Overzicht aangebrachte correcties

9 Januari.Wil je iets doen, lieveling, waarmee je je eeuwig zielsheil kunt verzekeren? Er verkeert hier een familie in vreeselijken nood, een moeder en vader en vier zichtbare kinderen. De twee oudste jongens zijn de wijde wereld ingetrokken, om hun fortuin te zoeken en hebben niets meer van zich laten hooren. De vader heeft in een glasfabriek gewerkt en kreeg er de tering—het is vreeselijk ongezond werk—en nu ligt hij in het ziekenhuis. Door die ziekte zijn al hun spaarduitjes opgeraakt en nu moet de oudste dochter van 24 de heele familie onderhouden. Ze gaat uit naaien voor $ 1.50 per dag (als ze dat ten minste krijgt) en 's avonds borduurt ze ook nog. De moeder is niet erg sterk en verbazend slap van karakter en devoot. Ze zit den geheelen dag met gevouwen handen, een beeld van geduldige gelatenheid, terwijl de dochter zich met haar afbeulen, haar zorgen en haar groote verantwoordelijkheid half dood maakt. Ze weet niet hoe ze door den winter heen moeten komen en mij is dat ook een raadsel. Met een honderd dollars zou ze brandstof kunnen koopen en schoenen voor de kinderen, zoodat die weer naar school kunnen, en ze zou dan ook nog overhouden, zoodat ze niet zoo vreeselijk heeft te tobben wanneer ze eens geen werk krijgt en een paar dagen thuis moet blijven.Jij bent de rijkste man, dien ik ken. Zou jij niet die honderd dollars kunnen missen? Dat meisje verdient veel meer geholpen te worden dan ik, toen ik nog in hetJohn Grier Homewas. Ik vraag het eigenlijk ook maar alleen voor dat arme kind. De moeder kan me niets schelen. Daar zit absoluut geen leven in en die vindt toch alles wat de Heere doet, welgedaan.Het kan me woedend maken, wanneer die menschen hun oogen vroom ten hemel slaan en lijden: „Wie weet, misschien is het wel voor ons bestwil” terwijl ze er zelf toch zoo vast van overtuigd zijn, dat dat natuurlijk niet zoo is. Nederigheid, of hoe je het ook noemen wilt, is alleen maar machtelooze traagheid, laksheid! Ik ben voor een opgewekten, strijdlustigen godsdienst.We hebben op het oogenblik vervelende colleges over wijsbegeerte—morgen weer overSchopenhauer. Onze prof. schijnt te denken, dat we voor niets anders te werken hebben. Hij is een grappige oude baas en altijd met zijn gedachten ver van deze aarde verwijderd en als hij dan plotseling vasten grond onder zijn voeten voelt, schrikt hij op. Hij probeert de colleges een beetje aangenamer te maken door er nu en dan een grap tusschen te gooien en dan spannen wij ons in om te glimlachen. Maar ik kan je verzekeren, dat dat soms toch nog moeilijk gaat. In zijn vrijen lijd tracht hij het probleem op te lossen, of de dingen werkelijk bestaan of dat hij alleen maardenkt, dat ze bestaan.Ik weet zeker, dat mijn arm naaistertje het dan verder heeft gebracht, zij weet tenminste dat de dingen bestaan.Waar denk je wel, dat mijn nieuwe novelle is? In de prullenmand! Ik zie zelf in, dat het niets wordt en als een auteur dat al van zijn eigen werk zegt, wat moet het venijnige publiek dan niet schreeuwen?Later.Ik schrijf je van mijn ziekbed, Vadertje. Al twee dagen lig ik hier met gezwollen amandelen. Ik kan net heete melk drinken, maar dat is ook alles. „Hoe is het nu in godsnaammogelijk, dat uw ouders die amandelen niet hebben laten snijden toen u nog klein was?” vroeg de dokter me. Daarop kon ik hem niet antwoorden, maar ik geloof, dat ze toen niet hard over me hebben nagedacht.Je J.A.Volgende morgen.Ik lees juist mijn brief over, voordat ik hem sluit. Ik begrijp niet, waarom ik zoo'n duister licht over het leven werp. Ik wil je nog gauw even schrijven, dat ik me jong, gelukkig en levenslustig voel. En ik denk, dat jij dat ook wel zult zijn. De jeugd heeft er niets mee te maken; hoeveel jaren je eigenlijk telt, dat doet er niet toe, het hangt alleen maar af van onze levendigheid van geest. Dus Vadertje, al heb jij misschien grijze haren, toch kun je nog een echte jongen zijn.Je je liefhebbendeJudy.

9 Januari.

Wil je iets doen, lieveling, waarmee je je eeuwig zielsheil kunt verzekeren? Er verkeert hier een familie in vreeselijken nood, een moeder en vader en vier zichtbare kinderen. De twee oudste jongens zijn de wijde wereld ingetrokken, om hun fortuin te zoeken en hebben niets meer van zich laten hooren. De vader heeft in een glasfabriek gewerkt en kreeg er de tering—het is vreeselijk ongezond werk—en nu ligt hij in het ziekenhuis. Door die ziekte zijn al hun spaarduitjes opgeraakt en nu moet de oudste dochter van 24 de heele familie onderhouden. Ze gaat uit naaien voor $ 1.50 per dag (als ze dat ten minste krijgt) en 's avonds borduurt ze ook nog. De moeder is niet erg sterk en verbazend slap van karakter en devoot. Ze zit den geheelen dag met gevouwen handen, een beeld van geduldige gelatenheid, terwijl de dochter zich met haar afbeulen, haar zorgen en haar groote verantwoordelijkheid half dood maakt. Ze weet niet hoe ze door den winter heen moeten komen en mij is dat ook een raadsel. Met een honderd dollars zou ze brandstof kunnen koopen en schoenen voor de kinderen, zoodat die weer naar school kunnen, en ze zou dan ook nog overhouden, zoodat ze niet zoo vreeselijk heeft te tobben wanneer ze eens geen werk krijgt en een paar dagen thuis moet blijven.

Jij bent de rijkste man, dien ik ken. Zou jij niet die honderd dollars kunnen missen? Dat meisje verdient veel meer geholpen te worden dan ik, toen ik nog in hetJohn Grier Homewas. Ik vraag het eigenlijk ook maar alleen voor dat arme kind. De moeder kan me niets schelen. Daar zit absoluut geen leven in en die vindt toch alles wat de Heere doet, welgedaan.

Het kan me woedend maken, wanneer die menschen hun oogen vroom ten hemel slaan en lijden: „Wie weet, misschien is het wel voor ons bestwil” terwijl ze er zelf toch zoo vast van overtuigd zijn, dat dat natuurlijk niet zoo is. Nederigheid, of hoe je het ook noemen wilt, is alleen maar machtelooze traagheid, laksheid! Ik ben voor een opgewekten, strijdlustigen godsdienst.

We hebben op het oogenblik vervelende colleges over wijsbegeerte—morgen weer overSchopenhauer. Onze prof. schijnt te denken, dat we voor niets anders te werken hebben. Hij is een grappige oude baas en altijd met zijn gedachten ver van deze aarde verwijderd en als hij dan plotseling vasten grond onder zijn voeten voelt, schrikt hij op. Hij probeert de colleges een beetje aangenamer te maken door er nu en dan een grap tusschen te gooien en dan spannen wij ons in om te glimlachen. Maar ik kan je verzekeren, dat dat soms toch nog moeilijk gaat. In zijn vrijen lijd tracht hij het probleem op te lossen, of de dingen werkelijk bestaan of dat hij alleen maardenkt, dat ze bestaan.

Ik weet zeker, dat mijn arm naaistertje het dan verder heeft gebracht, zij weet tenminste dat de dingen bestaan.

Waar denk je wel, dat mijn nieuwe novelle is? In de prullenmand! Ik zie zelf in, dat het niets wordt en als een auteur dat al van zijn eigen werk zegt, wat moet het venijnige publiek dan niet schreeuwen?

Later.

Ik schrijf je van mijn ziekbed, Vadertje. Al twee dagen lig ik hier met gezwollen amandelen. Ik kan net heete melk drinken, maar dat is ook alles. „Hoe is het nu in godsnaammogelijk, dat uw ouders die amandelen niet hebben laten snijden toen u nog klein was?” vroeg de dokter me. Daarop kon ik hem niet antwoorden, maar ik geloof, dat ze toen niet hard over me hebben nagedacht.

Je J.A.

Volgende morgen.

Ik lees juist mijn brief over, voordat ik hem sluit. Ik begrijp niet, waarom ik zoo'n duister licht over het leven werp. Ik wil je nog gauw even schrijven, dat ik me jong, gelukkig en levenslustig voel. En ik denk, dat jij dat ook wel zult zijn. De jeugd heeft er niets mee te maken; hoeveel jaren je eigenlijk telt, dat doet er niet toe, het hangt alleen maar af van onze levendigheid van geest. Dus Vadertje, al heb jij misschien grijze haren, toch kun je nog een echte jongen zijn.

Je je liefhebbendeJudy.

12 Januari.Lieve Mijnheer de Philantroop.Gisteren kreeg ik je chèque voor mijn arme familie. Dank je heel hartelijk. Ik spijbelde voor gymnastiek en ging er dadelijk na de koffie heen en je had het gezicht van het meisje moeten zien! Ze was zoo verrast en gelukkig en verlicht, dat ze er haast jong uitzag. En ze is toch pas 24. Is dat niet vreeselijk?In elk geval heeft ze nu het gevoel, alsof alle goede dingen opeens op haar zijn neergedaald. Ze heeft nu al voor twee maanden vooruit vast werk. Er gaat iemand trouwen en zij heeft de bestellingen voor het uitzet gekregen.„Laten we den goeden God danken”, zei de moeder toen ze eindelijk tot besef kwam, dat dit kleine papiertje $ 100.— waard was.„De goede God stuurt het je heelemaal niet”, zei ik, „jehebt het van Vadertje Langbeen”, (ik zei natuurlijk: „van Mijnheer Smith”).„Maar de goede God heeft hem op die gedachte gebracht”, zei ze weer.„Absoluut niet, dat deed ik”, antwoordde ik haar.Maar in elk geval vertrouw ik, dat God je naar waarde zal beloonen, Vadertje. Je verdient een vrijstelling van minstens 10.000 jaar uit het vagevuur.Je je zeer dankbareJudy Abbott.

12 Januari.

Lieve Mijnheer de Philantroop.

Gisteren kreeg ik je chèque voor mijn arme familie. Dank je heel hartelijk. Ik spijbelde voor gymnastiek en ging er dadelijk na de koffie heen en je had het gezicht van het meisje moeten zien! Ze was zoo verrast en gelukkig en verlicht, dat ze er haast jong uitzag. En ze is toch pas 24. Is dat niet vreeselijk?

In elk geval heeft ze nu het gevoel, alsof alle goede dingen opeens op haar zijn neergedaald. Ze heeft nu al voor twee maanden vooruit vast werk. Er gaat iemand trouwen en zij heeft de bestellingen voor het uitzet gekregen.

„Laten we den goeden God danken”, zei de moeder toen ze eindelijk tot besef kwam, dat dit kleine papiertje $ 100.— waard was.

