Proteus,Πρωτεύς, een oude zeegod, die op het eiland Pharus de robben van Amphitrīte weidt. Hij bezit de gave der voorspelling, maar hij geeft zijne voorspellingen niet dan gedwongen, en tracht door allerlei gedaanteverwisselingen te ontsnappen aan hen, die hem ondervragen. Zie ookHelena.—V. a. was hij koning van Pharus, zoon van Poseidon, echtgenoot van Psamathe, of hij was naar Thracië gegaan om daar met Torōne in het huwelijk te treden, maar wegens het slecht gedrag zijner zonen, Tmolus en Telegonus, had hij Poseidon verzocht naar Aegypte te mogen terugkeeren.Πρόθεσις νεκροῦ, tentoonstelling van een lijk. Op den dag vóór de begrafenis werd het lijk, nadat het gewasschen, gekleed en bekranst was, in het voorste gedeelte van het huis op een bed gelegd, met de voeten naar de huisdeur gericht. Bloedverwanten en vrienden kwamen den afgestorvene dan het laatste bezoek brengen, en zongen te zijner eere plechtige klaagliederen.Protis,Πρῶτις, van Phocaea, stichter van Massilia en stamvader van het geslacht der Protiaden aldaar.Protogenēa,Πρωτογένεια, dochter van Deucalion en Pyrrha, gehuwd met Locrus, bij Zeus moeder van Opus.Protogenes,Πρωτογένης, van Caunus, uit de 2dehelft van de 4deeeuw, een van de beroemdste grieksche schilders. Tot zijn 50stejaar moest hij door handwerk in zijn onderhoud voorzien, eerst toen gelukte het Apelles de aandacht op hem te doen vestigen. Hij kocht namelijk eenige schilderijen van Pr., en deed alles om het vermoeden op te wekken, dat hij ze voor zijn eigen werk wilde laten doorgaan. Zijn voornaamste werk was de Ialysus als jager voorgesteld, dat later in den Vredetempel te Rome was en bij den brand van dien tempel verloren ging. Toen Demetrius Poliorcētes Rhodus belegerde, waar Pr. woonde en werkte, liet hij de werkplaats van den kunstenaar, die buiten de stad gelegen was, door eene wacht beschermen, en dikwijls bracht hij er zelf een bezoek. Zelfs liet hij zich de overwinning ontsnappen, doordat hij niet er toe konde besluiten de stad van die zijde aan te vallen, waar de Ialysus van Pr. zich bevond.Protomachus,Πρωτόμαχος, 1) atheensch veldheer in den slag bij de Arginusen, ging vrijwillig in ballingschap, om aan het proces tegen hem en zijne ambtgenooten te ontkomen.—2)aanvoerder der ruiterij onder Alexander den Grooten.Provincia, de door wet, senaatsbesluit ofsortitioaan een ambtenaarcum imperiotoebedeelde werkkring of het terrein van werkzaamheid. De senaat bepaalde gewoonlijk den ambtskring (provincia) der consuls; de praetoren lootten na hun benoeming, wie van hen alspraetor urbanusdeprovincia urbana, wie deprovincia peregrina(de rechtspraak onder vreemdelingen) zou hebben, wie als voorzitter van één of meerquaestioneszou optreden. Later beteekentprovinciavoornamelijk ambtskring buiten Italië, en gaat dan in de beteekenis van wingewest over.Provocatio, beroep op de volksvergadering als rechter en wel op de centuriaatcomitiën in lijfstraffelijke zaken en op de tribuutcomitiën of hetconcilium plebisbij boeten boven een zeker bedrag. Zieleges Valeriae, leges Porciae, lex Aternia Tarpeia, lex Iulia Papiria. Het recht vanprovocatiowas ingesteld als waarborg tegen willekeur en mishandeling van de zijde der magistraten. De provocatie geldt niet voor vrouwen en vreemdelingen, en is beperkt tot de banmijl, de grens van hetimperium domi. Na de instelling derquaestiones perpetuaewerden deiudicia populiuitzondering, doch zij bleven toch bestaan, evenwel niet zóó, dat men van een eenmaal gewezen vonnis op het volk kon appelleeren. Zie echterAntoniae(leges) no. 6. De rom. republiek kende geen appèl van gevelde vonnissen; het komen in hooger beroep dagteekent uit den tijd der keizers.Πρόξενος, de gastvriend van een staat, niet zonder grond met onze tegenwoordige consuls vergeleken, daar hij in zijn staat de belangen waarnam van den staat, welksπρ.hij was. In den staat, dien hij vertegenwoordigde, genoot hij daarvoor ook zekere voorrechten boven andere vreemdelingen.—Deπροξενίαvan een bepaalden staat wordt soms door vele geslachten heen in dezelfde familie gevonden.Proxenus,Πρόξενος, 1) Boeotiër, leerling van Gorgias, vriend van Xenophon, een van de aanvoerders der grieksche troepen onder den jongen Cyrus. Na den slag bij Cunaxa werd hij door Tissaphernes verraderlijk gevangen genomen en ter dood gebracht.—2)van Tegea, vijand van Sparta en ijveraarvoor den bouw van Megalopolis. Bij de partijtwisten in zijne vaderstad verloor hij het leven.—3)van Aphidna, atheensch veldheer tegen het einde van den heiligen oorlog (347).Prudentius Clemens(Aurelius), uit Hispania geboortig, de beste rom. christendichter, leefde in de tweede helft der vierde eeuw na C.Prusa,Προῦσα, ookPrusias,Προυσιάς, geheeten, 1)ad Olympum, aanzienlijke stad van Bithynia, door Prusias I aan den voet van den mysischen Olympus naar een plan van Hannibal gesticht, thans Brussa.—2)ad Hyppium, kuststadje in het W. van Bithynia aan de rivier Hyppius, zieCius.Prusias,Προυσίας, 1) koning van Bithynië, regeerde, nadat hij zich door gelukkige oorlogen van de Galliërs en andere vijanden bevrijd had (213), met kracht en beleid en vergrootte zijn rijk door de verovering van Heraclēa en andere steden. In den oorlog tusschen de Rom. en Antiochus koos hij de partij van eerstgenoemden, doch later verleende hij een schuilplaats aan Hannibal. Hij werd echter gedwongen hem aan de Romeinen uit te leveren, zieHannibalno. 4. Hij stierf kort daarna.—2)zoon en opvolger van den vorigen, was geheel en al afhankelijk van de Rom. en sloot op hun bevel vrede met Attalus II, dien hij met geluk beoorloogd had. In 143 werd hij door zijn zoon Nicomēdes gedood.Prusias,Προυσιάς=Cius.Πρυτανεία,z.Πρύτανις.Πρυτανεῖα, zekere som, die beide partijen in eeneδίκηvoor den aanvang van het proces moesten storten tot vergoeding van de proceskosten, vandaarπρ. τιθέναι τινί, iemand aanklagen. Voor zaken, beneden 100 drachmen geschat, werden geeneπρ.betaald, bij hoogere schatting stonden deπρ.in zekere verhouding tot de som in kwestie. De verliezende partij moest den winner ook zijneπρ.vergoeden.Πρύτανις, de eerste, voorste, in verscheiden staten naam van de opperste magistraten. Te Athene noemde menπρυτάνειςde 50 raadsleden, die tijdelijk met het dagelijksch bestuur belast waren (z.βουλή). Iedere phyle had de prytanie op haar beurt, zooals dit bij het begin van het jaar door loting was aangewezen. Deze betrekking zelve en de tijd, gedurende welken dezelfde prytanen aan het bestuur zijn (35 of 36, in schrikkeljaren 38 of 39 dagen), heetπρυτανεία, de phyle, waartoe zij behoorden,φυλὴ πρυτανεύουσα. De prytanen zijn den geheelen dag met elkander in denΘόλος, in oudere tijden in het Prytanēum, waar zij ook gemeenschappelijk hunne maaltijden gebruiken. Voor iederen dag wordt uit hun midden door het lot eenἐπιστάτηςaangewezen, die voorzitter is van de raads- en volksvergadering (z. echterπροεδρία) en de sleutels van den burcht en van het archief en het staatszegel in bewaring heeft.—Zie ookναυκραρία.Prytanēum,Πρυτανεῖον, een gebouw te Athene, waar aanzienlijke vreemdelingen en verdienstelijke burgers hunne, van staatswege verstrekte, maaltijden hielden.—Oorspronkelijk hielden ook de prytanen hier hunne zittingen en maaltijden.Psamathe,Ψαμάθη, 1) Nereïde, bij Aeacus moeder van Phocus.—2)z.Linus.—3)z.Proteus.Psammenītus,Ψαμμήνιτος, zoon van Amāsis, laatste koning van Aegypte, werd na eene regeering van 7 maanden door de Perzen bij Pelusium verslagen en moest zich aan Cambȳses overgeven (525). Cambyses maakte hem stadhouder van Aegypte, maar toen kort daarna een opstand uitbrak, waaraan Ps. schuldig geacht werd, werd hij ter dood veroordeeld.Psammetichus,Ψαμμήτιχος, 1) een van de vorsten, die onder assyrische opperheerschappij over Aegypte regeerden, wist zich door middel van ionische en carische troepen, hem uit Lydië te hulp gezonden, van Assyrië onafhankelijk te maken (663) en bemachtigde daarna het geheele rijk. Een inval der Scythen kocht hij door groote geschenken af, overigens breidde hij zijne macht ook buiten Aegypte uit en ondernam hij zelfs veldtochten naar Azië, waar hij Azōtus na een oorlog van 29 jaar (640–611) innam. Gelijk hij zijne verheffing aan vreemde hulp verschuldigd was, zoo bleef hij gedurende zijne geheele regeering een beslist voorstander van het vrije verkeer van vreemdelingen in zijn rijk, vooral begunstigde hij den handel en bevorderde hij de vestiging van Grieken en Phoeniciërs in Aegypte, ook bleef hij steeds grieksche en carische troepen in dienst houden. Deze nieuwigheden, waarmede samenhangt de verplaatsing der residentie van Memphis naar Sais, veroorzaakten groote verbittering, en velen uit de soldatenkaste, men spreekt van 240,000, verhuisden naar Aethiopië, maar Ps. liet zich niet van den eenmaal ingeslagen weg afbrengen en had de voldoening, gedurende zijne lange regeering den bloei en de welvaart van zijn rijk steeds te zien toenemen. Hij stierf in 609.—2)Ps. II of Psammis, kleinzoon van den vorigen, koning van Aegypte 594–588.—3)Ps. III =Psammenitus.Psammis,Ψάμμις=Psammetichus II.Psarus,Ψάρος, rivier in Cilicië, ten O. van Tarsus.Ψηφίζεσθαι, stemmen door middel van steentjes (ψῆφοι), die in een urn (ὑδρία) geworpen werden, doch dikwijls in het algemeen voor besluiten, ook wanneer dit door het opsteken der handen (χειροτονία) geschiedt. Ieder volksbesluit heetψήφισμα.Ψευδομαρτυριῶν δίκη, aanklacht tegen iemand, door wiens valsch getuigenis men een proces verloren heeft. De veroordeeling van den aangeklaagde had niet noodzakelijk de vernietiging van het oorspronkelijk vonnis ten gevolge, maar konde aanleiding geven tot eenπαλινδικία.Ψιλοί, algemeene naam voor lichtgewapende troepen: boogschutters, slingeraars, enz., te onderscheiden van deπελτασταίof lichtgewapendeinfanterie. Verder verstaat men onderψίλοιde oppassers of bedienden derὁπλῖται. Ieder hopliet had een oppasser, om wanneer hij door zijn zware wapenrusting vermoeid was, op marsch zijn schild en speer te dragen, verder voor het dragen, requireeren en koken van de levensmiddelen. In Sparta gebruikte men daarvoor heloten, in Attica moest ieder hopliet zelf voor zijn oppasser zorgen, dien hij dus meestal uit zijn familie of buren koos. Daar ze ook nu en dan krijgsdiensten moeten verrichten en tot hun taak ook behoort het wegvoeren van gewonden en van gevangenen, plundering en verwoesting van het vijandelijk land, zijn ze licht gewapend, met een dolk of bijl of korte speer.Psophis,Ψωφίς, sterke stad in het N.W. van Arcadia. Het had eene acropolis met cyclopische muren. Vroeger heette het Phegēa,Φήγεια.Ψυχαγωγός, Ψυχοπομπός, bijnaam van Hermes, die de zielen der afgestorvenen naar de onderwereld geleidt.Ψυχομαντεῖον, Ψυχοπομπεῖον, plaats, waar men de geesten van afgestorvenen door eenψυχόμαντιςkon laten oproepen om hen over de toekomst te ondervragen, de antwoorden ontving men gewoonlijk in den droom.Psyche,Ψυχή, personificatie van de ziel des menschen; zij was de jongste van drie koningsdochters, en zoo schoon, dat de menschen haar de hulde brachten, die zij aan Aphrodīte verschuldigd waren. Hierover vertoornd, liet de godin door een orakel aan hare ouders het bevel geven, haar op eene eenzame rots te brengen, daarna zond zij Eros om haar met een van zijne pijlen liefde voor den leelijksten en gemeensten man te doen opvatten. Maar op het oogenblik dat Eros zijn pijl zou afschieten, wondde hij zichzelven er mede, en bekoord door hare schoonheid, verplaatste hij haar naar een lusthof, waar hij haar iederen nacht bezocht. Echter verbood hij haar ooit pogingen te doen om hem te zien of te leeren kennen, en aanvankelijk bedwong Ps. haar nieuwsgierigheid, maar na eenigen tijd wisten hare afgunstige zusters twijfel bij haar op te wekken, en zij besloot zich zekerheid omtrent den persoon van haar minnaar te verschaffen. Zoodra hij in slaap gevallen was, ontstak zij een lamp, maar door zijne schoonheid getroffen, liet zij, terwijl zij zich te ver over hem heen boog om hem goed te beschouwen, een druppel heete olie daaruit op zijn schouder vallen, de god ontwaakte, verweet haar haar gebrek aan vertrouwen en verliet haar. Ontroostbaar over dit verlies, dwaalde Ps. over de geheele aarde rond om haar minnaar te zoeken, ten slotte wendde zij zich tot Aphrodite zelve, die haar wel vergiffenis beloofde, maar haar eerst een aantal zware beproevingen oplegde, waaronder zij bezweken zoude zijn, indien niet Eros zelf, bij wien de oude liefde herleefd was, haar geholpen en gesterkt had. Ten slotte werd Aphrodite verzoend, de beide minnenden hereenigd, Ps. werd op den Olympus opgenomen en door Zeus met de onsterfelijkheid beloond.—Ps. wordt dikwijls in vereeniging met Eros afgebeeld als een vlinder of als een jonkvrouw met vlindervleugels.Psylli,Ψύλλοι, oud-libysch volk in het binnenland van Cyrenaica; ze stonden bekend als slangenbezweerders.Psyra, Psyria,Ψύρα(τὰ),Ψυρία(ἡ), eilandje ten W. van Chios. Daar het eilandje geen wijn voortbracht, zei men van geheelonthouders:Ψύρα τὸν Διόνυσον ἄγοντες.Psyttalīa,Ψυττάλεια, rotseilandje in de zeeëngte tusschen Salamis en de kust van Attica, v.s. Hagios Georgios, v.a. Lipsokutali.Pteleum,Πτελεόν, naam van onderscheiden steden; in het thessalische gewest Phthiōtis tegenover de invaart van de Pagasaeische golf, in Elis Triphyliaca, in aziatisch Ionia bij Erythrae, en ook elders.Pterelāus,Πτερέλαος, koning der Taphiërs, z.Comaetho.Pteria,Πτερία, district en stad in Cappadocia, vroeger hoofdstad van het rijk der Hethiten.Πτερόν, πτέρωμα, noemt men de zuilen van de voor- en achterzijde van grieksche tempels.Ptolemaeus, Ptolom.,Πτολεμαῖος, 1)Alorītes, zieAlexanderno. 6 enPerdiccasno. 3.—2)neef van Antigonus, wiens plannen hij eenigen tijd krachtig ondersteunde (315–312), later knoopte hij echter betrekkingen aan met Pt. van Aegypte, die hem vergiftigde (309).—3)van Epīrus, zoon van Pyrrhus, nam gedurende den tocht van zijn vader naar Italië de regeering waar. Na eene schitterende overwinning ter zee nam hij Corcȳra, hij versloeg Antigonus Gonātas en sneuvelde bij den tocht van zijn vader naar de Peloponnēsus (272).—4)Pt.Lagi(Λαγίδης), onder Philippus van het macedonische hof verbannen, werd door Alexander bij zijne lijfwacht geplaatst. Hij had een eervol deel aan alle ondernemingen van Alexander, streed bij Issus, nam Bessus gevangen, onderwierp Sogdiāna, en behaalde roem in de indische oorlogen. Hij had ook bij den koning en bij het geheele leger grooten invloed en na Alexanders dood was hij het vooral, die de verdeeling van het rijk doorzette. Voor zijn aandeel kreeg hij Aegypte, door de verovering van Cyrēne breidde hij zijn gebied uit, terwijl hij den aanval van Perdiccas op zijn rijk met beleid afweerde (321). In de nu volgende oorlogen tusschen de vroegere veldheeren van Alexander stond Pt. aanvankelijk met Antigonus, Seleucus e.a. tegenover Eumenes, nadat deze echter gevallen was, behoorde hij steeds tot de vijanden van Antigonus. Gedurende deze oorlogen kwam Pt. nu eens in het bezit van Phoenicië, Palaestina, Coele-Syrië en sommige eilanden, dan weder verloor hij deze veroveringen geheel of gedeeltelijk; in 312 behaalde hij een groote overwinning op Demetrius Poliorcētes bij Gaza, in 306 werd hij door Demetrius bij Salamis op Cyprus verslagen. Eindelijk sneuvelde Antigonus in den slag bij Ipsus (301), en toen Demetrius, na korten tijd met zijne tegenstanders verzoend te zijn geweest, den oorlog hernieuwde, werdhij door Seleucus gevangen gemaakt (287). Op het voorbeeld van Antigonus en Demetrius had ook Pt. den koningstitel aangenomen (306), en toen hij in het volgende jaar Demetrius gedwongen had het beleg van Rhodus op te breken, gaven de dankbare Rhodiërs hem den bijnaam vanSoter(Σωτήρ), dien hij sedert bleef voeren. Zijne onderdanen behandelde Pt. met wijze gematigdheid en tegenover hun godsdienst en eigenaardige gebruiken toonde hij groote toegevendheid, toch bevorderde hij grieksche taal en beschaving op alle wijzen, alle voorname betrekkingen waren in handen van Grieken, in het leger en op de vloot waren slechts weinige Aegyptenaren, en de hoofdstad Alexandrië was meer een grieksche dan eene aegyptische stad, en wel eene van de voornaamste steden der grieksche wereld, waarheen de koning niet alleen door begunstiging van handel en scheepvaart talrijke kooplieden lokte, maar waar ook reeds toen de voornaamste grieksche kunstenaars en geleerden werkten. Pt. zelf schreef eene geschiedenis van Alexander, een werk, dat door Arriānus als voornaamste bron gebruikt werd. Hij gaf in 285 de regeering aan zijn zoon over en stierf twee jaar later, 84 jaar oud.—5)Pt.Ceraunus(Κεραυνός), oudste zoon van den vorigen, geraakte met zijn vader in oneenigheid en vluchtte naar Thracië bij Lysimachus. Na den dood van Agathocles (no. 2) moest hij vluchten; hij ging naar Syrië, spoorde Seleucus tot een veldtocht tegen Lysimachus aan, en wist van hem de belofte te verkrijgen, dat hij hem op den aegyptischen troon zoude herstellen. Maar toen Seleucus, nadat hij Lysimachus verslagen had, op weg was naar Macedonië, werd ook hij door Pt. vermoord. Door zijn krachtig optreden wist Pt. het leger van Seleucus voor zich te winnen en maakte hij zich van de regeering over Macedonië meester (280), maar reeds het volgende jaar sneuvelde hij in een oorlog tegen de Galliërs.—6)Pt. IIPhiladelphus(Φιλάδελφος,zusterlievend), zoon en opvolger van Pt. Lagi, was evenals zijn vader een groot begunstiger van kunst en wetenschap; aan het Museum en de groote boekerij, beide reeds door zijn vader begonnen, legde hij groote sommen ten koste. Hij verstiet zijne gemalin Arsinoë, de dochter van Lysimachus, en trouwde met zijne zuster Arsinoë. Cyrēne moest hij aan zijn afvalligen halfbroeder Magas laten, daarentegen voerde hij tegen Syrië een langdurigen, maar over het geheel gelukkigen oorlog, die eindigde met het huwelijk van zijne dochter Berenīce met Antiochus II. Het gelukte hem echter niet in Griekenland en Macedonië vasten voet te krijgen, zijne pogingen daartoe leidden tot een oorlog, waarin hij ter zee door Antigonus Gonātas verslagen werd. Ook met Rome knoopte hij betrekkingen aan. In het belang van handel en wetenschap bevorderde hij tochten naar Indië en hetZuidenen trachtte hij vooral met Aethiopië betrekkingen aan te knoopen. Zijne laatste levensjaren werden verbitterd door den dood van Arsinoë en Berenīce (z.Antiochusno. 3) en door ziekte, hij stierf in 247 op den leeftijd van 63 jaar.—7)Pt. IIIEuergetes(Εὐεργέτης), zoo genoemd omdat hij de godenbeelden, vroeger door de Perzen geroofd, naar Aegypte terugbracht, zoon en opvolger van den vorigen, en evenals hij steeds werkzaam in het belang van kunst en wetenschap en niet minder van den handel, dien hij trachtte te bevorderen door het stichten van koloniën in Aethiopië en Arabië. Kort na het aanvaarden der regeering begon hij een oorlog tegen Syrië, waarbij hij het geheele land tot den Euphraat veroverde en zelfs tot den Indus voortrukte; wel werd hij door een opstand in Aegypte gedwongen terug te keeren, maar toch bedong hij bij den vrede (242) de overgave van de kusten van Klein-Azië en Syrië. Hij heroverde Cyrēne en ondersteunde het streven van het achaeïsch verbond en later van Cleomenes III tegen Macedonië, waardoor hij in vijandschap met Antigonus Doson kwam, die echter spoedig door eene verzoening gevolgd werd. Cleomenes vond bij hem een zeer gunstig onthaal en zelfs maakte hij toebereidselen om hem met een leger naar Europa terug te zenden, maar zijn dood (221) maakte daaraan een einde.