Overschot, O., overschotten; overschotje, O., overschotjes.Overschreeuwen, overschreeuwde, heeft overschreeuwd.Overschrijden, overschreed, overschreden, heeft overschreden.Overschrijding, V., overschrijdingen.Overschrijven, schreef over, schreven over, heeft overgeschreven.Overschrijver, M., overschrijvers.Overschrijving, V., overschrijvingen.Overschrobben, schrobde over, heeft overgeschrobd.Overschudden, schudde over, heeft overgeschud.Overschuieren, schuierde over, heeft overgeschuierd.Overschuimen, schuimde over, heeft en is overgeschuimd.Overschuiven, schoof over, schoven over, heeft overgeschoven.Overschuren, schuurde over, heeft overgeschuurd.Overseinen, seinde over, heeft overgeseind.Overseining, V.Oversjouwen, sjouwde over, heeft overgesjouwd.Overslaan, slaat over, sloeg over, heeft en is overgeslagen.Overslag, M., overslagen; overslagje, O., overslagjes.Oversleepen, sleepte over, heeft overgesleept.Overslenteren, slenterde over, heeft en is overgeslenterd.Overslibben, overslibde, heeft overslibd.Overslibbing, V.Overslijpen, sleep over, slepen over, heeft overgeslepen.Overslingeren, slingerde over, heeft en is overgeslingerd.Overslingering, V.Oversloof, V., overslooven.Oversluipen, sloop over, slopen over, is overgeslopen.Oversmeden, smeedde over, heeft overgesmeed.Oversmelten, smolt over, heeft overgesmolten.Oversmelting, V.Oversmeren, smeerde over, heeft overgesmeerd; ook oversmeerde, heeft oversmeerd.Oversmijten, smeet over, smeten over, heeft overgesmeten.Oversneeuwen, oversneeuwde, heeft oversneeuwd.Oversnellen, snelde over, is overgesneld.Oversnoeien, snoeide over, heeft overgesnoeid.Overspannen, spande over, heeft overgespannen; ook overspande, heeft overspannen.Overspanning, V., overspanningen.Oversparen, spaarde over, heeft overgespaard.Oversparing, V.Overspatten, overspatte, heeft overspat.Overspeelster, V., overspeelsters.Overspel, O.Overspeler, M., overspelers.Overspelig.Overspijkeren, spijkerde over, heeft overgespijkerd.Overspikkelen, overspikkelde, heeft overspikkeld.Overspinnen, spon over, sponnen over, heeft overgesponnen; ook overspon, oversponnen, heeft oversponnen.Overspitten, spitte over, heeft overgespit.Overspoeden, spoedde over, is overgespoed.Overspoelen, spoelde over, heeft overgespoeld; ook overspoelde, heeft overspoeld.Oversporen, spoorde over, heeft en is overgespoord.Overspreiden, overspreidde, heeft overspreid.Oversprenkelen, oversprenkelde, heeft oversprenkeld.Overspringen, sprong over, heeft en is overgesprongen; ook oversprong (zich), heeft (zich) oversprongen.Overstaan, staat over, stond over, heeft overgestaan.Overstaan, O. (Ten overstaan).Overstag (bijw.).Overstandig.Overstapkaartje, O., overstapkaartjes.Overstappen, stapte over, heeft en is overgestapt; ook overstapte (zich), heeft (zich) overstapt.Overstapping, V.Overste, M., oversten.Oversteeksel, O., oversteeksels.Overstek, O., overstekken; overstekje, O., overstekjes.Oversteken, stak over, staken over, heeft en is overgestoken.Oversteking, V.Overstelpen, overstelpte, heeft overstelpt.Overstelping, V.Overstemmen, stemde over, heeft overgestemd; ook overstemde, heeft overstemd.Overstemming, V., overstemmingen.Overstempelen, stempelde over, heeft overgestempeld.Overstempeling, V.Overstijven, steef over, steven over, heeft overgesteven.Overstoomen, stoomde over, heeft en is overgestoomd; ook overstoomde, heeft overstoomd.Overstoppen, stopte over, heeft overgestopt.Overstorten, stortte over, heeft overgestort; ook overstortte, heeft overstort.Overstorting, V.Overstralen, overstraalde, heeft overstraald.Overstreng.Overstrijden, overstreed, overstreden, heeft overstreden.Overstrijken, streek over, streken over, heeft en is overgestreken; ook overstreek, overstreken, heeft overstreken.Overstrompelen, strompelde over, heeft en is overgestrompeld.Overstrooien, overstrooide, heeft overstrooid.Overstroomen, stroomde over, heeft overgestroomd; ook overstroomde, heeft overstroomd.Overstrooming, V., overstroomingen.Overstudeeren, studeerde over, heeft overgestudeerd.Overstuiven, stoof over, stoven over, is overgestoven; ook overstoof, overstoven, heeft