V. EEN YOUGO-SLAVISCHE STAAT IN WORDING.1. DE YOUGO-SLAVEN.Hier, in het Noorden en zoo ver van ze verwijderd, hebben we vóór den oorlog zeer weinig gehoord van de Yougo-Slaven. We wisten wel, dat ze te vinden waren in het Zuiden van Europa, in Servië en Montenegro, maar veel aandacht hebben we aan deze twee koninkrijkjes, voor ons oogenschijnlijk van zoo weinig belang, nooit geschonken. Dat ze voor Europa, voor de rust van Europa groote beteekenis hadden, was in ons niet doorgedrongen; we ontdekten het eerst in 1912, toen de eerste Balkanoorlog uitbrak, die geheel Europa in vlammen dreigde te doen opgaan. We hadden ook wel eens gehoord van de Zuid-Slaven der Donau-Monarchie, maar och, de Monarchie had zoovele volken, die elkander zonder ophouden het leven zuur maakten, zonder dat zij er, naar onze meening, sterk onder leed, dan dat wij ons over een Zuid-Slavische vraag druk zouden maken; de Monarchie zou het met deze volken wel klaar spelen. Van een Yougo-Slavisch probleem hebben we eerst in dezen oorlog gehoord, zonder er nochtans veel van te begrijpen. Dat deze Yougo-Slavische vraag in waarheid de directe oorzaak van dezen oorlog is geweest en dat, zoo ze in dezen oorlog niet wordt opgelost, er in Europa, zelfs na dit cataclysme, geen vrede zal heerschen, hebben zelfs de meesten onzer tot heden niet ontdekt.Er wonen in het Zuid-Oosten van Europa meer dan elf millioen Yougo-Slaven als één compacte massa. In Servië 4½ millioen, in Montenegro 435.000, in Dalmatië 610.000, in Krain, Goriza en Triest 705.000, in Karinthië en Stiermarken 535.000, in Kroatië-Slavonië 2.280.000, in Istrië 220.000, in het Zuiden van Hongarije, namelijk in het Banaat, in Batschka en in Barania 656.000 en in Bosnië-Herzegowina 1.820.000.Servië en Montenegro zijn zelfstandige koningrijken; Istrië enDalmatië Oostenrijksche provincies; het Banaat, Batschka en Barschka en Barania Hongaarsche landsdeelen; Kroatië-Slavonië is een autonoom koninkrijk van den Sint-Stefanskroon, de stad Fiume neemt een autonome plaats in onder een gouverneur door Boedapest benoemd en Bosnië-Herzegowina wordt door een gemeenzamen minister van Finantiën beheerd in naam van Oostenrijk en van Hongarije. Krain, Goriza en Triest, Karinthië en Stiermarken zijn Oostenrijksche landsdeelen.De Yougo-Slaven bestaan uit drie groepen: Serviërs in Servië en Montenegro (4.925.000), in Zuidelijk-Hongarije (461.000) en in Kroatië-Slavonië (645.000); Kroaten in Kroatië-Slavonië (1.638.000), in Istrië (173.000) en in Zuidelijk-Hongarije (195.000), terwijl in Bosnië-Herzegowina en Dalmatië 2.432.000 Serbo-Kroaten wonen en Slowenen in Karinthië, Stiermarken, Krain, Goriza en Triest (1.310.000).Alle drie groepen spreken één taal, zijn van denzelfden oorsprong en hebben dezelfde nationale tendenzen. Ze zijn Roomsch-Katholiek (de Kroaten) of Protestant (een deel der Slowenen) of Mohammedaansch (650.000 Serviërs in Bosnië) of Orthodox (de Serviërs). De Serviërs bezitten het Cyrillische, de Kroaten en Slowenen het Latijnsche alphabet.Het verschil in godsdienst en in alphabet tusschen Kroaten en Serviërs is daaruit te verklaren, dat bij de Kroaten de cultuur vanuit het Westen (Rome) ingang vond, bij de Serviërs, die vanuit het Westen niet gemakkelijk te bereiken waren, vanuit het Oosten (Byzantium). Dat een deel der Serviërs in Bosnië de Mahomedaansche godsdienst belijdt, ligt daaraan dat vele Serviërs om hun bezittingen te redden en om een bevoorrechte plaats tegenover de raja's (de christenen) in te nemen, bij de invasie der Turken het geloof der heerschers aannamen. In den loop der eeuwen hadden deze Mahomedanen hun afkomst geheel vergeten; zij meenden ten slotte dat zij Turken waren. De echte Turken beschouwden de Mahomedaansche Bosniakken niet als de ware broeders. Doch thans is er in geheel Bosnië niet één Mahomedaan te vinden, die niet weet dat hij Serviër is.Ook de Bulgaren zijn Zuid-Slaven. In 659 en 660 n. Chr. werden de Slaven, die tusschen den Isker (bij Sofia) en de Zwarte Zee woonden, door Turco-Finsche horden, die zich Bulgaren noemden,veroverd. Doch de veroveraars werden geabsorbeerd door de overwonnenen, door de Slaven dus. De grootste dichter der Bulgaren, Kristof, beroemt er zich op geen Slaaf te zijn en noemt zich Tartaro-Bulgaar. En het verraad der Bulgaren aan de Zuid-Slavische zaak in dezen oorlog zegt ons duidelijk, dat dit volk voor onafzienbaren tijd voor de Yougo-Slavische beweging heeft afgedaan.We hebben dus te doen met één natie, maar verdeeld over vier verschillende staten, als we Bulgarije niet medetellen, dat thans als element in het Yougo-Slavische probleem is uitgeschakeld. Een toestand dus in flagranten tegenspraak met de nationale tendenzen, die zich in den loop der vorige eeuw door de opkomst der democratie in de volken hebben ontwikkeld: één volk, één staat. De democratie wil van den staat, zooals hij zich in den loop der eeuwen onder de dynastieën ontwikkeld heeft, niets weten; een bijeen veroverde, bijeen getrouwde en bijeen geërfde staat is in haar oog een onding en niet van duurzaamheid. De gescheiden deelen van éénzelfde natie willen zich, gedrevendoorde kracht van onderlinge aantrekking, samenvoegen in onzen tijd, waarin het nationaliteitsprincipe overheerschend is.Dat vroeg of laat de vereeniging van het Servische volk tot één groot geheel komen zou, was wel te voorzien. De vraag was slechts op welke wijze. Zouden de Serviërs ten Zuiden van Donau en Save zich voegen bij de Yougo-Slaven der Monarchie? Of zouden omgekeerd de Yougo-Slaven der Monarchie zich voegen bij de Serviërs op den Balkan? Er is een tijd geweest, dat zich het eerste liet verwachten. Dat het echter niet is gebeurd, ligt aan de kortzichtigheid der Habsburgers, die de Yougo-Slaven niet hebben gekend en de waarde van dit volk niet hebben weten te beoordeelen. En thans ontwikkelt zich voor onze oogen het tweede geval.Men moet de geschiedenis der Yougo-Slaven onder het dualisme kennen, om de ontwikkeling van het Yougo-Slavische probleem in dezen oorlog te kunnen beoordeelen. Ik zal beproeven haar in enkele woorden te schetsen.Ze is een geschiedenis van ellende en van schande. Van ellende, waarin de Zuid-Slaven door hun overheerschers gedompeld zijn, van schanddaden der laatsten, die voor niets zijn teruggedeinsd om het Zuid-Slavische volk zijn nationaliteit te ontnemen. De geheelegeschiedenis der Yougo-Slaven der Monarchie en in het bijzonder die na het compromis van 1867 tusschen Oostenrijk en Hongarije vormt één aanklacht tegen de heerschers, zoo aangrijpend, dat Europa tegen het verdelgingssysteem der Duitschers en Magyaren, in opstand gekomen zou zijn, zoo het dit slechts gekend had. Maar Magyaren stonden bij Europa goed aangeschreven en de Zuid-Slaven vonden er geen gehoor. Thans is het, en gelukkig, toch anders geworden. Dat hebben de Zuid-Slaven te danken aan Fransche schrijvers, die dit volk bestudeerd en in zijn midden verblijf gehouden hebben, zooals Louis Léger enCharlesLoiseau en vooral aan 't mooie werk van den Engelschman Seton-Watson, waarvan een Duitsche vertaling onder den titel: „die Süd-Slavische Frage im Habsburgerreiche” in 1913 het licht zag. Doch niet alleen danken dit de Zuid-Slaven aan hun vrienden, maar ook aan hun.... vijanden die, zooals het gewoonlijk gaat, geen maat wisten te houden en ten slotte hun toevlucht namen tot zulke barbaarschheden, dat de Yougo-Slaven, ten einde raad, zich te weer stelden en dat zelfs uitspattingen niet uitbleven. De aanslag van Loeka Joekitsch op den Koninklijken Commissaris Cuvaj, het hoogverraad-proces te Agram (Maart tot October 1909), het Friedjung-proces te Weenen (December 1909) hebben, naast Seton-Watson's werk, Europa de oogen geopend.Er is er maar een geweest, die de waarde van Dalmatië gekend en alles in het werk gesteld heeft om het land tot bloei te brengen. Dit was echter geen Habsburger, maar een vreemdeling, Napoleon I, die Dalmatië, Istrië, Karinthië, Krain en een gedeelte van Kroatië een korten tijd vereenigde onder den naam van Illyrische provincies en deze landen uitstekend liet administreeren. Nog immer staat bij den Dalmatiër de nagedachtenis van den maarschalk Marmont, den Franschen gouverneur, in hoog aanzien. Waar een Franschman den voet heeft gezet, zelfs al is het een generaal met zijn troepen, daar blijft nog immer een lichtstraal achter.Wil men de vertwijfeling der Dalmatiërs in het Habsburger rijk peilen, dan leze men de rede, die dr. Jozef Smodlaka, de oprichter van de Kroatische democratische partij in Dalmatië, op 3 December1910 in het Oostenrijksche parlement hield (welke als bijlage XVII voorkomt in de Duitsche uitgave van Seton-Watson's werk) en die hij hield voor leege banken, wat de belangstelling der Oostenrijksche vertegenwoordigers voor Dalmatië treffend illustreert.Dalmatië is een land van boeren, riep dr. Smodlaka uit, maar het vraagt om invoer van vleesch uit Argentinië en het zal vragen om den vrijen invoer van graan, want het volk heeft geen vleesch, geen brood en ook geen aardappelen, die alleen op tafel bij „de heeren” komen. De geheele oppervlakte vruchtbare aarde, die in Dalmatië te vinden is, staat onder water en niemand legt het land droog, waardoor zelfs graan uitgevoerd zou kunnen worden. Drinkwater is er evenmin. En de boeren lijden 's winters koude, omdat ze geen hout hebben om te stoken; een kachel is in Dalmatië een weeldeartikel. Onder het heerschende Kmetenstelsel is de boer verplicht voor alle verbeteringen van het land te zorgen, ook alle uitgaven te bestrijden en meer dan de helft of een derde van de opbrengst aan den landheer af te staan.Er zijn zoo goed als geen scholen in Dalmatië; meer dan 300 dorpen hebben niet één enkele school en het aantal analphabeten bedraagt dan ook 99 %.Er zijn ook geen wegen. Er bestaat geen verbinding tusschen Dalmatië en het Zuiden van Kroatië en het Westen van Bosnië; men kan sneller van Weenen naar Petersburg reizen dan van Spalato naar Banjeloeka.Niet Servië en Italië handelen tegen de belangen van Dalmatië, maar het is de Oostenrijksche regeering, die niets voor het land doet en het te gronde laat gaan. Dandelo heeft in vijf jaren meer voor Dalmatië gedaan dan Oostenrijk in 105 jaren. Het land is een land van bedelaars geworden, het land, waar vroeger een Ragusa bloeide.Dalmatië heeft slechts één uitvoerartikel, menschenvleesch; het land verliest zijn bevolking.Geen velden, geen landbouw, geen veeteelt, geen graan, geen straten en geen spoorwegen, omdat zich daartegen Hongarije verzet, geen industrie en geen handel. En zonder Dalmatië had Oostenrijk geen zee. Het is het land met honderden goede havens, met een rijk achterland (Bosnië) en het biedt de beste voorwaarden aan voor den bloei van den handel en de industrie, waarvoor het de sterkste waterkrachten van Europa aanwijzen kan.In Oostenrijk beschouwt men Dalmatië als een exotisch land, vanuit het standpunt der archeologie, doch we willen geen archeologisch kerkhof zijn, roept dr. Smodlaka uit.En de Dalmatische afgevaardigde vraagt of het onder zulke omstandigheden een wonder is dat in het land de ontevredenheid groot, zeer groot is en hij waarschuwt ervoor, dat men deze ontevredenheid niet met processen van hoogverraad geneest.Zoo regeert de Oostenrijker in Dalmatië. Doch zoudt ge meenen, dat de Oostenrijksche of de Hongaarsche regeering in hunne andere Zuid-Slavische landen beter hebben geregeerd, bijvoorbeeld in Bosnië-Herzegowina of in Kroatië-Slavonië? De Donau-Monarchie bezit geen administratief talent en ze zal deze kunst ook nooit leeren. Haar administratieve kunst bestaat in onderdrukking, verdeelen en heerschen en de tastbare middelen, waarmede ze deze kunst uitoefent, zijn, precies zooals in Rusland, verbanning, gevangenis en galg. Zeker, ze bouwde mooie monumenten, hotels en kazernen in de verkregen Zuid-Slavische landen, ze legde ook een net van spoorwegen aan voor.... strategische doeleinden en oefende de gastvrijheid op weergalooze wijze uit tegenover vreemde journalisten, die kwamen om.... zich zand in de oogen te laten strooien, maar de kunst om voor de bevolking betere levensvoorwaarden te scheppen, haar tot tevredenheid te stemmen en om op een goeden voet met haar te komen, die kunst heeft ze nooit verstaan. Ze weet ook wel hoe groot en hoe gerechtvaardigd de ontevredenheid der Zuid-Slavische bevolking is en daarom liet ze hen, die op eigen gelegenheid naar de Zuid-Slavische landen kwamen om uit eigen oogen te aanschouwen en zich niet tot klaploopers eener regeering wilden verlagen, met spionnen omringen en maakte hen het verblijf onmogelijk.De spoorwegen, die inBosnië-Herzegowinagebouwd zijn, zijn er niet voor den handel en het verkeer, ze zijn er voor het leger en hebben alleen een strategisch doel. Ze zijn smalspoor en hebben dus geen aansluiting met het groote verkeersnet.Bosnië is niet verbonden met zijn natuurlijke havens in Dalmatië; het achterland bezit geen havens en het kustland geen achterland.Het wordt niet geadministreerd door eigen landslui, maar door vreemdelingen, die noch het land, noch de taal kennen.Men wilde er den veestapel verbeteren en voerde er vreemdedieren in, die zich nietacclimatiseerden, maar te gronde gingen, men liet ze echter door de boeren peperduur betalen.Er werd een kadaster aangelegd door geëmployeerden, die van de verhoudingen in het land niets afwisten, wat tot gerechtvaardigde klachten aanleiding gaf.Onder het voorwendsel de vagebonden te bewaken, drongen de gendarmen op ieder uur van den dag de huizen binnen.Oostenrijk heeft het recht de orthodoxe bisschoppen in Bosnië-Herzegowina te benoemen; de popen worden door de bisschoppen aangewezen. De bevolking stelt natuurlijk noch in deze bisschoppen, noch in deze popen vertrouwen. Het land werd overstroomd met Jezuiten en Franciskaners, terwijl de Roomsch-Katholieke propaganda op allerlei wijs bevoordeeld werd. De Katholieke bisschop Stadler is bij de orthodoxen van Bosnië berucht wegens zijn propaganda.De schoolboeken worden zorgvuldig geschift; van een Douschan, van een Marko en van de Karageorge's mag daarin niets voorkomen, zooveel te meer plaats vinden in deze schoolboeken de heldendaden van het Oostenrijksche leger en de deugden van Frans Jozef.Geen Servische courant mocht de geannexeerde landen binnendringen en de Bosniakken mochten vooral niet weten, dat zij Serviërs waren; von Kallaij verbood er daarom zelfs zijn eigen boek, dat de geschiedenis der Serviërs behandelde en deswege wordt hij door de Oostenrijkers geprezen.Er heerscht in Bosnië-Herzegowina nog het feodale systeem van den grond-eigendom, zooals in de Middeleeuwen. Oostenrijk heeft niets gedaan om het te doen verdwijnen, niettegenstaande de boeren 90 % van de bevolking uitmaken.De nationale tegenstand der Bosnische Serviërs was oorspronkelijk een strijd voor de autonomie van de orthodoxe en de mahomedaansche godsdienst; ze ging, door de regeerkunst der Oostenrijkers, over in een zuiveren politieken strijd voor de autonomie van Bosnië.Bosnië-Herzegowina is een zuiver Servisch land; de bevolking wilde er een zuiver nationaal leven voeren. Maar natuurlijk, daarvan wilde de Monarchie niets weten. Wat een dwaasheid is, omdat de nationaliteit van een volk niet weg te doezelen is, terwijl hetvolk zelf tegen de verdrukking ingroeit. En, wat de Monarchie niet alle middelen heeft trachten te verhinderen, is juist door haar onderdrukkingssysteem toch geschied: orthodoxen en mohamedanen hebben elkander gevonden. Waardoor de nationale tegenstand der Bosniakken onoverwinnelijk is geworden.Wanneer men een Hollander vragen zou in welke verhouding Kroatië-Slavonië tot Hongarije staat, tien tegen een dat men tot antwoord zou ontvangen: Kroatië-Slavonië maakt een deel uit van het Hongaarsche koninkrijk. Dit antwoord behoeft ons niet te verwonderen, want in de praktijk hebben de Magyaren geen ander oordeel. Na Sadowa verdeelden de Germano-Magyaren de Donau-Monarchie in tweeën en Kroatië-Slavonië werd uit dankbaarheid voor hetgeen het in 1848 voor de Habsburgers gedaan had—de Habsburgers oefenden te allen tijde een vreemd soort dankbaarheid uit—aan de Magyaren overgeleverd.En niettemin is Kroatië-Slavonië geen deel van het Hongaarsche rijk. Kroatië-Slavonië en Hongarije zijn twee koninkrijken, die alleen door den persoonlijken band van hun heerscher verbonden zijn. Zoo is het geweest vanaf het jaar 1102, toen de Kroatische adel, als vertegenwoordiger van het Kroatische volk, tot koning den heerscher van Hongarije, Koloman, koos. Na den dood van Lodewijk II, die op het slagveld van Mohacs in 1526 tegen de Turken het leven liet,koosHongarije Ferdinand van Oostenrijk tot koning en kort daarna werd deze ook tot koning door de Kroaten uitgeroepen. In 1772 kende