Engelsche Maten.Nederlandsche Maten.1/8 Duimis nagenoeg gelijk aan3.17 Strepen.1 Duim" "2.54 Duimen.1 Voet" "3.05 Palmen.1 Statuut Mijl" "1609.3 Ellen.1 Vierkante Duim" "6.45 Vierk. Duimen.1 Vierkante Voet" "9.29 Vierk. Palmen.1 Kubiek Duim" "16.386 Kub. Duimen.1 Kubiek Voet" "28.315 Kub. Palmen.1 Avoir du Pois (pond)" "45.36 Looden.1 Trooisch Pond" "37.32 Looden.1 Gallon" "4.54 Kannen.1 Chaldron" "13.09 Mud. of Vat.1 Buchel" "0.36 Mud. of Vat.
Nederlandsche Maten.Engelsche Maten.1 Duimis nagenoeg gelijk aan0.39 Duimen.1 Palm" "3.94 Duimen1 El" "3.28 Voeten.1 Mijl" "3280.9 Voeten1 Vierkante Duim" "0.16 Vierk. Duimen.1 Vierkante Palm" "15.50 Vierk. Duimen1 Vierkante El" "10.76 Vierk. Voeten.1 Kubiek Duim" "0.061 Kub. Duimen.1 Kubiek Palm" "61.027 Kub. Duimen1 Kubiek El" "35.317 Kub. Voeten.1 Pond" "2.205 A. d. Pois (pond)1 Pond" "2.679 trooische "1 Kan of Kop" "0.22 Gallon.1 Mud of Vat" "0.076 Chaldron.1 Mud of Vat" "2.75 Buchels.
Eene Geographische mijl van 60 in eenen gemiddelden graad, eene Engelsche zeemijl, is gelijk aan 6076 Engelsche voeten of aan 1852 Nederlandsche ellen;
Eene Geographische mijl van 20 in eenen gemiddelden graad, of een Hollandsch uur gaans, is gelijk aan 18227 Engelsche voeten of aan 5555.6 Nederlandsche ellen.
Eene Geographische mijl van 15 in eenen gemiddelden graad, dat is eene Duitsche mijl of eene Hollandsche zeemijl, is gelijk aan 24303 Engelsche voeten of aan 7407-1/2 Nederlandsche ellen.
Eene zoogenaamde Paardenkracht is gelijk aan 33000 Engelsche A. d. P. (ponden), in den tijd van 1 minuut, 1 voet hoog opgebragt; overeenkomende met 4562-1/2 Nederlandsche ponden, in den zelfden tijd, 1 Nederlandsch el hoog opgevoerd, (zie § 46).
De gemiddelde hoogte van den kwikkolom in den Barometer, bedraagt 30 Engelsche duimen, overeenkomende met 76.2 Nederlandsche duimen, (zie § 10).
Het gebruik der beide volgende tafelen is eenvoudig, bij voorbeeld: welke middellijn behoort een stoomzuiger te hebben, voor eene machine van 100 nominale paardenkrachten? Hiertoe bezigt men de eerste tafel, waarin tegen over dat getal der eerste kolom, in de tweede kolom 122.2 Ned. duimen voor de gevraagde zuigermiddellijn gevonden wordt, in de derde kolom is daar nevens, het dubbel, of de slaglengte 2.44 ned. ellen gesteld, en in de vierde kolom het aantal dubbele zuigerslagen, 15.1, in eene minuut.
Ten andere willende weten, hoeveel nominale paardenkrachten overeenkomen met de middellijn van eenen stoomzuiger van 120 ned. duimen? zoo vindt men in de tweede tafel in de vierde kolom tegenover dit getal duimen, 96 N. paardenkrachten; de dubbele slaglengte, 2.40 ned. el., wordt in de tweede, en het aantal dubbele zuigerslagen per minuut, 15.3, in de derde kolom daar nevens gevonden.
