Eenzaamheid

EenzaamheidMen zal hem te beklagen noemen,Die mensch en wereld vliedt;Men zal ’t verkeer als «Leven» roemen—De Wijze wellicht niet.Die uit den maalstroom van het leven,Dat hem zoo luttel gaf,—Waar de eenzaamheid hem rust wil geven,—Zich gaarne zondert af.Zijn leven als een hooge gave,Als heilige ernst beschouwt;Te zijn: een Edele, eene Brave,Schat boven roem en goud.—Hem is steeds de eenzaamheid de reede,Uit ’s levens last en leed;Waar hij als met herwonnen vrede,Zich wel geborgen weet.

Men zal hem te beklagen noemen,Die mensch en wereld vliedt;Men zal ’t verkeer als «Leven» roemen—De Wijze wellicht niet.

Die uit den maalstroom van het leven,Dat hem zoo luttel gaf,—Waar de eenzaamheid hem rust wil geven,—Zich gaarne zondert af.

Zijn leven als een hooge gave,Als heilige ernst beschouwt;Te zijn: een Edele, eene Brave,Schat boven roem en goud.—

Hem is steeds de eenzaamheid de reede,Uit ’s levens last en leed;Waar hij als met herwonnen vrede,Zich wel geborgen weet.


Back to IndexNext