Negende Tooneel.

[Inhoud]Negende Tooneel.Hope, de vorigen.Dokter.Slaapt mevrouw?Hope.Nee, dokter.(tot Dolf)Goeien avond, meneer(hij buigt).Mevrouw wou meneer Charles graag éen oogenblik zien.… Is-ie weg gegaan?[147]Charles.Nee, nee, nee—present!(stapt van het balkon).Dokter.Hoe weet mevrouw dan?…Hope.Ze hoorde stemmen … Toen vroeg ze … En ik wist niet beter …Dokter.Nee, meneer Van Walden—vanavond niet …Hope.’k Zou ’t liever wel permiteeren, dokter—u kent mevrouw: als ’k ’r niet had tegen gehouden, was ze opgestaan …Dokter.Kom, kom, kom, kom!… Gekheid.Hope.Ze ligt de avondeditie te lezen—zóó opgemonterd als ze zich voelt … Waarom dan niet even bezoek?…Dolf.Natuurlijk—natuurlijk. We zullen ’t héel, héel kort maken, Jantje …Dokter.Geen sprake van—en nog wel twee tegelijk!… Op uw horloge ’n halve minuut, meneer Van Walden—en jij Dolf: morgen … Ik doe ’t met displeizier, en om depatiëntniet te contrarieeren.—Weinig praten en weinig láten praten, meneer!—En mag ik tegelijk afscheid nemen—ik kan niet langer blijven.Charles.Tot morgen dokter!(af met Hope in de slaapkamer).[Inhoud]Tiende Tooneel.Dokter, Dolf.Dolf.Ga je heusch?[148]Dokter.Me dunkt. ’n Dik kwartier verbabbeld. Zien we je?Dolf.Op handslag … Aardig die kleine Hope in ’r kostuum, hè?… Jammer dat ze zoo … Dat beroerde bij de tegenwoordige vrouwen, hè—’t haar als ’n kloosterzuster—de hoed zonder ’n veer—moet ’k met dierbare Snip over praten—heele besparing … Is jouw vrouw ’n vróúw—wat je noemt ’n vróúw—of is ze ook zoo’n verschijnsel met aangewaaide ideeën—type eenvoud?Dokter.Dolf—je krijgt me niet meer an ’t babbelen!… Kom je overtuigen, hahaha!… Tot ziens. Je hoeft me niet uit te laten. Denk ’r an: jij mag pas morgen op bezoek gaan. Rust, rust.Dolf(in de deur).Zeg Jantje …Dokter.Ja?…Dolf.Ben je nog altijd zoo’n liefhebber van schaken?… Je gaf me ’n raadsheer of ’n kasteel voor, herinner je je?Dokter.Ja, ja.Dolf.Spelen we morgen ’n partij?Dokter.Uitstekend. Bij mij thuis?Dolf.Goed. Morgenavond. ’t Zal me ’n genoegen zijn met je vrouw kennis te maken. Jij ben ’n beste kerel.Dokter.Adieu. Adieu.[149][Inhoud]Elfde Tooneel.Dolf, Charles, Hope.Dolf(kijkt het boek van Hope in, leest ’n moment, glimlacht, bladert verder, houdt ’n bundeltje gedroogde viooltjes tusschen de vingers, zit in nadenken, klapt het boek vroolijk dicht, schenkt zich een glas champagne in, drinkt dat snel leeg, herneemt het boek, bekijkt nog eens aandachtiger de gedroogde viooltjes, schrikt, sluit het boek, wacht tot Hope de deuren dichtgeschoven heeft).Nou? Hoe vond jemama?Charles.Dezelfde van vroeger.—Als ze morgen zoo is, reis ik weer rustig af.Dolf.Je zegt dat of ’r iets voorgevallen is—Zoek je wat Hope—juffrouw Hope?—Daar ligt ’t.…(overhandigt haar het verlegde boek).Hope.Dank u.(zet zich in den leunstoel voor ’t raam—leest met bedoeling).Dolf.Heb je iets, Charley, boy? Zeldzaam hoe jij zónder snor op die dominee-met-’t-wratje lijkt, hahaha!Hope.’n Beetje zachter, meneer—mevrouw zou gaan slapen. Dat lachen is te hooren …Dolf.Ik dacht dat jij zat te lezen … Nou Charley, hoe heb ’k ’t met je?… Ga je zoo gezellig heen?Charles(kalm).Grootmama sprak ’r van waar Hope bij was—ik hoef me dus voor Hope niet in acht te nemen—’r hindert me inderdaad wat!(tot Hope, die naar haar kamer gaat).Je hoort toch, dat ’k voor jóú geen geheimen heb …[150]Hope.Praat u liever zonder ’n vreemde ’r bij.…(af).Charles.In elk geval kan ’k nu vrijer m’n opinie zeggen.… Oom Dolf—hoe ù doen zal, weet ’k niet, maar ik zal me ’r deze keer beslist nièt bij neerleggen.…Dolf(droog).Money-matters?Charles.Geldzaken ja. Grootmama heeft de intentie de Stichting, die al zooveel nutteloos geld verslonden heeft—geld niet te berekenen!—’n enorm legaat te vermaken—En omdat dat wettelijk zonder uw en mijn toestemming niet kan, niet mag, vroeg ze me of ik ’r voorloopig belóven wou met ’n beschikking van dien aard genoegen te nemen.…Dolf.En?Charles.Ik heb ’r in deze situatie niet dadelijk willen weigeren—’r enkel gezegd dat de dokter veel praten verboden heeft, dat we morgenà tête reposée… niet waar—vindt u niet?Dolf.Ik vind dat verschuilen achter ’n doktersadvies niet bepaald recht door zee—nietstraight forward, Charley … Hoe groot zou dat door ons goed te keuren legaat moeten zijn?Charles.’n Rente van ’n halve ton per jaar—dat is schappelijk berekend ruim ’n miljoen.…Dolf.Tegen vijf procent—en die maak je niet op soliede manier.…Charles.Met wat ’r al in de historie zit, wordt ’n[151]fortuin, ’n fortuin, verkwist—Ik kom voor Ninette op—ik dènk ’r niet aan, dènk ’r niet aan—de excessen van grootmama, dat links en rechts „weldoen” met geld dat welbeschouwd ’t hare niet is …Dolf.Ho. Ho. Niet zoo galopeeren. ’n Beetje maat houden in je edele verontwaardiging, Charley.….Charles.Met genoegen, maar alsjeblief niet die hinderlijke toon, oom, of ’k nog de jongen van de kostschool ben …Dolf.Jij schiet vanavond met iets anders dan los kruit, neefje.…Charles.Des te beter. ’kHeblang genoeg over me láten beschikken.…Dolf(koel).Toch niet door mij, wel?Charles.Door u?… Och u …(verbitterd).U had andere zaken en bezigheden dan naar mij om te kijken.…Dolf.Ik zei je al, toen je me ’t portretje van Ninette liet zien, dat jij van nuances van hatelijkheid schijnt te houden.… Snip pleegt daar ook in den vroegen morgen specialiteit in te zijn.…Charles.Merci voor uw ernstigen toon, oom. Maar ik verzoek u er nota van te nemen dat ik weiger—in ronde woorden weiger.…Dolf.Ikheb je toch niets gevraagd? Wil je zoo ridderlijk zijn zelf ’t woord te voeren?[152]Charles.Dat zal ’k. En om onaangenaamheden te ontgaan, lijkt ’t me ’t beste ’t antwoord uit Trouville te schrijven.…Dolf.Jawel. Maar doe ’t aangeteekend. Dat is meer businesslike, zakelijker, verstandiger—brieven kunnen zoek raken.…Charles.’t Zal toch heusch tijd worden, oom, dat u minder ironisch met me omgaat.… Grootmama heeft me naar die ellendige kostschool gezonden—grootmama heeft ’n vrouw voor me uitgezocht—heeft ’t huwelijk bedisseld.…Dolf.Jij begint los te komen of je mishandeld ben geworden—of je vrouw ’n last voor je is.…Charles.Daar blief ’k mijn gedachten over te hebben. Ik zeg alleen, dat de grens bereikt is—ik laat niet disponeeren over.…Dolf.…Je erfdeel—ouwe, beminnelijke familie herrie, wanneer ’t zoover is.…(hard).Maar ’t is gelukkig nog niet zoover.… ’t Spijt me Charley, dat de eerste keer dat je eens prettig met me uitpraat—dat je gezicht ’n andere dan de bekende plooi heeft—dat je minder gereserveerd doet—dat je net die éérste keer zoo ongegeneerd van stapel loopt, terwijl ’t goeie, beste, onzelfzuchtige mensch, dat menig nachtje bij je opgezeten heeft, toen jij nog nièt ’t „goddelijk oordeel des onderscheids”, dat je nu bezit, had, mogelijk in ’r laatste uren ligt te becijferen, wat ze voor derden nog[153]doen kan.… Fidonc. Je ben ’n egoïst lid, om zoo onsmakelijk je zelfstandigheid op te vatten!Charles.Egoïsme schijnt ’n familietrek, oom … Ik heb u nooit minder getaxeerd …Au revoir. ’t Is beter ’t gesprek niet voort te zetten(bij de deur).Ik zal grootmama schrijven.Dolf.Aangeteekend, jongen!(loopt grimmig op en neer, schelt—klopt aan Hope’s deur).[Inhoud]Twaalfde Tooneel.Hope, Dolf, de Kelner.Hope.Heeft u me noodig, meneer?Dolf.Zou jij anders niet komen?Hope.Natuurlijk wel.Dolf.Hope—ik heb voor jou ’t grootste respect.Hope(pijnlijk).Jawel, meneer.Dolf.Waarom zeg je dat „jawel” met dat vervloekte „meneer” ’r bij—op de ouwe haatdragende manier?Hope.Ik ben niet haatdragend.Dolf.Kom nou—op m’n eerewoord.…Hope.Doeu me één genoegen—en maak niet zoo’n misbruik van eerewoorden … Eer is zoo’n bijzonder ding voor ’n vróúw …Dolf.Door ’n man zou ’k me zoo iets niet laten …[154]En in jouw mond klinkt ’t leuk … Jij heb ’n methode(met nadruk)… Hope—ik vraag je zoo echt en zoo welgemeend excuus voor m’n gemeenheid van dien avond!—Ik heb geen bedoeling, geen bijbedoeling—’k voel enkel de behoefte je met genegenheid, met eerlijke vriendschap, de hand te drukken … Wees niet stijfhoofdig …Hope.Nee, meneer!(weigert de hand. Geklop)Binnen. Wat is ’r?Kelner.Vous avez sonné …?Dolf.Breng jij ’ns vlug ’n biefstuk of ’n chateaubriand of ’n entrecote—met pommes frites—(tot Hope).Màg ’t hier?Hope.’rIsgedekt.Dolf.En wat groenten …Kelner.Pointes d’asperges?… Epinards?Dolf.Pointes d’asperges.Kelner.Et après …Dolf.Niemendal. Verdwijn! ’k Val flauw.(Kelner af).Hope, schenk je vergiffenis?… ’t Heeft me zoo gefrappeerd dat jij weer bij mama terug ben, dat jij me—me—seinde—jij … na m’n onhebbelijke, lage, laffe, liederlijke—meer adjectieven zul je wel niet verlangen!—behandeling, dat ik goed met je móét worden … Die bloemen zijn voor jou …Hope.Dank u—zal ik nièt accepteeren.[155]Dolf(glimlachend).’n Páár kun je ’r drogen zooals die in je verzenboek …Hope(schrikkend).Begrijp u niet …Dolf.De derde keer! Nièmand begrijpt me vandaag! Race van onbegrepen naturen! De boschviooltjes die ’k dien fameuzen Zondag—die ’k zóó dicht bij ’t water greep, dat jij m’n hand moest vasthouen—liggen die niét in dat buitengewoon boek gedroogd?Hope.Dat boek heb ’k geleend—die bloemen interesseeren me niet!(laat ze er uit vallen—wil naar haar kamer terug).Dolf.Dus—géén wapenstilstand?…Hope.Als ’r geen oorlog is, hoeft ’r niet over wapenstilstand gesproken te worden.…(nieuw gebaar naar de kamer).Dolf.Ik had dien nacht wat te veel champie …Hope.Hoe langer u ’r op doorgaat—hoe onkiescher ’t vooral voor mij is—voelt u dat niet?.…Dolf.Eén woord van je, Hope.…Hope(bitter).Vanmorgen, terwijl ’k me aankleedde, had de kelner, die straks hier was, de impertinentie binnen te komen—zonder kloppen—ik stond in m’n onderlijfje.…Dolf.Goed dat je ’t zegt.… De kwajongen!…Hope.Dien avond—toen u te veel „champie”—[156]nee, nu zàl ik ’t zeggen—toen u te veel gedronken had, dee u èrger.… Als ’k niet geschreeuwd en gegild had—als er geen dienstboden bóven hadden geslapen—zou u.…(smartelijk).… Terwijl u wist hoeveel ik tóén—tóén—lach niet: dat’s uit, ùit—hoeveel ’k tóén van u hield …(met bedwongen tranen).… Dien heelen nacht heb ik liggen huilen, dacht ’k die beleediging—dat ’n vrouw zóó schandelijk in ’r bed te overvallen—dat ’n vrouw als ’n dier willen behandelen—had ìk reden gegeven?—ooìt?—niet te boven te zullen komen.… U had geen respect voor ’t dak van uw mama, die meer dan ’n engel voor me was—geen consideratìe voor m’n herinneringen, geen ontzag voor de beste, liefste dingen van ’n meisje, dat in de droomen van ’r kamer zoo laag, zoo ontuchtig opgeschrikt wordt!Dolf.Ik wàs toen ’n bruut, Hope—had je den volgenden morgen—daar: op m’n knieën excuus willen vragen!—jij was geëclipseerd.…Hope.Natuurlijk.…Dolf.En m’n brief van vier—zès zijdjes, ’n vol uur werk!—bleef beantwoord.…Hope.Natuurlijk.…Dolf.Wat kon ’k meer doen?… En summa summarum, Hope-lief, àls ’k ’t zeggen mag—dat lijkt nu nog alles ’n tragedie—’n half Sabijnsche maagderoof—’n …(posteert zich voor haar deur).Nee, je gaat ’r niet vandoor!…[157]Hope.Dat zal van uw toon afhangen.…Dolf.’k Heb nu maar één glas gedronken, Hope—en mama ligt daar, Hope—en wànneer ’k ’n Blauwbaard ben, Hope, ben ’k toch ook nog ’n beetje gentleman, waarachtig ’n beetje—een, die fair genoeg is zich te schamen over ’n laagheid … Ga je nu weer dáár zitten?… Spelen we verstoppertje …?…(zet zich over haar).Enkel twee vragen.… Klopt ’r niets, niets meer voor me onder dat charmante verpleegsterskostuum, dat je prachtig staat?Hope.Meneer, ik ben in geen stemming.……Dolf.Ik wel.… Tweede vraag—en sérieus, Hope—zoo sérieus als ’t bij ’n bed, dat ’n sterfbed had kunnen zijn, mogelijk is!—zeg jij jà, wanneer ’k je … wanneer ik je … wanneer ik je.… Dat is driemaal.… Hahaha!… ’k Zit te hakkelen, als ’n jongen van de Burgerschool.… Dat komt, omdat de knot van je haar me geweldig biologeert.… Kun je je nu niet zoo’n heel klein tikje naar me toedraaien?… Hope!… Moet ’k alleen je haarknot en ’n schattig stukje oorlel zien—als ik je vriendelijk verzoek meelij met ’n ouwen doordraaier te hebben, door ’m te tróúwen.…Hope(opstaand).Foei!Dolf.Foei?… Is de vraag zoo misdadig?Hope.Als ’k die schandelijke inval in m’n kamer,[158]dat twee, driemaal met geweld ’n omhelzing opdringen.…Dolf.Wat heb je ze wanhopig-precies geteld.…Hope.Als ’k dat zou kúnnen vergeten—zou de nieuwe grofheid.…Dolf.Nièuwe grofheid?.…Hope(scherp).’t Vereerend aanzoek, terwijl we u seinden bij de dame—de dame—waarmee ’k diep meelijden voel.…Dolf.Meelij met de brave Snip?… Sta jij nog zóo groen tegenover ’t leven, dat je me voor ’n hartebreker bij ’n vrouw, die ’r liaisons als ’n záák behandelt, aanziet?Hope.Doet ù ’t anders? Als zij geld aan-neemt—is ù ’t toch, die ’t gééft? ’n Vrouw, die ’r hand ophoudt is meelij waard.…Dolf.Hahaha, ’n wel duur handje!Hope.De man, die betaalt, kóópt—daar.…Dolf.Die vin jij ’n schavuit.…Hope(rustig).… Erger.Dolf.Merci. Bijzonder dankbaar. Maar wanneer ik zoo’n climax van schelmerij ben—één lachje, Hope, en ’k krijg de delikaatste kuiltjes in ’n paar niet te beschrijven wangen te zien … nee?…—wanneer ik ’n ongewoon specimen van verdorvenheid lijk—[159]op ’t punt in de armen der Snippen en Snipjens onder te gaan, brrr!, steek jij me dan ’n stroohalm toe.… Daar heeft de ellendigste drenkeling recht op.…Hope(de schouders ophalend).Och, u heeft geld genoeg ’n beter houvast te betálen.Dolf.Jij praat met de rancune van ’n ouwe vrijster! Hoe leelijker ’n vrouw is—hoe sekuurder ze zitten blijft—hoe ongezoutener ze tegen beulen als ik tekeer gaat. Maar jij: waarom doe jij zoo zwaar-op-de-hand zoo als ’n christelijk grootmoedertje, zoo.…Hope.…Dat is ’n puzzle, meneer.Dolf.…Iets voorwereldlijks.…Hope(bitter).… En vervelends.…Dolf(glimlachend).De nonnekap zou je nog meer flatteeren.…Hope.’t Jachtcostuum flatteert u—ieder z’n keus niet waar?Dolf.Alweer merci!—Hoe edeler ’t wild—hoe prikkelender de tegenstand—Kom nou, Hope.… Die maanden en maanden na de gebeurtenis, ben je niet uit m’n gedachten geweest—M’n dolle streken waren voor negen tienden baloorigheid.… ik hóú van je. Ik kan—zoo waarachtig als ik geloof te leven—ik kàn niet buiten je.… Zoo groot is geen minachting.…Hope(stil).… M’n moeder is verleid, als meisje[160]van achttien—heeft zich van kant willen maken, toen hij, zoo een als u, ’r verliet—met ’n fooi voor ’t kind dat nog geboren moest worden—met ’n fooi—met ’n fooi. Ik heb ’r nooit gekend, heb ’r niet zooveel duizend maal kunnen danken, als ze duizend maal tranen gehuild moet hebben.… Voor m’n vader—vader!—voel ’k de diepste, diepste verachting.… En geen mogelijkheid, om ’m ’r iets van te zeggen—’k weet z’n naam niet—(wraakzuchtig)—tot m’n spijt—tot m’n innigste spijt! Nou kan u nagaan hoe ’k over u denk.Dolf.Dien dag van de boschviooltjes dacht je toch minder puriteinsch—ik heb m’n doen en laten nooit onder leugentjes gemaskeerd.…Hope.Dien dag ja.… Dien dag hóópte ’k, droomde ’k … dat u voor—voor invloed vatbaar was—en ’k moest me in m’n eigen kamer—’s nàchts.. verdedigen.… ’n Week later had u ’n nieuwe liaison …(opstaand).Dat is nu zeker de laatste maal, meneer, dat we over ons „verleden” spreken. Over ’n paar dagen, wanneer mevrouw vervoerd mag worden, ben ik weer in de Stichting—u in de „wereld”.… Laten we het mekaar niet lastig maken. Ik heb geen lust u de les te lezen—u nòg minder genoegen zoo’n weinig mondain discours op te houden.Dolf.’k Was juist van plan ’t in meer mondaine paadjes te leiden.… Dus àlles tusschen ons uit?Hope.Gesteld dat ’r iets bestaan heeft—dan ìs ’t uit.[161]Dolf.Hahaha!… Je ben om te stelen, Hope!… Ik heb nog nooit m’n schavuite-hoofd gestooten—en jij, jij.…Hope.… En ik?…Dolf(met hartstocht)… Jij wil niet beter dan dat ik je weerbarstige handjes met geweld in de mijne neem, dat ik mijn lippen op de jouwe …Hope.…Liever zou ik me.…Dolf.…Zou je je.… Praat uit!Hope(heftig).Ik heb geen achting voor u!Dolf.Ik voor jou dubbel.Hope.’n Man waartegen ik niet opzie.…Dolf.Hoeft niet. Je hóúdt, hóúdt, hóúdt van me, Hope—je wil je zelf en mij wat wijsmaken.…Hope(heftig).Wijsmaken?… Wijsmaken, waar ’k geen grein eerbied …(schrikt).Daar klopt iemand. Straks heeft de kelner staan luisteren.…[Inhoud]Dertiende Tooneel.De vorigen, Mevr. van Walden.Mevr. v. Walden.Nee ik.Hope.Ben u opgestaan? De dokter.…Dolf.Mama, hoe dùrft u? ’t Was u verboden![162]Mevr. v. Walden(glimlachend).M’n krant had ’k uit en toen méénde ik jouw stem te hooren.…Hope.Mevrouw, u moet dadelijk, dadelijk weer.…Dolf.Hoe kunt u dat doen?(Omhelst haar).Ongehoorzaam moedertje! Ik blijf hier zóolang u me houden wil—maar u gaat naar uw kamer.Mevr. v. Walden(Hope afwerend).Nee kind—vijf minuten—op de klok af vijf—dan mag je desnoods met geweld.…Hope.Mevrouw.…Mevr. v. Walden.Spreek ’k óóit onwaarheid, Hope? Ik ben beter—de aanval is voorbij. Dat voel ’k zelf ’t beste.… En—nee, ik neem den stoel bij ’t balkon—even de zee hooren—dank je!—en wou ik zeggen, als ’t ergste nièt voorbij is, dan wil ’k van ’t gevoel van opluchting profiteeren, om ’n oogenblikje, één oogenblikje met jou, jongen, te praten.…Hope.Praten doet u vooral niet.…Dolf.Beslist niet.Mevr. v. Walden.Goed kinderen … ’k Zal matig zijn. Doe de deur achter me toe, Hope—’t trekt ’n beetje—’t raam in de slaapkamer staat open.Hope.Dan doe ’k ’t dicht.(af).Mevr. v. Walden.Dolf, beste jongen: dat meisje is meer dan ’n engel—dat meisje is ’n vrouw zooals[163]God ’r weinig geschapen heeft … Ik heb geluisterd. Ik weet dat ze—dat jij ’r ongelukkig maakt—dat ze …(Hope treedt binnen).… Ik zei, Hope, dat ik de Stichting … Je mag vannacht niet opblijven, kind—onder geen omstandigheden—twee heele nachten heeft ze gewaakt, Dolf.… En jij—heb ik je in de jacht gestoord?…Dolf.Nee. Nee. ’k Wou vandaag hier in de buurt …—toen hoorde ’k toevallig dat u in ’t zelfde hotel.…Mevr. v. Walden(glimlachend).Ja. Jawel. Mag ik ’t niet weten dat je gewaarschuwd ben? Ik ben niet bang voor den dood.…Dolf.Nou mama! Op uw honderdsten jaardag zullen we over dood beginnen te.…Mevr. v. Walden.…Nee jongen—je hoeft ’r niet over heen te praten. Hope weet hoe ’k ’r over denk. ’t Leven is ’n reis—’n reis—Wie heengaat komt wat vroeger aan. En die reis maken we allen, is ’t niet?.… Hoe komt ’t dat ’k je zoo lang niet gezien heb?.…Dolf(glimlachend).Drukte. Buitengewone drukte, mama.Mevr. v. Walden.Dat is ’n genot hier voor ’t raam. Ja—’n buitengewoon genot. Neem ’n stoel, Dolf—dicht bij me—nog dichter—dan kan ’k zacht blijven spreken. Jij ook, Hope, m’n goeie, beste Hope. Zoo is ’t goed. Zoo zit ’k of me niets kan gebeuren. Jammer dat Charles weg is gegaan. Heb jij[164]bezwaar tegen ’n legaat, ’n heel groot legaat, Dolf—laat me je hand houden—dat ik per testamentaire beschikking aan de Stichting … ’t Staat in m’n wil … maar van kracht is ’t niet, zei de notaris—als jullie.…Dolf(vroolijk).Alweer over dingen waarover we na dertig jaar zouen spreken.…Mevr. v. Walden.M’n jongen—gekscheer niet. Ik ben opgeschreven.…Hope.Nou mevrouw! Toe!Mevr. v. Walden.Op mijn leeftijd voel je precies—hoelang nog en(glimlachend)wanneer … Zul jij je niet verzetten?—Dolf?Dolf(luchtig).Ik geef permissie me te onterven! Daar!Mevr. v. Walden.’t Is ’n enorm bedrag.Dolf.Doe zooals u ’t zelf wil—’k vraag naar niets …Mevr. v. Walden.Ook niet waarom die Stichting me zóó na aan ’t hart ligt?Dolf.Mama—u heeft die liefhebberij—ik ’n àndere.Mevr. v. Walden.Liefhebberij? Nee—ik lieg niet—ik draag ’n schuld. Geef me ’n glas champagne, Hope. Ik ben toch ièts vermoeider dan ’k dacht.Hope.Nee mevrouw. Dan gaat u naar bed.Mevr. v. Walden.Geef me ’n glas, Hope—je zou ’r later spijt van hebben. Ik wil, wìl van m’n schuld[165]vertellen—voor ’t eerst—en voor ’t laatst, omdat je alles toch onder de papieren zal vinden.Dolf.Mamaatje—ga niet op die malligheid door! Als ù—ù—hahaha!—schuld heeft, nemen wij die graag over, niet waar, Hope?Hope.Natuurlijk, mevrouw—zulke gesprekken winden nutteloos op … Wil ik de deuren sluiten? ’k Geloof dat de wind begint op te steken.Mevr. v. Walden(glimlachend).Een glas—doe wat ’k vraag. Dank je(drinkt).’k Kan op die manier aan de drank raken. Luíster. Ik zeg ’t zonder opwinding, omdat ’k er overheen ben. ’n Halve eeuw jaagt de ergste gebeurtenissen uit je herinnering. Ik heb uit m’n eerste huwelijk.…Dolf.Eérste?… Wat zegt u?…Mevr. v. Walden.Niet in de rede vallen, jongen—uit m’n eerste huwelijk twee kinderen gehad—’n jongen en ’n meisje, was toen de vrouw van ’n—van ’n man waarvan ’k nièt hìeld, die me door m’n vader op was gedrongen—ik was negentien, zelf ’n kind. Toen gebeurde wat zoo dikwijls gebeurt—ik raakte op je vader verliefd—hij op mij—zoo verliefd—zoo verliefd—daar vecht je tegen—vecht je tegen, tot.… Met geweld wou m’n man me houen—hij dee leelijke díngen—laat ’k ’r over zwijgen. Ik liep weg. Het was uit. En ik hertrouwde.…Dolf.Mamaatje—al wat jij gedaan heb, gedaan kan[166]hebben, is goed en te begrijpen. Niet verder op doorgaan.Mevr. v. Walden.Nee jongen. Hiér begint m’n schuld. Ik had twee jonge kinderen verlaten—de jongen drie, ’t meisje twee. En dat màg niet. Dat is zoo wreed, zoo misdadig—schaapjes op dièn leeftijd, die op de móéder aan zijn gewezen. Nee—niet in de rede vallen! Niemand kan over zoo iets oordeelen. ’t Wordt ’n ding voor je geweten. Enkel voor je éigen geweten. M’n eerste man had ’t niet breed. Ze hebben armoe gekend—later. En nooit genegenheid, de stumpers. Als hij aan z’n werk was, werden ze door ’n meid verzorgd—vérzòrgd. Drie, viermaal heb ’k geprobeerd met gèld te helpen—wou-ie niet. ’k Wou ze voor mijn rekening ’n opvoeding geven—wou-ie niet. Toen ’k eens de reis had gemaakt, om ze te zien, werd ’k ziek zooals ze ’r verwaarloosd uitzagen—’t kleine lekkere meisje vooral—mijn dochtertje, als ’k ’t recht heb dat nu nog te zeggen. Op ’n dag—nee, maak je niet ongerust—’t is zoo dood en ver—is ’t ventje overreden—’n jaar later stierf ’t meisje—dat tengere, zwarte ding aan typhus—ongekookte melk. Dolf, m’n jongen—’k heb m’n plicht bij de grafjes mogen doen—m’n plicht … m’n plicht …Dolf.Zie geen spoken mama—plicht is ’n ding …Mevr. v. Walden …’n Ding, dat ik in die dagen als ’n last, ’n machtspreuk—over boord wierp—dat toch zoo’n genot, zoo’n rust geeft.…[167]Dolf.U zegt zelf: u wàs verliefd—èn, dat mogen wij vóor alles zeggen: voor òns was u.…Mevr. v. Walden.Niet doen. Mij hoef je onder geen omstandigheden te—te—overtuigen, te troosten. ’t Is zoo ver weg, zoo zonderling-ver, of ’k als ’n gestorvene over wat-begraven-is babbel. Na den dood van je papa en je broer, ben ’k wakker geworden, heb ’k geprobeerd aan andere kinderen te vergoeden, wat ’k naliet toen ’k nog niet dacht, nee niet dacht. Ja, Dolf, dat werd m’n liefhebberij, m’n „liefhebberij”.…Dolf.Excuseer, dat ’k dat woord gebruikte.… Mag ze nòg langer praten, Hope?Hope.Toe, mevrouw—wat luistert u slecht.…Mevr. v. Walden(glimlachend).Ik heb niet de geringste benauwdheid—en—en.… nu ’k den vogel, die zoo zelden op ’t nest is, even bij me heb—moet ’k nòg een, nòg één belofte.…Dolf.Mamaatje, ik geef je mijn eerewoord, dat ik èlk verlangen, zònder uitzondering, zal respecteeren—’t legaat en ook het andere dat je nog niet gezegd heb—handslag!Mevr. v. Walden.Je ben ’n beste jongen—en wij—ik—hou heel veel van je—maar die eene belofte moet, moet je nu, nú—je kan nooit weten hoe gauw ’t …Dolf.Afgesproken, mamaatje—ik doe ’t.…Mevr. v. Walden(hem de hand op den mond leggend).[168]Ssst! Sssst!.… Wij hebben sàmen iets leelijks gedaan, samen—jij en ik …Dolf.Hahaha!.… Goed.Mevr. v. Walden.Niet lachen—’t is heelemaal niet om te lachen. En als ’k ’t zeg, Hope, kind, met opzet in jouw tegenwoordigheid, is ’t met de opdracht dat je hem dag aan dag zal helpen onthouden als-ie lichtzinnig doet.…Dolf.Excellent! Hoor je dat, Hope? ’k Zal volgens de letter.…Hope.Ik wou liever—mevrouw.…Mevr. v. Walden.Niet tegenstribbelen, Hope, m’n allerbest kind.… Inachttien-honderd-negentig, Dolf, heb je—heb je veertien dagen(met moeilijken glimlach)gezeten.…Dolf(luchtig-vergenoegd).Ja mamaatje, daar staat me wat van bij.…Mevr. v. Walden.Je was met ’n meisje(beschaafd-aarzelend)—te ver gegaan—en de broer, die ’t zich aantrok—mishandelde je.…Dolf(vroolijk).Gretchen—Valentijn—Faust.…Mevr. v. Walden.Dolf! Dolf!… Heusch, we hebben iets léélijks gedaan in die dagen.… Zij was in—zie me niet zoo làchend aan, jongen!—zij was in—omstandigheden. Jij heb niet meer, nóóit meer naar ’r omgekeken.Dolf.Mamaatje!.… Laten we ’n tikje redelijk blijven..[169]Mevr. v. Walden.Dat bèn ’k.…Dolf.U heeft geen flauw begrip over wie, over wat u spreekt.…Mevr. v. Walden.Ik spreek over—over de moeder van—laten we zeggen: ’n kind.…Dolf.Slik ’t maar niet in! Ik kan ’n stootje velen, hahaha!… Och, och!… Twéé paar gefronste wenkbrauwen!… Nee zeg, laat me geen uur op ’t zondaarsbankje zitten, hahaha!… ’n Kluifje voor Hope.. Mamaatje: alle gekheid op ’n stokje—èn àls ’k ’t me goed herinner—ja, al kijken jullie als scherprechters!—àls ’k me goed herinner: ’k heb geen dagboek van m’n zonden aangelegd, hahaha!—die juffrouw, die me indirect belet heeft door te studeeren—jammer!—had—was … Is dàt ’t onderwerp voor ’n gesprek met jùllie—was ’n—(met lachend geweifel)’n dametje van licht.…Hope.’n Gevallen vrouw.Dolf.Dat kun je ook minder sòmber zeggen! Ze had al met meer dan een—nou flap ’k ’t ’r uit, omdat jullie me ’t vuur aan de schenen legt—met ’n paar dozijn gelééfd—toen ik aan de beurt kwam. Dat klinkt hard en ruw, mamaatje:ikmaak ’t leven niet. Op ’n dag beweerde ze, dat ’k vader—en de mogelijkheid wàs helaas niet buiten gesloten.… Drie, vier, vijf maanden later—leg me op de pijnbank—precies weet ik ’t niet!—had je de herrie met ’r zoogenaamden broer.… ’k Herhaal—om ’r ’n eind aan te maken—laten we[170]redelijk blijven—ik heb ’t mijne gedaan … heb behoorlijk gedokt—tot ze, gelukkig voor ons allen van de vlakte verdween.…Mevr. v. Walden.Dàt wist ’k allemaal. Maar ’t kind is geboren—’n meisje, Dolf.…Dolf(luchtig-verwonderd).Och kom!… Hoe weet ù dat?Mevr. v. Walden.Voor de geboorte heeft ze me—’n „dreigbrief” geschreven—nà de geboorte nòg een.…Dolf.En?.…Mevr. v. Walden.En.… En niets.… Inéén-en-negentigdacht ’k zoo alleen aan mezelf, was ’kzóó’negoïst—zoo bang voor de wereld, die m’n eerste huwelijk vergeten was—dat ’k ’r nièt antwoordde, geen letter. Je papa zond ’n honderd gulden in gesloten couvert. Den eenen brief heb ’k verscheurd—den anderen bewaard, om ’r—hoe láát ben ’k mènsch geworden!—om ’r politiezaken van te maken, als ze nog eens probeerde „af te dreigen”.… Verleden week bij ’t sorteeren van paperassen, vond ’k ’m.… En ’k kreeg ’r de tranen van in m’n oogen.… ’t Wàs ’t geluid van ’n moeder, die geen uitweg weet.… Je kunt ’m zelf lezen—hij ligt bij m’n laatsten wil—en die laatste wil is ook, vóóral ook, Dolf, dat je onderzoekt wat ’r van die vrouw is geworden, als ’t mij niet lukt..Dolf(luchtig).Ik ben ’r paf, paf, paf van—ù niet lukt …?[171]Mevr. v. Walden.’k Heb m’n chargé-d’affaires last gegeven informaties in te winnen—zoo discreet mogelijk.… Begrijp je, jongen, dat als ik toen wakker was geweest—ik—jij was misschien te jong voor verantwoordelijkheidsgevoel—dat ik jouw.… jouw.…Hope.Zijn dòchter.…Dolf.Merci voor ’t waarmerk!Mevr. v. Walden.Dat ik jouw dochter—ze kàn ’t geweest zijn—nóóit aan ’r lot zou overgelaten hebben?.… Geen glimlach, jongen.… Toe, toe, geen cynisme!(grijpt z’n hand opnieuw).… Doe de belofte, die ’k je vraag, dat je die vrouw en vooral dat kind—kind—hoe de tijd vliegt!—àls ze onder de lévenden is, moet ’t ’n meisje van zeventien, achttien zijn—dat je ’r zóó lang zal zoeken tot je ’r vindt.…Dolf.Kom, mamaatje—wat ’n excessieve.…Mevr. v.Walden(dringender).Je zal ’r me zóó gelukkig mee maken, jongen—ik pleit niet voor die vrouw—ik pleit niet tegen ’r—ik denk aan ’t kind.…Dolf.Wat is dat mamaatje? Tranen! Tranen?Hope.Mevrouw!Dolf(glimlachend).Daar—ik beloof ’t.Mevr. v. Walden.Glimlachend? Glimlachend?[172]Dolf.Als’k ’t maar belóóf, hé?…(zwak-spottend).’k Steek ’r m’n vingers bij op, dat ’k waarachtig moeite zal doen ’r te vinden. Hoe heet m’n.… vrouw ook weer?Mevr. v. Walden.Weet ’k niet. Sofie … Sofie …Dolf.Dat marcheert. Ik ken ’r enkel als Kreeftje! Kreeftje.…Mevr. v. Walden.Zul je dat kind als ’n dochter …?Dolf.Als ’k er ù—en m’n vriendin Hope—mee plezier.…Mevr. v. Walden.Zoo waar Gòd ons ziet?Dolf.Mamaatje—moet ’t zoo plechtig! ’t Wordt ’n geweldig stuivers-romannetje.…Mevr. v. Walden.Ikheb zoo’n spijt van m’n harteloosheid.Dolf.Geexalteerd moedertje: op één conditie herhaal ’k m’n belofte in vòlste ernst—als je weer een, twee, drie gaat rusten—we zullen Jan Linden niet onder de oogen durven komen.…Mevr. v. Walden(hem op ’t voorhoofd zoenend).Dank je—dank je, jongen. Al lijkt ’t je nog zoo overdreven—’t gaf me den heelen dag ’n gevoel van gejaagdheid, of ’k iets vergeten, iets vergeten had … Je arm, Hope—’k zal vannacht als ’n roos slapen.(bij de deur).Ontbijten we samen? Ja? Acht uur.… En vast afgesproken, Dolf?[173]Dolf(bij de deur).Vast.Mevr. v. Walden(reeds onzichtbaar).En zonder uitstel?… Van af morgen?Dolf(lachend).Van af morgen. M’n jachtkostuum kan ’k ’r voor aanhouden, hahaha! Dat zal ’n jacht met hindernissen worden. Mamaatje! Mamaatje!(sluit de portières).Binnen!

