[Inhoud]DERDE BEDRIJF.1(De huiskamer bij Dr. Linden—eenvoudig effen behang—een enkele gravure—rustige meubelen. Het eerste plan, links, vormt een glazen erker, eenigszins verhoogd. Tweede en derde plan dito, suite deuren. Voor den erker een kleine tafel—eris eenovervloed van planten. Rechts in den achterwand toegangsdeur naar marmeren gang. Eerste plan, rechts een buffet. Tweede en derde plan, dito, wederom suite deuren. Bij voorgrond, rechts, een ronde tafel, waaromheen stoelen. Vroegzomer. Zonlooze middag).[Inhoud]Eerste Tooneel.Dr. Linden, Annie.Dokter.(komt door gangdeur geaffaireerd binnen, blijft lachend staan, loopt op de teenen naar de linkersuite, waarvan een deur aanstaat, luistert naar Annie, die het kind in slaap zingt … „’sAvonds als ik slapen ga, loopen me zestien engeltjes na: twee aan mijn hoofdeind, twee aan mijn voeteneind”…—hij zit er lachend bij neer—… „twee aan mijn rechterzij, twee aan mijn linkerzij …”).Dokter …(invallend, terwijl zij zwijgt)… Twee, die mij dekken, twee, die mij wekken.…Annie …Suscht! ’k Heb zoo’n moeite met ’r!(kijkt[216]nog even in de kamer, sluit de suitedeuren)… Hoe kun je ’t over je hart krijgen ’t kind wakker te maken en me zoo te laten schrikken!Dokter.Is dat je goeien middag?(zij omhelst hem).Nu was je toch wéér bezig, wijf, om die hobbelwieg heen en weer te duwen!Annie …Ze was zóo lastig! Wou per se niet gaan slapen.…Dokter …Ja, ja—dat eindigt met ’n fopspeen, als ik ’r ’t oog niet op hou!—Wijf, wijf: hoeveel honderd keer moet je ’t nu nòg hooren: niet opnemen, niet in de handen nemen, als ze huilen!(geeft haar een zoen)… Vannacht, toen je dacht dat ’k sliep, ben je ’r ook uit geweest …(tweede zoen)… Dat duurt tot ’k Til en de wieg ’s nachts op de logeerkamer stop—en de deur op slot.…Annie …Hahaha!(schrikt—beluistert de suitedeur).… Nee, Goddank!… ’k Durf de kamer gewoon niet uit gaan!… Zoo’n bord pap heeft ze—zóó’n bord … Wat zoek je, Jan?Dokter …Waar heb ’k vanmorgen de staten … Waar heb ’k.…?.…Annie …Je brandt je—vlak bij je neus …Dokter …(’n boek van de kleine tafel bij den erker nemend)… Merci.Annie …Zou je niet één seconde gaan zitten? Presseert ’t op ’n halve minuut?[217]Dokter …Op ’n kwart. Consult met Deen.(op z’n horloge kijkend)… Drommels!…(wil heen).Annie …Toe, akeligheid: nog geen kwartier ben je thuis gebleven!… En van ’n consult weet ’k niks! Wor ’k buiten àlles gehouen?Dokter …Consult voor Ninette van Walden …Annie …’t Dochtertje van Charles?…Dokter …Ja, ja—hou me niet langer op, wijf!… Is vanmorgen vroeg geopereerd …(tot Hope, die de gangdeur doorkomt)… Vertel jij ’t resteerende, Hope, hè?… Dag wijf!… En van de wieg afblijven!(af).[Inhoud]Tweede Tooneel.Annie, Hope.Hope.Wat bedoelt Jan?Annie.Is ’r consult voor ’t meisje van Van Walden …?…(een pop uit Hope’s hand aannemend).Nee maar Hope-lief, wat ben je ’n engel! Och, wat bederf je m’n snoetje!Hope …Die kun je aan ’t koordje boven ’r hoofdje hangen …(Annie omhelst haar)… Nou, nou, Annie!… ’k Zou verlegen worden, om weer ’n kleinigheid mee te brengen.… Ging Jan?… Vreeselijk jammer—zoo’n lief, zachtzinnig meisje—ach, wat zielig!—heeft na de operatie liggen lachen—niets aan te doen—niets. Dat consult had net zoo goed.… Maar Van Walden wòù ’t, wòù ’t … Stakkerig! ’k Had geen oogenblik Charles—’k heb ’m[218]toch vrij lang bijgewoond—op zulk ’n hartstocht voor dat ziekelijke, frêle ding getaxeerd.…Annie.Jullie hoopten toch—toen ’t voor veertien dagen kwam …Hope …Dat deden we—Jan vond één longtop aangetast—de nieuwe acute ontsteking, die geopereerd móést worden—was tuber, tuber.…Annie …Wil je gelooven, dat ik ’t ’n bezoeking vind, naast ’t Gesticht te wonen …(luistert angstig aan de suitedeur).Als Jan me zoo iets tegen den avond vertelt, lig ’k den heelen nacht wakker, bang dat Til.…(de gestichtsbel luidt)… Half vijf?…Hope …Ja, da’s de melk.Annie.Blijf jij babbelen, of gaan de kinderen nog naar ’t strand?(schelt).Hope.Naar ’t strand—met dit ruwe weer? Nee. En dan ik ben vrij. Marie en Toos hebben de beurt.Annie.Drinken we ’n kop thee?Hope.Graag.Annie.(tot het dienstmeisje)… Kaatje, kind, zet je voor twee personen thee? Weet je alleen de bus te vinden, kind? En niet ’t water eerst—éérst de thee in den trekpot, hoor je?.… Of nee, Kaatje, breng liever ’t water separaat.… Vlug en niets breken!…(meisje af)… Zoo moet ’k ’r alles duidelijk maken! Hahaha![219][Inhoud]Derde Tooneel.Devorigen,Charles.Charles.(door gangdeur)… Pardon als ’k stoor, mevrouw—ik zoek den dokter.Annie.Is nog geen drie minuten geleden naar ’t Gesticht gegaan.Charles.Daar kom ’k toch vandaan …Hope.Meneer zal misschien langs de achterzij …Annie.Wil u niet ’n oogenblik plaatsnemen?Charles.Nee. Dank u.(stap naar deur—zich bezinnend, tot Hope)… Hope … Hope …(ineens hartstochtelijk)… Lieg niet: is ’t opgegeven?Hope.(aarzelend)… Hoe kan ík daarop antwoorden, meneer Charles …Charles.Jij, als hoofdverpleegster, weet ’t zoo goed, zoo goed als zij!(heftig).Lieg niet, lieg niet! Dat is ’t éénige wat ’k nog te verzoeken heb …Hope.(ontwijkend)… Eerst na ’t consult—niet waar … niet waar?—is ’r eenige zekerheid …(hij zit neer)… Ik durf niets zeggen … En de meening van dokter Linden …(een stilte. Hij zit dof-verslagen).Annie.(hartelijk)… Kom meneer Van Walden—u is nog zoo jong—u heeft nog zoo ’t heele leven voor u …(hij barst in snikken uit).Hope.Meneer Charles …[220]Annie.…En u heeft ’n vróúw, ’n vrouw, meneer …Charles.(opstaand, zich bedwingend).Dank u.(af).[Inhoud]Vierde Tooneel.Annie, Hope.Hope …Van z’n vrouw had je niet moeten spreken …Annie.Niet van z’n vrouw?Hope.Nee. ’k Had geen gelegenheid je te waarschuwen—die twee zijn nog nietsamenaan ’t bedje geweest …Annie.Meen je dat?… Zóó gebrouilleerd?…(Hope knikt)… Waarom?Hope.Waarom?… Ja waarom?… Zij is den heelen dag in ’t gezelschap van „vrienden”—hij afficheert zich in ’t openbaar, zelfs hier, met z’n maitresse … Tot vandaag lijken ze bij mekaar gebleven om de zieke Ninette … Zóó als ’t stakkertje ’r niet meer is, maar ook zoo dadelijk, laten die twee mekaar los … En dan mag ’t … Ze zijn al gescheiden van … „tafel en bed”… ’n Huwelijk zonder kind is geen huwelijk …Annie.…Hoe kom je op den inval!Hope.Menschen zonder jullie geluk, zijn niet getrouwd—jullie huwelijk, ja da’s zeker, is eerst door de geboorte van Tilleke begonnen … Vóor dien tijd …Annie.Hahaha!… Jan zou je uitlachen, als-ie je hoorde … Scheelt je wat?[221]Hope.(die met het hoofd in de handen gezeten heeft)… Niet sámen bij ’n sterfbedje—dat wordt ’t!—willen komen … O, o, wat is al dat gedoe erger dan wanhopig—wat is ’t angstig ’n zoo harden kijk op ’t leven te krijgen, als ik ’t hier dagelijks, dagelijks …Annie.Hope—wat scheelt je?Hope.…’n Beetje downheid—’n tikje moeiheid—Vannacht ben ’k ’r ’n paar maal uit gemoeten—en die operatie aan dat lichaampje vanmorgen, heeft me …(moeilijk)… Voor jou heb ’k geen geheimen, Ans—bij jou heb ’k me zoo thuis gevoeld, na ’t werk in ’t Gesticht—ik ben ’r je zoo dankbaar voor … Toen dat meisje onder de pijn lachte, lachte om ons te overtuigen dat we ’r geen zeer hadden gedaan—toen had ze denzelfden trek om den mond van—van zeker iemand …Annie.…Van …Hope …Geen naam uitspreken. Denk aan de afspraak!(wrevelig)… Wat ’n mensch met karakter ben ik, hè? Als ’k ’r zoo iets uitflap, krijg ’k ’n gevoel van afkeer voor mezelf …(quasi-onverschillig)… Waar hadden we ’t over?… Over Ninette. Over den band, denheiligenband, zou dominee zeggen … Zondag heeft-ie ’r ’n boom over opgezet—over z’n „heiligen band”—dat de menschen uit ’t dorp met d’r oogleden knipperden … Alleen ìk niet … Ik weet te veel … Ons Gesticht is ’n te vinnige illustratie op de heiligheid.… Kinderen, kinderen, denk ’k zoo dikwijls, als ze d’r goddelijke spelletjes onder[222]ons toezicht aan ’t strand spelen: jullie beseft je zegening niet, dat je in ’n bandeloos Gesticht opgroeit, langzaam mensch wordt, zonder de wrok van ’n thuis, als de kleine Ninette, zonder ’t stil gehuil van je moeder, zonder de drift om ’n kleinigheid van je vader.…. Als ze in ’t zand om me heen stoeien, me gierend van ’t lachen begraven, me met z’n tien, twintig, dertig waarachtige broertjes en zusjes bestormen, krijg ’k soms de tranen in m’n oogen—voel ’k me in ’t prachtigst gezin van de wereld—’t gezin zooals ik ’t me verbeeld, dat ’t na eeuwen overal, overal zijn zal—elk kind door z’n geboorte ’t kind van ieder—van ieder—vaders bijzaak.(een stilte)’k Ben blij dat de „mijne” me tot die gedachten gebracht heeft.… dat ik ’r geen heb.…Annie(glimlachend)… Hope, Hope—hoe kun je dat alles zoo akelig resoluut—haast zoo onvrouwelijk zeggen—terwijl Tilleke achter die deur slaapt.…Hope …Onvrouwelijk?… Ik met m’n zestig kinderen!…(scherp)… Niet ieder kan …(zich inhoudend)… Neem me niet kwalijk, Ans … Ik ben vandaag geen opwekkend gezelschap …(luchtig)… Hou jij je aan den allerheiligsten band … van ’t geluk …(staat op, gaat naar den erker. De meid brengt het thee-gerei. Annie schenkt het water. Van dichtbij, benee, klinkt kindergejoel. Hope opent het venster, zwaait met den arm …)Dag jongens! Dag! Dag Fritsje! Wil jij me vandaag niet zien?(kinderstem: „Dag moeder!)… Dag Suus! Dag Suus!(Kinderstem: „Dag moeder!”)… Dag Henk! Heb je erge pijn, dat je zoo hinkt,[223]kind?…(Kinderstem: „Nee, moeder! Dag moeder!”).… Foei, Foei, wat laten Toos en Marie de kinderen hollen! Daar valt ’r al een …(de handen als ’n roeper voor den mond)… Toos! Toos! Niet zoo dicht bij de sluizen! Hoor je?(Vrouwestem: „Joe-oe-oe!”)Meer bij de duinen!(Vrouwestem: „Joe-oe-oe!”).Annie.Drink nu je thee—’t zal wel marcheeren!Hope.(naar de tafel).Zeldzaam zorgeloos die betaalde verpleegsters! En die sluizen, zoo dicht bij ’t Gesticht, hinderen me elken dag … Herinner jij je nog dien schippersjongen verleden jaar … Hoe-ie door de zuiging.…Annie …Natuurlijk … Nee geen détails … Afschuwelijk!Hope.Goed.(zit neer)… Van dat Fritsje hou ’k dol-veel. Dat is ’n schat van ’n bengel—’n dot—altijd ernstig—en ’n mondje! Als ’k voorbij z’n bed ga, móét ’k ’m pakken—en in z’n slaap slaat-ie nog z’n armen om m’n hals.Annie.Is dat dat grappige broekmannetje, dat de eerste dagen om ’t geringste vlóékte?Hope.Hahaha! Ja: obberdorie, obberdomme—goed zeggen kan-ie ’t niet! De zusters maakten ’m in ’t begin telkens boos, om dat gebrabbel te hooren—en omdat ik toen z’n partij trok, zijn we de beste maatjes geworden. Smakelijk kopje, Ans. Gelukkig dat ’t ventje hiér is gekomen. Als je ’m vroeg, babbelde-ie: me moeder zit in de hemel en me vader[224]is ’n obberdommesche dief. Van z’ngrootvadergeleerd. Fijngevoelig als-ie is! Moeder, zei-ie nog geen uur gelejen tegen me: ik hou van jou zooveel, zooveel, ik hou van jouduizend. Aardig, hè? Aardig als iemand duizend, duizend van je houdt.…[Inhoud]Vijfde Tooneel.De vorigen, Dolf.Dolf.(in wit badkostuum met witte pet)… Hm!Annie.(tegelijk met Hope verschrikt opstaand)Meneer, is dat ’n manier!Dolf.Dames!… Mevrouw Linden … Juffrouw … De buitendeur stond aan … en … Laat ik u niet derangeeren … Gaat u zitten …Annie.…We hadden u niet gehoord. Hoe komt u zoo uit de lucht vallen? Weet Jan dat u …Dolf.Onwaarschijnlijk …(tot Hope)… Ik verjaag u hopelijk niet, juffrouw?Hope.Volstrekt niet, meneer—ik heb te werken …Annie.…En je zei dat je …Hope.…Jawel. Maar niet te lang. Dag Ans. Dag meneer.(Hope af).[Inhoud]Zesde Tooneel.Annie, Dolf.Dolf.Ja, ja. Vogelverschrikker. Mag ik zoo vrij zijn?[225]Annie.Zóó vrij, ja.Dolf.(neerzittend).Om te beginnen gefeliciteerd, mevrouw, voor de tweede maal—nu mondeling met jullie jongen …Annie.(lachend)… Meisje.Dolf …Meisje?… Heeft Jan zich zoo vergist?Annie.(lachend)… Of Jàn zich vergist heeft?…Dolf.…Dan ik—dan ik … Waar laat ’k die buiten-modelsche pet?… Excuseer dat ’k ’r mee binnen gekomen ben … Geef u geen moeite …(scheert haar in een hoek)… Da’s minder comme-il-faut dan makkelijk … Aardig huis hier. Suite èn suite—vijftien meter—heb ’k dat goed onthouden? Hahaha!Annie.Uitstekend. Maar ’t is wel ’n tijd geleden, dat u in die vijftien meter was … En bedrieg ’k me—of droeg u vroeger géen lorgnet?Dolf.Nee u heeft ’t correct onthouden.… Dag Jan! Dag ouwe kerel! Ja, ik ben ’t.…[Inhoud]Zevende Tooneel.De vorigen, Dr. Linden.Dokter.Dolf, jij?… Wat heb je voor zonderlinge ingeving, om hiér te verzeilen?Dolf.Merci voor de buitengewoon-hartelijke begroeting, hahaha! Ik kom voor záken, na ’n lange reis als commis-voyageur door ’t noorden en ’t zuiden …[226]Dokter …Bril jij?Dolf.Lei ’k juist aan je vrouw uit!—Daar heb ’k de sensatie wéér, mevrouw, de óúwe, zóo als ik u zie, van dien fameuzen eersten steen van de Stichting, met den dominee-met-’t-wratje … Ja ik bril, Jantje, kerel, kind! Kreeg ’k ineens, zonder waarschuwing, in ’n Belgisch nest.’tLas m’n krantje—en rutsch al de Reuter-telegrammen aan ’t zwemmen—collegaatje van je opgezocht—lorgnetje en niemendal gebeurd—de letters zwemmen niet meer, maar bij ’t zwemmen zelf—moet ’k oppassen geen botsing te krijgen—Voor de bain-mixtes deug ’k niet meer, hahaha! Kerel van harte met je dochter!… Maar aan me geschreven heeft-ie ’n zoon, mevrouw! Hindert jou wat?Dokter.Nou—iets hindert me. We hebben zooeven je neef Charles.…Dolf …Is Charltje hier?Dokter.Jawel. Met z’n vrouw. En ’t kindje is bij ons op de ziekenzaal.…Dolf.(plots ernstig)… Is Ninette.…Dokter.Opgegeven.Dolf.Dat meen je niet. Is de kleine Ninette … Wat scheelt ’r? Wat heeft ze?Dokter …Hopeloos. Móést ’r opereeren—hij wou Deen in consult, en ’t eenige wat Deen kòn verklaren, was dat m’n chirurgisch ingrijpen ùitstel van[227]executie geweest—hij zou ’t zèlfde gedaan hebben.… Dolf, beste kerel, toen we met z’n tweeën in de wachtkamer kwamen—om ’m voorzichtig voor te bereiden—op de quaestie van ùren nog—toen liet-ie ons niet eens aan ’t woord komen, toen begon-ie zoo miserabel te snikken, zoo ineens oud en hoe zal ’k ’t zeggen, dat we ’r zelf door kapot werden.…Annie.(nerveus)… Jan, ik kan zulke dingen niet hooren.…Dokter …En je verweet me dat ’k je buiten alles hou!…Dolf.Waar logeert-ie?Dokter.In Royal.… Je ben toch niet van plan ’m dadelijk op te zoeken?Dolf.Dat ben ’k zeker.Dokter …Doe ’t niet—niet nù … Die twee vijanden-van-mekaar hebben op ’t oogenblik nièmand noodig.Dolf …Au fond spijt ’t me, dat ’k met ’m overhoop lig … Zou ’k vanavond?Dokter …Morgen—morgen … Ninette kan ’t nog ’n veertien dagen halen, naar menschelijke berekening—nee, vandaag ontraad ik ’t stellig.… Had jij ’n verschil met ’m?Dolf …We zijn met advocaten bezig geweest—na mama’s dood—over ’t legaat voor de Stichting—diezelfde stichting waar nu z’n eigen kind.… Beroerd! Meer dan beroerd![228]Dokter …Jullie hebt toch sámen je toestemming gegeven—wat hebben dan advocaten.…Dolf …Nee nièt samen. Hij weigerde niet alleen, maar liet door z’n rechtsgeleerde dingen over mama’s geestestoestand schrijven, die ik ergerlijk—schwamm—streep door ’t gebeurde.…Dokter …En de Stichting hééft ’t legaat. Dan heb jij ’t heelemaal voor jouw rekening genomen? En dat hooren we toevallig!Dolf …Je had ’t nìet behoeven te hooren—en we praten ’r geen woord meer over—geen woord niet waar mevrouw?—geen woord, Jan?—Die tengere, intelligente Ninette … En toch.. En toch..(down)… ’k zou met Charles willen over steken … Beter de plek van ’t grafje, dan.…Dokter.(gebluft)… Dolf—zou jij ’ns wakker worden!… Ben jij ’t die daar.…Dolf.(valsch-vroolijk)… Ja!… Kun je zoo hebben. Beetje wormstekig—dagje ouder … ’n Mensch is ’n zonderling apparaatje … Wie vroeg en te vroeg lacht—jij de rest, Jantje!… ’k Begin aanleg voor hypogro … hypo … hahaha! ’k Ben blij, da’k mezelf weer ’ns hoor lachen!(opstaand)Jullie wonen hier machtig gezellig in je vijftien meter …(door het erker-venster kijkend)Ah! Goed weer in aantocht. De bommen en garnalenschuiten zeilen uit …Dokter.Hij heeft gelijk. Als die ’t ’r op wagen, krijgen we mogelijk zon …[229]Dolf.Wat is dat spektakel benee?Dokter.Van de sluizen. Nou spuien ze ’t water van ’t kanaal in zee—Ja, dat gaat met ’n vaartje. En dat mag zoolang ’r nog niet gebaad wordt …(weerklinkt kindergezang)… Onze kinderen … Je blijft eten, Dolf?Annie …Jan—Dokter …Wat Jan?…Annie.We hebben één ongelukkig boutje.… En Hope zou ook.…Dokter.Dan telefoneer ’k naar ’t dorp …Dolf.Nee Jantje—’k geloof niet dat ik.… De volgende week kom ’k mogelijk ’n paar weken.…Dokter …Jawel!… Bekend!… Vlieg ’r niet op in … Jij komt hier voor záken, zei je.… Met ’n leege maag lukken geen zaken … Ik ga telefoneeren.… Eclipseer niet, Dolf—dan krijgen we beestig mot samen!(af).[Inhoud]Achtste Tooneel.Annie, Dolf.Annie.Mag ik terwijl ’n kopje thee?… We afternoonen af en toe … Ja, dat is ’t portret van mevrouw.Dolf.(handen op den rug onbeweeglijk)… Ja.[230]Annie.In de récréatiezaal staat ’r buste.Dolf.(onbewegelijk)Zoo—’r buste …Annie.(schenkend)… En snoezig-attent, meneer, hoe de oudste meisjes op ’r geboortedag—die is ’r in gebeiteld—zonder dat iemand ’t wist, ’n trophee van groen en bloemen … Melk en suiker?..(hij luistert niet)… Ik vraag of u melk en suiker …Dolf.(zich driftig omdraaiend)… U moet me ’n dienst bewijzen, mevrouw.Annie.Ik?Dolf.Ik wil ’n onderhoud met Hope.Annie.Wat kan ìk …Dolf.U is ’r vriendin—en ’k overdrijf niet—’r vertrouwde geworden.…Annie …Ze is tè zelfstandig, om zich door iemand..Dolf.Door u wel.(nerveus-snel)… Ik moet ’r—wil ’r … Als ik ’r aanklamp, ontloopt ze me, als toen ’k daar binnen kwam … Als ’k schrijf, antwoordt ze niet … Ik ben niet meer die ik ben, daar geef ik m’n woord op … Ik heb over ’n boel … Dat wil ’k ’t persoonlijk … Daarvoor heb ’k de reis gemaakt … Dat zijn mijn záken.… Straks met ’r aan een tafel zitten, doe ’k nièt, of.…Annie.(schellend)… Goed. Gaat u een seconde daar.(wijst naar rechtersuite)… ’t Meisje mag u niet zien. Maar: laten we mekaar goed begrijpen, meneer[231]Van Walden—ìk blijf ’r buiten—en tegenover m’n bèste vriendin, gebruik ik geen omwegen …Dolf …U kunt …Annie …Weg! Weg! Weg!(Dolf af—dienstmeisje)Loop jij even naar de overzij, Kaatje, kind, en vraag zuster Hope of ze bij me wil komen—zeg ’r dat ik alléén ben.(Dienstmeisje af—zij wenkt Dolf)… Dat is de eenige onwaarheid. Meer jok ’k niet.…Dolf …Dank u voorloopig.Kan ’t hier?Annie.Hier of hiernaast—àls ze wil …Dolf.Dank u.Annie.(terwijl hij gejaagd op en neer loopt)’k Zou m’n thee niet koud laten worden, meneer—we hebben nog wel ’n paar minuten.Dolf.(zonder te luisteren, onrustig van den eenen stoel naar den anderen verhuizend)Maanden en maanden, mevrouw, ben ’k ’n soort Ahasverus geweest—iemand met ’n tic—een die zichzelf ’n zonderling vond, ja, ja …(verzit)… Soms heb ’k getwijfeld of ’k hier recht snik was, of ’n leventje van … van … plezier—zich begon te wreken, zooals de brave, beste menschen, die karnemelk inplaats van bloed hebben, mekaar wijsmaken …(loopt nerveus heen en weer, zit over haar)… Ze kunnen je door altijd door op ’t zelfde te hameren, altijd door aan te houden de suggestie opdringen, dat je, dat je.… hè! hè!… dat je ’n, ’n schaduw naast je eigen[232]schaduw ziet loopen … Als ’k verward praat, mevrouw, best mensch.…Annie …Zou u dat mevrouw nou niet ’ns eindelijk laten schieten?… Ik heet Annie.Dolf …Mag dat?Annie …Graag.Dolf …Zegt u—zeg jij dan ook Dolf?Annie …Als u—als jij ’r niets tegen heb: natuurlijk.…Dolf …Ik heb ’n boel beroerdheid gehad, Annie—wat doet ’t me ’n goed, dat ’k ’ns vertrouwelijk babbelen mag!—’n boel waarmee ’k in m’n eentje moest uitvechten—met m’n eenen ik, die m’n anderen ik uitlachte, voor de mal hield—met m’n eenen ik, die tegen m’n anderen ik zei: „je ben ’n zot, ’n kwast, ’n idioot”—met m’n eenen ik, die m’n anderen naar de tingeltangels dreef, naar vrinden, naar vrouwen—met m’n eenen ik, die spotte, vloekte, met geld smeet—me whiskey en soda liet drinken, als de andere te sentimenteel, te zwak, te willoos dee.… Van de eene hotelkamer ben ’k naar de andere getrokken, bediend, naar de oogen gekeken—grocjes slikkend, om te slapen, te slapen … Wakker liggen is ’t gemeenste, ’t vuilste dat je overkomen kan … Dat met m’n bril waarover ’k daarnet grapjes uithaalde—’k voel me zoo ouwerwetsch gezond als ’k ’t kàn, kàn—was niet ’t gevolg van minder-goede oogen—je kunt ’t ook door slappe zenuwtjes krijgen.[233]… ’r Komt ’n leeftijd bij ’n man, dat-ie z’n draai zoekt, dat-ie z’n stuur onvast hanteert.…Annie.(opstaand)… Stil even—’k geloof … Ja.… Ga nog een oogenblik(wijst de rechtsche suite. Hij verlaat de kamer. Tot Hope, die eerst rondkijkt).Ik ben alleen.[Inhoud]Negende Tooneel.Hope, Annie, Dokter.Hope …Is-ie vort?Annie.Daar.Hope.Waarom laat je me dan—je weet toch …Annie.Omdat …(Hope gebaart naar de deur).… Hope! Hope!… Als ’k je vriendin ben, je oprechtste, eerlijkste vriendin, die je beweert te vertrouwen—is dat dan de brééde manier?… Ik verras je niet, niet met trucs, niet met kleine listen—ik wou enkel ’n beroep op je verstand, op je vérstánd, doen, Hope—waar je hart.…Hope …Zachtjes—hij kan je hooren …Annie …Ik zeg je een ding, zonder verdere argumenten, zonder tusschenkomst die misplaatst is: je kunt tè hardnekkig in één gedachtengang doorhollen—je kunt gelijk hebben en toch dwaas doen.… Ik laat je alleen—nee, je gaat nièt gelijk met me de deur uit!—je blijft tien, tien, tien tellen, om ’n beslissing te nemen …(tot Dr. Linden, die binnen[234]wil komen).… Nee, Jan—je moet nog in ’t dorp voor ’t diner bestellen … Nee, niet binnen!…Dokter.Waar is Dolf?Annie.Dolf—Dolf wandelt ’n moment aan ’t strand om ’n luchtje te scheppen … Ik wou wat tafelbloemen laten komen en wat … Man, kijk niet zoo achterdochtig!.… Onder de tafel zit-ie niet …(tot Hope)… Als je dènkt, erg stevig dènkt, lieve meid, dènk dan zachtjes—vooral zachtjes—in diè kamer slaapt Tilleke, ’t eene kind—(fluisterend)… in de andere wacht ’t gróóte …(zich onderbrekend, tot Jan)… Wat luister je?Dokter …Ik luister niet—ik zie ’n rare witte pet …Annie …Hij is in z’n bloote hoofd.… Blaas je ’t lichtje onder de thee uit, Hope … En zàchtjes voor Til?…(neemt Jan onder de arm—af).[Inhoud]Tiende Tooneel.Dolf, Hope.Hope.(staat besluiteloos—hij opent haastig de deur)… U wou me …Dolf …Spreken …Hope …Veel tijd heb ’k …Dolf.…Niet—dat wist ’k. Willen we ’r bij gaan zitten?(een stilte)… ’k Zal beginnen—met te doen wat mevrouw—wat Annie u verzocht.[235](buigt naar de tafel, blaast het lichtje uit)… Zoo.Hope …Dus u luisterde?…Dolf.Natuurlijk.—Als u geweigerd had, zou ik u nagewandeld zijn—(zwak-glimlachend).… desnoods ’n scène op straat of in ’t Gesticht gemaakt hebben.…Hope …Zou u niet liever dadelijk zeggen.…Dolf.(met den ouwen glimlach).… Niet zoo hard—we zouen aan ’t kind …(een drukkende stilte. Hij neemt de pop in de handen, laat die een paar maal schommelen, legt haar weer op tafel. Buiten drie verwijderde stooten van een stoomboot. Hij herneemt houdingloos het gesprek)… Is dat ’n stoomboot?… Ja, dat is ’n boot—’k vraag naar den bekenden weg … ’n locomotief op de golfjes kan ’t moeilijk zijn …(een stilte—driftig staat hij op, loopt tot het venster, kijkt naar buiten, keert terug, zet zich opnieuw over haar)… Als ìk m’n mond hou—heeft u—heb jij—ik kan tegen jóú geen ú zeggen!—heb jij me dan niks …?… In geen zes maanden hebben we elkander.…Hope.(koel)… Bij mij—bij mij is nièts veranderd..Dolf …Bij mij zooveel te meer. Interesseert ’t je niet te hooren wat ’k al dien tijd uitgehaald heb?Hope.Nee meneer.Dolf.(ingehouden)… Hope, ’t is meer gebeurd, dat mannen, ziek door ’t verlangen naar ’n vrouw, ’n krankzinnige daad … Waarom drijf jij me tot.…[236]Hope …(opstaand)… Doen we niet beter, meneer … Als u me voor dàt heeft laten roepen …Dolf.(opstaand—heftig)… Je zàl hìèr blijven—je zàl luisteren!Hope.(uit de hoogte)… Dat zal ’k stellig niet—ik heb niet één reden …(stap naar de deur).Dolf.(hartstochtelijk)… Ik wil dat je.…Hope …’t Kind.…Dolf …Je heb gelijk. ’k Span ’t paard achter den wagen—(met moeilijken glimlach)… Je moet, al lijkt jóú dat ongeloofelijk, omdat je me tóén m’n gezòndheid, m’n gezòndheid, m’n stevigheid verweet—je moet wat consideratie met me gebruiken, m’n drift door de vingers zien—Ik ben, dat heb ’k je vriendin al gezegd, niet meer die ik ben.…Hope …Begrijp u niet.…Dolf …Vind me om af te ranselen, zoo weinig als ’k ’t zelf snap. Zouen we niet nog even kunnen zitten?… M’n prikkelbaarheid, m’n opvliegendheid, zal ’k geen tweede keer …(zij zit neer)… Je moet je wel verbazen, niet waar, dat ik ’t flirten, ’t hofmaken, ’t inpalmen van ’n vrouw al zoo verleerd schijn, dat ’k met ’n zotte onstuimigheid jóú, net jóú, probeer te overtuigen.… Hope, ik zit op ’t oogenblik zònder „supérieuren glimlach”—en àls-ie nog even terugkomt, moet je denken dat ’n vos wel z’n haar—niet z’n …(ongeduldig)… Ik bazel!…[237]’k Zou …(een stilte)… Ik ben aan ’t zoeken geweest …Hope.(verwonderd)… Aan ’t zoeken?Dolf …Naar—naar die vroegere liaison—wat ’k mama beloofde.Hope.Zelf? Heeft je „detective”…?Dolf …Ik heb ’t persoonlijk, persoonlijk—zonder hulp—gedaan. Heb je daarvoor geduld?Hope.Als ’k ’r u ’n genoegen.…Dolf.…Na je diepe, barre verontwaardiging, dien dag, ben ’k eerst woest op je geweest, heb ’n paar weken op de lamste manier tot laat in den nacht gefuifd—je krijgt alles, alles te hooren!—om me te „wreken”.… En als ’k katterig thuis kwam, liep ’k met de meest onzinnige gedachten, hoe ’k jou je caprices—je hoeft ’r niet op te antwoorden—’t antwoord geef ’k zelf!—hoe ik jou je caprices betaald zou zetten.… ’k Wou met Snip—pardon: Madame Lebeau trouwen—stel je voor, hahaha!—’t zou ’n pan zijn geworden, hahaha!—Madame Lebeau op denBurgerlijkenStand—om burgemeester Háán kippetjesvel te bezorgen—Hope krabbel niet achteruit in je stoel—ik kan me niet héélemaal…niet heelemaal in ’n andere huid steken—en omdat je daar even vriendelijk keek, kwam de ouwe natuur … Exit … Nou zal ’k elk woord beloeren … èlk … Mag ’k ’n slokje nemen? ’k Heb dorst.[238]Hope.Ga uw gang …Dolf …Zoo. Nou heb jij ’t in je hand me bij slappe, kouwe thee te hóúden …Hope …Zou u … Jan en Annie kunnen … en ik …Dolf …Ik wou ’t je betaald zetten, ’t je inpeperen—en toen—en toen, in ’n week dat ’k m’n kamer voor ’n zware verkoudheid moest bewonen, waarlijkbewonen, zat ’k weer in de belabberdste, beroerdste stemmingen, de historie wikkend, wegend … Ze háát je, redeneerde ’k: larie—ze haat jou, zooals jij ’r zèlf háát.….Hope …Ik heb nog niets van uw gezóék gehoord..Dolf …Komt! Komt!… Je moet niet op de vervolgen van ’n feuilleton vooruit loopen …Hope …Telkens, telkens weer heeft u dien toon.…Dolf.(geprikkeld)… Dien heb ’k, heb ’k!—Laat me ’m warm houen zoolang ’k nog kan—Je heb geen begrip, geen flauw begrip, niet de minste voorstelling, hoe ’k door jou en mama uit m’n toon, m’n toon, m’n toon geraakt ben!… Je heb nog niets van m’n gezóék gehoord—m’n hopeloos … Nou komt ’t!… Ze zal buigen, buigen, nam ’k me voor … Ik heb geen andere schuld dan honderden, duizenden … ’k Heb niet beloofd te trouwen, daar niet aan gedacht—zou ’r om geschaterd hebben—zoo goed als Kreeftje zelf.—Ze heeft zich aangeboden—was met soupertjes en ’n Haagsch schouwburgje meer dan tevreden—was me niet trouw—scharrelde met[239]anderen als ik met vacantie naar huis was … Die gril, die kuur, die bezetenheid van Hope—excuseer, dat was m’n beschouwing uit die dagen van ongesteldheid en slapte—die nonsens die ze duizend tegen een mama ingepraat heeft …Hope …Pardon …Dolf …Je hoeft niets te beweren—je heb gelijk—ik vertel je m’n gewroet van tóén!—die gril krijg ’k ’r alleen uit, door te bewijzen, door ’r met de stukken in de hand te overtuigen—en dan kom ’k nog compleeter de belofte aan mama na—’n belofte die ieder gedaan zou hebben—ieder in dat geval …(een stilte. Hij neemt de pop van tafel speelt er mee, terwijl hij onrustig voortpraat).Zoo, Hope, ben ’k begonnen—zoo ben ’k niet geëindigd. Wat ’n spelletje leek, ’n pogen jou „klein” te krijgen—wat de eerste dagen ’n onderhoudend inspannen van de hersens werd—draaide op ’n maniakaal willen, ’n parforce-jacht, ’n openscheuren van—van alles, neer … De familie van dien marinier, met wien ’k—dat weet je—héb ’k uitgevonden—Z’n getrouwde zusters—z’n broers—over ’t heele land verspreid—hadden moeite niet te lachen bij m’n vragen over Kreeftje—met ’t rooie haar uit den handschoenenwinkel—De posterijen heb ’k nagerejen voor ’t recu van denaangeteekendenbrief van papa—met de honderd gulden—op de minste klank ben ’k afgegaan—in Holland—België—De registers van de—van de bordeelen, wáar óok, in grootere en kleinere plaatsen, heb ’k … Verdwenen … Verdwenen … De vrouw[240]met ’t kind, ’t kind waarvan die brief zoo zeker, zoo wanhopig-zeker, zoo pijndoend-zeker sprak.…Hope …Pijndoend—pijndoend—Zegt ù pijndoend?Dolf …Dat verbaast je—daar kijk je me bij aan.. Merk je dan niet, hoe de gedachte van mama en jou ’n obsessie …(bitter)… hoe ’k langzaam, als ’n slak zoo langzaam ben gaan voelen, dat àls dat kind nog leeft—en ’t kan leven—’t kan, kan!—dat dat meisje dan op ’t uur dat we hier met elkaar praten, zoo verloren is—als—als …(start voor zich uit)… Ja. Ja … Eens heeft Snip me in ’n hotel van vijfhonderd kamers gezocht, en ontmoette me niet, omdat ze enkel m’n voornaam wist. Dat was ’n puzzle, ’n goeie mop … Als je ’n brief ergens opgeborgen heb, zeker opgeborgen—en je vindt ’m niet, dan zoek je nijdig en zenuwachtig tot-ie na dagen en dagen vloeken vlak voor de hand ligt—zooals dien middag tusschen de sigaren … Maar dat levende menschen, levende, ’n vrouw en ’n meisje van achttien verdwijnen, zooals ’n steen ’t achter ons in ’t water, zou doen—en dat je ’r telkens over piekert, zonder resultaat da’s … da’s …(laat de pop vallen)… Jij heb toen gesproken van ’n radelooze zéé-van-menschen—dat was juist—de zee spoelt weg, spoelt niet terug …(verschrikt opkijkend)… Hope, huil je?… Waarom huil jìj, Hope?Hope…Omdat—omdat … Dat kan ’k nu niet zeggen.… Omdat … Willen we niet verder.…Dolf …Niet verder?[241]Hope.Nù niet … Je heb me verbazend … verrast—ik dacht niet aan de mogelijkheid—dat jij—dat ù..Dolf …Toe hou je an dat jij … Na de wandeling met de boschviooltjes, die je droogde—nee, nièt droogde!—heb je nog maar één keer je u’s vergeten—dien middag bij mij thuis …(haar z’n hand toestekend)… Weiger je nòg, Hope?Hope …Geef me den tijd, om—om te overleggen—je heb me zoo overrompeld …Dolf …Om te overleggen … Moet je bij dàt overleggen … je verstand „raadplegen”?.…Hope …Je heb beloofd niet meer op te vliegen—Dolf!(legt haar hand over tafel op de zijne)… Eens—laat me dat zeggen, zonder de intentie bijna vergeten dingen levend te maken—eens trapte je m’n groote, vreeselijk-groote genegenheid—door je ruwe overval in m’n slaapkamer—dood—toen, in den nacht dat we samen bij ’t sterfbed van je mama, in die hotelkamer waakten, had ’k ’n nièuwe vurige hoop—en we gingen voor de tweede maal van mekaar. Hij houdt z’n belofte aan mevrouw niet, dacht ’k—hij bréékt ’r niet: hij spot over alles heen—’t wordt geen dáád—geen dáád …—toen heb ik me iets heiligs, plechtigs voorgenomen: jou onder géén, géén omstandigheden te trouwen—mezelf aan de kinderen hier te geven … Stuif niet op Dolf … Ineens die belofte vergeten, zònder overgang voor de dèrde maal ’n heerlijk vertrouwen in—in jóú vastgrijpen—dat durf ’k nog niet aan.[242]We zitten, door ’n wonder, door ’n wònder, beter, oprechter tegenover elkander, als we ’t ooit, ooit.… Nee doe nu niet brusk, niet meer zoo hartstochtelijk als vroeger … Van af de jaren dat ik als kind, zonder ouders—gedacht, maar vooral gewrokt en gehaat heb—heb ’k verlangd, niet te zeggen hoe innig verlangd … ’n eigen kind in achting voor mezelf—en m’n man groot te brengen … Dwing me op ’t oogenblik niets met je oogen af—ik zeg niet nee—niet ja—ik vraag uitstel.…Dolf.(geprikkeld)… Uitstel?… Nog eens uitstel …Hope …Ik ben bang dat wij—u en ik—(haastig)jij en ik.…Dolf.…Dat wij wat?…Hope.(moeilijk)… Dat we bij mekaar niet meer dat—dat geluk zullen vinden.Dolf.(hartstochtelijk)… Onwaar!… Onwaar!… Jij voelt dat zelf anders …Hope …Misschien, misschien hèb je gelijk—laat me overleggen!—We hebben mekaar in zoo’n tijd niet gezien—in geen maanden en maanden—Als jij veranderd ben, ben ik ’t mogelijk ook.…Dolf …Met andere woorden: voor de derde maal de bons?… Verlang je nog meer, nòg meer van me!Hope …Nee … Maar je moet ’t me met mezelf laten uitvechten.… We zijn allebei ’n dagje ouder geworden.…(met moeite).… En ’k had ’t me al zoo[243]afgeleerd aan jou te denken—in de bezigheden van elken dag hier.…Dolf …Dus …Hope …Stil!… ’t Lijkt me …(gejoel en geroep buiten).… Daar is iets.…(gaat snel op het erkervenster toe).… Allemachtigste God!Dolf.(naast haar)… Is ’r ’n ongeluk gebeurd?Hope.(tot ’n man buiten)… Is een van de kinderen? Hoor je niet!.… Is een van de kinderen?…(Stem buiten: „Een van de jongens, zuster!”).Hope.Groote God—een van de kinderen in de sluis terwijl ’k ze zoo gewaarschuwd heb!… Groote God—met de sluisdeuren open, als toen, als toen.…(wijkt angstig van het raam).Dolf …Steekt dan niemand van die lummels ’n poot uit!.…Hope.(als in versteening)… Is niet te redden—is niet te redden—met die strooming naar zee …Dolf.(driftig en glimlachend)… Dat zullen we zien!Hope.(wakkerschrikkend)… Blijf hier! Blijf hier! Is één leven niet genoeg!Dolf.(met star-lichtende oogen)… Als ’k jou dàt kind in je armen terugbreng—overleg jij dan nog?Hope.(heftig)Dolf, Dolf—bega geen krankzinnigheid!… Als, als ’t te redden was, zouen die daar, de visschers en schippers …[244]Dolf …Ik zie ’t nog drijven—zie ’t—zie ’t! Bij m’n andere dollemans-jacht, zag’k niets, niets!.…(naar de deur).Jij wou ’n daad, ’n daad …! Je zult je daad hebben.…Hope.(heftig)… Dolf, ik smeek je, smeek je—doe ’t niet.…Dolf …Al zou je nou op je knieën—al zou je God en de engelen zelf.…(af).Hope …Dolf, Dolf.…[Inhoud]Elfde Tooneel.Hope, Dokter.Dokter …Wat is ’r?… Waar holt-ie heen?Hope …Hou ’m terug, Jan. Hou ’m terug! Een van de kinderen is in de sluis gevallen, drijft naar zee … Vraag niet verder … Hou ’m terug!… Ik, ik, ik jaag ’m den dood in …(Dokter af).[Inhoud]Twaalfde Tooneel.Annie, Hope.Annie.(snel door rechtersuite)… Hope! Hope!… Weet je ’t?… Weet je dat Fritsje.…Hope …(hartstochtelijk)… Fritsje?… Fritsje!… De ellendelingen!(zakt op ’n stoel).Annie …Toen Toos omkeek wou-ie … Wat doe je?Hope.(wild op het erkervenster toestortend, kijkt,[245]geeft ’n gil).O!… O!… Dat Jan ’m niet tegengehouden heeft!… Dolf!… Dolf!…(zit bewusteloos-starend neer).Annie.(door het venster verschrikt kijkend).Moeder Maria … Moeder Maria …Hope …Mijn schuld … Mijn schuld …Annie …Ze brengen ’n boot uit … Laten we …Hope …Ik kan niet.…Annie …We zijn ’r in tien tellen.…Hope …Ik kan niet.…Annie …Dan ga ik …Hope …(zacht smeekend)… Hier blijven … Hier blijven … Ik ben zoo bang—durf niet naar buiten kijken.… O lieve God in de hemelen, God in de hemelen, God in de hemelen!… Ik hou zoo waanzinnig, zoo waanzinnig-veel van ’m.… O lieve God in de hemelen, maak me niet gek, niet gek!…Annie …(angstig)… Is-ie hier vandaan—hier uit de kamer.…?Hope …Ik weet ’t niet, weet niets, niets!…(de armen om Annie heen slaand).Kijk niet! Kijk niet!… Bij ’t leven van je Tilleke kijk niet!… Ik heb ’m vermoord … Als ’k m’n mond op zijn mond gedrukt had, zoo als ’k ’t wóú, zooals ’k ’t ieder uur van den nacht, ieder uur van den dag droomde, droomde, droomde, zou-ie me niet voor altijd alleen hebben[246]gelaten, voor ’n kind dat hèm niet angaat, mìj niet angaat, nièmand angaat.…Annie.…Hope, in Godsnaam, kom tot jezelf!.… Misschien heeft de boot ’m.…(wil naar ’t raam).Hope.(hartstochtelijk het koord van het gordijn stuktrekkend, zoo dat het voor het venster neerflapt).…… Niet kijken.… Niet kijken.… Ik zie ’m nooit meer terug!…(zakt met het hoofd in de armen op de tafel).Annie …Hope!…Hope …(buigt angstig-aarzelend ’t gevallen gordijn ’n weinig om, staart door den kier, gaat diep-ontzet op den anderen erkerstoel zitten).Hope.(die de laatste bewegingen opgelet heeft, richt zich op).… Kijk je niet meer?(een stilte).Blijf je zitten?…(een stilte)… Zeg je nièts.…?[Inhoud]Dertiende Tooneel.De vorigen, Dokter.Dokter.(dompt verslagen op den stoel bij de deur.…)Da’s vreeselijk, vreeselijk.…Hope.(ziet hem aan, barst los)… Mijn schuld! Mijn schuld!… Ik heb ’m tot ’t laatst voorgelogen.… En om dat kind, datvreemdekind, heeft-ie mìj, mìj …(zakt ineen. Annie en Jan schieten toe).EINDE.Berlijn/Scheveningen, December ’07.[247]1Dit bedrijf werd na de vertooning een weinig geretoucheerd.↑
[Inhoud]DERDE BEDRIJF.1(De huiskamer bij Dr. Linden—eenvoudig effen behang—een enkele gravure—rustige meubelen. Het eerste plan, links, vormt een glazen erker, eenigszins verhoogd. Tweede en derde plan dito, suite deuren. Voor den erker een kleine tafel—eris eenovervloed van planten. Rechts in den achterwand toegangsdeur naar marmeren gang. Eerste plan, rechts een buffet. Tweede en derde plan, dito, wederom suite deuren. Bij voorgrond, rechts, een ronde tafel, waaromheen stoelen. Vroegzomer. Zonlooze middag).[Inhoud]Eerste Tooneel.Dr. Linden, Annie.Dokter.(komt door gangdeur geaffaireerd binnen, blijft lachend staan, loopt op de teenen naar de linkersuite, waarvan een deur aanstaat, luistert naar Annie, die het kind in slaap zingt … „’sAvonds als ik slapen ga, loopen me zestien engeltjes na: twee aan mijn hoofdeind, twee aan mijn voeteneind”…—hij zit er lachend bij neer—… „twee aan mijn rechterzij, twee aan mijn linkerzij …”).Dokter …(invallend, terwijl zij zwijgt)… Twee, die mij dekken, twee, die mij wekken.…Annie …Suscht! ’k Heb zoo’n moeite met ’r!(kijkt[216]nog even in de kamer, sluit de suitedeuren)… Hoe kun je ’t over je hart krijgen ’t kind wakker te maken en me zoo te laten schrikken!Dokter.Is dat je goeien middag?(zij omhelst hem).Nu was je toch wéér bezig, wijf, om die hobbelwieg heen en weer te duwen!Annie …Ze was zóo lastig! Wou per se niet gaan slapen.…Dokter …Ja, ja—dat eindigt met ’n fopspeen, als ik ’r ’t oog niet op hou!—Wijf, wijf: hoeveel honderd keer moet je ’t nu nòg hooren: niet opnemen, niet in de handen nemen, als ze huilen!(geeft haar een zoen)… Vannacht, toen je dacht dat ’k sliep, ben je ’r ook uit geweest …(tweede zoen)… Dat duurt tot ’k Til en de wieg ’s nachts op de logeerkamer stop—en de deur op slot.…Annie …Hahaha!(schrikt—beluistert de suitedeur).… Nee, Goddank!… ’k Durf de kamer gewoon niet uit gaan!… Zoo’n bord pap heeft ze—zóó’n bord … Wat zoek je, Jan?Dokter …Waar heb ’k vanmorgen de staten … Waar heb ’k.…?.…Annie …Je brandt je—vlak bij je neus …Dokter …(’n boek van de kleine tafel bij den erker nemend)… Merci.Annie …Zou je niet één seconde gaan zitten? Presseert ’t op ’n halve minuut?[217]Dokter …Op ’n kwart. Consult met Deen.(op z’n horloge kijkend)… Drommels!…(wil heen).Annie …Toe, akeligheid: nog geen kwartier ben je thuis gebleven!… En van ’n consult weet ’k niks! Wor ’k buiten àlles gehouen?Dokter …Consult voor Ninette van Walden …Annie …’t Dochtertje van Charles?…Dokter …Ja, ja—hou me niet langer op, wijf!… Is vanmorgen vroeg geopereerd …(tot Hope, die de gangdeur doorkomt)… Vertel jij ’t resteerende, Hope, hè?… Dag wijf!… En van de wieg afblijven!(af).[Inhoud]Tweede Tooneel.Annie, Hope.Hope.Wat bedoelt Jan?Annie.Is ’r consult voor ’t meisje van Van Walden …?…(een pop uit Hope’s hand aannemend).Nee maar Hope-lief, wat ben je ’n engel! Och, wat bederf je m’n snoetje!Hope …Die kun je aan ’t koordje boven ’r hoofdje hangen …(Annie omhelst haar)… Nou, nou, Annie!… ’k Zou verlegen worden, om weer ’n kleinigheid mee te brengen.… Ging Jan?… Vreeselijk jammer—zoo’n lief, zachtzinnig meisje—ach, wat zielig!—heeft na de operatie liggen lachen—niets aan te doen—niets. Dat consult had net zoo goed.… Maar Van Walden wòù ’t, wòù ’t … Stakkerig! ’k Had geen oogenblik Charles—’k heb ’m[218]toch vrij lang bijgewoond—op zulk ’n hartstocht voor dat ziekelijke, frêle ding getaxeerd.…Annie.Jullie hoopten toch—toen ’t voor veertien dagen kwam …Hope …Dat deden we—Jan vond één longtop aangetast—de nieuwe acute ontsteking, die geopereerd móést worden—was tuber, tuber.…Annie …Wil je gelooven, dat ik ’t ’n bezoeking vind, naast ’t Gesticht te wonen …(luistert angstig aan de suitedeur).Als Jan me zoo iets tegen den avond vertelt, lig ’k den heelen nacht wakker, bang dat Til.…(de gestichtsbel luidt)… Half vijf?…Hope …Ja, da’s de melk.Annie.Blijf jij babbelen, of gaan de kinderen nog naar ’t strand?(schelt).Hope.Naar ’t strand—met dit ruwe weer? Nee. En dan ik ben vrij. Marie en Toos hebben de beurt.Annie.Drinken we ’n kop thee?Hope.Graag.Annie.(tot het dienstmeisje)… Kaatje, kind, zet je voor twee personen thee? Weet je alleen de bus te vinden, kind? En niet ’t water eerst—éérst de thee in den trekpot, hoor je?.… Of nee, Kaatje, breng liever ’t water separaat.… Vlug en niets breken!…(meisje af)… Zoo moet ’k ’r alles duidelijk maken! Hahaha![219][Inhoud]Derde Tooneel.Devorigen,Charles.Charles.(door gangdeur)… Pardon als ’k stoor, mevrouw—ik zoek den dokter.Annie.Is nog geen drie minuten geleden naar ’t Gesticht gegaan.Charles.Daar kom ’k toch vandaan …Hope.Meneer zal misschien langs de achterzij …Annie.Wil u niet ’n oogenblik plaatsnemen?Charles.Nee. Dank u.(stap naar deur—zich bezinnend, tot Hope)… Hope … Hope …(ineens hartstochtelijk)… Lieg niet: is ’t opgegeven?Hope.(aarzelend)… Hoe kan ík daarop antwoorden, meneer Charles …Charles.Jij, als hoofdverpleegster, weet ’t zoo goed, zoo goed als zij!(heftig).Lieg niet, lieg niet! Dat is ’t éénige wat ’k nog te verzoeken heb …Hope.(ontwijkend)… Eerst na ’t consult—niet waar … niet waar?—is ’r eenige zekerheid …(hij zit neer)… Ik durf niets zeggen … En de meening van dokter Linden …(een stilte. Hij zit dof-verslagen).Annie.(hartelijk)… Kom meneer Van Walden—u is nog zoo jong—u heeft nog zoo ’t heele leven voor u …(hij barst in snikken uit).Hope.Meneer Charles …[220]Annie.…En u heeft ’n vróúw, ’n vrouw, meneer …Charles.(opstaand, zich bedwingend).Dank u.(af).[Inhoud]Vierde Tooneel.Annie, Hope.Hope …Van z’n vrouw had je niet moeten spreken …Annie.Niet van z’n vrouw?Hope.Nee. ’k Had geen gelegenheid je te waarschuwen—die twee zijn nog nietsamenaan ’t bedje geweest …Annie.Meen je dat?… Zóó gebrouilleerd?…(Hope knikt)… Waarom?Hope.Waarom?… Ja waarom?… Zij is den heelen dag in ’t gezelschap van „vrienden”—hij afficheert zich in ’t openbaar, zelfs hier, met z’n maitresse … Tot vandaag lijken ze bij mekaar gebleven om de zieke Ninette … Zóó als ’t stakkertje ’r niet meer is, maar ook zoo dadelijk, laten die twee mekaar los … En dan mag ’t … Ze zijn al gescheiden van … „tafel en bed”… ’n Huwelijk zonder kind is geen huwelijk …Annie.…Hoe kom je op den inval!Hope.Menschen zonder jullie geluk, zijn niet getrouwd—jullie huwelijk, ja da’s zeker, is eerst door de geboorte van Tilleke begonnen … Vóor dien tijd …Annie.Hahaha!… Jan zou je uitlachen, als-ie je hoorde … Scheelt je wat?[221]Hope.(die met het hoofd in de handen gezeten heeft)… Niet sámen bij ’n sterfbedje—dat wordt ’t!—willen komen … O, o, wat is al dat gedoe erger dan wanhopig—wat is ’t angstig ’n zoo harden kijk op ’t leven te krijgen, als ik ’t hier dagelijks, dagelijks …Annie.Hope—wat scheelt je?Hope.…’n Beetje downheid—’n tikje moeiheid—Vannacht ben ’k ’r ’n paar maal uit gemoeten—en die operatie aan dat lichaampje vanmorgen, heeft me …(moeilijk)… Voor jou heb ’k geen geheimen, Ans—bij jou heb ’k me zoo thuis gevoeld, na ’t werk in ’t Gesticht—ik ben ’r je zoo dankbaar voor … Toen dat meisje onder de pijn lachte, lachte om ons te overtuigen dat we ’r geen zeer hadden gedaan—toen had ze denzelfden trek om den mond van—van zeker iemand …Annie.…Van …Hope …Geen naam uitspreken. Denk aan de afspraak!(wrevelig)… Wat ’n mensch met karakter ben ik, hè? Als ’k ’r zoo iets uitflap, krijg ’k ’n gevoel van afkeer voor mezelf …(quasi-onverschillig)… Waar hadden we ’t over?… Over Ninette. Over den band, denheiligenband, zou dominee zeggen … Zondag heeft-ie ’r ’n boom over opgezet—over z’n „heiligen band”—dat de menschen uit ’t dorp met d’r oogleden knipperden … Alleen ìk niet … Ik weet te veel … Ons Gesticht is ’n te vinnige illustratie op de heiligheid.… Kinderen, kinderen, denk ’k zoo dikwijls, als ze d’r goddelijke spelletjes onder[222]ons toezicht aan ’t strand spelen: jullie beseft je zegening niet, dat je in ’n bandeloos Gesticht opgroeit, langzaam mensch wordt, zonder de wrok van ’n thuis, als de kleine Ninette, zonder ’t stil gehuil van je moeder, zonder de drift om ’n kleinigheid van je vader.…. Als ze in ’t zand om me heen stoeien, me gierend van ’t lachen begraven, me met z’n tien, twintig, dertig waarachtige broertjes en zusjes bestormen, krijg ’k soms de tranen in m’n oogen—voel ’k me in ’t prachtigst gezin van de wereld—’t gezin zooals ik ’t me verbeeld, dat ’t na eeuwen overal, overal zijn zal—elk kind door z’n geboorte ’t kind van ieder—van ieder—vaders bijzaak.(een stilte)’k Ben blij dat de „mijne” me tot die gedachten gebracht heeft.… dat ik ’r geen heb.…Annie(glimlachend)… Hope, Hope—hoe kun je dat alles zoo akelig resoluut—haast zoo onvrouwelijk zeggen—terwijl Tilleke achter die deur slaapt.…Hope …Onvrouwelijk?… Ik met m’n zestig kinderen!…(scherp)… Niet ieder kan …(zich inhoudend)… Neem me niet kwalijk, Ans … Ik ben vandaag geen opwekkend gezelschap …(luchtig)… Hou jij je aan den allerheiligsten band … van ’t geluk …(staat op, gaat naar den erker. De meid brengt het thee-gerei. Annie schenkt het water. Van dichtbij, benee, klinkt kindergejoel. Hope opent het venster, zwaait met den arm …)Dag jongens! Dag! Dag Fritsje! Wil jij me vandaag niet zien?(kinderstem: „Dag moeder!)… Dag Suus! Dag Suus!(Kinderstem: „Dag moeder!”)… Dag Henk! Heb je erge pijn, dat je zoo hinkt,[223]kind?…(Kinderstem: „Nee, moeder! Dag moeder!”).… Foei, Foei, wat laten Toos en Marie de kinderen hollen! Daar valt ’r al een …(de handen als ’n roeper voor den mond)… Toos! Toos! Niet zoo dicht bij de sluizen! Hoor je?(Vrouwestem: „Joe-oe-oe!”)Meer bij de duinen!(Vrouwestem: „Joe-oe-oe!”).Annie.Drink nu je thee—’t zal wel marcheeren!Hope.(naar de tafel).Zeldzaam zorgeloos die betaalde verpleegsters! En die sluizen, zoo dicht bij ’t Gesticht, hinderen me elken dag … Herinner jij je nog dien schippersjongen verleden jaar … Hoe-ie door de zuiging.…Annie …Natuurlijk … Nee geen détails … Afschuwelijk!Hope.Goed.(zit neer)… Van dat Fritsje hou ’k dol-veel. Dat is ’n schat van ’n bengel—’n dot—altijd ernstig—en ’n mondje! Als ’k voorbij z’n bed ga, móét ’k ’m pakken—en in z’n slaap slaat-ie nog z’n armen om m’n hals.Annie.Is dat dat grappige broekmannetje, dat de eerste dagen om ’t geringste vlóékte?Hope.Hahaha! Ja: obberdorie, obberdomme—goed zeggen kan-ie ’t niet! De zusters maakten ’m in ’t begin telkens boos, om dat gebrabbel te hooren—en omdat ik toen z’n partij trok, zijn we de beste maatjes geworden. Smakelijk kopje, Ans. Gelukkig dat ’t ventje hiér is gekomen. Als je ’m vroeg, babbelde-ie: me moeder zit in de hemel en me vader[224]is ’n obberdommesche dief. Van z’ngrootvadergeleerd. Fijngevoelig als-ie is! Moeder, zei-ie nog geen uur gelejen tegen me: ik hou van jou zooveel, zooveel, ik hou van jouduizend. Aardig, hè? Aardig als iemand duizend, duizend van je houdt.…[Inhoud]Vijfde Tooneel.De vorigen, Dolf.Dolf.(in wit badkostuum met witte pet)… Hm!Annie.(tegelijk met Hope verschrikt opstaand)Meneer, is dat ’n manier!Dolf.Dames!… Mevrouw Linden … Juffrouw … De buitendeur stond aan … en … Laat ik u niet derangeeren … Gaat u zitten …Annie.…We hadden u niet gehoord. Hoe komt u zoo uit de lucht vallen? Weet Jan dat u …Dolf.Onwaarschijnlijk …(tot Hope)… Ik verjaag u hopelijk niet, juffrouw?Hope.Volstrekt niet, meneer—ik heb te werken …Annie.…En je zei dat je …Hope.…Jawel. Maar niet te lang. Dag Ans. Dag meneer.(Hope af).[Inhoud]Zesde Tooneel.Annie, Dolf.Dolf.Ja, ja. Vogelverschrikker. Mag ik zoo vrij zijn?[225]Annie.Zóó vrij, ja.Dolf.(neerzittend).Om te beginnen gefeliciteerd, mevrouw, voor de tweede maal—nu mondeling met jullie jongen …Annie.(lachend)… Meisje.Dolf …Meisje?… Heeft Jan zich zoo vergist?Annie.(lachend)… Of Jàn zich vergist heeft?…Dolf.…Dan ik—dan ik … Waar laat ’k die buiten-modelsche pet?… Excuseer dat ’k ’r mee binnen gekomen ben … Geef u geen moeite …(scheert haar in een hoek)… Da’s minder comme-il-faut dan makkelijk … Aardig huis hier. Suite èn suite—vijftien meter—heb ’k dat goed onthouden? Hahaha!Annie.Uitstekend. Maar ’t is wel ’n tijd geleden, dat u in die vijftien meter was … En bedrieg ’k me—of droeg u vroeger géen lorgnet?Dolf.Nee u heeft ’t correct onthouden.… Dag Jan! Dag ouwe kerel! Ja, ik ben ’t.…[Inhoud]Zevende Tooneel.De vorigen, Dr. Linden.Dokter.Dolf, jij?… Wat heb je voor zonderlinge ingeving, om hiér te verzeilen?Dolf.Merci voor de buitengewoon-hartelijke begroeting, hahaha! Ik kom voor záken, na ’n lange reis als commis-voyageur door ’t noorden en ’t zuiden …[226]Dokter …Bril jij?Dolf.Lei ’k juist aan je vrouw uit!—Daar heb ’k de sensatie wéér, mevrouw, de óúwe, zóo als ik u zie, van dien fameuzen eersten steen van de Stichting, met den dominee-met-’t-wratje … Ja ik bril, Jantje, kerel, kind! Kreeg ’k ineens, zonder waarschuwing, in ’n Belgisch nest.’tLas m’n krantje—en rutsch al de Reuter-telegrammen aan ’t zwemmen—collegaatje van je opgezocht—lorgnetje en niemendal gebeurd—de letters zwemmen niet meer, maar bij ’t zwemmen zelf—moet ’k oppassen geen botsing te krijgen—Voor de bain-mixtes deug ’k niet meer, hahaha! Kerel van harte met je dochter!… Maar aan me geschreven heeft-ie ’n zoon, mevrouw! Hindert jou wat?Dokter.Nou—iets hindert me. We hebben zooeven je neef Charles.…Dolf …Is Charltje hier?Dokter.Jawel. Met z’n vrouw. En ’t kindje is bij ons op de ziekenzaal.…Dolf.(plots ernstig)… Is Ninette.…Dokter.Opgegeven.Dolf.Dat meen je niet. Is de kleine Ninette … Wat scheelt ’r? Wat heeft ze?Dokter …Hopeloos. Móést ’r opereeren—hij wou Deen in consult, en ’t eenige wat Deen kòn verklaren, was dat m’n chirurgisch ingrijpen ùitstel van[227]executie geweest—hij zou ’t zèlfde gedaan hebben.… Dolf, beste kerel, toen we met z’n tweeën in de wachtkamer kwamen—om ’m voorzichtig voor te bereiden—op de quaestie van ùren nog—toen liet-ie ons niet eens aan ’t woord komen, toen begon-ie zoo miserabel te snikken, zoo ineens oud en hoe zal ’k ’t zeggen, dat we ’r zelf door kapot werden.…Annie.(nerveus)… Jan, ik kan zulke dingen niet hooren.…Dokter …En je verweet me dat ’k je buiten alles hou!…Dolf.Waar logeert-ie?Dokter.In Royal.… Je ben toch niet van plan ’m dadelijk op te zoeken?Dolf.Dat ben ’k zeker.Dokter …Doe ’t niet—niet nù … Die twee vijanden-van-mekaar hebben op ’t oogenblik nièmand noodig.Dolf …Au fond spijt ’t me, dat ’k met ’m overhoop lig … Zou ’k vanavond?Dokter …Morgen—morgen … Ninette kan ’t nog ’n veertien dagen halen, naar menschelijke berekening—nee, vandaag ontraad ik ’t stellig.… Had jij ’n verschil met ’m?Dolf …We zijn met advocaten bezig geweest—na mama’s dood—over ’t legaat voor de Stichting—diezelfde stichting waar nu z’n eigen kind.… Beroerd! Meer dan beroerd![228]Dokter …Jullie hebt toch sámen je toestemming gegeven—wat hebben dan advocaten.…Dolf …Nee nièt samen. Hij weigerde niet alleen, maar liet door z’n rechtsgeleerde dingen over mama’s geestestoestand schrijven, die ik ergerlijk—schwamm—streep door ’t gebeurde.…Dokter …En de Stichting hééft ’t legaat. Dan heb jij ’t heelemaal voor jouw rekening genomen? En dat hooren we toevallig!Dolf …Je had ’t nìet behoeven te hooren—en we praten ’r geen woord meer over—geen woord niet waar mevrouw?