OO. V., o’s.O (tusschenw.). Als znw., O., o’s. Ootje, O., ootjes.Oase, V., oasen.O-beenen (mv.), O. O-beentjes, O.Obelisk, M., obelisken.Object, O., objecten.Objectie, V., objectiën en objecties.Objectief, objectiever, objectiefst.Objectief, O., objectieven.Objectiviteit, V.Oblie, V., oblieën. Oblietje, O., oblietjes.Oblieman, M., obliemannen.Oblietrommel, V., oblietrommels; oblietrommeltje, O., oblietrommeltjes.Obligaat (bijw.), obligaat spelen, obligaat zingen. Als znw., O., obligaten.Obligatie, V., obligatiën en obligaties.Obligatiehouder, M., obligatiehouders.Obligeeren, obligeerde, heeft geobligeerd.Obscoen en Obsceen, obscene.Obscoeniteit, V., obscoeniteiten.Obscurantisme, O.Obscuur, obscure.Observatie, V., observatiën en observaties.Observator, M., observatoren.Observatorium, O., observatoriums en observatoria.Observeeren, observeerde, heeft geobserveerd.Obstetrie, V.Obstructie, V., obstructies.Obstructionisme, O.Obstructionist, M., obstructionisten.Oceaan, M., oceanen.Och.Ocharm en Ocharmen (tusschenw.).Ochtend en Uchtend, M., ochtenden. Ochtendje, O., ochtendjes.Ochtendbeurt, V., ochtendbeurten.Ochtendbezoek, O., ochtendbezoeken.Ochtendblad, O., ochtendbladen.Ochtenddienst, M., ochtenddiensten.Ochtendlied, O., ochtendliederen.Ochtendlucht, V.Ochtendmuts, V., ochtendmutsen.Ochtendstond, M., ochtendstonden.Ochtendtrein, M., ochtendtreinen.Octaaf, V. en O., octaven. Octaafje, O., octaafjes.Octant, V., octanten.Octavo (bnw.). Als znw., O., octavo’s.October, M.Octrooi, O., octrooien. Octrooitje, O., octrooitjes.Octrooieeren, octrooieerde, heeft geoctrooieerd.Oculist, M., oculisten.Ode, V., oden.Odendichter, M., odendichters.Odenstijl, M.Odeur, V., odeuren. Odeurtje, O., odeurtjes.Odeurfleschje, O., odeurfleschjes.Oeconomie (staathuishoudkunde), V.; ook Economie.Oeconomisch, ook Economisch.Oeconoom, M., oeconomen; ook Econoom.Oef (tusschenw.).Oefenaar, M., oefenaars en oefenaren.Oefenaarster, V., oefenaarsters.Oefendag, M., oefendagen; oefendagje, O., oefendaagjes.Oefenen, oefende, heeft geoefend.Oefening, V., oefeningen. Oefeningetje, O., oefeningetjes.Oefeningskamp, O., oefeningskampen.Oefenkamer, V., oefenkamers; oefenkamertje, O., oefenkamertjes.Oefenperk, O., oefenperken.Oefenplaats, V., oefenplaatsen; oefenplaatsje, O., oefenplaatsjes.Oefenschool, V., oefenscholen; oefenschooltje, O., oefenschooltjes.Oefentijd, M.Oefenzaal, V., oefenzalen; oefenzaaltje, O., oefenzaaltjes.Oefenzuster, V., oefenzusters.Oeh (tusschenw.).Oei (tusschenw.).Oeken, oekte, heeft geoekt.Oele (tusschenw.).Oer (ijzerhoudende aarde), O.Oerachtig, oerachtiger, oerachtigst.Oergrond, M., oergronden.Oerig, oeriger, oerigst.Oerlaag, V., oerlagen.Oeros, M., oerossen.Oest, Oestig, enz. Zie Noest, enz.Oester, V., oesters en oesteren. Oestertje, O., oestertjes.Oesterbank, V., oesterbanken.Oesterhandel, M.Oesterhuis, O., oesterhuizen.Oesterpartij, V., oesterpartijen.Oesterpastei, V., oesterpasteien; oesterpasteitje, O., oesterpasteitjes.Oesterput, M., oesterputten.Oesterschelp, V., oesterschelpen.Oesterteelt, V.Oever, M., oevers.Oeveraas, O.Oeverhaam, M., oeverhamen.Oeverlicht, O., oeverlichten.Oeverlooper, M., oeverloopers.Oeverstaat, M., oeverstaten.Oeverval, M., oevervallen.Of.Offensief, offensiever, offensiefst.Offer, O., offers en offeren. Offertje, O., offertjes.Offeraar, M., offeraren en offeraars.Offeraltaar, O., offeraltaren.Offerambt, O., offerambten.Offerande, V., offeranden.Offerbeest, O., offerbeesten.Offerbijl, V., offerbijlen.Offerblok, O., offerblokken.Offerbus, V., offerbussen.Offerdienaar, M., offerdienaars en offerdienaren.Offerdienst, M., offerdiensten.Offerdier, O., offerdieren.Offeren, offerde, heeft geofferd.Offerfeest, O., offerfeesten.Offergave, V., offergaven.Offergeld, O.Offering, V., offeringen.Offerkelk, M., offerkelken.Offerkist, V., offerkisten.Offerlam, O., offerlammeren.Offermaal, O., offermalen.Offermes, O., offermessen.Offerpenning, M., offerpenningen; offerpenningske, O., offerpenningskes.Offerplaats, V., offerplaatsen.Offerplechtigheid, V., offerplechtigheden.Offerpriester, M., offerpriesters en offerpriesteren.Offerschaal, V., offerschalen.Offerstier, M., offerstieren.Offerte, V., offertes en offerten.Offervaardig, offervaardiger, offervaardigst.Offerwijn, M.Offerwillig, offerwilliger, offerwilligst.Officiant, M., officianten.Officie, O., officiën en officies.Officieel, officieele.Officier, M., officieren en officiers. Officiertje, O., officiertjes.Officierensociëteit, V., officierensociëteiten.Officiersdegen, M., officiersdegens.Officiersepaulet, V., officiersepauletten.Officierskleeding, V.Officierskok, M., officierskoks.Officiersmonteering, V., officiersmonteeringen.Officierspensioen, O., officierspensioenen.Officiersplaats, V., officiersplaatsen.Officiersrang, M., officiersrangen.Officierssloep, V., officierssloepen.Officierstafel, V., officierstafels.Officierstenue, V.Officierstraktement, O., officierstraktementen.Officiersuniform, V.Officiersweduwe, V., officiersweduwen.Officieus, officieuze.Officinaal, officinale.Offreeren, offreerde, heeft geoffreerd.Ofschoon.Ofte (Ja ofte neen.—Ofte wel).Ogief (kruisboog), O., ogieven.Ogief en Ojief (vloeilijst), O., ogieven en ojieven.Ogiefsgewijze en ogiefsgewijs.Ogivaal, ogivale.Oho (tusschenw.).Oi (tusschenw.).Oir (nakroost), O.Ojief, O. Zie Ogief.Ojief (ojiefschaaf), V., ojieven.Oker, V.Okerachtig, okerachtiger, okerachtigst.Okerkleurig.Okernoot. Zie Okkernoot.Okkernoot en Okernoot, V., okkernoten en okernoten.Okkernoteboom, M., okkernoteboomen.Oksaal, O., oksalen. Oksaaltje, O., oksaaltjes.Oksel, M., oksels en okselen. Okseltje, O., okseltjes.Okselhaar, O.Okselschrooi, V., okselschrooien.Okshoofd, O., okshoofden.Olderman, M., oldermans, oldermannen en olderlieden.Oleander, M., oleanders. Oleandertje, O., oleandertjes.Olie, V., oliën. Olietje, O., olietjes.Olieachtig, olieachtiger, olieachtigst.Olieachtigheid, V.Oliebol, M., oliebollen.Oliebollenkraam, V., oliebollenkramen.Oliedom, oliedomme.Oliefabriek, V., oliefabrieken.Oliekan, V., oliekannen; oliekannetje, O., oliekannetjes.Oliekoek, M., oliekoeken.Oliekop, M., oliekoppen; oliekopje, O., oliekopjes.Oliekruik, V., oliekruiken.Olielamp, V., olielampen; olielampje, O., olielampjes.Oliemolen, M., oliemolens.Oliën, oliede, heeft geolied.Oliesel, O.Olieslager, M., olieslagers.Olieslagerij, V.Oliesteen, M., oliesteenen; oliesteentje, O., oliesteentjes.Olieverf, V., olieverven.Olievlek, V., olievlekken.Oliezaad, O.Olifant, M., olifanten. Olifantje, O., olifantjes.Olifantenjacht, V., olifantenjachten.Olifantenjager, M., olifantenjagers.Olifantsbeen, O., olifantsbeenderen.Olifantshuid, V., olifantshuiden.Olifantskever, M., olifantskevers; olifantskevertje, O., olifantskevertjes.Olifantsluis, V., olifantsluizen; olifantsluisje, O., olifantsluisjes.Olifantsorde, V., olifantsorden.Olifantspapier, O.Olifantsridder, M., olifantsridders.Olifantssnuit, M., olifantssnuiten.Olifantstand, M., olifantstanden.Olifantstor, V., olifantstorren; olifantstorretje, O., olifantstorretjes.Olifantsvoet, M., olifantsvoeten.Oligarchie, V., oligarchieën.Olijf (boom), M.; (vrucht), V., olijven. Olijfje, O., olijfjes.Olijfachtig, olijfachtiger, olijfachtigst.Olijfberg, M., olijfbergen.Olijfgroen.Olijfkleurig.Olijfkrans, M., olijfkransen.Olijftak, M., olijftakken.Olijven, olijfde, heeft geolijfd.Olijvenhout, O.Olijvenolie en Olijfolie, V.Olijvenoogst, M.Olijvenpers, V., olijvenpersen.Olijventijd, M.Olm, M., olmen. Olmpje, O., olmpjes.Olmenhout en Olmhout, O.Olographisch.Olympisch.Olympus, M.Om.Oma (grootmama), V. Omaatje, O.Omakkeren, akkerde om, heeft omgeakkerd.Omarmen, omarmde, heeft omarmd.Omarming, V., omarmingen.Ombaksen, bakste om, heeft omgebakst.Omballing, V.Ombedelen, bedelde om, heeft omgebedeld.Ombellen, belde om, heeft omgebeld.Omber (aardsoort), V.Omber (in ’t kaartspel), M., ombers. Ombertje, O., ombertjes.Omberaar, M., omberaars.Omberdoos, V., omberdoozen; omberdoosje, O., omberdoosjes.Omberen, omberde, heeft geomberd.Ombergezelschap, O., ombergezelschappen.Omberkaarten (mv.), V.Omberkleur, V.Omberkrans, M., omberkransen; omberkransje, O., omberkransjes.Omberpartij, V., omberpartijen; omberpartijtje, O., omberpartijtjes.Omberspel (het spel), O., omberspelen; omberspelletje, O., omberspelletjes; (stel kaarten), O., omberspellen; omberspelletje, O., omberspelletjes.Ombertafel, V., ombertafels; ombertafeltje, O., ombertafeltjes.Ombervisch, M., ombervisschen.Ombervogel, M., ombervogels.Ombijten, beet om, beten om, heeft omgebeten.Ombinden, bond om, heeft omgebonden; ook ombond, heeft ombonden.Omblazen, blies om, bliezen om, heeft omgeblazen.Omblijven, bleef om, bleven om, is omgebleven.Ombliksemen, bliksemde om, heeft omgebliksemd.Ombloeien, ombloeide, heeft ombloeid.Omboenen, boende om, heeft omgeboend.Omboeren, boerde om, heeft omgeboerd.Ombonzen, bonsde om, heeft omgebonsd.Omboorden, boordde om, heeft omgeboord; ook omboordde, heeft omboord.Omboording, V., omboordingen.Omboordsel, O., omboordsels en omboordselen.Ombrassen, braste om, heeft omgebrast.Ombreien, breide om, heeft omgebreid.Ombrengen, bracht om, heeft omgebracht.Ombrenger, M., ombrengers.Ombrenging, V.Ombrengster, V., ombrengsters.Ombruisen, bruiste om, heeft omgebruist; ook ombruiste, heeft ombruist.Ombuigen, boog om, bogen om, heeft en is omgebogen.Ombuiging, V., ombuigingen.Ombuitelen, buitelde om, heeft en is omgebuiteld.Ombuiteling, V., ombuitelingen.Omdammen, omdamde, heeft omdamd.Omdamming, V., omdammingen.Omdat.Omdeelen, deelde om, heeft omgedeeld.Omdeeler, M., omdeelers.Omdeeling, V., omdeelingen.Omdijken, omdijkte, heeft omdijkt.Omdijking, V., omdijkingen.Omdobberen, dobberde om, heeft omgedobberd.Omdoen, deed om, deden om, heeft omgedaan.Omdolen, doolde om, heeft omgedoold; ook omdoolde, heeft omdoold.Omdoling, V., omdolingen.Omdonderen, donderde om, is en heeft omgedonderd.Omdouwen. Zie Omduwen.Omdraai, M., omdraaien.Omdraaien, draaide om, is en heeft omgedraaid.Omdraaiing, V., omdraaiingen.Omdracht, V., omdrachten.Omdragen, droeg om, heeft omgedragen.Omdraven, draafde om, heeft en is omgedraafd.Omdrijven, dreef om, dreven om, is en heeft omgedreven; ook omdreef, omdreven, heeft omdreven.Omdrinken, dronk om, heeft omgedronken.Omdrogen, droogde om, heeft omgedroogd.Omduikelen, duikelde om, heeft en is omgeduikeld.Omduwen, duwde om, heeft omgeduwd.Omdwalen, dwaalde om, heeft omgedwaald.Omdwaling, V., omdwalingen.Omdweilen, dweilde om, heeft omgedweild.Omega, V., omega’s.Omeggen, egde om, heeft omgeëgd.Omelet, V., omeletten. Omeletje, O., omeletjes.Omfladderen, fladderde om, heeft omgefladderd; ook omfladderde, heeft omfladderd.Omflikkeren, omflikkerde, heeft omflikkerd; ook flikkerde om, heeft en is omgeflikkerd.Omfloersen, omfloerste, heeft omfloerst.Omgaan, gaat om, ging om, heeft en is omgegaan.Omgang, M., omgangen.Omgangstaal, V.Omgekeerd.Omgelanden (mv.), M. en V.Omgelegen.Omgeschreven.Omgespen, gespte om, heeft omgegespt.Omgeuren, omgeurde, heeft omgeurd.Omgeven, gaf om, gaven om, heeft omgegeven; ook omgaf, omgaven, heeft omgeven.Omgeving, V.Omgezetenen (mv.), M. en V.Omgieten, goot om, goten om, heeft omgegoten.Omglijden, gleed om, gleden om, is en heeft omgegleden.Omgluren, gluurde om, heeft omgegluurd.Omgolven, golfde om, heeft omgegolfd; ook omgolfde, heeft omgolfd.Omgolving, V.Omgooien, gooide om, heeft omgegooid.Omgorden, gordde om, heeft omgegord; ook omgordde (zich), heeft (zich) omgord.Omgording, V.Omgraven, groef om, groeven om, heeft omgegraven; ook omgroef, omgroeven, heeft omgraven.Omgraving, V., omgravingen.Omgrenzen, omgrensde, heeft omgrensd.Omgrenzing, V., omgrenzingen.Omgrijpen, greep om, grepen om, heeft omgegrepen.Omgroeien, omgroeide, heeft omgroeid.Omhaal, M., omhalen. Omhaaltje, O., omhaaltjes.Omhaken, haakte om, heeft omgehaakt.Omhakken, hakte om, heeft omgehakt.Omhakking, V., omhakkingen.Omhalen, haalde om, heeft omgehaald.Omhaling, V., omhalingen.Omhangen, hing om, heeft omgehangen; ook omhing, heeft omhangen.Omhanging, V.Omhangsel, O., omhangels en omhangselen.Omhebben, heeft om, had om, hadden om, heeft omgehad.Omheen (bijw.).Omheinen, omheinde, heeft omheind.Omheining, V., omheiningen. Omheininkje, O., omheininkjes.Omhelpen, hielp om, heeft omgeholpen.Omhelzen, omhelsde, heeft omhelsd.Omhelzing, V., omhelzingen.Omhoepelen, hoepelde om, heeft en is omgehoepeld.Omhollen, holde om, heeft en is omgehold.Omhoog.Omhoogbeuren, beurde omhoog, heeft omhooggebeurd.Omhoogblazen, blies omhoog, bliezen omhoog, heeft omhooggeblazen.Omhoogdrijven, dreef omhoog, dreven omhoog, heeft omhooggedreven.Omhoogduwen, duwde omhoog, heeft omhooggeduwd.Omhooggaan, gaat omhoog, ging omhoog, is omhooggegaan.Omhooghalen, haalde omhoog, heeft omhooggehaald.Omhoogheffen, hief omhoog, hieven omhoog, heeft omhooggeheven.Omhooghouden, hield omhoog, heeft omhooggehouden.Omhoogjagen, jaagde omhoog, heeft omhooggejaagd; ook joeg omhoog.Omhoogkijken, keek omhoog, keken omhoog, heeft omhooggekeken.Omhoograken, raakte omhoog, is omhooggeraakt.Omhoogrichten, richtte omhoog, heeft omhooggericht.Omhoogrijzen, rees omhoog, rezen omhoog, is omhooggerezen.Omhoogschieten, schoot omhoog, schoten omhoog, heeft en is omhooggeschoten.Omhoogslaan, slaat omhoog, sloeg omhoog, heeft en is omhooggeslagen.Omhoogspringen, sprong omhoog, is omhooggesprongen.Omhoogstaren, staarde omhoog, heeft omhooggestaard.Omhoogsteken, stak omhoog, staken omhoog, heeft omhooggestoken.Omhoogstijgen, steeg omhoog, stegen omhoog, is omhooggestegen.Omhoogstuiven, stoof omhoog, stoven omhoog, is omhooggestoven.Omhoogtillen, tilde omhoog, heeft omhooggetild.Omhoogtrekken, trok omhoog, trokken omhoog, heeft omhooggetrokken.Omhoogturen, tuurde omhoog, heeft omhooggetuurd.Omhoogvliegen, vloog omhoog, vlogen omhoog, is omhooggevlogen.Omhoogvoeren, voerde omhoog, heeft omhooggevoerd.Omhoogwerken (zich omhoogwerken), werkte (zich) omhoog, heeft (zich) omhooggewerkt.Omhoogwerpen, wierp omhoog, heeft omhooggeworpen.Omhoogzien, zag omhoog, zagen omhoog, heeft omhooggezien.Omhoogzitten, zat omhoog, zaten omhoog, heeft omhooggezeten.Omhoogzwaaien, zwaaide omhoog, heeft omhooggezwaaid.Omhooren, hoorde om, heeft omgehoord.Omhouden, hield om, heeft omgehouden.Omhouwen, hieuw om, heeft omgehouwen.Omhouwer, M., omhouwers. Omhouwertje, O., omhouwertjes.Omhouwing, V.Omhuilen, huilde