VIII.HUWELIJKSVREUGDEN.Het huwelijksgeluk is als een porceleinen vaas op den neus van een dronken mandarijn die niest—aldus een spreekwoord der Chineezen!Het huwelijk is een zotternij die men met z’n tweeën begaat en met z’n drieën of meer moet boeten—zegt Shakespeare.In den geest dezer uitspraken van een groot volk en een groot man gaat het maar door, alle tijden en alle literaturen door. Als de mannen over het huwelijk gaan spreken of schrijven dan hoort men niet anders dan wanhoopskreten.Ik heb in mijn leven met drie groote plagen te kampen gehad, zegt Socrates: de spraakkunst, de armoede en een vrouw. De eerste ben ik te boven gekomen door studie en de tweede door gewoonte, maar het huwelijk heeft me tot dezen dag toe belet mij te bevrijden van de derde.Het huwelijk, klaagt Philemon, is een gevangenis, waaraan niets moois is dan de poort door welke men naar binnen gaat.Uit zulke klaagliederen, indien ze meer zijn dan dichterlijke ontboezemingen, blijkt vooral dit duidelijk: dat de vrouw de kunst verstaat haar rechten te handhaven. Een aanzienlijk percentage van al dat huwelijkswee bestaat uit teleurstelling en gekwetste majesteit van den man, die wel in theorie de vrouw tot een ondergeschikt minderwaardig wezen kan degradeeren, maar in de practijk maar al te vaak haar mindere blijkt.Trouwlustige jongelui deden Socrates denken aan visschen die dartelen vóór het net van den visscherman. Men dringt en verdringt elkaar om er bij te komen, en de ongelukkigen die er in raken spannen zich vruchteloos in om er weer uit te komen.Eigenaardig is bij dit alles, dat vrouwen zich lang niet zoo ongunstig over het huwelijk uitlaten, noch over de mannen, als de mannen dat doen over het huwelijk, of over de vrouwen, of over beide.O vrouwen,—exclameert Philemon in een vertwijfeling, die geen hoogen dunk geeft van zijn tact in den omgang met vrouwen noch van zijn geluk bij de zwakke en schoone sexe,—het is beter u naar het graf te leiden dan naar het altaar. Zulk een koddig vertoon van sexueele wanhoop roept onwillekeurig de vos in herinnering, die de onbereikbare druiven te zuur vond.185. De Huwelijks-barricade.185.De Huwelijks-barricade.Duitsche karikatuur. 1848.Pythagoras antwoordde degenen, die hem vroegen hoe hij zijn dochter ten huwelijk had kunnen geven aan een van zijn grootste vijanden: Ik was ervan overtuigd, dat ik hem met geen mogelijkheid beter kon treffen en hem meer verdriet kon aandoen en narigheden berokkenen, dan door hem te laten trouwen. Want iets ergers is er niet op de wereld.186. De wederkeerige verleiding.186.De wederkeerige verleiding.Illustratie van Holbein voor Erasmus’ „Lof der Zotheid”, uitgave 1731.Van het huwelijk weet men alleen kwaad te zeggen. Een der tallooze beschuldigingen, die men het ten laste legt is deze, dat het huwelijk kort en goed liefde buitensluit. Op de vraag: Kan tusschen getrouwde menschen ware liefde bestaan? luidde in 1174 het antwoord van een minnehof, bij monde van de comtesse de Champagne gegeven, als volgt:Wij verklaren en verzekeren, dat de ware liefde tusschen twee personen, die door het huwelijk verbonden zijn, niet tot haar recht kan komen. Want zij die minnen behooren elkander toe uit vrijen wil en om niet, uit eigen innerlijken aandrang, maar in het huwelijk is dat alles een verplichting, daar moet men, daar heeft men zich bij contract verbonden elkander niets te weigeren.187. Betrapte ontrouw.187.Betrapte ontrouw.Meinst du nun hast du Platz, der Mann wird weit weg sein,Sieh hin aufs Bettlers Korb, in den kam er herein.Duitsche karikatuur op de ontrouwe vrouw.In zijn „Lof der Zotheid” verkondigt Erasmus de meening, dat in het huwelijk en bij alle verhoudingen tusschen man en vrouw de zotheid voorzit. „De zotheid zit voor bij het huwelijk. Het huwelijk, naar ge wellicht maar al te goed weet, is een verbintenis die alleen ontbonden kan worden door den dood. Groote Goden!…. wat zouden er weinig huwelijken worden gesloten, als de minnaar zoo verstandig was van tevoren eens na te gaan wat zijn schatje, dat zoo lief schijnt, zoo zacht, zoo onschuldig, eigenlijk voor een schepseltje is”. Maar, zoo ongeveer gaat Erasmus voort, men is te verblind en te zot om dat te doen en alleen door die zotheid komen er huwelijken en blijven de eenmaal gesloten huwelijken voor beiden een verbintenis voor het leven. „De Zotheid gaf Jupiter den volgenden raad: „Heer, geef den man een vrouw. De vrouw is een onhandelbaar en zot soort dier, ik geef het volmondig toe; maar ze lijkt zacht en lief en beminnelijk”. Jupiter deed aldus. Het is dus de Zotheid die mannen en vrouwen tot elkander heeft gebracht”.188. Rival Beauties.188.Rival Beauties.Satire van Gibson op de geheime vijandschap tusschen de vrouwen.Mahieu, een Fransch dichter uit de 13e eeuw, meer bekend onder den naam Mathéolus le Bigame, heeft in een bijtend-sarcastisch gedicht van circa vijfhonderd regels met het huwelijk afgerekend. Gezegde dichter was tweemalen getrouwd geweest en hij betitelt zichzelf bij wijze van zelfkastijding voor zijn domheid met velerlei scheldnamen. Zijn eerste vrouw vergelijkt hij bij de Scylla, men begrijpt dus dat de tweede zijn Charybdus was. Het huwelijk zelf komt er natuurlijk niet genadiger af. Onder meer noemt hij het een vagevuur voor het zondige vleesch, een martelaarschap enz. Ten slotte verschijnt hem God de Heer en openbaart hem de goddelijke bedoelingen met het huwelijk: Om de zondaars (blijkbaar alleen de mannelijke!) te verbeteren was een enkel vagevuur niet voldoende, er moesten er meer zijn en het huwelijk is daar een van. En wie tweemaal gehuwd was, dienwacht in het paradijs dubbele heerlijkheid, als een die veel heeft geleden.’s Nachts sluimert de liefde niet.’s Nachts sluimert de liefde niet.Duitsche kopergravure (Augsburg, 18de Eeuw).189. Ondoordachte praat.189.Ondoordachte praat.—Waarom nu toch zooveel geld verknoeien aan toiletartikelen. Dat helpt toch immers allemaal niemendal!—Heb je me dan wel eens gezien als ik ze nog niet had gebruikt?Hermann Schlittgen, in „Fliegende Blätter”.De anonieme wijsheid der naamlooze menigte, neergelegd in spreuken en spreekwoorden, ziet het huwelijk en de vrouwen al precies zoo als de groote denkers ze zeggen te zien. De vrouwen hooren graag goeds vertellen van de vrouwen in ’t algemeen en kwaads van een vrouw in het bijzonder, vooral als die tot hare kennissen behoort …. Zegt men een vrouw dat ze een slecht karakter heeft, ze zal het spoedig kunnen vergeven en vergeten, maar zegt men haar, dat ze groote voeten heeft, ze vergeeft het nimmer …. Een vrouw geeft wel toe dat ze mooi is geweest, maar niet dat ze leelijk is …. Er groeit veel onkruid in vrouwenschoenen …. Alle meisjes zijn lief en goed—maar waar komen dan toch al die kwade wijven vandaan?…. Een vrouw kan niet dulden dat een ander kwaad spreekt van haar man, dat kan ze zelf wel af …. Even pessimistisch is dit soort volkswijsheid in haar uitspraken omtrent het huwelijk en dat men daarbij ook zin heeft voor geestigheidblijkt uit volgende proeven: Dat het huwelijksleven veel aangename zijden heeft, wie zal het ontkennen? hoogstens een getrouwd man …. Hoe verbaasd zijn vele mannen en vele vrouwen over de domheid van hun wederhelft, die ze zichzelven hebben uitgezocht …. Als een man en een vrouw trouwen gaan eindigt hun roman en begint hun geschiedenis …. Het eenige verschil dat er vaak bestaat tusschen onwettig en wettig samenleven is, dat in het eerste geval de man de vrouw heeft genomen zonder zich te bekommeren om de bruidsgift en in het tweede geval de man de bruidschat in ontvangst heeft genomen zonder zich te bekommeren om de vrouw ….190. De zotheid bezegelt het echtverbond.190.De zotheid bezegelt het echtverbond.Titelplaat der Nederlandsche uitgave van het „Satyrikon”, 1683.Volgens de Beaumarchais is het huwelijk van alle kluchten de ernstigste; het kan echter ook zijn dat hij het zoo gezegd heeft: het huwelijk is van alle ernstige dingen het zotste. Mademoiselle de Sommerey is een der weinige schrijfsters die het opneemt voor de andere sexe. Zij beweert ergens: Vele mannen bedriegen hun vrouwen, maar bijna alle vrouwen bedriegen haar mannen en het ergst doen het de zoogenaamd onnoozelen. En elders verklaart zij: heel weinig vrouwen houden van haar man, doch er zijn maar weinig mannen die niet gehecht zijn aan hun vrouw.Er zijn ook denkers en schrijvers geweest, die de reden van dezen eigenaardigen stand van zaken hebben trachten op te sporen en die ons de vruchtenvan hun zoeken gelukkig niet hebben onthouden. Louis Desnoyers vond deze oorzaak: Dat een man geen liefde meer vindt bij zijn vrouw heeft hij dikwijls alleen hieraan te danken dat hij haar man is; was hij nog alleen maar haar aanbidder, zij zou hem aanbidden. Blondel beweert: Wie zijn geliefde trouwt verandert goeden wijn in zure azijn. Adrien Dupuy komt tot deze conclusie: Lui die elkaar het vurigst bemind hebben voor hun trouwen, zijn het onverschilligst voor elkaar in het huwelijk. En weer een ander leeraart: Het huwelijk is een roman tot op de dag dat men het boek opent—de voorrede is gewoonlijk heel amusant, maar ze is altijd kort en belooft veel te veel. Behalve om geld, verklaart Romainville, wordt er ook veel getrouwd uit verveling en dat zijn in den regel nog de kwaadste huwelijken niet.Hoe komt men er dan toch toe te trouwen, als het met het huwelijk zoo’n misère is? En wat is het dan toch voor booze geest die al die huwelijken maakt zoo als ze zijn? Ook op deze zeer redelijke vragen krijgen wij vele, en zeer scherpzinnige antwoorden, die echter het gebruikelijke gebrek hebben, dat ze ons niet veel wijzer maken. Zoo vernemen wij van P. L. Stahl: Men preekt de jongelui aanhoudend voor dat ze inzake het huwelijk hun verstand moeten gebruiken, maar als ze hun verstand gebruikten zouden ze dan trouwen? Men kiest zich geen man of vrouw, men treft elkander—drie kwart van alle huwelijken komen op rekening van het toeval.191. Op de mannenvangst.191.Op de mannenvangst.Duitsche spotprent van Hans Holbein, 16e eeuw.Iets verder komen wij met het antwoord van Petit-Senn, tenminste wat de vrouw betreft. Deze, zegt hij, is het alleen te doen om wat meer vrijheid; zij haakt naar den huwelijksband, in de hoop dat die haar bevrijden zal van de menigte banden, die haar als vrij meisje binden. Met andere woorden, de vrouwen binden zich om vrij te zijn, en om te kunnen doen wat zij willenverbinden zij zich tot onderwerping.Is het dan wonder, dat bij zulk een paradoxaal uitgangspunt het zaakje moet tegenloopen en dat het heele huwelijk volgens het woord van Commerson dikwijls niet anders is dan een onwelluidend koor van tweestemmig gekijf overdag en tweestemmig gesnork des nachts?192. Fatsoen.192.Fatsoen.—Hij moet natuurlijk wachten …. tot ik tenminste mijn kousen aan heb.M. Dumont, 1897.Weer een stapje nader tot wat helderder inzicht in deze dingen komen wij met deze uitspraak van Sharon Turner: Voor iedere vrouw is het woord echtgenoot synoniem met vijand, tiran, dwingeland, en zij behandelt haar man dienovereenkomstig. Als dit waar is, dan heeft ook Jousky gelijk, als hij zegt, dat de grootste fout van het meerendeel der mannen jegens hun vrouw deze is, dat zij haar hebben getrouwd.193. De welvoldane.193.De welvoldane.—Waar gaat u nu heen?—Naar huis, slapen.—Geluksvogel!Satire van Abel Faivre.Er zijn weinig vrouwen zoo volmaakt, dat zij haar man niet minstens eenmaal per dag reden geven zich te beklagen, dat hij getrouwd is en vrijgezellen te benijden. Aldus La Bruyère, die elders deze ontboezeming slaakt: Ik begrijp niet hoe een man, die zich laat beheerschen door zijn humeur, die niet de minste moeite doet om zijn gebreken te verbergen, die gierig is, zijn uiterlijk verwaarloost, niet van toegeeflijkheid weet, hatelijk is, ongezellig, koud, stroef en stom, hoe zoo’n man denkt,dat zijn jonge vrouw bestand zal zijn tegen de ondernemingen van een vurigen minnaar, die tegen haar te velde trekt met al wat een vrouwenhart en een vrouwenoog kan bekoren—uiterlijk schoon, sierlijken dos, vriendelijkheid, wellevendheid en vleierij!194. Amor als koopwaar.Photo Brogi.194.Amor als koopwaar.Fresco van een onbekenden meester,Museo Nazionale, Napels.Een en ander waarmee een verstandig mensch zijn voordeel kan doen, zit er ook in de volgende overweging. Er zijn op de wereld enkel maar getrouwde lieden en ongetrouwde. De eersten zijn ten opzichte van de tweeden in het defensief, want zij hebben een vrouw te verdedigen; de ongetrouwden niets hebbende te verliezen, zijn ten opzichte van de getrouwden altijd in het offensief. De getrouwde lieden vormen een afzonderlijke kaste, die men de maatschappij noemt waartoe men alleen toegang krijgt door te trouwen. De ongetrouwden vormen niets, dan alleen maar de wereld der vrijgezellen. De vrijgezellen hebben vrijen toegang bij de getrouwden, maar de getrouwden hebben geen vrijen toegang bij de vrijgezellen—deze zijn dus wel vrijer, heeten waarschijnlijk daarom juist vrijgezellen. Welke fatsoenlijke vrouw gaat op bezoek bij een vrijgezel? Maar er is meer. De getrouwden worden aangemerkt als serieuze menschen, de vrijgezellen daarentegen verdenkt menvan alle mogelijke lichtzinnigheden. Er is geen instelling die zoo bespot wordt en toch zoo in eere is als het huwelijk. Het is een heilige instelling! roept de gehuwde, en hij heeft ergens in de stad in een stille straat zijn maîtresse. Alle nette menschen trouwen te eeniger tijd en alle menschen drijven den spot met het huwelijk, zoowel de getrouwden als de vrijgezellen. Volgens sommigen is het met het huwelijk als met het leger: niemand is er van vrijgesteld, maar geen sterveling hoeft er zijn leven in te slijten. Men wil elkaar grondig leeren kennen vóór het huwelijk; dat blijkt ondoenlijk, men geeft het op, en hoopt elkaar grondig te leeren kennen nà het huwelijk; ook dat blijkt onmogelijk—de een heeft voor den ander geheimen, houdt dit verborgen, verzwijgt dat ….. en de wereld vervolgt haar loop. Resumé: het is goed te trouwen en het is wijs er niet aan te beginnen.195. De huisvrouw.195.De huisvrouw.Zoo kleedt ze zich voor haar man.en zoo, als er visite komt.en zoo, als er visite komt.Th. Th. Heine, in „Simplizissimus”.Er zijn toch ook nog vrouwen, die niet zoo heel erg met het huwelijk zijn ingenomen. Lady Blessington oordeelt er over als volgt: Hoeveel lieden ontmoet men niet elken dag, die wel vereenigd leven naar het lichaam, maar hopeloos gescheiden naar den geest! Welk een monsterachtige vereeniging is dat dan niet, en hoezeer zijn degenen, die zoo zijn verbonden, te beklagen. In vroeger tijd bond men een vermoorde wel vast aan zijn moordenaar. Maar dat was minder wreedaardig, alleen hierom reeds, wijl er slechts één was, die deze duivelachtige kwelling had te verduren, terwijl in het huwelijk er twee hetzelfde lijden hebben te dragen.Het is een zeer zeldzaam verschijnsel, zegt Mademoiselle de Sommery, een vrouw, die werkelijk het geluk uitmaakt van haarman. Weinig vrouwen houden van haar man, en de meeste mannen hebben te veel dingen aan het hoofd om zich veel te bekommeren om hun vrouw.De vrouwen, meent Madame Romieu, vinden maar heel zelden haar geluk in het huwelijk en elders haar geluk te zoeken is haar verboden. Het huwelijk zet haar tusschen twee of meer afgronden.196. Het vreedzame echtpaar.196.Het vreedzame echtpaar.Illustratie van Holbein voor Erasmus „Lof der Zotheid”, uitgave 1731.„De eeuwen door, zegt Madame de Casamajor (in:Pathologie du Mariage) is het huwelijk het onderwerp en het thema geweest van tallooze sprookjes, novellen, vertellingen, romans, van kluchten, blijspelen, drama’s en zelfs van wijsgeerige verhandelingen. Van dat alles zou men een heele bibliotheek kunnen vormen. En de stekelige opmerkingen en schimpscheuten, de aphorismen en paradoxen, die tegen het huwelijk zijn uitgedacht, vormen een arsenaal vol projectielen.En dat huwelijk, zoo aanhoudend van alle kanten aangevallen, staat nog altijd ongeschokt overeind. Dat bewijst de levenskracht van die instelling. Maar die onophoudelijke aanvallen bewijzen ook, dat het geen volmaakte instelling is.En op welke gronden, om welke redenen valt men het huwelijk zoo aan? Om tallooze redenen. Een daarvan is deze: De vrouw is den man gehoorzaamheid schuldig. Waarom?De soldaat gehoorzaamt den korporaal, de korporaal den sergeant, de sergeant den officier, en zoo voort, wijl ieder in den hoogeren graad een aannemelijke reden vindt voor zijn gehoorzaamheid.De klerk gehoorzaamt den chef, omdat deze een functie bekleedt, die grooter bekwaamheid veronderstelt.De leerling gehoorzaamt den onderwijzer, omdat de onderwijzer weet wat den leerling onbekend is.De zoon gehoorzaamt den vader, om gelijksoortige redenen.Maar waarom moet de vrouw den man gehoorzaam zijn? Is zij bij gevalde mindere in rang, en hij de meerdere? Heeft hij bekwaamheden, die zij niet bezit? Weet hij meer dan zij? Staat hij in een of ander opzicht boven haar?En nog iets. Iedere soldaat kan korporaal, sergeant enz. worden. Een klerk kan opklimmen tot chef, de leerling wordt zelf meester, en de zoon wordt op zijn beurt vader. Niets belet hem, die eerst gehoorzaamd heeft, naderhand zelf te bevelen. Maar de vrouw kan nooit een hoogeren rang bereiken. Zij moet altijd blijven gehoorzamen.197. Liefde te Parijs.197.Liefde te Parijs.—Dat is misbruik van vertrouwen!Satire van J. L. Forain.Waarom? Er is daarvoor maar één reden te geven: de man is de sterkste en hij heeft de wetten gemaakt.De vrouw wordt voor haar gehoorzaamheid beloond met bescherming door haar man … naar letter en geest van de wet. Maar in onzen beschaafden tijd wordt de vrouw nog maar door één enkele geslagen en dat is door haar wettelijken beschermer!