Hoofdstuk I.

[Inhoud]Hoofdstuk I.Inleiding, of menu van het feest.Een schrijver mag zich volstrekt niet beschouwen als iemand, die een huisselijk feest geeft of zijne vrienden kosteloos onthaalt, maar veel eer als iemand, die open tafel houdt, waaraan iedereen, die zijn geld betaalt, het regt heeft aan te zitten. In het eerste geval, gelijk men weet, discht de gastheer op welken kost hij wil; en al zijn de schotels zeer middelmatig of zelfs volstrekt niet naar den zin der gasten, mogen zij er geene aanmerkingen op maken; ja zelfs eischt de beleefdheid, dat zij, schijnbaar, alles wat hun voorgezet wordt, goedkeuren en roemen. Het tegenovergestelde van dit alles heeft plaats bij den waard. Menschen die hetgeen zij gebruiken, betalen, staan er op dat het naar hun smaak zal zijn, hoe fijn of grillig die ook zij, en indien alles niet naar hun zin is, handhaven zij hun regt om vrijelijk hun middagmaal te vervloeken en te verwenschen.Ten einde dus zijne klanten door geene dergelijke teleurstelling in het harnas te jagen, is de eerlijke, welmeenende waard gewoon eene lijst der spijzen op te hangen, welke alle[2]menschen bij hunne intrede in de eetzaal lezen kunnen, waardoor zij, op de hoogte gebragt van hetgeen zij te wachten hebben, kunnen blijven, en gebruiken wat hun voorgezet wordt, of weggaan en eene andere tafel zoeken, welke meer naar hun smaak is.Daar wij niet te trotsch zijn om te leeren van wien ook, die in staat is ons een verstandigen raad of een goed voorbeeld te geven, hebben wij ons verwaardigd den wenk te volgen van dezen eerlijken waard, en zullen niet slechts eene algemeene opgave doen van het geheele feest, maar ook uitvoerige spijskaarten aan den lezer voorleggen bij elk servies, dat in dit en de volgende boekdeelen hem voorgezet zal worden.De voorraad waaruit wij hier putten zullen, is niets anders dan de menschelijke natuur. Ik vrees ook niet dat de verstandige lezer, hoe weelderig ook van aard, schrikken of knorren zal, of zich beleedigd gevoelen, omdat ik slechts één voorwerp genoemd heb. De schildpad, zoo als de Alderman van Bristol uit vele ondervinding van lekker eten weet, bevat, behalve het heerlijke vleesch en het groene vet, ook velerlei andere lekkere deelen, en de geleerde lezer zal evenmin vergeten dat de menschelijke natuur, hoewel hier onder één naam begrepen, zulk eene verbazende afwisseling oplevert, dat een kok eerder al de vleeschspijzen en groenten in de wereld zou kunnen doorloopen hebben, dan een schrijver in staat zou zijn zulk een uitgebreid onderwerp als het mijne uit te putten.Men mag misschien van diegenen die zeer fijn van smaak zijn, het bezwaar verwachten, dat deze schotel te dagelijks en te algemeen is; want, levert juist niet dit onderwerp de hoofdbestanddeelen op voor alle romans, novellen, tooneelstukken en gedichten, waarmede de boekwinkels opgepropt zijn? Velerlei heerlijke geregten zouden door den lekkerbek verworpen worden, indien het in zijn oog genoegzaam was om ze gemeen en verachtelijk te vinden, dat iets van denzelfden naam in de ellendigste winkels te krijgen is! Inderdaad, echter, is het even moeijelijk de onvervalschte natuur in de boeken te vinden, als echte hammen uit Bayonne, óf echte Saucisse de Bologne in de winkels.Maar, om het beeld vol te houden, alles hangt hier af van[3]de kookkunst van den schrijver; want gelijk Pope opmerkt:„Het geestige is natuur, bevallig opgesmukt,Wat vaak gedacht, maar nooit zoo goed werd uitgedrukt.”Hetzelfde dier dat de eer geniet van voor een gedeelte bij een hertog op tafel te komen, wordt welligt, wat een ander deel van zijn ligchaam betreft, diep vernederd, daar sommige zijner ledematen, als het ware aan den galg gehangen worden van het gemeenste stalletje in de geheele stad. Waarin bestaat dan het onderscheid tusschen het voedsel van den edelman en dat van den kruijer, als beide van denzelfden os, of van het zelfde kalf eten, tenzij in de toebereiding, het koken, het opsieren en het opdisschen? Vandaar dat het ééne den flaauwsten eetlust aanzet, of prikkelt terwijl, het andere den scherpsten en felsten eetlust verzwakt en vernietigt.Op dezelfde wijze bestaat de uitnemendheid van een geestelijk onthaal minder in de stof, dan in de behendigheid van den schrijver om ze netjes op te disschen. Zal dan de lezer niet verrukt zijn te ondervinden, dat wij in dit werk ons streng gehouden hebben aan een der eerste grondbeginselen van den besten kok, welken deze eeuw, of welligt zelfs die van Heliogabalus, voortgebragt heeft? Deze groote man, zooals ieder liefhebber van een fijnen schotel weet, begint met zijne hongerige gasten eerst de eenvoudigste spijzen voor te zetten, trapsgewijs opklimmende, naarmate hun eetlust schijnt te verminderen, tot de uitgezochtste saucen en lekkernijen. Op dezelfde wijze, zullen wij, in het begin, den geweldigen eetlust van den lezer zoeken te stillen met de menschelijke natuur, in de eenvoudige en onopgesierde gedaante, waarin die op het land gevonden wordt, en later zullen wij er ragouts en hachées van maken, gekruid met de meest pikante Fransche en Italiaansche gemaaktheid en ondeugden, welke het hof en de stad opleveren. Hierdoor twijfelen wij niet, dat de lezer begeerig gemaakt zal worden om tot in het oneindige door te lezen,—even als men van bovengemelden grooten kok vertelt, dat hij sommige menschen tot in het oneindige heeft doen eten.Na dit vooraf gezegd te hebben, zullen wij diegenen, welke met ons menu tevreden zijn, niet langer van tafel ophouden en dadelijk er toe overgaan hen op het eerste geregt van ons gastmaal te onthalen.[4]