—8)Pt. IVPhilopator(Φιλοπάτωρ) ofTryphon(Τρύφων), zoon en opvolger van den vorigen, een gewetenloos dwingeland, die zijne regeering inwijdde met het vermoorden van verscheiden zijner naaste bloedverwanten en van Cleomenes III, en haar overigens aan zijne gunstelingen Agathocles en Sosibius overliet, terwijl hij zich soms bezig hield met de studie van Homerus en zelf een treurspel dichtte, maar zich gewoonlijk aan dronkenschap en allerlei uitspattingen overgaf. Het zwaar onderdrukte volk kwam in opstand en werd met de grootste gestrengheid gestraft, en ook de Joden, die in groot aantal te Alexandrië woonden en van den vorigen Pt. vele gunsten genoten hadden, werden met groote onverdraagzaamheid behandeld. De herhaalde aanvallen van Antiochus den Gr. werden wel door de groote overwinning bij Raphia (217) afgeslagen, maar op den duur bleek het noodig tegen dezen vijand bij Rome steun te zoeken, terwijl men aan den anderen kant de uitbreiding van Rome door een bondgenootschap met Macedonië zocht tegen te werken. Pt. stierf in 205.—9)Pt. VEpiphanes(Ἐπιφάνης), zoon en opvolger van den vorigen, was bij den dood van zijn vader eerst 4 jaar oud. Reeds dadelijk bij het begin zijner regeering brak in Alexandrië een hevig oproer uit, waarbij de gunstelingen van Pt. IV, o.a. Sosibius, vermoord werden, ook de eigenlijke Aegyptenaren, vooral de soldatenkaste, kwamen in opstand en hier en daar verhieven zich inheemsche vorsten. Gedurende de minderjarigheid des konings maakten Syrië en Macedonië zich van een aantal buitenlandsche bezittingen van Aegypte meester, en eerst de tusschenkomst der Rom. behoedde Pt. voor nog grootere verliezen. Nadat met Antiochus een vrede gesloten was (198), later bevestigd door hethuwelijk van diens dochter Cleopatra met Pt., werd de aegyptische opstand deels met geweld, deels door toegevendheid onderdrukt, ofschoon Thebe zich eerst in 186 overgaf. Ook nadat Pt. in 196 plechtig de regeering aanvaard had, bleef hij een werktuig in de handen zijner elkander na Aristomenes (z.a.) snel afwisselende ministers, en langzamerhand gingen alle bezittingen behalve Cyrēne en Cyprus verloren. Terwijl Pt. zich tot een nieuwen oorlog met Syrië voorbereidde en daarvoor het bondgenootschap der Aetoliërs zocht, stierf hij, vermoedelijk door vergift (181).—10)Pt. VIPhilomētor(Φιλομήτωρ), zoon en opvolger van den vorigen, was bij den dood van zijn vader eerst 6 jaar oud, en regeerde onder voogdij zijner moeder Cleopatra. Na haar dood (173) begonnen de ministers van Pt. een onberaden oorlog tegen Syrië, dien Antiochus IV gaarne aannam. Deze won een grooten slag bij den berg Casius, veroverde Pelusium en drong ver in Aegypte door. Pt. vluchtte en de Alexandriërs riepen zijn broeder onder den titel Pt. VIIEuergetesII tot koning uit. Wel nam Antiochus nu den schijn aan alsof hij de rechten van Philometor tegen Euergetes wilde verdedigen, en bracht hij Philometor naar Memphis terug, maar toen hij door onlusten in zijn rijk gedwongen was naar Syrië terug te keeren en de broeders zich gedurende zijne afwezigheid door toedoen van hun zuster Cleopatra (no. 6) inderdaad verzoenden, hervatte hij den oorlog krachtiger dan te voren en reeds stond hij voor Alexandrië, toen hij door de tusschenkomst van Rome gedwongen werd den oorlog te eindigen en de reeds gemaakte veroveringen terug te geven (168). Doch spoedig ontstonden twisten tusschen de beide broeders, die eenmaal zelfs zoo hoog liepen, dat Philometor naar Rome moest vluchten (164); de senaat liet hem wel terugbrengen en het rijk tusschen de beide broeders verdeelen, maar daarmede was de vrede niet hersteld, daar Euergetes voortdurend aanvallen op het aandeel zijns broeders deed. Philometor toonde in al deze moeilijkheden een waardig en vast karakter, ook tegenover Rome, dat met opzet de broedertwisten gaande hield. In 146 stierf hij in Syrië aan de gevolgen van een val van zijn paard, nadat hij Alexander Balas verdreven en Demetrius Nicātor op den troon hersteld had.—11)Pt. VIIEuergetesIIPhyscon(Φύσκων,dikbuik), broeder van den vorigen (zie boven), kreeg na diens dood de regeering over het geheele rijk. Hij dwong de weduwe van Philometor, Cleopatra, hem te huwen en vermoordde haar zoon Pt. Eupator, daarna liet hij een aantal burgers van Alexandrië dooden of verbannen, eindelijk nam hij de dochter van Cleopatra tot tweede vrouw. In 130 werd hij door een oproer gedwongen met zijn tweede vrouw naar Cyprus te vluchten, terwijl Cleopatra tot koningin uitgeroepen werd, uit wraak doodde hij zijn eigen zoon en zond hij diens aan stukken gesneden lijk aan zijne moeder. Toch gelukte het hem deels door geweld, deels door overleg, drie jaar later terug te komen, zich met Cleopatra te verzoenen, zich op zijne tegenstanders te wreken en belangrijken invloed te krijgen in de syrische aangelegenheden. Overigens stelde ook hij veel belang in kunst en wetenschap, hij bestudeerde ijverig Homerus en schreef werken over geschiedenis en aardrijkskunde. Hij stierf in 116.—12)Pt. VIIISoter II Lathyrus(Λάθυρος), zoon van den vorigen en de jongere Cleopatra, werd op verlangen van het volk door zijne moeder tot mederegent aangenomen. In 107 werd hij door haar gedwongen te vluchten, hij ging naar Cyprus en van daar naar Syrië, maar na de vlucht van zijn jongeren broeder (z. no. 13) werd hij teruggeroepen (89). Thebe, waar de oud-aegyptische bevolking in opstand gekomen was, werd na drie jaar ingenomen en verwoest (85). Overigens regeerde hij rustig tot zijn dood (80).—13)Pt. IXAlexanderregeerde na de verdrijving van zijn broeder Pt. Lathyrus met zijne moeder en liet zich geheel door haar beheerschen. Toen hij zich evenwel persoonlijk door haar bedreigd zag, doodde hij haar; hij moest echter voor de woede van het volk vluchten en sneuvelde kort daarna in vreemden krijgsdienst.—14)Pt.Apion(Ἀπίων), onechte zoon van Pt. Physcon, kreeg na den dood van zijn vader Cyrēne; toen hij stierf, liet hij zijn land bij testament aan de Rom. na (96).—15)Pt. XAlexanderII, zoon van Pt. Alexander, huwde op bevel van Sulla na den dood van Pt. Lathyrus met diens eenige dochter Berenīce, die vroeger met Pt. Alexander gehuwd was geweest, en werd zoo koning. Na drie weken doodde hij Berenīce, waarna hij door het volk gedood werd.—16)Pt. XI of XIIIAulētes(Αὐλητής,fluitspeler), onechte zoon van Pt. Lathyrus, vandaar ook welNothusgenoemd, maakte zich na den dood van den vorigen van Aegypte meester. Alleen door den steun der rom. legers in Azië konde hij zich tegen de herhaalde opstanden van zijn volk staande houden, terwijl hij weder, om dien steun te koopen, steeds drukkender belastingen moest opleggen. In 58 werd zijn broeder door de Rom. uit Cyprus verjaagd, en toen het volk zich daartegen wilde verzetten, maar Pt. weigerde zich aan hun hoofd te stellen, werd hij verjaagd, en zijne dochter Berenīce tot koningin uitgeroepen (z.Archelāusno. 5). Drie jaar later werd hij door den proconsul A. Gabinius teruggebracht, waarna hij bloedige wraak nam en ook Berenīce liet dooden. Hij stierf in 52.—17)Pt. XIIDionȳsus, oudste zoon en opvolger van den vorigen. In de twisten met zijne zuster Cleopatra, met wie hij volgens den wil zijns vaders de regeering moest deelen, werd hij een tijd lang door Caesar gevangen gehouden. Weder in vrijheid gesteld, hervatte hij den strijd, maar hij werd verslagen en verdronk, naar men zeide, in den Nijl (47), ofschoon anderen later beweerden dat hij zich gered had en te Aradus woonde.—18)Pt. XIIIPuer, jongere broeder van denvorigen, na wiens dood hij door Caesar tot mederegent van Cleopatra werd aangesteld, die hem in 43 liet dooden.—19)Pt.Philadelphus, zoon van M. Antonius en Cleopatra, regeerde tot den dood van zijn vader over Syrië en Voor-Azië.—20)zoon van Juba II en Cleopatra no. 11, koning van Mauretania, hielp de Rom. in den oorlog tegen Tacfarinas en ontving tot belooning daarvoor groote eerbewijzen. Door Caligula werd hij naar Rome genoodigd en kort daarna, omdat het volk hem te veel oplettendheid bewees, ter dood gebracht (40 na C.). Zijn rijk werd ingelijfd.—21)Pt.Chennos, waarschijnlijk een tijdgenoot van Nero, schreef in verschillende werken, in proza en verzen, allerlei bizonderheden uit geschiedenis en mythologie, die, voor zoover men kan nagaan, louter verzinsels van hem zijn.—22)ClaudiusPt., beroemd wis-, aardrijks- en sterrenkundige, tijdgenoot van Antonīnus Pius. Door zijne wetenschappelijke waarnemingen, waarvan hij de vruchten in een aantal werken nederlegde, vestigde hij de aardrijks- en sterrenkunde op zuiver wiskundigen grondslag en bracht hij die wetenschappen tot eene hoogte, die in vele eeuwen niet overtroffen is. Zijne werken, door Theon (no. 3), Pappus e. a. van commentaren voorzien en voor een groot deel in het Latijn en Arabisch vertaald, zijn voor een deel bewaard gebleven, de voornaamste daarvan zijn:Γεωγραφικὴ Ὑφήγησις, de hoofdbron voor de kennis der oude geografie,Μεγάλη Σύνταξις τῆς Ἀστρονομίας(arab.Almagest), zijn astronomisch hoofdwerk, bevattende de leer van de beweging der sterren, e. a.—23)Verschillende grammatici, rhetoren en geschiedschrijvers van den alexandrijnschen tijd en later droegen den naam Pt., hunne werken zijn alle verloren.Ptolemāis, naam van verschillende steden, door Ptolemaeën gesticht of herdoopt, waaronder 1) het vroegere Ace of Acco, thans St. Jean d’Acre, op de kust van Palaestina.—2)Pt. Hermii, aan den linker Nijloever in Thebāïs.—3)stad aan de arabische golf, Theron (Θηρῶν) bijgenaamd, uitgangspunt voor de jacht op olifanten.—4)havenstad van Barca in Cyrenaica.Ptoliporthus,Πτολίπορθος, 1) zoon van Telemachus en Nausicaä, ookPerseptolisgenoemd.—2)stedenverwoestend, bijnaam van Ares, Enȳo, Achilles, Odysseus e. a.Ptōum,Πτῶον, gebergte in Boeotia, aan de Oostzijde van het meer van Copāis, met een beroemden tempel van Apollo, waaraan een orakel verbonden was. Bij de opgravingen is veel archaisch beeldwerk voor den dag gekomen.Ptychia,Πτυχία, eilandje in de Ionische zee tusschen Corcȳra en de kust.Publicāni,τελῶναι, pachters der indirecte belastingen in de provinciën. Daar voor de pacht, die terstond voldaan moest worden, groote kapitalen vereischt werden, ontstonden er vennootschappen,societates publicanorum(zieequites). De vertegenwoordiger van zulk eene vennootschap werdmancepsgeheeten, ook welauctor. Daar de ridders de kapitalisten waren en tevens sedert 123 de rechters uit hun midden werden gekozen, was het voor de stadhouders dikwijls zeer moeielijk de knevelarijen der publicani te keer te gaan, zonder zich bij hunne terugkomst eene of andere aanklacht op den hals te halen. Ook toen sedert Sulla deiudicianiet meer uitsluitend bij deequiteswaren, bleven deze toch door hunne geldmacht een lichaam in den staat, waarmede de stadhouders rekening moesten houden.Publicia(lex), een plebisciet, onzeker van welk jaar, tot beperking van het spelen en dobbelen bij de Saturnalia.Publicii, plebejisch geslacht, uit Latium afkomstig.L.enM. Publicius Malleolusstichtten in 238 als aedielen den tempel van Flora uit boeten, die zij opgelegd hadden, en legden van het overschot een weg naar den mons Aventīnus aan (ten N.),clivus Publiciusgenoemd.Publicius clivus, ziePublicii.Publicola=Poplicola.Publilia(lex) van den volkstribuun Publilius Volero in 471,ut plebeii magistratus tributis comitiis fierent, d. w. z. dat de plebs tributim mocht bijeenkomen voor het verkiezen van plebejische ambtenaren, z. verderTribuni plebis.Publiliae(leges) van den dictator Q. Publilius Philo in 339: 1) dat de plebiscita voor alle burgers verbindend zouden zijn; v. s. is dit een anticipatie van de lex Hortensia van 287.—2)dat depatresvóór de stemming over wetsvoorstellen in de centuriaatcomitiën den uitslag zouden goedkeuren (ut ante initum suffragium patres auctores fierent); hierdoor werd depatrum auctoritas(ziepatres) tot een bloote formaliteit gemaakt.—3)dat één der censoren voortaan uit de plebs moest gekozen worden.Publilii, rom. geslacht, ten deele patricisch, ten deele plebejisch. 1)Publilius Volerohad in 473 twisten met de consuls gehad en zich vruchteloos om hulp tot de volkstribunen gewend, die de consuls niet durfden of wilden weerstreven. Immers was kort geleden een der volkstribunen, Cn. Genucius, door sluipmoord omgebracht. In 472 werd Volero tot volkstribuun gekozen, en stelde toen aan het volk zijnelex Publiliavoor (z. a.). De tegenpartij wist de zaak op de lange baan te schuiven, doch Volero werd voor 471 herkozen en de wet ging door, na heftige tooneelen, waarbij het tusschen Volero en een der consuls bijna tot handtastelijkheden kwam.—Ten gevolge van deze wet werden er in dit jaar 4 tribuni plebis gekozen. ZieTribuni plebis. Wat omtrent Publilius Volero zelf verteld wordt, lijkt niet zeer geloofwaardig te zijn.—2)Q. Publilius Philo(zieleges Publiliae), was in 339 consul en werd door zijn ambtgenoot tot dictator in den latijnschen oorlog benoemd; in 337 was hij de eerste plebejische praetor, in 332 censor, in 327, 320 en 315 weder consul. Publilius Philo was ook de eerste consul, aan wien hetvolk op verzoek van den senaat, na afloop van den ambtstijd, hetimperiumliet behouden met den titelpro consule(326). Hij streed roemrijk tegen de Samnieten.—3)Publiliawas de naam van Cicero’s tweede vrouw. Zij was met haar veel ouderen echtgenoot niet gelukkig en het kwam tot eene scheiding (45). Haar broeder Publilius en Cicero’s vriend T. Pomponius Atticus regelden daarbij de geldzaken.Publilius Syrus, een vrij gelaten slaaf, uit Syrië geboortig, tijdgenoot van Cicero, schreef mimen, die zeer gewild waren, en waaruit nog eene verzameling spreuken overig is. Hij trad zelf ook op alsmimus, zieLaberii.Pudicitia, personificatie der kuischheid. Zij werd door patricische vrouwen in een tempel aan het Forum Boarium vereerd, maar toen de patricische Virginia van den dienst van P. werd uitgesloten, omdat zij met een plebejer gehuwd was, richtte zij een afzonderlijk heiligdom voor P. ten dienste der plebejische vrouwen op (296). Van toen af onderscheidde men eeneP. patriciaen eeneP. plebeia.Pugilātus, het vuistgevecht, dat tot de gymnastische wedstrijden behoorde en overeenkomst had met het engelsche boksen, met dit verschil evenwel, dat de ouden zich daarbij van dencaestusbedienden (z. a.).Πυλαγόραι,z.Amphictyones.Πυλάρτης, die de poorten (der onderwereld) gesloten houdt, bijnaam van Hades.Pulcher, familienaam in degens Claudia(Claudiino. 7–10, 12–17).Pulchrum promunturium, zieApollinis promunturium.Pulvīnar, het kussen, ook de sofa, waarop de beelden der goden rustten bij eenlectisternium(z.a.). Later werd het woord ook gebezigd voor rustbanken en zitplaatsen van hooggeplaatste personen. Zoo werd b.v. de keizerlijke loge in den circus en het amphitheater ook welPulvinargenoemd.Punische oorlogenworden de drie oorlogen genoemd, die Rome met Carthago voerde, en waarvan de eerste (264–241) met den afstand van het carthaagsche deel van Sicilia, de tweede (218–202) met Hannibal’s nederlaag en Carthago’s vernedering, de derde (149–146) met Carthago’s ondergang eindigde.Pupienius Maximus(M. Clodius), een handwerkerszoon, die van soldaat tot de hoogste ambten opklom en zich een uitstekend generaal betoonde. In 238 na C. werden hij en Balbīnus (z.a.) door den senaat tot keizers uitgeroepen, doch door de praetorianen, wien deze keus niet beviel, vermoord.Pupia(lex), onzeker van welken tijd. Zij verbood senaatszittingen te houden op dagen, voor de comitiën bestemd, alsmede in de maand Februari, behalve tot het verleenen van audiëntie aan gezantschappen.Pupii, een plebejisch geslacht. Bij Horatius wordt een dichter Pupius bespot als maker vanlacrimosa poëmata.—M. Pupius Piso Frugi Calpurnianus, z.Calpurniino. 5.Pupinius ager, Pupinia, dorre streek van Latium, ten O. van Rome, in de nabijheid van het gebied van Tusculum. Het is het gebied der oudetribus Pupinia.Pūra,Ποῦρα(= stad), hoofdstad van het perzische gewest Gedrosia.Πυρομαντεία, het voorspellen van de toekomst uit het branden van een offervuur, eene kunst, die, naar men beweerde, door Amphiarāus was uitgevonden.Πυρρίχη, een bij fluitspel uitgevoerde dans, een soort ballet, waarbij de dansers gewapend zijn en de bewegingen van strijders nabootsen. De Cureten, de Dioscuren, Dionȳsus of Athēna worden als de uitvinders er van genoemd. Deπυρρ.werd te Sparta bij de Gymnopaedia, te Athene bij de Panathenaea uitgevoerd, te Rome werden in den keizertijd door knapen dergelijke vertooningen gegeven.Puteal, zieBidental.Puteoli,Πουτέολοι, vroeger Dicaearchia geheeten, haven van Cumae, in 528 aan de golf van Cumae (golf v. Napels) door inwoners van Samos gesticht, welke golf later ook welsinusPuteolānuswerd genoemd. De stad kwam in 421 in handen der Samnieten, in 318 (v. a. in 338) werd ze romeinsch. In 194 werd ze rom. kolonie en kreeg haren naam naar de minerale bronnen in den omtrek, hetzij dan vanputērewegens den stank der zwavelbronnen, hetzij vanputeal. Een in zee uitgebouwde dam vormde eene ruime haven terwijl de kust met prachtige villa’s was bebouwd. Cicero had hier een landgoed, zijnPuteolānum, waar hij zijneQuaestiones academicaeschreef, ook Lucullus had hier eene villa en keizer Hadriānus werd er begraven. In 410 na C. werd P. door Alarik verwoest, in 455 door den Vandaal Genserik, in 545 door de Gothen onder Totilas, doch telkens werd het herbouwd en heet thans Pozzuoli.Pyanepsia,Πυανέψια, een feest, den 7denPyanepsion te Athene gevierd ter eere van Apollo en Athēna, later ook ter gedachtenis aan Theseus, een soort afscheid van den zomer. Het ontleende zijn naam aan het koken en eten van een gerecht van boonen en andere peulvruchten. Zie ookεἰρεσιώνη.Pyanepsion,Πυανεψιών, 4demaand van het Attische jaar (Oct.–Nov.), z.Annus.Pydna,Πύδνα, stad in Macedonia, in het landschap Pieria, nabij de golf van Thermae. Philippus van Mac. maakte er een sterke vesting van. Bij Pydna werd koning Perseus in 168 door L. Aemilius Paullus (Aemiliino. 10)verslagen.Pygela,Πύγελα, laterPhygela, stadje aan de aziatisch-ionische kust, even ten Z. van Ephesus, met een Artemistempel.Pygmaei,Πυγμαῖοι,zoo groot als een vuist, een volk van dwergen, wier land men aan de kusten van den Oceaan, aan de bronnen van den Nijl, in Indië of het hooge Noorden plaatste, maar wier bestaan door de ouden reeds geloochend werd, terwijl weder sommige nieuwere reizigers gelooven hen terug te vinden in een afrikaansch volk van kleine menschen nabij den evenaar. VolgensHomerus e. a. dichters trekken de kraanvogels jaarlijks uit om hunne korenvelden te plunderen en kunnen de P. zich slechts met moeite tegen deze vijanden verdedigen.Pygmalion,Πυγμαλίων, 1) z.Dido.—2)koning van Cyprus, werd verliefd op een door hemzelf gemaakt ivoren vrouwebeeld; op zijn gebed bezielde Aphrodīte het beeld, waarna P. met de zoo geschapen vrouw huwde en bij haar vader werd van Paphus.Pylades,Πυλάδης, 1) zoon van Strophius, neef en getrouw vriend van Orestes (z. a.), met wiens zuster Electra hij huwde.—2)beroemd balletdanser (pantomimus) onder Augustus, door wien hij om zijn overmoedig gedrag tegenover het publiek uit Italië verbannen werd.Pylae,Πύλαι(= poorten), naam van verschillende bergpassen. Zonder adjectief =Thermopylae.Pylēne,Πυλήνη, oude stad in Aetolia, laterProschium.Pylus,Πύλος, 1) stadje in Elis aan den Penēus.—2)stad in het eleïsche gewest Triphylia, eenmaal de zetel van den grijzen Nestor.—3)stad op de Westkust van Messenia, in den peloponnesischen oorlog bekend door de blokkade van het nabijgelegen eiland Sphacteria (426). Door de ligging van dit eiland had Pylus eene der schoonste havens van Griekenland, thans de baai van Navarino genoemd.Pyracmon, een Cycloop.Pyramides,πυραμίδες, de bekende steengevaarten in Aegypte, welke in verschillende groepen in een gedeelte van Midden-Aegypte langs den linker Nijloever liggen. Zij zijn alle vierzijdig, met de vier zijden naar de vier hemelstreken gekeerd. De grootste zijn die, waarvan de bouw door Herodotus aan de koningen Cheops, Chephren en Mycerīnus wordt toegeschreven. De Rom. volgden enkele malen voor hunne grafgebouwen den pyramidenbouw op kleine schaal na, zieCestiusno. 