Chapter 6

1Van meer dan ééne zijde werd mij de opmerking gemaakt, dat, aangezien mijn werk geen vertaling is van Lao Tsz’, en men volstrektnietin Lao Tsz’s „Tao” zag wat ik er uit voelde, de benaming „fantazie” meer zou passen aan dit werk dan „studie”. De lezer, die mijn stuk heeft meêgevoeld, zal begrijpen met welk een gerust hart ik deze verandering maak, en hoe weinig het er toe doet.↑2B.v.in Confucius.↑3Dit is een feit. Het meerendeel der Chineesche priesters dreunen Sûtra’s op, naar den klank ongeveer van het sanskriet in Chineesche klanken vertaald, waarvan zij geen woord begrijpen.↑4Het volgende, tusschen aanhalingsteekens, is een stuk, vertaald uit den Nan Hwa King, 12e Hoofdstuk.De Gele Keizer is een legendarische keizer, die omstreeks 2697 v. C. zou geregeerd hebben.↑5Het volgende, tot den zin: „En millioenen dingen keeren tot Een terug”, is eene bespreking van het eerste hoofdstuk van den Tao Teh King, niet eene vertaling. Lao Tsz’s wonder-simpele karakters zijn eenvoudig onvertaalbaar in even korte Hollandsche zinnen. Mijne uitlegging, gedeeltelijk aan de hand vanChineesche commentators, is eene geheel nieuwe, en volgens mijn beste weten de ware. Een der beroemdste, en in zekeren zin ook een der knapste sinologen, de heer Herbert Giles vertaalt van dit eerste hoofdstuk alleen den eersten zin, en vindt de rest niet de moeite waard! (Zie „the Remains of Lao Tzü” bij H. A. Giles, Hongkong, China Mail Office, 1886.) Deze zelfde geleerde vertaalt Tao door „the Way”, het Pad, niet inziende, hoe onmogelijk het is, dat, hetgeen Lao Tsz’ bedoelde, zijnde het Allerhoogste, het Eindelooze, een Pad kan zijn, daar een Pad (ook in figuurlijken zin) altijd naar iets toe leidt, en dus niet het hoogste is. Een ander, nog beroemder sinoloog, Dr. Legge, vertaalde Tao door „Course”. En van den simpelen zin: „Als Tao (uit)gezegd kon worden zou het niet de eeuwige Tao zijn,” maakte hij: „The Course that can be trodden is not the enduring and unchanging course.” De geheele kwestie is, dat het karakter Tao een groot aantal beteekenissen heeft, en in Confucius’ werk Chung Yung wel degelijk Pad beteekent. Maar in honderden gevallen beteekent het: „zeggen”.Daar Lao Tsz’ het karakter in denzelfden volzin in twee beteekenissen gebruikt, zijn de vertalers er bijna allen ingeloopen.De zin: „Als Tao kon (uit)gezegd worden zou het de eeuwige Tao niet zijn” is zoo eenvoudig als maar mogelijk is, en in twee van mijne Chineesche edities geven de commentators ook „zeggen”, een zelfs nog duidelijker: „met den mond zeggen”. Maar van alle sinologen heeft alleen Wells Williams dezen zin goed vertaald,n.l.: „The Tao which can be expressed is not the eternal Tao.” (In zooverre goed, dat wel zijn constructie onzuiver is, maar hij tenminste de bedoeling heeft begrepen.)Nadat mijn stuk reeds inDe Gidswas verschenen, kwam mij eerst Prof. De Groot’s werk: „Jaarlijksche feesten en gebruiken der Emoy Chineezen” in handen, waaruit ik zag, dat deze geleerde het in zooverre met mij eens is, dat ook hij zegt, dat Tao onvertaalbaar is, namelijk een beginsel „waarvan de wijsgeer zelf verklaarde den naam niet te weten en dat hij derhalve slechts bestempelde met den naam Tao.” De heer De Groot voegt hieraan toe: „Zoo men dit woord door de universeele ziel van de Natuur, algemeene Natuurkracht, of zelfs eenvoudig door Natuur vertaalt, dan, gelooven wij, zal men stellig niet ver van de bedoeling van den wijsgeer wezen.” Hoewel ik nog iets hoogers in Tao voel, heb ik van alle mij bekende opvattingen toch nog de meeste sympathie voor die van den heer De Groot.