„De goede God stuurt het je heelemaal niet”, zei ik, „jehebt het van Vadertje Langbeen”, (ik zei natuurlijk: „van Mijnheer Smith”).

„Maar de goede God heeft hem op die gedachte gebracht”, zei ze weer.

„Absoluut niet, dat deed ik”, antwoordde ik haar.

Maar in elk geval vertrouw ik, dat God je naar waarde zal beloonen, Vadertje. Je verdient een vrijstelling van minstens 10.000 jaar uit het vagevuur.

Je je zeer dankbare

Judy Abbott.

15 Februari.Zoo het Uwe Excellentie moge behagen.Dezen morgen at ik bij het ontbijt een koud kalkoenepastijtje en een stuk gans en ik liet mij een kopje thee brengen (een Chineesche drank), welke ik nooit te voren had geproefd.Word niet zenuwachtig, Vadertje, ik ben nog bij mijn verstand, ik citeer alleen maar uitSam'l Pepys. Wij lezen hem in verband met de Engelsche geschiedenis en wel in het oorspronkelijke.SallieenJuliaen ik spreken nu alleen nog maar in de taal van 1660. Luister nu eens even naar dit:„Ik ging naarCharing Crossom daar MajoorHarrisonopgehangen, geradbraakt en gevierendeeld te zien. Hij keek zoo vriendelijk als een man dat in dien toestand kan doen”.En dan:„Ik dineerde met mijn vrouw, die fraaie rouw draagt over haar broer, welke gisteren aan de gele koorts stierf”.Een vriend vanPepysmaakte een zeer loos testament op, waarbij hij bepaalde, dat de Koning zijn schulden zou mogen betalen met het geld, dat hij voor den verkoop van zijn oude, bedorven levensmiddelen aan arme menschen zou ontvangen. Wat denk jij, vooruitstrevende, wel van zoo iets? Ik geloof niet, dat wij tegenwoordig zoo slecht zijn als de kranten wel beweren.Samuelwas even blij met zijn kleeren als een jong meisje.Hij gaf er vijf maal zooveel voor uit als zijn vrouw. Toen schijnt het wel de Gouden Eeuw voor de mannen geweest te zijn. Kijk, vind je dat niet aardig? Hier zie je weer uit, dat hij het werkelijk eerlijk meende:„Vandaag kwam mijn prachtigeCamlettmantel met gouden knoopen thuis. Het kostte me zeer veel geld en ik smeek God dat Hij het me mogelijk zal maken deze som te betalen”.Neem me niet kwalijk, dat ik zoo vol van dienPepysben. Ik schrijf, geloof ik, een heelen brief alleen over hem.Wat zeg je daar wel van, Vadertje: het bestuur heeft de 10 uur-regel ingetrokken. We mogen nu net zoo lang licht branden als we zelf willen. De eenige voorwaarde is, dat we de rust van de anderen niet storen, dus niet hard praten of allemaal op één kamer bij elkaar komen, of zoo. Het resultaat werpt weer een prachtig licht op de menschelijke natuur. Nu we zoo lang op mogen blijven als we maar willen, kan dat ons niets meer schelen. Om 9 uur beginnen we te knikkebollen en om half tien ontvalt de pen aan onze moede handen. Het is nu net half tien. Goeden nacht!Zondag.Ik kom net uit de kerk. We hadden een predikant uitGeorgia. Hij sprak er over, dat wij ervoor moeten zorgen, dat de ontwikkeling van ons verstandsleven niet ten koste van ons gevoelsleven gaat. Ik vond het een vervelend, droog preekje. Uit welken hoek van de Vereenigde Staten ze ook komen, we krijgen altijd weer hetzelfde te hooren. Waarom gaan ze niet in 's hemelsnaam naar de mannenuniversiteit en dringen ze er daar bij de studenten op aan, dat hun mannelijk karakter niet te veel door geestelijke studie wordt onderdrukt.Het is vandaag een heerlijke dag: helder, vriezend weer.Dadelijk na het koffiedrinken trekkenSallie, Julia, Maty KeeneenEleanor Pratt(vriendinnen van mij, maar jij kent ze toch niet) en ik voetvrije rokken aan en dan gaan we door het bosch naarCrystal Spring Farmen eten er gebradenkuikentjes en wafels en daarna rijdt boerCrystalSpringons naar huis. We moeten eigenlijk om 7 uur weer binnen zijn, maar ik denk, dat we er vanavond wel 8 uur van zullen maken.Dag Vadertje.Ik heb de eer te teekenen alsUwe zeer oprechte, eerbiedige, gehoorzameen trouwe dienaresseJ. Abbott.

15 Februari.

Zoo het Uwe Excellentie moge behagen.

Dezen morgen at ik bij het ontbijt een koud kalkoenepastijtje en een stuk gans en ik liet mij een kopje thee brengen (een Chineesche drank), welke ik nooit te voren had geproefd.

Word niet zenuwachtig, Vadertje, ik ben nog bij mijn verstand, ik citeer alleen maar uitSam'l Pepys. Wij lezen hem in verband met de Engelsche geschiedenis en wel in het oorspronkelijke.SallieenJuliaen ik spreken nu alleen nog maar in de taal van 1660. Luister nu eens even naar dit:

„Ik ging naarCharing Crossom daar MajoorHarrisonopgehangen, geradbraakt en gevierendeeld te zien. Hij keek zoo vriendelijk als een man dat in dien toestand kan doen”.

En dan:

„Ik dineerde met mijn vrouw, die fraaie rouw draagt over haar broer, welke gisteren aan de gele koorts stierf”.

Een vriend vanPepysmaakte een zeer loos testament op, waarbij hij bepaalde, dat de Koning zijn schulden zou mogen betalen met het geld, dat hij voor den verkoop van zijn oude, bedorven levensmiddelen aan arme menschen zou ontvangen. Wat denk jij, vooruitstrevende, wel van zoo iets? Ik geloof niet, dat wij tegenwoordig zoo slecht zijn als de kranten wel beweren.

Samuelwas even blij met zijn kleeren als een jong meisje.Hij gaf er vijf maal zooveel voor uit als zijn vrouw. Toen schijnt het wel de Gouden Eeuw voor de mannen geweest te zijn. Kijk, vind je dat niet aardig? Hier zie je weer uit, dat hij het werkelijk eerlijk meende:

„Vandaag kwam mijn prachtigeCamlettmantel met gouden knoopen thuis. Het kostte me zeer veel geld en ik smeek God dat Hij het me mogelijk zal maken deze som te betalen”.

Neem me niet kwalijk, dat ik zoo vol van dienPepysben. Ik schrijf, geloof ik, een heelen brief alleen over hem.

Wat zeg je daar wel van, Vadertje: het bestuur heeft de 10 uur-regel ingetrokken. We mogen nu net zoo lang licht branden als we zelf willen. De eenige voorwaarde is, dat we de rust van de anderen niet storen, dus niet hard praten of allemaal op één kamer bij elkaar komen, of zoo. Het resultaat werpt weer een prachtig licht op de menschelijke natuur. Nu we zoo lang op mogen blijven als we maar willen, kan dat ons niets meer schelen. Om 9 uur beginnen we te knikkebollen en om half tien ontvalt de pen aan onze moede handen. Het is nu net half tien. Goeden nacht!

Zondag.

Ik kom net uit de kerk. We hadden een predikant uitGeorgia. Hij sprak er over, dat wij ervoor moeten zorgen, dat de ontwikkeling van ons verstandsleven niet ten koste van ons gevoelsleven gaat. Ik vond het een vervelend, droog preekje. Uit welken hoek van de Vereenigde Staten ze ook komen, we krijgen altijd weer hetzelfde te hooren. Waarom gaan ze niet in 's hemelsnaam naar de mannenuniversiteit en dringen ze er daar bij de studenten op aan, dat hun mannelijk karakter niet te veel door geestelijke studie wordt onderdrukt.

Het is vandaag een heerlijke dag: helder, vriezend weer.Dadelijk na het koffiedrinken trekkenSallie, Julia, Maty KeeneenEleanor Pratt(vriendinnen van mij, maar jij kent ze toch niet) en ik voetvrije rokken aan en dan gaan we door het bosch naarCrystal Spring Farmen eten er gebradenkuikentjes en wafels en daarna rijdt boerCrystalSpringons naar huis. We moeten eigenlijk om 7 uur weer binnen zijn, maar ik denk, dat we er vanavond wel 8 uur van zullen maken.

Dag Vadertje.

Ik heb de eer te teekenen als

Uwe zeer oprechte, eerbiedige, gehoorzameen trouwe dienaresseJ. Abbott.

Uwe zeer oprechte, eerbiedige, gehoorzameen trouwe dienaresse

J. Abbott.

5. Maart.Lieve Mijnheer de Regent.Morgen is het weer Lamme Woensdag in hetJohn Grier Home. Wat zullen ze zich opgelucht voelen als het eindelijk 5 uur heeft geslagen en jij ze een tikje op hun hoofd hebt gegeven! Heb jij me ook wel eens op mijn hoofd getikt, Vadertje? Ik geloof het niet. Ik kan me alleen maar dikke regenten voor den geest roepen.Groet ze allen op het gesticht, als je wilt, en vriendelijk ook. Als ik nu na vier jaar aan dat huis terugdenk, krijg ik heusch een gevoel van teederheid. Toen ik hier de eerste dagen was, voelde ik me ongelukkig omdat ik dacht, dat ik beroofd was van de normale jeugd die andere meisjes genieten. Maar nu is dat gevoel al lang verdwenen, ik denk aan mijn verleden als aan een vreemd avontuur terug. Ik voel me ter zijde van de anderen staan en van daaruit een blik in het leven werpen. Nu ik volwassen ben, krijg ik een kijk op de wereld, die andere menschen, welke er middenin zijn opgegroeid, totaal missen.Ik ken een heeleboel meisjes,—Juliab.v.—die nooit weten dat ze gelukkig zijn. Ze zijn zoo aan het geluk gewend, dat dat gevoel heelemaal verstompt is. Maar als ik me gelukkig voel, is dat iets heel anders. En ik zal me gelukkig blijven voelen, al moet ik misschien nog door heel wat ellende heenworstelen. Ik beschouw nu alles, zelfs kiespijn, als een belangwekkende gewaarwording en ik ben blij te wetenwat het is.„Whatever sky's above me, I've a heart for any fate”.Maar Vadertje, neem die ontluikende liefde voor hetJohn Grier Homenu niet al te letterlijk op. Wanneer ik, zooalsRousseau, vijf kinderen had, zou ik ze niet op den drempel van een vondelingengesticht leggen, in de hoop dat ze eenvoudig zouden worden opgevoed.Doe mijn groeten aan JuffrouwLippett(dat kun je heusch doen) en vertel haar eens, hoe mooi ik vooruitgekomen ben.Je kleineJudy.

5. Maart.

Lieve Mijnheer de Regent.

Morgen is het weer Lamme Woensdag in hetJohn Grier Home. Wat zullen ze zich opgelucht voelen als het eindelijk 5 uur heeft geslagen en jij ze een tikje op hun hoofd hebt gegeven! Heb jij me ook wel eens op mijn hoofd getikt, Vadertje? Ik geloof het niet. Ik kan me alleen maar dikke regenten voor den geest roepen.

