Chapter 48

Voorthelpen, hielp voort, heeft voortgeholpen.Voorthollen, holde voort, heeft en is voortgehold.Voorthuppelen, huppelde voort, heeft en is voortgehuppeld.Voortijd, M., voortijden.Voortijds.Voortijlen (voortsnellen), ijlde voort, is voortgeijld.Voortjagen, jaagde voort, heeft en is voortgejaagd; ook joeg voort.Voortkomen, komt voort, kwam voort, kwamen voort, is voortgekomen.Voortkrijgen, kreeg voort, kregen voort, heeft voortgekregen.Voortkruien, krooi voort, krooien voort, heeft en is voortgekrooien; ook kruide voort, heeft en is voortgekruid.Voortkruipen, kroop voort, kropen voort, is voortgekropen.Voortkuieren, kuierde voort, is voortgekuierd.Voortleiden, leidde voort, heeft voortgeleid.Voortloopen, liep voort, is en heeft voortgeloopen.Voortmaken, maakte voort, heeft voortgemaakt.Voortmalen, maalde voort, heeft voortgemalen.Voortocht, M., voortochten.Voortooveren, tooverde voor, heeft voorgetooverd.Voortop, M., voortoppen.Voortpakken (zich voortpakken), pakte zich voort, heeft zich voortgepakt.Voortplanten, plantte voort, heeft voortgeplant.Voortplanting, V.Voortplantingsorgaan, O., voortplantingsorganen.Voortpraten, praatte voort, heeft voortgepraat.Voortraken, raakte voort, is voortgeraakt.Voortrap, V.Voortreden, trad voor, traden voor, is voorgetreden.Voortredeneeren, redeneerde voort, heeft voortgeredeneerd.Voortreffelijk, voortreffelijker, voortreffelijkst.Voortreffelijkheid, V., voortreffelijkheden.Voortrein, M., voortreinen.Voortreizen, reisde voort, is voortgereisd.Voortrekken (voor-trekken), trok voor, trokken voor, heeft voorgetrokken.Voortrekken (voort-rekken), rekte voort, heeft voortgerekt.Voortrennen, rende voort, is en heeft voortgerend.Voortrijden, reed voort, reden voort, heeft en is voortgereden.Voortroeien, roeide voort, heeft en is voortgeroeid.Voortrollen, rolde voort, heeft en is voortgerold.Voortrukken, rukte voort, heeft en is voortgerukt.Voorts.Voortscharrelen, scharrelde voort, is voortgescharreld.Voortschieten, schoot voort, schoten voort, heeft en is voortgeschoten.Voortschoppen, schopte voort, heeft voortgeschopt.Voortschuiven, schoof voort, schoven voort, heeft en is voortgeschoven.Voortslaan, sloeg voort, heeft en is voortgeslagen.Voortsleepen, sleepte voort, heeft voortgesleept.Voortslenteren, slenterde voort, is voortgeslenterd.Voortsleuren, sleurde voort, heeft voortgesleurd.Voortsluipen, sloop voort, slopen voort, is voortgeslopen.Voortsnellen, snelde voort, is voortgesneld.Voortspoeden, spoedde voort, is voortgespoed; ook spoedde zich voort, heeft zich voortgespoed.Voortspruiten, sproot voort, sproten voort, is voortgesproten.Voortstappen, stapte voort, is en heeft voortgestapt.Voortstoomen, stoomde voort, is voortgestoomd.Voortstreven, streefde voort, is voortgestreefd.Voortstrompelen, strompelde voort, is voortgestrompeld.Voortstroomen, stroomde voort, is en heeft voortgestroomd.Voortstudeeren, studeerde voort, heeft voortgestudeerd.Voortstuiven, stoof voort, stoven voort, heeft en is voortgestoven.Voortsturen, stuurde voort, heeft voortgestuurd.Voortstuwen, stuwde voort, heeft voortgestuwd.Voortsukkelen, sukkelde voort, heeft en is voortgesukkeld.Voorttelen, teelde voort, heeft voortgeteeld.Voortteling, V.Voorttellen, telde voort, heeft voortgeteld.Voorttrekken, trok voort, trokken voort, heeft en is voortgetrokken.Voortvarend, voortvarender, voortvarendst.Voortvarendheid, V.Voortvertellen, vertelde voort, heeft voortverteld.Voortvlieden, vlood voort, vloden voort, is voortgevloden.Voortvliegen, vloog voort, vlogen voort, heeft en is voortgevlogen.Voortvloeien, vloeide voort, is voortgevloeid.Voortvluchtig.Voortvragen, vraagde voort, heeft voortgevraagd; ook vroeg voort.Voortwaaien, waaide voort, heeft en is voortgewaaid; ook woei voort, woeien voort.Voortwaggelen, waggelde voort, is voortgewaggeld.Voortwandelen, wandelde voort, heeft en is voortgewandeld.Voortwerpen, wierp voort, heeft voortgeworpen.Voortwillen, wilde voort, heeft voortgewild.Voortwoekeren, woekerde voort, heeft en is voortgewoekerd.Voortzeggen, zeide voort, heeft voortgezegd en voortgezeid.Voortzeilen, zeilde voort, heeft en is voortgezeild.Voortzenden, zond voort, heeft voortgezonden.Voortzetten, zette voort, heeft voortgezet.Voortzetter, M., voortzetters.Voortzetting, V.Voortzondigen, zondigde voort, heeft voortgezondigd.Voortzweepen, zweepte voort, heeft voortgezweept.Vooruit.Vooruitbestellen, bestelde vooruit, heeft vooruitbesteld.Vooruitbestelling, V., vooruitbestellingen.Vooruitbetalen, betaalde vooruit, heeft vooruitbetaald.Vooruitbetaling, V., vooruitbetalingen.Vooruitbrengen, bracht vooruit, heeft vooruitgebracht.Vooruitdraven, draafde vooruit, is vooruitgedraafd.Vooruitdrijven, dreef vooruit, dreven vooruit, heeft en is vooruitgedreven.Vooruitdringen, drong vooruit, heeft en is vooruitgedrongen.Vooruitduwen, duwde vooruit, heeft vooruitgeduwd.Vooruitgaan, gaat vooruit, ging vooruit, is vooruitgegaan.Vooruitgang, M.Vooruithebben, heeft vooruit, had vooruit, hadden vooruit, heeft vooruitgehad.Vooruithelpen, hielp vooruit, heeft vooruitgeholpen.Vooruitijlen, ijlde vooruit, is vooruitgeijld.Vooruitjagen, jaagde vooruit, heeft en is vooruitgejaagd; ook joeg vooruit.Vooruitkomen, komt vooruit, kwam vooruit, kwamen vooruit, is vooruitgekomen.Vooruitloopen, liep vooruit, is vooruitgeloopen.Vooruitmaking, V., vooruitmakingen.Vooruitnemen, nam vooruit, namen vooruit, heeft vooruitgenomen.Vooruitraken, raakte vooruit, is vooruitgeraakt.Vooruitreizen, reisde vooruit, is vooruitgereisd.Vooruitrennen, rende vooruit, is vooruitgerend.Vooruitrijden, reed vooruit, reden vooruit, is en heeft vooruitgereden.Vooruitsnellen, snelde vooruit, is vooruitgesneld.Vooruitsteken, stak vooruit, staken vooruit, heeft vooruitgestoken.Vooruitstreven, streefde vooruit, is vooruitgestreefd.Vooruitstrevend.Vooruitvliegen, vloog vooruit, vlogen vooruit, is vooruitgevlogen.Vooruitzeilen, zeilde vooruit, is vooruitgezeild.Vooruitzenden, zond vooruit, heeft vooruitgezonden.Vooruitzicht, O., vooruitzichten.Vooruitzien, zag vooruit, zagen vooruit, heeft vooruitgezien.Vooruitziend.Voorvader, M., voorvaderen en voorvaders.Voorvaderlijk.Voorval, O., voorvallen; voorvalletje, O., voorvalletjes.Voorvallen, viel voor, is voorgevallen.Voorvechter, M., voorvechters.Voorvenster, O., voorvensters.Voorvertrek, O., voorvertrekken; voorvertrekje, O., voorvertrekjes.Voorvijl, V., voorvijlen.Voorvinger, M., voorvingers.Voorvlak, O., voorvlakken.Voorvliegen, vloog voor, vlogen voor, heeft en is voorgevlogen.Voorvloed, M.Voorvoegen, voegde voor, heeft voorgevoegd.Voorvoeging, V.Voorvoegsel, O., voorvoegsels.Voorvoet, M., voorvoeten.Voorvork, V., voorvorken.Voorwaar.Voorwaarde, V., voorwaarden.Voorwaardelijk.Voorwaarts (bijw.).Voorwaartsch (bnw.).Voorwacht, V., voorwachten.Voorwagen, M., voorwagens.Voorwal, M., voorwallen.Voorwand, M., voorwanden.Voorwegen, woog voor, wogen voor heeft voorgewogen.Voorwenden, wendde voor, heeft voorgewend.Voorwending, V.Voorwendsel, O., voorwendsels en voorwendselen; voorwendseltje, O., voorwendseltjes.Voorwereld, V.Voorwereldlijk.Voorwerk, O.Voorwerken, werkte voor, heeft voorgewerkt.Voorwerker, M., voorwerkers.Voorwerp, O., voorwerpen; voorwerpje, O., voorwerpjes.Voorwerpen, wierp voor, heeft voorgeworpen.Voorwerping, V.Voorwerpsnaam, M., voorwerpsnamen.Voorwerpszin, M., voorwerpszinnen.Voorweten, O.Voorwetend.Voorwetendheid, V.Voorwetenschap, V.Voorwiel, O., voorwielen.Voorwimpel, M., voorwimpels.Voorwind, M.Voorwinter, M., voorwinters; voorwintertje, O., voorwintertjes.Voorworp, M.Voorzaal, V., voorzalen.Voorzaat, M., voorzaten.Voorzang, M., voorzangen.Voorzanger, M., voorzangers en voorzangeren.Voorzangersambt, O.Voorzangerschap, O.Voorzeggen, zeide voor, heeft voorgezegd en voorgezeid; ook voorzeide, heeft voorzegd en