om, heeft omgehuild.Omhullen, omhulde, heeft omhuld.Omhulling, V., omhullingen.Omhulsel, O., omhulsels en omhulselen.Omhutselen, hutselde om, heeft omgehutseld.Omineus, omineuzer, omineust.Omissie, V., omissiën en omissies.Omkaden, omkaadde, heeft omkaad.Omkading, V., omkadingen.Omkantelen, ook Omkentelen, kantelde om, heeft en is omgekanteld.Omkanteling, V., omkantelingen.Omkanten, kantte om, heeft omgekant.Omkantijzer, O., omkantijzers; omkantijzertje, O., omkantijzertjes.Omkappen, kapte om, heeft omgekapt.Omkapping, V.Omkeer, ook Ommekeer, M.Omkeeren, keerde om, heeft en is omgekeerd.Omkeering, V., omkeeringen.Omkegelen, kegelde om, heeft omgekegeld.Omkenteren, kenterde om, is omgekenterd.Omkijken, keek om, keken om, heeft omgekeken.Omkleeden, kleedde (zich) om, heeft (zich) en is omgekleed; ook omkleedde, heeft omkleed.Omklemmen, omklemde, heeft omklemd.Omklemming, V., omklemmingen.Omklinken, klonk om, heeft omgeklonken; ook omklonk, heeft omklonken.Omklinking, V., omklinkingen.Omkloppen, klopte om, heeft omgeklopt.Omklopping, V.Omklotsen, klotste om, heeft omgeklotst; ook omklotste, heeft omklotst.Omknabbelen, knabbelde om, heeft omgeknabbeld.Omknellen, omknelde, heeft omkneld.Omknelling, V., omknellingen.Omknikkeren, knikkerde om, heeft omgeknikkerd.Omknoopen, knoopte om, heeft omgeknoopt.Omkomen, komt om, kwam om, kwamen om, is omgekomen.Omkoop, M.Omkoopbaar, omkoopbare.Omkoopbaarheid, V.Omkoopen, kocht om, heeft omgekocht.Omkooper, M., omkoopers.Omkooperij, V., omkooperijen.Omkooping, V., omkoopingen.Omkorsten, omkorstte, heeft omkorst.Omkorsting, V., omkorstingen.Omkoud (er omkoud zijn).Omkransen, omkranste, heeft omkranst.Omkransing, V., omkransingen.Omkreuken, ook Omkroken, kreukte om, heeft en is omgekreukt.Omkrijgen, kreeg om, kregen om, heeft omgekregen.Omkrommen, kromde om, heeft en is omgekromd.Omkronkelen, kronkelde om, heeft en is omgekronkeld; ook omkronkelde, heeft omkronkeld.Omkronkeling, V., omkronkelingen.Omkruien, krooi om, krooien om, heeft en is omgekrooien; ook kruide om, heeft en is omgekruid.Omkruipen, kroop om, kropen om, is en heeft omgekropen; ook omkroop, omkropen, heeft omkropen.Omkrullen, krulde om, heeft en is omgekruld; ook omkrulde, heeft omkruld.Omkrulling, V., omkrullingen.Omkuieren, kuierde om, heeft en is omgekuierd.Omkuipen, kuipte om, heeft omgekuipt; ook omkuipte, heeft omkuipt.Omkunnen, kan om, kunnen om, konde en kon om, konden om, heeft omgekund.Omkwakken, kwakte om, is en heeft omgekwakt.Omlaag.Omlaagbrengen, bracht omlaag, heeft omlaaggebracht.Omlaagbuigen, boog omlaag, bogen omlaag, heeft omlaaggebogen.Omlaagdrukken, drukte omlaag, heeft omlaaggedrukt.Omlaagduwen, duwde omlaag, heeft omlaaggeduwd.Omlaaggaan, gaat omlaag, ging omlaag, is omlaaggegaan.Omlaaghouden, hield omlaag, heeft omlaaggehouden.Omlaagkijken, keek omlaag, keken omlaag, heeft omlaaggekeken.Omlaagrukken, rukte omlaag, heeft omlaaggerukt.Omlaagschieten, schoot omlaag, schoten omlaag, is omlaaggeschoten.Omlaagslaan, slaat omlaag, sloeg omlaag, heeft en is omlaaggeslagen.Omlaagspringen, sprong omlaag, is omlaaggesprongen.Omlaagstorten, stortte omlaag, heeft en is omlaaggestort.Omlaagvallen, viel omlaag, is omlaaggevallen.Omlaagvoeren, voerde omlaag, heeft omlaaggevoerd.Omlaagzien, zag omlaag, zagen omlaag, heeft omlaaggezien.Omladen, laadde om, heeft omgeladen.Omlading, V.Omlaten, liet om, heeft omgelaten.Omlauweren, omlauwerde, heeft omlauwerd.Omlaveeren, laveerde om, heeft en is omgelaveerd.Omlegeren, omlegerde, heeft omlegerd.Omlegering, V., omlegeringen.Omleggen, legde om en leide om, heeft omgelegd en omgeleid; ook omlegde en omleide, heeft omlegd en omleid.Omleiden, leidde om, heeft omgeleid.Omleven, leefde om, heeft omgeleefd.Omliggen, lag om, lagen om, heeft omgelegen.Omliggend (bnw.).Omlijsten, omlijstte, heeft omlijst.Omlijsting, V., omlijstingen.Omlikken, likte om, heeft omgelikt.Omlommeren, omlommerde, heeft omlommerd.Omloofd.Omloop, M., omloopen.Omloopdijk, M., omloopdijken.Omloopen, liep om, is en heeft omgeloopen; ook omliep, heeft omloopen.Omlooper, M., omloopers.Omlooperij, V.Omlooping, V.Omloopstijd, M., omloopstijden.Omlooveren, omlooverde, heeft omlooverd.Omluiden, ook Omluien, luidde en luide om, heeft omgeluid.Omluisteren (van luister, glans), omluisterde, heeft omluisterd.Omlummelen, lummelde om, heeft omgelummeld.Ommaken, maakte om, heeft omgemaakt.Ommalen, maalde om, heeft omgemaald.Ommangelen, mangelde om, heeft omgemangeld.Ommarcheeren, marcheerde om, heeft en is omgemarcheerd.Ommekant, M., ommekanten.Ommekomst, V. (Na ommekomst van).Ommelanden (mv.), O.Ommelander, M., ommelanders.Ommelander (bnw.).Ommelandsch.Ommestaand. Zie Omstaand.Ommeten, mat om, maten om, heeft omgemeten.Ommezien, ook Omzien, O. Ommezientje, O. (In een ommezien).Ommezijde, V., ommezijden.Ommezwaai, Zie Omzwaai.Ommoeten, moet om, moest om, heeft omgemoeten.Ommogen, mag om, mogen om, mocht om.Ommuren, ommuurde, heeft ommuurd.Ommuring, V., ommuringen.Omnaaien, naaide om, heeft omgenaaid; ook omnaaide, heeft omnaaid.Omnevelen, omnevelde, heeft omneveld.Omneveling, V.Omnibus, M., omnibussen. Omnibusje, O., omnibusjes.Omnibusdienst, M., omnibusdiensten.Omnibuskaartje, O., omnibuskaartjes.Omnibusmaatschappij, V., omnibusmaatschappijen.Omnibuspaard, O., omnibuspaarden.Omoog, O., omoogen. Omoogje, O., omoogjes.Ompaarlen. Zie Omparelen.Ompagaaien, pagaaide om, heeft en is omgepagaaid.Ompaggering, V., ompaggeringen.Ompakken, pakte om, heeft omgepakt.Ompalen, ompaalde, heeft ompaald.Ompanseren, ook Ompantseren, ompanserde, heeft ompanserd.Ompansering, V.Ompantseren. Zie Ompanseren.Omparelen, ook Ompaarlen, omparelde, heeft ompareld.Ompassen, paste om, heeft omgepast.Omperken, omperkte, heeft omperkt.Omperking, V., omperkingen.Omplaggen, plagde om, heeft omgeplagd.Omplagging, V.Omplakken, omplakte, heeft omplakt.Omplakking, V.Omplaksel, O., omplaksels.Omplanten, plantte om, heeft omgeplant; ook omplantte, heeft omplant.Omplanting, V., omplantingen. Omplantinkje, O., omplantinkjes.Omplassen, plaste om, heeft omgeplast; ook omplaste, heeft omplast.Omploegen, ploegde om, heeft omgeploegd.Omploeging, V., omploegingen.Omploeteren, ploeterde om, heeft omgeploeterd.Omploffen, plofte om, is en heeft omgeploft.Omploffing, V.Omplooi, V., omplooien.Omplooien, plooide om, heeft omgeplooid; ook omplooide, heeft omplooid.Omplooiing, V.Ompoten, pootte om, heeft omgepoot; ook ompootte, heeft ompoot.Ompoting, V.Ompraten, praatte om, heeft omgepraat.Ompurperen, ompurperde, heeft ompurperd.Omraken, raakte om, is omgeraakt.Omrammeien, rammeide om, heeft omgerammeid.Omranden, omrandde, heeft omrand.Omranselen, ranselde om, heeft omgeranseld.Omrasteren, omrasterde, heeft omrasterd.Omrastering, V., omrasteringen.Omreiken, reikte om, heeft omgereikt.Omreizen, reisde om, heeft en is omgereisd; ook omreisde, heeft omreisd.Omrennen, rende om, heeft en is omgerend; ook omrende, heeft omrend.Omrijden, reed om, reden om, is en heeft omgereden.Omringdijk, M., omringdijken.Omringen (in ringen zetten), ringde om, heeft omgeringd.Omringen (omgeven), omringde, heeft omringd.Omringing, V., omringingen.Omringkade, V., omringkaden.Omrit, M., omritten. Omritje, O., omritjes.Omroeien, roeide om, heeft en is omgeroeid.Omroepen, riep om, heeft omgeroepen.Omroeper, M., omroepers.Omroepersbaantje, O.Omroepersbekken, O., omroepersbekkens.Omroeping, V., omroepingen.Omroeren, roerde om, heeft omgeroerd.Omroering, V., omroeringen.Omroersel, O., omroersels en omroerselen. Omroerseltje, O., omroerseltjes.Omrollen, rolde om, heeft en is omgerold.Omruil, M.Omruilen, ruilde om, heeft omgeruild.Omruiling, V., omruilingen.Omruischen, omruischte, heeft omruischt.Omrukken, rukte om, heeft en is omgerukt.Omrukking, V.Omsabelen, sabelde om, heeft omgesabeld.Omschaduwen, omschaduwde, heeft omschaduwd.Omschaduwing, V.Omschakelaar, M., omschakelaars.Omschakelen, schakelde om, heeft omgeschakeld.Omschallen, omschalde, heeft omschald.Omschansen, omschanste, heeft omschanst.Omschansing, V., omschansingen.Omscharrelen, scharrelde om, heeft en is omgescharreld.Omschenken, schonk om, heeft omgeschonken.Omscheppen (putten), schepte om, heeft omgeschept.Omscheppen (maken, vormen), schiep om, heeft omgeschapen.Omschepping, V., omscheppingen.Omscheren, schoor om, schoren om, heeft omgeschoren.Omschering, V.Omschermen, schermde om, heeft omgeschermd.Omscheuren, scheurde om, heeft omgescheurd.Omschieten, schoot om, schoten om, heeft en is omgeschoten.Omschijnen, omscheen, omschenen, heeft omschenen.Omschikken, schikte om, is omgeschikt.Omschitteren, omschitterde, heeft omschitterd.Omschoeien, omschoeide, heeft omschoeid.Omschoffelen (langzaam gaan), schoffelde om, heeft en is omgeschoffeld.Omschoffelen (losmaken), schoffelde om, heeft omgeschoffeld.Omschommelen, schommelde om, heeft en is omgeschommeld.Omschooien, schooide om, heeft omgeschooid.Omschoppen, schopte om, heeft omgeschopt.Omschorsen, omschorste, heeft omschorst.Omschrabben, schrabde om, heeft omgeschrabd.Omschrafelen, schrafelde om, heeft omgeschrafeld.Omschrapen, schraapte om, heeft omgeschraapt.Omschreeuwen, schreeuwde om, heeft omgeschreeuwd.Omschrijfbaar, omschrijfbare.Omschrijven, omschreef, omschreven, heeft omschreven.Omschrijver, M., omschrijvers.Omschrijving, V., omschrijvingen.Omschudden, schudde om, heeft omgeschud.Omschudding, V.Omschuieren, schuierde om, heeft omgeschuierd.Omschuiven, schoof om, schoven om, heeft en is omgeschoven.Omschulpen, schulpte om, heeft omgeschulpt.Omschuren, schuurde om, heeft omgeschuurd.Omsingelen, omsingelde, heeft omsingeld.Omsingeling, V., omsingelingen.Omsjokken, sjokte om, heeft en is omgesjokt.Omsjouwen, sjouwde om, heeft omgesjouwd.Omslaan, slaat om, sloeg om, heeft en is omgeslagen; ook omslaat, omsloeg, heeft omgeslagen.Omslachtig, omslachtiger, omslachtigst.Omslachtigheid, V.Omslag (omhaal, drukte), M.Omslag (in de belasting enz.), M., omslagen.Omslag (voorwerp), M. en O., omslagen. Omslagje, O., omslagjes.Omslagboor, V., omslagboren.Omslagdoek, M., omslagdoeken; omslagdoekje, O., omslagdoekjes.Omslager, M., omslagers. Omslagertje, O., omslagertjes.Omsleepen (bedr.), sleepte om, heeft omgesleept.Omslenteren, slenterde om, heeft en is omgeslenterd.Omsleuren, sleurde om, heeft omgesleurd.Omslingeren, slingerde om, heeft en is omgeslingerd; ook omslingerde, heeft omslingerd.Omslingering, V.Omsloffen, slofte om, heeft en is omgesloft.Omsluieren, omsluierde, heeft omsluierd.Omsluiering, V., omsluieringen.Omsluipen, sloop om, slopen om, heeft en is omgeslopen.Omsluiten, omsloot, omsloten, heeft omsloten.Omsluiting, V., omsluitingen.Omsmakken, smakte om, heeft en is omgesmakt.Omsmeden, smeedde om, heeft omgesmeed.Omsmelten, smolt om, heeft omgesmolten.Omsmijten, smeet om, smeten om, heeft omgesmeten.Omsnellen, snelde om, heeft en is omgesneld.Omsnoeren, snoerde om, heeft omgesnoerd; ook omsnoerde, heeft omsnoerd.Omsnorren, snorde om, is en heeft omgesnord; ook omsnorde, heeft omsnord.Omsnuffelen, snuffelde om, heeft omgesnuffeld.Omsollen, solde om, heeft omgesold.Omspannen, spande om, heeft omgespannen; ook omspande, heeft omspannen.Omspanning, V., omspanningen.Omspant, V.Omspatten, spatte om, heeft omgespat; ook omspatte, heeft omspat.Omspelden, speldde om, heeft omgespeld; ook omspeldde, heeft omspeld.Omspinnen, omspon, omsponnen, heeft omsponnen.Omspitten, spitte om, heeft omgespit.Omspitting, V., omspittingen.Omspoelen, spoelde om, heeft omgespoeld; ook omspoelde, heeft omspoeld.Omspoeling, V., omspoelingen.Omspoelsel, O.Omspoken, spookte om, heeft omgespookt; ook omspookte, heeft omspookt.Omspringen, sprong om, heeft en is omgesprongen; ook omsprong, heeft omsprongen.Omstaan, staat om, stond om, heeft omgestaan.Omstaand en Ommestaand.Omstander, M., omstanders.Omstandig, omstandiger, omstandigst.Omstandigheid, V., omstandigheden.Omstappen, stapte om, heeft en is omgestapt.Omsteken, stak om, staken om, heeft omgestoken.Omstelpen. Zie Omstulpen.Omstevenen, stevende om, heeft en is omgestevend.Omstoeien, stoeide om, heeft omgestoeid; ook omstoeide, heeft omstoeid.Omstoomen, stoomde om, heeft en is omgestoomd.Omstooten, stiet om, heeft omgestooten; ook stootte om.Omstormen, stormde om, heeft en is omgestormd; ook omstormde, heeft omstormd.Omstorten, stortte om, heeft en is omgestort.Omstorting, V.Omstralen, straalde om, heeft omgestraald; ook omstraalde, heeft omstraald.Omstraling, V.Omstreek, V., omstreken.Omstreeks.Omstrengelen, omstrengelde, heeft omstrengeld.Omstrengeling, V.Omstrepen, omstreepte, heeft omstreept.Omstreping, V.Omstrikken, strikte om, heeft omgestrikt; ook omstrikte, heeft omstrikt.Omstrompelen, strompelde om, heeft en is omgestrompeld.Omstrooien, strooide om, heeft omgestrooid; ook omstrooide, heeft omstrooid.Omstroomen, omstroomde, heeft omstroomd.Omstroopen, stroopte om, heeft omgestroopt.Omstuiven, stoof om, stoven om, heeft en is omgestoven; ook omstoof, omstoven, heeft omstoven.Omstulpen, ook Omstelpen, stulpte om, heeft omgestulpt.Omsturen, stuurde om, heeft omgestuurd.Omstuwen, omstuwde, heeft omstuwd.Omsukkelen, sukkelde om, heeft en is omgesukkeld.Omtasten, tastte om, heeft omgetast; ook omtastte, heeft omtast.Omtellen, telde om, heeft omgeteld.Omtimmeren, timmerde om, heeft omgetimmerd; ook omtimmerde, heeft omtimmerd.Omtobben, tobde om, heeft omgetobd.Omtocht, M., omtochten.Omtogen (deelw.).Omtollen, tolde om, heeft en is omgetold.Omtonnen, tonde om, heeft omgetond; ook omtonde, heeft omtond.Omtooveren, tooverde om, heeft omgetooverd.Omtoovering, V., omtooveringen.Omtrappen, trapte om, heeft omgetrapt.Omtrede en Omtree, V., omtreden.Omtreden, trad om, traden om, is en heeft omgetreden.Omtrek, M., omtrekken. Omtrekje, O., omtrekjes.Omtrekken, trok om, trokken om, heeft en is omgetrokken; ook omtrok, omtrokken, heeft omtrokken.Omtrekking, V.Omtrent.Omtrommelen, trommelde om, heeft omgetrommeld.Omtuimelen, tuimelde om, is en heeft omgetuimeld.Omtuimeling, V., omtuimelingen.Omtuinen, omtuinde, heeft omtuind.Omtuining, V., omtuiningen.Omvaart, V.Omvademen, omvademde, heeft omvademd.Omvademing, V.Omval, M., omvallen.Omvallen, viel om, is omgevallen.Omvang, M.Omvangen, omving, heeft omvangen.Omvangrijk, omvangrijker, omvangrijkst.Omvaren, voer