Chapter 7

233a.Bladeren tegenoverstaand; meeldraden talrijk, soms groepsgewijs staande; bloem 2- of 5-tallig187.Guttiferae.233b.Bladeren verspreid234234a.Bloemen gesteeld in de bladoksels staande; bloembladeren afvallend 5 of 6, evenals de kelkbladeren186.Theaceae.234b.Bloemen in trossen of pluimen; bloembladeren na den bloei blijvend. Meeldraden in groepen van ± 4 tegenover de bloembladeren staand199.Flacourtiaceae.234c.Kelk vergroeidbladig, soms met een buitenkelk; bloembladeren 5; helmdraden van onderen in een buis vergroeid, het vruchtbeginsel en de stijlen insluitend; stijlen meest 10 of meer, soms aan de basis vergroeid175.Malvaceae.235a.Bloemen zygomorf, meeldraden meest verschillend van grootte; bloembladeren één of 2. Vruchtbeginsel gesteeld128.Papilionaceae.235b.Bloemen regelmatig of bijna regelmatig236236a.Kelk buis-, kom- tot bekervormig; meeldraden en bloembladeren op den kelk ingeplant237236b.Bloembladeren en meeldraden van de kelk vrij of tenminste één van beide238237a.Vruchtbeginsel éénhokkig; stijl aan de basis van het vruchtbeginsel ingehecht. Bloemen regelmatig of een weinig zygomorf. Bladeren verspreid126.Rosaceae.237b.Vruchtbeginsel 2- tot meerhokkig; stijl op den top van het vruchtbeginsel. Bladeren bijna steeds tegenoverstaand (behalve Lagerströmia)216.Lythraceae.238a.Vruchtbeginsel 1-hokkig239238b.Vruchtbeginsel meerhokkig241239a.Vruchtbeginsel met 2 rijen van zaadknoppen, langbehaard; vrucht met 2 kleppen openspringend, gestekeld; zaden vuurrood. Bloemen 5-tallig, de kelk met klieren aan de basis. Boomen met min of meer hartvormige bladeren194.Bixaceae.239b.Vruchtbeginsel en vrucht niet langbehaard of gestekeld. Kelk zonder klieren240240a.Bloemen meest met 3 kelk- en 3 bloembladeren, zelden 4-tallig. Boomen; vruchtbeginsel met 3 rijen van zaadknoppen199.Flacourtiaceae.240b.Bloemen 5-, soms 6-tallig. Lianen; bladeren meest zeer ruw. Vruchtbeginsel met 1 rij van zaadknoppen180.Dilleniaceae.241a.Kelk bekervormig met zeer korte slippen. Helmdraden onderling min of meer vergroeid. Bladeren met doorschijnende puntjes (olieklieren). Plant vaak gedoornd137.Rutaceae.241b.Kelk losbladig of vergroeidbladig, maar dan vrij diep ingesneden met duidelijke slippen242242a.Planten met meest dichte stervormige haren bekleed. Bladeren verspreid met steunbladeren, die soms spoedig afvallen. Meeldraden en vruchtbeginsels soms op een zuil staand; òf een buitenkelk aanwezig, òf de vruchten dicht behaard of met stekels bezet, òf geen van deze kenmerken aanwezig, maar dan zijn de bladeren gezaagd en is de plant een kruid of een kleine heester174.Tiliaceae.242b.Planten kaal of bijna kaal243243a.Meeldraden zeer talrijk, meer dan 20244243b.Meeldraden niet meer dan 20245244a.Bladeren verspreid. Bloemen alleenstaand in de bladoksels, 5-tallig, de bloembladeren vóór de kelkbladeren staand. Vruchtbeginsel 2-, 3- of 4-hokkig186.Theaceae.244b.Bladeren tegenoverstaand, of (alleen bij Caraipa) verspreid, maar dan staan de bloemen niet alleen in de bladoksels187.Guttiferae.245a.Vruchtbeginsel 2-hokkig; meeldraden 18–20, in 2 rijen; staminodiën niet aanwezig; kelk losbladig; kelkbladeren verlengd, 3–6, bloembladeren 3–6182.Ochnaceae.245b.Vruchtbeginsel 5-, zelden 4-hokkig; meeldraden 20, in één rij, vaak met staminodiën ertusschen; helmknoppen soms behaard, meeldraden soms ongelijk met 3 helmknoppen aan den top133.Humiriaceae.246a.Vruchtbeginsel geheel of half onderstandig; kelkbladeren 2; meeldraden meer of minder dan 10. Kruidachtige planten85.Portulacaceae.246b.Kelkbladeren meer dan 2 of de kelk vergroeidbladig247247a.Bloemen klein, in een scherm, dat soms zeer sterk gedrongen is en de vorm van een hoofdje heeft, 5-tallig, met 2 korte stijlen of stempels228.Umbelliferae.247b.Bloemen niet in een zoodanig scherm248248a.Meeldraden niet meer dan 10, dubbel zooveel als bloembladeren (soms 6-tallig, 12 meeldraden)249248b.Meeldraden meer dan 10; meest zeer talrijk252249a.Kruidachtige planten met verspreide bladeren, meest 4-tallige (soms 5- of 6-tallige) gele bloemen, en 8 (10 of 12) meeldraden. Vruchtbeginsel 4-hokkig, meest vrij lang224.Oenotheraceae.249b.Boomen of heesters, zelden kruiden, maardande helmknoppen eigenaardig van vorm, meest met aanhangsels250250a.Mangrove-boomen met luchtwortels; bloeias napvormig met een schijf. Bloemen 4-tallig, meeldraden 8, bladeren verspreid220.Rhizophoraceae.250b.Geen luchtwortels aanwezig; schijf ontbrekend251251a.Vruchtbeginsel éénhokkig; helmknoppen, zonder bijzondere aanhangselen, ongespoord. Bloemen meest in veelbloemige trossen of aren. Vrucht vaak gevleugeld221.Combretaceae.251b.Vruchtbeginselmeerhokkig; helmknoppen met een verdikt helmbindsel dat vaak nog verschillende aanhangselen draagt; bladeren meest met eenige evenwijdige nerven van de basis naar den top. Bladeren tegenoverstaand223.Melastomataceae.252a.Bladeren verspreid. Meeldraden met een eenzijdig aanhangsel, zoodat de bloem zygomorf schijnt, soms dit aanhangsel ontbrekend, maar dan zijn de bloemen zeer groot en de meeldraden tot een buis vergroeid219.Lecythidaceae.252b.Bladeren tegenoverstaand253253a.Heesters met smalle blaadjes en groote roode 5- tot 8-tallige bloemen. Bladeren zonder doorschijnende olieklieren218.Punicaceae.253b.Bloemen 4- of 5-tallig, vrij klein, niet vuurrood, bladeren met doorschijnende olieklieren222.Myrtaceae.253c.Bloeias klokvormig met een veellobbige schijf. Meeldraden 15–30; bloembladeren sterk ingesneden. Geen olieklieren in de bladeren220.Rhizophoraceae.254a.Meerdere vrije vruchtbeginsels in iedere bloem, ieder met één stijl of een stempel255254b.Slechts één vruchtbeginsel in iedere bloem256255a.Bloemen 4-tallig, bloemkroon een wijde buis vormend: meeldraden 8; vruchtbeginsels 4115. Crassulaceae.255b.Bloemen 3-tallig, met 6 bloembladeren en een 3-bladige kelk. Meeldraden talrijk98.Anonaceae.256a.Vruchtbeginsel onderstandig of halfonderstandig257256b.Vruchtbeginsel bovenstandig261257a.Bloemen in hoofdjes en door een gemeenschappelijk omwindsel omgeven. Vruchtbeginsel 1-hokkig met 1 zaadknop; helmknoppen met elkaar vergroeid; bladeren tegenoverstaand of verspreid280.Compositae.257b.Bloemen niet in hoofdjes of als ze in hoofdjes staan, dan is het vruchtbeginsel meerhokkig, en zijn de helmknoppen niet vergroeid en zijn de bladeren steeds tegenoverstaand258258a.Meeldraden met de helmknoppen aan elkaar verbonden259258b.Meeldraden geheel vrij van elkaar260259a.Meeldraden 4; helmknoppen kruisgewijs verbonden; kelk 5-deelig; bloemkroon met 5 slippen. Bladeren tegenoverstaand262.Gesneriaceae.259b.Meeldraden 5; helmknoppen in een ring den stijl omvattend. Bladeren verspreid276.Campanulaceae.260a.Vruchtbeginsel geribd, meest met klierharen bezet; eenhokkig; meeldraden 1–5; steunbladeren ontbrekend (in werkelijkheid is de z.g. kelk een krans van schutblaadjes; de z.g. bloemkroon een bloemdek en het vruchtbeginsel bovenstandig, doch schijnbaar onderstandig, omdat het bloemdek zich boven het vruchtbeginsel vernauwt en het dus schijnt alsof het bloemdek op het vruchtbeginsel zit)80.Nyctaginaceae.260b.Vruchtbeginsel meerhokkig; meeldraden evenveel als bloemkroonslippen en ermee afwisselend; bladeren tegenoverstaand met steunbladeren, die meest tusschen elk bladpaar vergroeid zijn270.Rubiaceae.260c.Meeldraden talrijk, in meerdere kransen, min of meer met de bloemkroon vergroeid; vruchtbeginsel 2–5-hokkig met 2–4 zaadknoppen in ieder hokje242.Symplocaceae.261a.Bloemen in schermen, en dan met honingbekers in het scherm geplaatst of in trossen, en dan een gespoorde of ongespoorde honingbeker aan elke bloemsteel. Meeldraden 5 tot vele184.Marcgraviaceae.261b.Geen honingbekers aanwezig262262a.Bloemen mannelijk of tweeslachtig263262b.Bloemen alleen vrouwelijk275263a.Meeldraden evenveel als kroonslippen en er tegenover staand of meer264263b.Meeldraden evenveel als kroonslippen en ermee afwisselend of minder277264a.Bloemen zygomorf; kelk en bloemkroon 5-tallig, met elkaar en met de meeldraden tot een buis vergroeid; meeldraden 8 in 2 bundels145.Polygalaceae.264b.Bloemen regelmatig265265a.Meeldraden dubbel zooveel als bloemkroonslippen of nog meer266265b.Meeldraden evenveel als bloemkroonslippen271266a.Behalve de meeldraden ook nog één of meer kransen van staminodiën voorhanden; planten meest met melksap; bladeren verspreid239.Sapotaceae.266b.Geen staminodiën aanwezig267267a.Bloemen alleen met meeldraden268267b.Bloemen met meeldraden en een vruchtbeginsel269268a.Boomen met week hout en handlobbige