[Inhoud]NABERICHT.Voor zoover het mij mogelijk was, heb ik zelf de plaatsen bezocht, die ik in den loop van dit verhaal moest beschrijven; een zomervacantie is echter te kort, om een tochtje naar en door Australië te doen. Voor het laatste gedeelte van dit werk heb ik mij derhalve met beschrijvingen, teekeningen en photographieën moeten tevreden stellen.Wat de beschrijvingen betreft, heb ik er naar gestreefd slechts zulke te kiezen, waarvan ik met zekerheid wist dat ze vertrouwbaar waren:Trollope(1873),Christmann(1870) enGrant(1881); de eerste twee hebben geheel Australië, de derde Queensland alleen beschreven met het doel hun landgenooten het vijfde werelddeel te doen kennen, zooals het in zijn maatschappelijken toestand werkelijk is, en hen op te wekken tot—of onder bijzondere omstandigheden te waarschuwen tegen landverhuizing. Van hen mag men verwachten, dat zij de waarheid en niet meer dan de waarheid hebben geschreven.Ook de beschrijving der onderzoekingstochten vanBurke Wills,Leichhardt,StuartenHarris, de werken vanMarin la Meslée Inglis,Warburton, het dagboek van den graafde Beauvoiren vanC. Lumholtz, waarin de schrijvers het resultaat van hun onderzoekingen op sociaal, botanisch, zoölogisch en anthropologisch gebied hebben opgeteekend, hebben mij den grondslag verschaft voor eenige episodes. Toch heb ik getracht mij ook voor leugens in commissie te vrijwaren, door de feiten, die mij onwaarschijnlijk voorkwamen, slechts uit te werken, nadat ik ze twee of meermalen „belegt” had gevonden.Voor hen die er belang in stellen te weten, hoe ik daarbij te werk ben gegaan, mogen de volgende voorbeelden dienen:Journal du compte de Beauvoir. Brisbane 19 Oct.„On a eu beau élever et instruire des enfants noirs, leur apprendre des métiers, leur faire gagner des salaires élevés; à vingt ou vingt-cinq ans, ils se sont échappés des villes vers les bois, pour reprendre le cours d’une misérable existence. Bien mieux, il est un Aborigène d’une remarquable intelligence, dont on a pris soin à Melbourne dès sa plus tendre enfance, qui s’est pris de passion pour les machines et l’industrie: il avait presque des manières d’Européen; il paraissait aimer les mathématiques et pouvait même résoudre une équation du second degré; on l’a envoyé passer deux ans en Angleterre, on l’a présenté à la Reine et comblé d’attentions aimables. Eh bien,maintenant, courez les bords de l’Ulla-Dulla et vous le trouverez tout nu, au milieu de tribes hideuses, vivant d’oppossum” etc.Aan deze woorden dankt Tatamboe zijn bestaan.[275]„The Queenslander”, published weekly inBrisbaneJune 8, 1878..…„In this region nature maintains 1 fitting solitude. The glaring cliffs drop down from a table-land where the cypress pine surges mournfully in the breeze; half starved dingoes wake the echoes of the hills by their nightly serenades, and a few blacks roam from creek to creek and gorge to gorge, finding in the innumerable caves into which the soft substance is excavated, safe harbour and concealment after a raid in the plains below. To this region must one come to see the fossieker in all his miserable state. Travelling in pairs, but usually working separately, the true gambusino of the north is found.… and hour by hour, nay, every second there is the same uneasy consciousness that bloodthirsty and vengeful eyes are upon you and that to relinquish your gun for a minute may cost you your life.”In dezen toestand heb ik Herman Borgers geplaatst, en één van die „bloodthirsty blacks” is de zwarte uit de grot.Bijna alle reizigers spreken in hun dagboek over de zonderlinge bijenjacht, zooals ik die door Jacky heb doen uitvoeren; ook in het „Album der natuur”, jaargang 1866, wordt er op bladz. 