om, heeft en is omgevaren.Omvaring, V.Omvatten, omvatte, heeft omvat.Omvatting, V.Omventen, ventte om, heeft omgevent.Omver.Omverblazen, blies omver, bliezen omver, heeft omvergeblazen.Omverdringen, drong omver, heeft omvergedrongen.Omverdrukken, drukte omver, heeft omvergedrukt.Omverduwen, duwde omver, heeft omvergeduwd.Omvergooien, gooide omver, heeft omvergegooid.Omverhakken, hakte omver, heeft omvergehakt.Omverhalen, haalde omver, heeft omvergehaald.Omverhelpen, hielp omver, heeft omvergeholpen.Omverhouwen, hieuw omver, heeft omvergehouwen.Omverjagen, jaagde omver, heeft omvergejaagd; ook joeg omver.Omverkantelen, kantelde omver, is omvergekanteld.Omverkegelen, kegelde omver, heeft omvergekegeld.Omverkrijgen, kreeg omver, kregen omver, heeft omvergekregen.Omverliggen, lag omver, lagen omver, heeft omvergelegen.Omverloopen, liep omver, heeft omvergeloopen.Omverpraten, praatte omver, heeft omvergepraat.Omverraken, raakte omver, is omvergeraakt.Omverrennen, rende omver, heeft omvergerend.Omverrijden, reed omver, reden omver, heeft omvergereden.Omverrukken, rukte omver, heeft omvergerukt.Omverschieten, schoot omver, schoten omver, heeft omvergeschoten.Omverslaan, slaat omver, sloeg omver, heeft en is omvergeslagen.Omversmakken, smakte omver, heeft omvergesmakt.Omversmijten, smeet omver, smeten omver, heeft omvergesmeten.Omverstooten, stiet omver, heeft omvergestooten; ook stootte omver.Omverstorten, stortte omver, heeft en is omvergestort.Omvertrekken, trok omver, trokken omver, heeft omvergetrokken.Omvertuimelen, tuimelde omver, is omvergetuimeld.Omvervallen, viel omver, is omvergevallen.Omverwaaien, waaide omver, is en heeft omvergewaaid; ook woei omver, woeien omver.Omverwerpen, wierp omver, heeft omvergeworpen.Omverwerping, V.Omvlechten, omvlocht, heeft omvlochten.Omvlieden, vlood om, vloden om, is omgevloden.Omvliegen, vloog om, vlogen om, is en heeft omgevlogen; ook omvloog, omvlogen, heeft omvlogen.Omvlieten, vloot om, vloten om, heeft en is omgevloten; ook omvloot, omvloten, heeft omvloten.Omvloeien, vloeide om, heeft en is omgevloeid; ook omvloeide, heeft omvloeid.Omvoeren, voerde om, heeft omgevoerd.Omvoering, V.Omvouwen, vouwde om, heeft en is omgevouwen.Omvraag en Omvrage, V.Omvragen, vraagde om, heeft omgevraagd; ook vroeg om.Omwaaien, waaide om, is en heeft omgewaaid; ook woei om, woeien om; en omwaaide (omwoei, omwoeien), heeft omwaaid.Omwallen, omwalde, heeft omwald.Omwalling, V., omwallingen.Omwalmen, omwalmde, heeft omwalmd.Omwandelen, wandelde om, heeft en is omgewandeld.Omwandeling, V., omwandelingen.Omwaren, waarde om, heeft omgewaard.Omwaschkom, V., omwaschkommen; omwaschkommetje, O., omwaschkommetjes.Omwasschen, wiesch om, wieschen om, heeft omgewasschen; ook waschte om.Omwassen, omwies, omwiesen, heeft omwassen.Omweg, M., omwegen. Omwegje, O., omwegjes.Omweiden, weidde om, heeft omgeweid.Omwelven, omwelfde. heeft omwelfd.Omwelving, V., omwelvingen.Omwemelen, omwemelde, heeft omwemeld.Omwenden, wendde om, heeft en is omgewend.Omwending, V., omwendingen.Omwentelen, wentelde om, heeft en is omgewenteld.Omwenteling, V., omwentelingen.Omwentelingsas, V., omwentelingsassen.Omwentelingslichaam, O. omwentelingslichamen.Omwentelingsoppervlak, O., omwentelingsoppervlakken.Omwentelingstijd, M., omwentelingstijden.Omwentelingsvlak, O., omwentelingsvlakken.Omwerken, werkte om, heeft omgewerkt.Omwerking, V., omwerkingen.Omwerpen, wierp om, heeft omgeworpen.Omwerping, V.Omweven, omweefde, heeft omweven.Omwiegelen, wiegelde om, heeft omgewiegeld.Omwikkelen, omwikkelde, heeft omwikkeld.Omwikkeling, V.Omwillen, wil om, wilde (wou) om, heeft omgewild.Omwimpelen, omwimpelde, heeft omwimpeld.Omwinden, omwond, heeft omwonden.Omwinding, V., omwindingen.Omwippen, wipte om, heeft en is omgewipt.Omwisselen, wisselde om, heeft omgewisseld.Omwisseling, V., omwisselingen.Omwoelen, woelde om, heeft omgewoeld; ook omwoelde, heeft omwoeld.Omwoeling, V., omwoelingen.Omwolken, omwolkte, heeft omwolkt.Omwonend.Omwoners (mv.), M.Omwrikken, wrikte om, heeft omgewrikt.Omwroeten, wroette om, heeft omgewroet.Omzadelen, zadelde om, heeft omgezadeld.Omzagen, zaagde om, heeft omgezaagd.Omzakken (op zijde vallen), zakte om, is omgezakt.Omzaten, (mv.), M. en V.Omzeg, M.Omzeggen, zeide om, heeft omgezegd en omgezeid.Omzegging, V.Omzeilen, zeilde om, heeft en is omgezeild; ook omzeilde, heeft omzeild.Omzeiling, V., omzeilingen.Omzenden, zond om, heeft omgezonden.Omzending, V., omzendingen.Omzet, M.Omzetijzer, O., omzetijzers; omzetijzertje, O., omzetijzertjes.Omzetsel, O., omzetsels en omzetselen. Omzetseltje, O., omzetseltjes.Omzetspade, V., omzetspaden.Omzetten, zette om, heeft en is omgezet; ook omzette, heeft omzet.Omzetting, V., omzettingen.Omzichtig, omzichtiger, omzichtigst.Omzichtigheid, V., omzichtigheden.Omzien, zag om, zagen om, heeft omgezien.Omzien, O. Zie Ommezien.Omziend.Omzitten, zat om, zaten om, heeft omgezeten.Omzitters (mv.). M.Omzoeken, zocht om, heeft omgezocht.Omzoomen, zoomde om, heeft omgezoomd; ook omzoomde, heeft omzoomd.Omzooming, V., omzoomingen.Omzwaai en Ommezwaai, M., omzwaaien en ommezwaaien.Omzwaaien, zwaaide om, heeft en is omgezwaaid; ook omzwaaide, heeft omzwaaid.Omzwaaiing, V., omzwaaiingen.Omzwachtelen, omzwachtelde, heeft omzwachteld.Omzwachteling, V., omzwachtelingen.Omzwalken, zwalkte om, heeft omgezwalkt.Omzwalpen, zwalpte om, heeft omgezwalpt; ook omzwalpte, heeft omzwalpt.Omzwemmen, zwom om, zwommen om, heeft en is omgezwommen.Omzwenken, zwenkte om, is en heeft omgezwenkt.Omzwenking, V., omzwenkingen.Omzwermen, zwermde om, heeft omgezwermd; ook omzwermde, heeft omzwermd.Omzwerven, zwierf om, zwierven om, heeft omgezworven; ook omzwierf, omzwierven, heeft omzworven.Omzwerving, V., omzwervingen.Omzweven, zweefde om, heeft en is omgezweefd; ook omzweefde, heeft omzweefd.Omzwiepen, zwiepte om, is omgezwiept.Omzwieren, zwierde om, heeft en is omgezwierd.Omzwikken, zwikte om, is omgezwikt.On (on of even).Onaandachtig, onaandachtiger, onaandachtigst.Onaandoenlijk, onaandoenlijker, onaandoenlijkst.Onaandoenlijkheid, V.Onaangedaan.Onaangediend.Onaangekleed, onaangekleede.Onaangeleund.Onaangemeld.Onaangemerkt.Onaangenaam, onaangenamer, onaangenaamst.Onaangenaamheid, V., onaangenaamheden.Onaangeraakt.Onaangerand.Onaangeroerd.Onaangesneden.Onaangesproken.Onaangestoken.Onaangetast.Onaangevallen.Onaangevochten.Onaangevuld.Onaangezet, onaangezette.Onaangezien.Onaangezocht.Onaangezuiverd.Onaanlokkelijk, onaanlokkelijker, onaanlokkelijkst.Onaannemelijk, onaannemelijker, onaannemelijkst.Onaannemelijkheid, V.Onaansprakelijk.Onaansprakelijkheid, V.Onaanstootelijk, onaanstootelijker, onaanstootelijkst.Onaanstootelijkheid, V.Onaantastbaar, onaantastbare.Onaantastbaarheid, V.Onaantrekkelijk, onaantrekkelijker, onaantrekkelijkst.Onaantrekkelijkheid, V.Onaanvaard.Onaanzienlijk, onaanzienlijker, onaanzienlijkst.Onaanzienlijkheid, V.Onaardig, onaardiger, onaardigst.Onaardigheid, V., onaardigheden.Onachtzaam, onachtzamer, onachtzaamst.Onachtzaamheid, V., onachtzaamheden.Onadellijk.Onafgebakend.Onafgeborsteld.Onafgebroken.Onafgedaan, onafgedane.Onafgehandeld.Onafgemaakt.Onafgesneden.
OO. V., o’s.O (tusschenw.). Als znw., O., o’s. Ootje, O., ootjes.Oase, V., oasen.O-beenen (mv.), O. O-beentjes, O.Obelisk, M., obelisken.Object, O., objecten.Objectie, V., objectiën en objecties.Objectief, objectiever, objectiefst.Objectief, O., objectieven.Objectiviteit, V.Oblie, V., oblieën. Oblietje, O., oblietjes.Oblieman, M., obliemannen.Oblietrommel, V., oblietrommels; oblietrommeltje, O., oblietrommeltjes.Obligaat (bijw.), obligaat spelen, obligaat zingen. Als znw., O., obligaten.Obligatie, V., obligatiën en obligaties.Obligatiehouder, M., obligatiehouders.Obligeeren, obligeerde, heeft geobligeerd.Obscoen en Obsceen, obscene.Obscoeniteit, V., obscoeniteiten.Obscurantisme, O.Obscuur, obscure.Observatie, V., observatiën en observaties.Observator, M., observatoren.Observatorium, O., observatoriums en observatoria.Observeeren, observeerde, heeft geobserveerd.Obstetrie, V.Obstructie, V., obstructies.Obstructionisme, O.Obstructionist, M., obstructionisten.Oceaan, M., oceanen.Och.Ocharm en Ocharmen (tusschenw.).Ochtend en Uchtend, M., ochtenden. Ochtendje, O., ochtendjes.Ochtendbeurt, V., ochtendbeurten.Ochtendbezoek, O., ochtendbezoeken.Ochtendblad, O., ochtendbladen.Ochtenddienst, M., ochtenddiensten.Ochtendlied, O., ochtendliederen.Ochtendlucht, V.Ochtendmuts, V., ochtendmutsen.Ochtendstond, M., ochtendstonden.Ochtendtrein, M., ochtendtreinen.Octaaf, V. en O., octaven. Octaafje, O., octaafjes.Octant, V., octanten.Octavo (bnw.). Als znw., O., octavo’s.October, M.Octrooi, O., octrooien. Octrooitje, O., octrooitjes.Octrooieeren, octrooieerde, heeft geoctrooieerd.Oculist, M., oculisten.Ode, V., oden.Odendichter, M., odendichters.Odenstijl, M.Odeur, V., odeuren. Odeurtje, O., odeurtjes.Odeurfleschje, O., odeurfleschjes.Oeconomie (staathuishoudkunde), V.; ook Economie.Oeconomisch, ook Economisch.Oeconoom, M., oeconomen; ook Econoom.Oef (tusschenw.).Oefenaar, M., oefenaars en oefenaren.Oefenaarster, V., oefenaarsters.Oefendag, M., oefendagen; oefendagje, O., oefendaagjes.Oefenen, oefende, heeft geoefend.Oefening, V., oefeningen. Oefeningetje, O., oefeningetjes.Oefeningskamp, O., oefeningskampen.Oefenkamer, V., oefenkamers; oefenkamertje, O., oefenkamertjes.Oefenperk, O., oefenperken.Oefenplaats, V., oefenplaatsen; oefenplaatsje, O., oefenplaatsjes.Oefenschool, V., oefenscholen; oefenschooltje, O., oefenschooltjes.Oefentijd, M.Oefenzaal, V., oefenzalen; oefenzaaltje, O., oefenzaaltjes.Oefenzuster, V., oefenzusters.Oeh (tusschenw.).Oei (tusschenw.).Oeken, oekte, heeft geoekt.Oele (tusschenw.).Oer (ijzerhoudende aarde), O.Oerachtig, oerachtiger, oerachtigst.Oergrond, M., oergronden.Oerig, oeriger, oerigst.Oerlaag, V., oerlagen.Oeros, M., oerossen.Oest, Oestig, enz. Zie Noest, enz.Oester, V., oesters en oesteren. Oestertje, O., oestertjes.Oesterbank, V., oesterbanken.Oesterhandel, M.Oesterhuis, O., oesterhuizen.Oesterpartij, V., oesterpartijen.Oesterpastei, V., oesterpasteien; oesterpasteitje, O., oesterpasteitjes.Oesterput, M., oesterputten.Oesterschelp, V., oesterschelpen.Oesterteelt, V.Oever, M., oevers.Oeveraas, O.Oeverhaam, M., oeverhamen.Oeverlicht, O., oeverlichten.Oeverlooper, M., oeverloopers.Oeverstaat, M., oeverstaten.Oeverval, M., oevervallen.Of.Offensief, offensiever, offensiefst.Offer, O., offers en offeren. Offertje, O., offertjes.Offeraar, M., offeraren en offeraars.Offeraltaar, O., offeraltaren.Offerambt, O., offerambten.Offerande, V., offeranden.Offerbeest, O., offerbeesten.Offerbijl, V., offerbijlen.Offerblok, O., offerblokken.Offerbus, V., offerbussen.Offerdienaar, M., offerdienaars en offerdienaren.Offerdienst, M., offerdiensten.Offerdier, O., offerdieren.Offeren, offerde, heeft geofferd.Offerfeest, O., offerfeesten.Offergave, V., offergaven.Offergeld, O.Offering, V., offeringen.Offerkelk, M., offerkelken.Offerkist, V., offerkisten.Offerlam, O., offerlammeren.Offermaal, O., offermalen.Offermes, O., offermessen.Offerpenning, M., offerpenningen; offerpenningske, O., offerpenningskes.Offerplaats, V., offerplaatsen.Offerplechtigheid, V., offerplechtigheden.Offerpriester, M., offerpriesters en offerpriesteren.Offerschaal, V., offerschalen.Offerstier, M., offerstieren.Offerte, V., offertes en offerten.Offervaardig, offervaardiger, offervaardigst.Offerwijn, M.Offerwillig, offerwilliger, offerwilligst.Officiant, M., officianten.Officie, O., officiën en officies.Officieel, officieele.Officier, M., officieren en officiers. Officiertje, O., officiertjes.Officierensociëteit, V., officierensociëteiten.Officiersdegen, M., officiersdegens.Officiersepaulet, V., officiersepauletten.Officierskleeding, V.Officierskok, M., officierskoks.Officiersmonteering, V., officiersmonteeringen.Officierspensioen, O., officierspensioenen.Officiersplaats, V., officiersplaatsen.Officiersrang, M., officiersrangen.Officierssloep, V., officierssloepen.Officierstafel, V., officierstafels.Officierstenue, V.Officierstraktement, O., officierstraktementen.Officiersuniform, V.Officiersweduwe, V., officiersweduwen.Officieus, officieuze.Officinaal, officinale.Offreeren, offreerde, heeft geoffreerd.Ofschoon.Ofte (Ja ofte neen.