Traiāna(via), een nieuwe weg, door Traianus in 109 n. C. aangelegd, van Beneventum over Aequum Tuticum, Aecae en Canusium naar Brundisium.Traianopolis,Τραϊανόπολις, 1) latere naam voor Doriscus, in Thracia aan den mond van den Hebrus gelegen.—2)latere naam voor Selīnus, zeestad in het W. van Cilicia.Traiānus(M. Ulpius), rom. keizer 98–117 na C., was in 53 na C. te Italica in Hispania geboren. In den parthischen oorlog diende hij onder zijn vader (zieUlpiino. 1), in 91 werd hij consul en vervolgens werd hij door Nerva (einde 96 of begin 97) totlegatusvan Germania Superior benoemd. Kort daarop (herfst v. 97) nam Nerva hem tot zoon en troonsopvolger aan. Toen Nerva stierf (Jan. 98), was Traianus in Germania; hij bleef daar tot 99, en kwam toen naar Rome. Ofschoon in het leger opgegroeid, was Traianus een uitstekend vorst. In 101 trok hij te velde tegen de Daciërs, die hij in 102 tot vrede dwong; koning Decebalus schond echter zijn woord, zoodat in 105 de strijd opnieuw ontbrandde, om in 107 met de onderwerping van Dacia en den zelfmoord van Decebalus te eindigen. Deze oorlog werd vereeuwigd door het beeldwerk aan decolumna Traiani(z. a.) te Rome. In 114 trok Trai. te velde tegen de Parthen, veroverde Armenia en Mesopotamia in 115 en 116, nam de stad Ctesiphon in en zakte met een vloot den Tigris af tot aan den mond. Ziekte noopte hem tot den terugtocht; hij droeg het opperbevel over aan den landvoogd van Syria, Hadriānus (z. a.) en overleed in 117 in Cilicia, te Selīnus, welke stad ter gedachtenis hieraan den naam ontving van Traianopolis. Behalve veldheer, was Trai. ook een voortreffelijk regent. Aan alles wijdde hij zijn aandacht, de briefwisseling met Plinius minor, stadhouder van Bithynia, levert er bewijzen van. Alom liet hij wegen, kanalen, havens, waterleidingen aanleggen. Ook aan de opvoeding van arme knapen liet hij zich gelegen liggen. Hij ondersteunde kunstenaars en geleerden en beschreef zelf den dacischen oorlog. Te Rome legde hij het prachtigeforum Traianiaan met debasilica Ulpia. Bij het volk was hij zeer bemind, zoodat het hem den eernaamoptimusgaf. Later werd het wel als welkomstgroet bij de intrede van een nieuwe keizer gebezigd: “Wees nog gelukkiger dan Augustus en nog beter dan Traianus!”Traiectum, later met de bijvoegingad Rhenum, stad der Batavieren, thans Utrecht.Trais,Τράεις, kustrivier in het land der Brutii, waaraan in ± 440 Sybaris nova gesticht werd.Tralles, Tralli, volksstam in Illyria.Tralles,Τράλλεις, vroeger Anthēa,Ἄνθεια, geheeten, bloeiende koopstad in het N. van Caria, op eene hoogte aan den voet van den Messōgis ten N. van den Maeander gelegen, met een nog hooger gelegen burcht. Het riviertje Thebais stroomde er door, de Eudon er langs. In den tempel der Nice of Victoria stond een standbeeld van IuliusCaesar. Onder de regeering van Augustus en Tiberius werd Tralles bij herhaling door aardbevingen geteisterd.Transvectio equitum, plechtige optocht der romeinsche equites in feestgewaad (detrabea) van den tempel van Mars of Honos naar den Castortempel en daarna naar het Capitool, op 15 Juli. Hieraan namen alleen deequites equo publicodeel. In den keizertijd had detransvectiosteeds met veel luister plaats.Τραπεζίτης, z.argentarius.Trapezus, gen.-untis,Τραπεζοῦς, 1) stad in het Z. van Arcadia aan den Alphēus.—2)stad aan den Pontus Euxinus (Zwarte zee) in het O. van Pontus, thans Trebisonde, kolonie van Sinōpe. Door de Rom., waarschijnlijk door Pompeius, tot een vrije stad verklaard, door Traiānus en Hadriānus begunstigd, bereikte het een hoogen bloei.Trasimen(n)usofTrasumen(n)us lacus, thans meer van Perugia, in het O. van Etruria, tusschen de steden Cortōna, Clusium en Perusia. In de engte tusschen dit meer en de cortonensische bergen sneuvelde de consul C. Flaminius in 217 tegen Hannibal.Traulantii, volksstam in Illyria, ten O. van Dyrrachium en Apollonia.Trausi,Τραῦσοι, thracisch volk in het O. gedeelte van het Rhodopegebergte.Treba, stadje in Latium in het oude gebied der Aequi nabij de grenzen der Marsi.Trebatius Testa(C.), jurist en schrijver van rechtsgeleerde werken ten tijde van Augustus, bij wien hij in hooge achting stond. Als jongmensch reeds had hij zich mogen verheugen in de welwillendheid van Cicero en de gunst van Caesar. Later behoorde hij ook onder de vrienden van Horatius.Trebellii. 1)L. Trebellius, volkstribuun, verzette zich in 67 vruchteloos tegen de lex Gabinia.—2)L. Trebellius, volkstribuun in 47, bestreed aanhoudend de voorstellen van zijn ambtgenoot P. Cornelius Dolabella, en werd later tot aediel verkozen door de hulp der optimaten, die Caesar wegens zijne bescherming van Dolabella wilde ergeren. Na Caesars dood ging hij tot Antonius over.—3)M. Trebellius, streed in 36 na C. tamelijk voorspoedig in Azië.—4)L. Trebellius Maximus, onder Nero consul, later stadhouder van Britannia, maakte zich door zijne hebzucht zóó gehaat, dat hij de vlucht moest nemen.—5)Trebellius Pollio, een van de schrijvers derhistoriae Augustae, levensbeschrijver van de beide Valeriāni, de beide Galliēni, de 30 tyrannen, Claudius II. Hij leefde onder Diocletiānus en Constantius Chlorus.Trebia,Τρεβίας, zuidelijke bijrivier van den Padus (Po), waarmede hij zich bij Placentia vereenigt. Aan deze rivier behaalde Hannibal in 218 de overwinning op den rom. consul Tib. Sempronius Longus.Trebiānus, vriend van Cicero en aanhanger van Pompeius, in 45 door Caesar weder in genade aangenomen.Trebonia(lex) van den volkstribuunL.Trebonius in 448, tot afschaffing der coöptatie, die er plaats had, wanneer de verkiezing van volkstribunen niet in één dag afliep. Bij de coöptatie n.l. kwamen wel eens misbruiken voor, daar de patriciërs gemakkelijker op de coöpteerendetribunidan op deplebskonden inwerken.Trebonia(lex) van den volkstribuun C. Trebonius in 55, om aan de beide consuls van dat jaar een stadhouderschap voor den tijd van vijf jaar op te dragen, en wel aan Pompeius over Hispania en aan Crassus over Syria. Tevens werd door diezelfde wet Caesars bewind in Gallia voor vijf jaar verlengd.Trebonius(C.), in 55 volkstribuun, was de voorsteller derlex Trebonia(z. a.), in 54 was hij legaat van Caesar in Gallia, waar hij tot 49 bleef. In 48 was hij praetor en in 47 werd hij als propraetor naar Baetica gezonden, doch door de Pompejanen verdreven. In 45 werd hijconsul suffectus, terwijl Asia hem als provincie werd toegewezen. In 44 was hij heimelijk tot de saamgezworenen tegen Caesar toegetreden. Naar Azië vertrokken, ondersteunde hij Cassius, doch werd in 43 door Dolabella te Smyrna in zijn bed vermoord. Hij was zeer met Cicero bevriend.Trebula, naam van drie steden, 1) in Campania op de grens van Samnium, ten O. van Cales.—2)Mutusca(Mutuesca) bijgenaamd, in het sabijnsche land aan de via Salaria ten Z. van Reāte.—3)Suffēnasbijgenaamd, ook bij de Sabijnen, onzeker waar.Tremellii.1)Cn. Tremellius Flaccusbracht in 204 het beeld derMagna Materuit Pessinus in Galatia naar Italië over.—2)Cn. Trem. Scrofa, vriend van Cicero, Atticus en Terentius Varro Reatīnus, schreef over landbouw.Treres,Τρῆρες, thracisch volk aan den berg Scomius, later verdwenen.Trerus, rivier in Latium in het land der Hernici, stroomt bij Fregellae in den Liris uit; tgw. Tolero of Sacco. Misschien is de naamTolerusjuister.TresviriofTriumviri, commissiën van drie leden, tot de magistratus minores behoorende (met uitzondering van no. 4 en no. 8). Meerendeels waren het commissiën van tijdelijken aard, wier werkkring genoegzaam blijkt uit hun titel.—1)Tr. agris dandis assignandis, wanneer er ager publicus te verdeelen viel.—2)Tr. capitālesofnocturni, sedert het jaar 289. Zij werden oorspronkelijk door denpraetor urbanusbenoemd, maar na 242, ingevolge eene lex Papiria van den volkstribuun L. Papirius in decomitia tributagekozen. Zij waren belast met het toezicht op de kerkers en met het voltrekken der strafoefeningen binnen de muren daarvan; ook oefenden zij politietoezicht uit en konden aan slaven en vreemdelingen politiestraffen opleggen, zelfs laten geeselen, hetgeen dan plaats had bij de columna Maenia (z. a.).—3)Tr. coloniae deducendae, ziecoloniaop het einde.—4)Tr. epulōnes, niet tot de magistraten behoorende, doch eenpriestercollege, zieepulones.—5)Tr. locorum publicorum persequendorum, enkele malen benoemd om te onderzoeken, wie zich wederrechtelijk stukken van het staatsdomein hadden toegeëigend.—6)Tr. mensarii, commissarissen der tijdelijke staatsbank, die door de lex Minucia in 216 na den slag bij Cannae werd opgericht, om in de oogenblikkelijke geldcrisis te voorzien. Zie ook onderQuinqueviri.—7)Tr. monetālesofIIIviri A. A. A. F. F. (aere argento auro flando feriundo), de muntmeesters, zieMonēta.—8)Tr. rei publicae constituendae, het bekende driemanschap vanOctaviānus, Antonius en Lepidus, in 43. Door eene lex Titia van den volkstribuun P. Titius kregen zij den bovengemelden titel voor den tijd van ongeveer vijf jaar (27 Nov. 43–31 Dec. 38), welke termijn in 38 met nog vijf jaar verlengd werd. Hunne macht was zoo goed als onbeperkt; o.a. ontleenden zij aan delex Titiahet recht om de magistraten te benoemen; het was eene driehoofdige dictatuur. Het driemanschap van Caesar, Pompeius en Crassus was nooit door eene wet bekrachtigd en was dus geen eigenlijk triumviraat.Tretus,Τρητός, berg en pas, waardoor de wegen van Argos naar Cleōnae en van Mycēnae naar Nemea liepen, aldus genoemd naar de vele holen en spelonken. Hier zou de nemeïsche leeuw zich hebben opgehouden.Treveri, -iri, machtig en dapper volk in Belgica, met de hoofdstad Augusta Trevirorum (Trier) aan de Mosella (Moezel). Zij hadden eene voortreffelijke ruiterij. Met de Rom. waren zij trouw verbonden, met de Germanen waren zij meest in oorlog. Het waren Kelten, maar zij beweerden van de Germanen af te stammen.Τριακάς, 1) de dertigste dag na eene begrafenis, waarop de rouw ophield, werd met een offer en maaltijd gevierd.—2) oude naam voor een atheensch geslacht, hetzij omdat 30 geslachten eeneφρατρίαvormden, of v. s. omdat een geslacht gemiddeld 30 personen bevatte.—3) afdeeling der Spartaansche burgerij, waarschijnlijk gevormd uit twee tafelgezelschappen (z.συσσίτια).Τριάκοντα. Toen Athene zich na afloop van den peloponnesischen oorlog aan Lysander had moeten overgeven, werd in eene volksvergadering door Theramenes het voorstel gedaan, 30 mannen te kiezen, die de wetten zouden herzien en in overeenstemming met de tijdsomstandigheden zouden wijzigen. Het volk, dat in den laatsten tijd de hevigste voorstanders der democratie, bijv. Cleophon, door allerlei kunstgrepen had zien uit den weg ruimen, durfde zich, nu Lysander nog met zijn leger en vloot aanwezig was, niet tegen dit voorstel verklaren, en verkoos 30 mannen van bekende oligarchische gezindheid. Hoewel met een bepaalde opdracht gekozen, schijnen de 30 nooit gepoogd te hebben zich daarvan te kwijten, maar maakten zij van de macht, die hun gegeven was, zulk een misbruik, dat de acht maanden van hunne regeering lang als de verschrikkelijkste tijd in de geschiedenis van Athene genoemd werd. In het eerst hielden zij, naar het heette, eene zuivering onder de burgerij, en lieten zij erkende sycophanten en andere dergelijke algemeen gehate personen door den raad, dien zij evenals de overheidsambten met hunne handlangers bezetten, ter dood veroordeelen, maar steunende op eene spartaansche bezetting, op spartaansch geld, en vooral op den invloed van Lysander, gingen zij weldra op dien weg verder en meenden zij zich alles te kunnen veroorloven. Slechts aan 3000 burgers (οἱ ἐν τῷ καταλόγῳ), en aan deze nog slechts in schijn, werd eenig aandeel aan de staatszaken gegund, de overige werden ontwapend, onderwijs in welsprekendheid en wijsbegeerte werd onder streng toezicht gesteld, de kostbare werven werden voor 3 talenten als afbraak verkocht, enz. Doodvonnissen, verbanningen, verbeurdverklaring van goederen waren aan de orde van den dag; in het geheel werden, naar verhaald wordt, 13–1500 personen ter dood gebracht en meer dan 5000 verbannen. En niet alleen politieke tegenstanders werden getroffen, maar om zich geld te verschaffen, ten einde de spartaansche bezetting te kunnen betalen, lieten zij velen ombrengen alleen om zich hunne bezittingen toe te eigenen; zoo besloten zij eens, onder voorwendsel dat er onderμέτοικοιeen oproerige geest heerschte, 30 (v. a. 10) van hen te dooden en hunne goederen verbeurd te verklaren. Wel verzetten zich sommige meer gematigden onder hen, vooral Theramenes, tegen deze geweldadigheden, maar de tegenpartij, onder welke Critias de voornaamste was, behield de overhand; en toen de oppositie van Theramenes gevaarlijk begon te worden, werd hij op wederrechtelijke wijze als verrader ter dood veroordeeld. Doch wat hij voorspeld had gebeurde: de ballingen vereenigden zich en onder leiding van Thrasybūlus bezette een zeventigtal van hen eerst het fort Phyle, en nadat zij de troepen van de 30, die hen trachtten te verjagen, teruggeslagen hadden, nam hun aantal met den dag toe, en weldra konden zij zich van den Piraeus meester maken. Toen zij nu ook in een slag bij Munychia, waarin o. a. Critias sneuvelde, overwinnaars gebleven waren, trokken de 30 zich naar Eleusis terug, waarvan zij zich kort te voren verzekerd hadden door de geheele weerbare bevolking met list gevangen te nemen en ter dood te laten brengen. Daar wachtten zij vooreerst den loop der gebeurtenissen af, maar toen kort daarna, in weerwil van Lysanders tusschenkomst, door toedoen van Pausanias (no.2) de democratie hersteld was, en men in de stad vernam dat zij te Eleusis een leger van huurlingen op de been trachtten te brengen, trok de geheele bevolking van Athene tegen hen te velde, en nog voor het tot een gevecht kwam, vielen de meesten van de 30 in handen hunner vijanden en werden gedood.Triariiofpilani, zie de artikelscenturia,cohors, hastatienlegio.Triarius(C.), legaat van L. Licinius Lucullusin den mithradatischen oorlog, behaalde eerst overwinningen op den koning, maar werd in 67 bij Zela door hem geheel verslagen.Triballi,Τριβαλλοί, machtige thracische stam in Moesia inferior, naburen van de Treres. ZieAbdēra.Triboc(c)i, -es, germaansch volk op den linker Rijnoever, omstreeks Argentorātum (Straatsburg).