222 met eenige woorden melding van gemaakt.Op deze wijze werd het mij mogelijk, zonder willens en wetens de waarheid geweld aan te doen, Willem Roda in een land te voeren, dat ik nooit bezocht heb.„De vloek van den zanger”, is een metrische vertaling van Uhlands gedicht van dien naam. Dat ik de legende aan den Rijn heb geplaatst, en er,—met het oog op hen, voor wie ik hoofdzakelijk schreef,—twee strophen aan toegevoegd heb, zonder daardoor het gedicht schooner te maken, zal men mij, hoop ik, vergeven; even als een paar juridische anachronismen in het 3deen 4dehoofdstuk.Voor de Zwijnenjacht in het 11dehoofdstuk heeft een artikel van een Förster in Daheim,—een man van het vak dus,—bouwstof geleverd.E. Hs.[Inhoud]BIJ DEN VIERDEN DRUK.Zooals dit boek, nu net vijf-en-twintig jaar geleden, naar den uitgever ging, moet het voortaan maar blijven. Al had ik ’t mij, bij dit jubileum, anders voorgenomen, ik heb er niet noemenswaard in durven schrappen, omdat het in dezen vorm zoo vele duizenden jongelui prettige uren heeft bezorgd. Dat doet het nog, zooals ik van tijd tot tijd zonder vragen verneem, en van een kinderboek als dit zijn de gebruikers toch bij slot van rekening nog beter beoordeelaars dan de schrijver zelf.E. Hs.[Inhoud]Oorspronkelijke rug.InhoudsopgaveHOOFDSTUK I.5HOOFDSTUK II.12HOOFDSTUK III.23HOOFDSTUK IV.36HOOFDSTUK V.46HOOFDSTUK VI.61HOOFDSTUK VII.75HOOFDSTUK VIII.87HOOFDSTUK IX.107HOOFDSTUK X.127HOOFDSTUK XI.137HOOFDSTUK XII.148HOOFDSTUK XIII.158HOOFDSTUK XIV.172HOOFDSTUK XV.184HOOFDSTUK XVI.193HOOFDSTUK XVII.212HOOFDSTUK XVIII.229HOOFDSTUK XIX.242HOOFDSTUK XX.264NABERICHT.274BIJ DEN VIERDEN DRUK.275ColofonBeschikbaarheidDit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met vrijwel geen beperkingen van welke soort dan ook. U mag het kopiëren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden van de Project Gutenberg Licentie in dit eBoek of on-line opwww.gutenberg.org.Dit eBoek is geproduceerd door het on-line gedistribueerd correctieteam opwww.pgdp.net.MetadataTitel:Willem Roda: Een JongensboekAuteur:Eli Heimans (1861–1914)Infohttps://viaf.org/viaf/4913887/Illustrator:Johan Coenraad Braakensiek (1858–1940)Infohttps://viaf.org/viaf/12577695/Uitgiftedatum:2015-09-20Aanmaakdatum bestand:2024-06-03 19:11:41 UTCTaal:Nederlands (Spelling De Vries-Te Winkel)Oorspronkelijke uitgiftedatum:[1919]Trefwoorden:Boys -- Juvenile fictionDutch -- Australia -- Juvenile fictionProject Gutenberg:50018GitHub:50018-Heimans-Willem-Rodahttps://github.com/GutenbergSource/50018-Heimans-Willem-RodaQR-code:QR-code van Project Gutenberg URLCoderingDit boek is weergegeven in oorspronkelijke schrijfwijze. Afgebroken woorden aan het einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel zijn verbeterd. Deze verbeteringen zijn aangegeven in de colofon aan het einde van dit boek.Documentgeschiedenis2015-09-11 Begonnen.VerbeteringenDe volgende 75 verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:BladzijdeBronVerbeteringBewerkingsafstand19overloedovervloed120,68[Niet in bron].126,42,80,184,216,229,273[Niet in bron]”126nootlottigenoodlottige130kijkkijkt133?.135nognoch244omstuimigonstuimig148,[Verwijderd]151[Niet in bron]te360,204,240,244”[Verwijderd]168hijHij181[Niet in