Chapter 48

MeneniaofMaenia Duilia(lex), zieFenus.Menenia Sestia(lex) van de consuls T. Menenius Lanātus en P. Sestius Capitolīnus in 452, eene wet omtrent demulta suprema, zieAternia Tarpeia(lex); omtrent den inhoud is verder niets zekers bekend.Menenii, patricisch geslacht, doch met een plebejischen tak. 1)Agrippa Menenius, consul in 503, behaalde eene overwinning op de Sabijnen en wist volgens de overlevering in 494 door zijne toespraak (fabel van de maag en ledematen) de uitgeweken plebejers tot den terugkeer naar Rome te bewegen. Het geheele verhaal omtrent de uitwijking is onhistorisch, zie hieromtrentsecessio plebis. Hij stierf arm en werd op staatskosten begraven. Dikwijls wordt hijMenenius Agrippagenoemd, doch Agrippa is hier vóórnaam.—2)T. Menenius Lanatuswas consul in 477, in welk jaar de Fabii bij de Cremera werden verslagen. Ook hij zelf streed niet voorspoedig tegen de Etruscers. Na zijn consulaat klaagden twee volkstribunen hem aan wegens gebrek aan voorzorg, en het volk veroordeelde hem tot eene geldboete. Menenius kon dit niet verkroppen en liet zich doodhongeren.—3)T. Menenius Lanatus(ookC. ofL.), consul in 452, trok zich, naar men zegt, het veldwinnen der plebejers tegenover de patriciërs zóó sterk aan, dat hij ernstig ziek werd. Het was juist in het jaar, dat delex Terentilla de legibus scribendiswerd uitgevoerd.Menes,Μένης, van Pella, onder Alexander d. G. satraap van Syrië, Phoenicië en Cilicië.Menes,Μήν, Μήνης, eerste koning van Aegypte, stichter van Memphis.Menesaechmus,Μενέσαιχμος, atheensch redenaar, tegenstander van Demosthenes en Lycurgus.Menestheus, 1) zoon van Peteos, stiet met de hulp der Tyndariden Theseus van den troon en voerde de Atheners voor Troje aan, waar hij sneuvelde.—2)zoon van Clytius, tochtgenoot van Aenēas.—3)zoon van Iphicrates, atheensch veldheer.Menesthius,Μενέσθιος, twee strijders in het leger der Grieken voor Troje; de eene was een zoon van Areïthous en Philomedūsa, de andere van den riviergod Sperchēus en Polydōra, zuster van Achilles.Menestratus,Μενέστρατος, 1) Athener, aangeklaagd van een samenzwering tegen de oligarchische partij (404). Hij noemde zijne medeplichtigen en werd daarom vrijgesproken, doch na de wederinvoering der democratie werd hij met den dood gestraft.—2)beeldhouwer, van wien beroemde standbeelden in den tempel van Artemis te Ephesus stonden.Menexenus,Μενέξενος, 1) leerling van Socrates, naar wien een der werken van Plato genoemd is.—2)vriend van Socrates, leerling van den sophist Ctesippus.—3)zoon van Socrates.Meninx,ΜΗῆνιγξ=Lotophagītis, z.Lotophagi.Menippe,Μενίππη, enMetioche, dochters van Orīon, door Aphrodite met schoonheid begaafd, door Athēna in de kunst van weven onderwezen. Toen haar vaderland Aonië door de pest ontvolkt werd, offerden zij zich vrijwillig aan de onderaardsche goden om hen te verzoenen, en doorstaken zij zich de keel met een weverspoel. Persephone en Hades veranderden haar in kometen.Menippus,Μένιππος, 1) tyran van Oreüs, werkte in het belang van Philippus van Macedonië tegen de Atheners.—2)veldheer van Philippus III (V) in zijn oorlog tegen de Rom.—3)dienaar van Antiochus d. G., die als gezant te Rome kwam en de Aetoliërs tegen de Rom. ophitste.—4)van Gadara, vroeger slaaf, later cynisch wijsgeer, een befaamd woekeraar, die zich na een belangrijk geldverlies van het leven beroofde (± 270). Zijne eigenaardige hekelschriften, in proza met verzen doormengd, vonden veelbijval en werden door Varro in het Latijn nagevolgd (Satyrae Menippēae, z.Terentiino.1).—5)van Stratonicēa, volgens het oordeel van zijn vriend Cicero de beste aziatische redenaar van zijn tijd.—6)van Pergamus, schrijver van een grieksch werk over aardrijkskunde, onder Augustus.Menodōrus,Μηνόδωρος, ook Menas,Μηνάς, genoemd, vrijgelatene van Cn. of diens zoon S. Pompeius en admiraal van den laatste. Hij liep in 38 tot Octaviānus over, aan wien hij zijne schepen uitleverde. Octaviānus verhief hem tot den ridderstand en stelde hem tot legaat op zijne vloot aan. Inmiddels verhief S. Pompeius een ander vrijgelatene, Menecrates, tot vlootvoogd en zond dezen op Menodorus af. Bij Cumae raakten de beide vloten slaags, het schip van Menecrates werd genomen en deze sprong in zee en verdronk. Later ging Menodorus weder tot Pompeius over en vervolgens opnieuw tot Octaviānus.Menoeceus, 1)Μενοικεύς, vader van Creon, Iocaste en Hipponome.—2)z.Megareus.Menoetiades,Μενοιτιάδης, Patroclus, zoon van Menoetius no. 2.Menoetius,Μενοίτιος, 1) zoon van Iapetus en Asia, om zijn overmoed door Zeus met den bliksem gedood en in den Tartarus geworpen.—2)zoon van Actor en Aegīna, vader van Patroclus, Argonaut, vriend vanHeracles, wien hij v. s. het eerst een offer bracht.—3)weidde de kudden van Hades op het eiland Erythēa en verried aan Geryones, dat Heracles zijne runderen geroofd had. Daarom viel Heracles hem aan, toen hij hem in de onderwereld ontmoette; Persephone kwam echter tusschenbeide, zoodat M. er met een wond afkwam.Menon,Μένων, 1) vorst van Pharsālus, in den peloponnesischen oorlog bondgenoot der Atheners.—2)Thessaliër, een van de veldheeren van den jongeren Cyrus. Op den terugtocht na den slag bij Cunaxa, werd hij door Tissaphernes verraderlijk gevangen genomen en gedood. Hij wordt door Xenophon als heerschzuchtig en gewetenloos beschreven. Een der gesprekken van Plato is naar hem genoemd.—3)bevelhebber der thessalische ruiterij in den lamischen oorlog, grootvader van Pyrrhus.—4)geneesheer, leerling van Aristoteles.Menophanes,Μηνοφάνης, veldheer van Mithradātes, die in den eersten mithradatischen oorlog Delus plunderde en verwoestte.Mentes,Μέντης, 1) aanvoerder der Ciconen in den trojaanschen oorlog.—2)aanvoerder der Taphiërs, gastvriend van Odysseus. Onder zijne gedaante kwam Athēna Telemachus bezoeken.Mentor,Μέντωρ, 1) van Ithaca, zoon van Alcimus, vertrouwd vriend van Odysseus, die hem bij zijn vertrek naar Troje de zorg voor zijn huis opdroeg. Athēne nam dikwijls zijne gedaante aan, wanneer zij als beschermster van het huis van Odysseus optrad.—2)van Rhodus, broeder van Memnon no. 2, bevelhebber der grieksche troepen bij den opstand van Sidon tegenPerzië; door zijn verraad moest de stad zich aan Artaxerxes Ochus overgeven (351). Daarna was hij satraap in Klein-Azië en droeg hij veel bij tot de herovering van Aegypte. Hij stierf kort voor den inval van Alexander d. G.Menyllus,Μένυλλος, bevelhebber der macedonische bezetting in Munychia na den lamischen oorlog, vriend van Phocion.MephītisofMefītis, godin, die in Italië vereerd werd op verscheidene plaatsen, waar onzuivere dampen uit den grond opstegen.Mercurii promunturium=Hermaeum pr.Mercurius, god van handel en winst, oorspronkelijk misschien in het bijzonder van den graanhandel, in alle opzichten geïdentificeerd met Hermes. Zijn voornaamste feestdag viel op den 15denMei, die tevens de feestdag was van het koopmansgild, dat tegelijk met de invoering van zijn eeredienst uit Zuid-Italië (in 495) was opgericht.Merenda, een lichte maaltijd, waarvan de gewone tijd zeer verschillend wordt opgegeven. Misschien aten de boeren vroeger dan de stedelingen en gebruikten zij dit maal tegen den avond; in de stad gebruikte men het dan waarschijnlijk in den voormiddag, en valt het wellicht samen met hetprandium.Meriones,Μηριόνης, vriend en wapenbroeder van Idomeneus (z. a.), uitmuntend als boogschutter en speerwerper.Mermnadae,Μερμνάδαι, de laatste dynastie der lydische koningen, van Gyges tot Croesus.Meroë,Μερόη, een priesterstaat met gelijknamige hoofdstad in Aethiopia tusschen de beide Nijltakken Astaboras (Atbara) en Astapus (Bahr-el-Azrek of blauwen Nijl). De ouden meenden, dat het rijk op een eiland lag; vandaar vindt menInsula Meroënog op middeleeuwsche kaarten geteekend. In de eerste eeuw werd de hier heerschende priesterkaste door de onderhoorige negerstammen uitgemoord en ging de stad te gronde.Merope,Μερόπη, 1) Oceanide, bij Helius of Clymenus moeder van Phaëthon.—2)eene van de Heliades.—3)dochter van Atlas, gemalin van Sisyphus. In het sterrenbeeld der Plejaden is zij de ster, die den minsten glans heeft, omdat zij zich uit schaamte over hare liefde voor een sterveling het gezicht bedekt.—4)gemalin van Polybus, pleegmoeder van Oedipus.—5)dochter van Cypselus, gemalin van Cresphontes. Toen deze door Polyphontes gedood was, werd zij gedwongen den moordenaar te huwen.Meropis,Μεροπίς, oude naam van het eil. Cos.Merops,Μέροψ, 1) koning van Cos. Uit verdriet over den plotselingen dood zijner gemalin wilde hij zich van het leven berooven, maar Hera plaatste hem als adelaar onder de sterren.—2)koning van Aethiopië, gehuwd met Clymene no. 3.—3)koning van Percōte, beroemd waarzegger, wiens zonen voor Troje door Diomēdes gedood werden.Merula, familienaam in degens Cornelia.Mesambria,Μεσαμβρίη, 1) stad der Cicones in Thracia, aan de Aegaeïsche zee.—2)=Mesembria.Μέσαυλος, gang tusschen het mannen- en het vrouwenverblijf, die in het midden met een deur afgesloten kan worden.Mesembria,Μεσημβρία, belangrijke koopstad, kolonie van Byzantium en Chalcedon, gesticht na den ionischen opstand, in Thracia, aan den Pontus Euxīnus (Zwarte zee) tusschen Apollonia en Odessus.Mesogaea,Μεσόγαια, streek in het binnenland van Attica, vooral ten N. en O. van Athene.Mesōgis,Μεσωγίς=Messogis.Mesomēdes,Μεσομήδης, vrijgelatene en gunsteling van keizer Hadriānus, dichter van eenige epigrammen en van een hymnus, die met de oude muzieknoten bewaard gebleven is.Mesopotamia,Μεσοποταμία, een louter geografische naam, in het Seleucidentijdperk gegeven aan de landstreek tusschen den Euphraat en den Tigris van de armenische grenzen tot aan den medischen muur, dus tot aan Babylonia. Vóór dien tijd werd dit land eenvoudig als een deel van Assyria of van Syria beschouwd, zonder eigen naam. Het noordelijk gedeelte werd door de rivier Chabōras in twee deelen gesplitst, Osroēne ten W., Mygdonia ten O.Μέσπιλα, eene groote, doch verlaten stad, zes uren gaans in omtrek; waarschijnlijk de overblijfselen van het voormalige Niniveh, z.Ninus. Uit een bericht bij Xenophon, de eenige plaats, waar de naamΜέσπ.voorkomt, blijkt, dat de inwoners van die streek in X.’s tijd niets meer wisten van het vroegere assyrische rijk.Messa,Μέσσα, oude laconische havenstad, op de middelste Zuidspits der Peloponnēsus, aan den Westkant gelegen.MessālaofMessalla, familienaam in degens Valeria(Valeriino. 16, 26–29).Vipstanus Messala, zieVipstani.Messalīna, 1)Valeria Messalina, gemalin van keizer Claudius, zieValeriino. 33.—2)Statilia Messalina, derde gemalin van Nero, z.Statiliino. 6.Messāna,Μεσσάνα, doch gewoonlijkΜεσσήνη, op Sicilia, thans Messina, allereerstZanclegeheeten, daar de haven door eene sikkelvormige landtong gevormd werd. Het was gesticht door Siciliërs, en werd in de achtste eeuw gekoloniseerd door euboeïsche Chalcidiërs en Cumaeërs. Na de verwoesting van Milētus in 494 door de Perzen, vonden scharen Milesiërs en Samiërs hier een toevluchtsoord. Kort daarop maakte Anaxilāus, tyran van Rhegium, zich van Zancle meester en noemde het Messana, naar de Messeniërs, die hij in de stad opnam. In 396 werd de toenmaals bloeiende stad door de Carthagers verwoest. Dionysius de oude, tyran van Syracūsae, liet ze spoedig herbouwen. Na den dood van Agathocles maakten diens huurbenden, deMamertīni, zich van haar meester (vóór 283) en vermoordden grootendeels de mannelijke bevolking. Zie verderMamertini. Messana bleef eene aanzienlijke stad; de ruime haven kon 600 schepen bevatten.Messapia,Μεσσαπία, oude grieksche naam voor Calabria.Messapium,Μεσσάπιον, berg aan de O. kust van Boeotia bij de stad Anthēdon.Messāpus, 1) Boeotiër, die naar Italië ging, en naar wien Calabria den naam Messapia heeft.—2)een Latijn, zoon van Neptunus, paardentemmer, onkwetsbaar door vuur of staal.Messene,Μεσσήνη, stad, door Epaminondas in 369 aan den voet van den berg Ithōme als hoofdstad van het bevrijde Messenia gesticht.Messenia,Μεσσηνία, Z.W. gewest der Peloponnēsus, in de oudheid bekend om zijn heerlijk klimaat, daar het in M. reeds zomer was, wanneer het in Laconica nog lente, in Arcadia nog winter was. Door de dichtbegroeide grensgebergten lag het tegen de koude winden beschut. Als oudste bewoners komen Leleges voor, waarbij later Argīvi en Aeoles kwamen. In den Z.W. hoek woonden Dryopes. Bij de dorische volksverhuizing werd ook M. een dorische staat, met Stenyclārus tot hoofdstad. In de beide messenische oorlogen echter werd M. door de Spartanen veroverd, en de Messeniërs, die niet uitweken, werden tot Heloten gemaakt. In 464 stonden de Messeniërs op, bij gelegenheid dat Sparta door eene aardbeving zwaar geteisterd was. De strijd duurde jaren lang, tot eindelijk de opstandelingen onder beding van vrijen aftocht de wapens neerlegden. Grootendeels trokken zij naar Naupactus (Lepanto), dat hun door de Atheners werd ingeruimd. Na den peloponnesischen oorlog van daar verdreven, verstrooiden zij zich in verschillende richtingen. In 369 werd Messenia tot aan den Pamīsus door Epaminondas vrij gemaakt; de ballingen, door hem uitgenoodigd, bevolkten de nieuwe hoofdstad Messēne, en sedert dien tijd bleef het gewest onafhankelijk tot aan de rom. overheersching in 146.Messenische oorlogenheeten drie oorlogen, waarvan de eerste de onderwerping van Messenië aan Sparta ten gevolge had, de andere twee voortkwamen uit mislukte pogingen der Messeniërs om zich te bevrijden. Deeerste mess. oorlog(743–724, v. a. 730–710) ontstond naar aanleiding van geschillen over grenzen, roof van menschen en vee, enz., en begon met een nachtelijken aanval der Spartanen op Amphēa, waarvan de meeste inwoners gedood werden. Daar de krijgskans den Messeniërs over het algemeen niet gunstig was, trokken zij zich in het sterke Ithōme terug, en onder de leiding van Aristodēmus (z. a.) brachten zij van hier uit den Spartanen dikwijls gevoelige slagen toe; na zijn dood werd echter Ithōme genomen, vele Messeniërs verlieten het land, de overige kwamen in den toestand van heloten.—Het duurde echter niet lang voordat zij nog eene poging waagden om zich uit dien toestand te bevrijden. Te Andania begon de heldhaftige Aristomenes (z. a.) een opstand, waarbij zich in een oogenblik het geheele messenische volk aansloot, en die eerst na een langdurigen en moeielijken oorlog, dentweeden mess. oorlog(685–668, v. a. 660–643 of 645–630), bedwongen kon worden. Nietalleen werden de Messeniërs nu bijgestaan door Achaeërs, Argiven en Arcadiërs, maar bovendien heerschte onder de Spartanen verdeeldheid en bestond er gevaar voor een algemeenen opstand der perioeken en heloten. Toen zij zich echter onder den invloed der bezielde gedichten van Tyrtaeus (z. a.) weder tot eendrachtige samenwerking verbonden hadden, toen de arcadische koning Aristocrates de zaak der Messeniërs verried, en over het geheel de bondgenooten van dezen den langdurigen oorlog begonnen moede te worden, hadden de zaken weder denzelfden loop als vroeger: de Messeniërs trokken zich terug in de vesting Ira, en toen deze eindelijk ingenomen was, was de oorlog tot hun nadeel beslist. Ook nu verlieten weder velen het land. In hoeverre de gang van zaken in deze beide oorlogen werkelijk geweest is, zooals hier is beschreven, is wegens den aard der bronnen waardoor wij kennis ervan hebben, moeielijk te beoordeelen.—Toen in 464 Sparta door eene verschrikkelijke aardbeving tot den uitersten nood gebracht was, stonden de afstammelingen der oude Messeniërs op en begonnen zij denderden mess. oorlog. In de oude stad Ithōme verschanst, boden zij den Spartanen lang weerstand, zelfs de Atheners, die onder Cimon den belegeraars te hulp gekomen waren, konden hen niet tot overgave dwingen. Eindelijk bedongen zij vrijen aftocht uit de Peloponnēsus, en gaven de Atheners hun de stad Naupactus tot woonplaats (455).Messiae(leges), van den volkstribuun C. Messius in 57: 1) tot terugroeping van Cicero;—2)om decura annonaeaan Pompeius op te dragen. Geen van beide wetten kwam echter in behandeling. De eerste werd noodeloos door delex Cornelia de restituendo Cicerone(z. a.), de andere werd voorkomen door delex Cornelia Caecilia(z. a.); zie verderMessiino. 1.Messii, plebejisch geslacht. 1)C. Messiusvolkstribuun in 57, bevorderde de terugroeping van Cicero uit diens ballingschap en deed eene mislukte poging om Pompeius alspraefectus annonaemet bijna onbeperkte macht over leger, vloot, schatkist en provinciën te bekleeden. Later sloot hij zich aan bij Caesar.—2)Messius Maximus, vriend van den jongen Plinius.Messōgis,Μεσσωγίς, grensgebergte tusschen Lydia en Caria.Mestra,Μήστρα, dochter van Erysichthon no. 2. Door honger gekweld, verkocht haar vader haar als slavin, zij had echter van Poseidon het vermogen gekregen, zich in allerlei gedaanten te veranderen, en hiervan maakte zij gebruik om telkens tot haar vader terug te keeren en zich opnieuw te laten verkoopen.Meta, eindpaal in dencircus(z. a.).Metabus, vader van Camilla (z. a.).Metagenes,Μεταγένης, 1) dichter der oude comoedie, tijdgenoot van Aristophanes.—2)van Cnosus, uitvinder van den ionischen bouwstijl en medewerker bij den bouw van den tempel van Artemis te Ephesus, waarvan het plan door zijn vader Chersiphron gemaakt was.—3)Athener, onder Pericles bouwmeester van den tempel te Eleusis.Metagitnion,Μεταγειτνιών, 2demaand van het Attische jaar (Aug.–Sept.), z.Annus.Metanīra,Μετάνειρα, gemalin van Celeüs, moeder van Demophoön (z. a.).Metapa,τὰ Μέταπα, stad in Aetolia aan het meer Trichōnis.Metapontumof-tium,Μεταπόντιον, meest oostelijke stad in Lucania aan de golf van Tarentum, volgens sommigen door Nestor, volgens anderen door Epēus gesticht. In werkelijkheid is de stad in de 7deeeuw door Achaeërs gesticht. Hier is Pythagoras gestorven; Cicero heeft zijn graf nog gezien. De Lucaniërs verwoestten de stad, die echter herbouwd werd. Door den tarentijnschen oorlog viel zij in handen der Rom., in 212 in die van Hannibal. Toen deze naar het land der Bruttii moest terugtrekken, nam hij de inwoners mede. Sedert kwam de stad in vergetelheid.Metapontus,Μετάποντος, koning van Icaria, pleegvader van Aeolus (z. a.) en Boeōtus.Metaurus,Μέταυρος, 1) rivier van Umbria, waarbij Hannibal’s broeder Hasdrubal in 207 verslagen werd en sneuvelde.