Τρίβων, een korte mantel van grove stof, oorspronkelijk door de Spartanen gedragen, maar ook in andere staten door hen, die spartaansche zeden en kleederdracht wilden nabootsen; in latere tijden wasτρ.als een uiterlijk kenmerk van armoede en eenvoud de gewone kleeding van stoicijnen en cynici en van hen, die daarvoor wilden gehouden worden.Tribūnal, eene verhevenheid van hout of steen, desnoods van aarde of zoden, waarop de praetor zat, wanneer hij zittinghieldom zijne ambtsbezigheden uit te oefenen. Tot hetius dicerewas het niet bepaald noodig, dat hij op zijne sella curulis op het tribunal had plaats genomen: hij kon, als hij iemand wilde gerieven, dat evengoed onderweg of van den beganen grond (de plano) doen. Te Rome stonden vaste tribunalia op het forum, eerst één, later meer, toen er onder verschillende praetoren verschillende zaken tegelijk konden worden behandeld. Deze tribunalia stonden in de open lucht, deiudiceszaten opsubselliaop den vlakken grond. Toen men echter de rechtszaken naar debasilicaeoverbracht, maakte men eene ruimere verhevendheid aan het einde der zaal, waarop de rechters zaten; misschien echter zat de praetor dan toch nog iets hooger.Tribūni aerariiofCuratores tribuum. Aan het hoofd van elke tribus stonden tien in Rome wonende bestuurders, die door de censoren voor een lustrum benoemd werden. Zij hadden elk eene lijst van de tot hunne tribus behoorende burgers, van welke lijst een tweede exemplaar in hetaerariumberustte. Tot ± 250 inden zij hettributum(z. a.), en betaalden de soldij uit (vandaar hun naam, vanaesafgeleid); na dien tijd kwam die functie aan de quaestoren. Ook indien zij hetaes equestreen hetaes hordearium, dat door deorbi et orbae(z. a.) werd opgebracht. Door delex Aurelia iudiciariavan 70 kregen zij met senatoren en ridders aandeel aan de iudicia.Tribūni militum.Aan het hoofd van elk legioen stonden zes krijgstribunen. A en B kommandeerden het legioen twee maanden lang afwisselend om den anderen dag; daarna ging het bevel voor twee maanden op C en D over, dan op E en F, waarna A en B weder aan de beurt kwamen. In den bloeitijd der republiek bestond een consulair leger uit twee legioenen rom. burgers, behalve desocii. Wanneer dus de consuls hunne legers wierven, waren er 24 krijgstribunen noodig. Tien hunner moesten tien dienstjaren tellen en werdensenioresgenoemd; de 14 andere moesten vijf dienstjaren hebben en werdeniunioresgeheeten. Het eerste en het derde legioen telden elk 2 seniores en 4 iuniores, het tweede en het vierde elk 3 seniores en 3 iuniores. Eerst kozen de veldheeren zelven hunne tribunen, doch in 366 vindt men voor het eerst 6 van de 24 door het volk gekozen, en in 311 bepaalde de lex Atilia Marcia (z. a.), dat erseni deni, dus 16 van de 24 door het volk moesten gekozen worden. Nog vóór den 2denPunischen oorlog werd dit getal op 24 gebracht. In 171, bij het uitbreken van den oorlog met Perseus, liet het volk de keus geheel aan de consuls over, en dit kan wel meer gebeurd zijn. De door de consuls gekozen heettenrufuli, de anderea populo. De tribunen waren belast met de werving, waartoe de dienstplichtigen tribusgewijze werden opgeroepen; het lot bepaalde, welke tribus het eerst aan de beurt kwam. De dienstplichtigen werden vier aan vier opgeroepen. Uit het eerste viertal hadden de tribunen van het eerste legioen de eerste keus, uit het tweede die van het tweede legioen, enz. De hervormingen van Marius gaven een geheel anderen loop aan de zaken, daar van dien tijd af uit de proletariërs vrijwilligers in massa toestroomden. De Grieken vertalen tribunus militum doorχιλίαρχος.Tribūni militum consulari potestate.Toen in 449 de eenelex Canulēia(z. a.) doorging, werd het andere wetsvoorstel, dat n.l. één der consuls uit de plebs zou mogen gekozen worden, terzijde geschoven door bij wijze van proefneming het consulaat te schorsen. Daar het krijgstribunaat zoowel voor plebejers als voor patriciërs toegankelijk was, besloot men zulke tribunen te kiezen, die dan met consulaire macht zouden worden bekleed. Voor het jaar 444 werden er nu 3 gekozen, allen patriciërs, die evenwel, als zijndevitio creati, hun ambt moesten nederleggen. Toen liet de senaat weder consuls kiezen, evenals de volgende vijf jaren. Dit geheele verhaal is verzonnen; vast staat alleen, dat in 438 de eerste 3 consulairtribunen in deFasti consulares(z. a.) voorkomen. De vele oorlogen en de uitbreiding van den staat maakten waarschijnlijk nu en dan een vergrooting van het aantal ambtenaren noodig. Van 437 tot 435 vindt men consuls, van 434 tot 432 tribunen en zoo gaat het afwisselend voort, totdat er van 391 tot 367 (het jaar derlex Licinia Sextia de consulatu, z. a.) geen consuls meer gekozen werden. Van 426 af vindt men 4 consulairtribunen, van 405 af 6, in 381–379 telkens 8, dan weder 6 en een enkele maal 5. Vóór 400 werd geen enkele plebejer gekozen, en uit enkel plebejers hebben de consulairtribunen nooit bestaan. Met de aanneming der licinisch-sextische wet verviel de reden van hun bestaan. De consulairtribunen hadden den werkkring der consuls, doch voor het houden van den census werd in 445 een afzonderlijk ambt, de censuur, ingesteld.Tribūni plebis,δήμαρχοι, volgens de overlevering in 494 na desecessio plebisalsauxiliumvoor de plebs ingesteld,sacrosanctien alleen uit de plebs verkiesbaar. Waarschijnlijk zijn voor het eerst 4 tribunen gekozen in het jaar 471 (v. a. 466) volgens de lex Publilia, door de 4 stedelijke tribus. In 457, toen waarschijnlijk de landelijke bevolking vrij gemaakt werd, en er 16 (17) landelijke tribus bij kwamen, werd het getal op 10 gebracht. Liep de verkiezing niet in één dag af, dan vulden de gekozenen hun getal door coöptatie verder aan, totdat delex Trebonia(z. a.) dit verbood. In den beginne hadden zij geen toegang tot den senaat, totdat delex Atinia, van ± 102, hen in den senaat opnam. Op hunne onschendbaarheid steunende, ontzagen de volkstribunen zich dikwijls niet, geweldige maatregelen te nemen wanneer dearistocratievan geen toegeven wilde weten. Er zijn voorbeelden, dat zij volksvergaderingen en verkiezingen beletten, dat zij de lichting van troepen verhinderden, enz., maar ook dat zij na afloop van hun ambtsjaar door de plebs zelve tot geldboete veroordeeld werden. De tribuni plebis vervolgden vergrijpen tegen hun persoon of tegen de plebs. Daar zij aan de provocatie onderworpen waren, werden, sedert deleges XII tabularum, bij een halszaak voor hen door tusschenkomst van eenmagistratus cum imperiodecomitia centuriatabijeengeroepen. Vóór dien tijd brachten zij, volgens de overlevering, halszaken voor hetconcilium plebis. Sedert delex Hortensia(287) werden de tribunen competent voor politieke misdrijven, waarvoor vroegerII viri perduellionisbenoemd werden. Auspiciën hadden zij in den beginne niet, later echter kregen zij hetius de caelo servandi, maar werden daarmede ook onderworpen aanobnuntiatio(zieservare de caelo). De hulp van een volkstribuun inroepen, heettetribunum appellare; hunne woningen moesten daarvoor dag en nacht openstaan en zij zelven mochten geen etmaal buiten Rome doorbrengen, evenwel vindt men eene enkele keer volkstribunen in een rom. leger. Terwijl uit hetius auxiliizich deintercessioof ongeroepen tusschenkomst ontwikkeld had, ontnam Sulla door zijnelex Cornelia tribunicia(z. a.) hun de bevoegdheid tot intercessie alsmede het recht om wetten zonder voorafgaande goedkeuring van den senaat voor te stellen, terwijl volgens die wet het bekleeden van het volkstribunaat iemand voor goed van alle verdere ambten uitsloot. Deze laatste bepaling werd reeds in 75 door delex Aurelia tribuniciaopgeheven, terwijl Pompeius, die de volkstribunen tot bereiking zijner oogmerken noodig had, hun in 70 door zijnelex Pompeiahetius legum ferendarumteruggaf. Detribuni plebisaanvaardden hun ambt op den 10denDecember.—Van de keizers gaf reeds Augustus het voorbeeld, dat hij zich met detribunicia potestasliet bekleeden. Het volkstribunaat overleefde zich zelf en bestond nog na Constantijn den Gr., natuurlijk zonder macht tegenover den keizer. De volkstribunen hadden geene insignia; hunne boden heettenviatores.Tribūni vigilum.Over elke der zeven door Augustus ingesteldecohortes vigilum(nachtwacht en brandweer) stond een tribunus, over alle zeven een praefectus.Tribūnus celerum, bevelhebber van het rom. ruiterkorps (zieceleres), waarvan de instelling op naam van Romulus is geboekt.Tribus.Evenalsφυλήbij de Atheners, heeft ooktribusbij de Rom. eene dubbele beteekenis. Vooreerst wordt het woord gebezigd van de drie stamtribus, waaruit de rom. staat schijnt ontstaan te zijn:TitiesofTitienses(deze worden altijd voorop genoemd),RamnesofRamnenses, LuceresofLucerenses. Zie echterTities. Na de indeeling van het rom. gebied door Servius Tullius intribusenregiōneskrijgt het woord eene plaatselijke beteekenis. De namen der viertribus urbānae(binnen Rome’s muren) waren:Suburāna,Esquilīna, Collīna, Palatīna. De namen derregiones, bij analogietribus rusticaegeheeten, die volgens de overlevering in 505 bestonden, zijn:Aemilia, Camilia, Cornelia, Fabia,Galeria, Horatia, Lemonia, Menenia, Papiria,Pollia, Pupinia, Romilia, Sergia, Veturia,Voltinia. Het aantal regiones, 26 onder Servius Tullius, was dus verminderd, men kan aannemen door afstand van grondgebied aan Porsēna. Uit de overeenkomst van verschillende namen metnomina gentiliciamag men ook tot samenhang besluiten; zoo zal b.v. in de tribus Aemilia het grondbezit der gens Aemilia hebben gelegen. Allengs kwamen er weder nieuwe tribus bij: in 504 als 20ste detribus Claudia, sabijnsch, ten N. van den Anio,—in 495 als 21ste detr. Crustumīna, de eerste die een plaatselijken naam droeg naar de oude latijnsche stad Crustumerium,—in 387 in Zuid-Etruria de vier tr.Stellatīnaom Falerii,Tromentīna, Sabatīnaom Sabate enArnensisaan het riviertje Aro, dat uit het meer Sabate stroomt en bij Fregenae in zee uitmondt (dit zijn de eerstetribus, waarvan de stichting historisch vaststaat),—in 358 in het volscische landPomptīnarondom Antium enPublilia(Poplilia),—in 332 in Noord-LatiumMaeciaenScaptia,—in 318Falerna(in den ager Falernus in Campania) enUfentīnaaan den Ufens in Latium,—in 299Aniensis, rondom Tibur en Praeneste, enTerentīna, ook in het aequisch gebied, in 241Velīnain het sabijnsche land om Reāte, en als 35steQuirīnaom Cures, v. s. echter zonder afgebakende grens, als algemeene tribus met het oog op latere inlijvingen. Bij deze 35 is het gebleven. Toen na den marsischen oorlog Italia het burgerrecht kreeg, werden de nieuwe burgers oorspronkelijk bij 8 der bestaande tribus ingedeeld. Zoo behoorden de steden Hadria, Neapolis en Brundisium tot de tribus Maecia, die haren naam droeg naar het vlek Maecium bij Lanuvium. Reeds in 87 (z.Corneliae legesvan L. Cornelius Cinna) werden echter de nieuwe burgers over alletribusverdeeld. De tribus rusticae stonden meer in eere dan de urbanae; vrijgelatenen werden dan ook gewoonlijk alleen in de laatste ingeschreven. Om stemrecht te hebben moest men in eene tribus ingeschreven zijn(zieaerarii), ook om eenetessera frumentariate bekomen (zieannōna).Tribūtum, 1) de belasting, volgens het belastbaar vermogen (ex censu) door rom. burgers te betalen, wanneer de staat geld noodig had, b.v. tot het voeren van een oorlog, en die teruggegeven werd, wanneer de middelen daartoe aanwezig waren, b.v. uit de oorlogsschatting van overwonnen vijanden. Deze belasting werd oorspronkelijk slechts geheven vanres mancipi(z. a.),totdatAppius Claudius (Claudiino. 5) als censor het geheele vermogen tot grondslag voor de belasting aannam. Het tributum simplex was 1 per mille, duplex 2 p. m.; het hoogst bekende is triplex. Sedert de verovering van Macedonia in 167 werd hettributumtijdens de republiek niet meer uitgeschreven; slechts éénmaal komt het vóór, tijdens het consulaat van Hirtius en Pausa, in 43. Een paar malen wordt er, in tijden van grooten nood, van eentributum temerariumgesproken, waarbij ieder inbrengt, wat hij te missen heeft.—2)de directe belasting in de provinciën Asia (van delex Semproniatot Caesar) en Sicilia, een soort grondbelasting,tributum soliofagri. Ook hetstipendiumder andere provincies wordt wel eenstributumgenoemd.Tricarānum,Τρικάρανον, drietoppige berg met kasteel op de grenzen van Argolis en Phliasia, een twistappel tusschen beide staten.Tricasses, volk in Gallia Transalpīna aan de Sequana (Seine) en den Matrona (Marne) met de stad Augustobona (Troyes).Tricastīni, volk in Gallia Narbonensis aan den Isara (Isère). Stad: Augusta Tricastinorum.Tricca,Τρίκκα, stadje in het thessalische gewest Hestiaeōtis, met een zeer beroemden tempel van Asclepius, aan den voet van den Pindus. Thans Trikkala.Trichonium,Τριχώνιον, vlek in Aetolia ten Z. van het meer Trichōnis,Τριχωνὶς λίμνη.Tricesima, zieCastra.Tricipitīnus, familien. in degens Lucretia(Lucretiino. 1–3).Triclinium.Triclinium, eene tafel om te eten, met drie aanligsofa’s, ook wel het eetvertrek zelf. Op elke sofa behoorden, althans wanneer men gasten had, niet meer dan drie personen aan te liggen. De dischgenooten lagen met den linkerarm op kussens gesteund. De drie sofa’s oflectiwerdensummus, mediusenimusgeheeten, terwijl men ook op iederenlectuseenlocussummus, mediusenimusonderscheidde. Aan de linkerzijde (het boveneind) van elkenlectuswas somtijds eene leuning om dáár het afschuiven der kussens te voorkomen. De eereplaats was het benedeneinde (locus imus) van denlectus medius, deze plaats werd ooklocus consularisgeheeten. Op de beide anderelectiwas delocus summusde eerste plaats. De plaats van den gastheer was delocus summusop denlectus imus, in de onmiddellijke nabijheid van den voornaamsten gast. De cijfers op nevenstaande teekening wijzen de volgorde der plaatsen aan; tevens is de plaatsing der gasten bij den maaltijd van Nasidiēnus aangegeven (Hor. Sat. II 8), waarbij Nomentānus op verzoek van den gastheer diens plaats heeft ingenomen. Of delectinu evenwel juist zoo geplaatst waren, is eene andere vraag, daar de dischgenooten in de schuinte aanlagen. Te Pompeii heeft men afbeeldingen en gemetselde onderstellen gevonden, waardoor de volgende plaatsing aangewezen wordt. Het in gebruik komen van ronde tafels voerde tot den doorloopendenlectus, in den vorm van een hoefijzer,sigmageheeten (z. a.).Triclinium.Tricorii, volksstam in Gallia Narbonensis aan den voet der Alpen.Tricostus, familienaam in degens Verginia(Verginiino. 1–4).Tridentum, tgw. Trente, aan den Athesis (Adige, Etsch), oorspronkelijk een raetische stad, kwam later aan de keltische Cenomāni. De bevolking is raetisch gebleven. In 24 werd het door de Romeinen bezet. De bewoners der omstreken heeten Tridentīni.Triens, als munt en als gewicht = 4 unciae = ⅓ as.Trierarchia,τριηραρχία, de kostbaarste van alle liturgieën, was de verplichting om een door den staat aangewezen oorlogsschip van tuig te voorzien, een jaar lang te onderhouden en de bemanning te werven. De triërarch voerde gewoonlijk het bevel over het door hem uitgeruste schip en moest ook zorgen voor de uitbetaling der soldij en de verdeeling der levensmiddelen, die door den staat verstrekt werden. De kosten beliepen soms een talent. Zie verderσυμμορίαι.Trietēris,τριετηρίς, de helft eener pentaëtēris, het vierde deel eener ennaëtēris.Trifanum, vlek in de buurt van Sinuessa, waar in 340 de tegen Rome verbonden Latijnen door den consul T. Manlius Torquātus Imperiōsus (Manliino. 10) verslagen werden.Trifolīnus ager, vruchtbare landstreek in Campania, rijk aan wijn.Triginta tyranni.—1)De 30 tyrannen te Athene, zieτριάκοντα.—2)Naar het voorbeeld van Trebellius Pollio worden de verschillende pretendenten naar de rom. keizerskroon, die onder en na het bewind van den zwakken Galliēnus allerwege opdoken, ook met den naam van 30 tyrannen bestempeld. Trebellius Pollio heeft er 32 opgenoemd, waaronder twee vrouwen, Zenobia en Victoria. Verschillende echter kunnen niet eens keizers genoemd worden.Trilogia,τριλογία, z.tetralogia.Trimerus, Trimetus, het grootste derDiomedēae insulae, z. a.Trinacria, Trinacris,Τρινακρία, Τρινακρίς=Sicilia.Trinobantes, volksstam in Britannia, ten N. van den Theemsmond, die zich vrijwillig aan Caesar onderwierp. Hoofdstad: Camalodūnum (Colchester).TrinundinumofTrinum nundinum, een termijn van drienundinaof weken van 8 dagen, dus 24 dagen (v. a. een tijd, waarin drienundinae(marktdagen) vallen, dus van 17–23 dagen), die voor het samenroepen dercomitiamoest in acht genomen worden. Werd de vergadering bijeengeroepen om te stemmen over een wetsvoorstel, dan werd dit wetsvoorstel tegelijkertijd bekend gemaakt (promulgatio rogationis). ZieCaecilia Didia(lex).Τριώβολον, z.δικαστικόν.Triocala,Τριόκαλα, sterke bergvesting in W. Sicilia aan de rivier de Triocala, die ten W. van Heraclēa Minōa in zee valt.Triōnes(Septem), ookSeptentrio, eig. de zeven ploegossen, z.Arctus.Triopas,Τριόπας, Τρίοψ, koning van Thessalië, die naar Carië verhuisde en daar Cnidus stichtte. Hij liet een heilig woud van Demēter omhakken om op de plaats een paleis te bouwen. Tot straf werd hij door een slang gedood en met de slang als Ophiūchus (z. a.) onder de sterren geplaatst. Hij was de vader van Erysichthon no. 2.Triopium,Τριόπιον, kaap in Caria op de Chersonēsus Cnidia; hier werden wedstrijden gehouden ter eere van Apollo Triopius. ZieCnidus.Triphylia,Τριφυλία, Z. gedeelte van Elis (z. a.).Tripolis,Τρίπολις, 1) stadje in Asia aan den Maeander, op de grenzen van Phrygia, Lydia en Caria.