Het kanaal van Sullivan.

Het kanaal van Sullivan.Twee dagen na de ontmoeting met de noordelijke korvet, bevond deDolfijnzich tusschen de Bermudas-eilanden en werd door een hevigen storm beloopen. Die streken zijn berucht wegens hare ongelukken; dáár heeft Shakespeare zich de verschrikkelijke tooneelen van zijn »Tempest” gedacht.De storm was vreeselijk en James Playfair dacht er een oogenblik aan of hij in Mainland, een der Bermudische eilanden zou binnen loopen, waar de Engelschen eene factorij bezitten. Dat zou een geduchte tegenspoed geweest zijn. Gelukkig hield deDolfijnzich uitmuntend gedurende den storm, en nadat hij zich een geheelen dag door den orkaan uit den koers had laten drijven, kon hij zijn tocht naar de Amerikaansche kusten weder voortzetten.Maar was James Playfair tevreden over zijn schip, hij was niet minder verrukt over den moed en de kalmte van Jenny Halliburtt, die zelfs in den hevigsten orkaan bij hem op het dek gebleven was. Ook begon de jonge man te begrijpen, toen hij zich zelven onderzocht, dat een vurige, onweerstaanbare liefde zich van zijne geheele ziel meester maakte.»Ja,” dacht hij, »dat moedige meisje is baas op mijn schip. Wat zal oom Vincent zeggen! ’k Weet zeker dat, zoo Jenny mijbeval die vervloekte lading in zee te werpen, ik het uit liefde voor haar zonder aarzelen doen zou.”Gelukkig voor het huis Playfair vergde Jenny dat offer niet. Maar met dat al was de kapitein erg verliefd en Crockston die als in zijn hart las, wreef zich zoo hard in de handen dat hij ze bijna ontvelde.»We hebben hem, we hebben hem!” zeide hij onophoudelijk voor zich heen, »en eer wij acht dagen verder zijn, zit mijnheer Halliburtt veilig en wel in de mooiste hut van denDolfijn.”En Jenny? Was zij bewust van de gevoelens die zij inboezemde en beantwoordde zij die gevoelens? Niemand wist het en James Playfair minder dan iemand.Maar terwijl de liefde zulken voortgang maakte in het hart des jongen kapiteins, stoomde deDolfijnniet minder snel naar Charleston.Den 13enJanuari zagen zij land op tien Engelsche mijlen, in het westen. Crockston bleef oplettend den horizon gadeslaan, en om negen uur in den morgen, een lichtpunt aan de kust ontdekkende, riep hij:»De vuurtoren van Charleston!”Toen daaruit bleek op welk punt van de kust deDolfijnzich bevond, had James nog slechts te beslissen door welk vaarwater hij in de baai van Charleston zou binnenloopen.»Als we binnen de drie uren geen hinderpaal ontmoeten,” zeide hij, »liggen we veilig in de haven van Charleston.”De stad Charleston ligt aan het uiteinde eener baai, van zeven Eng. mijlen lengte en twee mijlen breedte, welker toegang vrij moeilijk is; die toegang ligt ingesloten, zuidelijk door het eiland Morris en noordelijk door het eiland Sullivan. Toen deDolfijnzijn waagstuk uitvoerde van de blokkade te verbreken, behoorde het eiland Morris reeds aan de Noordelijken. Het eiland Sullivan daarentegen was in de handen der Zuidelijken, die zich staande hielden in het fort Moultrie, op het uiterste punt van het eiland gelegen. Het was derhalve raadzaam voor denDolfijnvlak langs de noordkust te varen, ten einde het vuur van het eiland Morris te vermijden.Er waren vijf toegangen door welke hij in de haven kon komen: het kanaal van Sullivan, het Noorder kanaal, het kanaal Overal, het Hoofdkanaal en eindelijk het kanaal Lanford. Het Noorder kanaal en het kanaal Overal werden bestreken door de batterijen der Noordelijken; daaraan was dus geen denken. Als James Playfair had kunnen kiezen, zou hij het Hoofdkanaal gekozen hebben; maar nu moest hij zijne beslissing van de omstandigheden laten afhangen. De kapitein was volkomen met de gevaren en de diepte van den stroom der baai bekend; hij kon derhalve zijn schip veilig sturen, zoodra hij een der enge doortochten door was. De groote zaakwas daarin door te dringen en die manoeuvre vereischte eene groote mate van zeemanschap en eene juiste kennis van de eigenschappen van denDolfijn.Crockston bleef oplettend den horizon gadeslaan. Bladz. 