….”Voor een goed huwelijk, meent Alphonse le Sage, moet de man stom zijn en de vrouw blind. Huwelijken, zoo zucht weer een ander, worden in den hemel gesloten, dat is mogelijk, maar dat bewijst dan alleen, dat men ook in den hemel knoeien kan en vlug maar slecht weet te werken. Christus is voor zijn kerk maar eenmaal gestorven, maar wij getrouwde mannen doen het elken dag weer voor onze vrouwen.Zoekt ge een vrouw? vraagt Thomas Morus. Dan zijt ge in den toestand van iemand, die een greep moet doen in een zak met slangen, waaronder zich één aal bevindt. Wilt ge den greep wagen? Zeker, het is niet onmogelijkdat ge de aal te pakken krijgt, maar ge begrijpt dat ge honderd-, ja duizendmaal zult misgrijpen en telkens uw hand terugtrekken met een nieuwe wonde.De geheimzinnige schommel.De geheimzinnige schommel.Gravure van Vidal, naar de schilderij van Nic. Lavreince, 1737–1807.De eerste de beste vrouw, zeide paus Sixtus V, die haar man nooit reden heeft gegeven tot klagen, zal ik canoniseeren.198. Contrasten.198.Contrasten.Engelsche modekarikatuur van James Gillray, 1794.Het is bij vrouwen, die al eenigen tijd getrouwd zijn bijna regel, naar Michel de l’Hospital de schoone sexe verwijt, dat ze thuis en voor haar man zich heel weinig bekommeren om haar uiterlijk voorkomen. Bijna geen spoor van vrouwelijke ijdelheid is meer bij haar te ontdekken—zij verwaarloozen zichzelf. (Fig. 195). Dat is dan een teeken dat ze zich ook weinig meer bekommeren om haar man. Laat zulk een vrouw eens bezoek zijn te wachten of bezoek hebben af te leggen, een bal of andere feestelijkheid willen bijwonen—onmiddellijk keert de zorg voor het uiterlijk voorkomen terug, onmiddellijk is ze weer het ijdele pronkzieke wezentje van vroeger, dat geheel in het verzorgen van haar uiterlijk opgaat en alles doet wat in haar macht isom er goed uit te zien. De sieraden komen weer voor den dag, het kleed wordt met de meeste zorg gekozen, enz. enz. De reden daarvan? De bewondering van haar man is haar onverschillig geworden, streelt haar ijdelheid niet meer, maar de bewondering van anderen, van vreemden of bekenden, is nog streelend voor haar. Hoe ze zich thuis ook verwaarloost, waar vergelijking met andere te wachten staat, daar wil ze niet achterstaan, maar uitblinken en schitteren.199. Die oudjes.199.Die oudjes.—Met de oudjes valt toch ook nog wel op te schieten.—Ja, maar hoe.Uit „Wiener Caricaturen”.200. De verrassingen van de vlinderjacht.200.De verrassingen van de vlinderjacht.Teekening van Franz Muller.Als humoristen, die ernstig genomen willen worden, zoo over het huwelijk denken, dan is het geen wonder, dat de eigenlijke grappenmakers, als zij over deze interessantste aller menschelijke instellingen loskomen, het dikwijls gewoon-weg bar maken en een beeld geven van het huwelijk, dat de meest trouwlustigen zeker zou afschrikken, als de menschen in dit opzicht nog voor rede en redelijkheid, voor inkeer en beterschap, vatbaar waren. En de verstandige menschen—wier aantal naar met reden mag worden gevreesd altijd nog één minder bedraagt dan het laagst denkbare minimum dat dewijsgeeren plegen te stellen—moeten daarbij wel onwillekeurig de verzuchting slaken, dat het huwelijk toch wel een komische zaak moet zijn, dat de grappenmakers er zoo onnoemelijk veel grappen uit weten te halen.201. Rust na arbeid.201.Rust na arbeid.Engelsche prent van R. Newton, 1797.Dat lieve leventje begint al minstens bij Erasmus en Rabelais. De laatstgenoemde vertelt ons van zijn held Gargantua. Deze verloor zijn vrouw, toen ze beviel van Pantagruel. En om nu te laten uitkomen, dat Gargantua al net over het huwelijk dacht als andere getrouwde mannen, stelt hij het zoo voor, dat gezegde Gargantua in de verbouwereerdheid over die tegelijkertijd intredende positie van weduwnaar en vaderschap in de war raakte of hij voor zijn fatsoen nu bedroefd moest zijn over het verlies van zijn vrouw of verheugd over de geboorte van zijn zoon. Hij verloor zoo geheel en al zijn hoofd te midden van al die drukte dat hij zich vergiste en zich verblijdde over den dood van zijn vrouw en weeklaagde over de geboorte van zijn zoon.Onze tegenwoordige grappenmakers steken hunne geestigheden op het huwelijk niet meer in zoo’n dubbelzinnig kleed. En zij laten de gevoelens van teederheid, die de echtgenooten jegens elkander koesteren, ook niet pas aan het licht komen bij zulk een tragische gelegenheid als een bevalling die den man gelijkertijd tot vader en weduwnaar maakt. Zij laten de vaders, die op het punt staan schoonvader te worden, hun kroost, dat klaar staat den weg op te gaan van alle huwbaar vleesch, nog op het laatste oogenblik waarschuwingen toevoegen als deze: Mij dunkt, jelui moesten maar niet al te veel drukte maken niet jelui trouwen?—Waarom niet, vader?—Nou, na het trouwen zullen jullie spektakel genoeg hebben.En als de trouwlustige door iemand van ondervinding zoo is voorbereid, dan loopt hij alle kans even later een vriend te ontmoeten die het groote nieuws heeft vernomen en hem de hand drukt met de woorden: Kerel, dit is eenvan de gelukkigste dagen van je leven!—En als hij dan, in de meening dat de vriend zich in den datum vergist, zich haast de zaak recht te zetten met een: Ho wat, je bent nog wat te vroeg, ik trouw pas morgen,—dan krijgt hij wellicht dit hoopvolle antwoord: Pardon dat weet ik, en daarom juist is ’t vandaag een van de gelukkigste dagen van je leven.202. Simson van zijn kracht beroofd door Delila.202.Simson van zijn kracht beroofd door Delila.Uit de „Ritter vom Turn”, Bazel, 1493.Natuurlijk waardeert onze vriend het grappige in zulk een antwoord en beloont den grappenmaker met een vroolijken lach. Misschien stemt hij quasi met de opvatting, in de felicitatie van zijn vriend opgesloten, volkomen in en antwoordt hij hem met een kwinkslag die daar uitdrukking aan schijnt te geven. Maar in werkelijkheid dringt er niet het minste besef van de werkelijkheid die hem wacht door in zijn brein, beneveld als het is door den roes der aanstaande huwelijksvreugden. Van alle voor redelijke en gezonde redeneering ontoegankelijke menschen is een bruidegom wel de dikst-schedelige domoor, op wie al wat verstandig is afstuit als een aansporing tot waarheidsliefde op een diplomaat. Het moet zelfs wel gebeuren, dat zulk een benevelde bruidegom over zijn voorgenomen huwelijksstap met welmeenende vrienden die hem alsnog zoeken te weerhouden, gaat discusseeren en hen tracht tot zwijgen te brengen met wijzigheden als deze, dat volgens het algemeene zeggen een getrouwd man langer leeft dan een ongetrouwd man. Een argument, dat zelfs een middelmatig geestig grappenmaker kan pareeren met den tegenzet, dat het leven den getrouwde alleen maar langer voorkomt, omdat hij zich als regel zit te vervelen. Een bruidegom, die door meewarige vrienden bijna bewogen was de trouwerij tenminste nog wat uit te stellen, en alleen nog aarzelde omdat hij zich herinnerde eens gehoord te hebben dat het ongeluk aanbrengt als een huwelijk wordt uitgesteld, werd van dit noodlottig bijgeloof genezen door de verklaring, dat uitstel van trouwen geen ongeluk aanbrengt als je het maar lang genoeg uitstelt203. Psyche gelukkig.203.Psyche gelukkig.Naar de schilderij van Natoir, 18e eeuw.Maar zulke voor rede vatbare schepselen zijn er onder de ongetrouwden al heel weinig, onder de mannelijke bijna niet een en onder de vrouwelijke heelemaal geen. Naar het schijnt komt altijd de mannelijke helft van een getrouwd paar altijd het eerst tot bezinning en tot het inzicht van de dwaasheid, die er is begaan. Zoo komt het dan dat vrouwtje-lief, nog geheel en al in wittebroodsstemming, man-lief teeder vraagt: Wanneer heb je het eerst gemerkt dat je van me hield? en dan ten antwoord krijgt: Toen ik merkte dat ik kwaad werd als ze zeiden dat je een dom schaap was.—Zijn ten slotte beiden tot het besef gekomen van de droeve werkelijkheid, dan worden er over en weer bekentenissen gedaan als deze: Ik vond dat je er allerdwaast uitzag toen je mij ten huwelijk vroeg.—Toch kan ik er onmogelijk zoo dwaas hebben uitgezien, als ik in werkelijkheid was.Wil men weten, waarin dan toch al dat dwaze, zotte etc. van het huwelijk bestaat, dan kan men dat weer het duidelijkst geformuleerd vernemen van de grappenmakers, die zich niet ophouden met zwaar-op-de-handsche vertoogen, maar op smakelijke wijze toebereid en ook voor de zwakste magen licht-verteerbaar geestelijk voedsel verstrekken. Doen wij maar weer een greep.—Droeg hij zijn ongeluk als een man?—Ja, hij gaf van alles de schuld aan zijn vrouw.Dame tot zeekapitein: Aardig toch, dat haast alle schepen vrouwennamen hebben. Waarom zou dat toch wezen?—Ik denk, mevrouw, omdat het optuigen zooveel kost.In welke verbinding vroeg de professor in de scheikunde op het examen lost goud het snelst op?—In het huwelijk, antwoordde de voor zijn jaren en ondanks zijn geleerde studiën al bijzonder verstandige student.Zelfs, neen vooral uit kindermonden kan men kennis en begrip omtrent huwelijks-lief en -leed—vooral van het laatste—opdoen. Hoor maar: Kom hier, Jan, moeder en ik zijn het erover eens, dat je ’n flink pak slaag verdient.—Ja, dat is het eenige waarover u en moeder het altijd eens zijn. En dan dit stukje tafelkout tusschen moeder en achtjarig dochtertje, in het bijzijn van papa: Mama, de dame, die mij elken middag in het park brood laat geven aan de zwaantjes, is die niet even goed getrouwd als u?—Dat zal wel kind.—Maar waarom komt er dan nooit bij haar een officier op de bank zitten zooals bij u?204. Psyche troosteloos.204.Psyche troosteloos.Naar de schilderij van Natoir, 18e eeuw.Zijn, naar men ons wil doen gelooven, de verschrikkingen van den huwelijksstaat al zoo gruwelijk en bar, nog erger is het gesteld bij een tweede of nog verder huwelijk. Ongelukkig degene, zoo klinkt de plechtige waarschuwing reeds uit de grijze oudheid ons toe, bij monde van den dichter Eubulides,de leermeester van Demosthenes en zoo bekwaam, dat hij dezen de letter r kon leeren uitspreken—driewerf ongelukkig degene die voor de tweede maal trouwt. Dengeen die voor het eerst trouwt, treft geen verwijt. Hij weet nog niet waaraan hij zich blootstelt. Maar hij die voor de tweede maal een vrouw neemt, weet bij ondervinding welk een afschuwelijke plaag zulk een schepsel is. Dat wetende begeeft hij zich nogmaals in dezelfde ellende. Neen, voor zulk een dwaas zijn geen verzachtende omstandigheden te pleiten en hij heeft al wat hem onvermijdelijk overkomen zal volop verdiend.205. Levenslust.205.Levenslust.—Ik moet u ten strengste alle verkeer met uw man verbieden.—Hindert niet, dokter, ik heb ook nog een minnaar.Humoreske van Abel Faivre.Volgens Antonius de La Salle is een huwelijk met een vrouw, die al eenmaal gehuwd is geweest maar weduwe is geworden, het vreeselijkste, wat op huwelijksgebied den man overkomen kan. „Als een jong, onbedorven jonkman, een weduwe trouwt, dan is het met zijn geluk op aarde gedaan; zijn leven zal nog slechts een ondragelijke kwelling zijn, waaronder hij ten slotte zal bezwijken. De weduwe heeft bij haar eerste man de noodige ondervinding opgedaan om den tweede te drillen en van den eersten dag af zal haar eenig streven zijn haar man onder den duim te krijgen. Toegeeflijkheid maakt haar nog heerschzuchtiger, verzet staalt haar strijdlust en vuurt die aan—de arme jonge man moet zwichten of bezwijken—tegen haar taaie volharding, die den strijd nooit opgeeft, zal hij op den duur niet bestand zijn, te minder wijl zij reeds een leerschool doorloopen heeft en hij nog onnoozel en onwetend is.206. Radeloos.206.Radeloos.—…. Zonder werk en voor wat anders niet knap genoeg.Lefèvre in „Assiette au beurre”.Bij dezen stand van zaken schijnt het meer dan raadselachtig, dat er nog altijd dag aan dag huwelijken gesloten worden, evenals het raadselachtig schijnt dat niet alle huwelijken op een goeden dag maar kort en goed worden ontbonden. Maar, wat in het huwelijksgedoe het waarschijnlijkst lijkt, gebeurt juist andersom. Het huwelijkscijfer neemt eer toe dan af, en wat ontbinding van den huwelijksband betreft, doet zich nog het extra onbegrijpelijke verschijnsel voor, dat als een der partijen den weg opgaat van alle vleesch, de overblijvende weduwnaar of weduwe een groot vertoon maakt van rouw en diepe droefenis. Maar de grappenmakers zijn er dan weer als de kippen bij om in zulke gevallen de echtheid van die droefheid in verdenking te brengen. Zij herinneren dan oogenblikkelijk aan antwoorden als dat wat iemand kreeg die een troostelooze weduwe trachtte te troosten: Ach, zuchtte zij, alleen de hoop op een spoedig wederzien hiernamaals houdt mij in het leven.—En zij verwijzen naar wijze spreuken als deze: Wat menige weduwe het diepst betreurt is minder dat zij haar man verloor, dan dat ze hem telaat verloor. Of als deze: Hevig weenende weeuwtjes nemen het eerst een anderen man—nat weer is het best om over te planten. Of wie liever in dichtmaat geïnformeerd wil zijn, duwt men deze diepzinnige regelen van den ouden Lafontaine onder den neus:La perte d’un époux ne va point sans soupirs;On fait beaucoup de bruit, et puis on se console.Sur les ailes du Temps la tristesse s’envole;Le Temps ramène les plaisirs.Entre la veuve d’une annéeEt la veuve d’une journée,La difference est grande; on ne croirait jamaisQue ce fût la même personne;L’une fait fuir les gens et l’autre a mille attraits:Aux soupirs, vrais ou faux, celle-là s’abandonne;C’est toujours même note et pareil entretien;On dit: qu’on est inconsolable;On le dit, mais il n’en est rien.Maar, we hebben het over het huwelijk en niet over wat na het huwelijk gebeurt. Geven wij dus nog even het woord aan een paar meer philosophisch aangelegde grappenmakers.De gebroken waaier.De gebroken waaier.Galante plaat naar de schilderij van J. B. Huet (1775).„Ik wil wel eens wat van het huwelijk zeggen, aldus een Fransch schrijver der 18e eeuw, Ch. Rivière-Dufresny (in:Petit voyage dans le grand monde) maar het blijkt heel moeilijk dat te doen op een wijze die iedereen naar den zin is. Degenen, die in het huwelijk minder aangename ervaringen hebben opgedaan of er geen belang in stellen, zullen verrukt zijn als ik er een beetje den spot mee drijf, maar de wittebroods-echtgenoot zal me medelijdend ter zijde leggen en meewarig uitroepen: Och arme man, als je in mijn plaats was, zou je zulken onzin niet uitkramen. Houd ik een ernstig betoog over de narigheden van het huwelijksleven, dan beschuldigen alle trouwlustigen mij, dat het er mij om te doen is hun den eenigen hemel op aarde tegen te maken. Welken toon moet ik dan toch aanslaan, op welke manier moet ik over het huwelijk schrijven? Ik ben er verlegen mee.207. Strijksters-philosophie.207.Strijksters-philosophie.—Is het nu eerlijk, dat er zooveel verdiend wordt met het vuilmaken van dat chique ondergoed, en zoo weinig met het schoonmaken ervan?Henry Boutet in „Frou-Frou”Ik zal maar den stijl van een reisverhaal kiezen, en dan constateer ik om te beginnen, dat het huwelijk een land is dat alle andere landen bevolkt. De burgerij is er vruchtbaarder dan de adel; dat komt wellicht daar van daan, dat de groote heeren zich liever bij hun buren amuseeren dan thuis. Het huwelijk maakt iemand in den regel een ander mensch,—neen wacht nog even met uw bijval, huwelijksvereerders, ik bedoel dat zoo: het huwelijk maakt vaak van een vroolijk, geestig man een botterik, van een verliefde een beul, en zoo voort. Soms ziet men ook het omgekeerde, soms wordt eenbeul als hij trouwt een zachtmoedig schaap, en van een ezel weet een vrouw met wat geest bijna een dragelijk mensch te maken.208. Het bordeel ’t Schoon Maaiken te Brussel.208.Het bordeel ’t Schoon Maaiken te Brussel.Naar een 17e eeuwsche gravure.Waarom trouwen de menschen? Om verschillende redenen; de een uit hartstocht, de ander uit overleg en berekening; deze trouwt zonder te weten wat hij doet, gene omdat hij niet meer weet wat te doen. Dan zijn er ook heel wat mannen voor wien de trouwerij een afleiding en een verzetje is, zooveel als een geneesmiddel tegen de verveling; eerst houdt de keus van een vrouw ze bezig en schenkt ze wat afleiding; dan komen de bezoeken, de onderhandelingen, de feestelijkheden en de plechtigheden; maar na de laatste plechtigheid is de aardigheid er volkomen af en vervelen ze zich nog erger dan tevoren.Huwelijksland heeft nog dit eigenaardige dat de vreemdelingen er met alle geweld heen willen, terwijl de bewoners snakken de grens over te komen. Men kan er ook over de grens worden gezet—dat heet dan echtscheiding. Maar de natuurlijke weg om er uit te komen is het weduwschap. Bij de echtscheidingsverbanning uit het Huwelijksland krijgt gewoonlijk de vrouw de schuld, maar dikwijls is het de schuld van den man dat de vrouw schuld heeft, zoodat hij dan ook in zoo’n geval zeer terecht achter zijn rug nog uitgelachen wordt ook”.George Sand zegt (in:Jacques): Het huwelijk is, volgens mij, een der meest barbaarsche instellingen. Ik twijfel er niet aan, dat het zal worden afgeschaft, zoodra het menschdom een weinig verder gevorderd is op den weg van gerechtigheid en redelijkheid; en dat er voor in de plaats zal komen een band die menschelijker is en even sterk, zoodat er kinderen kunnen geboren worden zonder een menschenpaar voor het leven aan elkander vast te ketenen. Maar de mannen zijn nog te lomp en de vrouwen te laf om het juk af te werpen—voor een troep wezens, waarvan de eene helft gewetenloos en de andere helft karakterloos is, zijn nu eenmaal zware ketens noodig.En in hetzelfde werk legt ze Jacques de volgende woorden tot zijn geliefde in den mond:—Als we gaan trouwen zal men je een eed in den mond leggen, waarmee je zweert dat je nooit een ander zult liefhebben dan mij en dat je mij in alles gehoorzaam zult zijn. Het eene is een ongerijmdheid en het andere een laagheid.—Waarom moeten we dan trouwen?—Omdat de tirannie van de maatschappij ons geen anderen weg openlaat elkander te bezitten.Volgens sommigen heeft iedere vrouw, die een man het leven wil redden, daarvoor alleen maar ongetrouwd te blijven.209. Het eind der trouwlustigen—de huwelijkskuil.209.Het eind der trouwlustigen—de huwelijkskuil.Satire van Aubrey Beardsley.Alles bij elkaar genomen mogen wij het wel voor een uitgemaakte zaak houden, dat trouwen een zeer dom en onnoozel ding is en dat er maar een ding ter wereld nog dommer is, en dat is: ongetrouwd te blijven.