1.Pyramus,Πύραμος, een babylonisch jongeling van buitengewone schoonheid, beminde de even schoone Thisbe en werd door haar bemind, maar hunne ouders, die in vijandschap met elkander leefden, wilden in hun huwelijk niet toestemmen. Lang zagen de minnenden daarom elkander slechts door een spleet in den gemeenschappelijken muur tusschen beider huizen, eindelijk spraken zij af elkander bij het graf van Ninus te ontmoeten. Nauwelijks was Thisbe op de afgesproken plaats verschenen, of zij werd verschrikt door net naderen van een leeuw, zij vluchtte en verloor in de verwarring haar sluier, dien de leeuw vond en met zijn muil, nog bevlekt door het bloed van pas verscheurde runderen, verscheurde. Kort daarop kwam ook P. en toen hij den bloedigen sluier zag, meende hij, dat Thisbe door een wild dier verscheurd was, hij trok zijn zwaard en doodde zich. Te laat keerde Thisbe terug, zij vond haar minnaar reeds dood en bracht zich nu ook met zijn zwaard om het leven.Pyramus,Πύραμος, vrij breede rivier in het O. van Cilicia, die in Cataonia ontspringt, door den Taurus heenbreekt en bij Mallus in zee valt.Pyrasus,Πύρασος, oude, later verwoeste stad in het thessalische landschap Phthiōtis, met een aan Demēter geheiligd bosch.Pyrenaei montes,Πυρηναῖα ὄρη, het scheidingsgebergte tusschen Gallia en Hispania, thans nog de Pyreneën geheeten.Pyrēne,Πυρήνη, 1) bij Herodotus vermelde keltische stad nabij de bronnen van den Ister (Donau).—2)=Pyrenaei montes.Pyrēnes promunturium, ookprom. Venerisgeheeten, thans kaap Creuz, een oostelijke uitlooper der Pyrenaeën, met een tempel vanVenus Pyrenaea.Pyretus,Πυρετός, zijtak van den Ister, thans de Pruth.Pyrgi,Πύργοι, 1) stad in het eleïsche gewest Triphylia op de messenische grenzen, volkplanting der Minyers.—2)oude stad met cyclopische muren in Zuid-Etruria, later havenstad van Caere, aan de via Aurelia. Pyrgi werd in 384 door Dionysius van Syracuse geplunderd. In de 2deeeuw was het rom. kolonie. Beroemd was de rijke tempel van Ilithia of Leucothea.Pyrgoteles,Πυργοτέλης, beroemd steensnijder, die uitsluitend het recht had het portret van Alexander den Gr. te graveeren.Pyrgus,Πύργος=Pyrgino. 1.Pyriphlegethon,Πυριφλεγέθων, geweldige vuurstroom, die den Tartarus omgeeft.Pyrrha,Πύρρα, dochter van Epimētheus en Pandōra, gemalin van Deucalion (z. a.).Pyrrha,Πύρρα, 1) stad op het eil. Lesbus aan een inham, denEuripus Pyrrhaeus, later bij een aardbeving door een vloedgolf vernietigd.—2)stad en kaap in het thessalische landschap Phthiōtis, aan de golf van Pagasae. Twee kleine nabijgelegen eilandjes heetten Pyrrha en Deucalion.Pyrrhi castra,Πύρρου χάραξ, sterkte in het N. van Laconica, uit eene oude legerplaats ontstaan, door Pyrrhus opgeslagen, toen deze in 272 in de Peloponnesus viel.Pyrrho,Πύρρων, van Elis, geb. omstreeks 360, gest. omstreeks 275, volgde, nadat hij verschillende grieksche wijsgeeren, o. a. Stilpo, gehoord had, met zijn vriend Anaxarchus Alexander op diens tochten naar Azië, waar hij ook met de gymnosophisten en magiërs kennis maakte. Hij kwam tot het besluit dat voor en tegen ieder stelsel evenveel te zeggen is, en dat ieder stelsel in zichzelf aan groote tegenstrijdigheden lijdt; daarom achtte hij de kennis van het wezen der dingen voor den mensch onbereikbaar (ἀκαταληψία) en leerde, dat derhalve de wijze zich van een oordeel moet onthouden (ἐποχή). Alleen in deugd en gemoedsrust (ἀταραξία) bestaat het geluk. De aanhangers van P. noemen zich, in tegenstelling met deδογματικοί, gewoonlijkσκεπτικοί, ookἀπορητικοί, ἐφεκτικοί, ζητητικοί, of eenvoudigΠυρρώνειοι.Pyrrhus,Πύρρος, 1) =Neoptolemus.—2)koning van Epīrus, die van Achilles beweerdeaf te stammen. Na veel strijd kwam hij in 307 aan de regeering, na vijf jaar werd hij echter bij een opstand verjaagd, hij ging naar Demetrius Poliorcētes, streed dapper in den slag bij Ipsus, ging daarna naar Alexandrië, waar hij met een stiefdochter van Ptolemaeus I trouwde, en keerde, door zijn schoonvader met geld en troepen ondersteund, naar zijn land terug, eerst na den dood van Neoptolemus (no. 3) kreeg hij echter weder de regeering over het geheele rijk (296). Nu trachtte hij zijn gebied uit te breiden door verovering van de naburige landen, zelfs van Macedonië; hij vond steun bij de vijanden van Demetrius, en inderdaad werd hem na den val van dezen (287) de kroon aangeboden, maar zij werd hem weldra ontnomen door Lysimachus, tegen wien hij zelfs Epirus verdedigen moest. Vol vreugde gaf hij daarom gehoor aan de uitnoodiging der Tarentijnen, die zijne hulp tegen Rome inriepen, en hopende door dezen oorlog vergoeding voor het verlies van Macedonië te vinden, ging hij met een groot leger naar Italië (281). Hij versloeg de rom. legers bij Heraclēa (280) en bij Asculum (Ausculum, 279), maar intusschen leed hij op zijn beurt onherstelbare verliezen, van de Tarentijnen kon hij alleen door de uiterste strengheid eenige medewerking krijgen, de waardige en heldhaftige houding der Rom. boezemde hem eerbied en vrees in, en eindelijk begon P. aan het slagen zijner onderneming te wanhopen. Hij verliet daarom Italië (278), waar hij echter zijn zoon Alexander met een leger achterliet en ging naar Sicilië om Syracuse tegen de Carthagers te helpen; overal met vreugde ontvangen, dwong hij de vijanden het beleg van Syracuse op te breken en ontnam hijhenhun geheel gebied op Sicilië behalve Lilybaeum, maar toen het hem niet gelukte hen ook van daar te verdrijven, begonnen de Siciliërs te wankelen, en toen P. toebereidselen maakte voor een landing in Afrika, brak er zelfs een opstand tegen hem uit en sloten vele steden zich weder bij de Carthagers aan. Nogmaals door de Tarentijnen dringend te hulp geroepen, greep hij gretig deze gelegenheid aan om uit zijn moeilijken toestand bevrijd te worden, hij ging naar Tarentum, maar werd door M’. Curius Dentātus v.s. bij Beneventum, v.a. in Arusinis Campis in Lucania verslagen en tot den terugtocht genoodzaakt (275). In zijn land teruggekeerd, deed hij plotseling een aanval op Macedonië, en het gelukte hem spoedig een groot deel er van onder zijne macht te brengen, maar op uitnoodiging van den Spartaan Cleonymus liet hij zijne veroveringen daar varen en keerde hij zich naar de Peloponnēsus. Een aanval op Sparta mislukte, en toen P. op den terugtocht Argos wilde bezetten en de troepen van Antigonus Gonātas en van de Spartanen te gelijk met hem in de stad drongen, ontstond er een hevig straatgevecht, waarin P. een dakpan of een steen op het hoofd kreeg, neerviel en afgemaakt werd (272). Hoewel hij om zijn persoonlijken moed, zijn ridderlijk karakter en zijn ijver, ja zelfs om zijn uiterlijk, dat aan Alexander d. Gr. herinnerde, hij zijne troepen zeer bemind was, had hij door gemis aan volharding geen zijner ondernemingen tot een goed einde gebracht. Hij was de schrijver van eenige werken over krijgskunde, die verloren gegaan zijn.Pythagoras,Πυθαγόρας, 1) beroemd grieksch wijsgeer, van wiens leven en leer echter betrekkelijk weinig met zekerheid bekend is. Hij wordt een zoon van Mnesarchus genoemd, werd waarschijnlijk op Samus omstreeks 580 geboren, zou een leerling van Thales, Bias, Anaximander en Pherecȳdes geweest zijn, en groote reizen, o.a. naar Aegypte en Babylon, gedaan hebben. Ongeveer 50 jaar oud kwam hij te Croton en stichtte hij daar onder de aristocratische partij een bond, waarvan de strekking was het invoeren van allerlei hervormingen op zedelijken, wijsgeerigen en godsdienstigen grondslag en de vestiging eener streng aristocratische staatsinrichting. Inderdaad gelukte het zijn aanhangers, bezield door den ernst en ijver van P., niet slechts te Croton, maar in verscheiden steden van Beneden-Italië het staatsbestuur in hun geest te hervormen en grooten invloed te verkrijgen en in meerdere of in mindere mate meer dan een eeuw te behouden (vgl.Archȳtas).—De eigenlijke leerlingen van P. leefden met elkander in gemeenschap van goederen en onder inachtneming van zeer strenge leefregels en allerlei ceremoniën; eerst na velerlei beproevingen, langdurig zwijgen, enz., kon men in hun verbond worden opgenomen. Hij had onder hen zoo groot gezag, dat de woordenαὐτὸς ἔφα(hijzelf, de meester, heeft het gezegd) voor velen een afdoend argument waren, hijzelf zou zich daarentegen uit bescheidenheid den naam vanφιλόσοφοςgegeven hebben, terwijl zij, die zich met wijsgeerige studiën bezig hielden, zich vroegerσοφισταίofσοφοίnoemden. Van zijne leer is weinig met zekerheid te zeggen, daar zij grootendeels opzettelijk geheim gehouden werd; P. zelf heeft, naar het schijnt, niets geschreven; alle werken die onder zijn naam en misschien met een enkele uitzondering (z.Philolausno. 2), alle die onder den naam zijner leerlingen bewaard gebleven zijn, zijn onecht. Hij of zijne volgelingen zochten het wezen der dingen in het getal; evenals zich daarin het begrensde en onbegrensde, het onevene en evene tot eene harmonie vereenigen, zoo zijn volgens hen in alle dingen tegengestelde elementen door getal en maat harmonisch vereenigd. Bij de toepassing van dit beginsel werden vooral de wiskundige wetenschappen (theorema van P.), de muziek en de astronomie (harmonie der sferen) beoefend; ook bij zedelijke begrippen namen formules de plaats van definities in, zooals bijv. de rechtvaardigheid door een kwadraatgetal voorgesteld werd. Waarschijnlijk heeft P. zelf slechts den grond gelegd tot dit stelsel, waarop dan door zijne leerlingen verder voortgebouwd is, van hemzelf is echter deleer der zielsverhuizing (vgl.Euphorbus).—Ook over het einde van P. zijn de berichten verschillend; v.s. werd hij bij een opstand der democratische partij verjaagd en vluchtte hij naar Metapontum, waar hij op 80- of 90-jarigen leeftijd stierf, v.a. werd bij dien opstand het gebouw, waarin hij en zijne leerlingen vereenigd waren, in brand gestoken en kwam hij met 300 zijner aanhangers daarbij om (500).—2)van Rhegium, beroemd beeldhouwer uit de eerste helft der 5deeeuw, hij maakte voornamelijk athletenbeelden van metaal, die door standen en verhoudingen uitmuntten.Pytheas,Πυθέας, 1) atheensch demagoog, vroeger partijgenoot, later tegenstander van Demosthenes; in den lamischen oorlog vluchtte hij naar Antipater.—2)van Massilia, beroemd zeevaarder en aardrijkskundige ten tijde van Alexander d. G., die ontdekkingsreizen deed langs de westelijke en noordelijke kusten van Europa. Zijne reisbeschrijvingen, waarin hij tevens dikwijls aardrijkskundige onderwerpen behandelde en sterrenkundige waarnemingen mededeelde, werden ten onrechte door velen als fabelachtig beschouwd.Pythia,Πυθία, z.Delphi.Pythia,Πύθια, de pythische spelen, om de vier jaar, en wel ieder derde Olympiadenjaar, tegen het einde van den zomer in de vlakte van Crissa gevierd ter eere van Apollo, die na het dooden van den draak Python zelf dit feest zou ingesteld hebben, z.Pytho. Het bestond oorspronkelijk alleen uit een muzikalen wedstrijd, later kwamen er naar het voorbeeld der olympische spelen andere wedstrijden bij. De prijs was een lauwerkrans. Kamprechters waren oorspronkelijk de Delphiërs, later de Amphictyonen. De P. behooren tot de groote nationale feesten en waren na de olympische spelen het meest in aanzien; zij werden steeds zeer druk bezocht en nog laat in den rom. keizertijd gevierd.—Vele steden vierden ook in hun eigen gebied feesten ter eere van den pythischen Apollo, die eveneens P. genoemd werden.Pythius,Πύθιος, 1) bijnaam van den delphischen Apollo, naar den door hem gedooden draak Python.—2)een Lydiër, de rijkste man van zijn tijd, die Xerxes met zijn leger op zijn tocht naar Griekenland onthaalde en hem zijne schatten aanbood. Maar toen hij verzocht dat een van zijne vijf zonen van den krijgsdienst zou vrijgesteld worden, liet Xerxes dezen in stukken snijden.—3)= Pythodorus no. 2, z.a.Pytho,Πυθώ, oude naam van Delphi en van de landstreek rondom den Parnassus. Apollo versloeg hier den draak Python en stelde hierna de pythische spelen in. In werkelijkheid zijn de pythische spelen ingesteld in 582, kort nadat tengevolge van den heiligen oorlog met Crisa het heiligdom van Delphi in de macht der Amphictyonen gekomen was (590).Pythocles,Πυθοκλῆς, atheensch redenaar van de macedonisch gezinde partij; hij werd te gelijk met Phocion ter dood gebracht.Pythodōrus,Πυθόδωρος, 1) onbekwaam atheensch veldheer op Sicilië (425), werd na zijn aftocht van daar verdacht zich tehebbenlaten omkoopen en werd verbannen.—2)beroemd bouwmeester en schrijver over bouwkunst ten tijde van Alexander d. G. Hij bouwde den tempel van Athēna Polias te Priēne, en werkte ook mede aan den bouw van het Mausolēum.—3)twee beeldhouwers, die in de 1steeeuw na C. aan het keizerlijk paleis op den Palatīnus werkten.Python,Πύθων, een reusachtige draak, na de overstrooming van Deucalion uit het op aarde achtergebleven slijk geboren. Hij bewaakte het delphische orakel voor Gaea, maar werd door Apollo, toen deze het in bezit nam, gedood.Pyxus,Πυξοῦς=Buxentum.
Proteus,Πρωτεύς, een oude zeegod, die op het eiland Pharus de robben van Amphitrīte weidt. Hij bezit de gave der voorspelling, maar hij geeft zijne voorspellingen niet dan gedwongen, en tracht door allerlei gedaanteverwisselingen te ontsnappen aan hen, die hem ondervragen. Zie ookHelena.—V. a. was hij koning van Pharus, zoon van Poseidon, echtgenoot van Psamathe, of hij was naar Thracië gegaan om daar met Torōne in het huwelijk te treden, maar wegens het slecht gedrag zijner zonen, Tmolus en Telegonus, had hij Poseidon verzocht naar Aegypte te mogen terugkeeren.Πρόθεσις νεκροῦ, tentoonstelling van een lijk. Op den dag vóór de begrafenis werd het lijk, nadat het gewasschen, gekleed en bekranst was, in het voorste gedeelte van het huis op een bed gelegd, met de voeten naar de huisdeur gericht. Bloedverwanten en vrienden kwamen den afgestorvene dan het laatste bezoek brengen, en zongen te zijner eere plechtige klaagliederen.Protis,Πρῶτις, van Phocaea, stichter van Massilia en stamvader van het geslacht der Protiaden aldaar.Protogenēa,Πρωτογένεια, dochter van Deucalion en Pyrrha, gehuwd met Locrus, bij Zeus moeder van Opus.Protogenes,Πρωτογένης, van Caunus, uit de 2dehelft van de 4deeeuw, een van de beroemdste grieksche schilders. Tot zijn 50stejaar moest hij door handwerk in zijn onderhoud voorzien, eerst toen gelukte het Apelles de aandacht op hem te doen vestigen. Hij kocht namelijk eenige schilderijen van Pr., en deed alles om het vermoeden op te wekken, dat hij ze voor zijn eigen werk wilde laten doorgaan. Zijn voornaamste werk was de Ialysus als jager voorgesteld, dat later in den Vredetempel te Rome was en bij den brand van dien tempel verloren ging. Toen Demetrius Poliorcētes Rhodus belegerde, waar Pr. woonde en werkte, liet hij de werkplaats van den kunstenaar, die buiten de stad gelegen was, door eene wacht beschermen, en dikwijls bracht hij er zelf een bezoek. Zelfs liet hij zich de overwinning ontsnappen, doordat hij niet er toe konde besluiten de stad van die zijde aan te vallen, waar de Ialysus van Pr. zich bevond.Protomachus,Πρωτόμαχος, 1) atheensch veldheer in den slag bij de Arginusen, ging vrijwillig in ballingschap, om aan het proces tegen hem en zijne ambtgenooten te ontkomen.—2)aanvoerder der ruiterij onder Alexander den Grooten.Provincia, de door wet, senaatsbesluit ofsortitioaan een ambtenaarcum imperiotoebedeelde werkkring of het terrein van werkzaamheid. De senaat bepaalde gewoonlijk den ambtskring (provincia) der consuls; de praetoren lootten na hun benoeming, wie van hen alspraetor urbanusdeprovincia urbana, wie deprovincia peregrina(de rechtspraak onder vreemdelingen) zou hebben, wie als voorzitter van één of meerquaestioneszou optreden. Later beteekentprovinciavoornamelijk ambtskring buiten Italië, en gaat dan in de beteekenis van wingewest over.Provocatio, beroep op de volksvergadering als rechter en wel op de centuriaatcomitiën in lijfstraffelijke zaken en op de tribuutcomitiën of hetconcilium plebisbij boeten boven een zeker bedrag. Zieleges Valeriae, leges Porciae, lex Aternia Tarpeia, lex Iulia Papiria. Het recht vanprovocatiowas ingesteld als waarborg tegen willekeur en mishandeling van de zijde der magistraten. De provocatie geldt niet voor vrouwen en vreemdelingen, en is beperkt tot de banmijl, de grens van hetimperium domi. Na de instelling derquaestiones perpetuaewerden deiudicia populiuitzondering, doch zij bleven toch bestaan, evenwel niet zóó, dat men van een eenmaal gewezen vonnis op het volk kon appelleeren. Zie echterAntoniae(leges) no. 6. De rom. republiek kende geen appèl van gevelde vonnissen; het komen in hooger beroep dagteekent uit den tijd der keizers.Πρόξενος, de gastvriend van een staat, niet zonder grond met onze tegenwoordige consuls vergeleken, daar hij in zijn staat de belangen waarnam van den staat, welksπρ.hij was. In den staat, dien hij vertegenwoordigde, genoot hij daarvoor ook zekere voorrechten boven andere vreemdelingen.—Deπροξενίαvan een bepaalden staat wordt soms door vele geslachten heen in dezelfde familie gevonden.Proxenus,Πρόξενος, 1) Boeotiër, leerling van Gorgias, vriend van Xenophon, een van de aanvoerders der grieksche troepen onder den jongen Cyrus. Na den slag bij Cunaxa werd hij door Tissaphernes verraderlijk gevangen genomen en ter dood gebracht.—2)van Tegea, vijand van Sparta en ijveraarvoor den bouw van Megalopolis. Bij de partijtwisten in zijne vaderstad verloor hij het leven.—3)van Aphidna, atheensch veldheer tegen het einde van den heiligen oorlog (347).Prudentius Clemens(Aurelius), uit Hispania geboortig, de beste rom. christendichter, leefde in de tweede helft der vierde eeuw na C.Prusa,Προῦσα, ookPrusias,Προυσιάς, geheeten, 1)ad Olympum, aanzienlijke stad van Bithynia, door Prusias I aan den voet van den mysischen Olympus naar een plan van Hannibal gesticht, thans Brussa.—2)ad Hyppium, kuststadje in het W. van Bithynia aan de rivier Hyppius, zieCius.Prusias,Προυσίας, 1) koning van Bithynië, regeerde, nadat hij zich door gelukkige oorlogen van de Galliërs en andere vijanden bevrijd had (213), met kracht en beleid en vergrootte zijn rijk door de verovering van Heraclēa en andere steden. In den oorlog tusschen de Rom. en Antiochus koos hij de partij van eerstgenoemden, doch later verleende hij een schuilplaats aan Hannibal. Hij werd echter gedwongen hem aan de Romeinen uit te leveren, zieHannibalno. 4. Hij stierf kort daarna.—2)zoon en opvolger van den vorigen, was geheel en al afhankelijk van de Rom. en sloot op hun bevel vrede met Attalus II, dien hij met geluk beoorloogd had. In 143 werd hij door zijn zoon Nicomēdes gedood.Prusias,Προυσιάς=Cius.Πρυτανεία,z.Πρύτανις.Πρυτανεῖα, zekere som, die beide partijen in eeneδίκηvoor den aanvang van het proces moesten storten tot vergoeding van de proceskosten, vandaarπρ. τιθέναι τινί, iemand aanklagen. Voor zaken, beneden 100 drachmen geschat, werden geeneπρ.betaald, bij hoogere schatting stonden deπρ.in zekere verhouding tot de som in kwestie. De verliezende partij moest den winner ook zijneπρ.vergoeden.Πρύτανις, de eerste, voorste, in verscheiden staten naam van de opperste magistraten. Te Athene noemde menπρυτάνειςde 50 raadsleden, die tijdelijk met het dagelijksch bestuur belast waren (z.