—2)rivier op de W.-kust van het land der Bruttii.Metellus, familienaam in degens Caecilia.Methāna,Μεθάνα, landtong en stad in Argolis, tusschen Troezen en Epidaurus, tegenover het eiland Aegīna.Methōne,Μεθώνη, 1) stad op de Z.W.-spits van Messenia, thans Modon.—2)stad in Macedonia, in het landschap Pieria, aan de golf van Therma, bij welker beleg aan Philippus het rechteroog werd uitgeschoten.—3)in ouden tijd eene stad in het thessalische gewest Magnesia, aan de Pagasaeische golf.—4)=Methāna.Methydrium,Μεθύδριον, stad in het hart van Arcadia, op een steile rots.Methymna,Μήθυμνα, tweede stad van Lesbus, op de N.-kust gelegen, om haar wijn beroemd, geboorteplaats van den zanger Arīon en den logograaf Hellanīcus. Om hare trouw aan Athene werd zij in 406 door de Spartanen voor een gedeelte verwoest.Metii=Mettii.Metilia(lex) van den volkstribuun Metilius in 217, waarbij de magister equitum M. Minucius Rufus in macht gelijk werd gesteld met den (pro)dictator Q. Fabius Maximus Verrucōsus, over wiens wijze van oorlogvoeren tegen Hannibal men ontevreden was.Metilii, plebejisch geslacht.M. Metilius, volkstribuun in 217, z.Metilia(lex).Metioche,Μητιόχη, dochter van Orīon, zuster van Menippe (z. a.).Metionidae,Μητιονίδαι, Daedalus, Eupalamus en v. s. ook Sicyon, zonen van Metion, een zoon van Erechtheus, beroofden Pandīon van de regeering, doch werden later door diens zonen verdreven.Metiosedum=Melodūnum.Metis,Μῆτις, dochter van Oceanus en Tethys. Zij bezorgde het braakmiddel, waardoor Cronus gedwongen werd zijne kinderen, diehij verslonden had, uit te braken. Zeus nam haar tot gemalin, maar daar hij door een orakel vernam, dat haar kind hem in wijsheid en macht zoude overtreffen, verslond hij haar, waarna uit zijn hoofd Pallas Athēna geboren werd.Μέτοικος, iemand, die metterwoon in een vreemden staat gevestigd is. Te Athene was hun aantal te allen tijde groot, in 309 bedroeg het 10000 volwassen mannen. Zij waren verplicht een burger tot patroon (προστάτης) te nemen, die hen in hunne betrekkingen tot den staat of de burgers, bijv. bij processen, vertegenwoordigde, en een jaarlijksche belasting (μετοίκιον) van 12 drachmen te betalen. Wie deze verplichtingen niet nakwam, stond bloot aan eeneγραφὴ ἀπροστασίουof eeneἀπαγωγὴ μετοικίου. Zij waren verder dienstplichtig, hoewel zij slechts bij uitzondering voor den dienst te velde schijnen opgeroepen te zijn, werden met liturgieën belast, en moesten bij sommige feesten bepaalde diensten doen. Grondeigendom konden zij niet verkrijgen, de handel was echter bijna geheel in hunne handen.—Eenμέτοικοςen iedere vreemdeling, die zich de rechten van een burger aanmatigde, konde deswege met deγραφὴ ξενίαςaangeklaagd en na veroordeeling als slaaf verkocht worden. Daarentegen werd dikwijls eenμέτ., die zich jegens den staat verdienstelijk had gemaakt, van alle of sommige van bovengenoemde verplichtingen vrijgesteld; z.ἰσοτελεῖς.Meton,Μέτων, bouwmeester en sterrenkundige te Athene. Door een cyclus van 19 jaren, waarin 235 maanden of 6940 dagen zouden zijn, trachtte hij de verschillen tusschen het zonnejaar en het maanjaar te vereffenen. Deze tijdrekening zoude beginnen met den 13denScirophorion 432, het schijnt echter, dat zij nooit algemeen in gebruik geweest is.Metrēta,μετρητής, ἀμφορεὺς μετρητής, grootste grieksche maat voor natte waren, ongeveer = 39,4 L.Metrodōrus,Μητρόδωρος, 1) beroemd rhapsode.—2)van Lampsacus, leerling of aanhanger van Anaxagoras.—3)van Chius, aanhanger van de leer van Democritus en leermeester van Anaxarchus.—4)van Lampsacus, de voornaamste leerling van Epicūrus, schrijver van vele wijsgeerige werken, die verloren gegaan zijn. Hij stierf nog vóór Epicūrus (277).—5)van Stratonicēa, leerling van Carneades, behoorde eerst tot de epicureïsche, later tot de academische school.—6)van Scepsis, academisch wijsgeer, staatsman in dienst van Mithradātes Eupator, wiens levensgeschiedenis hij beschreef. Hij had den bijnaamΜισορώμαιοςen was beroemd om zijn buitengewoon sterk geheugen.—7)vrijgelatene van Cicero, verdienstelijk geneesheer.—8)grieksch epigrammendichter, schrijver van aardrijks- en sterrenkundige werken, waarschijnlijk onder Constantijn den Gr.Μετρονόμοι, te Athene 10 door het lot aangewezen beambten, die toezicht hadden op maten en gewichten.Μητρῷον, te Athene de tempel van Rhea Cybele, waarin het archief (τὰ δημόσια γράμματα) bewaard werd.Metropolis,Μητρόπολις, naam van verschillende steden. 1) in Acarnania, ten O. der Ambracische golf.—2)in Thessalia, tusschen de rivieren Penēus en Eurōpus.—3)in Lydia, tusschen Smyrna en Ephesus.—4)in Phrygia Maior, tusschen Apamēa Cibōtus en Synnada.MettiiofMetii, oud latijnsch geslacht. 1)Mettius(Mettus)Fuffetius, dictator van Alba Longa, nam den voorslag van Tullus Hostilius aan, om den strijd tusschen Alba en Rome te doen beslissen door het bekende gevecht tusschen de Curiatiussen en Horatiussen. Ten gevolge hiervan moest Alba zich onderwerpen. In den strijd tusschen Rome en Veii hield Mettius zich echter op trouwelooze wijze buiten den strijd, waarop Tullus Hostilius hem door paarden vaneen liet scheuren.—2)Mettius Curtius, z.Curtius.—3)M. Mettiuswerd door Caesar tot Ariovistus gezonden, doch door dezen verraderlijk gevangen gehouden, en kreeg eerst na Ariovistus nederlaag zijne vrijheid terug (58).—4)Mettius Pompusianus, onder keizer Domitiānus, had hij zich door waarzeggers laten diets maken, dat hij tot groote dingen was bestemd. Op den wand zijner kamer had hij een wereldkaart laten schilderen en hij bestudeerde ijverig Livius. Uit argwaan hierover liet de keizer hem ter dood brengen.Μητραγύρτης, bedelpriester van deΜήτηρ τῶν θεῶν, vgl.ἀγύρτης.Mettus Fuffetius, z.Mettii.Metūlum,Μετοῦλον, hoofdstad der Iapydes in Liburnia.Mevania, oude sterke stad in Umbria aan den weg van Rome naar Ancōna, beroemd om het schoone rundvee, dat daar werd aangefokt.Mezentius, koning van Caere. Turnus kwam tot hem om hulp, toen hij door Aenēas overwonnen was, of Mez. vluchtte naar Turnus, toen zijn volk hem om zijn wreedheid verdreven had. Te zamen zetten zij den oorlog voort, en in een gevecht werd Mez. door Aeneas of Ascanius gedood. Hij had van Turnus den wijnoogst van een jaar tot loon voor zijne hulp gevorderd, Aenēas wijdde echter dien oogst aan Jupiter en overwint door de hulp van dezen. Zie ookVinaliano. 1.Mezetūlusof-tōlus, ofMazaetullus, voornaam Numidiër, die zich van de regeering meester maakte, doch door Masinissa weder verdreven werd. Op bevel van dezen keerde hij later weder naar zijne woonsteden terug. Zie ookMasinissa.Micāre, een spel, nog in Italië bekend onder den naam van Morra. Het wordt door twee personen gespeeld. Beide spelers houden de rechterhand gesloten, openen ze plotseling tegelijk onder het opsteken van een of meer vingers en noemen tevens elk een cijfer. Heeft b.v. de een twee, de andere drie vingers omhoog gestoken en een der spelers het getal 5 genoemd, zoo heeft hij gewonnen. Heeft geen van beiden het juiste getal geraden, dan sluit men de hand weder en beproefthet opnieuw. Een man, in wien geen bedrog is, wordt spreekwoordelijk gekarakteriseerd met de woorden:dignus est, quicum in tenebris mices.Micipsa,Μικίψας, zoon van Masinissa, volgde dezen in 148 als koning van Numidia op, en nam overeenkomstig zijns vaders wil zijne jongere broeders Gulussa en Mastanabal als mederegenten aan. De drie broeders regeerden samen eendrachtig en getrouw aan het bondgenootschap met Rome, hoewel zij in den derden punischen oorlog met het zenden van hulptroepen aan de Rom. eenigszins omzichtig te werk gingen. Toen echter Gulussa en Mastanabal overleden waren, sloot Micipsa zich enger bij Rome aan en zond hun bij herhaling hulpbenden naar Hispania. Hij overleed in 118 en liet de regeering na aan zijne twee zoons Adherbal en Hiëmpsal en zijn neef Jugurtha.Micon,Μίκων, 1) van Aegīna, beeldgieter en schilder, tijdgenoot van Polygnōtus.—2)van Syracuse, beeldgieter onder Hiero II.Micythus,Μίκυθος, 1) z.Anaxilāus.—2)Thebaan, die zich liet omkoopen om te beproeven Epaminondas voor de belangen van Perzië te winnen.Midas,Μίδας, zoon van Gordius en Cybele, koning van Phrygië. Toen Dionȳsus op zijn tochten ook in dat land kwam, verdwaalde Silēnus in de tuinen van M. of werd hij gevangen, doordat hij uit een bron dronk, waarvan het water met wijn gemengd was, totdat hij bedwelmd in slaap viel. M. onderhield zich 10 dagen lang met hem en bracht hem daarna bij Dionȳsus terug. De god, verheugd dat hij zijn getrouwen makker terugzag, stond M. toe een gunst te vragen, en deze wenschte, dat alles in goud zoude veranderen, wat hij aanraakte. Zijn verlangen werd bevredigd, maar daar ook de spijzen, die hij wilde nuttigen, zoodra hij ze aanraakte in goud veranderden, zou hij van honger gestorven zijn, indien Dionȳsus hem niet op zijn verzoek het middel had gegeven om zich van die noodlottige eigenschap te bevrijden; daartoe baadde hij zich in de rivier Pactōlus, die sedert rijk aan goudzand werd. M. was ook scheidsrechter in een muzikalen wedstrijd tusschen Apollo en Pan, en daar hij het fluitspel van Pan boven de tonen van Apollo’s lier verkoos, kreeg hij tot straf van Apollo ezelsooren. Om deze te verbergen, vond hij de groote phrygische muts uit, alleen zijn barbier kende het geheim, maar deze had zich onder eede verbonden het aan niemand mede te deelen. Toch konde hij er niet geheel van zwijgen, daarom groef hij een gat in de aarde en fluisterde daarin: koning Midas heeft ezelsooren! Later groeide op die plaats een riet, dat dezelfde woorden fluisterde, telkens wanneer het door den wind bewogen werd. Uit wanhoop hierover bracht M. zich om het leven.Midea,Μιδέα, stad in het binnenland van Argos, ten O. van Mycēnae.Milanion,Μειλανίων, z.Atalanta.Milētis, Byblis, dochter van Milētus.Milētis urbs, Tomi, volkplanting van de stad Milētus.Milētus,Μίλητος, Cretenser, zoon van Apollo en Arēa of Deïone. Om aan den achterdochtigen Minos te ontsnappen, vluchtte hij met Sarpēdon naar Caria, waar hij de stad Miletus stichtte.Milētus,Μίλητος, eene der aanzienlijkste en schoonste steden van aziatisch Ionia, geboorteplaats van de wijsgeeren Thales, Anaximander en Anaximenes, van de logografen Cadmus en Hecataeus, van Aspasia. Miletus bestond uit een buiten- en een binnenstad, het had vier havens, door eilanden gedekt, van welke laatste Ladē het voornaamste was. Het was oorspronkelijk een carische stad, die door de Ioniërs gekoloniseerd werd. Reeds vroeg heeft het door zeehandel gebloeid. Van hier uit zijn in de 7deeeuw 90 koloniën of handelsneerzettingen gesticht, vooral in de Propontis en den Pontus Euxīnus; de voornaamste zijn: Abȳdus, Cyzicus, Sinōpe, Istrus en Olbia. Miletus was de ziel van den ionischen opstand in 500 en werd tot straf in 494 door de Perzen verwoest. Dit lot trof de stad ten tweede male, toen Alexander d. Gr. het op de Perzen veroverde (334). Beroemd was de milesische wol (vellera Milesiabij Vergilius).—Ook op de N-kust van Creta lag in ouden tijd eene stad van den zelfden naam.Milichius,Μειλίχιος, vergevingsgezinde, bijnaam van Zeus.Milo, familienaam in degens Annia(Anniino. 3).Milo,Μίλων, van Croto, beroemd worstelaar, die 32 maal bij de groote feesten den prijs won. Hij droeg eens te Olympia een vierjarig rund door de renbaan en at het op één dag geheel op. In den oorlog tegen de Sybarieten stond hij aan het hoofd van zijne medeburgers. Op hoogen leeftijd vond hij in een bosch een halverwege gespleten boom, waarin een wig stak, hij trachtte den boom met zijne handen geheel in tweeën te trekken, maar de wig ging los, zijn handen raakten vastgeklemd, en hij werd door wilde dieren verscheurd.Miltiades,Μιλτιάδης, 1) zoon van Cypselus, voornaam Athener, tegenstander van Pisistratus, ging in 559 op verzoek van de Dolonci naar de Chersonēsus en werd hun vorst. Van uit de Chersonesus veroverde hij Lemnus en Imbrus.—2)zoon van Cimon, den broeder van den vorigen, werd in 518 door de Pisistratiden naar de Chersonēsus gezonden om de regeering over het rijk van zijn oom te aanvaarden. Hij huwde met de dochter van een thracischen vorst, en volgde Darīus I bij zijn tocht tegen de Scythen. Zijn voorstel om, door het afbreken van de brug over den Ister, Darīus den terugtocht af te snijden, stuitte af op den tegenstand van Histiaeus. Na den ongelukkigen afloop van den ionischen opstand keerde hij naar Athene terug (494), hij werd aangeklaagd, omdat hij in de Chersonesus tyran geweest was, maar vrijgesproken, en in 490 werd hij als een van de strategen gekozen. Bij de landing der Perzen lieten zijne ambtgenooten het bevel geheel aan hem over, en doorgebruik te maken van de plaatselijke gesteldheid en spoedig aan te vallen won hij den beroemden slag bij Marathon. Daarna ondernam hij een tocht om de eilanden te straffen, die zich bij de Perzen hadden aangesloten; hierin was hij echter niet gelukkig, en bij het beleg van Parus werd hij gekwetst en moest hij onverrichter zake terugkeeren. Zijne vijanden, vooral de Alcmaeoniden, klaagden hem nu aan wegens misbruik van het in hem gestelde vertrouwen, hij werd tot een boete van 50 talenten veroordeeld, en daar hij deze niet konde betalen, werd hij in de gevangenis gezet, waar hij na korten tijd stierf.Milto,Μιλτώ, zieAspasiano. 2.Milvius pons, brug over den Tiber, een eind boven Rome, op het punt, waar devia Flaminiade rivier kruiste en devia Clodiazich van devia Fl. afscheidde. Ten Noorden van deze brug versloeg Constantijn de Groote in 312 n. Chr. keizer Maxentius.Milyas,Μιλυάς, het N. O. bergland van Lycia, oorspronkelijk de naam van het geheele land. De inwoners heettenMilyae,Μιλύαι.Mimallones, -lonides,Μιμαλλόνες=Bacchae.Mimas,Μίμας, berg in Ionia op een schiereiland tegenover het eiland Chius.Mimnermus,Μίμνερμος, van Colophon, elegisch dichter en musicus (eerste helft van de 6deeeuw), van wiens minnezangen sommige schoone fragmenten over zijn; hij is echter zwaarmoedig en sentimenteel, en naar aanleiding van een op rijperen leeftijd opgevatte maar onbeantwoorde liefde, bejammert hij vooral de kortheid van de jeugd en de lasten van den ouderdom.Mimus,μῖμος, eene soort vancomoedia, doch niet bestemd om op het tooneel te worden opgevoerd. Sophron van Syracūsae, ± 430, was er de schepper van. Zijne stukjes, die hoog geroemd werden, gaven maatschappelijke toestanden, zeden en karakters weer, en waren geheel uit het leven gegrepen. Bij de vroolijke Siciliërs waren zulke losse opvoeringen bij landelijke feesten zeer in zwang. De mimen van Sophron geraakten door Plato ook te Athene bekend, en het genre werd hierdoor meer en meer verbreid. Ook Italia had zijn mimus, die oorspronkelijk bestond in een dialoog, dikwijls voor de vuist voorgedragen en met toepasselijke aardigheden gekruid, en die in dezen vorm nog lang dienst deed bij begrafenissen van rom. grooten, als wanneer eenige mimen-acteurs (ookmimigenoemd), in den begrafenisstoet losse voorvallen uit het leven van den overledene opvoerden. Toen keizer Vespasiānus begraven werd, wiens zuinigheid door het volk voor gierigheid werd uitgekreten, vroeg opeens dearchimimus, die ’s keizers persoon voorstelde, hardop, hoeveel de begrafenis wel kostte. “Tien millioen sestertiën”, was het antwoord. “Ge hadt er mij liever honderdduizend moeten geven en mijn lijk in den Tiber werpen.”—In den laatsten tijd der republiek werd het schrijven van mimen een bepaalde tak van letterkunde en werden zij op het tooneel als nastukjes,exodia, opgevoerd. Het waren echter in hoofdzaak slechts schetsen, waarvan de uitwerking aan de vertooners was overgelaten. De naam is ontleend aan het werkwoordμιμεῖσθαι; eenμῖμοςis eigenlijk een nabootser.Mina,μνᾶ, het 60stedeel van een talent = 100 drachmen.Minatii, een plebejisch geslacht.Mincii=Minicii.Mincius, thans Mincio, komt uit Raetia, vormt in zijn loop den lacus Benācus (Gardameer), stroomt langs Mantua en valt dan in den Padus (Po).Mindarus,Μίνδαρος, werd in 411 opperbevelhebber der peloponnesische vloot. Hij leed eerst eene nederlaag tegen Thrasyllus en Thrasybūlus bij Abȳdus, en toen Alcibiades weder aan het hoofd van het leger stond, versloeg deze hem in het begin van het volgende jaar te land en ter zee in den grooten slag bij Cyzicus, waarin M. zelf sneuvelde.Mindii, plebejisch geslacht.Minerva, romeinsche godin van wijsheid en kennis, geïdentificeerd met de grieksche Athēna, en waarschijnlijk daardoor ook als oorlogsgodin beschouwd, maar in de eerste plaats beschermster van kunsten, wetenschappen en handwerken. Onder hare tempels was de voornaamste die op het Capitolium, waarin zij gemeenschappelijk met Jupiter en Juno vereerd werd. Bovendien had ze een tempel op den Aventīnus, waarvan de stichtingsdag samenviel met haar voornaamste feest, deQuinquatrus(z. a.).Pingui Minervaofcrassa M., op boersche wijze;sus Minervam, een zwijn, dat M. wil onderrichten, een domme betweter.Minervae promunturium,Ἀθηνᾶς ἄκρον, steil en scherp vooruitspringend voorgebergte op de kust van Campania tegenover het eil. Capreae, eene van de plaatsen, die de mythe als verblijf der Sirenen aanwees.Minicii, rom. geslacht, dat eerst in den keizertijd wordt genoemd en waarvan enkele leden met hetcognomenFundānus voorkomen.Minio, riviertje van Etruria, dat ten Z. van de stad Graviscae in zee valt.Minius,Μίνιος, rivier in het N.W. van Hispania, thans Minho, aldus genoemd, omdat men beweerde, dat hijminiumof menie met zich voerde. Een andere naam isBaenis.Minōa, 1) zieHeraclēa Minōa.—2)eil. in de Saronische golf bij de havenstad Nisaea (zieMegara), waarmede het door eene brug verbonden was.