ZUIGER.nominale paardenkrachten.middellijn.slaglengte.dubb. slagen per minuut.Nederl. duimen.Ned. ellen.115.10.3580.5221.00.4259.6429.00.5845.2634.90.7038.7839.90.8034.71044.10.8832.21247.90.9630.01451.31.0328.41654.51.0927.21857.41.1526.22060.21.2025.32566.51.3323.33072.11.4422.13577.21.5421.04081.81.6420.14586.11.7219.45090.21.8018.85594.11.8818.26097.71.9517.765101.12.0217.370104.52.0916.975107.72.1516.680110.82.2116.285113.82.2715.990116.72.3315.695119.52.3915.3100122.22.4415.1110127.42.5514.7120132.32.6514.3130137.12.7413.9140141.62.8313.6150145.92.9213.3160150.23.0013.0170154.33.0912.8180158.23.1612.5190162.13.2412.3200165.93.3212.1210169.53.3911.9220173.03.4611.7230176.53.5311.5240179.93.6011.3250183.33.6711.2
ZUIGER.nominale paardenkrachten.middellijn.slaglengte.dubb. slagen per minuut.Nederl. duimen.Ned. ellen.150.3080.51.0200.4062.31.8250.5051.32.9300.6044.04.3350.7038.76.0400.8034.78.1450.9031.610.5501.0029.113.2551.1027.016.3601.2025.319.8651.3023.823.8701.4022.628.1751.5021.432.8801.6020.538.0851.7019.643.6901.8018.849.7951.9018.156.31002.0017.463.31052.1016.870.71102.2016.378.71152.3015.887.11202.4015.396.01252.5014.9105.41302.6014.4115.21352.7014.1125.61402.8013.7136.41452.9013.3147.71503.0013.0159.51553.1012.7171.81603.2012.4184.61653.3012.1197.81703.4011.9211.51753.5011.6225.61803.6011.3240.31853.7011.1255.3
VOORSTELLENDE EENE STOOMMACHINE VAN LAGE DRUKKING MET DAARBIJ BEHOORENDEN STOOMKETEL VOOR EEN VAARTUIG, NAAR DE LAATSTE MEEST VERTROUWDE ZAMENSTELLING.
Een stoomvaartuig bevat gewoonlijk twee gelijkemachinenwelken te zamen eenehoofd-ofwiel-asin beweging brengen, waaraan deroei-wielenofschepradenzijn verbonden, dieter wederzijde van het vaartuig op eenige diepte in het water treden, en rond wentelende, alzoo den drijvende bodem voortstuwen. Elke machine drijft dehoofd-ofwiel-asom door middel van eenekruk; de beidekrukkenzijn in regthoekige rigting tot elkander op dehoofd-asgesteld, zoodat dezelve nimmer gelijktijdig in hoogsten of laagsten stand staan, maar een vierde van eenen omwenteling daarin met elkander verschillen. Beidemachinenworden met stoom voorzien, het zij door eenen enkelvoudigen of door een zamenstel van meer dan eenenketel. In de onderwerpelijke afbeeldingen is het een enkelvoudigeketelvoor stoomlevering aan twee gelijkemachinen; eene dergelijke en nevens elkander geplaatstemachinewordt hier alleen voorgesteld, waarvan de verklaring geheel op de andere toepasselijk is.
Figuur 1. verbeeldt het zij aanzigt van den enkelvoudigenstoomketelen van eenemachine. Figuur 2. is de doorsnede overlangs van dienketelen van die zelfdemachine; deroei-wielenofschepradenzijn alleen met gestippelde lijnen in Fig. 1 aangeduid, hetgeen voldoende duidelijk is, en geene verdere uitleg behoeft, de bijgestelde letters en nommers dienen in beide Figuren voor de volgende aanwijzingen:
AAAAstoomketelmet in beslotenfornuisB'BB; ditfornuisbestaat uit twee nevens elkander gelegenevuurhaardenofvuurplaatsen, waarvan hier slechts eeneB', zigtbaar is, en uit twee daarmede afzonderlijk gemeenschap hebbenderookleidingen, waarvan gedeelten bij BB te zien zijn; in devuurplaatsenwordt de brandstof verbrand, waarvan de overblijvende sintels en asch in de ruimte C door deroostersnedervallen; door derookleidingenBB stroomt het vlammende gaz of de verhitte rook van de vuren naar denschoorsteenD, waar van hier het onderdeel slechts staat afgebeeld, en met eenen beschermendenmantelomgeven ter beveiliging van het scheepsdek tegen brand; dit onderdeel van denschoorsteenis met deszelfsmantelop denketelbevestigd, terwijl het bovendeel boven dezenmantelop eenen omgaanden rand van het onderdeel staat, doch geheel onverbonden, ten einde dat bovendeel overboord zoude kunnen vallen zonder dat de vuurstroom uit derookleiding, eenige schade aan het dek te weeg brengt; een weinig boven denmantelis deschoorsteenmet eene draaibarenwartelklepAB voorzien, even als in eene gewonen kagchelpijp, waarmede men den zoogenaamden trek, welken deschoorsteendaarstelt, kan wijzigen of geheel beletten.
