Een generaal der geconfedereerden.DeDolfijnwas bij zijne aankomst door eene tallooze menigte met gejuich begroet. De inwoners van Charleston waren geene Europeesche schepen meer gewoon. En toen zij nu hoorden waarom deDolfijnde engte van Sullivan doorgedrongen was, kwam er aan het juichen geen eind.Zonder een oogenblik tijd te verliezen, stelde de kapitein zich in betrekking tot den militairen kommandant, generaal Beauregard. Deze ontving hem met groote blijdschap en weldra waren tallooze handen aan het werk om het schip te lossen.Eer Playfair van boord ging, had hij van Jenny de krachtigste aanbevelingen ten behoeve van haren vader ontvangen.»U kunt op me rekenen, juffrouw Jenny,” had hij geantwoord; »’k zal het onmogelijke doen om uw vader te bevrijden; ’k zal generaal Beauregard zelf spreken en zonder hem ronduit de invrijheidstelling van uw vader te vragen, zal ik wel te weten komen in welken toestand hij verkeert en of hij op zijn woord van eer zich vrij bewegen kan.”»Mijn arme vader,” antwoordde Jenny zuchtende. »Hij zal niet denken dat zijn dochter zoo dicht bij hem is. Kon ik maar in zijne armen vliegen!”»Geduld, juffrouw Jenny; weldra zult u uw vader omhelzen, hoop ik. ’k Zal met den meesten ijver uw zaak behartigen, maar tevens bedachtzaam en voorzichtig zijn.”Toen Playfair derhalve de zaken voor zijn Huis met het beste gevolg had afgedaan, begon hij met den generaal een gesprek over de zaken van den dag.»En u gelooft dus nog aan het zegevieren van uw zaak?” vroeg hij.»’k Twijfel er geen oogenblik aan. Al maakten de Noordelijken zich van onze Staten meester, ze kunnen er toch nooit komen wonen. Al overwonnen ze, dan zouden ze nog maar verlegen met hunne verovering zijn.”»En zijt u zeker van uw soldaten?” vroeg Playfair; »vreest u niet dat Charleston een beleg zal moede worden dat de stad ten ondergang sleept?”»Neen; ’k vrees geen verraad, ’k zou de verraders onmiddellijk laten ophangen en de stad zelf in brand steken, indien ’k de minste unionistische beweging bespeurde. Jefferson Davis heeft me de stad toevertrouwd en ’k zal haar bewaren.”»Hebt u ook gevangenen van de Noordelijken?”»Ja wel, kapitein; want hier in Charleston is de scheuring het eerst feitelijk uitgebarsten. De Noordelijken die hier waren, hebben nog weerstand willen bieden, en die zijn hier gevangen gebleven nadat ze verslagen waren.”»Zijn er veel?”»Honderd ongeveer.”»Vrij in de stad?”»Dat waren ze totdat ik een samenzweering onder hen ontdekt heb. Hun aanvoerder had betrekkingen met de belegeraars zien aan te knoopen. ’k Heb derhalve die gevaarlijke gasten moeten opsluiten, en verscheidene van die Noordelijken krijgen een kogel door den kop.”»Wat! worden ze gefusilleerd?”»Ja, en hun aanvoerder het eerst. Die is een gevaarlijk persoon in eene belegerde stad. ’k Heb zijne in beslag genomen brieven naar Richmond ópgezonden, en eer we acht dagen verder zijn, is zijn lot onherroepelijk beslist.”Jenny stond op de kampanje. Bladz. 239.Jenny stond op de kampanje. Bladz.239.»Hoe heet die man?” vroeg Playfair, op volmaakt onverschilligen toon.»Jonathan Halliburtt, een woedende abolitionist.”»Die arme kerel!” antwoordde James, zijne aandoening verbergende; »’k beklaag hem toch. En houdt u het voor zeker dat hij doodgeschoten zal worden?”»Zeer zeker. Maar wat is er tegen te doen. Oorlog is oorlog en men moet zich verdedigen.”»Enfin; ’t raakt me niet,” antwoordde de kapitein, »en ’k ben al ver weg als de executie plaats heeft.”»Hoe, zoo spoedig reeds?”»Ja, generaal, zoodra ’k mijn lading katoen in heb, ga ik in zee. ’k Ben te Charlestown gekomen, maar ’k moet er weer uit ook. DeDolfijnis een goed schip; hij kan het tegen alle noordelijke schepen volhouden in zijn vaart, maar hij kan geen honderdponders op een afstand houden, en één kogel zou mijn geheelen handel bederven.”»Nu, ’k kan u geen raad geven. U handelt naar uw beroep en u hebt gelijk. Bovendien is ’t te Charlestown alles behalve aangenaam en een reede waar het drie dagen van de vier bommen regent, is geen veilige plaats voor een schip. Zeg me nog één ding. Hoeveel en wat voor soort van noordelijke schepen kruisen er voor Charlestown?”James Playfair beantwoordde de vragen van generaal Beauregard zoo goed mogelijk, waarna hij zijn afscheid nam en in sombere stemming naar denDolfijnterugkeerde.»Wat zal ’k aan Jenny zeggen,” dacht hij, »moet ik haar met den