Groet ze allen op het gesticht, als je wilt, en vriendelijk ook. Als ik nu na vier jaar aan dat huis terugdenk, krijg ik heusch een gevoel van teederheid. Toen ik hier de eerste dagen was, voelde ik me ongelukkig omdat ik dacht, dat ik beroofd was van de normale jeugd die andere meisjes genieten. Maar nu is dat gevoel al lang verdwenen, ik denk aan mijn verleden als aan een vreemd avontuur terug. Ik voel me ter zijde van de anderen staan en van daaruit een blik in het leven werpen. Nu ik volwassen ben, krijg ik een kijk op de wereld, die andere menschen, welke er middenin zijn opgegroeid, totaal missen.

Ik ken een heeleboel meisjes,—Juliab.v.—die nooit weten dat ze gelukkig zijn. Ze zijn zoo aan het geluk gewend, dat dat gevoel heelemaal verstompt is. Maar als ik me gelukkig voel, is dat iets heel anders. En ik zal me gelukkig blijven voelen, al moet ik misschien nog door heel wat ellende heenworstelen. Ik beschouw nu alles, zelfs kiespijn, als een belangwekkende gewaarwording en ik ben blij te wetenwat het is.„Whatever sky's above me, I've a heart for any fate”.

Maar Vadertje, neem die ontluikende liefde voor hetJohn Grier Homenu niet al te letterlijk op. Wanneer ik, zooalsRousseau, vijf kinderen had, zou ik ze niet op den drempel van een vondelingengesticht leggen, in de hoop dat ze eenvoudig zouden worden opgevoed.

Doe mijn groeten aan JuffrouwLippett(dat kun je heusch doen) en vertel haar eens, hoe mooi ik vooruitgekomen ben.

Je kleineJudy.

Lock Willow.4 April.Liefste Vadertje,Heb je het poststempel wel gezien? Ja, het is zoo, we zijn opLock Willow!Sallieen ik vereeren deze plaats met onze tegenwoordigheid gedurende de Paaschvacantie. Wij meenden, dat dat het beste was, wat we in onze vacantie doen konden. We waren beiden op en top zenuwachtig geworden en konden het niet langer inFergussen Halluithouden. En als je in zoo'n toestand verkeert, is het een straf, om met 400 meisjes in één zaal te eten. Er is dan zooveel lawaai, dat je niet met het meisje tegenover je kunt spreken als je beide handen niet voor je mond houdt en hard schreeuwt. Heusch waar!We hollen de heuvels op en af en lezen en schrijven en hebben hier een heerlijken rustigen tijd. Dezen morgen beklommen we denSky Hill. Je weet wel,de berg, waar JongeheerJervieen ik eens ons avondeten hebben klaargemaakt. Ik kon nog de plekontdekken, waar de rots door den rook van ons vuur heelemaal zwart was geworden. Het is toch vreemd dat sommige plekken je dadelijk aan bepaalde menschen herinneren. Je kunt er niet langs, zonder aan ze te denken. Ik voelde me erg verlaten zoo zonder hem, net twee minuten lang.Wat denk je wel, dat mijn laatste werk is, Vadertje? Je zult wel gaan denken dat ik onverbeterlijk ben. Ik schrijfeen boek! Drie weken geleden begon ik ermee en ik schiet er heerlijk mee op. Ik ben nu eindelijk achter het geheim gekomen. JongeheerJervieen die uitgever hadden gelijk. Je schrijft het best, wanneer je het over dingen hebt die je door en door kent. En dezen keer heb ik het over iets, waarvan ik zeker weet te kunnen spreken. Raad eens wat! HetJohn Grier Home! En het wordt goed, Vadertje. Ik geloof het beslist. Tot op de kleine onbelangrijke alledaagsche dingetjes toe. Ik ben nu een realiste. Ik heb de romantiek er aan gegeven. Daartoe zal ik later nog wel terugkeeren, wanneer mijn eigen avontuurlijke toekomst begint.Dit boek zal ik nu afmaken ook, en dan wordt het uitgegeven. Je zult het zien! Als je vurig naar iets verlangt en maar volhoudend blijft volharden, dan zet je je zin toch door op den duur. Ik heb er nu al vier jaarlang opgewacht een brief van jou te ontvangen en ik geef den moed nog altijd niet op.Nacht Vadertje!(Ik vind het prettig je „Vadertje” te noemen. Het klinkt zoo aardig, vertrouwelijk!)Je je liefhebbendeJudy.P.S. Ik vergat nog, je nieuws van hier te vertellen. En het is toch werkelijk erg wanhopig nieuws. Lees maar niet verder als je niet tot tranen toe geroerd wilt worden.Arme, oudeGroveris dood! Hij was zoo zwak, dat hij nietmeerkon eten en ze moesten hem daarom wel dood schieten.Negen kuikens zijn laatst door een wezelofeen bunzing of een rat om het leven gebracht.Een van de koeien is ziek en we hebben den veearts uitBonnyrigg Four Cornerslaten komen.Amasaimoest den heelen nacht opblijven om de koe lijnzaadolie en whisky te geven maar we hebben er een zwaar hart over of die arme zieke koe wel iets anders dan lijnzaadolie te proeven heeft gekregen.SentimenteeleTommy(de schildpad) is spoorloos verdwenen. We zijn bang dat hij in een val terecht is gekomen.Er is toch een macht verdriet op de wereld.

Lock Willow.

4 April.

Liefste Vadertje,

Heb je het poststempel wel gezien? Ja, het is zoo, we zijn opLock Willow!Sallieen ik vereeren deze plaats met onze tegenwoordigheid gedurende de Paaschvacantie. Wij meenden, dat dat het beste was, wat we in onze vacantie doen konden. We waren beiden op en top zenuwachtig geworden en konden het niet langer inFergussen Halluithouden. En als je in zoo'n toestand verkeert, is het een straf, om met 400 meisjes in één zaal te eten. Er is dan zooveel lawaai, dat je niet met het meisje tegenover je kunt spreken als je beide handen niet voor je mond houdt en hard schreeuwt. Heusch waar!

We hollen de heuvels op en af en lezen en schrijven en hebben hier een heerlijken rustigen tijd. Dezen morgen beklommen we denSky Hill. Je weet wel,de berg, waar JongeheerJervieen ik eens ons avondeten hebben klaargemaakt. Ik kon nog de plekontdekken, waar de rots door den rook van ons vuur heelemaal zwart was geworden. Het is toch vreemd dat sommige plekken je dadelijk aan bepaalde menschen herinneren. Je kunt er niet langs, zonder aan ze te denken. Ik voelde me erg verlaten zoo zonder hem, net twee minuten lang.

Wat denk je wel, dat mijn laatste werk is, Vadertje? Je zult wel gaan denken dat ik onverbeterlijk ben. Ik schrijfeen boek! Drie weken geleden begon ik ermee en ik schiet er heerlijk mee op. Ik ben nu eindelijk achter het geheim gekomen. JongeheerJervieen die uitgever hadden gelijk. Je schrijft het best, wanneer je het over dingen hebt die je door en door kent. En dezen keer heb ik het over iets, waarvan ik zeker weet te kunnen spreken. Raad eens wat! HetJohn Grier Home! En het wordt goed, Vadertje. Ik geloof het beslist. Tot op de kleine onbelangrijke alledaagsche dingetjes toe. Ik ben nu een realiste. Ik heb de romantiek er aan gegeven. Daartoe zal ik later nog wel terugkeeren, wanneer mijn eigen avontuurlijke toekomst begint.

Dit boek zal ik nu afmaken ook, en dan wordt het uitgegeven. Je zult het zien! Als je vurig naar iets verlangt en maar volhoudend blijft volharden, dan zet je je zin toch door op den duur. Ik heb er nu al vier jaarlang opgewacht een brief van jou te ontvangen en ik geef den moed nog altijd niet op.

Nacht Vadertje!

(Ik vind het prettig je „Vadertje” te noemen. Het klinkt zoo aardig, vertrouwelijk!)

Je je liefhebbende

Judy.

P.S. Ik vergat nog, je nieuws van hier te vertellen. En het is toch werkelijk erg wanhopig nieuws. Lees maar niet verder als je niet tot tranen toe geroerd wilt worden.

Arme, oudeGroveris dood! Hij was zoo zwak, dat hij nietmeerkon eten en ze moesten hem daarom wel dood schieten.

Negen kuikens zijn laatst door een wezelofeen bunzing of een rat om het leven gebracht.

Een van de koeien is ziek en we hebben den veearts uitBonnyrigg Four Cornerslaten komen.Amasaimoest den heelen nacht opblijven om de koe lijnzaadolie en whisky te geven maar we hebben er een zwaar hart over of die arme zieke koe wel iets anders dan lijnzaadolie te proeven heeft gekregen.

SentimenteeleTommy(de schildpad) is spoorloos verdwenen. We zijn bang dat hij in een val terecht is gekomen.

Er is toch een macht verdriet op de wereld.

17 Mei.Lieve Vadertje Langbeen,Dit wordt maar een erg kort briefje, want mijn schouders doen al pijn bij het gezicht van een pen. Ik heb den heelen dag gedurende de colleges aanteekeningen moeten maken en den heelen avond aan mijn novelle geschreven en dat is toch werkelijk wat al te veel.Woensdag over drie weken is er promotiedag. Ik hoop, dat je dan zult komen en kennis met me zult maken. Heusch Vadertje, ik zal je gaan haten als je zelfs dan niet komt opdagen.Julianoodigt JongeheerJervieuit omdat hij familie van haar is, enSallie Jimmie McBride, ook omdat hij familie van haar is, maar wien kan ik in 's hemelsnaam uitnoodigen? Alleen jou en JuffrouwLippetten haar wil ik niet zien. Kom dus alsjeblieft!Dag lieveling, ik heb zoo'n schrijfkramp, dat ik het maar niet langer maak.Judy.

17 Mei.

Lieve Vadertje Langbeen,

Dit wordt maar een erg kort briefje, want mijn schouders doen al pijn bij het gezicht van een pen. Ik heb den heelen dag gedurende de colleges aanteekeningen moeten maken en den heelen avond aan mijn novelle geschreven en dat is toch werkelijk wat al te veel.

Woensdag over drie weken is er promotiedag. Ik hoop, dat je dan zult komen en kennis met me zult maken. Heusch Vadertje, ik zal je gaan haten als je zelfs dan niet komt opdagen.Julianoodigt JongeheerJervieuit omdat hij familie van haar is, enSallie Jimmie McBride, ook omdat hij familie van haar is, maar wien kan ik in 's hemelsnaam uitnoodigen? Alleen jou en JuffrouwLippetten haar wil ik niet zien. Kom dus alsjeblieft!

Dag lieveling, ik heb zoo'n schrijfkramp, dat ik het maar niet langer maak.

Judy.