bladeren; meeldraden 10, in twee kransen, in de min of meer klokvormige bloemkroon ingehecht205.Caricaceae.268b.Meeldraden 8 tot vele, niet op den bloemkroon ingeplant. Bladeren niet ingesneden; bloeiwijzen vaak uit de stam of uit de oude takken te voorschijn komend240.Ebenaceae.269a.Meeldraden meer dan het dubbele aantal der kroonslippen; bloemen 5-tallig, vruchtbeginsel 2–5-hokkig242.Symplocaceae.269b.Meeldraden hoogstens 10270270a.Bloemkroon klokvormig; meeldraden met de kroonbuis vergroeid of bloemkroon bijna losbladig, doch dan van binnen behaard72.Olacaceae.270b.Bloemkroon slechts weinig vergroeid, meeldraden niet met den kroon vergroeid; vruchtbeginsel door een ringvormige schijf omgeven139.Burseraceae.271a.Behalve de meeldraden ook staminodiën aanwezig272271b.Staminodiën ontbrekend273272a.Helmdraden met elkaar vergroeid; staminodiën met de bloemkroon-slippen afwisselend. Bloemen meestal met een onontwikkeld vruchtbeginsel. Kleine boomen met een groep bladeren aan den top van de stam235a.Theophrastaceae.272b.Helmdraden niet met elkaar vergroeid. Bloemen geheel tweeslachtig. Boomen met bebladerde takken239.Sapotaceae.273a.Kroonbuis lang met uitgebreide zoom; kelk met klierharen, vruchtbeginsel éénhokkig238.Plumbaginaceae.273b.Kroonbuis zeer kort of bloemkroon klokvormig274274a.Vruchtbeginsel meerhokkig; bloemkroon meest klokvormig; bladeren tenminste aan de onderzijde behaard; planten vaak met melksap239.Sapotaceae.274b.Kroonbuis zeer kort; vruchtbeginsel eenhokkig; bladeren kaal; planten zonder melksap236.Myrsinaceae.275a.Bladeren handvormig ingesneden, planten met melksap; bloemkroon bijna losbladig; stempels sterk ingesneden of meerdere stijlen205.Caricaceae.275b.Bladeren ongedeeld276276a.Vruchtbeginsel éénhokkig; boomen met lange bladeren, die een kleine kroon aan den top van den stam vormen. Staminodiën aanwezig235a.Theophrastaceae.276b.Vruchtbeginsel 4- tot meerhokkig; staminodiën meestal ontbrekend240.Ebenaceae.277a.Bloemen blauw, regelmatig met 5 meeldraden; stijlen 2, geheel vrij; vruchtbeginsel 2-hokkig; planten meest gedoornd, op vochtige plaatsen of in het water groeiend251.Hydrophyllaceae.277b.Stijlen min of meer met elkaar vergroeid; planten niet gedoornd of, als ze gedoornd zijn, dan de bloemen niet regelmatig-5-tallig278278a.Vruchtbare meeldraden minder dan kroonslippen, daarbij de bloem meest zygomorf279278b.Vruchtbare meeldraden evenveel als kroonslippen; bloemen regelmatig289279a.Bloemen geheel regelmatig, 4- of 5-tallig; meeldraden 2, in de kroonbuis ingehecht; bladeren tegenoverstaand243.Oleaceae.279b.Meeldraden 4, of 2, in het laatste geval de bloem duidelijk zygomorf280280a.Vruchtbeginsel éénhokkig, soms door naar binnen inspringende zaadlijsten bijna 2-hokkig, maar dan zijn òf de helmknoppen verbonden met elkaar en de planten kruiden òf er is achter in de bloem een staminodium aanwezig281280b.Vruchtbeginsel duidelijk 2-meerhokkig283281a.Vruchtbeginselmet één vrije centrale zaaddrager; kruiden met een 2-lippige bloemkroon en 2 meeldraden, die onder in de kroon bevestigd zijn264.Lentibulariaceae.281b.Vruchtbeginsel met 2 wandstandige zaadlijsten282282a.Kleine boomen of houtige planten die met wortels klimmen; helmknoppen niet met elkaar verbonden; vruchtbeginsel soms tendeele 2-hokkig; schijf zeer kort258.Bignoniaceae.282b.Kruiden of heesters, de helmknoppen vergroeid of samenhangend, zelden vrij van elkaar, maar dan is de plant kruidachtig en is er een éénzijdige schubvormige schijf aanwezig262.Gesneriaceae.283a.Bloemkroon duidelijk 2-lippig, meeldraden 4, 2 lange en 2 korte.Vruchtbeginsel diep 4-deelig in 4 éénzadige stukken uiteenvallend254.Labiatae.283b.Bloemkroon meest niet duidelijk 2-lippig en in ieder geval het vruchtbeginsel niet diep vierdeelig284284a.Vruchtbeginsel 2-hokkig met 1 of 2 zaadknoppen in ieder hokje; in het laatste geval de twee zaadknoppen naast elkaar zittend en de vrucht niet openspringend. Kruiden, heesters of boomen, meest met tegenoverstaande bladeren253.Verbenaceae.284b.Meer dan 2 zaadknoppen in ieder hokje van het vruchtbeginsel, zelden (sommige Acanthaceae), slechts 2 zaadknoppen, maar dan zitten deze boven elkaar285285a.Kruiden met afwisselende bladeren, en een 4-hokkig vruchtbeginsel; in elk hokje één rij van zaadknoppen boven elkaar; meeldraden 4; een klein staminodium aanwezig; bloemen in de bladoksels259.Pedaliaceae.285b.Vruchtbeginsel 2-hokkig286286a.Bladeren tegenoverstaand287286b.Bladeren verspreid288287a.Vrucht meest een doosvrucht, die met 2 kleppen hokverbrekend openspringt: zaden bevestigd aan de min of meer haakvormige verharde zaadsteelen; soms is de vrucht anders gevormd (niet openspringend of zaadsteelen ontbrekend) maar dan is òf de kroon in den knop gedraaid en de kelk min of meer gaafrandig, òf de stempel 2-lobbig en de kelk diep 5-deelig met een grootere slip. Meeldraden 2, en dan soms met nog 2 staminodiën, of 4 meeldraden, in de kroon bevestigd266.Acanthaceae.287b.Geen haken in de vrucht aanwezig; kroonslippen in den knop over elkaar liggend, niet gedraaid. Stempel meest ongedeeld257.Scrophulariaceae.288a.Boomen of kruiden; in het eerste geval de bloemkroon lang-buisvormig met een bijna regelmatige uitgebreide 5-tallige zoom en 2-machtige meeldraden; in het tweede geval tusschen de 5 kroonslippen nog 5 zeer kleine, ermee afwisselende slippen en kroonslippen zeer kort in vergelijking met de buis. Vrucht een bes of een doosvrucht256.Solanaceae.288b.Kruiden of heesters; meeldraden 2 of 4, of 2 ervan staminodiën257.Scrophulariaceae.289a.Bladeren in een wortelroset; kruiden met 4-tallige, min of meer vliezige en groene bloemen in dichte aren269.Plantaginaceae.289b.Bladeren tegenoverstaand290289c.Bladeren verspreid296290a.Bloemkroon 8–10-slippig met 8–10 zittende helmknoppen; kelk 4-tallig; bladeren zeer groot245.Loganiaceae.290b.Bloemen 4- of 5-tallig291291a.Kelk kort 5-deelig; bloemkroon met een korte buis en 4 bijna gelijke, afgeronde slippen, en 4 meeldraden, van binnen behaard; boomen of heesters;mangroveplanten253.Verbenaceae.291b.Kelk en bloemkroon beide 4- of 5-tallig of kruiden; geen mangroveplanten292292a.Kruidachtige planten met een éénhokkig, zeer zelden door inspringende zaadlijsten 2-hokkig vruchtbeginsel; steunbladeren niet aanwezig246.Gentianaceae.292b.Vruchtbeginsel 2-hokkig, zeer zelden éénhokkig, maar dan zijn de planten boomen of lianen293293a.Kroonslippen in den knop met de randen tegen elkaar liggend, zeer zelden gedraaid of met de randen over elkaar liggend, maar dan is de stijl dubbel-2-deelig en de plant een heester òf een kruid met kleine 4-tallige bloemen en meeldraden met gescheiden helmknoppen294293b.Kroonslippen in den knop met de randen over elkaar liggend en gedraaid295294a.Bladeren smal, tegenoverstaand of in kransen; kroon klein, met korte buis, 4-tallig, bijna stervormig, wit; sterk vertakte kruiden257.Scrophulariaceae.294b.Heesters met steunbladeren3òf kruiden in het laatste geval de bloemen in trossen uit een krans van 4 bladeren aan het eind van den stengel te voorschijn komend245.Loganiaceae.295a.Stijlen 2, tot aan den stempel gescheiden; stempelrand met 5 klierachtige aanhangselen, waaraan het tot massa’s verkleefde stuifmeel blijft hangen; stempel schildvormig verbreed; vruchtbeginsels gescheiden; bloemen 5-tallig, meest in den kroonbuis verschillende aanhangselen aanwezig248.Asclepiadaceae.295b.Stijlen 1 of 2, in het laatste geval van boven vergroeid; stempel één, op verschillende wijze verdikt, meest met een behaarde ring, van boven spits; meeldraden meest met elkaar en met den stempelvergroeid; vruchtbeginsels 2, van elkaar gescheiden of één, en dan 1-of 2-hokkig247.Apocynaceae.296a.Vruchtbeginsel 2-hokkig met meerdere zaadknoppen in ieder hokje; vrucht een bes of een doosvrucht; stijl één met een 2-lobbige stempel256.Solanaceae.296b.Vruchtbeginsel 2-, 3- of 4-hokkig, met meest 4, soms 6 zaadknoppen in het geheele vruchtbeginsel297297a.Stijl min of meer diep 2-spletig tot 2-deelig; kelkslippen vaak ongelijk van vorm en grootte; bloemen groot of vrij groot (omstreeks1 cM. lang of meer) sterk gekleurd; vrucht doosvruchtachtig; planten meest klimmend of kruipend, vaak kruiden, soms lianen249.Convolvulaceae.297b.Stijl 2-spletig en dan elk van de takken nog eens gedeeld, of stijl dicht onder den top voorzien van een behaarde ring. Bloemen meest in lange eenzijdige aren; vrucht een steenvrucht met 1, 2 of 4 pitten òf in vier eenzadige stukken uiteenvallend252.Borraginaceae.

