XXII.Korte beschrijving vanLondendoor eenen Italiaanschen Schilder.„Che piacere di vedervi!” zeide tegen mij, op zekeren dag, een Italiaansche schilder, welken ik inParijshad leeren kennen, en thans inNew-bond-streetontmoette.„En sintse wanneer gij teLonden?”—„Sinds tien of twaalf dagen. Maar gij zelf—wat heeft u herwaarts gevoerd?”—„Ikke ben gekoom, om te doen zien de konst van mijne werk”1„Ha! Ha! Gij biedt den heeren Engelschen het gezigt van uwe kunststukken aan, tegen eene geringe erkentenis van iederen bezigtiger?”—„Si Signor!maar ikke te vroeg hiere,perche ciaschedunoisse na buite op de lande, dare isse ar geen levendige ziele inLonden.”„Slechts een weinig geduld: men zal spoedig terugkomen. De Engelschen zijn razende liefhebbers van tentoonstellingen. Onlangs heb ik zelfs de bekendmaking gezien van de tentoonstelling van een kleed, dat een zeker algemeen bekend en beroemd man gedragen had, en geheelLondenwas in de weer, om er zijne offerhande te brengen.”—„E vero, Signor! maintus eet ik op mijneLouis, en ik krijge niet deguinies.”—„Bedien u van dezen tusschentijd, om het merkwaardige vanLondente bezigtigen. Hebt gij de kerken al eens opgenomen?”—„Ikke heb watte, niet vele gezien;madatte isse miserable! de meest klein en slegte kerke inItalieofFrankrijkis nokke meer mooij. Geene schilderstuk, geene figuur! en de pitoijabelst orde van de bouw!”—„Wat der bouworde betreft, zult gij toch, hoop ik, deSint-Paulus-Kerk, en deAbtdij van Westminsteruitzonderen. Deze twee kerken kunnen wedijveren met de schoonste gebouwen van geheelEuropa.”—„Ah Signor!voor jou niette heb gezienle belle chiessevanRome,Napels, en vanFlorence! en ikke geloof, datte deNotre-DameenSinte-Geneviève,Sint RochenSint SoulpiceteParijsniet hoef deschaamte te hebbe van te woon op zijde van haar al te male.”—„Maar nog eens, mijn heer! er zijn in deSint Paulus- enWestminsterkerken gedenkstukken, overwaardig, om bezigtigd te worden, voorwerpen, welke de nieuwsgierigheid en opmerking der kenners in den hoogsten graad verdienen.„—Zonder twijfele: daar isse inWestminstrede monumente vanHenrico Cinque, de figuur isse zonder de koppe, wante hij was van zilvere, en daarom de dief de koppe gestool; ook de zadele van de paard, dare dat Prins boven oppe heb gezeet, in de bataille vanAguincourt, en dare nikse meer van te ziene is, alsse de hout en ijzere; dan nokke de steen voor de oude koninke vanSchotlande, zij leg er in met de knie, als zij konink worde gekroond. In deSinte Pauluskerke is eene groote dakke, niette goed gemaak, de meestre van die maak wasse een groot broddelaar; ook nokke watte figuuren, die stelt te voor Engelsman in de Roomsche kleed, de haar van voor gefriseerd in de toepet, en van agter gebond in de keu; eene klokke die weegt twaleve duizende pond, je trek an die kleep, en de klokke zekt bim, bam, bom! Eene galerij, je zet de monde op de eene kantevan de mure, spreek zachte, en de ander kan alles hoor aan de andere kante ver weg.Tutte cose miravigliose; ma, om te kijk, de hande alletijd in de zakke: voor ieder duer, die worden op gedaan, uit jou borse zoo vele skillings, en heel vele, magtik vele duers aan deSint Paulus- enWestminsterkerke: overal net egaal; zonder de gelde, niks te kijk inLonden. Ja, deTheemsealleene voor niks te zien, zoo lange de Engelsman niet kom in deoccasion, om de slot er op te smijt.”—„Ik hoop ten minste, dat gij tevreden zult zijn geweest, en u vermaakt hebben met het gezigt van deze rivier? De schepen, waarmede dezelve bedekt is, de kaaijen en timmerwerven in den omtrek, leveren inderdaad een heerlijk schouwspel op.