S

SS, V., s’s.Sa (tusschenw.).Saai, O. en V., saaien.Saai, saaier, saaist.Saaiem, O., saaiems.Saaien (bnw.).Saaihal, V., saaihallen.Saaiheid, V.Saam. Zie Samen.Sabbat, M., sabbatten.Sabbatsdag, M., sabbatsdagen.Sabbatskleed, O., sabbatskleederen en sabbatskleeren.Sabbatsreis, V., sabbatsreizen.Sabbatsrust, V.Sabbatsschender, M., sabbatsschenders.Sabbatsschennis, V.Sabbatsvrouw, V., sabbatsvrouwen.Sabel (dier), M., sabels; (bont), O. Sabeltje, O., sabeltjes.Sabel (zwaard), V., sabels. Sabeltje, O., sabeltjes.Sabel (zwart in de wapenkunde), O.Sabeldier, O., sabeldieren.Sabelen, sabelde, heeft gesabeld.Sabelhouw, M., sabelhouwen.Sabelkling, V., sabelklingen.Sabelkoppel, M., sabelkoppels.Sabelkorf, M., sabelkorven.Sabelscheede, V., sabelscheeden.Saccharine, V.Sacrament, O., sacramenten.Sacramenteel, sacramenteele.Sacramentsdag, M., sacramentsdagen.Sacristein, M., sacristeinen.Sacristie en Sacristij, V., sacristieën en sacristijen.Sadduceër, M., Sadduceërs en Sadduceën.Sadduceesch.Saffier (stof), O.; (steen), M., saffieren.Saffieren (bnw.).Saffloer en Saffloers, O.Saffraan, V.Saffraangeel, saffraangele.Sage, V., sagen.Sago, V.Sagomelk, V.Sagopalm, M., sagopalmen.Sagosoep, V.Sajet, V. en O., sajetten.Sajetfabriek, V., sajetfabrieken.Sajetten (bnw.).Sakerdaanhout, O.Sakkerloot (tusschenw.).Saks, M., Saksen.Saksen, O.Saksisch.Salade en Sla, V., saladen. Slaatje, O., slaatjes.Salamander, M., salamanders. Salamandertje, O., salamandertjes.Salarieeren, salarieerde, heeft gesalarieerd.Salaris, O., salarissen.Saldo, O., saldo’s.Salep, V.Salepdrank, M., salepdranken.Salet, O., saletten. Saletje, O., saletjes.Saletjonker, M., saletjonkers.Salicylwatten, V.Salie, V.Saliemelk, V.Salmoniak, V.Salon, O., salons. Salonnetje, O., salonnetjes.Salonameublement, O., salonameublementen.Salonboot, V., salonbooten.Salonmuziek, V.Salonspiegel, M., salonspiegels.Salonwagen, M., salonwagens.Salpeter, O.Salpeterachtig.Salpeterig.Salpeterkokerij, V., salpeterkokerijen.Salpeterzuur, O.Salpeterzuur, salpeterzure.Salueeren, salueerde, heeft gesalueerd.Saluut, O., saluten.Saluutschot, O., saluutschoten.Salvo, O., salvo’s.Salvovuur, O.Samaar, V., samaren. Samaartje, O., samaartjes.Samen en Te zamen. Als eerste lid van samenstellingen ook Saam.Samenbinden, bond samen, heeft samengebonden.Samenbrengen, bracht samen, heeft samengebracht.Samenbuigen, boog samen, bogen samen, heeft samengebogen.Samendoen, deed samen, deden samen, heeft samengedaan.Samendragen, droeg samen, heeft samengedragen.Samendrijven, dreef samen, dreven samen, heeft samengedreven.Samendringen, drong samen, heeft samengedrongen.Samendrukbaar.Samendrukbaarheid, V.Samendrukken, drukte samen, heeft samengedrukt.Samendrukking, V.Samenflansen, flanste samen, heeft samengeflanst.Samenflansing, V.Samengaan, gaat samen, ging samen, heeft en is samengegaan.Samengesteld.Samengesteldbloemig.Samengezworenen (mv.), M.Samengieten, goot samen, goten samen, heeft samengegoten.Samengroeien, groeide samen, is samengegroeid.Samenhang, M.Samenhangen, hing samen, heeft samengehangen.Samenhangend.Samenhechten, hechtte samen, heeft samengehecht.Samenhechting, V.Samenknijpen, kneep samen, knepen samen, heeft samengeknepen.Samenknoopen, knoopte samen, heeft samengeknoopt.Samenknooping, V.Samenkomen, komt samen, kwam samen, kwamen samen, is samengekomen.Samenkomst, V., samenkomsten.Samenkoppelen, koppelde samen, heeft samengekoppeld.Samenkoppeling, V.Samenleggen, legde samen en leide samen, heeft samengelegd en samengeleid.Samenleving, V.Samenloop, M.Samenloopen, liep samen, is samengeloopen.Samenmengen, mengde samen, heeft samengemengd.Samennaaien, naaide samen, heeft samengenaaid.Samenpakken, pakte samen, heeft en is samengepakt.Samenpersen, perste samen, heeft samengeperst.Samenpersing, V.Samenplakken, plakte samen, heeft samengeplakt.Samenplakking, V.Samenraapsel, O., samenraapsels.Samenrapen, raapte samen, heeft samengeraapt.Samenraping, V.Samenrijgen, reeg samen, regen samen, heeft samengeregen.Samenroepen, riep samen, heeft samengeroepen.Samenroeping, V.Samenrotten, rotte samen, heeft en is samengerot.Samenrotting, V., samenrottingen.Samenscharrelen, scharrelde samen, heeft samengescharreld.Samenschikken, schikte samen, heeft samengeschikt.Samenschikking, V.Samenscholen, schoolde samen, heeft en is samengeschoold.Samenscholing, V., samenscholingen.Samenschroeven, schroefde samen, heeft samengeschroefd.Samensmelten, smolt samen, heeft en is samengesmolten.Samensmelting, V., samensmeltingen.Samensnoeren, snoerde samen, heeft samengesnoerd.Samenspannen, spande samen, heeft en is samengespannen.Samenspanning, V., samenspanningen.Samenspelden, speldde samen, heeft samengespeld.Samenspraak, V., samenspraken.Samenspreken, sprak samen, spraken samen, heeft samengesproken.Samenspreking, V., samensprekingen.Samenstel, O.Samenstellen, stelde samen, heeft samengesteld.Samensteller, M., samenstellers.Samenstelling, V., samenstellingen.Samenstemmen, stemde samen, heeft samengestemd.Samenstemming, V.Samentreffen, trof samen, troffen samen, heeft samengetroffen.Samentrekken, trok samen, trokken samen, heeft en is samengetrokken.Samentrekkend.Samentrekking, V., samentrekkingen.Samentrekkingsteeken, O., samentrekkingsteekens.Samenvatten, vatte samen, heeft samengevat.Samenvatting, V.Samenvlechten, vlocht samen, heeft samengevlochten.Samenvlechting, V.Samenvloeien, vloeide samen, is samengevloeid.Samenvloeiing, V., samenvloeiingen.Samenvoegen, voegde samen, heeft samengevoegd.Samenvoeging, V., samenvoegingen.Samenvouwen, vouwde samen, heeft samengevouwen.Samenvouwing, V., samenvouwingen.Samenweefsel, O., samenweefsels.Samenwerken, werkte samen, heeft samengewerkt.Samenwerking, V.Samenweven, weefde samen, heeft samengeweven.Samenweving, V.Samenwinden, wond samen, heeft samengewonden.Samenwonen, woonde samen, heeft samengewoond.Samenwoning, V.Samenwringen, wrong samen, heeft samengewrongen.Samenzweerder, M., samenzweerders.Samenzweren, zwoer samen, heeft samengezworen.Samenzwering, V., samenzweringen.Sammelaar, M., sammelaars.Sammelen, sammelde, heeft gesammeld.Sanatorium, O., sanatoria.Sanctie, V., sanctiën.Sanctionneeren, sanctionneerde, heeft gesanctionneerd.Sandaal, V., sandalen.Sandelboom, M., sandelboomen.Sandelhout, O.Sandelhouten (bnw.).Sandrak, O.Sanguinisch.Sanhedrin, O.Sanitair.Sanskrit, O.Sanskritist, M., sanskritisten.Sant, M., santen. Santje, O., santjes.Santenkraam, V.Santin, V., santinnen.Santonine, V.Santorie, V.Sap, O., sappen.Sapanhout, O.Sapgroen, O.Sappe (loopgraaf), V., sappen.Sappeeren, sappeerde, heeft gesappeerd.Sappeloos en Saploos, sappelooze en saplooze.Sapperloot.Sappeur, M., sappeurs.Sappeursbaard, M., sappeursbaarden.Sappig, sappiger, sappigst.Sappigheid, V.Saprijk, saprijker, saprijkst.Saprijkheid, V.Sapverf, V., sapverven.Sarabande, V., sarabandes.Saraceen, M., Saracenen.Saraceensch.Sarcasme, O., sarcasmen.Sarcastisch, sarcastischer, meest sarcastisch.Sarcophaag, V., sarcophagen.Sardijn en Sardine, V., sardijnen en sardines. Sardijntje en sardientje O., sardijntjes en sardientjes.Sardijnenvangst, V.Sardinenblikje, O., sardinenblikjes.Sardonyx (stof), O.; (steen), M., sardonyxen.Sarge. Zie Serge.Sarong, V., sarongs.Sarren, sarde, heeft gesard.Sarrig, sarriger, sarrigst.Sas (soort van buskruit), V., sassen.Sas (sluiskolk), O., sassen.Sassefras, O.Sasser, M., sassers.Satan, M., satans.Satansch.Satanskind, O., satanskinderen.Satanswerk, O.Satelliet, M., satellieten.Sater, M., saters. Satertje, O., satertjes.Satersgezicht, O., satersgezichten.Satijn, O., satijnen.Satijnachtig, satijnachtiger, satijnachtigst.Satijnen (bnw.).Satijnweverij, V., satijnweverijen.Satineeren, satineerde, heeft gesatineerd.Satinet, O.Satire, V., satiren.Satirendichter, M., satirendichters.Satiriek, satirieker, satiriekst.Satisfactie, V.Satraap, M., Satrapen.Saucijs, V., saucijzen. Saucijsje, O., saucijsjes.Saucijzebroodje, O., saucijzebroodjes.Saus, V., sausen. Sausje, O., sausjes.Sausen, sauste, heeft gesaust.Sauskom, V., sauskommen.Sauslepel, M., sauslepels.Savonet, V., savonetten.Savoyekool, V., savoyekoolen.Scalp, M., scalpen.Scalpeeren, scalpeerde, heeft gescalpeerd.Scandeeren, scandeerde, heeft gescandeerd.Scansie, V.Scaphander, M., scaphanders.Scapulier, O., scapulieren.Scepticisme, O.Scepticus, M., sceptici.Sceptisch.Schaaf, V., schaven. Schaafje, O., schaafjes.Schaafbank, V., schaafbanken.Schaafbeitel, M., schaafbeitels.Schaafmes, O., schaafmessen.Schaafsel, O.Schaafstroo, O.Schaak.Schaakbord, O., schaakborden.Schaakgezelschap, O., schaakgezelschappen.Schaakmat.Schaakpartij, V., schaakpartijen.Schaakprobleem, O., schaakproblemen.Schaakspel, O., schaakspellen.Schaakspelen, O.Schaakspeler, M., schaakspelers.Schaakwedstrijd, M., schaakwedstrijden.Schaal, V., schalen. Schaaltje, O., schaaltjes.Schaalcollecte, V., schaalcollecten.Schaaldier, O., schaaldieren.Schaalknecht, M., schaalknechts.Schaamachtig, schaamachtiger, schaamachtigst.Schaamachtigheid, V.Schaambeen, O., schaambeenderen.Schaamdeel, O., schaamdeelen.Schaamlid, O., schaamleden.Schaamrood, schaamroode.Schaamte, V.Schaamtegevoel, O.Schaamteloos, schaamteloozer.Schaamteloosheid, v.Schaap, O., schapen. Schaapje, O., schaapjes.Schaapachtig, schaapachtiger, schaapachtigst.Schaapherder, M., schaapherders.Schaapskleederen (mv.), O.Schaapskooi, V., schaapskooien.Schaapsleder en schaapsleer, O. Verg. Schapeleder.Schaapslederen en schaapsleeren (bnw.).Schaapsvacht, V., schaapsvachten.Schaar (menigte), V., scharen.Schaar (werktuig), V., scharen. Schaartje, O., schaartjes.Schaarbosch, O., schaarbosschen.Schaard, V., schaarden. Schaardje, O., schaardjes.Schaardig, schaardiger, schaardigst.Schaars (bijw.).Schaarsch (bnw.), schaarscher, meest schaarsch.Schaarschheid, V.Schaarschte, V.Schaarslijp en schaarsliep, M., schaarslijpen en schaarsliepen.Schaarstok, M., schaarstokken.Schaarstrook, V., schaarstrooken.Schaats, V., schaatsen. Schaatsje, O., schaatsjes.Schaatsenband (stof), O.Schaatsenriem, M., schaatsenriemen.Schaatsenrijden, O.Schaatsenrijder, M., schaatsenrijders.Schaatsenrijdster, V., schaatsenrijdsters.Schaatshout, O., schaatshouten.Schaatsijzer, O., schaatsijzers.Schaâuw. Zie Schaduw.Schabberig, schabberiger, schabberigst.Schabel, V., schabellen. Schabelletje, O., schabelletjes.Schabouwelijk, schabouwelijker, schabouwelijkst.Schabouwerig, schabouweriger, schabouwerigst.Schabrak, V. en O., schabrakken. Schabrakje, O., schabrakjes.Schacheraar, M., schacheraars.Schacheren, schacherde, heeft geschacherd.Schacherij, V., schacherijen.Schacht en Schaft, V., schachten en schaften. Schachtje en schaftje, O., schachtjes en schaftjes.Schachtenleder en schachtenleer, O.Schade, V.Schadelijk, schadelijker, schadelijkst.Schadelijkheid, V.Schadeloos (zonder schade).Schadeloos (beschadigd). Zie Schaloos.Schadelooshouding, V.Schadeloosstellen, stelde schadeloos, heeft