—2)stad aan de kust van Pontus aan een gelijknamig riviertje, tusschen Polemonium en Trapezus.—3)stad op de phoenicische kust, gesticht door de drie steden Sidon, Tyrus en Aradus, en eigenlijk bestaande uit drie steden, wel zeer dicht bij, doch niet onmiddellijk aan elkander en elk met haar eigen muren.—4)thessalisch distrikt met de steden Azōrus, Pythium en Doliche, in het N. van Perrhaebia.—5)arcadisch distrikt met de steden Callia, Dipoena en Nonācris, in het midden van Arcadia.—6)laconisch distrikt aan de arcadische grenzen.—7)kust van Libya (Afrika) tusschen de beide Syrten, met de steden Leptis, Oea en Sabathra.Triptolemus,Τριπτόλεμος, zoon van Celeüs en Metanīra, uitvinder van den ploeg. Uit dankbaarheid voor de goede ontvangst, die zij bij Celeüs genoten had, gaf Demēter, nadat hare plannen met Demophon (z. a. no. 1) mislukt waren, aan Tr. een met draken bespannen wagen en een aantal graankorrels, met opdracht de kennis van den landbouw over de geheele aarde te verbreiden. In de vele gevaren, die deze tocht opleverde (z.Carnabon, Lyncus), genoot hij de bescherming der godin, en toen hij na zijne terugkomst door zijn vader met den dood bedreigd werd, dwong zij dezen van de regeering afstand te doen. Tr. volgde hem op en stelde de Thesmophoria in. Hij had op verscheiden plaatsen altaren en te Eleusis een tempel.—Soms wordt van hem hetzelfde verhaald als van Demophon, of wordt hij een zoon van zekeren Eleusis genoemd.Tripudium, 1) een godsdienstige wapendans, zooals o. a. de Salii uitvoerden, hetzij met herhaald driemaal stampen of door telkens drie passen voorwaarts en dan weder één of twee achteruit te doen.—2)zieauguriano. 3.Triquetra(=driehoekigsc. insula) =Sicilia.Tritaea,Τρίταια, eene der 12 achaeïsche bondssteden, aan de arcadische grenzen aan den voet van den Erymanthus.Tritea,Τρίτεια, Τριτέαι, stad in Phocis aan de locrische grenzen, ten N. van den Cephīsus.Trito,Τριτώ, Τριτογένεια, bijnaam van Athēna, naar hare geboorteplaats bij het meerTritōnis in Libye of bij de rivier Triton in Boeotië.Triton,Τρίτων, zoon van Poseidon en Amphitrīte of Salacia, die met zijn vader en moeder in een gouden paleis op den bodem der zee woont. In latere verhalen wordt meestal gesproken van een groot aantal Tritons, wezens van monsterachtig voorkomen, met een lichaam dat in een grooten staart uitloopt, groen haar, breeden mond met groote tanden, schubben en kieuwen, enz. Gewoonlijk hebben zij een groote schelp in de handen, die zij als trompet gebruiken (T. canōrus); en door welker geluid zij op bevel van Poseidon de onstuimige golven tot bedaren brengen.Tritonia=Trito.Tritōnis, een van de zoutzeeën in Libye, in de nabijheid van de kleine Syrte.Τριτοπάτορες, drie zeer oude daemonen, die in Attica vereerd werden. Zij worden zonen van Zeus en Persephone genoemd, hunne namen worden zeer verschillend opgegeven. Soms heeten zij de eerste schepselen, soms goden van den wind of goden van het huwelijk en den kinderzegen.Τριττύς, het derde gedeelte eener attische phyle, vóór Clisthenes, naar het schijnt, hetzelfde alsφρατρία. Clisthenes verdeelde het grondgebied van Athene in 30τριττύες, 10 in en om de stad, 10 in Paralia en 10 op het land. Iedereφυλήbevatte drieτριττύες, eene van ieder tiental. Vierναυκραρίαιvormden eenτριττύς.Groepen uit den zegetocht van Titus over de Joden (boog van Titus).Groepen uit den zegetocht van Titus over de Joden (boog van Titus).Triumphus,θρίαμβος. De hoogste eer voor een overwinnend veldheer was, een zegetocht binnen Rome te mogen houden. Daar hij, op straffe van zijne aanspraken als imperātor (z. a.) te verliezen, niet binnen de stad mocht komen, verleende de senaat hem gehoor buiten het pomerium, meest in den tempel van Bellōna. Werd het verzoek toegestaan, zoo had de zegetocht ongeveer op deze wijze plaats. Voorop ging eene afdeeling cornicines, daarop volgden priesters en offerknechten met offerdieren met vergulde horens en omkranst, hierachter volgden wagens, lastdieren en dragers met behaalden buit, goud, zilver, kostbaarheden, standbeelden, met borden, waarop de namen der veroverde plaatsen, de gewonnen veldslagen, het getal der gedoode vijanden vermeld waren. Hierna kwamen degevangenen geboeid, gevangen vorsten met hunne familie in hun volle praal met de kroon op het hoofd en met gouden ketenen gekluisterd, dan de lictoren met omlauwerdefasces, en achter hen de veldheer op zijn zegewagen. Een beeld der overwinning, dat achter op zijn zegewagen stond, hield een gouden krans boven ’s veldheer’s hoofd. Naast den wagen gingen zijne bloedverwanten en achter den wagen de staf- en hoofdofficieren, terwijl de troepen den trein sloten. Tot de bijzonderheden behoort nog, dat op den zegewagen ook een slaaf stond, die den triumphātor gedurig toesprak: Bedenk dat gij een mensch zijt. De stoet trok de stad door en langs de sacra via den weg op naar het Capitool. Op het forum splitste zich de stoet, de gevangenen werden weggevoerd, het leger ging uiteen, de veldheer bracht in den capitolijnschen tempel een plechtig offer aan Jupiter. Op het feestmaal, dat den dag besloot, waren ook de consuls genoodigd, doch dezen verschenen nooit, omdat de etikette dan zou gevorderd hebben, dat zij, daar hun imperium het hoogste was, als hoofdpersonen de eereplaats innamen.—Eeneovatiois eene kleine zegepraal, z. a.Triumviri, zietresviri.Trivia, bijnaam van Hecate of Diāna, als godin der driesprongen.Trivīcum, een vlek in Z.-Samnium in het land der Hirpīni, aan de via Appia nova.Troas,Τρωάς, het land van Troje, het N.W. deel van Mysia, aan den Hellespont. Het land was golvend, doorsneden door de uitloopers van het Idagebergte en door de riviertjes Satnioïs, Rhodius, Simoïs, Scamander, Thymbrius. Vóór de kust lag het eiland Tenedos.Trocmi, een der drie gallische stammen in Galatia en wel in het O., hoofdstad Tavia.Troesmis,Τροισμίς, vesting aan den Donau in Moesia Inferior, tgw. Iglitza.Troezen,Τροιζήν, stad in het Z.O. van Argolis, met eene havenstad Pogon tegenover het eiland Calauria. Oorspronkelijk was de stad waarschijnlijk ionisch, later dorisch. Theseus was hier geboren en opgevoed.Trogilium,Τρωγίλιον, uiterste punt van het voorgebergte Mycale tegenover Samus. Ook een eilandje, dat daarvoor ligt.Trogilus,Τρώγιλος, baai en haven ten N. van Syracuse.Troglodytae, Trogodytae,Τρωγλοδύται, “holbewoners”, zooals men in verschillende streken der aarde aantrof, in den Caucasus, in Lybia en elders. In het bijzonder komen onder dezen naam bewoners der aethiopisch-aegyptische kust aan de Arabische golf voor.Trogus(Pompēius), uit een gallisch geslacht, dat door Cn. Pompeius Magnus het rom. burgerrecht had verkregen, leefde ten tijde van Augustus en schreef een uitgebreid geschiedkundig werk, waarvan later Justīnus (z. a.) onder den titelHistoriae Philippicaeeen uittreksel vervaardigde. Ook moet Trogus over natuur- en dierkunde hebben geschreven.Troia,Τροίη, -α, ofIlium, hoofdstad van Troas, door de Grieken tien jaar lang belegerd en eindelijk door list genomen en verwoest (1184). De stad lag in de vlakte tusschen de stroompjes Simoïs en Scamander. Op den burchtPergamum(ook-musen-ma) vond men tempels van Pallas Athēna en Apollo en andere heiligdommen. Slechts ééne poort is bij name bekend, de Scaeïsche,πύλαιΣκαιαί= linkerpoort. Later is door Aeoliërs een nieuw Troje,novum Ilium,νέον Ἴλιον, gebouwd. Schliemann en Dörpfeld hebben bij Hissarlik sporen van het oude Troje teruggevonden: van de vele nederzettingen, die opgegraven zijn, is de zesde van onderen, het homerische Troia, de belangrijkste. De muren, die nog gedeeltelijk over zijn, stemmen overeen met die van Tiryns en Mycēnae; men vindt er 3 torens, 3 poorten en een uitvalpoortje.—2)stad in het kustland van Epīrus tegenover Corcȳra, door Helenus gesticht.—3)stad in het land der Veneti, ten N. der Adriatische zee, gesticht door Antēnor.Troiae(ludusofludicrum), z.Ludus Troiae.Troilus,Τρωίλος, zoon van Priamus of Apollo en Hecabe, uitmuntende door dapperheid, werd door Achilles gedood.Trojaansche oorlog, de oorlog, door de Grieken tegen Troje gevoerd om de schaking van Helena door Paris (z. a.) te wreken. Hetzij uit zucht naar roem, hetzij gebonden door een eed (z.Helena), namen de meeste grieksche vorsten aan den krijgstocht deel en brachten zij een leger op de been van 100.000 man, dat in 1186 schepen naar Azië overgebracht werd. Als opperbevelhebber werd Agamemnon verkozen, nevens hem onderscheidden zich Menelāus, de beide Aiaxen, Diomēdes, Nestor, Odysseus, maar vooral Achilles, aan de zijde der Trojanen en hun bondgenooten boven allen Hector, verder Aenēas, Sarpēdon e. a. Daar telkens groote afdeelingen van het leger op plundertochten uitgezonden moesten worden, om in de behoefte aan levensmiddelen te voorzien, vorderde men met het beleg slechts weinig. In het 10dejaar scheen de overgave der stad nog even ver verwijderd als bij de aankomst der Grieken, zelfs scheen zich de krijgskans ten gunste van de Trojanen te wenden, toen Achilles, door Agamemnon beleedigd (z.Brisēis) zich een tijd lang aan den strijd onttrok. Maar toen hij, om den dood van Patroclus te wreken, zich weder onder de strijders mengde, viel Hector reeds denzelfden dag onder zijne handen, en hoewel hijzelf ook kort daarna sneuvelde, was nu het lot der belegerde stad beslist. Eerst werden ingevolge orakelspreuken Neoptolemus en Philoctētes naar het oorlogstooneel gehaald en het Palladium geroofd, en toen ook nu nog geweld niets vermocht, nam men list te baat. Het grieksche leger trok in schijn af, maar liet een groot houten paard, door Epēus vervaardigd, achter, waarin zich Odysseus met een aantal strijders verborgen hielden. Door zekeren Sinon (z. a.) lieten de Trojanen zich, hoewel tegen den raad van velen hunner, overredenhet houten paard binnen de muren te halen, des nachts kwamen de Grieken uit het paard te voorschijn en openden de poorten voor het inmiddels teruggekeerde leger, waarop de stad verwoest en de meeste inwoners gedood werden.—De trojaansche oorlog en de lotgevallen der grieksche helden op hun terugtocht naar het vaderland hebben aan Homerus en de cyclici rijke stof voor hunne gedichten geleverd, en zijn daardoor de meest algemeen bekende gebeurtenissen uit het grieksche heldentijdperk geworden.
Traiāna(via), een nieuwe weg, door Traianus in 109 n. C. aangelegd, van Beneventum over Aequum Tuticum, Aecae en Canusium naar Brundisium.Traianopolis,Τραϊανόπολις, 1) latere naam voor Doriscus, in Thracia aan den mond van den Hebrus gelegen.—2)latere naam voor Selīnus, zeestad in het W. van Cilicia.Traiānus(M. Ulpius), rom. keizer 98–117 na C., was in 53 na C. te Italica in Hispania geboren. In den parthischen oorlog diende hij onder zijn vader (zieUlpiino. 1), in 91 werd hij consul en vervolgens werd hij door Nerva (einde 96 of begin 97) totlegatusvan Germania Superior benoemd. Kort daarop (herfst v. 97) nam Nerva hem tot zoon en troonsopvolger aan. Toen Nerva stierf (Jan. 98), was Traianus in Germania; hij bleef daar tot 99, en kwam toen naar Rome. Ofschoon in het leger opgegroeid, was Traianus een uitstekend vorst. In 101 trok hij te velde tegen de Daciërs, die hij in 102 tot vrede dwong; koning Decebalus schond echter zijn woord, zoodat in 105 de strijd opnieuw ontbrandde, om in 107 met de onderwerping van Dacia en den zelfmoord van Decebalus te eindigen. Deze oorlog werd vereeuwigd door het beeldwerk aan decolumna Traiani(z. a.) te Rome. In 114 trok Trai. te velde tegen de Parthen, veroverde Armenia en Mesopotamia in 115 en 116, nam de stad Ctesiphon in en zakte met een vloot den Tigris af tot aan den mond. Ziekte noopte hem tot den terugtocht; hij droeg het opperbevel over aan den landvoogd van Syria, Hadriānus (z. a.) en overleed in 117 in Cilicia, te Selīnus, welke stad ter gedachtenis hieraan den naam ontving van Traianopolis. Behalve veldheer, was Trai. ook een voortreffelijk regent. Aan alles wijdde hij zijn aandacht, de briefwisseling met Plinius minor, stadhouder van Bithynia, levert er bewijzen van. Alom liet hij wegen, kanalen, havens, waterleidingen aanleggen. Ook aan de opvoeding van arme knapen liet hij zich gelegen liggen. Hij ondersteunde kunstenaars en geleerden en beschreef zelf den dacischen oorlog. Te Rome legde hij het prachtigeforum Traianiaan met debasilica Ulpia. Bij het volk was hij zeer bemind, zoodat het hem den eernaamoptimusgaf. Later werd het wel als welkomstgroet bij de intrede van een nieuwe keizer gebezigd: “Wees nog gelukkiger dan Augustus en nog beter dan Traianus!”Traiectum, later met de bijvoegingad Rhenum, stad der Batavieren, thans Utrecht.Trais,Τράεις, kustrivier in het land der Brutii, waaraan in ± 440 Sybaris nova gesticht werd.Tralles, Tralli, volksstam in Illyria.Tralles,Τράλλεις, vroeger Anthēa,Ἄνθεια, geheeten, bloeiende koopstad in het N. van Caria, op eene hoogte aan den voet van den Messōgis ten N. van den Maeander gelegen, met een nog hooger gelegen burcht. Het riviertje Thebais stroomde er door, de Eudon er langs. In den tempel der Nice of Victoria stond een standbeeld van IuliusCaesar. Onder de regeering van Augustus en Tiberius werd Tralles bij herhaling door aardbevingen geteisterd.Transvectio equitum, plechtige optocht der romeinsche equites in feestgewaad (detrabea) van den tempel van Mars of Honos naar den Castortempel en daarna naar het Capitool, op 15 Juli. Hieraan namen alleen deequites equo publicodeel. In den keizertijd had detransvectiosteeds met veel luister plaats.Τραπεζίτης, z.argentarius.Trapezus, gen.-untis,Τραπεζοῦς, 1) stad in het Z. van Arcadia aan den Alphēus.—2)stad aan den Pontus Euxinus (Zwarte zee) in het O. van Pontus, thans Trebisonde, kolonie van Sinōpe. Door de Rom., waarschijnlijk door Pompeius, tot een vrije stad verklaard, door Traiānus en Hadriānus begunstigd, bereikte het een hoogen bloei.Trasimen(n)usofTrasumen(n)us lacus, thans meer van Perugia, in het O. van Etruria, tusschen de steden Cortōna, Clusium en Perusia. In de engte tusschen dit meer en de cortonensische bergen sneuvelde de consul C. Flaminius in 217 tegen Hannibal.Traulantii, volksstam in Illyria, ten O. van Dyrrachium en Apollonia.Trausi,Τραῦσοι, thracisch volk in het O. gedeelte van het Rhodopegebergte.Treba, stadje in Latium in het oude gebied der Aequi nabij de grenzen der Marsi.Trebatius Testa(C.), jurist en schrijver van rechtsgeleerde werken ten tijde van Augustus, bij wien hij in hooge achting stond. Als jongmensch reeds had hij zich mogen verheugen in de welwillendheid van Cicero en de gunst van Caesar. Later behoorde hij ook onder de vrienden van Horatius.Trebellii. 1)L. Trebellius, volkstribuun, verzette zich in 67 vruchteloos tegen de lex Gabinia.—2)L. Trebellius, volkstribuun in 47, bestreed aanhoudend de voorstellen van zijn ambtgenoot P. Cornelius Dolabella, en werd later tot aediel verkozen door de hulp der optimaten, die Caesar wegens zijne bescherming van Dolabella wilde ergeren. Na Caesars dood ging hij tot Antonius over.—3)M. Trebellius, streed in 36 na C. tamelijk voorspoedig in Azië.—4)L. Trebellius Maximus, onder Nero consul, later stadhouder van Britannia, maakte zich door zijne hebzucht zóó gehaat, dat hij de vlucht moest nemen.