233a.Bladeren tegenoverstaand; meeldraden talrijk, soms groepsgewijs staande; bloem 2- of 5-tallig187.Guttiferae.233b.Bladeren verspreid234234a.Bloemen gesteeld in de bladoksels staande; bloembladeren afvallend 5 of 6, evenals de kelkbladeren186.Theaceae.234b.Bloemen in trossen of pluimen; bloembladeren na den bloei blijvend. Meeldraden in groepen van ± 4 tegenover de bloembladeren staand199.Flacourtiaceae.234c.Kelk vergroeidbladig, soms met een buitenkelk; bloembladeren 5; helmdraden van onderen in een buis vergroeid, het vruchtbeginsel en de stijlen insluitend; stijlen meest 10 of meer, soms aan de basis vergroeid175.Malvaceae.235a.Bloemen zygomorf, meeldraden meest verschillend van grootte; bloembladeren één of 2. Vruchtbeginsel gesteeld128.Papilionaceae.235b.Bloemen regelmatig of bijna regelmatig236236a.Kelk buis-, kom- tot bekervormig; meeldraden en bloembladeren op den kelk ingeplant237236b.Bloembladeren en meeldraden van de kelk vrij of tenminste één van beide238237a.Vruchtbeginsel éénhokkig; stijl aan de basis van het vruchtbeginsel ingehecht. Bloemen regelmatig of een weinig zygomorf. Bladeren verspreid126.Rosaceae.237b.Vruchtbeginsel 2- tot meerhokkig; stijl op den top van het vruchtbeginsel. Bladeren bijna steeds tegenoverstaand (behalve Lagerströmia)216.Lythraceae.238a.Vruchtbeginsel 1-hokkig239238b.Vruchtbeginsel meerhokkig241239a.Vruchtbeginsel met 2 rijen van zaadknoppen, langbehaard; vrucht met 2 kleppen openspringend, gestekeld; zaden vuurrood. Bloemen 5-tallig, de kelk met klieren aan de basis. Boomen met min of meer hartvormige bladeren194.Bixaceae.239b.Vruchtbeginsel en vrucht niet langbehaard of gestekeld. Kelk zonder klieren240240a.Bloemen meest met 3 kelk- en 3 bloembladeren, zelden 4-tallig. Boomen; vruchtbeginsel met 3 rijen van zaadknoppen199.Flacourtiaceae.240b.Bloemen 5-, soms 6-tallig. Lianen; bladeren meest zeer ruw. Vruchtbeginsel met 1 rij van zaadknoppen180.Dilleniaceae.241a.Kelk bekervormig met zeer korte slippen. Helmdraden onderling min of meer vergroeid. Bladeren met doorschijnende puntjes (olieklieren). Plant vaak gedoornd137.Rutaceae.241b.Kelk losbladig of vergroeidbladig, maar dan vrij diep ingesneden met duidelijke slippen242242a.Planten met meest dichte stervormige haren bekleed. Bladeren verspreid met steunbladeren, die soms spoedig afvallen. Meeldraden en vruchtbeginsels soms op een zuil staand; òf een buitenkelk aanwezig, òf de vruchten dicht behaard of met stekels bezet, òf geen van deze kenmerken aanwezig, maar dan zijn de bladeren gezaagd en is de plant een kruid of een kleine heester174.Tiliaceae.242b.Planten kaal of bijna kaal243243a.Meeldraden zeer talrijk, meer dan 20244243b.Meeldraden niet meer dan 20245244a.Bladeren verspreid. Bloemen alleenstaand in de bladoksels, 5-tallig, de bloembladeren vóór de kelkbladeren staand. Vruchtbeginsel 2-, 3- of 4-hokkig186.Theaceae.244b.Bladeren tegenoverstaand, of (alleen bij Caraipa) verspreid, maar dan staan de bloemen niet alleen in de bladoksels187.Guttiferae.245a.Vruchtbeginsel 2-hokkig; meeldraden 18–20, in 2 rijen; staminodiën niet aanwezig; kelk losbladig; kelkbladeren verlengd, 3–6, bloembladeren 3–6182.Ochnaceae.245b.Vruchtbeginsel 5-, zelden 4-hokkig; meeldraden 20, in één rij, vaak met staminodiën ertusschen; helmknoppen soms behaard, meeldraden soms ongelijk met 3 helmknoppen aan den top133.Humiriaceae.246a.Vruchtbeginsel geheel of half onderstandig; kelkbladeren 2; meeldraden meer of minder dan 10. Kruidachtige planten85.Portulacaceae.246b.Kelkbladeren meer dan 2 of de kelk vergroeidbladig247247a.Bloemen klein, in een scherm, dat soms zeer sterk gedrongen is en de vorm van een hoofdje heeft, 5-tallig, met 2 korte stijlen of stempels228.Umbelliferae.247b.Bloemen niet in een zoodanig scherm248248a.Meeldraden niet meer dan 10, dubbel zooveel als bloembladeren (soms 6-tallig, 12 meeldraden)249248b.Meeldraden meer dan 10; meest zeer talrijk252249a.Kruidachtige planten met verspreide bladeren, meest 4-tallige (soms 5- of 6-tallige) gele bloemen, en 8 (10 of 12) meeldraden. Vruchtbeginsel 4-hokkig, meest vrij lang224.Oenotheraceae.249b.Boomen of heesters, zelden kruiden, maardande helmknoppen eigenaardig van vorm, meest met aanhangsels250250a.Mangrove-boomen met luchtwortels; bloeias napvormig met een schijf. Bloemen 4-tallig, meeldraden 8, bladeren verspreid220.Rhizophoraceae.250b.Geen luchtwortels aanwezig; schijf ontbrekend251251a.Vruchtbeginsel éénhokkig; helmknoppen, zonder bijzondere aanhangselen, ongespoord. Bloemen meest in veelbloemige trossen of aren. Vrucht vaak gevleugeld221.Combretaceae.251b.Vruchtbeginselmeerhokkig; helmknoppen met een verdikt helmbindsel dat vaak nog verschillende aanhangselen draagt; bladeren meest met eenige evenwijdige nerven van de basis naar den top. Bladeren tegenoverstaand223.Melastomataceae.252a.Bladeren verspreid. Meeldraden met een eenzijdig aanhangsel, zoodat de bloem zygomorf schijnt, soms dit aanhangsel ontbrekend, maar dan zijn de bloemen zeer groot en de meeldraden tot een buis vergroeid219.Lecythidaceae.252b.Bladeren tegenoverstaand253253a.Heesters met smalle blaadjes en groote roode 5- tot 8-tallige bloemen. Bladeren zonder doorschijnende olieklieren218.Punicaceae.253b.Bloemen 4- of 5-tallig, vrij klein, niet vuurrood, bladeren met doorschijnende olieklieren222.Myrtaceae.253c.Bloeias klokvormig met een veellobbige schijf. Meeldraden 15–30; bloembladeren sterk ingesneden. Geen olieklieren in de bladeren220.Rhizophoraceae.254a.Meerdere vrije vruchtbeginsels in iedere bloem, ieder met één stijl of een stempel255254b.Slechts één vruchtbeginsel in iedere bloem256255a.Bloemen 4-tallig, bloemkroon een wijde buis vormend: meeldraden 8; vruchtbeginsels 4115. Crassulaceae.255b.Bloemen 3-tallig, met 6 bloembladeren en een 3-bladige kelk. Meeldraden talrijk98.Anonaceae.256a.Vruchtbeginsel onderstandig of halfonderstandig257256b.Vruchtbeginsel bovenstandig261257a.Bloemen in hoofdjes en door een gemeenschappelijk omwindsel omgeven. Vruchtbeginsel 1-hokkig met 1 zaadknop; helmknoppen met elkaar vergroeid; bladeren tegenoverstaand of verspreid280.Compositae.257b.Bloemen niet in hoofdjes of als ze in hoofdjes staan, dan is het vruchtbeginsel meerhokkig, en zijn de helmknoppen niet vergroeid en zijn de bladeren steeds tegenoverstaand258258a.Meeldraden met de helmknoppen aan elkaar verbonden259258b.Meeldraden geheel vrij van elkaar260259a.Meeldraden 4; helmknoppen kruisgewijs verbonden; kelk 5-deelig; bloemkroon met 5 slippen. Bladeren tegenoverstaand262.Gesneriaceae.259b.Meeldraden 5; helmknoppen in een ring den stijl omvattend. Bladeren verspreid276.Campanulaceae.260a.Vruchtbeginsel geribd, meest met klierharen bezet; eenhokkig; meeldraden 1–5; steunbladeren ontbrekend (in werkelijkheid is de z.g. kelk een krans van schutblaadjes; de z.g. bloemkroon een bloemdek en het vruchtbeginsel bovenstandig, doch schijnbaar onderstandig, omdat het bloemdek zich boven het vruchtbeginsel vernauwt en het dus schijnt alsof het bloemdek op het vruchtbeginsel zit)80.Nyctaginaceae.260b.Vruchtbeginsel meerhokkig; meeldraden evenveel als bloemkroonslippen en ermee afwisselend; bladeren tegenoverstaand met steunbladeren, die meest tusschen elk bladpaar vergroeid zijn270.Rubiaceae.260c.Meeldraden talrijk, in meerdere kransen, min of meer met de bloemkroon vergroeid; vruchtbeginsel 2–5-hokkig met 2–4 zaadknoppen in ieder hokje242.Symplocaceae.261a.Bloemen in schermen, en dan met honingbekers in het scherm geplaatst of in trossen, en dan een gespoorde of ongespoorde honingbeker aan elke bloemsteel. Meeldraden 5 tot vele184.Marcgraviaceae.261b.Geen honingbekers aanwezig262262a.Bloemen mannelijk of tweeslachtig263262b.Bloemen alleen vrouwelijk275263a.Meeldraden evenveel als kroonslippen en er tegenover staand of meer264263b.Meeldraden evenveel als kroonslippen en ermee afwisselend of minder277264a.Bloemen zygomorf; kelk en bloemkroon 5-tallig, met elkaar en met de meeldraden tot een buis vergroeid; meeldraden 8 in 2 bundels145.Polygalaceae.264b.Bloemen regelmatig265265a.Meeldraden dubbel zooveel als bloemkroonslippen of nog meer266265b.Meeldraden evenveel als bloemkroonslippen271266a.Behalve de meeldraden ook nog één of meer kransen van staminodiën voorhanden; planten meest met melksap; bladeren verspreid239.Sapotaceae.266b.Geen staminodiën aanwezig267267a.Bloemen alleen met meeldraden268267b.Bloemen met meeldraden en een vruchtbeginsel269268a.Boomen met week hout en handlobbige