Het geheelefornuisis binnen denketelrondom met water omgeven; men herkent de vereischte hoogte van dat water, door aanwijzing van eenenvlotterofdrijverE, welke tot dat einde op eene as beweegt, die buiten denketeldoorsteekt; de herkenning van de waterhoogte geschiedt ook nog door middel van depeilkranen aa; ook is er nog eeneglazen buisbuiten tegen denketelgeplaatst, die met het inbesloten water gemeenschap heeft, doch die ter voorkoming van verwarring in de afbeeldingen op eene zoo kleine schaal niet is afgeteekend. Ook is hier om dezelfde reden de afbeelding achtergelaten, van eene dier vele toerigtingen, waardoor eenwatergebrek, onafhankelijk van de bijzondere oplettendheid van den bestuurder of van den vuurstoker, kennelijk gemaakt wordt. Dit wordt aangewezen of door uitstrooming van stoom of heet water,opofvóórhet oogenblik, dat watergebrek binnen denketelbestaat, of door eenig geruisch makend, of sterk in het oog vallend middel, ter bijzondere waarschuwing; welke toerigting in aard of wijze gekozen wordt, overeenkomstig de daarvoor bestaande plaatsgelegenheid.
F is eene op destoomkapdes ketels geplaatste kast, waarin zich tweeveiligheidskleppenbevinden; eene dierkleppenis met derzelver onderaan gehangenebeladingG slechts hier te zien, dezeveiligheidsklepkastheeft bovenop, eene opening metontlastpijpII (hier even als het bovendeel des schoorsteens als afgebroken voorgesteld), waardoor de overvloedige stoom, bij opening van eene of beideveiligheidskleppenontvliedt; I, I, I is een hefboomtoestel, waarmede eene derveiligheidskleppen, door den bestuurder van de machine, naar willekeur kan geopend worden, door slechts aan de schroevendehandkruk bte draaijen; de andereveiligheidsklep, die een weinig meer beladen is, kan niet met de hand geligt worden, is zelfs tot dat einde afgesloten, om alleen uit zich zelve te ligten, wanneer er overvloed of te hoog gespannen stoom bestaat, of ingeval door eenig gebrek stoomontlasting door de eerste verhinderd wordt;cis eene dunne pijp, waardoor het water, dat zich in deveiligheidsklepkastvergaderen mogt, afloopt buiten boord;dis eenstoommetermet eenen kleinen, op kwik drijvenden,stijlvoorzien, welke de mate derstoomspanning, die binnen denketelheerscht, op eene nevensgeplaatsteschaalaanwijst.
KKspuibuismetkraan, welke door het scheepsvlak gaat, en alzoo met het buitenwater gemeenschap heeft, dient om uit denketelnaar verkiezing water te loozen gedurende of na deszelfs werking, of om den ledigenketelvan water te voorzien; despuibuisbezit nog eene anderekraan e, waardoor men water door middel van eene nader aan te wijzenehandperspompin denketelbrengen, of denzelven daardoor ontledigen kan.
Lmangatdeksel, dat eene opening in destoomkapdes ketels dekt, genoegzaam groot ter doorlating van eenen persoon; ditdekselis met eeneluchtklep fvoorzien;gis eenslikgatdeksel, te openen voor de reiniging desketels.
