III.Polypodiaceae.Sori zelden randstandig, meest op de onderzijde van het blad op den rug, aan het einde of aan de zijde van een nerf; soms ook tusschen de nerf staande; naakt of bedekt door een verschillend gevormd indusium dat soms bestaat uit de omgeslagen bladrand. Sporangiën meestal langgesteeld; ring vertikaal staand, onderbroken. Bladeren zeer verschillend van vorm en textuur.1a.Indusium aanwezig, soms bij rijpe sporangiën afgevallen, maar dan bij jonge sporangiën steeds te vinden21b.Indusium steeds ontbrekend52a.Indusium rond, niervormig of langwerpig, in het midden of (bij de niervormige indusiën) aan den rand vastgehecht, doch steeds met de randen vrij van het blad en rondom openspringend92b.Indusium langwerpig of lijnvormig, zelden rond, steeds aan één zijde open, aan de andere zijde dicht33a.Indusium randstandig, uit den omgeslagen bladrand, of een deel van den bladrand gevormd ennaar binnenopengaand173b.Indusium niet randstandig of randstandig, in het laatste geval naar buiten opengaand en het indusium dus niet uit de bladrand gevormd44a.Sori òf rond en alleenstaand op het eind van de aderen, òf langwerpig tot lijnvormig en de toppen van twee of meer aderen verbindend. Indusium naar buiten opengaand154b.Sori lijnvormig, evenwijdig loopend met de hoofdnerf van de segmenten van de laatste orde. Indusiën naar binnen opengaand. Bladeren enkelvoudig, of éénmaal of tweemaal gevind, in het laatste geval de bladsteelen klimmendBlechnum.4c.Sori en indusiën langwerpig of lijnvormig, langs de aderen loopend en scheef gericht ten opzichte van de hoofdnerf van het segment van de laatste orde165a.Sori in onbepaald aantal dicht op elkaar zittend en daardoor de geheele bladonderzijde of een aaneengesloten deel ervan dicht bedekkend265b.Sori in een bepaald aantal, soms (Ceropteris); schijnbaar onregelmatig, maar nooit zoo dicht op elkaar dat er niet een deel van het blad zichtbaar blijft66a.Bladeren met het rhizoom geleed, d. w. z. de bladsteel bevat een duidelijk gewricht op de plaats, waar het blad later afbreekt256b.Bladeren niet met het rhizoom geleed77a.Sori niet meer dan tweemaal zoo lang als breed297b.Sori vele malen meer lang dan breed (Zie ook Notolaena)88a.Sori zeer lang, evenwijdig met de hoofdnerf van het blad of met de bladrand. Bladeren lang en smal208b.Sori langs de aderen, meer of minder duidelijk netvormig verbonden219a.Bladeren min of meer leerachtig, enkelvoudig, met het rhizoom geleed. Rhizoom bovenaardsch, dicht met schubben bezet, met alleenstaande bladeren of kransen van bladeren. Bladeren met een dikke hoofdnerf en talrijke dichte zijnerven. Sori in één tot 3 rijen evenwijdig met de hoofdnerf; op de rugzijde van de zijnerven. Indusium niervormigOleandra.9b.Bladeren meest gevind. Bladsteelen niet geleed1010a.Sori aan het eind van de aderen1110b.Sori op de rugzijde van de aderen1211a.Bladeren dubbel gevind: segmenten van de laatste orde zittend kort en breed, scheef met 4–6 groote, langwerpige sori. Rhizoom opgericht, forsch; de bladsteelen dicht bij elkaar gezetenDidymochlaena.11b.Bladeren eenmaal gevind met smalle en lange zittende segmenten. Sori met een niervormig indusium in één rij evenwijdig met de rand van het segment. Rhizoom opgericht, de bladeren dicht gedrongenNephrolepis.12a.Aderen alle vrij, of alleen de onderste zijaderen van de hoofdnerf van elk laatste segment met elkaar verbonden1312b.Aderen alle netvormig verbonden; in de velden, die door de aderen omringd worden eindigen vrije zijtakken der aderen1413a.Bladeren éénmaal gevind, leerachtig met een schildvormig indusium. Segmenten aan den voet versmald; vinlobbig tot vindeeligPolystichum.13b.Bladeren één- tot meermalen gevind, dun en vliezig. Indusium meest niervormig of hartvormig. Aderen soms vrijDryopteris(Nephrodium).14a.Bladeren aan dezelfde plant in twee vormen, de steriele enkel gevind met breede zwak gegolfde segmenten; desporangiëndragendebladeren met veel smallere segmenten met dieper gegolfde rand. Zijnerven van de eerste orde met 6–8 paren zijnerven van de 2deorde, die paarsgewijs met elkaar versmelten, zoodat er regelmatige velden gevormd worden, waarin één vrije ader te zien isCyclodium.14b.Bladeren alle gelijk van vorm, enkelvoudig of 3-lobbig of diep vindeelig en dan de segmenten ten deele met een breede basis aan de bladsteel vastgegroeid. Velden onregelmatigAspidium.15a.Sori duidelijk alleenstaand, rond. Bladeren tweemaal gevind of (onderaan) driemaal gevind, de segmenten van de laatste orde met een duidelijken nerf in het midden. Rhizoom kruipendSaccoloma.15b.Sori langwerpig of door