VIII.HUWELIJKSVREUGDEN.Het huwelijksgeluk is als een porceleinen vaas op den neus van een dronken mandarijn die niest—aldus een spreekwoord der Chineezen!Het huwelijk is een zotternij die men met z’n tweeën begaat en met z’n drieën of meer moet boeten—zegt Shakespeare.In den geest dezer uitspraken van een groot volk en een groot man gaat het maar door, alle tijden en alle literaturen door. Als de mannen over het huwelijk gaan spreken of schrijven dan hoort men niet anders dan wanhoopskreten.Ik heb in mijn leven met drie groote plagen te kampen gehad, zegt Socrates: de spraakkunst, de armoede en een vrouw. De eerste ben ik te boven gekomen door studie en de tweede door gewoonte, maar het huwelijk heeft me tot dezen dag toe belet mij te bevrijden van de derde.Het huwelijk, klaagt Philemon, is een gevangenis, waaraan niets moois is dan de poort door welke men naar binnen gaat.Uit zulke klaagliederen, indien ze meer zijn dan dichterlijke ontboezemingen, blijkt vooral dit duidelijk: dat de vrouw de kunst verstaat haar rechten te handhaven. Een aanzienlijk percentage van al dat huwelijkswee bestaat uit teleurstelling en gekwetste majesteit van den man, die wel in theorie de vrouw tot een ondergeschikt minderwaardig wezen kan degradeeren, maar in de practijk maar al te vaak haar mindere blijkt.Trouwlustige jongelui deden Socrates denken aan visschen die dartelen vóór het net van den visscherman. Men dringt en verdringt elkaar om er bij te komen, en de ongelukkigen die er in raken spannen zich vruchteloos in om er weer uit te komen.Eigenaardig is bij dit alles, dat vrouwen zich lang niet zoo ongunstig over het huwelijk uitlaten, noch over de mannen, als de mannen dat doen over het huwelijk, of over de vrouwen, of over beide.O vrouwen,—exclameert Philemon in een vertwijfeling, die geen hoogen dunk geeft van zijn tact in den omgang met vrouwen noch van zijn geluk bij de zwakke en schoone sexe,—het is beter u naar het graf te leiden dan naar het altaar. Zulk een koddig vertoon van sexueele wanhoop roept onwillekeurig de vos in herinnering, die de onbereikbare druiven te zuur vond.185. De Huwelijks-barricade.185.De Huwelijks-barricade.Duitsche karikatuur. 1848.Pythagoras antwoordde degenen, die hem vroegen hoe hij zijn dochter ten huwelijk had kunnen geven aan een van zijn grootste vijanden: Ik was ervan overtuigd, dat ik hem met geen mogelijkheid beter kon treffen en hem meer verdriet kon aandoen en narigheden berokkenen, dan door hem te laten trouwen. Want iets ergers is er niet op de wereld.186. De wederkeerige verleiding.186.De wederkeerige verleiding.Illustratie van Holbein voor Erasmus’ „Lof der Zotheid”, uitgave 1731.Van het huwelijk weet men alleen kwaad te zeggen. Een der tallooze beschuldigingen, die men het ten laste legt is deze, dat het huwelijk kort en goed liefde buitensluit. Op de vraag: Kan tusschen getrouwde menschen ware liefde bestaan? luidde in 1174 het antwoord van een minnehof, bij monde van de comtesse de Champagne gegeven, als volgt:Wij verklaren en verzekeren, dat de ware liefde tusschen twee personen, die door het huwelijk verbonden zijn, niet tot haar recht kan komen. Want zij die minnen behooren elkander toe uit vrijen wil en om niet, uit eigen innerlijken aandrang, maar in het huwelijk is dat alles een verplichting, daar moet men, daar heeft men zich bij contract verbonden elkander niets te weigeren.187. Betrapte ontrouw.187.Betrapte ontrouw.Meinst du nun hast du Platz, der Mann wird weit weg sein,Sieh hin aufs Bettlers Korb, in den kam er herein.Duitsche karikatuur op de ontrouwe vrouw.In zijn „Lof der Zotheid” verkondigt Erasmus de meening, dat in het huwelijk en bij alle verhoudingen tusschen man en vrouw de zotheid voorzit. „De zotheid zit voor bij het huwelijk. Het huwelijk, naar ge wellicht maar al te goed weet, is een verbintenis die alleen ontbonden kan worden door den dood. Groote Goden!…. wat zouden er weinig huwelijken worden gesloten, als de minnaar zoo verstandig was van tevoren eens na te gaan wat zijn schatje, dat zoo lief schijnt, zoo zacht, zoo onschuldig, eigenlijk voor een schepseltje is”. Maar, zoo ongeveer gaat Erasmus voort, men is te verblind en te zot om dat te doen en alleen door die zotheid komen er huwelijken en blijven de eenmaal gesloten huwelijken voor beiden een verbintenis voor het leven. „De Zotheid gaf Jupiter den volgenden raad: „Heer, geef den man een vrouw. De vrouw is een onhandelbaar en zot soort dier, ik geef het volmondig toe; maar ze lijkt zacht en lief en beminnelijk”. Jupiter deed aldus. Het is dus de Zotheid die mannen en vrouwen tot elkander heeft gebracht”.188. Rival Beauties.188.Rival Beauties.Satire van Gibson op de geheime vijandschap tusschen de vrouwen.Mahieu, een Fransch dichter uit de 13e eeuw, meer bekend onder den naam Mathéolus le Bigame, heeft in een bijtend-sarcastisch gedicht van circa vijfhonderd regels met het huwelijk afgerekend. Gezegde dichter was tweemalen getrouwd geweest en hij betitelt zichzelf bij wijze van zelfkastijding voor zijn domheid met velerlei scheldnamen. Zijn eerste vrouw vergelijkt hij bij de Scylla, men begrijpt dus dat de tweede zijn Charybdus was. Het huwelijk zelf komt er natuurlijk niet genadiger af. Onder meer noemt hij het een vagevuur voor het zondige vleesch, een martelaarschap enz. Ten slotte verschijnt hem God de Heer en openbaart hem de goddelijke bedoelingen met het huwelijk: Om de zondaars (blijkbaar alleen de mannelijke!) te verbeteren was een enkel vagevuur niet voldoende, er moesten er meer zijn en het huwelijk is daar een van. En wie tweemaal gehuwd was, dienwacht in het paradijs dubbele heerlijkheid, als een die veel heeft geleden.’s Nachts sluimert de liefde niet.’s Nachts sluimert de liefde niet.Duitsche kopergravure (Augsburg, 18de Eeuw).189. Ondoordachte praat.189.Ondoordachte praat.—Waarom nu toch zooveel geld verknoeien aan toiletartikelen. Dat helpt toch immers allemaal niemendal!—Heb je me dan wel eens gezien als ik ze nog niet had gebruikt?Hermann Schlittgen, in „Fliegende Blätter”.De anonieme wijsheid der naamlooze menigte, neergelegd in spreuken en spreekwoorden, ziet het huwelijk en de vrouwen al precies zoo als de groote denkers ze zeggen te zien. De vrouwen hooren graag goeds vertellen van de vrouwen in ’t algemeen en kwaads van een vrouw in het bijzonder, vooral als die tot hare kennissen behoort …. Zegt men een vrouw dat ze een slecht karakter heeft, ze zal het spoedig kunnen vergeven en vergeten, maar zegt men haar, dat ze groote voeten heeft, ze vergeeft het nimmer …. Een vrouw geeft wel toe dat ze mooi is geweest, maar niet dat ze leelijk is …. Er groeit veel onkruid in vrouwenschoenen …. Alle meisjes zijn lief en goed—maar waar komen dan toch al die kwade wijven vandaan?…. Een vrouw kan niet dulden dat een ander kwaad spreekt van haar man, dat kan ze zelf wel af …. Even pessimistisch is dit soort volkswijsheid in haar uitspraken omtrent het huwelijk en dat men daarbij ook zin heeft voor geestigheidblijkt uit volgende proeven: Dat het huwelijksleven veel aangename zijden heeft, wie zal het ontkennen? hoogstens een getrouwd man …. Hoe verbaasd zijn vele mannen en vele vrouwen over de domheid van hun wederhelft, die ze zichzelven hebben uitgezocht …. Als een man en een vrouw trouwen gaan eindigt hun roman en begint hun geschiedenis …. Het eenige verschil dat er vaak bestaat tusschen onwettig en wettig samenleven is, dat in het eerste geval de man de vrouw heeft genomen zonder zich te bekommeren om de bruidsgift en in het tweede geval de man de bruidschat in ontvangst heeft genomen zonder zich te bekommeren om de vrouw ….190. De zotheid bezegelt het echtverbond.190.De zotheid bezegelt het echtverbond.Titelplaat der Nederlandsche uitgave van het „Satyrikon”, 1683.Volgens de Beaumarchais is het huwelijk van alle kluchten de ernstigste; het kan echter ook zijn dat hij het zoo gezegd heeft: het huwelijk is van alle ernstige dingen het zotste. Mademoiselle de Sommerey is een der weinige schrijfsters die het opneemt voor de andere sexe. Zij beweert ergens: Vele mannen bedriegen hun vrouwen, maar bijna alle vrouwen bedriegen haar mannen en het ergst doen het de zoogenaamd onnoozelen. En elders verklaart zij: heel weinig vrouwen houden van haar man, doch er zijn maar weinig mannen die niet gehecht zijn aan hun vrouw.Er zijn ook denkers en schrijvers geweest, die de reden van dezen eigenaardigen stand van zaken hebben trachten op te sporen en die ons de vruchtenvan hun zoeken gelukkig niet hebben onthouden. Louis Desnoyers vond deze oorzaak: Dat een man geen liefde meer vindt bij zijn vrouw heeft hij dikwijls alleen hieraan te danken dat hij haar man is; was hij nog alleen maar haar aanbidder, zij zou hem aanbidden. Blondel beweert: Wie zijn geliefde trouwt verandert goeden wijn in zure azijn. Adrien Dupuy komt tot deze conclusie: Lui die elkaar het vurigst bemind hebben voor hun trouwen, zijn het onverschilligst voor elkaar in het huwelijk. En weer een ander leeraart: Het huwelijk is een roman tot op de dag dat men het boek opent—de voorrede is gewoonlijk heel amusant, maar ze is altijd kort en belooft veel te veel. Behalve om geld, verklaart Romainville, wordt er ook veel getrouwd uit verveling en dat zijn in den regel nog de kwaadste huwelijken niet.Hoe komt men er dan toch toe te trouwen, als het met het huwelijk zoo’n misère is? En wat is het dan toch voor booze geest die al die huwelijken maakt zoo als ze zijn? Ook op deze zeer redelijke vragen krijgen wij vele, en zeer scherpzinnige antwoorden, die echter het gebruikelijke gebrek hebben, dat ze ons niet veel wijzer maken. Zoo vernemen wij van P. L. Stahl: Men preekt de jongelui aanhoudend voor dat ze inzake het huwelijk hun verstand moeten gebruiken, maar als ze hun verstand gebruikten zouden ze dan trouwen? Men kiest zich geen man of vrouw, men treft elkander—drie kwart van alle huwelijken komen op rekening van het toeval.191. Op de mannenvangst.191.Op de mannenvangst.Duitsche spotprent van Hans Holbein, 16e eeuw.Iets verder komen wij met het antwoord van Petit-Senn, tenminste wat de vrouw betreft. Deze, zegt hij, is het alleen te doen om wat meer vrijheid; zij haakt naar den huwelijksband, in de hoop dat die haar bevrijden zal van de menigte banden, die haar als vrij meisje binden. Met andere woorden, de vrouwen binden zich om vrij te zijn, en om te kunnen doen wat zij willenverbinden zij zich tot onderwerping.Is het dan wonder, dat bij zulk een paradoxaal uitgangspunt het zaakje moet tegenloopen en dat het heele huwelijk volgens het woord van Commerson dikwijls niet anders is dan een onwelluidend koor van tweestemmig gekijf overdag en tweestemmig gesnork des nachts?192. Fatsoen.192.Fatsoen.—Hij moet natuurlijk wachten …. tot ik tenminste mijn kousen aan heb.M. Dumont, 1897.Weer een stapje nader tot wat helderder inzicht in deze dingen komen wij met deze uitspraak van Sharon Turner: Voor iedere vrouw is het woord echtgenoot synoniem met vijand, tiran, dwingeland, en zij behandelt haar man dienovereenkomstig. Als dit waar is, dan heeft ook Jousky gelijk, als hij zegt, dat de grootste fout van het meerendeel der mannen jegens hun vrouw deze is, dat zij haar hebben getrouwd.193. De welvoldane.193.De welvoldane.—Waar gaat u nu heen?—Naar huis, slapen.—Geluksvogel!Satire van Abel Faivre.Er zijn weinig vrouwen zoo volmaakt, dat zij haar man niet minstens eenmaal per dag reden geven zich te beklagen, dat hij getrouwd is en vrijgezellen te benijden. Aldus La Bruyère, die elders deze ontboezeming slaakt: Ik begrijp niet hoe een man, die zich laat beheerschen door zijn humeur, die niet de minste moeite doet om zijn gebreken te verbergen, die gierig is, zijn uiterlijk verwaarloost, niet van toegeeflijkheid weet, hatelijk is, ongezellig, koud, stroef en stom, hoe zoo’n man denkt,dat zijn jonge vrouw bestand zal zijn tegen de ondernemingen van een vurigen minnaar, die tegen haar te velde trekt met al wat een vrouwenhart en een vrouwenoog kan bekoren—uiterlijk schoon, sierlijken dos, vriendelijkheid, wellevendheid en vleierij!194. Amor als koopwaar.Photo Brogi.194.Amor als koopwaar.Fresco van een onbekenden meester,Museo Nazionale, Napels.Een en ander waarmee een verstandig mensch zijn voordeel kan doen, zit er ook in de volgende overweging. Er zijn op de wereld enkel maar getrouwde lieden en ongetrouwde. De eersten zijn ten opzichte van de tweeden in het defensief, want zij hebben een vrouw te verdedigen; de ongetrouwden niets hebbende te verliezen, zijn ten opzichte van de getrouwden altijd in het offensief. De getrouwde lieden vormen een afzonderlijke kaste, die men de maatschappij noemt waartoe men alleen toegang krijgt door te trouwen. De ongetrouwden vormen niets, dan alleen maar de wereld der vrijgezellen. De vrijgezellen hebben vrijen toegang bij de getrouwden, maar de getrouwden hebben geen vrijen toegang bij de vrijgezellen—deze zijn dus wel vrijer, heeten waarschijnlijk daarom juist vrijgezellen. Welke fatsoenlijke vrouw gaat op bezoek bij een vrijgezel? Maar er is meer. De getrouwden worden aangemerkt als serieuze menschen, de vrijgezellen daarentegen verdenkt menvan alle mogelijke lichtzinnigheden. Er is geen instelling die zoo bespot wordt en toch zoo in eere is als het huwelijk. Het is een heilige instelling! roept de gehuwde, en hij heeft ergens in de stad in een stille straat zijn maîtresse. Alle nette menschen trouwen te eeniger tijd en alle menschen drijven den spot met het huwelijk, zoowel de getrouwden als de vrijgezellen. Volgens sommigen is het met het huwelijk als met het leger: niemand is er van vrijgesteld, maar geen sterveling hoeft er zijn leven in te slijten. Men wil elkaar grondig leeren kennen vóór het huwelijk; dat blijkt ondoenlijk, men geeft het op, en hoopt elkaar grondig te leeren kennen nà het huwelijk; ook dat blijkt onmogelijk—de een heeft voor den ander geheimen, houdt dit verborgen, verzwijgt dat ….. en de wereld vervolgt haar loop. Resumé: het is goed te trouwen en het is wijs er niet aan te beginnen.195. De huisvrouw.195.De huisvrouw.Zoo kleedt ze zich voor haar man.en zoo, als er visite komt.en zoo, als er visite komt.Th. Th. Heine, in „Simplizissimus”.Er zijn toch ook nog vrouwen, die niet zoo heel erg met het huwelijk zijn ingenomen. Lady Blessington oordeelt er over als volgt: Hoeveel lieden ontmoet men niet elken dag, die wel vereenigd leven naar het lichaam, maar hopeloos gescheiden naar den geest! Welk een monsterachtige vereeniging is dat dan niet, en hoezeer zijn degenen, die zoo zijn verbonden, te beklagen. In vroeger tijd bond men een vermoorde wel vast aan zijn moordenaar. Maar dat was minder wreedaardig, alleen hierom reeds, wijl er slechts één was, die deze duivelachtige kwelling had te verduren, terwijl in het huwelijk er twee hetzelfde lijden hebben te dragen.Het is een zeer zeldzaam verschijnsel, zegt Mademoiselle de Sommery, een vrouw, die werkelijk het geluk uitmaakt van haarman. Weinig vrouwen houden van haar man, en de meeste mannen hebben te veel dingen aan het hoofd om zich veel te bekommeren om hun vrouw.De vrouwen, meent Madame Romieu, vinden maar heel zelden haar geluk in het huwelijk en elders haar geluk te zoeken is haar verboden. Het huwelijk zet haar tusschen twee of meer afgronden.196. Het vreedzame echtpaar.196.Het vreedzame echtpaar.Illustratie van Holbein voor Erasmus „Lof der Zotheid”, uitgave 1731.„De eeuwen door, zegt Madame de Casamajor (in:Pathologie du Mariage) is het huwelijk het onderwerp en het thema geweest van tallooze sprookjes, novellen, vertellingen, romans, van kluchten, blijspelen, drama’s en zelfs van wijsgeerige verhandelingen. Van dat alles zou men een heele bibliotheek kunnen vormen. En de stekelige opmerkingen en schimpscheuten, de aphorismen en paradoxen, die tegen het huwelijk zijn uitgedacht, vormen een arsenaal vol projectielen.En dat huwelijk, zoo aanhoudend van alle kanten aangevallen, staat nog altijd ongeschokt overeind. Dat bewijst de levenskracht van die instelling. Maar die onophoudelijke aanvallen bewijzen ook, dat het geen volmaakte instelling is.En op welke gronden, om welke redenen valt men het huwelijk zoo aan? Om tallooze redenen. Een daarvan is deze: De vrouw is den man gehoorzaamheid schuldig. Waarom?De soldaat gehoorzaamt den korporaal, de korporaal den sergeant, de sergeant den officier, en zoo voort, wijl ieder in den hoogeren graad een aannemelijke reden vindt voor zijn gehoorzaamheid.De klerk gehoorzaamt den chef, omdat deze een functie bekleedt, die grooter bekwaamheid veronderstelt.De leerling gehoorzaamt den onderwijzer, omdat de onderwijzer weet wat den leerling onbekend is.De zoon gehoorzaamt den vader, om gelijksoortige redenen.Maar waarom moet de vrouw den man gehoorzaam zijn? Is zij bij gevalde mindere in rang, en hij de meerdere? Heeft hij bekwaamheden, die zij niet bezit? Weet hij meer dan zij? Staat hij in een of ander opzicht boven haar?En nog iets. Iedere soldaat kan korporaal, sergeant enz. worden. Een klerk kan opklimmen tot chef, de leerling wordt zelf meester, en de zoon wordt op zijn beurt vader. Niets belet hem, die eerst gehoorzaamd heeft, naderhand zelf te bevelen. Maar de vrouw kan nooit een hoogeren rang bereiken. Zij moet altijd blijven gehoorzamen.197. Liefde te Parijs.197.Liefde te Parijs.—Dat is misbruik van vertrouwen!Satire van J. L. Forain.Waarom? Er is daarvoor maar één reden te geven: de man is de sterkste en hij heeft de wetten gemaakt.De vrouw wordt voor haar gehoorzaamheid beloond met bescherming door haar man … naar letter en geest van de wet. Maar in onzen beschaafden tijd wordt de vrouw nog maar door één enkele geslagen en dat is door haar wettelijken beschermer!