vreeselijken toestand waarin haar vader verkeert bekend maken? Of zou ’k haar de gevaren die hem dreigen verzwijgen? Het arme kind!”Hij was nog geen vijftig passen van het huis des generaals verwijderd, toen hij tegen Crockston aanliep. De wakkere Amerikaan had hem opgewacht.»Nu, kapitein?”James Playfair keek Crockston strak aan en deze begreep dat hij hem niets goeds te zeggen had.»Hebt u Beauregard gezien, kapitein?”»Ja.”»En hebt u hem over den heer Halliburtt gesproken?”»Neen, hij heeft me over hem gesproken .... ’k kan wel alles zeggen, Crockston.”»Alles, kapitein.”»Nu dan, Beauregard heeft me gezegd dat de heer Halliburtt over acht dagen wordt doodgeschoten.”Ieder ander dan Crockston zou bij die tijding in woede uitgebarsten zijn, of zich aan eene hopelooze smart overgegeven hebben; maar de Amerikaan achtte niets onmogelijk; er kwam iets als een glimlach op zijne lippen en hij zeide niets dan:»Wel ja! Over zes dagen is hij aan boord van denDolfijnen deDolfijnis over zeven dagen in volle zee.”»Ja, ’k begrijp je, Crockston; je bent een flinke kerel en in spijt van mijn oom Vincent en de geheele lading zou ’k mijn schip in de lucht laten springen voor juffrouw Jenny.”»Er moet niemand in de lucht springen; daar winnen alleen de visschen bij. Maar we moeten mijnheer Halliburtt helpen.”»Dat zal moeilijk genoeg gaan; we moeten in verstandhouding komen met een gevangene die sterk bewaakt wordt en hem aan een bijna wonderbaarlijke vlucht helpen.”»O,” riep Crockston. »Een gevangene is er altijd meer op uit te vluchten dan zijn bewaker om hem achter slot te houden; ergo een gevangene kan altijd ontvluchten; hij heeft alle kansen voor. Met onze hulp moet de heer Halliburtt dus vrij komen.”»Je hebt gelijk, Crockston; maar wat zullen we doen! We moeten plan maken en voorzorgen nemen.”»’k Zal er eens over nadenken.”»Maar als juffrouw Jenny hoort dat haar vader ter dood veroordeeld is en dat het bevel van zijn terechtstelling ieder oogenblik komen kan...”»Ze moet het niet hooren.”»Ja, ’t zal beter zijn dat we er haar niets van zeggen.”»Waar zit de heer Halliburtt opgesloten?” vroeg Crockston.»In de citadel,” antwoordde Playfair.»Perfekt; nu naar boord!”
Een generaal der geconfedereerden.DeDolfijnwas bij zijne aankomst door eene tallooze menigte met gejuich begroet. De inwoners van Charleston waren geene Europeesche schepen meer gewoon. En toen zij nu hoorden waarom deDolfijnde engte van Sullivan doorgedrongen was, kwam er aan het juichen geen eind.Zonder een oogenblik tijd te verliezen, stelde de kapitein zich in betrekking tot den militairen kommandant, generaal Beauregard. Deze ontving hem met groote blijdschap en weldra waren tallooze handen aan het werk om het schip te lossen.Eer Playfair van boord ging, had hij van Jenny de krachtigste aanbevelingen ten behoeve van haren vader ontvangen.»U kunt op me rekenen, juffrouw Jenny,” had hij geantwoord; »’k zal het onmogelijke doen om uw vader te bevrijden; ’k zal generaal Beauregard zelf spreken en zonder hem ronduit de invrijheidstelling van uw vader te vragen, zal ik wel te weten komen in welken toestand hij verkeert en of hij op zijn woord van eer zich vrij bewegen kan.”»Mijn arme vader,” antwoordde Jenny zuchtende. »Hij zal niet denken dat zijn dochter zoo dicht bij hem is. Kon ik maar in zijne armen vliegen!”»Geduld, juffrouw Jenny; weldra zult u uw vader omhelzen, hoop ik. ’k Zal met den meesten ijver uw zaak behartigen, maar tevens bedachtzaam en voorzichtig zijn.”Toen Playfair derhalve de zaken voor zijn Huis met het beste gevolg had afgedaan, begon hij met den generaal een gesprek over de zaken van den dag.»En u gelooft dus nog aan het zegevieren van uw zaak?” vroeg hij.»’k Twijfel er geen oogenblik aan. Al maakten de Noordelijken zich van onze Staten meester, ze kunnen er toch nooit komen wonen. Al overwonnen ze, dan zouden ze nog maar verlegen met hunne verovering zijn.”»En zijt u zeker van uw soldaten?” vroeg Playfair; »vreest u niet dat Charleston een beleg zal moede worden dat de stad ten ondergang sleept?”»Neen; ’k vrees geen verraad, ’k zou de verraders onmiddellijk laten ophangen en de stad zelf in brand steken, indien ’k de minste unionistische beweging bespeurde. Jefferson Davis heeft me de stad toevertrouwd en ’k zal haar bewaren.”»Hebt u ook gevangenen van de Noordelijken?”»Ja wel, kapitein; want hier in Charleston is de