bladeren; meeldraden 10, in twee kransen, in de min of meer klokvormige bloemkroon ingehecht205.Caricaceae.268b.Meeldraden 8 tot vele, niet op den bloemkroon ingeplant. Bladeren niet ingesneden; bloeiwijzen vaak uit de stam of uit de oude takken te voorschijn komend240.Ebenaceae.269a.Meeldraden meer dan het dubbele aantal der kroonslippen; bloemen 5-tallig, vruchtbeginsel 2–5-hokkig242.Symplocaceae.269b.Meeldraden hoogstens 10270270a.Bloemkroon klokvormig; meeldraden met de kroonbuis vergroeid of bloemkroon bijna losbladig, doch dan van binnen behaard72.Olacaceae.270b.Bloemkroon slechts weinig vergroeid, meeldraden niet met den kroon vergroeid; vruchtbeginsel door een ringvormige schijf omgeven139.Burseraceae.271a.Behalve de meeldraden ook staminodiën aanwezig272271b.Staminodiën ontbrekend273272a.Helmdraden met elkaar vergroeid; staminodiën met de bloemkroon-slippen afwisselend. Bloemen meestal met een onontwikkeld vruchtbeginsel. Kleine boomen met een groep bladeren aan den top van de stam235a.Theophrastaceae.272b.Helmdraden niet met elkaar vergroeid. Bloemen geheel tweeslachtig. Boomen met bebladerde takken239.Sapotaceae.273a.Kroonbuis lang met uitgebreide zoom; kelk met klierharen, vruchtbeginsel éénhokkig238.Plumbaginaceae.273b.Kroonbuis zeer kort of bloemkroon klokvormig274274a.Vruchtbeginsel meerhokkig; bloemkroon meest klokvormig; bladeren tenminste aan de onderzijde behaard; planten vaak met melksap239.Sapotaceae.274b.Kroonbuis zeer kort; vruchtbeginsel eenhokkig; bladeren kaal; planten zonder melksap236.Myrsinaceae.275a.Bladeren handvormig ingesneden, planten met melksap; bloemkroon bijna losbladig; stempels sterk ingesneden of meerdere stijlen205.Caricaceae.275b.Bladeren ongedeeld276276a.Vruchtbeginsel éénhokkig; boomen met lange bladeren, die een kleine kroon aan den top van den stam vormen. Staminodiën aanwezig235a.Theophrastaceae.276b.Vruchtbeginsel 4- tot meerhokkig; staminodiën meestal ontbrekend240.Ebenaceae.277a.Bloemen blauw, regelmatig met 5 meeldraden; stijlen 2, geheel vrij; vruchtbeginsel 2-hokkig; planten meest gedoornd, op vochtige plaatsen of in het water groeiend251.Hydrophyllaceae.277b.Stijlen min of meer met elkaar vergroeid; planten niet gedoornd of, als ze gedoornd zijn, dan de bloemen niet regelmatig-5-tallig278278a.Vruchtbare meeldraden minder dan kroonslippen, daarbij de bloem meest zygomorf279278b.Vruchtbare meeldraden evenveel als kroonslippen; bloemen regelmatig289279a.Bloemen geheel regelmatig, 4- of 5-tallig; meeldraden 2, in de kroonbuis ingehecht; bladeren tegenoverstaand243.Oleaceae.279b.Meeldraden 4, of 2, in het laatste geval de bloem duidelijk zygomorf280280a.Vruchtbeginsel éénhokkig, soms door naar binnen inspringende zaadlijsten bijna 2-hokkig, maar dan zijn òf de helmknoppen verbonden met elkaar en de planten kruiden òf er is achter in de bloem een staminodium aanwezig281280b.Vruchtbeginsel duidelijk 2-meerhokkig283281a.Vruchtbeginselmet één vrije centrale zaaddrager; kruiden met een 2-lippige bloemkroon en 2 meeldraden, die onder in de kroon bevestigd zijn264.Lentibulariaceae.281b.Vruchtbeginsel met 2 wandstandige zaadlijsten282282a.Kleine boomen of houtige planten die met wortels klimmen; helmknoppen niet met elkaar verbonden; vruchtbeginsel soms tendeele 2-hokkig; schijf zeer kort258.Bignoniaceae.282b.Kruiden of heesters, de helmknoppen vergroeid of samenhangend, zelden vrij van elkaar, maar dan is de plant kruidachtig en is er een éénzijdige schubvormige schijf aanwezig262.Gesneriaceae.283a.Bloemkroon duidelijk 2-lippig, meeldraden 4, 2 lange en 2 korte.Vruchtbeginsel diep 4-deelig in 4 éénzadige stukken uiteenvallend254.Labiatae.283b.Bloemkroon meest niet duidelijk 2-lippig en in ieder geval het vruchtbeginsel niet diep vierdeelig284284a.Vruchtbeginsel 2-hokkig met 1 of 2 zaadknoppen in ieder hokje; in het laatste geval de twee zaadknoppen naast elkaar zittend en de vrucht niet openspringend. Kruiden, heesters of boomen, meest met tegenoverstaande bladeren253.Verbenaceae.284b.Meer dan 2 zaadknoppen in ieder hokje van het vruchtbeginsel, zelden (sommige Acanthaceae), slechts 2 zaadknoppen, maar dan zitten deze boven elkaar285285a.Kruiden met afwisselende bladeren, en een 4-hokkig vruchtbeginsel; in elk hokje één rij van zaadknoppen boven elkaar; meeldraden 4; een klein staminodium aanwezig; bloemen in de bladoksels259.Pedaliaceae.285b.Vruchtbeginsel 2-hokkig286286a.Bladeren tegenoverstaand287286b.Bladeren verspreid288287a.Vrucht meest een doosvrucht, die met 2 kleppen hokverbrekend openspringt: zaden bevestigd aan de min of meer haakvormige verharde zaadsteelen; soms is de vrucht anders gevormd (niet openspringend of zaadsteelen ontbrekend) maar dan is òf de kroon in den knop gedraaid en de kelk min of meer gaafrandig, òf de stempel 2-lobbig en de kelk diep 5-deelig met een grootere slip. Meeldraden 2, en dan soms met nog 2 staminodiën, of 4 meeldraden, in de kroon bevestigd266.Acanthaceae.287b.Geen haken in de vrucht aanwezig; kroonslippen in den knop over elkaar liggend, niet gedraaid. Stempel meest ongedeeld257.Scrophulariaceae.288a.Boomen of kruiden; in het eerste geval de bloemkroon lang-buisvormig met een bijna regelmatige uitgebreide 5-tallige zoom en 2-machtige meeldraden; in het tweede geval tusschen de 5 kroonslippen nog 5 zeer kleine, ermee afwisselende slippen en kroonslippen zeer kort in vergelijking met de buis. Vrucht een bes of een doosvrucht256.Solanaceae.288b.Kruiden of heesters; meeldraden 2 of 4, of 2 ervan staminodiën257.Scrophulariaceae.289a.Bladeren in een wortelroset; kruiden met 4-tallige, min of meer vliezige en groene bloemen in dichte aren269.Plantaginaceae.289b.Bladeren tegenoverstaand290289c.Bladeren verspreid296290a.Bloemkroon 8–10-slippig met 8–10 zittende helmknoppen; kelk 4-tallig; bladeren zeer groot245.Loganiaceae.290b.Bloemen 4- of 5-tallig291291a.Kelk kort 5-deelig; bloemkroon met een korte buis en 4 bijna gelijke, afgeronde slippen, en 4 meeldraden, van binnen behaard; boomen of heesters;mangroveplanten253.Verbenaceae.291b.Kelk en bloemkroon beide 4- of 5-tallig of kruiden; geen mangroveplanten292292a.Kruidachtige planten met een éénhokkig, zeer zelden door inspringende zaadlijsten 2-hokkig vruchtbeginsel; steunbladeren niet aanwezig246.Gentianaceae.292b.Vruchtbeginsel 2-hokkig, zeer zelden éénhokkig, maar dan zijn de planten boomen of lianen293293a.Kroonslippen in den knop met de randen tegen elkaar liggend, zeer zelden gedraaid of met de randen over elkaar liggend, maar dan is de stijl dubbel-2-deelig en de plant een heester òf een kruid met kleine 4-tallige bloemen en meeldraden met gescheiden helmknoppen294293b.Kroonslippen in den knop met de randen over elkaar liggend en gedraaid295294a.Bladeren smal, tegenoverstaand of in kransen; kroon klein, met korte buis, 4-tallig, bijna stervormig, wit; sterk vertakte kruiden257.Scrophulariaceae.294b.Heesters met steunbladeren3òf kruiden in het laatste geval de bloemen in trossen uit een krans van 4 bladeren aan het eind van den stengel te voorschijn komend245.Loganiaceae.295a.Stijlen 2, tot aan den stempel gescheiden; stempelrand met 5 klierachtige aanhangselen, waaraan het tot massa’s verkleefde stuifmeel blijft hangen; stempel schildvormig verbreed; vruchtbeginsels gescheiden; bloemen 5-tallig, meest in den kroonbuis verschillende aanhangselen aanwezig248.Asclepiadaceae.295b.Stijlen 1 of 2, in het laatste geval van boven vergroeid; stempel één, op verschillende wijze verdikt, meest met een behaarde ring, van boven spits; meeldraden meest met elkaar en met den stempelvergroeid; vruchtbeginsels 2, van elkaar gescheiden of één, en dan 1-of 2-hokkig247.Apocynaceae.296a.Vruchtbeginsel 2-hokkig met meerdere zaadknoppen in ieder hokje; vrucht een bes of een doosvrucht; stijl één met een 2-lobbige stempel256.Solanaceae.296b.Vruchtbeginsel 2-, 3- of 4-hokkig, met meest 4, soms 6 zaadknoppen in het geheele vruchtbeginsel297297a.Stijl min of meer diep 2-spletig tot 2-deelig; kelkslippen vaak ongelijk van vorm en grootte; bloemen groot of vrij groot (omstreeks1 cM. lang of meer) sterk gekleurd; vrucht doosvruchtachtig; planten meest klimmend of kruipend, vaak kruiden, soms lianen249.Convolvulaceae.297b.Stijl 2-spletig en dan elk van de takken nog eens gedeeld, of stijl dicht onder den top voorzien van een behaarde ring. Bloemen meest in lange eenzijdige aren; vrucht een steenvrucht met 1, 2 of 4 pitten òf in vier eenzadige stukken uiteenvallend252.Borraginaceae.