[Inhoud]Negende Tooneel.Hope, de vorigen.Dokter.Slaapt mevrouw?Hope.Nee, dokter.(tot Dolf)Goeien avond, meneer(hij buigt).Mevrouw wou meneer Charles graag éen oogenblik zien.… Is-ie weg gegaan?[147]Charles.Nee, nee, nee—present!(stapt van het balkon).Dokter.Hoe weet mevrouw dan?…Hope.Ze hoorde stemmen … Toen vroeg ze … En ik wist niet beter …Dokter.Nee, meneer Van Walden—vanavond niet …Hope.’k Zou ’t liever wel permiteeren, dokter—u kent mevrouw: als ’k ’r niet had tegen gehouden, was ze opgestaan …Dokter.Kom, kom, kom, kom!… Gekheid.Hope.Ze ligt de avondeditie te lezen—zóó opgemonterd als ze zich voelt … Waarom dan niet even bezoek?…Dolf.Natuurlijk—natuurlijk. We zullen ’t héel, héel kort maken, Jantje …Dokter.Geen sprake van—en nog wel twee tegelijk!… Op uw horloge ’n halve minuut, meneer Van Walden—en jij Dolf: morgen … Ik doe ’t met displeizier, en om depatiëntniet te contrarieeren.—Weinig praten en weinig láten praten, meneer!—En mag ik tegelijk afscheid nemen—ik kan niet langer blijven.Charles.Tot morgen dokter!(af met Hope in de slaapkamer).[Inhoud]Tiende Tooneel.Dokter, Dolf.Dolf.Ga je heusch?[148]Dokter.Me dunkt. ’n Dik kwartier verbabbeld. Zien we je?Dolf.Op handslag … Aardig die kleine Hope in ’r kostuum, hè?… Jammer dat ze zoo … Dat beroerde bij de tegenwoordige vrouwen, hè—’t haar als ’n kloosterzuster—de hoed zonder ’n veer—moet ’k met dierbare Snip over praten—heele besparing … Is jouw vrouw ’n vróúw—wat je noemt ’n vróúw—of is ze ook zoo’n verschijnsel met aangewaaide ideeën—type eenvoud?Dokter.Dolf—je krijgt me niet meer an ’t babbelen!… Kom je overtuigen, hahaha!… Tot ziens. Je hoeft me niet uit te laten. Denk ’r an: jij mag pas morgen op bezoek gaan. Rust, rust.Dolf(in de deur).Zeg Jantje …Dokter.Ja?…Dolf.Ben je nog altijd zoo’n liefhebber van schaken?… Je gaf me ’n raadsheer of ’n kasteel voor, herinner je je?Dokter.Ja, ja.Dolf.Spelen we morgen ’n partij?Dokter.Uitstekend. Bij mij thuis?Dolf.Goed. Morgenavond. ’t Zal me ’n genoegen zijn met je vrouw kennis te maken. Jij ben ’n beste kerel.Dokter.Adieu. Adieu.[149][Inhoud]Elfde Tooneel.Dolf, Charles, Hope.Dolf(kijkt het boek van Hope in, leest ’n moment, glimlacht, bladert verder, houdt ’n bundeltje gedroogde viooltjes tusschen de vingers, zit in nadenken, klapt het boek vroolijk dicht, schenkt zich een glas champagne in, drinkt dat snel leeg, herneemt het boek, bekijkt nog eens aandachtiger de gedroogde viooltjes, schrikt, sluit het boek, wacht tot Hope de deuren dichtgeschoven heeft).Nou? Hoe vond jemama?Charles.Dezelfde van vroeger.—Als ze morgen zoo is, reis ik weer rustig af.Dolf.Je zegt dat of ’r iets voorgevallen is—Zoek je wat Hope—juffrouw Hope?—Daar ligt ’t.…(overhandigt haar het verlegde boek).Hope.Dank u.(zet zich in den leunstoel voor ’t raam—leest met bedoeling).Dolf.Heb je iets, Charley, boy? Zeldzaam hoe jij zónder snor op die dominee-met-’t-wratje lijkt, hahaha!Hope.’n Beetje zachter, meneer—mevrouw zou gaan slapen. Dat lachen is te hooren …Dolf.Ik dacht dat jij zat te lezen … Nou Charley, hoe heb ’k ’t met je?… Ga je zoo gezellig heen?Charles(kalm).Grootmama sprak ’r van waar Hope bij was—ik hoef me dus voor Hope niet in acht te nemen—’r hindert me inderdaad wat!(tot Hope, die naar haar kamer gaat).Je hoort toch, dat ’k voor jóú geen geheimen heb …[150]Hope.Praat u liever zonder ’n vreemde ’r bij.…(af).Charles.In elk geval kan ’k nu vrijer m’n opinie zeggen.… Oom Dolf—hoe ù doen zal, weet ’k niet, maar ik zal me ’r deze keer beslist nièt bij neerleggen.…Dolf(droog).Money-matters?Charles.Geldzaken ja. Grootmama heeft de intentie de Stichting, die al zooveel nutteloos geld verslonden heeft—geld niet te berekenen!—’n enorm legaat te vermaken—En omdat dat wettelijk zonder uw en mijn toestemming niet kan, niet mag, vroeg ze me of ik ’r voorloopig belóven wou met ’n beschikking van dien aard genoegen te nemen.…Dolf.En?Charles.Ik heb ’r in deze situatie niet dadelijk willen weigeren—’r enkel gezegd dat de dokter veel praten verboden heeft, dat we morgenà tête reposée… niet waar—vindt u niet?Dolf.Ik vind dat verschuilen achter ’n doktersadvies niet bepaald recht door zee—nietstraight forward, Charley … Hoe groot zou dat door ons goed te keuren legaat moeten zijn?Charles.’n Rente van ’n halve ton per jaar—dat is schappelijk berekend ruim ’n miljoen.…Dolf.Tegen vijf procent—en die maak je niet op soliede manier.…Charles.Met wat ’r al in de historie zit, wordt ’n[151]fortuin, ’n fortuin, verkwist—Ik kom voor Ninette op—ik dènk ’r niet aan, dènk ’r niet aan—de excessen van grootmama, dat links en rechts „weldoen” met geld dat welbeschouwd ’t hare niet is …Dolf.Ho. Ho. Niet zoo galopeeren. ’n Beetje maat houden in je edele verontwaardiging, Charley.….Charles.Met genoegen, maar alsjeblief niet die hinderlijke toon, oom, of ’k nog de jongen van de kostschool ben …Dolf.Jij schiet vanavond met iets anders dan los kruit, neefje.…Charles.Des te beter. ’kHeblang genoeg over me láten beschikken.…Dolf(koel).Toch niet door mij, wel?Charles.Door u?… Och u …(verbitterd).U had andere zaken en bezigheden dan naar mij om te kijken.…Dolf.Ik zei je al, toen je me ’t portretje van Ninette liet zien, dat jij van nuances van hatelijkheid schijnt te houden.… Snip pleegt daar ook in den vroegen morgen specialiteit in te zijn.…Charles.Merci voor uw ernstigen toon, oom. Maar ik verzoek u er nota van te nemen dat ik weiger—in ronde woorden weiger.…Dolf.Ikheb je toch niets gevraagd? Wil je zoo ridderlijk zijn zelf ’t woord te voeren?[152]Charles.Dat zal ’k. En om onaangenaamheden te ontgaan, lijkt ’t me ’t beste ’t antwoord uit Trouville te schrijven.…Dolf.Jawel. Maar doe ’t aangeteekend. Dat is meer businesslike, zakelijker, verstandiger—brieven kunnen zoek raken.…Charles.’t Zal toch heusch tijd worden, oom, dat u minder ironisch met me omgaat.… Grootmama heeft me naar die ellendige kostschool gezonden—grootmama heeft ’n vrouw voor me uitgezocht—heeft ’t huwelijk bedisseld.…Dolf.Jij begint los te komen of je mishandeld ben geworden—of je vrouw ’n last voor je is.…Charles.Daar blief ’k mijn gedachten over te hebben. Ik zeg alleen, dat de grens bereikt is—ik laat niet disponeeren over.…Dolf.…Je erfdeel—ouwe, beminnelijke familie herrie, wanneer ’t zoover is.…(hard).Maar ’t is gelukkig nog niet zoover.… ’t Spijt me Charley, dat de eerste keer dat je eens prettig met me uitpraat—dat je gezicht ’n andere dan de bekende plooi heeft—dat je minder gereserveerd doet—dat je net die éérste keer zoo ongegeneerd van stapel loopt, terwijl ’t goeie, beste, onzelfzuchtige mensch, dat menig nachtje bij je opgezeten heeft, toen jij nog nièt ’t „goddelijk oordeel des onderscheids”, dat je nu bezit, had, mogelijk in ’r laatste uren ligt te becijferen, wat ze voor derden nog[153]doen kan.… Fidonc. Je ben ’n egoïst lid, om zoo onsmakelijk je zelfstandigheid op te vatten!Charles.Egoïsme schijnt ’n familietrek, oom … Ik heb u nooit minder getaxeerd …Au revoir. ’t Is beter ’t gesprek niet voort te zetten(bij de deur).Ik zal grootmama schrijven.Dolf.Aangeteekend, jongen!(loopt grimmig op en neer, schelt—klopt aan Hope’s deur).[Inhoud]Twaalfde Tooneel.Hope, Dolf, de Kelner.Hope.Heeft u me noodig, meneer?Dolf.Zou jij anders niet komen?Hope.Natuurlijk wel.Dolf.Hope—ik heb voor jou ’t grootste respect.Hope(pijnlijk).Jawel, meneer.Dolf.Waarom zeg je dat „jawel” met dat vervloekte „meneer” ’r bij—op de ouwe haatdragende manier?Hope.Ik ben niet haatdragend.Dolf.Kom nou—op m’n eerewoord.…Hope.Doeu me één genoegen—en maak niet zoo’n misbruik van eerewoorden … Eer is zoo’n bijzonder ding voor ’n vróúw …Dolf.Door ’n man zou ’k me zoo iets niet laten …[154]En in jouw mond klinkt ’t leuk … Jij heb ’n methode(met nadruk)… Hope—ik vraag je zoo echt en zoo welgemeend excuus voor m’n gemeenheid van dien avond!—Ik heb geen bedoeling, geen bijbedoeling—’k voel enkel de behoefte je met genegenheid, met eerlijke vriendschap, de hand te drukken … Wees niet stijfhoofdig …Hope.Nee, meneer!(weigert de hand. Geklop)Binnen. Wat is ’r?Kelner.Vous avez sonné …?Dolf.Breng jij ’ns vlug ’n biefstuk of ’n chateaubriand of ’n entrecote—met pommes frites—(tot Hope).Màg ’t hier?Hope.’rIsgedekt.Dolf.En wat groenten …Kelner.Pointes d’asperges?… Epinards?Dolf.Pointes d’asperges.Kelner.Et après …Dolf.Niemendal. Verdwijn! ’k Val flauw.(Kelner af).Hope, schenk je vergiffenis?… ’t Heeft me zoo gefrappeerd dat jij weer bij mama terug ben, dat jij me—me—seinde—jij … na m’n onhebbelijke, lage, laffe, liederlijke—meer adjectieven zul je wel niet verlangen!—behandeling, dat ik goed met je móét worden … Die bloemen zijn voor jou …Hope.Dank u—zal ik nièt accepteeren.[155]Dolf(glimlachend).’n Páár kun je ’r drogen zooals die in je verzenboek …Hope(schrikkend).Begrijp u niet …Dolf.De derde keer! Nièmand begrijpt me vandaag! Race van onbegrepen naturen! De boschviooltjes die ’k dien fameuzen Zondag—die ’k zóó dicht bij ’t water greep, dat jij m’n hand moest vasthouen—liggen die niét in dat buitengewoon boek gedroogd?Hope.Dat boek heb ’k geleend—die bloemen interesseeren me niet!(laat ze er uit vallen—wil naar haar kamer terug).Dolf.Dus—géén wapenstilstand?…Hope.Als ’r geen oorlog is, hoeft ’r niet over wapenstilstand gesproken te worden.…(nieuw gebaar naar de kamer).Dolf.Ik had dien nacht wat te veel champie …Hope.Hoe langer u ’r op doorgaat—hoe onkiescher ’t vooral voor mij is—voelt u dat niet?.…Dolf.Eén woord van je, Hope.…Hope(bitter).Vanmorgen, terwijl ’k me aankleedde, had de kelner, die straks hier was, de impertinentie binnen te komen—zonder kloppen—ik stond in m’n onderlijfje.…Dolf.Goed dat je ’t zegt.… De kwajongen!…Hope.Dien avond—toen u te veel „champie”—[156]nee, nu zàl ik ’t zeggen—toen u te veel gedronken had, dee u èrger.… Als ’k niet geschreeuwd en gegild had—als er geen dienstboden bóven hadden geslapen—zou u.…(smartelijk).… Terwijl u wist hoeveel ik tóén—tóén—lach niet: dat’s uit, ùit—hoeveel ’k tóén van u hield …(met bedwongen tranen).… Dien heelen nacht heb ik liggen huilen, dacht ’k die beleediging—dat ’n vrouw zóó schandelijk in ’r bed te overvallen—dat ’n vrouw als ’n dier willen behandelen—had ìk reden gegeven?—ooìt?—niet te boven te zullen komen.… U had geen respect voor ’t dak van uw mama, die meer dan ’n engel voor me was—geen consideratìe voor m’n herinneringen, geen ontzag voor de beste, liefste dingen van ’n meisje, dat in de droomen van ’r kamer zoo laag, zoo ontuchtig opgeschrikt wordt!Dolf.Ik wàs toen ’n bruut, Hope—had je den volgenden morgen—daar: op m’n knieën excuus willen vragen!—jij was geëclipseerd.…Hope.Natuurlijk.…Dolf.En m’n brief van vier—zès zijdjes, ’n vol uur werk!—bleef beantwoord.…Hope.Natuurlijk.…Dolf.Wat kon ’k meer doen?… En summa summarum, Hope-lief, àls ’k ’t zeggen mag—dat lijkt nu nog alles ’n tragedie—’n half Sabijnsche maagderoof—’n …(posteert zich voor haar deur).Nee, je gaat ’r niet vandoor!…[157]Hope.Dat zal van uw toon afhangen.…Dolf.’k Heb nu maar één glas gedronken, Hope—en mama ligt daar, Hope—en wànneer ’k ’n Blauwbaard ben, Hope, ben ’k toch ook nog ’n beetje gentleman, waarachtig ’n beetje—een, die fair genoeg is zich te schamen over ’n laagheid … Ga je nu weer dáár zitten?… Spelen we verstoppertje …?…(zet zich over haar).Enkel twee vragen.… Klopt ’r niets, niets meer voor me onder dat charmante verpleegsterskostuum, dat je prachtig staat?Hope.Meneer, ik ben in geen stemming.……Dolf.Ik wel.… Tweede vraag—en sérieus, Hope—zoo sérieus als ’t bij ’n bed, dat ’n sterfbed had kunnen zijn, mogelijk is!—zeg jij jà, wanneer ’k je … wanneer ik je … wanneer ik je.… Dat is driemaal.… Hahaha!… ’k Zit te hakkelen, als ’n jongen van de Burgerschool.… Dat komt, omdat de knot van je haar me geweldig biologeert.… Kun je je nu niet zoo’n heel klein tikje naar me toedraaien?… Hope!… Moet ’k alleen je haarknot en ’n schattig stukje oorlel zien—als ik je vriendelijk verzoek meelij met ’n ouwen doordraaier te hebben, door ’m te tróúwen.…Hope(opstaand).Foei!Dolf.Foei?… Is de vraag zoo misdadig?Hope.Als ’k die schandelijke inval in m’n kamer,[158]dat twee, driemaal met geweld ’n omhelzing opdringen.…Dolf.Wat heb je ze wanhopig-precies geteld.…Hope.Als ’k dat zou kúnnen vergeten—zou de nieuwe grofheid.…Dolf.Nièuwe grofheid?.…Hope(scherp).’t Vereerend aanzoek, terwijl we u seinden bij de dame—de dame—waarmee ’k diep meelijden voel.…Dolf.Meelij met de brave Snip?… Sta jij nog zóo groen tegenover ’t leven, dat je me voor ’n hartebreker bij ’n vrouw, die ’r liaisons als ’n záák behandelt, aanziet?Hope.Doet ù ’t anders? Als zij geld aan-neemt—is ù ’t toch, die ’t gééft? ’n Vrouw, die ’r hand ophoudt is meelij waard.…Dolf.Hahaha, ’n wel duur handje!Hope.De man, die betaalt, kóópt—daar.…Dolf.Die vin jij ’n schavuit.…Hope(rustig).… Erger.Dolf.Merci. Bijzonder dankbaar. Maar wanneer ik zoo’n climax van schelmerij ben—één lachje, Hope, en ’k krijg de delikaatste kuiltjes in ’n paar niet te beschrijven wangen te zien … nee?…—wanneer ik ’n ongewoon specimen van verdorvenheid lijk—[159]op ’t punt in de armen der Snippen en Snipjens onder te gaan, brrr!, steek jij me dan ’n stroohalm toe.… Daar heeft de ellendigste drenkeling recht op.…Hope(de schouders ophalend).Och, u heeft geld genoeg ’n beter houvast te betálen.Dolf.Jij praat met de rancune van ’n ouwe vrijster! Hoe leelijker ’n vrouw is—hoe sekuurder ze zitten blijft—hoe ongezoutener ze tegen beulen als ik tekeer gaat. Maar jij: waarom doe jij zoo zwaar-op-de-hand zoo als ’n christelijk grootmoedertje, zoo.…Hope.…Dat is ’n puzzle, meneer.Dolf.…Iets voorwereldlijks.…Hope(bitter).… En vervelends.…Dolf(glimlachend).De nonnekap zou je nog meer flatteeren.…Hope.’t Jachtcostuum flatteert u—ieder z’n keus niet waar?Dolf.Alweer merci!—Hoe edeler ’t wild—hoe prikkelender de tegenstand—Kom nou, Hope.… Die maanden en maanden na de gebeurtenis, ben je niet uit m’n gedachten geweest—M’n dolle streken waren voor negen tienden baloorigheid.… ik hóú van je. Ik kan—zoo waarachtig als ik geloof te leven—ik kàn niet buiten je.… Zoo groot is geen minachting.…Hope(stil).… M’n moeder is verleid, als meisje[160]van achttien—heeft zich van kant willen maken, toen hij, zoo een als u, ’r verliet—met ’n fooi voor ’t kind dat nog geboren moest worden—met ’n fooi—met ’n fooi. Ik heb ’r nooit gekend, heb ’r niet zooveel duizend maal kunnen danken, als ze duizend maal tranen gehuild moet hebben.… Voor m’n vader—vader!—voel ’k de diepste, diepste verachting.… En geen mogelijkheid, om ’m ’r iets van te zeggen—’k weet z’n naam niet—(wraakzuchtig)—tot m’n spijt—tot m’n innigste spijt! Nou kan u nagaan hoe ’k over u denk.Dolf.Dien dag van de boschviooltjes dacht je toch minder puriteinsch—ik heb m’n doen en laten nooit onder leugentjes gemaskeerd.…Hope.Dien dag ja.… Dien dag hóópte ’k, droomde ’k … dat u voor—voor invloed vatbaar was—en ’k moest me in m’n eigen kamer—’s nàchts.. verdedigen.… ’n Week later had u ’n nieuwe liaison …(opstaand).Dat is nu zeker de laatste maal, meneer, dat we over ons „verleden” spreken. Over ’n paar dagen, wanneer mevrouw vervoerd mag worden, ben ik weer in de Stichting—u in de „wereld”.… Laten we het mekaar niet lastig maken. Ik heb geen lust u de les te lezen—u nòg minder genoegen zoo’n weinig mondain discours op te houden.Dolf.’k Was juist van plan ’t in meer mondaine paadjes te leiden.… Dus àlles tusschen ons uit?Hope.Gesteld dat ’r iets bestaan heeft—dan ìs ’t uit.[161]Dolf.Hahaha!… Je ben om te stelen, Hope!… Ik heb nog nooit m’n schavuite-hoofd gestooten—en jij, jij.…Hope.… En ik?…Dolf(met hartstocht)… Jij wil niet beter dan dat ik je weerbarstige handjes met geweld in de mijne neem, dat ik mijn lippen op de jouwe …Hope.…Liever zou ik me.…Dolf.…Zou je je.… Praat uit!Hope(heftig).Ik heb geen achting voor u!Dolf.Ik voor jou dubbel.Hope.’n Man waartegen ik niet opzie.…Dolf.Hoeft niet. Je hóúdt, hóúdt, hóúdt van me, Hope—je wil je zelf en mij wat wijsmaken.…Hope(heftig).Wijsmaken?… Wijsmaken, waar ’k geen grein eerbied …(schrikt).Daar klopt iemand. Straks heeft de kelner staan luisteren.…[Inhoud]Dertiende Tooneel.De vorigen, Mevr. van Walden.Mevr. v. Walden.Nee ik.Hope.Ben u opgestaan? De dokter.…Dolf.Mama, hoe dùrft u? ’t Was u verboden![162]Mevr. v. Walden(glimlachend).M’n krant had ’k uit en toen méénde ik jouw stem te hooren.…Hope.Mevrouw, u moet dadelijk, dadelijk weer.…Dolf.Hoe kunt u dat doen?(Omhelst haar).Ongehoorzaam moedertje! Ik blijf hier zóolang u me houden wil—maar u gaat naar uw kamer.Mevr. v. Walden(Hope afwerend).Nee kind—vijf minuten—op de klok af vijf—dan mag je desnoods met geweld.…Hope.Mevrouw.…Mevr. v. Walden.Spreek ’k óóit onwaarheid, Hope? Ik ben beter—de aanval is voorbij. Dat voel ’k zelf ’t beste.… En—nee, ik neem den stoel bij ’t balkon—even de zee hooren—dank je!—en wou ik zeggen, als ’t ergste nièt voorbij is, dan wil ’k van ’t gevoel van opluchting profiteeren, om ’n oogenblikje, één oogenblikje met jou, jongen, te praten.…Hope.Praten doet u vooral niet.…Dolf.Beslist niet.Mevr. v. Walden.Goed kinderen … ’k Zal matig zijn. Doe de deur achter me toe, Hope—’t trekt ’n beetje—’t raam in de slaapkamer staat open.Hope.Dan doe ’k ’t dicht.(af).Mevr. v. Walden.Dolf, beste jongen: dat meisje is meer dan ’n engel—dat meisje is ’n vrouw zooals[163]God ’r weinig geschapen heeft … Ik heb geluisterd. Ik weet dat ze—dat jij ’r ongelukkig maakt—dat ze …(Hope treedt binnen).… Ik zei, Hope, dat ik de Stichting … Je mag vannacht niet opblijven, kind—onder geen omstandigheden—twee heele nachten heeft ze gewaakt, Dolf.… En jij—heb ik je in de jacht gestoord?…Dolf.Nee. Nee. ’k Wou vandaag hier in de buurt …—toen hoorde ’k toevallig dat u in ’t zelfde hotel.…Mevr. v. Walden(glimlachend).Ja. Jawel. Mag ik ’t niet weten dat je gewaarschuwd ben? Ik ben niet bang voor den dood.…Dolf.Nou mama! Op uw honderdsten jaardag zullen we over dood beginnen te.…Mevr. v. Walden.…Nee jongen—je hoeft ’r niet over heen te praten. Hope weet hoe ’k ’r over denk. ’t Leven is ’n reis—’n reis—Wie heengaat komt wat vroeger aan. En die reis maken we allen, is ’t niet?.… Hoe komt ’t dat ’k je zoo lang niet gezien heb?.…Dolf(glimlachend).Drukte. Buitengewone drukte, mama.Mevr. v. Walden.Dat is ’n genot hier voor ’t raam. Ja—’n buitengewoon genot. Neem ’n stoel, Dolf—dicht bij me—nog dichter—dan kan ’k zacht blijven spreken. Jij ook, Hope, m’n goeie, beste Hope. Zoo is ’t goed. Zoo zit ’k of me niets kan gebeuren. Jammer dat Charles weg is gegaan. Heb jij[164]bezwaar tegen ’n legaat, ’n heel groot legaat, Dolf—laat me je hand houden—dat ik per testamentaire beschikking aan de Stichting … ’t Staat in m’n wil … maar van kracht is ’t niet, zei de notaris—als jullie.…Dolf(vroolijk).Alweer over dingen waarover we na dertig jaar zouen spreken.…Mevr. v. Walden.M’n jongen—gekscheer niet. Ik ben opgeschreven.…Hope.Nou mevrouw! Toe!Mevr. v. Walden.Op mijn leeftijd voel je precies—hoelang nog en(glimlachend)wanneer … Zul jij je niet verzetten?—Dolf?Dolf(luchtig).Ik geef permissie me te onterven! Daar!Mevr. v. Walden.’t Is ’n enorm bedrag.Dolf.Doe zooals u ’t zelf wil—’k vraag naar niets …Mevr. v. Walden.Ook niet waarom die Stichting me zóó na aan ’t hart ligt?Dolf.Mama—u heeft die liefhebberij—ik ’n àndere.Mevr. v. Walden.Liefhebberij? Nee—ik lieg niet—ik draag ’n schuld. Geef me ’n glas champagne, Hope. Ik ben toch ièts vermoeider dan ’k dacht.Hope.Nee mevrouw. Dan gaat u naar bed.Mevr. v. Walden.Geef me ’n glas, Hope—je zou ’r later spijt van hebben. Ik wil, wìl van m’n schuld[165]vertellen—voor ’t eerst—en voor ’t laatst, omdat je alles toch onder de papieren zal vinden.Dolf.Mamaatje—ga niet op die malligheid door! Als ù—ù—hahaha!—schuld heeft, nemen wij die graag over, niet waar, Hope?Hope.Natuurlijk, mevrouw—zulke gesprekken winden nutteloos op … Wil ik de deuren sluiten? ’k Geloof dat de wind begint op te steken.Mevr. v. Walden(glimlachend).Een glas—doe wat ’k vraag. Dank je(drinkt).’k Kan op die manier aan de drank raken. Luíster. Ik zeg ’t zonder opwinding, omdat ’k er overheen ben. ’n Halve eeuw jaagt de ergste gebeurtenissen uit je herinnering. Ik heb uit m’n eerste huwelijk.…Dolf.Eérste?… Wat zegt u?…Mevr. v. Walden.Niet in de rede vallen, jongen—uit m’n eerste huwelijk twee kinderen gehad—’n jongen en ’n meisje, was toen de vrouw van ’n—van ’n man waarvan ’k nièt hìeld, die me door m’n vader op was gedrongen—ik was negentien, zelf ’n kind. Toen gebeurde wat zoo dikwijls gebeurt—ik raakte op je vader verliefd—hij op mij—zoo verliefd—zoo verliefd—daar vecht je tegen—vecht je tegen, tot.… Met geweld wou m’n man me houen—hij dee leelijke díngen—laat ’k ’r over zwijgen. Ik liep weg. Het was uit. En ik hertrouwde.…Dolf.Mamaatje—al wat jij gedaan heb, gedaan kan[166]hebben, is goed en te begrijpen. Niet verder op doorgaan.Mevr. v. Walden.Nee jongen. Hiér begint m’n schuld. Ik had twee jonge kinderen verlaten—de jongen drie, ’t meisje twee. En dat màg niet. Dat is zoo wreed, zoo misdadig—schaapjes op dièn leeftijd, die op de móéder aan zijn gewezen. Nee—niet in de rede vallen! Niemand kan over zoo iets oordeelen. ’t Wordt ’n ding voor je geweten. Enkel voor je éigen geweten. M’n eerste man had ’t niet breed. Ze hebben armoe gekend—later. En nooit genegenheid, de stumpers. Als hij aan z’n werk was, werden ze door ’n meid verzorgd—vérzòrgd. Drie, viermaal heb ’k geprobeerd met gèld te helpen—wou-ie niet. ’k Wou ze voor mijn rekening ’n opvoeding geven—wou-ie niet. Toen ’k eens de reis had gemaakt, om ze te zien, werd ’k ziek zooals ze ’r verwaarloosd uitzagen—’t kleine lekkere meisje vooral—mijn dochtertje, als ’k ’t recht heb dat nu nog te zeggen. Op ’n dag—nee, maak je niet ongerust—’t is zoo dood en ver—is ’t ventje overreden—’n jaar later stierf ’t meisje—dat tengere, zwarte ding aan typhus—ongekookte melk. Dolf, m’n jongen—’k heb m’n plicht bij de grafjes mogen doen—m’n plicht … m’n plicht …Dolf.Zie geen spoken mama—plicht is ’n ding …Mevr. v. Walden …’n Ding, dat ik in die dagen als ’n last, ’n machtspreuk—over boord wierp—dat toch zoo’n genot, zoo’n rust geeft.…[167]Dolf.U zegt zelf: u wàs verliefd—èn, dat mogen wij vóor alles zeggen: voor òns was u.…Mevr. v. Walden.Niet doen. Mij hoef je onder geen omstandigheden te—te—overtuigen, te troosten. ’t Is zoo ver weg, zoo zonderling-ver, of ’k als ’n gestorvene over wat-begraven-is babbel. Na den dood van je papa en je broer, ben ’k wakker geworden, heb ’k geprobeerd aan andere kinderen te vergoeden, wat ’k naliet toen ’k nog niet dacht, nee niet dacht. Ja, Dolf, dat werd m’n liefhebberij, m’n „liefhebberij”.…Dolf.Excuseer, dat ’k dat woord gebruikte.… Mag ze nòg langer praten, Hope?Hope.Toe, mevrouw—wat luistert u slecht.…Mevr. v. Walden(glimlachend).Ik heb niet de geringste benauwdheid—en—en.… nu ’k den vogel, die zoo zelden op ’t nest is, even bij me heb—moet ’k nòg een, nòg één belofte.…Dolf.Mamaatje, ik geef je mijn eerewoord, dat ik èlk verlangen, zònder uitzondering, zal respecteeren—’t legaat en ook het andere dat je nog niet gezegd heb—handslag!Mevr. v. Walden.Je ben ’n beste jongen—en wij—ik—hou heel veel van je—maar die eene belofte moet, moet je nu, nú—je kan nooit weten hoe gauw ’t …Dolf.Afgesproken, mamaatje—ik doe ’t.…Mevr. v. Walden(hem de hand op den mond leggend).[168]Ssst! Sssst!.… Wij hebben sàmen iets leelijks gedaan, samen—jij en ik …Dolf.Hahaha!.… Goed.Mevr. v. Walden.Niet lachen—’t is heelemaal niet om te lachen. En als ’k ’t zeg, Hope, kind, met opzet in jouw tegenwoordigheid, is ’t met de opdracht dat je hem dag aan dag zal helpen onthouden als-ie lichtzinnig doet.…Dolf.Excellent! Hoor je dat, Hope? ’k Zal volgens de letter.…Hope.Ik wou liever—mevrouw.…Mevr. v. Walden.Niet tegenstribbelen, Hope, m’n allerbest kind.… Inachttien-honderd-negentig, Dolf, heb je—heb je veertien dagen(met moeilijken glimlach)gezeten.…Dolf(luchtig-vergenoegd).Ja mamaatje, daar staat me wat van bij.…Mevr. v. Walden.Je was met ’n meisje(beschaafd-aarzelend)—te ver gegaan—en de broer, die ’t zich aantrok—mishandelde je.…Dolf(vroolijk).Gretchen—Valentijn—Faust.…Mevr. v. Walden.Dolf! Dolf!… Heusch, we hebben iets léélijks gedaan in die dagen.… Zij was in—zie me niet zoo làchend aan, jongen!—zij was in—omstandigheden. Jij heb niet meer, nóóit meer naar ’r omgekeken.Dolf.Mamaatje!.… Laten we ’n tikje redelijk blijven..[169]Mevr. v. Walden.Dat bèn ’k.…Dolf.U heeft geen flauw begrip over wie, over wat u spreekt.…Mevr. v. Walden.Ik spreek over—over de moeder van—laten we zeggen: ’n kind.…Dolf.Slik ’t maar niet in! Ik kan ’n stootje velen, hahaha!… Och, och!… Twéé paar gefronste wenkbrauwen!… Nee zeg, laat me geen uur op ’t zondaarsbankje zitten, hahaha!… ’n Kluifje voor Hope.. Mamaatje: alle gekheid op ’n stokje—èn àls ’k ’t me goed herinner—ja, al kijken jullie als scherprechters!—àls ’k me goed herinner: ’k heb geen dagboek van m’n zonden aangelegd, hahaha!—die juffrouw, die me indirect belet heeft door te studeeren—jammer!—had—was … Is dàt ’t onderwerp voor ’n gesprek met jùllie—was ’n—(met lachend geweifel)’n dametje van licht.…Hope.’n Gevallen vrouw.Dolf.Dat kun je ook minder sòmber zeggen! Ze had al met meer dan een—nou flap ’k ’t ’r uit, omdat jullie me ’t vuur aan de schenen legt—met ’n paar dozijn gelééfd—toen ik aan de beurt kwam. Dat klinkt hard en ruw, mamaatje:ikmaak ’t leven niet. Op ’n dag beweerde ze, dat ’k vader—en de mogelijkheid wàs helaas niet buiten gesloten.… Drie, vier, vijf maanden later—leg me op de pijnbank—precies weet ik ’t niet!—had je de herrie met ’r zoogenaamden broer.… ’k Herhaal—om ’r ’n eind aan te maken—laten we[170]redelijk blijven—ik heb ’t mijne gedaan … heb behoorlijk gedokt—tot ze, gelukkig voor ons allen van de vlakte verdween.…Mevr. v. Walden.Dàt wist ’k allemaal. Maar ’t kind is geboren—’n meisje, Dolf.…Dolf(luchtig-verwonderd).Och kom!… Hoe weet ù dat?Mevr. v. Walden.Voor de geboorte heeft ze me—’n „dreigbrief” geschreven—nà de geboorte nòg een.…Dolf.En?.…Mevr. v. Walden.En.… En niets.… Inéén-en-negentigdacht ’k zoo alleen aan mezelf, was ’kzóó’negoïst—zoo bang voor de wereld, die m’n eerste huwelijk vergeten was—dat ’k ’r nièt antwoordde, geen letter. Je papa zond ’n honderd gulden in gesloten couvert. Den eenen brief heb ’k verscheurd—den anderen bewaard, om ’r—hoe láát ben ’k mènsch geworden!—om ’r politiezaken van te maken, als ze nog eens probeerde „af te dreigen”.… Verleden week bij ’t sorteeren van paperassen, vond ’k ’m.… En ’k kreeg ’r de tranen van in m’n oogen.… ’t Wàs ’t geluid van ’n moeder, die geen uitweg weet.… Je kunt ’m zelf lezen—hij ligt bij m’n laatsten wil—en die laatste wil is ook, vóóral ook, Dolf, dat je onderzoekt wat ’r van die vrouw is geworden, als ’t mij niet lukt..Dolf(luchtig).Ik ben ’r paf, paf, paf van—ù niet lukt …?[171]Mevr. v. Walden.’k Heb m’n chargé-d’affaires last gegeven informaties in te winnen—zoo discreet mogelijk.… Begrijp je, jongen, dat als ik toen wakker was geweest—ik—jij was misschien te jong voor verantwoordelijkheidsgevoel—dat ik jouw.… jouw.…Hope.Zijn dòchter.…Dolf.Merci voor ’t waarmerk!Mevr. v. Walden.Dat ik jouw dochter—ze kàn ’t geweest zijn—nóóit aan ’r lot zou overgelaten hebben?.… Geen glimlach, jongen.… Toe, toe, geen cynisme!(grijpt z’n hand opnieuw).… Doe de belofte, die ’k je vraag, dat je die vrouw en vooral dat kind—kind—hoe de tijd vliegt!—àls ze onder de lévenden is, moet ’t ’n meisje van zeventien, achttien zijn—dat je ’r zóó lang zal zoeken tot je ’r vindt.…Dolf.Kom, mamaatje—wat ’n excessieve.…Mevr. v.Walden(dringender).Je zal ’r me zóó gelukkig mee maken, jongen—ik pleit niet voor die vrouw—ik pleit niet tegen ’r—ik denk aan ’t kind.…Dolf.Wat is dat mamaatje? Tranen! Tranen?Hope.Mevrouw!Dolf(glimlachend).Daar—ik beloof ’t.Mevr. v. Walden.Glimlachend? Glimlachend?[172]Dolf.Als’k ’t maar belóóf, hé?…(zwak-spottend).’k Steek ’r m’n vingers bij op, dat ’k waarachtig moeite zal doen ’r te vinden. Hoe heet m’n.… vrouw ook weer?Mevr. v. Walden.Weet ’k niet. Sofie … Sofie …Dolf.Dat marcheert. Ik ken ’r enkel als Kreeftje! Kreeftje.…Mevr. v. Walden.Zul je dat kind als ’n dochter …?Dolf.Als ’k er ù—en m’n vriendin Hope—mee plezier.…Mevr. v. Walden.Zoo waar Gòd ons ziet?Dolf.Mamaatje—moet ’t zoo plechtig! ’t Wordt ’n geweldig stuivers-romannetje.…Mevr. v. Walden.Ikheb zoo’n spijt van m’n harteloosheid.Dolf.Geexalteerd moedertje: op één conditie herhaal ’k m’n belofte in vòlste ernst—als je weer een, twee, drie gaat rusten—we zullen Jan Linden niet onder de oogen durven komen.…Mevr. v. Walden(hem op ’t voorhoofd zoenend).Dank je—dank je, jongen. Al lijkt ’t je nog zoo overdreven—’t gaf me den heelen dag ’n gevoel van gejaagdheid, of ’k iets vergeten, iets vergeten had … Je arm, Hope—’k zal vannacht als ’n roos slapen.(bij de deur).Ontbijten we samen? Ja? Acht uur.… En vast afgesproken, Dolf?[173]Dolf(bij de deur).Vast.Mevr. v. Walden(reeds onzichtbaar).En zonder uitstel?… Van af morgen?Dolf(lachend).Van af morgen. M’n jachtkostuum kan ’k ’r voor aanhouden, hahaha! Dat zal ’n jacht met hindernissen worden. Mamaatje! Mamaatje!(sluit de portières).Binnen!

[Inhoud]Negende Tooneel.Hope, de vorigen.Dokter.Slaapt mevrouw?Hope.Nee, dokter.(tot Dolf)Goeien avond, meneer(hij buigt).Mevrouw wou meneer Charles graag éen oogenblik zien.… Is-ie weg gegaan?[147]Charles.Nee, nee, nee—present!(stapt van het balkon).Dokter.Hoe weet mevrouw dan?…Hope.Ze hoorde stemmen … Toen vroeg ze … En ik wist niet beter …Dokter.Nee, meneer Van Walden—vanavond niet …Hope.’k Zou ’t liever wel permiteeren, dokter—u kent mevrouw: als ’k ’r niet had tegen gehouden, was ze opgestaan …Dokter.Kom, kom, kom, kom!… Gekheid.Hope.Ze ligt de avondeditie te lezen—zóó opgemonterd als ze zich voelt … Waarom dan niet even bezoek?…Dolf.Natuurlijk—natuurlijk. We zullen ’t héel, héel kort maken, Jantje …Dokter.Geen sprake van—en nog wel twee tegelijk!… Op uw horloge ’n halve minuut, meneer Van Walden—en jij Dolf: morgen … Ik doe ’t met displeizier, en om depatiëntniet te contrarieeren.—Weinig praten en weinig láten praten, meneer!—En mag ik tegelijk afscheid nemen—ik kan niet langer blijven.Charles.Tot morgen dokter!(af met Hope in de slaapkamer).[Inhoud]Tiende Tooneel.Dokter, Dolf.Dolf.Ga je heusch?[148]Dokter.Me dunkt. ’n Dik kwartier verbabbeld. Zien we je?Dolf.Op handslag … Aardig die kleine Hope in ’r kostuum, hè?… Jammer dat ze zoo … Dat beroerde bij de tegenwoordige vrouwen, hè—’t haar als ’n kloosterzuster—de hoed zonder ’n veer—moet ’k met dierbare Snip over praten—heele besparing … Is jouw vrouw ’n vróúw—wat je noemt ’n vróúw—of is ze ook zoo’n verschijnsel met aangewaaide ideeën—type eenvoud?Dokter.Dolf—je krijgt me niet meer an ’t babbelen!… Kom je overtuigen, hahaha!… Tot ziens. Je hoeft me niet uit te laten. Denk ’r an: jij mag pas morgen op bezoek gaan. Rust, rust.Dolf(in de deur).Zeg Jantje …Dokter.Ja?…Dolf.Ben je nog altijd zoo’n liefhebber van schaken?… Je gaf me ’n raadsheer of ’n kasteel voor, herinner je je?Dokter.Ja, ja.Dolf.Spelen we morgen ’n partij?Dokter.Uitstekend. Bij mij thuis?Dolf.Goed. Morgenavond. ’t Zal me ’n genoegen zijn met je vrouw kennis te maken. Jij ben ’n beste kerel.Dokter.Adieu. Adieu.[149][Inhoud]Elfde Tooneel.Dolf, Charles, Hope.Dolf(kijkt het boek van Hope in, leest ’n moment, glimlacht, bladert verder, houdt ’n bundeltje gedroogde viooltjes tusschen de vingers, zit in nadenken, klapt het boek vroolijk dicht, schenkt zich een glas champagne in, drinkt dat snel leeg, herneemt het boek, bekijkt nog eens aandachtiger de gedroogde viooltjes, schrikt, sluit het boek, wacht tot Hope de deuren dichtgeschoven heeft).Nou? Hoe vond jemama?Charles.Dezelfde van vroeger.—Als ze morgen zoo is, reis ik weer rustig af.Dolf.Je zegt dat of ’r iets voorgevallen is—Zoek je wat Hope—juffrouw Hope?—Daar ligt ’t.…(overhandigt haar het verlegde boek).Hope.Dank u.(zet zich in den leunstoel voor ’t raam—leest met bedoeling).Dolf.Heb je iets, Charley, boy? Zeldzaam hoe jij zónder snor op die dominee-met-’t-wratje lijkt, hahaha!Hope.’n Beetje zachter, meneer—mevrouw zou gaan slapen. Dat lachen is te hooren …Dolf.Ik dacht dat jij zat te lezen … Nou Charley, hoe heb ’k ’t met je?… Ga je zoo gezellig heen?Charles(kalm).Grootmama sprak ’r van waar Hope bij was—ik hoef me dus voor Hope niet in acht te nemen—’r hindert me inderdaad wat!(tot Hope, die naar haar kamer gaat).Je hoort toch, dat ’k voor jóú geen geheimen heb …[150]Hope.Praat u liever zonder ’n vreemde ’r bij.…(af).Charles.In elk geval kan ’k nu vrijer m’n opinie zeggen.… Oom Dolf—hoe ù doen zal, weet ’k niet, maar ik zal me ’r deze keer beslist nièt bij neerleggen.…Dolf(droog).Money-matters?Charles.Geldzaken ja. Grootmama heeft de intentie de Stichting, die al zooveel nutteloos geld verslonden heeft—geld niet te berekenen!—’n enorm legaat te vermaken—En omdat dat wettelijk zonder uw en mijn toestemming niet kan, niet mag, vroeg ze me of ik ’r voorloopig belóven wou met ’n beschikking van dien aard genoegen te nemen.…Dolf.En?Charles.Ik heb ’r in deze situatie niet dadelijk willen weigeren—’r enkel gezegd dat de dokter veel praten verboden heeft, dat we morgenà tête reposée… niet waar—vindt u niet?Dolf.Ik vind dat verschuilen achter ’n doktersadvies niet bepaald recht door zee—nietstraight forward, Charley … Hoe groot zou dat door ons goed te keuren legaat moeten zijn?Charles.’n Rente van ’n halve ton per jaar—dat is schappelijk berekend ruim ’n miljoen.…Dolf.Tegen vijf procent—en die maak je niet op soliede manier.…Charles.Met wat ’r al in de historie zit, wordt ’n[151]fortuin, ’n fortuin, verkwist—Ik kom voor Ninette op—ik dènk ’r niet aan, dènk ’r niet aan—de excessen van grootmama, dat links en rechts „weldoen” met geld dat welbeschouwd ’t hare niet is …Dolf.Ho. Ho. Niet zoo galopeeren. ’n Beetje maat houden in je edele verontwaardiging, Charley.….Charles.Met genoegen, maar alsjeblief niet die hinderlijke toon, oom, of ’k nog de jongen van de kostschool ben …Dolf.Jij schiet vanavond met iets anders dan los kruit, neefje.…Charles.Des te beter. ’kHeblang genoeg over me láten beschikken.…Dolf(koel).Toch niet door mij, wel?Charles.Door u?… Och u …(verbitterd).U had andere zaken en bezigheden dan naar mij om te kijken.…Dolf.Ik zei je al, toen je me ’t portretje van Ninette liet zien, dat jij van nuances van hatelijkheid schijnt te houden.… Snip pleegt daar ook in den vroegen morgen specialiteit in te zijn.…Charles.Merci voor uw ernstigen toon, oom. Maar ik verzoek u er nota van te nemen dat ik weiger—in ronde woorden weiger.…Dolf.Ikheb je toch niets gevraagd? Wil je zoo ridderlijk zijn zelf ’t woord te voeren?[152]Charles.Dat zal ’k. En om onaangenaamheden te ontgaan, lijkt ’t me ’t beste ’t antwoord uit Trouville te schrijven.…Dolf.Jawel. Maar doe ’t aangeteekend. Dat is meer businesslike, zakelijker, verstandiger—brieven kunnen zoek raken.…Charles.’t Zal toch heusch tijd worden, oom, dat u minder ironisch met me omgaat.… Grootmama heeft me naar die ellendige kostschool gezonden—grootmama heeft ’n vrouw voor me uitgezocht—heeft ’t huwelijk bedisseld.…Dolf.Jij begint los te komen of je mishandeld ben geworden—of je vrouw ’n last voor je is.…Charles.Daar blief ’k mijn gedachten over te hebben. Ik zeg alleen, dat de grens bereikt is—ik laat niet disponeeren over.…Dolf.…Je erfdeel—ouwe, beminnelijke familie herrie, wanneer ’t zoover is.…(hard).Maar ’t is gelukkig nog niet zoover.… ’t Spijt me Charley, dat de eerste keer dat je eens prettig met me uitpraat—dat je gezicht ’n andere dan de bekende plooi heeft—dat je minder gereserveerd doet—dat je net die éérste keer zoo ongegeneerd van stapel loopt, terwijl ’t goeie, beste, onzelfzuchtige mensch, dat menig nachtje bij je opgezeten heeft, toen jij nog nièt ’t „goddelijk oordeel des onderscheids”, dat je nu bezit, had, mogelijk in ’r laatste uren ligt te becijferen, wat ze voor derden nog[153]doen kan.… Fidonc. Je ben ’n egoïst lid, om zoo onsmakelijk je zelfstandigheid op te vatten!Charles.Egoïsme schijnt ’n familietrek, oom … Ik heb u nooit minder getaxeerd …Au revoir. ’t Is beter ’t gesprek niet voort te zetten(bij de deur).Ik zal grootmama schrijven.Dolf.Aangeteekend, jongen!(loopt grimmig op en neer, schelt—klopt aan Hope’s deur).[Inhoud]Twaalfde Tooneel.Hope, Dolf, de Kelner.Hope.Heeft u me noodig, meneer?Dolf.Zou jij anders niet komen?Hope.Natuurlijk wel.Dolf.Hope—ik heb voor jou ’t grootste respect.Hope(pijnlijk).Jawel, meneer.Dolf.Waarom zeg je dat „jawel” met dat vervloekte „meneer” ’r bij—op de ouwe haatdragende manier?Hope.Ik ben niet haatdragend.Dolf.Kom nou—op m’n eerewoord.…Hope.Doeu me één genoegen—en maak niet zoo’n misbruik van eerewoorden … Eer is zoo’n bijzonder ding voor ’n vróúw …Dolf.Door ’n man zou ’k me zoo iets niet laten …[154]En in jouw mond klinkt ’t leuk … Jij heb ’n methode(met nadruk)… Hope—ik vraag je zoo echt en zoo welgemeend excuus voor m’n gemeenheid van dien avond!—Ik heb geen bedoeling, geen bijbedoeling—’k voel enkel de behoefte je met genegenheid, met eerlijke vriendschap, de hand te drukken … Wees niet stijfhoofdig …Hope.Nee, meneer!(weigert de hand. Geklop)Binnen. Wat is ’r?Kelner.Vous avez sonné …?Dolf.Breng jij ’ns vlug ’n biefstuk of ’n chateaubriand of ’n entrecote—met pommes frites—(tot Hope).Màg ’t hier?Hope.’rIsgedekt.Dolf.En wat groenten …Kelner.Pointes d’asperges?… Epinards?Dolf.Pointes d’asperges.Kelner.Et après …Dolf.Niemendal. Verdwijn! ’k Val flauw.(Kelner af).Hope, schenk je vergiffenis?… ’t Heeft me zoo gefrappeerd dat jij weer bij mama terug ben, dat jij me—me—seinde—jij … na m’n onhebbelijke, lage, laffe, liederlijke—meer adjectieven zul je wel niet verlangen!—behandeling, dat ik goed met je móét worden … Die bloemen zijn voor jou …Hope.Dank u—zal ik nièt accepteeren.[155]Dolf(glimlachend).’n Páár kun je ’r drogen zooals die in je verzenboek …Hope(schrikkend).Begrijp u niet …Dolf.De derde keer! Nièmand begrijpt me vandaag! Race van onbegrepen naturen! De boschviooltjes die ’k dien fameuzen Zondag—die ’k zóó dicht bij ’t water greep, dat jij m’n hand moest vasthouen—liggen die niét in dat buitengewoon boek gedroogd?Hope.Dat boek heb ’k geleend—die bloemen interesseeren me niet!(laat ze er uit vallen—wil naar haar kamer terug).Dolf.Dus—géén wapenstilstand?…Hope.Als ’r geen oorlog is, hoeft ’r niet over wapenstilstand gesproken te worden.…(nieuw gebaar naar de kamer).Dolf.Ik had dien nacht wat te veel champie …Hope.Hoe langer u ’r op doorgaat—hoe onkiescher ’t vooral voor mij is—voelt u dat niet?.…Dolf.Eén woord van je, Hope.…Hope(bitter).Vanmorgen, terwijl ’k me aankleedde, had de kelner, die straks hier was, de impertinentie binnen te komen—zonder kloppen—ik stond in m’n onderlijfje.…Dolf.Goed dat je ’t zegt.… De kwajongen!…Hope.Dien avond—toen u te veel „champie”—[156]nee, nu zàl ik ’t zeggen—toen u te veel gedronken had, dee u èrger.… Als ’k niet geschreeuwd en gegild had—als er geen dienstboden bóven hadden geslapen—zou u.…(smartelijk).… Terwijl u wist hoeveel ik tóén—tóén—lach niet: dat’s uit, ùit—hoeveel ’k tóén van u hield …(met bedwongen tranen).… Dien heelen nacht heb ik liggen huilen, dacht ’k die beleediging—dat ’n vrouw zóó schandelijk in ’r bed te overvallen—dat ’n vrouw als ’n dier willen behandelen—had ìk reden gegeven?—ooìt?—niet te boven te zullen komen.… U had geen respect voor ’t dak van uw mama, die meer dan ’n engel voor me was—geen consideratìe voor m’n herinneringen, geen ontzag voor de beste, liefste dingen van ’n meisje, dat in de droomen van ’r kamer zoo laag, zoo ontuchtig opgeschrikt wordt!Dolf.Ik wàs toen ’n bruut, Hope—had je den volgenden morgen—daar: op m’n knieën excuus willen vragen!—jij was geëclipseerd.…Hope.Natuurlijk.…Dolf.En m’n brief van vier—zès zijdjes, ’n vol uur werk!—bleef beantwoord.…Hope.Natuurlijk.…Dolf.Wat kon ’k meer doen?… En summa summarum, Hope-lief, àls ’k ’t zeggen mag—dat lijkt nu nog alles ’n tragedie—’n half Sabijnsche maagderoof—’n …(posteert zich voor haar deur).Nee, je gaat ’r niet vandoor!…[157]Hope.Dat zal van uw toon afhangen.…Dolf.’k Heb nu maar één glas gedronken, Hope—en mama ligt daar, Hope—en wànneer ’k ’n Blauwbaard ben, Hope, ben ’k toch ook nog ’n beetje gentleman, waarachtig ’n beetje—een, die fair genoeg is zich te schamen over ’n laagheid … Ga je nu weer dáár zitten?… Spelen we verstoppertje …?…(zet zich over haar).Enkel twee vragen.… Klopt ’r niets, niets meer voor me onder dat charmante verpleegsterskostuum, dat je prachtig staat?Hope.Meneer, ik ben in geen stemming.……Dolf.Ik wel.… Tweede vraag—en sérieus, Hope—zoo sérieus als ’t bij ’n bed, dat ’n sterfbed had kunnen zijn, mogelijk is!—zeg jij jà, wanneer ’k je … wanneer ik je … wanneer ik je.… Dat is driemaal.… Hahaha!… ’k Zit te hakkelen, als ’n jongen van de Burgerschool.… Dat komt, omdat de knot van je haar me geweldig biologeert.… Kun je je nu niet zoo’n heel klein tikje naar me toedraaien?… Hope!… Moet ’k alleen je haarknot en ’n schattig stukje oorlel zien—als ik je vriendelijk verzoek meelij met ’n ouwen doordraaier te hebben, door ’m te tróúwen.…Hope(opstaand).Foei!Dolf.Foei?… Is de vraag zoo misdadig?Hope.Als ’k die schandelijke inval in m’n kamer,[158]dat twee, driemaal met geweld ’n omhelzing opdringen.…Dolf.Wat heb je ze wanhopig-precies geteld.…Hope.Als ’k dat zou kúnnen vergeten—zou de nieuwe grofheid.…Dolf.Nièuwe grofheid?.…Hope(scherp).’t Vereerend aanzoek, terwijl we u seinden bij de dame—de dame—waarmee ’k diep meelijden voel.…Dolf.Meelij met de brave Snip?… Sta jij nog zóo groen tegenover ’t leven, dat je me voor ’n hartebreker bij ’n vrouw, die ’r liaisons als ’n záák behandelt, aanziet?Hope.Doet ù ’t anders? Als zij geld aan-neemt—is ù ’t toch, die ’t gééft? ’n Vrouw, die ’r hand ophoudt is meelij waard.…Dolf.Hahaha, ’n wel duur handje!Hope.De man, die betaalt, kóópt—daar.…Dolf.Die vin jij ’n schavuit.…Hope(rustig).… Erger.Dolf.Merci. Bijzonder dankbaar. Maar wanneer ik zoo’n climax van schelmerij ben—één lachje, Hope, en ’k krijg de delikaatste kuiltjes in ’n paar niet te beschrijven wangen te zien … nee?…—wanneer ik ’n ongewoon specimen van verdorvenheid lijk—[159]op ’t punt in de armen der Snippen en Snipjens onder te gaan, brrr!, steek jij me dan ’n stroohalm toe.… Daar heeft de ellendigste drenkeling recht op.…Hope(de schouders ophalend).Och, u heeft geld genoeg ’n beter houvast te betálen.Dolf.Jij praat met de rancune van ’n ouwe vrijster! Hoe leelijker ’n vrouw is—hoe sekuurder ze zitten blijft—hoe ongezoutener ze tegen beulen als ik tekeer gaat. Maar jij: waarom doe jij zoo zwaar-op-de-hand zoo als ’n christelijk grootmoedertje, zoo.…Hope.…Dat is ’n puzzle, meneer.Dolf.…Iets voorwereldlijks.…Hope(bitter).… En vervelends.…Dolf(glimlachend).De nonnekap zou je nog meer flatteeren.…Hope.’t Jachtcostuum flatteert u—ieder z’n keus niet waar?Dolf.Alweer merci!—Hoe edeler ’t wild—hoe prikkelender de tegenstand—Kom nou, Hope.… Die maanden en maanden na de gebeurtenis, ben je niet uit m’n gedachten geweest—M’n dolle streken waren voor negen tienden baloorigheid.… ik hóú van je. Ik kan—zoo waarachtig als ik geloof te leven—ik kàn niet buiten je.… Zoo groot is geen minachting.…Hope(stil).… M’n moeder is verleid, als meisje[160]van achttien—heeft zich van kant willen maken, toen hij, zoo een als u, ’r verliet—met ’n fooi voor ’t kind dat nog geboren moest worden—met ’n fooi—met ’n fooi. Ik heb ’r nooit gekend, heb ’r niet zooveel duizend maal kunnen danken, als ze duizend maal tranen gehuild moet hebben.… Voor m’n vader—vader!—voel ’k de diepste, diepste verachting.… En geen mogelijkheid, om ’m ’r iets van te zeggen—’k weet z’n naam niet—(wraakzuchtig)—tot m’n spijt—tot m’n innigste spijt! Nou kan u nagaan hoe ’k over u denk.Dolf.Dien dag van de boschviooltjes dacht je toch minder puriteinsch—ik heb m’n doen en laten nooit onder leugentjes gemaskeerd.…Hope.Dien dag ja.… Dien dag hóópte ’k, droomde ’k … dat u voor—voor invloed vatbaar was—en ’k moest me in m’n eigen kamer—’s nàchts.. verdedigen.… ’n Week later had u ’n nieuwe liaison …(opstaand).Dat is nu zeker de laatste maal, meneer, dat we over ons „verleden” spreken. Over ’n paar dagen, wanneer mevrouw vervoerd mag worden, ben ik weer in de Stichting—u in de „wereld”.… Laten we het mekaar niet lastig maken. Ik heb geen lust u de les te lezen—u nòg minder genoegen zoo’n weinig mondain discours op te houden.Dolf.’k Was juist van plan ’t in meer mondaine paadjes te leiden.… Dus àlles tusschen ons uit?Hope.Gesteld dat ’r iets bestaan heeft—dan ìs ’t uit.[161]Dolf.Hahaha!… Je ben om te stelen, Hope!… Ik heb nog nooit m’n schavuite-hoofd gestooten—en jij, jij.…Hope.… En ik?…Dolf(met hartstocht)… Jij wil niet beter dan dat ik je weerbarstige handjes met geweld in de mijne neem, dat ik mijn lippen op de jouwe …Hope.…Liever zou ik me.…Dolf.…Zou je je.… Praat uit!Hope(heftig).Ik heb geen achting voor u!Dolf.Ik voor jou dubbel.Hope.’n Man waartegen ik niet opzie.…Dolf.Hoeft niet. Je hóúdt, hóúdt, hóúdt van me, Hope—je wil je zelf en mij wat wijsmaken.…Hope(heftig).Wijsmaken?… Wijsmaken, waar ’k geen grein eerbied …(schrikt).Daar klopt iemand. Straks heeft de kelner staan luisteren.…[Inhoud]Dertiende Tooneel.De vorigen, Mevr. van Walden.Mevr. v. Walden.Nee ik.Hope.Ben u opgestaan? De dokter.…Dolf.Mama, hoe dùrft u? ’t Was u verboden![162]Mevr. v. Walden(glimlachend).M’n krant had ’k uit en toen méénde ik jouw stem te hooren.…Hope.Mevrouw, u moet dadelijk, dadelijk weer.…Dolf.Hoe kunt u dat doen?(Omhelst haar).Ongehoorzaam moedertje! Ik blijf hier zóolang u me houden wil—maar u gaat naar uw kamer.Mevr. v. Walden(Hope afwerend).Nee kind—vijf minuten—op de klok af vijf—dan mag je desnoods met geweld.…Hope.Mevrouw.…Mevr. v. Walden.Spreek ’k óóit onwaarheid, Hope? Ik ben beter—de aanval is voorbij. Dat voel ’k zelf ’t beste.… En—nee, ik neem den stoel bij ’t balkon—even de zee hooren—dank je!—en wou ik zeggen, als ’t ergste nièt voorbij is, dan wil ’k van ’t gevoel van opluchting profiteeren, om ’n oogenblikje, één oogenblikje met jou, jongen, te praten.…Hope.Praten doet u vooral niet.…Dolf.Beslist niet.Mevr. v. Walden.Goed kinderen … ’k Zal matig zijn. Doe de deur achter me toe, Hope—’t trekt ’n beetje—’t raam in de slaapkamer staat open.Hope.Dan doe ’k ’t dicht.(af).Mevr. v. Walden.Dolf, beste jongen: dat meisje is meer dan ’n engel—dat meisje is ’n vrouw zooals[163]God ’r weinig geschapen heeft … Ik heb geluisterd. Ik weet dat ze—dat jij ’r ongelukkig maakt—dat ze …(Hope treedt binnen).… Ik zei, Hope, dat ik de Stichting … Je mag vannacht niet opblijven, kind—onder geen omstandigheden—twee heele nachten heeft ze gewaakt, Dolf.… En jij—heb ik je in de jacht gestoord?…Dolf.Nee. Nee. ’k Wou vandaag hier in de buurt …—toen hoorde ’k toevallig dat u in ’t zelfde hotel.…Mevr. v. Walden(glimlachend).Ja. Jawel. Mag ik ’t niet weten dat je gewaarschuwd ben? Ik ben niet bang voor den dood.…Dolf.Nou mama! Op uw honderdsten jaardag zullen we over dood beginnen te.…Mevr. v. Walden.…Nee jongen—je hoeft ’r niet over heen te praten. Hope weet hoe ’k ’r over denk. ’t Leven is ’n reis—’n reis—Wie heengaat komt wat vroeger aan. En die reis maken we allen, is ’t niet?.… Hoe komt ’t dat ’k je zoo lang niet gezien heb?.…Dolf(glimlachend).Drukte. Buitengewone drukte, mama.Mevr. v. Walden.Dat is ’n genot hier voor ’t raam. Ja—’n buitengewoon genot. Neem ’n stoel, Dolf—dicht bij me—nog dichter—dan kan ’k zacht blijven spreken. Jij ook, Hope, m’n goeie, beste Hope. Zoo is ’t goed. Zoo zit ’k of me niets kan gebeuren. Jammer dat Charles weg is gegaan. Heb jij[164]bezwaar tegen ’n legaat, ’n heel groot legaat, Dolf—laat me je hand houden—dat ik per testamentaire beschikking aan de Stichting … ’t Staat in m’n wil … maar van kracht is ’t niet, zei de notaris—als jullie.…Dolf(vroolijk).Alweer over dingen waarover we na dertig jaar zouen spreken.…Mevr. v. Walden.M’n jongen—gekscheer niet. Ik ben opgeschreven.…Hope.Nou mevrouw! Toe!Mevr. v. Walden.Op mijn leeftijd voel je precies—hoelang nog en(glimlachend)wanneer … Zul jij je niet verzetten?—Dolf?Dolf(luchtig).Ik geef permissie me te onterven! Daar!Mevr. v. Walden.’t Is ’n enorm bedrag.Dolf.Doe zooals u ’t zelf wil—’k vraag naar niets …Mevr. v. Walden.Ook niet waarom die Stichting me zóó na aan ’t hart ligt?Dolf.Mama—u heeft die liefhebberij—ik ’n àndere.Mevr. v. Walden.Liefhebberij? Nee—ik lieg niet—ik draag ’n schuld. Geef me ’n glas champagne, Hope. Ik ben toch ièts vermoeider dan ’k dacht.Hope.Nee mevrouw. Dan gaat u naar bed.Mevr. v. Walden.Geef me ’n glas, Hope—je zou ’r later spijt van hebben. Ik wil, wìl van m’n schuld[165]vertellen—voor ’t eerst—en voor ’t laatst, omdat je alles toch onder de papieren zal vinden.Dolf.Mamaatje—ga niet op die malligheid door! Als ù—ù—hahaha!—schuld heeft, nemen wij die graag over, niet waar, Hope?Hope.Natuurlijk, mevrouw—zulke gesprekken winden nutteloos op … Wil ik de deuren sluiten? ’k Geloof dat de wind begint op te steken.Mevr. v. Walden(glimlachend).Een glas—doe wat ’k vraag. Dank je(drinkt).’k Kan op die manier aan de drank raken. Luíster. Ik zeg ’t zonder opwinding, omdat ’k er overheen ben. ’n Halve eeuw jaagt de ergste gebeurtenissen uit je herinnering. Ik heb uit m’n eerste huwelijk.…Dolf.Eérste?… Wat zegt u?…Mevr. v. Walden.Niet in de rede vallen, jongen—uit m’n eerste huwelijk twee kinderen gehad—’n jongen en ’n meisje, was toen de vrouw van ’n—van ’n man waarvan ’k nièt hìeld, die me door m’n vader op was gedrongen—ik was negentien, zelf ’n kind. Toen gebeurde wat zoo dikwijls gebeurt—ik raakte op je vader verliefd—hij op mij—zoo verliefd—zoo verliefd—daar vecht je tegen—vecht je tegen, tot.… Met geweld wou m’n man me houen—hij dee leelijke díngen—laat ’k ’r over zwijgen. Ik liep weg. Het was uit. En ik hertrouwde.…Dolf.Mamaatje—al wat jij gedaan heb, gedaan kan[166]hebben, is goed en te begrijpen. Niet verder op doorgaan.Mevr. v. Walden.Nee jongen. Hiér begint m’n schuld. Ik had twee jonge kinderen verlaten—de jongen drie, ’t meisje twee. En dat màg niet. Dat is zoo wreed, zoo misdadig—schaapjes op dièn leeftijd, die op de móéder aan zijn gewezen. Nee—niet in de rede vallen! Niemand kan over zoo iets oordeelen. ’t Wordt ’n ding voor je geweten. Enkel voor je éigen geweten. M’n eerste man had ’t niet breed. Ze hebben armoe gekend—later. En nooit genegenheid, de stumpers. Als hij aan z’n werk was, werden ze door ’n meid verzorgd—vérzòrgd. Drie, viermaal heb ’k geprobeerd met gèld te helpen—wou-ie niet. ’k Wou ze voor mijn rekening ’n opvoeding geven—wou-ie niet. Toen ’k eens de reis had gemaakt, om ze te zien, werd ’k ziek zooals ze ’r verwaarloosd uitzagen—’t kleine lekkere meisje vooral—mijn dochtertje, als ’k ’t recht heb dat nu nog te zeggen. Op ’n dag—nee, maak je niet ongerust—’t is zoo dood en ver—is ’t ventje overreden—’n jaar later stierf ’t meisje—dat tengere, zwarte ding aan typhus—ongekookte melk. Dolf, m’n jongen—’k heb m’n plicht bij de grafjes mogen doen—m’n plicht … m’n plicht …Dolf.Zie geen spoken mama—plicht is ’n ding …Mevr. v. Walden …’n Ding, dat ik in die dagen als ’n last, ’n machtspreuk—over boord wierp—dat toch zoo’n genot, zoo’n rust geeft.…[167]Dolf.U zegt zelf: u wàs verliefd—èn, dat mogen wij vóor alles zeggen: voor òns was u.…Mevr. v. Walden.Niet doen. Mij hoef je onder geen omstandigheden te—te—overtuigen, te troosten. ’t Is zoo ver weg, zoo zonderling-ver, of ’k als ’n gestorvene over wat-begraven-is babbel. Na den dood van je papa en je broer, ben ’k wakker geworden, heb ’k geprobeerd aan andere kinderen te vergoeden, wat ’k naliet toen ’k nog niet dacht, nee niet dacht. Ja, Dolf, dat werd m’n liefhebberij, m’n „liefhebberij”.…Dolf.Excuseer, dat ’k dat woord gebruikte.… Mag ze nòg langer praten, Hope?Hope.Toe, mevrouw—wat luistert u slecht.…Mevr. v. Walden(glimlachend).Ik heb niet de geringste benauwdheid—en—en.… nu ’k den vogel, die zoo zelden op ’t nest is, even bij me heb—moet ’k nòg een, nòg één belofte.…Dolf.Mamaatje, ik geef je mijn eerewoord, dat ik èlk verlangen, zònder uitzondering, zal respecteeren—’t legaat en ook het andere dat je nog niet gezegd heb—handslag!Mevr. v. Walden.Je ben ’n beste jongen—en wij—ik—hou heel veel van je—maar die eene belofte moet, moet je nu, nú—je kan nooit weten hoe gauw ’t …Dolf.Afgesproken, mamaatje—ik doe ’t.…Mevr. v. Walden(hem de hand op den mond leggend).[168]Ssst! Sssst!.… Wij hebben sàmen iets leelijks gedaan, samen—jij en ik …Dolf.Hahaha!.… Goed.Mevr. v. Walden.Niet lachen—’t is heelemaal niet om te lachen. En als ’k ’t zeg, Hope, kind, met opzet in jouw tegenwoordigheid, is ’t met de opdracht dat je hem dag aan dag zal helpen onthouden als-ie lichtzinnig doet.…Dolf.Excellent! Hoor je dat, Hope? ’k Zal volgens de letter.…Hope.Ik wou liever—mevrouw.…Mevr. v. Walden.Niet tegenstribbelen, Hope, m’n allerbest kind.… Inachttien-honderd-negentig, Dolf, heb je—heb je veertien dagen(met moeilijken glimlach)gezeten.…Dolf(luchtig-vergenoegd).Ja mamaatje, daar staat me wat van bij.…Mevr. v. Walden.Je was met ’n meisje(beschaafd-aarzelend)—te ver gegaan—en de broer, die ’t zich aantrok—mishandelde je.…Dolf(vroolijk).Gretchen—Valentijn—Faust.…Mevr. v. Walden.Dolf! Dolf!… Heusch, we hebben iets léélijks gedaan in die dagen.… Zij was in—zie me niet zoo làchend aan, jongen!—zij was in—omstandigheden. Jij heb niet meer, nóóit meer naar ’r omgekeken.Dolf.Mamaatje!.… Laten we ’n tikje redelijk blijven..[169]Mevr. v. Walden.Dat bèn ’k.…Dolf.U heeft geen flauw begrip over wie, over wat u spreekt.…Mevr. v. Walden.Ik spreek over—over de moeder van—laten we zeggen: ’n kind.…Dolf.Slik ’t maar niet in! Ik kan ’n stootje velen, hahaha!… Och, och!… Twéé paar gefronste wenkbrauwen!… Nee zeg, laat me geen uur op ’t zondaarsbankje zitten, hahaha!… ’n Kluifje voor Hope.. Mamaatje: alle gekheid op ’n stokje—èn àls ’k ’t me goed herinner—ja, al kijken jullie als scherprechters!—àls ’k me goed herinner: ’k heb geen dagboek van m’n zonden aangelegd, hahaha!—die juffrouw, die me indirect belet heeft door te studeeren—jammer!—had—was … Is dàt ’t onderwerp voor ’n gesprek met jùllie—was ’n—(met lachend geweifel)’n dametje van licht.…Hope.’n Gevallen vrouw.Dolf.Dat kun je ook minder sòmber zeggen! Ze had al met meer dan een—nou flap ’k ’t ’r uit, omdat jullie me ’t vuur aan de schenen legt—met ’n paar dozijn gelééfd—toen ik aan de beurt kwam. Dat klinkt hard en ruw, mamaatje:ikmaak ’t leven niet. Op ’n dag beweerde ze, dat ’k vader—en de mogelijkheid wàs helaas niet buiten gesloten.… Drie, vier, vijf maanden later—leg me op de pijnbank—precies weet ik ’t niet!—had je de herrie met ’r zoogenaamden broer.… ’k Herhaal—om ’r ’n eind aan te maken—laten we[170]redelijk blijven—ik heb ’t mijne gedaan … heb behoorlijk gedokt—tot ze, gelukkig voor ons allen van de vlakte verdween.…Mevr. v. Walden.Dàt wist ’k allemaal. Maar ’t kind is geboren—’n meisje, Dolf.…Dolf(luchtig-verwonderd).Och kom!… Hoe weet ù dat?Mevr. v. Walden.Voor de geboorte heeft ze me—’n „dreigbrief” geschreven—nà de geboorte nòg een.…Dolf.En?.…Mevr. v. Walden.En.… En niets.… Inéén-en-negentigdacht ’k zoo alleen aan mezelf, was ’kzóó’negoïst—zoo bang voor de wereld, die m’n eerste huwelijk vergeten was—dat ’k ’r nièt antwoordde, geen letter. Je papa zond ’n honderd gulden in gesloten couvert. Den eenen brief heb ’k verscheurd—den anderen bewaard, om ’r—hoe láát ben ’k mènsch geworden!—om ’r politiezaken van te maken, als ze nog eens probeerde „af te dreigen”.… Verleden week bij ’t sorteeren van paperassen, vond ’k ’m.… En ’k kreeg ’r de tranen van in m’n oogen.… ’t Wàs ’t geluid van ’n moeder, die geen uitweg weet.… Je kunt ’m zelf lezen—hij ligt bij m’n laatsten wil—en die laatste wil is ook, vóóral ook, Dolf, dat je onderzoekt wat ’r van die vrouw is geworden, als ’t mij niet lukt..Dolf(luchtig).Ik ben ’r paf, paf, paf van—ù niet lukt …?[171]Mevr. v. Walden.’k Heb m’n chargé-d’affaires last gegeven informaties in te winnen—zoo discreet mogelijk.… Begrijp je, jongen, dat als ik toen wakker was geweest—ik—jij was misschien te jong voor verantwoordelijkheidsgevoel—dat ik jouw.… jouw.…Hope.Zijn dòchter.…Dolf.Merci voor ’t waarmerk!Mevr. v. Walden.Dat ik jouw dochter—ze kàn ’t geweest zijn—nóóit aan ’r lot zou overgelaten hebben?.… Geen glimlach, jongen.… Toe, toe, geen cynisme!(grijpt z’n hand opnieuw).… Doe de belofte, die ’k je vraag, dat je die vrouw en vooral dat kind—kind—hoe de tijd vliegt!—àls ze onder de lévenden is, moet ’t ’n meisje van zeventien, achttien zijn—dat je ’r zóó lang zal zoeken tot je ’r vindt.…Dolf.Kom, mamaatje—wat ’n excessieve.…Mevr. v.Walden(dringender).Je zal ’r me zóó gelukkig mee maken, jongen—ik pleit niet voor die vrouw—ik pleit niet tegen ’r—ik denk aan ’t kind.…Dolf.Wat is dat mamaatje? Tranen! Tranen?Hope.Mevrouw!Dolf(glimlachend).Daar—ik beloof ’t.Mevr. v. Walden.Glimlachend? Glimlachend?[172]Dolf.Als’k ’t maar belóóf, hé?…(zwak-spottend).’k Steek ’r m’n vingers bij op, dat ’k waarachtig moeite zal doen ’r te vinden. Hoe heet m’n.… vrouw ook weer?Mevr. v. Walden.Weet ’k niet. Sofie … Sofie …Dolf.Dat marcheert. Ik ken ’r enkel als Kreeftje! Kreeftje.…Mevr. v. Walden.Zul je dat kind als ’n dochter …?Dolf.Als ’k er ù—en m’n vriendin Hope—mee plezier.…Mevr. v. Walden.Zoo waar Gòd ons ziet?Dolf.Mamaatje—moet ’t zoo plechtig! ’t Wordt ’n geweldig stuivers-romannetje.…Mevr. v. Walden.Ikheb zoo’n spijt van m’n harteloosheid.Dolf.Geexalteerd moedertje: op één conditie herhaal ’k m’n belofte in vòlste ernst—als je weer een, twee, drie gaat rusten—we zullen Jan Linden niet onder de oogen durven komen.…Mevr. v. Walden(hem op ’t voorhoofd zoenend).Dank je—dank je, jongen. Al lijkt ’t je nog zoo overdreven—’t gaf me den heelen dag ’n gevoel van gejaagdheid, of ’k iets vergeten, iets vergeten had … Je arm, Hope—’k zal vannacht als ’n roos slapen.(bij de deur).Ontbijten we samen? Ja? Acht uur.… En vast afgesproken, Dolf?[173]Dolf(bij de deur).Vast.Mevr. v. Walden(reeds onzichtbaar).En zonder uitstel?… Van af morgen?Dolf(lachend).Van af morgen. M’n jachtkostuum kan ’k ’r voor aanhouden, hahaha! Dat zal ’n jacht met hindernissen worden. Mamaatje! Mamaatje!(sluit de portières).Binnen!

