W.

Ic sal over alVandenproeven mijn gheval.Vane,729,763,813,vaan,vaandel.Varen(voer,ghevaren),285,1609,1639,2018,2022,2254,3174,gaan.Hets mi wel ghevaren,903,het is mij goed gegaan,ik heb geluk.Vast, adj. en adv.,145,695,1203,1887,1940,2657,2839,2860,3441,stevig;341,gedurig,zonder van plaats te veranderen.Vaste, adv.,704,spoedig. Verg.Wal.9495, 9751.Vastelike, adv.,814,snel, en dusmet kracht.Vederslach,1867,het slaan met de vederen. Van menschen heet hethantgheslach. Zie b.v.MAERL.1 Dl., bl. 300;Wal.9835, 10822.Veel, met GZ.,1942.Vele, bij adv. in de bet. van onszeer(admodum),vele sere,762;velesaen,3158.Velspot,2829,stuk van het vel. Verg. het Eng.spot of ground.Verbelghen(Hem), (verbalch,verbolghen),2617,zich belgen,opstuiven.Francisc.5455.Verbolghenlike,179, verbolgen, driftig.Verbiten,463,2091,2098,2308*,3108,3431,dood bijten. ZieLsp. gloss.Verboort,786,verbeurd,verboden.Verderven,667,bederven,in 't verderf brengen, hierziek maken.Verdooft,818,bedwelmd,verbijsterd. Verg.Lsp. gloss.Verdoren,677,1636,2055,2170,3055,begekken.1741is de lezingverdoort, doorGR.in den tekst gebracht, stellig af te keuren. Moet men daar ook lezenbecoort? vanbecoren,in verzoeking brengen.Vergaen, impers. met DP.,geschieden, in de spreekw.wel,te scande,tonnere vergaen,1039,1267,1494,3280. Verg.Flor.168, 835.Vergaen,323,te niet gaan.Vergheten, met GZ.,2650.Vergheven,616,1224,2661, vooral in den wensch:vergave God!geven. Verg.Lsp. gloss.Vergheven,378,afstand van iets doen. Verg.Begheven, en zieZIEMANNopVergeben.Vergheven, met DP. en AZ.,2523,vergiffenis schenken.Verhanghen,3081,door ophanging ter dood brengen.Verheven,1557, praet. vanverheffen,opheffen.Verhoeren,73,tot hoer maken.Theoph.1432.Verhoghen,3122,verheugd maken. ZieLsp. gloss.Verhelen(verhal,verholen),255,verzwijgen,geheim houden. Vandaar:Verholen,2151,2248,2291,heimelijk,geheim.Verholenlike, adj. en adv.,891,1520,2401,2406,3269,heimelijk.Verhoren,534,2145,hooren,vernemen. ZieLsp. gloss.Verlanesse,2062, samentr. vanverlatenesse,vergiffenis. Verg.Lsp. gloss.Het ww.verlatenin den zin vankwijtschelden,MAERL.3 Dl., bl. 8.Verloos,254, praet. vanverliesen.Verloren,696,verloren, in den zin vante vergeefs.Verloven,1448, eigenl. het tegenovergestelde vanbeloven, dusbelooven niet te doen, en zoo komt het ook voorLorr.II, 2988; verg. ookZIEMANNopVerloben. Vandaarmet eede belooven iets niet te doen,afzweeren. Zoo is het hier gebezigd, en zoo komt het ook voorLimb.V, 152.Vermalendien,490, part.vermalendijt,916,vervloeken,verdoemen. Verg.MAERL.3 Dl., bl. 175, 229;Ferg.3164; en zieLsp. gloss.Vermanen,1979,verzoeken,aanmanen. Verg.Lorr. gloss.Vermerren,1377,met marren, toeven, laten voorbijgaan.Vermoghen,2100,aan kunnen,sterker zijn dan iemand.Troj. Orl.