schadeloosgesteld.Schadeloosstelling, V.Schaden, schaadde, heeft geschaad.Schadevergoeding en Schavergoeding, V., schadevergoedingen en schavergoedingen.Schadeverhaling en Schaverhaling, V., schadeverhalingen en schaverhalingen.Schaduw (ook Schaâuw), V., schaduwen. Schaduwtje, O., schaduwtjes.Schaduwachtig, schaduwachtiger, schaduwachtigst.Schaduwbeeld, O., schaduwbeelden.Schaduwen, schaduwde, heeft geschaduwd.Schaduwloos, schaduwlooze.Schaduwrijk, schaduwrijker, schaduwrijkst.Schaduwzijde, V., schaduwzijden.Schaffen, schafte, heeft geschaft.Schaffer, M., schaffers.Schaft. Zie Schacht.Schaften, schafte, heeft geschaft.Schaftgat, O., schaftgaten.Schaftklok, V., schaftklokken.Schaftlijst, V., schaftlijsten.Schaftmeester, M., schaftmeesters.Schafttijd, M.Schaftuur, O., schafturen; schaftuurtje, O., schaftuurtjes.Schakeeren, schakeerde, heeft geschakeerd.Schakeering, V., schakeeringen.Schakel, V., schakels. Schakeltje, O., schakeltjes.Schakelbord, O., schakelborden.Schakelen, schakelde, heeft geschakeld.Schakeling, V., schakelingen.Schakellijm, V.Schakelnet, O., schakelnetten.Schaken (ontvoeren), schaakte, heeft geschaakt.Schaken (spelen), schaakte, heeft geschaakt.Schaker, M., schakers.Schaking, V., schakingen.Schal, M.Schalen, schaalde, heeft geschaald.Schalie, schaliën en schalies.Schaliedak en Schaliëndak, O., schaliedaken en schaliëndaken.Schalk, M., schalken. Schalkje, O., schalkjes.Schalk, schalker, schalkst.Schalkachtig, schalkachtiger, schalkachtigst.Schalkachtigheid, V., schalkachtigheden.Schalkheid, V., schalkheden.Schalks (bijw.), schalkser, schalkst.Schalksch (bnw.), schalkscher, meest schalksch.Schalkschheid, V., schalkschheden.Schallebijter. Zie Scharrebijter.Schallen, schalde, heeft geschald.Schalm, M., schalmen. Schalmpje, O., schalmpjes.Schalmei, V., schalmeien. Schalmeitje, O., schalmeitjes.Schalmen, schalmde, heeft geschalmd.Schalmgeld, O.Schalmhout, O.Schaloos en Schadeloos, schalooze en schadelooze.Schamel, schameler, schamelst.Schamelheid, V.Schamen (zich schamen), schaamde zich, heeft zich geschaamd.Schamp, M.Schampdek, O., schampdekken.Schampen, schampte, is geschampt.Schamper, schamperder, schamperst.Schamperheid, V., schamperheden.Schamppaal, M., schamppalen.Schampscheut (schamper gezegde), M., schampscheuten.Schampschot (schot), O., schampschoten.Schandaal, O., schandalen. Schandaaltje, O., schandaaltjes.Schandaleus, schandaleuzer, meest schandaleus.Schandalig, schandaliger, schandaligst.Schandaliseeren, schandaliseerde, heeft geschandaliseerd.Schandbord, O., schandborden.Schanddaad, V., schanddaden.Schande, V.Schandedekker, M., schandedekkers; schandedekkertje, O., schandedekkertjes.Schandek, O., schandekken.Schandekoop.Schandelijk, schandelijker, schandelijkst.Schandelijkheid, V., schandelijkheden.Schandgewaad, O., schandgewaden.Schandjongen, M., schandjongens.Schandkleed, O., schandkleederen.Schandmerk, O., schandmerken.Schandmerken, schandmerkte, heeft geschandmerkt.Schandpaal, M., schandpalen.Schandteeken, O., schandteekens en schandteekenen.Schandvlek, V., schandvlekken.Schandvlekken, schandvlekte, heeft geschandvlekt.Schans, V., schansen. Schansje, O., schansjes.Schansen, schanste, heeft geschanst.Schansgraver, M., schansgravers.Schanskorf, M., schanskorven.Schanslooper, M., schansloopers.Schap, V., schappen.Schapebout, M., schapebouten; schapeboutje, O., schapeboutjes.Schapekop, M., schapekoppen.Schapeleder en schapeleer, en Schapenleder en schapenleer, O. Verg. Schaapsleder.Schapenboter, V.Schapendief, M., schapendieven.Schapenfokker, M., schapenfokkers.Schapenhok, O., schapenhokken.Schapenhuid, V., schapenhuiden.Schapenkaas, V., schapenkazen; schapenkaasje, O., schapenkaasjes.Schapenlever, V.Schapenluis, V., schapenluizen.Schapenmarkt, V.Schapenmelk, V.Schapenstal, M., schapenstallen.Schapenwol, V.Schapenwolkje, O., schapenwolkjes.Schapepoot, M., schapepooten.Schapevacht, V., schapevachten.Schapevel, O., schapevellen.Schapevleesch en Schapenvleesch, O.Schappelijk, schappelijker, schappelijkst.Schappelijkheid, V.Schaprade en Schapraai, V., schapraden en schapraaien.Schar, V., scharren. Scharretje, O., scharretjes.Scharbier. Zie Scharrebier.Scharen, schaarde, heeft geschaard.Scharenslijper, M., scharenslijpers.Scharing, V.Scharlaken, O.Scharlaken (bnw.).Scharlakenkoorts, V.Scharlakenrood, scharlakenroode.Scharlakensch.Scharlei en Scherlei, V.Scharluin en Scherluin, M., scharluinen en scherluinen.Scharminkel en Scherminkel, M., scharminkels en scherminkels.Scharnier, O., scharnieren. Scharniertje, O., scharniertjes.Scharrebier en Scharbier, O.Scharrebijter en Schallebijter, M., scharrebijters en schallebijters.Scharrelaar, M., scharrelaars.Scharrelbeenen, scharrelbeende, heeft gescharrelbeend.Scharrelen, scharrelde, heeft en is gescharreld.Schat, M., schatten. Schatje, O., schatjes.Schatbaar, schatbaarder, schatbaarst.Schatbewaarder, M., schatbewaarders.Schateren, schaterde, heeft geschaterd.Schaterlach, M.Schaterlachen, schaterlachte, heeft geschaterlacht.Schatgraver, M., schatgravers.Schatkamer, V., schatkamers.Schatkist, V., schatkisten.Schatkistbiljet, O., schatkistbiljetten.Schatkistbon, M., schatkistbons.Schatmeester, M., schatmeesters.Schatplichtig.Schatrijk.Schatten, schatte, heeft geschat.Schatter, M., schatters.Schatting, V., schattingen.Schaveelen en Schavielen, schaveelde (schavielde), heeft en is geschaveeld (geschavield).Schaveling, M., schavelingen.Schaven, schaafde, heeft geschaafd.Schavergoeding. Zie Schadevergoeding.Schaverhaling. Zie Schadeverhaling.Schavielen. Zie Schaveelen.Schaving, V.Schavot, O., schavotten. Schavotje, O., schavotjes.Schavotkleur, V.Schavotteeren, schavotteerde, heeft geschavotteerd.Schavotteering, V., schavotteeringen.Schavuit, M., schavuiten. Schavuitje, O., schavuitjes.Schavuitenstreek, M., schavuitenstreken.Schavuitenstuk, O., schavuitenstukken.Schedel, M., schedels.Schedelboor, V., schedelboren.Schedelbreuk, V., schedelbreuken.Schedelhuid, V.Schedelleer, V.Schedelmeting, V., schedelmetingen.Scheede, Schee, V., scheeden, scheeën. Scheetje, O., scheetjes.Scheef, scheever, scheefst.Scheefbeen, M. en V., scheefbeenen.Scheefheid, V.Scheefhoek, M.scheefhoeken.Scheefhoekig.Scheefnek, M. en V., scheefnekken.Scheefneus, M. en V., scheefneuzen.Scheefte, V.Scheel (deksel), O., scheelen. Scheeltje, O., scheeltjes.Scheel, scheler, scheelst.Scheelaard, M., scheelaards.Scheelachtig.Scheelen (scheiden, schoonmaken), scheelde, heeft gescheeld.Scheelheid, V.Scheeloog, M, en V., scheeloogen.Scheelzien, O.Scheen, V., schenen. Scheentje, O., scheentjes.Scheenbeen, O., scheenbeenderen.Scheep (Te scheep).Scheepje. Zie Schip.Scheeprijk, scheeprijker, scheeprijkst.Scheepsbehoeften (mv.), V.Scheepsbericht, O., scheepsberichten.Scheepsbeschuit, V., scheepsbeschuiten.Scheepsbestier, O.Scheepsbewijs, O., scheepsbewijzen.Scheepsboord, O.Scheepsbouw, M.Scheepsbouwer, M.Scheepsbouwmeester, M., scheepsbouwmeesters.Scheepsch (Geen scheepsch verstaan).Scheepsdek, O., scheepsdekken.Scheepsdokter, M., scheepsdokters.Scheepsgebruik, O., scheepsgebruiken.Scheepsgelegenheid, V., scheepsgelegenheden.Scheepsgevecht, O., scheepsgevechten.Scheepsgezel, M., scheepsgezellen.Scheepsjongen, M., scheepsjongens.Scheepsjournaal, O., scheepsjournalen.Scheepskameel, O., scheepskameelen.Scheepskapitein, M., scheepskapiteins.Scheepskist, V., scheepskisten.Scheepsklerk, M., scheepsklerken.Scheepskok, M., scheepskoks.Scheepskost, M.Scheepskroon, V., scheepskronen.Scheepslading, V., scheepsladingen.Scheepslantaren, V., scheepslantarens.Scheepslengte, V., scheepslengten.Scheepsmaat, M., scheepsmaats.Scheepsmakelaar, M., scheepsmakelaars.Scheepsofficier, M., scheepsofficieren.Scheepspapieren (mv.), O.Scheepsprovisie, V.Scheepsraad, M., scheepsraden.Scheepsrecht, O.Scheepsruimte, V.Scheepsstrijd, M., scheepsstrijden.Scheepstagrijn, M., scheepstagrijnen en scheepstagrijns.Scheepsterm, M., scheepstermen.Scheepstijding, V., scheepstijdingen.Scheepstimmerman, M., scheepstimmerlieden en scheepstimmerlui.Scheepstimmerwerf, V., scheepstimmerwerven.Scheepstocht, M., scheepstochten.Scheepstoebehooren, O.Scheepstoerusting, V., scheepstoerustingen.Scheepstuig, O.Scheepsvolk, O.Scheepsvoogd, M., scheepsvoogden.Scheepsvracht, V., scheepsvrachten.Scheepswerk, O.Scheepswoord, O., scheepswoorden.Scheepvaart, V.Scheepvaartbelangen (mv.), O.Scheepvaartrecht, O., scheepvaartrechten.Scheer (zandbank), V., scheren.Scheerbekken, O., scheerbekkens.Scheerbout, M., scheerbouten.Scheerder, M., scheerders.Scheerderswinkel, M., scheerderswinkels.Scheerdoek, M., scheerdoeken; scheerdoekje, O., scheerdoekjes.Scheerdoos, V., scheerdoozen.Scheerdraad, M., scheerdraden.Scheergang, V., scheergangen.Scheergeld, O.Scheergereedschap, O.Scheerhaak, M., scheerhaken.Scheerklant, M., scheerklanten.Scheerkwast, M., scheerkwasten; scheerkwastje, O., scheerkwastjes.Scheerlijn, V., scheerlijnen.Scheerling, V.Scheerloon, O., scheerloonen.Scheermes, O., scheermessen.Scheerriem, M., scheerriemen.Scheersel, O.Scheerspiegeltje, O., scheerspiegeltjes.Scheerstok, M., scheerstokken.Scheertijd, M.Scheerwater, O.Scheerwinkel, M., scheerwinkels.Scheerzeep, V.Scheet, M., scheten.Scheg en Schegge, V., scheggen.Scheggelood, O.Schei, V., scheien.Scheiboter, V.Scheidbaar, scheidbare.Scheidbaarheid, V.Scheidboom, M., scheidboomen.Scheidboor, V., scheidboren.Scheidbrief, M., scheidbrieven.Scheiden, scheidde, heeft en is gescheiden.Scheiding, V., scheidingen. Scheidinkje, O., scheidinkjes.Scheidpaal, M., scheidpalen.Scheidsman, M., scheidslieden.Scheidsmuur, M., scheidsmuren.Scheidsrechter, M., scheidsrechters.Scheidsvrouw, V., scheidsvrouwen.Scheikunde, V.Scheikundig.Scheikundige, M., scheikundigen.Scheikunst, V.Scheilijn, V., scheilijnen.Scheimuur, M., scheimuren.Scheinagel, M., scheinagels.Scheisel, O., scheisels.Scheisloot, V., scheislooten.Scheiteeken, O., scheiteekens.Scheivocht, O.Schel (bel), V., schellen. Schelletje, O., schelletjes.Schel (schil). Zie Schil.Schel, scheller, schelst.Schelden, schold, heeft gescholden.Scheldnaam, M., scheldnamen.Scheldwoord, O., scheldwoorden; scheldwoordje, O., scheldwoordjes.Schelen (verschillen), scheelde, heeft gescheeld.Schelf, V., schelven.Schelheid, V.Schelklinkend, schelklinkender, schelklinkendst.Schelknop, M., schelknoppen.Schelkoord, O., schelkoorden.Schelkruid, O.Schellak, O.Schellen, schelde, heeft gescheld.Schelling, M., schellingen. Schellinkje, O., schellinkjes.Schellinkje (in de komedie), O.Schelm, M., schelmen. Schelmpje, O., schelmpjes.Schelmachtig, schelmachtiger, schelmachtigst.Schelmerij, V., schelmerijen.Schelmsch, schelmscher, meest schelmsch.Schelmstuk, O., schelmstukken.Schelp en Schulp, V., schelpen en schulpen. Schelpje en schulpje, O., schelpjes en schulpjes.Schelpaarde, V.Schelpdier, O., schelpdieren.Schelpenpad, O., schelpenpaden.Schelpkalk, V.Schelpnet, O., schelpnetten.Schelpweg, M., schelpwegen.Schelpzand, O.Scheluw.Scheluwte, V.Schelvisch (een visch), M., schelvisschen. Als stofnaam, V.Schelvischlever, V., schelvischlevers.Schelvischoog, O., schelvischoogen.Schelvischvangst, V.Schelwortel, V.Schema, O., schema’s.Schemer, M.Schemerachtig, schemerachtiger, schemerachtigst.Schemeravond, M., schemeravonden.Schemeren, schemerde, heeft geschemerd.Schemerig, schemeriger, schemerigst.Schemering, V., schemeringen.Schemerlampje, O., schemerlampjes.Schemerlicht, O.Schemertijd, M.Schemeruur, O.; schemeruurtje, O., schemeruurtjes.Schendbrok, M. en V., schendbrokken.Schenden, schond, heeft geschonden.Schender, M., schenders.Schenderij, V., schenderijen.Schendig, schendiger, schendigst.Schending, V., schendingen.Schenk, M., schenken. Schenkje, O., schenkjes.Schenkage, V., schenkages.Schenkblad, O., schenkbladen; schenkblaadje, O., schenkblaadjes.Schenkbord, O., schenkborden; schenkbordje, O., schenkbordjes.Schenkel en Schinkel, M., schenkels en schinkels. Schenkeltje en schinkeltje, O., schenkeltjes en schinkeltjes.Schenkelvleesch, O.Schenken, schonk, heeft geschonken.Schenker, M., schenkers.Schenking, V., schenkingen.Schenkingsakte, V., schenkingsakten.Schenkkan, V., schenkkannen; schenkkannetje, O., schenkkannetjes.Schenkketel, M., schenkketels; schenkketeltje, O., schenkketeltjes.Schenkster, V., schenksters.Schennis, V.Schep, M., scheppen. Schepje, O., schepjes.Schepbord, O., schepborden.Schepel, O., schepels. Schepeltje, O., schepeltjes.Schepeling, M. en V., schepelingen. V. ook schepelinge.Schepelsmand, V., schepelsmanden.Schepelszak, M., schepelszakken.Schepen, M., schepenen.Schepen, scheepte, heeft gescheept.Schepenbank, V., schepenbanken.Schepenbrief, M., schepenbrieven.Schependom, O.Schepenkennis, V., schepenkennissen.Schepenschap, O.Schepgat, O., schepgaten.Scheplepel, M., scheplepels.Schepnet, O., schepnetten; schepnetje, O., schepnetjes.Scheppen (voortbrengen), schiep, heeft geschapen.Scheppen (putten), schepte, heeft geschept.Schepper, M., scheppers.Schepping, V., scheppingen.Scheppingsboek, O.Scheppingsgeschiedenis, V.Scheppingskracht, V.Scheppingsverhaal, O., scheppingsverhalen.Scheppingsvermogen, O.Scheppingswerk, O.Scheprad, O., schepraden en schepraderen.Schepsel, O., schepselen en schepsels. Schepseltje, O., schepseltjes.Schepter, M., schepters.Schepvat, O., schepvaten.Scheren, schoor, schoren, heeft geschoren.Scherf, V., scherven. Scherfje, O., scherfjes.Schering, V., scheringen.Scherlei. Zie Scharlei.Scherluin. Zie Scharluin.Scherm, O., schermen. Schermpje, O., schermpjes.Schermbloemig.Schermdegen, M., schermdegens; schermdegentje, O., schermdegentjes.Schermen, schermde, heeft geschermd.Schermer (persoon), M., schermers.Schermer (naam van een polder), V.Schermhandschoen, M., schermhandschoenen.Scherminkel. Zie Scharminkel.Schermkunst, V.Schermles, V., schermlessen.Schermmasker, O., schermmaskers.Schermmeester, M., schermmeesters.Schermutselen, schermutselde, heeft geschermutseld.Schermutseling, V., schermutselingen.Schermzaal, V., schermzalen.Scherp, scherper, scherpst.Scherp, O.Scherpen, scherpte, heeft en is gescherpt.Scherpheid, V., scherpheden.Scherphoekig.Scherping, V., scherpingen.Scherpkort.Scherplang.Scherprechter, M., scherprechters.Scherpschutter, M., scherpschutters.Scherpschuttersvereeniging, V., scherpschuttersvereenigingen.Scherpsnijdend.Scherpte, V., scherpten.Scherpziend.Scherpzinnig, scherpzinniger, scherpzinnigst.Scherpzinnigheid, V., scherpzinnigheden.Scherpzinniglijk.Scherts, V.Schertsen, schertste, heeft geschertst.Schertsenderwijze en schertsenderwijs.Scherven, scherfde, is gescherfd.Schets, V., schetsen. Schetsje, O., schetsjes.Schetsboek, O., schetsboeken.Schetsen, schetste, heeft geschetst.Schetser, M., schetsers.Schetsteekening, V., schetsteekeningen.Schetteraar, M., schetteraars.Schetterbuik, M., schetterbuiken.Schetteren, schetterde, heeft geschetterd.Schettering, V., schetteringen.Scheur, V., scheuren. Scheurtje, O., scheurtjes.Scheurbroek (broekscheurder), M., scheurbroeken.Scheurbuik, V. Verg. Scorbut.Scheurder, M., scheurders.Scheurdoek, M., scheurdoeken.Scheuren, scheurde, heeft en is gescheurd.Scheuring, V., scheuringen.Scheurkalender, M., scheurkalenders.Scheurlaken, O.Scheurlinnen, O.Scheurmaker, M., scheurmakers.Scheurmakerij, V., scheurmakerijen.Scheurpapier, O.Scheursel, O., scheursels.Scheurziek, scheurzieker, scheurziekst.Scheut, M., scheuten. Scheutje, O., scheutjes.Scheutig, scheutiger, scheutigst.Scheutigheid, V.Schicht, M., schichten. Schichtje, O., schichtjes.Schichtig, schichtiger, schichtigst.Schichtigheid, V., schichtigheden.Schie. Zie Scheede.Schielijk, schielijker, schielijkst.Schielijkheid, V.Schieman, M., schielieden en schielui.Schiemannen, schiemande, heeft geschiemand.Schiemansgaren, O.Schiemansgast, M., schiemansgasten.Schiemansmaat, M., schiemansmaats.Schier.Schiereiland, O., schiereilanden; schiereilandje, O., schiereilandjes.Schieringer, M., Schieringers.Schietbaan, V., schietbanen.Schietbout, M., schietbouten.Schieten, schoot, schoten, heeft en is geschoten.Schieter, M., schieters.Schietgat, O., schietgaten.Schietgebedje, O., schietgebedjes.Schietgeweer, O.Schietkatoen, O.Schietlood, O., schietlooden.Schietoefening, V., schietoefeningen.Schietschijf, V., schietschijven.Schietschool, V., schietscholen.Schietschouw, V., schietschouwen.Schietschuit, V., schietschuiten.Schietsleuf, V., schietsleuven.Schietspel, O., schietspellen; schietspelletje, O., schietspelletjes.Schietspoel, V., schietspoelen.Schiettuig, O.Schietwedstrijd, M., schietwedstrijden.Schiften (scheiden), schiftte, heeft geschift.Schiften (van vochten),schiftte, is geschift.Schifter, M., schifters.Schifting, V., schiftingen.Schijf, V., schijven. Schijfje, O., schijfjes.Schijfschieten, O.Schijn, M. Schijntje, O., schijntjes.Schijnaanval, M., schijnaanvallen.Schijnbaar, schijnbare.Schijnbeeld, O., schijnbeelden.Schijnbeweging, V., schijnbewegingen.Schijnchristen, M., schijnchristenen.Schijndeugd, V., schijndeugden.Schijndood, M.Schijndood, schijndoode.Schijndoode, M. en V., schijndooden.Schijnen, scheen, schenen, heeft geschenen.Schijngehakt, O.Schijngeleerde, M., schijngeleerden.Schijngeloof, O.Schijngeluk, O.Schijnglans, M., schijnglansen.Schijngrond, M., schijngronden.Schijnheilig, schijnheiliger, schijnheiligst.Schijnheilige, M. en V., schijnheiligen.Schijnheiligheid, V.Schijnreden, V., schijnredenen.Schijnschoon, schijnschoone.Schijnsel, O., schijnsels. Schijnseltje, O., schijnseltjes.Schijnvermaak, O., schijnvermaken.Schijnvriend, M., schijnvrienden.Schijnvroom, schijnvrome.Schijnzoet, O.Schijten, scheet, scheten, heeft gescheten.Schijtlaars, M., schijtlaarzen.Schijtvalk, M., schijtvalken.Schijtwortel, V.Schijvenschuurder, M., schijvenschuurders.Schik, M.Schikgodin, V., schikgodinnen.Schikkelijk, schikkelijker, schikkelijkst.Schikkelijkheid, V.Schikken, schikte, heeft en is geschikt.Schikker, M., schikkers.Schikking, V., schikkingen.Schil en Schel, V., schillen en schellen. Schilletje en schelletje, O., schilletjes en schelletjes.Schild, O., schilden. Schildje, O., schildjes.Schilder, M., schilders. Schildertje, O., schildertjes.Schilderachtig, schilderachtiger, schilderachtigst.Schilderachtigheid, V.Schilderen (malen), schilderde, heeft geschilderd.Schilderen (op schildwacht staan), schilderde, heeft geschilderd.Schilderes, V., schilderessen.Schilderhuisje, O., schilderhuisjes.Schilderij, V. en O., schilderijen. Schilderijtje, O., schilderijtjes.Schilderijententoonstelling, V., schilderijententoonstellingen.Schilderijkoord, O.Schilderijlijst, V., schilderijlijsten.Schildering, V., schilderingen.Schilderkamer, V., schilderkamers.Schilderkunst, V.Schildersbent, V.Schilderschool, V., schilderscholen.Schildersezel, M., schildersezels.Schildersgordijn, O., schildersgordijnen.Schilderskwast, M., schilderskwasten.Schildersleven, O.Schilderstok en Schildersstok, M., schilderstokken en schildersstokken.Schilderstuk, O., schilderstukken; schilderstukje, O., schilderstukjes.Schildersvak, O.Schilderswinkel, M., schilderswinkels.Schilderswerk, O.Schilderswerkplaats, V., schilderswerkplaatsen.Schildhouder, M., schildhouders.Schildknaap, M., schildknapen.Schildluis, V., schildluizen.Schildpad (dier en scheepsw.), V., schildpadden; (stof), O. Schildpadje, O., schildpadjes.Schildpadden (bnw.).Schildpadsoep, V.Schildvleugelig.Schildwacht (een wachter), M., schildwachten.Schildwacht (het wachthouden), V.Schildwachthuisje, O., schildwachthuisjes.Schilfer, V., schilfers. Schilfertje, O., schilfertjes.Schilferachtig, schilferachtiger, schilferachtigst.Schilferen, schilferde, is geschilferd.Schilferig, schilferiger, schilferigst.Schilfering, V., schilferingen.Schillen, schilde, heeft geschild.Schillenmand, V., schillenmanden.Schilmesje, O., schilmesjes.Schim, V., schimmen. Schimmetje, O., schimmetjes.Schimmel (paard), M., schimmels. Schimmeltje, O., schimmeltjes.Schimmel (uitslag), V.Schimmelbles, M., schimmelblessen.Schimmelen, schimmelde, heeft en is geschimmeld.Schimmelig, schimmeliger, schimmeligst.Schimmeling, V.Schimmelkleurig.Schimmelplant, V., schimmelplanten.Schimmelspel, O.Schimmenrijk, O.Schimp, M.Schimpbrief, M., schimpbrieven.Schimpdicht, O., schimpdichten.Schimpdichter, M., schimpdichters.Schimpen, schimpte, heeft geschimpt.Schimper, M., schimpers.Schimperij, V., schimperijen.Schimpig, schimpiger, schimpigst.Schimping, V., schimpingen.Schimpkreet, M., schimpkreten.Schimplied, O., schimpliederen.Schimpnaam, M., schimpnamen.Schimprede, V., schimpredenen.Schimpscheut, M., schimpscheuten; schimpscheutje, O., schimpscheutjes.Schimpschrift, O., schimpschriften.Schimptaal, V.Schimpvogel, M., schimpvogels.Schimpwoord, O., schimpwoorden.Schink, M., schinken. Schinkje, O., schinkjes.Schinkel (lichaamsdeel). Zie Schenkel.Schinkel en Schenkel (scheepsw.), M., schinkels en schenkels.Schinkelhaak, M., schinkelhaken.Schip, O., schepen. Scheepje, O., scheepjes.Schipbreuk, V., schipbreuken.Schipbreukeling, M. en V., schipbreukelingen. V. ook schipbreukelinge.Schipbrug, V., schipbruggen.Schipper, M., schippers. Schippertje, O., schippertjes.Schipperen, schipperde, heeft en is geschipperd.Schipperij, V., schipperijen.Schippersboek, O., schippersboeken.Schippersbroek, V., schippersbroekenSchippershuis, O., schippershuizen.Schippershut, V., schippershutten.Schippersknecht, M., schippersknechts.Schippersloon, O., schippersloonen.Schippersmuts, V., schippersmutsen.Schippond, O., schipponden.Schisma, O., schisma’s.Schitteren, schitterde, heeft geschitterd.Schitterend, schitterender, schitterendst.Schittering, V., schitteringen.Schitterlicht, O.Schob. Zie Schub.Schobbejak, M., schobbejakken.Schobben, schobde, heeft geschobd.Schobberd, M., schobberds.Schobberdebonk (Op schobberdebonk).Schoef, V., schoeven.Schoeien, schoeide, heeft geschoeid.Schoeiing, V., schoeiingen.Schoeisel, O., schoeisels. Schoeiseltje, O., schoeiseltjes.