bron];184,.197had[Verwijderd]4102onbedwingbreonbedwingbare1104dorenhagendoornhagen2116,118,122,132,139,174,184,206,207,213,226,241,245,252,268[Niet in bron]„1131’tit1137VXI2138CreyburyGreybury1140,142,143éenéén1 / 0159GreybureyGreybury1160Port-SaidPort-Saïd1 / 0168,169sqattersleerlingsquattersleerling1172bushmannbushman1184hotelhôtel1 / 0191gildagilde1195,254,270[Niet in bron],1199?!1199!?1200spoed gerspoediger1200danidan1212terechtwijzigingenterechtwijzingen2218joujouw1218buitelrattenbuidelratten1218kengeroeskengoeroes1223éensééns1 / 0236en enen3243sqatterswoningsquatterswoning1243sqattersquatter1247[Niet in bron]:1251TantamboeTatamboe1259buiteldenbuitelde1262DickyDilly2274maitenantmaintenant1
[Inhoud]NABERICHT.Voor zoover het mij mogelijk was, heb ik zelf de plaatsen bezocht, die ik in den loop van dit verhaal moest beschrijven; een zomervacantie is echter te kort, om een tochtje naar en door Australië te doen. Voor het laatste gedeelte van dit werk heb ik mij derhalve met beschrijvingen, teekeningen en photographieën moeten tevreden stellen.Wat de beschrijvingen betreft, heb ik er naar gestreefd slechts zulke te kiezen, waarvan ik met zekerheid wist dat ze vertrouwbaar waren:Trollope(1873),Christmann(1870) enGrant(1881); de eerste twee hebben geheel Australië, de derde Queensland alleen beschreven met het doel hun landgenooten het vijfde werelddeel te doen kennen, zooals het in zijn maatschappelijken toestand werkelijk is, en hen op te wekken tot—of onder bijzondere omstandigheden te waarschuwen tegen landverhuizing. Van hen mag men verwachten, dat zij de waarheid en niet meer dan de waarheid hebben geschreven.Ook de beschrijving der onderzoekingstochten vanBurke Wills,Leichhardt,StuartenHarris, de werken vanMarin la Meslée Inglis,Warburton, het dagboek van den graafde Beauvoiren vanC. Lumholtz, waarin de schrijvers het resultaat van hun onderzoekingen op sociaal, botanisch, zoölogisch en anthropologisch gebied hebben opgeteekend, hebben mij den grondslag verschaft voor eenige episodes. Toch heb ik getracht mij ook voor leugens in commissie te vrijwaren, door de feiten, die mij onwaarschijnlijk voorkwamen, slechts uit te werken, nadat ik ze twee of meermalen „belegt” had gevonden.Voor hen die er belang in stellen te weten, hoe ik daarbij te werk ben gegaan, mogen de volgende voorbeelden dienen:Journal du compte de Beauvoir. Brisbane 19 Oct.„On a eu beau élever et instruire des enfants noirs, leur apprendre des métiers, leur faire gagner des salaires élevés; à vingt ou vingt-cinq ans, ils se sont échappés des villes vers les bois, pour reprendre le cours d’une misérable existence. Bien mieux, il est un Aborigène d’une remarquable intelligence, dont on a pris soin à Melbourne dès sa plus tendre enfance, qui s’est pris de passion pour les machines et l’industrie: il avait presque des manières d’Européen; il paraissait aimer les mathématiques et pouvait même résoudre une équation du second degré; on l’a envoyé passer deux ans en Angleterre, on l’a présenté à la Reine et comblé d’attentions aimables. Eh bien,maintenant, courez les bords de l’Ulla-Dulla et vous le trouverez tout nu, au milieu de tribes hideuses, vivant d’oppossum” etc.Aan deze woorden dankt Tatamboe zijn bestaan.[275]„The Queenslander”, published weekly inBrisbaneJune 8, 1878..