voorzeid.Voorzegger, M., voorzeggers.Voorzegging, V., voorzeggingen.Voorzegster, V., voorzegsters.Voorzeil, O., voorzeilen.Voorzeiler, M., voorzeilers.Voorzeker.Voorzet, M.Voorzetsel, O., voorzetsels.Voorzetten, zette voor, heeft voorgezet.Voorzichtig, voorzichtiger, voorzichtigst.Voorzichtigheid, V.Voorzichtigheidshalve.Voorzien, voorzag, voorzagen, heeft voorzien.Voorzienig.Voorzienigheid, V.Voorziening, V., voorzieningen.Voorzijde, V., voorzijden.Voorzingen, zong voor, heeft voorgezongen.Voorzingen, O.Voorzinger, M., voorzingers.Voorzitten, zat voor, zaten voor, heeft voorgezeten.Voorzitter, M., voorzitters en voorzitteren.Voorzitterschap, O.Voorzittershamer, M., voorzittershamers.Voorzittersplaats, V., voorzittersplaatsen.Voorzittersstoel, M., voorzittersstoelen.Voorzitting, V.Voorzolder, M., voorzolders.Voorzomer, M., voorzomers.Voorzoom, M., voorzoomen.Voorzoon, M., voorzonen en voorzoons.Voorzorg, V., voorzorgen.Voorzorgsmaatregel, M., voorzorgsmaatregelen.Voorzwemmen, zwom voor, zwommen voor, heeft en is voorgezwommen.Voos, voozer.Voosheid, V.Vorderen (eischen), vorderde, heeft gevorderd.Vorderen (voortkomen), vorderde, is gevorderd.Vordering, V., vorderingen.Vore. Zie Voor.Voren en Voorn, M., vorens en voorns. Vorentje en voorntje, O., vorentjes en voorntjes.Voren (Te voren).Vorenstaand.Vorig.Vork, V., vorken. Vorkje, O., vorkjes.Vorm, M., vormen. Vormpje, O., vormpjes.Vormbak, M., vormbakken.Vormbank, V., vormbanken.Vormelijk, vormelijker, vormelijkst.Vormelijkheid, V.Vormeling, M. en V., vormelingen.Vormen (den vorm geven), vormde, heeft gevormd.Vormen (het vormsel toedienen), vormde, heeft gevormd.Vormer, M., vormers.Vorming, V., vormingen.Vormkracht, V.Vormleer, V.Vormloos en Vormeloos, vormlooze en vormelooze.Vormloosheid, V.Vormnaad, M., vormnaden.Vormoog, O., vormoogen.Vormraam, O., vormramen.Vormschool, V., vormscholen.Vormsel, O.Vormzand, O.Vormzijde, V., vormzijden.Vorsch, M., vorschen. Vorschje, O., vorschjes.Vorschen, vorschte, heeft gevorscht.Vorst (heerscher), M., vorsten. Vorstje, O., vorstjes.Vorst (van het dak), V., vorsten.Vorst (koude), V. Vorstje, O., vorstjes.Vorstelijk, vorstelijker, vorstelijkst.Vorstendeugd, V., vorstendeugden.Vorstendom, O., vorstendommen.Vorstengunst, V.Vorstenhuis, O., vorstenhuizen.Vorstenkroon, V., vorstenkronen.Vorstenlanden (mv.), O.Vorstentelg, M. en V., vorstentelgen.Vorstenzoon, M., vorstenzonen en vortsenzoons.Vorstin, V., vorstinnen.Vorstvrij.Vos, M., vossen. Vosje, O., vosjes.Voskleurig.Vossekop, M., vossekoppen.Vossengat, O., vossengaten.Vossenhaar, O.Vossenhol, O., vossenholen.Vossenjacht, V., vossenjachten.Vossenjager, M., vossenjagers.Vossenkuil, M., vossenkuilen.Vossenval, V., vossenvallen.Vossestaart, M., vossestaarten.Vossevel, O., vossevellen.Votiefmis, V., votiefmissen.Votum, O., votums.Vouw, V., vouwen. Vouwtje, O., vouwtjes.Vouwbeen, O., vouwbeenen; vouwbeentje, O., vouwbeentjes.Vouwblind, O., vouwblinden.Vouwdeur, V., vouwdeuren.Vouwdoos, V., vouwdoozen.Vouwen, vouwde, heeft gevouwen.Vouwer, M., vouwers.Vouwing, V., vouwingen.Vouwmachine, V., vouwmachines.Vouwster, V., vouwsters.Vouwstoel, M., vouwstoelen; vouwstoeltje, O., vouwstoeltjes.Vouwtafel, V., vouwtafels; vouwtafeltje, O., vouwtafeltjes.Vraag, V., vragen. Vraagje, O., vraagjes.Vraagachtig, vraagachtiger, vraagachtigst.Vraagal, M. en V., vraagallen.Vraagbaak, V., vraagbaken.Vraagpunt, O., vraagpunten.Vraagspel (vragen opgeven), O., vraagspelen.Vraagspel (van kaartspelers), O., vraagspellen.Vraagster, V., vraagsters.Vraagstuk, O., vraagstukken; vraagstukje, O., vraagstukjes.Vraagteeken, O., vraagteekens.Vraagwoord, O., vraagwoorden.Vraat, M., vraten. Vraatje, O., vraatjes.Vraatachtig, vraatachtiger, vraatachtigst.Vraatzucht, V.Vraatzuchtig, vraatzuchtiger, vraatzuchtigst.Vracht, V., vrachten. Vrachtje, O. vrachtjes.Vrachtboot, V., vrachtbooten.Vrachtbrief, M., vrachtbrieven.Vrachtgeld, O.Vrachtkar, V., vrachtkarren.Vrachtloon, O., vrachtloonen.Vrachtpaard, O., vrachtpaarden.Vrachtrijder, M., vrachtrijders.Vrachtschip, O., vrachtschepen.Vrachtschuit, V., vrachtschuiten.Vrachtslede, V., vrachtsleden.Vrachtvaarder, M., vrachtvaarders.Vrachtvaart, V.Vrachtvrij.Vrachtwagen, M., vrachtwagens.Vragen, vraagde, heeft gevraagd; ook vroeg.Vragenboek, O., vragenboeken; vragenboekje, O., vragenboekjes.Vragenderwijze en vragenderwijs.Vrager, M., vragers.Vrank, ook Frank (bnw.).Vratig, vratiger, vratigst.Vratigheid, V.Vrede, M.Vredebond, M., vredebonden.Vredebreuk, V.Vredehandel, M.Vredelievend, vredelievender, vredelievendst.Vredelievendheid, V.Vrederechter, M., vrederechters.Vredesconferentie, V., vredesconferenties.Vredescongres, O., vredescongressen.Vredesnaam (In vredesnaam).Vredesonderhandeling, V., vredesonderhandelingen.Vredespaleis, O.Vredespijp, V.Vredestichter, M., vredestichters.Vredestijd, M.Vredesverdrag, O., vredesverdragen.Vredesvoorslag, M., vredesvoorslagen.Vredesvoorwaarde, V., vredesvoorwaarden.Vredig, vrediger, vredigst.Vreedzaam, vreedzamer, vreedzaamst.Vreedzaamheid, V.Vreemd, vreemder, vreemdst.Vreemde (In den vreemde).Vreemdelijk.Vreemdeling, M. en V., vreemdelingen; V. ook vreemdelinge.Vreemdelingenboek, O., vreemdelingenboeken.Vreemdelingenverkeer, O.Vreemdelingschap, O.Vreemdelingsrecht, O.Vreemdenlegioen, O., vreemdenlegioenen.Vreemdheid, V.Vreemdigheid, V., vreemdigheden.Vreemdsoortig, vreemdsoortiger, vreemdsoortigst.Vreemdsoortigheid, V.Vrees en Vreeze, V., vreezen.Vreesachtig, vreesachtiger, vreesachtigst.Vreesachtigheid, V., vreesachtigheden.Vreeselijk en Vreeslijk, vreeselijker en vreeslijker, vreeselijkst en vreeslijkst.Vreeselijkheid, V., vreeselijkheden.Vreetster, V., vreetsters.Vreetwolf, M., vreetwolven.Vreevuur, O., vreevuren.Vreezen, vreesde, heeft gevreesd.Vrek, vrekker, vrekst.Vrek, M., vrekken. Vrekje, O., vrekjes.Vrekachtig, vrekachtiger, vrekachtigst.Vrekachtigheid, V.Vrekheid, V.Vrekkig, vrekkiger, vrekkigst.Vrekkigheid, V.Vreten, vrat, vraten, heeft gevreten.Vreter, M., vreters.Vreterij, V.Vreugde en Vreugd, V.Vreugdebedrijf, O., vreugdebedrijven.Vreugdebetoon, O.Vreugdedag, M., vreugdedagen.Vreugdeloos, vreugdeloozer.Vreugdetraan, M., vreugdetranen.Vreugdevol, vreugdevolle.Vreugdevuur, O., vreugdevuren.Vriend, ook Vrind, M., vrienden en vrinden. Vriendje en vrindje, O., vriendjes en vrindjes.Vriendelijk, vriendelijker, vriendelijkst.Vriendelijkheid, V., vriendelijkheden.Vriendendienst, M., vriendendiensten.Vriendenfeest, O., vriendenfeesten.Vriendengroet, M., vriendengroeten.Vriendenkring, M., vriendenkringen.Vriendenmaal, O., vriendenmalen.Vriendhoudend, vriendhoudender, vriendhoudendst.Vriendhoudendheid, V.Vriendin, V., vriendinnen. Vriendinnetje, O., vriendinnetjes.Vriendinnenkring, M., vriendinnenkringen.Vriendlief, M.; vriendliefje, O.Vriendschap, V., vriendschappen.Vriendschappelijk, vriendschappelijker, vriendschappelijkst.Vriendschappelijkheid, V.Vriendschapsband, M., vriendschapsbanden.Vriendschapsbeker, M., vriendschapsbekers.Vriendschapsbetoon, O.Vriendschapsbetrekking, V., vriendschapsbetrekkingen.Vriendschapsbetuiging, V., vriendschapsbetuigingen.Vriendschapsdienst, M., vriendschapsdiensten.Vriendschapsplicht, M., vriendschapsplichten.Vriendschapsverbond, O., vriendschapsverbonden.Vriespunt, O.Vriesweder, en vriesweer, O.Vriezen, vroor, heeft gevroren en gevrozen.Vrij, vrijer, vrijst.Vrijaf.Vrijage, V., vrijages.Vrijblijven, bleef vrij, bleven vrij, is vrijgebleven.Vrijbrief, M., vrijbrieven.Vrijbuiten, vrijbuitte, heeft gevrijbuit.Vrijbuiter, M., vrijbuiters.Vrijbuiterij, V., vrijbuiterijen.Vrijburg, M, vrijburgen.Vrijdag, M., Vrijdagen.Vrijdagsch.Vrijden en Vrijen (bevrijden), vrijdde en vrijde, heeft gevrijd.Vrijdenker, M., vrijdenkers.Vrijdenkerij, V.Vrijdingen, dong vrij, heeft vrijgedongen.Vrijdobbelen, dobbelde vrij, heeft en is