[Inhoud]Negende Tooneel.Hope, de vorigen.Dokter.Slaapt mevrouw?Hope.Nee, dokter.(tot Dolf)Goeien avond, meneer(hij buigt).Mevrouw wou meneer Charles graag éen oogenblik zien.… Is-ie weg gegaan?[147]Charles.Nee, nee, nee—present!(stapt van het balkon).Dokter.Hoe weet mevrouw dan?…Hope.Ze hoorde stemmen … Toen vroeg ze … En ik wist niet beter …Dokter.Nee, meneer Van Walden—vanavond niet …Hope.’k Zou ’t liever wel permiteeren, dokter—u kent mevrouw: als ’k ’r niet had tegen gehouden, was ze opgestaan …Dokter.Kom, kom, kom, kom!… Gekheid.Hope.Ze ligt de avondeditie te lezen—zóó opgemonterd als ze zich voelt … Waarom dan niet even bezoek?…Dolf.Natuurlijk—natuurlijk. We zullen ’t héel, héel kort maken, Jantje …Dokter.Geen sprake van—en nog wel twee tegelijk!… Op uw horloge ’n halve minuut, meneer Van Walden—en jij Dolf: morgen … Ik doe ’t met displeizier, en om depatiëntniet te contrarieeren.—Weinig praten en weinig láten praten, meneer!—En mag ik tegelijk afscheid nemen—ik kan niet langer blijven.Charles.Tot morgen dokter!(af met Hope in de slaapkamer).[Inhoud]Tiende Tooneel.Dokter, Dolf.Dolf.Ga je heusch?[148]Dokter.Me dunkt. ’n Dik kwartier verbabbeld. Zien we je?Dolf.Op handslag … Aardig die kleine Hope in ’r kostuum, hè?… Jammer dat ze zoo … Dat beroerde bij de tegenwoordige vrouwen, hè—’t haar als ’n kloosterzuster—de hoed zonder ’n veer—moet ’k met dierbare Snip over praten—heele besparing … Is jouw vrouw ’n vróúw—wat je noemt ’n vróúw—of is ze ook zoo’n verschijnsel met aangewaaide ideeën—type eenvoud?Dokter.Dolf—je krijgt me niet meer an ’t babbelen!… Kom je overtuigen, hahaha!… Tot ziens. Je hoeft me niet uit te laten. Denk ’r an: jij mag pas morgen op bezoek gaan. Rust, rust.Dolf(in de deur).Zeg Jantje …Dokter.Ja?…Dolf.Ben je nog altijd zoo’n liefhebber van schaken?… Je gaf me ’n raadsheer of ’n kasteel voor, herinner je je?Dokter.Ja, ja.Dolf.Spelen we morgen ’n partij?Dokter.Uitstekend. Bij mij thuis?Dolf.Goed. Morgenavond. ’t Zal me ’n genoegen zijn met je vrouw kennis te maken. Jij ben ’n beste kerel.Dokter.Adieu. Adieu.[149][Inhoud]Elfde Tooneel.Dolf, Charles, Hope.Dolf(kijkt het boek van Hope in, leest ’n moment, glimlacht, bladert verder, houdt ’n bundeltje gedroogde viooltjes tusschen de vingers, zit in nadenken, klapt het boek vroolijk dicht, schenkt zich een glas champagne in, drinkt dat snel leeg, herneemt het boek, bekijkt nog eens aandachtiger de gedroogde viooltjes, schrikt, sluit het boek, wacht tot Hope de deuren dichtgeschoven heeft).Nou? Hoe vond jemama?Charles.Dezelfde van vroeger.—Als ze morgen zoo is, reis ik weer rustig af.Dolf.Je zegt dat of ’r iets voorgevallen is—Zoek je wat Hope—juffrouw Hope?—Daar ligt ’t.…(overhandigt haar het verlegde boek).Hope.Dank u.(zet zich in den leunstoel voor ’t raam—leest met bedoeling).Dolf.Heb je iets, Charley, boy? Zeldzaam hoe jij zónder snor op die dominee-met-’t-wratje lijkt, hahaha!Hope.’n Beetje zachter, meneer—mevrouw zou gaan slapen. Dat lachen is te hooren …Dolf.Ik dacht dat jij zat te lezen … Nou Charley, hoe heb ’k ’t met je?… Ga je zoo gezellig heen?Charles(kalm).Grootmama sprak ’r van waar Hope bij was—ik hoef me dus voor Hope niet in acht te nemen—’r hindert me inderdaad wat!(tot Hope, die naar haar kamer gaat).Je hoort toch, dat ’k voor jóú geen geheimen heb …[150]Hope.Praat u liever zonder ’n vreemde ’r bij.…(af).Charles.In elk geval kan ’k nu vrijer m’n opinie zeggen.… Oom Dolf—hoe ù doen zal, weet ’k niet, maar ik zal me ’r deze keer beslist nièt bij neerleggen.…Dolf(droog).Money-matters?Charles.Geldzaken ja. Grootmama heeft de intentie de Stichting, die al zooveel nutteloos geld verslonden heeft—geld niet te berekenen!—’n enorm legaat te vermaken—En omdat dat wettelijk zonder uw en mijn toestemming niet kan, niet mag, vroeg ze me of ik ’r voorloopig belóven wou met ’n beschikking van dien aard genoegen te nemen.…Dolf.En?Charles.Ik heb ’r in deze situatie niet dadelijk willen weigeren—’r enkel gezegd dat de dokter veel praten verboden heeft, dat we morgenà tête reposée… niet waar—vindt u niet?Dolf.Ik vind dat verschuilen achter ’n doktersadvies niet bepaald recht door zee—nietstraight forward, Charley … Hoe groot zou dat door ons goed te keuren legaat moeten zijn?Charles.’n Rente van ’n halve ton per jaar—dat is schappelijk berekend ruim ’n miljoen.…Dolf.Tegen vijf procent—en die maak je niet op soliede manier.…Charles.Met wat ’r al in de historie zit, wordt ’n[151]fortuin, ’n fortuin, verkwist—Ik kom voor Ninette op—ik dènk ’r niet aan, dènk ’r niet aan—de excessen van grootmama, dat links en rechts „weldoen” met geld dat welbeschouwd ’t hare niet is …Dolf.Ho. Ho. Niet zoo galopeeren. ’n Beetje maat houden in je edele verontwaardiging, Charley.….Charles.Met genoegen, maar alsjeblief niet die hinderlijke toon, oom, of ’k nog de jongen van de kostschool ben …Dolf.Jij schiet vanavond met iets anders dan los kruit, neefje.…Charles.Des te beter. ’kHeblang genoeg over me láten beschikken.…Dolf(koel).Toch niet door mij, wel?Charles.Door u?… Och u …(verbitterd).U had andere zaken en bezigheden dan naar mij om te kijken.…Dolf.Ik zei je al, toen je me ’t portretje van Ninette liet zien, dat jij van nuances van hatelijkheid schijnt te houden.… Snip pleegt daar ook in den vroegen morgen specialiteit in te zijn.…Charles.Merci voor uw ernstigen toon, oom. Maar ik verzoek u er nota van te nemen dat ik weiger—in ronde woorden weiger.…Dolf.Ikheb je toch niets gevraagd? Wil je zoo ridderlijk zijn zelf ’t woord te voeren?[152]Charles.Dat zal ’k. En om onaangenaamheden te ontgaan, lijkt ’t me ’t beste ’t antwoord uit Trouville te schrijven.…Dolf.Jawel. Maar doe ’t aangeteekend. Dat is meer businesslike, zakelijker, verstandiger—brieven kunnen zoek raken.…Charles.’t Zal toch heusch tijd worden, oom, dat u minder ironisch met me omgaat.… Grootmama heeft me naar die ellendige kostschool gezonden—grootmama heeft ’n vrouw voor me uitgezocht—heeft ’t huwelijk bedisseld.…Dolf.Jij begint los te komen of je mishandeld ben geworden—of je vrouw ’n last voor je is.…Charles.Daar blief ’k mijn gedachten over te hebben. Ik zeg alleen, dat de grens bereikt is—ik laat niet disponeeren over.…Dolf.…Je erfdeel—ouwe, beminnelijke familie herrie, wanneer ’t zoover is.…(hard).Maar ’t is gelukkig nog niet zoover.… ’t Spijt me Charley, dat de eerste keer dat je eens prettig met me uitpraat—dat je gezicht ’n andere dan de bekende plooi heeft—dat je minder gereserveerd doet—dat je net die éérste keer zoo ongegeneerd van stapel loopt, terwijl ’t goeie, beste, onzelfzuchtige mensch, dat menig nachtje bij je opgezeten heeft, toen jij nog nièt ’t „goddelijk oordeel des onderscheids”, dat je nu bezit, had, mogelijk in ’r laatste uren ligt te becijferen, wat ze voor derden nog[153]doen kan.… Fidonc. Je ben ’n egoïst lid, om zoo onsmakelijk je zelfstandigheid op te vatten!Charles.Egoïsme schijnt ’n familietrek, oom … Ik heb u nooit minder getaxeerd …Au revoir. ’t Is beter ’t gesprek niet voort te zetten(bij de deur).Ik zal grootmama schrijven.Dolf.Aangeteekend, jongen!(loopt grimmig op en neer, schelt—klopt aan Hope’s deur).[Inhoud]Twaalfde Tooneel.Hope, Dolf, de Kelner.Hope.Heeft u me noodig, meneer?Dolf.Zou jij anders niet komen?Hope.Natuurlijk wel.Dolf.Hope—ik heb voor jou ’t grootste respect.Hope(pijnlijk).Jawel, meneer.Dolf.Waarom zeg je dat „jawel” met dat vervloekte „meneer” ’r bij—op de ouwe haatdragende manier?Hope.Ik ben niet haatdragend.Dolf.Kom nou—op m’n eerewoord.…Hope.Doeu me één genoegen—en maak niet zoo’n misbruik van eerewoorden … Eer is zoo’n bijzonder ding voor ’n vróúw …Dolf.Door ’n man zou ’k me zoo iets niet laten …[154]En in jouw mond klinkt ’t leuk … Jij heb ’n methode(met nadruk)… Hope—ik vraag je zoo echt en zoo welgemeend excuus voor m’n gemeenheid van dien avond!—Ik heb geen bedoeling, geen bijbedoeling—’k voel enkel de behoefte je met genegenheid, met eerlijke vriendschap, de hand te drukken … Wees niet stijfhoofdig …Hope.Nee, meneer!(weigert de hand. Geklop)Binnen. Wat is ’r?Kelner.Vous avez sonné …?Dolf.Breng jij ’ns vlug ’n biefstuk of ’n chateaubriand of ’n entrecote—met pommes frites—(tot Hope).Màg ’t hier?Hope.’rIsgedekt.Dolf.En wat groenten …Kelner.Pointes d’asperges?… Epinards?Dolf.Pointes d’asperges.Kelner.Et après …Dolf.Niemendal. Verdwijn! ’k Val flauw.(Kelner af).Hope, schenk je vergiffenis?… ’t Heeft me zoo gefrappeerd dat jij weer bij mama terug ben, dat jij me—me—seinde—jij … na m’n onhebbelijke, lage, laffe, liederlijke—meer adjectieven zul je wel niet verlangen!—behandeling, dat ik goed met je móét worden … Die bloemen zijn voor jou …Hope.Dank u—zal ik nièt accepteeren.[155]Dolf(glimlachend).’n Páár kun je ’r drogen zooals die in je verzenboek …Hope(schrikkend).Begrijp u niet …Dolf.De derde keer! Nièmand begrijpt me vandaag! Race van onbegrepen naturen! De boschviooltjes die ’k dien fameuzen Zondag—die ’k zóó dicht bij ’t water greep, dat jij m’n hand moest vasthouen—liggen die niét in dat buitengewoon boek gedroogd?Hope.Dat boek heb ’k geleend—die bloemen interesseeren me niet!(laat ze er uit vallen—wil naar haar kamer terug).Dolf.Dus—géén wapenstilstand?…Hope.Als ’r geen oorlog is, hoeft ’r niet over wapenstilstand gesproken te worden.…(nieuw gebaar naar de kamer).Dolf.Ik had dien nacht wat te veel champie …Hope.Hoe langer u ’r op doorgaat—hoe onkiescher ’t vooral voor mij is—voelt u dat niet?.…Dolf.Eén woord van je, Hope.…Hope(bitter).Vanmorgen, terwijl ’k me aankleedde, had de kelner, die straks hier was, de impertinentie binnen te komen—zonder kloppen—ik stond in m’n onderlijfje.…Dolf.Goed dat je ’t zegt.… De kwajongen!…Hope.Dien avond—toen u te veel „champie”—[156]nee, nu zàl ik ’t zeggen—toen u te veel gedronken had, dee u èrger.… Als ’k niet geschreeuwd en gegild had—als er geen dienstboden bóven hadden geslapen—zou u.…(smartelijk).… Terwijl u wist hoeveel ik tóén—tóén—lach niet: dat’s uit, ùit—hoeveel ’k tóén van u hield …(met bedwongen tranen).… Dien heelen nacht heb ik liggen huilen, dacht ’k die beleediging—dat ’n vrouw zóó schandelijk in ’r bed te overvallen—dat ’n vrouw als ’n dier willen behandelen—had ìk reden gegeven?—ooìt?—niet te boven te zullen komen.… U had geen respect voor ’t dak van uw mama, die meer dan ’n engel voor me was—geen consideratìe voor m’n herinneringen, geen ontzag voor de beste, liefste dingen van ’n meisje, dat in de droomen van ’r kamer zoo laag, zoo ontuchtig opgeschrikt wordt!Dolf.Ik wàs toen ’n bruut, Hope—had je den volgenden morgen—daar: op m’n knieën excuus willen vragen!—jij was geëclipseerd.…Hope.Natuurlijk.…Dolf.En m’n brief van vier—zès zijdjes, ’n vol uur werk!—bleef beantwoord.…Hope.Natuurlijk.…Dolf.Wat kon ’k meer doen?… En summa summarum, Hope-lief, àls ’k ’t zeggen mag—dat lijkt nu nog alles ’n tragedie—’n half Sabijnsche maagderoof—’n …(posteert zich voor haar deur).Nee, je gaat ’r niet vandoor!…[157]Hope.Dat zal van uw toon afhangen.…Dolf.’k Heb nu maar één glas gedronken, Hope—en mama ligt daar, Hope—en wànneer ’k ’n Blauwbaard ben, Hope, ben ’k toch ook nog ’n beetje gentleman, waarachtig ’n beetje—een, die fair genoeg is zich te schamen over ’n laagheid … Ga je nu weer dáár zitten?… Spelen we verstoppertje …?…(zet zich over haar).Enkel twee vragen.… Klopt ’r niets, niets meer voor me onder dat charmante verpleegsterskostuum, dat je prachtig staat?Hope.Meneer, ik ben in geen stemming.……Dolf.Ik wel.… Tweede vraag—en sérieus, Hope—zoo sérieus als ’t bij ’n bed, dat ’n sterfbed had kunnen zijn, mogelijk is!—zeg jij jà, wanneer ’k je … wanneer ik je … wanneer ik je.… Dat is driemaal.… Hahaha!… ’k Zit te hakkelen, als ’n jongen van de Burgerschool.… Dat komt, omdat de knot van je haar me geweldig biologeert.… Kun je je nu niet zoo’n heel klein tikje naar me toedraaien?… Hope!… Moet ’k alleen je haarknot en ’n schattig stukje oorlel zien—als ik je vriendelijk verzoek meelij met ’n ouwen doordraaier te hebben, door ’m te tróúwen.…Hope(opstaand).Foei!Dolf.Foei?… Is de vraag zoo misdadig?Hope.Als ’k die schandelijke inval in m’n kamer,[158]dat twee, driemaal met geweld ’n omhelzing opdringen.…Dolf.Wat heb je ze wanhopig-precies geteld.…Hope.Als ’k dat zou kúnnen vergeten—zou de nieuwe grofheid.…Dolf.Nièuwe grofheid?.…Hope(scherp).’t Vereerend aanzoek, terwijl we u seinden bij de dame—de dame—waarmee ’k diep meelijden voel.…Dolf.Meelij met de brave Snip?… Sta jij nog zóo groen tegenover ’t leven, dat je me voor ’n hartebreker bij ’n vrouw, die ’r liaisons als ’n záák behandelt, aanziet?Hope.Doet ù ’t anders? Als zij geld aan-neemt—is ù ’t toch, die ’t gééft? ’n Vrouw, die ’r hand ophoudt is meelij waard.…Dolf.Hahaha, ’n wel duur handje!Hope.De man, die betaalt, kóópt—daar.…Dolf.Die vin jij ’n schavuit.…Hope(rustig).… Erger.Dolf.Merci. Bijzonder dankbaar. Maar wanneer ik zoo’n climax van schelmerij ben—één lachje, Hope, en ’k krijg de delikaatste kuiltjes in ’n paar niet te beschrijven wangen te zien … nee?…—wanneer ik ’n ongewoon specimen van verdorvenheid lijk—[159]op ’t punt in de armen der Snippen en Snipjens onder te gaan, brrr!, steek jij me dan ’n stroohalm toe.… Daar heeft de ellendigste drenkeling recht op.…Hope(de schouders ophalend).Och, u heeft geld genoeg ’n beter houvast te betálen.Dolf.Jij praat met de rancune van ’n ouwe vrijster! Hoe leelijker ’n vrouw is—hoe sekuurder ze zitten blijft—hoe ongezoutener ze tegen beulen als ik tekeer gaat. Maar jij: waarom doe jij zoo zwaar-op-de-hand zoo als ’n christelijk grootmoedertje, zoo.…Hope.…Dat is ’n puzzle, meneer.Dolf.…Iets voorwereldlijks.…Hope(bitter).… En vervelends.…Dolf(glimlachend).De nonnekap zou je nog meer flatteeren.…Hope.’t Jachtcostuum flatteert u—ieder z’n keus niet waar?Dolf.Alweer merci!—Hoe edeler ’t wild—hoe prikkelender de tegenstand—Kom nou, Hope.… Die maanden en maanden na de gebeurtenis, ben je niet uit m’n gedachten geweest—M’n dolle streken waren voor negen tienden baloorigheid.… ik hóú van je. Ik kan—zoo waarachtig als ik geloof te leven—ik kàn niet buiten je.… Zoo groot is geen minachting.…Hope(stil).… M’n moeder is verleid, als meisje[160]van achttien—heeft zich van kant willen maken, toen hij, zoo een als u, ’r verliet—met ’n fooi voor ’t kind dat nog geboren moest worden—met ’n fooi—met ’n fooi. Ik heb ’r nooit gekend, heb ’r niet zooveel duizend maal kunnen danken, als ze duizend maal tranen gehuild moet hebben.… Voor m’n vader—vader!—voel ’k de diepste, diepste verachting.… En geen mogelijkheid, om ’m ’r iets van te zeggen—’k weet z’n naam niet—(wraakzuchtig)—tot m’n spijt—tot m’n innigste spijt! Nou kan u nagaan hoe ’k over u denk.Dolf.Dien dag van de boschviooltjes dacht je toch minder puriteinsch—ik heb m’n doen en laten nooit onder leugentjes gemaskeerd.…Hope.Dien dag ja.… Dien dag hóópte ’k, droomde ’k … dat u voor—voor invloed vatbaar was—en ’k moest me in m’n eigen kamer—’s nàchts.. verdedigen.… ’n Week later had u ’n nieuwe liaison …(opstaand).Dat is nu zeker de laatste maal, meneer, dat we over ons „verleden” spreken. Over ’n paar dagen, wanneer mevrouw vervoerd mag worden, ben ik weer in de Stichting—u in de „wereld”.… Laten we het mekaar niet lastig maken. Ik heb geen lust u de les te lezen—u nòg minder genoegen zoo’n weinig mondain discours op te houden.Dolf.’k Was juist van plan ’t in meer mondaine paadjes te leiden.… Dus àlles tusschen ons uit?Hope.Gesteld dat ’r iets bestaan heeft—dan ìs ’t uit.[161]Dolf.Hahaha!… Je ben om te stelen, Hope!… Ik heb nog nooit m’n schavuite-hoofd gestooten—en jij, jij.…Hope.… En ik?…Dolf(met hartstocht)… Jij wil niet beter dan dat ik je weerbarstige handjes met geweld in de mijne neem, dat ik mijn lippen op de jouwe …Hope.…Liever zou ik me.…Dolf.…Zou je je.… Praat uit!Hope(heftig).Ik heb geen achting voor u!Dolf.Ik voor jou dubbel.Hope.’n Man waartegen ik niet opzie.…Dolf.Hoeft niet. Je hóúdt, hóúdt, hóúdt van me, Hope—je wil je zelf en mij wat wijsmaken.…Hope(heftig).Wijsmaken?… Wijsmaken, waar ’k geen grein eerbied …(schrikt).Daar klopt iemand. Straks heeft de kelner staan luisteren.…[Inhoud]Dertiende Tooneel.De vorigen, Mevr. van Walden.Mevr. v. Walden.Nee ik.Hope.Ben u opgestaan? De dokter.…Dolf.Mama, hoe dùrft u? ’t Was u verboden![162]Mevr. v. Walden(glimlachend).M’n krant had ’k uit en toen méénde ik jouw stem te hooren.…Hope.Mevrouw, u moet dadelijk, dadelijk weer.…Dolf.Hoe kunt u dat doen?(Omhelst haar).Ongehoorzaam moedertje! Ik blijf hier zóolang u me houden wil—maar u gaat naar uw kamer.Mevr. v. Walden(Hope afwerend).Nee kind—vijf minuten—op de klok af vijf—dan mag je desnoods met geweld.…Hope.Mevrouw.…Mevr. v. Walden.Spreek ’k óóit onwaarheid, Hope? Ik ben beter—de aanval is voorbij. Dat voel ’k zelf ’t beste.… En—nee, ik neem den stoel bij ’t balkon—even de zee hooren—dank je!—en wou ik zeggen, als ’t ergste nièt voorbij is, dan wil ’k van ’t gevoel van opluchting profiteeren, om ’n oogenblikje, één oogenblikje met jou, jongen, te praten.…Hope.Praten doet u vooral niet.…Dolf.Beslist niet.Mevr. v. Walden.Goed kinderen … ’k Zal matig zijn. Doe de deur achter me toe, Hope—’t trekt ’n beetje—’t raam in de slaapkamer staat open.Hope.Dan doe ’k ’t dicht.(af).Mevr. v. Walden.Dolf, beste jongen: dat meisje is meer dan ’n engel—dat meisje is ’n vrouw zooals[163]God ’r weinig geschapen heeft … Ik heb geluisterd. Ik weet dat ze—dat jij ’r ongelukkig maakt—dat ze …(Hope treedt binnen).… Ik zei, Hope, dat ik de Stichting … Je mag vannacht niet opblijven, kind—onder geen omstandigheden—twee heele nachten heeft ze gewaakt, Dolf.… En jij—heb ik je in de jacht gestoord?…Dolf.Nee. Nee. ’k Wou vandaag hier in de buurt …—toen hoorde ’k toevallig dat u in ’t zelfde hotel.…Mevr. v. Walden(glimlachend).Ja. Jawel. Mag ik ’t niet weten dat je gewaarschuwd ben? Ik ben niet bang voor den dood.…Dolf.Nou mama! Op uw honderdsten jaardag zullen we over dood beginnen te.…Mevr. v. Walden.…Nee jongen—je hoeft ’r niet over heen te praten. Hope weet hoe ’k ’r over denk. ’t Leven is ’n reis—’n reis—Wie heengaat komt wat vroeger aan. En die reis maken we allen, is ’t niet?.… Hoe komt ’t dat ’k je zoo lang niet gezien heb?.…Dolf(glimlachend).Drukte. Buitengewone drukte, mama.Mevr. v. Walden.Dat is ’n genot hier voor ’t raam. Ja—’n buitengewoon genot. Neem ’n stoel, Dolf—dicht bij me—nog dichter—dan kan ’k zacht blijven spreken. Jij ook, Hope, m’n goeie, beste Hope. Zoo is ’t goed. Zoo zit ’k of me niets kan gebeuren. Jammer dat Charles weg is gegaan. Heb jij[164]bezwaar tegen ’n legaat, ’n heel groot legaat, Dolf—laat me je hand houden—dat ik per testamentaire beschikking aan de Stichting … ’t Staat in m’n wil … maar van kracht is ’t niet, zei de notaris—als jullie.…Dolf(vroolijk).Alweer over dingen waarover we na dertig jaar zouen spreken.…Mevr. v. Walden.M’n jongen—gekscheer niet. Ik ben opgeschreven.…Hope.Nou mevrouw! Toe!Mevr. v. Walden.Op mijn leeftijd voel je precies—hoelang nog en(glimlachend)wanneer … Zul jij je niet verzetten?—Dolf?Dolf(luchtig).Ik geef permissie me te onterven! Daar!Mevr. v. Walden.’t Is ’n enorm bedrag.Dolf.Doe zooals u ’t zelf wil—’k vraag naar niets …Mevr. v. Walden.Ook niet waarom die Stichting me zóó na aan ’t hart ligt?Dolf.Mama—u heeft die liefhebberij—ik ’n àndere.Mevr. v. Walden.Liefhebberij? Nee—ik lieg niet—ik draag ’n schuld. Geef me ’n glas champagne, Hope. Ik ben toch ièts vermoeider dan ’k dacht.Hope.Nee mevrouw. Dan gaat u naar bed.Mevr. v. Walden.Geef me ’n glas, Hope—je zou ’r later spijt van hebben. Ik wil, wìl van m’n schuld[165]vertellen—voor ’t eerst—en voor ’t laatst, omdat je alles toch onder de papieren zal vinden.Dolf.Mamaatje—ga niet op die malligheid door! Als ù—ù—hahaha!—schuld heeft, nemen wij die graag over, niet waar, Hope?Hope.Natuurlijk, mevrouw—zulke gesprekken winden nutteloos op … Wil ik de deuren sluiten? ’k Geloof dat de wind begint op te steken.Mevr. v. Walden(glimlachend).Een glas—doe wat ’k vraag. Dank je(drinkt).’k Kan op die manier aan de drank raken. Luíster. Ik zeg ’t zonder opwinding, omdat ’k er overheen ben. ’n Halve eeuw jaagt de ergste gebeurtenissen uit je herinnering. Ik heb uit m’n eerste huwelijk.…Dolf.Eérste?… Wat zegt u?…Mevr. v. Walden.Niet in de rede vallen, jongen—uit m’n eerste huwelijk twee kinderen gehad—’n jongen en ’n meisje, was toen de vrouw van ’n—van ’n man waarvan ’k nièt hìeld, die me door m’n vader op was gedrongen—ik was negentien, zelf ’n kind. Toen gebeurde wat zoo dikwijls gebeurt—ik raakte op je vader verliefd—hij op mij—zoo verliefd—zoo verliefd—daar vecht je tegen—vecht je tegen, tot.… Met geweld wou m’n man me houen—hij dee leelijke díngen—laat ’k ’r over zwijgen. Ik liep weg. Het was uit. En ik hertrouwde.…Dolf.Mamaatje—al wat jij gedaan heb, gedaan kan[166]hebben, is goed en te begrijpen. Niet verder op doorgaan.Mevr. v. Walden.Nee jongen. Hiér begint m’n schuld. Ik had twee jonge kinderen verlaten—de jongen drie, ’t meisje twee. En dat màg niet. Dat is zoo wreed, zoo misdadig—schaapjes op dièn leeftijd, die op de móéder aan zijn gewezen. Nee—niet in de rede vallen! Niemand kan over zoo iets oordeelen. ’t Wordt ’n ding voor je geweten. Enkel voor je éigen geweten. M’n eerste man had ’t niet breed. Ze hebben armoe gekend—later. En nooit genegenheid, de stumpers. Als hij aan z’n werk was, werden ze door ’n meid verzorgd—vérzòrgd. Drie, viermaal heb ’k geprobeerd met gèld te helpen—wou-ie niet. ’k Wou ze voor mijn rekening ’n opvoeding geven—wou-ie niet. Toen ’k eens de reis had gemaakt, om ze te zien, werd ’k ziek zooals ze ’r verwaarloosd uitzagen—’t kleine lekkere meisje vooral—mijn dochtertje, als ’k ’t recht heb dat nu nog te zeggen. Op ’n dag—nee, maak je niet ongerust—’t is zoo dood en ver—is ’t ventje overreden—’n jaar later stierf ’t meisje—dat tengere, zwarte ding aan typhus—ongekookte melk. Dolf, m’n jongen—’k heb m’n plicht bij de grafjes mogen doen—m’n plicht … m’n plicht …Dolf.Zie geen spoken mama—plicht is ’n ding …Mevr. v. Walden …’n Ding, dat ik in die dagen als ’n last, ’n machtspreuk—over boord wierp—dat toch zoo’n genot, zoo’n rust geeft.…[167]Dolf.U zegt zelf: u wàs verliefd—èn, dat mogen wij vóor alles zeggen: voor òns was u.…Mevr. v. Walden.Niet doen. Mij hoef je onder geen omstandigheden te—te—overtuigen, te troosten. ’t Is zoo ver weg, zoo zonderling-ver, of ’k als ’n gestorvene over wat-begraven-is babbel. Na den dood van je papa en je broer, ben ’k wakker geworden, heb ’k geprobeerd aan andere kinderen te vergoeden, wat ’k naliet toen ’k nog niet dacht, nee niet dacht. Ja, Dolf, dat werd m’n liefhebberij, m’n „liefhebberij”.…Dolf.Excuseer, dat ’k dat woord gebruikte.… Mag ze nòg langer praten, Hope?Hope.Toe, mevrouw—wat luistert u slecht.…Mevr. v. Walden(glimlachend).Ik heb niet de geringste benauwdheid—en—en.… nu ’k den vogel, die zoo zelden op ’t nest is, even bij me heb—moet ’k nòg een, nòg één belofte.…Dolf.Mamaatje, ik geef je mijn eerewoord, dat ik èlk verlangen, zònder uitzondering, zal respecteeren—’t legaat en ook het andere dat je nog niet gezegd heb—handslag!Mevr. v. Walden.Je ben ’n beste jongen—en wij—ik—hou heel veel van je—maar die eene belofte moet, moet je nu, nú—je kan nooit weten hoe gauw ’t …Dolf.Afgesproken, mamaatje—ik doe ’t.…Mevr. v. Walden(hem de hand op den mond leggend).[168]Ssst! Sssst!.… Wij hebben sàmen iets leelijks gedaan, samen—jij en ik …Dolf.Hahaha!.… Goed.Mevr. v. Walden.Niet lachen—’t is heelemaal niet om te lachen. En als ’k ’t zeg, Hope, kind, met opzet in jouw tegenwoordigheid, is ’t met de opdracht dat je hem dag aan dag zal helpen onthouden als-ie lichtzinnig doet.…Dolf.Excellent! Hoor je dat, Hope? ’k Zal volgens de letter.…Hope.Ik wou liever—mevrouw.…Mevr. v. Walden.Niet tegenstribbelen, Hope, m’n allerbest kind.… Inachttien-honderd-negentig, Dolf, heb je—heb je veertien dagen(met moeilijken glimlach)gezeten.…Dolf(luchtig-vergenoegd).Ja mamaatje, daar staat me wat van bij.…Mevr. v. Walden.Je was met ’n meisje(beschaafd-aarzelend)—te ver gegaan—en de broer, die ’t zich aantrok—mishandelde je.…Dolf(vroolijk).Gretchen—Valentijn—Faust.…Mevr. v. Walden.Dolf! Dolf!… Heusch, we hebben iets léélijks gedaan in die dagen.… Zij was in—zie me niet zoo làchend aan, jongen!—zij was in—omstandigheden. Jij heb niet meer, nóóit meer naar ’r omgekeken.Dolf.Mamaatje!.… Laten we ’n tikje redelijk blijven..[169]Mevr. v. Walden.Dat bèn ’k.…Dolf.U heeft geen flauw begrip over wie, over wat u spreekt.…Mevr. v. Walden.Ik spreek over—over de moeder van—laten we zeggen: ’n kind.…Dolf.Slik ’t maar niet in! Ik kan ’n stootje velen, hahaha!… Och, och!… Twéé paar gefronste wenkbrauwen!… Nee zeg, laat me geen uur op ’t zondaarsbankje zitten, hahaha!… ’n Kluifje voor Hope.. Mamaatje: alle gekheid op ’n stokje—èn àls ’k ’t me goed herinner—ja, al kijken jullie als scherprechters!—àls ’k me goed herinner: ’k heb geen dagboek van m’n zonden aangelegd, hahaha!—die juffrouw, die me indirect belet heeft door te studeeren—jammer!—had—was … Is dàt ’t onderwerp voor ’n gesprek met jùllie—was ’n—(met lachend geweifel)’n dametje van licht.…Hope.’n Gevallen vrouw.Dolf.Dat kun je ook minder sòmber zeggen! Ze had al met meer dan een—nou flap ’k ’t ’r uit, omdat jullie me ’t vuur aan de schenen legt—met ’n paar dozijn gelééfd—toen ik aan de beurt kwam. Dat klinkt hard en ruw, mamaatje:ikmaak ’t leven niet. Op ’n dag beweerde ze, dat ’k vader—en de mogelijkheid wàs helaas niet buiten gesloten.… Drie, vier, vijf maanden later—leg me op de pijnbank—precies weet ik ’t niet!—had je de herrie met ’r zoogenaamden broer.… ’k Herhaal—om ’r ’n eind aan te maken—laten we[170]redelijk blijven—ik heb ’t mijne gedaan … heb behoorlijk gedokt—tot ze, gelukkig voor ons allen van de vlakte verdween.…Mevr. v. Walden.Dàt wist ’k allemaal. Maar ’t kind is geboren—’n meisje, Dolf.…Dolf(luchtig-verwonderd).Och kom!… Hoe weet ù dat?Mevr. v. Walden.Voor de geboorte heeft ze me—’n „dreigbrief” geschreven—nà de geboorte nòg een.…Dolf.En?.…Mevr. v. Walden.En.… En niets.… Inéén-en-negentigdacht ’k zoo alleen aan mezelf, was ’kzóó’negoïst—zoo bang voor de wereld, die m’n eerste huwelijk vergeten was—dat ’k ’r nièt antwoordde, geen letter. Je papa zond ’n honderd gulden in gesloten couvert. Den eenen brief heb ’k verscheurd—den anderen bewaard, om ’r—hoe láát ben ’k mènsch geworden!—om ’r politiezaken van te maken, als ze nog eens probeerde „af te dreigen”.… Verleden week bij ’t sorteeren van paperassen, vond ’k ’m.… En ’k kreeg ’r de tranen van in m’n oogen.… ’t Wàs ’t geluid van ’n moeder, die geen uitweg weet.… Je kunt ’m zelf lezen—hij ligt bij m’n laatsten wil—en die laatste wil is ook, vóóral ook, Dolf, dat je onderzoekt wat ’r van die vrouw is geworden, als ’t mij niet lukt..Dolf(luchtig).Ik ben ’r paf, paf, paf van—ù niet lukt …?[171]Mevr. v. Walden.’k Heb m’n chargé-d’affaires last gegeven informaties in te winnen—zoo discreet mogelijk.… Begrijp je, jongen, dat als ik toen wakker was geweest—ik—jij was misschien te jong voor verantwoordelijkheidsgevoel—dat ik jouw.… jouw.…Hope.Zijn dòchter.…Dolf.Merci voor ’t waarmerk!Mevr. v. Walden.Dat ik jouw dochter—ze kàn ’t geweest zijn—nóóit aan ’r lot zou overgelaten hebben?.… Geen glimlach, jongen.… Toe, toe, geen cynisme!(grijpt z’n hand opnieuw).… Doe de belofte, die ’k je vraag, dat je die vrouw en vooral dat kind—kind—hoe de tijd vliegt!—àls ze onder de lévenden is, moet ’t ’n meisje van zeventien, achttien zijn—dat je ’r zóó lang zal zoeken tot je ’r vindt.…Dolf.Kom, mamaatje—wat ’n excessieve.…Mevr. v.Walden(dringender).Je zal ’r me zóó gelukkig mee maken, jongen—ik pleit niet voor die vrouw—ik pleit niet tegen ’r—ik denk aan ’t kind.…Dolf.Wat is dat mamaatje? Tranen! Tranen?Hope.Mevrouw!Dolf(glimlachend).Daar—ik beloof ’t.Mevr. v. Walden.Glimlachend? Glimlachend?[172]Dolf.Als’k ’t maar belóóf, hé?…(zwak-spottend).’k Steek ’r m’n vingers bij op, dat ’k waarachtig moeite zal doen ’r te vinden. Hoe heet m’n.… vrouw ook weer?Mevr. v. Walden.Weet ’k niet. Sofie … Sofie …Dolf.Dat marcheert. Ik ken ’r enkel als Kreeftje! Kreeftje.…Mevr. v. Walden.Zul je dat kind als ’n dochter …?Dolf.Als ’k er ù—en m’n vriendin Hope—mee plezier.…Mevr. v. Walden.Zoo waar Gòd ons ziet?Dolf.Mamaatje—moet ’t zoo plechtig! ’t Wordt ’n geweldig stuivers-romannetje.…Mevr. v. Walden.Ikheb zoo’n spijt van m’n harteloosheid.Dolf.Geexalteerd moedertje: op één conditie herhaal ’k m’n belofte in vòlste ernst—als je weer een, twee, drie gaat rusten—we zullen Jan Linden niet onder de oogen durven komen.…Mevr. v. Walden(hem op ’t voorhoofd zoenend).Dank je—dank je, jongen. Al lijkt ’t je nog zoo overdreven—’t gaf me den heelen dag ’n gevoel van gejaagdheid, of ’k iets vergeten, iets vergeten had … Je arm, Hope—’k zal vannacht als ’n roos slapen.(bij de deur).Ontbijten we samen? Ja? Acht uur.… En vast afgesproken, Dolf?[173]Dolf(bij de deur).Vast.Mevr. v. Walden(reeds onzichtbaar).En zonder uitstel?… Van af morgen?Dolf(lachend).Van af morgen. M’n jachtkostuum kan ’k ’r voor aanhouden, hahaha! Dat zal ’n jacht met hindernissen worden. Mamaatje! Mamaatje!(sluit de portières).Binnen!