Mvoedingkraan, waardoor deketeldeszelfsvoedingmetwarm waterdoor demachinegeniet; dezekraanis naar gelang der behoefte aanvoedingwater, met de hand te openen of te sluiten.
N is eene kast, welke eeneklepbevat, die door draaijing van hethandwiel hgeheel of gedeeltelijk opengezet, of gesloten kan worden, hierin vloeit de stoom uit denketel, en bij geopendeklepuit denketelnaar demachinendoor de aanverbondeneleibuizenO.
PPstoomcilindermet daarin digt sluitendenzuiger kk, waarvan destangdoor eenepakkingbos ivan hetstoomcilinderdekselopgaat; de stoom vloeit in dezencilinderboven of onder denzuigeruit destoomschuifkast l lnaar gelang van den stand der daarbinnen beweegbarestoomschuif l l, door den boven of onderstoomdoortogt i' i'. Destoomschuifkast l lwordt met stoom uit denketelvoorzien langs desmoorklep m, welke naar willekeur meer of min opengezet kan worden door middel van het bovengelegen handvat; de toegang van den stoom naar desmoorklepvindt plaats door denhollen band n nwelke denstoomcilinderomgeeft, en waarmede destoomleibuisO is vereenigd.
Bodemendekselvan denstoomcilinderbezitten naar eisch beladenewaterkleppen n' n', waardoor toevallig in dencilindergeslagen water zich zelf ontlast.
Boven kleine openingen in hetcilinderdekselzijn kleinekommen, metkranen p pvoorzien, geplaatst, waardoor men naar welgevallen, olie of vet tot denzuigerkan doen vloeijen.
De opgaandestoomzuigerstangis aan derzelver top met eendwarsjukvereenigd, de armeinden van ditjukzijn ter wederzijden van denstoomcilinderbeweegbaar verbonden, metzijroeden q, die benedenwaarts, even zoo met de armen van een paarbalansenQQ zijn gekoppeld; destoomzuiger k kdoor den druk des stooms zich op- of neder bewegende, geeft dus, door tusschenkomst van dezezijroeden q, gelijke beweging aan debalansenQQ.
Voor de rigtige leiding van den top derstoomzuigerstangheeft men dezijroeden qbeweegbaar verbonden met het zoogenaamde toestel derevenwijdigeofparallele beweging, bestaande uit destraalroeden22 en dekoppelroede44, die destraalroedenaan kleine beweegbarekrukken33 en debalansverbindt.
Elk paarbalansenQQ is bij het einde der tegenovergestelde armen onderling vereenigd door een anderjuk r, uit welks midden eenedrijfstangR opgaat, waarvan het boveneinde beweegbaar verbonden is met depenvan dehoofdaskrukSS' derwijze, dat dehoofdasS', daardoor kan worden omgevoerd; dekrukTT derwielaswordt door de omwentelende eerstekrukSS' voortgedreven, door tusschenvoeging van eenkoppellidU, zoodat de buiten boord daaraan verbondeneroeiwielenofschepraden, daarmede omdraaijen.
DehoofdasS' is door eeneexcentriek-schijfVV omvat; om dezeschijfis eenringbeweegbaar en aan deexcentriek-roedeW verbonden, welkeroedeaan het andere einde in eene keep denarm tvat, die op eene beweegbare as bevestigd is; dehoofdasS' deexcentriek-schijfVV mede voerende, zal alzoo door tusschenkomst van deexcentriek-roedeW, denarm theen en weder bewegen met de daaraan bevestigde as.