…„In this region nature maintains 1 fitting solitude. The glaring cliffs drop down from a table-land where the cypress pine surges mournfully in the breeze; half starved dingoes wake the echoes of the hills by their nightly serenades, and a few blacks roam from creek to creek and gorge to gorge, finding in the innumerable caves into which the soft substance is excavated, safe harbour and concealment after a raid in the plains below. To this region must one come to see the fossieker in all his miserable state. Travelling in pairs, but usually working separately, the true gambusino of the north is found.… and hour by hour, nay, every second there is the same uneasy consciousness that bloodthirsty and vengeful eyes are upon you and that to relinquish your gun for a minute may cost you your life.”In dezen toestand heb ik Herman Borgers geplaatst, en één van die „bloodthirsty blacks” is de zwarte uit de grot.Bijna alle reizigers spreken in hun dagboek over de zonderlinge bijenjacht, zooals ik die door Jacky heb doen uitvoeren; ook in het „Album der natuur”, jaargang 1866, wordt er op bladz. 222 met eenige woorden melding van gemaakt.Op deze wijze werd het mij mogelijk, zonder willens en wetens de waarheid geweld aan te doen, Willem Roda in een land te voeren, dat ik nooit bezocht heb.„De vloek van den zanger”, is een metrische vertaling van Uhlands gedicht van dien naam. Dat ik de legende aan den Rijn heb geplaatst, en er,—met het oog op hen, voor wie ik hoofdzakelijk schreef,—twee strophen aan toegevoegd heb, zonder daardoor het gedicht schooner te maken, zal men mij, hoop ik, vergeven; even als een paar juridische anachronismen in het 3deen 4dehoofdstuk.Voor de Zwijnenjacht in het 11dehoofdstuk heeft een artikel van een Förster in Daheim,—een man van het vak dus,—bouwstof geleverd.E. Hs.
NABERICHT.
Voor zoover het mij mogelijk was, heb ik zelf de plaatsen bezocht, die ik in den loop van dit verhaal moest beschrijven; een zomervacantie is echter te kort, om een tochtje naar en door Australië te doen. Voor het laatste gedeelte van dit werk heb ik mij derhalve met beschrijvingen, teekeningen en photographieën moeten tevreden stellen.Wat de beschrijvingen betreft, heb ik er naar gestreefd slechts zulke te kiezen, waarvan ik met zekerheid wist dat ze vertrouwbaar waren:Trollope(1873),Christmann(1870) enGrant(1881); de eerste twee hebben geheel Australië, de derde Queensland alleen beschreven met het doel hun landgenooten het vijfde werelddeel te doen kennen, zooals het in zijn maatschappelijken toestand werkelijk is, en hen op te wekken tot—of onder bijzondere omstandigheden te waarschuwen tegen landverhuizing. Van hen mag men verwachten, dat zij de waarheid en niet meer dan de waarheid hebben geschreven.Ook de beschrijving der onderzoekingstochten vanBurke Wills,Leichhardt,StuartenHarris, de werken vanMarin la Meslée Inglis,Warburton, het dagboek van den graafde Beauvoiren vanC. Lumholtz, waarin de schrijvers het resultaat van hun onderzoekingen op sociaal, botanisch, zoölogisch en anthropologisch gebied hebben opgeteekend, hebben mij den grondslag verschaft voor eenige episodes. Toch heb ik getracht mij ook voor leugens in commissie te vrijwaren, door de feiten, die mij onwaarschijnlijk voorkwamen, slechts uit te werken, nadat ik ze twee of meermalen „belegt” had gevonden.Voor hen die er belang in stellen te weten, hoe ik daarbij te werk ben gegaan, mogen de volgende voorbeelden dienen:Journal du compte de Beauvoir. Brisbane 19 Oct.