↑6Dit „Wu Wei”, onvertaalbaar, is door de sinologen zonder goede uitlegging vertaald door „inaction”, alsof het traagheid, inertie was. Het beteekent echter volstrekt geen inactie, maar juist actie, nl.: „inactie van verkeerde, onnatuurlijke passies en begeerten”, maar „actie van de natuurlijke beweging uit Tao.” Zoo staat er ergens in den Nan Hwa King: „Hemel en Aarde doen niets (in den slechten zin) en er is (toch) niets wat zij niet doen.” De geheele natuur o. a. ontstaat door Wu Wei, door natuurlijke, uit Tao voortvloeiende actie. De sinologen, door het Wu Wei zonder eenige commentaar door „inaction” te vertalen, verkregen daardoor in hunne vertaling precies het tegenovergestelde van den Chineeschen tekst.Lao Tsz’ zelf weidde er niet over uit. Dat ik laat volgen is mijne eigen opvatting van den tekst. Het geheele eerste hoofdstuk zelf beslaat slechts eene bladzijde in het boek en bevat slechts 59 karakters. Dit is een voorbeeld van Lao Tsz’s wondere soberheid en subtielheid, dat hij zoo veel in zoo weinig woorden kon zeggen.↑7Deze zin is vertaald uit den Tao Teh King (2e hoofdstuk).↑8Deze zin is uit het 56e hoofdstuk van den Tao Teh King, en is ook te vinden in het 13e hoofdstuk van den Nan Hwa King.↑9Dit staat ongeveer in het 6e Hoofdstuk van den Nan Hwa King: „De ware menschen der oudheid sliepen zonder droomen, en werden zich bewust zonder bezorgdheid.”↑10Deze episode is vertaald uit den Nan Hwa King, hoofdstuk 18. Met het „Groote Huis” bedoelde Chuang Tsz’ natuurlijk „het Heelal” en dit „Huis” geeft iets bizonder vertrouwelijksaan dit gezegde, alsof Chuang Tsz’ bedoelde dat zij toch altijd goed bezorgd was, als in een huis. H. Giles, dit zóó maar vertalende door „Eternity”, wat in den Chineeschen tekst niet staat, verliest dan ook in zijne vertaling juist dat intieme, wat Chuang Tsz’s gezegde zoo treffend maakt. (Zie „Chuang Tsz” by H. Giles. London Bernard Quaritch 1889.) Er staat letterlijk: „Kü Shih”, Groot Huis.↑11In bijna alle tempels is een vertrek, waar de mandarijnen kunnen logeeren, en waar den westerschen reiziger gewoonlijk vergund wordt te overnachten, zelfs voor een geruimen tijd te wonen.↑12Het volgende, tot en met den zin: „Poëzie is het geluid van het hart” is vertaald door mij uit eene voorrede van Ong Giao Ki, die in de eerste helft der 18e eeuw leefde, bij zijne uitgave der poëzie van de Thang-dynastie.↑13Het volgende prachtige zinnetje is uit den Nan Hua King vertaald (18de Hoofdstuk).↑14De Chineezenbewarenhunne kostbaarheden werkelijk zoo zorgvuldig. Eenoud boeddha-beeldzit meestal in een nis, met zijde bekleed. De nis in een houten kist. De houten kist in een doek. Bij zeldzame gelegenheden wordt het uitgepakt.↑15Een beeld als het hier beschrevene is geen fantasie van den schrijver, maar bestaat werkelijk. Schrijver heeft zelf een dergelijk beeld in bezit.↑16De zieleparel „Durmâ”.↑17Het beeld, dat schrijver bezit is van Tan Wei. Een andergroot kunstenaar was Ho Chao Tsung, van wien ik met zeer veel moeite ook eenige beelden machtig ben geworden. De namen zijn elk kunstkenner bekend, maar tevergeefs heb ik getracht, meer van hen te weten te komen. Na hunnen dood werden zij beroemd, maar zij leefden zoo eenvoudig en vergeten, dat nu zelfs hunne geboorteplaats onbekend is. Er is wel naar gegist, maar zekerheid heb ik nooit gekregen.↑