—3)kaap en stad bij Epidaurus Limēra in het Z.O. van Laconica.Minōis,Μινωίς, Ariadne, dochter van Minos.Minoïus, -nōus,Μινώιος, -νῷος, van Minos afstammend, in het algemeen cretensisch.Minos,Μίνως, 1) zoon van Zeus en Eurōpa, later door Asterion (z.a.) aangenomen, dien hij als koning van Creta opvolgde. Hij geldt voor den grondlegger der vroege zeemacht van Creta en van de beroemde, oude cretensische staatsregeling. Na zijn dood werd hij rechter in de onderwereld.—2)kleinzoon van den vorigen, eveneens koning en wetgever van Creta. Hij beweerde dat hij door de goden tot de regeeringgeroepen was; om dit te bewijzen, nam hij aan te toonen, dat ieder gebed van hem verhoord zou worden. Hij bad nu, dat Poseidon een stier uit de golven zoude doen opkomen, dien hij hem dan offeren zou; de stier verscheen inderdaad en M. werd koning. Hij offerde echter niet den beloofden stier, maar een minder schoonen, en hierover vertoornd boezemde Poseidon aan Pasiphaë, de gemalin van M., eene onnatuurlijke liefde voor het dier in, waarvan de Minotaurus de vrucht was; daarna maakte hij het razend, zoodat het groote verwoestingen aanrichtte, totdat het door Heracles gevangen werd. M. voerde oorlog tegen Athene (z.Aegeus) en maakte het voor korten tijd schatplichtig. Toen Daedalus (z.a.), die voor hem het labyrinth gebouwd had, uit Creta gevlucht was en bij Cocalus op Sicilië een schuilplaats gevonden had, kwam M. hem daar opeischen; Cocalus deed alsof hij aan zijn eisch wilde voldoen en ontving hem vriendelijk, maar liet hem in een al te warm gemaakt bad stikken.—In de oudste mythen schijnt slechts van één persoon van den naam Minos sprake te zijn. De verhalen omtrent den grooten bloei en macht van het rijk van M., worden door opgravingen van den laatsten tijd te Cnosus en Phaestus (z.a.) bevestigd.Minotaurus,Μινώταυρος, een monster met een stierekop, voortgebracht door Pasiphaë en een stier (z.Minos), dat in het labyrinth van Creta opgesloten gehouden en met menschenvleesch gevoed werd. Theseus doodde het.Minthe, Menthe,Μίνθη, eene door Hades beminde nimf, door Demēter of Persephone in een kruizemunt veranderd. De berg Minthe bij Pylus was naar haar genoemd.Minturnae,Μιντοῦρναι, stad in het Z. van Latium aan den mond van den Liris, in het oude gebied der Aurunci, in 296 rom. kol. Devia Appialiep er langs. De slechte uitwatering der rivier vormde hier de beruchte moerassen aan de kust,paludes Minturnenses. Dáár hield Marius zich eenige dagen schuil, tot hij ontdekt werd, en slechts door een gelukkig toeval (een Cimbrische slaaf zou tot beul dienen, en schrikte daarvoor terug) den dood ontkwam. Bij de stad was een bosch en grot, aan de nimf Marīca gewijd.Minucia(lex) van den volkstribuun M. Minucius, in 216 na den slag bij Cannae, toen er eene groote geldcrisis te Rome heerschte. De wet strekte tot tijdelijke instelling eenermensa publicaof staatsbank, onder beheer vantriumviri mensarii.Minucia(lex), van een volkstribuun Minucius Rufus, van 121, tot opheffing van decolonia Iunonia, in 122 door C. Gracchus op de plaats van het oude Carthago gesticht. Zie onderAgrariae leges:Lex Sempronia agraria van C. Gracchus.Minucii, rom. geslacht, patricisch en plebejisch. 1)M. Minucius Augurīnus, consul in 497 en 491.—2)L. Minucius Esquilīnus Augurīnus, consul in 458, werd door de Aequi ingesloten en door den dictator L. Quinctius Cincinnātus ontzet. Hij werd vervolgens door den dictator in zijn consulaat geschorst òf genoodzaakt het neer te leggen. In 450 was hij een derdecemviri legibus scribundis. In 439 was hij het, die Sp. Maelius aanklaagde.—3)M. Minucius Rufus, consul in 221, in 217 magister equitum van den dictator Q. Fabius Maximus Verrucōsus, werd door delex Metilia(z. a.) met den dictator in gezag gelijk gesteld. In onberaden drift liet hij zich door Hannibal tot een slag verleiden en zou verloren zijn geweest, zoo Fabius niet tijdig te hulp ware geschoten. Toen echter zag Minucius zijn ongelijk in en stelde zich vrijwillig weder onder het opperbevel van Fabius. Hij sneuvelde in 216 bij Cannae.—4)Q. Minucius Rufus, consul in 197, zegevierde over de Liguriërs en Bojers, maar niet te Rome, maar op denmons Albanus.—5)M. Minucius Rufus, consul in 110, overwon als proconsul in 109 de thracische Scordisci en bouwde deporticus Minucia.—6)Q. Minucius Thermus, consul in 193, streed tegen de Liguriërs. In 189 sneuvelde hij onder den consul Cn. Manlius Vulso tegen de Galaten.—7)Onder den praetorMinucius Thermus, die Mytilēne belegerde en innam (81–80), verrichtte Caesar zijn eersten krijgsdienst.—8)Minucius Thermus, in 62 volkstribuun, later (51 en 50) propraetor van Asia, behoorde onder de vrienden, met wie Cicero briefwisseling hield. In den burgeroorlog was hij aan de zijde van Pompeius.—9)L. Minucius Basiluswas legaat van Caesar in Gallia; later was hij een van Caesars moordenaars; in 43 werd hij door zijn eigen slaven vermoord.—10)Minucius Felix, een beroemd advocaat te Rome, die in het einde der 2de(v.s. in het begin der 3de) eeuw n. Chr. een dialogusOctaviusgeschreven heeft, waarin op zeer scherpzinnige wijze de vooroordeelen tegen het Christendom worden te berde gebracht en weerlegd.Minyades,Μινυάδες, Leucippe, Arsippe en Alcathoë, dochters van Minyas, weigerden aan den dienst van Dionȳsus deel te nemen. Tot straf maakte de god haar waanzinnig, zoodat Leucippe haar eigen zoon doodde; daarna bleven zij in razernij door de bergen zwerven, totdat zij door Hermes in vleermuizen veranderd werden.Minyae,Μινύαι, oud-grieksch volk, uit Thessalia onder aanvoering van Minyas naar Boeotia verhuisd, waar Orchomenus hunne hoofdstad was. Zij leverden het grootste aantal deelnemers aan den Argonautentocht. Ook zonden zij eene kolonie naar Lemnus, die echter later weder naar het eiland Thera en naar het Z. van Elis verhuisde.Minyas,Μινύας, koning van Orchomenus in Boeotië, mythisch stamvader der Minyers. Hij was de eerste, die een schatkamer liet bouwen, waarvan men nog overblijfsels meent te vinden.Mirmillōnes, rom. zwaardvechters, die een gallischen helm droegen, waarvan de kam met een visch van metaal was versierd.Misēnum,Μισηνόν, kaap van Campania bij Cumae. Augustus liet hier eene haven aanleggenals station voor de vloot der Tyrrheensche zee. Hierdoor ontstond aan de kust een stadje, dat thans verdwenen is. ZieMisēnus.Misēnus,Μισηνός, 1) tochtgenoot van Odysseus.—2)vriend van Hector, bekwaam trompetter, later tochtgenoot van Aenēas; hij daagde de Tritonen tot een wedstrijd uit, en werd door een van hen gedood. Naar hem is kaap Misēnum genoemd.Missio, ontslag, b.v. uit den krijgsdienst,honesta, eervol, wegens volbrachten diensttijd,causaria, wegens ziekte of lichaamsgebreken,ignominiosa, wanneer men werd weggejaagd. Ook van zwaardvechters, die door de gunst van het volk of door de keizerlijke genade ontslagen en in vrijheid gesteld werden, wordtmissiogebruikt, vandaar in het latere Latijnsine missione pugnare= op leven en dood vechten, geen kwartier geven.—In bona missio, lastgeving van den praetor om zich in het bezit te stellen van eens anders goed, dus inbeslagneming, executie.Missus, zieCircus.Mithradātes(aldus volgens de pontische munten, bij de oude schrijversMithridates,Μιθριδάτης, een dikwijls voorkomende naam in het O. Vooral in het pontische koningshuis is deze naam beroemd geworden. Als stichter van het groote pontische rijk wordtMithradates Igenoemd, 337–302. Hij onderwierp zich aan Alexander d. G., doch werd door Antigonus gedood. Zijn zoon en opvolger,M. II,Κτιστήςbijgenaamd, hield zich tegen Alexanders opvolgers staande en vergrootte zijn gebied (282–266).M. V(IV)Euergetes(150–120) was bondgenoot der Rom. en ondersteunde hen in den oorlog tegen Aristonīcus van Pergamum en kreeg daarvoor Groot-Phrygia. Zie echterAquilliino. 1. Hij sneuvelde bij Sinōpe. Op hem volgde in 120 zijn zoonMithradates VI(V)Eupator, de verbitterde vijand van Rome. Uit vrees voor de aanslagen zijner moeder brachten trouwe vrienden den 10-jarigen knaap na zijns vaders dood in het gebergte in veiligheid. Toen hij 20 jaar oud was, stelde hij zich aan het hoofd van het rijk, strafte zijne moeder en allen, die tegen hem hadden saamgespannen, en begon toen zijne veelomvattende plannen voor te bereiden. Hij was een man van ongemeene geestkracht, van een ijzersterk gestel, onvermoeibaar, bestand tegen ontberingen en uitspattingen, een goed redenaar, die 22 talen sprak, geslepen van aard, een man, die geen middelen en geen menschenlevens ontzag. Hij schiep zich een machtig leger en eene vloot, maakte rondom veroveringen en vermeesterde Cappadocia en Bithynia. Den Rom., die gedurende zijne minderjarigheid hem Groot-Phrygia hadden afgenomen, droeg hij een doodelijken haat toe. Toch waagde hij niet terstond den strijd, doch gaf bij herhaling toe aan de eischen van Rome, om Capp. en Bith. te ontruimen. Terwijl echter de proconsul M’. Aquillius (Aquilliino. 2) op trotschen toon het verzoek van Mithradates om zich tegen Bithynia te mogen verdedigen, afsloeg, stookte de rom. staatkunde Nicomēdes III van Bith. heimelijk op, invallen in Pontus te doen. Eindelijk, in 88, barstte de bom. Met een ontzaglijk leger, versterkt door de hulptroepen van zijn schoonzoon Tigrānes van Armenia, veroverde hij in korten tijd de rom. provincie Asia. Op een bevel des konings, van Ephesus uit gegeven, werden op één dag 80000 Rom. en Italianen, mannen, vrouwen en kinderen, door de verbitterde Aziaten gedood. Slechts Magnesia, Cos en Rhodus bleven aan Rome getrouw, terwijl daarentegen Athene en andere grieksche steden in Europa de zijde van M. kozen. De veldheer Archelāus scheepte zich naar Griekenland in, waar hij echter door Sulla bij Chaeronēa en daarna bij Orchomenus in Boeotia werd verslagen (86), terwijl C. Flavius Fimbria den koning uit Asia grootendeels verdreef. De tijdsomstandigheden beletten Sulla zijn verblijf in Asia te rekken, hij sloot dus vrede met M. op deze voorwaarden: het gebied des konings werd tot Pontus beperkt, de krijgsgevangenen werden door hem vrijgelaten, de vloot uitgeleverd en 3000 talenten betaald (voorjaar van 85). Daar M. echter niet rustig bleef, hernieuwde de proconsul L. Licinius Murēna in 83 den oorlog, dien hij echter op Sulla’s bevel moest staken (81). In 74 achtte M. zich weder strijdvaardig en de oorlog ontbrandde ten derden male. M. knoopte betrekkingen aan met Sertorius in Hispania en met de zeeroovers, doch te vergeefs; Sertorius werd vermoord, en M. door L. Licinius Lucullus niet slechts uit de prov. Asia, maar zelfs uit Pontus verdreven, zoodat hij naar Armenia vluchtte. Daar Tigrānes zijne uitlevering weigerde, rukte Lucullus Armenia binnen, doch moest door een oproer van zijn leger alle veroveringen prijs geven (zieLiciniino. 24). Delex Manilia(z. a.) droeg het voleindigen van den oorlog aan Pompeius op en deze bracht aan Mithradates den genadeslag toe, zoodat de koning, toen vergif niet werken wilde, waaraan hij zijn lichaam uit voorzorg van jongs af had gewend, zich door een slaaf liet doodsteken (voorjaar van 63). Zijne grenzenlooze wreedheid, die met zijne tegenspoeden nog toenam, had zijn eigen volk, zelfs zijn eigen zoon Pharnaces, van hem vervreemd.Mithras,Μίθρας, perzische god van de zon en van het goede, die sedert het einde der romeinsche republiek ook in het Westen vereerd werd. Zijn dienst werd door Domitiānus en Traiānusofficieelte Rome ingevoerd en was later zeer algemeen. Hij wordt gewoonlijk afgebeeld als een jongeling in oostersche kleederdracht, geknield op een stier, wien hij een mes in de keel stoot.Mithridātes=Mithradates.Mithrīnes, -rēnes,Μιθρίνης, -ρήνηςbevelhebber van Sardes, die deze stad na den slag bij den Granīcus aan Alexander d. G. overgaf en daarvoor satraap van Armenië werd.Mitra, een vrouwenkap van dichte stof, in eene punt uitloopende, die dan als een zak naar achteren hing.Mitylēne,Μιτυλήνη=Mytilene.Mnasalcas,Μνασάλκας, van Sicyon, een van de epigrammendichters der grieksche anthologie; hij leefde omstreeks het midden der 3deeeuw.Mnaseas,Μνασέας, van Patrae, leerling van Eratosthenes, schrijver van een geschied- en aardrijkskundig werk.Mnasippus,Μνάσιππος, werd in 373 met een spartaansche vloot naar Corcȳra gezonden om er de aristocratische partij te ondersteunen. Hij had de stad reeds bijna door honger tot de overgave gedwongen, maar zijn hebzucht veroorzaakte ontevredenheid in zijn eigen leger, en toen de Coryraeërs dit bemerkten, deden zij een uitval, waarbij Mn. sneuvelde.Mnēme,Μνήμη, geheugen, eene van de boeotische Muzen, dikwijls voor dezelfde gehouden als Mnemosyne.Mnemonides, de Muzen, dochters van Mnemosyne.Mnemosyne,Μνημοσύνη, dochter van Uranus, godin van het geheugen, bij Zeus moeder van de Muzen.Mnesarchus,Μνήσαρχος, leerling van Panaetius, hoofd der stoicijnsche school (110–90).Mnesicles,Μνησικλῆς, bouwmeester van de propylaeën op de acropolis van Athene.Mnesilochus,Μνησίλοχος, 1) een van de 30 te Athene.—2)zoon van Euripides, tooneelspeler.Mnesimachus,Μνησίμαχος, geestig blijspeldichter uit het middelste tijdperk der attische comoedie.Mnestheus, tochtgenoot van Aenēas, de mythische stamvader van de Memmii.Mnevis,Μνεῦις, een heilige stier der Aegyptenaars, te Heliopolis op dezelfde wijze vereerd als Apis te Memphis.Μνωῖται, Μνῷται, lijfeigenen van den staat op Creta.Moabītis,Μωαβῖτις, het land van Moab, ten O. der Doode zee.Modius, rom. maat, ongeveer = 1/12 hectol.Moenus, rivier in Germania, thans Main.Moera,Μοῖρα, het den mensch beschoren deel of levenslot. Soms blijft de Moera volkomen een afgetrokken begrip en is dit levenslot eenvoudig door den wil der goden bepaald, dikwijls wordt zij echter als persoon gedacht, bekleed met eene geheimzinnige macht, waaraan ook de goden onderworpen zijn; hare beschikkingen zijn in hoofdzaak onherroepelijk, toch kunnen zij door goden en menschen, die met de uitvoering er van belast zijn, in sommige opzichten gewijzigd worden of kan men de vervulling er van eenigen tijd tegenhouden. In lateren tijd nam men aan dat er drie Moerae waren: Clotho, Lachesis en Atropus, dochters van Nyx of van Zeus en Themis, soms met een gemeenschappelijken naamΚατακλῶθες, spinsters, genoemd, omdat zij den levensdraad van den mensch afspinnen, den tijd van zijne geboorte en van zijn dood bepalen en hem zijn lot toedeelen, waarbij zij dikwijls schijnbaar met wreedheid te werk gaan, maar ten slotte toch altijd de eeuwige wereldorde handhaven en beschermen. Zij worden meestal beschreven als leelijke oude vrouwen, maar afgebeeld als eerwaardige jonkvrouwen met ernstige gelaatstrekken. Eene soortgelijke personificatie van het noodlot isΑἶσα, die echter meer dan de Moerae altijd een afgetrokken begrip gebleven is.Moeris,Μοῖρις, gwl.Atticistagenoemd, grieksch grammaticus onder Hadriānus, schrijver van een woordenboek, waarin atticismen (Λέξεις Ἀττικαί) door later gebruikelijke uitdrukkingen verklaard worden.Moeris,Μοίριος λίμνη, meer in Aegypte, eigenlijk een laagliggend dal, tgw. Fajûm geheeten, dat met behulp van een kanaal en zware dijken in een ontzaggelijk waterbekken herschapen werd door koning Amenemha III. In het midden stonden twee reuzenbeelden van den koning en diens gemalin, en aan den ingang het reusachtige paleis Lo-pe-ro-hunt (zieLabyrinthus). Onder Ptolemaeus Philadelphus werd het meer grootendeels drooggelegd en met Grieksche kolonisten bevolkt. Hier zijn in den laatsten tijd talloozepapyrigevonden. In de middeleeuwen zijn de dammen bezweken en heeft het water een nieuw bekken gevormd.Moero,Μοιρώ, dichteres uit Byzantium op het einde der 4deeeuw; van hare talrijke werken zijn twee epigrammen bewaard gebleven.Moesia, het land tusschen den Ister (Donau) en den Haemus (Balkan), sedert Tiberius rom. provincie. De inwoners heettenMoesi,Μυσοί. Het gewest werd verdeeld inMoesia superioreninferior. Onder Aureliānus werd er eene nieuwe prov. tusschen gevoegd,Dacia Aureliani(z. a.).Mogontiācum, thans Mainz, reeds onder de Rom. eene belangrijke vesting, hoofdstad van Germania Superior.Moliones, -onidae, z.Actoriones.Molo,Μόλων, z.Apolloniusno. 3.Molois, gen.-entis,Μολόεις, beekje nabij Plataeae in Boeotia, dat in den Asōpus valt. Daaraan stond een tempel van Demeter.Molorchus,Μόλορχος, tuinier bij Nemea, die Heracles vriendelijk ontving en hem goeden raad gaf, toen hij den nemeïschen leeuw ging bestrijden.Molossi,Μολοσσοί, aanzienlijk volk in Epīrus; eerst alleen in het O., aan de bronnen van den Arachthus, ten N. O. van Dodōna gevestigd, breidden zij onder het huis der Aeaciden hun gezag over geheel Epirus uit. De naamheros van dit volk was Molossus, door Pyrrhus, den zoon van Achilles, bij Andromache verwekt (zieHelenus). De hoofdstad was eerst Passaron; later, onder Pyrrhus, sedert 294, Ambracia (z. a.). Bekend waren de groote molossische doggen.Molossus,Μολοσσός, zieMolossi.Molus,Μόλος, zoon van Deucalion, vader van Meriones.Molycrēum, -cria,Μολύκρειον, -κρία, stad in Aetolia aan de invaart der Corinthische golf, kolonie van Corinthus.Momus,Μῶμος, zoon van Nyx, personificatie van spotternij en vitzucht. Toen hij in Aphrodīte eene schoonheid vond, waarop hij geenaanmerking konde maken, barstte hij van spijt.Mona, naam van twee eilanden tusschen Ivernia (Ierland) en Britannia. 1) Anglesey, dat eerst door Suetonius Paulīnus, en later wederom door Agricola veroverd werd; het was de hoofdzetel van den Druidendienst.—2)het tegenwoordige Man, dat bij latere schrijvers Monapia heet.Monēta, 1) latijnsche naam voor Mnemosyne.—2)de waarschuwende, bijnaam van Juno. In den oorlog tegen Pyrrhus had zij namelijk de Romeinen, die geldgebrek hadden, gewaarschuwd den strijd rechtvaardig te voeren, in welk geval het hun aan geld niet ontbreken zou. Naar aanleiding hiervan werd een tempel voor Juno M. gesticht, waar sedert dien tijd het geld gemunt werd. In werkelijkheid is de tempel reeds in 344 gewijd, op de plaats waar vroeger het huis van M. Manlius Capitolīnus gestaan had. Het verhaal is dan later ontstaan, ter verklaring van het feit, dat de tempel van Juno Moneta voor het slaan van munt gebruikt werd.