Lock Willow.19 Juni.Lieve Vadertje Langbeen,Het werk is volbracht. Mijn opleiding is teneinde. Mijn diploma ligt in de bovenste la van mijn kast bij mijn twee mooiste japonnen. De promotiedag verliep als gewoonlijk met een paar regenbuien op onheilspellende oogenblikken. Dank je voor je rozeknopjes. Ze waren schattig. Van JongeheerJervieen vanJimmiekreeg ik rozen, maar ik heb de hunne in het water laten staan en droeg jouw bloemen bij den rondgang van deSeniors.Hier zit ik nu weer opLock Willowvoor de zomermaanden, misschien wel voor altijd. Het leven is hier goedkoop, de omgeving rustig en zeer geschikt voor een letterkundig leven. Wat kon een worstelende schrijfsternog meer verlangen. Mijn boek maakt me gek. Ik denk er elk wakend oogenblik aan en droom er nog 's nachts van bovendien. Alles wat ik verlang is rust en vrede en een macht tijd om te werken, onderbroken door krachtige maaltijden.JongeheerJerviekomt ook voor een week of zoo in Augustus enJimmie McBridewil dezen zomer ook even komen aanwippen.Hij is geïnteresseerd bij de een of andere onderneming en reist nu om aan de verschillende banken obligaties te verkoopen. Hij wil nu „The Farmers National” teCornersen mij op dezelfde reis vereenigen.Je ziet dus, dat we hier opLock Willowgeen gebrek aan bezoekers hebben. Ik had verwacht, dat je ook eens langs zoudt komen met je auto, maar ik weet nu al, dat mijn wenschen in verband met jou toch hopeloos zijn. Toen ik zag dat je zelfs niet op mijn promotiedag was overgekomen, verbande ik je voor altijd en eeuwig uit mijn hart.Judy AbbottA. B.(A. B. afkorting vanArtium Baccalaureus, dat is de eerste academische graad na drie jaar studie en examens).

Lock Willow.

19 Juni.

Lieve Vadertje Langbeen,

Het werk is volbracht. Mijn opleiding is teneinde. Mijn diploma ligt in de bovenste la van mijn kast bij mijn twee mooiste japonnen. De promotiedag verliep als gewoonlijk met een paar regenbuien op onheilspellende oogenblikken. Dank je voor je rozeknopjes. Ze waren schattig. Van JongeheerJervieen vanJimmiekreeg ik rozen, maar ik heb de hunne in het water laten staan en droeg jouw bloemen bij den rondgang van deSeniors.

Hier zit ik nu weer opLock Willowvoor de zomermaanden, misschien wel voor altijd. Het leven is hier goedkoop, de omgeving rustig en zeer geschikt voor een letterkundig leven. Wat kon een worstelende schrijfsternog meer verlangen. Mijn boek maakt me gek. Ik denk er elk wakend oogenblik aan en droom er nog 's nachts van bovendien. Alles wat ik verlang is rust en vrede en een macht tijd om te werken, onderbroken door krachtige maaltijden.

JongeheerJerviekomt ook voor een week of zoo in Augustus enJimmie McBridewil dezen zomer ook even komen aanwippen.

Hij is geïnteresseerd bij de een of andere onderneming en reist nu om aan de verschillende banken obligaties te verkoopen. Hij wil nu „The Farmers National” teCornersen mij op dezelfde reis vereenigen.

Je ziet dus, dat we hier opLock Willowgeen gebrek aan bezoekers hebben. Ik had verwacht, dat je ook eens langs zoudt komen met je auto, maar ik weet nu al, dat mijn wenschen in verband met jou toch hopeloos zijn. Toen ik zag dat je zelfs niet op mijn promotiedag was overgekomen, verbande ik je voor altijd en eeuwig uit mijn hart.

Judy AbbottA. B.

(A. B. afkorting vanArtium Baccalaureus, dat is de eerste academische graad na drie jaar studie en examens).

24 Juli.Liefste Vadertje Langbeen,Is het niet heerlijk te kunnen werken? Of heb je het nog nooit gedaan? Het is vooral eenig, wanneer je werk het liefste is, dat je zou willen doen. Ik heb dezen zomer elken dag zooveel geschreven als ik maar met mogelijkheid kon doen en mijn eenige grief tegen het leven is, dat de dagen niet lang genoeg zijn om alle mooie en waardevolle en onderhoudende gedachten, die ik heb, zwart op wit te zetten.Ik heb nu al twee deelen van mijn boek klaar en ga morgen om half zeven met het derde deel beginnen. Het is het mooiste boek, dat je ooit hebt gezien. Werkelijk waar! Ik denk aan niets anders meer. 's Morgens heb ik haast geen geduld om me behoorlijk aan te kleeden en te gaan ontbijten. Dan ga ik schrijven en nogeens schrijven totdat ikten langen leste zoo doodop ben, dat ik haast van mijn stokje val. Dan ga ik uit metCollin(de nieuwe herdershond) en ren met hem door de velden en doe een nieuwenvoorraadgedachten op voor den volgenden dag. Het is het mooiste boek, dat je ooit gelezen hebt. O, neem me niet kwalijk, dat heb ik je zooeven al verteld.Zeg lieveling, je denkt toch niet, dat ik verwaand ben?Dat ben ik anders heusch niet. Alleen maar een beetje opgewonden. Misschien bekoel ik later wel en word ik kritisch en vervelend. Och nee, dat weet ik toch wel, dat ik dat niet word. Maar dezen keer heb ik dan een werkelijk boek geschreven. Wacht maar totdat je het hebt gelezen, dan kun je er zelf over oordeelen.Ik zal voor een oogenblik probeeren over iets anders te spreken. Ik heb je nog niet verteld, datAmasaienCarriedit jaar Mei getrouwd zijn, is het wel? Ze blijven hier beiden werken, maar voor zoover ik erover kan oordeelen, geloof ik, dat het huwelijk hen beiden heeft bedorven. Vroeger lachte ze, wanneer hij modderschoenen mee naar binnen bracht of asch op den grond morste maar nu.... Zeg, je moest haar eens hooren schelden. En ze krult haar haar ook niet meer. EnAmasai, die vroeger altijd zoo graag bereid was om kleedjes te kloppen en hout aan te dragen, bromt nu als ze hem zoo iets vraagt. Zijn dassen zijn nu ook van een erg sombere kleur, zwart en bruin, terwijl hij vroeger nooit anders dan roode en paarse droeg. Ik heb besloten nooit te trouwen. Het schijnt dat dat heusch een ontaardend proces is.Ik kan je van hier niet veel nieuws berichten. De dieren genieten alle een goede gezondheid. De varkens zijn buitengewoon vet, de koeien schijnen tevreden en de kippen leggen goed. Stel je belang in pluimvee? Laat ik je dan even dat kleine boekje aanbevelen: „200 eieren per kip elk jaar”. Ik denk er hard over, de volgende lente een kunstmatige broedmoeder te laten komen. Je ziet, dat ik al aardig aan het denkbeeld gewend raak, om hier opLock Willowblijvend mijn tenten op te slaan. Ik moet hier nog 114 novellen schrijven, evenalsAnthony Trollope'smoeder. Danheb ik mijn levenstaak volbracht en kan ik me terugtrekken en gaan reizen.MijnheerJames McBridewas hier den vorigen Zondag bij ons. We hebben gebraden kip en roomijs bij het avondeten gehad en het scheen hem heel goed te smaken. Ik was erg blij, hem weer eens te zien. Het was voor mij een bewijs, dat de wereld bijLock Willowtoch niet ophoudt. Die armeJimmiemoet hard werken om zijn obligaties kwijt te raken.The Farmers' NationalinCornerswil er niet van hooren, al betaalt het ook 6% en soms zelfs 7% per jaar. Ik denk, dat hij nu wel weer naar huis zal gaan en in de fabriek van zijn vader werk zal zoeken. Hij is veel te rond en vertrouwelijk en goedhartig om ooit een goed effectenman te worden. Maar aan het hoofd van een goed gaande fabriek te staan, is toch ook een prachtige positie, vindt je niet? Nu spreekt hij daar nog niet over, maar hij zal het later toch doen.Ik hoop dat je het op prijs stelt, dat je vandaag een langen brief krijgt van iemand die erge schrijfkramp heeft. Ik hou toch nog altijd erg veel van je, lieveling, en ik voel me erg gelukkig. Overal zijn hier prachtige landschappen en er is altijd genoeg om te eten en ik heb een heerlijk, zacht bed en een riem papier en een liter inkt. Mijn hartje, wat wensch je nog meer?Altijd,Je je liefhebbendeJudy.P.S. De postbode brengt ons zoo juist goed nieuws. JongeheerJerviekondigt ons zijn bezoek voor den volgenden Vrijdag aan en hij wil een week blijven. Heerlijk: ik ben alleen bang, dat er niet veel tijd voor mijn boek zal overblijven. Hij is nog al erg veeleischend.

24 Juli.

Liefste Vadertje Langbeen,

Is het niet heerlijk te kunnen werken? Of heb je het nog nooit gedaan? Het is vooral eenig, wanneer je werk het liefste is, dat je zou willen doen. Ik heb dezen zomer elken dag zooveel geschreven als ik maar met mogelijkheid kon doen en mijn eenige grief tegen het leven is, dat de dagen niet lang genoeg zijn om alle mooie en waardevolle en onderhoudende gedachten, die ik heb, zwart op wit te zetten.

Ik heb nu al twee deelen van mijn boek klaar en ga morgen om half zeven met het derde deel beginnen. Het is het mooiste boek, dat je ooit hebt gezien. Werkelijk waar! Ik denk aan niets anders meer. 's Morgens heb ik haast geen geduld om me behoorlijk aan te kleeden en te gaan ontbijten. Dan ga ik schrijven en nogeens schrijven totdat ikten langen leste zoo doodop ben, dat ik haast van mijn stokje val. Dan ga ik uit metCollin(de nieuwe herdershond) en ren met hem door de velden en doe een nieuwenvoorraadgedachten op voor den volgenden dag. Het is het mooiste boek, dat je ooit gelezen hebt. O, neem me niet kwalijk, dat heb ik je zooeven al verteld.

Zeg lieveling, je denkt toch niet, dat ik verwaand ben?

Dat ben ik anders heusch niet. Alleen maar een beetje opgewonden. Misschien bekoel ik later wel en word ik kritisch en vervelend. Och nee, dat weet ik toch wel, dat ik dat niet word. Maar dezen keer heb ik dan een werkelijk boek geschreven. Wacht maar totdat je het hebt gelezen, dan kun je er zelf over oordeelen.

Ik zal voor een oogenblik probeeren over iets anders te spreken. Ik heb je nog niet verteld, datAmasaienCarriedit jaar Mei getrouwd zijn, is het wel? Ze blijven hier beiden werken, maar voor zoover ik erover kan oordeelen, geloof ik, dat het huwelijk hen beiden heeft bedorven. Vroeger lachte ze, wanneer hij modderschoenen mee naar binnen bracht of asch op den grond morste maar nu.... Zeg, je moest haar eens hooren schelden. En ze krult haar haar ook niet meer. EnAmasai, die vroeger altijd zoo graag bereid was om kleedjes te kloppen en hout aan te dragen, bromt nu als ze hem zoo iets vraagt. Zijn dassen zijn nu ook van een erg sombere kleur, zwart en bruin, terwijl hij vroeger nooit anders dan roode en paarse droeg. Ik heb besloten nooit te trouwen. Het schijnt dat dat heusch een ontaardend proces is.