(Ovl. Ged., 1 Dl., bl. 18), vs. 1524;Lorr.II, 4263.Vernemen(vernam,vernomen),520,711,911,978,1046,1574,2362,2461,2549,3233,waarnemen (met de oogen),zien;3081,3216,vernemen,hooren.Vernoi,1279,1942,1995,2886,verdriet. ZieLsp. gloss.Vernoien,3,1370,1672,verdrieten,leed doen;3198meer in den zin vanbeangstigen. Verg.HUYD.opStoke, 2 Dl., bl. 467.Veronnen,260,ten kwade duiden.Lorr.I, 2032. Verg.HUYD.opStoke, 3 Dl., bl. 310.Veronwerden,2252,verachten.St. Franc.8214.Verpinen,867,afmatten,tot het uiterste vermoeyen. ZieFlor.1853.Verraden,1654,1746,2196,2790,3095,arglistig ten val brengen.Ferg.2944. Verg.HUYD.opStoke, 2 Dl., bl. 312.Verre,2813,3355,3365,3385,lang,veel. Verg.KIL.Versaden,212,verzadigen. Verg.Sat.Versamet,57, praet. vanversamen,zich verzamelen. ZieLsp. gloss., en verg.Mnl. Versb., bl. 132–133.Versach, zieVersien.Verseren,1924,bedroeven. Verg.Sere.Versceden, trans.262,scheiden,uit een doen,ontwarren;880, intr.scheiden,weggaan. Verg.Lsp. gloss.Verscroven,925,ellendig,gemeen. ZieLsp. gloss.;MAERL.3 Dl., bl. 40, vs. 113.Versien(versach),710,1328,2124,zien. ZieHUYD.opStoke, 2 Dl., bl. 104.Verslant,2308*, praet. vanverslenden, d. i.verslinden.Maerl.3 Dl., bl. 223, 233, 312.Versoenen,3402,verzoenen,vergoeden. Verg.Soenen.Verspreken,1827,beschimpen.Ferg.1030, 4733. Verg.HUYD.opStoke, 2 Dl., bl. 491.Verspringhen,819,wegspringen.Verstoet, praet. vanverstaen,1900,vernemen.Verstoten,2335,omverstooten,verdrijven.Flor.1723. Gebruikelijker isVerstekenin dien zin, zieLorr. gloss.Versuchten,990,zuchten.Ferg.1360: Si verscoet (dus 't hs.) dicke endeversochte. Verg.Flor. gloss.Versweren,1690,3154,afzweren. Verg.HUYD.opStoke, 2 Dl., bl. 545.Verwaten,354,853,2712,vervloeken. ZieHUYD.opStoke, 3 Dl., bl. 231, enProeve, 3 Dl., bl. 91–93.Verwendelic,1067,overmoedig. ZieLsp. gloss.opVerweenthede.Verwinnen,1480,overwinnen,te boven komen.Flor.816.Vete,2177,vijandschap.Vier,1237,1248,vuur.Vieren,1685,rusten. ZieHUYD.opStoke, 3 Dl., bl. 55.Vigilie,431,440,450,lijkdienst, „funeralia, cantus feralis”KIL.Franc.8419, 9312.Vinden(Raet),543, zieRaet.Vite,7,levensbeschrijving. Verg.DE JAGERSTaalk. Mag., 4 Dl., bl. 75.Viwergat,1646,schoorsteen. Verg. deaant. bl. 61.Vleeschsmout,379,vet.Vleghel,723,dorschvlegel.Vlien,758,vlieden. ZieLsp. gloss.opVloe.Vliet,827,vliet,vloeyend water.Vloeken,856,vervloeken,verwenschen.Vloghel,1050,vleugel.Vlotten,831,in 't water drijven.Voghelijn,2571,3143,vogeltje.Ferg.1099, waar in 't hs. de tweedelontbr.Vordere,679,de voorste. Het is eigenl. de compar. vanvoor.Vorderhant hebben,1792,in aanzien staan.Maerl.3 Dl., bl. 122.Voren(Te),922,928,vooraf(zonder dat het u eenige moeite heeft gekost).Voren(Doen te),797,overtreffen.Troj. Orl.