MeneniaofMaenia Duilia(lex), zieFenus.Menenia Sestia(lex) van de consuls T. Menenius Lanātus en P. Sestius Capitolīnus in 452, eene wet omtrent demulta suprema, zieAternia Tarpeia(lex); omtrent den inhoud is verder niets zekers bekend.Menenii, patricisch geslacht, doch met een plebejischen tak. 1)Agrippa Menenius, consul in 503, behaalde eene overwinning op de Sabijnen en wist volgens de overlevering in 494 door zijne toespraak (fabel van de maag en ledematen) de uitgeweken plebejers tot den terugkeer naar Rome te bewegen. Het geheele verhaal omtrent de uitwijking is onhistorisch, zie hieromtrentsecessio plebis. Hij stierf arm en werd op staatskosten begraven. Dikwijls wordt hijMenenius Agrippagenoemd, doch Agrippa is hier vóórnaam.—2)T. Menenius Lanatuswas consul in 477, in welk jaar de Fabii bij de Cremera werden verslagen. Ook hij zelf streed niet voorspoedig tegen de Etruscers. Na zijn consulaat klaagden twee volkstribunen hem aan wegens gebrek aan voorzorg, en het volk veroordeelde hem tot eene geldboete. Menenius kon dit niet verkroppen en liet zich doodhongeren.—3)T. Menenius Lanatus(ookC. ofL.), consul in 452, trok zich, naar men zegt, het veldwinnen der plebejers tegenover de patriciërs zóó sterk aan, dat hij ernstig ziek werd. Het was juist in het jaar, dat delex Terentilla de legibus scribendiswerd uitgevoerd.Menes,Μένης, van Pella, onder Alexander d. G. satraap van Syrië, Phoenicië en Cilicië.Menes,Μήν, Μήνης, eerste koning van Aegypte, stichter van Memphis.Menesaechmus,Μενέσαιχμος, atheensch redenaar, tegenstander van Demosthenes en Lycurgus.Menestheus, 1) zoon van Peteos, stiet met de hulp der Tyndariden Theseus van den troon en voerde de Atheners voor Troje aan, waar hij sneuvelde.—2)zoon van Clytius, tochtgenoot van Aenēas.—3)zoon van Iphicrates, atheensch veldheer.Menesthius,Μενέσθιος, twee strijders in het leger der Grieken voor Troje; de eene was een zoon van Areïthous en Philomedūsa, de andere van den riviergod Sperchēus en Polydōra, zuster van Achilles.Menestratus,Μενέστρατος, 1) Athener, aangeklaagd van een samenzwering tegen de oligarchische partij (404). Hij noemde zijne medeplichtigen en werd daarom vrijgesproken, doch na de wederinvoering der democratie werd hij met den dood gestraft.—2)beeldhouwer, van wien beroemde standbeelden in den tempel van Artemis te Ephesus stonden.Menexenus,Μενέξενος, 1) leerling van Socrates, naar wien een der werken van Plato genoemd is.—2)vriend van Socrates, leerling van den sophist Ctesippus.—3)zoon van Socrates.Meninx,ΜΗῆνιγξ=Lotophagītis, z.Lotophagi.Menippe,Μενίππη, enMetioche, dochters van Orīon, door Aphrodite met schoonheid begaafd, door Athēna in de kunst van weven onderwezen. Toen haar vaderland Aonië door de pest ontvolkt werd, offerden zij zich vrijwillig aan de onderaardsche goden om hen te verzoenen, en doorstaken zij zich de keel met een weverspoel. Persephone en Hades veranderden haar in kometen.Menippus,Μένιππος, 1) tyran van Oreüs, werkte in het belang van Philippus van Macedonië tegen de Atheners.—2)veldheer van Philippus III (V) in zijn oorlog tegen de Rom.—3)dienaar van Antiochus d. G., die als gezant te Rome kwam en de Aetoliërs tegen de Rom. ophitste.—4)van Gadara, vroeger slaaf, later cynisch wijsgeer, een befaamd woekeraar, die zich na een belangrijk geldverlies van het leven beroofde (± 270). Zijne eigenaardige hekelschriften, in proza met verzen doormengd, vonden veelbijval en werden door Varro in het Latijn nagevolgd (Satyrae Menippēae, z.Terentiino.1).—5)van Stratonicēa, volgens het oordeel van zijn vriend Cicero de beste aziatische redenaar van zijn tijd.—6)van Pergamus, schrijver van een grieksch werk over aardrijkskunde, onder Augustus.Menodōrus,Μηνόδωρος, ook Menas,Μηνάς, genoemd, vrijgelatene van Cn. of diens zoon S. Pompeius en admiraal van den laatste. Hij liep in 38 tot Octaviānus over, aan wien hij zijne schepen uitleverde. Octaviānus verhief hem tot den ridderstand en stelde hem tot legaat op zijne vloot aan. Inmiddels verhief S. Pompeius een ander vrijgelatene, Menecrates, tot vlootvoogd en zond dezen op Menodorus af. Bij Cumae raakten de beide vloten slaags, het schip van Menecrates werd genomen en deze sprong in zee en verdronk. Later ging Menodorus weder tot Pompeius over en vervolgens opnieuw tot Octaviānus.Menoeceus, 1)Μενοικεύς, vader van Creon, Iocaste en Hipponome.—2)z.Megareus.Menoetiades,Μενοιτιάδης, Patroclus, zoon van Menoetius no. 2.Menoetius,Μενοίτιος, 1) zoon van Iapetus en Asia, om zijn overmoed door Zeus met den bliksem gedood en in den Tartarus geworpen.—2)zoon van Actor en Aegīna, vader van Patroclus, Argonaut, vriend vanHeracles, wien hij v. s. het eerst een offer bracht.—3)weidde de kudden van Hades op het eiland Erythēa en verried aan Geryones, dat Heracles zijne runderen geroofd had. Daarom viel Heracles hem aan, toen hij hem in de onderwereld ontmoette; Persephone kwam echter tusschenbeide, zoodat M. er met een wond afkwam.Menon,Μένων, 1) vorst van Pharsālus, in den peloponnesischen oorlog bondgenoot der Atheners.—2)Thessaliër, een van de veldheeren van den jongeren Cyrus. Op den terugtocht na den slag bij Cunaxa, werd hij door Tissaphernes verraderlijk gevangen genomen en gedood. Hij wordt door Xenophon als heerschzuchtig en gewetenloos beschreven. Een der gesprekken van Plato is naar hem genoemd.—3)bevelhebber der thessalische ruiterij in den lamischen oorlog, grootvader van Pyrrhus.—4)geneesheer, leerling van Aristoteles.Menophanes,Μηνοφάνης, veldheer van Mithradātes, die in den eersten mithradatischen oorlog Delus plunderde en verwoestte.Mentes,Μέντης, 1) aanvoerder der Ciconen in den trojaanschen oorlog.—2)aanvoerder der Taphiërs, gastvriend van Odysseus. Onder zijne gedaante kwam Athēna Telemachus bezoeken.Mentor,Μέντωρ, 1) van Ithaca, zoon van Alcimus, vertrouwd vriend van Odysseus, die hem bij zijn vertrek naar Troje de zorg voor zijn huis opdroeg. Athēne nam dikwijls zijne gedaante aan, wanneer zij als beschermster van het huis van Odysseus optrad.—2)van Rhodus, broeder van Memnon no. 2, bevelhebber der grieksche troepen bij den opstand van Sidon tegenPerzië; door zijn verraad moest de stad zich aan Artaxerxes Ochus overgeven (351). Daarna was hij satraap in Klein-Azië en droeg hij veel bij tot de herovering van Aegypte. Hij stierf kort voor den inval van Alexander d. G.Menyllus,Μένυλλος, bevelhebber der macedonische bezetting in Munychia na den lamischen oorlog, vriend van Phocion.MephītisofMefītis, godin, die in Italië vereerd werd op verscheidene plaatsen, waar onzuivere dampen uit den grond opstegen.Mercurii promunturium=Hermaeum pr.Mercurius, god van handel en winst, oorspronkelijk misschien in het bijzonder van den graanhandel, in alle opzichten geïdentificeerd met Hermes. Zijn voornaamste feestdag viel op den 15denMei, die tevens de feestdag was van het koopmansgild, dat tegelijk met de invoering van zijn eeredienst uit Zuid-Italië (in 495) was opgericht.Merenda, een lichte maaltijd, waarvan de gewone tijd zeer verschillend wordt opgegeven. Misschien aten de boeren vroeger dan de stedelingen en gebruikten zij dit maal tegen den avond; in de stad gebruikte men het dan waarschijnlijk in den voormiddag, en valt het wellicht samen met hetprandium.Meriones,Μηριόνης, vriend en wapenbroeder van Idomeneus (z. a.), uitmuntend als boogschutter en speerwerper.Mermnadae,Μερμνάδαι, de laatste dynastie der lydische koningen, van Gyges tot Croesus.Meroë,Μερόη, een priesterstaat met gelijknamige hoofdstad in Aethiopia tusschen de beide Nijltakken Astaboras (Atbara) en Astapus (Bahr-el-Azrek of blauwen Nijl). De ouden meenden, dat het rijk op een eiland lag; vandaar vindt menInsula Meroënog op middeleeuwsche kaarten geteekend. In de eerste eeuw werd de hier heerschende priesterkaste door de onderhoorige negerstammen uitgemoord en ging de stad te gronde.Merope,Μερόπη, 1) Oceanide, bij Helius of Clymenus moeder van Phaëthon.—2)eene van de Heliades.—3)dochter van Atlas, gemalin van Sisyphus. In het sterrenbeeld der Plejaden is zij de ster, die den minsten glans heeft, omdat zij zich uit schaamte over hare liefde voor een sterveling het gezicht bedekt.—4)gemalin van Polybus, pleegmoeder van Oedipus.—5)dochter van Cypselus, gemalin van Cresphontes. Toen deze door Polyphontes gedood was, werd zij gedwongen den moordenaar te huwen.Meropis,Μεροπίς, oude naam van het eil. Cos.Merops,Μέροψ, 1) koning van Cos. Uit verdriet over den plotselingen dood zijner gemalin wilde hij zich van het leven berooven, maar Hera plaatste hem als adelaar onder de sterren.—2)koning van Aethiopië, gehuwd met Clymene no. 3.—3)koning van Percōte, beroemd waarzegger, wiens zonen voor Troje door Diomēdes gedood werden.Merula, familienaam in degens Cornelia.Mesambria,Μεσαμβρίη, 1) stad der Cicones in Thracia, aan de Aegaeïsche zee.—2)=Mesembria.Μέσαυλος, gang tusschen het mannen- en het vrouwenverblijf, die in het midden met een deur afgesloten kan worden.Mesembria,Μεσημβρία, belangrijke koopstad, kolonie van Byzantium en Chalcedon, gesticht na den ionischen opstand, in Thracia, aan den Pontus Euxīnus (Zwarte zee) tusschen Apollonia en Odessus.Mesogaea,Μεσόγαια, streek in het binnenland van Attica, vooral ten N. en O. van Athene.Mesōgis,Μεσωγίς=Messogis.Mesomēdes,Μεσομήδης, vrijgelatene en gunsteling van keizer Hadriānus, dichter van eenige epigrammen en van een hymnus, die met de oude muzieknoten bewaard gebleven is.Mesopotamia,Μεσοποταμία, een louter geografische naam, in het Seleucidentijdperk gegeven aan de landstreek tusschen den Euphraat en den Tigris van de armenische grenzen tot aan den medischen muur, dus tot aan Babylonia. Vóór dien tijd werd dit land eenvoudig als een deel van Assyria of van Syria beschouwd, zonder eigen naam. Het noordelijk gedeelte werd door de rivier Chabōras in twee deelen gesplitst, Osroēne ten W., Mygdonia ten O.Μέσπιλα, eene groote, doch verlaten stad, zes uren gaans in omtrek; waarschijnlijk de overblijfselen van het voormalige Niniveh, z.Ninus. Uit een bericht bij Xenophon, de eenige plaats, waar de naamΜέσπ.voorkomt, blijkt, dat de inwoners van die streek in X.’s tijd niets meer wisten van het vroegere assyrische rijk.Messa,Μέσσα, oude laconische havenstad, op de middelste Zuidspits der Peloponnēsus, aan den Westkant gelegen.MessālaofMessalla, familienaam in degens Valeria(Valeriino. 16, 26–29).Vipstanus Messala, zieVipstani.Messalīna, 1)Valeria Messalina, gemalin van keizer Claudius, zieValeriino. 33.—2)Statilia Messalina, derde gemalin van Nero, z.Statiliino. 6.Messāna,Μεσσάνα, doch gewoonlijkΜεσσήνη, op Sicilia, thans Messina, allereerstZanclegeheeten, daar de haven door eene sikkelvormige landtong gevormd werd. Het was gesticht door Siciliërs, en werd in de achtste eeuw gekoloniseerd door euboeïsche Chalcidiërs en Cumaeërs. Na de verwoesting van Milētus in 494 door de Perzen, vonden scharen Milesiërs en Samiërs hier een toevluchtsoord. Kort daarop maakte Anaxilāus, tyran van Rhegium, zich van Zancle meester en noemde het Messana, naar de Messeniërs, die hij in de stad opnam. In 396 werd de toenmaals bloeiende stad door de Carthagers verwoest. Dionysius de oude, tyran van Syracūsae, liet ze spoedig herbouwen. Na den dood van Agathocles maakten diens huurbenden, deMamertīni, zich van haar meester (vóór 283) en vermoordden grootendeels de mannelijke bevolking. Zie verderMamertini. Messana bleef eene aanzienlijke stad; de ruime haven kon 600 schepen bevatten.Messapia,Μεσσαπία, oude grieksche naam voor Calabria.Messapium,Μεσσάπιον, berg aan de O. kust van Boeotia bij de stad Anthēdon.Messāpus, 1) Boeotiër, die naar Italië ging, en naar wien Calabria den naam Messapia heeft.—2)een Latijn, zoon van Neptunus, paardentemmer, onkwetsbaar door vuur of staal.Messene,Μεσσήνη, stad, door Epaminondas in 369 aan den voet van den berg Ithōme als hoofdstad van het bevrijde Messenia gesticht.Messenia,Μεσσηνία, Z.W. gewest der Peloponnēsus, in de oudheid bekend om zijn heerlijk klimaat, daar het in M. reeds zomer was, wanneer het in Laconica nog lente, in Arcadia nog winter was. Door de dichtbegroeide grensgebergten lag het tegen de koude winden beschut. Als oudste bewoners komen Leleges voor, waarbij later Argīvi en Aeoles kwamen. In den Z.W. hoek woonden Dryopes. Bij de dorische volksverhuizing werd ook M. een dorische staat, met Stenyclārus tot hoofdstad. In de beide messenische oorlogen echter werd M. door de Spartanen veroverd, en de Messeniërs, die niet uitweken, werden tot Heloten gemaakt. In 464 stonden de Messeniërs op, bij gelegenheid dat Sparta door eene aardbeving zwaar geteisterd was. De strijd duurde jaren lang, tot eindelijk de opstandelingen onder beding van vrijen aftocht de wapens neerlegden. Grootendeels trokken zij naar Naupactus (Lepanto), dat hun door de Atheners werd ingeruimd. Na den peloponnesischen oorlog van daar verdreven, verstrooiden zij zich in verschillende richtingen. In 369 werd Messenia tot aan den Pamīsus door Epaminondas vrij gemaakt; de ballingen, door hem uitgenoodigd, bevolkten de nieuwe hoofdstad Messēne, en sedert dien tijd bleef het gewest onafhankelijk tot aan de rom. overheersching in 146.Messenische oorlogenheeten drie oorlogen, waarvan de eerste de onderwerping van Messenië aan Sparta ten gevolge had, de andere twee voortkwamen uit mislukte pogingen der Messeniërs om zich te bevrijden. Deeerste mess. oorlog(743–724, v. a. 730–710) ontstond naar aanleiding van geschillen over grenzen, roof van menschen en vee, enz., en begon met een nachtelijken aanval der Spartanen op Amphēa, waarvan de meeste inwoners gedood werden. Daar de krijgskans den Messeniërs over het algemeen niet gunstig was, trokken zij zich in het sterke Ithōme terug, en onder de leiding van Aristodēmus (z. a.) brachten zij van hier uit den Spartanen dikwijls gevoelige slagen toe; na zijn dood werd echter Ithōme genomen, vele Messeniërs verlieten het land, de overige kwamen in den toestand van heloten.—Het duurde echter niet lang voordat zij nog eene poging waagden om zich uit dien toestand te bevrijden. Te Andania begon de heldhaftige Aristomenes (z. a.) een opstand, waarbij zich in een oogenblik het geheele messenische volk aansloot, en die eerst na een langdurigen en moeielijken oorlog, dentweeden mess. oorlog(685–668, v. a. 660–643 of 645–630), bedwongen kon worden. Nietalleen werden de Messeniërs nu bijgestaan door Achaeërs, Argiven en Arcadiërs, maar bovendien heerschte onder de Spartanen verdeeldheid en bestond er gevaar voor een algemeenen opstand der perioeken en heloten. Toen zij zich echter onder den invloed der bezielde gedichten van Tyrtaeus (z. a.) weder tot eendrachtige samenwerking verbonden hadden, toen de arcadische koning Aristocrates de zaak der Messeniërs verried, en over het geheel de bondgenooten van dezen den langdurigen oorlog begonnen moede te worden, hadden de zaken weder denzelfden loop als vroeger: de Messeniërs trokken zich terug in de vesting Ira, en toen deze eindelijk ingenomen was, was de oorlog tot hun nadeel beslist. Ook nu verlieten weder velen het land. In hoeverre de gang van zaken in deze beide oorlogen werkelijk geweest is, zooals hier is beschreven, is wegens den aard der bronnen waardoor wij kennis ervan hebben, moeielijk te beoordeelen.—Toen in 464 Sparta door eene verschrikkelijke aardbeving tot den uitersten nood gebracht was, stonden de afstammelingen der oude Messeniërs op en begonnen zij denderden mess. oorlog. In de oude stad Ithōme verschanst, boden zij den Spartanen lang weerstand, zelfs de Atheners, die onder Cimon den belegeraars te hulp gekomen waren, konden hen niet tot overgave dwingen. Eindelijk bedongen zij vrijen aftocht uit de Peloponnēsus, en gaven de Atheners hun de stad Naupactus tot woonplaats (455).Messiae(leges), van den volkstribuun C. Messius in 57: 1) tot terugroeping van Cicero;—2)om decura annonaeaan Pompeius op te dragen. Geen van beide wetten kwam echter in behandeling. De eerste werd noodeloos door delex Cornelia de restituendo Cicerone(z. a.), de andere werd voorkomen door delex Cornelia Caecilia(z. a.); zie verderMessiino. 1.Messii, plebejisch geslacht. 1)C. Messiusvolkstribuun in 57, bevorderde de terugroeping van Cicero uit diens ballingschap en deed eene mislukte poging om Pompeius alspraefectus annonaemet bijna onbeperkte macht over leger, vloot, schatkist en provinciën te bekleeden. Later sloot hij zich aan bij Caesar.—2)Messius Maximus, vriend van den jongen Plinius.Messōgis,Μεσσωγίς, grensgebergte tusschen Lydia en Caria.Mestra,Μήστρα, dochter van Erysichthon no. 2. Door honger gekweld, verkocht haar vader haar als slavin, zij had echter van Poseidon het vermogen gekregen, zich in allerlei gedaanten te veranderen, en hiervan maakte zij gebruik om telkens tot haar vader terug te keeren en zich opnieuw te laten verkoopen.Meta, eindpaal in dencircus(z. a.).Metabus, vader van Camilla (z. a.).Metagenes,Μεταγένης, 1) dichter der oude comoedie, tijdgenoot van Aristophanes.—2)van Cnosus, uitvinder van den ionischen bouwstijl en medewerker bij den bouw van den tempel van Artemis te Ephesus, waarvan het plan door zijn vader Chersiphron gemaakt was.—3)Athener, onder Pericles bouwmeester van den tempel te Eleusis.Metagitnion,Μεταγειτνιών, 2demaand van het Attische jaar (Aug.–Sept.), z.Annus.Metanīra,Μετάνειρα, gemalin van Celeüs, moeder van Demophoön (z. a.).Metapa,τὰ Μέταπα, stad in Aetolia aan het meer Trichōnis.Metapontumof-tium,Μεταπόντιον, meest oostelijke stad in Lucania aan de golf van Tarentum, volgens sommigen door Nestor, volgens anderen door Epēus gesticht. In werkelijkheid is de stad in de 7deeeuw door Achaeërs gesticht. Hier is Pythagoras gestorven; Cicero heeft zijn graf nog gezien. De Lucaniërs verwoestten de stad, die echter herbouwd werd. Door den tarentijnschen oorlog viel zij in handen der Rom., in 212 in die van Hannibal. Toen deze naar het land der Bruttii moest terugtrekken, nam hij de inwoners mede. Sedert kwam de stad in vergetelheid.Metapontus,Μετάποντος, koning van Icaria, pleegvader van Aeolus (z. a.) en Boeōtus.Metaurus,Μέταυρος, 1) rivier van Umbria, waarbij Hannibal’s broeder Hasdrubal in 207 verslagen werd en sneuvelde.—2)rivier op de W.-kust van het land der Bruttii.Metellus, familienaam in degens Caecilia.Methāna,Μεθάνα, landtong en stad in Argolis, tusschen Troezen en Epidaurus, tegenover het eiland Aegīna.Methōne,Μεθώνη, 1) stad op de Z.W.-spits van Messenia, thans Modon.—2)stad in Macedonia, in het landschap Pieria, aan de golf van Therma, bij welker beleg aan Philippus het rechteroog werd uitgeschoten.—3)in ouden tijd eene stad in het thessalische gewest Magnesia, aan de Pagasaeische golf.—4)=Methāna.Methydrium,Μεθύδριον, stad in het hart van Arcadia, op een steile rots.Methymna,Μήθυμνα, tweede stad van Lesbus, op de N.-kust gelegen, om haar wijn beroemd, geboorteplaats van den zanger Arīon en den logograaf Hellanīcus. Om hare trouw aan Athene werd zij in 406 door de Spartanen voor een gedeelte verwoest.Metii=Mettii.Metilia(lex) van den volkstribuun Metilius in 217, waarbij de magister equitum M. Minucius Rufus in macht gelijk werd gesteld met den (pro)dictator Q. Fabius Maximus Verrucōsus, over wiens wijze van oorlogvoeren tegen Hannibal men ontevreden was.Metilii, plebejisch geslacht.M. Metilius, volkstribuun in 217, z.Metilia(lex).Metioche,Μητιόχη, dochter van Orīon, zuster van Menippe (z. a.).Metionidae,Μητιονίδαι, Daedalus, Eupalamus en v. s. ook Sicyon, zonen van Metion, een zoon van Erechtheus, beroofden Pandīon van de regeering, doch werden later door diens zonen verdreven.Metiosedum=Melodūnum.Metis,Μῆτις, dochter van Oceanus en Tethys. Zij bezorgde het braakmiddel, waardoor Cronus gedwongen werd zijne kinderen, diehij verslonden had, uit te braken. Zeus nam haar tot gemalin, maar daar hij door een orakel vernam, dat haar kind hem in wijsheid en macht zoude overtreffen, verslond hij haar, waarna uit zijn hoofd Pallas Athēna geboren werd.Μέτοικος, iemand, die metterwoon in een vreemden staat gevestigd is. Te Athene was hun aantal te allen tijde groot, in 309 bedroeg het 10000 volwassen mannen. Zij waren verplicht een burger tot patroon (προστάτης) te nemen, die hen in hunne betrekkingen tot den staat of de burgers, bijv. bij processen, vertegenwoordigde, en een jaarlijksche belasting (μετοίκιον) van 12 drachmen te betalen. Wie deze verplichtingen niet nakwam, stond bloot aan eeneγραφὴ ἀπροστασίουof eeneἀπαγωγὴ μετοικίου. Zij waren verder dienstplichtig, hoewel zij slechts bij uitzondering voor den dienst te velde schijnen opgeroepen te zijn, werden met liturgieën belast, en moesten bij sommige feesten bepaalde diensten doen. Grondeigendom konden zij niet verkrijgen, de handel was echter bijna geheel in hunne handen.—Eenμέτοικοςen iedere vreemdeling, die zich de rechten van een burger aanmatigde, konde deswege met deγραφὴ ξενίαςaangeklaagd en na veroordeeling als slaaf verkocht worden. Daarentegen werd dikwijls eenμέτ., die zich jegens den staat verdienstelijk had gemaakt, van alle of sommige van bovengenoemde verplichtingen vrijgesteld; z.ἰσοτελεῖς.Meton,Μέτων, bouwmeester en sterrenkundige te Athene. Door een cyclus van 19 jaren, waarin 235 maanden of 6940 dagen zouden zijn, trachtte hij de verschillen tusschen het zonnejaar en het maanjaar te vereffenen. Deze tijdrekening zoude beginnen met den 13denScirophorion 432, het schijnt echter, dat zij nooit algemeen in gebruik geweest is.Metrēta,μετρητής, ἀμφορεὺς μετρητής, grootste grieksche maat voor natte waren, ongeveer = 39,4 L.Metrodōrus,Μητρόδωρος, 1) beroemd rhapsode.—2)van Lampsacus, leerling of aanhanger van Anaxagoras.—3)van Chius, aanhanger van de leer van Democritus en leermeester van Anaxarchus.—4)van Lampsacus, de voornaamste leerling van Epicūrus, schrijver van vele wijsgeerige werken, die verloren gegaan zijn. Hij stierf nog vóór Epicūrus (277).—5)van Stratonicēa, leerling van Carneades, behoorde eerst tot de epicureïsche, later tot de academische school.—6)van Scepsis, academisch wijsgeer, staatsman in dienst van Mithradātes Eupator, wiens levensgeschiedenis hij beschreef. Hij had den bijnaamΜισορώμαιοςen was beroemd om zijn buitengewoon sterk geheugen.—7)vrijgelatene van Cicero, verdienstelijk geneesheer.—8)grieksch epigrammendichter, schrijver van aardrijks- en sterrenkundige werken, waarschijnlijk onder Constantijn den Gr.Μετρονόμοι, te Athene 10 door het lot aangewezen beambten, die toezicht hadden op maten en gewichten.Μητρῷον, te Athene de tempel van Rhea Cybele, waarin het archief (τὰ δημόσια γράμματα) bewaard werd.Metropolis,Μητρόπολις, naam van verschillende steden. 1) in Acarnania, ten O. der Ambracische golf.—2)in Thessalia, tusschen de rivieren Penēus en Eurōpus.—3)in Lydia, tusschen Smyrna en Ephesus.—4)in Phrygia Maior, tusschen Apamēa Cibōtus en Synnada.MettiiofMetii, oud latijnsch geslacht. 1)Mettius(Mettus)Fuffetius, dictator van Alba Longa, nam den voorslag van Tullus Hostilius aan, om den strijd tusschen Alba en Rome te doen beslissen door het bekende gevecht tusschen de Curiatiussen en Horatiussen. Ten gevolge hiervan moest Alba zich onderwerpen. In den strijd tusschen Rome en Veii hield Mettius zich echter op trouwelooze wijze buiten den strijd, waarop Tullus Hostilius hem door paarden vaneen liet scheuren.—2)Mettius Curtius, z.Curtius.—3)M. Mettiuswerd door Caesar tot Ariovistus gezonden, doch door dezen verraderlijk gevangen gehouden, en kreeg eerst na Ariovistus nederlaag zijne vrijheid terug (58).—4)Mettius Pompusianus, onder keizer Domitiānus, had hij zich door waarzeggers laten diets maken, dat hij tot groote dingen was bestemd. Op den wand zijner kamer had hij een wereldkaart laten schilderen en hij bestudeerde ijverig Livius. Uit argwaan hierover liet de keizer hem ter dood brengen.Μητραγύρτης, bedelpriester van deΜήτηρ τῶν θεῶν, vgl.ἀγύρτης.Mettus Fuffetius, z.Mettii.Metūlum,Μετοῦλον, hoofdstad der Iapydes in Liburnia.Mevania, oude sterke stad in Umbria aan den weg van Rome naar Ancōna, beroemd om het schoone rundvee, dat daar werd aangefokt.Mezentius, koning van Caere. Turnus kwam tot hem om hulp, toen hij door Aenēas overwonnen was, of Mez. vluchtte naar Turnus, toen zijn volk hem om zijn wreedheid verdreven had. Te zamen zetten zij den oorlog voort, en in een gevecht werd Mez. door Aeneas of Ascanius gedood. Hij had van Turnus den wijnoogst van een jaar tot loon voor zijne hulp gevorderd, Aenēas wijdde echter dien oogst aan Jupiter en overwint door de hulp van dezen. Zie ookVinaliano. 1.Mezetūlusof-tōlus, ofMazaetullus, voornaam Numidiër, die zich van de regeering meester maakte, doch door Masinissa weder verdreven werd. Op bevel van dezen keerde hij later weder naar zijne woonsteden terug. Zie ookMasinissa.Micāre, een spel, nog in Italië bekend onder den naam van Morra. Het wordt door twee personen gespeeld. Beide spelers houden de rechterhand gesloten, openen ze plotseling tegelijk onder het opsteken van een of meer vingers en noemen tevens elk een cijfer. Heeft b.v. de een twee, de andere drie vingers omhoog gestoken en een der spelers het getal 5 genoemd, zoo heeft hij gewonnen. Heeft geen van beiden het juiste getal geraden, dan sluit men de hand weder en beproefthet opnieuw. Een man, in wien geen bedrog is, wordt spreekwoordelijk gekarakteriseerd met de woorden:dignus est, quicum in tenebris mices.Micipsa,Μικίψας, zoon van Masinissa, volgde dezen in 148 als koning van Numidia op, en nam overeenkomstig zijns vaders wil zijne jongere broeders Gulussa en Mastanabal als mederegenten aan. De drie broeders regeerden samen eendrachtig en getrouw aan het bondgenootschap met Rome, hoewel zij in den derden punischen oorlog met het zenden van hulptroepen aan de Rom. eenigszins omzichtig te werk gingen. Toen echter Gulussa en Mastanabal overleden waren, sloot Micipsa zich enger bij Rome aan en zond hun bij herhaling hulpbenden naar Hispania. Hij overleed in 118 en liet de regeering na aan zijne twee zoons Adherbal en Hiëmpsal en zijn neef Jugurtha.Micon,Μίκων, 1) van Aegīna, beeldgieter en schilder, tijdgenoot van Polygnōtus.—2)van Syracuse, beeldgieter onder Hiero II.Micythus,Μίκυθος, 1) z.Anaxilāus.