„On a eu beau élever et instruire des enfants noirs, leur apprendre des métiers, leur faire gagner des salaires élevés; à vingt ou vingt-cinq ans, ils se sont échappés des villes vers les bois, pour reprendre le cours d’une misérable existence. Bien mieux, il est un Aborigène d’une remarquable intelligence, dont on a pris soin à Melbourne dès sa plus tendre enfance, qui s’est pris de passion pour les machines et l’industrie: il avait presque des manières d’Européen; il paraissait aimer les mathématiques et pouvait même résoudre une équation du second degré; on l’a envoyé passer deux ans en Angleterre, on l’a présenté à la Reine et comblé d’attentions aimables. Eh bien,maintenant, courez les bords de l’Ulla-Dulla et vous le trouverez tout nu, au milieu de tribes hideuses, vivant d’oppossum” etc.Aan deze woorden dankt Tatamboe zijn bestaan.[275]„The Queenslander”, published weekly inBrisbaneJune 8, 1878..…„In this region nature maintains 1 fitting solitude. The glaring cliffs drop down from a table-land where the cypress pine surges mournfully in the breeze; half starved dingoes wake the echoes of the hills by their nightly serenades, and a few blacks roam from creek to creek and gorge to gorge, finding in the innumerable caves into which the soft substance is excavated, safe harbour and concealment after a raid in the plains below. To this region must one come to see the fossieker in all his miserable state. Travelling in pairs, but usually working separately, the true gambusino of the north is found.… and hour by hour, nay, every second there is the same uneasy consciousness that bloodthirsty and vengeful eyes are upon you and that to relinquish your gun for a minute may cost you your life.”In dezen toestand heb ik Herman Borgers geplaatst, en één van die „bloodthirsty blacks” is de zwarte uit de grot.Bijna alle reizigers spreken in hun dagboek over de zonderlinge bijenjacht, zooals ik die door Jacky heb doen uitvoeren; ook in het „Album der natuur”, jaargang 1866, wordt er op bladz. 222 met eenige woorden melding van gemaakt.Op deze wijze werd het mij mogelijk, zonder willens en wetens de waarheid geweld aan te doen, Willem Roda in een land te voeren, dat ik nooit bezocht heb.„De vloek van den zanger”, is een metrische vertaling van Uhlands gedicht van dien naam. Dat ik de legende aan den Rijn heb geplaatst, en er,—met het oog op hen, voor wie ik hoofdzakelijk schreef,—twee strophen aan toegevoegd heb, zonder daardoor het gedicht schooner te maken, zal men mij, hoop ik, vergeven; even als een paar juridische anachronismen in het 3deen 4dehoofdstuk.Voor de Zwijnenjacht in het 11dehoofdstuk heeft een artikel van een Förster in Daheim,—een man van het vak dus,—bouwstof geleverd.E. Hs.
Voor zoover het mij mogelijk was, heb ik zelf de plaatsen bezocht, die ik in den loop van dit verhaal moest beschrijven; een zomervacantie is echter te kort, om een tochtje naar en door Australië te doen. Voor het laatste gedeelte van dit werk heb ik mij derhalve met beschrijvingen, teekeningen en photographieën moeten tevreden stellen.
Wat de beschrijvingen betreft, heb ik er naar gestreefd slechts zulke te kiezen, waarvan ik met zekerheid wist dat ze vertrouwbaar waren:Trollope(1873),Christmann(1870) enGrant(1881); de eerste twee hebben geheel Australië, de derde Queensland alleen beschreven met het doel hun landgenooten het vijfde werelddeel te doen kennen, zooals het in zijn maatschappelijken toestand werkelijk is, en hen op te wekken tot—of onder bijzondere omstandigheden te waarschuwen tegen landverhuizing. Van hen mag men verwachten, dat zij de waarheid en niet meer dan de waarheid hebben geschreven.
