Chapter 10

Arcus.Arcus, 1) het bekende schietwapen,τόξον, waarvan hier geene verdere verklaring noodig is. Wij geven hierboven twee afbeeldingen van bogen; de onderste wordtarcus sinuatusgeheeten.—2)in de bouwkunde elke uit bouwstoffen vervaardigde boog, meer in het bijzonder eerepoorten en eerebogen. Onder de republiek waren zij meestal slechts tijdelijk, of van gewonen gehouwen of gebakken steen opgetrokken, en werdenfornicesgenoemd; doch onder de keizers werden zij met de meest mogelijke pracht van marmer en beeldhouwwerk als blijvende gedenkteekenen opgericht. Vijf zulke triumfbogen zijn te Rome bewaard gebleven: dearcus Drusi, dea. Titi(zie bovenstaande afbeelding) dea. Septimii Severi. dea. Gallienien dea. Constantini.Boog van Titus.Boog van Titus.Ardea,Ἀρδέα, in Latium, oude hoofdstad der Rutuliërs, sedert 442 romeinsche kolonie, later vervallen.Ardeas, zoon van Odysseus en Circe, stichter van Ardea in Italië; v. a. echter was deze stad door Danaë gesticht.Ardericca,Ἀρδέρικκα, plaats aan den Euphraat, ook eene plaats nabij Susa, waarheen Darius de gevangene Eretriërs overbracht.Ardescus,Ἄρδησκος, onbekende zijrivier van den Ister in europeesch Sarmatië, mythologisch een zoon van Oceanus en Tethys.Ardettus,Ἀρδηττός, heuvel ten Z. O. van Athene, bij het Stadion, waar de heliasten jaarlijks hun eed aflegden.Arduenna silva, in Belgica, thans de Ardennen en de Eifel.Ardys,Ἄρδυς, zoon en opvolger van Gyges, koning van Lydië, 654–617. In het begin van zijn regeering valt de inval der Cimmerii (z. a.). Gedurende de laatste jaren van zijn leven veroverde hij Priēne en voerde hij met kracht oorlog tegen Milētus, zonder dat het hem gelukte die stad in te nemen.Area, in het algemeen eene open ruimte, vooral eene opzettelijk vrijgelaten ruimte, zooals het voorplein vóór een tempel, waar het altaar stond, de voorhof van een huis, en dgl.—Vooral werd de uit leem vastgestampte, soms ook geplaveide dorschvloer,ἁλως, ἀλωή, aldus geheeten. Hij lag nabij de boerderij, in de open lucht, eenigszins hoog ten behoeve eener goede afwatering. Het koren werd uitgetreden door vee of door zware blokken (tribula), waarvoor een trekdier was gespannen, of met knuppels en dorschvlegels uitgedorscht.Arēa,Ἀρεία, 1) z.Aphrodite. De dienst van Aphrodīte Arēa was te Sparta inheemsch, waar zij een tempel met een gewapend beeld had, en werd later naar Corinthe, Cythēra en Cyprus overgebracht.—2)bijnaam van Athēne. Onder dien naam had zij een gewapend beeld in den tempel van Ares. Orestes zou na zijne vrijspraak voor het eerst een altaar voor haar hebben opgericht.Areïthous,Ἀρηίθοος, koning van Arne, geducht strijder, om zijn ijzeren knotsκορυνήτηςbijgenaamd. De arcadische koning Lycurgus doodde hem en ontnam hem zijne wapenen.Arelas, Arelāteof-tum,Ἀρελάτη, thans Arles, stad in Narbonensis, ter weerszijden van den Rhodanus (Rhône) gelegen, met belangrijke overblijfselen uit den rom. tijd, sedert 46 rom. kolonie. Arelas was eene bloeiende koopstad.Aremorica, de kuststreek van Gallia ten N. van denLiger(Loire) en langs den Oceanus Britannicus (het kanaal). De naam wordt afgeleid van het keltischear= aan, bij, enmôr= zee. Bij Plinius is het de oude naam voor Aquitania in engeren zin (z. a.).Arēna, het met zand bestrooide strijdperk in het amphitheater, waar de gevechten van dieren en van zwaardvechters plaats vonden. Bloedvlekken werden telkens onzichtbaar gemaakt door er nieuw zand over te strooien. Overdrachtelijk wordtarenaook gebruikt voor het geheele amphitheater, voor den strijd zelf en ook voor elke soort van wedstrijd en van oefenplaats.Arenācum, Arenatium, Arenatio, stad in het gebied der Batavieren, aan den weg tusschen Castra Vetera (Xanten) en Noviomagus (Nijmegen), misschien het dorp Rindern bij Kleef.Areopagus,Ἄρειος πάγος, heuvel in Athene, waar de oudste en beroemdste rechtbank (ἡ ἐν Ἀρείῳ πάγῳofἐξ Ἀρ. π. βουλή) zitting hield. Deze rechtbank, volgens het meest bekende verhaal samengesteld bij het proces van Orestes en volgens beschikking van de godin Athēna ook voor het vervolg behouden, behandelde onder indrukwekkende formaliteiten de zwaarste misdaden, zooals opzettelijken moord, brandstichting en dgl., waarop doodstraf of verbanning stond. De aangeklaagde had gedurende de vier maanden, die tusschen de aanklacht en het vonnis moesten verloopen, geen toegang tot publieke plaatsen; hij kon zich echter, behalve in geval van vadermoord, vrijwillig in ballingschap begeven. Wanneer over het vonnis de stemmen staakten, volgde vrijspraak, daar Athēna dan verondersteld werd, evenals bij het proces van Orestes, voor vrijspraak gestemd te hebben (calculus Minervae).—Sedert 683 wordt de Areop. jaarlijks aangevuld uit de gewezen archonten, die voldoende verantwoording van hun beheer gegeven hadden en voor hun leven zitting hadden; hij had het toezicht over de geheele staatsregeling en over de wetten, zeden en tucht. Solon maakte hem tot een politiek gerechtshof, waarbij men klachten kon indienen tegen de ambtenaren. Welke bevoegdheden met het toezicht op de wetten verbonden waren, vindt men nergens nauwkeuriger omschreven; ook zijn de gevallen waarin de Areop., hetzij uit eigen beweging, hetzij volgens opdracht van het volk, optrad, van zeer verscheiden aard; overal ziet men echter dat hij, wanneer hij optrad, door het groote vertrouwen, dat hij genoot, grooten invloed kon uitoefenen. Doch met zijne uit den aard der zaak conservatieve gezindheid schijnt dit lichaam de volkomen ontwikkeling der democratie in den weg te hebben gestaan, en omstreeks 462 werd het door Themistocles en Ephialtes, later nog door Pericles, van zijne politieke macht beroofd. Sedert dien tijd is de Areopagus bijna uitsluitend gerechtshof in gevallen van moord en doodslag. In den rom. tijd is het weder het voornaamste regeeringslichaam.Ares van de villa Ludovisi.Ares van de villa Ludovisi.Ares,Ἄρης,Mars, zoon van Zeus en Hera, god van het krijgsgewoel en van bloedige gevechten. In gezelschap van zijne kinderen Deimos en Phobos, van zijne zuster Eris en van de moordgodin Enȳo, begeeft hij zich in den strijd, waar hij zich evenmin bekommert om orde en regelmaat, als om het recht der strijdende partijen. Om zijn onstuimigheid en zijn bloeddorstigen aard is hij zelfs bij Zeus meer dan eenig ander god gehaat. Telkens geraakt hij in strijd met Athēna, de godin van het krijgsbeleid, en telkens moet hij het onderspit delven; zelfs aan stervelingen gelukt het door hare hulp den god te wonden.—De eeredienst van Ares was waarschijnlijk uit Thracië ingevoerd en werd in Griekenland nooit algemeen. De wolf, het paard en de haan waren hem heilig. Zijne beelden vertoonen gewoonlijk eene jeugdige, gespierde gestalte, donkere gelaatstrekken, kleine oogen, wijd geopende neusgaten en kort haar.Arestorides,Ἀρεστορίδης, Argos, de zoon van Arestor.Aretaeus,Ἀρεταῖος, uit Cappadocia, beroemd geneesheer te Rome uit de 2de helft van de 2de eeuw na C.Aretalogus, een persoon, die den kost verdiende door bij feestmalen de dischgenooten te vermaken, vermoedelijk door, als een soort van nar, te zwetsen en te bluffen. Oorspronkelijk is het echter iemand, die op eentonige wijs de deugden en de macht van de een ofandere oostersche godheid verkondigt, of van allerlei wonderen opsnijdt.Aretas, naam van eenige vorsten der Nabataeërs in Arabia Petraea. Een hunner, die zich in de joodsche zaken mengde, werd op bevel van Pompeius door diens quaestor M. Aemilius Scaurus verdreven en in de stad Petra belegerd (64). Een andere Aretas, wiens dochter met Herodes II Antipas gehuwd, doch ter wille van Herodias verstooten was, viel in Judaea ten tijde van Tiberius. Diens overlijden (37 n. C.) verhinderde het uitbarsten van een oorlog. Toen Paulus uit Damascus ontsnapte, stond de stad onder het bevel van den stadhouder (ἐθνάρχης) van Aretas.Arēte,Ἀρήτη, 1) gemalin van Alcinoüs. Zoowel Odysseus als Medēa werden door haar gastvrij ontvangen en in bescherming genomen.—2)dochter van Aristippus, den stichter der cyrenaïsche school; zij beoefende zelve ijverig de wijsbegeerte en onderrichtte haar zoon daarin.—3)dochter van Dionysius I van Syracuse, gehuwd met Dio, en gedurende zijne afwezigheid aan Democrates tot vrouw gegeven. Na zijne terugkomst nam Dio haar weder tot zich, en nadat hij vermoord was, werd zij eerst gevangen gehouden en toen in zee geworpen.Aretho,Ἄραιθος, Ἄρατθος=Arachthus, rivier in Epīrus.Arethūsa,Ἀρέθουσα, 1) bron op Ortygia (z.Alpheus).—2)bron in Elis.—3)bron op Ithaca.—4)bron op Euboea.—5)bron bij Thebae.—6)stad in Syrië aan den Orontes.Areus,Ἀρεύς, koning van Sparta (310–265). Met Ptolemaeus II verbonden, voerde hij oorlog tegen de Aetoliërs, maar leed bij Cirrha een volkomen nederlaag. In 272 sloeg hij den aanval van Pyrrhus op Sparta af, ook verleende hij hulp aan Argos tegen hem. Hij sneuvelde in den Chremonideïschen oorlog in een gevecht bij Corinthe.Arevacien-cae, machtige en dappere volksstam in Hispania Tarraconensis, tot wier gebied de stad Numantia aan den Boven-Durius (Douro) behoorde.Ἀργαδεῖς, naam van de laatste der vier oude attische phylae, naar Argades, een zoon van Ion.Argaeus,Ἀργαῖος, 1) koning van Macedonië, zoon van Perdiccas I.—2)koning van Macedonië, die in 393 aan Amyntas III de regeering ontnam en deze twee jaar behield.—3)zoon van Ptolemaeus Lagi, werd door zijn broeder Ptolemaeus Philadelphus gedood.Argaeus mons,Ἀργαῖον ὄρος, sneeuwgebergte in het midden van Cappadocia.Arganthonius,Ἀργανθώνιος, koning van Tartessus in Hispania, die 120 jaar leefde, waarvan hij 80 jaar regeerde. Zeelieden uit Phocaea, die omstreeks 550 bij hem kwamen, werden zeer goed door hem ontvangen, zelfs trachtte hij hen te overreden met al hunne landgenooten in zijn rijk te komen wonen.Arganthonius mons,Ἀργανθώνιον ὄρος, berg in Bithynia, op eene landtong, die tusschen twee golven in de Propontis (zee van Marmara) vooruitspringt. In de nabijheid zou Hylas door de nimfen geroofd zijn.Argēa,Ἀργεία, 1) dochter van Adrastus, gehuwd met Polynīces.—2)zuster van Theras, gehuwd met Aristodēmus no. 1.Argēi, naam van 27 offerplaatsen te Rome, volgens de overlevering door Numa gewijd, waar, naar het schijnt, door of vanwege de pontifices op zekere tijden offers werden gebracht. Ook verstaat men onderArgeiaangekleede poppen, opgevuld met stroo of met biezen, die ten getale van 27 op 15 Mei van de houten paalbrug (pons sublicius) in den Tiber werden geworpen, ten overstaan van de pontifices, de vestaalsche maagden en den praetor urbanus. Men gelooft vrij algemeen hier te doen te hebben met een zoenoffer aan de rivier, oorspronkelijk waarschijnlijk een menschenoffer. Argei zijn namelijk oorspronkelijk Grieken, die als landsvijanden jaarlijks sedert de 2de helft der 3de eeuw volgens de aanwijzing der Sibyllijnsche boekenGraeco ritugedood werden; men vergelijke het herhaaldelijk dooden van een Gallus en eene Galla, eveneens volgens aanwijzing dier boeken. Spoedig echter zijn deze bloedige offers door het afwerpen van stroopoppen (simulacra hominum scirpea) vervangen. Bij senaatsbesluit van het jaar 97 werd elk menschenoffer verboden.Argentarius.De werkkring derargentariiwas tamelijk veelzijdig. Zij bezorgden geld- en handelszaken voor anderen, belastten zich met koop en verkoop en vervulden alzoo de rol van makelaars, van wisselaars en van bankiers. In deze laatste hoedanigheid gaven zij ook wissels af op andere plaatsen, namen geld voor anderen in ontvangst en deden op last hunner lastgevers uitbetalingen. De uitdrukkingper mensam solverebeteekent dus: eene aanwijzing op zijn bankier geven. Hunne zaken deden zij meest in detabernae argentariae veteresennovaeaan het forum, die door den staat gebouwd en aan hen verhuurd werden.Argentorātum, rom. municipium aan den Rijn in het land der Triboci, met groote wapenfabrieken, thans Straatsburg. In de nabijheid van deze stad versloeg Juliānus als Caesar (onderkeizer) in 357 n. C. de Alamannen, die in denElzasgevallen waren, en een groot gedeelte van Gallië plunderden.Arges,Ἄργης, een cycloop.Argi, oorspronkelijke latijnsche naam voor de stadArgos.Ἀργίας γραφή, aanklacht, die men oorspronkelijk bij den Areopagus, later bij denἄρχων ἐπώνυμοςkon indienen tegen iemand, die geen beroep uitoefende en daardoor zijn nabestaanden tot last was. Dit werd eerst met eene boete, bij herhaling met atimie gestraft.Argilētum, eene buurt in Rome, tusschen den mons Quirinālis en het forum. In deze buurt waren vooral boekwinkels en winkels van handwerksnijverheid. De naam wordt zoowel afgeleid vanargilla(dus zooveel alskleibuurt), als verklaard door den dood van Evander, die hier zou vermoord zijn.Argilus, stad op de macedonische kust aan de golf van den Strymon, kolonie van Andrus.Arginūsae,Ἀργινοῦσσαι, groep van drie eilandjes tusschen Lesbus en de kust van Aeolis. Hier behaalde de atheensche vloot in den peloponnesischen oorlog hare laatste overwinning op de Spartanen (406); doch niettemin werden de atheensche veldheeren te Athene ter dood gebracht, omdat zij verzuimd hadden de drenkelingen op te visschen.Argiphontes,Ἀργειφόντης, Argusdooder, bijnaam van Hermes.Argippaei,Ἀργιππαῖοι, stompneuzige en kaalhoofdige nomadenstam in Sarmatia. Het is waarschijnlijk een turksch volk, dat ten Z. van het Altaïgebergte woonde. De oost-aziatische handelsweg naar den Pontus liep door hun land.Argissa,Ἄργισσα, stad in Pelasgiōtis in Thessalia, later Argūra genaamd.Argīva,Ἀργεία, bijnaam van Hera.Argīvi,Ἀργεῖοι, zieArgos.Argo,Ἀργώ, het schip, waarmede Iāson en zijne metgezellen (de Argonauten) naar Aea voeren. Het was gebouwd van hout dat op den Pelion gegroeid was, en werd door vijftig roeiers in beweging gebracht. Athēna zelve hielp bij het bouwen en voegde er een stuk van den sprekenden eik van Dodōna in. Bij zijne terugkomst wijdde Iason het schip op de landengte van Corinthe aan Poseidon, later werd het onder de sterren geplaatst.Argolis,Ἀργολίς, oude en door de Romeinen op nieuw in zwang gebrachte naam van het landschap Argos in de Peloponnēsus (zieArgos).Argonautae,Ἀργοναῦται, Iāson en zijne metgezellen, die met het schip Argo naar Aea voeren, om het gouden vlies terug te halen, dat daar door Phrixus in een woud van Ares was opgehangen. Ofschoon de sage van den Argonautentocht bij de Minyers ontstaan is, was hare groote vermaardheid oorzaak, dat in verloop van tijd de meeste helden die in dien tijd geleefd konden hebben, ook uit andere grieksche stammen, onder de vijftig deelnemers aan den tocht geteld werden, o.a. Heracles, Castor en Polydeuces, Peleus, Theseus, Tydeus, Meleager, Orpheus. De Argonauten stonden onder de bizondere bescherming van Hera en Athēna; zij bereikten dan ook hun doel, in weerwil van vele gevaren en avonturen. De heenreis gaat van Iolcus over Lemnus, door den Hellespont, langs Cyzicus, door de Symplegadische rotsen en verder langs de kust van de Zwarte zee; op de terugreis werd v. s. dezelfde weg genomen; doch volgens de meeste verhalen werd het schip door storm op een verkeerden weg gedreven en kwamen de reizigers eerst na lange omzwervingen in Iolcus terug. Er is dan ook bijna geen land, of de Argonauten zijn er volgens een of ander verhaal geweest, zelfs zouden zij in twaalf dagen door de libysche woestijn getrokken zijn, terwijl zij het schip Argo op hunne schouders droegen; ook bezochten zij Circe, voeren voorbij de Sirenen, Scylla en Charybdis, enz.—Men gelooft dat de sage van den Argonautentocht, die zeer oud is, herinneringen bevat aan de vroegste zeetochten, die door de Minyers, een zeevarend volk, ten behoeve van handel en kolonisatie werden ondernomen.Argos,τὸ Ἄργος. De naam beteekent volgens Strabo vlakte en wordt dus bij meer dan ééne plaats gevonden. Het homerischeπελασγικὸν Ἄργοςis de vlakte bij Larissa aan den Penēus in Thessalia, en in ruimeren zin ook wel het geheele thessalische vlakland.Τὸ Ἀχαιικὸν Ἄργοςbij Homērus is òf de stad Argos in de Peloponnēsus, de woonplaats van Diomēdes, òf het landschap Argos, ook wel Argolis geheeten, òf ook wel de geheele Peloponnēsus, evenals de naamArgīvibij de dichters nu eens voor de Argoliërs, dan weder voor de gezamenlijke Grieken wordt gebezigd, omdat hun aanvoerder in den trojaanschen krijg, Agamemnon, koning te Mycēnae in Argos was.Het landschap Argoswas het oostelijkste van de Peloponnesus. Het was bergachtig en niet zeer vruchtbaar, omdat het arm was aan water. De vlakte, waarin de steden Argos, Mycenae en Tiryns lagen, was vruchtbaarder en geschikt voor paardenfokkerij,ἱππόβοτον Ἄργοςbij Homerus. Ook Argos werd, evenals Messēne en Laconica, door de Doriërs veroverd, doch dezen waren hier minder sterk, zoodat de oud-achaeische elementen minder onderdrukt werden en de regeering minder aristocratisch werd dan te Sparta. In Argos behooren de mythen te huis van de Danaïden, van Danaë en Perseus, van Heracles, van de gruwelen der Atridenfamilie.De stad Argoslag aan het riviertje den Inachus, op een steilen heuvel lag de burg Larissa. Na den trojaanschen oorlog was nu eens Argos, dan weder Mycenae de zetel van het bestuur, de Doriërs maakten Argos voor goed tot hoofdstad. Aan den perzischen oorlog kon Argos geen deel nemen, ten gevolge eener vreeselijke nederlaag, die het kort te voren van de Spartanen had ondergaan bij Tiryns. De beroemde beeldhouwer Polyclētus was te Argos (of te Sicyon) geboren. In den tempel van Hera, tusschen Argos en Mycenae gelegen, stond het beroemde, door hem gemaakte beeld der godin.—Ook in het landschap Amphilochia tusschen Aetolia en Epīrus lag eene stadArgos, ter onderscheidingAmphilochicumgeheeten.—Nog een ander Argos,Hippiumbijgenaamd, zou na den trojaanschen oorlog in Apulia gesticht zijn en uitἌργος ἵππιονzou dan de naamArpizijn ontstaan.Argūra,Ἄργουρα=Argissa.Argus,Ἄργος, 1) zoon van Zeus en Niobe, volgde zijn grootvader Phorōneus als koning van Argos op.—2)zoon van Agēnor, Arestor of Inachus, wiens geheele lichaam met oogen bezaaid was (πανόπτης). Toen Io in eene koe veranderd was, plaatste Hera hem als wachter bij haar, maar Hermes deed hem door zijn fluitspel inslapen en doodde hem daarna. Zijne oogen plaatste Hera daarna inden staart van den pauw.—3)zoon van Phrixus en Chalciope. Hij keerde uit Aea naar Orchomenus terug en bouwde voor Iāson de Argo. V. a. leed hij met zijne broeders schipbreuk bij het eiland Aretias, waar de Argonauten hen later vonden en medenamen naar Aea.Argyraspides,Ἀργυράσπιδες, eene keurbende van zware infanterie in het macedonische leger, zoo genoemd naar hunne met zilver beslagen schilden. Na Alexanders tocht door Indië werd dit corps opgericht of v. a. werden alle overblijfsels zijner oude grieksche troepen toen erin opgenomen. Later werden zij door Polyperchon onder bevel van Eumenes geplaatst, zij kwamen in opstand en verrieden hun veldheer aan Antigonus, die weldra het corps wegens zijne aanmatigingen ontbond.