EXCELSIORNaar boven! naar boven!Wie kan ons ontrooven,De geestdrift, ’t verlangen,—Waar ’t hart aan blijft hangen:—Wat men bleef gelooven.Van de aarde opgeheven!—Als of ten nieuw leven,Als naar het volmaakte,—Waar ’t hart zoo naar haakte,Gewend nu den steven!Op vleugelenslagen,Steeds hooger gedragen!Waar ’s horizons lijnen,In de ether verdwijnen,Steeds opwaarts zich wagen.Steeds jubelend stijgen,Waar ’t heilige zwijgen,Niets dreigt te verstoren,Van wat nooit te voren,Gehoopt werd te krijgen!Of ’t slechts enkele uren,Of jaren moog duren;Wie vraagt meer naar tijden,Als men langs de zijden,Van sterren kan sturen!Wie zal, als planeten,Als zonnen, kometen,Bij ’t nog altijd rijzend,Naar hooger ons wijzend,Zich zelf niet vergeten?Waar nog geene grenzen,Ons nietige menschen,Door cijferen wetten,De mijlpalen zetten:—Nog hooger wij wenschen!Vergeten ’t verleden,Van wat ligt beneden;—Nog slechts te behoeven,Een oogwenk te toeven,In ’t vluchtige heden.Nog hooger! naar boven!Neen, niet uit te dooven,Wat over de zonnenHeen, aan ’t Onbegonnen’,Blijft hopen, gelooven!
Naar boven! naar boven!Wie kan ons ontrooven,De geestdrift, ’t verlangen,—Waar ’t hart aan blijft hangen:—Wat men bleef gelooven.
Van de aarde opgeheven!—Als of ten nieuw leven,Als naar het volmaakte,—Waar ’t hart zoo naar haakte,Gewend nu den steven!
Op vleugelenslagen,Steeds hooger gedragen!Waar ’s horizons lijnen,In de ether verdwijnen,Steeds opwaarts zich wagen.
Steeds jubelend stijgen,Waar ’t heilige zwijgen,Niets dreigt te verstoren,Van wat nooit te voren,Gehoopt werd te krijgen!
Of ’t slechts enkele uren,Of jaren moog duren;Wie vraagt meer naar tijden,Als men langs de zijden,Van sterren kan sturen!
Wie zal, als planeten,Als zonnen, kometen,Bij ’t nog altijd rijzend,Naar hooger ons wijzend,Zich zelf niet vergeten?
Waar nog geene grenzen,Ons nietige menschen,Door cijferen wetten,De mijlpalen zetten:—Nog hooger wij wenschen!
Vergeten ’t verleden,Van wat ligt beneden;—Nog slechts te behoeven,Een oogwenk te toeven,In ’t vluchtige heden.
Nog hooger! naar boven!Neen, niet uit te dooven,Wat over de zonnenHeen, aan ’t Onbegonnen’,Blijft hopen, gelooven!