samenvloeiing van meerdere lijnvormig. Bladeren enkel- of dubbelgevind, de segmenten van de laatste orde alleen voor de bovenste helft ontwikkeld, en daar de sori dragend; de middennerf van het segment loopt langs den onderrandLindsaya.16a.Aan een deel der aderen twee sori, elk met zijn eigen indusium, die naar verschillende kanten opengaan. Bladeren enkelvoudig, of gevind of dubbelgevindDiplazium.16b.Sori steeds alleen aan de aderen met één indusium. Bladeren enkelvoudig of gevind, zelden dubbel- of 3 maal gevindAsplenium.17a.Bladeren handvormig samengesteld; de segmenten van de eerste orde gevind, die van de 2^[de] orde klein, de naar den top van het blad gekeerde helft sterker ontwikkeld dan de naar de basis gerichte. Bladrand om de sori omgeslagen. Bladsteel glimmend zwartAdiantopsis.17b.Bladeren eenmaal tot meermalen gevind, de segmenten nooit handvormig samengesteld1818a.Bladsteelen zwart, meest glimmend, soms behaard. Bladeren meest dubbel-, zelden enkelgevind, in het eerste geval slechts weinig segmenten van de eerste orde en vele van de tweede orde. Sori op het einde der aderen binnen de omgeslagen bladrand zittend, vaak in elkaar vloeiend en dan zeer langAdiantum.18b.Bladsteelen niet zwart; sori geheel randstandig1919a.Indusium alleen uit de omgeslagen bladrand gevormd. Bladeren enkelgevind of dubbelgevind, de segmenten van de laatste orde diep vindeeligPteris.19b.Behalve de omgeslagen bladrand is er ook nog een naar buiten opengaand indusium aanwezig. Bladeren meervoudig gevind of meervoudig vindeeligPteridium.20a.Bladeren zeer lang en smal, sorus geheel randstandig door de bladrand overdekt, soms is er nog een indusium aan de binnenzijde van de sorus aanwezigVittaria.20b.Sorus aan weerszijden tegen de middennerf liggend, zonder indusium. Planten zeer klein, bladeren smal, slechts enkele centimeters langMonogramma.21a.Bladeren enkelvoudig, gelobd tot gedeeld of gaafrandig2221b.Bladeren gevind, éénmaal of meermalen2422a.Bladeren handlobbig, evenals de bladsteel behaard; aderen netvormig, geheel bedekt met de netvormige sori, de steriele bladeren kleinerHemionitis.22b.Bladeren driehoekig, zeer klein, ongesteeld, aan de basis toegespitst, naar boven geleidelijk verbreed aan den bovenrand met scherpe insnijdingen. Aderen niet netvormig verbonden maar naar boven waaiervormig uitgespreid. Sori bijna de geheele lengte der aderen innemendHecistopteris.22c.Bladeren langwerpig tot lancetvormig, bijna gaafrandig, aan top en basis versmald; nerven netvormig2323a.Sori alleen langs de nerven, dus netvormigAnthrophyum.23b.Sori zeer klein, verspreid over de geheele onderzijde van het bladAnetium.24a.Bladeren eenmaal gevind of dubbel gevind, evenals de bladsteelen behaard. Sori langs de aderen loopend van de steel naar den rand dicht opeenzittend en weinig vertaktGymnopteris(Neurogramme).24b.Bladeren dubbelgevind met een lang glimmend zwarte steel, aan de onderzijde tusschen de sori met een witte was bekleed. Segmenten van de laatste orde klein; de sori samensmeltend en daardoor onregelmatig over de onderkant verspreidCeropteris(Neurogramme).25a.Sori zeer lang, dicht bij den bladrand liggend en ermee evenwijdig loopend. Bladeren herhaaldelijk gaffelvormig vertakt, smal en dun.Eschatogramme(Dicranoglossum).25b.Sori rond of langwerpig niet evenwijdig met de bladrand. Bladeren nooit gaffelvormig vertakt maar enkelvoudig of op verschillende wijze gevindPolypodium(Lepicystis).26a.Bladeren enkelvoudig niet ingesneden; meest lang-elliptisch. Sori de geheele onderzijde van het blad bedekkendElaphoglossum.26b.Bladeren vindeelig of gevind2727a.Alleen de bovenste segmenten van het harde, leerachtige, gevinde of vindeelige blad met sporangiën op de onderkant. Groote planten. Aderen met elkaar verbondenAcrostichum.27b.Bladeren geheel aan de onderzijde met sporangiën bedekt. Aderen niet met elkaar verbonden. Fertiele bladeren veel grooter en breeder dan de steriele2828a.Bladeren eenmaal gevind. Zijaderen van af de hoofdnerf van het segment dicht naast elkaar naar den rand loopend, geheel onvertakt of slechts eenmaal vertaktStenochlaena.28b.Bladeren dubbel tot meermalen gevind; aderen meermalen vertakt, maar niet met elkaar verbondenPolybotrya.29a.Sori aan het eind van de aderen dicht bij de bladrand gezeten, in het begin vrij van elkaar, later min of meer met elkaar samenvloeienden dan in een lijn langs de bladrand loopend. Bladeren dubbelvindeelig, van onderen met schubben bezetNotolaena.(Notochlaena).29b.Sori niet randstandig, rond of langwerpig. Bladeren enkel- of meermalen gevindDryopteris(Nephrodium).