[Inhoud]Negende Tooneel.Hope, de vorigen.Dokter.Slaapt mevrouw?Hope.Nee, dokter.(tot Dolf)Goeien avond, meneer(hij buigt).Mevrouw wou meneer Charles graag éen oogenblik zien.… Is-ie weg gegaan?[147]Charles.Nee, nee, nee—present!(stapt van het balkon).Dokter.Hoe weet mevrouw dan?…Hope.Ze hoorde stemmen … Toen vroeg ze … En ik wist niet beter …Dokter.Nee, meneer Van Walden—vanavond niet …Hope.’k Zou ’t liever wel permiteeren, dokter—u kent mevrouw: als ’k ’r niet had tegen gehouden, was ze opgestaan …Dokter.Kom, kom, kom, kom!… Gekheid.Hope.Ze ligt de avondeditie te lezen—zóó opgemonterd als ze zich voelt … Waarom dan niet even bezoek?…Dolf.Natuurlijk—natuurlijk. We zullen ’t héel, héel kort maken, Jantje …Dokter.Geen sprake van—en nog wel twee tegelijk!… Op uw horloge ’n halve minuut, meneer Van Walden—en jij Dolf: morgen … Ik doe ’t met displeizier, en om depatiëntniet te contrarieeren.—Weinig praten en weinig láten praten, meneer!—En mag ik tegelijk afscheid nemen—ik kan niet langer blijven.Charles.Tot morgen dokter!(af met Hope in de slaapkamer).[Inhoud]Tiende Tooneel.Dokter, Dolf.Dolf.Ga je heusch?[148]Dokter.Me dunkt. ’n Dik kwartier verbabbeld. Zien we je?Dolf.Op handslag … Aardig die kleine Hope in ’r kostuum, hè?… Jammer dat ze zoo … Dat beroerde bij de tegenwoordige vrouwen, hè—’t haar als ’n kloosterzuster—de hoed zonder ’n veer—moet ’k met dierbare Snip over praten—heele besparing … Is jouw vrouw ’n vróúw—wat je noemt ’n vróúw—of is ze ook zoo’n verschijnsel met aangewaaide ideeën—type eenvoud?Dokter.Dolf—je krijgt me niet meer an ’t babbelen!… Kom je overtuigen, hahaha!… Tot ziens. Je hoeft me niet uit te laten. Denk ’r an: jij mag pas morgen op bezoek gaan. Rust, rust.Dolf(in de deur).Zeg Jantje …Dokter.Ja?…Dolf.Ben je nog altijd zoo’n liefhebber van schaken?… Je gaf me ’n raadsheer of ’n kasteel voor, herinner je je?Dokter.Ja, ja.Dolf.Spelen we morgen ’n partij?Dokter.Uitstekend. Bij mij thuis?Dolf.Goed. Morgenavond. ’t Zal me ’n genoegen zijn met je vrouw kennis te maken. Jij ben ’n beste kerel.Dokter.Adieu. Adieu.[149][Inhoud]Elfde Tooneel.Dolf, Charles, Hope.Dolf(kijkt het boek van Hope in, leest ’n moment, glimlacht, bladert verder, houdt ’n bundeltje gedroogde viooltjes tusschen de vingers, zit in nadenken, klapt het boek vroolijk dicht, schenkt zich een glas champagne in, drinkt dat snel leeg, herneemt het boek, bekijkt nog eens aandachtiger de gedroogde viooltjes, schrikt, sluit het boek, wacht tot Hope de deuren dichtgeschoven heeft).Nou? Hoe vond jemama?Charles.Dezelfde van vroeger.—Als ze morgen zoo is, reis ik weer rustig af.Dolf.Je zegt dat of ’r iets voorgevallen is—Zoek je wat Hope—juffrouw Hope?—Daar ligt ’t.…(overhandigt haar het verlegde boek).Hope.Dank u.(zet zich in den leunstoel voor ’t raam—leest met bedoeling).Dolf.Heb je iets, Charley, boy? Zeldzaam hoe jij zónder snor op die dominee-met-’t-wratje lijkt, hahaha!Hope.’n Beetje zachter, meneer—mevrouw zou gaan slapen. Dat lachen is te hooren …Dolf.Ik dacht dat jij zat te lezen … Nou Charley, hoe heb ’k ’t met je?… Ga je zoo gezellig heen?Charles(kalm).Grootmama sprak ’r van waar Hope bij was—ik hoef me dus voor Hope niet in acht te nemen—’r hindert me inderdaad wat!(tot Hope, die naar haar kamer gaat).Je hoort toch, dat ’k voor jóú geen geheimen heb …[150]Hope.Praat u liever zonder ’n vreemde ’r bij.…(af).Charles.In elk geval kan ’k nu vrijer m’n opinie zeggen.… Oom Dolf—hoe ù doen zal, weet ’k niet, maar ik zal me ’r deze keer beslist nièt bij neerleggen.…Dolf(droog).Money-matters?Charles.Geldzaken ja. Grootmama heeft de intentie de Stichting, die al zooveel nutteloos geld verslonden heeft—geld niet te berekenen!—’n enorm legaat te vermaken—En omdat dat wettelijk zonder uw en mijn toestemming niet kan, niet mag, vroeg ze me of ik ’r voorloopig belóven wou met ’n beschikking van dien aard genoegen te nemen.…Dolf.En?Charles.Ik heb ’r in deze situatie niet dadelijk willen weigeren—’r enkel gezegd dat de dokter veel praten verboden heeft, dat we morgenà tête reposée… niet waar—vindt u niet?Dolf.Ik vind dat verschuilen achter ’n doktersadvies niet bepaald recht door zee—nietstraight forward, Charley … Hoe groot zou dat door ons goed te keuren legaat moeten zijn?Charles.’n Rente van ’n halve ton per jaar—dat is schappelijk berekend ruim ’n miljoen.…Dolf.Tegen vijf procent—en die maak je niet op soliede manier.…Charles.Met wat ’r al in de historie zit, wordt ’n[151]fortuin, ’n fortuin, verkwist—Ik kom voor Ninette op—ik dènk ’r niet aan, dènk ’r niet aan—de excessen van grootmama, dat links en rechts „weldoen” met geld dat welbeschouwd ’t hare niet is …Dolf.Ho. Ho. Niet zoo galopeeren. ’n Beetje maat houden in je edele verontwaardiging, Charley.….Charles.Met genoegen, maar alsjeblief niet die hinderlijke toon, oom, of ’k nog de jongen van de kostschool ben …Dolf.Jij schiet vanavond met iets anders dan los kruit, neefje.…Charles.Des te beter. ’kHeblang genoeg over me láten beschikken.…Dolf(koel).Toch niet door mij, wel?Charles.Door u?… Och u …(verbitterd).U had andere zaken en bezigheden dan naar mij om te kijken.…Dolf.Ik zei je al, toen je me ’t portretje van Ninette liet zien, dat jij van nuances van hatelijkheid schijnt te houden.… Snip pleegt daar ook in den vroegen morgen specialiteit in te zijn.…Charles.Merci voor uw ernstigen toon, oom. Maar ik verzoek u er nota van te nemen dat ik weiger—in ronde woorden weiger.…Dolf.Ikheb je toch niets gevraagd? Wil je zoo ridderlijk zijn zelf ’t woord te voeren?[152]Charles.Dat zal ’k. En om onaangenaamheden te ontgaan, lijkt ’t me ’t beste ’t antwoord uit Trouville te schrijven.…Dolf.Jawel. Maar doe ’t aangeteekend. Dat is meer businesslike, zakelijker, verstandiger—brieven kunnen zoek raken.…Charles.’t Zal toch heusch tijd worden, oom, dat u minder ironisch met me omgaat.… Grootmama heeft me naar die ellendige kostschool gezonden—grootmama heeft ’n vrouw voor me uitgezocht—heeft ’t huwelijk bedisseld.…Dolf.Jij begint los te komen of je mishandeld ben geworden—of je vrouw ’n last voor je is.…Charles.Daar blief ’k mijn gedachten over te hebben. Ik zeg alleen, dat de grens bereikt is—ik laat niet disponeeren over.…Dolf.…Je erfdeel—ouwe, beminnelijke familie herrie, wanneer ’t zoover is.…(hard).Maar ’t is gelukkig nog niet zoover.… ’t Spijt me Charley, dat de eerste keer dat je eens prettig met me uitpraat—dat je gezicht ’n andere dan de bekende plooi heeft—dat je minder gereserveerd doet—dat je net die éérste keer zoo ongegeneerd van stapel loopt, terwijl ’t goeie, beste, onzelfzuchtige mensch, dat menig nachtje bij je opgezeten heeft, toen jij nog nièt ’t „goddelijk oordeel des onderscheids”, dat je nu bezit, had, mogelijk in ’r laatste uren ligt te becijferen, wat ze voor derden nog[153]doen kan.… Fidonc. Je ben ’n egoïst lid, om zoo onsmakelijk je zelfstandigheid op te vatten!Charles.Egoïsme schijnt ’n familietrek, oom … Ik heb u nooit minder getaxeerd …Au revoir. ’t Is beter ’t gesprek niet voort te zetten(bij de deur).Ik zal grootmama schrijven.Dolf.Aangeteekend, jongen!(loopt grimmig op en neer, schelt—klopt aan Hope’s deur).[Inhoud]Twaalfde Tooneel.Hope, Dolf, de Kelner.Hope.Heeft u me noodig, meneer?Dolf.Zou jij anders niet komen?Hope.Natuurlijk wel.Dolf.Hope—ik heb voor jou ’t grootste respect.Hope(pijnlijk).Jawel, meneer.Dolf.Waarom zeg je dat „jawel” met dat vervloekte „meneer” ’r bij—op de ouwe haatdragende manier?Hope.Ik ben niet haatdragend.Dolf.Kom nou—op m’n eerewoord.…Hope.Doeu me één genoegen—en maak niet zoo’n misbruik van eerewoorden … Eer is zoo’n bijzonder ding voor ’n vróúw …Dolf.Door ’n man zou ’k me zoo iets niet laten …[154]En in jouw mond klinkt ’t leuk … Jij heb ’n methode(met nadruk)… Hope—ik vraag je zoo echt en zoo welgemeend excuus voor m’n gemeenheid van dien avond!—Ik heb geen bedoeling, geen bijbedoeling—’k voel enkel de behoefte je met genegenheid, met eerlijke vriendschap, de hand te drukken … Wees niet stijfhoofdig …Hope.Nee, meneer!(weigert de hand. Geklop)Binnen. Wat is ’r?Kelner.Vous avez sonné …?Dolf.Breng jij ’ns vlug ’n biefstuk of ’n chateaubriand of ’n entrecote—met pommes frites—(tot Hope).Màg ’t hier?Hope.’rIsgedekt.Dolf.En wat groenten …Kelner.Pointes d’asperges?… Epinards?Dolf.Pointes d’asperges.Kelner.Et après …Dolf.Niemendal. Verdwijn! ’k Val flauw.(Kelner af).Hope, schenk je vergiffenis?… ’t Heeft me zoo gefrappeerd dat jij weer bij mama terug ben, dat jij me—me—seinde—jij … na m’n onhebbelijke, lage, laffe, liederlijke—meer adjectieven zul je wel niet verlangen!—behandeling, dat ik goed met je móét worden … Die bloemen zijn voor jou …Hope.Dank u—zal ik nièt accepteeren.[155]Dolf(glimlachend).’n Páár kun je ’r drogen zooals die in je verzenboek …Hope(schrikkend).Begrijp u niet …Dolf.De derde keer! Nièmand begrijpt me vandaag! Race van onbegrepen naturen! De boschviooltjes die ’k dien fameuzen Zondag—die ’k zóó dicht bij ’t water greep, dat jij m’n hand moest vasthouen—liggen die niét in dat buitengewoon boek gedroogd?Hope.Dat boek heb ’k geleend—die bloemen interesseeren me niet!(laat ze er uit vallen—wil naar haar kamer terug).Dolf.Dus—géén wapenstilstand?…Hope.Als ’r geen oorlog is, hoeft ’r niet over wapenstilstand gesproken te worden.…(nieuw gebaar naar de kamer).Dolf.Ik had dien nacht wat te veel champie …Hope.Hoe langer u ’r op doorgaat—hoe onkiescher ’t vooral voor mij is—voelt u dat niet?.…Dolf.Eén woord van je, Hope.…Hope(bitter).Vanmorgen, terwijl ’k me aankleedde, had de kelner, die straks hier was, de impertinentie binnen te komen—zonder kloppen—ik stond in m’n onderlijfje.…Dolf.Goed dat je ’t zegt.… De kwajongen!…Hope.Dien avond—toen u te veel „champie”—[156]nee, nu zàl ik ’t zeggen—toen u te veel gedronken had, dee u èrger.… Als ’k niet geschreeuwd en gegild had—als er geen dienstboden bóven hadden geslapen—zou u.…(smartelijk).… Terwijl u wist hoeveel ik tóén—tóén—lach niet: dat’s uit, ùit—hoeveel ’k tóén van u hield …(met bedwongen tranen).… Dien heelen nacht heb ik liggen huilen, dacht ’k die beleediging—dat ’n vrouw zóó schandelijk in ’r bed te overvallen—dat ’n vrouw als ’n dier willen behandelen—had ìk reden gegeven?—ooìt?—niet te boven te zullen komen.… U had geen respect voor ’t dak van uw mama, die meer dan ’n engel voor me was—geen consideratìe voor m’n herinneringen, geen ontzag voor de beste, liefste dingen van ’n meisje, dat in de droomen van ’r kamer zoo laag, zoo ontuchtig opgeschrikt wordt!Dolf.Ik wàs toen ’n bruut, Hope—had je den volgenden morgen—daar: op m’n knieën excuus willen vragen!—jij was geëclipseerd.…Hope.Natuurlijk.…Dolf.En m’n brief van vier—zès zijdjes, ’n vol uur werk!—bleef beantwoord.…Hope.Natuurlijk.…Dolf.Wat kon ’k meer doen?… En summa summarum, Hope-lief, àls ’k ’t zeggen mag—dat lijkt nu nog alles ’n tragedie—’n half Sabijnsche maagderoof—’n …(posteert zich voor haar deur).Nee, je gaat ’r niet vandoor!…[157]Hope.Dat zal van uw toon afhangen.…Dolf.’k Heb nu maar één glas gedronken, Hope—en mama ligt daar, Hope—en wànneer ’k ’n Blauwbaard ben, Hope, ben ’k toch ook nog ’n beetje gentleman, waarachtig ’n beetje—een, die fair genoeg is zich te schamen over ’n laagheid … Ga je nu weer dáár zitten?… Spelen we verstoppertje …?…(zet zich over haar).Enkel twee vragen.… Klopt ’r niets, niets meer voor me onder dat charmante verpleegsterskostuum, dat je prachtig staat?Hope.Meneer, ik ben in geen stemming.……Dolf.Ik wel.… Tweede vraag—en sérieus, Hope—zoo sérieus als ’t bij ’n bed, dat ’n sterfbed had kunnen zijn, mogelijk is!—zeg jij jà, wanneer ’k je … wanneer ik je … wanneer ik je.… Dat is driemaal.… Hahaha!… ’k Zit te hakkelen, als ’n jongen van de Burgerschool.… Dat komt, omdat de knot van je haar me geweldig biologeert.… Kun je je nu niet zoo’n heel klein tikje naar me toedraaien?… Hope!… Moet ’k alleen je haarknot en ’n schattig stukje oorlel zien—als ik je vriendelijk verzoek meelij met ’n ouwen doordraaier te hebben, door ’m te tróúwen.…Hope(opstaand).Foei!Dolf.Foei?… Is de vraag zoo misdadig?Hope.Als ’k die schandelijke inval in m’n kamer,[158]dat twee, driemaal met geweld ’n omhelzing opdringen.…Dolf.Wat heb je ze wanhopig-precies geteld.…Hope.Als ’k dat zou kúnnen vergeten—zou de nieuwe grofheid.…Dolf.Nièuwe grofheid?.…Hope(scherp).’t Vereerend aanzoek, terwijl we u seinden bij de dame—de dame—waarmee ’k diep meelijden voel.…Dolf.Meelij met de brave Snip?… Sta jij nog zóo groen tegenover ’t leven, dat je me voor ’n hartebreker bij ’n vrouw, die ’r liaisons als ’n záák behandelt, aanziet?Hope.Doet ù ’t anders? Als zij geld aan-neemt—is ù ’t toch, die ’t gééft? ’n Vrouw, die ’r hand ophoudt is meelij waard.…Dolf.Hahaha, ’n wel duur handje!Hope.De man, die betaalt, kóópt—daar.…Dolf.Die vin jij ’n schavuit.…Hope(rustig).… Erger.Dolf.Merci. Bijzonder dankbaar. Maar wanneer ik zoo’n climax van schelmerij ben—één lachje, Hope, en ’k krijg de delikaatste kuiltjes in ’n paar niet te beschrijven wangen te zien … nee?…—wanneer ik ’n ongewoon specimen van verdorvenheid lijk—[159]op ’t punt in de armen der Snippen en Snipjens onder te gaan, brrr!, steek jij me dan ’n stroohalm toe.… Daar heeft de ellendigste drenkeling recht op.…Hope(de schouders ophalend).Och, u heeft geld genoeg ’n beter houvast te betálen.Dolf.Jij praat met de rancune van ’n ouwe vrijster! Hoe leelijker ’n vrouw is—hoe sekuurder ze zitten blijft—hoe ongezoutener ze tegen beulen als ik tekeer gaat. Maar jij: waarom doe jij zoo zwaar-op-de-hand zoo als ’n christelijk grootmoedertje, zoo.…Hope.…Dat is ’n puzzle, meneer.Dolf.…Iets voorwereldlijks.…Hope(bitter).… En vervelends.…Dolf(glimlachend).De nonnekap zou je nog meer flatteeren.…Hope.’t Jachtcostuum flatteert u—ieder z’n keus niet waar?Dolf.Alweer merci!—Hoe edeler ’t wild—hoe prikkelender de tegenstand—Kom nou, Hope.… Die maanden en maanden na de gebeurtenis, ben je niet uit m’n gedachten geweest—M’n dolle streken waren voor negen tienden baloorigheid.… ik hóú van je. Ik kan—zoo waarachtig als ik geloof te leven—ik kàn niet buiten je.… Zoo groot is geen minachting.…Hope(stil).… M’n moeder is verleid, als meisje[160]van achttien—heeft zich van kant willen maken, toen hij, zoo een als u, ’r verliet—met ’n fooi voor ’t kind dat nog geboren moest worden—met ’n fooi—met ’n fooi. Ik heb ’r nooit gekend, heb ’r niet zooveel duizend maal kunnen danken, als ze duizend maal tranen gehuild moet hebben.… Voor m’n vader—vader!—voel ’k de diepste, diepste verachting.… En geen mogelijkheid, om ’m ’r iets van te zeggen—’k weet z’n naam niet—(wraakzuchtig)—tot m’n spijt—tot m’n innigste spijt! Nou kan u nagaan hoe ’k over u denk.Dolf.Dien dag van de boschviooltjes dacht je toch minder puriteinsch—ik heb m’n doen en laten nooit onder leugentjes gemaskeerd.…Hope.Dien dag ja.… Dien dag hóópte ’k, droomde ’k … dat u voor—voor invloed vatbaar was—en ’k moest me in m’n eigen kamer—’s nàchts.. verdedigen.… ’n Week later had u ’n nieuwe liaison …(opstaand).Dat is nu zeker de laatste maal, meneer, dat we over ons „verleden” spreken. Over ’n paar dagen, wanneer mevrouw vervoerd mag worden, ben ik weer in de Stichting—u in de „wereld”.… Laten we het mekaar niet lastig maken. Ik heb geen lust u de les te lezen—u nòg minder genoegen zoo’n weinig mondain discours op te houden.Dolf.’k Was juist van plan ’t in meer mondaine paadjes te leiden.… Dus àlles tusschen ons uit?Hope.Gesteld dat ’r iets bestaan heeft—dan ìs ’t uit.[161]Dolf.Hahaha!… Je ben om te stelen, Hope!… Ik heb nog nooit m’n schavuite-hoofd gestooten—en jij, jij.…Hope.… En ik?…Dolf(met hartstocht)… Jij wil niet beter dan dat ik je weerbarstige handjes met geweld in de mijne neem, dat ik mijn lippen op de jouwe …Hope.…Liever zou ik me.…Dolf.…Zou je je.… Praat uit!Hope(heftig).Ik heb geen achting voor u!Dolf.Ik voor jou dubbel.Hope.’n Man waartegen ik niet opzie.…Dolf.Hoeft niet. Je hóúdt, hóúdt, hóúdt van me, Hope—je wil je zelf en mij wat wijsmaken.…Hope(heftig).Wijsmaken?… Wijsmaken, waar ’k geen grein eerbied …(schrikt).Daar klopt iemand. Straks heeft de kelner staan luisteren.…[Inhoud]Dertiende Tooneel.De vorigen, Mevr. van Walden.Mevr. v. Walden.Nee ik.Hope.Ben u opgestaan? De dokter.…Dolf.Mama, hoe dùrft u? ’t Was u verboden![162]Mevr. v. Walden(glimlachend).M’n krant had ’k uit en toen méénde ik jouw stem te hooren.…Hope.Mevrouw, u moet dadelijk, dadelijk weer.…Dolf.Hoe kunt u dat doen?(Omhelst haar).Ongehoorzaam moedertje! Ik blijf hier zóolang u me houden wil—maar u gaat naar uw kamer.Mevr. v. Walden(Hope afwerend).Nee kind—vijf minuten—op de klok af vijf—dan mag je desnoods met geweld.…Hope.Mevrouw.…Mevr. v. Walden.Spreek ’k óóit onwaarheid, Hope? Ik ben beter—de aanval is voorbij. Dat voel ’k zelf ’t beste.… En—nee, ik neem den stoel bij ’t balkon—even de zee hooren—dank je!—en wou ik zeggen, als ’t ergste nièt voorbij is, dan wil ’k van ’t gevoel van opluchting profiteeren, om ’n oogenblikje, één oogenblikje met jou, jongen, te praten.…Hope.Praten doet u vooral niet.…Dolf.Beslist niet.Mevr. v. Walden.Goed kinderen … ’k Zal matig zijn. Doe de deur achter me toe, Hope—’t trekt ’n beetje—’t raam in de slaapkamer staat open.Hope.Dan doe ’k ’t dicht.(af).Mevr. v. Walden.Dolf, beste jongen: dat meisje is meer dan ’n engel—dat meisje is ’n vrouw zooals[163]God ’r weinig geschapen heeft … Ik heb geluisterd. Ik weet dat ze—dat jij ’r ongelukkig maakt—dat ze …(Hope treedt binnen).… Ik zei, Hope, dat ik de Stichting … Je mag vannacht niet opblijven, kind—onder geen omstandigheden—twee heele nachten heeft ze gewaakt, Dolf.… En jij—heb ik je in de jacht gestoord?…Dolf.Nee. Nee. ’k Wou vandaag hier in de buurt …—toen hoorde ’k toevallig dat u in ’t zelfde hotel.…Mevr. v. Walden(glimlachend).Ja. Jawel. Mag ik ’t niet weten dat je gewaarschuwd ben? Ik ben niet bang voor den dood.…Dolf.Nou mama! Op uw honderdsten jaardag zullen we over dood beginnen te.…Mevr. v. Walden.…Nee jongen—je hoeft ’r niet over heen te praten. Hope weet hoe ’k ’r over denk. ’t Leven is ’n reis—’n reis—Wie heengaat komt wat vroeger aan. En die reis maken we allen, is ’t niet?.… Hoe komt ’t dat ’k je zoo lang niet gezien heb?.…Dolf(glimlachend).Drukte. Buitengewone drukte, mama.Mevr. v. Walden.Dat is ’n genot hier voor ’t raam. Ja—’n buitengewoon genot. Neem ’n stoel, Dolf—dicht bij me—nog dichter—dan kan ’k zacht blijven spreken. Jij ook, Hope, m’n goeie, beste Hope. Zoo is ’t goed. Zoo zit ’k of me niets kan gebeuren. Jammer dat Charles weg is gegaan. Heb jij[164]bezwaar tegen ’n legaat, ’n heel groot legaat, Dolf—laat me je hand houden—dat ik per testamentaire beschikking aan de Stichting … ’t Staat in m’n wil … maar van kracht is ’t niet, zei de notaris—als jullie.…Dolf(vroolijk).Alweer over dingen waarover we na dertig jaar zouen spreken.…Mevr. v. Walden.M’n jongen—gekscheer niet. Ik ben opgeschreven.…Hope.Nou mevrouw! Toe!Mevr. v. Walden.Op mijn leeftijd voel je precies—hoelang nog en(glimlachend)wanneer … Zul jij je niet verzetten?—Dolf?Dolf(luchtig).Ik geef permissie me te onterven! Daar!Mevr. v. Walden.’t Is ’n enorm bedrag.Dolf.Doe zooals u ’t zelf wil—’k vraag naar niets …Mevr. v. Walden.Ook niet waarom die Stichting me zóó na aan ’t hart ligt?Dolf.Mama—u heeft die liefhebberij—ik ’n àndere.Mevr. v. Walden.Liefhebberij? Nee—ik lieg niet—ik draag ’n schuld. Geef me ’n glas champagne, Hope. Ik ben toch ièts vermoeider dan ’k dacht.Hope.Nee mevrouw. Dan gaat u naar bed.Mevr. v. Walden.Geef me ’n glas, Hope—je zou ’r later spijt van hebben. Ik wil, wìl van m’n schuld[165]vertellen—voor ’t eerst—en voor ’t laatst, omdat je alles toch onder de papieren zal vinden.Dolf.Mamaatje—ga niet op die malligheid door! Als ù—ù—hahaha!—schuld heeft, nemen wij die graag over, niet waar, Hope?Hope.Natuurlijk, mevrouw—zulke gesprekken winden nutteloos op … Wil ik de deuren sluiten? ’k Geloof dat de wind begint op te steken.Mevr. v. Walden(glimlachend).Een glas—doe wat ’k vraag. Dank je(drinkt).’k Kan op die manier aan de drank raken. Luíster. Ik zeg ’t zonder opwinding, omdat ’k er overheen ben. ’n Halve eeuw jaagt de ergste gebeurtenissen uit je herinnering. Ik heb uit m’n eerste huwelijk.…Dolf.Eérste?… Wat zegt u?…Mevr. v. Walden.Niet in de rede vallen, jongen—uit m’n eerste huwelijk twee kinderen gehad—’n jongen en ’n meisje, was toen de vrouw van ’n—van ’n man waarvan ’k nièt hìeld, die me door m’n vader op was gedrongen—ik was negentien, zelf ’n kind. Toen gebeurde wat zoo dikwijls gebeurt—ik raakte op je vader verliefd—hij op mij—zoo verliefd—zoo verliefd—daar vecht je tegen—vecht je tegen, tot.… Met geweld wou m’n man me houen—hij dee leelijke díngen—laat ’k ’r over zwijgen. Ik liep weg. Het was uit. En ik hertrouwde.…Dolf.Mamaatje—al wat jij gedaan heb, gedaan kan[166]hebben, is goed en te begrijpen. Niet verder op doorgaan.Mevr. v. Walden.Nee jongen. Hiér begint m’n schuld. Ik had twee jonge kinderen verlaten—de jongen drie, ’t meisje twee. En dat màg niet. Dat is zoo wreed, zoo misdadig—schaapjes op dièn leeftijd, die op de móéder aan zijn gewezen. Nee—niet in de rede vallen! Niemand kan over zoo iets oordeelen. ’t Wordt ’n ding voor je geweten. Enkel voor je éigen geweten. M’n eerste man had ’t niet breed. Ze hebben armoe gekend—later. En nooit genegenheid, de stumpers. Als hij aan z’n werk was, werden ze door ’n meid verzorgd—vérzòrgd. Drie, viermaal heb ’k geprobeerd met gèld te helpen—wou-ie niet. ’k Wou ze voor mijn rekening ’n opvoeding geven—wou-ie niet. Toen ’k eens de reis had gemaakt, om ze te zien, werd ’k ziek zooals ze ’r verwaarloosd uitzagen—’t kleine lekkere meisje vooral—mijn dochtertje, als ’k ’t recht heb dat nu nog te zeggen. Op ’n dag—nee, maak je niet ongerust—’t is zoo dood en ver—is ’t ventje overreden—’n jaar later stierf ’t meisje—dat tengere, zwarte ding aan typhus—ongekookte melk. Dolf, m’n jongen—’k heb m’n plicht bij de grafjes mogen doen—m’n plicht … m’n plicht …Dolf.Zie geen spoken mama—plicht is ’n ding …Mevr. v. Walden …’n Ding, dat ik in die dagen als ’n last, ’n machtspreuk—over boord wierp—dat toch zoo’n genot, zoo’n rust geeft.…[167]Dolf.U zegt zelf: u wàs verliefd—èn, dat mogen wij vóor alles zeggen: voor òns was u.…Mevr. v. Walden.Niet doen. Mij hoef je onder geen omstandigheden te—te—overtuigen, te troosten. ’t Is zoo ver weg, zoo zonderling-ver, of ’k als ’n gestorvene over wat-begraven-is babbel. Na den dood van je papa en je broer, ben ’k wakker geworden, heb ’k geprobeerd aan andere kinderen te vergoeden, wat ’k naliet toen ’k nog niet dacht, nee niet dacht. Ja, Dolf, dat werd m’n liefhebberij, m’n „liefhebberij”.…Dolf.Excuseer, dat ’k dat woord gebruikte.… Mag ze nòg langer praten, Hope?Hope.Toe, mevrouw—wat luistert u slecht.…Mevr. v. Walden(glimlachend).Ik heb niet de geringste benauwdheid—en—en.… nu ’k den vogel, die zoo zelden op ’t nest is, even bij me heb—moet ’k nòg een, nòg één belofte.…Dolf.Mamaatje, ik geef je mijn eerewoord, dat ik èlk verlangen, zònder uitzondering, zal respecteeren—’t legaat en ook het andere dat je nog niet gezegd heb—handslag!Mevr. v. Walden.Je ben ’n beste jongen—en wij—ik—hou heel veel van je—maar die eene belofte moet, moet je nu, nú—je kan nooit weten hoe gauw ’t …Dolf.Afgesproken, mamaatje—ik doe ’t.…Mevr. v. Walden(hem de hand op den mond leggend).[168]Ssst! Sssst!.… Wij hebben sàmen iets leelijks gedaan, samen—jij en ik …Dolf.Hahaha!.… Goed.Mevr. v. Walden.Niet lachen—’t is heelemaal niet om te lachen. En als ’k ’t zeg, Hope, kind, met opzet in jouw tegenwoordigheid, is ’t met de opdracht dat je hem dag aan dag zal helpen onthouden als-ie lichtzinnig doet.…Dolf.Excellent! Hoor je dat, Hope? ’k Zal volgens de letter.…Hope.Ik wou liever—mevrouw.…Mevr. v. Walden.Niet tegenstribbelen, Hope, m’n allerbest kind.… Inachttien-honderd-negentig, Dolf, heb je—heb je veertien dagen(met moeilijken glimlach)gezeten.…Dolf(luchtig-vergenoegd).Ja mamaatje, daar staat me wat van bij.…Mevr. v. Walden.Je was met ’n meisje(beschaafd-aarzelend)—te ver gegaan—en de broer, die ’t zich aantrok—mishandelde je.…Dolf(vroolijk).Gretchen—Valentijn—Faust.…Mevr. v. Walden.Dolf! Dolf!… Heusch, we hebben iets léélijks gedaan in die dagen.… Zij was in—zie me niet zoo làchend aan, jongen!—zij was in—omstandigheden. Jij heb niet meer, nóóit meer naar ’r omgekeken.Dolf.Mamaatje!.… Laten we ’n tikje redelijk blijven..[169]Mevr. v. Walden.Dat bèn ’k.…Dolf.U heeft geen flauw begrip over wie, over wat u spreekt.…Mevr. v. Walden.Ik spreek over—over de moeder van—laten we zeggen: ’n kind.…Dolf.Slik ’t maar niet in! Ik kan ’n stootje velen, hahaha!… Och, och!… Twéé paar gefronste wenkbrauwen!… Nee zeg, laat me geen uur op ’t zondaarsbankje zitten, hahaha!… ’n Kluifje voor Hope.. Mamaatje: alle gekheid op ’n stokje—èn àls ’k ’t me goed herinner—ja, al kijken jullie als scherprechters!—àls ’k me goed herinner: ’k heb geen dagboek van m’n zonden aangelegd, hahaha!—die juffrouw, die me indirect belet heeft door te studeeren—jammer!—had—was … Is dàt ’t onderwerp voor ’n gesprek met jùllie—was ’n—(met lachend geweifel)’n dametje van licht.…Hope.’n Gevallen vrouw.Dolf.Dat kun je ook minder sòmber zeggen! Ze had al met meer dan een—nou flap ’k ’t ’r uit, omdat jullie me ’t vuur aan de schenen legt—met ’n paar dozijn gelééfd—toen ik aan de beurt kwam. Dat klinkt hard en ruw, mamaatje:ikmaak ’t leven niet. Op ’n dag beweerde ze, dat ’k vader—en de mogelijkheid wàs helaas niet buiten gesloten.… Drie, vier, vijf maanden later—leg me op de pijnbank—precies weet ik ’t niet!—had je de herrie met ’r zoogenaamden broer.… ’k Herhaal—om ’r ’n eind aan te maken—laten we[170]redelijk blijven—ik heb ’t mijne gedaan … heb behoorlijk gedokt—tot ze, gelukkig voor ons allen van de vlakte verdween.…Mevr. v. Walden.Dàt wist ’k allemaal. Maar ’t kind is geboren—’n meisje, Dolf.…Dolf(luchtig-verwonderd).Och kom!… Hoe weet ù dat?Mevr. v. Walden.Voor de geboorte heeft ze me—’n „dreigbrief” geschreven—nà de geboorte nòg een.…Dolf.En?.…Mevr. v. Walden.En.… En niets.… Inéén-en-negentigdacht ’k zoo alleen aan mezelf, was ’kzóó’negoïst—zoo bang voor de wereld, die m’n eerste huwelijk vergeten was—dat ’k ’r nièt antwoordde, geen letter. Je papa zond ’n honderd gulden in gesloten couvert. Den eenen brief heb ’k verscheurd—den anderen bewaard, om ’r—hoe láát ben ’k mènsch geworden!—om ’r politiezaken van te maken, als ze nog eens probeerde „af te dreigen”.… Verleden week bij ’t sorteeren van paperassen, vond ’k ’m.… En ’k kreeg ’r de tranen van in m’n oogen.… ’t Wàs ’t geluid van ’n moeder, die geen uitweg weet.… Je kunt ’m zelf lezen—hij ligt bij m’n laatsten wil—en die laatste wil is ook, vóóral ook, Dolf, dat je onderzoekt wat ’r van die vrouw is geworden, als ’t mij niet lukt..Dolf(luchtig).Ik ben ’r paf, paf, paf van—ù niet lukt …?[171]Mevr. v. Walden.’k Heb m’n chargé-d’affaires last gegeven informaties in te winnen—zoo discreet mogelijk.… Begrijp je, jongen, dat als ik toen wakker was geweest—ik—jij was misschien te jong voor verantwoordelijkheidsgevoel—dat ik jouw.… jouw.…Hope.Zijn dòchter.…Dolf.Merci voor ’t waarmerk!Mevr. v. Walden.Dat ik jouw dochter—ze kàn ’t geweest zijn—nóóit aan ’r lot zou overgelaten hebben?.… Geen glimlach, jongen.… Toe, toe, geen cynisme!(grijpt z’n hand opnieuw).… Doe de belofte, die ’k je vraag, dat je die vrouw en vooral dat kind—kind—hoe de tijd vliegt!—àls ze onder de lévenden is, moet ’t ’n meisje van zeventien, achttien zijn—dat je ’r zóó lang zal zoeken tot je ’r vindt.…Dolf.Kom, mamaatje—wat ’n excessieve.…Mevr. v.Walden(dringender).Je zal ’r me zóó gelukkig mee maken, jongen—ik pleit niet voor die vrouw—ik pleit niet tegen ’r—ik denk aan ’t kind.…Dolf.Wat is dat mamaatje? Tranen! Tranen?Hope.Mevrouw!Dolf(glimlachend).Daar—ik beloof ’t.Mevr. v. Walden.Glimlachend? Glimlachend?[172]Dolf.Als’k ’t maar belóóf, hé?…(zwak-spottend).’k Steek ’r m’n vingers bij op, dat ’k waarachtig moeite zal doen ’r te vinden. Hoe heet m’n.… vrouw ook weer?Mevr. v. Walden.Weet ’k niet. Sofie … Sofie …Dolf.Dat marcheert. Ik ken ’r enkel als Kreeftje! Kreeftje.…Mevr. v. Walden.Zul je dat kind als ’n dochter …?Dolf.Als ’k er ù—en m’n vriendin Hope—mee plezier.…Mevr. v. Walden.Zoo waar Gòd ons ziet?Dolf.Mamaatje—moet ’t zoo plechtig! ’t Wordt ’n geweldig stuivers-romannetje.…Mevr. v. Walden.Ikheb zoo’n spijt van m’n harteloosheid.Dolf.Geexalteerd moedertje: op één conditie herhaal ’k m’n belofte in vòlste ernst—als je weer een, twee, drie gaat rusten—we zullen Jan Linden niet onder de oogen durven komen.…Mevr. v. Walden(hem op ’t voorhoofd zoenend).Dank je—dank je, jongen. Al lijkt ’t je nog zoo overdreven—’t gaf me den heelen dag ’n gevoel van gejaagdheid, of ’k iets vergeten, iets vergeten had … Je arm, Hope—’k zal vannacht als ’n roos slapen.(bij de deur).Ontbijten we samen? Ja? Acht uur.… En vast afgesproken, Dolf?[173]Dolf(bij de deur).Vast.Mevr. v. Walden(reeds onzichtbaar).En zonder uitstel?… Van af morgen?Dolf(lachend).Van af morgen. M’n jachtkostuum kan ’k ’r voor aanhouden, hahaha! Dat zal ’n jacht met hindernissen worden. Mamaatje! Mamaatje!(sluit de portières).Binnen!

[Inhoud]Negende Tooneel.Hope, de vorigen.Dokter.Slaapt mevrouw?Hope.Nee, dokter.(tot Dolf)Goeien avond, meneer(hij buigt).Mevrouw wou meneer Charles graag éen oogenblik zien.… Is-ie weg gegaan?[147]Charles.Nee, nee, nee—present!(stapt van het balkon).Dokter.Hoe weet mevrouw dan?…Hope.Ze hoorde stemmen … Toen vroeg ze … En ik wist niet beter …Dokter.Nee, meneer Van Walden—vanavond niet …Hope.’k Zou ’t liever wel permiteeren, dokter—u kent mevrouw: als ’k ’r niet had tegen gehouden, was ze opgestaan …Dokter.Kom, kom, kom, kom!… Gekheid.Hope.Ze ligt de avondeditie te lezen—zóó opgemonterd als ze zich voelt … Waarom dan niet even bezoek?…Dolf.Natuurlijk—natuurlijk. We zullen ’t héel, héel kort maken, Jantje …Dokter.Geen sprake van—en nog wel twee tegelijk!… Op uw horloge ’n halve minuut, meneer Van Walden—en jij Dolf: morgen … Ik doe ’t met displeizier, en om depatiëntniet te contrarieeren.—Weinig praten en weinig láten praten, meneer!—En mag ik tegelijk afscheid nemen—ik kan niet langer blijven.Charles.Tot morgen dokter!(af met Hope in de slaapkamer).[Inhoud]Tiende Tooneel.Dokter, Dolf.Dolf.Ga je heusch?[148]Dokter.Me dunkt. ’n Dik kwartier verbabbeld. Zien we je?Dolf.Op handslag … Aardig die kleine Hope in ’r kostuum, hè?… Jammer dat ze zoo … Dat beroerde bij de tegenwoordige vrouwen, hè—’t haar als ’n kloosterzuster—de hoed zonder ’n veer—moet ’k met dierbare Snip over praten—heele besparing … Is jouw vrouw ’n vróúw—wat je noemt ’n vróúw—of is ze ook zoo’n verschijnsel met aangewaaide ideeën—type eenvoud?Dokter.Dolf—je krijgt me niet meer an ’t babbelen!… Kom je overtuigen, hahaha!… Tot ziens. Je hoeft me niet uit te laten. Denk ’r an: jij mag pas morgen op bezoek gaan. Rust, rust.Dolf(in de deur).Zeg Jantje …Dokter.Ja?…Dolf.Ben je nog altijd zoo’n liefhebber van schaken?… Je gaf me ’n raadsheer of ’n kasteel voor, herinner je je?Dokter.Ja, ja.Dolf.Spelen we morgen ’n partij?Dokter.Uitstekend. Bij mij thuis?Dolf.Goed. Morgenavond. ’t Zal me ’n genoegen zijn met je vrouw kennis te maken. Jij ben ’n beste kerel.Dokter.Adieu. Adieu.[149][Inhoud]Elfde Tooneel.Dolf, Charles, Hope.Dolf(kijkt het boek van Hope in, leest ’n moment, glimlacht, bladert verder, houdt ’n bundeltje gedroogde viooltjes tusschen de vingers, zit in nadenken, klapt het boek vroolijk dicht, schenkt zich een glas champagne in, drinkt dat snel leeg, herneemt het boek, bekijkt nog eens aandachtiger de gedroogde viooltjes, schrikt, sluit het boek, wacht tot Hope de deuren dichtgeschoven heeft).Nou? Hoe vond jemama?Charles.Dezelfde van vroeger.—Als ze morgen zoo is, reis ik weer rustig af.Dolf.Je zegt dat of ’r iets voorgevallen is—Zoek je wat Hope—juffrouw Hope?—Daar ligt ’t.…(overhandigt haar het verlegde boek).Hope.Dank u.(zet zich in den leunstoel voor ’t raam—leest met bedoeling).Dolf.Heb je iets, Charley, boy? Zeldzaam hoe jij zónder snor op die dominee-met-’t-wratje lijkt, hahaha!Hope.’n Beetje zachter, meneer—mevrouw zou gaan slapen. Dat lachen is te hooren …Dolf.Ik dacht dat jij zat te lezen … Nou Charley, hoe heb ’k ’t met je?… Ga je zoo gezellig heen?Charles(kalm).Grootmama sprak ’r van waar Hope bij was—ik hoef me dus voor Hope niet in acht te nemen—’r hindert me inderdaad wat!(tot Hope, die naar haar kamer gaat).Je hoort toch, dat ’k voor jóú geen geheimen heb …[150]Hope.Praat u liever zonder ’n vreemde ’r bij.…(af).Charles.In elk geval kan ’k nu vrijer m’n opinie zeggen.… Oom Dolf—hoe ù doen zal, weet ’k niet, maar ik zal me ’r deze keer beslist nièt bij neerleggen.…Dolf(droog).Money-matters?Charles.Geldzaken ja. Grootmama heeft de intentie de Stichting, die al zooveel nutteloos geld verslonden heeft—geld niet te berekenen!—’n enorm legaat te vermaken—En omdat dat wettelijk zonder uw en mijn toestemming niet kan, niet mag, vroeg ze me of ik ’r voorloopig belóven wou met ’n beschikking van dien aard genoegen te nemen.…Dolf.En?Charles.Ik heb ’r in deze situatie niet dadelijk willen weigeren—’r enkel gezegd dat de dokter veel praten verboden heeft, dat we morgenà tête reposée… niet waar—vindt u niet?Dolf.Ik vind dat verschuilen achter ’n doktersadvies niet bepaald recht door zee—nietstraight forward, Charley … Hoe groot zou dat door ons goed te keuren legaat moeten zijn?Charles.’n Rente van ’n halve ton per jaar—dat is schappelijk berekend ruim ’n miljoen.…Dolf.Tegen vijf procent—en die maak je niet op soliede manier.…Charles.Met wat ’r al in de historie zit, wordt ’n[151]fortuin, ’n fortuin, verkwist—Ik kom voor Ninette op—ik dènk ’r niet aan, dènk ’r niet aan—de excessen van grootmama, dat links en rechts „weldoen” met geld dat welbeschouwd ’t hare niet is …Dolf.Ho. Ho. Niet zoo galopeeren. ’n Beetje maat houden in je edele verontwaardiging, Charley.….Charles.Met genoegen, maar alsjeblief niet die hinderlijke toon, oom, of ’k nog de jongen van de kostschool ben …Dolf.Jij schiet vanavond met iets anders dan los kruit, neefje.…Charles.Des te beter. ’kHeblang genoeg over me láten beschikken.…Dolf(koel).Toch niet door mij, wel?Charles.Door u?… Och u …(verbitterd).U had andere zaken en bezigheden dan naar mij om te kijken.…Dolf.Ik zei je al, toen je me ’t portretje van Ninette liet zien, dat jij van nuances van hatelijkheid schijnt te houden.… Snip pleegt daar ook in den vroegen morgen specialiteit in te zijn.…Charles.Merci voor uw ernstigen toon, oom. Maar ik verzoek u er nota van te nemen dat ik weiger—in ronde woorden weiger.…Dolf.Ikheb je toch niets gevraagd? Wil je zoo ridderlijk zijn zelf ’t woord te voeren?[152]Charles.Dat zal ’k. En om onaangenaamheden te ontgaan, lijkt ’t me ’t beste ’t antwoord uit Trouville te schrijven.…Dolf.Jawel. Maar doe ’t aangeteekend. Dat is meer businesslike, zakelijker, verstandiger—brieven kunnen zoek raken.…Charles.’t Zal toch heusch tijd worden, oom, dat u minder ironisch met me omgaat.… Grootmama heeft me naar die ellendige kostschool gezonden—grootmama heeft ’n vrouw voor me uitgezocht—heeft ’t huwelijk bedisseld.…Dolf.Jij begint los te komen of je mishandeld ben geworden—of je vrouw ’n last voor je is.…Charles.Daar blief ’k mijn gedachten over te hebben. Ik zeg alleen, dat de grens bereikt is—ik laat niet disponeeren over.…Dolf.…Je erfdeel—ouwe, beminnelijke familie herrie, wanneer ’t zoover is.…(hard).Maar ’t is gelukkig nog niet zoover.… ’t Spijt me Charley, dat de eerste keer dat je eens prettig met me uitpraat—dat je gezicht ’n andere dan de bekende plooi heeft—dat je minder gereserveerd doet—dat je net die éérste keer zoo ongegeneerd van stapel loopt, terwijl ’t goeie, beste, onzelfzuchtige mensch, dat menig nachtje bij je opgezeten heeft, toen jij nog nièt ’t „goddelijk oordeel des onderscheids”, dat je nu bezit, had, mogelijk in ’r laatste uren ligt te becijferen, wat ze voor derden nog[153]doen kan.… Fidonc. Je ben ’n egoïst lid, om zoo onsmakelijk je zelfstandigheid op te vatten!Charles.Egoïsme schijnt ’n familietrek, oom … Ik heb u nooit minder getaxeerd …Au revoir. ’t Is beter ’t gesprek niet voort te zetten(bij de deur).Ik zal grootmama schrijven.Dolf.Aangeteekend, jongen!(loopt grimmig op en neer, schelt—klopt aan Hope’s deur).[Inhoud]Twaalfde Tooneel.Hope, Dolf, de Kelner.Hope.Heeft u me noodig, meneer?Dolf.Zou jij anders niet komen?Hope.Natuurlijk wel.Dolf.Hope—ik heb voor jou ’t grootste respect.Hope(pijnlijk).Jawel, meneer.Dolf.Waarom zeg je dat „jawel” met dat vervloekte „meneer” ’r bij—op de ouwe haatdragende manier?Hope.Ik ben niet haatdragend.Dolf.Kom nou—op m’n eerewoord.…Hope.Doeu me één genoegen—en maak niet zoo’n misbruik van eerewoorden … Eer is zoo’n bijzonder ding voor ’n vróúw …Dolf.Door ’n man zou ’k me zoo iets niet laten …[154]En in jouw mond klinkt ’t leuk … Jij heb ’n methode(met nadruk)… Hope—ik vraag je zoo echt en zoo welgemeend excuus voor m’n gemeenheid van dien avond!—Ik heb geen bedoeling, geen bijbedoeling—’k voel enkel de behoefte je met genegenheid, met eerlijke vriendschap, de hand te drukken … Wees niet stijfhoofdig …Hope.Nee, meneer!(weigert de hand. Geklop)Binnen. Wat is ’r?Kelner.Vous avez sonné …?Dolf.Breng jij ’ns vlug ’n biefstuk of ’n chateaubriand of ’n entrecote—met pommes frites—(tot Hope).Màg ’t hier?Hope.’rIsgedekt.Dolf.En wat groenten …Kelner.Pointes d’asperges?… Epinards?Dolf.Pointes d’asperges.Kelner.Et après …Dolf.Niemendal. Verdwijn! ’k Val flauw.(Kelner af).Hope, schenk je vergiffenis?… ’t Heeft me zoo gefrappeerd dat jij weer bij mama terug ben, dat jij me—me—seinde—jij … na m’n onhebbelijke, lage, laffe, liederlijke—meer adjectieven zul je wel niet verlangen!—behandeling, dat ik goed met je móét worden … Die bloemen zijn voor jou …Hope.Dank u—zal ik nièt accepteeren.[155]Dolf(glimlachend).’n Páár kun je ’r drogen zooals die in je verzenboek …Hope(schrikkend).Begrijp u niet …Dolf.De derde keer! Nièmand begrijpt me vandaag! Race van onbegrepen naturen! De boschviooltjes die ’k dien fameuzen Zondag—die ’k zóó dicht bij ’t water greep, dat jij m’n hand moest vasthouen—liggen die niét in dat buitengewoon boek gedroogd?Hope.Dat boek heb ’k geleend—die bloemen interesseeren me niet!(laat ze er uit vallen—wil naar haar kamer terug).Dolf.Dus—géén wapenstilstand?…Hope.Als ’r geen oorlog is, hoeft ’r niet over wapenstilstand gesproken te worden.…(nieuw gebaar naar de kamer).Dolf.Ik had dien nacht wat te veel champie …Hope.Hoe langer u ’r op doorgaat—hoe onkiescher ’t vooral voor mij is—voelt u dat niet?.…Dolf.Eén woord van je, Hope.…Hope(bitter).Vanmorgen, terwijl ’k me aankleedde, had de kelner, die straks hier was, de impertinentie binnen te komen—zonder kloppen—ik stond in m’n onderlijfje.…Dolf.Goed dat je ’t zegt.… De kwajongen!…Hope.Dien avond—toen u te veel „champie”—[156]nee, nu zàl ik ’t zeggen—toen u te veel gedronken had, dee u èrger.… Als ’k niet geschreeuwd en gegild had—als er geen dienstboden bóven hadden geslapen—zou u.…(smartelijk).… Terwijl u wist hoeveel ik tóén—tóén—lach niet: dat’s uit, ùit—hoeveel ’k tóén van u hield …(met bedwongen tranen).… Dien heelen nacht heb ik liggen huilen, dacht ’k die beleediging—dat ’n vrouw zóó schandelijk in ’r bed te overvallen—dat ’n vrouw als ’n dier willen behandelen—had ìk reden gegeven?—ooìt?—niet te boven te zullen komen.… U had geen respect voor ’t dak van uw mama, die meer dan ’n engel voor me was—geen consideratìe voor m’n herinneringen, geen ontzag voor de beste, liefste dingen van ’n meisje, dat in de droomen van ’r kamer zoo laag, zoo ontuchtig opgeschrikt wordt!Dolf.Ik wàs toen ’n bruut, Hope—had je den volgenden morgen—daar: op m’n knieën excuus willen vragen!—jij was geëclipseerd.…Hope.Natuurlijk.…Dolf.En m’n brief van vier—zès zijdjes, ’n vol uur werk!—bleef beantwoord.…Hope.Natuurlijk.…Dolf.Wat kon ’k meer doen?… En summa summarum, Hope-lief, àls ’k ’t zeggen mag—dat lijkt nu nog alles ’n tragedie—’n half Sabijnsche maagderoof—’n …(posteert zich voor haar deur).Nee, je gaat ’r niet vandoor!…[157]Hope.Dat zal van uw toon afhangen.…Dolf.’k Heb nu maar één glas gedronken, Hope—en mama ligt daar, Hope—en wànneer ’k ’n Blauwbaard ben, Hope, ben ’k toch ook nog ’n beetje gentleman, waarachtig ’n beetje—een, die fair genoeg is zich te schamen over ’n laagheid … Ga je nu weer dáár zitten?… Spelen we verstoppertje …?…(zet zich over haar).Enkel twee vragen.… Klopt ’r niets, niets meer voor me onder dat charmante verpleegsterskostuum, dat je prachtig staat?Hope.Meneer, ik ben in geen stemming.……Dolf.Ik wel.… Tweede vraag—en sérieus, Hope—zoo sérieus als ’t bij ’n bed, dat ’n sterfbed had kunnen zijn, mogelijk is!—zeg jij jà, wanneer ’k je … wanneer ik je … wanneer ik je.… Dat is driemaal.… Hahaha!… ’k Zit te hakkelen, als ’n jongen van de Burgerschool.… Dat komt, omdat de knot van je haar me geweldig biologeert.… Kun je je nu niet zoo’n heel klein tikje naar me toedraaien?… Hope!… Moet ’k alleen je haarknot en ’n schattig stukje oorlel zien—als ik je vriendelijk verzoek meelij met ’n ouwen doordraaier te hebben, door ’m te tróúwen.…Hope(opstaand).Foei!Dolf.Foei?… Is de vraag zoo misdadig?Hope.Als ’k die schandelijke inval in m’n kamer,[158]dat twee, driemaal met geweld ’n omhelzing opdringen.…Dolf.Wat heb je ze wanhopig-precies geteld.…Hope.Als ’k dat zou kúnnen vergeten—zou de nieuwe grofheid.…Dolf.Nièuwe grofheid?.…Hope(scherp).’t Vereerend aanzoek, terwijl we u seinden bij de dame—de dame—waarmee ’k diep meelijden voel.…Dolf.Meelij met de brave Snip?… Sta jij nog zóo groen tegenover ’t leven, dat je me voor ’n hartebreker bij ’n vrouw, die ’r liaisons als ’n záák behandelt, aanziet?Hope.Doet ù ’t anders? Als zij geld aan-neemt—is ù ’t toch, die ’t gééft? ’n Vrouw, die ’r hand ophoudt is meelij waard.…Dolf.Hahaha, ’n wel duur handje!Hope.De man, die betaalt, kóópt—daar.…Dolf.Die vin jij ’n schavuit.…Hope(rustig).… Erger.Dolf.Merci. Bijzonder dankbaar. Maar wanneer ik zoo’n climax van schelmerij ben—één lachje, Hope, en ’k krijg de delikaatste kuiltjes in ’n paar niet te beschrijven wangen te zien … nee?…—wanneer ik ’n ongewoon specimen van verdorvenheid lijk—[159]op ’t punt in de armen der Snippen en Snipjens onder te gaan, brrr!, steek jij me dan ’n stroohalm toe.… Daar heeft de ellendigste drenkeling recht op.…Hope(de schouders ophalend).Och, u heeft geld genoeg ’n beter houvast te betálen.Dolf.Jij praat met de rancune van ’n ouwe vrijster! Hoe leelijker ’n vrouw is—hoe sekuurder ze zitten blijft—hoe ongezoutener ze tegen beulen als ik tekeer gaat. Maar jij: waarom doe jij zoo zwaar-op-de-hand zoo als ’n christelijk grootmoedertje, zoo.…Hope.…Dat is ’n puzzle, meneer.Dolf.…Iets voorwereldlijks.…Hope(bitter).… En vervelends.…Dolf(glimlachend).De nonnekap zou je nog meer flatteeren.…Hope.’t Jachtcostuum flatteert u—ieder z’n keus niet waar?Dolf.Alweer merci!—Hoe edeler ’t wild—hoe prikkelender de tegenstand—Kom nou, Hope.… Die maanden en maanden na de gebeurtenis, ben je niet uit m’n gedachten geweest—M’n dolle streken waren voor negen tienden baloorigheid.… ik hóú van je. Ik kan—zoo waarachtig als ik geloof te leven—ik kàn niet buiten je.… Zoo groot is geen minachting.…Hope(stil).… M’n moeder is verleid, als meisje[160]van achttien—heeft zich van kant willen maken, toen hij, zoo een als u, ’r verliet—met ’n fooi voor ’t kind dat nog geboren moest worden—met ’n fooi—met ’n fooi. Ik heb ’r nooit gekend, heb ’r niet zooveel duizend maal kunnen danken, als ze duizend maal tranen gehuild moet hebben.… Voor m’n vader—vader!—voel ’k de diepste, diepste verachting.… En geen mogelijkheid, om ’m ’r iets van te zeggen—’k weet z’n naam niet—(wraakzuchtig)—tot m’n spijt—tot m’n innigste spijt! Nou kan u nagaan hoe ’k over u denk.Dolf.Dien dag van de boschviooltjes dacht je toch minder puriteinsch—ik heb m’n doen en laten nooit onder leugentjes gemaskeerd.…Hope.Dien dag ja.… Dien dag hóópte ’k, droomde ’k … dat u voor—voor invloed vatbaar was—en ’k moest me in m’n eigen kamer—’s nàchts.. verdedigen.… ’n Week later had u ’n nieuwe liaison …(opstaand).Dat is nu zeker de laatste maal, meneer, dat we over ons „verleden” spreken. Over ’n paar dagen, wanneer mevrouw vervoerd mag worden, ben ik weer in de Stichting—u in de „wereld”.… Laten we het mekaar niet lastig maken. Ik heb geen lust u de les te lezen—u nòg minder genoegen zoo’n weinig mondain discours op te houden.Dolf.’k Was juist van plan ’t in meer mondaine paadjes te leiden.… Dus àlles tusschen ons uit?Hope.Gesteld dat ’r iets bestaan heeft—dan ìs ’t uit.[161]Dolf.Hahaha!… Je ben om te stelen, Hope!… Ik heb nog nooit m’n schavuite-hoofd gestooten—en jij, jij.…Hope.… En ik?…Dolf(met hartstocht)… Jij wil niet beter dan dat ik je weerbarstige handjes met geweld in de mijne neem, dat ik mijn lippen op de jouwe …Hope.…Liever zou ik me.…Dolf.…Zou je je.… Praat uit!Hope(heftig).Ik heb geen achting voor u!Dolf.Ik voor jou dubbel.Hope.’n Man waartegen ik niet opzie.…Dolf.Hoeft niet. Je hóúdt, hóúdt, hóúdt van me, Hope—je wil je zelf en mij wat wijsmaken.…Hope(heftig).Wijsmaken?… Wijsmaken, waar ’k geen grein eerbied …(schrikt).Daar klopt iemand. Straks heeft de kelner staan luisteren.…[Inhoud]Dertiende Tooneel.De vorigen, Mevr. van Walden.Mevr. v. Walden.Nee ik.Hope.Ben u opgestaan? De dokter.…Dolf.Mama, hoe dùrft u? ’t Was u verboden![162]Mevr. v. Walden(glimlachend).M’n krant had ’k uit en toen méénde ik jouw stem te hooren.…Hope.Mevrouw, u moet dadelijk, dadelijk weer.…Dolf.Hoe kunt u dat doen?(Omhelst haar).Ongehoorzaam moedertje! Ik blijf hier zóolang u me houden wil—maar u gaat naar uw kamer.Mevr. v. Walden(Hope afwerend).Nee kind—vijf minuten—op de klok af vijf—dan mag je desnoods met geweld.…Hope.Mevrouw.…Mevr. v. Walden.Spreek ’k óóit onwaarheid, Hope? Ik ben beter—de aanval is voorbij. Dat voel ’k zelf ’t beste.… En—nee, ik neem den stoel bij ’t balkon—even de zee hooren—dank je!—en wou ik zeggen, als ’t ergste nièt voorbij is, dan wil ’k van ’t gevoel van opluchting profiteeren, om ’n oogenblikje, één oogenblikje met jou, jongen, te praten.…Hope.Praten doet u vooral niet.…Dolf.Beslist niet.Mevr. v. Walden.Goed kinderen … ’k Zal matig zijn. Doe de deur achter me toe, Hope—’t trekt ’n beetje—’t raam in de slaapkamer staat open.Hope.Dan doe ’k ’t dicht.(af).Mevr. v. Walden.Dolf, beste jongen: dat meisje is meer dan ’n engel—dat meisje is ’n vrouw zooals[163]God ’r weinig geschapen heeft … Ik heb geluisterd. Ik weet dat ze—dat jij ’r ongelukkig maakt—dat ze …(Hope treedt binnen).… Ik zei, Hope, dat ik de Stichting … Je mag vannacht niet opblijven, kind—onder geen omstandigheden—twee heele nachten heeft ze gewaakt, Dolf.… En jij—heb ik je in de jacht gestoord?…Dolf.Nee. Nee. ’k Wou vandaag hier in de buurt …—toen hoorde ’k toevallig dat u in ’t zelfde hotel.…Mevr. v. Walden(glimlachend).Ja. Jawel. Mag ik ’t niet weten dat je gewaarschuwd ben? Ik ben niet bang voor den dood.…Dolf.Nou mama! Op uw honderdsten jaardag zullen we over dood beginnen te.…Mevr. v. Walden.…Nee jongen—je hoeft ’r niet over heen te praten. Hope weet hoe ’k ’r over denk. ’t Leven is ’n reis—’n reis—Wie heengaat komt wat vroeger aan. En die reis maken we allen, is ’t niet?.… Hoe komt ’t dat ’k je zoo lang niet gezien heb?.…Dolf(glimlachend).Drukte. Buitengewone drukte, mama.Mevr. v. Walden.Dat is ’n genot hier voor ’t raam. Ja—’n buitengewoon genot. Neem ’n stoel, Dolf—dicht bij me—nog dichter—dan kan ’k zacht blijven spreken. Jij ook, Hope, m’n goeie, beste Hope. Zoo is ’t goed. Zoo zit ’k of me niets kan gebeuren. Jammer dat Charles weg is gegaan. Heb jij[164]bezwaar tegen ’n legaat, ’n heel groot legaat, Dolf—laat me je hand houden—dat ik per testamentaire beschikking aan de Stichting … ’t Staat in m’n wil … maar van kracht is ’t niet, zei de notaris—als jullie.…Dolf(vroolijk).Alweer over dingen waarover we na dertig jaar zouen spreken.…Mevr. v. Walden.M’n jongen—gekscheer niet. Ik ben opgeschreven.…Hope.Nou mevrouw! Toe!Mevr. v. Walden.Op mijn leeftijd voel je precies—hoelang nog en(glimlachend)wanneer … Zul jij je niet verzetten?—Dolf?Dolf(luchtig).Ik geef permissie me te onterven! Daar!Mevr. v. Walden.’t Is ’n enorm bedrag.Dolf.Doe zooals u ’t zelf wil—’k vraag naar niets …Mevr. v. Walden.Ook niet waarom die Stichting me zóó na aan ’t hart ligt?Dolf.Mama—u heeft die liefhebberij—ik ’n àndere.Mevr. v. Walden.Liefhebberij? Nee—ik lieg niet—ik draag ’n schuld. Geef me ’n glas champagne, Hope. Ik ben toch ièts vermoeider dan ’k dacht.Hope.Nee mevrouw. Dan gaat u naar bed.Mevr. v. Walden.Geef me ’n glas, Hope—je zou ’r later spijt van hebben. Ik wil, wìl van m’n schuld[165]vertellen—voor ’t eerst—en voor ’t laatst, omdat je alles toch onder de papieren zal vinden.Dolf.Mamaatje—ga niet op die malligheid door! Als ù—ù—hahaha!—schuld heeft, nemen wij die graag over, niet waar, Hope?Hope.Natuurlijk, mevrouw—zulke gesprekken winden nutteloos op … Wil ik de deuren sluiten? ’k Geloof dat de wind begint op te steken.Mevr. v. Walden(glimlachend).Een glas—doe wat ’k vraag. Dank je(drinkt).’k Kan op die manier aan de drank raken. Luíster. Ik zeg ’t zonder opwinding, omdat ’k er overheen ben. ’n Halve eeuw jaagt de ergste gebeurtenissen uit je herinnering. Ik heb uit m’n eerste huwelijk.…Dolf.Eérste?… Wat zegt u?…Mevr. v. Walden.Niet in de rede vallen, jongen—uit m’n eerste huwelijk twee kinderen gehad—’n jongen en ’n meisje, was toen de vrouw van ’n—van ’n man waarvan ’k nièt hìeld, die me door m’n vader op was gedrongen—ik was negentien, zelf ’n kind. Toen gebeurde wat zoo dikwijls gebeurt—ik raakte op je vader verliefd—hij op mij—zoo verliefd—zoo verliefd—daar vecht je tegen—vecht je tegen, tot.… Met geweld wou m’n man me houen—hij dee leelijke díngen—laat ’k ’r over zwijgen. Ik liep weg. Het was uit. En ik hertrouwde.…Dolf.Mamaatje—al wat jij gedaan heb, gedaan kan[166]hebben, is goed en te begrijpen. Niet verder op doorgaan.Mevr. v. Walden.Nee jongen. Hiér begint m’n schuld. Ik had twee jonge kinderen verlaten—de jongen drie, ’t meisje twee. En dat màg niet. Dat is zoo wreed, zoo misdadig—schaapjes op dièn leeftijd, die op de móéder aan zijn gewezen. Nee—niet in de rede vallen! Niemand kan over zoo iets oordeelen. ’t Wordt ’n ding voor je geweten. Enkel voor je éigen geweten. M’n eerste man had ’t niet breed. Ze hebben armoe gekend—later. En nooit genegenheid, de stumpers. Als hij aan z’n werk was, werden ze door ’n meid verzorgd—vérzòrgd. Drie, viermaal heb ’k geprobeerd met gèld te helpen—wou-ie niet. ’k Wou ze voor mijn rekening ’n opvoeding geven—wou-ie niet. Toen ’k eens de reis had gemaakt, om ze te zien, werd ’k ziek zooals ze ’r verwaarloosd uitzagen—’t kleine lekkere meisje vooral—mijn dochtertje, als ’k ’t recht heb dat nu nog te zeggen. Op ’n dag—nee, maak je niet ongerust—’t is zoo dood en ver—is ’t ventje overreden—’n jaar later stierf ’t meisje—dat tengere, zwarte ding aan typhus—ongekookte melk. Dolf, m’n jongen—’k heb m’n plicht bij de grafjes mogen doen—m’n plicht … m’n plicht …Dolf.Zie geen spoken mama—plicht is ’n ding …Mevr. v. Walden …’n Ding, dat ik in die dagen als ’n last, ’n machtspreuk—over boord wierp—dat toch zoo’n genot, zoo’n rust geeft.…[167]Dolf.U zegt zelf: u wàs verliefd—èn, dat mogen wij vóor alles zeggen: voor òns was u.…Mevr. v. Walden.Niet doen. Mij hoef je onder geen omstandigheden te—te—overtuigen, te troosten. ’t Is zoo ver weg, zoo zonderling-ver, of ’k als ’n gestorvene over wat-begraven-is babbel. Na den dood van je papa en je broer, ben ’k wakker geworden, heb ’k geprobeerd aan andere kinderen te vergoeden, wat ’k naliet toen ’k nog niet dacht, nee niet dacht. Ja, Dolf, dat werd m’n liefhebberij, m’n „liefhebberij”.…Dolf.Excuseer, dat ’k dat woord gebruikte.… Mag ze nòg langer praten, Hope?Hope.Toe, mevrouw—wat luistert u slecht.…Mevr. v. Walden(glimlachend).Ik heb niet de geringste benauwdheid—en—en.… nu ’k den vogel, die zoo zelden op ’t nest is, even bij me heb—moet ’k nòg een, nòg één belofte.…Dolf.Mamaatje, ik geef je mijn eerewoord, dat ik èlk verlangen, zònder uitzondering, zal respecteeren—’t legaat en ook het andere dat je nog niet gezegd heb—handslag!Mevr. v. Walden.Je ben ’n beste jongen—en wij—ik—hou heel veel van je—maar die eene belofte moet, moet je nu, nú—je kan nooit weten hoe gauw ’t …Dolf.Afgesproken, mamaatje—ik doe ’t.…Mevr. v. Walden(hem de hand op den mond leggend).[168]Ssst! Sssst!.… Wij hebben sàmen iets leelijks gedaan, samen—jij en ik …Dolf.Hahaha!.… Goed.Mevr. v. Walden.Niet lachen—’t is heelemaal niet om te lachen. En als ’k ’t zeg, Hope, kind, met opzet in jouw tegenwoordigheid, is ’t met de opdracht dat je hem dag aan dag zal helpen onthouden als-ie lichtzinnig doet.…Dolf.Excellent! Hoor je dat, Hope? ’k Zal volgens de letter.…Hope.Ik wou liever—mevrouw.…Mevr. v. Walden.Niet tegenstribbelen, Hope, m’n allerbest kind.… Inachttien-honderd-negentig, Dolf, heb je—heb je veertien dagen(met moeilijken glimlach)gezeten.…Dolf(luchtig-vergenoegd).Ja mamaatje, daar staat me wat van bij.…Mevr. v. Walden.Je was met ’n meisje(beschaafd-aarzelend)—te ver gegaan—en de broer, die ’t zich aantrok—mishandelde je.…Dolf(vroolijk).Gretchen—Valentijn—Faust.…Mevr. v. Walden.Dolf! Dolf!… Heusch, we hebben iets léélijks gedaan in die dagen.… Zij was in—zie me niet zoo làchend aan, jongen!—zij was in—omstandigheden. Jij heb niet meer, nóóit meer naar ’r omgekeken.Dolf.Mamaatje!.… Laten we ’n tikje redelijk blijven..[169]Mevr. v. Walden.Dat bèn ’k.…Dolf.U heeft geen flauw begrip over wie, over wat u spreekt.…Mevr. v. Walden.Ik spreek over—over de moeder van—laten we zeggen: ’n kind.…Dolf.Slik ’t maar niet in! Ik kan ’n stootje velen, hahaha!… Och, och!… Twéé paar gefronste wenkbrauwen!… Nee zeg, laat me geen uur op ’t zondaarsbankje zitten, hahaha!… ’n Kluifje voor Hope.. Mamaatje: alle gekheid op ’n stokje—èn àls ’k ’t me goed herinner—ja, al kijken jullie als scherprechters!—àls ’k me goed herinner: ’k heb geen dagboek van m’n zonden aangelegd, hahaha!—die juffrouw, die me indirect belet heeft door te studeeren—jammer!—had—was … Is dàt ’t onderwerp voor ’n gesprek met jùllie—was ’n—(met lachend geweifel)’n dametje van licht.…Hope.’n Gevallen vrouw.Dolf.Dat kun je ook minder sòmber zeggen! Ze had al met meer dan een—nou flap ’k ’t ’r uit, omdat jullie me ’t vuur aan de schenen legt—met ’n paar dozijn gelééfd—toen ik aan de beurt kwam. Dat klinkt hard en ruw, mamaatje:ikmaak ’t leven niet. Op ’n dag beweerde ze, dat ’k vader—en de mogelijkheid wàs helaas niet buiten gesloten.… Drie, vier, vijf maanden later—leg me op de pijnbank—precies weet ik ’t niet!—had je de herrie met ’r zoogenaamden broer.… ’k Herhaal—om ’r ’n eind aan te maken—laten we[170]redelijk blijven—ik heb ’t mijne gedaan … heb behoorlijk gedokt—tot ze, gelukkig voor ons allen van de vlakte verdween.…Mevr. v. Walden.Dàt wist ’k allemaal. Maar ’t kind is geboren—’n meisje, Dolf.…Dolf(luchtig-verwonderd).Och kom!… Hoe weet ù dat?Mevr. v. Walden.Voor de geboorte heeft ze me—’n „dreigbrief” geschreven—nà de geboorte nòg een.…Dolf.En?.…Mevr. v. Walden.En.… En niets.… Inéén-en-negentigdacht ’k zoo alleen aan mezelf, was ’kzóó’negoïst—zoo bang voor de wereld, die m’n eerste huwelijk vergeten was—dat ’k ’r nièt antwoordde, geen letter. Je papa zond ’n honderd gulden in gesloten couvert. Den eenen brief heb ’k verscheurd—den anderen bewaard, om ’r—hoe láát ben ’k mènsch geworden!—om ’r politiezaken van te maken, als ze nog eens probeerde „af te dreigen”.… Verleden week bij ’t sorteeren van paperassen, vond ’k ’m.… En ’k kreeg ’r de tranen van in m’n oogen.… ’t Wàs ’t geluid van ’n moeder, die geen uitweg weet.… Je kunt ’m zelf lezen—hij ligt bij m’n laatsten wil—en die laatste wil is ook, vóóral ook, Dolf, dat je onderzoekt wat ’r van die vrouw is geworden, als ’t mij niet lukt..Dolf(luchtig).Ik ben ’r paf, paf, paf van—ù niet lukt …?[171]Mevr. v. Walden.’k Heb m’n chargé-d’affaires last gegeven informaties in te winnen—zoo discreet mogelijk.… Begrijp je, jongen, dat als ik toen wakker was geweest—ik—jij was misschien te jong voor verantwoordelijkheidsgevoel—dat ik jouw.… jouw.…Hope.Zijn dòchter.…Dolf.Merci voor ’t waarmerk!Mevr. v. Walden.Dat ik jouw dochter—ze kàn ’t geweest zijn—nóóit aan ’r lot zou overgelaten hebben?.… Geen glimlach, jongen.… Toe, toe, geen cynisme!(grijpt z’n hand opnieuw).… Doe de belofte, die ’k je vraag, dat je die vrouw en vooral dat kind—kind—hoe de tijd vliegt!—àls ze onder de lévenden is, moet ’t ’n meisje van zeventien, achttien zijn—dat je ’r zóó lang zal zoeken tot je ’r vindt.…Dolf.Kom, mamaatje—wat ’n excessieve.…Mevr. v.Walden(dringender).Je zal ’r me zóó gelukkig mee maken, jongen—ik pleit niet voor die vrouw—ik pleit niet tegen ’r—ik denk aan ’t kind.…Dolf.Wat is dat mamaatje? Tranen! Tranen?Hope.Mevrouw!Dolf(glimlachend).Daar—ik beloof ’t.Mevr. v. Walden.Glimlachend? Glimlachend?[172]Dolf.Als’k ’t maar belóóf, hé?…(zwak-spottend).’k Steek ’r m’n vingers bij op, dat ’k waarachtig moeite zal doen ’r te vinden. Hoe heet m’n.… vrouw ook weer?Mevr. v. Walden.Weet ’k niet. Sofie … Sofie …Dolf.Dat marcheert. Ik ken ’r enkel als Kreeftje! Kreeftje.…Mevr. v. Walden.Zul je dat kind als ’n dochter …?Dolf.Als ’k er ù—en m’n vriendin Hope—mee plezier.…Mevr. v. Walden.Zoo waar Gòd ons ziet?Dolf.Mamaatje—moet ’t zoo plechtig! ’t Wordt ’n geweldig stuivers-romannetje.…Mevr. v. Walden.Ikheb zoo’n spijt van m’n harteloosheid.Dolf.Geexalteerd moedertje: op één conditie herhaal ’k m’n belofte in vòlste ernst—als je weer een, twee, drie gaat rusten—we zullen Jan Linden niet onder de oogen durven komen.…Mevr. v. Walden(hem op ’t voorhoofd zoenend).Dank je—dank je, jongen. Al lijkt ’t je nog zoo overdreven—’t gaf me den heelen dag ’n gevoel van gejaagdheid, of ’k iets vergeten, iets vergeten had … Je arm, Hope—’k zal vannacht als ’n roos slapen.(bij de deur).Ontbijten we samen? Ja? Acht uur.… En vast afgesproken, Dolf?[173]Dolf(bij de deur).Vast.Mevr. v. Walden(reeds onzichtbaar).En zonder uitstel?… Van af morgen?Dolf(lachend).Van af morgen. M’n jachtkostuum kan ’k ’r voor aanhouden, hahaha! Dat zal ’n jacht met hindernissen worden. Mamaatje! Mamaatje!(sluit de portières).Binnen!