de Kroatische vertegenwoordiging—de Sabor—het recht van erfopvolging ook aan de vrouwen uit het huis Habsburg toe; Hongarije echter volgde daarin Kroatië eerst 10 jaar later. Kroatië-Slavonië en Hongarije hebben dus nooit één rijk gevormd. Niettemin beschouwen de Magyaren Kroatië-Slavonië als een deel van Hongarije en de manier, waarop zij het regeeren, bespot elke beschrijving. Wat echter niet ten opzichte van Kroatië-Slavonië alleen het geval is, doch ook ten opzichte van iedere nationaliteit, die in het Hongaarsche rijk te vinden is.Toen het compromis tusschen Oostenrijk en Hongarije gesloten was, was ook een compromis tusschen het laatstgenoemde rijk en Kroatië-Slavonië noodzakelijk geworden. De wijze echter, waarop dit laatste gesloten werd zou, als het een overeenkomsttusschen gewone burgers gegolden had, een der partijen als falsaris in de gevangenis gebracht en de nietigheid der overeenkomst ten gevolge gehad hebben.Hongarije had geen zeehaven en wilde er een hebben. Kroatië-Slavonië had er een, namelijk Fiume. Daarop nu wilden de Magyaren de hand leggen. Maar de Kroaten waren er niet voor te vinden Fiume af te staan. Het compromis constateerde nu, dat er omtrent Fiume geen schikking was getroffen. Het werd door Frans Jozef onderteekend.Doch wat deden de Hongaren? Ze plakten over de origineele tekst van het betreffende artikel een strookje papier en daarop stond geschreven, dat Fiume een afgescheiden deel was van den Hongaarschen Kroon, met andere woorden dat het den Hongaarschen staat behoorde.De Magyaren hebben dus Fiume met den stijfselpot veroverd; ze namen de stad in bezit en verdreven er de Kroatische ambtenaren.Aan het hoofd der Kroatische regeering staat een Ban (banus), die door den koning wordt benoemd, doch op voordracht van den Hongaarschen minister-president. In de praktijk is dus de banus niet anders dan de exponent der Hongaarsche regeering en wat dit beteekent, zegt ons de Kroatische geschiedenis vanaf het compromis van 1868 tot op den huidigen dag. Oplossing van den Sabor—Kroatische volksvertegenwoordiging—als deze de Magyarische doeleinden in den weg stond, vervalsching van kiezerslijsten, terrorisme bij de verkiezingen om tegenstanders de uitoefening van het kiesrecht onmogelijk te maken, het in scène brengen van monsterprocessen van hoogverraad, waar veroordeeld werd op de getuigenis alleen van spionnen tot barbaarsche straffen, het werken met valsche akten, om onschuldigen, die Boedapest in den weg stonden, op te kunnen bergen in ellendige gevangenissen, was schering en inslag der Magyarische overheersching. En bans als de beide Rauch's, in wier familie—naar men in Kroatië beweert—het werken met valsche akten erfelijk was, als Khun Hedervary, als Cuvaj zijn de vloek van Kroatië geweest.De rechters in Kroatië werden door den Banus benoemd, dus door den exponent van Boedapest. Als rechters werden dus alleen zij gekozen, die een gewillig werktuig der Magyarische regeeringwaren en zoo het al eens voorkwam, dat de regeering zich had vergist en een zelfstandig man als rechter had benoemd, dan werd hij spoedig ter zijde geschoven. Rechtsgevoel mocht een Kroatische rechter niet bezitten, want dat was een eigenschap, die bij de Magyaren uit den booze is. Tarabocchia, de voorzitter in het proces van hoogverraad te Agram, was een notorische drinker en een vaste bezoeker van nachtlokalen, maar hij was juist de man, in staat de vuile wasch der Magyaren te doen.De spoorwegtarieven der Kroatische spoorwegen werden door de Hongaarsche regeering zoo vastgesteld, dat bijvoorbeeld het transport van goederen van een Kroatische stad naar Fiume duurder was dan van Boedapest naar Fiume. De locale spoorwegen in Kroatië waren verplicht hun hoofdzetel te Boedapest of te Fiume op te slaan, opdat de belastingen, die deze ondernemingen te betalen hadden, in de Hongaarsche kassen zouden vloeien in plaats van in de Kroatische.Zeer handig hebben de Magyaren den naijver, die er tusschen de Serviërs en de Kroaten der Monarchie bestond, uitgespeeld; hetdivide et imperais de genesis van alle politiek in de Donau-Monarchie. Het heeft hen nochtans niet tot hun doel gebracht, integendeel, hun politiek, in het bijzonder die van den Banus Khun Hedervary, heeft de Serviërs en de Kroaten te zamen gebracht (sedert 1905) en onherstelbaar bankroet gemaakt.Het hoogverraad-proces te Agram en het Friedjung-proces hebben Europa het bewijs geleverd, dat de Monarchie het op de ruïne van haar volken, voor zoover ze geen Duitschers of Magyaren waren, toelegde en daarvoor tegen geen enkel middel, hoe laag ook, opzag. Het Friedjung-proces deed ons kennis maken met legatie-secretarissen, die onder het patronaat van den Oostenrijk-Hongaarschen gezant te Belgrado valsche akten vervaardigden. Deze gezant was een Magyar, Forgach, die later zijn medewerking verleenen zou aan het opstellen van het ultimatum aan Servië, dat den Europeeschen oorlog tengevolge zou hebben.Het is hier niet de plaats het Agrammer- enFriedjung-proceste behandelen, hoe belangrijk zij ook zijn voor de kennis der politieke zeden, die in de Donau-Monarchie heerschen en ik verwijs daarom hen, wien zulks interesseert, naar het reeds genoemde werk van Seton-Watson en naar de beide brochures van den geleerdenen strijdlustigen professor T. G. Masaryk: „Der Agrammer Hochverratsprocess und die Annexion von Bosniën und Herzegowina en Vasic-Forgach-Aehrenthal, Einiges Material zur Charakteristik unserer Diplomatie”.2. HET NATIONALE STREVEN DER YOUGO-SLAVEN.Bij de Zuid-Slaven der Donau-Monarchie is in het begin der vorige eeuw het nationaal bewustzijn ontwaakt. De eerste stoot daartoe bracht de oprichting van de Illyrische provincies door Napoleon I, na den slag bij Austerlitz, en, ofschoon deze Zuid-Slavische provincies weder tot hun duf bestaan van vroeger terugkeerden, toen zij na den val van Napoleon weder in de handen der Habsburgers vielen, de nationale idee stierf niet geheel uit, doch bleef voortsmeulen. In de jaren 1830–1840 blies Ljoedevit Gaj, politicus en de dichter van: Kroatië is niet verloren zoo lang wij leven, door Lisinsky op muziek gebracht (het is een der meeslependste melodieën, die ik ook gehoord heb) haar nieuw leven in; hij boette echter zijn patriotisme met gevangenisstraf. En in latere jaren was de bekende bisschop Strossmayer, een man van eminente bekwaamheden en karaktereigenschappen, een groot patriot en een groot tegenstander der Magyaren, de propagandist der nationale idee (geboren 4 Februari 1815; gestorven 10 April 1905).Het nationale streven der Kroaten en Serviërs der Donau-Monarchie heeft zich aanvankelijk, zelfs tot het jaar 1913, niet zoo ver uitgestrekt als thans. Aan een vereeniging met Servië en Montenegro werd niet gedacht; men streefde de Groot-Kroatische idee na, dat is de vereeniging van alle Kroaten en Serviërs der Donau-Monarchie als autonome staat onder den scepter der Habsburgers. Van het Servische koninkrijk waren de Kroaten in het geheel niet gediend. Wat wel te verklaren was, want de regeering van Milan en zijn zoon Alexander was er niet naar om in Servië een waardig Piemont der Yougo-Slaven te zien.Met de komst van Peter Karageorge, den vriend der Bosniakken, op den Servischen troon, verbeterden zich de betrekkingen tusschen de Serviërs der Donau-Monarchie en die van het Servische koninkrijk; ze werden inniger na 1905, toen de Serviërs derDonau-Monarchie en de Kroaten hun onderlingen strijd hadden bijgelegd, maar het Piemont der Zuid-Slaven werd het Servische koninkrijk eerst in 1913, toen het de Turken had teruggedreven en met Montenegro, Griekenland en Roemenië een hechte barrière had opgeworpen tegen „den Drang nach Osten” der Duitschers.Door de nederlagen der Turken was Oostenrijk-Hongarije op den Balkan teruggeworpen en de poort naar Saloniki, die Andrassy door de occupatie van Bosnië-Herzegowina voor de Habsburgers geopend had, dichtgeslagen. Maar wat voor de Duitschers der Monarchie en Magyaren verpletterender was: thans zagen zij op eenmaal den afgrond aan hun voeten liggen, waarheen een erbarmelijke politiek tegenover hun Zuid-Slavische bevolking hen had gesleept. Trots al de ellende, waarin de Magyaren onder het oog der Duitsch-Oostenrijkers de Serbo-Kroaten hadden gestort, hadden deze niet opgehouden het oog op Oostenrijk gevestigd te houden, alsof zij vandaar hun verlossing wachtten; thans werd het „hoch Oesterreich” overstemt door den woedenden kreet: „Austria-Hungaria delenda est!”Oostenrijk-Hongarije stond voor een catastrophe. Zoo het de Monarchie niet gelukte den gerechtvaardigden drang der Yougo-Slaven naar vereeniging te breken, wat bereikt kon worden door het Servische koninkrijk te vernietigen, dan was het met haar grootheid gedaan. Want bij een afscheiding harer Serbo-Kroatische bevolking en de vereeniging van de Zuidelijke deelen der Monarchie met het Servische koninkrijk zou het zeker niet gebleven zijn; ook de Noordelijke Slavische bevolking der Monarchie, de Tsechen, Polen, Roethenen en Slowaken, zou deze gelegenheid aangegrepen hebben om zich af te scheiden.Dat de Donau-Monarchie te gronde zou gaan, kon Duitschland niet dulden, omdat zij in zijn algemeene politiek een factor van overwegende beteekenis uitmaakte. Duitschland moest op Oostenrijk-Hongarije kunnen rekenen, in tweeërlei opzicht. Eensdeels als leverancier van soldaten, om Europa te kunnen beheerschen, anderdeels als een van de staten, die naast den Balkan en het Turksche rijk aan zijn macht goedsmoeds moesten onderworpen worden, om zijn Hamburg-Perzische Golf-politiek te kunnen realiseeren.Misschien—ofschoon twijfelachtig—zou de Donau-Monarchie het gevaar eener débâcle hebben kunnen bezweren door het dualismeden rug toe te keeren en een radicale hervorming te brengen in haar binnenlandsche staatkundige verhoudingen, maar behalve dat ze geen staatsman van beteekenis kon aanwijzen, die zulk een taak durfde, waartegen de Magyaren zich met hand en tand verzetten zouden, zou ze dan toch voor Duitschland verloren geweest zijn. Een Oostenrijksche staat, die zijn volken de rechten inruimt, waarop zij aanspraak mogen maken, moet anti-Duitsch zijn.Oostenrijk-Hongarije had beproefd het gevaar, dat het dreigde na de overwinning van de Balkanstaten op de Turken, te weren door de Bulgaren in het vuur tegen hun vroegere bondgenooten te drijven. Het middel had echter gefaald, omdat Bulgarije was verslagen geworden. En thans had een sterke Balkan-federatie, Roemenië, Servië, Montenegro en Griekenland, met een zeer sterke neiging tot de Entente, een dam opgeworpen tegen de hegemonie-plannen der Centrale Mogendheden en zag Duitschland den weg Hamburg-Perzische Golf op eenmaal versperd. Een verzwakt Bulgarije en een geruïneerd Turkije vermochten daartegen niets.Duitschland had het Yougo-Slavische gevaar te bezweren dat èn den bondgenoot dreigde te gronde te richten èn hetzelf een barrière opwierp op den weg naar de Perzische Golf. Het was daarom voor de Yougo-Slaven een veeg teeken, toen Wilhelm en Frans Ferdinand te Konopitsch te samen kwamen; men ging inzien dat de Europeesche oorlog zou komen. Het is de moord op Frans Ferdinand, welke dien oorlog heeft verhaast.De oorlog gaf de Donau-Monarchie een gereede aanleiding om opruiming te houden onder het intellect der Zuid-Slavische bevolking en ze heeft er ruimschoots gebruik van gemaakt. Bij honderden werden de Serbo-Kroaten in gevangenissen opgesloten, geëvacueerd en hun goederen geconfisceerd; de galgen kraakten onder het gewicht der ongelukkige Serviërs, wier eenige misdaad was, dat zij met al hun kracht hadden gestreefd zich aan de onderdrukking, waaraan zij waren overgeleverd, te ontworstelen.In Bosnië waren reeds voor de mobilisatie meer dan 5000 Serviërs in de gevangenis geworpen, waaronder in de eerste plaats de pioniers der nationale idee. In Dalmatië werden alle prefecten der steden en bijna alle afgevaardigden van het volk in den kerker gebracht. In Marburg (Stiermarken) alleen werden 332 Dalmatiners gevangen genomen. In Triëst bedroeg het aantal gevangenen1000. In Bosnië-Herzegowina werd niet één orthodoxe priester vrijgelaten.De regeering greep weder naar haar oude tactiek: de processen van hoogverraad werden weder in scène gezet, op de manier zooals Agram ons getoond heeft. Op 3 Maart 1915 begon te Banjeloeka een proces tegen 28 leerlingen, den directeur en 3 leeraren van de Hoogere Burgerschool. De leerlingen zouden het voornemen opgevat hebben een Yougo-Slavische vereeniging op te richten, terwijl de directeur en 3 leeraren het niet hadden verhinderd. Er werden straffen uitgesproken van 2 jaar tot 4 maanden gevangenis. Op 13 Juli 1915 begon te Trebinje een proces tegen 65 leerlingen. Straffen werden gegeven, varieerend van 3 jaar tot 6 maanden gevangenis. Op 13 September 1915 begon een proces tegen 38 leerlingen en 3 leeraren te Tuzla. Een beschuldigde werd ter dood veroordeeld, door middel van ophanging en talrijke anderen kregen 15, 14 en 12 jaar gevangenisstraf. Behoudens enkele uitzonderingen waren alle beschuldigden in dit proces minderjarig en er waren er onder, die nauwelijks 15 jaren telden. In het geheel werd in dit proces uitgesproken: één doodstraf en 155 jaar en 10 maanden gevangenisstraf. Op 9 November 1915 begon een monsterproces te Banjeloeka. Er werden daar 98 menschen veroordeeld, waaronder 16 tot de doodstraf. Alle ter dood veroordeelden woonden de executie bij en een voor een werd opgehangen. Vasyl Grdjic, afgevaardigde en secretaris van Provesta (een vereeniging van meer dan 6000 leden, ten doel hebbende de ontwikkeling van het Servische volk door ondersteuning van scholen, het organiseeren van cursussen etc.), wien men het zwaarst wilde treffen, werd het laatst opgehangen. In het geheel werd er in dit proces 858 jaar gevangenis uitgesproken. De rechters in dit proces waren...... Duitschers.De regeering confisceerde de vermogens van alle vereenigingen, die de zaak harer Servische onderdanen bevorderden. Zoo 3 millioen kronen van Provesta; 100.000 kronen van de vereeniging Dobrotwima Zadroega, voor een groot deel een schenking van Miss Irby, een Engelsche; 15.000 kronen van het fonds Karageorge, gesticht door den vader van den tegenwoordigen Servischen koning om de studie van jonge Serviërs te bevorderen.Bijna al de leeraren der lyceums werden afgezet, zonder opgaafvan redenen; andere leeraren werden gevangen genomen. Bij de decreten van 7 en 13 October 1914 werden alle goederen van hen, die zich in het buitenland bevonden, geconfisceerd. Een ordonnantie van 7 December van dit jaar verklaarde, dat een deel der geconfisceerde vermogens kon afgestaan worden aan loyale burgers, met andere woorden, aan spionnen en verklikkers.Toen de Oostenrijksche soldateska in dezen oorlog de gevangenissen van Agram, Laibach en Zara tot bersten toe vulde met de Servische onderdanen der Monarchie, toen zij de galgen deed kraken onder het gewicht van veroordeelde Serviërs, toen zij Servische grijsaards, vrouwen en kinderen van hof en haard verdreef en als een kudde wilde beesten voor zich uitdreef en ze liet omkomen van gebrek en door mishandeling, toen zij het Servische vermogen confisceerde en het gedeeltelijk schonk aan spionnen en verklikkers, toen riep ook de consul der Monarchie in New-York de Servische onderdanen van Frans Jozef op om hun plaats te gaan innemen in de rijen van het Oostenrijksch-Hongaarsche leger. Een antwoord, waaruit slechts gloeiende haat sprak, kwam: „Ga heen, satan, de melk van onze moeder is ons te heilig dan dat wij ons zouden kunnen verheffen tegen onzen broeder. Wij kennen je, satan! Je naam is Oostenrijk. Ga heen, we hooren je oproep niet. De stem der Servische strijders bereikt ons hart en onze ziel zweeft over het Servische heldenland, waar ge je graf zult vinden en waarin voor ons, Kroaten, de gouden zon der geheiligde vrijheid zal opgaan, die gij ons, zondaar, te lang verborgen hebt gehouden”.Was een ander antwoord mogelijk? Van Kroaten, die in Amerika de vrijheid hadden leeren kennen? „De zon der geheiligde vrijheid, die gij ons, zondaar, te lang verborgen hebt gehouden!” In deze beschuldiging wordt den Habsburgers de oorzaak aangegeven, waarom zich de Yougo-Slaven van hen hebben afgewend. Och, zoo deze slechts het gebed van den dichter Jowan Jowanowitch hadden verstaan: „Heer, zegt ons dat uwe woede is bedaard en dat ge onze fouten hebt vergeven! Heer, maakt een einde aan de kwellingen der zonen van Lazar, den martelaar van Kossowo! Heer, geeft ons de plaats die ons toekomt in het midden der naties en bevrijdt ons van de Turken en de Schwaben!” Welk een geheel anderen loop zou de geschiedenis genomen hebben! Maar thans is het te laat, voor altijd te laat.In dezen oorlog zijn de Yougo-Slaven