—Ofte wel).Ogief (kruisboog), O., ogieven.Ogief en Ojief (vloeilijst), O., ogieven en ojieven.Ogiefsgewijze en ogiefsgewijs.Ogivaal, ogivale.Oho (tusschenw.).Oi (tusschenw.).Oir (nakroost), O.Ojief, O. Zie Ogief.Ojief (ojiefschaaf), V., ojieven.Oker, V.Okerachtig, okerachtiger, okerachtigst.Okerkleurig.Okernoot. Zie Okkernoot.Okkernoot en Okernoot, V., okkernoten en okernoten.Okkernoteboom, M., okkernoteboomen.Oksaal, O., oksalen. Oksaaltje, O., oksaaltjes.Oksel, M., oksels en okselen. Okseltje, O., okseltjes.Okselhaar, O.Okselschrooi, V., okselschrooien.Okshoofd, O., okshoofden.Olderman, M., oldermans, oldermannen en olderlieden.Oleander, M., oleanders. Oleandertje, O., oleandertjes.Olie, V., oliën. Olietje, O., olietjes.Olieachtig, olieachtiger, olieachtigst.Olieachtigheid, V.Oliebol, M., oliebollen.Oliebollenkraam, V., oliebollenkramen.Oliedom, oliedomme.Oliefabriek, V., oliefabrieken.Oliekan, V., oliekannen; oliekannetje, O., oliekannetjes.Oliekoek, M., oliekoeken.Oliekop, M., oliekoppen; oliekopje, O., oliekopjes.Oliekruik, V., oliekruiken.Olielamp, V., olielampen; olielampje, O., olielampjes.Oliemolen, M., oliemolens.Oliën, oliede, heeft geolied.Oliesel, O.Olieslager, M., olieslagers.Olieslagerij, V.Oliesteen, M., oliesteenen; oliesteentje, O., oliesteentjes.Olieverf, V., olieverven.Olievlek, V., olievlekken.Oliezaad, O.Olifant, M., olifanten. Olifantje, O., olifantjes.Olifantenjacht, V., olifantenjachten.Olifantenjager, M., olifantenjagers.Olifantsbeen, O., olifantsbeenderen.Olifantshuid, V., olifantshuiden.Olifantskever, M., olifantskevers; olifantskevertje, O., olifantskevertjes.Olifantsluis, V., olifantsluizen; olifantsluisje, O., olifantsluisjes.Olifantsorde, V., olifantsorden.Olifantspapier, O.Olifantsridder, M., olifantsridders.Olifantssnuit, M., olifantssnuiten.Olifantstand, M., olifantstanden.Olifantstor, V., olifantstorren; olifantstorretje, O., olifantstorretjes.Olifantsvoet, M., olifantsvoeten.Oligarchie, V., oligarchieën.Olijf (boom), M.; (vrucht), V., olijven. Olijfje, O., olijfjes.Olijfachtig, olijfachtiger, olijfachtigst.Olijfberg, M., olijfbergen.Olijfgroen.Olijfkleurig.Olijfkrans, M., olijfkransen.Olijftak, M., olijftakken.Olijven, olijfde, heeft geolijfd.Olijvenhout, O.Olijvenolie en Olijfolie, V.Olijvenoogst, M.Olijvenpers, V., olijvenpersen.Olijventijd, M.Olm, M., olmen. Olmpje, O., olmpjes.Olmenhout en Olmhout, O.Olographisch.Olympisch.Olympus, M.Om.Oma (grootmama), V. Omaatje, O.Omakkeren, akkerde om, heeft omgeakkerd.Omarmen, omarmde, heeft omarmd.Omarming, V., omarmingen.Ombaksen, bakste om, heeft omgebakst.Omballing, V.Ombedelen, bedelde om, heeft omgebedeld.Ombellen, belde om, heeft omgebeld.Omber (aardsoort), V.Omber (in ’t kaartspel), M., ombers. Ombertje, O., ombertjes.Omberaar, M., omberaars.Omberdoos, V., omberdoozen; omberdoosje, O., omberdoosjes.Omberen, omberde, heeft geomberd.Ombergezelschap, O., ombergezelschappen.Omberkaarten (mv.), V.Omberkleur, V.Omberkrans, M., omberkransen; omberkransje, O., omberkransjes.Omberpartij, V., omberpartijen; omberpartijtje, O., omberpartijtjes.Omberspel (het spel), O., omberspelen; omberspelletje, O., omberspelletjes; (stel kaarten), O., omberspellen; omberspelletje, O., omberspelletjes.Ombertafel, V., ombertafels; ombertafeltje, O., ombertafeltjes.Ombervisch, M., ombervisschen.Ombervogel, M., ombervogels.Ombijten, beet om, beten om, heeft omgebeten.Ombinden, bond om, heeft omgebonden; ook ombond, heeft ombonden.Omblazen, blies om, bliezen om, heeft omgeblazen.Omblijven, bleef om, bleven om, is omgebleven.Ombliksemen, bliksemde om, heeft omgebliksemd.Ombloeien, ombloeide, heeft ombloeid.Omboenen, boende om, heeft omgeboend.Omboeren, boerde om, heeft omgeboerd.Ombonzen, bonsde om, heeft omgebonsd.Omboorden, boordde om, heeft omgeboord; ook omboordde, heeft omboord.Omboording, V., omboordingen.Omboordsel, O., omboordsels en omboordselen.Ombrassen, braste om, heeft omgebrast.Ombreien, breide om, heeft omgebreid.Ombrengen, bracht om, heeft omgebracht.Ombrenger, M., ombrengers.Ombrenging, V.Ombrengster, V., ombrengsters.Ombruisen, bruiste om, heeft omgebruist; ook ombruiste, heeft ombruist.Ombuigen, boog om, bogen om, heeft en is omgebogen.Ombuiging, V., ombuigingen.Ombuitelen, buitelde om, heeft en is omgebuiteld.Ombuiteling, V., ombuitelingen.Omdammen, omdamde, heeft omdamd.Omdamming, V., omdammingen.Omdat.Omdeelen, deelde om, heeft omgedeeld.Omdeeler, M., omdeelers.Omdeeling, V., omdeelingen.Omdijken, omdijkte, heeft omdijkt.Omdijking, V., omdijkingen.Omdobberen, dobberde om, heeft omgedobberd.Omdoen, deed om, deden om, heeft omgedaan.Omdolen, doolde om, heeft omgedoold; ook omdoolde, heeft omdoold.Omdoling, V., omdolingen.Omdonderen, donderde om, is en heeft omgedonderd.Omdouwen. Zie Omduwen.Omdraai, M., omdraaien.Omdraaien, draaide om, is en heeft omgedraaid.Omdraaiing, V., omdraaiingen.Omdracht, V., omdrachten.Omdragen, droeg om, heeft omgedragen.Omdraven, draafde om, heeft en is omgedraafd.Omdrijven, dreef om, dreven om, is en heeft omgedreven; ook omdreef, omdreven, heeft omdreven.Omdrinken, dronk om, heeft omgedronken.Omdrogen, droogde om, heeft omgedroogd.Omduikelen, duikelde om, heeft en is omgeduikeld.Omduwen, duwde om, heeft omgeduwd.Omdwalen, dwaalde om, heeft omgedwaald.Omdwaling, V., omdwalingen.Omdweilen, dweilde om, heeft omgedweild.Omega, V., omega’s.Omeggen, egde om, heeft omgeëgd.Omelet, V., omeletten. Omeletje, O., omeletjes.Omfladderen, fladderde om, heeft omgefladderd; ook omfladderde, heeft omfladderd.Omflikkeren, omflikkerde, heeft omflikkerd; ook flikkerde om, heeft en is omgeflikkerd.Omfloersen, omfloerste, heeft omfloerst.Omgaan, gaat om, ging om, heeft en is omgegaan.Omgang, M., omgangen.Omgangstaal, V.Omgekeerd.Omgelanden (mv.), M. en V.Omgelegen.Omgeschreven.Omgespen, gespte om, heeft omgegespt.Omgeuren, omgeurde, heeft omgeurd.Omgeven, gaf om, gaven om, heeft omgegeven; ook omgaf, omgaven, heeft omgeven.Omgeving, V.Omgezetenen (mv.), M. en V.Omgieten, goot om, goten om, heeft omgegoten.Omglijden, gleed om, gleden om, is en heeft omgegleden.Omgluren, gluurde om, heeft omgegluurd.Omgolven, golfde om, heeft omgegolfd; ook omgolfde, heeft omgolfd.Omgolving, V.Omgooien, gooide om, heeft omgegooid.Omgorden, gordde om, heeft omgegord; ook omgordde (zich), heeft (zich) omgord.Omgording, V.Omgraven, groef om, groeven om, heeft omgegraven; ook omgroef, omgroeven, heeft omgraven.Omgraving, V., omgravingen.Omgrenzen, omgrensde, heeft omgrensd.Omgrenzing, V., omgrenzingen.Omgrijpen, greep om, grepen om, heeft omgegrepen.Omgroeien, omgroeide, heeft omgroeid.Omhaal, M., omhalen. Omhaaltje, O., omhaaltjes.Omhaken, haakte om, heeft omgehaakt.Omhakken, hakte om, heeft omgehakt.Omhakking, V., omhakkingen.Omhalen, haalde om, heeft omgehaald.Omhaling, V., omhalingen.Omhangen, hing om, heeft omgehangen; ook omhing, heeft omhangen.Omhanging, V.Omhangsel, O., omhangels en omhangselen.Omhebben, heeft om, had om, hadden om, heeft omgehad.Omheen (bijw.).Omheinen, omheinde, heeft omheind.Omheining, V., omheiningen. Omheininkje, O., omheininkjes.Omhelpen, hielp om, heeft omgeholpen.Omhelzen, omhelsde, heeft omhelsd.Omhelzing, V., omhelzingen.Omhoepelen, hoepelde om, heeft en is omgehoepeld.Omhollen, holde om, heeft en is omgehold.Omhoog.Omhoogbeuren, beurde omhoog, heeft omhooggebeurd.Omhoogblazen, blies omhoog, bliezen omhoog, heeft omhooggeblazen.Omhoogdrijven, dreef omhoog, dreven omhoog, heeft omhooggedreven.Omhoogduwen, duwde omhoog, heeft omhooggeduwd.Omhooggaan, gaat omhoog, ging omhoog, is omhooggegaan.Omhooghalen, haalde omhoog, heeft omhooggehaald.Omhoogheffen, hief omhoog, hieven omhoog, heeft omhooggeheven.Omhooghouden, hield omhoog, heeft omhooggehouden.Omhoogjagen, jaagde omhoog, heeft omhooggejaagd; ook joeg omhoog.Omhoogkijken, keek omhoog, keken omhoog, heeft omhooggekeken.Omhoograken, raakte omhoog, is omhooggeraakt.Omhoogrichten, richtte omhoog, heeft omhooggericht.Omhoogrijzen, rees omhoog, rezen omhoog, is omhooggerezen.Omhoogschieten, schoot omhoog, schoten omhoog, heeft en is omhooggeschoten.Omhoogslaan, slaat omhoog, sloeg omhoog, heeft en is omhooggeslagen.Omhoogspringen, sprong omhoog, is omhooggesprongen.Omhoogstaren, staarde omhoog, heeft omhooggestaard.Omhoogsteken, stak omhoog, staken omhoog, heeft omhooggestoken.Omhoogstijgen, steeg omhoog, stegen omhoog, is omhooggestegen.Omhoogstuiven, stoof omhoog, stoven omhoog, is omhooggestoven.Omhoogtillen, tilde omhoog, heeft omhooggetild.Omhoogtrekken, trok omhoog, trokken omhoog, heeft omhooggetrokken.Omhoogturen, tuurde omhoog, heeft omhooggetuurd.Omhoogvliegen, vloog omhoog, vlogen omhoog, is omhooggevlogen.Omhoogvoeren, voerde omhoog, heeft omhooggevoerd.Omhoogwerken (zich omhoogwerken), werkte (zich) omhoog, heeft (zich) omhooggewerkt.Omhoogwerpen, wierp omhoog, heeft omhooggeworpen.Omhoogzien, zag omhoog, zagen omhoog, heeft omhooggezien.Omhoogzitten, zat omhoog, zaten omhoog, heeft omhooggezeten.Omhoogzwaaien, zwaaide omhoog, heeft omhooggezwaaid.Omhooren, hoorde om, heeft omgehoord.Omhouden, hield om, heeft omgehouden.Omhouwen, hieuw om, heeft omgehouwen.Omhouwer, M., omhouwers. Omhouwertje, O., omhouwertjes.Omhouwing, V.Omhuilen, huilde om, heeft omgehuild.Omhullen, omhulde, heeft omhuld.Omhulling, V., omhullingen.Omhulsel, O., omhulsels en omhulselen.Omhutselen, hutselde om, heeft omgehutseld.Omineus, omineuzer, omineust.Omissie, V., omissiën en omissies.Omkaden, omkaadde, heeft omkaad.Omkading, V., omkadingen.Omkantelen, ook Omkentelen, kantelde om, heeft en is omgekanteld.Omkanteling, V., omkantelingen.Omkanten, kantte om, heeft omgekant.Omkantijzer, O., omkantijzers; omkantijzertje, O., omkantijzertjes.Omkappen, kapte om, heeft omgekapt.Omkapping, V.Omkeer, ook Ommekeer, M.Omkeeren, keerde om, heeft en is omgekeerd.Omkeering, V., omkeeringen.Omkegelen, kegelde om, heeft omgekegeld.Omkenteren, kenterde om, is omgekenterd.Omkijken, keek om, keken om, heeft omgekeken.Omkleeden, kleedde (zich) om, heeft (zich) en is omgekleed; ook omkleedde, heeft omkleed.Omklemmen, omklemde, heeft omklemd.Omklemming, V., omklemmingen.Omklinken, klonk om, heeft omgeklonken; ook omklonk, heeft omklonken.Omklinking, V., omklinkingen.Omkloppen, klopte om, heeft omgeklopt.Omklopping, V.Omklotsen, klotste om, heeft omgeklotst; ook omklotste, heeft omklotst.Omknabbelen, knabbelde om, heeft omgeknabbeld.Omknellen, omknelde, heeft omkneld.Omknelling, V., omknellingen.Omknikkeren, knikkerde om, heeft omgeknikkerd.Omknoopen, knoopte om, heeft omgeknoopt.Omkomen, komt om, kwam om, kwamen om, is omgekomen.Omkoop, M.Omkoopbaar, omkoopbare.Omkoopbaarheid, V.Omkoopen, kocht om, heeft omgekocht.Omkooper, M., omkoopers.Omkooperij, V., omkooperijen.Omkooping, V., omkoopingen.Omkorsten, omkorstte, heeft omkorst.Omkorsting, V., omkorstingen.Omkoud (er omkoud zijn).Omkransen, omkranste, heeft omkranst.Omkransing, V., omkransingen.Omkreuken, ook Omkroken, kreukte om, heeft en is omgekreukt.Omkrijgen, kreeg om, kregen om, heeft omgekregen.Omkrommen, kromde om, heeft en is omgekromd.Omkronkelen, kronkelde om, heeft en is omgekronkeld; ook omkronkelde, heeft omkronkeld.Omkronkeling, V., omkronkelingen.Omkruien, krooi om, krooien om, heeft en is omgekrooien; ook kruide om, heeft en is omgekruid.Omkruipen, kroop om, kropen om, is en heeft omgekropen; ook omkroop, omkropen, heeft omkropen.Omkrullen, krulde om, heeft en is omgekruld; ook omkrulde, heeft omkruld.Omkrulling, V., omkrullingen.Omkuieren, kuierde om, heeft en is omgekuierd.Omkuipen, kuipte om, heeft omgekuipt; ook omkuipte, heeft omkuipt.Omkunnen, kan om, kunnen om, konde en kon om, konden om, heeft omgekund.Omkwakken, kwakte om, is en heeft omgekwakt.Omlaag.Omlaagbrengen, bracht omlaag, heeft omlaaggebracht.Omlaagbuigen, boog omlaag, bogen omlaag, heeft omlaaggebogen.Omlaagdrukken, drukte omlaag, heeft omlaaggedrukt.Omlaagduwen, duwde omlaag, heeft omlaaggeduwd.Omlaaggaan, gaat omlaag, ging omlaag, is omlaaggegaan.Omlaaghouden, hield omlaag, heeft omlaaggehouden.Omlaagkijken, keek omlaag, keken omlaag, heeft omlaaggekeken.Omlaagrukken, rukte omlaag, heeft omlaaggerukt.Omlaagschieten, schoot omlaag, schoten omlaag, is omlaaggeschoten.Omlaagslaan, slaat omlaag, sloeg omlaag, heeft en is omlaaggeslagen.Omlaagspringen, sprong omlaag, is omlaaggesprongen.Omlaagstorten, stortte omlaag, heeft en is omlaaggestort.Omlaagvallen, viel omlaag, is omlaaggevallen.Omlaagvoeren, voerde omlaag, heeft omlaaggevoerd.Omlaagzien, zag omlaag, zagen omlaag, heeft omlaaggezien.Omladen, laadde om, heeft omgeladen.Omlading, V.Omlaten, liet om, heeft omgelaten.Omlauweren, omlauwerde, heeft omlauwerd.Omlaveeren, laveerde om, heeft en is omgelaveerd.Omlegeren, omlegerde, heeft omlegerd.Omlegering, V., omlegeringen.Omleggen, legde om en leide om, heeft omgelegd en omgeleid; ook omlegde en omleide, heeft omlegd en omleid.Omleiden, leidde om, heeft omgeleid.Omleven, leefde om, heeft omgeleefd.Omliggen, lag om, lagen om, heeft omgelegen.Omliggend (bnw.).Omlijsten, omlijstte, heeft omlijst.Omlijsting, V., omlijstingen.Omlikken, likte om, heeft omgelikt.Omlommeren, omlommerde, heeft omlommerd.Omloofd.Omloop, M., omloopen.Omloopdijk, M., omloopdijken.Omloopen, liep om, is en heeft omgeloopen; ook omliep, heeft omloopen.Omlooper, M., omloopers.Omlooperij, V.Omlooping, V.Omloopstijd, M., omloopstijden.Omlooveren, omlooverde, heeft omlooverd.Omluiden, ook Omluien, luidde en luide om, heeft omgeluid.Omluisteren (van luister, glans), omluisterde, heeft omluisterd.Omlummelen, lummelde om, heeft omgelummeld.Ommaken, maakte om, heeft omgemaakt.Ommalen, maalde om, heeft omgemaald.Ommangelen, mangelde om, heeft omgemangeld.Ommarcheeren, marcheerde om, heeft en is omgemarcheerd.Ommekant, M., ommekanten.Ommekomst, V. (Na ommekomst van).Ommelanden (mv.), O.Ommelander, M., ommelanders.Ommelander (bnw.).Ommelandsch.Ommestaand. Zie Omstaand.Ommeten, mat om, maten om, heeft omgemeten.Ommezien, ook Omzien, O. Ommezientje, O. (In een ommezien).Ommezijde, V., ommezijden.Ommezwaai, Zie Omzwaai.Ommoeten, moet om, moest om, heeft omgemoeten.Ommogen, mag om, mogen om, mocht om.Ommuren, ommuurde, heeft ommuurd.Ommuring, V., ommuringen.Omnaaien, naaide om, heeft omgenaaid; ook omnaaide, heeft omnaaid.Omnevelen, omnevelde, heeft omneveld.Omneveling, V.Omnibus, M., omnibussen. Omnibusje, O., omnibusjes.Omnibusdienst, M., omnibusdiensten.Omnibuskaartje, O., omnibuskaartjes.Omnibusmaatschappij, V., omnibusmaatschappijen.Omnibuspaard, O., omnibuspaarden.Omoog, O., omoogen. Omoogje, O., omoogjes.Ompaarlen. Zie Omparelen.Ompagaaien, pagaaide om, heeft en is omgepagaaid.Ompaggering, V., ompaggeringen.Ompakken, pakte om, heeft omgepakt.Ompalen, ompaalde, heeft ompaald.Ompanseren, ook Ompantseren, ompanserde, heeft ompanserd.Ompansering, V.Ompantseren. Zie Ompanseren.Omparelen, ook Ompaarlen, omparelde, heeft ompareld.Ompassen, paste om, heeft omgepast.Omperken, omperkte, heeft omperkt.Omperking, V., omperkingen.Omplaggen, plagde om, heeft omgeplagd.Omplagging, V.Omplakken, omplakte, heeft omplakt.Omplakking, V.Omplaksel, O., omplaksels.Omplanten, plantte om, heeft omgeplant; ook omplantte, heeft omplant.Omplanting, V., omplantingen. Omplantinkje, O., omplantinkjes.Omplassen, plaste om, heeft omgeplast; ook omplaste, heeft omplast.Omploegen, ploegde om, heeft omgeploegd.Omploeging, V., omploegingen.Omploeteren, ploeterde om, heeft omgeploeterd.Omploffen, plofte om, is en heeft omgeploft.Omploffing, V.Omplooi, V., omplooien.Omplooien, plooide om, heeft omgeplooid; ook omplooide, heeft omplooid.Omplooiing, V.Ompoten, pootte om, heeft omgepoot; ook ompootte, heeft ompoot.Ompoting, V.Ompraten, praatte om, heeft omgepraat.Ompurperen, ompurperde, heeft ompurperd.Omraken, raakte om, is omgeraakt.Omrammeien, rammeide om, heeft omgerammeid.Omranden, omrandde, heeft omrand.Omranselen, ranselde om, heeft omgeranseld.Omrasteren, omrasterde, heeft omrasterd.Omrastering, V., omrasteringen.Omreiken, reikte om, heeft omgereikt.Omreizen, reisde om, heeft en is omgereisd; ook omreisde, heeft omreisd.Omrennen, rende om, heeft en is omgerend; ook omrende, heeft omrend.Omrijden, reed om, reden om, is en heeft omgereden.Omringdijk, M., omringdijken.Omringen (in ringen zetten), ringde om, heeft omgeringd.Omringen (omgeven), omringde, heeft