vrijgedobbeld.Vrijdom, M., vrijdommen.Vrijelijk.Vrijen (liefde betoonen), vrijde, heeft gevrijd; ook vree, vreeën, heeft gevreeën.Vrijen (bevrijden). Zie Vrijden.Vrijer, M., vrijers. Vrijertje, O., vrijertjes.Vrijerij, V., vrijerijen. Vrijerijtje, O., vrijerijtjes.Vrijerschap, O.Vrijgeboren.Vrijgeest, M., vrijgeesten.Vrijgeesterij, V.Vrijgelatene, M. en V., vrijgelatenen.Vrijgeleibrief, M., vrijgeleibrieven.Vrijgeleide, O.Vrijgeven, gaf vrij, gaven vrij, heeft vrijgegeven.Vrijgevig (mild), vrijgeviger, vrijgevigst.Vrijgevigheid, V.Vrijgezel, M., vrijgezellen.Vrijhandelstelsel, O.Vrijhaven, V., vrijhavens.Vrijheer, M., vrijheeren.Vrijheerlijk.Vrijheerschap, O.Vrijheid, V., vrijheden.Vrijheidlievend.Vrijheidminnend.Vrijheidsboom, M., vrijheidsboomen.Vrijheidsgeest, M.Vrijheidshoed, M., vrijheidshoeden.Vrijheidsliefde, V.Vrijheidsmaagd, V.Vrijheidsmin, V.Vrijheidsmuts, V., vrijheidsmutsen.Vrijheidszin, M.Vrijheidszucht, V.Vrijhouden, hield vrij, heeft vrijgehouden.Vrijhuis, O., vrijhuizen.Vrijjaar, O., vrijjaren.Vrijkaart, V., vrijkaarten; vrijkaartje, O., vrijkaartjes.Vrijkennen, kende vrij, heeft vrijgekend.Vrijkenning, V.Vrijkomen, komt vrij, kwam vrij kwamen vrij, is vrijgekomen.Vrijkoop, M.Vrijkoopen, kocht vrij, heeft vrijgekocht.Vrijkooping, V., vrijkoopingen.Vrijkorps, O., vrijkorpsen.Vrijlaten, liet vrij, heeft vrijgelaten.Vrijlating, V., vrijlatingen.Vrijleen, O., vrijleenen.Vrijloopen, liep vrij, is vrijgeloopen.Vrijlot, O., vrijloten; vrijlootje, O., vrijlootjes.Vrijloten, lootte vrij, heeft en is vrijgeloot.Vrijmachtig, vrijmachtiger, vrijmachtigst.Vrijmachtigheid, V.Vrijmaken, maakte vrij, heeft vrijgemaakt.Vrijmaker, M., vrijmakers.Vrijmaking, V., vrijmakingen.Vrijmarkt, V., vrijmarkten.Vrijmetselaar, M., vrijmetselaars en vrijmetselaren.Vrijmetselaarsloge, V., vrijmetselaarsloges.Vrijmetselarij, V.Vrijmoedig, vrijmoediger, vrijmoedigst.Vrijmoedigheid, V., vrijmoedigheden.Vrijmoediglijk.Vrijplaats, V., vrijplaatsen.Vrijpleiten, pleitte vrij, heeft vrijgepleit.Vrijpostig, vrijpostiger, vrijpostigst.Vrijpostigheid, V.Vrijspraak, V., vrijspraken.Vrijspreken, sprak vrij, spraken vrij heeft vrijgesproken.Vrijspreker, M., vrijsprekers.Vrijspreking, V., vrijsprekingen.Vrijstaan, staat vrij, stond vrij, heeft vrijgestaan.Vrijstaat, M., vrijstaten.Vrijstad, V., vrijsteden.Vrijstellen, stelde vrij, heeft vrijgesteld.Vrijstelling, V., vrijstellingen.Vrijster, V., vrijsters. Vrijstertje, O., vrijstertjes.Vrijsterschap, O.Vrijuit.Vrijvallen, viel vrij, is vrijgevallen.Vrijvaren, voer vrij, heeft vrijgevaren.Vrijvechten, vocht vrij, heeft vrijgevochten.Vrijverklaren, verklaarde vrij, heeft vrijverklaard.Vrijverklaring, V., vrijverklaringen.Vrijvrouw, V., vrijvrouwen.Vrijwaarder, M., vrijwaarders.Vrijwaren, vrijwaarde, heeft gevrijwaard.Vrijwaring, V., vrijwaringen.Vrijwillig, vrijwilliger, vrijwilligst.Vrijwilliger, M., vrijwilligers.Vrijwilligerskorps, O., vrijwilligerskorpsen.Vrijwilligheid, V.Vrijzinnig, vrijzinniger, vrijzinnigst.Vrijzinnigheid, V.Vrind. Zie Vriend.Vroed, vroeder, vroedst.Vroedheid, V.Vroedkunde, V.Vroedkundig.Vroedkundige, M. en V., vroedkundigen.Vroedmeester, M., vroedmeesters.Vroedschap (vergadering), V.; (een lid daarvan), M., vroedschappen.Vroedschapsvergadering, V., vroedschapsvergaderingen.Vroedvrouw, V., vroedvrouwen.Vroeg, vroeger, vroegst.Vroegbeurt, V., vroegbeurten.Vroegdienst, M.Vroegkerk, V.Vroegmis, V., vroegmissen.Vroegpreek, V., vroegpreeken.Vroegrijp.Vroegte, V.Vroegtijdig, vroegtijdiger, vroegtijdigst.Vroegtijdigheid, V.Vromelijk.Vromigheid, V.Vroolijk, vroolijker, vroolijkst.Vroolijkheid, V., vroolijkheden.Vroom, vromer, vroomst.Vroomheid, V.Vroon, O., vroonen.Vroongoed, O., vroongoederen.Vroonheer, M., vroonheeren.Vroonland, O., vroonlanden.Vroonrecht, O., vroonrechten.Vroonvisscherij, V., vroonvisscherijen.Vroonwater, O., vroonwateren.Vrouw, V., vrouwen. Vrouwtje, O., vrouwtjes.Vrouwachtig, vrouwachtiger, vrouwachtigst.Vrouwelijk.Vrouwelijkheid, V.Vrouwenaard, M.Vrouwenarbeid, M.Vrouwenbeul, M., vrouwenbeulen.Vrouwenbeweging, V.Vrouwendag, M.Vrouwendeugd, V.Vrouwendienst, M.Vrouwengek, M., vrouwengekken.Vrouwengestalte, V., vrouwengestalten.Vrouwenhaar, O.Vrouwenhand, V., vrouwenhanden.Vrouwenhater, M., vrouwenhaters.Vrouwenhemd, O., vrouwenhemden.Vrouwenhoed, M., vrouwenhoeden.Vrouwenkiesrecht, O.Vrouwenkleed, O., vrouwenkleederen.Vrouwenkleeding, V.Vrouwenklooster, O., vrouwenkloosters.Vrouwenkracht, V.Vrouwenliefde, V.Vrouwenlist, V., vrouwenlisten.Vrouwenmelk, V.Vrouwennaam, M., vrouwennamen.Vrouwenregeering, V.Vrouwenrok, M., vrouwenrokken.Vrouwenroof, M.Vrouwenschender, M., vrouwenschenders.Vrouwenschennis, V.Vrouwenschoen, M., vrouwenschoenen.Vrouwenstem, V., vrouwenstemmen.Vrouwenvertrek, O., vrouwenvertrekken.Vrouwenwerk, O.Vrouwenziekte, V., vrouwenziekten.Vrouwlief.Vrouwmensch, O., vrouwlieden en vrouwlui.Vrouwspersoon, O., vrouwspersonen.Vrouwtjelief, O.Vrouwtjesappel, M., vrouwtjesappels.Vrucht, V., vruchten. Vruchtje, O., vruchtjes.Vruchtbaar, vruchtbaarder, vruchtbaarst.Vruchtbaarheid, V.Vruchtbeginsel, O., vruchtbeginsels.Vruchtboom, M., vruchtboomen.Vruchtdragend.Vruchteloos, vruchteloozer.Vruchteloosheid, V.Vruchtenmesje, O., vruchtenmesjes.Vruchtenschaal, V., vruchtenschalen.Vruchtenwijn, M.Vruchtgebruik, O.Vruchtgebruiker, M., vruchtgebruikers.Vuig, vuiger, vuigst.Vuigheid, V.Vuil, vuiler, vuilst.Vuil, O.Vuilaardig, vuilaardiger, vuilaardigst.Vuilaardigheid, V., vuilaardigheden.Vuilbek, M. en V., vuilbekken.Vuilbekken, vuilbekte, heeft gevuilbekt.Vuilbekkerij, V.Vuilegoedskist, V., vuilegoedskisten.Vuilegoedsmand, V., vuilegoedsmanden.Vuilheid, V., vuilheden.Vuiligheid, V., vuiligheden.Vuilik, M., vuiliken. Vuilikje, O., vuilikjes.Vuilmaken, maakte vuil, heeft vuilgemaakt.Vuilnis, V. (Verg. Vullis).Vuilnisbak, M., vuilnisbakken.Vuilnishoop, M., vuilnishoopen.Vuilniskar, V., vuilniskarren.Vuilnisman, M., vuilnismannen.Vuilte, V.Vuilverbranding, V.Vuist, V., vuisten. Vuistje, O., vuistjes.Vuistgevecht, O., vuistgevechten.Vuistrecht, O.Vuistslag, M., vuistslagen.Vuistvechter, M., vuistvechters.Vulgair.Vulgariteit, V.Vulgata, V.Vulgus, O.Vulhaar, O.Vulhaard, M., vulhaarden.Vulhout, O., vulhouten.Vulkaan, M., vulkanen.Vulkachel, V., vulkachels.Vulkanisch.Vullen, vulde, heeft gevuld.Vulling (het vullen), V.Vulling (scheepsw.), V., vullings.Vullingsgat, O., vullingsgaten.Vullingsplank, V., vullingsplanken.Vullingsstuk, O., vullingsstukken.Vullis, O. (Verg. Vuilnis).Vullisblik, O., vullisblikken.Vullisvat, O., vullisvaten; vullisvaatje, O., vullisvaatjes.Vulpen, V., vulpennen. Zie Vulpenhouder.Vulpenhouder, M., vulpenhouders. Ook Vulpen.Vulpomp, V., vulpompen.Vulsel, O., vulsels.Vuns, vunzer.Vunsheid, V.Vunzig, vunziger, vunzigst.Vunzigheid, V.Vuren, vuurde, heeft gevuurd.Vuren (bnw.).Vurenhout, O.Vurenhouten (bnw.).Vurig, vuriger, vurigst.Vurigheid, V., vurigheden.Vuriglijk.Vuring, V., vuringen.Vuur, O., vuren. Vuurtje, O., vuurtjes.Vuuraanbidder, M., vuuraanbidders.Vuurbaak, V., vuurbaken.Vuurdood, M.Vuurdoop, M.Vuurgevecht, O.Vuurgloed, M.Vuurhaard, M., vuurhaarden.Vuurhoudend.Vuurkast, V., vuurkasten.Vuurlak, O.Vuurlander, M., Vuurlanders.Vuurlijn, V.Vuurmaker, M., vuurmakers.Vuurmand, V., vuurmanden.Vuurmond, M., vuurmonden.Vuurpijl, M., vuurpijlen.Vuurpijlaffuit, V., vuurpijlaffuiten.Vuurpijltoestel, M. en O., vuurpijltoestellen.Vuurplaat, V., vuurplaten.Vuurpoel, M.Vuurproef, V., vuurproeven.Vuurroer, O., vuurroers en vuurroeren.Vuurrood, vuurroode.Vuurscherm, O., vuurschermen.Vuurschip, O., vuurschepen.Vuurslag, O., vuurslagen.Vuurspuwend.Vuurstroom, M., vuurstroomen.Vuurtest, V., vuurtesten.Vuurtoren, M., vuurtorens.Vuurvast.Vuurvreter, M., vuurvreters.Vuurwapen, O., vuurwapenen.Vuurwerk, O., vuurwerken.Vuurwerker, M., vuurwerkers.Vuurwerkerij, V.Vuurwerkmaker, M., vuurwerkmakers.Vuurzee, V.