voor altijd voor de Habsburgers verloren gegaan. „Austria-Hungaria delenda est!” Een andere kreet kent de Yougo-Slaaf niet meer.En vanuit Rome, waar de Kroatische emigranten, de besten uit het volk, in Februari 1915 vereenigd waren, klonk het den Oostenrijkers en Magyaren toe: het Kroatische volk beschouwt zich als één met het Servische, vereenigd door de heilige banden van den bodem, het bloed en de taal.De Yougo-Slavische eenheid was uitgeroepen.Oostenrijkers en Magyaren mogen zich nu tot de meening bekeerd hebben, dat het dualisme in de Donau-Monarchie heeft afgedaan en dat het plaats moet maken voor een trialisme, bestaande uit Oostenrijk, Hongarije en Serbo-Kroatië-Slavonië, het is thans te laat. Na alles, wat er gebeurd is, zijn de Zuid-Slaven der Monarchie er niet meer voor te vinden. „Na al de martelingen, die wij hebben ondergaan onder het afschuwelijke Oostenrijk-Hongaarsche juk, mag geen voet van onzen nationalen bodem en geen deel van ons volk onder de heerschappij blijven van Oostenrijk of van Hongarije, zelfs zoo deze beide staten onder den een of anderen vorm de verschrikkelijkste débâcle, die hen wacht en die zij wel verdiend hebben, mochten overleven. Wij hebben slechts één kreet:Austria-Hungaria delenda est, en een onbuigzaam algemeen voornemen: de vereeniging met onze broeders Serviërs en Slowenen in één compacten staat en onder één dynastie, de roemrijke dynastie der Karageorge's”, riep dr. Hinkowitch uit in een rede, die hij op 27 April 1915 te Parijs hield.2)Het is duidelijk gesproken. Het is een rechtvaardige eisch. Het is tevens een eisch, die geschreven staat in de oorlogsvaan der Entente.En, zou men meenen dat het den Duitschers en Magyaren ernst was met hun voornemen om den nationaliteiten recht te doen wedervaren?In tijden van nood hebben de Habsburgers altijd concessies gedaan aan hare nationaliteiten, maar hun woord hebben zij nooit gehouden. In tijden van nood, zooals de Monarchie ook thans weder doormaakt, wordt hetdivide et imperaeen korten tijd opgeborgen, maar zoodra zijn deze tijden niet achter den rug,of het wordt opnieuw gedreven als een wig tusschen de nationaliteiten, die ze dan op de oude manier weder tegen elkander ophitst.Terwijl aan de eene zijde Oostenrijk zich nauwer gaat aansluiten bij Duitschland en daarvoor zelfs een deel van zijn onafhankelijkheid zal prijsgeven, belooft het aan de andere zijde zijn nationaliteiten recht te doen wedervaren. Van tweeën een. Of het bedriegt Duitschland, of het bedriegt zijn nationaliteiten. Het bedriegt zijn nationaliteiten, omdat, zoo den nationaliteiten recht wordt gedaan, het met de hegemonie van Duitschers en Magyaren is gedaan. Zou men meenen, dat Duitschland het zou dulden?Of Duitschland wordt verslagen en dan is het met de Donau-Monarchie gedaan, òf Duitschland wordt niet verslagen—zij dat het overwint of dat de oude status quo wordt hersteld—en dan is hetmetde nationaliteiten der Donau-Monarchie gedaan; een middenweg is hier niet.2)Deze vereeniging onder alle Yougo-Slaven onder Karageorge's is uitgeroepen bij de declaratie van Corfu op 20 Juli 1917.3. HET YOUGO-SLAVISCHE PROGRAMMA.De Servische eenheid moest komen, wat voor iedereen, die de toestanden in het Zuiden der Donau-Monarchie en in de Servische landen ten Zuiden van Donau en Save kende, duidelijk zichtbaar was. De idee: één homogene natie, één taal, één verleden, één staat had zich ten slotte ook van de Yougo-Slaven meester gemaakt. De vraag was slechts hoe deze eenheid tot stand zou komen.Tot 1912 was Agram het middelpunt van het Zuid-Slavische leven, ofschoon er reeds vóór dien tijd genoeg kenteekenen aan te wijzen waren, die op een verplaatsing van het centrum van Zuid-Slavisch leven naar Belgrado wezen. De komst van Peter Karageorge op den Servischen troon, onder wiens regeering Servië zich wist te herstellen van de ruïne, waartoe Milan het gebracht had, zich in een ongekenden bloei ging verheugen en zich wist vrij te maken van Oostenrijksche invloeden, was voor de Donau-Monarchie geen fortuin. Haar belang eischte een geruïneerd, chaotisch en anarchisch Servië; een Servië met een sterke regeering, dat de toestanden wist te ordenen en de finantiën te regelen, was voor haar een gevaar, vooral bij den chaotischen toestand welke, door eigen schuld, in hare Zuid-Slavische landen heerschte.Voor het jaar 1912 hoopte het meerendeel der Zuid-Slaven op het tot stand komen van een Groot-Kroatische staat, omvattende Kroatië-Slavonië, de Servische deelen van de Monarchie, het land der Slowenen, Bosnië-Herzegowina en Dalmatië, met Agram als hoofdstad en onder den scepter der Habsburgers. Doch na de overwinningen der Serviërs op de Turken in 1912 richtten de Zuid-Slaven den blik op het Servische koninkrijk, dat zij als het Piemont van een Yougo-Slavischen staat gingen beschouwen.Thans is het Yougo-Slavische probleem tot een der levensbelangen van dezen oorlog geworden, want zoo uit dezen oorlog geen zelfstandige Zuid-Slavische staat mocht geboren worden, dan zal Europa niet tot rust komen en het doel, voortaan de volkeren in vrede naast elkander te doen leven, zal niet worden bereikt. „De vereeniging der Yougo-Slaven is een der vitale problemen van dezen oorlog en de oprichting van een sterken Yougo-Slavischen staat, die alle Serviërs, Kroaten en Slowenen omvat, zal de zekerste vredes-garantie zijn in het Zuid-Oosten van Europa”, schreef Seton-Watson (de auteur van het beroemde werk:The Southern Slav Question and the Habsburg-Monarchie) in den herfst van 1915.Er zijn thans niet veel Yougo-Slaven, die hun stem kunnen doen hooren, want er bevinden zich betrekkelijk weinig vertegenwoordigers van hen in het buitenland, maar zij, die er zich bevinden en bijtijds hun land konden ontvluchten en daardoor den galg zijn ontsnapt, of die reeds vóór het uitbreken van den oorlog in ballingschap leefden, zijn de voornaamsten hunner. Met hun stem, die thans luid weerklinkt, spreekt het geheele Zuid-Slavische volk. Deze groep ballingen is haar actie te Rome begonnen, kort na het uitbreken van den oorlog, en heeft zich tot een comité geconstitueerd met het doel uit dezen oorlog een zelfstandige, sterkeYougo-Slavischestaat te doen ontstaan, omvattende alle Serbo-Kroaten en Slowenen, onder de vaan der Karageorge's.President van het Yougo-Slavische Comité is de bekende Dr. Ante Trumbitch, de vroegere burgemeester van Spalato, in Dalmatië, en oud-afgevaardigde in het Oostenrijksche parlement. Onder de leden, Dalmatieërs, Bosniakken, Kroaten, Serviërs en Slowenen, treft men mannen aan als Dr. Hinko Hinkovitch, de bekende verdediger der beschuldigden uit het schandelijkehoogverraad-proces te Agram, wien men het verblijf in de Oostenrijk-Hongaarsche landen onmogelijk heeft gemaakt en de bekwame, arme en door en door eerlijke journalist Frano Supilo—sedert in Londen overleden—welbekend uit het Friedjung-proces, Dr. Nicola Zupanitch, conservator van het ethnographisch museum te Belgrado en Mihajlo Pupin, professor aan de Columbia Universiteit te New-York. Verder treft men er talrijke bekende advokaten onder aan en de bekende beeldhouwer Iwan Mestrowitch, de schepper van het mooie beeld Moja Majka (mijne moeder).Het Comité reikte den 1en Mei 1915 aan Delcassé en aan Iswolski een memorie over, waarin de ongelukkige situatie, waarin zijn landgenooten verkeerden en hunne aspiratie's werden uiteengezet en den 4en Juli een andere memorie aan lord Creve, die toenmaals Sir Edward Grey verving. Sedert den 1en October van hetzelfde jaar geeft het regelmatig een bulletin uit, in het Fransch en in het Engelsch.In Amerika, waar zich talrijke kolonies Serbo-Kroaten bevinden, roerden de Yougo-Slaven zich geducht. Op 10 Maart 1915 werd te Chicago een groot congres gehouden, waar 563 afgevaardigden bijeenkwamen. Te Pittsburg werd een petitie door 2000 afgevaardigden aangenomen en te Cleveland kwamen de vertegenwoordigers der Narodna Hrvatska Zajednitsa, een Kroatische vereeniging met 35000 leden, en de Servische vereenigingen Sloga en Srboran bijeen en namen er de volgende resolutie aan: „Wij Kroaten, Slowenen en Serviërs, één enkele natie door het bloed, de taal, de algemeene aspiratie's, voelen ons met ziel en hart verbonden met het volk, met het leger en met het gouvernement onzer broeders van Servië en van Tsrna Gora (Montenegro). Hun zaak is de onze; wij zijn bereid te strijden, zijde aan zijde, tegen de gemeenzame vijanden: Teutonen, Magyaren en Turken, om de vrijheid te veroveren en de vereeniging van alle Yougo-Slaven in één grooten, nationalen staat. Wij hopen dat geen enkel deel van ons volk, geen duim van onzen bodem, in het Westen, in het Oosten, in het Noorden of in het Zuiden, vallen zal onder het vreemde juk.”Het programma, dat het Yougo-Slavische Comité heeft opgesteld, eischt dat vereenigd zullen worden in één rijk: 1o. Servië en Montenegro, 2o. Bosnië-Herzegowina, 3o. Dalmatië met zijnArchipel, 4o. Kroatië-Slavonië met Rika (Fiume) en de Medjoemoeje (tusschen de Drave, Mur en Stiermarken), 5o. Batschka (tusschen Theiss en Donau) en het Banaat (Zuidelijk-Hongarije), ten Noorden van den Donau, zich uitstrekkend tot de Theiss met steden als Temesvar, Becskereck, Kikinda, Panschewo, Orsowa, Resica; 6o. Istrië met zijn eilanden en Triest; 7o. de Krain en Goritz en 8o. Zuidelijk Karinthië en Zuidelijk Stiermarken.Er wonen in Oostenrijk-Hongarije 6½ millioen Yougo-Slaven, in Servië en Montenegro 4½ millioen en 11 millioen Yougo-Slaven zouden dus, volgens hun eisch, vereenigd worden in één rijk; het zou dus een staat van beteekenis worden.Eén rijk onder de Karageorge's! In dezen eisch der Yougo-Slaven ligt opgesloten, dat de koning van Montenegro voor hen niet meer bestaat. Ook niet voor het Montenegrijnsche comité voor de nationale eenheid, dat zich geheel heeft aangesloten aan het programma der Yougo-Slaven. President van dit comité is Andriija Radowitch, vroeger minister-president en minister van buitenlandsche zaken van Montenegro.De Montenegrijnen kunnen den ouden Nicolaas zijn dubbelzinnige houding in dezen oorlog niet vergeven en het allerminst de laffe wijze, waarop hij en zijn familie het land heeft verlaten, die zulk een schrille tegenstelling vormt met den schitterenden terugtocht van het Servische leger, met zijn koning in het midden. Ja, als Nicolaas thans met een leger, hoe gedecimeerd ook, aan het front in Saloniki stond, dan zouden er genoeg Montenegrijnen gevonden worden, die hem niet zouden afgevallen zijn, zelfs nu zijn verblijf op den Montenegrijnschen troon een anomalie zou zijn, maar thans? Neen, zijn verdwijnen van het tooneel van den strijd heeft hun eer aangetast en dat vergeven zij hem nooit. Zelfs een van zijn meest reactionaire ministers, Jowan Plamenac, heeft openlijk verklaard dat Nicolaas, door de wijze waarop hij in de catastrophe verdwenen is, voor Montenegro niet meer bestaat.Nicolaas schijnt echter niet van plan te zijn vrijwillig van zijn troon afstand te doen. Het zal hem echter niet helpen. De Yougo-Slaven en zijn Montenegrijnen zijn niet meer van hem gediend. De Italiaansche afgevaardigde Arthur Labriola zegt volkomen terecht in de Lavoro van 14 Augustus 1917: „de dynastie Petrowitch weet zeer goed, dat de Yougo-Slavische unie zich zonder haar zalvoltrekken. Door het streven dezer familie te steunen, zou men niet alleen het plan der Yougo-Slaven dwarsboomen, maar ook den uitdrukkelijken wil der Montenegrijnen. Koning Nicolaas zou een onafhankelijk Montenegro willen doen voortbestaan, maar zijn onderdanen verzetten zich tegen zulk een voornemen. Italië zou een zeer zware fout begaan, zoo het de persoonlijke politiek van den koning van Montenegro aanmoedigde.”„De rol van Montenegro is afgespeeld. Het kan niet langer bestaan ten pleiziere van eenige liefhebbers van antiquiteiten en een dynastie, die boven alles zijn eigen belangen en ambitie's plaatst. In den toekomstigen staat van Serviërs, Kroaten en Slowenen willen de Montenegrijnen geen republiek van San Marino zijn”, schrijft Andriija Radowitch in „Le monde slave” (December '17).De Yougo-Slaven weten dat, zoo de Duitschers overwinnaars in dezen oorlog mochten zijn, hun streven naar nationale eenheid met geweld zal worden onderdrukt in lange, lange jaren, omdat het de pan-germaansche heerschzucht in den weg staat. Maar ze weten ook, dat hun eischen ingewilligd zullen worden, zoo de Entente de zege behaalt, omdat:1o. de vereeniging van alle Yougo-Slaven in één rijk de zuivere consequentie is van het nationaliteitsprincipe, zooals het door de Entente in haar oorlogsvaan geschreven is;2o. een vrede in het Zuid-Oosten van Europa illusoir zou zijn, zoolang aan het nationale streven der Yougo-Slaven niet is voldaan;3o. een sterke Zuid-Slavische staat een barrière zal opwerpen tegen pan-germaansch streven. Het oude Servische keizerrijk, dat sterk was zoolang het een sterke heerscher had, is te gronde gegaan, omdat het een barrière vormde tegen den drang naar het Noorden van de Turken; het Servische koninkrijk, dat zwak was omdat het slechts een klein deel van het Servische volk omvatte, ging te gronde, omdat het een barrière vormde tegen den drang naar het Oosten van de Duitschers; slechts een Yougo-Slavische staat, die sterk zal zijn omdat hij het Zuid-Slavische volk in zijn geheelen omvang omvatten zal, zal in de toekomst voor een catastrophe bewaard blijven.4. ITALIË EN DE YOUGO-SLAVEN.De Yougo-Slaven zullen met of tegen Italië zijn;de keuze is aan Italië.'t Zal zoo ongeveer in de maand Mei van het jaar 1915 geweest zijn, toen ik, te Nisch in Servië verblijf houdend, vernam, dat de geheime diplomatie weder eens op haar manier aan het werk—aan het konkelen, zou ik haast geschreven hebben—was geweest.Ik houd niet van de geheime diplomatie. Ze heeft de wereld heel wat leed berokkend en heel wat waardeloos werk geleverd, omdat het volk niet achter de regeering staat, als ze in het geheim aan het werk tijgt. Aan haar verwijt ik, dat hetrebus sic stantibusis uitgevonden, dat ze van een diplomaat een intrigant en van een contract een vod papier maakt, in één woord is: „la diplomatie contre la nation.”Hier, in het geval dat ik op het oog heb, was de geheime diplomatie niet zoo geheim geweest, of iedereen in Servië wist te vertellen, dat ze op echt Metternichsche manier aan het verschacheren van volken was geweest en deze volken van de hand had gedaan, zooals een veekooper op de markt zijn vee bij handslag van de hand doet.Onze staatslui zijn, generatie op generatie, grootgebracht in de geheime diplomatie, die stamt uit het tijdperk van het absolutisme en dezen heeren leert men daarom de oude methoden niet zoo spoedig af, zelfs al zijn zenolens volenstot het inzicht gekomen, dat ze, namelijk de geheime diplomatie, uit den booze is. Laten we hopen, dat, wat ze in het jaar 1915 heeft gedaan, de laatste daad van een stervende is.Wat we in Mei van het jaar 1915 te Nisch hoorden vertellen? Niets minder dan dat de Entente met Italië de volgende overeenkomst had gesloten. Italië zou Duitschland den oorlog verklaren. Voor deze hulp, die het de Entente verleende, zou het bij het sluiten van den vrede, zoo natuurlijk de Entente overwon, in het bezit gesteld worden van Zuidelijk Tirol, Trente, Triëst en zijn omgeving, de provincies Goriza en Gradisca, geheel Istrië tot aan Quarnero, met inbegrip van Volosca en de Istrische eilanden, Cherso en Lussin, en van nog enkele anderen, van Dalmatië tot aan de Narenta en van de Dalmatische eilanden en van Wallona en omgeving. Dit, wat de omgeving van de Adria betreft.Dat we toenmaals vrij juist waren ingelicht, is later gebleken, toen de Bolsjewiki het tractaat openbaar maakten.President Wilson had zich nog niet aan de zijde der Entente geschaard,—een geluk voor Italië—maar het zou me toch een lief ding waard geweest zijn om te vernemen hoe hij over dezen koehandel dacht, hij, die later verkondigde, dat aan het volk alleen het recht toekomt om over zichzelf te beschikken en dat deze vrijheid alleen beperkt mag worden voor zoover ze een bedreiging en een gevaar voor anderen oplevert. En hoe is deze transactie te rijmen met de vrijheid der zee, zooals Wilson die opvat? Omdat deze handel in het geheel niet past in het kader van Wilson's ideeën over het doel van dezen oorlog, geloof ik dat, sedert Amerika zich in den oorlog geworpen heeft, er heel wat van de waarde der overeenkomst zal verloren zijn gegaan.Ja, maar de heiligheid der verdragen, zoo zal men mij, op den trant der geheime diplomatie, opmerken, gedoogt toch niet dat men de overeenkomst als van nul en geen waarde gaat beschouwen. Och kom, ik antwoord op denzelfden trant met:rebus sic stantibus!De Serviërs waren woedend. Wat verklaarbaar was. Want daar werd, om het imperialisme