—Ook de lijfwacht der Syrische koningen bestond uit Argyraspides.Argyripa, oude naam voor de stad Arpi in Apulia.Arīa,Ἄρεια, eene der oostelijke provinciën van het perzische rijk, een vruchtbaar bergland, waardoor de Arīus, die bij Herodotus Aces,Ἄκης, heet, stroomde. De bewoners heettenArii,Ἄρειοι, welke naam niets te maken heeft met den naam Ariërs, waarmede de Indo-Germanen worden aangeduid. De hoofdstad was Artacoana. Op hare plaats of in de nabijheid er van werd later een Alexandria gesticht,Ἀρείωνbijgenaamd, thans Herât.Ariadne,Ἀριάδνη, dochter van Minos en Pasiphaë. Zij vluchtte met Theseus uit Creta, nadat zij hem door een kluwen touw in staat gesteld had zijn weg in het labyrinth te vinden en den Minotaurus te dooden. Terwijl zij op het eiland Naxus ingeslapen was, liet Theseus haar achter en vervolgde alleen de reis naar Athene. Toen zij ontwaakte en zag wat er gebeurd was, wilde zij zich in zee storten, maar juist op dat oogenblik landde Dionȳsus, van zijn tocht naar Indië terugkeerend, op Naxus en, door hare schoonheid getroffen, nam hij haar tot zijne bruid. Sedert dien tijd vergezelde zij den god altijd, en nam zij, op een panther of een olifant zittende, de eerste plaats onder zijn gevolg in. Haar bruidskrans werd onder de sterren opgenomen en v. s. kreeg zij zelve een plaats op den Olympus.—V. a. was zij op Naxus door Artemis gedood, of had Dionysus Theseus bewogen haar te verlaten. Bij vele feesten van Dionysus werd ook Ariadne vereerd. Z. afbeelding.Ariadne van het Vaticaan.Ariadne van het Vaticaan.Ariaeus,Ἀριαῖος, voerde in den slag bij Cunaxa het bevel over den linkervleugel van Cyrus’ leger. Na diens dood ging hij tot Artaxerxes over, en gedeeltelijk door zijn toedoen vielen de grieksche strategen, die onder Cyrus gediend hadden, in de handen van Tissaphernes.Ariāna. Deze naam, waaronder men het oostelijk gedeelte van het perzische rijk verstaat, was aan de oude Grieken onbekend. Door bergranden van Armenia en van de Euphraat-Tigrislanden gescheiden, strekt Ariana zich uit tot aan den Indus, en omvat dus ongeveer het tegenw. Irân, Afghanistân en Beludchistân. De scherpe afwisseling van gloeiende zomerhitte met felle winterkoude en het gebrek aan water maakten, dat het land schaars bevolkt was. Behalve nomadenstammen van elders, was de bevolking arisch. Behalve Media en Persis, die niet altijd onder Ariana begrepen worden, maar toch door hunne ligging er toe behooren, omvat Ar. de landstreken Carmania, Gedrosia, Arachosia, Drangiāne, Arīa, het Paropanisadenland, Bactrīane, Sogdiāne, Parthyaea, Hyrcania.Ariarāthes,Ἀριαράθης, cappadocische koningsnaam. Ariarathes I werd in 322 door Perdiccas, den rijksbestuurder na Alexander den Grooten, verslagen en ter dood gebracht. Zijn zoon, Ar. II, herwon het vaderlijk gebied (302). Ar. IV hielp zijn schoonvader Antiochus III van Syria in den oorlog tegen de Romeinen, doch sloot later met hen een verbond van vriendschap (188). Ar. V had zijne opvoeding te Rome ontvangen. Bij den dood zijns vaders (162) betwistte een ondergeschoven zoon van dezen, Holophernes, hem met syrische hulp het rijk, zoodat hij naar Rome moest vluchten, waar men eene verdeeling tot stand bracht. Later hielp hij de Romeinen in den oorlog tegen Aristonīcus van Pergamus, waarbij hij sneuvelde (130). Onder de volgende Ariarathessen maakte Mithradātes van Pontus zich van Cappadocia meester en zette er zijn eigen zoon Ariarathes op den troon, terwijl de Romeinen Ariobarzanes I tot koning aanstelden (95). Eenlatere Ariarathes, zoon van Ariobarzanes III, werd door den drieman M. Antonius afgezet (zieArchelaüsno.7).Ariaspae,Ἀριάσπαι, ruitervolk in Drangiāne. Zij zijn ook bekend om hun korenbouw, en hadden hun land vruchtbaar gemaakt door talrijke bevloeiïngen.Aricia,Ἀρικία, zeer oude stad van Latium aan den appischen weg, ten Z. van denAlbanus lacus, sedert 338civitas sine suffragio, vervolgens een bloeiend municipium. In de buurt vond men denlacus Nemorensis(tgw. Lago di Nemi), aan welks oever een Diāna-tempel stond. Hiernaar werd het meer ookspeculum Dianaegenoemd. De priester van dezen tempel, met den titelrex Nemorensis, was in later tijd een weggeloopen slaaf, die zijn ambt zoolang bekleedde, tot er een sterkere kwam, die hem in een gevecht overwon. DeDiana Aricinais eene in Latium inheemsche godin, die de vrouwen in verschillende omstandigheden haars levens steunt.Aries, stormram of muurbreker, bestaande uit een zwaren balk, van voren met een zwaren metalen ramskop voorzien. Hij hing op de wijze van een schommel aan touwen of kettingen, werd dan achteruitgetrokken en losgelaten, zoodat hij met kracht tegen den vijandelijken muur beukte. Om de kracht te vermeerderen, waren dearietesgeweldig zwaar en soms aan het achtereinde nog van zware gewichten voorzien, zoodat er dikwijls 1500 manschappen noodig waren om ze te bedienen. Bij het beleg van Carthago gebruikte Scipio twee rammen voor welks bediening hij 6000 man noodig had. De gewone lengte van den balk was 80 tot 100 voet. Flavius Josephus beschrijft een stormram, waarvan de kop eene dikte van tien mannen en elk der beide horens eene mansdikte had. Deariesstond, ter beveiliging der manschappen onder een sterk schutdak,testudo arietaria. Wilde de belegerde stad voorwaarden van overgave bedingen, dan moest zij dit doen, voordat de stormram de muren had aangeraakt.Arima,τὰ Ἄριμα, een berg ergens in Klein-Azië, waaronder de reus Typhoëus bedolven lag. De bewoners heettenArimi. De woordenεἰν Ἀρίμοιςals één woord gelezen, hebben aanleiding gegeven tot de meening, dat het eiland Inarime of Aenaria in de golf van Napels was bedoeld.Arimaspi,Ἀριμασποί, fabelachtig volk in het verre Noordoosten van Europa of in Libye. De Grieken stellen hen voor als eenoogige menschen, die om het goud in hun bergen een eeuwigen strijd met de griffioenen voeren. Sommigen zien hierin een dichterlijke inkleeding van geruchten aangaande den mijnbouw in den Oeral.Ariminum,Ἀρίμινον, bloeiende zeestad in Umbria, door de via Flaminia met Rome, en door de via Aemilia met Cisalpīna verbonden. Een tijd lang was het in bezit der senonische Galliërs, doch na hunne verdrijving keerde de umbrische bevolking terug en werd de plaats in 268 rom. kolonie. Thans Rimini.Ariobarzanes,Ἀριοβαρζάνης, veldheer van den perzischen koning Darīus III Codomannus, die nog eene laatste vruchtelooze poging deed om den voortgang der Macedoniërs te stuiten; hij werd, nadat hij zich had overgegeven, door Alexander eervol behandeld.—Ook werd deze naam gedragen door een drietal koningen van Cappadocia. Ar. I werd in 95 door de Romeinen als koning aangesteld, doch meermalen door Mithradātes van Pontus verdreven. Als spotnaam noemde men hem Philoromaeus of Romeinenvriend. Hij werd in 63 opgevolgd door zijn zoon Ar. II, en deze in 51 door Ar. III, die in den burgeroorlog eerst de partij van Pompeius, maar later die van Caesar koos, en in 43 door Cassius werd omgebracht.Arīon, 1)Ἀρίων, van Methymna, beroemd dichter, zanger en citherspeler, die het eerst bij de Dionȳsusfeesten den dithyrambus door koren liet voordragen. Hij leefde langen tijd aan het hof van Periander van Corinthe, bij wien hij in hooge gunst stond. Toen hij van eene reis door Italië en Sicilië naar Corinthe terugvoer, besloten de matrozen, begeerig naar de schatten die hij bij zich had, hem te dooden. Op zijn verzoek werd hem toegestaan voor zijn dood een lied te zingen; hij trad naar den voorsteven, van waar hij zich bij het einde van zijn gezang in zee stortte. Maar een van de dolfijnen, die door de heerlijke muziek aangelokt waren, nam hem op den rug en bracht hem behouden naar Taenarum, van waar hij zijne reis naar Corinthe voortzette. Kort daarna kwam ook het schip te Corinthe aan en Periander, reeds van het gebeurde op de hoogte, liet de matrozen gevangen nemen en voor zich brengen. Eerst loochenden zij alle schuld en beweerden dat Arion te Tarente gebleven was, maar toen deze plotseling zelf verscheen, bekenden zij alles, waarop Periander hen liet ter dood brengen. Op kaap Taenarum stond eeuwen lang een bronzen beeld van Arion, op een dolfijn zittende. De lier en de dolfijn werden onder de sterren geplaatst.—2)Ἀρείων, het bliksemsnelle, met spraak begaafde paard van Adrastus, door Poseidon bij Demēter verwekt.Ariovistus, germaansch aanvoerder, die in 71 met 15000 Germanen den Rijn overtrok, om in Gallia de Arverners en Sequaners tegen de Aeduers te ondersteunen. Hij versloeg eerst zijne vijanden en onderwierp toen zijne bondgenooten. De rom. senaat verleende hem den titel van vriend en bondgenoot. Toen echter in 58 de onderdrukte gallische volken Caesars hulp hadden ingeroepen en Ariovistus Caesars eischen afwees, bracht Caesar hem in den Boven-Elzass eene zóó afdoende nederlaag toe, dat Ariovistus over den Rijn naar Germania terugvluchtte.Ariphron,Ἀρίφρων, van Sicyon, dithyrambendichter uit de vierde eeuw.Arisbe,Ἀρίσβη, 1) dochter van Merops, echtgenoote van Priamus, moeder van Aesacus.—2)trojaansche stad nabij Abȳdus, waarbij Alexander na den overtocht van den Hellespont zijn leger opsloeg.—3)stad op Lesbus,ten Z. van Methymna, die door eene aardbeving verwoest werd.Aristaenetus,Ἀρισταίνετος, van Nicaea in Bithynië, grammaticus en rhetor, verloor het leven bij eene aardbeving te Nicomedēa (358 na C.). De vijftig brieven vol avontuurlijke liefdesgeschiedenissen, die zijn naam dragen, zijn van veel lateren tijd.Aristaeus,Ἀρισταῖος, zoon van Uranus en Ge of van Apollo en Cyrēne, een god der oudste Grieken, wiens wezen later met dat van Zeus en Apollo samensmolt. Hij was de beschermer van den landbouw, van de kudden (Νόμιος), de jacht (Ἀγρεύς), de bijen (Μελισσεύς), enz. Hij werd vooral in Thessalië, in Cyrēne en op het eiland Ceos vereerd.Aristagoras,Ἀρισταγόρας, volgde zijn schoonvader Histiaeus als tyran van Milētus op, toen deze naar Susa aan het hof van Darīus geroepen was. Op verzoek van eenige ballingen uit Naxus, bewoog hij Artaphernes, en door diens tusschenkomst Darius, eene vloot uit te zenden om dat eiland te veroveren en de ballingen terug te brengen; de onderneming mislukte echter, daar de perzische admiraal met Aristagoras twist kreeg en de Naxiërs waarschuwde. Uit vrees voor de ontevredenheid van Darius en aangespoord door een bode van zijn schoonvader, bewerkte Arist. nu een opstand van de ionische steden, die omstreeks 500 uitbrak en waarbij de Ioniërs door de Atheners en Eretriërs met schepen ondersteund werden. Hoewel aanvankelijk voorspoedig, werden de Grieken weldra weder door de Perzen bedwongen en Arist., het ergste vreezende, verliet met anderen Milētus om te Myrcīnus in Thracië eene volksplanting te stichten; reeds het volgende jaar sneuvelde hij echter in een gevecht tegen de thracische Edōni.Aristarchus,Ἀρίσταρχος, 1) van Athene, een van de hevigste oligarchen ten tijde van de regeering der vierhonderd (411), die met anderen van pogingen tot verraad verdacht werd. Toen de democratie hersteld werd, vluchtte hij en maakte hij op de vlucht van zijne betrekking als strateeg gebruik om Oenoë aan de Boeotiërs over te geven.—2)van Tegea, treurspeldichter, tijdgenoot van Euripides.—3)van Samus, alexandrijnsch wis- en sterrenkundige omstreeks 280. Hij leerde dat de aarde zich om de zon en om haar eigen as beweegt. Een werk van hem over de grootte en de afstanden van zon en maan is bewaard gebleven.—4)van Samothrāce, de beroemdste taalkundige der oudheid, onderwijzer van een zoon van Ptolemaeus Philomētor (Ptolemaeusno. 10). Door Ptolemaeus Physcon (z.Ptolemaeusno. 11) vervolgd, ging hij naar Cyprus, waar hij, 72 jaar oud, stierf (± 144). Van de vele oudere grieksche dichters, die hij grammatisch en critisch behandelde, besteedde hij de meeste zorg aan Homērus, wiens werken hij met verbeterden tekst en met voortreffelijke verklaringen uitgaf. In de scholiën op Homerus vindt men eenige overblijfsels van zijn werk.Aristeas,Ἀριστέας, 1) van Proconnēsus, schreef een gedicht over de Arimaspen, vol fabelen. Men verhaalde van hem, dat hij van tijd tot tijd van de aarde verdween en na een lang tijdsverloop weder verscheen. Te Metapontum had hij den dienst van Apollo ingevoerd.—2)een andere Ar. werd door Ptolemaeus Philadelphus naar Jeruzalem gezonden, om de zeventig vertalers van het Oude Testament te halen. Dit verhaal staat te lezen in een brief, die uit de eerste helft der 1steeeuw v. C. dateert.Aristīdes,Ἀριστείδης, 1) Athener, zoon van Lysimachus, geb. omstreeks 540, bijgenaamd de Rechtvaardige. Hij werkte mede aan de hervormingen van Clisthenes, en streed bij Marathon. Na de daar behaalde overwinning was hij archont. Als voorstander eener meer behoudende politiek verzette hij zich tegen de voorstellen van Themistocles, vooral tegen die betreffende de uitbreiding der zeemacht, en zoo scherp stonden de beide tegenstanders tegenover elkander, dat in 482 het ostracismus toegepast moest worden, en Ar. voor tien jaar verbannen werd. In den slag bij Salamis vervoegde hij zich echter weder bij de atheensche vloot en na de overwinning werd hij uit zijne ballingschap teruggeroepen. Bij Plataeae voerde hij de Atheners aan en later voerde hij het bevel over de vloot. Zijn gedrag was mede oorzaak, dat de hegemonie door de Grieken aan de Atheners aangeboden werd. Zoo algemeen was het vertrouwen dat hij genoot, dat hem de inrichting van de nieuwe symmachie werd opgedragen; hij bepaalde hoeveel ieder voor de vloot moest bijdragen en maakte Delus tot bewaarplaats van de bondskas. De groote gebeurtenissen van zijn tijd hadden hem ook in de binnenlandsche politiek van inzicht doen veranderen, en ook onder zijne medewerking werden de burgerlijke rechten, benoembaarheid tot verschillende ambten, enz., aan een grooter deel der bevolking gegeven. Hij stierf in 467 zeer arm; de staat bekostigde zijne begrafenis, zorgde voor zijn zoon en gaf aan zijne dochters een huwelijksgift.—2)van Thebae, beroemd schilder uit den tijd van Alexander d. G.; hij muntte vooral uit in groote en uitvoerige stukken, die veldslagen of veroveringen voorstelden.—3)van Milētus, in de voorlaatste en laatste eeuw v. C., schrijver vanΜιλησιακά,fabulae Milesiae, romantische verhalen uit het leven te Miletus. Het werk was bij de Romeinen zeer gezocht, Sisenna (Corneliino. 56) leverde eene latijnsche vertaling ervan. Slechts weinige fragmenten zijn overgebleven.—3)grieksch redenaar, zieAelius Aristides(Aeliino. 10).Aristion,Ἀριστίων, een epicureïsch wijsgeer, die zich met behulp van Archelāus no. 4 tot tyran van Athene opwierp; toen Sulla de stad veroverd had, liet deze hem ter dood brengen (86).Aristippus,Ἀρίστιππος, 1) van Cyrēne, geb. omstreeks 435, werd in 416 door zijn vader naar Athene gezonden om het onderwijsvan Socrates te genieten; na diens dood trad hij eerst te Aegina, later aan het hof van den jongeren Dionysius, vervolgens ook in verscheiden andere steden, o. a. in zijn vaderstad en te Athene als leeraar op. Hij stierf op hoogen leeftijd, misschien op het eiland Lipara. De leer van Aristippus, die de cyrenaeïsche of hedonische genoemd wordt, noemde als hoogste goed het genot, mits men zich niet erdoor liet beheerschen (τὸ κρατεῖν καὶ μὴ ἡττᾶσθαι ἡδονῆς). Verstand en geestbeschaving stellen den mensch daartoe in staat. Genot is eene zachte beweging, die men met bewustheid ondergaat.—Aristippus was de eenige onder de leerlingen van Socrates, die zich voor zijn onderwijs liet betalen, vandaar dat hij soms sophist genoemd wordt.—2)kleinzoon van den vorigen, door zijne moeder Arēte in de wijsbegeerte van zijn grootvader onderwezen (μητροδίδακτος).AristiusFuscus, rom. tooneeldichter en taalgeleerde, vriend van den dichter Horatius.Aristobūlus,Ἀριστόβουλος, 1) tochtgenoot van Alexander d. Gr., stelde diens daden te boek; zijn werk was een van de voornaamste bronnen waaruit Arriānus geput heeft.—2)joodsch peripatetisch wijsgeer (± 150), die in verscheiden werken trachtte aan te toonen, dat de grieksche philosophie aan joodsche e. a. oostersche bronnen ontleend was.—3)zoon van den joodschen vorst-hoogepriester Alexander Jannaeus, leefde sedert den dood zijner moeder (69) in oorlog met zijn broeder Hyrcānus, die door Aretas, koning der Nabataeërs, werd ondersteund. Aristobulus riep de hulp in van Pompeius (64); doch toen hij dezen zocht te misleiden, werd hij zelf gevangen genomen en Hyrcanus op den troon geplaatst. Later ontkwam Aristobulus wel, doch hij werd opnieuw gevangen, en toen eindelijk Caesar hem in vrijheid had gesteld en hem troepen had gegeven om Judaea te vermeesteren (49), werd Ar. door zijne vijanden door vergif uit den weg geruimd.Aristocrates,Ἀριστοκράτης, 1) koning van Arcadië, die in den tweeden messenischen oorlog de Messeniërs helpen zoude, maar zich door de Spartanen liet omkoopen om hen te verraden. Als verrader werd hij door de Arcadiërs gesteenigd, waarna zij de koninklijke waardigheid afschaften (668).—2)Athener, een van de admiraals die den slag bij de Arginūsen wonnen en ter dood veroordeeld werden (406). Vroeger had hij tot de 400 behoord.—3)Spartaan, schrijver vanΛακωνικά, phantastische verhalen. Hij leefde waarschijnlijk in de 1steeeuw v. C.Aristodēmus,Ἀριστόδημος, 1) een Heraclide, vader van Eurysthenes en Procles, die bij den terugtocht naar de Peloponnēsus te Naupactus door den bliksem gedood werd. De Lacedaemoniërs verhaalden echter dat hij nog in Lacedaemon geregeerd had en dat zijne beide zonen in Lacedaemon geboren waren.—2)de held van den eersten messenischen oorlog, die ingevolge een orakel zijne dochter voor het vaderland opofferde. Later werd hij tot koning verkozen en voerde hij den oorlog langen tijd met groote dapperheid; toen echter de verdere verdediging hopeloos was, beroofde hij zich bij het graf zijner dochter van het leven (724).—3)tyran van Cumae in Campanië, erfgenaam van Tarquinius Superbus, die zijne laatste levensjaren bij hem doorbracht.—4)de eenige Spartaan die bij de Thermopylae niet sneuvelde; in Sparta werd hij daarom als een lafaard geschuwd, later sneuvelde hij echter roemrijk bij Plataeae.Aristogīton,Ἀριστογείτων, 1) z.Harmodius.—2)atheensch redenaar, bijgenaamdκύων, tegenstander van Demosthenes, Dinarchus, Lycurgus en Hyperīdes.Ἄριστοι, een van de namen, waarmede de edele geslachten in aristocratische republieken zich noemden. De naam berust op vooronderstelde voortreffelijkheid in deugd, beschaving, krijgskunst, enz.Aristomachus,Ἀριστόμαχος, zoon van Cleodaeus, achterkleinzoon van Heracles. Steunende op een orakel, deed hij eene poging om de Peloponnēsus te heroveren, maar daar hij het orakel verkeerd uitgelegd had, mislukte de onderneming en hijzelf sneuvelde door de hand van Tisamenus.Aristomenes,Ἀριστομένης, 1) Messeniër, die zijne landgenooten tot een opstand tegen Sparta aanspoorde (684), waarvan de tweede messenische oorlog het gevolg was. De koninklijke waardigheid, die hem wegens zijne uitmuntende dapperheid werd aangeboden, wees hij af; toch was hij de ziel van den oorlog en bracht hij de vijanden meer dan eens in het nauw. Meermalen geraakte hij in het grootste levensgevaar, driemaal viel hij in handen der Spartanen, maar telkens ontkwam hij den dood op wonderdadige wijze, zelfs toen hij reeds te Sparta in den Caeadas geworpen was. Toen met den val der vesting dra de oorlog ten nadeele der Messeniërs eindigde, ging Arist. naar Ialysus, waar hij na zijn dood als heros vereerd werd.