooals zij hem aangeraden had. En toen de goede vrouw meende, dat hij sliep, nam ze een scherp scheermes en probeerde een lok van zijn baard af te snijden. Toen sprong de man woedend overeind, en sloeg zijn vrouw zoolang tot ze voor dood op den grond liggen bleef.

Op datzelfde oogenblik kwam de Duivel tot het booze wijf en reikte haar over de beek met een langen stok de beloofde schoenen toe, en zei:„Hieroudje, pak aan, hier is je loon. Ik geef het je zoo maar, want vlak bij je komen zal ik maar niet—je zou den Duivel zelf nog misschien een streek spelen. Ik moet bekennen, dat ik het tegen je moet afleggen.”

Hierbij sluiten zich aan de humoristisch-erotische vertellingen en meer breed-opgezette komisch-sexueele anecdotes, zooals wij er in de volgende hoofdstukken eenigen zullen citeeren.

Verder valt er nog te onderscheiden de gemoedelijke sexueele humor in woord en beeld. Deze bedient zich bij voorkeur van den vorm der poëzie en als zoodanig zijn hare hoofdvormen het bruiloftsvers en het sexueele leerdicht. De klassieke grootmeester in laatstgenoemden vorm, de didactisch-erotische poëzie, is in onze taal vader Cats. Als typeerend voorbeeld halen wij hier aan den komischen strijd tusschen het draagvermogen-bezittend Paradijs-gedierte, het paard, de ezel, de kameel enz., wie hunner de eer toekomt Eva op zijn rug te mogen torschen (in:Bruiloft van Adam en Eva):

45. Grotesk-erotische voorstelling der eeuwige voortplanting.45.Grotesk-erotische voorstelling der eeuwige voortplanting.Beeldwerk in een gewijde grot op het eiland Elephanta bij Bombay.

45.Grotesk-erotische voorstelling der eeuwige voortplanting.

Beeldwerk in een gewijde grot op het eiland Elephanta bij Bombay.

Maer dit geweldig rot begon terstond te strijden,Op wiens verheven rug Mevrouw behoort te rijden,Een yder van de drie vermeynt te zijn gegront,Dat hem na vollen eysch het voorregt open stont.En t’wijl men besig is op haar verschil te letten,Soo koomt de Crocodil sich voor de rechters setten,Die seyd, in grooten ernst, en met een vollen mont,Dat hem de schoone kans behoort te zijn gegont.Hij seyde, dat het paert, enbeysijn met-gesellen,Alleen maer op het droog de voeten kunnen stellen;Maer als men aen een stroom of holle beeken koomt,Dat yder dan verschrikt, en voor het water schroomt:Dat niemandt van den hoop daerin begeert te rijden,Als die geen killig nat en zijn gewoonte lijden;Maer dat hy swemmen kan, en diepe waters meet,En des al niet-te-min op vaste gronden treet.Terwijlen dese vier aldus te samen streden,So koomt ‘er uit het wout een schilt-pad aangetreden,En alsse voor de bruyt en by de dieren stont,Ontsloot het lastbaer dier sijn tandeloosen mont.Nadien een jonge vrouw haer niet en dient te wagen,Soo moet ick onse bruyt op desen rugge dragen.Wat dat sich hier vertoont is maer een rauwen hoop,Genegen tot gewoel en tot een woesten loop.Maer wien is niet bewust, die mijn gestalte kennen,Dat ick gantsch sedig ben, en noyt gewoon te rennen?En dat mijn kloecken rug een vlacken setel draegt,Of voor een jonge bruyt; of voor een teere maegt?Oock dat men sonder hulp kan op mijn lijf geraken,En dat men sonder sorg mijn rugge mag genaken?En schoon dat iemandt viel, dat hem het ongeval,Geen hinder doen en kan, of na-deel geven sal?

Maer dit geweldig rot begon terstond te strijden,

Op wiens verheven rug Mevrouw behoort te rijden,

Een yder van de drie vermeynt te zijn gegront,

Dat hem na vollen eysch het voorregt open stont.