—geen woord, Jan?—Die tengere, intelligente Ninette … En toch.. En toch..(down)… ’k zou met Charles willen over steken … Beter de plek van ’t grafje, dan.…Dokter.(gebluft)… Dolf—zou jij ’ns wakker worden!… Ben jij ’t die daar.…Dolf.(valsch-vroolijk)… Ja!… Kun je zoo hebben. Beetje wormstekig—dagje ouder … ’n Mensch is ’n zonderling apparaatje … Wie vroeg en te vroeg lacht—jij de rest, Jantje!… ’k Begin aanleg voor hypogro … hypo … hahaha! ’k Ben blij, da’k mezelf weer ’ns hoor lachen!(opstaand)Jullie wonen hier machtig gezellig in je vijftien meter …(door het erker-venster kijkend)Ah! Goed weer in aantocht. De bommen en garnalenschuiten zeilen uit …Dokter.Hij heeft gelijk. Als die ’t ’r op wagen, krijgen we mogelijk zon …[229]Dolf.Wat is dat spektakel benee?Dokter.Van de sluizen. Nou spuien ze ’t water van ’t kanaal in zee—Ja, dat gaat met ’n vaartje. En dat mag zoolang ’r nog niet gebaad wordt …(weerklinkt kindergezang)… Onze kinderen … Je blijft eten, Dolf?Annie …Jan—Dokter …Wat Jan?…Annie.We hebben één ongelukkig boutje.… En Hope zou ook.…Dokter.Dan telefoneer ’k naar ’t dorp …Dolf.Nee Jantje—’k geloof niet dat ik.… De volgende week kom ’k mogelijk ’n paar weken.…Dokter …Jawel!… Bekend!… Vlieg ’r niet op in … Jij komt hier voor záken, zei je.… Met ’n leege maag lukken geen zaken … Ik ga telefoneeren.… Eclipseer niet, Dolf—dan krijgen we beestig mot samen!(af).[Inhoud]Achtste Tooneel.Annie, Dolf.Annie.Mag ik terwijl ’n kopje thee?… We afternoonen af en toe … Ja, dat is ’t portret van mevrouw.Dolf.(handen op den rug onbeweeglijk)… Ja.[230]Annie.In de récréatiezaal staat ’r buste.Dolf.(onbewegelijk)Zoo—’r buste …Annie.(schenkend)… En snoezig-attent, meneer, hoe de oudste meisjes op ’r geboortedag—die is ’r in gebeiteld—zonder dat iemand ’t wist, ’n trophee van groen en bloemen … Melk en suiker?..(hij luistert niet)… Ik vraag of u melk en suiker …Dolf.(zich driftig omdraaiend)… U moet me ’n dienst bewijzen, mevrouw.Annie.Ik?Dolf.Ik wil ’n onderhoud met Hope.Annie.Wat kan ìk …Dolf.U is ’r vriendin—en ’k overdrijf niet—’r vertrouwde geworden.…Annie …Ze is tè zelfstandig, om zich door iemand..Dolf.Door u wel.(nerveus-snel)… Ik moet ’r—wil ’r … Als ik ’r aanklamp, ontloopt ze me, als toen ’k daar binnen kwam … Als ’k schrijf, antwoordt ze niet … Ik ben niet meer die ik ben, daar geef ik m’n woord op … Ik heb over ’n boel … Dat wil ’k ’t persoonlijk … Daarvoor heb ’k de reis gemaakt … Dat zijn mijn záken.… Straks met ’r aan een tafel zitten, doe ’k nièt, of.…Annie.(schellend)… Goed. Gaat u een seconde daar.(wijst naar rechtersuite)… ’t Meisje mag u niet zien. Maar: laten we mekaar goed begrijpen, meneer[231]Van Walden—ìk blijf ’r buiten—en tegenover m’n bèste vriendin, gebruik ik geen omwegen …Dolf …U kunt …Annie …Weg! Weg! Weg!(Dolf af—dienstmeisje)Loop jij even naar de overzij, Kaatje, kind, en vraag zuster Hope of ze bij me wil komen—zeg ’r dat ik alléén ben.(Dienstmeisje af—zij wenkt Dolf)… Dat is de eenige onwaarheid. Meer jok ’k niet.…Dolf …Dank u voorloopig.Kan ’t hier?Annie.Hier of hiernaast—àls ze wil …Dolf.Dank u.Annie.(terwijl hij gejaagd op en neer loopt)’k Zou m’n thee niet koud laten worden, meneer—we hebben nog wel ’n paar minuten.Dolf.(zonder te luisteren, onrustig van den eenen stoel naar den anderen verhuizend)Maanden en maanden, mevrouw, ben ’k ’n soort Ahasverus geweest—iemand met ’n tic—een die zichzelf ’n zonderling vond, ja, ja …(verzit)… Soms heb ’k getwijfeld of ’k hier recht snik was, of ’n leventje van … van … plezier—zich begon te wreken, zooals de brave, beste menschen, die karnemelk inplaats van bloed hebben, mekaar wijsmaken …(loopt nerveus heen en weer, zit over haar)… Ze kunnen je door altijd door op ’t zelfde te hameren, altijd door aan te houden de suggestie opdringen, dat je, dat je.… hè! hè!… dat je ’n, ’n schaduw naast je eigen[232]schaduw ziet loopen … Als ’k verward praat, mevrouw, best mensch.…Annie …Zou u dat mevrouw nou niet ’ns eindelijk laten schieten?… Ik heet Annie.Dolf …Mag dat?Annie …Graag.Dolf …Zegt u—zeg jij dan ook Dolf?Annie …Als u—als jij ’r niets tegen heb: natuurlijk.…Dolf …Ik heb ’n boel beroerdheid gehad, Annie—wat doet ’t me ’n goed, dat ’k ’ns vertrouwelijk babbelen mag!—’n boel waarmee ’k in m’n eentje moest uitvechten—met m’n eenen ik, die m’n anderen ik uitlachte, voor de mal hield—met m’n eenen ik, die tegen m’n anderen ik zei: „je ben ’n zot, ’n kwast, ’n idioot”—met m’n eenen ik, die m’n anderen naar de tingeltangels dreef, naar vrinden, naar vrouwen—met m’n eenen ik, die spotte, vloekte, met geld smeet—me whiskey en soda liet drinken, als de andere te sentimenteel, te zwak, te willoos dee.… Van de eene hotelkamer ben ’k naar de andere getrokken, bediend, naar de oogen gekeken—grocjes slikkend, om te slapen, te slapen … Wakker liggen is ’t gemeenste, ’t vuilste dat je overkomen kan … Dat met m’n bril waarover ’k daarnet grapjes uithaalde—’k voel me zoo ouwerwetsch gezond als ’k ’t kàn, kàn—was niet ’t gevolg van minder-goede oogen—je kunt ’t ook door slappe zenuwtjes krijgen.[233]… ’r Komt ’n leeftijd bij ’n man, dat-ie z’n draai zoekt, dat-ie z’n stuur onvast hanteert.…Annie.(opstaand)… Stil even—’k geloof … Ja.… Ga nog een oogenblik(wijst de rechtsche suite. Hij verlaat de kamer. Tot Hope, die eerst rondkijkt).Ik ben alleen.[Inhoud]Negende Tooneel.Hope, Annie, Dokter.Hope …Is-ie vort?Annie.Daar.Hope.Waarom laat je me dan—je weet toch …Annie.Omdat …(Hope gebaart naar de deur).… Hope! Hope!… Als ’k je vriendin ben, je oprechtste, eerlijkste vriendin, die je beweert te vertrouwen—is dat dan de brééde manier?… Ik verras je niet, niet met trucs, niet met kleine listen—ik wou enkel ’n beroep op je verstand, op je vérstánd, doen, Hope—waar je hart.…Hope …Zachtjes—hij kan je hooren …Annie …Ik zeg je een ding, zonder verdere argumenten, zonder tusschenkomst die misplaatst is: je kunt tè hardnekkig in één gedachtengang doorhollen—je kunt gelijk hebben en toch dwaas doen.… Ik laat je alleen—nee, je gaat nièt gelijk met me de deur uit!—je blijft tien, tien, tien tellen, om ’n beslissing te nemen …(tot Dr. Linden, die binnen[234]wil komen).… Nee, Jan—je moet nog in ’t dorp voor ’t diner bestellen … Nee, niet binnen!…Dokter.Waar is Dolf?Annie.Dolf—Dolf wandelt ’n moment aan ’t strand om ’n luchtje te scheppen … Ik wou wat tafelbloemen laten komen en wat … Man, kijk niet zoo achterdochtig!.… Onder de tafel zit-ie niet …(tot Hope)… Als je dènkt, erg stevig dènkt, lieve meid, dènk dan zachtjes—vooral zachtjes—in diè kamer slaapt Tilleke, ’t eene kind—(fluisterend)… in de andere wacht ’t gróóte …(zich onderbrekend, tot Jan)… Wat luister je?Dokter …Ik luister niet—ik zie ’n rare witte pet …Annie …Hij is in z’n bloote hoofd.… Blaas je ’t lichtje onder de thee uit, Hope … En zàchtjes voor Til?…(neemt Jan onder de arm—af).[Inhoud]Tiende Tooneel.Dolf, Hope.Hope.(staat besluiteloos—hij opent haastig de deur)… U wou me …Dolf …Spreken …Hope …Veel tijd heb ’k …Dolf.…Niet—dat wist ’k. Willen we ’r bij gaan zitten?(een stilte)… ’k Zal beginnen—met te doen wat mevrouw—wat Annie u verzocht.[235](buigt naar de tafel, blaast het lichtje uit)… Zoo.Hope …Dus u luisterde?…Dolf.Natuurlijk.—Als u geweigerd had, zou ik u nagewandeld zijn—(zwak-glimlachend).… desnoods ’n scène op straat of in ’t Gesticht gemaakt hebben.…Hope …Zou u niet liever dadelijk zeggen.…Dolf.(met den ouwen glimlach).… Niet zoo hard—we zouen aan ’t kind …(een drukkende stilte. Hij neemt de pop in de handen, laat die een paar maal schommelen, legt haar weer op tafel. Buiten drie verwijderde stooten van een stoomboot. Hij herneemt houdingloos het gesprek)… Is dat ’n stoomboot?… Ja, dat is ’n boot—’k vraag naar den bekenden weg … ’n locomotief op de golfjes kan ’t moeilijk zijn …(een stilte—driftig staat hij op, loopt tot het venster, kijkt naar buiten, keert terug, zet zich opnieuw over haar)… Als ìk m’n mond hou—heeft u—heb jij—ik kan tegen jóú geen ú zeggen!—heb jij me dan niks …?… In geen zes maanden hebben we elkander.…Hope.(koel)… Bij mij—bij mij is nièts veranderd..Dolf …Bij mij zooveel te meer. Interesseert ’t je niet te hooren wat ’k al dien tijd uitgehaald heb?Hope.Nee meneer.Dolf.(ingehouden)… Hope, ’t is meer gebeurd, dat mannen, ziek door ’t verlangen naar ’n vrouw, ’n krankzinnige daad … Waarom drijf jij me tot.…[236]Hope …(opstaand)… Doen we niet beter, meneer … Als u me voor dàt heeft laten roepen …Dolf.(opstaand—heftig)… Je zàl hìèr blijven—je zàl luisteren!Hope.(uit de hoogte)… Dat zal ’k stellig niet—ik heb niet één reden …(stap naar de deur).Dolf.(hartstochtelijk)… Ik wil dat je.…Hope …’t Kind.…Dolf …Je heb gelijk. ’k Span ’t paard achter den wagen—(met moeilijken glimlach)… Je moet, al lijkt jóú dat ongeloofelijk, omdat je me tóén m’n gezòndheid, m’n gezòndheid, m’n stevigheid verweet—je moet wat consideratie met me gebruiken, m’n drift door de vingers zien—Ik ben, dat heb ’k je vriendin al gezegd, niet meer die ik ben.…Hope …Begrijp u niet.…Dolf …Vind me om af te ranselen, zoo weinig als ’k ’t zelf snap. Zouen we niet nog even kunnen zitten?… M’n prikkelbaarheid, m’n opvliegendheid, zal ’k geen tweede keer …(zij zit neer)… Je moet je wel verbazen, niet waar, dat ik ’t flirten, ’t hofmaken, ’t inpalmen van ’n vrouw al zoo verleerd schijn, dat ’k met ’n zotte onstuimigheid jóú, net jóú, probeer te overtuigen.… Hope, ik zit op ’t oogenblik zònder „supérieuren glimlach”—en àls-ie nog even terugkomt, moet je denken dat ’n vos wel z’n haar—niet z’n …(ongeduldig)… Ik bazel!…[237]’k Zou …(een stilte)… Ik ben aan ’t zoeken geweest …Hope.(verwonderd)… Aan ’t zoeken?Dolf …Naar—naar die vroegere liaison—wat ’k mama beloofde.Hope.Zelf? Heeft je „detective”…?Dolf …Ik heb ’t persoonlijk, persoonlijk—zonder hulp—gedaan. Heb je daarvoor geduld?Hope.Als ’k ’r u ’n genoegen.…Dolf.…Na je diepe, barre verontwaardiging, dien dag, ben ’k eerst woest op je geweest, heb ’n paar weken op de lamste manier tot laat in den nacht gefuifd—je krijgt alles, alles te hooren!—om me te „wreken”.… En als ’k katterig thuis kwam, liep ’k met de meest onzinnige gedachten, hoe ’k jou je caprices—je hoeft ’r niet op te antwoorden—’t antwoord geef ’k zelf!—hoe ik jou je caprices betaald zou zetten.… ’k Wou met Snip—pardon: Madame Lebeau trouwen—stel je voor, hahaha!—’t zou ’n pan zijn geworden, hahaha!—Madame Lebeau op denBurgerlijkenStand—om burgemeester Háán kippetjesvel te bezorgen—Hope krabbel niet achteruit in je stoel—ik kan me niet héélemaal…niet heelemaal in ’n andere huid steken—en omdat je daar even vriendelijk keek, kwam de ouwe natuur … Exit … Nou zal ’k elk woord beloeren … èlk … Mag ’k ’n slokje nemen? ’k Heb dorst.[238]Hope.Ga uw gang …Dolf …Zoo. Nou heb jij ’t in je hand me bij slappe, kouwe thee te hóúden …Hope …Zou u … Jan en Annie kunnen … en ik …Dolf …Ik wou ’t je betaald zetten, ’t je inpeperen—en toen—en toen, in ’n week dat ’k m’n kamer voor ’n zware verkoudheid moest bewonen, waarlijkbewonen, zat ’k weer in de belabberdste, beroerdste stemmingen, de historie wikkend, wegend … Ze háát je, redeneerde ’k: larie—ze haat jou, zooals jij ’r zèlf háát.….Hope …Ik heb nog niets van uw gezóék gehoord..Dolf …Komt! Komt!… Je moet niet op de vervolgen van ’n feuilleton vooruit loopen …Hope …Telkens, telkens weer heeft u dien toon.…Dolf.(geprikkeld)… Dien heb ’k, heb ’k!—Laat me ’m warm houen zoolang ’k nog kan—Je heb geen begrip, geen flauw begrip, niet de minste voorstelling, hoe ’k door jou en mama uit m’n toon, m’n toon, m’n toon geraakt ben!… Je heb nog niets van m’n gezóék gehoord—m’n hopeloos … Nou komt ’t!… Ze zal buigen, buigen, nam ’k me voor … Ik heb geen andere schuld dan honderden, duizenden … ’k Heb niet beloofd te trouwen, daar niet aan gedacht—zou ’r om geschaterd hebben—zoo goed als Kreeftje zelf.—Ze heeft zich aangeboden—was met soupertjes en ’n Haagsch schouwburgje meer dan tevreden—was me niet trouw—scharrelde met[239]anderen als ik met vacantie naar huis was … Die gril, die kuur, die bezetenheid van Hope—excuseer, dat was m’n beschouwing uit die dagen van ongesteldheid en slapte—die nonsens die ze duizend tegen een mama ingepraat heeft …Hope …Pardon …Dolf …Je hoeft niets te beweren—je heb gelijk—ik vertel je m’n gewroet van tóén!—die gril krijg ’k ’r alleen uit, door te bewijzen, door ’r met de stukken in de hand te overtuigen—en dan kom ’k nog compleeter de belofte aan mama na—’n belofte die ieder gedaan zou hebben—ieder in dat geval …(een stilte. Hij neemt de pop van tafel speelt er mee, terwijl hij onrustig voortpraat).Zoo, Hope, ben ’k begonnen—zoo ben ’k niet geëindigd. Wat ’n spelletje leek, ’n pogen jou „klein” te krijgen—wat de eerste dagen ’n onderhoudend inspannen van de hersens werd—draaide op ’n maniakaal willen, ’n parforce-jacht, ’n openscheuren van—van alles, neer … De familie van dien marinier, met wien ’k—dat weet je—héb ’k uitgevonden—Z’n getrouwde zusters—z’n broers—over ’t heele land verspreid—hadden moeite niet te lachen bij m’n vragen over Kreeftje—met ’t rooie haar uit den handschoenenwinkel—De posterijen heb ’k nagerejen voor ’t recu van denaangeteekendenbrief van papa—met de honderd gulden—op de minste klank ben ’k afgegaan—in Holland—België—De registers van de—van de bordeelen, wáar óok, in grootere en kleinere plaatsen, heb ’k … Verdwenen … Verdwenen … De vrouw[240]met ’t kind, ’t kind waarvan die brief zoo zeker, zoo wanhopig-zeker, zoo pijndoend-zeker sprak.…Hope …Pijndoend—pijndoend—Zegt ù pijndoend?Dolf …Dat verbaast je—daar kijk je me bij aan.. Merk je dan niet, hoe de gedachte van mama en jou ’n obsessie …(bitter)… hoe ’k langzaam, als ’n slak zoo langzaam ben gaan voelen, dat àls dat kind nog leeft—en ’t kan leven—’t kan, kan!—dat dat meisje dan op ’t uur dat we hier met elkaar praten, zoo verloren is—als—als …(start voor zich uit)… Ja. Ja … Eens heeft Snip me in ’n hotel van vijfhonderd kamers gezocht, en ontmoette me niet, omdat ze enkel m’n voornaam wist. Dat was ’n puzzle, ’n goeie mop … Als je ’n brief ergens opgeborgen heb, zeker opgeborgen—en je vindt ’m niet, dan zoek je nijdig en zenuwachtig tot-ie na dagen en dagen vloeken vlak voor de hand ligt—zooals dien middag tusschen de sigaren … Maar dat levende menschen, levende, ’n vrouw en ’n meisje van achttien verdwijnen, zooals ’n steen ’t achter ons in ’t water, zou doen—en dat je ’r telkens over piekert, zonder resultaat da’s … da’s …(laat de pop vallen)… Jij heb toen gesproken van ’n radelooze zéé-van-menschen—dat was juist—de zee spoelt weg, spoelt niet terug …(verschrikt opkijkend)… Hope, huil je?… Waarom huil jìj, Hope?Hope…Omdat—omdat … Dat kan ’k nu niet zeggen.… Omdat … Willen we niet verder.…Dolf …Niet verder?[241]Hope.Nù niet … Je heb me verbazend … verrast—ik dacht niet aan de mogelijkheid—dat jij—dat ù..Dolf …Toe hou je an dat jij … Na de wandeling met de boschviooltjes, die je droogde—nee, nièt droogde!—heb je nog maar één keer je u’s vergeten—dien middag bij mij thuis …(haar z’n hand toestekend)… Weiger je nòg, Hope?Hope …Geef me den tijd, om—om te overleggen—je heb me zoo overrompeld …Dolf …Om te overleggen … Moet je bij dàt overleggen … je verstand „raadplegen”?.…Hope …Je heb beloofd niet meer op te vliegen—Dolf!(legt haar hand over tafel op de zijne)… Eens—laat me dat zeggen, zonder de intentie bijna vergeten dingen levend te maken—eens trapte je m’n groote, vreeselijk-groote genegenheid—door je ruwe overval in m’n slaapkamer—dood—toen, in den nacht dat we samen bij ’t sterfbed van je mama, in die hotelkamer waakten, had ’k ’n nièuwe vurige hoop—en we gingen voor de tweede maal van mekaar. Hij houdt z’n belofte aan mevrouw niet, dacht ’k—hij bréékt ’r niet: hij spot over alles heen—’t wordt geen dáád—geen dáád …—toen heb ik me iets heiligs, plechtigs voorgenomen: jou onder géén, géén omstandigheden te trouwen—mezelf aan de kinderen hier te geven … Stuif niet op Dolf … Ineens die belofte vergeten, zònder overgang voor de dèrde maal ’n heerlijk vertrouwen in—in jóú vastgrijpen—dat durf ’k nog niet aan.[242]We zitten, door ’n wonder, door ’n wònder, beter, oprechter tegenover elkander, als we ’t ooit, ooit.… Nee doe nu niet brusk, niet meer zoo hartstochtelijk als vroeger … Van af de jaren dat ik als kind, zonder ouders—gedacht, maar vooral gewrokt en gehaat heb—heb ’k verlangd, niet te zeggen hoe innig verlangd … ’n eigen kind in achting voor mezelf—en m’n man groot te brengen … Dwing me op ’t oogenblik niets met je oogen af—ik zeg niet nee—niet ja—ik vraag uitstel.…Dolf.(geprikkeld)… Uitstel?… Nog eens uitstel …Hope …Ik ben bang dat wij—u en ik—(haastig)jij en ik.…Dolf.…Dat wij wat?…Hope.(moeilijk)… Dat we bij mekaar niet meer dat—dat geluk zullen vinden.Dolf.(hartstochtelijk)… Onwaar!… Onwaar!… Jij voelt dat zelf anders …Hope …Misschien, misschien hèb je gelijk—laat me overleggen!—We hebben mekaar in zoo’n tijd niet gezien—in geen maanden en maanden—Als jij veranderd ben, ben ik ’t mogelijk ook.…Dolf …Met andere woorden: voor de derde maal de bons?… Verlang je nog meer, nòg meer van me!Hope …Nee … Maar je moet ’t me met mezelf laten uitvechten.… We zijn allebei ’n dagje ouder geworden.…(met moeite).… En ’k had ’t me al zoo[243]afgeleerd aan jou te denken—in de bezigheden van elken dag hier.…Dolf …Dus …Hope …Stil!… ’t Lijkt me …(gejoel en geroep buiten).… Daar is iets.…(gaat snel op het erkervenster toe).… Allemachtigste God!Dolf.(naast haar)… Is ’r ’n ongeluk gebeurd?Hope.(tot ’n man buiten)… Is een van de kinderen? Hoor je niet!.… Is een van de kinderen?…(Stem buiten: „Een van de jongens, zuster!”).Hope.Groote God—een van de kinderen in de sluis terwijl ’k ze zoo gewaarschuwd heb!… Groote God—met de sluisdeuren open, als toen, als toen.…(wijkt angstig van het raam).Dolf …Steekt dan niemand van die lummels ’n poot uit!.…Hope.(als in versteening)… Is niet te redden—is niet te redden—met die strooming naar zee …Dolf.(driftig en glimlachend)… Dat zullen we zien!Hope.(wakkerschrikkend)… Blijf hier! Blijf hier! Is één leven niet genoeg!Dolf.(met star-lichtende oogen)… Als ’k jou dàt kind in je armen terugbreng—overleg jij dan nog?Hope.(heftig)Dolf, Dolf—bega geen krankzinnigheid!… Als, als ’t te redden was, zouen die daar, de visschers en schippers …[244]Dolf …Ik zie ’t nog drijven—zie ’t—zie ’t! Bij m’n andere dollemans-jacht, zag’k niets, niets!.…(naar de deur).Jij wou ’n daad, ’n daad …! Je zult je daad hebben.…Hope.(heftig)… Dolf, ik smeek je, smeek je—doe ’t niet.…Dolf …Al zou je nou op je knieën—al zou je God en de engelen zelf.…(af).Hope …Dolf, Dolf.…[Inhoud]Elfde Tooneel.Hope, Dokter.Dokter …Wat is ’r?… Waar holt-ie heen?Hope …Hou ’m terug, Jan. Hou ’m terug! Een van de kinderen is in de sluis gevallen, drijft naar zee … Vraag niet verder … Hou ’m terug!… Ik, ik, ik jaag ’m den dood in …(Dokter af).[Inhoud]Twaalfde Tooneel.Annie, Hope.Annie.(snel door rechtersuite)… Hope! Hope!… Weet je ’t?… Weet je dat Fritsje.…Hope …(hartstochtelijk)… Fritsje?… Fritsje!… De ellendelingen!(zakt op ’n stoel).Annie …Toen Toos omkeek wou-ie … Wat doe je?Hope.(wild op het erkervenster toestortend, kijkt,[245]geeft ’n gil).O!… O!… Dat Jan ’m niet tegengehouden heeft!… Dolf!… Dolf!…(zit bewusteloos-starend neer).Annie.(door het venster verschrikt kijkend).Moeder Maria … Moeder Maria …Hope …Mijn schuld … Mijn schuld …Annie …Ze brengen ’n boot uit … Laten we …Hope …Ik kan niet.…Annie …We zijn ’r in tien tellen.…Hope …Ik kan niet.…Annie …Dan ga ik …Hope …(zacht smeekend)… Hier blijven … Hier blijven … Ik ben zoo bang—durf niet naar buiten kijken.… O lieve God in de hemelen, God in de hemelen, God in de hemelen!… Ik hou zoo waanzinnig, zoo waanzinnig-veel van ’m.… O lieve God in de hemelen, maak me niet gek, niet gek!…Annie …(angstig)… Is-ie hier vandaan—hier uit de kamer.…?Hope …Ik weet ’t niet, weet niets, niets!…(de armen om Annie heen slaand).Kijk niet! Kijk niet!… Bij ’t leven van je Tilleke kijk niet!… Ik heb ’m vermoord … Als ’k m’n mond op zijn mond gedrukt had, zoo als ’k ’t wóú, zooals ’k ’t ieder uur van den nacht, ieder uur van den dag droomde, droomde, droomde, zou-ie me niet voor altijd alleen hebben[246]gelaten, voor ’n kind dat hèm niet angaat, mìj niet angaat, nièmand angaat.…Annie.…Hope, in Godsnaam, kom tot jezelf!.… Misschien heeft de boot ’m.…(wil naar ’t raam).Hope.(hartstochtelijk het koord van het gordijn stuktrekkend, zoo dat het voor het venster neerflapt).…… Niet kijken.… Niet kijken.… Ik zie ’m nooit meer terug!…(zakt met het hoofd in de armen op de tafel).Annie …Hope!…Hope …(buigt angstig-aarzelend ’t gevallen gordijn ’n weinig om, staart door den kier, gaat diep-ontzet op den anderen erkerstoel zitten).Hope.(die de laatste bewegingen opgelet heeft, richt zich op).… Kijk je niet meer?(een stilte).Blijf je zitten?…(een stilte)… Zeg je nièts.…?[Inhoud]Dertiende Tooneel.De vorigen, Dokter.Dokter.(dompt verslagen op den stoel bij de deur.…)Da’s vreeselijk, vreeselijk.…Hope.(ziet hem aan, barst los)… Mijn schuld! Mijn schuld!… Ik heb ’m tot ’t laatst voorgelogen.… En om dat kind, datvreemdekind, heeft-ie mìj, mìj …(zakt ineen. Annie en Jan schieten toe).EINDE.Berlijn/Scheveningen, December ’07.[247]1Dit bedrijf werd na de vertooning een weinig geretoucheerd.↑
[Inhoud]DERDE BEDRIJF.1(De huiskamer bij Dr. Linden—eenvoudig effen behang—een enkele gravure—rustige meubelen. Het eerste plan, links, vormt een glazen erker, eenigszins verhoogd. Tweede en derde plan dito, suite deuren. Voor den erker een kleine tafel—eris eenovervloed van planten. Rechts in den achterwand toegangsdeur naar marmeren gang. Eerste plan, rechts een buffet. Tweede en derde plan, dito, wederom suite deuren. Bij voorgrond, rechts, een ronde tafel, waaromheen stoelen. Vroegzomer. Zonlooze middag).[Inhoud]Eerste Tooneel.Dr. Linden, Annie.Dokter.(komt door gangdeur geaffaireerd binnen, blijft lachend staan, loopt op de teenen naar de linkersuite, waarvan een deur aanstaat, luistert naar Annie, die het kind in slaap zingt … „’sAvonds als ik slapen ga, loopen me zestien engeltjes na: twee aan mijn hoofdeind, twee aan mijn voeteneind”…—hij zit er lachend bij neer—… „twee aan mijn rechterzij, twee aan mijn linkerzij …”).Dokter …(invallend, terwijl zij zwijgt)… Twee, die mij dekken, twee, die mij wekken.…Annie …Suscht! ’k Heb zoo’n moeite met ’r!(kijkt[216]nog even in de kamer, sluit de suitedeuren)… Hoe kun je ’t over je hart krijgen ’t kind wakker te maken en me zoo te laten schrikken!Dokter.Is dat je goeien middag?(zij omhelst hem).Nu was je toch wéér bezig, wijf, om die hobbelwieg heen en weer te duwen!Annie …Ze was zóo lastig! Wou per se niet gaan slapen.…Dokter …Ja, ja—dat eindigt met ’n fopspeen, als ik ’r ’t oog niet op hou!—Wijf, wijf: hoeveel honderd keer moet je ’t nu nòg hooren: niet opnemen, niet in de handen nemen, als ze huilen!(geeft haar een zoen)… Vannacht, toen je dacht dat ’k sliep, ben je ’r ook uit geweest …(tweede zoen)… Dat duurt tot ’k Til en de wieg ’s nachts op de logeerkamer stop—en de deur op slot.…Annie …Hahaha!(schrikt—beluistert de suitedeur).… Nee, Goddank!… ’k Durf de kamer gewoon niet uit gaan!… Zoo’n bord pap heeft ze—zóó’n bord … Wat zoek je, Jan?Dokter …Waar heb ’k vanmorgen de staten … Waar heb ’k.…?.…Annie …Je brandt je—vlak bij je neus …Dokter …(’n boek van de kleine tafel bij den erker nemend)… Merci.Annie …Zou je niet één seconde gaan zitten? Presseert ’t op ’n halve minuut?[217]Dokter …Op ’n kwart. Consult met Deen.(op z’n horloge kijkend)… Drommels!…(wil heen).Annie …Toe, akeligheid: nog geen kwartier ben je thuis gebleven!… En van ’n consult weet ’k niks! Wor ’k buiten àlles gehouen?Dokter …Consult voor Ninette van Walden …Annie …’t Dochtertje van Charles?…Dokter …Ja, ja—hou me niet langer op, wijf!… Is vanmorgen vroeg geopereerd …(tot Hope, die de gangdeur doorkomt)… Vertel jij ’t resteerende, Hope, hè?… Dag wijf!… En van de wieg afblijven!(af).[Inhoud]Tweede Tooneel.Annie, Hope.Hope.Wat bedoelt Jan?Annie.Is ’r consult voor ’t meisje van Van Walden …?…(een pop uit Hope’s hand aannemend).Nee maar Hope-lief, wat ben je ’n engel! Och, wat bederf je m’n snoetje!Hope …Die kun je aan ’t koordje boven ’r hoofdje hangen …(Annie omhelst haar)… Nou, nou, Annie!… ’k Zou verlegen worden, om weer ’n kleinigheid mee te brengen.… Ging Jan?… Vreeselijk jammer—zoo’n lief, zachtzinnig meisje—ach, wat zielig!—heeft na de operatie liggen lachen—niets aan te doen—niets. Dat consult had net zoo goed.… Maar Van Walden wòù ’t, wòù ’t … Stakkerig! ’k Had geen oogenblik Charles—’k heb ’m[218]toch vrij lang bijgewoond—op zulk ’n hartstocht voor dat ziekelijke, frêle ding getaxeerd.…Annie.Jullie hoopten toch—toen ’t voor veertien dagen kwam …Hope …Dat deden we—Jan vond één longtop aangetast—de nieuwe acute ontsteking, die geopereerd móést worden—was tuber, tuber.…Annie …Wil je gelooven, dat ik ’t ’n bezoeking vind, naast ’t Gesticht te wonen …(luistert angstig aan de suitedeur).Als Jan me zoo iets tegen den avond vertelt, lig ’k den heelen nacht wakker, bang dat Til.…(de gestichtsbel luidt)… Half vijf?…Hope …Ja, da’s de melk.Annie.Blijf jij babbelen, of gaan de kinderen nog naar ’t strand?(schelt).Hope.Naar ’t strand—met dit ruwe weer? Nee. En dan ik ben vrij. Marie en Toos hebben de beurt.Annie.Drinken we ’n kop thee?Hope.Graag.Annie.(tot het dienstmeisje)… Kaatje, kind, zet je voor twee personen thee? Weet je alleen de bus te vinden, kind? En niet ’t water eerst—éérst de thee in den trekpot, hoor je?.… Of nee, Kaatje, breng liever ’t water separaat.… Vlug en niets breken!…(meisje af)… Zoo moet ’k ’r alles duidelijk maken! Hahaha![219][Inhoud]Derde Tooneel.Devorigen,Charles.Charles.(door gangdeur)… Pardon als ’k stoor, mevrouw—ik zoek den dokter.Annie.Is nog geen drie minuten geleden naar ’t Gesticht gegaan.Charles.Daar kom ’k toch vandaan …Hope.Meneer zal misschien langs de achterzij …Annie.Wil u niet ’n oogenblik plaatsnemen?Charles.Nee. Dank u.(stap naar deur—zich bezinnend, tot Hope)… Hope … Hope …(ineens hartstochtelijk)… Lieg niet: is ’t opgegeven?Hope.(aarzelend)… Hoe kan ík daarop antwoorden, meneer Charles …Charles.Jij, als hoofdverpleegster, weet ’t zoo goed, zoo goed als zij!(heftig).Lieg niet, lieg niet! Dat is ’t éénige wat ’k nog te verzoeken heb …Hope.(ontwijkend)… Eerst na ’t consult—niet waar … niet waar?—is ’r eenige zekerheid …(hij zit neer)… Ik durf niets zeggen … En de meening van dokter Linden …(een stilte. Hij zit dof-verslagen).Annie.(hartelijk)… Kom meneer Van Walden—u is nog zoo jong—u heeft nog zoo ’t heele leven voor u …(hij barst in snikken uit).Hope.Meneer Charles …[220]Annie.…En u heeft ’n vróúw, ’n vrouw, meneer …Charles.(opstaand, zich bedwingend).Dank u.(af).[Inhoud]Vierde Tooneel.Annie, Hope.Hope …Van z’n vrouw had je niet moeten spreken …Annie.Niet van z’n vrouw?Hope.Nee. ’k Had geen gelegenheid je te waarschuwen—die twee zijn nog nietsamenaan ’t bedje geweest …Annie.Meen je dat?… Zóó gebrouilleerd?…(Hope knikt)… Waarom?Hope.Waarom?… Ja waarom?… Zij is den heelen dag in ’t gezelschap van „vrienden”—hij afficheert zich in ’t openbaar, zelfs hier, met z’n maitresse … Tot vandaag lijken ze bij mekaar gebleven om de zieke Ninette … Zóó als ’t stakkertje ’r niet meer is, maar ook zoo dadelijk, laten die twee mekaar los … En dan mag ’t … Ze zijn al gescheiden van … „tafel en bed”… ’n Huwelijk zonder kind is geen huwelijk …Annie.…Hoe kom je op den inval!Hope.Menschen zonder jullie geluk, zijn niet getrouwd—jullie huwelijk, ja da’s zeker, is eerst door de geboorte van Tilleke begonnen … Vóor dien tijd …Annie.Hahaha!… Jan zou je uitlachen, als-ie je hoorde … Scheelt je wat?[221]Hope.(die met het hoofd in de handen gezeten heeft)… Niet sámen bij ’n sterfbedje—dat wordt ’t!—willen komen … O, o, wat is al dat gedoe erger dan wanhopig—wat is ’t angstig ’n zoo harden kijk op ’t leven te krijgen, als ik ’t hier dagelijks, dagelijks …Annie.Hope—wat scheelt je?Hope.…’n Beetje downheid—’n tikje moeiheid—Vannacht ben ’k ’r ’n paar maal uit gemoeten—en die operatie aan dat lichaampje vanmorgen, heeft me …(moeilijk)… Voor jou heb ’k geen geheimen, Ans—bij jou heb ’k me zoo thuis gevoeld, na ’t werk in ’t Gesticht—ik ben ’r je zoo dankbaar voor … Toen dat meisje onder de pijn lachte, lachte om ons te overtuigen dat we ’r geen zeer hadden gedaan—toen had ze denzelfden trek om den mond van—van zeker iemand …Annie.…Van …Hope …Geen naam uitspreken. Denk aan de afspraak!(wrevelig)… Wat ’n mensch met karakter ben ik, hè? Als ’k ’r zoo iets uitflap, krijg ’k ’n gevoel van afkeer voor mezelf …(quasi-onverschillig)… Waar hadden we ’t over?… Over Ninette. Over den band, denheiligenband, zou dominee zeggen … Zondag heeft-ie ’r ’n boom over opgezet—over z’n „heiligen band”—dat de menschen uit ’t dorp met d’r oogleden knipperden … Alleen ìk niet … Ik weet te veel … Ons Gesticht is ’n te vinnige illustratie op de heiligheid.… Kinderen, kinderen, denk ’k zoo dikwijls, als ze d’r goddelijke spelletjes onder[222]ons toezicht aan ’t strand spelen: jullie beseft je zegening niet, dat je in ’n bandeloos Gesticht opgroeit, langzaam mensch wordt, zonder de wrok van ’n thuis, als de kleine Ninette, zonder ’t stil gehuil van je moeder, zonder de drift om ’n kleinigheid van je vader.…. Als ze in ’t zand om me heen stoeien, me gierend van ’t lachen begraven, me met z’n tien, twintig, dertig waarachtige broertjes en zusjes bestormen, krijg ’k soms de tranen in m’n oogen—voel ’k me in ’t prachtigst gezin van de wereld—’t gezin zooals ik ’t me verbeeld, dat ’t na eeuwen overal, overal zijn zal—elk kind door z’n geboorte ’t kind van ieder—van ieder—vaders bijzaak.(een stilte)’k Ben blij dat de „mijne” me tot die gedachten gebracht heeft.… dat ik ’r geen heb.…Annie(glimlachend)… Hope, Hope—hoe kun je dat alles zoo akelig resoluut—haast zoo onvrouwelijk zeggen—terwijl Tilleke achter die deur slaapt.…Hope …Onvrouwelijk?… Ik met m’n zestig kinderen!…(scherp)… Niet ieder kan …(zich inhoudend)… Neem me niet kwalijk, Ans … Ik ben vandaag geen opwekkend gezelschap …(luchtig)… Hou jij je aan den allerheiligsten band … van ’t geluk …(staat op, gaat naar den erker. De meid brengt het thee-gerei. Annie schenkt het water. Van dichtbij, benee, klinkt kindergejoel. Hope opent het venster, zwaait met den arm …)Dag jongens! Dag! Dag Fritsje! Wil jij me vandaag niet zien?(kinderstem: „Dag moeder!)… Dag Suus! Dag Suus!(Kinderstem: „Dag moeder!”)… Dag Henk! Heb je erge pijn, dat je zoo hinkt,[223]kind?…(Kinderstem: „Nee, moeder! Dag moeder!”).… Foei, Foei, wat laten Toos en Marie de kinderen hollen! Daar valt ’r al een …(de handen als ’n roeper voor den mond)… Toos! Toos! Niet zoo dicht bij de sluizen! Hoor je?(Vrouwestem: „Joe-oe-oe!”)Meer bij de duinen!(Vrouwestem: „Joe-oe-oe!”).Annie.Drink nu je thee—’t zal wel marcheeren!Hope.(naar de tafel).Zeldzaam zorgeloos die betaalde verpleegsters! En die sluizen, zoo dicht bij ’t Gesticht, hinderen me elken dag … Herinner jij je nog dien schippersjongen verleden jaar … Hoe-ie door de zuiging.…Annie …Natuurlijk … Nee geen détails … Afschuwelijk!Hope.Goed.(zit neer)… Van dat Fritsje hou ’k dol-veel. Dat is ’n schat van ’n bengel—’n dot—altijd ernstig—en ’n mondje! Als ’k voorbij z’n bed ga, móét ’k ’m pakken—en in z’n slaap slaat-ie nog z’n armen om m’n hals.Annie.Is dat dat grappige broekmannetje, dat de eerste dagen om ’t geringste vlóékte?Hope.Hahaha! Ja: obberdorie, obberdomme—goed zeggen kan-ie ’t niet! De zusters maakten ’m in ’t begin telkens boos, om dat gebrabbel te hooren—en omdat ik toen z’n partij trok, zijn we de beste maatjes geworden. Smakelijk kopje, Ans. Gelukkig dat ’t ventje hiér is gekomen. Als je ’m vroeg, babbelde-ie: me moeder zit in de hemel en me vader[224]is ’n obberdommesche dief. Van z’ngrootvadergeleerd. Fijngevoelig als-ie is! Moeder, zei-ie nog geen uur gelejen tegen me: ik hou van jou zooveel, zooveel, ik hou van jouduizend. Aardig, hè? Aardig als iemand duizend, duizend van je houdt.…[Inhoud]Vijfde Tooneel.De vorigen, Dolf.Dolf.(in wit badkostuum met witte pet)… Hm!Annie.(tegelijk met Hope verschrikt opstaand)Meneer, is dat ’n manier!Dolf.Dames!… Mevrouw Linden … Juffrouw … De buitendeur stond aan … en … Laat ik u niet derangeeren … Gaat u zitten …Annie.…We hadden u niet gehoord. Hoe komt u zoo uit de lucht vallen? Weet Jan dat u …Dolf.Onwaarschijnlijk …(tot Hope)… Ik verjaag u hopelijk niet, juffrouw?Hope.Volstrekt niet, meneer—ik heb te werken …Annie.…En je zei dat je …Hope.…Jawel. Maar niet te lang. Dag Ans. Dag meneer.(Hope af).[Inhoud]Zesde Tooneel.Annie, Dolf.Dolf.Ja, ja. Vogelverschrikker. Mag ik zoo vrij zijn?[225]Annie.Zóó vrij, ja.Dolf.(neerzittend).Om te beginnen gefeliciteerd, mevrouw, voor de tweede maal—nu mondeling met jullie jongen …Annie.(lachend)… Meisje.Dolf …Meisje?… Heeft Jan zich zoo vergist?Annie.(lachend)… Of Jàn zich vergist heeft?…Dolf.…Dan ik—dan ik … Waar laat ’k die buiten-modelsche pet?… Excuseer dat ’k ’r mee binnen gekomen ben … Geef u geen moeite …(scheert haar in een hoek)… Da’s minder comme-il-faut dan makkelijk … Aardig huis hier. Suite èn suite—vijftien meter—heb ’k dat goed onthouden? Hahaha!Annie.Uitstekend. Maar ’t is wel ’n tijd geleden, dat u in die vijftien meter was … En bedrieg ’k me—of droeg u vroeger géen lorgnet?Dolf.Nee u heeft ’t correct onthouden.… Dag Jan! Dag ouwe kerel! Ja, ik ben ’t.…[Inhoud]Zevende Tooneel.De vorigen, Dr. Linden.Dokter.Dolf, jij?… Wat heb je voor zonderlinge ingeving, om hiér te verzeilen?Dolf.Merci voor de buitengewoon-hartelijke begroeting, hahaha! Ik kom voor záken, na ’n lange reis als commis-voyageur door ’t noorden en ’t zuiden …[226]Dokter …Bril jij?Dolf.Lei ’k juist aan je vrouw uit!—Daar heb ’k de sensatie wéér, mevrouw, de óúwe, zóo als ik u zie, van dien fameuzen eersten steen van de Stichting, met den dominee-met-’t-wratje … Ja ik bril, Jantje, kerel, kind! Kreeg ’k ineens, zonder waarschuwing, in ’n Belgisch nest.’tLas m’n krantje—en rutsch al de Reuter-telegrammen aan ’t zwemmen—collegaatje van je opgezocht—lorgnetje en niemendal gebeurd—de letters zwemmen niet meer, maar bij ’t zwemmen zelf—moet ’k oppassen geen botsing te krijgen—Voor de bain-mixtes deug ’k niet meer, hahaha! Kerel van harte met je dochter!… Maar aan me geschreven heeft-ie ’n zoon, mevrouw! Hindert jou wat?Dokter.Nou—iets hindert me. We hebben zooeven je neef Charles.…Dolf …Is Charltje hier?Dokter.Jawel. Met z’n vrouw. En ’t kindje is bij ons op de ziekenzaal.…Dolf.(plots ernstig)… Is Ninette.…Dokter.Opgegeven.Dolf.Dat meen je niet. Is de kleine Ninette … Wat scheelt ’r? Wat heeft ze?Dokter …Hopeloos. Móést ’r opereeren—hij wou Deen in consult, en ’t eenige wat Deen kòn verklaren, was dat m’n chirurgisch ingrijpen ùitstel van[227]executie geweest—hij zou ’t zèlfde gedaan hebben.… Dolf, beste kerel, toen we met z’n tweeën in de wachtkamer kwamen—om ’m voorzichtig voor te bereiden—op de quaestie van ùren nog—toen liet-ie ons niet eens aan ’t woord komen, toen begon-ie zoo miserabel te snikken, zoo ineens oud en hoe zal ’k ’t zeggen, dat we ’r zelf door kapot werden.…Annie.(nerveus)… Jan, ik kan zulke dingen niet hooren.…Dokter …En je verweet me dat ’k je buiten alles hou!…Dolf.Waar logeert-ie?Dokter.In Royal.… Je ben toch niet van plan ’m dadelijk op te zoeken?Dolf.Dat ben ’k zeker.Dokter …Doe ’t niet—niet nù … Die twee vijanden-van-mekaar hebben op ’t oogenblik nièmand noodig.Dolf …Au fond spijt ’t me, dat ’k met ’m overhoop lig … Zou ’k vanavond?Dokter …Morgen—morgen … Ninette kan ’t nog ’n veertien dagen halen, naar menschelijke berekening—nee, vandaag ontraad ik ’t stellig.… Had jij ’n verschil met ’m?Dolf …We zijn met advocaten bezig geweest—na mama’s dood—over ’t legaat voor de Stichting—diezelfde stichting waar nu z’n eigen kind.… Beroerd! Meer dan beroerd![228]Dokter …Jullie hebt toch sámen je toestemming gegeven—wat hebben dan advocaten.…Dolf …Nee nièt samen. Hij weigerde niet alleen, maar liet door z’n rechtsgeleerde dingen over mama’s geestestoestand schrijven, die ik ergerlijk—schwamm—streep door ’t gebeurde.…Dokter …En de Stichting hééft ’t legaat. Dan heb jij ’t heelemaal voor jouw rekening genomen? En dat hooren we toevallig!Dolf …Je had ’t nìet behoeven te hooren—en we praten ’r geen woord meer over—geen woord niet waar mevrouw?—geen woord, Jan?—Die tengere, intelligente Ninette … En toch.. En toch..(down)… ’k zou met Charles willen over steken … Beter de plek van ’t grafje, dan.…Dokter.(gebluft)… Dolf—zou jij ’ns wakker worden!… Ben jij ’t die daar.…Dolf.(valsch-vroolijk)… Ja!… Kun je zoo hebben. Beetje wormstekig—dagje ouder … ’n Mensch is ’n zonderling apparaatje … Wie vroeg en te vroeg lacht—jij de rest, Jantje!… ’k Begin aanleg voor hypogro … hypo … hahaha! ’k Ben blij, da’k mezelf weer ’ns hoor lachen!(opstaand)Jullie wonen hier machtig gezellig in je vijftien meter …(door het erker-venster kijkend)Ah! Goed weer in aantocht. De bommen en garnalenschuiten zeilen uit …Dokter.Hij heeft gelijk. Als die ’t ’r op wagen, krijgen we mogelijk zon …[229]Dolf.Wat is dat spektakel benee?Dokter.Van de sluizen. Nou spuien ze ’t water van ’t kanaal in zee—Ja, dat gaat met ’n vaartje. En dat mag zoolang ’r nog niet gebaad wordt …(weerklinkt kindergezang)… Onze kinderen … Je blijft eten, Dolf?Annie …Jan—Dokter …Wat Jan?…Annie.We hebben één ongelukkig boutje.… En Hope zou ook.…Dokter.Dan telefoneer ’k naar ’t dorp …Dolf.Nee Jantje—’k geloof niet dat ik.… De volgende week kom ’k mogelijk ’n paar weken.…Dokter …Jawel!… Bekend!… Vlieg ’r niet op in … Jij komt hier voor záken, zei je.… Met ’n leege maag lukken geen zaken … Ik ga telefoneeren.… Eclipseer niet, Dolf—dan krijgen we beestig mot samen!(af).[Inhoud]Achtste Tooneel.Annie, Dolf.Annie.Mag ik terwijl ’n kopje thee?… We afternoonen af en toe … Ja, dat is ’t portret van mevrouw.Dolf.(handen op den rug onbeweeglijk)… Ja.[230]Annie.In de récréatiezaal staat ’r buste.Dolf.(onbewegelijk)Zoo—’r buste …Annie.(schenkend)… En snoezig-attent, meneer, hoe de oudste meisjes op ’r geboortedag—die is ’r in gebeiteld—zonder dat iemand ’t wist, ’n trophee van groen en bloemen … Melk en suiker?..(hij luistert niet)… Ik vraag of u melk en suiker …Dolf.(zich driftig omdraaiend)… U moet me ’n dienst bewijzen, mevrouw.Annie.Ik?Dolf.Ik wil ’n onderhoud met Hope.Annie.Wat kan ìk …Dolf.U is ’r vriendin—en ’k overdrijf niet—’r vertrouwde geworden.…Annie …Ze is tè zelfstandig, om zich door iemand..Dolf.Door u wel.(nerveus-snel)… Ik moet ’r—wil ’r … Als ik ’r aanklamp, ontloopt ze me, als toen ’k daar binnen kwam … Als ’k schrijf, antwoordt ze niet … Ik ben niet meer die ik ben, daar geef ik m’n woord op … Ik heb over ’n boel … Dat wil ’k ’t persoonlijk … Daarvoor heb ’k de reis gemaakt … Dat zijn mijn záken.… Straks met ’r aan een tafel zitten, doe ’k nièt, of.…Annie.(schellend)… Goed. Gaat u een seconde daar.(wijst naar rechtersuite)… ’t Meisje mag u niet zien. Maar: laten we mekaar goed begrijpen, meneer[231]Van Walden—ìk blijf ’r buiten—en tegenover m’n bèste vriendin, gebruik ik geen omwegen …Dolf …U kunt …Annie …Weg! Weg! Weg!(Dolf af—dienstmeisje)Loop jij even naar de overzij, Kaatje, kind, en vraag zuster Hope of ze bij me wil komen—zeg ’r dat ik alléén ben.(Dienstmeisje af—zij wenkt Dolf)… Dat is de eenige onwaarheid. Meer jok ’k niet.…Dolf …Dank u voorloopig.Kan ’t hier?Annie.Hier of hiernaast—àls ze wil …Dolf.Dank u.Annie.(terwijl hij gejaagd op en neer loopt)’k Zou m’n thee niet koud laten worden, meneer—we hebben nog wel ’n paar minuten.Dolf.(zonder te luisteren, onrustig van den eenen stoel naar den anderen verhuizend)Maanden en maanden, mevrouw, ben ’k ’n soort Ahasverus geweest—iemand met ’n tic—een die zichzelf ’n zonderling vond, ja, ja …(verzit)… Soms heb ’k getwijfeld of ’k hier recht snik was, of ’n leventje van … van … plezier—zich begon te wreken, zooals de brave, beste menschen, die karnemelk inplaats van bloed hebben, mekaar wijsmaken …(loopt nerveus heen en weer, zit over haar)… Ze kunnen je door altijd door op ’t zelfde te hameren, altijd door aan te houden de suggestie opdringen, dat je, dat je.… hè! hè!… dat je ’n, ’n schaduw naast je eigen[232]schaduw ziet loopen … Als ’k verward praat, mevrouw, best mensch.…Annie …Zou u dat mevrouw nou niet ’ns eindelijk laten schieten?… Ik heet Annie.Dolf …Mag dat?Annie …Graag.Dolf …Zegt u—zeg jij dan ook Dolf?Annie …Als u—als jij ’r niets tegen heb: natuurlijk.…Dolf …Ik heb ’n boel beroerdheid gehad, Annie—wat doet ’t me ’n goed, dat ’k ’ns vertrouwelijk babbelen mag!—’n boel waarmee ’k in m’n eentje moest uitvechten—met m’n eenen ik, die m’n anderen ik uitlachte, voor de mal hield—met m’n eenen ik, die tegen m’n anderen ik zei: „je ben ’n zot, ’n kwast, ’n idioot”—met m’n eenen ik, die m’n anderen naar de tingeltangels dreef, naar vrinden, naar vrouwen—met m’n eenen ik, die spotte, vloekte, met geld smeet—me whiskey en soda liet drinken, als de andere te sentimenteel, te zwak, te willoos dee.… Van de eene hotelkamer ben ’k naar de andere getrokken, bediend, naar de oogen gekeken—grocjes slikkend, om te slapen, te slapen … Wakker liggen is ’t gemeenste, ’t vuilste dat je overkomen kan … Dat met m’n bril waarover ’k daarnet grapjes uithaalde—’k voel me zoo ouwerwetsch gezond als ’k ’t kàn, kàn—was niet ’t gevolg van minder-goede oogen—je kunt ’t ook door slappe zenuwtjes krijgen.[233]… ’r Komt ’n leeftijd bij ’n man, dat-ie z’n draai zoekt, dat-ie z’n stuur onvast hanteert.…Annie.(opstaand)… Stil even—’k geloof … Ja.… Ga nog een oogenblik(wijst de rechtsche suite. Hij verlaat de kamer. Tot Hope, die eerst rondkijkt).Ik ben alleen.[Inhoud]Negende Tooneel.Hope, Annie, Dokter.Hope …Is-ie vort?Annie.Daar.Hope.Waarom laat je me dan—je weet toch …Annie.Omdat …(Hope gebaart naar de deur).… Hope! Hope!… Als ’k je vriendin ben, je oprechtste, eerlijkste vriendin, die je beweert te vertrouwen—is dat dan de brééde manier?… Ik verras je niet, niet met trucs, niet met kleine listen—ik wou enkel ’n beroep op je verstand, op je vérstánd, doen, Hope—waar je hart.…Hope …Zachtjes—hij kan je hooren …Annie …Ik zeg je een ding, zonder verdere argumenten, zonder tusschenkomst die misplaatst is: je kunt tè hardnekkig in één gedachtengang doorhollen—je kunt gelijk hebben en toch dwaas doen.… Ik laat je alleen—nee, je gaat nièt gelijk met me de deur uit!—je blijft tien, tien, tien tellen, om ’n beslissing te nemen …(tot Dr. Linden, die binnen[234]wil komen).… Nee, Jan—je moet nog in ’t dorp voor ’t diner bestellen … Nee, niet binnen!…Dokter.Waar is Dolf?Annie.Dolf—Dolf wandelt ’n moment aan ’t strand om ’n luchtje te scheppen … Ik wou wat tafelbloemen laten komen en wat … Man, kijk niet zoo achterdochtig!.… Onder de tafel zit-ie niet …(tot Hope)… Als je dènkt, erg stevig dènkt, lieve meid, dènk dan zachtjes—vooral zachtjes—in diè kamer slaapt Tilleke, ’t eene kind—(fluisterend)… in de andere wacht ’t gróóte …(zich onderbrekend, tot Jan)… Wat luister je?Dokter …Ik luister niet—ik zie ’n rare witte pet …Annie …Hij is in z’n bloote hoofd.… Blaas je ’t lichtje onder de thee uit, Hope … En zàchtjes voor Til?…(neemt Jan onder de arm—af).[Inhoud]Tiende Tooneel.Dolf, Hope.Hope.(staat besluiteloos—hij opent haastig de deur)… U wou me …Dolf …Spreken …Hope …Veel tijd heb ’k …Dolf.…Niet—dat wist ’k. Willen we ’r bij gaan zitten?(een stilte)… ’k Zal beginnen—met te doen wat mevrouw—wat Annie u verzocht.[235](buigt naar de tafel, blaast het lichtje uit)… Zoo.Hope …Dus u luisterde?…Dolf.Natuurlijk.—Als u geweigerd had, zou ik u nagewandeld zijn—(zwak-glimlachend).… desnoods ’n scène op straat of in ’t Gesticht gemaakt hebben.…Hope …Zou u niet liever dadelijk zeggen.…Dolf.(met den ouwen glimlach).… Niet zoo hard—we zouen aan ’t kind …(een drukkende stilte. Hij neemt de pop in de handen, laat die een paar maal schommelen, legt haar weer op tafel. Buiten drie verwijderde stooten van een stoomboot. Hij herneemt houdingloos het gesprek)… Is dat ’n stoomboot?… Ja, dat is ’n boot—’k vraag naar den bekenden weg … ’n locomotief op de golfjes kan ’t moeilijk zijn …(een stilte—driftig staat hij op, loopt tot het venster, kijkt naar buiten, keert terug, zet zich opnieuw over haar)… Als ìk m’n mond hou—heeft u—heb jij—ik kan tegen jóú geen ú zeggen!—heb jij me dan niks …?… In geen zes maanden hebben we elkander.…Hope.(koel)… Bij mij—bij mij is nièts veranderd..Dolf …Bij mij zooveel te meer. Interesseert ’t je niet te hooren wat ’k al dien tijd uitgehaald heb?Hope.Nee meneer.Dolf.(ingehouden)… Hope, ’t is meer gebeurd, dat mannen, ziek door ’t verlangen naar ’n vrouw, ’n krankzinnige daad … Waarom drijf jij me tot.…[236]Hope …(opstaand)… Doen we niet beter, meneer … Als u me voor dàt heeft laten roepen …Dolf.(opstaand—heftig)… Je zàl hìèr blijven—je zàl luisteren!Hope.(uit de hoogte)… Dat zal ’k stellig niet—ik heb niet één reden …(stap naar de deur).Dolf.(hartstochtelijk)… Ik wil dat je.…Hope …’t Kind.…Dolf …Je heb gelijk. ’k Span ’t paard achter den wagen—(met moeilijken glimlach)… Je moet, al lijkt jóú dat ongeloofelijk, omdat je me tóén m’n gezòndheid, m’n gezòndheid, m’n stevigheid verweet—je moet wat consideratie met me gebruiken, m’n drift door de vingers zien—Ik ben, dat heb ’k je vriendin al gezegd, niet meer die ik ben.…Hope …Begrijp u niet.…Dolf …Vind me om af te ranselen, zoo weinig als ’k ’t zelf snap. Zouen we niet nog even kunnen zitten?… M’n prikkelbaarheid, m’n opvliegendheid, zal ’k geen tweede keer …(zij zit neer)… Je moet je wel verbazen, niet waar, dat ik ’t flirten, ’t hofmaken, ’t inpalmen van ’n vrouw al zoo verleerd schijn, dat ’k met ’n zotte onstuimigheid jóú, net jóú, probeer te overtuigen.… Hope, ik zit op ’t oogenblik zònder „supérieuren glimlach”—en àls-ie nog even terugkomt, moet je denken dat ’n vos wel z’n haar—niet z’n …(ongeduldig)… Ik bazel!…[237]’k Zou …(een stilte)… Ik ben aan ’t zoeken geweest …Hope.(verwonderd)… Aan ’t zoeken?Dolf …Naar—naar die vroegere liaison—wat ’k mama beloofde.Hope.Zelf? Heeft je „detective”…?Dolf …Ik heb ’t persoonlijk, persoonlijk—zonder hulp—gedaan. Heb je daarvoor geduld?Hope.Als ’k ’r u ’n genoegen.…Dolf.…Na je diepe, barre verontwaardiging, dien dag, ben ’k eerst woest op je geweest, heb ’n paar weken op de lamste manier tot laat in den nacht gefuifd—je krijgt alles, alles te hooren!—om me te „wreken”.… En als ’k katterig thuis kwam, liep ’k met de meest onzinnige gedachten, hoe ’k jou je caprices—je hoeft ’r niet op te antwoorden—’t antwoord geef ’k zelf!—hoe ik jou je caprices betaald zou zetten.… ’k Wou met Snip—pardon: Madame Lebeau trouwen—stel je voor, hahaha!—’t zou ’n pan zijn geworden, hahaha!—Madame Lebeau op denBurgerlijkenStand—om burgemeester Háán kippetjesvel te bezorgen—Hope krabbel niet achteruit in je stoel—ik kan me niet héélemaal…niet heelemaal in ’n andere huid steken—en omdat je daar even vriendelijk keek, kwam de ouwe natuur … Exit … Nou zal ’k elk woord beloeren … èlk … Mag ’k ’n slokje nemen? ’k Heb dorst.[238]Hope.Ga uw gang …Dolf …Zoo. Nou heb jij ’t in je hand me bij slappe, kouwe thee te hóúden …Hope …Zou u … Jan en Annie kunnen … en ik …Dolf …Ik wou ’t je betaald zetten, ’t je inpeperen—en toen—en toen, in ’n week dat ’k m’n kamer voor ’n zware verkoudheid moest bewonen, waarlijkbewonen, zat ’k weer in de belabberdste, beroerdste stemmingen, de historie wikkend, wegend … Ze háát je, redeneerde ’k: larie—ze haat jou, zooals jij ’r zèlf háát.….Hope …Ik heb nog niets van uw gezóék gehoord..Dolf …Komt! Komt!… Je moet niet op de vervolgen van ’n feuilleton vooruit loopen …Hope …Telkens, telkens weer heeft u dien toon.…Dolf.(geprikkeld)… Dien heb ’k, heb ’k!—Laat me ’m warm houen zoolang ’k nog kan—Je heb geen begrip, geen flauw begrip, niet de minste voorstelling, hoe ’k door jou en mama uit m’n toon, m’n toon, m’n toon geraakt ben!… Je heb nog niets van m’n gezóék gehoord—m’n hopeloos … Nou komt ’t!… Ze zal buigen, buigen, nam ’k me voor … Ik heb geen andere schuld dan honderden, duizenden … ’k Heb niet beloofd te trouwen, daar niet aan gedacht—zou ’r om geschaterd hebben—zoo goed als Kreeftje zelf.—Ze heeft zich aangeboden—was met soupertjes en ’n Haagsch schouwburgje meer dan tevreden—was me niet trouw—scharrelde met[239]anderen als ik met vacantie naar huis was … Die gril, die kuur, die bezetenheid van Hope—excuseer, dat was m’n beschouwing uit die dagen van ongesteldheid en slapte—die nonsens die ze duizend tegen een mama ingepraat heeft …Hope …Pardon …Dolf …Je hoeft niets te beweren—je heb gelijk—ik vertel je m’n gewroet van tóén!—die gril krijg ’k ’r alleen uit, door te bewijzen, door ’r met de stukken in de hand te overtuigen—en dan kom ’k nog compleeter de belofte aan mama na—’n belofte die ieder gedaan zou hebben—ieder in dat geval …(een stilte. Hij neemt de pop van tafel speelt er mee, terwijl hij onrustig voortpraat).Zoo, Hope, ben ’k begonnen—zoo ben ’k niet geëindigd. Wat ’n spelletje leek, ’n pogen jou „klein” te krijgen—wat de eerste dagen ’n onderhoudend inspannen van de hersens werd—draaide op ’n maniakaal willen, ’n parforce-jacht, ’n openscheuren van—van alles, neer … De familie van dien marinier, met wien ’k—dat weet je—héb ’k uitgevonden—Z’n getrouwde zusters—z’n broers—over ’t heele land verspreid—hadden moeite niet te lachen bij m’n vragen over Kreeftje—met ’t rooie haar uit den handschoenenwinkel—De posterijen heb ’k nagerejen voor ’t recu van denaangeteekendenbrief van papa—met de honderd gulden—op de minste klank ben ’k afgegaan—in Holland—België—De registers van de—van de bordeelen, wáar óok, in grootere en kleinere plaatsen, heb ’k … Verdwenen … Verdwenen … De vrouw[240]met ’t kind, ’t kind waarvan die brief zoo zeker, zoo wanhopig-zeker, zoo pijndoend-zeker sprak.…Hope …Pijndoend—pijndoend—Zegt ù pijndoend?Dolf …Dat verbaast je—daar kijk je me bij aan.. Merk je dan niet, hoe de gedachte van mama en jou ’n obsessie …(bitter)… hoe ’k langzaam, als ’n slak zoo langzaam ben gaan voelen, dat àls dat kind nog leeft—en ’t kan leven—’t kan, kan!—dat dat meisje dan op ’t uur dat we hier met elkaar praten, zoo verloren is—als—als …(start voor zich uit)… Ja. Ja … Eens heeft Snip me in ’n hotel van vijfhonderd kamers gezocht, en ontmoette me niet, omdat ze enkel m’n voornaam wist. Dat was ’n puzzle, ’n goeie mop … Als je ’n brief ergens opgeborgen heb, zeker opgeborgen—en je vindt ’m niet, dan zoek je nijdig en zenuwachtig tot-ie na dagen en dagen vloeken vlak voor de hand ligt—zooals dien middag tusschen de sigaren … Maar dat levende menschen, levende, ’n vrouw en ’n meisje van achttien verdwijnen, zooals ’n steen ’t achter ons in ’t water, zou doen—en dat je ’r telkens over piekert, zonder resultaat da’s … da’s …(laat de pop vallen)… Jij heb toen gesproken van ’n radelooze zéé-van-menschen—dat was juist—de zee spoelt weg, spoelt niet terug …(verschrikt opkijkend)… Hope, huil je?… Waarom huil jìj, Hope?Hope…Omdat—omdat … Dat kan ’k nu niet zeggen.… Omdat … Willen we niet verder.…Dolf …Niet verder?[241]Hope.Nù niet … Je heb me verbazend … verrast—ik dacht niet aan de mogelijkheid—dat jij—dat ù..Dolf …Toe hou je an dat jij … Na de wandeling met de boschviooltjes, die je droogde—nee, nièt droogde!—heb je nog maar één keer je u’s vergeten—dien middag bij mij thuis …(haar z’n hand toestekend)… Weiger je nòg, Hope?Hope …Geef me den tijd, om—om te overleggen—je heb me zoo overrompeld …Dolf …Om te overleggen … Moet je bij dàt overleggen … je verstand „raadplegen”?.…Hope …Je heb beloofd niet meer op te vliegen—Dolf!(legt haar hand over tafel op de zijne)… Eens—laat me dat zeggen, zonder de intentie bijna vergeten dingen levend te maken—eens trapte je m’n groote, vreeselijk-groote genegenheid—door je ruwe overval in m’n slaapkamer—dood—toen, in den nacht dat we samen bij ’t sterfbed van je mama, in die hotelkamer waakten, had ’k ’n nièuwe vurige hoop—en we gingen voor de tweede maal van mekaar. Hij houdt z’n belofte aan mevrouw niet, dacht ’k—hij bréékt ’r niet: hij spot over alles heen—’t wordt geen dáád—geen dáád …—toen heb ik me iets heiligs, plechtigs voorgenomen: jou onder géén, géén omstandigheden te trouwen—mezelf aan de kinderen hier te geven … Stuif niet op Dolf … Ineens die belofte vergeten, zònder overgang voor de dèrde maal ’n heerlijk vertrouwen in—in jóú vastgrijpen—dat durf ’k nog niet aan.[242]We zitten, door ’n wonder, door ’n wònder, beter, oprechter tegenover elkander, als we ’t ooit, ooit.… Nee doe nu niet brusk, niet meer zoo hartstochtelijk als vroeger … Van af de jaren dat ik als kind, zonder ouders—gedacht, maar vooral gewrokt en gehaat heb—heb ’k verlangd, niet te zeggen hoe innig verlangd … ’n eigen kind in achting voor mezelf—en m’n man groot te brengen … Dwing me op ’t oogenblik niets met je oogen af—ik zeg niet nee—niet ja—ik vraag uitstel.…Dolf.(geprikkeld)… Uitstel?… Nog eens uitstel …Hope …Ik ben bang dat wij—u en ik—(haastig)jij en ik.…Dolf.…Dat wij wat?…Hope.(moeilijk)… Dat we bij mekaar niet meer dat—dat geluk zullen vinden.Dolf.(hartstochtelijk)… Onwaar!… Onwaar!… Jij voelt dat zelf anders …Hope …Misschien, misschien hèb je gelijk—laat me overleggen!—We hebben mekaar in zoo’n tijd niet gezien—in geen maanden en maanden—Als jij veranderd ben, ben ik ’t mogelijk ook.…Dolf …Met andere woorden: voor de derde maal de bons?… Verlang je nog meer, nòg meer van me!Hope …Nee … Maar je moet ’t me met mezelf laten uitvechten.… We zijn allebei ’n dagje ouder geworden.…(met moeite).… En ’k had ’t me al zoo[243]afgeleerd aan jou te denken—in de bezigheden van elken dag hier.…Dolf …Dus …Hope …Stil!… ’t Lijkt me …(gejoel en geroep buiten).… Daar is iets.…(gaat snel op het erkervenster toe).… Allemachtigste God!Dolf.(naast haar)… Is ’r ’n ongeluk gebeurd?Hope.(tot ’n man buiten)… Is een van de kinderen? Hoor je niet!.… Is een van de kinderen?…(Stem buiten: „Een van de jongens, zuster!”).Hope.Groote God—een van de kinderen in de sluis terwijl ’k ze zoo gewaarschuwd heb!… Groote God—met de sluisdeuren open, als toen, als toen.…(wijkt angstig van het raam).Dolf …Steekt dan niemand van die lummels ’n poot uit!.…Hope.(als in versteening)… Is niet te redden—is niet te redden—met die strooming naar zee …Dolf.(driftig en glimlachend)… Dat zullen we zien!Hope.(wakkerschrikkend)… Blijf hier! Blijf hier! Is één leven niet genoeg!Dolf.(met star-lichtende oogen)… Als ’k jou dàt kind in je armen terugbreng—overleg jij dan nog?Hope.(heftig)Dolf, Dolf—bega geen krankzinnigheid!… Als, als ’t te redden was, zouen die daar, de visschers en schippers …[244]Dolf …Ik zie ’t nog drijven—zie ’t—zie ’t! Bij m’n andere dollemans-jacht, zag’k niets, niets!.…(naar de deur).Jij wou ’n daad, ’n daad …! Je zult je daad hebben.…Hope.(heftig)… Dolf, ik smeek je, smeek je—doe ’t niet.…Dolf …Al zou je nou op je knieën—al zou je God en de engelen zelf.…(af).Hope …Dolf, Dolf.…[Inhoud]Elfde Tooneel.Hope, Dokter.Dokter …Wat is ’r?… Waar holt-ie heen?Hope …Hou ’m terug, Jan. Hou ’m terug! Een van de kinderen is in de sluis gevallen, drijft naar zee … Vraag niet verder … Hou ’m terug!… Ik, ik, ik jaag ’m den dood in …(Dokter af).[Inhoud]Twaalfde Tooneel.Annie, Hope.Annie.(snel door rechtersuite)… Hope! Hope!… Weet je ’t?… Weet je dat Fritsje.…Hope …(hartstochtelijk)… Fritsje?… Fritsje!… De ellendelingen!(zakt op ’n stoel).Annie …Toen Toos omkeek wou-ie … Wat doe je?Hope.(wild op het erkervenster toestortend, kijkt,[245]geeft ’n gil).O!… O!… Dat Jan ’m niet tegengehouden heeft!… Dolf!… Dolf!…(zit bewusteloos-starend neer).Annie.(door het venster verschrikt kijkend).Moeder Maria … Moeder Maria …Hope …Mijn schuld … Mijn schuld …Annie …Ze brengen ’n boot uit … Laten we …Hope …Ik kan niet.…Annie …We zijn ’r in tien tellen.…Hope …Ik kan niet.…Annie …Dan ga ik …Hope …(zacht smeekend)… Hier blijven … Hier blijven … Ik ben zoo bang—durf niet naar buiten kijken.… O lieve God in de hemelen, God in de hemelen, God in de hemelen!… Ik hou zoo waanzinnig, zoo waanzinnig-veel van ’m.… O lieve God in de hemelen, maak me niet gek, niet gek!…Annie …(angstig)… Is-ie hier vandaan—hier uit de kamer.…?Hope …Ik weet ’t niet, weet niets, niets!…(de armen om Annie heen slaand).Kijk niet! Kijk niet!… Bij ’t leven van je Tilleke kijk niet!… Ik heb ’m vermoord … Als ’k m’n mond op zijn mond gedrukt had, zoo als ’k ’t wóú, zooals ’k ’t ieder uur van den nacht, ieder uur van den dag droomde, droomde, droomde, zou-ie me niet voor altijd alleen hebben[246]gelaten, voor ’n kind dat hèm niet angaat, mìj niet angaat, nièmand angaat.…Annie.…Hope, in Godsnaam, kom tot jezelf!.… Misschien heeft de boot ’m.…(wil naar ’t raam).Hope.(hartstochtelijk het koord van het gordijn stuktrekkend, zoo dat het voor het venster neerflapt).…… Niet kijken.… Niet kijken.… Ik zie ’m nooit meer terug!…(zakt met het hoofd in de armen op de tafel).Annie …Hope!…Hope …(buigt angstig-aarzelend ’t gevallen gordijn ’n weinig om, staart door den kier, gaat diep-ontzet op den anderen erkerstoel zitten).Hope.(die de laatste bewegingen opgelet heeft, richt zich op).… Kijk je niet meer?(een stilte).Blijf je zitten?…(een stilte)… Zeg je nièts.…?[Inhoud]Dertiende Tooneel.De vorigen, Dokter.Dokter.(dompt verslagen op den stoel bij de deur.…)Da’s vreeselijk, vreeselijk.…Hope.(ziet hem aan, barst los)… Mijn schuld! Mijn schuld!… Ik heb ’m tot ’t laatst voorgelogen.… En om dat kind, datvreemdekind, heeft-ie mìj, mìj …(zakt ineen. Annie en Jan schieten toe).EINDE.Berlijn/Scheveningen, December ’07.[247]1Dit bedrijf werd na de vertooning een weinig geretoucheerd.↑