Voorthelpen, hielp voort, heeft voortgeholpen.Voorthollen, holde voort, heeft en is voortgehold.Voorthuppelen, huppelde voort, heeft en is voortgehuppeld.Voortijd, M., voortijden.Voortijds.Voortijlen (voortsnellen), ijlde voort, is voortgeijld.Voortjagen, jaagde voort, heeft en is voortgejaagd; ook joeg voort.Voortkomen, komt voort, kwam voort, kwamen voort, is voortgekomen.Voortkrijgen, kreeg voort, kregen voort, heeft voortgekregen.Voortkruien, krooi voort, krooien voort, heeft en is voortgekrooien; ook kruide voort, heeft en is voortgekruid.Voortkruipen, kroop voort, kropen voort, is voortgekropen.Voortkuieren, kuierde voort, is voortgekuierd.Voortleiden, leidde voort, heeft voortgeleid.Voortloopen, liep voort, is en heeft voortgeloopen.Voortmaken, maakte voort, heeft voortgemaakt.Voortmalen, maalde voort, heeft voortgemalen.Voortocht, M., voortochten.Voortooveren, tooverde voor, heeft voorgetooverd.Voortop, M., voortoppen.Voortpakken (zich voortpakken), pakte zich voort, heeft zich voortgepakt.Voortplanten, plantte voort, heeft voortgeplant.Voortplanting, V.Voortplantingsorgaan, O., voortplantingsorganen.Voortpraten, praatte voort, heeft voortgepraat.Voortraken, raakte voort, is voortgeraakt.Voortrap, V.Voortreden, trad voor, traden voor, is voorgetreden.Voortredeneeren, redeneerde voort, heeft voortgeredeneerd.Voortreffelijk, voortreffelijker, voortreffelijkst.Voortreffelijkheid, V., voortreffelijkheden.Voortrein, M., voortreinen.Voortreizen, reisde voort, is voortgereisd.Voortrekken (voor-trekken), trok voor, trokken voor, heeft voorgetrokken.Voortrekken (voort-rekken), rekte voort, heeft voortgerekt.Voortrennen, rende voort, is en heeft voortgerend.Voortrijden, reed voort, reden voort, heeft en is voortgereden.Voortroeien, roeide voort, heeft en is voortgeroeid.Voortrollen, rolde voort, heeft en is voortgerold.Voortrukken, rukte voort, heeft en is voortgerukt.Voorts.Voortscharrelen, scharrelde voort, is voortgescharreld.Voortschieten, schoot voort, schoten voort, heeft en is voortgeschoten.Voortschoppen, schopte voort, heeft voortgeschopt.Voortschuiven, schoof voort, schoven voort, heeft en is voortgeschoven.Voortslaan, sloeg voort, heeft en is voortgeslagen.Voortsleepen, sleepte voort, heeft voortgesleept.Voortslenteren, slenterde voort, is voortgeslenterd.Voortsleuren, sleurde voort, heeft voortgesleurd.Voortsluipen, sloop voort, slopen voort, is voortgeslopen.Voortsnellen, snelde voort, is voortgesneld.Voortspoeden, spoedde voort, is voortgespoed; ook spoedde zich voort, heeft zich voortgespoed.Voortspruiten, sproot voort, sproten voort, is voortgesproten.Voortstappen, stapte voort, is en heeft voortgestapt.Voortstoomen, stoomde voort, is voortgestoomd.Voortstreven, streefde voort, is voortgestreefd.Voortstrompelen, strompelde voort, is voortgestrompeld.Voortstroomen, stroomde voort, is en heeft voortgestroomd.Voortstudeeren, studeerde voort, heeft voortgestudeerd.Voortstuiven, stoof voort, stoven voort, heeft en is voortgestoven.Voortsturen, stuurde voort, heeft voortgestuurd.Voortstuwen, stuwde voort, heeft voortgestuwd.Voortsukkelen, sukkelde voort, heeft en is voortgesukkeld.Voorttelen, teelde voort, heeft voortgeteeld.Voortteling, V.Voorttellen, telde voort, heeft voortgeteld.Voorttrekken, trok voort, trokken voort, heeft en is voortgetrokken.Voortvarend, voortvarender, voortvarendst.Voortvarendheid, V.Voortvertellen, vertelde voort, heeft voortverteld.Voortvlieden, vlood voort, vloden voort, is voortgevloden.Voortvliegen, vloog voort, vlogen voort, heeft en is voortgevlogen.Voortvloeien, vloeide voort, is voortgevloeid.Voortvluchtig.Voortvragen, vraagde voort, heeft voortgevraagd; ook vroeg voort.Voortwaaien, waaide voort, heeft en is voortgewaaid; ook woei voort, woeien voort.Voortwaggelen, waggelde voort, is voortgewaggeld.Voortwandelen, wandelde voort, heeft en is voortgewandeld.Voortwerpen, wierp voort, heeft voortgeworpen.Voortwillen, wilde voort, heeft voortgewild.Voortwoekeren, woekerde voort, heeft en is voortgewoekerd.Voortzeggen, zeide voort, heeft voortgezegd en voortgezeid.Voortzeilen, zeilde voort, heeft en is voortgezeild.Voortzenden, zond voort, heeft voortgezonden.Voortzetten, zette voort, heeft voortgezet.Voortzetter, M., voortzetters.Voortzetting, V.Voortzondigen, zondigde voort, heeft voortgezondigd.Voortzweepen, zweepte voort, heeft voortgezweept.Vooruit.Vooruitbestellen, bestelde vooruit, heeft vooruitbesteld.Vooruitbestelling, V., vooruitbestellingen.Vooruitbetalen, betaalde vooruit, heeft vooruitbetaald.Vooruitbetaling, V., vooruitbetalingen.Vooruitbrengen, bracht vooruit, heeft vooruitgebracht.Vooruitdraven, draafde vooruit, is vooruitgedraafd.Vooruitdrijven, dreef vooruit, dreven vooruit, heeft en is vooruitgedreven.Vooruitdringen, drong vooruit, heeft en is vooruitgedrongen.Vooruitduwen, duwde vooruit, heeft vooruitgeduwd.Vooruitgaan, gaat vooruit, ging vooruit, is vooruitgegaan.Vooruitgang, M.Vooruithebben, heeft vooruit, had vooruit, hadden vooruit, heeft vooruitgehad.Vooruithelpen, hielp vooruit, heeft vooruitgeholpen.Vooruitijlen, ijlde vooruit, is vooruitgeijld.Vooruitjagen, jaagde vooruit, heeft en is vooruitgejaagd; ook joeg vooruit.Vooruitkomen, komt vooruit, kwam vooruit, kwamen vooruit, is vooruitgekomen.Vooruitloopen, liep vooruit, is vooruitgeloopen.Vooruitmaking, V., vooruitmakingen.Vooruitnemen, nam vooruit, namen vooruit, heeft vooruitgenomen.Vooruitraken, raakte vooruit, is vooruitgeraakt.Vooruitreizen, reisde vooruit, is vooruitgereisd.Vooruitrennen, rende vooruit, is vooruitgerend.Vooruitrijden, reed vooruit, reden vooruit, is en heeft vooruitgereden.Vooruitsnellen, snelde vooruit, is vooruitgesneld.Vooruitsteken, stak vooruit, staken vooruit, heeft vooruitgestoken.Vooruitstreven, streefde vooruit, is vooruitgestreefd.Vooruitstrevend.Vooruitvliegen, vloog vooruit, vlogen vooruit, is vooruitgevlogen.Vooruitzeilen, zeilde vooruit, is vooruitgezeild.Vooruitzenden, zond vooruit, heeft vooruitgezonden.Vooruitzicht, O., vooruitzichten.Vooruitzien, zag vooruit, zagen vooruit, heeft vooruitgezien.Vooruitziend.Voorvader, M., voorvaderen en voorvaders.Voorvaderlijk.Voorval, O., voorvallen; voorvalletje, O., voorvalletjes.Voorvallen, viel voor, is voorgevallen.Voorvechter, M., voorvechters.Voorvenster, O., voorvensters.Voorvertrek, O., voorvertrekken; voorvertrekje, O., voorvertrekjes.Voorvijl, V., voorvijlen.Voorvinger, M., voorvingers.Voorvlak, O., voorvlakken.Voorvliegen, vloog voor, vlogen voor, heeft en is voorgevlogen.Voorvloed, M.Voorvoegen, voegde voor, heeft voorgevoegd.Voorvoeging, V.Voorvoegsel, O., voorvoegsels.Voorvoet, M., voorvoeten.Voorvork, V., voorvorken.Voorwaar.Voorwaarde, V., voorwaarden.Voorwaardelijk.Voorwaarts (bijw.).Voorwaartsch (bnw.).Voorwacht, V., voorwachten.Voorwagen, M., voorwagens.Voorwal, M., voorwallen.Voorwand, M., voorwanden.Voorwegen, woog voor, wogen voor heeft voorgewogen.Voorwenden, wendde voor, heeft voorgewend.Voorwending, V.Voorwendsel, O., voorwendsels en voorwendselen; voorwendseltje, O., voorwendseltjes.Voorwereld, V.Voorwereldlijk.Voorwerk, O.Voorwerken, werkte voor, heeft voorgewerkt.Voorwerker, M., voorwerkers.Voorwerp, O., voorwerpen; voorwerpje, O., voorwerpjes.Voorwerpen, wierp voor, heeft voorgeworpen.Voorwerping, V.Voorwerpsnaam, M., voorwerpsnamen.Voorwerpszin, M., voorwerpszinnen.Voorweten, O.Voorwetend.Voorwetendheid, V.Voorwetenschap, V.Voorwiel, O., voorwielen.Voorwimpel, M., voorwimpels.Voorwind, M.Voorwinter, M., voorwinters; voorwintertje, O., voorwintertjes.Voorworp, M.Voorzaal, V., voorzalen.Voorzaat, M., voorzaten.Voorzang, M., voorzangen.Voorzanger, M., voorzangers en voorzangeren.Voorzangersambt, O.Voorzangerschap, O.Voorzeggen, zeide voor, heeft voorgezegd en voorgezeid; ook voorzeide, heeft voorzegd en voorzeid.Voorzegger, M., voorzeggers.Voorzegging, V., voorzeggingen.Voorzegster, V., voorzegsters.Voorzeil, O., voorzeilen.Voorzeiler, M., voorzeilers.Voorzeker.Voorzet, M.Voorzetsel, O., voorzetsels.Voorzetten, zette voor, heeft voorgezet.Voorzichtig, voorzichtiger, voorzichtigst.Voorzichtigheid, V.Voorzichtigheidshalve.Voorzien, voorzag, voorzagen, heeft voorzien.Voorzienig.Voorzienigheid, V.Voorziening, V., voorzieningen.Voorzijde, V., voorzijden.Voorzingen, zong voor, heeft voorgezongen.Voorzingen, O.Voorzinger, M., voorzingers.Voorzitten, zat voor, zaten voor, heeft voorgezeten.Voorzitter, M., voorzitters en voorzitteren.Voorzitterschap, O.Voorzittershamer, M., voorzittershamers.Voorzittersplaats, V., voorzittersplaatsen.Voorzittersstoel, M., voorzittersstoelen.Voorzitting, V.Voorzolder, M., voorzolders.Voorzomer, M., voorzomers.Voorzoom, M., voorzoomen.Voorzoon, M., voorzonen en voorzoons.Voorzorg, V., voorzorgen.Voorzorgsmaatregel, M., voorzorgsmaatregelen.Voorzwemmen, zwom voor, zwommen voor, heeft en is voorgezwommen.Voos, voozer.Voosheid, V.Vorderen (eischen), vorderde, heeft gevorderd.Vorderen (voortkomen), vorderde, is gevorderd.Vordering, V., vorderingen.Vore. Zie Voor.Voren en Voorn, M., vorens en voorns. Vorentje en voorntje, O., vorentjes en voorntjes.Voren (Te voren).Vorenstaand.Vorig.Vork, V., vorken. Vorkje, O., vorkjes.Vorm, M., vormen. Vormpje, O., vormpjes.Vormbak, M., vormbakken.Vormbank, V., vormbanken.Vormelijk, vormelijker, vormelijkst.Vormelijkheid, V.Vormeling, M. en V., vormelingen.Vormen (den vorm geven), vormde, heeft gevormd.Vormen (het vormsel toedienen), vormde, heeft gevormd.Vormer, M., vormers.Vorming, V., vormingen.Vormkracht, V.Vormleer, V.Vormloos en Vormeloos, vormlooze en vormelooze.Vormloosheid, V.Vormnaad, M., vormnaden.Vormoog, O., vormoogen.Vormraam, O., vormramen.Vormschool, V., vormscholen.Vormsel, O.Vormzand, O.Vormzijde, V., vormzijden.Vorsch, M., vorschen. Vorschje, O., vorschjes.Vorschen, vorschte, heeft gevorscht.Vorst (heerscher), M., vorsten. Vorstje, O., vorstjes.Vorst (van het dak), V., vorsten.Vorst (koude), V. Vorstje, O., vorstjes.Vorstelijk, vorstelijker, vorstelijkst.Vorstendeugd, V., vorstendeugden.Vorstendom, O., vorstendommen.Vorstengunst, V.Vorstenhuis, O., vorstenhuizen.Vorstenkroon, V., vorstenkronen.Vorstenlanden (mv.), O.Vorstentelg, M. en V., vorstentelgen.Vorstenzoon, M., vorstenzonen en vortsenzoons.Vorstin, V., vorstinnen.Vorstvrij.Vos, M., vossen. Vosje, O., vosjes.Voskleurig.Vossekop, M., vossekoppen.Vossengat, O., vossengaten.Vossenhaar, O.Vossenhol, O., vossenholen.Vossenjacht, V., vossenjachten.Vossenjager, M., vossenjagers.Vossenkuil, M., vossenkuilen.Vossenval, V., vossenvallen.Vossestaart, M., vossestaarten.Vossevel, O., vossevellen.Votiefmis, V., votiefmissen.Votum, O., votums.Vouw, V., vouwen. Vouwtje, O., vouwtjes.Vouwbeen, O., vouwbeenen; vouwbeentje, O., vouwbeentjes.Vouwblind, O., vouwblinden.Vouwdeur, V., vouwdeuren.Vouwdoos, V., vouwdoozen.Vouwen, vouwde, heeft gevouwen.Vouwer, M., vouwers.Vouwing, V., vouwingen.Vouwmachine, V., vouwmachines.Vouwster, V., vouwsters.Vouwstoel, M., vouwstoelen; vouwstoeltje, O., vouwstoeltjes.Vouwtafel, V., vouwtafels; vouwtafeltje, O., vouwtafeltjes.Vraag, V., vragen. Vraagje, O., vraagjes.Vraagachtig, vraagachtiger, vraagachtigst.Vraagal, M. en V., vraagallen.Vraagbaak, V., vraagbaken.Vraagpunt, O., vraagpunten.Vraagspel (vragen opgeven), O., vraagspelen.Vraagspel (van kaartspelers), O., vraagspellen.Vraagster, V., vraagsters.Vraagstuk, O., vraagstukken; vraagstukje, O., vraagstukjes.Vraagteeken, O., vraagteekens.Vraagwoord, O., vraagwoorden.Vraat, M., vraten. Vraatje, O., vraatjes.Vraatachtig, vraatachtiger, vraatachtigst.Vraatzucht, V.Vraatzuchtig, vraatzuchtiger, vraatzuchtigst.Vracht, V., vrachten. Vrachtje, O. vrachtjes.Vrachtboot, V., vrachtbooten.Vrachtbrief, M., vrachtbrieven.Vrachtgeld, O.Vrachtkar, V., vrachtkarren.Vrachtloon, O., vrachtloonen.Vrachtpaard, O., vrachtpaarden.Vrachtrijder, M., vrachtrijders.Vrachtschip, O., vrachtschepen.Vrachtschuit, V., vrachtschuiten.Vrachtslede, V., vrachtsleden.Vrachtvaarder, M., vrachtvaarders.Vrachtvaart, V.Vrachtvrij.Vrachtwagen, M., vrachtwagens.Vragen, vraagde, heeft