[Inhoud]Negende Tooneel.Hope, de vorigen.Dokter.Slaapt mevrouw?Hope.Nee, dokter.(tot Dolf)Goeien avond, meneer(hij buigt).Mevrouw wou meneer Charles graag éen oogenblik zien.… Is-ie weg gegaan?[147]Charles.Nee, nee, nee—present!(stapt van het balkon).Dokter.Hoe weet mevrouw dan?…Hope.Ze hoorde stemmen … Toen vroeg ze … En ik wist niet beter …Dokter.Nee, meneer Van Walden—vanavond niet …Hope.’k Zou ’t liever wel permiteeren, dokter—u kent mevrouw: als ’k ’r niet had tegen gehouden, was ze opgestaan …Dokter.Kom, kom, kom, kom!… Gekheid.Hope.Ze ligt de avondeditie te lezen—zóó opgemonterd als ze zich voelt … Waarom dan niet even bezoek?…Dolf.Natuurlijk—natuurlijk. We zullen ’t héel, héel kort maken, Jantje …Dokter.Geen sprake van—en nog wel twee tegelijk!… Op uw horloge ’n halve minuut, meneer Van Walden—en jij Dolf: morgen … Ik doe ’t met displeizier, en om depatiëntniet te contrarieeren.—Weinig praten en weinig láten praten, meneer!—En mag ik tegelijk afscheid nemen—ik kan niet langer blijven.Charles.Tot morgen dokter!(af met Hope in de slaapkamer).[Inhoud]Tiende Tooneel.Dokter, Dolf.Dolf.Ga je heusch?[148]Dokter.Me dunkt. ’n Dik kwartier verbabbeld. Zien we je?Dolf.Op handslag … Aardig die kleine Hope in ’r kostuum, hè?… Jammer dat ze zoo … Dat beroerde bij de tegenwoordige vrouwen, hè—’t haar als ’n kloosterzuster—de hoed zonder ’n veer—moet ’k met dierbare Snip over praten—heele besparing … Is jouw vrouw ’n vróúw—wat je noemt ’n vróúw—of is ze ook zoo’n verschijnsel met aangewaaide ideeën—type eenvoud?Dokter.Dolf—je krijgt me niet meer an ’t babbelen!… Kom je overtuigen, hahaha!… Tot ziens. Je hoeft me niet uit te laten. Denk ’r an: jij mag pas morgen op bezoek gaan. Rust, rust.Dolf(in de deur).Zeg Jantje …Dokter.Ja?…Dolf.Ben je nog altijd zoo’n liefhebber van schaken?… Je gaf me ’n raadsheer of ’n kasteel voor, herinner je je?Dokter.Ja, ja.Dolf.Spelen we morgen ’n partij?Dokter.Uitstekend. Bij mij thuis?Dolf.Goed. Morgenavond. ’t Zal me ’n genoegen zijn met je vrouw kennis te maken. Jij ben ’n beste kerel.Dokter.Adieu. Adieu.[149][Inhoud]Elfde Tooneel.Dolf, Charles, Hope.Dolf(kijkt het boek van Hope in, leest ’n moment, glimlacht, bladert verder, houdt ’n bundeltje gedroogde viooltjes tusschen de vingers, zit in nadenken, klapt het boek vroolijk dicht, schenkt zich een glas champagne in, drinkt dat snel leeg, herneemt het boek, bekijkt nog eens aandachtiger de gedroogde viooltjes, schrikt, sluit het boek, wacht tot Hope de deuren dichtgeschoven heeft).Nou? Hoe vond jemama?Charles.Dezelfde van vroeger.—Als ze morgen zoo is, reis ik weer rustig af.Dolf.Je zegt dat of ’r iets voorgevallen is—Zoek je wat Hope—juffrouw Hope?—Daar ligt ’t.…(overhandigt haar het verlegde boek).Hope.Dank u.(zet zich in den leunstoel voor ’t raam—leest met bedoeling).Dolf.Heb je iets, Charley, boy? Zeldzaam hoe jij zónder snor op die dominee-met-’t-wratje lijkt, hahaha!Hope.’n Beetje zachter, meneer—mevrouw zou gaan slapen. Dat lachen is te hooren …Dolf.Ik dacht dat jij zat te lezen … Nou Charley, hoe heb ’k ’t met je?… Ga je zoo gezellig heen?Charles(kalm).Grootmama sprak ’r van waar Hope bij was—ik hoef me dus voor Hope niet in acht te nemen—’r hindert me inderdaad wat!(tot Hope, die naar haar kamer gaat).Je hoort toch, dat ’k voor jóú geen geheimen heb …[150]Hope.Praat u liever zonder ’n vreemde ’r bij.…(af).Charles.In elk geval kan ’k nu vrijer m’n opinie zeggen.… Oom Dolf—hoe ù doen zal, weet ’k niet, maar ik zal me ’r deze keer beslist nièt bij neerleggen.…Dolf(droog).Money-matters?Charles.Geldzaken ja. Grootmama heeft de intentie de Stichting, die al zooveel nutteloos geld verslonden heeft—geld niet te berekenen!—’n enorm legaat te vermaken—En omdat dat wettelijk zonder uw en mijn toestemming niet kan, niet mag, vroeg ze me of ik ’r voorloopig belóven wou met ’n beschikking van dien aard genoegen te nemen.…Dolf.En?Charles.Ik heb ’r in deze situatie niet dadelijk willen weigeren—’r enkel gezegd dat de dokter veel praten verboden heeft, dat we morgenà tête reposée… niet waar—vindt u niet?Dolf.Ik vind dat verschuilen achter ’n doktersadvies niet bepaald recht door zee—nietstraight forward, Charley … Hoe groot zou dat door ons goed te keuren legaat moeten zijn?Charles.’n Rente van ’n halve ton per jaar—dat is schappelijk berekend ruim ’n miljoen.…Dolf.Tegen vijf procent—en die maak je niet op soliede manier.…Charles.Met wat ’r al in de historie zit, wordt ’n[151]fortuin, ’n fortuin, verkwist—Ik kom voor Ninette op—ik dènk ’r niet aan, dènk ’r niet aan—de excessen van grootmama, dat links en rechts „weldoen” met geld dat welbeschouwd ’t hare niet is …Dolf.Ho. Ho. Niet zoo galopeeren. ’n Beetje maat houden in je edele verontwaardiging, Charley.….Charles.Met genoegen, maar alsjeblief niet die hinderlijke toon, oom, of ’k nog de jongen van de kostschool ben …Dolf.Jij schiet vanavond met iets anders dan los kruit, neefje.…Charles.Des te beter. ’kHeblang genoeg over me láten beschikken.…Dolf(koel).Toch niet door mij, wel?Charles.Door u?… Och u …(verbitterd).U had andere zaken en bezigheden dan naar mij om te kijken.…Dolf.Ik zei je al, toen je me ’t portretje van Ninette liet zien, dat jij van nuances van hatelijkheid schijnt te houden.… Snip pleegt daar ook in den vroegen morgen specialiteit in te zijn.…Charles.Merci voor uw ernstigen toon, oom. Maar ik verzoek u er nota van te nemen dat ik weiger—in ronde woorden weiger.…Dolf.Ikheb je toch niets gevraagd? Wil je zoo ridderlijk zijn zelf ’t woord te voeren?[152]Charles.Dat zal ’k. En om onaangenaamheden te ontgaan, lijkt ’t me ’t beste ’t antwoord uit Trouville te schrijven.…Dolf.Jawel. Maar doe ’t aangeteekend. Dat is meer businesslike, zakelijker, verstandiger—brieven kunnen zoek raken.…Charles.’t Zal toch heusch tijd worden, oom, dat u minder ironisch met me omgaat.… Grootmama heeft me naar die ellendige kostschool gezonden—grootmama heeft ’n vrouw voor me uitgezocht—heeft ’t huwelijk bedisseld.…Dolf.Jij begint los te komen of je mishandeld ben geworden—of je vrouw ’n last voor je is.…Charles.Daar blief ’k mijn gedachten over te hebben. Ik zeg alleen, dat de grens bereikt is—ik laat niet disponeeren over.…Dolf.…Je erfdeel—ouwe, beminnelijke familie herrie, wanneer ’t zoover is.…(hard).Maar ’t is gelukkig nog niet zoover.… ’t Spijt me Charley, dat de eerste keer dat je eens prettig met me uitpraat—dat je gezicht ’n andere dan de bekende plooi heeft—dat je minder gereserveerd doet—dat je net die éérste keer zoo ongegeneerd van stapel loopt, terwijl ’t goeie, beste, onzelfzuchtige mensch, dat menig nachtje bij je opgezeten heeft, toen jij nog nièt ’t „goddelijk oordeel des onderscheids”, dat je nu bezit, had, mogelijk in ’r laatste uren ligt te becijferen, wat ze voor derden nog[153]doen kan.… Fidonc. Je ben ’n egoïst lid, om zoo onsmakelijk je zelfstandigheid op te vatten!Charles.Egoïsme schijnt ’n familietrek, oom … Ik heb u nooit minder getaxeerd …Au revoir. ’t Is beter ’t gesprek niet voort te zetten(bij de deur).Ik zal grootmama schrijven.Dolf.Aangeteekend, jongen!(loopt grimmig op en neer, schelt—klopt aan Hope’s deur).[Inhoud]Twaalfde Tooneel.Hope, Dolf, de Kelner.Hope.Heeft u me noodig, meneer?Dolf.Zou jij anders niet komen?Hope.Natuurlijk wel.Dolf.Hope—ik heb voor jou ’t grootste respect.Hope(pijnlijk).Jawel, meneer.Dolf.Waarom zeg je dat „jawel” met dat vervloekte „meneer” ’r bij—op de ouwe haatdragende manier?Hope.Ik ben niet haatdragend.Dolf.Kom nou—op m’n eerewoord.…Hope.Doeu me één genoegen—en maak niet zoo’n misbruik van eerewoorden … Eer is zoo’n bijzonder ding voor ’n vróúw …Dolf.Door ’n man zou ’k me zoo iets niet laten …[154]En in jouw mond klinkt ’t leuk … Jij heb ’n methode(met nadruk)… Hope—ik vraag je zoo echt en zoo welgemeend excuus voor m’n gemeenheid van dien avond!—Ik heb geen bedoeling, geen bijbedoeling—’k voel enkel de behoefte je met genegenheid, met eerlijke vriendschap, de hand te drukken … Wees niet stijfhoofdig …Hope.Nee, meneer!(weigert de hand. Geklop)Binnen. Wat is ’r?Kelner.Vous avez sonné …?Dolf.Breng jij ’ns vlug ’n biefstuk of ’n chateaubriand of ’n entrecote—met pommes frites—(tot Hope).Màg ’t hier?Hope.’rIsgedekt.Dolf.En wat groenten …Kelner.Pointes d’asperges?… Epinards?Dolf.Pointes d’asperges.Kelner.Et après …Dolf.Niemendal. Verdwijn! ’k Val flauw.(Kelner af).Hope, schenk je vergiffenis?… ’t Heeft me zoo gefrappeerd dat jij weer bij mama terug ben, dat jij me—me—seinde—jij … na m’n onhebbelijke, lage, laffe, liederlijke—meer adjectieven zul je wel niet verlangen!—behandeling, dat ik goed met je móét worden … Die bloemen zijn voor jou …Hope.Dank u—zal ik nièt accepteeren.[155]Dolf(glimlachend).’n Páár kun je ’r drogen zooals die in je verzenboek …Hope(schrikkend).Begrijp u niet …Dolf.De derde keer! Nièmand begrijpt me vandaag! Race van onbegrepen naturen! De boschviooltjes die ’k dien fameuzen Zondag—die ’k zóó dicht bij ’t water greep, dat jij m’n hand moest vasthouen—liggen die niét in dat buitengewoon boek gedroogd?Hope.Dat boek heb ’k geleend—die bloemen interesseeren me niet!(laat ze er uit vallen—wil naar haar kamer terug).Dolf.Dus—géén wapenstilstand?…Hope.Als ’r geen oorlog is, hoeft ’r niet over wapenstilstand gesproken te worden.…(nieuw gebaar naar de kamer).Dolf.Ik had dien nacht wat te veel champie …Hope.Hoe langer u ’r op doorgaat—hoe onkiescher ’t vooral voor mij is—voelt u dat niet?.…Dolf.Eén woord van je, Hope.…Hope(bitter).Vanmorgen, terwijl ’k me aankleedde, had de kelner, die straks hier was, de impertinentie binnen te komen—zonder kloppen—ik stond in m’n onderlijfje.…Dolf.Goed dat je ’t zegt.… De kwajongen!…Hope.Dien avond—toen u te veel „champie”—[156]nee, nu zàl ik ’t zeggen—toen u te veel gedronken had, dee u èrger.… Als ’k niet geschreeuwd en gegild had—als er geen dienstboden bóven hadden geslapen—zou u.…(smartelijk).… Terwijl u wist hoeveel ik tóén—tóén—lach niet: dat’s uit, ùit—hoeveel ’k tóén van u hield …(met bedwongen tranen).… Dien heelen nacht heb ik liggen huilen, dacht ’k die beleediging—dat ’n vrouw zóó schandelijk in ’r bed te overvallen—dat ’n vrouw als ’n dier willen behandelen—had ìk reden gegeven?—ooìt?—niet te boven te zullen komen.… U had geen respect voor ’t dak van uw mama, die meer dan ’n engel voor me was—geen consideratìe voor m’n herinneringen, geen ontzag voor de beste, liefste dingen van ’n meisje, dat in de droomen van ’r kamer zoo laag, zoo ontuchtig opgeschrikt wordt!Dolf.Ik wàs toen ’n bruut, Hope—had je den volgenden morgen—daar: op m’n knieën excuus willen vragen!—jij was geëclipseerd.…Hope.Natuurlijk.…Dolf.En m’n brief van vier—zès zijdjes, ’n vol uur werk!—bleef beantwoord.…Hope.Natuurlijk.…Dolf.Wat kon ’k meer doen?… En summa summarum, Hope-lief, àls ’k ’t zeggen mag—dat lijkt nu nog alles ’n tragedie—’n half Sabijnsche maagderoof—’n …(posteert zich voor haar deur).Nee, je gaat ’r niet vandoor!…[157]Hope.Dat zal van uw toon afhangen.…Dolf.’k Heb nu maar één glas gedronken, Hope—en mama ligt daar, Hope—en wànneer ’k ’n Blauwbaard ben, Hope, ben ’k toch ook nog ’n beetje gentleman, waarachtig ’n beetje—een, die fair genoeg is zich te schamen over ’n laagheid … Ga je nu weer dáár zitten?… Spelen we verstoppertje …?…(zet zich over haar).Enkel twee vragen.… Klopt ’r niets, niets meer voor me onder dat charmante verpleegsterskostuum, dat je prachtig staat?Hope.Meneer, ik ben in geen stemming.……Dolf.Ik wel.… Tweede vraag—en sérieus, Hope—zoo sérieus als ’t bij ’n bed, dat ’n sterfbed had kunnen zijn, mogelijk is!—zeg jij jà, wanneer ’k je … wanneer ik je … wanneer ik je.… Dat is driemaal.… Hahaha!… ’k Zit te hakkelen, als ’n jongen van de Burgerschool.… Dat komt, omdat de knot van je haar me geweldig biologeert.… Kun je je nu niet zoo’n heel klein tikje naar me toedraaien?… Hope!… Moet ’k alleen je haarknot en ’n schattig stukje oorlel zien—als ik je vriendelijk verzoek meelij met ’n ouwen doordraaier te hebben, door ’m te tróúwen.…Hope(opstaand).Foei!Dolf.Foei?… Is de vraag zoo misdadig?Hope.Als ’k die schandelijke inval in m’n kamer,[158]dat twee, driemaal met geweld ’n omhelzing opdringen.…Dolf.Wat heb je ze wanhopig-precies geteld.…Hope.Als ’k dat zou kúnnen vergeten—zou de nieuwe grofheid.…Dolf.Nièuwe grofheid?.…Hope(scherp).’t Vereerend aanzoek, terwijl we u seinden bij de dame—de dame—waarmee ’k diep meelijden voel.…Dolf.Meelij met de brave Snip?… Sta jij nog zóo groen tegenover ’t leven, dat je me voor ’n hartebreker bij ’n vrouw, die ’r liaisons als ’n záák behandelt, aanziet?Hope.Doet ù ’t anders? Als zij geld aan-neemt—is ù ’t toch, die ’t gééft? ’n Vrouw, die ’r hand ophoudt is meelij waard.…Dolf.Hahaha, ’n wel duur handje!Hope.De man, die betaalt, kóópt—daar.…Dolf.Die vin jij ’n schavuit.…Hope(rustig).… Erger.Dolf.Merci. Bijzonder dankbaar. Maar wanneer ik zoo’n climax van schelmerij ben—één lachje, Hope, en ’k krijg de delikaatste kuiltjes in ’n paar niet te beschrijven wangen te zien … nee?…—wanneer ik ’n ongewoon specimen van verdorvenheid lijk—[159]op ’t punt in de armen der Snippen en Snipjens onder te gaan, brrr!, steek jij me dan ’n stroohalm toe.… Daar heeft de ellendigste drenkeling recht op.…Hope(de schouders ophalend).Och, u heeft geld genoeg ’n beter houvast te betálen.Dolf.Jij praat met de rancune van ’n ouwe vrijster! Hoe leelijker ’n vrouw is—hoe sekuurder ze zitten blijft—hoe ongezoutener ze tegen beulen als ik tekeer gaat. Maar jij: waarom doe jij zoo zwaar-op-de-hand zoo als ’n christelijk grootmoedertje, zoo.…Hope.…Dat is ’n puzzle, meneer.Dolf.…Iets voorwereldlijks.…Hope(bitter).… En vervelends.…Dolf(glimlachend).De nonnekap zou je nog meer flatteeren.…Hope.’t Jachtcostuum flatteert u—ieder z’n keus niet waar?Dolf.Alweer merci!—Hoe edeler ’t wild—hoe prikkelender de tegenstand—Kom nou, Hope.… Die maanden en maanden na de gebeurtenis, ben je niet uit m’n gedachten geweest—M’n dolle streken waren voor negen tienden baloorigheid.… ik hóú van je. Ik kan—zoo waarachtig als ik geloof te leven—ik kàn niet buiten je.… Zoo groot is geen minachting.…Hope(stil).… M’n moeder is verleid, als meisje[160]van achttien—heeft zich van kant willen maken, toen hij, zoo een als u, ’r verliet—met ’n fooi voor ’t kind dat nog geboren moest worden—met ’n fooi—met ’n fooi. Ik heb ’r nooit gekend, heb ’r niet zooveel duizend maal kunnen danken, als ze duizend maal tranen gehuild moet hebben.… Voor m’n vader—vader!—voel ’k de diepste, diepste verachting.… En geen mogelijkheid, om ’m ’r iets van te zeggen—’k weet z’n naam niet—(wraakzuchtig)—tot m’n spijt—tot m’n innigste spijt! Nou kan u nagaan hoe ’k over u denk.Dolf.Dien dag van de boschviooltjes dacht je toch minder puriteinsch—ik heb m’n doen en laten nooit onder leugentjes gemaskeerd.…Hope.Dien dag ja.… Dien dag hóópte ’k, droomde ’k … dat u voor—voor invloed vatbaar was—en ’k moest me in m’n eigen kamer—’s nàchts.. verdedigen.… ’n Week later had u ’n nieuwe liaison …(opstaand).Dat is nu zeker de laatste maal, meneer, dat we over ons „verleden” spreken. Over ’n paar dagen, wanneer mevrouw vervoerd mag worden, ben ik weer in de Stichting—u in de „wereld”.… Laten we het mekaar niet lastig maken. Ik heb geen lust u de les te lezen—u nòg minder genoegen zoo’n weinig mondain discours op te houden.Dolf.’k Was juist van plan ’t in meer mondaine paadjes te leiden.… Dus àlles tusschen ons uit?Hope.Gesteld dat ’r iets bestaan heeft—dan ìs ’t uit.[161]Dolf.Hahaha!… Je ben om te stelen, Hope!… Ik heb nog nooit m’n schavuite-hoofd gestooten—en jij, jij.…Hope.… En ik?…Dolf(met hartstocht)… Jij wil niet beter dan dat ik je weerbarstige handjes met geweld in de mijne neem, dat ik mijn lippen op de jouwe …Hope.…Liever zou ik me.…Dolf.…Zou je je.… Praat uit!Hope(heftig).Ik heb geen achting voor u!Dolf.Ik voor jou dubbel.Hope.’n Man waartegen ik niet opzie.…Dolf.Hoeft niet. Je hóúdt, hóúdt, hóúdt van me, Hope—je wil je zelf en mij wat wijsmaken.…Hope(heftig).Wijsmaken?… Wijsmaken, waar ’k geen grein eerbied …(schrikt).Daar klopt iemand. Straks heeft de kelner staan luisteren.…[Inhoud]Dertiende Tooneel.De vorigen, Mevr. van Walden.Mevr. v. Walden.Nee ik.Hope.Ben u opgestaan? De dokter.…Dolf.Mama, hoe dùrft u? ’t Was u verboden![162]Mevr. v. Walden(glimlachend).M’n krant had ’k uit en toen méénde ik jouw stem te hooren.…Hope.Mevrouw, u moet dadelijk, dadelijk weer.…Dolf.Hoe kunt u dat doen?(Omhelst haar).Ongehoorzaam moedertje! Ik blijf hier zóolang u me houden wil—maar u gaat naar uw kamer.Mevr. v. Walden(Hope afwerend).Nee kind—vijf minuten—op de klok af vijf—dan mag je desnoods met geweld.…Hope.Mevrouw.…Mevr. v. Walden.Spreek ’k óóit onwaarheid, Hope? Ik ben beter—de aanval is voorbij. Dat voel ’k zelf ’t beste.… En—nee, ik neem den stoel bij ’t balkon—even de zee hooren—dank je!—en wou ik zeggen, als ’t ergste nièt voorbij is, dan wil ’k van ’t gevoel van opluchting profiteeren, om ’n oogenblikje, één oogenblikje met jou, jongen, te praten.…Hope.Praten doet u vooral niet.…Dolf.Beslist niet.Mevr. v. Walden.Goed kinderen … ’k Zal matig zijn. Doe de deur achter me toe, Hope—’t trekt ’n beetje—’t raam in de slaapkamer staat open.Hope.Dan doe ’k ’t dicht.(af).Mevr. v. Walden.Dolf, beste jongen: dat meisje is meer dan ’n engel—dat meisje is ’n vrouw zooals[163]God ’r weinig geschapen heeft … Ik heb geluisterd. Ik weet dat ze—dat jij ’r ongelukkig maakt—dat ze …(Hope treedt binnen).… Ik zei, Hope, dat ik de Stichting … Je mag vannacht niet opblijven, kind—onder geen omstandigheden—twee heele nachten heeft ze gewaakt, Dolf.… En jij—heb ik je in de jacht gestoord?…Dolf.Nee. Nee. ’k Wou vandaag hier in de buurt …—toen hoorde ’k toevallig dat u in ’t zelfde hotel.…Mevr. v. Walden(glimlachend).Ja. Jawel. Mag ik ’t niet weten dat je gewaarschuwd ben? Ik ben niet bang voor den dood.…Dolf.Nou mama! Op uw honderdsten jaardag zullen we over dood beginnen te.…Mevr. v. Walden.…Nee jongen—je hoeft ’r niet over heen te praten. Hope weet hoe ’k ’r over denk. ’t Leven is ’n reis—’n reis—Wie heengaat komt wat vroeger aan. En die reis maken we allen, is ’t niet?.… Hoe komt ’t dat ’k je zoo lang niet gezien heb?.…Dolf(glimlachend).Drukte. Buitengewone drukte, mama.Mevr. v. Walden.Dat is ’n genot hier voor ’t raam. Ja—’n buitengewoon genot. Neem ’n stoel, Dolf—dicht bij me—nog dichter—dan kan ’k zacht blijven spreken. Jij ook, Hope, m’n goeie, beste Hope. Zoo is ’t goed. Zoo zit ’k of me niets kan gebeuren. Jammer dat Charles weg is gegaan. Heb jij[164]bezwaar tegen ’n legaat, ’n heel groot legaat, Dolf—laat me je hand houden—dat ik per testamentaire beschikking aan de Stichting … ’t Staat in m’n wil … maar van kracht is ’t niet, zei de notaris—als jullie.…Dolf(vroolijk).Alweer over dingen waarover we na dertig jaar zouen spreken.…Mevr. v. Walden.M’n jongen—gekscheer niet. Ik ben opgeschreven.…Hope.Nou mevrouw! Toe!Mevr. v. Walden.Op mijn leeftijd voel je precies—hoelang nog en(glimlachend)wanneer … Zul jij je niet verzetten?—Dolf?Dolf(luchtig).Ik geef permissie me te onterven! Daar!Mevr. v. Walden.’t Is ’n enorm bedrag.Dolf.Doe zooals u ’t zelf wil—’k vraag naar niets …Mevr. v. Walden.Ook niet waarom die Stichting me zóó na aan ’t hart ligt?Dolf.Mama—u heeft die liefhebberij—ik ’n àndere.Mevr. v. Walden.Liefhebberij? Nee—ik lieg niet—ik draag ’n schuld. Geef me ’n glas champagne, Hope. Ik ben toch ièts vermoeider dan ’k dacht.Hope.Nee mevrouw. Dan gaat u naar bed.Mevr. v. Walden.Geef me ’n glas, Hope—je zou ’r later spijt van hebben. Ik wil, wìl van m’n schuld[165]vertellen—voor ’t eerst—en voor ’t laatst, omdat je alles toch onder de papieren zal vinden.Dolf.Mamaatje—ga niet op die malligheid door! Als ù—ù—hahaha!—schuld heeft, nemen wij die graag over, niet waar, Hope?Hope.Natuurlijk, mevrouw—zulke gesprekken winden nutteloos op … Wil ik de deuren sluiten? ’k Geloof dat de wind begint op te steken.Mevr. v. Walden(glimlachend).Een glas—doe wat ’k vraag. Dank je(drinkt).’k Kan op die manier aan de drank raken. Luíster. Ik zeg ’t zonder opwinding, omdat ’k er overheen ben. ’n Halve eeuw jaagt de ergste gebeurtenissen uit je herinnering. Ik heb uit m’n eerste huwelijk.…Dolf.Eérste?… Wat zegt u?…Mevr. v. Walden.Niet in de rede vallen, jongen—uit m’n eerste huwelijk twee kinderen gehad—’n jongen en ’n meisje, was toen de vrouw van ’n—van ’n man waarvan ’k nièt hìeld, die me door m’n vader op was gedrongen—ik was negentien, zelf ’n kind. Toen gebeurde wat zoo dikwijls gebeurt—ik raakte op je vader verliefd—hij op mij—zoo verliefd—zoo verliefd—daar vecht je tegen—vecht je tegen, tot.… Met geweld wou m’n man me houen—hij dee leelijke díngen—laat ’k ’r over zwijgen. Ik liep weg. Het was uit. En ik hertrouwde.…Dolf.Mamaatje—al wat jij gedaan heb, gedaan kan[166]hebben, is goed en te begrijpen. Niet verder op doorgaan.Mevr. v. Walden.Nee jongen. Hiér begint m’n schuld. Ik had twee jonge kinderen verlaten—de jongen drie, ’t meisje twee. En dat màg niet. Dat is zoo wreed, zoo misdadig—schaapjes op dièn leeftijd, die op de móéder aan zijn gewezen. Nee—niet in de rede vallen! Niemand kan over zoo iets oordeelen. ’t Wordt ’n ding voor je geweten. Enkel voor je éigen geweten. M’n eerste man had ’t niet breed. Ze hebben armoe gekend—later. En nooit genegenheid, de stumpers. Als hij aan z’n werk was, werden ze door ’n meid verzorgd—vérzòrgd. Drie, viermaal heb ’k geprobeerd met gèld te helpen—wou-ie niet. ’k Wou ze voor mijn rekening ’n opvoeding geven—wou-ie niet. Toen ’k eens de reis had gemaakt, om ze te zien, werd ’k ziek zooals ze ’r verwaarloosd uitzagen—’t kleine lekkere meisje vooral—mijn dochtertje, als ’k ’t recht heb dat nu nog te zeggen. Op ’n dag—nee, maak je niet ongerust—’t is zoo dood en ver—is ’t ventje overreden—’n jaar later stierf ’t meisje—dat tengere, zwarte ding aan typhus—ongekookte melk. Dolf, m’n jongen—’k heb m’n plicht bij de grafjes mogen doen—m’n plicht … m’n plicht …Dolf.Zie geen spoken mama—plicht is ’n ding …Mevr. v. Walden …’n Ding, dat ik in die dagen als ’n last, ’n machtspreuk—over boord wierp—dat toch zoo’n genot, zoo’n rust geeft.…[167]Dolf.U zegt zelf: u wàs verliefd—èn, dat mogen wij vóor alles zeggen: voor òns was u.…Mevr. v. Walden.Niet doen. Mij hoef je onder geen omstandigheden te—te—overtuigen, te troosten. ’t Is zoo ver weg, zoo zonderling-ver, of ’k als ’n gestorvene over wat-begraven-is babbel. Na den dood van je papa en je broer, ben ’k wakker geworden, heb ’k geprobeerd aan andere kinderen te vergoeden, wat ’k naliet toen ’k nog niet dacht, nee niet dacht. Ja, Dolf, dat werd m’n liefhebberij, m’n „liefhebberij”.…Dolf.Excuseer, dat ’k dat woord gebruikte.… Mag ze nòg langer praten, Hope?Hope.Toe, mevrouw—wat luistert u slecht.…Mevr. v. Walden(glimlachend).Ik heb niet de geringste benauwdheid—en—en.… nu ’k den vogel, die zoo zelden op ’t nest is, even bij me heb—moet ’k nòg een, nòg één belofte.…Dolf.Mamaatje, ik geef je mijn eerewoord, dat ik èlk verlangen, zònder uitzondering, zal respecteeren—’t legaat en ook het andere dat je nog niet gezegd heb—handslag!Mevr. v. Walden.Je ben ’n beste jongen—en wij—ik—hou heel veel van je—maar die eene belofte moet, moet je nu, nú—je kan nooit weten hoe gauw ’t …Dolf.Afgesproken, mamaatje—ik doe ’t.…Mevr. v. Walden(hem de hand op den mond leggend).[168]Ssst! Sssst!.… Wij hebben sàmen iets leelijks gedaan, samen—jij en ik …Dolf.Hahaha!.… Goed.Mevr. v. Walden.Niet lachen—’t is heelemaal niet om te lachen. En als ’k ’t zeg, Hope, kind, met opzet in jouw tegenwoordigheid, is ’t met de opdracht dat je hem dag aan dag zal helpen onthouden als-ie lichtzinnig doet.…Dolf.Excellent! Hoor je dat, Hope? ’k Zal volgens de letter.…Hope.Ik wou liever—mevrouw.…Mevr. v. Walden.Niet tegenstribbelen, Hope, m’n allerbest kind.… Inachttien-honderd-negentig, Dolf, heb je—heb je veertien dagen(met moeilijken glimlach)gezeten.…Dolf(luchtig-vergenoegd).Ja mamaatje, daar staat me wat van bij.…Mevr. v. Walden.Je was met ’n meisje(beschaafd-aarzelend)—te ver gegaan—en de broer, die ’t zich aantrok—mishandelde je.…Dolf(vroolijk).Gretchen—Valentijn—Faust.…Mevr. v. Walden.Dolf! Dolf!… Heusch, we hebben iets léélijks gedaan in die dagen.… Zij was in—zie me niet zoo làchend aan, jongen!—zij was in—omstandigheden. Jij heb niet meer, nóóit meer naar ’r omgekeken.Dolf.Mamaatje!.… Laten we ’n tikje redelijk blijven..[169]Mevr. v. Walden.Dat bèn ’k.…Dolf.U heeft geen flauw begrip over wie, over wat u spreekt.…Mevr. v. Walden.Ik spreek over—over de moeder van—laten we zeggen: ’n kind.…Dolf.Slik ’t maar niet in! Ik kan ’n stootje velen, hahaha!… Och, och!… Twéé paar gefronste wenkbrauwen!… Nee zeg, laat me geen uur op ’t zondaarsbankje zitten, hahaha!… ’n Kluifje voor Hope.. Mamaatje: alle gekheid op ’n stokje—èn àls ’k ’t me goed herinner—ja, al kijken jullie als scherprechters!—àls ’k me goed herinner: ’k heb geen dagboek van m’n zonden aangelegd, hahaha!—die juffrouw, die me indirect belet heeft door te studeeren—jammer!—had—was … Is dàt ’t onderwerp voor ’n gesprek met jùllie—was ’n—(met lachend geweifel)’n dametje van licht.…Hope.’n Gevallen vrouw.Dolf.Dat kun je ook minder sòmber zeggen! Ze had al met meer dan een—nou flap ’k ’t ’r uit, omdat jullie me ’t vuur aan de schenen legt—met ’n paar dozijn gelééfd—toen ik aan de beurt kwam. Dat klinkt hard en ruw, mamaatje:ikmaak ’t leven niet. Op ’n dag beweerde ze, dat ’k vader—en de mogelijkheid wàs helaas niet buiten gesloten.… Drie, vier, vijf maanden later—leg me op de pijnbank—precies weet ik ’t niet!—had je de herrie met ’r zoogenaamden broer.… ’k Herhaal—om ’r ’n eind aan te maken—laten we[170]redelijk blijven—ik heb ’t mijne gedaan … heb behoorlijk gedokt—tot ze, gelukkig voor ons allen van de vlakte verdween.…Mevr. v. Walden.Dàt wist ’k allemaal. Maar ’t kind is geboren—’n meisje, Dolf.…Dolf(luchtig-verwonderd).Och kom!… Hoe weet ù dat?Mevr. v. Walden.Voor de geboorte heeft ze me—’n „dreigbrief” geschreven—nà de geboorte nòg een.…Dolf.En?.…Mevr. v. Walden.En.… En niets.… Inéén-en-negentigdacht ’k zoo alleen aan mezelf, was ’kzóó’negoïst—zoo bang voor de wereld, die m’n eerste huwelijk vergeten was—dat ’k ’r nièt antwoordde, geen letter. Je papa zond ’n honderd gulden in gesloten couvert. Den eenen brief heb ’k verscheurd—den anderen bewaard, om ’r—hoe láát ben ’k mènsch geworden!—om ’r politiezaken van te maken, als ze nog eens probeerde „af te dreigen”.… Verleden week bij ’t sorteeren van paperassen, vond ’k ’m.… En ’k kreeg ’r de tranen van in m’n oogen.… ’t Wàs ’t geluid van ’n moeder, die geen uitweg weet.… Je kunt ’m zelf lezen—hij ligt bij m’n laatsten wil—en die laatste wil is ook, vóóral ook, Dolf, dat je onderzoekt wat ’r van die vrouw is geworden, als ’t mij niet lukt..Dolf(luchtig).Ik ben ’r paf, paf, paf van—ù niet lukt …?[171]Mevr. v. Walden.’k Heb m’n chargé-d’affaires last gegeven informaties in te winnen—zoo discreet mogelijk.… Begrijp je, jongen, dat als ik toen wakker was geweest—ik—jij was misschien te jong voor verantwoordelijkheidsgevoel—dat ik jouw.… jouw.…Hope.Zijn dòchter.…Dolf.Merci voor ’t waarmerk!Mevr. v. Walden.Dat ik jouw dochter—ze kàn ’t geweest zijn—nóóit aan ’r lot zou overgelaten hebben?.… Geen glimlach, jongen.… Toe, toe, geen cynisme!(grijpt z’n hand opnieuw).… Doe de belofte, die ’k je vraag, dat je die vrouw en vooral dat kind—kind—hoe de tijd vliegt!—àls ze onder de lévenden is, moet ’t ’n meisje van zeventien, achttien zijn—dat je ’r zóó lang zal zoeken tot je ’r vindt.…Dolf.Kom, mamaatje—wat ’n excessieve.…Mevr. v.Walden(dringender).Je zal ’r me zóó gelukkig mee maken, jongen—ik pleit niet voor die vrouw—ik pleit niet tegen ’r—ik denk aan ’t kind.…Dolf.Wat is dat mamaatje? Tranen! Tranen?Hope.Mevrouw!Dolf(glimlachend).Daar—ik beloof ’t.Mevr. v. Walden.Glimlachend? Glimlachend?[172]Dolf.Als’k ’t maar belóóf, hé?…(zwak-spottend).’k Steek ’r m’n vingers bij op, dat ’k waarachtig moeite zal doen ’r te vinden. Hoe heet m’n.… vrouw ook weer?Mevr. v. Walden.Weet ’k niet. Sofie … Sofie …Dolf.Dat marcheert. Ik ken ’r enkel als Kreeftje! Kreeftje.…Mevr. v. Walden.Zul je dat kind als ’n dochter …?Dolf.Als ’k er ù—en m’n vriendin Hope—mee plezier.…Mevr. v. Walden.Zoo waar Gòd ons ziet?Dolf.Mamaatje—moet ’t zoo plechtig! ’t Wordt ’n geweldig stuivers-romannetje.…Mevr. v. Walden.Ikheb zoo’n spijt van m’n harteloosheid.Dolf.Geexalteerd moedertje: op één conditie herhaal ’k m’n belofte in vòlste ernst—als je weer een, twee, drie gaat rusten—we zullen Jan Linden niet onder de oogen durven komen.…Mevr. v. Walden(hem op ’t voorhoofd zoenend).Dank je—dank je, jongen. Al lijkt ’t je nog zoo overdreven—’t gaf me den heelen dag ’n gevoel van gejaagdheid, of ’k iets vergeten, iets vergeten had … Je arm, Hope—’k zal vannacht als ’n roos slapen.(bij de deur).Ontbijten we samen? Ja? Acht uur.… En vast afgesproken, Dolf?[173]Dolf(bij de deur).Vast.Mevr. v. Walden(reeds onzichtbaar).En zonder uitstel?… Van af morgen?Dolf(lachend).Van af morgen. M’n jachtkostuum kan ’k ’r voor aanhouden, hahaha! Dat zal ’n jacht met hindernissen worden. Mamaatje! Mamaatje!(sluit de portières).Binnen!

