»Dan. Stone,»A. Lincoln,„Vertegenwoordigers uit het graafschapSangamon.”
»Dan. Stone,»A. Lincoln,„Vertegenwoordigers uit het graafschapSangamon.”
Bij de verkiezing van 1844—waarvan wij reeds met een enkel woord gewaagd hebben—was de tariefkwestie aan de orde van den dag. De naam vanLincolnwerd op alle vergaderingen tot de benoeming van een kandidaat, door deWhigsgehouden, genoemd, terwijl van democratische zijdeJohn Calhoun1)aanbevolen werd.Calhounwerd toen beschouwd als de bekwaamste voorvechter van zijn partij inIllinois. Zij trachtten dien staat voor hunne belangen te winnen door het houden van redevoeringen, waarbij zij gewoonlijk een zeer talrijk gehoor hadden. De verkiezingsstrijd bewees, hoe naauwkeurigLincolnde zaak van alle kanten bekeken, hoe grondig hij de geschiedenis en de politiek bestudeerd had. Hij gaf daarbij niet alleen proeven van zijne redenaarstalenten, maar ook van zijne bekwaamheid als geleerde en staatsman. Hij sprak met die bepaaldheid en die helderheid, welke in redevoeringen, tot het volk gehouden, altijd de meeste uitwerking doen. Zijn spreektrant was gemeenzaam, alsof hij tot een grooten vriendenkring sprak—een trek in zijne welsprekendheid, welke een van zijne eigenaardige kenmerken geworden is. Wij zeggen welsprekendheid, en toch zou zij moeijelijk zoo kunnen genoemd worden in den Ciceroniaanschen zin van het woord. Juist dat gemeenzame in zijne redevoeringen, die eenvoudigheid van zijn betoogtrant en die schijnbaar onuitputtelijke voorraad van anecdoten en vertelseltjes, welke hij altijd ter zijner beschikking had, bragten er het hunne toe bij om zijne redevoeringen indruk te doen maken. En toch werden zijne eenvoudige woorden uitgesproken met een vuur en een kracht, die zijne toehoorders niet alleen boeide, maar ook hun oordeel bestuurde, en weinigemannen hebben zich ooit verdienstelijker gemaakt door het verbreiden hunner beginselen. Hij werd nu beschouwd als de besliste voorvechter van deWhig-partij en deWhig-politiek in den staat, en zou al spoedig nog in een gewigtiger betrekking optreden, en wel als vertegenwoordiger van zijn district op het Generaal-Congres der Vereenigde Staten.
Lincolnwerd in 1846 door het districtIllinoisnaar het congres afgevaardigd, en nam daarin zitting op den eersten Maandag van December des jaars 1847.
Mr. WinthropvanMassachusettswerd tot Redenaar van het Huis verkozen. In dit Huis waren de grootste talenten uit het land bijeen, en gedurende de zittingen van dat jaar heerschte er zoo veel geestdrift, als er misschien ooit teWashingtongeheerscht heeft. Aan de zijde vanLincolnstonden, alsWhigs, mannen alsCollamer, Tallmage, Ingersoll, Botts, Clingman, Stephens, ToombsenThompson; terwijl anderen, niet minder beroemd, maar in politieke gevoelens van hen verschillende, tegenover hen stonden, van welke wij mogen vermeldenWilmot, Bocock, Rhett, Linn, BoydenAndrew Johnson—de laatstgenoemde in lateren tijd zijn bondgenoot en medehelper in het groote werk van de herstelling der Unie, en nu zijn opvolger op den presidentszetel. Zulke schitterende sterren alsWebster, Calhoun, Dayton, Davis, Dix, Dickinson, Hale, Bell, CrittendenenCorwinvormden eene groep, zoo als men slechts zelden bijeengezien heeft.
Lincolnwas de eenige vertegenwoordiger vanIllinois, die onder de vaan derWhigsgekozen was, terwijl zijne zes ambtgenooten allen democraten waren.
Hij kweet zich van zijne nieuwe verpligtingen op de uitstekendste wijze, en bragt bij elke gewigtige kwestie niet alleen zijne stemvóóroftegenuit, maar was ook altijd gereed om zijn gevoelen met woorden te staven, waarbij hij steeds die bekwaamheid en scherpzinnigheidaan den dag legde, die hem gedurende zijn geheele leven gekenmerkt hebben.
OfschoonLincolnzich bij de meerderheid derWhig-partij aansloot in zijn verzet tegen de oorlogsverklaring aan Mexico, ondersteunde hij altijd ieder voorstel of besluit, dat de bevordering van de belangen, de welvaart en de eer van het leger, dat ten strijde getrokken was, ten doel had. Op den 22stenDecember bragt hij, in een van zijne redevoeringen, ten hunnen gunste, eene reeks besluiten bij en leverde eene scherpe kritiek van de redenen, die aanleiding tot den oorlog gegeven hadden. In latere jaren werd tegenLincolndoor hen, met wie hij in politieke gevoelens verschilde, de beschuldiging ingebragt, dat het hem aan waarachtige vaderlandsliefde ontbrak, daar hij tegen den oorlog met Mexico gestemd had. Deze beschuldiging werd met de meeste scherpte voorgedragen doorDouglasin de eerste van hunne discussiën in het jaar 1858.Lincolnantwoordde: »Ik behoorde reeds sedert lang tot deWhig-partij, en toen de democratische partij eene poging deed om mij over te halen tot de meening, dat de oorlog naar regt en billijkheid door den President begonnen was, mogt haar dit niet gelukken.... Maar wanneer hij (Douglas) eene beschuldiging tegen mij inbrengt, dat ik den soldaten, die hun goed en bloed in den oorlog met Mexico ten offer brengen, onderstand heb willen onthouden of hen op de een of andere wijze tegenwerken, dan slaat hij, om mij zoo zacht mogelijk uit te drukken, den bal geheel mis, zoo als eene inzage van de verslagen der zittingen hem ten duidelijkste zal leeren.”
De loopbaan vanLincolnals lid van het Congres, hoe kort ook, was uiterst belangrijk en schitterend en is wel waardig om door den beoefenaar der staatkunde naauwkeurig bestudeerd te worden.
In de kwestie van de afschaffing der slavernij in het districtColumbiasteldeLincolneen levendig belangen nam er een werkzaam aandeel in. Een zekereMr. Gotthad in het Huis een voorstel gedaan tot het nemen van een besluit tot afschaffing van den slavenhandel in het genoemde district. Hierop steldeLincolneen amendement voor, om een besluit te nemen niet tot afschaffing van den slavenhandel, maar van deslavernijin het district. Het voorstel, door hem gedaan, hield in, dat geen slaaf ooit in het district mogt ingevoerd worden, uitgezonderd in geval ambtenaren der regering zich om staatszaken een tijd lang in het district moesten ophouden, in welk geval zij voor zich en hun gezin de noodige dienstboden zouden mogen medebrengen. Het belette, dat iemand, in het district wonende of later daarin geboren,buitendit district in slavernij gehouden zou worden. Het verklaarde, dat alle kinderen van slavinnen, na den eersten Januarij 1850 in het district geboren, vrij zouden zijn, maar naar regt en billijkheid door de eigenaars van hunne moeders onderhouden en opgevoed zouden worden, en dat alle slavenhouders in het district den prijs, dien de slaven waard waren, uit de schatkist zouden krijgen, en dat de slaven daarop vrij zouden zijn.
De kwestie omtrent de »Territoriën”2)kwam bijverschillende gelegenheden ter sprake.De voorwaarde vanWilmetwas in de zitting van het vorige jaar behandeld; maar deze kwam op het congres van het loopende jaar weder herhaaldelijk ter sprake, toen er pogingen aangewend werden om deze voorwaarde insgelijks toe te passen op het grondgebied, dat men van Mexico verkregen had, en opOregon. Zoo dikwijls die zaak in het Huis besproken werd, vond zij een verdediger inLincoln, die dan ook bij gelegenheid van zijn geschil metDouglasverklaarde, dat hij zich daarover herhaalde malen ten gunste daarvan uitgelaten had. Zoo toonde hij zich in 1847 dezelfde voorvechter van de vrijheid der »Territoriën”, die hij later tijdens den strijd overKansaswas.
Eene andere gelegenheid, waarbij de slaven-kwestie door het Huis behandeld werd, was in de vermaarde zaak vanPacheco. Het gevoelen, door de meerderheid omhelsd was, dat slaven volgens de Constitutie als »eigendom” moesten beschouwd worden, en dat zij, wanneer zij ten dienste van den staat gebezigd werden, daarvoor moest betaald worden. Het beginsel dat aan het wetsontwerp ten grondslag lag, was dan ook hetzelfde als dat, hetwelk de slavenhouders op zoo verschillende wijzen hebben trachten te handhaven. Gelijk zij dit later door eene beslissing van het Hoogste Geregtshof hebben pogen doorte drijven, zoo trachtten zij dit nu door het Congres te doen erkennen.Lincolnverzette zich daartegen op het Congres met even veel kracht als hij er zich later tegen aankantte toen het den meer bedekten, maar niet minder gevaarlijken vorm van eene regterlijke uitspraak aannam.
