VI.

VI.DE SEXUEELE OPVOEDING.De geslachtelijke neigingen en wat daarmee in verband staat nemen eerst van het intreden der puberteit af in het leven van den mensch een overwegende plaats in. De jeugd is kennelijk door de natuur bestemd als de tijd van rustige voorbereiding ook voor de levensfunctie der voortplanting, en op de ouderen rust derhalve een natuurlijke verplichting de jongeren ook ten deze doelmatige leiding te geven.Hoe komen de ouderen deze verplichting na? De sexueele humor aarzelt niet op deze vraag te antwoorden: op de meest dwaze, zotte en onverstandige manier. En, het moet erkend, de erotische humor, zijn methode getrouw, laat het niet bij beweringen, maar overstelpt ons tegelijkertijd met onweerlegbare bewijzen.De hoogste wijsheid van alle sexueele pedagogiek is zooal niet in theorie dan toch in de practijk: onwetend houden. Volstrekte onwetendheid in sexueele dingen, dat schijnt het grondbeginsel te zijn van alle practische sexueele opvoeding en volgens die opvatting is de onwetendste de deugdzaamste. Voor zoover men zich de moeite geeft hierover na te denken, redeneert men, dat de onwetendheid de beste bescherming is tegen de gevaren, die op hetsexueele levenspad van alle kanten dreigen—een redeneering die natuurlijk gelijk staat met te beweren dat om niet te verdwalen men onbekend moet zijn met den weg. Van dergelijke logica levert de practische opvoedkunde vele en zeer vermakelijke staaltjes.130. De halfmaagd.130.De halfmaagd.A. Willette, in „Le Courrier Français.”Men laat het opgroeiend geslacht wellicht niet alleen hierom onkundig van sexueele dingen wijl dit zoo goed en nuttig is, maar ook omdat het zoo makkelijk is. Gemakzucht speelt daarbij minstens een even belangrijke rol als het geloof aan de preservatieve werking van de onkunde. En ook is het groote meerendeel der volwassenen op sexueel gebied te onernstig, om ook maar in staat te zijn over die dingen ernstig te spreken.Men kan sexueele onderwerpen niet anders behandelen dan op frivole wijze. En daarom spreekt men met diegenen, tegenover wie men gevoelt dat die manier niet op haar plaats is, er liever heelemaal maar niet over, en geeft met name het naar leiding snakkende kind ontwijkende en absurde antwoorden, steenen voor brood.131. Ongelooflijk.131.Ongelooflijk.Grootmoeder tot kleindochter:—Ja kindlief, dat is numijngrootmoeder.Herman Paul in „Le Courrier Français”.Natuurlijk is de opvatting, dat sexueele onkunde een veilig voorbehoedmiddel is tegen de sexueele gevaren, een erbarmelijke dwaling. De onkunde bevordert juist, dat de rijpende phantasie de bron wordt, waaraan de natuurlijke sexueele weetgierigheid zich tracht te laven. En deze leermeesteres leidt bijna altijd op verkeerde wegen, zij voert weer naar andere ongeschikte bronnen om sexueelekennis op te doen, als onzuivere gesprekken, prikkellectuur en wat dies meer zij. En zoo is het een zeer algemeen verschijnsel—waarop vooral ook de erotische humor op zijn wijze de aandacht vestigt—dat zij, die men sexueel onwetend, dus onnoozel en onschuldig waant, reeds belast zijn met een diep-bedorven phantasie en met hun sexueele ervaringen hun sexueele kennis ver vooruit zijn. Volstrekte sexueele onwetendheid bestaat niet. En terwijl men aan den eenen kant alles verzuimt, doet men aan den anderen kant wat beter was na te laten.132. Verregaand.132.Verregaand.—Geeft dat nou pas, juffrouw, voor een domineesdochter, zoo’n boezem!Olaf Gulbransson, in „Simplizissimus”, 1904.Want tegelijkertijd dat het kind onwetend wordt gelaten op sexueel gebied, wordt het toch al afgericht op de sexueele rol, die het later heeft te spelen. Dit geldt vooral van het meisje. Dit wordt in kleeding, in toilet, in gedrag jegens het andere geslacht, al vertrouwd gemaakt met de kunsten der coquetterie lang voor het zich van het doel daarvan in het minst bewust kan zijn. Africhting op speculatief woekeren met erotische effecten wordt op sexueel gebied blijkbaar het eerst, zoo niet het eenig noodige geacht waartoe men bij de sexueele opvoeding verplicht is. In den concurrentiestrijd om den man wordt de vrouw al van kindsbeen zorgvuldig gedresseerd, hoewel ook hierbij weer de „opvoeders” dikwijls al even weinig klaar besef hebben van wat ze doen, als de geestelijk mishandelde objecten dier opvoeding.133. De verzoeking van een kleindochter Eva’s.133.De verzoeking van een kleindochter Eva’s.Naar G. Léonnec.Natuurlijk doet bij de sexueele opvoeding ook de dubbele moraal voor man en vrouw zich duchtig gelden. Het meisje moet tot den dag van haar huwelijktoe sexueel onbesproken blijven. Dat beteekent tegenwoordig geheel iets anders dan het een paar eeuwen geleden, ook hier te lande, deed. Tegenwoordig wordt van de ongehuwde vrouw volstrekte sexueele geheelonthouding verlangd. Tegelijkertijd wordt de jonkman in dit opzicht alle vrijheid gelaten. Naar wathijvóór zijn trouwdag op sexueel gebied al heeft uitgevoerd, wordt niet gevraagd. Maar het meisje moet als zij het huwelijksbed bestijgt, nog rein en ongerept zijn als een pasgeborene. Aan de mannelijke partij wordt in dit opzicht geen enkele eisch gesteld, men houdt zich zelfs of men wel gaarne ziet, dat de man een bont sexueel verleden achter zich heeft. Degenen, die vóór hun huwelijk sexueel zijn uitgeraasd, worden, zoo bazelt men, de beste mannen en de voorbeeldigste huisvaders. In de waardeering staat hij die openlijk het leven van een Don Juan heeft geleid, eigenlijk hooger aangeschreven, dan degene van wien in die richting niets of het tegenovergestelde bekend is. Van deze laatsten vreest men, dat het na het huwelijk wel komen zal—het kwaad moet er uit, vroeg of laat. Levenswijze grootmoeders en dito oudtantes zien kleindochters of nichtjes met meer gerustheid in de huwelijksschuit stappen met een schuinsmarcheerder, die sexueel al nagenoeg op is, dan met iemand, die „de wereld nog niet heeft bekeken” en nog niet heeft genoten. Dietoch komen, zoo meent men, later los.Coquetterie.Coquetterie.Engelsche galante plaat van W. Dickinson naar de schilderij van W. Peters (1776).134. Het billet doux.134.Het billet doux.Teekening van Aubrey Beardsley.135. Vroegrijpe eigenwaarde.135.Vroegrijpe eigenwaarde.—Wat een weer! Een buitenkansje voor de heeren.C. Koystrand, in „Wiener Witzblatt”, 1903.136. De ouverture van het middenbedrijf.136.De ouverture van het middenbedrijf.A. Guillaume, in „Le Courrier Français”.Het eigenaardige in deze opvatting is, dat men er meestal eerst na het huwelijk, als er uit het sexueel verleden van den man een en ander begint uit te lekken, mee voor den dag komt. De consequentie durft men er blijkbaar niet van aan—men durft niet het jonge meisje opvoeden in de leer, dat het voor een gelukkig huwelijk noodzakelijk is dat zij trouwt met een verdierlijkt, ontzenuwd individu, die in sexueele potentie eigenlijk reeds het tijdperk der aftakeling is ingetreden. Met die theorie komt men eerst voor den dag, als later blijkt, dat de man, aan wien zij zich heeft verbonden, een in sexueel opzicht veel bewogen leven achter den rug heeft. Dan verbergt men achter die theorie zijn teleurstelling. Om den schijn toch maar te redden worden de dingen eenvoudig op hun kop gezet. Natuurlijk acht men, vooral in burgerlijke kringen met de daar algemeen heerschende moraal van het uiterlijk fatsoen, een sexueel „net” persoon hooger dan een doordraaier en vrouwenjager, want men weet zeer wel, dat „een vos wel zijn haren verliest, maar niet zijn streken”—de geijkte formule voor het tegendeel der voorgewende Don-Juan-vereering. Maar, vooral in dingen van sexueele moraal is men gewapend voor alle mogelijkheden. Naar omstandigheden komt men met een theorie of met haar tegendeel voor den dag. Blijkt na het huwelijk, dat de echtgenoot een zwart sexueel verleden heeft, dan zoeken vooral de oudere vrouwelijke familieleden de zaak zoo voor te stellen, dat een vrouw met zulk een man een bijzonder gelukis te beurt gevallen. Zoo wordt dan de nederlaag omgepraat in een overwinning, de schande in eer; wat in werkelijkheid wel wordt gevoeld als een teleurstelling wordt voorgesteld als een buitenkansje. Verder bewijst de hier bedoelde voorgewende voorkeur voor verloopen sujetten goede diensten bij het aansturen op een huwelijk dat voor het meisje maatschappelijk bijzonder voordeelig schijnt, hoewel de mannelijke partij nu juist niet uitmunt door platonische reinheid. Dan eerst blijkt eerst goed, hoe ruim het sexueel geweten is. In zulke gevallen worden de deugden van zoodanige individuen en hun bijzondere begeerlijkheid als echtgenoot door de vrouwelijke verwanten met vurige welsprekendheid geprezen. Juist zulke, neen, alleen zulke personen, worden trouwe, rustige, zorgzame huisvaders, die hun geluk alleen vinden bij hun vrouw. Natuurlijk is men elk oogenblik bereid dit standpunt prijs te geven voor het tegenovergestelde. Komt bijvoorbeeld het gewenschte huwelijk niet tot stand, en is de eerstvolgende minnaar meer van het „nette” soort, dan wordt met niet minder welsprekendheid ook diens lof gezongen. Ook zulke, neen alleen zulke personen kunnen dan trouwe, rustige, zorgzame huisvaders worden, die hun geluk alleen vinden bij hun vrouw. Er is ten deze geen vast standpunt. Wordt degene, die naar de hand van het meisje dingt, door de verwanten van het meisje maatschappelijk een goede partij geacht, dan wordt de verhouding bevorderd enbegunstigd. En daarbij heeft men voor elk bijzonder geval zijn bijzondere drogredenen. Om consequentie bekommert men zich op dit gebied wel het allerminst.137. IJdelheid.137.IJdelheid.Duitsche karikatuur uit de 16e eeuw.138. Het rijk van Neptunus.138.Het rijk van Neptunus.Naar een Fransche gravure.139. Goed gedresseerd.139.Goed gedresseerd.—Moest zoo iets nu ook niet worden aangeslagen in de reclamebelasting?C. Koystrand, in „Wiener Caricaturen”.Hoe dwaas, onbeduidend en voos dit door niemand trouwens ernstig genomen gelegenheidsargument van de voortreffelijkheid van verloopen sujetten ook moge zijn, toch blijkt er overduidelijk uit, dat in het onderbewustzijn der gedachtelooze menigte een dubbele moraal voor man en vrouw wordt gehuldigd. Want ten opzichte van de vrouw redeneert men zoo nimmer. Men weet, dat zulks bij niemand ingang zou vinden, en wacht er zich daarom voor. Wat de man op sexueel gebied heeft misdreven, hoe bar en erg het ook zij, laat zich goedpraten, is zelfs voor te stellen als iets verdienstelijks en vereerends. Maar de vrouw blijft de minste misstap levenslang drukken. Daarvoor is in hetzonderlinge wetboek der sexueele gerechtigheid geen vergeving. Nooit wordt dan ook zelfs beproefd, voor-huwelijksche zonden der vrouw goed te praten en nog minder wordt geprobeerd om een verbintenis met een meisje van niet geheel onbesproken gedrag voor te stellen als een bijzondere en benijdenswaardige gunst der goden, zekere voorwaarde voor een zeldzaam volmaakt huwelijksgeluk. Integendeel, zulk een meisje treft onvoorwaardelijk de algemeene verachting. Een verbintenis met zulk een schepsel geldt als een onuitwischbare schande. Hoe de eenmaal begane misstap ook werd geboet, welke verzachtende omstandigheden er ook kunnen worden aangevoerd, het strenge sexueele recht kent daarvoor geen clementie.140. Leerschool der IJdelheid.140.Leerschool der IJdelheid.Hoe een edele jonkvrouwe, bezig zich op te pronken, in den spiegel den duivel niet van zijn beste zijde leerde kennen.Houtsnede uit de „Bitter von Thurn”, 1493.Hier vloeit allereerst uit voort, dat zich beroemen op sexueel wangedrag voor het meisje of de vrouw, die zichzelve in zedelijk opzicht niet geheel en al heeft opgegeven, iets onbestaanbaars is. Dit komt—met het zooeven gemaakte voorbehoud voor degenen die zedelijk al ten gronde zijn gegaan—dan ook niet voor. Wel echter, en vrij algemeen zelfs, bij den man. Deze beroemt zich en gaat prat op zijn sexueele zonden, overdrijft die zelfs, snoeft op geslachtelijke buitensporigheden, die hij nooit heeft bedreven.De vrouw, die er in dit opzicht zoo geheel anders, ja precies tegenovergesteld voor staat, doet dit nimmer. Die doet het tegenovergestelde: zij verzwijgt, verbergt en houdt geheim, ontkent zoo noodig. De man neemt gaarne het air aan van losbol, de vrouw simuleert deugd. Beide zijn ze in die rol voor spotzucht, humor en sarcasme een even gemakkelijke als dankbare prooi. De vrouw, om de minste sexueelemisstap door de openbare meening haar leven lang vervolgd, ziet zich daardoor bij een eventueelen misslag genoodzaakt, die zoo mogelijk verborgen te houden. En behoudens voorhanden zijn van het onloochenbaar bewijsstuk—het kind—slaagt zij daarin meestal naar wensch. Zoo ontstaat een samenleving, waarin alle jongemannen losbollen zijn en alle jongedochters toonbeelden van onschuld, braafheid en deugd.Hoe ouder hoe gekker.Hoe ouder hoe gekker.Naar de schilderij van Frans van Mieris (1635–1681).141. De gefopte Gascogner.Photo Alinari, Florence.141.De gefopte Gascogner.Naar de schilderij van Nicolas Lancret (1690–1743), Louvre, Parijs.De dubbele moraal uit zich in de sexueele opvoeding nog in velerlei andere richting. Zoo—als uitvloeisel der geschetste opvattingen, waardoor de gemiddelde fatsoensmensch zich bij zijn sexueelepedagogielaat leiden,—wordt den zoon groote vrijheid gelaten, de dochter daarentegen wat men noemt kort gehouden. Bordeelbezoek, meisjes verleiden, een maîtresse hebben, dit alles wordt door den kring van verwanten bij den jonkman zooal niet onvoorwaardelijk goedgekeurd, dan toch als vergeeflijke lichtzinnigheid der jeugd aangemerkt en vergoelijkt. Zelfs in kringen waarin men overhelt tot strenge zeden, wordt voor de jeugdige mannelijke leden een oogje dicht gedaan. De drogredenen waarmee dit wordt gemotiveerd, zijn alweer legio. Het geldt als een teeken, dat de jongeman gezond, vurig bloed heeft, levenslustig en krachtig is en niet tot de droogpruimers behoort. Door al vroeg intiem verkeer te hebben met vrouwen leert de jongeling zijn onbeholpen bleuheid en verlegenheid in den omgang met de andere sexe afleggen, hij krijgt opdie manier ondervinding, vrijmoedigheid, zekerheid, leert de wereld kennen en erlangt tallooze andere voordeelen. Intusschen worden de vrouwen, die zoonlief al deze deugden moeten bijbrengen, en om zoo te zeggen zijn sexueele opvoeding en zijn geslachtelijke vorming hebben te voltooien, juist in die kringen het diepst veracht en verafschuwd, iets wat bij zoo belangrijke diensten, den zoon des huizes bewezen, bedenkelijk zweemt naar zwarte ondankbaarheid. Maar ook hier is de minste schijn of schaduw van de meest elementaire consequentie weer ver te zoeken.142. Landelijke onschuld.142.Landelijke onschuld.—Ja mijnheer, ik ga gauw naar Parijs bij mijn zuster, om ook wat te verdienen.—Zoo zoo, mijn kind, en wat doet ze daar in Parijs, die zuster van je?—Ze is daar rijk gemainteneerd, mijnheer.Teekening van Henry Gerbault.143. De kleine nichtjes.143.De kleine nichtjes.