SS, V., s’s.Sa (tusschenw.).Saai, O. en V., saaien.Saai, saaier, saaist.Saaiem, O., saaiems.Saaien (bnw.).Saaihal, V., saaihallen.Saaiheid, V.Saam. Zie Samen.Sabbat, M., sabbatten.Sabbatsdag, M., sabbatsdagen.Sabbatskleed, O., sabbatskleederen en sabbatskleeren.Sabbatsreis, V., sabbatsreizen.Sabbatsrust, V.Sabbatsschender, M., sabbatsschenders.Sabbatsschennis, V.Sabbatsvrouw, V., sabbatsvrouwen.Sabel (dier), M., sabels; (bont), O. Sabeltje, O., sabeltjes.Sabel (zwaard), V., sabels. Sabeltje, O., sabeltjes.Sabel (zwart in de wapenkunde), O.Sabeldier, O., sabeldieren.Sabelen, sabelde, heeft gesabeld.Sabelhouw, M., sabelhouwen.Sabelkling, V., sabelklingen.Sabelkoppel, M., sabelkoppels.Sabelkorf, M., sabelkorven.Sabelscheede, V., sabelscheeden.Saccharine, V.Sacrament, O., sacramenten.Sacramenteel, sacramenteele.Sacramentsdag, M., sacramentsdagen.Sacristein, M., sacristeinen.Sacristie en Sacristij, V., sacristieën en sacristijen.Sadduceër, M., Sadduceërs en Sadduceën.Sadduceesch.Saffier (stof), O.; (steen), M., saffieren.Saffieren (bnw.).Saffloer en Saffloers, O.Saffraan, V.Saffraangeel, saffraangele.Sage, V., sagen.Sago, V.Sagomelk, V.Sagopalm, M., sagopalmen.Sagosoep, V.Sajet, V. en O., sajetten.Sajetfabriek, V., sajetfabrieken.Sajetten (bnw.).Sakerdaanhout, O.Sakkerloot (tusschenw.).Saks, M., Saksen.Saksen, O.Saksisch.Salade en Sla, V., saladen. Slaatje, O., slaatjes.Salamander, M., salamanders. Salamandertje, O., salamandertjes.Salarieeren, salarieerde, heeft gesalarieerd.Salaris, O., salarissen.Saldo, O., saldo’s.Salep, V.Salepdrank, M., salepdranken.Salet, O., saletten. Saletje, O., saletjes.Saletjonker, M., saletjonkers.Salicylwatten, V.Salie, V.Saliemelk, V.Salmoniak, V.Salon, O., salons. Salonnetje, O., salonnetjes.Salonameublement, O., salonameublementen.Salonboot, V., salonbooten.Salonmuziek, V.Salonspiegel, M., salonspiegels.Salonwagen, M., salonwagens.Salpeter, O.Salpeterachtig.Salpeterig.Salpeterkokerij, V., salpeterkokerijen.Salpeterzuur, O.Salpeterzuur, salpeterzure.Salueeren, salueerde, heeft gesalueerd.Saluut, O., saluten.Saluutschot, O., saluutschoten.Salvo, O., salvo’s.Salvovuur, O.Samaar, V., samaren. Samaartje, O., samaartjes.Samen en Te zamen. Als eerste lid van samenstellingen ook Saam.Samenbinden, bond samen, heeft samengebonden.Samenbrengen, bracht samen, heeft samengebracht.Samenbuigen, boog samen, bogen samen, heeft samengebogen.Samendoen, deed samen, deden samen, heeft samengedaan.Samendragen, droeg samen, heeft samengedragen.Samendrijven, dreef samen, dreven samen, heeft samengedreven.Samendringen, drong samen, heeft samengedrongen.Samendrukbaar.Samendrukbaarheid, V.Samendrukken, drukte samen, heeft samengedrukt.Samendrukking, V.Samenflansen, flanste samen, heeft samengeflanst.Samenflansing, V.Samengaan, gaat samen, ging samen, heeft en is samengegaan.Samengesteld.Samengesteldbloemig.Samengezworenen (mv.), M.Samengieten, goot samen, goten samen, heeft samengegoten.Samengroeien, groeide samen, is samengegroeid.Samenhang, M.Samenhangen, hing samen, heeft samengehangen.Samenhangend.Samenhechten, hechtte samen, heeft samengehecht.Samenhechting, V.Samenknijpen, kneep samen, knepen samen, heeft samengeknepen.Samenknoopen, knoopte samen, heeft samengeknoopt.Samenknooping, V.Samenkomen, komt samen, kwam samen, kwamen samen, is samengekomen.Samenkomst, V., samenkomsten.Samenkoppelen, koppelde samen, heeft samengekoppeld.Samenkoppeling, V.Samenleggen, legde samen en leide samen, heeft samengelegd en samengeleid.Samenleving, V.Samenloop, M.Samenloopen, liep samen, is samengeloopen.Samenmengen, mengde samen, heeft samengemengd.Samennaaien, naaide samen, heeft samengenaaid.Samenpakken, pakte samen, heeft en is samengepakt.Samenpersen, perste samen, heeft samengeperst.Samenpersing, V.Samenplakken, plakte samen, heeft samengeplakt.Samenplakking, V.Samenraapsel, O., samenraapsels.Samenrapen, raapte samen, heeft samengeraapt.Samenraping, V.Samenrijgen, reeg samen, regen samen, heeft samengeregen.Samenroepen, riep samen, heeft samengeroepen.Samenroeping, V.Samenrotten, rotte samen, heeft en is samengerot.Samenrotting, V., samenrottingen.Samenscharrelen, scharrelde samen, heeft samengescharreld.Samenschikken, schikte samen, heeft samengeschikt.Samenschikking, V.Samenscholen, schoolde samen, heeft en is samengeschoold.Samenscholing, V., samenscholingen.Samenschroeven, schroefde samen, heeft samengeschroefd.Samensmelten, smolt samen, heeft en is samengesmolten.Samensmelting, V., samensmeltingen.Samensnoeren, snoerde samen, heeft samengesnoerd.Samenspannen, spande samen, heeft en is samengespannen.Samenspanning, V., samenspanningen.Samenspelden, speldde samen, heeft samengespeld.Samenspraak, V., samenspraken.Samenspreken, sprak samen, spraken samen, heeft samengesproken.Samenspreking, V., samensprekingen.Samenstel, O.Samenstellen, stelde samen, heeft samengesteld.Samensteller, M., samenstellers.Samenstelling, V., samenstellingen.Samenstemmen, stemde samen, heeft samengestemd.Samenstemming, V.Samentreffen, trof samen, troffen samen, heeft samengetroffen.Samentrekken, trok samen, trokken samen, heeft en is samengetrokken.Samentrekkend.Samentrekking, V., samentrekkingen.Samentrekkingsteeken, O., samentrekkingsteekens.Samenvatten, vatte samen, heeft samengevat.Samenvatting, V.Samenvlechten, vlocht samen, heeft samengevlochten.Samenvlechting, V.Samenvloeien, vloeide samen, is samengevloeid.Samenvloeiing, V., samenvloeiingen.Samenvoegen, voegde samen, heeft samengevoegd.Samenvoeging, V., samenvoegingen.Samenvouwen, vouwde samen, heeft samengevouwen.Samenvouwing, V., samenvouwingen.Samenweefsel, O., samenweefsels.Samenwerken, werkte samen, heeft samengewerkt.Samenwerking, V.Samenweven, weefde samen, heeft samengeweven.Samenweving, V.Samenwinden, wond samen, heeft samengewonden.Samenwonen, woonde samen, heeft samengewoond.Samenwoning, V.Samenwringen, wrong samen, heeft samengewrongen.Samenzweerder, M., samenzweerders.Samenzweren, zwoer samen, heeft samengezworen.Samenzwering, V., samenzweringen.Sammelaar, M., sammelaars.Sammelen, sammelde, heeft gesammeld.Sanatorium, O., sanatoria.Sanctie, V., sanctiën.Sanctionneeren, sanctionneerde, heeft gesanctionneerd.Sandaal, V., sandalen.Sandelboom, M., sandelboomen.Sandelhout, O.Sandelhouten (bnw.).Sandrak, O.Sanguinisch.Sanhedrin, O.Sanitair.Sanskrit, O.Sanskritist, M., sanskritisten.Sant, M., santen. Santje, O., santjes.Santenkraam, V.Santin, V., santinnen.Santonine, V.Santorie, V.Sap, O., sappen.Sapanhout, O.Sapgroen, O.Sappe (loopgraaf), V., sappen.Sappeeren, sappeerde, heeft gesappeerd.Sappeloos en Saploos, sappelooze en saplooze.Sapperloot.Sappeur, M., sappeurs.Sappeursbaard, M., sappeursbaarden.Sappig, sappiger, sappigst.Sappigheid, V.Saprijk, saprijker, saprijkst.Saprijkheid, V.Sapverf, V., sapverven.Sarabande, V., sarabandes.Saraceen, M., Saracenen.Saraceensch.Sarcasme, O., sarcasmen.Sarcastisch, sarcastischer, meest sarcastisch.Sarcophaag, V., sarcophagen.Sardijn en Sardine, V., sardijnen en sardines. Sardijntje en sardientje O., sardijntjes en sardientjes.Sardijnenvangst, V.Sardinenblikje, O., sardinenblikjes.Sardonyx (stof), O.; (steen), M., sardonyxen.Sarge. Zie Serge.Sarong, V., sarongs.Sarren, sarde, heeft gesard.Sarrig, sarriger, sarrigst.Sas (soort van buskruit), V., sassen.Sas (sluiskolk), O., sassen.Sassefras, O.Sasser, M., sassers.Satan, M., satans.Satansch.Satanskind, O., satanskinderen.Satanswerk, O.Satelliet, M., satellieten.Sater, M., saters. Satertje, O., satertjes.Satersgezicht, O., satersgezichten.Satijn, O., satijnen.Satijnachtig, satijnachtiger, satijnachtigst.Satijnen (bnw.).Satijnweverij, V., satijnweverijen.Satineeren, satineerde, heeft gesatineerd.Satinet, O.Satire, V., satiren.Satirendichter, M., satirendichters.Satiriek, satirieker, satiriekst.Satisfactie, V.Satraap, M., Satrapen.Saucijs, V., saucijzen. Saucijsje, O., saucijsjes.Saucijzebroodje, O., saucijzebroodjes.Saus, V., sausen. Sausje, O., sausjes.Sausen, sauste, heeft gesaust.Sauskom, V., sauskommen.Sauslepel, M., sauslepels.Savonet, V., savonetten.Savoyekool, V., savoyekoolen.Scalp, M., scalpen.Scalpeeren, scalpeerde, heeft gescalpeerd.Scandeeren, scandeerde, heeft gescandeerd.Scansie, V.Scaphander, M., scaphanders.Scapulier, O., scapulieren.Scepticisme, O.Scepticus, M., sceptici.Sceptisch.Schaaf, V., schaven. Schaafje, O., schaafjes.Schaafbank, V., schaafbanken.Schaafbeitel, M., schaafbeitels.Schaafmes, O., schaafmessen.Schaafsel, O.Schaafstroo, O.Schaak.Schaakbord, O., schaakborden.Schaakgezelschap, O., schaakgezelschappen.Schaakmat.Schaakpartij, V., schaakpartijen.Schaakprobleem, O., schaakproblemen.Schaakspel, O., schaakspellen.Schaakspelen, O.Schaakspeler, M., schaakspelers.Schaakwedstrijd, M., schaakwedstrijden.Schaal, V., schalen. Schaaltje, O., schaaltjes.Schaalcollecte, V., schaalcollecten.Schaaldier, O., schaaldieren.Schaalknecht, M., schaalknechts.Schaamachtig, schaamachtiger, schaamachtigst.Schaamachtigheid, V.Schaambeen, O., schaambeenderen.Schaamdeel, O., schaamdeelen.Schaamlid, O., schaamleden.Schaamrood, schaamroode.Schaamte, V.Schaamtegevoel, O.Schaamteloos, schaamteloozer.Schaamteloosheid, v.Schaap, O., schapen. Schaapje, O., schaapjes.Schaapachtig, schaapachtiger, schaapachtigst.Schaapherder, M., schaapherders.Schaapskleederen (mv.), O.Schaapskooi, V., schaapskooien.Schaapsleder en schaapsleer, O. Verg. Schapeleder.Schaapslederen en schaapsleeren (bnw.).Schaapsvacht, V., schaapsvachten.Schaar (menigte), V., scharen.Schaar (werktuig), V., scharen. Schaartje, O., schaartjes.Schaarbosch, O., schaarbosschen.Schaard, V., schaarden. Schaardje, O., schaardjes.Schaardig, schaardiger, schaardigst.Schaars (bijw.).Schaarsch (bnw.), schaarscher, meest schaarsch.Schaarschheid, V.Schaarschte, V.Schaarslijp en schaarsliep, M., schaarslijpen en schaarsliepen.Schaarstok, M., schaarstokken.Schaarstrook, V., schaarstrooken.Schaats, V., schaatsen. Schaatsje, O., schaatsjes.Schaatsenband (stof), O.Schaatsenriem, M., schaatsenriemen.Schaatsenrijden, O.Schaatsenrijder, M., schaatsenrijders.Schaatsenrijdster, V., schaatsenrijdsters.Schaatshout, O., schaatshouten.Schaatsijzer, O., schaatsijzers.Schaâuw. Zie Schaduw.Schabberig, schabberiger, schabberigst.Schabel, V., schabellen. Schabelletje, O., schabelletjes.Schabouwelijk, schabouwelijker, schabouwelijkst.Schabouwerig, schabouweriger, schabouwerigst.Schabrak, V. en O., schabrakken. Schabrakje, O., schabrakjes.Schacheraar, M., schacheraars.Schacheren, schacherde, heeft geschacherd.Schacherij, V., schacherijen.Schacht en Schaft, V., schachten en schaften. Schachtje en schaftje, O., schachtjes en schaftjes.Schachtenleder en schachtenleer, O.Schade, V.Schadelijk, schadelijker, schadelijkst.Schadelijkheid, V.Schadeloos (zonder schade).Schadeloos (beschadigd). Zie Schaloos.Schadelooshouding, V.Schadeloosstellen, stelde schadeloos, heeft schadeloosgesteld.Schadeloosstelling, V.Schaden, schaadde, heeft geschaad.Schadevergoeding en Schavergoeding, V., schadevergoedingen en schavergoedingen.Schadeverhaling en Schaverhaling, V., schadeverhalingen en schaverhalingen.Schaduw (ook Schaâuw), V., schaduwen. Schaduwtje, O., schaduwtjes.Schaduwachtig, schaduwachtiger, schaduwachtigst.Schaduwbeeld, O., schaduwbeelden.Schaduwen, schaduwde, heeft geschaduwd.Schaduwloos, schaduwlooze.Schaduwrijk, schaduwrijker, schaduwrijkst.Schaduwzijde, V., schaduwzijden.Schaffen, schafte, heeft geschaft.Schaffer, M., schaffers.Schaft. Zie Schacht.Schaften, schafte, heeft geschaft.Schaftgat, O., schaftgaten.Schaftklok, V., schaftklokken.Schaftlijst, V., schaftlijsten.Schaftmeester, M., schaftmeesters.Schafttijd, M.Schaftuur, O., schafturen; schaftuurtje, O., schaftuurtjes.Schakeeren, schakeerde, heeft geschakeerd.Schakeering, V., schakeeringen.Schakel, V., schakels. Schakeltje, O., schakeltjes.Schakelbord, O., schakelborden.Schakelen, schakelde, heeft geschakeld.Schakeling, V., schakelingen.Schakellijm, V.Schakelnet, O., schakelnetten.Schaken (ontvoeren), schaakte, heeft geschaakt.Schaken (spelen), schaakte, heeft geschaakt.Schaker, M., schakers.Schaking, V., schakingen.Schal, M.Schalen, schaalde, heeft geschaald.Schalie, schaliën en schalies.Schaliedak en Schaliëndak, O., schaliedaken en schaliëndaken.Schalk, M., schalken. Schalkje, O., schalkjes.Schalk, schalker, schalkst.Schalkachtig, schalkachtiger, schalkachtigst.Schalkachtigheid, V., schalkachtigheden.Schalkheid, V., schalkheden.Schalks (bijw.), schalkser, schalkst.Schalksch (bnw.), schalkscher, meest schalksch.Schalkschheid, V., schalkschheden.Schallebijter. Zie Scharrebijter.Schallen, schalde, heeft geschald.Schalm, M., schalmen. Schalmpje, O., schalmpjes.Schalmei, V., schalmeien. Schalmeitje, O., schalmeitjes.Schalmen, schalmde, heeft geschalmd.Schalmgeld, O.Schalmhout, O.Schaloos en Schadeloos, schalooze en schadelooze.Schamel, schameler, schamelst.Schamelheid, V.Schamen (zich schamen), schaamde zich, heeft zich geschaamd.Schamp, M.Schampdek, O., schampdekken.Schampen, schampte, is geschampt.Schamper, schamperder, schamperst.Schamperheid, V., schamperheden.Schamppaal, M., schamppalen.Schampscheut (schamper gezegde), M., schampscheuten.Schampschot (schot), O., schampschoten.Schandaal, O., schandalen. Schandaaltje, O., schandaaltjes.Schandaleus, schandaleuzer, meest schandaleus.Schandalig, schandaliger, schandaligst.Schandaliseeren, schandaliseerde, heeft geschandaliseerd.Schandbord, O., schandborden.Schanddaad, V., schanddaden.Schande, V.Schandedekker, M., schandedekkers; schandedekkertje, O., schandedekkertjes.Schandek, O., schandekken.Schandekoop.Schandelijk, schandelijker, schandelijkst.Schandelijkheid, V., schandelijkheden.Schandgewaad, O., schandgewaden.Schandjongen, M., schandjongens.Schandkleed, O., schandkleederen.Schandmerk, O., schandmerken.Schandmerken, schandmerkte, heeft geschandmerkt.Schandpaal, M., schandpalen.Schandteeken, O., schandteekens en schandteekenen.Schandvlek, V., schandvlekken.Schandvlekken, schandvlekte, heeft geschandvlekt.Schans, V., schansen. Schansje, O., schansjes.Schansen, schanste, heeft geschanst.Schansgraver, M., schansgravers.Schanskorf, M., schanskorven.Schanslooper, M., schansloopers.Schap, V., schappen.Schapebout, M., schapebouten; schapeboutje, O., schapeboutjes.Schapekop, M., schapekoppen.Schapeleder en schapeleer, en Schapenleder en schapenleer, O. Verg. Schaapsleder.Schapenboter, V.Schapendief, M., schapendieven.Schapenfokker, M., schapenfokkers.Schapenhok, O., schapenhokken.Schapenhuid, V., schapenhuiden.Schapenkaas, V., schapenkazen; schapenkaasje, O., schapenkaasjes.Schapenlever, V.Schapenluis, V., schapenluizen.Schapenmarkt, V.Schapenmelk, V.Schapenstal, M., schapenstallen.Schapenwol, V.Schapenwolkje, O., schapenwolkjes.Schapepoot, M., schapepooten.Schapevacht, V., schapevachten.Schapevel, O., schapevellen.Schapevleesch en Schapenvleesch, O.Schappelijk, schappelijker, schappelijkst.Schappelijkheid, V.Schaprade en Schapraai, V., schapraden en schapraaien.Schar, V., scharren. Scharretje, O., scharretjes.Scharbier. Zie Scharrebier.Scharen, schaarde, heeft geschaard.Scharenslijper, M., scharenslijpers.Scharing, V.Scharlaken, O.Scharlaken (bnw.).Scharlakenkoorts, V.Scharlakenrood, scharlakenroode.Scharlakensch.Scharlei en Scherlei, V.Scharluin en Scherluin, M., scharluinen en scherluinen.Scharminkel en Scherminkel, M., scharminkels en scherminkels.Scharnier, O., scharnieren. Scharniertje, O., scharniertjes.Scharrebier en Scharbier, O.Scharrebijter en Schallebijter, M., scharrebijters en schallebijters.Scharrelaar, M., scharrelaars.Scharrelbeenen, scharrelbeende, heeft gescharrelbeend.Scharrelen, scharrelde, heeft en is gescharreld.Schat, M., schatten. Schatje, O., schatjes.Schatbaar, schatbaarder, schatbaarst.Schatbewaarder, M., schatbewaarders.Schateren, schaterde, heeft geschaterd.Schaterlach, M.Schaterlachen, schaterlachte, heeft geschaterlacht.Schatgraver, M., schatgravers.Schatkamer, V., schatkamers.Schatkist, V., schatkisten.Schatkistbiljet, O., schatkistbiljetten.Schatkistbon, M., schatkistbons.Schatmeester, M., schatmeesters.Schatplichtig.Schatrijk.Schatten, schatte, heeft geschat.Schatter, M., schatters.Schatting, V., schattingen.Schaveelen en Schavielen, schaveelde (schavielde), heeft en is geschaveeld (geschavield).Schaveling, M., schavelingen.Schaven, schaafde, heeft