Bij andere zaken welke op het Congres ter sprake kwamen, slootLincolnzich alsWhigbij de overige voorstanders van zijne partij aan. Hij meende, dat het Congres regt had om zich met de verbetering van rivieren en havens te bemoeijen. Hij verklaarde er zich voor om de landen, aan den staat behoorende, niet aan speculanten, maar aan landbouwers te verhuren; en dat wel tegen zoo laag mogelijke prijzen; hij verklaarde zich voor een beschermend tarief en voor het afschaffen van het vrijheidsstelsel.
In 1848 wasLincolnafgevaardigde derWhig-partij en drong met kracht en klem op de benoeming van generaalZachary Taylortot President aan. Tijdens den strijd over de verkiezingen trachtte hij de statenIndianaenIllinoisten gunste van den kandidaat, door hem aanbevolen, te stemmen.
In 1849 werd hij door de Wetgevende Vergadering vanIllinoisals kandidaat voor een lid van den Senaat der Vereenigde Staten gesteld, doch moest toen het onderspit delven voor generaalShields, daar de democraten de meerderheid in dien staat uitmaakten. De hevigheid van den vorigen strijd over de verkiezing van een President werd nog vermeerderd door den wensch om insgelijks eene Wetgevende Vergadering te verkiezen, die een democraat naar den Senaat der Vereenigde Staten zou afvaardigen.LincolnbezochtMassachusettseens gedurende den oorlog, en was tegenwoordig bij de conventie van den staatMassachusettsop uitnoodiging van enkelen die er op aandrongen, dat hij de goede verstandhouding tusschen de partij welke de slavernij met geweld wilde onderdrukken, en tusschen deWhigof »behoudende”partij, zou trachten te herstellen. Hij sprak in die vergadering echter niet, behalve teNew-Bedford, waar hij een der gelukkigste pogingen tot verzoening aanwendde.
Gedurende de vijf jaren, die op den verkiezingsstrijd van 1848 volgden, bemoeideLincolnzich slechts weinig met staatszaken. Hij nam zijne regtsgeleerde praktijk met ijver en voorspoed waar, en vermeerderde zoowel zijn roem als zijne fortuin. Zijne belangstelling in staatszaken, hoe levendig zij ook wezen mogt, hield hem niet van de balie terug. Maar de intrekking van de minnelijke schikking omtrentMissouriwekte hem weder uit zijne schijnbare werkeloosheid op.Illinoiswerd andermaal een slagveld voor den strijd der vrijheid, en de stoutmoedige aanvoerder, die de voorhoede van het leger reeds vroeger tegen de inbreukmaking op de regten der slaven in slagorde had geschaard, bleef niet doof voor de stem, die hem tot verdediging hunner regten riep. Het vroegere kontrakt, dat door de onvermoeide pogingen vanHenry Claygesloten was en vast stond als de zeeduinen van Holland om de woede van den alles verzwelgenden vloed te beteugelen, liep gevaar om aan stukken gescheurd te worden, en het schoone land, voor immer tot vrijen arbeid bestemd, zou weder in duisternis en doodsschaduw worden gedompeld. Daartegen druischte de geheele natuur vanLincolnaan. Wat beteekenden vrede en roem en fortuin, wanneer het land door verraad en listige kunstgrepen aangevallen werd? De krijger stelde al zijne eigene belangen ter zijde, gordde zijne wapenrusting aan en trok voort, even als Peter de Kluizenaar, om bij zijn volk het gevoel van schaamte op te wekken over de krenking hunner regten en het aan te sporen tot den strijd, opdat het Heilige graf hunner vrijheid niet door de Zuidelijke Moslemim en de Noordelijke Tartaren zou overweldigd worden.
De hevige politieke strijd van dat jaar had zijn ontstaaninzonderheid aanLincolnte danken, en de overwinning, waarmede deze strijd bekroond werd, die aanIllinoiszijne eerste republikeinsche Wetgevende Vergadering gaf, enLymanTrumbulltot haren afgevaardigde bij den Senaat der Vereenigde Staten maakte, was inzonderheid aan de buitengewone inspanning zijner krachten te danken.
In 1854 bood de zoogenaamde anti-Nebraska(later republikeinsche) partij, aanLincolnde benoeming tot gouverneur aan. Hij wees deze af, zeggende: »Neen, ik ben daar de man niet voor;Bissellzal een beter gouverneur zijn dan ik, en gij kunt hem met gerustheid verkiezen daar hij zich vroeger altijd als een echt democraat heeft doen kennen.”
Zoo woog zijne ingenomenheid met zijne partij en met de beginselen door haar voorgestaan, weder zwaarder bij hem, dan de begeerte om hun vaandrager en aanvoerder te worden.
In de eerste vergadering van de republikeinsche partij, op den 17denJunij 1856 tePhiladelphiagehouden, werd de naam vanAbraham Lincolnop de lijst der candidaten voor het ambt van Vice-President geplaatst: hij stond vlak onderWilliam L. Daytonen kreeg honderd stemmen. Door die vergadering werdenJohn C. FremontenWilliam L. Daytontot kandidaten verkozen, en nu namLincolneen werkzaam aandeel in de daarop volgende verkiezingen. Aan het hoofd van de kandidatenlijst der republikeinsche partij vanIllinoisstond de naam vanLincoln, ofschoon de democraten door meerderheid van stemmen de overhand behielden.
De hevige geschillen in den Senaat vanIllinois, tusschenMr. Douglasaan den eenen kant enMr.Lincolnaan den anderen, welke aanleiding gaven tot die debatten, welke eene belangrijke plaats in de geschiedenis der politiek van Amerika innemen, werden in den zomer van 1858 gevoerd.
Douglashad zich de vijandschap van de regering op den hals gehaald; doch zijn invloed, zoowel in als buitenIllinois, bleef nog ontzettend groot. Ten gevolge van zijn afval van de politiek zijner partij, die zich toen openlijk voor de instandhouding der slavernij verklaarde, en van den lof, dien hij bij verscheidene republikeinen ingeoogst had, was hij waarschijnlijk nog krachtiger dan te voren. Natuurlijk werd er onder deze omstandigheden een man van niet alledaagsche bekwaamheid en niet alledaagschen invloed op de publieke meening vereischt om tegen den »kleinen reus” (Douglas) in het strijdperk te treden. Als kandidaat der republikeinsche partij voor lid van den Senaat der Vereenigde Staten, en als iemand, die zich bij de behandeling van de zaak der Territoriën zoo gunstig had doen kennen, werdLincolnbeschouwd als een man, aan wien de voorstanders der vrijheid de verdediging hunner zaak gerust konden toevertrouwen. Diensvolgens werd hij door de republikeinsche Wetgevende Vergadering, welke op den 2denJunij 1858, teSpringfield, bijeenkwam, verkozen.
In het ontworpen spiegelgevecht tusschen de beide kandidaten wasLincolnde eerste, die den handschoen toewierp, en wel in een kort briefje, gedateerd van den 24stenJulij, waarin hij de bepaling verzocht van den tijd, waarop zij met elkander in het strijdperk zouden treden. De uitdaging werd aangenomen, en de voorwaarden waarop, de plaatsen waar en de dagen, wanneer de strijd zou plaats hebben, vastgesteld.
Het is niet mogelijk om iets meer dan een vlugtig overzigt van deze beroemde debatten te geven. Het was de uitspraak van de pers en van het geheele land, datLincolnbij iederen strijd de overhand behield op zijn talentvollen tegenstander, en het is zeer waarschijnlijk, dat de meerderheid aan den eerstgenoemde den palm der overwinning toekende.
Die politieke strijd, welkeLincolnin 1848 met den SenatorDouglasvoerde, was misschien de zwaarste proef, waarop iemands gematigdheid kon gesteld worden.Lincolnechter deed zich niet alleen als een uitstekend redenaar en een bekwaam staatsman kennen, maar bewees ook, dat het mogelijk is om den hevigsten politieken strijd te voeren, zonder tot hatelijke personaliteiten en scherpe aanvallen af te dalen. Het getuigenis van iemand, dieLincolnen dien geheelen strijd gevolgd heeft, staat ons borg, dat er, niettegenstaande de verzoeking, waaraan hij gedurig blootgesteld was, geene enkele personaliteit tegen zijn tegenstander, geen enkel hard woord over zijne lippen gekomen is. Zijn gematigde aard maakte, dat hij het beneden zich achtte om zijne toevlugt tot zulke wapenen, die maar al te vaak in een politieken strijd gebezigd worden, te nemen, en menschen van een heftiger aard konden hun spijt niet verkroppen, dat hij zijn tegenstander te zacht en te beleefd behandelde. Lage personaliteiten en vuile lasteringen zijn zeker wel het laatste wat men aanAbraham Lincolnkan ten laste leggen. Zijn hart was te edel en zijne zelfbeheersching te groot om aan iets dergelijks toe te geven. De adel van zijn hart heeft zich gedurende zijn ganschen levensloop evenzeer geopenbaard als zijne gematigdheid, zijn zelfvertrouwen en zijn geestkracht.
