2973jammerlike in sine herte; doch verg.Reineke2753.2974Van rouwe hadde grote sm.2979Haddet m. g.2982C.hi woude2984hem, C.hi2991ghene2992Uwen, W.Geeft mi2994gheboot die coninc; doch zie deomwerking.2995uutCGrW.uutwaert3005W.Wat rouwe hem; CGr.Die rauwe die hem3006Reinaerde3011sine3016sameninghen3026dese3027sineIIachterste voeten3028maende die diere cl. ende gr.3030alle; in C. ontbr.van3033ghebede3040ghiCGrW.God3044wandelinghen3045onberoepen ende goedertieren. Verg. wegensonberocht v. d. Houte, Gloss. opberocht, ende Vries,Brief over Kar. Gr., bl. 6.3048W.tide3050W.loveren3053sonderlinghe3058W.Aen dat casteel van M.3060Doe sprac hi3072manieren; W.menegen3077vonden si3079sorghen3081alsis een invoegsel van mij.3084W.wonder3091Cuwaerde3093C.lyende3096trouwen3098ene gr. p.3105mordadelike3106W.C. riep doe g.3107W.Help3109was sciere3112gaen wi3114GrW.ten brase, van welk woord ik geen tweede voorbeeld weet. C. heet te lezenbase, maar er zal wel staanhase, d.i. zonder de Vlaamsche adspiratie, die in dat hs. voorkomt,ase, vanaes. Dathenbte verwisselen zijn, blijkt, daar b.v.2577(2597) doorGraeterhivoorbigelezen werd.3116Haren3120dancte, waarvoor ikbatuit de omwerking nam; CGr.goets3124jans3132sal3133daghen3134sijn daghen mee3139hede3140Ende die3146daer wonenVII3147l. wand. sonder sc.?3148hebben daer gr.3150C.en loghe3154Nu hebdi3156van, invoegsel van mij.3157Ende hebt p.3160W.seidet3161dat hi mi3162diedet niet3169–70staan in C. in omgekeerde orde.3175Alse dit3181–2in omgekeerde volgorde.3189lates3190u daer R. h.3191W.comdi niet3198di des; CGr.hi dus; W.hi di3208Here3214CGr.wi doe daden3220also3222helpt3223Miere moien3224CGr.Doe riep3230liever, C.leet; CGrW.hem iet3231W.Dattet minen k.3235hoghe3239Het es3240CGr.ende ic ne w.3242C.waret3243CGr.Ghebidden; W.ic; CGrW.den c.3246Reinaert sprac.W. werptneuit.3247hier bleven3256loofde3260CGrW.hooft; zoo ook3359.3261haddijt, invoegsel van mij.3263Belijn3271Ende sinen here die coninc h. l.3272desen3277stede daer hi up stoet3280W.Dat hem3281Reinaert Belijn, doch zie deomwerking. Uit3287blijkt duidelijk dat Belijn spreekt3283U selven3284CGr.sals hu sp.3285CGr.dat ghi cont d.3288dicke hets3289jonste3294sal u saen3295desen selven3300W.bevolen3301Sprac Belijn ende dede h.3304grootontbr.3309pinen wi3310CGr.daer doe gheen3321W.om3322Belijn3323wanen3327alse, invoegsel van mij3329GrW.ten casteel comen; C.den casteel cumen, welk laatste woord stellig slecht gelezen is, zoo als ook blijkt uit de omwerking, die heeft:Ende hi henen sceiden soude3337W.brieven3338W.De sc.3344letteren dichte ic bi m. r.3348C.ant werc3353–4Belijns(: sijns)3356Dat hi sn.3360CGr.B. ende sach dat[hi sprac(W.)]3365CGr.ghetrauwet3366sien, invoegsel vanGrimm3367Die coninc3370hief3371Up ende3374GrW.Alle dieren3376lubaert3377W.mochtet3382endemet C., bij GrW.een3384Here3391Die st. here Br. ende here I.Doch verg.Reineke31573397Es ghedaen mesdaet, gewijzigd naarReineke31713398CW.wulf enten bere doen comen, Gr.doen coenen. Reineke 3173 gaf de verbetering aan de hand3400Ende betren hem h. m. s.3401Ende over h. t. ende over h. p.3408CGr.Ende sullen sine k.W.Ende bi sine kele.3413den rouwe3415gaen maken3417ghevanghene, doch verg.2996.3418teerst3419sprac hi3420vastontbr. en is door mij uitReineke3207 ontleend.3421C.Mine3427CGr.shere, W.sheren3431ghewilleclike3433–4Dat gi sonder eneghe mesdaet R. moghet t. ende q.3435alle3436belaghenl.bejaghen? met omw.3437Dese twee gr. vreden. Ik volg de omw.3441sweert3443Nemmermeer3445ghenaden3449Brune sprac ic
2973jammerlike in sine herte; doch verg.Reineke2753.
2974Van rouwe hadde grote sm.
2979Haddet m. g.