der Italianen te bevredigen, een onmetelijk stuk Zuid-Slavisch land verkwanseld, zonder de volken, die in dat land woonden, te raadplegen en tegen het principe in, waarop Italië zijn eenheid had opgetrokken en ook tegen dat, hetwelk de Entente in haar oorlogsvaan had geschreven. En het was waarlijk niet het slechtste stuk van het Yougo-Slavische land, dat Italië zich toegewezen zag.We kennen het doel van Italië—het is reeds voor lange jaren verkondigd—om van de Adria een „mare nostro” te maken. Om dien eisch te verdedigen, voert het twee motieven aan, namelijk 1e. dat het kustland van de Adria voor een deel door Italianen wordt bewoond en 2e. dat, voor zoover er geen Italianen wonen, Italië het noodig heeft ten behoeve zijner zekerheid en van zijn suprematie ter zee. Het eerste motief is er een, dat wortelt in het nationaliteiten-principe, het tweede daarentegen is er een van imperialistischen aard.Voor zoover nu de Italianen hun eischen stellen op grond van het nationaliteitsprincipe, hebben de Yougo-Slaven er vrede mee,tegen alle anderen echter verzetten zij zich met hand en tand. Ze eischen deze niet-Italiaansche landen voor zichzelf op en wel op grond daarvan, dat ze door Yougo-Slaven worden bewoond.Tegenover het motief, dat Italië aanvoert om de landen der Adria, die niet door Italianen bewoond zijn, te annexeeren, stellen de Yougo-Slaven de vraag: welke reden kan Italië hebben om, zoo de Entente overwint—en in dit geval alleen kan de overeenkomst van kracht worden—van de Adria een gesloten zee te maken ter wille van zijn zekerheid en zijn suprematie ter zee? Zekerheid, tegen wien? Suprematie, over wien? Oostenrijk-Hongarije is dan van de zee teruggedreven en kan op zee Italië niet meer bedreigen. En de Yougo-Slavische staat, die dan geboren wordt, bezit geen enkel schip, en zal er in onafzienbaren tijd geen bezitten, althans geen oorlogsschip. De nieuwe staat zal voor een taak komen te staan, die andere dingen eischt dan juist het bouwen van een oorlogsvloot.Ge wilt Triëst bezitten? vragen ze den Italiaan. Omdat de stad Italiaansch is? Zeker, de meerderheid der bevolking dezer stad is thans nog Italiaansch. Maar geheel 't achterland, dat 1.200.000 zielen telt, is Sloveensch. Een derde deel der stedelijke bevolking is eveneens Sloveensch en ze neemt sterk toe, van 20 pCt. in 1890 tot 30 pCt. der bevolking in 1910; de Italiaansche bevolking gaat er sterk achteruit, van 74 pCt. in 1890 tot 62 pCt. in 1910.De Yougo-Slaven verzetten zich er eveneens tegen, dat de provincie Goriza in Italiaansche handen komt. En terecht. Want de geheele provincie is Sloveensch. Alleen de stad Goriza kan een kleine meerderheid van Italianen aanwijzen, die echter gestadig afneemt, (van 74 pCt. der bevolking in 1890 tot 50 pCt. in 1910) terwijl de Slovenen er in aantal toenemen. (18 pCt. in 1890 en 37 pCt. in 1910.)Dalmatië heeft 645.000 inwoners, waarvan slechts 18.000 Italianen; de rest is Serbo-Kroatisch. En het is dus te begrijpen dat de Yougo-Slaven verslagen hebben gestaan over den eisch van Italië, om dit land te annexeeren, te meer, daar zij daardoor tevens van de kust zouden worden teruggedreven. Met een corridor naar een Dalmatische haven nemen zij geen genoegen, te meer niet, daar de eenig bruikbare weg, om van het binnenland naar de zeete komen, langs denrechteroeverder Narenta loopt, die zich in handen der Italianen zou bevinden.De overweldiging van Dalmatië door Italië is zelfs sommigen Italianen te kras. Prezzolini schreef in „La Dalmazia” (Venetië 1915): „Als overtuigd partijganger van den oorlog tegen Oostenrijk, vóór zoovele anderen, die thans den boom beklimmen, dien wij hebben geplant, willen wij niet dat het Italiaansche volk, dat in den oorlog slechts een opoffering zag voor een ideaal, geleid wordt naar een doel, dat met dit ideaal niets te maken heeft, doch in formeelen tegenspraak is met al de principes, waarvoor het naar de wapenen gegrepen heeft. Dalmatië veroveren is een daad van imperialisme, die niet het gevolg mag zijn van een nationalen oorlog”. En Marinelli en Salvemini zeggen in hun boek,la questione dell Adriatica: „Door Dalmatië te veroveren, ontneemt Italië het de mogelijkheid zich economisch te ontwikkelen; het scheurt dit land los van zijn achterland; het veroordeelt zichzelf tot een politiek van vergelding en van trouweloosheid tegenover de groote meerderheid van het volk, het zou daardoor den haat der geheele wereld verdienen, zooals Oostenrijk hem heeft verdiend, en zou de permanente vijandschap der Yougo-Slaven, die zich in de armen van Duitschland zouden werpen, op zich geladen hebben.... Iedere verovering op het Dalmatische vasteland zou Italië niet versterken, maar verzwakken; om meester van de zee te zijn en om zijn kusten tegen elk gevaar te beschermen, is het bezit van Pola, Wallona en enkele der buitenste eilanden van den Dalmatischen Archipel voldoende.”Ik geloof, dat de Yougo-Slaven zich over het verdrag dat de Entente met Italië gesloten heeft, niet erg ongerust behoeven te maken. Er is in den tijd, sedert het werd afgesloten, heel wat gebeurd, dat de realisatie ervan na den oorlog in den weg staat. Onder den druk der aanbiedingen, die de Centrale Mogendheden Italië hadden gedaan, is dit land meer toegestaan dan waarover de Entente met recht kon beschikken en in flagranten strijd met de principes, die ze in haar oorlogsvaan geschreven had. De verwachtingen, die de Entente van het optreden der Italianen gekoesterd heeft, zijn ten deele uitgebleven. En, wat de grootste beteekenis heeft: thans heeft Amerika zich in den wereldstrijd geworpen. Eerst toen Wilson optrad, werden de ideeën, in dezen oorlogte verwezenlijken, scherp op den voorgrond gesteld, het doel, dat bereikt moest worden, scherp omlijnd. En met de ideeën en het oorlogsdoel van Wilson strookt het verdrag der Entente met Italië in het geheel niet. Het is dus te voorzien, dat Italië en de Yougo-Slaven wel een overeenkomst omtrent de Adria zullen weten te treffen, waarbij beide partijen bevredigd worden, zoo niet reeds deze overeenkomst getroffen is, wat niet onwaarschijnlijk is.Wat Italië verlangt, kunnen de Yougo-Slaven niet toestaan en ze zullen het ook niet, want ze gevoelen geen lust de Oostenrijksche overheersching te ruilen tegen een Italiaansche. Het hangt van Italië af of de Yougo-Slaven met of tegen haar zullen zijn. Het belang van Italië eischt echter, dat ze niet tegen haar zijn.Napoleon I zei eens op St. Helena:„Savez-vous ce que j'admire le plus dans ce monde? C'est l'impuissance de la force pour organiser quelque chose de durable. Il n'y a que deux puissances: le sabre et l'esprit. A la longue, le sabre est toujours battu par l'esprit.”Het is te hopen, dat de Italianen zich deze uitspraak van een groot man, die groote dwalingen begaan heeft en meer dan eens, tot zijn nadeel, tegen deze uitspraak gezondigd heeft, zullen herinneren vóór zij zich er toe zetten om imperialistische tendenzen te gaan verwezenlijken.5. DE TOEKOMST VAN DEN YOUGO-SLAVISCHEN STAAT.Ik wil mijn schetsen over Yougo-Slavia niet eindigen zonder enkele woorden te wijden aan de economische beteekenis, die de Yougo-Slavische staat voor de toekomst zal hebben.Ik kan slechts een schets, een zeer vage schets zelfs, geven, want statistisch materiaal, om mijn meeningen te staven, staat niet te mijner beschikking; het is, bij mijn vlucht uit Belgrado voor de granaten der Oostenrijkers, in hun handen gebleven. Daarenboven, zelfs al zou dit materiaal nog in mijn bezit zijn, dan nog zou ik mij toch afvragen, of ik het wel gebruiken mag voor een toekomstbeeld, na het cataclysma, dat over de wereld gekomen is.Maar toch, al kan deze zeer kleine en vage schets er niet de minste aanspraak op maken van wetenschappelijken aard te zijn,al ontbreekt hier wetenschappelijk materiaal om mijn meening kracht bij te zetten, een beeld van de toekomst, zij het ook in zeer grove trekken, zal ze niettemin geven.Tannenberg, in zijn Grooter Duitschland, heeft voorgesteld van Zuidelijk-Kroatië en van Dalmatië een Duitsche provincie te maken, omdat hij meent, dat Duitschland deze streken noodig heeft. Het gewone motief van het pan-germanisme. Een groot volk mag men den weg naar de zee niet versperren; daarenboven zou deze provincie een paradijs worden voor de menschen uit het Noorden, die aan de Middellandsche Zee de versterking van hun gezondheid vragen of den rijp van den Noordelijken winter ontvluchten. De Kroaten en de Dalmatieërs konden naar Tunis of Tripolis verhuizen, voor zoover ze niet wilden werken in het Pruisische rijk. Aldus Tannenberg. Ik voor mij geloof, dat voor onze Duitschers van den tegenwoordigen tijd sneller het Hemelsche als het Kroatische paradijs te bereiken zal zijn.De Dalmatiërs en de Kroaten zullen niet gaan verhuizen, doch blijven wonen in het land hunner vaderen en daarvan, hoe het ook door Oostenrijkers en Magyaren verwaarloosd is, een paradijs gaan maken voor.... zichzelf.Het Yougo-Slavische rijk, zooals het ontworpen is door het Yougo-Slavische Comité en zooals het geëischt wordt door alle Yougo-Slaven, zonder uitzondering, zal zich uitstrekken van Triëst aan de Adria in het Westen tot aan Temesvar in het Oosten en van Zombar in het Noorden tot aan Monastir in het Zuiden en zal 11 millioen inwoners herbergen. Het zal echter plaats aanbieden voor 50 millioen menschen, zoo niet meer, omdat het daarvoor ruimschoots de levensvoorwaarden kan aanbieden.De opbrengst van den landbouw kan in dit rijk gemakkelijk verdrievoudigd worden; zelfs in het koninkrijk Servië, waar men den bodem niet bemest en waar de landbouw zeer extensief gedreven wordt, is dit nog zeer gemakkelijk te bereiken, terwijl in Macedonië nog niet tien procent van den bodem was bebouwd en hoe dan nog. Industrie is er zoo goed als niet in het Yougo-Slavische rijk; de bronnen om de industrie te doen ontspringen, zijn echter rijkelijk aanwezig. De handel, vooral de transito-handel, kan er tot grooten bloei geraken door de centrale ligging van het rijk in Europa en door de aanwezigheid van goede havens en goede verkeerswegen,zooals de Donau met zijn zij-rivieren. De mijnbouw ligt, trots de aanwezigheid van voortreffelijke delfstoffen, nog in zijn windselen, evenals die industrie, die in onmiddellijk verband staat met de veeteelt, die in het Yougo-Slavische rijk groot is. Millioenen menschen kunnen er dus nog een rijk bestaan vinden.Er worden in het Yougo-Slavische rijk verschillende deelen te zamen gebracht, die, ofschoon zij door één volk worden bewoond, niettemin geheel afgescheiden werelden vormen, die elkander nauwelijks kennen, en die op een verschillende trap van cultuur staan. Wie zal een bewoner van het Hongaarsche Batschka of van Kroatië op één lijn stellen met een Macedoniër?Een deel der Serviërs, namelijk die van oud-Servië en Macedonië zuchtten nog voor korten tijd onder het Turksche bestuur; een ander deel van het volk onder het juk van den Oostenrijker en den Magyar, terwijl een derde deel, namelijk de Montenegrijnen, geregeerd werden op min of meer Russische manier, door een Czar in miniatuur. Maar ofschoon alle drie een juk te dragen hadden, en zelfs een zeer zwaar, en alle drie deelen van het volk werden verwaarloosd, bestaat er niettemin een verschil, en zeer groot verschil, in de trap van ontwikkeling, waarop ieder hunner staat.Macedonië en Montenegro, zelfs Dalmatië, moeten opgevoerd worden tot de cultuur van een Kroatië-Slavonië en alle landen, in hun geheel, tot die van West-Europa.In Macedonië heerschen erbarmelijke toestanden. Het is een land van den landbouw, maar niettegenstaande er de bodem zeer vruchtbaar is, staat de landbouw en de veeteelt er op een onbeschrijfelijk lage trap; men werkt er nog met houten ploegen en de koeien vinden er geen stal. Scholen zijn er eveneens zeer weinig te vinden; die er zijn, zijn opgericht door Bulgaren en Serviërs. Rechtzekerheid bestond er evenmin; het was er een kwelling een vermogend man te zijn, zoo men geen Mahomedaan was en niemand gaf er dan ook veel om bezit. Hij, die geld bezat, verborg het en bleef zich als een arm man voordoen. De wegen zijn er slecht en spoorwegen kent men er zoo goed als niet. Er zal dus in dit land ontzettend veel werk te verrichten zijn om het tot de hoogte van een Kroatië op te voeren, waarmede jaren gemoeid zullen zijn.Montenegro is een arm land en, in tegenstelling met Macedonië, een onvruchtbaar land. Het is een ontoegankelijk bergland en daarom zal het bouwen van wegen en van spoorwegen er op bijna onoverkomelijke moeilijkheden stuiten. Het bezit echter een vrij goede haven en de handel zal er wel tot bloei te brengen zijn, zoo men den levensstandaard van de Montenegrijnen weet op te voeren. Het onderwijs staat er nog op zeer lage trap en ook in dit opzicht is er veel te doen.Dalmatië zal om verbetering van zijn havens en van zijn wegen vragen, ook om den aanleg van spoorwegen, die zijn havens met zijn achterland, Bosnië, zullen verbinden. Het zal ook vragen om zijn ondergeloopen land, dat vruchtbaar is, droog te leggen. Het heeft behoefte aan scholen. Het zal vragen om den bouw van een handelsvloot, want zijn bewoners zijn goede zeelui. Het land is in het bezit van watervallen, uitstekende drijfkrachten voor fabrieken en het zal daarom ook aandringen op de oprichting van fabrieken. Het land is arm maar gaat een goede toekomst tegemoet.Geheel het Yougo-Slavische land zal om spoorwegen vragen, zoowel Macedonië als Dalmatië, zoowel het—tegenwoordige—koninkrijk Servië als Kroatië en Bosnië-Herzegowina. Want in dit opzicht zijn ook de Oostenrijksche en de Hongaarsche regeering opzettelijk veel te kort gekomen in hun plicht.Macedonië en Servië zullen vragen om de exploitatie der mijnen, vooral Macedonië, waar onder het beheer der Turken het mijnwezen geheel verwaarloosd is geworden.Rivieren zullen bevaarbaar gemaakt moeten worden. In de eerste plaats de Marowa en de Vardar, waardoor, zoo beide tevens met elkander verbonden worden, wat mogelijk is, Zuid-Duitschland langs den Donau, de Marowa en den Vardar Salonika kan bereiken.Verbetering van den landbouw, van den wijnbouw, van den boschbouw, van den veestapel, verbetering van havens en van wegen, drooglegging van ondergeloopen land, de aanleg van spoorwegen, het bevaarbaar maken van rivieren, het scheppen van een industrie, de exploitatie van mijnen zullen onmetelijke kapitalen vorderen, doch gewis zullen ze hun rente opbrengen.Het Yougo-Slavische rijk is tot heden bijna uitsluitend een land van den landbouw en de veeteelt. Wat den landbouw aangaat, brengt het voort:maïs, tarwe, haver, hennep, vlas, tabak, wijn,opium, rijst, katoen en fruit, waaronder de bekende Servisch-Bosnische pruimen. Wat den boschbouw betreft, levert het beuken-, noten-, dennen-, en eikenhout, in groote hoeveelheden, waaronder het beroemde Slavonische eikenhout. Aan metalen brengt het voort: goud, zilver, koper, (van voortreffelijke kwaliteit) steenkolen, bruinkolen, lood, antimonium, zwavelkies en cement, terwijl er ook steengroeven gevonden worden, zand- en kalksteen en zelfs materiaal voor de vervaardiging van molensteenen en van lithographischen steen. Men treft er ook voortreffelijke minerale wateren aan. In de teelt van varkens, schapen, geiten en ossen, van klein-vee, zooals kalkoenen, ganzen, eenden en kippen, is het groot.Als men nu in aanmerking neemt dat dit land, met zulk een verscheidenheid in producten van den bodem, dat tevens alle voorwaarden aanbiedt, waaronder een industrie zich kan ontwikkelen, in het bezit zal komen van een prachtige kuststreek met talrijke goede havens, grootere en kleinere, Midden-Europa verbindt met Klein-Azië en Noordelijk-Afrika en het doorgangsgebied is naar Mesopotamië en de Perzische Golf, dan moet men tot de slotsom komen, dat het een schitterende toekomst tegemoet zal gaan.Maar lange jaren nog zal het Yougo-Slavische rijk een landbouwland blijven. Het zal het echter zijn onder veel gunstiger voorwaarden dan voorheen zijn enkele deelen. De goede havens, die het in bezit zal nemen, zullen het volkomen onafhankelijk maken van den naasten buurman en het in staat stellen zijn producten daarheen te voeren, waar men er de meeste waarde aan hecht; want door de Adria ligt geheel het Westen van Europa, Klein-Azië en Noordelijk-Afrika voor het rijk open.En het zal, door zijn goedkoope verbindingen langs den Donau en zijn zijrivieren, door zijn Adria-havens, die het in verbinding stellen met de kust van geheel de Middellandsche Zee, een transito-gebied worden, waar scheepvaart en handel welig zullen bloeien.En de Duitscher zal, zoo hij met de producten zijner industrie Klein-Azië en de Middellandsche Zee bereiken wil, verplicht zijn in vrede met den Yougo-Slaaf te leven.