In het dagelijksch leven wasLincolnkinderlijk eenvoudig. Hij hield van een goed diner, en at met den meesten eetlust, maar zijne tafel was altijd eenvoudig.Hij dronk nooit eenige bedwelmende dranken, en zelfs geen glas wijn. Hij was ook geen liefhebber van rooken.
Judah Benjamin, vanLouisiana, een van de bekwaamste senatoren der Zuidelijke staten, later staatssecretaris in het kabinet vanJefferson Davis, zwaaide in den loop van eene redevoering, waarin hij gelegenheid vond om de beroemde debatten tusschenDouglasenLincolntebespreken, hoogen lof aan den laatstgenoemde toe. Sprekende over de vragen, die doorDouglasaan zijn tegenstander voorgesteld werden, en over de antwoorden, die zij uitlokten, merkte Benjamin aan:
»Het is onmogelijk, mijnheer de president! om, al verschilt men ook met dien man in meening, die openhartigheid en vrijmoedigheid niet te bewonderen, waarmede deze antwoorden gegeven werden: er was daarin niets dubbelzinnigs, niets ontwijkends.”
Gedurende den strijd metDouglasbragtLincolnde volgende hulde aan de Acte van Onafhankelijkheidsverklaring:
»Welaan, landgenooten! wanneer gij stellingen geleerd hebt, die in strijd zijn met den grootschen inhoud der Acte van Onafhankelijkheidsverklaring; wanneer gij het oor geleend hebt aan inblazingen, die ten doel hebben om hare grootheid te verkleinen of hare schoone evenredigheid te erkennen; wanneer gij geneigd zijt om te gelooven, dat alle menschen niet met elkander gelijk staan in het genot van die onvervreemdbare regten, welke door dat bewijsstuk onzer vrijheid opgesomd zijn, laat mij u dan smeeken om terug te keeren—terug te keeren tot die fontein, wier wateren bij het bloed der omwenteling ontspringen.
»Gij moogt met mij doen al wat gij verkiest, als gij slechts die heilige beginselen voorstaat. Gij moogt mij niet alleen de nederlaag doen lijden voor den Senaat, maar gij moogt mij zelfs ter dood brengen. Want, terwijl ik geene onverschilligheid voor wereldsche eer wil veinzen, moet ik toch verzekeren, dat ik tot dezen strijd aangespoord ben door iets hoogers dan door de zucht tot het verkrijgen van een eervol ambt. Wat gij met mij doet is onverschillig, maar vernietigt toch niet dat onsterfelijk zinnebeeld der humaniteit—de Acte van Amerika's Onafhankelijkheidsverklaring.”
De dag der verkiezingen was eindelijk daar. De uitslagder volksstemming was als volgt: voor den republikeinschen kandidaat 126,084; voor de democraten vanDouglas121,940; voor de kandidaten vanLecompton5,091 stemmen. Doch bij de stemming voor senator, die in de wetgevende Vergadering plaats had, werdDouglasverkozen. Niettegenstaande dezen uitslag, hadden de pogingen vanLincolngedurende de debatten veel bijgedragen om een groot getal stemmen op hem te vereenigen; en zijne partij behoefde het niet te betreuren, dat hare keus op hem gevallen was.
Lincolnbragt na het einde der geschillen over de keuze van een senator en vóór het begin van den verkiezingsstrijd in 1860 verscheidene bezoeken aan andere staten. Hij hield in het volgende jaar verscheidene redevoeringen inOhio, en bezocht ookKansas, waar hij met de meeste geestdrift ontvangen werd. In Februarij 1860 was hij teNew-Yorken hield eene redevoering in eene republikeinsche club, waardoor hij zich verscheidene vrienden verwierf in eene streek, waar zij reeds bij duizenden geteld werden. Het was de schoonste redevoering, die tot dusverre door den uitstekenden redenaar uitgesproken was en de aandacht van mannen van allerlei stand trok.
Waarschijnlijk gedurende dit bezoek had er een treffend voorval plaats, hetwelk door een onderwijzer der zondagsschool, waar het gebeurde, op deze wijze verhaald wordt:
»Onze zondagsschool was op zekeren sabbatmorgen reeds begonnen, toen ik een man van een slanken ligchaamsbouw en een gunstig voorkomen het vertrek zag binnentreden en onder ons plaats nemen. Hij luisterde met gespannen aandacht naar onze oefeningen, en zijn gelaat verried zulk een waarachtige belangstelling, dat ik naar hem toeging en hem verzocht om eens een hartig woordje tot de kinderen te willen rigten.Hij voldeed aan dit verzoek met blijkbaar genoegen,ging voor de banken der kinderen staan en hield eene eenvoudige toespraak, welke alle jeugdige hoorders aanstonds zoozeer boeide, dat de diepste stilte in het vertrek heerschte. Zijne taal was uitnemend schoon, en de toon waarop hij sprak, verried het diepste gevoel. Op de gezigtjes der kleinen, die hij rondom zich zag, stond somberheid te lezen, toen hij woorden van waarschuwing tot hen rigtte, maar zij werden spoedig opgeklaard, toen hij hun op de schoone toekomst wees, die hun wachtte. Een paar malen wilde hij met spreken ophouden, maar het dringend verzoek: »ga voort! och, ga voort!” dwong hem om den draad zijner rede weder op te vatten. Toen ik naar de gespierde ligchaamgestalte van den vreemdeling keek, en mijne aandacht vestigde op zijn gelaat, waarop vastberadenheid te lezen stond, gepaard aan gevoel ten gevolge van den indruk des oogenbliks, gevoelde ik eene onweerstaanbare nieuwsgierigheid om iets naders van hem te vernemen, en toen hij het vertrek verliet, verzocht ik hem, zijn naam te mogen weten. Hij antwoordde daarop vriendelijk: »Ik benAbraham Lincoln, vanIllinois.””
Abraham Lincolnwerd nu algemeen erkend als een van de bekwaamste, eerlijkste en meest besliste voorstanders van de republikeinsche partij. Zijne bekende populariteit alsmede zijne vroegere verdiensten wezen hem dan ook aan als den meest geschikten kandidaat van zijne partij voor de ophanden zijnde verkiezing van een President. Hij werd het eerst voor den hoogen post van President genoemd in de republikeinsche vergadering van den staatIllinois, waar een democraat uit het graafschapMacontwee keurig versierde palen aan de vergadering voorstelde, waarop de volgende woorden geschreven stonden:
»Abraham Lincoln, de houthakker, kandidaat voor het presidentschap in 1860. Dit zijn twee palen, welkein 1830 vervaardigd zijn doorThomas HanksenBram Lincoln, wiens vader de eerste pionnier in het graafschapMacongeweest is.”
Deze eigenaardige en geschikte zinnebeelden ter afbeelding van de eereposten, welke de Amerikaansche democratische instellingen aan de nederigste burgers aanboden, gaven aanleiding tot eene algemeene toejuiching.Lincoln, die bij dit tooneel toeschouwer was, werd dringend uitgenoodigd om eene redevoering te houden. Hij stond van zijne zitplaats op, erkende, dat hij dertig jaren geleden een houthakker geweest was, en zeide, dat men hem verzekerd had, dat die beide palen, welke men in de vergadering gebragt had, met zijne eigene bijl gehouwen waren.
In den herfst van 1859 hieldLincoln, tengevolge van uitnoodigingen, die hij uit verschillende staten gekregen had, verscheidene krachtige redevoeringen ten gunste der republikeinsche beginselen. Van een daarvan, welke hij op den 27stenFebruarij 1860 in hetCooper-Instituut teNew-Yorkhield, hebben wij reeds gesproken. Deze redevoeringen droegen slechts bij om de overtuiging te versterken, die zich sedert 1854 al meer en meer onder het volk verbreid had, datMr. Lincoln—»de brave Bram,” zoo als hij algemeen genoemd werd—de man was voor President, als het volk zijn kandidaat kon benoemen Toch waren er slechts weinigen, die dachten, dat hij werkelijk zou verkozen worden.
De republikeinsche nationale vergadering kwam op den 16denMei 1860 in de »Wigwam” inChicagobijeen. Niet minder dan tienduizend personen waren in dit gebouw tegenwoordig, terwijl eene digte volksmenigte den toegang daartoe versperde en zich in den omtrek ophield, daar zij niet meer in de zaal kon komen.