gevraagd; ook vroeg.Vragenboek, O., vragenboeken; vragenboekje, O., vragenboekjes.Vragenderwijze en vragenderwijs.Vrager, M., vragers.Vrank, ook Frank (bnw.).Vratig, vratiger, vratigst.Vratigheid, V.Vrede, M.Vredebond, M., vredebonden.Vredebreuk, V.Vredehandel, M.Vredelievend, vredelievender, vredelievendst.Vredelievendheid, V.Vrederechter, M., vrederechters.Vredesconferentie, V., vredesconferenties.Vredescongres, O., vredescongressen.Vredesnaam (In vredesnaam).Vredesonderhandeling, V., vredesonderhandelingen.Vredespaleis, O.Vredespijp, V.Vredestichter, M., vredestichters.Vredestijd, M.Vredesverdrag, O., vredesverdragen.Vredesvoorslag, M., vredesvoorslagen.Vredesvoorwaarde, V., vredesvoorwaarden.Vredig, vrediger, vredigst.Vreedzaam, vreedzamer, vreedzaamst.Vreedzaamheid, V.Vreemd, vreemder, vreemdst.Vreemde (In den vreemde).Vreemdelijk.Vreemdeling, M. en V., vreemdelingen; V. ook vreemdelinge.Vreemdelingenboek, O., vreemdelingenboeken.Vreemdelingenverkeer, O.Vreemdelingschap, O.Vreemdelingsrecht, O.Vreemdenlegioen, O., vreemdenlegioenen.Vreemdheid, V.Vreemdigheid, V., vreemdigheden.Vreemdsoortig, vreemdsoortiger, vreemdsoortigst.Vreemdsoortigheid, V.Vrees en Vreeze, V., vreezen.Vreesachtig, vreesachtiger, vreesachtigst.Vreesachtigheid, V., vreesachtigheden.Vreeselijk en Vreeslijk, vreeselijker en vreeslijker, vreeselijkst en vreeslijkst.Vreeselijkheid, V., vreeselijkheden.Vreetster, V., vreetsters.Vreetwolf, M., vreetwolven.Vreevuur, O., vreevuren.Vreezen, vreesde, heeft gevreesd.Vrek, vrekker, vrekst.Vrek, M., vrekken. Vrekje, O., vrekjes.Vrekachtig, vrekachtiger, vrekachtigst.Vrekachtigheid, V.Vrekheid, V.Vrekkig, vrekkiger, vrekkigst.Vrekkigheid, V.Vreten, vrat, vraten, heeft gevreten.Vreter, M., vreters.Vreterij, V.Vreugde en Vreugd, V.Vreugdebedrijf, O., vreugdebedrijven.Vreugdebetoon, O.Vreugdedag, M., vreugdedagen.Vreugdeloos, vreugdeloozer.Vreugdetraan, M., vreugdetranen.Vreugdevol, vreugdevolle.Vreugdevuur, O., vreugdevuren.Vriend, ook Vrind, M., vrienden en vrinden. Vriendje en vrindje, O., vriendjes en vrindjes.Vriendelijk, vriendelijker, vriendelijkst.Vriendelijkheid, V., vriendelijkheden.Vriendendienst, M., vriendendiensten.Vriendenfeest, O., vriendenfeesten.Vriendengroet, M., vriendengroeten.Vriendenkring, M., vriendenkringen.Vriendenmaal, O., vriendenmalen.Vriendhoudend, vriendhoudender, vriendhoudendst.Vriendhoudendheid, V.Vriendin, V., vriendinnen. Vriendinnetje, O., vriendinnetjes.Vriendinnenkring, M., vriendinnenkringen.Vriendlief, M.; vriendliefje, O.Vriendschap, V., vriendschappen.Vriendschappelijk, vriendschappelijker, vriendschappelijkst.Vriendschappelijkheid, V.Vriendschapsband, M., vriendschapsbanden.Vriendschapsbeker, M., vriendschapsbekers.Vriendschapsbetoon, O.Vriendschapsbetrekking, V., vriendschapsbetrekkingen.Vriendschapsbetuiging, V., vriendschapsbetuigingen.Vriendschapsdienst, M., vriendschapsdiensten.Vriendschapsplicht, M., vriendschapsplichten.Vriendschapsverbond, O., vriendschapsverbonden.Vriespunt, O.Vriesweder, en vriesweer, O.Vriezen, vroor, heeft gevroren en gevrozen.Vrij, vrijer, vrijst.Vrijaf.Vrijage, V., vrijages.Vrijblijven, bleef vrij, bleven vrij, is vrijgebleven.Vrijbrief, M., vrijbrieven.Vrijbuiten, vrijbuitte, heeft gevrijbuit.Vrijbuiter, M., vrijbuiters.Vrijbuiterij, V., vrijbuiterijen.Vrijburg, M, vrijburgen.Vrijdag, M., Vrijdagen.Vrijdagsch.Vrijden en Vrijen (bevrijden), vrijdde en vrijde, heeft gevrijd.Vrijdenker, M., vrijdenkers.Vrijdenkerij, V.Vrijdingen, dong vrij, heeft vrijgedongen.Vrijdobbelen, dobbelde vrij, heeft en is vrijgedobbeld.Vrijdom, M., vrijdommen.Vrijelijk.Vrijen (liefde betoonen), vrijde, heeft gevrijd; ook vree, vreeën, heeft gevreeën.Vrijen (bevrijden). Zie Vrijden.Vrijer, M., vrijers. Vrijertje, O., vrijertjes.Vrijerij, V., vrijerijen. Vrijerijtje, O., vrijerijtjes.Vrijerschap, O.Vrijgeboren.Vrijgeest, M., vrijgeesten.Vrijgeesterij, V.Vrijgelatene, M. en V., vrijgelatenen.Vrijgeleibrief, M., vrijgeleibrieven.Vrijgeleide, O.Vrijgeven, gaf vrij, gaven vrij, heeft vrijgegeven.Vrijgevig (mild), vrijgeviger, vrijgevigst.Vrijgevigheid, V.Vrijgezel, M., vrijgezellen.Vrijhandelstelsel, O.Vrijhaven, V., vrijhavens.Vrijheer, M., vrijheeren.Vrijheerlijk.Vrijheerschap, O.Vrijheid, V., vrijheden.Vrijheidlievend.Vrijheidminnend.Vrijheidsboom, M., vrijheidsboomen.Vrijheidsgeest, M.Vrijheidshoed, M., vrijheidshoeden.Vrijheidsliefde, V.Vrijheidsmaagd, V.Vrijheidsmin, V.Vrijheidsmuts, V., vrijheidsmutsen.Vrijheidszin, M.Vrijheidszucht, V.Vrijhouden, hield vrij, heeft vrijgehouden.Vrijhuis, O., vrijhuizen.Vrijjaar, O., vrijjaren.Vrijkaart, V., vrijkaarten; vrijkaartje, O., vrijkaartjes.Vrijkennen, kende vrij, heeft vrijgekend.Vrijkenning, V.Vrijkomen, komt vrij, kwam vrij kwamen vrij, is vrijgekomen.Vrijkoop, M.Vrijkoopen, kocht vrij, heeft vrijgekocht.Vrijkooping, V., vrijkoopingen.Vrijkorps, O., vrijkorpsen.Vrijlaten, liet vrij, heeft vrijgelaten.Vrijlating, V., vrijlatingen.Vrijleen, O., vrijleenen.Vrijloopen, liep vrij, is vrijgeloopen.Vrijlot, O., vrijloten; vrijlootje, O., vrijlootjes.Vrijloten, lootte vrij, heeft en is vrijgeloot.Vrijmachtig, vrijmachtiger, vrijmachtigst.Vrijmachtigheid, V.Vrijmaken, maakte vrij, heeft vrijgemaakt.Vrijmaker, M., vrijmakers.Vrijmaking, V., vrijmakingen.Vrijmarkt, V., vrijmarkten.Vrijmetselaar, M., vrijmetselaars en vrijmetselaren.Vrijmetselaarsloge, V., vrijmetselaarsloges.Vrijmetselarij, V.Vrijmoedig, vrijmoediger, vrijmoedigst.Vrijmoedigheid, V., vrijmoedigheden.Vrijmoediglijk.Vrijplaats, V., vrijplaatsen.Vrijpleiten, pleitte vrij, heeft vrijgepleit.Vrijpostig, vrijpostiger, vrijpostigst.Vrijpostigheid, V.Vrijspraak, V., vrijspraken.Vrijspreken, sprak vrij, spraken vrij heeft vrijgesproken.Vrijspreker, M., vrijsprekers.Vrijspreking, V., vrijsprekingen.Vrijstaan, staat vrij, stond vrij, heeft vrijgestaan.Vrijstaat, M., vrijstaten.Vrijstad, V., vrijsteden.Vrijstellen, stelde vrij, heeft vrijgesteld.Vrijstelling, V., vrijstellingen.Vrijster, V., vrijsters. Vrijstertje, O., vrijstertjes.Vrijsterschap, O.Vrijuit.Vrijvallen, viel vrij, is vrijgevallen.Vrijvaren, voer vrij, heeft vrijgevaren.Vrijvechten, vocht vrij, heeft vrijgevochten.Vrijverklaren, verklaarde vrij, heeft vrijverklaard.Vrijverklaring, V., vrijverklaringen.Vrijvrouw, V., vrijvrouwen.Vrijwaarder, M., vrijwaarders.Vrijwaren, vrijwaarde, heeft gevrijwaard.Vrijwaring, V., vrijwaringen.Vrijwillig, vrijwilliger, vrijwilligst.Vrijwilliger, M., vrijwilligers.Vrijwilligerskorps, O., vrijwilligerskorpsen.Vrijwilligheid, V.Vrijzinnig, vrijzinniger, vrijzinnigst.Vrijzinnigheid, V.Vrind. Zie Vriend.Vroed, vroeder, vroedst.Vroedheid, V.Vroedkunde, V.Vroedkundig.Vroedkundige, M. en V., vroedkundigen.Vroedmeester, M., vroedmeesters.Vroedschap (vergadering), V.; (een lid daarvan), M., vroedschappen.Vroedschapsvergadering, V., vroedschapsvergaderingen.Vroedvrouw, V., vroedvrouwen.Vroeg, vroeger, vroegst.Vroegbeurt, V., vroegbeurten.Vroegdienst, M.Vroegkerk, V.Vroegmis, V., vroegmissen.Vroegpreek, V., vroegpreeken.Vroegrijp.Vroegte, V.Vroegtijdig, vroegtijdiger, vroegtijdigst.Vroegtijdigheid, V.Vromelijk.Vromigheid, V.Vroolijk, vroolijker, vroolijkst.Vroolijkheid, V., vroolijkheden.Vroom, vromer, vroomst.Vroomheid, V.Vroon, O., vroonen.Vroongoed, O., vroongoederen.Vroonheer, M., vroonheeren.Vroonland, O., vroonlanden.Vroonrecht, O., vroonrechten.Vroonvisscherij, V., vroonvisscherijen.Vroonwater, O., vroonwateren.Vrouw, V., vrouwen. Vrouwtje, O., vrouwtjes.Vrouwachtig, vrouwachtiger, vrouwachtigst.Vrouwelijk.Vrouwelijkheid, V.Vrouwenaard, M.Vrouwenarbeid, M.Vrouwenbeul, M., vrouwenbeulen.Vrouwenbeweging, V.Vrouwendag, M.Vrouwendeugd, V.Vrouwendienst, M.Vrouwengek, M., vrouwengekken.Vrouwengestalte, V., vrouwengestalten.Vrouwenhaar, O.Vrouwenhand, V., vrouwenhanden.Vrouwenhater, M., vrouwenhaters.Vrouwenhemd, O., vrouwenhemden.Vrouwenhoed, M., vrouwenhoeden.Vrouwenkiesrecht, O.Vrouwenkleed, O., vrouwenkleederen.Vrouwenkleeding, V.Vrouwenklooster, O., vrouwenkloosters.Vrouwenkracht, V.Vrouwenliefde, V.Vrouwenlist, V., vrouwenlisten.Vrouwenmelk, V.Vrouwennaam, M., vrouwennamen.Vrouwenregeering, V.Vrouwenrok, M., vrouwenrokken.Vrouwenroof, M.Vrouwenschender, M., vrouwenschenders.Vrouwenschennis, V.Vrouwenschoen, M., vrouwenschoenen.Vrouwenstem, V., vrouwenstemmen.Vrouwenvertrek, O., vrouwenvertrekken.Vrouwenwerk, O.Vrouwenziekte, V., vrouwenziekten.Vrouwlief.Vrouwmensch, O., vrouwlieden en vrouwlui.Vrouwspersoon, O., vrouwspersonen.Vrouwtjelief, O.Vrouwtjesappel, M., vrouwtjesappels.Vrucht, V., vruchten. Vruchtje, O., vruchtjes.Vruchtbaar, vruchtbaarder, vruchtbaarst.Vruchtbaarheid, V.Vruchtbeginsel, O., vruchtbeginsels.Vruchtboom, M., vruchtboomen.Vruchtdragend.Vruchteloos, vruchteloozer.Vruchteloosheid, V.Vruchtenmesje, O., vruchtenmesjes.Vruchtenschaal, V., vruchtenschalen.Vruchtenwijn, M.Vruchtgebruik, O.Vruchtgebruiker, M., vruchtgebruikers.Vuig, vuiger, vuigst.Vuigheid, V.Vuil, vuiler, vuilst.Vuil, O.Vuilaardig, vuilaardiger, vuilaardigst.Vuilaardigheid, V., vuilaardigheden.Vuilbek, M. en V., vuilbekken.Vuilbekken, vuilbekte, heeft gevuilbekt.Vuilbekkerij, V.Vuilegoedskist, V., vuilegoedskisten.Vuilegoedsmand, V., vuilegoedsmanden.Vuilheid, V., vuilheden.Vuiligheid, V., vuiligheden.Vuilik, M., vuiliken. Vuilikje, O., vuilikjes.Vuilmaken, maakte vuil, heeft vuilgemaakt.Vuilnis, V. (Verg. Vullis).Vuilnisbak, M., vuilnisbakken.Vuilnishoop, M., vuilnishoopen.Vuilniskar, V., vuilniskarren.Vuilnisman, M., vuilnismannen.Vuilte, V.Vuilverbranding, V.Vuist, V., vuisten. Vuistje, O., vuistjes.Vuistgevecht, O., vuistgevechten.Vuistrecht, O.Vuistslag, M., vuistslagen.Vuistvechter, M., vuistvechters.Vulgair.Vulgariteit, V.Vulgata, V.Vulgus, O.Vulhaar, O.Vulhaard, M., vulhaarden.Vulhout, O., vulhouten.Vulkaan, M., vulkanen.Vulkachel, V., vulkachels.Vulkanisch.Vullen, vulde, heeft gevuld.Vulling (het vullen), V.Vulling (scheepsw.), V., vullings.Vullingsgat, O., vullingsgaten.Vullingsplank, V., vullingsplanken.Vullingsstuk, O., vullingsstukken.Vullis, O. (Verg. Vuilnis).Vullisblik, O., vullisblikken.Vullisvat, O., vullisvaten; vullisvaatje, O., vullisvaatjes.Vulpen, V., vulpennen. Zie Vulpenhouder.Vulpenhouder, M., vulpenhouders. Ook Vulpen.Vulpomp, V., vulpompen.Vulsel, O., vulsels.Vuns, vunzer.Vunsheid, V.Vunzig, vunziger, vunzigst.Vunzigheid, V.Vuren, vuurde, heeft gevuurd.Vuren (bnw.).Vurenhout, O.Vurenhouten (bnw.).Vurig, vuriger, vurigst.Vurigheid, V., vurigheden.Vuriglijk.Vuring, V., vuringen.Vuur, O., vuren. Vuurtje, O., vuurtjes.Vuuraanbidder, M., vuuraanbidders.Vuurbaak, V., vuurbaken.Vuurdood, M.Vuurdoop, M.Vuurgevecht, O.Vuurgloed, M.Vuurhaard, M., vuurhaarden.Vuurhoudend.Vuurkast, V., vuurkasten.Vuurlak, O.Vuurlander, M., Vuurlanders.Vuurlijn, V.Vuurmaker, M., vuurmakers.Vuurmand, V., vuurmanden.Vuurmond, M., vuurmonden.Vuurpijl, M., vuurpijlen.Vuurpijlaffuit, V., vuurpijlaffuiten.Vuurpijltoestel, M. en O., vuurpijltoestellen.Vuurplaat, V., vuurplaten.Vuurpoel, M.Vuurproef, V., vuurproeven.Vuurroer, O., vuurroers en vuurroeren.Vuurrood, vuurroode.Vuurscherm, O., vuurschermen.Vuurschip, O., vuurschepen.Vuurslag, O., vuurslagen.Vuurspuwend.Vuurstroom, M., vuurstroomen.Vuurtest, V., vuurtesten.Vuurtoren, M., vuurtorens.Vuurvast.Vuurvreter, M., vuurvreters.Vuurwapen, O., vuurwapenen.Vuurwerk, O., vuurwerken.Vuurwerker, M., vuurwerkers.Vuurwerkerij, V.Vuurwerkmaker, M., vuurwerkmakers.Vuurzee, V.