(Ovl. Ged., 1 Dl., bl. 33), vs. 2774; bl. 98, vs. 486, 500.Te vorenin den zin vanbij uitnemendheid, leest menMAERL.3 Dl., bl. 190.Vorst,103,254,winterkoude.Vorst,3131,bovenste dwarsbalk (van de galg).Vort,1688,voorts.Vortbringhen,1877,2165,2204,voor den dag brengen,mededeelen. ZieLsp. gloss.Verg. wegens de samentr.brincseMnl. Versb., bl. 119 vlgg.Vortdraghen,1343,doen voortgaan,in stand houden.Vortmeer,2484,in 't vervolg;380,nu. Zie mijn art. overSaren, enz. in denLetterb.van 1845, no. 35.Vorwaertmeer,376,voortaan,van nu af. Ziet. l. a. pl.Vorttrecken,3359,voor den dag halen.Vorworde,2512,voorwaarde,het vooraf bepaalde.Vreischen,1582,vernemen. ZieHUYD.opStoke, 1 Dl., bl. 264–265.Vremt,2295,zonderling. Verg.Flor.2503, 277.Vri,1072,3221,edel. ZieV. WIJNopHeelu, bl. 159–161.Vrihede,3437,privilegie.Vroe,2288,vroeg. ZieLsp. gloss.Vro,1048,2260,2556,2683,verblijd,verheugd,vrolijk.Vrome,474,630,1074,2320,voordeel,baat,nut. ZieLsp. gloss.Vromen,962,1841,baten,tot voordeel strekken.Vrouwe,297,831,1865,vrouw,domina, eeretitel, even alsheervoor mannen. ZieHUYD.opStoke, 1 Dl., bl. 52.Vruchten,559,2308*,3020,vreezen,duchten.Vulsegghen,2221,uitspreken,voluit zeggen. Verg.Lsp. gloss.Vulscriven,6,volledig beschreven.W.Wachten,2340,bewaken,gadeslaan. Verg.Lsp. gloss.Waen, in de spreekwijzen:na minen wane,298,1235,naar mijne meening; ensonder waen,90,636,900,1096,1387,2514,met zekerheid,stellig, gewone verzekeringsformule.Waen,1199,2147,van waar. Correllativum vanwaer. ZieGRIMM,D.Gr., 3 Dl., bl. 193 vlgg.Waert, in samenstelling met substantiva, voorafgegaan door te, geeft de beweging te kennen naar het voorwerp door het subst. uitgedrukt:te beddewaert,te hovewaert, enz., b. v.533,540,708,870,1307,1321,1374,1686,2797. In samenstelling met adverbia ontbreektte, alsnederwaert,890,naar beneden.Waert hebben,1816,hoogschatten,vereeren. ZieLsp. gloss.Wale, adv.,180,462,801,1010,1078,3124,wel.Walsc,8,Fransch.Walschen,1461,Fransch spreken, brabbelen. Verg. de aant. vanHUYD.opStoke, 2 Dl., bl. 435.Wanen,46,277,594,625,671,697,906,950,1059,1104,1129,1498,1527,1760,1822,2036,2188,2327,3001,meenen,glooven.Wanc,1199,weifeling,wankelmoedigheid. ZieLsp. gloss.Wanconnen, met GZ.,1925,misduiden,boos zijn over iets.Flor.1147, 1168;Wal.5252;Lanc.II, 15507.Wanconst,907,2524,toorn,vijandschap. ZieLorr. gloss.Zie over de konstruktie der laatste plaatsLsp. gloss.opVergheven.Wandelinghe,2711,3044,omgang.Lorr.I, 1977;Ferg.1040.Wandren,2110,2721,loopen,verkeeren.St. Franc.1424;Maerl.3 Dl., bl. 235.Wareltere,2330,wereltsch (uiterlijk) aanzien.Wal.8009, 8061;Troj. Orl.(Ovl. Ged., 1 Dl., bl. 33) vs. 2815.Waren(Te —),603,twaren,370,voorzeker.Warf, bij getalsnamen onskeerofmaal; b.v.348,1007.Warmhede,537,warmte. Verg.Lsp. gloss.Wart, praet vanwerden,107,818,1048,1336,2112; in 't rijmwaert,974,1205.Wart, in de spreekw.Hi wart totenviere,1237,hij snelde naar het vuur. Verg.Up werden.Wat, met G.,943,welk.Maerl.3 Dl., bl. 86. Over de konstr. zieWal.2 Dl., bl. 239. Zoo ookMAERL.3 Dl., bl. 281, 298.Watervar,1863(zeker dier, maar welk?)Wattan,245,1033,1296,2936,wat dan,welnu.Limb.III, 570; V, 341;Velth.bl. 72;Troj. Orl.