III.Polypodiaceae.Sori zelden randstandig, meest op de onderzijde van het blad op den rug, aan het einde of aan de zijde van een nerf; soms ook tusschen de nerf staande; naakt of bedekt door een verschillend gevormd indusium dat soms bestaat uit de omgeslagen bladrand. Sporangiën meestal langgesteeld; ring vertikaal staand, onderbroken. Bladeren zeer verschillend van vorm en textuur.1a.Indusium aanwezig, soms bij rijpe sporangiën afgevallen, maar dan bij jonge sporangiën steeds te vinden21b.Indusium steeds ontbrekend52a.Indusium rond, niervormig of langwerpig, in het midden of (bij de niervormige indusiën) aan den rand vastgehecht, doch steeds met de randen vrij van het blad en rondom openspringend92b.Indusium langwerpig of lijnvormig, zelden rond, steeds aan één zijde open, aan de andere zijde dicht33a.Indusium randstandig, uit den omgeslagen bladrand, of een deel van den bladrand gevormd ennaar binnenopengaand173b.Indusium niet randstandig of randstandig, in het laatste geval naar buiten opengaand en het indusium dus niet uit de bladrand gevormd44a.Sori òf rond en alleenstaand op het eind van de aderen, òf langwerpig tot lijnvormig en de toppen van twee of meer aderen verbindend. Indusium naar buiten opengaand154b.Sori lijnvormig, evenwijdig loopend met de hoofdnerf van de segmenten van de laatste orde. Indusiën naar binnen opengaand. Bladeren enkelvoudig, of éénmaal of tweemaal gevind, in het laatste geval de bladsteelen klimmendBlechnum.4c.Sori en indusiën langwerpig of lijnvormig, langs de aderen loopend en scheef gericht ten opzichte van de hoofdnerf van het segment van de laatste orde165a.Sori in onbepaald aantal dicht op elkaar zittend en daardoor de geheele bladonderzijde of een aaneengesloten deel ervan dicht bedekkend265b.Sori in een bepaald aantal, soms (Ceropteris); schijnbaar onregelmatig, maar nooit zoo dicht op elkaar dat er niet een deel van het blad zichtbaar blijft66a.Bladeren met het rhizoom geleed, d. w. z. de bladsteel bevat een duidelijk gewricht op de plaats, waar het blad later afbreekt256b.Bladeren niet met het rhizoom geleed77a.Sori niet meer dan tweemaal zoo lang als breed297b.Sori vele malen meer lang dan breed (Zie ook Notolaena)88a.Sori zeer lang, evenwijdig met de hoofdnerf van het blad of met de bladrand. Bladeren lang en smal208b.Sori langs de aderen, meer of minder duidelijk netvormig verbonden219a.Bladeren min of meer leerachtig, enkelvoudig, met het rhizoom geleed. Rhizoom bovenaardsch, dicht met schubben bezet, met alleenstaande bladeren of kransen van bladeren. Bladeren met een dikke hoofdnerf en talrijke dichte zijnerven. Sori in één tot 3 rijen evenwijdig met de hoofdnerf; op de rugzijde van de zijnerven. Indusium niervormigOleandra.9b.Bladeren meest gevind. Bladsteelen niet geleed1010a.Sori aan het eind van de aderen1110b.Sori op de rugzijde van de aderen1211a.Bladeren dubbel gevind: segmenten van de laatste orde zittend kort en breed, scheef met 4–6 groote, langwerpige sori. Rhizoom opgericht, forsch; de bladsteelen dicht bij elkaar gezetenDidymochlaena.11b.Bladeren eenmaal gevind met smalle en lange zittende segmenten. Sori met een niervormig indusium in één rij evenwijdig met de rand van het segment. Rhizoom opgericht, de bladeren dicht gedrongenNephrolepis.12a.Aderen alle vrij, of alleen de onderste zijaderen van de hoofdnerf van elk laatste segment met elkaar verbonden1312b.Aderen alle netvormig verbonden; in de velden, die door de aderen omringd worden eindigen vrije zijtakken der aderen1413a.Bladeren éénmaal gevind, leerachtig met een schildvormig indusium. Segmenten aan den voet versmald; vinlobbig tot vindeeligPolystichum.13b.Bladeren één- tot meermalen gevind, dun en vliezig. Indusium meest niervormig of hartvormig. Aderen soms vrijDryopteris(Nephrodium).14a.Bladeren aan dezelfde plant in twee vormen, de steriele enkel gevind met breede zwak gegolfde segmenten; desporangiëndragendebladeren met veel smallere segmenten met dieper gegolfde rand. Zijnerven van de eerste orde met 6–8 paren zijnerven van de 2deorde, die paarsgewijs met elkaar versmelten, zoodat er regelmatige velden gevormd worden, waarin één vrije ader te zien isCyclodium.14b.Bladeren alle gelijk van vorm, enkelvoudig of 3-lobbig of diep vindeelig en dan de segmenten ten deele met een breede basis aan de bladsteel vastgegroeid. Velden onregelmatigAspidium.15a.Sori duidelijk alleenstaand, rond. Bladeren tweemaal gevind of (onderaan) driemaal gevind, de segmenten van de laatste orde met een duidelijken nerf in het midden. Rhizoom kruipendSaccoloma.15b.Sori langwerpig of door samenvloeiing