scheuring het eerst feitelijk uitgebarsten. De Noordelijken die hier waren, hebben nog weerstand willen bieden, en die zijn hier gevangen gebleven nadat ze verslagen waren.”»Zijn er veel?”»Honderd ongeveer.”»Vrij in de stad?”»Dat waren ze totdat ik een samenzweering onder hen ontdekt heb. Hun aanvoerder had betrekkingen met de belegeraars zien aan te knoopen. ’k Heb derhalve die gevaarlijke gasten moeten opsluiten, en verscheidene van die Noordelijken krijgen een kogel door den kop.”»Wat! worden ze gefusilleerd?”»Ja, en hun aanvoerder het eerst. Die is een gevaarlijk persoon in eene belegerde stad. ’k Heb zijne in beslag genomen brieven naar Richmond ópgezonden, en eer we acht dagen verder zijn, is zijn lot onherroepelijk beslist.”Jenny stond op de kampanje. Bladz. 239.Jenny stond op de kampanje. Bladz.239.»Hoe heet die man?” vroeg Playfair, op volmaakt onverschilligen toon.»Jonathan Halliburtt, een woedende abolitionist.”»Die arme kerel!” antwoordde James, zijne aandoening verbergende; »’k beklaag hem toch. En houdt u het voor zeker dat hij doodgeschoten zal worden?”»Zeer zeker. Maar wat is er tegen te doen. Oorlog is oorlog en men moet zich verdedigen.”»Enfin; ’t raakt me niet,” antwoordde de kapitein, »en ’k ben al ver weg als de executie plaats heeft.”»Hoe, zoo spoedig reeds?”»Ja, generaal, zoodra ’k mijn lading katoen in heb, ga ik in zee. ’k Ben te Charlestown gekomen, maar ’k moet er weer uit ook. DeDolfijnis een goed schip; hij kan het tegen alle noordelijke schepen volhouden in zijn vaart, maar hij kan geen honderdponders op een afstand houden, en één kogel zou mijn geheelen handel bederven.”»Nu, ’k kan u geen raad geven. U handelt naar uw beroep en u hebt gelijk. Bovendien is ’t te Charlestown alles behalve aangenaam en een reede waar het drie dagen van de vier bommen regent, is geen veilige plaats voor een schip. Zeg me nog één ding. Hoeveel en wat voor soort van noordelijke schepen kruisen er voor Charlestown?”James Playfair beantwoordde de vragen van generaal Beauregard zoo goed mogelijk, waarna hij zijn afscheid nam en in sombere stemming naar denDolfijnterugkeerde.»Wat zal ’k aan Jenny zeggen,” dacht hij, »moet ik haar met den vreeselijken toestand waarin haar vader verkeert bekend maken? Of zou ’k haar de gevaren die hem dreigen verzwijgen? Het arme kind!”Hij was nog geen vijftig passen van het huis des generaals verwijderd, toen hij tegen Crockston aanliep. De wakkere Amerikaan had hem opgewacht.»Nu, kapitein?”James Playfair keek Crockston strak aan en deze begreep dat hij hem niets goeds te zeggen had.»Hebt u Beauregard gezien, kapitein?”»Ja.”»En hebt u hem over den heer Halliburtt gesproken?”»Neen, hij heeft me over hem gesproken .... ’k kan wel alles zeggen, Crockston.”»Alles, kapitein.”»Nu dan, Beauregard heeft me gezegd dat de heer Halliburtt over acht dagen wordt doodgeschoten.”Ieder ander dan Crockston zou bij die tijding in woede uitgebarsten zijn, of zich aan eene hopelooze smart overgegeven hebben; maar de Amerikaan achtte niets onmogelijk; er kwam iets als een glimlach op zijne lippen en hij zeide niets dan:»Wel ja! Over zes dagen is hij aan boord van denDolfijnen deDolfijnis over zeven dagen in volle zee.”»Ja, ’k begrijp je, Crockston; je bent een flinke kerel en in spijt van mijn oom Vincent en de geheele lading zou ’k mijn schip in de lucht laten springen voor juffrouw Jenny.”»Er moet niemand in de lucht springen; daar winnen alleen de visschen bij. Maar we moeten mijnheer Halliburtt helpen.”»Dat zal moeilijk genoeg gaan; we moeten in verstandhouding komen met een gevangene die sterk bewaakt wordt en hem aan een bijna wonderbaarlijke vlucht helpen.”»O,” riep Crockston. »Een gevangene is er altijd meer op uit te vluchten dan zijn bewaker om hem achter slot te houden; ergo een gevangene kan altijd ontvluchten; hij heeft alle kansen voor. Met onze hulp moet de heer Halliburtt dus vrij komen.”»Je hebt gelijk, Crockston; maar wat zullen we doen! We moeten plan maken en voorzorgen nemen.”»’k Zal er eens over nadenken.”»Maar als juffrouw Jenny hoort dat haar vader ter dood veroordeeld is en dat het bevel van zijn terechtstelling ieder oogenblik komen kan...”»Ze moet het niet hooren.”»Ja, ’t zal beter zijn dat we er haar niets van zeggen.”»Waar zit de heer Halliburtt opgesloten?” vroeg Crockston.»In de citadel,” antwoordde Playfair.»Perfekt; nu naar boord!”