—Zeg, Annie, heb jij je neefje al eens een zoen moeten geven?—Nog nooit, Marie, ik zou het niet willen, hij kon het wel eens niet toelaten!Uit: „Sect”, Weenen.De eigenlijke redenen voor de groote sexueele vrijheid, die men de zoons laat in vergelijking met de angstvallige bezorgdheid voor de sexueele onbesprokenheid der dochters, zijn natuurlijk deze, dat eerstens den jonkman toch niet kan worden belet te doen wat hem ten deze goeddunkt en waartoe zijn ontluikende zinnelijkheid hem dringt, terwijl verder zijn sexueele waarde, uitgedrukt in huwelijkskansen, er in het minst niet door vermindert. Men laat den jongen dus wat vrijheid, wijl men hem dien toch niet op den duur kan benemen, en omdat de gevolgen maatschappelijk van geen beteekenis zijn. Deze motieven zijn echter niet van dien aard,dat men er goedschiks openlijk voor uit kan komen. Daarom bedient men zich van drogredenen en troost zich daarbij met de gedachte, dat ieder ander toch ook zoo doet.144. Die moeders.144.Die moeders.—Je maakt mij niet wijs, dat een fatsoenlijk meisje zulk ondergoed heeft te dragen.Satire van J. L. Forain.Ten opzichte van het jonge meisje staat de zaak geheel anders. Door de minste opspraak reeds daalt zij in sexueele waarde. De minste smet op haar sexueel gedrag heeft een onherstelbare waardevermindering tengevolge. Om dat te voorkomen wordt zij bij elken stap met argusoogen bewaakt, want ook de minste kans van opspraak wenschen hare natuurlijke exploitanten—haar ouders—niet te riskeeren. Het meisje moet, om op de huwelijksmarkt haar volle handelswaarde te behouden, volstrekt onbesproken blijven. Daarom is men even streng voor de dochters als men toegeeflijk is voor de zoons. Zij wordt van alle sexueele gevaren geïsoleerd, en tegelijkertijd dat men zoonlief de dolste streken laat uithalen, zonder zich er zich veel om te bekommeren, wordt aan de dochter romanlezen, schouwburgbezoek en dergelijke ontzegd, om „haar hoofd niet op hol te brengen”, d. w. z. haar niet in ongewenschte avontuurlijk-romantische stemming te brengen.145. Die kinderen.145.Die kinderen.—Pas zestien en nou al een vrijer?—Eén is toch zeker het minste wat je hebben kan!Friedrich Schröder. in „Düsseld. Monatshefte”.Dikwijls komt met koddige duidelijkheid aan het licht, dat het daarbij in het minst niet is te doen haar zinnelijk immuun te maken. Bij bals en dergelijke mag zij zich vrijelijk half naakt voor een geheel gezelschap te pronk stellen—mits onder toezicht en mits anderen hetzelfdedoen. Wat niet in opspraak brengt, is geoorloofd, al is het in werkelijkheid nog zoo bedenkelijk; wat wel opspraak en gefluister verwekt, is niet geoorloofd, al is het op zich zelf nog zoo onschuldig. Evenmin zoekt de gemiddelde sexueele opvoeding neiging tot coquetterie te beteugelen of tegen te gaan. Integendeel, het coquette meisje verbetert haar kansen en—men weet zulks bij instinct—loopt allerminst gevaar zelf tot onberaden onvoorzichtigheden te vervallen—zij ontsteekt het vuur, maar blijft zelf koel. Coquetterie is dus een waardevolle deugd, een karaktertrek die men eer moet toejuichen en in de hand werken dan tegengaan.146. Privaatles in den tunnel.146.Privaatles in den tunnel.Fransche humoreske.Het grondbeginsel van de sexueele opvoeding is bij de groote massa der onnadenkenden en gemakzuchtigen: onkundig houden. Bij de toepassing van dat grondbeginsel vormt de natuurlijke kinderlijke nieuwsgierigheid naar allerlei wat met het geslachtsleven in verband staat, een groote moeielijkheid. Deze nieuwsgierigheid toch leidt tot vragen—de bekende lastige kindervragen. De antwoorden, die het kind krijgt op zijn lastige vragen, dragen het karakter van beminnelijke misleiding. Het nieuwe broertje is gebracht door de ooievaar, of het is geplukt van den boom, of gegroeid in een groote kool. En zoo voort.147. In het reddingshuis.147.In het reddingshuis.—Ja zuster, ik heb net als u mijn buik vol van de wereld.Karikatuur van Moloch.Aan den anderen kant is de kinderlijke onwetendheid een bron van vermaak voor de ouderen. Het is bekend hoe gretig b.v. tantes en ooms en ook eigen ouders kinderenuithooren betreffende hun sexueele kennis. Men brengt het kind daarover opzettelijk aan het praten, en vermaakt zich met zijn onwetendheid, met zijn halve kennis, met zijn twijfel, onderwerpt het aan een verhoor om te vernemen wat hij allemaal weet of denkt van die dingen. Maar om het kind, hoe dan ook, ernstig over geslachtelijke onderwerpen te onderhouden, het met voorzichtig beleid sexueel te onderrichten en voor te bereiden op datgene wat het als geslachtswezen tegemoet gaat, daarvoor is men in den regel zelf te onkundig en vooral te onernstig in het sexueele.148. Sexueele opvoeding.148.Sexueele opvoeding.—Mag ik u mijn parapluie aanbieden?—Zeker mijnheer, tot aan de hoek daarginds, waar mijn man mij opwacht.Uit „Wiener Karikaturen”.149. Amor ingewijd in de geheimen van het toilet.149.Amor ingewijd in de geheimen van het toilet.Gravure van Carracci, 17e eeuw.Men is zoo gewoon over sexueele onderwerpen alleen maar te spreken in min of meer frivolen toon, dat men niet bij machte is ze ook maar een oogenblik met ernst te bespreken. Het kind snapt al heel gauw, dat zijn opvoeders hem in die dingen wat op den mouw spelden. Het zoekt op andere manieren zijn natuurlijke nieuwsgierigheid te bevredigen. Zoo wordt dan het nog onbedorven kindergemoed naar onzuivere bronnen gedreven en het ontvangt de gezochte kennis in een vorm, die in den regel minstens bedenkelijk is. En het kind leert ook al heel gauw, dat het zijn kennis op sexueel gebied voor ouderen moet verbergen. Zoo ontstaat het type van het quasi-onnoozele en onschuldigekind, voor wie in werkelijkheid het geslachtsleven een open boek is en dan gewoonlijk een pornografisch boek.Amor leidt het spel.Amor leidt het spel.Teekening van Gerda Wegener.150. Liefde te Parijs.150.Liefde te Parijs.—En dan, ’t is zoo eng, een man.Satire van J.L. Forain.Tot de „lastige kindervragen” behooren in de eerste plaats die naar de herkomst van het nieuwe broertje. Ieder kind wil weten waar het vandaan komt. En de sexueele opvoeding heeft een heele reeks van antwoorden op desbetreffende vragen verzonnen, die door de ernstige sexueele pedagogiek zoo niet als misleidend worden verworpen, dan toch bedenkelijk worden geacht, ofschoon er dikwijls een zekere zin voor poëzie in valt op te merken. Een tweede categorie van lastige kindervragen betreft de geslachtskenmerken. Gesprekken als dit tusschen vijf- tot achtjarigen zijn geen uitzonderingen: Hebben jullie een nieuw kindje gekregen, Wim?—Ja Annie.—Is het een zusje of een broertje?—Ik geloof een zusje.—Is het net zoo als ik, met een boezelaartje en lang haar? dan is het een zusje.—Hoe men weet of het nieuwe kindje een zusje of een broertje is, is het kind een raadsel en het stelt zijn vragen. Het wordt weer op dezelfde wijze door zijn opvoeders met een kluitje in het riet gestuurd. Merkt het verschil op in zekere organen, dan worden dikwijls de allerkoddigste verklaringen daarvan opgedischt.151. De reddende modehoed.151.De reddende modehoed.Amerikaansche karikatuur van Kepler.De sexueele opvoeding, die tot grondbeginsel heeft: onwetend houden zoo lang het maar eenigszins gaat,—de opvoeding wier hoogste wijsheid dus eigenlijk is: niet op te voeden—mag, gezien de ondervinding van elken dag, tweeërlei resultaat verwachten: of het kind doet op eigen gelegenheid sexueele kennis op en gaat dan beladen met een onzuivere phantasie de gevaren der puberteit tegemoet; of het kind blijft inderdaad onwetend, en is dan in zijn onkunde zooveel weerloozer in de gevaren,die het van het intreden der puberteit af van alle kanten zullen bedreigen.De gevolgen van het stelsel van onwetend-houden in sexueele zaken zijn in den regel niet, dat er werkelijk onwetendheid bestaat, maar dat er onwetendheid wordt voorgewend. Onderdehand beijveren beide sexen zich wat ze kunnen om sexueele kennis op te doen. Het meisje ontvangt haar kennis ten deze van haar vriendinnen en vooral ook door lectuur. En de onderwijzeressen der mannelijke jeugd zijn de prostituees. Zoo moest er een paar jaar geleden in Frankrijk door een vereeniging voor zedelijke en sanitaire voorbehoeding een boekje worden uitgegeven en op groote schaal verspreid, dat ook in het Nederlandsch is verschenen en tot titel draagt: „Wat volwassen jongens wel eens mogen weten.” Dit boekje handelt over de gevaren der afdwaling vanhalf-volwassenenop geslachtelijk gebied. Het onwetende meisje weet ook zeer goed, hoeveel meer sexueele vrijheid de jongens „genieten” en welk gebruik deze daarvan plegen te maken. Een meisje stelde haar moeder, die haar den avond voor haar huwelijk overlaadde met wenken en raadgevingen, de snibbige vraag of haar Willem dien avond nu ook al die wijze lessen kreeg van zijn moeder.152. Hardhandige sexueele pedagoog.152.Hardhandige sexueele pedagoog.Illustratie van Holbein in Erasmus’ „Lof der Zotheid”.Uitgave 1731.De sexueele opvoeding beoogt eigenlijk alleen sexueele waarden zoo voordeelig mogelijk in exploitatie te brengen. Zij beoogt zelden of nooit in te wijden in ’t wezen van het geslachtsleven. Zij kan dit niet beoogen, reeds hierom niet, wijl dit voor het meerendeel der opvoeders zelf een gesloten boek is. Maar dit weten allen, dat de sexe, en speciaal de vrouwelijke sexe, een artikel van waarde is en dat men bij een eventueel bod niet te haastig moet zijn met toeslaan, daar er allicht nog een beter bod kan worden gedaan.De zucht om de sexueele waarde van het jonge meisje op de voordeeligste manier te exploiteeren, openbaart zich al bijzonder sterk bij den kleinen middenstand. Hier is elke dochter een belangrijk stuk materieel bezit, waaropin den regel groote verwachtingen worden gebouwd. De sexueele opvoeding wordt daar, natuurlijk veelal onbewust, geheel op ingericht. Het spreekt van zelf, dat de dochter veel te goed wordt geacht om met een man van lageren of gelijken stand te trouwen. Ook in dit opzicht is de minachting voor den werkenden stand het sterkst bij degenen, die daar maatschappelijk het naast aan grenzen. „Mijn dochter is veel te goed voor een gewonen werkman”, zoo denken en spreken duizenden moeders, vooral onder die wier maatschappelijk verschil met den „gewonen werkman” meer dan dubieus is. „Voor mijn dochter is toch zeker wel wat beters te krijgen”, is de volgende conclusie in dezen gedachtengang. Vooral ook het meisje zelf wordt diep van dit gevoelen doordrongen. Het wordt haar aanhoudend voorgehouden, dat het maar aan haar zelf ligt, zich een schitterende positie te verwerven, of, om in de geijkte terminologie te spreken, een goede partij te doen. Het eerste waar zij op heeft te passen, is natuurlijk, zich niet te vergooien aan een of anderen armoedzaaier. Zij moet het ook niet probeeren met zulk een verafschuwd wezen te komen aanzetten. Dat wordt haar van haar eerste meisjesjaren af zoo diep mogelijk ingeprent.153. Het onwetende bruidje.153.Het onwetende bruidje.—Nu, kind, weet je het voornaamste. Onthoud het nu goed.—Och mama, dat wist ik allemaal al zoo lang.Uit „Wiener Caricaturen”.Ieder manspersoon, die plannen ten opzichte van het sexueele kleinood schijnt te koesteren, wordt door de zorgzame ouders allereerst gekeurd op zijn vermoedelijken welstand. Valt de eerste taxatie al niet te gunstig uit, dan worden alle mogelijkheden tot toenadering onverbiddelijk afgesneden. Voor geen middel wordt daarbij dan teruggedeinsd. Het eerste der vele middelen die ter beschikking staan is, hem in de oogen van het meisje zoo diep mogelijk te kleineeren, hem verachtelijk te maken, afkeer en tegenzin in te boezemen jegens den kalen gelukzoeker, die het wagen durft de oogen te slaan op een meisje zoover boven zijn stand. Hij moet maar gaan bij de meiden van zijn soort, maar het niet zoeken bij een meisje van nette familie …. wat denkt zoo’n goochemerd wel? dat wou er zich zeker fijn indraaien, maar dan is hij aan ’t verkeerde kantoor, enz. Van het meisje zelf wordt natuurlijk verwacht dat ze zal inzien, dat zoo’n persoon niets is voor haar.Iedereen zou haar uitlachen, zij zou in de heele stad over de tong gaan. En wat zou juffrouw die en juffrouw die zich verkneuteren, als ze hoorden enz. En dan, welk vooruitzicht met zoo’n snuiter!Het gevoel.Het gevoel.Rijks Prent Cabinet.Uit de serie: De Vijf Zintuigen, van Abraham Bosse, 18deEeuw.Valt de aanvankelijke schatting minder ongunstig uit, is de eerste indruk niet onbevredigend, dan wordt omzichtig getracht zekerheid te erlangen. Er wordt navraag gedaan, links en rechtsgeïnformeerd—men gaat niet over één-nachts-ijs! Vallen de zoo vergaarde inlichtingen min of meer bevredigend uit, dan krijgt het meisje nog tallooze instructies om zich toch voor onberaden stappen te wachten. Want zoolang het geval nog min of meer twijfelachtig is, is men nog zeer wantrouwend. En hebben de ouders, meer speciaal de mama, zelf iets voor de huwbare dochter op het oog, iets waarvan de financieele kwaliteiten ten volle bekend zijn, dan wordt ook zulk een twijfelachtige adspirant-minnaar met alle middelen waarover een kwaadsprekende tong kan beschikken—en dat zijn alle middelen—onverbiddelijk geweerd en weggewerkt.154. Gevaarlijke onnoozelheid of gelegenheid maakt den dief.154.Gevaarlijke onnoozelheid of gelegenheid maakt den dief.Gravure naar een schilderij van Boucher (1703–1770).Zoo bar en vijandig als het onthaal is waarop een vrijer van het ongewenschte soort zich kan voorbereiden, zoo nederbuigend-lievig en onderdanig-tegemoetkomend is de houding jegens een partuur, die aan de verwachtingen beantwoordt. Evenals in het eerste geval eerst alles wordt beproefd om het meisje afkeerig te maken van den verafschuwden non-valeur, en, als dat niet baat, alle geweldmiddelen der ouderlijke macht te baat worden genomen om de dreigende familieramp af te wenden, evenzoo wordt in het tweede geval alles gedaan om het meisje er toe te brengen van de haar geboden gelegenheid gebruik te maken. Zoo noodig treedt de zorgzame moederzondergemoedsbezwaar op als koppelaarster. Alles wat er toe leiden kan om het paar zoover te brengen, dat men niet meer terug kan, wordt metoverlegbegunstigd; de gelegenheden om zoover te komen worden desnoods noods expres geschapen.En stuit men op onwil bij het meisje, dan wordt niets onbeproefd gelaten om dien onwil te breken.Hoe komisch dit alles den koelen waarnemer ook moge aandoen, is het in werkelijkheid toch een bron van tallooze stille familiedrama’s en van veel in stilte gedragen leed. Den humoristen van alle gading levert het intusschen rijke stof tot geestigen spot, vlijmend sarcasme, bittere ironie of goedmoedigen humor.155. Kinderen van Flora.155.Kinderen van Flora.156. Een lustig paar.Photo Hanfstaengl, München.156.Een lustig paar.Naar de schilderij van Gerard van Honthorst (1590–1656),Gemäldegalerie, Cassel.