Deze laatste as bezit ter wederzijde van destoomschuifkasteenen armu, met daaraan beweegbaar verbondene opgaande ligtezijroeden, welker toppen even zoo zijn verbonden met een kleindwarsjukop den topu'van de stang derstoomschuif, welke stang door eenepakkingbosvan hetdekselderstoomschuifkast lluitkomt; op die wijze wordt dan destoomschuifdoor middel van deexcentriek-schijfVV mede op en neder bewogen;v'v'is hettegenwigtderstoomschuif. De hoogste en laagste standen van destoomschuifhebben niet gelijktijdig plaats met de hoogste en laagste standen van denstoomzuiger, opdat de stoomtoelating dan eerst plaats vinde, wanneer destoomzuigerdeszelfs hoogsten of laagsten stand bereikt heeft; hiertoe is aan deexcentriek-schijfVV op dehoofdasS' eene daarvoor passende rigting gegeven, zoodat de hoogste en laagste standen van destoomschuifplaats vinden, nadat destoomzuigercirca een vierde deel van deszelfs slag is gedaald of gerezen. De stand van deexcentriek-schijfvoor vooruitwerking van deroeiwielenofschepradenniet dezelfde zijnde, als voor achteruitwerking van dezelve, zoo is voor het aannemen van die twee verschillende standen van deexcentriek-schijf, de noodigewisselruimteop dehoofd-asgelaten.
Om de beweging van destoomschuif, en bijgevolg van demachinete doen ophouden, bestaat bij dekeepderexcentriek-roedeW eeneklink w, waarmede de bestuurder met de hand deexcentriek-roedevan denarm tontkoppelt, en daardoor het op- en neder bewegen van destoomschuifdoet staken, zoodat destoomzuiger k kde beurtelingsche toelating van stoom mist en gevolgelijk zal stilstaan.
Met denarm tis een langehefboomofhandel x xvereenigd, welke dient, om bij ontkoppeling van denarm tvan deexcentriek-roedeW, aan destoomschuifzoodanigen stand met de hand te geven, als geschikt is, om destoomzuiger k kte doen rijzen of dalen, naar gelang men, tot voor- of achteruit werken, deroeiwielen,ofschepradenin beweging verkiest te stellen. Dit aanvankelijk in beweging stellen van demachinenaar behooren door de hand van den bestuurder plaats vindende, zoo bezorgt deze, door verzetting van deklink w, de weder zamenkoppeling van deexcentriek-roedeW met denarm t, waardoor het vervolg der beweging in den aangevangen zin uit zich zelf, zal worden onderhouden.
X X is decondensorwaarin de stoom uit denstoomcilindervloeit, om tot water verdikt te worden, door aldaar in aanraking te komen met koud water, dat door het pijptoestel o' o' en deinjectiekraan yvloeit; de toevloeijing van hetinjectiewaterwordt geregeld door den bestuurder, want daartoe houdt deinjectiekraaneenehandkruk z.
Yluchtpompmet insluitendenzuiger, dieopslaande kleppen1, 1 bezit; deluchtpompzuigerstangis even als destoomzuigerstangmet eendwarsjukverbonden, waarvanzijroeden2 nedergaan, die met debalansenQQ gekoppeld zijn; zoodat wanneer destoomzuigerrijst deluchtpompzuigerdaalt en omgekeerd. Deluchtpompzuigertrekt opgaande het van den stoom en derinjectieherkomstige water, met de tevens uit het water ontwikkelde lucht uit dencondensorXX door decondensorklep4, en voert dit op deszelfskleppen1,1 in denwarm-ofheet waterbakZ door deklep5 van dienbak.
Van het in denwarm-ofheet waterbakopgevoerde water, wordt door de opening 6 het noodige getrokken, om denketelvoor het verstoomde water weder aan te vullen of tevoeden, eeneperspomp, waarvan dezuigerofdompelaardoor hetluchtpompjukop en neder bewogen wordt (in de afbeeldingen niet zigtbaar, wordende door deluchtpompbedekt) dient tot dat einde; wantpijpen7,7 zijn daarmede vereenigd, waardoor dat warme water in de gemeenschappelijke pijp 8,8 naar denketel, door de openstaandevoedingkraanM gevoerd wordt; 23 zijnleistangen, die door dearmenvan hetluchtpompzuigerjukomvat worden, en voor de rigtige leiding daarvan dienen; aan eene dierstangenis dedompelaarvan devoedingpompverbonden, en kan alzoo met hetjukop en neder bewegen.