[Inhoud]Hoofdstuk I.Inleiding, of menu van het feest.Een schrijver mag zich volstrekt niet beschouwen als iemand, die een huisselijk feest geeft of zijne vrienden kosteloos onthaalt, maar veel eer als iemand, die open tafel houdt, waaraan iedereen, die zijn geld betaalt, het regt heeft aan te zitten. In het eerste geval, gelijk men weet, discht de gastheer op welken kost hij wil; en al zijn de schotels zeer middelmatig of zelfs volstrekt niet naar den zin der gasten, mogen zij er geene aanmerkingen op maken; ja zelfs eischt de beleefdheid, dat zij, schijnbaar, alles wat hun voorgezet wordt, goedkeuren en roemen. Het tegenovergestelde van dit alles heeft plaats bij den waard. Menschen die hetgeen zij gebruiken, betalen, staan er op dat het naar hun smaak zal zijn, hoe fijn of grillig die ook zij, en indien alles niet naar hun zin is, handhaven zij hun regt om vrijelijk hun middagmaal te vervloeken en te verwenschen.Ten einde dus zijne klanten door geene dergelijke teleurstelling in het harnas te jagen, is de eerlijke, welmeenende waard gewoon eene lijst der spijzen op te hangen, welke alle[2]menschen bij hunne intrede in de eetzaal lezen kunnen, waardoor zij, op de hoogte gebragt van hetgeen zij te wachten hebben, kunnen blijven, en gebruiken wat hun voorgezet wordt, of weggaan en eene andere tafel zoeken, welke meer naar hun smaak is.Daar wij niet te trotsch zijn om te leeren van wien ook, die in staat is ons een verstandigen raad of een goed voorbeeld te geven, hebben wij ons verwaardigd den wenk te volgen van dezen eerlijken waard, en zullen niet slechts eene algemeene opgave doen van het geheele feest, maar ook uitvoerige spijskaarten aan den lezer voorleggen bij elk servies, dat in dit en de volgende boekdeelen hem voorgezet zal worden.De voorraad waaruit wij hier putten zullen, is niets anders dan de menschelijke natuur. Ik vrees ook niet dat de verstandige lezer, hoe weelderig ook van aard, schrikken of knorren zal, of zich beleedigd gevoelen, omdat ik slechts één voorwerp genoemd heb. De schildpad, zoo als de Alderman van Bristol uit vele ondervinding van lekker eten weet, bevat, behalve het heerlijke vleesch en het groene vet, ook velerlei andere lekkere deelen, en de geleerde lezer zal evenmin vergeten dat de menschelijke natuur, hoewel hier onder één naam begrepen, zulk eene verbazende afwisseling oplevert, dat een kok eerder al de vleeschspijzen en groenten in de wereld zou kunnen doorloopen hebben, dan een schrijver in staat zou zijn zulk een uitgebreid onderwerp als het mijne uit te putten.Men mag misschien van diegenen die zeer fijn van smaak zijn, het bezwaar verwachten, dat deze schotel te dagelijks en te algemeen is; want, levert juist niet dit onderwerp de hoofdbestanddeelen op voor alle romans, novellen, tooneelstukken en gedichten, waarmede de boekwinkels opgepropt zijn? Velerlei heerlijke geregten zouden door den lekkerbek verworpen worden, indien het in zijn oog genoegzaam was om ze gemeen en verachtelijk te vinden, dat iets van denzelfden naam in de ellendigste winkels te krijgen is! Inderdaad, echter, is het even moeijelijk de onvervalschte natuur in de boeken te vinden, als echte hammen uit Bayonne, óf echte Saucisse de Bologne in de winkels.Maar, om het beeld vol te houden, alles hangt hier af van[3]de kookkunst van den schrijver; want gelijk Pope opmerkt:„Het geestige is natuur, bevallig opgesmukt,Wat vaak gedacht, maar nooit zoo goed werd uitgedrukt.”Hetzelfde dier dat de eer geniet van voor een gedeelte bij een hertog op tafel te komen, wordt welligt, wat een ander deel van zijn ligchaam betreft, diep vernederd, daar sommige zijner ledematen, als het ware aan den galg gehangen worden van het gemeenste stalletje in de geheele stad. Waarin bestaat dan het onderscheid tusschen het voedsel van den edelman en dat van den kruijer, als beide van denzelfden os, of van het zelfde kalf eten, tenzij in de toebereiding, het koken, het opsieren en het opdisschen? Vandaar dat het ééne den flaauwsten eetlust aanzet, of prikkelt terwijl, het andere den scherpsten en felsten eetlust verzwakt en vernietigt.Op dezelfde wijze bestaat de uitnemendheid van een geestelijk onthaal minder in de stof, dan in de behendigheid van den schrijver om ze netjes op te disschen. Zal dan de lezer niet verrukt zijn te ondervinden, dat wij in dit werk ons streng gehouden hebben aan een der eerste grondbeginselen van den besten kok, welken deze eeuw, of welligt zelfs die van Heliogabalus, voortgebragt heeft? Deze groote man, zooals ieder liefhebber van een fijnen schotel weet, begint met zijne hongerige gasten eerst de eenvoudigste spijzen voor te zetten, trapsgewijs opklimmende, naarmate hun eetlust schijnt te verminderen, tot de uitgezochtste saucen en lekkernijen. Op dezelfde wijze, zullen wij, in het begin, den geweldigen eetlust van den lezer zoeken te stillen met de menschelijke natuur, in de eenvoudige en onopgesierde gedaante, waarin die op het land gevonden wordt, en later zullen wij er ragouts en hachées van maken, gekruid met de meest pikante Fransche en Italiaansche gemaaktheid en ondeugden, welke het hof en de stad opleveren. Hierdoor twijfelen wij niet, dat de lezer begeerig gemaakt zal worden om tot in het oneindige door te lezen,—even als men van bovengemelden grooten kok vertelt, dat hij sommige menschen tot in het oneindige heeft doen eten.Na dit vooraf gezegd te hebben, zullen wij diegenen, welke met ons menu tevreden zijn, niet langer van tafel ophouden en dadelijk er toe overgaan hen op het eerste geregt van ons gastmaal te onthalen.[4]

