Chapter 32

2973jammerlike in sine herte; doch verg.Reineke2753.2974Van rouwe hadde grote sm.2979Haddet m. g.2982C.hi woude2984hem, C.hi2991ghene2992Uwen, W.Geeft mi2994gheboot die coninc; doch zie deomwerking.2995uutCGrW.uutwaert3005W.Wat rouwe hem; CGr.Die rauwe die hem3006Reinaerde3011sine3016sameninghen3026dese3027sineIIachterste voeten3028maende die diere cl. ende gr.3030alle; in C. ontbr.van3033ghebede3040ghiCGrW.God3044wandelinghen3045onberoepen ende goedertieren. Verg. wegensonberocht v. d. Houte, Gloss. opberocht, ende Vries,Brief over Kar. Gr., bl. 6.3048W.tide3050W.loveren3053sonderlinghe3058W.Aen dat casteel van M.3060Doe sprac hi3072manieren; W.menegen3077vonden si3079sorghen3081alsis een invoegsel van mij.3084W.wonder3091Cuwaerde3093C.lyende3096trouwen3098ene gr. p.3105mordadelike3106W.C. riep doe g.3107W.Help3109was sciere3112gaen wi3114GrW.ten brase, van welk woord ik geen tweede voorbeeld weet. C. heet te lezenbase, maar er zal wel staanhase, d.i. zonder de Vlaamsche adspiratie, die in dat hs. voorkomt,ase, vanaes. Dathenbte verwisselen zijn, blijkt, daar b.v.2577(2597) doorGraeterhivoorbigelezen werd.3116Haren3120dancte, waarvoor ikbatuit de omwerking nam; CGr.goets3124jans3132sal3133daghen3134sijn daghen mee3139hede3140Ende die3146daer wonenVII3147l. wand. sonder sc.?3148hebben daer gr.3150C.en loghe3154Nu hebdi3156van, invoegsel van mij.3157Ende hebt p.3160W.seidet3161dat hi mi3162diedet niet3169–70staan in C. in omgekeerde orde.3175Alse dit3181–2in omgekeerde volgorde.3189lates3190u daer R. h.3191W.comdi niet3198di des; CGr.hi dus; W.hi di3208Here3214CGr.wi doe daden3220also3222helpt3223Miere moien3224CGr.Doe riep3230liever, C.leet; CGrW.hem iet3231W.Dattet minen k.3235hoghe3239Het es3240CGr.ende ic ne w.3242C.waret3243CGr.Ghebidden; W.ic; CGrW.den c.3246Reinaert sprac.W. werptneuit.3247hier bleven3256loofde3260CGrW.hooft; zoo ook3359.3261haddijt, invoegsel van mij.3263Belijn3271Ende sinen here die coninc h. l.3272desen3277stede daer hi up stoet3280W.Dat hem3281Reinaert Belijn, doch zie deomwerking. Uit3287blijkt duidelijk dat Belijn spreekt3283U selven3284CGr.sals hu sp.3285CGr.dat ghi cont d.3288dicke hets3289jonste3294sal u saen3295desen selven3300W.bevolen3301Sprac Belijn ende dede h.3304grootontbr.3309pinen wi3310CGr.daer doe gheen3321W.om3322Belijn3323wanen3327alse, invoegsel van mij3329GrW.ten casteel comen; C.den casteel cumen, welk laatste woord stellig slecht gelezen is, zoo als ook blijkt uit de omwerking, die heeft:Ende hi henen sceiden soude3337W.brieven3338W.De sc.3344letteren dichte ic bi m. r.3348C.ant werc3353–4Belijns(: sijns)3356Dat hi sn.3360CGr.B. ende sach dat[hi sprac(W.)]3365CGr.ghetrauwet3366sien, invoegsel vanGrimm3367Die coninc3370hief3371Up ende3374GrW.Alle dieren3376lubaert3377W.mochtet3382endemet C., bij GrW.een3384Here3391Die st. here Br. ende here I.Doch verg.Reineke31573397Es ghedaen mesdaet, gewijzigd naarReineke31713398CW.wulf enten bere doen comen, Gr.doen coenen. Reineke 3173 gaf de verbetering aan de hand3400Ende betren hem h. m. s.3401Ende over h. t. ende over h. p.3408CGr.Ende sullen sine k.W.Ende bi sine kele.3413den rouwe3415gaen maken3417ghevanghene, doch verg.2996.3418teerst3419sprac hi3420vastontbr. en is door mij uitReineke3207 ontleend.3421C.Mine3427CGr.shere, W.sheren3431ghewilleclike3433–4Dat gi sonder eneghe mesdaet R. moghet t. ende q.3435alle3436belaghenl.bejaghen? met omw.3437Dese twee gr. vreden. Ik volg de omw.3441sweert3443Nemmermeer3445ghenaden3449Brune sprac ic

2973jammerlike in sine herte; doch verg.Reineke2753.

2974Van rouwe hadde grote sm.

2979Haddet m. g.