….”Voor een goed huwelijk, meent Alphonse le Sage, moet de man stom zijn en de vrouw blind. Huwelijken, zoo zucht weer een ander, worden in den hemel gesloten, dat is mogelijk, maar dat bewijst dan alleen, dat men ook in den hemel knoeien kan en vlug maar slecht weet te werken. Christus is voor zijn kerk maar eenmaal gestorven, maar wij getrouwde mannen doen het elken dag weer voor onze vrouwen.Zoekt ge een vrouw? vraagt Thomas Morus. Dan zijt ge in den toestand van iemand, die een greep moet doen in een zak met slangen, waaronder zich één aal bevindt. Wilt ge den greep wagen? Zeker, het is niet onmogelijkdat ge de aal te pakken krijgt, maar ge begrijpt dat ge honderd-, ja duizendmaal zult misgrijpen en telkens uw hand terugtrekken met een nieuwe wonde.De geheimzinnige schommel.De geheimzinnige schommel.Gravure van Vidal, naar de schilderij van Nic. Lavreince, 1737–1807.De eerste de beste vrouw, zeide paus Sixtus V, die haar man nooit reden heeft gegeven tot klagen, zal ik canoniseeren.198. Contrasten.198.Contrasten.Engelsche modekarikatuur van James Gillray, 1794.Het is bij vrouwen, die al eenigen tijd getrouwd zijn bijna regel, naar Michel de l’Hospital de schoone sexe verwijt, dat ze thuis en voor haar man zich heel weinig bekommeren om haar uiterlijk voorkomen. Bijna geen spoor van vrouwelijke ijdelheid is meer bij haar te ontdekken—zij verwaarloozen zichzelf. (Fig. 195). Dat is dan een teeken dat ze zich ook weinig meer bekommeren om haar man. Laat zulk een vrouw eens bezoek zijn te wachten of bezoek hebben af te leggen, een bal of andere feestelijkheid willen bijwonen—onmiddellijk keert de zorg voor het uiterlijk voorkomen terug, onmiddellijk is ze weer het ijdele pronkzieke wezentje van vroeger, dat geheel in het verzorgen van haar uiterlijk opgaat en alles doet wat in haar macht isom er goed uit te zien. De sieraden komen weer voor den dag, het kleed wordt met de meeste zorg gekozen, enz. enz. De reden daarvan? De bewondering van haar man is haar onverschillig geworden, streelt haar ijdelheid niet meer, maar de bewondering van anderen, van vreemden of bekenden, is nog streelend voor haar. Hoe ze zich thuis ook verwaarloost, waar vergelijking met andere te wachten staat, daar wil ze niet achterstaan, maar uitblinken en schitteren.199. Die oudjes.199.Die oudjes.—Met de oudjes valt toch ook nog wel op te schieten.—Ja, maar hoe.Uit „Wiener Caricaturen”.200. De verrassingen van de vlinderjacht.200.De verrassingen van de vlinderjacht.Teekening van Franz Muller.Als humoristen, die ernstig genomen willen worden, zoo over het huwelijk denken, dan is het geen wonder, dat de eigenlijke grappenmakers, als zij over deze interessantste aller menschelijke instellingen loskomen, het dikwijls gewoon-weg bar maken en een beeld geven van het huwelijk, dat de meest trouwlustigen zeker zou afschrikken, als de menschen in dit opzicht nog voor rede en redelijkheid, voor inkeer en beterschap, vatbaar waren. En de verstandige menschen—wier aantal naar met reden mag worden gevreesd altijd nog één minder bedraagt dan het laagst denkbare minimum dat dewijsgeeren plegen te stellen—moeten daarbij wel onwillekeurig de verzuchting slaken, dat het huwelijk toch wel een komische zaak moet zijn, dat de grappenmakers er zoo onnoemelijk veel grappen uit weten te halen.201. Rust na arbeid.201.Rust na arbeid.Engelsche prent van R. Newton, 1797.Dat lieve leventje begint al minstens bij Erasmus en Rabelais. De laatstgenoemde vertelt ons van zijn held Gargantua. Deze verloor zijn vrouw, toen ze beviel van Pantagruel. En om nu te laten uitkomen, dat Gargantua al net over het huwelijk dacht als andere getrouwde mannen, stelt hij het zoo voor, dat gezegde Gargantua in de verbouwereerdheid over die tegelijkertijd intredende positie van weduwnaar en vaderschap in de war raakte of hij voor zijn fatsoen nu bedroefd moest zijn over het verlies van zijn vrouw of verheugd over de geboorte van zijn zoon. Hij verloor zoo geheel en al zijn hoofd te midden van al die drukte dat hij zich vergiste en zich verblijdde over den dood van zijn vrouw en weeklaagde over de geboorte van zijn zoon.Onze tegenwoordige grappenmakers steken hunne geestigheden op het huwelijk niet meer in zoo’n dubbelzinnig kleed. En zij laten de gevoelens van teederheid, die de echtgenooten jegens elkander koesteren, ook niet pas aan het licht komen bij zulk een tragische gelegenheid als een bevalling die den man gelijkertijd tot vader en weduwnaar maakt. Zij laten de vaders, die op het punt staan schoonvader te worden, hun kroost, dat klaar staat den weg op te gaan van alle huwbaar vleesch, nog op het laatste oogenblik waarschuwingen toevoegen als deze: Mij dunkt, jelui moesten maar niet al te veel drukte maken niet jelui trouwen?—Waarom niet, vader?—Nou, na het trouwen zullen jullie spektakel genoeg hebben.En als de trouwlustige door iemand van ondervinding zoo is voorbereid, dan loopt hij alle kans even later een vriend te ontmoeten die het groote nieuws heeft vernomen en hem de hand drukt met de woorden: Kerel, dit is eenvan de gelukkigste dagen van je leven!—En als hij dan, in de meening dat de vriend zich in den datum vergist, zich haast de zaak recht te zetten met een: Ho wat, je bent nog wat te vroeg, ik trouw pas morgen,—dan krijgt hij wellicht dit hoopvolle antwoord: Pardon dat weet ik, en daarom juist is ’t vandaag een van de gelukkigste dagen van je leven.202. Simson van zijn kracht beroofd door Delila.202.Simson van zijn kracht beroofd door Delila.Uit de „Ritter vom Turn”, Bazel, 1493.Natuurlijk waardeert onze vriend het grappige in zulk een antwoord en beloont den grappenmaker met een vroolijken lach. Misschien stemt hij quasi met de opvatting, in de felicitatie van zijn vriend opgesloten, volkomen in en antwoordt hij hem met een kwinkslag die daar uitdrukking aan schijnt te geven. Maar in werkelijkheid dringt er niet het minste besef van de werkelijkheid die hem wacht door in zijn brein, beneveld als het is door den roes der aanstaande huwelijksvreugden. Van alle voor redelijke en gezonde redeneering ontoegankelijke menschen is een bruidegom wel de dikst-schedelige domoor, op wie al wat verstandig is afstuit als een aansporing tot waarheidsliefde op een diplomaat. Het moet zelfs wel gebeuren, dat zulk een benevelde bruidegom over zijn voorgenomen huwelijksstap met welmeenende vrienden die hem alsnog zoeken te weerhouden, gaat discusseeren en hen tracht tot zwijgen te brengen met wijzigheden als deze, dat volgens het algemeene zeggen een getrouwd man langer leeft dan een ongetrouwd man. Een argument, dat zelfs een middelmatig geestig grappenmaker kan pareeren met den tegenzet, dat het leven den getrouwde alleen maar langer voorkomt, omdat hij zich als regel zit te vervelen. Een bruidegom, die door meewarige vrienden bijna bewogen was de trouwerij tenminste nog wat uit te stellen, en alleen nog aarzelde omdat hij zich herinnerde eens gehoord te hebben dat het ongeluk aanbrengt als een huwelijk wordt uitgesteld, werd van dit noodlottig bijgeloof genezen door de verklaring, dat uitstel van trouwen geen ongeluk aanbrengt als je het maar lang genoeg uitstelt203. Psyche gelukkig.203.Psyche gelukkig.Naar de schilderij van Natoir, 18e eeuw.Maar zulke voor rede vatbare schepselen zijn er onder de ongetrouwden al heel weinig, onder de mannelijke bijna niet een en onder de vrouwelijke heelemaal geen. Naar het schijnt komt altijd de mannelijke helft van een getrouwd paar altijd het eerst tot bezinning en tot het inzicht van de dwaasheid, die er is begaan. Zoo komt het dan dat vrouwtje-lief, nog geheel en al in wittebroodsstemming, man-lief teeder vraagt: Wanneer heb je het eerst gemerkt dat je van me hield? en dan ten antwoord krijgt: Toen ik merkte dat ik kwaad werd als ze zeiden dat je een dom schaap was.—Zijn ten slotte beiden tot het besef gekomen van de droeve werkelijkheid, dan worden er over en weer bekentenissen gedaan als deze: Ik vond dat je er allerdwaast uitzag toen je mij ten huwelijk vroeg.—Toch kan ik er onmogelijk zoo dwaas hebben uitgezien, als ik in werkelijkheid was.Wil men weten, waarin dan toch al dat dwaze, zotte etc. van het huwelijk bestaat, dan kan men dat weer het duidelijkst geformuleerd vernemen van de grappenmakers, die zich niet ophouden met zwaar-op-de-handsche vertoogen, maar op smakelijke wijze toebereid en ook voor de zwakste magen licht-verteerbaar geestelijk voedsel verstrekken. Doen wij maar weer een greep.—Droeg hij zijn ongeluk als een man?—Ja, hij gaf van alles de schuld aan zijn vrouw.Dame tot zeekapitein: Aardig toch, dat haast alle schepen vrouwennamen hebben. Waarom zou dat toch wezen?—Ik denk, mevrouw, omdat het optuigen zooveel kost.In welke verbinding vroeg de professor in de scheikunde op het examen lost goud het snelst op?—In het huwelijk, antwoordde de voor zijn jaren en ondanks zijn geleerde studiën al bijzonder verstandige student.Zelfs, neen vooral uit kindermonden kan men kennis en begrip omtrent huwelijks-lief en -leed—vooral van het laatste—opdoen. Hoor maar: Kom hier, Jan, moeder en ik zijn het erover eens, dat je ’n flink pak slaag verdient.—Ja, dat is het eenige waarover u en moeder het altijd eens zijn. En dan dit stukje tafelkout tusschen moeder en achtjarig dochtertje, in het bijzijn van papa: Mama, de dame, die mij elken middag in het park brood laat geven aan de zwaantjes, is die niet even goed getrouwd als u?—Dat zal wel kind.—Maar waarom komt er dan nooit bij haar een officier op de bank zitten zooals bij u?204. Psyche troosteloos.204.Psyche troosteloos.Naar de schilderij van Natoir, 18e eeuw.Zijn, naar men ons wil doen gelooven, de verschrikkingen van den huwelijksstaat al zoo gruwelijk en bar, nog erger is het gesteld bij een tweede of nog verder huwelijk. Ongelukkig degene, zoo klinkt de plechtige waarschuwing reeds uit de grijze oudheid ons toe, bij monde van den dichter Eubulides,de leermeester van Demosthenes en zoo bekwaam, dat hij dezen de letter r kon leeren uitspreken—driewerf ongelukkig degene die voor de tweede maal trouwt. Dengeen die voor het eerst trouwt, treft geen verwijt. Hij weet nog niet waaraan hij zich blootstelt. Maar hij die voor de tweede maal een vrouw neemt, weet bij ondervinding welk een afschuwelijke plaag zulk een schepsel is. Dat wetende begeeft hij zich nogmaals in dezelfde ellende. Neen, voor zulk een dwaas zijn geen verzachtende omstandigheden te pleiten en hij heeft al wat hem onvermijdelijk overkomen zal volop verdiend.205. Levenslust.205.Levenslust.—Ik moet u ten strengste alle verkeer met uw man verbieden.—Hindert niet, dokter, ik heb ook nog een minnaar.Humoreske van Abel Faivre.Volgens Antonius de La Salle is een huwelijk met een vrouw, die al eenmaal gehuwd is geweest maar weduwe is geworden, het vreeselijkste, wat op huwelijksgebied den man overkomen kan. „Als een jong, onbedorven jonkman, een weduwe trouwt, dan is het met zijn geluk op aarde gedaan; zijn leven zal nog slechts een ondragelijke kwelling zijn, waaronder hij ten slotte zal bezwijken. De weduwe heeft bij haar eerste man de noodige ondervinding opgedaan om den tweede te drillen en van den eersten dag af zal haar eenig streven zijn haar man onder den duim te krijgen. Toegeeflijkheid maakt haar nog heerschzuchtiger, verzet staalt haar strijdlust en vuurt die aan—de arme jonge man moet zwichten of bezwijken—tegen haar taaie volharding, die den strijd nooit opgeeft, zal hij op den duur niet bestand zijn, te minder wijl zij reeds een leerschool doorloopen heeft en hij nog onnoozel en onwetend is.206. Radeloos.206.Radeloos.—…. Zonder werk en voor wat anders niet knap genoeg.Lefèvre in „Assiette au beurre”.Bij dezen stand van zaken schijnt het meer dan raadselachtig, dat er nog altijd dag aan dag huwelijken gesloten worden, evenals het raadselachtig schijnt dat niet alle huwelijken op een goeden dag maar kort en goed worden ontbonden. Maar, wat in het huwelijksgedoe het waarschijnlijkst lijkt, gebeurt juist andersom. Het huwelijkscijfer neemt eer toe dan af, en wat ontbinding van den huwelijksband betreft, doet zich nog het extra onbegrijpelijke verschijnsel voor, dat als een der partijen den weg opgaat van alle vleesch, de overblijvende weduwnaar of weduwe een groot vertoon maakt van rouw en diepe droefenis. Maar de grappenmakers zijn er dan weer als de kippen bij om in zulke gevallen de echtheid van die droefheid in verdenking te brengen. Zij herinneren dan oogenblikkelijk aan antwoorden als dat wat iemand kreeg die een troostelooze weduwe trachtte te troosten: Ach, zuchtte zij, alleen de hoop op een spoedig wederzien hiernamaals houdt mij in het leven.—En zij verwijzen naar wijze spreuken als deze: Wat menige weduwe het diepst betreurt is minder dat zij haar man verloor, dan dat ze hem telaat verloor. Of als deze: Hevig weenende weeuwtjes nemen het eerst een anderen man—nat weer is het best om over te planten. Of wie liever in dichtmaat geïnformeerd wil zijn, duwt men deze diepzinnige regelen van den ouden Lafontaine onder den neus:La perte d’un époux ne va point sans soupirs;On fait beaucoup de bruit, et puis on se console.Sur les ailes du Temps la tristesse s’envole;Le Temps ramène les plaisirs.Entre la veuve d’une annéeEt la veuve d’une journée,La difference est grande; on ne croirait jamaisQue ce fût la même personne;L’une fait fuir les gens et l’autre a mille attraits:Aux soupirs, vrais ou faux, celle-là s’abandonne;C’est toujours même note et pareil entretien;On dit: qu’on est inconsolable;On le dit, mais il n’en est rien.Maar, we hebben het over het huwelijk en niet over wat na het huwelijk gebeurt. Geven wij dus nog even het woord aan een paar meer philosophisch aangelegde grappenmakers.De gebroken waaier.De gebroken waaier.Galante plaat naar de schilderij van J. B. Huet (1775).„Ik wil wel eens wat van het huwelijk zeggen, aldus een Fransch schrijver der 18e eeuw, Ch. Rivière-Dufresny (in:Petit voyage dans le grand monde) maar het blijkt heel moeilijk dat te doen op een wijze die iedereen naar den zin is. Degenen, die in het huwelijk minder aangename ervaringen hebben opgedaan of er geen belang in stellen, zullen verrukt zijn als ik er een beetje den spot mee drijf, maar de wittebroods-echtgenoot zal me medelijdend ter zijde leggen en meewarig uitroepen: Och arme man, als je in mijn plaats was, zou je zulken onzin niet uitkramen. Houd ik een ernstig betoog over de narigheden van het huwelijksleven, dan beschuldigen alle trouwlustigen mij, dat het er mij om te doen is hun den eenigen hemel op aarde tegen te maken. Welken toon moet ik dan toch aanslaan, op welke manier moet ik over het huwelijk schrijven? Ik ben er verlegen mee.207. Strijksters-philosophie.207.Strijksters-philosophie.—Is het nu eerlijk, dat er zooveel verdiend wordt met het vuilmaken van dat chique ondergoed, en zoo weinig met het schoonmaken ervan?Henry Boutet in „Frou-Frou”Ik zal maar den stijl van een reisverhaal kiezen, en dan constateer ik om te beginnen, dat het huwelijk een land is dat alle andere landen bevolkt. De burgerij is er vruchtbaarder dan de adel; dat komt wellicht daar van daan, dat de groote heeren zich liever bij hun buren amuseeren dan thuis. Het huwelijk maakt iemand in den regel een ander mensch,—neen wacht nog even met uw bijval, huwelijksvereerders, ik bedoel dat zoo: het huwelijk maakt vaak van een vroolijk, geestig man een botterik, van een verliefde een beul, en zoo voort. Soms ziet men ook het omgekeerde, soms wordt eenbeul als hij trouwt een zachtmoedig schaap, en van een ezel weet een vrouw met wat geest bijna een dragelijk mensch te maken.208. Het bordeel ’t Schoon Maaiken te Brussel.208.Het bordeel ’t Schoon Maaiken te Brussel.Naar een 17e eeuwsche gravure.Waarom trouwen de menschen? Om verschillende redenen; de een uit hartstocht, de ander uit overleg en berekening; deze trouwt zonder te weten wat hij doet, gene omdat hij niet meer weet wat te doen. Dan zijn er ook heel wat mannen voor wien de trouwerij een afleiding en een verzetje is, zooveel als een geneesmiddel tegen de verveling; eerst houdt de keus van een vrouw ze bezig en schenkt ze wat afleiding; dan komen de bezoeken, de onderhandelingen, de feestelijkheden en de plechtigheden; maar na de laatste plechtigheid is de aardigheid er volkomen af en vervelen ze zich nog erger dan tevoren.Huwelijksland heeft nog dit eigenaardige dat de vreemdelingen er met alle geweld heen willen, terwijl de bewoners snakken de grens over te komen. Men kan er ook over de grens worden gezet—dat heet dan echtscheiding. Maar de natuurlijke weg om er uit te komen is het weduwschap. Bij de echtscheidingsverbanning uit het Huwelijksland krijgt gewoonlijk de vrouw de schuld, maar dikwijls is het de schuld van den man dat de vrouw schuld heeft, zoodat hij dan ook in zoo’n geval zeer terecht achter zijn rug nog uitgelachen wordt ook”.George Sand zegt (in:Jacques): Het huwelijk is, volgens mij, een der meest barbaarsche instellingen. Ik twijfel er niet aan, dat het zal worden afgeschaft, zoodra het menschdom een weinig verder gevorderd is op den weg van gerechtigheid en redelijkheid; en dat er voor in de plaats zal komen een band die menschelijker is en even sterk, zoodat er kinderen kunnen geboren worden zonder een menschenpaar voor het leven aan elkander vast te ketenen. Maar de mannen zijn nog te lomp en de vrouwen te laf om het juk af te werpen—voor een troep wezens, waarvan de eene helft gewetenloos en de andere helft karakterloos is, zijn nu eenmaal zware ketens noodig.En in hetzelfde werk legt ze Jacques de volgende woorden tot zijn geliefde in den mond:—Als we gaan trouwen zal men je een eed in den mond leggen, waarmee je zweert dat je nooit een ander zult liefhebben dan mij en dat je mij in alles gehoorzaam zult zijn. Het eene is een ongerijmdheid en het andere een laagheid.—Waarom moeten we dan trouwen?—Omdat de tirannie van de maatschappij ons geen anderen weg openlaat elkander te bezitten.Volgens sommigen heeft iedere vrouw, die een man het leven wil redden, daarvoor alleen maar ongetrouwd te blijven.209. Het eind der trouwlustigen—de huwelijkskuil.209.Het eind der trouwlustigen—de huwelijkskuil.Satire van Aubrey Beardsley.Alles bij elkaar genomen mogen wij het wel voor een uitgemaakte zaak houden, dat trouwen een zeer dom en onnoozel ding is en dat er maar een ding ter wereld nog dommer is, en dat is: ongetrouwd te blijven.
VIII.HUWELIJKSVREUGDEN.