233a.Bladeren tegenoverstaand; meeldraden talrijk, soms groepsgewijs staande; bloem 2- of 5-tallig187.Guttiferae.233b.Bladeren verspreid234234a.Bloemen gesteeld in de bladoksels staande; bloembladeren afvallend 5 of 6, evenals de kelkbladeren186.Theaceae.234b.Bloemen in trossen of pluimen; bloembladeren na den bloei blijvend. Meeldraden in groepen van ± 4 tegenover de bloembladeren staand199.Flacourtiaceae.234c.Kelk vergroeidbladig, soms met een buitenkelk; bloembladeren 5; helmdraden van onderen in een buis vergroeid, het vruchtbeginsel en de stijlen insluitend; stijlen meest 10 of meer, soms aan de basis vergroeid175.Malvaceae.235a.Bloemen zygomorf, meeldraden meest verschillend van grootte; bloembladeren één of 2. Vruchtbeginsel gesteeld128.Papilionaceae.235b.Bloemen regelmatig of bijna regelmatig236236a.Kelk buis-, kom- tot bekervormig; meeldraden en bloembladeren op den kelk ingeplant237236b.Bloembladeren en meeldraden van de kelk vrij of tenminste één van beide238237a.Vruchtbeginsel éénhokkig; stijl aan de basis van het vruchtbeginsel ingehecht. Bloemen regelmatig of een weinig zygomorf. Bladeren verspreid126.Rosaceae.237b.Vruchtbeginsel 2- tot meerhokkig; stijl op den top van het vruchtbeginsel. Bladeren bijna steeds tegenoverstaand (behalve Lagerströmia)216.Lythraceae.238a.Vruchtbeginsel 1-hokkig239238b.Vruchtbeginsel meerhokkig241239a.Vruchtbeginsel met 2 rijen van zaadknoppen, langbehaard; vrucht met 2 kleppen openspringend, gestekeld; zaden vuurrood. Bloemen 5-tallig, de kelk met klieren aan de basis. Boomen met min of meer hartvormige bladeren194.Bixaceae.239b.Vruchtbeginsel en vrucht niet langbehaard of gestekeld. Kelk zonder klieren240240a.Bloemen meest met 3 kelk- en 3 bloembladeren, zelden 4-tallig. Boomen; vruchtbeginsel met 3 rijen van zaadknoppen199.Flacourtiaceae.240b.Bloemen 5-, soms 6-tallig. Lianen; bladeren meest zeer ruw. Vruchtbeginsel met 1 rij van zaadknoppen180.Dilleniaceae.241a.Kelk bekervormig met zeer korte slippen. Helmdraden onderling min of meer vergroeid. Bladeren met doorschijnende puntjes (olieklieren). Plant vaak gedoornd137.Rutaceae.241b.Kelk losbladig of vergroeidbladig, maar dan vrij diep ingesneden met duidelijke slippen242242a.Planten met meest dichte stervormige haren bekleed. Bladeren verspreid met steunbladeren, die soms spoedig afvallen. Meeldraden en vruchtbeginsels soms op een zuil staand; òf een buitenkelk aanwezig, òf de vruchten dicht behaard of met stekels bezet, òf geen van deze kenmerken aanwezig, maar dan zijn de bladeren gezaagd en is de plant een kruid of een kleine heester174.Tiliaceae.242b.Planten kaal of bijna kaal243243a.Meeldraden zeer talrijk, meer dan 20244243b.Meeldraden niet meer dan 20245244a.Bladeren verspreid. Bloemen alleenstaand in de bladoksels, 5-tallig, de bloembladeren vóór de kelkbladeren staand. Vruchtbeginsel 2-, 3- of 4-hokkig186.Theaceae.244b.Bladeren tegenoverstaand, of (alleen bij Caraipa) verspreid, maar dan staan de bloemen niet alleen in de bladoksels187.Guttiferae.245a.Vruchtbeginsel 2-hokkig; meeldraden 18–20, in 2 rijen; staminodiën niet aanwezig; kelk losbladig; kelkbladeren verlengd, 3–6, bloembladeren 3–6182.Ochnaceae.245b.Vruchtbeginsel 5-, zelden 4-hokkig; meeldraden 20, in één rij, vaak met staminodiën ertusschen; helmknoppen soms behaard, meeldraden soms ongelijk met 3 helmknoppen aan den top133.Humiriaceae.246a.Vruchtbeginsel geheel of half onderstandig; kelkbladeren 2; meeldraden meer of minder dan 10. Kruidachtige planten85.Portulacaceae.246b.Kelkbladeren meer dan 2 of de kelk vergroeidbladig247247a.Bloemen klein, in een scherm, dat soms zeer sterk gedrongen is en de vorm van een hoofdje heeft, 5-tallig, met 2 korte stijlen of stempels228.Umbelliferae.247b.Bloemen niet in een zoodanig scherm248248a.Meeldraden niet meer dan 10, dubbel zooveel als bloembladeren (soms 6-tallig, 12 meeldraden)249248b.Meeldraden meer dan 10; meest zeer talrijk252249a.Kruidachtige planten met verspreide bladeren, meest 4-tallige (soms 5- of 6-tallige) gele bloemen, en 8 (10 of 12) meeldraden. Vruchtbeginsel 4-hokkig, meest vrij lang224.Oenotheraceae.249b.Boomen of heesters, zelden kruiden, maardande helmknoppen eigenaardig van vorm, meest met aanhangsels250250a.Mangrove-boomen met luchtwortels; bloeias napvormig met een schijf. Bloemen 4-tallig, meeldraden 8, bladeren verspreid220.Rhizophoraceae.250b.Geen luchtwortels aanwezig; schijf ontbrekend251251a.Vruchtbeginsel éénhokkig; helmknoppen, zonder bijzondere aanhangselen, ongespoord. Bloemen meest in veelbloemige trossen of aren. Vrucht vaak gevleugeld221.Combretaceae.251b.Vruchtbeginselmeerhokkig; helmknoppen met een verdikt helmbindsel dat vaak nog verschillende aanhangselen draagt; bladeren meest met eenige evenwijdige nerven van de basis naar den top. Bladeren tegenoverstaand223.Melastomataceae.252a.Bladeren verspreid. Meeldraden met een eenzijdig aanhangsel, zoodat de bloem zygomorf schijnt, soms dit aanhangsel ontbrekend, maar dan zijn de bloemen zeer groot en de meeldraden tot een buis vergroeid219.Lecythidaceae.252b.Bladeren tegenoverstaand253253a.Heesters met smalle blaadjes en groote roode 5- tot 8-tallige bloemen. Bladeren zonder doorschijnende olieklieren218.Punicaceae.253b.Bloemen 4- of 5-tallig, vrij klein, niet vuurrood, bladeren met doorschijnende olieklieren222.Myrtaceae.253c.Bloeias klokvormig met een veellobbige schijf. Meeldraden 15–30; bloembladeren sterk ingesneden. Geen olieklieren in de bladeren220.Rhizophoraceae.254a.Meerdere vrije vruchtbeginsels in iedere bloem, ieder met één stijl of een stempel255254b.Slechts één vruchtbeginsel in iedere bloem256255a.Bloemen 4-tallig, bloemkroon een wijde buis vormend: meeldraden 8; vruchtbeginsels 4115. Crassulaceae.255b.Bloemen 3-tallig, met 6 bloembladeren en een 3-bladige kelk. Meeldraden talrijk98.Anonaceae.256a.Vruchtbeginsel onderstandig of halfonderstandig257256b.Vruchtbeginsel bovenstandig261257a.Bloemen in hoofdjes en door een gemeenschappelijk omwindsel omgeven. Vruchtbeginsel 1-hokkig met 1 zaadknop; helmknoppen met elkaar vergroeid; bladeren tegenoverstaand of verspreid280.Compositae.257b.Bloemen niet in hoofdjes of als ze in hoofdjes staan, dan is het vruchtbeginsel meerhokkig, en zijn de helmknoppen niet vergroeid en zijn de bladeren steeds tegenoverstaand258258a.Meeldraden met de helmknoppen aan elkaar verbonden259258b.Meeldraden geheel vrij van elkaar260259a.Meeldraden 4; helmknoppen kruisgewijs verbonden; kelk 5-deelig; bloemkroon met 5 slippen. Bladeren tegenoverstaand262.Gesneriaceae.259b.Meeldraden 5; helmknoppen in een ring den stijl omvattend. Bladeren verspreid276.Campanulaceae.260a.Vruchtbeginsel geribd, meest met klierharen bezet; eenhokkig; meeldraden 1–5; steunbladeren ontbrekend (in werkelijkheid is de z.g. kelk een krans van schutblaadjes; de z.g. bloemkroon een bloemdek en het vruchtbeginsel bovenstandig, doch schijnbaar onderstandig, omdat het bloemdek zich boven het vruchtbeginsel vernauwt en het dus schijnt alsof het bloemdek op het vruchtbeginsel zit)80.Nyctaginaceae.260b.Vruchtbeginsel meerhokkig; meeldraden evenveel als bloemkroonslippen en ermee afwisselend; bladeren tegenoverstaand met steunbladeren, die meest tusschen elk bladpaar vergroeid zijn270.Rubiaceae.260c.Meeldraden talrijk, in meerdere kransen, min of meer met de bloemkroon vergroeid; vruchtbeginsel 2–5-hokkig met 2–4 zaadknoppen in ieder hokje242.Symplocaceae.261a.Bloemen in schermen, en dan met honingbekers in het scherm geplaatst of in trossen, en dan een gespoorde of ongespoorde honingbeker aan elke bloemsteel. Meeldraden 5 tot vele184.Marcgraviaceae.261b.Geen honingbekers aanwezig262262a.Bloemen mannelijk of tweeslachtig263262b.Bloemen alleen vrouwelijk275263a.Meeldraden evenveel als kroonslippen en er tegenover staand of meer264263b.Meeldraden evenveel als kroonslippen en ermee afwisselend of minder277264a.Bloemen zygomorf; kelk en bloemkroon 5-tallig, met elkaar en met de meeldraden tot een buis vergroeid; meeldraden 8 in 2 bundels145.Polygalaceae.264b.Bloemen regelmatig265265a.Meeldraden dubbel zooveel als bloemkroonslippen of nog meer266265b.Meeldraden evenveel als bloemkroonslippen271266a.Behalve de meeldraden ook nog één of meer kransen van staminodiën voorhanden; planten meest met melksap; bladeren verspreid239.Sapotaceae.266b.Geen staminodiën aanwezig267267a.Bloemen alleen met meeldraden268267b.Bloemen met meeldraden en een vruchtbeginsel269268a.Boomen met week hout en handlobbige