βουλή). Iedere phyle had de prytanie op haar beurt, zooals dit bij het begin van het jaar door loting was aangewezen. Deze betrekking zelve en de tijd, gedurende welken dezelfde prytanen aan het bestuur zijn (35 of 36, in schrikkeljaren 38 of 39 dagen), heetπρυτανεία, de phyle, waartoe zij behoorden,φυλὴ πρυτανεύουσα. De prytanen zijn den geheelen dag met elkander in denΘόλος, in oudere tijden in het Prytanēum, waar zij ook gemeenschappelijk hunne maaltijden gebruiken. Voor iederen dag wordt uit hun midden door het lot eenἐπιστάτηςaangewezen, die voorzitter is van de raads- en volksvergadering (z. echterπροεδρία) en de sleutels van den burcht en van het archief en het staatszegel in bewaring heeft.—Zie ookναυκραρία.Prytanēum,Πρυτανεῖον, een gebouw te Athene, waar aanzienlijke vreemdelingen en verdienstelijke burgers hunne, van staatswege verstrekte, maaltijden hielden.—Oorspronkelijk hielden ook de prytanen hier hunne zittingen en maaltijden.Psamathe,Ψαμάθη, 1) Nereïde, bij Aeacus moeder van Phocus.—2)z.Linus.—3)z.Proteus.Psammenītus,Ψαμμήνιτος, zoon van Amāsis, laatste koning van Aegypte, werd na eene regeering van 7 maanden door de Perzen bij Pelusium verslagen en moest zich aan Cambȳses overgeven (525). Cambyses maakte hem stadhouder van Aegypte, maar toen kort daarna een opstand uitbrak, waaraan Ps. schuldig geacht werd, werd hij ter dood veroordeeld.Psammetichus,Ψαμμήτιχος, 1) een van de vorsten, die onder assyrische opperheerschappij over Aegypte regeerden, wist zich door middel van ionische en carische troepen, hem uit Lydië te hulp gezonden, van Assyrië onafhankelijk te maken (663) en bemachtigde daarna het geheele rijk. Een inval der Scythen kocht hij door groote geschenken af, overigens breidde hij zijne macht ook buiten Aegypte uit en ondernam hij zelfs veldtochten naar Azië, waar hij Azōtus na een oorlog van 29 jaar (640–611) innam. Gelijk hij zijne verheffing aan vreemde hulp verschuldigd was, zoo bleef hij gedurende zijne geheele regeering een beslist voorstander van het vrije verkeer van vreemdelingen in zijn rijk, vooral begunstigde hij den handel en bevorderde hij de vestiging van Grieken en Phoeniciërs in Aegypte, ook bleef hij steeds grieksche en carische troepen in dienst houden. Deze nieuwigheden, waarmede samenhangt de verplaatsing der residentie van Memphis naar Sais, veroorzaakten groote verbittering, en velen uit de soldatenkaste, men spreekt van 240,000, verhuisden naar Aethiopië, maar Ps. liet zich niet van den eenmaal ingeslagen weg afbrengen en had de voldoening, gedurende zijne lange regeering den bloei en de welvaart van zijn rijk steeds te zien toenemen. Hij stierf in 609.—2)Ps. II of Psammis, kleinzoon van den vorigen, koning van Aegypte 594–588.—3)Ps. III =Psammenitus.Psammis,Ψάμμις=Psammetichus II.Psarus,Ψάρος, rivier in Cilicië, ten O. van Tarsus.Ψηφίζεσθαι, stemmen door middel van steentjes (ψῆφοι), die in een urn (ὑδρία) geworpen werden, doch dikwijls in het algemeen voor besluiten, ook wanneer dit door het opsteken der handen (χειροτονία) geschiedt. Ieder volksbesluit heetψήφισμα.Ψευδομαρτυριῶν δίκη, aanklacht tegen iemand, door wiens valsch getuigenis men een proces verloren heeft. De veroordeeling van den aangeklaagde had niet noodzakelijk de vernietiging van het oorspronkelijk vonnis ten gevolge, maar konde aanleiding geven tot eenπαλινδικία.Ψιλοί, algemeene naam voor lichtgewapende troepen: boogschutters, slingeraars, enz., te onderscheiden van deπελτασταίof lichtgewapendeinfanterie. Verder verstaat men onderψίλοιde oppassers of bedienden derὁπλῖται. Ieder hopliet had een oppasser, om wanneer hij door zijn zware wapenrusting vermoeid was, op marsch zijn schild en speer te dragen, verder voor het dragen, requireeren en koken van de levensmiddelen. In Sparta gebruikte men daarvoor heloten, in Attica moest ieder hopliet zelf voor zijn oppasser zorgen, dien hij dus meestal uit zijn familie of buren koos. Daar ze ook nu en dan krijgsdiensten moeten verrichten en tot hun taak ook behoort het wegvoeren van gewonden en van gevangenen, plundering en verwoesting van het vijandelijk land, zijn ze licht gewapend, met een dolk of bijl of korte speer.Psophis,Ψωφίς, sterke stad in het N.W. van Arcadia. Het had eene acropolis met cyclopische muren. Vroeger heette het Phegēa,Φήγεια.Ψυχαγωγός, Ψυχοπομπός, bijnaam van Hermes, die de zielen der afgestorvenen naar de onderwereld geleidt.Ψυχομαντεῖον, Ψυχοπομπεῖον, plaats, waar men de geesten van afgestorvenen door eenψυχόμαντιςkon laten oproepen om hen over de toekomst te ondervragen, de antwoorden ontving men gewoonlijk in den droom.Psyche,Ψυχή, personificatie van de ziel des menschen; zij was de jongste van drie koningsdochters, en zoo schoon, dat de menschen haar de hulde brachten, die zij aan Aphrodīte verschuldigd waren. Hierover vertoornd, liet de godin door een orakel aan hare ouders het bevel geven, haar op eene eenzame rots te brengen, daarna zond zij Eros om haar met een van zijne pijlen liefde voor den leelijksten en gemeensten man te doen opvatten. Maar op het oogenblik dat Eros zijn pijl zou afschieten, wondde hij zichzelven er mede, en bekoord door hare schoonheid, verplaatste hij haar naar een lusthof, waar hij haar iederen nacht bezocht. Echter verbood hij haar ooit pogingen te doen om hem te zien of te leeren kennen, en aanvankelijk bedwong Ps. haar nieuwsgierigheid, maar na eenigen tijd wisten hare afgunstige zusters twijfel bij haar op te wekken, en zij besloot zich zekerheid omtrent den persoon van haar minnaar te verschaffen. Zoodra hij in slaap gevallen was, ontstak zij een lamp, maar door zijne schoonheid getroffen, liet zij, terwijl zij zich te ver over hem heen boog om hem goed te beschouwen, een druppel heete olie daaruit op zijn schouder vallen, de god ontwaakte, verweet haar haar gebrek aan vertrouwen en verliet haar. Ontroostbaar over dit verlies, dwaalde Ps. over de geheele aarde rond om haar minnaar te zoeken, ten slotte wendde zij zich tot Aphrodite zelve, die haar wel vergiffenis beloofde, maar haar eerst een aantal zware beproevingen oplegde, waaronder zij bezweken zoude zijn, indien niet Eros zelf, bij wien de oude liefde herleefd was, haar geholpen en gesterkt had. Ten slotte werd Aphrodite verzoend, de beide minnenden hereenigd, Ps. werd op den Olympus opgenomen en door Zeus met de onsterfelijkheid beloond.—Ps. wordt dikwijls in vereeniging met Eros afgebeeld als een vlinder of als een jonkvrouw met vlindervleugels.Psylli,Ψύλλοι, oud-libysch volk in het binnenland van Cyrenaica; ze stonden bekend als slangenbezweerders.Psyra, Psyria,Ψύρα(τὰ),Ψυρία(ἡ), eilandje ten W. van Chios. Daar het eilandje geen wijn voortbracht, zei men van geheelonthouders:Ψύρα τὸν Διόνυσον ἄγοντες.Psyttalīa,Ψυττάλεια, rotseilandje in de zeeëngte tusschen Salamis en de kust van Attica, v.s. Hagios Georgios, v.a. Lipsokutali.Pteleum,Πτελεόν, naam van onderscheiden steden; in het thessalische gewest Phthiōtis tegenover de invaart van de Pagasaeische golf, in Elis Triphyliaca, in aziatisch Ionia bij Erythrae, en ook elders.Pterelāus,Πτερέλαος, koning der Taphiërs, z.Comaetho.Pteria,Πτερία, district en stad in Cappadocia, vroeger hoofdstad van het rijk der Hethiten.Πτερόν, πτέρωμα, noemt men de zuilen van de voor- en achterzijde van grieksche tempels.Ptolemaeus, Ptolom.,Πτολεμαῖος, 1)Alorītes, zieAlexanderno. 6 enPerdiccasno. 3.—2)neef van Antigonus, wiens plannen hij eenigen tijd krachtig ondersteunde (315–312), later knoopte hij echter betrekkingen aan met Pt. van Aegypte, die hem vergiftigde (309).—3)van Epīrus, zoon van Pyrrhus, nam gedurende den tocht van zijn vader naar Italië de regeering waar. Na eene schitterende overwinning ter zee nam hij Corcȳra, hij versloeg Antigonus Gonātas en sneuvelde bij den tocht van zijn vader naar de Peloponnēsus (272).—4)Pt.Lagi(Λαγίδης), onder Philippus van het macedonische hof verbannen, werd door Alexander bij zijne lijfwacht geplaatst. Hij had een eervol deel aan alle ondernemingen van Alexander, streed bij Issus, nam Bessus gevangen, onderwierp Sogdiāna, en behaalde roem in de indische oorlogen. Hij had ook bij den koning en bij het geheele leger grooten invloed en na Alexanders dood was hij het vooral, die de verdeeling van het rijk doorzette. Voor zijn aandeel kreeg hij Aegypte, door de verovering van Cyrēne breidde hij zijn gebied uit, terwijl hij den aanval van Perdiccas op zijn rijk met beleid afweerde (321). In de nu volgende oorlogen tusschen de vroegere veldheeren van Alexander stond Pt. aanvankelijk met Antigonus, Seleucus e.a. tegenover Eumenes, nadat deze echter gevallen was, behoorde hij steeds tot de vijanden van Antigonus. Gedurende deze oorlogen kwam Pt. nu eens in het bezit van Phoenicië, Palaestina, Coele-Syrië en sommige eilanden, dan weder verloor hij deze veroveringen geheel of gedeeltelijk; in 312 behaalde hij een groote overwinning op Demetrius Poliorcētes bij Gaza, in 306 werd hij door Demetrius bij Salamis op Cyprus verslagen. Eindelijk sneuvelde Antigonus in den slag bij Ipsus (301), en toen Demetrius, na korten tijd met zijne tegenstanders verzoend te zijn geweest, den oorlog hernieuwde, werdhij door Seleucus gevangen gemaakt (287). Op het voorbeeld van Antigonus en Demetrius had ook Pt. den koningstitel aangenomen (306), en toen hij in het volgende jaar Demetrius gedwongen had het beleg van Rhodus op te breken, gaven de dankbare Rhodiërs hem den bijnaam vanSoter(Σωτήρ), dien hij sedert bleef voeren. Zijne onderdanen behandelde Pt. met wijze gematigdheid en tegenover hun godsdienst en eigenaardige gebruiken toonde hij groote toegevendheid, toch bevorderde hij grieksche taal en beschaving op alle wijzen, alle voorname betrekkingen waren in handen van Grieken, in het leger en op de vloot waren slechts weinige Aegyptenaren, en de hoofdstad Alexandrië was meer een grieksche dan eene aegyptische stad, en wel eene van de voornaamste steden der grieksche wereld, waarheen de koning niet alleen door begunstiging van handel en scheepvaart talrijke kooplieden lokte, maar waar ook reeds toen de voornaamste grieksche kunstenaars en geleerden werkten. Pt. zelf schreef eene geschiedenis van Alexander, een werk, dat door Arriānus als voornaamste bron gebruikt werd. Hij gaf in 285 de regeering aan zijn zoon over en stierf twee jaar later, 84 jaar oud.—5)Pt.Ceraunus(Κεραυνός), oudste zoon van den vorigen, geraakte met zijn vader in oneenigheid en vluchtte naar Thracië bij Lysimachus. Na den dood van Agathocles (no. 2) moest hij vluchten; hij ging naar Syrië, spoorde Seleucus tot een veldtocht tegen Lysimachus aan, en wist van hem de belofte te verkrijgen, dat hij hem op den aegyptischen troon zoude herstellen. Maar toen Seleucus, nadat hij Lysimachus verslagen had, op weg was naar Macedonië, werd ook hij door Pt. vermoord. Door zijn krachtig optreden wist Pt. het leger van Seleucus voor zich te winnen en maakte hij zich van de regeering over Macedonië meester (280), maar reeds het volgende jaar sneuvelde hij in een oorlog tegen de Galliërs.—6)Pt. IIPhiladelphus(Φιλάδελφος,zusterlievend), zoon en opvolger van Pt. Lagi, was evenals zijn vader een groot begunstiger van kunst en wetenschap; aan het Museum en de groote boekerij, beide reeds door zijn vader begonnen, legde hij groote sommen ten koste. Hij verstiet zijne gemalin Arsinoë, de dochter van Lysimachus, en trouwde met zijne zuster Arsinoë. Cyrēne moest hij aan zijn afvalligen halfbroeder Magas laten, daarentegen voerde hij tegen Syrië een langdurigen, maar over het geheel gelukkigen oorlog, die eindigde met het huwelijk van zijne dochter Berenīce met Antiochus II. Het gelukte hem echter niet in Griekenland en Macedonië vasten voet te krijgen, zijne pogingen daartoe leidden tot een oorlog, waarin hij ter zee door Antigonus Gonātas verslagen werd. Ook met Rome knoopte hij betrekkingen aan. In het belang van handel en wetenschap bevorderde hij tochten naar Indië en hetZuidenen trachtte hij vooral met Aethiopië betrekkingen aan te knoopen. Zijne laatste levensjaren werden verbitterd door den dood van Arsinoë en Berenīce (z.Antiochusno. 3) en door ziekte, hij stierf in 247 op den leeftijd van 63 jaar.—7)Pt. IIIEuergetes(Εὐεργέτης), zoo genoemd omdat hij de godenbeelden, vroeger door de Perzen geroofd, naar Aegypte terugbracht, zoon en opvolger van den vorigen, en evenals hij steeds werkzaam in het belang van kunst en wetenschap en niet minder van den handel, dien hij trachtte te bevorderen door het stichten van koloniën in Aethiopië en Arabië. Kort na het aanvaarden der regeering begon hij een oorlog tegen Syrië, waarbij hij het geheele land tot den Euphraat veroverde en zelfs tot den Indus voortrukte; wel werd hij door een opstand in Aegypte gedwongen terug te keeren, maar toch bedong hij bij den vrede (242) de overgave van de kusten van Klein-Azië en Syrië. Hij heroverde Cyrēne en ondersteunde het streven van het achaeïsch verbond en later van Cleomenes III tegen Macedonië, waardoor hij in vijandschap met Antigonus Doson kwam, die echter spoedig door eene verzoening gevolgd werd. Cleomenes vond bij hem een zeer gunstig onthaal en zelfs maakte hij toebereidselen om hem met een leger naar Europa terug te zenden, maar zijn dood (221) maakte daaraan een einde.—8)Pt. IVPhilopator(Φιλοπάτωρ) ofTryphon(Τρύφων), zoon en opvolger van den vorigen, een gewetenloos dwingeland, die zijne regeering inwijdde met het vermoorden van verscheiden zijner naaste bloedverwanten en van Cleomenes III, en haar overigens aan zijne gunstelingen Agathocles en Sosibius overliet, terwijl hij zich soms bezig hield met de studie van Homerus en zelf een treurspel dichtte, maar zich gewoonlijk aan dronkenschap en allerlei uitspattingen overgaf. Het zwaar onderdrukte volk kwam in opstand en werd met de grootste gestrengheid gestraft, en ook de Joden, die in groot aantal te Alexandrië woonden en van den vorigen Pt. vele gunsten genoten hadden, werden met groote onverdraagzaamheid behandeld. De herhaalde aanvallen van Antiochus den Gr. werden wel door de groote overwinning bij Raphia (217) afgeslagen, maar op den duur bleek het noodig tegen dezen vijand bij Rome steun te zoeken, terwijl men aan den anderen kant de uitbreiding van Rome door een bondgenootschap met Macedonië zocht tegen te werken. Pt. stierf in 205.—9)Pt. VEpiphanes(Ἐπιφάνης), zoon en opvolger van den vorigen, was bij den dood van zijn vader eerst 4 jaar oud. Reeds dadelijk bij het begin zijner regeering brak in Alexandrië een hevig oproer uit, waarbij de gunstelingen van Pt. IV, o.a. Sosibius, vermoord werden, ook de eigenlijke Aegyptenaren, vooral de soldatenkaste, kwamen in opstand en hier en daar verhieven zich inheemsche vorsten. Gedurende de minderjarigheid des konings maakten Syrië en Macedonië zich van een aantal buitenlandsche bezittingen van Aegypte meester, en eerst de tusschenkomst der Rom. behoedde Pt. voor nog grootere verliezen. Nadat met Antiochus een vrede gesloten was (198), later bevestigd door hethuwelijk van diens dochter Cleopatra met Pt., werd de aegyptische opstand deels met geweld, deels door toegevendheid onderdrukt, ofschoon Thebe zich eerst in 186 overgaf. Ook nadat Pt. in 196 plechtig de regeering aanvaard had, bleef hij een werktuig in de handen zijner elkander na Aristomenes (z.a.) snel afwisselende ministers, en langzamerhand gingen alle bezittingen behalve Cyrēne en Cyprus verloren. Terwijl Pt. zich tot een nieuwen oorlog met Syrië voorbereidde en daarvoor het bondgenootschap der Aetoliërs zocht, stierf hij, vermoedelijk door vergift (181).—10)Pt. VIPhilomētor(Φιλομήτωρ), zoon en opvolger van den vorigen, was bij den dood van zijn vader eerst 6 jaar oud, en regeerde onder voogdij zijner moeder Cleopatra. Na haar dood (173) begonnen de ministers van Pt. een onberaden oorlog tegen Syrië, dien Antiochus IV gaarne aannam. Deze won een grooten slag bij den berg Casius, veroverde Pelusium en drong ver in Aegypte door. Pt. vluchtte en de Alexandriërs riepen zijn broeder onder den titel Pt. VIIEuergetesII tot koning uit. Wel nam Antiochus nu den schijn aan alsof hij de rechten van Philometor tegen Euergetes wilde verdedigen, en bracht hij Philometor naar Memphis terug, maar toen hij door onlusten in zijn rijk gedwongen was naar Syrië terug te keeren en de broeders zich gedurende zijne afwezigheid door toedoen van hun zuster Cleopatra (no. 6) inderdaad verzoenden, hervatte hij den oorlog krachtiger dan te voren en reeds stond hij voor Alexandrië, toen hij door de tusschenkomst van Rome gedwongen werd den oorlog te eindigen en de reeds gemaakte veroveringen terug te geven (168). Doch spoedig ontstonden twisten tusschen de beide broeders, die eenmaal zelfs zoo hoog liepen, dat Philometor naar Rome moest vluchten (164); de senaat liet hem wel terugbrengen en het rijk tusschen de beide broeders verdeelen, maar daarmede was de vrede niet hersteld, daar Euergetes voortdurend aanvallen op het aandeel zijns broeders deed. Philometor toonde in al deze moeilijkheden een waardig en vast karakter, ook tegenover Rome, dat met opzet de broedertwisten gaande hield. In 146 stierf hij in Syrië aan de gevolgen van een val van zijn paard, nadat hij Alexander Balas verdreven en Demetrius Nicātor op den troon hersteld had.—11)Pt. VIIEuergetesIIPhyscon(Φύσκων,dikbuik), broeder van den vorigen (zie boven), kreeg na diens dood de regeering over het geheele rijk. Hij dwong de weduwe van Philometor, Cleopatra, hem te huwen en vermoordde haar zoon Pt. Eupator, daarna liet hij een aantal burgers van Alexandrië dooden of verbannen, eindelijk nam hij de dochter van Cleopatra tot tweede vrouw. In 130 werd hij door een oproer gedwongen met zijn tweede vrouw naar Cyprus te vluchten, terwijl Cleopatra tot koningin uitgeroepen werd, uit wraak doodde hij zijn eigen zoon en zond hij diens aan stukken gesneden lijk aan zijne moeder. Toch gelukte het hem deels door geweld, deels door overleg, drie jaar later terug te komen, zich met Cleopatra te verzoenen, zich op zijne tegenstanders te wreken en belangrijken invloed te krijgen in de syrische aangelegenheden. Overigens stelde ook hij veel belang in kunst en wetenschap, hij bestudeerde ijverig Homerus en schreef werken over geschiedenis en aardrijkskunde. Hij stierf in 116.—12)Pt. VIIISoter II Lathyrus(Λάθυρος), zoon van den vorigen en de jongere Cleopatra, werd op verlangen van het volk door zijne moeder tot mederegent aangenomen. In 107 werd hij door haar gedwongen te vluchten, hij ging naar Cyprus en van daar naar Syrië, maar na de vlucht van zijn jongeren broeder (z. no. 13) werd hij teruggeroepen (89). Thebe, waar de oud-aegyptische bevolking in opstand gekomen was, werd na drie jaar ingenomen en verwoest (85). Overigens regeerde hij rustig tot zijn dood (80).—13)Pt. IXAlexanderregeerde na de verdrijving van zijn broeder Pt. Lathyrus met zijne moeder en liet zich geheel door haar beheerschen. Toen hij zich evenwel persoonlijk door haar bedreigd zag, doodde hij haar; hij moest echter voor de woede van het volk vluchten en sneuvelde kort daarna in vreemden krijgsdienst.—14)Pt.Apion(Ἀπίων), onechte zoon van Pt. Physcon, kreeg na den dood van zijn vader Cyrēne; toen hij stierf, liet hij zijn land bij testament aan de Rom. na (96).—15)Pt. XAlexanderII, zoon van Pt. Alexander, huwde op bevel van Sulla na den dood van Pt. Lathyrus met diens eenige dochter Berenīce, die vroeger met Pt. Alexander gehuwd was geweest, en werd zoo koning. Na drie weken doodde hij Berenīce, waarna hij door het volk gedood werd.—16)Pt. XI of XIIIAulētes(Αὐλητής,fluitspeler), onechte zoon van Pt. Lathyrus, vandaar ook welNothusgenoemd, maakte zich na den dood van den vorigen van Aegypte meester. Alleen door den steun der rom. legers in Azië konde hij zich tegen de herhaalde opstanden van zijn volk staande houden, terwijl hij weder, om dien steun te koopen, steeds drukkender belastingen moest opleggen. In 58 werd zijn broeder door de Rom. uit Cyprus verjaagd, en toen het volk zich daartegen wilde verzetten, maar Pt. weigerde zich aan hun hoofd te stellen, werd hij verjaagd, en zijne dochter Berenīce tot koningin uitgeroepen (z.Archelāusno. 