—5)Trebellius Pollio, een van de schrijvers derhistoriae Augustae, levensbeschrijver van de beide Valeriāni, de beide Galliēni, de 30 tyrannen, Claudius II. Hij leefde onder Diocletiānus en Constantius Chlorus.Trebia,Τρεβίας, zuidelijke bijrivier van den Padus (Po), waarmede hij zich bij Placentia vereenigt. Aan deze rivier behaalde Hannibal in 218 de overwinning op den rom. consul Tib. Sempronius Longus.Trebiānus, vriend van Cicero en aanhanger van Pompeius, in 45 door Caesar weder in genade aangenomen.Trebonia(lex) van den volkstribuunL.Trebonius in 448, tot afschaffing der coöptatie, die er plaats had, wanneer de verkiezing van volkstribunen niet in één dag afliep. Bij de coöptatie n.l. kwamen wel eens misbruiken voor, daar de patriciërs gemakkelijker op de coöpteerendetribunidan op deplebskonden inwerken.Trebonia(lex) van den volkstribuun C. Trebonius in 55, om aan de beide consuls van dat jaar een stadhouderschap voor den tijd van vijf jaar op te dragen, en wel aan Pompeius over Hispania en aan Crassus over Syria. Tevens werd door diezelfde wet Caesars bewind in Gallia voor vijf jaar verlengd.Trebonius(C.), in 55 volkstribuun, was de voorsteller derlex Trebonia(z. a.), in 54 was hij legaat van Caesar in Gallia, waar hij tot 49 bleef. In 48 was hij praetor en in 47 werd hij als propraetor naar Baetica gezonden, doch door de Pompejanen verdreven. In 45 werd hijconsul suffectus, terwijl Asia hem als provincie werd toegewezen. In 44 was hij heimelijk tot de saamgezworenen tegen Caesar toegetreden. Naar Azië vertrokken, ondersteunde hij Cassius, doch werd in 43 door Dolabella te Smyrna in zijn bed vermoord. Hij was zeer met Cicero bevriend.Trebula, naam van drie steden, 1) in Campania op de grens van Samnium, ten O. van Cales.—2)Mutusca(Mutuesca) bijgenaamd, in het sabijnsche land aan de via Salaria ten Z. van Reāte.—3)Suffēnasbijgenaamd, ook bij de Sabijnen, onzeker waar.Tremellii.1)Cn. Tremellius Flaccusbracht in 204 het beeld derMagna Materuit Pessinus in Galatia naar Italië over.—2)Cn. Trem. Scrofa, vriend van Cicero, Atticus en Terentius Varro Reatīnus, schreef over landbouw.Treres,Τρῆρες, thracisch volk aan den berg Scomius, later verdwenen.Trerus, rivier in Latium in het land der Hernici, stroomt bij Fregellae in den Liris uit; tgw. Tolero of Sacco. Misschien is de naamTolerusjuister.TresviriofTriumviri, commissiën van drie leden, tot de magistratus minores behoorende (met uitzondering van no. 4 en no. 8). Meerendeels waren het commissiën van tijdelijken aard, wier werkkring genoegzaam blijkt uit hun titel.—1)Tr. agris dandis assignandis, wanneer er ager publicus te verdeelen viel.—2)Tr. capitālesofnocturni, sedert het jaar 289. Zij werden oorspronkelijk door denpraetor urbanusbenoemd, maar na 242, ingevolge eene lex Papiria van den volkstribuun L. Papirius in decomitia tributagekozen. Zij waren belast met het toezicht op de kerkers en met het voltrekken der strafoefeningen binnen de muren daarvan; ook oefenden zij politietoezicht uit en konden aan slaven en vreemdelingen politiestraffen opleggen, zelfs laten geeselen, hetgeen dan plaats had bij de columna Maenia (z. a.).—3)Tr. coloniae deducendae, ziecoloniaop het einde.—4)Tr. epulōnes, niet tot de magistraten behoorende, doch eenpriestercollege, zieepulones.—5)Tr. locorum publicorum persequendorum, enkele malen benoemd om te onderzoeken, wie zich wederrechtelijk stukken van het staatsdomein hadden toegeëigend.—6)Tr. mensarii, commissarissen der tijdelijke staatsbank, die door de lex Minucia in 216 na den slag bij Cannae werd opgericht, om in de oogenblikkelijke geldcrisis te voorzien. Zie ook onderQuinqueviri.—7)Tr. monetālesofIIIviri A. A. A. F. F. (aere argento auro flando feriundo), de muntmeesters, zieMonēta.—8)Tr. rei publicae constituendae, het bekende driemanschap vanOctaviānus, Antonius en Lepidus, in 43. Door eene lex Titia van den volkstribuun P. Titius kregen zij den bovengemelden titel voor den tijd van ongeveer vijf jaar (27 Nov. 43–31 Dec. 38), welke termijn in 38 met nog vijf jaar verlengd werd. Hunne macht was zoo goed als onbeperkt; o.a. ontleenden zij aan delex Titiahet recht om de magistraten te benoemen; het was eene driehoofdige dictatuur. Het driemanschap van Caesar, Pompeius en Crassus was nooit door eene wet bekrachtigd en was dus geen eigenlijk triumviraat.Tretus,Τρητός, berg en pas, waardoor de wegen van Argos naar Cleōnae en van Mycēnae naar Nemea liepen, aldus genoemd naar de vele holen en spelonken. Hier zou de nemeïsche leeuw zich hebben opgehouden.Treveri, -iri, machtig en dapper volk in Belgica, met de hoofdstad Augusta Trevirorum (Trier) aan de Mosella (Moezel). Zij hadden eene voortreffelijke ruiterij. Met de Rom. waren zij trouw verbonden, met de Germanen waren zij meest in oorlog. Het waren Kelten, maar zij beweerden van de Germanen af te stammen.Τριακάς, 1) de dertigste dag na eene begrafenis, waarop de rouw ophield, werd met een offer en maaltijd gevierd.—2) oude naam voor een atheensch geslacht, hetzij omdat 30 geslachten eeneφρατρίαvormden, of v. s. omdat een geslacht gemiddeld 30 personen bevatte.—3) afdeeling der Spartaansche burgerij, waarschijnlijk gevormd uit twee tafelgezelschappen (z.συσσίτια).Τριάκοντα. Toen Athene zich na afloop van den peloponnesischen oorlog aan Lysander had moeten overgeven, werd in eene volksvergadering door Theramenes het voorstel gedaan, 30 mannen te kiezen, die de wetten zouden herzien en in overeenstemming met de tijdsomstandigheden zouden wijzigen. Het volk, dat in den laatsten tijd de hevigste voorstanders der democratie, bijv. Cleophon, door allerlei kunstgrepen had zien uit den weg ruimen, durfde zich, nu Lysander nog met zijn leger en vloot aanwezig was, niet tegen dit voorstel verklaren, en verkoos 30 mannen van bekende oligarchische gezindheid. Hoewel met een bepaalde opdracht gekozen, schijnen de 30 nooit gepoogd te hebben zich daarvan te kwijten, maar maakten zij van de macht, die hun gegeven was, zulk een misbruik, dat de acht maanden van hunne regeering lang als de verschrikkelijkste tijd in de geschiedenis van Athene genoemd werd. In het eerst hielden zij, naar het heette, eene zuivering onder de burgerij, en lieten zij erkende sycophanten en andere dergelijke algemeen gehate personen door den raad, dien zij evenals de overheidsambten met hunne handlangers bezetten, ter dood veroordeelen, maar steunende op eene spartaansche bezetting, op spartaansch geld, en vooral op den invloed van Lysander, gingen zij weldra op dien weg verder en meenden zij zich alles te kunnen veroorloven. Slechts aan 3000 burgers (οἱ ἐν τῷ καταλόγῳ), en aan deze nog slechts in schijn, werd eenig aandeel aan de staatszaken gegund, de overige werden ontwapend, onderwijs in welsprekendheid en wijsbegeerte werd onder streng toezicht gesteld, de kostbare werven werden voor 3 talenten als afbraak verkocht, enz. Doodvonnissen, verbanningen, verbeurdverklaring van goederen waren aan de orde van den dag; in het geheel werden, naar verhaald wordt, 13–1500 personen ter dood gebracht en meer dan 5000 verbannen. En niet alleen politieke tegenstanders werden getroffen, maar om zich geld te verschaffen, ten einde de spartaansche bezetting te kunnen betalen, lieten zij velen ombrengen alleen om zich hunne bezittingen toe te eigenen; zoo besloten zij eens, onder voorwendsel dat er onderμέτοικοιeen oproerige geest heerschte, 30 (v. a. 10) van hen te dooden en hunne goederen verbeurd te verklaren. Wel verzetten zich sommige meer gematigden onder hen, vooral Theramenes, tegen deze geweldadigheden, maar de tegenpartij, onder welke Critias de voornaamste was, behield de overhand; en toen de oppositie van Theramenes gevaarlijk begon te worden, werd hij op wederrechtelijke wijze als verrader ter dood veroordeeld. Doch wat hij voorspeld had gebeurde: de ballingen vereenigden zich en onder leiding van Thrasybūlus bezette een zeventigtal van hen eerst het fort Phyle, en nadat zij de troepen van de 30, die hen trachtten te verjagen, teruggeslagen hadden, nam hun aantal met den dag toe, en weldra konden zij zich van den Piraeus meester maken. Toen zij nu ook in een slag bij Munychia, waarin o. a. Critias sneuvelde, overwinnaars gebleven waren, trokken de 30 zich naar Eleusis terug, waarvan zij zich kort te voren verzekerd hadden door de geheele weerbare bevolking met list gevangen te nemen en ter dood te laten brengen. Daar wachtten zij vooreerst den loop der gebeurtenissen af, maar toen kort daarna, in weerwil van Lysanders tusschenkomst, door toedoen van Pausanias (no.2) de democratie hersteld was, en men in de stad vernam dat zij te Eleusis een leger van huurlingen op de been trachtten te brengen, trok de geheele bevolking van Athene tegen hen te velde, en nog voor het tot een gevecht kwam, vielen de meesten van de 30 in handen hunner vijanden en werden gedood.Triariiofpilani, zie de artikelscenturia,cohors, hastatienlegio.Triarius(C.), legaat van L. Licinius Lucullusin den mithradatischen oorlog, behaalde eerst overwinningen op den koning, maar werd in 67 bij Zela door hem geheel verslagen.Triballi,Τριβαλλοί, machtige thracische stam in Moesia inferior, naburen van de Treres. ZieAbdēra.Triboc(c)i, -es, germaansch volk op den linker Rijnoever, omstreeks Argentorātum (Straatsburg).Τρίβων, een korte mantel van grove stof, oorspronkelijk door de Spartanen gedragen, maar ook in andere staten door hen, die spartaansche zeden en kleederdracht wilden nabootsen; in latere tijden wasτρ.als een uiterlijk kenmerk van armoede en eenvoud de gewone kleeding van stoicijnen en cynici en van hen, die daarvoor wilden gehouden worden.Tribūnal, eene verhevenheid van hout of steen, desnoods van aarde of zoden, waarop de praetor zat, wanneer hij zittinghieldom zijne ambtsbezigheden uit te oefenen. Tot hetius dicerewas het niet bepaald noodig, dat hij op zijne sella curulis op het tribunal had plaats genomen: hij kon, als hij iemand wilde gerieven, dat evengoed onderweg of van den beganen grond (de plano) doen. Te Rome stonden vaste tribunalia op het forum, eerst één, later meer, toen er onder verschillende praetoren verschillende zaken tegelijk konden worden behandeld. Deze tribunalia stonden in de open lucht, deiudiceszaten opsubselliaop den vlakken grond. Toen men echter de rechtszaken naar debasilicaeoverbracht, maakte men eene ruimere verhevendheid aan het einde der zaal, waarop de rechters zaten; misschien echter zat de praetor dan toch nog iets hooger.Tribūni aerariiofCuratores tribuum. Aan het hoofd van elke tribus stonden tien in Rome wonende bestuurders, die door de censoren voor een lustrum benoemd werden. Zij hadden elk eene lijst van de tot hunne tribus behoorende burgers, van welke lijst een tweede exemplaar in hetaerariumberustte. Tot ± 250 inden zij hettributum(z. a.), en betaalden de soldij uit (vandaar hun naam, vanaesafgeleid); na dien tijd kwam die functie aan de quaestoren. Ook indien zij hetaes equestreen hetaes hordearium, dat door deorbi et orbae(z. a.) werd opgebracht. Door delex Aurelia iudiciariavan 70 kregen zij met senatoren en ridders aandeel aan de iudicia.Tribūni militum.Aan het hoofd van elk legioen stonden zes krijgstribunen. A en B kommandeerden het legioen twee maanden lang afwisselend om den anderen dag; daarna ging het bevel voor twee maanden op C en D over, dan op E en F, waarna A en B weder aan de beurt kwamen. In den bloeitijd der republiek bestond een consulair leger uit twee legioenen rom. burgers, behalve desocii. Wanneer dus de consuls hunne legers wierven, waren er 24 krijgstribunen noodig. Tien hunner moesten tien dienstjaren tellen en werdensenioresgenoemd; de 14 andere moesten vijf dienstjaren hebben en werdeniunioresgeheeten. Het eerste en het derde legioen telden elk 2 seniores en 4 iuniores, het tweede en het vierde elk 3 seniores en 3 iuniores. Eerst kozen de veldheeren zelven hunne tribunen, doch in 366 vindt men voor het eerst 6 van de 24 door het volk gekozen, en in 311 bepaalde de lex Atilia Marcia (z. a.), dat erseni deni, dus 16 van de 24 door het volk moesten gekozen worden. Nog vóór den 2denPunischen oorlog werd dit getal op 24 gebracht. In 171, bij het uitbreken van den oorlog met Perseus, liet het volk de keus geheel aan de consuls over, en dit kan wel meer gebeurd zijn. De door de consuls gekozen heettenrufuli, de anderea populo. De tribunen waren belast met de werving, waartoe de dienstplichtigen tribusgewijze werden opgeroepen; het lot bepaalde, welke tribus het eerst aan de beurt kwam. De dienstplichtigen werden vier aan vier opgeroepen. Uit het eerste viertal hadden de tribunen van het eerste legioen de eerste keus, uit het tweede die van het tweede legioen, enz. De hervormingen van Marius gaven een geheel anderen loop aan de zaken, daar van dien tijd af uit de proletariërs vrijwilligers in massa toestroomden. De Grieken vertalen tribunus militum doorχιλίαρχος.Tribūni militum consulari potestate.Toen in 449 de eenelex Canulēia(z. a.) doorging, werd het andere wetsvoorstel, dat n.l. één der consuls uit de plebs zou mogen gekozen worden, terzijde geschoven door bij wijze van proefneming het consulaat te schorsen. Daar het krijgstribunaat zoowel voor plebejers als voor patriciërs toegankelijk was, besloot men zulke tribunen te kiezen, die dan met consulaire macht zouden worden bekleed. Voor het jaar 444 werden er nu 3 gekozen, allen patriciërs, die evenwel, als zijndevitio creati, hun ambt moesten nederleggen. Toen liet de senaat weder consuls kiezen, evenals de volgende vijf jaren. Dit geheele verhaal is verzonnen; vast staat alleen, dat in 438 de eerste 3 consulairtribunen in deFasti consulares(z. a.) voorkomen. De vele oorlogen en de uitbreiding van den staat maakten waarschijnlijk nu en dan een vergrooting van het aantal ambtenaren noodig. Van 437 tot 435 vindt men consuls, van 434 tot 432 tribunen en zoo gaat het afwisselend voort, totdat er van 391 tot 367 (het jaar derlex Licinia Sextia de consulatu, z. a.) geen consuls meer gekozen werden. Van 426 af vindt men 4 consulairtribunen, van 405 af 6, in 381–379 telkens 8, dan weder 6 en een enkele maal 5. Vóór 400 werd geen enkele plebejer gekozen, en uit enkel plebejers hebben de consulairtribunen nooit bestaan. Met de aanneming der licinisch-sextische wet verviel de reden van hun bestaan. De consulairtribunen hadden den werkkring der consuls, doch voor het houden van den census werd in 445 een afzonderlijk ambt, de censuur, ingesteld.Tribūni plebis,δήμαρχοι, volgens de overlevering in 494 na desecessio plebisalsauxiliumvoor de plebs ingesteld,sacrosanctien alleen uit de plebs verkiesbaar. Waarschijnlijk zijn voor het eerst 4 tribunen gekozen in het jaar 471 (v. a. 466) volgens de lex Publilia, door de 4 stedelijke tribus. In 457, toen waarschijnlijk de landelijke bevolking vrij gemaakt werd, en er 16 (17) landelijke tribus bij kwamen, werd het getal op 10 gebracht. Liep de verkiezing niet in één dag af, dan vulden de gekozenen hun getal door coöptatie verder aan, totdat delex Trebonia(z. a.) dit verbood. In den beginne hadden zij geen toegang tot den senaat, totdat delex Atinia, van ± 102, hen in den senaat opnam. Op hunne onschendbaarheid steunende, ontzagen de volkstribunen zich dikwijls niet, geweldige maatregelen te nemen wanneer dearistocratievan geen toegeven wilde weten. Er zijn voorbeelden, dat zij volksvergaderingen en verkiezingen beletten, dat zij de lichting van troepen verhinderden, enz., maar ook dat zij na afloop van hun ambtsjaar door de plebs zelve tot geldboete veroordeeld werden. De tribuni plebis vervolgden vergrijpen tegen hun persoon of tegen de plebs. Daar zij aan de provocatie onderworpen waren, werden, sedert deleges XII tabularum, bij een halszaak voor hen door tusschenkomst van eenmagistratus cum imperiodecomitia centuriatabijeengeroepen. Vóór dien tijd brachten zij, volgens de overlevering, halszaken voor hetconcilium plebis. Sedert delex Hortensia(287) werden de tribunen competent voor politieke misdrijven, waarvoor vroegerII viri perduellionisbenoemd werden. Auspiciën hadden zij in den beginne niet, later echter kregen zij hetius de caelo servandi, maar werden daarmede ook onderworpen aanobnuntiatio(zieservare de caelo). De hulp van een volkstribuun inroepen, heettetribunum appellare; hunne woningen moesten daarvoor dag en nacht openstaan en zij zelven mochten geen etmaal buiten Rome doorbrengen, evenwel vindt men eene enkele keer volkstribunen in een rom. leger. Terwijl uit hetius auxiliizich deintercessioof ongeroepen tusschenkomst ontwikkeld had, ontnam Sulla door zijnelex Cornelia tribunicia(z. a.) hun de bevoegdheid tot intercessie alsmede het recht om wetten zonder voorafgaande goedkeuring van den senaat voor te stellen, terwijl volgens die wet het bekleeden van het volkstribunaat iemand voor goed van alle verdere ambten uitsloot. Deze laatste bepaling werd reeds in 75 door delex Aurelia tribuniciaopgeheven, terwijl Pompeius, die de volkstribunen tot bereiking zijner oogmerken noodig had, hun in 70 door zijnelex Pompeiahetius legum ferendarumteruggaf. Detribuni plebisaanvaardden hun ambt op den 10denDecember.