omringd.Omringing, V., omringingen.Omringkade, V., omringkaden.Omrit, M., omritten. Omritje, O., omritjes.Omroeien, roeide om, heeft en is omgeroeid.Omroepen, riep om, heeft omgeroepen.Omroeper, M., omroepers.Omroepersbaantje, O.Omroepersbekken, O., omroepersbekkens.Omroeping, V., omroepingen.Omroeren, roerde om, heeft omgeroerd.Omroering, V., omroeringen.Omroersel, O., omroersels en omroerselen. Omroerseltje, O., omroerseltjes.Omrollen, rolde om, heeft en is omgerold.Omruil, M.Omruilen, ruilde om, heeft omgeruild.Omruiling, V., omruilingen.Omruischen, omruischte, heeft omruischt.Omrukken, rukte om, heeft en is omgerukt.Omrukking, V.Omsabelen, sabelde om, heeft omgesabeld.Omschaduwen, omschaduwde, heeft omschaduwd.Omschaduwing, V.Omschakelaar, M., omschakelaars.Omschakelen, schakelde om, heeft omgeschakeld.Omschallen, omschalde, heeft omschald.Omschansen, omschanste, heeft omschanst.Omschansing, V., omschansingen.Omscharrelen, scharrelde om, heeft en is omgescharreld.Omschenken, schonk om, heeft omgeschonken.Omscheppen (putten), schepte om, heeft omgeschept.Omscheppen (maken, vormen), schiep om, heeft omgeschapen.Omschepping, V., omscheppingen.Omscheren, schoor om, schoren om, heeft omgeschoren.Omschering, V.Omschermen, schermde om, heeft omgeschermd.Omscheuren, scheurde om, heeft omgescheurd.Omschieten, schoot om, schoten om, heeft en is omgeschoten.Omschijnen, omscheen, omschenen, heeft omschenen.Omschikken, schikte om, is omgeschikt.Omschitteren, omschitterde, heeft omschitterd.Omschoeien, omschoeide, heeft omschoeid.Omschoffelen (langzaam gaan), schoffelde om, heeft en is omgeschoffeld.Omschoffelen (losmaken), schoffelde om, heeft omgeschoffeld.Omschommelen, schommelde om, heeft en is omgeschommeld.Omschooien, schooide om, heeft omgeschooid.Omschoppen, schopte om, heeft omgeschopt.Omschorsen, omschorste, heeft omschorst.Omschrabben, schrabde om, heeft omgeschrabd.Omschrafelen, schrafelde om, heeft omgeschrafeld.Omschrapen, schraapte om, heeft omgeschraapt.Omschreeuwen, schreeuwde om, heeft omgeschreeuwd.Omschrijfbaar, omschrijfbare.Omschrijven, omschreef, omschreven, heeft omschreven.Omschrijver, M., omschrijvers.Omschrijving, V., omschrijvingen.Omschudden, schudde om, heeft omgeschud.Omschudding, V.Omschuieren, schuierde om, heeft omgeschuierd.Omschuiven, schoof om, schoven om, heeft en is omgeschoven.Omschulpen, schulpte om, heeft omgeschulpt.Omschuren, schuurde om, heeft omgeschuurd.Omsingelen, omsingelde, heeft omsingeld.Omsingeling, V., omsingelingen.Omsjokken, sjokte om, heeft en is omgesjokt.Omsjouwen, sjouwde om, heeft omgesjouwd.Omslaan, slaat om, sloeg om, heeft en is omgeslagen; ook omslaat, omsloeg, heeft omgeslagen.Omslachtig, omslachtiger, omslachtigst.Omslachtigheid, V.Omslag (omhaal, drukte), M.Omslag (in de belasting enz.), M., omslagen.Omslag (voorwerp), M. en O., omslagen. Omslagje, O., omslagjes.Omslagboor, V., omslagboren.Omslagdoek, M., omslagdoeken; omslagdoekje, O., omslagdoekjes.Omslager, M., omslagers. Omslagertje, O., omslagertjes.Omsleepen (bedr.), sleepte om, heeft omgesleept.Omslenteren, slenterde om, heeft en is omgeslenterd.Omsleuren, sleurde om, heeft omgesleurd.Omslingeren, slingerde om, heeft en is omgeslingerd; ook omslingerde, heeft omslingerd.Omslingering, V.Omsloffen, slofte om, heeft en is omgesloft.Omsluieren, omsluierde, heeft omsluierd.Omsluiering, V., omsluieringen.Omsluipen, sloop om, slopen om, heeft en is omgeslopen.Omsluiten, omsloot, omsloten, heeft omsloten.Omsluiting, V., omsluitingen.Omsmakken, smakte om, heeft en is omgesmakt.Omsmeden, smeedde om, heeft omgesmeed.Omsmelten, smolt om, heeft omgesmolten.Omsmijten, smeet om, smeten om, heeft omgesmeten.Omsnellen, snelde om, heeft en is omgesneld.Omsnoeren, snoerde om, heeft omgesnoerd; ook omsnoerde, heeft omsnoerd.Omsnorren, snorde om, is en heeft omgesnord; ook omsnorde, heeft omsnord.Omsnuffelen, snuffelde om, heeft omgesnuffeld.Omsollen, solde om, heeft omgesold.Omspannen, spande om, heeft omgespannen; ook omspande, heeft omspannen.Omspanning, V., omspanningen.Omspant, V.Omspatten, spatte om, heeft omgespat; ook omspatte, heeft omspat.Omspelden, speldde om, heeft omgespeld; ook omspeldde, heeft omspeld.Omspinnen, omspon, omsponnen, heeft omsponnen.Omspitten, spitte om, heeft omgespit.Omspitting, V., omspittingen.Omspoelen, spoelde om, heeft omgespoeld; ook omspoelde, heeft omspoeld.Omspoeling, V., omspoelingen.Omspoelsel, O.Omspoken, spookte om, heeft omgespookt; ook omspookte, heeft omspookt.Omspringen, sprong om, heeft en is omgesprongen; ook omsprong, heeft omsprongen.Omstaan, staat om, stond om, heeft omgestaan.Omstaand en Ommestaand.Omstander, M., omstanders.Omstandig, omstandiger, omstandigst.Omstandigheid, V., omstandigheden.Omstappen, stapte om, heeft en is omgestapt.Omsteken, stak om, staken om, heeft omgestoken.Omstelpen. Zie Omstulpen.Omstevenen, stevende om, heeft en is omgestevend.Omstoeien, stoeide om, heeft omgestoeid; ook omstoeide, heeft omstoeid.Omstoomen, stoomde om, heeft en is omgestoomd.Omstooten, stiet om, heeft omgestooten; ook stootte om.Omstormen, stormde om, heeft en is omgestormd; ook omstormde, heeft omstormd.Omstorten, stortte om, heeft en is omgestort.Omstorting, V.Omstralen, straalde om, heeft omgestraald; ook omstraalde, heeft omstraald.Omstraling, V.Omstreek, V., omstreken.Omstreeks.Omstrengelen, omstrengelde, heeft omstrengeld.Omstrengeling, V.Omstrepen, omstreepte, heeft omstreept.Omstreping, V.Omstrikken, strikte om, heeft omgestrikt; ook omstrikte, heeft omstrikt.Omstrompelen, strompelde om, heeft en is omgestrompeld.Omstrooien, strooide om, heeft omgestrooid; ook omstrooide, heeft omstrooid.Omstroomen, omstroomde, heeft omstroomd.Omstroopen, stroopte om, heeft omgestroopt.Omstuiven, stoof om, stoven om, heeft en is omgestoven; ook omstoof, omstoven, heeft omstoven.Omstulpen, ook Omstelpen, stulpte om, heeft omgestulpt.Omsturen, stuurde om, heeft omgestuurd.Omstuwen, omstuwde, heeft omstuwd.Omsukkelen, sukkelde om, heeft en is omgesukkeld.Omtasten, tastte om, heeft omgetast; ook omtastte, heeft omtast.Omtellen, telde om, heeft omgeteld.Omtimmeren, timmerde om, heeft omgetimmerd; ook omtimmerde, heeft omtimmerd.Omtobben, tobde om, heeft omgetobd.Omtocht, M., omtochten.Omtogen (deelw.).Omtollen, tolde om, heeft en is omgetold.Omtonnen, tonde om, heeft omgetond; ook omtonde, heeft omtond.Omtooveren, tooverde om, heeft omgetooverd.Omtoovering, V., omtooveringen.Omtrappen, trapte om, heeft omgetrapt.Omtrede en Omtree, V., omtreden.Omtreden, trad om, traden om, is en heeft omgetreden.Omtrek, M., omtrekken. Omtrekje, O., omtrekjes.Omtrekken, trok om, trokken om, heeft en is omgetrokken; ook omtrok, omtrokken, heeft omtrokken.Omtrekking, V.Omtrent.Omtrommelen, trommelde om, heeft omgetrommeld.Omtuimelen, tuimelde om, is en heeft omgetuimeld.Omtuimeling, V., omtuimelingen.Omtuinen, omtuinde, heeft omtuind.Omtuining, V., omtuiningen.Omvaart, V.Omvademen, omvademde, heeft omvademd.Omvademing, V.Omval, M., omvallen.Omvallen, viel om, is omgevallen.Omvang, M.Omvangen, omving, heeft omvangen.Omvangrijk, omvangrijker, omvangrijkst.Omvaren, voer om, heeft en is omgevaren.Omvaring, V.Omvatten, omvatte, heeft omvat.Omvatting, V.Omventen, ventte om, heeft omgevent.Omver.Omverblazen, blies omver, bliezen omver, heeft omvergeblazen.Omverdringen, drong omver, heeft omvergedrongen.Omverdrukken, drukte omver, heeft omvergedrukt.Omverduwen, duwde omver, heeft omvergeduwd.Omvergooien, gooide omver, heeft omvergegooid.Omverhakken, hakte omver, heeft omvergehakt.Omverhalen, haalde omver, heeft omvergehaald.Omverhelpen, hielp omver, heeft omvergeholpen.Omverhouwen, hieuw omver, heeft omvergehouwen.Omverjagen, jaagde omver, heeft omvergejaagd; ook joeg omver.Omverkantelen, kantelde omver, is omvergekanteld.Omverkegelen, kegelde omver, heeft omvergekegeld.Omverkrijgen, kreeg omver, kregen omver, heeft omvergekregen.Omverliggen, lag omver, lagen omver, heeft omvergelegen.Omverloopen, liep omver, heeft omvergeloopen.Omverpraten, praatte omver, heeft omvergepraat.Omverraken, raakte omver, is omvergeraakt.Omverrennen, rende omver, heeft omvergerend.Omverrijden, reed omver, reden omver, heeft omvergereden.Omverrukken, rukte omver, heeft omvergerukt.Omverschieten, schoot omver, schoten omver, heeft omvergeschoten.Omverslaan, slaat omver, sloeg omver, heeft en is omvergeslagen.Omversmakken, smakte omver, heeft omvergesmakt.Omversmijten, smeet omver, smeten omver, heeft omvergesmeten.Omverstooten, stiet omver, heeft omvergestooten; ook stootte omver.Omverstorten, stortte omver, heeft en is omvergestort.Omvertrekken, trok omver, trokken omver, heeft omvergetrokken.Omvertuimelen, tuimelde omver, is omvergetuimeld.Omvervallen, viel omver, is omvergevallen.Omverwaaien, waaide omver, is en heeft omvergewaaid; ook woei omver, woeien omver.Omverwerpen, wierp omver, heeft omvergeworpen.Omverwerping, V.Omvlechten, omvlocht, heeft omvlochten.Omvlieden, vlood om, vloden om, is omgevloden.Omvliegen, vloog om, vlogen om, is en heeft omgevlogen; ook omvloog, omvlogen, heeft omvlogen.Omvlieten, vloot om, vloten om, heeft en is omgevloten; ook omvloot, omvloten, heeft omvloten.Omvloeien, vloeide om, heeft en is omgevloeid; ook omvloeide, heeft omvloeid.Omvoeren, voerde om, heeft omgevoerd.Omvoering, V.Omvouwen, vouwde om, heeft en is omgevouwen.Omvraag en Omvrage, V.Omvragen, vraagde om, heeft omgevraagd; ook vroeg om.Omwaaien, waaide om, is en heeft omgewaaid; ook woei om, woeien om; en omwaaide (omwoei, omwoeien), heeft omwaaid.Omwallen, omwalde, heeft omwald.Omwalling, V., omwallingen.Omwalmen, omwalmde, heeft omwalmd.Omwandelen, wandelde om, heeft en is omgewandeld.Omwandeling, V., omwandelingen.Omwaren, waarde om, heeft omgewaard.Omwaschkom, V., omwaschkommen; omwaschkommetje, O., omwaschkommetjes.Omwasschen, wiesch om, wieschen om, heeft omgewasschen; ook waschte om.Omwassen, omwies, omwiesen, heeft omwassen.Omweg, M., omwegen. Omwegje, O., omwegjes.Omweiden, weidde om, heeft omgeweid.Omwelven, omwelfde. heeft omwelfd.Omwelving, V., omwelvingen.Omwemelen, omwemelde, heeft omwemeld.Omwenden, wendde om, heeft en is omgewend.Omwending, V., omwendingen.Omwentelen, wentelde om, heeft en is omgewenteld.Omwenteling, V., omwentelingen.Omwentelingsas, V., omwentelingsassen.Omwentelingslichaam, O. omwentelingslichamen.Omwentelingsoppervlak, O., omwentelingsoppervlakken.Omwentelingstijd, M., omwentelingstijden.Omwentelingsvlak, O., omwentelingsvlakken.Omwerken, werkte om, heeft omgewerkt.Omwerking, V., omwerkingen.Omwerpen, wierp om, heeft omgeworpen.Omwerping, V.Omweven, omweefde, heeft omweven.Omwiegelen, wiegelde om, heeft omgewiegeld.Omwikkelen, omwikkelde, heeft omwikkeld.Omwikkeling, V.Omwillen, wil om, wilde (wou) om, heeft omgewild.Omwimpelen, omwimpelde, heeft omwimpeld.Omwinden, omwond, heeft omwonden.Omwinding, V., omwindingen.Omwippen, wipte om, heeft en is omgewipt.Omwisselen, wisselde om, heeft omgewisseld.Omwisseling, V., omwisselingen.Omwoelen, woelde om, heeft omgewoeld; ook omwoelde, heeft omwoeld.Omwoeling, V., omwoelingen.Omwolken, omwolkte, heeft omwolkt.Omwonend.Omwoners (mv.), M.Omwrikken, wrikte om, heeft omgewrikt.Omwroeten, wroette om, heeft omgewroet.Omzadelen, zadelde om, heeft omgezadeld.Omzagen, zaagde om, heeft omgezaagd.Omzakken (op zijde vallen), zakte om, is omgezakt.Omzaten, (mv.), M. en V.Omzeg, M.Omzeggen, zeide om, heeft omgezegd en omgezeid.Omzegging, V.Omzeilen, zeilde om, heeft en is omgezeild; ook omzeilde, heeft omzeild.Omzeiling, V., omzeilingen.Omzenden, zond om, heeft omgezonden.Omzending, V., omzendingen.Omzet, M.Omzetijzer, O., omzetijzers; omzetijzertje, O., omzetijzertjes.Omzetsel, O., omzetsels en omzetselen. Omzetseltje, O., omzetseltjes.Omzetspade, V., omzetspaden.Omzetten, zette om, heeft en is omgezet; ook omzette, heeft omzet.Omzetting, V., omzettingen.Omzichtig, omzichtiger, omzichtigst.Omzichtigheid, V., omzichtigheden.Omzien, zag om, zagen om, heeft omgezien.Omzien, O. Zie Ommezien.Omziend.Omzitten, zat om, zaten om, heeft omgezeten.Omzitters (mv.). M.Omzoeken, zocht om, heeft omgezocht.Omzoomen, zoomde om, heeft omgezoomd; ook omzoomde, heeft omzoomd.Omzooming, V., omzoomingen.Omzwaai en Ommezwaai, M., omzwaaien en ommezwaaien.Omzwaaien, zwaaide om, heeft en is omgezwaaid; ook omzwaaide, heeft omzwaaid.Omzwaaiing, V., omzwaaiingen.Omzwachtelen, omzwachtelde, heeft omzwachteld.Omzwachteling, V., omzwachtelingen.Omzwalken, zwalkte om, heeft omgezwalkt.Omzwalpen, zwalpte om, heeft omgezwalpt; ook omzwalpte, heeft omzwalpt.Omzwemmen, zwom om, zwommen om, heeft en is omgezwommen.Omzwenken, zwenkte om, is en heeft omgezwenkt.Omzwenking, V., omzwenkingen.Omzwermen, zwermde om, heeft omgezwermd; ook omzwermde, heeft omzwermd.Omzwerven, zwierf om, zwierven om, heeft omgezworven; ook omzwierf, omzwierven, heeft omzworven.Omzwerving, V., omzwervingen.Omzweven, zweefde om, heeft en is omgezweefd; ook omzweefde, heeft omzweefd.Omzwiepen, zwiepte om, is omgezwiept.Omzwieren, zwierde om, heeft en is omgezwierd.Omzwikken, zwikte om, is omgezwikt.On (on of even).Onaandachtig, onaandachtiger, onaandachtigst.Onaandoenlijk, onaandoenlijker, onaandoenlijkst.Onaandoenlijkheid, V.Onaangedaan.Onaangediend.Onaangekleed, onaangekleede.Onaangeleund.Onaangemeld.Onaangemerkt.Onaangenaam, onaangenamer, onaangenaamst.Onaangenaamheid, V., onaangenaamheden.Onaangeraakt.Onaangerand.Onaangeroerd.Onaangesneden.Onaangesproken.Onaangestoken.Onaangetast.Onaangevallen.Onaangevochten.Onaangevuld.Onaangezet, onaangezette.Onaangezien.Onaangezocht.Onaangezuiverd.Onaanlokkelijk, onaanlokkelijker, onaanlokkelijkst.Onaannemelijk, onaannemelijker, onaannemelijkst.Onaannemelijkheid, V.Onaansprakelijk.Onaansprakelijkheid, V.Onaanstootelijk, onaanstootelijker, onaanstootelijkst.Onaanstootelijkheid, V.Onaantastbaar, onaantastbare.Onaantastbaarheid, V.Onaantrekkelijk, onaantrekkelijker, onaantrekkelijkst.Onaantrekkelijkheid, V.Onaanvaard.Onaanzienlijk, onaanzienlijker, onaanzienlijkst.Onaanzienlijkheid, V.Onaardig, onaardiger, onaardigst.Onaardigheid, V., onaardigheden.Onachtzaam, onachtzamer, onachtzaamst.Onachtzaamheid, V., onachtzaamheden.Onadellijk.Onafgebakend.Onafgeborsteld.Onafgebroken.Onafgedaan, onafgedane.Onafgehandeld.Onafgemaakt.Onafgesneden.