Een generaal der geconfedereerden.DeDolfijnwas bij zijne aankomst door eene tallooze menigte met gejuich begroet. De inwoners van Charleston waren geene Europeesche schepen meer gewoon. En toen zij nu hoorden waarom deDolfijnde engte van Sullivan doorgedrongen was, kwam er aan het juichen geen eind.Zonder een oogenblik tijd te verliezen, stelde de kapitein zich in betrekking tot den militairen kommandant, generaal Beauregard. Deze ontving hem met groote blijdschap en weldra waren tallooze handen aan het werk om het schip te lossen.Eer Playfair van boord ging, had hij van Jenny de krachtigste aanbevelingen ten behoeve van haren vader ontvangen.»U kunt op me rekenen, juffrouw Jenny,” had hij geantwoord; »’k zal het onmogelijke doen om uw vader te bevrijden; ’k zal generaal Beauregard zelf spreken en zonder hem ronduit de invrijheidstelling van uw vader te vragen, zal ik wel te weten komen in welken toestand hij verkeert en of hij op zijn woord van eer zich vrij bewegen kan.”»Mijn arme vader,” antwoordde Jenny zuchtende. »Hij zal niet denken dat zijn dochter zoo dicht bij hem is. Kon ik maar in zijne armen vliegen!”»Geduld, juffrouw Jenny; weldra zult u uw vader omhelzen, hoop ik. ’k Zal met den meesten ijver uw zaak behartigen, maar tevens bedachtzaam en voorzichtig zijn.”Toen Playfair derhalve de zaken voor zijn Huis met het beste gevolg had afgedaan, begon hij met den generaal een gesprek over de zaken van den dag.»En u gelooft dus nog aan het zegevieren van uw zaak?” vroeg hij.»’k Twijfel er geen oogenblik aan. Al maakten de Noordelijken zich van onze Staten meester, ze kunnen er toch nooit komen wonen. Al overwonnen ze, dan zouden ze nog maar verlegen met hunne verovering zijn.”»En zijt u zeker van uw soldaten?” vroeg Playfair; »vreest u niet dat Charleston een beleg zal moede worden dat de stad ten ondergang sleept?”»Neen; ’k vrees geen verraad, ’k zou de verraders onmiddellijk laten ophangen en de stad zelf in brand steken, indien ’k de minste unionistische beweging bespeurde. Jefferson Davis heeft me de stad toevertrouwd en ’k zal haar bewaren.”»Hebt u ook gevangenen van de Noordelijken?”»Ja wel, kapitein; want hier in Charleston is de scheuring het eerst feitelijk uitgebarsten. De Noordelijken die hier waren, hebben nog weerstand willen bieden, en die zijn hier gevangen gebleven nadat ze verslagen waren.”»Zijn er veel?”»Honderd ongeveer.”»Vrij in de stad?”»Dat waren ze totdat ik een samenzweering onder hen ontdekt heb. Hun aanvoerder had betrekkingen met de belegeraars zien aan te knoopen. ’k Heb derhalve die gevaarlijke gasten moeten opsluiten, en verscheidene van die Noordelijken krijgen een kogel door den kop.”»Wat! worden ze gefusilleerd?”»Ja, en hun aanvoerder het eerst. Die is een gevaarlijk persoon in eene belegerde stad. ’k Heb zijne in beslag genomen brieven naar Richmond ópgezonden, en eer we acht dagen verder zijn, is zijn lot onherroepelijk beslist.”Jenny stond op de kampanje. Bladz. 