2982C.hi woude

2984hem, C.hi

2991ghene

2992Uwen, W.Geeft mi

2994gheboot die coninc; doch zie deomwerking.

2995uutCGrW.uutwaert

3005W.Wat rouwe hem; CGr.Die rauwe die hem

3006Reinaerde

3011sine

3016sameninghen

3026dese

3027sineIIachterste voeten

3028maende die diere cl. ende gr.

3030alle; in C. ontbr.van

3033ghebede

3040ghiCGrW.God

3044wandelinghen

3045onberoepen ende goedertieren. Verg. wegensonberocht v. d. Houte, Gloss. opberocht, ende Vries,Brief over Kar. Gr., bl. 6.

3048W.tide

3050W.loveren

3053sonderlinghe

3058W.Aen dat casteel van M.

3060Doe sprac hi

3072manieren; W.menegen

3077vonden si

3079sorghen

3081alsis een invoegsel van mij.

3084W.wonder

3091Cuwaerde

3093C.lyende

3096trouwen

3098ene gr. p.

3105mordadelike

3106W.C. riep doe g.

3107W.Help

3109was sciere

3112gaen wi

3114GrW.ten brase, van welk woord ik geen tweede voorbeeld weet. C. heet te lezenbase, maar er zal wel staanhase, d.i. zonder de Vlaamsche adspiratie, die in dat hs. voorkomt,ase, vanaes. Dathenbte verwisselen zijn, blijkt, daar b.v.2577(2597) doorGraeterhivoorbigelezen werd.

3116Haren

3120dancte, waarvoor ikbatuit de omwerking nam; CGr.goets

3124jans

3132sal

3133daghen

3134sijn daghen mee

3139hede

3140Ende die

3146daer wonenVII

3147l. wand. sonder sc.?

3148hebben daer gr.

3150C.en loghe

3154Nu hebdi

3156van, invoegsel van mij.

3157Ende hebt p.

3160W.seidet

3161dat hi mi

3162diedet niet

3169–70staan in C. in omgekeerde orde.

3175Alse dit

3181–2in omgekeerde volgorde.

3189lates

3190u daer R. h.

3191W.comdi niet

3198di des; CGr.hi dus; W.hi di

3208Here

3214CGr.wi doe daden

3220also

3222helpt

3223Miere moien

3224CGr.Doe riep

3230liever, C.leet; CGrW.hem iet

3231W.Dattet minen k.

3235hoghe

3239Het es

3240CGr.ende ic ne w.

3242C.waret

3243CGr.Ghebidden; W.ic; CGrW.den c.

3246Reinaert sprac.W. werptneuit.

3247hier bleven

3256loofde

3260CGrW.hooft; zoo ook3359.

3261haddijt, invoegsel van mij.

3263Belijn

3271Ende sinen here die coninc h. l.

3272desen

3277stede daer hi up stoet

3280W.Dat hem

3281Reinaert Belijn, doch zie deomwerking. Uit3287blijkt duidelijk dat Belijn spreekt

3283U selven

3284CGr.sals hu sp.

3285CGr.dat ghi cont d.

3288dicke hets

3289jonste

3294sal u saen

3295desen selven

3300W.bevolen

3301Sprac Belijn ende dede h.

3304grootontbr.

3309pinen wi

3310CGr.daer doe gheen

3321W.om

3322Belijn

3323wanen

3327alse, invoegsel van mij

3329GrW.ten casteel comen; C.den casteel cumen, welk laatste woord stellig slecht gelezen is, zoo als ook blijkt uit de omwerking, die heeft:Ende hi henen sceiden soude

3337W.brieven

3338W.De sc.

3344letteren dichte ic bi m. r.

3348C.ant werc

3353–4Belijns(: sijns)

3356Dat hi sn.

3360CGr.B. ende sach dat[hi sprac(W.)]

3365CGr.ghetrauwet

3366sien, invoegsel vanGrimm

3367Die coninc

3370hief

3371Up ende

3374GrW.Alle dieren

3376lubaert

3377W.mochtet

3382endemet C., bij GrW.een

3384Here

3391Die st. here Br. ende here I.Doch verg.Reineke3157

3397Es ghedaen mesdaet, gewijzigd naarReineke3171

3398CW.wulf enten bere doen comen, Gr.doen coenen. Reineke 3173 gaf de verbetering aan de hand

3400Ende betren hem h. m. s.

3401Ende over h. t. ende over h. p.

3408CGr.Ende sullen sine k.W.Ende bi sine kele.

3413den rouwe

3415gaen maken

3417ghevanghene, doch verg.2996.

3418teerst

3419sprac hi

3420vastontbr. en is door mij uitReineke3207 ontleend.

3421C.Mine

3427CGr.shere, W.sheren

3431ghewilleclike

3433–4Dat gi sonder eneghe mesdaet R. moghet t. ende q.

3435alle

3436belaghenl.bejaghen? met omw.

3437Dese twee gr. vreden. Ik volg de omw.

3441sweert

3443Nemmermeer

3445ghenaden

3449Brune sprac ic


Back to IndexNext