overstoven.Oversturen, stuurde over, heeft overgestuurd.Oversturing, V.Overstuur.Oversuikeren, oversuikerde, heeft oversuikerd.Overtal, O.Overtappen, tapte over, heeft overgetapt.Overtapping, V.Overteekenen, teekende over, heeft overgeteekend.Overteekening, V.Overtelegrapheeren, telegrapheerde over, heeft overgetelegrapheerd.Overtellen, telde over, heeft overgeteld.Overtelling, V., overtellingen.Overtent, V., overtenten.Overtillen, tilde over, heeft overgetild.Overtimmeren, overtimmerde, heeft overtimmerd.Overtocht, M., overtochten.Overtogen (deelw.).Overtollig, overtolliger, overtolligst.Overtolligheid, V., overtolligheden.Overtonnen, tonde over, heeft overgetond.Overtoom, M., overtoomen.Overtopt.Overtreden, trad over, traden over, is overgetreden; ook overtrad, overtraden, heeft overtreden.Overtreder, M., overtreders.Overtreding, V., overtredingen.Overtreedster, V., overtreedsters.Overtreffen, overtrof, overtroffen, heeft overtroffen.Overtrek, O., overtrekken; overtrekje, O., overtrekjes.Overtrekken, trok over, trokken over, heeft en is overgetrokken; ook overtrok, overtrokken, heeft overtrokken.Overtreksel, O., overtreksels; overtrekseltje, O., overtrekseltjes.Overtroeven, overtroefde, heeft overtroefd.Overtuigen, overtuigde, heeft overtuigd.Overtuigend, overtuigender, overtuigendst.Overtuiging, V., overtuigingen.Overtuin, M., overtuinen; overtuintje, O., overtuintjes.Overuur, O., overuren.Overvaart, V.Overval (aanval), M., overvallen.Overval (toeval), O., overvallen; overvalletje, O., overvalletjes.Overval (sluitwerk), M., overvallen.Overvallen, viel over, is overgevallen; ook overviel, heeft overvallen.Overvaren, voer over, heeft en is overgevaren, ook overvoer, heeft overvaren.Overvegen, veegde over, heeft overgeveegd.Oververfijnd.Oververfijning, V.Oververnissen, verniste over, heeft overgevernist.Oververstandig.Oververtellen, vertelde over, heeft oververteld.Oververven, verfde over, heeft overgeverfd.Oververzadigd.Overvet, overvette.Overvijlen, vijlde over, heeft overgevijld.Overvlechten, vlocht over, heeft overgevlochten.Overvleugelen, overvleugelde, heeft overvleugeld.Overvleugeling, V.Overvlieden, vlood over, vloden over, is overgevloden.Overvliegen, vloog over, vlogen over, is overgevlogen.Overvlieger, M., overvliegers; overvliegertje, O., overvliegertjes.Overvlieten, vloot over, vloten over, is overgevloten.Overvloed, M.Overvloedig, overvloediger, overvloedigst.Overvloedigheid, V.Overvloeien, vloeide over, heeft en is overgevloeid.Overvloeiing, V.Overvluchten, vluchtte over, is overgevlucht.Overvlug, overvlugge.Overvoeden, overvoedde, heeft overvoed.Overvoederen en Overvoeren, overvoederde, heeft overvoederd; en overvoerde, heeft overvoerd.Overvoeding, V.Overvoeren (overbrengen), voerde over, heeft overgevoerd.Overvoeren (overvoederen). Zie Overvoederen.Overvoering, V.Overvol, overvolle.Overvolledig.Overvormen, vormde over, heeft overgevormd.Overvouwen, vouwde over, heeft overgevouwen.Overvracht, V., overvrachten.Overvragen, vraagde over, heeft overgevraagd en vroeg over, ook overvraagde, heeft overvraagd en overvroeg.Overvriendelijk.Overvruchtbaar, overvruchtbare.Overwaaien, waaide over, is overgewaaid; ook woei over, woeien over.Overwaarde, V.Overwaardig.Overwaggelen, waggelde over, is overgewaggeld.Overwal, M.Overwalsch.Overwalsen, walste over, heeft overgewalst.Overwandelen, wandelde over, heeft en is overgewandeld.Overwarm.Overwasemen, overwasemde, heeft overwasemd.Overwasschen, wiesch over, wieschen over, heeft overgewasschen.Overweek, overweeke.Overweeken, weekte over, heeft overgeweekt.Overweg, M., overwegen; overwegje, O., overwegjes.Overweg (overweg kunnen).Overwegen, woog over, wogen over, heeft overgewogen; ook overwoog, overwogen, heeft overwogen.Overwegend, overwegender, overwegendst.Overweging, V., overwegingen.Overweldigen, overweldigde, heeft overweldigd.Overweldiger, M., overweldigers.Overweldiging, V.Overwelfsel, O., overwelfsels.Overwelven (ook Overwulven), overwelfde, heeft overwelfd.Overwelving, V.Overwerk, O.Overwerken, werkte over, heeft overgewerkt; ook overwerkte (zich), heeft (zich) overwerkt.Overwerking, V.Overwerpen, wierp