2982C.hi woude
2984hem, C.hi
2991ghene
2992Uwen, W.Geeft mi
2994gheboot die coninc; doch zie deomwerking.
2995uutCGrW.uutwaert
3005W.Wat rouwe hem; CGr.Die rauwe die hem
3006Reinaerde
3011sine
3016sameninghen
3026dese
3027sineIIachterste voeten
3028maende die diere cl. ende gr.
3030alle; in C. ontbr.van
3033ghebede
3040ghiCGrW.God
3044wandelinghen
3045onberoepen ende goedertieren. Verg. wegensonberocht v. d. Houte, Gloss. opberocht, ende Vries,Brief over Kar. Gr., bl. 6.
3048W.tide
3050W.loveren
3053sonderlinghe
3058W.Aen dat casteel van M.
3060Doe sprac hi
3072manieren; W.menegen
3077vonden si
3079sorghen
3081alsis een invoegsel van mij.
3084W.wonder
3091Cuwaerde
3093C.lyende
3096trouwen
3098ene gr. p.
3105mordadelike
3106W.C. riep doe g.
3107W.Help
3109was sciere
3112gaen wi
3114GrW.ten brase, van welk woord ik geen tweede voorbeeld weet. C. heet te lezenbase, maar er zal wel staanhase, d.i. zonder de Vlaamsche adspiratie, die in dat hs. voorkomt,ase, vanaes. Dathenbte verwisselen zijn, blijkt, daar b.v.2577(2597) doorGraeterhivoorbigelezen werd.
3116Haren
3120dancte, waarvoor ikbatuit de omwerking nam; CGr.goets
3124jans
3132sal
3133daghen
3134sijn daghen mee
3139hede
3140Ende die
3146daer wonenVII
3147l. wand. sonder sc.?
3148hebben daer gr.
3150C.en loghe
3154Nu hebdi
3156van, invoegsel van mij.
3157Ende hebt p.
3160W.seidet
3161dat hi mi
3162diedet niet
3169–70staan in C. in omgekeerde orde.
3175Alse dit
3181–2in omgekeerde volgorde.
3189lates
3190u daer R. h.
3191W.comdi niet
3198di des; CGr.hi dus; W.hi di
3208Here
3214CGr.wi doe daden
3220also
3222helpt
3223Miere moien
3224CGr.Doe riep
3230liever, C.leet; CGrW.hem iet
3231W.Dattet minen k.
3235hoghe
3239Het es
3240CGr.ende ic ne w.
3242C.waret
3243CGr.Ghebidden; W.ic; CGrW.den c.
3246Reinaert sprac.W. werptneuit.
3247hier bleven
3256loofde
3260CGrW.hooft; zoo ook3359.
3261haddijt, invoegsel van mij.
3263Belijn
3271Ende sinen here die coninc h. l.
3272desen
3277stede daer hi up stoet
3280W.Dat hem
3281Reinaert Belijn, doch zie deomwerking. Uit3287blijkt duidelijk dat Belijn spreekt
3283U selven
3284CGr.sals hu sp.
3285CGr.dat ghi cont d.
3288dicke hets
3289jonste
3294sal u saen
3295desen selven
3300W.bevolen
3301Sprac Belijn ende dede h.
3304grootontbr.
3309pinen wi
3310CGr.daer doe gheen
3321W.om
3322Belijn
3323wanen
3327alse, invoegsel van mij
3329GrW.ten casteel comen; C.den casteel cumen, welk laatste woord stellig slecht gelezen is, zoo als ook blijkt uit de omwerking, die heeft:Ende hi henen sceiden soude
3337W.brieven
3338W.De sc.
3344letteren dichte ic bi m. r.
3348C.ant werc
3353–4Belijns(: sijns)
3356Dat hi sn.
3360CGr.B. ende sach dat[hi sprac(W.)]
3365CGr.ghetrauwet
3366sien, invoegsel vanGrimm
3367Die coninc
3370hief
3371Up ende
3374GrW.Alle dieren
3376lubaert
3377W.mochtet
3382endemet C., bij GrW.een
3384Here
3391Die st. here Br. ende here I.Doch verg.Reineke3157
3397Es ghedaen mesdaet, gewijzigd naarReineke3171
3398CW.wulf enten bere doen comen, Gr.doen coenen. Reineke 3173 gaf de verbetering aan de hand
3400Ende betren hem h. m. s.
3401Ende over h. t. ende over h. p.
3408CGr.Ende sullen sine k.W.Ende bi sine kele.
3413den rouwe
3415gaen maken
3417ghevanghene, doch verg.2996.
3418teerst
3419sprac hi
3420vastontbr. en is door mij uitReineke3207 ontleend.
3421C.Mine
3427CGr.shere, W.sheren
3431ghewilleclike
3433–4Dat gi sonder eneghe mesdaet R. moghet t. ende q.
3435alle
3436belaghenl.bejaghen? met omw.
3437Dese twee gr. vreden. Ik volg de omw.
3441sweert
3443Nemmermeer
3445ghenaden
3449Brune sprac ic