DE TIJD DER SPECULATIEVE FILOSOFIE WAS

DE TIJD DER SPECULATIEVE FILOSOFIE WASIn denstaat: Tijd vanreactie. Onderdrukking van het liberale beginsel: Heilige Alliantie der vorsten.In deliteratuur: Tijd vanromantiek. (Tieck, Novalis, Hölderlin, Schlegel.) Jena is het brandpunt.In defilosofie: Tijd vanidealismeenpessimismemet een critischen onderstroom.EENIGE TOELICHTENDE JAARTALLEN.1760–1814.Fichte.1775–1854.Schelling.1772–1831.Hegel.1778–1860.Schopenhauer.1776–1841.Herbart.1794.Fichte’sWissenschaftslehre.1798.Schelling, Van de wereldziel.1799.Schleiermacher, Toespraken over den godsdienst.1807.Hegel, Phaenomenologie van den Geest.1812–1816.Hegel, Logica.1813.Herbart’s Inleiding in de Philosophie.1816.Herbart’s Leerboek der Psychologie.1819.Schopenhauer, De wereld als wil en voorstelling.1821.Hegel’s Rechtsfilosofie.1829.Herbart’s Algemeene Metafysica.1834–1853.Joh. E. Erdmann’s Geschiedenis der wijsbegeerte.1835.Strauss, Het leven van Jezus.1839.Zeller’s studies over Plato.1841.Feuerbach, Het wezen van het Christendom.1841.Schopenhauer’s ethiek.1842.Drobisch, Zielkunde.1847–1852.Zeller’s Geschiedenis der Grieksche wijsbegeerte.1849.Waitz, Zielkunde als natuurwetenschap.1846–1858.Vischer, Aesthetica.1857.Kuno Fischer begint zijn geschiedenis der nieuwere wijsbegeerte.1867.Marx, Het Kapitaal.1869.Hartmann, Filosofie van het onbewuste.1872.Strauss, Het oude en het nieuwe geloof.1876.Mainländer’sfilosofie der Verlossing.1881.Dood van Tuiscon Ziller.1882.Geluk’s Woordenboek.1896.Bolland, hoogleeraar te Leiden. Het wereldraadsel.1904.Bolland, Zuivere Rede.1905.De Raaf, Herbart’s Metafysica.1908.Dood van Ed. Zeller.

DE TIJD DER SPECULATIEVE FILOSOFIE WASIn denstaat: Tijd vanreactie. Onderdrukking van het liberale beginsel: Heilige Alliantie der vorsten.In deliteratuur: Tijd vanromantiek. (Tieck, Novalis, Hölderlin, Schlegel.) Jena is het brandpunt.In defilosofie: Tijd vanidealismeenpessimismemet een critischen onderstroom.EENIGE TOELICHTENDE JAARTALLEN.1760–1814.Fichte.1775–1854.Schelling.1772–1831.Hegel.1778–1860.Schopenhauer.1776–1841.Herbart.1794.Fichte’sWissenschaftslehre.1798.Schelling, Van de wereldziel.1799.Schleiermacher, Toespraken over den godsdienst.1807.Hegel, Phaenomenologie van den Geest.1812–1816.Hegel, Logica.1813.Herbart’s Inleiding in de Philosophie.1816.Herbart’s Leerboek der Psychologie.1819.Schopenhauer, De wereld als wil en voorstelling.1821.Hegel’s Rechtsfilosofie.1829.Herbart’s Algemeene Metafysica.1834–1853.Joh. E. Erdmann’s Geschiedenis der wijsbegeerte.1835.Strauss, Het leven van Jezus.1839.Zeller’s studies over Plato.1841.Feuerbach, Het wezen van het Christendom.1841.Schopenhauer’s ethiek.1842.Drobisch, Zielkunde.1847–1852.Zeller’s Geschiedenis der Grieksche wijsbegeerte.1849.Waitz, Zielkunde als natuurwetenschap.1846–1858.Vischer, Aesthetica.1857.Kuno Fischer begint zijn geschiedenis der nieuwere wijsbegeerte.1867.Marx, Het Kapitaal.1869.Hartmann, Filosofie van het onbewuste.1872.Strauss, Het oude en het nieuwe geloof.1876.Mainländer’sfilosofie der Verlossing.1881.Dood van Tuiscon Ziller.1882.Geluk’s Woordenboek.1896.Bolland, hoogleeraar te Leiden. Het wereldraadsel.1904.Bolland, Zuivere Rede.1905.De Raaf, Herbart’s Metafysica.1908.Dood van Ed. Zeller.

DE TIJD DER SPECULATIEVE FILOSOFIE WASIn denstaat: Tijd vanreactie. Onderdrukking van het liberale beginsel: Heilige Alliantie der vorsten.In deliteratuur: Tijd vanromantiek. (Tieck, Novalis, Hölderlin, Schlegel.) Jena is het brandpunt.In defilosofie: Tijd vanidealismeenpessimismemet een critischen onderstroom.

DE TIJD DER SPECULATIEVE FILOSOFIE WAS

In denstaat: Tijd vanreactie. Onderdrukking van het liberale beginsel: Heilige Alliantie der vorsten.In deliteratuur: Tijd vanromantiek. (Tieck, Novalis, Hölderlin, Schlegel.) Jena is het brandpunt.In defilosofie: Tijd vanidealismeenpessimismemet een critischen onderstroom.

In denstaat: Tijd vanreactie. Onderdrukking van het liberale beginsel: Heilige Alliantie der vorsten.

In deliteratuur: Tijd vanromantiek. (Tieck, Novalis, Hölderlin, Schlegel.) Jena is het brandpunt.