236.Crockston bleef oplettend den horizon gadeslaan. Bladz.236.Er kruisten bovendien twee noordelijke fregatten in de wateren van Charleston, die weldra door den stuurman werden aangewezen.»Ze maken zich klaar om ons te vragen wat we hier komen doen,” zeide hij tot den kapitein.»Nu, we geven hun geen antwoord,” antwoordde Playfair, »al zijn ze nog zoo nieuwsgierig.”De kruisers kwamen met alle stoomkracht op denDolfijnlos, die zijn weg vervolgde en zorg droeg buiten het bereik hunner schoten te blijven. Nu richtte de kapitein, om tijd te winnen, koers naar het zuid-westen, ten einde de vijandelijke vaartuigen in den waan te brengen dat hij naar het eiland Morris stevende; daar waren batterijen en kanonnen waaruit een enkele kogel voldoende zou zijn om het Engelsche schip te doen zinken. Zij lieten denDolfijnderhalve zijn gang gaan en vergenoegden zich met hem op een afstand te volgen en gade te slaan.Zoo bleven de verschillende vaartuigen een uur lang op gelijken afstand van elkander, wijl James, om den vijand te bedriegen, slechts langzaam voortstoomde, waarbij hij zorg droeg dat er een dikke zwarte rook uit de schoorsteenen drong, om te doen gelooven dat hij zijn maximum van drukking, en derhalve van snelheid gebruikte.»Wat zullen ze kijken als ze ons aanstonds tusschen hen door zien stoomen,” zei de kapitein.Inderdaad, toen de kapitein zich dicht bij het eiland Morris zag en in de buurt van kanonnen, wier kracht hij niet kende, veranderde hij plotseling van richting, liet de boot omkeeren en keerde naar het noorden terug, de beide kruisers twee mijlen achter zich latende.Toen de noordelijke kruisers die manoeuvre zagen, begrepen zij het plan van denDolfijnen begonnen hem achterna te zetten; doch deDolfijnverdubbelde zijne snelheid, had hen weldra op een afstand en naderde de kust. Zij zonden hem nog een paar kogels na, doch die bereikten den halven weg niet.Des morgens om elf uur stoomde deDolfijnvlak langs het eiland Sullivan, met alle macht het kanaal in. Daar was hij veilig, want geen noordelijke kruiser zou hem in dat ondiepe vaarwater hebben durven volgen.»Is dat nu al die moeielijkheid!” riep Crockston.»Hei, hei, baas Crockston,” antwoordde James Playfair, »de moeielijkheid zit ’em niet in het komen, maar in het heen gaan.”»O,” antwoordde de Amerikaan; »met een schip als deDolfijnen een kapitein als mijnheer Playfair komt en gaat men zoo als men wil.”Intusschen onderzocht de kapitein, met den kijker, den weg dien hij volgen moest; hij had uitmuntende zeekaarten voor zich, zoodat hij zonder aarzeling voorwaarts ging.Toen hij eenmaal met zijn schip in het nauwe kanaal was, stuurde hij eerst op het fort Moultrie aan, totdat hij het kasteel Pikney, op het eenzame eilandje Shute’s Folly in het oog kreeg.Op dat oogenblik werd hij door eenige kogels uit de batterijen van het eiland Morris begroet, die hem niet bereikten. Hij zette zijn koers voort, stoomde Moultrie-Ville, aan het uiterste punt van het eiland Sullivan, voorbij en de baai in.Weldra had hij het fort Sumter links achter zich, dat hem tegen de batterijen der Noordelijken beschermde.Dat fort, dat zoo beroemd geworden is in den Amerikaanschen oorlog, ligt ruim drie Engelsche mijlen van Charleston.Uit dat fort werden in April 1861 Anderson en zijne Noordelijke troepen verjaagd, op wien de eerste schoten der Geconfedereerden gelost werden.Het was toen nog in krachtigen staat van tegenweer en de zuidelijke vlag wapperde nog van den ontzaglijken steenen vijfhoek.Toen deDolfijnhet fort voorbij was, zag men dat Charleston tusschen de beide rivieren Ashley en Cooper in is gelegen.James Playfair stoomde tusschen de drijftonnen door en liet den vuurtoren zuid-west ten zuiden liggen. Hij had toen reeds de Engelsche vlag geheschen en stoomde met eene wonderbare snelheid tusschen de engten door.Toen hij de drijfton der quarantaine aan stuurboordzijde achter zich had, ging hij vrij, midden in de baai, vooruit. Jenny stond op dekampanjeen aanschouwde de stad waar haar vader wederrechtelijk gevangen werd gehouden en de tranen schoten haar in de oogen.Eindelijk verminderde deDolfijnzijn stoom en lag weldra voor de kade deNorth commercial Wharf.