Deheet waterbakZ bezit eene verhooging ofkolom yter voorkoming van wateroverstorting, en tegen deze kolom is eene beladenestortklep9 aangebragt, waardoor hetvoedingwaterweder in denwarm waterbakterug valt, ingeval devoedingkraanM aan den ketel mogt gesloten wezen middelerwijl devoedingpompwerkt; devoedingpompzuigersofdompelaars, kunnen door de hand van den bestuurder in of buiten werking gesteld worden, naar gelang de behoefte aanketelvoeding. Het in denwarm-ofheet waterbakte veel overblijvende water, ontlast zich buiten boord, door de opening dervloeipijp y, welke opening bij stilstand van demachinedoor eeneklepgesloten kan worden, met aan de schroevendehandkruk10 te draaijen.
12handperspomp, waarmede deketel, onafhankelijk van de werking dermachine, met koudwater kan gevuld of gevoed worden, door eene (hier slechts gedeeltelijk afgebeelde) pijpr t, die met dekraan ederspuibuisK gemeenschap heeft, of ook kan door dezepompdeketel, wanneer het noodig mogt zijn, geledigd worden.
13scheepslenspomp. waarvan dezuigerdoor eenen der armen van debalansenQQ op en neder bewogen wordt; dezepompvoert het zich in het vaartuig bevindende water op en over boord, en haalt dit uit het voor- of uit het achterschip door pijpen, hier niet geheel afgebeeld; zij kan door de hand van den bestuurder in of buiten werking gesteld worden, 14 is dedoorblaaskraandoor eene kleinehandkruk15 te openen; geopend zijnde stroomt de stoom uit destoomschuifkast l ldoor dezelve in dencondensorXX en in deluchtpompY, drijft uit beiden door desnuifklep16 (en soms door de klep van denwarm waterbak5) het daar in zijnde water en de aanwezige lucht: eene uitdrijving, die bij het eerst in beweging brengen dermachinealtijd moet geschieden.
Op dencondensorXX is eenmanometerofbarometer17 geplaatst; het zich daar in bevindende kwik toont aan in hoe verre de spanning binnen dencondensoris verminderd. Tegen denhollen band n nvan denstoomcilinderbestaat, eenstoommeter18, om de spanning van den stoom daar binnen gade te slaan, dezestoommeteris even als die aan destoomkapdesketels; nog bestaat onder aan denhollen bandeeneaftapkraan19, waardoor men het daar binnen vergaderde water kan doen afloopen.
Eindelijk ziet men dat dehoofdasS' niet alleen instoelenop eenestellingwordt gedragen, maar dat ookstoomcilinder,condensormet aanverbondeneluchtpompenwarm waterbak, onderling, en met diestellingzijn verbonden; de grondslag van dat geheele verband is in de eerste plaats defondatieop hetscheepsvlak, door middel van goed verzekerdefondatiebouten20, en ten tweede dehoofd- en wielas-balken21, die met destellinggoed vereenigd zijn. Dezebalkenbreiden zich ter wederzijden buiten het vaartuig uit, en vereenigen zich aldaar, als uit een ligchaam bestaande, op welke buiten uitbreiding zichstoelenbevinden, waarop deroeiwielenofschepradendragen.
Aldus de zakelijke deelen van dit gansche stoomwerktuigelijke toestel aangetoond hebbende, zal het niet ongepast zijn, eene korte aanwijzing te laten volgen, hoedanig demachinenin beweging en tot stilstand gebragt worden.
In denstoomketelgenoegzame ontwikkeling van stoom bestaande, (herkenbaar aan de stoomontvlieding door deontlastpijpII derkast van de veiligheidsklepF, waarvan de spanning op den stoommeterdaangewezen wordt) en zich door middel derpijlkranen a a,drijverE ofwaterpeilbuisverzekerd hebbende dat de ketel met eene voldoende hoeveelheid water gevuld is, zoo begint men met destoomcilindersenstoomschuifkastente verwarmen; het geen geschiedt door het openen van de klep in de kast N met hethandwiel h; de stoom zal als dan uit denketeldoor destoomleibuizenO in deholle banden n nderstoomcilindersvloeijen, en van daar langs de openstaandesmoorkleppen m, in destoomschuifkasten l l; verwarming opmerkende, zoo beweegt men door middel van dehefboomenofhandels xdestoomschuiveneenige malen op en neder (waarvoor de klinkenw, natuurlijker wijze zoodanig moeten zijn gesteld, dat geene koppeling van dearmen tmet deexcentriek roedenW bestaat); door die behandeling van destoomschuivenzal mede stoom in decilindersvloeijen, terwijl men zich te gelijkertijd van de goede beweegbaarheid derstoomschuivenverzekert; ook zal men deaftapkranen19 openen, om het water van om destoomcilinderste doen afloopen; deze bewerking noemt men: demachinen verwarmen.