(Ovl. Ged., 2 Dl., bl. 89) vs. 1281.Weden,1703,1711,weiden.Weder,2117,schaap. ZieCLIGNETT,Bijdr., bl. 269.Weder,708,1319,1526,1731,2668,wederom.Weder, adv.,2662,tegen.Maerl.3 Dl., bl. 255, 256, 264.Wederkeer(Sonder —),2308*,onveranderlijk.Wederkeer(Doen enen),1728,2672,terugkeeren.Wederlonen,492,vergelden.Wedersegghen,2283,tegenspreken,zich verzetten.Lsp. gloss.Wederscouwen,2746terugzien. Verg.Scouwen.Wedertale(Taleende —),1009,hetgeen over en weêr gezegd wordt.Wedertaleisantwoord.Wee worden, met DP.,3218,smartelijk aangedaan worden.Wegghe,653,681,wig(cuneus).Wel sijn,195,in gunst staan.Welgheboren,2314,edel. Verg.HUYD.opStoke, 3 Dl., bl. 126. Het is eigenl. het Fr.debonnaire.Welpekijn,1366,1430,3066,3204,welpje. Zie overwelp,CLIGNETT,Bijdr., bl. 56–57.Wentelen,975,981,buitelen.Werelt.Al mocht hem al die wereltvromen,962,al mocht hij er zooveel baat bij hebben als de wereld groot is.Troj. Orl.(Ovl. Ged., 1 Dl., bl. 29) vs. 2443.Wernen,190,weigeren. ZieLsp. gloss.Wers,slechter.Te wers hem,1549, is het Fr.tant pis pour lui. Verg.Ferg.2360;Car. El.1324. Zie het woordLanc.II, 15394, 15515;Lorr.I, 1117; en verg.Heim. der Heim., bl. 329.Werwaert,1664,waarheen,werwaarts.Wet,wit,1151,3362,godsdienst. Verg.Flor.195, 243. De uitdr.Bi miere wet,bij al wat mij heilig is!Verg.HOFFMANN, opCar. El., bl. 61 in fine.Wicht,1027,3385, eigenl.kind. Het adj. wijzigt de beteekenis. Verg.Stoke, 7 B., vs. 59; 10 B., vs. 342;SERRURE,Vadert. Mus., 1 Dl., bl. 68;Ferg.3511.Wide,294,wijd,alom;wide mare,wijd beroemd.Wie so,769,wie. ZieHUYD.opStoke, 1 Dl., bl. 44.Wijf,73,95,235, enz.vrouw,uxor.Wile,815,863,975,1823,wijl,tijdsruimte.Die wile,842,terwijl. Verg.Lsp. gloss.Wilen, adv.,296,2544;wilen eer,101,eertijds,weleer.Wille(Staen te sinen), zieStaen.Willecome,629,1073,3255,welkom, eigenl.welgekomen.Willen,583,zullen. Verg. de verwisseling in 't Eng.Wiltbraet,1218,wild, het Hd.Wiltprett.Winnen(wan,ghewonnen),1792,verwerven.Wise,wijze, in de spreekw.In eens arems siecs wise,1324, die beteekent:met het voorkomen van een armen zieke. Even zoo gebruikt het OudfranschEn guise de.Wisen(praet.wijsde),2475,aanwijzen.Wisen ende leren,2076,onderrichten. De spreekwijs is zeer gewoon, b.v.Lorr.I, 1695. Zie voortsCLIGNETT,Bijdr., bl. 8, ofFlor. gloss.Wisen(praet.wijsde),167,1886,uitwijzen. ZieLsp. gloss.Wisse,224,een touw,een strop(restisKIL.).Parth.(ed.MASSMANN), bl. 42, vs. 24.Woestine,503,508,2645,eenzame, onbewoonde plaats.Ferg.1048.Wonderen, impers. met DP.,2627,mi wondert,het verwondert mij. ZieLsp. gloss.Wordekijn,2219,woordje.Wouden, zieGhewouden.Wout,2090,2298,2854,bosch,woud.Wrake,1849,gerechtelijke genoegdoening,straf. ZieZIEMANNopRache.Wreet,2097,3017,moorddadig,gebeten op iemand.Flor.3522.Wrochte, praet. vanwerken,1338,bewerkte,Ferg.1216; de vormwrochteschijnt de gewone, zieParthen.68, vs. 4, enLorr.,Lsp.,Franc. gloss.Wroeghen,113,1791,2231,beschuldigen,aanklagen;1209,bekend maken,verraden. ZooLanc.II, 13294: Hi seide: „Newroegetniet mi wie ic ben”, waar het Fransch heeft: „ne dites mon non, ne ne feites savoir qui je sui.”