Het kanaal van Sullivan.Twee dagen na de ontmoeting met de noordelijke korvet, bevond deDolfijnzich tusschen de Bermudas-eilanden en werd door een hevigen storm beloopen. Die streken zijn berucht wegens hare ongelukken; dáár heeft Shakespeare zich de verschrikkelijke tooneelen van zijn »Tempest” gedacht.De storm was vreeselijk en James Playfair dacht er een oogenblik aan of hij in Mainland, een der Bermudische eilanden zou binnen loopen, waar de Engelschen eene factorij bezitten. Dat zou een geduchte tegenspoed geweest zijn. Gelukkig hield deDolfijnzich uitmuntend gedurende den storm, en nadat hij zich een geheelen dag door den orkaan uit den koers had laten drijven, kon hij zijn tocht naar de Amerikaansche kusten weder voortzetten.Maar was James Playfair tevreden over zijn schip, hij was niet minder verrukt over den moed en de kalmte van Jenny Halliburtt, die zelfs in den hevigsten orkaan bij hem op het dek gebleven was. Ook begon de jonge man te begrijpen, toen hij zich zelven onderzocht, dat een vurige, onweerstaanbare liefde zich van zijne geheele ziel meester maakte.»Ja,” dacht hij, »dat moedige meisje is baas op mijn schip. Wat zal oom Vincent zeggen! ’k Weet zeker dat, zoo Jenny mijbeval die vervloekte lading in zee te werpen, ik het uit liefde voor haar zonder aarzelen doen zou.”Gelukkig voor het huis Playfair vergde Jenny dat offer niet. Maar met dat al was de kapitein erg verliefd en Crockston die als in zijn hart las, wreef zich zoo hard in de handen dat hij ze bijna ontvelde.»We hebben hem, we hebben hem!” zeide hij onophoudelijk voor zich heen, »en eer wij acht dagen verder zijn, zit mijnheer Halliburtt veilig en wel in de mooiste hut van denDolfijn.”En Jenny? Was zij bewust van de gevoelens die zij inboezemde en beantwoordde zij die gevoelens? Niemand wist het en James Playfair minder dan iemand.Maar terwijl de liefde zulken voortgang maakte in het hart des jongen kapiteins, stoomde deDolfijnniet minder snel naar Charleston.Den 13enJanuari zagen zij land op tien Engelsche mijlen, in het westen. Crockston bleef oplettend den horizon gadeslaan, en om negen uur in den morgen, een lichtpunt aan de kust ontdekkende, riep hij:»De vuurtoren van Charleston!”Toen daaruit bleek op welk punt van de kust deDolfijnzich bevond, had James nog slechts te beslissen door welk vaarwater hij in de baai van Charleston zou binnenloopen.»Als we binnen de drie uren geen hinderpaal ontmoeten,” zeide hij, »liggen we veilig in de haven van Charleston.”De stad Charleston ligt aan het uiteinde eener baai, van zeven Eng. mijlen lengte en twee mijlen breedte, welker toegang vrij moeilijk is; die toegang ligt ingesloten, zuidelijk door het eiland Morris en noordelijk door het eiland Sullivan. Toen deDolfijnzijn waagstuk uitvoerde van de blokkade te verbreken, behoorde het eiland Morris reeds aan de Noordelijken. Het eiland Sullivan daarentegen was in de handen der Zuidelijken, die zich staande hielden in het fort Moultrie, op het uiterste punt van het eiland gelegen. Het was derhalve raadzaam voor denDolfijnvlak langs de noordkust te varen, ten einde het vuur van het eiland Morris te vermijden.Er waren vijf toegangen door welke hij in de haven kon komen: het kanaal van Sullivan, het Noorder kanaal, het kanaal Overal, het Hoofdkanaal en eindelijk het kanaal Lanford. Het Noorder kanaal en het kanaal Overal werden bestreken door de batterijen der Noordelijken; daaraan was dus geen denken. Als James Playfair had kunnen kiezen, zou hij het Hoofdkanaal gekozen hebben; maar nu moest hij zijne beslissing van de omstandigheden laten afhangen. De kapitein was volkomen met de gevaren en de diepte van den stroom der baai bekend; hij kon derhalve zijn schip veilig sturen, zoodra hij een der enge doortochten door was. De groote zaakwas daarin door te dringen en die manoeuvre vereischte eene groote mate van zeemanschap en eene juiste kennis van de eigenschappen van denDolfijn.Crockston bleef oplettend den horizon gadeslaan. Bladz. 236.Crockston bleef oplettend den horizon gadeslaan. Bladz.236.Er kruisten bovendien twee noordelijke fregatten in de wateren van Charleston, die weldra door den stuurman werden aangewezen.»Ze maken zich klaar om ons te vragen wat we hier komen doen,” zeide hij tot den kapitein.»Nu, we geven hun geen antwoord,” antwoordde Playfair, »al zijn ze nog zoo nieuwsgierig.”De kruisers kwamen met alle stoomkracht op denDolfijnlos, die zijn weg vervolgde en zorg droeg buiten het bereik hunner schoten te blijven. Nu richtte de kapitein, om tijd te winnen, koers naar het zuid-westen, ten einde de vijandelijke vaartuigen in den waan te brengen dat hij naar het eiland Morris stevende; daar waren batterijen en kanonnen waaruit een enkele kogel voldoende zou zijn om het Engelsche schip te doen zinken. Zij lieten denDolfijnderhalve zijn gang gaan en vergenoegden zich met hem op een afstand te volgen en gade te slaan.Zoo bleven de verschillende vaartuigen een uur lang op gelijken afstand van elkander, wijl James, om den vijand te bedriegen, slechts langzaam voortstoomde, waarbij hij zorg droeg dat er een dikke zwarte rook uit de schoorsteenen drong, om te doen gelooven dat hij zijn maximum van drukking, en derhalve van snelheid gebruikte.»Wat zullen ze kijken als ze ons aanstonds tusschen hen door zien stoomen,” zei de kapitein.Inderdaad, toen de kapitein zich dicht bij het eiland Morris zag en in de buurt van kanonnen, wier kracht hij niet kende, veranderde hij plotseling van richting, liet de boot omkeeren en keerde naar het noorden terug, de beide kruisers twee mijlen achter zich latende.Toen de noordelijke kruisers die manoeuvre zagen, begrepen zij het plan van denDolfijnen begonnen hem achterna te zetten; doch deDolfijnverdubbelde zijne snelheid, had hen weldra op een afstand en naderde de kust. Zij zonden hem nog een paar kogels na, doch die bereikten den halven weg niet.Des morgens om elf uur stoomde deDolfijnvlak langs het eiland Sullivan, met alle macht het kanaal in. Daar was hij veilig, want geen noordelijke kruiser zou hem in dat ondiepe vaarwater hebben durven volgen.»Is dat nu al die moeielijkheid!” riep Crockston.»Hei, hei, baas Crockston,” antwoordde James Playfair, »de moeielijkheid zit ’em niet in het komen, maar in het heen gaan.”»O,” antwoordde de Amerikaan; »met een schip als deDolfijnen een kapitein als mijnheer Playfair komt en gaat men zoo als men wil.”Intusschen onderzocht de kapitein, met den kijker, den weg dien hij volgen moest; hij had uitmuntende zeekaarten voor zich, zoodat hij zonder aarzeling voorwaarts ging.Toen hij eenmaal met zijn schip in het nauwe kanaal was, stuurde hij eerst op het fort Moultrie aan, totdat hij het kasteel Pikney, op het eenzame eilandje Shute’s Folly in het oog kreeg.Op dat oogenblik werd hij door eenige kogels uit de batterijen van het eiland Morris begroet, die hem niet bereikten. Hij zette zijn koers voort, stoomde Moultrie-Ville, aan het uiterste punt van het eiland Sullivan, voorbij en de baai in.Weldra had hij het fort Sumter links achter zich, dat hem tegen de batterijen der Noordelijken beschermde.Dat fort, dat zoo beroemd geworden is in den Amerikaanschen oorlog, ligt ruim drie Engelsche mijlen van Charleston.Uit dat fort werden in April 1861 Anderson en zijne Noordelijke troepen verjaagd, op wien de eerste schoten der Geconfedereerden gelost werden.Het was toen nog in krachtigen staat van tegenweer en de zuidelijke vlag wapperde nog van den ontzaglijken steenen vijfhoek.Toen deDolfijnhet fort voorbij was, zag men dat Charleston tusschen de beide rivieren Ashley en Cooper in is gelegen.James Playfair stoomde tusschen de drijftonnen door en liet den vuurtoren zuid-west ten zuiden liggen. Hij had toen reeds de Engelsche vlag geheschen en stoomde met eene wonderbare snelheid tusschen de engten door.Toen hij de drijfton der quarantaine aan stuurboordzijde achter zich had, ging hij vrij, midden in de baai, vooruit. Jenny stond op dekampanjeen aanschouwde de stad waar haar vader wederrechtelijk gevangen werd gehouden en de tranen schoten haar in de oogen.Eindelijk verminderde deDolfijnzijn stoom en lag weldra voor de kade deNorth commercial Wharf.