van meerdere lijnvormig. Bladeren enkel- of dubbelgevind, de segmenten van de laatste orde alleen voor de bovenste helft ontwikkeld, en daar de sori dragend; de middennerf van het segment loopt langs den onderrandLindsaya.16a.Aan een deel der aderen twee sori, elk met zijn eigen indusium, die naar verschillende kanten opengaan. Bladeren enkelvoudig, of gevind of dubbelgevindDiplazium.16b.Sori steeds alleen aan de aderen met één indusium. Bladeren enkelvoudig of gevind, zelden dubbel- of 3 maal gevindAsplenium.17a.Bladeren handvormig samengesteld; de segmenten van de eerste orde gevind, die van de 2^[de] orde klein, de naar den top van het blad gekeerde helft sterker ontwikkeld dan de naar de basis gerichte. Bladrand om de sori omgeslagen. Bladsteel glimmend zwartAdiantopsis.17b.Bladeren eenmaal tot meermalen gevind, de segmenten nooit handvormig samengesteld1818a.Bladsteelen zwart, meest glimmend, soms behaard. Bladeren meest dubbel-, zelden enkelgevind, in het eerste geval slechts weinig segmenten van de eerste orde en vele van de tweede orde. Sori op het einde der aderen binnen de omgeslagen bladrand zittend, vaak in elkaar vloeiend en dan zeer langAdiantum.18b.Bladsteelen niet zwart; sori geheel randstandig1919a.Indusium alleen uit de omgeslagen bladrand gevormd. Bladeren enkelgevind of dubbelgevind, de segmenten van de laatste orde diep vindeeligPteris.19b.Behalve de omgeslagen bladrand is er ook nog een naar buiten opengaand indusium aanwezig. Bladeren meervoudig gevind of meervoudig vindeeligPteridium.20a.Bladeren zeer lang en smal, sorus geheel randstandig door de bladrand overdekt, soms is er nog een indusium aan de binnenzijde van de sorus aanwezigVittaria.20b.Sorus aan weerszijden tegen de middennerf liggend, zonder indusium. Planten zeer klein, bladeren smal, slechts enkele centimeters langMonogramma.21a.Bladeren enkelvoudig, gelobd tot gedeeld of gaafrandig2221b.Bladeren gevind, éénmaal of meermalen2422a.Bladeren handlobbig, evenals de bladsteel behaard; aderen netvormig, geheel bedekt met de netvormige sori, de steriele bladeren kleinerHemionitis.22b.Bladeren driehoekig, zeer klein, ongesteeld, aan de basis toegespitst, naar boven geleidelijk verbreed aan den bovenrand met scherpe insnijdingen. Aderen niet netvormig verbonden maar naar boven waaiervormig uitgespreid. Sori bijna de geheele lengte der aderen innemendHecistopteris.22c.Bladeren langwerpig tot lancetvormig, bijna gaafrandig, aan top en basis versmald; nerven netvormig2323a.Sori alleen langs de nerven, dus netvormigAnthrophyum.23b.Sori zeer klein, verspreid over de geheele onderzijde van het bladAnetium.24a.Bladeren eenmaal gevind of dubbel gevind, evenals de bladsteelen behaard. Sori langs de aderen loopend van de steel naar den rand dicht opeenzittend en weinig vertaktGymnopteris(Neurogramme).24b.Bladeren dubbelgevind met een lang glimmend zwarte steel, aan de onderzijde tusschen de sori met een witte was bekleed. Segmenten van de laatste orde klein; de sori samensmeltend en daardoor onregelmatig over de onderkant verspreidCeropteris(Neurogramme).25a.Sori zeer lang, dicht bij den bladrand liggend en ermee evenwijdig loopend. Bladeren herhaaldelijk gaffelvormig vertakt, smal en dun.Eschatogramme(Dicranoglossum).25b.Sori rond of langwerpig niet evenwijdig met de bladrand. Bladeren nooit gaffelvormig vertakt maar enkelvoudig of op verschillende wijze gevindPolypodium(Lepicystis).26a.Bladeren enkelvoudig niet ingesneden; meest lang-elliptisch. Sori de geheele onderzijde van het blad bedekkendElaphoglossum.26b.Bladeren vindeelig of gevind2727a.Alleen de bovenste segmenten van het harde, leerachtige, gevinde of vindeelige blad met sporangiën op de onderkant. Groote planten. Aderen met elkaar verbondenAcrostichum.27b.Bladeren geheel aan de onderzijde met sporangiën bedekt. Aderen niet met elkaar verbonden. Fertiele bladeren veel grooter en breeder dan de steriele2828a.Bladeren eenmaal gevind. Zijaderen van af de hoofdnerf van het segment dicht naast elkaar naar den rand loopend, geheel onvertakt of slechts eenmaal vertaktStenochlaena.28b.Bladeren dubbel tot meermalen gevind; aderen meermalen vertakt, maar niet met elkaar verbondenPolybotrya.29a.Sori aan het eind van de aderen dicht bij de bladrand gezeten, in het begin vrij van elkaar, later min of meer met elkaar samenvloeienden dan in een lijn langs de bladrand loopend. Bladeren dubbelvindeelig, van onderen met schubben bezetNotolaena.(Notochlaena).29b.Sori niet randstandig, rond of langwerpig. Bladeren enkel- of meermalen gevindDryopteris(Nephrodium).
III.Polypodiaceae.