In defilosofie: Tijd vanidealismeenpessimismemet een critischen onderstroom.

EENIGE TOELICHTENDE JAARTALLEN.1760–1814.Fichte.1775–1854.Schelling.1772–1831.Hegel.1778–1860.Schopenhauer.1776–1841.Herbart.1794.Fichte’sWissenschaftslehre.1798.Schelling, Van de wereldziel.1799.Schleiermacher, Toespraken over den godsdienst.1807.Hegel, Phaenomenologie van den Geest.1812–1816.Hegel, Logica.1813.Herbart’s Inleiding in de Philosophie.1816.Herbart’s Leerboek der Psychologie.1819.Schopenhauer, De wereld als wil en voorstelling.1821.Hegel’s Rechtsfilosofie.1829.Herbart’s Algemeene Metafysica.1834–1853.Joh. E. Erdmann’s Geschiedenis der wijsbegeerte.1835.Strauss, Het leven van Jezus.1839.Zeller’s studies over Plato.1841.Feuerbach, Het wezen van het Christendom.1841.Schopenhauer’s ethiek.1842.Drobisch, Zielkunde.1847–1852.Zeller’s Geschiedenis der Grieksche wijsbegeerte.1849.Waitz, Zielkunde als natuurwetenschap.1846–1858.Vischer, Aesthetica.1857.Kuno Fischer begint zijn geschiedenis der nieuwere wijsbegeerte.1867.Marx, Het Kapitaal.1869.Hartmann, Filosofie van het onbewuste.1872.Strauss, Het oude en het nieuwe geloof.1876.Mainländer’sfilosofie der Verlossing.1881.Dood van Tuiscon Ziller.1882.Geluk’s Woordenboek.1896.Bolland, hoogleeraar te Leiden. Het wereldraadsel.1904.Bolland, Zuivere Rede.1905.De Raaf, Herbart’s Metafysica.1908.Dood van Ed. Zeller.

EENIGE TOELICHTENDE JAARTALLEN.

1760–1814.Fichte.1775–1854.Schelling.1772–1831.Hegel.1778–1860.Schopenhauer.1776–1841.Herbart.1794.Fichte’sWissenschaftslehre.1798.Schelling, Van de wereldziel.1799.Schleiermacher, Toespraken over den godsdienst.1807.Hegel, Phaenomenologie van den Geest.1812–1816.Hegel, Logica.1813.Herbart’s Inleiding in de Philosophie.1816.Herbart’s Leerboek der Psychologie.1819.Schopenhauer, De wereld als wil en voorstelling.1821.Hegel’s Rechtsfilosofie.1829.Herbart’s Algemeene Metafysica.1834–1853.Joh. E. Erdmann’s Geschiedenis der wijsbegeerte.1835.Strauss, Het leven van Jezus.1839.Zeller’s studies over Plato.1841.Feuerbach, Het wezen van het Christendom.1841.Schopenhauer’s ethiek.1842.Drobisch, Zielkunde.1847–1852.Zeller’s Geschiedenis der Grieksche wijsbegeerte.1849.Waitz, Zielkunde als natuurwetenschap.1846–1858.Vischer, Aesthetica.1857.Kuno Fischer begint zijn geschiedenis der nieuwere wijsbegeerte.1867.Marx, Het Kapitaal.1869.Hartmann, Filosofie van het onbewuste.1872.Strauss, Het oude en het nieuwe geloof.1876.Mainländer’sfilosofie der Verlossing.1881.Dood van Tuiscon Ziller.1882.Geluk’s Woordenboek.1896.Bolland, hoogleeraar te Leiden. Het wereldraadsel.1904.Bolland, Zuivere Rede.1905.De Raaf, Herbart’s Metafysica.1908.Dood van Ed. Zeller.

1760–1814.Fichte.1775–1854.Schelling.1772–1831.Hegel.1778–1860.Schopenhauer.1776–1841.Herbart.

1794.Fichte’sWissenschaftslehre.1798.Schelling, Van de wereldziel.1799.Schleiermacher, Toespraken over den godsdienst.1807.Hegel, Phaenomenologie van den Geest.1812–1816.Hegel, Logica.1813.Herbart’s Inleiding in de Philosophie.1816.Herbart’s Leerboek der Psychologie.1819.Schopenhauer, De wereld als wil en voorstelling.1821.Hegel’s Rechtsfilosofie.1829.Herbart’s Algemeene Metafysica.1834–1853.Joh. E. Erdmann’s Geschiedenis der wijsbegeerte.1835.Strauss, Het leven van Jezus.1839.Zeller’s studies over Plato.1841.Feuerbach, Het wezen van het Christendom.1841.Schopenhauer’s ethiek.1842.Drobisch, Zielkunde.1847–1852.Zeller’s Geschiedenis der Grieksche wijsbegeerte.1849.Waitz, Zielkunde als natuurwetenschap.1846–1858.Vischer, Aesthetica.1857.Kuno Fischer begint zijn geschiedenis der nieuwere wijsbegeerte.1867.Marx, Het Kapitaal.1869.Hartmann, Filosofie van het onbewuste.1872.Strauss, Het oude en het nieuwe geloof.1876.Mainländer’sfilosofie der Verlossing.1881.Dood van Tuiscon Ziller.1882.Geluk’s Woordenboek.1896.Bolland, hoogleeraar te Leiden. Het wereldraadsel.1904.Bolland, Zuivere Rede.1905.De Raaf, Herbart’s Metafysica.1908.Dood van Ed. Zeller.


Back to IndexNext