239.Jenny stond op de kampanje. Bladz.239.»Hoe heet die man?” vroeg Playfair, op volmaakt onverschilligen toon.»Jonathan Halliburtt, een woedende abolitionist.”»Die arme kerel!” antwoordde James, zijne aandoening verbergende; »’k beklaag hem toch. En houdt u het voor zeker dat hij doodgeschoten zal worden?”»Zeer zeker. Maar wat is er tegen te doen. Oorlog is oorlog en men moet zich verdedigen.”»Enfin; ’t raakt me niet,” antwoordde de kapitein, »en ’k ben al ver weg als de executie plaats heeft.”»Hoe, zoo spoedig reeds?”»Ja, generaal, zoodra ’k mijn lading katoen in heb, ga ik in zee. ’k Ben te Charlestown gekomen, maar ’k moet er weer uit ook. DeDolfijnis een goed schip; hij kan het tegen alle noordelijke schepen volhouden in zijn vaart, maar hij kan geen honderdponders op een afstand houden, en één kogel zou mijn geheelen handel bederven.”»Nu, ’k kan u geen raad geven. U handelt naar uw beroep en u hebt gelijk. Bovendien is ’t te Charlestown alles behalve aangenaam en een reede waar het drie dagen van de vier bommen regent, is geen veilige plaats voor een schip. Zeg me nog één ding. Hoeveel en wat voor soort van noordelijke schepen kruisen er voor Charlestown?”James Playfair beantwoordde de vragen van generaal Beauregard zoo goed mogelijk, waarna hij zijn afscheid nam en in sombere stemming naar denDolfijnterugkeerde.»Wat zal ’k aan Jenny zeggen,” dacht hij, »moet ik haar met den vreeselijken toestand waarin haar vader verkeert bekend maken? Of zou ’k haar de gevaren die hem dreigen verzwijgen? Het arme kind!”Hij was nog geen vijftig passen van het huis des generaals verwijderd, toen hij tegen Crockston aanliep. De wakkere Amerikaan had hem opgewacht.»Nu, kapitein?”James Playfair keek Crockston strak aan en deze begreep dat hij hem niets goeds te zeggen had.»Hebt u Beauregard gezien, kapitein?”»Ja.”»En hebt u hem over den heer Halliburtt gesproken?”»Neen, hij heeft me over hem gesproken .... ’k kan wel alles zeggen, Crockston.”»Alles, kapitein.”»Nu dan, Beauregard heeft me gezegd dat de heer Halliburtt over acht dagen wordt doodgeschoten.”Ieder ander dan Crockston zou bij die tijding in woede uitgebarsten zijn, of zich aan eene hopelooze smart overgegeven hebben; maar de Amerikaan achtte niets onmogelijk; er kwam iets als een glimlach op zijne lippen en hij zeide niets dan:»Wel ja! Over zes dagen is hij aan boord van denDolfijnen deDolfijnis over zeven dagen in volle zee.”»Ja, ’k begrijp je, Crockston; je bent een flinke kerel en in spijt van mijn oom Vincent en de geheele lading zou ’k mijn schip in de lucht laten springen voor juffrouw Jenny.”»Er moet niemand in de lucht springen; daar winnen alleen de visschen bij. Maar we moeten mijnheer Halliburtt helpen.”»Dat zal moeilijk genoeg gaan; we moeten in verstandhouding komen met een gevangene die sterk bewaakt wordt en hem aan een bijna wonderbaarlijke vlucht helpen.”»O,” riep Crockston. »Een gevangene is er altijd meer op uit te vluchten dan zijn bewaker om hem achter slot te houden; ergo een gevangene kan altijd ontvluchten; hij heeft alle kansen voor. Met onze hulp moet de heer Halliburtt dus vrij komen.”»Je hebt gelijk, Crockston; maar wat zullen we doen! We moeten plan maken en voorzorgen nemen.”»’k Zal er eens over nadenken.”»Maar als juffrouw Jenny hoort dat haar vader ter dood veroordeeld is en dat het bevel van zijn terechtstelling ieder oogenblik komen kan...”»Ze moet het niet hooren.”»Ja, ’t zal beter zijn dat we er haar niets van zeggen.”»Waar zit de heer Halliburtt opgesloten?” vroeg Crockston.»In de citadel,” antwoordde Playfair.»Perfekt; nu naar boord!”
Een generaal der geconfedereerden.