Ik kan je van hier niet veel nieuws berichten. De dieren genieten alle een goede gezondheid. De varkens zijn buitengewoon vet, de koeien schijnen tevreden en de kippen leggen goed. Stel je belang in pluimvee? Laat ik je dan even dat kleine boekje aanbevelen: „200 eieren per kip elk jaar”. Ik denk er hard over, de volgende lente een kunstmatige broedmoeder te laten komen. Je ziet, dat ik al aardig aan het denkbeeld gewend raak, om hier opLock Willowblijvend mijn tenten op te slaan. Ik moet hier nog 114 novellen schrijven, evenalsAnthony Trollope'smoeder. Danheb ik mijn levenstaak volbracht en kan ik me terugtrekken en gaan reizen.

MijnheerJames McBridewas hier den vorigen Zondag bij ons. We hebben gebraden kip en roomijs bij het avondeten gehad en het scheen hem heel goed te smaken. Ik was erg blij, hem weer eens te zien. Het was voor mij een bewijs, dat de wereld bijLock Willowtoch niet ophoudt. Die armeJimmiemoet hard werken om zijn obligaties kwijt te raken.The Farmers' NationalinCornerswil er niet van hooren, al betaalt het ook 6% en soms zelfs 7% per jaar. Ik denk, dat hij nu wel weer naar huis zal gaan en in de fabriek van zijn vader werk zal zoeken. Hij is veel te rond en vertrouwelijk en goedhartig om ooit een goed effectenman te worden. Maar aan het hoofd van een goed gaande fabriek te staan, is toch ook een prachtige positie, vindt je niet? Nu spreekt hij daar nog niet over, maar hij zal het later toch doen.

Ik hoop dat je het op prijs stelt, dat je vandaag een langen brief krijgt van iemand die erge schrijfkramp heeft. Ik hou toch nog altijd erg veel van je, lieveling, en ik voel me erg gelukkig. Overal zijn hier prachtige landschappen en er is altijd genoeg om te eten en ik heb een heerlijk, zacht bed en een riem papier en een liter inkt. Mijn hartje, wat wensch je nog meer?

Altijd,

Je je liefhebbendeJudy.

P.S. De postbode brengt ons zoo juist goed nieuws. JongeheerJerviekondigt ons zijn bezoek voor den volgenden Vrijdag aan en hij wil een week blijven. Heerlijk: ik ben alleen bang, dat er niet veel tijd voor mijn boek zal overblijven. Hij is nog al erg veeleischend.

27 Augustus.Lieve Vadertje Langbeen.Zeg, waar zit je nu?Ik weet nooit in welken hoek van de wereld je eigenlijkbent, maar ik hoop, dat je in elk geval niet met die afschuwelijke warmte inNew-Yorkzit. Ik hoop dat je ergens op een hoogen bergtop zit (maar niet in Zwitserland, een beetje dichterbij). Denk alsjeblieft eens aan mij. Ik ben heelemaal alleen en ik verlang er toch zoo naar, dat iemand een oogenblik aan mij denkt. O lieveling, ik zou het toch zoo heerlijk vinden, als ik je werkelijk kende. Wanneer we ons dan alle twee ongelukkig voelden, zouden we elkaar kunnen opvroolijken.Ik denk niet, dat ik nog lang opLock Willowzal blijven. Ik zal maar weggaan.Salliegaat den volgenden winter naarBostonom daar voor haar proefschrift te werken. Zou het niet aardig zijn als we samen gingen, dan zouden we samen een werkkamer hebben en ik zou schrijven terwijl zij aan haar proefschrift werkte, en 's avonds zouden we heel veel aan elkaar hebben. De avonden zijn hier zoo lang. Ik heb alleen maar deSemplesenCarrieenAmasaiom mee te praten. Ik weet al van te voren, dat je niet op mijn plannen zult ingaan. Ik zie al het briefje van je secretaris:„MejuffrouwJerusha Abbott.Lock Willow.„Geachte Mejuffrouw,„MijnheerSmithziet liever, dat u opLock Willowblijft.Hoogachtend,Elmer H. Griggs”.Ik heb het land aan je secretaris. Ik ben er van overtuigd, dat een man, dieElmer H. Griggsheet, vervelend moet zijn. Maar werkelijk, lieveling, ik geloof in ernst dat ik naarBostonmoet gaan. Ik kan hier niet langer blijven. Als er niet gauw iets gebeurt, zal ik me uit pure wanhoop nog gaan verdrinken.Lieve deugd, wat is het warm! Het gras is heelemaal verschroeid en de beekjes zijn uitgedroogd, de wegen stoffig! Het heeft weken en weken lang niet geregend.Deze brief klinkt heusch, alsof ik de hydrophobia had, maar dat is toch niet zoo. Ik verlang alleen maar naar familie, naar iemand die van me houdt.Nacht, mijn lieve Vadertje. Ik wou, dat ik je kende.Judy.

27 Augustus.

Lieve Vadertje Langbeen.

Zeg, waar zit je nu?

Ik weet nooit in welken hoek van de wereld je eigenlijkbent, maar ik hoop, dat je in elk geval niet met die afschuwelijke warmte inNew-Yorkzit. Ik hoop dat je ergens op een hoogen bergtop zit (maar niet in Zwitserland, een beetje dichterbij). Denk alsjeblieft eens aan mij. Ik ben heelemaal alleen en ik verlang er toch zoo naar, dat iemand een oogenblik aan mij denkt. O lieveling, ik zou het toch zoo heerlijk vinden, als ik je werkelijk kende. Wanneer we ons dan alle twee ongelukkig voelden, zouden we elkaar kunnen opvroolijken.

Ik denk niet, dat ik nog lang opLock Willowzal blijven. Ik zal maar weggaan.Salliegaat den volgenden winter naarBostonom daar voor haar proefschrift te werken. Zou het niet aardig zijn als we samen gingen, dan zouden we samen een werkkamer hebben en ik zou schrijven terwijl zij aan haar proefschrift werkte, en 's avonds zouden we heel veel aan elkaar hebben. De avonden zijn hier zoo lang. Ik heb alleen maar deSemplesenCarrieenAmasaiom mee te praten. Ik weet al van te voren, dat je niet op mijn plannen zult ingaan. Ik zie al het briefje van je secretaris:

„MejuffrouwJerusha Abbott.Lock Willow.„Geachte Mejuffrouw,„MijnheerSmithziet liever, dat u opLock Willowblijft.Hoogachtend,Elmer H. Griggs”.

„MejuffrouwJerusha Abbott.

Lock Willow.

„Geachte Mejuffrouw,

„MijnheerSmithziet liever, dat u opLock Willowblijft.

Hoogachtend,

Elmer H. Griggs”.

Ik heb het land aan je secretaris. Ik ben er van overtuigd, dat een man, dieElmer H. Griggsheet, vervelend moet zijn. Maar werkelijk, lieveling, ik geloof in ernst dat ik naarBostonmoet gaan. Ik kan hier niet langer blijven. Als er niet gauw iets gebeurt, zal ik me uit pure wanhoop nog gaan verdrinken.

Lieve deugd, wat is het warm! Het gras is heelemaal verschroeid en de beekjes zijn uitgedroogd, de wegen stoffig! Het heeft weken en weken lang niet geregend.

Deze brief klinkt heusch, alsof ik de hydrophobia had, maar dat is toch niet zoo. Ik verlang alleen maar naar familie, naar iemand die van me houdt.

Nacht, mijn lieve Vadertje. Ik wou, dat ik je kende.

Judy.

Lock Willow.3 October.Lieve Vadertje Langbeen.Je eigenhandig geschreven briefje (en nog wel met zoo'n onzeker schrift) kreeg ik juist vanmorgen. Wat naar, dat je ziek bent geweest! Ik had je niet met mijn zaken lastig gevallen als ik dat geweten had. Ja, ik zal je mijn verdriet vertellen. Maar, het is nogal ingewikkeld om het alles te schrijven en het is een héél intieme kwestie. Bewaar dezen brief alsjeblieft niet, maar verbrand hem als je hem gelezen hebt.Voordat ik begin, stuur ik je eerst een chèque van $ 1000.— Het lijkt wel grappig, hé, dat ik aan jou een chèque stuur. Waarmee denk je wel, dat ik dat zoo ineens heb verdiend?Ik heb mijn boek verkocht, Vadertje. Het wordt nu in zeven deelen uitgegeven en dan in een boekdeel. Je denkt nu misschien, dat ik opgewonden van geluk ben, maar dat is toch niet zoo. Het kan me haast niets schelen. Natuurlijk ben ik blij, dat ik met het afbetalen een begin kan maken. Ik ben je meer dan $ 2000.— schuldig. Het zal bij gedeelten binnenkomen. Wees nu niet vervelend en zeg niet, dat je het niet wilt aannemen, want ik voor mij vind het een heerlijk gevoel, dat ik het terugbetalen kan. Ik ben jou veel meer dan je geld schuldig. Voor die rest zal ik je mijn heele leven dankbaar blijven en je liefhebben.En nu Vadertje, moet ik je over iets anders spreken. Geef me nu een heel goeden raad.Je weet, dat ik altijd heel veel van je heb gehouden. Jij was immers mijn heele familie in één. Maar natuurlijk neem je me niet kwalijk, als ik je zeg dat ik nog een anderen man op een heel, heel andere manier liefheb. Het zal je wel niet moeilijk vallen te begrijpen, wie dat is. Ik vermoed dat je het allang hebt gemerkt, dat mijn brieven vol waren van JongeheerJervie.Ik wou dat ik je duidelijk kon maken, hoe hij is en hoe vriendschappelijk onze omgang was. We denken zoowat hetzelfde over alles. Ik ben bang dat ik dikwijls geneigd ben eerst te denken, hoehijhet wel zou vinden. Maar hij heeft ook altijd gelijk. Dat moet ook, zie je, want hij is veertien jaar ouder dan ik. In andere dingen is hij weer een echte groote jongen en dan moet je wel degelijk voor hem zorgen. Hij heeft er b.v. geen flauw benul van, dat je overschoenen moet dragen, als het nat, regenachtig weer is. Hij en ik vinden dezelfde dingen leuk, en dat is ook een heeleboel waard. Het is erg vervelend wanneer de humoristische kijk op de dingen van twee menschen niet hetzelfde is. Ik geloof niet dat die twee dan werkelijk samen gelukkig kunnen zijn.En dan is hij ... Ach, ik kan het je niet zeggen, hij is, die hij is en ik mis hem, ik mis hem vreeselijk. De heele wereld schijnt me zoo leeg en ellendig zonder hem. Ik haat den maneschijn, omdat die zoo prachtig is en hij niet bij me is om er samen met mij van te genieten.Maar misschien heb jij ook wel eens van iemand gehouden en weet je dus wat ik nu lijd. Als dat zoo is, hoef ik er ook niet verder over te spreken en als je het nooit gedaan hebt, wel, dan kan ik het je toch niet duidelijk maken.In elk geval, ik verlang ontzettend naar hem. En ik heb geweigerd met hem te trouwen.Ik gaf er hem geen reden voor op. Ik voelde me zoo ellendig en moe en ik kon niet denken bij wat ik zei. En nu is hij boos weggegaan en denkt, dat ik vanJimmie McBridehou. En dat is nog zoo'n jongen, heelemaal geen man. Maar JongeheerJervieen ik raakten van het eenemisverstand in het andere en we griefden elkaar. Ik vroeg hem om weg te gaan, niet omdat ik hem niet genoeg liefhad, maar juist omdat ik hem boven alles liefheb. Ik was bang dat hij er later berouw van zou hebben en dat zou ik niet kunnen verdragen. Het schijnt me niet goed voor iemand als ik, die nog niet eens de naam van mijn ouders ken, in zoo'n familie te trouwen. Ik heb hem nog nooit over het vondelingengesticht gesproken en ik vond het altijd vreeselijk, dat ik daar niet voor uit dorst komen, en dat ik niet eens zelf wist, wie of ik eigenlijk ben. Misschien ben ik wel van heel lage afkomst, en zijn familie is trotsch. En ik ben ook trotsch.Dan voelde ik ook een band tusschen jou en mij. Nu je mij de opleiding voor schrijfster hebt gegeven, heb ik de verplichting tenminste te trachten er een te worden. Het zou niet eerlijk zijn, eerst die opleiding aan te nemen en dan er mee uit te scheiden en er geen gebruik van te maken. Maar nu ik al een deel van de som heb terugbetaald, voel ik de schulden al lichter op me wegen en ook zie ik nu in, dat ik kan schrijven al ben ik getrouwd.Ik heb er heel veel over nagedacht. Natuurlijk, hij is socialist, en heeft dus geen bekrompen gedachten over standsverschil. Misschien kan het hem niets schelen om iemand uit het volk te trouwen, zooals wel meer mannen er over denken. En als twee menschen goed harmonieeren en met elkaar gelukkig zijn en zich ellendig en verlaten voelen wanneer ze gescheiden zijn, moeten ze misschien wel niets ter wereld tusschen zich dulden. Natuurlijk wil ik dat vreeselijk graag gelooven, maar ik had ook graag uw onpartijdig oordeelgehoord. Jij behoort waarschijnlijk ook tot een aanzienlijke familie en je zult er van een wereldsch standpunt over oordeelen en niet alleen van een medevoelend-menschelijk standpunt. Dus zie je hoe dapper ik ben, om mijn lot door jou te laten beslissen.Denk eens aan, als ik nu naar hem toeging en hem vertelde dat de oorzaak van onze ellende nietJimmie McBridemaar hetJohn Grier Homewas, zou dat niet vreeselijk voor me zijn? Ik zou er in elk geval veel moed voornoodig hebben. Neen, dan blijf ik me nog liever mijn heele verdere leven ellendig-alleen voelen.Dit alles is zoowat twee maanden geleden gebeurd. Ik heb nog geen woord van hem gehoord sedert hij hier was, en ik ging juist aan het gevoel van een gebroken hart wennen, toen ik zoo net een brief vanJuliakreeg, die me heelemaal van stuur maakt. Ze schrijft zoo terloops, dat „OomJervie” een heelen stormnacht uit is gebleven, terwijl hij in Canada op de jacht was en hij heeft sedert dien naren nacht longontsteking. En dat heb ik nooit geweten! Ik voelde me gekrenkt, omdat hij weg was gebleven en niets meer van zich had laten hooren! Ik denk, dat hij zich nu ook erg ongelukkig voelt, net als ik.Wat raad je me nu aan te doen?Judy.