Sori zelden randstandig, meest op de onderzijde van het blad op den rug, aan het einde of aan de zijde van een nerf; soms ook tusschen de nerf staande; naakt of bedekt door een verschillend gevormd indusium dat soms bestaat uit de omgeslagen bladrand. Sporangiën meestal langgesteeld; ring vertikaal staand, onderbroken. Bladeren zeer verschillend van vorm en textuur.1a.Indusium aanwezig, soms bij rijpe sporangiën afgevallen, maar dan bij jonge sporangiën steeds te vinden21b.Indusium steeds ontbrekend52a.Indusium rond, niervormig of langwerpig, in het midden of (bij de niervormige indusiën) aan den rand vastgehecht, doch steeds met de randen vrij van het blad en rondom openspringend92b.Indusium langwerpig of lijnvormig, zelden rond, steeds aan één zijde open, aan de andere zijde dicht33a.Indusium randstandig, uit den omgeslagen bladrand, of een deel van den bladrand gevormd ennaar binnenopengaand173b.Indusium niet randstandig of randstandig, in het laatste geval naar buiten opengaand en het indusium dus niet uit de bladrand gevormd44a.Sori òf rond en alleenstaand op het eind van de aderen, òf langwerpig tot lijnvormig en de toppen van twee of meer aderen verbindend. Indusium naar buiten opengaand154b.Sori lijnvormig, evenwijdig loopend met de hoofdnerf van de segmenten van de laatste orde. Indusiën naar binnen opengaand. Bladeren enkelvoudig, of éénmaal of tweemaal gevind, in het laatste geval de bladsteelen klimmendBlechnum.4c.Sori en indusiën langwerpig of lijnvormig, langs de aderen loopend en scheef gericht ten opzichte van de hoofdnerf van het segment van de laatste orde165a.Sori in onbepaald aantal dicht op elkaar zittend en daardoor de geheele bladonderzijde of een aaneengesloten deel ervan dicht bedekkend265b.Sori in een bepaald aantal, soms (Ceropteris); schijnbaar onregelmatig, maar nooit zoo dicht op elkaar dat er niet een deel van het blad zichtbaar blijft66a.Bladeren met het rhizoom geleed, d. w. z. de bladsteel bevat een duidelijk gewricht op de plaats, waar het blad later afbreekt256b.Bladeren niet met het rhizoom geleed77a.Sori niet meer dan tweemaal zoo lang als breed297b.Sori vele malen meer lang dan breed (Zie ook Notolaena)88a.Sori zeer lang, evenwijdig met de hoofdnerf van het blad of met de bladrand. Bladeren lang en smal208b.Sori langs de aderen, meer of minder duidelijk netvormig verbonden219a.Bladeren min of meer leerachtig, enkelvoudig, met het rhizoom geleed. Rhizoom bovenaardsch, dicht met schubben bezet, met alleenstaande bladeren of kransen van bladeren. Bladeren met een dikke hoofdnerf en talrijke dichte zijnerven. Sori in één tot 3 rijen evenwijdig met de hoofdnerf; op de rugzijde van de zijnerven. Indusium niervormigOleandra.9b.Bladeren meest gevind. Bladsteelen niet geleed1010a.Sori aan het eind van de aderen1110b.Sori op de rugzijde van de aderen1211a.Bladeren dubbel gevind: segmenten van de laatste orde zittend kort en breed, scheef met 4–6 groote, langwerpige sori. Rhizoom opgericht, forsch; de bladsteelen dicht bij elkaar gezetenDidymochlaena.11b.Bladeren eenmaal gevind met smalle en lange zittende segmenten. Sori met een niervormig indusium in één rij evenwijdig met de rand van het segment. Rhizoom opgericht, de bladeren dicht gedrongenNephrolepis.12a.Aderen alle vrij, of alleen de onderste zijaderen van de hoofdnerf van elk laatste segment met elkaar verbonden1312b.Aderen alle netvormig verbonden; in de velden, die door de aderen omringd worden eindigen vrije zijtakken der aderen1413a.Bladeren éénmaal gevind, leerachtig met een schildvormig indusium. Segmenten aan den voet versmald; vinlobbig tot vindeeligPolystichum.13b.Bladeren één- tot meermalen gevind, dun en vliezig. Indusium meest niervormig of hartvormig. Aderen soms vrijDryopteris(Nephrodium).14a.Bladeren aan dezelfde plant in twee vormen, de steriele enkel gevind met breede zwak gegolfde segmenten; desporangiëndragendebladeren met veel smallere segmenten met dieper gegolfde rand. Zijnerven van de eerste orde met 6–8 paren zijnerven van de 2deorde, die paarsgewijs met elkaar versmelten, zoodat er regelmatige velden gevormd worden, waarin één vrije ader te zien isCyclodium.14b.Bladeren alle gelijk van vorm, enkelvoudig of 3-lobbig of diep vindeelig en dan de segmenten ten deele met een breede basis aan de bladsteel vastgegroeid. Velden onregelmatigAspidium.15a.Sori duidelijk alleenstaand, rond. Bladeren tweemaal gevind of (onderaan) driemaal gevind, de segmenten van de laatste orde met een duidelijken nerf in het midden. Rhizoom kruipendSaccoloma.15b.Sori langwerpig of door samenvloeiing