Ic sal over alVandenproeven mijn gheval.

Ic sal over alVandenproeven mijn gheval.

Vane,729,763,813,vaan,vaandel.

Varen(voer,ghevaren),285,1609,1639,2018,2022,2254,3174,gaan.Hets mi wel ghevaren,903,het is mij goed gegaan,ik heb geluk.

Vast, adj. en adv.,145,695,1203,1887,1940,2657,2839,2860,3441,stevig;341,gedurig,zonder van plaats te veranderen.

Vaste, adv.,704,spoedig. Verg.Wal.9495, 9751.

Vastelike, adv.,814,snel, en dusmet kracht.

Vederslach,1867,het slaan met de vederen. Van menschen heet hethantgheslach. Zie b.v.MAERL.1 Dl., bl. 300;Wal.9835, 10822.

Veel, met GZ.,1942.

Vele, bij adv. in de bet. van onszeer(admodum),vele sere,762;velesaen,3158.

Velspot,2829,stuk van het vel. Verg. het Eng.spot of ground.

Verbelghen(Hem), (verbalch,verbolghen),2617,zich belgen,opstuiven.Francisc.5455.

Verbolghenlike,179, verbolgen, driftig.

Verbiten,463,2091,2098,2308*,3108,3431,dood bijten. ZieLsp. gloss.

Verboort,786,verbeurd,verboden.

Verderven,667,bederven,in 't verderf brengen, hierziek maken.

Verdooft,818,bedwelmd,verbijsterd. Verg.Lsp. gloss.

Verdoren,677,1636,2055,2170,3055,begekken.1741is de lezingverdoort, doorGR.in den tekst gebracht, stellig af te keuren. Moet men daar ook lezenbecoort? vanbecoren,in verzoeking brengen.

Vergaen, impers. met DP.,geschieden, in de spreekw.wel,te scande,tonnere vergaen,1039,1267,1494,3280. Verg.Flor.168, 835.

Vergaen,323,te niet gaan.

Vergheten, met GZ.,2650.

Vergheven,616,1224,2661, vooral in den wensch:vergave God!geven. Verg.Lsp. gloss.

Vergheven,378,afstand van iets doen. Verg.Begheven, en zieZIEMANNopVergeben.

Vergheven, met DP. en AZ.,2523,vergiffenis schenken.

Verhanghen,3081,door ophanging ter dood brengen.

Verheven,1557, praet. vanverheffen,opheffen.

Verhoeren,73,tot hoer maken.Theoph.1432.

Verhoghen,3122,verheugd maken. ZieLsp. gloss.

Verhelen(verhal,verholen),255,verzwijgen,geheim houden. Vandaar:

Verholen,2151,2248,2291,heimelijk,geheim.

Verholenlike, adj. en adv.,891,1520,2401,2406,3269,heimelijk.

Verhoren,534,2145,hooren,vernemen. ZieLsp. gloss.

Verlanesse,2062, samentr. vanverlatenesse,vergiffenis. Verg.Lsp. gloss.Het ww.verlatenin den zin vankwijtschelden,MAERL.3 Dl., bl. 8.

Verloos,254, praet. vanverliesen.

Verloren,696,verloren, in den zin vante vergeefs.

Verloven,1448, eigenl. het tegenovergestelde vanbeloven, dusbelooven niet te doen, en zoo komt het ook voorLorr.II, 2988; verg. ookZIEMANNopVerloben. Vandaarmet eede belooven iets niet te doen,afzweeren. Zoo is het hier gebezigd, en zoo komt het ook voorLimb.V, 152.

Vermalendien,490, part.vermalendijt,916,vervloeken,verdoemen. Verg.MAERL.3 Dl., bl. 175, 229;Ferg.3164; en zieLsp. gloss.

Vermanen,1979,verzoeken,aanmanen. Verg.Lorr. gloss.

Vermerren,1377,met marren, toeven, laten voorbijgaan.

Vermoghen,2100,aan kunnen,sterker zijn dan iemand.Troj. Orl.(Ovl. Ged., 1 Dl., bl. 18), vs. 1524;Lorr.II, 4263.

Vernemen(vernam,vernomen),520,711,911,978,1046,1574,2362,2461,2549,3233,waarnemen (met de oogen),zien;3081,3216,vernemen,hooren.

Vernoi,1279,1942,1995,2886,verdriet. ZieLsp. gloss.

Vernoien,3,1370,1672,verdrieten,leed doen;3198meer in den zin vanbeangstigen. Verg.HUYD.opStoke, 2 Dl., bl. 467.

Veronnen,260,ten kwade duiden.Lorr.I, 2032. Verg.HUYD.opStoke, 3 Dl., bl. 310.