Het kanaal van Sullivan.Twee dagen na de ontmoeting met de noordelijke korvet, bevond deDolfijnzich tusschen de Bermudas-eilanden en werd door een hevigen storm beloopen. Die streken zijn berucht wegens hare ongelukken; dáár heeft Shakespeare zich de verschrikkelijke tooneelen van zijn »Tempest” gedacht.De storm was vreeselijk en James Playfair dacht er een oogenblik aan of hij in Mainland, een der Bermudische eilanden zou binnen loopen, waar de Engelschen eene factorij bezitten. Dat zou een geduchte tegenspoed geweest zijn. Gelukkig hield deDolfijnzich uitmuntend gedurende den storm, en nadat hij zich een geheelen dag door den orkaan uit den koers had laten drijven, kon hij zijn tocht naar de Amerikaansche kusten weder voortzetten.Maar was James Playfair tevreden over zijn schip, hij was niet minder verrukt over den moed en de kalmte van Jenny Halliburtt, die zelfs in den hevigsten orkaan bij hem op het dek gebleven was. Ook begon de jonge man te begrijpen, toen hij zich zelven onderzocht, dat een vurige, onweerstaanbare liefde zich van zijne geheele ziel meester maakte.»Ja,” dacht hij, »dat moedige meisje is baas op mijn schip. Wat zal oom Vincent zeggen! ’k Weet zeker dat, zoo Jenny mijbeval die vervloekte lading in zee te werpen, ik het uit liefde voor haar zonder aarzelen doen zou.”Gelukkig voor het huis Playfair vergde Jenny dat offer niet. Maar met dat al was de kapitein erg verliefd en Crockston die als in zijn hart las, wreef zich zoo hard in de handen dat hij ze bijna ontvelde.»We hebben hem, we hebben hem!” zeide hij onophoudelijk voor zich heen, »en eer wij acht dagen verder zijn, zit mijnheer Halliburtt veilig en wel in de mooiste hut van denDolfijn.”En Jenny? Was zij bewust van de gevoelens die zij inboezemde en beantwoordde zij die gevoelens? Niemand wist het en James Playfair minder dan iemand.Maar terwijl de liefde zulken voortgang maakte in het hart des jongen kapiteins, stoomde deDolfijnniet minder snel naar Charleston.Den 13enJanuari zagen zij land op tien Engelsche mijlen, in het westen. Crockston bleef oplettend den horizon gadeslaan, en om negen uur in den morgen, een lichtpunt aan de kust ontdekkende, riep hij:»De vuurtoren van Charleston!”Toen daaruit bleek op welk punt van de kust deDolfijnzich bevond, had James nog slechts te beslissen door welk vaarwater hij in de baai van Charleston zou binnenloopen.»Als we binnen de drie uren geen hinderpaal ontmoeten,” zeide hij, »liggen we veilig in de haven van Charleston.”De stad Charleston ligt aan het uiteinde eener baai, van zeven Eng. mijlen lengte en twee mijlen breedte, welker toegang vrij moeilijk is; die toegang ligt ingesloten, zuidelijk door het eiland Morris en noordelijk door het eiland Sullivan. Toen deDolfijnzijn waagstuk uitvoerde van de blokkade te verbreken, behoorde het eiland Morris reeds aan de Noordelijken. Het eiland Sullivan daarentegen was in de handen der Zuidelijken, die zich staande hielden in het fort Moultrie, op het uiterste punt van het eiland gelegen. Het was derhalve raadzaam voor denDolfijnvlak langs de noordkust te varen, ten einde het vuur van het eiland Morris te vermijden.Er waren vijf toegangen door welke hij in de haven kon komen: het kanaal van Sullivan, het Noorder kanaal, het kanaal Overal, het Hoofdkanaal en eindelijk het kanaal Lanford. Het Noorder kanaal en het kanaal Overal werden bestreken door de batterijen der Noordelijken; daaraan was dus geen denken. Als James Playfair had kunnen kiezen, zou hij het Hoofdkanaal gekozen hebben; maar nu moest hij zijne beslissing van de omstandigheden laten afhangen. De kapitein was volkomen met de gevaren en de diepte van den stroom der baai bekend; hij kon derhalve zijn schip veilig sturen, zoodra hij een der enge doortochten door was. De groote zaakwas daarin door te dringen en die manoeuvre vereischte eene groote mate van zeemanschap en eene juiste kennis van de eigenschappen van denDolfijn.Crockston bleef oplettend den horizon gadeslaan. Bladz. 236.Crockston bleef oplettend den horizon gadeslaan. Bladz.236.Er kruisten bovendien twee noordelijke fregatten in de wateren van Charleston, die weldra door den stuurman werden aangewezen.»Ze maken zich klaar om ons te vragen wat we hier komen doen,” zeide hij tot den kapitein.»Nu, we geven hun geen antwoord,” antwoordde Playfair, »al zijn ze nog zoo nieuwsgierig.”De kruisers kwamen met alle stoomkracht op denDolfijnlos, die zijn weg vervolgde en zorg droeg buiten het bereik hunner schoten te blijven. Nu richtte de kapitein, om tijd te winnen, koers naar het zuid-westen, ten einde de vijandelijke vaartuigen in den waan te brengen dat hij naar het eiland Morris stevende; daar waren batterijen en kanonnen waaruit een enkele kogel voldoende zou zijn om het Engelsche schip te doen zinken. Zij lieten denDolfijnderhalve zijn gang gaan en vergenoegden zich met hem op een afstand te volgen en gade te slaan.Zoo bleven de verschillende vaartuigen een uur lang op gelijken afstand van elkander, wijl James, om den vijand te bedriegen, slechts langzaam voortstoomde, waarbij hij zorg droeg dat er een dikke zwarte rook uit de schoorsteenen drong, om te doen gelooven dat hij zijn maximum van drukking, en derhalve van snelheid gebruikte.»Wat zullen ze kijken als ze ons aanstonds tusschen hen door zien stoomen,” zei de kapitein.Inderdaad, toen de kapitein zich dicht bij het eiland Morris zag en in de buurt van kanonnen, wier kracht hij niet kende, veranderde hij plotseling van richting, liet de boot omkeeren en keerde naar het noorden terug, de beide kruisers twee mijlen achter zich latende.Toen de noordelijke kruisers die manoeuvre zagen, begrepen zij het plan van denDolfijnen begonnen hem achterna te zetten; doch deDolfijnverdubbelde zijne snelheid, had hen weldra op een afstand en naderde de kust. Zij zonden hem nog een paar kogels na, doch die bereikten den halven weg niet.Des morgens om elf uur stoomde deDolfijnvlak langs het eiland Sullivan, met alle macht het kanaal in. Daar was hij veilig, want geen noordelijke kruiser zou hem in dat ondiepe vaarwater hebben durven volgen.»Is dat nu al die moeielijkheid!” riep Crockston.»Hei, hei, baas Crockston,” antwoordde James Playfair, »de moeielijkheid zit ’em niet in het komen, maar in het heen gaan.”»O,” antwoordde de Amerikaan; »met een schip als deDolfijnen een kapitein als mijnheer Playfair komt en gaat men zoo als men wil.”Intusschen onderzocht de kapitein, met den kijker, den weg dien hij volgen moest; hij had uitmuntende zeekaarten voor zich, zoodat hij zonder aarzeling voorwaarts ging.Toen hij eenmaal met zijn schip in het nauwe kanaal was, stuurde hij eerst op het fort Moultrie aan, totdat hij het kasteel Pikney, op het eenzame eilandje Shute’s Folly in het oog kreeg.Op dat oogenblik werd hij door eenige kogels uit de batterijen van het eiland Morris begroet, die hem niet bereikten. Hij zette zijn koers voort, stoomde Moultrie-Ville, aan het uiterste punt van het eiland Sullivan, voorbij en de baai in.Weldra had hij het fort Sumter links achter zich, dat hem tegen de batterijen der Noordelijken beschermde.Dat fort, dat zoo beroemd geworden is in den Amerikaanschen oorlog, ligt ruim drie Engelsche mijlen van Charleston.Uit dat fort werden in April 1861 Anderson en zijne Noordelijke troepen verjaagd, op wien de eerste schoten der Geconfedereerden gelost werden.Het was toen nog in krachtigen staat van tegenweer en de zuidelijke vlag wapperde nog van den ontzaglijken steenen vijfhoek.Toen deDolfijnhet fort voorbij was, zag men dat Charleston tusschen de beide rivieren Ashley en Cooper in is gelegen.James Playfair stoomde tusschen de drijftonnen door en liet den vuurtoren zuid-west ten zuiden liggen. Hij had toen reeds de Engelsche vlag geheschen en stoomde met eene wonderbare snelheid tusschen de engten door.Toen hij de drijfton der quarantaine aan stuurboordzijde achter zich had, ging hij vrij, midden in de baai, vooruit. Jenny stond op dekampanjeen aanschouwde de stad waar haar vader wederrechtelijk gevangen werd gehouden en de tranen schoten haar in de oogen.Eindelijk verminderde deDolfijnzijn stoom en lag weldra voor de kade deNorth commercial Wharf.