[Inhoud]Negende Tooneel.Hope, de vorigen.Dokter.Slaapt mevrouw?Hope.Nee, dokter.(tot Dolf)Goeien avond, meneer(hij buigt).Mevrouw wou meneer Charles graag éen oogenblik zien.… Is-ie weg gegaan?[147]Charles.Nee, nee, nee—present!(stapt van het balkon).Dokter.Hoe weet mevrouw dan?…Hope.Ze hoorde stemmen … Toen vroeg ze … En ik wist niet beter …Dokter.Nee, meneer Van Walden—vanavond niet …Hope.’k Zou ’t liever wel permiteeren, dokter—u kent mevrouw: als ’k ’r niet had tegen gehouden, was ze opgestaan …Dokter.Kom, kom, kom, kom!… Gekheid.Hope.Ze ligt de avondeditie te lezen—zóó opgemonterd als ze zich voelt … Waarom dan niet even bezoek?…Dolf.Natuurlijk—natuurlijk. We zullen ’t héel, héel kort maken, Jantje …Dokter.Geen sprake van—en nog wel twee tegelijk!… Op uw horloge ’n halve minuut, meneer Van Walden—en jij Dolf: morgen … Ik doe ’t met displeizier, en om depatiëntniet te contrarieeren.—Weinig praten en weinig láten praten, meneer!—En mag ik tegelijk afscheid nemen—ik kan niet langer blijven.Charles.Tot morgen dokter!(af met Hope in de slaapkamer).

Negende Tooneel.Hope, de vorigen.Dokter.Slaapt mevrouw?Hope.Nee, dokter.(tot Dolf)Goeien avond, meneer(hij buigt).Mevrouw wou meneer Charles graag éen oogenblik zien.… Is-ie weg gegaan?[147]Charles.Nee, nee, nee—present!(stapt van het balkon).Dokter.Hoe weet mevrouw dan?…Hope.Ze hoorde stemmen … Toen vroeg ze … En ik wist niet beter …Dokter.Nee, meneer Van Walden—vanavond niet …Hope.’k Zou ’t liever wel permiteeren, dokter—u kent mevrouw: als ’k ’r niet had tegen gehouden, was ze opgestaan …Dokter.Kom, kom, kom, kom!… Gekheid.Hope.Ze ligt de avondeditie te lezen—zóó opgemonterd als ze zich voelt … Waarom dan niet even bezoek?…Dolf.Natuurlijk—natuurlijk. We zullen ’t héel, héel kort maken, Jantje …Dokter.Geen sprake van—en nog wel twee tegelijk!… Op uw horloge ’n halve minuut, meneer Van Walden—en jij Dolf: morgen … Ik doe ’t met displeizier, en om depatiëntniet te contrarieeren.—Weinig praten en weinig láten praten, meneer!—En mag ik tegelijk afscheid nemen—ik kan niet langer blijven.Charles.Tot morgen dokter!(af met Hope in de slaapkamer).

Hope, de vorigen.

Dokter.Slaapt mevrouw?

Dokter.Slaapt mevrouw?

Hope.Nee, dokter.(tot Dolf)Goeien avond, meneer(hij buigt).Mevrouw wou meneer Charles graag éen oogenblik zien.… Is-ie weg gegaan?

Hope.Nee, dokter.(tot Dolf)Goeien avond, meneer(hij buigt).Mevrouw wou meneer Charles graag éen oogenblik zien.… Is-ie weg gegaan?

[147]

Charles.Nee, nee, nee—present!(stapt van het balkon).

Charles.Nee, nee, nee—present!(stapt van het balkon).

Dokter.Hoe weet mevrouw dan?…

Dokter.Hoe weet mevrouw dan?…

Hope.Ze hoorde stemmen … Toen vroeg ze … En ik wist niet beter …

Hope.Ze hoorde stemmen … Toen vroeg ze … En ik wist niet beter …

Dokter.Nee, meneer Van Walden—vanavond niet …

Dokter.Nee, meneer Van Walden—vanavond niet …

Hope.’k Zou ’t liever wel permiteeren, dokter—u kent mevrouw: als ’k ’r niet had tegen gehouden, was ze opgestaan …

Hope.’k Zou ’t liever wel permiteeren, dokter—u kent mevrouw: als ’k ’r niet had tegen gehouden, was ze opgestaan …

Dokter.Kom, kom, kom, kom!… Gekheid.

Dokter.Kom, kom, kom, kom!… Gekheid.

Hope.Ze ligt de avondeditie te lezen—zóó opgemonterd als ze zich voelt … Waarom dan niet even bezoek?…

Hope.Ze ligt de avondeditie te lezen—zóó opgemonterd als ze zich voelt … Waarom dan niet even bezoek?…

Dolf.Natuurlijk—natuurlijk. We zullen ’t héel, héel kort maken, Jantje …

Dolf.Natuurlijk—natuurlijk. We zullen ’t héel, héel kort maken, Jantje …

Dokter.Geen sprake van—en nog wel twee tegelijk!… Op uw horloge ’n halve minuut, meneer Van Walden—en jij Dolf: morgen … Ik doe ’t met displeizier, en om depatiëntniet te contrarieeren.—Weinig praten en weinig láten praten, meneer!—En mag ik tegelijk afscheid nemen—ik kan niet langer blijven.

Dokter.Geen sprake van—en nog wel twee tegelijk!… Op uw horloge ’n halve minuut, meneer Van Walden—en jij Dolf: morgen … Ik doe ’t met displeizier, en om depatiëntniet te contrarieeren.—Weinig praten en weinig láten praten, meneer!—En mag ik tegelijk afscheid nemen—ik kan niet langer blijven.

Charles.Tot morgen dokter!(af met Hope in de slaapkamer).

Charles.Tot morgen dokter!(af met Hope in de slaapkamer).

[Inhoud]Tiende Tooneel.Dokter, Dolf.Dolf.Ga je heusch?[148]Dokter.Me dunkt. ’n Dik kwartier verbabbeld. Zien we je?Dolf.Op handslag … Aardig die kleine Hope in ’r kostuum, hè?… Jammer dat ze zoo … Dat beroerde bij de tegenwoordige vrouwen, hè—’t haar als ’n kloosterzuster—de hoed zonder ’n veer—moet ’k met dierbare Snip over praten—heele besparing … Is jouw vrouw ’n vróúw—wat je noemt ’n vróúw—of is ze ook zoo’n verschijnsel met aangewaaide ideeën—type eenvoud?Dokter.Dolf—je krijgt me niet meer an ’t babbelen!… Kom je overtuigen, hahaha!… Tot ziens. Je hoeft me niet uit te laten. Denk ’r an: jij mag pas morgen op bezoek gaan. Rust, rust.Dolf(in de deur).Zeg Jantje …Dokter.Ja?…Dolf.Ben je nog altijd zoo’n liefhebber van schaken?… Je gaf me ’n raadsheer of ’n kasteel voor, herinner je je?Dokter.Ja, ja.Dolf.Spelen we morgen ’n partij?Dokter.Uitstekend. Bij mij thuis?Dolf.Goed. Morgenavond. ’t Zal me ’n genoegen zijn met je vrouw kennis te maken. Jij ben ’n beste kerel.Dokter.Adieu. Adieu.[149]

Tiende Tooneel.Dokter, Dolf.Dolf.Ga je heusch?[148]Dokter.Me dunkt. ’n Dik kwartier verbabbeld. Zien we je?Dolf.Op handslag … Aardig die kleine Hope in ’r kostuum, hè?… Jammer dat ze zoo … Dat beroerde bij de tegenwoordige vrouwen, hè—’t haar als ’n kloosterzuster—de hoed zonder ’n veer—moet ’k met dierbare Snip over praten—heele besparing … Is jouw vrouw ’n vróúw—wat je noemt ’n vróúw—of is ze ook zoo’n verschijnsel met aangewaaide ideeën—type eenvoud?Dokter.Dolf—je krijgt me niet meer an ’t babbelen!… Kom je overtuigen, hahaha!… Tot ziens. Je hoeft me niet uit te laten. Denk ’r an: jij mag pas morgen op bezoek gaan. Rust, rust.Dolf(in de deur).Zeg Jantje …Dokter.Ja?…Dolf.Ben je nog altijd zoo’n liefhebber van schaken?… Je gaf me ’n raadsheer of ’n kasteel voor, herinner je je?Dokter.Ja, ja.Dolf.Spelen we morgen ’n partij?Dokter.Uitstekend. Bij mij thuis?Dolf.Goed. Morgenavond. ’t Zal me ’n genoegen zijn met je vrouw kennis te maken. Jij ben ’n beste kerel.Dokter.Adieu. Adieu.[149]

Dokter, Dolf.

Dolf.Ga je heusch?

Dolf.Ga je heusch?

[148]

Dokter.Me dunkt. ’n Dik kwartier verbabbeld. Zien we je?

Dokter.Me dunkt. ’n Dik kwartier verbabbeld. Zien we je?

Dolf.Op handslag … Aardig die kleine Hope in ’r kostuum, hè?… Jammer dat ze zoo … Dat beroerde bij de tegenwoordige vrouwen, hè—’t haar als ’n kloosterzuster—de hoed zonder ’n veer—moet ’k met dierbare Snip over praten—heele besparing … Is jouw vrouw ’n vróúw—wat je noemt ’n vróúw—of is ze ook zoo’n verschijnsel met aangewaaide ideeën—type eenvoud?

Dolf.Op handslag … Aardig die kleine Hope in ’r kostuum, hè?… Jammer dat ze zoo … Dat beroerde bij de tegenwoordige vrouwen, hè—’t haar als ’n kloosterzuster—de hoed zonder ’n veer—moet ’k met dierbare Snip over praten—heele besparing … Is jouw vrouw ’n vróúw—wat je noemt ’n vróúw—of is ze ook zoo’n verschijnsel met aangewaaide ideeën—type eenvoud?

Dokter.Dolf—je krijgt me niet meer an ’t babbelen!… Kom je overtuigen, hahaha!… Tot ziens. Je hoeft me niet uit te laten. Denk ’r an: jij mag pas morgen op bezoek gaan. Rust, rust.

Dokter.Dolf—je krijgt me niet meer an ’t babbelen!… Kom je overtuigen, hahaha!… Tot ziens. Je hoeft me niet uit te laten. Denk ’r an: jij mag pas morgen op bezoek gaan. Rust, rust.

Dolf(in de deur).Zeg Jantje …

Dolf(in de deur).Zeg Jantje …

Dokter.Ja?…

Dokter.Ja?…

Dolf.Ben je nog altijd zoo’n liefhebber van schaken?… Je gaf me ’n raadsheer of ’n kasteel voor, herinner je je?

Dolf.Ben je nog altijd zoo’n liefhebber van schaken?… Je gaf me ’n raadsheer of ’n kasteel voor, herinner je je?

Dokter.Ja, ja.

Dokter.Ja, ja.

Dolf.Spelen we morgen ’n partij?

Dolf.Spelen we morgen ’n partij?

Dokter.Uitstekend. Bij mij thuis?

Dokter.Uitstekend. Bij mij thuis?

Dolf.Goed. Morgenavond. ’t Zal me ’n genoegen zijn met je vrouw kennis te maken. Jij ben ’n beste kerel.

Dolf.Goed. Morgenavond. ’t Zal me ’n genoegen zijn met je vrouw kennis te maken. Jij ben ’n beste kerel.

Dokter.Adieu. Adieu.

Dokter.Adieu. Adieu.

[149]

[Inhoud]Elfde Tooneel.Dolf, Charles, Hope.Dolf(kijkt het boek van Hope in, leest ’n moment, glimlacht, bladert verder, houdt ’n bundeltje gedroogde viooltjes tusschen de vingers, zit in nadenken, klapt het boek vroolijk dicht, schenkt zich een glas champagne in, drinkt dat snel leeg, herneemt het boek, bekijkt nog eens aandachtiger de gedroogde viooltjes, schrikt, sluit het boek, wacht tot Hope de deuren dichtgeschoven heeft).Nou? Hoe vond jemama?Charles.Dezelfde van vroeger.—Als ze morgen zoo is, reis ik weer rustig af.Dolf.Je zegt dat of ’r iets voorgevallen is—Zoek je wat Hope—juffrouw Hope?—Daar ligt ’t.…(overhandigt haar het verlegde boek).Hope.Dank u.(zet zich in den leunstoel voor ’t raam—leest met bedoeling).Dolf.Heb je iets, Charley, boy? Zeldzaam hoe jij zónder snor op die dominee-met-’t-wratje lijkt, hahaha!Hope.’n Beetje zachter, meneer—mevrouw zou gaan slapen. Dat lachen is te hooren …Dolf.Ik dacht dat jij zat te lezen … Nou Charley, hoe heb ’k ’t met je?… Ga je zoo gezellig heen?Charles(kalm).Grootmama sprak ’r van waar Hope bij was—ik hoef me dus voor Hope niet in acht te nemen—’r hindert me inderdaad wat!(tot Hope, die naar haar kamer gaat).Je hoort toch, dat ’k voor jóú geen geheimen heb …[150]Hope.Praat u liever zonder ’n vreemde ’r bij.…(af).Charles.In elk geval kan ’k nu vrijer m’n opinie zeggen.… Oom Dolf—hoe ù doen zal, weet ’k niet, maar ik zal me ’r deze keer beslist nièt bij neerleggen.…Dolf(droog).Money-matters?Charles.Geldzaken ja. Grootmama heeft de intentie de Stichting, die al zooveel nutteloos geld verslonden heeft—geld niet te berekenen!—’n enorm legaat te vermaken—En omdat dat wettelijk zonder uw en mijn toestemming niet kan, niet mag, vroeg ze me of ik ’r voorloopig belóven wou met ’n beschikking van dien aard genoegen te nemen.…Dolf.En?Charles.Ik heb ’r in deze situatie niet dadelijk willen weigeren—’r enkel gezegd dat de dokter veel praten verboden heeft, dat we morgenà tête reposée… niet waar—vindt u niet?Dolf.Ik vind dat verschuilen achter ’n doktersadvies niet bepaald recht door zee—nietstraight forward, Charley … Hoe groot zou dat door ons goed te keuren legaat moeten zijn?Charles.’n Rente van ’n halve ton per jaar—dat is schappelijk berekend ruim ’n miljoen.…Dolf.Tegen vijf procent—en die maak je niet op soliede manier.…Charles.Met wat ’r al in de historie zit, wordt ’n[151]fortuin, ’n fortuin, verkwist—Ik kom voor Ninette op—ik dènk ’r niet aan, dènk ’r niet aan—de excessen van grootmama, dat links en rechts „weldoen” met geld dat welbeschouwd ’t hare niet is …Dolf.Ho. Ho. Niet zoo galopeeren. ’n Beetje maat houden in je edele verontwaardiging, Charley.….Charles.Met genoegen, maar alsjeblief niet die hinderlijke toon, oom, of ’k nog de jongen van de kostschool ben …Dolf.Jij schiet vanavond met iets anders dan los kruit, neefje.…Charles.Des te beter. ’kHeblang genoeg over me láten beschikken.…Dolf(koel).Toch niet door mij, wel?Charles.Door u?… Och u …(verbitterd).U had andere zaken en bezigheden dan naar mij om te kijken.…Dolf.Ik zei je al, toen je me ’t portretje van Ninette liet zien, dat jij van nuances van hatelijkheid schijnt te houden.… Snip pleegt daar ook in den vroegen morgen specialiteit in te zijn.…Charles.Merci voor uw ernstigen toon, oom. Maar ik verzoek u er nota van te nemen dat ik weiger—in ronde woorden weiger.…Dolf.Ikheb je toch niets gevraagd? Wil je zoo ridderlijk zijn zelf ’t woord te voeren?[152]Charles.Dat zal ’k. En om onaangenaamheden te ontgaan, lijkt ’t me ’t beste ’t antwoord uit Trouville te schrijven.…Dolf.Jawel. Maar doe ’t aangeteekend. Dat is meer businesslike, zakelijker, verstandiger—brieven kunnen zoek raken.…Charles.’t Zal toch heusch tijd worden, oom, dat u minder ironisch met me omgaat.… Grootmama heeft me naar die ellendige kostschool gezonden—grootmama heeft ’n vrouw voor me uitgezocht—heeft ’t huwelijk bedisseld.…Dolf.Jij begint los te komen of je mishandeld ben geworden—of je vrouw ’n last voor je is.…Charles.Daar blief ’k mijn gedachten over te hebben. Ik zeg alleen, dat de grens bereikt is—ik laat niet disponeeren over.…Dolf.…Je erfdeel—ouwe, beminnelijke familie herrie, wanneer ’t zoover is.…(hard).Maar ’t is gelukkig nog niet zoover.… ’t Spijt me Charley, dat de eerste keer dat je eens prettig met me uitpraat—dat je gezicht ’n andere dan de bekende plooi heeft—dat je minder gereserveerd doet—dat je net die éérste keer zoo ongegeneerd van stapel loopt, terwijl ’t goeie, beste, onzelfzuchtige mensch, dat menig nachtje bij je opgezeten heeft, toen jij nog nièt ’t „goddelijk oordeel des onderscheids”, dat je nu bezit, had, mogelijk in ’r laatste uren ligt te becijferen, wat ze voor derden nog[153]doen kan.… Fidonc. Je ben ’n egoïst lid, om zoo onsmakelijk je zelfstandigheid op te vatten!Charles.Egoïsme schijnt ’n familietrek, oom … Ik heb u nooit minder getaxeerd …Au revoir. ’t Is beter ’t gesprek niet voort te zetten(bij de deur).Ik zal grootmama schrijven.Dolf.Aangeteekend, jongen!(loopt grimmig op en neer, schelt—klopt aan Hope’s deur).

Elfde Tooneel.Dolf, Charles, Hope.Dolf(kijkt het boek van Hope in, leest ’n moment, glimlacht, bladert verder, houdt ’n bundeltje gedroogde viooltjes tusschen de vingers, zit in nadenken, klapt het boek vroolijk dicht, schenkt zich een glas champagne in, drinkt dat snel leeg, herneemt het boek, bekijkt nog eens aandachtiger de gedroogde viooltjes, schrikt, sluit het boek, wacht tot Hope de deuren dichtgeschoven heeft).Nou? Hoe vond jemama?Charles.Dezelfde van vroeger.—Als ze morgen zoo is, reis ik weer rustig af.Dolf.Je zegt dat of ’r iets voorgevallen is—Zoek je wat Hope—juffrouw Hope?—Daar ligt ’t.…(overhandigt haar het verlegde boek).Hope.Dank u.(zet zich in den leunstoel voor ’t raam—leest met bedoeling).Dolf.Heb je iets, Charley, boy? Zeldzaam hoe jij zónder snor op die dominee-met-’t-wratje lijkt, hahaha!Hope.’n Beetje zachter, meneer—mevrouw zou gaan slapen. Dat lachen is te hooren …Dolf.Ik dacht dat jij zat te lezen … Nou Charley, hoe heb ’k ’t met je?… Ga je zoo gezellig heen?Charles(kalm).Grootmama sprak ’r van waar Hope bij was—ik hoef me dus voor Hope niet in acht te nemen—’r hindert me inderdaad wat!(tot Hope, die naar haar kamer gaat).Je hoort toch, dat ’k voor jóú geen geheimen heb …[150]Hope.Praat u liever zonder ’n vreemde ’r bij.…(af).Charles.In elk geval kan ’k nu vrijer m’n opinie zeggen.… Oom Dolf—hoe ù doen zal, weet ’k niet, maar ik zal me ’r deze keer beslist nièt bij neerleggen.…Dolf(droog).Money-matters?Charles.Geldzaken ja. Grootmama heeft de intentie de Stichting, die al zooveel nutteloos geld verslonden heeft—geld niet te berekenen!—’n enorm legaat te vermaken—En omdat dat wettelijk zonder uw en mijn toestemming niet kan, niet mag, vroeg ze me of ik ’r voorloopig belóven wou met ’n beschikking van dien aard genoegen te nemen.…Dolf.En?Charles.Ik heb ’r in deze situatie niet dadelijk willen weigeren—’r enkel gezegd dat de dokter veel praten verboden heeft, dat we morgenà tête reposée… niet waar—vindt u niet?Dolf.Ik vind dat verschuilen achter ’n doktersadvies niet bepaald recht door zee—nietstraight forward, Charley … Hoe groot zou dat door ons goed te keuren legaat moeten zijn?Charles.’n Rente van ’n halve ton per jaar—dat is schappelijk berekend ruim ’n miljoen.…Dolf.Tegen vijf procent—en die maak je niet op soliede manier.…Charles.Met wat ’r al in de historie zit, wordt ’n[151]fortuin, ’n fortuin, verkwist—Ik kom voor Ninette op—ik dènk ’r niet aan, dènk ’r niet aan—de excessen van grootmama, dat links en rechts „weldoen” met geld dat welbeschouwd ’t hare niet is …Dolf.Ho. Ho. Niet zoo galopeeren. ’n Beetje maat houden in je edele verontwaardiging, Charley.….Charles.Met genoegen, maar alsjeblief niet die hinderlijke toon, oom, of ’k nog de jongen van de kostschool ben …Dolf.Jij schiet vanavond met iets anders dan los kruit, neefje.…Charles.Des te beter. ’kHeblang genoeg over me láten beschikken.…Dolf(koel).Toch niet door mij, wel?Charles.Door u?… Och u …(verbitterd).U had andere zaken en bezigheden dan naar mij om te kijken.…Dolf.Ik zei je al, toen je me ’t portretje van Ninette liet zien, dat jij van nuances van hatelijkheid schijnt te houden.… Snip pleegt daar ook in den vroegen morgen specialiteit in te zijn.…Charles.Merci voor uw ernstigen toon, oom. Maar ik verzoek u er nota van te nemen dat ik weiger—in ronde woorden weiger.…Dolf.Ikheb je toch niets gevraagd? Wil je zoo ridderlijk zijn zelf ’t woord te voeren?[152]Charles.Dat zal ’k. En om onaangenaamheden te ontgaan, lijkt ’t me ’t beste ’t antwoord uit Trouville te schrijven.…Dolf.Jawel. Maar doe ’t aangeteekend. Dat is meer businesslike, zakelijker, verstandiger—brieven kunnen zoek raken.…Charles.’t Zal toch heusch tijd worden, oom, dat u minder ironisch met me omgaat.… Grootmama heeft me naar die ellendige kostschool gezonden—grootmama heeft ’n vrouw voor me uitgezocht—heeft ’t huwelijk bedisseld.…Dolf.Jij begint los te komen of je mishandeld ben geworden—of je vrouw ’n last voor je is.…Charles.Daar blief ’k mijn gedachten over te hebben. Ik zeg alleen, dat de grens bereikt is—ik laat niet disponeeren over.…Dolf.…Je erfdeel—ouwe, beminnelijke familie herrie, wanneer ’t zoover is.…(hard).Maar ’t is gelukkig nog niet zoover.… ’t Spijt me Charley, dat de eerste keer dat je eens prettig met me uitpraat—dat je gezicht ’n andere dan de bekende plooi heeft—dat je minder gereserveerd doet—dat je net die éérste keer zoo ongegeneerd van stapel loopt, terwijl ’t goeie, beste, onzelfzuchtige mensch, dat menig nachtje bij je opgezeten heeft, toen jij nog nièt ’t „goddelijk oordeel des onderscheids”, dat je nu bezit, had, mogelijk in ’r laatste uren ligt te becijferen, wat ze voor derden nog[153]doen kan.… Fidonc. Je ben ’n egoïst lid, om zoo onsmakelijk je zelfstandigheid op te vatten!Charles.Egoïsme schijnt ’n familietrek, oom … Ik heb u nooit minder getaxeerd …Au revoir. ’t Is beter ’t gesprek niet voort te zetten(bij de deur).Ik zal grootmama schrijven.Dolf.Aangeteekend, jongen!(loopt grimmig op en neer, schelt—klopt aan Hope’s deur).

Dolf, Charles, Hope.

Dolf(kijkt het boek van Hope in, leest ’n moment, glimlacht, bladert verder, houdt ’n bundeltje gedroogde viooltjes tusschen de vingers, zit in nadenken, klapt het boek vroolijk dicht, schenkt zich een glas champagne in, drinkt dat snel leeg, herneemt het boek, bekijkt nog eens aandachtiger de gedroogde viooltjes, schrikt, sluit het boek, wacht tot Hope de deuren dichtgeschoven heeft).Nou? Hoe vond jemama?

Dolf(kijkt het boek van Hope in, leest ’n moment, glimlacht, bladert verder, houdt ’n bundeltje gedroogde viooltjes tusschen de vingers, zit in nadenken, klapt het boek vroolijk dicht, schenkt zich een glas champagne in, drinkt dat snel leeg, herneemt het boek, bekijkt nog eens aandachtiger de gedroogde viooltjes, schrikt, sluit het boek, wacht tot Hope de deuren dichtgeschoven heeft).Nou? Hoe vond jemama?

Charles.Dezelfde van vroeger.—Als ze morgen zoo is, reis ik weer rustig af.

Charles.Dezelfde van vroeger.—Als ze morgen zoo is, reis ik weer rustig af.

Dolf.Je zegt dat of ’r iets voorgevallen is—Zoek je wat Hope—juffrouw Hope?—Daar ligt ’t.…(overhandigt haar het verlegde boek).

Dolf.Je zegt dat of ’r iets voorgevallen is—Zoek je wat Hope—juffrouw Hope?—Daar ligt ’t.…(overhandigt haar het verlegde boek).

Hope.Dank u.(zet zich in den leunstoel voor ’t raam—leest met bedoeling).

Hope.Dank u.(zet zich in den leunstoel voor ’t raam—leest met bedoeling).

Dolf.Heb je iets, Charley, boy? Zeldzaam hoe jij zónder snor op die dominee-met-’t-wratje lijkt, hahaha!

Dolf.Heb je iets, Charley, boy? Zeldzaam hoe jij zónder snor op die dominee-met-’t-wratje lijkt, hahaha!

Hope.’n Beetje zachter, meneer—mevrouw zou gaan slapen. Dat lachen is te hooren …

Hope.’n Beetje zachter, meneer—mevrouw zou gaan slapen. Dat lachen is te hooren …

Dolf.Ik dacht dat jij zat te lezen … Nou Charley, hoe heb ’k ’t met je?… Ga je zoo gezellig heen?

Dolf.Ik dacht dat jij zat te lezen … Nou Charley, hoe heb ’k ’t met je?… Ga je zoo gezellig heen?

Charles(kalm).Grootmama sprak ’r van waar Hope bij was—ik hoef me dus voor Hope niet in acht te nemen—’r hindert me inderdaad wat!(tot Hope, die naar haar kamer gaat).Je hoort toch, dat ’k voor jóú geen geheimen heb …

Charles(kalm).Grootmama sprak ’r van waar Hope bij was—ik hoef me dus voor Hope niet in acht te nemen—’r hindert me inderdaad wat!(tot Hope, die naar haar kamer gaat).Je hoort toch, dat ’k voor jóú geen geheimen heb …

[150]

Hope.Praat u liever zonder ’n vreemde ’r bij.…(af).

Hope.Praat u liever zonder ’n vreemde ’r bij.…(af).

Charles.In elk geval kan ’k nu vrijer m’n opinie zeggen.… Oom Dolf—hoe ù doen zal, weet ’k niet, maar ik zal me ’r deze keer beslist nièt bij neerleggen.…

Charles.In elk geval kan ’k nu vrijer m’n opinie zeggen.… Oom Dolf—hoe ù doen zal, weet ’k niet, maar ik zal me ’r deze keer beslist nièt bij neerleggen.…

Dolf(droog).Money-matters?

Dolf(droog).Money-matters?

Charles.Geldzaken ja. Grootmama heeft de intentie de Stichting, die al zooveel nutteloos geld verslonden heeft—geld niet te berekenen!—’n enorm legaat te vermaken—En omdat dat wettelijk zonder uw en mijn toestemming niet kan, niet mag, vroeg ze me of ik ’r voorloopig belóven wou met ’n beschikking van dien aard genoegen te nemen.…

Charles.Geldzaken ja. Grootmama heeft de intentie de Stichting, die al zooveel nutteloos geld verslonden heeft—geld niet te berekenen!—’n enorm legaat te vermaken—En omdat dat wettelijk zonder uw en mijn toestemming niet kan, niet mag, vroeg ze me of ik ’r voorloopig belóven wou met ’n beschikking van dien aard genoegen te nemen.…

Dolf.En?

Dolf.En?

Charles.Ik heb ’r in deze situatie niet dadelijk willen weigeren—’r enkel gezegd dat de dokter veel praten verboden heeft, dat we morgenà tête reposée… niet waar—vindt u niet?

Charles.Ik heb ’r in deze situatie niet dadelijk willen weigeren—’r enkel gezegd dat de dokter veel praten verboden heeft, dat we morgenà tête reposée… niet waar—vindt u niet?

Dolf.Ik vind dat verschuilen achter ’n doktersadvies niet bepaald recht door zee—nietstraight forward, Charley … Hoe groot zou dat door ons goed te keuren legaat moeten zijn?

Dolf.Ik vind dat verschuilen achter ’n doktersadvies niet bepaald recht door zee—nietstraight forward, Charley … Hoe groot zou dat door ons goed te keuren legaat moeten zijn?

Charles.’n Rente van ’n halve ton per jaar—dat is schappelijk berekend ruim ’n miljoen.…

Charles.’n Rente van ’n halve ton per jaar—dat is schappelijk berekend ruim ’n miljoen.…

Dolf.Tegen vijf procent—en die maak je niet op soliede manier.…

Dolf.Tegen vijf procent—en die maak je niet op soliede manier.…

Charles.Met wat ’r al in de historie zit, wordt ’n[151]fortuin, ’n fortuin, verkwist—Ik kom voor Ninette op—ik dènk ’r niet aan, dènk ’r niet aan—de excessen van grootmama, dat links en rechts „weldoen” met geld dat welbeschouwd ’t hare niet is …

Charles.Met wat ’r al in de historie zit, wordt ’n[151]fortuin, ’n fortuin, verkwist—Ik kom voor Ninette op—ik dènk ’r niet aan, dènk ’r niet aan—de excessen van grootmama, dat links en rechts „weldoen” met geld dat welbeschouwd ’t hare niet is …

Dolf.Ho. Ho. Niet zoo galopeeren. ’n Beetje maat houden in je edele verontwaardiging, Charley.….

Dolf.Ho. Ho. Niet zoo galopeeren. ’n Beetje maat houden in je edele verontwaardiging, Charley.….

Charles.Met genoegen, maar alsjeblief niet die hinderlijke toon, oom, of ’k nog de jongen van de kostschool ben …

Charles.Met genoegen, maar alsjeblief niet die hinderlijke toon, oom, of ’k nog de jongen van de kostschool ben …

Dolf.Jij schiet vanavond met iets anders dan los kruit, neefje.…

Dolf.Jij schiet vanavond met iets anders dan los kruit, neefje.…

Charles.Des te beter. ’kHeblang genoeg over me láten beschikken.…

Charles.Des te beter. ’kHeblang genoeg over me láten beschikken.…

Dolf(koel).Toch niet door mij, wel?

Dolf(koel).Toch niet door mij, wel?

Charles.Door u?… Och u …(verbitterd).U had andere zaken en bezigheden dan naar mij om te kijken.…

Charles.Door u?… Och u …(verbitterd).U had andere zaken en bezigheden dan naar mij om te kijken.…

Dolf.Ik zei je al, toen je me ’t portretje van Ninette liet zien, dat jij van nuances van hatelijkheid schijnt te houden.… Snip pleegt daar ook in den vroegen morgen specialiteit in te zijn.…

Dolf.Ik zei je al, toen je me ’t portretje van Ninette liet zien, dat jij van nuances van hatelijkheid schijnt te houden.… Snip pleegt daar ook in den vroegen morgen specialiteit in te zijn.…

Charles.Merci voor uw ernstigen toon, oom. Maar ik verzoek u er nota van te nemen dat ik weiger—in ronde woorden weiger.…

Charles.Merci voor uw ernstigen toon, oom. Maar ik verzoek u er nota van te nemen dat ik weiger—in ronde woorden weiger.…

Dolf.Ikheb je toch niets gevraagd? Wil je zoo ridderlijk zijn zelf ’t woord te voeren?

Dolf.Ikheb je toch niets gevraagd? Wil je zoo ridderlijk zijn zelf ’t woord te voeren?

[152]

Charles.Dat zal ’k. En om onaangenaamheden te ontgaan, lijkt ’t me ’t beste ’t antwoord uit Trouville te schrijven.…

Charles.Dat zal ’k. En om onaangenaamheden te ontgaan, lijkt ’t me ’t beste ’t antwoord uit Trouville te schrijven.…

Dolf.Jawel. Maar doe ’t aangeteekend. Dat is meer businesslike, zakelijker, verstandiger—brieven kunnen zoek raken.…

Dolf.Jawel. Maar doe ’t aangeteekend. Dat is meer businesslike, zakelijker, verstandiger—brieven kunnen zoek raken.…

Charles.’t Zal toch heusch tijd worden, oom, dat u minder ironisch met me omgaat.… Grootmama heeft me naar die ellendige kostschool gezonden—grootmama heeft ’n vrouw voor me uitgezocht—heeft ’t huwelijk bedisseld.…

Charles.’t Zal toch heusch tijd worden, oom, dat u minder ironisch met me omgaat.… Grootmama heeft me naar die ellendige kostschool gezonden—grootmama heeft ’n vrouw voor me uitgezocht—heeft ’t huwelijk bedisseld.…

Dolf.Jij begint los te komen of je mishandeld ben geworden—of je vrouw ’n last voor je is.…

Dolf.Jij begint los te komen of je mishandeld ben geworden—of je vrouw ’n last voor je is.…

Charles.Daar blief ’k mijn gedachten over te hebben. Ik zeg alleen, dat de grens bereikt is—ik laat niet disponeeren over.…

Charles.Daar blief ’k mijn gedachten over te hebben. Ik zeg alleen, dat de grens bereikt is—ik laat niet disponeeren over.…

Dolf.…Je erfdeel—ouwe, beminnelijke familie herrie, wanneer ’t zoover is.…(hard).Maar ’t is gelukkig nog niet zoover.… ’t Spijt me Charley, dat de eerste keer dat je eens prettig met me uitpraat—dat je gezicht ’n andere dan de bekende plooi heeft—dat je minder gereserveerd doet—dat je net die éérste keer zoo ongegeneerd van stapel loopt, terwijl ’t goeie, beste, onzelfzuchtige mensch, dat menig nachtje bij je opgezeten heeft, toen jij nog nièt ’t „goddelijk oordeel des onderscheids”, dat je nu bezit, had, mogelijk in ’r laatste uren ligt te becijferen, wat ze voor derden nog[153]doen kan.… Fidonc. Je ben ’n egoïst lid, om zoo onsmakelijk je zelfstandigheid op te vatten!

Dolf.…Je erfdeel—ouwe, beminnelijke familie herrie, wanneer ’t zoover is.…(hard).Maar ’t is gelukkig nog niet zoover.… ’t Spijt me Charley, dat de eerste keer dat je eens prettig met me uitpraat—dat je gezicht ’n andere dan de bekende plooi heeft—dat je minder gereserveerd doet—dat je net die éérste keer zoo ongegeneerd van stapel loopt, terwijl ’t goeie, beste, onzelfzuchtige mensch, dat menig nachtje bij je opgezeten heeft, toen jij nog nièt ’t „goddelijk oordeel des onderscheids”, dat je nu bezit, had, mogelijk in ’r laatste uren ligt te becijferen, wat ze voor derden nog[153]doen kan.… Fidonc. Je ben ’n egoïst lid, om zoo onsmakelijk je zelfstandigheid op te vatten!

Charles.Egoïsme schijnt ’n familietrek, oom … Ik heb u nooit minder getaxeerd …Au revoir. ’t Is beter ’t gesprek niet voort te zetten(bij de deur).Ik zal grootmama schrijven.

Charles.Egoïsme schijnt ’n familietrek, oom … Ik heb u nooit minder getaxeerd …Au revoir. ’t Is beter ’t gesprek niet voort te zetten(bij de deur).Ik zal grootmama schrijven.

Dolf.Aangeteekend, jongen!(loopt grimmig op en neer, schelt—klopt aan Hope’s deur).

Dolf.Aangeteekend, jongen!(loopt grimmig op en neer, schelt—klopt aan Hope’s deur).

[Inhoud]Twaalfde Tooneel.Hope, Dolf, de Kelner.Hope.Heeft u me noodig, meneer?Dolf.Zou jij anders niet komen?Hope.Natuurlijk wel.Dolf.Hope—ik heb voor jou ’t grootste respect.Hope(pijnlijk).Jawel, meneer.Dolf.Waarom zeg je dat „jawel” met dat vervloekte „meneer” ’r bij—op de ouwe haatdragende manier?Hope.Ik ben niet haatdragend.Dolf.Kom nou—op m’n eerewoord.…Hope.Doeu me één genoegen—en maak niet zoo’n misbruik van eerewoorden … Eer is zoo’n bijzonder ding voor ’n vróúw …Dolf.Door ’n man zou ’k me zoo iets niet laten …[154]En in jouw mond klinkt ’t leuk … Jij heb ’n methode(met nadruk)… Hope—ik vraag je zoo echt en zoo welgemeend excuus voor m’n gemeenheid van dien avond!—Ik heb geen bedoeling, geen bijbedoeling—’k voel enkel de behoefte je met genegenheid, met eerlijke vriendschap, de hand te drukken … Wees niet stijfhoofdig …Hope.Nee, meneer!(weigert de hand. Geklop)Binnen. Wat is ’r?Kelner.Vous avez sonné …?Dolf.Breng jij ’ns vlug ’n biefstuk of ’n chateaubriand of ’n entrecote—met pommes frites—(tot Hope).Màg ’t hier?Hope.’rIsgedekt.Dolf.En wat groenten …Kelner.Pointes d’asperges?… Epinards?Dolf.Pointes d’asperges.Kelner.Et après …Dolf.Niemendal. Verdwijn! ’k Val flauw.(Kelner af).Hope, schenk je vergiffenis?… ’t Heeft me zoo gefrappeerd dat jij weer bij mama terug ben, dat jij me—me—seinde—jij … na m’n onhebbelijke, lage, laffe, liederlijke—meer adjectieven zul je wel niet verlangen!—behandeling, dat ik goed met je móét worden … Die bloemen zijn voor jou …Hope.Dank u—zal ik nièt accepteeren.[155]Dolf(glimlachend).’n Páár kun je ’r drogen zooals die in je verzenboek …Hope(schrikkend).Begrijp u niet …Dolf.De derde keer! Nièmand begrijpt me vandaag! Race van onbegrepen naturen! De boschviooltjes die ’k dien fameuzen Zondag—die ’k zóó dicht bij ’t water greep, dat jij m’n hand moest vasthouen—liggen die niét in dat buitengewoon boek gedroogd?Hope.Dat boek heb ’k geleend—die bloemen interesseeren me niet!(laat ze er uit vallen—wil naar haar kamer terug).Dolf.Dus—géén wapenstilstand?…Hope.Als ’r geen oorlog is, hoeft ’r niet over wapenstilstand gesproken te worden.…(nieuw gebaar naar de kamer).Dolf.Ik had dien nacht wat te veel champie …Hope.Hoe langer u ’r op doorgaat—hoe onkiescher ’t vooral voor mij is—voelt u dat niet?.…Dolf.Eén woord van je, Hope.…Hope(bitter).Vanmorgen, terwijl ’k me aankleedde, had de kelner, die straks hier was, de impertinentie binnen te komen—zonder kloppen—ik stond in m’n onderlijfje.…Dolf.Goed dat je ’t zegt.… De kwajongen!…Hope.Dien avond—toen u te veel „champie”—[156]nee, nu zàl ik ’t zeggen—toen u te veel gedronken had, dee u èrger.… Als ’k niet geschreeuwd en gegild had—als er geen dienstboden bóven hadden geslapen—zou u.…(smartelijk).… Terwijl u wist hoeveel ik tóén—tóén—lach niet: dat’s uit, ùit—hoeveel ’k tóén van u hield …(met bedwongen tranen).… Dien heelen nacht heb ik liggen huilen, dacht ’k die beleediging—dat ’n vrouw zóó schandelijk in ’r bed te overvallen—dat ’n vrouw als ’n dier willen behandelen—had ìk reden gegeven?—ooìt?—niet te boven te zullen komen.… U had geen respect voor ’t dak van uw mama, die meer dan ’n engel voor me was—geen consideratìe voor m’n herinneringen, geen ontzag voor de beste, liefste dingen van ’n meisje, dat in de droomen van ’r kamer zoo laag, zoo ontuchtig opgeschrikt wordt!Dolf.Ik wàs toen ’n bruut, Hope—had je den volgenden morgen—daar: op m’n knieën excuus willen vragen!—jij was geëclipseerd.…Hope.Natuurlijk.…Dolf.En m’n brief van vier—zès zijdjes, ’n vol uur werk!—bleef beantwoord.…Hope.Natuurlijk.…Dolf.Wat kon ’k meer doen?… En summa summarum, Hope-lief, àls ’k ’t zeggen mag—dat lijkt nu nog alles ’n tragedie—’n half Sabijnsche maagderoof—’n …(posteert zich voor haar deur).Nee, je gaat ’r niet vandoor!…[157]Hope.Dat zal van uw toon afhangen.…Dolf.’k Heb nu maar één glas gedronken, Hope—en mama ligt daar, Hope—en wànneer ’k ’n Blauwbaard ben, Hope, ben ’k toch ook nog ’n beetje gentleman, waarachtig ’n beetje—een, die fair genoeg is zich te schamen over ’n laagheid … Ga je nu weer dáár zitten?… Spelen we verstoppertje …?…(zet zich over haar).Enkel twee vragen.… Klopt ’r niets, niets meer voor me onder dat charmante verpleegsterskostuum, dat je prachtig staat?Hope.Meneer, ik ben in geen stemming.……Dolf.Ik wel.… Tweede vraag—en sérieus, Hope—zoo sérieus als ’t bij ’n bed, dat ’n sterfbed had kunnen zijn, mogelijk is!—zeg jij jà, wanneer ’k je … wanneer ik je … wanneer ik je.… Dat is driemaal.… Hahaha!… ’k Zit te hakkelen, als ’n jongen van de Burgerschool.… Dat komt, omdat de knot van je haar me geweldig biologeert.… Kun je je nu niet zoo’n heel klein tikje naar me toedraaien?… Hope!… Moet ’k alleen je haarknot en ’n schattig stukje oorlel zien—als ik je vriendelijk verzoek meelij met ’n ouwen doordraaier te hebben, door ’m te tróúwen.…Hope(opstaand).Foei!Dolf.Foei?… Is de vraag zoo misdadig?Hope.Als ’k die schandelijke inval in m’n kamer,[158]dat twee, driemaal met geweld ’n omhelzing opdringen.…Dolf.Wat heb je ze wanhopig-precies geteld.…Hope.Als ’k dat zou kúnnen vergeten—zou de nieuwe grofheid.…Dolf.Nièuwe grofheid?.…Hope(scherp).’t Vereerend aanzoek, terwijl we u seinden bij de dame—de dame—waarmee ’k diep meelijden voel.…Dolf.Meelij met de brave Snip?… Sta jij nog zóo groen tegenover ’t leven, dat je me voor ’n hartebreker bij ’n vrouw, die ’r liaisons als ’n záák behandelt, aanziet?Hope.Doet ù ’t anders? Als zij geld aan-neemt—is ù ’t toch, die ’t gééft? ’n Vrouw, die ’r hand ophoudt is meelij waard.…Dolf.Hahaha, ’n wel duur handje!Hope.De man, die betaalt, kóópt—daar.…Dolf.Die vin jij ’n schavuit.…Hope(rustig).… Erger.Dolf.Merci. Bijzonder dankbaar. Maar wanneer ik zoo’n climax van schelmerij ben—één lachje, Hope, en ’k krijg de delikaatste kuiltjes in ’n paar niet te beschrijven wangen te zien … nee?…—wanneer ik ’n ongewoon specimen van verdorvenheid lijk—[159]op ’t punt in de armen der Snippen en Snipjens onder te gaan, brrr!, steek jij me dan ’n stroohalm toe.… Daar heeft de ellendigste drenkeling recht op.…Hope(de schouders ophalend).Och, u heeft geld genoeg ’n beter houvast te betálen.Dolf.Jij praat met de rancune van ’n ouwe vrijster! Hoe leelijker ’n vrouw is—hoe sekuurder ze zitten blijft—hoe ongezoutener ze tegen beulen als ik tekeer gaat. Maar jij: waarom doe jij zoo zwaar-op-de-hand zoo als ’n christelijk grootmoedertje, zoo.…Hope.…Dat is ’n puzzle, meneer.Dolf.…Iets voorwereldlijks.…Hope(bitter).… En vervelends.…Dolf(glimlachend).De nonnekap zou je nog meer flatteeren.…Hope.’t Jachtcostuum flatteert u—ieder z’n keus niet waar?Dolf.Alweer merci!—Hoe edeler ’t wild—hoe prikkelender de tegenstand—Kom nou, Hope.… Die maanden en maanden na de gebeurtenis, ben je niet uit m’n gedachten geweest—M’n dolle streken waren voor negen tienden baloorigheid.… ik hóú van je. Ik kan—zoo waarachtig als ik geloof te leven—ik kàn niet buiten je.… Zoo groot is geen minachting.…Hope(stil).… M’n moeder is verleid, als meisje[160]van achttien—heeft zich van kant willen maken, toen hij, zoo een als u, ’r verliet—met ’n fooi voor ’t kind dat nog geboren moest worden—met ’n fooi—met ’n fooi. Ik heb ’r nooit gekend, heb ’r niet zooveel duizend maal kunnen danken, als ze duizend maal tranen gehuild moet hebben.… Voor m’n vader—vader!—voel ’k de diepste, diepste verachting.… En geen mogelijkheid, om ’m ’r iets van te zeggen—’k weet z’n naam niet—(wraakzuchtig)—tot m’n spijt—tot m’n innigste spijt! Nou kan u nagaan hoe ’k over u denk.Dolf.Dien dag van de boschviooltjes dacht je toch minder puriteinsch—ik heb m’n doen en laten nooit onder leugentjes gemaskeerd.…Hope.Dien dag ja.… Dien dag hóópte ’k, droomde ’k … dat u voor—voor invloed vatbaar was—en ’k moest me in m’n eigen kamer—’s nàchts.. verdedigen.… ’n Week later had u ’n nieuwe liaison …(opstaand).Dat is nu zeker de laatste maal, meneer, dat we over ons „verleden” spreken. Over ’n paar dagen, wanneer mevrouw vervoerd mag worden, ben ik weer in de Stichting—u in de „wereld”.… Laten we het mekaar niet lastig maken. Ik heb geen lust u de les te lezen—u nòg minder genoegen zoo’n weinig mondain discours op te houden.Dolf.’k Was juist van plan ’t in meer mondaine paadjes te leiden.… Dus àlles tusschen ons uit?Hope.Gesteld dat ’r iets bestaan heeft—dan ìs ’t uit.[161]Dolf.Hahaha!… Je ben om te stelen, Hope!… Ik heb nog nooit m’n schavuite-hoofd gestooten—en jij, jij.…Hope.… En ik?…Dolf(met hartstocht)… Jij wil niet beter dan dat ik je weerbarstige handjes met geweld in de mijne neem, dat ik mijn lippen op de jouwe …Hope.…Liever zou ik me.…Dolf.…Zou je je.… Praat uit!Hope(heftig).Ik heb geen achting voor u!Dolf.Ik voor jou dubbel.Hope.’n Man waartegen ik niet opzie.…Dolf.Hoeft niet. Je hóúdt, hóúdt, hóúdt van me, Hope—je wil je zelf en mij wat wijsmaken.…Hope(heftig).Wijsmaken?… Wijsmaken, waar ’k geen grein eerbied …(schrikt).Daar klopt iemand. Straks heeft de kelner staan luisteren.…