1Van meer dan ééne zijde werd mij de opmerking gemaakt, dat, aangezien mijn werk geen vertaling is van Lao Tsz’, en men volstrektnietin Lao Tsz’s „Tao” zag wat ik er uit voelde, de benaming „fantazie” meer zou passen aan dit werk dan „studie”. De lezer, die mijn stuk heeft meêgevoeld, zal begrijpen met welk een gerust hart ik deze verandering maak, en hoe weinig het er toe doet.↑2B.v.in Confucius.↑3Dit is een feit. Het meerendeel der Chineesche priesters dreunen Sûtra’s op, naar den klank ongeveer van het sanskriet in Chineesche klanken vertaald, waarvan zij geen woord begrijpen.↑4Het volgende, tusschen aanhalingsteekens, is een stuk, vertaald uit den Nan Hwa King, 12e Hoofdstuk.De Gele Keizer is een legendarische keizer, die omstreeks 2697 v. C. zou geregeerd hebben.↑5Het volgende, tot den zin: „En millioenen dingen keeren tot Een terug”, is eene bespreking van het eerste hoofdstuk van den Tao Teh King, niet eene vertaling. Lao Tsz’s wonder-simpele karakters zijn eenvoudig onvertaalbaar in even korte Hollandsche zinnen. Mijne uitlegging, gedeeltelijk aan de hand vanChineesche commentators, is eene geheel nieuwe, en volgens mijn beste weten de ware. Een der beroemdste, en in zekeren zin ook een der knapste sinologen, de heer Herbert Giles vertaalt van dit eerste hoofdstuk alleen den eersten zin, en vindt de rest niet de moeite waard! (Zie „the Remains of Lao Tzü” bij H. A. Giles, Hongkong, China Mail Office, 1886.) Deze zelfde geleerde vertaalt Tao door „the Way”, het Pad, niet inziende, hoe onmogelijk het is, dat, hetgeen Lao Tsz’ bedoelde, zijnde het Allerhoogste, het Eindelooze, een Pad kan zijn, daar een Pad (ook in figuurlijken zin) altijd naar iets toe leidt, en dus niet het hoogste is. Een ander, nog beroemder sinoloog, Dr. Legge, vertaalde Tao door „Course”. En van den simpelen zin: „Als Tao (uit)gezegd kon worden zou het niet de eeuwige Tao zijn,” maakte hij: „The Course that can be trodden is not the enduring and unchanging course.” De geheele kwestie is, dat het karakter Tao een groot aantal beteekenissen heeft, en in Confucius’ werk Chung Yung wel degelijk Pad beteekent. Maar in honderden gevallen beteekent het: „zeggen”.Daar Lao Tsz’ het karakter in denzelfden volzin in twee beteekenissen gebruikt, zijn de vertalers er bijna allen ingeloopen.De zin: „Als Tao kon (uit)gezegd worden zou het de eeuwige Tao niet zijn” is zoo eenvoudig als maar mogelijk is, en in twee van mijne Chineesche edities geven de commentators ook „zeggen”, een zelfs nog duidelijker: „met den mond zeggen”. Maar van alle sinologen heeft alleen Wells Williams dezen zin goed vertaald,n.l.: „The Tao which can be expressed is not the eternal Tao.” (In zooverre goed, dat wel zijn constructie onzuiver is, maar hij tenminste de bedoeling heeft begrepen.)Nadat mijn stuk reeds inDe Gidswas verschenen, kwam mij eerst Prof. De Groot’s werk: „Jaarlijksche feesten en gebruiken der Emoy Chineezen” in handen, waaruit ik zag, dat deze geleerde het in zooverre met mij eens is, dat ook hij zegt, dat Tao onvertaalbaar is, namelijk een beginsel „waarvan de wijsgeer zelf verklaarde den naam niet te weten en dat hij derhalve slechts bestempelde met den naam Tao.” De heer De Groot voegt hieraan toe: „Zoo men dit woord door de universeele ziel van de Natuur, algemeene Natuurkracht, of zelfs eenvoudig door Natuur vertaalt, dan, gelooven wij, zal men stellig niet ver van de bedoeling van den wijsgeer wezen.” Hoewel ik nog iets hoogers in Tao voel, heb ik van alle mij bekende opvattingen toch nog de meeste sympathie voor die van den heer De Groot.↑6Dit „Wu Wei”, onvertaalbaar, is door de sinologen zonder goede uitlegging vertaald door „inaction”, alsof het traagheid, inertie was. Het beteekent echter volstrekt geen inactie, maar juist actie, nl.: „inactie van verkeerde, onnatuurlijke passies en begeerten”, maar „actie van de natuurlijke beweging uit Tao.” Zoo staat er ergens in den Nan Hwa King: „Hemel en Aarde doen niets (in den slechten zin) en er is (toch) niets wat zij niet doen.” De geheele natuur o. a. ontstaat door Wu Wei, door natuurlijke, uit Tao voortvloeiende actie. De sinologen, door het Wu Wei zonder eenige commentaar door „inaction” te vertalen, verkregen daardoor in hunne vertaling precies het tegenovergestelde van den Chineeschen tekst.Lao Tsz’ zelf weidde er niet over uit. Dat ik laat volgen is mijne eigen opvatting van den tekst. Het geheele eerste hoofdstuk zelf beslaat slechts eene bladzijde in het boek en bevat slechts 59 karakters. Dit is een voorbeeld van Lao Tsz’s wondere soberheid en subtielheid, dat hij zoo veel in zoo weinig woorden kon zeggen.↑7Deze zin is vertaald uit den Tao Teh King (2e hoofdstuk).↑8Deze zin is uit het 56e hoofdstuk van den Tao Teh King, en is ook te vinden in het 13e hoofdstuk van den Nan Hwa King.↑9Dit staat ongeveer in het 6e Hoofdstuk van den Nan Hwa King: „De ware menschen der oudheid sliepen zonder droomen, en werden zich bewust zonder bezorgdheid.”↑10Deze episode is vertaald uit den Nan Hwa King, hoofdstuk 18. Met het „Groote Huis” bedoelde Chuang Tsz’ natuurlijk „het Heelal” en dit „Huis” geeft iets bizonder vertrouwelijksaan dit gezegde, alsof Chuang Tsz’ bedoelde dat zij toch altijd goed bezorgd was, als in een huis. H. Giles, dit zóó maar vertalende door „Eternity”, wat in den Chineeschen tekst niet staat, verliest dan ook in zijne vertaling juist dat intieme, wat Chuang Tsz’s gezegde zoo treffend maakt. (Zie „Chuang Tsz” by H. Giles. London Bernard Quaritch 1889.) Er staat letterlijk: „Kü Shih”, Groot Huis.↑11In bijna alle tempels is een vertrek, waar de mandarijnen kunnen logeeren, en waar den westerschen reiziger gewoonlijk vergund wordt te overnachten, zelfs voor een geruimen tijd te wonen.↑12Het volgende, tot en met den zin: „Poëzie is het geluid van het hart” is vertaald door mij uit eene voorrede van Ong Giao Ki, die in de eerste helft der 18e eeuw leefde, bij zijne uitgave der poëzie van de Thang-dynastie.↑13Het volgende prachtige zinnetje is uit den Nan Hua King vertaald (18de Hoofdstuk).↑14De Chineezenbewarenhunne kostbaarheden werkelijk zoo zorgvuldig. Eenoud boeddha-beeldzit meestal in een nis, met zijde bekleed. De nis in een houten kist. De houten kist in een doek. Bij zeldzame gelegenheden wordt het uitgepakt.↑15Een beeld als het hier beschrevene is geen fantasie van den schrijver, maar bestaat werkelijk. Schrijver heeft zelf een dergelijk beeld in bezit.↑16De zieleparel „Durmâ”.↑17Het beeld, dat schrijver bezit is van Tan Wei. Een andergroot kunstenaar was Ho Chao Tsung, van wien ik met zeer veel moeite ook eenige beelden machtig ben geworden. De namen zijn elk kunstkenner bekend, maar tevergeefs heb ik getracht, meer van hen te weten te komen. Na hunnen dood werden zij beroemd, maar zij leefden zoo eenvoudig en vergeten, dat nu zelfs hunne geboorteplaats onbekend is. Er is wel naar gegist, maar zekerheid heb ik nooit gekregen.↑

1Van meer dan ééne zijde werd mij de opmerking gemaakt, dat, aangezien mijn werk geen vertaling is van Lao Tsz’, en men volstrektnietin Lao Tsz’s „Tao” zag wat ik er uit voelde, de benaming „fantazie” meer zou passen aan dit werk dan „studie”. De lezer, die mijn stuk heeft meêgevoeld, zal begrijpen met welk een gerust hart ik deze verandering maak, en hoe weinig het er toe doet.↑2B.v.in Confucius.↑3Dit is een feit. Het meerendeel der Chineesche priesters dreunen Sûtra’s op, naar den klank ongeveer van het sanskriet in Chineesche klanken vertaald, waarvan zij geen woord begrijpen.↑4Het volgende, tusschen aanhalingsteekens, is een stuk, vertaald uit den Nan Hwa King, 12e Hoofdstuk.De Gele Keizer is een legendarische keizer, die omstreeks 2697 v. C. zou geregeerd hebben.↑5Het volgende, tot den zin: „En millioenen dingen keeren tot Een terug”, is eene bespreking van het eerste hoofdstuk van den Tao Teh King, niet eene vertaling. Lao Tsz’s wonder-simpele karakters zijn eenvoudig onvertaalbaar in even korte Hollandsche zinnen. Mijne uitlegging, gedeeltelijk aan de hand vanChineesche commentators, is eene geheel nieuwe, en volgens mijn beste weten de ware. Een der beroemdste, en in zekeren zin ook een der knapste sinologen, de heer Herbert Giles vertaalt van dit eerste hoofdstuk alleen den eersten zin, en vindt de rest niet de moeite waard! (Zie „the Remains of Lao Tzü” bij H. A. Giles, Hongkong, China Mail Office, 1886.) Deze zelfde geleerde vertaalt Tao door „the Way”, het Pad, niet inziende, hoe onmogelijk het is, dat, hetgeen Lao Tsz’ bedoelde, zijnde het Allerhoogste, het Eindelooze, een Pad kan zijn, daar een Pad (ook in figuurlijken zin) altijd naar iets toe leidt, en dus niet het hoogste is. Een ander, nog beroemder sinoloog, Dr. Legge, vertaalde Tao door „Course”. En van den simpelen zin: „Als Tao (uit)gezegd kon worden zou het niet de eeuwige Tao zijn,” maakte hij: „The Course that can be trodden is not the enduring and unchanging course.” De geheele kwestie is, dat het karakter Tao een groot aantal beteekenissen heeft, en in Confucius’ werk Chung Yung wel degelijk Pad beteekent. Maar in honderden gevallen beteekent het: „zeggen”.Daar Lao Tsz’ het karakter in denzelfden volzin in twee beteekenissen gebruikt, zijn de vertalers er bijna allen ingeloopen.De zin: „Als Tao kon (uit)gezegd worden zou het de eeuwige Tao niet zijn” is zoo eenvoudig als maar mogelijk is, en in twee van mijne Chineesche edities geven de commentators ook „zeggen”, een zelfs nog duidelijker: „met den mond zeggen”. Maar van alle sinologen heeft alleen Wells Williams dezen zin goed vertaald,n.l.: „The Tao which can be expressed is not the eternal Tao.” (In zooverre goed, dat wel zijn constructie onzuiver is, maar hij tenminste de bedoeling heeft begrepen.)Nadat mijn stuk reeds inDe Gidswas verschenen, kwam mij eerst Prof. De Groot’s werk: „Jaarlijksche feesten en gebruiken der Emoy Chineezen” in handen, waaruit ik zag, dat deze geleerde het in zooverre met mij eens is, dat ook hij zegt, dat Tao onvertaalbaar is, namelijk een beginsel „waarvan de wijsgeer zelf verklaarde den naam niet te weten en dat hij derhalve slechts bestempelde met den naam Tao.” De heer De Groot voegt hieraan toe: „Zoo men dit woord door de universeele ziel van de Natuur, algemeene Natuurkracht, of zelfs eenvoudig door Natuur vertaalt, dan, gelooven wij, zal men stellig niet ver van de bedoeling van den wijsgeer wezen.” Hoewel ik nog iets hoogers in Tao voel, heb ik van alle mij bekende opvattingen toch nog de meeste sympathie voor die van den heer De Groot.↑6Dit „Wu Wei”, onvertaalbaar, is door de sinologen zonder goede uitlegging vertaald door „inaction”, alsof het traagheid, inertie was. Het beteekent echter volstrekt geen inactie, maar juist actie, nl.: „inactie van verkeerde, onnatuurlijke passies en begeerten”, maar „actie van de natuurlijke beweging uit Tao.” Zoo staat er ergens in den Nan Hwa King: „Hemel en Aarde doen niets (in den slechten zin) en er is (toch) niets wat zij niet doen.” De geheele natuur o. a. ontstaat door Wu Wei, door natuurlijke, uit Tao voortvloeiende actie. De sinologen, door het Wu Wei zonder eenige commentaar door „inaction” te vertalen, verkregen daardoor in hunne vertaling precies het tegenovergestelde van den Chineeschen tekst.Lao Tsz’ zelf weidde er niet over uit. Dat ik laat volgen is mijne eigen opvatting van den tekst. Het geheele eerste hoofdstuk zelf beslaat slechts eene bladzijde in het boek en bevat slechts 59 karakters. Dit is een voorbeeld van Lao Tsz’s wondere soberheid en subtielheid, dat hij zoo veel in zoo weinig woorden kon zeggen.↑7Deze zin is vertaald uit den Tao Teh King (2e hoofdstuk).↑8Deze zin is uit het 56e hoofdstuk van den Tao Teh King, en is ook te vinden in het 13e hoofdstuk van den Nan Hwa King.↑9Dit staat ongeveer in het 6e Hoofdstuk van den Nan Hwa King: „De ware menschen der oudheid sliepen zonder droomen, en werden zich bewust zonder bezorgdheid.”↑10Deze episode is vertaald uit den Nan Hwa King, hoofdstuk 18. Met het „Groote Huis” bedoelde Chuang Tsz’ natuurlijk „het Heelal” en dit „Huis” geeft iets bizonder vertrouwelijksaan dit gezegde, alsof Chuang Tsz’ bedoelde dat zij toch altijd goed bezorgd was, als in een huis. H. Giles, dit zóó maar vertalende door „Eternity”, wat in den Chineeschen tekst niet staat, verliest dan ook in zijne vertaling juist dat intieme, wat Chuang Tsz’s gezegde zoo treffend maakt. (Zie „Chuang Tsz” by H. Giles. London Bernard Quaritch 1889.) Er staat letterlijk: „Kü Shih”, Groot Huis.↑11In bijna alle tempels is een vertrek, waar de mandarijnen kunnen logeeren, en waar den westerschen reiziger gewoonlijk vergund wordt te overnachten, zelfs voor een geruimen tijd te wonen.↑12Het volgende, tot en met den zin: „Poëzie is het geluid van het hart” is vertaald door mij uit eene voorrede van Ong Giao Ki, die in de eerste helft der 18e eeuw leefde, bij zijne uitgave der poëzie van de Thang-dynastie.↑13Het volgende prachtige zinnetje is uit den Nan Hua King vertaald (18de Hoofdstuk).↑14De Chineezenbewarenhunne kostbaarheden werkelijk zoo zorgvuldig. Eenoud boeddha-beeldzit meestal in een nis, met zijde bekleed. De nis in een houten kist. De houten kist in een doek. Bij zeldzame gelegenheden wordt het uitgepakt.↑15Een beeld als het hier beschrevene is geen fantasie van den schrijver, maar bestaat werkelijk. Schrijver heeft zelf een dergelijk beeld in bezit.↑16De zieleparel „Durmâ”.↑17Het beeld, dat schrijver bezit is van Tan Wei. Een andergroot kunstenaar was Ho Chao Tsung, van wien ik met zeer veel moeite ook eenige beelden machtig ben geworden. De namen zijn elk kunstkenner bekend, maar tevergeefs heb ik getracht, meer van hen te weten te komen. Na hunnen dood werden zij beroemd, maar zij leefden zoo eenvoudig en vergeten, dat nu zelfs hunne geboorteplaats onbekend is. Er is wel naar gegist, maar zekerheid heb ik nooit gekregen.↑

1Van meer dan ééne zijde werd mij de opmerking gemaakt, dat, aangezien mijn werk geen vertaling is van Lao Tsz’, en men volstrektnietin Lao Tsz’s „Tao” zag wat ik er uit voelde, de benaming „fantazie” meer zou passen aan dit werk dan „studie”. De lezer, die mijn stuk heeft meêgevoeld, zal begrijpen met welk een gerust hart ik deze verandering maak, en hoe weinig het er toe doet.↑2B.v.in Confucius.↑3Dit is een feit. Het meerendeel der Chineesche priesters dreunen Sûtra’s op, naar den klank ongeveer van het sanskriet in Chineesche klanken vertaald, waarvan zij geen woord begrijpen.↑4Het volgende, tusschen aanhalingsteekens, is een stuk, vertaald uit den Nan Hwa King, 12e Hoofdstuk.De Gele Keizer is een legendarische keizer, die omstreeks 2697 v. C. zou geregeerd hebben.↑5Het volgende, tot den zin: „En millioenen dingen keeren tot Een terug”, is eene bespreking van het eerste hoofdstuk van den Tao Teh King, niet eene vertaling. Lao Tsz’s wonder-simpele karakters zijn eenvoudig onvertaalbaar in even korte Hollandsche zinnen. Mijne uitlegging, gedeeltelijk aan de hand vanChineesche commentators, is eene geheel nieuwe, en volgens mijn beste weten de ware. Een der beroemdste, en in zekeren zin ook een der knapste sinologen, de heer Herbert Giles vertaalt van dit eerste hoofdstuk alleen den eersten zin, en vindt de rest niet de moeite waard! (Zie „the Remains of Lao Tzü” bij H. A. Giles, Hongkong, China Mail Office, 1886.) Deze zelfde geleerde vertaalt Tao door „the Way”, het Pad, niet inziende, hoe onmogelijk het is, dat, hetgeen Lao Tsz’ bedoelde, zijnde het Allerhoogste, het Eindelooze, een Pad kan zijn, daar een Pad (ook in figuurlijken zin) altijd naar iets toe leidt, en dus niet het hoogste is. Een ander, nog beroemder sinoloog, Dr. Legge, vertaalde Tao door „Course”. En van den simpelen zin: „Als Tao (uit)gezegd kon worden zou het niet de eeuwige Tao zijn,” maakte hij: „The Course that can be trodden is not the enduring and unchanging course.” De geheele kwestie is, dat het karakter Tao een groot aantal beteekenissen heeft, en in Confucius’ werk Chung Yung wel degelijk Pad beteekent. Maar in honderden gevallen beteekent het: „zeggen”.Daar Lao Tsz’ het karakter in denzelfden volzin in twee beteekenissen gebruikt, zijn de vertalers er bijna allen ingeloopen.De zin: „Als Tao kon (uit)gezegd worden zou het de eeuwige Tao niet zijn” is zoo eenvoudig als maar mogelijk is, en in twee van mijne Chineesche edities geven de commentators ook „zeggen”, een zelfs nog duidelijker: „met den mond zeggen”. Maar van alle sinologen heeft alleen Wells Williams dezen zin goed vertaald,n.l.: „The Tao which can be expressed is not the eternal Tao.” (In zooverre goed, dat wel zijn constructie onzuiver is, maar hij tenminste de bedoeling heeft begrepen.)Nadat mijn stuk reeds inDe Gidswas verschenen, kwam mij eerst Prof. De Groot’s werk: „Jaarlijksche feesten en gebruiken der Emoy Chineezen” in handen, waaruit ik zag, dat deze geleerde het in zooverre met mij eens is, dat ook hij zegt, dat Tao onvertaalbaar is, namelijk een beginsel „waarvan de wijsgeer zelf verklaarde den naam niet te weten en dat hij derhalve slechts bestempelde met den naam Tao.” De heer De Groot voegt hieraan toe: „Zoo men dit woord door de universeele ziel van de Natuur, algemeene Natuurkracht, of zelfs eenvoudig door Natuur vertaalt, dan, gelooven wij, zal men stellig niet ver van de bedoeling van den wijsgeer wezen.” Hoewel ik nog iets hoogers in Tao voel, heb ik van alle mij bekende opvattingen toch nog de meeste sympathie voor die van den heer De Groot.↑6Dit „Wu Wei”, onvertaalbaar, is door de sinologen zonder goede uitlegging vertaald door „inaction”, alsof het traagheid, inertie was. Het beteekent echter volstrekt geen inactie, maar juist actie, nl.: „inactie van verkeerde, onnatuurlijke passies en begeerten”, maar „actie van de natuurlijke beweging uit Tao.” Zoo staat er ergens in den Nan Hwa King: „Hemel en Aarde doen niets (in den slechten zin) en er is (toch) niets wat zij niet doen.” De geheele natuur o. a. ontstaat door Wu Wei, door natuurlijke, uit Tao voortvloeiende actie. De sinologen, door het Wu Wei zonder eenige commentaar door „inaction” te vertalen, verkregen daardoor in hunne vertaling precies het tegenovergestelde van den Chineeschen tekst.Lao Tsz’ zelf weidde er niet over uit. Dat ik laat volgen is mijne eigen opvatting van den tekst. Het geheele eerste hoofdstuk zelf beslaat slechts eene bladzijde in het boek en bevat slechts 59 karakters. Dit is een voorbeeld van Lao Tsz’s wondere soberheid en subtielheid, dat hij zoo veel in zoo weinig woorden kon zeggen.↑7Deze zin is vertaald uit den Tao Teh King (2e hoofdstuk).↑8Deze zin is uit het 56e hoofdstuk van den Tao Teh King, en is ook te vinden in het 13e hoofdstuk van den Nan Hwa King.↑9Dit staat ongeveer in het 6e Hoofdstuk van den Nan Hwa King: „De ware menschen der oudheid sliepen zonder droomen, en werden zich bewust zonder bezorgdheid.”↑10Deze episode is vertaald uit den Nan Hwa King, hoofdstuk 18. Met het „Groote Huis” bedoelde Chuang Tsz’ natuurlijk „het Heelal” en dit „Huis” geeft iets bizonder vertrouwelijksaan dit gezegde, alsof Chuang Tsz’ bedoelde dat zij toch altijd goed bezorgd was, als in een huis. H. Giles, dit zóó maar vertalende door „Eternity”, wat in den Chineeschen tekst niet staat, verliest dan ook in zijne vertaling juist dat intieme, wat Chuang Tsz’s gezegde zoo treffend maakt. (Zie „Chuang Tsz” by H. Giles. London Bernard Quaritch 1889.) Er staat letterlijk: „Kü Shih”, Groot Huis.↑11In bijna alle tempels is een vertrek, waar de mandarijnen kunnen logeeren, en waar den westerschen reiziger gewoonlijk vergund wordt te overnachten, zelfs voor een geruimen tijd te wonen.↑12Het volgende, tot en met den zin: „Poëzie is het geluid van het hart” is vertaald door mij uit eene voorrede van Ong Giao Ki, die in de eerste helft der 18e eeuw leefde, bij zijne uitgave der poëzie van de Thang-dynastie.↑13Het volgende prachtige zinnetje is uit den Nan Hua King vertaald (18de Hoofdstuk).↑14De Chineezenbewarenhunne kostbaarheden werkelijk zoo zorgvuldig. Eenoud boeddha-beeldzit meestal in een nis, met zijde bekleed. De nis in een houten kist. De houten kist in een doek. Bij zeldzame gelegenheden wordt het uitgepakt.↑15Een beeld als het hier beschrevene is geen fantasie van den schrijver, maar bestaat werkelijk. Schrijver heeft zelf een dergelijk beeld in bezit.↑16De zieleparel „Durmâ”.↑17Het beeld, dat schrijver bezit is van Tan Wei. Een andergroot kunstenaar was Ho Chao Tsung, van wien ik met zeer veel moeite ook eenige beelden machtig ben geworden. De namen zijn elk kunstkenner bekend, maar tevergeefs heb ik getracht, meer van hen te weten te komen. Na hunnen dood werden zij beroemd, maar zij leefden zoo eenvoudig en vergeten, dat nu zelfs hunne geboorteplaats onbekend is. Er is wel naar gegist, maar zekerheid heb ik nooit gekregen.↑

1Van meer dan ééne zijde werd mij de opmerking gemaakt, dat, aangezien mijn werk geen vertaling is van Lao Tsz’, en men volstrektnietin Lao Tsz’s „Tao” zag wat ik er uit voelde, de benaming „fantazie” meer zou passen aan dit werk dan „studie”. De lezer, die mijn stuk heeft meêgevoeld, zal begrijpen met welk een gerust hart ik deze verandering maak, en hoe weinig het er toe doet.↑

2B.v.in Confucius.↑

3Dit is een feit. Het meerendeel der Chineesche priesters dreunen Sûtra’s op, naar den klank ongeveer van het sanskriet in Chineesche klanken vertaald, waarvan zij geen woord begrijpen.↑

4Het volgende, tusschen aanhalingsteekens, is een stuk, vertaald uit den Nan Hwa King, 12e Hoofdstuk.

De Gele Keizer is een legendarische keizer, die omstreeks 2697 v. C. zou geregeerd hebben.↑

5Het volgende, tot den zin: „En millioenen dingen keeren tot Een terug”, is eene bespreking van het eerste hoofdstuk van den Tao Teh King, niet eene vertaling. Lao Tsz’s wonder-simpele karakters zijn eenvoudig onvertaalbaar in even korte Hollandsche zinnen. Mijne uitlegging, gedeeltelijk aan de hand vanChineesche commentators, is eene geheel nieuwe, en volgens mijn beste weten de ware. Een der beroemdste, en in zekeren zin ook een der knapste sinologen, de heer Herbert Giles vertaalt van dit eerste hoofdstuk alleen den eersten zin, en vindt de rest niet de moeite waard! (Zie „the Remains of Lao Tzü” bij H. A. Giles, Hongkong, China Mail Office, 1886.) Deze zelfde geleerde vertaalt Tao door „the Way”, het Pad, niet inziende, hoe onmogelijk het is, dat, hetgeen Lao Tsz’ bedoelde, zijnde het Allerhoogste, het Eindelooze, een Pad kan zijn, daar een Pad (ook in figuurlijken zin) altijd naar iets toe leidt, en dus niet het hoogste is. Een ander, nog beroemder sinoloog, Dr. Legge, vertaalde Tao door „Course”. En van den simpelen zin: „Als Tao (uit)gezegd kon worden zou het niet de eeuwige Tao zijn,” maakte hij: „The Course that can be trodden is not the enduring and unchanging course.” De geheele kwestie is, dat het karakter Tao een groot aantal beteekenissen heeft, en in Confucius’ werk Chung Yung wel degelijk Pad beteekent. Maar in honderden gevallen beteekent het: „zeggen”.

Daar Lao Tsz’ het karakter in denzelfden volzin in twee beteekenissen gebruikt, zijn de vertalers er bijna allen ingeloopen.De zin: „Als Tao kon (uit)gezegd worden zou het de eeuwige Tao niet zijn” is zoo eenvoudig als maar mogelijk is, en in twee van mijne Chineesche edities geven de commentators ook „zeggen”, een zelfs nog duidelijker: „met den mond zeggen”. Maar van alle sinologen heeft alleen Wells Williams dezen zin goed vertaald,n.l.: „The Tao which can be expressed is not the eternal Tao.” (In zooverre goed, dat wel zijn constructie onzuiver is, maar hij tenminste de bedoeling heeft begrepen.)

Nadat mijn stuk reeds inDe Gidswas verschenen, kwam mij eerst Prof. De Groot’s werk: „Jaarlijksche feesten en gebruiken der Emoy Chineezen” in handen, waaruit ik zag, dat deze geleerde het in zooverre met mij eens is, dat ook hij zegt, dat Tao onvertaalbaar is, namelijk een beginsel „waarvan de wijsgeer zelf verklaarde den naam niet te weten en dat hij derhalve slechts bestempelde met den naam Tao.” De heer De Groot voegt hieraan toe: „Zoo men dit woord door de universeele ziel van de Natuur, algemeene Natuurkracht, of zelfs eenvoudig door Natuur vertaalt, dan, gelooven wij, zal men stellig niet ver van de bedoeling van den wijsgeer wezen.” Hoewel ik nog iets hoogers in Tao voel, heb ik van alle mij bekende opvattingen toch nog de meeste sympathie voor die van den heer De Groot.↑

6Dit „Wu Wei”, onvertaalbaar, is door de sinologen zonder goede uitlegging vertaald door „inaction”, alsof het traagheid, inertie was. Het beteekent echter volstrekt geen inactie, maar juist actie, nl.: „inactie van verkeerde, onnatuurlijke passies en begeerten”, maar „actie van de natuurlijke beweging uit Tao.” Zoo staat er ergens in den Nan Hwa King: „Hemel en Aarde doen niets (in den slechten zin) en er is (toch) niets wat zij niet doen.” De geheele natuur o. a. ontstaat door Wu Wei, door natuurlijke, uit Tao voortvloeiende actie. De sinologen, door het Wu Wei zonder eenige commentaar door „inaction” te vertalen, verkregen daardoor in hunne vertaling precies het tegenovergestelde van den Chineeschen tekst.

Lao Tsz’ zelf weidde er niet over uit. Dat ik laat volgen is mijne eigen opvatting van den tekst. Het geheele eerste hoofdstuk zelf beslaat slechts eene bladzijde in het boek en bevat slechts 59 karakters. Dit is een voorbeeld van Lao Tsz’s wondere soberheid en subtielheid, dat hij zoo veel in zoo weinig woorden kon zeggen.↑

7Deze zin is vertaald uit den Tao Teh King (2e hoofdstuk).↑

8Deze zin is uit het 56e hoofdstuk van den Tao Teh King, en is ook te vinden in het 13e hoofdstuk van den Nan Hwa King.↑

9Dit staat ongeveer in het 6e Hoofdstuk van den Nan Hwa King: „De ware menschen der oudheid sliepen zonder droomen, en werden zich bewust zonder bezorgdheid.”↑

10Deze episode is vertaald uit den Nan Hwa King, hoofdstuk 18. Met het „Groote Huis” bedoelde Chuang Tsz’ natuurlijk „het Heelal” en dit „Huis” geeft iets bizonder vertrouwelijksaan dit gezegde, alsof Chuang Tsz’ bedoelde dat zij toch altijd goed bezorgd was, als in een huis. H. Giles, dit zóó maar vertalende door „Eternity”, wat in den Chineeschen tekst niet staat, verliest dan ook in zijne vertaling juist dat intieme, wat Chuang Tsz’s gezegde zoo treffend maakt. (Zie „Chuang Tsz” by H. Giles. London Bernard Quaritch 1889.) Er staat letterlijk: „Kü Shih”, Groot Huis.↑

11In bijna alle tempels is een vertrek, waar de mandarijnen kunnen logeeren, en waar den westerschen reiziger gewoonlijk vergund wordt te overnachten, zelfs voor een geruimen tijd te wonen.↑

12Het volgende, tot en met den zin: „Poëzie is het geluid van het hart” is vertaald door mij uit eene voorrede van Ong Giao Ki, die in de eerste helft der 18e eeuw leefde, bij zijne uitgave der poëzie van de Thang-dynastie.↑

13Het volgende prachtige zinnetje is uit den Nan Hua King vertaald (18de Hoofdstuk).↑

14De Chineezenbewarenhunne kostbaarheden werkelijk zoo zorgvuldig. Eenoud boeddha-beeldzit meestal in een nis, met zijde bekleed. De nis in een houten kist. De houten kist in een doek. Bij zeldzame gelegenheden wordt het uitgepakt.↑

15Een beeld als het hier beschrevene is geen fantasie van den schrijver, maar bestaat werkelijk. Schrijver heeft zelf een dergelijk beeld in bezit.↑

16De zieleparel „Durmâ”.↑

17Het beeld, dat schrijver bezit is van Tan Wei. Een andergroot kunstenaar was Ho Chao Tsung, van wien ik met zeer veel moeite ook eenige beelden machtig ben geworden. De namen zijn elk kunstkenner bekend, maar tevergeefs heb ik getracht, meer van hen te weten te komen. Na hunnen dood werden zij beroemd, maar zij leefden zoo eenvoudig en vergeten, dat nu zelfs hunne geboorteplaats onbekend is. Er is wel naar gegist, maar zekerheid heb ik nooit gekregen.↑


Back to IndexNext