Hier, in het Noorden en zoo ver van ze verwijderd, hebben we vóór den oorlog zeer weinig gehoord van de Yougo-Slaven. We wisten wel, dat ze te vinden waren in het Zuiden van Europa, in Servië en Montenegro, maar veel aandacht hebben we aan deze twee koninkrijkjes, voor ons oogenschijnlijk van zoo weinig belang, nooit geschonken. Dat ze voor Europa, voor de rust van Europa groote beteekenis hadden, was in ons niet doorgedrongen; we ontdekten het eerst in 1912, toen de eerste Balkanoorlog uitbrak, die geheel Europa in vlammen dreigde te doen opgaan. We hadden ook wel eens gehoord van de Zuid-Slaven der Donau-Monarchie, maar och, de Monarchie had zoovele volken, die elkander zonder ophouden het leven zuur maakten, zonder dat zij er, naar onze meening, sterk onder leed, dan dat wij ons over een Zuid-Slavische vraag druk zouden maken; de Monarchie zou het met deze volken wel klaar spelen. Van een Yougo-Slavisch probleem hebben we eerst in dezen oorlog gehoord, zonder er nochtans veel van te begrijpen. Dat deze Yougo-Slavische vraag in waarheid de directe oorzaak van dezen oorlog is geweest en dat, zoo ze in dezen oorlog niet wordt opgelost, er in Europa, zelfs na dit cataclysme, geen vrede zal heerschen, hebben zelfs de meesten onzer tot heden niet ontdekt.
Er wonen in het Zuid-Oosten van Europa meer dan elf millioen Yougo-Slaven als één compacte massa. In Servië 4½ millioen, in Montenegro 435.000, in Dalmatië 610.000, in Krain, Goriza en Triest 705.000, in Karinthië en Stiermarken 535.000, in Kroatië-Slavonië 2.280.000, in Istrië 220.000, in het Zuiden van Hongarije, namelijk in het Banaat, in Batschka en in Barania 656.000 en in Bosnië-Herzegowina 1.820.000.
Servië en Montenegro zijn zelfstandige koningrijken; Istrië enDalmatië Oostenrijksche provincies; het Banaat, Batschka en Barschka en Barania Hongaarsche landsdeelen; Kroatië-Slavonië is een autonoom koninkrijk van den Sint-Stefanskroon, de stad Fiume neemt een autonome plaats in onder een gouverneur door Boedapest benoemd en Bosnië-Herzegowina wordt door een gemeenzamen minister van Finantiën beheerd in naam van Oostenrijk en van Hongarije. Krain, Goriza en Triest, Karinthië en Stiermarken zijn Oostenrijksche landsdeelen.
De Yougo-Slaven bestaan uit drie groepen: Serviërs in Servië en Montenegro (4.925.000), in Zuidelijk-Hongarije (461.000) en in Kroatië-Slavonië (645.000); Kroaten in Kroatië-Slavonië (1.638.000), in Istrië (173.000) en in Zuidelijk-Hongarije (195.000), terwijl in Bosnië-Herzegowina en Dalmatië 2.432.000 Serbo-Kroaten wonen en Slowenen in Karinthië, Stiermarken, Krain, Goriza en Triest (1.310.000).
Alle drie groepen spreken één taal, zijn van denzelfden oorsprong en hebben dezelfde nationale tendenzen. Ze zijn Roomsch-Katholiek (de Kroaten) of Protestant (een deel der Slowenen) of Mohammedaansch (650.000 Serviërs in Bosnië) of Orthodox (de Serviërs). De Serviërs bezitten het Cyrillische, de Kroaten en Slowenen het Latijnsche alphabet.
Het verschil in godsdienst en in alphabet tusschen Kroaten en Serviërs is daaruit te verklaren, dat bij de Kroaten de cultuur vanuit het Westen (Rome) ingang vond, bij de Serviërs, die vanuit het Westen niet gemakkelijk te bereiken waren, vanuit het Oosten (Byzantium). Dat een deel der Serviërs in Bosnië de Mahomedaansche godsdienst belijdt, ligt daaraan dat vele Serviërs om hun bezittingen te redden en om een bevoorrechte plaats tegenover de raja's (de christenen) in te nemen, bij de invasie der Turken het geloof der heerschers aannamen. In den loop der eeuwen hadden deze Mahomedanen hun afkomst geheel vergeten; zij meenden ten slotte dat zij Turken waren. De echte Turken beschouwden de Mahomedaansche Bosniakken niet als de ware broeders. Doch thans is er in geheel Bosnië niet één Mahomedaan te vinden, die niet weet dat hij Serviër is.
Ook de Bulgaren zijn Zuid-Slaven. In 659 en 660 n. Chr. werden de Slaven, die tusschen den Isker (bij Sofia) en de Zwarte Zee woonden, door Turco-Finsche horden, die zich Bulgaren noemden,veroverd. Doch de veroveraars werden geabsorbeerd door de overwonnenen, door de Slaven dus. De grootste dichter der Bulgaren, Kristof, beroemt er zich op geen Slaaf te zijn en noemt zich Tartaro-Bulgaar. En het verraad der Bulgaren aan de Zuid-Slavische zaak in dezen oorlog zegt ons duidelijk, dat dit volk voor onafzienbaren tijd voor de Yougo-Slavische beweging heeft afgedaan.
We hebben dus te doen met één natie, maar verdeeld over vier verschillende staten, als we Bulgarije niet medetellen, dat thans als element in het Yougo-Slavische probleem is uitgeschakeld. Een toestand dus in flagranten tegenspraak met de nationale tendenzen, die zich in den loop der vorige eeuw door de opkomst der democratie in de volken hebben ontwikkeld: één volk, één staat. De democratie wil van den staat, zooals hij zich in den loop der eeuwen onder de dynastieën ontwikkeld heeft, niets weten; een bijeen veroverde, bijeen getrouwde en bijeen geërfde staat is in haar oog een onding en niet van duurzaamheid. De gescheiden deelen van éénzelfde natie willen zich, gedrevendoorde kracht van onderlinge aantrekking, samenvoegen in onzen tijd, waarin het nationaliteitsprincipe overheerschend is.
Dat vroeg of laat de vereeniging van het Servische volk tot één groot geheel komen zou, was wel te voorzien. De vraag was slechts op welke wijze. Zouden de Serviërs ten Zuiden van Donau en Save zich voegen bij de Yougo-Slaven der Monarchie? Of zouden omgekeerd de Yougo-Slaven der Monarchie zich voegen bij de Serviërs op den Balkan? Er is een tijd geweest, dat zich het eerste liet verwachten. Dat het echter niet is gebeurd, ligt aan de kortzichtigheid der Habsburgers, die de Yougo-Slaven niet hebben gekend en de waarde van dit volk niet hebben weten te beoordeelen. En thans ontwikkelt zich voor onze oogen het tweede geval.
Men moet de geschiedenis der Yougo-Slaven onder het dualisme kennen, om de ontwikkeling van het Yougo-Slavische probleem in dezen oorlog te kunnen beoordeelen. Ik zal beproeven haar in enkele woorden te schetsen.
Ze is een geschiedenis van ellende en van schande. Van ellende, waarin de Zuid-Slaven door hun overheerschers gedompeld zijn, van schanddaden der laatsten, die voor niets zijn teruggedeinsd om het Zuid-Slavische volk zijn nationaliteit te ontnemen. De geheelegeschiedenis der Yougo-Slaven der Monarchie en in het bijzonder die na het compromis van 1867 tusschen Oostenrijk en Hongarije vormt één aanklacht tegen de heerschers, zoo aangrijpend, dat Europa tegen het verdelgingssysteem der Duitschers en Magyaren, in opstand gekomen zou zijn, zoo het dit slechts gekend had. Maar Magyaren stonden bij Europa goed aangeschreven en de Zuid-Slaven vonden er geen gehoor. Thans is het, en gelukkig, toch anders geworden. Dat hebben de Zuid-Slaven te danken aan Fransche schrijvers, die dit volk bestudeerd en in zijn midden verblijf gehouden hebben, zooals Louis Léger enCharlesLoiseau en vooral aan 't mooie werk van den Engelschman Seton-Watson, waarvan een Duitsche vertaling onder den titel: „die Süd-Slavische Frage im Habsburgerreiche” in 1913 het licht zag. Doch niet alleen danken dit de Zuid-Slaven aan hun vrienden, maar ook aan hun.... vijanden die, zooals het gewoonlijk gaat, geen maat wisten te houden en ten slotte hun toevlucht namen tot zulke barbaarschheden, dat de Yougo-Slaven, ten einde raad, zich te weer stelden en dat zelfs uitspattingen niet uitbleven. De aanslag van Loeka Joekitsch op den Koninklijken Commissaris Cuvaj, het hoogverraad-proces te Agram (Maart tot October 1909), het Friedjung-proces te Weenen (December 1909) hebben, naast Seton-Watson's werk, Europa de oogen geopend.
Er is er maar een geweest, die de waarde van Dalmatië gekend en alles in het werk gesteld heeft om het land tot bloei te brengen. Dit was echter geen Habsburger, maar een vreemdeling, Napoleon I, die Dalmatië, Istrië, Karinthië, Krain en een gedeelte van Kroatië een korten tijd vereenigde onder den naam van Illyrische provincies en deze landen uitstekend liet administreeren. Nog immer staat bij den Dalmatiër de nagedachtenis van den maarschalk Marmont, den Franschen gouverneur, in hoog aanzien. Waar een Franschman den voet heeft gezet, zelfs al is het een generaal met zijn troepen, daar blijft nog immer een lichtstraal achter.
Wil men de vertwijfeling der Dalmatiërs in het Habsburger rijk peilen, dan leze men de rede, die dr. Jozef Smodlaka, de oprichter van de Kroatische democratische partij in Dalmatië, op 3 December1910 in het Oostenrijksche parlement hield (welke als bijlage XVII voorkomt in de Duitsche uitgave van Seton-Watson's werk) en die hij hield voor leege banken, wat de belangstelling der Oostenrijksche vertegenwoordigers voor Dalmatië treffend illustreert.
Dalmatië is een land van boeren, riep dr. Smodlaka uit, maar het vraagt om invoer van vleesch uit Argentinië en het zal vragen om den vrijen invoer van graan, want het volk heeft geen vleesch, geen brood en ook geen aardappelen, die alleen op tafel bij „de heeren” komen. De geheele oppervlakte vruchtbare aarde, die in Dalmatië te vinden is, staat onder water en niemand legt het land droog, waardoor zelfs graan uitgevoerd zou kunnen worden. Drinkwater is er evenmin. En de boeren lijden 's winters koude, omdat ze geen hout hebben om te stoken; een kachel is in Dalmatië een weeldeartikel. Onder het heerschende Kmetenstelsel is de boer verplicht voor alle verbeteringen van het land te zorgen, ook alle uitgaven te bestrijden en meer dan de helft of een derde van de opbrengst aan den landheer af te staan.
Er zijn zoo goed als geen scholen in Dalmatië; meer dan 300 dorpen hebben niet één enkele school en het aantal analphabeten bedraagt dan ook 99 %.
Er zijn ook geen wegen. Er bestaat geen verbinding tusschen Dalmatië en het Zuiden van Kroatië en het Westen van Bosnië; men kan sneller van Weenen naar Petersburg reizen dan van Spalato naar Banjeloeka.
Niet Servië en Italië handelen tegen de belangen van Dalmatië, maar het is de Oostenrijksche regeering, die niets voor het land doet en het te gronde laat gaan. Dandelo heeft in vijf jaren meer voor Dalmatië gedaan dan Oostenrijk in 105 jaren. Het land is een land van bedelaars geworden, het land, waar vroeger een Ragusa bloeide.
Dalmatië heeft slechts één uitvoerartikel, menschenvleesch; het land verliest zijn bevolking.
Geen velden, geen landbouw, geen veeteelt, geen graan, geen straten en geen spoorwegen, omdat zich daartegen Hongarije verzet, geen industrie en geen handel. En zonder Dalmatië had Oostenrijk geen zee. Het is het land met honderden goede havens, met een rijk achterland (Bosnië) en het biedt de beste voorwaarden aan voor den bloei van den handel en de industrie, waarvoor het de sterkste waterkrachten van Europa aanwijzen kan.
In Oostenrijk beschouwt men Dalmatië als een exotisch land, vanuit het standpunt der archeologie, doch we willen geen archeologisch kerkhof zijn, roept dr. Smodlaka uit.
En de Dalmatische afgevaardigde vraagt of het onder zulke omstandigheden een wonder is dat in het land de ontevredenheid groot, zeer groot is en hij waarschuwt ervoor, dat men deze ontevredenheid niet met processen van hoogverraad geneest.
Zoo regeert de Oostenrijker in Dalmatië. Doch zoudt ge meenen, dat de Oostenrijksche of de Hongaarsche regeering in hunne andere Zuid-Slavische landen beter hebben geregeerd, bijvoorbeeld in Bosnië-Herzegowina of in Kroatië-Slavonië? De Donau-Monarchie bezit geen administratief talent en ze zal deze kunst ook nooit leeren. Haar administratieve kunst bestaat in onderdrukking, verdeelen en heerschen en de tastbare middelen, waarmede ze deze kunst uitoefent, zijn, precies zooals in Rusland, verbanning, gevangenis en galg. Zeker, ze bouwde mooie monumenten, hotels en kazernen in de verkregen Zuid-Slavische landen, ze legde ook een net van spoorwegen aan voor.... strategische doeleinden en oefende de gastvrijheid op weergalooze wijze uit tegenover vreemde journalisten, die kwamen om.... zich zand in de oogen te laten strooien, maar de kunst om voor de bevolking betere levensvoorwaarden te scheppen, haar tot tevredenheid te stemmen en om op een goeden voet met haar te komen, die kunst heeft ze nooit verstaan. Ze weet ook wel hoe groot en hoe gerechtvaardigd de ontevredenheid der Zuid-Slavische bevolking is en daarom liet ze hen, die op eigen gelegenheid naar de Zuid-Slavische landen kwamen om uit eigen oogen te aanschouwen en zich niet tot klaploopers eener regeering wilden verlagen, met spionnen omringen en maakte hen het verblijf onmogelijk.
De spoorwegen, die inBosnië-Herzegowinagebouwd zijn, zijn er niet voor den handel en het verkeer, ze zijn er voor het leger en hebben alleen een strategisch doel. Ze zijn smalspoor en hebben dus geen aansluiting met het groote verkeersnet.
Bosnië is niet verbonden met zijn natuurlijke havens in Dalmatië; het achterland bezit geen havens en het kustland geen achterland.
Het wordt niet geadministreerd door eigen landslui, maar door vreemdelingen, die noch het land, noch de taal kennen.
Men wilde er den veestapel verbeteren en voerde er vreemdedieren in, die zich nietacclimatiseerden, maar te gronde gingen, men liet ze echter door de boeren peperduur betalen.
Er werd een kadaster aangelegd door geëmployeerden, die van de verhoudingen in het land niets afwisten, wat tot gerechtvaardigde klachten aanleiding gaf.
Onder het voorwendsel de vagebonden te bewaken, drongen de gendarmen op ieder uur van den dag de huizen binnen.
Oostenrijk heeft het recht de orthodoxe bisschoppen in Bosnië-Herzegowina te benoemen; de popen worden door de bisschoppen aangewezen. De bevolking stelt natuurlijk noch in deze bisschoppen, noch in deze popen vertrouwen. Het land werd overstroomd met Jezuiten en Franciskaners, terwijl de Roomsch-Katholieke propaganda op allerlei wijs bevoordeeld werd. De Katholieke bisschop Stadler is bij de orthodoxen van Bosnië berucht wegens zijn propaganda.
De schoolboeken worden zorgvuldig geschift; van een Douschan, van een Marko en van de Karageorge's mag daarin niets voorkomen, zooveel te meer plaats vinden in deze schoolboeken de heldendaden van het Oostenrijksche leger en de deugden van Frans Jozef.
Geen Servische courant mocht de geannexeerde landen binnendringen en de Bosniakken mochten vooral niet weten, dat zij Serviërs waren; von Kallaij verbood er daarom zelfs zijn eigen boek, dat de geschiedenis der Serviërs behandelde en deswege wordt hij door de Oostenrijkers geprezen.
Er heerscht in Bosnië-Herzegowina nog het feodale systeem van den grond-eigendom, zooals in de Middeleeuwen. Oostenrijk heeft niets gedaan om het te doen verdwijnen, niettegenstaande de boeren 90 % van de bevolking uitmaken.
De nationale tegenstand der Bosnische Serviërs was oorspronkelijk een strijd voor de autonomie van de orthodoxe en de mahomedaansche godsdienst; ze ging, door de regeerkunst der Oostenrijkers, over in een zuiveren politieken strijd voor de autonomie van Bosnië.
Bosnië-Herzegowina is een zuiver Servisch land; de bevolking wilde er een zuiver nationaal leven voeren. Maar natuurlijk, daarvan wilde de Monarchie niets weten. Wat een dwaasheid is, omdat de nationaliteit van een volk niet weg te doezelen is, terwijl hetvolk zelf tegen de verdrukking ingroeit. En, wat de Monarchie niet alle middelen heeft trachten te verhinderen, is juist door haar onderdrukkingssysteem toch geschied: orthodoxen en mohamedanen hebben elkander gevonden. Waardoor de nationale tegenstand der Bosniakken onoverwinnelijk is geworden.
Wanneer men een Hollander vragen zou in welke verhouding Kroatië-Slavonië tot Hongarije staat, tien tegen een dat men tot antwoord zou ontvangen: Kroatië-Slavonië maakt een deel uit van het Hongaarsche koninkrijk. Dit antwoord behoeft ons niet te verwonderen, want in de praktijk hebben de Magyaren geen ander oordeel. Na Sadowa verdeelden de Germano-Magyaren de Donau-Monarchie in tweeën en Kroatië-Slavonië werd uit dankbaarheid voor hetgeen het in 1848 voor de Habsburgers gedaan had—de Habsburgers oefenden te allen tijde een vreemd soort dankbaarheid uit—aan de Magyaren overgeleverd.