Ook de beschrijving der onderzoekingstochten vanBurke Wills,Leichhardt,StuartenHarris, de werken vanMarin la Meslée Inglis,Warburton, het dagboek van den graafde Beauvoiren vanC. Lumholtz, waarin de schrijvers het resultaat van hun onderzoekingen op sociaal, botanisch, zoölogisch en anthropologisch gebied hebben opgeteekend, hebben mij den grondslag verschaft voor eenige episodes. Toch heb ik getracht mij ook voor leugens in commissie te vrijwaren, door de feiten, die mij onwaarschijnlijk voorkwamen, slechts uit te werken, nadat ik ze twee of meermalen „belegt” had gevonden.
Voor hen die er belang in stellen te weten, hoe ik daarbij te werk ben gegaan, mogen de volgende voorbeelden dienen:
Journal du compte de Beauvoir. Brisbane 19 Oct.„On a eu beau élever et instruire des enfants noirs, leur apprendre des métiers, leur faire gagner des salaires élevés; à vingt ou vingt-cinq ans, ils se sont échappés des villes vers les bois, pour reprendre le cours d’une misérable existence. Bien mieux, il est un Aborigène d’une remarquable intelligence, dont on a pris soin à Melbourne dès sa plus tendre enfance, qui s’est pris de passion pour les machines et l’industrie: il avait presque des manières d’Européen; il paraissait aimer les mathématiques et pouvait même résoudre une équation du second degré; on l’a envoyé passer deux ans en Angleterre, on l’a présenté à la Reine et comblé d’attentions aimables. Eh bien,maintenant, courez les bords de l’Ulla-Dulla et vous le trouverez tout nu, au milieu de tribes hideuses, vivant d’oppossum” etc.
Journal du compte de Beauvoir. Brisbane 19 Oct.
„On a eu beau élever et instruire des enfants noirs, leur apprendre des métiers, leur faire gagner des salaires élevés; à vingt ou vingt-cinq ans, ils se sont échappés des villes vers les bois, pour reprendre le cours d’une misérable existence. Bien mieux, il est un Aborigène d’une remarquable intelligence, dont on a pris soin à Melbourne dès sa plus tendre enfance, qui s’est pris de passion pour les machines et l’industrie: il avait presque des manières d’Européen; il paraissait aimer les mathématiques et pouvait même résoudre une équation du second degré; on l’a envoyé passer deux ans en Angleterre, on l’a présenté à la Reine et comblé d’attentions aimables. Eh bien,maintenant, courez les bords de l’Ulla-Dulla et vous le trouverez tout nu, au milieu de tribes hideuses, vivant d’oppossum” etc.
Aan deze woorden dankt Tatamboe zijn bestaan.[275]
„The Queenslander”, published weekly inBrisbaneJune 8, 1878..…„In this region nature maintains 1 fitting solitude. The glaring cliffs drop down from a table-land where the cypress pine surges mournfully in the breeze; half starved dingoes wake the echoes of the hills by their nightly serenades, and a few blacks roam from creek to creek and gorge to gorge, finding in the innumerable caves into which the soft substance is excavated, safe harbour and concealment after a raid in the plains below. To this region must one come to see the fossieker in all his miserable state. Travelling in pairs, but usually working separately, the true gambusino of the north is found.… and hour by hour, nay, every second there is the same uneasy consciousness that bloodthirsty and vengeful eyes are upon you and that to relinquish your gun for a minute may cost you your life.”
„The Queenslander”, published weekly inBrisbane
June 8, 1878.
.…„In this region nature maintains 1 fitting solitude. The glaring cliffs drop down from a table-land where the cypress pine surges mournfully in the breeze; half starved dingoes wake the echoes of the hills by their nightly serenades, and a few blacks roam from creek to creek and gorge to gorge, finding in the innumerable caves into which the soft substance is excavated, safe harbour and concealment after a raid in the plains below. To this region must one come to see the fossieker in all his miserable state. Travelling in pairs, but usually working separately, the true gambusino of the north is found.… and hour by hour, nay, every second there is the same uneasy consciousness that bloodthirsty and vengeful eyes are upon you and that to relinquish your gun for a minute may cost you your life.”