VI.DE SEXUEELE OPVOEDING.De geslachtelijke neigingen en wat daarmee in verband staat nemen eerst van het intreden der puberteit af in het leven van den mensch een overwegende plaats in. De jeugd is kennelijk door de natuur bestemd als de tijd van rustige voorbereiding ook voor de levensfunctie der voortplanting, en op de ouderen rust derhalve een natuurlijke verplichting de jongeren ook ten deze doelmatige leiding te geven.Hoe komen de ouderen deze verplichting na? De sexueele humor aarzelt niet op deze vraag te antwoorden: op de meest dwaze, zotte en onverstandige manier. En, het moet erkend, de erotische humor, zijn methode getrouw, laat het niet bij beweringen, maar overstelpt ons tegelijkertijd met onweerlegbare bewijzen.De hoogste wijsheid van alle sexueele pedagogiek is zooal niet in theorie dan toch in de practijk: onwetend houden. Volstrekte onwetendheid in sexueele dingen, dat schijnt het grondbeginsel te zijn van alle practische sexueele opvoeding en volgens die opvatting is de onwetendste de deugdzaamste. Voor zoover men zich de moeite geeft hierover na te denken, redeneert men, dat de onwetendheid de beste bescherming is tegen de gevaren, die op hetsexueele levenspad van alle kanten dreigen—een redeneering die natuurlijk gelijk staat met te beweren dat om niet te verdwalen men onbekend moet zijn met den weg. Van dergelijke logica levert de practische opvoedkunde vele en zeer vermakelijke staaltjes.130. De halfmaagd.130.De halfmaagd.A. Willette, in „Le Courrier Français.”Men laat het opgroeiend geslacht wellicht niet alleen hierom onkundig van sexueele dingen wijl dit zoo goed en nuttig is, maar ook omdat het zoo makkelijk is. Gemakzucht speelt daarbij minstens een even belangrijke rol als het geloof aan de preservatieve werking van de onkunde. En ook is het groote meerendeel der volwassenen op sexueel gebied te onernstig, om ook maar in staat te zijn over die dingen ernstig te spreken.Men kan sexueele onderwerpen niet anders behandelen dan op frivole wijze. En daarom spreekt men met diegenen, tegenover wie men gevoelt dat die manier niet op haar plaats is, er liever heelemaal maar niet over, en geeft met name het naar leiding snakkende kind ontwijkende en absurde antwoorden, steenen voor brood.131. Ongelooflijk.131.Ongelooflijk.Grootmoeder tot kleindochter:—Ja kindlief, dat is numijngrootmoeder.Herman Paul in „Le Courrier Français”.Natuurlijk is de opvatting, dat sexueele onkunde een veilig voorbehoedmiddel is tegen de sexueele gevaren, een erbarmelijke dwaling. De onkunde bevordert juist, dat de rijpende phantasie de bron wordt, waaraan de natuurlijke sexueele weetgierigheid zich tracht te laven. En deze leermeesteres leidt bijna altijd op verkeerde wegen, zij voert weer naar andere ongeschikte bronnen om sexueelekennis op te doen, als onzuivere gesprekken, prikkellectuur en wat dies meer zij. En zoo is het een zeer algemeen verschijnsel—waarop vooral ook de erotische humor op zijn wijze de aandacht vestigt—dat zij, die men sexueel onwetend, dus onnoozel en onschuldig waant, reeds belast zijn met een diep-bedorven phantasie en met hun sexueele ervaringen hun sexueele kennis ver vooruit zijn. Volstrekte sexueele onwetendheid bestaat niet. En terwijl men aan den eenen kant alles verzuimt, doet men aan den anderen kant wat beter was na te laten.132. Verregaand.132.Verregaand.—Geeft dat nou pas, juffrouw, voor een domineesdochter, zoo’n boezem!Olaf Gulbransson, in „Simplizissimus”, 1904.Want tegelijkertijd dat het kind onwetend wordt gelaten op sexueel gebied, wordt het toch al afgericht op de sexueele rol, die het later heeft te spelen. Dit geldt vooral van het meisje. Dit wordt in kleeding, in toilet, in gedrag jegens het andere geslacht, al vertrouwd gemaakt met de kunsten der coquetterie lang voor het zich van het doel daarvan in het minst bewust kan zijn. Africhting op speculatief woekeren met erotische effecten wordt op sexueel gebied blijkbaar het eerst, zoo niet het eenig noodige geacht waartoe men bij de sexueele opvoeding verplicht is. In den concurrentiestrijd om den man wordt de vrouw al van kindsbeen zorgvuldig gedresseerd, hoewel ook hierbij weer de „opvoeders” dikwijls al even weinig klaar besef hebben van wat ze doen, als de geestelijk mishandelde objecten dier opvoeding.133. De verzoeking van een kleindochter Eva’s.133.De verzoeking van een kleindochter Eva’s.Naar G. Léonnec.Natuurlijk doet bij de sexueele opvoeding ook de dubbele moraal voor man en vrouw zich duchtig gelden. Het meisje moet tot den dag van haar huwelijktoe sexueel onbesproken blijven. Dat beteekent tegenwoordig geheel iets anders dan het een paar eeuwen geleden, ook hier te lande, deed. Tegenwoordig wordt van de ongehuwde vrouw volstrekte sexueele geheelonthouding verlangd. Tegelijkertijd wordt de jonkman in dit opzicht alle vrijheid gelaten. Naar wathijvóór zijn trouwdag op sexueel gebied al heeft uitgevoerd, wordt niet gevraagd. Maar het meisje moet als zij het huwelijksbed bestijgt, nog rein en ongerept zijn als een pasgeborene. Aan de mannelijke partij wordt in dit opzicht geen enkele eisch gesteld, men houdt zich zelfs of men wel gaarne ziet, dat de man een bont sexueel verleden achter zich heeft. Degenen, die vóór hun huwelijk sexueel zijn uitgeraasd, worden, zoo bazelt men, de beste mannen en de voorbeeldigste huisvaders. In de waardeering staat hij die openlijk het leven van een Don Juan heeft geleid, eigenlijk hooger aangeschreven, dan degene van wien in die richting niets of het tegenovergestelde bekend is. Van deze laatsten vreest men, dat het na het huwelijk wel komen zal—het kwaad moet er uit, vroeg of laat. Levenswijze grootmoeders en dito oudtantes zien kleindochters of nichtjes met meer gerustheid in de huwelijksschuit stappen met een schuinsmarcheerder, die sexueel al nagenoeg op is, dan met iemand, die „de wereld nog niet heeft bekeken” en nog niet heeft genoten. Dietoch komen, zoo meent men, later los.Coquetterie.Coquetterie.Engelsche galante plaat van W. Dickinson naar de schilderij van W. Peters (1776).134. Het billet doux.134.Het billet doux.Teekening van Aubrey Beardsley.135. Vroegrijpe eigenwaarde.135.Vroegrijpe eigenwaarde.—Wat een weer! Een buitenkansje voor de heeren.C. Koystrand, in „Wiener Witzblatt”, 1903.136. De ouverture van het middenbedrijf.136.De ouverture van het middenbedrijf.A. Guillaume, in „Le Courrier Français”.Het eigenaardige in deze opvatting is, dat men er meestal eerst na het huwelijk, als er uit het sexueel verleden van den man een en ander begint uit te lekken, mee voor den dag komt. De consequentie durft men er blijkbaar niet van aan—men durft niet het jonge meisje opvoeden in de leer, dat het voor een gelukkig huwelijk noodzakelijk is dat zij trouwt met een verdierlijkt, ontzenuwd individu, die in sexueele potentie eigenlijk reeds het tijdperk der aftakeling is ingetreden. Met die theorie komt men eerst voor den dag, als later blijkt, dat de man, aan wien zij zich heeft verbonden, een in sexueel opzicht veel bewogen leven achter den rug heeft. Dan verbergt men achter die theorie zijn teleurstelling. Om den schijn toch maar te redden worden de dingen eenvoudig op hun kop gezet. Natuurlijk acht men, vooral in burgerlijke kringen met de daar algemeen heerschende moraal van het uiterlijk fatsoen, een sexueel „net” persoon hooger dan een doordraaier en vrouwenjager, want men weet zeer wel, dat „een vos wel zijn haren verliest, maar niet zijn streken”—de geijkte formule voor het tegendeel der voorgewende Don-Juan-vereering. Maar, vooral in dingen van sexueele moraal is men gewapend voor alle mogelijkheden. Naar omstandigheden komt men met een theorie of met haar tegendeel voor den dag. Blijkt na het huwelijk, dat de echtgenoot een zwart sexueel verleden heeft, dan zoeken vooral de oudere vrouwelijke familieleden de zaak zoo voor te stellen, dat een vrouw met zulk een man een bijzonder gelukis te beurt gevallen. Zoo wordt dan de nederlaag omgepraat in een overwinning, de schande in eer; wat in werkelijkheid wel wordt gevoeld als een teleurstelling wordt voorgesteld als een buitenkansje. Verder bewijst de hier bedoelde voorgewende voorkeur voor verloopen sujetten goede diensten bij het aansturen op een huwelijk dat voor het meisje maatschappelijk bijzonder voordeelig schijnt, hoewel de mannelijke partij nu juist niet uitmunt door platonische reinheid. Dan eerst blijkt eerst goed, hoe ruim het sexueel geweten is. In zulke gevallen worden de deugden van zoodanige individuen en hun bijzondere begeerlijkheid als echtgenoot door de vrouwelijke verwanten met vurige welsprekendheid geprezen. Juist zulke, neen, alleen zulke personen, worden trouwe, rustige, zorgzame huisvaders, die hun geluk alleen vinden bij hun vrouw. Natuurlijk is men elk oogenblik bereid dit standpunt prijs te geven voor het tegenovergestelde. Komt bijvoorbeeld het gewenschte huwelijk niet tot stand, en is de eerstvolgende minnaar meer van het „nette” soort, dan wordt met niet minder welsprekendheid ook diens lof gezongen. Ook zulke, neen alleen zulke personen kunnen dan trouwe, rustige, zorgzame huisvaders worden, die hun geluk alleen vinden bij hun vrouw. Er is ten deze geen vast standpunt. Wordt degene, die naar de hand van het meisje dingt, door de verwanten van het meisje maatschappelijk een goede partij geacht, dan wordt de verhouding bevorderd enbegunstigd. En daarbij heeft men voor elk bijzonder geval zijn bijzondere drogredenen. Om consequentie bekommert men zich op dit gebied wel het allerminst.137. IJdelheid.137.IJdelheid.Duitsche karikatuur uit de 16e eeuw.138. Het rijk van Neptunus.138.Het rijk van Neptunus.Naar een Fransche gravure.139. Goed gedresseerd.139.Goed gedresseerd.—Moest zoo iets nu ook niet worden aangeslagen in de reclamebelasting?C. Koystrand, in „Wiener Caricaturen”.Hoe dwaas, onbeduidend en voos dit door niemand trouwens ernstig genomen gelegenheidsargument van de voortreffelijkheid van verloopen sujetten ook moge zijn, toch blijkt er overduidelijk uit, dat in het onderbewustzijn der gedachtelooze menigte een dubbele moraal voor man en vrouw wordt gehuldigd. Want ten opzichte van de vrouw redeneert men zoo nimmer. Men weet, dat zulks bij niemand ingang zou vinden, en wacht er zich daarom voor. Wat de man op sexueel gebied heeft misdreven, hoe bar en erg het ook zij, laat zich goedpraten, is zelfs voor te stellen als iets verdienstelijks en vereerends. Maar de vrouw blijft de minste misstap levenslang drukken. Daarvoor is in hetzonderlinge wetboek der sexueele gerechtigheid geen vergeving. Nooit wordt dan ook zelfs beproefd, voor-huwelijksche zonden der vrouw goed te praten en nog minder wordt geprobeerd om een verbintenis met een meisje van niet geheel onbesproken gedrag voor te stellen als een bijzondere en benijdenswaardige gunst der goden, zekere voorwaarde voor een zeldzaam volmaakt huwelijksgeluk. Integendeel, zulk een meisje treft onvoorwaardelijk de algemeene verachting. Een verbintenis met zulk een schepsel geldt als een onuitwischbare schande. Hoe de eenmaal begane misstap ook werd geboet, welke verzachtende omstandigheden er ook kunnen worden aangevoerd, het strenge sexueele recht kent daarvoor geen clementie.140. Leerschool der IJdelheid.140.Leerschool der IJdelheid.Hoe een edele jonkvrouwe, bezig zich op te pronken, in den spiegel den duivel niet van zijn beste zijde leerde kennen.Houtsnede uit de „Bitter von Thurn”, 1493.Hier vloeit allereerst uit voort, dat zich beroemen op sexueel wangedrag voor het meisje of de vrouw, die zichzelve in zedelijk opzicht niet geheel en al heeft opgegeven, iets onbestaanbaars is. Dit komt—met het zooeven gemaakte voorbehoud voor degenen die zedelijk al ten gronde zijn gegaan—dan ook niet voor. Wel echter, en vrij algemeen zelfs, bij den man. Deze beroemt zich en gaat prat op zijn sexueele zonden, overdrijft die zelfs, snoeft op geslachtelijke buitensporigheden, die hij nooit heeft bedreven.De vrouw, die er in dit opzicht zoo geheel anders, ja precies tegenovergesteld voor staat, doet dit nimmer. Die doet het tegenovergestelde: zij verzwijgt, verbergt en houdt geheim, ontkent zoo noodig. De man neemt gaarne het air aan van losbol, de vrouw simuleert deugd. Beide zijn ze in die rol voor spotzucht, humor en sarcasme een even gemakkelijke als dankbare prooi. De vrouw, om de minste sexueelemisstap door de openbare meening haar leven lang vervolgd, ziet zich daardoor bij een eventueelen misslag genoodzaakt, die zoo mogelijk verborgen te houden. En behoudens voorhanden zijn van het onloochenbaar bewijsstuk—het kind—slaagt zij daarin meestal naar wensch. Zoo ontstaat een samenleving, waarin alle jongemannen losbollen zijn en alle jongedochters toonbeelden van onschuld, braafheid en deugd.Hoe ouder hoe gekker.Hoe ouder hoe gekker.Naar de schilderij van Frans van Mieris (1635–1681).141. De gefopte Gascogner.Photo Alinari, Florence.141.De gefopte Gascogner.Naar de schilderij van Nicolas Lancret (1690–1743), Louvre, Parijs.De dubbele moraal uit zich in de sexueele opvoeding nog in velerlei andere richting. Zoo—als uitvloeisel der geschetste opvattingen, waardoor de gemiddelde fatsoensmensch zich bij zijn sexueelepedagogielaat leiden,—wordt den zoon groote vrijheid gelaten, de dochter daarentegen wat men noemt kort gehouden. Bordeelbezoek, meisjes verleiden, een maîtresse hebben, dit alles wordt door den kring van verwanten bij den jonkman zooal niet onvoorwaardelijk goedgekeurd, dan toch als vergeeflijke lichtzinnigheid der jeugd aangemerkt en vergoelijkt. Zelfs in kringen waarin men overhelt tot strenge zeden, wordt voor de jeugdige mannelijke leden een oogje dicht gedaan. De drogredenen waarmee dit wordt gemotiveerd, zijn alweer legio. Het geldt als een teeken, dat de jongeman gezond, vurig bloed heeft, levenslustig en krachtig is en niet tot de droogpruimers behoort. Door al vroeg intiem verkeer te hebben met vrouwen leert de jongeling zijn onbeholpen bleuheid en verlegenheid in den omgang met de andere sexe afleggen, hij krijgt opdie manier ondervinding, vrijmoedigheid, zekerheid, leert de wereld kennen en erlangt tallooze andere voordeelen. Intusschen worden de vrouwen, die zoonlief al deze deugden moeten bijbrengen, en om zoo te zeggen zijn sexueele opvoeding en zijn geslachtelijke vorming hebben te voltooien, juist in die kringen het diepst veracht en verafschuwd, iets wat bij zoo belangrijke diensten, den zoon des huizes bewezen, bedenkelijk zweemt naar zwarte ondankbaarheid. Maar ook hier is de minste schijn of schaduw van de meest elementaire consequentie weer ver te zoeken.142. Landelijke onschuld.142.Landelijke onschuld.—Ja mijnheer, ik ga gauw naar Parijs bij mijn zuster, om ook wat te verdienen.—Zoo zoo, mijn kind, en wat doet ze daar in Parijs, die zuster van je?—Ze is daar rijk gemainteneerd, mijnheer.Teekening van Henry Gerbault.143. De kleine nichtjes.143.De kleine nichtjes.—Zeg, Annie, heb jij je neefje al eens een zoen moeten geven?—Nog nooit, Marie, ik zou het niet willen, hij kon het wel eens niet toelaten!Uit: „Sect”, Weenen.De eigenlijke redenen voor de groote sexueele vrijheid, die men de zoons laat in vergelijking met de angstvallige bezorgdheid voor de sexueele onbesprokenheid der dochters, zijn natuurlijk deze, dat eerstens den jonkman toch niet kan worden belet te doen wat hem ten deze goeddunkt en waartoe zijn ontluikende zinnelijkheid hem dringt, terwijl verder zijn sexueele waarde, uitgedrukt in huwelijkskansen, er in het minst niet door vermindert. Men laat den jongen dus wat vrijheid, wijl men hem dien toch niet op den duur kan benemen, en omdat de gevolgen maatschappelijk van geen beteekenis zijn. Deze motieven zijn echter niet van dien aard,dat men er goedschiks openlijk voor uit kan komen. Daarom bedient men zich van drogredenen en troost zich daarbij met de gedachte, dat ieder ander toch ook zoo doet.144. Die moeders.144.Die moeders.—Je maakt mij niet wijs, dat een fatsoenlijk meisje zulk ondergoed heeft te dragen.Satire van J. L. Forain.Ten opzichte van het jonge meisje staat de zaak geheel anders. Door de minste opspraak reeds daalt zij in sexueele waarde. De minste smet op haar sexueel gedrag heeft een onherstelbare waardevermindering tengevolge. Om dat te voorkomen wordt zij bij elken stap met argusoogen bewaakt, want ook de minste kans van opspraak wenschen hare natuurlijke exploitanten—haar ouders—niet te riskeeren. Het meisje moet, om op de huwelijksmarkt haar volle handelswaarde te behouden, volstrekt onbesproken blijven. Daarom is men even streng voor de dochters als men toegeeflijk is voor de zoons. Zij wordt van alle sexueele gevaren geïsoleerd, en tegelijkertijd dat men zoonlief de dolste streken laat uithalen, zonder zich er zich veel om te bekommeren, wordt aan de dochter romanlezen, schouwburgbezoek en dergelijke ontzegd, om „haar hoofd niet op hol te brengen”, d. w. z. haar niet in ongewenschte avontuurlijk-romantische stemming te brengen.145. Die kinderen.145.Die kinderen.—Pas zestien en nou al een vrijer?—Eén is toch zeker het minste wat je hebben kan!Friedrich Schröder. in „Düsseld. Monatshefte”.Dikwijls komt met koddige duidelijkheid aan het licht, dat het daarbij in het minst niet is te doen haar zinnelijk immuun te maken. Bij bals en dergelijke mag zij zich vrijelijk half naakt voor een geheel gezelschap te pronk stellen—mits onder toezicht en mits anderen hetzelfdedoen. Wat niet in opspraak brengt, is geoorloofd, al is het in werkelijkheid nog zoo bedenkelijk; wat wel opspraak en gefluister verwekt, is niet geoorloofd, al is het op zich zelf nog zoo onschuldig. Evenmin zoekt de gemiddelde sexueele opvoeding neiging tot coquetterie te beteugelen of tegen te gaan. Integendeel, het coquette meisje verbetert haar kansen en—men weet zulks bij instinct—loopt allerminst gevaar zelf tot onberaden onvoorzichtigheden te vervallen—zij ontsteekt het vuur, maar blijft zelf koel. Coquetterie is dus een waardevolle deugd, een karaktertrek die men eer moet toejuichen en in de hand werken dan tegengaan.146. Privaatles in den tunnel.146.Privaatles in den tunnel.Fransche humoreske.Het grondbeginsel van de sexueele opvoeding is bij de groote massa der onnadenkenden en gemakzuchtigen: onkundig houden. Bij de toepassing van dat grondbeginsel vormt de natuurlijke kinderlijke nieuwsgierigheid naar allerlei wat met het geslachtsleven in verband staat, een groote moeielijkheid. Deze nieuwsgierigheid toch leidt tot vragen—de bekende lastige kindervragen. De antwoorden, die het kind krijgt op zijn lastige vragen, dragen het karakter van beminnelijke misleiding. Het nieuwe broertje is gebracht door de ooievaar, of het is geplukt van den boom, of gegroeid in een groote kool. En zoo voort.147. In het reddingshuis.147.In het reddingshuis.—Ja zuster, ik heb net als u mijn buik vol van de wereld.Karikatuur van Moloch.Aan den anderen kant is de kinderlijke onwetendheid een bron van vermaak voor de ouderen. Het is bekend hoe gretig b.v. tantes en ooms en ook eigen ouders kinderenuithooren betreffende hun sexueele kennis. Men brengt het kind daarover opzettelijk aan het praten, en vermaakt zich met zijn onwetendheid, met zijn halve kennis, met zijn twijfel, onderwerpt het aan een verhoor om te vernemen wat hij allemaal weet of denkt van die dingen. Maar om het kind, hoe dan ook, ernstig over geslachtelijke onderwerpen te onderhouden, het met voorzichtig beleid sexueel te onderrichten en voor te bereiden op datgene wat het als geslachtswezen tegemoet gaat, daarvoor is men in den regel zelf te onkundig en vooral te onernstig in het sexueele.148. Sexueele opvoeding.148.Sexueele opvoeding.—Mag ik u mijn parapluie aanbieden?—Zeker mijnheer, tot aan de hoek daarginds, waar mijn man mij opwacht.Uit „Wiener Karikaturen”.149. Amor ingewijd in de geheimen van het toilet.149.Amor ingewijd in de geheimen van het toilet.Gravure van Carracci, 17e eeuw.Men is zoo gewoon over sexueele onderwerpen alleen maar te spreken in min of meer frivolen toon, dat men niet bij machte is ze ook maar een oogenblik met ernst te bespreken. Het kind snapt al heel gauw, dat zijn opvoeders hem in die dingen wat op den mouw spelden. Het zoekt op andere manieren zijn natuurlijke nieuwsgierigheid te bevredigen. Zoo wordt dan het nog onbedorven kindergemoed naar onzuivere bronnen gedreven en het ontvangt de gezochte kennis in een vorm, die in den regel minstens bedenkelijk is. En het kind leert ook al heel gauw, dat het zijn kennis op sexueel gebied voor ouderen moet verbergen. Zoo ontstaat het type van het quasi-onnoozele en onschuldigekind, voor wie in werkelijkheid het geslachtsleven een open boek is en dan gewoonlijk een pornografisch boek.Amor leidt het spel.Amor leidt het spel.Teekening van Gerda Wegener.150. Liefde te Parijs.150.Liefde te Parijs.—En dan, ’t is zoo eng, een man.Satire van J.L. Forain.Tot de „lastige kindervragen” behooren in de eerste plaats die naar de herkomst van het nieuwe broertje. Ieder kind wil weten waar het vandaan komt. En de sexueele opvoeding heeft een heele reeks van antwoorden op desbetreffende vragen verzonnen, die door de ernstige sexueele pedagogiek zoo niet als misleidend worden verworpen, dan toch bedenkelijk worden geacht, ofschoon er dikwijls een zekere zin voor poëzie in valt op te merken. Een tweede categorie van lastige kindervragen betreft de geslachtskenmerken. Gesprekken als dit tusschen vijf- tot achtjarigen zijn geen uitzonderingen: Hebben jullie een nieuw kindje gekregen, Wim?—Ja Annie.—Is het een zusje of een broertje?—Ik geloof een zusje.—Is het net zoo als ik, met een boezelaartje en lang haar? dan is het een zusje.—Hoe men weet of het nieuwe kindje een zusje of een broertje is, is het kind een raadsel en het stelt zijn vragen. Het wordt weer op dezelfde wijze door zijn opvoeders met een kluitje in het riet gestuurd. Merkt het verschil op in zekere organen, dan worden dikwijls de allerkoddigste verklaringen daarvan opgedischt.151. De reddende modehoed.151.De reddende modehoed.Amerikaansche karikatuur van Kepler.De sexueele opvoeding, die tot grondbeginsel heeft: onwetend houden zoo lang het maar eenigszins gaat,—de opvoeding wier hoogste wijsheid dus eigenlijk is: niet op te voeden—mag, gezien de ondervinding van elken dag, tweeërlei resultaat verwachten: of het kind doet op eigen gelegenheid sexueele kennis op en gaat dan beladen met een onzuivere phantasie de gevaren der puberteit tegemoet; of het kind blijft inderdaad onwetend, en is dan in zijn onkunde zooveel weerloozer in de gevaren,die het van het intreden der puberteit af van alle kanten zullen bedreigen.De gevolgen van het stelsel van onwetend-houden in sexueele zaken zijn in den regel niet, dat er werkelijk onwetendheid bestaat, maar dat er onwetendheid wordt voorgewend. Onderdehand beijveren beide sexen zich wat ze kunnen om sexueele kennis op te doen. Het meisje ontvangt haar kennis ten deze van haar vriendinnen en vooral ook door lectuur. En de onderwijzeressen der mannelijke jeugd zijn de prostituees. Zoo moest er een paar jaar geleden in Frankrijk door een vereeniging voor zedelijke en sanitaire voorbehoeding een boekje worden uitgegeven en op groote schaal verspreid, dat ook in het Nederlandsch is verschenen en tot titel draagt: „Wat volwassen jongens wel eens mogen weten.” Dit boekje handelt over de gevaren der afdwaling vanhalf-volwassenenop geslachtelijk gebied. Het onwetende meisje weet ook zeer goed, hoeveel meer sexueele vrijheid de jongens „genieten” en welk gebruik deze daarvan plegen te maken. Een meisje stelde haar moeder, die haar den avond voor haar huwelijk overlaadde met wenken en raadgevingen, de snibbige vraag of haar Willem dien avond nu ook al die wijze lessen kreeg van zijn moeder.152. Hardhandige sexueele pedagoog.152.Hardhandige sexueele pedagoog.Illustratie van Holbein in Erasmus’ „Lof der Zotheid”.Uitgave 1731.De sexueele opvoeding beoogt eigenlijk alleen sexueele waarden zoo voordeelig mogelijk in exploitatie te brengen. Zij beoogt zelden of nooit in te wijden in ’t wezen van het geslachtsleven. Zij kan dit niet beoogen, reeds hierom niet, wijl dit voor het meerendeel der opvoeders zelf een gesloten boek is. Maar dit weten allen, dat de sexe, en speciaal de vrouwelijke sexe, een artikel van waarde is en dat men bij een eventueel bod niet te haastig moet zijn met toeslaan, daar er allicht nog een beter bod kan worden gedaan.De zucht om de sexueele waarde van het jonge meisje op de voordeeligste manier te exploiteeren, openbaart zich al bijzonder sterk bij den kleinen middenstand. Hier is elke dochter een belangrijk stuk materieel bezit, waaropin den regel groote verwachtingen worden gebouwd. De sexueele opvoeding wordt daar, natuurlijk veelal onbewust, geheel op ingericht. Het spreekt van zelf, dat de dochter veel te goed wordt geacht om met een man van lageren of gelijken stand te trouwen. Ook in dit opzicht is de minachting voor den werkenden stand het sterkst bij degenen, die daar maatschappelijk het naast aan grenzen. „Mijn dochter is veel te goed voor een gewonen werkman”, zoo denken en spreken duizenden moeders, vooral onder die wier maatschappelijk verschil met den „gewonen werkman” meer dan dubieus is. „Voor mijn dochter is toch zeker wel wat beters te krijgen”, is de volgende conclusie in dezen gedachtengang. Vooral ook het meisje zelf wordt diep van dit gevoelen doordrongen. Het wordt haar aanhoudend voorgehouden, dat het maar aan haar zelf ligt, zich een schitterende positie te verwerven, of, om in de geijkte terminologie te spreken, een goede partij te doen. Het eerste waar zij op heeft te passen, is natuurlijk, zich niet te vergooien aan een of anderen armoedzaaier. Zij moet het ook niet probeeren met zulk een verafschuwd wezen te komen aanzetten. Dat wordt haar van haar eerste meisjesjaren af zoo diep mogelijk ingeprent.153. Het onwetende bruidje.153.Het onwetende bruidje.—Nu, kind, weet je het voornaamste. Onthoud het nu goed.—Och mama, dat wist ik allemaal al zoo lang.Uit „Wiener Caricaturen”.Ieder manspersoon, die plannen ten opzichte van het sexueele kleinood schijnt te koesteren, wordt door de zorgzame ouders allereerst gekeurd op zijn vermoedelijken welstand. Valt de eerste taxatie al niet te gunstig uit, dan worden alle mogelijkheden tot toenadering onverbiddelijk afgesneden. Voor geen middel wordt daarbij dan teruggedeinsd. Het eerste der vele middelen die ter beschikking staan is, hem in de oogen van het meisje zoo diep mogelijk te kleineeren, hem verachtelijk te maken, afkeer en tegenzin in te boezemen jegens den kalen gelukzoeker, die het wagen durft de oogen te slaan op een meisje zoover boven zijn stand. Hij moet maar gaan bij de meiden van zijn soort, maar het niet zoeken bij een meisje van nette familie …. wat denkt zoo’n goochemerd wel? dat wou er zich zeker fijn indraaien, maar dan is hij aan ’t verkeerde kantoor, enz. Van het meisje zelf wordt natuurlijk verwacht dat ze zal inzien, dat zoo’n persoon niets is voor haar.Iedereen zou haar uitlachen, zij zou in de heele stad over de tong gaan. En wat zou juffrouw die en juffrouw die zich verkneuteren, als ze hoorden enz. En dan, welk vooruitzicht met zoo’n snuiter!Het gevoel.Het gevoel.Rijks Prent Cabinet.Uit de serie: De Vijf Zintuigen, van Abraham Bosse, 18deEeuw.Valt de aanvankelijke schatting minder ongunstig uit, is de eerste indruk niet onbevredigend, dan wordt omzichtig getracht zekerheid te erlangen. Er wordt navraag gedaan, links en rechtsgeïnformeerd—men gaat niet over één-nachts-ijs! Vallen de zoo vergaarde inlichtingen min of meer bevredigend uit, dan krijgt het meisje nog tallooze instructies om zich toch voor onberaden stappen te wachten. Want zoolang het geval nog min of meer twijfelachtig is, is men nog zeer wantrouwend. En hebben de ouders, meer speciaal de mama, zelf iets voor de huwbare dochter op het oog, iets waarvan de financieele kwaliteiten ten volle bekend zijn, dan wordt ook zulk een twijfelachtige adspirant-minnaar met alle middelen waarover een kwaadsprekende tong kan beschikken—en dat zijn alle middelen—onverbiddelijk geweerd en weggewerkt.154. Gevaarlijke onnoozelheid of gelegenheid maakt den dief.154.Gevaarlijke onnoozelheid of gelegenheid maakt den dief.Gravure naar een schilderij van Boucher (1703–1770).Zoo bar en vijandig als het onthaal is waarop een vrijer van het ongewenschte soort zich kan voorbereiden, zoo nederbuigend-lievig en onderdanig-tegemoetkomend is de houding jegens een partuur, die aan de verwachtingen beantwoordt. Evenals in het eerste geval eerst alles wordt beproefd om het meisje afkeerig te maken van den verafschuwden non-valeur, en, als dat niet baat, alle geweldmiddelen der ouderlijke macht te baat worden genomen om de dreigende familieramp af te wenden, evenzoo wordt in het tweede geval alles gedaan om het meisje er toe te brengen van de haar geboden gelegenheid gebruik te maken. Zoo noodig treedt de zorgzame moederzondergemoedsbezwaar op als koppelaarster. Alles wat er toe leiden kan om het paar zoover te brengen, dat men niet meer terug kan, wordt metoverlegbegunstigd; de gelegenheden om zoover te komen worden desnoods noods expres geschapen.En stuit men op onwil bij het meisje, dan wordt niets onbeproefd gelaten om dien onwil te breken.Hoe komisch dit alles den koelen waarnemer ook moge aandoen, is het in werkelijkheid toch een bron van tallooze stille familiedrama’s en van veel in stilte gedragen leed. Den humoristen van alle gading levert het intusschen rijke stof tot geestigen spot, vlijmend sarcasme, bittere ironie of goedmoedigen humor.155. Kinderen van Flora.155.Kinderen van Flora.156. Een lustig paar.Photo Hanfstaengl, München.156.Een lustig paar.Naar de schilderij van Gerard van Honthorst (1590–1656),Gemäldegalerie, Cassel.

VI.DE SEXUEELE OPVOEDING.

De geslachtelijke neigingen en wat daarmee in verband staat nemen eerst van het intreden der puberteit af in het leven van den mensch een overwegende plaats in. De jeugd is kennelijk door de natuur bestemd als de tijd van rustige voorbereiding ook voor de levensfunctie der voortplanting, en op de ouderen rust derhalve een natuurlijke verplichting de jongeren ook ten deze doelmatige leiding te geven.Hoe komen de ouderen deze verplichting na? De sexueele humor aarzelt niet op deze vraag te antwoorden: op de meest dwaze, zotte en onverstandige manier. En, het moet erkend, de erotische humor, zijn methode getrouw, laat het niet bij beweringen, maar overstelpt ons tegelijkertijd met onweerlegbare bewijzen.De hoogste wijsheid van alle sexueele pedagogiek is zooal niet in theorie dan toch in de practijk: onwetend houden. Volstrekte onwetendheid in sexueele dingen, dat schijnt het grondbeginsel te zijn van alle practische sexueele opvoeding en volgens die opvatting is de onwetendste de deugdzaamste. Voor zoover men zich de moeite geeft hierover na te denken, redeneert men, dat de onwetendheid de beste bescherming is tegen de gevaren, die op hetsexueele levenspad van alle kanten dreigen—een redeneering die natuurlijk gelijk staat met te beweren dat om niet te verdwalen men onbekend moet zijn met den weg. Van dergelijke logica levert de practische opvoedkunde vele en zeer vermakelijke staaltjes.130. De halfmaagd.130.De halfmaagd.A. Willette, in „Le Courrier Français.”Men laat het opgroeiend geslacht wellicht niet alleen hierom onkundig van sexueele dingen wijl dit zoo goed en nuttig is, maar ook omdat het zoo makkelijk is. Gemakzucht speelt daarbij minstens een even belangrijke rol als het geloof aan de preservatieve werking van de onkunde. En ook is het groote meerendeel der volwassenen op sexueel gebied te onernstig, om ook maar in staat te zijn over die dingen ernstig te spreken.Men kan sexueele onderwerpen niet anders behandelen dan op frivole wijze. En daarom spreekt men met diegenen, tegenover wie men gevoelt dat die manier niet op haar plaats is, er liever heelemaal maar niet over, en geeft met name het naar leiding snakkende kind ontwijkende en absurde antwoorden, steenen voor brood.131. Ongelooflijk.131.Ongelooflijk.Grootmoeder tot kleindochter:—Ja kindlief, dat is numijngrootmoeder.Herman Paul in „Le Courrier Français”.Natuurlijk is de opvatting, dat sexueele onkunde een veilig voorbehoedmiddel is tegen de sexueele gevaren, een erbarmelijke dwaling. De onkunde bevordert juist, dat de rijpende phantasie de bron wordt, waaraan de natuurlijke sexueele weetgierigheid zich tracht te laven. En deze leermeesteres leidt bijna altijd op verkeerde wegen, zij voert weer naar andere ongeschikte bronnen om sexueelekennis op te doen, als onzuivere gesprekken, prikkellectuur en wat dies meer zij. En zoo is het een zeer algemeen verschijnsel—waarop vooral ook de erotische humor op zijn wijze de aandacht vestigt—dat zij, die men sexueel onwetend, dus onnoozel en onschuldig waant, reeds belast zijn met een diep-bedorven phantasie en met hun sexueele ervaringen hun sexueele kennis ver vooruit zijn. Volstrekte sexueele onwetendheid bestaat niet. En terwijl men aan den eenen kant alles verzuimt, doet men aan den anderen kant wat beter was na te laten.132. Verregaand.132.Verregaand.—Geeft dat nou pas, juffrouw, voor een domineesdochter, zoo’n boezem!Olaf Gulbransson, in „Simplizissimus”, 1904.Want tegelijkertijd dat het kind onwetend wordt gelaten op sexueel gebied, wordt het toch al afgericht op de sexueele rol, die het later heeft te spelen. Dit geldt vooral van het meisje. Dit wordt in kleeding, in toilet, in gedrag jegens het andere geslacht, al vertrouwd gemaakt met de kunsten der coquetterie lang voor het zich van het doel daarvan in het minst bewust kan zijn. Africhting op speculatief woekeren met erotische effecten wordt op sexueel gebied blijkbaar het eerst, zoo niet het eenig noodige geacht waartoe men bij de sexueele opvoeding verplicht is. In den concurrentiestrijd om den man wordt de vrouw al van kindsbeen zorgvuldig gedresseerd, hoewel ook hierbij weer de „opvoeders” dikwijls al even weinig klaar besef hebben van wat ze doen, als de geestelijk mishandelde objecten dier opvoeding.133. De verzoeking van een kleindochter Eva’s.133.De verzoeking van een kleindochter Eva’s.Naar G. Léonnec.Natuurlijk doet bij de sexueele opvoeding ook de dubbele moraal voor man en vrouw zich duchtig gelden. Het meisje moet tot den dag van haar huwelijktoe sexueel onbesproken blijven. Dat beteekent tegenwoordig geheel iets anders dan het een paar eeuwen geleden, ook hier te lande, deed. Tegenwoordig wordt van de ongehuwde vrouw volstrekte sexueele geheelonthouding verlangd. Tegelijkertijd wordt de jonkman in dit opzicht alle vrijheid gelaten. Naar wathijvóór zijn trouwdag op sexueel gebied al heeft uitgevoerd, wordt niet gevraagd. Maar het meisje moet als zij het huwelijksbed bestijgt, nog rein en ongerept zijn als een pasgeborene. Aan de mannelijke partij wordt in dit opzicht geen enkele eisch gesteld, men houdt zich zelfs of men wel gaarne ziet, dat de man een bont sexueel verleden achter zich heeft. Degenen, die vóór hun huwelijk sexueel zijn uitgeraasd, worden, zoo bazelt men, de beste mannen en de voorbeeldigste huisvaders. In de waardeering staat hij die openlijk het leven van een Don Juan heeft geleid, eigenlijk hooger aangeschreven, dan degene van wien in die richting niets of het tegenovergestelde bekend is. Van deze laatsten vreest men, dat het na het huwelijk wel komen zal—het kwaad moet er uit, vroeg of laat. Levenswijze grootmoeders en dito oudtantes zien kleindochters of nichtjes met meer gerustheid in de huwelijksschuit stappen met een schuinsmarcheerder, die sexueel al nagenoeg op is, dan met iemand, die „de wereld nog niet heeft bekeken” en nog niet heeft genoten. Dietoch komen, zoo meent men, later los.Coquetterie.Coquetterie.Engelsche galante plaat van W. Dickinson naar de schilderij van W. Peters (1776).134. Het billet doux.134.Het billet doux.Teekening van Aubrey Beardsley.135. Vroegrijpe eigenwaarde.135.Vroegrijpe eigenwaarde.—Wat een weer! Een buitenkansje voor de heeren.C. Koystrand, in „Wiener Witzblatt”, 1903.136. De ouverture van het middenbedrijf.136.De ouverture van het middenbedrijf.A. Guillaume, in „Le Courrier Français”.Het eigenaardige in deze opvatting is, dat men er meestal eerst na het huwelijk, als er uit het sexueel verleden van den man een en ander begint uit te lekken, mee voor den dag komt. De consequentie durft men er blijkbaar niet van aan—men durft niet het jonge meisje opvoeden in de leer, dat het voor een gelukkig huwelijk noodzakelijk is dat zij trouwt met een verdierlijkt, ontzenuwd individu, die in sexueele potentie eigenlijk reeds het tijdperk der aftakeling is ingetreden. Met die theorie komt men eerst voor den dag, als later blijkt, dat de man, aan wien zij zich heeft verbonden, een in sexueel opzicht veel bewogen leven achter den rug heeft. Dan verbergt men achter die theorie zijn teleurstelling. Om den schijn toch maar te redden worden de dingen eenvoudig op hun kop gezet. Natuurlijk acht men, vooral in burgerlijke kringen met de daar algemeen heerschende moraal van het uiterlijk fatsoen, een sexueel „net” persoon hooger dan een doordraaier en vrouwenjager, want men weet zeer wel, dat „een vos wel zijn haren verliest, maar niet zijn streken”—de geijkte formule voor het tegendeel der voorgewende Don-Juan-vereering. Maar, vooral in dingen van sexueele moraal is men gewapend voor alle mogelijkheden. Naar omstandigheden komt men met een theorie of met haar tegendeel voor den dag. Blijkt na het huwelijk, dat de echtgenoot een zwart sexueel verleden heeft, dan zoeken vooral de oudere vrouwelijke familieleden de zaak zoo voor te stellen, dat een vrouw met zulk een man een bijzonder gelukis te beurt gevallen. Zoo wordt dan de nederlaag omgepraat in een overwinning, de schande in eer; wat in werkelijkheid wel wordt gevoeld als een teleurstelling wordt voorgesteld als een buitenkansje. Verder bewijst de hier bedoelde voorgewende voorkeur voor verloopen sujetten goede diensten bij het aansturen op een huwelijk dat voor het meisje maatschappelijk bijzonder voordeelig schijnt, hoewel de mannelijke partij nu juist niet uitmunt door platonische reinheid. Dan eerst blijkt eerst goed, hoe ruim het sexueel geweten is. In zulke gevallen worden de deugden van zoodanige individuen en hun bijzondere begeerlijkheid als echtgenoot door de vrouwelijke verwanten met vurige welsprekendheid geprezen. Juist zulke, neen, alleen zulke personen, worden trouwe, rustige, zorgzame huisvaders, die hun geluk alleen vinden bij hun vrouw. Natuurlijk is men elk oogenblik bereid dit standpunt prijs te geven voor het tegenovergestelde. Komt bijvoorbeeld het gewenschte huwelijk niet tot stand, en is de eerstvolgende minnaar meer van het „nette” soort, dan wordt met niet minder welsprekendheid ook diens lof gezongen. Ook zulke, neen alleen zulke personen kunnen dan trouwe, rustige, zorgzame huisvaders worden, die hun geluk alleen vinden bij hun vrouw. Er is ten deze geen vast standpunt. Wordt degene, die naar de hand van het meisje dingt, door de verwanten van het meisje maatschappelijk een goede partij geacht, dan wordt de verhouding bevorderd enbegunstigd. En daarbij heeft men voor elk bijzonder geval zijn bijzondere drogredenen. Om consequentie bekommert men zich op dit gebied wel het allerminst.137. IJdelheid.137.IJdelheid.Duitsche karikatuur uit de 16e eeuw.138. Het rijk van Neptunus.138.Het rijk van Neptunus.Naar een Fransche gravure.139. Goed gedresseerd.139.Goed gedresseerd.—Moest zoo iets nu ook niet worden aangeslagen in de reclamebelasting?C. Koystrand, in „Wiener Caricaturen”.Hoe dwaas, onbeduidend en voos dit door niemand trouwens ernstig genomen gelegenheidsargument van de voortreffelijkheid van verloopen sujetten ook moge zijn, toch blijkt er overduidelijk uit, dat in het onderbewustzijn der gedachtelooze menigte een dubbele moraal voor man en vrouw wordt gehuldigd. Want ten opzichte van de vrouw redeneert men zoo nimmer. Men weet, dat zulks bij niemand ingang zou vinden, en wacht er zich daarom voor. Wat de man op sexueel gebied heeft misdreven, hoe bar en erg het ook zij, laat zich goedpraten, is zelfs voor te stellen als iets verdienstelijks en vereerends. Maar de vrouw blijft de minste misstap levenslang drukken. Daarvoor is in hetzonderlinge wetboek der sexueele gerechtigheid geen vergeving. Nooit wordt dan ook zelfs beproefd, voor-huwelijksche zonden der vrouw goed te praten en nog minder wordt geprobeerd om een verbintenis met een meisje van niet geheel onbesproken gedrag voor te stellen als een bijzondere en benijdenswaardige gunst der goden, zekere voorwaarde voor een zeldzaam volmaakt huwelijksgeluk. Integendeel, zulk een meisje treft onvoorwaardelijk de algemeene verachting. Een verbintenis met zulk een schepsel geldt als een onuitwischbare schande. Hoe de eenmaal begane misstap ook werd geboet, welke verzachtende omstandigheden er ook kunnen worden aangevoerd, het strenge sexueele recht kent daarvoor geen clementie.140. Leerschool der IJdelheid.140.Leerschool der IJdelheid.Hoe een edele jonkvrouwe, bezig zich op te pronken, in den spiegel den duivel niet van zijn beste zijde leerde kennen.Houtsnede uit de „Bitter von Thurn”, 1493.Hier vloeit allereerst uit voort, dat zich beroemen op sexueel wangedrag voor het meisje of de vrouw, die zichzelve in zedelijk opzicht niet geheel en al heeft opgegeven, iets onbestaanbaars is. Dit komt—met het zooeven gemaakte voorbehoud voor degenen die zedelijk al ten gronde zijn gegaan—dan ook niet voor. Wel echter, en vrij algemeen zelfs, bij den man. Deze beroemt zich en gaat prat op zijn sexueele zonden, overdrijft die zelfs, snoeft op geslachtelijke buitensporigheden, die hij nooit heeft bedreven.De vrouw, die er in dit opzicht zoo geheel anders, ja precies tegenovergesteld voor staat, doet dit nimmer. Die doet het tegenovergestelde: zij verzwijgt, verbergt en houdt geheim, ontkent zoo noodig. De man neemt gaarne het air aan van losbol, de vrouw simuleert deugd. Beide zijn ze in die rol voor spotzucht, humor en sarcasme een even gemakkelijke als dankbare prooi. De vrouw, om de minste sexueelemisstap door de openbare meening haar leven lang vervolgd, ziet zich daardoor bij een eventueelen misslag genoodzaakt, die zoo mogelijk verborgen te houden. En behoudens voorhanden zijn van het onloochenbaar bewijsstuk—het kind—slaagt zij daarin meestal naar wensch. Zoo ontstaat een samenleving, waarin alle jongemannen losbollen zijn en alle jongedochters toonbeelden van onschuld, braafheid en deugd.Hoe ouder hoe gekker.Hoe ouder hoe gekker.Naar de schilderij van Frans van Mieris (1635–1681).141. De gefopte Gascogner.Photo Alinari, Florence.141.De gefopte Gascogner.Naar de schilderij van Nicolas Lancret (1690–1743), Louvre, Parijs.De dubbele moraal uit zich in de sexueele opvoeding nog in velerlei andere richting. Zoo—als uitvloeisel der geschetste opvattingen, waardoor de gemiddelde fatsoensmensch zich bij zijn sexueelepedagogielaat leiden,—wordt den zoon groote vrijheid gelaten, de dochter daarentegen wat men noemt kort gehouden. Bordeelbezoek, meisjes verleiden, een maîtresse hebben, dit alles wordt door den kring van verwanten bij den jonkman zooal niet onvoorwaardelijk goedgekeurd, dan toch als vergeeflijke lichtzinnigheid der jeugd aangemerkt en vergoelijkt. Zelfs in kringen waarin men overhelt tot strenge zeden, wordt voor de jeugdige mannelijke leden een oogje dicht gedaan. De drogredenen waarmee dit wordt gemotiveerd, zijn alweer legio. Het geldt als een teeken, dat de jongeman gezond, vurig bloed heeft, levenslustig en krachtig is en niet tot de droogpruimers behoort. Door al vroeg intiem verkeer te hebben met vrouwen leert de jongeling zijn onbeholpen bleuheid en verlegenheid in den omgang met de andere sexe afleggen, hij krijgt opdie manier ondervinding, vrijmoedigheid, zekerheid, leert de wereld kennen en erlangt tallooze andere voordeelen. Intusschen worden de vrouwen, die zoonlief al deze deugden moeten bijbrengen, en om zoo te zeggen zijn sexueele opvoeding en zijn geslachtelijke vorming hebben te voltooien, juist in die kringen het diepst veracht en verafschuwd, iets wat bij zoo belangrijke diensten, den zoon des huizes bewezen, bedenkelijk zweemt naar zwarte ondankbaarheid. Maar ook hier is de minste schijn of schaduw van de meest elementaire consequentie weer ver te zoeken.142. Landelijke onschuld.142.Landelijke onschuld.—Ja mijnheer, ik ga gauw naar Parijs bij mijn zuster, om ook wat te verdienen.—Zoo zoo, mijn kind, en wat doet ze daar in Parijs, die zuster van je?—Ze is daar rijk gemainteneerd, mijnheer.Teekening van Henry Gerbault.143. De kleine nichtjes.143.De kleine nichtjes.—Zeg, Annie, heb jij je neefje al eens een zoen moeten geven?—Nog nooit, Marie, ik zou het niet willen, hij kon het wel eens niet toelaten!Uit: „Sect”, Weenen.De eigenlijke redenen voor de groote sexueele vrijheid, die men de zoons laat in vergelijking met de angstvallige bezorgdheid voor de sexueele onbesprokenheid der dochters, zijn natuurlijk deze, dat eerstens den jonkman toch niet kan worden belet te doen wat hem ten deze goeddunkt en waartoe zijn ontluikende zinnelijkheid hem dringt, terwijl verder zijn sexueele waarde, uitgedrukt in huwelijkskansen, er in het minst niet door vermindert. Men laat den jongen dus wat vrijheid, wijl men hem dien toch niet op den duur kan benemen, en omdat de gevolgen maatschappelijk van geen beteekenis zijn. Deze motieven zijn echter niet van dien aard,dat men er goedschiks openlijk voor uit kan komen. Daarom bedient men zich van drogredenen en troost zich daarbij met de gedachte, dat ieder ander toch ook zoo doet.144. Die moeders.144.Die moeders.—Je maakt mij niet wijs, dat een fatsoenlijk meisje zulk ondergoed heeft te dragen.Satire van J. L. Forain.Ten opzichte van het jonge meisje staat de zaak geheel anders. Door de minste opspraak reeds daalt zij in sexueele waarde. De minste smet op haar sexueel gedrag heeft een onherstelbare waardevermindering tengevolge. Om dat te voorkomen wordt zij bij elken stap met argusoogen bewaakt, want ook de minste kans van opspraak wenschen hare natuurlijke exploitanten—haar ouders—niet te riskeeren. Het meisje moet, om op de huwelijksmarkt haar volle handelswaarde te behouden, volstrekt onbesproken blijven. Daarom is men even streng voor de dochters als men toegeeflijk is voor de zoons. Zij wordt van alle sexueele gevaren geïsoleerd, en tegelijkertijd dat men zoonlief de dolste streken laat uithalen, zonder zich er zich veel om te bekommeren, wordt aan de dochter romanlezen, schouwburgbezoek en dergelijke ontzegd, om „haar hoofd niet op hol te brengen”, d. w. z. haar niet in ongewenschte avontuurlijk-romantische stemming te brengen.145. Die kinderen.145.Die kinderen.—Pas zestien en nou al een vrijer?—Eén is toch zeker het minste wat je hebben kan!Friedrich Schröder. in „Düsseld. Monatshefte”.Dikwijls komt met koddige duidelijkheid aan het licht, dat het daarbij in het minst niet is te doen haar zinnelijk immuun te maken. Bij bals en dergelijke mag zij zich vrijelijk half naakt voor een geheel gezelschap te pronk stellen—mits onder toezicht en mits anderen hetzelfdedoen. Wat niet in opspraak brengt, is geoorloofd, al is het in werkelijkheid nog zoo bedenkelijk; wat wel opspraak en gefluister verwekt, is niet geoorloofd, al is het op zich zelf nog zoo onschuldig. Evenmin zoekt de gemiddelde sexueele opvoeding neiging tot coquetterie te beteugelen of tegen te gaan. Integendeel, het coquette meisje verbetert haar kansen en—men weet zulks bij instinct—loopt allerminst gevaar zelf tot onberaden onvoorzichtigheden te vervallen—zij ontsteekt het vuur, maar blijft zelf koel. Coquetterie is dus een waardevolle deugd, een karaktertrek die men eer moet toejuichen en in de hand werken dan tegengaan.146. Privaatles in den tunnel.146.Privaatles in den tunnel.Fransche humoreske.Het grondbeginsel van de sexueele opvoeding is bij de groote massa der onnadenkenden en gemakzuchtigen: onkundig houden. Bij de toepassing van dat grondbeginsel vormt de natuurlijke kinderlijke nieuwsgierigheid naar allerlei wat met het geslachtsleven in verband staat, een groote moeielijkheid. Deze nieuwsgierigheid toch leidt tot vragen—de bekende lastige kindervragen. De antwoorden, die het kind krijgt op zijn lastige vragen, dragen het karakter van beminnelijke misleiding. Het nieuwe broertje is gebracht door de ooievaar, of het is geplukt van den boom, of gegroeid in een groote kool. En zoo voort.147. In het reddingshuis.147.In het reddingshuis.—Ja zuster, ik heb net als u mijn buik vol van de wereld.Karikatuur van Moloch.Aan den anderen kant is de kinderlijke onwetendheid een bron van vermaak voor de ouderen. Het is bekend hoe gretig b.v. tantes en ooms en ook eigen ouders kinderenuithooren betreffende hun sexueele kennis. Men brengt het kind daarover opzettelijk aan het praten, en vermaakt zich met zijn onwetendheid, met zijn halve kennis, met zijn twijfel, onderwerpt het aan een verhoor om te vernemen wat hij allemaal weet of denkt van die dingen. Maar om het kind, hoe dan ook, ernstig over geslachtelijke onderwerpen te onderhouden, het met voorzichtig beleid sexueel te onderrichten en voor te bereiden op datgene wat het als geslachtswezen tegemoet gaat, daarvoor is men in den regel zelf te onkundig en vooral te onernstig in het sexueele.148. Sexueele opvoeding.148.Sexueele opvoeding.—Mag ik u mijn parapluie aanbieden?—Zeker mijnheer, tot aan de hoek daarginds, waar mijn man mij opwacht.Uit „Wiener Karikaturen”.149. Amor ingewijd in de geheimen van het toilet.149.Amor ingewijd in de geheimen van het toilet.Gravure van Carracci, 17e eeuw.Men is zoo gewoon over sexueele onderwerpen alleen maar te spreken in min of meer frivolen toon, dat men niet bij machte is ze ook maar een oogenblik met ernst te bespreken. Het kind snapt al heel gauw, dat zijn opvoeders hem in die dingen wat op den mouw spelden. Het zoekt op andere manieren zijn natuurlijke nieuwsgierigheid te bevredigen. Zoo wordt dan het nog onbedorven kindergemoed naar onzuivere bronnen gedreven en het ontvangt de gezochte kennis in een vorm, die in den regel minstens bedenkelijk is. En het kind leert ook al heel gauw, dat het zijn kennis op sexueel gebied voor ouderen moet verbergen. Zoo ontstaat het type van het quasi-onnoozele en onschuldigekind, voor wie in werkelijkheid het geslachtsleven een open boek is en dan gewoonlijk een pornografisch boek.Amor leidt het spel.Amor leidt het spel.Teekening van Gerda Wegener.150. Liefde te Parijs.150.Liefde te Parijs.—En dan, ’t is zoo eng, een man.Satire van J.L. Forain.Tot de „lastige kindervragen” behooren in de eerste plaats die naar de herkomst van het nieuwe broertje. Ieder kind wil weten waar het vandaan komt. En de sexueele opvoeding heeft een heele reeks van antwoorden op desbetreffende vragen verzonnen, die door de ernstige sexueele pedagogiek zoo niet als misleidend worden verworpen, dan toch bedenkelijk worden geacht, ofschoon er dikwijls een zekere zin voor poëzie in valt op te merken. Een tweede categorie van lastige kindervragen betreft de geslachtskenmerken. Gesprekken als dit tusschen vijf- tot achtjarigen zijn geen uitzonderingen: Hebben jullie een nieuw kindje gekregen, Wim?—Ja Annie.—Is het een zusje of een broertje?—Ik geloof een zusje.—Is het net zoo als ik, met een boezelaartje en lang haar? dan is het een zusje.—Hoe men weet of het nieuwe kindje een zusje of een broertje is, is het kind een raadsel en het stelt zijn vragen. Het wordt weer op dezelfde wijze door zijn opvoeders met een kluitje in het riet gestuurd. Merkt het verschil op in zekere organen, dan worden dikwijls de allerkoddigste verklaringen daarvan opgedischt.151. De reddende modehoed.151.De reddende modehoed.Amerikaansche karikatuur van Kepler.De sexueele opvoeding, die tot grondbeginsel heeft: onwetend houden zoo lang het maar eenigszins gaat,—de opvoeding wier hoogste wijsheid dus eigenlijk is: niet op te voeden—mag, gezien de ondervinding van elken dag, tweeërlei resultaat verwachten: of het kind doet op eigen gelegenheid sexueele kennis op en gaat dan beladen met een onzuivere phantasie de gevaren der puberteit tegemoet; of het kind blijft inderdaad onwetend, en is dan in zijn onkunde zooveel weerloozer in de gevaren,die het van het intreden der puberteit af van alle kanten zullen bedreigen.De gevolgen van het stelsel van onwetend-houden in sexueele zaken zijn in den regel niet, dat er werkelijk onwetendheid bestaat, maar dat er onwetendheid wordt voorgewend. Onderdehand beijveren beide sexen zich wat ze kunnen om sexueele kennis op te doen. Het meisje ontvangt haar kennis ten deze van haar vriendinnen en vooral ook door lectuur. En de onderwijzeressen der mannelijke jeugd zijn de prostituees. Zoo moest er een paar jaar geleden in Frankrijk door een vereeniging voor zedelijke en sanitaire voorbehoeding een boekje worden uitgegeven en op groote schaal verspreid, dat ook in het Nederlandsch is verschenen en tot titel draagt: „Wat volwassen jongens wel eens mogen weten.” Dit boekje handelt over de gevaren der afdwaling vanhalf-volwassenenop geslachtelijk gebied. Het onwetende meisje weet ook zeer goed, hoeveel meer sexueele vrijheid de jongens „genieten” en welk gebruik deze daarvan plegen te maken. Een meisje stelde haar moeder, die haar den avond voor haar huwelijk overlaadde met wenken en raadgevingen, de snibbige vraag of haar Willem dien avond nu ook al die wijze lessen kreeg van zijn moeder.152. Hardhandige sexueele pedagoog.152.Hardhandige sexueele pedagoog.Illustratie van Holbein in Erasmus’ „Lof der Zotheid”.Uitgave 1731.De sexueele opvoeding beoogt eigenlijk alleen sexueele waarden zoo voordeelig mogelijk in exploitatie te brengen. Zij beoogt zelden of nooit in te wijden in ’t wezen van het geslachtsleven. Zij kan dit niet beoogen, reeds hierom niet, wijl dit voor het meerendeel der opvoeders zelf een gesloten boek is. Maar dit weten allen, dat de sexe, en speciaal de vrouwelijke sexe, een artikel van waarde is en dat men bij een eventueel bod niet te haastig moet zijn met toeslaan, daar er allicht nog een beter bod kan worden gedaan.De zucht om de sexueele waarde van het jonge meisje op de voordeeligste manier te exploiteeren, openbaart zich al bijzonder sterk bij den kleinen middenstand. Hier is elke dochter een belangrijk stuk materieel bezit, waaropin den regel groote verwachtingen worden gebouwd. De sexueele opvoeding wordt daar, natuurlijk veelal onbewust, geheel op ingericht. Het spreekt van zelf, dat de dochter veel te goed wordt geacht om met een man van lageren of gelijken stand te trouwen. Ook in dit opzicht is de minachting voor den werkenden stand het sterkst bij degenen, die daar maatschappelijk het naast aan grenzen. „Mijn dochter is veel te goed voor een gewonen werkman”, zoo denken en spreken duizenden moeders, vooral onder die wier maatschappelijk verschil met den „gewonen werkman” meer dan dubieus is. „Voor mijn dochter is toch zeker wel wat beters te krijgen”, is de volgende conclusie in dezen gedachtengang. Vooral ook het meisje zelf wordt diep van dit gevoelen doordrongen. Het wordt haar aanhoudend voorgehouden, dat het maar aan haar zelf ligt, zich een schitterende positie te verwerven, of, om in de geijkte terminologie te spreken, een goede partij te doen. Het eerste waar zij op heeft te passen, is natuurlijk, zich niet te vergooien aan een of anderen armoedzaaier. Zij moet het ook niet probeeren met zulk een verafschuwd wezen te komen aanzetten. Dat wordt haar van haar eerste meisjesjaren af zoo diep mogelijk ingeprent.153. Het onwetende bruidje.153.Het onwetende bruidje.—Nu, kind, weet je het voornaamste. Onthoud het nu goed.—Och mama, dat wist ik allemaal al zoo lang.Uit „Wiener Caricaturen”.Ieder manspersoon, die plannen ten opzichte van het sexueele kleinood schijnt te koesteren, wordt door de zorgzame ouders allereerst gekeurd op zijn vermoedelijken welstand. Valt de eerste taxatie al niet te gunstig uit, dan worden alle mogelijkheden tot toenadering onverbiddelijk afgesneden. Voor geen middel wordt daarbij dan teruggedeinsd. Het eerste der vele middelen die ter beschikking staan is, hem in de oogen van het meisje zoo diep mogelijk te kleineeren, hem verachtelijk te maken, afkeer en tegenzin in te boezemen jegens den kalen gelukzoeker, die het wagen durft de oogen te slaan op een meisje zoover boven zijn stand. Hij moet maar gaan bij de meiden van zijn soort, maar het niet zoeken bij een meisje van nette familie …. wat denkt zoo’n goochemerd wel? dat wou er zich zeker fijn indraaien, maar dan is hij aan ’t verkeerde kantoor, enz. Van het meisje zelf wordt natuurlijk verwacht dat ze zal inzien, dat zoo’n persoon niets is voor haar.Iedereen zou haar uitlachen, zij zou in de heele stad over de tong gaan. En wat zou juffrouw die en juffrouw die zich verkneuteren, als ze hoorden enz. En dan, welk vooruitzicht met zoo’n snuiter!Het gevoel.Het gevoel.Rijks Prent Cabinet.Uit de serie: De Vijf Zintuigen, van Abraham Bosse, 18deEeuw.Valt de aanvankelijke schatting minder ongunstig uit, is de eerste indruk niet onbevredigend, dan wordt omzichtig getracht zekerheid te erlangen. Er wordt navraag gedaan, links en rechtsgeïnformeerd—men gaat niet over één-nachts-ijs! Vallen de zoo vergaarde inlichtingen min of meer bevredigend uit, dan krijgt het meisje nog tallooze instructies om zich toch voor onberaden stappen te wachten. Want zoolang het geval nog min of meer twijfelachtig is, is men nog zeer wantrouwend. En hebben de ouders, meer speciaal de mama, zelf iets voor de huwbare dochter op het oog, iets waarvan de financieele kwaliteiten ten volle bekend zijn, dan wordt ook zulk een twijfelachtige adspirant-minnaar met alle middelen waarover een kwaadsprekende tong kan beschikken—en dat zijn alle middelen—onverbiddelijk geweerd en weggewerkt.154. Gevaarlijke onnoozelheid of gelegenheid maakt den dief.154.Gevaarlijke onnoozelheid of gelegenheid maakt den dief.Gravure naar een schilderij van Boucher (1703–1770).Zoo bar en vijandig als het onthaal is waarop een vrijer van het ongewenschte soort zich kan voorbereiden, zoo nederbuigend-lievig en onderdanig-tegemoetkomend is de houding jegens een partuur, die aan de verwachtingen beantwoordt. Evenals in het eerste geval eerst alles wordt beproefd om het meisje afkeerig te maken van den verafschuwden non-valeur, en, als dat niet baat, alle geweldmiddelen der ouderlijke macht te baat worden genomen om de dreigende familieramp af te wenden, evenzoo wordt in het tweede geval alles gedaan om het meisje er toe te brengen van de haar geboden gelegenheid gebruik te maken. Zoo noodig treedt de zorgzame moederzondergemoedsbezwaar op als koppelaarster. Alles wat er toe leiden kan om het paar zoover te brengen, dat men niet meer terug kan, wordt metoverlegbegunstigd; de gelegenheden om zoover te komen worden desnoods noods expres geschapen.En stuit men op onwil bij het meisje, dan wordt niets onbeproefd gelaten om dien onwil te breken.Hoe komisch dit alles den koelen waarnemer ook moge aandoen, is het in werkelijkheid toch een bron van tallooze stille familiedrama’s en van veel in stilte gedragen leed. Den humoristen van alle gading levert het intusschen rijke stof tot geestigen spot, vlijmend sarcasme, bittere ironie of goedmoedigen humor.155. Kinderen van Flora.155.Kinderen van Flora.156. Een lustig paar.Photo Hanfstaengl, München.156.Een lustig paar.Naar de schilderij van Gerard van Honthorst (1590–1656),Gemäldegalerie, Cassel.

De geslachtelijke neigingen en wat daarmee in verband staat nemen eerst van het intreden der puberteit af in het leven van den mensch een overwegende plaats in. De jeugd is kennelijk door de natuur bestemd als de tijd van rustige voorbereiding ook voor de levensfunctie der voortplanting, en op de ouderen rust derhalve een natuurlijke verplichting de jongeren ook ten deze doelmatige leiding te geven.

Hoe komen de ouderen deze verplichting na? De sexueele humor aarzelt niet op deze vraag te antwoorden: op de meest dwaze, zotte en onverstandige manier. En, het moet erkend, de erotische humor, zijn methode getrouw, laat het niet bij beweringen, maar overstelpt ons tegelijkertijd met onweerlegbare bewijzen.

De hoogste wijsheid van alle sexueele pedagogiek is zooal niet in theorie dan toch in de practijk: onwetend houden. Volstrekte onwetendheid in sexueele dingen, dat schijnt het grondbeginsel te zijn van alle practische sexueele opvoeding en volgens die opvatting is de onwetendste de deugdzaamste. Voor zoover men zich de moeite geeft hierover na te denken, redeneert men, dat de onwetendheid de beste bescherming is tegen de gevaren, die op hetsexueele levenspad van alle kanten dreigen—een redeneering die natuurlijk gelijk staat met te beweren dat om niet te verdwalen men onbekend moet zijn met den weg. Van dergelijke logica levert de practische opvoedkunde vele en zeer vermakelijke staaltjes.

130. De halfmaagd.130.De halfmaagd.A. Willette, in „Le Courrier Français.”

130.De halfmaagd.

A. Willette, in „Le Courrier Français.”

Men laat het opgroeiend geslacht wellicht niet alleen hierom onkundig van sexueele dingen wijl dit zoo goed en nuttig is, maar ook omdat het zoo makkelijk is. Gemakzucht speelt daarbij minstens een even belangrijke rol als het geloof aan de preservatieve werking van de onkunde. En ook is het groote meerendeel der volwassenen op sexueel gebied te onernstig, om ook maar in staat te zijn over die dingen ernstig te spreken.

Men kan sexueele onderwerpen niet anders behandelen dan op frivole wijze. En daarom spreekt men met diegenen, tegenover wie men gevoelt dat die manier niet op haar plaats is, er liever heelemaal maar niet over, en geeft met name het naar leiding snakkende kind ontwijkende en absurde antwoorden, steenen voor brood.

131. Ongelooflijk.131.Ongelooflijk.Grootmoeder tot kleindochter:—Ja kindlief, dat is numijngrootmoeder.Herman Paul in „Le Courrier Français”.

131.Ongelooflijk.

Grootmoeder tot kleindochter:—Ja kindlief, dat is numijngrootmoeder.

Herman Paul in „Le Courrier Français”.

Natuurlijk is de opvatting, dat sexueele onkunde een veilig voorbehoedmiddel is tegen de sexueele gevaren, een erbarmelijke dwaling. De onkunde bevordert juist, dat de rijpende phantasie de bron wordt, waaraan de natuurlijke sexueele weetgierigheid zich tracht te laven. En deze leermeesteres leidt bijna altijd op verkeerde wegen, zij voert weer naar andere ongeschikte bronnen om sexueelekennis op te doen, als onzuivere gesprekken, prikkellectuur en wat dies meer zij. En zoo is het een zeer algemeen verschijnsel—waarop vooral ook de erotische humor op zijn wijze de aandacht vestigt—dat zij, die men sexueel onwetend, dus onnoozel en onschuldig waant, reeds belast zijn met een diep-bedorven phantasie en met hun sexueele ervaringen hun sexueele kennis ver vooruit zijn. Volstrekte sexueele onwetendheid bestaat niet. En terwijl men aan den eenen kant alles verzuimt, doet men aan den anderen kant wat beter was na te laten.

132. Verregaand.132.Verregaand.—Geeft dat nou pas, juffrouw, voor een domineesdochter, zoo’n boezem!Olaf Gulbransson, in „Simplizissimus”, 1904.

132.Verregaand.

—Geeft dat nou pas, juffrouw, voor een domineesdochter, zoo’n boezem!

Olaf Gulbransson, in „Simplizissimus”, 1904.

Want tegelijkertijd dat het kind onwetend wordt gelaten op sexueel gebied, wordt het toch al afgericht op de sexueele rol, die het later heeft te spelen. Dit geldt vooral van het meisje. Dit wordt in kleeding, in toilet, in gedrag jegens het andere geslacht, al vertrouwd gemaakt met de kunsten der coquetterie lang voor het zich van het doel daarvan in het minst bewust kan zijn. Africhting op speculatief woekeren met erotische effecten wordt op sexueel gebied blijkbaar het eerst, zoo niet het eenig noodige geacht waartoe men bij de sexueele opvoeding verplicht is. In den concurrentiestrijd om den man wordt de vrouw al van kindsbeen zorgvuldig gedresseerd, hoewel ook hierbij weer de „opvoeders” dikwijls al even weinig klaar besef hebben van wat ze doen, als de geestelijk mishandelde objecten dier opvoeding.

133. De verzoeking van een kleindochter Eva’s.133.De verzoeking van een kleindochter Eva’s.Naar G. Léonnec.

133.De verzoeking van een kleindochter Eva’s.

Naar G. Léonnec.

Natuurlijk doet bij de sexueele opvoeding ook de dubbele moraal voor man en vrouw zich duchtig gelden. Het meisje moet tot den dag van haar huwelijktoe sexueel onbesproken blijven. Dat beteekent tegenwoordig geheel iets anders dan het een paar eeuwen geleden, ook hier te lande, deed. Tegenwoordig wordt van de ongehuwde vrouw volstrekte sexueele geheelonthouding verlangd. Tegelijkertijd wordt de jonkman in dit opzicht alle vrijheid gelaten. Naar wathijvóór zijn trouwdag op sexueel gebied al heeft uitgevoerd, wordt niet gevraagd. Maar het meisje moet als zij het huwelijksbed bestijgt, nog rein en ongerept zijn als een pasgeborene. Aan de mannelijke partij wordt in dit opzicht geen enkele eisch gesteld, men houdt zich zelfs of men wel gaarne ziet, dat de man een bont sexueel verleden achter zich heeft. Degenen, die vóór hun huwelijk sexueel zijn uitgeraasd, worden, zoo bazelt men, de beste mannen en de voorbeeldigste huisvaders. In de waardeering staat hij die openlijk het leven van een Don Juan heeft geleid, eigenlijk hooger aangeschreven, dan degene van wien in die richting niets of het tegenovergestelde bekend is. Van deze laatsten vreest men, dat het na het huwelijk wel komen zal—het kwaad moet er uit, vroeg of laat. Levenswijze grootmoeders en dito oudtantes zien kleindochters of nichtjes met meer gerustheid in de huwelijksschuit stappen met een schuinsmarcheerder, die sexueel al nagenoeg op is, dan met iemand, die „de wereld nog niet heeft bekeken” en nog niet heeft genoten. Dietoch komen, zoo meent men, later los.

Coquetterie.Coquetterie.Engelsche galante plaat van W. Dickinson naar de schilderij van W. Peters (1776).

Coquetterie.

Engelsche galante plaat van W. Dickinson naar de schilderij van W. Peters (1776).

134. Het billet doux.134.Het billet doux.Teekening van Aubrey Beardsley.

134.Het billet doux.

Teekening van Aubrey Beardsley.

135. Vroegrijpe eigenwaarde.135.Vroegrijpe eigenwaarde.—Wat een weer! Een buitenkansje voor de heeren.C. Koystrand, in „Wiener Witzblatt”, 1903.

135.Vroegrijpe eigenwaarde.

—Wat een weer! Een buitenkansje voor de heeren.

C. Koystrand, in „Wiener Witzblatt”, 1903.

136. De ouverture van het middenbedrijf.136.De ouverture van het middenbedrijf.A. Guillaume, in „Le Courrier Français”.

136.De ouverture van het middenbedrijf.

A. Guillaume, in „Le Courrier Français”.

Het eigenaardige in deze opvatting is, dat men er meestal eerst na het huwelijk, als er uit het sexueel verleden van den man een en ander begint uit te lekken, mee voor den dag komt. De consequentie durft men er blijkbaar niet van aan—men durft niet het jonge meisje opvoeden in de leer, dat het voor een gelukkig huwelijk noodzakelijk is dat zij trouwt met een verdierlijkt, ontzenuwd individu, die in sexueele potentie eigenlijk reeds het tijdperk der aftakeling is ingetreden. Met die theorie komt men eerst voor den dag, als later blijkt, dat de man, aan wien zij zich heeft verbonden, een in sexueel opzicht veel bewogen leven achter den rug heeft. Dan verbergt men achter die theorie zijn teleurstelling. Om den schijn toch maar te redden worden de dingen eenvoudig op hun kop gezet. Natuurlijk acht men, vooral in burgerlijke kringen met de daar algemeen heerschende moraal van het uiterlijk fatsoen, een sexueel „net” persoon hooger dan een doordraaier en vrouwenjager, want men weet zeer wel, dat „een vos wel zijn haren verliest, maar niet zijn streken”—de geijkte formule voor het tegendeel der voorgewende Don-Juan-vereering. Maar, vooral in dingen van sexueele moraal is men gewapend voor alle mogelijkheden. Naar omstandigheden komt men met een theorie of met haar tegendeel voor den dag. Blijkt na het huwelijk, dat de echtgenoot een zwart sexueel verleden heeft, dan zoeken vooral de oudere vrouwelijke familieleden de zaak zoo voor te stellen, dat een vrouw met zulk een man een bijzonder gelukis te beurt gevallen. Zoo wordt dan de nederlaag omgepraat in een overwinning, de schande in eer; wat in werkelijkheid wel wordt gevoeld als een teleurstelling wordt voorgesteld als een buitenkansje. Verder bewijst de hier bedoelde voorgewende voorkeur voor verloopen sujetten goede diensten bij het aansturen op een huwelijk dat voor het meisje maatschappelijk bijzonder voordeelig schijnt, hoewel de mannelijke partij nu juist niet uitmunt door platonische reinheid. Dan eerst blijkt eerst goed, hoe ruim het sexueel geweten is. In zulke gevallen worden de deugden van zoodanige individuen en hun bijzondere begeerlijkheid als echtgenoot door de vrouwelijke verwanten met vurige welsprekendheid geprezen. Juist zulke, neen, alleen zulke personen, worden trouwe, rustige, zorgzame huisvaders, die hun geluk alleen vinden bij hun vrouw. Natuurlijk is men elk oogenblik bereid dit standpunt prijs te geven voor het tegenovergestelde. Komt bijvoorbeeld het gewenschte huwelijk niet tot stand, en is de eerstvolgende minnaar meer van het „nette” soort, dan wordt met niet minder welsprekendheid ook diens lof gezongen. Ook zulke, neen alleen zulke personen kunnen dan trouwe, rustige, zorgzame huisvaders worden, die hun geluk alleen vinden bij hun vrouw. Er is ten deze geen vast standpunt. Wordt degene, die naar de hand van het meisje dingt, door de verwanten van het meisje maatschappelijk een goede partij geacht, dan wordt de verhouding bevorderd enbegunstigd. En daarbij heeft men voor elk bijzonder geval zijn bijzondere drogredenen. Om consequentie bekommert men zich op dit gebied wel het allerminst.

137. IJdelheid.137.IJdelheid.Duitsche karikatuur uit de 16e eeuw.

137.IJdelheid.

Duitsche karikatuur uit de 16e eeuw.

138. Het rijk van Neptunus.138.Het rijk van Neptunus.Naar een Fransche gravure.

138.Het rijk van Neptunus.

Naar een Fransche gravure.

139. Goed gedresseerd.139.Goed gedresseerd.—Moest zoo iets nu ook niet worden aangeslagen in de reclamebelasting?C. Koystrand, in „Wiener Caricaturen”.

139.Goed gedresseerd.

—Moest zoo iets nu ook niet worden aangeslagen in de reclamebelasting?

C. Koystrand, in „Wiener Caricaturen”.

Hoe dwaas, onbeduidend en voos dit door niemand trouwens ernstig genomen gelegenheidsargument van de voortreffelijkheid van verloopen sujetten ook moge zijn, toch blijkt er overduidelijk uit, dat in het onderbewustzijn der gedachtelooze menigte een dubbele moraal voor man en vrouw wordt gehuldigd. Want ten opzichte van de vrouw redeneert men zoo nimmer. Men weet, dat zulks bij niemand ingang zou vinden, en wacht er zich daarom voor. Wat de man op sexueel gebied heeft misdreven, hoe bar en erg het ook zij, laat zich goedpraten, is zelfs voor te stellen als iets verdienstelijks en vereerends. Maar de vrouw blijft de minste misstap levenslang drukken. Daarvoor is in hetzonderlinge wetboek der sexueele gerechtigheid geen vergeving. Nooit wordt dan ook zelfs beproefd, voor-huwelijksche zonden der vrouw goed te praten en nog minder wordt geprobeerd om een verbintenis met een meisje van niet geheel onbesproken gedrag voor te stellen als een bijzondere en benijdenswaardige gunst der goden, zekere voorwaarde voor een zeldzaam volmaakt huwelijksgeluk. Integendeel, zulk een meisje treft onvoorwaardelijk de algemeene verachting. Een verbintenis met zulk een schepsel geldt als een onuitwischbare schande. Hoe de eenmaal begane misstap ook werd geboet, welke verzachtende omstandigheden er ook kunnen worden aangevoerd, het strenge sexueele recht kent daarvoor geen clementie.

140. Leerschool der IJdelheid.140.Leerschool der IJdelheid.Hoe een edele jonkvrouwe, bezig zich op te pronken, in den spiegel den duivel niet van zijn beste zijde leerde kennen.Houtsnede uit de „Bitter von Thurn”, 1493.

140.Leerschool der IJdelheid.

Hoe een edele jonkvrouwe, bezig zich op te pronken, in den spiegel den duivel niet van zijn beste zijde leerde kennen.

Houtsnede uit de „Bitter von Thurn”, 1493.

Hier vloeit allereerst uit voort, dat zich beroemen op sexueel wangedrag voor het meisje of de vrouw, die zichzelve in zedelijk opzicht niet geheel en al heeft opgegeven, iets onbestaanbaars is. Dit komt—met het zooeven gemaakte voorbehoud voor degenen die zedelijk al ten gronde zijn gegaan—dan ook niet voor. Wel echter, en vrij algemeen zelfs, bij den man. Deze beroemt zich en gaat prat op zijn sexueele zonden, overdrijft die zelfs, snoeft op geslachtelijke buitensporigheden, die hij nooit heeft bedreven.De vrouw, die er in dit opzicht zoo geheel anders, ja precies tegenovergesteld voor staat, doet dit nimmer. Die doet het tegenovergestelde: zij verzwijgt, verbergt en houdt geheim, ontkent zoo noodig. De man neemt gaarne het air aan van losbol, de vrouw simuleert deugd. Beide zijn ze in die rol voor spotzucht, humor en sarcasme een even gemakkelijke als dankbare prooi. De vrouw, om de minste sexueelemisstap door de openbare meening haar leven lang vervolgd, ziet zich daardoor bij een eventueelen misslag genoodzaakt, die zoo mogelijk verborgen te houden. En behoudens voorhanden zijn van het onloochenbaar bewijsstuk—het kind—slaagt zij daarin meestal naar wensch. Zoo ontstaat een samenleving, waarin alle jongemannen losbollen zijn en alle jongedochters toonbeelden van onschuld, braafheid en deugd.

Hoe ouder hoe gekker.Hoe ouder hoe gekker.Naar de schilderij van Frans van Mieris (1635–1681).

Hoe ouder hoe gekker.

Naar de schilderij van Frans van Mieris (1635–1681).

141. De gefopte Gascogner.Photo Alinari, Florence.141.De gefopte Gascogner.Naar de schilderij van Nicolas Lancret (1690–1743), Louvre, Parijs.

Photo Alinari, Florence.

141.De gefopte Gascogner.

Naar de schilderij van Nicolas Lancret (1690–1743), Louvre, Parijs.

De dubbele moraal uit zich in de sexueele opvoeding nog in velerlei andere richting. Zoo—als uitvloeisel der geschetste opvattingen, waardoor de gemiddelde fatsoensmensch zich bij zijn sexueelepedagogielaat leiden,—wordt den zoon groote vrijheid gelaten, de dochter daarentegen wat men noemt kort gehouden. Bordeelbezoek, meisjes verleiden, een maîtresse hebben, dit alles wordt door den kring van verwanten bij den jonkman zooal niet onvoorwaardelijk goedgekeurd, dan toch als vergeeflijke lichtzinnigheid der jeugd aangemerkt en vergoelijkt. Zelfs in kringen waarin men overhelt tot strenge zeden, wordt voor de jeugdige mannelijke leden een oogje dicht gedaan. De drogredenen waarmee dit wordt gemotiveerd, zijn alweer legio. Het geldt als een teeken, dat de jongeman gezond, vurig bloed heeft, levenslustig en krachtig is en niet tot de droogpruimers behoort. Door al vroeg intiem verkeer te hebben met vrouwen leert de jongeling zijn onbeholpen bleuheid en verlegenheid in den omgang met de andere sexe afleggen, hij krijgt opdie manier ondervinding, vrijmoedigheid, zekerheid, leert de wereld kennen en erlangt tallooze andere voordeelen. Intusschen worden de vrouwen, die zoonlief al deze deugden moeten bijbrengen, en om zoo te zeggen zijn sexueele opvoeding en zijn geslachtelijke vorming hebben te voltooien, juist in die kringen het diepst veracht en verafschuwd, iets wat bij zoo belangrijke diensten, den zoon des huizes bewezen, bedenkelijk zweemt naar zwarte ondankbaarheid. Maar ook hier is de minste schijn of schaduw van de meest elementaire consequentie weer ver te zoeken.

142. Landelijke onschuld.142.Landelijke onschuld.—Ja mijnheer, ik ga gauw naar Parijs bij mijn zuster, om ook wat te verdienen.—Zoo zoo, mijn kind, en wat doet ze daar in Parijs, die zuster van je?—Ze is daar rijk gemainteneerd, mijnheer.Teekening van Henry Gerbault.

142.Landelijke onschuld.

—Ja mijnheer, ik ga gauw naar Parijs bij mijn zuster, om ook wat te verdienen.

—Zoo zoo, mijn kind, en wat doet ze daar in Parijs, die zuster van je?

—Ze is daar rijk gemainteneerd, mijnheer.

Teekening van Henry Gerbault.

143. De kleine nichtjes.143.De kleine nichtjes.—Zeg, Annie, heb jij je neefje al eens een zoen moeten geven?—Nog nooit, Marie, ik zou het niet willen, hij kon het wel eens niet toelaten!Uit: „Sect”, Weenen.

143.De kleine nichtjes.

—Zeg, Annie, heb jij je neefje al eens een zoen moeten geven?

—Nog nooit, Marie, ik zou het niet willen, hij kon het wel eens niet toelaten!

Uit: „Sect”, Weenen.

De eigenlijke redenen voor de groote sexueele vrijheid, die men de zoons laat in vergelijking met de angstvallige bezorgdheid voor de sexueele onbesprokenheid der dochters, zijn natuurlijk deze, dat eerstens den jonkman toch niet kan worden belet te doen wat hem ten deze goeddunkt en waartoe zijn ontluikende zinnelijkheid hem dringt, terwijl verder zijn sexueele waarde, uitgedrukt in huwelijkskansen, er in het minst niet door vermindert. Men laat den jongen dus wat vrijheid, wijl men hem dien toch niet op den duur kan benemen, en omdat de gevolgen maatschappelijk van geen beteekenis zijn. Deze motieven zijn echter niet van dien aard,dat men er goedschiks openlijk voor uit kan komen. Daarom bedient men zich van drogredenen en troost zich daarbij met de gedachte, dat ieder ander toch ook zoo doet.

144. Die moeders.144.Die moeders.—Je maakt mij niet wijs, dat een fatsoenlijk meisje zulk ondergoed heeft te dragen.Satire van J. L. Forain.

144.Die moeders.

—Je maakt mij niet wijs, dat een fatsoenlijk meisje zulk ondergoed heeft te dragen.

Satire van J. L. Forain.