—2)atheensch blijspeldichter, tijdgenoot van Aristophanes.—3)Acarnaniër, die onder Ptolemaeus Epiphanes minister was en Aegypte verstandig bestuurde (202–192); aanvankelijk zeer door den koning bemind, werd hij, toen zijne vrijmoedigheid dezen lastig begon te worden, vergiftigd.Ἄριστον, ontbijt, werd in de oudste tijden vroeg in den morgen, later tegen den middag gebruikt (=prandium). Wat men ’s morgens vroeg nuttigde, heetteἀκράτισμαofἄριστον πρωινόνof ook wel alleenἄριστον.Ariston,Ἀρίστων, 1) van Chius, stoicijnsch wijsgeer omstreeks 275. Ofschoon hij een leerling van Zeno was, liet hij een groot deel van diens leer als nutteloos vallen; volgens hem bestaat er niets tusschen deugd en ondeugd; de deugd is het hoogste goed, al het andere is den wijze onverschillig. Om hem van zijn naamgenoot te onderscheiden wordt hij somsΣειρήνofΦάλανθοςbijgenaamd.—2)van Ceus, volgde omstreeks 226 zijn leermeester Lyco als hoofd der peripatetische school op.Aristonīcus,Ἀριστόνικος, 1) atheenschredenaar, aanhanger van Demosthenes, werd in 322 door Antipatrus gedood.—2)tyran van Methymna op Lesbus, door Alexander den Gr. gevangen genomen en aan de verbitterde Methymnaeërs uitgeleverd, die hem den marteldood deden ondergaan.—3)natuurlijke zoon van Eumenes II van Pergamus. Toen zijn broeder Attalus III in 133 zijn rijk aan de Romeinen naliet, beproefde Aristonicus zich met de wapenen tegen de uitvoering van het testament te verzetten, doch hij werd ten slotte door M. Perperna overwonnen, in zegepraal door Rome gevoerd en vervolgens in de gevangenis gewurgd.—4)alexandrijnsch taalgeleerde, tijdgenoot van Cicero, die zich vooral met de studie van Homērus bezig hield.Aristophanes,Ἀριστοφάνης, 1) de grootste der atheensche blijspeldichters, waarschijnlijk geb. in 444, gest. in 385. Over zijn leven is weinig bekend. In zijne stukken, die zich bijna alle op politiek gebied bewegen, kiest hij zeer beslist partij tegen het rustelooze drijven van de oorlogspartij en tegen de demagogen en de door hen meer en meer ontaardende democratie. Misschien beoordeelt hij in zijne bewondering voor het voorgeslacht zijn eigen tijd wel wat al te streng, in ieder geval spreekt uit zijne werken oprechte vaderlandsliefde, en kan het niet verwonderen dat hij vurig verlangde naar rustiger en gelukkiger tijden dan die, waarin hij werkzaam was. Hij werkte voor het tooneel van 427–388, in dien tijd schreef hij 40 (v. a. 50) stukken, terwijl nog vier door sommigen aan hem, door anderen aan Archippus toegeschreven werden. Hiervan bestaan, behalve een groot aantal fragmenten, nog elf, de eenige overblijfsels der oude attische comedie die in hun geheel bewaard zijn. Het zijn deἈχαρνῆς, opgevoerd bij deΛήναια(Jan.-Febr.) van het jaar 425,Ἱππῆς(Lenaea 424),Νεφέλαι, (oorspronkelijk opgevoerd bij deΔιονύσιαvan het jaar 423, toen het stuk gevallen is; over is slechts de omwerking),Σφῆκες(opgevoerd Lenaea 422),Εἰρήνη(Dionysia 421),Ὄρνιθες(Dionysia 414),Λυσιστράτη(Lenaea 411),Θεσμοφοριάζουσαι(Dionysia 411),Βάτραχοι(Lenaea 405),Ἐκκλησιάζουσαι(389, v. s. 392),Πλοῦτος(388). Zij munten uit door taal en versbouw, vinding en geest, al moge de scherts ons dikwijls wat ruw toeschijnen.—2)van Byzantium, geb. omstreeks 260, studeerde te Alexandrië onder Zenodotus en Callimachus en werd een uitstekend taalgeleerde. Hij bezorgde uitgaven van Homērus en andere dichters en voerde het gebruik van accenten in. Hij stierf, 77 jaar oud, als bibliothecaris te Alexandrië.Aristophon,Ἀριστοφῶν, 1) atheensch redenaar en staatsman na de verdrijving van de dertig.—2)ὁ Ἀζηνιεύς, invloedrijk redenaar en staatsman, bij wien Aeschines schrijver was.Aristoteles,Ἀριστοτέληςvan Stagīrus, zoon van den arts Nicomachus, geb. 384, ging in 367 naar Athene, waar hij tot den dood van Plato diens leerling bleef. Toen deze in 347 gestorven was, begaf hij zich naar zijn vriend Hermēas, vorst van Atarneus, en na diens val (345) naar Mytilēne, van waar hij echter spoedig (342) naar Macedonië geroepen werd om de opvoeding van Alexander op zich te nemen. Deze toonde ook in later jaren steeds de hoogste achting voor zijn leermeester; Stagirus, dat door Philippus verwoest was, werd weder opgebouwd en ontving eene staatsregeling, die Ar. ontworpen had; ook bij zijne natuurkundige studiën ontving de wijsgeer veel steun van den koning, die hem met groote kosten het noodige materiaal verschafte. In 335 kwam hij weder te Athene en trad hij als leeraar der wijsbegeerte op; reeds bij zijn eerste verblijf aldaar had hij onderwijs gegeven in de welsprekendheid en had hij zich als een tegenstander van Isocrates doen kennen. Na den dood van Alex. werd hij door de antimacedonische partij van godslastering aangeklaagd en vluchtte hij naar Chalcis op Euboea, waar hij spoedig stierf (322).—Zijne voordrachten hield Arist. al wandelend in de schaduwrijke dreven (περίπατοι, vandaar de peripatetische school) van het Lycēum voor eene talrijke schare toehoorders, en wel des morgens voor zijne eigenlijke leerlingen over meer bepaald wijsgeerige vraagpunten (ἀκροαματικάofἐσωτερικα), des avonds voor een groot publiek over populaire onderwerpen (ἐξωτερικά). Zoo waren ook zijne buitengewoon talrijke werken (minstens 146 titels zijn bekend) deels populair, deels streng wetenschappelijk. Van de laatste soort zijn er genoeg bewaard gebleven om ons zijn veelomvattende kennis zoowel als zijne wetenschappelijke methode te doen bewonderen. Volgens Ar. is de wijsbegeerte het onderzoek naar de eerste oorzaken van het bestaande, en om met vrucht aan zulk een onderzoek te kunnen beginnen is eene uitgebreide kennis van het bestaande, berustend op nauwkeurige waarneming, noodig; tot het opbouwen van een wijsgeerig stelsel moeten dus alle wetenschappen te hulp geroepen worden, en inderdaad behandelen zijne werken zoowel logica, rhetorica, poëzie en kunst in het algemeen, als wiskunde, botanie, zoölogie, physiologie en psychologie, om eindelijk te komen tot ethica, staatswetenschap en, wat hij de eerste philosophie noemt, methaphysica. Al wat bestaat heeft stof en vorm, in de stof ligt de mogelijkheid, kiem, aanleg (potentieelbestaan,δύναμις), van de individuen, maar eerst de vorm geeft hun individueel wezen (actueelbestaan,ἐνέργεια, ἐντελέχεια), daarom staat vorm hooger dan stof, en is het volmaakste dat men zich kan voorstellen, d. i. de godheid, volstrekt onstoffelijke vorm of geest. Voor den mensch ligt het grootste geluk in verstandige en deugdzame werkzaamheid, die uit den aard der zaak door genot bekroond wordt.—Ar. heeft bij zijn leven slechts weinige wetenschappelijke werken uitgegeven; de meeste van zijne handschriften met zijn geheele bibliotheek liet hij aan zijn leerling Theophrastus na; eerst door Apellicon van Teos werden zij gevonden en uitgegeven. Een van zijne werken is eerst 1890 in Egypte gevonden. De leer van Ar. schijnt bij deRomeinen niet veel beoefenaars gevonden te hebben, in de middeleeuwen echter en nog tot het midden der 17e eeuw werd zij aan alle hoogescholen als de eenige ware onderwezen, totdat zij door nieuwere stelsels verdrongen werd.Aristoxenus,Ἀριστόξενος, van Tarente, een van de beste leerlingen van Aristoteles; van zijne werken is eene verhandeling over de muziek bewaard gebleven. Bovendien beschreef hij de levens van wijsgeeren, dichters enz.Aristus,Ἄριστος, 1) van Salamis op Cyprus, beschreef, in de eerste helft der 2de eeuw, de geschiedenis van Alexander d. G.—2)van Ascalon, omstreeks het midden der eerste eeuw hoofd der academie te Athene, vriend van Cicero en onderwijzer van M. Brutus.Arīus, omstreeks 260 n. C. in Cyrenaïca geboren, was onder de regeering van Constantijn den Grooten presbyter te Alexandrië en begon in die hoedanigheid een strijd, welke de christelijke kerk in twee vijandige kampen verdeelde. Volgens hem was Christus door den goddelijken wil uit niets geschapen en had alzoo niet van eeuwigheid af bestaan, en was dus niet gelijk aan (ὁμοιος), maar eenswezend (ὁμοιούσιος) met God. Tegenover hem hielden Alexander, bisschop van Alexandrië, en diens opvolger Athanasius staande, dat Vader en Zoon gelijk waren en beiden van alle eeuwigheid af hadden bestaan. Op het concilie van Nicaea (325 n. C.) werd de leer van Arius veroordeeld en hijzelf uit de kerk gestooten. De keizer evenwel, gebelgd dat men een vonnis had geveld buiten hem om, en willende toonen, dat hij heer was ook over de kerk, verleende Arius gratie, riep hem later naar Constantinopel en verbande daarentegen Athanasius. Bij eene processie in Constantinopel kwam Arius plotseling op raadselachtige manier om het leven (336 n. C.). De strijd in de kerk tusschen het Arianisme en de orthodoxe leer werd omstreeks twee eeuwen lang met groote heftigheid gevoerd. De Gothen waren Arianen.Ariusia,Ἀριουσία χώρα, kuststreek aan den N. W. kant van het eiland Chius, waar de beste wijn groeide.Armene,Ἀρμένη, stad aan de kust van Paphlagonia, ten W. van Sinōpe.Armenia,Ἀρμενία, uitgestrekt bergland ten Z. en Z. W. van de Caucasusgewesten, met de bronnen van den Euphraat en den Tigris, terwijl de Araxes en de Cyrus naar de Caspische zee stroomen. Ten W. van dit land, door den noordelijken Euphraat-arm er van gescheiden, lagArmenia minor, dat somtijds tot Cappadocia werd gerekend, ook een tijd lang met Pontus was vereenigd, en later ook als zelfstandige staat voorkomt. De bevolking van Armenia bestond uit twee standen, den armenischen adel, die van arischen stam was, en lijfeigene boeren, afstammelingen eener vroegere bevolking. Het land was een soort van feudaalstaat en omvatte een aantal gouwen en vorstendommen, als Chorzianēne, Sophēne, Arzanēne, Moxoēne, Gordyēne, enz., die ten deele slechts middellijk onder den koning stonden. Buiten de vorstelijke residentiën, als Armauria, Artaxata, Tigranocerta, bevatte het land weinig belangrijke steden. Armenia maakte achtereenvolgens deel uit van het assyrische, het babylonische, het perzische, het macedonische, het syrische rijk, tot het, omstreeks twee eeuwen v. C. zich van dit laatste losscheurde. De eerste koning vanArmenia maiorwas Artaxias, een gewezen veldheer van Antiochus III, terwijl een ander generaal, Zariadres, Klein-Armenië in bezit nam. De armenische koning Tigrānes (97–56) breidde zijne heerschappij zelfs over Syria uit, dat hem echter door de Romeinen weder werd ontrukt. Sedert werd Armenia van Rome afhankelijk, doch werd nu en dan overheerd door de Parthen. Traiānus maakte er, 114 na C., eene rom. provincie van, doch Hadriānus liet het weder los. Marcus Aurelius heroverde het in 163, doch slechts voor korten tijd. Wanneer in lateren tijd van eene provincie Armenia sprake is, moet hieronderArmenia minorworden verstaan.Armilla, armband. Vooral bij de oostersche volken werden zij door personen van rang en aanzien gedragen, ook bij de Galliërs. In Griekenland waren dearmillaehoofdzakelijk een sieraad voor vrouwen; bij de Romeinen komen zij ook voor als eereblijken voor krijgslieden. Men vond ze in verschillende fatsoenen, zoowel in spiraalvorm, als in den gewonen ringvorm. Als sieraad droeg men ze zoowel om den pols en den benedenarm (ψέλλιον, περικάρπιον), als om den bovenarm, en ook wel om de enkels (περισφύριον).Armillum, eene soort van wijnkruik. Het spreekwoordanus ad armillumwordt gebezigd voor personen, die gedurig weder tot hunne oude gebreken of gewoonten vervallen.Armilustrium, een jaarlijksch wapenfeest, op 19 Oct. door de Romeinen gevierd op het Armilustrum, aan den voet van denmons Aventīnus.Arminius, zoon van Segimer, opperhoofd der Cheruscers, had in de rom. legers gediend en was door Augustus met het burgerrecht en het ridderschap vereerd. Hij was het, die in 9 n. C. de drie legioenen van den rom. veldheer Quinctilius Varus in het Teutoburgerwoud in eene hinderlaag lokte en vernietigde. Door Germanicus werd hij bij herhaling verslagen (15 en 16 n. C.); zijne vrouw Thusnelda en zijn zoon Thumelicus vielen den Romeinen in handen en moesten den zegetocht des overwinnaars opluisteren. Thumelicus stierf later als zwaardvechter. Arminius zelf streed daarna met geluk tegen de Marcomannen onder Maroboduus, maar viel in 19 (v. a. in 21) door sluipmoord, door zijn eigen bloedverwanten beschuldigd dat hij naar de heerschappij stond.Armorica=Aremorica.Arna,Ἄρνα, stad in Umbria ten O. van Perusia.Arnae,Ἄρναι, stad op Chalcidice.Arne,Ἄρνη, z.Aeolus.Arne,Ἄρνη, 1) stad in Thessaliotis, laterCierium geheeten.—2)stad in Boeotia, in het Copaïsche meer verzonken.Arnissa,Ἄρνισσα, stad in het macedonische landschap Eordaea.Arnobius, te Sicca in Numidia geboren en hieromAferbijgenaamd, was een geacht rhetor ten tijde van Diocletiānus. Hij omhelsde het christendom en is bekend als schrijver van een werk in zeven boeken,adversus gentes(ἒθνη= heidenen).Arnon,Ἄρνων, rivier in Palaestina ten O. van den Jordaan, die zich in de Doode zee stort.Arnus, voornaamste rivier van Etruria, thans Arno.Aromata,τὰ Ἀρώματα, kaap en stad aan de invaart der Arabische golf, de oostelijke punt van Afrika, thans kaap Guardafui.Arpi, stad in Apulia, volgens de sage gesticht door Diomēdes, toen deze op zijn terugtocht uit Troje door storm op de daunische kust was geworpen. De plaats zou toen eerstἌργος ἵππιονhebben geheeten, welke naam verbasterd zou zijn totArgyripaen vervolgens totArpi. Het was eene bloeiende handelsstad tot in den tweeden punischen oorlog. Na den slag bij Cannae namelijk koos Arpi de zijde van Hannibal (216), doch werd drie jaar later door de Romeinen heroverd en met het verlies zijner vrijheid gestraft, waarna het spoedig in verval kwam.Arpīnum, volscische stad in Latium ten N. van Fregellae, sedert 303 met decivitas sine suffragio, in 188 ook met het stemrecht begiftigd, geboorteplaats van Marius en van Cicero, wiens vaderlijke woning en landhuis dáár lag, waar de bergbeek Fibrēnus in den Liris stroomt.Arretium, thans Arezzo, eene der oude 12 hoofdsteden van Etruria, aan den voet der Apennijnen gelegen, nabij de bronnen van den Tiberis en den Arnus, in eene vruchtbare streek. De stad bloeide door industrie en was beroemd door hare wapenfabrieken en vooral sedert de eerste eeuw v. Chr. door hare vazen, uit fijne, roode porceleinaarde gebakken en smaakvol met figurenen reliefversierd. Deze vazen werden niet op de schijf gedraaid, maar in vormen geperst.Arrhaofarrhabo,ἀρράβων, ookarraenarrabogeschreven, handgift, godspenning, bij het sluiten eener overeenkomst gegeven, ook wel bij contracten van koop en verkoop. Ook bruidsgeschenk bij eene verloving.Arrhephoria,Ἀρρηφόρια, feest dat jaarlijks in de maand Scirophorion (Juni-Juli) te Athene ter eere van Athēna gevierd werd. Twee meisjes van 7 tot 11 jaar, die een jaar te voren door den Archon Basileus benoemd waren, en het geheele jaar op de Acropolis vertoefd hadden en aan den dienst van Athena Polias verbonden waren geweest (ἀρρηφόροι), brachten des nachts uit den tempel der godin een korf, waarvan de inhoud aan niemand bekend was, naar een naburige grot en brachten van daar een pak terug, waarvan men evenmin den inhoud wist. Daarop werden zij ontslagen.Arrhidaeus,Ἀρριδαῖος, zoon van Philippus van Macedonië en de danseres Philīne. Na den dood van Alexander d. G. werd hij onder den naam van Philippus tot koning uitgeroepen, hij was echter wegens zijne zwakke geestvermogens niet in staat zelf te regeeren, zoodat in werkelijkheid de veldheeren van Alexander alle macht in handen hielden. In 317 werd hij met zijne gemalin Eurydice door Olympias vermoord.Arria, echtgenoote van Caecīna Paetus. Toen deze onder de regeering van keizer Claudius wegens samenzwering ter dood was veroordeeld (42 n. C.), en aarzelde zichzelf om het leven te brengen, stiet Arria zich eerst den dolk in de borst en reikte hem toen haren echtgenoot toe met de woorden: “Paetus, het doet geen pijn.” Hare dochter Arria was gehuwd met Paetus Thrasea, die op last van Nero moest sterven, omdat hij te onverholen zijn afkeer van diens daden te kennen gaf.Arriānus (Flavius),Ἀρριανός, van Nicomedië, stoicijnsch wijsgeer en geschiedschrijver, leerling van Epictētus. Door de gunst van keizer Hadriānus werd hij, hoewel Griek, senator en tusschen 121 en 124 n. C.consul suffectus, daarna (131–137 n. C.) stadhouder van Cappadocië, in welke betrekking hij met roem tegen de Alanen streed. Na 147 woonde hij te Athene, waar hij het burgerrecht, archontaat e. a. eerambten kreeg. Van zijne geschiedkundige, krijgskundige en wijsgeerige geschriften zijn eenige bewaard gebleven, daaronder zijn voornaamste werk, de geschiedenis der veldtochten van Alexander,Ἀνάβασις Ἀλεξάνδρου, in stijl en bewerking een navolging van Xenophon, dat reeds bij de ouden voor het beste boek over dit onderwerp gehouden werd. Zie ookEpictetus.Arrius (Q.), een man van geringe afkomst, die het echter tot praetor had weten te brengen, is bekend door het prachtige feestmaal, dat hij bij zijns vaders uitvaart gaf, in 59, om daardoor stemmen te werven voor zijne verkiezing tot consul. Hiervan onderscheiden is een andere Q. Arrius, die als rom. veldheer in den zwaardvechtersoorlog voorkomt, in 72, toen hij Crixus versloeg, en die eigenlijk Verres als pro-praetor van Sicilië had moeten opvolgen, hetgeen door de moeilijkheden van den zwaardvechtersoorlog verhinderd werd.Arrogatioheette de aanneming tot zoon van iemand, diesui iuriswas. Dit was voor hem, die zich liet arrogeeren, eenecapitis deminutio(z. a.). Hij verloor denstatus familiae; er ging dus eenefamiliaverloren. Uit dien hoofde werd hiertoe telkens eene wet vereischt, die door de curiën moest worden goedgekeurd. Daar elkefamiliaharesacrahad, zoo moest aan de stemming eene verklaring der pontifices voorafgaan, dat uit het oogpunt van godsdienst geen bezwaar tegen dearrogatiowas. Hoewel nu de aangenomen zoon den geslachts- en den familienaam van zijn adoptiefvader aannam, zoo werden toch mannen, die reeds op rijperenleeftijd zich tot zoon lieten aannemen, dikwijls nog bij hun ouden naam genoemd. Zie ookadoptio.Arruns=Aruns.Arruntii, plebejisch geslacht.Arsaces,Ἀρσάκης. In het midden der derde eeuw kwam zekere Arsaces, volgens sommigen van scythische, volgens anderen van perzische afkomst, in opstand tegen den syrischen koning Antiochus II. Het gelukte hem, rondom de stad Hecatompylos een klein rijk te stichten, dat onder zijne opvolgers door veroveringen zich uitbreidde tot het later zoo machtige parthische rijk. De door Arsaces I gestichte dynastie wordt die derArsacidengenoemd. De eigenlijke grondlegger van de macht der Parthen was de broeder en opvolger van Arsaces I, Arsaces II Tiridātes (248–211), die na eene schitterende overwinning op de Syriërs (238) zijne regeering over Hyrcania, Arīa, Drangiāna en Sogdiāna uitbreidde. Na hem regeerden nog acht of negen en twintig koningen, die allen, behalve hun anderen naam, ook den naam of titel Arsaces hebben gevoerd. De laatste, Artabānus IV, kwam in 227 na C. om, toen, in plaats van het parthische, een nieuw-perzisch rijk verrees, onder de dynastie der Sassaniden.