O. V., o’s.
O (tusschenw.). Als znw., O., o’s. Ootje, O., ootjes.
Oase, V., oasen.
O-beenen (mv.), O. O-beentjes, O.
Obelisk, M., obelisken.
Object, O., objecten.
Objectie, V., objectiën en objecties.
Objectief, objectiever, objectiefst.
Objectief, O., objectieven.
Objectiviteit, V.
Oblie, V., oblieën. Oblietje, O., oblietjes.
Oblieman, M., obliemannen.
Oblietrommel, V., oblietrommels; oblietrommeltje, O., oblietrommeltjes.
Obligaat (bijw.), obligaat spelen, obligaat zingen. Als znw., O., obligaten.
Obligatie, V., obligatiën en obligaties.
Obligatiehouder, M., obligatiehouders.
Obligeeren, obligeerde, heeft geobligeerd.
Obscoen en Obsceen, obscene.
Obscoeniteit, V., obscoeniteiten.
Obscurantisme, O.
Obscuur, obscure.
Observatie, V., observatiën en observaties.
Observator, M., observatoren.
Observatorium, O., observatoriums en observatoria.
Observeeren, observeerde, heeft geobserveerd.
Obstetrie, V.
Obstructie, V., obstructies.
Obstructionisme, O.
Obstructionist, M., obstructionisten.
Oceaan, M., oceanen.
Och.
Ocharm en Ocharmen (tusschenw.).
Ochtend en Uchtend, M., ochtenden. Ochtendje, O., ochtendjes.
Ochtendbeurt, V., ochtendbeurten.
Ochtendbezoek, O., ochtendbezoeken.
Ochtendblad, O., ochtendbladen.
Ochtenddienst, M., ochtenddiensten.
Ochtendlied, O., ochtendliederen.
Ochtendlucht, V.
Ochtendmuts, V., ochtendmutsen.
Ochtendstond, M., ochtendstonden.
Ochtendtrein, M., ochtendtreinen.
Octaaf, V. en O., octaven. Octaafje, O., octaafjes.
Octant, V., octanten.
Octavo (bnw.). Als znw., O., octavo’s.
October, M.
Octrooi, O., octrooien. Octrooitje, O., octrooitjes.
Octrooieeren, octrooieerde, heeft geoctrooieerd.
Oculist, M., oculisten.
Ode, V., oden.
Odendichter, M., odendichters.
Odenstijl, M.
Odeur, V., odeuren. Odeurtje, O., odeurtjes.
Odeurfleschje, O., odeurfleschjes.
Oeconomie (staathuishoudkunde), V.; ook Economie.
Oeconomisch, ook Economisch.
Oeconoom, M., oeconomen; ook Econoom.
Oef (tusschenw.).
Oefenaar, M., oefenaars en oefenaren.
Oefenaarster, V., oefenaarsters.
Oefendag, M., oefendagen; oefendagje, O., oefendaagjes.
Oefenen, oefende, heeft geoefend.
Oefening, V., oefeningen. Oefeningetje, O., oefeningetjes.
Oefeningskamp, O., oefeningskampen.
Oefenkamer, V., oefenkamers; oefenkamertje, O., oefenkamertjes.
Oefenperk, O., oefenperken.
Oefenplaats, V., oefenplaatsen; oefenplaatsje, O., oefenplaatsjes.
Oefenschool, V., oefenscholen; oefenschooltje, O., oefenschooltjes.
Oefentijd, M.
Oefenzaal, V., oefenzalen; oefenzaaltje, O., oefenzaaltjes.
Oefenzuster, V., oefenzusters.
Oeh (tusschenw.).
Oei (tusschenw.).
Oeken, oekte, heeft geoekt.
Oele (tusschenw.).
Oer (ijzerhoudende aarde), O.
Oerachtig, oerachtiger, oerachtigst.
Oergrond, M., oergronden.
Oerig, oeriger, oerigst.
Oerlaag, V., oerlagen.
Oeros, M., oerossen.
Oest, Oestig, enz. Zie Noest, enz.
Oester, V., oesters en oesteren. Oestertje, O., oestertjes.
Oesterbank, V., oesterbanken.
Oesterhandel, M.
Oesterhuis, O., oesterhuizen.
Oesterpartij, V., oesterpartijen.
Oesterpastei, V., oesterpasteien; oesterpasteitje, O., oesterpasteitjes.
Oesterput, M., oesterputten.
Oesterschelp, V., oesterschelpen.
Oesterteelt, V.
Oever, M., oevers.
Oeveraas, O.
Oeverhaam, M., oeverhamen.
Oeverlicht, O., oeverlichten.
Oeverlooper, M., oeverloopers.
Oeverstaat, M., oeverstaten.
Oeverval, M., oevervallen.
Of.
Offensief, offensiever, offensiefst.
Offer, O., offers en offeren. Offertje, O., offertjes.
Offeraar, M., offeraren en offeraars.
Offeraltaar, O., offeraltaren.
Offerambt, O., offerambten.
Offerande, V., offeranden.
Offerbeest, O., offerbeesten.
Offerbijl, V., offerbijlen.
Offerblok, O., offerblokken.
Offerbus, V., offerbussen.
Offerdienaar, M., offerdienaars en offerdienaren.
Offerdienst, M., offerdiensten.
Offerdier, O., offerdieren.
Offeren, offerde, heeft geofferd.
Offerfeest, O., offerfeesten.
Offergave, V., offergaven.
Offergeld, O.
Offering, V., offeringen.
Offerkelk, M., offerkelken.
Offerkist, V., offerkisten.
Offerlam, O., offerlammeren.
Offermaal, O., offermalen.
Offermes, O., offermessen.
Offerpenning, M., offerpenningen; offerpenningske, O., offerpenningskes.
Offerplaats, V., offerplaatsen.
Offerplechtigheid, V., offerplechtigheden.
Offerpriester, M., offerpriesters en offerpriesteren.
Offerschaal, V., offerschalen.
Offerstier, M., offerstieren.
Offerte, V., offertes en offerten.
Offervaardig, offervaardiger, offervaardigst.
Offerwijn, M.
Offerwillig, offerwilliger, offerwilligst.
Officiant, M., officianten.
Officie, O., officiën en officies.
Officieel, officieele.
Officier, M., officieren en officiers. Officiertje, O., officiertjes.
Officierensociëteit, V., officierensociëteiten.
Officiersdegen, M., officiersdegens.
Officiersepaulet, V., officiersepauletten.
Officierskleeding, V.
Officierskok, M., officierskoks.
Officiersmonteering, V., officiersmonteeringen.
Officierspensioen, O., officierspensioenen.
Officiersplaats, V., officiersplaatsen.
Officiersrang, M., officiersrangen.
Officierssloep, V., officierssloepen.
Officierstafel, V., officierstafels.
Officierstenue, V.
Officierstraktement, O., officierstraktementen.
Officiersuniform, V.
Officiersweduwe, V., officiersweduwen.
Officieus, officieuze.
Officinaal, officinale.
Offreeren, offreerde, heeft geoffreerd.
Ofschoon.
Ofte (Ja ofte neen.—Ofte wel).
Ogief (kruisboog), O., ogieven.
Ogief en Ojief (vloeilijst), O., ogieven en ojieven.
Ogiefsgewijze en ogiefsgewijs.
Ogivaal, ogivale.
Oho (tusschenw.).
Oi (tusschenw.).
Oir (nakroost), O.
Ojief, O. Zie Ogief.
Ojief (ojiefschaaf), V., ojieven.
Oker, V.
Okerachtig, okerachtiger, okerachtigst.
Okerkleurig.
Okernoot. Zie Okkernoot.
Okkernoot en Okernoot, V., okkernoten en okernoten.
Okkernoteboom, M., okkernoteboomen.
Oksaal, O., oksalen. Oksaaltje, O., oksaaltjes.
Oksel, M., oksels en okselen. Okseltje, O., okseltjes.
Okselhaar, O.
Okselschrooi, V., okselschrooien.
Okshoofd, O., okshoofden.
Olderman, M., oldermans, oldermannen en olderlieden.
Oleander, M., oleanders. Oleandertje, O., oleandertjes.
Olie, V., oliën. Olietje, O., olietjes.
Olieachtig, olieachtiger, olieachtigst.
Olieachtigheid, V.
Oliebol, M., oliebollen.
Oliebollenkraam, V., oliebollenkramen.
Oliedom, oliedomme.
Oliefabriek, V., oliefabrieken.
Oliekan, V., oliekannen; oliekannetje, O., oliekannetjes.
Oliekoek, M., oliekoeken.
Oliekop, M., oliekoppen; oliekopje, O., oliekopjes.
Oliekruik, V., oliekruiken.
Olielamp, V., olielampen; olielampje, O., olielampjes.
Oliemolen, M., oliemolens.
Oliën, oliede, heeft geolied.
Oliesel, O.
Olieslager, M., olieslagers.
Olieslagerij, V.
Oliesteen, M., oliesteenen; oliesteentje, O., oliesteentjes.
Olieverf, V., olieverven.
Olievlek, V., olievlekken.
Oliezaad, O.
Olifant, M., olifanten. Olifantje, O., olifantjes.
Olifantenjacht, V., olifantenjachten.
Olifantenjager, M., olifantenjagers.
Olifantsbeen, O., olifantsbeenderen.
Olifantshuid, V., olifantshuiden.
Olifantskever, M., olifantskevers; olifantskevertje, O., olifantskevertjes.
Olifantsluis, V., olifantsluizen; olifantsluisje, O., olifantsluisjes.
Olifantsorde, V., olifantsorden.
Olifantspapier, O.
Olifantsridder, M., olifantsridders.
Olifantssnuit, M., olifantssnuiten.
Olifantstand, M., olifantstanden.
Olifantstor, V., olifantstorren; olifantstorretje, O., olifantstorretjes.
Olifantsvoet, M., olifantsvoeten.
Oligarchie, V., oligarchieën.
Olijf (boom), M.; (vrucht), V., olijven. Olijfje, O., olijfjes.
Olijfachtig, olijfachtiger, olijfachtigst.
Olijfberg, M., olijfbergen.
Olijfgroen.
Olijfkleurig.
Olijfkrans, M., olijfkransen.
Olijftak, M., olijftakken.
Olijven, olijfde, heeft geolijfd.
Olijvenhout, O.
Olijvenolie en Olijfolie, V.
Olijvenoogst, M.
Olijvenpers, V., olijvenpersen.
Olijventijd, M.
Olm, M., olmen. Olmpje, O., olmpjes.
Olmenhout en Olmhout, O.
Olographisch.
Olympisch.
Olympus, M.
Om.
Oma (grootmama), V. Omaatje, O.
Omakkeren, akkerde om, heeft omgeakkerd.
Omarmen, omarmde, heeft omarmd.
Omarming, V., omarmingen.
Ombaksen, bakste om, heeft omgebakst.
Omballing, V.
Ombedelen, bedelde om, heeft omgebedeld.
Ombellen, belde om, heeft omgebeld.
Omber (aardsoort), V.
Omber (in ’t kaartspel), M., ombers. Ombertje, O., ombertjes.
Omberaar, M., omberaars.
Omberdoos, V., omberdoozen; omberdoosje, O., omberdoosjes.
Omberen, omberde, heeft geomberd.
Ombergezelschap, O., ombergezelschappen.
Omberkaarten (mv.), V.
Omberkleur, V.
Omberkrans, M., omberkransen; omberkransje, O., omberkransjes.
Omberpartij, V., omberpartijen; omberpartijtje, O., omberpartijtjes.
Omberspel (het spel), O., omberspelen; omberspelletje, O., omberspelletjes; (stel kaarten), O., omberspellen; omberspelletje, O., omberspelletjes.
Ombertafel, V., ombertafels; ombertafeltje, O., ombertafeltjes.
Ombervisch, M., ombervisschen.
Ombervogel, M., ombervogels.
Ombijten, beet om, beten om, heeft omgebeten.
Ombinden, bond om, heeft omgebonden; ook ombond, heeft ombonden.
Omblazen, blies om, bliezen om, heeft omgeblazen.
Omblijven, bleef om, bleven om, is omgebleven.
Ombliksemen, bliksemde om, heeft omgebliksemd.
Ombloeien, ombloeide, heeft ombloeid.
Omboenen, boende om, heeft omgeboend.
Omboeren, boerde om, heeft omgeboerd.
Ombonzen, bonsde om, heeft omgebonsd.
Omboorden, boordde om, heeft omgeboord; ook omboordde, heeft omboord.
Omboording, V., omboordingen.
Omboordsel, O., omboordsels en omboordselen.
Ombrassen, braste om, heeft omgebrast.
Ombreien, breide om, heeft omgebreid.
Ombrengen, bracht om, heeft omgebracht.
Ombrenger, M., ombrengers.
Ombrenging, V.
Ombrengster, V., ombrengsters.
Ombruisen, bruiste om, heeft omgebruist; ook ombruiste, heeft ombruist.
Ombuigen, boog om, bogen om, heeft en is omgebogen.
Ombuiging, V., ombuigingen.
Ombuitelen, buitelde om, heeft en is omgebuiteld.
Ombuiteling, V., ombuitelingen.
Omdammen, omdamde, heeft omdamd.
Omdamming, V., omdammingen.
Omdat.
Omdeelen, deelde om, heeft omgedeeld.
Omdeeler, M., omdeelers.
Omdeeling, V., omdeelingen.
Omdijken, omdijkte, heeft omdijkt.
Omdijking, V., omdijkingen.
Omdobberen, dobberde om, heeft omgedobberd.
Omdoen, deed om, deden om, heeft omgedaan.
Omdolen, doolde om, heeft omgedoold; ook omdoolde, heeft omdoold.