—Van de keizers gaf reeds Augustus het voorbeeld, dat hij zich met detribunicia potestasliet bekleeden. Het volkstribunaat overleefde zich zelf en bestond nog na Constantijn den Gr., natuurlijk zonder macht tegenover den keizer. De volkstribunen hadden geene insignia; hunne boden heettenviatores.Tribūni vigilum.Over elke der zeven door Augustus ingesteldecohortes vigilum(nachtwacht en brandweer) stond een tribunus, over alle zeven een praefectus.Tribūnus celerum, bevelhebber van het rom. ruiterkorps (zieceleres), waarvan de instelling op naam van Romulus is geboekt.Tribus.Evenalsφυλήbij de Atheners, heeft ooktribusbij de Rom. eene dubbele beteekenis. Vooreerst wordt het woord gebezigd van de drie stamtribus, waaruit de rom. staat schijnt ontstaan te zijn:TitiesofTitienses(deze worden altijd voorop genoemd),RamnesofRamnenses, LuceresofLucerenses. Zie echterTities. Na de indeeling van het rom. gebied door Servius Tullius intribusenregiōneskrijgt het woord eene plaatselijke beteekenis. De namen der viertribus urbānae(binnen Rome’s muren) waren:Suburāna,Esquilīna, Collīna, Palatīna. De namen derregiones, bij analogietribus rusticaegeheeten, die volgens de overlevering in 505 bestonden, zijn:Aemilia, Camilia, Cornelia, Fabia,Galeria, Horatia, Lemonia, Menenia, Papiria,Pollia, Pupinia, Romilia, Sergia, Veturia,Voltinia. Het aantal regiones, 26 onder Servius Tullius, was dus verminderd, men kan aannemen door afstand van grondgebied aan Porsēna. Uit de overeenkomst van verschillende namen metnomina gentiliciamag men ook tot samenhang besluiten; zoo zal b.v. in de tribus Aemilia het grondbezit der gens Aemilia hebben gelegen. Allengs kwamen er weder nieuwe tribus bij: in 504 als 20ste detribus Claudia, sabijnsch, ten N. van den Anio,—in 495 als 21ste detr. Crustumīna, de eerste die een plaatselijken naam droeg naar de oude latijnsche stad Crustumerium,—in 387 in Zuid-Etruria de vier tr.Stellatīnaom Falerii,Tromentīna, Sabatīnaom Sabate enArnensisaan het riviertje Aro, dat uit het meer Sabate stroomt en bij Fregenae in zee uitmondt (dit zijn de eerstetribus, waarvan de stichting historisch vaststaat),—in 358 in het volscische landPomptīnarondom Antium enPublilia(Poplilia),—in 332 in Noord-LatiumMaeciaenScaptia,—in 318Falerna(in den ager Falernus in Campania) enUfentīnaaan den Ufens in Latium,—in 299Aniensis, rondom Tibur en Praeneste, enTerentīna, ook in het aequisch gebied, in 241Velīnain het sabijnsche land om Reāte, en als 35steQuirīnaom Cures, v. s. echter zonder afgebakende grens, als algemeene tribus met het oog op latere inlijvingen. Bij deze 35 is het gebleven. Toen na den marsischen oorlog Italia het burgerrecht kreeg, werden de nieuwe burgers oorspronkelijk bij 8 der bestaande tribus ingedeeld. Zoo behoorden de steden Hadria, Neapolis en Brundisium tot de tribus Maecia, die haren naam droeg naar het vlek Maecium bij Lanuvium. Reeds in 87 (z.Corneliae legesvan L. Cornelius Cinna) werden echter de nieuwe burgers over alletribusverdeeld. De tribus rusticae stonden meer in eere dan de urbanae; vrijgelatenen werden dan ook gewoonlijk alleen in de laatste ingeschreven. Om stemrecht te hebben moest men in eene tribus ingeschreven zijn(zieaerarii), ook om eenetessera frumentariate bekomen (zieannōna).Tribūtum, 1) de belasting, volgens het belastbaar vermogen (ex censu) door rom. burgers te betalen, wanneer de staat geld noodig had, b.v. tot het voeren van een oorlog, en die teruggegeven werd, wanneer de middelen daartoe aanwezig waren, b.v. uit de oorlogsschatting van overwonnen vijanden. Deze belasting werd oorspronkelijk slechts geheven vanres mancipi(z. a.),totdatAppius Claudius (Claudiino. 5) als censor het geheele vermogen tot grondslag voor de belasting aannam. Het tributum simplex was 1 per mille, duplex 2 p. m.; het hoogst bekende is triplex. Sedert de verovering van Macedonia in 167 werd hettributumtijdens de republiek niet meer uitgeschreven; slechts éénmaal komt het vóór, tijdens het consulaat van Hirtius en Pausa, in 43. Een paar malen wordt er, in tijden van grooten nood, van eentributum temerariumgesproken, waarbij ieder inbrengt, wat hij te missen heeft.—2)de directe belasting in de provinciën Asia (van delex Semproniatot Caesar) en Sicilia, een soort grondbelasting,tributum soliofagri. Ook hetstipendiumder andere provincies wordt wel eenstributumgenoemd.Tricarānum,Τρικάρανον, drietoppige berg met kasteel op de grenzen van Argolis en Phliasia, een twistappel tusschen beide staten.Tricasses, volk in Gallia Transalpīna aan de Sequana (Seine) en den Matrona (Marne) met de stad Augustobona (Troyes).Tricastīni, volk in Gallia Narbonensis aan den Isara (Isère). Stad: Augusta Tricastinorum.Tricca,Τρίκκα, stadje in het thessalische gewest Hestiaeōtis, met een zeer beroemden tempel van Asclepius, aan den voet van den Pindus. Thans Trikkala.Trichonium,Τριχώνιον, vlek in Aetolia ten Z. van het meer Trichōnis,Τριχωνὶς λίμνη.Tricesima, zieCastra.Tricipitīnus, familien. in degens Lucretia(Lucretiino. 1–3).Triclinium.Triclinium, eene tafel om te eten, met drie aanligsofa’s, ook wel het eetvertrek zelf. Op elke sofa behoorden, althans wanneer men gasten had, niet meer dan drie personen aan te liggen. De dischgenooten lagen met den linkerarm op kussens gesteund. De drie sofa’s oflectiwerdensummus, mediusenimusgeheeten, terwijl men ook op iederenlectuseenlocussummus, mediusenimusonderscheidde. Aan de linkerzijde (het boveneind) van elkenlectuswas somtijds eene leuning om dáár het afschuiven der kussens te voorkomen. De eereplaats was het benedeneinde (locus imus) van denlectus medius, deze plaats werd ooklocus consularisgeheeten. Op de beide anderelectiwas delocus summusde eerste plaats. De plaats van den gastheer was delocus summusop denlectus imus, in de onmiddellijke nabijheid van den voornaamsten gast. De cijfers op nevenstaande teekening wijzen de volgorde der plaatsen aan; tevens is de plaatsing der gasten bij den maaltijd van Nasidiēnus aangegeven (Hor. Sat. II 8), waarbij Nomentānus op verzoek van den gastheer diens plaats heeft ingenomen. Of delectinu evenwel juist zoo geplaatst waren, is eene andere vraag, daar de dischgenooten in de schuinte aanlagen. Te Pompeii heeft men afbeeldingen en gemetselde onderstellen gevonden, waardoor de volgende plaatsing aangewezen wordt. Het in gebruik komen van ronde tafels voerde tot den doorloopendenlectus, in den vorm van een hoefijzer,sigmageheeten (z. a.).Triclinium.Tricorii, volksstam in Gallia Narbonensis aan den voet der Alpen.Tricostus, familienaam in degens Verginia(Verginiino. 1–4).Tridentum, tgw. Trente, aan den Athesis (Adige, Etsch), oorspronkelijk een raetische stad, kwam later aan de keltische Cenomāni. De bevolking is raetisch gebleven. In 24 werd het door de Romeinen bezet. De bewoners der omstreken heeten Tridentīni.Triens, als munt en als gewicht = 4 unciae = ⅓ as.Trierarchia,τριηραρχία, de kostbaarste van alle liturgieën, was de verplichting om een door den staat aangewezen oorlogsschip van tuig te voorzien, een jaar lang te onderhouden en de bemanning te werven. De triërarch voerde gewoonlijk het bevel over het door hem uitgeruste schip en moest ook zorgen voor de uitbetaling der soldij en de verdeeling der levensmiddelen, die door den staat verstrekt werden. De kosten beliepen soms een talent. Zie verderσυμμορίαι.Trietēris,τριετηρίς, de helft eener pentaëtēris, het vierde deel eener ennaëtēris.Trifanum, vlek in de buurt van Sinuessa, waar in 340 de tegen Rome verbonden Latijnen door den consul T. Manlius Torquātus Imperiōsus (Manliino. 10) verslagen werden.Trifolīnus ager, vruchtbare landstreek in Campania, rijk aan wijn.Triginta tyranni.—1)De 30 tyrannen te Athene, zieτριάκοντα.—2)Naar het voorbeeld van Trebellius Pollio worden de verschillende pretendenten naar de rom. keizerskroon, die onder en na het bewind van den zwakken Galliēnus allerwege opdoken, ook met den naam van 30 tyrannen bestempeld. Trebellius Pollio heeft er 32 opgenoemd, waaronder twee vrouwen, Zenobia en Victoria. Verschillende echter kunnen niet eens keizers genoemd worden.Trilogia,τριλογία, z.tetralogia.Trimerus, Trimetus, het grootste derDiomedēae insulae, z. a.Trinacria, Trinacris,Τρινακρία, Τρινακρίς=Sicilia.Trinobantes, volksstam in Britannia, ten N. van den Theemsmond, die zich vrijwillig aan Caesar onderwierp. Hoofdstad: Camalodūnum (Colchester).TrinundinumofTrinum nundinum, een termijn van drienundinaof weken van 8 dagen, dus 24 dagen (v. a. een tijd, waarin drienundinae(marktdagen) vallen, dus van 17–23 dagen), die voor het samenroepen dercomitiamoest in acht genomen worden. Werd de vergadering bijeengeroepen om te stemmen over een wetsvoorstel, dan werd dit wetsvoorstel tegelijkertijd bekend gemaakt (promulgatio rogationis). ZieCaecilia Didia(lex).Τριώβολον, z.δικαστικόν.Triocala,Τριόκαλα, sterke bergvesting in W. Sicilia aan de rivier de Triocala, die ten W. van Heraclēa Minōa in zee valt.Triōnes(Septem), ookSeptentrio, eig. de zeven ploegossen, z.Arctus.Triopas,Τριόπας, Τρίοψ, koning van Thessalië, die naar Carië verhuisde en daar Cnidus stichtte. Hij liet een heilig woud van Demēter omhakken om op de plaats een paleis te bouwen. Tot straf werd hij door een slang gedood en met de slang als Ophiūchus (z. a.) onder de sterren geplaatst. Hij was de vader van Erysichthon no. 2.Triopium,Τριόπιον, kaap in Caria op de Chersonēsus Cnidia; hier werden wedstrijden gehouden ter eere van Apollo Triopius. ZieCnidus.Triphylia,Τριφυλία, Z. gedeelte van Elis (z. a.).Tripolis,Τρίπολις, 1) stadje in Asia aan den Maeander, op de grenzen van Phrygia, Lydia en Caria.—2)stad aan de kust van Pontus aan een gelijknamig riviertje, tusschen Polemonium en Trapezus.—3)stad op de phoenicische kust, gesticht door de drie steden Sidon, Tyrus en Aradus, en eigenlijk bestaande uit drie steden, wel zeer dicht bij, doch niet onmiddellijk aan elkander en elk met haar eigen muren.—4)thessalisch distrikt met de steden Azōrus, Pythium en Doliche, in het N. van Perrhaebia.—5)arcadisch distrikt met de steden Callia, Dipoena en Nonācris, in het midden van Arcadia.—6)laconisch distrikt aan de arcadische grenzen.—7)kust van Libya (Afrika) tusschen de beide Syrten, met de steden Leptis, Oea en Sabathra.Triptolemus,Τριπτόλεμος, zoon van Celeüs en Metanīra, uitvinder van den ploeg. Uit dankbaarheid voor de goede ontvangst, die zij bij Celeüs genoten had, gaf Demēter, nadat hare plannen met Demophon (z. a. no. 1) mislukt waren, aan Tr. een met draken bespannen wagen en een aantal graankorrels, met opdracht de kennis van den landbouw over de geheele aarde te verbreiden. In de vele gevaren, die deze tocht opleverde (z.Carnabon, Lyncus), genoot hij de bescherming der godin, en toen hij na zijne terugkomst door zijn vader met den dood bedreigd werd, dwong zij dezen van de regeering afstand te doen. Tr. volgde hem op en stelde de Thesmophoria in. Hij had op verscheiden plaatsen altaren en te Eleusis een tempel.—Soms wordt van hem hetzelfde verhaald als van Demophon, of wordt hij een zoon van zekeren Eleusis genoemd.Tripudium, 1) een godsdienstige wapendans, zooals o. a. de Salii uitvoerden, hetzij met herhaald driemaal stampen of door telkens drie passen voorwaarts en dan weder één of twee achteruit te doen.—2)zieauguriano. 3.Triquetra(=driehoekigsc. insula) =Sicilia.Tritaea,Τρίταια, eene der 12 achaeïsche bondssteden, aan de arcadische grenzen aan den voet van den Erymanthus.Tritea,Τρίτεια, Τριτέαι, stad in Phocis aan de locrische grenzen, ten N. van den Cephīsus.Trito,Τριτώ, Τριτογένεια, bijnaam van Athēna, naar hare geboorteplaats bij het meerTritōnis in Libye of bij de rivier Triton in Boeotië.Triton,Τρίτων, zoon van Poseidon en Amphitrīte of Salacia, die met zijn vader en moeder in een gouden paleis op den bodem der zee woont. In latere verhalen wordt meestal gesproken van een groot aantal Tritons, wezens van monsterachtig voorkomen, met een lichaam dat in een grooten staart uitloopt, groen haar, breeden mond met groote tanden, schubben en kieuwen, enz. Gewoonlijk hebben zij een groote schelp in de handen, die zij als trompet gebruiken (T. canōrus); en door welker geluid zij op bevel van Poseidon de onstuimige golven tot bedaren brengen.Tritonia=Trito.Tritōnis, een van de zoutzeeën in Libye, in de nabijheid van de kleine Syrte.Τριτοπάτορες, drie zeer oude daemonen, die in Attica vereerd werden. Zij worden zonen van Zeus en Persephone genoemd, hunne namen worden zeer verschillend opgegeven. Soms heeten zij de eerste schepselen, soms goden van den wind of goden van het huwelijk en den kinderzegen.Τριττύς, het derde gedeelte eener attische phyle, vóór Clisthenes, naar het schijnt, hetzelfde alsφρατρία. Clisthenes verdeelde het grondgebied van Athene in 30τριττύες, 10 in en om de stad, 10 in Paralia en 10 op het land. Iedereφυλήbevatte drieτριττύες, eene van ieder tiental. Vierναυκραρίαιvormden eenτριττύς.Groepen uit den zegetocht van Titus over de Joden (boog van Titus).Groepen uit den zegetocht van Titus over de Joden (boog van Titus).Triumphus,θρίαμβος. De hoogste eer voor een overwinnend veldheer was, een zegetocht binnen Rome te mogen houden. Daar hij, op straffe van zijne aanspraken als imperātor (z. a.) te verliezen, niet binnen de stad mocht komen, verleende de senaat hem gehoor buiten het pomerium, meest in den tempel van Bellōna. Werd het verzoek toegestaan, zoo had de zegetocht ongeveer op deze wijze plaats. Voorop ging eene afdeeling cornicines, daarop volgden priesters en offerknechten met offerdieren met vergulde horens en omkranst, hierachter volgden wagens, lastdieren en dragers met behaalden buit, goud, zilver, kostbaarheden, standbeelden, met borden, waarop de namen der veroverde plaatsen, de gewonnen veldslagen, het getal der gedoode vijanden vermeld waren. Hierna kwamen degevangenen geboeid, gevangen vorsten met hunne familie in hun volle praal met de kroon op het hoofd en met gouden ketenen gekluisterd, dan de lictoren met omlauwerdefasces, en achter hen de veldheer op zijn zegewagen. Een beeld der overwinning, dat achter op zijn zegewagen stond, hield een gouden krans boven ’s veldheer’s hoofd. Naast den wagen gingen zijne bloedverwanten en achter den wagen de staf- en hoofdofficieren, terwijl de troepen den trein sloten. Tot de bijzonderheden behoort nog, dat op den zegewagen ook een slaaf stond, die den triumphātor gedurig toesprak: Bedenk dat gij een mensch zijt. De stoet trok de stad door en langs de sacra via den weg op naar het Capitool. Op het forum splitste zich de stoet, de gevangenen werden weggevoerd, het leger ging uiteen, de veldheer bracht in den capitolijnschen tempel een plechtig offer aan Jupiter. Op het feestmaal, dat den dag besloot, waren ook de consuls genoodigd, doch dezen verschenen nooit, omdat de etikette dan zou gevorderd hebben, dat zij, daar hun imperium het hoogste was, als hoofdpersonen de eereplaats innamen.