Op Donderdag morgen kwam de vergadering ten tien ure weder bijeen en bij de vaststelling der bepalingenwerd goedgevonden, dat eene meerderheid van stemmen voldoende zou zijn ter benoeming van kandidaten.
De commissie tot het nemen van besluiten gaf daarvan kennis, en deze mededeeling werd met geestdrift begroet, terwijl de ontzaggelijke menigte toeschouwers van hare zitplaatsen opstond en hare goedkeuring herhaalde malen door luide toejuichingen deed blijken.
Het was spoedig duidelijk geworden, dat de twee personen, die bij de verkiezing in aanmerking zouden komen, de heerenSewardenLincolnwaren. Er werd voorgesteld, dat de vergadering terstond tot de benoeming van kandidaten zou overgaan, doch het gevoelen, dat men dit tot den volgenden dag zou uitstellen, behield de overhand. Ware het voorstel om terstond tot de benoeming over te gaan goedgekeurd, dan is het meer dan waarschijnlijk, datSewardzou benoemd zijn, daar zijn persoon door de vergadering toen nog boven dien vanLincolnscheen gesteld te worden; doch gedurende den avond droegen verscheidene omstandigheden het hare bij om de verkiezing vanLincolnmeer en meer waarschijnlijk te maken. Er heerschte bij de volgende zitting der vergadering eene groote opgewondenheid, en de belangstelling van alle aanwezigen was buitengewoon.
Bij de eerste stemming verkreegSeward173½ stemmen tegen 102, welke opLincolnuitgebragt werden, terwijl de overige tusschen andere personen verdeeld waren. Bij de tweede stemming deelde de President der afgevaardigden vanVermont, wier stemmen eerst verdeeld geweest waren, mede: »De staatVermontbrengt zijne tien stemmen uit op den jongen reus van het Westen,Abraham Lincoln.” Men begon in de vergadering reeds te bemerken, wie de man der keuze zou zijn. Bij deze stemming kreegSeward184½ enLincoln181 stemmen; en bij de derde stemming vereenigden zich opLincoln230 stemmen, en dus bijna demeerderheid. Hierop deeldeMr. CartervanOhiomede, dat er doorOhiovier stemmen meer opMr. Lincolnzouden uitgebragt worden, hetgeen de opgewondenheid der vergadering ten top voerde. Daar nu de keus zeker was, beijverde de eene staat na den anderen zich om de eerste te zijn in het uitbrengen van zijne stemmen opLincoln. Het geheele getal stemmen, dat moest uitgebragt worden, bedroeg 466, waarvan er dus 234 noodig waren tot eene keuze.Drie honderd vier en vijftigvereenigden zich opAbraham Lincoln, die dus wettig verkozen was.
Toen de luide toejuichingen, waarmede deze benoeming begroet werd, eenigzins bedaard waren, tradMr. William Evartsvan de stadNew-Yorkte voorschijn en deed het voorstel, dat menLincolnnu met eenparige stemmen zou verkiezen. Dit voorstel werd ondersteund doorMr. AndrewsvanMassachusetts, en werd aangenomen, zonder dat er zich eene enkele stem tegen verhief.
De opgewondenheid, welke er op de benoeming volgde, deelde zich van de leden der vergadering aan de toehoorders, die zich binnen het gebouw verzameld hadden, mede en verspreidde zich van daar als een loopend vuurtje naar de volksmenigte, die buiten stond. Bij het einde der opmerkingen vanMr. Evartswerd er een levensgroot portret vanLincolnin de zaal gebragt en met een oorverdoovend gejuich begroet. Het gebouw dreunde van de juichkreten van de verheugde duizenden, die daarin verzameld waren, en die juichkreten werden door de menigte, die zich in de straten bevond, herhaald. Te midden van het gebulder van het kanon, het wapperen der vlaggen en de vrolijke toonen der militaire muziek, werd het berigt omtrent de volkskeuze langs de metalen draden met bliksemsnelheid vanMainetotKansas, overgebragt.
Men verhaalt het volgende omtrent de wijze, waaropMr. Lincolnzijne benoeming ontving:
Gedurende de zitting der vergadering bevond hij zich teSpringfield. Hij had het telegraafkantoor nog pas verlaten, nadat hij de uitslag der beide eerste stemmingen vernomen had, en was met eenige vrienden op het bureau van het »State Journal” in gesprek gewikkeld, toen de derde stemming aan den gang was. Binnen korten tijd werd de uitslag daarvan op het telegraafkantoor ontvangen. De generale opzigter, die aldaar juist tegenwoordig was, schreef op een strookje papier: »Mr. Lincoln! gij zijt bij de derde stemming benoemd,” en liet dit terstond door een jongen naarLincolnbrengen. Deze tijding werd in het bureau van het »Journal” met uitbundige toejuichingen begroet, maarLincolnsprak geen enkel woord. Hij stak het papier in zijn zak, stond op, en zeide, voor dat hij het vertrek verliet: »Er is beneden in dit huis eene vrouw, die dit wel graag zal willen weten. Ik zal dus naar beneden gaan om het haar te vertellen.”
De tijding van deze benoeming was zeer welkom aan hen, die tot de republikeinsche partij behoorden. Niet alleen erkenden zij inAbraham Lincolneen man van een onbesproken gedrag en eene onbevlekte eerlijkheid, maar ook iemand, in wien het waarachtig democratische element van het vrije Amerika leefde, een vriend der vrijheid, een voorstander van regt en billijkheid, en een edel, talentvol staatsman, uit het hart des volks gesproten. Zij stelden een onbepaald vertrouwen in hem, als in iemand, die geheel met hunne beginselen instemde. Bij den verkiezingsstrijd van 1840, toen generaalHarrisonverkozen werd was er meer leven gemaakt; maar de geestdrift van 1860 was redelijker en meer algemeen, en verried het vaste voornemen om zich door niets uit het veld te laten slaan, al mogt ook de magt der slavenhouders met eene geheele omverwerping bedreigd worden.
Het werkzaam aandeel, door de democratische vergaderingvanCharlestonin Zuid-Carolina, welke op den 23stenApril 1860 bijeenkwam, in de verkiezingen genomen, is een beslissend bewijs, dat deze staat den triumf der republikeinsche partijwenschte, ten einde de afscheiding der slavenstaten, waarvan reeds zoo lang sprake geweest was, eindelijk tot stand te brengen. De benoeming vanLincolntoch door de vrije staten schijnt hen aangespoord te hebben, om de meest overdrevene meeningen omtrent de instandhouding der slavernij uit te spreken, ten einde verdeeldheid in de rijen der democraten te bewerken, want als deze zich op één kandidaat vereenigd hadden, zou dit noodwendig de nederlaag der republikeinen ten gevolge gehad hebben. De ultra's der Zuidelijke politiek deden geene moeite om hunne bedreigingen van eene afscheiding te verbergen, ingeval de partij der vrije staten de overwinning behaalde, ofschoon de Noordelijke democraten in de vergadering niet konden gelooven, dat aan die bedreigingen ooit gevolg zou gegeven worden. Maar al had men dit ook meer algemeen geloofd, dan is het nog de vraag, of ditLincolnin de volksgunst zou hebben doen dalen. Want zij, die hem ondersteunden, stonden op den hechten grond van de door God gewilde gelijkheid van menschenregten. Zij waren vast in de overtuiging, dat de vrijheid voortaan haren schepter moest zwaaijen over hetgeheeleland, en dat de slavernij beperkt moest blijven tot die staten, welke door hare instandhouding reeds een vloek op zich geladen hadden.
De uitslag van de daarop volgende stemming in 1860 was, datMr. Lincoln491,275 stemmen meer ontving danMr. Douglas, 1,018,499 meer danMr. Breckinridge, en 1,275,821 danMr. Bell; en de afloop der stemming, dien ten gevolge door het Congres openbaar gemaakt, was, dat er het volgende aantal stemmen was uitgebragt:
De volgende staten bragten hunne stemmen opMr. Lincoln, uit:Maine, New-Hampshire, Vermont, Massachusetts, Rhode-Island, Connecticut, New-York, Pensylvanië, Ohio, Indiana, Illinois, Michigan,Iowa, Wisconsin, MinnesotaenCalifornië,—dus in het geheel zestien staten.