En t’wijl men besig is op haar verschil te letten,

Soo koomt de Crocodil sich voor de rechters setten,

Die seyd, in grooten ernst, en met een vollen mont,

Dat hem de schoone kans behoort te zijn gegont.

Hij seyde, dat het paert, enbeysijn met-gesellen,

Alleen maer op het droog de voeten kunnen stellen;

Maer als men aen een stroom of holle beeken koomt,

Dat yder dan verschrikt, en voor het water schroomt:

Dat niemandt van den hoop daerin begeert te rijden,

Als die geen killig nat en zijn gewoonte lijden;

Maer dat hy swemmen kan, en diepe waters meet,

En des al niet-te-min op vaste gronden treet.

Terwijlen dese vier aldus te samen streden,

So koomt ‘er uit het wout een schilt-pad aangetreden,

En alsse voor de bruyt en by de dieren stont,

Ontsloot het lastbaer dier sijn tandeloosen mont.

Nadien een jonge vrouw haer niet en dient te wagen,

Soo moet ick onse bruyt op desen rugge dragen.

Wat dat sich hier vertoont is maer een rauwen hoop,

Genegen tot gewoel en tot een woesten loop.

Maer wien is niet bewust, die mijn gestalte kennen,

Dat ick gantsch sedig ben, en noyt gewoon te rennen?

En dat mijn kloecken rug een vlacken setel draegt,

Of voor een jonge bruyt; of voor een teere maegt?

Oock dat men sonder hulp kan op mijn lijf geraken,

En dat men sonder sorg mijn rugge mag genaken?

En schoon dat iemandt viel, dat hem het ongeval,

Geen hinder doen en kan, of na-deel geven sal?

46. Hulde tot in den dood.46.Hulde tot in den dood.Symbolische satire op de mannelijke zinnelijkheid.C. Deana Gibson, in „Pictorial Comedy”.

46.Hulde tot in den dood.

Symbolische satire op de mannelijke zinnelijkheid.

C. Deana Gibson, in „Pictorial Comedy”.

Ten slotte is waarschijnlijk ieder mensch op zijn tijd erotisch humorist. Het schijnt den mensch als van nature ingeschapen, het geslachtsleven komisch en vroolijk op te vatten. Ieder heeft oog voor de dwaasheden van anderer sexualiteit.

Het liefdeleven is de bron, waaruit ten allen tijde de humor het rijkelijkst gevloeid heeft. Erotische humor is een der massaproducten van den menschelijken geest. En in tegenstelling met den gewonen regel staat de kwaliteit niet in omgekeerde verhouding tot de kwantiteit. Ingendeel, niet slechts de meeste humor is ontsprongen uit het liefdeleven, maar ook de beste, de gezondste en krachtigste.

47. De manschuwe Amphitrite vlucht op een zeemonster.47.De manschuwe Amphitrite vlucht op een zeemonster.Teekening van Albrecht Dürer, 1503.

47.De manschuwe Amphitrite vlucht op een zeemonster.

Teekening van Albrecht Dürer, 1503.

Bij de koppelaarster.Bij de koppelaarster.Naar de schilderij van Frans van Mieris (1635–1681), Galleria Uffizi, Florence.

Bij de koppelaarster.

Naar de schilderij van Frans van Mieris (1635–1681), Galleria Uffizi, Florence.

De beschavingsgeschiedenis kent geen tijdperk, waarin in alle humor het liefdeleven niet het overheerschende en meest op den voorgrond tredendeelement is. Er is geen cultuurvolk, bij hetwelk het geslachtsleven niet ten allen tijde het meest geliefdkoosde onderwerp was van allen humor en van alle satire. Er zijn verder maar zeer weinig satirieke kunstenaars geweest, die er niet aan hebben meegewerkt den schat der eeuwen aan erotischen humor te vergrooten; daarentegen zijn er talloozen, die zich daar zoo goed als uitsluitend aan hebben gewijd en voor wie het liefdeleven de eenige zon was, wier bevruchtende gloed hun gewrochten tot volle rijpheid kon brengen. In de komisch-satirieke behandeling van het geslachtsleven en wat daarmee in verband staat hebben genie en talent ons een deel van het beste geschonken dat zij ooit hebben voortgebracht. Op dit thema hebben zich steeds de schitterendste stralen van den menschelijken geest vereenigd, waarbij alles mat en onbelangrijk schijnt wat zich daarbuiten beweegt; rondom het leven der liefde heeft de menschelijke geest zijn vurigste, dol-dartele orgiën gevierd.

48. De twee getrouwen.48.De twee getrouwen.—Mejuffrouw, ik geloof nooit, dat hij nog komt; en zij, op wie ik hier sta te wachten komt ook niet, geloof ik, Laten we het nog vijf minuten aanzien, en als er dan nog niemand is, stel ik u voor samen te gaan soupeeren.R. Mayer in „Das Kleine Witzblatt”, Berlijn.

48.De twee getrouwen.

—Mejuffrouw, ik geloof nooit, dat hij nog komt; en zij, op wie ik hier sta te wachten komt ook niet, geloof ik, Laten we het nog vijf minuten aanzien, en als er dan nog niemand is, stel ik u voor samen te gaan soupeeren.

R. Mayer in „Das Kleine Witzblatt”, Berlijn.

49. Bakvischjes tegenspoeden.49.Bakvischjes tegenspoeden.—Je moet maar gelukkig zijn … fiets kapot en natuurlijk in geen veldenof wegen een heer te zien.R. Mayer in „Das Kleine Witzblatt”, Berlijn.

49.Bakvischjes tegenspoeden.

—Je moet maar gelukkig zijn … fiets kapot en natuurlijk in geen veldenof wegen een heer te zien.

R. Mayer in „Das Kleine Witzblatt”, Berlijn.

Het meerendeel der menschen is in het dagelijksch leven onuitputtelijk in aardigheden op al wat met het geslachtsleven in verband staat. De omgangstaal is als doorspekt met geestigheden op geslachtelijke dingen. Voor niets heeft men scherper oog dan voor anderer sexueele gebreken en de manier, waarop men de aandacht hierop vestigt is gewoonlijk die van den hekelenden spot. Niets is bij het groote publiek meer gezocht dan liederlijk-grappige beeldspraak, geestig-gemeene dubbelzinnigheden, vuile kluchten, dartel-ongebonden scherts. Niets is zoo geliefd en gaat zoo van mond totmond als sexueele anecdoten. Als volwassenen lachen, is bijna als regel een geslachtelijk onderwerp de aanleiding. Een enkele sexueel-getinte kwinkslag brengt onmiddellijk een vroolijke stemming teweeg en elke stemming van vroolijkheid slaat terstond om in sexueel-getinte praat. De sexueele geestigheid is als de veiligheidsklep, waardoor de opgekropte dierlijkheid zich ontlast en daarbij verschilt de goor-grauwe gemeenheid van den ruwen mensch alleen in graad, niet in wezen van den geraffineerde erotischen humor der verfijnde beschaving.

50. Eert uw vader en uw moeder....50.Eert uw vader en uw moeder ….—Huil dan maar niet meer, moe, en zeg aan vader, dat ik naar dien oude terug zal gaan.Satire van J. Forain.

50.Eert uw vader en uw moeder ….

—Huil dan maar niet meer, moe, en zeg aan vader, dat ik naar dien oude terug zal gaan.

Satire van J. Forain.

In den loop des tijds zijn over alle geslachtelijke verhoudingen stroomen van spot uitgestort, stroomen van goedaardige scherts, stroomen van venijnig sarcasme, stroomen van humor in alle denkbare nuancen. De literatuur, de kunst, zelfs de wetenschap hebben om het hardst daaraan meegedaan. En in het dagelijksch leven kan men nauwelijks met ernstig gezicht over het geslachtsleven spreken, nauwelijks weet men er zich anders over uit te laten dan in schertsenden, spottenden, onernstigen toon. Voor den gemiddelden mensch is het geslachtsleven een klucht, iets vermakelijks en grappigs, iets dat als uitlokt er den draak mee te steken.

De erotische humor is voor verreweg het grootse gedeelte afkomstig van den man en het grootste gedeelte daarvan is weer hetzij een directe, hetzij een indirecte hulde aan de vrouw.

Nergens worden zoo luidruchtige, zoo ten volle gemeende en zoo enthousiaste lofliederen gezongen op de vrouw dan op het gebied van den erotischen humor. Zelfs waar deze de vrouw of een vrouw geeselt met de roeden van satire en sarcasme, ligt daarin toch altijd hulde voor het liefelijkst wonder der schepping verborgen. De sexueele humor is m.a.w. een natuurlijke uiting der mannelijke zinnelijkheid. Daardoor ook vindt niets ter wereld een zoo dankbaar gehoor—en een zoo willige markt—als de sexueele humor in woord en beeld. Dat dit weer moet leiden tot ongezonde speculatie op gemeene instincten, ligt voor de hand; behalve erotische humor wordt er misschien evenveel artistiek waardelooze marktwaar geproduceerd—het weelderige veld van den sexueelen humor is een vruchtbare bodem voor pornographie.

51. Les in levenswijsheid.51.Les in levenswijsheid.—Jij gaat maar weer fijn naar een badplaats. Ik zal wel nooit de middelen daarvoor krijgen.—Zottinnetje, die middelen moet je opdoen onderweg en als je er bent.Satire van G. Leonne.

51.Les in levenswijsheid.

—Jij gaat maar weer fijn naar een badplaats. Ik zal wel nooit de middelen daarvoor krijgen.

—Zottinnetje, die middelen moet je opdoen onderweg en als je er bent.

Satire van G. Leonne.

Pornographie is echter in geenen deele humor, niet eens ontaarde humor, hoogstens een surrogaat van humor—zij staat tot sexueelen humor in dezelfde verhouding als het gezonde geslachtsleven tot de prostitutie, en in dezelfde verhouding als waarin de natuurlijke en normale omgang der sexen staat tot de uitspattingen van het bordeel. Daarom kunnen en moetenwij hier de pornographie, als liggende buiten en beneden ons onderwerp, ten volle uitschakelen.

Wij stellen ons voor in de volgende hoofdstukken van dit deel eenige der hoofdmomenten van het geslachtsleven te bezien in het kleurige licht van den humor der sexueele humoristen van alle gading. Wij zullen daarbij trachten ons te stellen op zoo ruim mogelijk standpunt en wel nu en dan het woord laten aan de groote satirici van het liefdeleven, die de zware zonden en vergrijpen in het leven der sexen straffen met spot en sarcasme en de sexueele misstanden van hun tijd met het wapen der satirieke polemiek te lijf gaan—Rabelais, Fischart, Aretin, Multatuli etc.—maar vooral ook niet verzuimen te laten uitkomen hoe de ongekunstelde volkshumor de dingen ziet, en zoowel de stemmen uit het verre verleden als die van den huidigen dag beluisteren. Waarbij dan weer duidelijk zal blijken, dat er ook ten deze maar heel weinig of geen nieuws is onder de zon.

52. Van het goede teveel.52.Van het goede teveel.Fransche humoreske.

52.Van het goede teveel.

Fransche humoreske.

Phyllis en Aristoteles.Phyllis en Aristoteles.Duitsche karikatuur op de heerschappij der vrouw, van Hans Baldung Grien, 1513.Prentenkabinet Amsterdam.

Phyllis en Aristoteles.

Duitsche karikatuur op de heerschappij der vrouw, van Hans Baldung Grien, 1513.

Prentenkabinet Amsterdam.

53. Amor’s hof.Photo Brogi.53.Amor’s hof.Naar de schilderij van Francesco d’Albani (1578–1660), Brera, Milaan.

Photo Brogi.

53.Amor’s hof.

Naar de schilderij van Francesco d’Albani (1578–1660), Brera, Milaan.


Back to IndexNext