Het kanaal van Sullivan.

Twee dagen na de ontmoeting met de noordelijke korvet, bevond deDolfijnzich tusschen de Bermudas-eilanden en werd door een hevigen storm beloopen. Die streken zijn berucht wegens hare ongelukken; dáár heeft Shakespeare zich de verschrikkelijke tooneelen van zijn »Tempest” gedacht.De storm was vreeselijk en James Playfair dacht er een oogenblik aan of hij in Mainland, een der Bermudische eilanden zou binnen loopen, waar de Engelschen eene factorij bezitten. Dat zou een geduchte tegenspoed geweest zijn. Gelukkig hield deDolfijnzich uitmuntend gedurende den storm, en nadat hij zich een geheelen dag door den orkaan uit den koers had laten drijven, kon hij zijn tocht naar de Amerikaansche kusten weder voortzetten.Maar was James Playfair tevreden over zijn schip, hij was niet minder verrukt over den moed en de kalmte van Jenny Halliburtt, die zelfs in den hevigsten orkaan bij hem op het dek gebleven was. Ook begon de jonge man te begrijpen, toen hij zich zelven onderzocht, dat een vurige, onweerstaanbare liefde zich van zijne geheele ziel meester maakte.»Ja,” dacht hij, »dat moedige meisje is baas op mijn schip. Wat zal oom Vincent zeggen! ’k Weet zeker dat, zoo Jenny mijbeval die vervloekte lading in zee te werpen, ik het uit liefde voor haar zonder aarzelen doen zou.”Gelukkig voor het huis Playfair vergde Jenny dat offer niet. Maar met dat al was de kapitein erg verliefd en Crockston die als in zijn hart las, wreef zich zoo hard in de handen dat hij ze bijna ontvelde.»We hebben hem, we hebben hem!” zeide hij onophoudelijk voor zich heen, »en eer wij acht dagen verder zijn, zit mijnheer Halliburtt veilig en wel in de mooiste hut van denDolfijn.”En Jenny? Was zij bewust van de gevoelens die zij inboezemde en beantwoordde zij die gevoelens? Niemand wist het en James Playfair minder dan iemand.Maar terwijl de liefde zulken voortgang maakte in het hart des jongen kapiteins, stoomde deDolfijnniet minder snel naar Charleston.Den 13enJanuari zagen zij land op tien Engelsche mijlen, in het westen. Crockston bleef oplettend den horizon gadeslaan, en om negen uur in den morgen, een lichtpunt aan de kust ontdekkende, riep hij:»De vuurtoren van Charleston!”Toen daaruit bleek op welk punt van de kust deDolfijnzich bevond, had James nog slechts te beslissen door welk vaarwater hij in de baai van Charleston zou binnenloopen.»Als we binnen de drie uren geen hinderpaal ontmoeten,” zeide hij, »liggen we veilig in de haven van Charleston.”De stad Charleston ligt aan het uiteinde eener baai, van zeven Eng. mijlen lengte en twee mijlen breedte, welker toegang vrij moeilijk is; die toegang ligt ingesloten, zuidelijk door het eiland Morris en noordelijk door het eiland Sullivan. Toen deDolfijnzijn waagstuk uitvoerde van de blokkade te verbreken, behoorde het eiland Morris reeds aan de Noordelijken. Het eiland Sullivan daarentegen was in de handen der Zuidelijken, die zich staande hielden in het fort Moultrie, op het uiterste punt van het eiland gelegen. Het was derhalve raadzaam voor denDolfijnvlak langs de noordkust te varen, ten einde het vuur van het eiland Morris te vermijden.Er waren vijf toegangen door welke hij in de haven kon komen: het kanaal van Sullivan, het Noorder kanaal, het kanaal Overal, het Hoofdkanaal en eindelijk het kanaal Lanford. Het Noorder kanaal en het kanaal Overal werden bestreken door de batterijen der Noordelijken; daaraan was dus geen denken. Als James Playfair had kunnen kiezen, zou hij het Hoofdkanaal gekozen hebben; maar nu moest hij zijne beslissing van de omstandigheden laten afhangen. De kapitein was volkomen met de gevaren en de diepte van den stroom der baai bekend; hij kon derhalve zijn schip veilig sturen, zoodra hij een der enge doortochten door was. De groote zaakwas daarin door te dringen en die manoeuvre vereischte eene groote mate van zeemanschap en eene juiste kennis van de eigenschappen van denDolfijn.Crockston bleef oplettend den horizon gadeslaan. Bladz. 