GEDICHTEN

Stil en snel bij het bellen-gerinkel

—Rein is de nachtlucht en reukig van bloemen, ongezien—

En 'k denk aan Jozef en Maria met het Kind

Vluchtende door den winternacht,

Den kouden, zoetrokigen nacht van het Oosten ...

Lugano, 1906.

DE GROOTMOEDER

De rozen glanzen in de maan

En onderdoor een donk'ren boom

Waar glimp-geschijn in schilfert,

Zie ik de verre bergen staan

In fijnen droom

Verzilverd.

De rozen glanzen zijig, 't is

Alsof zij zelve stralen,

Een teêrgeurende lichternis

Hoog in de zilvren zale....

Een vrouwe-hoofd als was zoo wit,

't Ivoren voorhoofd blinkend

In 't maanlicht, en om 't grijze haar

Een wit-zij sluiertje, zoo zit

De oude voor dit teêr altaar

Van berge' en witte rozelaar

In zilvren nacht verzinkend....

Zij rust en peinst, het kindeke is te slapen,

Maar in haar zuiv'ren geest lacht het, herschapen,

Bij zil'vren nacht als bij den gouden dag.

Zij zegt: gelukkige ik, dat ik dit Leven zag,

Dat ik dit Leven zie in al mijn oude droomen,

De jonge gouden vreugd, die is tot bloei gekomen

Onder mijn zil'vren stam ... Vermolme dien de Dood,

Ik leef en bloei opnieuw in deze teed're loot.

Lugano, 1907

ISOLA MADRE

Isola Madre, waar uw geel kasteel

Met blinde ramen hoog in zuid-zon gloeide,

Was 't dat de bark aan rots'ge trappen roeide

En we uit den droom van vloeiend-blauw juweel

Zoo wijd en ijl, opstegen in uw veel

Zwaarder en zoeter droom, waar purper bloeiden

Bloemen uit Cashmir, grijze ceed'ren schroeiden,

Tropische aromen broeiden door 't struweel....

Wij daalde' in koelte van laurieren-dreven

En dwaalde' omhoog door een hoog, Oostersch woud

Van glans-zwart bamboes, blinkende magnolen,

Tot we, op 't terras, dien teêrsten droom in-dolen t

Ver over 't meer-azuur het doomend goud

Der eeuw'ge sneeuw, in 't lucht-azuur versteven!

Lago Maggiore, 1909

DE ZANG VAN NACHT EN TIJD

Raadsel van 't Oogenblik!

Met mijne heete handen

op 't wit papier,

zoo zit ik hier

in dezen herfstnacht, aan de afbrokkelende stranden

van 't Heden.

Water van 't meer,

ik hoor uw golven spoelen

aan duist'ren wal—

En fluist'ren zal

de onsterfelijke zee des dooden Tijds en woelen

aan dit Zelf.

Nacht, zwart en dicht,

stil en ontastbaar boven

d'onstilb're golven,—

Zoo blind bedolven

is mijn wild leven onder 't donkere verdooven

der Toekomst.

Moeder, Vader, Vrienden,

Waarom uw vragende oogen,

en door den nacht

waarvóór uw zacht

geklag? Mijn hart is wond, ik hèb u niet bedrogen,

de Tijd gaat—

Vrouw, die mij houdt

in uw goud-lighte leven

omhuld, o Uw

is 't gulden Nu.

Voed de uren als een durend vuur,—wee, dat het bléve

het Oogenblik.

En, ongeboren Tijd,

Nacht!--laat ons één licht venster

in uw zwaar zwart:

dat daar mijn hart

veilig een hoofdje wist en roodgoud haar-geglinster,

mijn Kind!

Lago Maggiore, 1910.

DE ONZICHTBARE

Ik wil tasten den Boom, die in den nacht

Verrijst van de wazige aarde ...

Ik zie hem niet; ik zie de duizend bloesems lichten

Flonkerend op de winde-zuchten,

Die fluisteren door de koude, zwarte gaarde.

Ik wil áánraken den duisteren Boom,

Die stijgt uit de wereld, en den hemel

Vult met zijn zachte takken-gewemel,—

Ik wil grijpen den tronk en schudden dit wonder,

Opdat ik wierd bedolven onder

Die bloemen van lucht en van goud, een droom

Van hemelsch vuur in glinsterend sneeuwen ...