5). Drie jaar later werd hij door den proconsul A. Gabinius teruggebracht, waarna hij bloedige wraak nam en ook Berenīce liet dooden. Hij stierf in 52.—17)Pt. XIIDionȳsus, oudste zoon en opvolger van den vorigen. In de twisten met zijne zuster Cleopatra, met wie hij volgens den wil zijns vaders de regeering moest deelen, werd hij een tijd lang door Caesar gevangen gehouden. Weder in vrijheid gesteld, hervatte hij den strijd, maar hij werd verslagen en verdronk, naar men zeide, in den Nijl (47), ofschoon anderen later beweerden dat hij zich gered had en te Aradus woonde.—18)Pt. XIIIPuer, jongere broeder van denvorigen, na wiens dood hij door Caesar tot mederegent van Cleopatra werd aangesteld, die hem in 43 liet dooden.—19)Pt.Philadelphus, zoon van M. Antonius en Cleopatra, regeerde tot den dood van zijn vader over Syrië en Voor-Azië.—20)zoon van Juba II en Cleopatra no. 11, koning van Mauretania, hielp de Rom. in den oorlog tegen Tacfarinas en ontving tot belooning daarvoor groote eerbewijzen. Door Caligula werd hij naar Rome genoodigd en kort daarna, omdat het volk hem te veel oplettendheid bewees, ter dood gebracht (40 na C.). Zijn rijk werd ingelijfd.—21)Pt.Chennos, waarschijnlijk een tijdgenoot van Nero, schreef in verschillende werken, in proza en verzen, allerlei bizonderheden uit geschiedenis en mythologie, die, voor zoover men kan nagaan, louter verzinsels van hem zijn.—22)ClaudiusPt., beroemd wis-, aardrijks- en sterrenkundige, tijdgenoot van Antonīnus Pius. Door zijne wetenschappelijke waarnemingen, waarvan hij de vruchten in een aantal werken nederlegde, vestigde hij de aardrijks- en sterrenkunde op zuiver wiskundigen grondslag en bracht hij die wetenschappen tot eene hoogte, die in vele eeuwen niet overtroffen is. Zijne werken, door Theon (no. 3), Pappus e. a. van commentaren voorzien en voor een groot deel in het Latijn en Arabisch vertaald, zijn voor een deel bewaard gebleven, de voornaamste daarvan zijn:Γεωγραφικὴ Ὑφήγησις, de hoofdbron voor de kennis der oude geografie,Μεγάλη Σύνταξις τῆς Ἀστρονομίας(arab.Almagest), zijn astronomisch hoofdwerk, bevattende de leer van de beweging der sterren, e. a.—23)Verschillende grammatici, rhetoren en geschiedschrijvers van den alexandrijnschen tijd en later droegen den naam Pt., hunne werken zijn alle verloren.Ptolemāis, naam van verschillende steden, door Ptolemaeën gesticht of herdoopt, waaronder 1) het vroegere Ace of Acco, thans St. Jean d’Acre, op de kust van Palaestina.—2)Pt. Hermii, aan den linker Nijloever in Thebāïs.—3)stad aan de arabische golf, Theron (Θηρῶν) bijgenaamd, uitgangspunt voor de jacht op olifanten.—4)havenstad van Barca in Cyrenaica.Ptoliporthus,Πτολίπορθος, 1) zoon van Telemachus en Nausicaä, ookPerseptolisgenoemd.—2)stedenverwoestend, bijnaam van Ares, Enȳo, Achilles, Odysseus e. a.Ptōum,Πτῶον, gebergte in Boeotia, aan de Oostzijde van het meer van Copāis, met een beroemden tempel van Apollo, waaraan een orakel verbonden was. Bij de opgravingen is veel archaisch beeldwerk voor den dag gekomen.Ptychia,Πτυχία, eilandje in de Ionische zee tusschen Corcȳra en de kust.Publicāni,τελῶναι, pachters der indirecte belastingen in de provinciën. Daar voor de pacht, die terstond voldaan moest worden, groote kapitalen vereischt werden, ontstonden er vennootschappen,societates publicanorum(zieequites). De vertegenwoordiger van zulk eene vennootschap werdmancepsgeheeten, ook welauctor. Daar de ridders de kapitalisten waren en tevens sedert 123 de rechters uit hun midden werden gekozen, was het voor de stadhouders dikwijls zeer moeielijk de knevelarijen der publicani te keer te gaan, zonder zich bij hunne terugkomst eene of andere aanklacht op den hals te halen. Ook toen sedert Sulla deiudicianiet meer uitsluitend bij deequiteswaren, bleven deze toch door hunne geldmacht een lichaam in den staat, waarmede de stadhouders rekening moesten houden.Publicia(lex), een plebisciet, onzeker van welk jaar, tot beperking van het spelen en dobbelen bij de Saturnalia.Publicii, plebejisch geslacht, uit Latium afkomstig.L.enM. Publicius Malleolusstichtten in 238 als aedielen den tempel van Flora uit boeten, die zij opgelegd hadden, en legden van het overschot een weg naar den mons Aventīnus aan (ten N.),clivus Publiciusgenoemd.Publicius clivus, ziePublicii.Publicola=Poplicola.Publilia(lex) van den volkstribuun Publilius Volero in 471,ut plebeii magistratus tributis comitiis fierent, d. w. z. dat de plebs tributim mocht bijeenkomen voor het verkiezen van plebejische ambtenaren, z. verderTribuni plebis.Publiliae(leges) van den dictator Q. Publilius Philo in 339: 1) dat de plebiscita voor alle burgers verbindend zouden zijn; v. s. is dit een anticipatie van de lex Hortensia van 287.—2)dat depatresvóór de stemming over wetsvoorstellen in de centuriaatcomitiën den uitslag zouden goedkeuren (ut ante initum suffragium patres auctores fierent); hierdoor werd depatrum auctoritas(ziepatres) tot een bloote formaliteit gemaakt.—3)dat één der censoren voortaan uit de plebs moest gekozen worden.Publilii, rom. geslacht, ten deele patricisch, ten deele plebejisch. 1)Publilius Volerohad in 473 twisten met de consuls gehad en zich vruchteloos om hulp tot de volkstribunen gewend, die de consuls niet durfden of wilden weerstreven. Immers was kort geleden een der volkstribunen, Cn. Genucius, door sluipmoord omgebracht. In 472 werd Volero tot volkstribuun gekozen, en stelde toen aan het volk zijnelex Publiliavoor (z. a.). De tegenpartij wist de zaak op de lange baan te schuiven, doch Volero werd voor 471 herkozen en de wet ging door, na heftige tooneelen, waarbij het tusschen Volero en een der consuls bijna tot handtastelijkheden kwam.—Ten gevolge van deze wet werden er in dit jaar 4 tribuni plebis gekozen. ZieTribuni plebis. Wat omtrent Publilius Volero zelf verteld wordt, lijkt niet zeer geloofwaardig te zijn.—2)Q. Publilius Philo(zieleges Publiliae), was in 339 consul en werd door zijn ambtgenoot tot dictator in den latijnschen oorlog benoemd; in 337 was hij de eerste plebejische praetor, in 332 censor, in 327, 320 en 315 weder consul. Publilius Philo was ook de eerste consul, aan wien hetvolk op verzoek van den senaat, na afloop van den ambtstijd, hetimperiumliet behouden met den titelpro consule(326). Hij streed roemrijk tegen de Samnieten.—3)Publiliawas de naam van Cicero’s tweede vrouw. Zij was met haar veel ouderen echtgenoot niet gelukkig en het kwam tot eene scheiding (45). Haar broeder Publilius en Cicero’s vriend T. Pomponius Atticus regelden daarbij de geldzaken.Publilius Syrus, een vrij gelaten slaaf, uit Syrië geboortig, tijdgenoot van Cicero, schreef mimen, die zeer gewild waren, en waaruit nog eene verzameling spreuken overig is. Hij trad zelf ook op alsmimus, zieLaberii.Pudicitia, personificatie der kuischheid. Zij werd door patricische vrouwen in een tempel aan het Forum Boarium vereerd, maar toen de patricische Virginia van den dienst van P. werd uitgesloten, omdat zij met een plebejer gehuwd was, richtte zij een afzonderlijk heiligdom voor P. ten dienste der plebejische vrouwen op (296). Van toen af onderscheidde men eeneP. patriciaen eeneP. plebeia.Pugilātus, het vuistgevecht, dat tot de gymnastische wedstrijden behoorde en overeenkomst had met het engelsche boksen, met dit verschil evenwel, dat de ouden zich daarbij van dencaestusbedienden (z. a.).Πυλαγόραι,z.Amphictyones.Πυλάρτης, die de poorten (der onderwereld) gesloten houdt, bijnaam van Hades.Pulcher, familienaam in degens Claudia(Claudiino. 7–10, 12–17).Pulchrum promunturium, zieApollinis promunturium.Pulvīnar, het kussen, ook de sofa, waarop de beelden der goden rustten bij eenlectisternium(z.a.). Later werd het woord ook gebezigd voor rustbanken en zitplaatsen van hooggeplaatste personen. Zoo werd b.v. de keizerlijke loge in den circus en het amphitheater ook welPulvinargenoemd.Punische oorlogenworden de drie oorlogen genoemd, die Rome met Carthago voerde, en waarvan de eerste (264–241) met den afstand van het carthaagsche deel van Sicilia, de tweede (218–202) met Hannibal’s nederlaag en Carthago’s vernedering, de derde (149–146) met Carthago’s ondergang eindigde.Pupienius Maximus(M. Clodius), een handwerkerszoon, die van soldaat tot de hoogste ambten opklom en zich een uitstekend generaal betoonde. In 238 na C. werden hij en Balbīnus (z.a.) door den senaat tot keizers uitgeroepen, doch door de praetorianen, wien deze keus niet beviel, vermoord.Pupia(lex), onzeker van welken tijd. Zij verbood senaatszittingen te houden op dagen, voor de comitiën bestemd, alsmede in de maand Februari, behalve tot het verleenen van audiëntie aan gezantschappen.Pupii, een plebejisch geslacht. Bij Horatius wordt een dichter Pupius bespot als maker vanlacrimosa poëmata.—M. Pupius Piso Frugi Calpurnianus, z.Calpurniino. 5.Pupinius ager, Pupinia, dorre streek van Latium, ten O. van Rome, in de nabijheid van het gebied van Tusculum. Het is het gebied der oudetribus Pupinia.Pūra,Ποῦρα(= stad), hoofdstad van het perzische gewest Gedrosia.Πυρομαντεία, het voorspellen van de toekomst uit het branden van een offervuur, eene kunst, die, naar men beweerde, door Amphiarāus was uitgevonden.Πυρρίχη, een bij fluitspel uitgevoerde dans, een soort ballet, waarbij de dansers gewapend zijn en de bewegingen van strijders nabootsen. De Cureten, de Dioscuren, Dionȳsus of Athēna worden als de uitvinders er van genoemd. Deπυρρ.werd te Sparta bij de Gymnopaedia, te Athene bij de Panathenaea uitgevoerd, te Rome werden in den keizertijd door knapen dergelijke vertooningen gegeven.Puteal, zieBidental.Puteoli,Πουτέολοι, vroeger Dicaearchia geheeten, haven van Cumae, in 528 aan de golf van Cumae (golf v. Napels) door inwoners van Samos gesticht, welke golf later ook welsinusPuteolānuswerd genoemd. De stad kwam in 421 in handen der Samnieten, in 318 (v. a. in 338) werd ze romeinsch. In 194 werd ze rom. kolonie en kreeg haren naam naar de minerale bronnen in den omtrek, hetzij dan vanputērewegens den stank der zwavelbronnen, hetzij vanputeal. Een in zee uitgebouwde dam vormde eene ruime haven terwijl de kust met prachtige villa’s was bebouwd. Cicero had hier een landgoed, zijnPuteolānum, waar hij zijneQuaestiones academicaeschreef, ook Lucullus had hier eene villa en keizer Hadriānus werd er begraven. In 410 na C. werd P. door Alarik verwoest, in 455 door den Vandaal Genserik, in 545 door de Gothen onder Totilas, doch telkens werd het herbouwd en heet thans Pozzuoli.Pyanepsia,Πυανέψια, een feest, den 7denPyanepsion te Athene gevierd ter eere van Apollo en Athēna, later ook ter gedachtenis aan Theseus, een soort afscheid van den zomer. Het ontleende zijn naam aan het koken en eten van een gerecht van boonen en andere peulvruchten. Zie ookεἰρεσιώνη.Pyanepsion,Πυανεψιών, 4demaand van het Attische jaar (Oct.–Nov.), z.Annus.Pydna,Πύδνα, stad in Macedonia, in het landschap Pieria, nabij de golf van Thermae. Philippus van Mac. maakte er een sterke vesting van. Bij Pydna werd koning Perseus in 168 door L. Aemilius Paullus (Aemiliino. 10)verslagen.Pygela,Πύγελα, laterPhygela, stadje aan de aziatisch-ionische kust, even ten Z. van Ephesus, met een Artemistempel.Pygmaei,Πυγμαῖοι,zoo groot als een vuist, een volk van dwergen, wier land men aan de kusten van den Oceaan, aan de bronnen van den Nijl, in Indië of het hooge Noorden plaatste, maar wier bestaan door de ouden reeds geloochend werd, terwijl weder sommige nieuwere reizigers gelooven hen terug te vinden in een afrikaansch volk van kleine menschen nabij den evenaar. VolgensHomerus e. a. dichters trekken de kraanvogels jaarlijks uit om hunne korenvelden te plunderen en kunnen de P. zich slechts met moeite tegen deze vijanden verdedigen.Pygmalion,Πυγμαλίων, 1) z.Dido.—2)koning van Cyprus, werd verliefd op een door hemzelf gemaakt ivoren vrouwebeeld; op zijn gebed bezielde Aphrodīte het beeld, waarna P. met de zoo geschapen vrouw huwde en bij haar vader werd van Paphus.Pylades,Πυλάδης, 1) zoon van Strophius, neef en getrouw vriend van Orestes (z. a.), met wiens zuster Electra hij huwde.—2)beroemd balletdanser (pantomimus) onder Augustus, door wien hij om zijn overmoedig gedrag tegenover het publiek uit Italië verbannen werd.Pylae,Πύλαι(= poorten), naam van verschillende bergpassen. Zonder adjectief =Thermopylae.Pylēne,Πυλήνη, oude stad in Aetolia, laterProschium.Pylus,Πύλος, 1) stadje in Elis aan den Penēus.—2)stad in het eleïsche gewest Triphylia, eenmaal de zetel van den grijzen Nestor.—3)stad op de Westkust van Messenia, in den peloponnesischen oorlog bekend door de blokkade van het nabijgelegen eiland Sphacteria (426). Door de ligging van dit eiland had Pylus eene der schoonste havens van Griekenland, thans de baai van Navarino genoemd.Pyracmon, een Cycloop.Pyramides,πυραμίδες, de bekende steengevaarten in Aegypte, welke in verschillende groepen in een gedeelte van Midden-Aegypte langs den linker Nijloever liggen. Zij zijn alle vierzijdig, met de vier zijden naar de vier hemelstreken gekeerd. De grootste zijn die, waarvan de bouw door Herodotus aan de koningen Cheops, Chephren en Mycerīnus wordt toegeschreven. De Rom. volgden enkele malen voor hunne grafgebouwen den pyramidenbouw op kleine schaal na, zieCestiusno. 1.Pyramus,Πύραμος, een babylonisch jongeling van buitengewone schoonheid, beminde de even schoone Thisbe en werd door haar bemind, maar hunne ouders, die in vijandschap met elkander leefden, wilden in hun huwelijk niet toestemmen. Lang zagen de minnenden daarom elkander slechts door een spleet in den gemeenschappelijken muur tusschen beider huizen, eindelijk spraken zij af elkander bij het graf van Ninus te ontmoeten. Nauwelijks was Thisbe op de afgesproken plaats verschenen, of zij werd verschrikt door net naderen van een leeuw, zij vluchtte en verloor in de verwarring haar sluier, dien de leeuw vond en met zijn muil, nog bevlekt door het bloed van pas verscheurde runderen, verscheurde. Kort daarop kwam ook P. en toen hij den bloedigen sluier zag, meende hij, dat Thisbe door een wild dier verscheurd was, hij trok zijn zwaard en doodde zich. Te laat keerde Thisbe terug, zij vond haar minnaar reeds dood en bracht zich nu ook met zijn zwaard om het leven.Pyramus,Πύραμος, vrij breede rivier in het O. van Cilicia, die in Cataonia ontspringt, door den Taurus heenbreekt en bij Mallus in zee valt.Pyrasus,Πύρασος, oude, later verwoeste stad in het thessalische landschap Phthiōtis, met een aan Demēter geheiligd bosch.Pyrenaei montes,Πυρηναῖα ὄρη, het scheidingsgebergte tusschen Gallia en Hispania, thans nog de Pyreneën geheeten.Pyrēne,Πυρήνη, 1) bij Herodotus vermelde keltische stad nabij de bronnen van den Ister (Donau).—2)=Pyrenaei montes.Pyrēnes promunturium, ookprom. Venerisgeheeten, thans kaap Creuz, een oostelijke uitlooper der Pyrenaeën, met een tempel vanVenus Pyrenaea.Pyretus,Πυρετός, zijtak van den Ister, thans de Pruth.Pyrgi,Πύργοι, 1) stad in het eleïsche gewest Triphylia op de messenische grenzen, volkplanting der Minyers.—2)oude stad met cyclopische muren in Zuid-Etruria, later havenstad van Caere, aan de via Aurelia. Pyrgi werd in 384 door Dionysius van Syracuse geplunderd. In de 2deeeuw was het rom. kolonie. Beroemd was de rijke tempel van Ilithia of Leucothea.Pyrgoteles,Πυργοτέλης, beroemd steensnijder, die uitsluitend het recht had het portret van Alexander den Gr. te graveeren.Pyrgus,Πύργος=Pyrgino. 1.Pyriphlegethon,Πυριφλεγέθων, geweldige vuurstroom, die den Tartarus omgeeft.Pyrrha,Πύρρα, dochter van Epimētheus en Pandōra, gemalin van Deucalion (z. a.).Pyrrha,Πύρρα, 1) stad op het eil. Lesbus aan een inham, denEuripus Pyrrhaeus, later bij een aardbeving door een vloedgolf vernietigd.—2)stad en kaap in het thessalische landschap Phthiōtis, aan de golf van Pagasae. Twee kleine nabijgelegen eilandjes heetten Pyrrha en Deucalion.Pyrrhi castra,Πύρρου χάραξ, sterkte in het N. van Laconica, uit eene oude legerplaats ontstaan, door Pyrrhus opgeslagen, toen deze in 272 in de Peloponnesus viel.Pyrrho,Πύρρων, van Elis, geb. omstreeks 360, gest. omstreeks 275, volgde, nadat hij verschillende grieksche wijsgeeren, o. a. Stilpo, gehoord had, met zijn vriend Anaxarchus Alexander op diens tochten naar Azië, waar hij ook met de gymnosophisten en magiërs kennis maakte. Hij kwam tot het besluit dat voor en tegen ieder stelsel evenveel te zeggen is, en dat ieder stelsel in zichzelf aan groote tegenstrijdigheden lijdt; daarom achtte hij de kennis van het wezen der dingen voor den mensch onbereikbaar (ἀκαταληψία) en leerde, dat derhalve de wijze zich van een oordeel moet onthouden (ἐποχή). Alleen in deugd en gemoedsrust (ἀταραξία) bestaat het geluk. De aanhangers van P. noemen zich, in tegenstelling met deδογματικοί, gewoonlijkσκεπτικοί, ookἀπορητικοί, ἐφεκτικοί, ζητητικοί, of eenvoudigΠυρρώνειοι.Pyrrhus,Πύρρος, 1) =Neoptolemus.—2)koning van Epīrus, die van Achilles beweerdeaf te stammen. Na veel strijd kwam hij in 307 aan de regeering, na vijf jaar werd hij echter bij een opstand verjaagd, hij ging naar Demetrius Poliorcētes, streed dapper in den slag bij Ipsus, ging daarna naar Alexandrië, waar hij met een stiefdochter van Ptolemaeus I trouwde, en keerde, door zijn schoonvader met geld en troepen ondersteund, naar zijn land terug, eerst na den dood van Neoptolemus (no. 3) kreeg hij echter weder de regeering over het geheele rijk (296). Nu trachtte hij zijn gebied uit te breiden door verovering van de naburige landen, zelfs van Macedonië; hij vond steun bij de vijanden van Demetrius, en inderdaad werd hem na den val van dezen (287) de kroon aangeboden, maar zij werd hem weldra ontnomen door Lysimachus, tegen wien hij zelfs Epirus verdedigen moest. Vol vreugde gaf hij daarom gehoor aan de uitnoodiging der Tarentijnen, die zijne hulp tegen Rome inriepen, en hopende door dezen oorlog vergoeding voor het verlies van Macedonië te vinden, ging hij met een groot leger naar Italië (281). Hij versloeg de rom. legers bij Heraclēa (280) en bij Asculum (Ausculum, 279), maar intusschen leed hij op zijn beurt onherstelbare verliezen, van de Tarentijnen kon hij alleen door de uiterste strengheid eenige medewerking krijgen, de waardige en heldhaftige houding der Rom. boezemde hem eerbied en vrees in, en eindelijk begon P. aan het slagen zijner onderneming te wanhopen. Hij verliet daarom Italië (278), waar hij echter zijn zoon Alexander met een leger achterliet en ging naar Sicilië om Syracuse tegen de Carthagers te helpen; overal met vreugde ontvangen, dwong hij de vijanden het beleg van Syracuse op te breken en ontnam hijhenhun geheel gebied op Sicilië behalve Lilybaeum, maar toen het hem niet gelukte hen ook van daar te verdrijven, begonnen de Siciliërs te wankelen, en toen P. toebereidselen maakte voor een landing in Afrika, brak er zelfs een opstand tegen hem uit en sloten vele steden zich weder bij de Carthagers aan. Nogmaals door de Tarentijnen dringend te hulp geroepen, greep hij gretig deze gelegenheid aan om uit zijn moeilijken toestand bevrijd te worden, hij ging naar Tarentum, maar werd door M’. Curius Dentātus v.s. bij Beneventum, v.a. in Arusinis Campis in Lucania verslagen en tot den terugtocht genoodzaakt (275). In zijn land teruggekeerd, deed hij plotseling een aanval op Macedonië, en het gelukte hem spoedig een groot deel er van onder zijne macht te brengen, maar op uitnoodiging van den Spartaan Cleonymus liet hij zijne veroveringen daar varen en keerde hij zich naar de Peloponnēsus. Een aanval op Sparta mislukte, en toen P. op den terugtocht Argos wilde bezetten en de troepen van Antigonus Gonātas en van de Spartanen te gelijk met hem in de stad drongen, ontstond er een hevig straatgevecht, waarin P. een dakpan of een steen op het hoofd kreeg, neerviel en afgemaakt werd (272). Hoewel hij om zijn persoonlijken moed, zijn ridderlijk karakter en zijn ijver, ja zelfs om zijn uiterlijk, dat aan Alexander d. Gr. herinnerde, hij zijne troepen zeer bemind was, had hij door gemis aan volharding geen zijner ondernemingen tot een goed einde gebracht. Hij was de schrijver van eenige werken over krijgskunde, die verloren gegaan zijn.Pythagoras,Πυθαγόρας, 1) beroemd grieksch wijsgeer, van wiens leven en leer echter betrekkelijk weinig met zekerheid bekend is. Hij wordt een zoon van Mnesarchus genoemd, werd waarschijnlijk op Samus omstreeks 580 geboren, zou een leerling van Thales, Bias, Anaximander en Pherecȳdes geweest zijn, en groote reizen, o.a. naar Aegypte en Babylon, gedaan hebben. Ongeveer 50 jaar oud kwam hij te Croton en stichtte hij daar onder de aristocratische partij een bond, waarvan de strekking was het invoeren van allerlei hervormingen op zedelijken, wijsgeerigen en godsdienstigen grondslag en de vestiging eener streng aristocratische staatsinrichting. Inderdaad gelukte het zijn aanhangers, bezield door den ernst en ijver van P., niet slechts te Croton, maar in verscheiden steden van Beneden-Italië het staatsbestuur in hun geest te hervormen en grooten invloed te verkrijgen en in meerdere of in mindere mate meer dan een eeuw te behouden (vgl.Archȳtas).