236.Crockston bleef oplettend den horizon gadeslaan. Bladz.236.Er kruisten bovendien twee noordelijke fregatten in de wateren van Charleston, die weldra door den stuurman werden aangewezen.»Ze maken zich klaar om ons te vragen wat we hier komen doen,” zeide hij tot den kapitein.»Nu, we geven hun geen antwoord,” antwoordde Playfair, »al zijn ze nog zoo nieuwsgierig.”De kruisers kwamen met alle stoomkracht op denDolfijnlos, die zijn weg vervolgde en zorg droeg buiten het bereik hunner schoten te blijven. Nu richtte de kapitein, om tijd te winnen, koers naar het zuid-westen, ten einde de vijandelijke vaartuigen in den waan te brengen dat hij naar het eiland Morris stevende; daar waren batterijen en kanonnen waaruit een enkele kogel voldoende zou zijn om het Engelsche schip te doen zinken. Zij lieten denDolfijnderhalve zijn gang gaan en vergenoegden zich met hem op een afstand te volgen en gade te slaan.Zoo bleven de verschillende vaartuigen een uur lang op gelijken afstand van elkander, wijl James, om den vijand te bedriegen, slechts langzaam voortstoomde, waarbij hij zorg droeg dat er een dikke zwarte rook uit de schoorsteenen drong, om te doen gelooven dat hij zijn maximum van drukking, en derhalve van snelheid gebruikte.»Wat zullen ze kijken als ze ons aanstonds tusschen hen door zien stoomen,” zei de kapitein.Inderdaad, toen de kapitein zich dicht bij het eiland Morris zag en in de buurt van kanonnen, wier kracht hij niet kende, veranderde hij plotseling van richting, liet de boot omkeeren en keerde naar het noorden terug, de beide kruisers twee mijlen achter zich latende.Toen de noordelijke kruisers die manoeuvre zagen, begrepen zij het plan van denDolfijnen begonnen hem achterna te zetten; doch deDolfijnverdubbelde zijne snelheid, had hen weldra op een afstand en naderde de kust. Zij zonden hem nog een paar kogels na, doch die bereikten den halven weg niet.Des morgens om elf uur stoomde deDolfijnvlak langs het eiland Sullivan, met alle macht het kanaal in. Daar was hij veilig, want geen noordelijke kruiser zou hem in dat ondiepe vaarwater hebben durven volgen.»Is dat nu al die moeielijkheid!” riep Crockston.»Hei, hei, baas Crockston,” antwoordde James Playfair, »de moeielijkheid zit ’em niet in het komen, maar in het heen gaan.”»O,” antwoordde de Amerikaan; »met een schip als deDolfijnen een kapitein als mijnheer Playfair komt en gaat men zoo als men wil.”Intusschen onderzocht de kapitein, met den kijker, den weg dien hij volgen moest; hij had uitmuntende zeekaarten voor zich, zoodat hij zonder aarzeling voorwaarts ging.Toen hij eenmaal met zijn schip in het nauwe kanaal was, stuurde hij eerst op het fort Moultrie aan, totdat hij het kasteel Pikney, op het eenzame eilandje Shute’s Folly in het oog kreeg.Op dat oogenblik werd hij door eenige kogels uit de batterijen van het eiland Morris begroet, die hem niet bereikten. Hij zette zijn koers voort, stoomde Moultrie-Ville, aan het uiterste punt van het eiland Sullivan, voorbij en de baai in.Weldra had hij het fort Sumter links achter zich, dat hem tegen de batterijen der Noordelijken beschermde.Dat fort, dat zoo beroemd geworden is in den Amerikaanschen oorlog, ligt ruim drie Engelsche mijlen van Charleston.Uit dat fort werden in April 1861 Anderson en zijne Noordelijke troepen verjaagd, op wien de eerste schoten der Geconfedereerden gelost werden.Het was toen nog in krachtigen staat van tegenweer en de zuidelijke vlag wapperde nog van den ontzaglijken steenen vijfhoek.Toen deDolfijnhet fort voorbij was, zag men dat Charleston tusschen de beide rivieren Ashley en Cooper in is gelegen.James Playfair stoomde tusschen de drijftonnen door en liet den vuurtoren zuid-west ten zuiden liggen. Hij had toen reeds de Engelsche vlag geheschen en stoomde met eene wonderbare snelheid tusschen de engten door.Toen hij de drijfton der quarantaine aan stuurboordzijde achter zich had, ging hij vrij, midden in de baai, vooruit. Jenny stond op dekampanjeen aanschouwde de stad waar haar vader wederrechtelijk gevangen werd gehouden en de tranen schoten haar in de oogen.Eindelijk verminderde deDolfijnzijn stoom en lag weldra voor de kade deNorth commercial Wharf.