Arcus.Arcus, 1) het bekende schietwapen,τόξον, waarvan hier geene verdere verklaring noodig is. Wij geven hierboven twee afbeeldingen van bogen; de onderste wordtarcus sinuatusgeheeten.—2)in de bouwkunde elke uit bouwstoffen vervaardigde boog, meer in het bijzonder eerepoorten en eerebogen. Onder de republiek waren zij meestal slechts tijdelijk, of van gewonen gehouwen of gebakken steen opgetrokken, en werdenfornicesgenoemd; doch onder de keizers werden zij met de meest mogelijke pracht van marmer en beeldhouwwerk als blijvende gedenkteekenen opgericht. Vijf zulke triumfbogen zijn te Rome bewaard gebleven: dearcus Drusi, dea. Titi(zie bovenstaande afbeelding) dea. Septimii Severi. dea. Gallienien dea. Constantini.Boog van Titus.Boog van Titus.Ardea,Ἀρδέα, in Latium, oude hoofdstad der Rutuliërs, sedert 442 romeinsche kolonie, later vervallen.Ardeas, zoon van Odysseus en Circe, stichter van Ardea in Italië; v. a. echter was deze stad door Danaë gesticht.Ardericca,Ἀρδέρικκα, plaats aan den Euphraat, ook eene plaats nabij Susa, waarheen Darius de gevangene Eretriërs overbracht.Ardescus,Ἄρδησκος, onbekende zijrivier van den Ister in europeesch Sarmatië, mythologisch een zoon van Oceanus en Tethys.Ardettus,Ἀρδηττός, heuvel ten Z. O. van Athene, bij het Stadion, waar de heliasten jaarlijks hun eed aflegden.Arduenna silva, in Belgica, thans de Ardennen en de Eifel.Ardys,Ἄρδυς, zoon en opvolger van Gyges, koning van Lydië, 654–617. In het begin van zijn regeering valt de inval der Cimmerii (z. a.). Gedurende de laatste jaren van zijn leven veroverde hij Priēne en voerde hij met kracht oorlog tegen Milētus, zonder dat het hem gelukte die stad in te nemen.Area, in het algemeen eene open ruimte, vooral eene opzettelijk vrijgelaten ruimte, zooals het voorplein vóór een tempel, waar het altaar stond, de voorhof van een huis, en dgl.—Vooral werd de uit leem vastgestampte, soms ook geplaveide dorschvloer,ἁλως, ἀλωή, aldus geheeten. Hij lag nabij de boerderij, in de open lucht, eenigszins hoog ten behoeve eener goede afwatering. Het koren werd uitgetreden door vee of door zware blokken (tribula), waarvoor een trekdier was gespannen, of met knuppels en dorschvlegels uitgedorscht.Arēa,Ἀρεία, 1) z.Aphrodite. De dienst van Aphrodīte Arēa was te Sparta inheemsch, waar zij een tempel met een gewapend beeld had, en werd later naar Corinthe, Cythēra en Cyprus overgebracht.—2)bijnaam van Athēne. Onder dien naam had zij een gewapend beeld in den tempel van Ares. Orestes zou na zijne vrijspraak voor het eerst een altaar voor haar hebben opgericht.Areïthous,Ἀρηίθοος, koning van Arne, geducht strijder, om zijn ijzeren knotsκορυνήτηςbijgenaamd. De arcadische koning Lycurgus doodde hem en ontnam hem zijne wapenen.Arelas, Arelāteof-tum,Ἀρελάτη, thans Arles, stad in Narbonensis, ter weerszijden van den Rhodanus (Rhône) gelegen, met belangrijke overblijfselen uit den rom. tijd, sedert 46 rom. kolonie. Arelas was eene bloeiende koopstad.Aremorica, de kuststreek van Gallia ten N. van denLiger(Loire) en langs den Oceanus Britannicus (het kanaal). De naam wordt afgeleid van het keltischear= aan, bij, enmôr= zee. Bij Plinius is het de oude naam voor Aquitania in engeren zin (z. a.).Arēna, het met zand bestrooide strijdperk in het amphitheater, waar de gevechten van dieren en van zwaardvechters plaats vonden. Bloedvlekken werden telkens onzichtbaar gemaakt door er nieuw zand over te strooien. Overdrachtelijk wordtarenaook gebruikt voor het geheele amphitheater, voor den strijd zelf en ook voor elke soort van wedstrijd en van oefenplaats.Arenācum, Arenatium, Arenatio, stad in het gebied der Batavieren, aan den weg tusschen Castra Vetera (Xanten) en Noviomagus (Nijmegen), misschien het dorp Rindern bij Kleef.Areopagus,Ἄρειος πάγος, heuvel in Athene, waar de oudste en beroemdste rechtbank (ἡ ἐν Ἀρείῳ πάγῳofἐξ Ἀρ. π. βουλή) zitting hield. Deze rechtbank, volgens het meest bekende verhaal samengesteld bij het proces van Orestes en volgens beschikking van de godin Athēna ook voor het vervolg behouden, behandelde onder indrukwekkende formaliteiten de zwaarste misdaden, zooals opzettelijken moord, brandstichting en dgl., waarop doodstraf of verbanning stond. De aangeklaagde had gedurende de vier maanden, die tusschen de aanklacht en het vonnis moesten verloopen, geen toegang tot publieke plaatsen; hij kon zich echter, behalve in geval van vadermoord, vrijwillig in ballingschap begeven. Wanneer over het vonnis de stemmen staakten, volgde vrijspraak, daar Athēna dan verondersteld werd, evenals bij het proces van Orestes, voor vrijspraak gestemd te hebben (calculus Minervae).—Sedert 683 wordt de Areop. jaarlijks aangevuld uit de gewezen archonten, die voldoende verantwoording van hun beheer gegeven hadden en voor hun leven zitting hadden; hij had het toezicht over de geheele staatsregeling en over de wetten, zeden en tucht. Solon maakte hem tot een politiek gerechtshof, waarbij men klachten kon indienen tegen de ambtenaren. Welke bevoegdheden met het toezicht op de wetten verbonden waren, vindt men nergens nauwkeuriger omschreven; ook zijn de gevallen waarin de Areop., hetzij uit eigen beweging, hetzij volgens opdracht van het volk, optrad, van zeer verscheiden aard; overal ziet men echter dat hij, wanneer hij optrad, door het groote vertrouwen, dat hij genoot, grooten invloed kon uitoefenen. Doch met zijne uit den aard der zaak conservatieve gezindheid schijnt dit lichaam de volkomen ontwikkeling der democratie in den weg te hebben gestaan, en omstreeks 462 werd het door Themistocles en Ephialtes, later nog door Pericles, van zijne politieke macht beroofd. Sedert dien tijd is de Areopagus bijna uitsluitend gerechtshof in gevallen van moord en doodslag. In den rom. tijd is het weder het voornaamste regeeringslichaam.Ares van de villa Ludovisi.Ares van de villa Ludovisi.Ares,Ἄρης,Mars, zoon van Zeus en Hera, god van het krijgsgewoel en van bloedige gevechten. In gezelschap van zijne kinderen Deimos en Phobos, van zijne zuster Eris en van de moordgodin Enȳo, begeeft hij zich in den strijd, waar hij zich evenmin bekommert om orde en regelmaat, als om het recht der strijdende partijen. Om zijn onstuimigheid en zijn bloeddorstigen aard is hij zelfs bij Zeus meer dan eenig ander god gehaat. Telkens geraakt hij in strijd met Athēna, de godin van het krijgsbeleid, en telkens moet hij het onderspit delven; zelfs aan stervelingen gelukt het door hare hulp den god te wonden.—De eeredienst van Ares was waarschijnlijk uit Thracië ingevoerd en werd in Griekenland nooit algemeen. De wolf, het paard en de haan waren hem heilig. Zijne beelden vertoonen gewoonlijk eene jeugdige, gespierde gestalte, donkere gelaatstrekken, kleine oogen, wijd geopende neusgaten en kort haar.Arestorides,Ἀρεστορίδης, Argos, de zoon van Arestor.Aretaeus,Ἀρεταῖος, uit Cappadocia, beroemd geneesheer te Rome uit de 2de helft van de 2de eeuw na C.Aretalogus, een persoon, die den kost verdiende door bij feestmalen de dischgenooten te vermaken, vermoedelijk door, als een soort van nar, te zwetsen en te bluffen. Oorspronkelijk is het echter iemand, die op eentonige wijs de deugden en de macht van de een ofandere oostersche godheid verkondigt, of van allerlei wonderen opsnijdt.Aretas, naam van eenige vorsten der Nabataeërs in Arabia Petraea. Een hunner, die zich in de joodsche zaken mengde, werd op bevel van Pompeius door diens quaestor M. Aemilius Scaurus verdreven en in de stad Petra belegerd (64). Een andere Aretas, wiens dochter met Herodes II Antipas gehuwd, doch ter wille van Herodias verstooten was, viel in Judaea ten tijde van Tiberius. Diens overlijden (37 n. C.) verhinderde het uitbarsten van een oorlog. Toen Paulus uit Damascus ontsnapte, stond de stad onder het bevel van den stadhouder (ἐθνάρχης) van Aretas.Arēte,Ἀρήτη, 1) gemalin van Alcinoüs. Zoowel Odysseus als Medēa werden door haar gastvrij ontvangen en in bescherming genomen.—2)dochter van Aristippus, den stichter der cyrenaïsche school; zij beoefende zelve ijverig de wijsbegeerte en onderrichtte haar zoon daarin.—3)dochter van Dionysius I van Syracuse, gehuwd met Dio, en gedurende zijne afwezigheid aan Democrates tot vrouw gegeven. Na zijne terugkomst nam Dio haar weder tot zich, en nadat hij vermoord was, werd zij eerst gevangen gehouden en toen in zee geworpen.Aretho,Ἄραιθος, Ἄρατθος=Arachthus, rivier in Epīrus.Arethūsa,Ἀρέθουσα, 1) bron op Ortygia (z.Alpheus).—2)bron in Elis.—3)bron op Ithaca.—4)bron op Euboea.—5)bron bij Thebae.—6)stad in Syrië aan den Orontes.Areus,Ἀρεύς, koning van Sparta (310–265). Met Ptolemaeus II verbonden, voerde hij oorlog tegen de Aetoliërs, maar leed bij Cirrha een volkomen nederlaag. In 272 sloeg hij den aanval van Pyrrhus op Sparta af, ook verleende hij hulp aan Argos tegen hem. Hij sneuvelde in den Chremonideïschen oorlog in een gevecht bij Corinthe.Arevacien-cae, machtige en dappere volksstam in Hispania Tarraconensis, tot wier gebied de stad Numantia aan den Boven-Durius (Douro) behoorde.Ἀργαδεῖς, naam van de laatste der vier oude attische phylae, naar Argades, een zoon van Ion.Argaeus,Ἀργαῖος, 1) koning van Macedonië, zoon van Perdiccas I.—2)koning van Macedonië, die in 393 aan Amyntas III de regeering ontnam en deze twee jaar behield.—3)zoon van Ptolemaeus Lagi, werd door zijn broeder Ptolemaeus Philadelphus gedood.Argaeus mons,Ἀργαῖον ὄρος, sneeuwgebergte in het midden van Cappadocia.Arganthonius,Ἀργανθώνιος, koning van Tartessus in Hispania, die 120 jaar leefde, waarvan hij 80 jaar regeerde. Zeelieden uit Phocaea, die omstreeks 550 bij hem kwamen, werden zeer goed door hem ontvangen, zelfs trachtte hij hen te overreden met al hunne landgenooten in zijn rijk te komen wonen.Arganthonius mons,Ἀργανθώνιον ὄρος, berg in Bithynia, op eene landtong, die tusschen twee golven in de Propontis (zee van Marmara) vooruitspringt. In de nabijheid zou Hylas door de nimfen geroofd zijn.Argēa,Ἀργεία, 1) dochter van Adrastus, gehuwd met Polynīces.—2)zuster van Theras, gehuwd met Aristodēmus no. 1.Argēi, naam van 27 offerplaatsen te Rome, volgens de overlevering door Numa gewijd, waar, naar het schijnt, door of vanwege de pontifices op zekere tijden offers werden gebracht. Ook verstaat men onderArgeiaangekleede poppen, opgevuld met stroo of met biezen, die ten getale van 27 op 15 Mei van de houten paalbrug (pons sublicius) in den Tiber werden geworpen, ten overstaan van de pontifices, de vestaalsche maagden en den praetor urbanus. Men gelooft vrij algemeen hier te doen te hebben met een zoenoffer aan de rivier, oorspronkelijk waarschijnlijk een menschenoffer. Argei zijn namelijk oorspronkelijk Grieken, die als landsvijanden jaarlijks sedert de 2de helft der 3de eeuw volgens de aanwijzing der Sibyllijnsche boekenGraeco ritugedood werden; men vergelijke het herhaaldelijk dooden van een Gallus en eene Galla, eveneens volgens aanwijzing dier boeken. Spoedig echter zijn deze bloedige offers door het afwerpen van stroopoppen (simulacra hominum scirpea) vervangen. Bij senaatsbesluit van het jaar 97 werd elk menschenoffer verboden.Argentarius.De werkkring derargentariiwas tamelijk veelzijdig. Zij bezorgden geld- en handelszaken voor anderen, belastten zich met koop en verkoop en vervulden alzoo de rol van makelaars, van wisselaars en van bankiers. In deze laatste hoedanigheid gaven zij ook wissels af op andere plaatsen, namen geld voor anderen in ontvangst en deden op last hunner lastgevers uitbetalingen. De uitdrukkingper mensam solverebeteekent dus: eene aanwijzing op zijn bankier geven. Hunne zaken deden zij meest in detabernae argentariae veteresennovaeaan het forum, die door den staat gebouwd en aan hen verhuurd werden.Argentorātum, rom. municipium aan den Rijn in het land der Triboci, met groote wapenfabrieken, thans Straatsburg. In de nabijheid van deze stad versloeg Juliānus als Caesar (onderkeizer) in 357 n. C. de Alamannen, die in denElzasgevallen waren, en een groot gedeelte van Gallië plunderden.Arges,Ἄργης, een cycloop.Argi, oorspronkelijke latijnsche naam voor de stadArgos.Ἀργίας γραφή, aanklacht, die men oorspronkelijk bij den Areopagus, later bij denἄρχων ἐπώνυμοςkon indienen tegen iemand, die geen beroep uitoefende en daardoor zijn nabestaanden tot last was. Dit werd eerst met eene boete, bij herhaling met atimie gestraft.Argilētum, eene buurt in Rome, tusschen den mons Quirinālis en het forum. In deze buurt waren vooral boekwinkels en winkels van handwerksnijverheid. De naam wordt zoowel afgeleid vanargilla(dus zooveel alskleibuurt), als verklaard door den dood van Evander, die hier zou vermoord zijn.Argilus, stad op de macedonische kust aan de golf van den Strymon, kolonie van Andrus.Arginūsae,Ἀργινοῦσσαι, groep van drie eilandjes tusschen Lesbus en de kust van Aeolis. Hier behaalde de atheensche vloot in den peloponnesischen oorlog hare laatste overwinning op de Spartanen (406); doch niettemin werden de atheensche veldheeren te Athene ter dood gebracht, omdat zij verzuimd hadden de drenkelingen op te visschen.Argiphontes,Ἀργειφόντης, Argusdooder, bijnaam van Hermes.Argippaei,Ἀργιππαῖοι, stompneuzige en kaalhoofdige nomadenstam in Sarmatia. Het is waarschijnlijk een turksch volk, dat ten Z. van het Altaïgebergte woonde. De oost-aziatische handelsweg naar den Pontus liep door hun land.Argissa,Ἄργισσα, stad in Pelasgiōtis in Thessalia, later Argūra genaamd.Argīva,Ἀργεία, bijnaam van Hera.Argīvi,Ἀργεῖοι, zieArgos.Argo,Ἀργώ, het schip, waarmede Iāson en zijne metgezellen (de Argonauten) naar Aea voeren. Het was gebouwd van hout dat op den Pelion gegroeid was, en werd door vijftig roeiers in beweging gebracht. Athēna zelve hielp bij het bouwen en voegde er een stuk van den sprekenden eik van Dodōna in. Bij zijne terugkomst wijdde Iason het schip op de landengte van Corinthe aan Poseidon, later werd het onder de sterren geplaatst.Argolis,Ἀργολίς, oude en door de Romeinen op nieuw in zwang gebrachte naam van het landschap Argos in de Peloponnēsus (zieArgos).Argonautae,Ἀργοναῦται, Iāson en zijne metgezellen, die met het schip Argo naar Aea voeren, om het gouden vlies terug te halen, dat daar door Phrixus in een woud van Ares was opgehangen. Ofschoon de sage van den Argonautentocht bij de Minyers ontstaan is, was hare groote vermaardheid oorzaak, dat in verloop van tijd de meeste helden die in dien tijd geleefd konden hebben, ook uit andere grieksche stammen, onder de vijftig deelnemers aan den tocht geteld werden, o.a. Heracles, Castor en Polydeuces, Peleus, Theseus, Tydeus, Meleager, Orpheus. De Argonauten stonden onder de bizondere bescherming van Hera en Athēna; zij bereikten dan ook hun doel, in weerwil van vele gevaren en avonturen. De heenreis gaat van Iolcus over Lemnus, door den Hellespont, langs Cyzicus, door de Symplegadische rotsen en verder langs de kust van de Zwarte zee; op de terugreis werd v. s. dezelfde weg genomen; doch volgens de meeste verhalen werd het schip door storm op een verkeerden weg gedreven en kwamen de reizigers eerst na lange omzwervingen in Iolcus terug. Er is dan ook bijna geen land, of de Argonauten zijn er volgens een of ander verhaal geweest, zelfs zouden zij in twaalf dagen door de libysche woestijn getrokken zijn, terwijl zij het schip Argo op hunne schouders droegen; ook bezochten zij Circe, voeren voorbij de Sirenen, Scylla en Charybdis, enz.—Men gelooft dat de sage van den Argonautentocht, die zeer oud is, herinneringen bevat aan de vroegste zeetochten, die door de Minyers, een zeevarend volk, ten behoeve van handel en kolonisatie werden ondernomen.Argos,τὸ Ἄργος. De naam beteekent volgens Strabo vlakte en wordt dus bij meer dan ééne plaats gevonden. Het homerischeπελασγικὸν Ἄργοςis de vlakte bij Larissa aan den Penēus in Thessalia, en in ruimeren zin ook wel het geheele thessalische vlakland.Τὸ Ἀχαιικὸν Ἄργοςbij Homērus is òf de stad Argos in de Peloponnēsus, de woonplaats van Diomēdes, òf het landschap Argos, ook wel Argolis geheeten, òf ook wel de geheele Peloponnēsus, evenals de naamArgīvibij de dichters nu eens voor de Argoliërs, dan weder voor de gezamenlijke Grieken wordt gebezigd, omdat hun aanvoerder in den trojaanschen krijg, Agamemnon, koning te Mycēnae in Argos was.Het landschap Argoswas het oostelijkste van de Peloponnesus. Het was bergachtig en niet zeer vruchtbaar, omdat het arm was aan water. De vlakte, waarin de steden Argos, Mycenae en Tiryns lagen, was vruchtbaarder en geschikt voor paardenfokkerij,ἱππόβοτον Ἄργοςbij Homerus. Ook Argos werd, evenals Messēne en Laconica, door de Doriërs veroverd, doch dezen waren hier minder sterk, zoodat de oud-achaeische elementen minder onderdrukt werden en de regeering minder aristocratisch werd dan te Sparta. In Argos behooren de mythen te huis van de Danaïden, van Danaë en Perseus, van Heracles, van de gruwelen der Atridenfamilie.De stad Argoslag aan het riviertje den Inachus, op een steilen heuvel lag de burg Larissa. Na den trojaanschen oorlog was nu eens Argos, dan weder Mycenae de zetel van het bestuur, de Doriërs maakten Argos voor goed tot hoofdstad. Aan den perzischen oorlog kon Argos geen deel nemen, ten gevolge eener vreeselijke nederlaag, die het kort te voren van de Spartanen had ondergaan bij Tiryns. De beroemde beeldhouwer Polyclētus was te Argos (of te Sicyon) geboren. In den tempel van Hera, tusschen Argos en Mycenae gelegen, stond het beroemde, door hem gemaakte beeld der godin.—Ook in het landschap Amphilochia tusschen Aetolia en Epīrus lag eene stadArgos, ter onderscheidingAmphilochicumgeheeten.—Nog een ander Argos,Hippiumbijgenaamd, zou na den trojaanschen oorlog in Apulia gesticht zijn en uitἌργος ἵππιονzou dan de naamArpizijn ontstaan.Argūra,Ἄργουρα=Argissa.Argus,Ἄργος, 1) zoon van Zeus en Niobe, volgde zijn grootvader Phorōneus als koning van Argos op.—2)zoon van Agēnor, Arestor of Inachus, wiens geheele lichaam met oogen bezaaid was (πανόπτης). Toen Io in eene koe veranderd was, plaatste Hera hem als wachter bij haar, maar Hermes deed hem door zijn fluitspel inslapen en doodde hem daarna. Zijne oogen plaatste Hera daarna inden staart van den pauw.—3)zoon van Phrixus en Chalciope. Hij keerde uit Aea naar Orchomenus terug en bouwde voor Iāson de Argo. V. a. leed hij met zijne broeders schipbreuk bij het eiland Aretias, waar de Argonauten hen later vonden en medenamen naar Aea.Argyraspides,Ἀργυράσπιδες, eene keurbende van zware infanterie in het macedonische leger, zoo genoemd naar hunne met zilver beslagen schilden. Na Alexanders tocht door Indië werd dit corps opgericht of v. a. werden alle overblijfsels zijner oude grieksche troepen toen erin opgenomen. Later werden zij door Polyperchon onder bevel van Eumenes geplaatst, zij kwamen in opstand en verrieden hun veldheer aan Antigonus, die weldra het corps wegens zijne aanmatigingen ontbond.—Ook de lijfwacht der Syrische koningen bestond uit Argyraspides.Argyripa, oude naam voor de stad Arpi in Apulia.Arīa,Ἄρεια, eene der oostelijke provinciën van het perzische rijk, een vruchtbaar bergland, waardoor de Arīus, die bij Herodotus Aces,Ἄκης, heet, stroomde. De bewoners heettenArii,Ἄρειοι, welke naam niets te maken heeft met den naam Ariërs, waarmede de Indo-Germanen worden aangeduid. De hoofdstad was Artacoana. Op hare plaats of in de nabijheid er van werd later een Alexandria gesticht,Ἀρείωνbijgenaamd, thans Herât.Ariadne,Ἀριάδνη, dochter van Minos en Pasiphaë. Zij vluchtte met Theseus uit Creta, nadat zij hem door een kluwen touw in staat gesteld had zijn weg in het labyrinth te vinden en den Minotaurus te dooden. Terwijl zij op het eiland Naxus ingeslapen was, liet Theseus haar achter en vervolgde alleen de reis naar Athene. Toen zij ontwaakte en zag wat er gebeurd was, wilde zij zich in zee storten, maar juist op dat oogenblik landde Dionȳsus, van zijn tocht naar Indië terugkeerend, op Naxus en, door hare schoonheid getroffen, nam hij haar tot zijne bruid. Sedert dien tijd vergezelde zij den god altijd, en nam zij, op een panther of een olifant zittende, de eerste plaats onder zijn gevolg in. Haar bruidskrans werd onder de sterren opgenomen en v. s. kreeg zij zelve een plaats op den Olympus.—V. a. was zij op Naxus door Artemis gedood, of had Dionysus Theseus bewogen haar te verlaten. Bij vele feesten van Dionysus werd ook Ariadne vereerd. Z. afbeelding.Ariadne van het Vaticaan.Ariadne van het Vaticaan.Ariaeus,Ἀριαῖος, voerde in den slag bij Cunaxa het bevel over den linkervleugel van Cyrus’ leger. Na diens dood ging hij tot Artaxerxes over, en gedeeltelijk door zijn toedoen vielen de grieksche strategen, die onder Cyrus gediend hadden, in de handen van Tissaphernes.Ariāna. Deze naam, waaronder men het oostelijk gedeelte van het perzische rijk verstaat, was aan de oude Grieken onbekend. Door bergranden van Armenia en van de Euphraat-Tigrislanden gescheiden, strekt Ariana zich uit tot aan den Indus, en omvat dus ongeveer het tegenw. Irân, Afghanistân en Beludchistân. De scherpe afwisseling van gloeiende zomerhitte met felle winterkoude en het gebrek aan water maakten, dat het land schaars bevolkt was. Behalve nomadenstammen van elders, was de bevolking arisch. Behalve Media en Persis, die niet altijd onder Ariana begrepen worden, maar toch door hunne ligging er toe behooren, omvat Ar. de landstreken Carmania, Gedrosia, Arachosia, Drangiāne, Arīa, het Paropanisadenland, Bactrīane, Sogdiāne, Parthyaea, Hyrcania.Ariarāthes,Ἀριαράθης, cappadocische koningsnaam. Ariarathes I werd in 322 door Perdiccas, den rijksbestuurder na Alexander den Grooten, verslagen en ter dood gebracht. Zijn zoon, Ar. II, herwon het vaderlijk gebied (302). Ar. IV hielp zijn schoonvader Antiochus III van Syria in den oorlog tegen de Romeinen, doch sloot later met hen een verbond van vriendschap (188). Ar. V had zijne opvoeding te Rome ontvangen. Bij den dood zijns vaders (162) betwistte een ondergeschoven zoon van dezen, Holophernes, hem met syrische hulp het rijk, zoodat hij naar Rome moest vluchten, waar men eene verdeeling tot stand bracht. Later hielp hij de Romeinen in den oorlog tegen Aristonīcus van Pergamus, waarbij hij sneuvelde (130). Onder de volgende Ariarathessen maakte Mithradātes van Pontus zich van Cappadocia meester en zette er zijn eigen zoon Ariarathes op den troon, terwijl de Romeinen Ariobarzanes I tot koning aanstelden (95). Eenlatere Ariarathes, zoon van Ariobarzanes III, werd door den drieman M. Antonius afgezet (zieArchelaüsno.7).Ariaspae,Ἀριάσπαι, ruitervolk in Drangiāne. Zij zijn ook bekend om hun korenbouw, en hadden hun land vruchtbaar gemaakt door talrijke bevloeiïngen.Aricia,Ἀρικία, zeer oude stad van Latium aan den appischen weg, ten Z. van denAlbanus lacus, sedert 338civitas sine suffragio, vervolgens een bloeiend municipium. In de buurt vond men denlacus Nemorensis(tgw. Lago di Nemi), aan welks oever een Diāna-tempel stond. Hiernaar werd het meer ookspeculum Dianaegenoemd. De priester van dezen tempel, met den titelrex Nemorensis, was in later tijd een weggeloopen slaaf, die zijn ambt zoolang bekleedde, tot er een sterkere kwam, die hem in een gevecht overwon. DeDiana Aricinais eene in Latium inheemsche godin, die de vrouwen in verschillende omstandigheden haars levens steunt.Aries, stormram of muurbreker, bestaande uit een zwaren balk, van voren met een zwaren metalen ramskop voorzien. Hij hing op de wijze van een schommel aan touwen of kettingen, werd dan achteruitgetrokken en losgelaten, zoodat hij met kracht tegen den vijandelijken muur beukte. Om de kracht te vermeerderen, waren dearietesgeweldig zwaar en soms aan het achtereinde nog van zware gewichten voorzien, zoodat er dikwijls 1500 manschappen noodig waren om ze te bedienen. Bij het beleg van Carthago gebruikte Scipio twee rammen voor welks bediening hij 6000 man noodig had. De gewone lengte van den balk was 80 tot 100 voet. Flavius Josephus beschrijft een stormram, waarvan de kop eene dikte van tien mannen en elk der beide horens eene mansdikte had. Deariesstond, ter beveiliging der manschappen onder een sterk schutdak,testudo arietaria. Wilde de belegerde stad voorwaarden van overgave bedingen, dan moest zij dit doen, voordat de stormram de muren had aangeraakt.Arima,τὰ Ἄριμα, een berg ergens in Klein-Azië, waaronder de reus Typhoëus bedolven lag. De bewoners heettenArimi. De woordenεἰν Ἀρίμοιςals één woord gelezen, hebben aanleiding gegeven tot de meening, dat het eiland Inarime of Aenaria in de golf van Napels was bedoeld.Arimaspi,Ἀριμασποί, fabelachtig volk in het verre Noordoosten van Europa of in Libye. De Grieken stellen hen voor als eenoogige menschen, die om het goud in hun bergen een eeuwigen strijd met de griffioenen voeren. Sommigen zien hierin een dichterlijke inkleeding van geruchten aangaande den mijnbouw in den Oeral.Ariminum,Ἀρίμινον, bloeiende zeestad in Umbria, door de via Flaminia met Rome, en door de via Aemilia met Cisalpīna verbonden. Een tijd lang was het in bezit der senonische Galliërs, doch na hunne verdrijving keerde de umbrische bevolking terug en werd de plaats in 268 rom. kolonie. Thans Rimini.Ariobarzanes,Ἀριοβαρζάνης, veldheer van den perzischen koning Darīus III Codomannus, die nog eene laatste vruchtelooze poging deed om den voortgang der Macedoniërs te stuiten; hij werd, nadat hij zich had overgegeven, door Alexander eervol behandeld.—Ook werd deze naam gedragen door een drietal koningen van Cappadocia. Ar. I werd in 95 door de Romeinen als koning aangesteld, doch meermalen door Mithradātes van Pontus verdreven. Als spotnaam noemde men hem Philoromaeus of Romeinenvriend. Hij werd in 63 opgevolgd door zijn zoon Ar. II, en deze in 51 door Ar. III, die in den burgeroorlog eerst de partij van Pompeius, maar later die van Caesar koos, en in 43 door Cassius werd omgebracht.Arīon, 1)Ἀρίων, van Methymna, beroemd dichter, zanger en citherspeler, die het eerst bij de Dionȳsusfeesten den dithyrambus door koren liet voordragen. Hij leefde langen tijd aan het hof van Periander van Corinthe, bij wien hij in hooge gunst stond. Toen hij van eene reis door Italië en Sicilië naar Corinthe terugvoer, besloten de matrozen, begeerig naar de schatten die hij bij zich had, hem te dooden. Op zijn verzoek werd hem toegestaan voor zijn dood een lied te zingen; hij trad naar den voorsteven, van waar hij zich bij het einde van zijn gezang in zee stortte. Maar een van de dolfijnen, die door de heerlijke muziek aangelokt waren, nam hem op den rug en bracht hem behouden naar Taenarum, van waar hij zijne reis naar Corinthe voortzette. Kort daarna kwam ook het schip te Corinthe aan en Periander, reeds van het gebeurde op de hoogte, liet de matrozen gevangen nemen en voor zich brengen. Eerst loochenden zij alle schuld en beweerden dat Arion te Tarente gebleven was, maar toen deze plotseling zelf verscheen, bekenden zij alles, waarop Periander hen liet ter dood brengen. Op kaap Taenarum stond eeuwen lang een bronzen beeld van Arion, op een dolfijn zittende. De lier en de dolfijn werden onder de sterren geplaatst.—2)Ἀρείων, het bliksemsnelle, met spraak begaafde paard van Adrastus, door Poseidon bij Demēter verwekt.Ariovistus, germaansch aanvoerder, die in 71 met 15000 Germanen den Rijn overtrok, om in Gallia de Arverners en Sequaners tegen de Aeduers te ondersteunen. Hij versloeg eerst zijne vijanden en onderwierp toen zijne bondgenooten. De rom. senaat verleende hem den titel van vriend en bondgenoot. Toen echter in 58 de onderdrukte gallische volken Caesars hulp hadden ingeroepen en Ariovistus Caesars eischen afwees, bracht Caesar hem in den Boven-Elzass eene zóó afdoende nederlaag toe, dat Ariovistus over den Rijn naar Germania terugvluchtte.Ariphron,Ἀρίφρων, van Sicyon, dithyrambendichter uit de vierde eeuw.Arisbe,Ἀρίσβη, 1) dochter van Merops, echtgenoote van Priamus, moeder van Aesacus.—2)trojaansche stad nabij Abȳdus, waarbij Alexander na den overtocht van den Hellespont zijn leger opsloeg.