—2)Thebaan, die zich liet omkoopen om te beproeven Epaminondas voor de belangen van Perzië te winnen.Midas,Μίδας, zoon van Gordius en Cybele, koning van Phrygië. Toen Dionȳsus op zijn tochten ook in dat land kwam, verdwaalde Silēnus in de tuinen van M. of werd hij gevangen, doordat hij uit een bron dronk, waarvan het water met wijn gemengd was, totdat hij bedwelmd in slaap viel. M. onderhield zich 10 dagen lang met hem en bracht hem daarna bij Dionȳsus terug. De god, verheugd dat hij zijn getrouwen makker terugzag, stond M. toe een gunst te vragen, en deze wenschte, dat alles in goud zoude veranderen, wat hij aanraakte. Zijn verlangen werd bevredigd, maar daar ook de spijzen, die hij wilde nuttigen, zoodra hij ze aanraakte in goud veranderden, zou hij van honger gestorven zijn, indien Dionȳsus hem niet op zijn verzoek het middel had gegeven om zich van die noodlottige eigenschap te bevrijden; daartoe baadde hij zich in de rivier Pactōlus, die sedert rijk aan goudzand werd. M. was ook scheidsrechter in een muzikalen wedstrijd tusschen Apollo en Pan, en daar hij het fluitspel van Pan boven de tonen van Apollo’s lier verkoos, kreeg hij tot straf van Apollo ezelsooren. Om deze te verbergen, vond hij de groote phrygische muts uit, alleen zijn barbier kende het geheim, maar deze had zich onder eede verbonden het aan niemand mede te deelen. Toch konde hij er niet geheel van zwijgen, daarom groef hij een gat in de aarde en fluisterde daarin: koning Midas heeft ezelsooren! Later groeide op die plaats een riet, dat dezelfde woorden fluisterde, telkens wanneer het door den wind bewogen werd. Uit wanhoop hierover bracht M. zich om het leven.Midea,Μιδέα, stad in het binnenland van Argos, ten O. van Mycēnae.Milanion,Μειλανίων, z.Atalanta.Milētis, Byblis, dochter van Milētus.Milētis urbs, Tomi, volkplanting van de stad Milētus.Milētus,Μίλητος, Cretenser, zoon van Apollo en Arēa of Deïone. Om aan den achterdochtigen Minos te ontsnappen, vluchtte hij met Sarpēdon naar Caria, waar hij de stad Miletus stichtte.Milētus,Μίλητος, eene der aanzienlijkste en schoonste steden van aziatisch Ionia, geboorteplaats van de wijsgeeren Thales, Anaximander en Anaximenes, van de logografen Cadmus en Hecataeus, van Aspasia. Miletus bestond uit een buiten- en een binnenstad, het had vier havens, door eilanden gedekt, van welke laatste Ladē het voornaamste was. Het was oorspronkelijk een carische stad, die door de Ioniërs gekoloniseerd werd. Reeds vroeg heeft het door zeehandel gebloeid. Van hier uit zijn in de 7deeeuw 90 koloniën of handelsneerzettingen gesticht, vooral in de Propontis en den Pontus Euxīnus; de voornaamste zijn: Abȳdus, Cyzicus, Sinōpe, Istrus en Olbia. Miletus was de ziel van den ionischen opstand in 500 en werd tot straf in 494 door de Perzen verwoest. Dit lot trof de stad ten tweede male, toen Alexander d. Gr. het op de Perzen veroverde (334). Beroemd was de milesische wol (vellera Milesiabij Vergilius).—Ook op de N-kust van Creta lag in ouden tijd eene stad van den zelfden naam.Milichius,Μειλίχιος, vergevingsgezinde, bijnaam van Zeus.Milo, familienaam in degens Annia(Anniino. 3).Milo,Μίλων, van Croto, beroemd worstelaar, die 32 maal bij de groote feesten den prijs won. Hij droeg eens te Olympia een vierjarig rund door de renbaan en at het op één dag geheel op. In den oorlog tegen de Sybarieten stond hij aan het hoofd van zijne medeburgers. Op hoogen leeftijd vond hij in een bosch een halverwege gespleten boom, waarin een wig stak, hij trachtte den boom met zijne handen geheel in tweeën te trekken, maar de wig ging los, zijn handen raakten vastgeklemd, en hij werd door wilde dieren verscheurd.Miltiades,Μιλτιάδης, 1) zoon van Cypselus, voornaam Athener, tegenstander van Pisistratus, ging in 559 op verzoek van de Dolonci naar de Chersonēsus en werd hun vorst. Van uit de Chersonesus veroverde hij Lemnus en Imbrus.—2)zoon van Cimon, den broeder van den vorigen, werd in 518 door de Pisistratiden naar de Chersonēsus gezonden om de regeering over het rijk van zijn oom te aanvaarden. Hij huwde met de dochter van een thracischen vorst, en volgde Darīus I bij zijn tocht tegen de Scythen. Zijn voorstel om, door het afbreken van de brug over den Ister, Darīus den terugtocht af te snijden, stuitte af op den tegenstand van Histiaeus. Na den ongelukkigen afloop van den ionischen opstand keerde hij naar Athene terug (494), hij werd aangeklaagd, omdat hij in de Chersonesus tyran geweest was, maar vrijgesproken, en in 490 werd hij als een van de strategen gekozen. Bij de landing der Perzen lieten zijne ambtgenooten het bevel geheel aan hem over, en doorgebruik te maken van de plaatselijke gesteldheid en spoedig aan te vallen won hij den beroemden slag bij Marathon. Daarna ondernam hij een tocht om de eilanden te straffen, die zich bij de Perzen hadden aangesloten; hierin was hij echter niet gelukkig, en bij het beleg van Parus werd hij gekwetst en moest hij onverrichter zake terugkeeren. Zijne vijanden, vooral de Alcmaeoniden, klaagden hem nu aan wegens misbruik van het in hem gestelde vertrouwen, hij werd tot een boete van 50 talenten veroordeeld, en daar hij deze niet konde betalen, werd hij in de gevangenis gezet, waar hij na korten tijd stierf.Milto,Μιλτώ, zieAspasiano. 2.Milvius pons, brug over den Tiber, een eind boven Rome, op het punt, waar devia Flaminiade rivier kruiste en devia Clodiazich van devia Fl. afscheidde. Ten Noorden van deze brug versloeg Constantijn de Groote in 312 n. Chr. keizer Maxentius.Milyas,Μιλυάς, het N. O. bergland van Lycia, oorspronkelijk de naam van het geheele land. De inwoners heettenMilyae,Μιλύαι.Mimallones, -lonides,Μιμαλλόνες=Bacchae.Mimas,Μίμας, berg in Ionia op een schiereiland tegenover het eiland Chius.Mimnermus,Μίμνερμος, van Colophon, elegisch dichter en musicus (eerste helft van de 6deeeuw), van wiens minnezangen sommige schoone fragmenten over zijn; hij is echter zwaarmoedig en sentimenteel, en naar aanleiding van een op rijperen leeftijd opgevatte maar onbeantwoorde liefde, bejammert hij vooral de kortheid van de jeugd en de lasten van den ouderdom.Mimus,μῖμος, eene soort vancomoedia, doch niet bestemd om op het tooneel te worden opgevoerd. Sophron van Syracūsae, ± 430, was er de schepper van. Zijne stukjes, die hoog geroemd werden, gaven maatschappelijke toestanden, zeden en karakters weer, en waren geheel uit het leven gegrepen. Bij de vroolijke Siciliërs waren zulke losse opvoeringen bij landelijke feesten zeer in zwang. De mimen van Sophron geraakten door Plato ook te Athene bekend, en het genre werd hierdoor meer en meer verbreid. Ook Italia had zijn mimus, die oorspronkelijk bestond in een dialoog, dikwijls voor de vuist voorgedragen en met toepasselijke aardigheden gekruid, en die in dezen vorm nog lang dienst deed bij begrafenissen van rom. grooten, als wanneer eenige mimen-acteurs (ookmimigenoemd), in den begrafenisstoet losse voorvallen uit het leven van den overledene opvoerden. Toen keizer Vespasiānus begraven werd, wiens zuinigheid door het volk voor gierigheid werd uitgekreten, vroeg opeens dearchimimus, die ’s keizers persoon voorstelde, hardop, hoeveel de begrafenis wel kostte. “Tien millioen sestertiën”, was het antwoord. “Ge hadt er mij liever honderdduizend moeten geven en mijn lijk in den Tiber werpen.”—In den laatsten tijd der republiek werd het schrijven van mimen een bepaalde tak van letterkunde en werden zij op het tooneel als nastukjes,exodia, opgevoerd. Het waren echter in hoofdzaak slechts schetsen, waarvan de uitwerking aan de vertooners was overgelaten. De naam is ontleend aan het werkwoordμιμεῖσθαι; eenμῖμοςis eigenlijk een nabootser.Mina,μνᾶ, het 60stedeel van een talent = 100 drachmen.Minatii, een plebejisch geslacht.Mincii=Minicii.Mincius, thans Mincio, komt uit Raetia, vormt in zijn loop den lacus Benācus (Gardameer), stroomt langs Mantua en valt dan in den Padus (Po).Mindarus,Μίνδαρος, werd in 411 opperbevelhebber der peloponnesische vloot. Hij leed eerst eene nederlaag tegen Thrasyllus en Thrasybūlus bij Abȳdus, en toen Alcibiades weder aan het hoofd van het leger stond, versloeg deze hem in het begin van het volgende jaar te land en ter zee in den grooten slag bij Cyzicus, waarin M. zelf sneuvelde.Mindii, plebejisch geslacht.Minerva, romeinsche godin van wijsheid en kennis, geïdentificeerd met de grieksche Athēna, en waarschijnlijk daardoor ook als oorlogsgodin beschouwd, maar in de eerste plaats beschermster van kunsten, wetenschappen en handwerken. Onder hare tempels was de voornaamste die op het Capitolium, waarin zij gemeenschappelijk met Jupiter en Juno vereerd werd. Bovendien had ze een tempel op den Aventīnus, waarvan de stichtingsdag samenviel met haar voornaamste feest, deQuinquatrus(z. a.).Pingui Minervaofcrassa M., op boersche wijze;sus Minervam, een zwijn, dat M. wil onderrichten, een domme betweter.Minervae promunturium,Ἀθηνᾶς ἄκρον, steil en scherp vooruitspringend voorgebergte op de kust van Campania tegenover het eil. Capreae, eene van de plaatsen, die de mythe als verblijf der Sirenen aanwees.Minicii, rom. geslacht, dat eerst in den keizertijd wordt genoemd en waarvan enkele leden met hetcognomenFundānus voorkomen.Minio, riviertje van Etruria, dat ten Z. van de stad Graviscae in zee valt.Minius,Μίνιος, rivier in het N.W. van Hispania, thans Minho, aldus genoemd, omdat men beweerde, dat hijminiumof menie met zich voerde. Een andere naam isBaenis.Minōa, 1) zieHeraclēa Minōa.—2)eil. in de Saronische golf bij de havenstad Nisaea (zieMegara), waarmede het door eene brug verbonden was.—3)kaap en stad bij Epidaurus Limēra in het Z.O. van Laconica.Minōis,Μινωίς, Ariadne, dochter van Minos.Minoïus, -nōus,Μινώιος, -νῷος, van Minos afstammend, in het algemeen cretensisch.Minos,Μίνως, 1) zoon van Zeus en Eurōpa, later door Asterion (z.a.) aangenomen, dien hij als koning van Creta opvolgde. Hij geldt voor den grondlegger der vroege zeemacht van Creta en van de beroemde, oude cretensische staatsregeling. Na zijn dood werd hij rechter in de onderwereld.—2)kleinzoon van den vorigen, eveneens koning en wetgever van Creta. Hij beweerde dat hij door de goden tot de regeeringgeroepen was; om dit te bewijzen, nam hij aan te toonen, dat ieder gebed van hem verhoord zou worden. Hij bad nu, dat Poseidon een stier uit de golven zoude doen opkomen, dien hij hem dan offeren zou; de stier verscheen inderdaad en M. werd koning. Hij offerde echter niet den beloofden stier, maar een minder schoonen, en hierover vertoornd boezemde Poseidon aan Pasiphaë, de gemalin van M., eene onnatuurlijke liefde voor het dier in, waarvan de Minotaurus de vrucht was; daarna maakte hij het razend, zoodat het groote verwoestingen aanrichtte, totdat het door Heracles gevangen werd. M. voerde oorlog tegen Athene (z.Aegeus) en maakte het voor korten tijd schatplichtig. Toen Daedalus (z.a.), die voor hem het labyrinth gebouwd had, uit Creta gevlucht was en bij Cocalus op Sicilië een schuilplaats gevonden had, kwam M. hem daar opeischen; Cocalus deed alsof hij aan zijn eisch wilde voldoen en ontving hem vriendelijk, maar liet hem in een al te warm gemaakt bad stikken.—In de oudste mythen schijnt slechts van één persoon van den naam Minos sprake te zijn. De verhalen omtrent den grooten bloei en macht van het rijk van M., worden door opgravingen van den laatsten tijd te Cnosus en Phaestus (z.a.) bevestigd.Minotaurus,Μινώταυρος, een monster met een stierekop, voortgebracht door Pasiphaë en een stier (z.Minos), dat in het labyrinth van Creta opgesloten gehouden en met menschenvleesch gevoed werd. Theseus doodde het.Minthe, Menthe,Μίνθη, eene door Hades beminde nimf, door Demēter of Persephone in een kruizemunt veranderd. De berg Minthe bij Pylus was naar haar genoemd.Minturnae,Μιντοῦρναι, stad in het Z. van Latium aan den mond van den Liris, in het oude gebied der Aurunci, in 296 rom. kol. Devia Appialiep er langs. De slechte uitwatering der rivier vormde hier de beruchte moerassen aan de kust,paludes Minturnenses. Dáár hield Marius zich eenige dagen schuil, tot hij ontdekt werd, en slechts door een gelukkig toeval (een Cimbrische slaaf zou tot beul dienen, en schrikte daarvoor terug) den dood ontkwam. Bij de stad was een bosch en grot, aan de nimf Marīca gewijd.Minucia(lex) van den volkstribuun M. Minucius, in 216 na den slag bij Cannae, toen er eene groote geldcrisis te Rome heerschte. De wet strekte tot tijdelijke instelling eenermensa publicaof staatsbank, onder beheer vantriumviri mensarii.Minucia(lex), van een volkstribuun Minucius Rufus, van 121, tot opheffing van decolonia Iunonia, in 122 door C. Gracchus op de plaats van het oude Carthago gesticht. Zie onderAgrariae leges:Lex Sempronia agraria van C. Gracchus.Minucii, rom. geslacht, patricisch en plebejisch. 1)M. Minucius Augurīnus, consul in 497 en 491.—2)L. Minucius Esquilīnus Augurīnus, consul in 458, werd door de Aequi ingesloten en door den dictator L. Quinctius Cincinnātus ontzet. Hij werd vervolgens door den dictator in zijn consulaat geschorst òf genoodzaakt het neer te leggen. In 450 was hij een derdecemviri legibus scribundis. In 439 was hij het, die Sp. Maelius aanklaagde.—3)M. Minucius Rufus, consul in 221, in 217 magister equitum van den dictator Q. Fabius Maximus Verrucōsus, werd door delex Metilia(z. a.) met den dictator in gezag gelijk gesteld. In onberaden drift liet hij zich door Hannibal tot een slag verleiden en zou verloren zijn geweest, zoo Fabius niet tijdig te hulp ware geschoten. Toen echter zag Minucius zijn ongelijk in en stelde zich vrijwillig weder onder het opperbevel van Fabius. Hij sneuvelde in 216 bij Cannae.—4)Q. Minucius Rufus, consul in 197, zegevierde over de Liguriërs en Bojers, maar niet te Rome, maar op denmons Albanus.—5)M. Minucius Rufus, consul in 110, overwon als proconsul in 109 de thracische Scordisci en bouwde deporticus Minucia.—6)Q. Minucius Thermus, consul in 193, streed tegen de Liguriërs. In 189 sneuvelde hij onder den consul Cn. Manlius Vulso tegen de Galaten.—7)Onder den praetorMinucius Thermus, die Mytilēne belegerde en innam (81–80), verrichtte Caesar zijn eersten krijgsdienst.—8)Minucius Thermus, in 62 volkstribuun, later (51 en 50) propraetor van Asia, behoorde onder de vrienden, met wie Cicero briefwisseling hield. In den burgeroorlog was hij aan de zijde van Pompeius.—9)L. Minucius Basiluswas legaat van Caesar in Gallia; later was hij een van Caesars moordenaars; in 43 werd hij door zijn eigen slaven vermoord.—10)Minucius Felix, een beroemd advocaat te Rome, die in het einde der 2de(v.s. in het begin der 3de) eeuw n. Chr. een dialogusOctaviusgeschreven heeft, waarin op zeer scherpzinnige wijze de vooroordeelen tegen het Christendom worden te berde gebracht en weerlegd.Minyades,Μινυάδες, Leucippe, Arsippe en Alcathoë, dochters van Minyas, weigerden aan den dienst van Dionȳsus deel te nemen. Tot straf maakte de god haar waanzinnig, zoodat Leucippe haar eigen zoon doodde; daarna bleven zij in razernij door de bergen zwerven, totdat zij door Hermes in vleermuizen veranderd werden.Minyae,Μινύαι, oud-grieksch volk, uit Thessalia onder aanvoering van Minyas naar Boeotia verhuisd, waar Orchomenus hunne hoofdstad was. Zij leverden het grootste aantal deelnemers aan den Argonautentocht. Ook zonden zij eene kolonie naar Lemnus, die echter later weder naar het eiland Thera en naar het Z. van Elis verhuisde.Minyas,Μινύας, koning van Orchomenus in Boeotië, mythisch stamvader der Minyers. Hij was de eerste, die een schatkamer liet bouwen, waarvan men nog overblijfsels meent te vinden.Mirmillōnes, rom. zwaardvechters, die een gallischen helm droegen, waarvan de kam met een visch van metaal was versierd.Misēnum,Μισηνόν, kaap van Campania bij Cumae. Augustus liet hier eene haven aanleggenals station voor de vloot der Tyrrheensche zee. Hierdoor ontstond aan de kust een stadje, dat thans verdwenen is. ZieMisēnus.Misēnus,Μισηνός, 1) tochtgenoot van Odysseus.—2)vriend van Hector, bekwaam trompetter, later tochtgenoot van Aenēas; hij daagde de Tritonen tot een wedstrijd uit, en werd door een van hen gedood. Naar hem is kaap Misēnum genoemd.Missio, ontslag, b.v. uit den krijgsdienst,honesta, eervol, wegens volbrachten diensttijd,causaria, wegens ziekte of lichaamsgebreken,ignominiosa, wanneer men werd weggejaagd. Ook van zwaardvechters, die door de gunst van het volk of door de keizerlijke genade ontslagen en in vrijheid gesteld werden, wordtmissiogebruikt, vandaar in het latere Latijnsine missione pugnare= op leven en dood vechten, geen kwartier geven.—In bona missio, lastgeving van den praetor om zich in het bezit te stellen van eens anders goed, dus inbeslagneming, executie.Missus, zieCircus.Mithradātes(aldus volgens de pontische munten, bij de oude schrijversMithridates,Μιθριδάτης, een dikwijls voorkomende naam in het O. Vooral in het pontische koningshuis is deze naam beroemd geworden. Als stichter van het groote pontische rijk wordtMithradates Igenoemd, 337–302. Hij onderwierp zich aan Alexander d. G., doch werd door Antigonus gedood. Zijn zoon en opvolger,M. II,Κτιστήςbijgenaamd, hield zich tegen Alexanders opvolgers staande en vergrootte zijn gebied (282–266).M. V(IV)Euergetes(150–120) was bondgenoot der Rom. en ondersteunde hen in den oorlog tegen Aristonīcus van Pergamum en kreeg daarvoor Groot-Phrygia. Zie echterAquilliino. 1. Hij sneuvelde bij Sinōpe. Op hem volgde in 120 zijn zoonMithradates VI(V)Eupator, de verbitterde vijand van Rome. Uit vrees voor de aanslagen zijner moeder brachten trouwe vrienden den 10-jarigen knaap na zijns vaders dood in het gebergte in veiligheid. Toen hij 20 jaar oud was, stelde hij zich aan het hoofd van het rijk, strafte zijne moeder en allen, die tegen hem hadden saamgespannen, en begon toen zijne veelomvattende plannen voor te bereiden. Hij was een man van ongemeene geestkracht, van een ijzersterk gestel, onvermoeibaar, bestand tegen ontberingen en uitspattingen, een goed redenaar, die 22 talen sprak, geslepen van aard, een man, die geen middelen en geen menschenlevens ontzag. Hij schiep zich een machtig leger en eene vloot, maakte rondom veroveringen en vermeesterde Cappadocia en Bithynia. Den Rom., die gedurende zijne minderjarigheid hem Groot-Phrygia hadden afgenomen, droeg hij een doodelijken haat toe. Toch waagde hij niet terstond den strijd, doch gaf bij herhaling toe aan de eischen van Rome, om Capp. en Bith. te ontruimen. Terwijl echter de proconsul M’. Aquillius (Aquilliino. 2) op trotschen toon het verzoek van Mithradates om zich tegen Bithynia te mogen verdedigen, afsloeg, stookte de rom. staatkunde Nicomēdes III van Bith. heimelijk op, invallen in Pontus te doen. Eindelijk, in 88, barstte de bom. Met een ontzaglijk leger, versterkt door de hulptroepen van zijn schoonzoon Tigrānes van Armenia, veroverde hij in korten tijd de rom. provincie Asia. Op een bevel des konings, van Ephesus uit gegeven, werden op één dag 80000 Rom. en Italianen, mannen, vrouwen en kinderen, door de verbitterde Aziaten gedood. Slechts Magnesia, Cos en Rhodus bleven aan Rome getrouw, terwijl daarentegen Athene en andere grieksche steden in Europa de zijde van M. kozen. De veldheer Archelāus scheepte zich naar Griekenland in, waar hij echter door Sulla bij Chaeronēa en daarna bij Orchomenus in Boeotia werd verslagen (86), terwijl C. Flavius Fimbria den koning uit Asia grootendeels verdreef. De tijdsomstandigheden beletten Sulla zijn verblijf in Asia te rekken, hij sloot dus vrede met M. op deze voorwaarden: het gebied des konings werd tot Pontus beperkt, de krijgsgevangenen werden door hem vrijgelaten, de vloot uitgeleverd en 3000 talenten betaald (voorjaar van 85). Daar M. echter niet rustig bleef, hernieuwde de proconsul L. Licinius Murēna in 83 den oorlog, dien hij echter op Sulla’s bevel moest staken (81). In 74 achtte M. zich weder strijdvaardig en de oorlog ontbrandde ten derden male. M. knoopte betrekkingen aan met Sertorius in Hispania en met de zeeroovers, doch te vergeefs; Sertorius werd vermoord, en M. door L. Licinius Lucullus niet slechts uit de prov. Asia, maar zelfs uit Pontus verdreven, zoodat hij naar Armenia vluchtte. Daar Tigrānes zijne uitlevering weigerde, rukte Lucullus Armenia binnen, doch moest door een oproer van zijn leger alle veroveringen prijs geven (zieLiciniino. 24). Delex Manilia(z. a.) droeg het voleindigen van den oorlog aan Pompeius op en deze bracht aan Mithradates den genadeslag toe, zoodat de koning, toen vergif niet werken wilde, waaraan hij zijn lichaam uit voorzorg van jongs af had gewend, zich door een slaaf liet doodsteken (voorjaar van 63). Zijne grenzenlooze wreedheid, die met zijne tegenspoeden nog toenam, had zijn eigen volk, zelfs zijn eigen zoon Pharnaces, van hem vervreemd.Mithras,Μίθρας, perzische god van de zon en van het goede, die sedert het einde der romeinsche republiek ook in het Westen vereerd werd. Zijn dienst werd door Domitiānus en Traiānusofficieelte Rome ingevoerd en was later zeer algemeen. Hij wordt gewoonlijk afgebeeld als een jongeling in oostersche kleederdracht, geknield op een stier, wien hij een mes in de keel stoot.Mithridātes=Mithradates.Mithrīnes, -rēnes,Μιθρίνης, -ρήνηςbevelhebber van Sardes, die deze stad na den slag bij den Granīcus aan Alexander d. G. overgaf en daarvoor satraap van Armenië werd.Mitra, een vrouwenkap van dichte stof, in eene punt uitloopende, die dan als een zak naar achteren hing.Mitylēne,Μιτυλήνη=Mytilene.Mnasalcas,Μνασάλκας, van Sicyon, een van de epigrammendichters der grieksche anthologie; hij leefde omstreeks het midden der 3deeeuw.Mnaseas,Μνασέας, van Patrae, leerling van Eratosthenes, schrijver van een geschied- en aardrijkskundig werk.Mnasippus,Μνάσιππος, werd in 373 met een spartaansche vloot naar Corcȳra gezonden om er de aristocratische partij te ondersteunen. Hij had de stad reeds bijna door honger tot de overgave gedwongen, maar zijn hebzucht veroorzaakte ontevredenheid in zijn eigen leger, en toen de Coryraeërs dit bemerkten, deden zij een uitval, waarbij Mn. sneuvelde.Mnēme,Μνήμη, geheugen, eene van de boeotische Muzen, dikwijls voor dezelfde gehouden als Mnemosyne.Mnemonides, de Muzen, dochters van Mnemosyne.Mnemosyne,Μνημοσύνη, dochter van Uranus, godin van het geheugen, bij Zeus moeder van de Muzen.Mnesarchus,Μνήσαρχος, leerling van Panaetius, hoofd der stoicijnsche school (110–90).Mnesicles,Μνησικλῆς, bouwmeester van de propylaeën op de acropolis van Athene.Mnesilochus,Μνησίλοχος, 1) een van de 30 te Athene.—2)zoon van Euripides, tooneelspeler.Mnesimachus,Μνησίμαχος, geestig blijspeldichter uit het middelste tijdperk der attische comoedie.Mnestheus, tochtgenoot van Aenēas, de mythische stamvader van de Memmii.Mnevis,Μνεῦις, een heilige stier der Aegyptenaars, te Heliopolis op dezelfde wijze vereerd als Apis te Memphis.Μνωῖται, Μνῷται, lijfeigenen van den staat op Creta.Moabītis,Μωαβῖτις, het land van Moab, ten O. der Doode zee.Modius, rom. maat, ongeveer = 1/12 hectol.Moenus, rivier in Germania, thans Main.Moera,Μοῖρα, het den mensch beschoren deel of levenslot. Soms blijft de Moera volkomen een afgetrokken begrip en is dit levenslot eenvoudig door den wil der goden bepaald, dikwijls wordt zij echter als persoon gedacht, bekleed met eene geheimzinnige macht, waaraan ook de goden onderworpen zijn; hare beschikkingen zijn in hoofdzaak onherroepelijk, toch kunnen zij door goden en menschen, die met de uitvoering er van belast zijn, in sommige opzichten gewijzigd worden of kan men de vervulling er van eenigen tijd tegenhouden. In lateren tijd nam men aan dat er drie Moerae waren: Clotho, Lachesis en Atropus, dochters van Nyx of van Zeus en Themis, soms met een gemeenschappelijken naamΚατακλῶθες, spinsters, genoemd, omdat zij den levensdraad van den mensch afspinnen, den tijd van zijne geboorte en van zijn dood bepalen en hem zijn lot toedeelen, waarbij zij dikwijls schijnbaar met wreedheid te werk gaan, maar ten slotte toch altijd de eeuwige wereldorde handhaven en beschermen. Zij worden meestal beschreven als leelijke oude vrouwen, maar afgebeeld als eerwaardige jonkvrouwen met ernstige gelaatstrekken. Eene soortgelijke personificatie van het noodlot isΑἶσα, die echter meer dan de Moerae altijd een afgetrokken begrip gebleven is.Moeris,Μοῖρις, gwl.Atticistagenoemd, grieksch grammaticus onder Hadriānus, schrijver van een woordenboek, waarin atticismen (Λέξεις Ἀττικαί) door later gebruikelijke uitdrukkingen verklaard worden.Moeris,Μοίριος λίμνη, meer in Aegypte, eigenlijk een laagliggend dal, tgw. Fajûm geheeten, dat met behulp van een kanaal en zware dijken in een ontzaggelijk waterbekken herschapen werd door koning Amenemha III. In het midden stonden twee reuzenbeelden van den koning en diens gemalin, en aan den ingang het reusachtige paleis Lo-pe-ro-hunt (zieLabyrinthus). Onder Ptolemaeus Philadelphus werd het meer grootendeels drooggelegd en met Grieksche kolonisten bevolkt. Hier zijn in den laatsten tijd talloozepapyrigevonden. In de middeleeuwen zijn de dammen bezweken en heeft het water een nieuw bekken gevormd.Moero,Μοιρώ, dichteres uit Byzantium op het einde der 4deeeuw; van hare talrijke werken zijn twee epigrammen bewaard gebleven.Moesia, het land tusschen den Ister (Donau) en den Haemus (Balkan), sedert Tiberius rom. provincie. De inwoners heettenMoesi,Μυσοί. Het gewest werd verdeeld inMoesia superioreninferior. Onder Aureliānus werd er eene nieuwe prov. tusschen gevoegd,Dacia Aureliani(z. a.).Mogontiācum, thans Mainz, reeds onder de Rom. eene belangrijke vesting, hoofdstad van Germania Superior.Moliones, -onidae, z.Actoriones.Molo,Μόλων, z.Apolloniusno. 3.Molois, gen.-entis,Μολόεις, beekje nabij Plataeae in Boeotia, dat in den Asōpus valt. Daaraan stond een tempel van Demeter.Molorchus,Μόλορχος, tuinier bij Nemea, die Heracles vriendelijk ontving en hem goeden raad gaf, toen hij den nemeïschen leeuw ging bestrijden.Molossi,Μολοσσοί, aanzienlijk volk in Epīrus; eerst alleen in het O., aan de bronnen van den Arachthus, ten N. O. van Dodōna gevestigd, breidden zij onder het huis der Aeaciden hun gezag over geheel Epirus uit. De naamheros van dit volk was Molossus, door Pyrrhus, den zoon van Achilles, bij Andromache verwekt (zieHelenus). De hoofdstad was eerst Passaron; later, onder Pyrrhus, sedert 294, Ambracia (z. a.). Bekend waren de groote molossische doggen.Molossus,Μολοσσός, zieMolossi.Molus,Μόλος, zoon van Deucalion, vader van Meriones.Molycrēum, -cria,Μολύκρειον, -κρία, stad in Aetolia aan de invaart der Corinthische golf, kolonie van Corinthus.Momus,Μῶμος, zoon van Nyx, personificatie van spotternij en vitzucht. Toen hij in Aphrodīte eene schoonheid vond, waarop hij geenaanmerking konde maken, barstte hij van spijt.Mona, naam van twee eilanden tusschen Ivernia (Ierland) en Britannia. 1) Anglesey, dat eerst door Suetonius Paulīnus, en later wederom door Agricola veroverd werd; het was de hoofdzetel van den Druidendienst.—2)het tegenwoordige Man, dat bij latere schrijvers Monapia heet.Monēta, 1) latijnsche naam voor Mnemosyne.—2)de waarschuwende, bijnaam van Juno. In den oorlog tegen Pyrrhus had zij namelijk de Romeinen, die geldgebrek hadden, gewaarschuwd den strijd rechtvaardig te voeren, in welk geval het hun aan geld niet ontbreken zou. Naar aanleiding hiervan werd een tempel voor Juno M. gesticht, waar sedert dien tijd het geld gemunt werd. In werkelijkheid is de tempel reeds in 344 gewijd, op de plaats waar vroeger het huis van M. Manlius Capitolīnus gestaan had. Het verhaal is dan later ontstaan, ter verklaring van het feit, dat de tempel van Juno Moneta voor het slaan van munt gebruikt werd.