DeDolfijnwas bij zijne aankomst door eene tallooze menigte met gejuich begroet. De inwoners van Charleston waren geene Europeesche schepen meer gewoon. En toen zij nu hoorden waarom deDolfijnde engte van Sullivan doorgedrongen was, kwam er aan het juichen geen eind.Zonder een oogenblik tijd te verliezen, stelde de kapitein zich in betrekking tot den militairen kommandant, generaal Beauregard. Deze ontving hem met groote blijdschap en weldra waren tallooze handen aan het werk om het schip te lossen.Eer Playfair van boord ging, had hij van Jenny de krachtigste aanbevelingen ten behoeve van haren vader ontvangen.»U kunt op me rekenen, juffrouw Jenny,” had hij geantwoord; »’k zal het onmogelijke doen om uw vader te bevrijden; ’k zal generaal Beauregard zelf spreken en zonder hem ronduit de invrijheidstelling van uw vader te vragen, zal ik wel te weten komen in welken toestand hij verkeert en of hij op zijn woord van eer zich vrij bewegen kan.”»Mijn arme vader,” antwoordde Jenny zuchtende. »Hij zal niet denken dat zijn dochter zoo dicht bij hem is. Kon ik maar in zijne armen vliegen!”»Geduld, juffrouw Jenny; weldra zult u uw vader omhelzen, hoop ik. ’k Zal met den meesten ijver uw zaak behartigen, maar tevens bedachtzaam en voorzichtig zijn.”Toen Playfair derhalve de zaken voor zijn Huis met het beste gevolg had afgedaan, begon hij met den generaal een gesprek over de zaken van den dag.»En u gelooft dus nog aan het zegevieren van uw zaak?” vroeg hij.»’k Twijfel er geen oogenblik aan. Al maakten de Noordelijken zich van onze Staten meester, ze kunnen er toch nooit komen wonen. Al overwonnen ze, dan zouden ze nog maar verlegen met hunne verovering zijn.”»En zijt u zeker van uw soldaten?” vroeg Playfair; »vreest u niet dat Charleston een beleg zal moede worden dat de stad ten ondergang sleept?”»Neen; ’k vrees geen verraad, ’k zou de verraders onmiddellijk laten ophangen en de stad zelf in brand steken, indien ’k de minste unionistische beweging bespeurde. Jefferson Davis heeft me de stad toevertrouwd en ’k zal haar bewaren.”»Hebt u ook gevangenen van de Noordelijken?”»Ja wel, kapitein; want hier in Charleston is de scheuring het eerst feitelijk uitgebarsten. De Noordelijken die hier waren, hebben nog weerstand willen bieden, en die zijn hier gevangen gebleven nadat ze verslagen waren.”»Zijn er veel?”»Honderd ongeveer.”»Vrij in de stad?”»Dat waren ze totdat ik een samenzweering onder hen ontdekt heb. Hun aanvoerder had betrekkingen met de belegeraars zien aan te knoopen. ’k Heb derhalve die gevaarlijke gasten moeten opsluiten, en verscheidene van die Noordelijken krijgen een kogel door den kop.”»Wat! worden ze gefusilleerd?”»Ja, en hun aanvoerder het eerst. Die is een gevaarlijk persoon in eene belegerde stad. ’k Heb zijne in beslag genomen brieven naar Richmond ópgezonden, en eer we acht dagen verder zijn, is zijn lot onherroepelijk beslist.”Jenny stond op de kampanje. Bladz. 239.Jenny stond op de kampanje. Bladz.239.»Hoe heet die man?” vroeg Playfair, op volmaakt onverschilligen toon.»Jonathan Halliburtt, een woedende abolitionist.”»Die arme kerel!” antwoordde James, zijne aandoening verbergende; »’k beklaag hem toch. En houdt u het voor zeker dat hij doodgeschoten zal worden?”»Zeer zeker. Maar wat is er tegen te doen. Oorlog is oorlog en men moet zich verdedigen.”»Enfin; ’t raakt me niet,” antwoordde de kapitein, »en ’k ben al ver weg als de executie plaats heeft.”»Hoe, zoo spoedig reeds?”»Ja, generaal, zoodra ’k mijn lading katoen in heb, ga ik in zee. ’k Ben te Charlestown gekomen, maar ’k moet er weer uit ook. DeDolfijnis een goed schip; hij kan het tegen alle noordelijke schepen volhouden in zijn vaart, maar hij kan geen honderdponders op een afstand houden, en één kogel zou mijn geheelen handel bederven.”»Nu, ’k kan u geen raad geven. U handelt naar uw beroep en u hebt gelijk. Bovendien is ’t te Charlestown alles behalve aangenaam en een reede waar het drie dagen van de vier bommen regent, is geen veilige plaats voor een schip. Zeg me nog één ding. Hoeveel en wat voor soort van noordelijke schepen kruisen er voor Charlestown?”James Playfair beantwoordde de vragen van generaal Beauregard zoo goed mogelijk, waarna hij zijn afscheid nam en in sombere stemming naar denDolfijnterugkeerde.»Wat zal ’k aan Jenny zeggen,” dacht hij, »moet ik haar met den vreeselijken toestand waarin haar vader verkeert bekend maken? Of zou ’k haar de gevaren die hem dreigen verzwijgen? Het arme kind!”Hij was nog geen vijftig passen van het huis des generaals verwijderd, toen hij tegen Crockston aanliep. De wakkere