En niettemin is Kroatië-Slavonië geen deel van het Hongaarsche rijk. Kroatië-Slavonië en Hongarije zijn twee koninkrijken, die alleen door den persoonlijken band van hun heerscher verbonden zijn. Zoo is het geweest vanaf het jaar 1102, toen de Kroatische adel, als vertegenwoordiger van het Kroatische volk, tot koning den heerscher van Hongarije, Koloman, koos. Na den dood van Lodewijk II, die op het slagveld van Mohacs in 1526 tegen de Turken het leven liet,koosHongarije Ferdinand van Oostenrijk tot koning en kort daarna werd deze ook tot koning door de Kroaten uitgeroepen. In 1772 kende de Kroatische vertegenwoordiging—de Sabor—het recht van erfopvolging ook aan de vrouwen uit het huis Habsburg toe; Hongarije echter volgde daarin Kroatië eerst 10 jaar later. Kroatië-Slavonië en Hongarije hebben dus nooit één rijk gevormd. Niettemin beschouwen de Magyaren Kroatië-Slavonië als een deel van Hongarije en de manier, waarop zij het regeeren, bespot elke beschrijving. Wat echter niet ten opzichte van Kroatië-Slavonië alleen het geval is, doch ook ten opzichte van iedere nationaliteit, die in het Hongaarsche rijk te vinden is.
Toen het compromis tusschen Oostenrijk en Hongarije gesloten was, was ook een compromis tusschen het laatstgenoemde rijk en Kroatië-Slavonië noodzakelijk geworden. De wijze echter, waarop dit laatste gesloten werd zou, als het een overeenkomsttusschen gewone burgers gegolden had, een der partijen als falsaris in de gevangenis gebracht en de nietigheid der overeenkomst ten gevolge gehad hebben.
Hongarije had geen zeehaven en wilde er een hebben. Kroatië-Slavonië had er een, namelijk Fiume. Daarop nu wilden de Magyaren de hand leggen. Maar de Kroaten waren er niet voor te vinden Fiume af te staan. Het compromis constateerde nu, dat er omtrent Fiume geen schikking was getroffen. Het werd door Frans Jozef onderteekend.
Doch wat deden de Hongaren? Ze plakten over de origineele tekst van het betreffende artikel een strookje papier en daarop stond geschreven, dat Fiume een afgescheiden deel was van den Hongaarschen Kroon, met andere woorden dat het den Hongaarschen staat behoorde.
De Magyaren hebben dus Fiume met den stijfselpot veroverd; ze namen de stad in bezit en verdreven er de Kroatische ambtenaren.
Aan het hoofd der Kroatische regeering staat een Ban (banus), die door den koning wordt benoemd, doch op voordracht van den Hongaarschen minister-president. In de praktijk is dus de banus niet anders dan de exponent der Hongaarsche regeering en wat dit beteekent, zegt ons de Kroatische geschiedenis vanaf het compromis van 1868 tot op den huidigen dag. Oplossing van den Sabor—Kroatische volksvertegenwoordiging—als deze de Magyarische doeleinden in den weg stond, vervalsching van kiezerslijsten, terrorisme bij de verkiezingen om tegenstanders de uitoefening van het kiesrecht onmogelijk te maken, het in scène brengen van monsterprocessen van hoogverraad, waar veroordeeld werd op de getuigenis alleen van spionnen tot barbaarsche straffen, het werken met valsche akten, om onschuldigen, die Boedapest in den weg stonden, op te kunnen bergen in ellendige gevangenissen, was schering en inslag der Magyarische overheersching. En bans als de beide Rauch's, in wier familie—naar men in Kroatië beweert—het werken met valsche akten erfelijk was, als Khun Hedervary, als Cuvaj zijn de vloek van Kroatië geweest.
De rechters in Kroatië werden door den Banus benoemd, dus door den exponent van Boedapest. Als rechters werden dus alleen zij gekozen, die een gewillig werktuig der Magyarische regeeringwaren en zoo het al eens voorkwam, dat de regeering zich had vergist en een zelfstandig man als rechter had benoemd, dan werd hij spoedig ter zijde geschoven. Rechtsgevoel mocht een Kroatische rechter niet bezitten, want dat was een eigenschap, die bij de Magyaren uit den booze is. Tarabocchia, de voorzitter in het proces van hoogverraad te Agram, was een notorische drinker en een vaste bezoeker van nachtlokalen, maar hij was juist de man, in staat de vuile wasch der Magyaren te doen.
De spoorwegtarieven der Kroatische spoorwegen werden door de Hongaarsche regeering zoo vastgesteld, dat bijvoorbeeld het transport van goederen van een Kroatische stad naar Fiume duurder was dan van Boedapest naar Fiume. De locale spoorwegen in Kroatië waren verplicht hun hoofdzetel te Boedapest of te Fiume op te slaan, opdat de belastingen, die deze ondernemingen te betalen hadden, in de Hongaarsche kassen zouden vloeien in plaats van in de Kroatische.
Zeer handig hebben de Magyaren den naijver, die er tusschen de Serviërs en de Kroaten der Monarchie bestond, uitgespeeld; hetdivide et imperais de genesis van alle politiek in de Donau-Monarchie. Het heeft hen nochtans niet tot hun doel gebracht, integendeel, hun politiek, in het bijzonder die van den Banus Khun Hedervary, heeft de Serviërs en de Kroaten te zamen gebracht (sedert 1905) en onherstelbaar bankroet gemaakt.
Het hoogverraad-proces te Agram en het Friedjung-proces hebben Europa het bewijs geleverd, dat de Monarchie het op de ruïne van haar volken, voor zoover ze geen Duitschers of Magyaren waren, toelegde en daarvoor tegen geen enkel middel, hoe laag ook, opzag. Het Friedjung-proces deed ons kennis maken met legatie-secretarissen, die onder het patronaat van den Oostenrijk-Hongaarschen gezant te Belgrado valsche akten vervaardigden. Deze gezant was een Magyar, Forgach, die later zijn medewerking verleenen zou aan het opstellen van het ultimatum aan Servië, dat den Europeeschen oorlog tengevolge zou hebben.
Het is hier niet de plaats het Agrammer- enFriedjung-proceste behandelen, hoe belangrijk zij ook zijn voor de kennis der politieke zeden, die in de Donau-Monarchie heerschen en ik verwijs daarom hen, wien zulks interesseert, naar het reeds genoemde werk van Seton-Watson en naar de beide brochures van den geleerdenen strijdlustigen professor T. G. Masaryk: „Der Agrammer Hochverratsprocess und die Annexion von Bosniën und Herzegowina en Vasic-Forgach-Aehrenthal, Einiges Material zur Charakteristik unserer Diplomatie”.
Bij de Zuid-Slaven der Donau-Monarchie is in het begin der vorige eeuw het nationaal bewustzijn ontwaakt. De eerste stoot daartoe bracht de oprichting van de Illyrische provincies door Napoleon I, na den slag bij Austerlitz, en, ofschoon deze Zuid-Slavische provincies weder tot hun duf bestaan van vroeger terugkeerden, toen zij na den val van Napoleon weder in de handen der Habsburgers vielen, de nationale idee stierf niet geheel uit, doch bleef voortsmeulen. In de jaren 1830–1840 blies Ljoedevit Gaj, politicus en de dichter van: Kroatië is niet verloren zoo lang wij leven, door Lisinsky op muziek gebracht (het is een der meeslependste melodieën, die ik ook gehoord heb) haar nieuw leven in; hij boette echter zijn patriotisme met gevangenisstraf. En in latere jaren was de bekende bisschop Strossmayer, een man van eminente bekwaamheden en karaktereigenschappen, een groot patriot en een groot tegenstander der Magyaren, de propagandist der nationale idee (geboren 4 Februari 1815; gestorven 10 April 1905).
Het nationale streven der Kroaten en Serviërs der Donau-Monarchie heeft zich aanvankelijk, zelfs tot het jaar 1913, niet zoo ver uitgestrekt als thans. Aan een vereeniging met Servië en Montenegro werd niet gedacht; men streefde de Groot-Kroatische idee na, dat is de vereeniging van alle Kroaten en Serviërs der Donau-Monarchie als autonome staat onder den scepter der Habsburgers. Van het Servische koninkrijk waren de Kroaten in het geheel niet gediend. Wat wel te verklaren was, want de regeering van Milan en zijn zoon Alexander was er niet naar om in Servië een waardig Piemont der Yougo-Slaven te zien.
Met de komst van Peter Karageorge, den vriend der Bosniakken, op den Servischen troon, verbeterden zich de betrekkingen tusschen de Serviërs der Donau-Monarchie en die van het Servische koninkrijk; ze werden inniger na 1905, toen de Serviërs derDonau-Monarchie en de Kroaten hun onderlingen strijd hadden bijgelegd, maar het Piemont der Zuid-Slaven werd het Servische koninkrijk eerst in 1913, toen het de Turken had teruggedreven en met Montenegro, Griekenland en Roemenië een hechte barrière had opgeworpen tegen „den Drang nach Osten” der Duitschers.
Door de nederlagen der Turken was Oostenrijk-Hongarije op den Balkan teruggeworpen en de poort naar Saloniki, die Andrassy door de occupatie van Bosnië-Herzegowina voor de Habsburgers geopend had, dichtgeslagen. Maar wat voor de Duitschers der Monarchie en Magyaren verpletterender was: thans zagen zij op eenmaal den afgrond aan hun voeten liggen, waarheen een erbarmelijke politiek tegenover hun Zuid-Slavische bevolking hen had gesleept. Trots al de ellende, waarin de Magyaren onder het oog der Duitsch-Oostenrijkers de Serbo-Kroaten hadden gestort, hadden deze niet opgehouden het oog op Oostenrijk gevestigd te houden, alsof zij vandaar hun verlossing wachtten; thans werd het „hoch Oesterreich” overstemt door den woedenden kreet: „Austria-Hungaria delenda est!”
Oostenrijk-Hongarije stond voor een catastrophe. Zoo het de Monarchie niet gelukte den gerechtvaardigden drang der Yougo-Slaven naar vereeniging te breken, wat bereikt kon worden door het Servische koninkrijk te vernietigen, dan was het met haar grootheid gedaan. Want bij een afscheiding harer Serbo-Kroatische bevolking en de vereeniging van de Zuidelijke deelen der Monarchie met het Servische koninkrijk zou het zeker niet gebleven zijn; ook de Noordelijke Slavische bevolking der Monarchie, de Tsechen, Polen, Roethenen en Slowaken, zou deze gelegenheid aangegrepen hebben om zich af te scheiden.
Dat de Donau-Monarchie te gronde zou gaan, kon Duitschland niet dulden, omdat zij in zijn algemeene politiek een factor van overwegende beteekenis uitmaakte. Duitschland moest op Oostenrijk-Hongarije kunnen rekenen, in tweeërlei opzicht. Eensdeels als leverancier van soldaten, om Europa te kunnen beheerschen, anderdeels als een van de staten, die naast den Balkan en het Turksche rijk aan zijn macht goedsmoeds moesten onderworpen worden, om zijn Hamburg-Perzische Golf-politiek te kunnen realiseeren.
Misschien—ofschoon twijfelachtig—zou de Donau-Monarchie het gevaar eener débâcle hebben kunnen bezweren door het dualismeden rug toe te keeren en een radicale hervorming te brengen in haar binnenlandsche staatkundige verhoudingen, maar behalve dat ze geen staatsman van beteekenis kon aanwijzen, die zulk een taak durfde, waartegen de Magyaren zich met hand en tand verzetten zouden, zou ze dan toch voor Duitschland verloren geweest zijn. Een Oostenrijksche staat, die zijn volken de rechten inruimt, waarop zij aanspraak mogen maken, moet anti-Duitsch zijn.
Oostenrijk-Hongarije had beproefd het gevaar, dat het dreigde na de overwinning van de Balkanstaten op de Turken, te weren door de Bulgaren in het vuur tegen hun vroegere bondgenooten te drijven. Het middel had echter gefaald, omdat Bulgarije was verslagen geworden. En thans had een sterke Balkan-federatie, Roemenië, Servië, Montenegro en Griekenland, met een zeer sterke neiging tot de Entente, een dam opgeworpen tegen de hegemonie-plannen der Centrale Mogendheden en zag Duitschland den weg Hamburg-Perzische Golf op eenmaal versperd. Een verzwakt Bulgarije en een geruïneerd Turkije vermochten daartegen niets.
Duitschland had het Yougo-Slavische gevaar te bezweren dat èn den bondgenoot dreigde te gronde te richten èn hetzelf een barrière opwierp op den weg naar de Perzische Golf. Het was daarom voor de Yougo-Slaven een veeg teeken, toen Wilhelm en Frans Ferdinand te Konopitsch te samen kwamen; men ging inzien dat de Europeesche oorlog zou komen. Het is de moord op Frans Ferdinand, welke dien oorlog heeft verhaast.
De oorlog gaf de Donau-Monarchie een gereede aanleiding om opruiming te houden onder het intellect der Zuid-Slavische bevolking en ze heeft er ruimschoots gebruik van gemaakt. Bij honderden werden de Serbo-Kroaten in gevangenissen opgesloten, geëvacueerd en hun goederen geconfisceerd; de galgen kraakten onder het gewicht der ongelukkige Serviërs, wier eenige misdaad was, dat zij met al hun kracht hadden gestreefd zich aan de onderdrukking, waaraan zij waren overgeleverd, te ontworstelen.
In Bosnië waren reeds voor de mobilisatie meer dan 5000 Serviërs in de gevangenis geworpen, waaronder in de eerste plaats de pioniers der nationale idee. In Dalmatië werden alle prefecten der steden en bijna alle afgevaardigden van het volk in den kerker gebracht. In Marburg (Stiermarken) alleen werden 332 Dalmatiners gevangen genomen. In Triëst bedroeg het aantal gevangenen1000. In Bosnië-Herzegowina werd niet één orthodoxe priester vrijgelaten.
De regeering greep weder naar haar oude tactiek: de processen van hoogverraad werden weder in scène gezet, op de manier zooals Agram ons getoond heeft. Op 3 Maart 1915 begon te Banjeloeka een proces tegen 28 leerlingen, den directeur en 3 leeraren van de Hoogere Burgerschool. De leerlingen zouden het voornemen opgevat hebben een Yougo-Slavische vereeniging op te richten, terwijl de directeur en 3 leeraren het niet hadden verhinderd. Er werden straffen uitgesproken van 2 jaar tot 4 maanden gevangenis. Op 13 Juli 1915 begon te Trebinje een proces tegen 65 leerlingen. Straffen werden gegeven, varieerend van 3 jaar tot 6 maanden gevangenis. Op 13 September 1915 begon een proces tegen 38 leerlingen en 3 leeraren te Tuzla. Een beschuldigde werd ter dood veroordeeld, door middel van ophanging en talrijke anderen kregen 15, 14 en 12 jaar gevangenisstraf. Behoudens enkele uitzonderingen waren alle beschuldigden in dit proces minderjarig en er waren er onder, die nauwelijks 15 jaren telden. In het geheel werd in dit proces uitgesproken: één doodstraf en 155 jaar en 10 maanden gevangenisstraf. Op 9 November 1915 begon een monsterproces te Banjeloeka. Er werden daar 98 menschen veroordeeld, waaronder 16 tot de doodstraf. Alle ter dood veroordeelden woonden de executie bij en een voor een werd opgehangen. Vasyl Grdjic, afgevaardigde en secretaris van Provesta (een vereeniging van meer dan 6000 leden, ten doel hebbende de ontwikkeling van het Servische volk door ondersteuning van scholen, het organiseeren van cursussen etc.), wien men het zwaarst wilde treffen, werd het laatst opgehangen. In het geheel werd er in dit proces 858 jaar gevangenis uitgesproken. De rechters in dit proces waren...... Duitschers.
De regeering confisceerde de vermogens van alle vereenigingen, die de zaak harer Servische onderdanen bevorderden. Zoo 3 millioen kronen van Provesta; 100.000 kronen van de vereeniging Dobrotwima Zadroega, voor een groot deel een schenking van Miss Irby, een Engelsche; 15.000 kronen van het fonds Karageorge, gesticht door den vader van den tegenwoordigen Servischen koning om de studie van jonge Serviërs te bevorderen.
Bijna al de leeraren der lyceums werden afgezet, zonder opgaafvan redenen; andere leeraren werden gevangen genomen. Bij de decreten van 7 en 13 October 1914 werden alle goederen van hen, die zich in het buitenland bevonden, geconfisceerd. Een ordonnantie van 7 December van dit jaar verklaarde, dat een deel der geconfisceerde vermogens kon afgestaan worden aan loyale burgers, met andere woorden, aan spionnen en verklikkers.
Toen de Oostenrijksche soldateska in dezen oorlog de gevangenissen van Agram, Laibach en Zara tot bersten toe vulde met de Servische onderdanen der Monarchie, toen zij de galgen deed kraken onder het gewicht van veroordeelde Serviërs, toen zij Servische grijsaards, vrouwen en kinderen van hof en haard verdreef en als een kudde wilde beesten voor zich uitdreef en ze liet omkomen van gebrek en door mishandeling, toen zij het Servische vermogen confisceerde en het gedeeltelijk schonk aan spionnen en verklikkers, toen riep ook de consul der Monarchie in New-York de Servische onderdanen van Frans Jozef op om hun plaats te gaan innemen in de rijen van het Oostenrijksch-Hongaarsche leger. Een antwoord, waaruit slechts gloeiende haat sprak, kwam: „Ga heen, satan, de melk van onze moeder is ons te heilig dan dat wij ons zouden kunnen verheffen tegen onzen broeder. Wij kennen je, satan! Je naam is Oostenrijk. Ga heen, we hooren je oproep niet. De stem der Servische strijders bereikt ons hart en onze ziel zweeft over het Servische heldenland, waar ge je graf zult vinden en waarin voor ons, Kroaten, de gouden zon der geheiligde vrijheid zal opgaan, die gij ons, zondaar, te lang verborgen hebt gehouden”.