—3)stad op Lesbus,ten Z. van Methymna, die door eene aardbeving verwoest werd.Aristaenetus,Ἀρισταίνετος, van Nicaea in Bithynië, grammaticus en rhetor, verloor het leven bij eene aardbeving te Nicomedēa (358 na C.). De vijftig brieven vol avontuurlijke liefdesgeschiedenissen, die zijn naam dragen, zijn van veel lateren tijd.Aristaeus,Ἀρισταῖος, zoon van Uranus en Ge of van Apollo en Cyrēne, een god der oudste Grieken, wiens wezen later met dat van Zeus en Apollo samensmolt. Hij was de beschermer van den landbouw, van de kudden (Νόμιος), de jacht (Ἀγρεύς), de bijen (Μελισσεύς), enz. Hij werd vooral in Thessalië, in Cyrēne en op het eiland Ceos vereerd.Aristagoras,Ἀρισταγόρας, volgde zijn schoonvader Histiaeus als tyran van Milētus op, toen deze naar Susa aan het hof van Darīus geroepen was. Op verzoek van eenige ballingen uit Naxus, bewoog hij Artaphernes, en door diens tusschenkomst Darius, eene vloot uit te zenden om dat eiland te veroveren en de ballingen terug te brengen; de onderneming mislukte echter, daar de perzische admiraal met Aristagoras twist kreeg en de Naxiërs waarschuwde. Uit vrees voor de ontevredenheid van Darius en aangespoord door een bode van zijn schoonvader, bewerkte Arist. nu een opstand van de ionische steden, die omstreeks 500 uitbrak en waarbij de Ioniërs door de Atheners en Eretriërs met schepen ondersteund werden. Hoewel aanvankelijk voorspoedig, werden de Grieken weldra weder door de Perzen bedwongen en Arist., het ergste vreezende, verliet met anderen Milētus om te Myrcīnus in Thracië eene volksplanting te stichten; reeds het volgende jaar sneuvelde hij echter in een gevecht tegen de thracische Edōni.Aristarchus,Ἀρίσταρχος, 1) van Athene, een van de hevigste oligarchen ten tijde van de regeering der vierhonderd (411), die met anderen van pogingen tot verraad verdacht werd. Toen de democratie hersteld werd, vluchtte hij en maakte hij op de vlucht van zijne betrekking als strateeg gebruik om Oenoë aan de Boeotiërs over te geven.—2)van Tegea, treurspeldichter, tijdgenoot van Euripides.—3)van Samus, alexandrijnsch wis- en sterrenkundige omstreeks 280. Hij leerde dat de aarde zich om de zon en om haar eigen as beweegt. Een werk van hem over de grootte en de afstanden van zon en maan is bewaard gebleven.—4)van Samothrāce, de beroemdste taalkundige der oudheid, onderwijzer van een zoon van Ptolemaeus Philomētor (Ptolemaeusno. 10). Door Ptolemaeus Physcon (z.Ptolemaeusno. 11) vervolgd, ging hij naar Cyprus, waar hij, 72 jaar oud, stierf (± 144). Van de vele oudere grieksche dichters, die hij grammatisch en critisch behandelde, besteedde hij de meeste zorg aan Homērus, wiens werken hij met verbeterden tekst en met voortreffelijke verklaringen uitgaf. In de scholiën op Homerus vindt men eenige overblijfsels van zijn werk.Aristeas,Ἀριστέας, 1) van Proconnēsus, schreef een gedicht over de Arimaspen, vol fabelen. Men verhaalde van hem, dat hij van tijd tot tijd van de aarde verdween en na een lang tijdsverloop weder verscheen. Te Metapontum had hij den dienst van Apollo ingevoerd.—2)een andere Ar. werd door Ptolemaeus Philadelphus naar Jeruzalem gezonden, om de zeventig vertalers van het Oude Testament te halen. Dit verhaal staat te lezen in een brief, die uit de eerste helft der 1steeeuw v. C. dateert.Aristīdes,Ἀριστείδης, 1) Athener, zoon van Lysimachus, geb. omstreeks 540, bijgenaamd de Rechtvaardige. Hij werkte mede aan de hervormingen van Clisthenes, en streed bij Marathon. Na de daar behaalde overwinning was hij archont. Als voorstander eener meer behoudende politiek verzette hij zich tegen de voorstellen van Themistocles, vooral tegen die betreffende de uitbreiding der zeemacht, en zoo scherp stonden de beide tegenstanders tegenover elkander, dat in 482 het ostracismus toegepast moest worden, en Ar. voor tien jaar verbannen werd. In den slag bij Salamis vervoegde hij zich echter weder bij de atheensche vloot en na de overwinning werd hij uit zijne ballingschap teruggeroepen. Bij Plataeae voerde hij de Atheners aan en later voerde hij het bevel over de vloot. Zijn gedrag was mede oorzaak, dat de hegemonie door de Grieken aan de Atheners aangeboden werd. Zoo algemeen was het vertrouwen dat hij genoot, dat hem de inrichting van de nieuwe symmachie werd opgedragen; hij bepaalde hoeveel ieder voor de vloot moest bijdragen en maakte Delus tot bewaarplaats van de bondskas. De groote gebeurtenissen van zijn tijd hadden hem ook in de binnenlandsche politiek van inzicht doen veranderen, en ook onder zijne medewerking werden de burgerlijke rechten, benoembaarheid tot verschillende ambten, enz., aan een grooter deel der bevolking gegeven. Hij stierf in 467 zeer arm; de staat bekostigde zijne begrafenis, zorgde voor zijn zoon en gaf aan zijne dochters een huwelijksgift.—2)van Thebae, beroemd schilder uit den tijd van Alexander d. G.; hij muntte vooral uit in groote en uitvoerige stukken, die veldslagen of veroveringen voorstelden.—3)van Milētus, in de voorlaatste en laatste eeuw v. C., schrijver vanΜιλησιακά,fabulae Milesiae, romantische verhalen uit het leven te Miletus. Het werk was bij de Romeinen zeer gezocht, Sisenna (Corneliino. 56) leverde eene latijnsche vertaling ervan. Slechts weinige fragmenten zijn overgebleven.—3)grieksch redenaar, zieAelius Aristides(Aeliino. 10).Aristion,Ἀριστίων, een epicureïsch wijsgeer, die zich met behulp van Archelāus no. 4 tot tyran van Athene opwierp; toen Sulla de stad veroverd had, liet deze hem ter dood brengen (86).Aristippus,Ἀρίστιππος, 1) van Cyrēne, geb. omstreeks 435, werd in 416 door zijn vader naar Athene gezonden om het onderwijsvan Socrates te genieten; na diens dood trad hij eerst te Aegina, later aan het hof van den jongeren Dionysius, vervolgens ook in verscheiden andere steden, o. a. in zijn vaderstad en te Athene als leeraar op. Hij stierf op hoogen leeftijd, misschien op het eiland Lipara. De leer van Aristippus, die de cyrenaeïsche of hedonische genoemd wordt, noemde als hoogste goed het genot, mits men zich niet erdoor liet beheerschen (τὸ κρατεῖν καὶ μὴ ἡττᾶσθαι ἡδονῆς). Verstand en geestbeschaving stellen den mensch daartoe in staat. Genot is eene zachte beweging, die men met bewustheid ondergaat.—Aristippus was de eenige onder de leerlingen van Socrates, die zich voor zijn onderwijs liet betalen, vandaar dat hij soms sophist genoemd wordt.—2)kleinzoon van den vorigen, door zijne moeder Arēte in de wijsbegeerte van zijn grootvader onderwezen (μητροδίδακτος).AristiusFuscus, rom. tooneeldichter en taalgeleerde, vriend van den dichter Horatius.Aristobūlus,Ἀριστόβουλος, 1) tochtgenoot van Alexander d. Gr., stelde diens daden te boek; zijn werk was een van de voornaamste bronnen waaruit Arriānus geput heeft.—2)joodsch peripatetisch wijsgeer (± 150), die in verscheiden werken trachtte aan te toonen, dat de grieksche philosophie aan joodsche e. a. oostersche bronnen ontleend was.—3)zoon van den joodschen vorst-hoogepriester Alexander Jannaeus, leefde sedert den dood zijner moeder (69) in oorlog met zijn broeder Hyrcānus, die door Aretas, koning der Nabataeërs, werd ondersteund. Aristobulus riep de hulp in van Pompeius (64); doch toen hij dezen zocht te misleiden, werd hij zelf gevangen genomen en Hyrcanus op den troon geplaatst. Later ontkwam Aristobulus wel, doch hij werd opnieuw gevangen, en toen eindelijk Caesar hem in vrijheid had gesteld en hem troepen had gegeven om Judaea te vermeesteren (49), werd Ar. door zijne vijanden door vergif uit den weg geruimd.Aristocrates,Ἀριστοκράτης, 1) koning van Arcadië, die in den tweeden messenischen oorlog de Messeniërs helpen zoude, maar zich door de Spartanen liet omkoopen om hen te verraden. Als verrader werd hij door de Arcadiërs gesteenigd, waarna zij de koninklijke waardigheid afschaften (668).—2)Athener, een van de admiraals die den slag bij de Arginūsen wonnen en ter dood veroordeeld werden (406). Vroeger had hij tot de 400 behoord.—3)Spartaan, schrijver vanΛακωνικά, phantastische verhalen. Hij leefde waarschijnlijk in de 1steeeuw v. C.Aristodēmus,Ἀριστόδημος, 1) een Heraclide, vader van Eurysthenes en Procles, die bij den terugtocht naar de Peloponnēsus te Naupactus door den bliksem gedood werd. De Lacedaemoniërs verhaalden echter dat hij nog in Lacedaemon geregeerd had en dat zijne beide zonen in Lacedaemon geboren waren.—2)de held van den eersten messenischen oorlog, die ingevolge een orakel zijne dochter voor het vaderland opofferde. Later werd hij tot koning verkozen en voerde hij den oorlog langen tijd met groote dapperheid; toen echter de verdere verdediging hopeloos was, beroofde hij zich bij het graf zijner dochter van het leven (724).—3)tyran van Cumae in Campanië, erfgenaam van Tarquinius Superbus, die zijne laatste levensjaren bij hem doorbracht.—4)de eenige Spartaan die bij de Thermopylae niet sneuvelde; in Sparta werd hij daarom als een lafaard geschuwd, later sneuvelde hij echter roemrijk bij Plataeae.Aristogīton,Ἀριστογείτων, 1) z.Harmodius.—2)atheensch redenaar, bijgenaamdκύων, tegenstander van Demosthenes, Dinarchus, Lycurgus en Hyperīdes.Ἄριστοι, een van de namen, waarmede de edele geslachten in aristocratische republieken zich noemden. De naam berust op vooronderstelde voortreffelijkheid in deugd, beschaving, krijgskunst, enz.Aristomachus,Ἀριστόμαχος, zoon van Cleodaeus, achterkleinzoon van Heracles. Steunende op een orakel, deed hij eene poging om de Peloponnēsus te heroveren, maar daar hij het orakel verkeerd uitgelegd had, mislukte de onderneming en hijzelf sneuvelde door de hand van Tisamenus.Aristomenes,Ἀριστομένης, 1) Messeniër, die zijne landgenooten tot een opstand tegen Sparta aanspoorde (684), waarvan de tweede messenische oorlog het gevolg was. De koninklijke waardigheid, die hem wegens zijne uitmuntende dapperheid werd aangeboden, wees hij af; toch was hij de ziel van den oorlog en bracht hij de vijanden meer dan eens in het nauw. Meermalen geraakte hij in het grootste levensgevaar, driemaal viel hij in handen der Spartanen, maar telkens ontkwam hij den dood op wonderdadige wijze, zelfs toen hij reeds te Sparta in den Caeadas geworpen was. Toen met den val der vesting dra de oorlog ten nadeele der Messeniërs eindigde, ging Arist. naar Ialysus, waar hij na zijn dood als heros vereerd werd.—2)atheensch blijspeldichter, tijdgenoot van Aristophanes.—3)Acarnaniër, die onder Ptolemaeus Epiphanes minister was en Aegypte verstandig bestuurde (202–192); aanvankelijk zeer door den koning bemind, werd hij, toen zijne vrijmoedigheid dezen lastig begon te worden, vergiftigd.Ἄριστον, ontbijt, werd in de oudste tijden vroeg in den morgen, later tegen den middag gebruikt (=prandium). Wat men ’s morgens vroeg nuttigde, heetteἀκράτισμαofἄριστον πρωινόνof ook wel alleenἄριστον.Ariston,Ἀρίστων, 1) van Chius, stoicijnsch wijsgeer omstreeks 275. Ofschoon hij een leerling van Zeno was, liet hij een groot deel van diens leer als nutteloos vallen; volgens hem bestaat er niets tusschen deugd en ondeugd; de deugd is het hoogste goed, al het andere is den wijze onverschillig. Om hem van zijn naamgenoot te onderscheiden wordt hij somsΣειρήνofΦάλανθοςbijgenaamd.—2)van Ceus, volgde omstreeks 226 zijn leermeester Lyco als hoofd der peripatetische school op.Aristonīcus,Ἀριστόνικος, 1) atheenschredenaar, aanhanger van Demosthenes, werd in 322 door Antipatrus gedood.—2)tyran van Methymna op Lesbus, door Alexander den Gr. gevangen genomen en aan de verbitterde Methymnaeërs uitgeleverd, die hem den marteldood deden ondergaan.—3)natuurlijke zoon van Eumenes II van Pergamus. Toen zijn broeder Attalus III in 133 zijn rijk aan de Romeinen naliet, beproefde Aristonicus zich met de wapenen tegen de uitvoering van het testament te verzetten, doch hij werd ten slotte door M. Perperna overwonnen, in zegepraal door Rome gevoerd en vervolgens in de gevangenis gewurgd.—4)alexandrijnsch taalgeleerde, tijdgenoot van Cicero, die zich vooral met de studie van Homērus bezig hield.Aristophanes,Ἀριστοφάνης, 1) de grootste der atheensche blijspeldichters, waarschijnlijk geb. in 444, gest. in 385. Over zijn leven is weinig bekend. In zijne stukken, die zich bijna alle op politiek gebied bewegen, kiest hij zeer beslist partij tegen het rustelooze drijven van de oorlogspartij en tegen de demagogen en de door hen meer en meer ontaardende democratie. Misschien beoordeelt hij in zijne bewondering voor het voorgeslacht zijn eigen tijd wel wat al te streng, in ieder geval spreekt uit zijne werken oprechte vaderlandsliefde, en kan het niet verwonderen dat hij vurig verlangde naar rustiger en gelukkiger tijden dan die, waarin hij werkzaam was. Hij werkte voor het tooneel van 427–388, in dien tijd schreef hij 40 (v. a. 50) stukken, terwijl nog vier door sommigen aan hem, door anderen aan Archippus toegeschreven werden. Hiervan bestaan, behalve een groot aantal fragmenten, nog elf, de eenige overblijfsels der oude attische comedie die in hun geheel bewaard zijn. Het zijn deἈχαρνῆς, opgevoerd bij deΛήναια(Jan.-Febr.) van het jaar 425,Ἱππῆς(Lenaea 424),Νεφέλαι, (oorspronkelijk opgevoerd bij deΔιονύσιαvan het jaar 423, toen het stuk gevallen is; over is slechts de omwerking),Σφῆκες(opgevoerd Lenaea 422),Εἰρήνη(Dionysia 421),Ὄρνιθες(Dionysia 414),Λυσιστράτη(Lenaea 411),Θεσμοφοριάζουσαι(Dionysia 411),Βάτραχοι(Lenaea 405),Ἐκκλησιάζουσαι(389, v. s. 392),Πλοῦτος(388). Zij munten uit door taal en versbouw, vinding en geest, al moge de scherts ons dikwijls wat ruw toeschijnen.—2)van Byzantium, geb. omstreeks 260, studeerde te Alexandrië onder Zenodotus en Callimachus en werd een uitstekend taalgeleerde. Hij bezorgde uitgaven van Homērus en andere dichters en voerde het gebruik van accenten in. Hij stierf, 77 jaar oud, als bibliothecaris te Alexandrië.Aristophon,Ἀριστοφῶν, 1) atheensch redenaar en staatsman na de verdrijving van de dertig.—2)ὁ Ἀζηνιεύς, invloedrijk redenaar en staatsman, bij wien Aeschines schrijver was.Aristoteles,Ἀριστοτέληςvan Stagīrus, zoon van den arts Nicomachus, geb. 384, ging in 367 naar Athene, waar hij tot den dood van Plato diens leerling bleef. Toen deze in 347 gestorven was, begaf hij zich naar zijn vriend Hermēas, vorst van Atarneus, en na diens val (345) naar Mytilēne, van waar hij echter spoedig (342) naar Macedonië geroepen werd om de opvoeding van Alexander op zich te nemen. Deze toonde ook in later jaren steeds de hoogste achting voor zijn leermeester; Stagirus, dat door Philippus verwoest was, werd weder opgebouwd en ontving eene staatsregeling, die Ar. ontworpen had; ook bij zijne natuurkundige studiën ontving de wijsgeer veel steun van den koning, die hem met groote kosten het noodige materiaal verschafte. In 335 kwam hij weder te Athene en trad hij als leeraar der wijsbegeerte op; reeds bij zijn eerste verblijf aldaar had hij onderwijs gegeven in de welsprekendheid en had hij zich als een tegenstander van Isocrates doen kennen. Na den dood van Alex. werd hij door de antimacedonische partij van godslastering aangeklaagd en vluchtte hij naar Chalcis op Euboea, waar hij spoedig stierf (322).—Zijne voordrachten hield Arist. al wandelend in de schaduwrijke dreven (περίπατοι, vandaar de peripatetische school) van het Lycēum voor eene talrijke schare toehoorders, en wel des morgens voor zijne eigenlijke leerlingen over meer bepaald wijsgeerige vraagpunten (ἀκροαματικάofἐσωτερικα), des avonds voor een groot publiek over populaire onderwerpen (ἐξωτερικά). Zoo waren ook zijne buitengewoon talrijke werken (minstens 146 titels zijn bekend) deels populair, deels streng wetenschappelijk. Van de laatste soort zijn er genoeg bewaard gebleven om ons zijn veelomvattende kennis zoowel als zijne wetenschappelijke methode te doen bewonderen. Volgens Ar. is de wijsbegeerte het onderzoek naar de eerste oorzaken van het bestaande, en om met vrucht aan zulk een onderzoek te kunnen beginnen is eene uitgebreide kennis van het bestaande, berustend op nauwkeurige waarneming, noodig; tot het opbouwen van een wijsgeerig stelsel moeten dus alle wetenschappen te hulp geroepen worden, en inderdaad behandelen zijne werken zoowel logica, rhetorica, poëzie en kunst in het algemeen, als wiskunde, botanie, zoölogie, physiologie en psychologie, om eindelijk te komen tot ethica, staatswetenschap en, wat hij de eerste philosophie noemt, methaphysica. Al wat bestaat heeft stof en vorm, in de stof ligt de mogelijkheid, kiem, aanleg (potentieelbestaan,δύναμις), van de individuen, maar eerst de vorm geeft hun individueel wezen (actueelbestaan,ἐνέργεια, ἐντελέχεια), daarom staat vorm hooger dan stof, en is het volmaakste dat men zich kan voorstellen, d. i. de godheid, volstrekt onstoffelijke vorm of geest. Voor den mensch ligt het grootste geluk in verstandige en deugdzame werkzaamheid, die uit den aard der zaak door genot bekroond wordt.—Ar. heeft bij zijn leven slechts weinige wetenschappelijke werken uitgegeven; de meeste van zijne handschriften met zijn geheele bibliotheek liet hij aan zijn leerling Theophrastus na; eerst door Apellicon van Teos werden zij gevonden en uitgegeven. Een van zijne werken is eerst 1890 in Egypte gevonden. De leer van Ar. schijnt bij deRomeinen niet veel beoefenaars gevonden te hebben, in de middeleeuwen echter en nog tot het midden der 17e eeuw werd zij aan alle hoogescholen als de eenige ware onderwezen, totdat zij door nieuwere stelsels verdrongen werd.Aristoxenus,Ἀριστόξενος, van Tarente, een van de beste leerlingen van Aristoteles; van zijne werken is eene verhandeling over de muziek bewaard gebleven. Bovendien beschreef hij de levens van wijsgeeren, dichters enz.Aristus,Ἄριστος, 1) van Salamis op Cyprus, beschreef, in de eerste helft der 2de eeuw, de geschiedenis van Alexander d. G.—2)van Ascalon, omstreeks het midden der eerste eeuw hoofd der academie te Athene, vriend van Cicero en onderwijzer van M. Brutus.Arīus, omstreeks 260 n. C. in Cyrenaïca geboren, was onder de regeering van Constantijn den Grooten presbyter te Alexandrië en begon in die hoedanigheid een strijd, welke de christelijke kerk in twee vijandige kampen verdeelde. Volgens hem was Christus door den goddelijken wil uit niets geschapen en had alzoo niet van eeuwigheid af bestaan, en was dus niet gelijk aan (ὁμοιος), maar eenswezend (ὁμοιούσιος) met God. Tegenover hem hielden Alexander, bisschop van Alexandrië, en diens opvolger Athanasius staande, dat Vader en Zoon gelijk waren en beiden van alle eeuwigheid af hadden bestaan. Op het concilie van Nicaea (325 n. C.) werd de leer van Arius veroordeeld en hijzelf uit de kerk gestooten. De keizer evenwel, gebelgd dat men een vonnis had geveld buiten hem om, en willende toonen, dat hij heer was ook over de kerk, verleende Arius gratie, riep hem later naar Constantinopel en verbande daarentegen Athanasius. Bij eene processie in Constantinopel kwam Arius plotseling op raadselachtige manier om het leven (336 n. C.). De strijd in de kerk tusschen het Arianisme en de orthodoxe leer werd omstreeks twee eeuwen lang met groote heftigheid gevoerd. De Gothen waren Arianen.Ariusia,Ἀριουσία χώρα, kuststreek aan den N. W. kant van het eiland Chius, waar de beste wijn groeide.Armene,Ἀρμένη, stad aan de kust van Paphlagonia, ten W. van Sinōpe.Armenia,Ἀρμενία, uitgestrekt bergland ten Z. en Z. W. van de Caucasusgewesten, met de bronnen van den Euphraat en den Tigris, terwijl de Araxes en de Cyrus naar de Caspische zee stroomen. Ten W. van dit land, door den noordelijken Euphraat-arm er van gescheiden, lagArmenia minor, dat somtijds tot Cappadocia werd gerekend, ook een tijd lang met Pontus was vereenigd, en later ook als zelfstandige staat voorkomt. De bevolking van Armenia bestond uit twee standen, den armenischen adel, die van arischen stam was, en lijfeigene boeren, afstammelingen eener vroegere bevolking. Het land was een soort van feudaalstaat en omvatte een aantal gouwen en vorstendommen, als Chorzianēne, Sophēne, Arzanēne, Moxoēne, Gordyēne, enz., die ten deele slechts middellijk onder den koning stonden. Buiten de vorstelijke residentiën, als Armauria, Artaxata, Tigranocerta, bevatte het land weinig belangrijke steden. Armenia maakte achtereenvolgens deel uit van het assyrische, het babylonische, het perzische, het macedonische, het syrische rijk, tot het, omstreeks twee eeuwen v. C. zich van dit laatste losscheurde. De eerste koning vanArmenia maiorwas Artaxias, een gewezen veldheer van Antiochus III, terwijl een ander generaal, Zariadres, Klein-Armenië in bezit nam. De armenische koning Tigrānes (97–56) breidde zijne heerschappij zelfs over Syria uit, dat hem echter door de Romeinen weder werd ontrukt. Sedert werd Armenia van Rome afhankelijk, doch werd nu en dan overheerd door de Parthen. Traiānus maakte er, 114 na C., eene rom. provincie van, doch Hadriānus liet het weder los. Marcus Aurelius heroverde het in 163, doch slechts voor korten tijd. Wanneer in lateren tijd van eene provincie Armenia sprake is, moet hieronderArmenia minorworden verstaan.Armilla, armband. Vooral bij de oostersche volken werden zij door personen van rang en aanzien gedragen, ook bij de Galliërs. In Griekenland waren dearmillaehoofdzakelijk een sieraad voor vrouwen; bij de Romeinen komen zij ook voor als eereblijken voor krijgslieden. Men vond ze in verschillende fatsoenen, zoowel in spiraalvorm, als in den gewonen ringvorm. Als sieraad droeg men ze zoowel om den pols en den benedenarm (ψέλλιον, περικάρπιον), als om den bovenarm, en ook wel om de enkels (περισφύριον).Armillum, eene soort van wijnkruik. Het spreekwoordanus ad armillumwordt gebezigd voor personen, die gedurig weder tot hunne oude gebreken of gewoonten vervallen.Armilustrium, een jaarlijksch wapenfeest, op 19 Oct. door de Romeinen gevierd op het Armilustrum, aan den voet van denmons Aventīnus.Arminius, zoon van Segimer, opperhoofd der Cheruscers, had in de rom. legers gediend en was door Augustus met het burgerrecht en het ridderschap vereerd. Hij was het, die in 9 n. C. de drie legioenen van den rom. veldheer Quinctilius Varus in het Teutoburgerwoud in eene hinderlaag lokte en vernietigde. Door Germanicus werd hij bij herhaling verslagen (15 en 16 n. C.); zijne vrouw Thusnelda en zijn zoon Thumelicus vielen den Romeinen in handen en moesten den zegetocht des overwinnaars opluisteren. Thumelicus stierf later als zwaardvechter. Arminius zelf streed daarna met geluk tegen de Marcomannen onder Maroboduus, maar viel in 19 (v. a. in 21) door sluipmoord, door zijn eigen bloedverwanten beschuldigd dat hij naar de heerschappij stond.Armorica=Aremorica.Arna,Ἄρνα, stad in Umbria ten O. van Perusia.Arnae,Ἄρναι, stad op Chalcidice.Arne,Ἄρνη, z.Aeolus.Arne,Ἄρνη, 1) stad in Thessaliotis, laterCierium geheeten.—2)stad in Boeotia, in het Copaïsche meer verzonken.Arnissa,Ἄρνισσα, stad in het macedonische landschap Eordaea.Arnobius, te Sicca in Numidia geboren en hieromAferbijgenaamd, was een geacht rhetor ten tijde van Diocletiānus. Hij omhelsde het christendom en is bekend als schrijver van een werk in zeven boeken,adversus gentes(ἒθνη= heidenen).Arnon,Ἄρνων, rivier in Palaestina ten O. van den Jordaan, die zich in de Doode zee stort.Arnus, voornaamste rivier van Etruria, thans Arno.Aromata,τὰ Ἀρώματα, kaap en stad aan de invaart der Arabische golf, de oostelijke punt van Afrika, thans kaap Guardafui.Arpi, stad in Apulia, volgens de sage gesticht door Diomēdes, toen deze op zijn terugtocht uit Troje door storm op de daunische kust was geworpen. De plaats zou toen eerstἌργος ἵππιονhebben geheeten, welke naam verbasterd zou zijn totArgyripaen vervolgens totArpi. Het was eene bloeiende handelsstad tot in den tweeden punischen oorlog. Na den slag bij Cannae namelijk koos Arpi de zijde van Hannibal (216), doch werd drie jaar later door de Romeinen heroverd en met het verlies zijner vrijheid gestraft, waarna het spoedig in verval kwam.Arpīnum, volscische stad in Latium ten N. van Fregellae, sedert 303 met decivitas sine suffragio, in 188 ook met het stemrecht begiftigd, geboorteplaats van Marius en van Cicero, wiens vaderlijke woning en landhuis dáár lag, waar de bergbeek Fibrēnus in den Liris stroomt.Arretium, thans Arezzo, eene der oude 12 hoofdsteden van Etruria, aan den voet der Apennijnen gelegen, nabij de bronnen van den Tiberis en den Arnus, in eene vruchtbare streek. De stad bloeide door industrie en was beroemd door hare wapenfabrieken en vooral sedert de eerste eeuw v. Chr. door hare vazen, uit fijne, roode porceleinaarde gebakken en smaakvol met figurenen reliefversierd. Deze vazen werden niet op de schijf gedraaid, maar in vormen geperst.Arrhaofarrhabo,ἀρράβων, ookarraenarrabogeschreven, handgift, godspenning, bij het sluiten eener overeenkomst gegeven, ook wel bij contracten van koop en verkoop. Ook bruidsgeschenk bij eene verloving.Arrhephoria,Ἀρρηφόρια, feest dat jaarlijks in de maand Scirophorion (Juni-Juli) te Athene ter eere van Athēna gevierd werd. Twee meisjes van 7 tot 11 jaar, die een jaar te voren door den Archon Basileus benoemd waren, en het geheele jaar op de Acropolis vertoefd hadden en aan den dienst van Athena Polias verbonden waren geweest (ἀρρηφόροι), brachten des nachts uit den tempel der godin een korf, waarvan de inhoud aan niemand bekend was, naar een naburige grot en brachten van daar een pak terug, waarvan men evenmin den inhoud wist. Daarop werden zij ontslagen.Arrhidaeus,Ἀρριδαῖος, zoon van Philippus van Macedonië en de danseres Philīne. Na den dood van Alexander d. G. werd hij onder den naam van Philippus tot koning uitgeroepen, hij was echter wegens zijne zwakke geestvermogens niet in staat zelf te regeeren, zoodat in werkelijkheid de veldheeren van Alexander alle macht in handen hielden. In 317 werd hij met zijne gemalin Eurydice door Olympias vermoord.Arria, echtgenoote van Caecīna Paetus. Toen deze onder de regeering van keizer Claudius wegens samenzwering ter dood was veroordeeld (42 n. C.), en aarzelde zichzelf om het leven te brengen, stiet Arria zich eerst den dolk in de borst en reikte hem toen haren echtgenoot toe met de woorden: “Paetus, het doet geen pijn.” Hare dochter Arria was gehuwd met Paetus Thrasea, die op last van Nero moest sterven, omdat hij te onverholen zijn afkeer van diens daden te kennen gaf.Arriānus (Flavius),Ἀρριανός, van Nicomedië, stoicijnsch wijsgeer en geschiedschrijver, leerling van Epictētus. Door de gunst van keizer Hadriānus werd hij, hoewel Griek, senator en tusschen 121 en 124 n. C.consul suffectus, daarna (131–137 n. C.) stadhouder van Cappadocië, in welke betrekking hij met roem tegen de Alanen streed. Na 147 woonde hij te Athene, waar hij het burgerrecht, archontaat e. a. eerambten kreeg. Van zijne geschiedkundige, krijgskundige en wijsgeerige geschriften zijn eenige bewaard gebleven, daaronder zijn voornaamste werk, de geschiedenis der veldtochten van Alexander,Ἀνάβασις Ἀλεξάνδρου, in stijl en bewerking een navolging van Xenophon, dat reeds bij de ouden voor het beste boek over dit onderwerp gehouden werd. Zie ookEpictetus.Arrius (Q.), een man van geringe afkomst, die het echter tot praetor had weten te brengen, is bekend door het prachtige feestmaal, dat hij bij zijns vaders uitvaart gaf, in 59, om daardoor stemmen te werven voor zijne verkiezing tot consul. Hiervan onderscheiden is een andere Q. Arrius, die als rom. veldheer in den zwaardvechtersoorlog voorkomt, in 72, toen hij Crixus versloeg, en die eigenlijk Verres als pro-praetor van Sicilië had moeten opvolgen, hetgeen door de moeilijkheden van den zwaardvechtersoorlog verhinderd werd.Arrogatioheette de aanneming tot zoon van iemand, diesui iuriswas. Dit was voor hem, die zich liet arrogeeren, eenecapitis deminutio(z. a.). Hij verloor denstatus familiae; er ging dus eenefamiliaverloren. Uit dien hoofde werd hiertoe telkens eene wet vereischt, die door de curiën moest worden goedgekeurd. Daar elkefamiliaharesacrahad, zoo moest aan de stemming eene verklaring der pontifices voorafgaan, dat uit het oogpunt van godsdienst geen bezwaar tegen dearrogatiowas. Hoewel nu de aangenomen zoon den geslachts- en den familienaam van zijn adoptiefvader aannam, zoo werden toch mannen, die reeds op rijperenleeftijd zich tot zoon lieten aannemen, dikwijls nog bij hun ouden naam genoemd. Zie ookadoptio.Arruns=Aruns.Arruntii, plebejisch geslacht.Arsaces,Ἀρσάκης. In het midden der derde eeuw kwam zekere Arsaces, volgens sommigen van scythische, volgens anderen van perzische afkomst, in opstand tegen den syrischen koning Antiochus II. Het gelukte hem, rondom de stad Hecatompylos een klein rijk te stichten, dat onder zijne opvolgers door veroveringen zich uitbreidde tot het later zoo machtige parthische rijk. De door Arsaces I gestichte dynastie wordt die derArsacidengenoemd. De eigenlijke grondlegger van de macht der Parthen was de broeder en opvolger van Arsaces I, Arsaces II Tiridātes (248–211), die na eene schitterende overwinning op de Syriërs (238) zijne regeering over Hyrcania, Arīa, Drangiāna en Sogdiāna uitbreidde. Na hem regeerden nog acht of negen en twintig koningen, die allen, behalve hun anderen naam, ook den naam of titel Arsaces hebben gevoerd. De laatste, Artabānus IV, kwam in 227 na C. om, toen, in plaats van het parthische, een nieuw-perzisch rijk verrees, onder de dynastie der Sassaniden.