Maar die Boom, hij is ver in de verten der eeuwen ...

Mijn handen strekken zich in 't ledig waar hij leeft!

De tintlende starren, zij vallen niet,

Lachende neder uit den hooge

Naar dit kind, het eeuwig bedrogen

Menschkind dat streeft

En tast en niet ziet,

Verlángt, en lacht 't Verlangen aan,

zijn tranen-ruischende Schoonheid.

DE BLINDE DICHTER

Aan W.L. Penning Jr. op zijn zeventigsten jaardag,10 November 1910.

Altijd zal ik uw blinde beeld bewaren,

Jeugdige grijsaard, die mijn oude jeugd

Met uwe teng're sterkte hebt verheugd

En met uw rust mijne onrust deedt bedaren.

Een fijne blos verjongde uw strakke kaak,

Uw maag're roode hand koelde in de mijne;

Toen, frisch als blos en vingerdruk, ging schijnen

't Licht uwer vroolijke en vrome spraak.

Wij zaten, vreemden, en alleen zaagt gij

Mijn stem, die schromend tot u uit kwam breken;

Maar 't gloorde als een herkennen door ons spreken

En, o schoone ochtend! vrienden, scheidden wij!

Doch 't allerschoonst zal mij d'erinn'ring blijven,

Hoe, blinde, gij mij vóórgingt naar beneên,

De armen los neerhangend langs u heen,

Geheven 't blinde hoofd, rechtop van lijve!

Zoo schreedt gij onbezorgd de steilte omlaag,

Gansch aarzelloos en zonder steun noch tasten.

Zoo schrijdt uw ziel met hare zware lasten

Stil door den schemer tot de laatste Vraag.

Gij scheent m'een Wonder, oude, blinde Vriend,

Als die het vuur doorwaadden zonder vreezen,

Naar wij het in de Heilge Boeken lezen;

Gij waart m'een Teeken: ík was blind, gíj ziend!

Zóó worde uw beeld een voor-beeld den vervaarden,

Die, ziende, deinzen voor huns levens graf:—

De blinde Dichter, gaand de treden af

Met kalm gelaat, waarlangs het zonlicht klaarde ...

HET SCHOONE STERVEN

Als in de stemm'ge stad het herfst-tij weeft

Zijn gouden waas over de oude grachten

En onder 't gulden loof een stemming zweeft

van sterven in deze oude en gouden prachten,—

Dan denk ik, hoe 'k den dood graag zoude wachten

Gelijk een herfstdraad die in 't goud-licht beeft

En henenzweeft in de eerste koude nachten

waarin alleen één zilvren stemklank leeft:

De stem, die in de hooge eenzaamheden

Zingt en weerklinkt en zingend meet den Tijd

En aan den hemel aarde's Schijn doet hooren,

Terwijl de ziel, in 't eeuwig Zijn verloren,

Het torenlied een laatsten glimlach wijdt

En lichtende verglijdt in 't tijdloos Eden.

Utrecht 1916

BIJ DE MAATSCHAPPIJ VOOR GOEDE EN GOEDKOOPE LECTUUR TE AMSTERDAM VERSCHENEN IN DE ACHTERSTAANDE RUBRIEKEN DE VOLGENDE WERKEN

FRANS BASTIAANSE,Gedichten(2e dr. 6/11e duizend)

I. 0.55 C. 1.05

"Het in aanleg grootsche dat we hier aantreffen, is verrustigd, verklaard en verteederd door de zachte droomerigheid die waarlijk kenmerkend voor dezen dichter is."Hofstad.

S. BONN,Wat Zang en Melody, met een woord tot inleiding van L. Simons.

I. 0.55

...."Bonn is een vogel, die een wijsje kweelen moet als de zon schijnt, het landschap lacht."

Zangen van Hoop.

I. 0.75 C. 1.25

"Bonn is een socialistisch dichter. Z'n gedichten zijn rood. De zangen van dezen bundel zijn 'n verheerlijking van opstand en vrije liefde."Het Centrum. "Er leeft een sterk optimisme in het hart van dezen dichter, wiens boekje weldadig aandoet."Het Tooneel.

RENé DE CLEKCQ,Van Aarde en Hemel. (De Appel- Hemelbrand—Afaasvar—Doemsdag).

I. 0.75

Uit Zonnige Jeugd.