—Eeneovatiois eene kleine zegepraal, z. a.Triumviri, zietresviri.Trivia, bijnaam van Hecate of Diāna, als godin der driesprongen.Trivīcum, een vlek in Z.-Samnium in het land der Hirpīni, aan de via Appia nova.Troas,Τρωάς, het land van Troje, het N.W. deel van Mysia, aan den Hellespont. Het land was golvend, doorsneden door de uitloopers van het Idagebergte en door de riviertjes Satnioïs, Rhodius, Simoïs, Scamander, Thymbrius. Vóór de kust lag het eiland Tenedos.Trocmi, een der drie gallische stammen in Galatia en wel in het O., hoofdstad Tavia.Troesmis,Τροισμίς, vesting aan den Donau in Moesia Inferior, tgw. Iglitza.Troezen,Τροιζήν, stad in het Z.O. van Argolis, met eene havenstad Pogon tegenover het eiland Calauria. Oorspronkelijk was de stad waarschijnlijk ionisch, later dorisch. Theseus was hier geboren en opgevoed.Trogilium,Τρωγίλιον, uiterste punt van het voorgebergte Mycale tegenover Samus. Ook een eilandje, dat daarvoor ligt.Trogilus,Τρώγιλος, baai en haven ten N. van Syracuse.Troglodytae, Trogodytae,Τρωγλοδύται, “holbewoners”, zooals men in verschillende streken der aarde aantrof, in den Caucasus, in Lybia en elders. In het bijzonder komen onder dezen naam bewoners der aethiopisch-aegyptische kust aan de Arabische golf voor.Trogus(Pompēius), uit een gallisch geslacht, dat door Cn. Pompeius Magnus het rom. burgerrecht had verkregen, leefde ten tijde van Augustus en schreef een uitgebreid geschiedkundig werk, waarvan later Justīnus (z. a.) onder den titelHistoriae Philippicaeeen uittreksel vervaardigde. Ook moet Trogus over natuur- en dierkunde hebben geschreven.Troia,Τροίη, -α, ofIlium, hoofdstad van Troas, door de Grieken tien jaar lang belegerd en eindelijk door list genomen en verwoest (1184). De stad lag in de vlakte tusschen de stroompjes Simoïs en Scamander. Op den burchtPergamum(ook-musen-ma) vond men tempels van Pallas Athēna en Apollo en andere heiligdommen. Slechts ééne poort is bij name bekend, de Scaeïsche,πύλαιΣκαιαί= linkerpoort. Later is door Aeoliërs een nieuw Troje,novum Ilium,νέον Ἴλιον, gebouwd. Schliemann en Dörpfeld hebben bij Hissarlik sporen van het oude Troje teruggevonden: van de vele nederzettingen, die opgegraven zijn, is de zesde van onderen, het homerische Troia, de belangrijkste. De muren, die nog gedeeltelijk over zijn, stemmen overeen met die van Tiryns en Mycēnae; men vindt er 3 torens, 3 poorten en een uitvalpoortje.—2)stad in het kustland van Epīrus tegenover Corcȳra, door Helenus gesticht.—3)stad in het land der Veneti, ten N. der Adriatische zee, gesticht door Antēnor.Troiae(ludusofludicrum), z.Ludus Troiae.Troilus,Τρωίλος, zoon van Priamus of Apollo en Hecabe, uitmuntende door dapperheid, werd door Achilles gedood.Trojaansche oorlog, de oorlog, door de Grieken tegen Troje gevoerd om de schaking van Helena door Paris (z. a.) te wreken. Hetzij uit zucht naar roem, hetzij gebonden door een eed (z.Helena), namen de meeste grieksche vorsten aan den krijgstocht deel en brachten zij een leger op de been van 100.000 man, dat in 1186 schepen naar Azië overgebracht werd. Als opperbevelhebber werd Agamemnon verkozen, nevens hem onderscheidden zich Menelāus, de beide Aiaxen, Diomēdes, Nestor, Odysseus, maar vooral Achilles, aan de zijde der Trojanen en hun bondgenooten boven allen Hector, verder Aenēas, Sarpēdon e. a. Daar telkens groote afdeelingen van het leger op plundertochten uitgezonden moesten worden, om in de behoefte aan levensmiddelen te voorzien, vorderde men met het beleg slechts weinig. In het 10dejaar scheen de overgave der stad nog even ver verwijderd als bij de aankomst der Grieken, zelfs scheen zich de krijgskans ten gunste van de Trojanen te wenden, toen Achilles, door Agamemnon beleedigd (z.Brisēis) zich een tijd lang aan den strijd onttrok. Maar toen hij, om den dood van Patroclus te wreken, zich weder onder de strijders mengde, viel Hector reeds denzelfden dag onder zijne handen, en hoewel hijzelf ook kort daarna sneuvelde, was nu het lot der belegerde stad beslist. Eerst werden ingevolge orakelspreuken Neoptolemus en Philoctētes naar het oorlogstooneel gehaald en het Palladium geroofd, en toen ook nu nog geweld niets vermocht, nam men list te baat. Het grieksche leger trok in schijn af, maar liet een groot houten paard, door Epēus vervaardigd, achter, waarin zich Odysseus met een aantal strijders verborgen hielden. Door zekeren Sinon (z. a.) lieten de Trojanen zich, hoewel tegen den raad van velen hunner, overredenhet houten paard binnen de muren te halen, des nachts kwamen de Grieken uit het paard te voorschijn en openden de poorten voor het inmiddels teruggekeerde leger, waarop de stad verwoest en de meeste inwoners gedood werden.—De trojaansche oorlog en de lotgevallen der grieksche helden op hun terugtocht naar het vaderland hebben aan Homerus en de cyclici rijke stof voor hunne gedichten geleverd, en zijn daardoor de meest algemeen bekende gebeurtenissen uit het grieksche heldentijdperk geworden.
Traiāna(via), een nieuwe weg, door Traianus in 109 n. C. aangelegd, van Beneventum over Aequum Tuticum, Aecae en Canusium naar Brundisium.
Traianopolis,Τραϊανόπολις, 1) latere naam voor Doriscus, in Thracia aan den mond van den Hebrus gelegen.—2)latere naam voor Selīnus, zeestad in het W. van Cilicia.
Traiānus(M. Ulpius), rom. keizer 98–117 na C., was in 53 na C. te Italica in Hispania geboren. In den parthischen oorlog diende hij onder zijn vader (zieUlpiino. 1), in 91 werd hij consul en vervolgens werd hij door Nerva (einde 96 of begin 97) totlegatusvan Germania Superior benoemd. Kort daarop (herfst v. 97) nam Nerva hem tot zoon en troonsopvolger aan. Toen Nerva stierf (Jan. 98), was Traianus in Germania; hij bleef daar tot 99, en kwam toen naar Rome. Ofschoon in het leger opgegroeid, was Traianus een uitstekend vorst. In 101 trok hij te velde tegen de Daciërs, die hij in 102 tot vrede dwong; koning Decebalus schond echter zijn woord, zoodat in 105 de strijd opnieuw ontbrandde, om in 107 met de onderwerping van Dacia en den zelfmoord van Decebalus te eindigen. Deze oorlog werd vereeuwigd door het beeldwerk aan decolumna Traiani(z. a.) te Rome. In 114 trok Trai. te velde tegen de Parthen, veroverde Armenia en Mesopotamia in 115 en 116, nam de stad Ctesiphon in en zakte met een vloot den Tigris af tot aan den mond. Ziekte noopte hem tot den terugtocht; hij droeg het opperbevel over aan den landvoogd van Syria, Hadriānus (z. a.) en overleed in 117 in Cilicia, te Selīnus, welke stad ter gedachtenis hieraan den naam ontving van Traianopolis. Behalve veldheer, was Trai. ook een voortreffelijk regent. Aan alles wijdde hij zijn aandacht, de briefwisseling met Plinius minor, stadhouder van Bithynia, levert er bewijzen van. Alom liet hij wegen, kanalen, havens, waterleidingen aanleggen. Ook aan de opvoeding van arme knapen liet hij zich gelegen liggen. Hij ondersteunde kunstenaars en geleerden en beschreef zelf den dacischen oorlog. Te Rome legde hij het prachtigeforum Traianiaan met debasilica Ulpia. Bij het volk was hij zeer bemind, zoodat het hem den eernaamoptimusgaf. Later werd het wel als welkomstgroet bij de intrede van een nieuwe keizer gebezigd: “Wees nog gelukkiger dan Augustus en nog beter dan Traianus!”
Traiectum, later met de bijvoegingad Rhenum, stad der Batavieren, thans Utrecht.
Trais,Τράεις, kustrivier in het land der Brutii, waaraan in ± 440 Sybaris nova gesticht werd.
Tralles, Tralli, volksstam in Illyria.
Tralles,Τράλλεις, vroeger Anthēa,Ἄνθεια, geheeten, bloeiende koopstad in het N. van Caria, op eene hoogte aan den voet van den Messōgis ten N. van den Maeander gelegen, met een nog hooger gelegen burcht. Het riviertje Thebais stroomde er door, de Eudon er langs. In den tempel der Nice of Victoria stond een standbeeld van IuliusCaesar. Onder de regeering van Augustus en Tiberius werd Tralles bij herhaling door aardbevingen geteisterd.
Transvectio equitum, plechtige optocht der romeinsche equites in feestgewaad (detrabea) van den tempel van Mars of Honos naar den Castortempel en daarna naar het Capitool, op 15 Juli. Hieraan namen alleen deequites equo publicodeel. In den keizertijd had detransvectiosteeds met veel luister plaats.
Τραπεζίτης, z.argentarius.
Trapezus, gen.-untis,Τραπεζοῦς, 1) stad in het Z. van Arcadia aan den Alphēus.—2)stad aan den Pontus Euxinus (Zwarte zee) in het O. van Pontus, thans Trebisonde, kolonie van Sinōpe. Door de Rom., waarschijnlijk door Pompeius, tot een vrije stad verklaard, door Traiānus en Hadriānus begunstigd, bereikte het een hoogen bloei.
Trasimen(n)usofTrasumen(n)us lacus, thans meer van Perugia, in het O. van Etruria, tusschen de steden Cortōna, Clusium en Perusia. In de engte tusschen dit meer en de cortonensische bergen sneuvelde de consul C. Flaminius in 217 tegen Hannibal.
Traulantii, volksstam in Illyria, ten O. van Dyrrachium en Apollonia.
Trausi,Τραῦσοι, thracisch volk in het O. gedeelte van het Rhodopegebergte.
Treba, stadje in Latium in het oude gebied der Aequi nabij de grenzen der Marsi.
Trebatius Testa(C.), jurist en schrijver van rechtsgeleerde werken ten tijde van Augustus, bij wien hij in hooge achting stond. Als jongmensch reeds had hij zich mogen verheugen in de welwillendheid van Cicero en de gunst van Caesar. Later behoorde hij ook onder de vrienden van Horatius.
Trebellii. 1)L. Trebellius, volkstribuun, verzette zich in 67 vruchteloos tegen de lex Gabinia.—2)L. Trebellius, volkstribuun in 47, bestreed aanhoudend de voorstellen van zijn ambtgenoot P. Cornelius Dolabella, en werd later tot aediel verkozen door de hulp der optimaten, die Caesar wegens zijne bescherming van Dolabella wilde ergeren. Na Caesars dood ging hij tot Antonius over.—3)M. Trebellius, streed in 36 na C. tamelijk voorspoedig in Azië.—4)L. Trebellius Maximus, onder Nero consul, later stadhouder van Britannia, maakte zich door zijne hebzucht zóó gehaat, dat hij de vlucht moest nemen.—5)Trebellius Pollio, een van de schrijvers derhistoriae Augustae, levensbeschrijver van de beide Valeriāni, de beide Galliēni, de 30 tyrannen, Claudius II. Hij leefde onder Diocletiānus en Constantius Chlorus.
Trebia,Τρεβίας, zuidelijke bijrivier van den Padus (Po), waarmede hij zich bij Placentia vereenigt. Aan deze rivier behaalde Hannibal in 218 de overwinning op den rom. consul Tib. Sempronius Longus.
Trebiānus, vriend van Cicero en aanhanger van Pompeius, in 45 door Caesar weder in genade aangenomen.
Trebonia(lex) van den volkstribuunL.Trebonius in 448, tot afschaffing der coöptatie, die er plaats had, wanneer de verkiezing van volkstribunen niet in één dag afliep. Bij de coöptatie n.l. kwamen wel eens misbruiken voor, daar de patriciërs gemakkelijker op de coöpteerendetribunidan op deplebskonden inwerken.
Trebonia(lex) van den volkstribuun C. Trebonius in 55, om aan de beide consuls van dat jaar een stadhouderschap voor den tijd van vijf jaar op te dragen, en wel aan Pompeius over Hispania en aan Crassus over Syria. Tevens werd door diezelfde wet Caesars bewind in Gallia voor vijf jaar verlengd.
Trebonius(C.), in 55 volkstribuun, was de voorsteller derlex Trebonia(z. a.), in 54 was hij legaat van Caesar in Gallia, waar hij tot 49 bleef. In 48 was hij praetor en in 47 werd hij als propraetor naar Baetica gezonden, doch door de Pompejanen verdreven. In 45 werd hijconsul suffectus, terwijl Asia hem als provincie werd toegewezen. In 44 was hij heimelijk tot de saamgezworenen tegen Caesar toegetreden. Naar Azië vertrokken, ondersteunde hij Cassius, doch werd in 43 door Dolabella te Smyrna in zijn bed vermoord. Hij was zeer met Cicero bevriend.
Trebula, naam van drie steden, 1) in Campania op de grens van Samnium, ten O. van Cales.—2)Mutusca(Mutuesca) bijgenaamd, in het sabijnsche land aan de via Salaria ten Z. van Reāte.—3)Suffēnasbijgenaamd, ook bij de Sabijnen, onzeker waar.
Tremellii.1)Cn. Tremellius Flaccusbracht in 204 het beeld derMagna Materuit Pessinus in Galatia naar Italië over.—2)Cn. Trem. Scrofa, vriend van Cicero, Atticus en Terentius Varro Reatīnus, schreef over landbouw.
Treres,Τρῆρες, thracisch volk aan den berg Scomius, later verdwenen.
Trerus, rivier in Latium in het land der Hernici, stroomt bij Fregellae in den Liris uit; tgw. Tolero of Sacco. Misschien is de naamTolerusjuister.
TresviriofTriumviri, commissiën van drie leden, tot de magistratus minores behoorende (met uitzondering van no. 4 en no. 8). Meerendeels waren het commissiën van tijdelijken aard, wier werkkring genoegzaam blijkt uit hun titel.—1)Tr. agris dandis assignandis, wanneer er ager publicus te verdeelen viel.—2)Tr. capitālesofnocturni, sedert het jaar 289. Zij werden oorspronkelijk door denpraetor urbanusbenoemd, maar na 242, ingevolge eene lex Papiria van den volkstribuun L. Papirius in decomitia tributagekozen. Zij waren belast met het toezicht op de kerkers en met het voltrekken der strafoefeningen binnen de muren daarvan; ook oefenden zij politietoezicht uit en konden aan slaven en vreemdelingen politiestraffen opleggen, zelfs laten geeselen, hetgeen dan plaats had bij de columna Maenia (z. a.).—3)Tr. coloniae deducendae, ziecoloniaop het einde.—4)Tr. epulōnes, niet tot de magistraten behoorende, doch eenpriestercollege, zieepulones.—5)Tr. locorum publicorum persequendorum, enkele malen benoemd om te onderzoeken, wie zich wederrechtelijk stukken van het staatsdomein hadden toegeëigend.—6)Tr. mensarii, commissarissen der tijdelijke staatsbank, die door de lex Minucia in 216 na den slag bij Cannae werd opgericht, om in de oogenblikkelijke geldcrisis te voorzien. Zie ook onderQuinqueviri.—7)Tr. monetālesofIIIviri A. A. A. F. F. (aere argento auro flando feriundo), de muntmeesters, zieMonēta.—8)Tr. rei publicae constituendae, het bekende driemanschap vanOctaviānus, Antonius en Lepidus, in 43. Door eene lex Titia van den volkstribuun P. Titius kregen zij den bovengemelden titel voor den tijd van ongeveer vijf jaar (27 Nov. 43–31 Dec. 38), welke termijn in 38 met nog vijf jaar verlengd werd. Hunne macht was zoo goed als onbeperkt; o.a. ontleenden zij aan delex Titiahet recht om de magistraten te benoemen; het was eene driehoofdige dictatuur. Het driemanschap van Caesar, Pompeius en Crassus was nooit door eene wet bekrachtigd en was dus geen eigenlijk triumviraat.
Tretus,Τρητός, berg en pas, waardoor de wegen van Argos naar Cleōnae en van Mycēnae naar Nemea liepen, aldus genoemd naar de vele holen en spelonken. Hier zou de nemeïsche leeuw zich hebben opgehouden.
Treveri, -iri, machtig en dapper volk in Belgica, met de hoofdstad Augusta Trevirorum (Trier) aan de Mosella (Moezel). Zij hadden eene voortreffelijke ruiterij. Met de Rom. waren zij trouw verbonden, met de Germanen waren zij meest in oorlog. Het waren Kelten, maar zij beweerden van de Germanen af te stammen.
Τριακάς, 1) de dertigste dag na eene begrafenis, waarop de rouw ophield, werd met een offer en maaltijd gevierd.—2) oude naam voor een atheensch geslacht, hetzij omdat 30 geslachten eeneφρατρίαvormden, of v. s. omdat een geslacht gemiddeld 30 personen bevatte.—3) afdeeling der Spartaansche burgerij, waarschijnlijk gevormd uit twee tafelgezelschappen (z.συσσίτια).