—„Perfettamente!deTheemseisse een aardig mooije beek, heel gemakkelijk voor die Engelsman, die lust heb, zich te verzuip;maom te willen spreek van de haaf, van de timmerwerf, jou motte zienAntwerp, sinte de Fransche dare heb gemaak die nieuwe werk, en zwijge dood stille van de kanale, die door eene stad loop, zoo lange jij teVenetieniet hebbe geweest. In eene woorde, is het niet schand, datte oppe die fameuse riviere in geheelLondenniet meere dan drie brukken gevonden word.”—„Kom, kom! gij zijt wel ongemakkelijk! Maar hoe hebt gij de pleinen (squares) vanLondengevonden, deze fraaije vierkanten, welke meestal bij uitsluiting bewoond worden door lieden van de eerste klasse?”—„Er zijn magtig vele,Signor; want ikke geloof wel taggentik hebbe geteld;mahette isse, of er maar eene is, zij zijne allemale op eene leeste geschoeid, even eense als de straat en de huis, watte meer groot, of watte meer een beetje klein, en dat isse de geheele onderscheid van de zake, nette als eene tuin, rondomme en overalle met traliewerke, en waar geene mensche kan koom inne, om dat de digte bij eigenaren alleene bewaren de sleutels: ziedaar in drie penseeltrek de portrette van alle de vierkante plein teLonden. Het isassolutamente, dePlace-RoijalevanParis, met de onderscheide, dat ze niet zijn bedekte, en dat men zich kan wegkruip voor de reeg, om niet te worde nat.”—„Ik zie, dat gij voor zinspreuk hebt aangenomen hetnil admirarivan den oudenHoratius; maar ik zal u echter in eene zaak tot zwijgen brengen. Durft gij beweren, in eenige stadder wereld, winkels aan te zullen treffen, zoo als men dezelve inOxford-Born-Cheapside, en ik weet niet in hoe veel andere straten, aantreft?”—„Ikke ben geslaagSignor, dat isse waar! men zou zeg, dat geheelLondeneene winkele wasse, ofte ten minste alleene voor winkele gebouwd, in de plaatse, datte contrarie, in tegendeele, in andere land, de winkele voor de stadte worden gemaak. In de meest miserable pothuis en inne de kleinste winkele, is eene propreteit en schikking, datte curieus is, en offe men wil, offe niet, men motte zich verwonder over de rijkteheid enelegancevan de grootemagasins; ma perche, als het u bliefte,madatte isse ook om de klante te trek, en om datte de gelde veel zal worde gewon: ik wil niette ontken, datte er hier vele meere winkele ben als teParis, maar ikke hou staand, datte ze niet zijne zoo mooij, zoo praktik, en curieus, als dare zijne in de strate,Sint-Honoré,Richellieu,Vivienne, en nog vele meere, en dan de uithangbord! dat is om van te huil! de naam van de koopmanne, dat isse al! Gij ziet hiere niet voor de winkele, zoo als teParis, heele mooij schilderij, daar mee kan gefigureerd word in de mooijezaal.—Mazeg mij, het is vijf uur, waar ete gij?—„Ik heb met eenen vriend afgesproken, hem in eenChop-housete ontmoeten, waar men redelijk wel is.”—„Che gusto!Ikke verlaat u niete. Ikke hebbe tot hiere toe in eene miserable gaarkeuk gegeet; de baas van de keuk zegt, hij eene Fransch kok isse, hij mogte de duivele! daar isse keene mensche in de heele huize, die eene woord Fransch kan spreek, en die vente late zijne medicamenten tegen goud opweeg. Maar ik hebbe ook gezwoor, er nooit weer te koom. Gister tracteerde hij mij oppe eene kalverribbetje mette de suringe.Santa Virgine!de suringe wasse als gedroogd en verdord grasse, ikke geloof, hij had weze snij inHyde-Park; en de ribbetje klonk onder het snij als eene klokke, maar tusschen de tand wasse zoo hard en taaij, als de leeren lap.”De schilder ging derhalve met mij een stukroasted-beefmet eenrijstpuddingeten, en stemde mij eindelijk toe, dat men inLondenop het middagmaal ten minste eene hartversterking kon bekomen, welke met regt mogt genoemd wordencomfortable.1Op het voorbeeld van den Schrijver, heb ik dezen Italiaan ook zoo laten koeteren. Het Fransch heeft:J’ij suis venou per faire oune etct.—Vert.↑