C. 1.05

"Er gaat door dezen bundel de jolige lach van een jeugdig snuiter, die zijn levensvreugde uit in zang en lied en rhythme.Utrechtsch Dagblad.

P.N. VAN EYCK,De Getooide Doolhof en andere gedichten.

I. 0.55 C.1.05

Gedichten. (Het Ronde Perk—Lichtende golven)

L 0.75 C. 1.25 L. 1.40;

"Zoowel lichte, eenvoudige liedjes, als gedichten even zwaarmoedig van stemming als zwaar van zegging, breed voortschrijdend in het sterke rhytme."Nieuws v.d. Dag.

P.A. DE GENESTET,Complete Gedichten, voorzien van portretten van De Génestet en mevrouw De Génestet-Bienfait. Ingeleid en van een aantal belangrijke noten voorzien door Dr. H.L. Oort (5e dr. 25/27e duizend)

I. 1.40 C. 1.90 L. 2.05

JACOB ISRAEL DE HAAN,Het Joodsche Lied.

I. 1.20 C. 1.70 L. 1.85

"Hier geen opervlakkige oogenblik-indrukken, haastig verklankt, maar woorden, komend uit het diepst van een gemoed, waarin de waarheid, met moeite verkregen, met smart gelouterd, rust als een onuitputtelijke schat."Avondpost.

PROSPER VAN LANGENDONCK,Verzen,

I. 0.55 C. 1.05

"v. L. is een echte Vlaming, in hem leeft de trek naar tooneelachtig gebaren en galmende rethoriek tezamen met een kinderlijke teederheid en een ware grootheid van opvatting."Maasbode.

JAN LUYKEN,Jezus en de Ziel, ingeleid en toegelicht door F. Reitsma, met reproducties naar de oorspronkelijke prenten.

I. 0.95 C. 1.45 K. 2.20

"Zou het niet jammer zijn als zulke prachtige dingen verloren gingen?"Het Volk.

V. DE LA MONTAGNE,Gedichten, met inleiding van Emm. de Bom (3e vermeerderde dr. 6/8e duizend in W.B.-uitgaaf)

I. 0.55 C. 1.05 L. 1.20 K. 1.80

FRANQOIS PAUWELS,Enkele Verzen.

I. 0.55 C. 1.05

"Een gauw gevoelig hart, een fijn muzikaal versgehoor,—ziedaar de bron van Pauwels' welluidende liedjes...."Van onzen Tijd.

J. REDDINGIUS,Johanneskind. Gedichten. (2e vermeerderde dr. 6/8e duizend)

0.55 C. 1.05

Regenboog en Jeugdverzen.

I. 0.75 C. 1.25 L. 1.40

" ... Bij Reddingius is aanwezig allereerst: het wezenlijke, innige natuurgeluid van den dichter."Is. Qaerido.

"Voortaan kan Reddingius, in zijn eigen genre, veilig bij de besten onzer dichters worden geteld."

Willem Kloos.

ANNIE SALOMONS,Nieuwe Verzen.

I. 0.55 C. 1.05 Keurband f 1.80

"Als een bundel zuivren schoonheidszang nemen we deze Nieuwe Verzen mee ons verder leven in. A joy for ever,"Utrechtsch Sted. Dagblad.

DE SCHOOLMEESTER,Gedichten van—met al de oorspronkelijke illustraties, en de voorrede van Mr. J. van Lennep, 3e druk, 9e-11e duizend.

I. 1.20 C. 1.70

JULES SCHüRMANN,Uit de Stilteen andere gedichten. Met voorrede van Willem Kloos.

I. 0.80 K. 1.60

"Dit is wel het hoofdkenmerk van Schürmann's verzen dat zij zoo eenvoudig weg uit een ziel schijnen uitgestroomd, als waren zij geen menschenwerk, maar de uiting van een magische kracht."De Avondpost.

NiCO VAN SUCHTELEN,Verzen, dramatisch, episch, lyrisch.

I. 0.95 C. 1.45 L. 1.60

"Er zingt door den ganschen bundel heen een krachtige levenswind, nu zacht—als de zuidewindsadem over de lentebloemen—dan forsch en mannelijk—als de zeewind over de duinen."Onze Eeuw.

HELENE SWARTH,Roemeensche Volksliederen en Balladen, naar de Fransche proza-vertaling van Hélène Vacaresco.