Voorthelpen, hielp voort, heeft voortgeholpen.

Voorthollen, holde voort, heeft en is voortgehold.

Voorthuppelen, huppelde voort, heeft en is voortgehuppeld.

Voortijd, M., voortijden.

Voortijds.

Voortijlen (voortsnellen), ijlde voort, is voortgeijld.

Voortjagen, jaagde voort, heeft en is voortgejaagd; ook joeg voort.

Voortkomen, komt voort, kwam voort, kwamen voort, is voortgekomen.

Voortkrijgen, kreeg voort, kregen voort, heeft voortgekregen.

Voortkruien, krooi voort, krooien voort, heeft en is voortgekrooien; ook kruide voort, heeft en is voortgekruid.

Voortkruipen, kroop voort, kropen voort, is voortgekropen.

Voortkuieren, kuierde voort, is voortgekuierd.

Voortleiden, leidde voort, heeft voortgeleid.

Voortloopen, liep voort, is en heeft voortgeloopen.

Voortmaken, maakte voort, heeft voortgemaakt.

Voortmalen, maalde voort, heeft voortgemalen.

Voortocht, M., voortochten.

Voortooveren, tooverde voor, heeft voorgetooverd.

Voortop, M., voortoppen.

Voortpakken (zich voortpakken), pakte zich voort, heeft zich voortgepakt.

Voortplanten, plantte voort, heeft voortgeplant.

Voortplanting, V.

Voortplantingsorgaan, O., voortplantingsorganen.

Voortpraten, praatte voort, heeft voortgepraat.

Voortraken, raakte voort, is voortgeraakt.

Voortrap, V.

Voortreden, trad voor, traden voor, is voorgetreden.

Voortredeneeren, redeneerde voort, heeft voortgeredeneerd.

Voortreffelijk, voortreffelijker, voortreffelijkst.

Voortreffelijkheid, V., voortreffelijkheden.

Voortrein, M., voortreinen.

Voortreizen, reisde voort, is voortgereisd.

Voortrekken (voor-trekken), trok voor, trokken voor, heeft voorgetrokken.

Voortrekken (voort-rekken), rekte voort, heeft voortgerekt.

Voortrennen, rende voort, is en heeft voortgerend.

Voortrijden, reed voort, reden voort, heeft en is voortgereden.

Voortroeien, roeide voort, heeft en is voortgeroeid.

Voortrollen, rolde voort, heeft en is voortgerold.

Voortrukken, rukte voort, heeft en is voortgerukt.

Voorts.

Voortscharrelen, scharrelde voort, is voortgescharreld.

Voortschieten, schoot voort, schoten voort, heeft en is voortgeschoten.

Voortschoppen, schopte voort, heeft voortgeschopt.

Voortschuiven, schoof voort, schoven voort, heeft en is voortgeschoven.

Voortslaan, sloeg voort, heeft en is voortgeslagen.

Voortsleepen, sleepte voort, heeft voortgesleept.

Voortslenteren, slenterde voort, is voortgeslenterd.

Voortsleuren, sleurde voort, heeft voortgesleurd.

Voortsluipen, sloop voort, slopen voort, is voortgeslopen.

Voortsnellen, snelde voort, is voortgesneld.

Voortspoeden, spoedde voort, is voortgespoed; ook spoedde zich voort, heeft zich voortgespoed.

Voortspruiten, sproot voort, sproten voort, is voortgesproten.

Voortstappen, stapte voort, is en heeft voortgestapt.

Voortstoomen, stoomde voort, is voortgestoomd.

Voortstreven, streefde voort, is voortgestreefd.

Voortstrompelen, strompelde voort, is voortgestrompeld.

Voortstroomen, stroomde voort, is en heeft voortgestroomd.

Voortstudeeren, studeerde voort, heeft voortgestudeerd.

Voortstuiven, stoof voort, stoven voort, heeft en is voortgestoven.

Voortsturen, stuurde voort, heeft voortgestuurd.

Voortstuwen, stuwde voort, heeft voortgestuwd.

Voortsukkelen, sukkelde voort, heeft en is voortgesukkeld.

Voorttelen, teelde voort, heeft voortgeteeld.

Voortteling, V.

Voorttellen, telde voort, heeft voortgeteld.

Voorttrekken, trok voort, trokken voort, heeft en is voortgetrokken.

Voortvarend, voortvarender, voortvarendst.

Voortvarendheid, V.

Voortvertellen, vertelde voort, heeft voortverteld.

Voortvlieden, vlood voort, vloden voort, is voortgevloden.

Voortvliegen, vloog voort, vlogen voort, heeft en is voortgevlogen.

Voortvloeien, vloeide voort, is voortgevloeid.

Voortvluchtig.

Voortvragen, vraagde voort, heeft voortgevraagd; ook vroeg voort.

Voortwaaien, waaide voort, heeft en is voortgewaaid; ook woei voort, woeien voort.

Voortwaggelen, waggelde voort, is voortgewaggeld.

Voortwandelen, wandelde voort, heeft en is voortgewandeld.

Voortwerpen, wierp voort, heeft voortgeworpen.

Voortwillen, wilde voort, heeft voortgewild.

Voortwoekeren, woekerde voort, heeft en is voortgewoekerd.

Voortzeggen, zeide voort, heeft voortgezegd en voortgezeid.

Voortzeilen, zeilde voort, heeft en is voortgezeild.

Voortzenden, zond voort, heeft voortgezonden.

Voortzetten, zette voort, heeft voortgezet.

Voortzetter, M., voortzetters.

Voortzetting, V.

Voortzondigen, zondigde voort, heeft voortgezondigd.

Voortzweepen, zweepte voort, heeft voortgezweept.

Vooruit.

Vooruitbestellen, bestelde vooruit, heeft vooruitbesteld.

Vooruitbestelling, V., vooruitbestellingen.

Vooruitbetalen, betaalde vooruit, heeft vooruitbetaald.

Vooruitbetaling, V., vooruitbetalingen.

Vooruitbrengen, bracht vooruit, heeft vooruitgebracht.

Vooruitdraven, draafde vooruit, is vooruitgedraafd.

Vooruitdrijven, dreef vooruit, dreven vooruit, heeft en is vooruitgedreven.

Vooruitdringen, drong vooruit, heeft en is vooruitgedrongen.

Vooruitduwen, duwde vooruit, heeft vooruitgeduwd.

Vooruitgaan, gaat vooruit, ging vooruit, is vooruitgegaan.

Vooruitgang, M.

Vooruithebben, heeft vooruit, had vooruit, hadden vooruit, heeft vooruitgehad.

Vooruithelpen, hielp vooruit, heeft vooruitgeholpen.

Vooruitijlen, ijlde vooruit, is vooruitgeijld.

Vooruitjagen, jaagde vooruit, heeft en is vooruitgejaagd; ook joeg vooruit.

Vooruitkomen, komt vooruit, kwam vooruit, kwamen vooruit, is vooruitgekomen.

Vooruitloopen, liep vooruit, is vooruitgeloopen.

Vooruitmaking, V., vooruitmakingen.

Vooruitnemen, nam vooruit, namen vooruit, heeft vooruitgenomen.

Vooruitraken, raakte vooruit, is vooruitgeraakt.

Vooruitreizen, reisde vooruit, is vooruitgereisd.

Vooruitrennen, rende vooruit, is vooruitgerend.

Vooruitrijden, reed vooruit, reden vooruit, is en heeft vooruitgereden.

Vooruitsnellen, snelde vooruit, is vooruitgesneld.

Vooruitsteken, stak vooruit, staken vooruit, heeft vooruitgestoken.

Vooruitstreven, streefde vooruit, is vooruitgestreefd.

Vooruitstrevend.

Vooruitvliegen, vloog vooruit, vlogen vooruit, is vooruitgevlogen.

Vooruitzeilen, zeilde vooruit, is vooruitgezeild.

Vooruitzenden, zond vooruit, heeft vooruitgezonden.

Vooruitzicht, O., vooruitzichten.

Vooruitzien, zag vooruit, zagen vooruit, heeft vooruitgezien.

Vooruitziend.

Voorvader, M., voorvaderen en voorvaders.

Voorvaderlijk.

Voorval, O., voorvallen; voorvalletje, O., voorvalletjes.

Voorvallen, viel voor, is voorgevallen.

Voorvechter, M., voorvechters.

Voorvenster, O., voorvensters.

Voorvertrek, O., voorvertrekken; voorvertrekje, O., voorvertrekjes.

Voorvijl, V., voorvijlen.

Voorvinger, M., voorvingers.

Voorvlak, O., voorvlakken.

Voorvliegen, vloog voor, vlogen voor, heeft en is voorgevlogen.

Voorvloed, M.

Voorvoegen, voegde voor, heeft voorgevoegd.

Voorvoeging, V.

Voorvoegsel, O., voorvoegsels.

Voorvoet, M., voorvoeten.

Voorvork, V., voorvorken.

Voorwaar.

Voorwaarde, V., voorwaarden.

Voorwaardelijk.

Voorwaarts (bijw.).

Voorwaartsch (bnw.).

Voorwacht, V., voorwachten.

Voorwagen, M., voorwagens.

Voorwal, M., voorwallen.

Voorwand, M., voorwanden.

Voorwegen, woog voor, wogen voor heeft voorgewogen.

Voorwenden, wendde voor, heeft voorgewend.

Voorwending, V.

Voorwendsel, O., voorwendsels en voorwendselen; voorwendseltje, O., voorwendseltjes.

Voorwereld, V.

Voorwereldlijk.

Voorwerk, O.

Voorwerken, werkte voor, heeft voorgewerkt.

Voorwerker, M., voorwerkers.

Voorwerp, O., voorwerpen; voorwerpje, O., voorwerpjes.