geschaafd.Schavergoeding. Zie Schadevergoeding.Schaverhaling. Zie Schadeverhaling.Schavielen. Zie Schaveelen.Schaving, V.Schavot, O., schavotten. Schavotje, O., schavotjes.Schavotkleur, V.Schavotteeren, schavotteerde, heeft geschavotteerd.Schavotteering, V., schavotteeringen.Schavuit, M., schavuiten. Schavuitje, O., schavuitjes.Schavuitenstreek, M., schavuitenstreken.Schavuitenstuk, O., schavuitenstukken.Schedel, M., schedels.Schedelboor, V., schedelboren.Schedelbreuk, V., schedelbreuken.Schedelhuid, V.Schedelleer, V.Schedelmeting, V., schedelmetingen.Scheede, Schee, V., scheeden, scheeën. Scheetje, O., scheetjes.Scheef, scheever, scheefst.Scheefbeen, M. en V., scheefbeenen.Scheefheid, V.Scheefhoek, M.scheefhoeken.Scheefhoekig.Scheefnek, M. en V., scheefnekken.Scheefneus, M. en V., scheefneuzen.Scheefte, V.Scheel (deksel), O., scheelen. Scheeltje, O., scheeltjes.Scheel, scheler, scheelst.Scheelaard, M., scheelaards.Scheelachtig.Scheelen (scheiden, schoonmaken), scheelde, heeft gescheeld.Scheelheid, V.Scheeloog, M, en V., scheeloogen.Scheelzien, O.Scheen, V., schenen. Scheentje, O., scheentjes.Scheenbeen, O., scheenbeenderen.Scheep (Te scheep).Scheepje. Zie Schip.Scheeprijk, scheeprijker, scheeprijkst.Scheepsbehoeften (mv.), V.Scheepsbericht, O., scheepsberichten.Scheepsbeschuit, V., scheepsbeschuiten.Scheepsbestier, O.Scheepsbewijs, O., scheepsbewijzen.Scheepsboord, O.Scheepsbouw, M.Scheepsbouwer, M.Scheepsbouwmeester, M., scheepsbouwmeesters.Scheepsch (Geen scheepsch verstaan).Scheepsdek, O., scheepsdekken.Scheepsdokter, M., scheepsdokters.Scheepsgebruik, O., scheepsgebruiken.Scheepsgelegenheid, V., scheepsgelegenheden.Scheepsgevecht, O., scheepsgevechten.Scheepsgezel, M., scheepsgezellen.Scheepsjongen, M., scheepsjongens.Scheepsjournaal, O., scheepsjournalen.Scheepskameel, O., scheepskameelen.Scheepskapitein, M., scheepskapiteins.Scheepskist, V., scheepskisten.Scheepsklerk, M., scheepsklerken.Scheepskok, M., scheepskoks.Scheepskost, M.Scheepskroon, V., scheepskronen.Scheepslading, V., scheepsladingen.Scheepslantaren, V., scheepslantarens.Scheepslengte, V., scheepslengten.Scheepsmaat, M., scheepsmaats.Scheepsmakelaar, M., scheepsmakelaars.Scheepsofficier, M., scheepsofficieren.Scheepspapieren (mv.), O.Scheepsprovisie, V.Scheepsraad, M., scheepsraden.Scheepsrecht, O.Scheepsruimte, V.Scheepsstrijd, M., scheepsstrijden.Scheepstagrijn, M., scheepstagrijnen en scheepstagrijns.Scheepsterm, M., scheepstermen.Scheepstijding, V., scheepstijdingen.Scheepstimmerman, M., scheepstimmerlieden en scheepstimmerlui.Scheepstimmerwerf, V., scheepstimmerwerven.Scheepstocht, M., scheepstochten.Scheepstoebehooren, O.Scheepstoerusting, V., scheepstoerustingen.Scheepstuig, O.Scheepsvolk, O.Scheepsvoogd, M., scheepsvoogden.Scheepsvracht, V., scheepsvrachten.Scheepswerk, O.Scheepswoord, O., scheepswoorden.Scheepvaart, V.Scheepvaartbelangen (mv.), O.Scheepvaartrecht, O., scheepvaartrechten.Scheer (zandbank), V., scheren.Scheerbekken, O., scheerbekkens.Scheerbout, M., scheerbouten.Scheerder, M., scheerders.Scheerderswinkel, M., scheerderswinkels.Scheerdoek, M., scheerdoeken; scheerdoekje, O., scheerdoekjes.Scheerdoos, V., scheerdoozen.Scheerdraad, M., scheerdraden.Scheergang, V., scheergangen.Scheergeld, O.Scheergereedschap, O.Scheerhaak, M., scheerhaken.Scheerklant, M., scheerklanten.Scheerkwast, M., scheerkwasten; scheerkwastje, O., scheerkwastjes.Scheerlijn, V., scheerlijnen.Scheerling, V.Scheerloon, O., scheerloonen.Scheermes, O., scheermessen.Scheerriem, M., scheerriemen.Scheersel, O.Scheerspiegeltje, O., scheerspiegeltjes.Scheerstok, M., scheerstokken.Scheertijd, M.Scheerwater, O.Scheerwinkel, M., scheerwinkels.Scheerzeep, V.Scheet, M., scheten.Scheg en Schegge, V., scheggen.Scheggelood, O.Schei, V., scheien.Scheiboter, V.Scheidbaar, scheidbare.Scheidbaarheid, V.Scheidboom, M., scheidboomen.Scheidboor, V., scheidboren.Scheidbrief, M., scheidbrieven.Scheiden, scheidde, heeft en is gescheiden.Scheiding, V., scheidingen. Scheidinkje, O., scheidinkjes.Scheidpaal, M., scheidpalen.Scheidsman, M., scheidslieden.Scheidsmuur, M., scheidsmuren.Scheidsrechter, M., scheidsrechters.Scheidsvrouw, V., scheidsvrouwen.Scheikunde, V.Scheikundig.Scheikundige, M., scheikundigen.Scheikunst, V.Scheilijn, V., scheilijnen.Scheimuur, M., scheimuren.Scheinagel, M., scheinagels.Scheisel, O., scheisels.Scheisloot, V., scheislooten.Scheiteeken, O., scheiteekens.Scheivocht, O.Schel (bel), V., schellen. Schelletje, O., schelletjes.Schel (schil). Zie Schil.Schel, scheller, schelst.Schelden, schold, heeft gescholden.Scheldnaam, M., scheldnamen.Scheldwoord, O., scheldwoorden; scheldwoordje, O., scheldwoordjes.Schelen (verschillen), scheelde, heeft gescheeld.Schelf, V., schelven.Schelheid, V.Schelklinkend, schelklinkender, schelklinkendst.Schelknop, M., schelknoppen.Schelkoord, O., schelkoorden.Schelkruid, O.Schellak, O.Schellen, schelde, heeft gescheld.Schelling, M., schellingen. Schellinkje, O., schellinkjes.Schellinkje (in de komedie), O.Schelm, M., schelmen. Schelmpje, O., schelmpjes.Schelmachtig, schelmachtiger, schelmachtigst.Schelmerij, V., schelmerijen.Schelmsch, schelmscher, meest schelmsch.Schelmstuk, O., schelmstukken.Schelp en Schulp, V., schelpen en schulpen. Schelpje en schulpje, O., schelpjes en schulpjes.Schelpaarde, V.Schelpdier, O., schelpdieren.Schelpenpad, O., schelpenpaden.Schelpkalk, V.Schelpnet, O., schelpnetten.Schelpweg, M., schelpwegen.Schelpzand, O.Scheluw.Scheluwte, V.Schelvisch (een visch), M., schelvisschen. Als stofnaam, V.Schelvischlever, V., schelvischlevers.Schelvischoog, O., schelvischoogen.Schelvischvangst, V.Schelwortel, V.Schema, O., schema’s.Schemer, M.Schemerachtig, schemerachtiger, schemerachtigst.Schemeravond, M., schemeravonden.Schemeren, schemerde, heeft geschemerd.Schemerig, schemeriger, schemerigst.Schemering, V., schemeringen.Schemerlampje, O., schemerlampjes.Schemerlicht, O.Schemertijd, M.Schemeruur, O.; schemeruurtje, O., schemeruurtjes.Schendbrok, M. en V., schendbrokken.Schenden, schond, heeft geschonden.Schender, M., schenders.Schenderij, V., schenderijen.Schendig, schendiger, schendigst.Schending, V., schendingen.Schenk, M., schenken. Schenkje, O., schenkjes.Schenkage, V., schenkages.Schenkblad, O., schenkbladen; schenkblaadje, O., schenkblaadjes.Schenkbord, O., schenkborden; schenkbordje, O., schenkbordjes.Schenkel en Schinkel, M., schenkels en schinkels. Schenkeltje en schinkeltje, O., schenkeltjes en schinkeltjes.Schenkelvleesch, O.Schenken, schonk, heeft geschonken.Schenker, M., schenkers.Schenking, V., schenkingen.Schenkingsakte, V., schenkingsakten.Schenkkan, V., schenkkannen; schenkkannetje, O., schenkkannetjes.Schenkketel, M., schenkketels; schenkketeltje, O., schenkketeltjes.Schenkster, V., schenksters.Schennis, V.Schep, M., scheppen. Schepje, O., schepjes.Schepbord, O., schepborden.Schepel, O., schepels. Schepeltje, O., schepeltjes.Schepeling, M. en V., schepelingen. V. ook schepelinge.Schepelsmand, V., schepelsmanden.Schepelszak, M., schepelszakken.Schepen, M., schepenen.Schepen, scheepte, heeft gescheept.Schepenbank, V., schepenbanken.Schepenbrief, M., schepenbrieven.Schependom, O.Schepenkennis, V., schepenkennissen.Schepenschap, O.Schepgat, O., schepgaten.Scheplepel, M., scheplepels.Schepnet, O., schepnetten; schepnetje, O., schepnetjes.Scheppen (voortbrengen), schiep, heeft geschapen.Scheppen (putten), schepte, heeft geschept.Schepper, M., scheppers.Schepping, V., scheppingen.Scheppingsboek, O.Scheppingsgeschiedenis, V.Scheppingskracht, V.Scheppingsverhaal, O., scheppingsverhalen.Scheppingsvermogen, O.Scheppingswerk, O.Scheprad, O., schepraden en schepraderen.Schepsel, O., schepselen en schepsels. Schepseltje, O., schepseltjes.Schepter, M., schepters.Schepvat, O., schepvaten.Scheren, schoor, schoren, heeft geschoren.Scherf, V., scherven. Scherfje, O., scherfjes.Schering, V., scheringen.Scherlei. Zie Scharlei.Scherluin. Zie Scharluin.Scherm, O., schermen. Schermpje, O., schermpjes.Schermbloemig.Schermdegen, M., schermdegens; schermdegentje, O., schermdegentjes.Schermen, schermde, heeft geschermd.Schermer (persoon), M., schermers.Schermer (naam van een polder), V.Schermhandschoen, M., schermhandschoenen.Scherminkel. Zie Scharminkel.Schermkunst, V.Schermles, V., schermlessen.Schermmasker, O., schermmaskers.Schermmeester, M., schermmeesters.Schermutselen, schermutselde, heeft geschermutseld.Schermutseling, V., schermutselingen.Schermzaal, V., schermzalen.Scherp, scherper, scherpst.Scherp, O.Scherpen, scherpte, heeft en is gescherpt.Scherpheid, V., scherpheden.Scherphoekig.Scherping, V., scherpingen.Scherpkort.Scherplang.Scherprechter, M., scherprechters.Scherpschutter, M., scherpschutters.Scherpschuttersvereeniging, V., scherpschuttersvereenigingen.Scherpsnijdend.Scherpte, V., scherpten.Scherpziend.Scherpzinnig, scherpzinniger, scherpzinnigst.Scherpzinnigheid, V., scherpzinnigheden.Scherpzinniglijk.Scherts, V.Schertsen, schertste, heeft geschertst.Schertsenderwijze en schertsenderwijs.Scherven, scherfde, is gescherfd.Schets, V., schetsen. Schetsje, O., schetsjes.Schetsboek, O., schetsboeken.Schetsen, schetste, heeft geschetst.Schetser, M., schetsers.Schetsteekening, V., schetsteekeningen.Schetteraar, M., schetteraars.Schetterbuik, M., schetterbuiken.Schetteren, schetterde, heeft geschetterd.Schettering, V., schetteringen.Scheur, V., scheuren. Scheurtje, O., scheurtjes.Scheurbroek (broekscheurder), M., scheurbroeken.Scheurbuik, V. Verg. Scorbut.Scheurder, M., scheurders.Scheurdoek, M., scheurdoeken.Scheuren, scheurde, heeft en is gescheurd.Scheuring, V., scheuringen.Scheurkalender, M., scheurkalenders.Scheurlaken, O.Scheurlinnen, O.Scheurmaker, M., scheurmakers.Scheurmakerij, V., scheurmakerijen.Scheurpapier, O.Scheursel, O., scheursels.Scheurziek, scheurzieker, scheurziekst.Scheut, M., scheuten. Scheutje, O., scheutjes.Scheutig, scheutiger, scheutigst.Scheutigheid, V.Schicht, M., schichten. Schichtje, O., schichtjes.Schichtig, schichtiger, schichtigst.Schichtigheid, V., schichtigheden.Schie. Zie Scheede.Schielijk, schielijker, schielijkst.Schielijkheid, V.Schieman, M., schielieden en schielui.Schiemannen, schiemande, heeft geschiemand.Schiemansgaren, O.Schiemansgast, M., schiemansgasten.Schiemansmaat, M., schiemansmaats.Schier.Schiereiland, O., schiereilanden; schiereilandje, O., schiereilandjes.Schieringer, M., Schieringers.Schietbaan, V., schietbanen.Schietbout, M., schietbouten.Schieten, schoot, schoten, heeft en is geschoten.Schieter, M., schieters.Schietgat, O., schietgaten.Schietgebedje, O., schietgebedjes.Schietgeweer, O.Schietkatoen, O.Schietlood, O., schietlooden.Schietoefening, V., schietoefeningen.Schietschijf, V., schietschijven.Schietschool, V., schietscholen.Schietschouw, V., schietschouwen.Schietschuit, V., schietschuiten.Schietsleuf, V., schietsleuven.Schietspel, O., schietspellen; schietspelletje, O., schietspelletjes.Schietspoel, V., schietspoelen.Schiettuig, O.Schietwedstrijd, M., schietwedstrijden.Schiften (scheiden), schiftte, heeft geschift.Schiften (van vochten),schiftte, is geschift.Schifter, M., schifters.Schifting, V., schiftingen.Schijf, V., schijven. Schijfje, O., schijfjes.Schijfschieten, O.Schijn, M. Schijntje, O., schijntjes.Schijnaanval, M., schijnaanvallen.Schijnbaar, schijnbare.Schijnbeeld, O., schijnbeelden.Schijnbeweging, V., schijnbewegingen.Schijnchristen, M., schijnchristenen.Schijndeugd, V., schijndeugden.Schijndood, M.Schijndood, schijndoode.Schijndoode, M. en V., schijndooden.Schijnen, scheen, schenen, heeft geschenen.Schijngehakt, O.Schijngeleerde, M., schijngeleerden.Schijngeloof, O.Schijngeluk, O.Schijnglans, M., schijnglansen.Schijngrond, M., schijngronden.Schijnheilig, schijnheiliger, schijnheiligst.Schijnheilige, M. en V., schijnheiligen.Schijnheiligheid, V.Schijnreden, V., schijnredenen.Schijnschoon, schijnschoone.Schijnsel, O., schijnsels. Schijnseltje, O., schijnseltjes.Schijnvermaak, O., schijnvermaken.Schijnvriend, M., schijnvrienden.Schijnvroom, schijnvrome.Schijnzoet, O.Schijten, scheet, scheten, heeft gescheten.Schijtlaars, M., schijtlaarzen.Schijtvalk, M., schijtvalken.Schijtwortel, V.Schijvenschuurder, M., schijvenschuurders.Schik, M.Schikgodin, V., schikgodinnen.Schikkelijk, schikkelijker, schikkelijkst.Schikkelijkheid, V.Schikken, schikte, heeft en is geschikt.Schikker, M., schikkers.Schikking, V., schikkingen.Schil en Schel, V., schillen en schellen. Schilletje en schelletje, O., schilletjes en schelletjes.Schild, O., schilden. Schildje, O., schildjes.Schilder, M., schilders. Schildertje, O., schildertjes.Schilderachtig, schilderachtiger, schilderachtigst.Schilderachtigheid, V.Schilderen (malen), schilderde, heeft geschilderd.Schilderen (op schildwacht staan), schilderde, heeft geschilderd.Schilderes, V., schilderessen.Schilderhuisje, O., schilderhuisjes.Schilderij, V. en O., schilderijen. Schilderijtje, O., schilderijtjes.Schilderijententoonstelling, V., schilderijententoonstellingen.Schilderijkoord, O.Schilderijlijst, V., schilderijlijsten.Schildering, V., schilderingen.Schilderkamer, V., schilderkamers.Schilderkunst, V.Schildersbent, V.Schilderschool, V., schilderscholen.Schildersezel, M., schildersezels.Schildersgordijn, O., schildersgordijnen.Schilderskwast, M., schilderskwasten.Schildersleven, O.Schilderstok en Schildersstok, M., schilderstokken en schildersstokken.Schilderstuk, O., schilderstukken; schilderstukje, O., schilderstukjes.Schildersvak, O.Schilderswinkel, M., schilderswinkels.Schilderswerk, O.Schilderswerkplaats, V., schilderswerkplaatsen.Schildhouder, M., schildhouders.Schildknaap, M., schildknapen.Schildluis, V., schildluizen.Schildpad (dier en scheepsw.), V., schildpadden; (stof), O. Schildpadje, O., schildpadjes.Schildpadden (bnw.).Schildpadsoep, V.Schildvleugelig.Schildwacht (een wachter), M., schildwachten.Schildwacht (het wachthouden), V.Schildwachthuisje, O., schildwachthuisjes.Schilfer, V., schilfers. Schilfertje, O., schilfertjes.Schilferachtig, schilferachtiger, schilferachtigst.Schilferen, schilferde, is geschilferd.Schilferig, schilferiger, schilferigst.Schilfering, V., schilferingen.Schillen, schilde, heeft geschild.Schillenmand, V., schillenmanden.Schilmesje, O., schilmesjes.Schim, V., schimmen. Schimmetje, O., schimmetjes.Schimmel (paard), M., schimmels. Schimmeltje, O., schimmeltjes.Schimmel (uitslag), V.Schimmelbles, M., schimmelblessen.Schimmelen, schimmelde, heeft en is geschimmeld.Schimmelig, schimmeliger, schimmeligst.Schimmeling, V.Schimmelkleurig.Schimmelplant, V., schimmelplanten.Schimmelspel, O.Schimmenrijk, O.Schimp, M.Schimpbrief, M., schimpbrieven.Schimpdicht, O., schimpdichten.Schimpdichter, M., schimpdichters.Schimpen, schimpte, heeft geschimpt.Schimper, M., schimpers.Schimperij, V., schimperijen.Schimpig, schimpiger, schimpigst.Schimping, V., schimpingen.Schimpkreet, M., schimpkreten.Schimplied, O., schimpliederen.Schimpnaam, M., schimpnamen.Schimprede, V., schimpredenen.Schimpscheut, M., schimpscheuten; schimpscheutje, O., schimpscheutjes.Schimpschrift, O., schimpschriften.Schimptaal, V.Schimpvogel, M., schimpvogels.Schimpwoord, O., schimpwoorden.Schink, M., schinken. Schinkje, O., schinkjes.Schinkel (lichaamsdeel). Zie Schenkel.Schinkel en Schenkel (scheepsw.), M., schinkels en schenkels.Schinkelhaak, M., schinkelhaken.Schip, O., schepen. Scheepje, O., scheepjes.Schipbreuk, V., schipbreuken.Schipbreukeling, M. en V., schipbreukelingen. V. ook schipbreukelinge.Schipbrug, V., schipbruggen.Schipper, M., schippers. Schippertje, O., schippertjes.Schipperen, schipperde, heeft en is geschipperd.Schipperij, V., schipperijen.Schippersboek, O., schippersboeken.Schippersbroek, V., schippersbroekenSchippershuis, O., schippershuizen.Schippershut, V., schippershutten.Schippersknecht, M., schippersknechts.Schippersloon, O., schippersloonen.Schippersmuts, V., schippersmutsen.Schippond, O., schipponden.Schisma, O., schisma’s.Schitteren, schitterde, heeft geschitterd.Schitterend, schitterender, schitterendst.Schittering, V., schitteringen.Schitterlicht, O.Schob. Zie Schub.Schobbejak, M., schobbejakken.Schobben, schobde, heeft geschobd.Schobberd, M., schobberds.Schobberdebonk (Op schobberdebonk).Schoef, V., schoeven.Schoeien, schoeide, heeft geschoeid.Schoeiing, V., schoeiingen.Schoeisel, O., schoeisels. Schoeiseltje, O., schoeiseltjes.