XXII.Korte beschrijving vanLondendoor eenen Italiaanschen Schilder.„Che piacere di vedervi!” zeide tegen mij, op zekeren dag, een Italiaansche schilder, welken ik inParijshad leeren kennen, en thans inNew-bond-streetontmoette.„En sintse wanneer gij teLonden?”—„Sinds tien of twaalf dagen. Maar gij zelf—wat heeft u herwaarts gevoerd?”—„Ikke ben gekoom, om te doen zien de konst van mijne werk”1„Ha! Ha! Gij biedt den heeren Engelschen het gezigt van uwe kunststukken aan, tegen eene geringe erkentenis van iederen bezigtiger?”—„Si Signor!maar ikke te vroeg hiere,perche ciaschedunoisse na buite op de lande, dare isse ar geen levendige ziele inLonden.”„Slechts een weinig geduld: men zal spoedig terugkomen. De Engelschen zijn razende liefhebbers van tentoonstellingen. Onlangs heb ik zelfs de bekendmaking gezien van de tentoonstelling van een kleed, dat een zeker algemeen bekend en beroemd man gedragen had, en geheelLondenwas in de weer, om er zijne offerhande te brengen.”—„E vero, Signor! maintus eet ik op mijneLouis, en ik krijge niet deguinies.”—„Bedien u van dezen tusschentijd, om het merkwaardige vanLondente bezigtigen. Hebt gij de kerken al eens opgenomen?”—„Ikke heb watte, niet vele gezien;madatte isse miserable! de meest klein en slegte kerke inItalieofFrankrijkis nokke meer mooij. Geene schilderstuk, geene figuur! en de pitoijabelst orde van de bouw!”—„Wat der bouworde betreft, zult gij toch, hoop ik, deSint-Paulus-Kerk, en deAbtdij van Westminsteruitzonderen. Deze twee kerken kunnen wedijveren met de schoonste gebouwen van geheelEuropa.”—„Ah Signor!voor jou niette heb gezienle belle chiessevanRome,Napels, en vanFlorence! en ikke geloof, datte deNotre-DameenSinte-Geneviève,Sint RochenSint SoulpiceteParijsniet hoef deschaamte te hebbe van te woon op zijde van haar al te male.”—„Maar nog eens, mijn heer! er zijn in deSint Paulus- enWestminsterkerken gedenkstukken, overwaardig, om bezigtigd te worden, voorwerpen, welke de nieuwsgierigheid en opmerking der kenners in den hoogsten graad verdienen.„—Zonder twijfele: daar isse inWestminstrede monumente vanHenrico Cinque, de figuur isse zonder de koppe, wante hij was van zilvere, en daarom de dief de koppe gestool; ook de zadele van de paard, dare dat Prins boven oppe heb gezeet, in de bataille vanAguincourt, en dare nikse meer van te ziene is, alsse de hout en ijzere; dan nokke de steen voor de oude koninke vanSchotlande, zij leg er in met de knie, als zij konink worde gekroond. In deSinte Pauluskerke is eene groote dakke, niette goed gemaak, de meestre van die maak wasse een groot broddelaar; ook nokke watte figuuren, die stelt te voor Engelsman in de Roomsche kleed, de haar van voor gefriseerd in de toepet, en van agter gebond in de keu; eene klokke die weegt twaleve duizende pond, je trek an die kleep, en de klokke zekt bim, bam, bom! Eene galerij, je zet de monde op de eene kantevan de mure, spreek zachte, en de ander kan alles hoor aan de andere kante ver weg.Tutte cose miravigliose; ma, om te kijk, de hande alletijd in de zakke: voor ieder duer, die worden op gedaan, uit jou borse zoo vele skillings, en heel vele, magtik vele duers aan deSint Paulus- enWestminsterkerke: overal net egaal; zonder de gelde, niks te kijk inLonden. Ja, deTheemsealleene voor niks te zien, zoo lange de Engelsman niet kom in deoccasion, om de slot er op te smijt.”—„Ik hoop ten minste, dat gij tevreden zult zijn geweest, en u vermaakt hebben met het gezigt van deze rivier? De schepen, waarmede dezelve bedekt is, de kaaijen en timmerwerven in den omtrek, leveren inderdaad een heerlijk schouwspel op.