Lock Willow.

3 October.

Lieve Vadertje Langbeen.

Je eigenhandig geschreven briefje (en nog wel met zoo'n onzeker schrift) kreeg ik juist vanmorgen. Wat naar, dat je ziek bent geweest! Ik had je niet met mijn zaken lastig gevallen als ik dat geweten had. Ja, ik zal je mijn verdriet vertellen. Maar, het is nogal ingewikkeld om het alles te schrijven en het is een héél intieme kwestie. Bewaar dezen brief alsjeblieft niet, maar verbrand hem als je hem gelezen hebt.

Voordat ik begin, stuur ik je eerst een chèque van $ 1000.— Het lijkt wel grappig, hé, dat ik aan jou een chèque stuur. Waarmee denk je wel, dat ik dat zoo ineens heb verdiend?

Ik heb mijn boek verkocht, Vadertje. Het wordt nu in zeven deelen uitgegeven en dan in een boekdeel. Je denkt nu misschien, dat ik opgewonden van geluk ben, maar dat is toch niet zoo. Het kan me haast niets schelen. Natuurlijk ben ik blij, dat ik met het afbetalen een begin kan maken. Ik ben je meer dan $ 2000.— schuldig. Het zal bij gedeelten binnenkomen. Wees nu niet vervelend en zeg niet, dat je het niet wilt aannemen, want ik voor mij vind het een heerlijk gevoel, dat ik het terugbetalen kan. Ik ben jou veel meer dan je geld schuldig. Voor die rest zal ik je mijn heele leven dankbaar blijven en je liefhebben.

En nu Vadertje, moet ik je over iets anders spreken. Geef me nu een heel goeden raad.

Je weet, dat ik altijd heel veel van je heb gehouden. Jij was immers mijn heele familie in één. Maar natuurlijk neem je me niet kwalijk, als ik je zeg dat ik nog een anderen man op een heel, heel andere manier liefheb. Het zal je wel niet moeilijk vallen te begrijpen, wie dat is. Ik vermoed dat je het allang hebt gemerkt, dat mijn brieven vol waren van JongeheerJervie.

Ik wou dat ik je duidelijk kon maken, hoe hij is en hoe vriendschappelijk onze omgang was. We denken zoowat hetzelfde over alles. Ik ben bang dat ik dikwijls geneigd ben eerst te denken, hoehijhet wel zou vinden. Maar hij heeft ook altijd gelijk. Dat moet ook, zie je, want hij is veertien jaar ouder dan ik. In andere dingen is hij weer een echte groote jongen en dan moet je wel degelijk voor hem zorgen. Hij heeft er b.v. geen flauw benul van, dat je overschoenen moet dragen, als het nat, regenachtig weer is. Hij en ik vinden dezelfde dingen leuk, en dat is ook een heeleboel waard. Het is erg vervelend wanneer de humoristische kijk op de dingen van twee menschen niet hetzelfde is. Ik geloof niet dat die twee dan werkelijk samen gelukkig kunnen zijn.

En dan is hij ... Ach, ik kan het je niet zeggen, hij is, die hij is en ik mis hem, ik mis hem vreeselijk. De heele wereld schijnt me zoo leeg en ellendig zonder hem. Ik haat den maneschijn, omdat die zoo prachtig is en hij niet bij me is om er samen met mij van te genieten.Maar misschien heb jij ook wel eens van iemand gehouden en weet je dus wat ik nu lijd. Als dat zoo is, hoef ik er ook niet verder over te spreken en als je het nooit gedaan hebt, wel, dan kan ik het je toch niet duidelijk maken.

In elk geval, ik verlang ontzettend naar hem. En ik heb geweigerd met hem te trouwen.

Ik gaf er hem geen reden voor op. Ik voelde me zoo ellendig en moe en ik kon niet denken bij wat ik zei. En nu is hij boos weggegaan en denkt, dat ik vanJimmie McBridehou. En dat is nog zoo'n jongen, heelemaal geen man. Maar JongeheerJervieen ik raakten van het eenemisverstand in het andere en we griefden elkaar. Ik vroeg hem om weg te gaan, niet omdat ik hem niet genoeg liefhad, maar juist omdat ik hem boven alles liefheb. Ik was bang dat hij er later berouw van zou hebben en dat zou ik niet kunnen verdragen. Het schijnt me niet goed voor iemand als ik, die nog niet eens de naam van mijn ouders ken, in zoo'n familie te trouwen. Ik heb hem nog nooit over het vondelingengesticht gesproken en ik vond het altijd vreeselijk, dat ik daar niet voor uit dorst komen, en dat ik niet eens zelf wist, wie of ik eigenlijk ben. Misschien ben ik wel van heel lage afkomst, en zijn familie is trotsch. En ik ben ook trotsch.

Dan voelde ik ook een band tusschen jou en mij. Nu je mij de opleiding voor schrijfster hebt gegeven, heb ik de verplichting tenminste te trachten er een te worden. Het zou niet eerlijk zijn, eerst die opleiding aan te nemen en dan er mee uit te scheiden en er geen gebruik van te maken. Maar nu ik al een deel van de som heb terugbetaald, voel ik de schulden al lichter op me wegen en ook zie ik nu in, dat ik kan schrijven al ben ik getrouwd.

Ik heb er heel veel over nagedacht. Natuurlijk, hij is socialist, en heeft dus geen bekrompen gedachten over standsverschil. Misschien kan het hem niets schelen om iemand uit het volk te trouwen, zooals wel meer mannen er over denken. En als twee menschen goed harmonieeren en met elkaar gelukkig zijn en zich ellendig en verlaten voelen wanneer ze gescheiden zijn, moeten ze misschien wel niets ter wereld tusschen zich dulden. Natuurlijk wil ik dat vreeselijk graag gelooven, maar ik had ook graag uw onpartijdig oordeelgehoord. Jij behoort waarschijnlijk ook tot een aanzienlijke familie en je zult er van een wereldsch standpunt over oordeelen en niet alleen van een medevoelend-menschelijk standpunt. Dus zie je hoe dapper ik ben, om mijn lot door jou te laten beslissen.

Denk eens aan, als ik nu naar hem toeging en hem vertelde dat de oorzaak van onze ellende nietJimmie McBridemaar hetJohn Grier Homewas, zou dat niet vreeselijk voor me zijn? Ik zou er in elk geval veel moed voornoodig hebben. Neen, dan blijf ik me nog liever mijn heele verdere leven ellendig-alleen voelen.

Dit alles is zoowat twee maanden geleden gebeurd. Ik heb nog geen woord van hem gehoord sedert hij hier was, en ik ging juist aan het gevoel van een gebroken hart wennen, toen ik zoo net een brief vanJuliakreeg, die me heelemaal van stuur maakt. Ze schrijft zoo terloops, dat „OomJervie” een heelen stormnacht uit is gebleven, terwijl hij in Canada op de jacht was en hij heeft sedert dien naren nacht longontsteking. En dat heb ik nooit geweten! Ik voelde me gekrenkt, omdat hij weg was gebleven en niets meer van zich had laten hooren! Ik denk, dat hij zich nu ook erg ongelukkig voelt, net als ik.

Wat raad je me nu aan te doen?

Judy.

6 October.Liefste Vadertje Langbeen.Ja zeker, ik zal komen. Volgende Woensdag om half vier! Natuurlijk vind ik den weg. Ik ben al drie maal inNew-Yorkgeweest en ik ben toch geen klein kind meer. Ik kan het haast niet gelooven, dat ik je nu werkelijk zal zien. Ik heb je altijd alleen maar ingedachtengezien, het schijnt me haast onwaarschijnlijk, dat je een werkelijk mensch van vleesch en bloed bent.Je bent toch verbazend lief, Vadertje, dat je me nog helpen wilt, terwijl je zelf ziek bent. Wees vooral voorzichtig om geen kou te vatten, de mist dringt nu overal binnen.Je je liefhebbendeJudy.P.S. Ik krijg opeens een angstige gedachte. Heb je een huisknecht? Ik heb een doodsangst voor huisknechten en als er een de deur voor me openmaakt, zal ik nog op den drempel flauw vallen. En wat moet ik tegen hem zeggen? Je hebt me nog nooit verteld, hoe je eigenlijk heet. Moet ik naar MijnheerSmithvragen?