[Inhoud]Hoofdstuk I.Inleiding, of menu van het feest.Een schrijver mag zich volstrekt niet beschouwen als iemand, die een huisselijk feest geeft of zijne vrienden kosteloos onthaalt, maar veel eer als iemand, die open tafel houdt, waaraan iedereen, die zijn geld betaalt, het regt heeft aan te zitten. In het eerste geval, gelijk men weet, discht de gastheer op welken kost hij wil; en al zijn de schotels zeer middelmatig of zelfs volstrekt niet naar den zin der gasten, mogen zij er geene aanmerkingen op maken; ja zelfs eischt de beleefdheid, dat zij, schijnbaar, alles wat hun voorgezet wordt, goedkeuren en roemen. Het tegenovergestelde van dit alles heeft plaats bij den waard. Menschen die hetgeen zij gebruiken, betalen, staan er op dat het naar hun smaak zal zijn, hoe fijn of grillig die ook zij, en indien alles niet naar hun zin is, handhaven zij hun regt om vrijelijk hun middagmaal te vervloeken en te verwenschen.Ten einde dus zijne klanten door geene dergelijke teleurstelling in het harnas te jagen, is de eerlijke, welmeenende waard gewoon eene lijst der spijzen op te hangen, welke alle[2]menschen bij hunne intrede in de eetzaal lezen kunnen, waardoor zij, op de hoogte gebragt van hetgeen zij te wachten hebben, kunnen blijven, en gebruiken wat hun voorgezet wordt, of weggaan en eene andere tafel zoeken, welke meer naar hun smaak is.Daar wij niet te trotsch zijn om te leeren van wien ook, die in staat is ons een verstandigen raad of een goed voorbeeld te geven, hebben wij ons verwaardigd den wenk te volgen van dezen eerlijken waard, en zullen niet slechts eene algemeene opgave doen van het geheele feest, maar ook uitvoerige spijskaarten aan den lezer voorleggen bij elk servies, dat in dit en de volgende boekdeelen hem voorgezet zal worden.De voorraad waaruit wij hier putten zullen, is niets anders dan de menschelijke natuur. Ik vrees ook niet dat de verstandige lezer, hoe weelderig ook van aard, schrikken of knorren zal, of zich beleedigd gevoelen, omdat ik slechts één voorwerp genoemd heb. De schildpad, zoo als de Alderman van Bristol uit vele ondervinding van lekker eten weet, bevat, behalve het heerlijke vleesch en het groene vet, ook velerlei andere lekkere deelen, en de geleerde lezer zal evenmin vergeten dat de menschelijke natuur, hoewel hier onder één naam begrepen, zulk eene verbazende afwisseling oplevert, dat een kok eerder al de vleeschspijzen en groenten in de wereld zou kunnen doorloopen hebben, dan een schrijver in staat zou zijn zulk een uitgebreid onderwerp als het mijne uit te putten.Men mag misschien van diegenen die zeer fijn van smaak zijn, het bezwaar verwachten, dat deze schotel te dagelijks en te algemeen is; want, levert juist niet dit onderwerp de hoofdbestanddeelen op voor alle romans, novellen, tooneelstukken en gedichten, waarmede de boekwinkels opgepropt zijn? Velerlei heerlijke geregten zouden door den lekkerbek verworpen worden, indien het in zijn oog genoegzaam was om ze gemeen en verachtelijk te vinden, dat iets van denzelfden naam in de ellendigste winkels te krijgen is! Inderdaad, echter, is het even moeijelijk de onvervalschte natuur in de boeken te vinden, als echte hammen uit Bayonne, óf echte Saucisse de Bologne in de winkels.Maar, om het beeld vol te houden, alles hangt hier af van[3]de kookkunst van den schrijver; want gelijk Pope opmerkt:„Het geestige is natuur, bevallig opgesmukt,Wat vaak gedacht, maar nooit zoo goed werd uitgedrukt.”Hetzelfde dier dat de eer geniet van voor een gedeelte bij een hertog op tafel te komen, wordt welligt, wat een ander deel van zijn ligchaam betreft, diep vernederd, daar sommige zijner ledematen, als het ware aan den galg gehangen worden van het gemeenste stalletje in de geheele stad. Waarin bestaat dan het onderscheid tusschen het voedsel van den edelman en dat van den kruijer, als beide van denzelfden os, of van het zelfde kalf eten, tenzij in de toebereiding, het koken, het opsieren en het opdisschen? Vandaar dat het ééne den flaauwsten eetlust aanzet, of prikkelt terwijl, het andere den scherpsten en felsten eetlust verzwakt en vernietigt.Op dezelfde wijze bestaat de uitnemendheid van een geestelijk onthaal minder in de stof, dan in de behendigheid van den schrijver om ze netjes op te disschen. Zal dan de lezer niet verrukt zijn te ondervinden, dat wij in dit werk ons streng gehouden hebben aan een der eerste grondbeginselen van den besten kok, welken deze eeuw, of welligt zelfs die van Heliogabalus, voortgebragt heeft? Deze groote man, zooals ieder liefhebber van een fijnen schotel weet, begint met zijne hongerige gasten eerst de eenvoudigste spijzen voor te zetten, trapsgewijs opklimmende, naarmate hun eetlust schijnt te verminderen, tot de uitgezochtste saucen en lekkernijen. Op dezelfde wijze, zullen wij, in het begin, den geweldigen eetlust van den lezer zoeken te stillen met de menschelijke natuur, in de eenvoudige en onopgesierde gedaante, waarin die op het land gevonden wordt, en later zullen wij er ragouts en hachées van maken, gekruid met de meest pikante Fransche en Italiaansche gemaaktheid en ondeugden, welke het hof en de stad opleveren. Hierdoor twijfelen wij niet, dat de lezer begeerig gemaakt zal worden om tot in het oneindige door te lezen,—even als men van bovengemelden grooten kok vertelt, dat hij sommige menschen tot in het oneindige heeft doen eten.Na dit vooraf gezegd te hebben, zullen wij diegenen, welke met ons menu tevreden zijn, niet langer van tafel ophouden en dadelijk er toe overgaan hen op het eerste geregt van ons gastmaal te onthalen.[4]