Genoegzame verwarming plaats vindende, dan stelt men met de hand destoomschuiveninmiddenstand, dat is zoodanig dat dezelve de boven en onderstoomdoortogtendercilinderssluiten; als nu opent men met dehandkrukken15, dedoorblaaskranen14, en houdt die zoo lang geopend, tot dat men door desnuifkleppen16, niets anders dan stoom ziet uitstroomen, zijnde dit het teken, dat al het water met de aanwezige lucht is uitgedreven; deze bewerking wordtdoorblazengenoemd. Zoo men dan destoomschuivenmet de hand in zoodanigen stand zet, dat toelating van stoom, op of onder destoomzuigersplaats heeft, overeenkomstig den zin van omwenteling, welke men aan dehoofd- of wielaskrukkenwil geven, dan zullen demachinendadelijk aanvangen te bewegen; doch daar dearmen tvan deexcentriek-roedenW zijn ontkoppeld, zoo bewegen destoomschuivenniet mede, daarom verzet men destoomschuivennogmaals met de hand, om ééne omwenteling van dehoofdasS te veroorzaken, waarna men deklinken wderwijze verzet, dat zamenkoppeling van armentenexcentriek-roedenW plaats vindt; vervolgens opent men met dehandkrukken zlangzaam deinjectiekranen y, tot zoo verre als met de toenemende snelheid dermachinenovereenkomt, die als dan zullen doorwerken; men noemt deze bewerking: demachinen aanzetten, (het laat zich begrijpen, dat ter ontlasting van het overvloedige water, dat deluchtpompzuigersin denwarmwaterbakkenZ opvoeren, de kleppen dervloeipijpen ydoor middel derhandkrukken10 moeten opengezet worden).
Demachinealzoo tot volle kracht werkende, kan in vermogen of snelheid verminderd worden, door vermindering van stoomtoevoer naar destoomzuigersen daaraan gepaarde vermindering vaninjectiewater, waarvoor men dan deinjectiekranen yen desmoorkleppen mzoo veel zal sluiten, als voor de verlangde vermindering in snelheid voegzaam is.
Om demachinete doen stil staan, sluit men eerstelijk deinjectiekranen y, en doet vervolgens, door middel derklinken w, deexcentriek-roedenW van dearmen tontkoppelen; want als dan zal de beweging derstoomschuivenen bij gevolg de beurtelingsche toevloeijing van stoom naar destoomzuigersophouden.
Bij het tot stilstand brengen van de machine, moet men destoomschuivenmet de hand weder inmiddelstandzetten, ingeval het ophouden derzelver beweging niet opmiddelstandheeft plaats gevonden.
Zoo de machine, lang moet stilstaan, opent men langzaam de handelbareveiligheidsklepmet dehandkruk b, doch wanneer het dadelijk in beweging brengen vereischt wordt (het zij in denzelfden of in omgekeerden zin), is zulks niet noodig, ook niet het zoogenaamdedoorblazen, noch het openen deraftapkranen19.
Deze afbeeldingen zijn op steen gebragt naar eene teekening van 's Rijks Hoofdmachinist, waarin alzoo zijne beproefde wijze van inrigting voorgesteld staat.
Afbeelding op de achterkant van het boekje
Noot van de bewerkerI. Paragraaf 14 en 85 ontbreken in het origineel.II. Zetfouten in het origineel zijn verbeterd en in de HTML tekst aangegeven door onderlijning van het woord.
I. Paragraaf 14 en 85 ontbreken in het origineel.
II. Zetfouten in het origineel zijn verbeterd en in de HTML tekst aangegeven door onderlijning van het woord.