—De eigenlijke leerlingen van P. leefden met elkander in gemeenschap van goederen en onder inachtneming van zeer strenge leefregels en allerlei ceremoniën; eerst na velerlei beproevingen, langdurig zwijgen, enz., kon men in hun verbond worden opgenomen. Hij had onder hen zoo groot gezag, dat de woordenαὐτὸς ἔφα(hijzelf, de meester, heeft het gezegd) voor velen een afdoend argument waren, hijzelf zou zich daarentegen uit bescheidenheid den naam vanφιλόσοφοςgegeven hebben, terwijl zij, die zich met wijsgeerige studiën bezig hielden, zich vroegerσοφισταίofσοφοίnoemden. Van zijne leer is weinig met zekerheid te zeggen, daar zij grootendeels opzettelijk geheim gehouden werd; P. zelf heeft, naar het schijnt, niets geschreven; alle werken die onder zijn naam en misschien met een enkele uitzondering (z.Philolausno. 2), alle die onder den naam zijner leerlingen bewaard gebleven zijn, zijn onecht. Hij of zijne volgelingen zochten het wezen der dingen in het getal; evenals zich daarin het begrensde en onbegrensde, het onevene en evene tot eene harmonie vereenigen, zoo zijn volgens hen in alle dingen tegengestelde elementen door getal en maat harmonisch vereenigd. Bij de toepassing van dit beginsel werden vooral de wiskundige wetenschappen (theorema van P.), de muziek en de astronomie (harmonie der sferen) beoefend; ook bij zedelijke begrippen namen formules de plaats van definities in, zooals bijv. de rechtvaardigheid door een kwadraatgetal voorgesteld werd. Waarschijnlijk heeft P. zelf slechts den grond gelegd tot dit stelsel, waarop dan door zijne leerlingen verder voortgebouwd is, van hemzelf is echter deleer der zielsverhuizing (vgl.Euphorbus).—Ook over het einde van P. zijn de berichten verschillend; v.s. werd hij bij een opstand der democratische partij verjaagd en vluchtte hij naar Metapontum, waar hij op 80- of 90-jarigen leeftijd stierf, v.a. werd bij dien opstand het gebouw, waarin hij en zijne leerlingen vereenigd waren, in brand gestoken en kwam hij met 300 zijner aanhangers daarbij om (500).—2)van Rhegium, beroemd beeldhouwer uit de eerste helft der 5deeeuw, hij maakte voornamelijk athletenbeelden van metaal, die door standen en verhoudingen uitmuntten.Pytheas,Πυθέας, 1) atheensch demagoog, vroeger partijgenoot, later tegenstander van Demosthenes; in den lamischen oorlog vluchtte hij naar Antipater.—2)van Massilia, beroemd zeevaarder en aardrijkskundige ten tijde van Alexander d. G., die ontdekkingsreizen deed langs de westelijke en noordelijke kusten van Europa. Zijne reisbeschrijvingen, waarin hij tevens dikwijls aardrijkskundige onderwerpen behandelde en sterrenkundige waarnemingen mededeelde, werden ten onrechte door velen als fabelachtig beschouwd.Pythia,Πυθία, z.Delphi.Pythia,Πύθια, de pythische spelen, om de vier jaar, en wel ieder derde Olympiadenjaar, tegen het einde van den zomer in de vlakte van Crissa gevierd ter eere van Apollo, die na het dooden van den draak Python zelf dit feest zou ingesteld hebben, z.Pytho. Het bestond oorspronkelijk alleen uit een muzikalen wedstrijd, later kwamen er naar het voorbeeld der olympische spelen andere wedstrijden bij. De prijs was een lauwerkrans. Kamprechters waren oorspronkelijk de Delphiërs, later de Amphictyonen. De P. behooren tot de groote nationale feesten en waren na de olympische spelen het meest in aanzien; zij werden steeds zeer druk bezocht en nog laat in den rom. keizertijd gevierd.—Vele steden vierden ook in hun eigen gebied feesten ter eere van den pythischen Apollo, die eveneens P. genoemd werden.Pythius,Πύθιος, 1) bijnaam van den delphischen Apollo, naar den door hem gedooden draak Python.—2)een Lydiër, de rijkste man van zijn tijd, die Xerxes met zijn leger op zijn tocht naar Griekenland onthaalde en hem zijne schatten aanbood. Maar toen hij verzocht dat een van zijne vijf zonen van den krijgsdienst zou vrijgesteld worden, liet Xerxes dezen in stukken snijden.—3)= Pythodorus no. 2, z.a.Pytho,Πυθώ, oude naam van Delphi en van de landstreek rondom den Parnassus. Apollo versloeg hier den draak Python en stelde hierna de pythische spelen in. In werkelijkheid zijn de pythische spelen ingesteld in 582, kort nadat tengevolge van den heiligen oorlog met Crisa het heiligdom van Delphi in de macht der Amphictyonen gekomen was (590).Pythocles,Πυθοκλῆς, atheensch redenaar van de macedonisch gezinde partij; hij werd te gelijk met Phocion ter dood gebracht.Pythodōrus,Πυθόδωρος, 1) onbekwaam atheensch veldheer op Sicilië (425), werd na zijn aftocht van daar verdacht zich tehebbenlaten omkoopen en werd verbannen.—2)beroemd bouwmeester en schrijver over bouwkunst ten tijde van Alexander d. G. Hij bouwde den tempel van Athēna Polias te Priēne, en werkte ook mede aan den bouw van het Mausolēum.—3)twee beeldhouwers, die in de 1steeeuw na C. aan het keizerlijk paleis op den Palatīnus werkten.Python,Πύθων, een reusachtige draak, na de overstrooming van Deucalion uit het op aarde achtergebleven slijk geboren. Hij bewaakte het delphische orakel voor Gaea, maar werd door Apollo, toen deze het in bezit nam, gedood.Pyxus,Πυξοῦς=Buxentum.
Proteus,Πρωτεύς, een oude zeegod, die op het eiland Pharus de robben van Amphitrīte weidt. Hij bezit de gave der voorspelling, maar hij geeft zijne voorspellingen niet dan gedwongen, en tracht door allerlei gedaanteverwisselingen te ontsnappen aan hen, die hem ondervragen. Zie ookHelena.—V. a. was hij koning van Pharus, zoon van Poseidon, echtgenoot van Psamathe, of hij was naar Thracië gegaan om daar met Torōne in het huwelijk te treden, maar wegens het slecht gedrag zijner zonen, Tmolus en Telegonus, had hij Poseidon verzocht naar Aegypte te mogen terugkeeren.
Πρόθεσις νεκροῦ, tentoonstelling van een lijk. Op den dag vóór de begrafenis werd het lijk, nadat het gewasschen, gekleed en bekranst was, in het voorste gedeelte van het huis op een bed gelegd, met de voeten naar de huisdeur gericht. Bloedverwanten en vrienden kwamen den afgestorvene dan het laatste bezoek brengen, en zongen te zijner eere plechtige klaagliederen.
Protis,Πρῶτις, van Phocaea, stichter van Massilia en stamvader van het geslacht der Protiaden aldaar.
Protogenēa,Πρωτογένεια, dochter van Deucalion en Pyrrha, gehuwd met Locrus, bij Zeus moeder van Opus.
Protogenes,Πρωτογένης, van Caunus, uit de 2dehelft van de 4deeeuw, een van de beroemdste grieksche schilders. Tot zijn 50stejaar moest hij door handwerk in zijn onderhoud voorzien, eerst toen gelukte het Apelles de aandacht op hem te doen vestigen. Hij kocht namelijk eenige schilderijen van Pr., en deed alles om het vermoeden op te wekken, dat hij ze voor zijn eigen werk wilde laten doorgaan. Zijn voornaamste werk was de Ialysus als jager voorgesteld, dat later in den Vredetempel te Rome was en bij den brand van dien tempel verloren ging. Toen Demetrius Poliorcētes Rhodus belegerde, waar Pr. woonde en werkte, liet hij de werkplaats van den kunstenaar, die buiten de stad gelegen was, door eene wacht beschermen, en dikwijls bracht hij er zelf een bezoek. Zelfs liet hij zich de overwinning ontsnappen, doordat hij niet er toe konde besluiten de stad van die zijde aan te vallen, waar de Ialysus van Pr. zich bevond.
Protomachus,Πρωτόμαχος, 1) atheensch veldheer in den slag bij de Arginusen, ging vrijwillig in ballingschap, om aan het proces tegen hem en zijne ambtgenooten te ontkomen.—2)aanvoerder der ruiterij onder Alexander den Grooten.
Provincia, de door wet, senaatsbesluit ofsortitioaan een ambtenaarcum imperiotoebedeelde werkkring of het terrein van werkzaamheid. De senaat bepaalde gewoonlijk den ambtskring (provincia) der consuls; de praetoren lootten na hun benoeming, wie van hen alspraetor urbanusdeprovincia urbana, wie deprovincia peregrina(de rechtspraak onder vreemdelingen) zou hebben, wie als voorzitter van één of meerquaestioneszou optreden. Later beteekentprovinciavoornamelijk ambtskring buiten Italië, en gaat dan in de beteekenis van wingewest over.
Provocatio, beroep op de volksvergadering als rechter en wel op de centuriaatcomitiën in lijfstraffelijke zaken en op de tribuutcomitiën of hetconcilium plebisbij boeten boven een zeker bedrag. Zieleges Valeriae, leges Porciae, lex Aternia Tarpeia, lex Iulia Papiria. Het recht vanprovocatiowas ingesteld als waarborg tegen willekeur en mishandeling van de zijde der magistraten. De provocatie geldt niet voor vrouwen en vreemdelingen, en is beperkt tot de banmijl, de grens van hetimperium domi. Na de instelling derquaestiones perpetuaewerden deiudicia populiuitzondering, doch zij bleven toch bestaan, evenwel niet zóó, dat men van een eenmaal gewezen vonnis op het volk kon appelleeren. Zie echterAntoniae(leges) no. 6. De rom. republiek kende geen appèl van gevelde vonnissen; het komen in hooger beroep dagteekent uit den tijd der keizers.
Πρόξενος, de gastvriend van een staat, niet zonder grond met onze tegenwoordige consuls vergeleken, daar hij in zijn staat de belangen waarnam van den staat, welksπρ.hij was. In den staat, dien hij vertegenwoordigde, genoot hij daarvoor ook zekere voorrechten boven andere vreemdelingen.—Deπροξενίαvan een bepaalden staat wordt soms door vele geslachten heen in dezelfde familie gevonden.
Proxenus,Πρόξενος, 1) Boeotiër, leerling van Gorgias, vriend van Xenophon, een van de aanvoerders der grieksche troepen onder den jongen Cyrus. Na den slag bij Cunaxa werd hij door Tissaphernes verraderlijk gevangen genomen en ter dood gebracht.—2)van Tegea, vijand van Sparta en ijveraarvoor den bouw van Megalopolis. Bij de partijtwisten in zijne vaderstad verloor hij het leven.—3)van Aphidna, atheensch veldheer tegen het einde van den heiligen oorlog (347).
Prudentius Clemens(Aurelius), uit Hispania geboortig, de beste rom. christendichter, leefde in de tweede helft der vierde eeuw na C.
Prusa,Προῦσα, ookPrusias,Προυσιάς, geheeten, 1)ad Olympum, aanzienlijke stad van Bithynia, door Prusias I aan den voet van den mysischen Olympus naar een plan van Hannibal gesticht, thans Brussa.—2)ad Hyppium, kuststadje in het W. van Bithynia aan de rivier Hyppius, zieCius.
Prusias,Προυσίας, 1) koning van Bithynië, regeerde, nadat hij zich door gelukkige oorlogen van de Galliërs en andere vijanden bevrijd had (213), met kracht en beleid en vergrootte zijn rijk door de verovering van Heraclēa en andere steden. In den oorlog tusschen de Rom. en Antiochus koos hij de partij van eerstgenoemden, doch later verleende hij een schuilplaats aan Hannibal. Hij werd echter gedwongen hem aan de Romeinen uit te leveren, zieHannibalno. 4. Hij stierf kort daarna.—2)zoon en opvolger van den vorigen, was geheel en al afhankelijk van de Rom. en sloot op hun bevel vrede met Attalus II, dien hij met geluk beoorloogd had. In 143 werd hij door zijn zoon Nicomēdes gedood.
Prusias,Προυσιάς=Cius.
Πρυτανεία,z.Πρύτανις.
Πρυτανεῖα, zekere som, die beide partijen in eeneδίκηvoor den aanvang van het proces moesten storten tot vergoeding van de proceskosten, vandaarπρ. τιθέναι τινί, iemand aanklagen. Voor zaken, beneden 100 drachmen geschat, werden geeneπρ.betaald, bij hoogere schatting stonden deπρ.in zekere verhouding tot de som in kwestie. De verliezende partij moest den winner ook zijneπρ.vergoeden.
Πρύτανις, de eerste, voorste, in verscheiden staten naam van de opperste magistraten. Te Athene noemde menπρυτάνειςde 50 raadsleden, die tijdelijk met het dagelijksch bestuur belast waren (z.βουλή). Iedere phyle had de prytanie op haar beurt, zooals dit bij het begin van het jaar door loting was aangewezen. Deze betrekking zelve en de tijd, gedurende welken dezelfde prytanen aan het bestuur zijn (35 of 36, in schrikkeljaren 38 of 39 dagen), heetπρυτανεία, de phyle, waartoe zij behoorden,φυλὴ πρυτανεύουσα. De prytanen zijn den geheelen dag met elkander in denΘόλος, in oudere tijden in het Prytanēum, waar zij ook gemeenschappelijk hunne maaltijden gebruiken. Voor iederen dag wordt uit hun midden door het lot eenἐπιστάτηςaangewezen, die voorzitter is van de raads- en volksvergadering (z. echterπροεδρία) en de sleutels van den burcht en van het archief en het staatszegel in bewaring heeft.—Zie ookναυκραρία.
Prytanēum,Πρυτανεῖον, een gebouw te Athene, waar aanzienlijke vreemdelingen en verdienstelijke burgers hunne, van staatswege verstrekte, maaltijden hielden.—Oorspronkelijk hielden ook de prytanen hier hunne zittingen en maaltijden.
Psamathe,Ψαμάθη, 1) Nereïde, bij Aeacus moeder van Phocus.—2)z.Linus.—3)z.Proteus.
Psammenītus,Ψαμμήνιτος, zoon van Amāsis, laatste koning van Aegypte, werd na eene regeering van 7 maanden door de Perzen bij Pelusium verslagen en moest zich aan Cambȳses overgeven (525). Cambyses maakte hem stadhouder van Aegypte, maar toen kort daarna een opstand uitbrak, waaraan Ps. schuldig geacht werd, werd hij ter dood veroordeeld.
Psammetichus,Ψαμμήτιχος, 1) een van de vorsten, die onder assyrische opperheerschappij over Aegypte regeerden, wist zich door middel van ionische en carische troepen, hem uit Lydië te hulp gezonden, van Assyrië onafhankelijk te maken (663) en bemachtigde daarna het geheele rijk. Een inval der Scythen kocht hij door groote geschenken af, overigens breidde hij zijne macht ook buiten Aegypte uit en ondernam hij zelfs veldtochten naar Azië, waar hij Azōtus na een oorlog van 29 jaar (640–611) innam. Gelijk hij zijne verheffing aan vreemde hulp verschuldigd was, zoo bleef hij gedurende zijne geheele regeering een beslist voorstander van het vrije verkeer van vreemdelingen in zijn rijk, vooral begunstigde hij den handel en bevorderde hij de vestiging van Grieken en Phoeniciërs in Aegypte, ook bleef hij steeds grieksche en carische troepen in dienst houden. Deze nieuwigheden, waarmede samenhangt de verplaatsing der residentie van Memphis naar Sais, veroorzaakten groote verbittering, en velen uit de soldatenkaste, men spreekt van 240,000, verhuisden naar Aethiopië, maar Ps. liet zich niet van den eenmaal ingeslagen weg afbrengen en had de voldoening, gedurende zijne lange regeering den bloei en de welvaart van zijn rijk steeds te zien toenemen. Hij stierf in 609.—2)Ps. II of Psammis, kleinzoon van den vorigen, koning van Aegypte 594–588.—3)Ps. III =Psammenitus.
Psammis,Ψάμμις=Psammetichus II.
Psarus,Ψάρος, rivier in Cilicië, ten O. van Tarsus.
Ψηφίζεσθαι, stemmen door middel van steentjes (ψῆφοι), die in een urn (ὑδρία) geworpen werden, doch dikwijls in het algemeen voor besluiten, ook wanneer dit door het opsteken der handen (χειροτονία) geschiedt. Ieder volksbesluit heetψήφισμα.
Ψευδομαρτυριῶν δίκη, aanklacht tegen iemand, door wiens valsch getuigenis men een proces verloren heeft. De veroordeeling van den aangeklaagde had niet noodzakelijk de vernietiging van het oorspronkelijk vonnis ten gevolge, maar konde aanleiding geven tot eenπαλινδικία.
Ψιλοί, algemeene naam voor lichtgewapende troepen: boogschutters, slingeraars, enz., te onderscheiden van deπελτασταίof lichtgewapendeinfanterie. Verder verstaat men onderψίλοιde oppassers of bedienden derὁπλῖται. Ieder hopliet had een oppasser, om wanneer hij door zijn zware wapenrusting vermoeid was, op marsch zijn schild en speer te dragen, verder voor het dragen, requireeren en koken van de levensmiddelen. In Sparta gebruikte men daarvoor heloten, in Attica moest ieder hopliet zelf voor zijn oppasser zorgen, dien hij dus meestal uit zijn familie of buren koos. Daar ze ook nu en dan krijgsdiensten moeten verrichten en tot hun taak ook behoort het wegvoeren van gewonden en van gevangenen, plundering en verwoesting van het vijandelijk land, zijn ze licht gewapend, met een dolk of bijl of korte speer.
Psophis,Ψωφίς, sterke stad in het N.W. van Arcadia. Het had eene acropolis met cyclopische muren. Vroeger heette het Phegēa,Φήγεια.
Ψυχαγωγός, Ψυχοπομπός, bijnaam van Hermes, die de zielen der afgestorvenen naar de onderwereld geleidt.
Ψυχομαντεῖον, Ψυχοπομπεῖον, plaats, waar men de geesten van afgestorvenen door eenψυχόμαντιςkon laten oproepen om hen over de toekomst te ondervragen, de antwoorden ontving men gewoonlijk in den droom.
Psyche,Ψυχή, personificatie van de ziel des menschen; zij was de jongste van drie koningsdochters, en zoo schoon, dat de menschen haar de hulde brachten, die zij aan Aphrodīte verschuldigd waren. Hierover vertoornd, liet de godin door een orakel aan hare ouders het bevel geven, haar op eene eenzame rots te brengen, daarna zond zij Eros om haar met een van zijne pijlen liefde voor den leelijksten en gemeensten man te doen opvatten. Maar op het oogenblik dat Eros zijn pijl zou afschieten, wondde hij zichzelven er mede, en bekoord door hare schoonheid, verplaatste hij haar naar een lusthof, waar hij haar iederen nacht bezocht. Echter verbood hij haar ooit pogingen te doen om hem te zien of te leeren kennen, en aanvankelijk bedwong Ps. haar nieuwsgierigheid, maar na eenigen tijd wisten hare afgunstige zusters twijfel bij haar op te wekken, en zij besloot zich zekerheid omtrent den persoon van haar minnaar te verschaffen. Zoodra hij in slaap gevallen was, ontstak zij een lamp, maar door zijne schoonheid getroffen, liet zij, terwijl zij zich te ver over hem heen boog om hem goed te beschouwen, een druppel heete olie daaruit op zijn schouder vallen, de god ontwaakte, verweet haar haar gebrek aan vertrouwen en verliet haar. Ontroostbaar over dit verlies, dwaalde Ps. over de geheele aarde rond om haar minnaar te zoeken, ten slotte wendde zij zich tot Aphrodite zelve, die haar wel vergiffenis beloofde, maar haar eerst een aantal zware beproevingen oplegde, waaronder zij bezweken zoude zijn, indien niet Eros zelf, bij wien de oude liefde herleefd was, haar geholpen en gesterkt had. Ten slotte werd Aphrodite verzoend, de beide minnenden hereenigd, Ps. werd op den Olympus opgenomen en door Zeus met de onsterfelijkheid beloond.—Ps. wordt dikwijls in vereeniging met Eros afgebeeld als een vlinder of als een jonkvrouw met vlindervleugels.
Psylli,Ψύλλοι, oud-libysch volk in het binnenland van Cyrenaica; ze stonden bekend als slangenbezweerders.
Psyra, Psyria,Ψύρα(τὰ),Ψυρία(ἡ), eilandje ten W. van Chios. Daar het eilandje geen wijn voortbracht, zei men van geheelonthouders:Ψύρα τὸν Διόνυσον ἄγοντες.
Psyttalīa,Ψυττάλεια, rotseilandje in de zeeëngte tusschen Salamis en de kust van Attica, v.s. Hagios Georgios, v.a. Lipsokutali.
