MIJN LIED

MIJN LIEDMijn lied is ’t lied van ’t donkre woud,Van ’t statig dennenruischen,Waaronder beekjes bruisen;Waar woudkoors zangers huizen,Omlaag in het fluweelen mos, hoog in het golvend hout.Mijn lied is ’t lied van ’t vrije veld;Beperkt door grens noch mijlen;Waarboven wolken ijlen,Wier schaduwen soms wijlen,Waar eene wolkpartij, het zeilend hulkje vergezelt.Mijn lied is ’t lied, dat mij eenmaal,Van mijn geliefde heide—Die kunstelooze weide—De Poëzie mij zeide:Van haar bekoorlijkheid mij sprak, in wonderzoete taal.Mijn lied is Meimaands avondstond.Wanneer de gouden stralen,Het westen purper malen,Elk ruitje op hoogte, in dalen,Van ’t blauw azuur, een gouden ster als avondbode zond.Mijn lied is Herfstmaands kleurenschat,Zijn tintenrijkdoms weelde,Die met goudbrons penseeldeDen hof; de beuken geelde;En ’t al met spinrags kantenweefsel teeder hield omvat.Mijn lied is ’t lied van mijn gemoed—Hoe nietig ’t ook moog wezen—Diep uit het hart gerezen;o Blijv’ nog lang na dezen:Mijn lust aan u Natuur, in ’s levens voor- en tegenspoed.

Mijn lied is ’t lied van ’t donkre woud,Van ’t statig dennenruischen,Waaronder beekjes bruisen;Waar woudkoors zangers huizen,Omlaag in het fluweelen mos, hoog in het golvend hout.

Mijn lied is ’t lied van ’t vrije veld;Beperkt door grens noch mijlen;Waarboven wolken ijlen,Wier schaduwen soms wijlen,Waar eene wolkpartij, het zeilend hulkje vergezelt.

Mijn lied is ’t lied, dat mij eenmaal,Van mijn geliefde heide—Die kunstelooze weide—De Poëzie mij zeide:Van haar bekoorlijkheid mij sprak, in wonderzoete taal.

Mijn lied is Meimaands avondstond.Wanneer de gouden stralen,Het westen purper malen,Elk ruitje op hoogte, in dalen,Van ’t blauw azuur, een gouden ster als avondbode zond.

Mijn lied is Herfstmaands kleurenschat,Zijn tintenrijkdoms weelde,Die met goudbrons penseeldeDen hof; de beuken geelde;En ’t al met spinrags kantenweefsel teeder hield omvat.

Mijn lied is ’t lied van mijn gemoed—Hoe nietig ’t ook moog wezen—Diep uit het hart gerezen;o Blijv’ nog lang na dezen:Mijn lust aan u Natuur, in ’s levens voor- en tegenspoed.


Back to IndexNext