van meerdere lijnvormig. Bladeren enkel- of dubbelgevind, de segmenten van de laatste orde alleen voor de bovenste helft ontwikkeld, en daar de sori dragend; de middennerf van het segment loopt langs den onderrandLindsaya.16a.Aan een deel der aderen twee sori, elk met zijn eigen indusium, die naar verschillende kanten opengaan. Bladeren enkelvoudig, of gevind of dubbelgevindDiplazium.16b.Sori steeds alleen aan de aderen met één indusium. Bladeren enkelvoudig of gevind, zelden dubbel- of 3 maal gevindAsplenium.17a.Bladeren handvormig samengesteld; de segmenten van de eerste orde gevind, die van de 2^[de] orde klein, de naar den top van het blad gekeerde helft sterker ontwikkeld dan de naar de basis gerichte. Bladrand om de sori omgeslagen. Bladsteel glimmend zwartAdiantopsis.17b.Bladeren eenmaal tot meermalen gevind, de segmenten nooit handvormig samengesteld1818a.Bladsteelen zwart, meest glimmend, soms behaard. Bladeren meest dubbel-, zelden enkelgevind, in het eerste geval slechts weinig segmenten van de eerste orde en vele van de tweede orde. Sori op het einde der aderen binnen de omgeslagen bladrand zittend, vaak in elkaar vloeiend en dan zeer langAdiantum.18b.Bladsteelen niet zwart; sori geheel randstandig1919a.Indusium alleen uit de omgeslagen bladrand gevormd. Bladeren enkelgevind of dubbelgevind, de segmenten van de laatste orde diep vindeeligPteris.19b.Behalve de omgeslagen bladrand is er ook nog een naar buiten opengaand indusium aanwezig. Bladeren meervoudig gevind of meervoudig vindeeligPteridium.20a.Bladeren zeer lang en smal, sorus geheel randstandig door de bladrand overdekt, soms is er nog een indusium aan de binnenzijde van de sorus aanwezigVittaria.20b.Sorus aan weerszijden tegen de middennerf liggend, zonder indusium. Planten zeer klein, bladeren smal, slechts enkele centimeters langMonogramma.21a.Bladeren enkelvoudig, gelobd tot gedeeld of gaafrandig2221b.Bladeren gevind, éénmaal of meermalen2422a.Bladeren handlobbig, evenals de bladsteel behaard; aderen netvormig, geheel bedekt met de netvormige sori, de steriele bladeren kleinerHemionitis.22b.Bladeren driehoekig, zeer klein, ongesteeld, aan de basis toegespitst, naar boven geleidelijk verbreed aan den bovenrand met scherpe insnijdingen. Aderen niet netvormig verbonden maar naar boven waaiervormig uitgespreid. Sori bijna de geheele lengte der aderen innemendHecistopteris.22c.Bladeren langwerpig tot lancetvormig, bijna gaafrandig, aan top en basis versmald; nerven netvormig2323a.Sori alleen langs de nerven, dus netvormigAnthrophyum.23b.Sori zeer klein, verspreid over de geheele onderzijde van het bladAnetium.24a.Bladeren eenmaal gevind of dubbel gevind, evenals de bladsteelen behaard. Sori langs de aderen loopend van de steel naar den rand dicht opeenzittend en weinig vertaktGymnopteris(Neurogramme).24b.Bladeren dubbelgevind met een lang glimmend zwarte steel, aan de onderzijde tusschen de sori met een witte was bekleed. Segmenten van de laatste orde klein; de sori samensmeltend en daardoor onregelmatig over de onderkant verspreidCeropteris(Neurogramme).25a.Sori zeer lang, dicht bij den bladrand liggend en ermee evenwijdig loopend. Bladeren herhaaldelijk gaffelvormig vertakt, smal en dun.Eschatogramme(Dicranoglossum).25b.Sori rond of langwerpig niet evenwijdig met de bladrand. Bladeren nooit gaffelvormig vertakt maar enkelvoudig of op verschillende wijze gevindPolypodium(Lepicystis).26a.Bladeren enkelvoudig niet ingesneden; meest lang-elliptisch. Sori de geheele onderzijde van het blad bedekkendElaphoglossum.26b.Bladeren vindeelig of gevind2727a.Alleen de bovenste segmenten van het harde, leerachtige, gevinde of vindeelige blad met sporangiën op de onderkant. Groote planten. Aderen met elkaar verbondenAcrostichum.27b.Bladeren geheel aan de onderzijde met sporangiën bedekt. Aderen niet met elkaar verbonden. Fertiele bladeren veel grooter en breeder dan de steriele2828a.Bladeren eenmaal gevind. Zijaderen van af de hoofdnerf van het segment dicht naast elkaar naar den rand loopend, geheel onvertakt of slechts eenmaal vertaktStenochlaena.28b.Bladeren dubbel tot meermalen gevind; aderen meermalen vertakt, maar niet met elkaar verbondenPolybotrya.29a.Sori aan het eind van de aderen dicht bij de bladrand gezeten, in het begin vrij van elkaar, later min of meer met elkaar samenvloeienden dan in een lijn langs de bladrand loopend. Bladeren dubbelvindeelig, van onderen met schubben bezetNotolaena.(Notochlaena).29b.Sori niet randstandig, rond of langwerpig. Bladeren enkel- of meermalen gevindDryopteris(Nephrodium).