[Inhoud]DERDE BEDRIJF.1(De huiskamer bij Dr. Linden—eenvoudig effen behang—een enkele gravure—rustige meubelen. Het eerste plan, links, vormt een glazen erker, eenigszins verhoogd. Tweede en derde plan dito, suite deuren. Voor den erker een kleine tafel—eris eenovervloed van planten. Rechts in den achterwand toegangsdeur naar marmeren gang. Eerste plan, rechts een buffet. Tweede en derde plan, dito, wederom suite deuren. Bij voorgrond, rechts, een ronde tafel, waaromheen stoelen. Vroegzomer. Zonlooze middag).[Inhoud]Eerste Tooneel.Dr. Linden, Annie.Dokter.(komt door gangdeur geaffaireerd binnen, blijft lachend staan, loopt op de teenen naar de linkersuite, waarvan een deur aanstaat, luistert naar Annie, die het kind in slaap zingt … „’sAvonds als ik slapen ga, loopen me zestien engeltjes na: twee aan mijn hoofdeind, twee aan mijn voeteneind”…—hij zit er lachend bij neer—… „twee aan mijn rechterzij, twee aan mijn linkerzij …”).Dokter …(invallend, terwijl zij zwijgt)… Twee, die mij dekken, twee, die mij wekken.…Annie …Suscht! ’k Heb zoo’n moeite met ’r!(kijkt[216]nog even in de kamer, sluit de suitedeuren)… Hoe kun je ’t over je hart krijgen ’t kind wakker te maken en me zoo te laten schrikken!Dokter.Is dat je goeien middag?(zij omhelst hem).Nu was je toch wéér bezig, wijf, om die hobbelwieg heen en weer te duwen!Annie …Ze was zóo lastig! Wou per se niet gaan slapen.…Dokter …Ja, ja—dat eindigt met ’n fopspeen, als ik ’r ’t oog niet op hou!—Wijf, wijf: hoeveel honderd keer moet je ’t nu nòg hooren: niet opnemen, niet in de handen nemen, als ze huilen!(geeft haar een zoen)… Vannacht, toen je dacht dat ’k sliep, ben je ’r ook uit geweest …(tweede zoen)… Dat duurt tot ’k Til en de wieg ’s nachts op de logeerkamer stop—en de deur op slot.…Annie …Hahaha!(schrikt—beluistert de suitedeur).… Nee, Goddank!… ’k Durf de kamer gewoon niet uit gaan!… Zoo’n bord pap heeft ze—zóó’n bord … Wat zoek je, Jan?Dokter …Waar heb ’k vanmorgen de staten … Waar heb ’k.…?.…Annie …Je brandt je—vlak bij je neus …Dokter …(’n boek van de kleine tafel bij den erker nemend)… Merci.Annie …Zou je niet één seconde gaan zitten? Presseert ’t op ’n halve minuut?[217]Dokter …Op ’n kwart. Consult met Deen.(op z’n horloge kijkend)… Drommels!…(wil heen).Annie …Toe, akeligheid: nog geen kwartier ben je thuis gebleven!… En van ’n consult weet ’k niks! Wor ’k buiten àlles gehouen?Dokter …Consult voor Ninette van Walden …Annie …’t Dochtertje van Charles?…Dokter …Ja, ja—hou me niet langer op, wijf!… Is vanmorgen vroeg geopereerd …(tot Hope, die de gangdeur doorkomt)… Vertel jij ’t resteerende, Hope, hè?… Dag wijf!… En van de wieg afblijven!(af).[Inhoud]Tweede Tooneel.Annie, Hope.Hope.Wat bedoelt Jan?Annie.Is ’r consult voor ’t meisje van Van Walden …?…(een pop uit Hope’s hand aannemend).Nee maar Hope-lief, wat ben je ’n engel! Och, wat bederf je m’n snoetje!Hope …Die kun je aan ’t koordje boven ’r hoofdje hangen …(Annie omhelst haar)… Nou, nou, Annie!… ’k Zou verlegen worden, om weer ’n kleinigheid mee te brengen.… Ging Jan?… Vreeselijk jammer—zoo’n lief, zachtzinnig meisje—ach, wat zielig!—heeft na de operatie liggen lachen—niets aan te doen—niets. Dat consult had net zoo goed.… Maar Van Walden wòù ’t, wòù ’t … Stakkerig! ’k Had geen oogenblik Charles—’k heb ’m[218]toch vrij lang bijgewoond—op zulk ’n hartstocht voor dat ziekelijke, frêle ding getaxeerd.…Annie.Jullie hoopten toch—toen ’t voor veertien dagen kwam …Hope …Dat deden we—Jan vond één longtop aangetast—de nieuwe acute ontsteking, die geopereerd móést worden—was tuber, tuber.…Annie …Wil je gelooven, dat ik ’t ’n bezoeking vind, naast ’t Gesticht te wonen …(luistert angstig aan de suitedeur).Als Jan me zoo iets tegen den avond vertelt, lig ’k den heelen nacht wakker, bang dat Til.…(de gestichtsbel luidt)… Half vijf?…Hope …Ja, da’s de melk.Annie.Blijf jij babbelen, of gaan de kinderen nog naar ’t strand?(schelt).Hope.Naar ’t strand—met dit ruwe weer? Nee. En dan ik ben vrij. Marie en Toos hebben de beurt.Annie.Drinken we ’n kop thee?Hope.Graag.Annie.(tot het dienstmeisje)… Kaatje, kind, zet je voor twee personen thee? Weet je alleen de bus te vinden, kind? En niet ’t water eerst—éérst de thee in den trekpot, hoor je?.… Of nee, Kaatje, breng liever ’t water separaat.… Vlug en niets breken!…(meisje af)… Zoo moet ’k ’r alles duidelijk maken! Hahaha![219][Inhoud]Derde Tooneel.Devorigen,Charles.Charles.(door gangdeur)… Pardon als ’k stoor, mevrouw—ik zoek den dokter.Annie.Is nog geen drie minuten geleden naar ’t Gesticht gegaan.Charles.Daar kom ’k toch vandaan …Hope.Meneer zal misschien langs de achterzij …Annie.Wil u niet ’n oogenblik plaatsnemen?Charles.Nee. Dank u.(stap naar deur—zich bezinnend, tot Hope)… Hope … Hope …(ineens hartstochtelijk)… Lieg niet: is ’t opgegeven?Hope.(aarzelend)… Hoe kan ík daarop antwoorden, meneer Charles …Charles.Jij, als hoofdverpleegster, weet ’t zoo goed, zoo goed als zij!(heftig).Lieg niet, lieg niet! Dat is ’t éénige wat ’k nog te verzoeken heb …Hope.(ontwijkend)… Eerst na ’t consult—niet waar … niet waar?—is ’r eenige zekerheid …(hij zit neer)… Ik durf niets zeggen … En de meening van dokter Linden …(een stilte. Hij zit dof-verslagen).Annie.(hartelijk)… Kom meneer Van Walden—u is nog zoo jong—u heeft nog zoo ’t heele leven voor u …(hij barst in snikken uit).Hope.Meneer Charles …[220]Annie.…En u heeft ’n vróúw, ’n vrouw, meneer …Charles.(opstaand, zich bedwingend).Dank u.(af).[Inhoud]Vierde Tooneel.Annie, Hope.Hope …Van z’n vrouw had je niet moeten spreken …Annie.Niet van z’n vrouw?Hope.Nee. ’k Had geen gelegenheid je te waarschuwen—die twee zijn nog nietsamenaan ’t bedje geweest …Annie.Meen je dat?… Zóó gebrouilleerd?…(Hope knikt)… Waarom?Hope.Waarom?… Ja waarom?… Zij is den heelen dag in ’t gezelschap van „vrienden”—hij afficheert zich in ’t openbaar, zelfs hier, met z’n maitresse … Tot vandaag lijken ze bij mekaar gebleven om de zieke Ninette … Zóó als ’t stakkertje ’r niet meer is, maar ook zoo dadelijk, laten die twee mekaar los … En dan mag ’t … Ze zijn al gescheiden van … „tafel en bed”… ’n Huwelijk zonder kind is geen huwelijk …Annie.…Hoe kom je op den inval!Hope.Menschen zonder jullie geluk, zijn niet getrouwd—jullie huwelijk, ja da’s zeker, is eerst door de geboorte van Tilleke begonnen … Vóor dien tijd …Annie.Hahaha!… Jan zou je uitlachen, als-ie je hoorde … Scheelt je wat?[221]Hope.(die met het hoofd in de handen gezeten heeft)… Niet sámen bij ’n sterfbedje—dat wordt ’t!—willen komen … O, o, wat is al dat gedoe erger dan wanhopig—wat is ’t angstig ’n zoo harden kijk op ’t leven te krijgen, als ik ’t hier dagelijks, dagelijks …Annie.Hope—wat scheelt je?Hope.…’n Beetje downheid—’n tikje moeiheid—Vannacht ben ’k ’r ’n paar maal uit gemoeten—en die operatie aan dat lichaampje vanmorgen, heeft me …(moeilijk)… Voor jou heb ’k geen geheimen, Ans—bij jou heb ’k me zoo thuis gevoeld, na ’t werk in ’t Gesticht—ik ben ’r je zoo dankbaar voor … Toen dat meisje onder de pijn lachte, lachte om ons te overtuigen dat we ’r geen zeer hadden gedaan—toen had ze denzelfden trek om den mond van—van zeker iemand …Annie.…Van …Hope …Geen naam uitspreken. Denk aan de afspraak!(wrevelig)… Wat ’n mensch met karakter ben ik, hè? Als ’k ’r zoo iets uitflap, krijg ’k ’n gevoel van afkeer voor mezelf …(quasi-onverschillig)… Waar hadden we ’t over?… Over Ninette. Over den band, denheiligenband, zou dominee zeggen … Zondag heeft-ie ’r ’n boom over opgezet—over z’n „heiligen band”—dat de menschen uit ’t dorp met d’r oogleden knipperden … Alleen ìk niet … Ik weet te veel … Ons Gesticht is ’n te vinnige illustratie op de heiligheid.… Kinderen, kinderen, denk ’k zoo dikwijls, als ze d’r goddelijke spelletjes onder[222]ons toezicht aan ’t strand spelen: jullie beseft je zegening niet, dat je in ’n bandeloos Gesticht opgroeit, langzaam mensch wordt, zonder de wrok van ’n thuis, als de kleine Ninette, zonder ’t stil gehuil van je moeder, zonder de drift om ’n kleinigheid van je vader.…. Als ze in ’t zand om me heen stoeien, me gierend van ’t lachen begraven, me met z’n tien, twintig, dertig waarachtige broertjes en zusjes bestormen, krijg ’k soms de tranen in m’n oogen—voel ’k me in ’t prachtigst gezin van de wereld—’t gezin zooals ik ’t me verbeeld, dat ’t na eeuwen overal, overal zijn zal—elk kind door z’n geboorte ’t kind van ieder—van ieder—vaders bijzaak.(een stilte)’k Ben blij dat de „mijne” me tot die gedachten gebracht heeft.… dat ik ’r geen heb.…Annie(glimlachend)… Hope, Hope—hoe kun je dat alles zoo akelig resoluut—haast zoo onvrouwelijk zeggen—terwijl Tilleke achter die deur slaapt.…Hope …Onvrouwelijk?… Ik met m’n zestig kinderen!…(scherp)… Niet ieder kan …(zich inhoudend)… Neem me niet kwalijk, Ans … Ik ben vandaag geen opwekkend gezelschap …(luchtig)… Hou jij je aan den allerheiligsten band … van ’t geluk …(staat op, gaat naar den erker. De meid brengt het thee-gerei. Annie schenkt het water. Van dichtbij, benee, klinkt kindergejoel. Hope opent het venster, zwaait met den arm …)Dag jongens! Dag! Dag Fritsje! Wil jij me vandaag niet zien?(kinderstem: „Dag moeder!)… Dag Suus! Dag Suus!(Kinderstem: „Dag moeder!”)… Dag Henk! Heb je erge pijn, dat je zoo hinkt,[223]kind?…(Kinderstem: „Nee, moeder! Dag moeder!”).… Foei, Foei, wat laten Toos en Marie de kinderen hollen! Daar valt ’r al een …(de handen als ’n roeper voor den mond)… Toos! Toos! Niet zoo dicht bij de sluizen! Hoor je?(Vrouwestem: „Joe-oe-oe!”)Meer bij de duinen!(Vrouwestem: „Joe-oe-oe!”).Annie.Drink nu je thee—’t zal wel marcheeren!Hope.(naar de tafel).Zeldzaam zorgeloos die betaalde verpleegsters! En die sluizen, zoo dicht bij ’t Gesticht, hinderen me elken dag … Herinner jij je nog dien schippersjongen verleden jaar … Hoe-ie door de zuiging.…Annie …Natuurlijk … Nee geen détails … Afschuwelijk!Hope.Goed.(zit neer)… Van dat Fritsje hou ’k dol-veel. Dat is ’n schat van ’n bengel—’n dot—altijd ernstig—en ’n mondje! Als ’k voorbij z’n bed ga, móét ’k ’m pakken—en in z’n slaap slaat-ie nog z’n armen om m’n hals.Annie.Is dat dat grappige broekmannetje, dat de eerste dagen om ’t geringste vlóékte?Hope.Hahaha! Ja: obberdorie, obberdomme—goed zeggen kan-ie ’t niet! De zusters maakten ’m in ’t begin telkens boos, om dat gebrabbel te hooren—en omdat ik toen z’n partij trok, zijn we de beste maatjes geworden. Smakelijk kopje, Ans. Gelukkig dat ’t ventje hiér is gekomen. Als je ’m vroeg, babbelde-ie: me moeder zit in de hemel en me vader[224]is ’n obberdommesche dief. Van z’ngrootvadergeleerd. Fijngevoelig als-ie is! Moeder, zei-ie nog geen uur gelejen tegen me: ik hou van jou zooveel, zooveel, ik hou van jouduizend. Aardig, hè? Aardig als iemand duizend, duizend van je houdt.…[Inhoud]Vijfde Tooneel.De vorigen, Dolf.Dolf.(in wit badkostuum met witte pet)… Hm!Annie.(tegelijk met Hope verschrikt opstaand)Meneer, is dat ’n manier!Dolf.Dames!… Mevrouw Linden … Juffrouw … De buitendeur stond aan … en … Laat ik u niet derangeeren … Gaat u zitten …Annie.…We hadden u niet gehoord. Hoe komt u zoo uit de lucht vallen? Weet Jan dat u …Dolf.Onwaarschijnlijk …(tot Hope)… Ik verjaag u hopelijk niet, juffrouw?Hope.Volstrekt niet, meneer—ik heb te werken …Annie.…En je zei dat je …Hope.…Jawel. Maar niet te lang. Dag Ans. Dag meneer.(Hope af).[Inhoud]Zesde Tooneel.Annie, Dolf.Dolf.Ja, ja. Vogelverschrikker. Mag ik zoo vrij zijn?[225]Annie.Zóó vrij, ja.Dolf.(neerzittend).Om te beginnen gefeliciteerd, mevrouw, voor de tweede maal—nu mondeling met jullie jongen …Annie.(lachend)… Meisje.Dolf …Meisje?… Heeft Jan zich zoo vergist?Annie.(lachend)… Of Jàn zich vergist heeft?…Dolf.…Dan ik—dan ik … Waar laat ’k die buiten-modelsche pet?… Excuseer dat ’k ’r mee binnen gekomen ben … Geef u geen moeite …(scheert haar in een hoek)… Da’s minder comme-il-faut dan makkelijk … Aardig huis hier. Suite èn suite—vijftien meter—heb ’k dat goed onthouden? Hahaha!Annie.Uitstekend. Maar ’t is wel ’n tijd geleden, dat u in die vijftien meter was … En bedrieg ’k me—of droeg u vroeger géen lorgnet?Dolf.Nee u heeft ’t correct onthouden.… Dag Jan! Dag ouwe kerel! Ja, ik ben ’t.…[Inhoud]Zevende Tooneel.De vorigen, Dr. Linden.Dokter.Dolf, jij?… Wat heb je voor zonderlinge ingeving, om hiér te verzeilen?Dolf.Merci voor de buitengewoon-hartelijke begroeting, hahaha! Ik kom voor záken, na ’n lange reis als commis-voyageur door ’t noorden en ’t zuiden …[226]Dokter …Bril jij?Dolf.Lei ’k juist aan je vrouw uit!—Daar heb ’k de sensatie wéér, mevrouw, de óúwe, zóo als ik u zie, van dien fameuzen eersten steen van de Stichting, met den dominee-met-’t-wratje … Ja ik bril, Jantje, kerel, kind! Kreeg ’k ineens, zonder waarschuwing, in ’n Belgisch nest.’tLas m’n krantje—en rutsch al de Reuter-telegrammen aan ’t zwemmen—collegaatje van je opgezocht—lorgnetje en niemendal gebeurd—de letters zwemmen niet meer, maar bij ’t zwemmen zelf—moet ’k oppassen geen botsing te krijgen—Voor de bain-mixtes deug ’k niet meer, hahaha! Kerel van harte met je dochter!… Maar aan me geschreven heeft-ie ’n zoon, mevrouw! Hindert jou wat?Dokter.Nou—iets hindert me. We hebben zooeven je neef Charles.…Dolf …Is Charltje hier?Dokter.Jawel. Met z’n vrouw. En ’t kindje is bij ons op de ziekenzaal.…Dolf.(plots ernstig)… Is Ninette.…Dokter.Opgegeven.Dolf.Dat meen je niet. Is de kleine Ninette … Wat scheelt ’r? Wat heeft ze?Dokter …Hopeloos. Móést ’r opereeren—hij wou Deen in consult, en ’t eenige wat Deen kòn verklaren, was dat m’n chirurgisch ingrijpen ùitstel van[227]executie geweest—hij zou ’t zèlfde gedaan hebben.… Dolf, beste kerel, toen we met z’n tweeën in de wachtkamer kwamen—om ’m voorzichtig voor te bereiden—op de quaestie van ùren nog—toen liet-ie ons niet eens aan ’t woord komen, toen begon-ie zoo miserabel te snikken, zoo ineens oud en hoe zal ’k ’t zeggen, dat we ’r zelf door kapot werden.…Annie.(nerveus)… Jan, ik kan zulke dingen niet hooren.…Dokter …En je verweet me dat ’k je buiten alles hou!…Dolf.Waar logeert-ie?Dokter.In Royal.… Je ben toch niet van plan ’m dadelijk op te zoeken?Dolf.Dat ben ’k zeker.Dokter …Doe ’t niet—niet nù … Die twee vijanden-van-mekaar hebben op ’t oogenblik nièmand noodig.Dolf …Au fond spijt ’t me, dat ’k met ’m overhoop lig … Zou ’k vanavond?Dokter …Morgen—morgen … Ninette kan ’t nog ’n veertien dagen halen, naar menschelijke berekening—nee, vandaag ontraad ik ’t stellig.… Had jij ’n verschil met ’m?Dolf …We zijn met advocaten bezig geweest—na mama’s dood—over ’t legaat voor de Stichting—diezelfde stichting waar nu z’n eigen kind.… Beroerd! Meer dan beroerd![228]Dokter …Jullie hebt toch sámen je toestemming gegeven—wat hebben dan advocaten.…Dolf …Nee nièt samen. Hij weigerde niet alleen, maar liet door z’n rechtsgeleerde dingen over mama’s geestestoestand schrijven, die ik ergerlijk—schwamm—streep door ’t gebeurde.…Dokter …En de Stichting hééft ’t legaat. Dan heb jij ’t heelemaal voor jouw rekening genomen? En dat hooren we toevallig!Dolf …Je had ’t nìet behoeven te hooren—en we praten ’r geen woord meer over—geen woord niet waar mevrouw?—geen woord, Jan?—Die tengere, intelligente Ninette … En toch.. En toch..(down)… ’k zou met Charles willen over steken … Beter de plek van ’t grafje, dan.…Dokter.(gebluft)… Dolf—zou jij ’ns wakker worden!… Ben jij ’t die daar.…Dolf.(valsch-vroolijk)… Ja!… Kun je zoo hebben. Beetje wormstekig—dagje ouder … ’n Mensch is ’n zonderling apparaatje … Wie vroeg en te vroeg lacht—jij de rest, Jantje!… ’k Begin aanleg voor hypogro … hypo … hahaha! ’k Ben blij, da’k mezelf weer ’ns hoor lachen!(opstaand)Jullie wonen hier machtig gezellig in je vijftien meter …(door het erker-venster kijkend)Ah! Goed weer in aantocht. De bommen en garnalenschuiten zeilen uit …Dokter.Hij heeft gelijk. Als die ’t ’r op wagen, krijgen we mogelijk zon …[229]Dolf.Wat is dat spektakel benee?Dokter.Van de sluizen. Nou spuien ze ’t water van ’t kanaal in zee—Ja, dat gaat met ’n vaartje. En dat mag zoolang ’r nog niet gebaad wordt …(weerklinkt kindergezang)… Onze kinderen … Je blijft eten, Dolf?Annie …Jan—Dokter …Wat Jan?…Annie.We hebben één ongelukkig boutje.… En Hope zou ook.…Dokter.Dan telefoneer ’k naar ’t dorp …Dolf.Nee Jantje—’k geloof niet dat ik.… De volgende week kom ’k mogelijk ’n paar weken.…Dokter …Jawel!… Bekend!… Vlieg ’r niet op in … Jij komt hier voor záken, zei je.… Met ’n leege maag lukken geen zaken … Ik ga telefoneeren.… Eclipseer niet, Dolf—dan krijgen we beestig mot samen!(af).[Inhoud]Achtste Tooneel.Annie, Dolf.Annie.Mag ik terwijl ’n kopje thee?… We afternoonen af en toe … Ja, dat is ’t portret van mevrouw.Dolf.(handen op den rug onbeweeglijk)… Ja.[230]Annie.In de récréatiezaal staat ’r buste.Dolf.(onbewegelijk)Zoo—’r buste …Annie.(schenkend)… En snoezig-attent, meneer, hoe de oudste meisjes op ’r geboortedag—die is ’r in gebeiteld—zonder dat iemand ’t wist, ’n trophee van groen en bloemen … Melk en suiker?..(hij luistert niet)… Ik vraag of u melk en suiker …Dolf.(zich driftig omdraaiend)… U moet me ’n dienst bewijzen, mevrouw.Annie.Ik?Dolf.Ik wil ’n onderhoud met Hope.Annie.Wat kan ìk …Dolf.U is ’r vriendin—en ’k overdrijf niet—’r vertrouwde geworden.…Annie …Ze is tè zelfstandig, om zich door iemand..Dolf.Door u wel.(nerveus-snel)… Ik moet ’r—wil ’r … Als ik ’r aanklamp, ontloopt ze me, als toen ’k daar binnen kwam … Als ’k schrijf, antwoordt ze niet … Ik ben niet meer die ik ben, daar geef ik m’n woord op … Ik heb over ’n boel … Dat wil ’k ’t persoonlijk … Daarvoor heb ’k de reis gemaakt … Dat zijn mijn záken.… Straks met ’r aan een tafel zitten, doe ’k nièt, of.…Annie.(schellend)… Goed. Gaat u een seconde daar.(wijst naar rechtersuite)… ’t Meisje mag u niet zien. Maar: laten we mekaar goed begrijpen, meneer[231]Van Walden—ìk blijf ’r buiten—en tegenover m’n bèste vriendin, gebruik ik geen omwegen …Dolf …U kunt …Annie …Weg! Weg! Weg!(Dolf af—dienstmeisje)Loop jij even naar de overzij, Kaatje, kind, en vraag zuster Hope of ze bij me wil komen—zeg ’r dat ik alléén ben.(Dienstmeisje af—zij wenkt Dolf)… Dat is de eenige onwaarheid. Meer jok ’k niet.…Dolf …Dank u voorloopig.Kan ’t hier?Annie.Hier of hiernaast—àls ze wil …Dolf.Dank u.Annie.(terwijl hij gejaagd op en neer loopt)’k Zou m’n thee niet koud laten worden, meneer—we hebben nog wel ’n paar minuten.Dolf.(zonder te luisteren, onrustig van den eenen stoel naar den anderen verhuizend)Maanden en maanden, mevrouw, ben ’k ’n soort Ahasverus geweest—iemand met ’n tic—een die zichzelf ’n zonderling vond, ja, ja …(verzit)… Soms heb ’k getwijfeld of ’k hier recht snik was, of ’n leventje van … van … plezier—zich begon te wreken, zooals de brave, beste menschen, die karnemelk inplaats van bloed hebben, mekaar wijsmaken …(loopt nerveus heen en weer, zit over haar)… Ze kunnen je door altijd door op ’t zelfde te hameren, altijd door aan te houden de suggestie opdringen, dat je, dat je.… hè! hè!… dat je ’n, ’n schaduw naast je eigen[232]schaduw ziet loopen … Als ’k verward praat, mevrouw, best mensch.…Annie …Zou u dat mevrouw nou niet ’ns eindelijk laten schieten?… Ik heet Annie.Dolf …Mag dat?Annie …Graag.Dolf …Zegt u—zeg jij dan ook Dolf?Annie …Als u—als jij ’r niets tegen heb: natuurlijk.…Dolf …Ik heb ’n boel beroerdheid gehad, Annie—wat doet ’t me ’n goed, dat ’k ’ns vertrouwelijk babbelen mag!—’n boel waarmee ’k in m’n eentje moest uitvechten—met m’n eenen ik, die m’n anderen ik uitlachte, voor de mal hield—met m’n eenen ik, die tegen m’n anderen ik zei: „je ben ’n zot, ’n kwast, ’n idioot”—met m’n eenen ik, die m’n anderen naar de tingeltangels dreef, naar vrinden, naar vrouwen—met m’n eenen ik, die spotte, vloekte, met geld smeet—me whiskey en soda liet drinken, als de andere te sentimenteel, te zwak, te willoos dee.… Van de eene hotelkamer ben ’k naar de andere getrokken, bediend, naar de oogen gekeken—grocjes slikkend, om te slapen, te slapen … Wakker liggen is ’t gemeenste, ’t vuilste dat je overkomen kan … Dat met m’n bril waarover ’k daarnet grapjes uithaalde—’k voel me zoo ouwerwetsch gezond als ’k ’t kàn, kàn—was niet ’t gevolg van minder-goede oogen—je kunt ’t ook door slappe zenuwtjes krijgen.[233]… ’r Komt ’n leeftijd bij ’n man, dat-ie z’n draai zoekt, dat-ie z’n stuur onvast hanteert.…Annie.(opstaand)… Stil even—’k geloof … Ja.… Ga nog een oogenblik(wijst de rechtsche suite. Hij verlaat de kamer. Tot Hope, die eerst rondkijkt).Ik ben alleen.[Inhoud]Negende Tooneel.Hope, Annie, Dokter.Hope …Is-ie vort?Annie.Daar.Hope.Waarom laat je me dan—je weet toch …Annie.Omdat …(Hope gebaart naar de deur).… Hope! Hope!… Als ’k je vriendin ben, je oprechtste, eerlijkste vriendin, die je beweert te vertrouwen—is dat dan de brééde manier?… Ik verras je niet, niet met trucs, niet met kleine listen—ik wou enkel ’n beroep op je verstand, op je vérstánd, doen, Hope—waar je hart.…Hope …Zachtjes—hij kan je hooren …Annie …Ik zeg je een ding, zonder verdere argumenten, zonder tusschenkomst die misplaatst is: je kunt tè hardnekkig in één gedachtengang doorhollen—je kunt gelijk hebben en toch dwaas doen.… Ik laat je alleen—nee, je gaat nièt gelijk met me de deur uit!—je blijft tien, tien, tien tellen, om ’n beslissing te nemen …(tot Dr. Linden, die binnen[234]wil komen).… Nee, Jan—je moet nog in ’t dorp voor ’t diner bestellen … Nee, niet binnen!…Dokter.Waar is Dolf?Annie.Dolf—Dolf wandelt ’n moment aan ’t strand om ’n luchtje te scheppen … Ik wou wat tafelbloemen laten komen en wat … Man, kijk niet zoo achterdochtig!.… Onder de tafel zit-ie niet …(tot Hope)… Als je dènkt, erg stevig dènkt, lieve meid, dènk dan zachtjes—vooral zachtjes—in diè kamer slaapt Tilleke, ’t eene kind—(fluisterend)… in de andere wacht ’t gróóte …(zich onderbrekend, tot Jan)… Wat luister je?Dokter …Ik luister niet—ik zie ’n rare witte pet …Annie …Hij is in z’n bloote hoofd.… Blaas je ’t lichtje onder de thee uit, Hope … En zàchtjes voor Til?…(neemt Jan onder de arm—af).[Inhoud]Tiende Tooneel.Dolf, Hope.Hope.(staat besluiteloos—hij opent haastig de deur)… U wou me …Dolf …Spreken …Hope …Veel tijd heb ’k …Dolf.…Niet—dat wist ’k. Willen we ’r bij gaan zitten?(een stilte)… ’k Zal beginnen—met te doen wat mevrouw—wat Annie u verzocht.[235](buigt naar de tafel, blaast het lichtje uit)… Zoo.Hope …Dus u luisterde?…Dolf.Natuurlijk.—Als u geweigerd had, zou ik u nagewandeld zijn—(zwak-glimlachend).… desnoods ’n scène op straat of in ’t Gesticht gemaakt hebben.…Hope …Zou u niet liever dadelijk zeggen.…Dolf.(met den ouwen glimlach).… Niet zoo hard—we zouen aan ’t kind …(een drukkende stilte. Hij neemt de pop in de handen, laat die een paar maal schommelen, legt haar weer op tafel. Buiten drie verwijderde stooten van een stoomboot. Hij herneemt houdingloos het gesprek)… Is dat ’n stoomboot?… Ja, dat is ’n boot—’k vraag naar den bekenden weg … ’n locomotief op de golfjes kan ’t moeilijk zijn …(een stilte—driftig staat hij op, loopt tot het venster, kijkt naar buiten, keert terug, zet zich opnieuw over haar)… Als ìk m’n mond hou—heeft u—heb jij—ik kan tegen jóú geen ú zeggen!—heb jij me dan niks …?… In geen zes maanden hebben we elkander.…Hope.(koel)… Bij mij—bij mij is nièts veranderd..Dolf …Bij mij zooveel te meer. Interesseert ’t je niet te hooren wat ’k al dien tijd uitgehaald heb?Hope.Nee meneer.Dolf.(ingehouden)… Hope, ’t is meer gebeurd, dat mannen, ziek door ’t verlangen naar ’n vrouw, ’n krankzinnige daad … Waarom drijf jij me tot.…[236]Hope …(opstaand)… Doen we niet beter, meneer … Als u me voor dàt heeft laten roepen …Dolf.(opstaand—heftig)… Je zàl hìèr blijven—je zàl luisteren!Hope.(uit de hoogte)… Dat zal ’k stellig niet—ik heb niet één reden …(stap naar de deur).Dolf.(hartstochtelijk)… Ik wil dat je.…Hope …’t Kind.…Dolf …Je heb gelijk. ’k Span ’t paard achter den wagen—(met moeilijken glimlach)… Je moet, al lijkt jóú dat ongeloofelijk, omdat je me tóén m’n gezòndheid, m’n gezòndheid, m’n stevigheid verweet—je moet wat consideratie met me gebruiken, m’n drift door de vingers zien—Ik ben, dat heb ’k je vriendin al gezegd, niet meer die ik ben.…Hope …Begrijp u niet.…Dolf …Vind me om af te ranselen, zoo weinig als ’k ’t zelf snap. Zouen we niet nog even kunnen zitten?… M’n prikkelbaarheid, m’n opvliegendheid, zal ’k geen tweede keer …(zij zit neer)… Je moet je wel verbazen, niet waar, dat ik ’t flirten, ’t hofmaken, ’t inpalmen van ’n vrouw al zoo verleerd schijn, dat ’k met ’n zotte onstuimigheid jóú, net jóú, probeer te overtuigen.… Hope, ik zit op ’t oogenblik zònder „supérieuren glimlach”—en àls-ie nog even terugkomt, moet je denken dat ’n vos wel z’n haar—niet z’n …(ongeduldig)… Ik bazel!…[237]’k Zou …(een stilte)… Ik ben aan ’t zoeken geweest …Hope.(verwonderd)… Aan ’t zoeken?Dolf …Naar—naar die vroegere liaison—wat ’k mama beloofde.Hope.Zelf? Heeft je „detective”…?Dolf …Ik heb ’t persoonlijk, persoonlijk—zonder hulp—gedaan. Heb je daarvoor geduld?Hope.Als ’k ’r u ’n genoegen.…Dolf.…Na je diepe, barre verontwaardiging, dien dag, ben ’k eerst woest op je geweest, heb ’n paar weken op de lamste manier tot laat in den nacht gefuifd—je krijgt alles, alles te hooren!—om me te „wreken”.… En als ’k katterig thuis kwam, liep ’k met de meest onzinnige gedachten, hoe ’k jou je caprices—je hoeft ’r niet op te antwoorden—’t antwoord geef ’k zelf!—hoe ik jou je caprices betaald zou zetten.… ’k Wou met Snip—pardon: Madame Lebeau trouwen—stel je voor, hahaha!—’t zou ’n pan zijn geworden, hahaha!—Madame Lebeau op denBurgerlijkenStand—om burgemeester Háán kippetjesvel te bezorgen—Hope krabbel niet achteruit in je stoel—ik kan me niet héélemaal…niet heelemaal in ’n andere huid steken—en omdat je daar even vriendelijk keek, kwam de ouwe natuur … Exit … Nou zal ’k elk woord beloeren … èlk … Mag ’k ’n slokje nemen? ’k Heb dorst.[238]Hope.Ga uw gang …Dolf …Zoo. Nou heb jij ’t in je hand me bij slappe, kouwe thee te hóúden …Hope …Zou u … Jan en Annie kunnen … en ik …Dolf …Ik wou ’t je betaald zetten, ’t je inpeperen—en toen—en toen, in ’n week dat ’k m’n kamer voor ’n zware verkoudheid moest bewonen, waarlijkbewonen, zat ’k weer in de belabberdste, beroerdste stemmingen, de historie wikkend, wegend … Ze háát je, redeneerde ’k: larie—ze haat jou, zooals jij ’r zèlf háát.….Hope …Ik heb nog niets van uw gezóék gehoord..Dolf …Komt! Komt!… Je moet niet op de vervolgen van ’n feuilleton vooruit loopen …Hope …Telkens, telkens weer heeft u dien toon.…Dolf.(geprikkeld)… Dien heb ’k, heb ’k!—Laat me ’m warm houen zoolang ’k nog kan—Je heb geen begrip, geen flauw begrip, niet de minste voorstelling, hoe ’k door jou en mama uit m’n toon, m’n toon, m’n toon geraakt ben!… Je heb nog niets van m’n gezóék gehoord—m’n hopeloos … Nou komt ’t!… Ze zal buigen, buigen, nam ’k me voor … Ik heb geen andere schuld dan honderden, duizenden … ’k Heb niet beloofd te trouwen, daar niet aan gedacht—zou ’r om geschaterd hebben—zoo goed als Kreeftje zelf.—Ze heeft zich aangeboden—was met soupertjes en ’n Haagsch schouwburgje meer dan tevreden—was me niet trouw—scharrelde met[239]anderen als ik met vacantie naar huis was … Die gril, die kuur, die bezetenheid van Hope—excuseer, dat was m’n beschouwing uit die dagen van ongesteldheid en slapte—die nonsens die ze duizend tegen een mama ingepraat heeft …Hope …Pardon …Dolf …Je hoeft niets te beweren—je heb gelijk—ik vertel je m’n gewroet van tóén!—die gril krijg ’k ’r alleen uit, door te bewijzen, door ’r met de stukken in de hand te overtuigen—en dan kom ’k nog compleeter de belofte aan mama na—’n belofte die ieder gedaan zou hebben—ieder in dat geval …(een stilte. Hij neemt de pop van tafel speelt er mee, terwijl hij onrustig voortpraat).Zoo, Hope, ben ’k begonnen—zoo ben ’k niet geëindigd. Wat ’n spelletje leek, ’n pogen jou „klein” te krijgen—wat de eerste dagen ’n onderhoudend inspannen van de hersens werd—draaide op ’n maniakaal willen, ’n parforce-jacht, ’n openscheuren van—van alles, neer … De familie van dien marinier, met wien ’k—dat weet je—héb ’k uitgevonden—Z’n getrouwde zusters—z’n broers—over ’t heele land verspreid—hadden moeite niet te lachen bij m’n vragen over Kreeftje—met ’t rooie haar uit den handschoenenwinkel—De posterijen heb ’k nagerejen voor ’t recu van denaangeteekendenbrief van papa—met de honderd gulden—op de minste klank ben ’k afgegaan—in Holland—België—De registers van de—van de bordeelen, wáar óok, in grootere en kleinere plaatsen, heb ’k … Verdwenen … Verdwenen … De vrouw[240]met ’t kind, ’t kind waarvan die brief zoo zeker, zoo wanhopig-zeker, zoo pijndoend-zeker sprak.…Hope …Pijndoend—pijndoend—Zegt ù pijndoend?Dolf …Dat verbaast je—daar kijk je me bij aan.. Merk je dan niet, hoe de gedachte van mama en jou ’n obsessie …(bitter)… hoe ’k langzaam, als ’n slak zoo langzaam ben gaan voelen, dat àls dat kind nog leeft—en ’t kan leven—’t kan, kan!—dat dat meisje dan op ’t uur dat we hier met elkaar praten, zoo verloren is—als—als …(start voor zich uit)… Ja. Ja … Eens heeft Snip me in ’n hotel van vijfhonderd kamers gezocht, en ontmoette me niet, omdat ze enkel m’n voornaam wist. Dat was ’n puzzle, ’n goeie mop … Als je ’n brief ergens opgeborgen heb, zeker opgeborgen—en je vindt ’m niet, dan zoek je nijdig en zenuwachtig tot-ie na dagen en dagen vloeken vlak voor de hand ligt—zooals dien middag tusschen de sigaren … Maar dat levende menschen, levende, ’n vrouw en ’n meisje van achttien verdwijnen, zooals ’n steen ’t achter ons in ’t water, zou doen—en dat je ’r telkens over piekert, zonder resultaat da’s … da’s …(laat de pop vallen)… Jij heb toen gesproken van ’n radelooze zéé-van-menschen—dat was juist—de zee spoelt weg, spoelt niet terug …(verschrikt opkijkend)… Hope, huil je?… Waarom huil jìj, Hope?Hope…Omdat—omdat … Dat kan ’k nu niet zeggen.… Omdat … Willen we niet verder.…Dolf …Niet verder?[241]Hope.Nù niet … Je heb me verbazend … verrast—ik dacht niet aan de mogelijkheid—dat jij—dat ù..Dolf …Toe hou je an dat jij … Na de wandeling met de boschviooltjes, die je droogde—nee, nièt droogde!—heb je nog maar één keer je u’s vergeten—dien middag bij mij thuis …(haar z’n hand toestekend)… Weiger je nòg, Hope?Hope …Geef me den tijd, om—om te overleggen—je heb me zoo overrompeld …Dolf …Om te overleggen … Moet je bij dàt overleggen … je verstand „raadplegen”?.…Hope …Je heb beloofd niet meer op te vliegen—Dolf!(legt haar hand over tafel op de zijne)… Eens—laat me dat zeggen, zonder de intentie bijna vergeten dingen levend te maken—eens trapte je m’n groote, vreeselijk-groote genegenheid—door je ruwe overval in m’n slaapkamer—dood—toen, in den nacht dat we samen bij ’t sterfbed van je mama, in die hotelkamer waakten, had ’k ’n nièuwe vurige hoop—en we gingen voor de tweede maal van mekaar. Hij houdt z’n belofte aan mevrouw niet, dacht ’k—hij bréékt ’r niet: hij spot over alles heen—’t wordt geen dáád—geen dáád …—toen heb ik me iets heiligs, plechtigs voorgenomen: jou onder géén, géén omstandigheden te trouwen—mezelf aan de kinderen hier te geven … Stuif niet op Dolf … Ineens die belofte vergeten, zònder overgang voor de dèrde maal ’n heerlijk vertrouwen in—in jóú vastgrijpen—dat durf ’k nog niet aan.[242]We zitten, door ’n wonder, door ’n wònder, beter, oprechter tegenover elkander, als we ’t ooit, ooit.… Nee doe nu niet brusk, niet meer zoo hartstochtelijk als vroeger … Van af de jaren dat ik als kind, zonder ouders—gedacht, maar vooral gewrokt en gehaat heb—heb ’k verlangd, niet te zeggen hoe innig verlangd … ’n eigen kind in achting voor mezelf—en m’n man groot te brengen … Dwing me op ’t oogenblik niets met je oogen af—ik zeg niet nee—niet ja—ik vraag uitstel.…Dolf.(geprikkeld)… Uitstel?… Nog eens uitstel …Hope …Ik ben bang dat wij—u en ik—(haastig)jij en ik.…Dolf.…Dat wij wat?…Hope.(moeilijk)… Dat we bij mekaar niet meer dat—dat geluk zullen vinden.Dolf.(hartstochtelijk)… Onwaar!… Onwaar!… Jij voelt dat zelf anders …Hope …Misschien, misschien hèb je gelijk—laat me overleggen!—We hebben mekaar in zoo’n tijd niet gezien—in geen maanden en maanden—Als jij veranderd ben, ben ik ’t mogelijk ook.…Dolf …Met andere woorden: voor de derde maal de bons?… Verlang je nog meer, nòg meer van me!Hope …Nee … Maar je moet ’t me met mezelf laten uitvechten.… We zijn allebei ’n dagje ouder geworden.…(met moeite).… En ’k had ’t me al zoo[243]afgeleerd aan jou te denken—in de bezigheden van elken dag hier.…Dolf …Dus …Hope …Stil!… ’t Lijkt me …(gejoel en geroep buiten).… Daar is iets.…(gaat snel op het erkervenster toe).… Allemachtigste God!Dolf.(naast haar)… Is ’r ’n ongeluk gebeurd?Hope.(tot ’n man buiten)… Is een van de kinderen? Hoor je niet!.… Is een van de kinderen?…(Stem buiten: „Een van de jongens, zuster!”).Hope.Groote God—een van de kinderen in de sluis terwijl ’k ze zoo gewaarschuwd heb!… Groote God—met de sluisdeuren open, als toen, als toen.…(wijkt angstig van het raam).Dolf …Steekt dan niemand van die lummels ’n poot uit!.…Hope.(als in versteening)… Is niet te redden—is niet te redden—met die strooming naar zee …Dolf.(driftig en glimlachend)… Dat zullen we zien!Hope.(wakkerschrikkend)… Blijf hier! Blijf hier! Is één leven niet genoeg!Dolf.(met star-lichtende oogen)… Als ’k jou dàt kind in je armen terugbreng—overleg jij dan nog?Hope.(heftig)Dolf, Dolf—bega geen krankzinnigheid!… Als, als ’t te redden was, zouen die daar, de visschers en schippers …[244]Dolf …Ik zie ’t nog drijven—zie ’t—zie ’t! Bij m’n andere dollemans-jacht, zag’k niets, niets!.…(naar de deur).Jij wou ’n daad, ’n daad …! Je zult je daad hebben.…Hope.(heftig)… Dolf, ik smeek je, smeek je—doe ’t niet.…Dolf …Al zou je nou op je knieën—al zou je God en de engelen zelf.…(af).Hope …Dolf, Dolf.…[Inhoud]Elfde Tooneel.Hope, Dokter.Dokter …Wat is ’r?… Waar holt-ie heen?Hope …Hou ’m terug, Jan. Hou ’m terug! Een van de kinderen is in de sluis gevallen, drijft naar zee … Vraag niet verder … Hou ’m terug!… Ik, ik, ik jaag ’m den dood in …(Dokter af).[Inhoud]Twaalfde Tooneel.Annie, Hope.Annie.(snel door rechtersuite)… Hope! Hope!… Weet je ’t?… Weet je dat Fritsje.…Hope …(hartstochtelijk)… Fritsje?… Fritsje!… De ellendelingen!(zakt op ’n stoel).Annie …Toen Toos omkeek wou-ie … Wat doe je?Hope.(wild op het erkervenster toestortend, kijkt,[245]geeft ’n gil).O!… O!… Dat Jan ’m niet tegengehouden heeft!… Dolf!… Dolf!…(zit bewusteloos-starend neer).Annie.(door het venster verschrikt kijkend).Moeder Maria … Moeder Maria …Hope …Mijn schuld … Mijn schuld …Annie …Ze brengen ’n boot uit … Laten we …Hope …Ik kan niet.…Annie …We zijn ’r in tien tellen.…Hope …Ik kan niet.…Annie …Dan ga ik …Hope …(zacht smeekend)… Hier blijven … Hier blijven … Ik ben zoo bang—durf niet naar buiten kijken.… O lieve God in de hemelen, God in de hemelen, God in de hemelen!… Ik hou zoo waanzinnig, zoo waanzinnig-veel van ’m.… O lieve God in de hemelen, maak me niet gek, niet gek!…Annie …(angstig)… Is-ie hier vandaan—hier uit de kamer.…?Hope …Ik weet ’t niet, weet niets, niets!…(de armen om Annie heen slaand).Kijk niet! Kijk niet!… Bij ’t leven van je Tilleke kijk niet!… Ik heb ’m vermoord … Als ’k m’n mond op zijn mond gedrukt had, zoo als ’k ’t wóú, zooals ’k ’t ieder uur van den nacht, ieder uur van den dag droomde, droomde, droomde, zou-ie me niet voor altijd alleen hebben[246]gelaten, voor ’n kind dat hèm niet angaat, mìj niet angaat, nièmand angaat.…Annie.…Hope, in Godsnaam, kom tot jezelf!.… Misschien heeft de boot ’m.…(wil naar ’t raam).Hope.(hartstochtelijk het koord van het gordijn stuktrekkend, zoo dat het voor het venster neerflapt).…… Niet kijken.… Niet kijken.… Ik zie ’m nooit meer terug!…(zakt met het hoofd in de armen op de tafel).Annie …Hope!…Hope …(buigt angstig-aarzelend ’t gevallen gordijn ’n weinig om, staart door den kier, gaat diep-ontzet op den anderen erkerstoel zitten).Hope.(die de laatste bewegingen opgelet heeft, richt zich op).… Kijk je niet meer?(een stilte).Blijf je zitten?…(een stilte)… Zeg je nièts.…?[Inhoud]Dertiende Tooneel.De vorigen, Dokter.Dokter.(dompt verslagen op den stoel bij de deur.…)Da’s vreeselijk, vreeselijk.…Hope.(ziet hem aan, barst los)… Mijn schuld! Mijn schuld!… Ik heb ’m tot ’t laatst voorgelogen.… En om dat kind, datvreemdekind, heeft-ie mìj, mìj …(zakt ineen. Annie en Jan schieten toe).EINDE.Berlijn/Scheveningen, December ’07.[247]1Dit bedrijf werd na de vertooning een weinig geretoucheerd.↑
[Inhoud]DERDE BEDRIJF.1(De huiskamer bij Dr. Linden—eenvoudig effen behang—een enkele gravure—rustige meubelen. Het eerste plan, links, vormt een glazen erker, eenigszins verhoogd. Tweede en derde plan dito, suite deuren. Voor den erker een kleine tafel—eris eenovervloed van planten. Rechts in den achterwand toegangsdeur naar marmeren gang. Eerste plan, rechts een buffet. Tweede en derde plan, dito, wederom suite deuren. Bij voorgrond, rechts, een ronde tafel, waaromheen stoelen. Vroegzomer. Zonlooze middag).[Inhoud]Eerste Tooneel.Dr. Linden, Annie.Dokter.(komt door gangdeur geaffaireerd binnen, blijft lachend staan, loopt op de teenen naar de linkersuite, waarvan een deur aanstaat, luistert naar Annie, die het kind in slaap zingt … „’sAvonds als ik slapen ga, loopen me zestien engeltjes na: twee aan mijn hoofdeind, twee aan mijn voeteneind”…—hij zit er lachend bij neer—… „twee aan mijn rechterzij, twee aan mijn linkerzij …”).Dokter …(invallend, terwijl zij zwijgt)… Twee, die mij dekken, twee, die mij wekken.…Annie …Suscht! ’k Heb zoo’n moeite met ’r!(kijkt[216]nog even in de kamer, sluit de suitedeuren)… Hoe kun je ’t over je hart krijgen ’t kind wakker te maken en me zoo te laten schrikken!Dokter.Is dat je goeien middag?(zij omhelst hem).Nu was je toch wéér bezig, wijf, om die hobbelwieg heen en weer te duwen!Annie …Ze was zóo lastig! Wou per se niet gaan slapen.…Dokter …Ja, ja—dat eindigt met ’n fopspeen, als ik ’r ’t oog niet op hou!—Wijf, wijf: hoeveel honderd keer moet je ’t nu nòg hooren: niet opnemen, niet in de handen nemen, als ze huilen!(geeft haar een zoen)… Vannacht, toen je dacht dat ’k sliep, ben je ’r ook uit geweest …(tweede zoen)… Dat duurt tot ’k Til en de wieg ’s nachts op de logeerkamer stop—en de deur op slot.…Annie …Hahaha!(schrikt—beluistert de suitedeur).… Nee, Goddank!… ’k Durf de kamer gewoon niet uit gaan!… Zoo’n bord pap heeft ze—zóó’n bord … Wat zoek je, Jan?Dokter …Waar heb ’k vanmorgen de staten … Waar heb ’k.…?.…Annie …Je brandt je—vlak bij je neus …Dokter …(’n boek van de kleine tafel bij den erker nemend)… Merci.Annie …Zou je niet één seconde gaan zitten? Presseert ’t op ’n halve minuut?[217]Dokter …Op ’n kwart. Consult met Deen.(op z’n horloge kijkend)… Drommels!…(wil heen).Annie …Toe, akeligheid: nog geen kwartier ben je thuis gebleven!… En van ’n consult weet ’k niks! Wor ’k buiten àlles gehouen?Dokter …Consult voor Ninette van Walden …Annie …’t Dochtertje van Charles?…Dokter …Ja, ja—hou me niet langer op, wijf!… Is vanmorgen vroeg geopereerd …(tot Hope, die de gangdeur doorkomt)… Vertel jij ’t resteerende, Hope, hè?… Dag wijf!… En van de wieg afblijven!(af).[Inhoud]Tweede Tooneel.Annie, Hope.Hope.Wat bedoelt Jan?Annie.Is ’r consult voor ’t meisje van Van Walden …?…(een pop uit Hope’s hand aannemend).Nee maar Hope-lief, wat ben je ’n engel! Och, wat bederf je m’n snoetje!Hope …Die kun je aan ’t koordje boven ’r hoofdje hangen …(Annie omhelst haar)… Nou, nou, Annie!… ’k Zou verlegen worden, om weer ’n kleinigheid mee te brengen.… Ging Jan?… Vreeselijk jammer—zoo’n lief, zachtzinnig meisje—ach, wat zielig!—heeft na de operatie liggen lachen—niets aan te doen—niets. Dat consult had net zoo goed.… Maar Van Walden wòù ’t, wòù ’t … Stakkerig! ’k Had geen oogenblik Charles—’k heb ’m[218]toch vrij lang bijgewoond—op zulk ’n hartstocht voor dat ziekelijke, frêle ding getaxeerd.…Annie.Jullie hoopten toch—toen ’t voor veertien dagen kwam …Hope …Dat deden we—Jan vond één longtop aangetast—de nieuwe acute ontsteking, die geopereerd móést worden—was tuber, tuber.…Annie …Wil je gelooven, dat ik ’t ’n bezoeking vind, naast ’t Gesticht te wonen …(luistert angstig aan de suitedeur).Als Jan me zoo iets tegen den avond vertelt, lig ’k den heelen nacht wakker, bang dat Til.…(de gestichtsbel luidt)… Half vijf?…Hope …Ja, da’s de melk.Annie.Blijf jij babbelen, of gaan de kinderen nog naar ’t strand?(schelt).Hope.Naar ’t strand—met dit ruwe weer? Nee. En dan ik ben vrij. Marie en Toos hebben de beurt.Annie.Drinken we ’n kop thee?Hope.Graag.Annie.(tot het dienstmeisje)… Kaatje, kind, zet je voor twee personen thee? Weet je alleen de bus te vinden, kind? En niet ’t water eerst—éérst de thee in den trekpot, hoor je?.… Of nee, Kaatje, breng liever ’t water separaat.… Vlug en niets breken!…(meisje af)… Zoo moet ’k ’r alles duidelijk maken! Hahaha![219][Inhoud]Derde Tooneel.Devorigen,Charles.Charles.(door gangdeur)… Pardon als ’k stoor, mevrouw—ik zoek den dokter.Annie.Is nog geen drie minuten geleden naar ’t Gesticht gegaan.Charles.Daar kom ’k toch vandaan …Hope.Meneer zal misschien langs de achterzij …Annie.Wil u niet ’n oogenblik plaatsnemen?Charles.Nee. Dank u.(stap naar deur—zich bezinnend, tot Hope)… Hope … Hope …(ineens hartstochtelijk)… Lieg niet: is ’t opgegeven?Hope.(aarzelend)… Hoe kan ík daarop antwoorden, meneer Charles …Charles.Jij, als hoofdverpleegster, weet ’t zoo goed, zoo goed als zij!(heftig).Lieg niet, lieg niet! Dat is ’t éénige wat ’k nog te verzoeken heb …Hope.(ontwijkend)… Eerst na ’t consult—niet waar … niet waar?—is ’r eenige zekerheid …(hij zit neer)… Ik durf niets zeggen … En de meening van dokter Linden …(een stilte. Hij zit dof-verslagen).Annie.(hartelijk)… Kom meneer Van Walden—u is nog zoo jong—u heeft nog zoo ’t heele leven voor u …(hij barst in snikken uit).Hope.Meneer Charles …[220]Annie.…En u heeft ’n vróúw, ’n vrouw, meneer …Charles.(opstaand, zich bedwingend).Dank u.(af).[Inhoud]Vierde Tooneel.Annie, Hope.Hope …Van z’n vrouw had je niet moeten spreken …Annie.Niet van z’n vrouw?Hope.Nee. ’k Had geen gelegenheid je te waarschuwen—die twee zijn nog nietsamenaan ’t bedje geweest …Annie.Meen je dat?… Zóó gebrouilleerd?…(Hope knikt)… Waarom?Hope.Waarom?… Ja waarom?… Zij is den heelen dag in ’t gezelschap van „vrienden”—hij afficheert zich in ’t openbaar, zelfs hier, met z’n maitresse … Tot vandaag lijken ze bij mekaar gebleven om de zieke Ninette … Zóó als ’t stakkertje ’r niet meer is, maar ook zoo dadelijk, laten die twee mekaar los … En dan mag ’t … Ze zijn al gescheiden van … „tafel en bed”… ’n Huwelijk zonder kind is geen huwelijk …Annie.…Hoe kom je op den inval!Hope.Menschen zonder jullie geluk, zijn niet getrouwd—jullie huwelijk, ja da’s zeker, is eerst door de geboorte van Tilleke begonnen … Vóor dien tijd …Annie.Hahaha!… Jan zou je uitlachen, als-ie je hoorde … Scheelt je wat?[221]Hope.(die met het hoofd in de handen gezeten heeft)… Niet sámen bij ’n sterfbedje—dat wordt ’t!—willen komen … O, o, wat is al dat gedoe erger dan wanhopig—wat is ’t angstig ’n zoo harden kijk op ’t leven te krijgen, als ik ’t hier dagelijks, dagelijks …Annie.Hope—wat scheelt je?Hope.…’n Beetje downheid—’n tikje moeiheid—Vannacht ben ’k ’r ’n paar maal uit gemoeten—en die operatie aan dat lichaampje vanmorgen, heeft me …(moeilijk)… Voor jou heb ’k geen geheimen, Ans—bij jou heb ’k me zoo thuis gevoeld, na ’t werk in ’t Gesticht—ik ben ’r je zoo dankbaar voor … Toen dat meisje onder de pijn lachte, lachte om ons te overtuigen dat we ’r geen zeer hadden gedaan—toen had ze denzelfden trek om den mond van—van zeker iemand …Annie.…Van …Hope …Geen naam uitspreken. Denk aan de afspraak!(wrevelig)… Wat ’n mensch met karakter ben ik, hè? Als ’k ’r zoo iets uitflap, krijg ’k ’n gevoel van afkeer voor mezelf …(quasi-onverschillig)… Waar hadden we ’t over?… Over Ninette. Over den band, denheiligenband, zou dominee zeggen … Zondag heeft-ie ’r ’n boom over opgezet—over z’n „heiligen band”—dat de menschen uit ’t dorp met d’r oogleden knipperden … Alleen ìk niet … Ik weet te veel … Ons Gesticht is ’n te vinnige illustratie op de heiligheid.… Kinderen, kinderen, denk ’k zoo dikwijls, als ze d’r goddelijke spelletjes onder[222]ons toezicht aan ’t strand spelen: jullie beseft je zegening niet, dat je in ’n bandeloos Gesticht opgroeit, langzaam mensch wordt, zonder de wrok van ’n thuis, als de kleine Ninette, zonder ’t stil gehuil van je moeder, zonder de drift om ’n kleinigheid van je vader.…. Als ze in ’t zand om me heen stoeien, me gierend van ’t lachen begraven, me met z’n tien, twintig, dertig waarachtige broertjes en zusjes bestormen, krijg ’k soms de tranen in m’n oogen—voel ’k me in ’t prachtigst gezin van de wereld—’t gezin zooals ik ’t me verbeeld, dat ’t na eeuwen overal, overal zijn zal—elk kind door z’n geboorte ’t kind van ieder—van ieder—vaders bijzaak.(een stilte)’k Ben blij dat de „mijne” me tot die gedachten gebracht heeft.… dat ik ’r geen heb.…Annie(glimlachend)… Hope, Hope—hoe kun je dat alles zoo akelig resoluut—haast zoo onvrouwelijk zeggen—terwijl Tilleke achter die deur slaapt.…Hope …Onvrouwelijk?… Ik met m’n zestig kinderen!