6 October.

Liefste Vadertje Langbeen.

Ja zeker, ik zal komen. Volgende Woensdag om half vier! Natuurlijk vind ik den weg. Ik ben al drie maal inNew-Yorkgeweest en ik ben toch geen klein kind meer. Ik kan het haast niet gelooven, dat ik je nu werkelijk zal zien. Ik heb je altijd alleen maar ingedachtengezien, het schijnt me haast onwaarschijnlijk, dat je een werkelijk mensch van vleesch en bloed bent.

Je bent toch verbazend lief, Vadertje, dat je me nog helpen wilt, terwijl je zelf ziek bent. Wees vooral voorzichtig om geen kou te vatten, de mist dringt nu overal binnen.

Je je liefhebbendeJudy.

P.S. Ik krijg opeens een angstige gedachte. Heb je een huisknecht? Ik heb een doodsangst voor huisknechten en als er een de deur voor me openmaakt, zal ik nog op den drempel flauw vallen. En wat moet ik tegen hem zeggen? Je hebt me nog nooit verteld, hoe je eigenlijk heet. Moet ik naar MijnheerSmithvragen?

Donderdagmorgen.Mijn eigen liefste Jongeheer-Jervie-Vadertje-Langbeen-Pendleton-Smith.Heb jij gisteren nacht kunnen slapen? Ik niet, geen oogenblik. Ik was zoo opgewonden en verbaasd en overstuur en dol-gelukkig. Ik kan haast niet gelooven, dat ik ooit weer als een gewoon sterveling ga eten en slapen. Maar ik hoop toch, dat je hebt kunnen slapen, want je moet heusch je best doen om weer gauw sterk te worden, dan kun je bij me komen.Mijn liefste, ik durf er haast niet aan te denken, dat je zoo ziek bent geweest. En ik heb er al dien tijd niets van geweten! Toen de dokter gisteren beneden kwam om te zeggen dat ik weg moest, vertelde hij me, dat hij drie dagen geleden geen hoop meer had. Mijn beste lieveling, als dat ooit was gebeurd, dat vreeselijke, dan zou er voor mij geen vreugde meer op aarde hebben bestaan. Eens, in de verre toekomst, zal ook een van ons den ander moeten verlaten, maar dan hebben we een gelukkig leven achter ons en we zullen, met de herinnering daaraan, voortleven.Ik wilde je opvroolijken en inplaats daarvan vroolijk ik nu mezelf op, want, hoewel ik nu veel gelukkiger ben dan ooit te voren, voel ik me ook ernstiger. De zorg, dat jou iets zou kunnen overkomen, liefste, maakt me onrustig en angstig. Vroeger kon ik luchthartig en onbezorgd zijn, ik had niets dierbaars te verliezen, maar nu zal ik die eene, groote zorg mijn heele leven houden. Wanneer je van me weg bent, dan zal ik over al die auto's denken, die je zouden kunnen overrijden of aan de uithangborden, die naar beneden kunnen vallen, aan die verraderlijke ziektekiemen, die je kunt inademen. Mijn kalmte en rust is nu voor altijd weg. O, maar ik ben er blij om, ik heb nu iemand voor wien ik mag zorgen, aan wien ik altijd kan denken!O lieveling, zorg toch, dat je gauw, heel gauw beter bent. Ik wou dat ik je dicht bij me had, zoodat ik je altijd zoukunnen zien en voelen. Dan kon ik me telkens overtuigen dat het geen droom maar werkelijkheid is.Wat hebben we samen een heerlijk halfuurtje gehad! Als ik nu alleen maar een klein beetje familie van je was (bijv. een achter-achter-achternichtje), dan zou ik elken dag bij je mogen komen en ik zou je kunnen voorlezen en je kussens opschudden en die twee kleine rimpels van je voorhoofd gladstrijken en ik zou maken, dat je mondhoeken even opkrulden bij jouw eigen lieve glimlach. Je bent nu ook vroolijk, niet lieveling? Je was het gisteren wel, toen ik weg moest. De dokter zei, dat ik zeker een heel goede verpleegster was, want je zag er wel tien jaar jonger uit. Ik hoop, dat niet iedereen er tien jaar jonger gaat uitzien, wanneer hij iemand liefheeft. Zeg mantie, zou jij toch nog van me houden, ook als ik er nu als een kind van elf ging uitzien?Gisteren was de mooiste dag van mijn leven. Ik kan niet gelooven, dat er ooit nog zóó een zal terugkomen. JuffrouwSemplewekte me om half vier. Ik staarde half dronken in de duisternis voor me uit en het eerste, dat me toen te binnen schoot, was: Ik ga vandaag naar Vadertje Langbeen! Ik ontbeet in de keuken bij kaarslicht en reed toen vijf mijlen ver naar het station in het prachtigste Octoberweer, dat je je denken kunt. De zon ging juist op en de vochtige eschdoorns en het struikgewas stonden in oranje-rooden gloed en op den steenen muur en de korenvelden schitterde de nachtvorst. De lucht was zoo helder en alles scheen zoo vol vreugdevolle verwachting! Ikwistdat er een geluk zou gebeuren. Den heelen weg snorden de wielen van den trein: „Je gaat naar Vadertje Langbeen, je gaat naar Vadertje Langbeen!” Het gaf me zoo'n rustig, veilig gevoel. Ik had zoo'n vertrouwen in de hulp van mijn Vadertje, ik wist, dat hij de zaak in orde zou kunnen brengen. En ik wist ook, dat ergens een andere man, die mij nog liever was dan Vadertje, er vurig naar verlangde om me te zien en ik voelde bij instinct, dat ik dien man denzelfden dag nog zou ontmoeten en je ziet, dat ik gelijk had!Toen ik bij het huis op deMadison Avenuekwam, zag dat er zoo groot en deftig en streng uit, dat ik niet naar binnen dorst te gaan. Dus liep ik er eerst maar een paar keer om heen, om al mijn moed te verzamelen. Maar ik had heelemaal niet bang hoeven te zijn want je huisknecht is een echt lieve man en ik voelde mij dadelijk op mijn gemak. „Bent u juffrouwAbbott?” vroeg hij en ik zei „ja”. Dus hoefde ik heelemaal niet naar mijnheerSmithte vragen. Hij liet me in den salon wachten. Het was een heel sobere, smaakvolle kamer, een echte kamer voor een man. Ik zat daar op een puntje van een leeren stoel en zei telkens bij mezelf: „Ik zal nu dadelijk Vadertje Langbeen zien, ik zal dadelijk Vadertje Langbeen zien!”Toen kwam de man terug en hij vroeg me, met hem mee te gaan naar de bibliotheek. Ik was zoo overstuur, dat ik haast niet kon loopen. Voor de deur draaide hij zich nog even om en fluisterde: „Mijnheer is zwaar ziek geweest, juffrouw. Vandaag mag mijnheer voor het eerst weer even opzitten. U wilt zeker wel niet te lang blijven om Mijnheer niet te vermoeien?”Uit de manier, waarop hij dat zei merkte ik duidelijk, dat hij van je hield. O, het is een goeie man!Toen klopte hij aan en meldde „JuffrouwAbbott” en hij verdween en sloot de deur achter zich.Omdat ik pas uit de lichtehallkwam, leek het zoo duister, dat ik op het eerste oogenblik niets kon onderscheiden. Toen zag ik een groote makkelijke stoel voor het vuur en een mooie theetafel en een klein stoeltje daarnaast. En eindelijk zag ik daar in dien grooten stoel, tusschen een heeleboel kussens in, een man met eenshawlover de knieën. Voordat ik hem kon tegenhouden, rees hij op (nog wat onzeker), steunde tegen den rug van de stoel aanenkeek naar mij, zonder een woord te spreken. En toen ... toen zag ik, dat jij dat was! Maar zelfs toen begreep ik het nog niet. Ik dacht, lieveling, dat jij daar gekomen was om mij te verrassen.Toen lachte je en je stak je hand naar me uit en zei: „Mijn lieve kleineJudy, kon je dan maar niet begrijpen dat ik Vadertje Langbeen was?”En toen, opeens, begreep ik alles. O, wat was ik toch dom! Honderd kleine bizonderheden hadden het me kunnen verraden, als ik maar een beetje scherpzinnig was geweest. Ik heb niet veel aanleg voor een detective, hè Vadertje?Jervie?Hoe moet ik je eigenlijk noemen? Zoo alleen maar „Jervie” klinkt zoo oneerbiedig en dat mag ik toch niet tegenover je zijn.Het was een goddelijk half uur, totdat de dokter kwam en me wegstuurde. Ik was zoo in de war, dat ik haast in een trein naarSt. Louisstapte. En jij was ook overstuur, hoor! Je hebt heelemaal vergeten me thee aan te bieden. Maar we waren heel, heel gelukkig samen. In het donker reed ik naarLock Willowterug. Maar o, wat schitterden die sterren!En van morgen ben ik naarCollingegaan en heb alle plekjes opgezocht, waar we samen geweest zijn en ik dacht eraan, wat je daar gezegd hebt en hoe je er uitzag. Over het bosch ligt vandaag een bronzen tint en er is vorst in de lucht. Het is net weer, om een grooten bergtocht te maken. Ik wou dat je bij me was en dat we samen bergen gingen klimmen. Ik mis je zoo vreeselijk, mijnJervie. Maar het is toch een gelukkig gemis, want ik weet, dat we gauw bij elkaar zullen zijn. Wij hooren nu voor altijd en eeuwig bij elkaar. Lijkt het je niet vreemd, dat ik nu werkelijk ook bij iemand hoor? Het is zoo heerlijk, ik ben zoo in-gelukkig.En ik zal er voor zorgen, dat jij je nooit, nooit verdrietig zult voelen.Voor altijd,Je eigenJudy.P.S. Dit is de eerste liefdesbrief, die ik ooit geschreven heb. Grappig hè, dat ik het tòch kan.

Donderdagmorgen.

Mijn eigen liefste Jongeheer-Jervie-Vadertje-Langbeen-Pendleton-Smith.

Heb jij gisteren nacht kunnen slapen? Ik niet, geen oogenblik. Ik was zoo opgewonden en verbaasd en overstuur en dol-gelukkig. Ik kan haast niet gelooven, dat ik ooit weer als een gewoon sterveling ga eten en slapen. Maar ik hoop toch, dat je hebt kunnen slapen, want je moet heusch je best doen om weer gauw sterk te worden, dan kun je bij me komen.

Mijn liefste, ik durf er haast niet aan te denken, dat je zoo ziek bent geweest. En ik heb er al dien tijd niets van geweten! Toen de dokter gisteren beneden kwam om te zeggen dat ik weg moest, vertelde hij me, dat hij drie dagen geleden geen hoop meer had. Mijn beste lieveling, als dat ooit was gebeurd, dat vreeselijke, dan zou er voor mij geen vreugde meer op aarde hebben bestaan. Eens, in de verre toekomst, zal ook een van ons den ander moeten verlaten, maar dan hebben we een gelukkig leven achter ons en we zullen, met de herinnering daaraan, voortleven.