Omdoling, V., omdolingen.
Omdonderen, donderde om, is en heeft omgedonderd.
Omdouwen. Zie Omduwen.
Omdraai, M., omdraaien.
Omdraaien, draaide om, is en heeft omgedraaid.
Omdraaiing, V., omdraaiingen.
Omdracht, V., omdrachten.
Omdragen, droeg om, heeft omgedragen.
Omdraven, draafde om, heeft en is omgedraafd.
Omdrijven, dreef om, dreven om, is en heeft omgedreven; ook omdreef, omdreven, heeft omdreven.
Omdrinken, dronk om, heeft omgedronken.
Omdrogen, droogde om, heeft omgedroogd.
Omduikelen, duikelde om, heeft en is omgeduikeld.
Omduwen, duwde om, heeft omgeduwd.
Omdwalen, dwaalde om, heeft omgedwaald.
Omdwaling, V., omdwalingen.
Omdweilen, dweilde om, heeft omgedweild.
Omega, V., omega’s.
Omeggen, egde om, heeft omgeëgd.
Omelet, V., omeletten. Omeletje, O., omeletjes.
Omfladderen, fladderde om, heeft omgefladderd; ook omfladderde, heeft omfladderd.
Omflikkeren, omflikkerde, heeft omflikkerd; ook flikkerde om, heeft en is omgeflikkerd.
Omfloersen, omfloerste, heeft omfloerst.
Omgaan, gaat om, ging om, heeft en is omgegaan.
Omgang, M., omgangen.
Omgangstaal, V.
Omgekeerd.
Omgelanden (mv.), M. en V.
Omgelegen.
Omgeschreven.
Omgespen, gespte om, heeft omgegespt.
Omgeuren, omgeurde, heeft omgeurd.
Omgeven, gaf om, gaven om, heeft omgegeven; ook omgaf, omgaven, heeft omgeven.
Omgeving, V.
Omgezetenen (mv.), M. en V.
Omgieten, goot om, goten om, heeft omgegoten.
Omglijden, gleed om, gleden om, is en heeft omgegleden.
Omgluren, gluurde om, heeft omgegluurd.
Omgolven, golfde om, heeft omgegolfd; ook omgolfde, heeft omgolfd.
Omgolving, V.
Omgooien, gooide om, heeft omgegooid.
Omgorden, gordde om, heeft omgegord; ook omgordde (zich), heeft (zich) omgord.
Omgording, V.
Omgraven, groef om, groeven om, heeft omgegraven; ook omgroef, omgroeven, heeft omgraven.
Omgraving, V., omgravingen.
Omgrenzen, omgrensde, heeft omgrensd.
Omgrenzing, V., omgrenzingen.
Omgrijpen, greep om, grepen om, heeft omgegrepen.
Omgroeien, omgroeide, heeft omgroeid.
Omhaal, M., omhalen. Omhaaltje, O., omhaaltjes.
Omhaken, haakte om, heeft omgehaakt.
Omhakken, hakte om, heeft omgehakt.
Omhakking, V., omhakkingen.
Omhalen, haalde om, heeft omgehaald.
Omhaling, V., omhalingen.
Omhangen, hing om, heeft omgehangen; ook omhing, heeft omhangen.
Omhanging, V.
Omhangsel, O., omhangels en omhangselen.
Omhebben, heeft om, had om, hadden om, heeft omgehad.
Omheen (bijw.).
Omheinen, omheinde, heeft omheind.
Omheining, V., omheiningen. Omheininkje, O., omheininkjes.
Omhelpen, hielp om, heeft omgeholpen.
Omhelzen, omhelsde, heeft omhelsd.
Omhelzing, V., omhelzingen.
Omhoepelen, hoepelde om, heeft en is omgehoepeld.
Omhollen, holde om, heeft en is omgehold.
Omhoog.
Omhoogbeuren, beurde omhoog, heeft omhooggebeurd.
Omhoogblazen, blies omhoog, bliezen omhoog, heeft omhooggeblazen.
Omhoogdrijven, dreef omhoog, dreven omhoog, heeft omhooggedreven.
Omhoogduwen, duwde omhoog, heeft omhooggeduwd.
Omhooggaan, gaat omhoog, ging omhoog, is omhooggegaan.
Omhooghalen, haalde omhoog, heeft omhooggehaald.
Omhoogheffen, hief omhoog, hieven omhoog, heeft omhooggeheven.
Omhooghouden, hield omhoog, heeft omhooggehouden.
Omhoogjagen, jaagde omhoog, heeft omhooggejaagd; ook joeg omhoog.
Omhoogkijken, keek omhoog, keken omhoog, heeft omhooggekeken.
Omhoograken, raakte omhoog, is omhooggeraakt.
Omhoogrichten, richtte omhoog, heeft omhooggericht.
Omhoogrijzen, rees omhoog, rezen omhoog, is omhooggerezen.
Omhoogschieten, schoot omhoog, schoten omhoog, heeft en is omhooggeschoten.
Omhoogslaan, slaat omhoog, sloeg omhoog, heeft en is omhooggeslagen.
Omhoogspringen, sprong omhoog, is omhooggesprongen.
Omhoogstaren, staarde omhoog, heeft omhooggestaard.
Omhoogsteken, stak omhoog, staken omhoog, heeft omhooggestoken.
Omhoogstijgen, steeg omhoog, stegen omhoog, is omhooggestegen.
Omhoogstuiven, stoof omhoog, stoven omhoog, is omhooggestoven.
Omhoogtillen, tilde omhoog, heeft omhooggetild.
Omhoogtrekken, trok omhoog, trokken omhoog, heeft omhooggetrokken.
Omhoogturen, tuurde omhoog, heeft omhooggetuurd.
Omhoogvliegen, vloog omhoog, vlogen omhoog, is omhooggevlogen.
Omhoogvoeren, voerde omhoog, heeft omhooggevoerd.
Omhoogwerken (zich omhoogwerken), werkte (zich) omhoog, heeft (zich) omhooggewerkt.
Omhoogwerpen, wierp omhoog, heeft omhooggeworpen.
Omhoogzien, zag omhoog, zagen omhoog, heeft omhooggezien.
Omhoogzitten, zat omhoog, zaten omhoog, heeft omhooggezeten.
Omhoogzwaaien, zwaaide omhoog, heeft omhooggezwaaid.
Omhooren, hoorde om, heeft omgehoord.
Omhouden, hield om, heeft omgehouden.
Omhouwen, hieuw om, heeft omgehouwen.
Omhouwer, M., omhouwers. Omhouwertje, O., omhouwertjes.
Omhouwing, V.
Omhuilen, huilde om, heeft omgehuild.
Omhullen, omhulde, heeft omhuld.
Omhulling, V., omhullingen.
Omhulsel, O., omhulsels en omhulselen.
Omhutselen, hutselde om, heeft omgehutseld.
Omineus, omineuzer, omineust.
Omissie, V., omissiën en omissies.
Omkaden, omkaadde, heeft omkaad.
Omkading, V., omkadingen.
Omkantelen, ook Omkentelen, kantelde om, heeft en is omgekanteld.
Omkanteling, V., omkantelingen.
Omkanten, kantte om, heeft omgekant.
Omkantijzer, O., omkantijzers; omkantijzertje, O., omkantijzertjes.
Omkappen, kapte om, heeft omgekapt.
Omkapping, V.
Omkeer, ook Ommekeer, M.
Omkeeren, keerde om, heeft en is omgekeerd.
Omkeering, V., omkeeringen.
Omkegelen, kegelde om, heeft omgekegeld.
Omkenteren, kenterde om, is omgekenterd.
Omkijken, keek om, keken om, heeft omgekeken.
Omkleeden, kleedde (zich) om, heeft (zich) en is omgekleed; ook omkleedde, heeft omkleed.
Omklemmen, omklemde, heeft omklemd.
Omklemming, V., omklemmingen.
Omklinken, klonk om, heeft omgeklonken; ook omklonk, heeft omklonken.
Omklinking, V., omklinkingen.
Omkloppen, klopte om, heeft omgeklopt.
Omklopping, V.
Omklotsen, klotste om, heeft omgeklotst; ook omklotste, heeft omklotst.
Omknabbelen, knabbelde om, heeft omgeknabbeld.
Omknellen, omknelde, heeft omkneld.
Omknelling, V., omknellingen.
Omknikkeren, knikkerde om, heeft omgeknikkerd.
Omknoopen, knoopte om, heeft omgeknoopt.
Omkomen, komt om, kwam om, kwamen om, is omgekomen.
Omkoop, M.
Omkoopbaar, omkoopbare.
Omkoopbaarheid, V.
Omkoopen, kocht om, heeft omgekocht.
Omkooper, M., omkoopers.
Omkooperij, V., omkooperijen.
Omkooping, V., omkoopingen.
Omkorsten, omkorstte, heeft omkorst.
Omkorsting, V., omkorstingen.
Omkoud (er omkoud zijn).
Omkransen, omkranste, heeft omkranst.
Omkransing, V., omkransingen.
Omkreuken, ook Omkroken, kreukte om, heeft en is omgekreukt.
Omkrijgen, kreeg om, kregen om, heeft omgekregen.
Omkrommen, kromde om, heeft en is omgekromd.
Omkronkelen, kronkelde om, heeft en is omgekronkeld; ook omkronkelde, heeft omkronkeld.
Omkronkeling, V., omkronkelingen.
Omkruien, krooi om, krooien om, heeft en is omgekrooien; ook kruide om, heeft en is omgekruid.
Omkruipen, kroop om, kropen om, is en heeft omgekropen; ook omkroop, omkropen, heeft omkropen.
Omkrullen, krulde om, heeft en is omgekruld; ook omkrulde, heeft omkruld.
Omkrulling, V., omkrullingen.
Omkuieren, kuierde om, heeft en is omgekuierd.
Omkuipen, kuipte om, heeft omgekuipt; ook omkuipte, heeft omkuipt.
Omkunnen, kan om, kunnen om, konde en kon om, konden om, heeft omgekund.
Omkwakken, kwakte om, is en heeft omgekwakt.
Omlaag.
Omlaagbrengen, bracht omlaag, heeft omlaaggebracht.
Omlaagbuigen, boog omlaag, bogen omlaag, heeft omlaaggebogen.
Omlaagdrukken, drukte omlaag, heeft omlaaggedrukt.
Omlaagduwen, duwde omlaag, heeft omlaaggeduwd.
Omlaaggaan, gaat omlaag, ging omlaag, is omlaaggegaan.
Omlaaghouden, hield omlaag, heeft omlaaggehouden.
Omlaagkijken, keek omlaag, keken omlaag, heeft omlaaggekeken.
Omlaagrukken, rukte omlaag, heeft omlaaggerukt.
Omlaagschieten, schoot omlaag, schoten omlaag, is omlaaggeschoten.
Omlaagslaan, slaat omlaag, sloeg omlaag, heeft en is omlaaggeslagen.
Omlaagspringen, sprong omlaag, is omlaaggesprongen.
Omlaagstorten, stortte omlaag, heeft en is omlaaggestort.
Omlaagvallen, viel omlaag, is omlaaggevallen.
Omlaagvoeren, voerde omlaag, heeft omlaaggevoerd.
Omlaagzien, zag omlaag, zagen omlaag, heeft omlaaggezien.
Omladen, laadde om, heeft omgeladen.
Omlading, V.
Omlaten, liet om, heeft omgelaten.
Omlauweren, omlauwerde, heeft omlauwerd.
Omlaveeren, laveerde om, heeft en is omgelaveerd.
Omlegeren, omlegerde, heeft omlegerd.
Omlegering, V., omlegeringen.
Omleggen, legde om en leide om, heeft omgelegd en omgeleid; ook omlegde en omleide, heeft omlegd en omleid.
Omleiden, leidde om, heeft omgeleid.
Omleven, leefde om, heeft omgeleefd.
Omliggen, lag om, lagen om, heeft omgelegen.
Omliggend (bnw.).
Omlijsten, omlijstte, heeft omlijst.
Omlijsting, V., omlijstingen.
Omlikken, likte om, heeft omgelikt.
Omlommeren, omlommerde, heeft omlommerd.
Omloofd.
Omloop, M., omloopen.
Omloopdijk, M., omloopdijken.
Omloopen, liep om, is en heeft omgeloopen; ook omliep, heeft omloopen.
Omlooper, M., omloopers.
Omlooperij, V.
Omlooping, V.
Omloopstijd, M., omloopstijden.
Omlooveren, omlooverde, heeft omlooverd.
Omluiden, ook Omluien, luidde en luide om, heeft omgeluid.
Omluisteren (van luister, glans), omluisterde, heeft omluisterd.
Omlummelen, lummelde om, heeft omgelummeld.
Ommaken, maakte om, heeft omgemaakt.
Ommalen, maalde om, heeft omgemaald.
Ommangelen, mangelde om, heeft omgemangeld.
Ommarcheeren, marcheerde om, heeft en is omgemarcheerd.
Ommekant, M., ommekanten.
Ommekomst, V. (Na ommekomst van).
Ommelanden (mv.), O.
Ommelander, M., ommelanders.
Ommelander (bnw.).
Ommelandsch.
Ommestaand. Zie Omstaand.
Ommeten, mat om, maten om, heeft omgemeten.
Ommezien, ook Omzien, O. Ommezientje, O. (In een ommezien).
Ommezijde, V., ommezijden.
Ommezwaai, Zie Omzwaai.
Ommoeten, moet om, moest om, heeft omgemoeten.
Ommogen, mag om, mogen om, mocht om.
Ommuren, ommuurde, heeft ommuurd.
Ommuring, V., ommuringen.
Omnaaien, naaide om, heeft omgenaaid; ook omnaaide, heeft omnaaid.
Omnevelen, omnevelde, heeft omneveld.
Omneveling, V.
Omnibus, M., omnibussen. Omnibusje, O., omnibusjes.
Omnibusdienst, M., omnibusdiensten.
Omnibuskaartje, O., omnibuskaartjes.
Omnibusmaatschappij, V., omnibusmaatschappijen.
Omnibuspaard, O., omnibuspaarden.
Omoog, O., omoogen. Omoogje, O., omoogjes.
Ompaarlen. Zie Omparelen.
Ompagaaien, pagaaide om, heeft en is omgepagaaid.
Ompaggering, V., ompaggeringen.
Ompakken, pakte om, heeft omgepakt.
Ompalen, ompaalde, heeft ompaald.
Ompanseren, ook Ompantseren, ompanserde, heeft ompanserd.
Ompansering, V.
Ompantseren. Zie Ompanseren.
Omparelen, ook Ompaarlen, omparelde, heeft ompareld.
Ompassen, paste om, heeft omgepast.
Omperken, omperkte, heeft omperkt.
Omperking, V., omperkingen.
Omplaggen, plagde om, heeft omgeplagd.
Omplagging, V.
Omplakken, omplakte, heeft omplakt.
Omplakking, V.
Omplaksel, O., omplaksels.
Omplanten, plantte om, heeft omgeplant; ook omplantte, heeft omplant.
Omplanting, V., omplantingen. Omplantinkje, O., omplantinkjes.
Omplassen, plaste om, heeft omgeplast; ook omplaste, heeft omplast.
Omploegen, ploegde om, heeft omgeploegd.
Omploeging, V., omploegingen.
Omploeteren, ploeterde om, heeft omgeploeterd.
Omploffen, plofte om, is en heeft omgeploft.
Omploffing, V.
Omplooi, V., omplooien.
Omplooien, plooide om, heeft omgeplooid; ook omplooide, heeft omplooid.
Omplooiing, V.
Ompoten, pootte om, heeft omgepoot; ook ompootte, heeft ompoot.
Ompoting, V.
Ompraten, praatte om, heeft omgepraat.
Ompurperen, ompurperde, heeft ompurperd.
Omraken, raakte om, is omgeraakt.
Omrammeien, rammeide om, heeft omgerammeid.
Omranden, omrandde, heeft omrand.
Omranselen, ranselde om, heeft omgeranseld.
Omrasteren, omrasterde, heeft omrasterd.
Omrastering, V., omrasteringen.
Omreiken, reikte om, heeft omgereikt.
Omreizen, reisde om, heeft en is omgereisd; ook omreisde, heeft omreisd.
Omrennen, rende om, heeft en is omgerend; ook omrende, heeft omrend.
Omrijden, reed om, reden om, is en heeft omgereden.
Omringdijk, M., omringdijken.
Omringen (in ringen zetten), ringde om, heeft omgeringd.
Omringen (omgeven), omringde, heeft omringd.
Omringing, V., omringingen.
Omringkade, V., omringkaden.
Omrit, M., omritten. Omritje, O., omritjes.
Omroeien, roeide om, heeft en is omgeroeid.
Omroepen, riep om, heeft omgeroepen.
Omroeper, M., omroepers.
Omroepersbaantje, O.
Omroepersbekken, O., omroepersbekkens.
Omroeping, V., omroepingen.
Omroeren, roerde om, heeft omgeroerd.
Omroering, V., omroeringen.
Omroersel, O., omroersels en omroerselen. Omroerseltje, O., omroerseltjes.
Omrollen, rolde om, heeft en is omgerold.
Omruil, M.
Omruilen, ruilde om, heeft omgeruild.
Omruiling, V., omruilingen.
Omruischen, omruischte, heeft omruischt.
Omrukken, rukte om, heeft en is omgerukt.
Omrukking, V.
Omsabelen, sabelde om, heeft omgesabeld.
Omschaduwen, omschaduwde, heeft omschaduwd.
Omschaduwing, V.
Omschakelaar, M., omschakelaars.
Omschakelen, schakelde om, heeft omgeschakeld.
Omschallen, omschalde, heeft omschald.
Omschansen, omschanste, heeft omschanst.
Omschansing, V., omschansingen.
Omscharrelen, scharrelde om, heeft en is omgescharreld.
Omschenken, schonk om, heeft omgeschonken.
Omscheppen (putten), schepte om, heeft omgeschept.
Omscheppen (maken, vormen), schiep om, heeft omgeschapen.
Omschepping, V., omscheppingen.
Omscheren, schoor om, schoren om, heeft omgeschoren.
Omschering, V.