Amerikaan had hem opgewacht.»Nu, kapitein?”James Playfair keek Crockston strak aan en deze begreep dat hij hem niets goeds te zeggen had.»Hebt u Beauregard gezien, kapitein?”»Ja.”»En hebt u hem over den heer Halliburtt gesproken?”»Neen, hij heeft me over hem gesproken .... ’k kan wel alles zeggen, Crockston.”»Alles, kapitein.”»Nu dan, Beauregard heeft me gezegd dat de heer Halliburtt over acht dagen wordt doodgeschoten.”Ieder ander dan Crockston zou bij die tijding in woede uitgebarsten zijn, of zich aan eene hopelooze smart overgegeven hebben; maar de Amerikaan achtte niets onmogelijk; er kwam iets als een glimlach op zijne lippen en hij zeide niets dan:»Wel ja! Over zes dagen is hij aan boord van denDolfijnen deDolfijnis over zeven dagen in volle zee.”»Ja, ’k begrijp je, Crockston; je bent een flinke kerel en in spijt van mijn oom Vincent en de geheele lading zou ’k mijn schip in de lucht laten springen voor juffrouw Jenny.”»Er moet niemand in de lucht springen; daar winnen alleen de visschen bij. Maar we moeten mijnheer Halliburtt helpen.”»Dat zal moeilijk genoeg gaan; we moeten in verstandhouding komen met een gevangene die sterk bewaakt wordt en hem aan een bijna wonderbaarlijke vlucht helpen.”»O,” riep Crockston. »Een gevangene is er altijd meer op uit te vluchten dan zijn bewaker om hem achter slot te houden; ergo een gevangene kan altijd ontvluchten; hij heeft alle kansen voor. Met onze hulp moet de heer Halliburtt dus vrij komen.”»Je hebt gelijk, Crockston; maar wat zullen we doen! We moeten plan maken en voorzorgen nemen.”»’k Zal er eens over nadenken.”»Maar als juffrouw Jenny hoort dat haar vader ter dood veroordeeld is en dat het bevel van zijn terechtstelling ieder oogenblik komen kan...”»Ze moet het niet hooren.”»Ja, ’t zal beter zijn dat we er haar niets van zeggen.”»Waar zit de heer Halliburtt opgesloten?” vroeg Crockston.»In de citadel,” antwoordde Playfair.»Perfekt; nu naar boord!”
DeDolfijnwas bij zijne aankomst door eene tallooze menigte met gejuich begroet. De inwoners van Charleston waren geene Europeesche schepen meer gewoon. En toen zij nu hoorden waarom deDolfijnde engte van Sullivan doorgedrongen was, kwam er aan het juichen geen eind.
Zonder een oogenblik tijd te verliezen, stelde de kapitein zich in betrekking tot den militairen kommandant, generaal Beauregard. Deze ontving hem met groote blijdschap en weldra waren tallooze handen aan het werk om het schip te lossen.
Eer Playfair van boord ging, had hij van Jenny de krachtigste aanbevelingen ten behoeve van haren vader ontvangen.
»U kunt op me rekenen, juffrouw Jenny,” had hij geantwoord; »’k zal het onmogelijke doen om uw vader te bevrijden; ’k zal generaal Beauregard zelf spreken en zonder hem ronduit de invrijheidstelling van uw vader te vragen, zal ik wel te weten komen in welken toestand hij verkeert en of hij op zijn woord van eer zich vrij bewegen kan.”
»Mijn arme vader,” antwoordde Jenny zuchtende. »Hij zal niet denken dat zijn dochter zoo dicht bij hem is. Kon ik maar in zijne armen vliegen!”
»Geduld, juffrouw Jenny; weldra zult u uw vader omhelzen, hoop ik. ’k Zal met den meesten ijver uw zaak behartigen, maar tevens bedachtzaam en voorzichtig zijn.”
Toen Playfair derhalve de zaken voor zijn Huis met het beste gevolg had afgedaan, begon hij met den generaal een gesprek over de zaken van den dag.
»En u gelooft dus nog aan het zegevieren van uw zaak?” vroeg hij.
»’k Twijfel er geen oogenblik aan. Al maakten de Noordelijken zich van onze Staten meester, ze kunnen er toch nooit komen wonen. Al overwonnen ze, dan zouden ze nog maar verlegen met hunne verovering zijn.”
»En zijt u zeker van uw soldaten?” vroeg Playfair; »vreest u niet dat Charleston een beleg zal moede worden dat de stad ten ondergang sleept?”
»Neen; ’k vrees geen verraad, ’k zou de verraders onmiddellijk laten ophangen en de stad zelf in brand steken, indien ’k de minste unionistische beweging bespeurde. Jefferson Davis heeft me de stad toevertrouwd en ’k zal haar bewaren.”
»Hebt u ook gevangenen van de Noordelijken?”
»Ja wel, kapitein; want hier in Charleston is de scheuring het eerst feitelijk uitgebarsten. De Noordelijken die hier waren, hebben nog weerstand willen bieden, en die zijn hier gevangen gebleven nadat ze verslagen waren.”
»Zijn er veel?”
»Honderd ongeveer.”
»Vrij in de stad?”
»Dat waren ze totdat ik een samenzweering onder hen ontdekt heb. Hun aanvoerder had betrekkingen met de belegeraars zien aan te knoopen. ’k Heb derhalve die gevaarlijke gasten moeten opsluiten, en verscheidene van die Noordelijken krijgen een kogel door den kop.”