[Inhoud]Hoofdstuk I.Inleiding, of menu van het feest.Een schrijver mag zich volstrekt niet beschouwen als iemand, die een huisselijk feest geeft of zijne vrienden kosteloos onthaalt, maar veel eer als iemand, die open tafel houdt, waaraan iedereen, die zijn geld betaalt, het regt heeft aan te zitten. In het eerste geval, gelijk men weet, discht de gastheer op welken kost hij wil; en al zijn de schotels zeer middelmatig of zelfs volstrekt niet naar den zin der gasten, mogen zij er geene aanmerkingen op maken; ja zelfs eischt de beleefdheid, dat zij, schijnbaar, alles wat hun voorgezet wordt, goedkeuren en roemen. Het tegenovergestelde van dit alles heeft plaats bij den waard. Menschen die hetgeen zij gebruiken, betalen, staan er op dat het naar hun smaak zal zijn, hoe fijn of grillig die ook zij, en indien alles niet naar hun zin is, handhaven zij hun regt om vrijelijk hun middagmaal te vervloeken en te verwenschen.Ten einde dus zijne klanten door geene dergelijke teleurstelling in het harnas te jagen, is de eerlijke, welmeenende waard gewoon eene lijst der spijzen op te hangen, welke alle[2]menschen bij hunne intrede in de eetzaal lezen kunnen, waardoor zij, op de hoogte gebragt van hetgeen zij te wachten hebben, kunnen blijven, en gebruiken wat hun voorgezet wordt, of weggaan en eene andere tafel zoeken, welke meer naar hun smaak is.Daar wij niet te trotsch zijn om te leeren van wien ook, die in staat is ons een verstandigen raad of een goed voorbeeld te geven, hebben wij ons verwaardigd den wenk te volgen van dezen eerlijken waard, en zullen niet slechts eene algemeene opgave doen van het geheele feest, maar ook uitvoerige spijskaarten aan den lezer voorleggen bij elk servies, dat in dit en de volgende boekdeelen hem voorgezet zal worden.De voorraad waaruit wij hier putten zullen, is niets anders dan de menschelijke natuur. Ik vrees ook niet dat de verstandige lezer, hoe weelderig ook van aard, schrikken of knorren zal, of zich beleedigd gevoelen, omdat ik slechts één voorwerp genoemd heb. De schildpad, zoo als de Alderman van Bristol uit vele ondervinding van lekker eten weet, bevat, behalve het heerlijke vleesch en het groene vet, ook velerlei andere lekkere deelen, en de geleerde lezer zal evenmin vergeten dat de menschelijke natuur, hoewel hier onder één naam begrepen, zulk eene verbazende afwisseling oplevert, dat een kok eerder al de vleeschspijzen en groenten in de wereld zou kunnen doorloopen hebben, dan een schrijver in staat zou zijn zulk een uitgebreid onderwerp als het mijne uit te putten.Men mag misschien van diegenen die zeer fijn van smaak zijn, het bezwaar verwachten, dat deze schotel te dagelijks en te algemeen is; want, levert juist niet dit onderwerp de hoofdbestanddeelen op voor alle romans, novellen, tooneelstukken en gedichten, waarmede de boekwinkels opgepropt zijn? Velerlei heerlijke geregten zouden door den lekkerbek verworpen worden, indien het in zijn oog genoegzaam was om ze gemeen en verachtelijk te vinden, dat iets van denzelfden naam in de ellendigste winkels te krijgen is! Inderdaad, echter, is het even moeijelijk de onvervalschte natuur in de boeken te vinden, als echte hammen uit Bayonne, óf echte Saucisse de Bologne in de winkels.Maar, om het beeld vol te houden, alles hangt hier af van[3]de kookkunst van den schrijver; want gelijk Pope opmerkt:„Het geestige is natuur, bevallig opgesmukt,Wat vaak gedacht, maar nooit zoo goed werd uitgedrukt.”Hetzelfde dier dat de eer geniet van voor een gedeelte bij een hertog op tafel te komen, wordt welligt, wat een ander deel van zijn ligchaam betreft, diep vernederd, daar sommige zijner ledematen, als het ware aan den galg gehangen worden van het gemeenste stalletje in de geheele stad. Waarin bestaat dan het onderscheid tusschen het voedsel van den edelman en dat van den kruijer, als beide van denzelfden os, of van het zelfde kalf eten, tenzij in de toebereiding, het koken, het opsieren en het opdisschen? Vandaar dat het ééne den flaauwsten eetlust aanzet, of prikkelt terwijl, het andere den scherpsten en felsten eetlust verzwakt en vernietigt.Op dezelfde wijze bestaat de uitnemendheid van een geestelijk onthaal minder in de stof, dan in de behendigheid van den schrijver om ze netjes op te disschen. Zal dan de lezer niet verrukt zijn te ondervinden, dat wij in dit werk ons streng gehouden hebben aan een der eerste grondbeginselen van den besten kok, welken deze eeuw, of welligt zelfs die van Heliogabalus, voortgebragt heeft? Deze groote man, zooals ieder liefhebber van een fijnen schotel weet, begint met zijne hongerige gasten eerst de eenvoudigste spijzen voor te zetten, trapsgewijs opklimmende, naarmate hun eetlust schijnt te verminderen, tot de uitgezochtste saucen en lekkernijen. Op dezelfde wijze, zullen wij, in het begin, den geweldigen eetlust van den lezer zoeken te stillen met de menschelijke natuur, in de eenvoudige en onopgesierde gedaante, waarin die op het land gevonden wordt, en later zullen wij er ragouts en hachées van maken, gekruid met de meest pikante Fransche en Italiaansche gemaaktheid en ondeugden, welke het hof en de stad opleveren. Hierdoor twijfelen wij niet, dat de lezer begeerig gemaakt zal worden om tot in het oneindige door te lezen,—even als men van bovengemelden grooten kok vertelt, dat hij sommige menschen tot in het oneindige heeft doen eten.Na dit vooraf gezegd te hebben, zullen wij diegenen, welke met ons menu tevreden zijn, niet langer van tafel ophouden en dadelijk er toe overgaan hen op het eerste geregt van ons gastmaal te onthalen.[4]