De bedoeling van het Amerikaansche volk met de benoeming vanAbraham Lincolntot zijn oppersten regent was, de uitbreiding der slavernij in de Territoriën te keer te gaan en hare magt te vernietigen, daar deze bestendigd dreigde te worden. De gevolgen van die benoeming zijn geheel anders geweest, dan men zich had voorgesteld. Mogelijk zou de Noordelijke bevolking zich meer door hare vrees dan door hare overtuiging hebben laten leiden, als zij had kunnen vooruitzien, dat de waanzinnigheid van het Zuiden ten toppunt zou stijgen in den vreeselijken strijd, die het geheele land geteisterd heeft; maar kan erthansnog twijfel bestaan, nu de afloop der bloedige worsteling tusschen vrijheid en slavernij reeds duidelijk te zien is, dat zij het middel geweest is tot bereiking van hoogere doeleinden,—dat de uitslag van den verkiezingsstrijd van 1860 eene zaak was, die door de Voorzienigheid ten beste gekeerd is?
Hij, wiens doen enkel majesteit is, heeft volken zoowel als personen in zijne hand; en dat Hij toegelaten heeft, dat de gebeurtenissen van 1860–1861 tot een burgeroorlog aanleiding gegeven hebben, dit moet wel met de een of andere goddelijke bedoeling geschied zijn. Eenige geslachten later zal de wereld met verwondering en ontzetting staren op de verschrikkelijke vuurproef,welke de Unie doorgestaan heeft, maar als zij dan als de vrucht van dien strijd mag beschouwen een volk van vrije menschen, die beven bij de gedachte aan de misdaden hunner vaderen, door het koopen en verkoopen van menschen vleesch en bloed gepleegd,—dan zullen toch die offers als niet te groot beschouwd worden.
1)DezeCalhounmoet niet verward worden met den ijveraar voor de instandhouding der slavernij,John C. Calhoun, uit Zuid-Carolina.
1)DezeCalhounmoet niet verward worden met den ijveraar voor de instandhouding der slavernij,John C. Calhoun, uit Zuid-Carolina.
2)Behalve de zes en dertig staten, waaruit de Unie bestaat, behoort tot de Vereenigde Staten nog eene groote strook lands, die zich tot aan de Stille Zee uitstrekt. Deze strook lands wordt verdeeld in negen districten, "Territoriën” genaamd. Ofschoon deze Territoriën eene ontzaggelijke oppervlakte beslaan, bevatten zij in 1860 slechts eene blanke bevolking van 220.149 zielen. Zij worden inzonderheid bewoond door wilde Indiaansche volksstammen. Zij staan onder het toezigt van het Congres, maar iedere Territorie kan eerst in de Unie als Staat opgenomen worden op dezelfde voorwaarden als de overige Staten, wanneer zij namelijk eene blanke bevolking verkregen heeft, voldoende tot het zenden van één vertegenwoordiger op het Congres, namelijk van 124.000 zielen. Sedert de aanneming van de Constitutie door de dertien oudste staten, zijn er drie en twintig nieuwe uit deze Territoriën ontstaan. Deze hebben ook de Constitutie aangenomen en zijn integrerende bestanddeelen der Unie geworden, die dus in het geheel uit zes en dertig staten zamengesteld is, terwijl er nog negen Territoriën overblijven. Voor elk dezer Territoriën wordt een gouverneur door den President benoemd, terwijl ook andere ambten door dezen begeven worden. De Constitutie en de wetten der Vereenigde Staten hebben dezelfde kracht binnen de grenzen der Territoriën als overal elders in de Vereenigde Staten. Elke Territorie zendt een afgevaardigde naar het Lagerhuis van het Generaal-Congres, die geregtigd is om het woord te voeren over alle aangelegenheden, waarin de Territoriën betrokken zijn, maar niet geregtigd is om zijne stem in het Huis uit te brengen.
2)Behalve de zes en dertig staten, waaruit de Unie bestaat, behoort tot de Vereenigde Staten nog eene groote strook lands, die zich tot aan de Stille Zee uitstrekt. Deze strook lands wordt verdeeld in negen districten, "Territoriën” genaamd. Ofschoon deze Territoriën eene ontzaggelijke oppervlakte beslaan, bevatten zij in 1860 slechts eene blanke bevolking van 220.149 zielen. Zij worden inzonderheid bewoond door wilde Indiaansche volksstammen. Zij staan onder het toezigt van het Congres, maar iedere Territorie kan eerst in de Unie als Staat opgenomen worden op dezelfde voorwaarden als de overige Staten, wanneer zij namelijk eene blanke bevolking verkregen heeft, voldoende tot het zenden van één vertegenwoordiger op het Congres, namelijk van 124.000 zielen. Sedert de aanneming van de Constitutie door de dertien oudste staten, zijn er drie en twintig nieuwe uit deze Territoriën ontstaan. Deze hebben ook de Constitutie aangenomen en zijn integrerende bestanddeelen der Unie geworden, die dus in het geheel uit zes en dertig staten zamengesteld is, terwijl er nog negen Territoriën overblijven. Voor elk dezer Territoriën wordt een gouverneur door den President benoemd, terwijl ook andere ambten door dezen begeven worden. De Constitutie en de wetten der Vereenigde Staten hebben dezelfde kracht binnen de grenzen der Territoriën als overal elders in de Vereenigde Staten. Elke Territorie zendt een afgevaardigde naar het Lagerhuis van het Generaal-Congres, die geregtigd is om het woord te voeren over alle aangelegenheden, waarin de Territoriën betrokken zijn, maar niet geregtigd is om zijne stem in het Huis uit te brengen.
De beginselen der afscheiding.—De verkiezing vanLincolntot President.—De zamenzweerders.—De reis van den verkozen President vanIllinoisnaarWashington.—De inhuldiging.—De afscheiding der Zuidelijke Staten.—De gebeurtenissen van den oorlog.—Dood vanAbraham Lincoln.
DatAbraham Lincolnvoor de omverwerping der Constitutie was, door zich te bemoeijen met de slavernij in de staten, waar zij bestond, werd door de hevigste leiders der publieke meening in het Zuiden wijd en zijd verkondigd. In geen zijner redevoeringen of gesprekken, welkeLincolngedurende zijn gansche leven gehouden had, was dit beginsel uitgesproken of zelfs maar aangeroerd. Hij had de toeneming der slavernij en de noodlottige gevolgen, welke deze voor het land na zich zou slepen, wel met afkeer en vrees aangezien; maar de middelen, die hij wilde bezigen tot stuiting van het kwaad, bestonden alleen in het beperken van de slavernij binnen de grenzen van die staten, welke haar reeds bij hunne eigene staatsregeling gewettigd en in hun geheele stelsel ingeweven hadden.Hij had daarom met nadruk beweerd, dat het Congres het regt had om de uitbreiding der slavernij te verhinderenin die Territoriën, welke even vrij en onafhankelijk zijn, als de breede rivieren, die door hare wildernissen stroomen, of als de winden, die door hare bosschen gieren.
De Zuidelijken wisten dit, en zij wisten—velen hunner hadden het met ronde woorden uitgesproken—dat er niets inconstitutioneels in dergelijke begrippen en in de verbreiding daarvan gelegen was. Het plan, dat reeds sedert jaren in de harten der Zuidelijke ultra's gesluimerd had, was de omverwerping der Amerikaansche Unie en de vestiging van een slavenrijk op het vasteland van Noord-Amerika, en de volvoering van dit plan was de eigenlijke reden van hunne handelwijze. De verkiezing van Lincoln werd tot een voorwendsel gebruikt om zich af te scheiden, en als de hoofdreden opgegeven, waardoor »het hart der Zuidelijken in vuur en vlam gezet was.”
Het is daarom niet te verwonderen, dat de tijding der verkiezing vanLincolnaanleiding gaf tot levendige blijdschap en onverholen goedkeuring in verscheidene gedeelten van het Zuiden. Zij hadden voorwendsels gezocht, en hier werd er hun nu een aan de hand gedaan. Te vergeefs riep het Noorden uit: »Dat is onedelmoedig—onbillijk! Wij hebbenuwePresidenten, den een na den ander, gedurende het vierde eener eeuw geduld. Gij zultonsdus voor vier jaren wel willen vergunnen om den voorrang te hebben. Weest in allen gevalle redelijk. Beproeft het slechts! Wilt ten minste eenigen tijd afwachten, totdat gij kunt oordeelen, hoe de zaken gaan!” Hoe nu? dat lang gezochte, dat eindelijk gevondene voorwendsel tot den beslissenden slag en de oprigting van hun slavenrijk te laten varen—de proef te nemen met die republikeinsche voorstanders van de afschaffing der slavernij! Dat nooit! In één woord, de verkiezing vanLincolnwas nog geen maand geleden, of de geest van afscheiding, die er in Zuid-Carolinaheerschte, begon zich al meer en meer uit te breiden tot groote ontsteltenis van de Noordelijke bevolking der Vereenigde Staten.