bladeren; meeldraden 10, in twee kransen, in de min of meer klokvormige bloemkroon ingehecht205.Caricaceae.268b.Meeldraden 8 tot vele, niet op den bloemkroon ingeplant. Bladeren niet ingesneden; bloeiwijzen vaak uit de stam of uit de oude takken te voorschijn komend240.Ebenaceae.269a.Meeldraden meer dan het dubbele aantal der kroonslippen; bloemen 5-tallig, vruchtbeginsel 2–5-hokkig242.Symplocaceae.269b.Meeldraden hoogstens 10270270a.Bloemkroon klokvormig; meeldraden met de kroonbuis vergroeid of bloemkroon bijna losbladig, doch dan van binnen behaard72.Olacaceae.270b.Bloemkroon slechts weinig vergroeid, meeldraden niet met den kroon vergroeid; vruchtbeginsel door een ringvormige schijf omgeven139.Burseraceae.271a.Behalve de meeldraden ook staminodiën aanwezig272271b.Staminodiën ontbrekend273272a.Helmdraden met elkaar vergroeid; staminodiën met de bloemkroon-slippen afwisselend. Bloemen meestal met een onontwikkeld vruchtbeginsel. Kleine boomen met een groep bladeren aan den top van de stam235a.Theophrastaceae.272b.Helmdraden niet met elkaar vergroeid. Bloemen geheel tweeslachtig. Boomen met bebladerde takken239.Sapotaceae.273a.Kroonbuis lang met uitgebreide zoom; kelk met klierharen, vruchtbeginsel éénhokkig238.Plumbaginaceae.273b.Kroonbuis zeer kort of bloemkroon klokvormig274274a.Vruchtbeginsel meerhokkig; bloemkroon meest klokvormig; bladeren tenminste aan de onderzijde behaard; planten vaak met melksap239.Sapotaceae.274b.Kroonbuis zeer kort; vruchtbeginsel eenhokkig; bladeren kaal; planten zonder melksap236.Myrsinaceae.275a.Bladeren handvormig ingesneden, planten met melksap; bloemkroon bijna losbladig; stempels sterk ingesneden of meerdere stijlen205.Caricaceae.275b.Bladeren ongedeeld276276a.Vruchtbeginsel éénhokkig; boomen met lange bladeren, die een kleine kroon aan den top van den stam vormen. Staminodiën aanwezig235a.Theophrastaceae.276b.Vruchtbeginsel 4- tot meerhokkig; staminodiën meestal ontbrekend240.Ebenaceae.277a.Bloemen blauw, regelmatig met 5 meeldraden; stijlen 2, geheel vrij; vruchtbeginsel 2-hokkig; planten meest gedoornd, op vochtige plaatsen of in het water groeiend251.Hydrophyllaceae.277b.Stijlen min of meer met elkaar vergroeid; planten niet gedoornd of, als ze gedoornd zijn, dan de bloemen niet regelmatig-5-tallig278278a.Vruchtbare meeldraden minder dan kroonslippen, daarbij de bloem meest zygomorf279278b.Vruchtbare meeldraden evenveel als kroonslippen; bloemen regelmatig289279a.Bloemen geheel regelmatig, 4- of 5-tallig; meeldraden 2, in de kroonbuis ingehecht; bladeren tegenoverstaand243.Oleaceae.279b.Meeldraden 4, of 2, in het laatste geval de bloem duidelijk zygomorf280280a.Vruchtbeginsel éénhokkig, soms door naar binnen inspringende zaadlijsten bijna 2-hokkig, maar dan zijn òf de helmknoppen verbonden met elkaar en de planten kruiden òf er is achter in de bloem een staminodium aanwezig281280b.Vruchtbeginsel duidelijk 2-meerhokkig283281a.Vruchtbeginselmet één vrije centrale zaaddrager; kruiden met een 2-lippige bloemkroon en 2 meeldraden, die onder in de kroon bevestigd zijn264.Lentibulariaceae.281b.Vruchtbeginsel met 2 wandstandige zaadlijsten282282a.Kleine boomen of houtige planten die met wortels klimmen; helmknoppen niet met elkaar verbonden; vruchtbeginsel soms tendeele 2-hokkig; schijf zeer kort258.Bignoniaceae.282b.Kruiden of heesters, de helmknoppen vergroeid of samenhangend, zelden vrij van elkaar, maar dan is de plant kruidachtig en is er een éénzijdige schubvormige schijf aanwezig262.Gesneriaceae.283a.Bloemkroon duidelijk 2-lippig, meeldraden 4, 2 lange en 2 korte.Vruchtbeginsel diep 4-deelig in 4 éénzadige stukken uiteenvallend254.Labiatae.283b.Bloemkroon meest niet duidelijk 2-lippig en in ieder geval het vruchtbeginsel niet diep vierdeelig284284a.Vruchtbeginsel 2-hokkig met 1 of 2 zaadknoppen in ieder hokje; in het laatste geval de twee zaadknoppen naast elkaar zittend en de vrucht niet openspringend. Kruiden, heesters of boomen, meest met tegenoverstaande bladeren253.Verbenaceae.284b.Meer dan 2 zaadknoppen in ieder hokje van het vruchtbeginsel, zelden (sommige Acanthaceae), slechts 2 zaadknoppen, maar dan zitten deze boven elkaar285285a.Kruiden met afwisselende bladeren, en een 4-hokkig vruchtbeginsel; in elk hokje één rij van zaadknoppen boven elkaar; meeldraden 4; een klein staminodium aanwezig; bloemen in de bladoksels259.Pedaliaceae.285b.Vruchtbeginsel 2-hokkig286286a.Bladeren tegenoverstaand287286b.Bladeren verspreid288287a.Vrucht meest een doosvrucht, die met 2 kleppen hokverbrekend openspringt: zaden bevestigd aan de min of meer haakvormige verharde zaadsteelen; soms is de vrucht anders gevormd (niet openspringend of zaadsteelen ontbrekend) maar dan is òf de kroon in den knop gedraaid en de kelk min of meer gaafrandig, òf de stempel 2-lobbig en de kelk diep 5-deelig met een grootere slip. Meeldraden 2, en dan soms met nog 2 staminodiën, of 4 meeldraden, in de kroon bevestigd266.Acanthaceae.287b.Geen haken in de vrucht aanwezig; kroonslippen in den knop over elkaar liggend, niet gedraaid. Stempel meest ongedeeld257.Scrophulariaceae.288a.Boomen of kruiden; in het eerste geval de bloemkroon lang-buisvormig met een bijna regelmatige uitgebreide 5-tallige zoom en 2-machtige meeldraden; in het tweede geval tusschen de 5 kroonslippen nog 5 zeer kleine, ermee afwisselende slippen en kroonslippen zeer kort in vergelijking met de buis. Vrucht een bes of een doosvrucht256.Solanaceae.288b.Kruiden of heesters; meeldraden 2 of 4, of 2 ervan staminodiën257.Scrophulariaceae.289a.Bladeren in een wortelroset; kruiden met 4-tallige, min of meer vliezige en groene bloemen in dichte aren269.Plantaginaceae.289b.Bladeren tegenoverstaand290289c.Bladeren verspreid296290a.Bloemkroon 8–10-slippig met 8–10 zittende helmknoppen; kelk 4-tallig; bladeren zeer groot245.Loganiaceae.290b.Bloemen 4- of 5-tallig291291a.Kelk kort 5-deelig; bloemkroon met een korte buis en 4 bijna gelijke, afgeronde slippen, en 4 meeldraden, van binnen behaard; boomen of heesters;mangroveplanten253.Verbenaceae.291b.Kelk en bloemkroon beide 4- of 5-tallig of kruiden; geen mangroveplanten292292a.Kruidachtige planten met een éénhokkig, zeer zelden door inspringende zaadlijsten 2-hokkig vruchtbeginsel; steunbladeren niet aanwezig246.Gentianaceae.292b.Vruchtbeginsel 2-hokkig, zeer zelden éénhokkig, maar dan zijn de planten boomen of lianen293293a.Kroonslippen in den knop met de randen tegen elkaar liggend, zeer zelden gedraaid of met de randen over elkaar liggend, maar dan is de stijl dubbel-2-deelig en de plant een heester òf een kruid met kleine 4-tallige bloemen en meeldraden met gescheiden helmknoppen294293b.Kroonslippen in den knop met de randen over elkaar liggend en gedraaid295294a.Bladeren smal, tegenoverstaand of in kransen; kroon klein, met korte buis, 4-tallig, bijna stervormig, wit; sterk vertakte kruiden257.Scrophulariaceae.294b.Heesters met steunbladeren3òf kruiden in het laatste geval de bloemen in trossen uit een krans van 4 bladeren aan het eind van den stengel te voorschijn komend245.Loganiaceae.295a.Stijlen 2, tot aan den stempel gescheiden; stempelrand met 5 klierachtige aanhangselen, waaraan het tot massa’s verkleefde stuifmeel blijft hangen; stempel schildvormig verbreed; vruchtbeginsels gescheiden; bloemen 5-tallig, meest in den kroonbuis verschillende aanhangselen aanwezig248.Asclepiadaceae.295b.Stijlen 1 of 2, in het laatste geval van boven vergroeid; stempel één, op verschillende wijze verdikt, meest met een behaarde ring, van boven spits; meeldraden meest met elkaar en met den stempelvergroeid; vruchtbeginsels 2, van elkaar gescheiden of één, en dan 1-of 2-hokkig247.Apocynaceae.296a.Vruchtbeginsel 2-hokkig met meerdere zaadknoppen in ieder hokje; vrucht een bes of een doosvrucht; stijl één met een 2-lobbige stempel256.Solanaceae.296b.Vruchtbeginsel 2-, 3- of 4-hokkig, met meest 4, soms 6 zaadknoppen in het geheele vruchtbeginsel297297a.Stijl min of meer diep 2-spletig tot 2-deelig; kelkslippen vaak ongelijk van vorm en grootte; bloemen groot of vrij groot (omstreeks1 cM. lang of meer) sterk gekleurd; vrucht doosvruchtachtig; planten meest klimmend of kruipend, vaak kruiden, soms lianen249.Convolvulaceae.297b.Stijl 2-spletig en dan elk van de takken nog eens gedeeld, of stijl dicht onder den top voorzien van een behaarde ring. Bloemen meest in lange eenzijdige aren; vrucht een steenvrucht met 1, 2 of 4 pitten òf in vier eenzadige stukken uiteenvallend252.Borraginaceae.