…(scherp)… Niet ieder kan …(zich inhoudend)… Neem me niet kwalijk, Ans … Ik ben vandaag geen opwekkend gezelschap …(luchtig)… Hou jij je aan den allerheiligsten band … van ’t geluk …(staat op, gaat naar den erker. De meid brengt het thee-gerei. Annie schenkt het water. Van dichtbij, benee, klinkt kindergejoel. Hope opent het venster, zwaait met den arm …)Dag jongens! Dag! Dag Fritsje! Wil jij me vandaag niet zien?(kinderstem: „Dag moeder!)… Dag Suus! Dag Suus!(Kinderstem: „Dag moeder!”)… Dag Henk! Heb je erge pijn, dat je zoo hinkt,[223]kind?…(Kinderstem: „Nee, moeder! Dag moeder!”).… Foei, Foei, wat laten Toos en Marie de kinderen hollen! Daar valt ’r al een …(de handen als ’n roeper voor den mond)… Toos! Toos! Niet zoo dicht bij de sluizen! Hoor je?(Vrouwestem: „Joe-oe-oe!”)Meer bij de duinen!(Vrouwestem: „Joe-oe-oe!”).Annie.Drink nu je thee—’t zal wel marcheeren!Hope.(naar de tafel).Zeldzaam zorgeloos die betaalde verpleegsters! En die sluizen, zoo dicht bij ’t Gesticht, hinderen me elken dag … Herinner jij je nog dien schippersjongen verleden jaar … Hoe-ie door de zuiging.…Annie …Natuurlijk … Nee geen détails … Afschuwelijk!Hope.Goed.(zit neer)… Van dat Fritsje hou ’k dol-veel. Dat is ’n schat van ’n bengel—’n dot—altijd ernstig—en ’n mondje! Als ’k voorbij z’n bed ga, móét ’k ’m pakken—en in z’n slaap slaat-ie nog z’n armen om m’n hals.Annie.Is dat dat grappige broekmannetje, dat de eerste dagen om ’t geringste vlóékte?Hope.Hahaha! Ja: obberdorie, obberdomme—goed zeggen kan-ie ’t niet! De zusters maakten ’m in ’t begin telkens boos, om dat gebrabbel te hooren—en omdat ik toen z’n partij trok, zijn we de beste maatjes geworden. Smakelijk kopje, Ans. Gelukkig dat ’t ventje hiér is gekomen. Als je ’m vroeg, babbelde-ie: me moeder zit in de hemel en me vader[224]is ’n obberdommesche dief. Van z’ngrootvadergeleerd. Fijngevoelig als-ie is! Moeder, zei-ie nog geen uur gelejen tegen me: ik hou van jou zooveel, zooveel, ik hou van jouduizend. Aardig, hè? Aardig als iemand duizend, duizend van je houdt.…[Inhoud]Vijfde Tooneel.De vorigen, Dolf.Dolf.(in wit badkostuum met witte pet)… Hm!Annie.(tegelijk met Hope verschrikt opstaand)Meneer, is dat ’n manier!Dolf.Dames!… Mevrouw Linden … Juffrouw … De buitendeur stond aan … en … Laat ik u niet derangeeren … Gaat u zitten …Annie.…We hadden u niet gehoord. Hoe komt u zoo uit de lucht vallen? Weet Jan dat u …Dolf.Onwaarschijnlijk …(tot Hope)… Ik verjaag u hopelijk niet, juffrouw?Hope.Volstrekt niet, meneer—ik heb te werken …Annie.…En je zei dat je …Hope.…Jawel. Maar niet te lang. Dag Ans. Dag meneer.(Hope af).[Inhoud]Zesde Tooneel.Annie, Dolf.Dolf.Ja, ja. Vogelverschrikker. Mag ik zoo vrij zijn?[225]Annie.Zóó vrij, ja.Dolf.(neerzittend).Om te beginnen gefeliciteerd, mevrouw, voor de tweede maal—nu mondeling met jullie jongen …Annie.(lachend)… Meisje.Dolf …Meisje?… Heeft Jan zich zoo vergist?Annie.(lachend)… Of Jàn zich vergist heeft?…Dolf.…Dan ik—dan ik … Waar laat ’k die buiten-modelsche pet?… Excuseer dat ’k ’r mee binnen gekomen ben … Geef u geen moeite …(scheert haar in een hoek)… Da’s minder comme-il-faut dan makkelijk … Aardig huis hier. Suite èn suite—vijftien meter—heb ’k dat goed onthouden? Hahaha!Annie.Uitstekend. Maar ’t is wel ’n tijd geleden, dat u in die vijftien meter was … En bedrieg ’k me—of droeg u vroeger géen lorgnet?Dolf.Nee u heeft ’t correct onthouden.… Dag Jan! Dag ouwe kerel! Ja, ik ben ’t.…[Inhoud]Zevende Tooneel.De vorigen, Dr. Linden.Dokter.Dolf, jij?… Wat heb je voor zonderlinge ingeving, om hiér te verzeilen?Dolf.Merci voor de buitengewoon-hartelijke begroeting, hahaha! Ik kom voor záken, na ’n lange reis als commis-voyageur door ’t noorden en ’t zuiden …[226]Dokter …Bril jij?Dolf.Lei ’k juist aan je vrouw uit!—Daar heb ’k de sensatie wéér, mevrouw, de óúwe, zóo als ik u zie, van dien fameuzen eersten steen van de Stichting, met den dominee-met-’t-wratje … Ja ik bril, Jantje, kerel, kind! Kreeg ’k ineens, zonder waarschuwing, in ’n Belgisch nest.’tLas m’n krantje—en rutsch al de Reuter-telegrammen aan ’t zwemmen—collegaatje van je opgezocht—lorgnetje en niemendal gebeurd—de letters zwemmen niet meer, maar bij ’t zwemmen zelf—moet ’k oppassen geen botsing te krijgen—Voor de bain-mixtes deug ’k niet meer, hahaha! Kerel van harte met je dochter!… Maar aan me geschreven heeft-ie ’n zoon, mevrouw! Hindert jou wat?Dokter.Nou—iets hindert me. We hebben zooeven je neef Charles.…Dolf …Is Charltje hier?Dokter.Jawel. Met z’n vrouw. En ’t kindje is bij ons op de ziekenzaal.…Dolf.(plots ernstig)… Is Ninette.…Dokter.Opgegeven.Dolf.Dat meen je niet. Is de kleine Ninette … Wat scheelt ’r? Wat heeft ze?Dokter …Hopeloos. Móést ’r opereeren—hij wou Deen in consult, en ’t eenige wat Deen kòn verklaren, was dat m’n chirurgisch ingrijpen ùitstel van[227]executie geweest—hij zou ’t zèlfde gedaan hebben.… Dolf, beste kerel, toen we met z’n tweeën in de wachtkamer kwamen—om ’m voorzichtig voor te bereiden—op de quaestie van ùren nog—toen liet-ie ons niet eens aan ’t woord komen, toen begon-ie zoo miserabel te snikken, zoo ineens oud en hoe zal ’k ’t zeggen, dat we ’r zelf door kapot werden.…Annie.(nerveus)… Jan, ik kan zulke dingen niet hooren.…Dokter …En je verweet me dat ’k je buiten alles hou!…Dolf.Waar logeert-ie?Dokter.In Royal.… Je ben toch niet van plan ’m dadelijk op te zoeken?Dolf.Dat ben ’k zeker.Dokter …Doe ’t niet—niet nù … Die twee vijanden-van-mekaar hebben op ’t oogenblik nièmand noodig.Dolf …Au fond spijt ’t me, dat ’k met ’m overhoop lig … Zou ’k vanavond?Dokter …Morgen—morgen … Ninette kan ’t nog ’n veertien dagen halen, naar menschelijke berekening—nee, vandaag ontraad ik ’t stellig.… Had jij ’n verschil met ’m?Dolf …We zijn met advocaten bezig geweest—na mama’s dood—over ’t legaat voor de Stichting—diezelfde stichting waar nu z’n eigen kind.… Beroerd! Meer dan beroerd![228]Dokter …Jullie hebt toch sámen je toestemming gegeven—wat hebben dan advocaten.…Dolf …Nee nièt samen. Hij weigerde niet alleen, maar liet door z’n rechtsgeleerde dingen over mama’s geestestoestand schrijven, die ik ergerlijk—schwamm—streep door ’t gebeurde.…Dokter …En de Stichting hééft ’t legaat. Dan heb jij ’t heelemaal voor jouw rekening genomen? En dat hooren we toevallig!Dolf …Je had ’t nìet behoeven te hooren—en we praten ’r geen woord meer over—geen woord niet waar mevrouw?—geen woord, Jan?—Die tengere, intelligente Ninette … En toch.. En toch..(down)… ’k zou met Charles willen over steken … Beter de plek van ’t grafje, dan.…Dokter.(gebluft)… Dolf—zou jij ’ns wakker worden!… Ben jij ’t die daar.…Dolf.(valsch-vroolijk)… Ja!… Kun je zoo hebben. Beetje wormstekig—dagje ouder … ’n Mensch is ’n zonderling apparaatje … Wie vroeg en te vroeg lacht—jij de rest, Jantje!… ’k Begin aanleg voor hypogro … hypo … hahaha! ’k Ben blij, da’k mezelf weer ’ns hoor lachen!(opstaand)Jullie wonen hier machtig gezellig in je vijftien meter …(door het erker-venster kijkend)Ah! Goed weer in aantocht. De bommen en garnalenschuiten zeilen uit …Dokter.Hij heeft gelijk. Als die ’t ’r op wagen, krijgen we mogelijk zon …[229]Dolf.Wat is dat spektakel benee?Dokter.Van de sluizen. Nou spuien ze ’t water van ’t kanaal in zee—Ja, dat gaat met ’n vaartje. En dat mag zoolang ’r nog niet gebaad wordt …(weerklinkt kindergezang)… Onze kinderen … Je blijft eten, Dolf?Annie …Jan—Dokter …Wat Jan?…Annie.We hebben één ongelukkig boutje.… En Hope zou ook.…Dokter.Dan telefoneer ’k naar ’t dorp …Dolf.Nee Jantje—’k geloof niet dat ik.… De volgende week kom ’k mogelijk ’n paar weken.…Dokter …Jawel!… Bekend!… Vlieg ’r niet op in … Jij komt hier voor záken, zei je.… Met ’n leege maag lukken geen zaken … Ik ga telefoneeren.… Eclipseer niet, Dolf—dan krijgen we beestig mot samen!(af).[Inhoud]Achtste Tooneel.Annie, Dolf.Annie.Mag ik terwijl ’n kopje thee?… We afternoonen af en toe … Ja, dat is ’t portret van mevrouw.Dolf.(handen op den rug onbeweeglijk)… Ja.[230]Annie.In de récréatiezaal staat ’r buste.Dolf.(onbewegelijk)Zoo—’r buste …Annie.(schenkend)… En snoezig-attent, meneer, hoe de oudste meisjes op ’r geboortedag—die is ’r in gebeiteld—zonder dat iemand ’t wist, ’n trophee van groen en bloemen … Melk en suiker?..(hij luistert niet)… Ik vraag of u melk en suiker …Dolf.(zich driftig omdraaiend)… U moet me ’n dienst bewijzen, mevrouw.Annie.Ik?Dolf.Ik wil ’n onderhoud met Hope.Annie.Wat kan ìk …Dolf.U is ’r vriendin—en ’k overdrijf niet—’r vertrouwde geworden.…Annie …Ze is tè zelfstandig, om zich door iemand..Dolf.Door u wel.(nerveus-snel)… Ik moet ’r—wil ’r … Als ik ’r aanklamp, ontloopt ze me, als toen ’k daar binnen kwam … Als ’k schrijf, antwoordt ze niet … Ik ben niet meer die ik ben, daar geef ik m’n woord op … Ik heb over ’n boel … Dat wil ’k ’t persoonlijk … Daarvoor heb ’k de reis gemaakt … Dat zijn mijn záken.… Straks met ’r aan een tafel zitten, doe ’k nièt, of.…Annie.(schellend)… Goed. Gaat u een seconde daar.(wijst naar rechtersuite)… ’t Meisje mag u niet zien. Maar: laten we mekaar goed begrijpen, meneer[231]Van Walden—ìk blijf ’r buiten—en tegenover m’n bèste vriendin, gebruik ik geen omwegen …Dolf …U kunt …Annie …Weg! Weg! Weg!(Dolf af—dienstmeisje)Loop jij even naar de overzij, Kaatje, kind, en vraag zuster Hope of ze bij me wil komen—zeg ’r dat ik alléén ben.(Dienstmeisje af—zij wenkt Dolf)… Dat is de eenige onwaarheid. Meer jok ’k niet.…Dolf …Dank u voorloopig.Kan ’t hier?Annie.Hier of hiernaast—àls ze wil …Dolf.Dank u.Annie.(terwijl hij gejaagd op en neer loopt)’k Zou m’n thee niet koud laten worden, meneer—we hebben nog wel ’n paar minuten.Dolf.(zonder te luisteren, onrustig van den eenen stoel naar den anderen verhuizend)Maanden en maanden, mevrouw, ben ’k ’n soort Ahasverus geweest—iemand met ’n tic—een die zichzelf ’n zonderling vond, ja, ja …(verzit)… Soms heb ’k getwijfeld of ’k hier recht snik was, of ’n leventje van … van … plezier—zich begon te wreken, zooals de brave, beste menschen, die karnemelk inplaats van bloed hebben, mekaar wijsmaken …(loopt nerveus heen en weer, zit over haar)… Ze kunnen je door altijd door op ’t zelfde te hameren, altijd door aan te houden de suggestie opdringen, dat je, dat je.… hè! hè!… dat je ’n, ’n schaduw naast je eigen[232]schaduw ziet loopen … Als ’k verward praat, mevrouw, best mensch.…Annie …Zou u dat mevrouw nou niet ’ns eindelijk laten schieten?… Ik heet Annie.Dolf …Mag dat?Annie …Graag.Dolf …Zegt u—zeg jij dan ook Dolf?Annie …Als u—als jij ’r niets tegen heb: natuurlijk.…Dolf …Ik heb ’n boel beroerdheid gehad, Annie—wat doet ’t me ’n goed, dat ’k ’ns vertrouwelijk babbelen mag!—’n boel waarmee ’k in m’n eentje moest uitvechten—met m’n eenen ik, die m’n anderen ik uitlachte, voor de mal hield—met m’n eenen ik, die tegen m’n anderen ik zei: „je ben ’n zot, ’n kwast, ’n idioot”—met m’n eenen ik, die m’n anderen naar de tingeltangels dreef, naar vrinden, naar vrouwen—met m’n eenen ik, die spotte, vloekte, met geld smeet—me whiskey en soda liet drinken, als de andere te sentimenteel, te zwak, te willoos dee.… Van de eene hotelkamer ben ’k naar de andere getrokken, bediend, naar de oogen gekeken—grocjes slikkend, om te slapen, te slapen … Wakker liggen is ’t gemeenste, ’t vuilste dat je overkomen kan … Dat met m’n bril waarover ’k daarnet grapjes uithaalde—’k voel me zoo ouwerwetsch gezond als ’k ’t kàn, kàn—was niet ’t gevolg van minder-goede oogen—je kunt ’t ook door slappe zenuwtjes krijgen.[233]… ’r Komt ’n leeftijd bij ’n man, dat-ie z’n draai zoekt, dat-ie z’n stuur onvast hanteert.…Annie.(opstaand)… Stil even—’k geloof … Ja.… Ga nog een oogenblik(wijst de rechtsche suite. Hij verlaat de kamer. Tot Hope, die eerst rondkijkt).Ik ben alleen.[Inhoud]Negende Tooneel.Hope, Annie, Dokter.Hope …Is-ie vort?Annie.Daar.Hope.Waarom laat je me dan—je weet toch …Annie.Omdat …(Hope gebaart naar de deur).… Hope! Hope!… Als ’k je vriendin ben, je oprechtste, eerlijkste vriendin, die je beweert te vertrouwen—is dat dan de brééde manier?… Ik verras je niet, niet met trucs, niet met kleine listen—ik wou enkel ’n beroep op je verstand, op je vérstánd, doen, Hope—waar je hart.…Hope …Zachtjes—hij kan je hooren …Annie …Ik zeg je een ding, zonder verdere argumenten, zonder tusschenkomst die misplaatst is: je kunt tè hardnekkig in één gedachtengang doorhollen—je kunt gelijk hebben en toch dwaas doen.… Ik laat je alleen—nee, je gaat nièt gelijk met me de deur uit!—je blijft tien, tien, tien tellen, om ’n beslissing te nemen …(tot Dr. Linden, die binnen[234]wil komen).… Nee, Jan—je moet nog in ’t dorp voor ’t diner bestellen … Nee, niet binnen!…Dokter.Waar is Dolf?Annie.Dolf—Dolf wandelt ’n moment aan ’t strand om ’n luchtje te scheppen … Ik wou wat tafelbloemen laten komen en wat … Man, kijk niet zoo achterdochtig!.… Onder de tafel zit-ie niet …(tot Hope)… Als je dènkt, erg stevig dènkt, lieve meid, dènk dan zachtjes—vooral zachtjes—in diè kamer slaapt Tilleke, ’t eene kind—(fluisterend)… in de andere wacht ’t gróóte …(zich onderbrekend, tot Jan)… Wat luister je?Dokter …Ik luister niet—ik zie ’n rare witte pet …Annie …Hij is in z’n bloote hoofd.… Blaas je ’t lichtje onder de thee uit, Hope … En zàchtjes voor Til?…(neemt Jan onder de arm—af).[Inhoud]Tiende Tooneel.Dolf, Hope.Hope.(staat besluiteloos—hij opent haastig de deur)… U wou me …Dolf …Spreken …Hope …Veel tijd heb ’k …Dolf.…Niet—dat wist ’k. Willen we ’r bij gaan zitten?(een stilte)… ’k Zal beginnen—met te doen wat mevrouw—wat Annie u verzocht.[235](buigt naar de tafel, blaast het lichtje uit)… Zoo.Hope …Dus u luisterde?…Dolf.Natuurlijk.—Als u geweigerd had, zou ik u nagewandeld zijn—(zwak-glimlachend).… desnoods ’n scène op straat of in ’t Gesticht gemaakt hebben.…Hope …Zou u niet liever dadelijk zeggen.…Dolf.(met den ouwen glimlach).… Niet zoo hard—we zouen aan ’t kind …(een drukkende stilte. Hij neemt de pop in de handen, laat die een paar maal schommelen, legt haar weer op tafel. Buiten drie verwijderde stooten van een stoomboot. Hij herneemt houdingloos het gesprek)… Is dat ’n stoomboot?… Ja, dat is ’n boot—’k vraag naar den bekenden weg … ’n locomotief op de golfjes kan ’t moeilijk zijn …(een stilte—driftig staat hij op, loopt tot het venster, kijkt naar buiten, keert terug, zet zich opnieuw over haar)… Als ìk m’n mond hou—heeft u—heb jij—ik kan tegen jóú geen ú zeggen!—heb jij me dan niks …?… In geen zes maanden hebben we elkander.…Hope.(koel)… Bij mij—bij mij is nièts veranderd..Dolf …Bij mij zooveel te meer. Interesseert ’t je niet te hooren wat ’k al dien tijd uitgehaald heb?Hope.Nee meneer.Dolf.(ingehouden)… Hope, ’t is meer gebeurd, dat mannen, ziek door ’t verlangen naar ’n vrouw, ’n krankzinnige daad … Waarom drijf jij me tot.…[236]Hope …(opstaand)… Doen we niet beter, meneer … Als u me voor dàt heeft laten roepen …Dolf.(opstaand—heftig)… Je zàl hìèr blijven—je zàl luisteren!Hope.(uit de hoogte)… Dat zal ’k stellig niet—ik heb niet één reden …(stap naar de deur).Dolf.(hartstochtelijk)… Ik wil dat je.…Hope …’t Kind.…Dolf …Je heb gelijk. ’k Span ’t paard achter den wagen—(met moeilijken glimlach)… Je moet, al lijkt jóú dat ongeloofelijk, omdat je me tóén m’n gezòndheid, m’n gezòndheid, m’n stevigheid verweet—je moet wat consideratie met me gebruiken, m’n drift door de vingers zien—Ik ben, dat heb ’k je vriendin al gezegd, niet meer die ik ben.…Hope …Begrijp u niet.…Dolf …Vind me om af te ranselen, zoo weinig als ’k ’t zelf snap. Zouen we niet nog even kunnen zitten?… M’n prikkelbaarheid, m’n opvliegendheid, zal ’k geen tweede keer …(zij zit neer)… Je moet je wel verbazen, niet waar, dat ik ’t flirten, ’t hofmaken, ’t inpalmen van ’n vrouw al zoo verleerd schijn, dat ’k met ’n zotte onstuimigheid jóú, net jóú, probeer te overtuigen.… Hope, ik zit op ’t oogenblik zònder „supérieuren glimlach”—en àls-ie nog even terugkomt, moet je denken dat ’n vos wel z’n haar—niet z’n …(ongeduldig)… Ik bazel!…[237]’k Zou …(een stilte)… Ik ben aan ’t zoeken geweest …Hope.(verwonderd)… Aan ’t zoeken?Dolf …Naar—naar die vroegere liaison—wat ’k mama beloofde.Hope.Zelf? Heeft je „detective”…?Dolf …Ik heb ’t persoonlijk, persoonlijk—zonder hulp—gedaan. Heb je daarvoor geduld?Hope.Als ’k ’r u ’n genoegen.…Dolf.…Na je diepe, barre verontwaardiging, dien dag, ben ’k eerst woest op je geweest, heb ’n paar weken op de lamste manier tot laat in den nacht gefuifd—je krijgt alles, alles te hooren!—om me te „wreken”.… En als ’k katterig thuis kwam, liep ’k met de meest onzinnige gedachten, hoe ’k jou je caprices—je hoeft ’r niet op te antwoorden—’t antwoord geef ’k zelf!—hoe ik jou je caprices betaald zou zetten.… ’k Wou met Snip—pardon: Madame Lebeau trouwen—stel je voor, hahaha!—’t zou ’n pan zijn geworden, hahaha!—Madame Lebeau op denBurgerlijkenStand—om burgemeester Háán kippetjesvel te bezorgen—Hope krabbel niet achteruit in je stoel—ik kan me niet héélemaal…niet heelemaal in ’n andere huid steken—en omdat je daar even vriendelijk keek, kwam de ouwe natuur … Exit … Nou zal ’k elk woord beloeren … èlk … Mag ’k ’n slokje nemen? ’k Heb dorst.[238]Hope.Ga uw gang …Dolf …Zoo. Nou heb jij ’t in je hand me bij slappe, kouwe thee te hóúden …Hope …Zou u … Jan en Annie kunnen … en ik …Dolf …Ik wou ’t je betaald zetten, ’t je inpeperen—en toen—en toen, in ’n week dat ’k m’n kamer voor ’n zware verkoudheid moest bewonen, waarlijkbewonen, zat ’k weer in de belabberdste, beroerdste stemmingen, de historie wikkend, wegend … Ze háát je, redeneerde ’k: larie—ze haat jou, zooals jij ’r zèlf háát.….Hope …Ik heb nog niets van uw gezóék gehoord..Dolf …Komt! Komt!… Je moet niet op de vervolgen van ’n feuilleton vooruit loopen …Hope …Telkens, telkens weer heeft u dien toon.…Dolf.(geprikkeld)… Dien heb ’k, heb ’k!—Laat me ’m warm houen zoolang ’k nog kan—Je heb geen begrip, geen flauw begrip, niet de minste voorstelling, hoe ’k door jou en mama uit m’n toon, m’n toon, m’n toon geraakt ben!… Je heb nog niets van m’n gezóék gehoord—m’n hopeloos … Nou komt ’t!… Ze zal buigen, buigen, nam ’k me voor … Ik heb geen andere schuld dan honderden, duizenden … ’k Heb niet beloofd te trouwen, daar niet aan gedacht—zou ’r om geschaterd hebben—zoo goed als Kreeftje zelf.—Ze heeft zich aangeboden—was met soupertjes en ’n Haagsch schouwburgje meer dan tevreden—was me niet trouw—scharrelde met[239]anderen als ik met vacantie naar huis was … Die gril, die kuur, die bezetenheid van Hope—excuseer, dat was m’n beschouwing uit die dagen van ongesteldheid en slapte—die nonsens die ze duizend tegen een mama ingepraat heeft …Hope …Pardon …Dolf …Je hoeft niets te beweren—je heb gelijk—ik vertel je m’n gewroet van tóén!—die gril krijg ’k ’r alleen uit, door te bewijzen, door ’r met de stukken in de hand te overtuigen—en dan kom ’k nog compleeter de belofte aan mama na—’n belofte die ieder gedaan zou hebben—ieder in dat geval …(een stilte. Hij neemt de pop van tafel speelt er mee, terwijl hij onrustig voortpraat).Zoo, Hope, ben ’k begonnen—zoo ben ’k niet geëindigd. Wat ’n spelletje leek, ’n pogen jou „klein” te krijgen—wat de eerste dagen ’n onderhoudend inspannen van de hersens werd—draaide op ’n maniakaal willen, ’n parforce-jacht, ’n openscheuren van—van alles, neer … De familie van dien marinier, met wien ’k—dat weet je—héb ’k uitgevonden—Z’n getrouwde zusters—z’n broers—over ’t heele land verspreid—hadden moeite niet te lachen bij m’n vragen over Kreeftje—met ’t rooie haar uit den handschoenenwinkel—De posterijen heb ’k nagerejen voor ’t recu van denaangeteekendenbrief van papa—met de honderd gulden—op de minste klank ben ’k afgegaan—in Holland—België—De registers van de—van de bordeelen, wáar óok, in grootere en kleinere plaatsen, heb ’k … Verdwenen … Verdwenen … De vrouw[240]met ’t kind, ’t kind waarvan die brief zoo zeker, zoo wanhopig-zeker, zoo pijndoend-zeker sprak.…Hope …Pijndoend—pijndoend—Zegt ù pijndoend?Dolf …Dat verbaast je—daar kijk je me bij aan.. Merk je dan niet, hoe de gedachte van mama en jou ’n obsessie …(bitter)… hoe ’k langzaam, als ’n slak zoo langzaam ben gaan voelen, dat àls dat kind nog leeft—en ’t kan leven—’t kan, kan!—dat dat meisje dan op ’t uur dat we hier met elkaar praten, zoo verloren is—als—als …(start voor zich uit)… Ja. Ja … Eens heeft Snip me in ’n hotel van vijfhonderd kamers gezocht, en ontmoette me niet, omdat ze enkel m’n voornaam wist. Dat was ’n puzzle, ’n goeie mop … Als je ’n brief ergens opgeborgen heb, zeker opgeborgen—en je vindt ’m niet, dan zoek je nijdig en zenuwachtig tot-ie na dagen en dagen vloeken vlak voor de hand ligt—zooals dien middag tusschen de sigaren … Maar dat levende menschen, levende, ’n vrouw en ’n meisje van achttien verdwijnen, zooals ’n steen ’t achter ons in ’t water, zou doen—en dat je ’r telkens over piekert, zonder resultaat da’s … da’s …(laat de pop vallen)… Jij heb toen gesproken van ’n radelooze zéé-van-menschen—dat was juist—de zee spoelt weg, spoelt niet terug …(verschrikt opkijkend)… Hope, huil je?… Waarom huil jìj, Hope?Hope…Omdat—omdat … Dat kan ’k nu niet zeggen.… Omdat … Willen we niet verder.…Dolf …Niet verder?[241]Hope.Nù niet … Je heb me verbazend … verrast—ik dacht niet aan de mogelijkheid—dat jij—dat ù..Dolf …Toe hou je an dat jij … Na de wandeling met de boschviooltjes, die je droogde—nee, nièt droogde!—heb je nog maar één keer je u’s vergeten—dien middag bij mij thuis …(haar z’n hand toestekend)… Weiger je nòg, Hope?Hope …Geef me den tijd, om—om te overleggen—je heb me zoo overrompeld …Dolf …Om te overleggen … Moet je bij dàt overleggen … je verstand „raadplegen”?.…Hope …Je heb beloofd niet meer op te vliegen—Dolf!(legt haar hand over tafel op de zijne)… Eens—laat me dat zeggen, zonder de intentie bijna vergeten dingen levend te maken—eens trapte je m’n groote, vreeselijk-groote genegenheid—door je ruwe overval in m’n slaapkamer—dood—toen, in den nacht dat we samen bij ’t sterfbed van je mama, in die hotelkamer waakten, had ’k ’n nièuwe vurige hoop—en we gingen voor de tweede maal van mekaar. Hij houdt z’n belofte aan mevrouw niet, dacht ’k—hij bréékt ’r niet: hij spot over alles heen—’t wordt geen dáád—geen dáád …—toen heb ik me iets heiligs, plechtigs voorgenomen: jou onder géén, géén omstandigheden te trouwen—mezelf aan de kinderen hier te geven … Stuif niet op Dolf … Ineens die belofte vergeten, zònder overgang voor de dèrde maal ’n heerlijk vertrouwen in—in jóú vastgrijpen—dat durf ’k nog niet aan.[242]We zitten, door ’n wonder, door ’n wònder, beter, oprechter tegenover elkander, als we ’t ooit, ooit.… Nee doe nu niet brusk, niet meer zoo hartstochtelijk als vroeger … Van af de jaren dat ik als kind, zonder ouders—gedacht, maar vooral gewrokt en gehaat heb—heb ’k verlangd, niet te zeggen hoe innig verlangd … ’n eigen kind in achting voor mezelf—en m’n man groot te brengen … Dwing me op ’t oogenblik niets met je oogen af—ik zeg niet nee—niet ja—ik vraag uitstel.…Dolf.(geprikkeld)… Uitstel?… Nog eens uitstel …Hope …Ik ben bang dat wij—u en ik—(haastig)jij en ik.…Dolf.…Dat wij wat?…Hope.(moeilijk)… Dat we bij mekaar niet meer dat—dat geluk zullen vinden.Dolf.(hartstochtelijk)… Onwaar!… Onwaar!… Jij voelt dat zelf anders …Hope …Misschien, misschien hèb je gelijk—laat me overleggen!—We hebben mekaar in zoo’n tijd niet gezien—in geen maanden en maanden—Als jij veranderd ben, ben ik ’t mogelijk ook.…Dolf …Met andere woorden: voor de derde maal de bons?… Verlang je nog meer, nòg meer van me!Hope …Nee … Maar je moet ’t me met mezelf laten uitvechten.… We zijn allebei ’n dagje ouder geworden.…(met moeite).… En ’k had ’t me al zoo[243]afgeleerd aan jou te denken—in de bezigheden van elken dag hier.…Dolf …Dus …Hope …Stil!… ’t Lijkt me …(gejoel en geroep buiten).… Daar is iets.…(gaat snel op het erkervenster toe).… Allemachtigste God!Dolf.(naast haar)… Is ’r ’n ongeluk gebeurd?Hope.(tot ’n man buiten)… Is een van de kinderen? Hoor je niet!.… Is een van de kinderen?…(Stem buiten: „Een van de jongens, zuster!”).Hope.Groote God—een van de kinderen in de sluis terwijl ’k ze zoo gewaarschuwd heb!… Groote God—met de sluisdeuren open, als toen, als toen.…(wijkt angstig van het raam).Dolf …Steekt dan niemand van die lummels ’n poot uit!.…Hope.(als in versteening)… Is niet te redden—is niet te redden—met die strooming naar zee …Dolf.(driftig en glimlachend)… Dat zullen we zien!Hope.(wakkerschrikkend)… Blijf hier! Blijf hier! Is één leven niet genoeg!Dolf.(met star-lichtende oogen)… Als ’k jou dàt kind in je armen terugbreng—overleg jij dan nog?Hope.(heftig)Dolf, Dolf—bega geen krankzinnigheid!… Als, als ’t te redden was, zouen die daar, de visschers en schippers …[244]Dolf …Ik zie ’t nog drijven—zie ’t—zie ’t! Bij m’n andere dollemans-jacht, zag’k niets, niets!.…(naar de deur).Jij wou ’n daad, ’n daad …! Je zult je daad hebben.…Hope.(heftig)… Dolf, ik smeek je, smeek je—doe ’t niet.…Dolf …Al zou je nou op je knieën—al zou je God en de engelen zelf.…(af).Hope …Dolf, Dolf.…[Inhoud]Elfde Tooneel.Hope, Dokter.Dokter …Wat is ’r?… Waar holt-ie heen?Hope …Hou ’m terug, Jan. Hou ’m terug! Een van de kinderen is in de sluis gevallen, drijft naar zee … Vraag niet verder … Hou ’m terug!… Ik, ik, ik jaag ’m den dood in …(Dokter af).[Inhoud]Twaalfde Tooneel.Annie, Hope.Annie.(snel door rechtersuite)… Hope! Hope!… Weet je ’t?… Weet je dat Fritsje.…Hope …(hartstochtelijk)… Fritsje?… Fritsje!… De ellendelingen!(zakt op ’n stoel).Annie …Toen Toos omkeek wou-ie … Wat doe je?Hope.(wild op het erkervenster toestortend, kijkt,[245]geeft ’n gil).O!… O!… Dat Jan ’m niet tegengehouden heeft!… Dolf!… Dolf!…(zit bewusteloos-starend neer).Annie.(door het venster verschrikt kijkend).Moeder Maria … Moeder Maria …Hope …Mijn schuld … Mijn schuld …Annie …Ze brengen ’n boot uit … Laten we …Hope …Ik kan niet.…Annie …We zijn ’r in tien tellen.…Hope …Ik kan niet.…Annie …Dan ga ik …Hope …(zacht smeekend)… Hier blijven … Hier blijven … Ik ben zoo bang—durf niet naar buiten kijken.… O lieve God in de hemelen, God in de hemelen, God in de hemelen!… Ik hou zoo waanzinnig, zoo waanzinnig-veel van ’m.… O lieve God in de hemelen, maak me niet gek, niet gek!…Annie …(angstig)… Is-ie hier vandaan—hier uit de kamer.…?Hope …Ik weet ’t niet, weet niets, niets!…(de armen om Annie heen slaand).Kijk niet! Kijk niet!… Bij ’t leven van je Tilleke kijk niet!… Ik heb ’m vermoord … Als ’k m’n mond op zijn mond gedrukt had, zoo als ’k ’t wóú, zooals ’k ’t ieder uur van den nacht, ieder uur van den dag droomde, droomde, droomde, zou-ie me niet voor altijd alleen hebben[246]gelaten, voor ’n kind dat hèm niet angaat, mìj niet angaat, nièmand angaat.…Annie.…Hope, in Godsnaam, kom tot jezelf!.… Misschien heeft de boot ’m.…(wil naar ’t raam).Hope.(hartstochtelijk het koord van het gordijn stuktrekkend, zoo dat het voor het venster neerflapt).…… Niet kijken.… Niet kijken.… Ik zie ’m nooit meer terug!…(zakt met het hoofd in de armen op de tafel).Annie …Hope!…Hope …(buigt angstig-aarzelend ’t gevallen gordijn ’n weinig om, staart door den kier, gaat diep-ontzet op den anderen erkerstoel zitten).Hope.(die de laatste bewegingen opgelet heeft, richt zich op).… Kijk je niet meer?(een stilte).Blijf je zitten?…(een stilte)… Zeg je nièts.…?[Inhoud]Dertiende Tooneel.De vorigen, Dokter.Dokter.(dompt verslagen op den stoel bij de deur.…)Da’s vreeselijk, vreeselijk.…Hope.(ziet hem aan, barst los)… Mijn schuld! Mijn schuld!… Ik heb ’m tot ’t laatst voorgelogen.… En om dat kind, datvreemdekind, heeft-ie mìj, mìj …(zakt ineen. Annie en Jan schieten toe).EINDE.Berlijn/Scheveningen, December ’07.[247]1Dit bedrijf werd na de vertooning een weinig geretoucheerd.↑
[Inhoud]DERDE BEDRIJF.1(De huiskamer bij Dr. Linden—eenvoudig effen behang—een enkele gravure—rustige meubelen. Het eerste plan, links, vormt een glazen erker, eenigszins verhoogd. Tweede en derde plan dito, suite deuren. Voor den erker een kleine tafel—eris eenovervloed van planten. Rechts in den achterwand toegangsdeur naar marmeren gang. Eerste plan, rechts een buffet. Tweede en derde plan, dito, wederom suite deuren. Bij voorgrond, rechts, een ronde tafel, waaromheen stoelen. Vroegzomer. Zonlooze middag).[Inhoud]Eerste Tooneel.Dr. Linden, Annie.Dokter.(komt door gangdeur geaffaireerd binnen, blijft lachend staan, loopt op de teenen naar de linkersuite, waarvan een deur aanstaat, luistert naar Annie, die het kind in slaap zingt … „’sAvonds als ik slapen ga, loopen me zestien engeltjes na: twee aan mijn hoofdeind, twee aan mijn voeteneind”…—hij zit er lachend bij neer—… „twee aan mijn rechterzij, twee aan mijn linkerzij …”).Dokter …(invallend, terwijl zij zwijgt)… Twee, die mij dekken, twee, die mij wekken.…Annie …Suscht! ’k Heb zoo’n moeite met ’r!(kijkt[216]nog even in de kamer, sluit de suitedeuren)… Hoe kun je ’t over je hart krijgen ’t kind wakker te maken en me zoo te laten schrikken!Dokter.Is dat je goeien middag?(zij omhelst hem).Nu was je toch wéér bezig, wijf, om die hobbelwieg heen en weer te duwen!Annie …Ze was zóo lastig! Wou per se niet gaan slapen.…Dokter …Ja, ja—dat eindigt met ’n fopspeen, als ik ’r ’t oog niet op hou!—Wijf, wijf: hoeveel honderd keer moet je ’t nu nòg hooren: niet opnemen, niet in de handen nemen, als ze huilen!(geeft haar een zoen)… Vannacht, toen je dacht dat ’k sliep, ben je ’r ook uit geweest …(tweede zoen)… Dat duurt tot ’k Til en de wieg ’s nachts op de logeerkamer stop—en de deur op slot.…Annie …Hahaha!(schrikt—beluistert de suitedeur).… Nee, Goddank!… ’k Durf de kamer gewoon niet uit gaan!… Zoo’n bord pap heeft ze—zóó’n bord … Wat zoek je, Jan?Dokter …Waar heb ’k vanmorgen de staten … Waar heb ’k.…?.…Annie …Je brandt je—vlak bij je neus …Dokter …(’n boek van de kleine tafel bij den erker nemend)… Merci.Annie …Zou je niet één seconde gaan zitten? Presseert ’t op ’n halve minuut?[217]Dokter …Op ’n kwart. Consult met Deen.(op z’n horloge kijkend)… Drommels!…(wil heen).Annie …Toe, akeligheid: nog geen kwartier ben je thuis gebleven!… En van ’n consult weet ’k niks! Wor ’k buiten àlles gehouen?Dokter …Consult voor Ninette van Walden …Annie …’t Dochtertje van Charles?…Dokter …Ja, ja—hou me niet langer op, wijf!… Is vanmorgen vroeg geopereerd …(tot Hope, die de gangdeur doorkomt)… Vertel jij ’t resteerende, Hope, hè?… Dag wijf!… En van de wieg afblijven!(af).[Inhoud]Tweede Tooneel.Annie, Hope.Hope.Wat bedoelt Jan?Annie.Is ’r consult voor ’t meisje van Van Walden …?…(een pop uit Hope’s hand aannemend).Nee maar Hope-lief, wat ben je ’n engel! Och, wat bederf je m’n snoetje!Hope …Die kun je aan ’t koordje boven ’r hoofdje hangen …(Annie omhelst haar)… Nou, nou, Annie!… ’k Zou verlegen worden, om weer ’n kleinigheid mee te brengen.… Ging Jan?… Vreeselijk jammer—zoo’n lief, zachtzinnig meisje—ach, wat zielig!—heeft na de operatie liggen lachen—niets aan te doen—niets. Dat consult had net zoo goed.… Maar Van Walden wòù ’t, wòù ’t … Stakkerig! ’k Had geen oogenblik Charles—’k heb ’m[218]toch vrij lang bijgewoond—op zulk ’n hartstocht voor dat ziekelijke, frêle ding getaxeerd.…Annie.Jullie hoopten toch—toen ’t voor veertien dagen kwam …Hope …Dat deden we—Jan vond één longtop aangetast—de nieuwe acute ontsteking, die geopereerd móést worden—was tuber, tuber.…Annie …Wil je gelooven, dat ik ’t ’n bezoeking vind, naast ’t Gesticht te wonen …(luistert angstig aan de suitedeur).Als Jan me zoo iets tegen den avond vertelt, lig ’k den heelen nacht wakker, bang dat Til.…(de gestichtsbel luidt)… Half vijf?…Hope …Ja, da’s de melk.Annie.Blijf jij babbelen, of gaan de kinderen nog naar ’t strand?(schelt).Hope.Naar ’t strand—met dit ruwe weer? Nee. En dan ik ben vrij. Marie en Toos hebben de beurt.Annie.Drinken we ’n kop thee?Hope.Graag.Annie.(tot het dienstmeisje)… Kaatje, kind, zet je voor twee personen thee? Weet je alleen de bus te vinden, kind? En niet ’t water eerst—éérst de thee in den trekpot, hoor je?.… Of nee, Kaatje, breng liever ’t water separaat.… Vlug en niets breken!…(meisje af)… Zoo moet ’k ’r alles duidelijk maken! Hahaha![219][Inhoud]Derde Tooneel.Devorigen,Charles.Charles.(door gangdeur)… Pardon als ’k stoor, mevrouw—ik zoek den dokter.Annie.Is nog geen drie minuten geleden naar ’t Gesticht gegaan.Charles.Daar kom ’k toch vandaan …Hope.Meneer zal misschien langs de achterzij …Annie.Wil u niet ’n oogenblik plaatsnemen?Charles.Nee. Dank u.(stap naar deur—zich bezinnend, tot Hope)… Hope … Hope …(ineens hartstochtelijk)… Lieg niet: is ’t opgegeven?Hope.(aarzelend)… Hoe kan ík daarop antwoorden, meneer Charles …Charles.Jij, als hoofdverpleegster, weet ’t zoo goed, zoo goed als zij!(heftig).Lieg niet, lieg niet! Dat is ’t éénige wat ’k nog te verzoeken heb …Hope.(ontwijkend)… Eerst na ’t consult—niet waar … niet waar?—is ’r eenige zekerheid …(hij zit neer)… Ik durf niets zeggen … En de meening van dokter Linden …(een stilte. Hij zit dof-verslagen).Annie.(hartelijk)… Kom meneer Van Walden—u is nog zoo jong—u heeft nog zoo ’t heele leven voor u …(hij barst in snikken uit).Hope.Meneer Charles …[220]Annie.…En u heeft ’n vróúw, ’n vrouw, meneer …Charles.(opstaand, zich bedwingend).Dank u.(af).[Inhoud]Vierde Tooneel.Annie, Hope.Hope …Van z’n vrouw had je niet moeten spreken …Annie.Niet van z’n vrouw?Hope.Nee. ’k Had geen gelegenheid je te waarschuwen—die twee zijn nog nietsamenaan ’t bedje geweest …Annie.Meen je dat?… Zóó gebrouilleerd?…(Hope knikt)… Waarom?Hope.Waarom?… Ja waarom?… Zij is den heelen dag in ’t gezelschap van „vrienden”—hij afficheert zich in ’t openbaar, zelfs hier, met z’n maitresse … Tot vandaag lijken ze bij mekaar gebleven om de zieke Ninette … Zóó als ’t stakkertje ’r niet meer is, maar ook zoo dadelijk, laten die twee mekaar los … En dan mag ’t … Ze zijn al gescheiden van … „tafel en bed”… ’n Huwelijk zonder kind is geen huwelijk …Annie.…Hoe kom je op den inval!Hope.Menschen zonder jullie geluk, zijn niet getrouwd—jullie huwelijk, ja da’s zeker, is eerst door de geboorte van Tilleke begonnen … Vóor dien tijd …Annie.Hahaha!… Jan zou je uitlachen, als-ie je hoorde … Scheelt je wat?[221]Hope.(die met het hoofd in de handen gezeten heeft)… Niet sámen bij ’n sterfbedje—dat wordt ’t!—willen komen … O, o, wat is al dat gedoe erger dan wanhopig—wat is ’t angstig ’n zoo harden kijk op ’t leven te krijgen, als ik ’t hier dagelijks, dagelijks …Annie.Hope—wat scheelt je?Hope.…’n Beetje downheid—’n tikje moeiheid—Vannacht ben ’k ’r ’n paar maal uit gemoeten—en die operatie aan dat lichaampje vanmorgen, heeft me …(moeilijk)… Voor jou heb ’k geen geheimen, Ans—bij jou heb ’k me zoo thuis gevoeld, na ’t werk in ’t Gesticht—ik ben ’r je zoo dankbaar voor … Toen dat meisje onder de pijn lachte, lachte om ons te overtuigen dat we ’r geen zeer hadden gedaan—toen had ze denzelfden trek om den mond van—van zeker iemand …Annie.…Van …Hope …Geen naam uitspreken. Denk aan de afspraak!(wrevelig)… Wat ’n mensch met karakter ben ik, hè? Als ’k ’r zoo iets uitflap, krijg ’k ’n gevoel van afkeer voor mezelf …(quasi-onverschillig)… Waar hadden we ’t over?… Over Ninette. Over den band, denheiligenband, zou dominee zeggen … Zondag heeft-ie ’r ’n boom over opgezet—over z’n „heiligen band”—dat de menschen uit ’t dorp met d’r oogleden knipperden … Alleen ìk niet … Ik weet te veel … Ons Gesticht is ’n te vinnige illustratie op de heiligheid.… Kinderen, kinderen, denk ’k zoo dikwijls, als ze d’r goddelijke spelletjes onder[222]ons toezicht aan ’t strand spelen: jullie beseft je zegening niet, dat je in ’n bandeloos Gesticht opgroeit, langzaam mensch wordt, zonder de wrok van ’n thuis, als de kleine Ninette, zonder ’t stil gehuil van je moeder, zonder de drift om ’n kleinigheid van je vader.…. Als ze in ’t zand om me heen stoeien, me gierend van ’t lachen begraven, me met z’n tien, twintig, dertig waarachtige broertjes en zusjes bestormen, krijg ’k soms de tranen in m’n oogen—voel ’k me in ’t prachtigst gezin van de wereld—’t gezin zooals ik ’t me verbeeld, dat ’t na eeuwen overal, overal zijn zal—elk kind door z’n geboorte ’t kind van ieder—van ieder—vaders bijzaak.(een stilte)’k Ben blij dat de „mijne” me tot die gedachten gebracht heeft.… dat ik ’r geen heb.…Annie(glimlachend)… Hope, Hope—hoe kun je dat alles zoo akelig resoluut—haast zoo onvrouwelijk zeggen—terwijl Tilleke achter die deur slaapt.…Hope …Onvrouwelijk?… Ik met m’n zestig kinderen!…(scherp)… Niet ieder kan …(zich inhoudend)… Neem me niet kwalijk, Ans … Ik ben vandaag geen opwekkend gezelschap …(luchtig)… Hou jij je aan den allerheiligsten band … van ’t geluk …(staat op, gaat naar den erker. De meid brengt het thee-gerei. Annie schenkt het water. Van dichtbij, benee, klinkt kindergejoel. Hope opent het venster, zwaait met den arm …)Dag jongens! Dag! Dag Fritsje! Wil jij me vandaag niet zien?(kinderstem: „Dag moeder!)… Dag Suus! Dag Suus!(Kinderstem: „Dag moeder!”)… Dag Henk! Heb je erge pijn, dat je zoo hinkt,[223]kind?…(Kinderstem: „Nee, moeder! Dag moeder!”).… Foei, Foei, wat laten Toos en Marie de kinderen hollen! Daar valt ’r al een …(de handen als ’n roeper voor den mond)… Toos! Toos! Niet zoo dicht bij de sluizen! Hoor je?(Vrouwestem: „Joe-oe-oe!”)Meer bij de duinen!(Vrouwestem: „Joe-oe-oe!”).Annie.Drink nu je thee—’t zal wel marcheeren!Hope.(naar de tafel).Zeldzaam zorgeloos die betaalde verpleegsters! En die sluizen, zoo dicht bij ’t Gesticht, hinderen me elken dag … Herinner jij je nog dien schippersjongen verleden jaar … Hoe-ie door de zuiging.…Annie …Natuurlijk … Nee geen détails … Afschuwelijk!Hope.Goed.(zit neer)… Van dat Fritsje hou ’k dol-veel. Dat is ’n schat van ’n bengel—’n dot—altijd ernstig—en ’n mondje! Als ’k voorbij z’n bed ga, móét ’k ’m pakken—en in z’n slaap slaat-ie nog z’n armen om m’n hals.Annie.Is dat dat grappige broekmannetje, dat de eerste dagen om ’t geringste vlóékte?Hope.Hahaha! Ja: obberdorie, obberdomme—goed zeggen kan-ie ’t niet! De zusters maakten ’m in ’t begin telkens boos, om dat gebrabbel te hooren—en omdat ik toen z’n partij trok, zijn we de beste maatjes geworden. Smakelijk kopje, Ans. Gelukkig dat ’t ventje hiér is gekomen. Als je ’m vroeg, babbelde-ie: me moeder zit in de hemel en me vader[224]is ’n obberdommesche dief. Van z’ngrootvadergeleerd. Fijngevoelig als-ie is! Moeder, zei-ie nog geen uur gelejen tegen me: ik hou van jou zooveel, zooveel, ik hou van jouduizend. Aardig, hè? Aardig als iemand duizend, duizend van je houdt.…[Inhoud]Vijfde Tooneel.De vorigen, Dolf.Dolf.(in wit badkostuum met witte pet)… Hm!Annie.(tegelijk met Hope verschrikt opstaand)Meneer, is dat ’n manier!Dolf.Dames!… Mevrouw Linden … Juffrouw … De buitendeur stond aan … en … Laat ik u niet derangeeren … Gaat u zitten …Annie.…We hadden u niet gehoord. Hoe komt u zoo uit de lucht vallen? Weet Jan dat u …Dolf.Onwaarschijnlijk …(tot Hope)… Ik verjaag u hopelijk niet, juffrouw?Hope.Volstrekt niet, meneer—ik heb te werken …Annie.…En je zei dat je …Hope.…Jawel. Maar niet te lang. Dag Ans. Dag meneer.(Hope af).[Inhoud]Zesde Tooneel.Annie, Dolf.Dolf.Ja, ja. Vogelverschrikker. Mag ik zoo vrij zijn?[225]Annie.Zóó vrij, ja.Dolf.(neerzittend).Om te beginnen gefeliciteerd, mevrouw, voor de tweede maal—nu mondeling met jullie jongen …Annie.(lachend)… Meisje.Dolf …Meisje?… Heeft Jan zich zoo vergist?Annie.(lachend)… Of Jàn zich vergist heeft?…Dolf.…Dan ik—dan ik … Waar laat ’k die buiten-modelsche pet?… Excuseer dat ’k ’r mee binnen gekomen ben … Geef u geen moeite …(scheert haar in een hoek)… Da’s minder comme-il-faut dan makkelijk … Aardig huis hier. Suite èn suite—vijftien meter—heb ’k dat goed onthouden? Hahaha!Annie.Uitstekend. Maar ’t is wel ’n tijd geleden, dat u in die vijftien meter was … En bedrieg ’k me—of droeg u vroeger géen lorgnet?Dolf.Nee u heeft ’t correct onthouden.… Dag Jan! Dag ouwe kerel! Ja, ik ben ’t.…[Inhoud]Zevende Tooneel.De vorigen, Dr. Linden.Dokter.Dolf, jij?… Wat heb je voor zonderlinge ingeving, om hiér te verzeilen?Dolf.Merci voor de buitengewoon-hartelijke begroeting, hahaha! Ik kom voor záken, na ’n lange reis als commis-voyageur door ’t noorden en ’t zuiden …[226]Dokter …Bril jij?Dolf.Lei ’k juist aan je vrouw uit!—Daar heb ’k de sensatie wéér, mevrouw, de óúwe, zóo als ik u zie, van dien fameuzen eersten steen van de Stichting, met den dominee-met-’t-wratje … Ja ik bril, Jantje, kerel, kind! Kreeg ’k ineens, zonder waarschuwing, in ’n Belgisch nest.’tLas m’n krantje—en rutsch al de Reuter-telegrammen aan ’t zwemmen—collegaatje van je opgezocht—lorgnetje en niemendal gebeurd—de letters zwemmen niet meer, maar bij ’t zwemmen zelf—moet ’k oppassen geen botsing te krijgen—Voor de bain-mixtes deug ’k niet meer, hahaha! Kerel van harte met je dochter!… Maar aan me geschreven heeft-ie ’n zoon, mevrouw! Hindert jou wat?Dokter.Nou—iets hindert me. We hebben zooeven je neef Charles.…Dolf …Is Charltje hier?Dokter.Jawel. Met z’n vrouw. En ’t kindje is bij ons op de ziekenzaal.…Dolf.(plots ernstig)… Is Ninette.…Dokter.Opgegeven.Dolf.Dat meen je niet. Is de kleine Ninette … Wat scheelt ’r? Wat heeft ze?Dokter …Hopeloos. Móést ’r opereeren—hij wou Deen in consult, en ’t eenige wat Deen kòn verklaren, was dat m’n chirurgisch ingrijpen ùitstel van[227]executie geweest—hij zou ’t zèlfde gedaan hebben.… Dolf, beste kerel, toen we met z’n tweeën in de wachtkamer kwamen—om ’m voorzichtig voor te bereiden—op de quaestie van ùren nog—toen liet-ie ons niet eens aan ’t woord komen, toen begon-ie zoo miserabel te snikken, zoo ineens oud en hoe zal ’k ’t zeggen, dat we ’r zelf door kapot werden.…Annie.(nerveus)… Jan, ik kan zulke dingen niet hooren.…Dokter …En je verweet me dat ’k je buiten alles hou!…Dolf.Waar logeert-ie?Dokter.In Royal.… Je ben toch niet van plan ’m dadelijk op te zoeken?Dolf.Dat ben ’k zeker.Dokter …Doe ’t niet—niet nù … Die twee vijanden-van-mekaar hebben op ’t oogenblik nièmand noodig.Dolf …Au fond spijt ’t me, dat ’k met ’m overhoop lig … Zou ’k vanavond?Dokter …Morgen—morgen … Ninette kan ’t nog ’n veertien dagen halen, naar menschelijke berekening—nee, vandaag ontraad ik ’t stellig.… Had jij ’n verschil met ’m?Dolf …We zijn met advocaten bezig geweest—na mama’s dood—over ’t legaat voor de Stichting—diezelfde stichting waar nu z’n eigen kind.… Beroerd! Meer dan beroerd![228]Dokter …Jullie hebt toch sámen je toestemming gegeven—wat hebben dan advocaten.…Dolf …Nee nièt samen. Hij weigerde niet alleen, maar liet door z’n rechtsgeleerde dingen over mama’s geestestoestand schrijven, die ik ergerlijk—schwamm—streep door ’t gebeurde.…Dokter …En de Stichting hééft ’t legaat. Dan heb jij ’t heelemaal voor jouw rekening genomen? En dat hooren we toevallig!Dolf …Je had ’t nìet behoeven te hooren—en we praten ’r geen woord meer over—geen woord niet waar mevrouw?—geen woord, Jan?—Die tengere, intelligente Ninette … En toch.. En toch..(down)… ’k zou met Charles willen over steken … Beter de plek van ’t grafje, dan.…Dokter.(gebluft)… Dolf—zou jij ’ns wakker worden!… Ben jij ’t die daar.…Dolf.(valsch-vroolijk)… Ja!… Kun je zoo hebben. Beetje wormstekig—dagje ouder … ’n Mensch is ’n zonderling apparaatje … Wie vroeg en te vroeg lacht—jij de rest, Jantje!… ’k Begin aanleg voor hypogro … hypo … hahaha! ’k Ben blij, da’k mezelf weer ’ns hoor lachen!(opstaand)Jullie wonen hier machtig gezellig in je vijftien meter …(door het erker-venster kijkend)Ah! Goed weer in aantocht. De bommen en garnalenschuiten zeilen uit …Dokter.Hij heeft gelijk. Als die ’t ’r op wagen, krijgen we mogelijk zon …[229]Dolf.Wat is dat spektakel benee?Dokter.Van de sluizen. Nou spuien ze ’t water van ’t kanaal in zee—Ja, dat gaat met ’n vaartje. En dat mag zoolang ’r nog niet gebaad wordt …(weerklinkt kindergezang)… Onze kinderen … Je blijft eten, Dolf?Annie …Jan—Dokter …Wat Jan?…Annie.We hebben één ongelukkig boutje.… En Hope zou ook.…Dokter.Dan telefoneer ’k naar ’t dorp …Dolf.Nee Jantje—’k geloof niet dat ik.… De volgende week kom ’k mogelijk ’n paar weken.…Dokter …Jawel!… Bekend!… Vlieg ’r niet op in … Jij komt hier voor záken, zei je.… Met ’n leege maag lukken geen zaken … Ik ga telefoneeren.… Eclipseer niet, Dolf—dan krijgen we beestig mot samen!(af).[Inhoud]Achtste Tooneel.Annie, Dolf.Annie.Mag ik terwijl ’n kopje thee?… We afternoonen af en toe … Ja, dat is ’t portret van mevrouw.Dolf.(handen op den rug onbeweeglijk)… Ja.[230]Annie.In de récréatiezaal staat ’r buste.Dolf.(onbewegelijk)Zoo—’r buste …Annie.(schenkend)… En snoezig-attent, meneer, hoe de oudste meisjes op ’r geboortedag—die is ’r in gebeiteld—zonder dat iemand ’t wist, ’n trophee van groen en bloemen … Melk en suiker?..(hij luistert niet)… Ik vraag of u melk en suiker …Dolf.(zich driftig omdraaiend)… U moet me ’n dienst bewijzen, mevrouw.Annie.Ik?Dolf.Ik wil ’n onderhoud met Hope.Annie.Wat kan ìk …Dolf.U is ’r vriendin—en ’k overdrijf niet—’r vertrouwde geworden.…Annie …Ze is tè zelfstandig, om zich door iemand..Dolf.Door u wel.(nerveus-snel)… Ik moet ’r—wil ’r … Als ik ’r aanklamp, ontloopt ze me, als toen ’k daar binnen kwam … Als ’k schrijf, antwoordt ze niet … Ik ben niet meer die ik ben, daar geef ik m’n woord op … Ik heb over ’n boel … Dat wil ’k ’t persoonlijk … Daarvoor heb ’k de reis gemaakt … Dat zijn mijn záken.… Straks met ’r aan een tafel zitten, doe ’k nièt, of.…Annie.(schellend)… Goed. Gaat u een seconde daar.(wijst naar rechtersuite)… ’t Meisje mag u niet zien. Maar: laten we mekaar goed begrijpen, meneer[231]Van Walden—ìk blijf ’r buiten—en tegenover m’n bèste vriendin, gebruik ik geen omwegen …Dolf …U kunt …Annie …Weg! Weg! Weg!(Dolf af—dienstmeisje)Loop jij even naar de overzij, Kaatje, kind, en vraag zuster Hope of ze bij me wil komen—zeg ’r dat ik alléén ben.(Dienstmeisje af—zij wenkt Dolf)… Dat is de eenige onwaarheid. Meer jok ’k niet.…Dolf …Dank u voorloopig.Kan ’t hier?Annie.Hier of hiernaast—àls ze wil …Dolf.Dank u.Annie.(terwijl hij gejaagd op en neer loopt)’k Zou m’n thee niet koud laten worden, meneer—we hebben nog wel ’n paar minuten.Dolf.(zonder te luisteren, onrustig van den eenen stoel naar den anderen verhuizend)Maanden en maanden, mevrouw, ben ’k ’n soort Ahasverus geweest—iemand met ’n tic—een die zichzelf ’n zonderling vond, ja, ja …(verzit)… Soms heb ’k getwijfeld of ’k hier recht snik was, of ’n leventje van … van … plezier—zich begon te wreken, zooals de brave, beste menschen, die karnemelk inplaats van bloed hebben, mekaar wijsmaken …(loopt nerveus heen en weer, zit over haar)… Ze kunnen je door altijd door op ’t zelfde te hameren, altijd door aan te houden de suggestie opdringen, dat je, dat je.… hè! hè!… dat je ’n, ’n schaduw naast je eigen[232]schaduw ziet loopen … Als ’k verward praat, mevrouw, best mensch.…Annie …Zou u dat mevrouw nou niet ’ns eindelijk laten schieten?… Ik heet Annie.Dolf …Mag dat?Annie …Graag.Dolf …Zegt u—zeg jij dan ook Dolf?Annie …Als u—als jij ’r niets tegen heb: natuurlijk.…Dolf …Ik heb ’n boel beroerdheid gehad, Annie—wat doet ’t me ’n goed, dat ’k ’ns vertrouwelijk babbelen mag!—’n boel waarmee ’k in m’n eentje moest uitvechten—met m’n eenen ik, die m’n anderen ik uitlachte, voor de mal hield—met m’n eenen ik, die tegen m’n anderen ik zei: „je ben ’n zot, ’n kwast, ’n idioot”—met m’n eenen ik, die m’n anderen naar de tingeltangels dreef, naar vrinden, naar vrouwen—met m’n eenen ik, die spotte, vloekte, met geld smeet—me whiskey en soda liet drinken, als de andere te sentimenteel, te zwak, te willoos dee.… Van de eene hotelkamer ben ’k naar de andere getrokken, bediend, naar de oogen gekeken—grocjes slikkend, om te slapen, te slapen … Wakker liggen is ’t gemeenste, ’t vuilste dat je overkomen kan … Dat met m’n bril waarover ’k daarnet grapjes uithaalde—’k voel me zoo ouwerwetsch gezond als ’k ’t kàn, kàn—was niet ’t gevolg van minder-goede oogen—je kunt ’t ook door slappe zenuwtjes krijgen.[233]… ’r Komt ’n leeftijd bij ’n man, dat-ie z’n draai zoekt, dat-ie z’n stuur onvast hanteert.…Annie.(opstaand)… Stil even—’k geloof … Ja.… Ga nog een oogenblik(wijst de rechtsche suite. Hij verlaat de kamer. Tot Hope, die eerst rondkijkt).Ik ben alleen.[Inhoud]Negende Tooneel.Hope, Annie, Dokter.Hope …Is-ie vort?Annie.Daar.Hope.Waarom laat je me dan—je weet toch …Annie.Omdat …(Hope gebaart naar de deur).… Hope! Hope!… Als ’k je vriendin ben, je oprechtste, eerlijkste vriendin, die je beweert te vertrouwen—is dat dan de brééde manier?… Ik verras je niet, niet met trucs, niet met kleine listen—ik wou enkel ’n beroep op je verstand, op je vérstánd, doen, Hope—waar je hart.…Hope …Zachtjes—hij kan je hooren …Annie …Ik zeg je een ding, zonder verdere argumenten, zonder tusschenkomst die misplaatst is: je kunt tè hardnekkig in één gedachtengang doorhollen—je kunt gelijk hebben en toch dwaas doen.… Ik laat je alleen—nee, je gaat nièt gelijk met me de deur uit!—je blijft tien, tien, tien tellen, om ’n beslissing te nemen …(tot Dr. Linden, die binnen[234]wil komen).… Nee, Jan—je moet nog in ’t dorp voor ’t diner bestellen … Nee, niet binnen!…Dokter.Waar is Dolf?Annie.Dolf—Dolf wandelt ’n moment aan ’t strand om ’n luchtje te scheppen … Ik wou wat tafelbloemen laten komen en wat … Man, kijk niet zoo achterdochtig!.… Onder de tafel zit-ie niet …(tot Hope)… Als je dènkt, erg stevig dènkt, lieve meid, dènk dan zachtjes—vooral zachtjes—in diè kamer slaapt Tilleke, ’t eene kind—(fluisterend)… in de andere wacht ’t gróóte …(zich onderbrekend, tot Jan)… Wat luister je?Dokter …Ik luister niet—ik zie ’n rare witte pet …Annie …Hij is in z’n bloote hoofd.… Blaas je ’t lichtje onder de thee uit, Hope … En zàchtjes voor Til?…(neemt Jan onder de arm—af).[Inhoud]Tiende Tooneel.Dolf, Hope.Hope.(staat besluiteloos—hij opent haastig de deur)… U wou me …Dolf …Spreken …Hope …Veel tijd heb ’k …Dolf.…Niet—dat wist ’k. Willen we ’r bij gaan zitten?(een stilte)… ’k Zal beginnen—met te doen wat mevrouw—wat Annie u verzocht.[235](buigt naar de tafel, blaast het lichtje uit)… Zoo.Hope …Dus u luisterde?…Dolf.Natuurlijk.—Als u geweigerd had, zou ik u nagewandeld zijn—(zwak-glimlachend).… desnoods ’n scène op straat of in ’t Gesticht gemaakt hebben.…Hope …Zou u niet liever dadelijk zeggen.…Dolf.(met den ouwen glimlach).… Niet zoo hard—we zouen aan ’t kind …(een drukkende stilte. Hij neemt de pop in de handen, laat die een paar maal schommelen, legt haar weer op tafel. Buiten drie verwijderde stooten van een stoomboot. Hij herneemt houdingloos het gesprek)… Is dat ’n stoomboot?… Ja, dat is ’n boot—’k vraag naar den bekenden weg … ’n locomotief op de golfjes kan ’t moeilijk zijn …(een stilte—driftig staat hij op, loopt tot het venster, kijkt naar buiten, keert terug, zet zich opnieuw over haar)… Als ìk m’n mond hou—heeft u—heb jij—ik kan tegen jóú geen ú zeggen!—heb jij me dan niks …?… In geen zes maanden hebben we elkander.…Hope.(koel)… Bij mij—bij mij is nièts veranderd..Dolf …Bij mij zooveel te meer. Interesseert ’t je niet te hooren wat ’k al dien tijd uitgehaald heb?Hope.Nee meneer.Dolf.(ingehouden)… Hope, ’t is meer gebeurd, dat mannen, ziek door ’t verlangen naar ’n vrouw, ’n krankzinnige daad … Waarom drijf jij me tot.…[236]Hope …(opstaand)… Doen we niet beter, meneer … Als u me voor dàt heeft laten roepen …Dolf.(opstaand—heftig)… Je zàl hìèr blijven—je zàl luisteren!Hope.(uit de hoogte)… Dat zal ’k stellig niet—ik heb niet één reden …(stap naar de deur).Dolf.(hartstochtelijk)… Ik wil dat je.…Hope …’t Kind.