Arcus.

Arcus, 1) het bekende schietwapen,τόξον, waarvan hier geene verdere verklaring noodig is. Wij geven hierboven twee afbeeldingen van bogen; de onderste wordtarcus sinuatusgeheeten.—2)in de bouwkunde elke uit bouwstoffen vervaardigde boog, meer in het bijzonder eerepoorten en eerebogen. Onder de republiek waren zij meestal slechts tijdelijk, of van gewonen gehouwen of gebakken steen opgetrokken, en werdenfornicesgenoemd; doch onder de keizers werden zij met de meest mogelijke pracht van marmer en beeldhouwwerk als blijvende gedenkteekenen opgericht. Vijf zulke triumfbogen zijn te Rome bewaard gebleven: dearcus Drusi, dea. Titi(zie bovenstaande afbeelding) dea. Septimii Severi. dea. Gallienien dea. Constantini.

Boog van Titus.Boog van Titus.

Boog van Titus.

Ardea,Ἀρδέα, in Latium, oude hoofdstad der Rutuliërs, sedert 442 romeinsche kolonie, later vervallen.

Ardeas, zoon van Odysseus en Circe, stichter van Ardea in Italië; v. a. echter was deze stad door Danaë gesticht.

Ardericca,Ἀρδέρικκα, plaats aan den Euphraat, ook eene plaats nabij Susa, waarheen Darius de gevangene Eretriërs overbracht.

Ardescus,Ἄρδησκος, onbekende zijrivier van den Ister in europeesch Sarmatië, mythologisch een zoon van Oceanus en Tethys.

Ardettus,Ἀρδηττός, heuvel ten Z. O. van Athene, bij het Stadion, waar de heliasten jaarlijks hun eed aflegden.

Arduenna silva, in Belgica, thans de Ardennen en de Eifel.

Ardys,Ἄρδυς, zoon en opvolger van Gyges, koning van Lydië, 654–617. In het begin van zijn regeering valt de inval der Cimmerii (z. a.). Gedurende de laatste jaren van zijn leven veroverde hij Priēne en voerde hij met kracht oorlog tegen Milētus, zonder dat het hem gelukte die stad in te nemen.

Area, in het algemeen eene open ruimte, vooral eene opzettelijk vrijgelaten ruimte, zooals het voorplein vóór een tempel, waar het altaar stond, de voorhof van een huis, en dgl.—Vooral werd de uit leem vastgestampte, soms ook geplaveide dorschvloer,ἁλως, ἀλωή, aldus geheeten. Hij lag nabij de boerderij, in de open lucht, eenigszins hoog ten behoeve eener goede afwatering. Het koren werd uitgetreden door vee of door zware blokken (tribula), waarvoor een trekdier was gespannen, of met knuppels en dorschvlegels uitgedorscht.

Arēa,Ἀρεία, 1) z.Aphrodite. De dienst van Aphrodīte Arēa was te Sparta inheemsch, waar zij een tempel met een gewapend beeld had, en werd later naar Corinthe, Cythēra en Cyprus overgebracht.—2)bijnaam van Athēne. Onder dien naam had zij een gewapend beeld in den tempel van Ares. Orestes zou na zijne vrijspraak voor het eerst een altaar voor haar hebben opgericht.

Areïthous,Ἀρηίθοος, koning van Arne, geducht strijder, om zijn ijzeren knotsκορυνήτηςbijgenaamd. De arcadische koning Lycurgus doodde hem en ontnam hem zijne wapenen.

Arelas, Arelāteof-tum,Ἀρελάτη, thans Arles, stad in Narbonensis, ter weerszijden van den Rhodanus (Rhône) gelegen, met belangrijke overblijfselen uit den rom. tijd, sedert 46 rom. kolonie. Arelas was eene bloeiende koopstad.

Aremorica, de kuststreek van Gallia ten N. van denLiger(Loire) en langs den Oceanus Britannicus (het kanaal). De naam wordt afgeleid van het keltischear= aan, bij, enmôr= zee. Bij Plinius is het de oude naam voor Aquitania in engeren zin (z. a.).

Arēna, het met zand bestrooide strijdperk in het amphitheater, waar de gevechten van dieren en van zwaardvechters plaats vonden. Bloedvlekken werden telkens onzichtbaar gemaakt door er nieuw zand over te strooien. Overdrachtelijk wordtarenaook gebruikt voor het geheele amphitheater, voor den strijd zelf en ook voor elke soort van wedstrijd en van oefenplaats.

Arenācum, Arenatium, Arenatio, stad in het gebied der Batavieren, aan den weg tusschen Castra Vetera (Xanten) en Noviomagus (Nijmegen), misschien het dorp Rindern bij Kleef.

Areopagus,Ἄρειος πάγος, heuvel in Athene, waar de oudste en beroemdste rechtbank (ἡ ἐν Ἀρείῳ πάγῳofἐξ Ἀρ. π. βουλή) zitting hield. Deze rechtbank, volgens het meest bekende verhaal samengesteld bij het proces van Orestes en volgens beschikking van de godin Athēna ook voor het vervolg behouden, behandelde onder indrukwekkende formaliteiten de zwaarste misdaden, zooals opzettelijken moord, brandstichting en dgl., waarop doodstraf of verbanning stond. De aangeklaagde had gedurende de vier maanden, die tusschen de aanklacht en het vonnis moesten verloopen, geen toegang tot publieke plaatsen; hij kon zich echter, behalve in geval van vadermoord, vrijwillig in ballingschap begeven. Wanneer over het vonnis de stemmen staakten, volgde vrijspraak, daar Athēna dan verondersteld werd, evenals bij het proces van Orestes, voor vrijspraak gestemd te hebben (calculus Minervae).—Sedert 683 wordt de Areop. jaarlijks aangevuld uit de gewezen archonten, die voldoende verantwoording van hun beheer gegeven hadden en voor hun leven zitting hadden; hij had het toezicht over de geheele staatsregeling en over de wetten, zeden en tucht. Solon maakte hem tot een politiek gerechtshof, waarbij men klachten kon indienen tegen de ambtenaren. Welke bevoegdheden met het toezicht op de wetten verbonden waren, vindt men nergens nauwkeuriger omschreven; ook zijn de gevallen waarin de Areop., hetzij uit eigen beweging, hetzij volgens opdracht van het volk, optrad, van zeer verscheiden aard; overal ziet men echter dat hij, wanneer hij optrad, door het groote vertrouwen, dat hij genoot, grooten invloed kon uitoefenen. Doch met zijne uit den aard der zaak conservatieve gezindheid schijnt dit lichaam de volkomen ontwikkeling der democratie in den weg te hebben gestaan, en omstreeks 462 werd het door Themistocles en Ephialtes, later nog door Pericles, van zijne politieke macht beroofd. Sedert dien tijd is de Areopagus bijna uitsluitend gerechtshof in gevallen van moord en doodslag. In den rom. tijd is het weder het voornaamste regeeringslichaam.

Ares van de villa Ludovisi.Ares van de villa Ludovisi.

Ares van de villa Ludovisi.

Ares,Ἄρης,Mars, zoon van Zeus en Hera, god van het krijgsgewoel en van bloedige gevechten. In gezelschap van zijne kinderen Deimos en Phobos, van zijne zuster Eris en van de moordgodin Enȳo, begeeft hij zich in den strijd, waar hij zich evenmin bekommert om orde en regelmaat, als om het recht der strijdende partijen. Om zijn onstuimigheid en zijn bloeddorstigen aard is hij zelfs bij Zeus meer dan eenig ander god gehaat. Telkens geraakt hij in strijd met Athēna, de godin van het krijgsbeleid, en telkens moet hij het onderspit delven; zelfs aan stervelingen gelukt het door hare hulp den god te wonden.—De eeredienst van Ares was waarschijnlijk uit Thracië ingevoerd en werd in Griekenland nooit algemeen. De wolf, het paard en de haan waren hem heilig. Zijne beelden vertoonen gewoonlijk eene jeugdige, gespierde gestalte, donkere gelaatstrekken, kleine oogen, wijd geopende neusgaten en kort haar.

Arestorides,Ἀρεστορίδης, Argos, de zoon van Arestor.

Aretaeus,Ἀρεταῖος, uit Cappadocia, beroemd geneesheer te Rome uit de 2de helft van de 2de eeuw na C.

Aretalogus, een persoon, die den kost verdiende door bij feestmalen de dischgenooten te vermaken, vermoedelijk door, als een soort van nar, te zwetsen en te bluffen. Oorspronkelijk is het echter iemand, die op eentonige wijs de deugden en de macht van de een ofandere oostersche godheid verkondigt, of van allerlei wonderen opsnijdt.

Aretas, naam van eenige vorsten der Nabataeërs in Arabia Petraea. Een hunner, die zich in de joodsche zaken mengde, werd op bevel van Pompeius door diens quaestor M. Aemilius Scaurus verdreven en in de stad Petra belegerd (64). Een andere Aretas, wiens dochter met Herodes II Antipas gehuwd, doch ter wille van Herodias verstooten was, viel in Judaea ten tijde van Tiberius. Diens overlijden (37 n. C.) verhinderde het uitbarsten van een oorlog. Toen Paulus uit Damascus ontsnapte, stond de stad onder het bevel van den stadhouder (ἐθνάρχης) van Aretas.

Arēte,Ἀρήτη, 1) gemalin van Alcinoüs. Zoowel Odysseus als Medēa werden door haar gastvrij ontvangen en in bescherming genomen.—2)dochter van Aristippus, den stichter der cyrenaïsche school; zij beoefende zelve ijverig de wijsbegeerte en onderrichtte haar zoon daarin.—3)dochter van Dionysius I van Syracuse, gehuwd met Dio, en gedurende zijne afwezigheid aan Democrates tot vrouw gegeven. Na zijne terugkomst nam Dio haar weder tot zich, en nadat hij vermoord was, werd zij eerst gevangen gehouden en toen in zee geworpen.

Aretho,Ἄραιθος, Ἄρατθος=Arachthus, rivier in Epīrus.

Arethūsa,Ἀρέθουσα, 1) bron op Ortygia (z.Alpheus).—2)bron in Elis.—3)bron op Ithaca.—4)bron op Euboea.—5)bron bij Thebae.—6)stad in Syrië aan den Orontes.

Areus,Ἀρεύς, koning van Sparta (310–265). Met Ptolemaeus II verbonden, voerde hij oorlog tegen de Aetoliërs, maar leed bij Cirrha een volkomen nederlaag. In 272 sloeg hij den aanval van Pyrrhus op Sparta af, ook verleende hij hulp aan Argos tegen hem. Hij sneuvelde in den Chremonideïschen oorlog in een gevecht bij Corinthe.

Arevacien-cae, machtige en dappere volksstam in Hispania Tarraconensis, tot wier gebied de stad Numantia aan den Boven-Durius (Douro) behoorde.

Ἀργαδεῖς, naam van de laatste der vier oude attische phylae, naar Argades, een zoon van Ion.

Argaeus,Ἀργαῖος, 1) koning van Macedonië, zoon van Perdiccas I.—2)koning van Macedonië, die in 393 aan Amyntas III de regeering ontnam en deze twee jaar behield.—3)zoon van Ptolemaeus Lagi, werd door zijn broeder Ptolemaeus Philadelphus gedood.

Argaeus mons,Ἀργαῖον ὄρος, sneeuwgebergte in het midden van Cappadocia.

Arganthonius,Ἀργανθώνιος, koning van Tartessus in Hispania, die 120 jaar leefde, waarvan hij 80 jaar regeerde. Zeelieden uit Phocaea, die omstreeks 550 bij hem kwamen, werden zeer goed door hem ontvangen, zelfs trachtte hij hen te overreden met al hunne landgenooten in zijn rijk te komen wonen.

Arganthonius mons,Ἀργανθώνιον ὄρος, berg in Bithynia, op eene landtong, die tusschen twee golven in de Propontis (zee van Marmara) vooruitspringt. In de nabijheid zou Hylas door de nimfen geroofd zijn.

Argēa,Ἀργεία, 1) dochter van Adrastus, gehuwd met Polynīces.—2)zuster van Theras, gehuwd met Aristodēmus no. 1.

Argēi, naam van 27 offerplaatsen te Rome, volgens de overlevering door Numa gewijd, waar, naar het schijnt, door of vanwege de pontifices op zekere tijden offers werden gebracht. Ook verstaat men onderArgeiaangekleede poppen, opgevuld met stroo of met biezen, die ten getale van 27 op 15 Mei van de houten paalbrug (pons sublicius) in den Tiber werden geworpen, ten overstaan van de pontifices, de vestaalsche maagden en den praetor urbanus. Men gelooft vrij algemeen hier te doen te hebben met een zoenoffer aan de rivier, oorspronkelijk waarschijnlijk een menschenoffer. Argei zijn namelijk oorspronkelijk Grieken, die als landsvijanden jaarlijks sedert de 2de helft der 3de eeuw volgens de aanwijzing der Sibyllijnsche boekenGraeco ritugedood werden; men vergelijke het herhaaldelijk dooden van een Gallus en eene Galla, eveneens volgens aanwijzing dier boeken. Spoedig echter zijn deze bloedige offers door het afwerpen van stroopoppen (simulacra hominum scirpea) vervangen. Bij senaatsbesluit van het jaar 97 werd elk menschenoffer verboden.

Argentarius.De werkkring derargentariiwas tamelijk veelzijdig. Zij bezorgden geld- en handelszaken voor anderen, belastten zich met koop en verkoop en vervulden alzoo de rol van makelaars, van wisselaars en van bankiers. In deze laatste hoedanigheid gaven zij ook wissels af op andere plaatsen, namen geld voor anderen in ontvangst en deden op last hunner lastgevers uitbetalingen. De uitdrukkingper mensam solverebeteekent dus: eene aanwijzing op zijn bankier geven. Hunne zaken deden zij meest in detabernae argentariae veteresennovaeaan het forum, die door den staat gebouwd en aan hen verhuurd werden.

Argentorātum, rom. municipium aan den Rijn in het land der Triboci, met groote wapenfabrieken, thans Straatsburg. In de nabijheid van deze stad versloeg Juliānus als Caesar (onderkeizer) in 357 n. C. de Alamannen, die in denElzasgevallen waren, en een groot gedeelte van Gallië plunderden.

Arges,Ἄργης, een cycloop.

Argi, oorspronkelijke latijnsche naam voor de stadArgos.

Ἀργίας γραφή, aanklacht, die men oorspronkelijk bij den Areopagus, later bij denἄρχων ἐπώνυμοςkon indienen tegen iemand, die geen beroep uitoefende en daardoor zijn nabestaanden tot last was. Dit werd eerst met eene boete, bij herhaling met atimie gestraft.

Argilētum, eene buurt in Rome, tusschen den mons Quirinālis en het forum. In deze buurt waren vooral boekwinkels en winkels van handwerksnijverheid. De naam wordt zoowel afgeleid vanargilla(dus zooveel alskleibuurt), als verklaard door den dood van Evander, die hier zou vermoord zijn.

Argilus, stad op de macedonische kust aan de golf van den Strymon, kolonie van Andrus.

Arginūsae,Ἀργινοῦσσαι, groep van drie eilandjes tusschen Lesbus en de kust van Aeolis. Hier behaalde de atheensche vloot in den peloponnesischen oorlog hare laatste overwinning op de Spartanen (406); doch niettemin werden de atheensche veldheeren te Athene ter dood gebracht, omdat zij verzuimd hadden de drenkelingen op te visschen.

Argiphontes,Ἀργειφόντης, Argusdooder, bijnaam van Hermes.

Argippaei,Ἀργιππαῖοι, stompneuzige en kaalhoofdige nomadenstam in Sarmatia. Het is waarschijnlijk een turksch volk, dat ten Z. van het Altaïgebergte woonde. De oost-aziatische handelsweg naar den Pontus liep door hun land.

Argissa,Ἄργισσα, stad in Pelasgiōtis in Thessalia, later Argūra genaamd.

Argīva,Ἀργεία, bijnaam van Hera.

Argīvi,Ἀργεῖοι, zieArgos.

Argo,Ἀργώ, het schip, waarmede Iāson en zijne metgezellen (de Argonauten) naar Aea voeren. Het was gebouwd van hout dat op den Pelion gegroeid was, en werd door vijftig roeiers in beweging gebracht. Athēna zelve hielp bij het bouwen en voegde er een stuk van den sprekenden eik van Dodōna in. Bij zijne terugkomst wijdde Iason het schip op de landengte van Corinthe aan Poseidon, later werd het onder de sterren geplaatst.

Argolis,Ἀργολίς, oude en door de Romeinen op nieuw in zwang gebrachte naam van het landschap Argos in de Peloponnēsus (zieArgos).