over, heeft overgeworpen.Overwicht, O.Overwichtig.Overwichtigheid, V.Overwijs, overwijze.Overwinden, wond over, heeft overgewonden.Overwinnaar, M., overwinnaars en overwinnaren.Overwinnares, V., overwinnaressen.Overwinnen, won over, wonnen over, heeft overgewonnen; ook overwon, overwonnen, heeft overwonnen.Overwinning, V., overwinningen.Overwinst, V., overwinsten.Overwinteren, overwinterde, heeft overwinterd.Overwintering, V.Overwippen, wipte over, heeft en is overgewipt.Overwitten, witte over, heeft overgewit.Overwonneling, M. en V., overwonnelingen. V. ook overwonnelinge.Overwrijven, wreef over, wreven over, heeft overgewreven.Overwulven. Zie Overwelven.Overzaaien, zaaide over, heeft overgezaaid; ook overzaaide, heeft overzaaid.Overzakken, zakte over, is overgezakt.Overzakking, V., overzakkingen.Overzeesch.Overzeggen, zeide over, heeft overgezegd en overgezeid.Overzeilen, zeilde over, is overgezeild; ook overzeilde, heeft overzeild.Overzeiler, M., overzeilers.Overzeiling, V., overzeilingen.Overzenden, zond over, heeft overgezonden.Overzender, M., overzenders.Overzending, V., overzendingen.Overzetster, V., overzetsters.Overzetten, zette over, heeft overgezet.Overzetter, M., overzetters.Overzetting, V., overzettingen.Overzicht, O., overzichten; overzichtje, O., overzichtjes.Overzieden, zood over, zoden over, heeft overgezoden.Overzien, zag over, zagen over, heeft overgezien; ook overzag, overzagen, heeft overzien.Overzienbaar, overzienbare.Overzijde en overzij, V.Overzijdsch.Overzilveren, overzilverde, heeft overzilverd.Overzindelijk.Overzingen, zong over, heeft overgezongen.Overzitten, zat over, zaten over, heeft overgezeten.Overzolderen, overzolderde, heeft overzolderd.Overzouten, zoutte over, heeft overgezouten.Overzuinig.Overzulks.Overzwaar, overzware.Overzwalpen, overzwalpte, heeft overzwalpt.Overzwemmen, zwom over, zwommen over, heeft en is overgezwommen.Overzwikken, zwikte over, is overgezwikt.Oxydatie, V., oxydatiën en oxydaties.Oxyde, O.Oxydeeren, oxydeerde, is geoxydeerd.Ozon, O.Ozonwater, O.
Overschot, O., overschotten; overschotje, O., overschotjes.Overschreeuwen, overschreeuwde, heeft overschreeuwd.Overschrijden, overschreed, overschreden, heeft overschreden.Overschrijding, V., overschrijdingen.Overschrijven, schreef over, schreven over, heeft overgeschreven.Overschrijver, M., overschrijvers.Overschrijving, V., overschrijvingen.Overschrobben, schrobde over, heeft overgeschrobd.Overschudden, schudde over, heeft overgeschud.Overschuieren, schuierde over, heeft overgeschuierd.Overschuimen, schuimde over, heeft en is overgeschuimd.Overschuiven, schoof over, schoven over, heeft overgeschoven.Overschuren, schuurde over, heeft overgeschuurd.Overseinen, seinde over, heeft overgeseind.Overseining, V.Oversjouwen, sjouwde over, heeft overgesjouwd.Overslaan, slaat over, sloeg over, heeft en is overgeslagen.Overslag, M., overslagen; overslagje, O., overslagjes.Oversleepen, sleepte over, heeft overgesleept.Overslenteren, slenterde over, heeft en is overgeslenterd.Overslibben, overslibde, heeft overslibd.Overslibbing, V.Overslijpen, sleep over, slepen over, heeft overgeslepen.Overslingeren, slingerde over, heeft en is overgeslingerd.Overslingering, V.Oversloof, V., overslooven.Oversluipen, sloop over, slopen over, is overgeslopen.Oversmeden, smeedde over, heeft overgesmeed.Oversmelten, smolt over, heeft overgesmolten.Oversmelting, V.Oversmeren, smeerde over, heeft overgesmeerd; ook oversmeerde, heeft oversmeerd.Oversmijten, smeet over, smeten over, heeft overgesmeten.Oversneeuwen, oversneeuwde, heeft oversneeuwd.Oversnellen, snelde over, is overgesneld.Oversnoeien, snoeide over, heeft overgesnoeid.Overspannen, spande over, heeft overgespannen; ook overspande, heeft overspannen.Overspanning, V., overspanningen.Oversparen, spaarde over, heeft overgespaard.Oversparing, V.Overspatten, overspatte, heeft overspat.Overspeelster, V., overspeelsters.Overspel, O.Overspeler, M., overspelers.Overspelig.Overspijkeren, spijkerde over, heeft overgespijkerd.Overspikkelen, overspikkelde, heeft overspikkeld.Overspinnen, spon over, sponnen over, heeft overgesponnen; ook overspon, oversponnen, heeft oversponnen.Overspitten, spitte over, heeft overgespit.Overspoeden, spoedde over, is overgespoed.Overspoelen, spoelde over, heeft overgespoeld; ook overspoelde, heeft overspoeld.Oversporen, spoorde over, heeft en is overgespoord.Overspreiden, overspreidde, heeft overspreid.Oversprenkelen, oversprenkelde, heeft oversprenkeld.Overspringen, sprong over, heeft en is overgesprongen; ook oversprong (zich), heeft (zich) oversprongen.Overstaan, staat over, stond over, heeft overgestaan.Overstaan, O. (Ten overstaan).Overstag (bijw.).Overstandig.Overstapkaartje, O., overstapkaartjes.Overstappen, stapte over, heeft en is overgestapt; ook overstapte (zich), heeft (zich) overstapt.Overstapping, V.Overste, M., oversten.Oversteeksel, O., oversteeksels.Overstek, O., overstekken; overstekje, O., overstekjes.Oversteken, stak over, staken over, heeft en is overgestoken.Oversteking, V.Overstelpen, overstelpte, heeft overstelpt.Overstelping, V.Overstemmen, stemde over, heeft overgestemd; ook overstemde, heeft overstemd.Overstemming, V., overstemmingen.Overstempelen, stempelde over, heeft overgestempeld.Overstempeling, V.Overstijven, steef over, steven over, heeft overgesteven.Overstoomen, stoomde over, heeft en is overgestoomd; ook overstoomde, heeft overstoomd.Overstoppen, stopte over, heeft overgestopt.Overstorten, stortte over, heeft overgestort; ook overstortte, heeft overstort.Overstorting, V.Overstralen, overstraalde, heeft overstraald.Overstreng.Overstrijden, overstreed, overstreden, heeft overstreden.Overstrijken, streek over, streken over, heeft en is overgestreken; ook overstreek, overstreken, heeft overstreken.Overstrompelen, strompelde over, heeft en is overgestrompeld.Overstrooien, overstrooide, heeft overstrooid.Overstroomen, stroomde over, heeft overgestroomd; ook overstroomde, heeft overstroomd.Overstrooming, V., overstroomingen.Overstudeeren, studeerde over, heeft overgestudeerd.Overstuiven, stoof over, stoven over, is overgestoven; ook overstoof, overstoven, heeft overstoven.Oversturen, stuurde over, heeft overgestuurd.Oversturing, V.Overstuur.Oversuikeren, oversuikerde, heeft oversuikerd.Overtal, O.Overtappen, tapte over, heeft overgetapt.Overtapping, V.Overteekenen, teekende over, heeft overgeteekend.Overteekening, V.Overtelegrapheeren, telegrapheerde over, heeft overgetelegrapheerd.Overtellen, telde over, heeft overgeteld.Overtelling, V., overtellingen.Overtent, V., overtenten.Overtillen, tilde over, heeft overgetild.Overtimmeren, overtimmerde, heeft overtimmerd.Overtocht, M., overtochten.Overtogen (deelw.).Overtollig, overtolliger, overtolligst.Overtolligheid, V., overtolligheden.Overtonnen, tonde over, heeft overgetond.Overtoom, M., overtoomen.Overtopt.Overtreden, trad over, traden over, is overgetreden; ook overtrad, overtraden, heeft overtreden.Overtreder, M., overtreders.Overtreding, V., overtredingen.Overtreedster, V., overtreedsters.Overtreffen, overtrof, overtroffen, heeft overtroffen.Overtrek, O., overtrekken; overtrekje, O., overtrekjes.Overtrekken, trok over, trokken over, heeft en is overgetrokken; ook overtrok, overtrokken, heeft overtrokken.Overtreksel, O., overtreksels; overtrekseltje, O., overtrekseltjes.Overtroeven, overtroefde, heeft overtroefd.Overtuigen, overtuigde, heeft overtuigd.Overtuigend, overtuigender, overtuigendst.Overtuiging, V., overtuigingen.Overtuin, M., overtuinen; overtuintje, O., overtuintjes.Overuur, O., overuren.Overvaart, V.Overval (aanval), M., overvallen.Overval (toeval), O., overvallen; overvalletje, O., overvalletjes.Overval (sluitwerk), M., overvallen.Overvallen, viel over, is overgevallen; ook overviel, heeft overvallen.Overvaren, voer over, heeft en is overgevaren, ook overvoer, heeft overvaren.Overvegen, veegde over, heeft overgeveegd.Oververfijnd.Oververfijning, V.Oververnissen, verniste over, heeft overgevernist.Oververstandig.Oververtellen, vertelde over, heeft oververteld.Oververven, verfde over, heeft overgeverfd.Oververzadigd.Overvet, overvette.Overvijlen, vijlde over, heeft overgevijld.Overvlechten, vlocht over, heeft overgevlochten.Overvleugelen, overvleugelde, heeft overvleugeld.Overvleugeling, V.Overvlieden, vlood over, vloden over, is overgevloden.Overvliegen, vloog over, vlogen over, is overgevlogen.Overvlieger, M., overvliegers; overvliegertje, O., overvliegertjes.Overvlieten, vloot over, vloten over, is overgevloten.Overvloed, M.Overvloedig, overvloediger, overvloedigst.Overvloedigheid, V.Overvloeien, vloeide over, heeft en is overgevloeid.Overvloeiing, V.Overvluchten, vluchtte over, is overgevlucht.Overvlug, overvlugge.Overvoeden, overvoedde, heeft overvoed.Overvoederen en Overvoeren, overvoederde, heeft overvoederd; en overvoerde, heeft overvoerd.Overvoeding, V.Overvoeren (overbrengen), voerde over, heeft overgevoerd.Overvoeren (overvoederen). Zie Overvoederen.Overvoering, V.Overvol, overvolle.Overvolledig.Overvormen, vormde over, heeft overgevormd.Overvouwen, vouwde over, heeft overgevouwen.Overvracht, V., overvrachten.Overvragen, vraagde over, heeft overgevraagd en vroeg over, ook overvraagde, heeft overvraagd en overvroeg.Overvriendelijk.Overvruchtbaar, overvruchtbare.Overwaaien, waaide over, is overgewaaid; ook woei over, woeien over.Overwaarde, V.Overwaardig.Overwaggelen, waggelde over, is overgewaggeld.Overwal, M.Overwalsch.Overwalsen, walste over, heeft overgewalst.Overwandelen, wandelde over, heeft en is overgewandeld.Overwarm.Overwasemen, overwasemde, heeft overwasemd.Overwasschen, wiesch over, wieschen over, heeft overgewasschen.Overweek, overweeke.Overweeken, weekte over, heeft overgeweekt.Overweg, M., overwegen; overwegje, O., overwegjes.Overweg (overweg kunnen).Overwegen, woog over, wogen over, heeft overgewogen; ook overwoog, overwogen, heeft overwogen.Overwegend, overwegender, overwegendst.Overweging, V., overwegingen.Overweldigen, overweldigde, heeft overweldigd.Overweldiger, M., overweldigers.Overweldiging, V.Overwelfsel, O., overwelfsels.Overwelven (ook Overwulven), overwelfde, heeft overwelfd.Overwelving, V.Overwerk, O.Overwerken, werkte over, heeft overgewerkt; ook overwerkte (zich), heeft (zich) overwerkt.Overwerking, V.Overwerpen, wierp over, heeft overgeworpen.Overwicht, O.Overwichtig.Overwichtigheid, V.Overwijs, overwijze.Overwinden, wond over, heeft overgewonden.Overwinnaar, M., overwinnaars en overwinnaren.Overwinnares, V., overwinnaressen.Overwinnen, won over, wonnen over, heeft overgewonnen; ook overwon, overwonnen, heeft overwonnen.Overwinning, V., overwinningen.Overwinst, V., overwinsten.Overwinteren, overwinterde, heeft overwinterd.Overwintering, V.Overwippen, wipte over, heeft en is overgewipt.Overwitten, witte over, heeft overgewit.Overwonneling, M. en V., overwonnelingen. V. ook overwonnelinge.Overwrijven, wreef over, wreven over, heeft overgewreven.Overwulven. Zie Overwelven.Overzaaien, zaaide over, heeft overgezaaid; ook overzaaide, heeft overzaaid.Overzakken, zakte over, is overgezakt.Overzakking, V., overzakkingen.Overzeesch.Overzeggen, zeide over, heeft overgezegd en overgezeid.Overzeilen, zeilde over, is overgezeild; ook overzeilde, heeft overzeild.Overzeiler, M., overzeilers.Overzeiling, V., overzeilingen.Overzenden, zond over, heeft overgezonden.Overzender, M., overzenders.Overzending, V., overzendingen.Overzetster, V., overzetsters.Overzetten, zette over, heeft overgezet.Overzetter, M., overzetters.Overzetting, V., overzettingen.Overzicht, O., overzichten; overzichtje, O., overzichtjes.Overzieden, zood over, zoden over, heeft overgezoden.Overzien, zag over, zagen over, heeft overgezien; ook overzag, overzagen, heeft overzien.Overzienbaar, overzienbare.Overzijde en overzij, V.Overzijdsch.Overzilveren, overzilverde, heeft overzilverd.Overzindelijk.Overzingen, zong over, heeft overgezongen.Overzitten, zat over, zaten over, heeft overgezeten.Overzolderen, overzolderde, heeft overzolderd.Overzouten, zoutte over, heeft overgezouten.Overzuinig.Overzulks.Overzwaar, overzware.Overzwalpen, overzwalpte, heeft overzwalpt.Overzwemmen, zwom over, zwommen over, heeft en is overgezwommen.Overzwikken, zwikte over, is overgezwikt.Oxydatie, V., oxydatiën en oxydaties.Oxyde, O.Oxydeeren, oxydeerde, is geoxydeerd.Ozon, O.Ozonwater, O.
Overschot, O., overschotten; overschotje, O., overschotjes.
Overschreeuwen, overschreeuwde, heeft overschreeuwd.
Overschrijden, overschreed, overschreden, heeft overschreden.
Overschrijding, V., overschrijdingen.
Overschrijven, schreef over, schreven over, heeft overgeschreven.
Overschrijver, M., overschrijvers.
Overschrijving, V., overschrijvingen.
Overschrobben, schrobde over, heeft overgeschrobd.
Overschudden, schudde over, heeft overgeschud.
Overschuieren, schuierde over, heeft overgeschuierd.
Overschuimen, schuimde over, heeft en is overgeschuimd.
Overschuiven, schoof over, schoven over, heeft overgeschoven.
Overschuren, schuurde over, heeft overgeschuurd.
Overseinen, seinde over, heeft overgeseind.
Overseining, V.
Oversjouwen, sjouwde over, heeft overgesjouwd.
Overslaan, slaat over, sloeg over, heeft en is overgeslagen.
Overslag, M., overslagen; overslagje, O., overslagjes.
Oversleepen, sleepte over, heeft overgesleept.
Overslenteren, slenterde over, heeft en is overgeslenterd.
Overslibben, overslibde, heeft overslibd.
Overslibbing, V.
Overslijpen, sleep over, slepen over, heeft overgeslepen.
Overslingeren, slingerde over, heeft en is overgeslingerd.
Overslingering, V.
Oversloof, V., overslooven.
Oversluipen, sloop over, slopen over, is overgeslopen.
Oversmeden, smeedde over, heeft overgesmeed.
Oversmelten, smolt over, heeft overgesmolten.
Oversmelting, V.
Oversmeren, smeerde over, heeft overgesmeerd; ook oversmeerde, heeft oversmeerd.
Oversmijten, smeet over, smeten over, heeft overgesmeten.
Oversneeuwen, oversneeuwde, heeft oversneeuwd.
Oversnellen, snelde over, is overgesneld.
Oversnoeien, snoeide over, heeft overgesnoeid.
Overspannen, spande over, heeft overgespannen; ook overspande, heeft overspannen.
Overspanning, V., overspanningen.
Oversparen, spaarde over, heeft overgespaard.
Oversparing, V.
Overspatten, overspatte, heeft overspat.
Overspeelster, V., overspeelsters.
Overspel, O.
Overspeler, M., overspelers.
Overspelig.
Overspijkeren, spijkerde over, heeft overgespijkerd.
Overspikkelen, overspikkelde, heeft overspikkeld.
Overspinnen, spon over, sponnen over, heeft overgesponnen; ook overspon, oversponnen, heeft oversponnen.
Overspitten, spitte over, heeft overgespit.
Overspoeden, spoedde over, is overgespoed.
Overspoelen, spoelde over, heeft overgespoeld; ook overspoelde, heeft overspoeld.
Oversporen, spoorde over, heeft en is overgespoord.
Overspreiden, overspreidde, heeft overspreid.
Oversprenkelen, oversprenkelde, heeft oversprenkeld.
Overspringen, sprong over, heeft en is overgesprongen; ook oversprong (zich), heeft (zich) oversprongen.
Overstaan, staat over, stond over, heeft overgestaan.
Overstaan, O. (Ten overstaan).
Overstag (bijw.).
Overstandig.
Overstapkaartje, O., overstapkaartjes.
Overstappen, stapte over, heeft en is overgestapt; ook overstapte (zich), heeft (zich) overstapt.
Overstapping, V.
Overste, M., oversten.
Oversteeksel, O., oversteeksels.
Overstek, O., overstekken; overstekje, O., overstekjes.
Oversteken, stak over, staken over, heeft en is overgestoken.
Oversteking, V.
Overstelpen, overstelpte, heeft overstelpt.
Overstelping, V.
Overstemmen, stemde over, heeft overgestemd; ook overstemde, heeft overstemd.
Overstemming, V., overstemmingen.
Overstempelen, stempelde over, heeft overgestempeld.
Overstempeling, V.
Overstijven, steef over, steven over, heeft overgesteven.
Overstoomen, stoomde over, heeft en is overgestoomd; ook overstoomde, heeft overstoomd.
Overstoppen, stopte over, heeft overgestopt.
Overstorten, stortte over, heeft overgestort; ook overstortte, heeft overstort.
Overstorting, V.
Overstralen, overstraalde, heeft overstraald.
Overstreng.
Overstrijden, overstreed, overstreden, heeft overstreden.
Overstrijken, streek over, streken over, heeft en is overgestreken; ook overstreek, overstreken, heeft overstreken.
Overstrompelen, strompelde over, heeft en is overgestrompeld.
Overstrooien, overstrooide, heeft overstrooid.
Overstroomen, stroomde over, heeft overgestroomd; ook overstroomde, heeft overstroomd.
Overstrooming, V., overstroomingen.
Overstudeeren, studeerde over, heeft overgestudeerd.
Overstuiven, stoof over, stoven over, is overgestoven; ook overstoof, overstoven, heeft overstoven.
Oversturen, stuurde over, heeft overgestuurd.
Oversturing, V.
Overstuur.
Oversuikeren, oversuikerde, heeft oversuikerd.
Overtal, O.
Overtappen, tapte over, heeft overgetapt.
Overtapping, V.
Overteekenen, teekende over, heeft overgeteekend.
Overteekening, V.
Overtelegrapheeren, telegrapheerde over, heeft overgetelegrapheerd.
Overtellen, telde over, heeft overgeteld.
Overtelling, V., overtellingen.
Overtent, V., overtenten.
Overtillen, tilde over, heeft overgetild.
Overtimmeren, overtimmerde, heeft overtimmerd.
Overtocht, M., overtochten.
Overtogen (deelw.).
Overtollig, overtolliger, overtolligst.
Overtolligheid, V., overtolligheden.
Overtonnen, tonde over, heeft overgetond.
Overtoom, M., overtoomen.
Overtopt.
Overtreden, trad over, traden over, is overgetreden; ook overtrad, overtraden, heeft overtreden.
Overtreder, M., overtreders.
Overtreding, V., overtredingen.
Overtreedster, V., overtreedsters.
Overtreffen, overtrof, overtroffen, heeft overtroffen.
Overtrek, O., overtrekken; overtrekje, O., overtrekjes.
Overtrekken, trok over, trokken over, heeft en is overgetrokken; ook overtrok, overtrokken, heeft overtrokken.
Overtreksel, O., overtreksels; overtrekseltje, O., overtrekseltjes.
Overtroeven, overtroefde, heeft overtroefd.
Overtuigen, overtuigde, heeft overtuigd.
Overtuigend, overtuigender, overtuigendst.
Overtuiging, V., overtuigingen.
Overtuin, M., overtuinen; overtuintje, O., overtuintjes.
Overuur, O., overuren.
Overvaart, V.
Overval (aanval), M., overvallen.
Overval (toeval), O., overvallen; overvalletje, O., overvalletjes.
Overval (sluitwerk), M., overvallen.
Overvallen, viel over, is overgevallen; ook overviel, heeft overvallen.
Overvaren, voer over, heeft en is overgevaren, ook overvoer, heeft overvaren.
Overvegen, veegde over, heeft overgeveegd.
Oververfijnd.
Oververfijning, V.
Oververnissen, verniste over, heeft overgevernist.
Oververstandig.
Oververtellen, vertelde over, heeft oververteld.
Oververven, verfde over, heeft overgeverfd.
Oververzadigd.
Overvet, overvette.
Overvijlen, vijlde over, heeft overgevijld.
Overvlechten, vlocht over, heeft overgevlochten.
Overvleugelen, overvleugelde, heeft overvleugeld.
Overvleugeling, V.
Overvlieden, vlood over, vloden over, is overgevloden.
Overvliegen, vloog over, vlogen over, is overgevlogen.
Overvlieger, M., overvliegers; overvliegertje, O., overvliegertjes.
Overvlieten, vloot over, vloten over, is overgevloten.
Overvloed, M.
Overvloedig, overvloediger, overvloedigst.
Overvloedigheid, V.
Overvloeien, vloeide over, heeft en is overgevloeid.
Overvloeiing, V.
Overvluchten, vluchtte over, is overgevlucht.
Overvlug, overvlugge.