[Inhoud]Hoofdstuk I.Inleiding, of menu van het feest.Een schrijver mag zich volstrekt niet beschouwen als iemand, die een huisselijk feest geeft of zijne vrienden kosteloos onthaalt, maar veel eer als iemand, die open tafel houdt, waaraan iedereen, die zijn geld betaalt, het regt heeft aan te zitten. In het eerste geval, gelijk men weet, discht de gastheer op welken kost hij wil; en al zijn de schotels zeer middelmatig of zelfs volstrekt niet naar den zin der gasten, mogen zij er geene aanmerkingen op maken; ja zelfs eischt de beleefdheid, dat zij, schijnbaar, alles wat hun voorgezet wordt, goedkeuren en roemen. Het tegenovergestelde van dit alles heeft plaats bij den waard. Menschen die hetgeen zij gebruiken, betalen, staan er op dat het naar hun smaak zal zijn, hoe fijn of grillig die ook zij, en indien alles niet naar hun zin is, handhaven zij hun regt om vrijelijk hun middagmaal te vervloeken en te verwenschen.Ten einde dus zijne klanten door geene dergelijke teleurstelling in het harnas te jagen, is de eerlijke, welmeenende waard gewoon eene lijst der spijzen op te hangen, welke alle[2]menschen bij hunne intrede in de eetzaal lezen kunnen, waardoor zij, op de hoogte gebragt van hetgeen zij te wachten hebben, kunnen blijven, en gebruiken wat hun voorgezet wordt, of weggaan en eene andere tafel zoeken, welke meer naar hun smaak is.Daar wij niet te trotsch zijn om te leeren van wien ook, die in staat is ons een verstandigen raad of een goed voorbeeld te geven, hebben wij ons verwaardigd den wenk te volgen van dezen eerlijken waard, en zullen niet slechts eene algemeene opgave doen van het geheele feest, maar ook uitvoerige spijskaarten aan den lezer voorleggen bij elk servies, dat in dit en de volgende boekdeelen hem voorgezet zal worden.De voorraad waaruit wij hier putten zullen, is niets anders dan de menschelijke natuur. Ik vrees ook niet dat de verstandige lezer, hoe weelderig ook van aard, schrikken of knorren zal, of zich beleedigd gevoelen, omdat ik slechts één voorwerp genoemd heb. De schildpad, zoo als de Alderman van Bristol uit vele ondervinding van lekker eten weet, bevat, behalve het heerlijke vleesch en het groene vet, ook velerlei andere lekkere deelen, en de geleerde lezer zal evenmin vergeten dat de menschelijke natuur, hoewel hier onder één naam begrepen, zulk eene verbazende afwisseling oplevert, dat een kok eerder al de vleeschspijzen en groenten in de wereld zou kunnen doorloopen hebben, dan een schrijver in staat zou zijn zulk een uitgebreid onderwerp als het mijne uit te putten.Men mag misschien van diegenen die zeer fijn van smaak zijn, het bezwaar verwachten, dat deze schotel te dagelijks en te algemeen is; want, levert juist niet dit onderwerp de hoofdbestanddeelen op voor alle romans, novellen, tooneelstukken en gedichten, waarmede de boekwinkels opgepropt zijn? Velerlei heerlijke geregten zouden door den lekkerbek verworpen worden, indien het in zijn oog genoegzaam was om ze gemeen en verachtelijk te vinden, dat iets van denzelfden naam in de ellendigste winkels te krijgen is! Inderdaad, echter, is het even moeijelijk de onvervalschte natuur in de boeken te vinden, als echte hammen uit Bayonne, óf echte Saucisse de Bologne in de winkels.Maar, om het beeld vol te houden, alles hangt hier af van[3]de kookkunst van den schrijver; want gelijk Pope opmerkt:„Het geestige is natuur, bevallig opgesmukt,Wat vaak gedacht, maar nooit zoo goed werd uitgedrukt.”Hetzelfde dier dat de eer geniet van voor een gedeelte bij een hertog op tafel te komen, wordt welligt, wat een ander deel van zijn ligchaam betreft, diep vernederd, daar sommige zijner ledematen, als het ware aan den galg gehangen worden van het gemeenste stalletje in de geheele stad. Waarin bestaat dan het onderscheid tusschen het voedsel van den edelman en dat van den kruijer, als beide van denzelfden os, of van het zelfde kalf eten, tenzij in de toebereiding, het koken, het opsieren en het opdisschen? Vandaar dat het ééne den flaauwsten eetlust aanzet, of prikkelt terwijl, het andere den scherpsten en felsten eetlust verzwakt en vernietigt.Op dezelfde wijze bestaat de uitnemendheid van een geestelijk onthaal minder in de stof, dan in de behendigheid van den schrijver om ze netjes op te disschen. Zal dan de lezer niet verrukt zijn te ondervinden, dat wij in dit werk ons streng gehouden hebben aan een der eerste grondbeginselen van den besten kok, welken deze eeuw, of welligt zelfs die van Heliogabalus, voortgebragt heeft? Deze groote man, zooals ieder liefhebber van een fijnen schotel weet, begint met zijne hongerige gasten eerst de eenvoudigste spijzen voor te zetten, trapsgewijs opklimmende, naarmate hun eetlust schijnt te verminderen, tot de uitgezochtste saucen en lekkernijen. Op dezelfde wijze, zullen wij, in het begin, den geweldigen eetlust van den lezer zoeken te stillen met de menschelijke natuur, in de eenvoudige en onopgesierde gedaante, waarin die op het land gevonden wordt, en later zullen wij er ragouts en hachées van maken, gekruid met de meest pikante Fransche en Italiaansche gemaaktheid en ondeugden, welke het hof en de stad opleveren. Hierdoor twijfelen wij niet, dat de lezer begeerig gemaakt zal worden om tot in het oneindige door te lezen,—even als men van bovengemelden grooten kok vertelt, dat hij sommige menschen tot in het oneindige heeft doen eten.Na dit vooraf gezegd te hebben, zullen wij diegenen, welke met ons menu tevreden zijn, niet langer van tafel ophouden en dadelijk er toe overgaan hen op het eerste geregt van ons gastmaal te onthalen.[4]

Hoofdstuk I.Inleiding, of menu van het feest.

Een schrijver mag zich volstrekt niet beschouwen als iemand, die een huisselijk feest geeft of zijne vrienden kosteloos onthaalt, maar veel eer als iemand, die open tafel houdt, waaraan iedereen, die zijn geld betaalt, het regt heeft aan te zitten. In het eerste geval, gelijk men weet, discht de gastheer op welken kost hij wil; en al zijn de schotels zeer middelmatig of zelfs volstrekt niet naar den zin der gasten, mogen zij er geene aanmerkingen op maken; ja zelfs eischt de beleefdheid, dat zij, schijnbaar, alles wat hun voorgezet wordt, goedkeuren en roemen. Het tegenovergestelde van dit alles heeft plaats bij den waard. Menschen die hetgeen zij gebruiken, betalen, staan er op dat het naar hun smaak zal zijn, hoe fijn of grillig die ook zij, en indien alles niet naar hun zin is, handhaven zij hun regt om vrijelijk hun middagmaal te vervloeken en te verwenschen.Ten einde dus zijne klanten door geene dergelijke teleurstelling in het harnas te jagen, is de eerlijke, welmeenende waard gewoon eene lijst der spijzen op te hangen, welke alle[2]menschen bij hunne intrede in de eetzaal lezen kunnen, waardoor zij, op de hoogte gebragt van hetgeen zij te wachten hebben, kunnen blijven, en gebruiken wat hun voorgezet wordt, of weggaan en eene andere tafel zoeken, welke meer naar hun smaak is.Daar wij niet te trotsch zijn om te leeren van wien ook, die in staat is ons een verstandigen raad of een goed voorbeeld te geven, hebben wij ons verwaardigd den wenk te volgen van dezen eerlijken waard, en zullen niet slechts eene algemeene opgave doen van het geheele feest, maar ook uitvoerige spijskaarten aan den lezer voorleggen bij elk servies, dat in dit en de volgende boekdeelen hem voorgezet zal worden.De voorraad waaruit wij hier putten zullen, is niets anders dan de menschelijke natuur. Ik vrees ook niet dat de verstandige lezer, hoe weelderig ook van aard, schrikken of knorren zal, of zich beleedigd gevoelen, omdat ik slechts één voorwerp genoemd heb. De schildpad, zoo als de Alderman van Bristol uit vele ondervinding van lekker eten weet, bevat, behalve het heerlijke vleesch en het groene vet, ook velerlei andere lekkere deelen, en de geleerde lezer zal evenmin vergeten dat de menschelijke natuur, hoewel hier onder één naam begrepen, zulk eene verbazende afwisseling oplevert, dat een kok eerder al de vleeschspijzen en groenten in de wereld zou kunnen doorloopen hebben, dan een schrijver in staat zou zijn zulk een uitgebreid onderwerp als het mijne uit te putten.Men mag misschien van diegenen die zeer fijn van smaak zijn, het bezwaar verwachten, dat deze schotel te dagelijks en te algemeen is; want, levert juist niet dit onderwerp de hoofdbestanddeelen op voor alle romans, novellen, tooneelstukken en gedichten, waarmede de boekwinkels opgepropt zijn? Velerlei heerlijke geregten zouden door den lekkerbek verworpen worden, indien het in zijn oog genoegzaam was om ze gemeen en verachtelijk te vinden, dat iets van denzelfden naam in de ellendigste winkels te krijgen is! Inderdaad, echter, is het even moeijelijk de onvervalschte natuur in de boeken te vinden, als echte hammen uit Bayonne, óf echte Saucisse de Bologne in de winkels.Maar, om het beeld vol te houden, alles hangt hier af van[3]de kookkunst van den schrijver; want gelijk Pope opmerkt:„Het geestige is natuur, bevallig opgesmukt,Wat vaak gedacht, maar nooit zoo goed werd uitgedrukt.”Hetzelfde dier dat de eer geniet van voor een gedeelte bij een hertog op tafel te komen, wordt welligt, wat een ander deel van zijn ligchaam betreft, diep vernederd, daar sommige zijner ledematen, als het ware aan den galg gehangen worden van het gemeenste stalletje in de geheele stad. Waarin bestaat dan het onderscheid tusschen het voedsel van den edelman en dat van den kruijer, als beide van denzelfden os, of van het zelfde kalf eten, tenzij in de toebereiding, het koken, het opsieren en het opdisschen? Vandaar dat het ééne den flaauwsten eetlust aanzet, of prikkelt terwijl, het andere den scherpsten en felsten eetlust verzwakt en vernietigt.Op dezelfde wijze bestaat de uitnemendheid van een geestelijk onthaal minder in de stof, dan in de behendigheid van den schrijver om ze netjes op te disschen. Zal dan de lezer niet verrukt zijn te ondervinden, dat wij in dit werk ons streng gehouden hebben aan een der eerste grondbeginselen van den besten kok, welken deze eeuw, of welligt zelfs die van Heliogabalus, voortgebragt heeft? Deze groote man, zooals ieder liefhebber van een fijnen schotel weet, begint met zijne hongerige gasten eerst de eenvoudigste spijzen voor te zetten, trapsgewijs opklimmende, naarmate hun eetlust schijnt te verminderen, tot de uitgezochtste saucen en lekkernijen. Op dezelfde wijze, zullen wij, in het begin, den geweldigen eetlust van den lezer zoeken te stillen met de menschelijke natuur, in de eenvoudige en onopgesierde gedaante, waarin die op het land gevonden wordt, en later zullen wij er ragouts en hachées van maken, gekruid met de meest pikante Fransche en Italiaansche gemaaktheid en ondeugden, welke het hof en de stad opleveren. Hierdoor twijfelen wij niet, dat de lezer begeerig gemaakt zal worden om tot in het oneindige door te lezen,—even als men van bovengemelden grooten kok vertelt, dat hij sommige menschen tot in het oneindige heeft doen eten.Na dit vooraf gezegd te hebben, zullen wij diegenen, welke met ons menu tevreden zijn, niet langer van tafel ophouden en dadelijk er toe overgaan hen op het eerste geregt van ons gastmaal te onthalen.[4]

Een schrijver mag zich volstrekt niet beschouwen als iemand, die een huisselijk feest geeft of zijne vrienden kosteloos onthaalt, maar veel eer als iemand, die open tafel houdt, waaraan iedereen, die zijn geld betaalt, het regt heeft aan te zitten. In het eerste geval, gelijk men weet, discht de gastheer op welken kost hij wil; en al zijn de schotels zeer middelmatig of zelfs volstrekt niet naar den zin der gasten, mogen zij er geene aanmerkingen op maken; ja zelfs eischt de beleefdheid, dat zij, schijnbaar, alles wat hun voorgezet wordt, goedkeuren en roemen. Het tegenovergestelde van dit alles heeft plaats bij den waard. Menschen die hetgeen zij gebruiken, betalen, staan er op dat het naar hun smaak zal zijn, hoe fijn of grillig die ook zij, en indien alles niet naar hun zin is, handhaven zij hun regt om vrijelijk hun middagmaal te vervloeken en te verwenschen.