Voorwerpen, wierp voor, heeft voorgeworpen.

Voorwerping, V.

Voorwerpsnaam, M., voorwerpsnamen.

Voorwerpszin, M., voorwerpszinnen.

Voorweten, O.

Voorwetend.

Voorwetendheid, V.

Voorwetenschap, V.

Voorwiel, O., voorwielen.

Voorwimpel, M., voorwimpels.

Voorwind, M.

Voorwinter, M., voorwinters; voorwintertje, O., voorwintertjes.

Voorworp, M.

Voorzaal, V., voorzalen.

Voorzaat, M., voorzaten.

Voorzang, M., voorzangen.

Voorzanger, M., voorzangers en voorzangeren.

Voorzangersambt, O.

Voorzangerschap, O.

Voorzeggen, zeide voor, heeft voorgezegd en voorgezeid; ook voorzeide, heeft voorzegd en voorzeid.

Voorzegger, M., voorzeggers.

Voorzegging, V., voorzeggingen.

Voorzegster, V., voorzegsters.

Voorzeil, O., voorzeilen.

Voorzeiler, M., voorzeilers.

Voorzeker.

Voorzet, M.

Voorzetsel, O., voorzetsels.

Voorzetten, zette voor, heeft voorgezet.

Voorzichtig, voorzichtiger, voorzichtigst.

Voorzichtigheid, V.

Voorzichtigheidshalve.

Voorzien, voorzag, voorzagen, heeft voorzien.

Voorzienig.

Voorzienigheid, V.

Voorziening, V., voorzieningen.

Voorzijde, V., voorzijden.

Voorzingen, zong voor, heeft voorgezongen.

Voorzingen, O.

Voorzinger, M., voorzingers.

Voorzitten, zat voor, zaten voor, heeft voorgezeten.

Voorzitter, M., voorzitters en voorzitteren.

Voorzitterschap, O.

Voorzittershamer, M., voorzittershamers.

Voorzittersplaats, V., voorzittersplaatsen.

Voorzittersstoel, M., voorzittersstoelen.

Voorzitting, V.

Voorzolder, M., voorzolders.

Voorzomer, M., voorzomers.

Voorzoom, M., voorzoomen.

Voorzoon, M., voorzonen en voorzoons.

Voorzorg, V., voorzorgen.

Voorzorgsmaatregel, M., voorzorgsmaatregelen.

Voorzwemmen, zwom voor, zwommen voor, heeft en is voorgezwommen.

Voos, voozer.

Voosheid, V.

Vorderen (eischen), vorderde, heeft gevorderd.

Vorderen (voortkomen), vorderde, is gevorderd.

Vordering, V., vorderingen.

Vore. Zie Voor.

Voren en Voorn, M., vorens en voorns. Vorentje en voorntje, O., vorentjes en voorntjes.

Voren (Te voren).

Vorenstaand.

Vorig.

Vork, V., vorken. Vorkje, O., vorkjes.

Vorm, M., vormen. Vormpje, O., vormpjes.

Vormbak, M., vormbakken.

Vormbank, V., vormbanken.

Vormelijk, vormelijker, vormelijkst.

Vormelijkheid, V.

Vormeling, M. en V., vormelingen.

Vormen (den vorm geven), vormde, heeft gevormd.

Vormen (het vormsel toedienen), vormde, heeft gevormd.

Vormer, M., vormers.

Vorming, V., vormingen.

Vormkracht, V.

Vormleer, V.

Vormloos en Vormeloos, vormlooze en vormelooze.

Vormloosheid, V.

Vormnaad, M., vormnaden.

Vormoog, O., vormoogen.

Vormraam, O., vormramen.

Vormschool, V., vormscholen.

Vormsel, O.

Vormzand, O.

Vormzijde, V., vormzijden.

Vorsch, M., vorschen. Vorschje, O., vorschjes.

Vorschen, vorschte, heeft gevorscht.

Vorst (heerscher), M., vorsten. Vorstje, O., vorstjes.

Vorst (van het dak), V., vorsten.

Vorst (koude), V. Vorstje, O., vorstjes.

Vorstelijk, vorstelijker, vorstelijkst.

Vorstendeugd, V., vorstendeugden.

Vorstendom, O., vorstendommen.

Vorstengunst, V.

Vorstenhuis, O., vorstenhuizen.

Vorstenkroon, V., vorstenkronen.

Vorstenlanden (mv.), O.

Vorstentelg, M. en V., vorstentelgen.

Vorstenzoon, M., vorstenzonen en vortsenzoons.

Vorstin, V., vorstinnen.

Vorstvrij.

Vos, M., vossen. Vosje, O., vosjes.

Voskleurig.

Vossekop, M., vossekoppen.

Vossengat, O., vossengaten.

Vossenhaar, O.

Vossenhol, O., vossenholen.

Vossenjacht, V., vossenjachten.

Vossenjager, M., vossenjagers.

Vossenkuil, M., vossenkuilen.

Vossenval, V., vossenvallen.

Vossestaart, M., vossestaarten.

Vossevel, O., vossevellen.

Votiefmis, V., votiefmissen.

Votum, O., votums.

Vouw, V., vouwen. Vouwtje, O., vouwtjes.

Vouwbeen, O., vouwbeenen; vouwbeentje, O., vouwbeentjes.

Vouwblind, O., vouwblinden.

Vouwdeur, V., vouwdeuren.

Vouwdoos, V., vouwdoozen.

Vouwen, vouwde, heeft gevouwen.

Vouwer, M., vouwers.

Vouwing, V., vouwingen.

Vouwmachine, V., vouwmachines.

Vouwster, V., vouwsters.

Vouwstoel, M., vouwstoelen; vouwstoeltje, O., vouwstoeltjes.

Vouwtafel, V., vouwtafels; vouwtafeltje, O., vouwtafeltjes.

Vraag, V., vragen. Vraagje, O., vraagjes.

Vraagachtig, vraagachtiger, vraagachtigst.

Vraagal, M. en V., vraagallen.

Vraagbaak, V., vraagbaken.

Vraagpunt, O., vraagpunten.

Vraagspel (vragen opgeven), O., vraagspelen.

Vraagspel (van kaartspelers), O., vraagspellen.

Vraagster, V., vraagsters.

Vraagstuk, O., vraagstukken; vraagstukje, O., vraagstukjes.

Vraagteeken, O., vraagteekens.

Vraagwoord, O., vraagwoorden.

Vraat, M., vraten. Vraatje, O., vraatjes.

Vraatachtig, vraatachtiger, vraatachtigst.

Vraatzucht, V.

Vraatzuchtig, vraatzuchtiger, vraatzuchtigst.

Vracht, V., vrachten. Vrachtje, O. vrachtjes.

Vrachtboot, V., vrachtbooten.

Vrachtbrief, M., vrachtbrieven.

Vrachtgeld, O.

Vrachtkar, V., vrachtkarren.

Vrachtloon, O., vrachtloonen.

Vrachtpaard, O., vrachtpaarden.

Vrachtrijder, M., vrachtrijders.

Vrachtschip, O., vrachtschepen.

Vrachtschuit, V., vrachtschuiten.

Vrachtslede, V., vrachtsleden.

Vrachtvaarder, M., vrachtvaarders.

Vrachtvaart, V.

Vrachtvrij.

Vrachtwagen, M., vrachtwagens.

Vragen, vraagde, heeft gevraagd; ook vroeg.

Vragenboek, O., vragenboeken; vragenboekje, O., vragenboekjes.

Vragenderwijze en vragenderwijs.

Vrager, M., vragers.

Vrank, ook Frank (bnw.).

Vratig, vratiger, vratigst.

Vratigheid, V.

Vrede, M.

Vredebond, M., vredebonden.

Vredebreuk, V.

Vredehandel, M.

Vredelievend, vredelievender, vredelievendst.

Vredelievendheid, V.

Vrederechter, M., vrederechters.

Vredesconferentie, V., vredesconferenties.

Vredescongres, O., vredescongressen.

Vredesnaam (In vredesnaam).

Vredesonderhandeling, V., vredesonderhandelingen.

Vredespaleis, O.

Vredespijp, V.

Vredestichter, M., vredestichters.

Vredestijd, M.

Vredesverdrag, O., vredesverdragen.

Vredesvoorslag, M., vredesvoorslagen.

Vredesvoorwaarde, V., vredesvoorwaarden.

Vredig, vrediger, vredigst.

Vreedzaam, vreedzamer, vreedzaamst.

Vreedzaamheid, V.

Vreemd, vreemder, vreemdst.

Vreemde (In den vreemde).

Vreemdelijk.

Vreemdeling, M. en V., vreemdelingen; V. ook vreemdelinge.

Vreemdelingenboek, O., vreemdelingenboeken.

Vreemdelingenverkeer, O.

Vreemdelingschap, O.

Vreemdelingsrecht, O.

Vreemdenlegioen, O., vreemdenlegioenen.

Vreemdheid, V.

Vreemdigheid, V., vreemdigheden.

Vreemdsoortig, vreemdsoortiger, vreemdsoortigst.

Vreemdsoortigheid, V.

Vrees en Vreeze, V., vreezen.

Vreesachtig, vreesachtiger, vreesachtigst.

Vreesachtigheid, V., vreesachtigheden.

Vreeselijk en Vreeslijk, vreeselijker en vreeslijker, vreeselijkst en vreeslijkst.

Vreeselijkheid, V., vreeselijkheden.

Vreetster, V., vreetsters.

Vreetwolf, M., vreetwolven.

Vreevuur, O., vreevuren.

Vreezen, vreesde, heeft gevreesd.

Vrek, vrekker, vrekst.

Vrek, M., vrekken. Vrekje, O., vrekjes.

Vrekachtig, vrekachtiger, vrekachtigst.

Vrekachtigheid, V.

Vrekheid, V.

Vrekkig, vrekkiger, vrekkigst.

Vrekkigheid, V.

Vreten, vrat, vraten, heeft gevreten.

Vreter, M., vreters.

Vreterij, V.

Vreugde en Vreugd, V.

Vreugdebedrijf, O., vreugdebedrijven.

Vreugdebetoon, O.

Vreugdedag, M., vreugdedagen.

Vreugdeloos, vreugdeloozer.

Vreugdetraan, M., vreugdetranen.

Vreugdevol, vreugdevolle.

Vreugdevuur, O., vreugdevuren.

Vriend, ook Vrind, M., vrienden en vrinden. Vriendje en vrindje, O., vriendjes en vrindjes.

Vriendelijk, vriendelijker, vriendelijkst.

Vriendelijkheid, V., vriendelijkheden.

Vriendendienst, M., vriendendiensten.

Vriendenfeest, O., vriendenfeesten.

Vriendengroet, M., vriendengroeten.

Vriendenkring, M., vriendenkringen.

Vriendenmaal, O., vriendenmalen.

Vriendhoudend, vriendhoudender, vriendhoudendst.

Vriendhoudendheid, V.

Vriendin, V., vriendinnen. Vriendinnetje, O., vriendinnetjes.

Vriendinnenkring, M., vriendinnenkringen.

Vriendlief, M.; vriendliefje, O.

Vriendschap, V., vriendschappen.

Vriendschappelijk, vriendschappelijker, vriendschappelijkst.

Vriendschappelijkheid, V.

Vriendschapsband, M., vriendschapsbanden.

Vriendschapsbeker, M., vriendschapsbekers.

Vriendschapsbetoon, O.

Vriendschapsbetrekking, V., vriendschapsbetrekkingen.

Vriendschapsbetuiging, V., vriendschapsbetuigingen.

Vriendschapsdienst, M., vriendschapsdiensten.

Vriendschapsplicht, M., vriendschapsplichten.

Vriendschapsverbond, O., vriendschapsverbonden.

Vriespunt, O.

Vriesweder, en vriesweer, O.

Vriezen, vroor, heeft gevroren en gevrozen.

Vrij, vrijer, vrijst.

Vrijaf.

Vrijage, V., vrijages.

Vrijblijven, bleef vrij, bleven vrij, is vrijgebleven.

Vrijbrief, M., vrijbrieven.

Vrijbuiten, vrijbuitte, heeft gevrijbuit.

Vrijbuiter, M., vrijbuiters.

Vrijbuiterij, V., vrijbuiterijen.

Vrijburg, M, vrijburgen.

Vrijdag, M., Vrijdagen.

Vrijdagsch.

Vrijden en Vrijen (bevrijden), vrijdde en vrijde, heeft gevrijd.

Vrijdenker, M., vrijdenkers.

Vrijdenkerij, V.

Vrijdingen, dong vrij, heeft vrijgedongen.

Vrijdobbelen, dobbelde vrij, heeft en is vrijgedobbeld.

Vrijdom, M., vrijdommen.

Vrijelijk.

Vrijen (liefde betoonen), vrijde, heeft gevrijd; ook vree, vreeën, heeft gevreeën.