…Dolf …Je heb gelijk. ’k Span ’t paard achter den wagen—(met moeilijken glimlach)… Je moet, al lijkt jóú dat ongeloofelijk, omdat je me tóén m’n gezòndheid, m’n gezòndheid, m’n stevigheid verweet—je moet wat consideratie met me gebruiken, m’n drift door de vingers zien—Ik ben, dat heb ’k je vriendin al gezegd, niet meer die ik ben.…Hope …Begrijp u niet.…Dolf …Vind me om af te ranselen, zoo weinig als ’k ’t zelf snap. Zouen we niet nog even kunnen zitten?… M’n prikkelbaarheid, m’n opvliegendheid, zal ’k geen tweede keer …(zij zit neer)… Je moet je wel verbazen, niet waar, dat ik ’t flirten, ’t hofmaken, ’t inpalmen van ’n vrouw al zoo verleerd schijn, dat ’k met ’n zotte onstuimigheid jóú, net jóú, probeer te overtuigen.… Hope, ik zit op ’t oogenblik zònder „supérieuren glimlach”—en àls-ie nog even terugkomt, moet je denken dat ’n vos wel z’n haar—niet z’n …(ongeduldig)… Ik bazel!…[237]’k Zou …(een stilte)… Ik ben aan ’t zoeken geweest …Hope.(verwonderd)… Aan ’t zoeken?Dolf …Naar—naar die vroegere liaison—wat ’k mama beloofde.Hope.Zelf? Heeft je „detective”…?Dolf …Ik heb ’t persoonlijk, persoonlijk—zonder hulp—gedaan. Heb je daarvoor geduld?Hope.Als ’k ’r u ’n genoegen.…Dolf.…Na je diepe, barre verontwaardiging, dien dag, ben ’k eerst woest op je geweest, heb ’n paar weken op de lamste manier tot laat in den nacht gefuifd—je krijgt alles, alles te hooren!—om me te „wreken”.… En als ’k katterig thuis kwam, liep ’k met de meest onzinnige gedachten, hoe ’k jou je caprices—je hoeft ’r niet op te antwoorden—’t antwoord geef ’k zelf!—hoe ik jou je caprices betaald zou zetten.… ’k Wou met Snip—pardon: Madame Lebeau trouwen—stel je voor, hahaha!—’t zou ’n pan zijn geworden, hahaha!—Madame Lebeau op denBurgerlijkenStand—om burgemeester Háán kippetjesvel te bezorgen—Hope krabbel niet achteruit in je stoel—ik kan me niet héélemaal…niet heelemaal in ’n andere huid steken—en omdat je daar even vriendelijk keek, kwam de ouwe natuur … Exit … Nou zal ’k elk woord beloeren … èlk … Mag ’k ’n slokje nemen? ’k Heb dorst.[238]Hope.Ga uw gang …Dolf …Zoo. Nou heb jij ’t in je hand me bij slappe, kouwe thee te hóúden …Hope …Zou u … Jan en Annie kunnen … en ik …Dolf …Ik wou ’t je betaald zetten, ’t je inpeperen—en toen—en toen, in ’n week dat ’k m’n kamer voor ’n zware verkoudheid moest bewonen, waarlijkbewonen, zat ’k weer in de belabberdste, beroerdste stemmingen, de historie wikkend, wegend … Ze háát je, redeneerde ’k: larie—ze haat jou, zooals jij ’r zèlf háát.….Hope …Ik heb nog niets van uw gezóék gehoord..Dolf …Komt! Komt!… Je moet niet op de vervolgen van ’n feuilleton vooruit loopen …Hope …Telkens, telkens weer heeft u dien toon.…Dolf.(geprikkeld)… Dien heb ’k, heb ’k!—Laat me ’m warm houen zoolang ’k nog kan—Je heb geen begrip, geen flauw begrip, niet de minste voorstelling, hoe ’k door jou en mama uit m’n toon, m’n toon, m’n toon geraakt ben!… Je heb nog niets van m’n gezóék gehoord—m’n hopeloos … Nou komt ’t!… Ze zal buigen, buigen, nam ’k me voor … Ik heb geen andere schuld dan honderden, duizenden … ’k Heb niet beloofd te trouwen, daar niet aan gedacht—zou ’r om geschaterd hebben—zoo goed als Kreeftje zelf.—Ze heeft zich aangeboden—was met soupertjes en ’n Haagsch schouwburgje meer dan tevreden—was me niet trouw—scharrelde met[239]anderen als ik met vacantie naar huis was … Die gril, die kuur, die bezetenheid van Hope—excuseer, dat was m’n beschouwing uit die dagen van ongesteldheid en slapte—die nonsens die ze duizend tegen een mama ingepraat heeft …Hope …Pardon …Dolf …Je hoeft niets te beweren—je heb gelijk—ik vertel je m’n gewroet van tóén!—die gril krijg ’k ’r alleen uit, door te bewijzen, door ’r met de stukken in de hand te overtuigen—en dan kom ’k nog compleeter de belofte aan mama na—’n belofte die ieder gedaan zou hebben—ieder in dat geval …(een stilte. Hij neemt de pop van tafel speelt er mee, terwijl hij onrustig voortpraat).Zoo, Hope, ben ’k begonnen—zoo ben ’k niet geëindigd. Wat ’n spelletje leek, ’n pogen jou „klein” te krijgen—wat de eerste dagen ’n onderhoudend inspannen van de hersens werd—draaide op ’n maniakaal willen, ’n parforce-jacht, ’n openscheuren van—van alles, neer … De familie van dien marinier, met wien ’k—dat weet je—héb ’k uitgevonden—Z’n getrouwde zusters—z’n broers—over ’t heele land verspreid—hadden moeite niet te lachen bij m’n vragen over Kreeftje—met ’t rooie haar uit den handschoenenwinkel—De posterijen heb ’k nagerejen voor ’t recu van denaangeteekendenbrief van papa—met de honderd gulden—op de minste klank ben ’k afgegaan—in Holland—België—De registers van de—van de bordeelen, wáar óok, in grootere en kleinere plaatsen, heb ’k … Verdwenen … Verdwenen … De vrouw[240]met ’t kind, ’t kind waarvan die brief zoo zeker, zoo wanhopig-zeker, zoo pijndoend-zeker sprak.…Hope …Pijndoend—pijndoend—Zegt ù pijndoend?Dolf …Dat verbaast je—daar kijk je me bij aan.. Merk je dan niet, hoe de gedachte van mama en jou ’n obsessie …(bitter)… hoe ’k langzaam, als ’n slak zoo langzaam ben gaan voelen, dat àls dat kind nog leeft—en ’t kan leven—’t kan, kan!—dat dat meisje dan op ’t uur dat we hier met elkaar praten, zoo verloren is—als—als …(start voor zich uit)… Ja. Ja … Eens heeft Snip me in ’n hotel van vijfhonderd kamers gezocht, en ontmoette me niet, omdat ze enkel m’n voornaam wist. Dat was ’n puzzle, ’n goeie mop … Als je ’n brief ergens opgeborgen heb, zeker opgeborgen—en je vindt ’m niet, dan zoek je nijdig en zenuwachtig tot-ie na dagen en dagen vloeken vlak voor de hand ligt—zooals dien middag tusschen de sigaren … Maar dat levende menschen, levende, ’n vrouw en ’n meisje van achttien verdwijnen, zooals ’n steen ’t achter ons in ’t water, zou doen—en dat je ’r telkens over piekert, zonder resultaat da’s … da’s …(laat de pop vallen)… Jij heb toen gesproken van ’n radelooze zéé-van-menschen—dat was juist—de zee spoelt weg, spoelt niet terug …(verschrikt opkijkend)… Hope, huil je?… Waarom huil jìj, Hope?Hope…Omdat—omdat … Dat kan ’k nu niet zeggen.… Omdat … Willen we niet verder.…Dolf …Niet verder?[241]Hope.Nù niet … Je heb me verbazend … verrast—ik dacht niet aan de mogelijkheid—dat jij—dat ù..Dolf …Toe hou je an dat jij … Na de wandeling met de boschviooltjes, die je droogde—nee, nièt droogde!—heb je nog maar één keer je u’s vergeten—dien middag bij mij thuis …(haar z’n hand toestekend)… Weiger je nòg, Hope?Hope …Geef me den tijd, om—om te overleggen—je heb me zoo overrompeld …Dolf …Om te overleggen … Moet je bij dàt overleggen … je verstand „raadplegen”?.…Hope …Je heb beloofd niet meer op te vliegen—Dolf!(legt haar hand over tafel op de zijne)… Eens—laat me dat zeggen, zonder de intentie bijna vergeten dingen levend te maken—eens trapte je m’n groote, vreeselijk-groote genegenheid—door je ruwe overval in m’n slaapkamer—dood—toen, in den nacht dat we samen bij ’t sterfbed van je mama, in die hotelkamer waakten, had ’k ’n nièuwe vurige hoop—en we gingen voor de tweede maal van mekaar. Hij houdt z’n belofte aan mevrouw niet, dacht ’k—hij bréékt ’r niet: hij spot over alles heen—’t wordt geen dáád—geen dáád …—toen heb ik me iets heiligs, plechtigs voorgenomen: jou onder géén, géén omstandigheden te trouwen—mezelf aan de kinderen hier te geven … Stuif niet op Dolf … Ineens die belofte vergeten, zònder overgang voor de dèrde maal ’n heerlijk vertrouwen in—in jóú vastgrijpen—dat durf ’k nog niet aan.[242]We zitten, door ’n wonder, door ’n wònder, beter, oprechter tegenover elkander, als we ’t ooit, ooit.… Nee doe nu niet brusk, niet meer zoo hartstochtelijk als vroeger … Van af de jaren dat ik als kind, zonder ouders—gedacht, maar vooral gewrokt en gehaat heb—heb ’k verlangd, niet te zeggen hoe innig verlangd … ’n eigen kind in achting voor mezelf—en m’n man groot te brengen … Dwing me op ’t oogenblik niets met je oogen af—ik zeg niet nee—niet ja—ik vraag uitstel.…Dolf.(geprikkeld)… Uitstel?… Nog eens uitstel …Hope …Ik ben bang dat wij—u en ik—(haastig)jij en ik.…Dolf.…Dat wij wat?…Hope.(moeilijk)… Dat we bij mekaar niet meer dat—dat geluk zullen vinden.Dolf.(hartstochtelijk)… Onwaar!… Onwaar!… Jij voelt dat zelf anders …Hope …Misschien, misschien hèb je gelijk—laat me overleggen!—We hebben mekaar in zoo’n tijd niet gezien—in geen maanden en maanden—Als jij veranderd ben, ben ik ’t mogelijk ook.…Dolf …Met andere woorden: voor de derde maal de bons?… Verlang je nog meer, nòg meer van me!Hope …Nee … Maar je moet ’t me met mezelf laten uitvechten.… We zijn allebei ’n dagje ouder geworden.…(met moeite).… En ’k had ’t me al zoo[243]afgeleerd aan jou te denken—in de bezigheden van elken dag hier.…Dolf …Dus …Hope …Stil!… ’t Lijkt me …(gejoel en geroep buiten).… Daar is iets.…(gaat snel op het erkervenster toe).… Allemachtigste God!Dolf.(naast haar)… Is ’r ’n ongeluk gebeurd?Hope.(tot ’n man buiten)… Is een van de kinderen? Hoor je niet!.… Is een van de kinderen?…(Stem buiten: „Een van de jongens, zuster!”).Hope.Groote God—een van de kinderen in de sluis terwijl ’k ze zoo gewaarschuwd heb!… Groote God—met de sluisdeuren open, als toen, als toen.…(wijkt angstig van het raam).Dolf …Steekt dan niemand van die lummels ’n poot uit!.…Hope.(als in versteening)… Is niet te redden—is niet te redden—met die strooming naar zee …Dolf.(driftig en glimlachend)… Dat zullen we zien!Hope.(wakkerschrikkend)… Blijf hier! Blijf hier! Is één leven niet genoeg!Dolf.(met star-lichtende oogen)… Als ’k jou dàt kind in je armen terugbreng—overleg jij dan nog?Hope.(heftig)Dolf, Dolf—bega geen krankzinnigheid!… Als, als ’t te redden was, zouen die daar, de visschers en schippers …[244]Dolf …Ik zie ’t nog drijven—zie ’t—zie ’t! Bij m’n andere dollemans-jacht, zag’k niets, niets!.…(naar de deur).Jij wou ’n daad, ’n daad …! Je zult je daad hebben.…Hope.(heftig)… Dolf, ik smeek je, smeek je—doe ’t niet.…Dolf …Al zou je nou op je knieën—al zou je God en de engelen zelf.…(af).Hope …Dolf, Dolf.…[Inhoud]Elfde Tooneel.Hope, Dokter.Dokter …Wat is ’r?… Waar holt-ie heen?Hope …Hou ’m terug, Jan. Hou ’m terug! Een van de kinderen is in de sluis gevallen, drijft naar zee … Vraag niet verder … Hou ’m terug!… Ik, ik, ik jaag ’m den dood in …(Dokter af).[Inhoud]Twaalfde Tooneel.Annie, Hope.Annie.(snel door rechtersuite)… Hope! Hope!… Weet je ’t?… Weet je dat Fritsje.…Hope …(hartstochtelijk)… Fritsje?… Fritsje!… De ellendelingen!(zakt op ’n stoel).Annie …Toen Toos omkeek wou-ie … Wat doe je?Hope.(wild op het erkervenster toestortend, kijkt,[245]geeft ’n gil).O!… O!… Dat Jan ’m niet tegengehouden heeft!… Dolf!… Dolf!…(zit bewusteloos-starend neer).Annie.(door het venster verschrikt kijkend).Moeder Maria … Moeder Maria …Hope …Mijn schuld … Mijn schuld …Annie …Ze brengen ’n boot uit … Laten we …Hope …Ik kan niet.…Annie …We zijn ’r in tien tellen.…Hope …Ik kan niet.…Annie …Dan ga ik …Hope …(zacht smeekend)… Hier blijven … Hier blijven … Ik ben zoo bang—durf niet naar buiten kijken.… O lieve God in de hemelen, God in de hemelen, God in de hemelen!… Ik hou zoo waanzinnig, zoo waanzinnig-veel van ’m.… O lieve God in de hemelen, maak me niet gek, niet gek!…Annie …(angstig)… Is-ie hier vandaan—hier uit de kamer.…?Hope …Ik weet ’t niet, weet niets, niets!…(de armen om Annie heen slaand).Kijk niet! Kijk niet!… Bij ’t leven van je Tilleke kijk niet!… Ik heb ’m vermoord … Als ’k m’n mond op zijn mond gedrukt had, zoo als ’k ’t wóú, zooals ’k ’t ieder uur van den nacht, ieder uur van den dag droomde, droomde, droomde, zou-ie me niet voor altijd alleen hebben[246]gelaten, voor ’n kind dat hèm niet angaat, mìj niet angaat, nièmand angaat.…Annie.…Hope, in Godsnaam, kom tot jezelf!.… Misschien heeft de boot ’m.…(wil naar ’t raam).Hope.(hartstochtelijk het koord van het gordijn stuktrekkend, zoo dat het voor het venster neerflapt).…… Niet kijken.… Niet kijken.… Ik zie ’m nooit meer terug!…(zakt met het hoofd in de armen op de tafel).Annie …Hope!…Hope …(buigt angstig-aarzelend ’t gevallen gordijn ’n weinig om, staart door den kier, gaat diep-ontzet op den anderen erkerstoel zitten).Hope.(die de laatste bewegingen opgelet heeft, richt zich op).… Kijk je niet meer?(een stilte).Blijf je zitten?…(een stilte)… Zeg je nièts.…?[Inhoud]Dertiende Tooneel.De vorigen, Dokter.Dokter.(dompt verslagen op den stoel bij de deur.…)Da’s vreeselijk, vreeselijk.…Hope.(ziet hem aan, barst los)… Mijn schuld! Mijn schuld!… Ik heb ’m tot ’t laatst voorgelogen.… En om dat kind, datvreemdekind, heeft-ie mìj, mìj …(zakt ineen. Annie en Jan schieten toe).EINDE.Berlijn/Scheveningen, December ’07.[247]1Dit bedrijf werd na de vertooning een weinig geretoucheerd.↑
DERDE BEDRIJF.1(De huiskamer bij Dr. Linden—eenvoudig effen behang—een enkele gravure—rustige meubelen. Het eerste plan, links, vormt een glazen erker, eenigszins verhoogd. Tweede en derde plan dito, suite deuren. Voor den erker een kleine tafel—eris eenovervloed van planten. Rechts in den achterwand toegangsdeur naar marmeren gang. Eerste plan, rechts een buffet. Tweede en derde plan, dito, wederom suite deuren. Bij voorgrond, rechts, een ronde tafel, waaromheen stoelen. Vroegzomer. Zonlooze middag).
(De huiskamer bij Dr. Linden—eenvoudig effen behang—een enkele gravure—rustige meubelen. Het eerste plan, links, vormt een glazen erker, eenigszins verhoogd. Tweede en derde plan dito, suite deuren. Voor den erker een kleine tafel—eris eenovervloed van planten. Rechts in den achterwand toegangsdeur naar marmeren gang. Eerste plan, rechts een buffet. Tweede en derde plan, dito, wederom suite deuren. Bij voorgrond, rechts, een ronde tafel, waaromheen stoelen. Vroegzomer. Zonlooze middag).
[Inhoud]Eerste Tooneel.Dr. Linden, Annie.Dokter.(komt door gangdeur geaffaireerd binnen, blijft lachend staan, loopt op de teenen naar de linkersuite, waarvan een deur aanstaat, luistert naar Annie, die het kind in slaap zingt … „’sAvonds als ik slapen ga, loopen me zestien engeltjes na: twee aan mijn hoofdeind, twee aan mijn voeteneind”…—hij zit er lachend bij neer—… „twee aan mijn rechterzij, twee aan mijn linkerzij …”).Dokter …(invallend, terwijl zij zwijgt)… Twee, die mij dekken, twee, die mij wekken.…Annie …Suscht! ’k Heb zoo’n moeite met ’r!(kijkt[216]nog even in de kamer, sluit de suitedeuren)… Hoe kun je ’t over je hart krijgen ’t kind wakker te maken en me zoo te laten schrikken!Dokter.Is dat je goeien middag?(zij omhelst hem).Nu was je toch wéér bezig, wijf, om die hobbelwieg heen en weer te duwen!Annie …Ze was zóo lastig! Wou per se niet gaan slapen.…Dokter …Ja, ja—dat eindigt met ’n fopspeen, als ik ’r ’t oog niet op hou!—Wijf, wijf: hoeveel honderd keer moet je ’t nu nòg hooren: niet opnemen, niet in de handen nemen, als ze huilen!(geeft haar een zoen)… Vannacht, toen je dacht dat ’k sliep, ben je ’r ook uit geweest …(tweede zoen)… Dat duurt tot ’k Til en de wieg ’s nachts op de logeerkamer stop—en de deur op slot.…Annie …Hahaha!(schrikt—beluistert de suitedeur).… Nee, Goddank!… ’k Durf de kamer gewoon niet uit gaan!… Zoo’n bord pap heeft ze—zóó’n bord … Wat zoek je, Jan?Dokter …Waar heb ’k vanmorgen de staten … Waar heb ’k.…?.…Annie …Je brandt je—vlak bij je neus …Dokter …(’n boek van de kleine tafel bij den erker nemend)… Merci.Annie …Zou je niet één seconde gaan zitten? Presseert ’t op ’n halve minuut?[217]Dokter …Op ’n kwart. Consult met Deen.(op z’n horloge kijkend)… Drommels!…(wil heen).Annie …Toe, akeligheid: nog geen kwartier ben je thuis gebleven!… En van ’n consult weet ’k niks! Wor ’k buiten àlles gehouen?Dokter …Consult voor Ninette van Walden …Annie …’t Dochtertje van Charles?…Dokter …Ja, ja—hou me niet langer op, wijf!… Is vanmorgen vroeg geopereerd …(tot Hope, die de gangdeur doorkomt)… Vertel jij ’t resteerende, Hope, hè?… Dag wijf!… En van de wieg afblijven!(af).[Inhoud]Tweede Tooneel.Annie, Hope.Hope.Wat bedoelt Jan?Annie.Is ’r consult voor ’t meisje van Van Walden …?…(een pop uit Hope’s hand aannemend).Nee maar Hope-lief, wat ben je ’n engel! Och, wat bederf je m’n snoetje!Hope …Die kun je aan ’t koordje boven ’r hoofdje hangen …(Annie omhelst haar)… Nou, nou, Annie!… ’k Zou verlegen worden, om weer ’n kleinigheid mee te brengen.… Ging Jan?… Vreeselijk jammer—zoo’n lief, zachtzinnig meisje—ach, wat zielig!—heeft na de operatie liggen lachen—niets aan te doen—niets. Dat consult had net zoo goed.… Maar Van Walden wòù ’t, wòù ’t … Stakkerig! ’k Had geen oogenblik Charles—’k heb ’m[218]toch vrij lang bijgewoond—op zulk ’n hartstocht voor dat ziekelijke, frêle ding getaxeerd.…Annie.Jullie hoopten toch—toen ’t voor veertien dagen kwam …Hope …Dat deden we—Jan vond één longtop aangetast—de nieuwe acute ontsteking, die geopereerd móést worden—was tuber, tuber.…Annie …Wil je gelooven, dat ik ’t ’n bezoeking vind, naast ’t Gesticht te wonen …(luistert angstig aan de suitedeur).Als Jan me zoo iets tegen den avond vertelt, lig ’k den heelen nacht wakker, bang dat Til.…(de gestichtsbel luidt)… Half vijf?…Hope …Ja, da’s de melk.Annie.Blijf jij babbelen, of gaan de kinderen nog naar ’t strand?(schelt).Hope.Naar ’t strand—met dit ruwe weer? Nee. En dan ik ben vrij. Marie en Toos hebben de beurt.Annie.Drinken we ’n kop thee?Hope.Graag.Annie.(tot het dienstmeisje)… Kaatje, kind, zet je voor twee personen thee? Weet je alleen de bus te vinden, kind? En niet ’t water eerst—éérst de thee in den trekpot, hoor je?.… Of nee, Kaatje, breng liever ’t water separaat.… Vlug en niets breken!…(meisje af)… Zoo moet ’k ’r alles duidelijk maken! Hahaha![219][Inhoud]Derde Tooneel.Devorigen,Charles.Charles.(door gangdeur)… Pardon als ’k stoor, mevrouw—ik zoek den dokter.Annie.Is nog geen drie minuten geleden naar ’t Gesticht gegaan.Charles.Daar kom ’k toch vandaan …Hope.Meneer zal misschien langs de achterzij …Annie.Wil u niet ’n oogenblik plaatsnemen?Charles.Nee. Dank u.(stap naar deur—zich bezinnend, tot Hope)… Hope … Hope …(ineens hartstochtelijk)… Lieg niet: is ’t opgegeven?Hope.(aarzelend)… Hoe kan ík daarop antwoorden, meneer Charles …Charles.Jij, als hoofdverpleegster, weet ’t zoo goed, zoo goed als zij!(heftig).Lieg niet, lieg niet! Dat is ’t éénige wat ’k nog te verzoeken heb …Hope.(ontwijkend)… Eerst na ’t consult—niet waar … niet waar?—is ’r eenige zekerheid …(hij zit neer)… Ik durf niets zeggen … En de meening van dokter Linden …(een stilte. Hij zit dof-verslagen).Annie.(hartelijk)… Kom meneer Van Walden—u is nog zoo jong—u heeft nog zoo ’t heele leven voor u …(hij barst in snikken uit).Hope.Meneer Charles …[220]Annie.…En u heeft ’n vróúw, ’n vrouw, meneer …Charles.(opstaand, zich bedwingend).Dank u.(af).[Inhoud]Vierde Tooneel.Annie, Hope.Hope …Van z’n vrouw had je niet moeten spreken …Annie.Niet van z’n vrouw?Hope.Nee. ’k Had geen gelegenheid je te waarschuwen—die twee zijn nog nietsamenaan ’t bedje geweest …Annie.Meen je dat?… Zóó gebrouilleerd?…(Hope knikt)… Waarom?Hope.Waarom?… Ja waarom?… Zij is den heelen dag in ’t gezelschap van „vrienden”—hij afficheert zich in ’t openbaar, zelfs hier, met z’n maitresse … Tot vandaag lijken ze bij mekaar gebleven om de zieke Ninette … Zóó als ’t stakkertje ’r niet meer is, maar ook zoo dadelijk, laten die twee mekaar los … En dan mag ’t … Ze zijn al gescheiden van … „tafel en bed”… ’n Huwelijk zonder kind is geen huwelijk …Annie.…Hoe kom je op den inval!Hope.Menschen zonder jullie geluk, zijn niet getrouwd—jullie huwelijk, ja da’s zeker, is eerst door de geboorte van Tilleke begonnen … Vóor dien tijd …Annie.Hahaha!… Jan zou je uitlachen, als-ie je hoorde … Scheelt je wat?[221]Hope.(die met het hoofd in de handen gezeten heeft)… Niet sámen bij ’n sterfbedje—dat wordt ’t!—willen komen … O, o, wat is al dat gedoe erger dan wanhopig—wat is ’t angstig ’n zoo harden kijk op ’t leven te krijgen, als ik ’t hier dagelijks, dagelijks …Annie.Hope—wat scheelt je?Hope.…’n Beetje downheid—’n tikje moeiheid—Vannacht ben ’k ’r ’n paar maal uit gemoeten—en die operatie aan dat lichaampje vanmorgen, heeft me …(moeilijk)… Voor jou heb ’k geen geheimen, Ans—bij jou heb ’k me zoo thuis gevoeld, na ’t werk in ’t Gesticht—ik ben ’r je zoo dankbaar voor … Toen dat meisje onder de pijn lachte, lachte om ons te overtuigen dat we ’r geen zeer hadden gedaan—toen had ze denzelfden trek om den mond van—van zeker iemand …Annie.…Van …Hope …Geen naam uitspreken. Denk aan de afspraak!(wrevelig)… Wat ’n mensch met karakter ben ik, hè? Als ’k ’r zoo iets uitflap, krijg ’k ’n gevoel van afkeer voor mezelf …(quasi-onverschillig)… Waar hadden we ’t over?… Over Ninette. Over den band, denheiligenband, zou dominee zeggen … Zondag heeft-ie ’r ’n boom over opgezet—over z’n „heiligen band”—dat de menschen uit ’t dorp met d’r oogleden knipperden … Alleen ìk niet … Ik weet te veel … Ons Gesticht is ’n te vinnige illustratie op de heiligheid.… Kinderen, kinderen, denk ’k zoo dikwijls, als ze d’r goddelijke spelletjes onder[222]ons toezicht aan ’t strand spelen: jullie beseft je zegening niet, dat je in ’n bandeloos Gesticht opgroeit, langzaam mensch wordt, zonder de wrok van ’n thuis, als de kleine Ninette, zonder ’t stil gehuil van je moeder, zonder de drift om ’n kleinigheid van je vader.…. Als ze in ’t zand om me heen stoeien, me gierend van ’t lachen begraven, me met z’n tien, twintig, dertig waarachtige broertjes en zusjes bestormen, krijg ’k soms de tranen in m’n oogen—voel ’k me in ’t prachtigst gezin van de wereld—’t gezin zooals ik ’t me verbeeld, dat ’t na eeuwen overal, overal zijn zal—elk kind door z’n geboorte ’t kind van ieder—van ieder—vaders bijzaak.(een stilte)’k Ben blij dat de „mijne” me tot die gedachten gebracht heeft.… dat ik ’r geen heb.…Annie(glimlachend)… Hope, Hope—hoe kun je dat alles zoo akelig resoluut—haast zoo onvrouwelijk zeggen—terwijl Tilleke achter die deur slaapt.…Hope …Onvrouwelijk?… Ik met m’n zestig kinderen!…(scherp)… Niet ieder kan …(zich inhoudend)… Neem me niet kwalijk, Ans … Ik ben vandaag geen opwekkend gezelschap …(luchtig)… Hou jij je aan den allerheiligsten band … van ’t geluk …(staat op, gaat naar den erker. De meid brengt het thee-gerei. Annie schenkt het water. Van dichtbij, benee, klinkt kindergejoel. Hope opent het venster, zwaait met den arm …)Dag jongens! Dag! Dag Fritsje! Wil jij me vandaag niet zien?(kinderstem: „Dag moeder!)… Dag Suus! Dag Suus!(Kinderstem: „Dag moeder!”)… Dag Henk! Heb je erge pijn, dat je zoo hinkt,[223]kind?…(Kinderstem: „Nee, moeder! Dag moeder!”).… Foei, Foei, wat laten Toos en Marie de kinderen hollen! Daar valt ’r al een …(de handen als ’n roeper voor den mond)… Toos! Toos! Niet zoo dicht bij de sluizen! Hoor je?(Vrouwestem: „Joe-oe-oe!”)Meer bij de duinen!(Vrouwestem: „Joe-oe-oe!”).Annie.Drink nu je thee—’t zal wel marcheeren!Hope.(naar de tafel).Zeldzaam zorgeloos die betaalde verpleegsters! En die sluizen, zoo dicht bij ’t Gesticht, hinderen me elken dag … Herinner jij je nog dien schippersjongen verleden jaar … Hoe-ie door de zuiging.…Annie …Natuurlijk … Nee geen détails … Afschuwelijk!Hope.Goed.(zit neer)… Van dat Fritsje hou ’k dol-veel. Dat is ’n schat van ’n bengel—’n dot—altijd ernstig—en ’n mondje! Als ’k voorbij z’n bed ga, móét ’k ’m pakken—en in z’n slaap slaat-ie nog z’n armen om m’n hals.Annie.Is dat dat grappige broekmannetje, dat de eerste dagen om ’t geringste vlóékte?Hope.Hahaha! Ja: obberdorie, obberdomme—goed zeggen kan-ie ’t niet! De zusters maakten ’m in ’t begin telkens boos, om dat gebrabbel te hooren—en omdat ik toen z’n partij trok, zijn we de beste maatjes geworden. Smakelijk kopje, Ans. Gelukkig dat ’t ventje hiér is gekomen. Als je ’m vroeg, babbelde-ie: me moeder zit in de hemel en me vader[224]is ’n obberdommesche dief. Van z’ngrootvadergeleerd. Fijngevoelig als-ie is! Moeder, zei-ie nog geen uur gelejen tegen me: ik hou van jou zooveel, zooveel, ik hou van jouduizend. Aardig, hè? Aardig als iemand duizend, duizend van je houdt.…[Inhoud]Vijfde Tooneel.De vorigen, Dolf.Dolf.(in wit badkostuum met witte pet)… Hm!Annie.(tegelijk met Hope verschrikt opstaand)Meneer, is dat ’n manier!Dolf.Dames!… Mevrouw Linden … Juffrouw … De buitendeur stond aan … en … Laat ik u niet derangeeren … Gaat u zitten …Annie.…We hadden u niet gehoord. Hoe komt u zoo uit de lucht vallen? Weet Jan dat u …Dolf.Onwaarschijnlijk …(tot Hope)… Ik verjaag u hopelijk niet, juffrouw?Hope.Volstrekt niet, meneer—ik heb te werken …Annie.…En je zei dat je …Hope.…Jawel. Maar niet te lang. Dag Ans. Dag meneer.(Hope af).[Inhoud]Zesde Tooneel.Annie, Dolf.Dolf.Ja, ja. Vogelverschrikker. Mag ik zoo vrij zijn?[225]Annie.Zóó vrij, ja.Dolf.(neerzittend).Om te beginnen gefeliciteerd, mevrouw, voor de tweede maal—nu mondeling met jullie jongen …Annie.(lachend)… Meisje.Dolf …Meisje?… Heeft Jan zich zoo vergist?Annie.(lachend)… Of Jàn zich vergist heeft?…Dolf.…Dan ik—dan ik … Waar laat ’k die buiten-modelsche pet?… Excuseer dat ’k ’r mee binnen gekomen ben … Geef u geen moeite …(scheert haar in een hoek)… Da’s minder comme-il-faut dan makkelijk … Aardig huis hier. Suite èn suite—vijftien meter—heb ’k dat goed onthouden? Hahaha!Annie.Uitstekend. Maar ’t is wel ’n tijd geleden, dat u in die vijftien meter was … En bedrieg ’k me—of droeg u vroeger géen lorgnet?Dolf.Nee u heeft ’t correct onthouden.… Dag Jan! Dag ouwe kerel! Ja, ik ben ’t.…[Inhoud]Zevende Tooneel.De vorigen, Dr. Linden.Dokter.Dolf, jij?… Wat heb je voor zonderlinge ingeving, om hiér te verzeilen?Dolf.Merci voor de buitengewoon-hartelijke begroeting, hahaha! Ik kom voor záken, na ’n lange reis als commis-voyageur door ’t noorden en ’t zuiden …[226]Dokter …Bril jij?Dolf.Lei ’k juist aan je vrouw uit!—Daar heb ’k de sensatie wéér, mevrouw, de óúwe, zóo als ik u zie, van dien fameuzen eersten steen van de Stichting, met den dominee-met-’t-wratje … Ja ik bril, Jantje, kerel, kind! Kreeg ’k ineens, zonder waarschuwing, in ’n Belgisch nest.’tLas m’n krantje—en rutsch al de Reuter-telegrammen aan ’t zwemmen—collegaatje van je opgezocht—lorgnetje en niemendal gebeurd—de letters zwemmen niet meer, maar bij ’t zwemmen zelf—moet ’k oppassen geen botsing te krijgen—Voor de bain-mixtes deug ’k niet meer, hahaha! Kerel van harte met je dochter!… Maar aan me geschreven heeft-ie ’n zoon, mevrouw! Hindert jou wat?Dokter.Nou—iets hindert me. We hebben zooeven je neef Charles.…Dolf …Is Charltje hier?Dokter.Jawel. Met z’n vrouw. En ’t kindje is bij ons op de ziekenzaal.…Dolf.(plots ernstig)… Is Ninette.…Dokter.Opgegeven.Dolf.Dat meen je niet. Is de kleine Ninette … Wat scheelt ’r? Wat heeft ze?Dokter …Hopeloos. Móést ’r opereeren—hij wou Deen in consult, en ’t eenige wat Deen kòn verklaren, was dat m’n chirurgisch ingrijpen ùitstel van[227]executie geweest—hij zou ’t zèlfde gedaan hebben.… Dolf, beste kerel, toen we met z’n tweeën in de wachtkamer kwamen—om ’m voorzichtig voor te bereiden—op de quaestie van ùren nog—toen liet-ie ons niet eens aan ’t woord komen, toen begon-ie zoo miserabel te snikken, zoo ineens oud en hoe zal ’k ’t zeggen, dat we ’r zelf door kapot werden.…Annie.(nerveus)… Jan, ik kan zulke dingen niet hooren.…Dokter …En je verweet me dat ’k je buiten alles hou!…Dolf.Waar logeert-ie?Dokter.In Royal.… Je ben toch niet van plan ’m dadelijk op te zoeken?Dolf.Dat ben ’k zeker.Dokter …Doe ’t niet—niet nù … Die twee vijanden-van-mekaar hebben op ’t oogenblik nièmand noodig.Dolf …Au fond spijt ’t me, dat ’k met ’m overhoop lig … Zou ’k vanavond?Dokter …Morgen—morgen … Ninette kan ’t nog ’n veertien dagen halen, naar menschelijke berekening—nee, vandaag ontraad ik ’t stellig.… Had jij ’n verschil met ’m?Dolf …We zijn met advocaten bezig geweest—na mama’s dood—over ’t legaat voor de Stichting—diezelfde stichting waar nu z’n eigen kind.… Beroerd! Meer dan beroerd![228]Dokter …Jullie hebt toch sámen je toestemming gegeven—wat hebben dan advocaten.…Dolf …Nee nièt samen. Hij weigerde niet alleen, maar liet door z’n rechtsgeleerde dingen over mama’s geestestoestand schrijven, die ik ergerlijk—schwamm—streep door ’t gebeurde.…Dokter …En de Stichting hééft ’t legaat. Dan heb jij ’t heelemaal voor jouw rekening genomen? En dat hooren we toevallig!Dolf …Je had ’t nìet behoeven te hooren—en we praten ’r geen woord meer over—geen woord niet waar mevrouw?—geen woord, Jan?—Die tengere, intelligente Ninette … En toch.. En toch..(down)… ’k zou met Charles willen over steken … Beter de plek van ’t grafje, dan.…Dokter.(gebluft)… Dolf—zou jij ’ns wakker worden!… Ben jij ’t die daar.…Dolf.(valsch-vroolijk)… Ja!… Kun je zoo hebben. Beetje wormstekig—dagje ouder … ’n Mensch is ’n zonderling apparaatje … Wie vroeg en te vroeg lacht—jij de rest, Jantje!… ’k Begin aanleg voor hypogro … hypo … hahaha! ’k Ben blij, da’k mezelf weer ’ns hoor lachen!(opstaand)Jullie wonen hier machtig gezellig in je vijftien meter …(door het erker-venster kijkend)Ah! Goed weer in aantocht. De bommen en garnalenschuiten zeilen uit …Dokter.Hij heeft gelijk. Als die ’t ’r op wagen, krijgen we mogelijk zon …[229]Dolf.Wat is dat spektakel benee?Dokter.Van de sluizen. Nou spuien ze ’t water van ’t kanaal in zee—Ja, dat gaat met ’n vaartje. En dat mag zoolang ’r nog niet gebaad wordt …(weerklinkt kindergezang)… Onze kinderen … Je blijft eten, Dolf?Annie …Jan—Dokter …Wat Jan?…Annie.We hebben één ongelukkig boutje.… En Hope zou ook.…Dokter.Dan telefoneer ’k naar ’t dorp …Dolf.Nee Jantje—’k geloof niet dat ik.… De volgende week kom ’k mogelijk ’n paar weken.…Dokter …Jawel!… Bekend!… Vlieg ’r niet op in … Jij komt hier voor záken, zei je.… Met ’n leege maag lukken geen zaken … Ik ga telefoneeren.… Eclipseer niet, Dolf—dan krijgen we beestig mot samen!(af).[Inhoud]Achtste Tooneel.Annie, Dolf.Annie.Mag ik terwijl ’n kopje thee?… We afternoonen af en toe … Ja, dat is ’t portret van mevrouw.Dolf.(handen op den rug onbeweeglijk)… Ja.[230]Annie.In de récréatiezaal staat ’r buste.Dolf.(onbewegelijk)Zoo—’r buste …Annie.(schenkend)… En snoezig-attent, meneer, hoe de oudste meisjes op ’r geboortedag—die is ’r in gebeiteld—zonder dat iemand ’t wist, ’n trophee van groen en bloemen … Melk en suiker?..(hij luistert niet)… Ik vraag of u melk en suiker …Dolf.(zich driftig omdraaiend)… U moet me ’n dienst bewijzen, mevrouw.Annie.Ik?Dolf.Ik wil ’n onderhoud met Hope.Annie.Wat kan ìk …Dolf.U is ’r vriendin—en ’k overdrijf niet—’r vertrouwde geworden.…Annie …Ze is tè zelfstandig, om zich door iemand..Dolf.Door u wel.(nerveus-snel)… Ik moet ’r—wil ’r … Als ik ’r aanklamp, ontloopt ze me, als toen ’k daar binnen kwam … Als ’k schrijf, antwoordt ze niet … Ik ben niet meer die ik ben, daar geef ik m’n woord op … Ik heb over ’n boel … Dat wil ’k ’t persoonlijk … Daarvoor heb ’k de reis gemaakt … Dat zijn mijn záken.… Straks met ’r aan een tafel zitten, doe ’k nièt, of.…Annie.(schellend)… Goed. Gaat u een seconde daar.(wijst naar rechtersuite)… ’t Meisje mag u niet zien. Maar: laten we mekaar goed begrijpen, meneer[231]Van Walden—ìk blijf ’r buiten—en tegenover m’n bèste vriendin, gebruik ik geen omwegen …Dolf …U kunt …Annie …Weg! Weg! Weg!(Dolf af—dienstmeisje)Loop jij even naar de overzij, Kaatje, kind, en vraag zuster Hope of ze bij me wil komen—zeg ’r dat ik alléén ben.(Dienstmeisje af—zij wenkt Dolf)… Dat is de eenige onwaarheid. Meer jok ’k niet.…Dolf …Dank u voorloopig.Kan ’t hier?Annie.Hier of hiernaast—àls ze wil …Dolf.Dank u.Annie.(terwijl hij gejaagd op en neer loopt)’k Zou m’n thee niet koud laten worden, meneer—we hebben nog wel ’n paar minuten.Dolf.(zonder te luisteren, onrustig van den eenen stoel naar den anderen verhuizend)Maanden en maanden, mevrouw, ben ’k ’n soort Ahasverus geweest—iemand met ’n tic—een die zichzelf ’n zonderling vond, ja, ja …(verzit)… Soms heb ’k getwijfeld of ’k hier recht snik was, of ’n leventje van … van … plezier—zich begon te wreken, zooals de brave, beste menschen, die karnemelk inplaats van bloed hebben, mekaar wijsmaken …(loopt nerveus heen en weer, zit over haar)… Ze kunnen je door altijd door op ’t zelfde te hameren, altijd door aan te houden de suggestie opdringen, dat je, dat je.… hè! hè!… dat je ’n, ’n schaduw naast je eigen[232]schaduw ziet loopen … Als ’k verward praat, mevrouw, best mensch.…Annie …Zou u dat mevrouw nou niet ’ns eindelijk laten schieten?… Ik heet Annie.Dolf …Mag dat?Annie …Graag.Dolf …Zegt u—zeg jij dan ook Dolf?Annie …Als u—als jij ’r niets tegen heb: natuurlijk.…Dolf …Ik heb ’n boel beroerdheid gehad, Annie—wat doet ’t me ’n goed, dat ’k ’ns vertrouwelijk babbelen mag!—’n boel waarmee ’k in m’n eentje moest uitvechten—met m’n eenen ik, die m’n anderen ik uitlachte, voor de mal hield—met m’n eenen ik, die tegen m’n anderen ik zei: „je ben ’n zot, ’n kwast, ’n idioot”—met m’n eenen ik, die m’n anderen naar de tingeltangels dreef, naar vrinden, naar vrouwen—met m’n eenen ik, die spotte, vloekte, met geld smeet—me whiskey en soda liet drinken, als de andere te sentimenteel, te zwak, te willoos dee.… Van de eene hotelkamer ben ’k naar de andere getrokken, bediend, naar de oogen gekeken—grocjes slikkend, om te slapen, te slapen … Wakker liggen is ’t gemeenste, ’t vuilste dat je overkomen kan … Dat met m’n bril waarover ’k daarnet grapjes uithaalde—’k voel me zoo ouwerwetsch gezond als ’k ’t kàn, kàn—was niet ’t gevolg van minder-goede oogen—je kunt ’t ook door slappe zenuwtjes krijgen.[233]… ’r Komt ’n leeftijd bij ’n man, dat-ie z’n draai zoekt, dat-ie z’n stuur onvast hanteert.…Annie.(opstaand)… Stil even—’k geloof … Ja.… Ga nog een oogenblik(wijst de rechtsche suite. Hij verlaat de kamer. Tot Hope, die eerst rondkijkt).Ik ben alleen.[Inhoud]Negende Tooneel.Hope, Annie, Dokter.Hope …Is-ie vort?Annie.Daar.Hope.Waarom laat je me dan—je weet toch …Annie.Omdat …(Hope gebaart naar de deur).… Hope! Hope!… Als ’k je vriendin ben, je oprechtste, eerlijkste vriendin, die je beweert te vertrouwen—is dat dan de brééde manier?… Ik verras je niet, niet met trucs, niet met kleine listen—ik wou enkel ’n beroep op je verstand, op je vérstánd, doen, Hope—waar je hart.…Hope …Zachtjes—hij kan je hooren …Annie …Ik zeg je een ding, zonder verdere argumenten, zonder tusschenkomst die misplaatst is: je kunt tè hardnekkig in één gedachtengang doorhollen—je kunt gelijk hebben en toch dwaas doen.… Ik laat je alleen—nee, je gaat nièt gelijk met me de deur uit!—je blijft tien, tien, tien tellen, om ’n beslissing te nemen …(tot Dr. Linden, die binnen[234]wil komen).… Nee, Jan—je moet nog in ’t dorp voor ’t diner bestellen … Nee, niet binnen!…Dokter.Waar is Dolf?Annie.Dolf—Dolf wandelt ’n moment aan ’t strand om ’n luchtje te scheppen … Ik wou wat tafelbloemen laten komen en wat … Man, kijk niet zoo achterdochtig!.… Onder de tafel zit-ie niet …(tot Hope)… Als je dènkt, erg stevig dènkt, lieve meid, dènk dan zachtjes—vooral zachtjes—in diè kamer slaapt Tilleke, ’t eene kind—(fluisterend)… in de andere wacht ’t gróóte …(zich onderbrekend, tot Jan)… Wat luister je?Dokter …Ik luister niet—ik zie ’n rare witte pet …Annie …Hij is in z’n bloote hoofd.… Blaas je ’t lichtje onder de thee uit, Hope … En zàchtjes voor Til?…(neemt Jan onder de arm—af).[Inhoud]Tiende Tooneel.Dolf, Hope.Hope.(staat besluiteloos—hij opent haastig de deur)… U wou me …Dolf …Spreken …Hope …Veel tijd heb ’k …Dolf.…Niet—dat wist ’k. Willen we ’r bij gaan zitten?(een stilte)… ’k Zal beginnen—met te doen wat mevrouw—wat Annie u verzocht.[235](buigt naar de tafel, blaast het lichtje uit)… Zoo.Hope …Dus u luisterde?…Dolf.Natuurlijk.—Als u geweigerd had, zou ik u nagewandeld zijn—(zwak-glimlachend).… desnoods ’n scène op straat of in ’t Gesticht gemaakt hebben.…Hope …Zou u niet liever dadelijk zeggen.…Dolf.(met den ouwen glimlach).… Niet zoo hard—we zouen aan ’t kind …(een drukkende stilte. Hij neemt de pop in de handen, laat die een paar maal schommelen, legt haar weer op tafel. Buiten drie verwijderde stooten van een stoomboot. Hij herneemt houdingloos het gesprek)… Is dat ’n stoomboot?… Ja, dat is ’n boot—’k vraag naar den bekenden weg … ’n locomotief op de golfjes kan ’t moeilijk zijn …(een stilte—driftig staat hij op, loopt tot het venster, kijkt naar buiten, keert terug, zet zich opnieuw over haar)… Als ìk m’n mond hou—heeft u—heb jij—ik kan tegen jóú geen ú zeggen!—heb jij me dan niks …?… In geen zes maanden hebben we elkander.…Hope.(koel)… Bij mij—bij mij is nièts veranderd..Dolf …Bij mij zooveel te meer. Interesseert ’t je niet te hooren wat ’k al dien tijd uitgehaald heb?Hope.Nee meneer.Dolf.(ingehouden)… Hope, ’t is meer gebeurd, dat mannen, ziek door ’t verlangen naar ’n vrouw, ’n krankzinnige daad … Waarom drijf jij me tot.…[236]Hope …(opstaand)… Doen we niet beter, meneer … Als u me voor dàt heeft laten roepen …Dolf.(opstaand—heftig)… Je zàl hìèr blijven—je zàl luisteren!Hope.(uit de hoogte)… Dat zal ’k stellig niet—ik heb niet één reden …(stap naar de deur).Dolf.(hartstochtelijk)… Ik wil dat je.…Hope …’t Kind.…Dolf …Je heb gelijk. ’k Span ’t paard achter den wagen—(met moeilijken glimlach)… Je moet, al lijkt jóú dat ongeloofelijk, omdat je me tóén m’n gezòndheid, m’n gezòndheid, m’n stevigheid verweet—je moet wat consideratie met me gebruiken, m’n drift door de vingers zien—Ik ben, dat heb ’k je vriendin al gezegd, niet meer die ik ben.…Hope …Begrijp u niet.…Dolf …Vind me om af te ranselen, zoo weinig als ’k ’t zelf snap. Zouen we niet nog even kunnen zitten?… M’n prikkelbaarheid, m’n opvliegendheid, zal ’k geen tweede keer …(zij zit neer)… Je moet je wel verbazen, niet waar, dat ik ’t flirten, ’t hofmaken, ’t inpalmen van ’n vrouw al zoo verleerd schijn, dat ’k met ’n zotte onstuimigheid jóú, net jóú, probeer te overtuigen.… Hope, ik zit op ’t oogenblik zònder „supérieuren glimlach”—en àls-ie nog even terugkomt, moet je denken dat ’n vos wel z’n haar—niet z’n …(ongeduldig)… Ik bazel!…[237]’k Zou …(een stilte)… Ik ben aan ’t zoeken geweest …Hope.(verwonderd)… Aan ’t zoeken?Dolf …Naar—naar die vroegere liaison—wat ’k mama beloofde.Hope.Zelf? Heeft je „detective”…?Dolf …Ik heb ’t persoonlijk, persoonlijk—zonder hulp—gedaan. Heb je daarvoor geduld?Hope.Als ’k ’r u ’n genoegen.…Dolf.…Na je diepe, barre verontwaardiging, dien dag, ben ’k eerst woest op je geweest, heb ’n paar weken op de lamste manier tot laat in den nacht gefuifd—je krijgt alles, alles te hooren!—om me te „wreken”.… En als ’k katterig thuis kwam, liep ’k met de meest onzinnige gedachten, hoe ’k jou je caprices—je hoeft ’r niet op te antwoorden—’t antwoord geef ’k zelf!—hoe ik jou je caprices betaald zou zetten.… ’k Wou met Snip—pardon: Madame Lebeau trouwen—stel je voor, hahaha!—’t zou ’n pan zijn geworden, hahaha!—Madame Lebeau op denBurgerlijkenStand—om burgemeester Háán kippetjesvel te bezorgen—Hope krabbel niet achteruit in je stoel—ik kan me niet héélemaal…niet heelemaal in ’n andere huid steken—en omdat je daar even vriendelijk keek, kwam de ouwe natuur … Exit … Nou zal ’k elk woord beloeren … èlk … Mag ’k ’n slokje nemen? ’k Heb dorst.[238]Hope.Ga uw gang …Dolf …Zoo. Nou heb jij ’t in je hand me bij slappe, kouwe thee te hóúden …Hope …Zou u … Jan en Annie kunnen … en ik …Dolf …Ik wou ’t je betaald zetten, ’t je inpeperen—en toen—en toen, in ’n week dat ’k m’n kamer voor ’n zware verkoudheid moest bewonen, waarlijkbewonen, zat ’k weer in de belabberdste, beroerdste stemmingen, de historie wikkend, wegend … Ze háát je, redeneerde ’k: larie—ze haat jou, zooals jij ’r zèlf háát.….Hope …Ik heb nog niets van uw gezóék gehoord..Dolf …Komt! Komt!… Je moet niet op de vervolgen van ’n feuilleton vooruit loopen …Hope …Telkens, telkens weer heeft u dien toon.…Dolf.(geprikkeld)… Dien heb ’k, heb ’k!—Laat me ’m warm houen zoolang ’k nog kan—Je heb geen begrip, geen flauw begrip, niet de minste voorstelling, hoe ’k door jou en mama uit m’n toon, m’n toon, m’n toon geraakt ben!… Je heb nog niets van m’n gezóék gehoord—m’n hopeloos … Nou komt ’t!… Ze zal buigen, buigen, nam ’k me voor … Ik heb geen andere schuld dan honderden, duizenden … ’k Heb niet beloofd te trouwen, daar niet aan gedacht—zou ’r om geschaterd hebben—zoo goed als Kreeftje zelf.—Ze heeft zich aangeboden—was met soupertjes en ’n Haagsch schouwburgje meer dan tevreden—was me niet trouw—scharrelde met[239]anderen als ik met vacantie naar huis was … Die gril, die kuur, die bezetenheid van Hope—excuseer, dat was m’n beschouwing uit die dagen van ongesteldheid en slapte—die nonsens die ze duizend tegen een mama ingepraat heeft …Hope …Pardon …Dolf …Je hoeft niets te beweren—je heb gelijk—ik vertel je m’n gewroet van tóén!—die gril krijg ’k ’r alleen uit, door te bewijzen, door ’r met de stukken in de hand te overtuigen—en dan kom ’k nog compleeter de belofte aan mama na—’n belofte die ieder gedaan zou hebben—ieder in dat geval …(een stilte. Hij neemt de pop van tafel speelt er mee, terwijl hij onrustig voortpraat).Zoo, Hope, ben ’k begonnen—zoo ben ’k niet geëindigd. Wat ’n spelletje leek, ’n pogen jou „klein” te krijgen—wat de eerste dagen ’n onderhoudend inspannen van de hersens werd—draaide op ’n maniakaal willen, ’n parforce-jacht, ’n openscheuren van—van alles, neer … De familie van dien marinier, met wien ’k—dat weet je—héb ’k uitgevonden—Z’n getrouwde zusters—z’n broers—over ’t heele land verspreid—hadden moeite niet te lachen bij m’n vragen over Kreeftje—met ’t rooie haar uit den handschoenenwinkel—De posterijen heb ’k nagerejen voor ’t recu van denaangeteekendenbrief van papa—met de honderd gulden—op de minste klank ben ’k afgegaan—in Holland—België—De registers van de—van de bordeelen, wáar óok, in grootere en kleinere plaatsen, heb ’k … Verdwenen … Verdwenen … De vrouw[240]met ’t kind, ’t kind waarvan die brief zoo zeker, zoo wanhopig-zeker, zoo pijndoend-zeker sprak.…Hope …Pijndoend—pijndoend—Zegt ù pijndoend?Dolf …Dat verbaast je—daar kijk je me bij aan.. Merk je dan niet, hoe de gedachte van mama en jou ’n obsessie …(bitter)… hoe ’k langzaam, als ’n slak zoo langzaam ben gaan voelen, dat àls dat kind nog leeft—en ’t kan leven—’t kan, kan!—dat dat meisje dan op ’t uur dat we hier met elkaar praten, zoo verloren is—als—als …(start voor zich uit)… Ja. Ja … Eens heeft Snip me in ’n hotel van vijfhonderd kamers gezocht, en ontmoette me niet, omdat ze enkel m’n voornaam wist. Dat was ’n puzzle, ’n goeie mop … Als je ’n brief ergens opgeborgen heb, zeker opgeborgen—en je vindt ’m niet, dan zoek je nijdig en zenuwachtig tot-ie na dagen en dagen vloeken vlak voor de hand ligt—zooals dien middag tusschen de sigaren … Maar dat levende menschen, levende, ’n vrouw en ’n meisje van achttien verdwijnen, zooals ’n steen ’t achter ons in ’t water, zou doen—en dat je ’r telkens over piekert, zonder resultaat da’s … da’s …(laat de pop vallen)… Jij heb toen gesproken van ’n radelooze zéé-van-menschen—dat was juist—de zee spoelt weg, spoelt niet terug …(verschrikt opkijkend)… Hope, huil je?… Waarom huil jìj, Hope?Hope…Omdat—omdat … Dat kan ’k nu niet zeggen.… Omdat … Willen we niet verder.…Dolf …Niet verder?[241]Hope.Nù niet … Je heb me verbazend … verrast—ik dacht niet aan de mogelijkheid—dat jij—dat ù..Dolf …Toe hou je an dat jij … Na de wandeling met de boschviooltjes, die je droogde—nee, nièt droogde!—heb je nog maar één keer je u’s vergeten—dien middag bij mij thuis …(haar z’n hand toestekend)… Weiger je nòg, Hope?Hope …Geef me den tijd, om—om te overleggen—je heb me zoo overrompeld …Dolf …Om te overleggen … Moet je bij dàt overleggen … je verstand „raadplegen”?.…Hope …Je heb beloofd niet meer op te vliegen—Dolf!(legt haar hand over tafel op de zijne)… Eens—laat me dat zeggen, zonder de intentie bijna vergeten dingen levend te maken—eens trapte je m’n groote, vreeselijk-groote genegenheid—door je ruwe overval in m’n slaapkamer—dood—toen, in den nacht dat we samen bij ’t sterfbed van je mama, in die hotelkamer waakten, had ’k ’n nièuwe vurige hoop—en we gingen voor de tweede maal van mekaar. Hij houdt z’n belofte aan mevrouw niet, dacht ’k—hij bréékt ’r niet: hij spot over alles heen—’t wordt geen dáád—geen dáád …—toen heb ik me iets heiligs, plechtigs voorgenomen: jou onder géén, géén omstandigheden te trouwen—mezelf aan de kinderen hier te geven … Stuif niet op Dolf … Ineens die belofte vergeten, zònder overgang voor de dèrde maal ’n heerlijk vertrouwen in—in jóú vastgrijpen—dat durf ’k nog niet aan.[242]We zitten, door ’n wonder, door ’n wònder, beter, oprechter tegenover elkander, als we ’t ooit, ooit.… Nee doe nu niet brusk, niet meer zoo hartstochtelijk als vroeger … Van af de jaren dat ik als kind, zonder ouders—gedacht, maar vooral gewrokt en gehaat heb—heb ’k verlangd, niet te zeggen hoe innig verlangd … ’n eigen kind in achting voor mezelf—en m’n man groot te brengen … Dwing me op ’t oogenblik niets met je oogen af—ik zeg niet nee—niet ja—ik vraag uitstel.…Dolf.(geprikkeld)… Uitstel?… Nog eens uitstel …Hope …Ik ben bang dat wij—u en ik—(haastig)jij en ik.…Dolf.…Dat wij wat?…Hope.(moeilijk)… Dat we bij mekaar niet meer dat—dat geluk zullen vinden.Dolf.(hartstochtelijk)… Onwaar!… Onwaar!… Jij voelt dat zelf anders …Hope …Misschien, misschien hèb je gelijk—laat me overleggen!—We hebben mekaar in zoo’n tijd niet gezien—in geen maanden en maanden—Als jij veranderd ben, ben ik ’t mogelijk ook.…Dolf …Met andere woorden: voor de derde maal de bons?… Verlang je nog meer, nòg meer van me!Hope …Nee … Maar je moet ’t me met mezelf laten uitvechten.… We zijn allebei ’n dagje ouder geworden.…(met moeite).… En ’k had ’t me al zoo[243]afgeleerd aan jou te denken—in de bezigheden van elken dag hier.…Dolf …Dus …Hope …Stil!… ’t Lijkt me …(gejoel en geroep buiten).… Daar is iets.…(gaat snel op het erkervenster toe).… Allemachtigste God!Dolf.(naast haar)… Is ’r ’n ongeluk gebeurd?Hope.(tot ’n man buiten)… Is een van de kinderen? Hoor je niet!.… Is een van de kinderen?…(Stem buiten: „Een van de jongens, zuster!”).Hope.Groote God—een van de kinderen in de sluis terwijl ’k ze zoo gewaarschuwd heb!… Groote God—met de sluisdeuren open, als toen, als toen.…(wijkt angstig van het raam).Dolf …Steekt dan niemand van die lummels ’n poot uit!.…Hope.(als in versteening)… Is niet te redden—is niet te redden—met die strooming naar zee …Dolf.(driftig en glimlachend)… Dat zullen we zien!Hope.(wakkerschrikkend)… Blijf hier! Blijf hier! Is één leven niet genoeg!Dolf.(met star-lichtende oogen)… Als ’k jou dàt kind in je armen terugbreng—overleg jij dan nog?Hope.(heftig)Dolf, Dolf—bega geen krankzinnigheid!… Als, als ’t te redden was, zouen die daar, de visschers en schippers …[244]Dolf …Ik zie ’t nog drijven—zie ’t—zie ’t! Bij m’n andere dollemans-jacht, zag’k niets, niets!.…(naar de deur).Jij wou ’n daad, ’n daad …! Je zult je daad hebben.…Hope.(heftig)… Dolf, ik smeek je, smeek je—doe ’t niet.…Dolf …Al zou je nou op je knieën—al zou je God en de engelen zelf.…(af).Hope …Dolf, Dolf.…[Inhoud]Elfde Tooneel.Hope, Dokter.Dokter …Wat is ’r?… Waar holt-ie heen?Hope …Hou ’m terug, Jan. Hou ’m terug! Een van de kinderen is in de sluis gevallen, drijft naar zee … Vraag niet verder … Hou ’m terug!… Ik, ik, ik jaag ’m den dood in …(Dokter af).[Inhoud]Twaalfde Tooneel.Annie, Hope.Annie.(snel door rechtersuite)… Hope! Hope!… Weet je ’t?… Weet je dat Fritsje.…Hope …(hartstochtelijk)… Fritsje?… Fritsje!… De ellendelingen!(zakt op ’n stoel).Annie …Toen Toos omkeek wou-ie … Wat doe je?Hope.(wild op het erkervenster toestortend, kijkt,[245]geeft ’n gil).O!… O!… Dat Jan ’m niet tegengehouden heeft!… Dolf!… Dolf!…(zit bewusteloos-starend neer).Annie.(door het venster verschrikt kijkend).Moeder Maria … Moeder Maria …Hope …Mijn schuld … Mijn schuld …Annie …Ze brengen ’n boot uit … Laten we …Hope …Ik kan niet.…Annie …We zijn ’r in tien tellen.…Hope …Ik kan niet.…Annie …Dan ga ik …Hope …(zacht smeekend)… Hier blijven … Hier blijven … Ik ben zoo bang—durf niet naar buiten kijken.… O lieve God in de hemelen, God in de hemelen, God in de hemelen!… Ik hou zoo waanzinnig, zoo waanzinnig-veel van ’m.… O lieve God in de hemelen, maak me niet gek, niet gek!…Annie …(angstig)… Is-ie hier vandaan—hier uit de kamer.…?Hope …Ik weet ’t niet, weet niets, niets!…(de armen om Annie heen slaand).Kijk niet! Kijk niet!… Bij ’t leven van je Tilleke kijk niet!… Ik heb ’m vermoord … Als ’k m’n mond op zijn mond gedrukt had, zoo als ’k ’t wóú, zooals ’k ’t ieder uur van den nacht, ieder uur van den dag droomde, droomde, droomde, zou-ie me niet voor altijd alleen hebben[246]gelaten, voor ’n kind dat hèm niet angaat, mìj niet angaat, nièmand angaat.…Annie.…Hope, in Godsnaam, kom tot jezelf!.… Misschien heeft de boot ’m.…(wil naar ’t raam).Hope.(hartstochtelijk het koord van het gordijn stuktrekkend, zoo dat het voor het venster neerflapt).…… Niet kijken.… Niet kijken.… Ik zie ’m nooit meer terug!…(zakt met het hoofd in de armen op de tafel).Annie …Hope!…Hope …(buigt angstig-aarzelend ’t gevallen gordijn ’n weinig om, staart door den kier, gaat diep-ontzet op den anderen erkerstoel zitten).Hope.(die de laatste bewegingen opgelet heeft, richt zich op).… Kijk je niet meer?(een stilte).Blijf je zitten?…(een stilte)… Zeg je nièts.…?[Inhoud]Dertiende Tooneel.De vorigen, Dokter.Dokter.(dompt verslagen op den stoel bij de deur.…)Da’s vreeselijk, vreeselijk.…Hope.(ziet hem aan, barst los)… Mijn schuld! Mijn schuld!… Ik heb ’m tot ’t laatst voorgelogen.… En om dat kind, datvreemdekind, heeft-ie mìj, mìj …(zakt ineen. Annie en Jan schieten toe).EINDE.Berlijn/Scheveningen, December ’07.[247]
[Inhoud]Eerste Tooneel.Dr. Linden, Annie.Dokter.(komt door gangdeur geaffaireerd binnen, blijft lachend staan, loopt op de teenen naar de linkersuite, waarvan een deur aanstaat, luistert naar Annie, die het kind in slaap zingt … „’sAvonds als ik slapen ga, loopen me zestien engeltjes na: twee aan mijn hoofdeind, twee aan mijn voeteneind”…—hij zit er lachend bij neer—… „twee aan mijn rechterzij, twee aan mijn linkerzij …”).Dokter …(invallend, terwijl zij zwijgt)… Twee, die mij dekken, twee, die mij wekken.…Annie …Suscht! ’k Heb zoo’n moeite met ’r!(kijkt[216]nog even in de kamer, sluit de suitedeuren)… Hoe kun je ’t over je hart krijgen ’t kind wakker te maken en me zoo te laten schrikken!Dokter.Is dat je goeien middag?(zij omhelst hem).Nu was je toch wéér bezig, wijf, om die hobbelwieg heen en weer te duwen!Annie …Ze was zóo lastig! Wou per se niet gaan slapen.…Dokter …Ja, ja—dat eindigt met ’n fopspeen, als ik ’r ’t oog niet op hou!—Wijf, wijf: hoeveel honderd keer moet je ’t nu nòg hooren: niet opnemen, niet in de handen nemen, als ze huilen!(geeft haar een zoen)… Vannacht, toen je dacht dat ’k sliep, ben je ’r ook uit geweest …(tweede zoen)… Dat duurt tot ’k Til en de wieg ’s nachts op de logeerkamer stop—en de deur op slot.…Annie …Hahaha!(schrikt—beluistert de suitedeur).… Nee, Goddank!… ’k Durf de kamer gewoon niet uit gaan!… Zoo’n bord pap heeft ze—zóó’n bord … Wat zoek je, Jan?Dokter …Waar heb ’k vanmorgen de staten … Waar heb ’k.…?.…Annie …Je brandt je—vlak bij je neus …Dokter …(’n boek van de kleine tafel bij den erker nemend)… Merci.Annie …Zou je niet één seconde gaan zitten? Presseert ’t op ’n halve minuut?[217]Dokter …Op ’n kwart. Consult met Deen.(op z’n horloge kijkend)… Drommels!…(wil heen).Annie …Toe, akeligheid: nog geen kwartier ben je thuis gebleven!… En van ’n consult weet ’k niks! Wor ’k buiten àlles gehouen?Dokter …Consult voor Ninette van Walden …Annie …’t Dochtertje van Charles?…Dokter …Ja, ja—hou me niet langer op, wijf!… Is vanmorgen vroeg geopereerd …(tot Hope, die de gangdeur doorkomt)… Vertel jij ’t resteerende, Hope, hè?… Dag wijf!… En van de wieg afblijven!(af).