Τριάκοντα. Toen Athene zich na afloop van den peloponnesischen oorlog aan Lysander had moeten overgeven, werd in eene volksvergadering door Theramenes het voorstel gedaan, 30 mannen te kiezen, die de wetten zouden herzien en in overeenstemming met de tijdsomstandigheden zouden wijzigen. Het volk, dat in den laatsten tijd de hevigste voorstanders der democratie, bijv. Cleophon, door allerlei kunstgrepen had zien uit den weg ruimen, durfde zich, nu Lysander nog met zijn leger en vloot aanwezig was, niet tegen dit voorstel verklaren, en verkoos 30 mannen van bekende oligarchische gezindheid. Hoewel met een bepaalde opdracht gekozen, schijnen de 30 nooit gepoogd te hebben zich daarvan te kwijten, maar maakten zij van de macht, die hun gegeven was, zulk een misbruik, dat de acht maanden van hunne regeering lang als de verschrikkelijkste tijd in de geschiedenis van Athene genoemd werd. In het eerst hielden zij, naar het heette, eene zuivering onder de burgerij, en lieten zij erkende sycophanten en andere dergelijke algemeen gehate personen door den raad, dien zij evenals de overheidsambten met hunne handlangers bezetten, ter dood veroordeelen, maar steunende op eene spartaansche bezetting, op spartaansch geld, en vooral op den invloed van Lysander, gingen zij weldra op dien weg verder en meenden zij zich alles te kunnen veroorloven. Slechts aan 3000 burgers (οἱ ἐν τῷ καταλόγῳ), en aan deze nog slechts in schijn, werd eenig aandeel aan de staatszaken gegund, de overige werden ontwapend, onderwijs in welsprekendheid en wijsbegeerte werd onder streng toezicht gesteld, de kostbare werven werden voor 3 talenten als afbraak verkocht, enz. Doodvonnissen, verbanningen, verbeurdverklaring van goederen waren aan de orde van den dag; in het geheel werden, naar verhaald wordt, 13–1500 personen ter dood gebracht en meer dan 5000 verbannen. En niet alleen politieke tegenstanders werden getroffen, maar om zich geld te verschaffen, ten einde de spartaansche bezetting te kunnen betalen, lieten zij velen ombrengen alleen om zich hunne bezittingen toe te eigenen; zoo besloten zij eens, onder voorwendsel dat er onderμέτοικοιeen oproerige geest heerschte, 30 (v. a. 10) van hen te dooden en hunne goederen verbeurd te verklaren. Wel verzetten zich sommige meer gematigden onder hen, vooral Theramenes, tegen deze geweldadigheden, maar de tegenpartij, onder welke Critias de voornaamste was, behield de overhand; en toen de oppositie van Theramenes gevaarlijk begon te worden, werd hij op wederrechtelijke wijze als verrader ter dood veroordeeld. Doch wat hij voorspeld had gebeurde: de ballingen vereenigden zich en onder leiding van Thrasybūlus bezette een zeventigtal van hen eerst het fort Phyle, en nadat zij de troepen van de 30, die hen trachtten te verjagen, teruggeslagen hadden, nam hun aantal met den dag toe, en weldra konden zij zich van den Piraeus meester maken. Toen zij nu ook in een slag bij Munychia, waarin o. a. Critias sneuvelde, overwinnaars gebleven waren, trokken de 30 zich naar Eleusis terug, waarvan zij zich kort te voren verzekerd hadden door de geheele weerbare bevolking met list gevangen te nemen en ter dood te laten brengen. Daar wachtten zij vooreerst den loop der gebeurtenissen af, maar toen kort daarna, in weerwil van Lysanders tusschenkomst, door toedoen van Pausanias (no.2) de democratie hersteld was, en men in de stad vernam dat zij te Eleusis een leger van huurlingen op de been trachtten te brengen, trok de geheele bevolking van Athene tegen hen te velde, en nog voor het tot een gevecht kwam, vielen de meesten van de 30 in handen hunner vijanden en werden gedood.
Triariiofpilani, zie de artikelscenturia,cohors, hastatienlegio.
Triarius(C.), legaat van L. Licinius Lucullusin den mithradatischen oorlog, behaalde eerst overwinningen op den koning, maar werd in 67 bij Zela door hem geheel verslagen.
Triballi,Τριβαλλοί, machtige thracische stam in Moesia inferior, naburen van de Treres. ZieAbdēra.
Triboc(c)i, -es, germaansch volk op den linker Rijnoever, omstreeks Argentorātum (Straatsburg).
Τρίβων, een korte mantel van grove stof, oorspronkelijk door de Spartanen gedragen, maar ook in andere staten door hen, die spartaansche zeden en kleederdracht wilden nabootsen; in latere tijden wasτρ.als een uiterlijk kenmerk van armoede en eenvoud de gewone kleeding van stoicijnen en cynici en van hen, die daarvoor wilden gehouden worden.
Tribūnal, eene verhevenheid van hout of steen, desnoods van aarde of zoden, waarop de praetor zat, wanneer hij zittinghieldom zijne ambtsbezigheden uit te oefenen. Tot hetius dicerewas het niet bepaald noodig, dat hij op zijne sella curulis op het tribunal had plaats genomen: hij kon, als hij iemand wilde gerieven, dat evengoed onderweg of van den beganen grond (de plano) doen. Te Rome stonden vaste tribunalia op het forum, eerst één, later meer, toen er onder verschillende praetoren verschillende zaken tegelijk konden worden behandeld. Deze tribunalia stonden in de open lucht, deiudiceszaten opsubselliaop den vlakken grond. Toen men echter de rechtszaken naar debasilicaeoverbracht, maakte men eene ruimere verhevendheid aan het einde der zaal, waarop de rechters zaten; misschien echter zat de praetor dan toch nog iets hooger.
Tribūni aerariiofCuratores tribuum. Aan het hoofd van elke tribus stonden tien in Rome wonende bestuurders, die door de censoren voor een lustrum benoemd werden. Zij hadden elk eene lijst van de tot hunne tribus behoorende burgers, van welke lijst een tweede exemplaar in hetaerariumberustte. Tot ± 250 inden zij hettributum(z. a.), en betaalden de soldij uit (vandaar hun naam, vanaesafgeleid); na dien tijd kwam die functie aan de quaestoren. Ook indien zij hetaes equestreen hetaes hordearium, dat door deorbi et orbae(z. a.) werd opgebracht. Door delex Aurelia iudiciariavan 70 kregen zij met senatoren en ridders aandeel aan de iudicia.
Tribūni militum.Aan het hoofd van elk legioen stonden zes krijgstribunen. A en B kommandeerden het legioen twee maanden lang afwisselend om den anderen dag; daarna ging het bevel voor twee maanden op C en D over, dan op E en F, waarna A en B weder aan de beurt kwamen. In den bloeitijd der republiek bestond een consulair leger uit twee legioenen rom. burgers, behalve desocii. Wanneer dus de consuls hunne legers wierven, waren er 24 krijgstribunen noodig. Tien hunner moesten tien dienstjaren tellen en werdensenioresgenoemd; de 14 andere moesten vijf dienstjaren hebben en werdeniunioresgeheeten. Het eerste en het derde legioen telden elk 2 seniores en 4 iuniores, het tweede en het vierde elk 3 seniores en 3 iuniores. Eerst kozen de veldheeren zelven hunne tribunen, doch in 366 vindt men voor het eerst 6 van de 24 door het volk gekozen, en in 311 bepaalde de lex Atilia Marcia (z. a.), dat erseni deni, dus 16 van de 24 door het volk moesten gekozen worden. Nog vóór den 2denPunischen oorlog werd dit getal op 24 gebracht. In 171, bij het uitbreken van den oorlog met Perseus, liet het volk de keus geheel aan de consuls over, en dit kan wel meer gebeurd zijn. De door de consuls gekozen heettenrufuli, de anderea populo. De tribunen waren belast met de werving, waartoe de dienstplichtigen tribusgewijze werden opgeroepen; het lot bepaalde, welke tribus het eerst aan de beurt kwam. De dienstplichtigen werden vier aan vier opgeroepen. Uit het eerste viertal hadden de tribunen van het eerste legioen de eerste keus, uit het tweede die van het tweede legioen, enz. De hervormingen van Marius gaven een geheel anderen loop aan de zaken, daar van dien tijd af uit de proletariërs vrijwilligers in massa toestroomden. De Grieken vertalen tribunus militum doorχιλίαρχος.
Tribūni militum consulari potestate.Toen in 449 de eenelex Canulēia(z. a.) doorging, werd het andere wetsvoorstel, dat n.l. één der consuls uit de plebs zou mogen gekozen worden, terzijde geschoven door bij wijze van proefneming het consulaat te schorsen. Daar het krijgstribunaat zoowel voor plebejers als voor patriciërs toegankelijk was, besloot men zulke tribunen te kiezen, die dan met consulaire macht zouden worden bekleed. Voor het jaar 444 werden er nu 3 gekozen, allen patriciërs, die evenwel, als zijndevitio creati, hun ambt moesten nederleggen. Toen liet de senaat weder consuls kiezen, evenals de volgende vijf jaren. Dit geheele verhaal is verzonnen; vast staat alleen, dat in 438 de eerste 3 consulairtribunen in deFasti consulares(z. a.) voorkomen. De vele oorlogen en de uitbreiding van den staat maakten waarschijnlijk nu en dan een vergrooting van het aantal ambtenaren noodig. Van 437 tot 435 vindt men consuls, van 434 tot 432 tribunen en zoo gaat het afwisselend voort, totdat er van 391 tot 367 (het jaar derlex Licinia Sextia de consulatu, z. a.) geen consuls meer gekozen werden. Van 426 af vindt men 4 consulairtribunen, van 405 af 6, in 381–379 telkens 8, dan weder 6 en een enkele maal 5. Vóór 400 werd geen enkele plebejer gekozen, en uit enkel plebejers hebben de consulairtribunen nooit bestaan. Met de aanneming der licinisch-sextische wet verviel de reden van hun bestaan. De consulairtribunen hadden den werkkring der consuls, doch voor het houden van den census werd in 445 een afzonderlijk ambt, de censuur, ingesteld.
Tribūni plebis,δήμαρχοι, volgens de overlevering in 494 na desecessio plebisalsauxiliumvoor de plebs ingesteld,sacrosanctien alleen uit de plebs verkiesbaar. Waarschijnlijk zijn voor het eerst 4 tribunen gekozen in het jaar 471 (v. a. 466) volgens de lex Publilia, door de 4 stedelijke tribus. In 457, toen waarschijnlijk de landelijke bevolking vrij gemaakt werd, en er 16 (17) landelijke tribus bij kwamen, werd het getal op 10 gebracht. Liep de verkiezing niet in één dag af, dan vulden de gekozenen hun getal door coöptatie verder aan, totdat delex Trebonia(z. a.) dit verbood. In den beginne hadden zij geen toegang tot den senaat, totdat delex Atinia, van ± 102, hen in den senaat opnam. Op hunne onschendbaarheid steunende, ontzagen de volkstribunen zich dikwijls niet, geweldige maatregelen te nemen wanneer dearistocratievan geen toegeven wilde weten. Er zijn voorbeelden, dat zij volksvergaderingen en verkiezingen beletten, dat zij de lichting van troepen verhinderden, enz., maar ook dat zij na afloop van hun ambtsjaar door de plebs zelve tot geldboete veroordeeld werden. De tribuni plebis vervolgden vergrijpen tegen hun persoon of tegen de plebs. Daar zij aan de provocatie onderworpen waren, werden, sedert deleges XII tabularum, bij een halszaak voor hen door tusschenkomst van eenmagistratus cum imperiodecomitia centuriatabijeengeroepen. Vóór dien tijd brachten zij, volgens de overlevering, halszaken voor hetconcilium plebis. Sedert delex Hortensia(287) werden de tribunen competent voor politieke misdrijven, waarvoor vroegerII viri perduellionisbenoemd werden. Auspiciën hadden zij in den beginne niet, later echter kregen zij hetius de caelo servandi, maar werden daarmede ook onderworpen aanobnuntiatio(zieservare de caelo). De hulp van een volkstribuun inroepen, heettetribunum appellare; hunne woningen moesten daarvoor dag en nacht openstaan en zij zelven mochten geen etmaal buiten Rome doorbrengen, evenwel vindt men eene enkele keer volkstribunen in een rom. leger. Terwijl uit hetius auxiliizich deintercessioof ongeroepen tusschenkomst ontwikkeld had, ontnam Sulla door zijnelex Cornelia tribunicia(z. a.) hun de bevoegdheid tot intercessie alsmede het recht om wetten zonder voorafgaande goedkeuring van den senaat voor te stellen, terwijl volgens die wet het bekleeden van het volkstribunaat iemand voor goed van alle verdere ambten uitsloot. Deze laatste bepaling werd reeds in 75 door delex Aurelia tribuniciaopgeheven, terwijl Pompeius, die de volkstribunen tot bereiking zijner oogmerken noodig had, hun in 70 door zijnelex Pompeiahetius legum ferendarumteruggaf. Detribuni plebisaanvaardden hun ambt op den 10denDecember.—Van de keizers gaf reeds Augustus het voorbeeld, dat hij zich met detribunicia potestasliet bekleeden. Het volkstribunaat overleefde zich zelf en bestond nog na Constantijn den Gr., natuurlijk zonder macht tegenover den keizer. De volkstribunen hadden geene insignia; hunne boden heettenviatores.
Tribūni vigilum.Over elke der zeven door Augustus ingesteldecohortes vigilum(nachtwacht en brandweer) stond een tribunus, over alle zeven een praefectus.
Tribūnus celerum, bevelhebber van het rom. ruiterkorps (zieceleres), waarvan de instelling op naam van Romulus is geboekt.
Tribus.Evenalsφυλήbij de Atheners, heeft ooktribusbij de Rom. eene dubbele beteekenis. Vooreerst wordt het woord gebezigd van de drie stamtribus, waaruit de rom. staat schijnt ontstaan te zijn:TitiesofTitienses(deze worden altijd voorop genoemd),RamnesofRamnenses, LuceresofLucerenses. Zie echterTities. Na de indeeling van het rom. gebied door Servius Tullius intribusenregiōneskrijgt het woord eene plaatselijke beteekenis. De namen der viertribus urbānae(binnen Rome’s muren) waren:Suburāna,Esquilīna, Collīna, Palatīna. De namen derregiones, bij analogietribus rusticaegeheeten, die volgens de overlevering in 505 bestonden, zijn:Aemilia, Camilia, Cornelia, Fabia,Galeria, Horatia, Lemonia, Menenia, Papiria,Pollia, Pupinia, Romilia, Sergia, Veturia,Voltinia. Het aantal regiones, 26 onder Servius Tullius, was dus verminderd, men kan aannemen door afstand van grondgebied aan Porsēna. Uit de overeenkomst van verschillende namen metnomina gentiliciamag men ook tot samenhang besluiten; zoo zal b.v. in de tribus Aemilia het grondbezit der gens Aemilia hebben gelegen. Allengs kwamen er weder nieuwe tribus bij: in 504 als 20ste detribus Claudia, sabijnsch, ten N. van den Anio,—in 495 als 21ste detr. Crustumīna, de eerste die een plaatselijken naam droeg naar de oude latijnsche stad Crustumerium,—in 387 in Zuid-Etruria de vier tr.Stellatīnaom Falerii,Tromentīna, Sabatīnaom Sabate enArnensisaan het riviertje Aro, dat uit het meer Sabate stroomt en bij Fregenae in zee uitmondt (dit zijn de eerstetribus, waarvan de stichting historisch vaststaat),—in 358 in het volscische landPomptīnarondom Antium enPublilia(Poplilia),—in 332 in Noord-LatiumMaeciaenScaptia,—in 318Falerna(in den ager Falernus in Campania) enUfentīnaaan den Ufens in Latium,—in 299Aniensis, rondom Tibur en Praeneste, enTerentīna, ook in het aequisch gebied, in 241Velīnain het sabijnsche land om Reāte, en als 35steQuirīnaom Cures, v. s. echter zonder afgebakende grens, als algemeene tribus met het oog op latere inlijvingen. Bij deze 35 is het gebleven. Toen na den marsischen oorlog Italia het burgerrecht kreeg, werden de nieuwe burgers oorspronkelijk bij 8 der bestaande tribus ingedeeld. Zoo behoorden de steden Hadria, Neapolis en Brundisium tot de tribus Maecia, die haren naam droeg naar het vlek Maecium bij Lanuvium. Reeds in 87 (z.Corneliae legesvan L. Cornelius Cinna) werden echter de nieuwe burgers over alletribusverdeeld. De tribus rusticae stonden meer in eere dan de urbanae; vrijgelatenen werden dan ook gewoonlijk alleen in de laatste ingeschreven. Om stemrecht te hebben moest men in eene tribus ingeschreven zijn(zieaerarii), ook om eenetessera frumentariate bekomen (zieannōna).
Tribūtum, 1) de belasting, volgens het belastbaar vermogen (ex censu) door rom. burgers te betalen, wanneer de staat geld noodig had, b.v. tot het voeren van een oorlog, en die teruggegeven werd, wanneer de middelen daartoe aanwezig waren, b.v. uit de oorlogsschatting van overwonnen vijanden. Deze belasting werd oorspronkelijk slechts geheven vanres mancipi(z. a.),totdatAppius Claudius (Claudiino. 5) als censor het geheele vermogen tot grondslag voor de belasting aannam. Het tributum simplex was 1 per mille, duplex 2 p. m.; het hoogst bekende is triplex. Sedert de verovering van Macedonia in 167 werd hettributumtijdens de republiek niet meer uitgeschreven; slechts éénmaal komt het vóór, tijdens het consulaat van Hirtius en Pausa, in 43. Een paar malen wordt er, in tijden van grooten nood, van eentributum temerariumgesproken, waarbij ieder inbrengt, wat hij te missen heeft.—2)de directe belasting in de provinciën Asia (van delex Semproniatot Caesar) en Sicilia, een soort grondbelasting,tributum soliofagri. Ook hetstipendiumder andere provincies wordt wel eenstributumgenoemd.
Tricarānum,Τρικάρανον, drietoppige berg met kasteel op de grenzen van Argolis en Phliasia, een twistappel tusschen beide staten.