Was een ander antwoord mogelijk? Van Kroaten, die in Amerika de vrijheid hadden leeren kennen? „De zon der geheiligde vrijheid, die gij ons, zondaar, te lang verborgen hebt gehouden!” In deze beschuldiging wordt den Habsburgers de oorzaak aangegeven, waarom zich de Yougo-Slaven van hen hebben afgewend. Och, zoo deze slechts het gebed van den dichter Jowan Jowanowitch hadden verstaan: „Heer, zegt ons dat uwe woede is bedaard en dat ge onze fouten hebt vergeven! Heer, maakt een einde aan de kwellingen der zonen van Lazar, den martelaar van Kossowo! Heer, geeft ons de plaats die ons toekomt in het midden der naties en bevrijdt ons van de Turken en de Schwaben!” Welk een geheel anderen loop zou de geschiedenis genomen hebben! Maar thans is het te laat, voor altijd te laat.
In dezen oorlog zijn de Yougo-Slaven voor altijd voor de Habsburgers verloren gegaan. „Austria-Hungaria delenda est!” Een andere kreet kent de Yougo-Slaaf niet meer.
En vanuit Rome, waar de Kroatische emigranten, de besten uit het volk, in Februari 1915 vereenigd waren, klonk het den Oostenrijkers en Magyaren toe: het Kroatische volk beschouwt zich als één met het Servische, vereenigd door de heilige banden van den bodem, het bloed en de taal.
De Yougo-Slavische eenheid was uitgeroepen.
Oostenrijkers en Magyaren mogen zich nu tot de meening bekeerd hebben, dat het dualisme in de Donau-Monarchie heeft afgedaan en dat het plaats moet maken voor een trialisme, bestaande uit Oostenrijk, Hongarije en Serbo-Kroatië-Slavonië, het is thans te laat. Na alles, wat er gebeurd is, zijn de Zuid-Slaven der Monarchie er niet meer voor te vinden. „Na al de martelingen, die wij hebben ondergaan onder het afschuwelijke Oostenrijk-Hongaarsche juk, mag geen voet van onzen nationalen bodem en geen deel van ons volk onder de heerschappij blijven van Oostenrijk of van Hongarije, zelfs zoo deze beide staten onder den een of anderen vorm de verschrikkelijkste débâcle, die hen wacht en die zij wel verdiend hebben, mochten overleven. Wij hebben slechts één kreet:Austria-Hungaria delenda est, en een onbuigzaam algemeen voornemen: de vereeniging met onze broeders Serviërs en Slowenen in één compacten staat en onder één dynastie, de roemrijke dynastie der Karageorge's”, riep dr. Hinkowitch uit in een rede, die hij op 27 April 1915 te Parijs hield.2)
Het is duidelijk gesproken. Het is een rechtvaardige eisch. Het is tevens een eisch, die geschreven staat in de oorlogsvaan der Entente.
En, zou men meenen dat het den Duitschers en Magyaren ernst was met hun voornemen om den nationaliteiten recht te doen wedervaren?
In tijden van nood hebben de Habsburgers altijd concessies gedaan aan hare nationaliteiten, maar hun woord hebben zij nooit gehouden. In tijden van nood, zooals de Monarchie ook thans weder doormaakt, wordt hetdivide et imperaeen korten tijd opgeborgen, maar zoodra zijn deze tijden niet achter den rug,of het wordt opnieuw gedreven als een wig tusschen de nationaliteiten, die ze dan op de oude manier weder tegen elkander ophitst.
Terwijl aan de eene zijde Oostenrijk zich nauwer gaat aansluiten bij Duitschland en daarvoor zelfs een deel van zijn onafhankelijkheid zal prijsgeven, belooft het aan de andere zijde zijn nationaliteiten recht te doen wedervaren. Van tweeën een. Of het bedriegt Duitschland, of het bedriegt zijn nationaliteiten. Het bedriegt zijn nationaliteiten, omdat, zoo den nationaliteiten recht wordt gedaan, het met de hegemonie van Duitschers en Magyaren is gedaan. Zou men meenen, dat Duitschland het zou dulden?
Of Duitschland wordt verslagen en dan is het met de Donau-Monarchie gedaan, òf Duitschland wordt niet verslagen—zij dat het overwint of dat de oude status quo wordt hersteld—en dan is hetmetde nationaliteiten der Donau-Monarchie gedaan; een middenweg is hier niet.
2)Deze vereeniging onder alle Yougo-Slaven onder Karageorge's is uitgeroepen bij de declaratie van Corfu op 20 Juli 1917.
2)Deze vereeniging onder alle Yougo-Slaven onder Karageorge's is uitgeroepen bij de declaratie van Corfu op 20 Juli 1917.
De Servische eenheid moest komen, wat voor iedereen, die de toestanden in het Zuiden der Donau-Monarchie en in de Servische landen ten Zuiden van Donau en Save kende, duidelijk zichtbaar was. De idee: één homogene natie, één taal, één verleden, één staat had zich ten slotte ook van de Yougo-Slaven meester gemaakt. De vraag was slechts hoe deze eenheid tot stand zou komen.
Tot 1912 was Agram het middelpunt van het Zuid-Slavische leven, ofschoon er reeds vóór dien tijd genoeg kenteekenen aan te wijzen waren, die op een verplaatsing van het centrum van Zuid-Slavisch leven naar Belgrado wezen. De komst van Peter Karageorge op den Servischen troon, onder wiens regeering Servië zich wist te herstellen van de ruïne, waartoe Milan het gebracht had, zich in een ongekenden bloei ging verheugen en zich wist vrij te maken van Oostenrijksche invloeden, was voor de Donau-Monarchie geen fortuin. Haar belang eischte een geruïneerd, chaotisch en anarchisch Servië; een Servië met een sterke regeering, dat de toestanden wist te ordenen en de finantiën te regelen, was voor haar een gevaar, vooral bij den chaotischen toestand welke, door eigen schuld, in hare Zuid-Slavische landen heerschte.
Voor het jaar 1912 hoopte het meerendeel der Zuid-Slaven op het tot stand komen van een Groot-Kroatische staat, omvattende Kroatië-Slavonië, de Servische deelen van de Monarchie, het land der Slowenen, Bosnië-Herzegowina en Dalmatië, met Agram als hoofdstad en onder den scepter der Habsburgers. Doch na de overwinningen der Serviërs op de Turken in 1912 richtten de Zuid-Slaven den blik op het Servische koninkrijk, dat zij als het Piemont van een Yougo-Slavischen staat gingen beschouwen.
Thans is het Yougo-Slavische probleem tot een der levensbelangen van dezen oorlog geworden, want zoo uit dezen oorlog geen zelfstandige Zuid-Slavische staat mocht geboren worden, dan zal Europa niet tot rust komen en het doel, voortaan de volkeren in vrede naast elkander te doen leven, zal niet worden bereikt. „De vereeniging der Yougo-Slaven is een der vitale problemen van dezen oorlog en de oprichting van een sterken Yougo-Slavischen staat, die alle Serviërs, Kroaten en Slowenen omvat, zal de zekerste vredes-garantie zijn in het Zuid-Oosten van Europa”, schreef Seton-Watson (de auteur van het beroemde werk:The Southern Slav Question and the Habsburg-Monarchie) in den herfst van 1915.
Er zijn thans niet veel Yougo-Slaven, die hun stem kunnen doen hooren, want er bevinden zich betrekkelijk weinig vertegenwoordigers van hen in het buitenland, maar zij, die er zich bevinden en bijtijds hun land konden ontvluchten en daardoor den galg zijn ontsnapt, of die reeds vóór het uitbreken van den oorlog in ballingschap leefden, zijn de voornaamsten hunner. Met hun stem, die thans luid weerklinkt, spreekt het geheele Zuid-Slavische volk. Deze groep ballingen is haar actie te Rome begonnen, kort na het uitbreken van den oorlog, en heeft zich tot een comité geconstitueerd met het doel uit dezen oorlog een zelfstandige, sterkeYougo-Slavischestaat te doen ontstaan, omvattende alle Serbo-Kroaten en Slowenen, onder de vaan der Karageorge's.
President van het Yougo-Slavische Comité is de bekende Dr. Ante Trumbitch, de vroegere burgemeester van Spalato, in Dalmatië, en oud-afgevaardigde in het Oostenrijksche parlement. Onder de leden, Dalmatieërs, Bosniakken, Kroaten, Serviërs en Slowenen, treft men mannen aan als Dr. Hinko Hinkovitch, de bekende verdediger der beschuldigden uit het schandelijkehoogverraad-proces te Agram, wien men het verblijf in de Oostenrijk-Hongaarsche landen onmogelijk heeft gemaakt en de bekwame, arme en door en door eerlijke journalist Frano Supilo—sedert in Londen overleden—welbekend uit het Friedjung-proces, Dr. Nicola Zupanitch, conservator van het ethnographisch museum te Belgrado en Mihajlo Pupin, professor aan de Columbia Universiteit te New-York. Verder treft men er talrijke bekende advokaten onder aan en de bekende beeldhouwer Iwan Mestrowitch, de schepper van het mooie beeld Moja Majka (mijne moeder).
Het Comité reikte den 1en Mei 1915 aan Delcassé en aan Iswolski een memorie over, waarin de ongelukkige situatie, waarin zijn landgenooten verkeerden en hunne aspiratie's werden uiteengezet en den 4en Juli een andere memorie aan lord Creve, die toenmaals Sir Edward Grey verving. Sedert den 1en October van hetzelfde jaar geeft het regelmatig een bulletin uit, in het Fransch en in het Engelsch.
In Amerika, waar zich talrijke kolonies Serbo-Kroaten bevinden, roerden de Yougo-Slaven zich geducht. Op 10 Maart 1915 werd te Chicago een groot congres gehouden, waar 563 afgevaardigden bijeenkwamen. Te Pittsburg werd een petitie door 2000 afgevaardigden aangenomen en te Cleveland kwamen de vertegenwoordigers der Narodna Hrvatska Zajednitsa, een Kroatische vereeniging met 35000 leden, en de Servische vereenigingen Sloga en Srboran bijeen en namen er de volgende resolutie aan: „Wij Kroaten, Slowenen en Serviërs, één enkele natie door het bloed, de taal, de algemeene aspiratie's, voelen ons met ziel en hart verbonden met het volk, met het leger en met het gouvernement onzer broeders van Servië en van Tsrna Gora (Montenegro). Hun zaak is de onze; wij zijn bereid te strijden, zijde aan zijde, tegen de gemeenzame vijanden: Teutonen, Magyaren en Turken, om de vrijheid te veroveren en de vereeniging van alle Yougo-Slaven in één grooten, nationalen staat. Wij hopen dat geen enkel deel van ons volk, geen duim van onzen bodem, in het Westen, in het Oosten, in het Noorden of in het Zuiden, vallen zal onder het vreemde juk.”
Het programma, dat het Yougo-Slavische Comité heeft opgesteld, eischt dat vereenigd zullen worden in één rijk: 1o. Servië en Montenegro, 2o. Bosnië-Herzegowina, 3o. Dalmatië met zijnArchipel, 4o. Kroatië-Slavonië met Rika (Fiume) en de Medjoemoeje (tusschen de Drave, Mur en Stiermarken), 5o. Batschka (tusschen Theiss en Donau) en het Banaat (Zuidelijk-Hongarije), ten Noorden van den Donau, zich uitstrekkend tot de Theiss met steden als Temesvar, Becskereck, Kikinda, Panschewo, Orsowa, Resica; 6o. Istrië met zijn eilanden en Triest; 7o. de Krain en Goritz en 8o. Zuidelijk Karinthië en Zuidelijk Stiermarken.
Er wonen in Oostenrijk-Hongarije 6½ millioen Yougo-Slaven, in Servië en Montenegro 4½ millioen en 11 millioen Yougo-Slaven zouden dus, volgens hun eisch, vereenigd worden in één rijk; het zou dus een staat van beteekenis worden.
Eén rijk onder de Karageorge's! In dezen eisch der Yougo-Slaven ligt opgesloten, dat de koning van Montenegro voor hen niet meer bestaat. Ook niet voor het Montenegrijnsche comité voor de nationale eenheid, dat zich geheel heeft aangesloten aan het programma der Yougo-Slaven. President van dit comité is Andriija Radowitch, vroeger minister-president en minister van buitenlandsche zaken van Montenegro.
De Montenegrijnen kunnen den ouden Nicolaas zijn dubbelzinnige houding in dezen oorlog niet vergeven en het allerminst de laffe wijze, waarop hij en zijn familie het land heeft verlaten, die zulk een schrille tegenstelling vormt met den schitterenden terugtocht van het Servische leger, met zijn koning in het midden. Ja, als Nicolaas thans met een leger, hoe gedecimeerd ook, aan het front in Saloniki stond, dan zouden er genoeg Montenegrijnen gevonden worden, die hem niet zouden afgevallen zijn, zelfs nu zijn verblijf op den Montenegrijnschen troon een anomalie zou zijn, maar thans? Neen, zijn verdwijnen van het tooneel van den strijd heeft hun eer aangetast en dat vergeven zij hem nooit. Zelfs een van zijn meest reactionaire ministers, Jowan Plamenac, heeft openlijk verklaard dat Nicolaas, door de wijze waarop hij in de catastrophe verdwenen is, voor Montenegro niet meer bestaat.
Nicolaas schijnt echter niet van plan te zijn vrijwillig van zijn troon afstand te doen. Het zal hem echter niet helpen. De Yougo-Slaven en zijn Montenegrijnen zijn niet meer van hem gediend. De Italiaansche afgevaardigde Arthur Labriola zegt volkomen terecht in de Lavoro van 14 Augustus 1917: „de dynastie Petrowitch weet zeer goed, dat de Yougo-Slavische unie zich zonder haar zalvoltrekken. Door het streven dezer familie te steunen, zou men niet alleen het plan der Yougo-Slaven dwarsboomen, maar ook den uitdrukkelijken wil der Montenegrijnen. Koning Nicolaas zou een onafhankelijk Montenegro willen doen voortbestaan, maar zijn onderdanen verzetten zich tegen zulk een voornemen. Italië zou een zeer zware fout begaan, zoo het de persoonlijke politiek van den koning van Montenegro aanmoedigde.”
„De rol van Montenegro is afgespeeld. Het kan niet langer bestaan ten pleiziere van eenige liefhebbers van antiquiteiten en een dynastie, die boven alles zijn eigen belangen en ambitie's plaatst. In den toekomstigen staat van Serviërs, Kroaten en Slowenen willen de Montenegrijnen geen republiek van San Marino zijn”, schrijft Andriija Radowitch in „Le monde slave” (December '17).
De Yougo-Slaven weten dat, zoo de Duitschers overwinnaars in dezen oorlog mochten zijn, hun streven naar nationale eenheid met geweld zal worden onderdrukt in lange, lange jaren, omdat het de pan-germaansche heerschzucht in den weg staat. Maar ze weten ook, dat hun eischen ingewilligd zullen worden, zoo de Entente de zege behaalt, omdat:
De Yougo-Slaven zullen met of tegen Italië zijn;de keuze is aan Italië.
't Zal zoo ongeveer in de maand Mei van het jaar 1915 geweest zijn, toen ik, te Nisch in Servië verblijf houdend, vernam, dat de geheime diplomatie weder eens op haar manier aan het werk—aan het konkelen, zou ik haast geschreven hebben—was geweest.
Ik houd niet van de geheime diplomatie. Ze heeft de wereld heel wat leed berokkend en heel wat waardeloos werk geleverd, omdat het volk niet achter de regeering staat, als ze in het geheim aan het werk tijgt. Aan haar verwijt ik, dat hetrebus sic stantibusis uitgevonden, dat ze van een diplomaat een intrigant en van een contract een vod papier maakt, in één woord is: „la diplomatie contre la nation.”
Hier, in het geval dat ik op het oog heb, was de geheime diplomatie niet zoo geheim geweest, of iedereen in Servië wist te vertellen, dat ze op echt Metternichsche manier aan het verschacheren van volken was geweest en deze volken van de hand had gedaan, zooals een veekooper op de markt zijn vee bij handslag van de hand doet.
Onze staatslui zijn, generatie op generatie, grootgebracht in de geheime diplomatie, die stamt uit het tijdperk van het absolutisme en dezen heeren leert men daarom de oude methoden niet zoo spoedig af, zelfs al zijn zenolens volenstot het inzicht gekomen, dat ze, namelijk de geheime diplomatie, uit den booze is. Laten we hopen, dat, wat ze in het jaar 1915 heeft gedaan, de laatste daad van een stervende is.
Wat we in Mei van het jaar 1915 te Nisch hoorden vertellen? Niets minder dan dat de Entente met Italië de volgende overeenkomst had gesloten. Italië zou Duitschland den oorlog verklaren. Voor deze hulp, die het de Entente verleende, zou het bij het sluiten van den vrede, zoo natuurlijk de Entente overwon, in het bezit gesteld worden van Zuidelijk Tirol, Trente, Triëst en zijn omgeving, de provincies Goriza en Gradisca, geheel Istrië tot aan Quarnero, met inbegrip van Volosca en de Istrische eilanden, Cherso en Lussin, en van nog enkele anderen, van Dalmatië tot aan de Narenta en van de Dalmatische eilanden en van Wallona en omgeving. Dit, wat de omgeving van de Adria betreft.
Dat we toenmaals vrij juist waren ingelicht, is later gebleken, toen de Bolsjewiki het tractaat openbaar maakten.
President Wilson had zich nog niet aan de zijde der Entente geschaard,—een geluk voor Italië—maar het zou me toch een lief ding waard geweest zijn om te vernemen hoe hij over dezen koehandel dacht, hij, die later verkondigde, dat aan het volk alleen het recht toekomt om over zichzelf te beschikken en dat deze vrijheid alleen beperkt mag worden voor zoover ze een bedreiging en een gevaar voor anderen oplevert. En hoe is deze transactie te rijmen met de vrijheid der zee, zooals Wilson die opvat? Omdat deze handel in het geheel niet past in het kader van Wilson's ideeën over het doel van dezen oorlog, geloof ik dat, sedert Amerika zich in den oorlog geworpen heeft, er heel wat van de waarde der overeenkomst zal verloren zijn gegaan.
Ja, maar de heiligheid der verdragen, zoo zal men mij, op den trant der geheime diplomatie, opmerken, gedoogt toch niet dat men de overeenkomst als van nul en geen waarde gaat beschouwen. Och kom, ik antwoord op denzelfden trant met:rebus sic stantibus!
