IX.

1)Nadat dit geschreven werd, bereikt mij het September-nummer van het Amerikaansche tijdschrift „Soviet-Russia”, met een artikel vanVictor Koppover de beginnende herleving van Petrograd als handels- en industriestad. Een mededeeling, volgend op dat artikel bevat de namen van drie machinefabrieken en één verffabriek, die in den laatsten tijd weer begonnen te werken.

1)Nadat dit geschreven werd, bereikt mij het September-nummer van het Amerikaansche tijdschrift „Soviet-Russia”, met een artikel vanVictor Koppover de beginnende herleving van Petrograd als handels- en industriestad. Een mededeeling, volgend op dat artikel bevat de namen van drie machinefabrieken en één verffabriek, die in den laatsten tijd weer begonnen te werken.

2)Op hun karakteristieke manier probeerden de Russen, in den tijd van ons verblijf te Moskou, het euvel te verhelpen door het parool van „een leidingweek” uit te geven, d.w.z. een week, waarin zooveel mogelijk alle beschikbare middelen op de reparatie der leidingen werden gekoncentreerd. Het resultaat vernam ik niet; in elk geval zal het water-verlies wel wat zijn verminderd.

2)Op hun karakteristieke manier probeerden de Russen, in den tijd van ons verblijf te Moskou, het euvel te verhelpen door het parool van „een leidingweek” uit te geven, d.w.z. een week, waarin zooveel mogelijk alle beschikbare middelen op de reparatie der leidingen werden gekoncentreerd. Het resultaat vernam ik niet; in elk geval zal het water-verlies wel wat zijn verminderd.

3)Naar ik later hoorde, vergiste ik mij niet: het „hotel” had een allerslechtste reputatie. Maar er was nergens anders een kamer te krijgen.

3)Naar ik later hoorde, vergiste ik mij niet: het „hotel” had een allerslechtste reputatie. Maar er was nergens anders een kamer te krijgen.

Wij zullen U niet zien, Lichtende Vrede,wij zullen niet voelen Uw weligheidvan onze lippen naar ons hart gegledenen zullen niet wikklen om onze ledende weeke plooi Uwer broederlijkheid.Wij zullen niet wone' in het voorportaaldier eenheid glorieus, waarnaar wij starenmet huivring van ontzag, en niet de donkre scharen,eendrachtig tot de worstling op zien varen:wij zullen hen niet in hun roem zien gaan.De groote Denker met den fellen blik,hij heeft het lot van dit geslacht voorteekend,heeft ons wanklen voorgerekend,het droeve, het armzalige beschik.Wij zijn het geslacht, dat moet vergaan,opdat een beter oprijze uit onze graven:wij zijn het geslacht dat zich moet lavenaan zijn gebrokenheid en smartelijken waan:wij zijn het geslacht welks gansche haveis als 't flauwe schimsel van d'eerste maan.Onze besten heeft het noodlot bereikt:zij vielen in de ongewisse uren;en andre grooten, levenden, verdurende kwellingen, die donkre machten sturen:verschiet, dat nabij scheen en weder wijkt.Voor hen uit ging een stralend licht...Zij vlogen, zij voelden zich als bevleugeld,hun wil schoot vooruit, onbeteugeld...Nu hullen zij in zwijgen hun gezicht.Nu klemmen zij de lippe' opeendie zoo heerlijke lach bloeiend omspeelde;zij zijn als boomen die een dor seizoen vergeelde,en diep in hen, als in het dicht struweel debron weent, is het verborgen zielsgeween...Wij zullen U niet zien, Lichtende Vrede;wij zullen niet worde' in Uw glans gewijd;d'extase van den laatsten aardestrijdzal niet zette' in gloed onze ledenen vulle' ons hart boordevol zaligheid.Wij zijn de bouwers van den tempel niet.Wij zijn enkel de sjouwers van de steenen;wij zullen niet doen rijze' en zich vereenenzijn stoute pijlers; wij krielen dooreenenomlaag, in verwarring en haar verdriet.Wie 't niet kan willen en standvastig blijven,hij verlate ons en keere niet weer,hij ga nog heden en late ons onze eer,hij neme mede zijn geluksbegeeren late ons, verscheurde ziele' en lijven.Wij zullen in het grauw gewaadonzer kleine en schaarsche daden schrijden,wij zullen hunne schamelheid belijdenmet heldren blik en ons hierin verblijdendat zij van heerlijkere zijn het zaad.Wij zullen U niet zien, Lichtende Vrede;wij zullen niet voelen Uw zaligheid,een golf van glans, omvloeien onze leden;wij zullen 't hunkeren naar uw zachthedenmeedrage', ongelescht, door de eeuwigheid.