Twee dagen na de ontmoeting met de noordelijke korvet, bevond deDolfijnzich tusschen de Bermudas-eilanden en werd door een hevigen storm beloopen. Die streken zijn berucht wegens hare ongelukken; dáár heeft Shakespeare zich de verschrikkelijke tooneelen van zijn »Tempest” gedacht.

De storm was vreeselijk en James Playfair dacht er een oogenblik aan of hij in Mainland, een der Bermudische eilanden zou binnen loopen, waar de Engelschen eene factorij bezitten. Dat zou een geduchte tegenspoed geweest zijn. Gelukkig hield deDolfijnzich uitmuntend gedurende den storm, en nadat hij zich een geheelen dag door den orkaan uit den koers had laten drijven, kon hij zijn tocht naar de Amerikaansche kusten weder voortzetten.

Maar was James Playfair tevreden over zijn schip, hij was niet minder verrukt over den moed en de kalmte van Jenny Halliburtt, die zelfs in den hevigsten orkaan bij hem op het dek gebleven was. Ook begon de jonge man te begrijpen, toen hij zich zelven onderzocht, dat een vurige, onweerstaanbare liefde zich van zijne geheele ziel meester maakte.

»Ja,” dacht hij, »dat moedige meisje is baas op mijn schip. Wat zal oom Vincent zeggen! ’k Weet zeker dat, zoo Jenny mijbeval die vervloekte lading in zee te werpen, ik het uit liefde voor haar zonder aarzelen doen zou.”

Gelukkig voor het huis Playfair vergde Jenny dat offer niet. Maar met dat al was de kapitein erg verliefd en Crockston die als in zijn hart las, wreef zich zoo hard in de handen dat hij ze bijna ontvelde.

»We hebben hem, we hebben hem!” zeide hij onophoudelijk voor zich heen, »en eer wij acht dagen verder zijn, zit mijnheer Halliburtt veilig en wel in de mooiste hut van denDolfijn.”

En Jenny? Was zij bewust van de gevoelens die zij inboezemde en beantwoordde zij die gevoelens? Niemand wist het en James Playfair minder dan iemand.

Maar terwijl de liefde zulken voortgang maakte in het hart des jongen kapiteins, stoomde deDolfijnniet minder snel naar Charleston.

Den 13enJanuari zagen zij land op tien Engelsche mijlen, in het westen. Crockston bleef oplettend den horizon gadeslaan, en om negen uur in den morgen, een lichtpunt aan de kust ontdekkende, riep hij:

»De vuurtoren van Charleston!”

Toen daaruit bleek op welk punt van de kust deDolfijnzich bevond, had James nog slechts te beslissen door welk vaarwater hij in de baai van Charleston zou binnenloopen.

»Als we binnen de drie uren geen hinderpaal ontmoeten,” zeide hij, »liggen we veilig in de haven van Charleston.”

De stad Charleston ligt aan het uiteinde eener baai, van zeven Eng. mijlen lengte en twee mijlen breedte, welker toegang vrij moeilijk is; die toegang ligt ingesloten, zuidelijk door het eiland Morris en noordelijk door het eiland Sullivan. Toen deDolfijnzijn waagstuk uitvoerde van de blokkade te verbreken, behoorde het eiland Morris reeds aan de Noordelijken. Het eiland Sullivan daarentegen was in de handen der Zuidelijken, die zich staande hielden in het fort Moultrie, op het uiterste punt van het eiland gelegen. Het was derhalve raadzaam voor denDolfijnvlak langs de noordkust te varen, ten einde het vuur van het eiland Morris te vermijden.