Veronwerden,2252,verachten.St. Franc.8214.

Verpinen,867,afmatten,tot het uiterste vermoeyen. ZieFlor.1853.

Verraden,1654,1746,2196,2790,3095,arglistig ten val brengen.Ferg.2944. Verg.HUYD.opStoke, 2 Dl., bl. 312.

Verre,2813,3355,3365,3385,lang,veel. Verg.KIL.

Versaden,212,verzadigen. Verg.Sat.

Versamet,57, praet. vanversamen,zich verzamelen. ZieLsp. gloss., en verg.Mnl. Versb., bl. 132–133.

Versach, zieVersien.

Verseren,1924,bedroeven. Verg.Sere.

Versceden, trans.262,scheiden,uit een doen,ontwarren;880, intr.scheiden,weggaan. Verg.Lsp. gloss.

Verscroven,925,ellendig,gemeen. ZieLsp. gloss.;MAERL.3 Dl., bl. 40, vs. 113.

Versien(versach),710,1328,2124,zien. ZieHUYD.opStoke, 2 Dl., bl. 104.

Verslant,2308*, praet. vanverslenden, d. i.verslinden.Maerl.3 Dl., bl. 223, 233, 312.

Versoenen,3402,verzoenen,vergoeden. Verg.Soenen.

Verspreken,1827,beschimpen.Ferg.1030, 4733. Verg.HUYD.opStoke, 2 Dl., bl. 491.

Verspringhen,819,wegspringen.

Verstoet, praet. vanverstaen,1900,vernemen.

Verstoten,2335,omverstooten,verdrijven.Flor.1723. Gebruikelijker isVerstekenin dien zin, zieLorr. gloss.

Versuchten,990,zuchten.Ferg.1360: Si verscoet (dus 't hs.) dicke endeversochte. Verg.Flor. gloss.

Versweren,1690,3154,afzweren. Verg.HUYD.opStoke, 2 Dl., bl. 545.

Verwaten,354,853,2712,vervloeken. ZieHUYD.opStoke, 3 Dl., bl. 231, enProeve, 3 Dl., bl. 91–93.

Verwendelic,1067,overmoedig. ZieLsp. gloss.opVerweenthede.

Verwinnen,1480,overwinnen,te boven komen.Flor.816.

Vete,2177,vijandschap.

Vier,1237,1248,vuur.

Vieren,1685,rusten. ZieHUYD.opStoke, 3 Dl., bl. 55.

Vigilie,431,440,450,lijkdienst, „funeralia, cantus feralis”KIL.Franc.8419, 9312.

Vinden(Raet),543, zieRaet.

Vite,7,levensbeschrijving. Verg.DE JAGERSTaalk. Mag., 4 Dl., bl. 75.

Viwergat,1646,schoorsteen. Verg. deaant. bl. 61.

Vleeschsmout,379,vet.

Vleghel,723,dorschvlegel.

Vlien,758,vlieden. ZieLsp. gloss.opVloe.

Vliet,827,vliet,vloeyend water.

Vloeken,856,vervloeken,verwenschen.

Vloghel,1050,vleugel.

Vlotten,831,in 't water drijven.

Voghelijn,2571,3143,vogeltje.Ferg.1099, waar in 't hs. de tweedelontbr.

Vordere,679,de voorste. Het is eigenl. de compar. vanvoor.

Vorderhant hebben,1792,in aanzien staan.Maerl.3 Dl., bl. 122.

Voren(Te),922,928,vooraf(zonder dat het u eenige moeite heeft gekost).

Voren(Doen te),797,overtreffen.Troj. Orl.(Ovl. Ged., 1 Dl., bl. 33), vs. 2774; bl. 98, vs. 486, 500.Te vorenin den zin vanbij uitnemendheid, leest menMAERL.3 Dl., bl. 190.

Vorst,103,254,winterkoude.

Vorst,3131,bovenste dwarsbalk (van de galg).

Vort,1688,voorts.

Vortbringhen,1877,2165,2204,voor den dag brengen,mededeelen. ZieLsp. gloss.Verg. wegens de samentr.brincseMnl. Versb., bl. 119 vlgg.

Vortdraghen,1343,doen voortgaan,in stand houden.

Vortmeer,2484,in 't vervolg;380,nu. Zie mijn art. overSaren, enz. in denLetterb.van 1845, no. 35.

Vorwaertmeer,376,voortaan,van nu af. Ziet. l. a. pl.