—„Perfettamente!deTheemseisse een aardig mooije beek, heel gemakkelijk voor die Engelsman, die lust heb, zich te verzuip;maom te willen spreek van de haaf, van de timmerwerf, jou motte zienAntwerp, sinte de Fransche dare heb gemaak die nieuwe werk, en zwijge dood stille van de kanale, die door eene stad loop, zoo lange jij teVenetieniet hebbe geweest. In eene woorde, is het niet schand, datte oppe die fameuse riviere in geheelLondenniet meere dan drie brukken gevonden word.”—„Kom, kom! gij zijt wel ongemakkelijk! Maar hoe hebt gij de pleinen (squares) vanLondengevonden, deze fraaije vierkanten, welke meestal bij uitsluiting bewoond worden door lieden van de eerste klasse?”—„Er zijn magtig vele,Signor; want ikke geloof wel taggentik hebbe geteld;mahette isse, of er maar eene is, zij zijne allemale op eene leeste geschoeid, even eense als de straat en de huis, watte meer groot, of watte meer een beetje klein, en dat isse de geheele onderscheid van de zake, nette als eene tuin, rondomme en overalle met traliewerke, en waar geene mensche kan koom inne, om dat de digte bij eigenaren alleene bewaren de sleutels: ziedaar in drie penseeltrek de portrette van alle de vierkante plein teLonden. Het isassolutamente, dePlace-RoijalevanParis, met de onderscheide, dat ze niet zijn bedekte, en dat men zich kan wegkruip voor de reeg, om niet te worde nat.”—„Ik zie, dat gij voor zinspreuk hebt aangenomen hetnil admirarivan den oudenHoratius; maar ik zal u echter in eene zaak tot zwijgen brengen. Durft gij beweren, in eenige stadder wereld, winkels aan te zullen treffen, zoo als men dezelve inOxford-Born-Cheapside, en ik weet niet in hoe veel andere straten, aantreft?”—„Ikke ben geslaagSignor, dat isse waar! men zou zeg, dat geheelLondeneene winkele wasse, ofte ten minste alleene voor winkele gebouwd, in de plaatse, datte contrarie, in tegendeele, in andere land, de winkele voor de stadte worden gemaak. In de meest miserable pothuis en inne de kleinste winkele, is eene propreteit en schikking, datte curieus is, en offe men wil, offe niet, men motte zich verwonder over de rijkteheid enelegancevan de grootemagasins; ma perche, als het u bliefte,madatte isse ook om de klante te trek, en om datte de gelde veel zal worde gewon: ik wil niette ontken, datte er hier vele meere winkele ben als teParis, maar ikke hou staand, datte ze niet zijne zoo mooij, zoo praktik, en curieus, als dare zijne in de strate,Sint-Honoré,Richellieu,Vivienne, en nog vele meere, en dan de uithangbord! dat is om van te huil! de naam van de koopmanne, dat isse al! Gij ziet hiere niet voor de winkele, zoo als teParis, heele mooij schilderij, daar mee kan gefigureerd word in de mooijezaal.—Mazeg mij, het is vijf uur, waar ete gij?—„Ik heb met eenen vriend afgesproken, hem in eenChop-housete ontmoeten, waar men redelijk wel is.”—„Che gusto!Ikke verlaat u niete. Ikke hebbe tot hiere toe in eene miserable gaarkeuk gegeet; de baas van de keuk zegt, hij eene Fransch kok isse, hij mogte de duivele! daar isse keene mensche in de heele huize, die eene woord Fransch kan spreek, en die vente late zijne medicamenten tegen goud opweeg. Maar ik hebbe ook gezwoor, er nooit weer te koom. Gister tracteerde hij mij oppe eene kalverribbetje mette de suringe.Santa Virgine!de suringe wasse als gedroogd en verdord grasse, ikke geloof, hij had weze snij inHyde-Park; en de ribbetje klonk onder het snij als eene klokke, maar tusschen de tand wasse zoo hard en taaij, als de leeren lap.”De schilder ging derhalve met mij een stukroasted-beefmet eenrijstpuddingeten, en stemde mij eindelijk toe, dat men inLondenop het middagmaal ten minste eene hartversterking kon bekomen, welke met regt mogt genoemd wordencomfortable.1Op het voorbeeld van den Schrijver, heb ik dezen Italiaan ook zoo laten koeteren. Het Fransch heeft:J’ij suis venou per faire oune etct.—Vert.↑
XXII.Korte beschrijving vanLondendoor eenen Italiaanschen Schilder.