233a.Bladeren tegenoverstaand; meeldraden talrijk, soms groepsgewijs staande; bloem 2- of 5-tallig187.Guttiferae.

233b.Bladeren verspreid234

234a.Bloemen gesteeld in de bladoksels staande; bloembladeren afvallend 5 of 6, evenals de kelkbladeren186.Theaceae.

234b.Bloemen in trossen of pluimen; bloembladeren na den bloei blijvend. Meeldraden in groepen van ± 4 tegenover de bloembladeren staand199.Flacourtiaceae.

234c.Kelk vergroeidbladig, soms met een buitenkelk; bloembladeren 5; helmdraden van onderen in een buis vergroeid, het vruchtbeginsel en de stijlen insluitend; stijlen meest 10 of meer, soms aan de basis vergroeid175.Malvaceae.

235a.Bloemen zygomorf, meeldraden meest verschillend van grootte; bloembladeren één of 2. Vruchtbeginsel gesteeld128.Papilionaceae.

235b.Bloemen regelmatig of bijna regelmatig236

236a.Kelk buis-, kom- tot bekervormig; meeldraden en bloembladeren op den kelk ingeplant237

236b.Bloembladeren en meeldraden van de kelk vrij of tenminste één van beide238

237a.Vruchtbeginsel éénhokkig; stijl aan de basis van het vruchtbeginsel ingehecht. Bloemen regelmatig of een weinig zygomorf. Bladeren verspreid126.Rosaceae.

237b.Vruchtbeginsel 2- tot meerhokkig; stijl op den top van het vruchtbeginsel. Bladeren bijna steeds tegenoverstaand (behalve Lagerströmia)216.Lythraceae.

238a.Vruchtbeginsel 1-hokkig239

238b.Vruchtbeginsel meerhokkig241

239a.Vruchtbeginsel met 2 rijen van zaadknoppen, langbehaard; vrucht met 2 kleppen openspringend, gestekeld; zaden vuurrood. Bloemen 5-tallig, de kelk met klieren aan de basis. Boomen met min of meer hartvormige bladeren194.Bixaceae.

239b.Vruchtbeginsel en vrucht niet langbehaard of gestekeld. Kelk zonder klieren240

240a.Bloemen meest met 3 kelk- en 3 bloembladeren, zelden 4-tallig. Boomen; vruchtbeginsel met 3 rijen van zaadknoppen199.Flacourtiaceae.

240b.Bloemen 5-, soms 6-tallig. Lianen; bladeren meest zeer ruw. Vruchtbeginsel met 1 rij van zaadknoppen180.Dilleniaceae.

241a.Kelk bekervormig met zeer korte slippen. Helmdraden onderling min of meer vergroeid. Bladeren met doorschijnende puntjes (olieklieren). Plant vaak gedoornd137.Rutaceae.

241b.Kelk losbladig of vergroeidbladig, maar dan vrij diep ingesneden met duidelijke slippen242

242a.Planten met meest dichte stervormige haren bekleed. Bladeren verspreid met steunbladeren, die soms spoedig afvallen. Meeldraden en vruchtbeginsels soms op een zuil staand; òf een buitenkelk aanwezig, òf de vruchten dicht behaard of met stekels bezet, òf geen van deze kenmerken aanwezig, maar dan zijn de bladeren gezaagd en is de plant een kruid of een kleine heester174.Tiliaceae.

242b.Planten kaal of bijna kaal243

243a.Meeldraden zeer talrijk, meer dan 20244

243b.Meeldraden niet meer dan 20245

244a.Bladeren verspreid. Bloemen alleenstaand in de bladoksels, 5-tallig, de bloembladeren vóór de kelkbladeren staand. Vruchtbeginsel 2-, 3- of 4-hokkig186.Theaceae.

244b.Bladeren tegenoverstaand, of (alleen bij Caraipa) verspreid, maar dan staan de bloemen niet alleen in de bladoksels187.Guttiferae.

245a.Vruchtbeginsel 2-hokkig; meeldraden 18–20, in 2 rijen; staminodiën niet aanwezig; kelk losbladig; kelkbladeren verlengd, 3–6, bloembladeren 3–6182.Ochnaceae.

245b.Vruchtbeginsel 5-, zelden 4-hokkig; meeldraden 20, in één rij, vaak met staminodiën ertusschen; helmknoppen soms behaard, meeldraden soms ongelijk met 3 helmknoppen aan den top133.Humiriaceae.

246a.Vruchtbeginsel geheel of half onderstandig; kelkbladeren 2; meeldraden meer of minder dan 10. Kruidachtige planten85.Portulacaceae.

246b.Kelkbladeren meer dan 2 of de kelk vergroeidbladig247

247a.Bloemen klein, in een scherm, dat soms zeer sterk gedrongen is en de vorm van een hoofdje heeft, 5-tallig, met 2 korte stijlen of stempels228.Umbelliferae.

247b.Bloemen niet in een zoodanig scherm248

248a.Meeldraden niet meer dan 10, dubbel zooveel als bloembladeren (soms 6-tallig, 12 meeldraden)249

248b.Meeldraden meer dan 10; meest zeer talrijk252

249a.Kruidachtige planten met verspreide bladeren, meest 4-tallige (soms 5- of 6-tallige) gele bloemen, en 8 (10 of 12) meeldraden. Vruchtbeginsel 4-hokkig, meest vrij lang224.Oenotheraceae.

249b.Boomen of heesters, zelden kruiden, maardande helmknoppen eigenaardig van vorm, meest met aanhangsels250

250a.Mangrove-boomen met luchtwortels; bloeias napvormig met een schijf. Bloemen 4-tallig, meeldraden 8, bladeren verspreid220.Rhizophoraceae.

250b.Geen luchtwortels aanwezig; schijf ontbrekend251

251a.Vruchtbeginsel éénhokkig; helmknoppen, zonder bijzondere aanhangselen, ongespoord. Bloemen meest in veelbloemige trossen of aren. Vrucht vaak gevleugeld221.Combretaceae.

251b.Vruchtbeginselmeerhokkig; helmknoppen met een verdikt helmbindsel dat vaak nog verschillende aanhangselen draagt; bladeren meest met eenige evenwijdige nerven van de basis naar den top. Bladeren tegenoverstaand223.Melastomataceae.

252a.Bladeren verspreid. Meeldraden met een eenzijdig aanhangsel, zoodat de bloem zygomorf schijnt, soms dit aanhangsel ontbrekend, maar dan zijn de bloemen zeer groot en de meeldraden tot een buis vergroeid219.Lecythidaceae.

252b.Bladeren tegenoverstaand253

253a.Heesters met smalle blaadjes en groote roode 5- tot 8-tallige bloemen. Bladeren zonder doorschijnende olieklieren218.Punicaceae.

253b.Bloemen 4- of 5-tallig, vrij klein, niet vuurrood, bladeren met doorschijnende olieklieren222.Myrtaceae.

253c.Bloeias klokvormig met een veellobbige schijf. Meeldraden 15–30; bloembladeren sterk ingesneden. Geen olieklieren in de bladeren220.Rhizophoraceae.

254a.Meerdere vrije vruchtbeginsels in iedere bloem, ieder met één stijl of een stempel255

254b.Slechts één vruchtbeginsel in iedere bloem256

255a.Bloemen 4-tallig, bloemkroon een wijde buis vormend: meeldraden 8; vruchtbeginsels 4115. Crassulaceae.

255b.Bloemen 3-tallig, met 6 bloembladeren en een 3-bladige kelk. Meeldraden talrijk98.Anonaceae.

256a.Vruchtbeginsel onderstandig of halfonderstandig257

256b.Vruchtbeginsel bovenstandig261

257a.Bloemen in hoofdjes en door een gemeenschappelijk omwindsel omgeven. Vruchtbeginsel 1-hokkig met 1 zaadknop; helmknoppen met elkaar vergroeid; bladeren tegenoverstaand of verspreid280.Compositae.

257b.Bloemen niet in hoofdjes of als ze in hoofdjes staan, dan is het vruchtbeginsel meerhokkig, en zijn de helmknoppen niet vergroeid en zijn de bladeren steeds tegenoverstaand258

258a.Meeldraden met de helmknoppen aan elkaar verbonden259

258b.Meeldraden geheel vrij van elkaar260

259a.Meeldraden 4; helmknoppen kruisgewijs verbonden; kelk 5-deelig; bloemkroon met 5 slippen. Bladeren tegenoverstaand262.Gesneriaceae.

259b.Meeldraden 5; helmknoppen in een ring den stijl omvattend. Bladeren verspreid276.Campanulaceae.

260a.Vruchtbeginsel geribd, meest met klierharen bezet; eenhokkig; meeldraden 1–5; steunbladeren ontbrekend (in werkelijkheid is de z.g. kelk een krans van schutblaadjes; de z.g. bloemkroon een bloemdek en het vruchtbeginsel bovenstandig, doch schijnbaar onderstandig, omdat het bloemdek zich boven het vruchtbeginsel vernauwt en het dus schijnt alsof het bloemdek op het vruchtbeginsel zit)80.Nyctaginaceae.

260b.Vruchtbeginsel meerhokkig; meeldraden evenveel als bloemkroonslippen en ermee afwisselend; bladeren tegenoverstaand met steunbladeren, die meest tusschen elk bladpaar vergroeid zijn270.Rubiaceae.

260c.Meeldraden talrijk, in meerdere kransen, min of meer met de bloemkroon vergroeid; vruchtbeginsel 2–5-hokkig met 2–4 zaadknoppen in ieder hokje242.Symplocaceae.

261a.Bloemen in schermen, en dan met honingbekers in het scherm geplaatst of in trossen, en dan een gespoorde of ongespoorde honingbeker aan elke bloemsteel. Meeldraden 5 tot vele184.Marcgraviaceae.

261b.Geen honingbekers aanwezig262

262a.Bloemen mannelijk of tweeslachtig263

262b.Bloemen alleen vrouwelijk275

263a.Meeldraden evenveel als kroonslippen en er tegenover staand of meer264

263b.Meeldraden evenveel als kroonslippen en ermee afwisselend of minder277

264a.Bloemen zygomorf; kelk en bloemkroon 5-tallig, met elkaar en met de meeldraden tot een buis vergroeid; meeldraden 8 in 2 bundels145.Polygalaceae.

264b.Bloemen regelmatig265

265a.Meeldraden dubbel zooveel als bloemkroonslippen of nog meer266

265b.Meeldraden evenveel als bloemkroonslippen271

266a.Behalve de meeldraden ook nog één of meer kransen van staminodiën voorhanden; planten meest met melksap; bladeren verspreid239.Sapotaceae.

266b.Geen staminodiën aanwezig267

267a.Bloemen alleen met meeldraden268

267b.Bloemen met meeldraden en een vruchtbeginsel269

268a.Boomen met week hout en handlobbige bladeren; meeldraden 10, in twee kransen, in de min of meer klokvormige bloemkroon ingehecht205.Caricaceae.