MeneniaofMaenia Duilia(lex), zieFenus.

Menenia Sestia(lex) van de consuls T. Menenius Lanātus en P. Sestius Capitolīnus in 452, eene wet omtrent demulta suprema, zieAternia Tarpeia(lex); omtrent den inhoud is verder niets zekers bekend.

Menenii, patricisch geslacht, doch met een plebejischen tak. 1)Agrippa Menenius, consul in 503, behaalde eene overwinning op de Sabijnen en wist volgens de overlevering in 494 door zijne toespraak (fabel van de maag en ledematen) de uitgeweken plebejers tot den terugkeer naar Rome te bewegen. Het geheele verhaal omtrent de uitwijking is onhistorisch, zie hieromtrentsecessio plebis. Hij stierf arm en werd op staatskosten begraven. Dikwijls wordt hijMenenius Agrippagenoemd, doch Agrippa is hier vóórnaam.—2)T. Menenius Lanatuswas consul in 477, in welk jaar de Fabii bij de Cremera werden verslagen. Ook hij zelf streed niet voorspoedig tegen de Etruscers. Na zijn consulaat klaagden twee volkstribunen hem aan wegens gebrek aan voorzorg, en het volk veroordeelde hem tot eene geldboete. Menenius kon dit niet verkroppen en liet zich doodhongeren.—3)T. Menenius Lanatus(ookC. ofL.), consul in 452, trok zich, naar men zegt, het veldwinnen der plebejers tegenover de patriciërs zóó sterk aan, dat hij ernstig ziek werd. Het was juist in het jaar, dat delex Terentilla de legibus scribendiswerd uitgevoerd.

Menes,Μένης, van Pella, onder Alexander d. G. satraap van Syrië, Phoenicië en Cilicië.

Menes,Μήν, Μήνης, eerste koning van Aegypte, stichter van Memphis.

Menesaechmus,Μενέσαιχμος, atheensch redenaar, tegenstander van Demosthenes en Lycurgus.

Menestheus, 1) zoon van Peteos, stiet met de hulp der Tyndariden Theseus van den troon en voerde de Atheners voor Troje aan, waar hij sneuvelde.—2)zoon van Clytius, tochtgenoot van Aenēas.—3)zoon van Iphicrates, atheensch veldheer.

Menesthius,Μενέσθιος, twee strijders in het leger der Grieken voor Troje; de eene was een zoon van Areïthous en Philomedūsa, de andere van den riviergod Sperchēus en Polydōra, zuster van Achilles.

Menestratus,Μενέστρατος, 1) Athener, aangeklaagd van een samenzwering tegen de oligarchische partij (404). Hij noemde zijne medeplichtigen en werd daarom vrijgesproken, doch na de wederinvoering der democratie werd hij met den dood gestraft.—2)beeldhouwer, van wien beroemde standbeelden in den tempel van Artemis te Ephesus stonden.

Menexenus,Μενέξενος, 1) leerling van Socrates, naar wien een der werken van Plato genoemd is.—2)vriend van Socrates, leerling van den sophist Ctesippus.—3)zoon van Socrates.

Meninx,ΜΗῆνιγξ=Lotophagītis, z.Lotophagi.

Menippe,Μενίππη, enMetioche, dochters van Orīon, door Aphrodite met schoonheid begaafd, door Athēna in de kunst van weven onderwezen. Toen haar vaderland Aonië door de pest ontvolkt werd, offerden zij zich vrijwillig aan de onderaardsche goden om hen te verzoenen, en doorstaken zij zich de keel met een weverspoel. Persephone en Hades veranderden haar in kometen.

Menippus,Μένιππος, 1) tyran van Oreüs, werkte in het belang van Philippus van Macedonië tegen de Atheners.—2)veldheer van Philippus III (V) in zijn oorlog tegen de Rom.—3)dienaar van Antiochus d. G., die als gezant te Rome kwam en de Aetoliërs tegen de Rom. ophitste.—4)van Gadara, vroeger slaaf, later cynisch wijsgeer, een befaamd woekeraar, die zich na een belangrijk geldverlies van het leven beroofde (± 270). Zijne eigenaardige hekelschriften, in proza met verzen doormengd, vonden veelbijval en werden door Varro in het Latijn nagevolgd (Satyrae Menippēae, z.Terentiino.1).—5)van Stratonicēa, volgens het oordeel van zijn vriend Cicero de beste aziatische redenaar van zijn tijd.—6)van Pergamus, schrijver van een grieksch werk over aardrijkskunde, onder Augustus.

Menodōrus,Μηνόδωρος, ook Menas,Μηνάς, genoemd, vrijgelatene van Cn. of diens zoon S. Pompeius en admiraal van den laatste. Hij liep in 38 tot Octaviānus over, aan wien hij zijne schepen uitleverde. Octaviānus verhief hem tot den ridderstand en stelde hem tot legaat op zijne vloot aan. Inmiddels verhief S. Pompeius een ander vrijgelatene, Menecrates, tot vlootvoogd en zond dezen op Menodorus af. Bij Cumae raakten de beide vloten slaags, het schip van Menecrates werd genomen en deze sprong in zee en verdronk. Later ging Menodorus weder tot Pompeius over en vervolgens opnieuw tot Octaviānus.

Menoeceus, 1)Μενοικεύς, vader van Creon, Iocaste en Hipponome.—2)z.Megareus.

Menoetiades,Μενοιτιάδης, Patroclus, zoon van Menoetius no. 2.

Menoetius,Μενοίτιος, 1) zoon van Iapetus en Asia, om zijn overmoed door Zeus met den bliksem gedood en in den Tartarus geworpen.—2)zoon van Actor en Aegīna, vader van Patroclus, Argonaut, vriend vanHeracles, wien hij v. s. het eerst een offer bracht.—3)weidde de kudden van Hades op het eiland Erythēa en verried aan Geryones, dat Heracles zijne runderen geroofd had. Daarom viel Heracles hem aan, toen hij hem in de onderwereld ontmoette; Persephone kwam echter tusschenbeide, zoodat M. er met een wond afkwam.

Menon,Μένων, 1) vorst van Pharsālus, in den peloponnesischen oorlog bondgenoot der Atheners.—2)Thessaliër, een van de veldheeren van den jongeren Cyrus. Op den terugtocht na den slag bij Cunaxa, werd hij door Tissaphernes verraderlijk gevangen genomen en gedood. Hij wordt door Xenophon als heerschzuchtig en gewetenloos beschreven. Een der gesprekken van Plato is naar hem genoemd.—3)bevelhebber der thessalische ruiterij in den lamischen oorlog, grootvader van Pyrrhus.—4)geneesheer, leerling van Aristoteles.

Menophanes,Μηνοφάνης, veldheer van Mithradātes, die in den eersten mithradatischen oorlog Delus plunderde en verwoestte.

Mentes,Μέντης, 1) aanvoerder der Ciconen in den trojaanschen oorlog.—2)aanvoerder der Taphiërs, gastvriend van Odysseus. Onder zijne gedaante kwam Athēna Telemachus bezoeken.

Mentor,Μέντωρ, 1) van Ithaca, zoon van Alcimus, vertrouwd vriend van Odysseus, die hem bij zijn vertrek naar Troje de zorg voor zijn huis opdroeg. Athēne nam dikwijls zijne gedaante aan, wanneer zij als beschermster van het huis van Odysseus optrad.—2)van Rhodus, broeder van Memnon no. 2, bevelhebber der grieksche troepen bij den opstand van Sidon tegenPerzië; door zijn verraad moest de stad zich aan Artaxerxes Ochus overgeven (351). Daarna was hij satraap in Klein-Azië en droeg hij veel bij tot de herovering van Aegypte. Hij stierf kort voor den inval van Alexander d. G.

Menyllus,Μένυλλος, bevelhebber der macedonische bezetting in Munychia na den lamischen oorlog, vriend van Phocion.

MephītisofMefītis, godin, die in Italië vereerd werd op verscheidene plaatsen, waar onzuivere dampen uit den grond opstegen.

Mercurii promunturium=Hermaeum pr.

Mercurius, god van handel en winst, oorspronkelijk misschien in het bijzonder van den graanhandel, in alle opzichten geïdentificeerd met Hermes. Zijn voornaamste feestdag viel op den 15denMei, die tevens de feestdag was van het koopmansgild, dat tegelijk met de invoering van zijn eeredienst uit Zuid-Italië (in 495) was opgericht.

Merenda, een lichte maaltijd, waarvan de gewone tijd zeer verschillend wordt opgegeven. Misschien aten de boeren vroeger dan de stedelingen en gebruikten zij dit maal tegen den avond; in de stad gebruikte men het dan waarschijnlijk in den voormiddag, en valt het wellicht samen met hetprandium.

Meriones,Μηριόνης, vriend en wapenbroeder van Idomeneus (z. a.), uitmuntend als boogschutter en speerwerper.

Mermnadae,Μερμνάδαι, de laatste dynastie der lydische koningen, van Gyges tot Croesus.

Meroë,Μερόη, een priesterstaat met gelijknamige hoofdstad in Aethiopia tusschen de beide Nijltakken Astaboras (Atbara) en Astapus (Bahr-el-Azrek of blauwen Nijl). De ouden meenden, dat het rijk op een eiland lag; vandaar vindt menInsula Meroënog op middeleeuwsche kaarten geteekend. In de eerste eeuw werd de hier heerschende priesterkaste door de onderhoorige negerstammen uitgemoord en ging de stad te gronde.

Merope,Μερόπη, 1) Oceanide, bij Helius of Clymenus moeder van Phaëthon.—2)eene van de Heliades.—3)dochter van Atlas, gemalin van Sisyphus. In het sterrenbeeld der Plejaden is zij de ster, die den minsten glans heeft, omdat zij zich uit schaamte over hare liefde voor een sterveling het gezicht bedekt.—4)gemalin van Polybus, pleegmoeder van Oedipus.—5)dochter van Cypselus, gemalin van Cresphontes. Toen deze door Polyphontes gedood was, werd zij gedwongen den moordenaar te huwen.

Meropis,Μεροπίς, oude naam van het eil. Cos.

Merops,Μέροψ, 1) koning van Cos. Uit verdriet over den plotselingen dood zijner gemalin wilde hij zich van het leven berooven, maar Hera plaatste hem als adelaar onder de sterren.—2)koning van Aethiopië, gehuwd met Clymene no. 3.—3)koning van Percōte, beroemd waarzegger, wiens zonen voor Troje door Diomēdes gedood werden.

Merula, familienaam in degens Cornelia.

Mesambria,Μεσαμβρίη, 1) stad der Cicones in Thracia, aan de Aegaeïsche zee.—2)=Mesembria.

Μέσαυλος, gang tusschen het mannen- en het vrouwenverblijf, die in het midden met een deur afgesloten kan worden.

Mesembria,Μεσημβρία, belangrijke koopstad, kolonie van Byzantium en Chalcedon, gesticht na den ionischen opstand, in Thracia, aan den Pontus Euxīnus (Zwarte zee) tusschen Apollonia en Odessus.

Mesogaea,Μεσόγαια, streek in het binnenland van Attica, vooral ten N. en O. van Athene.

Mesōgis,Μεσωγίς=Messogis.

Mesomēdes,Μεσομήδης, vrijgelatene en gunsteling van keizer Hadriānus, dichter van eenige epigrammen en van een hymnus, die met de oude muzieknoten bewaard gebleven is.

Mesopotamia,Μεσοποταμία, een louter geografische naam, in het Seleucidentijdperk gegeven aan de landstreek tusschen den Euphraat en den Tigris van de armenische grenzen tot aan den medischen muur, dus tot aan Babylonia. Vóór dien tijd werd dit land eenvoudig als een deel van Assyria of van Syria beschouwd, zonder eigen naam. Het noordelijk gedeelte werd door de rivier Chabōras in twee deelen gesplitst, Osroēne ten W., Mygdonia ten O.

Μέσπιλα, eene groote, doch verlaten stad, zes uren gaans in omtrek; waarschijnlijk de overblijfselen van het voormalige Niniveh, z.Ninus. Uit een bericht bij Xenophon, de eenige plaats, waar de naamΜέσπ.voorkomt, blijkt, dat de inwoners van die streek in X.’s tijd niets meer wisten van het vroegere assyrische rijk.

Messa,Μέσσα, oude laconische havenstad, op de middelste Zuidspits der Peloponnēsus, aan den Westkant gelegen.

MessālaofMessalla, familienaam in degens Valeria(Valeriino. 16, 26–29).Vipstanus Messala, zieVipstani.

Messalīna, 1)Valeria Messalina, gemalin van keizer Claudius, zieValeriino. 33.—2)Statilia Messalina, derde gemalin van Nero, z.Statiliino. 6.

Messāna,Μεσσάνα, doch gewoonlijkΜεσσήνη, op Sicilia, thans Messina, allereerstZanclegeheeten, daar de haven door eene sikkelvormige landtong gevormd werd. Het was gesticht door Siciliërs, en werd in de achtste eeuw gekoloniseerd door euboeïsche Chalcidiërs en Cumaeërs. Na de verwoesting van Milētus in 494 door de Perzen, vonden scharen Milesiërs en Samiërs hier een toevluchtsoord. Kort daarop maakte Anaxilāus, tyran van Rhegium, zich van Zancle meester en noemde het Messana, naar de Messeniërs, die hij in de stad opnam. In 396 werd de toenmaals bloeiende stad door de Carthagers verwoest. Dionysius de oude, tyran van Syracūsae, liet ze spoedig herbouwen. Na den dood van Agathocles maakten diens huurbenden, deMamertīni, zich van haar meester (vóór 283) en vermoordden grootendeels de mannelijke bevolking. Zie verderMamertini. Messana bleef eene aanzienlijke stad; de ruime haven kon 600 schepen bevatten.

Messapia,Μεσσαπία, oude grieksche naam voor Calabria.

Messapium,Μεσσάπιον, berg aan de O. kust van Boeotia bij de stad Anthēdon.

Messāpus, 1) Boeotiër, die naar Italië ging, en naar wien Calabria den naam Messapia heeft.—2)een Latijn, zoon van Neptunus, paardentemmer, onkwetsbaar door vuur of staal.

Messene,Μεσσήνη, stad, door Epaminondas in 369 aan den voet van den berg Ithōme als hoofdstad van het bevrijde Messenia gesticht.

Messenia,Μεσσηνία, Z.W. gewest der Peloponnēsus, in de oudheid bekend om zijn heerlijk klimaat, daar het in M. reeds zomer was, wanneer het in Laconica nog lente, in Arcadia nog winter was. Door de dichtbegroeide grensgebergten lag het tegen de koude winden beschut. Als oudste bewoners komen Leleges voor, waarbij later Argīvi en Aeoles kwamen. In den Z.W. hoek woonden Dryopes. Bij de dorische volksverhuizing werd ook M. een dorische staat, met Stenyclārus tot hoofdstad. In de beide messenische oorlogen echter werd M. door de Spartanen veroverd, en de Messeniërs, die niet uitweken, werden tot Heloten gemaakt. In 464 stonden de Messeniërs op, bij gelegenheid dat Sparta door eene aardbeving zwaar geteisterd was. De strijd duurde jaren lang, tot eindelijk de opstandelingen onder beding van vrijen aftocht de wapens neerlegden. Grootendeels trokken zij naar Naupactus (Lepanto), dat hun door de Atheners werd ingeruimd. Na den peloponnesischen oorlog van daar verdreven, verstrooiden zij zich in verschillende richtingen. In 369 werd Messenia tot aan den Pamīsus door Epaminondas vrij gemaakt; de ballingen, door hem uitgenoodigd, bevolkten de nieuwe hoofdstad Messēne, en sedert dien tijd bleef het gewest onafhankelijk tot aan de rom. overheersching in 146.

Messenische oorlogenheeten drie oorlogen, waarvan de eerste de onderwerping van Messenië aan Sparta ten gevolge had, de andere twee voortkwamen uit mislukte pogingen der Messeniërs om zich te bevrijden. Deeerste mess. oorlog(743–724, v. a. 730–710) ontstond naar aanleiding van geschillen over grenzen, roof van menschen en vee, enz., en begon met een nachtelijken aanval der Spartanen op Amphēa, waarvan de meeste inwoners gedood werden. Daar de krijgskans den Messeniërs over het algemeen niet gunstig was, trokken zij zich in het sterke Ithōme terug, en onder de leiding van Aristodēmus (z. a.) brachten zij van hier uit den Spartanen dikwijls gevoelige slagen toe; na zijn dood werd echter Ithōme genomen, vele Messeniërs verlieten het land, de overige kwamen in den toestand van heloten.—Het duurde echter niet lang voordat zij nog eene poging waagden om zich uit dien toestand te bevrijden. Te Andania begon de heldhaftige Aristomenes (z. a.) een opstand, waarbij zich in een oogenblik het geheele messenische volk aansloot, en die eerst na een langdurigen en moeielijken oorlog, dentweeden mess. oorlog(685–668, v. a. 660–643 of 645–630), bedwongen kon worden. Nietalleen werden de Messeniërs nu bijgestaan door Achaeërs, Argiven en Arcadiërs, maar bovendien heerschte onder de Spartanen verdeeldheid en bestond er gevaar voor een algemeenen opstand der perioeken en heloten. Toen zij zich echter onder den invloed der bezielde gedichten van Tyrtaeus (z. a.) weder tot eendrachtige samenwerking verbonden hadden, toen de arcadische koning Aristocrates de zaak der Messeniërs verried, en over het geheel de bondgenooten van dezen den langdurigen oorlog begonnen moede te worden, hadden de zaken weder denzelfden loop als vroeger: de Messeniërs trokken zich terug in de vesting Ira, en toen deze eindelijk ingenomen was, was de oorlog tot hun nadeel beslist. Ook nu verlieten weder velen het land. In hoeverre de gang van zaken in deze beide oorlogen werkelijk geweest is, zooals hier is beschreven, is wegens den aard der bronnen waardoor wij kennis ervan hebben, moeielijk te beoordeelen.—Toen in 464 Sparta door eene verschrikkelijke aardbeving tot den uitersten nood gebracht was, stonden de afstammelingen der oude Messeniërs op en begonnen zij denderden mess. oorlog. In de oude stad Ithōme verschanst, boden zij den Spartanen lang weerstand, zelfs de Atheners, die onder Cimon den belegeraars te hulp gekomen waren, konden hen niet tot overgave dwingen. Eindelijk bedongen zij vrijen aftocht uit de Peloponnēsus, en gaven de Atheners hun de stad Naupactus tot woonplaats (455).

Messiae(leges), van den volkstribuun C. Messius in 57: 1) tot terugroeping van Cicero;—2)om decura annonaeaan Pompeius op te dragen. Geen van beide wetten kwam echter in behandeling. De eerste werd noodeloos door delex Cornelia de restituendo Cicerone(z. a.), de andere werd voorkomen door delex Cornelia Caecilia(z. a.); zie verderMessiino. 1.

Messii, plebejisch geslacht. 1)C. Messiusvolkstribuun in 57, bevorderde de terugroeping van Cicero uit diens ballingschap en deed eene mislukte poging om Pompeius alspraefectus annonaemet bijna onbeperkte macht over leger, vloot, schatkist en provinciën te bekleeden. Later sloot hij zich aan bij Caesar.—2)Messius Maximus, vriend van den jongen Plinius.

Messōgis,Μεσσωγίς, grensgebergte tusschen Lydia en Caria.

Mestra,Μήστρα, dochter van Erysichthon no. 2. Door honger gekweld, verkocht haar vader haar als slavin, zij had echter van Poseidon het vermogen gekregen, zich in allerlei gedaanten te veranderen, en hiervan maakte zij gebruik om telkens tot haar vader terug te keeren en zich opnieuw te laten verkoopen.

Meta, eindpaal in dencircus(z. a.).

Metabus, vader van Camilla (z. a.).

Metagenes,Μεταγένης, 1) dichter der oude comoedie, tijdgenoot van Aristophanes.—2)van Cnosus, uitvinder van den ionischen bouwstijl en medewerker bij den bouw van den tempel van Artemis te Ephesus, waarvan het plan door zijn vader Chersiphron gemaakt was.—3)Athener, onder Pericles bouwmeester van den tempel te Eleusis.

Metagitnion,Μεταγειτνιών, 2demaand van het Attische jaar (Aug.–Sept.), z.Annus.

Metanīra,Μετάνειρα, gemalin van Celeüs, moeder van Demophoön (z. a.).

Metapa,τὰ Μέταπα, stad in Aetolia aan het meer Trichōnis.

Metapontumof-tium,Μεταπόντιον, meest oostelijke stad in Lucania aan de golf van Tarentum, volgens sommigen door Nestor, volgens anderen door Epēus gesticht. In werkelijkheid is de stad in de 7deeeuw door Achaeërs gesticht. Hier is Pythagoras gestorven; Cicero heeft zijn graf nog gezien. De Lucaniërs verwoestten de stad, die echter herbouwd werd. Door den tarentijnschen oorlog viel zij in handen der Rom., in 212 in die van Hannibal. Toen deze naar het land der Bruttii moest terugtrekken, nam hij de inwoners mede. Sedert kwam de stad in vergetelheid.

Metapontus,Μετάποντος, koning van Icaria, pleegvader van Aeolus (z. a.) en Boeōtus.

Metaurus,Μέταυρος, 1) rivier van Umbria, waarbij Hannibal’s broeder Hasdrubal in 207 verslagen werd en sneuvelde.—2)rivier op de W.-kust van het land der Bruttii.

Metellus, familienaam in degens Caecilia.

Methāna,Μεθάνα, landtong en stad in Argolis, tusschen Troezen en Epidaurus, tegenover het eiland Aegīna.

Methōne,Μεθώνη, 1) stad op de Z.W.-spits van Messenia, thans Modon.—2)stad in Macedonia, in het landschap Pieria, aan de golf van Therma, bij welker beleg aan Philippus het rechteroog werd uitgeschoten.—3)in ouden tijd eene stad in het thessalische gewest Magnesia, aan de Pagasaeische golf.—4)=Methāna.

Methydrium,Μεθύδριον, stad in het hart van Arcadia, op een steile rots.

Methymna,Μήθυμνα, tweede stad van Lesbus, op de N.-kust gelegen, om haar wijn beroemd, geboorteplaats van den zanger Arīon en den logograaf Hellanīcus. Om hare trouw aan Athene werd zij in 406 door de Spartanen voor een gedeelte verwoest.

Metii=Mettii.

Metilia(lex) van den volkstribuun Metilius in 217, waarbij de magister equitum M. Minucius Rufus in macht gelijk werd gesteld met den (pro)dictator Q. Fabius Maximus Verrucōsus, over wiens wijze van oorlogvoeren tegen Hannibal men ontevreden was.

Metilii, plebejisch geslacht.M. Metilius, volkstribuun in 217, z.Metilia(lex).

Metioche,Μητιόχη, dochter van Orīon, zuster van Menippe (z. a.).

Metionidae,Μητιονίδαι, Daedalus, Eupalamus en v. s. ook Sicyon, zonen van Metion, een zoon van Erechtheus, beroofden Pandīon van de regeering, doch werden later door diens zonen verdreven.

Metiosedum=Melodūnum.

Metis,Μῆτις, dochter van Oceanus en Tethys. Zij bezorgde het braakmiddel, waardoor Cronus gedwongen werd zijne kinderen, diehij verslonden had, uit te braken. Zeus nam haar tot gemalin, maar daar hij door een orakel vernam, dat haar kind hem in wijsheid en macht zoude overtreffen, verslond hij haar, waarna uit zijn hoofd Pallas Athēna geboren werd.

Μέτοικος, iemand, die metterwoon in een vreemden staat gevestigd is. Te Athene was hun aantal te allen tijde groot, in 309 bedroeg het 10000 volwassen mannen. Zij waren verplicht een burger tot patroon (προστάτης) te nemen, die hen in hunne betrekkingen tot den staat of de burgers, bijv. bij processen, vertegenwoordigde, en een jaarlijksche belasting (μετοίκιον) van 12 drachmen te betalen. Wie deze verplichtingen niet nakwam, stond bloot aan eeneγραφὴ ἀπροστασίουof eeneἀπαγωγὴ μετοικίου. Zij waren verder dienstplichtig, hoewel zij slechts bij uitzondering voor den dienst te velde schijnen opgeroepen te zijn, werden met liturgieën belast, en moesten bij sommige feesten bepaalde diensten doen. Grondeigendom konden zij niet verkrijgen, de handel was echter bijna geheel in hunne handen.—Eenμέτοικοςen iedere vreemdeling, die zich de rechten van een burger aanmatigde, konde deswege met deγραφὴ ξενίαςaangeklaagd en na veroordeeling als slaaf verkocht worden. Daarentegen werd dikwijls eenμέτ., die zich jegens den staat verdienstelijk had gemaakt, van alle of sommige van bovengenoemde verplichtingen vrijgesteld; z.ἰσοτελεῖς.

Meton,Μέτων, bouwmeester en sterrenkundige te Athene. Door een cyclus van 19 jaren, waarin 235 maanden of 6940 dagen zouden zijn, trachtte hij de verschillen tusschen het zonnejaar en het maanjaar te vereffenen. Deze tijdrekening zoude beginnen met den 13denScirophorion 432, het schijnt echter, dat zij nooit algemeen in gebruik geweest is.

Metrēta,μετρητής, ἀμφορεὺς μετρητής, grootste grieksche maat voor natte waren, ongeveer = 39,4 L.

Metrodōrus,Μητρόδωρος, 1) beroemd rhapsode.—2)van Lampsacus, leerling of aanhanger van Anaxagoras.—3)van Chius, aanhanger van de leer van Democritus en leermeester van Anaxarchus.—4)van Lampsacus, de voornaamste leerling van Epicūrus, schrijver van vele wijsgeerige werken, die verloren gegaan zijn. Hij stierf nog vóór Epicūrus (277).—5)van Stratonicēa, leerling van Carneades, behoorde eerst tot de epicureïsche, later tot de academische school.—6)van Scepsis, academisch wijsgeer, staatsman in dienst van Mithradātes Eupator, wiens levensgeschiedenis hij beschreef. Hij had den bijnaamΜισορώμαιοςen was beroemd om zijn buitengewoon sterk geheugen.—7)vrijgelatene van Cicero, verdienstelijk geneesheer.—8)grieksch epigrammendichter, schrijver van aardrijks- en sterrenkundige werken, waarschijnlijk onder Constantijn den Gr.

Μετρονόμοι, te Athene 10 door het lot aangewezen beambten, die toezicht hadden op maten en gewichten.

Μητρῷον, te Athene de tempel van Rhea Cybele, waarin het archief (τὰ δημόσια γράμματα) bewaard werd.

Metropolis,Μητρόπολις, naam van verschillende steden. 1) in Acarnania, ten O. der Ambracische golf.—2)in Thessalia, tusschen de rivieren Penēus en Eurōpus.—3)in Lydia, tusschen Smyrna en Ephesus.—4)in Phrygia Maior, tusschen Apamēa Cibōtus en Synnada.

MettiiofMetii, oud latijnsch geslacht. 1)Mettius(Mettus)Fuffetius, dictator van Alba Longa, nam den voorslag van Tullus Hostilius aan, om den strijd tusschen Alba en Rome te doen beslissen door het bekende gevecht tusschen de Curiatiussen en Horatiussen. Ten gevolge hiervan moest Alba zich onderwerpen. In den strijd tusschen Rome en Veii hield Mettius zich echter op trouwelooze wijze buiten den strijd, waarop Tullus Hostilius hem door paarden vaneen liet scheuren.—2)Mettius Curtius, z.Curtius.—3)M. Mettiuswerd door Caesar tot Ariovistus gezonden, doch door dezen verraderlijk gevangen gehouden, en kreeg eerst na Ariovistus nederlaag zijne vrijheid terug (58).—4)Mettius Pompusianus, onder keizer Domitiānus, had hij zich door waarzeggers laten diets maken, dat hij tot groote dingen was bestemd. Op den wand zijner kamer had hij een wereldkaart laten schilderen en hij bestudeerde ijverig Livius. Uit argwaan hierover liet de keizer hem ter dood brengen.

Μητραγύρτης, bedelpriester van deΜήτηρ τῶν θεῶν, vgl.ἀγύρτης.

Mettus Fuffetius, z.Mettii.

Metūlum,Μετοῦλον, hoofdstad der Iapydes in Liburnia.

Mevania, oude sterke stad in Umbria aan den weg van Rome naar Ancōna, beroemd om het schoone rundvee, dat daar werd aangefokt.

Mezentius, koning van Caere. Turnus kwam tot hem om hulp, toen hij door Aenēas overwonnen was, of Mez. vluchtte naar Turnus, toen zijn volk hem om zijn wreedheid verdreven had. Te zamen zetten zij den oorlog voort, en in een gevecht werd Mez. door Aeneas of Ascanius gedood. Hij had van Turnus den wijnoogst van een jaar tot loon voor zijne hulp gevorderd, Aenēas wijdde echter dien oogst aan Jupiter en overwint door de hulp van dezen. Zie ookVinaliano. 1.

Mezetūlusof-tōlus, ofMazaetullus, voornaam Numidiër, die zich van de regeering meester maakte, doch door Masinissa weder verdreven werd. Op bevel van dezen keerde hij later weder naar zijne woonsteden terug. Zie ookMasinissa.

Micāre, een spel, nog in Italië bekend onder den naam van Morra. Het wordt door twee personen gespeeld. Beide spelers houden de rechterhand gesloten, openen ze plotseling tegelijk onder het opsteken van een of meer vingers en noemen tevens elk een cijfer. Heeft b.v. de een twee, de andere drie vingers omhoog gestoken en een der spelers het getal 5 genoemd, zoo heeft hij gewonnen. Heeft geen van beiden het juiste getal geraden, dan sluit men de hand weder en beproefthet opnieuw. Een man, in wien geen bedrog is, wordt spreekwoordelijk gekarakteriseerd met de woorden:dignus est, quicum in tenebris mices.

Micipsa,Μικίψας, zoon van Masinissa, volgde dezen in 148 als koning van Numidia op, en nam overeenkomstig zijns vaders wil zijne jongere broeders Gulussa en Mastanabal als mederegenten aan. De drie broeders regeerden samen eendrachtig en getrouw aan het bondgenootschap met Rome, hoewel zij in den derden punischen oorlog met het zenden van hulptroepen aan de Rom. eenigszins omzichtig te werk gingen. Toen echter Gulussa en Mastanabal overleden waren, sloot Micipsa zich enger bij Rome aan en zond hun bij herhaling hulpbenden naar Hispania. Hij overleed in 118 en liet de regeering na aan zijne twee zoons Adherbal en Hiëmpsal en zijn neef Jugurtha.

Micon,Μίκων, 1) van Aegīna, beeldgieter en schilder, tijdgenoot van Polygnōtus.—2)van Syracuse, beeldgieter onder Hiero II.

Micythus,Μίκυθος, 1) z.Anaxilāus.—2)Thebaan, die zich liet omkoopen om te beproeven Epaminondas voor de belangen van Perzië te winnen.

Midas,Μίδας, zoon van Gordius en Cybele, koning van Phrygië. Toen Dionȳsus op zijn tochten ook in dat land kwam, verdwaalde Silēnus in de tuinen van M. of werd hij gevangen, doordat hij uit een bron dronk, waarvan het water met wijn gemengd was, totdat hij bedwelmd in slaap viel. M. onderhield zich 10 dagen lang met hem en bracht hem daarna bij Dionȳsus terug. De god, verheugd dat hij zijn getrouwen makker terugzag, stond M. toe een gunst te vragen, en deze wenschte, dat alles in goud zoude veranderen, wat hij aanraakte. Zijn verlangen werd bevredigd, maar daar ook de spijzen, die hij wilde nuttigen, zoodra hij ze aanraakte in goud veranderden, zou hij van honger gestorven zijn, indien Dionȳsus hem niet op zijn verzoek het middel had gegeven om zich van die noodlottige eigenschap te bevrijden; daartoe baadde hij zich in de rivier Pactōlus, die sedert rijk aan goudzand werd. M. was ook scheidsrechter in een muzikalen wedstrijd tusschen Apollo en Pan, en daar hij het fluitspel van Pan boven de tonen van Apollo’s lier verkoos, kreeg hij tot straf van Apollo ezelsooren. Om deze te verbergen, vond hij de groote phrygische muts uit, alleen zijn barbier kende het geheim, maar deze had zich onder eede verbonden het aan niemand mede te deelen. Toch konde hij er niet geheel van zwijgen, daarom groef hij een gat in de aarde en fluisterde daarin: koning Midas heeft ezelsooren! Later groeide op die plaats een riet, dat dezelfde woorden fluisterde, telkens wanneer het door den wind bewogen werd. Uit wanhoop hierover bracht M. zich om het leven.

Midea,Μιδέα, stad in het binnenland van Argos, ten O. van Mycēnae.

Milanion,Μειλανίων, z.Atalanta.

Milētis, Byblis, dochter van Milētus.Milētis urbs, Tomi, volkplanting van de stad Milētus.

Milētus,Μίλητος, Cretenser, zoon van Apollo en Arēa of Deïone. Om aan den achterdochtigen Minos te ontsnappen, vluchtte hij met Sarpēdon naar Caria, waar hij de stad Miletus stichtte.

Milētus,Μίλητος, eene der aanzienlijkste en schoonste steden van aziatisch Ionia, geboorteplaats van de wijsgeeren Thales, Anaximander en Anaximenes, van de logografen Cadmus en Hecataeus, van Aspasia. Miletus bestond uit een buiten- en een binnenstad, het had vier havens, door eilanden gedekt, van welke laatste Ladē het voornaamste was. Het was oorspronkelijk een carische stad, die door de Ioniërs gekoloniseerd werd. Reeds vroeg heeft het door zeehandel gebloeid. Van hier uit zijn in de 7deeeuw 90 koloniën of handelsneerzettingen gesticht, vooral in de Propontis en den Pontus Euxīnus; de voornaamste zijn: Abȳdus, Cyzicus, Sinōpe, Istrus en Olbia. Miletus was de ziel van den ionischen opstand in 500 en werd tot straf in 494 door de Perzen verwoest. Dit lot trof de stad ten tweede male, toen Alexander d. Gr. het op de Perzen veroverde (334). Beroemd was de milesische wol (vellera Milesiabij Vergilius).—Ook op de N-kust van Creta lag in ouden tijd eene stad van den zelfden naam.

Milichius,Μειλίχιος, vergevingsgezinde, bijnaam van Zeus.

Milo, familienaam in degens Annia(Anniino. 3).

Milo,Μίλων, van Croto, beroemd worstelaar, die 32 maal bij de groote feesten den prijs won. Hij droeg eens te Olympia een vierjarig rund door de renbaan en at het op één dag geheel op. In den oorlog tegen de Sybarieten stond hij aan het hoofd van zijne medeburgers. Op hoogen leeftijd vond hij in een bosch een halverwege gespleten boom, waarin een wig stak, hij trachtte den boom met zijne handen geheel in tweeën te trekken, maar de wig ging los, zijn handen raakten vastgeklemd, en hij werd door wilde dieren verscheurd.

Miltiades,Μιλτιάδης, 1) zoon van Cypselus, voornaam Athener, tegenstander van Pisistratus, ging in 559 op verzoek van de Dolonci naar de Chersonēsus en werd hun vorst. Van uit de Chersonesus veroverde hij Lemnus en Imbrus.—2)zoon van Cimon, den broeder van den vorigen, werd in 518 door de Pisistratiden naar de Chersonēsus gezonden om de regeering over het rijk van zijn oom te aanvaarden. Hij huwde met de dochter van een thracischen vorst, en volgde Darīus I bij zijn tocht tegen de Scythen. Zijn voorstel om, door het afbreken van de brug over den Ister, Darīus den terugtocht af te snijden, stuitte af op den tegenstand van Histiaeus. Na den ongelukkigen afloop van den ionischen opstand keerde hij naar Athene terug (494), hij werd aangeklaagd, omdat hij in de Chersonesus tyran geweest was, maar vrijgesproken, en in 490 werd hij als een van de strategen gekozen. Bij de landing der Perzen lieten zijne ambtgenooten het bevel geheel aan hem over, en doorgebruik te maken van de plaatselijke gesteldheid en spoedig aan te vallen won hij den beroemden slag bij Marathon. Daarna ondernam hij een tocht om de eilanden te straffen, die zich bij de Perzen hadden aangesloten; hierin was hij echter niet gelukkig, en bij het beleg van Parus werd hij gekwetst en moest hij onverrichter zake terugkeeren. Zijne vijanden, vooral de Alcmaeoniden, klaagden hem nu aan wegens misbruik van het in hem gestelde vertrouwen, hij werd tot een boete van 50 talenten veroordeeld, en daar hij deze niet konde betalen, werd hij in de gevangenis gezet, waar hij na korten tijd stierf.

Milto,Μιλτώ, zieAspasiano. 2.

Milvius pons, brug over den Tiber, een eind boven Rome, op het punt, waar devia Flaminiade rivier kruiste en devia Clodiazich van devia Fl. afscheidde. Ten Noorden van deze brug versloeg Constantijn de Groote in 312 n. Chr. keizer Maxentius.

Milyas,Μιλυάς, het N. O. bergland van Lycia, oorspronkelijk de naam van het geheele land. De inwoners heettenMilyae,Μιλύαι.

Mimallones, -lonides,Μιμαλλόνες=Bacchae.

Mimas,Μίμας, berg in Ionia op een schiereiland tegenover het eiland Chius.

Mimnermus,Μίμνερμος, van Colophon, elegisch dichter en musicus (eerste helft van de 6deeeuw), van wiens minnezangen sommige schoone fragmenten over zijn; hij is echter zwaarmoedig en sentimenteel, en naar aanleiding van een op rijperen leeftijd opgevatte maar onbeantwoorde liefde, bejammert hij vooral de kortheid van de jeugd en de lasten van den ouderdom.

Mimus,μῖμος, eene soort vancomoedia, doch niet bestemd om op het tooneel te worden opgevoerd. Sophron van Syracūsae, ± 430, was er de schepper van. Zijne stukjes, die hoog geroemd werden, gaven maatschappelijke toestanden, zeden en karakters weer, en waren geheel uit het leven gegrepen. Bij de vroolijke Siciliërs waren zulke losse opvoeringen bij landelijke feesten zeer in zwang. De mimen van Sophron geraakten door Plato ook te Athene bekend, en het genre werd hierdoor meer en meer verbreid. Ook Italia had zijn mimus, die oorspronkelijk bestond in een dialoog, dikwijls voor de vuist voorgedragen en met toepasselijke aardigheden gekruid, en die in dezen vorm nog lang dienst deed bij begrafenissen van rom. grooten, als wanneer eenige mimen-acteurs (ookmimigenoemd), in den begrafenisstoet losse voorvallen uit het leven van den overledene opvoerden. Toen keizer Vespasiānus begraven werd, wiens zuinigheid door het volk voor gierigheid werd uitgekreten, vroeg opeens dearchimimus, die ’s keizers persoon voorstelde, hardop, hoeveel de begrafenis wel kostte. “Tien millioen sestertiën”, was het antwoord. “Ge hadt er mij liever honderdduizend moeten geven en mijn lijk in den Tiber werpen.”—In den laatsten tijd der republiek werd het schrijven van mimen een bepaalde tak van letterkunde en werden zij op het tooneel als nastukjes,exodia, opgevoerd. Het waren echter in hoofdzaak slechts schetsen, waarvan de uitwerking aan de vertooners was overgelaten. De naam is ontleend aan het werkwoordμιμεῖσθαι; eenμῖμοςis eigenlijk een nabootser.

Mina,μνᾶ, het 60stedeel van een talent = 100 drachmen.

Minatii, een plebejisch geslacht.

Mincii=Minicii.

Mincius, thans Mincio, komt uit Raetia, vormt in zijn loop den lacus Benācus (Gardameer), stroomt langs Mantua en valt dan in den Padus (Po).

Mindarus,Μίνδαρος, werd in 411 opperbevelhebber der peloponnesische vloot. Hij leed eerst eene nederlaag tegen Thrasyllus en Thrasybūlus bij Abȳdus, en toen Alcibiades weder aan het hoofd van het leger stond, versloeg deze hem in het begin van het volgende jaar te land en ter zee in den grooten slag bij Cyzicus, waarin M. zelf sneuvelde.

Mindii, plebejisch geslacht.

Minerva, romeinsche godin van wijsheid en kennis, geïdentificeerd met de grieksche Athēna, en waarschijnlijk daardoor ook als oorlogsgodin beschouwd, maar in de eerste plaats beschermster van kunsten, wetenschappen en handwerken. Onder hare tempels was de voornaamste die op het Capitolium, waarin zij gemeenschappelijk met Jupiter en Juno vereerd werd. Bovendien had ze een tempel op den Aventīnus, waarvan de stichtingsdag samenviel met haar voornaamste feest, deQuinquatrus(z. a.).Pingui Minervaofcrassa M., op boersche wijze;sus Minervam, een zwijn, dat M. wil onderrichten, een domme betweter.

Minervae promunturium,Ἀθηνᾶς ἄκρον, steil en scherp vooruitspringend voorgebergte op de kust van Campania tegenover het eil. Capreae, eene van de plaatsen, die de mythe als verblijf der Sirenen aanwees.

Minicii, rom. geslacht, dat eerst in den keizertijd wordt genoemd en waarvan enkele leden met hetcognomenFundānus voorkomen.

Minio, riviertje van Etruria, dat ten Z. van de stad Graviscae in zee valt.

Minius,Μίνιος, rivier in het N.W. van Hispania, thans Minho, aldus genoemd, omdat men beweerde, dat hijminiumof menie met zich voerde. Een andere naam isBaenis.

Minōa, 1) zieHeraclēa Minōa.—2)eil. in de Saronische golf bij de havenstad Nisaea (zieMegara), waarmede het door eene brug verbonden was.—3)kaap en stad bij Epidaurus Limēra in het Z.O. van Laconica.

Minōis,Μινωίς, Ariadne, dochter van Minos.

Minoïus, -nōus,Μινώιος, -νῷος, van Minos afstammend, in het algemeen cretensisch.

Minos,Μίνως, 1) zoon van Zeus en Eurōpa, later door Asterion (z.a.) aangenomen, dien hij als koning van Creta opvolgde. Hij geldt voor den grondlegger der vroege zeemacht van Creta en van de beroemde, oude cretensische staatsregeling. Na zijn dood werd hij rechter in de onderwereld.—2)kleinzoon van den vorigen, eveneens koning en wetgever van Creta. Hij beweerde dat hij door de goden tot de regeeringgeroepen was; om dit te bewijzen, nam hij aan te toonen, dat ieder gebed van hem verhoord zou worden. Hij bad nu, dat Poseidon een stier uit de golven zoude doen opkomen, dien hij hem dan offeren zou; de stier verscheen inderdaad en M. werd koning. Hij offerde echter niet den beloofden stier, maar een minder schoonen, en hierover vertoornd boezemde Poseidon aan Pasiphaë, de gemalin van M., eene onnatuurlijke liefde voor het dier in, waarvan de Minotaurus de vrucht was; daarna maakte hij het razend, zoodat het groote verwoestingen aanrichtte, totdat het door Heracles gevangen werd. M. voerde oorlog tegen Athene (z.Aegeus) en maakte het voor korten tijd schatplichtig. Toen Daedalus (z.a.), die voor hem het labyrinth gebouwd had, uit Creta gevlucht was en bij Cocalus op Sicilië een schuilplaats gevonden had, kwam M. hem daar opeischen; Cocalus deed alsof hij aan zijn eisch wilde voldoen en ontving hem vriendelijk, maar liet hem in een al te warm gemaakt bad stikken.—In de oudste mythen schijnt slechts van één persoon van den naam Minos sprake te zijn. De verhalen omtrent den grooten bloei en macht van het rijk van M., worden door opgravingen van den laatsten tijd te Cnosus en Phaestus (z.a.) bevestigd.

Minotaurus,Μινώταυρος, een monster met een stierekop, voortgebracht door Pasiphaë en een stier (z.Minos), dat in het labyrinth van Creta opgesloten gehouden en met menschenvleesch gevoed werd. Theseus doodde het.

Minthe, Menthe,Μίνθη, eene door Hades beminde nimf, door Demēter of Persephone in een kruizemunt veranderd. De berg Minthe bij Pylus was naar haar genoemd.

Minturnae,Μιντοῦρναι, stad in het Z. van Latium aan den mond van den Liris, in het oude gebied der Aurunci, in 296 rom. kol. Devia Appialiep er langs. De slechte uitwatering der rivier vormde hier de beruchte moerassen aan de kust,paludes Minturnenses. Dáár hield Marius zich eenige dagen schuil, tot hij ontdekt werd, en slechts door een gelukkig toeval (een Cimbrische slaaf zou tot beul dienen, en schrikte daarvoor terug) den dood ontkwam. Bij de stad was een bosch en grot, aan de nimf Marīca gewijd.

Minucia(lex) van den volkstribuun M. Minucius, in 216 na den slag bij Cannae, toen er eene groote geldcrisis te Rome heerschte. De wet strekte tot tijdelijke instelling eenermensa publicaof staatsbank, onder beheer vantriumviri mensarii.

Minucia(lex), van een volkstribuun Minucius Rufus, van 121, tot opheffing van decolonia Iunonia, in 122 door C. Gracchus op de plaats van het oude Carthago gesticht. Zie onderAgrariae leges:Lex Sempronia agraria van C. Gracchus.

Minucii, rom. geslacht, patricisch en plebejisch. 1)M. Minucius Augurīnus, consul in 497 en 491.—2)L. Minucius Esquilīnus Augurīnus, consul in 458, werd door de Aequi ingesloten en door den dictator L. Quinctius Cincinnātus ontzet. Hij werd vervolgens door den dictator in zijn consulaat geschorst òf genoodzaakt het neer te leggen. In 450 was hij een derdecemviri legibus scribundis. In 439 was hij het, die Sp. Maelius aanklaagde.—3)M. Minucius Rufus, consul in 221, in 217 magister equitum van den dictator Q. Fabius Maximus Verrucōsus, werd door delex Metilia(z. a.) met den dictator in gezag gelijk gesteld. In onberaden drift liet hij zich door Hannibal tot een slag verleiden en zou verloren zijn geweest, zoo Fabius niet tijdig te hulp ware geschoten. Toen echter zag Minucius zijn ongelijk in en stelde zich vrijwillig weder onder het opperbevel van Fabius. Hij sneuvelde in 216 bij Cannae.—4)Q. Minucius Rufus, consul in 197, zegevierde over de Liguriërs en Bojers, maar niet te Rome, maar op denmons Albanus.—5)M. Minucius Rufus, consul in 110, overwon als proconsul in 109 de thracische Scordisci en bouwde deporticus Minucia.—6)Q. Minucius Thermus, consul in 193, streed tegen de Liguriërs. In 189 sneuvelde hij onder den consul Cn. Manlius Vulso tegen de Galaten.—7)Onder den praetorMinucius Thermus, die Mytilēne belegerde en innam (81–80), verrichtte Caesar zijn eersten krijgsdienst.—8)Minucius Thermus, in 62 volkstribuun, later (51 en 50) propraetor van Asia, behoorde onder de vrienden, met wie Cicero briefwisseling hield. In den burgeroorlog was hij aan de zijde van Pompeius.—9)L. Minucius Basiluswas legaat van Caesar in Gallia; later was hij een van Caesars moordenaars; in 43 werd hij door zijn eigen slaven vermoord.—10)Minucius Felix, een beroemd advocaat te Rome, die in het einde der 2de(v.s. in het begin der 3de) eeuw n. Chr. een dialogusOctaviusgeschreven heeft, waarin op zeer scherpzinnige wijze de vooroordeelen tegen het Christendom worden te berde gebracht en weerlegd.

Minyades,Μινυάδες, Leucippe, Arsippe en Alcathoë, dochters van Minyas, weigerden aan den dienst van Dionȳsus deel te nemen. Tot straf maakte de god haar waanzinnig, zoodat Leucippe haar eigen zoon doodde; daarna bleven zij in razernij door de bergen zwerven, totdat zij door Hermes in vleermuizen veranderd werden.

Minyae,Μινύαι, oud-grieksch volk, uit Thessalia onder aanvoering van Minyas naar Boeotia verhuisd, waar Orchomenus hunne hoofdstad was. Zij leverden het grootste aantal deelnemers aan den Argonautentocht. Ook zonden zij eene kolonie naar Lemnus, die echter later weder naar het eiland Thera en naar het Z. van Elis verhuisde.

Minyas,Μινύας, koning van Orchomenus in Boeotië, mythisch stamvader der Minyers. Hij was de eerste, die een schatkamer liet bouwen, waarvan men nog overblijfsels meent te vinden.

Mirmillōnes, rom. zwaardvechters, die een gallischen helm droegen, waarvan de kam met een visch van metaal was versierd.

Misēnum,Μισηνόν, kaap van Campania bij Cumae. Augustus liet hier eene haven aanleggenals station voor de vloot der Tyrrheensche zee. Hierdoor ontstond aan de kust een stadje, dat thans verdwenen is. ZieMisēnus.

Misēnus,Μισηνός, 1) tochtgenoot van Odysseus.—2)vriend van Hector, bekwaam trompetter, later tochtgenoot van Aenēas; hij daagde de Tritonen tot een wedstrijd uit, en werd door een van hen gedood. Naar hem is kaap Misēnum genoemd.

Missio, ontslag, b.v. uit den krijgsdienst,honesta, eervol, wegens volbrachten diensttijd,causaria, wegens ziekte of lichaamsgebreken,ignominiosa, wanneer men werd weggejaagd. Ook van zwaardvechters, die door de gunst van het volk of door de keizerlijke genade ontslagen en in vrijheid gesteld werden, wordtmissiogebruikt, vandaar in het latere Latijnsine missione pugnare= op leven en dood vechten, geen kwartier geven.—In bona missio, lastgeving van den praetor om zich in het bezit te stellen van eens anders goed, dus inbeslagneming, executie.

Missus, zieCircus.

Mithradātes(aldus volgens de pontische munten, bij de oude schrijversMithridates,Μιθριδάτης, een dikwijls voorkomende naam in het O. Vooral in het pontische koningshuis is deze naam beroemd geworden. Als stichter van het groote pontische rijk wordtMithradates Igenoemd, 337–302. Hij onderwierp zich aan Alexander d. G., doch werd door Antigonus gedood. Zijn zoon en opvolger,M. II,Κτιστήςbijgenaamd, hield zich tegen Alexanders opvolgers staande en vergrootte zijn gebied (282–266).M. V(IV)Euergetes(150–120) was bondgenoot der Rom. en ondersteunde hen in den oorlog tegen Aristonīcus van Pergamum en kreeg daarvoor Groot-Phrygia. Zie echterAquilliino. 1. Hij sneuvelde bij Sinōpe. Op hem volgde in 120 zijn zoonMithradates VI(V)Eupator, de verbitterde vijand van Rome. Uit vrees voor de aanslagen zijner moeder brachten trouwe vrienden den 10-jarigen knaap na zijns vaders dood in het gebergte in veiligheid. Toen hij 20 jaar oud was, stelde hij zich aan het hoofd van het rijk, strafte zijne moeder en allen, die tegen hem hadden saamgespannen, en begon toen zijne veelomvattende plannen voor te bereiden. Hij was een man van ongemeene geestkracht, van een ijzersterk gestel, onvermoeibaar, bestand tegen ontberingen en uitspattingen, een goed redenaar, die 22 talen sprak, geslepen van aard, een man, die geen middelen en geen menschenlevens ontzag. Hij schiep zich een machtig leger en eene vloot, maakte rondom veroveringen en vermeesterde Cappadocia en Bithynia. Den Rom., die gedurende zijne minderjarigheid hem Groot-Phrygia hadden afgenomen, droeg hij een doodelijken haat toe. Toch waagde hij niet terstond den strijd, doch gaf bij herhaling toe aan de eischen van Rome, om Capp. en Bith. te ontruimen. Terwijl echter de proconsul M’. Aquillius (Aquilliino. 2) op trotschen toon het verzoek van Mithradates om zich tegen Bithynia te mogen verdedigen, afsloeg, stookte de rom. staatkunde Nicomēdes III van Bith. heimelijk op, invallen in Pontus te doen. Eindelijk, in 88, barstte de bom. Met een ontzaglijk leger, versterkt door de hulptroepen van zijn schoonzoon Tigrānes van Armenia, veroverde hij in korten tijd de rom. provincie Asia. Op een bevel des konings, van Ephesus uit gegeven, werden op één dag 80000 Rom. en Italianen, mannen, vrouwen en kinderen, door de verbitterde Aziaten gedood. Slechts Magnesia, Cos en Rhodus bleven aan Rome getrouw, terwijl daarentegen Athene en andere grieksche steden in Europa de zijde van M. kozen. De veldheer Archelāus scheepte zich naar Griekenland in, waar hij echter door Sulla bij Chaeronēa en daarna bij Orchomenus in Boeotia werd verslagen (86), terwijl C. Flavius Fimbria den koning uit Asia grootendeels verdreef. De tijdsomstandigheden beletten Sulla zijn verblijf in Asia te rekken, hij sloot dus vrede met M. op deze voorwaarden: het gebied des konings werd tot Pontus beperkt, de krijgsgevangenen werden door hem vrijgelaten, de vloot uitgeleverd en 3000 talenten betaald (voorjaar van 85). Daar M. echter niet rustig bleef, hernieuwde de proconsul L. Licinius Murēna in 83 den oorlog, dien hij echter op Sulla’s bevel moest staken (81). In 74 achtte M. zich weder strijdvaardig en de oorlog ontbrandde ten derden male. M. knoopte betrekkingen aan met Sertorius in Hispania en met de zeeroovers, doch te vergeefs; Sertorius werd vermoord, en M. door L. Licinius Lucullus niet slechts uit de prov. Asia, maar zelfs uit Pontus verdreven, zoodat hij naar Armenia vluchtte. Daar Tigrānes zijne uitlevering weigerde, rukte Lucullus Armenia binnen, doch moest door een oproer van zijn leger alle veroveringen prijs geven (zieLiciniino. 24). Delex Manilia(z. a.) droeg het voleindigen van den oorlog aan Pompeius op en deze bracht aan Mithradates den genadeslag toe, zoodat de koning, toen vergif niet werken wilde, waaraan hij zijn lichaam uit voorzorg van jongs af had gewend, zich door een slaaf liet doodsteken (voorjaar van 63). Zijne grenzenlooze wreedheid, die met zijne tegenspoeden nog toenam, had zijn eigen volk, zelfs zijn eigen zoon Pharnaces, van hem vervreemd.

Mithras,Μίθρας, perzische god van de zon en van het goede, die sedert het einde der romeinsche republiek ook in het Westen vereerd werd. Zijn dienst werd door Domitiānus en Traiānusofficieelte Rome ingevoerd en was later zeer algemeen. Hij wordt gewoonlijk afgebeeld als een jongeling in oostersche kleederdracht, geknield op een stier, wien hij een mes in de keel stoot.

Mithridātes=Mithradates.

Mithrīnes, -rēnes,Μιθρίνης, -ρήνηςbevelhebber van Sardes, die deze stad na den slag bij den Granīcus aan Alexander d. G. overgaf en daarvoor satraap van Armenië werd.

Mitra, een vrouwenkap van dichte stof, in eene punt uitloopende, die dan als een zak naar achteren hing.

Mitylēne,Μιτυλήνη=Mytilene.

Mnasalcas,Μνασάλκας, van Sicyon, een van de epigrammendichters der grieksche anthologie; hij leefde omstreeks het midden der 3deeeuw.

Mnaseas,Μνασέας, van Patrae, leerling van Eratosthenes, schrijver van een geschied- en aardrijkskundig werk.

Mnasippus,Μνάσιππος, werd in 373 met een spartaansche vloot naar Corcȳra gezonden om er de aristocratische partij te ondersteunen. Hij had de stad reeds bijna door honger tot de overgave gedwongen, maar zijn hebzucht veroorzaakte ontevredenheid in zijn eigen leger, en toen de Coryraeërs dit bemerkten, deden zij een uitval, waarbij Mn. sneuvelde.

Mnēme,Μνήμη, geheugen, eene van de boeotische Muzen, dikwijls voor dezelfde gehouden als Mnemosyne.

Mnemonides, de Muzen, dochters van Mnemosyne.

Mnemosyne,Μνημοσύνη, dochter van Uranus, godin van het geheugen, bij Zeus moeder van de Muzen.

Mnesarchus,Μνήσαρχος, leerling van Panaetius, hoofd der stoicijnsche school (110–90).

Mnesicles,Μνησικλῆς, bouwmeester van de propylaeën op de acropolis van Athene.

Mnesilochus,Μνησίλοχος, 1) een van de 30 te Athene.—2)zoon van Euripides, tooneelspeler.

Mnesimachus,Μνησίμαχος, geestig blijspeldichter uit het middelste tijdperk der attische comoedie.

Mnestheus, tochtgenoot van Aenēas, de mythische stamvader van de Memmii.

Mnevis,Μνεῦις, een heilige stier der Aegyptenaars, te Heliopolis op dezelfde wijze vereerd als Apis te Memphis.

Μνωῖται, Μνῷται, lijfeigenen van den staat op Creta.

Moabītis,Μωαβῖτις, het land van Moab, ten O. der Doode zee.

Modius, rom. maat, ongeveer = 1/12 hectol.

Moenus, rivier in Germania, thans Main.

Moera,Μοῖρα, het den mensch beschoren deel of levenslot. Soms blijft de Moera volkomen een afgetrokken begrip en is dit levenslot eenvoudig door den wil der goden bepaald, dikwijls wordt zij echter als persoon gedacht, bekleed met eene geheimzinnige macht, waaraan ook de goden onderworpen zijn; hare beschikkingen zijn in hoofdzaak onherroepelijk, toch kunnen zij door goden en menschen, die met de uitvoering er van belast zijn, in sommige opzichten gewijzigd worden of kan men de vervulling er van eenigen tijd tegenhouden. In lateren tijd nam men aan dat er drie Moerae waren: Clotho, Lachesis en Atropus, dochters van Nyx of van Zeus en Themis, soms met een gemeenschappelijken naamΚατακλῶθες, spinsters, genoemd, omdat zij den levensdraad van den mensch afspinnen, den tijd van zijne geboorte en van zijn dood bepalen en hem zijn lot toedeelen, waarbij zij dikwijls schijnbaar met wreedheid te werk gaan, maar ten slotte toch altijd de eeuwige wereldorde handhaven en beschermen. Zij worden meestal beschreven als leelijke oude vrouwen, maar afgebeeld als eerwaardige jonkvrouwen met ernstige gelaatstrekken. Eene soortgelijke personificatie van het noodlot isΑἶσα, die echter meer dan de Moerae altijd een afgetrokken begrip gebleven is.

Moeris,Μοῖρις, gwl.Atticistagenoemd, grieksch grammaticus onder Hadriānus, schrijver van een woordenboek, waarin atticismen (Λέξεις Ἀττικαί) door later gebruikelijke uitdrukkingen verklaard worden.

Moeris,Μοίριος λίμνη, meer in Aegypte, eigenlijk een laagliggend dal, tgw. Fajûm geheeten, dat met behulp van een kanaal en zware dijken in een ontzaggelijk waterbekken herschapen werd door koning Amenemha III. In het midden stonden twee reuzenbeelden van den koning en diens gemalin, en aan den ingang het reusachtige paleis Lo-pe-ro-hunt (zieLabyrinthus). Onder Ptolemaeus Philadelphus werd het meer grootendeels drooggelegd en met Grieksche kolonisten bevolkt. Hier zijn in den laatsten tijd talloozepapyrigevonden. In de middeleeuwen zijn de dammen bezweken en heeft het water een nieuw bekken gevormd.

Moero,Μοιρώ, dichteres uit Byzantium op het einde der 4deeeuw; van hare talrijke werken zijn twee epigrammen bewaard gebleven.

Moesia, het land tusschen den Ister (Donau) en den Haemus (Balkan), sedert Tiberius rom. provincie. De inwoners heettenMoesi,Μυσοί. Het gewest werd verdeeld inMoesia superioreninferior. Onder Aureliānus werd er eene nieuwe prov. tusschen gevoegd,Dacia Aureliani(z. a.).

Mogontiācum, thans Mainz, reeds onder de Rom. eene belangrijke vesting, hoofdstad van Germania Superior.

Moliones, -onidae, z.Actoriones.

Molo,Μόλων, z.Apolloniusno. 3.

Molois, gen.-entis,Μολόεις, beekje nabij Plataeae in Boeotia, dat in den Asōpus valt. Daaraan stond een tempel van Demeter.

Molorchus,Μόλορχος, tuinier bij Nemea, die Heracles vriendelijk ontving en hem goeden raad gaf, toen hij den nemeïschen leeuw ging bestrijden.

Molossi,Μολοσσοί, aanzienlijk volk in Epīrus; eerst alleen in het O., aan de bronnen van den Arachthus, ten N. O. van Dodōna gevestigd, breidden zij onder het huis der Aeaciden hun gezag over geheel Epirus uit. De naamheros van dit volk was Molossus, door Pyrrhus, den zoon van Achilles, bij Andromache verwekt (zieHelenus). De hoofdstad was eerst Passaron; later, onder Pyrrhus, sedert 294, Ambracia (z. a.). Bekend waren de groote molossische doggen.

Molossus,Μολοσσός, zieMolossi.

Molus,Μόλος, zoon van Deucalion, vader van Meriones.

Molycrēum, -cria,Μολύκρειον, -κρία, stad in Aetolia aan de invaart der Corinthische golf, kolonie van Corinthus.

Momus,Μῶμος, zoon van Nyx, personificatie van spotternij en vitzucht. Toen hij in Aphrodīte eene schoonheid vond, waarop hij geenaanmerking konde maken, barstte hij van spijt.

Mona, naam van twee eilanden tusschen Ivernia (Ierland) en Britannia. 1) Anglesey, dat eerst door Suetonius Paulīnus, en later wederom door Agricola veroverd werd; het was de hoofdzetel van den Druidendienst.—2)het tegenwoordige Man, dat bij latere schrijvers Monapia heet.

Monēta, 1) latijnsche naam voor Mnemosyne.—2)de waarschuwende, bijnaam van Juno. In den oorlog tegen Pyrrhus had zij namelijk de Romeinen, die geldgebrek hadden, gewaarschuwd den strijd rechtvaardig te voeren, in welk geval het hun aan geld niet ontbreken zou. Naar aanleiding hiervan werd een tempel voor Juno M. gesticht, waar sedert dien tijd het geld gemunt werd. In werkelijkheid is de tempel reeds in 344 gewijd, op de plaats waar vroeger het huis van M. Manlius Capitolīnus gestaan had. Het verhaal is dan later ontstaan, ter verklaring van het feit, dat de tempel van Juno Moneta voor het slaan van munt gebruikt werd.


Back to IndexNext