I. 1.20 C. 1.70 L. 1.85

"Heel de natuur leeft, handelt, denkt en voelt met de menschen mee in deze verzen van een, tot rooden hartstocht, maar ook tot sneeuwblanke teederheid vormende poëzie van landbouwers.N. Rott. Crt.

Verzen.

C. 1.05

... "Een prachtige bundel ..."Dr. WalchinHet Vaderland.

Nieuwe Verzen.

I. 1.20 C. 1.70 L. 1.85

"Altijd opnieuw welt de dichterlijke muziek uit haar hart."Onze Eeuw.

"Rijpe verzen van iemand die het leven tot in de kern heeft doorproefd."Delftsche Courant.

J. WINKLER PRINS,Gedichten, met portret van den dichter. Verzameld en ingeleid door J. Reddingius.

I. 0.95

"Prins is in meer dan één opzicht een zeldzame verschijning geweest in de letterkunde van Nederland."De Volksstem.

ALBERT VERWEY,Inleiding tot de Nieuwere Nederlandsche Dichtkunst(1889-1890) met aanhalingen uit de voornaamste werken (5e dr. 21/23e duizend)

L 1.40 C. 1.90

ELISABETH BARRETT BROWNING,Portugeesche Sonnetten. Vrij bewerkt naar het Engelsch door Hélène Swarth.

I. 0.55 C. 1.05 L. 1.20

"Het is de vertaalster gelukt, zeer veel van de diepe en teedere schoonheid, die Mrs. Browning in hare verzen wist te leggen, te behouden."De Tijdspiegel.

DANTE,De Goddelijke Comedie, uit het Italiaansch vertaald door Dr. H. Boeken.

I.De Hel(5e druk in bewerking)

C. 1.45 L. 1.60

II.De Louteringsberg(3e dr. 9/11e duizend)

I. 2.—C. 2.50 L. 2.65

III.Het Paradijs(3e dr. 9/11e duizend)

C. 2.50 L. 2.65

De drie deelen tezamen in één keurband

6.45

Het Nieuwe Leven (Vita Nuova)Uit het Italiaansch vertaald door Nico van Suchtelen. Met Inleiding, Aanteekeningen, Aanhangsel en Portret.

C. 1.25 K. 2.25

"Deze uitgave van "La Vita Nuova" is geworden tot een kostelijk stuk literatuur-studie."Avondpost.

"Wij mogen volstaan met aan den met zoo merkwaardig fijnen takt en zoo groote congenialiteit volbrachten overzettingsarbeid van. den Nederlandschen dichter die waardeering toe te wenschen welke zijn kunst verdient."Onze Eeuw.

Prof. HENRI HAUVETTE,Dante. Inleiding tot de studie van de Divina Commedia.

C. 1.70 L. 1.85 K 2.70

"Er gaat een sterke aansporing van uit om Dante's onvolprezen kunstwerk te gaan lezen."Dr. J.L. Walch.

DANTE-PAKKET.De Goddelijke Comedie, Het Nieuwe Leven en het werk van Hauvette, alle in keurband, tezamen voor f 10.—in carton f 8.—.

MILTON,Het Paradijs Verloren.Metrische vertaling van Alex. Gutteling. (Zes zangen)

I. 0.75 C. 1.25 L. 1.40

"Miltonsepos vanHet Paradijs Verlorenis een dier werken die de letterkunde der 17e eeuw beheerschten. Een van die werken, die men behoort te kennen naastVondel's Lucifer."

ALFRED DE MUSSET,De Nachten. Vertaald en ingeleid door Hélène Swarth, met portret van den schrijver.

I. 0.55 C. 1.05 L. 1.20

"Rythme en klank van De Musset's verzen hebben bij déze overbrenging in het Hollandsch al zeer weinig geleden."De Telegraaf.

WALT WHITMAN,Grashalmen(Leaves of Grass). Vertaald door Maurits Wagenvoort. Met portret van den dichter.

I. 0.55 C. 1.05 L. 1.20

"Het is een bloemlezing van het belangrijkste uit den bundel "Leaves of Grass" van dezen zeer oorspronkelijken Amerikaanschen dichter, wiens werk een zoo sterken invloed heeft gehad en nog heeft op het opkomend geslacht."


Back to IndexNext