Ten einde dus zijne klanten door geene dergelijke teleurstelling in het harnas te jagen, is de eerlijke, welmeenende waard gewoon eene lijst der spijzen op te hangen, welke alle[2]menschen bij hunne intrede in de eetzaal lezen kunnen, waardoor zij, op de hoogte gebragt van hetgeen zij te wachten hebben, kunnen blijven, en gebruiken wat hun voorgezet wordt, of weggaan en eene andere tafel zoeken, welke meer naar hun smaak is.

Daar wij niet te trotsch zijn om te leeren van wien ook, die in staat is ons een verstandigen raad of een goed voorbeeld te geven, hebben wij ons verwaardigd den wenk te volgen van dezen eerlijken waard, en zullen niet slechts eene algemeene opgave doen van het geheele feest, maar ook uitvoerige spijskaarten aan den lezer voorleggen bij elk servies, dat in dit en de volgende boekdeelen hem voorgezet zal worden.

De voorraad waaruit wij hier putten zullen, is niets anders dan de menschelijke natuur. Ik vrees ook niet dat de verstandige lezer, hoe weelderig ook van aard, schrikken of knorren zal, of zich beleedigd gevoelen, omdat ik slechts één voorwerp genoemd heb. De schildpad, zoo als de Alderman van Bristol uit vele ondervinding van lekker eten weet, bevat, behalve het heerlijke vleesch en het groene vet, ook velerlei andere lekkere deelen, en de geleerde lezer zal evenmin vergeten dat de menschelijke natuur, hoewel hier onder één naam begrepen, zulk eene verbazende afwisseling oplevert, dat een kok eerder al de vleeschspijzen en groenten in de wereld zou kunnen doorloopen hebben, dan een schrijver in staat zou zijn zulk een uitgebreid onderwerp als het mijne uit te putten.

Men mag misschien van diegenen die zeer fijn van smaak zijn, het bezwaar verwachten, dat deze schotel te dagelijks en te algemeen is; want, levert juist niet dit onderwerp de hoofdbestanddeelen op voor alle romans, novellen, tooneelstukken en gedichten, waarmede de boekwinkels opgepropt zijn? Velerlei heerlijke geregten zouden door den lekkerbek verworpen worden, indien het in zijn oog genoegzaam was om ze gemeen en verachtelijk te vinden, dat iets van denzelfden naam in de ellendigste winkels te krijgen is! Inderdaad, echter, is het even moeijelijk de onvervalschte natuur in de boeken te vinden, als echte hammen uit Bayonne, óf echte Saucisse de Bologne in de winkels.

Maar, om het beeld vol te houden, alles hangt hier af van[3]de kookkunst van den schrijver; want gelijk Pope opmerkt:

„Het geestige is natuur, bevallig opgesmukt,Wat vaak gedacht, maar nooit zoo goed werd uitgedrukt.”

„Het geestige is natuur, bevallig opgesmukt,

Wat vaak gedacht, maar nooit zoo goed werd uitgedrukt.”

Hetzelfde dier dat de eer geniet van voor een gedeelte bij een hertog op tafel te komen, wordt welligt, wat een ander deel van zijn ligchaam betreft, diep vernederd, daar sommige zijner ledematen, als het ware aan den galg gehangen worden van het gemeenste stalletje in de geheele stad. Waarin bestaat dan het onderscheid tusschen het voedsel van den edelman en dat van den kruijer, als beide van denzelfden os, of van het zelfde kalf eten, tenzij in de toebereiding, het koken, het opsieren en het opdisschen? Vandaar dat het ééne den flaauwsten eetlust aanzet, of prikkelt terwijl, het andere den scherpsten en felsten eetlust verzwakt en vernietigt.

Op dezelfde wijze bestaat de uitnemendheid van een geestelijk onthaal minder in de stof, dan in de behendigheid van den schrijver om ze netjes op te disschen. Zal dan de lezer niet verrukt zijn te ondervinden, dat wij in dit werk ons streng gehouden hebben aan een der eerste grondbeginselen van den besten kok, welken deze eeuw, of welligt zelfs die van Heliogabalus, voortgebragt heeft? Deze groote man, zooals ieder liefhebber van een fijnen schotel weet, begint met zijne hongerige gasten eerst de eenvoudigste spijzen voor te zetten, trapsgewijs opklimmende, naarmate hun eetlust schijnt te verminderen, tot de uitgezochtste saucen en lekkernijen. Op dezelfde wijze, zullen wij, in het begin, den geweldigen eetlust van den lezer zoeken te stillen met de menschelijke natuur, in de eenvoudige en onopgesierde gedaante, waarin die op het land gevonden wordt, en later zullen wij er ragouts en hachées van maken, gekruid met de meest pikante Fransche en Italiaansche gemaaktheid en ondeugden, welke het hof en de stad opleveren. Hierdoor twijfelen wij niet, dat de lezer begeerig gemaakt zal worden om tot in het oneindige door te lezen,—even als men van bovengemelden grooten kok vertelt, dat hij sommige menschen tot in het oneindige heeft doen eten.

Na dit vooraf gezegd te hebben, zullen wij diegenen, welke met ons menu tevreden zijn, niet langer van tafel ophouden en dadelijk er toe overgaan hen op het eerste geregt van ons gastmaal te onthalen.[4]


Back to IndexNext