„Che piacere di vedervi!” zeide tegen mij, op zekeren dag, een Italiaansche schilder, welken ik inParijshad leeren kennen, en thans inNew-bond-streetontmoette.„En sintse wanneer gij teLonden?”—„Sinds tien of twaalf dagen. Maar gij zelf—wat heeft u herwaarts gevoerd?”—„Ikke ben gekoom, om te doen zien de konst van mijne werk”1„Ha! Ha! Gij biedt den heeren Engelschen het gezigt van uwe kunststukken aan, tegen eene geringe erkentenis van iederen bezigtiger?”—„Si Signor!maar ikke te vroeg hiere,perche ciaschedunoisse na buite op de lande, dare isse ar geen levendige ziele inLonden.”„Slechts een weinig geduld: men zal spoedig terugkomen. De Engelschen zijn razende liefhebbers van tentoonstellingen. Onlangs heb ik zelfs de bekendmaking gezien van de tentoonstelling van een kleed, dat een zeker algemeen bekend en beroemd man gedragen had, en geheelLondenwas in de weer, om er zijne offerhande te brengen.”—„E vero, Signor! maintus eet ik op mijneLouis, en ik krijge niet deguinies.”—„Bedien u van dezen tusschentijd, om het merkwaardige vanLondente bezigtigen. Hebt gij de kerken al eens opgenomen?”—„Ikke heb watte, niet vele gezien;madatte isse miserable! de meest klein en slegte kerke inItalieofFrankrijkis nokke meer mooij. Geene schilderstuk, geene figuur! en de pitoijabelst orde van de bouw!”—„Wat der bouworde betreft, zult gij toch, hoop ik, deSint-Paulus-Kerk, en deAbtdij van Westminsteruitzonderen. Deze twee kerken kunnen wedijveren met de schoonste gebouwen van geheelEuropa.”—„Ah Signor!voor jou niette heb gezienle belle chiessevanRome,Napels, en vanFlorence! en ikke geloof, datte deNotre-DameenSinte-Geneviève,Sint RochenSint SoulpiceteParijsniet hoef deschaamte te hebbe van te woon op zijde van haar al te male.”—„Maar nog eens, mijn heer! er zijn in deSint Paulus- enWestminsterkerken gedenkstukken, overwaardig, om bezigtigd te worden, voorwerpen, welke de nieuwsgierigheid en opmerking der kenners in den hoogsten graad verdienen.„—Zonder twijfele: daar isse inWestminstrede monumente vanHenrico Cinque, de figuur isse zonder de koppe, wante hij was van zilvere, en daarom de dief de koppe gestool; ook de zadele van de paard, dare dat Prins boven oppe heb gezeet, in de bataille vanAguincourt, en dare nikse meer van te ziene is, alsse de hout en ijzere; dan nokke de steen voor de oude koninke vanSchotlande, zij leg er in met de knie, als zij konink worde gekroond. In deSinte Pauluskerke is eene groote dakke, niette goed gemaak, de meestre van die maak wasse een groot broddelaar; ook nokke watte figuuren, die stelt te voor Engelsman in de Roomsche kleed, de haar van voor gefriseerd in de toepet, en van agter gebond in de keu; eene klokke die weegt twaleve duizende pond, je trek an die kleep, en de klokke zekt bim, bam, bom! Eene galerij, je zet de monde op de eene kantevan de mure, spreek zachte, en de ander kan alles hoor aan de andere kante ver weg.Tutte cose miravigliose; ma, om te kijk, de hande alletijd in de zakke: voor ieder duer, die worden op gedaan, uit jou borse zoo vele skillings, en heel vele, magtik vele duers aan deSint Paulus- enWestminsterkerke: overal net egaal; zonder de gelde, niks te kijk inLonden. Ja, deTheemsealleene voor niks te zien, zoo lange de Engelsman niet kom in deoccasion, om de slot er op te smijt.”—„Ik hoop ten minste, dat gij tevreden zult zijn geweest, en u vermaakt hebben met het gezigt van deze rivier? De schepen, waarmede dezelve bedekt is, de kaaijen en timmerwerven in den omtrek, leveren inderdaad een heerlijk schouwspel op.