In dezen toestand heb ik Herman Borgers geplaatst, en één van die „bloodthirsty blacks” is de zwarte uit de grot.
Bijna alle reizigers spreken in hun dagboek over de zonderlinge bijenjacht, zooals ik die door Jacky heb doen uitvoeren; ook in het „Album der natuur”, jaargang 1866, wordt er op bladz. 222 met eenige woorden melding van gemaakt.
Op deze wijze werd het mij mogelijk, zonder willens en wetens de waarheid geweld aan te doen, Willem Roda in een land te voeren, dat ik nooit bezocht heb.
„De vloek van den zanger”, is een metrische vertaling van Uhlands gedicht van dien naam. Dat ik de legende aan den Rijn heb geplaatst, en er,—met het oog op hen, voor wie ik hoofdzakelijk schreef,—twee strophen aan toegevoegd heb, zonder daardoor het gedicht schooner te maken, zal men mij, hoop ik, vergeven; even als een paar juridische anachronismen in het 3deen 4dehoofdstuk.
Voor de Zwijnenjacht in het 11dehoofdstuk heeft een artikel van een Förster in Daheim,—een man van het vak dus,—bouwstof geleverd.
E. Hs.
[Inhoud]BIJ DEN VIERDEN DRUK.Zooals dit boek, nu net vijf-en-twintig jaar geleden, naar den uitgever ging, moet het voortaan maar blijven. Al had ik ’t mij, bij dit jubileum, anders voorgenomen, ik heb er niet noemenswaard in durven schrappen, omdat het in dezen vorm zoo vele duizenden jongelui prettige uren heeft bezorgd. Dat doet het nog, zooals ik van tijd tot tijd zonder vragen verneem, en van een kinderboek als dit zijn de gebruikers toch bij slot van rekening nog beter beoordeelaars dan de schrijver zelf.E. Hs.
BIJ DEN VIERDEN DRUK.
Zooals dit boek, nu net vijf-en-twintig jaar geleden, naar den uitgever ging, moet het voortaan maar blijven. Al had ik ’t mij, bij dit jubileum, anders voorgenomen, ik heb er niet noemenswaard in durven schrappen, omdat het in dezen vorm zoo vele duizenden jongelui prettige uren heeft bezorgd. Dat doet het nog, zooals ik van tijd tot tijd zonder vragen verneem, en van een kinderboek als dit zijn de gebruikers toch bij slot van rekening nog beter beoordeelaars dan de schrijver zelf.E. Hs.
Zooals dit boek, nu net vijf-en-twintig jaar geleden, naar den uitgever ging, moet het voortaan maar blijven. Al had ik ’t mij, bij dit jubileum, anders voorgenomen, ik heb er niet noemenswaard in durven schrappen, omdat het in dezen vorm zoo vele duizenden jongelui prettige uren heeft bezorgd. Dat doet het nog, zooals ik van tijd tot tijd zonder vragen verneem, en van een kinderboek als dit zijn de gebruikers toch bij slot van rekening nog beter beoordeelaars dan de schrijver zelf.
E. Hs.
[Inhoud]Oorspronkelijke rug.
Oorspronkelijke rug.
Oorspronkelijke rug.