De Serviërs waren woedend. Wat verklaarbaar was. Want daar werd, om het imperialisme der Italianen te bevredigen, een onmetelijk stuk Zuid-Slavisch land verkwanseld, zonder de volken, die in dat land woonden, te raadplegen en tegen het principe in, waarop Italië zijn eenheid had opgetrokken en ook tegen dat, hetwelk de Entente in haar oorlogsvaan had geschreven. En het was waarlijk niet het slechtste stuk van het Yougo-Slavische land, dat Italië zich toegewezen zag.
We kennen het doel van Italië—het is reeds voor lange jaren verkondigd—om van de Adria een „mare nostro” te maken. Om dien eisch te verdedigen, voert het twee motieven aan, namelijk 1e. dat het kustland van de Adria voor een deel door Italianen wordt bewoond en 2e. dat, voor zoover er geen Italianen wonen, Italië het noodig heeft ten behoeve zijner zekerheid en van zijn suprematie ter zee. Het eerste motief is er een, dat wortelt in het nationaliteiten-principe, het tweede daarentegen is er een van imperialistischen aard.
Voor zoover nu de Italianen hun eischen stellen op grond van het nationaliteitsprincipe, hebben de Yougo-Slaven er vrede mee,tegen alle anderen echter verzetten zij zich met hand en tand. Ze eischen deze niet-Italiaansche landen voor zichzelf op en wel op grond daarvan, dat ze door Yougo-Slaven worden bewoond.
Tegenover het motief, dat Italië aanvoert om de landen der Adria, die niet door Italianen bewoond zijn, te annexeeren, stellen de Yougo-Slaven de vraag: welke reden kan Italië hebben om, zoo de Entente overwint—en in dit geval alleen kan de overeenkomst van kracht worden—van de Adria een gesloten zee te maken ter wille van zijn zekerheid en zijn suprematie ter zee? Zekerheid, tegen wien? Suprematie, over wien? Oostenrijk-Hongarije is dan van de zee teruggedreven en kan op zee Italië niet meer bedreigen. En de Yougo-Slavische staat, die dan geboren wordt, bezit geen enkel schip, en zal er in onafzienbaren tijd geen bezitten, althans geen oorlogsschip. De nieuwe staat zal voor een taak komen te staan, die andere dingen eischt dan juist het bouwen van een oorlogsvloot.
Ge wilt Triëst bezitten? vragen ze den Italiaan. Omdat de stad Italiaansch is? Zeker, de meerderheid der bevolking dezer stad is thans nog Italiaansch. Maar geheel 't achterland, dat 1.200.000 zielen telt, is Sloveensch. Een derde deel der stedelijke bevolking is eveneens Sloveensch en ze neemt sterk toe, van 20 pCt. in 1890 tot 30 pCt. der bevolking in 1910; de Italiaansche bevolking gaat er sterk achteruit, van 74 pCt. in 1890 tot 62 pCt. in 1910.
De Yougo-Slaven verzetten zich er eveneens tegen, dat de provincie Goriza in Italiaansche handen komt. En terecht. Want de geheele provincie is Sloveensch. Alleen de stad Goriza kan een kleine meerderheid van Italianen aanwijzen, die echter gestadig afneemt, (van 74 pCt. der bevolking in 1890 tot 50 pCt. in 1910) terwijl de Slovenen er in aantal toenemen. (18 pCt. in 1890 en 37 pCt. in 1910.)
Dalmatië heeft 645.000 inwoners, waarvan slechts 18.000 Italianen; de rest is Serbo-Kroatisch. En het is dus te begrijpen dat de Yougo-Slaven verslagen hebben gestaan over den eisch van Italië, om dit land te annexeeren, te meer, daar zij daardoor tevens van de kust zouden worden teruggedreven. Met een corridor naar een Dalmatische haven nemen zij geen genoegen, te meer niet, daar de eenig bruikbare weg, om van het binnenland naar de zeete komen, langs denrechteroeverder Narenta loopt, die zich in handen der Italianen zou bevinden.
De overweldiging van Dalmatië door Italië is zelfs sommigen Italianen te kras. Prezzolini schreef in „La Dalmazia” (Venetië 1915): „Als overtuigd partijganger van den oorlog tegen Oostenrijk, vóór zoovele anderen, die thans den boom beklimmen, dien wij hebben geplant, willen wij niet dat het Italiaansche volk, dat in den oorlog slechts een opoffering zag voor een ideaal, geleid wordt naar een doel, dat met dit ideaal niets te maken heeft, doch in formeelen tegenspraak is met al de principes, waarvoor het naar de wapenen gegrepen heeft. Dalmatië veroveren is een daad van imperialisme, die niet het gevolg mag zijn van een nationalen oorlog”. En Marinelli en Salvemini zeggen in hun boek,la questione dell Adriatica: „Door Dalmatië te veroveren, ontneemt Italië het de mogelijkheid zich economisch te ontwikkelen; het scheurt dit land los van zijn achterland; het veroordeelt zichzelf tot een politiek van vergelding en van trouweloosheid tegenover de groote meerderheid van het volk, het zou daardoor den haat der geheele wereld verdienen, zooals Oostenrijk hem heeft verdiend, en zou de permanente vijandschap der Yougo-Slaven, die zich in de armen van Duitschland zouden werpen, op zich geladen hebben.... Iedere verovering op het Dalmatische vasteland zou Italië niet versterken, maar verzwakken; om meester van de zee te zijn en om zijn kusten tegen elk gevaar te beschermen, is het bezit van Pola, Wallona en enkele der buitenste eilanden van den Dalmatischen Archipel voldoende.”
Ik geloof, dat de Yougo-Slaven zich over het verdrag dat de Entente met Italië gesloten heeft, niet erg ongerust behoeven te maken. Er is in den tijd, sedert het werd afgesloten, heel wat gebeurd, dat de realisatie ervan na den oorlog in den weg staat. Onder den druk der aanbiedingen, die de Centrale Mogendheden Italië hadden gedaan, is dit land meer toegestaan dan waarover de Entente met recht kon beschikken en in flagranten strijd met de principes, die ze in haar oorlogsvaan geschreven had. De verwachtingen, die de Entente van het optreden der Italianen gekoesterd heeft, zijn ten deele uitgebleven. En, wat de grootste beteekenis heeft: thans heeft Amerika zich in den wereldstrijd geworpen. Eerst toen Wilson optrad, werden de ideeën, in dezen oorlogte verwezenlijken, scherp op den voorgrond gesteld, het doel, dat bereikt moest worden, scherp omlijnd. En met de ideeën en het oorlogsdoel van Wilson strookt het verdrag der Entente met Italië in het geheel niet. Het is dus te voorzien, dat Italië en de Yougo-Slaven wel een overeenkomst omtrent de Adria zullen weten te treffen, waarbij beide partijen bevredigd worden, zoo niet reeds deze overeenkomst getroffen is, wat niet onwaarschijnlijk is.
Wat Italië verlangt, kunnen de Yougo-Slaven niet toestaan en ze zullen het ook niet, want ze gevoelen geen lust de Oostenrijksche overheersching te ruilen tegen een Italiaansche. Het hangt van Italië af of de Yougo-Slaven met of tegen haar zullen zijn. Het belang van Italië eischt echter, dat ze niet tegen haar zijn.
Napoleon I zei eens op St. Helena:
„Savez-vous ce que j'admire le plus dans ce monde? C'est l'impuissance de la force pour organiser quelque chose de durable. Il n'y a que deux puissances: le sabre et l'esprit. A la longue, le sabre est toujours battu par l'esprit.”
Het is te hopen, dat de Italianen zich deze uitspraak van een groot man, die groote dwalingen begaan heeft en meer dan eens, tot zijn nadeel, tegen deze uitspraak gezondigd heeft, zullen herinneren vóór zij zich er toe zetten om imperialistische tendenzen te gaan verwezenlijken.
Ik wil mijn schetsen over Yougo-Slavia niet eindigen zonder enkele woorden te wijden aan de economische beteekenis, die de Yougo-Slavische staat voor de toekomst zal hebben.
Ik kan slechts een schets, een zeer vage schets zelfs, geven, want statistisch materiaal, om mijn meeningen te staven, staat niet te mijner beschikking; het is, bij mijn vlucht uit Belgrado voor de granaten der Oostenrijkers, in hun handen gebleven. Daarenboven, zelfs al zou dit materiaal nog in mijn bezit zijn, dan nog zou ik mij toch afvragen, of ik het wel gebruiken mag voor een toekomstbeeld, na het cataclysma, dat over de wereld gekomen is.
Maar toch, al kan deze zeer kleine en vage schets er niet de minste aanspraak op maken van wetenschappelijken aard te zijn,al ontbreekt hier wetenschappelijk materiaal om mijn meening kracht bij te zetten, een beeld van de toekomst, zij het ook in zeer grove trekken, zal ze niettemin geven.
Tannenberg, in zijn Grooter Duitschland, heeft voorgesteld van Zuidelijk-Kroatië en van Dalmatië een Duitsche provincie te maken, omdat hij meent, dat Duitschland deze streken noodig heeft. Het gewone motief van het pan-germanisme. Een groot volk mag men den weg naar de zee niet versperren; daarenboven zou deze provincie een paradijs worden voor de menschen uit het Noorden, die aan de Middellandsche Zee de versterking van hun gezondheid vragen of den rijp van den Noordelijken winter ontvluchten. De Kroaten en de Dalmatieërs konden naar Tunis of Tripolis verhuizen, voor zoover ze niet wilden werken in het Pruisische rijk. Aldus Tannenberg. Ik voor mij geloof, dat voor onze Duitschers van den tegenwoordigen tijd sneller het Hemelsche als het Kroatische paradijs te bereiken zal zijn.
De Dalmatiërs en de Kroaten zullen niet gaan verhuizen, doch blijven wonen in het land hunner vaderen en daarvan, hoe het ook door Oostenrijkers en Magyaren verwaarloosd is, een paradijs gaan maken voor.... zichzelf.
Het Yougo-Slavische rijk, zooals het ontworpen is door het Yougo-Slavische Comité en zooals het geëischt wordt door alle Yougo-Slaven, zonder uitzondering, zal zich uitstrekken van Triëst aan de Adria in het Westen tot aan Temesvar in het Oosten en van Zombar in het Noorden tot aan Monastir in het Zuiden en zal 11 millioen inwoners herbergen. Het zal echter plaats aanbieden voor 50 millioen menschen, zoo niet meer, omdat het daarvoor ruimschoots de levensvoorwaarden kan aanbieden.
De opbrengst van den landbouw kan in dit rijk gemakkelijk verdrievoudigd worden; zelfs in het koninkrijk Servië, waar men den bodem niet bemest en waar de landbouw zeer extensief gedreven wordt, is dit nog zeer gemakkelijk te bereiken, terwijl in Macedonië nog niet tien procent van den bodem was bebouwd en hoe dan nog. Industrie is er zoo goed als niet in het Yougo-Slavische rijk; de bronnen om de industrie te doen ontspringen, zijn echter rijkelijk aanwezig. De handel, vooral de transito-handel, kan er tot grooten bloei geraken door de centrale ligging van het rijk in Europa en door de aanwezigheid van goede havens en goede verkeerswegen,zooals de Donau met zijn zij-rivieren. De mijnbouw ligt, trots de aanwezigheid van voortreffelijke delfstoffen, nog in zijn windselen, evenals die industrie, die in onmiddellijk verband staat met de veeteelt, die in het Yougo-Slavische rijk groot is. Millioenen menschen kunnen er dus nog een rijk bestaan vinden.
Er worden in het Yougo-Slavische rijk verschillende deelen te zamen gebracht, die, ofschoon zij door één volk worden bewoond, niettemin geheel afgescheiden werelden vormen, die elkander nauwelijks kennen, en die op een verschillende trap van cultuur staan. Wie zal een bewoner van het Hongaarsche Batschka of van Kroatië op één lijn stellen met een Macedoniër?
Een deel der Serviërs, namelijk die van oud-Servië en Macedonië zuchtten nog voor korten tijd onder het Turksche bestuur; een ander deel van het volk onder het juk van den Oostenrijker en den Magyar, terwijl een derde deel, namelijk de Montenegrijnen, geregeerd werden op min of meer Russische manier, door een Czar in miniatuur. Maar ofschoon alle drie een juk te dragen hadden, en zelfs een zeer zwaar, en alle drie deelen van het volk werden verwaarloosd, bestaat er niettemin een verschil, en zeer groot verschil, in de trap van ontwikkeling, waarop ieder hunner staat.
Macedonië en Montenegro, zelfs Dalmatië, moeten opgevoerd worden tot de cultuur van een Kroatië-Slavonië en alle landen, in hun geheel, tot die van West-Europa.
In Macedonië heerschen erbarmelijke toestanden. Het is een land van den landbouw, maar niettegenstaande er de bodem zeer vruchtbaar is, staat de landbouw en de veeteelt er op een onbeschrijfelijk lage trap; men werkt er nog met houten ploegen en de koeien vinden er geen stal. Scholen zijn er eveneens zeer weinig te vinden; die er zijn, zijn opgericht door Bulgaren en Serviërs. Rechtzekerheid bestond er evenmin; het was er een kwelling een vermogend man te zijn, zoo men geen Mahomedaan was en niemand gaf er dan ook veel om bezit. Hij, die geld bezat, verborg het en bleef zich als een arm man voordoen. De wegen zijn er slecht en spoorwegen kent men er zoo goed als niet. Er zal dus in dit land ontzettend veel werk te verrichten zijn om het tot de hoogte van een Kroatië op te voeren, waarmede jaren gemoeid zullen zijn.
Montenegro is een arm land en, in tegenstelling met Macedonië, een onvruchtbaar land. Het is een ontoegankelijk bergland en daarom zal het bouwen van wegen en van spoorwegen er op bijna onoverkomelijke moeilijkheden stuiten. Het bezit echter een vrij goede haven en de handel zal er wel tot bloei te brengen zijn, zoo men den levensstandaard van de Montenegrijnen weet op te voeren. Het onderwijs staat er nog op zeer lage trap en ook in dit opzicht is er veel te doen.
Dalmatië zal om verbetering van zijn havens en van zijn wegen vragen, ook om den aanleg van spoorwegen, die zijn havens met zijn achterland, Bosnië, zullen verbinden. Het zal ook vragen om zijn ondergeloopen land, dat vruchtbaar is, droog te leggen. Het heeft behoefte aan scholen. Het zal vragen om den bouw van een handelsvloot, want zijn bewoners zijn goede zeelui. Het land is in het bezit van watervallen, uitstekende drijfkrachten voor fabrieken en het zal daarom ook aandringen op de oprichting van fabrieken. Het land is arm maar gaat een goede toekomst tegemoet.
Geheel het Yougo-Slavische land zal om spoorwegen vragen, zoowel Macedonië als Dalmatië, zoowel het—tegenwoordige—koninkrijk Servië als Kroatië en Bosnië-Herzegowina. Want in dit opzicht zijn ook de Oostenrijksche en de Hongaarsche regeering opzettelijk veel te kort gekomen in hun plicht.
Macedonië en Servië zullen vragen om de exploitatie der mijnen, vooral Macedonië, waar onder het beheer der Turken het mijnwezen geheel verwaarloosd is geworden.
Rivieren zullen bevaarbaar gemaakt moeten worden. In de eerste plaats de Marowa en de Vardar, waardoor, zoo beide tevens met elkander verbonden worden, wat mogelijk is, Zuid-Duitschland langs den Donau, de Marowa en den Vardar Salonika kan bereiken.
Verbetering van den landbouw, van den wijnbouw, van den boschbouw, van den veestapel, verbetering van havens en van wegen, drooglegging van ondergeloopen land, de aanleg van spoorwegen, het bevaarbaar maken van rivieren, het scheppen van een industrie, de exploitatie van mijnen zullen onmetelijke kapitalen vorderen, doch gewis zullen ze hun rente opbrengen.
Het Yougo-Slavische rijk is tot heden bijna uitsluitend een land van den landbouw en de veeteelt. Wat den landbouw aangaat, brengt het voort:maïs, tarwe, haver, hennep, vlas, tabak, wijn,opium, rijst, katoen en fruit, waaronder de bekende Servisch-Bosnische pruimen. Wat den boschbouw betreft, levert het beuken-, noten-, dennen-, en eikenhout, in groote hoeveelheden, waaronder het beroemde Slavonische eikenhout. Aan metalen brengt het voort: goud, zilver, koper, (van voortreffelijke kwaliteit) steenkolen, bruinkolen, lood, antimonium, zwavelkies en cement, terwijl er ook steengroeven gevonden worden, zand- en kalksteen en zelfs materiaal voor de vervaardiging van molensteenen en van lithographischen steen. Men treft er ook voortreffelijke minerale wateren aan. In de teelt van varkens, schapen, geiten en ossen, van klein-vee, zooals kalkoenen, ganzen, eenden en kippen, is het groot.
Als men nu in aanmerking neemt dat dit land, met zulk een verscheidenheid in producten van den bodem, dat tevens alle voorwaarden aanbiedt, waaronder een industrie zich kan ontwikkelen, in het bezit zal komen van een prachtige kuststreek met talrijke goede havens, grootere en kleinere, Midden-Europa verbindt met Klein-Azië en Noordelijk-Afrika en het doorgangsgebied is naar Mesopotamië en de Perzische Golf, dan moet men tot de slotsom komen, dat het een schitterende toekomst tegemoet zal gaan.
Maar lange jaren nog zal het Yougo-Slavische rijk een landbouwland blijven. Het zal het echter zijn onder veel gunstiger voorwaarden dan voorheen zijn enkele deelen. De goede havens, die het in bezit zal nemen, zullen het volkomen onafhankelijk maken van den naasten buurman en het in staat stellen zijn producten daarheen te voeren, waar men er de meeste waarde aan hecht; want door de Adria ligt geheel het Westen van Europa, Klein-Azië en Noordelijk-Afrika voor het rijk open.
En het zal, door zijn goedkoope verbindingen langs den Donau en zijn zijrivieren, door zijn Adria-havens, die het in verbinding stellen met de kust van geheel de Middellandsche Zee, een transito-gebied worden, waar scheepvaart en handel welig zullen bloeien.
En de Duitscher zal, zoo hij met de producten zijner industrie Klein-Azië en de Middellandsche Zee bereiken wil, verplicht zijn in vrede met den Yougo-Slaaf te leven.