Omschermen, schermde om, heeft omgeschermd.
Omscheuren, scheurde om, heeft omgescheurd.
Omschieten, schoot om, schoten om, heeft en is omgeschoten.
Omschijnen, omscheen, omschenen, heeft omschenen.
Omschikken, schikte om, is omgeschikt.
Omschitteren, omschitterde, heeft omschitterd.
Omschoeien, omschoeide, heeft omschoeid.
Omschoffelen (langzaam gaan), schoffelde om, heeft en is omgeschoffeld.
Omschoffelen (losmaken), schoffelde om, heeft omgeschoffeld.
Omschommelen, schommelde om, heeft en is omgeschommeld.
Omschooien, schooide om, heeft omgeschooid.
Omschoppen, schopte om, heeft omgeschopt.
Omschorsen, omschorste, heeft omschorst.
Omschrabben, schrabde om, heeft omgeschrabd.
Omschrafelen, schrafelde om, heeft omgeschrafeld.
Omschrapen, schraapte om, heeft omgeschraapt.
Omschreeuwen, schreeuwde om, heeft omgeschreeuwd.
Omschrijfbaar, omschrijfbare.
Omschrijven, omschreef, omschreven, heeft omschreven.
Omschrijver, M., omschrijvers.
Omschrijving, V., omschrijvingen.
Omschudden, schudde om, heeft omgeschud.
Omschudding, V.
Omschuieren, schuierde om, heeft omgeschuierd.
Omschuiven, schoof om, schoven om, heeft en is omgeschoven.
Omschulpen, schulpte om, heeft omgeschulpt.
Omschuren, schuurde om, heeft omgeschuurd.
Omsingelen, omsingelde, heeft omsingeld.
Omsingeling, V., omsingelingen.
Omsjokken, sjokte om, heeft en is omgesjokt.
Omsjouwen, sjouwde om, heeft omgesjouwd.
Omslaan, slaat om, sloeg om, heeft en is omgeslagen; ook omslaat, omsloeg, heeft omgeslagen.
Omslachtig, omslachtiger, omslachtigst.
Omslachtigheid, V.
Omslag (omhaal, drukte), M.
Omslag (in de belasting enz.), M., omslagen.
Omslag (voorwerp), M. en O., omslagen. Omslagje, O., omslagjes.
Omslagboor, V., omslagboren.
Omslagdoek, M., omslagdoeken; omslagdoekje, O., omslagdoekjes.
Omslager, M., omslagers. Omslagertje, O., omslagertjes.
Omsleepen (bedr.), sleepte om, heeft omgesleept.
Omslenteren, slenterde om, heeft en is omgeslenterd.
Omsleuren, sleurde om, heeft omgesleurd.
Omslingeren, slingerde om, heeft en is omgeslingerd; ook omslingerde, heeft omslingerd.
Omslingering, V.
Omsloffen, slofte om, heeft en is omgesloft.
Omsluieren, omsluierde, heeft omsluierd.
Omsluiering, V., omsluieringen.
Omsluipen, sloop om, slopen om, heeft en is omgeslopen.
Omsluiten, omsloot, omsloten, heeft omsloten.
Omsluiting, V., omsluitingen.
Omsmakken, smakte om, heeft en is omgesmakt.
Omsmeden, smeedde om, heeft omgesmeed.
Omsmelten, smolt om, heeft omgesmolten.
Omsmijten, smeet om, smeten om, heeft omgesmeten.
Omsnellen, snelde om, heeft en is omgesneld.
Omsnoeren, snoerde om, heeft omgesnoerd; ook omsnoerde, heeft omsnoerd.
Omsnorren, snorde om, is en heeft omgesnord; ook omsnorde, heeft omsnord.
Omsnuffelen, snuffelde om, heeft omgesnuffeld.
Omsollen, solde om, heeft omgesold.
Omspannen, spande om, heeft omgespannen; ook omspande, heeft omspannen.
Omspanning, V., omspanningen.
Omspant, V.
Omspatten, spatte om, heeft omgespat; ook omspatte, heeft omspat.
Omspelden, speldde om, heeft omgespeld; ook omspeldde, heeft omspeld.
Omspinnen, omspon, omsponnen, heeft omsponnen.
Omspitten, spitte om, heeft omgespit.
Omspitting, V., omspittingen.
Omspoelen, spoelde om, heeft omgespoeld; ook omspoelde, heeft omspoeld.
Omspoeling, V., omspoelingen.
Omspoelsel, O.
Omspoken, spookte om, heeft omgespookt; ook omspookte, heeft omspookt.
Omspringen, sprong om, heeft en is omgesprongen; ook omsprong, heeft omsprongen.
Omstaan, staat om, stond om, heeft omgestaan.
Omstaand en Ommestaand.
Omstander, M., omstanders.
Omstandig, omstandiger, omstandigst.
Omstandigheid, V., omstandigheden.
Omstappen, stapte om, heeft en is omgestapt.
Omsteken, stak om, staken om, heeft omgestoken.
Omstelpen. Zie Omstulpen.
Omstevenen, stevende om, heeft en is omgestevend.
Omstoeien, stoeide om, heeft omgestoeid; ook omstoeide, heeft omstoeid.
Omstoomen, stoomde om, heeft en is omgestoomd.
Omstooten, stiet om, heeft omgestooten; ook stootte om.
Omstormen, stormde om, heeft en is omgestormd; ook omstormde, heeft omstormd.
Omstorten, stortte om, heeft en is omgestort.
Omstorting, V.
Omstralen, straalde om, heeft omgestraald; ook omstraalde, heeft omstraald.
Omstraling, V.
Omstreek, V., omstreken.
Omstreeks.
Omstrengelen, omstrengelde, heeft omstrengeld.
Omstrengeling, V.
Omstrepen, omstreepte, heeft omstreept.
Omstreping, V.
Omstrikken, strikte om, heeft omgestrikt; ook omstrikte, heeft omstrikt.
Omstrompelen, strompelde om, heeft en is omgestrompeld.
Omstrooien, strooide om, heeft omgestrooid; ook omstrooide, heeft omstrooid.
Omstroomen, omstroomde, heeft omstroomd.
Omstroopen, stroopte om, heeft omgestroopt.
Omstuiven, stoof om, stoven om, heeft en is omgestoven; ook omstoof, omstoven, heeft omstoven.
Omstulpen, ook Omstelpen, stulpte om, heeft omgestulpt.
Omsturen, stuurde om, heeft omgestuurd.
Omstuwen, omstuwde, heeft omstuwd.
Omsukkelen, sukkelde om, heeft en is omgesukkeld.
Omtasten, tastte om, heeft omgetast; ook omtastte, heeft omtast.
Omtellen, telde om, heeft omgeteld.
Omtimmeren, timmerde om, heeft omgetimmerd; ook omtimmerde, heeft omtimmerd.
Omtobben, tobde om, heeft omgetobd.
Omtocht, M., omtochten.
Omtogen (deelw.).
Omtollen, tolde om, heeft en is omgetold.
Omtonnen, tonde om, heeft omgetond; ook omtonde, heeft omtond.
Omtooveren, tooverde om, heeft omgetooverd.
Omtoovering, V., omtooveringen.
Omtrappen, trapte om, heeft omgetrapt.
Omtrede en Omtree, V., omtreden.
Omtreden, trad om, traden om, is en heeft omgetreden.
Omtrek, M., omtrekken. Omtrekje, O., omtrekjes.
Omtrekken, trok om, trokken om, heeft en is omgetrokken; ook omtrok, omtrokken, heeft omtrokken.
Omtrekking, V.
Omtrent.
Omtrommelen, trommelde om, heeft omgetrommeld.
Omtuimelen, tuimelde om, is en heeft omgetuimeld.
Omtuimeling, V., omtuimelingen.
Omtuinen, omtuinde, heeft omtuind.
Omtuining, V., omtuiningen.
Omvaart, V.
Omvademen, omvademde, heeft omvademd.
Omvademing, V.
Omval, M., omvallen.
Omvallen, viel om, is omgevallen.
Omvang, M.
Omvangen, omving, heeft omvangen.
Omvangrijk, omvangrijker, omvangrijkst.
Omvaren, voer om, heeft en is omgevaren.
Omvaring, V.
Omvatten, omvatte, heeft omvat.
Omvatting, V.
Omventen, ventte om, heeft omgevent.
Omver.
Omverblazen, blies omver, bliezen omver, heeft omvergeblazen.
Omverdringen, drong omver, heeft omvergedrongen.
Omverdrukken, drukte omver, heeft omvergedrukt.
Omverduwen, duwde omver, heeft omvergeduwd.
Omvergooien, gooide omver, heeft omvergegooid.
Omverhakken, hakte omver, heeft omvergehakt.
Omverhalen, haalde omver, heeft omvergehaald.
Omverhelpen, hielp omver, heeft omvergeholpen.
Omverhouwen, hieuw omver, heeft omvergehouwen.
Omverjagen, jaagde omver, heeft omvergejaagd; ook joeg omver.
Omverkantelen, kantelde omver, is omvergekanteld.
Omverkegelen, kegelde omver, heeft omvergekegeld.
Omverkrijgen, kreeg omver, kregen omver, heeft omvergekregen.
Omverliggen, lag omver, lagen omver, heeft omvergelegen.
Omverloopen, liep omver, heeft omvergeloopen.
Omverpraten, praatte omver, heeft omvergepraat.
Omverraken, raakte omver, is omvergeraakt.
Omverrennen, rende omver, heeft omvergerend.
Omverrijden, reed omver, reden omver, heeft omvergereden.
Omverrukken, rukte omver, heeft omvergerukt.
Omverschieten, schoot omver, schoten omver, heeft omvergeschoten.
Omverslaan, slaat omver, sloeg omver, heeft en is omvergeslagen.
Omversmakken, smakte omver, heeft omvergesmakt.
Omversmijten, smeet omver, smeten omver, heeft omvergesmeten.
Omverstooten, stiet omver, heeft omvergestooten; ook stootte omver.
Omverstorten, stortte omver, heeft en is omvergestort.
Omvertrekken, trok omver, trokken omver, heeft omvergetrokken.
Omvertuimelen, tuimelde omver, is omvergetuimeld.
Omvervallen, viel omver, is omvergevallen.
Omverwaaien, waaide omver, is en heeft omvergewaaid; ook woei omver, woeien omver.
Omverwerpen, wierp omver, heeft omvergeworpen.
Omverwerping, V.
Omvlechten, omvlocht, heeft omvlochten.
Omvlieden, vlood om, vloden om, is omgevloden.
Omvliegen, vloog om, vlogen om, is en heeft omgevlogen; ook omvloog, omvlogen, heeft omvlogen.
Omvlieten, vloot om, vloten om, heeft en is omgevloten; ook omvloot, omvloten, heeft omvloten.
Omvloeien, vloeide om, heeft en is omgevloeid; ook omvloeide, heeft omvloeid.
Omvoeren, voerde om, heeft omgevoerd.
Omvoering, V.
Omvouwen, vouwde om, heeft en is omgevouwen.
Omvraag en Omvrage, V.
Omvragen, vraagde om, heeft omgevraagd; ook vroeg om.
Omwaaien, waaide om, is en heeft omgewaaid; ook woei om, woeien om; en omwaaide (omwoei, omwoeien), heeft omwaaid.
Omwallen, omwalde, heeft omwald.
Omwalling, V., omwallingen.
Omwalmen, omwalmde, heeft omwalmd.
Omwandelen, wandelde om, heeft en is omgewandeld.
Omwandeling, V., omwandelingen.
Omwaren, waarde om, heeft omgewaard.
Omwaschkom, V., omwaschkommen; omwaschkommetje, O., omwaschkommetjes.
Omwasschen, wiesch om, wieschen om, heeft omgewasschen; ook waschte om.
Omwassen, omwies, omwiesen, heeft omwassen.
Omweg, M., omwegen. Omwegje, O., omwegjes.
Omweiden, weidde om, heeft omgeweid.
Omwelven, omwelfde. heeft omwelfd.
Omwelving, V., omwelvingen.
Omwemelen, omwemelde, heeft omwemeld.
Omwenden, wendde om, heeft en is omgewend.
Omwending, V., omwendingen.
Omwentelen, wentelde om, heeft en is omgewenteld.
Omwenteling, V., omwentelingen.
Omwentelingsas, V., omwentelingsassen.
Omwentelingslichaam, O. omwentelingslichamen.
Omwentelingsoppervlak, O., omwentelingsoppervlakken.
Omwentelingstijd, M., omwentelingstijden.
Omwentelingsvlak, O., omwentelingsvlakken.
Omwerken, werkte om, heeft omgewerkt.
Omwerking, V., omwerkingen.
Omwerpen, wierp om, heeft omgeworpen.
Omwerping, V.
Omweven, omweefde, heeft omweven.
Omwiegelen, wiegelde om, heeft omgewiegeld.
Omwikkelen, omwikkelde, heeft omwikkeld.
Omwikkeling, V.
Omwillen, wil om, wilde (wou) om, heeft omgewild.
Omwimpelen, omwimpelde, heeft omwimpeld.
Omwinden, omwond, heeft omwonden.
Omwinding, V., omwindingen.
Omwippen, wipte om, heeft en is omgewipt.
Omwisselen, wisselde om, heeft omgewisseld.
Omwisseling, V., omwisselingen.
Omwoelen, woelde om, heeft omgewoeld; ook omwoelde, heeft omwoeld.
Omwoeling, V., omwoelingen.
Omwolken, omwolkte, heeft omwolkt.
Omwonend.
Omwoners (mv.), M.
Omwrikken, wrikte om, heeft omgewrikt.
Omwroeten, wroette om, heeft omgewroet.
Omzadelen, zadelde om, heeft omgezadeld.
Omzagen, zaagde om, heeft omgezaagd.
Omzakken (op zijde vallen), zakte om, is omgezakt.
Omzaten, (mv.), M. en V.
Omzeg, M.
Omzeggen, zeide om, heeft omgezegd en omgezeid.
Omzegging, V.
Omzeilen, zeilde om, heeft en is omgezeild; ook omzeilde, heeft omzeild.
Omzeiling, V., omzeilingen.
Omzenden, zond om, heeft omgezonden.
Omzending, V., omzendingen.
Omzet, M.
Omzetijzer, O., omzetijzers; omzetijzertje, O., omzetijzertjes.
Omzetsel, O., omzetsels en omzetselen. Omzetseltje, O., omzetseltjes.
Omzetspade, V., omzetspaden.
Omzetten, zette om, heeft en is omgezet; ook omzette, heeft omzet.
Omzetting, V., omzettingen.
Omzichtig, omzichtiger, omzichtigst.
Omzichtigheid, V., omzichtigheden.
Omzien, zag om, zagen om, heeft omgezien.
Omzien, O. Zie Ommezien.
Omziend.
Omzitten, zat om, zaten om, heeft omgezeten.
Omzitters (mv.). M.
Omzoeken, zocht om, heeft omgezocht.
Omzoomen, zoomde om, heeft omgezoomd; ook omzoomde, heeft omzoomd.
Omzooming, V., omzoomingen.
Omzwaai en Ommezwaai, M., omzwaaien en ommezwaaien.
Omzwaaien, zwaaide om, heeft en is omgezwaaid; ook omzwaaide, heeft omzwaaid.
Omzwaaiing, V., omzwaaiingen.
Omzwachtelen, omzwachtelde, heeft omzwachteld.
Omzwachteling, V., omzwachtelingen.
Omzwalken, zwalkte om, heeft omgezwalkt.
Omzwalpen, zwalpte om, heeft omgezwalpt; ook omzwalpte, heeft omzwalpt.
Omzwemmen, zwom om, zwommen om, heeft en is omgezwommen.
Omzwenken, zwenkte om, is en heeft omgezwenkt.
Omzwenking, V., omzwenkingen.
Omzwermen, zwermde om, heeft omgezwermd; ook omzwermde, heeft omzwermd.
Omzwerven, zwierf om, zwierven om, heeft omgezworven; ook omzwierf, omzwierven, heeft omzworven.
Omzwerving, V., omzwervingen.
Omzweven, zweefde om, heeft en is omgezweefd; ook omzweefde, heeft omzweefd.
Omzwiepen, zwiepte om, is omgezwiept.
Omzwieren, zwierde om, heeft en is omgezwierd.
Omzwikken, zwikte om, is omgezwikt.
On (on of even).
Onaandachtig, onaandachtiger, onaandachtigst.
Onaandoenlijk, onaandoenlijker, onaandoenlijkst.
Onaandoenlijkheid, V.
Onaangedaan.
Onaangediend.
Onaangekleed, onaangekleede.
Onaangeleund.
Onaangemeld.
Onaangemerkt.
Onaangenaam, onaangenamer, onaangenaamst.
Onaangenaamheid, V., onaangenaamheden.
Onaangeraakt.
Onaangerand.
Onaangeroerd.
Onaangesneden.
Onaangesproken.
Onaangestoken.
Onaangetast.
Onaangevallen.
Onaangevochten.
Onaangevuld.
Onaangezet, onaangezette.
Onaangezien.
Onaangezocht.
Onaangezuiverd.
Onaanlokkelijk, onaanlokkelijker, onaanlokkelijkst.
Onaannemelijk, onaannemelijker, onaannemelijkst.
Onaannemelijkheid, V.
Onaansprakelijk.
Onaansprakelijkheid, V.
Onaanstootelijk, onaanstootelijker, onaanstootelijkst.
Onaanstootelijkheid, V.
Onaantastbaar, onaantastbare.
Onaantastbaarheid, V.
Onaantrekkelijk, onaantrekkelijker, onaantrekkelijkst.
Onaantrekkelijkheid, V.
Onaanvaard.
Onaanzienlijk, onaanzienlijker, onaanzienlijkst.
Onaanzienlijkheid, V.
Onaardig, onaardiger, onaardigst.
Onaardigheid, V., onaardigheden.
Onachtzaam, onachtzamer, onachtzaamst.
Onachtzaamheid, V., onachtzaamheden.
Onadellijk.
Onafgebakend.
Onafgeborsteld.
Onafgebroken.
Onafgedaan, onafgedane.
Onafgehandeld.
Onafgemaakt.
Onafgesneden.