268b.Meeldraden 8 tot vele, niet op den bloemkroon ingeplant. Bladeren niet ingesneden; bloeiwijzen vaak uit de stam of uit de oude takken te voorschijn komend240.Ebenaceae.

269a.Meeldraden meer dan het dubbele aantal der kroonslippen; bloemen 5-tallig, vruchtbeginsel 2–5-hokkig242.Symplocaceae.

269b.Meeldraden hoogstens 10270

270a.Bloemkroon klokvormig; meeldraden met de kroonbuis vergroeid of bloemkroon bijna losbladig, doch dan van binnen behaard72.Olacaceae.

270b.Bloemkroon slechts weinig vergroeid, meeldraden niet met den kroon vergroeid; vruchtbeginsel door een ringvormige schijf omgeven139.Burseraceae.

271a.Behalve de meeldraden ook staminodiën aanwezig272

271b.Staminodiën ontbrekend273

272a.Helmdraden met elkaar vergroeid; staminodiën met de bloemkroon-slippen afwisselend. Bloemen meestal met een onontwikkeld vruchtbeginsel. Kleine boomen met een groep bladeren aan den top van de stam235a.Theophrastaceae.

272b.Helmdraden niet met elkaar vergroeid. Bloemen geheel tweeslachtig. Boomen met bebladerde takken239.Sapotaceae.

273a.Kroonbuis lang met uitgebreide zoom; kelk met klierharen, vruchtbeginsel éénhokkig238.Plumbaginaceae.

273b.Kroonbuis zeer kort of bloemkroon klokvormig274

274a.Vruchtbeginsel meerhokkig; bloemkroon meest klokvormig; bladeren tenminste aan de onderzijde behaard; planten vaak met melksap239.Sapotaceae.

274b.Kroonbuis zeer kort; vruchtbeginsel eenhokkig; bladeren kaal; planten zonder melksap236.Myrsinaceae.

275a.Bladeren handvormig ingesneden, planten met melksap; bloemkroon bijna losbladig; stempels sterk ingesneden of meerdere stijlen205.Caricaceae.

275b.Bladeren ongedeeld276

276a.Vruchtbeginsel éénhokkig; boomen met lange bladeren, die een kleine kroon aan den top van den stam vormen. Staminodiën aanwezig235a.Theophrastaceae.

276b.Vruchtbeginsel 4- tot meerhokkig; staminodiën meestal ontbrekend240.Ebenaceae.

277a.Bloemen blauw, regelmatig met 5 meeldraden; stijlen 2, geheel vrij; vruchtbeginsel 2-hokkig; planten meest gedoornd, op vochtige plaatsen of in het water groeiend251.Hydrophyllaceae.

277b.Stijlen min of meer met elkaar vergroeid; planten niet gedoornd of, als ze gedoornd zijn, dan de bloemen niet regelmatig-5-tallig278

278a.Vruchtbare meeldraden minder dan kroonslippen, daarbij de bloem meest zygomorf279

278b.Vruchtbare meeldraden evenveel als kroonslippen; bloemen regelmatig289

279a.Bloemen geheel regelmatig, 4- of 5-tallig; meeldraden 2, in de kroonbuis ingehecht; bladeren tegenoverstaand243.Oleaceae.

279b.Meeldraden 4, of 2, in het laatste geval de bloem duidelijk zygomorf280

280a.Vruchtbeginsel éénhokkig, soms door naar binnen inspringende zaadlijsten bijna 2-hokkig, maar dan zijn òf de helmknoppen verbonden met elkaar en de planten kruiden òf er is achter in de bloem een staminodium aanwezig281

280b.Vruchtbeginsel duidelijk 2-meerhokkig283

281a.Vruchtbeginselmet één vrije centrale zaaddrager; kruiden met een 2-lippige bloemkroon en 2 meeldraden, die onder in de kroon bevestigd zijn264.Lentibulariaceae.

281b.Vruchtbeginsel met 2 wandstandige zaadlijsten282

282a.Kleine boomen of houtige planten die met wortels klimmen; helmknoppen niet met elkaar verbonden; vruchtbeginsel soms tendeele 2-hokkig; schijf zeer kort258.Bignoniaceae.

282b.Kruiden of heesters, de helmknoppen vergroeid of samenhangend, zelden vrij van elkaar, maar dan is de plant kruidachtig en is er een éénzijdige schubvormige schijf aanwezig262.Gesneriaceae.

283a.Bloemkroon duidelijk 2-lippig, meeldraden 4, 2 lange en 2 korte.Vruchtbeginsel diep 4-deelig in 4 éénzadige stukken uiteenvallend254.Labiatae.

283b.Bloemkroon meest niet duidelijk 2-lippig en in ieder geval het vruchtbeginsel niet diep vierdeelig284

284a.Vruchtbeginsel 2-hokkig met 1 of 2 zaadknoppen in ieder hokje; in het laatste geval de twee zaadknoppen naast elkaar zittend en de vrucht niet openspringend. Kruiden, heesters of boomen, meest met tegenoverstaande bladeren253.Verbenaceae.

284b.Meer dan 2 zaadknoppen in ieder hokje van het vruchtbeginsel, zelden (sommige Acanthaceae), slechts 2 zaadknoppen, maar dan zitten deze boven elkaar285

285a.Kruiden met afwisselende bladeren, en een 4-hokkig vruchtbeginsel; in elk hokje één rij van zaadknoppen boven elkaar; meeldraden 4; een klein staminodium aanwezig; bloemen in de bladoksels259.Pedaliaceae.

285b.Vruchtbeginsel 2-hokkig286

286a.Bladeren tegenoverstaand287

286b.Bladeren verspreid288

287a.Vrucht meest een doosvrucht, die met 2 kleppen hokverbrekend openspringt: zaden bevestigd aan de min of meer haakvormige verharde zaadsteelen; soms is de vrucht anders gevormd (niet openspringend of zaadsteelen ontbrekend) maar dan is òf de kroon in den knop gedraaid en de kelk min of meer gaafrandig, òf de stempel 2-lobbig en de kelk diep 5-deelig met een grootere slip. Meeldraden 2, en dan soms met nog 2 staminodiën, of 4 meeldraden, in de kroon bevestigd266.Acanthaceae.

287b.Geen haken in de vrucht aanwezig; kroonslippen in den knop over elkaar liggend, niet gedraaid. Stempel meest ongedeeld257.Scrophulariaceae.

288a.Boomen of kruiden; in het eerste geval de bloemkroon lang-buisvormig met een bijna regelmatige uitgebreide 5-tallige zoom en 2-machtige meeldraden; in het tweede geval tusschen de 5 kroonslippen nog 5 zeer kleine, ermee afwisselende slippen en kroonslippen zeer kort in vergelijking met de buis. Vrucht een bes of een doosvrucht256.Solanaceae.

288b.Kruiden of heesters; meeldraden 2 of 4, of 2 ervan staminodiën257.Scrophulariaceae.

289a.Bladeren in een wortelroset; kruiden met 4-tallige, min of meer vliezige en groene bloemen in dichte aren269.Plantaginaceae.

289b.Bladeren tegenoverstaand290

289c.Bladeren verspreid296

290a.Bloemkroon 8–10-slippig met 8–10 zittende helmknoppen; kelk 4-tallig; bladeren zeer groot245.Loganiaceae.

290b.Bloemen 4- of 5-tallig291

291a.Kelk kort 5-deelig; bloemkroon met een korte buis en 4 bijna gelijke, afgeronde slippen, en 4 meeldraden, van binnen behaard; boomen of heesters;mangroveplanten253.Verbenaceae.

291b.Kelk en bloemkroon beide 4- of 5-tallig of kruiden; geen mangroveplanten292

292a.Kruidachtige planten met een éénhokkig, zeer zelden door inspringende zaadlijsten 2-hokkig vruchtbeginsel; steunbladeren niet aanwezig246.Gentianaceae.

292b.Vruchtbeginsel 2-hokkig, zeer zelden éénhokkig, maar dan zijn de planten boomen of lianen293

293a.Kroonslippen in den knop met de randen tegen elkaar liggend, zeer zelden gedraaid of met de randen over elkaar liggend, maar dan is de stijl dubbel-2-deelig en de plant een heester òf een kruid met kleine 4-tallige bloemen en meeldraden met gescheiden helmknoppen294

293b.Kroonslippen in den knop met de randen over elkaar liggend en gedraaid295

294a.Bladeren smal, tegenoverstaand of in kransen; kroon klein, met korte buis, 4-tallig, bijna stervormig, wit; sterk vertakte kruiden257.Scrophulariaceae.

294b.Heesters met steunbladeren3òf kruiden in het laatste geval de bloemen in trossen uit een krans van 4 bladeren aan het eind van den stengel te voorschijn komend245.Loganiaceae.

295a.Stijlen 2, tot aan den stempel gescheiden; stempelrand met 5 klierachtige aanhangselen, waaraan het tot massa’s verkleefde stuifmeel blijft hangen; stempel schildvormig verbreed; vruchtbeginsels gescheiden; bloemen 5-tallig, meest in den kroonbuis verschillende aanhangselen aanwezig248.Asclepiadaceae.

295b.Stijlen 1 of 2, in het laatste geval van boven vergroeid; stempel één, op verschillende wijze verdikt, meest met een behaarde ring, van boven spits; meeldraden meest met elkaar en met den stempelvergroeid; vruchtbeginsels 2, van elkaar gescheiden of één, en dan 1-of 2-hokkig247.Apocynaceae.

296a.Vruchtbeginsel 2-hokkig met meerdere zaadknoppen in ieder hokje; vrucht een bes of een doosvrucht; stijl één met een 2-lobbige stempel256.Solanaceae.

296b.Vruchtbeginsel 2-, 3- of 4-hokkig, met meest 4, soms 6 zaadknoppen in het geheele vruchtbeginsel297

297a.Stijl min of meer diep 2-spletig tot 2-deelig; kelkslippen vaak ongelijk van vorm en grootte; bloemen groot of vrij groot (omstreeks1 cM. lang of meer) sterk gekleurd; vrucht doosvruchtachtig; planten meest klimmend of kruipend, vaak kruiden, soms lianen249.Convolvulaceae.

297b.Stijl 2-spletig en dan elk van de takken nog eens gedeeld, of stijl dicht onder den top voorzien van een behaarde ring. Bloemen meest in lange eenzijdige aren; vrucht een steenvrucht met 1, 2 of 4 pitten òf in vier eenzadige stukken uiteenvallend252.Borraginaceae.


Back to IndexNext