Het huwelijksgeluk is als een porceleinen vaas op den neus van een dronken mandarijn die niest—aldus een spreekwoord der Chineezen!Het huwelijk is een zotternij die men met z’n tweeën begaat en met z’n drieën of meer moet boeten—zegt Shakespeare.In den geest dezer uitspraken van een groot volk en een groot man gaat het maar door, alle tijden en alle literaturen door. Als de mannen over het huwelijk gaan spreken of schrijven dan hoort men niet anders dan wanhoopskreten.Ik heb in mijn leven met drie groote plagen te kampen gehad, zegt Socrates: de spraakkunst, de armoede en een vrouw. De eerste ben ik te boven gekomen door studie en de tweede door gewoonte, maar het huwelijk heeft me tot dezen dag toe belet mij te bevrijden van de derde.Het huwelijk, klaagt Philemon, is een gevangenis, waaraan niets moois is dan de poort door welke men naar binnen gaat.Uit zulke klaagliederen, indien ze meer zijn dan dichterlijke ontboezemingen, blijkt vooral dit duidelijk: dat de vrouw de kunst verstaat haar rechten te handhaven. Een aanzienlijk percentage van al dat huwelijkswee bestaat uit teleurstelling en gekwetste majesteit van den man, die wel in theorie de vrouw tot een ondergeschikt minderwaardig wezen kan degradeeren, maar in de practijk maar al te vaak haar mindere blijkt.Trouwlustige jongelui deden Socrates denken aan visschen die dartelen vóór het net van den visscherman. Men dringt en verdringt elkaar om er bij te komen, en de ongelukkigen die er in raken spannen zich vruchteloos in om er weer uit te komen.Eigenaardig is bij dit alles, dat vrouwen zich lang niet zoo ongunstig over het huwelijk uitlaten, noch over de mannen, als de mannen dat doen over het huwelijk, of over de vrouwen, of over beide.O vrouwen,—exclameert Philemon in een vertwijfeling, die geen hoogen dunk geeft van zijn tact in den omgang met vrouwen noch van zijn geluk bij de zwakke en schoone sexe,—het is beter u naar het graf te leiden dan naar het altaar. Zulk een koddig vertoon van sexueele wanhoop roept onwillekeurig de vos in herinnering, die de onbereikbare druiven te zuur vond.185. De Huwelijks-barricade.185.De Huwelijks-barricade.Duitsche karikatuur. 1848.Pythagoras antwoordde degenen, die hem vroegen hoe hij zijn dochter ten huwelijk had kunnen geven aan een van zijn grootste vijanden: Ik was ervan overtuigd, dat ik hem met geen mogelijkheid beter kon treffen en hem meer verdriet kon aandoen en narigheden berokkenen, dan door hem te laten trouwen. Want iets ergers is er niet op de wereld.186. De wederkeerige verleiding.186.De wederkeerige verleiding.Illustratie van Holbein voor Erasmus’ „Lof der Zotheid”, uitgave 1731.Van het huwelijk weet men alleen kwaad te zeggen. Een der tallooze beschuldigingen, die men het ten laste legt is deze, dat het huwelijk kort en goed liefde buitensluit. Op de vraag: Kan tusschen getrouwde menschen ware liefde bestaan? luidde in 1174 het antwoord van een minnehof, bij monde van de comtesse de Champagne gegeven, als volgt:Wij verklaren en verzekeren, dat de ware liefde tusschen twee personen, die door het huwelijk verbonden zijn, niet tot haar recht kan komen. Want zij die minnen behooren elkander toe uit vrijen wil en om niet, uit eigen innerlijken aandrang, maar in het huwelijk is dat alles een verplichting, daar moet men, daar heeft men zich bij contract verbonden elkander niets te weigeren.187. Betrapte ontrouw.187.Betrapte ontrouw.Meinst du nun hast du Platz, der Mann wird weit weg sein,Sieh hin aufs Bettlers Korb, in den kam er herein.Duitsche karikatuur op de ontrouwe vrouw.In zijn „Lof der Zotheid” verkondigt Erasmus de meening, dat in het huwelijk en bij alle verhoudingen tusschen man en vrouw de zotheid voorzit. „De zotheid zit voor bij het huwelijk. Het huwelijk, naar ge wellicht maar al te goed weet, is een verbintenis die alleen ontbonden kan worden door den dood. Groote Goden!…. wat zouden er weinig huwelijken worden gesloten, als de minnaar zoo verstandig was van tevoren eens na te gaan wat zijn schatje, dat zoo lief schijnt, zoo zacht, zoo onschuldig, eigenlijk voor een schepseltje is”. Maar, zoo ongeveer gaat Erasmus voort, men is te verblind en te zot om dat te doen en alleen door die zotheid komen er huwelijken en blijven de eenmaal gesloten huwelijken voor beiden een verbintenis voor het leven. „De Zotheid gaf Jupiter den volgenden raad: „Heer, geef den man een vrouw. De vrouw is een onhandelbaar en zot soort dier, ik geef het volmondig toe; maar ze lijkt zacht en lief en beminnelijk”. Jupiter deed aldus. Het is dus de Zotheid die mannen en vrouwen tot elkander heeft gebracht”.188. Rival Beauties.188.Rival Beauties.Satire van Gibson op de geheime vijandschap tusschen de vrouwen.Mahieu, een Fransch dichter uit de 13e eeuw, meer bekend onder den naam Mathéolus le Bigame, heeft in een bijtend-sarcastisch gedicht van circa vijfhonderd regels met het huwelijk afgerekend. Gezegde dichter was tweemalen getrouwd geweest en hij betitelt zichzelf bij wijze van zelfkastijding voor zijn domheid met velerlei scheldnamen. Zijn eerste vrouw vergelijkt hij bij de Scylla, men begrijpt dus dat de tweede zijn Charybdus was. Het huwelijk zelf komt er natuurlijk niet genadiger af. Onder meer noemt hij het een vagevuur voor het zondige vleesch, een martelaarschap enz. Ten slotte verschijnt hem God de Heer en openbaart hem de goddelijke bedoelingen met het huwelijk: Om de zondaars (blijkbaar alleen de mannelijke!) te verbeteren was een enkel vagevuur niet voldoende, er moesten er meer zijn en het huwelijk is daar een van. En wie tweemaal gehuwd was, dienwacht in het paradijs dubbele heerlijkheid, als een die veel heeft geleden.’s Nachts sluimert de liefde niet.’s Nachts sluimert de liefde niet.Duitsche kopergravure (Augsburg, 18de Eeuw).189. Ondoordachte praat.189.Ondoordachte praat.—Waarom nu toch zooveel geld verknoeien aan toiletartikelen. Dat helpt toch immers allemaal niemendal!—Heb je me dan wel eens gezien als ik ze nog niet had gebruikt?Hermann Schlittgen, in „Fliegende Blätter”.De anonieme wijsheid der naamlooze menigte, neergelegd in spreuken en spreekwoorden, ziet het huwelijk en de vrouwen al precies zoo als de groote denkers ze zeggen te zien. De vrouwen hooren graag goeds vertellen van de vrouwen in ’t algemeen en kwaads van een vrouw in het bijzonder, vooral als die tot hare kennissen behoort …. Zegt men een vrouw dat ze een slecht karakter heeft, ze zal het spoedig kunnen vergeven en vergeten, maar zegt men haar, dat ze groote voeten heeft, ze vergeeft het nimmer …. Een vrouw geeft wel toe dat ze mooi is geweest, maar niet dat ze leelijk is …. Er groeit veel onkruid in vrouwenschoenen …. Alle meisjes zijn lief en goed—maar waar komen dan toch al die kwade wijven vandaan?…. Een vrouw kan niet dulden dat een ander kwaad spreekt van haar man, dat kan ze zelf wel af …. Even pessimistisch is dit soort volkswijsheid in haar uitspraken omtrent het huwelijk en dat men daarbij ook zin heeft voor geestigheidblijkt uit volgende proeven: Dat het huwelijksleven veel aangename zijden heeft, wie zal het ontkennen? hoogstens een getrouwd man …. Hoe verbaasd zijn vele mannen en vele vrouwen over de domheid van hun wederhelft, die ze zichzelven hebben uitgezocht …. Als een man en een vrouw trouwen gaan eindigt hun roman en begint hun geschiedenis …. Het eenige verschil dat er vaak bestaat tusschen onwettig en wettig samenleven is, dat in het eerste geval de man de vrouw heeft genomen zonder zich te bekommeren om de bruidsgift en in het tweede geval de man de bruidschat in ontvangst heeft genomen zonder zich te bekommeren om de vrouw ….190. De zotheid bezegelt het echtverbond.190.De zotheid bezegelt het echtverbond.Titelplaat der Nederlandsche uitgave van het „Satyrikon”, 1683.Volgens de Beaumarchais is het huwelijk van alle kluchten de ernstigste; het kan echter ook zijn dat hij het zoo gezegd heeft: het huwelijk is van alle ernstige dingen het zotste. Mademoiselle de Sommerey is een der weinige schrijfsters die het opneemt voor de andere sexe. Zij beweert ergens: Vele mannen bedriegen hun vrouwen, maar bijna alle vrouwen bedriegen haar mannen en het ergst doen het de zoogenaamd onnoozelen. En elders verklaart zij: heel weinig vrouwen houden van haar man, doch er zijn maar weinig mannen die niet gehecht zijn aan hun vrouw.Er zijn ook denkers en schrijvers geweest, die de reden van dezen eigenaardigen stand van zaken hebben trachten op te sporen en die ons de vruchtenvan hun zoeken gelukkig niet hebben onthouden. Louis Desnoyers vond deze oorzaak: Dat een man geen liefde meer vindt bij zijn vrouw heeft hij dikwijls alleen hieraan te danken dat hij haar man is; was hij nog alleen maar haar aanbidder, zij zou hem aanbidden. Blondel beweert: Wie zijn geliefde trouwt verandert goeden wijn in zure azijn. Adrien Dupuy komt tot deze conclusie: Lui die elkaar het vurigst bemind hebben voor hun trouwen, zijn het onverschilligst voor elkaar in het huwelijk. En weer een ander leeraart: Het huwelijk is een roman tot op de dag dat men het boek opent—de voorrede is gewoonlijk heel amusant, maar ze is altijd kort en belooft veel te veel. Behalve om geld, verklaart Romainville, wordt er ook veel getrouwd uit verveling en dat zijn in den regel nog de kwaadste huwelijken niet.Hoe komt men er dan toch toe te trouwen, als het met het huwelijk zoo’n misère is? En wat is het dan toch voor booze geest die al die huwelijken maakt zoo als ze zijn? Ook op deze zeer redelijke vragen krijgen wij vele, en zeer scherpzinnige antwoorden, die echter het gebruikelijke gebrek hebben, dat ze ons niet veel wijzer maken. Zoo vernemen wij van P. L. Stahl: Men preekt de jongelui aanhoudend voor dat ze inzake het huwelijk hun verstand moeten gebruiken, maar als ze hun verstand gebruikten zouden ze dan trouwen? Men kiest zich geen man of vrouw, men treft elkander—drie kwart van alle huwelijken komen op rekening van het toeval.191. Op de mannenvangst.191.Op de mannenvangst.Duitsche spotprent van Hans Holbein, 16e eeuw.Iets verder komen wij met het antwoord van Petit-Senn, tenminste wat de vrouw betreft. Deze, zegt hij, is het alleen te doen om wat meer vrijheid; zij haakt naar den huwelijksband, in de hoop dat die haar bevrijden zal van de menigte banden, die haar als vrij meisje binden. Met andere woorden, de vrouwen binden zich om vrij te zijn, en om te kunnen doen wat zij willenverbinden zij zich tot onderwerping.Is het dan wonder, dat bij zulk een paradoxaal uitgangspunt het zaakje moet tegenloopen en dat het heele huwelijk volgens het woord van Commerson dikwijls niet anders is dan een onwelluidend koor van tweestemmig gekijf overdag en tweestemmig gesnork des nachts?192. Fatsoen.192.Fatsoen.—Hij moet natuurlijk wachten …. tot ik tenminste mijn kousen aan heb.M. Dumont, 1897.Weer een stapje nader tot wat helderder inzicht in deze dingen komen wij met deze uitspraak van Sharon Turner: Voor iedere vrouw is het woord echtgenoot synoniem met vijand, tiran, dwingeland, en zij behandelt haar man dienovereenkomstig. Als dit waar is, dan heeft ook Jousky gelijk, als hij zegt, dat de grootste fout van het meerendeel der mannen jegens hun vrouw deze is, dat zij haar hebben getrouwd.193. De welvoldane.193.De welvoldane.—Waar gaat u nu heen?—Naar huis, slapen.—Geluksvogel!Satire van Abel Faivre.Er zijn weinig vrouwen zoo volmaakt, dat zij haar man niet minstens eenmaal per dag reden geven zich te beklagen, dat hij getrouwd is en vrijgezellen te benijden. Aldus La Bruyère, die elders deze ontboezeming slaakt: Ik begrijp niet hoe een man, die zich laat beheerschen door zijn humeur, die niet de minste moeite doet om zijn gebreken te verbergen, die gierig is, zijn uiterlijk verwaarloost, niet van toegeeflijkheid weet, hatelijk is, ongezellig, koud, stroef en stom, hoe zoo’n man denkt,dat zijn jonge vrouw bestand zal zijn tegen de ondernemingen van een vurigen minnaar, die tegen haar te velde trekt met al wat een vrouwenhart en een vrouwenoog kan bekoren—uiterlijk schoon, sierlijken dos, vriendelijkheid, wellevendheid en vleierij!194. Amor als koopwaar.Photo Brogi.194.Amor als koopwaar.Fresco van een onbekenden meester,Museo Nazionale, Napels.Een en ander waarmee een verstandig mensch zijn voordeel kan doen, zit er ook in de volgende overweging. Er zijn op de wereld enkel maar getrouwde lieden en ongetrouwde. De eersten zijn ten opzichte van de tweeden in het defensief, want zij hebben een vrouw te verdedigen; de ongetrouwden niets hebbende te verliezen, zijn ten opzichte van de getrouwden altijd in het offensief. De getrouwde lieden vormen een afzonderlijke kaste, die men de maatschappij noemt waartoe men alleen toegang krijgt door te trouwen. De ongetrouwden vormen niets, dan alleen maar de wereld der vrijgezellen. De vrijgezellen hebben vrijen toegang bij de getrouwden, maar de getrouwden hebben geen vrijen toegang bij de vrijgezellen—deze zijn dus wel vrijer, heeten waarschijnlijk daarom juist vrijgezellen. Welke fatsoenlijke vrouw gaat op bezoek bij een vrijgezel? Maar er is meer. De getrouwden worden aangemerkt als serieuze menschen, de vrijgezellen daarentegen verdenkt menvan alle mogelijke lichtzinnigheden. Er is geen instelling die zoo bespot wordt en toch zoo in eere is als het huwelijk. Het is een heilige instelling! roept de gehuwde, en hij heeft ergens in de stad in een stille straat zijn maîtresse. Alle nette menschen trouwen te eeniger tijd en alle menschen drijven den spot met het huwelijk, zoowel de getrouwden als de vrijgezellen. Volgens sommigen is het met het huwelijk als met het leger: niemand is er van vrijgesteld, maar geen sterveling hoeft er zijn leven in te slijten. Men wil elkaar grondig leeren kennen vóór het huwelijk; dat blijkt ondoenlijk, men geeft het op, en hoopt elkaar grondig te leeren kennen nà het huwelijk; ook dat blijkt onmogelijk—de een heeft voor den ander geheimen, houdt dit verborgen, verzwijgt dat ….. en de wereld vervolgt haar loop. Resumé: het is goed te trouwen en het is wijs er niet aan te beginnen.195. De huisvrouw.195.De huisvrouw.Zoo kleedt ze zich voor haar man.en zoo, als er visite komt.en zoo, als er visite komt.Th. Th. Heine, in „Simplizissimus”.Er zijn toch ook nog vrouwen, die niet zoo heel erg met het huwelijk zijn ingenomen. Lady Blessington oordeelt er over als volgt: Hoeveel lieden ontmoet men niet elken dag, die wel vereenigd leven naar het lichaam, maar hopeloos gescheiden naar den geest! Welk een monsterachtige vereeniging is dat dan niet, en hoezeer zijn degenen, die zoo zijn verbonden, te beklagen. In vroeger tijd bond men een vermoorde wel vast aan zijn moordenaar. Maar dat was minder wreedaardig, alleen hierom reeds, wijl er slechts één was, die deze duivelachtige kwelling had te verduren, terwijl in het huwelijk er twee hetzelfde lijden hebben te dragen.Het is een zeer zeldzaam verschijnsel, zegt Mademoiselle de Sommery, een vrouw, die werkelijk het geluk uitmaakt van haarman. Weinig vrouwen houden van haar man, en de meeste mannen hebben te veel dingen aan het hoofd om zich veel te bekommeren om hun vrouw.De vrouwen, meent Madame Romieu, vinden maar heel zelden haar geluk in het huwelijk en elders haar geluk te zoeken is haar verboden. Het huwelijk zet haar tusschen twee of meer afgronden.196. Het vreedzame echtpaar.196.Het vreedzame echtpaar.Illustratie van Holbein voor Erasmus „Lof der Zotheid”, uitgave 1731.„De eeuwen door, zegt Madame de Casamajor (in:Pathologie du Mariage) is het huwelijk het onderwerp en het thema geweest van tallooze sprookjes, novellen, vertellingen, romans, van kluchten, blijspelen, drama’s en zelfs van wijsgeerige verhandelingen. Van dat alles zou men een heele bibliotheek kunnen vormen. En de stekelige opmerkingen en schimpscheuten, de aphorismen en paradoxen, die tegen het huwelijk zijn uitgedacht, vormen een arsenaal vol projectielen.En dat huwelijk, zoo aanhoudend van alle kanten aangevallen, staat nog altijd ongeschokt overeind. Dat bewijst de levenskracht van die instelling. Maar die onophoudelijke aanvallen bewijzen ook, dat het geen volmaakte instelling is.En op welke gronden, om welke redenen valt men het huwelijk zoo aan? Om tallooze redenen. Een daarvan is deze: De vrouw is den man gehoorzaamheid schuldig. Waarom?De soldaat gehoorzaamt den korporaal, de korporaal den sergeant, de sergeant den officier, en zoo voort, wijl ieder in den hoogeren graad een aannemelijke reden vindt voor zijn gehoorzaamheid.De klerk gehoorzaamt den chef, omdat deze een functie bekleedt, die grooter bekwaamheid veronderstelt.De leerling gehoorzaamt den onderwijzer, omdat de onderwijzer weet wat den leerling onbekend is.De zoon gehoorzaamt den vader, om gelijksoortige redenen.Maar waarom moet de vrouw den man gehoorzaam zijn? Is zij bij gevalde mindere in rang, en hij de meerdere? Heeft hij bekwaamheden, die zij niet bezit? Weet hij meer dan zij? Staat hij in een of ander opzicht boven haar?En nog iets. Iedere soldaat kan korporaal, sergeant enz. worden. Een klerk kan opklimmen tot chef, de leerling wordt zelf meester, en de zoon wordt op zijn beurt vader. Niets belet hem, die eerst gehoorzaamd heeft, naderhand zelf te bevelen. Maar de vrouw kan nooit een hoogeren rang bereiken. Zij moet altijd blijven gehoorzamen.197. Liefde te Parijs.197.Liefde te Parijs.—Dat is misbruik van vertrouwen!Satire van J. L. Forain.Waarom? Er is daarvoor maar één reden te geven: de man is de sterkste en hij heeft de wetten gemaakt.De vrouw wordt voor haar gehoorzaamheid beloond met bescherming door haar man … naar letter en geest van de wet. Maar in onzen beschaafden tijd wordt de vrouw nog maar door één enkele geslagen en dat is door haar wettelijken beschermer!….”Voor een goed huwelijk, meent Alphonse le Sage, moet de man stom zijn en de vrouw blind. Huwelijken, zoo zucht weer een ander, worden in den hemel gesloten, dat is mogelijk, maar dat bewijst dan alleen, dat men ook in den hemel knoeien kan en vlug maar slecht weet te werken. Christus is voor zijn kerk maar eenmaal gestorven, maar wij getrouwde mannen doen het elken dag weer voor onze vrouwen.Zoekt ge een vrouw? vraagt Thomas Morus. Dan zijt ge in den toestand van iemand, die een greep moet doen in een zak met slangen, waaronder zich één aal bevindt. Wilt ge den greep wagen? Zeker, het is niet onmogelijkdat ge de aal te pakken krijgt, maar ge begrijpt dat ge honderd-, ja duizendmaal zult misgrijpen en telkens uw hand terugtrekken met een nieuwe wonde.De geheimzinnige schommel.De geheimzinnige schommel.Gravure van Vidal, naar de schilderij van Nic. Lavreince, 1737–1807.De eerste de beste vrouw, zeide paus Sixtus V, die haar man nooit reden heeft gegeven tot klagen, zal ik canoniseeren.198. Contrasten.198.Contrasten.Engelsche modekarikatuur van James Gillray, 1794.Het is bij vrouwen, die al eenigen tijd getrouwd zijn bijna regel, naar Michel de l’Hospital de schoone sexe verwijt, dat ze thuis en voor haar man zich heel weinig bekommeren om haar uiterlijk voorkomen. Bijna geen spoor van vrouwelijke ijdelheid is meer bij haar te ontdekken—zij verwaarloozen zichzelf. (Fig. 195). Dat is dan een teeken dat ze zich ook weinig meer bekommeren om haar man. Laat zulk een vrouw eens bezoek zijn te wachten of bezoek hebben af te leggen, een bal of andere feestelijkheid willen bijwonen—onmiddellijk keert de zorg voor het uiterlijk voorkomen terug, onmiddellijk is ze weer het ijdele pronkzieke wezentje van vroeger, dat geheel in het verzorgen van haar uiterlijk opgaat en alles doet wat in haar macht isom er goed uit te zien. De sieraden komen weer voor den dag, het kleed wordt met de meeste zorg gekozen, enz. enz. De reden daarvan? De bewondering van haar man is haar onverschillig geworden, streelt haar ijdelheid niet meer, maar de bewondering van anderen, van vreemden of bekenden, is nog streelend voor haar. Hoe ze zich thuis ook verwaarloost, waar vergelijking met andere te wachten staat, daar wil ze niet achterstaan, maar uitblinken en schitteren.199. Die oudjes.199.Die oudjes.