Tricasses, volk in Gallia Transalpīna aan de Sequana (Seine) en den Matrona (Marne) met de stad Augustobona (Troyes).
Tricastīni, volk in Gallia Narbonensis aan den Isara (Isère). Stad: Augusta Tricastinorum.
Tricca,Τρίκκα, stadje in het thessalische gewest Hestiaeōtis, met een zeer beroemden tempel van Asclepius, aan den voet van den Pindus. Thans Trikkala.
Trichonium,Τριχώνιον, vlek in Aetolia ten Z. van het meer Trichōnis,Τριχωνὶς λίμνη.
Tricesima, zieCastra.
Tricipitīnus, familien. in degens Lucretia(Lucretiino. 1–3).
Triclinium.
Triclinium, eene tafel om te eten, met drie aanligsofa’s, ook wel het eetvertrek zelf. Op elke sofa behoorden, althans wanneer men gasten had, niet meer dan drie personen aan te liggen. De dischgenooten lagen met den linkerarm op kussens gesteund. De drie sofa’s oflectiwerdensummus, mediusenimusgeheeten, terwijl men ook op iederenlectuseenlocussummus, mediusenimusonderscheidde. Aan de linkerzijde (het boveneind) van elkenlectuswas somtijds eene leuning om dáár het afschuiven der kussens te voorkomen. De eereplaats was het benedeneinde (locus imus) van denlectus medius, deze plaats werd ooklocus consularisgeheeten. Op de beide anderelectiwas delocus summusde eerste plaats. De plaats van den gastheer was delocus summusop denlectus imus, in de onmiddellijke nabijheid van den voornaamsten gast. De cijfers op nevenstaande teekening wijzen de volgorde der plaatsen aan; tevens is de plaatsing der gasten bij den maaltijd van Nasidiēnus aangegeven (Hor. Sat. II 8), waarbij Nomentānus op verzoek van den gastheer diens plaats heeft ingenomen. Of delectinu evenwel juist zoo geplaatst waren, is eene andere vraag, daar de dischgenooten in de schuinte aanlagen. Te Pompeii heeft men afbeeldingen en gemetselde onderstellen gevonden, waardoor de volgende plaatsing aangewezen wordt. Het in gebruik komen van ronde tafels voerde tot den doorloopendenlectus, in den vorm van een hoefijzer,sigmageheeten (z. a.).
Triclinium.
Tricorii, volksstam in Gallia Narbonensis aan den voet der Alpen.
Tricostus, familienaam in degens Verginia(Verginiino. 1–4).
Tridentum, tgw. Trente, aan den Athesis (Adige, Etsch), oorspronkelijk een raetische stad, kwam later aan de keltische Cenomāni. De bevolking is raetisch gebleven. In 24 werd het door de Romeinen bezet. De bewoners der omstreken heeten Tridentīni.
Triens, als munt en als gewicht = 4 unciae = ⅓ as.
Trierarchia,τριηραρχία, de kostbaarste van alle liturgieën, was de verplichting om een door den staat aangewezen oorlogsschip van tuig te voorzien, een jaar lang te onderhouden en de bemanning te werven. De triërarch voerde gewoonlijk het bevel over het door hem uitgeruste schip en moest ook zorgen voor de uitbetaling der soldij en de verdeeling der levensmiddelen, die door den staat verstrekt werden. De kosten beliepen soms een talent. Zie verderσυμμορίαι.
Trietēris,τριετηρίς, de helft eener pentaëtēris, het vierde deel eener ennaëtēris.
Trifanum, vlek in de buurt van Sinuessa, waar in 340 de tegen Rome verbonden Latijnen door den consul T. Manlius Torquātus Imperiōsus (Manliino. 10) verslagen werden.
Trifolīnus ager, vruchtbare landstreek in Campania, rijk aan wijn.
Triginta tyranni.—1)De 30 tyrannen te Athene, zieτριάκοντα.—2)Naar het voorbeeld van Trebellius Pollio worden de verschillende pretendenten naar de rom. keizerskroon, die onder en na het bewind van den zwakken Galliēnus allerwege opdoken, ook met den naam van 30 tyrannen bestempeld. Trebellius Pollio heeft er 32 opgenoemd, waaronder twee vrouwen, Zenobia en Victoria. Verschillende echter kunnen niet eens keizers genoemd worden.
Trilogia,τριλογία, z.tetralogia.
Trimerus, Trimetus, het grootste derDiomedēae insulae, z. a.
Trinacria, Trinacris,Τρινακρία, Τρινακρίς=Sicilia.
Trinobantes, volksstam in Britannia, ten N. van den Theemsmond, die zich vrijwillig aan Caesar onderwierp. Hoofdstad: Camalodūnum (Colchester).
TrinundinumofTrinum nundinum, een termijn van drienundinaof weken van 8 dagen, dus 24 dagen (v. a. een tijd, waarin drienundinae(marktdagen) vallen, dus van 17–23 dagen), die voor het samenroepen dercomitiamoest in acht genomen worden. Werd de vergadering bijeengeroepen om te stemmen over een wetsvoorstel, dan werd dit wetsvoorstel tegelijkertijd bekend gemaakt (promulgatio rogationis). ZieCaecilia Didia(lex).
Τριώβολον, z.δικαστικόν.
Triocala,Τριόκαλα, sterke bergvesting in W. Sicilia aan de rivier de Triocala, die ten W. van Heraclēa Minōa in zee valt.
Triōnes(Septem), ookSeptentrio, eig. de zeven ploegossen, z.Arctus.
Triopas,Τριόπας, Τρίοψ, koning van Thessalië, die naar Carië verhuisde en daar Cnidus stichtte. Hij liet een heilig woud van Demēter omhakken om op de plaats een paleis te bouwen. Tot straf werd hij door een slang gedood en met de slang als Ophiūchus (z. a.) onder de sterren geplaatst. Hij was de vader van Erysichthon no. 2.
Triopium,Τριόπιον, kaap in Caria op de Chersonēsus Cnidia; hier werden wedstrijden gehouden ter eere van Apollo Triopius. ZieCnidus.
Triphylia,Τριφυλία, Z. gedeelte van Elis (z. a.).
Tripolis,Τρίπολις, 1) stadje in Asia aan den Maeander, op de grenzen van Phrygia, Lydia en Caria.—2)stad aan de kust van Pontus aan een gelijknamig riviertje, tusschen Polemonium en Trapezus.—3)stad op de phoenicische kust, gesticht door de drie steden Sidon, Tyrus en Aradus, en eigenlijk bestaande uit drie steden, wel zeer dicht bij, doch niet onmiddellijk aan elkander en elk met haar eigen muren.—4)thessalisch distrikt met de steden Azōrus, Pythium en Doliche, in het N. van Perrhaebia.—5)arcadisch distrikt met de steden Callia, Dipoena en Nonācris, in het midden van Arcadia.—6)laconisch distrikt aan de arcadische grenzen.—7)kust van Libya (Afrika) tusschen de beide Syrten, met de steden Leptis, Oea en Sabathra.
Triptolemus,Τριπτόλεμος, zoon van Celeüs en Metanīra, uitvinder van den ploeg. Uit dankbaarheid voor de goede ontvangst, die zij bij Celeüs genoten had, gaf Demēter, nadat hare plannen met Demophon (z. a. no. 1) mislukt waren, aan Tr. een met draken bespannen wagen en een aantal graankorrels, met opdracht de kennis van den landbouw over de geheele aarde te verbreiden. In de vele gevaren, die deze tocht opleverde (z.Carnabon, Lyncus), genoot hij de bescherming der godin, en toen hij na zijne terugkomst door zijn vader met den dood bedreigd werd, dwong zij dezen van de regeering afstand te doen. Tr. volgde hem op en stelde de Thesmophoria in. Hij had op verscheiden plaatsen altaren en te Eleusis een tempel.—Soms wordt van hem hetzelfde verhaald als van Demophon, of wordt hij een zoon van zekeren Eleusis genoemd.
Tripudium, 1) een godsdienstige wapendans, zooals o. a. de Salii uitvoerden, hetzij met herhaald driemaal stampen of door telkens drie passen voorwaarts en dan weder één of twee achteruit te doen.—2)zieauguriano. 3.
Triquetra(=driehoekigsc. insula) =Sicilia.
Tritaea,Τρίταια, eene der 12 achaeïsche bondssteden, aan de arcadische grenzen aan den voet van den Erymanthus.
Tritea,Τρίτεια, Τριτέαι, stad in Phocis aan de locrische grenzen, ten N. van den Cephīsus.
Trito,Τριτώ, Τριτογένεια, bijnaam van Athēna, naar hare geboorteplaats bij het meerTritōnis in Libye of bij de rivier Triton in Boeotië.
Triton,Τρίτων, zoon van Poseidon en Amphitrīte of Salacia, die met zijn vader en moeder in een gouden paleis op den bodem der zee woont. In latere verhalen wordt meestal gesproken van een groot aantal Tritons, wezens van monsterachtig voorkomen, met een lichaam dat in een grooten staart uitloopt, groen haar, breeden mond met groote tanden, schubben en kieuwen, enz. Gewoonlijk hebben zij een groote schelp in de handen, die zij als trompet gebruiken (T. canōrus); en door welker geluid zij op bevel van Poseidon de onstuimige golven tot bedaren brengen.
Tritonia=Trito.
Tritōnis, een van de zoutzeeën in Libye, in de nabijheid van de kleine Syrte.
Τριτοπάτορες, drie zeer oude daemonen, die in Attica vereerd werden. Zij worden zonen van Zeus en Persephone genoemd, hunne namen worden zeer verschillend opgegeven. Soms heeten zij de eerste schepselen, soms goden van den wind of goden van het huwelijk en den kinderzegen.
Τριττύς, het derde gedeelte eener attische phyle, vóór Clisthenes, naar het schijnt, hetzelfde alsφρατρία. Clisthenes verdeelde het grondgebied van Athene in 30τριττύες, 10 in en om de stad, 10 in Paralia en 10 op het land. Iedereφυλήbevatte drieτριττύες, eene van ieder tiental. Vierναυκραρίαιvormden eenτριττύς.
Groepen uit den zegetocht van Titus over de Joden (boog van Titus).Groepen uit den zegetocht van Titus over de Joden (boog van Titus).
Groepen uit den zegetocht van Titus over de Joden (boog van Titus).
Triumphus,θρίαμβος. De hoogste eer voor een overwinnend veldheer was, een zegetocht binnen Rome te mogen houden. Daar hij, op straffe van zijne aanspraken als imperātor (z. a.) te verliezen, niet binnen de stad mocht komen, verleende de senaat hem gehoor buiten het pomerium, meest in den tempel van Bellōna. Werd het verzoek toegestaan, zoo had de zegetocht ongeveer op deze wijze plaats. Voorop ging eene afdeeling cornicines, daarop volgden priesters en offerknechten met offerdieren met vergulde horens en omkranst, hierachter volgden wagens, lastdieren en dragers met behaalden buit, goud, zilver, kostbaarheden, standbeelden, met borden, waarop de namen der veroverde plaatsen, de gewonnen veldslagen, het getal der gedoode vijanden vermeld waren. Hierna kwamen degevangenen geboeid, gevangen vorsten met hunne familie in hun volle praal met de kroon op het hoofd en met gouden ketenen gekluisterd, dan de lictoren met omlauwerdefasces, en achter hen de veldheer op zijn zegewagen. Een beeld der overwinning, dat achter op zijn zegewagen stond, hield een gouden krans boven ’s veldheer’s hoofd. Naast den wagen gingen zijne bloedverwanten en achter den wagen de staf- en hoofdofficieren, terwijl de troepen den trein sloten. Tot de bijzonderheden behoort nog, dat op den zegewagen ook een slaaf stond, die den triumphātor gedurig toesprak: Bedenk dat gij een mensch zijt. De stoet trok de stad door en langs de sacra via den weg op naar het Capitool. Op het forum splitste zich de stoet, de gevangenen werden weggevoerd, het leger ging uiteen, de veldheer bracht in den capitolijnschen tempel een plechtig offer aan Jupiter. Op het feestmaal, dat den dag besloot, waren ook de consuls genoodigd, doch dezen verschenen nooit, omdat de etikette dan zou gevorderd hebben, dat zij, daar hun imperium het hoogste was, als hoofdpersonen de eereplaats innamen.—Eeneovatiois eene kleine zegepraal, z. a.
Triumviri, zietresviri.
Trivia, bijnaam van Hecate of Diāna, als godin der driesprongen.
Trivīcum, een vlek in Z.-Samnium in het land der Hirpīni, aan de via Appia nova.
Troas,Τρωάς, het land van Troje, het N.W. deel van Mysia, aan den Hellespont. Het land was golvend, doorsneden door de uitloopers van het Idagebergte en door de riviertjes Satnioïs, Rhodius, Simoïs, Scamander, Thymbrius. Vóór de kust lag het eiland Tenedos.
Trocmi, een der drie gallische stammen in Galatia en wel in het O., hoofdstad Tavia.
Troesmis,Τροισμίς, vesting aan den Donau in Moesia Inferior, tgw. Iglitza.
Troezen,Τροιζήν, stad in het Z.O. van Argolis, met eene havenstad Pogon tegenover het eiland Calauria. Oorspronkelijk was de stad waarschijnlijk ionisch, later dorisch. Theseus was hier geboren en opgevoed.
Trogilium,Τρωγίλιον, uiterste punt van het voorgebergte Mycale tegenover Samus. Ook een eilandje, dat daarvoor ligt.
Trogilus,Τρώγιλος, baai en haven ten N. van Syracuse.
Troglodytae, Trogodytae,Τρωγλοδύται, “holbewoners”, zooals men in verschillende streken der aarde aantrof, in den Caucasus, in Lybia en elders. In het bijzonder komen onder dezen naam bewoners der aethiopisch-aegyptische kust aan de Arabische golf voor.
Trogus(Pompēius), uit een gallisch geslacht, dat door Cn. Pompeius Magnus het rom. burgerrecht had verkregen, leefde ten tijde van Augustus en schreef een uitgebreid geschiedkundig werk, waarvan later Justīnus (z. a.) onder den titelHistoriae Philippicaeeen uittreksel vervaardigde. Ook moet Trogus over natuur- en dierkunde hebben geschreven.
Troia,Τροίη, -α, ofIlium, hoofdstad van Troas, door de Grieken tien jaar lang belegerd en eindelijk door list genomen en verwoest (1184). De stad lag in de vlakte tusschen de stroompjes Simoïs en Scamander. Op den burchtPergamum(ook-musen-ma) vond men tempels van Pallas Athēna en Apollo en andere heiligdommen. Slechts ééne poort is bij name bekend, de Scaeïsche,πύλαιΣκαιαί= linkerpoort. Later is door Aeoliërs een nieuw Troje,novum Ilium,νέον Ἴλιον, gebouwd. Schliemann en Dörpfeld hebben bij Hissarlik sporen van het oude Troje teruggevonden: van de vele nederzettingen, die opgegraven zijn, is de zesde van onderen, het homerische Troia, de belangrijkste. De muren, die nog gedeeltelijk over zijn, stemmen overeen met die van Tiryns en Mycēnae; men vindt er 3 torens, 3 poorten en een uitvalpoortje.—2)stad in het kustland van Epīrus tegenover Corcȳra, door Helenus gesticht.—3)stad in het land der Veneti, ten N. der Adriatische zee, gesticht door Antēnor.
Troiae(ludusofludicrum), z.Ludus Troiae.
Troilus,Τρωίλος, zoon van Priamus of Apollo en Hecabe, uitmuntende door dapperheid, werd door Achilles gedood.
Trojaansche oorlog, de oorlog, door de Grieken tegen Troje gevoerd om de schaking van Helena door Paris (z. a.) te wreken. Hetzij uit zucht naar roem, hetzij gebonden door een eed (z.Helena), namen de meeste grieksche vorsten aan den krijgstocht deel en brachten zij een leger op de been van 100.000 man, dat in 1186 schepen naar Azië overgebracht werd. Als opperbevelhebber werd Agamemnon verkozen, nevens hem onderscheidden zich Menelāus, de beide Aiaxen, Diomēdes, Nestor, Odysseus, maar vooral Achilles, aan de zijde der Trojanen en hun bondgenooten boven allen Hector, verder Aenēas, Sarpēdon e. a. Daar telkens groote afdeelingen van het leger op plundertochten uitgezonden moesten worden, om in de behoefte aan levensmiddelen te voorzien, vorderde men met het beleg slechts weinig. In het 10dejaar scheen de overgave der stad nog even ver verwijderd als bij de aankomst der Grieken, zelfs scheen zich de krijgskans ten gunste van de Trojanen te wenden, toen Achilles, door Agamemnon beleedigd (z.Brisēis) zich een tijd lang aan den strijd onttrok. Maar toen hij, om den dood van Patroclus te wreken, zich weder onder de strijders mengde, viel Hector reeds denzelfden dag onder zijne handen, en hoewel hijzelf ook kort daarna sneuvelde, was nu het lot der belegerde stad beslist. Eerst werden ingevolge orakelspreuken Neoptolemus en Philoctētes naar het oorlogstooneel gehaald en het Palladium geroofd, en toen ook nu nog geweld niets vermocht, nam men list te baat. Het grieksche leger trok in schijn af, maar liet een groot houten paard, door Epēus vervaardigd, achter, waarin zich Odysseus met een aantal strijders verborgen hielden. Door zekeren Sinon (z. a.) lieten de Trojanen zich, hoewel tegen den raad van velen hunner, overredenhet houten paard binnen de muren te halen, des nachts kwamen de Grieken uit het paard te voorschijn en openden de poorten voor het inmiddels teruggekeerde leger, waarop de stad verwoest en de meeste inwoners gedood werden.—De trojaansche oorlog en de lotgevallen der grieksche helden op hun terugtocht naar het vaderland hebben aan Homerus en de cyclici rijke stof voor hunne gedichten geleverd, en zijn daardoor de meest algemeen bekende gebeurtenissen uit het grieksche heldentijdperk geworden.