InhoudsopgaveHOOFDSTUK I.5HOOFDSTUK II.12HOOFDSTUK III.23HOOFDSTUK IV.36HOOFDSTUK V.46HOOFDSTUK VI.61HOOFDSTUK VII.75HOOFDSTUK VIII.87HOOFDSTUK IX.107HOOFDSTUK X.127HOOFDSTUK XI.137HOOFDSTUK XII.148HOOFDSTUK XIII.158HOOFDSTUK XIV.172HOOFDSTUK XV.184HOOFDSTUK XVI.193HOOFDSTUK XVII.212HOOFDSTUK XVIII.229HOOFDSTUK XIX.242HOOFDSTUK XX.264NABERICHT.274BIJ DEN VIERDEN DRUK.275
ColofonBeschikbaarheidDit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met vrijwel geen beperkingen van welke soort dan ook. U mag het kopiëren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden van de Project Gutenberg Licentie in dit eBoek of on-line opwww.gutenberg.org.Dit eBoek is geproduceerd door het on-line gedistribueerd correctieteam opwww.pgdp.net.MetadataTitel:Willem Roda: Een JongensboekAuteur:Eli Heimans (1861–1914)Infohttps://viaf.org/viaf/4913887/Illustrator:Johan Coenraad Braakensiek (1858–1940)Infohttps://viaf.org/viaf/12577695/Uitgiftedatum:2015-09-20Aanmaakdatum bestand:2024-06-03 19:11:41 UTCTaal:Nederlands (Spelling De Vries-Te Winkel)Oorspronkelijke uitgiftedatum:[1919]Trefwoorden:Boys -- Juvenile fictionDutch -- Australia -- Juvenile fictionProject Gutenberg:50018GitHub:50018-Heimans-Willem-Rodahttps://github.com/GutenbergSource/50018-Heimans-Willem-RodaQR-code:QR-code van Project Gutenberg URLCoderingDit boek is weergegeven in oorspronkelijke schrijfwijze. Afgebroken woorden aan het einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel zijn verbeterd. Deze verbeteringen zijn aangegeven in de colofon aan het einde van dit boek.Documentgeschiedenis2015-09-11 Begonnen.VerbeteringenDe volgende 75 verbeteringen zijn aangebracht in de tekst:BladzijdeBronVerbeteringBewerkingsafstand19overloedovervloed120,68[Niet in bron].126,42,80,184,216,229,273[Niet in bron]”126nootlottigenoodlottige130kijkkijkt133?.135nognoch244omstuimigonstuimig148,[Verwijderd]151[Niet in bron]te360,204,240,244”[Verwijderd]168hijHij181[Niet in bron];184,.197had[Verwijderd]4102onbedwingbreonbedwingbare1104dorenhagendoornhagen2116,118,122,132,139,174,184,206,207,213,226,241,245,252,268[Niet in bron]„1131’tit1137VXI2138CreyburyGreybury1140,142,143éenéén1 / 0159GreybureyGreybury1160Port-SaidPort-Saïd1 / 0168,169sqattersleerlingsquattersleerling1172bushmannbushman1184hotelhôtel1 / 0191gildagilde1195,254,270[Niet in bron],1199?!1199!?1200spoed gerspoediger1200danidan1212terechtwijzigingenterechtwijzingen2218joujouw1218buitelrattenbuidelratten1218kengeroeskengoeroes1223éensééns1 / 0236en enen3243sqatterswoningsquatterswoning1243sqattersquatter1247[Niet in bron]:1251TantamboeTatamboe1259buiteldenbuitelde1262DickyDilly2274maitenantmaintenant1
Dit eBoek is voor kosteloos gebruik door iedereen overal, met vrijwel geen beperkingen van welke soort dan ook. U mag het kopiëren, weggeven of hergebruiken onder de voorwaarden van de Project Gutenberg Licentie in dit eBoek of on-line opwww.gutenberg.org.
Dit eBoek is geproduceerd door het on-line gedistribueerd correctieteam opwww.pgdp.net.
Dit boek is weergegeven in oorspronkelijke schrijfwijze. Afgebroken woorden aan het einde van de regel zijn stilzwijgend hersteld. Kennelijke zetfouten in het origineel zijn verbeterd. Deze verbeteringen zijn aangegeven in de colofon aan het einde van dit boek.
De volgende 75 verbeteringen zijn aangebracht in de tekst: