Chapter 56

Peloponnesische oorlog(431–404) wordt de oorlog genoemd, dien de Spartanen met hunne bondgenooten, meest peloponnesische staten, tegen Athene voerden, om een einde te maken aan de zich sedert de perzische oorlogen steeds meer en meer uitbreidende macht van dien staat. De naaste aanleiding tot den oorlog was, dat de Corinthiërs, die met de Corcyraeërs in oorlog waren over Epidamnus, de Atheners als bondgenooten der Corcyraeërs tegenover zich vonden. Daarin zagen zij een vredebreuk, zij ondersteunden de Potidaeërs, die in hetzelfde jaar (432) van Athene afvielen en drongen bij eene bondsvergadering te Sparta op oorlog aan. Ofschoon koning Archidāmus tegen overijling waarschuwde en Pericles voorstelde alle geschillen door een scheidsgerecht te laten beslissen, werd tot den oorlog besloten, indien Athene de gestelde eischen niet inwilligde. Deze eischen, gedurende de onderhandelingen nu en dan veranderd, bevatten eindelijk niet minder dan de vrijheid en autonomie van alle grieksche staten, m. a. w. het opgeven van de atheensche hegemonie. Op raad van Pericles werd dit geweigerd en tot den oorlog besloten. De eerste periode wordt dearchidamische oorlog(431–421) genoemd, naar koning Archidāmus, die bijna ieder jaar met een leger in Attica viel om het land te verwoesten. Van hun kant plunderden de Atheners de kusten van de Peloponnēsus. Athene heeft in het tweede en derde jaar van den oorlog veel te lijden door eene verschrikkelijke pest, de bondgenooten blijven over het geheel trouw, alleen Mytilēne valt af, het wordt echter door Paches tot overgave gedwongen en wreed gestraft (428). Van atheensche zijde onderscheidden zich in dit tijdperk: Pericles, die echter reeds in 429 stierf, Demosthenes, Nicias, Cleon, van spartaansche zijde Brasidas.Nadat in den slag bij Amphipolis (422) zoowel Brasidas als Cleon gesneuveld waren, kreeg in beide staten de vredespartij meer invloed en werd een vrede gesloten, waarbij alles ongeveer zoude blijven zooals het voor den oorlog geweest was. Met dezen zoogenaamdenvrede van Niciasbegint echter eigenlijk een tweede tijdperk van den oorlog (421–413). De bondgenooten der Spartanen, ontevreden over de vredesvoorwaarden, beletten op allerlei wijzen de uitvoering er van, en de Atheners, hierdoor verbitterd, zochten van die ontevredenheid gebruik te maken om zich in de Peloponnesus zelve bondgenooten tegen Sparta te verwerven. Dit gelukte hen met Argos, Elis en Mantinēa, en in 417 verloor dit bondgenootschap bij Mantinea een grooten slag tegen de Spartanen onder Agis I; mettertijd sloten echter alle peloponnesische staten zich weder bij Sparta aan, behalve Argos. Op Sicilië leden de Atheners ontzaglijke verliezen tegen de Syracusanen, die door een spartaansch leger onder Gylippus werden bijgestaan, en nog voordat zij daar de beslissende nederlaag geleden hadden (413), was ook in Griekenland de oorlog weder uitgebroken. Zoowel het bondgenootschap met Argos als de tocht naar Sicilië was voornamelijk het werk geweest van Alcibiades, die ook in het derde tijdperk, dendeceleïschen oorlog(413–404), een belangrijke rol speelde. De Spartanen bezetten Decelēa, stellen zich in betrekking met Tissaphernes en verplaatsen den oorlog grootendeels naar Azië. De atheensche vloten behalen verscheiden overwinningen (Abȳdus, 411, Cyzicus, 410, Arginūsae, 406), maar de Spartanen, door Pharnabāzus en vooral door Cyrus met geld ondersteund, herstellen telkens de geleden verliezen; als daarentegen de atheensche vloot bij Aegospotami door Lysander genomen wordt (405), zijn de hulpmiddelen der Atheners uitgeput, alle bondgenooten vallen af, de stad wordt vier maanden door Lysander en Agis belegerd en wordt eindelijk door honger gedwongen zich over te geven (404). De lange muren worden geslecht, de schepen uitgeleverd, de verbannenen komen terug en 30 mannen worden gekozen om eene nieuwe staatsregeling te ontwerpen.Peloponnēsus,Πελοπόννησος, thans Morea, het bekende groote schiereiland, dat het Z. deel van Griekenland vormt en door de corinthische landengte met het N. deel samenhangt. Het omvatte de landschappen Achaia, Elis, Messenia, Laconica, Arcadia, Argolis, Corinthia, Sicyonia en Phliasia.Pelops,Πέλοψ, zoon van Tantalus. Om de alwetendheid der goden op de proef te stellen, slachtte zijn vader hem en zette hij den goden de gebraden stukken als spijs voor. Zijne misdaad werd echter ontdekt en de knaap werd in het leven teruggeroepen, alleen Demēter had in verstrooidheid een stuk van zijn schouder opgegeten, dat bij zijne wedergeboorte door een stuk ivoor vervangen werd. Als opvolger van zijn vader geraakte hij in oorlog met den trojaanschen koning Ilus, hij streed ongelukkig en werd uit zijn land verdreven. In Pisa gekomen, verwierf hij de hand van Hippodamēa, de dochter van Oenomaüs(z.Myrsilus), en volgde hij zijn schoonvader in de regeering op. Hij regeerde zoo roemrijk, dat het geheele schiereiland, dat vroeger Apia of Pelasgia heette, naar hem Peloponnēsus genoemd werd; aan de olympische spelen zette hij zooveel luister bij, dat hij soms als de stichter er van beschouwd werd. De vloek, dien Tantalus door zijne misdaden op zich geladen en dien P. door den moord van Myrsilus nog verzwaard had, rustte echter op zijn geslacht en veroorzaakte onder de Pelopiden vele ongelukken en gruweldaden. Nog bij het leven van P. ontstond oneenigheid in zijn gezin; zijn zoon Chrysippus werd door Atreus en Thyestes gedood en P. verjoeg daarom zijne gemalin en zijne talrijke zonen. Hij stierf te Pisa en kreeg te Olympia een tempel, waar hem jaarlijks offers gebracht werden.Pelor,Πέλωρ, Πέλωρος, een van de vijf Sparten, z.Cadmus.Pelōris, -rus, -rum, -rias,Πελωρίς, Πέλωρος, Πέλωρον ἄκρον, thans kaap Faro, N.O. kaap van Sicilia.Pelso(lacus), de Plattensee in Pannonia.Peltae,Πελταί, oude, welvarende stad van Phrygia aan den Maeander.Πελτασταί, lichtgewapende infanterie, zoo genoemd naar hun licht halvemaanvormig schild (πέλτη); verder droegen zij een linnen harnas, een werpspies en degen en een lange lans. Iphicrates verbeterde hunne wapening, onderwierp hen aan tucht en aan geregelde oefeningen, vormde hen tot behoorlijk georganiseerde afdeelingen en verhoogde daardoor hunne bruikbaarheid zeer.Pelusiacum ostium,Πηλουσιακὸν στόμα, oostelijkste monding van den Nijl.Pelusium,Πηλούσιον= slijkstad, stad aan den oostelijken Nijlmond te midden van moerassen gelegen, doch juist hierdoor zeer sterk en een der sleutels van Aegypte. Vandaar, dat de stad en haar omtrek in de oorlogen der Assyriërs en der Perzen tegen Aegypte en ook nog later eene belangrijke rol speelt.Penātes, familiegoden der Rom., eigenlijk goden van de voorraadskamer (penus) van het Rom. huis; ze worden gewoonlijkDi Penates= goden van de voorraadskamer genoemd, en Vesta wordt dikwijls als ééne er van beschouwd; het zijn dusDi familiares. Hun dienst hangt nauw samen met dien van Vesta en de Lares. Evenals deze werden zij aan den huiselijken haard vereerd en kregen zij hun deel van alle maaltijden, die door het huisgezin gebruikt werden; zij worden beschouwd als de personificatie van het intiem huiselijk leven.—Ook de staat had zijne penates, diemaioresofpublicigenoemd worden in tegenstelling van de andere, dieminoresofprivatiheeten. De P. van Rome waren, zooals men sedert Caesar en Augustus algemeen aannam, door Aenēas uit Troje naar Lavinium, van daar door Ascanius naar Alba Longa medegenomen, en na de verovering van die stad naar Rome overgebracht, zij werden in een geheime kast in den tempel van Vesta bewaard. Bovendien hadden zij een tempel op de Velia.Penēis, Daphne, dochter van den riviergod Penēus.Peneleos,Πηνέλεως, zoon van Hippalmus en Asterope, een van de Argonauten en aanvoerder der Boeotiërs in den trojaanschen oorlog. Hij werd door Eurypylus no. 4 gedood.Penelope,Πηνελόπη, -πεια, dochter van Icarius en Periboea, gemalin van Odysseus. Toen bij het lange uitblijven van haar gemaal zich het gerucht van zijn dood verbreidde, kwamen de edelste jongelieden uit de omliggende landen naar Ithaca om naar hare hand te dingen. Zij bleef echter steeds op de terugkomst van Odysseus hopen en wenschte dus geen bepaald antwoord op al die aanzoeken te geven, daarom bedacht zij een list, ten einde de minnaars tot uitstel te bewegen. Zij beloofde namelijk een keus te doen, wanneer het lijkkleed van Laërtes gereed zou zijn, dat zij bezig was te weven, maar wat zij bij dag aan dit kleed afwerkte haalde zij des nachts weder uit. Toen deze list door hare dienstmaagden aan de minnaars verraden was en zij sterker op eene beslissing aandrongen, kwam Odysseus juist van pas terug, hij doodde de minnaars en leefde verder met P. gelukkig tot zijn dood. Daarna huwde zij met Telegonus, den zoon van Odysseus en Circe en eindelijk werd zij naar de eilanden der gelukzaligen verplaatst.—V. a. had zij de huwelijkstrouw niet ongeschonden bewaard, was zij daarom door Odysseus verstooten en had zij zich over Sparta naar Mantinēa begeven, waar men haar graf toonde.Penestae,Πενέσται, 1) lijfeigenen in Thessalië, personen die van de vroegere bewoners van dat land afstamden. Zij waren rechtens in denzelfden toestand als de Heloten in Lacedaemon, doch waren niet het eigendom van den staat, maar van particulieren.—2)illyrische stam ten N. van den Lychnītis lacus, onderdeel van de Dassarētae; hoofdstad Uscana.Penēus,Πηνειός, 1) hoofdstroom van Thessalia, die op den Pindus ontspringt, tal van zijtakken opneemt en door het liefelijk dal Tempe tusschen den Olympus en den Ossa naar de golf van Thermae stroomt. Het kristalheldere water van deze rivier is meermalen door dichters bezongen. Als riviergod is Peneus een zoon van Oceanus en Tethys en de vader van Daphne en Cyrēne.—2)rivier in Elis.Penius, rivier in Colchis, die in den Pontus Euxīnus (Zwarte zee) valt.Pentaëtēris,πενταετηρίς, de helft van eene ennaëteris.Πεντακοσιομέδιμνοι, atheensche burgers der eerste klasse volgens de indeeling van Solon; hiertoe behoorden zij, wier grondeigendom jaarlijks minstens 500 medimmen of metreten opbracht, een opbrengst, die eene waarde heeft van 500 drachmen en een kapitaal van 1 talent vertegenwoordigt.Pentapolis,Πεντάπολις, 1) in het aziatischeDoris de bond der 5 steden Ialysus, Camīrus, Lindus, Cos en Cnidus, die door de toetreding van Halicarnassus eenehexapoliswerd.—2)in Cyrenaica de steden Cyrēne, Berenīce, Arsinoë, Ptolemāis en Apollonia.—3)in het land der Philistijnen: Gaza, Gath, Ascalon, Azōtus, Jamnīa.Pentāthlum,Πένταθλον,Quinquertium, een wedstrijd in vijf afdeelingen: springen (ἅλμα,saltus), loopen (δρόμος,cursus), worstelen (πάλη,lucta), werpen met de schijf (δίσκος,discus), vuistgevecht (πυγμή,pugilatus); later voegde men er werpen met de speer (ἀκόντισις,iaculatio) bij. Om den prijs te krijgen moest men in iedere afdeeling overwonnen hebben.Pentekontaëtienoemt men het ongeveer vijftig jaren lange tijdperk tusschen den perzischen en den peloponnesischen oorlog.Pentelēum,Πεντέλειον, sterkte in het N. van Arcadia, aan den bergΠεντέλεια, Pentelēus mons.Pentelicus,Πεντελικὸν ὄρος, berg in Attica, beroemd om zijn marmer (πεντελήσιος λίθος), ook Brilessus,Βριλησσός, geheeten.Penthesilēa,Πενθεσίλεια, dochter van Ares en Otrēra, koningin der Amazonen, die na den dood van Hector den Trojanen te hulp kwam. Zij werd door Achilles gedood, die echter zelf weende bij het gezicht van haar jeugd, schoonheid en heldenmoed.Pentheus,Πενθεύς, zoon van Echīon en Agāve, volgde Cadmus als koning van Thebe op. Hij verzette zich tegen het invoeren van den dienst van Dionȳsus, en toen hij zich naar den Cithaeron begaf om een feest der Bacchanten te verbieden, werd hij door zijn moeder en de overige vrouwen, die hem in razernij voor een wild dier hielden, gedood en verscheurd.Penthilus,Πένθιλος, zoon van Orestes en Erigone no. 2, stichter eener volkplanting op Lesbus. Hij wordt de stamvader genoemd van de Penthiliden, eene familie, die tot het midden der zevende eeuw op Lesbus de koninklijke waardigheid bezat.Pentri, de eenige samnietische volksstam, die na den slag bij Cannae aan Rome trouw bleef. Hoofdstad: Boviānum.Peparēthus,Πεπάρηθος, eil. in de Aegaeische zee ten Z.O. van Thessalia, door deChalcidiërsgekoloniseerd, beroemd om zijn wijn.Pephrēdo,Πε(μ)φρηδώ, eene van de Graeae.Peplum, -plus,πέπλος, -πλον, een kleedingstuk bij de Grieken, dat in vorm overeenkwam met de romeinsche palla en ongeveer op dezelfde wijze gedragen werd. In de oudste tijden schijnt het alleen door vrouwen, later ook door mannen gedragen te zijn. Bijzonder beroemd is deπέπλοςvan Athēna, z.Panathenaea.Peraea,Περαία, 1) het overjordaansche gedeelte van Palaestina.—2)ἡ περαία τῶν Ῥοδίων, het carische kustland tegenover Rhodus.—3)ἡ περαία Τενεδίων, mysische kuststreek tegenover Tenedus.—4)kolonie van Mitylēne op de kust van Mysia.Percōte,Περκώτη, oude stad in Mysia aan den Hellespont.Perdiccas,Περδίκκας, 1) een afstammeling van den Heraclide Temenus uit Argos, vluchtte met zijne broeders naar Illyrië, en stichtte van daar uitgaande het macedonische rijk, waarvan hij de eerste koning werd, omstreeks 700. V. a. was hij de opvolger van Carānus (z. a.).—2)P. II, zoon van Alexander no. 5, regeerde na den dood van zijn vader (454) met zijne broeders Alcetas en Philippus, sedert 436 alleen. De uitbreiding van de atheensche macht op de kusten van zijn rijk maakte hem tot een natuurlijk vijand der Atheners, toch durfde hij slechts zelden openlijk tegen hen optreden, en in den peloponnesischen oorlog stond hij bij afwisseling aan hunne zijde of aan die van hunne vijanden. Hij regeerde tot 413.—3)P. III, zoon van Amyntas II, deelde na den dood van zijn broeder Alexander no. 6 het rijk met Ptolemaeus Alorītes, zijn zwager (369); nadat deze vermoord was (365) regeerde hij tot 360, hij sneuvelde in een slag tegen de Illyriërs.—4)dapper veldheer en vertrouwd vriend van Alexander d. G. Hij onderscheidde zich bij het beleg van Thebe, bij de slagen aan den Granīcus, bij Issus en bij Gaugamēla en op den tocht naar Indië. Alexander overhandigde hem op zijn sterfbed zijn zegelring. Na den dood van Alexander werd besloten dat P. in naam van Alexanders nog ongeboren zoon en van Philippus Arrhidaeus het rijk zou besturen. Hij liet Meleager (z. a.) en diens aanhangers dooden, huwde met Nicaea, de dochter van Antipater, en trachtte op alle wijzen zijne macht te bevestigen. Maar de andere veldheeren toonden zich weinig geneigd zijn gezag te erkennen, en weldra was alleen Eumenes aan P. en het koninklijke huis trouw gebleven, terwijl daarentegen Antigonus, wegens ongehoorzaamheid voor het gerecht gedaagd, naar Europa vluchtte en zich met Antipater, Craterus en Ptolemaeus tegen P. verbond. Deze verstiet nu Nicaea en trad in het huwelijk met Cleopatra, de dochter van Philippus, vooreerst wendde hij zich tegen Ptolemaeus, en toen hij bij eene poging om den Nijl over te trekken zich met groot verlies moest terugtrekken, brak een opstand uit onder de door zijne strengheid verbitterde soldaten, vele officieren vielen van hem af en eenige drongen in zijne tent en doodden hem (321).Perdix,Πέρδιξ=Talosno. 1.Perduellio. In het oude fetiaalrecht isperduellis= vijand, terwijlhostissynoniem metperegrīnuswas. Onderperduellioverstaat men vijandige handelingen van den burger tegenover den staat, b. v. pogingen tot omwenteling, verstandhouding met den vijand, ook overloopen, desertie enz. Daar de volkstribunen sedert delex Hortensiavan 287 het recht hebben, politieke misdrijven te vervolgen, wordtperduelliosedert dien tijd slechts weinig genoemd; zieduumviri perduellioni iudicandae.Peregrīnus, de buitenlander, de vreemdeling, in tegenstelling met den rom. burger. Zie omtrent hun rechtenius gentium.Peregrīnus Proteus,Περεγρῖνος Πρωτεύς, van Parium, cynisch wijsgeer, vestigde zich, na een tijd lang een zwervend leven geleid te hebben, te Athene. Hij wendde alle middelen aan om de aandacht van het publiek te trekken, en toen hij met dit doel had bekend gemaakt dat hij zich bij de feesten te Olympia zou laten verbranden, drongen zijne aanhangers op de vervulling zijner belofte aan, en was hij genoodzaakt zijn woord te houden (164 n. C.). Hij was ook een tijdlang Christen geweest. Hij is vooral bekend door de satire van Lucianus:de morte Peregrini.Peremne auspicari.Auspiciën verloren hunne kracht bij het overschrijden van een water, tenzij daarbij zekere vormen in acht werden genomen en een formulier werd uitgesproken. Dit heetteperemne auspicarien moest ook plaats hebben, wanneer men, om op den Campus Martius comitiën te houden, denamnis Petronia, een beekje aan den voet van den Capitolinus, moest overgaan.Perenna, zieAnna Perenna.Perfectissimi, titel der ambtenaren van den vierden rang, door Constantijn d. Gr. ingevoerd.Perga,Πέργη, stad in het binnenland van Pamphylia, met een beroemden tempel van Artemis.Pergama,τὰ Πέργαμα, de burcht van Troje, ook wel de stad zelve.Neptunia Pergama, omdat Neptunus met Apollo voor koning Laomedon de muren der stad had gebouwd.Pergamum,Πέργαμον, beroemde stad in het mysische gewest Teuthrania, ten N. van den Caīcus. Na den dood van Alexander d. Gr. behoorde het tot het gebied van Lysimachus, totdat in 284 diens schatmeester Philetaerus afvallig werd en te P. een eigen rijkje stichtte, dat hij in 263 aan zijn neef Eumenes I naliet. In 188, na den syrischen oorlog, kreeg Eumenes II van Rome het grootste gedeelte van het door Antiochus afgestane land. Attalus III vermaakte in 133 zijn rijk en zijne schatten aan het rom. volk. Zijn onechte broeder Aristonīcus weigerde dezen afstand te erkennen, doch werd verslagen, gevangen naar Rome gevoerd en ter dood gebracht. Het rijk van Pergamus werd de rom. provincie Asia (129). De vorsten van P. waren groote beminnaars van kunst en wetenschap geweest. Van de bouw- en beeldhouwwerken, door de Duitschers daar opgegraven, is vooral beroemd het groote Zeusaltaar, in de 2deeeuw gesticht, waarvan het beeldhouwwerk naar Berlijn is overgebracht. In de geschiedenis der beeldhouwkunst neemt de Pergameensche kunst een afzonderlijke plaats in. De bibliotheek van P. bevatte 200000 boekrollen. Ook de nijverheid bloeide; fabricatie van manufacturen en weeldeartikelen werd op groote schaal gedreven. Het perkament,charta pergamēna, ontleende zijn naam aan de stad. De bibliotheek werd later op last van M. Antonius naar Alexandria overgebracht.Pergamus,Πέργαμος, 1) =Pergama.—2)=Pergamum.—3)stad op Creta bij Cydonia, sterfplaats van Lycurgus.Περίακτοι, twee driehoekige prisma’s, waarvan de zijden als coulissen beschilderd waren; het geheele lichaam draaide om een spil, zoodat op deze wijze de drie verschillende zijden bij afwisseling voor de toeschouwers zichtbaar konden gemaakt worden. Z.theātrum.Periander,Περίανδρος, zoon van Cypselus, geb. 668, volgde zijn vader in de regeering over Corinthe op (627). Aanvankelijk regeerde hij gematigd, hij gaf wetten tegen weelde en overdaad, bevorderde handel en scheepvaart door het aanleggen van kanalen, het stichten van volkplantingen enz., beschermde kunsten en wetenschappen en liet de stad met prachtige bouwwerken versieren. Kort voor zijn dood besliste hij als scheidsrechter een geschil tusschen Athene en Mytilēne over het bezit van Sigēum. Nadat hij echter door zijne mishandelingen den dood zijner gemalin Melissa veroorzaakt had, waardoor hij zich een oorlog met zijn schoonvader Procles, tyran van Epidaurus, op den hals haalde, gaf hij zich, naar men wil, aan dronkenschap over en vertoonden zich bij hem blijken van gekrenkte geestvermogens. Uit achterdocht bedreef hij de grootste wreedheden, hij omgaf zich met eene lijfwacht van 200 man, woedde vooral tegen den adel en deed zijn best om de dorische eigenaardigheden bij zijn volk uit te roeien. Zie ookLycophron. Door allen verlaten en door wroeging gefolterd stierf hij, 585. Dat hij tot de zeven wijzen behoord zou hebben, wordt reeds door de ouden tegengesproken. Als zijn spreuk wordt aangehaald:μελέτη τὸ πᾶν, voorzorg is alles.Periboea,Περίβοια, 1) Najade, die hare onsterfelijkheid prijs gaf om met den arcadischen koning Lelas te trouwen.—2) gemalin van Polybus, die Oedipus als zoon aannam en opvoedde.—3)dochter van Hipponous, gemalin van Oeneus, moeder van Tydeus.—4)Najade, gemalin van Icarius, moeder van Penelope.—5)ofEriboea, dochter van Alcathous, gemalin van Telamon, moeder van Aiax.Pericles,Περικλῆς, 1) Athener, zoon van Xanthippus, van moederszijde met de Alcmaeoniden verwant, genoot in zijne jeugd het onderwijs van Zeno van Elea, den toonkunstenaar Damon en vooral van Anaxagoras, mannen, met wie hij ook op lateren leeftijd zeer bevriend bleef. Nadat hij zich in verscheiden veldtochten onderscheiden had, trad hij in 469 als staatsman op, en wel als tegenstander van de aristocratische en spartaansch gezinde partij, die onder de leiding van Cimon stond. Sedert deze door het ostracismus verbannen was (460), was P. de eerste man in den staat en hij bleef dit ook na de terugkomst van Cimon. Gewoonlijk behoorde hij tot de strategen, soms was hij ook met het beheer der financiën en der openbare bouwwerken belast, maar zijn grooten invloed had hij vooral te danken aan zijne persoonlijke eigenschappen; zijn politiek doorzicht en zijne overredende welsprekendheid maakten hem tot een volksleider in den goeden zin van het woord. Zijn doel was in Athene aan de democratischeinstellingen de grootst mogelijke uitbreiding en ontwikkeling te geven en het tot den eersten, zoo mogelijk tot den heerschenden, staat in Griekenland te maken. Om aan alle burgers niet alleen gelijke rechten te verschaffen, maar hen ook in staat te stellen die rechten inderdaad uit te oefenen, werd de macht van den Areopagus beperkt, waarbij P. persoonlijk echter slechts eene ondergeschikte rol speelde (z.Ephialtes), de werkkring van de heliaea uitgebreid, aan den eenen kant door liturgieën de grootste lasten op de schouders der rijken gelegd, aan den anderen kant door het invoeren van betaling voor rechters enz. de armeren verlicht en tot het gebruiken hunner burgerrechten aangemoedigd. Daar de democratie in zijn tijd haar glanspunt bereikte, worden hem een aantal wetten in democratischen geest toegeschreven, waarvan echter waarschijnlijk vele reeds voor of eerst na hem zijn ingevoerd. Kunst en wetenschap moedigde hij ten zeerste aan, de voornaamste kunstenaars van Griekenland zochten Athene op en vonden er werk, het Parthenon, het Odēum, de Propylaea, e.a. onsterfelijke kunstwerken zijn in dezen tijd gebouwd, grootendeels onder leiding van Phidias, den vriend van P.—Zijn streven om Athene’s macht ook te land uit te breiden veroorzaakte reeds vroeg een oorlog met Sparta (457), die, hoewel de slag bij Tanagra verloren werd, aanvankelijk voor Athene gunstig verliep; toen in 451 door tusschenkomst van Cimon een vijfjarige wapenstilstand gesloten werd, was Aegīna onderworpen, Megara met Athene verbonden, Boeotië, Locris en Phocis gedwongen geworden zich bij Athene aan te sluiten, zelfs waren eenige gelukkige tochten naar de Peloponnēsus en naar Acarnanië gedaan. Maar weldra verhief zich de oligarchische partij in Boeotië tegen dezen toestand, en toen Tolmides tegen den raad van P. den slag bij Coronēa waagde en verloor (447), vielen ook Locris, Phocis, Megara en Euboea af, en deden de Spartanen een inval in Attica. Wel wist P. hen door omkooping tot den aftocht te bewegen en veroverde hij Euboea weder, maar bij den dertigjarigen vrede (445) werd Athene gedwongen al zijne bezittingen in de Peloponnēsus op te geven en Boeotië, Megara, Locris en Phocis uit den bond te laten treden. Daarentegen veranderde langzamerhand de betrekking van Athene tot de zeestaten, zoodat deze van bondgenooten tot onderhoorigen werden; P. uitte onverholen de meening, dat zij aan Athene gehoorzaamheid en schatting schuldig waren, terwijl Athene daarentegen verplicht was hen te helpen en te verdedigen. De meeste staten misten de middelen om zich tegen deze aanspraken te verzetten, daar zij de gewoonte hadden aangenomen voor de verdediging van den bond geld in plaats van soldaten te geven; die het niettemin beproefden, werden met geweld ten onder gebracht, zooals Euboea, Aegīna, Samus. Sedert 454 werd de bondskas te Athene bewaard en als Atheensch eigendom beschouwd en behandeld. Een middel, waardoor P. staten van twijfelachtige trouw aan Athene verbond en tevens arme burgers verzorgde, was het uitzenden van cleruchieën; bijna 5000 atheensche burgers kregen op deze wijze in verschillende deelen van Griekenland grondbezit. Maar P. zag wel in, dat Athene vroeg of laat zijne heerschappij, hoe hecht zij ook gevestigd scheen, zou moeten verdedigen, daarom nam hij reeds sedert het begin van den dertigjarigen vrede alle mogelijke maatregelen tegen den onvermijdelijken oorlog, en toen deze oorlog eindelijk uitbrak, had Athene 300 schepen, een leger van 30000 hopliten en 8000 talenten in kas, terwijl de jaarlijksche inkomsten 1000 talenten bedroegen. Hij ried daarom aan de eischen der Spartanen (z.Pelop. oorlog) af te wijzen, den oorlog moedig te ondernemen en voorzichtig te voeren. Wel vond hij verbitterden tegenstand bij de aristocratische grondeigenaars en bij de boeren, die van een oorlog de grootste schade zouden ondervinden; wel trachtten zijne tegenstanders, die hemzelf niet durfden aanvallen, aan hunne verbittering lucht te geven door aanklachten tegen Anaxagoras, Aspasia en Phidias, maar P., steunend op het vertrouwen van het volk, hield vol en,hoe moeilijk de tijden ook waren, het bleef naar hem luisteren. Eerst toen door oorlog en pest de nood op het hoogst gestegen was en de ontevredenheid een offer zocht, waagde men het P. van slecht beheer der staatsgelden te beschuldigen, inderdaad werd hij tot een geldboete veroordeeld (430), doch spoedig keerde het vertrouwen van het volk terug en werd hij opnieuw tot strateeg verkozen. In het volgende jaar stierf hij, v.s. aan de pest.—2)onechte zoon van den vorigen bij Aspasia. Ter eere van zijn vader gaf het volk verlof hem onder de burgers op te nemen; hij was een van de atheensche vlootvoogden, die na den slag bij de Arginūsae ter dood veroordeeld werden.Periclymenus,Περικλύμενος, 1) zoon van Neleus en Chloris no. 3, Argonaut, was zeer sterk en konde verschillende gedaanten aannemen; bij de verwoesting van Pylus werd hij door Heracles gedood.—2)zoon van Poseidon en Chloris no. 4, Thebaan, die bij den oorlog der zeven tegen Thebe Parthenopaeus doodde en Amphiarāus op de vlucht vervolgde.Περίδειπνον, een maaltijd, door de bloedverwanten van een gestorvene na zijne begrafenis in het sterfhuis gehouden.Periēres,Περιήρης, zoon van Aeolus, koning van Messenië, vader van Aphareus en Leucippus.Perigūne,Περιγούνη, dochter van Sinis, bij Theseus moeder van Melanippus.Perilāus,Πιρίλαος, 1) zoon van Icarius en Periboea, v. s. aanklager van Orestes bij den Areopagus.—2)ofPerillus, kunstenaar van Agrigentum, maakte een koperen stier, waarin een mensch kon verbrand worden, en die zoo gemaakt was, dat het geschreeuw van het slachtoffer op het gebrul van een stier geleek. Hij bood dien stier voor eene aanzienlijkesom aan Phalaris aan, maar deze nam de eerste proef met den kunstenaar zelf.Perillus,Πέριλλος, z.Perilāusno. 2.Perinthus,Πέρινθος, bloeiende volkplanting (559) van Samus, op de thracische kust aan de Propontis (zee v. Marmara) gelegen. Zij verdedigde zich met goed gevolg tegen Philippus van Macedonië. Later Heraclēa Perinthus.Περίοικοι, afstammelingen van de oude bevolking der peloponnesische staten, wien door de dorische veroveraars de vrijheid en gedeeltelijk ook hun grondeigendom gelaten was. Zij misten het burgerrecht en moesten schatting opbrengen. In Lacedaemon is de naam Lacedaemoniërs soms in het bizonder op hen toepasselijk, terwijl daarentegen de heerschende Doriërs zich Spartanen noemen.Peripatetici,Περιπατητικοί, wijsgeeren uit de school van Aristoteles (z.a.).Periphas,Περίφας, 1) attisch autochthoon, die nog vóór Cecrops over Attica regeerde en wegens zijne wijsheid en goedheid als een god vereerd werd. Hierover vertoornd, wilde Zeus hem met den bliksem dooden, maar op de bede van Apollo veranderde hij hem in een arend.—2)een Aetoliër, die voor Troje door Ares gedood werd.—3)een Griek, die bij de verovering van Troje den burcht innam.—4)heraut van Aenēas.Periphētes,Περιφήτης, zoon van Hephaestus en Anticlēa, een berucht roover, die met een ijzeren knots de reizigers doodde, die in zijne handen vielen. Theseus doodde hem in de nabijheid van Epidaurus en ontnam hem de knots.Περίπολοιwaren te Athene belast met de bezetting der grensvestingen en de bewaking van het land. Zij hadden eene lichte wapenrusting en werden slechts bij uitzondering buitenslands gezonden. De dienst derπερ.gold als eene voorbereiding voor den werkelijken krijgsdienst en was daarom aan de epheben opgedragen.Peripterus,περίπτερος, is een tempel, wanneer er eene kolonnade aan al de vier zijden om heen loopt. Staan de zuilen aan de zijkanten en den achterkant ter halverwege in den muur dan zegt menpseudoperipterus.Περίστασιςnoemt men de zuilengangen rondom den dorischen tempel, ziecolumna.Peristylium,περιστύλιον, een ruimte, rondom ingesloten door zuilen, die binnen de muren staan. Het komt eerst sedert den hellenistischen tijd voor, z.DomusenΟἰκία.—2)=Περίστασις.Permessus,Περμησσός, beekje in Boeotia, ontspringt op de zuidelijke helling van den Helicon en stroomt langs Thisbe en Leuctra.Pēro,Πηρώ, de schoone dochter van Neleus en Chloris, gemalin van Bias, z.Melampus.Pero, laars van ruw of ongelooid leder.Περόνη, z.Fibula.Perperēna,Περπερήνα, vlek in Mysia, ten Z. van Adramyttium.Perpernae, ookPerpennae. 1)M. Perpernawerd samen met L. Petillius door den illyrischen koning Gentius, tot wien zij als gezanten kwamen, gevangen gehouden, totdat de praetor Anicius hen met een leger kwam bevrijden (168).—2)M. Perperna, consul in 130, overwon den pergameenschen kroonpretendent Aristonīcus. Hij overleed te Pergamum.—3)M. Perperna, consul in 92, censor in 86.—4)M. Perperna, een laatdunkend en onbekwaam man, koos in den burgeroorlog de partij van Marius en werd praetor. Toen Sulla zegevierde, week hij naar Sicilië, van waar Pompeius hem verjoeg. In 78 was hij onderbevelhebber van den oproerigen consul Mam. Aemilius Lepidus, na wiens nederlaag hij naar Hispania tot Sertorius vluchtte. Door zijne afkomst achtte hij zich ver boven Sertorius verheven en zoo nam hij deel aan eene samenzwering, waardoor S. vermoord en P. tot aanvoerder werd uitgeroepen (72). Hij werd echter spoedig door Pompeius verslagen en gevangen genomen, trachtte nog door eene laaghartigheid zijn leven te redden, doch werd ter dood gebracht.Perrhaebi,Περραιβοί, krijgshaftig volk in het Noorden en in het Oosten van Thessalia, en ook in het N. van Euboea wonend.Perranthes, berg in Epīrus, bij Ambracia, ten O. van den Arachthus.Persaeus,Περσαῖος, 1) z.Perses.—2)van Citium, slaaf, later leerling van Zeno, leefde als stoicijnsch wijsgeer aan het hof van Antigonus Gonātas, die hem veldheer maakte en aanvoerder van het macedonische garnizoen van Corinthe. Hij sneuvelde in den strijd tegen Aratus (± 243).Perse, Persēis,Πέρση, Περσηίς, dochter van Oceanus, gemalin van Helius, moeder van Aeētes, Circe, Pasiphaë, e. a.Persephone,Περσεφόνη, -φόνεια, Περσέφασσα, Φερρέφ-, Κόρη,Proserpina, dochter van Zeus en Demēter, gemalin van Hades, die in de onderwereld over de schimmen der afgestorvenen regeert. Na Homerus treedt hare verhouding tot Demēter meer op den voorgrond dan die tot Hades, zelfs is zij in de mysteriën de bruid van Iacchus en heeft Hades haar slechts door geweld tot gemalin gekregen en door list behouden. Toen zij nl. eens op de vlakte van Nysa of bij Enna bezig was bloemen te plukken, opende zich plotseling de aarde, en uit de opening verscheen Hades, op zijn gouden met vier zwarte paarden bespannen wagen gezeten, en ontvoerde haar in weerwil van haar tegenstreven. Zeus had hem hiertoe zijne toestemming gegeven, maar Demeter, die niet wist waar hare dochter gebleven was, zocht deze vruchteloos negen dagen en nachten, totdat zij van Helius vernam, dat zij toch niet in P.’s tegenwoordig verblijf zou kunnen doordringen; in toorn trok zij zich van het gezelschap der goden terug, terwijl alle groei op aarde ophield. Eindelijk was Zeus genoodzaakt P. door Hermes uit de onderwereld te laten terughalen, maar Hades geeft haar, voordat hij haar laat gaan, de pit van een granaatappel, het zinnebeeld van het huwelijk, zoodat zij niet voor goed het sombere rijk van haar gemaal kan verlaten, maar er een derde van het jaar moetdoorbrengen. Intusschen had Demeter, bewogen door de gastvrije ontvangst van Celeüs, door Triptolemus de kennis van den landbouw onder de menschen laten verbreiden en de eleusinische mysteriën ingesteld. In dezen mythus is P. blijkbaar het zinnebeeld van het jaarlijks terugkeerende afsterven en herleven der plantenwereld, waaraan in de mysteriën verder de beteekenis gegeven werd van eene zinnebeeldige voorstelling van verlossing uit den dood. De nauwe betrekking, die tusschen P. en hare moeder gedacht wordt te bestaan, wordt uitgedrukt door den veelal aan beide godinnen gemeenschappelijken eeredienst, door hare gemeenschappelijke bijnamen (Δέσποινα, Μεγάλη θεά), en vooral door den naamΚόρη(de jonkvrouw, dochter), die P. in de mysteriën droeg. Onder den invloed van de mystiek der Orphici werd zij later dikwijls verward met Hecate, Gaea, Rhea e.a.—Zij wordt afgebeeld als koningin der onderwereld met schepter en kroon, of als de bruid van Iacchus met klimopkrans en fakkels, of eenvoudig als de jonge dochter van Demeter; tot hare attributen behooren de narcis, papaver en korenaren.Persepolis,Περσέπολις, heilige hoofdstad van het landschap Persis, door Darīus aangelegd, aan den Medus, dicht bij zijn uitmonding in den Araxes. De burcht met het koninklijk paleis, de schatkamer en de graven der perzische koningen, was door een driedubbelen muur omgeven. De stad werd door Alexander d. Gr. geplunderd en gedeeltelijk verwoest.Perses,Πέρσης, 1) ofPersaeus, zoon van Crius en Eurybia, vader van Hecate.—2)zoon van Helius en Persēis.—3)zoon van Perseus en Andromeda, mythisch stamvader der Perzen.—4)broeder van Hesiodus (z.a.).—5)bij latijnsche schrijvers = Perseus van Macedonië.Perseus,Περσεύς, 1) zoon van Zeus en Danaë (z.Acrisius). Hij werd door koning Polydectes van Seriphus opgevoed, maar toen hij opgegroeid was, wenschte deze zich van hem te ontslaan, hetzij omdat hij hem voor zijne regeering gevaarlijk achtte, hetzij omdat hij Danaë in zijne macht wilde brengen. Door valsche voorspiegelingen wist hij P. de belofte te ontlokken, dat hij desnoods het Medusahoofd voor hem zoude halen, en daarna drong hij op de vervulling van die belofte aan. Door de hulp van Hermes en Athēna kwam P. bij de Graeae (z.a.), maakte zich, terwijl zij sliepen, van haar oog en tand meester en dwong haar dus hem den weg te wijzen naar de woning der nimfen, die hem de middelen konden verschaffen om zijne onderneming tot een goed einde te brengen. Van de nimfen kreeg hij gevleugelde schoenen, een tasch en den helm van Hades, Athena voegde er een spiegel en Hermes een sikkel bij. Met deze uitrusting kwam hij bij de Gorgonen (z. a.) aan de overzijde van den Oceaan, hij vond ze slapend en sloeg Medūsa het hoofd af, terwijl hij, om niet versteend te worden, het gelaat afwendde en haar in den spiegel zag; toen de andere Gorgonen ontwaakten en hem wilden grijpen, maakte hij zich door den helm onzichtbaar. Met het afgehouwen hoofd in zijn tasch, nam hij met zijne gevleugelde schoenen over Afrika den terugtocht aan. Door de versteenende kracht van het Medusahoofd wreekte hij zich op Atlas, bevrijdde hij Andromeda en verdedigde hij zich tegen Phineus en diens aanhangers, eindelijk kwam hij op Seriphus terug, toen Polydectes op het punt stond Danaë tot een huwelijk te dwingen; tot straf veranderde hij ook dezen door het gezicht van het Medusahoofd in steen, waarop hij diens broeder Dictys koning over het eiland maakte. Met Danaë en Andromeda keerde hij nu naar Argos terug, maar nadat hij door een ongelukkig toeval zijn grootvader gedood had, ruilde hij zijn rijk tegen dat van zijn achterneef Megapenthes; zoo werd hij koning van Tiryns, van waar uit hij Midea en Mycēnae stichtte. Hij was de stamvader der Persiden, tot welke o. a. ook Heracles behoorde. Tusschen Argos en Mycenae, op Seriphus en te Athene had hij een heiligdom. Met Andromeda werd hij onder de sterren geplaatst.—2)onechte zoon van Philippus III (z. a.), voerde reeds op jeugdigen leeftijd oorlog tegen de Illyriërs, en later, toen zijn vader met de Rom. in bondgenootschap was, tegen de Aetoliërs. In 178 volgde hij zijn vader als koning van Macedonië op. Aanvankelijk regeerde hij wijs en gematigd, met de Rom. sloot hij vriendschap, maar daar hij wel inzag dat een oorlog met hen onvermijdelijk was, rustte hij zich ijverig daarvoor toe, hij vergrootte zijn leger, zorgde voor een ruimen voorraad van levensmiddelen en geld, verbond zich met Illyriërs, Thraciërs e. a., en trachtte zich in Syrië, Boeotië en Aetolië aanhangers te verwerven. In 171 brak de oorlog uit, die aanvankelijk ten gevolge van de onbekwaamheid der rom. veldheeren door P. met geluk gevoerd werd, maar met hoeveel overleg hij ook zijne maatregelen genomen had, op het oogenblik van handelen miste hij de vastberadenheid om zijne met zorg beraamde plannen uit te voeren, van zijne overwinningen wist hij geen gebruik te maken, en door zijne gierigheid vervreemdde hij zijne soldaten en bondgenooten van zich. In 168 kreeg de consul L. Aemilius Paullus het opperbevel over het rom. leger, en nadat deze de krijgstucht door gepaste maatregelen hersteld had, behaalde hij in den slag bij Pydna eene beslissende overwinning. P. vluchtte met zijne schatten naar Samothrāce, maar gaf zich terstond over, toen de Rom. hem vervolgden; hij moest den triumftocht des consuls opluisteren, en bracht de weinige overige jaren van zijn leven als gevangene te Alba Fucentia door.Persicus sinus,ὁ Περσικὸς κόλπος, tegenwoordig nog als de Perzische golf bekend.Persii. De beroemdste van dit geslacht is de dichterA. Persius Flaccus, te Volaterrae in Etruria in 34 na C. uit den ridderstand geboren, een leerling van den stoicijn AnnaeusCornūtus en een vriend van den dichter Lucānus. Hij was ook bevriend met Seneca en Thrasea Paetus. Van zijne gedichten zijn zes satiren tot ons gekomen. Hij had zich Horatius en Lucilius tot voorbeeld gekozen. In 62 stierf hij aan eene maagkwaal.Persis,Περσίς, Περσική, de bakermat van het groote perzische rijk, ten Z. van Media. De Persae,Πέρσαι, waren in drie kasten verdeeld de edelen, de landbouwers, de nomadische herdersstammen. Uit Media kwam de priesterkaste der Magiërs.Persōna, het tooneelmasker. De afmetingen der oude theaters waren van dien aard, dat bij de tooneelspelers van mimiek geen sprake kon zijn; men kon deze toch niet waarnemen. Om deze reden droegen de spelers maskers, die geheel berekend waren op het effekt en waaraan de toeschouwers terstond konden zien, welke soort van rol zij voorstelden, waarmede de haartooi of pruik dan in overeenstemming moest wezen. Zoo waren b.v. de maskers voor goden, heroën, vorsten hoog van maaksel, zoodat zij den speler grooter en verhevener lieten schijnen. Voor het treurspel had men ten minste 25 verschillende typen, 6 voorsenes, 7 voor jongelieden, 9 voor vrouwen, 3 voor slaven; voor het blijspel worden 43 typen vermeld. Figuranten,personae mutae, hadden maskers met gesloten mond.

Peloponnesische oorlog(431–404) wordt de oorlog genoemd, dien de Spartanen met hunne bondgenooten, meest peloponnesische staten, tegen Athene voerden, om een einde te maken aan de zich sedert de perzische oorlogen steeds meer en meer uitbreidende macht van dien staat. De naaste aanleiding tot den oorlog was, dat de Corinthiërs, die met de Corcyraeërs in oorlog waren over Epidamnus, de Atheners als bondgenooten der Corcyraeërs tegenover zich vonden. Daarin zagen zij een vredebreuk, zij ondersteunden de Potidaeërs, die in hetzelfde jaar (432) van Athene afvielen en drongen bij eene bondsvergadering te Sparta op oorlog aan. Ofschoon koning Archidāmus tegen overijling waarschuwde en Pericles voorstelde alle geschillen door een scheidsgerecht te laten beslissen, werd tot den oorlog besloten, indien Athene de gestelde eischen niet inwilligde. Deze eischen, gedurende de onderhandelingen nu en dan veranderd, bevatten eindelijk niet minder dan de vrijheid en autonomie van alle grieksche staten, m. a. w. het opgeven van de atheensche hegemonie. Op raad van Pericles werd dit geweigerd en tot den oorlog besloten. De eerste periode wordt dearchidamische oorlog(431–421) genoemd, naar koning Archidāmus, die bijna ieder jaar met een leger in Attica viel om het land te verwoesten. Van hun kant plunderden de Atheners de kusten van de Peloponnēsus. Athene heeft in het tweede en derde jaar van den oorlog veel te lijden door eene verschrikkelijke pest, de bondgenooten blijven over het geheel trouw, alleen Mytilēne valt af, het wordt echter door Paches tot overgave gedwongen en wreed gestraft (428). Van atheensche zijde onderscheidden zich in dit tijdperk: Pericles, die echter reeds in 429 stierf, Demosthenes, Nicias, Cleon, van spartaansche zijde Brasidas.Nadat in den slag bij Amphipolis (422) zoowel Brasidas als Cleon gesneuveld waren, kreeg in beide staten de vredespartij meer invloed en werd een vrede gesloten, waarbij alles ongeveer zoude blijven zooals het voor den oorlog geweest was. Met dezen zoogenaamdenvrede van Niciasbegint echter eigenlijk een tweede tijdperk van den oorlog (421–413). De bondgenooten der Spartanen, ontevreden over de vredesvoorwaarden, beletten op allerlei wijzen de uitvoering er van, en de Atheners, hierdoor verbitterd, zochten van die ontevredenheid gebruik te maken om zich in de Peloponnesus zelve bondgenooten tegen Sparta te verwerven. Dit gelukte hen met Argos, Elis en Mantinēa, en in 417 verloor dit bondgenootschap bij Mantinea een grooten slag tegen de Spartanen onder Agis I; mettertijd sloten echter alle peloponnesische staten zich weder bij Sparta aan, behalve Argos. Op Sicilië leden de Atheners ontzaglijke verliezen tegen de Syracusanen, die door een spartaansch leger onder Gylippus werden bijgestaan, en nog voordat zij daar de beslissende nederlaag geleden hadden (413), was ook in Griekenland de oorlog weder uitgebroken. Zoowel het bondgenootschap met Argos als de tocht naar Sicilië was voornamelijk het werk geweest van Alcibiades, die ook in het derde tijdperk, dendeceleïschen oorlog(413–404), een belangrijke rol speelde. De Spartanen bezetten Decelēa, stellen zich in betrekking met Tissaphernes en verplaatsen den oorlog grootendeels naar Azië. De atheensche vloten behalen verscheiden overwinningen (Abȳdus, 411, Cyzicus, 410, Arginūsae, 406), maar de Spartanen, door Pharnabāzus en vooral door Cyrus met geld ondersteund, herstellen telkens de geleden verliezen; als daarentegen de atheensche vloot bij Aegospotami door Lysander genomen wordt (405), zijn de hulpmiddelen der Atheners uitgeput, alle bondgenooten vallen af, de stad wordt vier maanden door Lysander en Agis belegerd en wordt eindelijk door honger gedwongen zich over te geven (404). De lange muren worden geslecht, de schepen uitgeleverd, de verbannenen komen terug en 30 mannen worden gekozen om eene nieuwe staatsregeling te ontwerpen.Peloponnēsus,Πελοπόννησος, thans Morea, het bekende groote schiereiland, dat het Z. deel van Griekenland vormt en door de corinthische landengte met het N. deel samenhangt. Het omvatte de landschappen Achaia, Elis, Messenia, Laconica, Arcadia, Argolis, Corinthia, Sicyonia en Phliasia.Pelops,Πέλοψ, zoon van Tantalus. Om de alwetendheid der goden op de proef te stellen, slachtte zijn vader hem en zette hij den goden de gebraden stukken als spijs voor. Zijne misdaad werd echter ontdekt en de knaap werd in het leven teruggeroepen, alleen Demēter had in verstrooidheid een stuk van zijn schouder opgegeten, dat bij zijne wedergeboorte door een stuk ivoor vervangen werd. Als opvolger van zijn vader geraakte hij in oorlog met den trojaanschen koning Ilus, hij streed ongelukkig en werd uit zijn land verdreven. In Pisa gekomen, verwierf hij de hand van Hippodamēa, de dochter van Oenomaüs(z.Myrsilus), en volgde hij zijn schoonvader in de regeering op. Hij regeerde zoo roemrijk, dat het geheele schiereiland, dat vroeger Apia of Pelasgia heette, naar hem Peloponnēsus genoemd werd; aan de olympische spelen zette hij zooveel luister bij, dat hij soms als de stichter er van beschouwd werd. De vloek, dien Tantalus door zijne misdaden op zich geladen en dien P. door den moord van Myrsilus nog verzwaard had, rustte echter op zijn geslacht en veroorzaakte onder de Pelopiden vele ongelukken en gruweldaden. Nog bij het leven van P. ontstond oneenigheid in zijn gezin; zijn zoon Chrysippus werd door Atreus en Thyestes gedood en P. verjoeg daarom zijne gemalin en zijne talrijke zonen. Hij stierf te Pisa en kreeg te Olympia een tempel, waar hem jaarlijks offers gebracht werden.Pelor,Πέλωρ, Πέλωρος, een van de vijf Sparten, z.Cadmus.Pelōris, -rus, -rum, -rias,Πελωρίς, Πέλωρος, Πέλωρον ἄκρον, thans kaap Faro, N.O. kaap van Sicilia.Pelso(lacus), de Plattensee in Pannonia.Peltae,Πελταί, oude, welvarende stad van Phrygia aan den Maeander.Πελτασταί, lichtgewapende infanterie, zoo genoemd naar hun licht halvemaanvormig schild (πέλτη); verder droegen zij een linnen harnas, een werpspies en degen en een lange lans. Iphicrates verbeterde hunne wapening, onderwierp hen aan tucht en aan geregelde oefeningen, vormde hen tot behoorlijk georganiseerde afdeelingen en verhoogde daardoor hunne bruikbaarheid zeer.Pelusiacum ostium,Πηλουσιακὸν στόμα, oostelijkste monding van den Nijl.Pelusium,Πηλούσιον= slijkstad, stad aan den oostelijken Nijlmond te midden van moerassen gelegen, doch juist hierdoor zeer sterk en een der sleutels van Aegypte. Vandaar, dat de stad en haar omtrek in de oorlogen der Assyriërs en der Perzen tegen Aegypte en ook nog later eene belangrijke rol speelt.Penātes, familiegoden der Rom., eigenlijk goden van de voorraadskamer (penus) van het Rom. huis; ze worden gewoonlijkDi Penates= goden van de voorraadskamer genoemd, en Vesta wordt dikwijls als ééne er van beschouwd; het zijn dusDi familiares. Hun dienst hangt nauw samen met dien van Vesta en de Lares. Evenals deze werden zij aan den huiselijken haard vereerd en kregen zij hun deel van alle maaltijden, die door het huisgezin gebruikt werden; zij worden beschouwd als de personificatie van het intiem huiselijk leven.—Ook de staat had zijne penates, diemaioresofpublicigenoemd worden in tegenstelling van de andere, dieminoresofprivatiheeten. De P. van Rome waren, zooals men sedert Caesar en Augustus algemeen aannam, door Aenēas uit Troje naar Lavinium, van daar door Ascanius naar Alba Longa medegenomen, en na de verovering van die stad naar Rome overgebracht, zij werden in een geheime kast in den tempel van Vesta bewaard. Bovendien hadden zij een tempel op de Velia.Penēis, Daphne, dochter van den riviergod Penēus.Peneleos,Πηνέλεως, zoon van Hippalmus en Asterope, een van de Argonauten en aanvoerder der Boeotiërs in den trojaanschen oorlog. Hij werd door Eurypylus no. 4 gedood.Penelope,Πηνελόπη, -πεια, dochter van Icarius en Periboea, gemalin van Odysseus. Toen bij het lange uitblijven van haar gemaal zich het gerucht van zijn dood verbreidde, kwamen de edelste jongelieden uit de omliggende landen naar Ithaca om naar hare hand te dingen. Zij bleef echter steeds op de terugkomst van Odysseus hopen en wenschte dus geen bepaald antwoord op al die aanzoeken te geven, daarom bedacht zij een list, ten einde de minnaars tot uitstel te bewegen. Zij beloofde namelijk een keus te doen, wanneer het lijkkleed van Laërtes gereed zou zijn, dat zij bezig was te weven, maar wat zij bij dag aan dit kleed afwerkte haalde zij des nachts weder uit. Toen deze list door hare dienstmaagden aan de minnaars verraden was en zij sterker op eene beslissing aandrongen, kwam Odysseus juist van pas terug, hij doodde de minnaars en leefde verder met P. gelukkig tot zijn dood. Daarna huwde zij met Telegonus, den zoon van Odysseus en Circe en eindelijk werd zij naar de eilanden der gelukzaligen verplaatst.—V. a. had zij de huwelijkstrouw niet ongeschonden bewaard, was zij daarom door Odysseus verstooten en had zij zich over Sparta naar Mantinēa begeven, waar men haar graf toonde.Penestae,Πενέσται, 1) lijfeigenen in Thessalië, personen die van de vroegere bewoners van dat land afstamden. Zij waren rechtens in denzelfden toestand als de Heloten in Lacedaemon, doch waren niet het eigendom van den staat, maar van particulieren.—2)illyrische stam ten N. van den Lychnītis lacus, onderdeel van de Dassarētae; hoofdstad Uscana.Penēus,Πηνειός, 1) hoofdstroom van Thessalia, die op den Pindus ontspringt, tal van zijtakken opneemt en door het liefelijk dal Tempe tusschen den Olympus en den Ossa naar de golf van Thermae stroomt. Het kristalheldere water van deze rivier is meermalen door dichters bezongen. Als riviergod is Peneus een zoon van Oceanus en Tethys en de vader van Daphne en Cyrēne.—2)rivier in Elis.Penius, rivier in Colchis, die in den Pontus Euxīnus (Zwarte zee) valt.Pentaëtēris,πενταετηρίς, de helft van eene ennaëteris.Πεντακοσιομέδιμνοι, atheensche burgers der eerste klasse volgens de indeeling van Solon; hiertoe behoorden zij, wier grondeigendom jaarlijks minstens 500 medimmen of metreten opbracht, een opbrengst, die eene waarde heeft van 500 drachmen en een kapitaal van 1 talent vertegenwoordigt.Pentapolis,Πεντάπολις, 1) in het aziatischeDoris de bond der 5 steden Ialysus, Camīrus, Lindus, Cos en Cnidus, die door de toetreding van Halicarnassus eenehexapoliswerd.—2)in Cyrenaica de steden Cyrēne, Berenīce, Arsinoë, Ptolemāis en Apollonia.—3)in het land der Philistijnen: Gaza, Gath, Ascalon, Azōtus, Jamnīa.Pentāthlum,Πένταθλον,Quinquertium, een wedstrijd in vijf afdeelingen: springen (ἅλμα,saltus), loopen (δρόμος,cursus), worstelen (πάλη,lucta), werpen met de schijf (δίσκος,discus), vuistgevecht (πυγμή,pugilatus); later voegde men er werpen met de speer (ἀκόντισις,iaculatio) bij. Om den prijs te krijgen moest men in iedere afdeeling overwonnen hebben.Pentekontaëtienoemt men het ongeveer vijftig jaren lange tijdperk tusschen den perzischen en den peloponnesischen oorlog.Pentelēum,Πεντέλειον, sterkte in het N. van Arcadia, aan den bergΠεντέλεια, Pentelēus mons.Pentelicus,Πεντελικὸν ὄρος, berg in Attica, beroemd om zijn marmer (πεντελήσιος λίθος), ook Brilessus,Βριλησσός, geheeten.Penthesilēa,Πενθεσίλεια, dochter van Ares en Otrēra, koningin der Amazonen, die na den dood van Hector den Trojanen te hulp kwam. Zij werd door Achilles gedood, die echter zelf weende bij het gezicht van haar jeugd, schoonheid en heldenmoed.Pentheus,Πενθεύς, zoon van Echīon en Agāve, volgde Cadmus als koning van Thebe op. Hij verzette zich tegen het invoeren van den dienst van Dionȳsus, en toen hij zich naar den Cithaeron begaf om een feest der Bacchanten te verbieden, werd hij door zijn moeder en de overige vrouwen, die hem in razernij voor een wild dier hielden, gedood en verscheurd.Penthilus,Πένθιλος, zoon van Orestes en Erigone no. 2, stichter eener volkplanting op Lesbus. Hij wordt de stamvader genoemd van de Penthiliden, eene familie, die tot het midden der zevende eeuw op Lesbus de koninklijke waardigheid bezat.Pentri, de eenige samnietische volksstam, die na den slag bij Cannae aan Rome trouw bleef. Hoofdstad: Boviānum.Peparēthus,Πεπάρηθος, eil. in de Aegaeische zee ten Z.O. van Thessalia, door deChalcidiërsgekoloniseerd, beroemd om zijn wijn.Pephrēdo,Πε(μ)φρηδώ, eene van de Graeae.Peplum, -plus,πέπλος, -πλον, een kleedingstuk bij de Grieken, dat in vorm overeenkwam met de romeinsche palla en ongeveer op dezelfde wijze gedragen werd. In de oudste tijden schijnt het alleen door vrouwen, later ook door mannen gedragen te zijn. Bijzonder beroemd is deπέπλοςvan Athēna, z.Panathenaea.Peraea,Περαία, 1) het overjordaansche gedeelte van Palaestina.—2)ἡ περαία τῶν Ῥοδίων, het carische kustland tegenover Rhodus.—3)ἡ περαία Τενεδίων, mysische kuststreek tegenover Tenedus.—4)kolonie van Mitylēne op de kust van Mysia.Percōte,Περκώτη, oude stad in Mysia aan den Hellespont.Perdiccas,Περδίκκας, 1) een afstammeling van den Heraclide Temenus uit Argos, vluchtte met zijne broeders naar Illyrië, en stichtte van daar uitgaande het macedonische rijk, waarvan hij de eerste koning werd, omstreeks 700. V. a. was hij de opvolger van Carānus (z. a.).—2)P. II, zoon van Alexander no. 5, regeerde na den dood van zijn vader (454) met zijne broeders Alcetas en Philippus, sedert 436 alleen. De uitbreiding van de atheensche macht op de kusten van zijn rijk maakte hem tot een natuurlijk vijand der Atheners, toch durfde hij slechts zelden openlijk tegen hen optreden, en in den peloponnesischen oorlog stond hij bij afwisseling aan hunne zijde of aan die van hunne vijanden. Hij regeerde tot 413.—3)P. III, zoon van Amyntas II, deelde na den dood van zijn broeder Alexander no. 6 het rijk met Ptolemaeus Alorītes, zijn zwager (369); nadat deze vermoord was (365) regeerde hij tot 360, hij sneuvelde in een slag tegen de Illyriërs.—4)dapper veldheer en vertrouwd vriend van Alexander d. G. Hij onderscheidde zich bij het beleg van Thebe, bij de slagen aan den Granīcus, bij Issus en bij Gaugamēla en op den tocht naar Indië. Alexander overhandigde hem op zijn sterfbed zijn zegelring. Na den dood van Alexander werd besloten dat P. in naam van Alexanders nog ongeboren zoon en van Philippus Arrhidaeus het rijk zou besturen. Hij liet Meleager (z. a.) en diens aanhangers dooden, huwde met Nicaea, de dochter van Antipater, en trachtte op alle wijzen zijne macht te bevestigen. Maar de andere veldheeren toonden zich weinig geneigd zijn gezag te erkennen, en weldra was alleen Eumenes aan P. en het koninklijke huis trouw gebleven, terwijl daarentegen Antigonus, wegens ongehoorzaamheid voor het gerecht gedaagd, naar Europa vluchtte en zich met Antipater, Craterus en Ptolemaeus tegen P. verbond. Deze verstiet nu Nicaea en trad in het huwelijk met Cleopatra, de dochter van Philippus, vooreerst wendde hij zich tegen Ptolemaeus, en toen hij bij eene poging om den Nijl over te trekken zich met groot verlies moest terugtrekken, brak een opstand uit onder de door zijne strengheid verbitterde soldaten, vele officieren vielen van hem af en eenige drongen in zijne tent en doodden hem (321).Perdix,Πέρδιξ=Talosno. 1.Perduellio. In het oude fetiaalrecht isperduellis= vijand, terwijlhostissynoniem metperegrīnuswas. Onderperduellioverstaat men vijandige handelingen van den burger tegenover den staat, b. v. pogingen tot omwenteling, verstandhouding met den vijand, ook overloopen, desertie enz. Daar de volkstribunen sedert delex Hortensiavan 287 het recht hebben, politieke misdrijven te vervolgen, wordtperduelliosedert dien tijd slechts weinig genoemd; zieduumviri perduellioni iudicandae.Peregrīnus, de buitenlander, de vreemdeling, in tegenstelling met den rom. burger. Zie omtrent hun rechtenius gentium.Peregrīnus Proteus,Περεγρῖνος Πρωτεύς, van Parium, cynisch wijsgeer, vestigde zich, na een tijd lang een zwervend leven geleid te hebben, te Athene. Hij wendde alle middelen aan om de aandacht van het publiek te trekken, en toen hij met dit doel had bekend gemaakt dat hij zich bij de feesten te Olympia zou laten verbranden, drongen zijne aanhangers op de vervulling zijner belofte aan, en was hij genoodzaakt zijn woord te houden (164 n. C.). Hij was ook een tijdlang Christen geweest. Hij is vooral bekend door de satire van Lucianus:de morte Peregrini.Peremne auspicari.Auspiciën verloren hunne kracht bij het overschrijden van een water, tenzij daarbij zekere vormen in acht werden genomen en een formulier werd uitgesproken. Dit heetteperemne auspicarien moest ook plaats hebben, wanneer men, om op den Campus Martius comitiën te houden, denamnis Petronia, een beekje aan den voet van den Capitolinus, moest overgaan.Perenna, zieAnna Perenna.Perfectissimi, titel der ambtenaren van den vierden rang, door Constantijn d. Gr. ingevoerd.Perga,Πέργη, stad in het binnenland van Pamphylia, met een beroemden tempel van Artemis.Pergama,τὰ Πέργαμα, de burcht van Troje, ook wel de stad zelve.Neptunia Pergama, omdat Neptunus met Apollo voor koning Laomedon de muren der stad had gebouwd.Pergamum,Πέργαμον, beroemde stad in het mysische gewest Teuthrania, ten N. van den Caīcus. Na den dood van Alexander d. Gr. behoorde het tot het gebied van Lysimachus, totdat in 284 diens schatmeester Philetaerus afvallig werd en te P. een eigen rijkje stichtte, dat hij in 263 aan zijn neef Eumenes I naliet. In 188, na den syrischen oorlog, kreeg Eumenes II van Rome het grootste gedeelte van het door Antiochus afgestane land. Attalus III vermaakte in 133 zijn rijk en zijne schatten aan het rom. volk. Zijn onechte broeder Aristonīcus weigerde dezen afstand te erkennen, doch werd verslagen, gevangen naar Rome gevoerd en ter dood gebracht. Het rijk van Pergamus werd de rom. provincie Asia (129). De vorsten van P. waren groote beminnaars van kunst en wetenschap geweest. Van de bouw- en beeldhouwwerken, door de Duitschers daar opgegraven, is vooral beroemd het groote Zeusaltaar, in de 2deeeuw gesticht, waarvan het beeldhouwwerk naar Berlijn is overgebracht. In de geschiedenis der beeldhouwkunst neemt de Pergameensche kunst een afzonderlijke plaats in. De bibliotheek van P. bevatte 200000 boekrollen. Ook de nijverheid bloeide; fabricatie van manufacturen en weeldeartikelen werd op groote schaal gedreven. Het perkament,charta pergamēna, ontleende zijn naam aan de stad. De bibliotheek werd later op last van M. Antonius naar Alexandria overgebracht.Pergamus,Πέργαμος, 1) =Pergama.—2)=Pergamum.—3)stad op Creta bij Cydonia, sterfplaats van Lycurgus.Περίακτοι, twee driehoekige prisma’s, waarvan de zijden als coulissen beschilderd waren; het geheele lichaam draaide om een spil, zoodat op deze wijze de drie verschillende zijden bij afwisseling voor de toeschouwers zichtbaar konden gemaakt worden. Z.theātrum.Periander,Περίανδρος, zoon van Cypselus, geb. 668, volgde zijn vader in de regeering over Corinthe op (627). Aanvankelijk regeerde hij gematigd, hij gaf wetten tegen weelde en overdaad, bevorderde handel en scheepvaart door het aanleggen van kanalen, het stichten van volkplantingen enz., beschermde kunsten en wetenschappen en liet de stad met prachtige bouwwerken versieren. Kort voor zijn dood besliste hij als scheidsrechter een geschil tusschen Athene en Mytilēne over het bezit van Sigēum. Nadat hij echter door zijne mishandelingen den dood zijner gemalin Melissa veroorzaakt had, waardoor hij zich een oorlog met zijn schoonvader Procles, tyran van Epidaurus, op den hals haalde, gaf hij zich, naar men wil, aan dronkenschap over en vertoonden zich bij hem blijken van gekrenkte geestvermogens. Uit achterdocht bedreef hij de grootste wreedheden, hij omgaf zich met eene lijfwacht van 200 man, woedde vooral tegen den adel en deed zijn best om de dorische eigenaardigheden bij zijn volk uit te roeien. Zie ookLycophron. Door allen verlaten en door wroeging gefolterd stierf hij, 585. Dat hij tot de zeven wijzen behoord zou hebben, wordt reeds door de ouden tegengesproken. Als zijn spreuk wordt aangehaald:μελέτη τὸ πᾶν, voorzorg is alles.Periboea,Περίβοια, 1) Najade, die hare onsterfelijkheid prijs gaf om met den arcadischen koning Lelas te trouwen.—2) gemalin van Polybus, die Oedipus als zoon aannam en opvoedde.—3)dochter van Hipponous, gemalin van Oeneus, moeder van Tydeus.—4)Najade, gemalin van Icarius, moeder van Penelope.—5)ofEriboea, dochter van Alcathous, gemalin van Telamon, moeder van Aiax.Pericles,Περικλῆς, 1) Athener, zoon van Xanthippus, van moederszijde met de Alcmaeoniden verwant, genoot in zijne jeugd het onderwijs van Zeno van Elea, den toonkunstenaar Damon en vooral van Anaxagoras, mannen, met wie hij ook op lateren leeftijd zeer bevriend bleef. Nadat hij zich in verscheiden veldtochten onderscheiden had, trad hij in 469 als staatsman op, en wel als tegenstander van de aristocratische en spartaansch gezinde partij, die onder de leiding van Cimon stond. Sedert deze door het ostracismus verbannen was (460), was P. de eerste man in den staat en hij bleef dit ook na de terugkomst van Cimon. Gewoonlijk behoorde hij tot de strategen, soms was hij ook met het beheer der financiën en der openbare bouwwerken belast, maar zijn grooten invloed had hij vooral te danken aan zijne persoonlijke eigenschappen; zijn politiek doorzicht en zijne overredende welsprekendheid maakten hem tot een volksleider in den goeden zin van het woord. Zijn doel was in Athene aan de democratischeinstellingen de grootst mogelijke uitbreiding en ontwikkeling te geven en het tot den eersten, zoo mogelijk tot den heerschenden, staat in Griekenland te maken. Om aan alle burgers niet alleen gelijke rechten te verschaffen, maar hen ook in staat te stellen die rechten inderdaad uit te oefenen, werd de macht van den Areopagus beperkt, waarbij P. persoonlijk echter slechts eene ondergeschikte rol speelde (z.Ephialtes), de werkkring van de heliaea uitgebreid, aan den eenen kant door liturgieën de grootste lasten op de schouders der rijken gelegd, aan den anderen kant door het invoeren van betaling voor rechters enz. de armeren verlicht en tot het gebruiken hunner burgerrechten aangemoedigd. Daar de democratie in zijn tijd haar glanspunt bereikte, worden hem een aantal wetten in democratischen geest toegeschreven, waarvan echter waarschijnlijk vele reeds voor of eerst na hem zijn ingevoerd. Kunst en wetenschap moedigde hij ten zeerste aan, de voornaamste kunstenaars van Griekenland zochten Athene op en vonden er werk, het Parthenon, het Odēum, de Propylaea, e.a. onsterfelijke kunstwerken zijn in dezen tijd gebouwd, grootendeels onder leiding van Phidias, den vriend van P.—Zijn streven om Athene’s macht ook te land uit te breiden veroorzaakte reeds vroeg een oorlog met Sparta (457), die, hoewel de slag bij Tanagra verloren werd, aanvankelijk voor Athene gunstig verliep; toen in 451 door tusschenkomst van Cimon een vijfjarige wapenstilstand gesloten werd, was Aegīna onderworpen, Megara met Athene verbonden, Boeotië, Locris en Phocis gedwongen geworden zich bij Athene aan te sluiten, zelfs waren eenige gelukkige tochten naar de Peloponnēsus en naar Acarnanië gedaan. Maar weldra verhief zich de oligarchische partij in Boeotië tegen dezen toestand, en toen Tolmides tegen den raad van P. den slag bij Coronēa waagde en verloor (447), vielen ook Locris, Phocis, Megara en Euboea af, en deden de Spartanen een inval in Attica. Wel wist P. hen door omkooping tot den aftocht te bewegen en veroverde hij Euboea weder, maar bij den dertigjarigen vrede (445) werd Athene gedwongen al zijne bezittingen in de Peloponnēsus op te geven en Boeotië, Megara, Locris en Phocis uit den bond te laten treden. Daarentegen veranderde langzamerhand de betrekking van Athene tot de zeestaten, zoodat deze van bondgenooten tot onderhoorigen werden; P. uitte onverholen de meening, dat zij aan Athene gehoorzaamheid en schatting schuldig waren, terwijl Athene daarentegen verplicht was hen te helpen en te verdedigen. De meeste staten misten de middelen om zich tegen deze aanspraken te verzetten, daar zij de gewoonte hadden aangenomen voor de verdediging van den bond geld in plaats van soldaten te geven; die het niettemin beproefden, werden met geweld ten onder gebracht, zooals Euboea, Aegīna, Samus. Sedert 454 werd de bondskas te Athene bewaard en als Atheensch eigendom beschouwd en behandeld. Een middel, waardoor P. staten van twijfelachtige trouw aan Athene verbond en tevens arme burgers verzorgde, was het uitzenden van cleruchieën; bijna 5000 atheensche burgers kregen op deze wijze in verschillende deelen van Griekenland grondbezit. Maar P. zag wel in, dat Athene vroeg of laat zijne heerschappij, hoe hecht zij ook gevestigd scheen, zou moeten verdedigen, daarom nam hij reeds sedert het begin van den dertigjarigen vrede alle mogelijke maatregelen tegen den onvermijdelijken oorlog, en toen deze oorlog eindelijk uitbrak, had Athene 300 schepen, een leger van 30000 hopliten en 8000 talenten in kas, terwijl de jaarlijksche inkomsten 1000 talenten bedroegen. Hij ried daarom aan de eischen der Spartanen (z.Pelop. oorlog) af te wijzen, den oorlog moedig te ondernemen en voorzichtig te voeren. Wel vond hij verbitterden tegenstand bij de aristocratische grondeigenaars en bij de boeren, die van een oorlog de grootste schade zouden ondervinden; wel trachtten zijne tegenstanders, die hemzelf niet durfden aanvallen, aan hunne verbittering lucht te geven door aanklachten tegen Anaxagoras, Aspasia en Phidias, maar P., steunend op het vertrouwen van het volk, hield vol en,hoe moeilijk de tijden ook waren, het bleef naar hem luisteren. Eerst toen door oorlog en pest de nood op het hoogst gestegen was en de ontevredenheid een offer zocht, waagde men het P. van slecht beheer der staatsgelden te beschuldigen, inderdaad werd hij tot een geldboete veroordeeld (430), doch spoedig keerde het vertrouwen van het volk terug en werd hij opnieuw tot strateeg verkozen. In het volgende jaar stierf hij, v.s. aan de pest.—2)onechte zoon van den vorigen bij Aspasia. Ter eere van zijn vader gaf het volk verlof hem onder de burgers op te nemen; hij was een van de atheensche vlootvoogden, die na den slag bij de Arginūsae ter dood veroordeeld werden.Periclymenus,Περικλύμενος, 1) zoon van Neleus en Chloris no. 3, Argonaut, was zeer sterk en konde verschillende gedaanten aannemen; bij de verwoesting van Pylus werd hij door Heracles gedood.—2)zoon van Poseidon en Chloris no. 4, Thebaan, die bij den oorlog der zeven tegen Thebe Parthenopaeus doodde en Amphiarāus op de vlucht vervolgde.Περίδειπνον, een maaltijd, door de bloedverwanten van een gestorvene na zijne begrafenis in het sterfhuis gehouden.Periēres,Περιήρης, zoon van Aeolus, koning van Messenië, vader van Aphareus en Leucippus.Perigūne,Περιγούνη, dochter van Sinis, bij Theseus moeder van Melanippus.Perilāus,Πιρίλαος, 1) zoon van Icarius en Periboea, v. s. aanklager van Orestes bij den Areopagus.—2)ofPerillus, kunstenaar van Agrigentum, maakte een koperen stier, waarin een mensch kon verbrand worden, en die zoo gemaakt was, dat het geschreeuw van het slachtoffer op het gebrul van een stier geleek. Hij bood dien stier voor eene aanzienlijkesom aan Phalaris aan, maar deze nam de eerste proef met den kunstenaar zelf.Perillus,Πέριλλος, z.Perilāusno. 2.Perinthus,Πέρινθος, bloeiende volkplanting (559) van Samus, op de thracische kust aan de Propontis (zee v. Marmara) gelegen. Zij verdedigde zich met goed gevolg tegen Philippus van Macedonië. Later Heraclēa Perinthus.Περίοικοι, afstammelingen van de oude bevolking der peloponnesische staten, wien door de dorische veroveraars de vrijheid en gedeeltelijk ook hun grondeigendom gelaten was. Zij misten het burgerrecht en moesten schatting opbrengen. In Lacedaemon is de naam Lacedaemoniërs soms in het bizonder op hen toepasselijk, terwijl daarentegen de heerschende Doriërs zich Spartanen noemen.Peripatetici,Περιπατητικοί, wijsgeeren uit de school van Aristoteles (z.a.).Periphas,Περίφας, 1) attisch autochthoon, die nog vóór Cecrops over Attica regeerde en wegens zijne wijsheid en goedheid als een god vereerd werd. Hierover vertoornd, wilde Zeus hem met den bliksem dooden, maar op de bede van Apollo veranderde hij hem in een arend.—2)een Aetoliër, die voor Troje door Ares gedood werd.—3)een Griek, die bij de verovering van Troje den burcht innam.—4)heraut van Aenēas.Periphētes,Περιφήτης, zoon van Hephaestus en Anticlēa, een berucht roover, die met een ijzeren knots de reizigers doodde, die in zijne handen vielen. Theseus doodde hem in de nabijheid van Epidaurus en ontnam hem de knots.Περίπολοιwaren te Athene belast met de bezetting der grensvestingen en de bewaking van het land. Zij hadden eene lichte wapenrusting en werden slechts bij uitzondering buitenslands gezonden. De dienst derπερ.gold als eene voorbereiding voor den werkelijken krijgsdienst en was daarom aan de epheben opgedragen.Peripterus,περίπτερος, is een tempel, wanneer er eene kolonnade aan al de vier zijden om heen loopt. Staan de zuilen aan de zijkanten en den achterkant ter halverwege in den muur dan zegt menpseudoperipterus.Περίστασιςnoemt men de zuilengangen rondom den dorischen tempel, ziecolumna.Peristylium,περιστύλιον, een ruimte, rondom ingesloten door zuilen, die binnen de muren staan. Het komt eerst sedert den hellenistischen tijd voor, z.DomusenΟἰκία.—2)=Περίστασις.Permessus,Περμησσός, beekje in Boeotia, ontspringt op de zuidelijke helling van den Helicon en stroomt langs Thisbe en Leuctra.Pēro,Πηρώ, de schoone dochter van Neleus en Chloris, gemalin van Bias, z.Melampus.Pero, laars van ruw of ongelooid leder.Περόνη, z.Fibula.Perperēna,Περπερήνα, vlek in Mysia, ten Z. van Adramyttium.Perpernae, ookPerpennae. 1)M. Perpernawerd samen met L. Petillius door den illyrischen koning Gentius, tot wien zij als gezanten kwamen, gevangen gehouden, totdat de praetor Anicius hen met een leger kwam bevrijden (168).—2)M. Perperna, consul in 130, overwon den pergameenschen kroonpretendent Aristonīcus. Hij overleed te Pergamum.—3)M. Perperna, consul in 92, censor in 86.—4)M. Perperna, een laatdunkend en onbekwaam man, koos in den burgeroorlog de partij van Marius en werd praetor. Toen Sulla zegevierde, week hij naar Sicilië, van waar Pompeius hem verjoeg. In 78 was hij onderbevelhebber van den oproerigen consul Mam. Aemilius Lepidus, na wiens nederlaag hij naar Hispania tot Sertorius vluchtte. Door zijne afkomst achtte hij zich ver boven Sertorius verheven en zoo nam hij deel aan eene samenzwering, waardoor S. vermoord en P. tot aanvoerder werd uitgeroepen (72). Hij werd echter spoedig door Pompeius verslagen en gevangen genomen, trachtte nog door eene laaghartigheid zijn leven te redden, doch werd ter dood gebracht.Perrhaebi,Περραιβοί, krijgshaftig volk in het Noorden en in het Oosten van Thessalia, en ook in het N. van Euboea wonend.Perranthes, berg in Epīrus, bij Ambracia, ten O. van den Arachthus.Persaeus,Περσαῖος, 1) z.Perses.—2)van Citium, slaaf, later leerling van Zeno, leefde als stoicijnsch wijsgeer aan het hof van Antigonus Gonātas, die hem veldheer maakte en aanvoerder van het macedonische garnizoen van Corinthe. Hij sneuvelde in den strijd tegen Aratus (± 243).Perse, Persēis,Πέρση, Περσηίς, dochter van Oceanus, gemalin van Helius, moeder van Aeētes, Circe, Pasiphaë, e. a.Persephone,Περσεφόνη, -φόνεια, Περσέφασσα, Φερρέφ-, Κόρη,Proserpina, dochter van Zeus en Demēter, gemalin van Hades, die in de onderwereld over de schimmen der afgestorvenen regeert. Na Homerus treedt hare verhouding tot Demēter meer op den voorgrond dan die tot Hades, zelfs is zij in de mysteriën de bruid van Iacchus en heeft Hades haar slechts door geweld tot gemalin gekregen en door list behouden. Toen zij nl. eens op de vlakte van Nysa of bij Enna bezig was bloemen te plukken, opende zich plotseling de aarde, en uit de opening verscheen Hades, op zijn gouden met vier zwarte paarden bespannen wagen gezeten, en ontvoerde haar in weerwil van haar tegenstreven. Zeus had hem hiertoe zijne toestemming gegeven, maar Demeter, die niet wist waar hare dochter gebleven was, zocht deze vruchteloos negen dagen en nachten, totdat zij van Helius vernam, dat zij toch niet in P.’s tegenwoordig verblijf zou kunnen doordringen; in toorn trok zij zich van het gezelschap der goden terug, terwijl alle groei op aarde ophield. Eindelijk was Zeus genoodzaakt P. door Hermes uit de onderwereld te laten terughalen, maar Hades geeft haar, voordat hij haar laat gaan, de pit van een granaatappel, het zinnebeeld van het huwelijk, zoodat zij niet voor goed het sombere rijk van haar gemaal kan verlaten, maar er een derde van het jaar moetdoorbrengen. Intusschen had Demeter, bewogen door de gastvrije ontvangst van Celeüs, door Triptolemus de kennis van den landbouw onder de menschen laten verbreiden en de eleusinische mysteriën ingesteld. In dezen mythus is P. blijkbaar het zinnebeeld van het jaarlijks terugkeerende afsterven en herleven der plantenwereld, waaraan in de mysteriën verder de beteekenis gegeven werd van eene zinnebeeldige voorstelling van verlossing uit den dood. De nauwe betrekking, die tusschen P. en hare moeder gedacht wordt te bestaan, wordt uitgedrukt door den veelal aan beide godinnen gemeenschappelijken eeredienst, door hare gemeenschappelijke bijnamen (Δέσποινα, Μεγάλη θεά), en vooral door den naamΚόρη(de jonkvrouw, dochter), die P. in de mysteriën droeg. Onder den invloed van de mystiek der Orphici werd zij later dikwijls verward met Hecate, Gaea, Rhea e.a.—Zij wordt afgebeeld als koningin der onderwereld met schepter en kroon, of als de bruid van Iacchus met klimopkrans en fakkels, of eenvoudig als de jonge dochter van Demeter; tot hare attributen behooren de narcis, papaver en korenaren.Persepolis,Περσέπολις, heilige hoofdstad van het landschap Persis, door Darīus aangelegd, aan den Medus, dicht bij zijn uitmonding in den Araxes. De burcht met het koninklijk paleis, de schatkamer en de graven der perzische koningen, was door een driedubbelen muur omgeven. De stad werd door Alexander d. Gr. geplunderd en gedeeltelijk verwoest.Perses,Πέρσης, 1) ofPersaeus, zoon van Crius en Eurybia, vader van Hecate.—2)zoon van Helius en Persēis.—3)zoon van Perseus en Andromeda, mythisch stamvader der Perzen.—4)broeder van Hesiodus (z.a.).—5)bij latijnsche schrijvers = Perseus van Macedonië.Perseus,Περσεύς, 1) zoon van Zeus en Danaë (z.Acrisius). Hij werd door koning Polydectes van Seriphus opgevoed, maar toen hij opgegroeid was, wenschte deze zich van hem te ontslaan, hetzij omdat hij hem voor zijne regeering gevaarlijk achtte, hetzij omdat hij Danaë in zijne macht wilde brengen. Door valsche voorspiegelingen wist hij P. de belofte te ontlokken, dat hij desnoods het Medusahoofd voor hem zoude halen, en daarna drong hij op de vervulling van die belofte aan. Door de hulp van Hermes en Athēna kwam P. bij de Graeae (z.a.), maakte zich, terwijl zij sliepen, van haar oog en tand meester en dwong haar dus hem den weg te wijzen naar de woning der nimfen, die hem de middelen konden verschaffen om zijne onderneming tot een goed einde te brengen. Van de nimfen kreeg hij gevleugelde schoenen, een tasch en den helm van Hades, Athena voegde er een spiegel en Hermes een sikkel bij. Met deze uitrusting kwam hij bij de Gorgonen (z. a.) aan de overzijde van den Oceaan, hij vond ze slapend en sloeg Medūsa het hoofd af, terwijl hij, om niet versteend te worden, het gelaat afwendde en haar in den spiegel zag; toen de andere Gorgonen ontwaakten en hem wilden grijpen, maakte hij zich door den helm onzichtbaar. Met het afgehouwen hoofd in zijn tasch, nam hij met zijne gevleugelde schoenen over Afrika den terugtocht aan. Door de versteenende kracht van het Medusahoofd wreekte hij zich op Atlas, bevrijdde hij Andromeda en verdedigde hij zich tegen Phineus en diens aanhangers, eindelijk kwam hij op Seriphus terug, toen Polydectes op het punt stond Danaë tot een huwelijk te dwingen; tot straf veranderde hij ook dezen door het gezicht van het Medusahoofd in steen, waarop hij diens broeder Dictys koning over het eiland maakte. Met Danaë en Andromeda keerde hij nu naar Argos terug, maar nadat hij door een ongelukkig toeval zijn grootvader gedood had, ruilde hij zijn rijk tegen dat van zijn achterneef Megapenthes; zoo werd hij koning van Tiryns, van waar uit hij Midea en Mycēnae stichtte. Hij was de stamvader der Persiden, tot welke o. a. ook Heracles behoorde. Tusschen Argos en Mycenae, op Seriphus en te Athene had hij een heiligdom. Met Andromeda werd hij onder de sterren geplaatst.—2)onechte zoon van Philippus III (z. a.), voerde reeds op jeugdigen leeftijd oorlog tegen de Illyriërs, en later, toen zijn vader met de Rom. in bondgenootschap was, tegen de Aetoliërs. In 178 volgde hij zijn vader als koning van Macedonië op. Aanvankelijk regeerde hij wijs en gematigd, met de Rom. sloot hij vriendschap, maar daar hij wel inzag dat een oorlog met hen onvermijdelijk was, rustte hij zich ijverig daarvoor toe, hij vergrootte zijn leger, zorgde voor een ruimen voorraad van levensmiddelen en geld, verbond zich met Illyriërs, Thraciërs e. a., en trachtte zich in Syrië, Boeotië en Aetolië aanhangers te verwerven. In 171 brak de oorlog uit, die aanvankelijk ten gevolge van de onbekwaamheid der rom. veldheeren door P. met geluk gevoerd werd, maar met hoeveel overleg hij ook zijne maatregelen genomen had, op het oogenblik van handelen miste hij de vastberadenheid om zijne met zorg beraamde plannen uit te voeren, van zijne overwinningen wist hij geen gebruik te maken, en door zijne gierigheid vervreemdde hij zijne soldaten en bondgenooten van zich. In 168 kreeg de consul L. Aemilius Paullus het opperbevel over het rom. leger, en nadat deze de krijgstucht door gepaste maatregelen hersteld had, behaalde hij in den slag bij Pydna eene beslissende overwinning. P. vluchtte met zijne schatten naar Samothrāce, maar gaf zich terstond over, toen de Rom. hem vervolgden; hij moest den triumftocht des consuls opluisteren, en bracht de weinige overige jaren van zijn leven als gevangene te Alba Fucentia door.Persicus sinus,ὁ Περσικὸς κόλπος, tegenwoordig nog als de Perzische golf bekend.Persii. De beroemdste van dit geslacht is de dichterA. Persius Flaccus, te Volaterrae in Etruria in 34 na C. uit den ridderstand geboren, een leerling van den stoicijn AnnaeusCornūtus en een vriend van den dichter Lucānus. Hij was ook bevriend met Seneca en Thrasea Paetus. Van zijne gedichten zijn zes satiren tot ons gekomen. Hij had zich Horatius en Lucilius tot voorbeeld gekozen. In 62 stierf hij aan eene maagkwaal.Persis,Περσίς, Περσική, de bakermat van het groote perzische rijk, ten Z. van Media. De Persae,Πέρσαι, waren in drie kasten verdeeld de edelen, de landbouwers, de nomadische herdersstammen. Uit Media kwam de priesterkaste der Magiërs.Persōna, het tooneelmasker. De afmetingen der oude theaters waren van dien aard, dat bij de tooneelspelers van mimiek geen sprake kon zijn; men kon deze toch niet waarnemen. Om deze reden droegen de spelers maskers, die geheel berekend waren op het effekt en waaraan de toeschouwers terstond konden zien, welke soort van rol zij voorstelden, waarmede de haartooi of pruik dan in overeenstemming moest wezen. Zoo waren b.v. de maskers voor goden, heroën, vorsten hoog van maaksel, zoodat zij den speler grooter en verhevener lieten schijnen. Voor het treurspel had men ten minste 25 verschillende typen, 6 voorsenes, 7 voor jongelieden, 9 voor vrouwen, 3 voor slaven; voor het blijspel worden 43 typen vermeld. Figuranten,personae mutae, hadden maskers met gesloten mond.

Peloponnesische oorlog(431–404) wordt de oorlog genoemd, dien de Spartanen met hunne bondgenooten, meest peloponnesische staten, tegen Athene voerden, om een einde te maken aan de zich sedert de perzische oorlogen steeds meer en meer uitbreidende macht van dien staat. De naaste aanleiding tot den oorlog was, dat de Corinthiërs, die met de Corcyraeërs in oorlog waren over Epidamnus, de Atheners als bondgenooten der Corcyraeërs tegenover zich vonden. Daarin zagen zij een vredebreuk, zij ondersteunden de Potidaeërs, die in hetzelfde jaar (432) van Athene afvielen en drongen bij eene bondsvergadering te Sparta op oorlog aan. Ofschoon koning Archidāmus tegen overijling waarschuwde en Pericles voorstelde alle geschillen door een scheidsgerecht te laten beslissen, werd tot den oorlog besloten, indien Athene de gestelde eischen niet inwilligde. Deze eischen, gedurende de onderhandelingen nu en dan veranderd, bevatten eindelijk niet minder dan de vrijheid en autonomie van alle grieksche staten, m. a. w. het opgeven van de atheensche hegemonie. Op raad van Pericles werd dit geweigerd en tot den oorlog besloten. De eerste periode wordt dearchidamische oorlog(431–421) genoemd, naar koning Archidāmus, die bijna ieder jaar met een leger in Attica viel om het land te verwoesten. Van hun kant plunderden de Atheners de kusten van de Peloponnēsus. Athene heeft in het tweede en derde jaar van den oorlog veel te lijden door eene verschrikkelijke pest, de bondgenooten blijven over het geheel trouw, alleen Mytilēne valt af, het wordt echter door Paches tot overgave gedwongen en wreed gestraft (428). Van atheensche zijde onderscheidden zich in dit tijdperk: Pericles, die echter reeds in 429 stierf, Demosthenes, Nicias, Cleon, van spartaansche zijde Brasidas.Nadat in den slag bij Amphipolis (422) zoowel Brasidas als Cleon gesneuveld waren, kreeg in beide staten de vredespartij meer invloed en werd een vrede gesloten, waarbij alles ongeveer zoude blijven zooals het voor den oorlog geweest was. Met dezen zoogenaamdenvrede van Niciasbegint echter eigenlijk een tweede tijdperk van den oorlog (421–413). De bondgenooten der Spartanen, ontevreden over de vredesvoorwaarden, beletten op allerlei wijzen de uitvoering er van, en de Atheners, hierdoor verbitterd, zochten van die ontevredenheid gebruik te maken om zich in de Peloponnesus zelve bondgenooten tegen Sparta te verwerven. Dit gelukte hen met Argos, Elis en Mantinēa, en in 417 verloor dit bondgenootschap bij Mantinea een grooten slag tegen de Spartanen onder Agis I; mettertijd sloten echter alle peloponnesische staten zich weder bij Sparta aan, behalve Argos. Op Sicilië leden de Atheners ontzaglijke verliezen tegen de Syracusanen, die door een spartaansch leger onder Gylippus werden bijgestaan, en nog voordat zij daar de beslissende nederlaag geleden hadden (413), was ook in Griekenland de oorlog weder uitgebroken. Zoowel het bondgenootschap met Argos als de tocht naar Sicilië was voornamelijk het werk geweest van Alcibiades, die ook in het derde tijdperk, dendeceleïschen oorlog(413–404), een belangrijke rol speelde. De Spartanen bezetten Decelēa, stellen zich in betrekking met Tissaphernes en verplaatsen den oorlog grootendeels naar Azië. De atheensche vloten behalen verscheiden overwinningen (Abȳdus, 411, Cyzicus, 410, Arginūsae, 406), maar de Spartanen, door Pharnabāzus en vooral door Cyrus met geld ondersteund, herstellen telkens de geleden verliezen; als daarentegen de atheensche vloot bij Aegospotami door Lysander genomen wordt (405), zijn de hulpmiddelen der Atheners uitgeput, alle bondgenooten vallen af, de stad wordt vier maanden door Lysander en Agis belegerd en wordt eindelijk door honger gedwongen zich over te geven (404). De lange muren worden geslecht, de schepen uitgeleverd, de verbannenen komen terug en 30 mannen worden gekozen om eene nieuwe staatsregeling te ontwerpen.

Peloponnēsus,Πελοπόννησος, thans Morea, het bekende groote schiereiland, dat het Z. deel van Griekenland vormt en door de corinthische landengte met het N. deel samenhangt. Het omvatte de landschappen Achaia, Elis, Messenia, Laconica, Arcadia, Argolis, Corinthia, Sicyonia en Phliasia.

Pelops,Πέλοψ, zoon van Tantalus. Om de alwetendheid der goden op de proef te stellen, slachtte zijn vader hem en zette hij den goden de gebraden stukken als spijs voor. Zijne misdaad werd echter ontdekt en de knaap werd in het leven teruggeroepen, alleen Demēter had in verstrooidheid een stuk van zijn schouder opgegeten, dat bij zijne wedergeboorte door een stuk ivoor vervangen werd. Als opvolger van zijn vader geraakte hij in oorlog met den trojaanschen koning Ilus, hij streed ongelukkig en werd uit zijn land verdreven. In Pisa gekomen, verwierf hij de hand van Hippodamēa, de dochter van Oenomaüs(z.Myrsilus), en volgde hij zijn schoonvader in de regeering op. Hij regeerde zoo roemrijk, dat het geheele schiereiland, dat vroeger Apia of Pelasgia heette, naar hem Peloponnēsus genoemd werd; aan de olympische spelen zette hij zooveel luister bij, dat hij soms als de stichter er van beschouwd werd. De vloek, dien Tantalus door zijne misdaden op zich geladen en dien P. door den moord van Myrsilus nog verzwaard had, rustte echter op zijn geslacht en veroorzaakte onder de Pelopiden vele ongelukken en gruweldaden. Nog bij het leven van P. ontstond oneenigheid in zijn gezin; zijn zoon Chrysippus werd door Atreus en Thyestes gedood en P. verjoeg daarom zijne gemalin en zijne talrijke zonen. Hij stierf te Pisa en kreeg te Olympia een tempel, waar hem jaarlijks offers gebracht werden.

Pelor,Πέλωρ, Πέλωρος, een van de vijf Sparten, z.Cadmus.

Pelōris, -rus, -rum, -rias,Πελωρίς, Πέλωρος, Πέλωρον ἄκρον, thans kaap Faro, N.O. kaap van Sicilia.

Pelso(lacus), de Plattensee in Pannonia.

Peltae,Πελταί, oude, welvarende stad van Phrygia aan den Maeander.

Πελτασταί, lichtgewapende infanterie, zoo genoemd naar hun licht halvemaanvormig schild (πέλτη); verder droegen zij een linnen harnas, een werpspies en degen en een lange lans. Iphicrates verbeterde hunne wapening, onderwierp hen aan tucht en aan geregelde oefeningen, vormde hen tot behoorlijk georganiseerde afdeelingen en verhoogde daardoor hunne bruikbaarheid zeer.

Pelusiacum ostium,Πηλουσιακὸν στόμα, oostelijkste monding van den Nijl.

Pelusium,Πηλούσιον= slijkstad, stad aan den oostelijken Nijlmond te midden van moerassen gelegen, doch juist hierdoor zeer sterk en een der sleutels van Aegypte. Vandaar, dat de stad en haar omtrek in de oorlogen der Assyriërs en der Perzen tegen Aegypte en ook nog later eene belangrijke rol speelt.

Penātes, familiegoden der Rom., eigenlijk goden van de voorraadskamer (penus) van het Rom. huis; ze worden gewoonlijkDi Penates= goden van de voorraadskamer genoemd, en Vesta wordt dikwijls als ééne er van beschouwd; het zijn dusDi familiares. Hun dienst hangt nauw samen met dien van Vesta en de Lares. Evenals deze werden zij aan den huiselijken haard vereerd en kregen zij hun deel van alle maaltijden, die door het huisgezin gebruikt werden; zij worden beschouwd als de personificatie van het intiem huiselijk leven.—Ook de staat had zijne penates, diemaioresofpublicigenoemd worden in tegenstelling van de andere, dieminoresofprivatiheeten. De P. van Rome waren, zooals men sedert Caesar en Augustus algemeen aannam, door Aenēas uit Troje naar Lavinium, van daar door Ascanius naar Alba Longa medegenomen, en na de verovering van die stad naar Rome overgebracht, zij werden in een geheime kast in den tempel van Vesta bewaard. Bovendien hadden zij een tempel op de Velia.

Penēis, Daphne, dochter van den riviergod Penēus.

Peneleos,Πηνέλεως, zoon van Hippalmus en Asterope, een van de Argonauten en aanvoerder der Boeotiërs in den trojaanschen oorlog. Hij werd door Eurypylus no. 4 gedood.

Penelope,Πηνελόπη, -πεια, dochter van Icarius en Periboea, gemalin van Odysseus. Toen bij het lange uitblijven van haar gemaal zich het gerucht van zijn dood verbreidde, kwamen de edelste jongelieden uit de omliggende landen naar Ithaca om naar hare hand te dingen. Zij bleef echter steeds op de terugkomst van Odysseus hopen en wenschte dus geen bepaald antwoord op al die aanzoeken te geven, daarom bedacht zij een list, ten einde de minnaars tot uitstel te bewegen. Zij beloofde namelijk een keus te doen, wanneer het lijkkleed van Laërtes gereed zou zijn, dat zij bezig was te weven, maar wat zij bij dag aan dit kleed afwerkte haalde zij des nachts weder uit. Toen deze list door hare dienstmaagden aan de minnaars verraden was en zij sterker op eene beslissing aandrongen, kwam Odysseus juist van pas terug, hij doodde de minnaars en leefde verder met P. gelukkig tot zijn dood. Daarna huwde zij met Telegonus, den zoon van Odysseus en Circe en eindelijk werd zij naar de eilanden der gelukzaligen verplaatst.—V. a. had zij de huwelijkstrouw niet ongeschonden bewaard, was zij daarom door Odysseus verstooten en had zij zich over Sparta naar Mantinēa begeven, waar men haar graf toonde.

Penestae,Πενέσται, 1) lijfeigenen in Thessalië, personen die van de vroegere bewoners van dat land afstamden. Zij waren rechtens in denzelfden toestand als de Heloten in Lacedaemon, doch waren niet het eigendom van den staat, maar van particulieren.—2)illyrische stam ten N. van den Lychnītis lacus, onderdeel van de Dassarētae; hoofdstad Uscana.

Penēus,Πηνειός, 1) hoofdstroom van Thessalia, die op den Pindus ontspringt, tal van zijtakken opneemt en door het liefelijk dal Tempe tusschen den Olympus en den Ossa naar de golf van Thermae stroomt. Het kristalheldere water van deze rivier is meermalen door dichters bezongen. Als riviergod is Peneus een zoon van Oceanus en Tethys en de vader van Daphne en Cyrēne.—2)rivier in Elis.

Penius, rivier in Colchis, die in den Pontus Euxīnus (Zwarte zee) valt.

Pentaëtēris,πενταετηρίς, de helft van eene ennaëteris.

Πεντακοσιομέδιμνοι, atheensche burgers der eerste klasse volgens de indeeling van Solon; hiertoe behoorden zij, wier grondeigendom jaarlijks minstens 500 medimmen of metreten opbracht, een opbrengst, die eene waarde heeft van 500 drachmen en een kapitaal van 1 talent vertegenwoordigt.

Pentapolis,Πεντάπολις, 1) in het aziatischeDoris de bond der 5 steden Ialysus, Camīrus, Lindus, Cos en Cnidus, die door de toetreding van Halicarnassus eenehexapoliswerd.—2)in Cyrenaica de steden Cyrēne, Berenīce, Arsinoë, Ptolemāis en Apollonia.—3)in het land der Philistijnen: Gaza, Gath, Ascalon, Azōtus, Jamnīa.

Pentāthlum,Πένταθλον,Quinquertium, een wedstrijd in vijf afdeelingen: springen (ἅλμα,saltus), loopen (δρόμος,cursus), worstelen (πάλη,lucta), werpen met de schijf (δίσκος,discus), vuistgevecht (πυγμή,pugilatus); later voegde men er werpen met de speer (ἀκόντισις,iaculatio) bij. Om den prijs te krijgen moest men in iedere afdeeling overwonnen hebben.

Pentekontaëtienoemt men het ongeveer vijftig jaren lange tijdperk tusschen den perzischen en den peloponnesischen oorlog.

Pentelēum,Πεντέλειον, sterkte in het N. van Arcadia, aan den bergΠεντέλεια, Pentelēus mons.

Pentelicus,Πεντελικὸν ὄρος, berg in Attica, beroemd om zijn marmer (πεντελήσιος λίθος), ook Brilessus,Βριλησσός, geheeten.

Penthesilēa,Πενθεσίλεια, dochter van Ares en Otrēra, koningin der Amazonen, die na den dood van Hector den Trojanen te hulp kwam. Zij werd door Achilles gedood, die echter zelf weende bij het gezicht van haar jeugd, schoonheid en heldenmoed.

Pentheus,Πενθεύς, zoon van Echīon en Agāve, volgde Cadmus als koning van Thebe op. Hij verzette zich tegen het invoeren van den dienst van Dionȳsus, en toen hij zich naar den Cithaeron begaf om een feest der Bacchanten te verbieden, werd hij door zijn moeder en de overige vrouwen, die hem in razernij voor een wild dier hielden, gedood en verscheurd.

Penthilus,Πένθιλος, zoon van Orestes en Erigone no. 2, stichter eener volkplanting op Lesbus. Hij wordt de stamvader genoemd van de Penthiliden, eene familie, die tot het midden der zevende eeuw op Lesbus de koninklijke waardigheid bezat.

Pentri, de eenige samnietische volksstam, die na den slag bij Cannae aan Rome trouw bleef. Hoofdstad: Boviānum.

Peparēthus,Πεπάρηθος, eil. in de Aegaeische zee ten Z.O. van Thessalia, door deChalcidiërsgekoloniseerd, beroemd om zijn wijn.

Pephrēdo,Πε(μ)φρηδώ, eene van de Graeae.

Peplum, -plus,πέπλος, -πλον, een kleedingstuk bij de Grieken, dat in vorm overeenkwam met de romeinsche palla en ongeveer op dezelfde wijze gedragen werd. In de oudste tijden schijnt het alleen door vrouwen, later ook door mannen gedragen te zijn. Bijzonder beroemd is deπέπλοςvan Athēna, z.Panathenaea.

Peraea,Περαία, 1) het overjordaansche gedeelte van Palaestina.—2)ἡ περαία τῶν Ῥοδίων, het carische kustland tegenover Rhodus.—3)ἡ περαία Τενεδίων, mysische kuststreek tegenover Tenedus.—4)kolonie van Mitylēne op de kust van Mysia.

Percōte,Περκώτη, oude stad in Mysia aan den Hellespont.

Perdiccas,Περδίκκας, 1) een afstammeling van den Heraclide Temenus uit Argos, vluchtte met zijne broeders naar Illyrië, en stichtte van daar uitgaande het macedonische rijk, waarvan hij de eerste koning werd, omstreeks 700. V. a. was hij de opvolger van Carānus (z. a.).—2)P. II, zoon van Alexander no. 5, regeerde na den dood van zijn vader (454) met zijne broeders Alcetas en Philippus, sedert 436 alleen. De uitbreiding van de atheensche macht op de kusten van zijn rijk maakte hem tot een natuurlijk vijand der Atheners, toch durfde hij slechts zelden openlijk tegen hen optreden, en in den peloponnesischen oorlog stond hij bij afwisseling aan hunne zijde of aan die van hunne vijanden. Hij regeerde tot 413.—3)P. III, zoon van Amyntas II, deelde na den dood van zijn broeder Alexander no. 6 het rijk met Ptolemaeus Alorītes, zijn zwager (369); nadat deze vermoord was (365) regeerde hij tot 360, hij sneuvelde in een slag tegen de Illyriërs.—4)dapper veldheer en vertrouwd vriend van Alexander d. G. Hij onderscheidde zich bij het beleg van Thebe, bij de slagen aan den Granīcus, bij Issus en bij Gaugamēla en op den tocht naar Indië. Alexander overhandigde hem op zijn sterfbed zijn zegelring. Na den dood van Alexander werd besloten dat P. in naam van Alexanders nog ongeboren zoon en van Philippus Arrhidaeus het rijk zou besturen. Hij liet Meleager (z. a.) en diens aanhangers dooden, huwde met Nicaea, de dochter van Antipater, en trachtte op alle wijzen zijne macht te bevestigen. Maar de andere veldheeren toonden zich weinig geneigd zijn gezag te erkennen, en weldra was alleen Eumenes aan P. en het koninklijke huis trouw gebleven, terwijl daarentegen Antigonus, wegens ongehoorzaamheid voor het gerecht gedaagd, naar Europa vluchtte en zich met Antipater, Craterus en Ptolemaeus tegen P. verbond. Deze verstiet nu Nicaea en trad in het huwelijk met Cleopatra, de dochter van Philippus, vooreerst wendde hij zich tegen Ptolemaeus, en toen hij bij eene poging om den Nijl over te trekken zich met groot verlies moest terugtrekken, brak een opstand uit onder de door zijne strengheid verbitterde soldaten, vele officieren vielen van hem af en eenige drongen in zijne tent en doodden hem (321).

Perdix,Πέρδιξ=Talosno. 1.

Perduellio. In het oude fetiaalrecht isperduellis= vijand, terwijlhostissynoniem metperegrīnuswas. Onderperduellioverstaat men vijandige handelingen van den burger tegenover den staat, b. v. pogingen tot omwenteling, verstandhouding met den vijand, ook overloopen, desertie enz. Daar de volkstribunen sedert delex Hortensiavan 287 het recht hebben, politieke misdrijven te vervolgen, wordtperduelliosedert dien tijd slechts weinig genoemd; zieduumviri perduellioni iudicandae.

Peregrīnus, de buitenlander, de vreemdeling, in tegenstelling met den rom. burger. Zie omtrent hun rechtenius gentium.

Peregrīnus Proteus,Περεγρῖνος Πρωτεύς, van Parium, cynisch wijsgeer, vestigde zich, na een tijd lang een zwervend leven geleid te hebben, te Athene. Hij wendde alle middelen aan om de aandacht van het publiek te trekken, en toen hij met dit doel had bekend gemaakt dat hij zich bij de feesten te Olympia zou laten verbranden, drongen zijne aanhangers op de vervulling zijner belofte aan, en was hij genoodzaakt zijn woord te houden (164 n. C.). Hij was ook een tijdlang Christen geweest. Hij is vooral bekend door de satire van Lucianus:de morte Peregrini.

Peremne auspicari.Auspiciën verloren hunne kracht bij het overschrijden van een water, tenzij daarbij zekere vormen in acht werden genomen en een formulier werd uitgesproken. Dit heetteperemne auspicarien moest ook plaats hebben, wanneer men, om op den Campus Martius comitiën te houden, denamnis Petronia, een beekje aan den voet van den Capitolinus, moest overgaan.

Perenna, zieAnna Perenna.

Perfectissimi, titel der ambtenaren van den vierden rang, door Constantijn d. Gr. ingevoerd.

Perga,Πέργη, stad in het binnenland van Pamphylia, met een beroemden tempel van Artemis.

Pergama,τὰ Πέργαμα, de burcht van Troje, ook wel de stad zelve.Neptunia Pergama, omdat Neptunus met Apollo voor koning Laomedon de muren der stad had gebouwd.

Pergamum,Πέργαμον, beroemde stad in het mysische gewest Teuthrania, ten N. van den Caīcus. Na den dood van Alexander d. Gr. behoorde het tot het gebied van Lysimachus, totdat in 284 diens schatmeester Philetaerus afvallig werd en te P. een eigen rijkje stichtte, dat hij in 263 aan zijn neef Eumenes I naliet. In 188, na den syrischen oorlog, kreeg Eumenes II van Rome het grootste gedeelte van het door Antiochus afgestane land. Attalus III vermaakte in 133 zijn rijk en zijne schatten aan het rom. volk. Zijn onechte broeder Aristonīcus weigerde dezen afstand te erkennen, doch werd verslagen, gevangen naar Rome gevoerd en ter dood gebracht. Het rijk van Pergamus werd de rom. provincie Asia (129). De vorsten van P. waren groote beminnaars van kunst en wetenschap geweest. Van de bouw- en beeldhouwwerken, door de Duitschers daar opgegraven, is vooral beroemd het groote Zeusaltaar, in de 2deeeuw gesticht, waarvan het beeldhouwwerk naar Berlijn is overgebracht. In de geschiedenis der beeldhouwkunst neemt de Pergameensche kunst een afzonderlijke plaats in. De bibliotheek van P. bevatte 200000 boekrollen. Ook de nijverheid bloeide; fabricatie van manufacturen en weeldeartikelen werd op groote schaal gedreven. Het perkament,charta pergamēna, ontleende zijn naam aan de stad. De bibliotheek werd later op last van M. Antonius naar Alexandria overgebracht.

Pergamus,Πέργαμος, 1) =Pergama.—2)=Pergamum.—3)stad op Creta bij Cydonia, sterfplaats van Lycurgus.

Περίακτοι, twee driehoekige prisma’s, waarvan de zijden als coulissen beschilderd waren; het geheele lichaam draaide om een spil, zoodat op deze wijze de drie verschillende zijden bij afwisseling voor de toeschouwers zichtbaar konden gemaakt worden. Z.theātrum.

Periander,Περίανδρος, zoon van Cypselus, geb. 668, volgde zijn vader in de regeering over Corinthe op (627). Aanvankelijk regeerde hij gematigd, hij gaf wetten tegen weelde en overdaad, bevorderde handel en scheepvaart door het aanleggen van kanalen, het stichten van volkplantingen enz., beschermde kunsten en wetenschappen en liet de stad met prachtige bouwwerken versieren. Kort voor zijn dood besliste hij als scheidsrechter een geschil tusschen Athene en Mytilēne over het bezit van Sigēum. Nadat hij echter door zijne mishandelingen den dood zijner gemalin Melissa veroorzaakt had, waardoor hij zich een oorlog met zijn schoonvader Procles, tyran van Epidaurus, op den hals haalde, gaf hij zich, naar men wil, aan dronkenschap over en vertoonden zich bij hem blijken van gekrenkte geestvermogens. Uit achterdocht bedreef hij de grootste wreedheden, hij omgaf zich met eene lijfwacht van 200 man, woedde vooral tegen den adel en deed zijn best om de dorische eigenaardigheden bij zijn volk uit te roeien. Zie ookLycophron. Door allen verlaten en door wroeging gefolterd stierf hij, 585. Dat hij tot de zeven wijzen behoord zou hebben, wordt reeds door de ouden tegengesproken. Als zijn spreuk wordt aangehaald:μελέτη τὸ πᾶν, voorzorg is alles.

Periboea,Περίβοια, 1) Najade, die hare onsterfelijkheid prijs gaf om met den arcadischen koning Lelas te trouwen.—2) gemalin van Polybus, die Oedipus als zoon aannam en opvoedde.—3)dochter van Hipponous, gemalin van Oeneus, moeder van Tydeus.—4)Najade, gemalin van Icarius, moeder van Penelope.—5)ofEriboea, dochter van Alcathous, gemalin van Telamon, moeder van Aiax.

Pericles,Περικλῆς, 1) Athener, zoon van Xanthippus, van moederszijde met de Alcmaeoniden verwant, genoot in zijne jeugd het onderwijs van Zeno van Elea, den toonkunstenaar Damon en vooral van Anaxagoras, mannen, met wie hij ook op lateren leeftijd zeer bevriend bleef. Nadat hij zich in verscheiden veldtochten onderscheiden had, trad hij in 469 als staatsman op, en wel als tegenstander van de aristocratische en spartaansch gezinde partij, die onder de leiding van Cimon stond. Sedert deze door het ostracismus verbannen was (460), was P. de eerste man in den staat en hij bleef dit ook na de terugkomst van Cimon. Gewoonlijk behoorde hij tot de strategen, soms was hij ook met het beheer der financiën en der openbare bouwwerken belast, maar zijn grooten invloed had hij vooral te danken aan zijne persoonlijke eigenschappen; zijn politiek doorzicht en zijne overredende welsprekendheid maakten hem tot een volksleider in den goeden zin van het woord. Zijn doel was in Athene aan de democratischeinstellingen de grootst mogelijke uitbreiding en ontwikkeling te geven en het tot den eersten, zoo mogelijk tot den heerschenden, staat in Griekenland te maken. Om aan alle burgers niet alleen gelijke rechten te verschaffen, maar hen ook in staat te stellen die rechten inderdaad uit te oefenen, werd de macht van den Areopagus beperkt, waarbij P. persoonlijk echter slechts eene ondergeschikte rol speelde (z.Ephialtes), de werkkring van de heliaea uitgebreid, aan den eenen kant door liturgieën de grootste lasten op de schouders der rijken gelegd, aan den anderen kant door het invoeren van betaling voor rechters enz. de armeren verlicht en tot het gebruiken hunner burgerrechten aangemoedigd. Daar de democratie in zijn tijd haar glanspunt bereikte, worden hem een aantal wetten in democratischen geest toegeschreven, waarvan echter waarschijnlijk vele reeds voor of eerst na hem zijn ingevoerd. Kunst en wetenschap moedigde hij ten zeerste aan, de voornaamste kunstenaars van Griekenland zochten Athene op en vonden er werk, het Parthenon, het Odēum, de Propylaea, e.a. onsterfelijke kunstwerken zijn in dezen tijd gebouwd, grootendeels onder leiding van Phidias, den vriend van P.—Zijn streven om Athene’s macht ook te land uit te breiden veroorzaakte reeds vroeg een oorlog met Sparta (457), die, hoewel de slag bij Tanagra verloren werd, aanvankelijk voor Athene gunstig verliep; toen in 451 door tusschenkomst van Cimon een vijfjarige wapenstilstand gesloten werd, was Aegīna onderworpen, Megara met Athene verbonden, Boeotië, Locris en Phocis gedwongen geworden zich bij Athene aan te sluiten, zelfs waren eenige gelukkige tochten naar de Peloponnēsus en naar Acarnanië gedaan. Maar weldra verhief zich de oligarchische partij in Boeotië tegen dezen toestand, en toen Tolmides tegen den raad van P. den slag bij Coronēa waagde en verloor (447), vielen ook Locris, Phocis, Megara en Euboea af, en deden de Spartanen een inval in Attica. Wel wist P. hen door omkooping tot den aftocht te bewegen en veroverde hij Euboea weder, maar bij den dertigjarigen vrede (445) werd Athene gedwongen al zijne bezittingen in de Peloponnēsus op te geven en Boeotië, Megara, Locris en Phocis uit den bond te laten treden. Daarentegen veranderde langzamerhand de betrekking van Athene tot de zeestaten, zoodat deze van bondgenooten tot onderhoorigen werden; P. uitte onverholen de meening, dat zij aan Athene gehoorzaamheid en schatting schuldig waren, terwijl Athene daarentegen verplicht was hen te helpen en te verdedigen. De meeste staten misten de middelen om zich tegen deze aanspraken te verzetten, daar zij de gewoonte hadden aangenomen voor de verdediging van den bond geld in plaats van soldaten te geven; die het niettemin beproefden, werden met geweld ten onder gebracht, zooals Euboea, Aegīna, Samus. Sedert 454 werd de bondskas te Athene bewaard en als Atheensch eigendom beschouwd en behandeld. Een middel, waardoor P. staten van twijfelachtige trouw aan Athene verbond en tevens arme burgers verzorgde, was het uitzenden van cleruchieën; bijna 5000 atheensche burgers kregen op deze wijze in verschillende deelen van Griekenland grondbezit. Maar P. zag wel in, dat Athene vroeg of laat zijne heerschappij, hoe hecht zij ook gevestigd scheen, zou moeten verdedigen, daarom nam hij reeds sedert het begin van den dertigjarigen vrede alle mogelijke maatregelen tegen den onvermijdelijken oorlog, en toen deze oorlog eindelijk uitbrak, had Athene 300 schepen, een leger van 30000 hopliten en 8000 talenten in kas, terwijl de jaarlijksche inkomsten 1000 talenten bedroegen. Hij ried daarom aan de eischen der Spartanen (z.Pelop. oorlog) af te wijzen, den oorlog moedig te ondernemen en voorzichtig te voeren. Wel vond hij verbitterden tegenstand bij de aristocratische grondeigenaars en bij de boeren, die van een oorlog de grootste schade zouden ondervinden; wel trachtten zijne tegenstanders, die hemzelf niet durfden aanvallen, aan hunne verbittering lucht te geven door aanklachten tegen Anaxagoras, Aspasia en Phidias, maar P., steunend op het vertrouwen van het volk, hield vol en,hoe moeilijk de tijden ook waren, het bleef naar hem luisteren. Eerst toen door oorlog en pest de nood op het hoogst gestegen was en de ontevredenheid een offer zocht, waagde men het P. van slecht beheer der staatsgelden te beschuldigen, inderdaad werd hij tot een geldboete veroordeeld (430), doch spoedig keerde het vertrouwen van het volk terug en werd hij opnieuw tot strateeg verkozen. In het volgende jaar stierf hij, v.s. aan de pest.—2)onechte zoon van den vorigen bij Aspasia. Ter eere van zijn vader gaf het volk verlof hem onder de burgers op te nemen; hij was een van de atheensche vlootvoogden, die na den slag bij de Arginūsae ter dood veroordeeld werden.

Periclymenus,Περικλύμενος, 1) zoon van Neleus en Chloris no. 3, Argonaut, was zeer sterk en konde verschillende gedaanten aannemen; bij de verwoesting van Pylus werd hij door Heracles gedood.—2)zoon van Poseidon en Chloris no. 4, Thebaan, die bij den oorlog der zeven tegen Thebe Parthenopaeus doodde en Amphiarāus op de vlucht vervolgde.

Περίδειπνον, een maaltijd, door de bloedverwanten van een gestorvene na zijne begrafenis in het sterfhuis gehouden.

Periēres,Περιήρης, zoon van Aeolus, koning van Messenië, vader van Aphareus en Leucippus.

Perigūne,Περιγούνη, dochter van Sinis, bij Theseus moeder van Melanippus.

Perilāus,Πιρίλαος, 1) zoon van Icarius en Periboea, v. s. aanklager van Orestes bij den Areopagus.—2)ofPerillus, kunstenaar van Agrigentum, maakte een koperen stier, waarin een mensch kon verbrand worden, en die zoo gemaakt was, dat het geschreeuw van het slachtoffer op het gebrul van een stier geleek. Hij bood dien stier voor eene aanzienlijkesom aan Phalaris aan, maar deze nam de eerste proef met den kunstenaar zelf.

Perillus,Πέριλλος, z.Perilāusno. 2.

Perinthus,Πέρινθος, bloeiende volkplanting (559) van Samus, op de thracische kust aan de Propontis (zee v. Marmara) gelegen. Zij verdedigde zich met goed gevolg tegen Philippus van Macedonië. Later Heraclēa Perinthus.

Περίοικοι, afstammelingen van de oude bevolking der peloponnesische staten, wien door de dorische veroveraars de vrijheid en gedeeltelijk ook hun grondeigendom gelaten was. Zij misten het burgerrecht en moesten schatting opbrengen. In Lacedaemon is de naam Lacedaemoniërs soms in het bizonder op hen toepasselijk, terwijl daarentegen de heerschende Doriërs zich Spartanen noemen.

Peripatetici,Περιπατητικοί, wijsgeeren uit de school van Aristoteles (z.a.).

Periphas,Περίφας, 1) attisch autochthoon, die nog vóór Cecrops over Attica regeerde en wegens zijne wijsheid en goedheid als een god vereerd werd. Hierover vertoornd, wilde Zeus hem met den bliksem dooden, maar op de bede van Apollo veranderde hij hem in een arend.—2)een Aetoliër, die voor Troje door Ares gedood werd.—3)een Griek, die bij de verovering van Troje den burcht innam.—4)heraut van Aenēas.

Periphētes,Περιφήτης, zoon van Hephaestus en Anticlēa, een berucht roover, die met een ijzeren knots de reizigers doodde, die in zijne handen vielen. Theseus doodde hem in de nabijheid van Epidaurus en ontnam hem de knots.

Περίπολοιwaren te Athene belast met de bezetting der grensvestingen en de bewaking van het land. Zij hadden eene lichte wapenrusting en werden slechts bij uitzondering buitenslands gezonden. De dienst derπερ.gold als eene voorbereiding voor den werkelijken krijgsdienst en was daarom aan de epheben opgedragen.

Peripterus,περίπτερος, is een tempel, wanneer er eene kolonnade aan al de vier zijden om heen loopt. Staan de zuilen aan de zijkanten en den achterkant ter halverwege in den muur dan zegt menpseudoperipterus.

Περίστασιςnoemt men de zuilengangen rondom den dorischen tempel, ziecolumna.

Peristylium,περιστύλιον, een ruimte, rondom ingesloten door zuilen, die binnen de muren staan. Het komt eerst sedert den hellenistischen tijd voor, z.DomusenΟἰκία.—2)=Περίστασις.

Permessus,Περμησσός, beekje in Boeotia, ontspringt op de zuidelijke helling van den Helicon en stroomt langs Thisbe en Leuctra.

Pēro,Πηρώ, de schoone dochter van Neleus en Chloris, gemalin van Bias, z.Melampus.

Pero, laars van ruw of ongelooid leder.

Περόνη, z.Fibula.

Perperēna,Περπερήνα, vlek in Mysia, ten Z. van Adramyttium.

Perpernae, ookPerpennae. 1)M. Perpernawerd samen met L. Petillius door den illyrischen koning Gentius, tot wien zij als gezanten kwamen, gevangen gehouden, totdat de praetor Anicius hen met een leger kwam bevrijden (168).—2)M. Perperna, consul in 130, overwon den pergameenschen kroonpretendent Aristonīcus. Hij overleed te Pergamum.—3)M. Perperna, consul in 92, censor in 86.—4)M. Perperna, een laatdunkend en onbekwaam man, koos in den burgeroorlog de partij van Marius en werd praetor. Toen Sulla zegevierde, week hij naar Sicilië, van waar Pompeius hem verjoeg. In 78 was hij onderbevelhebber van den oproerigen consul Mam. Aemilius Lepidus, na wiens nederlaag hij naar Hispania tot Sertorius vluchtte. Door zijne afkomst achtte hij zich ver boven Sertorius verheven en zoo nam hij deel aan eene samenzwering, waardoor S. vermoord en P. tot aanvoerder werd uitgeroepen (72). Hij werd echter spoedig door Pompeius verslagen en gevangen genomen, trachtte nog door eene laaghartigheid zijn leven te redden, doch werd ter dood gebracht.

Perrhaebi,Περραιβοί, krijgshaftig volk in het Noorden en in het Oosten van Thessalia, en ook in het N. van Euboea wonend.

Perranthes, berg in Epīrus, bij Ambracia, ten O. van den Arachthus.

Persaeus,Περσαῖος, 1) z.Perses.—2)van Citium, slaaf, later leerling van Zeno, leefde als stoicijnsch wijsgeer aan het hof van Antigonus Gonātas, die hem veldheer maakte en aanvoerder van het macedonische garnizoen van Corinthe. Hij sneuvelde in den strijd tegen Aratus (± 243).

Perse, Persēis,Πέρση, Περσηίς, dochter van Oceanus, gemalin van Helius, moeder van Aeētes, Circe, Pasiphaë, e. a.

Persephone,Περσεφόνη, -φόνεια, Περσέφασσα, Φερρέφ-, Κόρη,Proserpina, dochter van Zeus en Demēter, gemalin van Hades, die in de onderwereld over de schimmen der afgestorvenen regeert. Na Homerus treedt hare verhouding tot Demēter meer op den voorgrond dan die tot Hades, zelfs is zij in de mysteriën de bruid van Iacchus en heeft Hades haar slechts door geweld tot gemalin gekregen en door list behouden. Toen zij nl. eens op de vlakte van Nysa of bij Enna bezig was bloemen te plukken, opende zich plotseling de aarde, en uit de opening verscheen Hades, op zijn gouden met vier zwarte paarden bespannen wagen gezeten, en ontvoerde haar in weerwil van haar tegenstreven. Zeus had hem hiertoe zijne toestemming gegeven, maar Demeter, die niet wist waar hare dochter gebleven was, zocht deze vruchteloos negen dagen en nachten, totdat zij van Helius vernam, dat zij toch niet in P.’s tegenwoordig verblijf zou kunnen doordringen; in toorn trok zij zich van het gezelschap der goden terug, terwijl alle groei op aarde ophield. Eindelijk was Zeus genoodzaakt P. door Hermes uit de onderwereld te laten terughalen, maar Hades geeft haar, voordat hij haar laat gaan, de pit van een granaatappel, het zinnebeeld van het huwelijk, zoodat zij niet voor goed het sombere rijk van haar gemaal kan verlaten, maar er een derde van het jaar moetdoorbrengen. Intusschen had Demeter, bewogen door de gastvrije ontvangst van Celeüs, door Triptolemus de kennis van den landbouw onder de menschen laten verbreiden en de eleusinische mysteriën ingesteld. In dezen mythus is P. blijkbaar het zinnebeeld van het jaarlijks terugkeerende afsterven en herleven der plantenwereld, waaraan in de mysteriën verder de beteekenis gegeven werd van eene zinnebeeldige voorstelling van verlossing uit den dood. De nauwe betrekking, die tusschen P. en hare moeder gedacht wordt te bestaan, wordt uitgedrukt door den veelal aan beide godinnen gemeenschappelijken eeredienst, door hare gemeenschappelijke bijnamen (Δέσποινα, Μεγάλη θεά), en vooral door den naamΚόρη(de jonkvrouw, dochter), die P. in de mysteriën droeg. Onder den invloed van de mystiek der Orphici werd zij later dikwijls verward met Hecate, Gaea, Rhea e.a.—Zij wordt afgebeeld als koningin der onderwereld met schepter en kroon, of als de bruid van Iacchus met klimopkrans en fakkels, of eenvoudig als de jonge dochter van Demeter; tot hare attributen behooren de narcis, papaver en korenaren.

Persepolis,Περσέπολις, heilige hoofdstad van het landschap Persis, door Darīus aangelegd, aan den Medus, dicht bij zijn uitmonding in den Araxes. De burcht met het koninklijk paleis, de schatkamer en de graven der perzische koningen, was door een driedubbelen muur omgeven. De stad werd door Alexander d. Gr. geplunderd en gedeeltelijk verwoest.

Perses,Πέρσης, 1) ofPersaeus, zoon van Crius en Eurybia, vader van Hecate.—2)zoon van Helius en Persēis.—3)zoon van Perseus en Andromeda, mythisch stamvader der Perzen.—4)broeder van Hesiodus (z.a.).—5)bij latijnsche schrijvers = Perseus van Macedonië.

Perseus,Περσεύς, 1) zoon van Zeus en Danaë (z.Acrisius). Hij werd door koning Polydectes van Seriphus opgevoed, maar toen hij opgegroeid was, wenschte deze zich van hem te ontslaan, hetzij omdat hij hem voor zijne regeering gevaarlijk achtte, hetzij omdat hij Danaë in zijne macht wilde brengen. Door valsche voorspiegelingen wist hij P. de belofte te ontlokken, dat hij desnoods het Medusahoofd voor hem zoude halen, en daarna drong hij op de vervulling van die belofte aan. Door de hulp van Hermes en Athēna kwam P. bij de Graeae (z.a.), maakte zich, terwijl zij sliepen, van haar oog en tand meester en dwong haar dus hem den weg te wijzen naar de woning der nimfen, die hem de middelen konden verschaffen om zijne onderneming tot een goed einde te brengen. Van de nimfen kreeg hij gevleugelde schoenen, een tasch en den helm van Hades, Athena voegde er een spiegel en Hermes een sikkel bij. Met deze uitrusting kwam hij bij de Gorgonen (z. a.) aan de overzijde van den Oceaan, hij vond ze slapend en sloeg Medūsa het hoofd af, terwijl hij, om niet versteend te worden, het gelaat afwendde en haar in den spiegel zag; toen de andere Gorgonen ontwaakten en hem wilden grijpen, maakte hij zich door den helm onzichtbaar. Met het afgehouwen hoofd in zijn tasch, nam hij met zijne gevleugelde schoenen over Afrika den terugtocht aan. Door de versteenende kracht van het Medusahoofd wreekte hij zich op Atlas, bevrijdde hij Andromeda en verdedigde hij zich tegen Phineus en diens aanhangers, eindelijk kwam hij op Seriphus terug, toen Polydectes op het punt stond Danaë tot een huwelijk te dwingen; tot straf veranderde hij ook dezen door het gezicht van het Medusahoofd in steen, waarop hij diens broeder Dictys koning over het eiland maakte. Met Danaë en Andromeda keerde hij nu naar Argos terug, maar nadat hij door een ongelukkig toeval zijn grootvader gedood had, ruilde hij zijn rijk tegen dat van zijn achterneef Megapenthes; zoo werd hij koning van Tiryns, van waar uit hij Midea en Mycēnae stichtte. Hij was de stamvader der Persiden, tot welke o. a. ook Heracles behoorde. Tusschen Argos en Mycenae, op Seriphus en te Athene had hij een heiligdom. Met Andromeda werd hij onder de sterren geplaatst.—2)onechte zoon van Philippus III (z. a.), voerde reeds op jeugdigen leeftijd oorlog tegen de Illyriërs, en later, toen zijn vader met de Rom. in bondgenootschap was, tegen de Aetoliërs. In 178 volgde hij zijn vader als koning van Macedonië op. Aanvankelijk regeerde hij wijs en gematigd, met de Rom. sloot hij vriendschap, maar daar hij wel inzag dat een oorlog met hen onvermijdelijk was, rustte hij zich ijverig daarvoor toe, hij vergrootte zijn leger, zorgde voor een ruimen voorraad van levensmiddelen en geld, verbond zich met Illyriërs, Thraciërs e. a., en trachtte zich in Syrië, Boeotië en Aetolië aanhangers te verwerven. In 171 brak de oorlog uit, die aanvankelijk ten gevolge van de onbekwaamheid der rom. veldheeren door P. met geluk gevoerd werd, maar met hoeveel overleg hij ook zijne maatregelen genomen had, op het oogenblik van handelen miste hij de vastberadenheid om zijne met zorg beraamde plannen uit te voeren, van zijne overwinningen wist hij geen gebruik te maken, en door zijne gierigheid vervreemdde hij zijne soldaten en bondgenooten van zich. In 168 kreeg de consul L. Aemilius Paullus het opperbevel over het rom. leger, en nadat deze de krijgstucht door gepaste maatregelen hersteld had, behaalde hij in den slag bij Pydna eene beslissende overwinning. P. vluchtte met zijne schatten naar Samothrāce, maar gaf zich terstond over, toen de Rom. hem vervolgden; hij moest den triumftocht des consuls opluisteren, en bracht de weinige overige jaren van zijn leven als gevangene te Alba Fucentia door.

Persicus sinus,ὁ Περσικὸς κόλπος, tegenwoordig nog als de Perzische golf bekend.

Persii. De beroemdste van dit geslacht is de dichterA. Persius Flaccus, te Volaterrae in Etruria in 34 na C. uit den ridderstand geboren, een leerling van den stoicijn AnnaeusCornūtus en een vriend van den dichter Lucānus. Hij was ook bevriend met Seneca en Thrasea Paetus. Van zijne gedichten zijn zes satiren tot ons gekomen. Hij had zich Horatius en Lucilius tot voorbeeld gekozen. In 62 stierf hij aan eene maagkwaal.

Persis,Περσίς, Περσική, de bakermat van het groote perzische rijk, ten Z. van Media. De Persae,Πέρσαι, waren in drie kasten verdeeld de edelen, de landbouwers, de nomadische herdersstammen. Uit Media kwam de priesterkaste der Magiërs.

Persōna, het tooneelmasker. De afmetingen der oude theaters waren van dien aard, dat bij de tooneelspelers van mimiek geen sprake kon zijn; men kon deze toch niet waarnemen. Om deze reden droegen de spelers maskers, die geheel berekend waren op het effekt en waaraan de toeschouwers terstond konden zien, welke soort van rol zij voorstelden, waarmede de haartooi of pruik dan in overeenstemming moest wezen. Zoo waren b.v. de maskers voor goden, heroën, vorsten hoog van maaksel, zoodat zij den speler grooter en verhevener lieten schijnen. Voor het treurspel had men ten minste 25 verschillende typen, 6 voorsenes, 7 voor jongelieden, 9 voor vrouwen, 3 voor slaven; voor het blijspel worden 43 typen vermeld. Figuranten,personae mutae, hadden maskers met gesloten mond.


Back to IndexNext