Vorttrecken,3359,voor den dag halen.

Vorworde,2512,voorwaarde,het vooraf bepaalde.

Vreischen,1582,vernemen. ZieHUYD.opStoke, 1 Dl., bl. 264–265.

Vremt,2295,zonderling. Verg.Flor.2503, 277.

Vri,1072,3221,edel. ZieV. WIJNopHeelu, bl. 159–161.

Vrihede,3437,privilegie.

Vroe,2288,vroeg. ZieLsp. gloss.

Vro,1048,2260,2556,2683,verblijd,verheugd,vrolijk.

Vrome,474,630,1074,2320,voordeel,baat,nut. ZieLsp. gloss.

Vromen,962,1841,baten,tot voordeel strekken.

Vrouwe,297,831,1865,vrouw,domina, eeretitel, even alsheervoor mannen. ZieHUYD.opStoke, 1 Dl., bl. 52.

Vruchten,559,2308*,3020,vreezen,duchten.

Vulsegghen,2221,uitspreken,voluit zeggen. Verg.Lsp. gloss.

Vulscriven,6,volledig beschreven.

Wachten,2340,bewaken,gadeslaan. Verg.Lsp. gloss.

Waen, in de spreekwijzen:na minen wane,298,1235,naar mijne meening; ensonder waen,90,636,900,1096,1387,2514,met zekerheid,stellig, gewone verzekeringsformule.

Waen,1199,2147,van waar. Correllativum vanwaer. ZieGRIMM,D.Gr., 3 Dl., bl. 193 vlgg.

Waert, in samenstelling met substantiva, voorafgegaan door te, geeft de beweging te kennen naar het voorwerp door het subst. uitgedrukt:te beddewaert,te hovewaert, enz., b. v.533,540,708,870,1307,1321,1374,1686,2797. In samenstelling met adverbia ontbreektte, alsnederwaert,890,naar beneden.

Waert hebben,1816,hoogschatten,vereeren. ZieLsp. gloss.

Wale, adv.,180,462,801,1010,1078,3124,wel.

Walsc,8,Fransch.

Walschen,1461,Fransch spreken, brabbelen. Verg. de aant. vanHUYD.opStoke, 2 Dl., bl. 435.

Wanen,46,277,594,625,671,697,906,950,1059,1104,1129,1498,1527,1760,1822,2036,2188,2327,3001,meenen,glooven.

Wanc,1199,weifeling,wankelmoedigheid. ZieLsp. gloss.

Wanconnen, met GZ.,1925,misduiden,boos zijn over iets.Flor.1147, 1168;Wal.5252;Lanc.II, 15507.

Wanconst,907,2524,toorn,vijandschap. ZieLorr. gloss.Zie over de konstruktie der laatste plaatsLsp. gloss.opVergheven.

Wandelinghe,2711,3044,omgang.Lorr.I, 1977;Ferg.1040.

Wandren,2110,2721,loopen,verkeeren.St. Franc.1424;Maerl.3 Dl., bl. 235.

Wareltere,2330,wereltsch (uiterlijk) aanzien.Wal.8009, 8061;Troj. Orl.(Ovl. Ged., 1 Dl., bl. 33) vs. 2815.

Waren(Te —),603,twaren,370,voorzeker.

Warf, bij getalsnamen onskeerofmaal; b.v.348,1007.

Warmhede,537,warmte. Verg.Lsp. gloss.

Wart, praet vanwerden,107,818,1048,1336,2112; in 't rijmwaert,974,1205.

Wart, in de spreekw.Hi wart totenviere,1237,hij snelde naar het vuur. Verg.Up werden.

Wat, met G.,943,welk.Maerl.3 Dl., bl. 86. Over de konstr. zieWal.2 Dl., bl. 239. Zoo ookMAERL.3 Dl., bl. 281, 298.

Watervar,1863(zeker dier, maar welk?)

Wattan,245,1033,1296,2936,wat dan,welnu.Limb.III, 570; V, 341;Velth.bl. 72;Troj. Orl.(Ovl. Ged., 2 Dl., bl. 89) vs. 1281.

Weden,1703,1711,weiden.

Weder,2117,schaap. ZieCLIGNETT,Bijdr., bl. 269.

Weder,708,1319,1526,1731,2668,wederom.

Weder, adv.,2662,tegen.Maerl.3 Dl., bl. 255, 256, 264.

Wederkeer(Sonder —),2308*,onveranderlijk.