—„Perfettamente!deTheemseisse een aardig mooije beek, heel gemakkelijk voor die Engelsman, die lust heb, zich te verzuip;maom te willen spreek van de haaf, van de timmerwerf, jou motte zienAntwerp, sinte de Fransche dare heb gemaak die nieuwe werk, en zwijge dood stille van de kanale, die door eene stad loop, zoo lange jij teVenetieniet hebbe geweest. In eene woorde, is het niet schand, datte oppe die fameuse riviere in geheelLondenniet meere dan drie brukken gevonden word.”—„Kom, kom! gij zijt wel ongemakkelijk! Maar hoe hebt gij de pleinen (squares) vanLondengevonden, deze fraaije vierkanten, welke meestal bij uitsluiting bewoond worden door lieden van de eerste klasse?”—„Er zijn magtig vele,Signor; want ikke geloof wel taggentik hebbe geteld;mahette isse, of er maar eene is, zij zijne allemale op eene leeste geschoeid, even eense als de straat en de huis, watte meer groot, of watte meer een beetje klein, en dat isse de geheele onderscheid van de zake, nette als eene tuin, rondomme en overalle met traliewerke, en waar geene mensche kan koom inne, om dat de digte bij eigenaren alleene bewaren de sleutels: ziedaar in drie penseeltrek de portrette van alle de vierkante plein teLonden. Het isassolutamente, dePlace-RoijalevanParis, met de onderscheide, dat ze niet zijn bedekte, en dat men zich kan wegkruip voor de reeg, om niet te worde nat.”—„Ik zie, dat gij voor zinspreuk hebt aangenomen hetnil admirarivan den oudenHoratius; maar ik zal u echter in eene zaak tot zwijgen brengen. Durft gij beweren, in eenige stadder wereld, winkels aan te zullen treffen, zoo als men dezelve inOxford-Born-Cheapside, en ik weet niet in hoe veel andere straten, aantreft?”—„Ikke ben geslaagSignor, dat isse waar! men zou zeg, dat geheelLondeneene winkele wasse, ofte ten minste alleene voor winkele gebouwd, in de plaatse, datte contrarie, in tegendeele, in andere land, de winkele voor de stadte worden gemaak. In de meest miserable pothuis en inne de kleinste winkele, is eene propreteit en schikking, datte curieus is, en offe men wil, offe niet, men motte zich verwonder over de rijkteheid enelegancevan de grootemagasins; ma perche, als het u bliefte,madatte isse ook om de klante te trek, en om datte de gelde veel zal worde gewon: ik wil niette ontken, datte er hier vele meere winkele ben als teParis, maar ikke hou staand, datte ze niet zijne zoo mooij, zoo praktik, en curieus, als dare zijne in de strate,Sint-Honoré,Richellieu,Vivienne, en nog vele meere, en dan de uithangbord! dat is om van te huil! de naam van de koopmanne, dat isse al! Gij ziet hiere niet voor de winkele, zoo als teParis, heele mooij schilderij, daar mee kan gefigureerd word in de mooijezaal.—Mazeg mij, het is vijf uur, waar ete gij?—„Ik heb met eenen vriend afgesproken, hem in eenChop-housete ontmoeten, waar men redelijk wel is.”—„Che gusto!Ikke verlaat u niete. Ikke hebbe tot hiere toe in eene miserable gaarkeuk gegeet; de baas van de keuk zegt, hij eene Fransch kok isse, hij mogte de duivele! daar isse keene mensche in de heele huize, die eene woord Fransch kan spreek, en die vente late zijne medicamenten tegen goud opweeg. Maar ik hebbe ook gezwoor, er nooit weer te koom. Gister tracteerde hij mij oppe eene kalverribbetje mette de suringe.Santa Virgine!de suringe wasse als gedroogd en verdord grasse, ikke geloof, hij had weze snij inHyde-Park; en de ribbetje klonk onder het snij als eene klokke, maar tusschen de tand wasse zoo hard en taaij, als de leeren lap.”De schilder ging derhalve met mij een stukroasted-beefmet eenrijstpuddingeten, en stemde mij eindelijk toe, dat men inLondenop het middagmaal ten minste eene hartversterking kon bekomen, welke met regt mogt genoemd wordencomfortable.
„Che piacere di vedervi!” zeide tegen mij, op zekeren dag, een Italiaansche schilder, welken ik inParijshad leeren kennen, en thans inNew-bond-streetontmoette.