Twaalfde Tooneel.Hope, Dolf, de Kelner.Hope.Heeft u me noodig, meneer?Dolf.Zou jij anders niet komen?Hope.Natuurlijk wel.Dolf.Hope—ik heb voor jou ’t grootste respect.Hope(pijnlijk).Jawel, meneer.Dolf.Waarom zeg je dat „jawel” met dat vervloekte „meneer” ’r bij—op de ouwe haatdragende manier?Hope.Ik ben niet haatdragend.Dolf.Kom nou—op m’n eerewoord.…Hope.Doeu me één genoegen—en maak niet zoo’n misbruik van eerewoorden … Eer is zoo’n bijzonder ding voor ’n vróúw …Dolf.Door ’n man zou ’k me zoo iets niet laten …[154]En in jouw mond klinkt ’t leuk … Jij heb ’n methode(met nadruk)… Hope—ik vraag je zoo echt en zoo welgemeend excuus voor m’n gemeenheid van dien avond!—Ik heb geen bedoeling, geen bijbedoeling—’k voel enkel de behoefte je met genegenheid, met eerlijke vriendschap, de hand te drukken … Wees niet stijfhoofdig …Hope.Nee, meneer!(weigert de hand. Geklop)Binnen. Wat is ’r?Kelner.Vous avez sonné …?Dolf.Breng jij ’ns vlug ’n biefstuk of ’n chateaubriand of ’n entrecote—met pommes frites—(tot Hope).Màg ’t hier?Hope.’rIsgedekt.Dolf.En wat groenten …Kelner.Pointes d’asperges?… Epinards?Dolf.Pointes d’asperges.Kelner.Et après …Dolf.Niemendal. Verdwijn! ’k Val flauw.(Kelner af).Hope, schenk je vergiffenis?… ’t Heeft me zoo gefrappeerd dat jij weer bij mama terug ben, dat jij me—me—seinde—jij … na m’n onhebbelijke, lage, laffe, liederlijke—meer adjectieven zul je wel niet verlangen!—behandeling, dat ik goed met je móét worden … Die bloemen zijn voor jou …Hope.Dank u—zal ik nièt accepteeren.[155]Dolf(glimlachend).’n Páár kun je ’r drogen zooals die in je verzenboek …Hope(schrikkend).Begrijp u niet …Dolf.De derde keer! Nièmand begrijpt me vandaag! Race van onbegrepen naturen! De boschviooltjes die ’k dien fameuzen Zondag—die ’k zóó dicht bij ’t water greep, dat jij m’n hand moest vasthouen—liggen die niét in dat buitengewoon boek gedroogd?Hope.Dat boek heb ’k geleend—die bloemen interesseeren me niet!(laat ze er uit vallen—wil naar haar kamer terug).Dolf.Dus—géén wapenstilstand?…Hope.Als ’r geen oorlog is, hoeft ’r niet over wapenstilstand gesproken te worden.…(nieuw gebaar naar de kamer).Dolf.Ik had dien nacht wat te veel champie …Hope.Hoe langer u ’r op doorgaat—hoe onkiescher ’t vooral voor mij is—voelt u dat niet?.…Dolf.Eén woord van je, Hope.…Hope(bitter).Vanmorgen, terwijl ’k me aankleedde, had de kelner, die straks hier was, de impertinentie binnen te komen—zonder kloppen—ik stond in m’n onderlijfje.…Dolf.Goed dat je ’t zegt.… De kwajongen!…Hope.Dien avond—toen u te veel „champie”—[156]nee, nu zàl ik ’t zeggen—toen u te veel gedronken had, dee u èrger.… Als ’k niet geschreeuwd en gegild had—als er geen dienstboden bóven hadden geslapen—zou u.…(smartelijk).… Terwijl u wist hoeveel ik tóén—tóén—lach niet: dat’s uit, ùit—hoeveel ’k tóén van u hield …(met bedwongen tranen).… Dien heelen nacht heb ik liggen huilen, dacht ’k die beleediging—dat ’n vrouw zóó schandelijk in ’r bed te overvallen—dat ’n vrouw als ’n dier willen behandelen—had ìk reden gegeven?—ooìt?—niet te boven te zullen komen.… U had geen respect voor ’t dak van uw mama, die meer dan ’n engel voor me was—geen consideratìe voor m’n herinneringen, geen ontzag voor de beste, liefste dingen van ’n meisje, dat in de droomen van ’r kamer zoo laag, zoo ontuchtig opgeschrikt wordt!Dolf.Ik wàs toen ’n bruut, Hope—had je den volgenden morgen—daar: op m’n knieën excuus willen vragen!—jij was geëclipseerd.…Hope.Natuurlijk.…Dolf.En m’n brief van vier—zès zijdjes, ’n vol uur werk!—bleef beantwoord.…Hope.Natuurlijk.…Dolf.Wat kon ’k meer doen?… En summa summarum, Hope-lief, àls ’k ’t zeggen mag—dat lijkt nu nog alles ’n tragedie—’n half Sabijnsche maagderoof—’n …(posteert zich voor haar deur).Nee, je gaat ’r niet vandoor!…[157]Hope.Dat zal van uw toon afhangen.…Dolf.’k Heb nu maar één glas gedronken, Hope—en mama ligt daar, Hope—en wànneer ’k ’n Blauwbaard ben, Hope, ben ’k toch ook nog ’n beetje gentleman, waarachtig ’n beetje—een, die fair genoeg is zich te schamen over ’n laagheid … Ga je nu weer dáár zitten?… Spelen we verstoppertje …?…(zet zich over haar).Enkel twee vragen.… Klopt ’r niets, niets meer voor me onder dat charmante verpleegsterskostuum, dat je prachtig staat?Hope.Meneer, ik ben in geen stemming.……Dolf.Ik wel.… Tweede vraag—en sérieus, Hope—zoo sérieus als ’t bij ’n bed, dat ’n sterfbed had kunnen zijn, mogelijk is!—zeg jij jà, wanneer ’k je … wanneer ik je … wanneer ik je.… Dat is driemaal.… Hahaha!… ’k Zit te hakkelen, als ’n jongen van de Burgerschool.… Dat komt, omdat de knot van je haar me geweldig biologeert.… Kun je je nu niet zoo’n heel klein tikje naar me toedraaien?… Hope!… Moet ’k alleen je haarknot en ’n schattig stukje oorlel zien—als ik je vriendelijk verzoek meelij met ’n ouwen doordraaier te hebben, door ’m te tróúwen.…Hope(opstaand).Foei!Dolf.Foei?… Is de vraag zoo misdadig?Hope.Als ’k die schandelijke inval in m’n kamer,[158]dat twee, driemaal met geweld ’n omhelzing opdringen.…Dolf.Wat heb je ze wanhopig-precies geteld.…Hope.Als ’k dat zou kúnnen vergeten—zou de nieuwe grofheid.…Dolf.Nièuwe grofheid?.…Hope(scherp).’t Vereerend aanzoek, terwijl we u seinden bij de dame—de dame—waarmee ’k diep meelijden voel.…Dolf.Meelij met de brave Snip?… Sta jij nog zóo groen tegenover ’t leven, dat je me voor ’n hartebreker bij ’n vrouw, die ’r liaisons als ’n záák behandelt, aanziet?Hope.Doet ù ’t anders? Als zij geld aan-neemt—is ù ’t toch, die ’t gééft? ’n Vrouw, die ’r hand ophoudt is meelij waard.…Dolf.Hahaha, ’n wel duur handje!Hope.De man, die betaalt, kóópt—daar.…Dolf.Die vin jij ’n schavuit.…Hope(rustig).… Erger.Dolf.Merci. Bijzonder dankbaar. Maar wanneer ik zoo’n climax van schelmerij ben—één lachje, Hope, en ’k krijg de delikaatste kuiltjes in ’n paar niet te beschrijven wangen te zien … nee?…—wanneer ik ’n ongewoon specimen van verdorvenheid lijk—[159]op ’t punt in de armen der Snippen en Snipjens onder te gaan, brrr!, steek jij me dan ’n stroohalm toe.… Daar heeft de ellendigste drenkeling recht op.…Hope(de schouders ophalend).Och, u heeft geld genoeg ’n beter houvast te betálen.Dolf.Jij praat met de rancune van ’n ouwe vrijster! Hoe leelijker ’n vrouw is—hoe sekuurder ze zitten blijft—hoe ongezoutener ze tegen beulen als ik tekeer gaat. Maar jij: waarom doe jij zoo zwaar-op-de-hand zoo als ’n christelijk grootmoedertje, zoo.…Hope.…Dat is ’n puzzle, meneer.Dolf.…Iets voorwereldlijks.…Hope(bitter).… En vervelends.…Dolf(glimlachend).De nonnekap zou je nog meer flatteeren.…Hope.’t Jachtcostuum flatteert u—ieder z’n keus niet waar?Dolf.Alweer merci!—Hoe edeler ’t wild—hoe prikkelender de tegenstand—Kom nou, Hope.… Die maanden en maanden na de gebeurtenis, ben je niet uit m’n gedachten geweest—M’n dolle streken waren voor negen tienden baloorigheid.… ik hóú van je. Ik kan—zoo waarachtig als ik geloof te leven—ik kàn niet buiten je.… Zoo groot is geen minachting.…Hope(stil).… M’n moeder is verleid, als meisje[160]van achttien—heeft zich van kant willen maken, toen hij, zoo een als u, ’r verliet—met ’n fooi voor ’t kind dat nog geboren moest worden—met ’n fooi—met ’n fooi. Ik heb ’r nooit gekend, heb ’r niet zooveel duizend maal kunnen danken, als ze duizend maal tranen gehuild moet hebben.… Voor m’n vader—vader!—voel ’k de diepste, diepste verachting.… En geen mogelijkheid, om ’m ’r iets van te zeggen—’k weet z’n naam niet—(wraakzuchtig)—tot m’n spijt—tot m’n innigste spijt! Nou kan u nagaan hoe ’k over u denk.Dolf.Dien dag van de boschviooltjes dacht je toch minder puriteinsch—ik heb m’n doen en laten nooit onder leugentjes gemaskeerd.…Hope.Dien dag ja.… Dien dag hóópte ’k, droomde ’k … dat u voor—voor invloed vatbaar was—en ’k moest me in m’n eigen kamer—’s nàchts.. verdedigen.… ’n Week later had u ’n nieuwe liaison …(opstaand).Dat is nu zeker de laatste maal, meneer, dat we over ons „verleden” spreken. Over ’n paar dagen, wanneer mevrouw vervoerd mag worden, ben ik weer in de Stichting—u in de „wereld”.… Laten we het mekaar niet lastig maken. Ik heb geen lust u de les te lezen—u nòg minder genoegen zoo’n weinig mondain discours op te houden.Dolf.’k Was juist van plan ’t in meer mondaine paadjes te leiden.… Dus àlles tusschen ons uit?Hope.Gesteld dat ’r iets bestaan heeft—dan ìs ’t uit.[161]Dolf.Hahaha!… Je ben om te stelen, Hope!… Ik heb nog nooit m’n schavuite-hoofd gestooten—en jij, jij.…Hope.… En ik?…Dolf(met hartstocht)… Jij wil niet beter dan dat ik je weerbarstige handjes met geweld in de mijne neem, dat ik mijn lippen op de jouwe …Hope.…Liever zou ik me.…Dolf.…Zou je je.… Praat uit!Hope(heftig).Ik heb geen achting voor u!Dolf.Ik voor jou dubbel.Hope.’n Man waartegen ik niet opzie.…Dolf.Hoeft niet. Je hóúdt, hóúdt, hóúdt van me, Hope—je wil je zelf en mij wat wijsmaken.…Hope(heftig).Wijsmaken?… Wijsmaken, waar ’k geen grein eerbied …(schrikt).Daar klopt iemand. Straks heeft de kelner staan luisteren.…

Hope, Dolf, de Kelner.

Hope.Heeft u me noodig, meneer?

Hope.Heeft u me noodig, meneer?

Dolf.Zou jij anders niet komen?

Dolf.Zou jij anders niet komen?

Hope.Natuurlijk wel.

Hope.Natuurlijk wel.

Dolf.Hope—ik heb voor jou ’t grootste respect.

Dolf.Hope—ik heb voor jou ’t grootste respect.

Hope(pijnlijk).Jawel, meneer.

Hope(pijnlijk).Jawel, meneer.

Dolf.Waarom zeg je dat „jawel” met dat vervloekte „meneer” ’r bij—op de ouwe haatdragende manier?

Dolf.Waarom zeg je dat „jawel” met dat vervloekte „meneer” ’r bij—op de ouwe haatdragende manier?

Hope.Ik ben niet haatdragend.

Hope.Ik ben niet haatdragend.

Dolf.Kom nou—op m’n eerewoord.…

Dolf.Kom nou—op m’n eerewoord.…

Hope.Doeu me één genoegen—en maak niet zoo’n misbruik van eerewoorden … Eer is zoo’n bijzonder ding voor ’n vróúw …

Hope.Doeu me één genoegen—en maak niet zoo’n misbruik van eerewoorden … Eer is zoo’n bijzonder ding voor ’n vróúw …

Dolf.Door ’n man zou ’k me zoo iets niet laten …[154]En in jouw mond klinkt ’t leuk … Jij heb ’n methode(met nadruk)… Hope—ik vraag je zoo echt en zoo welgemeend excuus voor m’n gemeenheid van dien avond!—Ik heb geen bedoeling, geen bijbedoeling—’k voel enkel de behoefte je met genegenheid, met eerlijke vriendschap, de hand te drukken … Wees niet stijfhoofdig …

Dolf.Door ’n man zou ’k me zoo iets niet laten …[154]En in jouw mond klinkt ’t leuk … Jij heb ’n methode(met nadruk)… Hope—ik vraag je zoo echt en zoo welgemeend excuus voor m’n gemeenheid van dien avond!—Ik heb geen bedoeling, geen bijbedoeling—’k voel enkel de behoefte je met genegenheid, met eerlijke vriendschap, de hand te drukken … Wees niet stijfhoofdig …

Hope.Nee, meneer!(weigert de hand. Geklop)Binnen. Wat is ’r?

Hope.Nee, meneer!(weigert de hand. Geklop)Binnen. Wat is ’r?

Kelner.Vous avez sonné …?

Kelner.Vous avez sonné …?

Dolf.Breng jij ’ns vlug ’n biefstuk of ’n chateaubriand of ’n entrecote—met pommes frites—(tot Hope).Màg ’t hier?

Dolf.Breng jij ’ns vlug ’n biefstuk of ’n chateaubriand of ’n entrecote—met pommes frites—(tot Hope).Màg ’t hier?

Hope.’rIsgedekt.

Hope.’rIsgedekt.

Dolf.En wat groenten …

Dolf.En wat groenten …

Kelner.Pointes d’asperges?… Epinards?

Kelner.Pointes d’asperges?… Epinards?

Dolf.Pointes d’asperges.

Dolf.Pointes d’asperges.

Kelner.Et après …

Kelner.Et après …

Dolf.Niemendal. Verdwijn! ’k Val flauw.(Kelner af).Hope, schenk je vergiffenis?… ’t Heeft me zoo gefrappeerd dat jij weer bij mama terug ben, dat jij me—me—seinde—jij … na m’n onhebbelijke, lage, laffe, liederlijke—meer adjectieven zul je wel niet verlangen!—behandeling, dat ik goed met je móét worden … Die bloemen zijn voor jou …

Dolf.Niemendal. Verdwijn! ’k Val flauw.(Kelner af).Hope, schenk je vergiffenis?… ’t Heeft me zoo gefrappeerd dat jij weer bij mama terug ben, dat jij me—me—seinde—jij … na m’n onhebbelijke, lage, laffe, liederlijke—meer adjectieven zul je wel niet verlangen!—behandeling, dat ik goed met je móét worden … Die bloemen zijn voor jou …

Hope.Dank u—zal ik nièt accepteeren.

Hope.Dank u—zal ik nièt accepteeren.

[155]

Dolf(glimlachend).’n Páár kun je ’r drogen zooals die in je verzenboek …

Dolf(glimlachend).’n Páár kun je ’r drogen zooals die in je verzenboek …

Hope(schrikkend).Begrijp u niet …

Hope(schrikkend).Begrijp u niet …

Dolf.De derde keer! Nièmand begrijpt me vandaag! Race van onbegrepen naturen! De boschviooltjes die ’k dien fameuzen Zondag—die ’k zóó dicht bij ’t water greep, dat jij m’n hand moest vasthouen—liggen die niét in dat buitengewoon boek gedroogd?

Dolf.De derde keer! Nièmand begrijpt me vandaag! Race van onbegrepen naturen! De boschviooltjes die ’k dien fameuzen Zondag—die ’k zóó dicht bij ’t water greep, dat jij m’n hand moest vasthouen—liggen die niét in dat buitengewoon boek gedroogd?

Hope.Dat boek heb ’k geleend—die bloemen interesseeren me niet!(laat ze er uit vallen—wil naar haar kamer terug).

Hope.Dat boek heb ’k geleend—die bloemen interesseeren me niet!(laat ze er uit vallen—wil naar haar kamer terug).

Dolf.Dus—géén wapenstilstand?…

Dolf.Dus—géén wapenstilstand?…

Hope.Als ’r geen oorlog is, hoeft ’r niet over wapenstilstand gesproken te worden.…(nieuw gebaar naar de kamer).

Hope.Als ’r geen oorlog is, hoeft ’r niet over wapenstilstand gesproken te worden.…(nieuw gebaar naar de kamer).

Dolf.Ik had dien nacht wat te veel champie …

Dolf.Ik had dien nacht wat te veel champie …

Hope.Hoe langer u ’r op doorgaat—hoe onkiescher ’t vooral voor mij is—voelt u dat niet?.…

Hope.Hoe langer u ’r op doorgaat—hoe onkiescher ’t vooral voor mij is—voelt u dat niet?.…

Dolf.Eén woord van je, Hope.…

Dolf.Eén woord van je, Hope.…

Hope(bitter).Vanmorgen, terwijl ’k me aankleedde, had de kelner, die straks hier was, de impertinentie binnen te komen—zonder kloppen—ik stond in m’n onderlijfje.…

Hope(bitter).Vanmorgen, terwijl ’k me aankleedde, had de kelner, die straks hier was, de impertinentie binnen te komen—zonder kloppen—ik stond in m’n onderlijfje.…

Dolf.Goed dat je ’t zegt.… De kwajongen!…

Dolf.Goed dat je ’t zegt.… De kwajongen!…

Hope.Dien avond—toen u te veel „champie”—[156]nee, nu zàl ik ’t zeggen—toen u te veel gedronken had, dee u èrger.… Als ’k niet geschreeuwd en gegild had—als er geen dienstboden bóven hadden geslapen—zou u.…(smartelijk).… Terwijl u wist hoeveel ik tóén—tóén—lach niet: dat’s uit, ùit—hoeveel ’k tóén van u hield …(met bedwongen tranen).… Dien heelen nacht heb ik liggen huilen, dacht ’k die beleediging—dat ’n vrouw zóó schandelijk in ’r bed te overvallen—dat ’n vrouw als ’n dier willen behandelen—had ìk reden gegeven?—ooìt?—niet te boven te zullen komen.… U had geen respect voor ’t dak van uw mama, die meer dan ’n engel voor me was—geen consideratìe voor m’n herinneringen, geen ontzag voor de beste, liefste dingen van ’n meisje, dat in de droomen van ’r kamer zoo laag, zoo ontuchtig opgeschrikt wordt!

Hope.Dien avond—toen u te veel „champie”—[156]nee, nu zàl ik ’t zeggen—toen u te veel gedronken had, dee u èrger.… Als ’k niet geschreeuwd en gegild had—als er geen dienstboden bóven hadden geslapen—zou u.…(smartelijk).… Terwijl u wist hoeveel ik tóén—tóén—lach niet: dat’s uit, ùit—hoeveel ’k tóén van u hield …(met bedwongen tranen).… Dien heelen nacht heb ik liggen huilen, dacht ’k die beleediging—dat ’n vrouw zóó schandelijk in ’r bed te overvallen—dat ’n vrouw als ’n dier willen behandelen—had ìk reden gegeven?—ooìt?—niet te boven te zullen komen.… U had geen respect voor ’t dak van uw mama, die meer dan ’n engel voor me was—geen consideratìe voor m’n herinneringen, geen ontzag voor de beste, liefste dingen van ’n meisje, dat in de droomen van ’r kamer zoo laag, zoo ontuchtig opgeschrikt wordt!

Dolf.Ik wàs toen ’n bruut, Hope—had je den volgenden morgen—daar: op m’n knieën excuus willen vragen!—jij was geëclipseerd.…

Dolf.Ik wàs toen ’n bruut, Hope—had je den volgenden morgen—daar: op m’n knieën excuus willen vragen!—jij was geëclipseerd.…

Hope.Natuurlijk.…

Hope.Natuurlijk.…

Dolf.En m’n brief van vier—zès zijdjes, ’n vol uur werk!—bleef beantwoord.…

Dolf.En m’n brief van vier—zès zijdjes, ’n vol uur werk!—bleef beantwoord.…

Hope.Natuurlijk.…

Hope.Natuurlijk.…

Dolf.Wat kon ’k meer doen?… En summa summarum, Hope-lief, àls ’k ’t zeggen mag—dat lijkt nu nog alles ’n tragedie—’n half Sabijnsche maagderoof—’n …(posteert zich voor haar deur).Nee, je gaat ’r niet vandoor!…

Dolf.Wat kon ’k meer doen?… En summa summarum, Hope-lief, àls ’k ’t zeggen mag—dat lijkt nu nog alles ’n tragedie—’n half Sabijnsche maagderoof—’n …(posteert zich voor haar deur).Nee, je gaat ’r niet vandoor!…

[157]

Hope.Dat zal van uw toon afhangen.…

Hope.Dat zal van uw toon afhangen.…

Dolf.’k Heb nu maar één glas gedronken, Hope—en mama ligt daar, Hope—en wànneer ’k ’n Blauwbaard ben, Hope, ben ’k toch ook nog ’n beetje gentleman, waarachtig ’n beetje—een, die fair genoeg is zich te schamen over ’n laagheid … Ga je nu weer dáár zitten?… Spelen we verstoppertje …?…(zet zich over haar).Enkel twee vragen.… Klopt ’r niets, niets meer voor me onder dat charmante verpleegsterskostuum, dat je prachtig staat?

Dolf.’k Heb nu maar één glas gedronken, Hope—en mama ligt daar, Hope—en wànneer ’k ’n Blauwbaard ben, Hope, ben ’k toch ook nog ’n beetje gentleman, waarachtig ’n beetje—een, die fair genoeg is zich te schamen over ’n laagheid … Ga je nu weer dáár zitten?… Spelen we verstoppertje …?…(zet zich over haar).Enkel twee vragen.… Klopt ’r niets, niets meer voor me onder dat charmante verpleegsterskostuum, dat je prachtig staat?

Hope.Meneer, ik ben in geen stemming.……

Hope.Meneer, ik ben in geen stemming.……

Dolf.Ik wel.… Tweede vraag—en sérieus, Hope—zoo sérieus als ’t bij ’n bed, dat ’n sterfbed had kunnen zijn, mogelijk is!—zeg jij jà, wanneer ’k je … wanneer ik je … wanneer ik je.… Dat is driemaal.… Hahaha!… ’k Zit te hakkelen, als ’n jongen van de Burgerschool.… Dat komt, omdat de knot van je haar me geweldig biologeert.… Kun je je nu niet zoo’n heel klein tikje naar me toedraaien?… Hope!… Moet ’k alleen je haarknot en ’n schattig stukje oorlel zien—als ik je vriendelijk verzoek meelij met ’n ouwen doordraaier te hebben, door ’m te tróúwen.…

Dolf.Ik wel.… Tweede vraag—en sérieus, Hope—zoo sérieus als ’t bij ’n bed, dat ’n sterfbed had kunnen zijn, mogelijk is!—zeg jij jà, wanneer ’k je … wanneer ik je … wanneer ik je.… Dat is driemaal.… Hahaha!… ’k Zit te hakkelen, als ’n jongen van de Burgerschool.… Dat komt, omdat de knot van je haar me geweldig biologeert.… Kun je je nu niet zoo’n heel klein tikje naar me toedraaien?… Hope!… Moet ’k alleen je haarknot en ’n schattig stukje oorlel zien—als ik je vriendelijk verzoek meelij met ’n ouwen doordraaier te hebben, door ’m te tróúwen.…

Hope(opstaand).Foei!

Hope(opstaand).Foei!

Dolf.Foei?… Is de vraag zoo misdadig?

Dolf.Foei?… Is de vraag zoo misdadig?

Hope.Als ’k die schandelijke inval in m’n kamer,[158]dat twee, driemaal met geweld ’n omhelzing opdringen.…

Hope.Als ’k die schandelijke inval in m’n kamer,[158]dat twee, driemaal met geweld ’n omhelzing opdringen.…

Dolf.Wat heb je ze wanhopig-precies geteld.…

Dolf.Wat heb je ze wanhopig-precies geteld.…

Hope.Als ’k dat zou kúnnen vergeten—zou de nieuwe grofheid.…

Hope.Als ’k dat zou kúnnen vergeten—zou de nieuwe grofheid.…

Dolf.Nièuwe grofheid?.…

Dolf.Nièuwe grofheid?.…

Hope(scherp).’t Vereerend aanzoek, terwijl we u seinden bij de dame—de dame—waarmee ’k diep meelijden voel.…

Hope(scherp).’t Vereerend aanzoek, terwijl we u seinden bij de dame—de dame—waarmee ’k diep meelijden voel.…

Dolf.Meelij met de brave Snip?… Sta jij nog zóo groen tegenover ’t leven, dat je me voor ’n hartebreker bij ’n vrouw, die ’r liaisons als ’n záák behandelt, aanziet?

Dolf.Meelij met de brave Snip?… Sta jij nog zóo groen tegenover ’t leven, dat je me voor ’n hartebreker bij ’n vrouw, die ’r liaisons als ’n záák behandelt, aanziet?

Hope.Doet ù ’t anders? Als zij geld aan-neemt—is ù ’t toch, die ’t gééft? ’n Vrouw, die ’r hand ophoudt is meelij waard.…

Hope.Doet ù ’t anders? Als zij geld aan-neemt—is ù ’t toch, die ’t gééft? ’n Vrouw, die ’r hand ophoudt is meelij waard.…

Dolf.Hahaha, ’n wel duur handje!

Dolf.Hahaha, ’n wel duur handje!

Hope.De man, die betaalt, kóópt—daar.…

Hope.De man, die betaalt, kóópt—daar.…

Dolf.Die vin jij ’n schavuit.…

Dolf.Die vin jij ’n schavuit.…

Hope(rustig).… Erger.

Hope(rustig).… Erger.

Dolf.Merci. Bijzonder dankbaar. Maar wanneer ik zoo’n climax van schelmerij ben—één lachje, Hope, en ’k krijg de delikaatste kuiltjes in ’n paar niet te beschrijven wangen te zien … nee?…—wanneer ik ’n ongewoon specimen van verdorvenheid lijk—[159]op ’t punt in de armen der Snippen en Snipjens onder te gaan, brrr!, steek jij me dan ’n stroohalm toe.… Daar heeft de ellendigste drenkeling recht op.…

Dolf.Merci. Bijzonder dankbaar. Maar wanneer ik zoo’n climax van schelmerij ben—één lachje, Hope, en ’k krijg de delikaatste kuiltjes in ’n paar niet te beschrijven wangen te zien … nee?…—wanneer ik ’n ongewoon specimen van verdorvenheid lijk—[159]op ’t punt in de armen der Snippen en Snipjens onder te gaan, brrr!, steek jij me dan ’n stroohalm toe.… Daar heeft de ellendigste drenkeling recht op.…

Hope(de schouders ophalend).Och, u heeft geld genoeg ’n beter houvast te betálen.

Hope(de schouders ophalend).Och, u heeft geld genoeg ’n beter houvast te betálen.

Dolf.Jij praat met de rancune van ’n ouwe vrijster! Hoe leelijker ’n vrouw is—hoe sekuurder ze zitten blijft—hoe ongezoutener ze tegen beulen als ik tekeer gaat. Maar jij: waarom doe jij zoo zwaar-op-de-hand zoo als ’n christelijk grootmoedertje, zoo.…

Dolf.Jij praat met de rancune van ’n ouwe vrijster! Hoe leelijker ’n vrouw is—hoe sekuurder ze zitten blijft—hoe ongezoutener ze tegen beulen als ik tekeer gaat. Maar jij: waarom doe jij zoo zwaar-op-de-hand zoo als ’n christelijk grootmoedertje, zoo.…

Hope.…Dat is ’n puzzle, meneer.

Hope.…Dat is ’n puzzle, meneer.

Dolf.…Iets voorwereldlijks.…

Dolf.…Iets voorwereldlijks.…

Hope(bitter).… En vervelends.…

Hope(bitter).… En vervelends.…

Dolf(glimlachend).De nonnekap zou je nog meer flatteeren.…

Dolf(glimlachend).De nonnekap zou je nog meer flatteeren.…

Hope.’t Jachtcostuum flatteert u—ieder z’n keus niet waar?

Hope.’t Jachtcostuum flatteert u—ieder z’n keus niet waar?

Dolf.Alweer merci!—Hoe edeler ’t wild—hoe prikkelender de tegenstand—Kom nou, Hope.… Die maanden en maanden na de gebeurtenis, ben je niet uit m’n gedachten geweest—M’n dolle streken waren voor negen tienden baloorigheid.… ik hóú van je. Ik kan—zoo waarachtig als ik geloof te leven—ik kàn niet buiten je.… Zoo groot is geen minachting.…

Dolf.Alweer merci!—Hoe edeler ’t wild—hoe prikkelender de tegenstand—Kom nou, Hope.… Die maanden en maanden na de gebeurtenis, ben je niet uit m’n gedachten geweest—M’n dolle streken waren voor negen tienden baloorigheid.… ik hóú van je. Ik kan—zoo waarachtig als ik geloof te leven—ik kàn niet buiten je.… Zoo groot is geen minachting.…

Hope(stil).… M’n moeder is verleid, als meisje[160]van achttien—heeft zich van kant willen maken, toen hij, zoo een als u, ’r verliet—met ’n fooi voor ’t kind dat nog geboren moest worden—met ’n fooi—met ’n fooi. Ik heb ’r nooit gekend, heb ’r niet zooveel duizend maal kunnen danken, als ze duizend maal tranen gehuild moet hebben.… Voor m’n vader—vader!—voel ’k de diepste, diepste verachting.… En geen mogelijkheid, om ’m ’r iets van te zeggen—’k weet z’n naam niet—(wraakzuchtig)—tot m’n spijt—tot m’n innigste spijt! Nou kan u nagaan hoe ’k over u denk.

Hope(stil).… M’n moeder is verleid, als meisje[160]van achttien—heeft zich van kant willen maken, toen hij, zoo een als u, ’r verliet—met ’n fooi voor ’t kind dat nog geboren moest worden—met ’n fooi—met ’n fooi. Ik heb ’r nooit gekend, heb ’r niet zooveel duizend maal kunnen danken, als ze duizend maal tranen gehuild moet hebben.… Voor m’n vader—vader!—voel ’k de diepste, diepste verachting.… En geen mogelijkheid, om ’m ’r iets van te zeggen—’k weet z’n naam niet—(wraakzuchtig)—tot m’n spijt—tot m’n innigste spijt! Nou kan u nagaan hoe ’k over u denk.

Dolf.Dien dag van de boschviooltjes dacht je toch minder puriteinsch—ik heb m’n doen en laten nooit onder leugentjes gemaskeerd.…

Dolf.Dien dag van de boschviooltjes dacht je toch minder puriteinsch—ik heb m’n doen en laten nooit onder leugentjes gemaskeerd.…

Hope.Dien dag ja.… Dien dag hóópte ’k, droomde ’k … dat u voor—voor invloed vatbaar was—en ’k moest me in m’n eigen kamer—’s nàchts.. verdedigen.… ’n Week later had u ’n nieuwe liaison …(opstaand).Dat is nu zeker de laatste maal, meneer, dat we over ons „verleden” spreken. Over ’n paar dagen, wanneer mevrouw vervoerd mag worden, ben ik weer in de Stichting—u in de „wereld”.… Laten we het mekaar niet lastig maken. Ik heb geen lust u de les te lezen—u nòg minder genoegen zoo’n weinig mondain discours op te houden.

Hope.Dien dag ja.… Dien dag hóópte ’k, droomde ’k … dat u voor—voor invloed vatbaar was—en ’k moest me in m’n eigen kamer—’s nàchts.. verdedigen.… ’n Week later had u ’n nieuwe liaison …(opstaand).Dat is nu zeker de laatste maal, meneer, dat we over ons „verleden” spreken. Over ’n paar dagen, wanneer mevrouw vervoerd mag worden, ben ik weer in de Stichting—u in de „wereld”.… Laten we het mekaar niet lastig maken. Ik heb geen lust u de les te lezen—u nòg minder genoegen zoo’n weinig mondain discours op te houden.

Dolf.’k Was juist van plan ’t in meer mondaine paadjes te leiden.… Dus àlles tusschen ons uit?

Dolf.’k Was juist van plan ’t in meer mondaine paadjes te leiden.… Dus àlles tusschen ons uit?

Hope.Gesteld dat ’r iets bestaan heeft—dan ìs ’t uit.

Hope.Gesteld dat ’r iets bestaan heeft—dan ìs ’t uit.

[161]

Dolf.Hahaha!… Je ben om te stelen, Hope!… Ik heb nog nooit m’n schavuite-hoofd gestooten—en jij, jij.…

Dolf.Hahaha!… Je ben om te stelen, Hope!… Ik heb nog nooit m’n schavuite-hoofd gestooten—en jij, jij.…

Hope.… En ik?…

Hope.… En ik?…

Dolf(met hartstocht)… Jij wil niet beter dan dat ik je weerbarstige handjes met geweld in de mijne neem, dat ik mijn lippen op de jouwe …

Dolf(met hartstocht)… Jij wil niet beter dan dat ik je weerbarstige handjes met geweld in de mijne neem, dat ik mijn lippen op de jouwe …

Hope.…Liever zou ik me.…

Hope.…Liever zou ik me.…

Dolf.…Zou je je.… Praat uit!

Dolf.…Zou je je.… Praat uit!

Hope(heftig).Ik heb geen achting voor u!

Hope(heftig).Ik heb geen achting voor u!

Dolf.Ik voor jou dubbel.

Dolf.Ik voor jou dubbel.

Hope.’n Man waartegen ik niet opzie.…

Hope.’n Man waartegen ik niet opzie.…

Dolf.Hoeft niet. Je hóúdt, hóúdt, hóúdt van me, Hope—je wil je zelf en mij wat wijsmaken.…

Dolf.Hoeft niet. Je hóúdt, hóúdt, hóúdt van me, Hope—je wil je zelf en mij wat wijsmaken.…

Hope(heftig).Wijsmaken?… Wijsmaken, waar ’k geen grein eerbied …(schrikt).Daar klopt iemand. Straks heeft de kelner staan luisteren.…

Hope(heftig).Wijsmaken?… Wijsmaken, waar ’k geen grein eerbied …(schrikt).Daar klopt iemand. Straks heeft de kelner staan luisteren.…

[Inhoud]Dertiende Tooneel.De vorigen, Mevr. van Walden.Mevr. v. Walden.Nee ik.Hope.Ben u opgestaan? De dokter.…Dolf.Mama, hoe dùrft u? ’t Was u verboden![162]Mevr. v. Walden(glimlachend).M’n krant had ’k uit en toen méénde ik jouw stem te hooren.…Hope.Mevrouw, u moet dadelijk, dadelijk weer.…Dolf.Hoe kunt u dat doen?(Omhelst haar).Ongehoorzaam moedertje! Ik blijf hier zóolang u me houden wil—maar u gaat naar uw kamer.Mevr. v. Walden(Hope afwerend).Nee kind—vijf minuten—op de klok af vijf—dan mag je desnoods met geweld.…Hope.Mevrouw.…Mevr. v. Walden.Spreek ’k óóit onwaarheid, Hope? Ik ben beter—de aanval is voorbij. Dat voel ’k zelf ’t beste.… En—nee, ik neem den stoel bij ’t balkon—even de zee hooren—dank je!—en wou ik zeggen, als ’t ergste nièt voorbij is, dan wil ’k van ’t gevoel van opluchting profiteeren, om ’n oogenblikje, één oogenblikje met jou, jongen, te praten.…Hope.Praten doet u vooral niet.…Dolf.Beslist niet.Mevr. v. Walden.Goed kinderen … ’k Zal matig zijn. Doe de deur achter me toe, Hope—’t trekt ’n beetje—’t raam in de slaapkamer staat open.Hope.Dan doe ’k ’t dicht.(af).Mevr. v. Walden.Dolf, beste jongen: dat meisje is meer dan ’n engel—dat meisje is ’n vrouw zooals[163]God ’r weinig geschapen heeft … Ik heb geluisterd. Ik weet dat ze—dat jij ’r ongelukkig maakt—dat ze …(Hope treedt binnen).… Ik zei, Hope, dat ik de Stichting … Je mag vannacht niet opblijven, kind—onder geen omstandigheden—twee heele nachten heeft ze gewaakt, Dolf.… En jij—heb ik je in de jacht gestoord?…Dolf.Nee. Nee. ’k Wou vandaag hier in de buurt …—toen hoorde ’k toevallig dat u in ’t zelfde hotel.…Mevr. v. Walden(glimlachend).Ja. Jawel. Mag ik ’t niet weten dat je gewaarschuwd ben? Ik ben niet bang voor den dood.…Dolf.Nou mama! Op uw honderdsten jaardag zullen we over dood beginnen te.…Mevr. v. Walden.…Nee jongen—je hoeft ’r niet over heen te praten. Hope weet hoe ’k ’r over denk. ’t Leven is ’n reis—’n reis—Wie heengaat komt wat vroeger aan. En die reis maken we allen, is ’t niet?.… Hoe komt ’t dat ’k je zoo lang niet gezien heb?.…Dolf(glimlachend).Drukte. Buitengewone drukte, mama.Mevr. v. Walden.Dat is ’n genot hier voor ’t raam. Ja—’n buitengewoon genot. Neem ’n stoel, Dolf—dicht bij me—nog dichter—dan kan ’k zacht blijven spreken. Jij ook, Hope, m’n goeie, beste Hope. Zoo is ’t goed. Zoo zit ’k of me niets kan gebeuren. Jammer dat Charles weg is gegaan. Heb jij[164]bezwaar tegen ’n legaat, ’n heel groot legaat, Dolf—laat me je hand houden—dat ik per testamentaire beschikking aan de Stichting … ’t Staat in m’n wil … maar van kracht is ’t niet, zei de notaris—als jullie.…Dolf(vroolijk).Alweer over dingen waarover we na dertig jaar zouen spreken.…Mevr. v. Walden.M’n jongen—gekscheer niet. Ik ben opgeschreven.…Hope.Nou mevrouw! Toe!Mevr. v. Walden.Op mijn leeftijd voel je precies—hoelang nog en(glimlachend)wanneer … Zul jij je niet verzetten?—Dolf?Dolf(luchtig).Ik geef permissie me te onterven! Daar!Mevr. v. Walden.’t Is ’n enorm bedrag.Dolf.Doe zooals u ’t zelf wil—’k vraag naar niets …Mevr. v. Walden.Ook niet waarom die Stichting me zóó na aan ’t hart ligt?Dolf.Mama—u heeft die liefhebberij—ik ’n àndere.Mevr. v. Walden.Liefhebberij? Nee—ik lieg niet—ik draag ’n schuld. Geef me ’n glas champagne, Hope. Ik ben toch ièts vermoeider dan ’k dacht.Hope.Nee mevrouw. Dan gaat u naar bed.Mevr. v. Walden.Geef me ’n glas, Hope—je zou ’r later spijt van hebben. Ik wil, wìl van m’n schuld[165]vertellen—voor ’t eerst—en voor ’t laatst, omdat je alles toch onder de papieren zal vinden.Dolf.Mamaatje—ga niet op die malligheid door! Als ù—ù—hahaha!—schuld heeft, nemen wij die graag over, niet waar, Hope?Hope.Natuurlijk, mevrouw—zulke gesprekken winden nutteloos op … Wil ik de deuren sluiten? ’k Geloof dat de wind begint op te steken.Mevr. v. Walden(glimlachend).Een glas—doe wat ’k vraag. Dank je(drinkt).’k Kan op die manier aan de drank raken. Luíster. Ik zeg ’t zonder opwinding, omdat ’k er overheen ben. ’n Halve eeuw jaagt de ergste gebeurtenissen uit je herinnering. Ik heb uit m’n eerste huwelijk.…Dolf.Eérste?… Wat zegt u?…Mevr. v. Walden.Niet in de rede vallen, jongen—uit m’n eerste huwelijk twee kinderen gehad—’n jongen en ’n meisje, was toen de vrouw van ’n—van ’n man waarvan ’k nièt hìeld, die me door m’n vader op was gedrongen—ik was negentien, zelf ’n kind. Toen gebeurde wat zoo dikwijls gebeurt—ik raakte op je vader verliefd—hij op mij—zoo verliefd—zoo verliefd—daar vecht je tegen—vecht je tegen, tot.… Met geweld wou m’n man me houen—hij dee leelijke díngen—laat ’k ’r over zwijgen. Ik liep weg. Het was uit. En ik hertrouwde.…Dolf.Mamaatje—al wat jij gedaan heb, gedaan kan[166]hebben, is goed en te begrijpen. Niet verder op doorgaan.Mevr. v. Walden.Nee jongen. Hiér begint m’n schuld. Ik had twee jonge kinderen verlaten—de jongen drie, ’t meisje twee. En dat màg niet. Dat is zoo wreed, zoo misdadig—schaapjes op dièn leeftijd, die op de móéder aan zijn gewezen. Nee—niet in de rede vallen! Niemand kan over zoo iets oordeelen. ’t Wordt ’n ding voor je geweten. Enkel voor je éigen geweten. M’n eerste man had ’t niet breed. Ze hebben armoe gekend—later. En nooit genegenheid, de stumpers. Als hij aan z’n werk was, werden ze door ’n meid verzorgd—vérzòrgd. Drie, viermaal heb ’k geprobeerd met gèld te helpen—wou-ie niet. ’k Wou ze voor mijn rekening ’n opvoeding geven—wou-ie niet. Toen ’k eens de reis had gemaakt, om ze te zien, werd ’k ziek zooals ze ’r verwaarloosd uitzagen—’t kleine lekkere meisje vooral—mijn dochtertje, als ’k ’t recht heb dat nu nog te zeggen. Op ’n dag—nee, maak je niet ongerust—’t is zoo dood en ver—is ’t ventje overreden—’n jaar later stierf ’t meisje—dat tengere, zwarte ding aan typhus—ongekookte melk. Dolf, m’n jongen—’k heb m’n plicht bij de grafjes mogen doen—m’n plicht … m’n plicht …Dolf.Zie geen spoken mama—plicht is ’n ding …Mevr. v. Walden …’n Ding, dat ik in die dagen als ’n last, ’n machtspreuk—over boord wierp—dat toch zoo’n genot, zoo’n rust geeft.…[167]Dolf.U zegt zelf: u wàs verliefd—èn, dat mogen wij vóor alles zeggen: voor òns was u.…Mevr. v. Walden.Niet doen. Mij hoef je onder geen omstandigheden te—te—overtuigen, te troosten. ’t Is zoo ver weg, zoo zonderling-ver, of ’k als ’n gestorvene over wat-begraven-is babbel. Na den dood van je papa en je broer, ben ’k wakker geworden, heb ’k geprobeerd aan andere kinderen te vergoeden, wat ’k naliet toen ’k nog niet dacht, nee niet dacht. Ja, Dolf, dat werd m’n liefhebberij, m’n „liefhebberij”.…Dolf.Excuseer, dat ’k dat woord gebruikte.… Mag ze nòg langer praten, Hope?Hope.Toe, mevrouw—wat luistert u slecht.…Mevr. v. Walden(glimlachend).Ik heb niet de geringste benauwdheid—en—en.… nu ’k den vogel, die zoo zelden op ’t nest is, even bij me heb—moet ’k nòg een, nòg één belofte.…Dolf.Mamaatje, ik geef je mijn eerewoord, dat ik èlk verlangen, zònder uitzondering, zal respecteeren—’t legaat en ook het andere dat je nog niet gezegd heb—handslag!Mevr. v. Walden.Je ben ’n beste jongen—en wij—ik—hou heel veel van je—maar die eene belofte moet, moet je nu, nú—je kan nooit weten hoe gauw ’t …Dolf.Afgesproken, mamaatje—ik doe ’t.…Mevr. v. Walden(hem de hand op den mond leggend).[168]Ssst! Sssst!.… Wij hebben sàmen iets leelijks gedaan, samen—jij en ik …Dolf.Hahaha!.… Goed.Mevr. v. Walden.Niet lachen—’t is heelemaal niet om te lachen. En als ’k ’t zeg, Hope, kind, met opzet in jouw tegenwoordigheid, is ’t met de opdracht dat je hem dag aan dag zal helpen onthouden als-ie lichtzinnig doet.…Dolf.Excellent! Hoor je dat, Hope? ’k Zal volgens de letter.…Hope.Ik wou liever—mevrouw.…Mevr. v. Walden.Niet tegenstribbelen, Hope, m’n allerbest kind.… Inachttien-honderd-negentig, Dolf, heb je—heb je veertien dagen(met moeilijken glimlach)gezeten.…Dolf(luchtig-vergenoegd).Ja mamaatje, daar staat me wat van bij.…Mevr. v. Walden.Je was met ’n meisje(beschaafd-aarzelend)—te ver gegaan—en de broer, die ’t zich aantrok—mishandelde je.…Dolf(vroolijk).Gretchen—Valentijn—Faust.…Mevr. v. Walden.Dolf! Dolf!… Heusch, we hebben iets léélijks gedaan in die dagen.… Zij was in—zie me niet zoo làchend aan, jongen!—zij was in—omstandigheden. Jij heb niet meer, nóóit meer naar ’r omgekeken.Dolf.Mamaatje!.… Laten we ’n tikje redelijk blijven..[169]Mevr. v. Walden.Dat bèn ’k.…Dolf.U heeft geen flauw begrip over wie, over wat u spreekt.…Mevr. v. Walden.Ik spreek over—over de moeder van—laten we zeggen: ’n kind.…Dolf.Slik ’t maar niet in! Ik kan ’n stootje velen, hahaha!… Och, och!… Twéé paar gefronste wenkbrauwen!… Nee zeg, laat me geen uur op ’t zondaarsbankje zitten, hahaha!… ’n Kluifje voor Hope.. Mamaatje: alle gekheid op ’n stokje—èn àls ’k ’t me goed herinner—ja, al kijken jullie als scherprechters!—àls ’k me goed herinner: ’k heb geen dagboek van m’n zonden aangelegd, hahaha!—die juffrouw, die me indirect belet heeft door te studeeren—jammer!—had—was … Is dàt ’t onderwerp voor ’n gesprek met jùllie—was ’n—(met lachend geweifel)’n dametje van licht.…Hope.’n Gevallen vrouw.Dolf.Dat kun je ook minder sòmber zeggen! Ze had al met meer dan een—nou flap ’k ’t ’r uit, omdat jullie me ’t vuur aan de schenen legt—met ’n paar dozijn gelééfd—toen ik aan de beurt kwam. Dat klinkt hard en ruw, mamaatje:ikmaak ’t leven niet. Op ’n dag beweerde ze, dat ’k vader—en de mogelijkheid wàs helaas niet buiten gesloten.… Drie, vier, vijf maanden later—leg me op de pijnbank—precies weet ik ’t niet!—had je de herrie met ’r zoogenaamden broer.… ’k Herhaal—om ’r ’n eind aan te maken—laten we[170]redelijk blijven—ik heb ’t mijne gedaan … heb behoorlijk gedokt—tot ze, gelukkig voor ons allen van de vlakte verdween.…Mevr. v. Walden.Dàt wist ’k allemaal. Maar ’t kind is geboren—’n meisje, Dolf.…Dolf(luchtig-verwonderd).Och kom!… Hoe weet ù dat?Mevr. v. Walden.Voor de geboorte heeft ze me—’n „dreigbrief” geschreven—nà de geboorte nòg een.…Dolf.En?.…Mevr. v. Walden.En.… En niets.… Inéén-en-negentigdacht ’k zoo alleen aan mezelf, was ’kzóó’negoïst—zoo bang voor de wereld, die m’n eerste huwelijk vergeten was—dat ’k ’r nièt antwoordde, geen letter. Je papa zond ’n honderd gulden in gesloten couvert. Den eenen brief heb ’k verscheurd—den anderen bewaard, om ’r—hoe láát ben ’k mènsch geworden!—om ’r politiezaken van te maken, als ze nog eens probeerde „af te dreigen”.… Verleden week bij ’t sorteeren van paperassen, vond ’k ’m.… En ’k kreeg ’r de tranen van in m’n oogen.… ’t Wàs ’t geluid van ’n moeder, die geen uitweg weet.… Je kunt ’m zelf lezen—hij ligt bij m’n laatsten wil—en die laatste wil is ook, vóóral ook, Dolf, dat je onderzoekt wat ’r van die vrouw is geworden, als ’t mij niet lukt..Dolf(luchtig).Ik ben ’r paf, paf, paf van—ù niet lukt …?[171]Mevr. v. Walden.’k Heb m’n chargé-d’affaires last gegeven informaties in te winnen—zoo discreet mogelijk.… Begrijp je, jongen, dat als ik toen wakker was geweest—ik—jij was misschien te jong voor verantwoordelijkheidsgevoel—dat ik jouw.… jouw.…Hope.Zijn dòchter.…Dolf.Merci voor ’t waarmerk!Mevr. v. Walden.Dat ik jouw dochter—ze kàn ’t geweest zijn—nóóit aan ’r lot zou overgelaten hebben?.… Geen glimlach, jongen.… Toe, toe, geen cynisme!(grijpt z’n hand opnieuw).… Doe de belofte, die ’k je vraag, dat je die vrouw en vooral dat kind—kind—hoe de tijd vliegt!—àls ze onder de lévenden is, moet ’t ’n meisje van zeventien, achttien zijn—dat je ’r zóó lang zal zoeken tot je ’r vindt.…Dolf.Kom, mamaatje—wat ’n excessieve.…Mevr. v.Walden(dringender).Je zal ’r me zóó gelukkig mee maken, jongen—ik pleit niet voor die vrouw—ik pleit niet tegen ’r—ik denk aan ’t kind.…Dolf.Wat is dat mamaatje? Tranen! Tranen?Hope.Mevrouw!Dolf(glimlachend).Daar—ik beloof ’t.Mevr. v. Walden.Glimlachend? Glimlachend?[172]Dolf.Als’k ’t maar belóóf, hé?…(zwak-spottend).’k Steek ’r m’n vingers bij op, dat ’k waarachtig moeite zal doen ’r te vinden. Hoe heet m’n.… vrouw ook weer?Mevr. v. Walden.Weet ’k niet. Sofie … Sofie …Dolf.Dat marcheert. Ik ken ’r enkel als Kreeftje! Kreeftje.…Mevr. v. Walden.Zul je dat kind als ’n dochter …?Dolf.Als ’k er ù—en m’n vriendin Hope—mee plezier.…Mevr. v. Walden.Zoo waar Gòd ons ziet?Dolf.Mamaatje—moet ’t zoo plechtig! ’t Wordt ’n geweldig stuivers-romannetje.…Mevr. v. Walden.Ikheb zoo’n spijt van m’n harteloosheid.Dolf.Geexalteerd moedertje: op één conditie herhaal ’k m’n belofte in vòlste ernst—als je weer een, twee, drie gaat rusten—we zullen Jan Linden niet onder de oogen durven komen.…Mevr. v. Walden(hem op ’t voorhoofd zoenend).Dank je—dank je, jongen. Al lijkt ’t je nog zoo overdreven—’t gaf me den heelen dag ’n gevoel van gejaagdheid, of ’k iets vergeten, iets vergeten had … Je arm, Hope—’k zal vannacht als ’n roos slapen.(bij de deur).Ontbijten we samen? Ja? Acht uur.… En vast afgesproken, Dolf?[173]Dolf(bij de deur).Vast.Mevr. v. Walden(reeds onzichtbaar).En zonder uitstel?… Van af morgen?Dolf(lachend).Van af morgen. M’n jachtkostuum kan ’k ’r voor aanhouden, hahaha! Dat zal ’n jacht met hindernissen worden. Mamaatje! Mamaatje!(sluit de portières).Binnen!