S, V., s’s.

Sa (tusschenw.).

Saai, O. en V., saaien.

Saai, saaier, saaist.

Saaiem, O., saaiems.

Saaien (bnw.).

Saaihal, V., saaihallen.

Saaiheid, V.

Saam. Zie Samen.

Sabbat, M., sabbatten.

Sabbatsdag, M., sabbatsdagen.

Sabbatskleed, O., sabbatskleederen en sabbatskleeren.

Sabbatsreis, V., sabbatsreizen.

Sabbatsrust, V.

Sabbatsschender, M., sabbatsschenders.

Sabbatsschennis, V.

Sabbatsvrouw, V., sabbatsvrouwen.

Sabel (dier), M., sabels; (bont), O. Sabeltje, O., sabeltjes.

Sabel (zwaard), V., sabels. Sabeltje, O., sabeltjes.

Sabel (zwart in de wapenkunde), O.

Sabeldier, O., sabeldieren.

Sabelen, sabelde, heeft gesabeld.

Sabelhouw, M., sabelhouwen.

Sabelkling, V., sabelklingen.

Sabelkoppel, M., sabelkoppels.

Sabelkorf, M., sabelkorven.

Sabelscheede, V., sabelscheeden.

Saccharine, V.

Sacrament, O., sacramenten.

Sacramenteel, sacramenteele.

Sacramentsdag, M., sacramentsdagen.

Sacristein, M., sacristeinen.

Sacristie en Sacristij, V., sacristieën en sacristijen.

Sadduceër, M., Sadduceërs en Sadduceën.

Sadduceesch.

Saffier (stof), O.; (steen), M., saffieren.

Saffieren (bnw.).

Saffloer en Saffloers, O.

Saffraan, V.

Saffraangeel, saffraangele.

Sage, V., sagen.

Sago, V.

Sagomelk, V.

Sagopalm, M., sagopalmen.

Sagosoep, V.

Sajet, V. en O., sajetten.

Sajetfabriek, V., sajetfabrieken.

Sajetten (bnw.).

Sakerdaanhout, O.

Sakkerloot (tusschenw.).

Saks, M., Saksen.

Saksen, O.

Saksisch.

Salade en Sla, V., saladen. Slaatje, O., slaatjes.

Salamander, M., salamanders. Salamandertje, O., salamandertjes.

Salarieeren, salarieerde, heeft gesalarieerd.

Salaris, O., salarissen.

Saldo, O., saldo’s.

Salep, V.

Salepdrank, M., salepdranken.

Salet, O., saletten. Saletje, O., saletjes.

Saletjonker, M., saletjonkers.

Salicylwatten, V.

Salie, V.

Saliemelk, V.

Salmoniak, V.

Salon, O., salons. Salonnetje, O., salonnetjes.

Salonameublement, O., salonameublementen.

Salonboot, V., salonbooten.

Salonmuziek, V.

Salonspiegel, M., salonspiegels.

Salonwagen, M., salonwagens.

Salpeter, O.

Salpeterachtig.

Salpeterig.

Salpeterkokerij, V., salpeterkokerijen.

Salpeterzuur, O.

Salpeterzuur, salpeterzure.

Salueeren, salueerde, heeft gesalueerd.

Saluut, O., saluten.

Saluutschot, O., saluutschoten.

Salvo, O., salvo’s.

Salvovuur, O.

Samaar, V., samaren. Samaartje, O., samaartjes.

Samen en Te zamen. Als eerste lid van samenstellingen ook Saam.

Samenbinden, bond samen, heeft samengebonden.

Samenbrengen, bracht samen, heeft samengebracht.

Samenbuigen, boog samen, bogen samen, heeft samengebogen.

Samendoen, deed samen, deden samen, heeft samengedaan.

Samendragen, droeg samen, heeft samengedragen.

Samendrijven, dreef samen, dreven samen, heeft samengedreven.

Samendringen, drong samen, heeft samengedrongen.

Samendrukbaar.

Samendrukbaarheid, V.

Samendrukken, drukte samen, heeft samengedrukt.

Samendrukking, V.

Samenflansen, flanste samen, heeft samengeflanst.

Samenflansing, V.

Samengaan, gaat samen, ging samen, heeft en is samengegaan.

Samengesteld.

Samengesteldbloemig.

Samengezworenen (mv.), M.

Samengieten, goot samen, goten samen, heeft samengegoten.

Samengroeien, groeide samen, is samengegroeid.

Samenhang, M.

Samenhangen, hing samen, heeft samengehangen.

Samenhangend.

Samenhechten, hechtte samen, heeft samengehecht.

Samenhechting, V.

Samenknijpen, kneep samen, knepen samen, heeft samengeknepen.

Samenknoopen, knoopte samen, heeft samengeknoopt.

Samenknooping, V.

Samenkomen, komt samen, kwam samen, kwamen samen, is samengekomen.

Samenkomst, V., samenkomsten.

Samenkoppelen, koppelde samen, heeft samengekoppeld.

Samenkoppeling, V.

Samenleggen, legde samen en leide samen, heeft samengelegd en samengeleid.

Samenleving, V.

Samenloop, M.

Samenloopen, liep samen, is samengeloopen.

Samenmengen, mengde samen, heeft samengemengd.

Samennaaien, naaide samen, heeft samengenaaid.

Samenpakken, pakte samen, heeft en is samengepakt.

Samenpersen, perste samen, heeft samengeperst.

Samenpersing, V.

Samenplakken, plakte samen, heeft samengeplakt.

Samenplakking, V.

Samenraapsel, O., samenraapsels.

Samenrapen, raapte samen, heeft samengeraapt.

Samenraping, V.

Samenrijgen, reeg samen, regen samen, heeft samengeregen.

Samenroepen, riep samen, heeft samengeroepen.

Samenroeping, V.

Samenrotten, rotte samen, heeft en is samengerot.

Samenrotting, V., samenrottingen.

Samenscharrelen, scharrelde samen, heeft samengescharreld.

Samenschikken, schikte samen, heeft samengeschikt.

Samenschikking, V.

Samenscholen, schoolde samen, heeft en is samengeschoold.

Samenscholing, V., samenscholingen.

Samenschroeven, schroefde samen, heeft samengeschroefd.

Samensmelten, smolt samen, heeft en is samengesmolten.

Samensmelting, V., samensmeltingen.

Samensnoeren, snoerde samen, heeft samengesnoerd.

Samenspannen, spande samen, heeft en is samengespannen.

Samenspanning, V., samenspanningen.

Samenspelden, speldde samen, heeft samengespeld.

Samenspraak, V., samenspraken.

Samenspreken, sprak samen, spraken samen, heeft samengesproken.

Samenspreking, V., samensprekingen.

Samenstel, O.

Samenstellen, stelde samen, heeft samengesteld.

Samensteller, M., samenstellers.

Samenstelling, V., samenstellingen.

Samenstemmen, stemde samen, heeft samengestemd.

Samenstemming, V.

Samentreffen, trof samen, troffen samen, heeft samengetroffen.

Samentrekken, trok samen, trokken samen, heeft en is samengetrokken.

Samentrekkend.

Samentrekking, V., samentrekkingen.

Samentrekkingsteeken, O., samentrekkingsteekens.

Samenvatten, vatte samen, heeft samengevat.

Samenvatting, V.

Samenvlechten, vlocht samen, heeft samengevlochten.

Samenvlechting, V.

Samenvloeien, vloeide samen, is samengevloeid.

Samenvloeiing, V., samenvloeiingen.

Samenvoegen, voegde samen, heeft samengevoegd.

Samenvoeging, V., samenvoegingen.

Samenvouwen, vouwde samen, heeft samengevouwen.

Samenvouwing, V., samenvouwingen.

Samenweefsel, O., samenweefsels.

Samenwerken, werkte samen, heeft samengewerkt.

Samenwerking, V.

Samenweven, weefde samen, heeft samengeweven.

Samenweving, V.

Samenwinden, wond samen, heeft samengewonden.

Samenwonen, woonde samen, heeft samengewoond.

Samenwoning, V.

Samenwringen, wrong samen, heeft samengewrongen.

Samenzweerder, M., samenzweerders.

Samenzweren, zwoer samen, heeft samengezworen.

Samenzwering, V., samenzweringen.

Sammelaar, M., sammelaars.

Sammelen, sammelde, heeft gesammeld.

Sanatorium, O., sanatoria.

Sanctie, V., sanctiën.

Sanctionneeren, sanctionneerde, heeft gesanctionneerd.

Sandaal, V., sandalen.

Sandelboom, M., sandelboomen.

Sandelhout, O.

Sandelhouten (bnw.).

Sandrak, O.

Sanguinisch.

Sanhedrin, O.

Sanitair.

Sanskrit, O.

Sanskritist, M., sanskritisten.

Sant, M., santen. Santje, O., santjes.

Santenkraam, V.

Santin, V., santinnen.

Santonine, V.

Santorie, V.

Sap, O., sappen.

Sapanhout, O.

Sapgroen, O.

Sappe (loopgraaf), V., sappen.

Sappeeren, sappeerde, heeft gesappeerd.

Sappeloos en Saploos, sappelooze en saplooze.

Sapperloot.

Sappeur, M., sappeurs.

Sappeursbaard, M., sappeursbaarden.

Sappig, sappiger, sappigst.

Sappigheid, V.

Saprijk, saprijker, saprijkst.

Saprijkheid, V.

Sapverf, V., sapverven.

Sarabande, V., sarabandes.

Saraceen, M., Saracenen.

Saraceensch.

Sarcasme, O., sarcasmen.

Sarcastisch, sarcastischer, meest sarcastisch.

Sarcophaag, V., sarcophagen.

Sardijn en Sardine, V., sardijnen en sardines. Sardijntje en sardientje O., sardijntjes en sardientjes.

Sardijnenvangst, V.

Sardinenblikje, O., sardinenblikjes.

Sardonyx (stof), O.; (steen), M., sardonyxen.

Sarge. Zie Serge.

Sarong, V., sarongs.

Sarren, sarde, heeft gesard.

Sarrig, sarriger, sarrigst.

Sas (soort van buskruit), V., sassen.

Sas (sluiskolk), O., sassen.

Sassefras, O.

Sasser, M., sassers.

Satan, M., satans.

Satansch.

Satanskind, O., satanskinderen.

Satanswerk, O.

Satelliet, M., satellieten.

Sater, M., saters. Satertje, O., satertjes.

Satersgezicht, O., satersgezichten.

Satijn, O., satijnen.

Satijnachtig, satijnachtiger, satijnachtigst.

Satijnen (bnw.).

Satijnweverij, V., satijnweverijen.

Satineeren, satineerde, heeft gesatineerd.

Satinet, O.

Satire, V., satiren.

Satirendichter, M., satirendichters.

Satiriek, satirieker, satiriekst.

Satisfactie, V.

Satraap, M., Satrapen.

Saucijs, V., saucijzen. Saucijsje, O., saucijsjes.

Saucijzebroodje, O., saucijzebroodjes.

Saus, V., sausen. Sausje, O., sausjes.

Sausen, sauste, heeft gesaust.

Sauskom, V., sauskommen.

Sauslepel, M., sauslepels.

Savonet, V., savonetten.

Savoyekool, V., savoyekoolen.

Scalp, M., scalpen.

Scalpeeren, scalpeerde, heeft gescalpeerd.

Scandeeren, scandeerde, heeft gescandeerd.

Scansie, V.

Scaphander, M., scaphanders.

Scapulier, O., scapulieren.

Scepticisme, O.

Scepticus, M., sceptici.

Sceptisch.

Schaaf, V., schaven. Schaafje, O., schaafjes.

Schaafbank, V., schaafbanken.

Schaafbeitel, M., schaafbeitels.

Schaafmes, O., schaafmessen.

Schaafsel, O.

Schaafstroo, O.

Schaak.

Schaakbord, O., schaakborden.

Schaakgezelschap, O., schaakgezelschappen.

Schaakmat.

Schaakpartij, V., schaakpartijen.

Schaakprobleem, O., schaakproblemen.

Schaakspel, O., schaakspellen.

Schaakspelen, O.

Schaakspeler, M., schaakspelers.

Schaakwedstrijd, M., schaakwedstrijden.

Schaal, V., schalen. Schaaltje, O., schaaltjes.

Schaalcollecte, V., schaalcollecten.

Schaaldier, O., schaaldieren.

Schaalknecht, M., schaalknechts.

Schaamachtig, schaamachtiger, schaamachtigst.