Vrijen (bevrijden). Zie Vrijden.

Vrijer, M., vrijers. Vrijertje, O., vrijertjes.

Vrijerij, V., vrijerijen. Vrijerijtje, O., vrijerijtjes.

Vrijerschap, O.

Vrijgeboren.

Vrijgeest, M., vrijgeesten.

Vrijgeesterij, V.

Vrijgelatene, M. en V., vrijgelatenen.

Vrijgeleibrief, M., vrijgeleibrieven.

Vrijgeleide, O.

Vrijgeven, gaf vrij, gaven vrij, heeft vrijgegeven.

Vrijgevig (mild), vrijgeviger, vrijgevigst.

Vrijgevigheid, V.

Vrijgezel, M., vrijgezellen.

Vrijhandelstelsel, O.

Vrijhaven, V., vrijhavens.

Vrijheer, M., vrijheeren.

Vrijheerlijk.

Vrijheerschap, O.

Vrijheid, V., vrijheden.

Vrijheidlievend.

Vrijheidminnend.

Vrijheidsboom, M., vrijheidsboomen.

Vrijheidsgeest, M.

Vrijheidshoed, M., vrijheidshoeden.

Vrijheidsliefde, V.

Vrijheidsmaagd, V.

Vrijheidsmin, V.

Vrijheidsmuts, V., vrijheidsmutsen.

Vrijheidszin, M.

Vrijheidszucht, V.

Vrijhouden, hield vrij, heeft vrijgehouden.

Vrijhuis, O., vrijhuizen.

Vrijjaar, O., vrijjaren.

Vrijkaart, V., vrijkaarten; vrijkaartje, O., vrijkaartjes.

Vrijkennen, kende vrij, heeft vrijgekend.

Vrijkenning, V.

Vrijkomen, komt vrij, kwam vrij kwamen vrij, is vrijgekomen.

Vrijkoop, M.

Vrijkoopen, kocht vrij, heeft vrijgekocht.

Vrijkooping, V., vrijkoopingen.

Vrijkorps, O., vrijkorpsen.

Vrijlaten, liet vrij, heeft vrijgelaten.

Vrijlating, V., vrijlatingen.

Vrijleen, O., vrijleenen.

Vrijloopen, liep vrij, is vrijgeloopen.

Vrijlot, O., vrijloten; vrijlootje, O., vrijlootjes.

Vrijloten, lootte vrij, heeft en is vrijgeloot.

Vrijmachtig, vrijmachtiger, vrijmachtigst.

Vrijmachtigheid, V.

Vrijmaken, maakte vrij, heeft vrijgemaakt.

Vrijmaker, M., vrijmakers.

Vrijmaking, V., vrijmakingen.

Vrijmarkt, V., vrijmarkten.

Vrijmetselaar, M., vrijmetselaars en vrijmetselaren.

Vrijmetselaarsloge, V., vrijmetselaarsloges.

Vrijmetselarij, V.

Vrijmoedig, vrijmoediger, vrijmoedigst.

Vrijmoedigheid, V., vrijmoedigheden.

Vrijmoediglijk.

Vrijplaats, V., vrijplaatsen.

Vrijpleiten, pleitte vrij, heeft vrijgepleit.

Vrijpostig, vrijpostiger, vrijpostigst.

Vrijpostigheid, V.

Vrijspraak, V., vrijspraken.

Vrijspreken, sprak vrij, spraken vrij heeft vrijgesproken.

Vrijspreker, M., vrijsprekers.

Vrijspreking, V., vrijsprekingen.

Vrijstaan, staat vrij, stond vrij, heeft vrijgestaan.

Vrijstaat, M., vrijstaten.

Vrijstad, V., vrijsteden.

Vrijstellen, stelde vrij, heeft vrijgesteld.

Vrijstelling, V., vrijstellingen.

Vrijster, V., vrijsters. Vrijstertje, O., vrijstertjes.

Vrijsterschap, O.

Vrijuit.

Vrijvallen, viel vrij, is vrijgevallen.

Vrijvaren, voer vrij, heeft vrijgevaren.

Vrijvechten, vocht vrij, heeft vrijgevochten.

Vrijverklaren, verklaarde vrij, heeft vrijverklaard.

Vrijverklaring, V., vrijverklaringen.

Vrijvrouw, V., vrijvrouwen.

Vrijwaarder, M., vrijwaarders.

Vrijwaren, vrijwaarde, heeft gevrijwaard.

Vrijwaring, V., vrijwaringen.

Vrijwillig, vrijwilliger, vrijwilligst.

Vrijwilliger, M., vrijwilligers.

Vrijwilligerskorps, O., vrijwilligerskorpsen.

Vrijwilligheid, V.

Vrijzinnig, vrijzinniger, vrijzinnigst.

Vrijzinnigheid, V.

Vrind. Zie Vriend.

Vroed, vroeder, vroedst.

Vroedheid, V.

Vroedkunde, V.

Vroedkundig.

Vroedkundige, M. en V., vroedkundigen.

Vroedmeester, M., vroedmeesters.

Vroedschap (vergadering), V.; (een lid daarvan), M., vroedschappen.

Vroedschapsvergadering, V., vroedschapsvergaderingen.

Vroedvrouw, V., vroedvrouwen.

Vroeg, vroeger, vroegst.

Vroegbeurt, V., vroegbeurten.

Vroegdienst, M.

Vroegkerk, V.

Vroegmis, V., vroegmissen.

Vroegpreek, V., vroegpreeken.

Vroegrijp.

Vroegte, V.

Vroegtijdig, vroegtijdiger, vroegtijdigst.

Vroegtijdigheid, V.

Vromelijk.

Vromigheid, V.

Vroolijk, vroolijker, vroolijkst.

Vroolijkheid, V., vroolijkheden.

Vroom, vromer, vroomst.

Vroomheid, V.

Vroon, O., vroonen.

Vroongoed, O., vroongoederen.

Vroonheer, M., vroonheeren.

Vroonland, O., vroonlanden.

Vroonrecht, O., vroonrechten.

Vroonvisscherij, V., vroonvisscherijen.

Vroonwater, O., vroonwateren.

Vrouw, V., vrouwen. Vrouwtje, O., vrouwtjes.

Vrouwachtig, vrouwachtiger, vrouwachtigst.

Vrouwelijk.

Vrouwelijkheid, V.

Vrouwenaard, M.

Vrouwenarbeid, M.

Vrouwenbeul, M., vrouwenbeulen.

Vrouwenbeweging, V.

Vrouwendag, M.

Vrouwendeugd, V.

Vrouwendienst, M.

Vrouwengek, M., vrouwengekken.

Vrouwengestalte, V., vrouwengestalten.

Vrouwenhaar, O.

Vrouwenhand, V., vrouwenhanden.

Vrouwenhater, M., vrouwenhaters.

Vrouwenhemd, O., vrouwenhemden.

Vrouwenhoed, M., vrouwenhoeden.

Vrouwenkiesrecht, O.

Vrouwenkleed, O., vrouwenkleederen.

Vrouwenkleeding, V.

Vrouwenklooster, O., vrouwenkloosters.

Vrouwenkracht, V.

Vrouwenliefde, V.

Vrouwenlist, V., vrouwenlisten.

Vrouwenmelk, V.

Vrouwennaam, M., vrouwennamen.

Vrouwenregeering, V.

Vrouwenrok, M., vrouwenrokken.

Vrouwenroof, M.

Vrouwenschender, M., vrouwenschenders.

Vrouwenschennis, V.

Vrouwenschoen, M., vrouwenschoenen.

Vrouwenstem, V., vrouwenstemmen.

Vrouwenvertrek, O., vrouwenvertrekken.

Vrouwenwerk, O.

Vrouwenziekte, V., vrouwenziekten.

Vrouwlief.

Vrouwmensch, O., vrouwlieden en vrouwlui.

Vrouwspersoon, O., vrouwspersonen.

Vrouwtjelief, O.

Vrouwtjesappel, M., vrouwtjesappels.

Vrucht, V., vruchten. Vruchtje, O., vruchtjes.

Vruchtbaar, vruchtbaarder, vruchtbaarst.

Vruchtbaarheid, V.

Vruchtbeginsel, O., vruchtbeginsels.

Vruchtboom, M., vruchtboomen.

Vruchtdragend.

Vruchteloos, vruchteloozer.

Vruchteloosheid, V.

Vruchtenmesje, O., vruchtenmesjes.

Vruchtenschaal, V., vruchtenschalen.

Vruchtenwijn, M.

Vruchtgebruik, O.

Vruchtgebruiker, M., vruchtgebruikers.

Vuig, vuiger, vuigst.

Vuigheid, V.

Vuil, vuiler, vuilst.

Vuil, O.

Vuilaardig, vuilaardiger, vuilaardigst.

Vuilaardigheid, V., vuilaardigheden.

Vuilbek, M. en V., vuilbekken.

Vuilbekken, vuilbekte, heeft gevuilbekt.

Vuilbekkerij, V.

Vuilegoedskist, V., vuilegoedskisten.

Vuilegoedsmand, V., vuilegoedsmanden.

Vuilheid, V., vuilheden.

Vuiligheid, V., vuiligheden.

Vuilik, M., vuiliken. Vuilikje, O., vuilikjes.

Vuilmaken, maakte vuil, heeft vuilgemaakt.

Vuilnis, V. (Verg. Vullis).

Vuilnisbak, M., vuilnisbakken.

Vuilnishoop, M., vuilnishoopen.

Vuilniskar, V., vuilniskarren.

Vuilnisman, M., vuilnismannen.

Vuilte, V.

Vuilverbranding, V.

Vuist, V., vuisten. Vuistje, O., vuistjes.

Vuistgevecht, O., vuistgevechten.

Vuistrecht, O.

Vuistslag, M., vuistslagen.

Vuistvechter, M., vuistvechters.

Vulgair.

Vulgariteit, V.

Vulgata, V.

Vulgus, O.

Vulhaar, O.

Vulhaard, M., vulhaarden.

Vulhout, O., vulhouten.

Vulkaan, M., vulkanen.

Vulkachel, V., vulkachels.

Vulkanisch.

Vullen, vulde, heeft gevuld.

Vulling (het vullen), V.

Vulling (scheepsw.), V., vullings.

Vullingsgat, O., vullingsgaten.

Vullingsplank, V., vullingsplanken.

Vullingsstuk, O., vullingsstukken.

Vullis, O. (Verg. Vuilnis).

Vullisblik, O., vullisblikken.

Vullisvat, O., vullisvaten; vullisvaatje, O., vullisvaatjes.

Vulpen, V., vulpennen. Zie Vulpenhouder.

Vulpenhouder, M., vulpenhouders. Ook Vulpen.

Vulpomp, V., vulpompen.

Vulsel, O., vulsels.

Vuns, vunzer.

Vunsheid, V.

Vunzig, vunziger, vunzigst.

Vunzigheid, V.

Vuren, vuurde, heeft gevuurd.

Vuren (bnw.).

Vurenhout, O.

Vurenhouten (bnw.).

Vurig, vuriger, vurigst.

Vurigheid, V., vurigheden.

Vuriglijk.

Vuring, V., vuringen.

Vuur, O., vuren. Vuurtje, O., vuurtjes.

Vuuraanbidder, M., vuuraanbidders.

Vuurbaak, V., vuurbaken.

Vuurdood, M.

Vuurdoop, M.

Vuurgevecht, O.

Vuurgloed, M.

Vuurhaard, M., vuurhaarden.

Vuurhoudend.

Vuurkast, V., vuurkasten.

Vuurlak, O.

Vuurlander, M., Vuurlanders.

Vuurlijn, V.

Vuurmaker, M., vuurmakers.

Vuurmand, V., vuurmanden.

Vuurmond, M., vuurmonden.

Vuurpijl, M., vuurpijlen.

Vuurpijlaffuit, V., vuurpijlaffuiten.

Vuurpijltoestel, M. en O., vuurpijltoestellen.

Vuurplaat, V., vuurplaten.

Vuurpoel, M.

Vuurproef, V., vuurproeven.

Vuurroer, O., vuurroers en vuurroeren.

Vuurrood, vuurroode.

Vuurscherm, O., vuurschermen.

Vuurschip, O., vuurschepen.

Vuurslag, O., vuurslagen.

Vuurspuwend.

Vuurstroom, M., vuurstroomen.

Vuurtest, V., vuurtesten.

Vuurtoren, M., vuurtorens.

Vuurvast.

Vuurvreter, M., vuurvreters.

Vuurwapen, O., vuurwapenen.

Vuurwerk, O., vuurwerken.

Vuurwerker, M., vuurwerkers.

Vuurwerkerij, V.

Vuurwerkmaker, M., vuurwerkmakers.

Vuurzee, V.


Back to IndexNext