Argonautae,Ἀργοναῦται, Iāson en zijne metgezellen, die met het schip Argo naar Aea voeren, om het gouden vlies terug te halen, dat daar door Phrixus in een woud van Ares was opgehangen. Ofschoon de sage van den Argonautentocht bij de Minyers ontstaan is, was hare groote vermaardheid oorzaak, dat in verloop van tijd de meeste helden die in dien tijd geleefd konden hebben, ook uit andere grieksche stammen, onder de vijftig deelnemers aan den tocht geteld werden, o.a. Heracles, Castor en Polydeuces, Peleus, Theseus, Tydeus, Meleager, Orpheus. De Argonauten stonden onder de bizondere bescherming van Hera en Athēna; zij bereikten dan ook hun doel, in weerwil van vele gevaren en avonturen. De heenreis gaat van Iolcus over Lemnus, door den Hellespont, langs Cyzicus, door de Symplegadische rotsen en verder langs de kust van de Zwarte zee; op de terugreis werd v. s. dezelfde weg genomen; doch volgens de meeste verhalen werd het schip door storm op een verkeerden weg gedreven en kwamen de reizigers eerst na lange omzwervingen in Iolcus terug. Er is dan ook bijna geen land, of de Argonauten zijn er volgens een of ander verhaal geweest, zelfs zouden zij in twaalf dagen door de libysche woestijn getrokken zijn, terwijl zij het schip Argo op hunne schouders droegen; ook bezochten zij Circe, voeren voorbij de Sirenen, Scylla en Charybdis, enz.—Men gelooft dat de sage van den Argonautentocht, die zeer oud is, herinneringen bevat aan de vroegste zeetochten, die door de Minyers, een zeevarend volk, ten behoeve van handel en kolonisatie werden ondernomen.

Argos,τὸ Ἄργος. De naam beteekent volgens Strabo vlakte en wordt dus bij meer dan ééne plaats gevonden. Het homerischeπελασγικὸν Ἄργοςis de vlakte bij Larissa aan den Penēus in Thessalia, en in ruimeren zin ook wel het geheele thessalische vlakland.Τὸ Ἀχαιικὸν Ἄργοςbij Homērus is òf de stad Argos in de Peloponnēsus, de woonplaats van Diomēdes, òf het landschap Argos, ook wel Argolis geheeten, òf ook wel de geheele Peloponnēsus, evenals de naamArgīvibij de dichters nu eens voor de Argoliërs, dan weder voor de gezamenlijke Grieken wordt gebezigd, omdat hun aanvoerder in den trojaanschen krijg, Agamemnon, koning te Mycēnae in Argos was.Het landschap Argoswas het oostelijkste van de Peloponnesus. Het was bergachtig en niet zeer vruchtbaar, omdat het arm was aan water. De vlakte, waarin de steden Argos, Mycenae en Tiryns lagen, was vruchtbaarder en geschikt voor paardenfokkerij,ἱππόβοτον Ἄργοςbij Homerus. Ook Argos werd, evenals Messēne en Laconica, door de Doriërs veroverd, doch dezen waren hier minder sterk, zoodat de oud-achaeische elementen minder onderdrukt werden en de regeering minder aristocratisch werd dan te Sparta. In Argos behooren de mythen te huis van de Danaïden, van Danaë en Perseus, van Heracles, van de gruwelen der Atridenfamilie.De stad Argoslag aan het riviertje den Inachus, op een steilen heuvel lag de burg Larissa. Na den trojaanschen oorlog was nu eens Argos, dan weder Mycenae de zetel van het bestuur, de Doriërs maakten Argos voor goed tot hoofdstad. Aan den perzischen oorlog kon Argos geen deel nemen, ten gevolge eener vreeselijke nederlaag, die het kort te voren van de Spartanen had ondergaan bij Tiryns. De beroemde beeldhouwer Polyclētus was te Argos (of te Sicyon) geboren. In den tempel van Hera, tusschen Argos en Mycenae gelegen, stond het beroemde, door hem gemaakte beeld der godin.—Ook in het landschap Amphilochia tusschen Aetolia en Epīrus lag eene stadArgos, ter onderscheidingAmphilochicumgeheeten.—Nog een ander Argos,Hippiumbijgenaamd, zou na den trojaanschen oorlog in Apulia gesticht zijn en uitἌργος ἵππιονzou dan de naamArpizijn ontstaan.

Argūra,Ἄργουρα=Argissa.

Argus,Ἄργος, 1) zoon van Zeus en Niobe, volgde zijn grootvader Phorōneus als koning van Argos op.—2)zoon van Agēnor, Arestor of Inachus, wiens geheele lichaam met oogen bezaaid was (πανόπτης). Toen Io in eene koe veranderd was, plaatste Hera hem als wachter bij haar, maar Hermes deed hem door zijn fluitspel inslapen en doodde hem daarna. Zijne oogen plaatste Hera daarna inden staart van den pauw.—3)zoon van Phrixus en Chalciope. Hij keerde uit Aea naar Orchomenus terug en bouwde voor Iāson de Argo. V. a. leed hij met zijne broeders schipbreuk bij het eiland Aretias, waar de Argonauten hen later vonden en medenamen naar Aea.

Argyraspides,Ἀργυράσπιδες, eene keurbende van zware infanterie in het macedonische leger, zoo genoemd naar hunne met zilver beslagen schilden. Na Alexanders tocht door Indië werd dit corps opgericht of v. a. werden alle overblijfsels zijner oude grieksche troepen toen erin opgenomen. Later werden zij door Polyperchon onder bevel van Eumenes geplaatst, zij kwamen in opstand en verrieden hun veldheer aan Antigonus, die weldra het corps wegens zijne aanmatigingen ontbond.—Ook de lijfwacht der Syrische koningen bestond uit Argyraspides.

Argyripa, oude naam voor de stad Arpi in Apulia.

Arīa,Ἄρεια, eene der oostelijke provinciën van het perzische rijk, een vruchtbaar bergland, waardoor de Arīus, die bij Herodotus Aces,Ἄκης, heet, stroomde. De bewoners heettenArii,Ἄρειοι, welke naam niets te maken heeft met den naam Ariërs, waarmede de Indo-Germanen worden aangeduid. De hoofdstad was Artacoana. Op hare plaats of in de nabijheid er van werd later een Alexandria gesticht,Ἀρείωνbijgenaamd, thans Herât.

Ariadne,Ἀριάδνη, dochter van Minos en Pasiphaë. Zij vluchtte met Theseus uit Creta, nadat zij hem door een kluwen touw in staat gesteld had zijn weg in het labyrinth te vinden en den Minotaurus te dooden. Terwijl zij op het eiland Naxus ingeslapen was, liet Theseus haar achter en vervolgde alleen de reis naar Athene. Toen zij ontwaakte en zag wat er gebeurd was, wilde zij zich in zee storten, maar juist op dat oogenblik landde Dionȳsus, van zijn tocht naar Indië terugkeerend, op Naxus en, door hare schoonheid getroffen, nam hij haar tot zijne bruid. Sedert dien tijd vergezelde zij den god altijd, en nam zij, op een panther of een olifant zittende, de eerste plaats onder zijn gevolg in. Haar bruidskrans werd onder de sterren opgenomen en v. s. kreeg zij zelve een plaats op den Olympus.—V. a. was zij op Naxus door Artemis gedood, of had Dionysus Theseus bewogen haar te verlaten. Bij vele feesten van Dionysus werd ook Ariadne vereerd. Z. afbeelding.

Ariadne van het Vaticaan.Ariadne van het Vaticaan.

Ariadne van het Vaticaan.

Ariaeus,Ἀριαῖος, voerde in den slag bij Cunaxa het bevel over den linkervleugel van Cyrus’ leger. Na diens dood ging hij tot Artaxerxes over, en gedeeltelijk door zijn toedoen vielen de grieksche strategen, die onder Cyrus gediend hadden, in de handen van Tissaphernes.

Ariāna. Deze naam, waaronder men het oostelijk gedeelte van het perzische rijk verstaat, was aan de oude Grieken onbekend. Door bergranden van Armenia en van de Euphraat-Tigrislanden gescheiden, strekt Ariana zich uit tot aan den Indus, en omvat dus ongeveer het tegenw. Irân, Afghanistân en Beludchistân. De scherpe afwisseling van gloeiende zomerhitte met felle winterkoude en het gebrek aan water maakten, dat het land schaars bevolkt was. Behalve nomadenstammen van elders, was de bevolking arisch. Behalve Media en Persis, die niet altijd onder Ariana begrepen worden, maar toch door hunne ligging er toe behooren, omvat Ar. de landstreken Carmania, Gedrosia, Arachosia, Drangiāne, Arīa, het Paropanisadenland, Bactrīane, Sogdiāne, Parthyaea, Hyrcania.

Ariarāthes,Ἀριαράθης, cappadocische koningsnaam. Ariarathes I werd in 322 door Perdiccas, den rijksbestuurder na Alexander den Grooten, verslagen en ter dood gebracht. Zijn zoon, Ar. II, herwon het vaderlijk gebied (302). Ar. IV hielp zijn schoonvader Antiochus III van Syria in den oorlog tegen de Romeinen, doch sloot later met hen een verbond van vriendschap (188). Ar. V had zijne opvoeding te Rome ontvangen. Bij den dood zijns vaders (162) betwistte een ondergeschoven zoon van dezen, Holophernes, hem met syrische hulp het rijk, zoodat hij naar Rome moest vluchten, waar men eene verdeeling tot stand bracht. Later hielp hij de Romeinen in den oorlog tegen Aristonīcus van Pergamus, waarbij hij sneuvelde (130). Onder de volgende Ariarathessen maakte Mithradātes van Pontus zich van Cappadocia meester en zette er zijn eigen zoon Ariarathes op den troon, terwijl de Romeinen Ariobarzanes I tot koning aanstelden (95). Eenlatere Ariarathes, zoon van Ariobarzanes III, werd door den drieman M. Antonius afgezet (zieArchelaüsno.7).

Ariaspae,Ἀριάσπαι, ruitervolk in Drangiāne. Zij zijn ook bekend om hun korenbouw, en hadden hun land vruchtbaar gemaakt door talrijke bevloeiïngen.

Aricia,Ἀρικία, zeer oude stad van Latium aan den appischen weg, ten Z. van denAlbanus lacus, sedert 338civitas sine suffragio, vervolgens een bloeiend municipium. In de buurt vond men denlacus Nemorensis(tgw. Lago di Nemi), aan welks oever een Diāna-tempel stond. Hiernaar werd het meer ookspeculum Dianaegenoemd. De priester van dezen tempel, met den titelrex Nemorensis, was in later tijd een weggeloopen slaaf, die zijn ambt zoolang bekleedde, tot er een sterkere kwam, die hem in een gevecht overwon. DeDiana Aricinais eene in Latium inheemsche godin, die de vrouwen in verschillende omstandigheden haars levens steunt.

Aries, stormram of muurbreker, bestaande uit een zwaren balk, van voren met een zwaren metalen ramskop voorzien. Hij hing op de wijze van een schommel aan touwen of kettingen, werd dan achteruitgetrokken en losgelaten, zoodat hij met kracht tegen den vijandelijken muur beukte. Om de kracht te vermeerderen, waren dearietesgeweldig zwaar en soms aan het achtereinde nog van zware gewichten voorzien, zoodat er dikwijls 1500 manschappen noodig waren om ze te bedienen. Bij het beleg van Carthago gebruikte Scipio twee rammen voor welks bediening hij 6000 man noodig had. De gewone lengte van den balk was 80 tot 100 voet. Flavius Josephus beschrijft een stormram, waarvan de kop eene dikte van tien mannen en elk der beide horens eene mansdikte had. Deariesstond, ter beveiliging der manschappen onder een sterk schutdak,testudo arietaria. Wilde de belegerde stad voorwaarden van overgave bedingen, dan moest zij dit doen, voordat de stormram de muren had aangeraakt.

Arima,τὰ Ἄριμα, een berg ergens in Klein-Azië, waaronder de reus Typhoëus bedolven lag. De bewoners heettenArimi. De woordenεἰν Ἀρίμοιςals één woord gelezen, hebben aanleiding gegeven tot de meening, dat het eiland Inarime of Aenaria in de golf van Napels was bedoeld.

Arimaspi,Ἀριμασποί, fabelachtig volk in het verre Noordoosten van Europa of in Libye. De Grieken stellen hen voor als eenoogige menschen, die om het goud in hun bergen een eeuwigen strijd met de griffioenen voeren. Sommigen zien hierin een dichterlijke inkleeding van geruchten aangaande den mijnbouw in den Oeral.

Ariminum,Ἀρίμινον, bloeiende zeestad in Umbria, door de via Flaminia met Rome, en door de via Aemilia met Cisalpīna verbonden. Een tijd lang was het in bezit der senonische Galliërs, doch na hunne verdrijving keerde de umbrische bevolking terug en werd de plaats in 268 rom. kolonie. Thans Rimini.

Ariobarzanes,Ἀριοβαρζάνης, veldheer van den perzischen koning Darīus III Codomannus, die nog eene laatste vruchtelooze poging deed om den voortgang der Macedoniërs te stuiten; hij werd, nadat hij zich had overgegeven, door Alexander eervol behandeld.—Ook werd deze naam gedragen door een drietal koningen van Cappadocia. Ar. I werd in 95 door de Romeinen als koning aangesteld, doch meermalen door Mithradātes van Pontus verdreven. Als spotnaam noemde men hem Philoromaeus of Romeinenvriend. Hij werd in 63 opgevolgd door zijn zoon Ar. II, en deze in 51 door Ar. III, die in den burgeroorlog eerst de partij van Pompeius, maar later die van Caesar koos, en in 43 door Cassius werd omgebracht.

Arīon, 1)Ἀρίων, van Methymna, beroemd dichter, zanger en citherspeler, die het eerst bij de Dionȳsusfeesten den dithyrambus door koren liet voordragen. Hij leefde langen tijd aan het hof van Periander van Corinthe, bij wien hij in hooge gunst stond. Toen hij van eene reis door Italië en Sicilië naar Corinthe terugvoer, besloten de matrozen, begeerig naar de schatten die hij bij zich had, hem te dooden. Op zijn verzoek werd hem toegestaan voor zijn dood een lied te zingen; hij trad naar den voorsteven, van waar hij zich bij het einde van zijn gezang in zee stortte. Maar een van de dolfijnen, die door de heerlijke muziek aangelokt waren, nam hem op den rug en bracht hem behouden naar Taenarum, van waar hij zijne reis naar Corinthe voortzette. Kort daarna kwam ook het schip te Corinthe aan en Periander, reeds van het gebeurde op de hoogte, liet de matrozen gevangen nemen en voor zich brengen. Eerst loochenden zij alle schuld en beweerden dat Arion te Tarente gebleven was, maar toen deze plotseling zelf verscheen, bekenden zij alles, waarop Periander hen liet ter dood brengen. Op kaap Taenarum stond eeuwen lang een bronzen beeld van Arion, op een dolfijn zittende. De lier en de dolfijn werden onder de sterren geplaatst.—2)Ἀρείων, het bliksemsnelle, met spraak begaafde paard van Adrastus, door Poseidon bij Demēter verwekt.

Ariovistus, germaansch aanvoerder, die in 71 met 15000 Germanen den Rijn overtrok, om in Gallia de Arverners en Sequaners tegen de Aeduers te ondersteunen. Hij versloeg eerst zijne vijanden en onderwierp toen zijne bondgenooten. De rom. senaat verleende hem den titel van vriend en bondgenoot. Toen echter in 58 de onderdrukte gallische volken Caesars hulp hadden ingeroepen en Ariovistus Caesars eischen afwees, bracht Caesar hem in den Boven-Elzass eene zóó afdoende nederlaag toe, dat Ariovistus over den Rijn naar Germania terugvluchtte.

Ariphron,Ἀρίφρων, van Sicyon, dithyrambendichter uit de vierde eeuw.

Arisbe,Ἀρίσβη, 1) dochter van Merops, echtgenoote van Priamus, moeder van Aesacus.—2)trojaansche stad nabij Abȳdus, waarbij Alexander na den overtocht van den Hellespont zijn leger opsloeg.—3)stad op Lesbus,ten Z. van Methymna, die door eene aardbeving verwoest werd.

Aristaenetus,Ἀρισταίνετος, van Nicaea in Bithynië, grammaticus en rhetor, verloor het leven bij eene aardbeving te Nicomedēa (358 na C.). De vijftig brieven vol avontuurlijke liefdesgeschiedenissen, die zijn naam dragen, zijn van veel lateren tijd.

Aristaeus,Ἀρισταῖος, zoon van Uranus en Ge of van Apollo en Cyrēne, een god der oudste Grieken, wiens wezen later met dat van Zeus en Apollo samensmolt. Hij was de beschermer van den landbouw, van de kudden (Νόμιος), de jacht (Ἀγρεύς), de bijen (Μελισσεύς), enz. Hij werd vooral in Thessalië, in Cyrēne en op het eiland Ceos vereerd.

Aristagoras,Ἀρισταγόρας, volgde zijn schoonvader Histiaeus als tyran van Milētus op, toen deze naar Susa aan het hof van Darīus geroepen was. Op verzoek van eenige ballingen uit Naxus, bewoog hij Artaphernes, en door diens tusschenkomst Darius, eene vloot uit te zenden om dat eiland te veroveren en de ballingen terug te brengen; de onderneming mislukte echter, daar de perzische admiraal met Aristagoras twist kreeg en de Naxiërs waarschuwde. Uit vrees voor de ontevredenheid van Darius en aangespoord door een bode van zijn schoonvader, bewerkte Arist. nu een opstand van de ionische steden, die omstreeks 500 uitbrak en waarbij de Ioniërs door de Atheners en Eretriërs met schepen ondersteund werden. Hoewel aanvankelijk voorspoedig, werden de Grieken weldra weder door de Perzen bedwongen en Arist., het ergste vreezende, verliet met anderen Milētus om te Myrcīnus in Thracië eene volksplanting te stichten; reeds het volgende jaar sneuvelde hij echter in een gevecht tegen de thracische Edōni.

Aristarchus,Ἀρίσταρχος, 1) van Athene, een van de hevigste oligarchen ten tijde van de regeering der vierhonderd (411), die met anderen van pogingen tot verraad verdacht werd. Toen de democratie hersteld werd, vluchtte hij en maakte hij op de vlucht van zijne betrekking als strateeg gebruik om Oenoë aan de Boeotiërs over te geven.—2)van Tegea, treurspeldichter, tijdgenoot van Euripides.—3)van Samus, alexandrijnsch wis- en sterrenkundige omstreeks 280. Hij leerde dat de aarde zich om de zon en om haar eigen as beweegt. Een werk van hem over de grootte en de afstanden van zon en maan is bewaard gebleven.—4)van Samothrāce, de beroemdste taalkundige der oudheid, onderwijzer van een zoon van Ptolemaeus Philomētor (Ptolemaeusno. 10). Door Ptolemaeus Physcon (z.Ptolemaeusno. 11) vervolgd, ging hij naar Cyprus, waar hij, 72 jaar oud, stierf (± 144). Van de vele oudere grieksche dichters, die hij grammatisch en critisch behandelde, besteedde hij de meeste zorg aan Homērus, wiens werken hij met verbeterden tekst en met voortreffelijke verklaringen uitgaf. In de scholiën op Homerus vindt men eenige overblijfsels van zijn werk.

Aristeas,Ἀριστέας, 1) van Proconnēsus, schreef een gedicht over de Arimaspen, vol fabelen. Men verhaalde van hem, dat hij van tijd tot tijd van de aarde verdween en na een lang tijdsverloop weder verscheen. Te Metapontum had hij den dienst van Apollo ingevoerd.—2)een andere Ar. werd door Ptolemaeus Philadelphus naar Jeruzalem gezonden, om de zeventig vertalers van het Oude Testament te halen. Dit verhaal staat te lezen in een brief, die uit de eerste helft der 1steeeuw v. C. dateert.

Aristīdes,Ἀριστείδης, 1) Athener, zoon van Lysimachus, geb. omstreeks 540, bijgenaamd de Rechtvaardige. Hij werkte mede aan de hervormingen van Clisthenes, en streed bij Marathon. Na de daar behaalde overwinning was hij archont. Als voorstander eener meer behoudende politiek verzette hij zich tegen de voorstellen van Themistocles, vooral tegen die betreffende de uitbreiding der zeemacht, en zoo scherp stonden de beide tegenstanders tegenover elkander, dat in 482 het ostracismus toegepast moest worden, en Ar. voor tien jaar verbannen werd. In den slag bij Salamis vervoegde hij zich echter weder bij de atheensche vloot en na de overwinning werd hij uit zijne ballingschap teruggeroepen. Bij Plataeae voerde hij de Atheners aan en later voerde hij het bevel over de vloot. Zijn gedrag was mede oorzaak, dat de hegemonie door de Grieken aan de Atheners aangeboden werd. Zoo algemeen was het vertrouwen dat hij genoot, dat hem de inrichting van de nieuwe symmachie werd opgedragen; hij bepaalde hoeveel ieder voor de vloot moest bijdragen en maakte Delus tot bewaarplaats van de bondskas. De groote gebeurtenissen van zijn tijd hadden hem ook in de binnenlandsche politiek van inzicht doen veranderen, en ook onder zijne medewerking werden de burgerlijke rechten, benoembaarheid tot verschillende ambten, enz., aan een grooter deel der bevolking gegeven. Hij stierf in 467 zeer arm; de staat bekostigde zijne begrafenis, zorgde voor zijn zoon en gaf aan zijne dochters een huwelijksgift.—2)van Thebae, beroemd schilder uit den tijd van Alexander d. G.; hij muntte vooral uit in groote en uitvoerige stukken, die veldslagen of veroveringen voorstelden.—3)van Milētus, in de voorlaatste en laatste eeuw v. C., schrijver vanΜιλησιακά,fabulae Milesiae, romantische verhalen uit het leven te Miletus. Het werk was bij de Romeinen zeer gezocht, Sisenna (Corneliino. 56) leverde eene latijnsche vertaling ervan. Slechts weinige fragmenten zijn overgebleven.—3)grieksch redenaar, zieAelius Aristides(Aeliino. 10).

Aristion,Ἀριστίων, een epicureïsch wijsgeer, die zich met behulp van Archelāus no. 4 tot tyran van Athene opwierp; toen Sulla de stad veroverd had, liet deze hem ter dood brengen (86).

Aristippus,Ἀρίστιππος, 1) van Cyrēne, geb. omstreeks 435, werd in 416 door zijn vader naar Athene gezonden om het onderwijsvan Socrates te genieten; na diens dood trad hij eerst te Aegina, later aan het hof van den jongeren Dionysius, vervolgens ook in verscheiden andere steden, o. a. in zijn vaderstad en te Athene als leeraar op. Hij stierf op hoogen leeftijd, misschien op het eiland Lipara. De leer van Aristippus, die de cyrenaeïsche of hedonische genoemd wordt, noemde als hoogste goed het genot, mits men zich niet erdoor liet beheerschen (τὸ κρατεῖν καὶ μὴ ἡττᾶσθαι ἡδονῆς). Verstand en geestbeschaving stellen den mensch daartoe in staat. Genot is eene zachte beweging, die men met bewustheid ondergaat.—Aristippus was de eenige onder de leerlingen van Socrates, die zich voor zijn onderwijs liet betalen, vandaar dat hij soms sophist genoemd wordt.—2)kleinzoon van den vorigen, door zijne moeder Arēte in de wijsbegeerte van zijn grootvader onderwezen (μητροδίδακτος).

AristiusFuscus, rom. tooneeldichter en taalgeleerde, vriend van den dichter Horatius.

Aristobūlus,Ἀριστόβουλος, 1) tochtgenoot van Alexander d. Gr., stelde diens daden te boek; zijn werk was een van de voornaamste bronnen waaruit Arriānus geput heeft.—2)joodsch peripatetisch wijsgeer (± 150), die in verscheiden werken trachtte aan te toonen, dat de grieksche philosophie aan joodsche e. a. oostersche bronnen ontleend was.—3)zoon van den joodschen vorst-hoogepriester Alexander Jannaeus, leefde sedert den dood zijner moeder (69) in oorlog met zijn broeder Hyrcānus, die door Aretas, koning der Nabataeërs, werd ondersteund. Aristobulus riep de hulp in van Pompeius (64); doch toen hij dezen zocht te misleiden, werd hij zelf gevangen genomen en Hyrcanus op den troon geplaatst. Later ontkwam Aristobulus wel, doch hij werd opnieuw gevangen, en toen eindelijk Caesar hem in vrijheid had gesteld en hem troepen had gegeven om Judaea te vermeesteren (49), werd Ar. door zijne vijanden door vergif uit den weg geruimd.