Schaamachtigheid, V.

Schaambeen, O., schaambeenderen.

Schaamdeel, O., schaamdeelen.

Schaamlid, O., schaamleden.

Schaamrood, schaamroode.

Schaamte, V.

Schaamtegevoel, O.

Schaamteloos, schaamteloozer.

Schaamteloosheid, v.

Schaap, O., schapen. Schaapje, O., schaapjes.

Schaapachtig, schaapachtiger, schaapachtigst.

Schaapherder, M., schaapherders.

Schaapskleederen (mv.), O.

Schaapskooi, V., schaapskooien.

Schaapsleder en schaapsleer, O. Verg. Schapeleder.

Schaapslederen en schaapsleeren (bnw.).

Schaapsvacht, V., schaapsvachten.

Schaar (menigte), V., scharen.

Schaar (werktuig), V., scharen. Schaartje, O., schaartjes.

Schaarbosch, O., schaarbosschen.

Schaard, V., schaarden. Schaardje, O., schaardjes.

Schaardig, schaardiger, schaardigst.

Schaars (bijw.).

Schaarsch (bnw.), schaarscher, meest schaarsch.

Schaarschheid, V.

Schaarschte, V.

Schaarslijp en schaarsliep, M., schaarslijpen en schaarsliepen.

Schaarstok, M., schaarstokken.

Schaarstrook, V., schaarstrooken.

Schaats, V., schaatsen. Schaatsje, O., schaatsjes.

Schaatsenband (stof), O.

Schaatsenriem, M., schaatsenriemen.

Schaatsenrijden, O.

Schaatsenrijder, M., schaatsenrijders.

Schaatsenrijdster, V., schaatsenrijdsters.

Schaatshout, O., schaatshouten.

Schaatsijzer, O., schaatsijzers.

Schaâuw. Zie Schaduw.

Schabberig, schabberiger, schabberigst.

Schabel, V., schabellen. Schabelletje, O., schabelletjes.

Schabouwelijk, schabouwelijker, schabouwelijkst.

Schabouwerig, schabouweriger, schabouwerigst.

Schabrak, V. en O., schabrakken. Schabrakje, O., schabrakjes.

Schacheraar, M., schacheraars.

Schacheren, schacherde, heeft geschacherd.

Schacherij, V., schacherijen.

Schacht en Schaft, V., schachten en schaften. Schachtje en schaftje, O., schachtjes en schaftjes.

Schachtenleder en schachtenleer, O.

Schade, V.

Schadelijk, schadelijker, schadelijkst.

Schadelijkheid, V.

Schadeloos (zonder schade).

Schadeloos (beschadigd). Zie Schaloos.

Schadelooshouding, V.

Schadeloosstellen, stelde schadeloos, heeft schadeloosgesteld.

Schadeloosstelling, V.

Schaden, schaadde, heeft geschaad.

Schadevergoeding en Schavergoeding, V., schadevergoedingen en schavergoedingen.

Schadeverhaling en Schaverhaling, V., schadeverhalingen en schaverhalingen.

Schaduw (ook Schaâuw), V., schaduwen. Schaduwtje, O., schaduwtjes.

Schaduwachtig, schaduwachtiger, schaduwachtigst.

Schaduwbeeld, O., schaduwbeelden.

Schaduwen, schaduwde, heeft geschaduwd.

Schaduwloos, schaduwlooze.

Schaduwrijk, schaduwrijker, schaduwrijkst.

Schaduwzijde, V., schaduwzijden.

Schaffen, schafte, heeft geschaft.

Schaffer, M., schaffers.

Schaft. Zie Schacht.

Schaften, schafte, heeft geschaft.

Schaftgat, O., schaftgaten.

Schaftklok, V., schaftklokken.

Schaftlijst, V., schaftlijsten.

Schaftmeester, M., schaftmeesters.

Schafttijd, M.

Schaftuur, O., schafturen; schaftuurtje, O., schaftuurtjes.

Schakeeren, schakeerde, heeft geschakeerd.

Schakeering, V., schakeeringen.

Schakel, V., schakels. Schakeltje, O., schakeltjes.

Schakelbord, O., schakelborden.

Schakelen, schakelde, heeft geschakeld.

Schakeling, V., schakelingen.

Schakellijm, V.

Schakelnet, O., schakelnetten.

Schaken (ontvoeren), schaakte, heeft geschaakt.

Schaken (spelen), schaakte, heeft geschaakt.

Schaker, M., schakers.

Schaking, V., schakingen.

Schal, M.

Schalen, schaalde, heeft geschaald.

Schalie, schaliën en schalies.

Schaliedak en Schaliëndak, O., schaliedaken en schaliëndaken.

Schalk, M., schalken. Schalkje, O., schalkjes.

Schalk, schalker, schalkst.

Schalkachtig, schalkachtiger, schalkachtigst.

Schalkachtigheid, V., schalkachtigheden.

Schalkheid, V., schalkheden.

Schalks (bijw.), schalkser, schalkst.

Schalksch (bnw.), schalkscher, meest schalksch.

Schalkschheid, V., schalkschheden.

Schallebijter. Zie Scharrebijter.

Schallen, schalde, heeft geschald.

Schalm, M., schalmen. Schalmpje, O., schalmpjes.

Schalmei, V., schalmeien. Schalmeitje, O., schalmeitjes.

Schalmen, schalmde, heeft geschalmd.

Schalmgeld, O.

Schalmhout, O.

Schaloos en Schadeloos, schalooze en schadelooze.

Schamel, schameler, schamelst.

Schamelheid, V.

Schamen (zich schamen), schaamde zich, heeft zich geschaamd.

Schamp, M.

Schampdek, O., schampdekken.

Schampen, schampte, is geschampt.

Schamper, schamperder, schamperst.

Schamperheid, V., schamperheden.

Schamppaal, M., schamppalen.

Schampscheut (schamper gezegde), M., schampscheuten.

Schampschot (schot), O., schampschoten.

Schandaal, O., schandalen. Schandaaltje, O., schandaaltjes.

Schandaleus, schandaleuzer, meest schandaleus.

Schandalig, schandaliger, schandaligst.

Schandaliseeren, schandaliseerde, heeft geschandaliseerd.

Schandbord, O., schandborden.

Schanddaad, V., schanddaden.

Schande, V.

Schandedekker, M., schandedekkers; schandedekkertje, O., schandedekkertjes.

Schandek, O., schandekken.

Schandekoop.

Schandelijk, schandelijker, schandelijkst.

Schandelijkheid, V., schandelijkheden.

Schandgewaad, O., schandgewaden.

Schandjongen, M., schandjongens.

Schandkleed, O., schandkleederen.

Schandmerk, O., schandmerken.

Schandmerken, schandmerkte, heeft geschandmerkt.

Schandpaal, M., schandpalen.

Schandteeken, O., schandteekens en schandteekenen.

Schandvlek, V., schandvlekken.

Schandvlekken, schandvlekte, heeft geschandvlekt.

Schans, V., schansen. Schansje, O., schansjes.

Schansen, schanste, heeft geschanst.

Schansgraver, M., schansgravers.

Schanskorf, M., schanskorven.

Schanslooper, M., schansloopers.

Schap, V., schappen.

Schapebout, M., schapebouten; schapeboutje, O., schapeboutjes.

Schapekop, M., schapekoppen.

Schapeleder en schapeleer, en Schapenleder en schapenleer, O. Verg. Schaapsleder.

Schapenboter, V.

Schapendief, M., schapendieven.

Schapenfokker, M., schapenfokkers.

Schapenhok, O., schapenhokken.

Schapenhuid, V., schapenhuiden.

Schapenkaas, V., schapenkazen; schapenkaasje, O., schapenkaasjes.

Schapenlever, V.

Schapenluis, V., schapenluizen.

Schapenmarkt, V.

Schapenmelk, V.

Schapenstal, M., schapenstallen.

Schapenwol, V.

Schapenwolkje, O., schapenwolkjes.

Schapepoot, M., schapepooten.

Schapevacht, V., schapevachten.

Schapevel, O., schapevellen.

Schapevleesch en Schapenvleesch, O.

Schappelijk, schappelijker, schappelijkst.

Schappelijkheid, V.

Schaprade en Schapraai, V., schapraden en schapraaien.

Schar, V., scharren. Scharretje, O., scharretjes.

Scharbier. Zie Scharrebier.

Scharen, schaarde, heeft geschaard.

Scharenslijper, M., scharenslijpers.

Scharing, V.

Scharlaken, O.

Scharlaken (bnw.).

Scharlakenkoorts, V.

Scharlakenrood, scharlakenroode.

Scharlakensch.

Scharlei en Scherlei, V.

Scharluin en Scherluin, M., scharluinen en scherluinen.

Scharminkel en Scherminkel, M., scharminkels en scherminkels.

Scharnier, O., scharnieren. Scharniertje, O., scharniertjes.

Scharrebier en Scharbier, O.

Scharrebijter en Schallebijter, M., scharrebijters en schallebijters.

Scharrelaar, M., scharrelaars.

Scharrelbeenen, scharrelbeende, heeft gescharrelbeend.

Scharrelen, scharrelde, heeft en is gescharreld.

Schat, M., schatten. Schatje, O., schatjes.

Schatbaar, schatbaarder, schatbaarst.

Schatbewaarder, M., schatbewaarders.

Schateren, schaterde, heeft geschaterd.

Schaterlach, M.

Schaterlachen, schaterlachte, heeft geschaterlacht.

Schatgraver, M., schatgravers.

Schatkamer, V., schatkamers.

Schatkist, V., schatkisten.

Schatkistbiljet, O., schatkistbiljetten.

Schatkistbon, M., schatkistbons.

Schatmeester, M., schatmeesters.

Schatplichtig.

Schatrijk.

Schatten, schatte, heeft geschat.

Schatter, M., schatters.

Schatting, V., schattingen.

Schaveelen en Schavielen, schaveelde (schavielde), heeft en is geschaveeld (geschavield).

Schaveling, M., schavelingen.

Schaven, schaafde, heeft geschaafd.

Schavergoeding. Zie Schadevergoeding.

Schaverhaling. Zie Schadeverhaling.

Schavielen. Zie Schaveelen.

Schaving, V.

Schavot, O., schavotten. Schavotje, O., schavotjes.

Schavotkleur, V.

Schavotteeren, schavotteerde, heeft geschavotteerd.

Schavotteering, V., schavotteeringen.

Schavuit, M., schavuiten. Schavuitje, O., schavuitjes.

Schavuitenstreek, M., schavuitenstreken.

Schavuitenstuk, O., schavuitenstukken.

Schedel, M., schedels.

Schedelboor, V., schedelboren.

Schedelbreuk, V., schedelbreuken.

Schedelhuid, V.

Schedelleer, V.

Schedelmeting, V., schedelmetingen.

Scheede, Schee, V., scheeden, scheeën. Scheetje, O., scheetjes.

Scheef, scheever, scheefst.

Scheefbeen, M. en V., scheefbeenen.

Scheefheid, V.

Scheefhoek, M.scheefhoeken.

Scheefhoekig.

Scheefnek, M. en V., scheefnekken.

Scheefneus, M. en V., scheefneuzen.

Scheefte, V.

Scheel (deksel), O., scheelen. Scheeltje, O., scheeltjes.

Scheel, scheler, scheelst.

Scheelaard, M., scheelaards.

Scheelachtig.

Scheelen (scheiden, schoonmaken), scheelde, heeft gescheeld.

Scheelheid, V.

Scheeloog, M, en V., scheeloogen.

Scheelzien, O.

Scheen, V., schenen. Scheentje, O., scheentjes.

Scheenbeen, O., scheenbeenderen.

Scheep (Te scheep).

Scheepje. Zie Schip.

Scheeprijk, scheeprijker, scheeprijkst.

Scheepsbehoeften (mv.), V.

Scheepsbericht, O., scheepsberichten.

Scheepsbeschuit, V., scheepsbeschuiten.

Scheepsbestier, O.

Scheepsbewijs, O., scheepsbewijzen.

Scheepsboord, O.

Scheepsbouw, M.

Scheepsbouwer, M.

Scheepsbouwmeester, M., scheepsbouwmeesters.

Scheepsch (Geen scheepsch verstaan).

Scheepsdek, O., scheepsdekken.

Scheepsdokter, M., scheepsdokters.

Scheepsgebruik, O., scheepsgebruiken.

Scheepsgelegenheid, V., scheepsgelegenheden.

Scheepsgevecht, O., scheepsgevechten.

Scheepsgezel, M., scheepsgezellen.

Scheepsjongen, M., scheepsjongens.

Scheepsjournaal, O., scheepsjournalen.

Scheepskameel, O., scheepskameelen.

Scheepskapitein, M., scheepskapiteins.

Scheepskist, V., scheepskisten.

Scheepsklerk, M., scheepsklerken.

Scheepskok, M., scheepskoks.

Scheepskost, M.

Scheepskroon, V., scheepskronen.

Scheepslading, V., scheepsladingen.

Scheepslantaren, V., scheepslantarens.

Scheepslengte, V., scheepslengten.

Scheepsmaat, M., scheepsmaats.

Scheepsmakelaar, M., scheepsmakelaars.

Scheepsofficier, M., scheepsofficieren.

Scheepspapieren (mv.), O.

Scheepsprovisie, V.

Scheepsraad, M., scheepsraden.

Scheepsrecht, O.

Scheepsruimte, V.

Scheepsstrijd, M., scheepsstrijden.

Scheepstagrijn, M., scheepstagrijnen en scheepstagrijns.

Scheepsterm, M., scheepstermen.

Scheepstijding, V., scheepstijdingen.

Scheepstimmerman, M., scheepstimmerlieden en scheepstimmerlui.

Scheepstimmerwerf, V., scheepstimmerwerven.

Scheepstocht, M., scheepstochten.

Scheepstoebehooren, O.

Scheepstoerusting, V., scheepstoerustingen.

Scheepstuig, O.

Scheepsvolk, O.

Scheepsvoogd, M., scheepsvoogden.

Scheepsvracht, V., scheepsvrachten.

Scheepswerk, O.

Scheepswoord, O., scheepswoorden.

Scheepvaart, V.

Scheepvaartbelangen (mv.), O.

Scheepvaartrecht, O., scheepvaartrechten.

Scheer (zandbank), V., scheren.

Scheerbekken, O., scheerbekkens.

Scheerbout, M., scheerbouten.

Scheerder, M., scheerders.

Scheerderswinkel, M., scheerderswinkels.

Scheerdoek, M., scheerdoeken; scheerdoekje, O., scheerdoekjes.

Scheerdoos, V., scheerdoozen.

Scheerdraad, M., scheerdraden.

Scheergang, V., scheergangen.

Scheergeld, O.

Scheergereedschap, O.

Scheerhaak, M., scheerhaken.

Scheerklant, M., scheerklanten.

Scheerkwast, M., scheerkwasten; scheerkwastje, O., scheerkwastjes.

Scheerlijn, V., scheerlijnen.

Scheerling, V.

Scheerloon, O., scheerloonen.

Scheermes, O., scheermessen.

Scheerriem, M., scheerriemen.

Scheersel, O.

Scheerspiegeltje, O., scheerspiegeltjes.

Scheerstok, M., scheerstokken.

Scheertijd, M.

Scheerwater, O.

Scheerwinkel, M., scheerwinkels.

Scheerzeep, V.

Scheet, M., scheten.

Scheg en Schegge, V., scheggen.

Scheggelood, O.

Schei, V., scheien.

Scheiboter, V.

Scheidbaar, scheidbare.

Scheidbaarheid, V.

Scheidboom, M., scheidboomen.

Scheidboor, V., scheidboren.

Scheidbrief, M., scheidbrieven.

Scheiden, scheidde, heeft en is gescheiden.

Scheiding, V., scheidingen. Scheidinkje, O., scheidinkjes.

Scheidpaal, M., scheidpalen.

Scheidsman, M., scheidslieden.

Scheidsmuur, M., scheidsmuren.

Scheidsrechter, M., scheidsrechters.

Scheidsvrouw, V., scheidsvrouwen.

Scheikunde, V.

Scheikundig.

Scheikundige, M., scheikundigen.

Scheikunst, V.