Ten opzichte van het jonge meisje staat de zaak geheel anders. Door de minste opspraak reeds daalt zij in sexueele waarde. De minste smet op haar sexueel gedrag heeft een onherstelbare waardevermindering tengevolge. Om dat te voorkomen wordt zij bij elken stap met argusoogen bewaakt, want ook de minste kans van opspraak wenschen hare natuurlijke exploitanten—haar ouders—niet te riskeeren. Het meisje moet, om op de huwelijksmarkt haar volle handelswaarde te behouden, volstrekt onbesproken blijven. Daarom is men even streng voor de dochters als men toegeeflijk is voor de zoons. Zij wordt van alle sexueele gevaren geïsoleerd, en tegelijkertijd dat men zoonlief de dolste streken laat uithalen, zonder zich er zich veel om te bekommeren, wordt aan de dochter romanlezen, schouwburgbezoek en dergelijke ontzegd, om „haar hoofd niet op hol te brengen”, d. w. z. haar niet in ongewenschte avontuurlijk-romantische stemming te brengen.

145. Die kinderen.145.Die kinderen.—Pas zestien en nou al een vrijer?—Eén is toch zeker het minste wat je hebben kan!Friedrich Schröder. in „Düsseld. Monatshefte”.

145.Die kinderen.

—Pas zestien en nou al een vrijer?

—Eén is toch zeker het minste wat je hebben kan!

Friedrich Schröder. in „Düsseld. Monatshefte”.

Dikwijls komt met koddige duidelijkheid aan het licht, dat het daarbij in het minst niet is te doen haar zinnelijk immuun te maken. Bij bals en dergelijke mag zij zich vrijelijk half naakt voor een geheel gezelschap te pronk stellen—mits onder toezicht en mits anderen hetzelfdedoen. Wat niet in opspraak brengt, is geoorloofd, al is het in werkelijkheid nog zoo bedenkelijk; wat wel opspraak en gefluister verwekt, is niet geoorloofd, al is het op zich zelf nog zoo onschuldig. Evenmin zoekt de gemiddelde sexueele opvoeding neiging tot coquetterie te beteugelen of tegen te gaan. Integendeel, het coquette meisje verbetert haar kansen en—men weet zulks bij instinct—loopt allerminst gevaar zelf tot onberaden onvoorzichtigheden te vervallen—zij ontsteekt het vuur, maar blijft zelf koel. Coquetterie is dus een waardevolle deugd, een karaktertrek die men eer moet toejuichen en in de hand werken dan tegengaan.

146. Privaatles in den tunnel.146.Privaatles in den tunnel.Fransche humoreske.

146.Privaatles in den tunnel.

Fransche humoreske.

Het grondbeginsel van de sexueele opvoeding is bij de groote massa der onnadenkenden en gemakzuchtigen: onkundig houden. Bij de toepassing van dat grondbeginsel vormt de natuurlijke kinderlijke nieuwsgierigheid naar allerlei wat met het geslachtsleven in verband staat, een groote moeielijkheid. Deze nieuwsgierigheid toch leidt tot vragen—de bekende lastige kindervragen. De antwoorden, die het kind krijgt op zijn lastige vragen, dragen het karakter van beminnelijke misleiding. Het nieuwe broertje is gebracht door de ooievaar, of het is geplukt van den boom, of gegroeid in een groote kool. En zoo voort.

147. In het reddingshuis.147.In het reddingshuis.—Ja zuster, ik heb net als u mijn buik vol van de wereld.Karikatuur van Moloch.

147.In het reddingshuis.

—Ja zuster, ik heb net als u mijn buik vol van de wereld.

Karikatuur van Moloch.

Aan den anderen kant is de kinderlijke onwetendheid een bron van vermaak voor de ouderen. Het is bekend hoe gretig b.v. tantes en ooms en ook eigen ouders kinderenuithooren betreffende hun sexueele kennis. Men brengt het kind daarover opzettelijk aan het praten, en vermaakt zich met zijn onwetendheid, met zijn halve kennis, met zijn twijfel, onderwerpt het aan een verhoor om te vernemen wat hij allemaal weet of denkt van die dingen. Maar om het kind, hoe dan ook, ernstig over geslachtelijke onderwerpen te onderhouden, het met voorzichtig beleid sexueel te onderrichten en voor te bereiden op datgene wat het als geslachtswezen tegemoet gaat, daarvoor is men in den regel zelf te onkundig en vooral te onernstig in het sexueele.

148. Sexueele opvoeding.148.Sexueele opvoeding.—Mag ik u mijn parapluie aanbieden?—Zeker mijnheer, tot aan de hoek daarginds, waar mijn man mij opwacht.Uit „Wiener Karikaturen”.

148.Sexueele opvoeding.

—Mag ik u mijn parapluie aanbieden?

—Zeker mijnheer, tot aan de hoek daarginds, waar mijn man mij opwacht.

Uit „Wiener Karikaturen”.

149. Amor ingewijd in de geheimen van het toilet.149.Amor ingewijd in de geheimen van het toilet.Gravure van Carracci, 17e eeuw.

149.Amor ingewijd in de geheimen van het toilet.

Gravure van Carracci, 17e eeuw.

Men is zoo gewoon over sexueele onderwerpen alleen maar te spreken in min of meer frivolen toon, dat men niet bij machte is ze ook maar een oogenblik met ernst te bespreken. Het kind snapt al heel gauw, dat zijn opvoeders hem in die dingen wat op den mouw spelden. Het zoekt op andere manieren zijn natuurlijke nieuwsgierigheid te bevredigen. Zoo wordt dan het nog onbedorven kindergemoed naar onzuivere bronnen gedreven en het ontvangt de gezochte kennis in een vorm, die in den regel minstens bedenkelijk is. En het kind leert ook al heel gauw, dat het zijn kennis op sexueel gebied voor ouderen moet verbergen. Zoo ontstaat het type van het quasi-onnoozele en onschuldigekind, voor wie in werkelijkheid het geslachtsleven een open boek is en dan gewoonlijk een pornografisch boek.

Amor leidt het spel.Amor leidt het spel.Teekening van Gerda Wegener.

Amor leidt het spel.

Teekening van Gerda Wegener.

150. Liefde te Parijs.150.Liefde te Parijs.—En dan, ’t is zoo eng, een man.Satire van J.L. Forain.

150.Liefde te Parijs.

—En dan, ’t is zoo eng, een man.

Satire van J.L. Forain.

Tot de „lastige kindervragen” behooren in de eerste plaats die naar de herkomst van het nieuwe broertje. Ieder kind wil weten waar het vandaan komt. En de sexueele opvoeding heeft een heele reeks van antwoorden op desbetreffende vragen verzonnen, die door de ernstige sexueele pedagogiek zoo niet als misleidend worden verworpen, dan toch bedenkelijk worden geacht, ofschoon er dikwijls een zekere zin voor poëzie in valt op te merken. Een tweede categorie van lastige kindervragen betreft de geslachtskenmerken. Gesprekken als dit tusschen vijf- tot achtjarigen zijn geen uitzonderingen: Hebben jullie een nieuw kindje gekregen, Wim?

—Ja Annie.—Is het een zusje of een broertje?—Ik geloof een zusje.

—Is het net zoo als ik, met een boezelaartje en lang haar? dan is het een zusje.—Hoe men weet of het nieuwe kindje een zusje of een broertje is, is het kind een raadsel en het stelt zijn vragen. Het wordt weer op dezelfde wijze door zijn opvoeders met een kluitje in het riet gestuurd. Merkt het verschil op in zekere organen, dan worden dikwijls de allerkoddigste verklaringen daarvan opgedischt.

151. De reddende modehoed.151.De reddende modehoed.Amerikaansche karikatuur van Kepler.

151.De reddende modehoed.

Amerikaansche karikatuur van Kepler.

De sexueele opvoeding, die tot grondbeginsel heeft: onwetend houden zoo lang het maar eenigszins gaat,—de opvoeding wier hoogste wijsheid dus eigenlijk is: niet op te voeden—mag, gezien de ondervinding van elken dag, tweeërlei resultaat verwachten: of het kind doet op eigen gelegenheid sexueele kennis op en gaat dan beladen met een onzuivere phantasie de gevaren der puberteit tegemoet; of het kind blijft inderdaad onwetend, en is dan in zijn onkunde zooveel weerloozer in de gevaren,die het van het intreden der puberteit af van alle kanten zullen bedreigen.

De gevolgen van het stelsel van onwetend-houden in sexueele zaken zijn in den regel niet, dat er werkelijk onwetendheid bestaat, maar dat er onwetendheid wordt voorgewend. Onderdehand beijveren beide sexen zich wat ze kunnen om sexueele kennis op te doen. Het meisje ontvangt haar kennis ten deze van haar vriendinnen en vooral ook door lectuur. En de onderwijzeressen der mannelijke jeugd zijn de prostituees. Zoo moest er een paar jaar geleden in Frankrijk door een vereeniging voor zedelijke en sanitaire voorbehoeding een boekje worden uitgegeven en op groote schaal verspreid, dat ook in het Nederlandsch is verschenen en tot titel draagt: „Wat volwassen jongens wel eens mogen weten.” Dit boekje handelt over de gevaren der afdwaling vanhalf-volwassenenop geslachtelijk gebied. Het onwetende meisje weet ook zeer goed, hoeveel meer sexueele vrijheid de jongens „genieten” en welk gebruik deze daarvan plegen te maken. Een meisje stelde haar moeder, die haar den avond voor haar huwelijk overlaadde met wenken en raadgevingen, de snibbige vraag of haar Willem dien avond nu ook al die wijze lessen kreeg van zijn moeder.

152. Hardhandige sexueele pedagoog.152.Hardhandige sexueele pedagoog.Illustratie van Holbein in Erasmus’ „Lof der Zotheid”.Uitgave 1731.

152.Hardhandige sexueele pedagoog.

Illustratie van Holbein in Erasmus’ „Lof der Zotheid”.

Uitgave 1731.

De sexueele opvoeding beoogt eigenlijk alleen sexueele waarden zoo voordeelig mogelijk in exploitatie te brengen. Zij beoogt zelden of nooit in te wijden in ’t wezen van het geslachtsleven. Zij kan dit niet beoogen, reeds hierom niet, wijl dit voor het meerendeel der opvoeders zelf een gesloten boek is. Maar dit weten allen, dat de sexe, en speciaal de vrouwelijke sexe, een artikel van waarde is en dat men bij een eventueel bod niet te haastig moet zijn met toeslaan, daar er allicht nog een beter bod kan worden gedaan.

De zucht om de sexueele waarde van het jonge meisje op de voordeeligste manier te exploiteeren, openbaart zich al bijzonder sterk bij den kleinen middenstand. Hier is elke dochter een belangrijk stuk materieel bezit, waaropin den regel groote verwachtingen worden gebouwd. De sexueele opvoeding wordt daar, natuurlijk veelal onbewust, geheel op ingericht. Het spreekt van zelf, dat de dochter veel te goed wordt geacht om met een man van lageren of gelijken stand te trouwen. Ook in dit opzicht is de minachting voor den werkenden stand het sterkst bij degenen, die daar maatschappelijk het naast aan grenzen. „Mijn dochter is veel te goed voor een gewonen werkman”, zoo denken en spreken duizenden moeders, vooral onder die wier maatschappelijk verschil met den „gewonen werkman” meer dan dubieus is. „Voor mijn dochter is toch zeker wel wat beters te krijgen”, is de volgende conclusie in dezen gedachtengang. Vooral ook het meisje zelf wordt diep van dit gevoelen doordrongen. Het wordt haar aanhoudend voorgehouden, dat het maar aan haar zelf ligt, zich een schitterende positie te verwerven, of, om in de geijkte terminologie te spreken, een goede partij te doen. Het eerste waar zij op heeft te passen, is natuurlijk, zich niet te vergooien aan een of anderen armoedzaaier. Zij moet het ook niet probeeren met zulk een verafschuwd wezen te komen aanzetten. Dat wordt haar van haar eerste meisjesjaren af zoo diep mogelijk ingeprent.

153. Het onwetende bruidje.153.Het onwetende bruidje.—Nu, kind, weet je het voornaamste. Onthoud het nu goed.—Och mama, dat wist ik allemaal al zoo lang.Uit „Wiener Caricaturen”.

153.Het onwetende bruidje.

—Nu, kind, weet je het voornaamste. Onthoud het nu goed.

—Och mama, dat wist ik allemaal al zoo lang.

Uit „Wiener Caricaturen”.

Ieder manspersoon, die plannen ten opzichte van het sexueele kleinood schijnt te koesteren, wordt door de zorgzame ouders allereerst gekeurd op zijn vermoedelijken welstand. Valt de eerste taxatie al niet te gunstig uit, dan worden alle mogelijkheden tot toenadering onverbiddelijk afgesneden. Voor geen middel wordt daarbij dan teruggedeinsd. Het eerste der vele middelen die ter beschikking staan is, hem in de oogen van het meisje zoo diep mogelijk te kleineeren, hem verachtelijk te maken, afkeer en tegenzin in te boezemen jegens den kalen gelukzoeker, die het wagen durft de oogen te slaan op een meisje zoover boven zijn stand. Hij moet maar gaan bij de meiden van zijn soort, maar het niet zoeken bij een meisje van nette familie …. wat denkt zoo’n goochemerd wel? dat wou er zich zeker fijn indraaien, maar dan is hij aan ’t verkeerde kantoor, enz. Van het meisje zelf wordt natuurlijk verwacht dat ze zal inzien, dat zoo’n persoon niets is voor haar.Iedereen zou haar uitlachen, zij zou in de heele stad over de tong gaan. En wat zou juffrouw die en juffrouw die zich verkneuteren, als ze hoorden enz. En dan, welk vooruitzicht met zoo’n snuiter!

Het gevoel.Het gevoel.Rijks Prent Cabinet.Uit de serie: De Vijf Zintuigen, van Abraham Bosse, 18deEeuw.

Het gevoel.

Rijks Prent Cabinet.

Uit de serie: De Vijf Zintuigen, van Abraham Bosse, 18deEeuw.

Valt de aanvankelijke schatting minder ongunstig uit, is de eerste indruk niet onbevredigend, dan wordt omzichtig getracht zekerheid te erlangen. Er wordt navraag gedaan, links en rechtsgeïnformeerd—men gaat niet over één-nachts-ijs! Vallen de zoo vergaarde inlichtingen min of meer bevredigend uit, dan krijgt het meisje nog tallooze instructies om zich toch voor onberaden stappen te wachten. Want zoolang het geval nog min of meer twijfelachtig is, is men nog zeer wantrouwend. En hebben de ouders, meer speciaal de mama, zelf iets voor de huwbare dochter op het oog, iets waarvan de financieele kwaliteiten ten volle bekend zijn, dan wordt ook zulk een twijfelachtige adspirant-minnaar met alle middelen waarover een kwaadsprekende tong kan beschikken—en dat zijn alle middelen—onverbiddelijk geweerd en weggewerkt.

154. Gevaarlijke onnoozelheid of gelegenheid maakt den dief.154.Gevaarlijke onnoozelheid of gelegenheid maakt den dief.Gravure naar een schilderij van Boucher (1703–1770).

154.Gevaarlijke onnoozelheid of gelegenheid maakt den dief.

Gravure naar een schilderij van Boucher (1703–1770).

Zoo bar en vijandig als het onthaal is waarop een vrijer van het ongewenschte soort zich kan voorbereiden, zoo nederbuigend-lievig en onderdanig-tegemoetkomend is de houding jegens een partuur, die aan de verwachtingen beantwoordt. Evenals in het eerste geval eerst alles wordt beproefd om het meisje afkeerig te maken van den verafschuwden non-valeur, en, als dat niet baat, alle geweldmiddelen der ouderlijke macht te baat worden genomen om de dreigende familieramp af te wenden, evenzoo wordt in het tweede geval alles gedaan om het meisje er toe te brengen van de haar geboden gelegenheid gebruik te maken. Zoo noodig treedt de zorgzame moederzondergemoedsbezwaar op als koppelaarster. Alles wat er toe leiden kan om het paar zoover te brengen, dat men niet meer terug kan, wordt metoverlegbegunstigd; de gelegenheden om zoover te komen worden desnoods noods expres geschapen.En stuit men op onwil bij het meisje, dan wordt niets onbeproefd gelaten om dien onwil te breken.

Hoe komisch dit alles den koelen waarnemer ook moge aandoen, is het in werkelijkheid toch een bron van tallooze stille familiedrama’s en van veel in stilte gedragen leed. Den humoristen van alle gading levert het intusschen rijke stof tot geestigen spot, vlijmend sarcasme, bittere ironie of goedmoedigen humor.

155. Kinderen van Flora.155.Kinderen van Flora.

155.Kinderen van Flora.

156. Een lustig paar.Photo Hanfstaengl, München.156.Een lustig paar.Naar de schilderij van Gerard van Honthorst (1590–1656),Gemäldegalerie, Cassel.

Photo Hanfstaengl, München.

156.Een lustig paar.

Naar de schilderij van Gerard van Honthorst (1590–1656),Gemäldegalerie, Cassel.


Back to IndexNext