Aristocrates,Ἀριστοκράτης, 1) koning van Arcadië, die in den tweeden messenischen oorlog de Messeniërs helpen zoude, maar zich door de Spartanen liet omkoopen om hen te verraden. Als verrader werd hij door de Arcadiërs gesteenigd, waarna zij de koninklijke waardigheid afschaften (668).—2)Athener, een van de admiraals die den slag bij de Arginūsen wonnen en ter dood veroordeeld werden (406). Vroeger had hij tot de 400 behoord.—3)Spartaan, schrijver vanΛακωνικά, phantastische verhalen. Hij leefde waarschijnlijk in de 1steeeuw v. C.

Aristodēmus,Ἀριστόδημος, 1) een Heraclide, vader van Eurysthenes en Procles, die bij den terugtocht naar de Peloponnēsus te Naupactus door den bliksem gedood werd. De Lacedaemoniërs verhaalden echter dat hij nog in Lacedaemon geregeerd had en dat zijne beide zonen in Lacedaemon geboren waren.—2)de held van den eersten messenischen oorlog, die ingevolge een orakel zijne dochter voor het vaderland opofferde. Later werd hij tot koning verkozen en voerde hij den oorlog langen tijd met groote dapperheid; toen echter de verdere verdediging hopeloos was, beroofde hij zich bij het graf zijner dochter van het leven (724).—3)tyran van Cumae in Campanië, erfgenaam van Tarquinius Superbus, die zijne laatste levensjaren bij hem doorbracht.—4)de eenige Spartaan die bij de Thermopylae niet sneuvelde; in Sparta werd hij daarom als een lafaard geschuwd, later sneuvelde hij echter roemrijk bij Plataeae.

Aristogīton,Ἀριστογείτων, 1) z.Harmodius.—2)atheensch redenaar, bijgenaamdκύων, tegenstander van Demosthenes, Dinarchus, Lycurgus en Hyperīdes.

Ἄριστοι, een van de namen, waarmede de edele geslachten in aristocratische republieken zich noemden. De naam berust op vooronderstelde voortreffelijkheid in deugd, beschaving, krijgskunst, enz.

Aristomachus,Ἀριστόμαχος, zoon van Cleodaeus, achterkleinzoon van Heracles. Steunende op een orakel, deed hij eene poging om de Peloponnēsus te heroveren, maar daar hij het orakel verkeerd uitgelegd had, mislukte de onderneming en hijzelf sneuvelde door de hand van Tisamenus.

Aristomenes,Ἀριστομένης, 1) Messeniër, die zijne landgenooten tot een opstand tegen Sparta aanspoorde (684), waarvan de tweede messenische oorlog het gevolg was. De koninklijke waardigheid, die hem wegens zijne uitmuntende dapperheid werd aangeboden, wees hij af; toch was hij de ziel van den oorlog en bracht hij de vijanden meer dan eens in het nauw. Meermalen geraakte hij in het grootste levensgevaar, driemaal viel hij in handen der Spartanen, maar telkens ontkwam hij den dood op wonderdadige wijze, zelfs toen hij reeds te Sparta in den Caeadas geworpen was. Toen met den val der vesting dra de oorlog ten nadeele der Messeniërs eindigde, ging Arist. naar Ialysus, waar hij na zijn dood als heros vereerd werd.—2)atheensch blijspeldichter, tijdgenoot van Aristophanes.—3)Acarnaniër, die onder Ptolemaeus Epiphanes minister was en Aegypte verstandig bestuurde (202–192); aanvankelijk zeer door den koning bemind, werd hij, toen zijne vrijmoedigheid dezen lastig begon te worden, vergiftigd.

Ἄριστον, ontbijt, werd in de oudste tijden vroeg in den morgen, later tegen den middag gebruikt (=prandium). Wat men ’s morgens vroeg nuttigde, heetteἀκράτισμαofἄριστον πρωινόνof ook wel alleenἄριστον.

Ariston,Ἀρίστων, 1) van Chius, stoicijnsch wijsgeer omstreeks 275. Ofschoon hij een leerling van Zeno was, liet hij een groot deel van diens leer als nutteloos vallen; volgens hem bestaat er niets tusschen deugd en ondeugd; de deugd is het hoogste goed, al het andere is den wijze onverschillig. Om hem van zijn naamgenoot te onderscheiden wordt hij somsΣειρήνofΦάλανθοςbijgenaamd.—2)van Ceus, volgde omstreeks 226 zijn leermeester Lyco als hoofd der peripatetische school op.

Aristonīcus,Ἀριστόνικος, 1) atheenschredenaar, aanhanger van Demosthenes, werd in 322 door Antipatrus gedood.—2)tyran van Methymna op Lesbus, door Alexander den Gr. gevangen genomen en aan de verbitterde Methymnaeërs uitgeleverd, die hem den marteldood deden ondergaan.—3)natuurlijke zoon van Eumenes II van Pergamus. Toen zijn broeder Attalus III in 133 zijn rijk aan de Romeinen naliet, beproefde Aristonicus zich met de wapenen tegen de uitvoering van het testament te verzetten, doch hij werd ten slotte door M. Perperna overwonnen, in zegepraal door Rome gevoerd en vervolgens in de gevangenis gewurgd.—4)alexandrijnsch taalgeleerde, tijdgenoot van Cicero, die zich vooral met de studie van Homērus bezig hield.

Aristophanes,Ἀριστοφάνης, 1) de grootste der atheensche blijspeldichters, waarschijnlijk geb. in 444, gest. in 385. Over zijn leven is weinig bekend. In zijne stukken, die zich bijna alle op politiek gebied bewegen, kiest hij zeer beslist partij tegen het rustelooze drijven van de oorlogspartij en tegen de demagogen en de door hen meer en meer ontaardende democratie. Misschien beoordeelt hij in zijne bewondering voor het voorgeslacht zijn eigen tijd wel wat al te streng, in ieder geval spreekt uit zijne werken oprechte vaderlandsliefde, en kan het niet verwonderen dat hij vurig verlangde naar rustiger en gelukkiger tijden dan die, waarin hij werkzaam was. Hij werkte voor het tooneel van 427–388, in dien tijd schreef hij 40 (v. a. 50) stukken, terwijl nog vier door sommigen aan hem, door anderen aan Archippus toegeschreven werden. Hiervan bestaan, behalve een groot aantal fragmenten, nog elf, de eenige overblijfsels der oude attische comedie die in hun geheel bewaard zijn. Het zijn deἈχαρνῆς, opgevoerd bij deΛήναια(Jan.-Febr.) van het jaar 425,Ἱππῆς(Lenaea 424),Νεφέλαι, (oorspronkelijk opgevoerd bij deΔιονύσιαvan het jaar 423, toen het stuk gevallen is; over is slechts de omwerking),Σφῆκες(opgevoerd Lenaea 422),Εἰρήνη(Dionysia 421),Ὄρνιθες(Dionysia 414),Λυσιστράτη(Lenaea 411),Θεσμοφοριάζουσαι(Dionysia 411),Βάτραχοι(Lenaea 405),Ἐκκλησιάζουσαι(389, v. s. 392),Πλοῦτος(388). Zij munten uit door taal en versbouw, vinding en geest, al moge de scherts ons dikwijls wat ruw toeschijnen.—2)van Byzantium, geb. omstreeks 260, studeerde te Alexandrië onder Zenodotus en Callimachus en werd een uitstekend taalgeleerde. Hij bezorgde uitgaven van Homērus en andere dichters en voerde het gebruik van accenten in. Hij stierf, 77 jaar oud, als bibliothecaris te Alexandrië.

Aristophon,Ἀριστοφῶν, 1) atheensch redenaar en staatsman na de verdrijving van de dertig.—2)ὁ Ἀζηνιεύς, invloedrijk redenaar en staatsman, bij wien Aeschines schrijver was.

Aristoteles,Ἀριστοτέληςvan Stagīrus, zoon van den arts Nicomachus, geb. 384, ging in 367 naar Athene, waar hij tot den dood van Plato diens leerling bleef. Toen deze in 347 gestorven was, begaf hij zich naar zijn vriend Hermēas, vorst van Atarneus, en na diens val (345) naar Mytilēne, van waar hij echter spoedig (342) naar Macedonië geroepen werd om de opvoeding van Alexander op zich te nemen. Deze toonde ook in later jaren steeds de hoogste achting voor zijn leermeester; Stagirus, dat door Philippus verwoest was, werd weder opgebouwd en ontving eene staatsregeling, die Ar. ontworpen had; ook bij zijne natuurkundige studiën ontving de wijsgeer veel steun van den koning, die hem met groote kosten het noodige materiaal verschafte. In 335 kwam hij weder te Athene en trad hij als leeraar der wijsbegeerte op; reeds bij zijn eerste verblijf aldaar had hij onderwijs gegeven in de welsprekendheid en had hij zich als een tegenstander van Isocrates doen kennen. Na den dood van Alex. werd hij door de antimacedonische partij van godslastering aangeklaagd en vluchtte hij naar Chalcis op Euboea, waar hij spoedig stierf (322).—Zijne voordrachten hield Arist. al wandelend in de schaduwrijke dreven (περίπατοι, vandaar de peripatetische school) van het Lycēum voor eene talrijke schare toehoorders, en wel des morgens voor zijne eigenlijke leerlingen over meer bepaald wijsgeerige vraagpunten (ἀκροαματικάofἐσωτερικα), des avonds voor een groot publiek over populaire onderwerpen (ἐξωτερικά). Zoo waren ook zijne buitengewoon talrijke werken (minstens 146 titels zijn bekend) deels populair, deels streng wetenschappelijk. Van de laatste soort zijn er genoeg bewaard gebleven om ons zijn veelomvattende kennis zoowel als zijne wetenschappelijke methode te doen bewonderen. Volgens Ar. is de wijsbegeerte het onderzoek naar de eerste oorzaken van het bestaande, en om met vrucht aan zulk een onderzoek te kunnen beginnen is eene uitgebreide kennis van het bestaande, berustend op nauwkeurige waarneming, noodig; tot het opbouwen van een wijsgeerig stelsel moeten dus alle wetenschappen te hulp geroepen worden, en inderdaad behandelen zijne werken zoowel logica, rhetorica, poëzie en kunst in het algemeen, als wiskunde, botanie, zoölogie, physiologie en psychologie, om eindelijk te komen tot ethica, staatswetenschap en, wat hij de eerste philosophie noemt, methaphysica. Al wat bestaat heeft stof en vorm, in de stof ligt de mogelijkheid, kiem, aanleg (potentieelbestaan,δύναμις), van de individuen, maar eerst de vorm geeft hun individueel wezen (actueelbestaan,ἐνέργεια, ἐντελέχεια), daarom staat vorm hooger dan stof, en is het volmaakste dat men zich kan voorstellen, d. i. de godheid, volstrekt onstoffelijke vorm of geest. Voor den mensch ligt het grootste geluk in verstandige en deugdzame werkzaamheid, die uit den aard der zaak door genot bekroond wordt.—Ar. heeft bij zijn leven slechts weinige wetenschappelijke werken uitgegeven; de meeste van zijne handschriften met zijn geheele bibliotheek liet hij aan zijn leerling Theophrastus na; eerst door Apellicon van Teos werden zij gevonden en uitgegeven. Een van zijne werken is eerst 1890 in Egypte gevonden. De leer van Ar. schijnt bij deRomeinen niet veel beoefenaars gevonden te hebben, in de middeleeuwen echter en nog tot het midden der 17e eeuw werd zij aan alle hoogescholen als de eenige ware onderwezen, totdat zij door nieuwere stelsels verdrongen werd.

Aristoxenus,Ἀριστόξενος, van Tarente, een van de beste leerlingen van Aristoteles; van zijne werken is eene verhandeling over de muziek bewaard gebleven. Bovendien beschreef hij de levens van wijsgeeren, dichters enz.

Aristus,Ἄριστος, 1) van Salamis op Cyprus, beschreef, in de eerste helft der 2de eeuw, de geschiedenis van Alexander d. G.—2)van Ascalon, omstreeks het midden der eerste eeuw hoofd der academie te Athene, vriend van Cicero en onderwijzer van M. Brutus.

Arīus, omstreeks 260 n. C. in Cyrenaïca geboren, was onder de regeering van Constantijn den Grooten presbyter te Alexandrië en begon in die hoedanigheid een strijd, welke de christelijke kerk in twee vijandige kampen verdeelde. Volgens hem was Christus door den goddelijken wil uit niets geschapen en had alzoo niet van eeuwigheid af bestaan, en was dus niet gelijk aan (ὁμοιος), maar eenswezend (ὁμοιούσιος) met God. Tegenover hem hielden Alexander, bisschop van Alexandrië, en diens opvolger Athanasius staande, dat Vader en Zoon gelijk waren en beiden van alle eeuwigheid af hadden bestaan. Op het concilie van Nicaea (325 n. C.) werd de leer van Arius veroordeeld en hijzelf uit de kerk gestooten. De keizer evenwel, gebelgd dat men een vonnis had geveld buiten hem om, en willende toonen, dat hij heer was ook over de kerk, verleende Arius gratie, riep hem later naar Constantinopel en verbande daarentegen Athanasius. Bij eene processie in Constantinopel kwam Arius plotseling op raadselachtige manier om het leven (336 n. C.). De strijd in de kerk tusschen het Arianisme en de orthodoxe leer werd omstreeks twee eeuwen lang met groote heftigheid gevoerd. De Gothen waren Arianen.

Ariusia,Ἀριουσία χώρα, kuststreek aan den N. W. kant van het eiland Chius, waar de beste wijn groeide.

Armene,Ἀρμένη, stad aan de kust van Paphlagonia, ten W. van Sinōpe.

Armenia,Ἀρμενία, uitgestrekt bergland ten Z. en Z. W. van de Caucasusgewesten, met de bronnen van den Euphraat en den Tigris, terwijl de Araxes en de Cyrus naar de Caspische zee stroomen. Ten W. van dit land, door den noordelijken Euphraat-arm er van gescheiden, lagArmenia minor, dat somtijds tot Cappadocia werd gerekend, ook een tijd lang met Pontus was vereenigd, en later ook als zelfstandige staat voorkomt. De bevolking van Armenia bestond uit twee standen, den armenischen adel, die van arischen stam was, en lijfeigene boeren, afstammelingen eener vroegere bevolking. Het land was een soort van feudaalstaat en omvatte een aantal gouwen en vorstendommen, als Chorzianēne, Sophēne, Arzanēne, Moxoēne, Gordyēne, enz., die ten deele slechts middellijk onder den koning stonden. Buiten de vorstelijke residentiën, als Armauria, Artaxata, Tigranocerta, bevatte het land weinig belangrijke steden. Armenia maakte achtereenvolgens deel uit van het assyrische, het babylonische, het perzische, het macedonische, het syrische rijk, tot het, omstreeks twee eeuwen v. C. zich van dit laatste losscheurde. De eerste koning vanArmenia maiorwas Artaxias, een gewezen veldheer van Antiochus III, terwijl een ander generaal, Zariadres, Klein-Armenië in bezit nam. De armenische koning Tigrānes (97–56) breidde zijne heerschappij zelfs over Syria uit, dat hem echter door de Romeinen weder werd ontrukt. Sedert werd Armenia van Rome afhankelijk, doch werd nu en dan overheerd door de Parthen. Traiānus maakte er, 114 na C., eene rom. provincie van, doch Hadriānus liet het weder los. Marcus Aurelius heroverde het in 163, doch slechts voor korten tijd. Wanneer in lateren tijd van eene provincie Armenia sprake is, moet hieronderArmenia minorworden verstaan.

Armilla, armband. Vooral bij de oostersche volken werden zij door personen van rang en aanzien gedragen, ook bij de Galliërs. In Griekenland waren dearmillaehoofdzakelijk een sieraad voor vrouwen; bij de Romeinen komen zij ook voor als eereblijken voor krijgslieden. Men vond ze in verschillende fatsoenen, zoowel in spiraalvorm, als in den gewonen ringvorm. Als sieraad droeg men ze zoowel om den pols en den benedenarm (ψέλλιον, περικάρπιον), als om den bovenarm, en ook wel om de enkels (περισφύριον).

Armillum, eene soort van wijnkruik. Het spreekwoordanus ad armillumwordt gebezigd voor personen, die gedurig weder tot hunne oude gebreken of gewoonten vervallen.

Armilustrium, een jaarlijksch wapenfeest, op 19 Oct. door de Romeinen gevierd op het Armilustrum, aan den voet van denmons Aventīnus.

Arminius, zoon van Segimer, opperhoofd der Cheruscers, had in de rom. legers gediend en was door Augustus met het burgerrecht en het ridderschap vereerd. Hij was het, die in 9 n. C. de drie legioenen van den rom. veldheer Quinctilius Varus in het Teutoburgerwoud in eene hinderlaag lokte en vernietigde. Door Germanicus werd hij bij herhaling verslagen (15 en 16 n. C.); zijne vrouw Thusnelda en zijn zoon Thumelicus vielen den Romeinen in handen en moesten den zegetocht des overwinnaars opluisteren. Thumelicus stierf later als zwaardvechter. Arminius zelf streed daarna met geluk tegen de Marcomannen onder Maroboduus, maar viel in 19 (v. a. in 21) door sluipmoord, door zijn eigen bloedverwanten beschuldigd dat hij naar de heerschappij stond.

Armorica=Aremorica.

Arna,Ἄρνα, stad in Umbria ten O. van Perusia.

Arnae,Ἄρναι, stad op Chalcidice.

Arne,Ἄρνη, z.Aeolus.

Arne,Ἄρνη, 1) stad in Thessaliotis, laterCierium geheeten.—2)stad in Boeotia, in het Copaïsche meer verzonken.

Arnissa,Ἄρνισσα, stad in het macedonische landschap Eordaea.

Arnobius, te Sicca in Numidia geboren en hieromAferbijgenaamd, was een geacht rhetor ten tijde van Diocletiānus. Hij omhelsde het christendom en is bekend als schrijver van een werk in zeven boeken,adversus gentes(ἒθνη= heidenen).

Arnon,Ἄρνων, rivier in Palaestina ten O. van den Jordaan, die zich in de Doode zee stort.

Arnus, voornaamste rivier van Etruria, thans Arno.

Aromata,τὰ Ἀρώματα, kaap en stad aan de invaart der Arabische golf, de oostelijke punt van Afrika, thans kaap Guardafui.

Arpi, stad in Apulia, volgens de sage gesticht door Diomēdes, toen deze op zijn terugtocht uit Troje door storm op de daunische kust was geworpen. De plaats zou toen eerstἌργος ἵππιονhebben geheeten, welke naam verbasterd zou zijn totArgyripaen vervolgens totArpi. Het was eene bloeiende handelsstad tot in den tweeden punischen oorlog. Na den slag bij Cannae namelijk koos Arpi de zijde van Hannibal (216), doch werd drie jaar later door de Romeinen heroverd en met het verlies zijner vrijheid gestraft, waarna het spoedig in verval kwam.

Arpīnum, volscische stad in Latium ten N. van Fregellae, sedert 303 met decivitas sine suffragio, in 188 ook met het stemrecht begiftigd, geboorteplaats van Marius en van Cicero, wiens vaderlijke woning en landhuis dáár lag, waar de bergbeek Fibrēnus in den Liris stroomt.

Arretium, thans Arezzo, eene der oude 12 hoofdsteden van Etruria, aan den voet der Apennijnen gelegen, nabij de bronnen van den Tiberis en den Arnus, in eene vruchtbare streek. De stad bloeide door industrie en was beroemd door hare wapenfabrieken en vooral sedert de eerste eeuw v. Chr. door hare vazen, uit fijne, roode porceleinaarde gebakken en smaakvol met figurenen reliefversierd. Deze vazen werden niet op de schijf gedraaid, maar in vormen geperst.

Arrhaofarrhabo,ἀρράβων, ookarraenarrabogeschreven, handgift, godspenning, bij het sluiten eener overeenkomst gegeven, ook wel bij contracten van koop en verkoop. Ook bruidsgeschenk bij eene verloving.

Arrhephoria,Ἀρρηφόρια, feest dat jaarlijks in de maand Scirophorion (Juni-Juli) te Athene ter eere van Athēna gevierd werd. Twee meisjes van 7 tot 11 jaar, die een jaar te voren door den Archon Basileus benoemd waren, en het geheele jaar op de Acropolis vertoefd hadden en aan den dienst van Athena Polias verbonden waren geweest (ἀρρηφόροι), brachten des nachts uit den tempel der godin een korf, waarvan de inhoud aan niemand bekend was, naar een naburige grot en brachten van daar een pak terug, waarvan men evenmin den inhoud wist. Daarop werden zij ontslagen.

Arrhidaeus,Ἀρριδαῖος, zoon van Philippus van Macedonië en de danseres Philīne. Na den dood van Alexander d. G. werd hij onder den naam van Philippus tot koning uitgeroepen, hij was echter wegens zijne zwakke geestvermogens niet in staat zelf te regeeren, zoodat in werkelijkheid de veldheeren van Alexander alle macht in handen hielden. In 317 werd hij met zijne gemalin Eurydice door Olympias vermoord.

Arria, echtgenoote van Caecīna Paetus. Toen deze onder de regeering van keizer Claudius wegens samenzwering ter dood was veroordeeld (42 n. C.), en aarzelde zichzelf om het leven te brengen, stiet Arria zich eerst den dolk in de borst en reikte hem toen haren echtgenoot toe met de woorden: “Paetus, het doet geen pijn.” Hare dochter Arria was gehuwd met Paetus Thrasea, die op last van Nero moest sterven, omdat hij te onverholen zijn afkeer van diens daden te kennen gaf.

Arriānus (Flavius),Ἀρριανός, van Nicomedië, stoicijnsch wijsgeer en geschiedschrijver, leerling van Epictētus. Door de gunst van keizer Hadriānus werd hij, hoewel Griek, senator en tusschen 121 en 124 n. C.consul suffectus, daarna (131–137 n. C.) stadhouder van Cappadocië, in welke betrekking hij met roem tegen de Alanen streed. Na 147 woonde hij te Athene, waar hij het burgerrecht, archontaat e. a. eerambten kreeg. Van zijne geschiedkundige, krijgskundige en wijsgeerige geschriften zijn eenige bewaard gebleven, daaronder zijn voornaamste werk, de geschiedenis der veldtochten van Alexander,Ἀνάβασις Ἀλεξάνδρου, in stijl en bewerking een navolging van Xenophon, dat reeds bij de ouden voor het beste boek over dit onderwerp gehouden werd. Zie ookEpictetus.

Arrius (Q.), een man van geringe afkomst, die het echter tot praetor had weten te brengen, is bekend door het prachtige feestmaal, dat hij bij zijns vaders uitvaart gaf, in 59, om daardoor stemmen te werven voor zijne verkiezing tot consul. Hiervan onderscheiden is een andere Q. Arrius, die als rom. veldheer in den zwaardvechtersoorlog voorkomt, in 72, toen hij Crixus versloeg, en die eigenlijk Verres als pro-praetor van Sicilië had moeten opvolgen, hetgeen door de moeilijkheden van den zwaardvechtersoorlog verhinderd werd.

Arrogatioheette de aanneming tot zoon van iemand, diesui iuriswas. Dit was voor hem, die zich liet arrogeeren, eenecapitis deminutio(z. a.). Hij verloor denstatus familiae; er ging dus eenefamiliaverloren. Uit dien hoofde werd hiertoe telkens eene wet vereischt, die door de curiën moest worden goedgekeurd. Daar elkefamiliaharesacrahad, zoo moest aan de stemming eene verklaring der pontifices voorafgaan, dat uit het oogpunt van godsdienst geen bezwaar tegen dearrogatiowas. Hoewel nu de aangenomen zoon den geslachts- en den familienaam van zijn adoptiefvader aannam, zoo werden toch mannen, die reeds op rijperenleeftijd zich tot zoon lieten aannemen, dikwijls nog bij hun ouden naam genoemd. Zie ookadoptio.

Arruns=Aruns.

Arruntii, plebejisch geslacht.

Arsaces,Ἀρσάκης. In het midden der derde eeuw kwam zekere Arsaces, volgens sommigen van scythische, volgens anderen van perzische afkomst, in opstand tegen den syrischen koning Antiochus II. Het gelukte hem, rondom de stad Hecatompylos een klein rijk te stichten, dat onder zijne opvolgers door veroveringen zich uitbreidde tot het later zoo machtige parthische rijk. De door Arsaces I gestichte dynastie wordt die derArsacidengenoemd. De eigenlijke grondlegger van de macht der Parthen was de broeder en opvolger van Arsaces I, Arsaces II Tiridātes (248–211), die na eene schitterende overwinning op de Syriërs (238) zijne regeering over Hyrcania, Arīa, Drangiāna en Sogdiāna uitbreidde. Na hem regeerden nog acht of negen en twintig koningen, die allen, behalve hun anderen naam, ook den naam of titel Arsaces hebben gevoerd. De laatste, Artabānus IV, kwam in 227 na C. om, toen, in plaats van het parthische, een nieuw-perzisch rijk verrees, onder de dynastie der Sassaniden.


Back to IndexNext