Wij zullen U niet zien, Lichtende Vrede,wij zullen niet voelen Uw weligheidvan onze lippen naar ons hart gegledenen zullen niet wikklen om onze ledende weeke plooi Uwer broederlijkheid.

Wij zullen niet wone' in het voorportaaldier eenheid glorieus, waarnaar wij starenmet huivring van ontzag, en niet de donkre scharen,eendrachtig tot de worstling op zien varen:wij zullen hen niet in hun roem zien gaan.

De groote Denker met den fellen blik,hij heeft het lot van dit geslacht voorteekend,heeft ons wanklen voorgerekend,het droeve, het armzalige beschik.

Wij zijn het geslacht, dat moet vergaan,opdat een beter oprijze uit onze graven:wij zijn het geslacht dat zich moet lavenaan zijn gebrokenheid en smartelijken waan:wij zijn het geslacht welks gansche haveis als 't flauwe schimsel van d'eerste maan.

Onze besten heeft het noodlot bereikt:zij vielen in de ongewisse uren;en andre grooten, levenden, verdurende kwellingen, die donkre machten sturen:verschiet, dat nabij scheen en weder wijkt.

Voor hen uit ging een stralend licht...Zij vlogen, zij voelden zich als bevleugeld,hun wil schoot vooruit, onbeteugeld...Nu hullen zij in zwijgen hun gezicht.

Nu klemmen zij de lippe' opeendie zoo heerlijke lach bloeiend omspeelde;zij zijn als boomen die een dor seizoen vergeelde,en diep in hen, als in het dicht struweel debron weent, is het verborgen zielsgeween...

Wij zullen U niet zien, Lichtende Vrede;wij zullen niet worde' in Uw glans gewijd;d'extase van den laatsten aardestrijdzal niet zette' in gloed onze ledenen vulle' ons hart boordevol zaligheid.

Wij zijn de bouwers van den tempel niet.Wij zijn enkel de sjouwers van de steenen;wij zullen niet doen rijze' en zich vereenenzijn stoute pijlers; wij krielen dooreenenomlaag, in verwarring en haar verdriet.

Wie 't niet kan willen en standvastig blijven,hij verlate ons en keere niet weer,hij ga nog heden en late ons onze eer,hij neme mede zijn geluksbegeeren late ons, verscheurde ziele' en lijven.

Wij zullen in het grauw gewaadonzer kleine en schaarsche daden schrijden,wij zullen hunne schamelheid belijdenmet heldren blik en ons hierin verblijdendat zij van heerlijkere zijn het zaad.

Wij zullen U niet zien, Lichtende Vrede;wij zullen niet voelen Uw zaligheid,een golf van glans, omvloeien onze leden;wij zullen 't hunkeren naar uw zachthedenmeedrage', ongelescht, door de eeuwigheid.

Overzicht aangebrachte correctiesDe volgende correcties zijn aangebracht in de tekst:PlaatsBronCorrectieBlz. 8gezlchtgezichtBlz. 8'[Verwijderd]Blz. 11.[Verwijderd]Blz. 12'”Blz. 16[Niet in Bron],Blz. 17juistejuistBlz. 18grootindustrieeelgrootindustriëelBlz. 19wit-witBlz. 20[Niet in Bron].Blz. 20teleurstelli gteleurstellingBlz. 24eld rseldersBlz. 26b klijftbeklijftBlz. 31r emlinKremlinBlz. 38m estenmeestenBlz. 39b treurenswaardigebetreurenswaardigeBlz. 44teve stevensBlz. 58waaroorwaarvoorBlz. 59wanbegipwanbegripBlz. 65,[Verwijderd]Blz. 65commmunisti checommunistischeBlz. 65begijpenbegrijpenBlz. 65alijdaltijdBlz. 65[Niet in Bron]”Blz. 69[Niet in Bron]„Blz. 69[Niet in Bron]„Blz. 69verwaaarloosdeverwaarloosdeBlz. 71lommerijkenlommerrijkenBlz. 71sneeuwitsneeuwwitBlz. 73.,Blz. 80hadwasBlz. 89[Niet in Bron]”Blz. 89[Niet in Bron].Blz. 93zoud nzoudenBlz. 94reedsreesBlz. 110r edsreedsBlz. 112[Niet in Bron].Blz. 113kracht inspanningkrachtsinspanning

De volgende correcties zijn aangebracht in de tekst:


Back to IndexNext