Eerste Tooneel.Dr. Linden, Annie.Dokter.(komt door gangdeur geaffaireerd binnen, blijft lachend staan, loopt op de teenen naar de linkersuite, waarvan een deur aanstaat, luistert naar Annie, die het kind in slaap zingt … „’sAvonds als ik slapen ga, loopen me zestien engeltjes na: twee aan mijn hoofdeind, twee aan mijn voeteneind”…—hij zit er lachend bij neer—… „twee aan mijn rechterzij, twee aan mijn linkerzij …”).Dokter …(invallend, terwijl zij zwijgt)… Twee, die mij dekken, twee, die mij wekken.…Annie …Suscht! ’k Heb zoo’n moeite met ’r!(kijkt[216]nog even in de kamer, sluit de suitedeuren)… Hoe kun je ’t over je hart krijgen ’t kind wakker te maken en me zoo te laten schrikken!Dokter.Is dat je goeien middag?(zij omhelst hem).Nu was je toch wéér bezig, wijf, om die hobbelwieg heen en weer te duwen!Annie …Ze was zóo lastig! Wou per se niet gaan slapen.…Dokter …Ja, ja—dat eindigt met ’n fopspeen, als ik ’r ’t oog niet op hou!—Wijf, wijf: hoeveel honderd keer moet je ’t nu nòg hooren: niet opnemen, niet in de handen nemen, als ze huilen!(geeft haar een zoen)… Vannacht, toen je dacht dat ’k sliep, ben je ’r ook uit geweest …(tweede zoen)… Dat duurt tot ’k Til en de wieg ’s nachts op de logeerkamer stop—en de deur op slot.…Annie …Hahaha!(schrikt—beluistert de suitedeur).… Nee, Goddank!… ’k Durf de kamer gewoon niet uit gaan!… Zoo’n bord pap heeft ze—zóó’n bord … Wat zoek je, Jan?Dokter …Waar heb ’k vanmorgen de staten … Waar heb ’k.…?.…Annie …Je brandt je—vlak bij je neus …Dokter …(’n boek van de kleine tafel bij den erker nemend)… Merci.Annie …Zou je niet één seconde gaan zitten? Presseert ’t op ’n halve minuut?[217]Dokter …Op ’n kwart. Consult met Deen.(op z’n horloge kijkend)… Drommels!…(wil heen).Annie …Toe, akeligheid: nog geen kwartier ben je thuis gebleven!… En van ’n consult weet ’k niks! Wor ’k buiten àlles gehouen?Dokter …Consult voor Ninette van Walden …Annie …’t Dochtertje van Charles?…Dokter …Ja, ja—hou me niet langer op, wijf!… Is vanmorgen vroeg geopereerd …(tot Hope, die de gangdeur doorkomt)… Vertel jij ’t resteerende, Hope, hè?… Dag wijf!… En van de wieg afblijven!(af).
Dr. Linden, Annie.
Dokter.(komt door gangdeur geaffaireerd binnen, blijft lachend staan, loopt op de teenen naar de linkersuite, waarvan een deur aanstaat, luistert naar Annie, die het kind in slaap zingt … „’sAvonds als ik slapen ga, loopen me zestien engeltjes na: twee aan mijn hoofdeind, twee aan mijn voeteneind”…—hij zit er lachend bij neer—… „twee aan mijn rechterzij, twee aan mijn linkerzij …”).
Dokter.(komt door gangdeur geaffaireerd binnen, blijft lachend staan, loopt op de teenen naar de linkersuite, waarvan een deur aanstaat, luistert naar Annie, die het kind in slaap zingt … „’sAvonds als ik slapen ga, loopen me zestien engeltjes na: twee aan mijn hoofdeind, twee aan mijn voeteneind”…—hij zit er lachend bij neer—… „twee aan mijn rechterzij, twee aan mijn linkerzij …”).
Dokter …(invallend, terwijl zij zwijgt)… Twee, die mij dekken, twee, die mij wekken.…
Dokter …(invallend, terwijl zij zwijgt)… Twee, die mij dekken, twee, die mij wekken.…
Annie …Suscht! ’k Heb zoo’n moeite met ’r!(kijkt[216]nog even in de kamer, sluit de suitedeuren)… Hoe kun je ’t over je hart krijgen ’t kind wakker te maken en me zoo te laten schrikken!
Annie …Suscht! ’k Heb zoo’n moeite met ’r!(kijkt[216]nog even in de kamer, sluit de suitedeuren)… Hoe kun je ’t over je hart krijgen ’t kind wakker te maken en me zoo te laten schrikken!
Dokter.Is dat je goeien middag?(zij omhelst hem).Nu was je toch wéér bezig, wijf, om die hobbelwieg heen en weer te duwen!
Dokter.Is dat je goeien middag?(zij omhelst hem).Nu was je toch wéér bezig, wijf, om die hobbelwieg heen en weer te duwen!
Annie …Ze was zóo lastig! Wou per se niet gaan slapen.…
Annie …Ze was zóo lastig! Wou per se niet gaan slapen.…
Dokter …Ja, ja—dat eindigt met ’n fopspeen, als ik ’r ’t oog niet op hou!—Wijf, wijf: hoeveel honderd keer moet je ’t nu nòg hooren: niet opnemen, niet in de handen nemen, als ze huilen!(geeft haar een zoen)… Vannacht, toen je dacht dat ’k sliep, ben je ’r ook uit geweest …(tweede zoen)… Dat duurt tot ’k Til en de wieg ’s nachts op de logeerkamer stop—en de deur op slot.…
Dokter …Ja, ja—dat eindigt met ’n fopspeen, als ik ’r ’t oog niet op hou!—Wijf, wijf: hoeveel honderd keer moet je ’t nu nòg hooren: niet opnemen, niet in de handen nemen, als ze huilen!(geeft haar een zoen)… Vannacht, toen je dacht dat ’k sliep, ben je ’r ook uit geweest …(tweede zoen)… Dat duurt tot ’k Til en de wieg ’s nachts op de logeerkamer stop—en de deur op slot.…
Annie …Hahaha!(schrikt—beluistert de suitedeur).… Nee, Goddank!… ’k Durf de kamer gewoon niet uit gaan!… Zoo’n bord pap heeft ze—zóó’n bord … Wat zoek je, Jan?
Annie …Hahaha!(schrikt—beluistert de suitedeur).… Nee, Goddank!… ’k Durf de kamer gewoon niet uit gaan!… Zoo’n bord pap heeft ze—zóó’n bord … Wat zoek je, Jan?
Dokter …Waar heb ’k vanmorgen de staten … Waar heb ’k.…?.…
Dokter …Waar heb ’k vanmorgen de staten … Waar heb ’k.…?.…
Annie …Je brandt je—vlak bij je neus …
Annie …Je brandt je—vlak bij je neus …
Dokter …(’n boek van de kleine tafel bij den erker nemend)… Merci.
Dokter …(’n boek van de kleine tafel bij den erker nemend)… Merci.
Annie …Zou je niet één seconde gaan zitten? Presseert ’t op ’n halve minuut?
Annie …Zou je niet één seconde gaan zitten? Presseert ’t op ’n halve minuut?
[217]
Dokter …Op ’n kwart. Consult met Deen.(op z’n horloge kijkend)… Drommels!…(wil heen).
Dokter …Op ’n kwart. Consult met Deen.(op z’n horloge kijkend)… Drommels!…(wil heen).
Annie …Toe, akeligheid: nog geen kwartier ben je thuis gebleven!… En van ’n consult weet ’k niks! Wor ’k buiten àlles gehouen?
Annie …Toe, akeligheid: nog geen kwartier ben je thuis gebleven!… En van ’n consult weet ’k niks! Wor ’k buiten àlles gehouen?
Dokter …Consult voor Ninette van Walden …
Dokter …Consult voor Ninette van Walden …
Annie …’t Dochtertje van Charles?…
Annie …’t Dochtertje van Charles?…
Dokter …Ja, ja—hou me niet langer op, wijf!… Is vanmorgen vroeg geopereerd …(tot Hope, die de gangdeur doorkomt)… Vertel jij ’t resteerende, Hope, hè?… Dag wijf!… En van de wieg afblijven!(af).
Dokter …Ja, ja—hou me niet langer op, wijf!… Is vanmorgen vroeg geopereerd …(tot Hope, die de gangdeur doorkomt)… Vertel jij ’t resteerende, Hope, hè?… Dag wijf!… En van de wieg afblijven!(af).
[Inhoud]Tweede Tooneel.Annie, Hope.Hope.Wat bedoelt Jan?Annie.Is ’r consult voor ’t meisje van Van Walden …?…(een pop uit Hope’s hand aannemend).Nee maar Hope-lief, wat ben je ’n engel! Och, wat bederf je m’n snoetje!Hope …Die kun je aan ’t koordje boven ’r hoofdje hangen …(Annie omhelst haar)… Nou, nou, Annie!… ’k Zou verlegen worden, om weer ’n kleinigheid mee te brengen.… Ging Jan?… Vreeselijk jammer—zoo’n lief, zachtzinnig meisje—ach, wat zielig!—heeft na de operatie liggen lachen—niets aan te doen—niets. Dat consult had net zoo goed.… Maar Van Walden wòù ’t, wòù ’t … Stakkerig! ’k Had geen oogenblik Charles—’k heb ’m[218]toch vrij lang bijgewoond—op zulk ’n hartstocht voor dat ziekelijke, frêle ding getaxeerd.…Annie.Jullie hoopten toch—toen ’t voor veertien dagen kwam …Hope …Dat deden we—Jan vond één longtop aangetast—de nieuwe acute ontsteking, die geopereerd móést worden—was tuber, tuber.…Annie …Wil je gelooven, dat ik ’t ’n bezoeking vind, naast ’t Gesticht te wonen …(luistert angstig aan de suitedeur).Als Jan me zoo iets tegen den avond vertelt, lig ’k den heelen nacht wakker, bang dat Til.…(de gestichtsbel luidt)… Half vijf?…Hope …Ja, da’s de melk.Annie.Blijf jij babbelen, of gaan de kinderen nog naar ’t strand?(schelt).Hope.Naar ’t strand—met dit ruwe weer? Nee. En dan ik ben vrij. Marie en Toos hebben de beurt.Annie.Drinken we ’n kop thee?Hope.Graag.Annie.(tot het dienstmeisje)… Kaatje, kind, zet je voor twee personen thee? Weet je alleen de bus te vinden, kind? En niet ’t water eerst—éérst de thee in den trekpot, hoor je?.… Of nee, Kaatje, breng liever ’t water separaat.… Vlug en niets breken!…(meisje af)… Zoo moet ’k ’r alles duidelijk maken! Hahaha![219]
Tweede Tooneel.Annie, Hope.Hope.Wat bedoelt Jan?Annie.Is ’r consult voor ’t meisje van Van Walden …?…(een pop uit Hope’s hand aannemend).Nee maar Hope-lief, wat ben je ’n engel! Och, wat bederf je m’n snoetje!Hope …Die kun je aan ’t koordje boven ’r hoofdje hangen …(Annie omhelst haar)… Nou, nou, Annie!… ’k Zou verlegen worden, om weer ’n kleinigheid mee te brengen.… Ging Jan?… Vreeselijk jammer—zoo’n lief, zachtzinnig meisje—ach, wat zielig!—heeft na de operatie liggen lachen—niets aan te doen—niets. Dat consult had net zoo goed.… Maar Van Walden wòù ’t, wòù ’t … Stakkerig! ’k Had geen oogenblik Charles—’k heb ’m[218]toch vrij lang bijgewoond—op zulk ’n hartstocht voor dat ziekelijke, frêle ding getaxeerd.…Annie.Jullie hoopten toch—toen ’t voor veertien dagen kwam …Hope …Dat deden we—Jan vond één longtop aangetast—de nieuwe acute ontsteking, die geopereerd móést worden—was tuber, tuber.…Annie …Wil je gelooven, dat ik ’t ’n bezoeking vind, naast ’t Gesticht te wonen …(luistert angstig aan de suitedeur).Als Jan me zoo iets tegen den avond vertelt, lig ’k den heelen nacht wakker, bang dat Til.…(de gestichtsbel luidt)… Half vijf?…Hope …Ja, da’s de melk.Annie.Blijf jij babbelen, of gaan de kinderen nog naar ’t strand?(schelt).Hope.Naar ’t strand—met dit ruwe weer? Nee. En dan ik ben vrij. Marie en Toos hebben de beurt.Annie.Drinken we ’n kop thee?Hope.Graag.Annie.(tot het dienstmeisje)… Kaatje, kind, zet je voor twee personen thee? Weet je alleen de bus te vinden, kind? En niet ’t water eerst—éérst de thee in den trekpot, hoor je?.… Of nee, Kaatje, breng liever ’t water separaat.… Vlug en niets breken!…(meisje af)… Zoo moet ’k ’r alles duidelijk maken! Hahaha![219]
Annie, Hope.
Hope.Wat bedoelt Jan?
Hope.Wat bedoelt Jan?
Annie.Is ’r consult voor ’t meisje van Van Walden …?…(een pop uit Hope’s hand aannemend).Nee maar Hope-lief, wat ben je ’n engel! Och, wat bederf je m’n snoetje!
Annie.Is ’r consult voor ’t meisje van Van Walden …?…(een pop uit Hope’s hand aannemend).Nee maar Hope-lief, wat ben je ’n engel! Och, wat bederf je m’n snoetje!
Hope …Die kun je aan ’t koordje boven ’r hoofdje hangen …(Annie omhelst haar)… Nou, nou, Annie!… ’k Zou verlegen worden, om weer ’n kleinigheid mee te brengen.… Ging Jan?… Vreeselijk jammer—zoo’n lief, zachtzinnig meisje—ach, wat zielig!—heeft na de operatie liggen lachen—niets aan te doen—niets. Dat consult had net zoo goed.… Maar Van Walden wòù ’t, wòù ’t … Stakkerig! ’k Had geen oogenblik Charles—’k heb ’m[218]toch vrij lang bijgewoond—op zulk ’n hartstocht voor dat ziekelijke, frêle ding getaxeerd.…
Hope …Die kun je aan ’t koordje boven ’r hoofdje hangen …(Annie omhelst haar)… Nou, nou, Annie!… ’k Zou verlegen worden, om weer ’n kleinigheid mee te brengen.… Ging Jan?… Vreeselijk jammer—zoo’n lief, zachtzinnig meisje—ach, wat zielig!—heeft na de operatie liggen lachen—niets aan te doen—niets. Dat consult had net zoo goed.… Maar Van Walden wòù ’t, wòù ’t … Stakkerig! ’k Had geen oogenblik Charles—’k heb ’m[218]toch vrij lang bijgewoond—op zulk ’n hartstocht voor dat ziekelijke, frêle ding getaxeerd.…
Annie.Jullie hoopten toch—toen ’t voor veertien dagen kwam …
Annie.Jullie hoopten toch—toen ’t voor veertien dagen kwam …
Hope …Dat deden we—Jan vond één longtop aangetast—de nieuwe acute ontsteking, die geopereerd móést worden—was tuber, tuber.…
Hope …Dat deden we—Jan vond één longtop aangetast—de nieuwe acute ontsteking, die geopereerd móést worden—was tuber, tuber.…
Annie …Wil je gelooven, dat ik ’t ’n bezoeking vind, naast ’t Gesticht te wonen …(luistert angstig aan de suitedeur).Als Jan me zoo iets tegen den avond vertelt, lig ’k den heelen nacht wakker, bang dat Til.…(de gestichtsbel luidt)… Half vijf?…
Annie …Wil je gelooven, dat ik ’t ’n bezoeking vind, naast ’t Gesticht te wonen …(luistert angstig aan de suitedeur).Als Jan me zoo iets tegen den avond vertelt, lig ’k den heelen nacht wakker, bang dat Til.…(de gestichtsbel luidt)… Half vijf?…
Hope …Ja, da’s de melk.
Hope …Ja, da’s de melk.
Annie.Blijf jij babbelen, of gaan de kinderen nog naar ’t strand?(schelt).
Annie.Blijf jij babbelen, of gaan de kinderen nog naar ’t strand?(schelt).
Hope.Naar ’t strand—met dit ruwe weer? Nee. En dan ik ben vrij. Marie en Toos hebben de beurt.
Hope.Naar ’t strand—met dit ruwe weer? Nee. En dan ik ben vrij. Marie en Toos hebben de beurt.
Annie.Drinken we ’n kop thee?
Annie.Drinken we ’n kop thee?
Hope.Graag.
Hope.Graag.
Annie.(tot het dienstmeisje)… Kaatje, kind, zet je voor twee personen thee? Weet je alleen de bus te vinden, kind? En niet ’t water eerst—éérst de thee in den trekpot, hoor je?.… Of nee, Kaatje, breng liever ’t water separaat.… Vlug en niets breken!…(meisje af)… Zoo moet ’k ’r alles duidelijk maken! Hahaha!
Annie.(tot het dienstmeisje)… Kaatje, kind, zet je voor twee personen thee? Weet je alleen de bus te vinden, kind? En niet ’t water eerst—éérst de thee in den trekpot, hoor je?.… Of nee, Kaatje, breng liever ’t water separaat.… Vlug en niets breken!…(meisje af)… Zoo moet ’k ’r alles duidelijk maken! Hahaha!
[219]
[Inhoud]Derde Tooneel.Devorigen,Charles.Charles.(door gangdeur)… Pardon als ’k stoor, mevrouw—ik zoek den dokter.Annie.Is nog geen drie minuten geleden naar ’t Gesticht gegaan.Charles.Daar kom ’k toch vandaan …Hope.Meneer zal misschien langs de achterzij …Annie.Wil u niet ’n oogenblik plaatsnemen?Charles.Nee. Dank u.(stap naar deur—zich bezinnend, tot Hope)… Hope … Hope …(ineens hartstochtelijk)… Lieg niet: is ’t opgegeven?Hope.(aarzelend)… Hoe kan ík daarop antwoorden, meneer Charles …Charles.Jij, als hoofdverpleegster, weet ’t zoo goed, zoo goed als zij!(heftig).Lieg niet, lieg niet! Dat is ’t éénige wat ’k nog te verzoeken heb …Hope.(ontwijkend)… Eerst na ’t consult—niet waar … niet waar?—is ’r eenige zekerheid …(hij zit neer)… Ik durf niets zeggen … En de meening van dokter Linden …(een stilte. Hij zit dof-verslagen).Annie.(hartelijk)… Kom meneer Van Walden—u is nog zoo jong—u heeft nog zoo ’t heele leven voor u …(hij barst in snikken uit).Hope.Meneer Charles …[220]Annie.…En u heeft ’n vróúw, ’n vrouw, meneer …Charles.(opstaand, zich bedwingend).Dank u.(af).
Derde Tooneel.Devorigen,Charles.Charles.(door gangdeur)… Pardon als ’k stoor, mevrouw—ik zoek den dokter.Annie.Is nog geen drie minuten geleden naar ’t Gesticht gegaan.Charles.Daar kom ’k toch vandaan …Hope.Meneer zal misschien langs de achterzij …Annie.Wil u niet ’n oogenblik plaatsnemen?Charles.Nee. Dank u.(stap naar deur—zich bezinnend, tot Hope)… Hope … Hope …(ineens hartstochtelijk)… Lieg niet: is ’t opgegeven?Hope.(aarzelend)… Hoe kan ík daarop antwoorden, meneer Charles …Charles.Jij, als hoofdverpleegster, weet ’t zoo goed, zoo goed als zij!(heftig).Lieg niet, lieg niet! Dat is ’t éénige wat ’k nog te verzoeken heb …Hope.(ontwijkend)… Eerst na ’t consult—niet waar … niet waar?—is ’r eenige zekerheid …(hij zit neer)… Ik durf niets zeggen … En de meening van dokter Linden …(een stilte. Hij zit dof-verslagen).Annie.(hartelijk)… Kom meneer Van Walden—u is nog zoo jong—u heeft nog zoo ’t heele leven voor u …(hij barst in snikken uit).Hope.Meneer Charles …[220]Annie.…En u heeft ’n vróúw, ’n vrouw, meneer …Charles.(opstaand, zich bedwingend).Dank u.(af).
Devorigen,Charles.
Charles.(door gangdeur)… Pardon als ’k stoor, mevrouw—ik zoek den dokter.
Charles.(door gangdeur)… Pardon als ’k stoor, mevrouw—ik zoek den dokter.
Annie.Is nog geen drie minuten geleden naar ’t Gesticht gegaan.
Annie.Is nog geen drie minuten geleden naar ’t Gesticht gegaan.
Charles.Daar kom ’k toch vandaan …
Charles.Daar kom ’k toch vandaan …
Hope.Meneer zal misschien langs de achterzij …
Hope.Meneer zal misschien langs de achterzij …
Annie.Wil u niet ’n oogenblik plaatsnemen?
Annie.Wil u niet ’n oogenblik plaatsnemen?
Charles.Nee. Dank u.(stap naar deur—zich bezinnend, tot Hope)… Hope … Hope …(ineens hartstochtelijk)… Lieg niet: is ’t opgegeven?
Charles.Nee. Dank u.(stap naar deur—zich bezinnend, tot Hope)… Hope … Hope …(ineens hartstochtelijk)… Lieg niet: is ’t opgegeven?
Hope.(aarzelend)… Hoe kan ík daarop antwoorden, meneer Charles …
Hope.(aarzelend)… Hoe kan ík daarop antwoorden, meneer Charles …
Charles.Jij, als hoofdverpleegster, weet ’t zoo goed, zoo goed als zij!(heftig).Lieg niet, lieg niet! Dat is ’t éénige wat ’k nog te verzoeken heb …
Charles.Jij, als hoofdverpleegster, weet ’t zoo goed, zoo goed als zij!(heftig).Lieg niet, lieg niet! Dat is ’t éénige wat ’k nog te verzoeken heb …
Hope.(ontwijkend)… Eerst na ’t consult—niet waar … niet waar?—is ’r eenige zekerheid …(hij zit neer)… Ik durf niets zeggen … En de meening van dokter Linden …(een stilte. Hij zit dof-verslagen).
Hope.(ontwijkend)… Eerst na ’t consult—niet waar … niet waar?—is ’r eenige zekerheid …(hij zit neer)… Ik durf niets zeggen … En de meening van dokter Linden …(een stilte. Hij zit dof-verslagen).
Annie.(hartelijk)… Kom meneer Van Walden—u is nog zoo jong—u heeft nog zoo ’t heele leven voor u …(hij barst in snikken uit).
Annie.(hartelijk)… Kom meneer Van Walden—u is nog zoo jong—u heeft nog zoo ’t heele leven voor u …(hij barst in snikken uit).
Hope.Meneer Charles …
Hope.Meneer Charles …
[220]
Annie.…En u heeft ’n vróúw, ’n vrouw, meneer …
Annie.…En u heeft ’n vróúw, ’n vrouw, meneer …
Charles.(opstaand, zich bedwingend).Dank u.(af).
Charles.(opstaand, zich bedwingend).Dank u.(af).
[Inhoud]Vierde Tooneel.Annie, Hope.Hope …Van z’n vrouw had je niet moeten spreken …Annie.Niet van z’n vrouw?Hope.Nee. ’k Had geen gelegenheid je te waarschuwen—die twee zijn nog nietsamenaan ’t bedje geweest …Annie.Meen je dat?… Zóó gebrouilleerd?…(Hope knikt)… Waarom?Hope.Waarom?… Ja waarom?… Zij is den heelen dag in ’t gezelschap van „vrienden”—hij afficheert zich in ’t openbaar, zelfs hier, met z’n maitresse … Tot vandaag lijken ze bij mekaar gebleven om de zieke Ninette … Zóó als ’t stakkertje ’r niet meer is, maar ook zoo dadelijk, laten die twee mekaar los … En dan mag ’t … Ze zijn al gescheiden van … „tafel en bed”… ’n Huwelijk zonder kind is geen huwelijk …Annie.…Hoe kom je op den inval!Hope.Menschen zonder jullie geluk, zijn niet getrouwd—jullie huwelijk, ja da’s zeker, is eerst door de geboorte van Tilleke begonnen … Vóor dien tijd …Annie.Hahaha!… Jan zou je uitlachen, als-ie je hoorde … Scheelt je wat?[221]Hope.(die met het hoofd in de handen gezeten heeft)… Niet sámen bij ’n sterfbedje—dat wordt ’t!—willen komen … O, o, wat is al dat gedoe erger dan wanhopig—wat is ’t angstig ’n zoo harden kijk op ’t leven te krijgen, als ik ’t hier dagelijks, dagelijks …Annie.Hope—wat scheelt je?Hope.…’n Beetje downheid—’n tikje moeiheid—Vannacht ben ’k ’r ’n paar maal uit gemoeten—en die operatie aan dat lichaampje vanmorgen, heeft me …(moeilijk)… Voor jou heb ’k geen geheimen, Ans—bij jou heb ’k me zoo thuis gevoeld, na ’t werk in ’t Gesticht—ik ben ’r je zoo dankbaar voor … Toen dat meisje onder de pijn lachte, lachte om ons te overtuigen dat we ’r geen zeer hadden gedaan—toen had ze denzelfden trek om den mond van—van zeker iemand …Annie.…Van …Hope …Geen naam uitspreken. Denk aan de afspraak!(wrevelig)… Wat ’n mensch met karakter ben ik, hè? Als ’k ’r zoo iets uitflap, krijg ’k ’n gevoel van afkeer voor mezelf …(quasi-onverschillig)… Waar hadden we ’t over?… Over Ninette. Over den band, denheiligenband, zou dominee zeggen … Zondag heeft-ie ’r ’n boom over opgezet—over z’n „heiligen band”—dat de menschen uit ’t dorp met d’r oogleden knipperden … Alleen ìk niet … Ik weet te veel … Ons Gesticht is ’n te vinnige illustratie op de heiligheid.… Kinderen, kinderen, denk ’k zoo dikwijls, als ze d’r goddelijke spelletjes onder[222]ons toezicht aan ’t strand spelen: jullie beseft je zegening niet, dat je in ’n bandeloos Gesticht opgroeit, langzaam mensch wordt, zonder de wrok van ’n thuis, als de kleine Ninette, zonder ’t stil gehuil van je moeder, zonder de drift om ’n kleinigheid van je vader.…. Als ze in ’t zand om me heen stoeien, me gierend van ’t lachen begraven, me met z’n tien, twintig, dertig waarachtige broertjes en zusjes bestormen, krijg ’k soms de tranen in m’n oogen—voel ’k me in ’t prachtigst gezin van de wereld—’t gezin zooals ik ’t me verbeeld, dat ’t na eeuwen overal, overal zijn zal—elk kind door z’n geboorte ’t kind van ieder—van ieder—vaders bijzaak.(een stilte)’k Ben blij dat de „mijne” me tot die gedachten gebracht heeft.… dat ik ’r geen heb.…Annie(glimlachend)… Hope, Hope—hoe kun je dat alles zoo akelig resoluut—haast zoo onvrouwelijk zeggen—terwijl Tilleke achter die deur slaapt.…Hope …Onvrouwelijk?… Ik met m’n zestig kinderen!…(scherp)… Niet ieder kan …(zich inhoudend)… Neem me niet kwalijk, Ans … Ik ben vandaag geen opwekkend gezelschap …(luchtig)… Hou jij je aan den allerheiligsten band … van ’t geluk …(staat op, gaat naar den erker. De meid brengt het thee-gerei. Annie schenkt het water. Van dichtbij, benee, klinkt kindergejoel. Hope opent het venster, zwaait met den arm …)Dag jongens! Dag! Dag Fritsje! Wil jij me vandaag niet zien?(kinderstem: „Dag moeder!)… Dag Suus! Dag Suus!(Kinderstem: „Dag moeder!”)… Dag Henk! Heb je erge pijn, dat je zoo hinkt,[223]kind?…(Kinderstem: „Nee, moeder! Dag moeder!”).… Foei, Foei, wat laten Toos en Marie de kinderen hollen! Daar valt ’r al een …(de handen als ’n roeper voor den mond)… Toos! Toos! Niet zoo dicht bij de sluizen! Hoor je?(Vrouwestem: „Joe-oe-oe!”)Meer bij de duinen!(Vrouwestem: „Joe-oe-oe!”).Annie.Drink nu je thee—’t zal wel marcheeren!Hope.(naar de tafel).Zeldzaam zorgeloos die betaalde verpleegsters! En die sluizen, zoo dicht bij ’t Gesticht, hinderen me elken dag … Herinner jij je nog dien schippersjongen verleden jaar … Hoe-ie door de zuiging.…Annie …Natuurlijk … Nee geen détails … Afschuwelijk!Hope.Goed.(zit neer)… Van dat Fritsje hou ’k dol-veel. Dat is ’n schat van ’n bengel—’n dot—altijd ernstig—en ’n mondje! Als ’k voorbij z’n bed ga, móét ’k ’m pakken—en in z’n slaap slaat-ie nog z’n armen om m’n hals.Annie.Is dat dat grappige broekmannetje, dat de eerste dagen om ’t geringste vlóékte?Hope.Hahaha! Ja: obberdorie, obberdomme—goed zeggen kan-ie ’t niet! De zusters maakten ’m in ’t begin telkens boos, om dat gebrabbel te hooren—en omdat ik toen z’n partij trok, zijn we de beste maatjes geworden. Smakelijk kopje, Ans. Gelukkig dat ’t ventje hiér is gekomen. Als je ’m vroeg, babbelde-ie: me moeder zit in de hemel en me vader[224]is ’n obberdommesche dief. Van z’ngrootvadergeleerd. Fijngevoelig als-ie is! Moeder, zei-ie nog geen uur gelejen tegen me: ik hou van jou zooveel, zooveel, ik hou van jouduizend. Aardig, hè? Aardig als iemand duizend, duizend van je houdt.…
Vierde Tooneel.Annie, Hope.Hope …Van z’n vrouw had je niet moeten spreken …Annie.Niet van z’n vrouw?Hope.Nee. ’k Had geen gelegenheid je te waarschuwen—die twee zijn nog nietsamenaan ’t bedje geweest …Annie.Meen je dat?… Zóó gebrouilleerd?…(Hope knikt)… Waarom?Hope.Waarom?… Ja waarom?… Zij is den heelen dag in ’t gezelschap van „vrienden”—hij afficheert zich in ’t openbaar, zelfs hier, met z’n maitresse … Tot vandaag lijken ze bij mekaar gebleven om de zieke Ninette … Zóó als ’t stakkertje ’r niet meer is, maar ook zoo dadelijk, laten die twee mekaar los … En dan mag ’t … Ze zijn al gescheiden van … „tafel en bed”… ’n Huwelijk zonder kind is geen huwelijk …Annie.…Hoe kom je op den inval!Hope.Menschen zonder jullie geluk, zijn niet getrouwd—jullie huwelijk, ja da’s zeker, is eerst door de geboorte van Tilleke begonnen … Vóor dien tijd …Annie.Hahaha!… Jan zou je uitlachen, als-ie je hoorde … Scheelt je wat?[221]Hope.(die met het hoofd in de handen gezeten heeft)… Niet sámen bij ’n sterfbedje—dat wordt ’t!—willen komen … O, o, wat is al dat gedoe erger dan wanhopig—wat is ’t angstig ’n zoo harden kijk op ’t leven te krijgen, als ik ’t hier dagelijks, dagelijks …Annie.Hope—wat scheelt je?Hope.…’n Beetje downheid—’n tikje moeiheid—Vannacht ben ’k ’r ’n paar maal uit gemoeten—en die operatie aan dat lichaampje vanmorgen, heeft me …(moeilijk)… Voor jou heb ’k geen geheimen, Ans—bij jou heb ’k me zoo thuis gevoeld, na ’t werk in ’t Gesticht—ik ben ’r je zoo dankbaar voor … Toen dat meisje onder de pijn lachte, lachte om ons te overtuigen dat we ’r geen zeer hadden gedaan—toen had ze denzelfden trek om den mond van—van zeker iemand …Annie.…Van …Hope …Geen naam uitspreken. Denk aan de afspraak!(wrevelig)… Wat ’n mensch met karakter ben ik, hè? Als ’k ’r zoo iets uitflap, krijg ’k ’n gevoel van afkeer voor mezelf …(quasi-onverschillig)… Waar hadden we ’t over?… Over Ninette. Over den band, denheiligenband, zou dominee zeggen … Zondag heeft-ie ’r ’n boom over opgezet—over z’n „heiligen band”—dat de menschen uit ’t dorp met d’r oogleden knipperden … Alleen ìk niet … Ik weet te veel … Ons Gesticht is ’n te vinnige illustratie op de heiligheid.… Kinderen, kinderen, denk ’k zoo dikwijls, als ze d’r goddelijke spelletjes onder[222]ons toezicht aan ’t strand spelen: jullie beseft je zegening niet, dat je in ’n bandeloos Gesticht opgroeit, langzaam mensch wordt, zonder de wrok van ’n thuis, als de kleine Ninette, zonder ’t stil gehuil van je moeder, zonder de drift om ’n kleinigheid van je vader.…. Als ze in ’t zand om me heen stoeien, me gierend van ’t lachen begraven, me met z’n tien, twintig, dertig waarachtige broertjes en zusjes bestormen, krijg ’k soms de tranen in m’n oogen—voel ’k me in ’t prachtigst gezin van de wereld—’t gezin zooals ik ’t me verbeeld, dat ’t na eeuwen overal, overal zijn zal—elk kind door z’n geboorte ’t kind van ieder—van ieder—vaders bijzaak.(een stilte)’k Ben blij dat de „mijne” me tot die gedachten gebracht heeft.… dat ik ’r geen heb.…Annie(glimlachend)… Hope, Hope—hoe kun je dat alles zoo akelig resoluut—haast zoo onvrouwelijk zeggen—terwijl Tilleke achter die deur slaapt.…Hope …Onvrouwelijk?… Ik met m’n zestig kinderen!…(scherp)… Niet ieder kan …(zich inhoudend)… Neem me niet kwalijk, Ans … Ik ben vandaag geen opwekkend gezelschap …(luchtig)… Hou jij je aan den allerheiligsten band … van ’t geluk …(staat op, gaat naar den erker. De meid brengt het thee-gerei. Annie schenkt het water. Van dichtbij, benee, klinkt kindergejoel. Hope opent het venster, zwaait met den arm …)Dag jongens! Dag! Dag Fritsje! Wil jij me vandaag niet zien?(kinderstem: „Dag moeder!)… Dag Suus! Dag Suus!(Kinderstem: „Dag moeder!”)… Dag Henk! Heb je erge pijn, dat je zoo hinkt,[223]kind?…(Kinderstem: „Nee, moeder! Dag moeder!”).… Foei, Foei, wat laten Toos en Marie de kinderen hollen! Daar valt ’r al een …(de handen als ’n roeper voor den mond)… Toos! Toos! Niet zoo dicht bij de sluizen! Hoor je?(Vrouwestem: „Joe-oe-oe!”)Meer bij de duinen!(Vrouwestem: „Joe-oe-oe!”).Annie.Drink nu je thee—’t zal wel marcheeren!Hope.(naar de tafel).Zeldzaam zorgeloos die betaalde verpleegsters! En die sluizen, zoo dicht bij ’t Gesticht, hinderen me elken dag … Herinner jij je nog dien schippersjongen verleden jaar … Hoe-ie door de zuiging.…Annie …Natuurlijk … Nee geen détails … Afschuwelijk!Hope.Goed.(zit neer)… Van dat Fritsje hou ’k dol-veel. Dat is ’n schat van ’n bengel—’n dot—altijd ernstig—en ’n mondje! Als ’k voorbij z’n bed ga, móét ’k ’m pakken—en in z’n slaap slaat-ie nog z’n armen om m’n hals.Annie.Is dat dat grappige broekmannetje, dat de eerste dagen om ’t geringste vlóékte?Hope.Hahaha! Ja: obberdorie, obberdomme—goed zeggen kan-ie ’t niet! De zusters maakten ’m in ’t begin telkens boos, om dat gebrabbel te hooren—en omdat ik toen z’n partij trok, zijn we de beste maatjes geworden. Smakelijk kopje, Ans. Gelukkig dat ’t ventje hiér is gekomen. Als je ’m vroeg, babbelde-ie: me moeder zit in de hemel en me vader[224]is ’n obberdommesche dief. Van z’ngrootvadergeleerd. Fijngevoelig als-ie is! Moeder, zei-ie nog geen uur gelejen tegen me: ik hou van jou zooveel, zooveel, ik hou van jouduizend. Aardig, hè? Aardig als iemand duizend, duizend van je houdt.…
Annie, Hope.
Hope …Van z’n vrouw had je niet moeten spreken …
Hope …Van z’n vrouw had je niet moeten spreken …
Annie.Niet van z’n vrouw?
Annie.Niet van z’n vrouw?
Hope.Nee. ’k Had geen gelegenheid je te waarschuwen—die twee zijn nog nietsamenaan ’t bedje geweest …
Hope.Nee. ’k Had geen gelegenheid je te waarschuwen—die twee zijn nog nietsamenaan ’t bedje geweest …
Annie.Meen je dat?… Zóó gebrouilleerd?…(Hope knikt)… Waarom?
Annie.Meen je dat?… Zóó gebrouilleerd?…(Hope knikt)… Waarom?
Hope.Waarom?… Ja waarom?… Zij is den heelen dag in ’t gezelschap van „vrienden”—hij afficheert zich in ’t openbaar, zelfs hier, met z’n maitresse … Tot vandaag lijken ze bij mekaar gebleven om de zieke Ninette … Zóó als ’t stakkertje ’r niet meer is, maar ook zoo dadelijk, laten die twee mekaar los … En dan mag ’t … Ze zijn al gescheiden van … „tafel en bed”… ’n Huwelijk zonder kind is geen huwelijk …
Hope.Waarom?… Ja waarom?… Zij is den heelen dag in ’t gezelschap van „vrienden”—hij afficheert zich in ’t openbaar, zelfs hier, met z’n maitresse … Tot vandaag lijken ze bij mekaar gebleven om de zieke Ninette … Zóó als ’t stakkertje ’r niet meer is, maar ook zoo dadelijk, laten die twee mekaar los … En dan mag ’t … Ze zijn al gescheiden van … „tafel en bed”… ’n Huwelijk zonder kind is geen huwelijk …
Annie.…Hoe kom je op den inval!
Annie.…Hoe kom je op den inval!
Hope.Menschen zonder jullie geluk, zijn niet getrouwd—jullie huwelijk, ja da’s zeker, is eerst door de geboorte van Tilleke begonnen … Vóor dien tijd …
Hope.Menschen zonder jullie geluk, zijn niet getrouwd—jullie huwelijk, ja da’s zeker, is eerst door de geboorte van Tilleke begonnen … Vóor dien tijd …
Annie.Hahaha!… Jan zou je uitlachen, als-ie je hoorde … Scheelt je wat?
Annie.Hahaha!… Jan zou je uitlachen, als-ie je hoorde … Scheelt je wat?
[221]
Hope.(die met het hoofd in de handen gezeten heeft)… Niet sámen bij ’n sterfbedje—dat wordt ’t!—willen komen … O, o, wat is al dat gedoe erger dan wanhopig—wat is ’t angstig ’n zoo harden kijk op ’t leven te krijgen, als ik ’t hier dagelijks, dagelijks …
Hope.(die met het hoofd in de handen gezeten heeft)… Niet sámen bij ’n sterfbedje—dat wordt ’t!—willen komen … O, o, wat is al dat gedoe erger dan wanhopig—wat is ’t angstig ’n zoo harden kijk op ’t leven te krijgen, als ik ’t hier dagelijks, dagelijks …
Annie.Hope—wat scheelt je?
Annie.Hope—wat scheelt je?
Hope.…’n Beetje downheid—’n tikje moeiheid—Vannacht ben ’k ’r ’n paar maal uit gemoeten—en die operatie aan dat lichaampje vanmorgen, heeft me …(moeilijk)… Voor jou heb ’k geen geheimen, Ans—bij jou heb ’k me zoo thuis gevoeld, na ’t werk in ’t Gesticht—ik ben ’r je zoo dankbaar voor … Toen dat meisje onder de pijn lachte, lachte om ons te overtuigen dat we ’r geen zeer hadden gedaan—toen had ze denzelfden trek om den mond van—van zeker iemand …
Hope.…’n Beetje downheid—’n tikje moeiheid—Vannacht ben ’k ’r ’n paar maal uit gemoeten—en die operatie aan dat lichaampje vanmorgen, heeft me …(moeilijk)… Voor jou heb ’k geen geheimen, Ans—bij jou heb ’k me zoo thuis gevoeld, na ’t werk in ’t Gesticht—ik ben ’r je zoo dankbaar voor … Toen dat meisje onder de pijn lachte, lachte om ons te overtuigen dat we ’r geen zeer hadden gedaan—toen had ze denzelfden trek om den mond van—van zeker iemand …
Annie.…Van …
Annie.…Van …
Hope …Geen naam uitspreken. Denk aan de afspraak!(wrevelig)… Wat ’n mensch met karakter ben ik, hè? Als ’k ’r zoo iets uitflap, krijg ’k ’n gevoel van afkeer voor mezelf …(quasi-onverschillig)… Waar hadden we ’t over?… Over Ninette. Over den band, denheiligenband, zou dominee zeggen … Zondag heeft-ie ’r ’n boom over opgezet—over z’n „heiligen band”—dat de menschen uit ’t dorp met d’r oogleden knipperden … Alleen ìk niet … Ik weet te veel … Ons Gesticht is ’n te vinnige illustratie op de heiligheid.… Kinderen, kinderen, denk ’k zoo dikwijls, als ze d’r goddelijke spelletjes onder[222]ons toezicht aan ’t strand spelen: jullie beseft je zegening niet, dat je in ’n bandeloos Gesticht opgroeit, langzaam mensch wordt, zonder de wrok van ’n thuis, als de kleine Ninette, zonder ’t stil gehuil van je moeder, zonder de drift om ’n kleinigheid van je vader.…. Als ze in ’t zand om me heen stoeien, me gierend van ’t lachen begraven, me met z’n tien, twintig, dertig waarachtige broertjes en zusjes bestormen, krijg ’k soms de tranen in m’n oogen—voel ’k me in ’t prachtigst gezin van de wereld—’t gezin zooals ik ’t me verbeeld, dat ’t na eeuwen overal, overal zijn zal—elk kind door z’n geboorte ’t kind van ieder—van ieder—vaders bijzaak.(een stilte)’k Ben blij dat de „mijne” me tot die gedachten gebracht heeft.… dat ik ’r geen heb.…
Hope …Geen naam uitspreken. Denk aan de afspraak!(wrevelig)… Wat ’n mensch met karakter ben ik, hè? Als ’k ’r zoo iets uitflap, krijg ’k ’n gevoel van afkeer voor mezelf …(quasi-onverschillig)… Waar hadden we ’t over?… Over Ninette. Over den band, denheiligenband, zou dominee zeggen … Zondag heeft-ie ’r ’n boom over opgezet—over z’n „heiligen band”—dat de menschen uit ’t dorp met d’r oogleden knipperden … Alleen ìk niet … Ik weet te veel … Ons Gesticht is ’n te vinnige illustratie op de heiligheid.… Kinderen, kinderen, denk ’k zoo dikwijls, als ze d’r goddelijke spelletjes onder[222]ons toezicht aan ’t strand spelen: jullie beseft je zegening niet, dat je in ’n bandeloos Gesticht opgroeit, langzaam mensch wordt, zonder de wrok van ’n thuis, als de kleine Ninette, zonder ’t stil gehuil van je moeder, zonder de drift om ’n kleinigheid van je vader.…. Als ze in ’t zand om me heen stoeien, me gierend van ’t lachen begraven, me met z’n tien, twintig, dertig waarachtige broertjes en zusjes bestormen, krijg ’k soms de tranen in m’n oogen—voel ’k me in ’t prachtigst gezin van de wereld—’t gezin zooals ik ’t me verbeeld, dat ’t na eeuwen overal, overal zijn zal—elk kind door z’n geboorte ’t kind van ieder—van ieder—vaders bijzaak.(een stilte)’k Ben blij dat de „mijne” me tot die gedachten gebracht heeft.… dat ik ’r geen heb.…
Annie(glimlachend)… Hope, Hope—hoe kun je dat alles zoo akelig resoluut—haast zoo onvrouwelijk zeggen—terwijl Tilleke achter die deur slaapt.…
Annie(glimlachend)… Hope, Hope—hoe kun je dat alles zoo akelig resoluut—haast zoo onvrouwelijk zeggen—terwijl Tilleke achter die deur slaapt.…
Hope …Onvrouwelijk?… Ik met m’n zestig kinderen!…(scherp)… Niet ieder kan …(zich inhoudend)… Neem me niet kwalijk, Ans … Ik ben vandaag geen opwekkend gezelschap …(luchtig)… Hou jij je aan den allerheiligsten band … van ’t geluk …(staat op, gaat naar den erker. De meid brengt het thee-gerei. Annie schenkt het water. Van dichtbij, benee, klinkt kindergejoel. Hope opent het venster, zwaait met den arm …)Dag jongens! Dag! Dag Fritsje! Wil jij me vandaag niet zien?(kinderstem: „Dag moeder!)… Dag Suus! Dag Suus!(Kinderstem: „Dag moeder!”)… Dag Henk! Heb je erge pijn, dat je zoo hinkt,[223]kind?…(Kinderstem: „Nee, moeder! Dag moeder!”).… Foei, Foei, wat laten Toos en Marie de kinderen hollen! Daar valt ’r al een …(de handen als ’n roeper voor den mond)… Toos! Toos! Niet zoo dicht bij de sluizen! Hoor je?(Vrouwestem: „Joe-oe-oe!”)Meer bij de duinen!(Vrouwestem: „Joe-oe-oe!”).
Hope …Onvrouwelijk?… Ik met m’n zestig kinderen!…(scherp)… Niet ieder kan …(zich inhoudend)… Neem me niet kwalijk, Ans … Ik ben vandaag geen opwekkend gezelschap …(luchtig)… Hou jij je aan den allerheiligsten band … van ’t geluk …(staat op, gaat naar den erker. De meid brengt het thee-gerei. Annie schenkt het water. Van dichtbij, benee, klinkt kindergejoel. Hope opent het venster, zwaait met den arm …)Dag jongens! Dag! Dag Fritsje! Wil jij me vandaag niet zien?(kinderstem: „Dag moeder!)… Dag Suus! Dag Suus!(Kinderstem: „Dag moeder!”)… Dag Henk! Heb je erge pijn, dat je zoo hinkt,[223]kind?…(Kinderstem: „Nee, moeder! Dag moeder!”).… Foei, Foei, wat laten Toos en Marie de kinderen hollen! Daar valt ’r al een …(de handen als ’n roeper voor den mond)… Toos! Toos! Niet zoo dicht bij de sluizen! Hoor je?(Vrouwestem: „Joe-oe-oe!”)Meer bij de duinen!(Vrouwestem: „Joe-oe-oe!”).
Annie.Drink nu je thee—’t zal wel marcheeren!
Annie.Drink nu je thee—’t zal wel marcheeren!
Hope.(naar de tafel).Zeldzaam zorgeloos die betaalde verpleegsters! En die sluizen, zoo dicht bij ’t Gesticht, hinderen me elken dag … Herinner jij je nog dien schippersjongen verleden jaar … Hoe-ie door de zuiging.…
Hope.(naar de tafel).Zeldzaam zorgeloos die betaalde verpleegsters! En die sluizen, zoo dicht bij ’t Gesticht, hinderen me elken dag … Herinner jij je nog dien schippersjongen verleden jaar … Hoe-ie door de zuiging.…
Annie …Natuurlijk … Nee geen détails … Afschuwelijk!
Annie …Natuurlijk … Nee geen détails … Afschuwelijk!
Hope.Goed.(zit neer)… Van dat Fritsje hou ’k dol-veel. Dat is ’n schat van ’n bengel—’n dot—altijd ernstig—en ’n mondje! Als ’k voorbij z’n bed ga, móét ’k ’m pakken—en in z’n slaap slaat-ie nog z’n armen om m’n hals.
Hope.Goed.(zit neer)… Van dat Fritsje hou ’k dol-veel. Dat is ’n schat van ’n bengel—’n dot—altijd ernstig—en ’n mondje! Als ’k voorbij z’n bed ga, móét ’k ’m pakken—en in z’n slaap slaat-ie nog z’n armen om m’n hals.
Annie.Is dat dat grappige broekmannetje, dat de eerste dagen om ’t geringste vlóékte?
Annie.Is dat dat grappige broekmannetje, dat de eerste dagen om ’t geringste vlóékte?
Hope.Hahaha! Ja: obberdorie, obberdomme—goed zeggen kan-ie ’t niet! De zusters maakten ’m in ’t begin telkens boos, om dat gebrabbel te hooren—en omdat ik toen z’n partij trok, zijn we de beste maatjes geworden. Smakelijk kopje, Ans. Gelukkig dat ’t ventje hiér is gekomen. Als je ’m vroeg, babbelde-ie: me moeder zit in de hemel en me vader[224]is ’n obberdommesche dief. Van z’ngrootvadergeleerd. Fijngevoelig als-ie is! Moeder, zei-ie nog geen uur gelejen tegen me: ik hou van jou zooveel, zooveel, ik hou van jouduizend. Aardig, hè? Aardig als iemand duizend, duizend van je houdt.…
Hope.Hahaha! Ja: obberdorie, obberdomme—goed zeggen kan-ie ’t niet! De zusters maakten ’m in ’t begin telkens boos, om dat gebrabbel te hooren—en omdat ik toen z’n partij trok, zijn we de beste maatjes geworden. Smakelijk kopje, Ans. Gelukkig dat ’t ventje hiér is gekomen. Als je ’m vroeg, babbelde-ie: me moeder zit in de hemel en me vader[224]is ’n obberdommesche dief. Van z’ngrootvadergeleerd. Fijngevoelig als-ie is! Moeder, zei-ie nog geen uur gelejen tegen me: ik hou van jou zooveel, zooveel, ik hou van jouduizend. Aardig, hè? Aardig als iemand duizend, duizend van je houdt.…
[Inhoud]Vijfde Tooneel.De vorigen, Dolf.Dolf.(in wit badkostuum met witte pet)… Hm!Annie.(tegelijk met Hope verschrikt opstaand)Meneer, is dat ’n manier!Dolf.Dames!… Mevrouw Linden … Juffrouw … De buitendeur stond aan … en … Laat ik u niet derangeeren … Gaat u zitten …Annie.…We hadden u niet gehoord. Hoe komt u zoo uit de lucht vallen? Weet Jan dat u …Dolf.Onwaarschijnlijk …(tot Hope)… Ik verjaag u hopelijk niet, juffrouw?Hope.Volstrekt niet, meneer—ik heb te werken …Annie.…En je zei dat je …Hope.…Jawel. Maar niet te lang. Dag Ans. Dag meneer.(Hope af).
Vijfde Tooneel.De vorigen, Dolf.Dolf.(in wit badkostuum met witte pet)… Hm!Annie.(tegelijk met Hope verschrikt opstaand)Meneer, is dat ’n manier!Dolf.Dames!… Mevrouw Linden … Juffrouw … De buitendeur stond aan … en … Laat ik u niet derangeeren … Gaat u zitten …Annie.…We hadden u niet gehoord. Hoe komt u zoo uit de lucht vallen? Weet Jan dat u …Dolf.Onwaarschijnlijk …(tot Hope)… Ik verjaag u hopelijk niet, juffrouw?Hope.Volstrekt niet, meneer—ik heb te werken …Annie.…En je zei dat je …Hope.…Jawel. Maar niet te lang. Dag Ans. Dag meneer.(Hope af).
De vorigen, Dolf.
Dolf.(in wit badkostuum met witte pet)… Hm!
Dolf.(in wit badkostuum met witte pet)… Hm!
Annie.(tegelijk met Hope verschrikt opstaand)Meneer, is dat ’n manier!
Annie.(tegelijk met Hope verschrikt opstaand)Meneer, is dat ’n manier!
Dolf.Dames!… Mevrouw Linden … Juffrouw … De buitendeur stond aan … en … Laat ik u niet derangeeren … Gaat u zitten …
Dolf.Dames!… Mevrouw Linden … Juffrouw … De buitendeur stond aan … en … Laat ik u niet derangeeren … Gaat u zitten …
Annie.…We hadden u niet gehoord. Hoe komt u zoo uit de lucht vallen? Weet Jan dat u …
Annie.…We hadden u niet gehoord. Hoe komt u zoo uit de lucht vallen? Weet Jan dat u …
Dolf.Onwaarschijnlijk …(tot Hope)… Ik verjaag u hopelijk niet, juffrouw?
Dolf.Onwaarschijnlijk …(tot Hope)… Ik verjaag u hopelijk niet, juffrouw?
Hope.Volstrekt niet, meneer—ik heb te werken …
Hope.Volstrekt niet, meneer—ik heb te werken …
Annie.…En je zei dat je …
Annie.…En je zei dat je …
Hope.…Jawel. Maar niet te lang. Dag Ans. Dag meneer.(Hope af).
Hope.…Jawel. Maar niet te lang. Dag Ans. Dag meneer.(Hope af).