Mr. Douglaswas de gunsteling geweest van de democratische vergadering, welke oorspronkelijk teCharlestonbijeengekomen was; doch de voorstanders van de slavernij waren er in geslaagd om de benoeming vanMr. Breckinridgetot kandidaat door te drijven, wel wetende, dat de verdeeldheid, die er op deze wijze onder hunne partij ontstaan was, niet anders dan de verkiezing van den republikeinschen kandidaat kon ten gevolge hebben. De beide partijen, waarin de democratische partij op deze wijze gesplitst werd, stonden in beginselen niet zoo ver van elkander, dat zij zich niet in de keuze vanMr. Douglashadden kunnen vereenigen, zonder hunne staatkundige meeningen geweld aan te doen, als het hun doel geweest was om de Unie in stand te houden.
Mr. Breckinridgevertegenwoordigde dat gedeelte der democratische partij, hetwelk de regtstreekschebeschermingvan de bezittingen der slavenhouders in de Territoriën eischte, al was deze ook in strijd met wetten, hetzij deze door het Congres, of door de bevolking der Territoriën zelve uitgevaardigd waren, welke inbreuk mogten maken op hun verkregen regt van eigendom op menschelijke wezens.
Mr. Douglasintegendeel vertegenwoordigde de theorie, dat de inwoners der Territoriën het volkomenste regt hadden om te beslissen, of zij de slavernij op hunnen grond wilde dulden of niet.
Terwijl dus de republikeinen het regt van het Congres handhaafden om de slavernij in de Territoriën tebeletten, en de zuidelijke democraten alleen het regt van het Congres erkenden, om de slavernij in die Territoriën tebeschermen, maar niet om haar teverhinderen, stondMr. Douglasbij de keuze van een Presidentzoowel tegenoverMr. Lincolnals tegenoverMr. Breckinridge.
De aanhangers vanJohn Bellbestonden eenvoudig uit die weinigen, welke zich bij geen der bestaande partijen wilden aansluiten, en die geen bepaalde meerlingen omtrent de hoofdzaken te berde bragten.
De verschillende deelen des lands hadden gelijken ijver bij de verkiezingen aan den dag gelegd. En even als vroeger waren de partijen, die zich voorLincoln, BellenDouglasverklaard hadden, ofschoon zij ook wenschten, dat hun kandidaat verkozen werd, toch volkomen gezind om in de overwinning te berusten, aan welke zijde zij ook wezen mogt. Maar de democraten, die voorBreckinridgewaren, hadden zich tot den strijd begeven met de bepaalde bedoeling om »alleen in den uitslag te berusten, in geval deze hun de overwinning aangebragt had.” De verkiezing van den republikeinschen kandidaat—welke zij door hunne eigene handelwijze hoofdzakelijk bevorderden—moest het sein tot den opstand zijn.
Toen de afscheidings-storm na den 6denNovember in het Zuiden begon op te steken, duurde het niet lang, of het volk ontdekte, dat er zelfs in het kabinet van den aftredenden President,Mr. Buchanan, mannen gevonden werden, die reeds sedert lang in verbindtenis met de verraders gestaan hadden en die nu bereid waren om hun al die hulp te verleenen, welke in hunne magt stond. Waarschijnlijk stond aan het hoofd van henJohn B. Floyd, Secretaris3)van Oorlog, wiens schandelijk weefsel van leugen en bedrog voor een korten tijd, ofschoon met moeite, verborgen gehouden is. Het is dus niet te verwonderen, dat,—toen generaalScottaan den President en den Secretaris van Oorlog een brief schreef, waarin hij zijne vrees te kennengaf, dat de secessionisten enkele van de vestingen der federalen in de zuidelijke staten zouden innemen, en er op aandrong, dat die vestingen onmiddellijk versterkt zouden worden, ten einde zulk eene ramp te voorkomen—die verraderFloydzijn uiterste best deed om dit plan tegen te werken, daar, wanneer het volvoerd werd, de zamenzweering misschien wel geheel zou mislukt zijn. Een later officieel rapport van het Departement van Oorlog bewijst, »dat, gedurende het jaar 1860, envóórde verkiezing van een President, honderd vijftien duizend geweren uit noordelijke tuighuizen zijn verdwenen en naar zuidelijke arsenalen gezonden, op een bevel van den Secretaris van Oorlog, gedagteekend van den 30stenDecember 1859.” Op deze wijze werden de tuighuizen der zuidelijke staten door dienFloydgevuld, ofschoon hij wist, dat het doel was om ze tegen de wetten en de constitutie te gebruiken, terwijl die trouwelooze dienaar de noordelijke staten daardoor tevens beroofde van het materiaal om hunne burgers te wapenen tot instandhouding der Unie.
Dit verraad werd opgevolgd door eene bijna even schandelijke handeling vanJohn S. Black. Deze gaf op den 20stenNovember 1860 in antwoord op de vragen vanMr. Buchananals procureur-generaal (en als verdediger van de regten van den staat, mogen wij er wel bijvoegen) zijne meening te kennen, dat het Congres zelfs niet bij magte was om eene schending van de Constitutie te beletten door den oorlog aan eenigen staat te verklaren, en het werd al spoedig duidelijk, dat het uitvoerend bewind zich overeenkomstig deze theorie zou gedragen.
De wetgevende vergadering van Zuid-Carolinamaakte een begin met de afscheiding, toen dit staatsligchaam in November 1860 eene oproeping uitvaardigde tot eene staatsvergadering, die op den 17dender volgende maand teColumbiazou gehouden worden.Francis W. Pickens,die op den 10dentot gouverneur verkozen werd, verklaarde in zijne inwijdingsrede bepaaldelijk, dat Zuid-Carolinabesloten had om zich af te scheiden, omdat »bij de jongste verkiezing van een President en Vice-President, het Noorden te werk gegaan was volgens beginselen, welke verhinderen, dat wij ons langer veilig kunnen verlaten op de magt der federale regering of op de waarborgen van het federale kontrakt.” Al was die verklaring ook onwaar, zoo was zij toch ondubbelzinnig, in zooverre zij de gebeurtenissen, die te wachten stonden, vooraf aankondigde. De vergadering werd op den eersten dag harer zitting vanColumbianaarCharlestonverlegd, en op den 20stenDecember werd er eene wet uitgevaardigd, waarbij de wet van 1788, waardoor de federale Constitutie bekrachtigd was, met algemeene stemmen herroepen en de band van vereeniging, die er tusschen Zuid-Carolinaen de Vereenigde Staten bestond, verbroken werd.
Zuid-Carolinawas dus de eerste staat, die een besluit tot afscheiding nam. Wat den genoemden staat betreft, was die afscheiding de vrucht van meer dan twee menschengeslachten. En de ontdekkingen, die sedert gedaan zijn, hoe onvolkomen zij betrekkelijk ook wezen mogen, bewijzen toch ten duidelijkste, dat de geheele afscheiding het werk was van enkele raddraaijers en zamenzweerders, die hun hoofdkwartier in de hoofdstad der Unie hadden en zelven naauw met de regering der Vereenigde Staten in verband stonden.
Op eene geheime bijeenkomst van deze zamenzweerders, die op den5denJanuarij 1861 gehouden werd en waarbij verscheidene zuidelijke senatoren tegenwoordig waren, werd er bepaald, »dat iedere Zuidelijke staat zich zoo spoedig mogelijk van de Unie zou afscheiden; dat er eene vergadering van de vertegenwoordigers der afgescheidene staten teMontgomeryinAlabamazou gehouden worden, en dat wel niet later dan op den15denFebruarij; en dat de senatoren en de leden van het Congres uit de Zuidelijke staten hunne zetels zoo lang mogelijk zouden blijven innemen, ten einde al die maatregelen te keer te gaan, welke teWashingtonten nadeele der afgescheidene staten mogten voorgesteld worden.”DavisuitMississippi, SlidelluitLouisianaenMalloryuitFloridawerden tot eene commissie benoemd om deze besluiten ten uitvoer te brengen; en in gevolge daarvan dienden vijf staten eene acte van afscheiding in:Mississippiop den 9denJanuarij,AlabamaenFloridaop den 11denJanuarij,Louisianaop den 26stenJanuarij, enTexasop den 5denFebruarij. Al deze handelingen zoowel als die, welke er later op volgden, waren eenvoudig het uitvloeisel van de voorschriften van dat geheime verbond van volksleiders, dat reeds lang het besluit tot eene afscheiding genomen had.
Ofschoon de wetgevende vergaderingen van deze afgescheidene staten overeengekomen waren om geenerlei wet van afscheiding uit te vaardigen, zonder haar door het volk te doen bekrachtigen, werd de zaak bijna in geen enkele daarvan aan de beslissing des volks overgelaten. Overeenkomstig het genomen besluit werden door alle wetgevende vergaderingen afgevaardigden naarMontgomerygezonden, alwaar op den 4denFebruarij eene bijeenkomst gehouden werd. Daarop werd eene voorloopige constitutie aangenomen, die een jaar lang van kracht zou zijn, en onder deze constitutie werdenJefferson Davistot President enAlexander H. Stephenstot Vice-President van de pas gevormde Zuidelijke confederatie benoemd. Zij werden op den 18dendier maand in hunne ambten geïnstalleerd.