Er waren vijf toegangen door welke hij in de haven kon komen: het kanaal van Sullivan, het Noorder kanaal, het kanaal Overal, het Hoofdkanaal en eindelijk het kanaal Lanford. Het Noorder kanaal en het kanaal Overal werden bestreken door de batterijen der Noordelijken; daaraan was dus geen denken. Als James Playfair had kunnen kiezen, zou hij het Hoofdkanaal gekozen hebben; maar nu moest hij zijne beslissing van de omstandigheden laten afhangen. De kapitein was volkomen met de gevaren en de diepte van den stroom der baai bekend; hij kon derhalve zijn schip veilig sturen, zoodra hij een der enge doortochten door was. De groote zaakwas daarin door te dringen en die manoeuvre vereischte eene groote mate van zeemanschap en eene juiste kennis van de eigenschappen van denDolfijn.

Crockston bleef oplettend den horizon gadeslaan. Bladz. 236.Crockston bleef oplettend den horizon gadeslaan. Bladz.236.

Crockston bleef oplettend den horizon gadeslaan. Bladz.236.

Er kruisten bovendien twee noordelijke fregatten in de wateren van Charleston, die weldra door den stuurman werden aangewezen.

»Ze maken zich klaar om ons te vragen wat we hier komen doen,” zeide hij tot den kapitein.

»Nu, we geven hun geen antwoord,” antwoordde Playfair, »al zijn ze nog zoo nieuwsgierig.”

De kruisers kwamen met alle stoomkracht op denDolfijnlos, die zijn weg vervolgde en zorg droeg buiten het bereik hunner schoten te blijven. Nu richtte de kapitein, om tijd te winnen, koers naar het zuid-westen, ten einde de vijandelijke vaartuigen in den waan te brengen dat hij naar het eiland Morris stevende; daar waren batterijen en kanonnen waaruit een enkele kogel voldoende zou zijn om het Engelsche schip te doen zinken. Zij lieten denDolfijnderhalve zijn gang gaan en vergenoegden zich met hem op een afstand te volgen en gade te slaan.

Zoo bleven de verschillende vaartuigen een uur lang op gelijken afstand van elkander, wijl James, om den vijand te bedriegen, slechts langzaam voortstoomde, waarbij hij zorg droeg dat er een dikke zwarte rook uit de schoorsteenen drong, om te doen gelooven dat hij zijn maximum van drukking, en derhalve van snelheid gebruikte.

»Wat zullen ze kijken als ze ons aanstonds tusschen hen door zien stoomen,” zei de kapitein.

Inderdaad, toen de kapitein zich dicht bij het eiland Morris zag en in de buurt van kanonnen, wier kracht hij niet kende, veranderde hij plotseling van richting, liet de boot omkeeren en keerde naar het noorden terug, de beide kruisers twee mijlen achter zich latende.

Toen de noordelijke kruisers die manoeuvre zagen, begrepen zij het plan van denDolfijnen begonnen hem achterna te zetten; doch deDolfijnverdubbelde zijne snelheid, had hen weldra op een afstand en naderde de kust. Zij zonden hem nog een paar kogels na, doch die bereikten den halven weg niet.

Des morgens om elf uur stoomde deDolfijnvlak langs het eiland Sullivan, met alle macht het kanaal in. Daar was hij veilig, want geen noordelijke kruiser zou hem in dat ondiepe vaarwater hebben durven volgen.

»Is dat nu al die moeielijkheid!” riep Crockston.

»Hei, hei, baas Crockston,” antwoordde James Playfair, »de moeielijkheid zit ’em niet in het komen, maar in het heen gaan.”

»O,” antwoordde de Amerikaan; »met een schip als deDolfijnen een kapitein als mijnheer Playfair komt en gaat men zoo als men wil.”

Intusschen onderzocht de kapitein, met den kijker, den weg dien hij volgen moest; hij had uitmuntende zeekaarten voor zich, zoodat hij zonder aarzeling voorwaarts ging.

Toen hij eenmaal met zijn schip in het nauwe kanaal was, stuurde hij eerst op het fort Moultrie aan, totdat hij het kasteel Pikney, op het eenzame eilandje Shute’s Folly in het oog kreeg.

Op dat oogenblik werd hij door eenige kogels uit de batterijen van het eiland Morris begroet, die hem niet bereikten. Hij zette zijn koers voort, stoomde Moultrie-Ville, aan het uiterste punt van het eiland Sullivan, voorbij en de baai in.

Weldra had hij het fort Sumter links achter zich, dat hem tegen de batterijen der Noordelijken beschermde.

Dat fort, dat zoo beroemd geworden is in den Amerikaanschen oorlog, ligt ruim drie Engelsche mijlen van Charleston.

Uit dat fort werden in April 1861 Anderson en zijne Noordelijke troepen verjaagd, op wien de eerste schoten der Geconfedereerden gelost werden.

Het was toen nog in krachtigen staat van tegenweer en de zuidelijke vlag wapperde nog van den ontzaglijken steenen vijfhoek.

Toen deDolfijnhet fort voorbij was, zag men dat Charleston tusschen de beide rivieren Ashley en Cooper in is gelegen.

James Playfair stoomde tusschen de drijftonnen door en liet den vuurtoren zuid-west ten zuiden liggen. Hij had toen reeds de Engelsche vlag geheschen en stoomde met eene wonderbare snelheid tusschen de engten door.

Toen hij de drijfton der quarantaine aan stuurboordzijde achter zich had, ging hij vrij, midden in de baai, vooruit. Jenny stond op dekampanjeen aanschouwde de stad waar haar vader wederrechtelijk gevangen werd gehouden en de tranen schoten haar in de oogen.

Eindelijk verminderde deDolfijnzijn stoom en lag weldra voor de kade deNorth commercial Wharf.


Back to IndexNext