Sori zelden randstandig, meest op de onderzijde van het blad op den rug, aan het einde of aan de zijde van een nerf; soms ook tusschen de nerf staande; naakt of bedekt door een verschillend gevormd indusium dat soms bestaat uit de omgeslagen bladrand. Sporangiën meestal langgesteeld; ring vertikaal staand, onderbroken. Bladeren zeer verschillend van vorm en textuur.
1a.Indusium aanwezig, soms bij rijpe sporangiën afgevallen, maar dan bij jonge sporangiën steeds te vinden2
1b.Indusium steeds ontbrekend5
2a.Indusium rond, niervormig of langwerpig, in het midden of (bij de niervormige indusiën) aan den rand vastgehecht, doch steeds met de randen vrij van het blad en rondom openspringend9
2b.Indusium langwerpig of lijnvormig, zelden rond, steeds aan één zijde open, aan de andere zijde dicht3
3a.Indusium randstandig, uit den omgeslagen bladrand, of een deel van den bladrand gevormd ennaar binnenopengaand17
3b.Indusium niet randstandig of randstandig, in het laatste geval naar buiten opengaand en het indusium dus niet uit de bladrand gevormd4
4a.Sori òf rond en alleenstaand op het eind van de aderen, òf langwerpig tot lijnvormig en de toppen van twee of meer aderen verbindend. Indusium naar buiten opengaand15
4b.Sori lijnvormig, evenwijdig loopend met de hoofdnerf van de segmenten van de laatste orde. Indusiën naar binnen opengaand. Bladeren enkelvoudig, of éénmaal of tweemaal gevind, in het laatste geval de bladsteelen klimmendBlechnum.
4c.Sori en indusiën langwerpig of lijnvormig, langs de aderen loopend en scheef gericht ten opzichte van de hoofdnerf van het segment van de laatste orde16
5a.Sori in onbepaald aantal dicht op elkaar zittend en daardoor de geheele bladonderzijde of een aaneengesloten deel ervan dicht bedekkend26
5b.Sori in een bepaald aantal, soms (Ceropteris); schijnbaar onregelmatig, maar nooit zoo dicht op elkaar dat er niet een deel van het blad zichtbaar blijft6
6a.Bladeren met het rhizoom geleed, d. w. z. de bladsteel bevat een duidelijk gewricht op de plaats, waar het blad later afbreekt25
6b.Bladeren niet met het rhizoom geleed7
7a.Sori niet meer dan tweemaal zoo lang als breed29
7b.Sori vele malen meer lang dan breed (Zie ook Notolaena)8
8a.Sori zeer lang, evenwijdig met de hoofdnerf van het blad of met de bladrand. Bladeren lang en smal20
8b.Sori langs de aderen, meer of minder duidelijk netvormig verbonden21
9a.Bladeren min of meer leerachtig, enkelvoudig, met het rhizoom geleed. Rhizoom bovenaardsch, dicht met schubben bezet, met alleenstaande bladeren of kransen van bladeren. Bladeren met een dikke hoofdnerf en talrijke dichte zijnerven. Sori in één tot 3 rijen evenwijdig met de hoofdnerf; op de rugzijde van de zijnerven. Indusium niervormigOleandra.
9b.Bladeren meest gevind. Bladsteelen niet geleed10
10a.Sori aan het eind van de aderen11
10b.Sori op de rugzijde van de aderen12
11a.Bladeren dubbel gevind: segmenten van de laatste orde zittend kort en breed, scheef met 4–6 groote, langwerpige sori. Rhizoom opgericht, forsch; de bladsteelen dicht bij elkaar gezetenDidymochlaena.
11b.Bladeren eenmaal gevind met smalle en lange zittende segmenten. Sori met een niervormig indusium in één rij evenwijdig met de rand van het segment. Rhizoom opgericht, de bladeren dicht gedrongenNephrolepis.
12a.Aderen alle vrij, of alleen de onderste zijaderen van de hoofdnerf van elk laatste segment met elkaar verbonden13
12b.Aderen alle netvormig verbonden; in de velden, die door de aderen omringd worden eindigen vrije zijtakken der aderen14
13a.Bladeren éénmaal gevind, leerachtig met een schildvormig indusium. Segmenten aan den voet versmald; vinlobbig tot vindeeligPolystichum.
13b.Bladeren één- tot meermalen gevind, dun en vliezig. Indusium meest niervormig of hartvormig. Aderen soms vrijDryopteris(Nephrodium).
14a.Bladeren aan dezelfde plant in twee vormen, de steriele enkel gevind met breede zwak gegolfde segmenten; desporangiëndragendebladeren met veel smallere segmenten met dieper gegolfde rand. Zijnerven van de eerste orde met 6–8 paren zijnerven van de 2deorde, die paarsgewijs met elkaar versmelten, zoodat er regelmatige velden gevormd worden, waarin één vrije ader te zien isCyclodium.
14b.Bladeren alle gelijk van vorm, enkelvoudig of 3-lobbig of diep vindeelig en dan de segmenten ten deele met een breede basis aan de bladsteel vastgegroeid. Velden onregelmatigAspidium.
15a.Sori duidelijk alleenstaand, rond. Bladeren tweemaal gevind of (onderaan) driemaal gevind, de segmenten van de laatste orde met een duidelijken nerf in het midden. Rhizoom kruipendSaccoloma.