De politiek, waartoe men voorloopig besloot, was, eenstatus quote handhaven, totdat het Presidentschap vanMr. Buchananten einde zou zijn. Men gevoelde toch, dat men vanhemniets te vreezen had, en hoopte de nieuwe regering door eene plotselinge tentoonspreidingvan magt de nieuwe regering vrees aan te jagen en alle dwangmaatregelen, welke zij in den zin mogt hebben, te beletten.
De zamenzweerders waren intusschen druk in de weer met het maken van toebereidselen tot een mogelijken oorlog. Het Zuiden was onophoudelijk bezig met het maken van krijgstoerustingen, en de vervaardiging van wapenen werd met ijver voortgezet.
Wij kunnen hier slechts vlugtig gewagen van al die gebeurtenissen, welke zoo naauw met de levensgeschiedenis vanLincolnzamengeweven zijn.
Bij al hun snoevend zelfvertrouwen, bij al hunne verachting van den moed der Noordelijken, bij al hunne weidsche beloften voor de toekomst, hebben de raddraaijers van den opstand toch ééne noodlottige vergissing begaan, één onoverkomelijk beletsel voor den gunstigen uitslag hunner zaak voorbijgezien: zij vergaten de kracht, de eerlijkheid, den onoverwinnelijken moed vanAbraham Lincoln. Het moge zijn, dat juist zijne eenvoudigheid van hart hem te ongeloovig maakte omtrent de diepte van de boosaardigheid zijner tegenstanders; maar toen hij geheel met hunne listigheid bekend was, ontdekten zij, dat zij zich misrekend hadden, toen zij meenden, dat de verzoenende politiek, tot dus verre door hem gevolgd, een uitvloeisel van vreesachtigheid was.
Vergeefsche pogingen tot eene minnelijke schikking kenmerkten de eerste maanden van het nieuwe jaar in de hoofdstad des lands. Het Congres wendde pogingen aan om de woedende elementen der afscheiding tot rust te brengen. De vredesconferentie zwaaide haren olijftak,—doch te vergeefs. Er was slechts één ding, dat de Zuidelijken verlangden, en dat was afscheiding. Daarom werden geenerlei voorwaarden, welke van den kant de republikeinen behoudenshunne eer konden voorgesteld worden, aannemelijk geacht. De voorstanders van de uitbreiding der slavernij verlangden deonafhankelijkheid van het Zuiden, zelfs ten koste van een oorlog.
Lincolnhad sedert den dag zijner benoeming een opmerkelijk stilzwijgen bewaard. Hij verlietSpringfieldop den 11denFebruarij 1861, en werd door eene groote menigte zijner stadgenooten tot aan het station van den spoorweg vergezeld. Hij zeide hun met weinige woorden vaarwel en begaf zich op reis.
Op den avond na zijne aankomst teIndianapolishield hij eene rede tot de leden der Wetgevende Vergadering, die hem aan zijn logement in corps hunne opwachting kwamen maken. Deze rede was vooral belangrijk, omdat hij zich daarin voor de eerste maal sedert zijne verkiezing over staatszaken uitliet.
Nadat hij hier eenige uren doorgebragt had met het verleenen van audiëntie aan verschillende personen en corporatiën, begaf hij zich naar zijne kamer. Men hield het er algemeen voor, dat hij door de overgroote inspanning vermoeid was, maar hij was al spoedig op weg naarWashington. Allerwege in het land werd de grootste verwondering aan den dag gelegd over deze vlugt bij nacht, en de vijanden der nieuwe regering trachttendeze overhaaste en geheime reis vanHarrisburgnaar de hoofdstad des lands in een belagchelijk daglicht te stellen. Maar de ontdekkingen, die later gedaan werden, regtvaardigden de voorzorg, die de nieuwe President genomen had, ten volle. Reeds vóór zijn vertrek uitIllinoiswas er een gerucht in omloop gekomen, dat het hem niet zou gelukken omWashingtonlevend te bereiken. En werkelijk werd er op den 11denFebruarij, bij het begin zijner reis, eene poging aangewend om den trein, waarmede hij reisde, aan te houden, en toen hijCincinnativerliet, werd de ontdekking gedaan, dat er een grenaat in den wagen verborgen geweest was. Deze en andere omstandigheden leidden tot nasporingen der policie, welke bewezen, dateene kleine bende moordenaars, onder aanvoering van een Italiaan, die den naamOrsiniaangenomen had, zich vereenigd had met het bepaalde doel om hem bij zijn doortogt doorBaltimorevan het leven te berooven. Om deze redenen volgde hij den raad van generaalScott, Mr. Sewarden andere vrienden, en vertrok, in een Schotschenplaid, muts en mantel gehuld, met een buitengewonen trein vanHarrisburgnaarPhiladelphia, en van daar met den gewonen nachttrein naarBaltimoreenWashington, zoodat hij de hoofdstad des lands in den morgen van Zaturdag, den 23stenFebruarij, reeds in de vroegte bereikte. Nu begon men te dreigen, dat de verkozen President nimmer zou ingehuldigd worden.
De onverwachte aankomst vanLincolnteWashingtonbaarde allerwege verwondering. Er waren op groote schaal toebereidselen tot zijne ontvangst gemaakt; deMayorhad een adres van gelukwensching en verwelkoming opgesteld; de soldaten hadden nieuwe uniformen gekregen en hunne wapenen gepoetst, de beide Huizen van het Congres zouden hem en corps verwelkomen, en »de verwachte man” was het algemeene onderwerp der gesprekken. Alle gemaakte toebereidselen werden echter verijdeld, want hij kwam in hun midden als een onverwachte gast. Toen het bekend werd, dat hij zich in de stad bevond, werd zijn hôtel door eene groote menigte omsingeld, daar allen verlangend waren om een woord te wisselen met den man, die het lot der republiek ten goede of ten kwade kon keeren. Maar hij was voor niemand te spreken. Ten elf ure bragt hij, in gezelschap vanMr. Seward, een bezoek aanMr. Buchanan. De verwondering van den bewoner van het »Witte Huis” was groot, maar toch begroette hij zijn opvolger met de meeste hartelijkheid. Daar er juist een kabinetsraad gehouden werd, begafMr. Lincolnzich naar het vertrek, waar dit plaats had,tot groote verwondering en blijdschap van al de leden van het kabinet. Hij legde een bezoek bij generaalScottaf, doch vond dezen niet te huis. Zoo brak de republikeinsche President terstond met alleofficiëeleformaliteiten, en gaf een goed voorbeeld van republikeinsche eenvoudigheid van manieren en van vriendelijkheid.
Gedurende het overige van den dag verleende hij gehoor aan allen, die hem kwamen bezoeken. Alle partijtwisten schenen vergeten, en democraten wedijverden met republikeinen om bij den nieuwen President hunne opwachting te maken. Alleen de zuidelijke ultra's bleven achterwege: zij hadden geen woord van gelukwensching voor den man, die—men gevoelde het—zonder vrees zou regeren en zich getrouw betoonen aan zijn eed om »de Constitutie en de wetten te handhaven.”
Des avonds ontvingMr. Lincolnde leden van het »Vredes-congres.” Het geheele corps werd aan hem voorgesteld, en een aangenaam uur doorgebragt met wederzijdsche begroeting en kennismaking, waarbij niet de minste stijfheid heerschte. Hiermede werd de eerste dag van het verblijf van den nieuwen President in de hoofdstad besloten.
Spoedig daarop moest hij het doornige veld der regering betreden. Er moest een kabinet zamengesteld, er moesten ministers benoemd, er moesten politieke beginselen blootgelegd worden. De korte tusschenruimte van tien dagen, die vóór zijne inhuldiging verliepen, behoorde tot de moeijelijkste dagen van zijn leven; want de verzoeken van personen om eereposten, de regeling van strijdige belangen, de begeving van posten, waartoe eene bijzondere bekwaamheid vereischt werd,—dat alles behoorde tot die kleine lasten, aan het bestuur des lands verbonden, welke maakte, dat dit juk alles behalve gemakkelijk te dragen was.