[Inhoud]Zesde Tooneel.Annie, Dolf.Dolf.Ja, ja. Vogelverschrikker. Mag ik zoo vrij zijn?[225]Annie.Zóó vrij, ja.Dolf.(neerzittend).Om te beginnen gefeliciteerd, mevrouw, voor de tweede maal—nu mondeling met jullie jongen …Annie.(lachend)… Meisje.Dolf …Meisje?… Heeft Jan zich zoo vergist?Annie.(lachend)… Of Jàn zich vergist heeft?…Dolf.…Dan ik—dan ik … Waar laat ’k die buiten-modelsche pet?… Excuseer dat ’k ’r mee binnen gekomen ben … Geef u geen moeite …(scheert haar in een hoek)… Da’s minder comme-il-faut dan makkelijk … Aardig huis hier. Suite èn suite—vijftien meter—heb ’k dat goed onthouden? Hahaha!Annie.Uitstekend. Maar ’t is wel ’n tijd geleden, dat u in die vijftien meter was … En bedrieg ’k me—of droeg u vroeger géen lorgnet?Dolf.Nee u heeft ’t correct onthouden.… Dag Jan! Dag ouwe kerel! Ja, ik ben ’t.…
Zesde Tooneel.Annie, Dolf.Dolf.Ja, ja. Vogelverschrikker. Mag ik zoo vrij zijn?[225]Annie.Zóó vrij, ja.Dolf.(neerzittend).Om te beginnen gefeliciteerd, mevrouw, voor de tweede maal—nu mondeling met jullie jongen …Annie.(lachend)… Meisje.Dolf …Meisje?… Heeft Jan zich zoo vergist?Annie.(lachend)… Of Jàn zich vergist heeft?…Dolf.…Dan ik—dan ik … Waar laat ’k die buiten-modelsche pet?… Excuseer dat ’k ’r mee binnen gekomen ben … Geef u geen moeite …(scheert haar in een hoek)… Da’s minder comme-il-faut dan makkelijk … Aardig huis hier. Suite èn suite—vijftien meter—heb ’k dat goed onthouden? Hahaha!Annie.Uitstekend. Maar ’t is wel ’n tijd geleden, dat u in die vijftien meter was … En bedrieg ’k me—of droeg u vroeger géen lorgnet?Dolf.Nee u heeft ’t correct onthouden.… Dag Jan! Dag ouwe kerel! Ja, ik ben ’t.…
Annie, Dolf.
Dolf.Ja, ja. Vogelverschrikker. Mag ik zoo vrij zijn?
Dolf.Ja, ja. Vogelverschrikker. Mag ik zoo vrij zijn?
[225]
Annie.Zóó vrij, ja.
Annie.Zóó vrij, ja.
Dolf.(neerzittend).Om te beginnen gefeliciteerd, mevrouw, voor de tweede maal—nu mondeling met jullie jongen …
Dolf.(neerzittend).Om te beginnen gefeliciteerd, mevrouw, voor de tweede maal—nu mondeling met jullie jongen …
Annie.(lachend)… Meisje.
Annie.(lachend)… Meisje.
Dolf …Meisje?… Heeft Jan zich zoo vergist?
Dolf …Meisje?… Heeft Jan zich zoo vergist?
Annie.(lachend)… Of Jàn zich vergist heeft?…
Annie.(lachend)… Of Jàn zich vergist heeft?…
Dolf.…Dan ik—dan ik … Waar laat ’k die buiten-modelsche pet?… Excuseer dat ’k ’r mee binnen gekomen ben … Geef u geen moeite …(scheert haar in een hoek)… Da’s minder comme-il-faut dan makkelijk … Aardig huis hier. Suite èn suite—vijftien meter—heb ’k dat goed onthouden? Hahaha!
Dolf.…Dan ik—dan ik … Waar laat ’k die buiten-modelsche pet?… Excuseer dat ’k ’r mee binnen gekomen ben … Geef u geen moeite …(scheert haar in een hoek)… Da’s minder comme-il-faut dan makkelijk … Aardig huis hier. Suite èn suite—vijftien meter—heb ’k dat goed onthouden? Hahaha!
Annie.Uitstekend. Maar ’t is wel ’n tijd geleden, dat u in die vijftien meter was … En bedrieg ’k me—of droeg u vroeger géen lorgnet?
Annie.Uitstekend. Maar ’t is wel ’n tijd geleden, dat u in die vijftien meter was … En bedrieg ’k me—of droeg u vroeger géen lorgnet?
Dolf.Nee u heeft ’t correct onthouden.… Dag Jan! Dag ouwe kerel! Ja, ik ben ’t.…
Dolf.Nee u heeft ’t correct onthouden.… Dag Jan! Dag ouwe kerel! Ja, ik ben ’t.…
[Inhoud]Zevende Tooneel.De vorigen, Dr. Linden.Dokter.Dolf, jij?… Wat heb je voor zonderlinge ingeving, om hiér te verzeilen?Dolf.Merci voor de buitengewoon-hartelijke begroeting, hahaha! Ik kom voor záken, na ’n lange reis als commis-voyageur door ’t noorden en ’t zuiden …[226]Dokter …Bril jij?Dolf.Lei ’k juist aan je vrouw uit!—Daar heb ’k de sensatie wéér, mevrouw, de óúwe, zóo als ik u zie, van dien fameuzen eersten steen van de Stichting, met den dominee-met-’t-wratje … Ja ik bril, Jantje, kerel, kind! Kreeg ’k ineens, zonder waarschuwing, in ’n Belgisch nest.’tLas m’n krantje—en rutsch al de Reuter-telegrammen aan ’t zwemmen—collegaatje van je opgezocht—lorgnetje en niemendal gebeurd—de letters zwemmen niet meer, maar bij ’t zwemmen zelf—moet ’k oppassen geen botsing te krijgen—Voor de bain-mixtes deug ’k niet meer, hahaha! Kerel van harte met je dochter!… Maar aan me geschreven heeft-ie ’n zoon, mevrouw! Hindert jou wat?Dokter.Nou—iets hindert me. We hebben zooeven je neef Charles.…Dolf …Is Charltje hier?Dokter.Jawel. Met z’n vrouw. En ’t kindje is bij ons op de ziekenzaal.…Dolf.(plots ernstig)… Is Ninette.…Dokter.Opgegeven.Dolf.Dat meen je niet. Is de kleine Ninette … Wat scheelt ’r? Wat heeft ze?Dokter …Hopeloos. Móést ’r opereeren—hij wou Deen in consult, en ’t eenige wat Deen kòn verklaren, was dat m’n chirurgisch ingrijpen ùitstel van[227]executie geweest—hij zou ’t zèlfde gedaan hebben.… Dolf, beste kerel, toen we met z’n tweeën in de wachtkamer kwamen—om ’m voorzichtig voor te bereiden—op de quaestie van ùren nog—toen liet-ie ons niet eens aan ’t woord komen, toen begon-ie zoo miserabel te snikken, zoo ineens oud en hoe zal ’k ’t zeggen, dat we ’r zelf door kapot werden.…Annie.(nerveus)… Jan, ik kan zulke dingen niet hooren.…Dokter …En je verweet me dat ’k je buiten alles hou!…Dolf.Waar logeert-ie?Dokter.In Royal.… Je ben toch niet van plan ’m dadelijk op te zoeken?Dolf.Dat ben ’k zeker.Dokter …Doe ’t niet—niet nù … Die twee vijanden-van-mekaar hebben op ’t oogenblik nièmand noodig.Dolf …Au fond spijt ’t me, dat ’k met ’m overhoop lig … Zou ’k vanavond?Dokter …Morgen—morgen … Ninette kan ’t nog ’n veertien dagen halen, naar menschelijke berekening—nee, vandaag ontraad ik ’t stellig.… Had jij ’n verschil met ’m?Dolf …We zijn met advocaten bezig geweest—na mama’s dood—over ’t legaat voor de Stichting—diezelfde stichting waar nu z’n eigen kind.… Beroerd! Meer dan beroerd![228]Dokter …Jullie hebt toch sámen je toestemming gegeven—wat hebben dan advocaten.…Dolf …Nee nièt samen. Hij weigerde niet alleen, maar liet door z’n rechtsgeleerde dingen over mama’s geestestoestand schrijven, die ik ergerlijk—schwamm—streep door ’t gebeurde.…Dokter …En de Stichting hééft ’t legaat. Dan heb jij ’t heelemaal voor jouw rekening genomen? En dat hooren we toevallig!Dolf …Je had ’t nìet behoeven te hooren—en we praten ’r geen woord meer over—geen woord niet waar mevrouw?—geen woord, Jan?—Die tengere, intelligente Ninette … En toch.. En toch..(down)… ’k zou met Charles willen over steken … Beter de plek van ’t grafje, dan.…Dokter.(gebluft)… Dolf—zou jij ’ns wakker worden!… Ben jij ’t die daar.…Dolf.(valsch-vroolijk)… Ja!… Kun je zoo hebben. Beetje wormstekig—dagje ouder … ’n Mensch is ’n zonderling apparaatje … Wie vroeg en te vroeg lacht—jij de rest, Jantje!… ’k Begin aanleg voor hypogro … hypo … hahaha! ’k Ben blij, da’k mezelf weer ’ns hoor lachen!(opstaand)Jullie wonen hier machtig gezellig in je vijftien meter …(door het erker-venster kijkend)Ah! Goed weer in aantocht. De bommen en garnalenschuiten zeilen uit …Dokter.Hij heeft gelijk. Als die ’t ’r op wagen, krijgen we mogelijk zon …[229]Dolf.Wat is dat spektakel benee?Dokter.Van de sluizen. Nou spuien ze ’t water van ’t kanaal in zee—Ja, dat gaat met ’n vaartje. En dat mag zoolang ’r nog niet gebaad wordt …(weerklinkt kindergezang)… Onze kinderen … Je blijft eten, Dolf?Annie …Jan—Dokter …Wat Jan?…Annie.We hebben één ongelukkig boutje.… En Hope zou ook.…Dokter.Dan telefoneer ’k naar ’t dorp …Dolf.Nee Jantje—’k geloof niet dat ik.… De volgende week kom ’k mogelijk ’n paar weken.…Dokter …Jawel!… Bekend!… Vlieg ’r niet op in … Jij komt hier voor záken, zei je.… Met ’n leege maag lukken geen zaken … Ik ga telefoneeren.… Eclipseer niet, Dolf—dan krijgen we beestig mot samen!(af).
Zevende Tooneel.De vorigen, Dr. Linden.Dokter.Dolf, jij?… Wat heb je voor zonderlinge ingeving, om hiér te verzeilen?Dolf.Merci voor de buitengewoon-hartelijke begroeting, hahaha! Ik kom voor záken, na ’n lange reis als commis-voyageur door ’t noorden en ’t zuiden …[226]Dokter …Bril jij?Dolf.Lei ’k juist aan je vrouw uit!—Daar heb ’k de sensatie wéér, mevrouw, de óúwe, zóo als ik u zie, van dien fameuzen eersten steen van de Stichting, met den dominee-met-’t-wratje … Ja ik bril, Jantje, kerel, kind! Kreeg ’k ineens, zonder waarschuwing, in ’n Belgisch nest.’tLas m’n krantje—en rutsch al de Reuter-telegrammen aan ’t zwemmen—collegaatje van je opgezocht—lorgnetje en niemendal gebeurd—de letters zwemmen niet meer, maar bij ’t zwemmen zelf—moet ’k oppassen geen botsing te krijgen—Voor de bain-mixtes deug ’k niet meer, hahaha! Kerel van harte met je dochter!… Maar aan me geschreven heeft-ie ’n zoon, mevrouw! Hindert jou wat?Dokter.Nou—iets hindert me. We hebben zooeven je neef Charles.…Dolf …Is Charltje hier?Dokter.Jawel. Met z’n vrouw. En ’t kindje is bij ons op de ziekenzaal.…Dolf.(plots ernstig)… Is Ninette.…Dokter.Opgegeven.Dolf.Dat meen je niet. Is de kleine Ninette … Wat scheelt ’r? Wat heeft ze?Dokter …Hopeloos. Móést ’r opereeren—hij wou Deen in consult, en ’t eenige wat Deen kòn verklaren, was dat m’n chirurgisch ingrijpen ùitstel van[227]executie geweest—hij zou ’t zèlfde gedaan hebben.… Dolf, beste kerel, toen we met z’n tweeën in de wachtkamer kwamen—om ’m voorzichtig voor te bereiden—op de quaestie van ùren nog—toen liet-ie ons niet eens aan ’t woord komen, toen begon-ie zoo miserabel te snikken, zoo ineens oud en hoe zal ’k ’t zeggen, dat we ’r zelf door kapot werden.…Annie.(nerveus)… Jan, ik kan zulke dingen niet hooren.…Dokter …En je verweet me dat ’k je buiten alles hou!…Dolf.Waar logeert-ie?Dokter.In Royal.… Je ben toch niet van plan ’m dadelijk op te zoeken?Dolf.Dat ben ’k zeker.Dokter …Doe ’t niet—niet nù … Die twee vijanden-van-mekaar hebben op ’t oogenblik nièmand noodig.Dolf …Au fond spijt ’t me, dat ’k met ’m overhoop lig … Zou ’k vanavond?Dokter …Morgen—morgen … Ninette kan ’t nog ’n veertien dagen halen, naar menschelijke berekening—nee, vandaag ontraad ik ’t stellig.… Had jij ’n verschil met ’m?Dolf …We zijn met advocaten bezig geweest—na mama’s dood—over ’t legaat voor de Stichting—diezelfde stichting waar nu z’n eigen kind.… Beroerd! Meer dan beroerd![228]Dokter …Jullie hebt toch sámen je toestemming gegeven—wat hebben dan advocaten.…Dolf …Nee nièt samen. Hij weigerde niet alleen, maar liet door z’n rechtsgeleerde dingen over mama’s geestestoestand schrijven, die ik ergerlijk—schwamm—streep door ’t gebeurde.…Dokter …En de Stichting hééft ’t legaat. Dan heb jij ’t heelemaal voor jouw rekening genomen? En dat hooren we toevallig!Dolf …Je had ’t nìet behoeven te hooren—en we praten ’r geen woord meer over—geen woord niet waar mevrouw?—geen woord, Jan?—Die tengere, intelligente Ninette … En toch.. En toch..(down)… ’k zou met Charles willen over steken … Beter de plek van ’t grafje, dan.…Dokter.(gebluft)… Dolf—zou jij ’ns wakker worden!… Ben jij ’t die daar.…Dolf.(valsch-vroolijk)… Ja!… Kun je zoo hebben. Beetje wormstekig—dagje ouder … ’n Mensch is ’n zonderling apparaatje … Wie vroeg en te vroeg lacht—jij de rest, Jantje!… ’k Begin aanleg voor hypogro … hypo … hahaha! ’k Ben blij, da’k mezelf weer ’ns hoor lachen!(opstaand)Jullie wonen hier machtig gezellig in je vijftien meter …(door het erker-venster kijkend)Ah! Goed weer in aantocht. De bommen en garnalenschuiten zeilen uit …Dokter.Hij heeft gelijk. Als die ’t ’r op wagen, krijgen we mogelijk zon …[229]Dolf.Wat is dat spektakel benee?Dokter.Van de sluizen. Nou spuien ze ’t water van ’t kanaal in zee—Ja, dat gaat met ’n vaartje. En dat mag zoolang ’r nog niet gebaad wordt …(weerklinkt kindergezang)… Onze kinderen … Je blijft eten, Dolf?Annie …Jan—Dokter …Wat Jan?…Annie.We hebben één ongelukkig boutje.… En Hope zou ook.…Dokter.Dan telefoneer ’k naar ’t dorp …Dolf.Nee Jantje—’k geloof niet dat ik.… De volgende week kom ’k mogelijk ’n paar weken.…Dokter …Jawel!… Bekend!… Vlieg ’r niet op in … Jij komt hier voor záken, zei je.… Met ’n leege maag lukken geen zaken … Ik ga telefoneeren.… Eclipseer niet, Dolf—dan krijgen we beestig mot samen!(af).
De vorigen, Dr. Linden.
Dokter.Dolf, jij?… Wat heb je voor zonderlinge ingeving, om hiér te verzeilen?
Dokter.Dolf, jij?… Wat heb je voor zonderlinge ingeving, om hiér te verzeilen?
Dolf.Merci voor de buitengewoon-hartelijke begroeting, hahaha! Ik kom voor záken, na ’n lange reis als commis-voyageur door ’t noorden en ’t zuiden …
Dolf.Merci voor de buitengewoon-hartelijke begroeting, hahaha! Ik kom voor záken, na ’n lange reis als commis-voyageur door ’t noorden en ’t zuiden …
[226]
Dokter …Bril jij?
Dokter …Bril jij?
Dolf.Lei ’k juist aan je vrouw uit!—Daar heb ’k de sensatie wéér, mevrouw, de óúwe, zóo als ik u zie, van dien fameuzen eersten steen van de Stichting, met den dominee-met-’t-wratje … Ja ik bril, Jantje, kerel, kind! Kreeg ’k ineens, zonder waarschuwing, in ’n Belgisch nest.’tLas m’n krantje—en rutsch al de Reuter-telegrammen aan ’t zwemmen—collegaatje van je opgezocht—lorgnetje en niemendal gebeurd—de letters zwemmen niet meer, maar bij ’t zwemmen zelf—moet ’k oppassen geen botsing te krijgen—Voor de bain-mixtes deug ’k niet meer, hahaha! Kerel van harte met je dochter!… Maar aan me geschreven heeft-ie ’n zoon, mevrouw! Hindert jou wat?
Dolf.Lei ’k juist aan je vrouw uit!—Daar heb ’k de sensatie wéér, mevrouw, de óúwe, zóo als ik u zie, van dien fameuzen eersten steen van de Stichting, met den dominee-met-’t-wratje … Ja ik bril, Jantje, kerel, kind! Kreeg ’k ineens, zonder waarschuwing, in ’n Belgisch nest.’tLas m’n krantje—en rutsch al de Reuter-telegrammen aan ’t zwemmen—collegaatje van je opgezocht—lorgnetje en niemendal gebeurd—de letters zwemmen niet meer, maar bij ’t zwemmen zelf—moet ’k oppassen geen botsing te krijgen—Voor de bain-mixtes deug ’k niet meer, hahaha! Kerel van harte met je dochter!… Maar aan me geschreven heeft-ie ’n zoon, mevrouw! Hindert jou wat?
Dokter.Nou—iets hindert me. We hebben zooeven je neef Charles.…
Dokter.Nou—iets hindert me. We hebben zooeven je neef Charles.…
Dolf …Is Charltje hier?
Dolf …Is Charltje hier?
Dokter.Jawel. Met z’n vrouw. En ’t kindje is bij ons op de ziekenzaal.…
Dokter.Jawel. Met z’n vrouw. En ’t kindje is bij ons op de ziekenzaal.…
Dolf.(plots ernstig)… Is Ninette.…
Dolf.(plots ernstig)… Is Ninette.…
Dokter.Opgegeven.
Dokter.Opgegeven.
Dolf.Dat meen je niet. Is de kleine Ninette … Wat scheelt ’r? Wat heeft ze?
Dolf.Dat meen je niet. Is de kleine Ninette … Wat scheelt ’r? Wat heeft ze?
Dokter …Hopeloos. Móést ’r opereeren—hij wou Deen in consult, en ’t eenige wat Deen kòn verklaren, was dat m’n chirurgisch ingrijpen ùitstel van[227]executie geweest—hij zou ’t zèlfde gedaan hebben.… Dolf, beste kerel, toen we met z’n tweeën in de wachtkamer kwamen—om ’m voorzichtig voor te bereiden—op de quaestie van ùren nog—toen liet-ie ons niet eens aan ’t woord komen, toen begon-ie zoo miserabel te snikken, zoo ineens oud en hoe zal ’k ’t zeggen, dat we ’r zelf door kapot werden.…
Dokter …Hopeloos. Móést ’r opereeren—hij wou Deen in consult, en ’t eenige wat Deen kòn verklaren, was dat m’n chirurgisch ingrijpen ùitstel van[227]executie geweest—hij zou ’t zèlfde gedaan hebben.… Dolf, beste kerel, toen we met z’n tweeën in de wachtkamer kwamen—om ’m voorzichtig voor te bereiden—op de quaestie van ùren nog—toen liet-ie ons niet eens aan ’t woord komen, toen begon-ie zoo miserabel te snikken, zoo ineens oud en hoe zal ’k ’t zeggen, dat we ’r zelf door kapot werden.…
Annie.(nerveus)… Jan, ik kan zulke dingen niet hooren.…
Annie.(nerveus)… Jan, ik kan zulke dingen niet hooren.…
Dokter …En je verweet me dat ’k je buiten alles hou!…
Dokter …En je verweet me dat ’k je buiten alles hou!…
Dolf.Waar logeert-ie?
Dolf.Waar logeert-ie?
Dokter.In Royal.… Je ben toch niet van plan ’m dadelijk op te zoeken?
Dokter.In Royal.… Je ben toch niet van plan ’m dadelijk op te zoeken?
Dolf.Dat ben ’k zeker.
Dolf.Dat ben ’k zeker.
Dokter …Doe ’t niet—niet nù … Die twee vijanden-van-mekaar hebben op ’t oogenblik nièmand noodig.
Dokter …Doe ’t niet—niet nù … Die twee vijanden-van-mekaar hebben op ’t oogenblik nièmand noodig.
Dolf …Au fond spijt ’t me, dat ’k met ’m overhoop lig … Zou ’k vanavond?
Dolf …Au fond spijt ’t me, dat ’k met ’m overhoop lig … Zou ’k vanavond?
Dokter …Morgen—morgen … Ninette kan ’t nog ’n veertien dagen halen, naar menschelijke berekening—nee, vandaag ontraad ik ’t stellig.… Had jij ’n verschil met ’m?
Dokter …Morgen—morgen … Ninette kan ’t nog ’n veertien dagen halen, naar menschelijke berekening—nee, vandaag ontraad ik ’t stellig.… Had jij ’n verschil met ’m?
Dolf …We zijn met advocaten bezig geweest—na mama’s dood—over ’t legaat voor de Stichting—diezelfde stichting waar nu z’n eigen kind.… Beroerd! Meer dan beroerd!
Dolf …We zijn met advocaten bezig geweest—na mama’s dood—over ’t legaat voor de Stichting—diezelfde stichting waar nu z’n eigen kind.… Beroerd! Meer dan beroerd!
[228]
Dokter …Jullie hebt toch sámen je toestemming gegeven—wat hebben dan advocaten.…
Dokter …Jullie hebt toch sámen je toestemming gegeven—wat hebben dan advocaten.…
Dolf …Nee nièt samen. Hij weigerde niet alleen, maar liet door z’n rechtsgeleerde dingen over mama’s geestestoestand schrijven, die ik ergerlijk—schwamm—streep door ’t gebeurde.…
Dolf …Nee nièt samen. Hij weigerde niet alleen, maar liet door z’n rechtsgeleerde dingen over mama’s geestestoestand schrijven, die ik ergerlijk—schwamm—streep door ’t gebeurde.…
Dokter …En de Stichting hééft ’t legaat. Dan heb jij ’t heelemaal voor jouw rekening genomen? En dat hooren we toevallig!
Dokter …En de Stichting hééft ’t legaat. Dan heb jij ’t heelemaal voor jouw rekening genomen? En dat hooren we toevallig!
Dolf …Je had ’t nìet behoeven te hooren—en we praten ’r geen woord meer over—geen woord niet waar mevrouw?—geen woord, Jan?—Die tengere, intelligente Ninette … En toch.. En toch..(down)… ’k zou met Charles willen over steken … Beter de plek van ’t grafje, dan.…
Dolf …Je had ’t nìet behoeven te hooren—en we praten ’r geen woord meer over—geen woord niet waar mevrouw?—geen woord, Jan?—Die tengere, intelligente Ninette … En toch.. En toch..(down)… ’k zou met Charles willen over steken … Beter de plek van ’t grafje, dan.…
Dokter.(gebluft)… Dolf—zou jij ’ns wakker worden!… Ben jij ’t die daar.…
Dokter.(gebluft)… Dolf—zou jij ’ns wakker worden!… Ben jij ’t die daar.…
Dolf.(valsch-vroolijk)… Ja!… Kun je zoo hebben. Beetje wormstekig—dagje ouder … ’n Mensch is ’n zonderling apparaatje … Wie vroeg en te vroeg lacht—jij de rest, Jantje!… ’k Begin aanleg voor hypogro … hypo … hahaha! ’k Ben blij, da’k mezelf weer ’ns hoor lachen!(opstaand)Jullie wonen hier machtig gezellig in je vijftien meter …(door het erker-venster kijkend)Ah! Goed weer in aantocht. De bommen en garnalenschuiten zeilen uit …
Dolf.(valsch-vroolijk)… Ja!… Kun je zoo hebben. Beetje wormstekig—dagje ouder … ’n Mensch is ’n zonderling apparaatje … Wie vroeg en te vroeg lacht—jij de rest, Jantje!… ’k Begin aanleg voor hypogro … hypo … hahaha! ’k Ben blij, da’k mezelf weer ’ns hoor lachen!(opstaand)Jullie wonen hier machtig gezellig in je vijftien meter …(door het erker-venster kijkend)Ah! Goed weer in aantocht. De bommen en garnalenschuiten zeilen uit …
Dokter.Hij heeft gelijk. Als die ’t ’r op wagen, krijgen we mogelijk zon …
Dokter.Hij heeft gelijk. Als die ’t ’r op wagen, krijgen we mogelijk zon …
[229]
Dolf.Wat is dat spektakel benee?
Dolf.Wat is dat spektakel benee?
Dokter.Van de sluizen. Nou spuien ze ’t water van ’t kanaal in zee—Ja, dat gaat met ’n vaartje. En dat mag zoolang ’r nog niet gebaad wordt …(weerklinkt kindergezang)… Onze kinderen … Je blijft eten, Dolf?
Dokter.Van de sluizen. Nou spuien ze ’t water van ’t kanaal in zee—Ja, dat gaat met ’n vaartje. En dat mag zoolang ’r nog niet gebaad wordt …(weerklinkt kindergezang)… Onze kinderen … Je blijft eten, Dolf?
Annie …Jan—
Annie …Jan—
Dokter …Wat Jan?…
Dokter …Wat Jan?…
Annie.We hebben één ongelukkig boutje.… En Hope zou ook.…
Annie.We hebben één ongelukkig boutje.… En Hope zou ook.…
Dokter.Dan telefoneer ’k naar ’t dorp …
Dokter.Dan telefoneer ’k naar ’t dorp …
Dolf.Nee Jantje—’k geloof niet dat ik.… De volgende week kom ’k mogelijk ’n paar weken.…
Dolf.Nee Jantje—’k geloof niet dat ik.… De volgende week kom ’k mogelijk ’n paar weken.…
Dokter …Jawel!… Bekend!… Vlieg ’r niet op in … Jij komt hier voor záken, zei je.… Met ’n leege maag lukken geen zaken … Ik ga telefoneeren.… Eclipseer niet, Dolf—dan krijgen we beestig mot samen!(af).
Dokter …Jawel!… Bekend!… Vlieg ’r niet op in … Jij komt hier voor záken, zei je.… Met ’n leege maag lukken geen zaken … Ik ga telefoneeren.… Eclipseer niet, Dolf—dan krijgen we beestig mot samen!(af).
[Inhoud]Achtste Tooneel.Annie, Dolf.Annie.Mag ik terwijl ’n kopje thee?… We afternoonen af en toe … Ja, dat is ’t portret van mevrouw.Dolf.(handen op den rug onbeweeglijk)… Ja.[230]Annie.In de récréatiezaal staat ’r buste.Dolf.(onbewegelijk)Zoo—’r buste …Annie.(schenkend)… En snoezig-attent, meneer, hoe de oudste meisjes op ’r geboortedag—die is ’r in gebeiteld—zonder dat iemand ’t wist, ’n trophee van groen en bloemen … Melk en suiker?..(hij luistert niet)… Ik vraag of u melk en suiker …Dolf.(zich driftig omdraaiend)… U moet me ’n dienst bewijzen, mevrouw.Annie.Ik?Dolf.Ik wil ’n onderhoud met Hope.Annie.Wat kan ìk …Dolf.U is ’r vriendin—en ’k overdrijf niet—’r vertrouwde geworden.…Annie …Ze is tè zelfstandig, om zich door iemand..Dolf.Door u wel.(nerveus-snel)… Ik moet ’r—wil ’r … Als ik ’r aanklamp, ontloopt ze me, als toen ’k daar binnen kwam … Als ’k schrijf, antwoordt ze niet … Ik ben niet meer die ik ben, daar geef ik m’n woord op … Ik heb over ’n boel … Dat wil ’k ’t persoonlijk … Daarvoor heb ’k de reis gemaakt … Dat zijn mijn záken.… Straks met ’r aan een tafel zitten, doe ’k nièt, of.…Annie.(schellend)… Goed. Gaat u een seconde daar.(wijst naar rechtersuite)… ’t Meisje mag u niet zien. Maar: laten we mekaar goed begrijpen, meneer[231]Van Walden—ìk blijf ’r buiten—en tegenover m’n bèste vriendin, gebruik ik geen omwegen …Dolf …U kunt …Annie …Weg! Weg! Weg!(Dolf af—dienstmeisje)Loop jij even naar de overzij, Kaatje, kind, en vraag zuster Hope of ze bij me wil komen—zeg ’r dat ik alléén ben.(Dienstmeisje af—zij wenkt Dolf)… Dat is de eenige onwaarheid. Meer jok ’k niet.…Dolf …Dank u voorloopig.Kan ’t hier?Annie.Hier of hiernaast—àls ze wil …Dolf.Dank u.Annie.(terwijl hij gejaagd op en neer loopt)’k Zou m’n thee niet koud laten worden, meneer—we hebben nog wel ’n paar minuten.Dolf.(zonder te luisteren, onrustig van den eenen stoel naar den anderen verhuizend)Maanden en maanden, mevrouw, ben ’k ’n soort Ahasverus geweest—iemand met ’n tic—een die zichzelf ’n zonderling vond, ja, ja …(verzit)… Soms heb ’k getwijfeld of ’k hier recht snik was, of ’n leventje van … van … plezier—zich begon te wreken, zooals de brave, beste menschen, die karnemelk inplaats van bloed hebben, mekaar wijsmaken …(loopt nerveus heen en weer, zit over haar)… Ze kunnen je door altijd door op ’t zelfde te hameren, altijd door aan te houden de suggestie opdringen, dat je, dat je.… hè! hè!… dat je ’n, ’n schaduw naast je eigen[232]schaduw ziet loopen … Als ’k verward praat, mevrouw, best mensch.…Annie …Zou u dat mevrouw nou niet ’ns eindelijk laten schieten?… Ik heet Annie.Dolf …Mag dat?Annie …Graag.Dolf …Zegt u—zeg jij dan ook Dolf?Annie …Als u—als jij ’r niets tegen heb: natuurlijk.…Dolf …Ik heb ’n boel beroerdheid gehad, Annie—wat doet ’t me ’n goed, dat ’k ’ns vertrouwelijk babbelen mag!—’n boel waarmee ’k in m’n eentje moest uitvechten—met m’n eenen ik, die m’n anderen ik uitlachte, voor de mal hield—met m’n eenen ik, die tegen m’n anderen ik zei: „je ben ’n zot, ’n kwast, ’n idioot”—met m’n eenen ik, die m’n anderen naar de tingeltangels dreef, naar vrinden, naar vrouwen—met m’n eenen ik, die spotte, vloekte, met geld smeet—me whiskey en soda liet drinken, als de andere te sentimenteel, te zwak, te willoos dee.… Van de eene hotelkamer ben ’k naar de andere getrokken, bediend, naar de oogen gekeken—grocjes slikkend, om te slapen, te slapen … Wakker liggen is ’t gemeenste, ’t vuilste dat je overkomen kan … Dat met m’n bril waarover ’k daarnet grapjes uithaalde—’k voel me zoo ouwerwetsch gezond als ’k ’t kàn, kàn—was niet ’t gevolg van minder-goede oogen—je kunt ’t ook door slappe zenuwtjes krijgen.[233]… ’r Komt ’n leeftijd bij ’n man, dat-ie z’n draai zoekt, dat-ie z’n stuur onvast hanteert.…Annie.(opstaand)… Stil even—’k geloof … Ja.… Ga nog een oogenblik(wijst de rechtsche suite. Hij verlaat de kamer. Tot Hope, die eerst rondkijkt).Ik ben alleen.
Achtste Tooneel.Annie, Dolf.Annie.Mag ik terwijl ’n kopje thee?… We afternoonen af en toe … Ja, dat is ’t portret van mevrouw.Dolf.(handen op den rug onbeweeglijk)… Ja.[230]Annie.In de récréatiezaal staat ’r buste.Dolf.(onbewegelijk)Zoo—’r buste …Annie.(schenkend)… En snoezig-attent, meneer, hoe de oudste meisjes op ’r geboortedag—die is ’r in gebeiteld—zonder dat iemand ’t wist, ’n trophee van groen en bloemen … Melk en suiker?..(hij luistert niet)… Ik vraag of u melk en suiker …Dolf.(zich driftig omdraaiend)… U moet me ’n dienst bewijzen, mevrouw.Annie.Ik?Dolf.Ik wil ’n onderhoud met Hope.Annie.Wat kan ìk …Dolf.U is ’r vriendin—en ’k overdrijf niet—’r vertrouwde geworden.…Annie …Ze is tè zelfstandig, om zich door iemand..Dolf.Door u wel.(nerveus-snel)… Ik moet ’r—wil ’r … Als ik ’r aanklamp, ontloopt ze me, als toen ’k daar binnen kwam … Als ’k schrijf, antwoordt ze niet … Ik ben niet meer die ik ben, daar geef ik m’n woord op … Ik heb over ’n boel … Dat wil ’k ’t persoonlijk … Daarvoor heb ’k de reis gemaakt … Dat zijn mijn záken.… Straks met ’r aan een tafel zitten, doe ’k nièt, of.…Annie.(schellend)… Goed. Gaat u een seconde daar.(wijst naar rechtersuite)… ’t Meisje mag u niet zien. Maar: laten we mekaar goed begrijpen, meneer[231]Van Walden—ìk blijf ’r buiten—en tegenover m’n bèste vriendin, gebruik ik geen omwegen …Dolf …U kunt …Annie …Weg! Weg! Weg!(Dolf af—dienstmeisje)Loop jij even naar de overzij, Kaatje, kind, en vraag zuster Hope of ze bij me wil komen—zeg ’r dat ik alléén ben.(Dienstmeisje af—zij wenkt Dolf)… Dat is de eenige onwaarheid. Meer jok ’k niet.…Dolf …Dank u voorloopig.Kan ’t hier?Annie.Hier of hiernaast—àls ze wil …Dolf.Dank u.Annie.(terwijl hij gejaagd op en neer loopt)’k Zou m’n thee niet koud laten worden, meneer—we hebben nog wel ’n paar minuten.Dolf.(zonder te luisteren, onrustig van den eenen stoel naar den anderen verhuizend)Maanden en maanden, mevrouw, ben ’k ’n soort Ahasverus geweest—iemand met ’n tic—een die zichzelf ’n zonderling vond, ja, ja …(verzit)… Soms heb ’k getwijfeld of ’k hier recht snik was, of ’n leventje van … van … plezier—zich begon te wreken, zooals de brave, beste menschen, die karnemelk inplaats van bloed hebben, mekaar wijsmaken …(loopt nerveus heen en weer, zit over haar)… Ze kunnen je door altijd door op ’t zelfde te hameren, altijd door aan te houden de suggestie opdringen, dat je, dat je.… hè! hè!… dat je ’n, ’n schaduw naast je eigen[232]schaduw ziet loopen … Als ’k verward praat, mevrouw, best mensch.…Annie …Zou u dat mevrouw nou niet ’ns eindelijk laten schieten?… Ik heet Annie.Dolf …Mag dat?Annie …Graag.Dolf …Zegt u—zeg jij dan ook Dolf?Annie …Als u—als jij ’r niets tegen heb: natuurlijk.…Dolf …Ik heb ’n boel beroerdheid gehad, Annie—wat doet ’t me ’n goed, dat ’k ’ns vertrouwelijk babbelen mag!—’n boel waarmee ’k in m’n eentje moest uitvechten—met m’n eenen ik, die m’n anderen ik uitlachte, voor de mal hield—met m’n eenen ik, die tegen m’n anderen ik zei: „je ben ’n zot, ’n kwast, ’n idioot”—met m’n eenen ik, die m’n anderen naar de tingeltangels dreef, naar vrinden, naar vrouwen—met m’n eenen ik, die spotte, vloekte, met geld smeet—me whiskey en soda liet drinken, als de andere te sentimenteel, te zwak, te willoos dee.… Van de eene hotelkamer ben ’k naar de andere getrokken, bediend, naar de oogen gekeken—grocjes slikkend, om te slapen, te slapen … Wakker liggen is ’t gemeenste, ’t vuilste dat je overkomen kan … Dat met m’n bril waarover ’k daarnet grapjes uithaalde—’k voel me zoo ouwerwetsch gezond als ’k ’t kàn, kàn—was niet ’t gevolg van minder-goede oogen—je kunt ’t ook door slappe zenuwtjes krijgen.[233]… ’r Komt ’n leeftijd bij ’n man, dat-ie z’n draai zoekt, dat-ie z’n stuur onvast hanteert.…Annie.(opstaand)… Stil even—’k geloof … Ja.… Ga nog een oogenblik(wijst de rechtsche suite. Hij verlaat de kamer. Tot Hope, die eerst rondkijkt).Ik ben alleen.
Annie, Dolf.
Annie.Mag ik terwijl ’n kopje thee?… We afternoonen af en toe … Ja, dat is ’t portret van mevrouw.
Annie.Mag ik terwijl ’n kopje thee?… We afternoonen af en toe … Ja, dat is ’t portret van mevrouw.
Dolf.(handen op den rug onbeweeglijk)… Ja.
Dolf.(handen op den rug onbeweeglijk)… Ja.
[230]
Annie.In de récréatiezaal staat ’r buste.
Annie.In de récréatiezaal staat ’r buste.
Dolf.(onbewegelijk)Zoo—’r buste …
Dolf.(onbewegelijk)Zoo—’r buste …
Annie.(schenkend)… En snoezig-attent, meneer, hoe de oudste meisjes op ’r geboortedag—die is ’r in gebeiteld—zonder dat iemand ’t wist, ’n trophee van groen en bloemen … Melk en suiker?..(hij luistert niet)… Ik vraag of u melk en suiker …
Annie.(schenkend)… En snoezig-attent, meneer, hoe de oudste meisjes op ’r geboortedag—die is ’r in gebeiteld—zonder dat iemand ’t wist, ’n trophee van groen en bloemen … Melk en suiker?..(hij luistert niet)… Ik vraag of u melk en suiker …
Dolf.(zich driftig omdraaiend)… U moet me ’n dienst bewijzen, mevrouw.
Dolf.(zich driftig omdraaiend)… U moet me ’n dienst bewijzen, mevrouw.
Annie.Ik?
Annie.Ik?
Dolf.Ik wil ’n onderhoud met Hope.
Dolf.Ik wil ’n onderhoud met Hope.
Annie.Wat kan ìk …
Annie.Wat kan ìk …
Dolf.U is ’r vriendin—en ’k overdrijf niet—’r vertrouwde geworden.…
Dolf.U is ’r vriendin—en ’k overdrijf niet—’r vertrouwde geworden.…
Annie …Ze is tè zelfstandig, om zich door iemand..
Annie …Ze is tè zelfstandig, om zich door iemand..
Dolf.Door u wel.(nerveus-snel)… Ik moet ’r—wil ’r … Als ik ’r aanklamp, ontloopt ze me, als toen ’k daar binnen kwam … Als ’k schrijf, antwoordt ze niet … Ik ben niet meer die ik ben, daar geef ik m’n woord op … Ik heb over ’n boel … Dat wil ’k ’t persoonlijk … Daarvoor heb ’k de reis gemaakt … Dat zijn mijn záken.… Straks met ’r aan een tafel zitten, doe ’k nièt, of.…
Dolf.Door u wel.(nerveus-snel)… Ik moet ’r—wil ’r … Als ik ’r aanklamp, ontloopt ze me, als toen ’k daar binnen kwam … Als ’k schrijf, antwoordt ze niet … Ik ben niet meer die ik ben, daar geef ik m’n woord op … Ik heb over ’n boel … Dat wil ’k ’t persoonlijk … Daarvoor heb ’k de reis gemaakt … Dat zijn mijn záken.… Straks met ’r aan een tafel zitten, doe ’k nièt, of.…
Annie.(schellend)… Goed. Gaat u een seconde daar.(wijst naar rechtersuite)… ’t Meisje mag u niet zien. Maar: laten we mekaar goed begrijpen, meneer[231]Van Walden—ìk blijf ’r buiten—en tegenover m’n bèste vriendin, gebruik ik geen omwegen …
Annie.(schellend)… Goed. Gaat u een seconde daar.(wijst naar rechtersuite)… ’t Meisje mag u niet zien. Maar: laten we mekaar goed begrijpen, meneer[231]Van Walden—ìk blijf ’r buiten—en tegenover m’n bèste vriendin, gebruik ik geen omwegen …
Dolf …U kunt …
Dolf …U kunt …
Annie …Weg! Weg! Weg!(Dolf af—dienstmeisje)Loop jij even naar de overzij, Kaatje, kind, en vraag zuster Hope of ze bij me wil komen—zeg ’r dat ik alléén ben.(Dienstmeisje af—zij wenkt Dolf)… Dat is de eenige onwaarheid. Meer jok ’k niet.…
Annie …Weg! Weg! Weg!(Dolf af—dienstmeisje)Loop jij even naar de overzij, Kaatje, kind, en vraag zuster Hope of ze bij me wil komen—zeg ’r dat ik alléén ben.(Dienstmeisje af—zij wenkt Dolf)… Dat is de eenige onwaarheid. Meer jok ’k niet.…
Dolf …Dank u voorloopig.Kan ’t hier?
Dolf …Dank u voorloopig.Kan ’t hier?
Annie.Hier of hiernaast—àls ze wil …
Annie.Hier of hiernaast—àls ze wil …
Dolf.Dank u.
Dolf.Dank u.
Annie.(terwijl hij gejaagd op en neer loopt)’k Zou m’n thee niet koud laten worden, meneer—we hebben nog wel ’n paar minuten.
Annie.(terwijl hij gejaagd op en neer loopt)’k Zou m’n thee niet koud laten worden, meneer—we hebben nog wel ’n paar minuten.
Dolf.(zonder te luisteren, onrustig van den eenen stoel naar den anderen verhuizend)Maanden en maanden, mevrouw, ben ’k ’n soort Ahasverus geweest—iemand met ’n tic—een die zichzelf ’n zonderling vond, ja, ja …(verzit)… Soms heb ’k getwijfeld of ’k hier recht snik was, of ’n leventje van … van … plezier—zich begon te wreken, zooals de brave, beste menschen, die karnemelk inplaats van bloed hebben, mekaar wijsmaken …(loopt nerveus heen en weer, zit over haar)… Ze kunnen je door altijd door op ’t zelfde te hameren, altijd door aan te houden de suggestie opdringen, dat je, dat je.… hè! hè!… dat je ’n, ’n schaduw naast je eigen[232]schaduw ziet loopen … Als ’k verward praat, mevrouw, best mensch.…
Dolf.(zonder te luisteren, onrustig van den eenen stoel naar den anderen verhuizend)Maanden en maanden, mevrouw, ben ’k ’n soort Ahasverus geweest—iemand met ’n tic—een die zichzelf ’n zonderling vond, ja, ja …(verzit)… Soms heb ’k getwijfeld of ’k hier recht snik was, of ’n leventje van … van … plezier—zich begon te wreken, zooals de brave, beste menschen, die karnemelk inplaats van bloed hebben, mekaar wijsmaken …(loopt nerveus heen en weer, zit over haar)… Ze kunnen je door altijd door op ’t zelfde te hameren, altijd door aan te houden de suggestie opdringen, dat je, dat je.… hè! hè!… dat je ’n, ’n schaduw naast je eigen[232]schaduw ziet loopen … Als ’k verward praat, mevrouw, best mensch.…
Annie …Zou u dat mevrouw nou niet ’ns eindelijk laten schieten?… Ik heet Annie.
Annie …Zou u dat mevrouw nou niet ’ns eindelijk laten schieten?… Ik heet Annie.
Dolf …Mag dat?
Dolf …Mag dat?
Annie …Graag.
Annie …Graag.
Dolf …Zegt u—zeg jij dan ook Dolf?
Dolf …Zegt u—zeg jij dan ook Dolf?
Annie …Als u—als jij ’r niets tegen heb: natuurlijk.…
Annie …Als u—als jij ’r niets tegen heb: natuurlijk.…
Dolf …Ik heb ’n boel beroerdheid gehad, Annie—wat doet ’t me ’n goed, dat ’k ’ns vertrouwelijk babbelen mag!—’n boel waarmee ’k in m’n eentje moest uitvechten—met m’n eenen ik, die m’n anderen ik uitlachte, voor de mal hield—met m’n eenen ik, die tegen m’n anderen ik zei: „je ben ’n zot, ’n kwast, ’n idioot”—met m’n eenen ik, die m’n anderen naar de tingeltangels dreef, naar vrinden, naar vrouwen—met m’n eenen ik, die spotte, vloekte, met geld smeet—me whiskey en soda liet drinken, als de andere te sentimenteel, te zwak, te willoos dee.… Van de eene hotelkamer ben ’k naar de andere getrokken, bediend, naar de oogen gekeken—grocjes slikkend, om te slapen, te slapen … Wakker liggen is ’t gemeenste, ’t vuilste dat je overkomen kan … Dat met m’n bril waarover ’k daarnet grapjes uithaalde—’k voel me zoo ouwerwetsch gezond als ’k ’t kàn, kàn—was niet ’t gevolg van minder-goede oogen—je kunt ’t ook door slappe zenuwtjes krijgen.[233]… ’r Komt ’n leeftijd bij ’n man, dat-ie z’n draai zoekt, dat-ie z’n stuur onvast hanteert.…
Dolf …Ik heb ’n boel beroerdheid gehad, Annie—wat doet ’t me ’n goed, dat ’k ’ns vertrouwelijk babbelen mag!—’n boel waarmee ’k in m’n eentje moest uitvechten—met m’n eenen ik, die m’n anderen ik uitlachte, voor de mal hield—met m’n eenen ik, die tegen m’n anderen ik zei: „je ben ’n zot, ’n kwast, ’n idioot”—met m’n eenen ik, die m’n anderen naar de tingeltangels dreef, naar vrinden, naar vrouwen—met m’n eenen ik, die spotte, vloekte, met geld smeet—me whiskey en soda liet drinken, als de andere te sentimenteel, te zwak, te willoos dee.… Van de eene hotelkamer ben ’k naar de andere getrokken, bediend, naar de oogen gekeken—grocjes slikkend, om te slapen, te slapen … Wakker liggen is ’t gemeenste, ’t vuilste dat je overkomen kan … Dat met m’n bril waarover ’k daarnet grapjes uithaalde—’k voel me zoo ouwerwetsch gezond als ’k ’t kàn, kàn—was niet ’t gevolg van minder-goede oogen—je kunt ’t ook door slappe zenuwtjes krijgen.[233]… ’r Komt ’n leeftijd bij ’n man, dat-ie z’n draai zoekt, dat-ie z’n stuur onvast hanteert.…
Annie.(opstaand)… Stil even—’k geloof … Ja.… Ga nog een oogenblik(wijst de rechtsche suite. Hij verlaat de kamer. Tot Hope, die eerst rondkijkt).Ik ben alleen.
Annie.(opstaand)… Stil even—’k geloof … Ja.… Ga nog een oogenblik(wijst de rechtsche suite. Hij verlaat de kamer. Tot Hope, die eerst rondkijkt).Ik ben alleen.
[Inhoud]Negende Tooneel.Hope, Annie, Dokter.Hope …Is-ie vort?Annie.Daar.Hope.Waarom laat je me dan—je weet toch …Annie.Omdat …(Hope gebaart naar de deur).… Hope! Hope!… Als ’k je vriendin ben, je oprechtste, eerlijkste vriendin, die je beweert te vertrouwen—is dat dan de brééde manier?… Ik verras je niet, niet met trucs, niet met kleine listen—ik wou enkel ’n beroep op je verstand, op je vérstánd, doen, Hope—waar je hart.…Hope …Zachtjes—hij kan je hooren …Annie …Ik zeg je een ding, zonder verdere argumenten, zonder tusschenkomst die misplaatst is: je kunt tè hardnekkig in één gedachtengang doorhollen—je kunt gelijk hebben en toch dwaas doen.… Ik laat je alleen—nee, je gaat nièt gelijk met me de deur uit!—je blijft tien, tien, tien tellen, om ’n beslissing te nemen …(tot Dr. Linden, die binnen[234]wil komen).… Nee, Jan—je moet nog in ’t dorp voor ’t diner bestellen … Nee, niet binnen!…Dokter.Waar is Dolf?Annie.Dolf—Dolf wandelt ’n moment aan ’t strand om ’n luchtje te scheppen … Ik wou wat tafelbloemen laten komen en wat … Man, kijk niet zoo achterdochtig!.… Onder de tafel zit-ie niet …(tot Hope)… Als je dènkt, erg stevig dènkt, lieve meid, dènk dan zachtjes—vooral zachtjes—in diè kamer slaapt Tilleke, ’t eene kind—(fluisterend)… in de andere wacht ’t gróóte …(zich onderbrekend, tot Jan)… Wat luister je?Dokter …Ik luister niet—ik zie ’n rare witte pet …Annie …Hij is in z’n bloote hoofd.… Blaas je ’t lichtje onder de thee uit, Hope … En zàchtjes voor Til?…(neemt Jan onder de arm—af).
Negende Tooneel.Hope, Annie, Dokter.Hope …Is-ie vort?Annie.Daar.Hope.Waarom laat je me dan—je weet toch …Annie.Omdat …(Hope gebaart naar de deur).… Hope! Hope!… Als ’k je vriendin ben, je oprechtste, eerlijkste vriendin, die je beweert te vertrouwen—is dat dan de brééde manier?… Ik verras je niet, niet met trucs, niet met kleine listen—ik wou enkel ’n beroep op je verstand, op je vérstánd, doen, Hope—waar je hart.…Hope …Zachtjes—hij kan je hooren …Annie …Ik zeg je een ding, zonder verdere argumenten, zonder tusschenkomst die misplaatst is: je kunt tè hardnekkig in één gedachtengang doorhollen—je kunt gelijk hebben en toch dwaas doen.… Ik laat je alleen—nee, je gaat nièt gelijk met me de deur uit!—je blijft tien, tien, tien tellen, om ’n beslissing te nemen …(tot Dr. Linden, die binnen[234]wil komen).… Nee, Jan—je moet nog in ’t dorp voor ’t diner bestellen … Nee, niet binnen!…Dokter.Waar is Dolf?Annie.Dolf—Dolf wandelt ’n moment aan ’t strand om ’n luchtje te scheppen … Ik wou wat tafelbloemen laten komen en wat … Man, kijk niet zoo achterdochtig!.… Onder de tafel zit-ie niet …(tot Hope)… Als je dènkt, erg stevig dènkt, lieve meid, dènk dan zachtjes—vooral zachtjes—in diè kamer slaapt Tilleke, ’t eene kind—(fluisterend)… in de andere wacht ’t gróóte …(zich onderbrekend, tot Jan)… Wat luister je?Dokter …Ik luister niet—ik zie ’n rare witte pet …Annie …Hij is in z’n bloote hoofd.… Blaas je ’t lichtje onder de thee uit, Hope … En zàchtjes voor Til?…(neemt Jan onder de arm—af).
Hope, Annie, Dokter.
Hope …Is-ie vort?
Hope …Is-ie vort?
Annie.Daar.
Annie.Daar.
Hope.Waarom laat je me dan—je weet toch …
Hope.Waarom laat je me dan—je weet toch …
Annie.Omdat …(Hope gebaart naar de deur).… Hope! Hope!… Als ’k je vriendin ben, je oprechtste, eerlijkste vriendin, die je beweert te vertrouwen—is dat dan de brééde manier?… Ik verras je niet, niet met trucs, niet met kleine listen—ik wou enkel ’n beroep op je verstand, op je vérstánd, doen, Hope—waar je hart.…
Annie.Omdat …(Hope gebaart naar de deur).… Hope! Hope!… Als ’k je vriendin ben, je oprechtste, eerlijkste vriendin, die je beweert te vertrouwen—is dat dan de brééde manier?… Ik verras je niet, niet met trucs, niet met kleine listen—ik wou enkel ’n beroep op je verstand, op je vérstánd, doen, Hope—waar je hart.…
Hope …Zachtjes—hij kan je hooren …
Hope …Zachtjes—hij kan je hooren …
Annie …Ik zeg je een ding, zonder verdere argumenten, zonder tusschenkomst die misplaatst is: je kunt tè hardnekkig in één gedachtengang doorhollen—je kunt gelijk hebben en toch dwaas doen.… Ik laat je alleen—nee, je gaat nièt gelijk met me de deur uit!—je blijft tien, tien, tien tellen, om ’n beslissing te nemen …(tot Dr. Linden, die binnen[234]wil komen).… Nee, Jan—je moet nog in ’t dorp voor ’t diner bestellen … Nee, niet binnen!…
Annie …Ik zeg je een ding, zonder verdere argumenten, zonder tusschenkomst die misplaatst is: je kunt tè hardnekkig in één gedachtengang doorhollen—je kunt gelijk hebben en toch dwaas doen.… Ik laat je alleen—nee, je gaat nièt gelijk met me de deur uit!—je blijft tien, tien, tien tellen, om ’n beslissing te nemen …(tot Dr. Linden, die binnen[234]wil komen).… Nee, Jan—je moet nog in ’t dorp voor ’t diner bestellen … Nee, niet binnen!…
Dokter.Waar is Dolf?
Dokter.Waar is Dolf?
Annie.Dolf—Dolf wandelt ’n moment aan ’t strand om ’n luchtje te scheppen … Ik wou wat tafelbloemen laten komen en wat … Man, kijk niet zoo achterdochtig!.… Onder de tafel zit-ie niet …(tot Hope)… Als je dènkt, erg stevig dènkt, lieve meid, dènk dan zachtjes—vooral zachtjes—in diè kamer slaapt Tilleke, ’t eene kind—(fluisterend)… in de andere wacht ’t gróóte …(zich onderbrekend, tot Jan)… Wat luister je?
Annie.Dolf—Dolf wandelt ’n moment aan ’t strand om ’n luchtje te scheppen … Ik wou wat tafelbloemen laten komen en wat … Man, kijk niet zoo achterdochtig!.… Onder de tafel zit-ie niet …(tot Hope)… Als je dènkt, erg stevig dènkt, lieve meid, dènk dan zachtjes—vooral zachtjes—in diè kamer slaapt Tilleke, ’t eene kind—(fluisterend)… in de andere wacht ’t gróóte …(zich onderbrekend, tot Jan)… Wat luister je?
Dokter …Ik luister niet—ik zie ’n rare witte pet …
Dokter …Ik luister niet—ik zie ’n rare witte pet …
Annie …Hij is in z’n bloote hoofd.… Blaas je ’t lichtje onder de thee uit, Hope … En zàchtjes voor Til?…(neemt Jan onder de arm—af).
Annie …Hij is in z’n bloote hoofd.… Blaas je ’t lichtje onder de thee uit, Hope … En zàchtjes voor Til?…(neemt Jan onder de arm—af).