Scheilijn, V., scheilijnen.

Scheimuur, M., scheimuren.

Scheinagel, M., scheinagels.

Scheisel, O., scheisels.

Scheisloot, V., scheislooten.

Scheiteeken, O., scheiteekens.

Scheivocht, O.

Schel (bel), V., schellen. Schelletje, O., schelletjes.

Schel (schil). Zie Schil.

Schel, scheller, schelst.

Schelden, schold, heeft gescholden.

Scheldnaam, M., scheldnamen.

Scheldwoord, O., scheldwoorden; scheldwoordje, O., scheldwoordjes.

Schelen (verschillen), scheelde, heeft gescheeld.

Schelf, V., schelven.

Schelheid, V.

Schelklinkend, schelklinkender, schelklinkendst.

Schelknop, M., schelknoppen.

Schelkoord, O., schelkoorden.

Schelkruid, O.

Schellak, O.

Schellen, schelde, heeft gescheld.

Schelling, M., schellingen. Schellinkje, O., schellinkjes.

Schellinkje (in de komedie), O.

Schelm, M., schelmen. Schelmpje, O., schelmpjes.

Schelmachtig, schelmachtiger, schelmachtigst.

Schelmerij, V., schelmerijen.

Schelmsch, schelmscher, meest schelmsch.

Schelmstuk, O., schelmstukken.

Schelp en Schulp, V., schelpen en schulpen. Schelpje en schulpje, O., schelpjes en schulpjes.

Schelpaarde, V.

Schelpdier, O., schelpdieren.

Schelpenpad, O., schelpenpaden.

Schelpkalk, V.

Schelpnet, O., schelpnetten.

Schelpweg, M., schelpwegen.

Schelpzand, O.

Scheluw.

Scheluwte, V.

Schelvisch (een visch), M., schelvisschen. Als stofnaam, V.

Schelvischlever, V., schelvischlevers.

Schelvischoog, O., schelvischoogen.

Schelvischvangst, V.

Schelwortel, V.

Schema, O., schema’s.

Schemer, M.

Schemerachtig, schemerachtiger, schemerachtigst.

Schemeravond, M., schemeravonden.

Schemeren, schemerde, heeft geschemerd.

Schemerig, schemeriger, schemerigst.

Schemering, V., schemeringen.

Schemerlampje, O., schemerlampjes.

Schemerlicht, O.

Schemertijd, M.

Schemeruur, O.; schemeruurtje, O., schemeruurtjes.

Schendbrok, M. en V., schendbrokken.

Schenden, schond, heeft geschonden.

Schender, M., schenders.

Schenderij, V., schenderijen.

Schendig, schendiger, schendigst.

Schending, V., schendingen.

Schenk, M., schenken. Schenkje, O., schenkjes.

Schenkage, V., schenkages.

Schenkblad, O., schenkbladen; schenkblaadje, O., schenkblaadjes.

Schenkbord, O., schenkborden; schenkbordje, O., schenkbordjes.

Schenkel en Schinkel, M., schenkels en schinkels. Schenkeltje en schinkeltje, O., schenkeltjes en schinkeltjes.

Schenkelvleesch, O.

Schenken, schonk, heeft geschonken.

Schenker, M., schenkers.

Schenking, V., schenkingen.

Schenkingsakte, V., schenkingsakten.

Schenkkan, V., schenkkannen; schenkkannetje, O., schenkkannetjes.

Schenkketel, M., schenkketels; schenkketeltje, O., schenkketeltjes.

Schenkster, V., schenksters.

Schennis, V.

Schep, M., scheppen. Schepje, O., schepjes.

Schepbord, O., schepborden.

Schepel, O., schepels. Schepeltje, O., schepeltjes.

Schepeling, M. en V., schepelingen. V. ook schepelinge.

Schepelsmand, V., schepelsmanden.

Schepelszak, M., schepelszakken.

Schepen, M., schepenen.

Schepen, scheepte, heeft gescheept.

Schepenbank, V., schepenbanken.

Schepenbrief, M., schepenbrieven.

Schependom, O.

Schepenkennis, V., schepenkennissen.

Schepenschap, O.

Schepgat, O., schepgaten.

Scheplepel, M., scheplepels.

Schepnet, O., schepnetten; schepnetje, O., schepnetjes.

Scheppen (voortbrengen), schiep, heeft geschapen.

Scheppen (putten), schepte, heeft geschept.

Schepper, M., scheppers.

Schepping, V., scheppingen.

Scheppingsboek, O.

Scheppingsgeschiedenis, V.

Scheppingskracht, V.

Scheppingsverhaal, O., scheppingsverhalen.

Scheppingsvermogen, O.

Scheppingswerk, O.

Scheprad, O., schepraden en schepraderen.

Schepsel, O., schepselen en schepsels. Schepseltje, O., schepseltjes.

Schepter, M., schepters.

Schepvat, O., schepvaten.

Scheren, schoor, schoren, heeft geschoren.

Scherf, V., scherven. Scherfje, O., scherfjes.

Schering, V., scheringen.

Scherlei. Zie Scharlei.

Scherluin. Zie Scharluin.

Scherm, O., schermen. Schermpje, O., schermpjes.

Schermbloemig.

Schermdegen, M., schermdegens; schermdegentje, O., schermdegentjes.

Schermen, schermde, heeft geschermd.

Schermer (persoon), M., schermers.

Schermer (naam van een polder), V.

Schermhandschoen, M., schermhandschoenen.

Scherminkel. Zie Scharminkel.

Schermkunst, V.

Schermles, V., schermlessen.

Schermmasker, O., schermmaskers.

Schermmeester, M., schermmeesters.

Schermutselen, schermutselde, heeft geschermutseld.

Schermutseling, V., schermutselingen.

Schermzaal, V., schermzalen.

Scherp, scherper, scherpst.

Scherp, O.

Scherpen, scherpte, heeft en is gescherpt.

Scherpheid, V., scherpheden.

Scherphoekig.

Scherping, V., scherpingen.

Scherpkort.

Scherplang.

Scherprechter, M., scherprechters.

Scherpschutter, M., scherpschutters.

Scherpschuttersvereeniging, V., scherpschuttersvereenigingen.

Scherpsnijdend.

Scherpte, V., scherpten.

Scherpziend.

Scherpzinnig, scherpzinniger, scherpzinnigst.

Scherpzinnigheid, V., scherpzinnigheden.

Scherpzinniglijk.

Scherts, V.

Schertsen, schertste, heeft geschertst.

Schertsenderwijze en schertsenderwijs.

Scherven, scherfde, is gescherfd.

Schets, V., schetsen. Schetsje, O., schetsjes.

Schetsboek, O., schetsboeken.

Schetsen, schetste, heeft geschetst.

Schetser, M., schetsers.

Schetsteekening, V., schetsteekeningen.

Schetteraar, M., schetteraars.

Schetterbuik, M., schetterbuiken.

Schetteren, schetterde, heeft geschetterd.

Schettering, V., schetteringen.

Scheur, V., scheuren. Scheurtje, O., scheurtjes.

Scheurbroek (broekscheurder), M., scheurbroeken.

Scheurbuik, V. Verg. Scorbut.

Scheurder, M., scheurders.

Scheurdoek, M., scheurdoeken.

Scheuren, scheurde, heeft en is gescheurd.

Scheuring, V., scheuringen.

Scheurkalender, M., scheurkalenders.

Scheurlaken, O.

Scheurlinnen, O.

Scheurmaker, M., scheurmakers.

Scheurmakerij, V., scheurmakerijen.

Scheurpapier, O.

Scheursel, O., scheursels.

Scheurziek, scheurzieker, scheurziekst.

Scheut, M., scheuten. Scheutje, O., scheutjes.

Scheutig, scheutiger, scheutigst.

Scheutigheid, V.

Schicht, M., schichten. Schichtje, O., schichtjes.

Schichtig, schichtiger, schichtigst.

Schichtigheid, V., schichtigheden.

Schie. Zie Scheede.

Schielijk, schielijker, schielijkst.

Schielijkheid, V.

Schieman, M., schielieden en schielui.

Schiemannen, schiemande, heeft geschiemand.

Schiemansgaren, O.

Schiemansgast, M., schiemansgasten.

Schiemansmaat, M., schiemansmaats.

Schier.

Schiereiland, O., schiereilanden; schiereilandje, O., schiereilandjes.

Schieringer, M., Schieringers.

Schietbaan, V., schietbanen.

Schietbout, M., schietbouten.

Schieten, schoot, schoten, heeft en is geschoten.

Schieter, M., schieters.

Schietgat, O., schietgaten.

Schietgebedje, O., schietgebedjes.

Schietgeweer, O.

Schietkatoen, O.

Schietlood, O., schietlooden.

Schietoefening, V., schietoefeningen.

Schietschijf, V., schietschijven.

Schietschool, V., schietscholen.

Schietschouw, V., schietschouwen.

Schietschuit, V., schietschuiten.

Schietsleuf, V., schietsleuven.

Schietspel, O., schietspellen; schietspelletje, O., schietspelletjes.

Schietspoel, V., schietspoelen.

Schiettuig, O.

Schietwedstrijd, M., schietwedstrijden.

Schiften (scheiden), schiftte, heeft geschift.

Schiften (van vochten),schiftte, is geschift.

Schifter, M., schifters.

Schifting, V., schiftingen.

Schijf, V., schijven. Schijfje, O., schijfjes.

Schijfschieten, O.

Schijn, M. Schijntje, O., schijntjes.

Schijnaanval, M., schijnaanvallen.

Schijnbaar, schijnbare.

Schijnbeeld, O., schijnbeelden.

Schijnbeweging, V., schijnbewegingen.

Schijnchristen, M., schijnchristenen.

Schijndeugd, V., schijndeugden.

Schijndood, M.

Schijndood, schijndoode.

Schijndoode, M. en V., schijndooden.

Schijnen, scheen, schenen, heeft geschenen.

Schijngehakt, O.

Schijngeleerde, M., schijngeleerden.

Schijngeloof, O.

Schijngeluk, O.

Schijnglans, M., schijnglansen.

Schijngrond, M., schijngronden.

Schijnheilig, schijnheiliger, schijnheiligst.

Schijnheilige, M. en V., schijnheiligen.

Schijnheiligheid, V.

Schijnreden, V., schijnredenen.

Schijnschoon, schijnschoone.

Schijnsel, O., schijnsels. Schijnseltje, O., schijnseltjes.

Schijnvermaak, O., schijnvermaken.

Schijnvriend, M., schijnvrienden.

Schijnvroom, schijnvrome.

Schijnzoet, O.

Schijten, scheet, scheten, heeft gescheten.

Schijtlaars, M., schijtlaarzen.

Schijtvalk, M., schijtvalken.

Schijtwortel, V.

Schijvenschuurder, M., schijvenschuurders.

Schik, M.

Schikgodin, V., schikgodinnen.

Schikkelijk, schikkelijker, schikkelijkst.

Schikkelijkheid, V.

Schikken, schikte, heeft en is geschikt.

Schikker, M., schikkers.

Schikking, V., schikkingen.

Schil en Schel, V., schillen en schellen. Schilletje en schelletje, O., schilletjes en schelletjes.

Schild, O., schilden. Schildje, O., schildjes.

Schilder, M., schilders. Schildertje, O., schildertjes.

Schilderachtig, schilderachtiger, schilderachtigst.

Schilderachtigheid, V.

Schilderen (malen), schilderde, heeft geschilderd.

Schilderen (op schildwacht staan), schilderde, heeft geschilderd.

Schilderes, V., schilderessen.

Schilderhuisje, O., schilderhuisjes.

Schilderij, V. en O., schilderijen. Schilderijtje, O., schilderijtjes.

Schilderijententoonstelling, V., schilderijententoonstellingen.

Schilderijkoord, O.

Schilderijlijst, V., schilderijlijsten.

Schildering, V., schilderingen.

Schilderkamer, V., schilderkamers.

Schilderkunst, V.

Schildersbent, V.

Schilderschool, V., schilderscholen.

Schildersezel, M., schildersezels.

Schildersgordijn, O., schildersgordijnen.

Schilderskwast, M., schilderskwasten.

Schildersleven, O.

Schilderstok en Schildersstok, M., schilderstokken en schildersstokken.

Schilderstuk, O., schilderstukken; schilderstukje, O., schilderstukjes.

Schildersvak, O.

Schilderswinkel, M., schilderswinkels.

Schilderswerk, O.

Schilderswerkplaats, V., schilderswerkplaatsen.

Schildhouder, M., schildhouders.

Schildknaap, M., schildknapen.

Schildluis, V., schildluizen.

Schildpad (dier en scheepsw.), V., schildpadden; (stof), O. Schildpadje, O., schildpadjes.

Schildpadden (bnw.).

Schildpadsoep, V.

Schildvleugelig.

Schildwacht (een wachter), M., schildwachten.

Schildwacht (het wachthouden), V.

Schildwachthuisje, O., schildwachthuisjes.

Schilfer, V., schilfers. Schilfertje, O., schilfertjes.

Schilferachtig, schilferachtiger, schilferachtigst.

Schilferen, schilferde, is geschilferd.

Schilferig, schilferiger, schilferigst.

Schilfering, V., schilferingen.

Schillen, schilde, heeft geschild.

Schillenmand, V., schillenmanden.

Schilmesje, O., schilmesjes.

Schim, V., schimmen. Schimmetje, O., schimmetjes.

Schimmel (paard), M., schimmels. Schimmeltje, O., schimmeltjes.

Schimmel (uitslag), V.

Schimmelbles, M., schimmelblessen.

Schimmelen, schimmelde, heeft en is geschimmeld.

Schimmelig, schimmeliger, schimmeligst.

Schimmeling, V.

Schimmelkleurig.

Schimmelplant, V., schimmelplanten.

Schimmelspel, O.

Schimmenrijk, O.

Schimp, M.

Schimpbrief, M., schimpbrieven.

Schimpdicht, O., schimpdichten.

Schimpdichter, M., schimpdichters.

Schimpen, schimpte, heeft geschimpt.

Schimper, M., schimpers.

Schimperij, V., schimperijen.

Schimpig, schimpiger, schimpigst.

Schimping, V., schimpingen.

Schimpkreet, M., schimpkreten.

Schimplied, O., schimpliederen.

Schimpnaam, M., schimpnamen.

Schimprede, V., schimpredenen.

Schimpscheut, M., schimpscheuten; schimpscheutje, O., schimpscheutjes.

Schimpschrift, O., schimpschriften.

Schimptaal, V.

Schimpvogel, M., schimpvogels.

Schimpwoord, O., schimpwoorden.

Schink, M., schinken. Schinkje, O., schinkjes.

Schinkel (lichaamsdeel). Zie Schenkel.

Schinkel en Schenkel (scheepsw.), M., schinkels en schenkels.

Schinkelhaak, M., schinkelhaken.

Schip, O., schepen. Scheepje, O., scheepjes.

Schipbreuk, V., schipbreuken.

Schipbreukeling, M. en V., schipbreukelingen. V. ook schipbreukelinge.

Schipbrug, V., schipbruggen.

Schipper, M., schippers. Schippertje, O., schippertjes.

Schipperen, schipperde, heeft en is geschipperd.

Schipperij, V., schipperijen.

Schippersboek, O., schippersboeken.

Schippersbroek, V., schippersbroeken

Schippershuis, O., schippershuizen.

Schippershut, V., schippershutten.

Schippersknecht, M., schippersknechts.

Schippersloon, O., schippersloonen.

Schippersmuts, V., schippersmutsen.

Schippond, O., schipponden.

Schisma, O., schisma’s.

Schitteren, schitterde, heeft geschitterd.

Schitterend, schitterender, schitterendst.

Schittering, V., schitteringen.

Schitterlicht, O.

Schob. Zie Schub.

Schobbejak, M., schobbejakken.

Schobben, schobde, heeft geschobd.

Schobberd, M., schobberds.

Schobberdebonk (Op schobberdebonk).

Schoef, V., schoeven.

Schoeien, schoeide, heeft geschoeid.

Schoeiing, V., schoeiingen.

Schoeisel, O., schoeisels. Schoeiseltje, O., schoeiseltjes.


Back to IndexNext