Wederkeer(Doen enen),1728,2672,terugkeeren.

Wederlonen,492,vergelden.

Wedersegghen,2283,tegenspreken,zich verzetten.Lsp. gloss.

Wederscouwen,2746terugzien. Verg.Scouwen.

Wedertale(Taleende —),1009,hetgeen over en weêr gezegd wordt.Wedertaleisantwoord.

Wee worden, met DP.,3218,smartelijk aangedaan worden.

Wegghe,653,681,wig(cuneus).

Wel sijn,195,in gunst staan.

Welgheboren,2314,edel. Verg.HUYD.opStoke, 3 Dl., bl. 126. Het is eigenl. het Fr.debonnaire.

Welpekijn,1366,1430,3066,3204,welpje. Zie overwelp,CLIGNETT,Bijdr., bl. 56–57.

Wentelen,975,981,buitelen.

Werelt.Al mocht hem al die wereltvromen,962,al mocht hij er zooveel baat bij hebben als de wereld groot is.Troj. Orl.(Ovl. Ged., 1 Dl., bl. 29) vs. 2443.

Wernen,190,weigeren. ZieLsp. gloss.

Wers,slechter.Te wers hem,1549, is het Fr.tant pis pour lui. Verg.Ferg.2360;Car. El.1324. Zie het woordLanc.II, 15394, 15515;Lorr.I, 1117; en verg.Heim. der Heim., bl. 329.

Werwaert,1664,waarheen,werwaarts.

Wet,wit,1151,3362,godsdienst. Verg.Flor.195, 243. De uitdr.Bi miere wet,bij al wat mij heilig is!Verg.HOFFMANN, opCar. El., bl. 61 in fine.

Wicht,1027,3385, eigenl.kind. Het adj. wijzigt de beteekenis. Verg.Stoke, 7 B., vs. 59; 10 B., vs. 342;SERRURE,Vadert. Mus., 1 Dl., bl. 68;Ferg.3511.

Wide,294,wijd,alom;wide mare,wijd beroemd.

Wie so,769,wie. ZieHUYD.opStoke, 1 Dl., bl. 44.

Wijf,73,95,235, enz.vrouw,uxor.

Wile,815,863,975,1823,wijl,tijdsruimte.Die wile,842,terwijl. Verg.Lsp. gloss.

Wilen, adv.,296,2544;wilen eer,101,eertijds,weleer.

Wille(Staen te sinen), zieStaen.

Willecome,629,1073,3255,welkom, eigenl.welgekomen.

Willen,583,zullen. Verg. de verwisseling in 't Eng.

Wiltbraet,1218,wild, het Hd.Wiltprett.

Winnen(wan,ghewonnen),1792,verwerven.

Wise,wijze, in de spreekw.In eens arems siecs wise,1324, die beteekent:met het voorkomen van een armen zieke. Even zoo gebruikt het OudfranschEn guise de.

Wisen(praet.wijsde),2475,aanwijzen.

Wisen ende leren,2076,onderrichten. De spreekwijs is zeer gewoon, b.v.Lorr.I, 1695. Zie voortsCLIGNETT,Bijdr., bl. 8, ofFlor. gloss.

Wisen(praet.wijsde),167,1886,uitwijzen. ZieLsp. gloss.

Wisse,224,een touw,een strop(restisKIL.).Parth.(ed.MASSMANN), bl. 42, vs. 24.

Woestine,503,508,2645,eenzame, onbewoonde plaats.Ferg.1048.

Wonderen, impers. met DP.,2627,mi wondert,het verwondert mij. ZieLsp. gloss.

Wordekijn,2219,woordje.

Wouden, zieGhewouden.

Wout,2090,2298,2854,bosch,woud.

Wrake,1849,gerechtelijke genoegdoening,straf. ZieZIEMANNopRache.

Wreet,2097,3017,moorddadig,gebeten op iemand.Flor.3522.

Wrochte, praet. vanwerken,1338,bewerkte,Ferg.1216; de vormwrochteschijnt de gewone, zieParthen.68, vs. 4, enLorr.,Lsp.,Franc. gloss.

Wroeghen,113,1791,2231,beschuldigen,aanklagen;1209,bekend maken,verraden. ZooLanc.II, 13294: Hi seide: „Newroegetniet mi wie ic ben”, waar het Fransch heeft: „ne dites mon non, ne ne feites savoir qui je sui.”


Back to IndexNext