—Met de oudjes valt toch ook nog wel op te schieten.—Ja, maar hoe.Uit „Wiener Caricaturen”.200. De verrassingen van de vlinderjacht.200.De verrassingen van de vlinderjacht.Teekening van Franz Muller.Als humoristen, die ernstig genomen willen worden, zoo over het huwelijk denken, dan is het geen wonder, dat de eigenlijke grappenmakers, als zij over deze interessantste aller menschelijke instellingen loskomen, het dikwijls gewoon-weg bar maken en een beeld geven van het huwelijk, dat de meest trouwlustigen zeker zou afschrikken, als de menschen in dit opzicht nog voor rede en redelijkheid, voor inkeer en beterschap, vatbaar waren. En de verstandige menschen—wier aantal naar met reden mag worden gevreesd altijd nog één minder bedraagt dan het laagst denkbare minimum dat dewijsgeeren plegen te stellen—moeten daarbij wel onwillekeurig de verzuchting slaken, dat het huwelijk toch wel een komische zaak moet zijn, dat de grappenmakers er zoo onnoemelijk veel grappen uit weten te halen.201. Rust na arbeid.201.Rust na arbeid.Engelsche prent van R. Newton, 1797.Dat lieve leventje begint al minstens bij Erasmus en Rabelais. De laatstgenoemde vertelt ons van zijn held Gargantua. Deze verloor zijn vrouw, toen ze beviel van Pantagruel. En om nu te laten uitkomen, dat Gargantua al net over het huwelijk dacht als andere getrouwde mannen, stelt hij het zoo voor, dat gezegde Gargantua in de verbouwereerdheid over die tegelijkertijd intredende positie van weduwnaar en vaderschap in de war raakte of hij voor zijn fatsoen nu bedroefd moest zijn over het verlies van zijn vrouw of verheugd over de geboorte van zijn zoon. Hij verloor zoo geheel en al zijn hoofd te midden van al die drukte dat hij zich vergiste en zich verblijdde over den dood van zijn vrouw en weeklaagde over de geboorte van zijn zoon.Onze tegenwoordige grappenmakers steken hunne geestigheden op het huwelijk niet meer in zoo’n dubbelzinnig kleed. En zij laten de gevoelens van teederheid, die de echtgenooten jegens elkander koesteren, ook niet pas aan het licht komen bij zulk een tragische gelegenheid als een bevalling die den man gelijkertijd tot vader en weduwnaar maakt. Zij laten de vaders, die op het punt staan schoonvader te worden, hun kroost, dat klaar staat den weg op te gaan van alle huwbaar vleesch, nog op het laatste oogenblik waarschuwingen toevoegen als deze: Mij dunkt, jelui moesten maar niet al te veel drukte maken niet jelui trouwen?—Waarom niet, vader?—Nou, na het trouwen zullen jullie spektakel genoeg hebben.En als de trouwlustige door iemand van ondervinding zoo is voorbereid, dan loopt hij alle kans even later een vriend te ontmoeten die het groote nieuws heeft vernomen en hem de hand drukt met de woorden: Kerel, dit is eenvan de gelukkigste dagen van je leven!—En als hij dan, in de meening dat de vriend zich in den datum vergist, zich haast de zaak recht te zetten met een: Ho wat, je bent nog wat te vroeg, ik trouw pas morgen,—dan krijgt hij wellicht dit hoopvolle antwoord: Pardon dat weet ik, en daarom juist is ’t vandaag een van de gelukkigste dagen van je leven.202. Simson van zijn kracht beroofd door Delila.202.Simson van zijn kracht beroofd door Delila.Uit de „Ritter vom Turn”, Bazel, 1493.Natuurlijk waardeert onze vriend het grappige in zulk een antwoord en beloont den grappenmaker met een vroolijken lach. Misschien stemt hij quasi met de opvatting, in de felicitatie van zijn vriend opgesloten, volkomen in en antwoordt hij hem met een kwinkslag die daar uitdrukking aan schijnt te geven. Maar in werkelijkheid dringt er niet het minste besef van de werkelijkheid die hem wacht door in zijn brein, beneveld als het is door den roes der aanstaande huwelijksvreugden. Van alle voor redelijke en gezonde redeneering ontoegankelijke menschen is een bruidegom wel de dikst-schedelige domoor, op wie al wat verstandig is afstuit als een aansporing tot waarheidsliefde op een diplomaat. Het moet zelfs wel gebeuren, dat zulk een benevelde bruidegom over zijn voorgenomen huwelijksstap met welmeenende vrienden die hem alsnog zoeken te weerhouden, gaat discusseeren en hen tracht tot zwijgen te brengen met wijzigheden als deze, dat volgens het algemeene zeggen een getrouwd man langer leeft dan een ongetrouwd man. Een argument, dat zelfs een middelmatig geestig grappenmaker kan pareeren met den tegenzet, dat het leven den getrouwde alleen maar langer voorkomt, omdat hij zich als regel zit te vervelen. Een bruidegom, die door meewarige vrienden bijna bewogen was de trouwerij tenminste nog wat uit te stellen, en alleen nog aarzelde omdat hij zich herinnerde eens gehoord te hebben dat het ongeluk aanbrengt als een huwelijk wordt uitgesteld, werd van dit noodlottig bijgeloof genezen door de verklaring, dat uitstel van trouwen geen ongeluk aanbrengt als je het maar lang genoeg uitstelt203. Psyche gelukkig.203.Psyche gelukkig.Naar de schilderij van Natoir, 18e eeuw.Maar zulke voor rede vatbare schepselen zijn er onder de ongetrouwden al heel weinig, onder de mannelijke bijna niet een en onder de vrouwelijke heelemaal geen. Naar het schijnt komt altijd de mannelijke helft van een getrouwd paar altijd het eerst tot bezinning en tot het inzicht van de dwaasheid, die er is begaan. Zoo komt het dan dat vrouwtje-lief, nog geheel en al in wittebroodsstemming, man-lief teeder vraagt: Wanneer heb je het eerst gemerkt dat je van me hield? en dan ten antwoord krijgt: Toen ik merkte dat ik kwaad werd als ze zeiden dat je een dom schaap was.—Zijn ten slotte beiden tot het besef gekomen van de droeve werkelijkheid, dan worden er over en weer bekentenissen gedaan als deze: Ik vond dat je er allerdwaast uitzag toen je mij ten huwelijk vroeg.—Toch kan ik er onmogelijk zoo dwaas hebben uitgezien, als ik in werkelijkheid was.Wil men weten, waarin dan toch al dat dwaze, zotte etc. van het huwelijk bestaat, dan kan men dat weer het duidelijkst geformuleerd vernemen van de grappenmakers, die zich niet ophouden met zwaar-op-de-handsche vertoogen, maar op smakelijke wijze toebereid en ook voor de zwakste magen licht-verteerbaar geestelijk voedsel verstrekken. Doen wij maar weer een greep.—Droeg hij zijn ongeluk als een man?—Ja, hij gaf van alles de schuld aan zijn vrouw.Dame tot zeekapitein: Aardig toch, dat haast alle schepen vrouwennamen hebben. Waarom zou dat toch wezen?—Ik denk, mevrouw, omdat het optuigen zooveel kost.In welke verbinding vroeg de professor in de scheikunde op het examen lost goud het snelst op?—In het huwelijk, antwoordde de voor zijn jaren en ondanks zijn geleerde studiën al bijzonder verstandige student.Zelfs, neen vooral uit kindermonden kan men kennis en begrip omtrent huwelijks-lief en -leed—vooral van het laatste—opdoen. Hoor maar: Kom hier, Jan, moeder en ik zijn het erover eens, dat je ’n flink pak slaag verdient.—Ja, dat is het eenige waarover u en moeder het altijd eens zijn. En dan dit stukje tafelkout tusschen moeder en achtjarig dochtertje, in het bijzijn van papa: Mama, de dame, die mij elken middag in het park brood laat geven aan de zwaantjes, is die niet even goed getrouwd als u?—Dat zal wel kind.—Maar waarom komt er dan nooit bij haar een officier op de bank zitten zooals bij u?204. Psyche troosteloos.204.Psyche troosteloos.Naar de schilderij van Natoir, 18e eeuw.Zijn, naar men ons wil doen gelooven, de verschrikkingen van den huwelijksstaat al zoo gruwelijk en bar, nog erger is het gesteld bij een tweede of nog verder huwelijk. Ongelukkig degene, zoo klinkt de plechtige waarschuwing reeds uit de grijze oudheid ons toe, bij monde van den dichter Eubulides,de leermeester van Demosthenes en zoo bekwaam, dat hij dezen de letter r kon leeren uitspreken—driewerf ongelukkig degene die voor de tweede maal trouwt. Dengeen die voor het eerst trouwt, treft geen verwijt. Hij weet nog niet waaraan hij zich blootstelt. Maar hij die voor de tweede maal een vrouw neemt, weet bij ondervinding welk een afschuwelijke plaag zulk een schepsel is. Dat wetende begeeft hij zich nogmaals in dezelfde ellende. Neen, voor zulk een dwaas zijn geen verzachtende omstandigheden te pleiten en hij heeft al wat hem onvermijdelijk overkomen zal volop verdiend.205. Levenslust.205.Levenslust.—Ik moet u ten strengste alle verkeer met uw man verbieden.—Hindert niet, dokter, ik heb ook nog een minnaar.Humoreske van Abel Faivre.Volgens Antonius de La Salle is een huwelijk met een vrouw, die al eenmaal gehuwd is geweest maar weduwe is geworden, het vreeselijkste, wat op huwelijksgebied den man overkomen kan. „Als een jong, onbedorven jonkman, een weduwe trouwt, dan is het met zijn geluk op aarde gedaan; zijn leven zal nog slechts een ondragelijke kwelling zijn, waaronder hij ten slotte zal bezwijken. De weduwe heeft bij haar eerste man de noodige ondervinding opgedaan om den tweede te drillen en van den eersten dag af zal haar eenig streven zijn haar man onder den duim te krijgen. Toegeeflijkheid maakt haar nog heerschzuchtiger, verzet staalt haar strijdlust en vuurt die aan—de arme jonge man moet zwichten of bezwijken—tegen haar taaie volharding, die den strijd nooit opgeeft, zal hij op den duur niet bestand zijn, te minder wijl zij reeds een leerschool doorloopen heeft en hij nog onnoozel en onwetend is.206. Radeloos.206.Radeloos.—…. Zonder werk en voor wat anders niet knap genoeg.Lefèvre in „Assiette au beurre”.Bij dezen stand van zaken schijnt het meer dan raadselachtig, dat er nog altijd dag aan dag huwelijken gesloten worden, evenals het raadselachtig schijnt dat niet alle huwelijken op een goeden dag maar kort en goed worden ontbonden. Maar, wat in het huwelijksgedoe het waarschijnlijkst lijkt, gebeurt juist andersom. Het huwelijkscijfer neemt eer toe dan af, en wat ontbinding van den huwelijksband betreft, doet zich nog het extra onbegrijpelijke verschijnsel voor, dat als een der partijen den weg opgaat van alle vleesch, de overblijvende weduwnaar of weduwe een groot vertoon maakt van rouw en diepe droefenis. Maar de grappenmakers zijn er dan weer als de kippen bij om in zulke gevallen de echtheid van die droefheid in verdenking te brengen. Zij herinneren dan oogenblikkelijk aan antwoorden als dat wat iemand kreeg die een troostelooze weduwe trachtte te troosten: Ach, zuchtte zij, alleen de hoop op een spoedig wederzien hiernamaals houdt mij in het leven.—En zij verwijzen naar wijze spreuken als deze: Wat menige weduwe het diepst betreurt is minder dat zij haar man verloor, dan dat ze hem telaat verloor. Of als deze: Hevig weenende weeuwtjes nemen het eerst een anderen man—nat weer is het best om over te planten. Of wie liever in dichtmaat geïnformeerd wil zijn, duwt men deze diepzinnige regelen van den ouden Lafontaine onder den neus:La perte d’un époux ne va point sans soupirs;On fait beaucoup de bruit, et puis on se console.Sur les ailes du Temps la tristesse s’envole;Le Temps ramène les plaisirs.Entre la veuve d’une annéeEt la veuve d’une journée,La difference est grande; on ne croirait jamaisQue ce fût la même personne;L’une fait fuir les gens et l’autre a mille attraits:Aux soupirs, vrais ou faux, celle-là s’abandonne;C’est toujours même note et pareil entretien;On dit: qu’on est inconsolable;On le dit, mais il n’en est rien.Maar, we hebben het over het huwelijk en niet over wat na het huwelijk gebeurt. Geven wij dus nog even het woord aan een paar meer philosophisch aangelegde grappenmakers.De gebroken waaier.De gebroken waaier.Galante plaat naar de schilderij van J. B. Huet (1775).„Ik wil wel eens wat van het huwelijk zeggen, aldus een Fransch schrijver der 18e eeuw, Ch. Rivière-Dufresny (in:Petit voyage dans le grand monde) maar het blijkt heel moeilijk dat te doen op een wijze die iedereen naar den zin is. Degenen, die in het huwelijk minder aangename ervaringen hebben opgedaan of er geen belang in stellen, zullen verrukt zijn als ik er een beetje den spot mee drijf, maar de wittebroods-echtgenoot zal me medelijdend ter zijde leggen en meewarig uitroepen: Och arme man, als je in mijn plaats was, zou je zulken onzin niet uitkramen. Houd ik een ernstig betoog over de narigheden van het huwelijksleven, dan beschuldigen alle trouwlustigen mij, dat het er mij om te doen is hun den eenigen hemel op aarde tegen te maken. Welken toon moet ik dan toch aanslaan, op welke manier moet ik over het huwelijk schrijven? Ik ben er verlegen mee.207. Strijksters-philosophie.207.Strijksters-philosophie.—Is het nu eerlijk, dat er zooveel verdiend wordt met het vuilmaken van dat chique ondergoed, en zoo weinig met het schoonmaken ervan?Henry Boutet in „Frou-Frou”Ik zal maar den stijl van een reisverhaal kiezen, en dan constateer ik om te beginnen, dat het huwelijk een land is dat alle andere landen bevolkt. De burgerij is er vruchtbaarder dan de adel; dat komt wellicht daar van daan, dat de groote heeren zich liever bij hun buren amuseeren dan thuis. Het huwelijk maakt iemand in den regel een ander mensch,—neen wacht nog even met uw bijval, huwelijksvereerders, ik bedoel dat zoo: het huwelijk maakt vaak van een vroolijk, geestig man een botterik, van een verliefde een beul, en zoo voort. Soms ziet men ook het omgekeerde, soms wordt eenbeul als hij trouwt een zachtmoedig schaap, en van een ezel weet een vrouw met wat geest bijna een dragelijk mensch te maken.208. Het bordeel ’t Schoon Maaiken te Brussel.208.Het bordeel ’t Schoon Maaiken te Brussel.Naar een 17e eeuwsche gravure.Waarom trouwen de menschen? Om verschillende redenen; de een uit hartstocht, de ander uit overleg en berekening; deze trouwt zonder te weten wat hij doet, gene omdat hij niet meer weet wat te doen. Dan zijn er ook heel wat mannen voor wien de trouwerij een afleiding en een verzetje is, zooveel als een geneesmiddel tegen de verveling; eerst houdt de keus van een vrouw ze bezig en schenkt ze wat afleiding; dan komen de bezoeken, de onderhandelingen, de feestelijkheden en de plechtigheden; maar na de laatste plechtigheid is de aardigheid er volkomen af en vervelen ze zich nog erger dan tevoren.Huwelijksland heeft nog dit eigenaardige dat de vreemdelingen er met alle geweld heen willen, terwijl de bewoners snakken de grens over te komen. Men kan er ook over de grens worden gezet—dat heet dan echtscheiding. Maar de natuurlijke weg om er uit te komen is het weduwschap. Bij de echtscheidingsverbanning uit het Huwelijksland krijgt gewoonlijk de vrouw de schuld, maar dikwijls is het de schuld van den man dat de vrouw schuld heeft, zoodat hij dan ook in zoo’n geval zeer terecht achter zijn rug nog uitgelachen wordt ook”.George Sand zegt (in:Jacques): Het huwelijk is, volgens mij, een der meest barbaarsche instellingen. Ik twijfel er niet aan, dat het zal worden afgeschaft, zoodra het menschdom een weinig verder gevorderd is op den weg van gerechtigheid en redelijkheid; en dat er voor in de plaats zal komen een band die menschelijker is en even sterk, zoodat er kinderen kunnen geboren worden zonder een menschenpaar voor het leven aan elkander vast te ketenen. Maar de mannen zijn nog te lomp en de vrouwen te laf om het juk af te werpen—voor een troep wezens, waarvan de eene helft gewetenloos en de andere helft karakterloos is, zijn nu eenmaal zware ketens noodig.En in hetzelfde werk legt ze Jacques de volgende woorden tot zijn geliefde in den mond:—Als we gaan trouwen zal men je een eed in den mond leggen, waarmee je zweert dat je nooit een ander zult liefhebben dan mij en dat je mij in alles gehoorzaam zult zijn. Het eene is een ongerijmdheid en het andere een laagheid.—Waarom moeten we dan trouwen?—Omdat de tirannie van de maatschappij ons geen anderen weg openlaat elkander te bezitten.Volgens sommigen heeft iedere vrouw, die een man het leven wil redden, daarvoor alleen maar ongetrouwd te blijven.209. Het eind der trouwlustigen—de huwelijkskuil.209.Het eind der trouwlustigen—de huwelijkskuil.Satire van Aubrey Beardsley.Alles bij elkaar genomen mogen wij het wel voor een uitgemaakte zaak houden, dat trouwen een zeer dom en onnoozel ding is en dat er maar een ding ter wereld nog dommer is, en dat is: ongetrouwd te blijven.
Het huwelijksgeluk is als een porceleinen vaas op den neus van een dronken mandarijn die niest—aldus een spreekwoord der Chineezen!
Het huwelijk is een zotternij die men met z’n tweeën begaat en met z’n drieën of meer moet boeten—zegt Shakespeare.
In den geest dezer uitspraken van een groot volk en een groot man gaat het maar door, alle tijden en alle literaturen door. Als de mannen over het huwelijk gaan spreken of schrijven dan hoort men niet anders dan wanhoopskreten.
Ik heb in mijn leven met drie groote plagen te kampen gehad, zegt Socrates: de spraakkunst, de armoede en een vrouw. De eerste ben ik te boven gekomen door studie en de tweede door gewoonte, maar het huwelijk heeft me tot dezen dag toe belet mij te bevrijden van de derde.
Het huwelijk, klaagt Philemon, is een gevangenis, waaraan niets moois is dan de poort door welke men naar binnen gaat.
Uit zulke klaagliederen, indien ze meer zijn dan dichterlijke ontboezemingen, blijkt vooral dit duidelijk: dat de vrouw de kunst verstaat haar rechten te handhaven. Een aanzienlijk percentage van al dat huwelijkswee bestaat uit teleurstelling en gekwetste majesteit van den man, die wel in theorie de vrouw tot een ondergeschikt minderwaardig wezen kan degradeeren, maar in de practijk maar al te vaak haar mindere blijkt.
Trouwlustige jongelui deden Socrates denken aan visschen die dartelen vóór het net van den visscherman. Men dringt en verdringt elkaar om er bij te komen, en de ongelukkigen die er in raken spannen zich vruchteloos in om er weer uit te komen.
Eigenaardig is bij dit alles, dat vrouwen zich lang niet zoo ongunstig over het huwelijk uitlaten, noch over de mannen, als de mannen dat doen over het huwelijk, of over de vrouwen, of over beide.
O vrouwen,—exclameert Philemon in een vertwijfeling, die geen hoogen dunk geeft van zijn tact in den omgang met vrouwen noch van zijn geluk bij de zwakke en schoone sexe,—het is beter u naar het graf te leiden dan naar het altaar. Zulk een koddig vertoon van sexueele wanhoop roept onwillekeurig de vos in herinnering, die de onbereikbare druiven te zuur vond.
185. De Huwelijks-barricade.185.De Huwelijks-barricade.Duitsche karikatuur. 1848.
185.De Huwelijks-barricade.
Duitsche karikatuur. 1848.
Pythagoras antwoordde degenen, die hem vroegen hoe hij zijn dochter ten huwelijk had kunnen geven aan een van zijn grootste vijanden: Ik was ervan overtuigd, dat ik hem met geen mogelijkheid beter kon treffen en hem meer verdriet kon aandoen en narigheden berokkenen, dan door hem te laten trouwen. Want iets ergers is er niet op de wereld.
186. De wederkeerige verleiding.186.De wederkeerige verleiding.Illustratie van Holbein voor Erasmus’ „Lof der Zotheid”, uitgave 1731.
186.De wederkeerige verleiding.
Illustratie van Holbein voor Erasmus’ „Lof der Zotheid”, uitgave 1731.
Van het huwelijk weet men alleen kwaad te zeggen. Een der tallooze beschuldigingen, die men het ten laste legt is deze, dat het huwelijk kort en goed liefde buitensluit. Op de vraag: Kan tusschen getrouwde menschen ware liefde bestaan? luidde in 1174 het antwoord van een minnehof, bij monde van de comtesse de Champagne gegeven, als volgt:
Wij verklaren en verzekeren, dat de ware liefde tusschen twee personen, die door het huwelijk verbonden zijn, niet tot haar recht kan komen. Want zij die minnen behooren elkander toe uit vrijen wil en om niet, uit eigen innerlijken aandrang, maar in het huwelijk is dat alles een verplichting, daar moet men, daar heeft men zich bij contract verbonden elkander niets te weigeren.