Pteleum,Πτελεόν, naam van onderscheiden steden; in het thessalische gewest Phthiōtis tegenover de invaart van de Pagasaeische golf, in Elis Triphyliaca, in aziatisch Ionia bij Erythrae, en ook elders.
Pterelāus,Πτερέλαος, koning der Taphiërs, z.Comaetho.
Pteria,Πτερία, district en stad in Cappadocia, vroeger hoofdstad van het rijk der Hethiten.
Πτερόν, πτέρωμα, noemt men de zuilen van de voor- en achterzijde van grieksche tempels.
Ptolemaeus, Ptolom.,Πτολεμαῖος, 1)Alorītes, zieAlexanderno. 6 enPerdiccasno. 3.—2)neef van Antigonus, wiens plannen hij eenigen tijd krachtig ondersteunde (315–312), later knoopte hij echter betrekkingen aan met Pt. van Aegypte, die hem vergiftigde (309).—3)van Epīrus, zoon van Pyrrhus, nam gedurende den tocht van zijn vader naar Italië de regeering waar. Na eene schitterende overwinning ter zee nam hij Corcȳra, hij versloeg Antigonus Gonātas en sneuvelde bij den tocht van zijn vader naar de Peloponnēsus (272).—4)Pt.Lagi(Λαγίδης), onder Philippus van het macedonische hof verbannen, werd door Alexander bij zijne lijfwacht geplaatst. Hij had een eervol deel aan alle ondernemingen van Alexander, streed bij Issus, nam Bessus gevangen, onderwierp Sogdiāna, en behaalde roem in de indische oorlogen. Hij had ook bij den koning en bij het geheele leger grooten invloed en na Alexanders dood was hij het vooral, die de verdeeling van het rijk doorzette. Voor zijn aandeel kreeg hij Aegypte, door de verovering van Cyrēne breidde hij zijn gebied uit, terwijl hij den aanval van Perdiccas op zijn rijk met beleid afweerde (321). In de nu volgende oorlogen tusschen de vroegere veldheeren van Alexander stond Pt. aanvankelijk met Antigonus, Seleucus e.a. tegenover Eumenes, nadat deze echter gevallen was, behoorde hij steeds tot de vijanden van Antigonus. Gedurende deze oorlogen kwam Pt. nu eens in het bezit van Phoenicië, Palaestina, Coele-Syrië en sommige eilanden, dan weder verloor hij deze veroveringen geheel of gedeeltelijk; in 312 behaalde hij een groote overwinning op Demetrius Poliorcētes bij Gaza, in 306 werd hij door Demetrius bij Salamis op Cyprus verslagen. Eindelijk sneuvelde Antigonus in den slag bij Ipsus (301), en toen Demetrius, na korten tijd met zijne tegenstanders verzoend te zijn geweest, den oorlog hernieuwde, werdhij door Seleucus gevangen gemaakt (287). Op het voorbeeld van Antigonus en Demetrius had ook Pt. den koningstitel aangenomen (306), en toen hij in het volgende jaar Demetrius gedwongen had het beleg van Rhodus op te breken, gaven de dankbare Rhodiërs hem den bijnaam vanSoter(Σωτήρ), dien hij sedert bleef voeren. Zijne onderdanen behandelde Pt. met wijze gematigdheid en tegenover hun godsdienst en eigenaardige gebruiken toonde hij groote toegevendheid, toch bevorderde hij grieksche taal en beschaving op alle wijzen, alle voorname betrekkingen waren in handen van Grieken, in het leger en op de vloot waren slechts weinige Aegyptenaren, en de hoofdstad Alexandrië was meer een grieksche dan eene aegyptische stad, en wel eene van de voornaamste steden der grieksche wereld, waarheen de koning niet alleen door begunstiging van handel en scheepvaart talrijke kooplieden lokte, maar waar ook reeds toen de voornaamste grieksche kunstenaars en geleerden werkten. Pt. zelf schreef eene geschiedenis van Alexander, een werk, dat door Arriānus als voornaamste bron gebruikt werd. Hij gaf in 285 de regeering aan zijn zoon over en stierf twee jaar later, 84 jaar oud.—5)Pt.Ceraunus(Κεραυνός), oudste zoon van den vorigen, geraakte met zijn vader in oneenigheid en vluchtte naar Thracië bij Lysimachus. Na den dood van Agathocles (no. 2) moest hij vluchten; hij ging naar Syrië, spoorde Seleucus tot een veldtocht tegen Lysimachus aan, en wist van hem de belofte te verkrijgen, dat hij hem op den aegyptischen troon zoude herstellen. Maar toen Seleucus, nadat hij Lysimachus verslagen had, op weg was naar Macedonië, werd ook hij door Pt. vermoord. Door zijn krachtig optreden wist Pt. het leger van Seleucus voor zich te winnen en maakte hij zich van de regeering over Macedonië meester (280), maar reeds het volgende jaar sneuvelde hij in een oorlog tegen de Galliërs.—6)Pt. IIPhiladelphus(Φιλάδελφος,zusterlievend), zoon en opvolger van Pt. Lagi, was evenals zijn vader een groot begunstiger van kunst en wetenschap; aan het Museum en de groote boekerij, beide reeds door zijn vader begonnen, legde hij groote sommen ten koste. Hij verstiet zijne gemalin Arsinoë, de dochter van Lysimachus, en trouwde met zijne zuster Arsinoë. Cyrēne moest hij aan zijn afvalligen halfbroeder Magas laten, daarentegen voerde hij tegen Syrië een langdurigen, maar over het geheel gelukkigen oorlog, die eindigde met het huwelijk van zijne dochter Berenīce met Antiochus II. Het gelukte hem echter niet in Griekenland en Macedonië vasten voet te krijgen, zijne pogingen daartoe leidden tot een oorlog, waarin hij ter zee door Antigonus Gonātas verslagen werd. Ook met Rome knoopte hij betrekkingen aan. In het belang van handel en wetenschap bevorderde hij tochten naar Indië en hetZuidenen trachtte hij vooral met Aethiopië betrekkingen aan te knoopen. Zijne laatste levensjaren werden verbitterd door den dood van Arsinoë en Berenīce (z.Antiochusno. 3) en door ziekte, hij stierf in 247 op den leeftijd van 63 jaar.—7)Pt. IIIEuergetes(Εὐεργέτης), zoo genoemd omdat hij de godenbeelden, vroeger door de Perzen geroofd, naar Aegypte terugbracht, zoon en opvolger van den vorigen, en evenals hij steeds werkzaam in het belang van kunst en wetenschap en niet minder van den handel, dien hij trachtte te bevorderen door het stichten van koloniën in Aethiopië en Arabië. Kort na het aanvaarden der regeering begon hij een oorlog tegen Syrië, waarbij hij het geheele land tot den Euphraat veroverde en zelfs tot den Indus voortrukte; wel werd hij door een opstand in Aegypte gedwongen terug te keeren, maar toch bedong hij bij den vrede (242) de overgave van de kusten van Klein-Azië en Syrië. Hij heroverde Cyrēne en ondersteunde het streven van het achaeïsch verbond en later van Cleomenes III tegen Macedonië, waardoor hij in vijandschap met Antigonus Doson kwam, die echter spoedig door eene verzoening gevolgd werd. Cleomenes vond bij hem een zeer gunstig onthaal en zelfs maakte hij toebereidselen om hem met een leger naar Europa terug te zenden, maar zijn dood (221) maakte daaraan een einde.—8)Pt. IVPhilopator(Φιλοπάτωρ) ofTryphon(Τρύφων), zoon en opvolger van den vorigen, een gewetenloos dwingeland, die zijne regeering inwijdde met het vermoorden van verscheiden zijner naaste bloedverwanten en van Cleomenes III, en haar overigens aan zijne gunstelingen Agathocles en Sosibius overliet, terwijl hij zich soms bezig hield met de studie van Homerus en zelf een treurspel dichtte, maar zich gewoonlijk aan dronkenschap en allerlei uitspattingen overgaf. Het zwaar onderdrukte volk kwam in opstand en werd met de grootste gestrengheid gestraft, en ook de Joden, die in groot aantal te Alexandrië woonden en van den vorigen Pt. vele gunsten genoten hadden, werden met groote onverdraagzaamheid behandeld. De herhaalde aanvallen van Antiochus den Gr. werden wel door de groote overwinning bij Raphia (217) afgeslagen, maar op den duur bleek het noodig tegen dezen vijand bij Rome steun te zoeken, terwijl men aan den anderen kant de uitbreiding van Rome door een bondgenootschap met Macedonië zocht tegen te werken. Pt. stierf in 205.—9)Pt. VEpiphanes(Ἐπιφάνης), zoon en opvolger van den vorigen, was bij den dood van zijn vader eerst 4 jaar oud. Reeds dadelijk bij het begin zijner regeering brak in Alexandrië een hevig oproer uit, waarbij de gunstelingen van Pt. IV, o.a. Sosibius, vermoord werden, ook de eigenlijke Aegyptenaren, vooral de soldatenkaste, kwamen in opstand en hier en daar verhieven zich inheemsche vorsten. Gedurende de minderjarigheid des konings maakten Syrië en Macedonië zich van een aantal buitenlandsche bezittingen van Aegypte meester, en eerst de tusschenkomst der Rom. behoedde Pt. voor nog grootere verliezen. Nadat met Antiochus een vrede gesloten was (198), later bevestigd door hethuwelijk van diens dochter Cleopatra met Pt., werd de aegyptische opstand deels met geweld, deels door toegevendheid onderdrukt, ofschoon Thebe zich eerst in 186 overgaf. Ook nadat Pt. in 196 plechtig de regeering aanvaard had, bleef hij een werktuig in de handen zijner elkander na Aristomenes (z.a.) snel afwisselende ministers, en langzamerhand gingen alle bezittingen behalve Cyrēne en Cyprus verloren. Terwijl Pt. zich tot een nieuwen oorlog met Syrië voorbereidde en daarvoor het bondgenootschap der Aetoliërs zocht, stierf hij, vermoedelijk door vergift (181).—10)Pt. VIPhilomētor(Φιλομήτωρ), zoon en opvolger van den vorigen, was bij den dood van zijn vader eerst 6 jaar oud, en regeerde onder voogdij zijner moeder Cleopatra. Na haar dood (173) begonnen de ministers van Pt. een onberaden oorlog tegen Syrië, dien Antiochus IV gaarne aannam. Deze won een grooten slag bij den berg Casius, veroverde Pelusium en drong ver in Aegypte door. Pt. vluchtte en de Alexandriërs riepen zijn broeder onder den titel Pt. VIIEuergetesII tot koning uit. Wel nam Antiochus nu den schijn aan alsof hij de rechten van Philometor tegen Euergetes wilde verdedigen, en bracht hij Philometor naar Memphis terug, maar toen hij door onlusten in zijn rijk gedwongen was naar Syrië terug te keeren en de broeders zich gedurende zijne afwezigheid door toedoen van hun zuster Cleopatra (no. 6) inderdaad verzoenden, hervatte hij den oorlog krachtiger dan te voren en reeds stond hij voor Alexandrië, toen hij door de tusschenkomst van Rome gedwongen werd den oorlog te eindigen en de reeds gemaakte veroveringen terug te geven (168). Doch spoedig ontstonden twisten tusschen de beide broeders, die eenmaal zelfs zoo hoog liepen, dat Philometor naar Rome moest vluchten (164); de senaat liet hem wel terugbrengen en het rijk tusschen de beide broeders verdeelen, maar daarmede was de vrede niet hersteld, daar Euergetes voortdurend aanvallen op het aandeel zijns broeders deed. Philometor toonde in al deze moeilijkheden een waardig en vast karakter, ook tegenover Rome, dat met opzet de broedertwisten gaande hield. In 146 stierf hij in Syrië aan de gevolgen van een val van zijn paard, nadat hij Alexander Balas verdreven en Demetrius Nicātor op den troon hersteld had.—11)Pt. VIIEuergetesIIPhyscon(Φύσκων,dikbuik), broeder van den vorigen (zie boven), kreeg na diens dood de regeering over het geheele rijk. Hij dwong de weduwe van Philometor, Cleopatra, hem te huwen en vermoordde haar zoon Pt. Eupator, daarna liet hij een aantal burgers van Alexandrië dooden of verbannen, eindelijk nam hij de dochter van Cleopatra tot tweede vrouw. In 130 werd hij door een oproer gedwongen met zijn tweede vrouw naar Cyprus te vluchten, terwijl Cleopatra tot koningin uitgeroepen werd, uit wraak doodde hij zijn eigen zoon en zond hij diens aan stukken gesneden lijk aan zijne moeder. Toch gelukte het hem deels door geweld, deels door overleg, drie jaar later terug te komen, zich met Cleopatra te verzoenen, zich op zijne tegenstanders te wreken en belangrijken invloed te krijgen in de syrische aangelegenheden. Overigens stelde ook hij veel belang in kunst en wetenschap, hij bestudeerde ijverig Homerus en schreef werken over geschiedenis en aardrijkskunde. Hij stierf in 116.—12)Pt. VIIISoter II Lathyrus(Λάθυρος), zoon van den vorigen en de jongere Cleopatra, werd op verlangen van het volk door zijne moeder tot mederegent aangenomen. In 107 werd hij door haar gedwongen te vluchten, hij ging naar Cyprus en van daar naar Syrië, maar na de vlucht van zijn jongeren broeder (z. no. 13) werd hij teruggeroepen (89). Thebe, waar de oud-aegyptische bevolking in opstand gekomen was, werd na drie jaar ingenomen en verwoest (85). Overigens regeerde hij rustig tot zijn dood (80).—13)Pt. IXAlexanderregeerde na de verdrijving van zijn broeder Pt. Lathyrus met zijne moeder en liet zich geheel door haar beheerschen. Toen hij zich evenwel persoonlijk door haar bedreigd zag, doodde hij haar; hij moest echter voor de woede van het volk vluchten en sneuvelde kort daarna in vreemden krijgsdienst.—14)Pt.Apion(Ἀπίων), onechte zoon van Pt. Physcon, kreeg na den dood van zijn vader Cyrēne; toen hij stierf, liet hij zijn land bij testament aan de Rom. na (96).—15)Pt. XAlexanderII, zoon van Pt. Alexander, huwde op bevel van Sulla na den dood van Pt. Lathyrus met diens eenige dochter Berenīce, die vroeger met Pt. Alexander gehuwd was geweest, en werd zoo koning. Na drie weken doodde hij Berenīce, waarna hij door het volk gedood werd.—16)Pt. XI of XIIIAulētes(Αὐλητής,fluitspeler), onechte zoon van Pt. Lathyrus, vandaar ook welNothusgenoemd, maakte zich na den dood van den vorigen van Aegypte meester. Alleen door den steun der rom. legers in Azië konde hij zich tegen de herhaalde opstanden van zijn volk staande houden, terwijl hij weder, om dien steun te koopen, steeds drukkender belastingen moest opleggen. In 58 werd zijn broeder door de Rom. uit Cyprus verjaagd, en toen het volk zich daartegen wilde verzetten, maar Pt. weigerde zich aan hun hoofd te stellen, werd hij verjaagd, en zijne dochter Berenīce tot koningin uitgeroepen (z.Archelāusno. 5). Drie jaar later werd hij door den proconsul A. Gabinius teruggebracht, waarna hij bloedige wraak nam en ook Berenīce liet dooden. Hij stierf in 52.—17)Pt. XIIDionȳsus, oudste zoon en opvolger van den vorigen. In de twisten met zijne zuster Cleopatra, met wie hij volgens den wil zijns vaders de regeering moest deelen, werd hij een tijd lang door Caesar gevangen gehouden. Weder in vrijheid gesteld, hervatte hij den strijd, maar hij werd verslagen en verdronk, naar men zeide, in den Nijl (47), ofschoon anderen later beweerden dat hij zich gered had en te Aradus woonde.—18)Pt. XIIIPuer, jongere broeder van denvorigen, na wiens dood hij door Caesar tot mederegent van Cleopatra werd aangesteld, die hem in 43 liet dooden.—19)Pt.Philadelphus, zoon van M. Antonius en Cleopatra, regeerde tot den dood van zijn vader over Syrië en Voor-Azië.—20)zoon van Juba II en Cleopatra no. 11, koning van Mauretania, hielp de Rom. in den oorlog tegen Tacfarinas en ontving tot belooning daarvoor groote eerbewijzen. Door Caligula werd hij naar Rome genoodigd en kort daarna, omdat het volk hem te veel oplettendheid bewees, ter dood gebracht (40 na C.). Zijn rijk werd ingelijfd.—21)Pt.Chennos, waarschijnlijk een tijdgenoot van Nero, schreef in verschillende werken, in proza en verzen, allerlei bizonderheden uit geschiedenis en mythologie, die, voor zoover men kan nagaan, louter verzinsels van hem zijn.—22)ClaudiusPt., beroemd wis-, aardrijks- en sterrenkundige, tijdgenoot van Antonīnus Pius. Door zijne wetenschappelijke waarnemingen, waarvan hij de vruchten in een aantal werken nederlegde, vestigde hij de aardrijks- en sterrenkunde op zuiver wiskundigen grondslag en bracht hij die wetenschappen tot eene hoogte, die in vele eeuwen niet overtroffen is. Zijne werken, door Theon (no. 3), Pappus e. a. van commentaren voorzien en voor een groot deel in het Latijn en Arabisch vertaald, zijn voor een deel bewaard gebleven, de voornaamste daarvan zijn:Γεωγραφικὴ Ὑφήγησις, de hoofdbron voor de kennis der oude geografie,Μεγάλη Σύνταξις τῆς Ἀστρονομίας(arab.Almagest), zijn astronomisch hoofdwerk, bevattende de leer van de beweging der sterren, e. a.—23)Verschillende grammatici, rhetoren en geschiedschrijvers van den alexandrijnschen tijd en later droegen den naam Pt., hunne werken zijn alle verloren.
Ptolemāis, naam van verschillende steden, door Ptolemaeën gesticht of herdoopt, waaronder 1) het vroegere Ace of Acco, thans St. Jean d’Acre, op de kust van Palaestina.—2)Pt. Hermii, aan den linker Nijloever in Thebāïs.—3)stad aan de arabische golf, Theron (Θηρῶν) bijgenaamd, uitgangspunt voor de jacht op olifanten.—4)havenstad van Barca in Cyrenaica.
Ptoliporthus,Πτολίπορθος, 1) zoon van Telemachus en Nausicaä, ookPerseptolisgenoemd.—2)stedenverwoestend, bijnaam van Ares, Enȳo, Achilles, Odysseus e. a.
Ptōum,Πτῶον, gebergte in Boeotia, aan de Oostzijde van het meer van Copāis, met een beroemden tempel van Apollo, waaraan een orakel verbonden was. Bij de opgravingen is veel archaisch beeldwerk voor den dag gekomen.
Ptychia,Πτυχία, eilandje in de Ionische zee tusschen Corcȳra en de kust.
Publicāni,τελῶναι, pachters der indirecte belastingen in de provinciën. Daar voor de pacht, die terstond voldaan moest worden, groote kapitalen vereischt werden, ontstonden er vennootschappen,societates publicanorum(zieequites). De vertegenwoordiger van zulk eene vennootschap werdmancepsgeheeten, ook welauctor. Daar de ridders de kapitalisten waren en tevens sedert 123 de rechters uit hun midden werden gekozen, was het voor de stadhouders dikwijls zeer moeielijk de knevelarijen der publicani te keer te gaan, zonder zich bij hunne terugkomst eene of andere aanklacht op den hals te halen. Ook toen sedert Sulla deiudicianiet meer uitsluitend bij deequiteswaren, bleven deze toch door hunne geldmacht een lichaam in den staat, waarmede de stadhouders rekening moesten houden.
Publicia(lex), een plebisciet, onzeker van welk jaar, tot beperking van het spelen en dobbelen bij de Saturnalia.
Publicii, plebejisch geslacht, uit Latium afkomstig.L.enM. Publicius Malleolusstichtten in 238 als aedielen den tempel van Flora uit boeten, die zij opgelegd hadden, en legden van het overschot een weg naar den mons Aventīnus aan (ten N.),clivus Publiciusgenoemd.
Publicius clivus, ziePublicii.
Publicola=Poplicola.
Publilia(lex) van den volkstribuun Publilius Volero in 471,ut plebeii magistratus tributis comitiis fierent, d. w. z. dat de plebs tributim mocht bijeenkomen voor het verkiezen van plebejische ambtenaren, z. verderTribuni plebis.
Publiliae(leges) van den dictator Q. Publilius Philo in 339: 1) dat de plebiscita voor alle burgers verbindend zouden zijn; v. s. is dit een anticipatie van de lex Hortensia van 287.—2)dat depatresvóór de stemming over wetsvoorstellen in de centuriaatcomitiën den uitslag zouden goedkeuren (ut ante initum suffragium patres auctores fierent); hierdoor werd depatrum auctoritas(ziepatres) tot een bloote formaliteit gemaakt.—3)dat één der censoren voortaan uit de plebs moest gekozen worden.
Publilii, rom. geslacht, ten deele patricisch, ten deele plebejisch. 1)Publilius Volerohad in 473 twisten met de consuls gehad en zich vruchteloos om hulp tot de volkstribunen gewend, die de consuls niet durfden of wilden weerstreven. Immers was kort geleden een der volkstribunen, Cn. Genucius, door sluipmoord omgebracht. In 472 werd Volero tot volkstribuun gekozen, en stelde toen aan het volk zijnelex Publiliavoor (z. a.). De tegenpartij wist de zaak op de lange baan te schuiven, doch Volero werd voor 471 herkozen en de wet ging door, na heftige tooneelen, waarbij het tusschen Volero en een der consuls bijna tot handtastelijkheden kwam.—Ten gevolge van deze wet werden er in dit jaar 4 tribuni plebis gekozen. ZieTribuni plebis. Wat omtrent Publilius Volero zelf verteld wordt, lijkt niet zeer geloofwaardig te zijn.—2)Q. Publilius Philo(zieleges Publiliae), was in 339 consul en werd door zijn ambtgenoot tot dictator in den latijnschen oorlog benoemd; in 337 was hij de eerste plebejische praetor, in 332 censor, in 327, 320 en 315 weder consul. Publilius Philo was ook de eerste consul, aan wien hetvolk op verzoek van den senaat, na afloop van den ambtstijd, hetimperiumliet behouden met den titelpro consule(326). Hij streed roemrijk tegen de Samnieten.—3)Publiliawas de naam van Cicero’s tweede vrouw. Zij was met haar veel ouderen echtgenoot niet gelukkig en het kwam tot eene scheiding (45). Haar broeder Publilius en Cicero’s vriend T. Pomponius Atticus regelden daarbij de geldzaken.