„En sintse wanneer gij teLonden?”
—„Sinds tien of twaalf dagen. Maar gij zelf—wat heeft u herwaarts gevoerd?”
—„Ikke ben gekoom, om te doen zien de konst van mijne werk”1
„Ha! Ha! Gij biedt den heeren Engelschen het gezigt van uwe kunststukken aan, tegen eene geringe erkentenis van iederen bezigtiger?”
—„Si Signor!maar ikke te vroeg hiere,perche ciaschedunoisse na buite op de lande, dare isse ar geen levendige ziele inLonden.”
„Slechts een weinig geduld: men zal spoedig terugkomen. De Engelschen zijn razende liefhebbers van tentoonstellingen. Onlangs heb ik zelfs de bekendmaking gezien van de tentoonstelling van een kleed, dat een zeker algemeen bekend en beroemd man gedragen had, en geheelLondenwas in de weer, om er zijne offerhande te brengen.”
—„E vero, Signor! maintus eet ik op mijneLouis, en ik krijge niet deguinies.”
—„Bedien u van dezen tusschentijd, om het merkwaardige vanLondente bezigtigen. Hebt gij de kerken al eens opgenomen?”
—„Ikke heb watte, niet vele gezien;madatte isse miserable! de meest klein en slegte kerke inItalieofFrankrijkis nokke meer mooij. Geene schilderstuk, geene figuur! en de pitoijabelst orde van de bouw!”
—„Wat der bouworde betreft, zult gij toch, hoop ik, deSint-Paulus-Kerk, en deAbtdij van Westminsteruitzonderen. Deze twee kerken kunnen wedijveren met de schoonste gebouwen van geheelEuropa.”
—„Ah Signor!voor jou niette heb gezienle belle chiessevanRome,Napels, en vanFlorence! en ikke geloof, datte deNotre-DameenSinte-Geneviève,Sint RochenSint SoulpiceteParijsniet hoef deschaamte te hebbe van te woon op zijde van haar al te male.”
—„Maar nog eens, mijn heer! er zijn in deSint Paulus- enWestminsterkerken gedenkstukken, overwaardig, om bezigtigd te worden, voorwerpen, welke de nieuwsgierigheid en opmerking der kenners in den hoogsten graad verdienen.
„—Zonder twijfele: daar isse inWestminstrede monumente vanHenrico Cinque, de figuur isse zonder de koppe, wante hij was van zilvere, en daarom de dief de koppe gestool; ook de zadele van de paard, dare dat Prins boven oppe heb gezeet, in de bataille vanAguincourt, en dare nikse meer van te ziene is, alsse de hout en ijzere; dan nokke de steen voor de oude koninke vanSchotlande, zij leg er in met de knie, als zij konink worde gekroond. In deSinte Pauluskerke is eene groote dakke, niette goed gemaak, de meestre van die maak wasse een groot broddelaar; ook nokke watte figuuren, die stelt te voor Engelsman in de Roomsche kleed, de haar van voor gefriseerd in de toepet, en van agter gebond in de keu; eene klokke die weegt twaleve duizende pond, je trek an die kleep, en de klokke zekt bim, bam, bom! Eene galerij, je zet de monde op de eene kantevan de mure, spreek zachte, en de ander kan alles hoor aan de andere kante ver weg.Tutte cose miravigliose; ma, om te kijk, de hande alletijd in de zakke: voor ieder duer, die worden op gedaan, uit jou borse zoo vele skillings, en heel vele, magtik vele duers aan deSint Paulus- enWestminsterkerke: overal net egaal; zonder de gelde, niks te kijk inLonden. Ja, deTheemsealleene voor niks te zien, zoo lange de Engelsman niet kom in deoccasion, om de slot er op te smijt.”
—„Ik hoop ten minste, dat gij tevreden zult zijn geweest, en u vermaakt hebben met het gezigt van deze rivier? De schepen, waarmede dezelve bedekt is, de kaaijen en timmerwerven in den omtrek, leveren inderdaad een heerlijk schouwspel op.
—„Perfettamente!deTheemseisse een aardig mooije beek, heel gemakkelijk voor die Engelsman, die lust heb, zich te verzuip;maom te willen spreek van de haaf, van de timmerwerf, jou motte zienAntwerp, sinte de Fransche dare heb gemaak die nieuwe werk, en zwijge dood stille van de kanale, die door eene stad loop, zoo lange jij teVenetieniet hebbe geweest. In eene woorde, is het niet schand, datte oppe die fameuse riviere in geheelLondenniet meere dan drie brukken gevonden word.”