187. Betrapte ontrouw.187.Betrapte ontrouw.Meinst du nun hast du Platz, der Mann wird weit weg sein,Sieh hin aufs Bettlers Korb, in den kam er herein.Duitsche karikatuur op de ontrouwe vrouw.
187.Betrapte ontrouw.
Meinst du nun hast du Platz, der Mann wird weit weg sein,Sieh hin aufs Bettlers Korb, in den kam er herein.
Meinst du nun hast du Platz, der Mann wird weit weg sein,Sieh hin aufs Bettlers Korb, in den kam er herein.
Meinst du nun hast du Platz, der Mann wird weit weg sein,Sieh hin aufs Bettlers Korb, in den kam er herein.
Meinst du nun hast du Platz, der Mann wird weit weg sein,
Sieh hin aufs Bettlers Korb, in den kam er herein.
Duitsche karikatuur op de ontrouwe vrouw.
In zijn „Lof der Zotheid” verkondigt Erasmus de meening, dat in het huwelijk en bij alle verhoudingen tusschen man en vrouw de zotheid voorzit. „De zotheid zit voor bij het huwelijk. Het huwelijk, naar ge wellicht maar al te goed weet, is een verbintenis die alleen ontbonden kan worden door den dood. Groote Goden!…. wat zouden er weinig huwelijken worden gesloten, als de minnaar zoo verstandig was van tevoren eens na te gaan wat zijn schatje, dat zoo lief schijnt, zoo zacht, zoo onschuldig, eigenlijk voor een schepseltje is”. Maar, zoo ongeveer gaat Erasmus voort, men is te verblind en te zot om dat te doen en alleen door die zotheid komen er huwelijken en blijven de eenmaal gesloten huwelijken voor beiden een verbintenis voor het leven. „De Zotheid gaf Jupiter den volgenden raad: „Heer, geef den man een vrouw. De vrouw is een onhandelbaar en zot soort dier, ik geef het volmondig toe; maar ze lijkt zacht en lief en beminnelijk”. Jupiter deed aldus. Het is dus de Zotheid die mannen en vrouwen tot elkander heeft gebracht”.
188. Rival Beauties.188.Rival Beauties.Satire van Gibson op de geheime vijandschap tusschen de vrouwen.
188.Rival Beauties.
Satire van Gibson op de geheime vijandschap tusschen de vrouwen.
Mahieu, een Fransch dichter uit de 13e eeuw, meer bekend onder den naam Mathéolus le Bigame, heeft in een bijtend-sarcastisch gedicht van circa vijfhonderd regels met het huwelijk afgerekend. Gezegde dichter was tweemalen getrouwd geweest en hij betitelt zichzelf bij wijze van zelfkastijding voor zijn domheid met velerlei scheldnamen. Zijn eerste vrouw vergelijkt hij bij de Scylla, men begrijpt dus dat de tweede zijn Charybdus was. Het huwelijk zelf komt er natuurlijk niet genadiger af. Onder meer noemt hij het een vagevuur voor het zondige vleesch, een martelaarschap enz. Ten slotte verschijnt hem God de Heer en openbaart hem de goddelijke bedoelingen met het huwelijk: Om de zondaars (blijkbaar alleen de mannelijke!) te verbeteren was een enkel vagevuur niet voldoende, er moesten er meer zijn en het huwelijk is daar een van. En wie tweemaal gehuwd was, dienwacht in het paradijs dubbele heerlijkheid, als een die veel heeft geleden.
’s Nachts sluimert de liefde niet.’s Nachts sluimert de liefde niet.Duitsche kopergravure (Augsburg, 18de Eeuw).
’s Nachts sluimert de liefde niet.
Duitsche kopergravure (Augsburg, 18de Eeuw).
189. Ondoordachte praat.189.Ondoordachte praat.—Waarom nu toch zooveel geld verknoeien aan toiletartikelen. Dat helpt toch immers allemaal niemendal!—Heb je me dan wel eens gezien als ik ze nog niet had gebruikt?Hermann Schlittgen, in „Fliegende Blätter”.
189.Ondoordachte praat.
—Waarom nu toch zooveel geld verknoeien aan toiletartikelen. Dat helpt toch immers allemaal niemendal!
—Heb je me dan wel eens gezien als ik ze nog niet had gebruikt?
Hermann Schlittgen, in „Fliegende Blätter”.
De anonieme wijsheid der naamlooze menigte, neergelegd in spreuken en spreekwoorden, ziet het huwelijk en de vrouwen al precies zoo als de groote denkers ze zeggen te zien. De vrouwen hooren graag goeds vertellen van de vrouwen in ’t algemeen en kwaads van een vrouw in het bijzonder, vooral als die tot hare kennissen behoort …. Zegt men een vrouw dat ze een slecht karakter heeft, ze zal het spoedig kunnen vergeven en vergeten, maar zegt men haar, dat ze groote voeten heeft, ze vergeeft het nimmer …. Een vrouw geeft wel toe dat ze mooi is geweest, maar niet dat ze leelijk is …. Er groeit veel onkruid in vrouwenschoenen …. Alle meisjes zijn lief en goed—maar waar komen dan toch al die kwade wijven vandaan?…. Een vrouw kan niet dulden dat een ander kwaad spreekt van haar man, dat kan ze zelf wel af …. Even pessimistisch is dit soort volkswijsheid in haar uitspraken omtrent het huwelijk en dat men daarbij ook zin heeft voor geestigheidblijkt uit volgende proeven: Dat het huwelijksleven veel aangename zijden heeft, wie zal het ontkennen? hoogstens een getrouwd man …. Hoe verbaasd zijn vele mannen en vele vrouwen over de domheid van hun wederhelft, die ze zichzelven hebben uitgezocht …. Als een man en een vrouw trouwen gaan eindigt hun roman en begint hun geschiedenis …. Het eenige verschil dat er vaak bestaat tusschen onwettig en wettig samenleven is, dat in het eerste geval de man de vrouw heeft genomen zonder zich te bekommeren om de bruidsgift en in het tweede geval de man de bruidschat in ontvangst heeft genomen zonder zich te bekommeren om de vrouw ….
190. De zotheid bezegelt het echtverbond.190.De zotheid bezegelt het echtverbond.Titelplaat der Nederlandsche uitgave van het „Satyrikon”, 1683.
190.De zotheid bezegelt het echtverbond.
Titelplaat der Nederlandsche uitgave van het „Satyrikon”, 1683.
Volgens de Beaumarchais is het huwelijk van alle kluchten de ernstigste; het kan echter ook zijn dat hij het zoo gezegd heeft: het huwelijk is van alle ernstige dingen het zotste. Mademoiselle de Sommerey is een der weinige schrijfsters die het opneemt voor de andere sexe. Zij beweert ergens: Vele mannen bedriegen hun vrouwen, maar bijna alle vrouwen bedriegen haar mannen en het ergst doen het de zoogenaamd onnoozelen. En elders verklaart zij: heel weinig vrouwen houden van haar man, doch er zijn maar weinig mannen die niet gehecht zijn aan hun vrouw.
Er zijn ook denkers en schrijvers geweest, die de reden van dezen eigenaardigen stand van zaken hebben trachten op te sporen en die ons de vruchtenvan hun zoeken gelukkig niet hebben onthouden. Louis Desnoyers vond deze oorzaak: Dat een man geen liefde meer vindt bij zijn vrouw heeft hij dikwijls alleen hieraan te danken dat hij haar man is; was hij nog alleen maar haar aanbidder, zij zou hem aanbidden. Blondel beweert: Wie zijn geliefde trouwt verandert goeden wijn in zure azijn. Adrien Dupuy komt tot deze conclusie: Lui die elkaar het vurigst bemind hebben voor hun trouwen, zijn het onverschilligst voor elkaar in het huwelijk. En weer een ander leeraart: Het huwelijk is een roman tot op de dag dat men het boek opent—de voorrede is gewoonlijk heel amusant, maar ze is altijd kort en belooft veel te veel. Behalve om geld, verklaart Romainville, wordt er ook veel getrouwd uit verveling en dat zijn in den regel nog de kwaadste huwelijken niet.
Hoe komt men er dan toch toe te trouwen, als het met het huwelijk zoo’n misère is? En wat is het dan toch voor booze geest die al die huwelijken maakt zoo als ze zijn? Ook op deze zeer redelijke vragen krijgen wij vele, en zeer scherpzinnige antwoorden, die echter het gebruikelijke gebrek hebben, dat ze ons niet veel wijzer maken. Zoo vernemen wij van P. L. Stahl: Men preekt de jongelui aanhoudend voor dat ze inzake het huwelijk hun verstand moeten gebruiken, maar als ze hun verstand gebruikten zouden ze dan trouwen? Men kiest zich geen man of vrouw, men treft elkander—drie kwart van alle huwelijken komen op rekening van het toeval.
191. Op de mannenvangst.191.Op de mannenvangst.Duitsche spotprent van Hans Holbein, 16e eeuw.
191.Op de mannenvangst.
Duitsche spotprent van Hans Holbein, 16e eeuw.
Iets verder komen wij met het antwoord van Petit-Senn, tenminste wat de vrouw betreft. Deze, zegt hij, is het alleen te doen om wat meer vrijheid; zij haakt naar den huwelijksband, in de hoop dat die haar bevrijden zal van de menigte banden, die haar als vrij meisje binden. Met andere woorden, de vrouwen binden zich om vrij te zijn, en om te kunnen doen wat zij willenverbinden zij zich tot onderwerping.
Is het dan wonder, dat bij zulk een paradoxaal uitgangspunt het zaakje moet tegenloopen en dat het heele huwelijk volgens het woord van Commerson dikwijls niet anders is dan een onwelluidend koor van tweestemmig gekijf overdag en tweestemmig gesnork des nachts?
192. Fatsoen.192.Fatsoen.—Hij moet natuurlijk wachten …. tot ik tenminste mijn kousen aan heb.M. Dumont, 1897.
192.Fatsoen.
—Hij moet natuurlijk wachten …. tot ik tenminste mijn kousen aan heb.
M. Dumont, 1897.
Weer een stapje nader tot wat helderder inzicht in deze dingen komen wij met deze uitspraak van Sharon Turner: Voor iedere vrouw is het woord echtgenoot synoniem met vijand, tiran, dwingeland, en zij behandelt haar man dienovereenkomstig. Als dit waar is, dan heeft ook Jousky gelijk, als hij zegt, dat de grootste fout van het meerendeel der mannen jegens hun vrouw deze is, dat zij haar hebben getrouwd.
193. De welvoldane.193.De welvoldane.—Waar gaat u nu heen?—Naar huis, slapen.—Geluksvogel!Satire van Abel Faivre.
193.De welvoldane.
—Waar gaat u nu heen?—Naar huis, slapen.—Geluksvogel!
Satire van Abel Faivre.
Er zijn weinig vrouwen zoo volmaakt, dat zij haar man niet minstens eenmaal per dag reden geven zich te beklagen, dat hij getrouwd is en vrijgezellen te benijden. Aldus La Bruyère, die elders deze ontboezeming slaakt: Ik begrijp niet hoe een man, die zich laat beheerschen door zijn humeur, die niet de minste moeite doet om zijn gebreken te verbergen, die gierig is, zijn uiterlijk verwaarloost, niet van toegeeflijkheid weet, hatelijk is, ongezellig, koud, stroef en stom, hoe zoo’n man denkt,dat zijn jonge vrouw bestand zal zijn tegen de ondernemingen van een vurigen minnaar, die tegen haar te velde trekt met al wat een vrouwenhart en een vrouwenoog kan bekoren—uiterlijk schoon, sierlijken dos, vriendelijkheid, wellevendheid en vleierij!
194. Amor als koopwaar.Photo Brogi.194.Amor als koopwaar.Fresco van een onbekenden meester,Museo Nazionale, Napels.
Photo Brogi.
194.Amor als koopwaar.
Fresco van een onbekenden meester,Museo Nazionale, Napels.
Een en ander waarmee een verstandig mensch zijn voordeel kan doen, zit er ook in de volgende overweging. Er zijn op de wereld enkel maar getrouwde lieden en ongetrouwde. De eersten zijn ten opzichte van de tweeden in het defensief, want zij hebben een vrouw te verdedigen; de ongetrouwden niets hebbende te verliezen, zijn ten opzichte van de getrouwden altijd in het offensief. De getrouwde lieden vormen een afzonderlijke kaste, die men de maatschappij noemt waartoe men alleen toegang krijgt door te trouwen. De ongetrouwden vormen niets, dan alleen maar de wereld der vrijgezellen. De vrijgezellen hebben vrijen toegang bij de getrouwden, maar de getrouwden hebben geen vrijen toegang bij de vrijgezellen—deze zijn dus wel vrijer, heeten waarschijnlijk daarom juist vrijgezellen. Welke fatsoenlijke vrouw gaat op bezoek bij een vrijgezel? Maar er is meer. De getrouwden worden aangemerkt als serieuze menschen, de vrijgezellen daarentegen verdenkt menvan alle mogelijke lichtzinnigheden. Er is geen instelling die zoo bespot wordt en toch zoo in eere is als het huwelijk. Het is een heilige instelling! roept de gehuwde, en hij heeft ergens in de stad in een stille straat zijn maîtresse. Alle nette menschen trouwen te eeniger tijd en alle menschen drijven den spot met het huwelijk, zoowel de getrouwden als de vrijgezellen. Volgens sommigen is het met het huwelijk als met het leger: niemand is er van vrijgesteld, maar geen sterveling hoeft er zijn leven in te slijten. Men wil elkaar grondig leeren kennen vóór het huwelijk; dat blijkt ondoenlijk, men geeft het op, en hoopt elkaar grondig te leeren kennen nà het huwelijk; ook dat blijkt onmogelijk—de een heeft voor den ander geheimen, houdt dit verborgen, verzwijgt dat ….. en de wereld vervolgt haar loop. Resumé: het is goed te trouwen en het is wijs er niet aan te beginnen.
195. De huisvrouw.195.De huisvrouw.Zoo kleedt ze zich voor haar man.
195.De huisvrouw.
Zoo kleedt ze zich voor haar man.
en zoo, als er visite komt.en zoo, als er visite komt.Th. Th. Heine, in „Simplizissimus”.
en zoo, als er visite komt.
Th. Th. Heine, in „Simplizissimus”.
Er zijn toch ook nog vrouwen, die niet zoo heel erg met het huwelijk zijn ingenomen. Lady Blessington oordeelt er over als volgt: Hoeveel lieden ontmoet men niet elken dag, die wel vereenigd leven naar het lichaam, maar hopeloos gescheiden naar den geest! Welk een monsterachtige vereeniging is dat dan niet, en hoezeer zijn degenen, die zoo zijn verbonden, te beklagen. In vroeger tijd bond men een vermoorde wel vast aan zijn moordenaar. Maar dat was minder wreedaardig, alleen hierom reeds, wijl er slechts één was, die deze duivelachtige kwelling had te verduren, terwijl in het huwelijk er twee hetzelfde lijden hebben te dragen.
Het is een zeer zeldzaam verschijnsel, zegt Mademoiselle de Sommery, een vrouw, die werkelijk het geluk uitmaakt van haarman. Weinig vrouwen houden van haar man, en de meeste mannen hebben te veel dingen aan het hoofd om zich veel te bekommeren om hun vrouw.
De vrouwen, meent Madame Romieu, vinden maar heel zelden haar geluk in het huwelijk en elders haar geluk te zoeken is haar verboden. Het huwelijk zet haar tusschen twee of meer afgronden.
196. Het vreedzame echtpaar.196.Het vreedzame echtpaar.Illustratie van Holbein voor Erasmus „Lof der Zotheid”, uitgave 1731.
196.Het vreedzame echtpaar.
Illustratie van Holbein voor Erasmus „Lof der Zotheid”, uitgave 1731.
„De eeuwen door, zegt Madame de Casamajor (in:Pathologie du Mariage) is het huwelijk het onderwerp en het thema geweest van tallooze sprookjes, novellen, vertellingen, romans, van kluchten, blijspelen, drama’s en zelfs van wijsgeerige verhandelingen. Van dat alles zou men een heele bibliotheek kunnen vormen. En de stekelige opmerkingen en schimpscheuten, de aphorismen en paradoxen, die tegen het huwelijk zijn uitgedacht, vormen een arsenaal vol projectielen.
En dat huwelijk, zoo aanhoudend van alle kanten aangevallen, staat nog altijd ongeschokt overeind. Dat bewijst de levenskracht van die instelling. Maar die onophoudelijke aanvallen bewijzen ook, dat het geen volmaakte instelling is.
En op welke gronden, om welke redenen valt men het huwelijk zoo aan? Om tallooze redenen. Een daarvan is deze: De vrouw is den man gehoorzaamheid schuldig. Waarom?
De soldaat gehoorzaamt den korporaal, de korporaal den sergeant, de sergeant den officier, en zoo voort, wijl ieder in den hoogeren graad een aannemelijke reden vindt voor zijn gehoorzaamheid.
De klerk gehoorzaamt den chef, omdat deze een functie bekleedt, die grooter bekwaamheid veronderstelt.
De leerling gehoorzaamt den onderwijzer, omdat de onderwijzer weet wat den leerling onbekend is.
De zoon gehoorzaamt den vader, om gelijksoortige redenen.
Maar waarom moet de vrouw den man gehoorzaam zijn? Is zij bij gevalde mindere in rang, en hij de meerdere? Heeft hij bekwaamheden, die zij niet bezit? Weet hij meer dan zij? Staat hij in een of ander opzicht boven haar?
En nog iets. Iedere soldaat kan korporaal, sergeant enz. worden. Een klerk kan opklimmen tot chef, de leerling wordt zelf meester, en de zoon wordt op zijn beurt vader. Niets belet hem, die eerst gehoorzaamd heeft, naderhand zelf te bevelen. Maar de vrouw kan nooit een hoogeren rang bereiken. Zij moet altijd blijven gehoorzamen.
197. Liefde te Parijs.197.Liefde te Parijs.—Dat is misbruik van vertrouwen!Satire van J. L. Forain.
197.Liefde te Parijs.
—Dat is misbruik van vertrouwen!
Satire van J. L. Forain.
Waarom? Er is daarvoor maar één reden te geven: de man is de sterkste en hij heeft de wetten gemaakt.
De vrouw wordt voor haar gehoorzaamheid beloond met bescherming door haar man … naar letter en geest van de wet. Maar in onzen beschaafden tijd wordt de vrouw nog maar door één enkele geslagen en dat is door haar wettelijken beschermer!….”
Voor een goed huwelijk, meent Alphonse le Sage, moet de man stom zijn en de vrouw blind. Huwelijken, zoo zucht weer een ander, worden in den hemel gesloten, dat is mogelijk, maar dat bewijst dan alleen, dat men ook in den hemel knoeien kan en vlug maar slecht weet te werken. Christus is voor zijn kerk maar eenmaal gestorven, maar wij getrouwde mannen doen het elken dag weer voor onze vrouwen.
Zoekt ge een vrouw? vraagt Thomas Morus. Dan zijt ge in den toestand van iemand, die een greep moet doen in een zak met slangen, waaronder zich één aal bevindt. Wilt ge den greep wagen? Zeker, het is niet onmogelijkdat ge de aal te pakken krijgt, maar ge begrijpt dat ge honderd-, ja duizendmaal zult misgrijpen en telkens uw hand terugtrekken met een nieuwe wonde.
De geheimzinnige schommel.De geheimzinnige schommel.Gravure van Vidal, naar de schilderij van Nic. Lavreince, 1737–1807.
De geheimzinnige schommel.
Gravure van Vidal, naar de schilderij van Nic. Lavreince, 1737–1807.
De eerste de beste vrouw, zeide paus Sixtus V, die haar man nooit reden heeft gegeven tot klagen, zal ik canoniseeren.
198. Contrasten.198.Contrasten.Engelsche modekarikatuur van James Gillray, 1794.
198.Contrasten.
Engelsche modekarikatuur van James Gillray, 1794.