Publilius Syrus, een vrij gelaten slaaf, uit Syrië geboortig, tijdgenoot van Cicero, schreef mimen, die zeer gewild waren, en waaruit nog eene verzameling spreuken overig is. Hij trad zelf ook op alsmimus, zieLaberii.
Pudicitia, personificatie der kuischheid. Zij werd door patricische vrouwen in een tempel aan het Forum Boarium vereerd, maar toen de patricische Virginia van den dienst van P. werd uitgesloten, omdat zij met een plebejer gehuwd was, richtte zij een afzonderlijk heiligdom voor P. ten dienste der plebejische vrouwen op (296). Van toen af onderscheidde men eeneP. patriciaen eeneP. plebeia.
Pugilātus, het vuistgevecht, dat tot de gymnastische wedstrijden behoorde en overeenkomst had met het engelsche boksen, met dit verschil evenwel, dat de ouden zich daarbij van dencaestusbedienden (z. a.).
Πυλαγόραι,z.Amphictyones.
Πυλάρτης, die de poorten (der onderwereld) gesloten houdt, bijnaam van Hades.
Pulcher, familienaam in degens Claudia(Claudiino. 7–10, 12–17).
Pulchrum promunturium, zieApollinis promunturium.
Pulvīnar, het kussen, ook de sofa, waarop de beelden der goden rustten bij eenlectisternium(z.a.). Later werd het woord ook gebezigd voor rustbanken en zitplaatsen van hooggeplaatste personen. Zoo werd b.v. de keizerlijke loge in den circus en het amphitheater ook welPulvinargenoemd.
Punische oorlogenworden de drie oorlogen genoemd, die Rome met Carthago voerde, en waarvan de eerste (264–241) met den afstand van het carthaagsche deel van Sicilia, de tweede (218–202) met Hannibal’s nederlaag en Carthago’s vernedering, de derde (149–146) met Carthago’s ondergang eindigde.
Pupienius Maximus(M. Clodius), een handwerkerszoon, die van soldaat tot de hoogste ambten opklom en zich een uitstekend generaal betoonde. In 238 na C. werden hij en Balbīnus (z.a.) door den senaat tot keizers uitgeroepen, doch door de praetorianen, wien deze keus niet beviel, vermoord.
Pupia(lex), onzeker van welken tijd. Zij verbood senaatszittingen te houden op dagen, voor de comitiën bestemd, alsmede in de maand Februari, behalve tot het verleenen van audiëntie aan gezantschappen.
Pupii, een plebejisch geslacht. Bij Horatius wordt een dichter Pupius bespot als maker vanlacrimosa poëmata.—M. Pupius Piso Frugi Calpurnianus, z.Calpurniino. 5.
Pupinius ager, Pupinia, dorre streek van Latium, ten O. van Rome, in de nabijheid van het gebied van Tusculum. Het is het gebied der oudetribus Pupinia.
Pūra,Ποῦρα(= stad), hoofdstad van het perzische gewest Gedrosia.
Πυρομαντεία, het voorspellen van de toekomst uit het branden van een offervuur, eene kunst, die, naar men beweerde, door Amphiarāus was uitgevonden.
Πυρρίχη, een bij fluitspel uitgevoerde dans, een soort ballet, waarbij de dansers gewapend zijn en de bewegingen van strijders nabootsen. De Cureten, de Dioscuren, Dionȳsus of Athēna worden als de uitvinders er van genoemd. Deπυρρ.werd te Sparta bij de Gymnopaedia, te Athene bij de Panathenaea uitgevoerd, te Rome werden in den keizertijd door knapen dergelijke vertooningen gegeven.
Puteal, zieBidental.
Puteoli,Πουτέολοι, vroeger Dicaearchia geheeten, haven van Cumae, in 528 aan de golf van Cumae (golf v. Napels) door inwoners van Samos gesticht, welke golf later ook welsinusPuteolānuswerd genoemd. De stad kwam in 421 in handen der Samnieten, in 318 (v. a. in 338) werd ze romeinsch. In 194 werd ze rom. kolonie en kreeg haren naam naar de minerale bronnen in den omtrek, hetzij dan vanputērewegens den stank der zwavelbronnen, hetzij vanputeal. Een in zee uitgebouwde dam vormde eene ruime haven terwijl de kust met prachtige villa’s was bebouwd. Cicero had hier een landgoed, zijnPuteolānum, waar hij zijneQuaestiones academicaeschreef, ook Lucullus had hier eene villa en keizer Hadriānus werd er begraven. In 410 na C. werd P. door Alarik verwoest, in 455 door den Vandaal Genserik, in 545 door de Gothen onder Totilas, doch telkens werd het herbouwd en heet thans Pozzuoli.
Pyanepsia,Πυανέψια, een feest, den 7denPyanepsion te Athene gevierd ter eere van Apollo en Athēna, later ook ter gedachtenis aan Theseus, een soort afscheid van den zomer. Het ontleende zijn naam aan het koken en eten van een gerecht van boonen en andere peulvruchten. Zie ookεἰρεσιώνη.
Pyanepsion,Πυανεψιών, 4demaand van het Attische jaar (Oct.–Nov.), z.Annus.
Pydna,Πύδνα, stad in Macedonia, in het landschap Pieria, nabij de golf van Thermae. Philippus van Mac. maakte er een sterke vesting van. Bij Pydna werd koning Perseus in 168 door L. Aemilius Paullus (Aemiliino. 10)verslagen.
Pygela,Πύγελα, laterPhygela, stadje aan de aziatisch-ionische kust, even ten Z. van Ephesus, met een Artemistempel.
Pygmaei,Πυγμαῖοι,zoo groot als een vuist, een volk van dwergen, wier land men aan de kusten van den Oceaan, aan de bronnen van den Nijl, in Indië of het hooge Noorden plaatste, maar wier bestaan door de ouden reeds geloochend werd, terwijl weder sommige nieuwere reizigers gelooven hen terug te vinden in een afrikaansch volk van kleine menschen nabij den evenaar. VolgensHomerus e. a. dichters trekken de kraanvogels jaarlijks uit om hunne korenvelden te plunderen en kunnen de P. zich slechts met moeite tegen deze vijanden verdedigen.
Pygmalion,Πυγμαλίων, 1) z.Dido.—2)koning van Cyprus, werd verliefd op een door hemzelf gemaakt ivoren vrouwebeeld; op zijn gebed bezielde Aphrodīte het beeld, waarna P. met de zoo geschapen vrouw huwde en bij haar vader werd van Paphus.
Pylades,Πυλάδης, 1) zoon van Strophius, neef en getrouw vriend van Orestes (z. a.), met wiens zuster Electra hij huwde.—2)beroemd balletdanser (pantomimus) onder Augustus, door wien hij om zijn overmoedig gedrag tegenover het publiek uit Italië verbannen werd.
Pylae,Πύλαι(= poorten), naam van verschillende bergpassen. Zonder adjectief =Thermopylae.
Pylēne,Πυλήνη, oude stad in Aetolia, laterProschium.
Pylus,Πύλος, 1) stadje in Elis aan den Penēus.—2)stad in het eleïsche gewest Triphylia, eenmaal de zetel van den grijzen Nestor.—3)stad op de Westkust van Messenia, in den peloponnesischen oorlog bekend door de blokkade van het nabijgelegen eiland Sphacteria (426). Door de ligging van dit eiland had Pylus eene der schoonste havens van Griekenland, thans de baai van Navarino genoemd.
Pyracmon, een Cycloop.
Pyramides,πυραμίδες, de bekende steengevaarten in Aegypte, welke in verschillende groepen in een gedeelte van Midden-Aegypte langs den linker Nijloever liggen. Zij zijn alle vierzijdig, met de vier zijden naar de vier hemelstreken gekeerd. De grootste zijn die, waarvan de bouw door Herodotus aan de koningen Cheops, Chephren en Mycerīnus wordt toegeschreven. De Rom. volgden enkele malen voor hunne grafgebouwen den pyramidenbouw op kleine schaal na, zieCestiusno. 1.
Pyramus,Πύραμος, een babylonisch jongeling van buitengewone schoonheid, beminde de even schoone Thisbe en werd door haar bemind, maar hunne ouders, die in vijandschap met elkander leefden, wilden in hun huwelijk niet toestemmen. Lang zagen de minnenden daarom elkander slechts door een spleet in den gemeenschappelijken muur tusschen beider huizen, eindelijk spraken zij af elkander bij het graf van Ninus te ontmoeten. Nauwelijks was Thisbe op de afgesproken plaats verschenen, of zij werd verschrikt door net naderen van een leeuw, zij vluchtte en verloor in de verwarring haar sluier, dien de leeuw vond en met zijn muil, nog bevlekt door het bloed van pas verscheurde runderen, verscheurde. Kort daarop kwam ook P. en toen hij den bloedigen sluier zag, meende hij, dat Thisbe door een wild dier verscheurd was, hij trok zijn zwaard en doodde zich. Te laat keerde Thisbe terug, zij vond haar minnaar reeds dood en bracht zich nu ook met zijn zwaard om het leven.
Pyramus,Πύραμος, vrij breede rivier in het O. van Cilicia, die in Cataonia ontspringt, door den Taurus heenbreekt en bij Mallus in zee valt.
Pyrasus,Πύρασος, oude, later verwoeste stad in het thessalische landschap Phthiōtis, met een aan Demēter geheiligd bosch.
Pyrenaei montes,Πυρηναῖα ὄρη, het scheidingsgebergte tusschen Gallia en Hispania, thans nog de Pyreneën geheeten.
Pyrēne,Πυρήνη, 1) bij Herodotus vermelde keltische stad nabij de bronnen van den Ister (Donau).—2)=Pyrenaei montes.
Pyrēnes promunturium, ookprom. Venerisgeheeten, thans kaap Creuz, een oostelijke uitlooper der Pyrenaeën, met een tempel vanVenus Pyrenaea.
Pyretus,Πυρετός, zijtak van den Ister, thans de Pruth.
Pyrgi,Πύργοι, 1) stad in het eleïsche gewest Triphylia op de messenische grenzen, volkplanting der Minyers.—2)oude stad met cyclopische muren in Zuid-Etruria, later havenstad van Caere, aan de via Aurelia. Pyrgi werd in 384 door Dionysius van Syracuse geplunderd. In de 2deeeuw was het rom. kolonie. Beroemd was de rijke tempel van Ilithia of Leucothea.
Pyrgoteles,Πυργοτέλης, beroemd steensnijder, die uitsluitend het recht had het portret van Alexander den Gr. te graveeren.
Pyrgus,Πύργος=Pyrgino. 1.
Pyriphlegethon,Πυριφλεγέθων, geweldige vuurstroom, die den Tartarus omgeeft.
Pyrrha,Πύρρα, dochter van Epimētheus en Pandōra, gemalin van Deucalion (z. a.).
Pyrrha,Πύρρα, 1) stad op het eil. Lesbus aan een inham, denEuripus Pyrrhaeus, later bij een aardbeving door een vloedgolf vernietigd.—2)stad en kaap in het thessalische landschap Phthiōtis, aan de golf van Pagasae. Twee kleine nabijgelegen eilandjes heetten Pyrrha en Deucalion.
Pyrrhi castra,Πύρρου χάραξ, sterkte in het N. van Laconica, uit eene oude legerplaats ontstaan, door Pyrrhus opgeslagen, toen deze in 272 in de Peloponnesus viel.
Pyrrho,Πύρρων, van Elis, geb. omstreeks 360, gest. omstreeks 275, volgde, nadat hij verschillende grieksche wijsgeeren, o. a. Stilpo, gehoord had, met zijn vriend Anaxarchus Alexander op diens tochten naar Azië, waar hij ook met de gymnosophisten en magiërs kennis maakte. Hij kwam tot het besluit dat voor en tegen ieder stelsel evenveel te zeggen is, en dat ieder stelsel in zichzelf aan groote tegenstrijdigheden lijdt; daarom achtte hij de kennis van het wezen der dingen voor den mensch onbereikbaar (ἀκαταληψία) en leerde, dat derhalve de wijze zich van een oordeel moet onthouden (ἐποχή). Alleen in deugd en gemoedsrust (ἀταραξία) bestaat het geluk. De aanhangers van P. noemen zich, in tegenstelling met deδογματικοί, gewoonlijkσκεπτικοί, ookἀπορητικοί, ἐφεκτικοί, ζητητικοί, of eenvoudigΠυρρώνειοι.
Pyrrhus,Πύρρος, 1) =Neoptolemus.—2)koning van Epīrus, die van Achilles beweerdeaf te stammen. Na veel strijd kwam hij in 307 aan de regeering, na vijf jaar werd hij echter bij een opstand verjaagd, hij ging naar Demetrius Poliorcētes, streed dapper in den slag bij Ipsus, ging daarna naar Alexandrië, waar hij met een stiefdochter van Ptolemaeus I trouwde, en keerde, door zijn schoonvader met geld en troepen ondersteund, naar zijn land terug, eerst na den dood van Neoptolemus (no. 3) kreeg hij echter weder de regeering over het geheele rijk (296). Nu trachtte hij zijn gebied uit te breiden door verovering van de naburige landen, zelfs van Macedonië; hij vond steun bij de vijanden van Demetrius, en inderdaad werd hem na den val van dezen (287) de kroon aangeboden, maar zij werd hem weldra ontnomen door Lysimachus, tegen wien hij zelfs Epirus verdedigen moest. Vol vreugde gaf hij daarom gehoor aan de uitnoodiging der Tarentijnen, die zijne hulp tegen Rome inriepen, en hopende door dezen oorlog vergoeding voor het verlies van Macedonië te vinden, ging hij met een groot leger naar Italië (281). Hij versloeg de rom. legers bij Heraclēa (280) en bij Asculum (Ausculum, 279), maar intusschen leed hij op zijn beurt onherstelbare verliezen, van de Tarentijnen kon hij alleen door de uiterste strengheid eenige medewerking krijgen, de waardige en heldhaftige houding der Rom. boezemde hem eerbied en vrees in, en eindelijk begon P. aan het slagen zijner onderneming te wanhopen. Hij verliet daarom Italië (278), waar hij echter zijn zoon Alexander met een leger achterliet en ging naar Sicilië om Syracuse tegen de Carthagers te helpen; overal met vreugde ontvangen, dwong hij de vijanden het beleg van Syracuse op te breken en ontnam hijhenhun geheel gebied op Sicilië behalve Lilybaeum, maar toen het hem niet gelukte hen ook van daar te verdrijven, begonnen de Siciliërs te wankelen, en toen P. toebereidselen maakte voor een landing in Afrika, brak er zelfs een opstand tegen hem uit en sloten vele steden zich weder bij de Carthagers aan. Nogmaals door de Tarentijnen dringend te hulp geroepen, greep hij gretig deze gelegenheid aan om uit zijn moeilijken toestand bevrijd te worden, hij ging naar Tarentum, maar werd door M’. Curius Dentātus v.s. bij Beneventum, v.a. in Arusinis Campis in Lucania verslagen en tot den terugtocht genoodzaakt (275). In zijn land teruggekeerd, deed hij plotseling een aanval op Macedonië, en het gelukte hem spoedig een groot deel er van onder zijne macht te brengen, maar op uitnoodiging van den Spartaan Cleonymus liet hij zijne veroveringen daar varen en keerde hij zich naar de Peloponnēsus. Een aanval op Sparta mislukte, en toen P. op den terugtocht Argos wilde bezetten en de troepen van Antigonus Gonātas en van de Spartanen te gelijk met hem in de stad drongen, ontstond er een hevig straatgevecht, waarin P. een dakpan of een steen op het hoofd kreeg, neerviel en afgemaakt werd (272). Hoewel hij om zijn persoonlijken moed, zijn ridderlijk karakter en zijn ijver, ja zelfs om zijn uiterlijk, dat aan Alexander d. Gr. herinnerde, hij zijne troepen zeer bemind was, had hij door gemis aan volharding geen zijner ondernemingen tot een goed einde gebracht. Hij was de schrijver van eenige werken over krijgskunde, die verloren gegaan zijn.
Pythagoras,Πυθαγόρας, 1) beroemd grieksch wijsgeer, van wiens leven en leer echter betrekkelijk weinig met zekerheid bekend is. Hij wordt een zoon van Mnesarchus genoemd, werd waarschijnlijk op Samus omstreeks 580 geboren, zou een leerling van Thales, Bias, Anaximander en Pherecȳdes geweest zijn, en groote reizen, o.a. naar Aegypte en Babylon, gedaan hebben. Ongeveer 50 jaar oud kwam hij te Croton en stichtte hij daar onder de aristocratische partij een bond, waarvan de strekking was het invoeren van allerlei hervormingen op zedelijken, wijsgeerigen en godsdienstigen grondslag en de vestiging eener streng aristocratische staatsinrichting. Inderdaad gelukte het zijn aanhangers, bezield door den ernst en ijver van P., niet slechts te Croton, maar in verscheiden steden van Beneden-Italië het staatsbestuur in hun geest te hervormen en grooten invloed te verkrijgen en in meerdere of in mindere mate meer dan een eeuw te behouden (vgl.Archȳtas).—De eigenlijke leerlingen van P. leefden met elkander in gemeenschap van goederen en onder inachtneming van zeer strenge leefregels en allerlei ceremoniën; eerst na velerlei beproevingen, langdurig zwijgen, enz., kon men in hun verbond worden opgenomen. Hij had onder hen zoo groot gezag, dat de woordenαὐτὸς ἔφα(hijzelf, de meester, heeft het gezegd) voor velen een afdoend argument waren, hijzelf zou zich daarentegen uit bescheidenheid den naam vanφιλόσοφοςgegeven hebben, terwijl zij, die zich met wijsgeerige studiën bezig hielden, zich vroegerσοφισταίofσοφοίnoemden. Van zijne leer is weinig met zekerheid te zeggen, daar zij grootendeels opzettelijk geheim gehouden werd; P. zelf heeft, naar het schijnt, niets geschreven; alle werken die onder zijn naam en misschien met een enkele uitzondering (z.Philolausno. 2), alle die onder den naam zijner leerlingen bewaard gebleven zijn, zijn onecht. Hij of zijne volgelingen zochten het wezen der dingen in het getal; evenals zich daarin het begrensde en onbegrensde, het onevene en evene tot eene harmonie vereenigen, zoo zijn volgens hen in alle dingen tegengestelde elementen door getal en maat harmonisch vereenigd. Bij de toepassing van dit beginsel werden vooral de wiskundige wetenschappen (theorema van P.), de muziek en de astronomie (harmonie der sferen) beoefend; ook bij zedelijke begrippen namen formules de plaats van definities in, zooals bijv. de rechtvaardigheid door een kwadraatgetal voorgesteld werd. Waarschijnlijk heeft P. zelf slechts den grond gelegd tot dit stelsel, waarop dan door zijne leerlingen verder voortgebouwd is, van hemzelf is echter deleer der zielsverhuizing (vgl.Euphorbus).—Ook over het einde van P. zijn de berichten verschillend; v.s. werd hij bij een opstand der democratische partij verjaagd en vluchtte hij naar Metapontum, waar hij op 80- of 90-jarigen leeftijd stierf, v.a. werd bij dien opstand het gebouw, waarin hij en zijne leerlingen vereenigd waren, in brand gestoken en kwam hij met 300 zijner aanhangers daarbij om (500).—2)van Rhegium, beroemd beeldhouwer uit de eerste helft der 5deeeuw, hij maakte voornamelijk athletenbeelden van metaal, die door standen en verhoudingen uitmuntten.
Pytheas,Πυθέας, 1) atheensch demagoog, vroeger partijgenoot, later tegenstander van Demosthenes; in den lamischen oorlog vluchtte hij naar Antipater.—2)van Massilia, beroemd zeevaarder en aardrijkskundige ten tijde van Alexander d. G., die ontdekkingsreizen deed langs de westelijke en noordelijke kusten van Europa. Zijne reisbeschrijvingen, waarin hij tevens dikwijls aardrijkskundige onderwerpen behandelde en sterrenkundige waarnemingen mededeelde, werden ten onrechte door velen als fabelachtig beschouwd.
Pythia,Πυθία, z.Delphi.
Pythia,Πύθια, de pythische spelen, om de vier jaar, en wel ieder derde Olympiadenjaar, tegen het einde van den zomer in de vlakte van Crissa gevierd ter eere van Apollo, die na het dooden van den draak Python zelf dit feest zou ingesteld hebben, z.Pytho. Het bestond oorspronkelijk alleen uit een muzikalen wedstrijd, later kwamen er naar het voorbeeld der olympische spelen andere wedstrijden bij. De prijs was een lauwerkrans. Kamprechters waren oorspronkelijk de Delphiërs, later de Amphictyonen. De P. behooren tot de groote nationale feesten en waren na de olympische spelen het meest in aanzien; zij werden steeds zeer druk bezocht en nog laat in den rom. keizertijd gevierd.—Vele steden vierden ook in hun eigen gebied feesten ter eere van den pythischen Apollo, die eveneens P. genoemd werden.
Pythius,Πύθιος, 1) bijnaam van den delphischen Apollo, naar den door hem gedooden draak Python.—2)een Lydiër, de rijkste man van zijn tijd, die Xerxes met zijn leger op zijn tocht naar Griekenland onthaalde en hem zijne schatten aanbood. Maar toen hij verzocht dat een van zijne vijf zonen van den krijgsdienst zou vrijgesteld worden, liet Xerxes dezen in stukken snijden.—3)= Pythodorus no. 2, z.a.
Pytho,Πυθώ, oude naam van Delphi en van de landstreek rondom den Parnassus. Apollo versloeg hier den draak Python en stelde hierna de pythische spelen in. In werkelijkheid zijn de pythische spelen ingesteld in 582, kort nadat tengevolge van den heiligen oorlog met Crisa het heiligdom van Delphi in de macht der Amphictyonen gekomen was (590).
Pythocles,Πυθοκλῆς, atheensch redenaar van de macedonisch gezinde partij; hij werd te gelijk met Phocion ter dood gebracht.
Pythodōrus,Πυθόδωρος, 1) onbekwaam atheensch veldheer op Sicilië (425), werd na zijn aftocht van daar verdacht zich tehebbenlaten omkoopen en werd verbannen.—2)beroemd bouwmeester en schrijver over bouwkunst ten tijde van Alexander d. G. Hij bouwde den tempel van Athēna Polias te Priēne, en werkte ook mede aan den bouw van het Mausolēum.—3)twee beeldhouwers, die in de 1steeeuw na C. aan het keizerlijk paleis op den Palatīnus werkten.
Python,Πύθων, een reusachtige draak, na de overstrooming van Deucalion uit het op aarde achtergebleven slijk geboren. Hij bewaakte het delphische orakel voor Gaea, maar werd door Apollo, toen deze het in bezit nam, gedood.
Pyxus,Πυξοῦς=Buxentum.