[Inhoud]Tiende Tooneel.Dolf, Hope.Hope.(staat besluiteloos—hij opent haastig de deur)… U wou me …Dolf …Spreken …Hope …Veel tijd heb ’k …Dolf.…Niet—dat wist ’k. Willen we ’r bij gaan zitten?(een stilte)… ’k Zal beginnen—met te doen wat mevrouw—wat Annie u verzocht.[235](buigt naar de tafel, blaast het lichtje uit)… Zoo.Hope …Dus u luisterde?…Dolf.Natuurlijk.—Als u geweigerd had, zou ik u nagewandeld zijn—(zwak-glimlachend).… desnoods ’n scène op straat of in ’t Gesticht gemaakt hebben.…Hope …Zou u niet liever dadelijk zeggen.…Dolf.(met den ouwen glimlach).… Niet zoo hard—we zouen aan ’t kind …(een drukkende stilte. Hij neemt de pop in de handen, laat die een paar maal schommelen, legt haar weer op tafel. Buiten drie verwijderde stooten van een stoomboot. Hij herneemt houdingloos het gesprek)… Is dat ’n stoomboot?… Ja, dat is ’n boot—’k vraag naar den bekenden weg … ’n locomotief op de golfjes kan ’t moeilijk zijn …(een stilte—driftig staat hij op, loopt tot het venster, kijkt naar buiten, keert terug, zet zich opnieuw over haar)… Als ìk m’n mond hou—heeft u—heb jij—ik kan tegen jóú geen ú zeggen!—heb jij me dan niks …?… In geen zes maanden hebben we elkander.…Hope.(koel)… Bij mij—bij mij is nièts veranderd..Dolf …Bij mij zooveel te meer. Interesseert ’t je niet te hooren wat ’k al dien tijd uitgehaald heb?Hope.Nee meneer.Dolf.(ingehouden)… Hope, ’t is meer gebeurd, dat mannen, ziek door ’t verlangen naar ’n vrouw, ’n krankzinnige daad … Waarom drijf jij me tot.…[236]Hope …(opstaand)… Doen we niet beter, meneer … Als u me voor dàt heeft laten roepen …Dolf.(opstaand—heftig)… Je zàl hìèr blijven—je zàl luisteren!Hope.(uit de hoogte)… Dat zal ’k stellig niet—ik heb niet één reden …(stap naar de deur).Dolf.(hartstochtelijk)… Ik wil dat je.…Hope …’t Kind.…Dolf …Je heb gelijk. ’k Span ’t paard achter den wagen—(met moeilijken glimlach)… Je moet, al lijkt jóú dat ongeloofelijk, omdat je me tóén m’n gezòndheid, m’n gezòndheid, m’n stevigheid verweet—je moet wat consideratie met me gebruiken, m’n drift door de vingers zien—Ik ben, dat heb ’k je vriendin al gezegd, niet meer die ik ben.…Hope …Begrijp u niet.…Dolf …Vind me om af te ranselen, zoo weinig als ’k ’t zelf snap. Zouen we niet nog even kunnen zitten?… M’n prikkelbaarheid, m’n opvliegendheid, zal ’k geen tweede keer …(zij zit neer)… Je moet je wel verbazen, niet waar, dat ik ’t flirten, ’t hofmaken, ’t inpalmen van ’n vrouw al zoo verleerd schijn, dat ’k met ’n zotte onstuimigheid jóú, net jóú, probeer te overtuigen.… Hope, ik zit op ’t oogenblik zònder „supérieuren glimlach”—en àls-ie nog even terugkomt, moet je denken dat ’n vos wel z’n haar—niet z’n …(ongeduldig)… Ik bazel!…[237]’k Zou …(een stilte)… Ik ben aan ’t zoeken geweest …Hope.(verwonderd)… Aan ’t zoeken?Dolf …Naar—naar die vroegere liaison—wat ’k mama beloofde.Hope.Zelf? Heeft je „detective”…?Dolf …Ik heb ’t persoonlijk, persoonlijk—zonder hulp—gedaan. Heb je daarvoor geduld?Hope.Als ’k ’r u ’n genoegen.…Dolf.…Na je diepe, barre verontwaardiging, dien dag, ben ’k eerst woest op je geweest, heb ’n paar weken op de lamste manier tot laat in den nacht gefuifd—je krijgt alles, alles te hooren!—om me te „wreken”.… En als ’k katterig thuis kwam, liep ’k met de meest onzinnige gedachten, hoe ’k jou je caprices—je hoeft ’r niet op te antwoorden—’t antwoord geef ’k zelf!—hoe ik jou je caprices betaald zou zetten.… ’k Wou met Snip—pardon: Madame Lebeau trouwen—stel je voor, hahaha!—’t zou ’n pan zijn geworden, hahaha!—Madame Lebeau op denBurgerlijkenStand—om burgemeester Háán kippetjesvel te bezorgen—Hope krabbel niet achteruit in je stoel—ik kan me niet héélemaal…niet heelemaal in ’n andere huid steken—en omdat je daar even vriendelijk keek, kwam de ouwe natuur … Exit … Nou zal ’k elk woord beloeren … èlk … Mag ’k ’n slokje nemen? ’k Heb dorst.[238]Hope.Ga uw gang …Dolf …Zoo. Nou heb jij ’t in je hand me bij slappe, kouwe thee te hóúden …Hope …Zou u … Jan en Annie kunnen … en ik …Dolf …Ik wou ’t je betaald zetten, ’t je inpeperen—en toen—en toen, in ’n week dat ’k m’n kamer voor ’n zware verkoudheid moest bewonen, waarlijkbewonen, zat ’k weer in de belabberdste, beroerdste stemmingen, de historie wikkend, wegend … Ze háát je, redeneerde ’k: larie—ze haat jou, zooals jij ’r zèlf háát.….Hope …Ik heb nog niets van uw gezóék gehoord..Dolf …Komt! Komt!… Je moet niet op de vervolgen van ’n feuilleton vooruit loopen …Hope …Telkens, telkens weer heeft u dien toon.…Dolf.(geprikkeld)… Dien heb ’k, heb ’k!—Laat me ’m warm houen zoolang ’k nog kan—Je heb geen begrip, geen flauw begrip, niet de minste voorstelling, hoe ’k door jou en mama uit m’n toon, m’n toon, m’n toon geraakt ben!… Je heb nog niets van m’n gezóék gehoord—m’n hopeloos … Nou komt ’t!… Ze zal buigen, buigen, nam ’k me voor … Ik heb geen andere schuld dan honderden, duizenden … ’k Heb niet beloofd te trouwen, daar niet aan gedacht—zou ’r om geschaterd hebben—zoo goed als Kreeftje zelf.—Ze heeft zich aangeboden—was met soupertjes en ’n Haagsch schouwburgje meer dan tevreden—was me niet trouw—scharrelde met[239]anderen als ik met vacantie naar huis was … Die gril, die kuur, die bezetenheid van Hope—excuseer, dat was m’n beschouwing uit die dagen van ongesteldheid en slapte—die nonsens die ze duizend tegen een mama ingepraat heeft …Hope …Pardon …Dolf …Je hoeft niets te beweren—je heb gelijk—ik vertel je m’n gewroet van tóén!—die gril krijg ’k ’r alleen uit, door te bewijzen, door ’r met de stukken in de hand te overtuigen—en dan kom ’k nog compleeter de belofte aan mama na—’n belofte die ieder gedaan zou hebben—ieder in dat geval …(een stilte. Hij neemt de pop van tafel speelt er mee, terwijl hij onrustig voortpraat).Zoo, Hope, ben ’k begonnen—zoo ben ’k niet geëindigd. Wat ’n spelletje leek, ’n pogen jou „klein” te krijgen—wat de eerste dagen ’n onderhoudend inspannen van de hersens werd—draaide op ’n maniakaal willen, ’n parforce-jacht, ’n openscheuren van—van alles, neer … De familie van dien marinier, met wien ’k—dat weet je—héb ’k uitgevonden—Z’n getrouwde zusters—z’n broers—over ’t heele land verspreid—hadden moeite niet te lachen bij m’n vragen over Kreeftje—met ’t rooie haar uit den handschoenenwinkel—De posterijen heb ’k nagerejen voor ’t recu van denaangeteekendenbrief van papa—met de honderd gulden—op de minste klank ben ’k afgegaan—in Holland—België—De registers van de—van de bordeelen, wáar óok, in grootere en kleinere plaatsen, heb ’k … Verdwenen … Verdwenen … De vrouw[240]met ’t kind, ’t kind waarvan die brief zoo zeker, zoo wanhopig-zeker, zoo pijndoend-zeker sprak.…Hope …Pijndoend—pijndoend—Zegt ù pijndoend?Dolf …Dat verbaast je—daar kijk je me bij aan.. Merk je dan niet, hoe de gedachte van mama en jou ’n obsessie …(bitter)… hoe ’k langzaam, als ’n slak zoo langzaam ben gaan voelen, dat àls dat kind nog leeft—en ’t kan leven—’t kan, kan!—dat dat meisje dan op ’t uur dat we hier met elkaar praten, zoo verloren is—als—als …(start voor zich uit)… Ja. Ja … Eens heeft Snip me in ’n hotel van vijfhonderd kamers gezocht, en ontmoette me niet, omdat ze enkel m’n voornaam wist. Dat was ’n puzzle, ’n goeie mop … Als je ’n brief ergens opgeborgen heb, zeker opgeborgen—en je vindt ’m niet, dan zoek je nijdig en zenuwachtig tot-ie na dagen en dagen vloeken vlak voor de hand ligt—zooals dien middag tusschen de sigaren … Maar dat levende menschen, levende, ’n vrouw en ’n meisje van achttien verdwijnen, zooals ’n steen ’t achter ons in ’t water, zou doen—en dat je ’r telkens over piekert, zonder resultaat da’s … da’s …(laat de pop vallen)… Jij heb toen gesproken van ’n radelooze zéé-van-menschen—dat was juist—de zee spoelt weg, spoelt niet terug …(verschrikt opkijkend)… Hope, huil je?… Waarom huil jìj, Hope?Hope…Omdat—omdat … Dat kan ’k nu niet zeggen.… Omdat … Willen we niet verder.…Dolf …Niet verder?[241]Hope.Nù niet … Je heb me verbazend … verrast—ik dacht niet aan de mogelijkheid—dat jij—dat ù..Dolf …Toe hou je an dat jij … Na de wandeling met de boschviooltjes, die je droogde—nee, nièt droogde!—heb je nog maar één keer je u’s vergeten—dien middag bij mij thuis …(haar z’n hand toestekend)… Weiger je nòg, Hope?Hope …Geef me den tijd, om—om te overleggen—je heb me zoo overrompeld …Dolf …Om te overleggen … Moet je bij dàt overleggen … je verstand „raadplegen”?.…Hope …Je heb beloofd niet meer op te vliegen—Dolf!(legt haar hand over tafel op de zijne)… Eens—laat me dat zeggen, zonder de intentie bijna vergeten dingen levend te maken—eens trapte je m’n groote, vreeselijk-groote genegenheid—door je ruwe overval in m’n slaapkamer—dood—toen, in den nacht dat we samen bij ’t sterfbed van je mama, in die hotelkamer waakten, had ’k ’n nièuwe vurige hoop—en we gingen voor de tweede maal van mekaar. Hij houdt z’n belofte aan mevrouw niet, dacht ’k—hij bréékt ’r niet: hij spot over alles heen—’t wordt geen dáád—geen dáád …—toen heb ik me iets heiligs, plechtigs voorgenomen: jou onder géén, géén omstandigheden te trouwen—mezelf aan de kinderen hier te geven … Stuif niet op Dolf … Ineens die belofte vergeten, zònder overgang voor de dèrde maal ’n heerlijk vertrouwen in—in jóú vastgrijpen—dat durf ’k nog niet aan.[242]We zitten, door ’n wonder, door ’n wònder, beter, oprechter tegenover elkander, als we ’t ooit, ooit.… Nee doe nu niet brusk, niet meer zoo hartstochtelijk als vroeger … Van af de jaren dat ik als kind, zonder ouders—gedacht, maar vooral gewrokt en gehaat heb—heb ’k verlangd, niet te zeggen hoe innig verlangd … ’n eigen kind in achting voor mezelf—en m’n man groot te brengen … Dwing me op ’t oogenblik niets met je oogen af—ik zeg niet nee—niet ja—ik vraag uitstel.…Dolf.(geprikkeld)… Uitstel?… Nog eens uitstel …Hope …Ik ben bang dat wij—u en ik—(haastig)jij en ik.…Dolf.…Dat wij wat?…Hope.(moeilijk)… Dat we bij mekaar niet meer dat—dat geluk zullen vinden.Dolf.(hartstochtelijk)… Onwaar!… Onwaar!… Jij voelt dat zelf anders …Hope …Misschien, misschien hèb je gelijk—laat me overleggen!—We hebben mekaar in zoo’n tijd niet gezien—in geen maanden en maanden—Als jij veranderd ben, ben ik ’t mogelijk ook.…Dolf …Met andere woorden: voor de derde maal de bons?… Verlang je nog meer, nòg meer van me!Hope …Nee … Maar je moet ’t me met mezelf laten uitvechten.… We zijn allebei ’n dagje ouder geworden.…(met moeite).… En ’k had ’t me al zoo[243]afgeleerd aan jou te denken—in de bezigheden van elken dag hier.…Dolf …Dus …Hope …Stil!… ’t Lijkt me …(gejoel en geroep buiten).… Daar is iets.…(gaat snel op het erkervenster toe).… Allemachtigste God!Dolf.(naast haar)… Is ’r ’n ongeluk gebeurd?Hope.(tot ’n man buiten)… Is een van de kinderen? Hoor je niet!.… Is een van de kinderen?…(Stem buiten: „Een van de jongens, zuster!”).Hope.Groote God—een van de kinderen in de sluis terwijl ’k ze zoo gewaarschuwd heb!… Groote God—met de sluisdeuren open, als toen, als toen.…(wijkt angstig van het raam).Dolf …Steekt dan niemand van die lummels ’n poot uit!.…Hope.(als in versteening)… Is niet te redden—is niet te redden—met die strooming naar zee …Dolf.(driftig en glimlachend)… Dat zullen we zien!Hope.(wakkerschrikkend)… Blijf hier! Blijf hier! Is één leven niet genoeg!Dolf.(met star-lichtende oogen)… Als ’k jou dàt kind in je armen terugbreng—overleg jij dan nog?Hope.(heftig)Dolf, Dolf—bega geen krankzinnigheid!… Als, als ’t te redden was, zouen die daar, de visschers en schippers …[244]Dolf …Ik zie ’t nog drijven—zie ’t—zie ’t! Bij m’n andere dollemans-jacht, zag’k niets, niets!.…(naar de deur).Jij wou ’n daad, ’n daad …! Je zult je daad hebben.…Hope.(heftig)… Dolf, ik smeek je, smeek je—doe ’t niet.…Dolf …Al zou je nou op je knieën—al zou je God en de engelen zelf.…(af).Hope …Dolf, Dolf.…
Tiende Tooneel.Dolf, Hope.Hope.(staat besluiteloos—hij opent haastig de deur)… U wou me …Dolf …Spreken …Hope …Veel tijd heb ’k …Dolf.…Niet—dat wist ’k. Willen we ’r bij gaan zitten?(een stilte)… ’k Zal beginnen—met te doen wat mevrouw—wat Annie u verzocht.[235](buigt naar de tafel, blaast het lichtje uit)… Zoo.Hope …Dus u luisterde?…Dolf.Natuurlijk.—Als u geweigerd had, zou ik u nagewandeld zijn—(zwak-glimlachend).… desnoods ’n scène op straat of in ’t Gesticht gemaakt hebben.…Hope …Zou u niet liever dadelijk zeggen.…Dolf.(met den ouwen glimlach).… Niet zoo hard—we zouen aan ’t kind …(een drukkende stilte. Hij neemt de pop in de handen, laat die een paar maal schommelen, legt haar weer op tafel. Buiten drie verwijderde stooten van een stoomboot. Hij herneemt houdingloos het gesprek)… Is dat ’n stoomboot?… Ja, dat is ’n boot—’k vraag naar den bekenden weg … ’n locomotief op de golfjes kan ’t moeilijk zijn …(een stilte—driftig staat hij op, loopt tot het venster, kijkt naar buiten, keert terug, zet zich opnieuw over haar)… Als ìk m’n mond hou—heeft u—heb jij—ik kan tegen jóú geen ú zeggen!—heb jij me dan niks …?… In geen zes maanden hebben we elkander.…Hope.(koel)… Bij mij—bij mij is nièts veranderd..Dolf …Bij mij zooveel te meer. Interesseert ’t je niet te hooren wat ’k al dien tijd uitgehaald heb?Hope.Nee meneer.Dolf.(ingehouden)… Hope, ’t is meer gebeurd, dat mannen, ziek door ’t verlangen naar ’n vrouw, ’n krankzinnige daad … Waarom drijf jij me tot.…[236]Hope …(opstaand)… Doen we niet beter, meneer … Als u me voor dàt heeft laten roepen …Dolf.(opstaand—heftig)… Je zàl hìèr blijven—je zàl luisteren!Hope.(uit de hoogte)… Dat zal ’k stellig niet—ik heb niet één reden …(stap naar de deur).Dolf.(hartstochtelijk)… Ik wil dat je.…Hope …’t Kind.…Dolf …Je heb gelijk. ’k Span ’t paard achter den wagen—(met moeilijken glimlach)… Je moet, al lijkt jóú dat ongeloofelijk, omdat je me tóén m’n gezòndheid, m’n gezòndheid, m’n stevigheid verweet—je moet wat consideratie met me gebruiken, m’n drift door de vingers zien—Ik ben, dat heb ’k je vriendin al gezegd, niet meer die ik ben.…Hope …Begrijp u niet.…Dolf …Vind me om af te ranselen, zoo weinig als ’k ’t zelf snap. Zouen we niet nog even kunnen zitten?… M’n prikkelbaarheid, m’n opvliegendheid, zal ’k geen tweede keer …(zij zit neer)… Je moet je wel verbazen, niet waar, dat ik ’t flirten, ’t hofmaken, ’t inpalmen van ’n vrouw al zoo verleerd schijn, dat ’k met ’n zotte onstuimigheid jóú, net jóú, probeer te overtuigen.… Hope, ik zit op ’t oogenblik zònder „supérieuren glimlach”—en àls-ie nog even terugkomt, moet je denken dat ’n vos wel z’n haar—niet z’n …(ongeduldig)… Ik bazel!…[237]’k Zou …(een stilte)… Ik ben aan ’t zoeken geweest …Hope.(verwonderd)… Aan ’t zoeken?Dolf …Naar—naar die vroegere liaison—wat ’k mama beloofde.Hope.Zelf? Heeft je „detective”…?Dolf …Ik heb ’t persoonlijk, persoonlijk—zonder hulp—gedaan. Heb je daarvoor geduld?Hope.Als ’k ’r u ’n genoegen.…Dolf.…Na je diepe, barre verontwaardiging, dien dag, ben ’k eerst woest op je geweest, heb ’n paar weken op de lamste manier tot laat in den nacht gefuifd—je krijgt alles, alles te hooren!—om me te „wreken”.… En als ’k katterig thuis kwam, liep ’k met de meest onzinnige gedachten, hoe ’k jou je caprices—je hoeft ’r niet op te antwoorden—’t antwoord geef ’k zelf!—hoe ik jou je caprices betaald zou zetten.… ’k Wou met Snip—pardon: Madame Lebeau trouwen—stel je voor, hahaha!—’t zou ’n pan zijn geworden, hahaha!—Madame Lebeau op denBurgerlijkenStand—om burgemeester Háán kippetjesvel te bezorgen—Hope krabbel niet achteruit in je stoel—ik kan me niet héélemaal…niet heelemaal in ’n andere huid steken—en omdat je daar even vriendelijk keek, kwam de ouwe natuur … Exit … Nou zal ’k elk woord beloeren … èlk … Mag ’k ’n slokje nemen? ’k Heb dorst.[238]Hope.Ga uw gang …Dolf …Zoo. Nou heb jij ’t in je hand me bij slappe, kouwe thee te hóúden …Hope …Zou u … Jan en Annie kunnen … en ik …Dolf …Ik wou ’t je betaald zetten, ’t je inpeperen—en toen—en toen, in ’n week dat ’k m’n kamer voor ’n zware verkoudheid moest bewonen, waarlijkbewonen, zat ’k weer in de belabberdste, beroerdste stemmingen, de historie wikkend, wegend … Ze háát je, redeneerde ’k: larie—ze haat jou, zooals jij ’r zèlf háát.….Hope …Ik heb nog niets van uw gezóék gehoord..Dolf …Komt! Komt!… Je moet niet op de vervolgen van ’n feuilleton vooruit loopen …Hope …Telkens, telkens weer heeft u dien toon.…Dolf.(geprikkeld)… Dien heb ’k, heb ’k!—Laat me ’m warm houen zoolang ’k nog kan—Je heb geen begrip, geen flauw begrip, niet de minste voorstelling, hoe ’k door jou en mama uit m’n toon, m’n toon, m’n toon geraakt ben!… Je heb nog niets van m’n gezóék gehoord—m’n hopeloos … Nou komt ’t!… Ze zal buigen, buigen, nam ’k me voor … Ik heb geen andere schuld dan honderden, duizenden … ’k Heb niet beloofd te trouwen, daar niet aan gedacht—zou ’r om geschaterd hebben—zoo goed als Kreeftje zelf.—Ze heeft zich aangeboden—was met soupertjes en ’n Haagsch schouwburgje meer dan tevreden—was me niet trouw—scharrelde met[239]anderen als ik met vacantie naar huis was … Die gril, die kuur, die bezetenheid van Hope—excuseer, dat was m’n beschouwing uit die dagen van ongesteldheid en slapte—die nonsens die ze duizend tegen een mama ingepraat heeft …Hope …Pardon …Dolf …Je hoeft niets te beweren—je heb gelijk—ik vertel je m’n gewroet van tóén!—die gril krijg ’k ’r alleen uit, door te bewijzen, door ’r met de stukken in de hand te overtuigen—en dan kom ’k nog compleeter de belofte aan mama na—’n belofte die ieder gedaan zou hebben—ieder in dat geval …(een stilte. Hij neemt de pop van tafel speelt er mee, terwijl hij onrustig voortpraat).Zoo, Hope, ben ’k begonnen—zoo ben ’k niet geëindigd. Wat ’n spelletje leek, ’n pogen jou „klein” te krijgen—wat de eerste dagen ’n onderhoudend inspannen van de hersens werd—draaide op ’n maniakaal willen, ’n parforce-jacht, ’n openscheuren van—van alles, neer … De familie van dien marinier, met wien ’k—dat weet je—héb ’k uitgevonden—Z’n getrouwde zusters—z’n broers—over ’t heele land verspreid—hadden moeite niet te lachen bij m’n vragen over Kreeftje—met ’t rooie haar uit den handschoenenwinkel—De posterijen heb ’k nagerejen voor ’t recu van denaangeteekendenbrief van papa—met de honderd gulden—op de minste klank ben ’k afgegaan—in Holland—België—De registers van de—van de bordeelen, wáar óok, in grootere en kleinere plaatsen, heb ’k … Verdwenen … Verdwenen … De vrouw[240]met ’t kind, ’t kind waarvan die brief zoo zeker, zoo wanhopig-zeker, zoo pijndoend-zeker sprak.…Hope …Pijndoend—pijndoend—Zegt ù pijndoend?Dolf …Dat verbaast je—daar kijk je me bij aan.. Merk je dan niet, hoe de gedachte van mama en jou ’n obsessie …(bitter)… hoe ’k langzaam, als ’n slak zoo langzaam ben gaan voelen, dat àls dat kind nog leeft—en ’t kan leven—’t kan, kan!—dat dat meisje dan op ’t uur dat we hier met elkaar praten, zoo verloren is—als—als …(start voor zich uit)… Ja. Ja … Eens heeft Snip me in ’n hotel van vijfhonderd kamers gezocht, en ontmoette me niet, omdat ze enkel m’n voornaam wist. Dat was ’n puzzle, ’n goeie mop … Als je ’n brief ergens opgeborgen heb, zeker opgeborgen—en je vindt ’m niet, dan zoek je nijdig en zenuwachtig tot-ie na dagen en dagen vloeken vlak voor de hand ligt—zooals dien middag tusschen de sigaren … Maar dat levende menschen, levende, ’n vrouw en ’n meisje van achttien verdwijnen, zooals ’n steen ’t achter ons in ’t water, zou doen—en dat je ’r telkens over piekert, zonder resultaat da’s … da’s …(laat de pop vallen)… Jij heb toen gesproken van ’n radelooze zéé-van-menschen—dat was juist—de zee spoelt weg, spoelt niet terug …(verschrikt opkijkend)… Hope, huil je?… Waarom huil jìj, Hope?Hope…Omdat—omdat … Dat kan ’k nu niet zeggen.… Omdat … Willen we niet verder.…Dolf …Niet verder?[241]Hope.Nù niet … Je heb me verbazend … verrast—ik dacht niet aan de mogelijkheid—dat jij—dat ù..Dolf …Toe hou je an dat jij … Na de wandeling met de boschviooltjes, die je droogde—nee, nièt droogde!—heb je nog maar één keer je u’s vergeten—dien middag bij mij thuis …(haar z’n hand toestekend)… Weiger je nòg, Hope?Hope …Geef me den tijd, om—om te overleggen—je heb me zoo overrompeld …Dolf …Om te overleggen … Moet je bij dàt overleggen … je verstand „raadplegen”?.…Hope …Je heb beloofd niet meer op te vliegen—Dolf!(legt haar hand over tafel op de zijne)… Eens—laat me dat zeggen, zonder de intentie bijna vergeten dingen levend te maken—eens trapte je m’n groote, vreeselijk-groote genegenheid—door je ruwe overval in m’n slaapkamer—dood—toen, in den nacht dat we samen bij ’t sterfbed van je mama, in die hotelkamer waakten, had ’k ’n nièuwe vurige hoop—en we gingen voor de tweede maal van mekaar. Hij houdt z’n belofte aan mevrouw niet, dacht ’k—hij bréékt ’r niet: hij spot over alles heen—’t wordt geen dáád—geen dáád …—toen heb ik me iets heiligs, plechtigs voorgenomen: jou onder géén, géén omstandigheden te trouwen—mezelf aan de kinderen hier te geven … Stuif niet op Dolf … Ineens die belofte vergeten, zònder overgang voor de dèrde maal ’n heerlijk vertrouwen in—in jóú vastgrijpen—dat durf ’k nog niet aan.[242]We zitten, door ’n wonder, door ’n wònder, beter, oprechter tegenover elkander, als we ’t ooit, ooit.… Nee doe nu niet brusk, niet meer zoo hartstochtelijk als vroeger … Van af de jaren dat ik als kind, zonder ouders—gedacht, maar vooral gewrokt en gehaat heb—heb ’k verlangd, niet te zeggen hoe innig verlangd … ’n eigen kind in achting voor mezelf—en m’n man groot te brengen … Dwing me op ’t oogenblik niets met je oogen af—ik zeg niet nee—niet ja—ik vraag uitstel.…Dolf.(geprikkeld)… Uitstel?… Nog eens uitstel …Hope …Ik ben bang dat wij—u en ik—(haastig)jij en ik.…Dolf.…Dat wij wat?…Hope.(moeilijk)… Dat we bij mekaar niet meer dat—dat geluk zullen vinden.Dolf.(hartstochtelijk)… Onwaar!… Onwaar!… Jij voelt dat zelf anders …Hope …Misschien, misschien hèb je gelijk—laat me overleggen!—We hebben mekaar in zoo’n tijd niet gezien—in geen maanden en maanden—Als jij veranderd ben, ben ik ’t mogelijk ook.…Dolf …Met andere woorden: voor de derde maal de bons?… Verlang je nog meer, nòg meer van me!Hope …Nee … Maar je moet ’t me met mezelf laten uitvechten.… We zijn allebei ’n dagje ouder geworden.…(met moeite).… En ’k had ’t me al zoo[243]afgeleerd aan jou te denken—in de bezigheden van elken dag hier.…Dolf …Dus …Hope …Stil!… ’t Lijkt me …(gejoel en geroep buiten).… Daar is iets.…(gaat snel op het erkervenster toe).… Allemachtigste God!Dolf.(naast haar)… Is ’r ’n ongeluk gebeurd?Hope.(tot ’n man buiten)… Is een van de kinderen? Hoor je niet!.… Is een van de kinderen?…(Stem buiten: „Een van de jongens, zuster!”).Hope.Groote God—een van de kinderen in de sluis terwijl ’k ze zoo gewaarschuwd heb!… Groote God—met de sluisdeuren open, als toen, als toen.…(wijkt angstig van het raam).Dolf …Steekt dan niemand van die lummels ’n poot uit!.…Hope.(als in versteening)… Is niet te redden—is niet te redden—met die strooming naar zee …Dolf.(driftig en glimlachend)… Dat zullen we zien!Hope.(wakkerschrikkend)… Blijf hier! Blijf hier! Is één leven niet genoeg!Dolf.(met star-lichtende oogen)… Als ’k jou dàt kind in je armen terugbreng—overleg jij dan nog?Hope.(heftig)Dolf, Dolf—bega geen krankzinnigheid!… Als, als ’t te redden was, zouen die daar, de visschers en schippers …[244]Dolf …Ik zie ’t nog drijven—zie ’t—zie ’t! Bij m’n andere dollemans-jacht, zag’k niets, niets!.…(naar de deur).Jij wou ’n daad, ’n daad …! Je zult je daad hebben.…Hope.(heftig)… Dolf, ik smeek je, smeek je—doe ’t niet.…Dolf …Al zou je nou op je knieën—al zou je God en de engelen zelf.…(af).Hope …Dolf, Dolf.…
Dolf, Hope.
Hope.(staat besluiteloos—hij opent haastig de deur)… U wou me …
Hope.(staat besluiteloos—hij opent haastig de deur)… U wou me …
Dolf …Spreken …
Dolf …Spreken …
Hope …Veel tijd heb ’k …
Hope …Veel tijd heb ’k …
Dolf.…Niet—dat wist ’k. Willen we ’r bij gaan zitten?(een stilte)… ’k Zal beginnen—met te doen wat mevrouw—wat Annie u verzocht.[235](buigt naar de tafel, blaast het lichtje uit)… Zoo.
Dolf.…Niet—dat wist ’k. Willen we ’r bij gaan zitten?(een stilte)… ’k Zal beginnen—met te doen wat mevrouw—wat Annie u verzocht.[235](buigt naar de tafel, blaast het lichtje uit)… Zoo.
Hope …Dus u luisterde?…
Hope …Dus u luisterde?…
Dolf.Natuurlijk.—Als u geweigerd had, zou ik u nagewandeld zijn—(zwak-glimlachend).… desnoods ’n scène op straat of in ’t Gesticht gemaakt hebben.…
Dolf.Natuurlijk.—Als u geweigerd had, zou ik u nagewandeld zijn—(zwak-glimlachend).… desnoods ’n scène op straat of in ’t Gesticht gemaakt hebben.…
Hope …Zou u niet liever dadelijk zeggen.…
Hope …Zou u niet liever dadelijk zeggen.…
Dolf.(met den ouwen glimlach).… Niet zoo hard—we zouen aan ’t kind …(een drukkende stilte. Hij neemt de pop in de handen, laat die een paar maal schommelen, legt haar weer op tafel. Buiten drie verwijderde stooten van een stoomboot. Hij herneemt houdingloos het gesprek)… Is dat ’n stoomboot?… Ja, dat is ’n boot—’k vraag naar den bekenden weg … ’n locomotief op de golfjes kan ’t moeilijk zijn …(een stilte—driftig staat hij op, loopt tot het venster, kijkt naar buiten, keert terug, zet zich opnieuw over haar)… Als ìk m’n mond hou—heeft u—heb jij—ik kan tegen jóú geen ú zeggen!—heb jij me dan niks …?… In geen zes maanden hebben we elkander.…
Dolf.(met den ouwen glimlach).… Niet zoo hard—we zouen aan ’t kind …(een drukkende stilte. Hij neemt de pop in de handen, laat die een paar maal schommelen, legt haar weer op tafel. Buiten drie verwijderde stooten van een stoomboot. Hij herneemt houdingloos het gesprek)… Is dat ’n stoomboot?… Ja, dat is ’n boot—’k vraag naar den bekenden weg … ’n locomotief op de golfjes kan ’t moeilijk zijn …(een stilte—driftig staat hij op, loopt tot het venster, kijkt naar buiten, keert terug, zet zich opnieuw over haar)… Als ìk m’n mond hou—heeft u—heb jij—ik kan tegen jóú geen ú zeggen!—heb jij me dan niks …?… In geen zes maanden hebben we elkander.…
Hope.(koel)… Bij mij—bij mij is nièts veranderd..
Hope.(koel)… Bij mij—bij mij is nièts veranderd..
Dolf …Bij mij zooveel te meer. Interesseert ’t je niet te hooren wat ’k al dien tijd uitgehaald heb?
Dolf …Bij mij zooveel te meer. Interesseert ’t je niet te hooren wat ’k al dien tijd uitgehaald heb?
Hope.Nee meneer.
Hope.Nee meneer.
Dolf.(ingehouden)… Hope, ’t is meer gebeurd, dat mannen, ziek door ’t verlangen naar ’n vrouw, ’n krankzinnige daad … Waarom drijf jij me tot.…
Dolf.(ingehouden)… Hope, ’t is meer gebeurd, dat mannen, ziek door ’t verlangen naar ’n vrouw, ’n krankzinnige daad … Waarom drijf jij me tot.…
[236]
Hope …(opstaand)… Doen we niet beter, meneer … Als u me voor dàt heeft laten roepen …
Hope …(opstaand)… Doen we niet beter, meneer … Als u me voor dàt heeft laten roepen …
Dolf.(opstaand—heftig)… Je zàl hìèr blijven—je zàl luisteren!
Dolf.(opstaand—heftig)… Je zàl hìèr blijven—je zàl luisteren!
Hope.(uit de hoogte)… Dat zal ’k stellig niet—ik heb niet één reden …(stap naar de deur).
Hope.(uit de hoogte)… Dat zal ’k stellig niet—ik heb niet één reden …(stap naar de deur).
Dolf.(hartstochtelijk)… Ik wil dat je.…
Dolf.(hartstochtelijk)… Ik wil dat je.…
Hope …’t Kind.…
Hope …’t Kind.…
Dolf …Je heb gelijk. ’k Span ’t paard achter den wagen—(met moeilijken glimlach)… Je moet, al lijkt jóú dat ongeloofelijk, omdat je me tóén m’n gezòndheid, m’n gezòndheid, m’n stevigheid verweet—je moet wat consideratie met me gebruiken, m’n drift door de vingers zien—Ik ben, dat heb ’k je vriendin al gezegd, niet meer die ik ben.…
Dolf …Je heb gelijk. ’k Span ’t paard achter den wagen—(met moeilijken glimlach)… Je moet, al lijkt jóú dat ongeloofelijk, omdat je me tóén m’n gezòndheid, m’n gezòndheid, m’n stevigheid verweet—je moet wat consideratie met me gebruiken, m’n drift door de vingers zien—Ik ben, dat heb ’k je vriendin al gezegd, niet meer die ik ben.…
Hope …Begrijp u niet.…
Hope …Begrijp u niet.…
Dolf …Vind me om af te ranselen, zoo weinig als ’k ’t zelf snap. Zouen we niet nog even kunnen zitten?… M’n prikkelbaarheid, m’n opvliegendheid, zal ’k geen tweede keer …(zij zit neer)… Je moet je wel verbazen, niet waar, dat ik ’t flirten, ’t hofmaken, ’t inpalmen van ’n vrouw al zoo verleerd schijn, dat ’k met ’n zotte onstuimigheid jóú, net jóú, probeer te overtuigen.… Hope, ik zit op ’t oogenblik zònder „supérieuren glimlach”—en àls-ie nog even terugkomt, moet je denken dat ’n vos wel z’n haar—niet z’n …(ongeduldig)… Ik bazel!…[237]’k Zou …(een stilte)… Ik ben aan ’t zoeken geweest …
Dolf …Vind me om af te ranselen, zoo weinig als ’k ’t zelf snap. Zouen we niet nog even kunnen zitten?… M’n prikkelbaarheid, m’n opvliegendheid, zal ’k geen tweede keer …(zij zit neer)… Je moet je wel verbazen, niet waar, dat ik ’t flirten, ’t hofmaken, ’t inpalmen van ’n vrouw al zoo verleerd schijn, dat ’k met ’n zotte onstuimigheid jóú, net jóú, probeer te overtuigen.… Hope, ik zit op ’t oogenblik zònder „supérieuren glimlach”—en àls-ie nog even terugkomt, moet je denken dat ’n vos wel z’n haar—niet z’n …(ongeduldig)… Ik bazel!…[237]’k Zou …(een stilte)… Ik ben aan ’t zoeken geweest …
Hope.(verwonderd)… Aan ’t zoeken?
Hope.(verwonderd)… Aan ’t zoeken?
Dolf …Naar—naar die vroegere liaison—wat ’k mama beloofde.
Dolf …Naar—naar die vroegere liaison—wat ’k mama beloofde.
Hope.Zelf? Heeft je „detective”…?
Hope.Zelf? Heeft je „detective”…?
Dolf …Ik heb ’t persoonlijk, persoonlijk—zonder hulp—gedaan. Heb je daarvoor geduld?
Dolf …Ik heb ’t persoonlijk, persoonlijk—zonder hulp—gedaan. Heb je daarvoor geduld?
Hope.Als ’k ’r u ’n genoegen.…
Hope.Als ’k ’r u ’n genoegen.…
Dolf.…Na je diepe, barre verontwaardiging, dien dag, ben ’k eerst woest op je geweest, heb ’n paar weken op de lamste manier tot laat in den nacht gefuifd—je krijgt alles, alles te hooren!—om me te „wreken”.… En als ’k katterig thuis kwam, liep ’k met de meest onzinnige gedachten, hoe ’k jou je caprices—je hoeft ’r niet op te antwoorden—’t antwoord geef ’k zelf!—hoe ik jou je caprices betaald zou zetten.… ’k Wou met Snip—pardon: Madame Lebeau trouwen—stel je voor, hahaha!—’t zou ’n pan zijn geworden, hahaha!—Madame Lebeau op denBurgerlijkenStand—om burgemeester Háán kippetjesvel te bezorgen—Hope krabbel niet achteruit in je stoel—ik kan me niet héélemaal…niet heelemaal in ’n andere huid steken—en omdat je daar even vriendelijk keek, kwam de ouwe natuur … Exit … Nou zal ’k elk woord beloeren … èlk … Mag ’k ’n slokje nemen? ’k Heb dorst.
Dolf.…Na je diepe, barre verontwaardiging, dien dag, ben ’k eerst woest op je geweest, heb ’n paar weken op de lamste manier tot laat in den nacht gefuifd—je krijgt alles, alles te hooren!—om me te „wreken”.… En als ’k katterig thuis kwam, liep ’k met de meest onzinnige gedachten, hoe ’k jou je caprices—je hoeft ’r niet op te antwoorden—’t antwoord geef ’k zelf!—hoe ik jou je caprices betaald zou zetten.… ’k Wou met Snip—pardon: Madame Lebeau trouwen—stel je voor, hahaha!—’t zou ’n pan zijn geworden, hahaha!—Madame Lebeau op denBurgerlijkenStand—om burgemeester Háán kippetjesvel te bezorgen—Hope krabbel niet achteruit in je stoel—ik kan me niet héélemaal…niet heelemaal in ’n andere huid steken—en omdat je daar even vriendelijk keek, kwam de ouwe natuur … Exit … Nou zal ’k elk woord beloeren … èlk … Mag ’k ’n slokje nemen? ’k Heb dorst.
[238]
Hope.Ga uw gang …
Hope.Ga uw gang …
Dolf …Zoo. Nou heb jij ’t in je hand me bij slappe, kouwe thee te hóúden …
Dolf …Zoo. Nou heb jij ’t in je hand me bij slappe, kouwe thee te hóúden …
Hope …Zou u … Jan en Annie kunnen … en ik …
Hope …Zou u … Jan en Annie kunnen … en ik …
Dolf …Ik wou ’t je betaald zetten, ’t je inpeperen—en toen—en toen, in ’n week dat ’k m’n kamer voor ’n zware verkoudheid moest bewonen, waarlijkbewonen, zat ’k weer in de belabberdste, beroerdste stemmingen, de historie wikkend, wegend … Ze háát je, redeneerde ’k: larie—ze haat jou, zooals jij ’r zèlf háát.….
Dolf …Ik wou ’t je betaald zetten, ’t je inpeperen—en toen—en toen, in ’n week dat ’k m’n kamer voor ’n zware verkoudheid moest bewonen, waarlijkbewonen, zat ’k weer in de belabberdste, beroerdste stemmingen, de historie wikkend, wegend … Ze háát je, redeneerde ’k: larie—ze haat jou, zooals jij ’r zèlf háát.….
Hope …Ik heb nog niets van uw gezóék gehoord..
Hope …Ik heb nog niets van uw gezóék gehoord..
Dolf …Komt! Komt!… Je moet niet op de vervolgen van ’n feuilleton vooruit loopen …
Dolf …Komt! Komt!… Je moet niet op de vervolgen van ’n feuilleton vooruit loopen …
Hope …Telkens, telkens weer heeft u dien toon.…
Hope …Telkens, telkens weer heeft u dien toon.…
Dolf.(geprikkeld)… Dien heb ’k, heb ’k!—Laat me ’m warm houen zoolang ’k nog kan—Je heb geen begrip, geen flauw begrip, niet de minste voorstelling, hoe ’k door jou en mama uit m’n toon, m’n toon, m’n toon geraakt ben!… Je heb nog niets van m’n gezóék gehoord—m’n hopeloos … Nou komt ’t!… Ze zal buigen, buigen, nam ’k me voor … Ik heb geen andere schuld dan honderden, duizenden … ’k Heb niet beloofd te trouwen, daar niet aan gedacht—zou ’r om geschaterd hebben—zoo goed als Kreeftje zelf.—Ze heeft zich aangeboden—was met soupertjes en ’n Haagsch schouwburgje meer dan tevreden—was me niet trouw—scharrelde met[239]anderen als ik met vacantie naar huis was … Die gril, die kuur, die bezetenheid van Hope—excuseer, dat was m’n beschouwing uit die dagen van ongesteldheid en slapte—die nonsens die ze duizend tegen een mama ingepraat heeft …
Dolf.(geprikkeld)… Dien heb ’k, heb ’k!—Laat me ’m warm houen zoolang ’k nog kan—Je heb geen begrip, geen flauw begrip, niet de minste voorstelling, hoe ’k door jou en mama uit m’n toon, m’n toon, m’n toon geraakt ben!… Je heb nog niets van m’n gezóék gehoord—m’n hopeloos … Nou komt ’t!… Ze zal buigen, buigen, nam ’k me voor … Ik heb geen andere schuld dan honderden, duizenden … ’k Heb niet beloofd te trouwen, daar niet aan gedacht—zou ’r om geschaterd hebben—zoo goed als Kreeftje zelf.—Ze heeft zich aangeboden—was met soupertjes en ’n Haagsch schouwburgje meer dan tevreden—was me niet trouw—scharrelde met[239]anderen als ik met vacantie naar huis was … Die gril, die kuur, die bezetenheid van Hope—excuseer, dat was m’n beschouwing uit die dagen van ongesteldheid en slapte—die nonsens die ze duizend tegen een mama ingepraat heeft …
Hope …Pardon …
Hope …Pardon …
Dolf …Je hoeft niets te beweren—je heb gelijk—ik vertel je m’n gewroet van tóén!—die gril krijg ’k ’r alleen uit, door te bewijzen, door ’r met de stukken in de hand te overtuigen—en dan kom ’k nog compleeter de belofte aan mama na—’n belofte die ieder gedaan zou hebben—ieder in dat geval …(een stilte. Hij neemt de pop van tafel speelt er mee, terwijl hij onrustig voortpraat).Zoo, Hope, ben ’k begonnen—zoo ben ’k niet geëindigd. Wat ’n spelletje leek, ’n pogen jou „klein” te krijgen—wat de eerste dagen ’n onderhoudend inspannen van de hersens werd—draaide op ’n maniakaal willen, ’n parforce-jacht, ’n openscheuren van—van alles, neer … De familie van dien marinier, met wien ’k—dat weet je—héb ’k uitgevonden—Z’n getrouwde zusters—z’n broers—over ’t heele land verspreid—hadden moeite niet te lachen bij m’n vragen over Kreeftje—met ’t rooie haar uit den handschoenenwinkel—De posterijen heb ’k nagerejen voor ’t recu van denaangeteekendenbrief van papa—met de honderd gulden—op de minste klank ben ’k afgegaan—in Holland—België—De registers van de—van de bordeelen, wáar óok, in grootere en kleinere plaatsen, heb ’k … Verdwenen … Verdwenen … De vrouw[240]met ’t kind, ’t kind waarvan die brief zoo zeker, zoo wanhopig-zeker, zoo pijndoend-zeker sprak.…
Dolf …Je hoeft niets te beweren—je heb gelijk—ik vertel je m’n gewroet van tóén!—die gril krijg ’k ’r alleen uit, door te bewijzen, door ’r met de stukken in de hand te overtuigen—en dan kom ’k nog compleeter de belofte aan mama na—’n belofte die ieder gedaan zou hebben—ieder in dat geval …(een stilte. Hij neemt de pop van tafel speelt er mee, terwijl hij onrustig voortpraat).Zoo, Hope, ben ’k begonnen—zoo ben ’k niet geëindigd. Wat ’n spelletje leek, ’n pogen jou „klein” te krijgen—wat de eerste dagen ’n onderhoudend inspannen van de hersens werd—draaide op ’n maniakaal willen, ’n parforce-jacht, ’n openscheuren van—van alles, neer … De familie van dien marinier, met wien ’k—dat weet je—héb ’k uitgevonden—Z’n getrouwde zusters—z’n broers—over ’t heele land verspreid—hadden moeite niet te lachen bij m’n vragen over Kreeftje—met ’t rooie haar uit den handschoenenwinkel—De posterijen heb ’k nagerejen voor ’t recu van denaangeteekendenbrief van papa—met de honderd gulden—op de minste klank ben ’k afgegaan—in Holland—België—De registers van de—van de bordeelen, wáar óok, in grootere en kleinere plaatsen, heb ’k … Verdwenen … Verdwenen … De vrouw[240]met ’t kind, ’t kind waarvan die brief zoo zeker, zoo wanhopig-zeker, zoo pijndoend-zeker sprak.…
Hope …Pijndoend—pijndoend—Zegt ù pijndoend?
Hope …Pijndoend—pijndoend—Zegt ù pijndoend?
Dolf …Dat verbaast je—daar kijk je me bij aan.. Merk je dan niet, hoe de gedachte van mama en jou ’n obsessie …(bitter)… hoe ’k langzaam, als ’n slak zoo langzaam ben gaan voelen, dat àls dat kind nog leeft—en ’t kan leven—’t kan, kan!—dat dat meisje dan op ’t uur dat we hier met elkaar praten, zoo verloren is—als—als …(start voor zich uit)… Ja. Ja … Eens heeft Snip me in ’n hotel van vijfhonderd kamers gezocht, en ontmoette me niet, omdat ze enkel m’n voornaam wist. Dat was ’n puzzle, ’n goeie mop … Als je ’n brief ergens opgeborgen heb, zeker opgeborgen—en je vindt ’m niet, dan zoek je nijdig en zenuwachtig tot-ie na dagen en dagen vloeken vlak voor de hand ligt—zooals dien middag tusschen de sigaren … Maar dat levende menschen, levende, ’n vrouw en ’n meisje van achttien verdwijnen, zooals ’n steen ’t achter ons in ’t water, zou doen—en dat je ’r telkens over piekert, zonder resultaat da’s … da’s …(laat de pop vallen)… Jij heb toen gesproken van ’n radelooze zéé-van-menschen—dat was juist—de zee spoelt weg, spoelt niet terug …(verschrikt opkijkend)… Hope, huil je?… Waarom huil jìj, Hope?
Dolf …Dat verbaast je—daar kijk je me bij aan.. Merk je dan niet, hoe de gedachte van mama en jou ’n obsessie …(bitter)… hoe ’k langzaam, als ’n slak zoo langzaam ben gaan voelen, dat àls dat kind nog leeft—en ’t kan leven—’t kan, kan!—dat dat meisje dan op ’t uur dat we hier met elkaar praten, zoo verloren is—als—als …(start voor zich uit)… Ja. Ja … Eens heeft Snip me in ’n hotel van vijfhonderd kamers gezocht, en ontmoette me niet, omdat ze enkel m’n voornaam wist. Dat was ’n puzzle, ’n goeie mop … Als je ’n brief ergens opgeborgen heb, zeker opgeborgen—en je vindt ’m niet, dan zoek je nijdig en zenuwachtig tot-ie na dagen en dagen vloeken vlak voor de hand ligt—zooals dien middag tusschen de sigaren … Maar dat levende menschen, levende, ’n vrouw en ’n meisje van achttien verdwijnen, zooals ’n steen ’t achter ons in ’t water, zou doen—en dat je ’r telkens over piekert, zonder resultaat da’s … da’s …(laat de pop vallen)… Jij heb toen gesproken van ’n radelooze zéé-van-menschen—dat was juist—de zee spoelt weg, spoelt niet terug …(verschrikt opkijkend)… Hope, huil je?… Waarom huil jìj, Hope?
Hope…Omdat—omdat … Dat kan ’k nu niet zeggen.… Omdat … Willen we niet verder.…
Hope…Omdat—omdat … Dat kan ’k nu niet zeggen.… Omdat … Willen we niet verder.…
Dolf …Niet verder?
Dolf …Niet verder?
[241]
Hope.Nù niet … Je heb me verbazend … verrast—ik dacht niet aan de mogelijkheid—dat jij—dat ù..
Hope.Nù niet … Je heb me verbazend … verrast—ik dacht niet aan de mogelijkheid—dat jij—dat ù..
Dolf …Toe hou je an dat jij … Na de wandeling met de boschviooltjes, die je droogde—nee, nièt droogde!—heb je nog maar één keer je u’s vergeten—dien middag bij mij thuis …(haar z’n hand toestekend)… Weiger je nòg, Hope?
Dolf …Toe hou je an dat jij … Na de wandeling met de boschviooltjes, die je droogde—nee, nièt droogde!—heb je nog maar één keer je u’s vergeten—dien middag bij mij thuis …(haar z’n hand toestekend)… Weiger je nòg, Hope?
Hope …Geef me den tijd, om—om te overleggen—je heb me zoo overrompeld …
Hope …Geef me den tijd, om—om te overleggen—je heb me zoo overrompeld …
Dolf …Om te overleggen … Moet je bij dàt overleggen … je verstand „raadplegen”?.…
Dolf …Om te overleggen … Moet je bij dàt overleggen … je verstand „raadplegen”?.…
Hope …Je heb beloofd niet meer op te vliegen—Dolf!(legt haar hand over tafel op de zijne)… Eens—laat me dat zeggen, zonder de intentie bijna vergeten dingen levend te maken—eens trapte je m’n groote, vreeselijk-groote genegenheid—door je ruwe overval in m’n slaapkamer—dood—toen, in den nacht dat we samen bij ’t sterfbed van je mama, in die hotelkamer waakten, had ’k ’n nièuwe vurige hoop—en we gingen voor de tweede maal van mekaar. Hij houdt z’n belofte aan mevrouw niet, dacht ’k—hij bréékt ’r niet: hij spot over alles heen—’t wordt geen dáád—geen dáád …—toen heb ik me iets heiligs, plechtigs voorgenomen: jou onder géén, géén omstandigheden te trouwen—mezelf aan de kinderen hier te geven … Stuif niet op Dolf … Ineens die belofte vergeten, zònder overgang voor de dèrde maal ’n heerlijk vertrouwen in—in jóú vastgrijpen—dat durf ’k nog niet aan.[242]We zitten, door ’n wonder, door ’n wònder, beter, oprechter tegenover elkander, als we ’t ooit, ooit.… Nee doe nu niet brusk, niet meer zoo hartstochtelijk als vroeger … Van af de jaren dat ik als kind, zonder ouders—gedacht, maar vooral gewrokt en gehaat heb—heb ’k verlangd, niet te zeggen hoe innig verlangd … ’n eigen kind in achting voor mezelf—en m’n man groot te brengen … Dwing me op ’t oogenblik niets met je oogen af—ik zeg niet nee—niet ja—ik vraag uitstel.…
Hope …Je heb beloofd niet meer op te vliegen—Dolf!(legt haar hand over tafel op de zijne)… Eens—laat me dat zeggen, zonder de intentie bijna vergeten dingen levend te maken—eens trapte je m’n groote, vreeselijk-groote genegenheid—door je ruwe overval in m’n slaapkamer—dood—toen, in den nacht dat we samen bij ’t sterfbed van je mama, in die hotelkamer waakten, had ’k ’n nièuwe vurige hoop—en we gingen voor de tweede maal van mekaar. Hij houdt z’n belofte aan mevrouw niet, dacht ’k—hij bréékt ’r niet: hij spot over alles heen—’t wordt geen dáád—geen dáád …—toen heb ik me iets heiligs, plechtigs voorgenomen: jou onder géén, géén omstandigheden te trouwen—mezelf aan de kinderen hier te geven … Stuif niet op Dolf … Ineens die belofte vergeten, zònder overgang voor de dèrde maal ’n heerlijk vertrouwen in—in jóú vastgrijpen—dat durf ’k nog niet aan.[242]We zitten, door ’n wonder, door ’n wònder, beter, oprechter tegenover elkander, als we ’t ooit, ooit.… Nee doe nu niet brusk, niet meer zoo hartstochtelijk als vroeger … Van af de jaren dat ik als kind, zonder ouders—gedacht, maar vooral gewrokt en gehaat heb—heb ’k verlangd, niet te zeggen hoe innig verlangd … ’n eigen kind in achting voor mezelf—en m’n man groot te brengen … Dwing me op ’t oogenblik niets met je oogen af—ik zeg niet nee—niet ja—ik vraag uitstel.…
Dolf.(geprikkeld)… Uitstel?… Nog eens uitstel …
Dolf.(geprikkeld)… Uitstel?… Nog eens uitstel …
Hope …Ik ben bang dat wij—u en ik—(haastig)jij en ik.…
Hope …Ik ben bang dat wij—u en ik—(haastig)jij en ik.…
Dolf.…Dat wij wat?…
Dolf.…Dat wij wat?…
Hope.(moeilijk)… Dat we bij mekaar niet meer dat—dat geluk zullen vinden.
Hope.(moeilijk)… Dat we bij mekaar niet meer dat—dat geluk zullen vinden.
Dolf.(hartstochtelijk)… Onwaar!… Onwaar!… Jij voelt dat zelf anders …
Dolf.(hartstochtelijk)… Onwaar!… Onwaar!… Jij voelt dat zelf anders …
Hope …Misschien, misschien hèb je gelijk—laat me overleggen!—We hebben mekaar in zoo’n tijd niet gezien—in geen maanden en maanden—Als jij veranderd ben, ben ik ’t mogelijk ook.…
Hope …Misschien, misschien hèb je gelijk—laat me overleggen!—We hebben mekaar in zoo’n tijd niet gezien—in geen maanden en maanden—Als jij veranderd ben, ben ik ’t mogelijk ook.…
Dolf …Met andere woorden: voor de derde maal de bons?… Verlang je nog meer, nòg meer van me!
Dolf …Met andere woorden: voor de derde maal de bons?… Verlang je nog meer, nòg meer van me!
Hope …Nee … Maar je moet ’t me met mezelf laten uitvechten.… We zijn allebei ’n dagje ouder geworden.…(met moeite).… En ’k had ’t me al zoo[243]afgeleerd aan jou te denken—in de bezigheden van elken dag hier.…
Hope …Nee … Maar je moet ’t me met mezelf laten uitvechten.… We zijn allebei ’n dagje ouder geworden.…(met moeite).… En ’k had ’t me al zoo[243]afgeleerd aan jou te denken—in de bezigheden van elken dag hier.…
Dolf …Dus …
Dolf …Dus …
Hope …Stil!… ’t Lijkt me …(gejoel en geroep buiten).… Daar is iets.…(gaat snel op het erkervenster toe).… Allemachtigste God!
Hope …Stil!… ’t Lijkt me …(gejoel en geroep buiten).… Daar is iets.…(gaat snel op het erkervenster toe).… Allemachtigste God!
Dolf.(naast haar)… Is ’r ’n ongeluk gebeurd?
Dolf.(naast haar)… Is ’r ’n ongeluk gebeurd?
Hope.(tot ’n man buiten)… Is een van de kinderen? Hoor je niet!.… Is een van de kinderen?…(Stem buiten: „Een van de jongens, zuster!”).
Hope.(tot ’n man buiten)… Is een van de kinderen? Hoor je niet!.… Is een van de kinderen?…(Stem buiten: „Een van de jongens, zuster!”).
Hope.Groote God—een van de kinderen in de sluis terwijl ’k ze zoo gewaarschuwd heb!… Groote God—met de sluisdeuren open, als toen, als toen.…(wijkt angstig van het raam).
Hope.Groote God—een van de kinderen in de sluis terwijl ’k ze zoo gewaarschuwd heb!… Groote God—met de sluisdeuren open, als toen, als toen.…(wijkt angstig van het raam).
Dolf …Steekt dan niemand van die lummels ’n poot uit!.…
Dolf …Steekt dan niemand van die lummels ’n poot uit!.…
Hope.(als in versteening)… Is niet te redden—is niet te redden—met die strooming naar zee …
Hope.(als in versteening)… Is niet te redden—is niet te redden—met die strooming naar zee …
Dolf.(driftig en glimlachend)… Dat zullen we zien!
Dolf.(driftig en glimlachend)… Dat zullen we zien!
Hope.(wakkerschrikkend)… Blijf hier! Blijf hier! Is één leven niet genoeg!
Hope.(wakkerschrikkend)… Blijf hier! Blijf hier! Is één leven niet genoeg!
Dolf.(met star-lichtende oogen)… Als ’k jou dàt kind in je armen terugbreng—overleg jij dan nog?
Dolf.(met star-lichtende oogen)… Als ’k jou dàt kind in je armen terugbreng—overleg jij dan nog?
Hope.(heftig)Dolf, Dolf—bega geen krankzinnigheid!… Als, als ’t te redden was, zouen die daar, de visschers en schippers …
Hope.(heftig)Dolf, Dolf—bega geen krankzinnigheid!… Als, als ’t te redden was, zouen die daar, de visschers en schippers …
[244]
Dolf …Ik zie ’t nog drijven—zie ’t—zie ’t! Bij m’n andere dollemans-jacht, zag’k niets, niets!.…(naar de deur).Jij wou ’n daad, ’n daad …! Je zult je daad hebben.…
Dolf …Ik zie ’t nog drijven—zie ’t—zie ’t! Bij m’n andere dollemans-jacht, zag’k niets, niets!.…(naar de deur).Jij wou ’n daad, ’n daad …! Je zult je daad hebben.…
Hope.(heftig)… Dolf, ik smeek je, smeek je—doe ’t niet.…
Hope.(heftig)… Dolf, ik smeek je, smeek je—doe ’t niet.…
Dolf …Al zou je nou op je knieën—al zou je God en de engelen zelf.…(af).
Dolf …Al zou je nou op je knieën—al zou je God en de engelen zelf.…(af).
Hope …Dolf, Dolf.…
Hope …Dolf, Dolf.…
[Inhoud]Elfde Tooneel.Hope, Dokter.Dokter …Wat is ’r?… Waar holt-ie heen?Hope …Hou ’m terug, Jan. Hou ’m terug! Een van de kinderen is in de sluis gevallen, drijft naar zee … Vraag niet verder … Hou ’m terug!… Ik, ik, ik jaag ’m den dood in …(Dokter af).
Elfde Tooneel.Hope, Dokter.Dokter …Wat is ’r?… Waar holt-ie heen?Hope …Hou ’m terug, Jan. Hou ’m terug! Een van de kinderen is in de sluis gevallen, drijft naar zee … Vraag niet verder … Hou ’m terug!… Ik, ik, ik jaag ’m den dood in …(Dokter af).
Hope, Dokter.
Dokter …Wat is ’r?… Waar holt-ie heen?
Dokter …Wat is ’r?… Waar holt-ie heen?
Hope …Hou ’m terug, Jan. Hou ’m terug! Een van de kinderen is in de sluis gevallen, drijft naar zee … Vraag niet verder … Hou ’m terug!… Ik, ik, ik jaag ’m den dood in …(Dokter af).
Hope …Hou ’m terug, Jan. Hou ’m terug! Een van de kinderen is in de sluis gevallen, drijft naar zee … Vraag niet verder … Hou ’m terug!… Ik, ik, ik jaag ’m den dood in …(Dokter af).
[Inhoud]Twaalfde Tooneel.Annie, Hope.Annie.(snel door rechtersuite)… Hope! Hope!… Weet je ’t?… Weet je dat Fritsje.…Hope …(hartstochtelijk)… Fritsje?… Fritsje!… De ellendelingen!(zakt op ’n stoel).Annie …Toen Toos omkeek wou-ie … Wat doe je?Hope.(wild op het erkervenster toestortend, kijkt,[245]geeft ’n gil).O!… O!… Dat Jan ’m niet tegengehouden heeft!… Dolf!… Dolf!…(zit bewusteloos-starend neer).Annie.(door het venster verschrikt kijkend).Moeder Maria … Moeder Maria …Hope …Mijn schuld … Mijn schuld …Annie …Ze brengen ’n boot uit … Laten we …Hope …Ik kan niet.…Annie …We zijn ’r in tien tellen.…Hope …Ik kan niet.…Annie …Dan ga ik …Hope …(zacht smeekend)… Hier blijven … Hier blijven … Ik ben zoo bang—durf niet naar buiten kijken.… O lieve God in de hemelen, God in de hemelen, God in de hemelen!… Ik hou zoo waanzinnig, zoo waanzinnig-veel van ’m.… O lieve God in de hemelen, maak me niet gek, niet gek!…Annie …(angstig)… Is-ie hier vandaan—hier uit de kamer.…?Hope …Ik weet ’t niet, weet niets, niets!…(de armen om Annie heen slaand).Kijk niet! Kijk niet!… Bij ’t leven van je Tilleke kijk niet!… Ik heb ’m vermoord … Als ’k m’n mond op zijn mond gedrukt had, zoo als ’k ’t wóú, zooals ’k ’t ieder uur van den nacht, ieder uur van den dag droomde, droomde, droomde, zou-ie me niet voor altijd alleen hebben[246]gelaten, voor ’n kind dat hèm niet angaat, mìj niet angaat, nièmand angaat.…Annie.…Hope, in Godsnaam, kom tot jezelf!.… Misschien heeft de boot ’m.…(wil naar ’t raam).Hope.(hartstochtelijk het koord van het gordijn stuktrekkend, zoo dat het voor het venster neerflapt).…… Niet kijken.… Niet kijken.… Ik zie ’m nooit meer terug!…(zakt met het hoofd in de armen op de tafel).Annie …Hope!…Hope …(buigt angstig-aarzelend ’t gevallen gordijn ’n weinig om, staart door den kier, gaat diep-ontzet op den anderen erkerstoel zitten).Hope.(die de laatste bewegingen opgelet heeft, richt zich op).… Kijk je niet meer?(een stilte).Blijf je zitten?…(een stilte)… Zeg je nièts.…?
Twaalfde Tooneel.Annie, Hope.Annie.(snel door rechtersuite)… Hope! Hope!… Weet je ’t?… Weet je dat Fritsje.…Hope …(hartstochtelijk)… Fritsje?… Fritsje!… De ellendelingen!(zakt op ’n stoel).Annie …Toen Toos omkeek wou-ie … Wat doe je?Hope.(wild op het erkervenster toestortend, kijkt,[245]geeft ’n gil).O!… O!… Dat Jan ’m niet tegengehouden heeft!… Dolf!… Dolf!…(zit bewusteloos-starend neer).Annie.(door het venster verschrikt kijkend).Moeder Maria … Moeder Maria …Hope …Mijn schuld … Mijn schuld …Annie …Ze brengen ’n boot uit … Laten we …Hope …Ik kan niet.…Annie …We zijn ’r in tien tellen.…Hope …Ik kan niet.…Annie …Dan ga ik …Hope …(zacht smeekend)… Hier blijven … Hier blijven … Ik ben zoo bang—durf niet naar buiten kijken.… O lieve God in de hemelen, God in de hemelen, God in de hemelen!… Ik hou zoo waanzinnig, zoo waanzinnig-veel van ’m.… O lieve God in de hemelen, maak me niet gek, niet gek!…Annie …(angstig)… Is-ie hier vandaan—hier uit de kamer.…?Hope …Ik weet ’t niet, weet niets, niets!…(de armen om Annie heen slaand).Kijk niet! Kijk niet!… Bij ’t leven van je Tilleke kijk niet!… Ik heb ’m vermoord … Als ’k m’n mond op zijn mond gedrukt had, zoo als ’k ’t wóú, zooals ’k ’t ieder uur van den nacht, ieder uur van den dag droomde, droomde, droomde, zou-ie me niet voor altijd alleen hebben[246]gelaten, voor ’n kind dat hèm niet angaat, mìj niet angaat, nièmand angaat.…Annie.…Hope, in Godsnaam, kom tot jezelf!.… Misschien heeft de boot ’m.…(wil naar ’t raam).Hope.(hartstochtelijk het koord van het gordijn stuktrekkend, zoo dat het voor het venster neerflapt).…… Niet kijken.… Niet kijken.… Ik zie ’m nooit meer terug!…(zakt met het hoofd in de armen op de tafel).Annie …Hope!…Hope …(buigt angstig-aarzelend ’t gevallen gordijn ’n weinig om, staart door den kier, gaat diep-ontzet op den anderen erkerstoel zitten).Hope.(die de laatste bewegingen opgelet heeft, richt zich op).… Kijk je niet meer?(een stilte).Blijf je zitten?…(een stilte)… Zeg je nièts.…?
Annie, Hope.
Annie.(snel door rechtersuite)… Hope! Hope!… Weet je ’t?… Weet je dat Fritsje.…
Annie.(snel door rechtersuite)… Hope! Hope!… Weet je ’t?… Weet je dat Fritsje.…
Hope …(hartstochtelijk)… Fritsje?… Fritsje!… De ellendelingen!(zakt op ’n stoel).
Hope …(hartstochtelijk)… Fritsje?… Fritsje!… De ellendelingen!(zakt op ’n stoel).
Annie …Toen Toos omkeek wou-ie … Wat doe je?
Annie …Toen Toos omkeek wou-ie … Wat doe je?
Hope.(wild op het erkervenster toestortend, kijkt,[245]geeft ’n gil).O!… O!… Dat Jan ’m niet tegengehouden heeft!… Dolf!… Dolf!…(zit bewusteloos-starend neer).
Hope.(wild op het erkervenster toestortend, kijkt,[245]geeft ’n gil).O!… O!… Dat Jan ’m niet tegengehouden heeft!… Dolf!… Dolf!…(zit bewusteloos-starend neer).
Annie.(door het venster verschrikt kijkend).Moeder Maria … Moeder Maria …
Annie.(door het venster verschrikt kijkend).Moeder Maria … Moeder Maria …
Hope …Mijn schuld … Mijn schuld …
Hope …Mijn schuld … Mijn schuld …
Annie …Ze brengen ’n boot uit … Laten we …
Annie …Ze brengen ’n boot uit … Laten we …
Hope …Ik kan niet.…
Hope …Ik kan niet.…
Annie …We zijn ’r in tien tellen.…
Annie …We zijn ’r in tien tellen.…
Hope …Ik kan niet.…
Hope …Ik kan niet.…
Annie …Dan ga ik …
Annie …Dan ga ik …
Hope …(zacht smeekend)… Hier blijven … Hier blijven … Ik ben zoo bang—durf niet naar buiten kijken.… O lieve God in de hemelen, God in de hemelen, God in de hemelen!… Ik hou zoo waanzinnig, zoo waanzinnig-veel van ’m.… O lieve God in de hemelen, maak me niet gek, niet gek!…
Hope …(zacht smeekend)… Hier blijven … Hier blijven … Ik ben zoo bang—durf niet naar buiten kijken.… O lieve God in de hemelen, God in de hemelen, God in de hemelen!… Ik hou zoo waanzinnig, zoo waanzinnig-veel van ’m.… O lieve God in de hemelen, maak me niet gek, niet gek!…
Annie …(angstig)… Is-ie hier vandaan—hier uit de kamer.…?
Annie …(angstig)… Is-ie hier vandaan—hier uit de kamer.…?
Hope …Ik weet ’t niet, weet niets, niets!…(de armen om Annie heen slaand).Kijk niet! Kijk niet!… Bij ’t leven van je Tilleke kijk niet!… Ik heb ’m vermoord … Als ’k m’n mond op zijn mond gedrukt had, zoo als ’k ’t wóú, zooals ’k ’t ieder uur van den nacht, ieder uur van den dag droomde, droomde, droomde, zou-ie me niet voor altijd alleen hebben[246]gelaten, voor ’n kind dat hèm niet angaat, mìj niet angaat, nièmand angaat.…
Hope …Ik weet ’t niet, weet niets, niets!…(de armen om Annie heen slaand).Kijk niet! Kijk niet!… Bij ’t leven van je Tilleke kijk niet!… Ik heb ’m vermoord … Als ’k m’n mond op zijn mond gedrukt had, zoo als ’k ’t wóú, zooals ’k ’t ieder uur van den nacht, ieder uur van den dag droomde, droomde, droomde, zou-ie me niet voor altijd alleen hebben[246]gelaten, voor ’n kind dat hèm niet angaat, mìj niet angaat, nièmand angaat.…
Annie.…Hope, in Godsnaam, kom tot jezelf!.… Misschien heeft de boot ’m.…(wil naar ’t raam).
Annie.…Hope, in Godsnaam, kom tot jezelf!.… Misschien heeft de boot ’m.…(wil naar ’t raam).
Hope.(hartstochtelijk het koord van het gordijn stuktrekkend, zoo dat het voor het venster neerflapt).…… Niet kijken.… Niet kijken.… Ik zie ’m nooit meer terug!…(zakt met het hoofd in de armen op de tafel).
Hope.(hartstochtelijk het koord van het gordijn stuktrekkend, zoo dat het voor het venster neerflapt).…… Niet kijken.… Niet kijken.… Ik zie ’m nooit meer terug!…(zakt met het hoofd in de armen op de tafel).
Annie …Hope!…Hope …(buigt angstig-aarzelend ’t gevallen gordijn ’n weinig om, staart door den kier, gaat diep-ontzet op den anderen erkerstoel zitten).
Annie …Hope!…Hope …(buigt angstig-aarzelend ’t gevallen gordijn ’n weinig om, staart door den kier, gaat diep-ontzet op den anderen erkerstoel zitten).
Hope.(die de laatste bewegingen opgelet heeft, richt zich op).… Kijk je niet meer?(een stilte).Blijf je zitten?…(een stilte)… Zeg je nièts.…?
Hope.(die de laatste bewegingen opgelet heeft, richt zich op).… Kijk je niet meer?(een stilte).Blijf je zitten?…(een stilte)… Zeg je nièts.…?
[Inhoud]Dertiende Tooneel.De vorigen, Dokter.Dokter.(dompt verslagen op den stoel bij de deur.…)Da’s vreeselijk, vreeselijk.…Hope.(ziet hem aan, barst los)… Mijn schuld! Mijn schuld!… Ik heb ’m tot ’t laatst voorgelogen.… En om dat kind, datvreemdekind, heeft-ie mìj, mìj …(zakt ineen. Annie en Jan schieten toe).EINDE.Berlijn/Scheveningen, December ’07.[247]
Dertiende Tooneel.De vorigen, Dokter.Dokter.(dompt verslagen op den stoel bij de deur.…)Da’s vreeselijk, vreeselijk.…Hope.(ziet hem aan, barst los)… Mijn schuld! Mijn schuld!… Ik heb ’m tot ’t laatst voorgelogen.… En om dat kind, datvreemdekind, heeft-ie mìj, mìj …(zakt ineen. Annie en Jan schieten toe).
De vorigen, Dokter.
Dokter.(dompt verslagen op den stoel bij de deur.…)Da’s vreeselijk, vreeselijk.…
Dokter.(dompt verslagen op den stoel bij de deur.…)Da’s vreeselijk, vreeselijk.…
Hope.(ziet hem aan, barst los)… Mijn schuld! Mijn schuld!… Ik heb ’m tot ’t laatst voorgelogen.… En om dat kind, datvreemdekind, heeft-ie mìj, mìj …(zakt ineen. Annie en Jan schieten toe).
Hope.(ziet hem aan, barst los)… Mijn schuld! Mijn schuld!… Ik heb ’m tot ’t laatst voorgelogen.… En om dat kind, datvreemdekind, heeft-ie mìj, mìj …(zakt ineen. Annie en Jan schieten toe).
EINDE.Berlijn/Scheveningen, December ’07.[247]
EINDE.
Berlijn/Scheveningen, December ’07.[247]
1Dit bedrijf werd na de vertooning een weinig geretoucheerd.↑
1Dit bedrijf werd na de vertooning een weinig geretoucheerd.↑
1Dit bedrijf werd na de vertooning een weinig geretoucheerd.↑
1Dit bedrijf werd na de vertooning een weinig geretoucheerd.↑