Overvoeden, overvoedde, heeft overvoed.
Overvoederen en Overvoeren, overvoederde, heeft overvoederd; en overvoerde, heeft overvoerd.
Overvoeding, V.
Overvoeren (overbrengen), voerde over, heeft overgevoerd.
Overvoeren (overvoederen). Zie Overvoederen.
Overvoering, V.
Overvol, overvolle.
Overvolledig.
Overvormen, vormde over, heeft overgevormd.
Overvouwen, vouwde over, heeft overgevouwen.
Overvracht, V., overvrachten.
Overvragen, vraagde over, heeft overgevraagd en vroeg over, ook overvraagde, heeft overvraagd en overvroeg.
Overvriendelijk.
Overvruchtbaar, overvruchtbare.
Overwaaien, waaide over, is overgewaaid; ook woei over, woeien over.
Overwaarde, V.
Overwaardig.
Overwaggelen, waggelde over, is overgewaggeld.
Overwal, M.
Overwalsch.
Overwalsen, walste over, heeft overgewalst.
Overwandelen, wandelde over, heeft en is overgewandeld.
Overwarm.
Overwasemen, overwasemde, heeft overwasemd.
Overwasschen, wiesch over, wieschen over, heeft overgewasschen.
Overweek, overweeke.
Overweeken, weekte over, heeft overgeweekt.
Overweg, M., overwegen; overwegje, O., overwegjes.
Overweg (overweg kunnen).
Overwegen, woog over, wogen over, heeft overgewogen; ook overwoog, overwogen, heeft overwogen.
Overwegend, overwegender, overwegendst.
Overweging, V., overwegingen.
Overweldigen, overweldigde, heeft overweldigd.
Overweldiger, M., overweldigers.
Overweldiging, V.
Overwelfsel, O., overwelfsels.
Overwelven (ook Overwulven), overwelfde, heeft overwelfd.
Overwelving, V.
Overwerk, O.
Overwerken, werkte over, heeft overgewerkt; ook overwerkte (zich), heeft (zich) overwerkt.
Overwerking, V.
Overwerpen, wierp over, heeft overgeworpen.
Overwicht, O.
Overwichtig.
Overwichtigheid, V.
Overwijs, overwijze.
Overwinden, wond over, heeft overgewonden.
Overwinnaar, M., overwinnaars en overwinnaren.
Overwinnares, V., overwinnaressen.
Overwinnen, won over, wonnen over, heeft overgewonnen; ook overwon, overwonnen, heeft overwonnen.
Overwinning, V., overwinningen.
Overwinst, V., overwinsten.
Overwinteren, overwinterde, heeft overwinterd.
Overwintering, V.
Overwippen, wipte over, heeft en is overgewipt.
Overwitten, witte over, heeft overgewit.
Overwonneling, M. en V., overwonnelingen. V. ook overwonnelinge.
Overwrijven, wreef over, wreven over, heeft overgewreven.
Overwulven. Zie Overwelven.
Overzaaien, zaaide over, heeft overgezaaid; ook overzaaide, heeft overzaaid.
Overzakken, zakte over, is overgezakt.
Overzakking, V., overzakkingen.
Overzeesch.
Overzeggen, zeide over, heeft overgezegd en overgezeid.
Overzeilen, zeilde over, is overgezeild; ook overzeilde, heeft overzeild.
Overzeiler, M., overzeilers.
Overzeiling, V., overzeilingen.
Overzenden, zond over, heeft overgezonden.
Overzender, M., overzenders.
Overzending, V., overzendingen.
Overzetster, V., overzetsters.
Overzetten, zette over, heeft overgezet.
Overzetter, M., overzetters.
Overzetting, V., overzettingen.
Overzicht, O., overzichten; overzichtje, O., overzichtjes.
Overzieden, zood over, zoden over, heeft overgezoden.
Overzien, zag over, zagen over, heeft overgezien; ook overzag, overzagen, heeft overzien.
Overzienbaar, overzienbare.
Overzijde en overzij, V.
Overzijdsch.
Overzilveren, overzilverde, heeft overzilverd.
Overzindelijk.
Overzingen, zong over, heeft overgezongen.
Overzitten, zat over, zaten over, heeft overgezeten.
Overzolderen, overzolderde, heeft overzolderd.
Overzouten, zoutte over, heeft overgezouten.
Overzuinig.
Overzulks.
Overzwaar, overzware.
Overzwalpen, overzwalpte, heeft overzwalpt.
Overzwemmen, zwom over, zwommen over, heeft en is overgezwommen.
Overzwikken, zwikte over, is overgezwikt.
Oxydatie, V., oxydatiën en oxydaties.
Oxyde, O.
Oxydeeren, oxydeerde, is geoxydeerd.
Ozon, O.
Ozonwater, O.