De 4deMaart 1861 was een schoone dag, en de gebeurtenis, die daarop zou plaats hebben, had eene menigte menschen naarWashingtondoen toestroomen, waarbij iedere staat ruim vertegenwoordigd was. In den senaat droeg de Vice-PresidentBreckinridgezijne betrekking met eenige hoffelijke woorden aan zijn opvolger, den Vice-PresidentHamlin, over; de plaatsen, voor de vertegenwoordigers van vreemde mogendheden bestemd, werden al spoedig ingenomen door de verschillende ministers, die in gala-kostuum gekleed en met hunne verschillende ridderorden versierd waren. De regters van het Hooge Geregtshof kwamen vervolgens de zaal binnen. Toen de vergadering vernam, datMr. Lincolnhet gebouw binnen getreden was, begaven allen zich naar de oostelijke gaanderij van het kapitool, waar eene tribune opgerigt was, en waarvoor eene groote menigte, zeker wel uit dertig duizend menschen bestaande, zich verzameld had. De verkozene President werd door den SenatorEdward D. Baker, vanOregon, aan hen voorgesteld, te midden van het gejuich der opgewondene volksmenigte. Toen de stilte hersteld was, lasMr. Lincolnmet eene duidelijke stem de inwijdingsrede voor.
Dit stuk is misschien het belangrijkste document van dien aard, dat tot hiertoe in Amerika geleverd is. De steller daarvan kon blijkbaar nog niet gelooven, dat de misnoegdheid der Zuidelijke staten reeds zoolang bestaan had, en meende de Zuidelijken tevreden te kunnen stellen door hen terug te brengen van hunne dwaalbegrippen omtrent de gevoelens die in het Noorden heerschende waren en hun gerustheid in te boezemen omtrent de wijze, waarop hij het land voortaan zou besturen. Deze toon van verzoening, welwillendheid en gematigdheid was een hoofdtrek in deze toespraak. De ambtseed werd hem toen afgenomen door den President van het GeregtshofTaney, waarop hij zich in gezelschapvan den gewezen PresidentBuchanannaar het »Witte Huis” begaf.
De inwijdingsrede werd in de getrouw geblevene Staten met algemeene instemming ontvangen, en over het algemeen ook in de zoogenoemde grensstaten. Doch in de laatstgenoemde staten waren er, even als in het Zuiden, duizenden gereed om daarvan eene verkeerde voorstelling en uitlegging te geven. Er werden dan ook allerlei pogingen aangewend om in de grensstaten het denkbeeld veld te doen winnen, dat de inwijdingsrede moest dienen tot eene bedekte oorlogsverklaring aan de Zuidelijke staten, en die pogingen bereikten haar doel bij velen.
De eerste handeling van den President was, een kabinet zamen te stellen door de benoeming vanWilliam H. Seward, uitNew-York, tot Secretaris van Staat; vanSalmon P. Chase, uitOhio, tot Secretaris van Financiën; vanSimeon Cameron, uit Pensylvanië, tot Secretaris van Oorlog; vanGideon Welles, uitConnecticut, tot Secretaris van Marine; vanCaleb B. Smith, uitIndiana, tot Secretaris van Binnenlandsche Zaken; vanMontgomery Blair, uitMaryland, tot Directeur-generaal der Posterijen; en vanEdward Bates, uitMissouri, tot Procureur-generaal. Nadat de Senaat al deze benoemingen bekrachtigd had, maakten de genoemde heeren terstond een begin met hunne werkzaamheid bij de verschillende departementen.
Het Zuiden had zich met den meesten ijver tot den oorlog toegerust, het Noorden hoopte nog op de voortduring van den vrede en had geene toebereidselen hoegenaamd gemaakt. WaarlijkMr. Buchananschijnt het schip van den Staat als een wrak aan zijn opvolger overgegeven te hebben.Mr. Lincolnvond alle departementen der regering niet alleen in een toestand van wanorde, maar het schadelijke begrip was met opzet verspreid, dat de regering des lands niet bij magte wasom de wetten in al hare kracht toe te passen. Vandaar hielden zelfs de ambtenaren der regering de wetten niet langer in eere, daar zij toch geene magt hadden om het volk tot gehoorzaamheid daaraan te dwingen.
Op den 12denMaart vertoonden zich twee heeren,John Forsyth,uitAlabama, enCrawford, uitGeorgia, die zich »afgevaardigden” van de Zuidelijke confederatie noemden, teWashingtonmet het doel om te onderhandelen over eene bijlegging van alle kwestiën, die er tusschen de »beide regeringen” bestonden. Te dien einde verzochten zij om audiëntie bij den Secretaris van Staat, welke hun geweigerd werd, daar het niet als geldig beschouwd kon worden, dat de staten, die zij vertegenwoordigden, zich wettig of feitelijk aan de Federale Unie onttrokken hadden, want dat zij dit alleen konden doen met toestemming en bewilliging van de bevolking der Vereenigde Staten, te geven door eene nationale vergadering, bijeen te roepen overeenkomstig de bepalingen van de»Constitutie der Vereenigde Staten.” Deze mededeeling werd op den 15denMaart gedaan, maar met de toestemming der afgevaardigden zelve geheim gehouden tot op den 8stenApril, toen zij openbaar gemaakt werd. Toen de zaak teCharlestonbekend werd, vond men daarin eene aanleiding om het treurspel van het fortSumterte verhaasten, hetwelk, naar men meende, de geheele Zuidelijke bevolking als een eenig man tegen het Noorden zou doen opstaan.
Diensvolgens werd aan GeneraalBeauregard, den kommandant van het leger der geconfedereerden teCharleston, de last opgedragen om de overgave van hetfort Sumterte eischen, rondom hetwelk de rebellen langzamerhandzulkeen sterk cordon van batterijen opgeworpen hadden, dat eene bestorming, in geval van eene weigering, noodwendig moest slagen. GeneraalBeauregarddeed dien eisch dan ook op den 11denApril; maar MajoorAnderson, de kommandant van het fort, gafdaarop terstond ten antwoord, »dat zijn gevoel van eer en zijne verpligtingen ten opzigte zijner regering hem verhinderden om in dien eisch te bewilligen.” Er werd nog verder over die zaak gecorrespondeerd, maar de standvastige, getrouwe krijgsman kon niet aan het wankelen gebragt worden in zijn plan om het hem toevertrouwde fort te verdedigen en het niet eer over te geven, voordat het in puin geschoten was.
Het is niet noodig om breedvoerig te spreken over de gevangenneming vanAndersonen zijn handvol manschappen door de vereenigde legermagt van Zuid-Carolinaen de overige afgescheidene staten. Op den 12denApril werd het vuur geopend, en het fortSumterwerd zoolang gebombardeerd, dat het viel, terwijl de formele overgave en ontruiming daarvan op Zondag morgen, den 14denplaats had.
De slag was eindelijk toegebragt, het dreigende onweder losgebarsten. De olijftak, door het Noorden en door de Unie aangeboden, was met voeten getreden. De oorlog was niet alleen verklaard en door het Zuiden doorgedreven, maar reeds werkelijk begonnen; het zwaard was niet alleen dreigend opgeheven, maar het blanke lemmer was roodgekleurd met broederbloed. Wat bleef er nu voor het Noorden over? Eenvoudig wat er volgde—oorlog; oorlog voor de wetten, voor de constitutie, voor het behoud der natie—oorlog voor eer en vrede. Het land had tot dusverre alles met kalmte verdragen—maar nu was de maat tot overvloeijens toe vol, de broederhand was rood van broederbloed, en het Noorden, dat als een eenig man naar de wapenen greep, deed de gedwongene keus van een oorlog, die hun zoo onverwachts op het lijf gevallen was. In dezen gevaarvollen toestand was het waarlijk gelukkig voor de Unie, voor de vrijheid en voor de beschaving, dat het Noorden dien volksman aan het hoofd had, wiens geest in den grooten strijd des levens gehard was—Abraham Lincoln.
Op den dag na de ontruiming van hetfort Sumter, werd die beroemde oproeping gedaan, om een leger van 75,000 man ter onderdrukking van den opstand op de been te brengen, eene oproeping, die in het geheele land eene ontzaggelijke geestdrift te weeg bragt. Iedere staat, die nog aan de Unie getrouw gebleven was, beantwoordde daaraan terstond en leverde een groot getal zijner zonen ter verdediging des vaderlands. Kort na de uitvaardiging der proclamatie rukten de legerscharen der Unie reeds op de hoofdstad aan. Het waren echter donkere dagen, die er in dien tusschentijd verliepen: want ieder uur stond er een aanval opWashington, hetzij van Virginië of vanMaryland, te vreezen en de kleine legermagt van vrijwilligers, die generaalScottuit het district had kunnen bijeenbrengen, was slechts eene zwakke verdediging. In dit moeijelijk tijdsgewricht begaven hem de hoop, de moed en het vertrouwen op den man, die aan het hoofd der zaken stond, geen enkel oogenblik. En kort daarop kwam het dappereNew-Yorksche zevende regiment in de hoofdstad aan en bragt door zijne aanwezigheid licht in de duisternis. Het zesde vanMassachusettsvolgde—het eerste regiment, als er sprake is van roem, daar het zijn bloed voor het vaderland vergoten, en zich al vechtende een weg gebaand heeft door de zuidelijke drommen vanBaltimore.