Dertiende Tooneel.De vorigen, Mevr. van Walden.Mevr. v. Walden.Nee ik.Hope.Ben u opgestaan? De dokter.…Dolf.Mama, hoe dùrft u? ’t Was u verboden![162]Mevr. v. Walden(glimlachend).M’n krant had ’k uit en toen méénde ik jouw stem te hooren.…Hope.Mevrouw, u moet dadelijk, dadelijk weer.…Dolf.Hoe kunt u dat doen?(Omhelst haar).Ongehoorzaam moedertje! Ik blijf hier zóolang u me houden wil—maar u gaat naar uw kamer.Mevr. v. Walden(Hope afwerend).Nee kind—vijf minuten—op de klok af vijf—dan mag je desnoods met geweld.…Hope.Mevrouw.…Mevr. v. Walden.Spreek ’k óóit onwaarheid, Hope? Ik ben beter—de aanval is voorbij. Dat voel ’k zelf ’t beste.… En—nee, ik neem den stoel bij ’t balkon—even de zee hooren—dank je!—en wou ik zeggen, als ’t ergste nièt voorbij is, dan wil ’k van ’t gevoel van opluchting profiteeren, om ’n oogenblikje, één oogenblikje met jou, jongen, te praten.…Hope.Praten doet u vooral niet.…Dolf.Beslist niet.Mevr. v. Walden.Goed kinderen … ’k Zal matig zijn. Doe de deur achter me toe, Hope—’t trekt ’n beetje—’t raam in de slaapkamer staat open.Hope.Dan doe ’k ’t dicht.(af).Mevr. v. Walden.Dolf, beste jongen: dat meisje is meer dan ’n engel—dat meisje is ’n vrouw zooals[163]God ’r weinig geschapen heeft … Ik heb geluisterd. Ik weet dat ze—dat jij ’r ongelukkig maakt—dat ze …(Hope treedt binnen).… Ik zei, Hope, dat ik de Stichting … Je mag vannacht niet opblijven, kind—onder geen omstandigheden—twee heele nachten heeft ze gewaakt, Dolf.… En jij—heb ik je in de jacht gestoord?…Dolf.Nee. Nee. ’k Wou vandaag hier in de buurt …—toen hoorde ’k toevallig dat u in ’t zelfde hotel.…Mevr. v. Walden(glimlachend).Ja. Jawel. Mag ik ’t niet weten dat je gewaarschuwd ben? Ik ben niet bang voor den dood.…Dolf.Nou mama! Op uw honderdsten jaardag zullen we over dood beginnen te.…Mevr. v. Walden.…Nee jongen—je hoeft ’r niet over heen te praten. Hope weet hoe ’k ’r over denk. ’t Leven is ’n reis—’n reis—Wie heengaat komt wat vroeger aan. En die reis maken we allen, is ’t niet?.… Hoe komt ’t dat ’k je zoo lang niet gezien heb?.…Dolf(glimlachend).Drukte. Buitengewone drukte, mama.Mevr. v. Walden.Dat is ’n genot hier voor ’t raam. Ja—’n buitengewoon genot. Neem ’n stoel, Dolf—dicht bij me—nog dichter—dan kan ’k zacht blijven spreken. Jij ook, Hope, m’n goeie, beste Hope. Zoo is ’t goed. Zoo zit ’k of me niets kan gebeuren. Jammer dat Charles weg is gegaan. Heb jij[164]bezwaar tegen ’n legaat, ’n heel groot legaat, Dolf—laat me je hand houden—dat ik per testamentaire beschikking aan de Stichting … ’t Staat in m’n wil … maar van kracht is ’t niet, zei de notaris—als jullie.…Dolf(vroolijk).Alweer over dingen waarover we na dertig jaar zouen spreken.…Mevr. v. Walden.M’n jongen—gekscheer niet. Ik ben opgeschreven.…Hope.Nou mevrouw! Toe!Mevr. v. Walden.Op mijn leeftijd voel je precies—hoelang nog en(glimlachend)wanneer … Zul jij je niet verzetten?—Dolf?Dolf(luchtig).Ik geef permissie me te onterven! Daar!Mevr. v. Walden.’t Is ’n enorm bedrag.Dolf.Doe zooals u ’t zelf wil—’k vraag naar niets …Mevr. v. Walden.Ook niet waarom die Stichting me zóó na aan ’t hart ligt?Dolf.Mama—u heeft die liefhebberij—ik ’n àndere.Mevr. v. Walden.Liefhebberij? Nee—ik lieg niet—ik draag ’n schuld. Geef me ’n glas champagne, Hope. Ik ben toch ièts vermoeider dan ’k dacht.Hope.Nee mevrouw. Dan gaat u naar bed.Mevr. v. Walden.Geef me ’n glas, Hope—je zou ’r later spijt van hebben. Ik wil, wìl van m’n schuld[165]vertellen—voor ’t eerst—en voor ’t laatst, omdat je alles toch onder de papieren zal vinden.Dolf.Mamaatje—ga niet op die malligheid door! Als ù—ù—hahaha!—schuld heeft, nemen wij die graag over, niet waar, Hope?Hope.Natuurlijk, mevrouw—zulke gesprekken winden nutteloos op … Wil ik de deuren sluiten? ’k Geloof dat de wind begint op te steken.Mevr. v. Walden(glimlachend).Een glas—doe wat ’k vraag. Dank je(drinkt).’k Kan op die manier aan de drank raken. Luíster. Ik zeg ’t zonder opwinding, omdat ’k er overheen ben. ’n Halve eeuw jaagt de ergste gebeurtenissen uit je herinnering. Ik heb uit m’n eerste huwelijk.…Dolf.Eérste?… Wat zegt u?…Mevr. v. Walden.Niet in de rede vallen, jongen—uit m’n eerste huwelijk twee kinderen gehad—’n jongen en ’n meisje, was toen de vrouw van ’n—van ’n man waarvan ’k nièt hìeld, die me door m’n vader op was gedrongen—ik was negentien, zelf ’n kind. Toen gebeurde wat zoo dikwijls gebeurt—ik raakte op je vader verliefd—hij op mij—zoo verliefd—zoo verliefd—daar vecht je tegen—vecht je tegen, tot.… Met geweld wou m’n man me houen—hij dee leelijke díngen—laat ’k ’r over zwijgen. Ik liep weg. Het was uit. En ik hertrouwde.…Dolf.Mamaatje—al wat jij gedaan heb, gedaan kan[166]hebben, is goed en te begrijpen. Niet verder op doorgaan.Mevr. v. Walden.Nee jongen. Hiér begint m’n schuld. Ik had twee jonge kinderen verlaten—de jongen drie, ’t meisje twee. En dat màg niet. Dat is zoo wreed, zoo misdadig—schaapjes op dièn leeftijd, die op de móéder aan zijn gewezen. Nee—niet in de rede vallen! Niemand kan over zoo iets oordeelen. ’t Wordt ’n ding voor je geweten. Enkel voor je éigen geweten. M’n eerste man had ’t niet breed. Ze hebben armoe gekend—later. En nooit genegenheid, de stumpers. Als hij aan z’n werk was, werden ze door ’n meid verzorgd—vérzòrgd. Drie, viermaal heb ’k geprobeerd met gèld te helpen—wou-ie niet. ’k Wou ze voor mijn rekening ’n opvoeding geven—wou-ie niet. Toen ’k eens de reis had gemaakt, om ze te zien, werd ’k ziek zooals ze ’r verwaarloosd uitzagen—’t kleine lekkere meisje vooral—mijn dochtertje, als ’k ’t recht heb dat nu nog te zeggen. Op ’n dag—nee, maak je niet ongerust—’t is zoo dood en ver—is ’t ventje overreden—’n jaar later stierf ’t meisje—dat tengere, zwarte ding aan typhus—ongekookte melk. Dolf, m’n jongen—’k heb m’n plicht bij de grafjes mogen doen—m’n plicht … m’n plicht …Dolf.Zie geen spoken mama—plicht is ’n ding …Mevr. v. Walden …’n Ding, dat ik in die dagen als ’n last, ’n machtspreuk—over boord wierp—dat toch zoo’n genot, zoo’n rust geeft.…[167]Dolf.U zegt zelf: u wàs verliefd—èn, dat mogen wij vóor alles zeggen: voor òns was u.…Mevr. v. Walden.Niet doen. Mij hoef je onder geen omstandigheden te—te—overtuigen, te troosten. ’t Is zoo ver weg, zoo zonderling-ver, of ’k als ’n gestorvene over wat-begraven-is babbel. Na den dood van je papa en je broer, ben ’k wakker geworden, heb ’k geprobeerd aan andere kinderen te vergoeden, wat ’k naliet toen ’k nog niet dacht, nee niet dacht. Ja, Dolf, dat werd m’n liefhebberij, m’n „liefhebberij”.…Dolf.Excuseer, dat ’k dat woord gebruikte.… Mag ze nòg langer praten, Hope?Hope.Toe, mevrouw—wat luistert u slecht.…Mevr. v. Walden(glimlachend).Ik heb niet de geringste benauwdheid—en—en.… nu ’k den vogel, die zoo zelden op ’t nest is, even bij me heb—moet ’k nòg een, nòg één belofte.…Dolf.Mamaatje, ik geef je mijn eerewoord, dat ik èlk verlangen, zònder uitzondering, zal respecteeren—’t legaat en ook het andere dat je nog niet gezegd heb—handslag!Mevr. v. Walden.Je ben ’n beste jongen—en wij—ik—hou heel veel van je—maar die eene belofte moet, moet je nu, nú—je kan nooit weten hoe gauw ’t …Dolf.Afgesproken, mamaatje—ik doe ’t.…Mevr. v. Walden(hem de hand op den mond leggend).[168]Ssst! Sssst!.… Wij hebben sàmen iets leelijks gedaan, samen—jij en ik …Dolf.Hahaha!.… Goed.Mevr. v. Walden.Niet lachen—’t is heelemaal niet om te lachen. En als ’k ’t zeg, Hope, kind, met opzet in jouw tegenwoordigheid, is ’t met de opdracht dat je hem dag aan dag zal helpen onthouden als-ie lichtzinnig doet.…Dolf.Excellent! Hoor je dat, Hope? ’k Zal volgens de letter.…Hope.Ik wou liever—mevrouw.…Mevr. v. Walden.Niet tegenstribbelen, Hope, m’n allerbest kind.… Inachttien-honderd-negentig, Dolf, heb je—heb je veertien dagen(met moeilijken glimlach)gezeten.…Dolf(luchtig-vergenoegd).Ja mamaatje, daar staat me wat van bij.…Mevr. v. Walden.Je was met ’n meisje(beschaafd-aarzelend)—te ver gegaan—en de broer, die ’t zich aantrok—mishandelde je.…Dolf(vroolijk).Gretchen—Valentijn—Faust.…Mevr. v. Walden.Dolf! Dolf!… Heusch, we hebben iets léélijks gedaan in die dagen.… Zij was in—zie me niet zoo làchend aan, jongen!—zij was in—omstandigheden. Jij heb niet meer, nóóit meer naar ’r omgekeken.Dolf.Mamaatje!.… Laten we ’n tikje redelijk blijven..[169]Mevr. v. Walden.Dat bèn ’k.…Dolf.U heeft geen flauw begrip over wie, over wat u spreekt.…Mevr. v. Walden.Ik spreek over—over de moeder van—laten we zeggen: ’n kind.…Dolf.Slik ’t maar niet in! Ik kan ’n stootje velen, hahaha!… Och, och!… Twéé paar gefronste wenkbrauwen!… Nee zeg, laat me geen uur op ’t zondaarsbankje zitten, hahaha!… ’n Kluifje voor Hope.. Mamaatje: alle gekheid op ’n stokje—èn àls ’k ’t me goed herinner—ja, al kijken jullie als scherprechters!—àls ’k me goed herinner: ’k heb geen dagboek van m’n zonden aangelegd, hahaha!—die juffrouw, die me indirect belet heeft door te studeeren—jammer!—had—was … Is dàt ’t onderwerp voor ’n gesprek met jùllie—was ’n—(met lachend geweifel)’n dametje van licht.…Hope.’n Gevallen vrouw.Dolf.Dat kun je ook minder sòmber zeggen! Ze had al met meer dan een—nou flap ’k ’t ’r uit, omdat jullie me ’t vuur aan de schenen legt—met ’n paar dozijn gelééfd—toen ik aan de beurt kwam. Dat klinkt hard en ruw, mamaatje:ikmaak ’t leven niet. Op ’n dag beweerde ze, dat ’k vader—en de mogelijkheid wàs helaas niet buiten gesloten.… Drie, vier, vijf maanden later—leg me op de pijnbank—precies weet ik ’t niet!—had je de herrie met ’r zoogenaamden broer.… ’k Herhaal—om ’r ’n eind aan te maken—laten we[170]redelijk blijven—ik heb ’t mijne gedaan … heb behoorlijk gedokt—tot ze, gelukkig voor ons allen van de vlakte verdween.…Mevr. v. Walden.Dàt wist ’k allemaal. Maar ’t kind is geboren—’n meisje, Dolf.…Dolf(luchtig-verwonderd).Och kom!… Hoe weet ù dat?Mevr. v. Walden.Voor de geboorte heeft ze me—’n „dreigbrief” geschreven—nà de geboorte nòg een.…Dolf.En?.…Mevr. v. Walden.En.… En niets.… Inéén-en-negentigdacht ’k zoo alleen aan mezelf, was ’kzóó’negoïst—zoo bang voor de wereld, die m’n eerste huwelijk vergeten was—dat ’k ’r nièt antwoordde, geen letter. Je papa zond ’n honderd gulden in gesloten couvert. Den eenen brief heb ’k verscheurd—den anderen bewaard, om ’r—hoe láát ben ’k mènsch geworden!—om ’r politiezaken van te maken, als ze nog eens probeerde „af te dreigen”.… Verleden week bij ’t sorteeren van paperassen, vond ’k ’m.… En ’k kreeg ’r de tranen van in m’n oogen.… ’t Wàs ’t geluid van ’n moeder, die geen uitweg weet.… Je kunt ’m zelf lezen—hij ligt bij m’n laatsten wil—en die laatste wil is ook, vóóral ook, Dolf, dat je onderzoekt wat ’r van die vrouw is geworden, als ’t mij niet lukt..Dolf(luchtig).Ik ben ’r paf, paf, paf van—ù niet lukt …?[171]Mevr. v. Walden.’k Heb m’n chargé-d’affaires last gegeven informaties in te winnen—zoo discreet mogelijk.… Begrijp je, jongen, dat als ik toen wakker was geweest—ik—jij was misschien te jong voor verantwoordelijkheidsgevoel—dat ik jouw.… jouw.…Hope.Zijn dòchter.…Dolf.Merci voor ’t waarmerk!Mevr. v. Walden.Dat ik jouw dochter—ze kàn ’t geweest zijn—nóóit aan ’r lot zou overgelaten hebben?.… Geen glimlach, jongen.… Toe, toe, geen cynisme!(grijpt z’n hand opnieuw).… Doe de belofte, die ’k je vraag, dat je die vrouw en vooral dat kind—kind—hoe de tijd vliegt!—àls ze onder de lévenden is, moet ’t ’n meisje van zeventien, achttien zijn—dat je ’r zóó lang zal zoeken tot je ’r vindt.…Dolf.Kom, mamaatje—wat ’n excessieve.…Mevr. v.Walden(dringender).Je zal ’r me zóó gelukkig mee maken, jongen—ik pleit niet voor die vrouw—ik pleit niet tegen ’r—ik denk aan ’t kind.…Dolf.Wat is dat mamaatje? Tranen! Tranen?Hope.Mevrouw!Dolf(glimlachend).Daar—ik beloof ’t.Mevr. v. Walden.Glimlachend? Glimlachend?[172]Dolf.Als’k ’t maar belóóf, hé?…(zwak-spottend).’k Steek ’r m’n vingers bij op, dat ’k waarachtig moeite zal doen ’r te vinden. Hoe heet m’n.… vrouw ook weer?Mevr. v. Walden.Weet ’k niet. Sofie … Sofie …Dolf.Dat marcheert. Ik ken ’r enkel als Kreeftje! Kreeftje.…Mevr. v. Walden.Zul je dat kind als ’n dochter …?Dolf.Als ’k er ù—en m’n vriendin Hope—mee plezier.…Mevr. v. Walden.Zoo waar Gòd ons ziet?Dolf.Mamaatje—moet ’t zoo plechtig! ’t Wordt ’n geweldig stuivers-romannetje.…Mevr. v. Walden.Ikheb zoo’n spijt van m’n harteloosheid.Dolf.Geexalteerd moedertje: op één conditie herhaal ’k m’n belofte in vòlste ernst—als je weer een, twee, drie gaat rusten—we zullen Jan Linden niet onder de oogen durven komen.…Mevr. v. Walden(hem op ’t voorhoofd zoenend).Dank je—dank je, jongen. Al lijkt ’t je nog zoo overdreven—’t gaf me den heelen dag ’n gevoel van gejaagdheid, of ’k iets vergeten, iets vergeten had … Je arm, Hope—’k zal vannacht als ’n roos slapen.(bij de deur).Ontbijten we samen? Ja? Acht uur.… En vast afgesproken, Dolf?[173]Dolf(bij de deur).Vast.Mevr. v. Walden(reeds onzichtbaar).En zonder uitstel?… Van af morgen?Dolf(lachend).Van af morgen. M’n jachtkostuum kan ’k ’r voor aanhouden, hahaha! Dat zal ’n jacht met hindernissen worden. Mamaatje! Mamaatje!(sluit de portières).Binnen!

De vorigen, Mevr. van Walden.

Mevr. v. Walden.Nee ik.

Mevr. v. Walden.Nee ik.

Hope.Ben u opgestaan? De dokter.…

Hope.Ben u opgestaan? De dokter.…

Dolf.Mama, hoe dùrft u? ’t Was u verboden!

Dolf.Mama, hoe dùrft u? ’t Was u verboden!

[162]

Mevr. v. Walden(glimlachend).M’n krant had ’k uit en toen méénde ik jouw stem te hooren.…

Mevr. v. Walden(glimlachend).M’n krant had ’k uit en toen méénde ik jouw stem te hooren.…

Hope.Mevrouw, u moet dadelijk, dadelijk weer.…

Hope.Mevrouw, u moet dadelijk, dadelijk weer.…

Dolf.Hoe kunt u dat doen?(Omhelst haar).Ongehoorzaam moedertje! Ik blijf hier zóolang u me houden wil—maar u gaat naar uw kamer.

Dolf.Hoe kunt u dat doen?(Omhelst haar).Ongehoorzaam moedertje! Ik blijf hier zóolang u me houden wil—maar u gaat naar uw kamer.

Mevr. v. Walden(Hope afwerend).Nee kind—vijf minuten—op de klok af vijf—dan mag je desnoods met geweld.…

Mevr. v. Walden(Hope afwerend).Nee kind—vijf minuten—op de klok af vijf—dan mag je desnoods met geweld.…

Hope.Mevrouw.…

Hope.Mevrouw.…

Mevr. v. Walden.Spreek ’k óóit onwaarheid, Hope? Ik ben beter—de aanval is voorbij. Dat voel ’k zelf ’t beste.… En—nee, ik neem den stoel bij ’t balkon—even de zee hooren—dank je!—en wou ik zeggen, als ’t ergste nièt voorbij is, dan wil ’k van ’t gevoel van opluchting profiteeren, om ’n oogenblikje, één oogenblikje met jou, jongen, te praten.…

Mevr. v. Walden.Spreek ’k óóit onwaarheid, Hope? Ik ben beter—de aanval is voorbij. Dat voel ’k zelf ’t beste.… En—nee, ik neem den stoel bij ’t balkon—even de zee hooren—dank je!—en wou ik zeggen, als ’t ergste nièt voorbij is, dan wil ’k van ’t gevoel van opluchting profiteeren, om ’n oogenblikje, één oogenblikje met jou, jongen, te praten.…

Hope.Praten doet u vooral niet.…

Hope.Praten doet u vooral niet.…

Dolf.Beslist niet.

Dolf.Beslist niet.

Mevr. v. Walden.Goed kinderen … ’k Zal matig zijn. Doe de deur achter me toe, Hope—’t trekt ’n beetje—’t raam in de slaapkamer staat open.

Mevr. v. Walden.Goed kinderen … ’k Zal matig zijn. Doe de deur achter me toe, Hope—’t trekt ’n beetje—’t raam in de slaapkamer staat open.

Hope.Dan doe ’k ’t dicht.(af).

Hope.Dan doe ’k ’t dicht.(af).

Mevr. v. Walden.Dolf, beste jongen: dat meisje is meer dan ’n engel—dat meisje is ’n vrouw zooals[163]God ’r weinig geschapen heeft … Ik heb geluisterd. Ik weet dat ze—dat jij ’r ongelukkig maakt—dat ze …(Hope treedt binnen).… Ik zei, Hope, dat ik de Stichting … Je mag vannacht niet opblijven, kind—onder geen omstandigheden—twee heele nachten heeft ze gewaakt, Dolf.… En jij—heb ik je in de jacht gestoord?…

Mevr. v. Walden.Dolf, beste jongen: dat meisje is meer dan ’n engel—dat meisje is ’n vrouw zooals[163]God ’r weinig geschapen heeft … Ik heb geluisterd. Ik weet dat ze—dat jij ’r ongelukkig maakt—dat ze …(Hope treedt binnen).… Ik zei, Hope, dat ik de Stichting … Je mag vannacht niet opblijven, kind—onder geen omstandigheden—twee heele nachten heeft ze gewaakt, Dolf.… En jij—heb ik je in de jacht gestoord?…

Dolf.Nee. Nee. ’k Wou vandaag hier in de buurt …—toen hoorde ’k toevallig dat u in ’t zelfde hotel.…

Dolf.Nee. Nee. ’k Wou vandaag hier in de buurt …—toen hoorde ’k toevallig dat u in ’t zelfde hotel.…

Mevr. v. Walden(glimlachend).Ja. Jawel. Mag ik ’t niet weten dat je gewaarschuwd ben? Ik ben niet bang voor den dood.…

Mevr. v. Walden(glimlachend).Ja. Jawel. Mag ik ’t niet weten dat je gewaarschuwd ben? Ik ben niet bang voor den dood.…

Dolf.Nou mama! Op uw honderdsten jaardag zullen we over dood beginnen te.…

Dolf.Nou mama! Op uw honderdsten jaardag zullen we over dood beginnen te.…

Mevr. v. Walden.…Nee jongen—je hoeft ’r niet over heen te praten. Hope weet hoe ’k ’r over denk. ’t Leven is ’n reis—’n reis—Wie heengaat komt wat vroeger aan. En die reis maken we allen, is ’t niet?.… Hoe komt ’t dat ’k je zoo lang niet gezien heb?.…

Mevr. v. Walden.…Nee jongen—je hoeft ’r niet over heen te praten. Hope weet hoe ’k ’r over denk. ’t Leven is ’n reis—’n reis—Wie heengaat komt wat vroeger aan. En die reis maken we allen, is ’t niet?.… Hoe komt ’t dat ’k je zoo lang niet gezien heb?.…

Dolf(glimlachend).Drukte. Buitengewone drukte, mama.

Dolf(glimlachend).Drukte. Buitengewone drukte, mama.

Mevr. v. Walden.Dat is ’n genot hier voor ’t raam. Ja—’n buitengewoon genot. Neem ’n stoel, Dolf—dicht bij me—nog dichter—dan kan ’k zacht blijven spreken. Jij ook, Hope, m’n goeie, beste Hope. Zoo is ’t goed. Zoo zit ’k of me niets kan gebeuren. Jammer dat Charles weg is gegaan. Heb jij[164]bezwaar tegen ’n legaat, ’n heel groot legaat, Dolf—laat me je hand houden—dat ik per testamentaire beschikking aan de Stichting … ’t Staat in m’n wil … maar van kracht is ’t niet, zei de notaris—als jullie.…

Mevr. v. Walden.Dat is ’n genot hier voor ’t raam. Ja—’n buitengewoon genot. Neem ’n stoel, Dolf—dicht bij me—nog dichter—dan kan ’k zacht blijven spreken. Jij ook, Hope, m’n goeie, beste Hope. Zoo is ’t goed. Zoo zit ’k of me niets kan gebeuren. Jammer dat Charles weg is gegaan. Heb jij[164]bezwaar tegen ’n legaat, ’n heel groot legaat, Dolf—laat me je hand houden—dat ik per testamentaire beschikking aan de Stichting … ’t Staat in m’n wil … maar van kracht is ’t niet, zei de notaris—als jullie.…

Dolf(vroolijk).Alweer over dingen waarover we na dertig jaar zouen spreken.…

Dolf(vroolijk).Alweer over dingen waarover we na dertig jaar zouen spreken.…

Mevr. v. Walden.M’n jongen—gekscheer niet. Ik ben opgeschreven.…

Mevr. v. Walden.M’n jongen—gekscheer niet. Ik ben opgeschreven.…

Hope.Nou mevrouw! Toe!

Hope.Nou mevrouw! Toe!

Mevr. v. Walden.Op mijn leeftijd voel je precies—hoelang nog en(glimlachend)wanneer … Zul jij je niet verzetten?—Dolf?

Mevr. v. Walden.Op mijn leeftijd voel je precies—hoelang nog en(glimlachend)wanneer … Zul jij je niet verzetten?—Dolf?

Dolf(luchtig).Ik geef permissie me te onterven! Daar!

Dolf(luchtig).Ik geef permissie me te onterven! Daar!

Mevr. v. Walden.’t Is ’n enorm bedrag.

Mevr. v. Walden.’t Is ’n enorm bedrag.

Dolf.Doe zooals u ’t zelf wil—’k vraag naar niets …

Dolf.Doe zooals u ’t zelf wil—’k vraag naar niets …

Mevr. v. Walden.Ook niet waarom die Stichting me zóó na aan ’t hart ligt?

Mevr. v. Walden.Ook niet waarom die Stichting me zóó na aan ’t hart ligt?

Dolf.Mama—u heeft die liefhebberij—ik ’n àndere.

Dolf.Mama—u heeft die liefhebberij—ik ’n àndere.

Mevr. v. Walden.Liefhebberij? Nee—ik lieg niet—ik draag ’n schuld. Geef me ’n glas champagne, Hope. Ik ben toch ièts vermoeider dan ’k dacht.

Mevr. v. Walden.Liefhebberij? Nee—ik lieg niet—ik draag ’n schuld. Geef me ’n glas champagne, Hope. Ik ben toch ièts vermoeider dan ’k dacht.

Hope.Nee mevrouw. Dan gaat u naar bed.

Hope.Nee mevrouw. Dan gaat u naar bed.

Mevr. v. Walden.Geef me ’n glas, Hope—je zou ’r later spijt van hebben. Ik wil, wìl van m’n schuld[165]vertellen—voor ’t eerst—en voor ’t laatst, omdat je alles toch onder de papieren zal vinden.

Mevr. v. Walden.Geef me ’n glas, Hope—je zou ’r later spijt van hebben. Ik wil, wìl van m’n schuld[165]vertellen—voor ’t eerst—en voor ’t laatst, omdat je alles toch onder de papieren zal vinden.

Dolf.Mamaatje—ga niet op die malligheid door! Als ù—ù—hahaha!—schuld heeft, nemen wij die graag over, niet waar, Hope?

Dolf.Mamaatje—ga niet op die malligheid door! Als ù—ù—hahaha!—schuld heeft, nemen wij die graag over, niet waar, Hope?

Hope.Natuurlijk, mevrouw—zulke gesprekken winden nutteloos op … Wil ik de deuren sluiten? ’k Geloof dat de wind begint op te steken.

Hope.Natuurlijk, mevrouw—zulke gesprekken winden nutteloos op … Wil ik de deuren sluiten? ’k Geloof dat de wind begint op te steken.

Mevr. v. Walden(glimlachend).Een glas—doe wat ’k vraag. Dank je(drinkt).’k Kan op die manier aan de drank raken. Luíster. Ik zeg ’t zonder opwinding, omdat ’k er overheen ben. ’n Halve eeuw jaagt de ergste gebeurtenissen uit je herinnering. Ik heb uit m’n eerste huwelijk.…

Mevr. v. Walden(glimlachend).Een glas—doe wat ’k vraag. Dank je(drinkt).’k Kan op die manier aan de drank raken. Luíster. Ik zeg ’t zonder opwinding, omdat ’k er overheen ben. ’n Halve eeuw jaagt de ergste gebeurtenissen uit je herinnering. Ik heb uit m’n eerste huwelijk.…

Dolf.Eérste?… Wat zegt u?…

Dolf.Eérste?… Wat zegt u?…

Mevr. v. Walden.Niet in de rede vallen, jongen—uit m’n eerste huwelijk twee kinderen gehad—’n jongen en ’n meisje, was toen de vrouw van ’n—van ’n man waarvan ’k nièt hìeld, die me door m’n vader op was gedrongen—ik was negentien, zelf ’n kind. Toen gebeurde wat zoo dikwijls gebeurt—ik raakte op je vader verliefd—hij op mij—zoo verliefd—zoo verliefd—daar vecht je tegen—vecht je tegen, tot.… Met geweld wou m’n man me houen—hij dee leelijke díngen—laat ’k ’r over zwijgen. Ik liep weg. Het was uit. En ik hertrouwde.…

Mevr. v. Walden.Niet in de rede vallen, jongen—uit m’n eerste huwelijk twee kinderen gehad—’n jongen en ’n meisje, was toen de vrouw van ’n—van ’n man waarvan ’k nièt hìeld, die me door m’n vader op was gedrongen—ik was negentien, zelf ’n kind. Toen gebeurde wat zoo dikwijls gebeurt—ik raakte op je vader verliefd—hij op mij—zoo verliefd—zoo verliefd—daar vecht je tegen—vecht je tegen, tot.… Met geweld wou m’n man me houen—hij dee leelijke díngen—laat ’k ’r over zwijgen. Ik liep weg. Het was uit. En ik hertrouwde.…

Dolf.Mamaatje—al wat jij gedaan heb, gedaan kan[166]hebben, is goed en te begrijpen. Niet verder op doorgaan.

Dolf.Mamaatje—al wat jij gedaan heb, gedaan kan[166]hebben, is goed en te begrijpen. Niet verder op doorgaan.

Mevr. v. Walden.Nee jongen. Hiér begint m’n schuld. Ik had twee jonge kinderen verlaten—de jongen drie, ’t meisje twee. En dat màg niet. Dat is zoo wreed, zoo misdadig—schaapjes op dièn leeftijd, die op de móéder aan zijn gewezen. Nee—niet in de rede vallen! Niemand kan over zoo iets oordeelen. ’t Wordt ’n ding voor je geweten. Enkel voor je éigen geweten. M’n eerste man had ’t niet breed. Ze hebben armoe gekend—later. En nooit genegenheid, de stumpers. Als hij aan z’n werk was, werden ze door ’n meid verzorgd—vérzòrgd. Drie, viermaal heb ’k geprobeerd met gèld te helpen—wou-ie niet. ’k Wou ze voor mijn rekening ’n opvoeding geven—wou-ie niet. Toen ’k eens de reis had gemaakt, om ze te zien, werd ’k ziek zooals ze ’r verwaarloosd uitzagen—’t kleine lekkere meisje vooral—mijn dochtertje, als ’k ’t recht heb dat nu nog te zeggen. Op ’n dag—nee, maak je niet ongerust—’t is zoo dood en ver—is ’t ventje overreden—’n jaar later stierf ’t meisje—dat tengere, zwarte ding aan typhus—ongekookte melk. Dolf, m’n jongen—’k heb m’n plicht bij de grafjes mogen doen—m’n plicht … m’n plicht …

Mevr. v. Walden.Nee jongen. Hiér begint m’n schuld. Ik had twee jonge kinderen verlaten—de jongen drie, ’t meisje twee. En dat màg niet. Dat is zoo wreed, zoo misdadig—schaapjes op dièn leeftijd, die op de móéder aan zijn gewezen. Nee—niet in de rede vallen! Niemand kan over zoo iets oordeelen. ’t Wordt ’n ding voor je geweten. Enkel voor je éigen geweten. M’n eerste man had ’t niet breed. Ze hebben armoe gekend—later. En nooit genegenheid, de stumpers. Als hij aan z’n werk was, werden ze door ’n meid verzorgd—vérzòrgd. Drie, viermaal heb ’k geprobeerd met gèld te helpen—wou-ie niet. ’k Wou ze voor mijn rekening ’n opvoeding geven—wou-ie niet. Toen ’k eens de reis had gemaakt, om ze te zien, werd ’k ziek zooals ze ’r verwaarloosd uitzagen—’t kleine lekkere meisje vooral—mijn dochtertje, als ’k ’t recht heb dat nu nog te zeggen. Op ’n dag—nee, maak je niet ongerust—’t is zoo dood en ver—is ’t ventje overreden—’n jaar later stierf ’t meisje—dat tengere, zwarte ding aan typhus—ongekookte melk. Dolf, m’n jongen—’k heb m’n plicht bij de grafjes mogen doen—m’n plicht … m’n plicht …

Dolf.Zie geen spoken mama—plicht is ’n ding …

Dolf.Zie geen spoken mama—plicht is ’n ding …

Mevr. v. Walden …’n Ding, dat ik in die dagen als ’n last, ’n machtspreuk—over boord wierp—dat toch zoo’n genot, zoo’n rust geeft.…

Mevr. v. Walden …’n Ding, dat ik in die dagen als ’n last, ’n machtspreuk—over boord wierp—dat toch zoo’n genot, zoo’n rust geeft.…

[167]

Dolf.U zegt zelf: u wàs verliefd—èn, dat mogen wij vóor alles zeggen: voor òns was u.…

Dolf.U zegt zelf: u wàs verliefd—èn, dat mogen wij vóor alles zeggen: voor òns was u.…

Mevr. v. Walden.Niet doen. Mij hoef je onder geen omstandigheden te—te—overtuigen, te troosten. ’t Is zoo ver weg, zoo zonderling-ver, of ’k als ’n gestorvene over wat-begraven-is babbel. Na den dood van je papa en je broer, ben ’k wakker geworden, heb ’k geprobeerd aan andere kinderen te vergoeden, wat ’k naliet toen ’k nog niet dacht, nee niet dacht. Ja, Dolf, dat werd m’n liefhebberij, m’n „liefhebberij”.…

Mevr. v. Walden.Niet doen. Mij hoef je onder geen omstandigheden te—te—overtuigen, te troosten. ’t Is zoo ver weg, zoo zonderling-ver, of ’k als ’n gestorvene over wat-begraven-is babbel. Na den dood van je papa en je broer, ben ’k wakker geworden, heb ’k geprobeerd aan andere kinderen te vergoeden, wat ’k naliet toen ’k nog niet dacht, nee niet dacht. Ja, Dolf, dat werd m’n liefhebberij, m’n „liefhebberij”.…

Dolf.Excuseer, dat ’k dat woord gebruikte.… Mag ze nòg langer praten, Hope?

Dolf.Excuseer, dat ’k dat woord gebruikte.… Mag ze nòg langer praten, Hope?

Hope.Toe, mevrouw—wat luistert u slecht.…

Hope.Toe, mevrouw—wat luistert u slecht.…

Mevr. v. Walden(glimlachend).Ik heb niet de geringste benauwdheid—en—en.… nu ’k den vogel, die zoo zelden op ’t nest is, even bij me heb—moet ’k nòg een, nòg één belofte.…

Mevr. v. Walden(glimlachend).Ik heb niet de geringste benauwdheid—en—en.… nu ’k den vogel, die zoo zelden op ’t nest is, even bij me heb—moet ’k nòg een, nòg één belofte.…

Dolf.Mamaatje, ik geef je mijn eerewoord, dat ik èlk verlangen, zònder uitzondering, zal respecteeren—’t legaat en ook het andere dat je nog niet gezegd heb—handslag!

Dolf.Mamaatje, ik geef je mijn eerewoord, dat ik èlk verlangen, zònder uitzondering, zal respecteeren—’t legaat en ook het andere dat je nog niet gezegd heb—handslag!

Mevr. v. Walden.Je ben ’n beste jongen—en wij—ik—hou heel veel van je—maar die eene belofte moet, moet je nu, nú—je kan nooit weten hoe gauw ’t …

Mevr. v. Walden.Je ben ’n beste jongen—en wij—ik—hou heel veel van je—maar die eene belofte moet, moet je nu, nú—je kan nooit weten hoe gauw ’t …

Dolf.Afgesproken, mamaatje—ik doe ’t.…

Dolf.Afgesproken, mamaatje—ik doe ’t.…

Mevr. v. Walden(hem de hand op den mond leggend).[168]Ssst! Sssst!.… Wij hebben sàmen iets leelijks gedaan, samen—jij en ik …

Mevr. v. Walden(hem de hand op den mond leggend).[168]Ssst! Sssst!.… Wij hebben sàmen iets leelijks gedaan, samen—jij en ik …

Dolf.Hahaha!.… Goed.

Dolf.Hahaha!.… Goed.

Mevr. v. Walden.Niet lachen—’t is heelemaal niet om te lachen. En als ’k ’t zeg, Hope, kind, met opzet in jouw tegenwoordigheid, is ’t met de opdracht dat je hem dag aan dag zal helpen onthouden als-ie lichtzinnig doet.…

Mevr. v. Walden.Niet lachen—’t is heelemaal niet om te lachen. En als ’k ’t zeg, Hope, kind, met opzet in jouw tegenwoordigheid, is ’t met de opdracht dat je hem dag aan dag zal helpen onthouden als-ie lichtzinnig doet.…

Dolf.Excellent! Hoor je dat, Hope? ’k Zal volgens de letter.…

Dolf.Excellent! Hoor je dat, Hope? ’k Zal volgens de letter.…

Hope.Ik wou liever—mevrouw.…

Hope.Ik wou liever—mevrouw.…

Mevr. v. Walden.Niet tegenstribbelen, Hope, m’n allerbest kind.… Inachttien-honderd-negentig, Dolf, heb je—heb je veertien dagen(met moeilijken glimlach)gezeten.…

Mevr. v. Walden.Niet tegenstribbelen, Hope, m’n allerbest kind.… Inachttien-honderd-negentig, Dolf, heb je—heb je veertien dagen(met moeilijken glimlach)gezeten.…

Dolf(luchtig-vergenoegd).Ja mamaatje, daar staat me wat van bij.…

Dolf(luchtig-vergenoegd).Ja mamaatje, daar staat me wat van bij.…

Mevr. v. Walden.Je was met ’n meisje(beschaafd-aarzelend)—te ver gegaan—en de broer, die ’t zich aantrok—mishandelde je.…

Mevr. v. Walden.Je was met ’n meisje(beschaafd-aarzelend)—te ver gegaan—en de broer, die ’t zich aantrok—mishandelde je.…

Dolf(vroolijk).Gretchen—Valentijn—Faust.…

Dolf(vroolijk).Gretchen—Valentijn—Faust.…

Mevr. v. Walden.Dolf! Dolf!… Heusch, we hebben iets léélijks gedaan in die dagen.… Zij was in—zie me niet zoo làchend aan, jongen!—zij was in—omstandigheden. Jij heb niet meer, nóóit meer naar ’r omgekeken.

Mevr. v. Walden.Dolf! Dolf!… Heusch, we hebben iets léélijks gedaan in die dagen.… Zij was in—zie me niet zoo làchend aan, jongen!—zij was in—omstandigheden. Jij heb niet meer, nóóit meer naar ’r omgekeken.

Dolf.Mamaatje!.… Laten we ’n tikje redelijk blijven..

Dolf.Mamaatje!.… Laten we ’n tikje redelijk blijven..

[169]

Mevr. v. Walden.Dat bèn ’k.…

Mevr. v. Walden.Dat bèn ’k.…

Dolf.U heeft geen flauw begrip over wie, over wat u spreekt.…

Dolf.U heeft geen flauw begrip over wie, over wat u spreekt.…

Mevr. v. Walden.Ik spreek over—over de moeder van—laten we zeggen: ’n kind.…

Mevr. v. Walden.Ik spreek over—over de moeder van—laten we zeggen: ’n kind.…

Dolf.Slik ’t maar niet in! Ik kan ’n stootje velen, hahaha!… Och, och!… Twéé paar gefronste wenkbrauwen!… Nee zeg, laat me geen uur op ’t zondaarsbankje zitten, hahaha!… ’n Kluifje voor Hope.. Mamaatje: alle gekheid op ’n stokje—èn àls ’k ’t me goed herinner—ja, al kijken jullie als scherprechters!—àls ’k me goed herinner: ’k heb geen dagboek van m’n zonden aangelegd, hahaha!—die juffrouw, die me indirect belet heeft door te studeeren—jammer!—had—was … Is dàt ’t onderwerp voor ’n gesprek met jùllie—was ’n—(met lachend geweifel)’n dametje van licht.…

Dolf.Slik ’t maar niet in! Ik kan ’n stootje velen, hahaha!… Och, och!… Twéé paar gefronste wenkbrauwen!… Nee zeg, laat me geen uur op ’t zondaarsbankje zitten, hahaha!… ’n Kluifje voor Hope.. Mamaatje: alle gekheid op ’n stokje—èn àls ’k ’t me goed herinner—ja, al kijken jullie als scherprechters!—àls ’k me goed herinner: ’k heb geen dagboek van m’n zonden aangelegd, hahaha!—die juffrouw, die me indirect belet heeft door te studeeren—jammer!—had—was … Is dàt ’t onderwerp voor ’n gesprek met jùllie—was ’n—(met lachend geweifel)’n dametje van licht.…

Hope.’n Gevallen vrouw.

Hope.’n Gevallen vrouw.

Dolf.Dat kun je ook minder sòmber zeggen! Ze had al met meer dan een—nou flap ’k ’t ’r uit, omdat jullie me ’t vuur aan de schenen legt—met ’n paar dozijn gelééfd—toen ik aan de beurt kwam. Dat klinkt hard en ruw, mamaatje:ikmaak ’t leven niet. Op ’n dag beweerde ze, dat ’k vader—en de mogelijkheid wàs helaas niet buiten gesloten.… Drie, vier, vijf maanden later—leg me op de pijnbank—precies weet ik ’t niet!—had je de herrie met ’r zoogenaamden broer.… ’k Herhaal—om ’r ’n eind aan te maken—laten we[170]redelijk blijven—ik heb ’t mijne gedaan … heb behoorlijk gedokt—tot ze, gelukkig voor ons allen van de vlakte verdween.…

Dolf.Dat kun je ook minder sòmber zeggen! Ze had al met meer dan een—nou flap ’k ’t ’r uit, omdat jullie me ’t vuur aan de schenen legt—met ’n paar dozijn gelééfd—toen ik aan de beurt kwam. Dat klinkt hard en ruw, mamaatje:ikmaak ’t leven niet. Op ’n dag beweerde ze, dat ’k vader—en de mogelijkheid wàs helaas niet buiten gesloten.… Drie, vier, vijf maanden later—leg me op de pijnbank—precies weet ik ’t niet!—had je de herrie met ’r zoogenaamden broer.… ’k Herhaal—om ’r ’n eind aan te maken—laten we[170]redelijk blijven—ik heb ’t mijne gedaan … heb behoorlijk gedokt—tot ze, gelukkig voor ons allen van de vlakte verdween.…

Mevr. v. Walden.Dàt wist ’k allemaal. Maar ’t kind is geboren—’n meisje, Dolf.…

Mevr. v. Walden.Dàt wist ’k allemaal. Maar ’t kind is geboren—’n meisje, Dolf.…

Dolf(luchtig-verwonderd).Och kom!… Hoe weet ù dat?

Dolf(luchtig-verwonderd).Och kom!… Hoe weet ù dat?

Mevr. v. Walden.Voor de geboorte heeft ze me—’n „dreigbrief” geschreven—nà de geboorte nòg een.…

Mevr. v. Walden.Voor de geboorte heeft ze me—’n „dreigbrief” geschreven—nà de geboorte nòg een.…

Dolf.En?.…

Dolf.En?.…

Mevr. v. Walden.En.… En niets.… Inéén-en-negentigdacht ’k zoo alleen aan mezelf, was ’kzóó’negoïst—zoo bang voor de wereld, die m’n eerste huwelijk vergeten was—dat ’k ’r nièt antwoordde, geen letter. Je papa zond ’n honderd gulden in gesloten couvert. Den eenen brief heb ’k verscheurd—den anderen bewaard, om ’r—hoe láát ben ’k mènsch geworden!—om ’r politiezaken van te maken, als ze nog eens probeerde „af te dreigen”.… Verleden week bij ’t sorteeren van paperassen, vond ’k ’m.… En ’k kreeg ’r de tranen van in m’n oogen.… ’t Wàs ’t geluid van ’n moeder, die geen uitweg weet.… Je kunt ’m zelf lezen—hij ligt bij m’n laatsten wil—en die laatste wil is ook, vóóral ook, Dolf, dat je onderzoekt wat ’r van die vrouw is geworden, als ’t mij niet lukt..

Mevr. v. Walden.En.… En niets.… Inéén-en-negentigdacht ’k zoo alleen aan mezelf, was ’kzóó’negoïst—zoo bang voor de wereld, die m’n eerste huwelijk vergeten was—dat ’k ’r nièt antwoordde, geen letter. Je papa zond ’n honderd gulden in gesloten couvert. Den eenen brief heb ’k verscheurd—den anderen bewaard, om ’r—hoe láát ben ’k mènsch geworden!—om ’r politiezaken van te maken, als ze nog eens probeerde „af te dreigen”.… Verleden week bij ’t sorteeren van paperassen, vond ’k ’m.… En ’k kreeg ’r de tranen van in m’n oogen.… ’t Wàs ’t geluid van ’n moeder, die geen uitweg weet.… Je kunt ’m zelf lezen—hij ligt bij m’n laatsten wil—en die laatste wil is ook, vóóral ook, Dolf, dat je onderzoekt wat ’r van die vrouw is geworden, als ’t mij niet lukt..

Dolf(luchtig).Ik ben ’r paf, paf, paf van—ù niet lukt …?

Dolf(luchtig).Ik ben ’r paf, paf, paf van—ù niet lukt …?

[171]

Mevr. v. Walden.’k Heb m’n chargé-d’affaires last gegeven informaties in te winnen—zoo discreet mogelijk.… Begrijp je, jongen, dat als ik toen wakker was geweest—ik—jij was misschien te jong voor verantwoordelijkheidsgevoel—dat ik jouw.… jouw.…

Mevr. v. Walden.’k Heb m’n chargé-d’affaires last gegeven informaties in te winnen—zoo discreet mogelijk.… Begrijp je, jongen, dat als ik toen wakker was geweest—ik—jij was misschien te jong voor verantwoordelijkheidsgevoel—dat ik jouw.… jouw.…

Hope.Zijn dòchter.…

Hope.Zijn dòchter.…

Dolf.Merci voor ’t waarmerk!

Dolf.Merci voor ’t waarmerk!

Mevr. v. Walden.Dat ik jouw dochter—ze kàn ’t geweest zijn—nóóit aan ’r lot zou overgelaten hebben?.… Geen glimlach, jongen.… Toe, toe, geen cynisme!(grijpt z’n hand opnieuw).… Doe de belofte, die ’k je vraag, dat je die vrouw en vooral dat kind—kind—hoe de tijd vliegt!—àls ze onder de lévenden is, moet ’t ’n meisje van zeventien, achttien zijn—dat je ’r zóó lang zal zoeken tot je ’r vindt.…

Mevr. v. Walden.Dat ik jouw dochter—ze kàn ’t geweest zijn—nóóit aan ’r lot zou overgelaten hebben?.… Geen glimlach, jongen.… Toe, toe, geen cynisme!(grijpt z’n hand opnieuw).… Doe de belofte, die ’k je vraag, dat je die vrouw en vooral dat kind—kind—hoe de tijd vliegt!—àls ze onder de lévenden is, moet ’t ’n meisje van zeventien, achttien zijn—dat je ’r zóó lang zal zoeken tot je ’r vindt.…

Dolf.Kom, mamaatje—wat ’n excessieve.…

Dolf.Kom, mamaatje—wat ’n excessieve.…

Mevr. v.Walden(dringender).Je zal ’r me zóó gelukkig mee maken, jongen—ik pleit niet voor die vrouw—ik pleit niet tegen ’r—ik denk aan ’t kind.…

Mevr. v.Walden(dringender).Je zal ’r me zóó gelukkig mee maken, jongen—ik pleit niet voor die vrouw—ik pleit niet tegen ’r—ik denk aan ’t kind.…

Dolf.Wat is dat mamaatje? Tranen! Tranen?

Dolf.Wat is dat mamaatje? Tranen! Tranen?

Hope.Mevrouw!

Hope.Mevrouw!

Dolf(glimlachend).Daar—ik beloof ’t.

Dolf(glimlachend).Daar—ik beloof ’t.

Mevr. v. Walden.Glimlachend? Glimlachend?

Mevr. v. Walden.Glimlachend? Glimlachend?

[172]

Dolf.Als’k ’t maar belóóf, hé?…(zwak-spottend).’k Steek ’r m’n vingers bij op, dat ’k waarachtig moeite zal doen ’r te vinden. Hoe heet m’n.… vrouw ook weer?

Dolf.Als’k ’t maar belóóf, hé?…(zwak-spottend).’k Steek ’r m’n vingers bij op, dat ’k waarachtig moeite zal doen ’r te vinden. Hoe heet m’n.… vrouw ook weer?

Mevr. v. Walden.Weet ’k niet. Sofie … Sofie …

Mevr. v. Walden.Weet ’k niet. Sofie … Sofie …

Dolf.Dat marcheert. Ik ken ’r enkel als Kreeftje! Kreeftje.…

Dolf.Dat marcheert. Ik ken ’r enkel als Kreeftje! Kreeftje.…

Mevr. v. Walden.Zul je dat kind als ’n dochter …?

Mevr. v. Walden.Zul je dat kind als ’n dochter …?

Dolf.Als ’k er ù—en m’n vriendin Hope—mee plezier.…

Dolf.Als ’k er ù—en m’n vriendin Hope—mee plezier.…

Mevr. v. Walden.Zoo waar Gòd ons ziet?

Mevr. v. Walden.Zoo waar Gòd ons ziet?

Dolf.Mamaatje—moet ’t zoo plechtig! ’t Wordt ’n geweldig stuivers-romannetje.…

Dolf.Mamaatje—moet ’t zoo plechtig! ’t Wordt ’n geweldig stuivers-romannetje.…

Mevr. v. Walden.Ikheb zoo’n spijt van m’n harteloosheid.

Mevr. v. Walden.Ikheb zoo’n spijt van m’n harteloosheid.

Dolf.Geexalteerd moedertje: op één conditie herhaal ’k m’n belofte in vòlste ernst—als je weer een, twee, drie gaat rusten—we zullen Jan Linden niet onder de oogen durven komen.…

Dolf.Geexalteerd moedertje: op één conditie herhaal ’k m’n belofte in vòlste ernst—als je weer een, twee, drie gaat rusten—we zullen Jan Linden niet onder de oogen durven komen.…

Mevr. v. Walden(hem op ’t voorhoofd zoenend).Dank je—dank je, jongen. Al lijkt ’t je nog zoo overdreven—’t gaf me den heelen dag ’n gevoel van gejaagdheid, of ’k iets vergeten, iets vergeten had … Je arm, Hope—’k zal vannacht als ’n roos slapen.(bij de deur).Ontbijten we samen? Ja? Acht uur.… En vast afgesproken, Dolf?

Mevr. v. Walden(hem op ’t voorhoofd zoenend).Dank je—dank je, jongen. Al lijkt ’t je nog zoo overdreven—’t gaf me den heelen dag ’n gevoel van gejaagdheid, of ’k iets vergeten, iets vergeten had … Je arm, Hope—’k zal vannacht als ’n roos slapen.(bij de deur).Ontbijten we samen? Ja? Acht uur.… En vast afgesproken, Dolf?

[173]

Dolf(bij de deur).Vast.

Dolf(bij de deur).Vast.

Mevr. v. Walden(reeds onzichtbaar).En zonder uitstel?… Van af morgen?

Mevr. v. Walden(reeds onzichtbaar).En zonder uitstel?… Van af morgen?

Dolf(lachend).Van af morgen. M’n jachtkostuum kan ’k ’r voor aanhouden, hahaha! Dat zal ’n jacht met hindernissen worden. Mamaatje! Mamaatje!(sluit de portières).Binnen!

Dolf(lachend).Van af morgen. M’n jachtkostuum kan ’k ’r voor aanhouden, hahaha! Dat zal ’n jacht met hindernissen worden. Mamaatje! Mamaatje!(sluit de portières).Binnen!


Back to IndexNext