—„Kom, kom! gij zijt wel ongemakkelijk! Maar hoe hebt gij de pleinen (squares) vanLondengevonden, deze fraaije vierkanten, welke meestal bij uitsluiting bewoond worden door lieden van de eerste klasse?”
—„Er zijn magtig vele,Signor; want ikke geloof wel taggentik hebbe geteld;mahette isse, of er maar eene is, zij zijne allemale op eene leeste geschoeid, even eense als de straat en de huis, watte meer groot, of watte meer een beetje klein, en dat isse de geheele onderscheid van de zake, nette als eene tuin, rondomme en overalle met traliewerke, en waar geene mensche kan koom inne, om dat de digte bij eigenaren alleene bewaren de sleutels: ziedaar in drie penseeltrek de portrette van alle de vierkante plein teLonden. Het isassolutamente, dePlace-RoijalevanParis, met de onderscheide, dat ze niet zijn bedekte, en dat men zich kan wegkruip voor de reeg, om niet te worde nat.”
—„Ik zie, dat gij voor zinspreuk hebt aangenomen hetnil admirarivan den oudenHoratius; maar ik zal u echter in eene zaak tot zwijgen brengen. Durft gij beweren, in eenige stadder wereld, winkels aan te zullen treffen, zoo als men dezelve inOxford-Born-Cheapside, en ik weet niet in hoe veel andere straten, aantreft?”
—„Ikke ben geslaagSignor, dat isse waar! men zou zeg, dat geheelLondeneene winkele wasse, ofte ten minste alleene voor winkele gebouwd, in de plaatse, datte contrarie, in tegendeele, in andere land, de winkele voor de stadte worden gemaak. In de meest miserable pothuis en inne de kleinste winkele, is eene propreteit en schikking, datte curieus is, en offe men wil, offe niet, men motte zich verwonder over de rijkteheid enelegancevan de grootemagasins; ma perche, als het u bliefte,madatte isse ook om de klante te trek, en om datte de gelde veel zal worde gewon: ik wil niette ontken, datte er hier vele meere winkele ben als teParis, maar ikke hou staand, datte ze niet zijne zoo mooij, zoo praktik, en curieus, als dare zijne in de strate,Sint-Honoré,Richellieu,Vivienne, en nog vele meere, en dan de uithangbord! dat is om van te huil! de naam van de koopmanne, dat isse al! Gij ziet hiere niet voor de winkele, zoo als teParis, heele mooij schilderij, daar mee kan gefigureerd word in de mooijezaal.—Mazeg mij, het is vijf uur, waar ete gij?
—„Ik heb met eenen vriend afgesproken, hem in eenChop-housete ontmoeten, waar men redelijk wel is.”
—„Che gusto!Ikke verlaat u niete. Ikke hebbe tot hiere toe in eene miserable gaarkeuk gegeet; de baas van de keuk zegt, hij eene Fransch kok isse, hij mogte de duivele! daar isse keene mensche in de heele huize, die eene woord Fransch kan spreek, en die vente late zijne medicamenten tegen goud opweeg. Maar ik hebbe ook gezwoor, er nooit weer te koom. Gister tracteerde hij mij oppe eene kalverribbetje mette de suringe.Santa Virgine!de suringe wasse als gedroogd en verdord grasse, ikke geloof, hij had weze snij inHyde-Park; en de ribbetje klonk onder het snij als eene klokke, maar tusschen de tand wasse zoo hard en taaij, als de leeren lap.”
De schilder ging derhalve met mij een stukroasted-beefmet eenrijstpuddingeten, en stemde mij eindelijk toe, dat men inLondenop het middagmaal ten minste eene hartversterking kon bekomen, welke met regt mogt genoemd wordencomfortable.
1Op het voorbeeld van den Schrijver, heb ik dezen Italiaan ook zoo laten koeteren. Het Fransch heeft:J’ij suis venou per faire oune etct.—Vert.↑
1Op het voorbeeld van den Schrijver, heb ik dezen Italiaan ook zoo laten koeteren. Het Fransch heeft:J’ij suis venou per faire oune etct.—Vert.↑