»Wat! worden ze gefusilleerd?”
»Ja, en hun aanvoerder het eerst. Die is een gevaarlijk persoon in eene belegerde stad. ’k Heb zijne in beslag genomen brieven naar Richmond ópgezonden, en eer we acht dagen verder zijn, is zijn lot onherroepelijk beslist.”
Jenny stond op de kampanje. Bladz. 239.Jenny stond op de kampanje. Bladz.239.
Jenny stond op de kampanje. Bladz.239.
»Hoe heet die man?” vroeg Playfair, op volmaakt onverschilligen toon.
»Jonathan Halliburtt, een woedende abolitionist.”
»Die arme kerel!” antwoordde James, zijne aandoening verbergende; »’k beklaag hem toch. En houdt u het voor zeker dat hij doodgeschoten zal worden?”
»Zeer zeker. Maar wat is er tegen te doen. Oorlog is oorlog en men moet zich verdedigen.”
»Enfin; ’t raakt me niet,” antwoordde de kapitein, »en ’k ben al ver weg als de executie plaats heeft.”
»Hoe, zoo spoedig reeds?”
»Ja, generaal, zoodra ’k mijn lading katoen in heb, ga ik in zee. ’k Ben te Charlestown gekomen, maar ’k moet er weer uit ook. DeDolfijnis een goed schip; hij kan het tegen alle noordelijke schepen volhouden in zijn vaart, maar hij kan geen honderdponders op een afstand houden, en één kogel zou mijn geheelen handel bederven.”
»Nu, ’k kan u geen raad geven. U handelt naar uw beroep en u hebt gelijk. Bovendien is ’t te Charlestown alles behalve aangenaam en een reede waar het drie dagen van de vier bommen regent, is geen veilige plaats voor een schip. Zeg me nog één ding. Hoeveel en wat voor soort van noordelijke schepen kruisen er voor Charlestown?”
James Playfair beantwoordde de vragen van generaal Beauregard zoo goed mogelijk, waarna hij zijn afscheid nam en in sombere stemming naar denDolfijnterugkeerde.
»Wat zal ’k aan Jenny zeggen,” dacht hij, »moet ik haar met den vreeselijken toestand waarin haar vader verkeert bekend maken? Of zou ’k haar de gevaren die hem dreigen verzwijgen? Het arme kind!”
Hij was nog geen vijftig passen van het huis des generaals verwijderd, toen hij tegen Crockston aanliep. De wakkere Amerikaan had hem opgewacht.
»Nu, kapitein?”
James Playfair keek Crockston strak aan en deze begreep dat hij hem niets goeds te zeggen had.
»Hebt u Beauregard gezien, kapitein?”
»Ja.”
»En hebt u hem over den heer Halliburtt gesproken?”
»Neen, hij heeft me over hem gesproken .... ’k kan wel alles zeggen, Crockston.”
»Alles, kapitein.”
»Nu dan, Beauregard heeft me gezegd dat de heer Halliburtt over acht dagen wordt doodgeschoten.”
Ieder ander dan Crockston zou bij die tijding in woede uitgebarsten zijn, of zich aan eene hopelooze smart overgegeven hebben; maar de Amerikaan achtte niets onmogelijk; er kwam iets als een glimlach op zijne lippen en hij zeide niets dan:
»Wel ja! Over zes dagen is hij aan boord van denDolfijnen deDolfijnis over zeven dagen in volle zee.”
»Ja, ’k begrijp je, Crockston; je bent een flinke kerel en in spijt van mijn oom Vincent en de geheele lading zou ’k mijn schip in de lucht laten springen voor juffrouw Jenny.”
»Er moet niemand in de lucht springen; daar winnen alleen de visschen bij. Maar we moeten mijnheer Halliburtt helpen.”
»Dat zal moeilijk genoeg gaan; we moeten in verstandhouding komen met een gevangene die sterk bewaakt wordt en hem aan een bijna wonderbaarlijke vlucht helpen.”
»O,” riep Crockston. »Een gevangene is er altijd meer op uit te vluchten dan zijn bewaker om hem achter slot te houden; ergo een gevangene kan altijd ontvluchten; hij heeft alle kansen voor. Met onze hulp moet de heer Halliburtt dus vrij komen.”
»Je hebt gelijk, Crockston; maar wat zullen we doen! We moeten plan maken en voorzorgen nemen.”
»’k Zal er eens over nadenken.”
»Maar als juffrouw Jenny hoort dat haar vader ter dood veroordeeld is en dat het bevel van zijn terechtstelling ieder oogenblik komen kan...”
»Ze moet het niet hooren.”
»Ja, ’t zal beter zijn dat we er haar niets van zeggen.”
»Waar zit de heer Halliburtt opgesloten?” vroeg Crockston.
»In de citadel,” antwoordde Playfair.
»Perfekt; nu naar boord!”