15b.Sori langwerpig of door samenvloeiing van meerdere lijnvormig. Bladeren enkel- of dubbelgevind, de segmenten van de laatste orde alleen voor de bovenste helft ontwikkeld, en daar de sori dragend; de middennerf van het segment loopt langs den onderrandLindsaya.
16a.Aan een deel der aderen twee sori, elk met zijn eigen indusium, die naar verschillende kanten opengaan. Bladeren enkelvoudig, of gevind of dubbelgevindDiplazium.
16b.Sori steeds alleen aan de aderen met één indusium. Bladeren enkelvoudig of gevind, zelden dubbel- of 3 maal gevindAsplenium.
17a.Bladeren handvormig samengesteld; de segmenten van de eerste orde gevind, die van de 2^[de] orde klein, de naar den top van het blad gekeerde helft sterker ontwikkeld dan de naar de basis gerichte. Bladrand om de sori omgeslagen. Bladsteel glimmend zwartAdiantopsis.
17b.Bladeren eenmaal tot meermalen gevind, de segmenten nooit handvormig samengesteld18
18a.Bladsteelen zwart, meest glimmend, soms behaard. Bladeren meest dubbel-, zelden enkelgevind, in het eerste geval slechts weinig segmenten van de eerste orde en vele van de tweede orde. Sori op het einde der aderen binnen de omgeslagen bladrand zittend, vaak in elkaar vloeiend en dan zeer langAdiantum.
18b.Bladsteelen niet zwart; sori geheel randstandig19
19a.Indusium alleen uit de omgeslagen bladrand gevormd. Bladeren enkelgevind of dubbelgevind, de segmenten van de laatste orde diep vindeeligPteris.
19b.Behalve de omgeslagen bladrand is er ook nog een naar buiten opengaand indusium aanwezig. Bladeren meervoudig gevind of meervoudig vindeeligPteridium.
20a.Bladeren zeer lang en smal, sorus geheel randstandig door de bladrand overdekt, soms is er nog een indusium aan de binnenzijde van de sorus aanwezigVittaria.
20b.Sorus aan weerszijden tegen de middennerf liggend, zonder indusium. Planten zeer klein, bladeren smal, slechts enkele centimeters langMonogramma.
21a.Bladeren enkelvoudig, gelobd tot gedeeld of gaafrandig22
21b.Bladeren gevind, éénmaal of meermalen24
22a.Bladeren handlobbig, evenals de bladsteel behaard; aderen netvormig, geheel bedekt met de netvormige sori, de steriele bladeren kleinerHemionitis.
22b.Bladeren driehoekig, zeer klein, ongesteeld, aan de basis toegespitst, naar boven geleidelijk verbreed aan den bovenrand met scherpe insnijdingen. Aderen niet netvormig verbonden maar naar boven waaiervormig uitgespreid. Sori bijna de geheele lengte der aderen innemendHecistopteris.
22c.Bladeren langwerpig tot lancetvormig, bijna gaafrandig, aan top en basis versmald; nerven netvormig23
23a.Sori alleen langs de nerven, dus netvormigAnthrophyum.
23b.Sori zeer klein, verspreid over de geheele onderzijde van het bladAnetium.
24a.Bladeren eenmaal gevind of dubbel gevind, evenals de bladsteelen behaard. Sori langs de aderen loopend van de steel naar den rand dicht opeenzittend en weinig vertaktGymnopteris(Neurogramme).
24b.Bladeren dubbelgevind met een lang glimmend zwarte steel, aan de onderzijde tusschen de sori met een witte was bekleed. Segmenten van de laatste orde klein; de sori samensmeltend en daardoor onregelmatig over de onderkant verspreidCeropteris(Neurogramme).
25a.Sori zeer lang, dicht bij den bladrand liggend en ermee evenwijdig loopend. Bladeren herhaaldelijk gaffelvormig vertakt, smal en dun.Eschatogramme(Dicranoglossum).
25b.Sori rond of langwerpig niet evenwijdig met de bladrand. Bladeren nooit gaffelvormig vertakt maar enkelvoudig of op verschillende wijze gevindPolypodium(Lepicystis).
26a.Bladeren enkelvoudig niet ingesneden; meest lang-elliptisch. Sori de geheele onderzijde van het blad bedekkendElaphoglossum.
26b.Bladeren vindeelig of gevind27
27a.Alleen de bovenste segmenten van het harde, leerachtige, gevinde of vindeelige blad met sporangiën op de onderkant. Groote planten. Aderen met elkaar verbondenAcrostichum.
27b.Bladeren geheel aan de onderzijde met sporangiën bedekt. Aderen niet met elkaar verbonden. Fertiele bladeren veel grooter en breeder dan de steriele28
28a.Bladeren eenmaal gevind. Zijaderen van af de hoofdnerf van het segment dicht naast elkaar naar den rand loopend, geheel onvertakt of slechts eenmaal vertaktStenochlaena.
28b.Bladeren dubbel tot meermalen gevind; aderen meermalen vertakt, maar niet met elkaar verbondenPolybotrya.
29a.Sori aan het eind van de aderen dicht bij de bladrand gezeten, in het begin vrij van elkaar, later min of meer met elkaar samenvloeienden dan in een lijn langs de bladrand loopend. Bladeren dubbelvindeelig, van onderen met schubben bezetNotolaena.(Notochlaena).
29b.Sori niet randstandig, rond of langwerpig. Bladeren enkel- of meermalen gevindDryopteris(Nephrodium).