Het is bij vrouwen, die al eenigen tijd getrouwd zijn bijna regel, naar Michel de l’Hospital de schoone sexe verwijt, dat ze thuis en voor haar man zich heel weinig bekommeren om haar uiterlijk voorkomen. Bijna geen spoor van vrouwelijke ijdelheid is meer bij haar te ontdekken—zij verwaarloozen zichzelf. (Fig. 195). Dat is dan een teeken dat ze zich ook weinig meer bekommeren om haar man. Laat zulk een vrouw eens bezoek zijn te wachten of bezoek hebben af te leggen, een bal of andere feestelijkheid willen bijwonen—onmiddellijk keert de zorg voor het uiterlijk voorkomen terug, onmiddellijk is ze weer het ijdele pronkzieke wezentje van vroeger, dat geheel in het verzorgen van haar uiterlijk opgaat en alles doet wat in haar macht isom er goed uit te zien. De sieraden komen weer voor den dag, het kleed wordt met de meeste zorg gekozen, enz. enz. De reden daarvan? De bewondering van haar man is haar onverschillig geworden, streelt haar ijdelheid niet meer, maar de bewondering van anderen, van vreemden of bekenden, is nog streelend voor haar. Hoe ze zich thuis ook verwaarloost, waar vergelijking met andere te wachten staat, daar wil ze niet achterstaan, maar uitblinken en schitteren.
199. Die oudjes.199.Die oudjes.—Met de oudjes valt toch ook nog wel op te schieten.—Ja, maar hoe.Uit „Wiener Caricaturen”.
199.Die oudjes.
—Met de oudjes valt toch ook nog wel op te schieten.
—Ja, maar hoe.
Uit „Wiener Caricaturen”.
200. De verrassingen van de vlinderjacht.200.De verrassingen van de vlinderjacht.Teekening van Franz Muller.
200.De verrassingen van de vlinderjacht.
Teekening van Franz Muller.
Als humoristen, die ernstig genomen willen worden, zoo over het huwelijk denken, dan is het geen wonder, dat de eigenlijke grappenmakers, als zij over deze interessantste aller menschelijke instellingen loskomen, het dikwijls gewoon-weg bar maken en een beeld geven van het huwelijk, dat de meest trouwlustigen zeker zou afschrikken, als de menschen in dit opzicht nog voor rede en redelijkheid, voor inkeer en beterschap, vatbaar waren. En de verstandige menschen—wier aantal naar met reden mag worden gevreesd altijd nog één minder bedraagt dan het laagst denkbare minimum dat dewijsgeeren plegen te stellen—moeten daarbij wel onwillekeurig de verzuchting slaken, dat het huwelijk toch wel een komische zaak moet zijn, dat de grappenmakers er zoo onnoemelijk veel grappen uit weten te halen.
201. Rust na arbeid.201.Rust na arbeid.Engelsche prent van R. Newton, 1797.
201.Rust na arbeid.
Engelsche prent van R. Newton, 1797.
Dat lieve leventje begint al minstens bij Erasmus en Rabelais. De laatstgenoemde vertelt ons van zijn held Gargantua. Deze verloor zijn vrouw, toen ze beviel van Pantagruel. En om nu te laten uitkomen, dat Gargantua al net over het huwelijk dacht als andere getrouwde mannen, stelt hij het zoo voor, dat gezegde Gargantua in de verbouwereerdheid over die tegelijkertijd intredende positie van weduwnaar en vaderschap in de war raakte of hij voor zijn fatsoen nu bedroefd moest zijn over het verlies van zijn vrouw of verheugd over de geboorte van zijn zoon. Hij verloor zoo geheel en al zijn hoofd te midden van al die drukte dat hij zich vergiste en zich verblijdde over den dood van zijn vrouw en weeklaagde over de geboorte van zijn zoon.
Onze tegenwoordige grappenmakers steken hunne geestigheden op het huwelijk niet meer in zoo’n dubbelzinnig kleed. En zij laten de gevoelens van teederheid, die de echtgenooten jegens elkander koesteren, ook niet pas aan het licht komen bij zulk een tragische gelegenheid als een bevalling die den man gelijkertijd tot vader en weduwnaar maakt. Zij laten de vaders, die op het punt staan schoonvader te worden, hun kroost, dat klaar staat den weg op te gaan van alle huwbaar vleesch, nog op het laatste oogenblik waarschuwingen toevoegen als deze: Mij dunkt, jelui moesten maar niet al te veel drukte maken niet jelui trouwen?—Waarom niet, vader?—Nou, na het trouwen zullen jullie spektakel genoeg hebben.
En als de trouwlustige door iemand van ondervinding zoo is voorbereid, dan loopt hij alle kans even later een vriend te ontmoeten die het groote nieuws heeft vernomen en hem de hand drukt met de woorden: Kerel, dit is eenvan de gelukkigste dagen van je leven!—En als hij dan, in de meening dat de vriend zich in den datum vergist, zich haast de zaak recht te zetten met een: Ho wat, je bent nog wat te vroeg, ik trouw pas morgen,—dan krijgt hij wellicht dit hoopvolle antwoord: Pardon dat weet ik, en daarom juist is ’t vandaag een van de gelukkigste dagen van je leven.
202. Simson van zijn kracht beroofd door Delila.202.Simson van zijn kracht beroofd door Delila.Uit de „Ritter vom Turn”, Bazel, 1493.
202.Simson van zijn kracht beroofd door Delila.
Uit de „Ritter vom Turn”, Bazel, 1493.
Natuurlijk waardeert onze vriend het grappige in zulk een antwoord en beloont den grappenmaker met een vroolijken lach. Misschien stemt hij quasi met de opvatting, in de felicitatie van zijn vriend opgesloten, volkomen in en antwoordt hij hem met een kwinkslag die daar uitdrukking aan schijnt te geven. Maar in werkelijkheid dringt er niet het minste besef van de werkelijkheid die hem wacht door in zijn brein, beneveld als het is door den roes der aanstaande huwelijksvreugden. Van alle voor redelijke en gezonde redeneering ontoegankelijke menschen is een bruidegom wel de dikst-schedelige domoor, op wie al wat verstandig is afstuit als een aansporing tot waarheidsliefde op een diplomaat. Het moet zelfs wel gebeuren, dat zulk een benevelde bruidegom over zijn voorgenomen huwelijksstap met welmeenende vrienden die hem alsnog zoeken te weerhouden, gaat discusseeren en hen tracht tot zwijgen te brengen met wijzigheden als deze, dat volgens het algemeene zeggen een getrouwd man langer leeft dan een ongetrouwd man. Een argument, dat zelfs een middelmatig geestig grappenmaker kan pareeren met den tegenzet, dat het leven den getrouwde alleen maar langer voorkomt, omdat hij zich als regel zit te vervelen. Een bruidegom, die door meewarige vrienden bijna bewogen was de trouwerij tenminste nog wat uit te stellen, en alleen nog aarzelde omdat hij zich herinnerde eens gehoord te hebben dat het ongeluk aanbrengt als een huwelijk wordt uitgesteld, werd van dit noodlottig bijgeloof genezen door de verklaring, dat uitstel van trouwen geen ongeluk aanbrengt als je het maar lang genoeg uitstelt
203. Psyche gelukkig.203.Psyche gelukkig.Naar de schilderij van Natoir, 18e eeuw.
203.Psyche gelukkig.
Naar de schilderij van Natoir, 18e eeuw.
Maar zulke voor rede vatbare schepselen zijn er onder de ongetrouwden al heel weinig, onder de mannelijke bijna niet een en onder de vrouwelijke heelemaal geen. Naar het schijnt komt altijd de mannelijke helft van een getrouwd paar altijd het eerst tot bezinning en tot het inzicht van de dwaasheid, die er is begaan. Zoo komt het dan dat vrouwtje-lief, nog geheel en al in wittebroodsstemming, man-lief teeder vraagt: Wanneer heb je het eerst gemerkt dat je van me hield? en dan ten antwoord krijgt: Toen ik merkte dat ik kwaad werd als ze zeiden dat je een dom schaap was.—Zijn ten slotte beiden tot het besef gekomen van de droeve werkelijkheid, dan worden er over en weer bekentenissen gedaan als deze: Ik vond dat je er allerdwaast uitzag toen je mij ten huwelijk vroeg.—Toch kan ik er onmogelijk zoo dwaas hebben uitgezien, als ik in werkelijkheid was.
Wil men weten, waarin dan toch al dat dwaze, zotte etc. van het huwelijk bestaat, dan kan men dat weer het duidelijkst geformuleerd vernemen van de grappenmakers, die zich niet ophouden met zwaar-op-de-handsche vertoogen, maar op smakelijke wijze toebereid en ook voor de zwakste magen licht-verteerbaar geestelijk voedsel verstrekken. Doen wij maar weer een greep.
—Droeg hij zijn ongeluk als een man?—Ja, hij gaf van alles de schuld aan zijn vrouw.
Dame tot zeekapitein: Aardig toch, dat haast alle schepen vrouwennamen hebben. Waarom zou dat toch wezen?—Ik denk, mevrouw, omdat het optuigen zooveel kost.
In welke verbinding vroeg de professor in de scheikunde op het examen lost goud het snelst op?—In het huwelijk, antwoordde de voor zijn jaren en ondanks zijn geleerde studiën al bijzonder verstandige student.
Zelfs, neen vooral uit kindermonden kan men kennis en begrip omtrent huwelijks-lief en -leed—vooral van het laatste—opdoen. Hoor maar: Kom hier, Jan, moeder en ik zijn het erover eens, dat je ’n flink pak slaag verdient.—Ja, dat is het eenige waarover u en moeder het altijd eens zijn. En dan dit stukje tafelkout tusschen moeder en achtjarig dochtertje, in het bijzijn van papa: Mama, de dame, die mij elken middag in het park brood laat geven aan de zwaantjes, is die niet even goed getrouwd als u?—Dat zal wel kind.—Maar waarom komt er dan nooit bij haar een officier op de bank zitten zooals bij u?
204. Psyche troosteloos.204.Psyche troosteloos.Naar de schilderij van Natoir, 18e eeuw.
204.Psyche troosteloos.
Naar de schilderij van Natoir, 18e eeuw.
Zijn, naar men ons wil doen gelooven, de verschrikkingen van den huwelijksstaat al zoo gruwelijk en bar, nog erger is het gesteld bij een tweede of nog verder huwelijk. Ongelukkig degene, zoo klinkt de plechtige waarschuwing reeds uit de grijze oudheid ons toe, bij monde van den dichter Eubulides,de leermeester van Demosthenes en zoo bekwaam, dat hij dezen de letter r kon leeren uitspreken—driewerf ongelukkig degene die voor de tweede maal trouwt. Dengeen die voor het eerst trouwt, treft geen verwijt. Hij weet nog niet waaraan hij zich blootstelt. Maar hij die voor de tweede maal een vrouw neemt, weet bij ondervinding welk een afschuwelijke plaag zulk een schepsel is. Dat wetende begeeft hij zich nogmaals in dezelfde ellende. Neen, voor zulk een dwaas zijn geen verzachtende omstandigheden te pleiten en hij heeft al wat hem onvermijdelijk overkomen zal volop verdiend.
205. Levenslust.205.Levenslust.—Ik moet u ten strengste alle verkeer met uw man verbieden.—Hindert niet, dokter, ik heb ook nog een minnaar.Humoreske van Abel Faivre.
205.Levenslust.
—Ik moet u ten strengste alle verkeer met uw man verbieden.
—Hindert niet, dokter, ik heb ook nog een minnaar.
Humoreske van Abel Faivre.
Volgens Antonius de La Salle is een huwelijk met een vrouw, die al eenmaal gehuwd is geweest maar weduwe is geworden, het vreeselijkste, wat op huwelijksgebied den man overkomen kan. „Als een jong, onbedorven jonkman, een weduwe trouwt, dan is het met zijn geluk op aarde gedaan; zijn leven zal nog slechts een ondragelijke kwelling zijn, waaronder hij ten slotte zal bezwijken. De weduwe heeft bij haar eerste man de noodige ondervinding opgedaan om den tweede te drillen en van den eersten dag af zal haar eenig streven zijn haar man onder den duim te krijgen. Toegeeflijkheid maakt haar nog heerschzuchtiger, verzet staalt haar strijdlust en vuurt die aan—de arme jonge man moet zwichten of bezwijken—tegen haar taaie volharding, die den strijd nooit opgeeft, zal hij op den duur niet bestand zijn, te minder wijl zij reeds een leerschool doorloopen heeft en hij nog onnoozel en onwetend is.
206. Radeloos.206.Radeloos.—…. Zonder werk en voor wat anders niet knap genoeg.Lefèvre in „Assiette au beurre”.
206.Radeloos.
—…. Zonder werk en voor wat anders niet knap genoeg.
Lefèvre in „Assiette au beurre”.
Bij dezen stand van zaken schijnt het meer dan raadselachtig, dat er nog altijd dag aan dag huwelijken gesloten worden, evenals het raadselachtig schijnt dat niet alle huwelijken op een goeden dag maar kort en goed worden ontbonden. Maar, wat in het huwelijksgedoe het waarschijnlijkst lijkt, gebeurt juist andersom. Het huwelijkscijfer neemt eer toe dan af, en wat ontbinding van den huwelijksband betreft, doet zich nog het extra onbegrijpelijke verschijnsel voor, dat als een der partijen den weg opgaat van alle vleesch, de overblijvende weduwnaar of weduwe een groot vertoon maakt van rouw en diepe droefenis. Maar de grappenmakers zijn er dan weer als de kippen bij om in zulke gevallen de echtheid van die droefheid in verdenking te brengen. Zij herinneren dan oogenblikkelijk aan antwoorden als dat wat iemand kreeg die een troostelooze weduwe trachtte te troosten: Ach, zuchtte zij, alleen de hoop op een spoedig wederzien hiernamaals houdt mij in het leven.—En zij verwijzen naar wijze spreuken als deze: Wat menige weduwe het diepst betreurt is minder dat zij haar man verloor, dan dat ze hem telaat verloor. Of als deze: Hevig weenende weeuwtjes nemen het eerst een anderen man—nat weer is het best om over te planten. Of wie liever in dichtmaat geïnformeerd wil zijn, duwt men deze diepzinnige regelen van den ouden Lafontaine onder den neus:
La perte d’un époux ne va point sans soupirs;On fait beaucoup de bruit, et puis on se console.Sur les ailes du Temps la tristesse s’envole;Le Temps ramène les plaisirs.Entre la veuve d’une annéeEt la veuve d’une journée,La difference est grande; on ne croirait jamaisQue ce fût la même personne;L’une fait fuir les gens et l’autre a mille attraits:Aux soupirs, vrais ou faux, celle-là s’abandonne;C’est toujours même note et pareil entretien;On dit: qu’on est inconsolable;On le dit, mais il n’en est rien.
La perte d’un époux ne va point sans soupirs;
On fait beaucoup de bruit, et puis on se console.
Sur les ailes du Temps la tristesse s’envole;
Le Temps ramène les plaisirs.
Entre la veuve d’une année
Et la veuve d’une journée,
La difference est grande; on ne croirait jamais
Que ce fût la même personne;
L’une fait fuir les gens et l’autre a mille attraits:
Aux soupirs, vrais ou faux, celle-là s’abandonne;
C’est toujours même note et pareil entretien;
On dit: qu’on est inconsolable;
On le dit, mais il n’en est rien.
Maar, we hebben het over het huwelijk en niet over wat na het huwelijk gebeurt. Geven wij dus nog even het woord aan een paar meer philosophisch aangelegde grappenmakers.
De gebroken waaier.De gebroken waaier.Galante plaat naar de schilderij van J. B. Huet (1775).
De gebroken waaier.
Galante plaat naar de schilderij van J. B. Huet (1775).
„Ik wil wel eens wat van het huwelijk zeggen, aldus een Fransch schrijver der 18e eeuw, Ch. Rivière-Dufresny (in:Petit voyage dans le grand monde) maar het blijkt heel moeilijk dat te doen op een wijze die iedereen naar den zin is. Degenen, die in het huwelijk minder aangename ervaringen hebben opgedaan of er geen belang in stellen, zullen verrukt zijn als ik er een beetje den spot mee drijf, maar de wittebroods-echtgenoot zal me medelijdend ter zijde leggen en meewarig uitroepen: Och arme man, als je in mijn plaats was, zou je zulken onzin niet uitkramen. Houd ik een ernstig betoog over de narigheden van het huwelijksleven, dan beschuldigen alle trouwlustigen mij, dat het er mij om te doen is hun den eenigen hemel op aarde tegen te maken. Welken toon moet ik dan toch aanslaan, op welke manier moet ik over het huwelijk schrijven? Ik ben er verlegen mee.
207. Strijksters-philosophie.207.Strijksters-philosophie.—Is het nu eerlijk, dat er zooveel verdiend wordt met het vuilmaken van dat chique ondergoed, en zoo weinig met het schoonmaken ervan?Henry Boutet in „Frou-Frou”
207.Strijksters-philosophie.
—Is het nu eerlijk, dat er zooveel verdiend wordt met het vuilmaken van dat chique ondergoed, en zoo weinig met het schoonmaken ervan?
Henry Boutet in „Frou-Frou”
Ik zal maar den stijl van een reisverhaal kiezen, en dan constateer ik om te beginnen, dat het huwelijk een land is dat alle andere landen bevolkt. De burgerij is er vruchtbaarder dan de adel; dat komt wellicht daar van daan, dat de groote heeren zich liever bij hun buren amuseeren dan thuis. Het huwelijk maakt iemand in den regel een ander mensch,—neen wacht nog even met uw bijval, huwelijksvereerders, ik bedoel dat zoo: het huwelijk maakt vaak van een vroolijk, geestig man een botterik, van een verliefde een beul, en zoo voort. Soms ziet men ook het omgekeerde, soms wordt eenbeul als hij trouwt een zachtmoedig schaap, en van een ezel weet een vrouw met wat geest bijna een dragelijk mensch te maken.
208. Het bordeel ’t Schoon Maaiken te Brussel.208.Het bordeel ’t Schoon Maaiken te Brussel.Naar een 17e eeuwsche gravure.
208.Het bordeel ’t Schoon Maaiken te Brussel.
Naar een 17e eeuwsche gravure.
Waarom trouwen de menschen? Om verschillende redenen; de een uit hartstocht, de ander uit overleg en berekening; deze trouwt zonder te weten wat hij doet, gene omdat hij niet meer weet wat te doen. Dan zijn er ook heel wat mannen voor wien de trouwerij een afleiding en een verzetje is, zooveel als een geneesmiddel tegen de verveling; eerst houdt de keus van een vrouw ze bezig en schenkt ze wat afleiding; dan komen de bezoeken, de onderhandelingen, de feestelijkheden en de plechtigheden; maar na de laatste plechtigheid is de aardigheid er volkomen af en vervelen ze zich nog erger dan tevoren.
Huwelijksland heeft nog dit eigenaardige dat de vreemdelingen er met alle geweld heen willen, terwijl de bewoners snakken de grens over te komen. Men kan er ook over de grens worden gezet—dat heet dan echtscheiding. Maar de natuurlijke weg om er uit te komen is het weduwschap. Bij de echtscheidingsverbanning uit het Huwelijksland krijgt gewoonlijk de vrouw de schuld, maar dikwijls is het de schuld van den man dat de vrouw schuld heeft, zoodat hij dan ook in zoo’n geval zeer terecht achter zijn rug nog uitgelachen wordt ook”.
George Sand zegt (in:Jacques): Het huwelijk is, volgens mij, een der meest barbaarsche instellingen. Ik twijfel er niet aan, dat het zal worden afgeschaft, zoodra het menschdom een weinig verder gevorderd is op den weg van gerechtigheid en redelijkheid; en dat er voor in de plaats zal komen een band die menschelijker is en even sterk, zoodat er kinderen kunnen geboren worden zonder een menschenpaar voor het leven aan elkander vast te ketenen. Maar de mannen zijn nog te lomp en de vrouwen te laf om het juk af te werpen—voor een troep wezens, waarvan de eene helft gewetenloos en de andere helft karakterloos is, zijn nu eenmaal zware ketens noodig.
En in hetzelfde werk legt ze Jacques de volgende woorden tot zijn geliefde in den mond:—Als we gaan trouwen zal men je een eed in den mond leggen, waarmee je zweert dat je nooit een ander zult liefhebben dan mij en dat je mij in alles gehoorzaam zult zijn. Het eene is een ongerijmdheid en het andere een laagheid.—Waarom moeten we dan trouwen?—Omdat de tirannie van de maatschappij ons geen anderen weg openlaat elkander te bezitten.
Volgens sommigen heeft iedere vrouw, die een man het leven wil redden, daarvoor alleen maar ongetrouwd te blijven.
209. Het eind der trouwlustigen—de huwelijkskuil.209.Het eind der trouwlustigen—de huwelijkskuil.Satire van Aubrey Beardsley.
209.Het eind der trouwlustigen—de huwelijkskuil.
Satire van Aubrey Beardsley.
Alles bij elkaar genomen mogen wij het wel voor een uitgemaakte zaak houden, dat trouwen een zeer dom en onnoozel ding is en dat er maar een ding ter wereld nog dommer is, en dat is: ongetrouwd te blijven.