Ik wilde je opvroolijken en inplaats daarvan vroolijk ik nu mezelf op, want, hoewel ik nu veel gelukkiger ben dan ooit te voren, voel ik me ook ernstiger. De zorg, dat jou iets zou kunnen overkomen, liefste, maakt me onrustig en angstig. Vroeger kon ik luchthartig en onbezorgd zijn, ik had niets dierbaars te verliezen, maar nu zal ik die eene, groote zorg mijn heele leven houden. Wanneer je van me weg bent, dan zal ik over al die auto's denken, die je zouden kunnen overrijden of aan de uithangborden, die naar beneden kunnen vallen, aan die verraderlijke ziektekiemen, die je kunt inademen. Mijn kalmte en rust is nu voor altijd weg. O, maar ik ben er blij om, ik heb nu iemand voor wien ik mag zorgen, aan wien ik altijd kan denken!

O lieveling, zorg toch, dat je gauw, heel gauw beter bent. Ik wou dat ik je dicht bij me had, zoodat ik je altijd zoukunnen zien en voelen. Dan kon ik me telkens overtuigen dat het geen droom maar werkelijkheid is.

Wat hebben we samen een heerlijk halfuurtje gehad! Als ik nu alleen maar een klein beetje familie van je was (bijv. een achter-achter-achternichtje), dan zou ik elken dag bij je mogen komen en ik zou je kunnen voorlezen en je kussens opschudden en die twee kleine rimpels van je voorhoofd gladstrijken en ik zou maken, dat je mondhoeken even opkrulden bij jouw eigen lieve glimlach. Je bent nu ook vroolijk, niet lieveling? Je was het gisteren wel, toen ik weg moest. De dokter zei, dat ik zeker een heel goede verpleegster was, want je zag er wel tien jaar jonger uit. Ik hoop, dat niet iedereen er tien jaar jonger gaat uitzien, wanneer hij iemand liefheeft. Zeg mantie, zou jij toch nog van me houden, ook als ik er nu als een kind van elf ging uitzien?

Gisteren was de mooiste dag van mijn leven. Ik kan niet gelooven, dat er ooit nog zóó een zal terugkomen. JuffrouwSemplewekte me om half vier. Ik staarde half dronken in de duisternis voor me uit en het eerste, dat me toen te binnen schoot, was: Ik ga vandaag naar Vadertje Langbeen! Ik ontbeet in de keuken bij kaarslicht en reed toen vijf mijlen ver naar het station in het prachtigste Octoberweer, dat je je denken kunt. De zon ging juist op en de vochtige eschdoorns en het struikgewas stonden in oranje-rooden gloed en op den steenen muur en de korenvelden schitterde de nachtvorst. De lucht was zoo helder en alles scheen zoo vol vreugdevolle verwachting! Ikwistdat er een geluk zou gebeuren. Den heelen weg snorden de wielen van den trein: „Je gaat naar Vadertje Langbeen, je gaat naar Vadertje Langbeen!” Het gaf me zoo'n rustig, veilig gevoel. Ik had zoo'n vertrouwen in de hulp van mijn Vadertje, ik wist, dat hij de zaak in orde zou kunnen brengen. En ik wist ook, dat ergens een andere man, die mij nog liever was dan Vadertje, er vurig naar verlangde om me te zien en ik voelde bij instinct, dat ik dien man denzelfden dag nog zou ontmoeten en je ziet, dat ik gelijk had!

Toen ik bij het huis op deMadison Avenuekwam, zag dat er zoo groot en deftig en streng uit, dat ik niet naar binnen dorst te gaan. Dus liep ik er eerst maar een paar keer om heen, om al mijn moed te verzamelen. Maar ik had heelemaal niet bang hoeven te zijn want je huisknecht is een echt lieve man en ik voelde mij dadelijk op mijn gemak. „Bent u juffrouwAbbott?” vroeg hij en ik zei „ja”. Dus hoefde ik heelemaal niet naar mijnheerSmithte vragen. Hij liet me in den salon wachten. Het was een heel sobere, smaakvolle kamer, een echte kamer voor een man. Ik zat daar op een puntje van een leeren stoel en zei telkens bij mezelf: „Ik zal nu dadelijk Vadertje Langbeen zien, ik zal dadelijk Vadertje Langbeen zien!”

Toen kwam de man terug en hij vroeg me, met hem mee te gaan naar de bibliotheek. Ik was zoo overstuur, dat ik haast niet kon loopen. Voor de deur draaide hij zich nog even om en fluisterde: „Mijnheer is zwaar ziek geweest, juffrouw. Vandaag mag mijnheer voor het eerst weer even opzitten. U wilt zeker wel niet te lang blijven om Mijnheer niet te vermoeien?”Uit de manier, waarop hij dat zei merkte ik duidelijk, dat hij van je hield. O, het is een goeie man!

Toen klopte hij aan en meldde „JuffrouwAbbott” en hij verdween en sloot de deur achter zich.

Omdat ik pas uit de lichtehallkwam, leek het zoo duister, dat ik op het eerste oogenblik niets kon onderscheiden. Toen zag ik een groote makkelijke stoel voor het vuur en een mooie theetafel en een klein stoeltje daarnaast. En eindelijk zag ik daar in dien grooten stoel, tusschen een heeleboel kussens in, een man met eenshawlover de knieën. Voordat ik hem kon tegenhouden, rees hij op (nog wat onzeker), steunde tegen den rug van de stoel aanenkeek naar mij, zonder een woord te spreken. En toen ... toen zag ik, dat jij dat was! Maar zelfs toen begreep ik het nog niet. Ik dacht, lieveling, dat jij daar gekomen was om mij te verrassen.

Toen lachte je en je stak je hand naar me uit en zei: „Mijn lieve kleineJudy, kon je dan maar niet begrijpen dat ik Vadertje Langbeen was?”

En toen, opeens, begreep ik alles. O, wat was ik toch dom! Honderd kleine bizonderheden hadden het me kunnen verraden, als ik maar een beetje scherpzinnig was geweest. Ik heb niet veel aanleg voor een detective, hè Vadertje?Jervie?Hoe moet ik je eigenlijk noemen? Zoo alleen maar „Jervie” klinkt zoo oneerbiedig en dat mag ik toch niet tegenover je zijn.

Het was een goddelijk half uur, totdat de dokter kwam en me wegstuurde. Ik was zoo in de war, dat ik haast in een trein naarSt. Louisstapte. En jij was ook overstuur, hoor! Je hebt heelemaal vergeten me thee aan te bieden. Maar we waren heel, heel gelukkig samen. In het donker reed ik naarLock Willowterug. Maar o, wat schitterden die sterren!

En van morgen ben ik naarCollingegaan en heb alle plekjes opgezocht, waar we samen geweest zijn en ik dacht eraan, wat je daar gezegd hebt en hoe je er uitzag. Over het bosch ligt vandaag een bronzen tint en er is vorst in de lucht. Het is net weer, om een grooten bergtocht te maken. Ik wou dat je bij me was en dat we samen bergen gingen klimmen. Ik mis je zoo vreeselijk, mijnJervie. Maar het is toch een gelukkig gemis, want ik weet, dat we gauw bij elkaar zullen zijn. Wij hooren nu voor altijd en eeuwig bij elkaar. Lijkt het je niet vreemd, dat ik nu werkelijk ook bij iemand hoor? Het is zoo heerlijk, ik ben zoo in-gelukkig.

En ik zal er voor zorgen, dat jij je nooit, nooit verdrietig zult voelen.

Voor altijd,

Je eigenJudy.

P.S. Dit is de eerste liefdesbrief, die ik ooit geschreven heb. Grappig hè, dat ik het tòch kan.

Als vervolg op dit boek leze men „HETJOHN GRIER HOME” dat even geestig is en ofschoon 256 bladzijden beslaande in linnen band ook slechts f 1.50 kost.

Als vervolg op dit boek leze men „HETJOHN GRIER HOME” dat even geestig is en ofschoon 256 bladzijden beslaande in linnen band ook slechts f 1.50 kost.

Overzicht aangebrachte correctiesDe volgende correcties zijn aangebracht in de tekst:PlaatsBronCorrectieBlz. 6verezenverrezenBlz. 8[Niet in Bron.].Blz. 9[Niet in Bron.],Blz. 9staandezittendeBlz. 14[Niet in Bron.].Blz. 14RudlegeRutledgeBlz. 15,.Blz. 15[Niet in Bron.].Blz. 18FreddyFreddieBlz. 19teekenaanlagteekenaanlegBlz. 23.[Verwijderd.]Blz. 23mooienmooieBlz. 24,.Blz. 25hebthebBlz. 28.[Verwijderd.]Blz. 28,.Blz. 29vindtvindBlz. 29sweeterssweatersBlz. 29droorkruistdoorkruistBlz. 30[Niet in Bron.].Blz. 35!  ![Verwijderd.]Blz. 36alsoluutabsoluutBlz. 44FreddyFreddieBlz. 46heelevenheel evenBlz. 46[Niet in Bron.].Blz. 47vreeeselijkvreeselijkBlz. 47leeleheeleBlz. 51[Niet in Bron.].Blz. 52mischienmisschienBlz. 52OrghingtonsOrpingtonsBlz. 54[Niet in Bron.],Blz. 55[Niet in Bron.].Blz. 59[Niet in Bron.].Blz. 60werkelikheidwerkelijkheidBlz. 60SalliesSallie'sBlz. 61verlangteverlangdeBlz. 61altjdaltijdBlz. 65PrincetoPrincetonBlz. 65orangeoranjeBlz. 66,[Verwijderd.]Blz. 66AmoniakAmmoniakBlz. 66lavaailawaaiBlz. 67detdatBlz. 69mischienmisschienBlz. 79,.Blz. 80Skakespeare'sShakespeare'sBlz. 84[Niet in Bron.]”Blz. 85,.Blz. 87,.Blz. 88IslandsIslandBlz. 88Buf OrphingtonsBuff OrpingtonsBlz. 89vooraadvoorraadBlz. 90voortbereidselenvoorbereidselenBlz. 90GroveGroverBlz. 92Perkin'sPerkins'Blz. 100hoortisBlz. 102blejblijBlz. 104massamasseBlz. 105,[Verwijderd.]Blz. 108bijblijBlz. 108McBridgeMcBrideBlz. 110liefhebendeliefhebbendeBlz. 113moet tenmoetenBlz. 116[Niet in Bron.],Blz. 118onverschillighedonverschilligheidBlz. 118[Niet in Bron.].Blz. 118[Niet in Bron.]ikBlz. 119Patersons'sPaterson'sBlz. 122JimmyJimmieBlz. 124[Niet in Bron.]nietBlz. 126.,Blz. 126[Alineabreak.][Alineabreak verwijderd.]Blz. 127wetweBlz. 127herzieherrieBlz. 130[Niet in Bron.].Blz. 132,.Blz. 133ChristalCrystalBlz. 134[Niet in Bron.],Blz. 134ontdekenontdekkenBlz. 135langoplang opBlz. 135meemeerBlz. 135[Niet in Bron.]ofBlz. 137[Niet in Bron.]24 Juli.Blz. 138vooraadvoorraadBlz. 138CarryCarrieBlz. 142,.Blz. 143gehoortgehoordBlz. 147[Niet in Bron.]”Blz. 147”[Verwijderd.]Blz. 147eenenBlz. 148ColinCollin

De volgende correcties zijn aangebracht in de tekst:


Back to IndexNext