X.

X.De snelle strooming.Gedurende hun verblijf bij de kraal waren kolonel Everest enMathieu Strux volstrekt niet met elkander in aanraking geweest. De breedteopnamen hadden zonder hunne hulp plaats gehad; daar zij niet verplicht waren elkander »wetenschappelijk” te ontmoeten, hadden zij elkander niet opgezocht. Den dag voor het vertrek had de kolonel dood eenvoudig zijn kaartje met P. P. C. aan den Russischen sterrekundige gezonden, en had er een met dezelfde letters van Mathieu Strux terug ontvangen.Den 19enMei brak de geheele karavaan de legerplaats op en hervatte de reis naar het noorden. Men had de hoeken gemeten, die aan de basis gelegen waren van den achtsten driehoek, welks top aan de linkerzijde van den meridiaan door een paaltje, dat juist op zes kilometers afstands stond, werd aangewezen. Men behoefde dat nieuwe punt dus slechts te bereiken om den geodesischen arbeid te hervatten.Van 19 tot 29 Mei werden er twee nieuwe driehoeken gemeten. Alle voorzorgen waren genomen om met wiskundige zekerheid te werk te gaan. Het werk ging naar wensch, en tot nog toe waren de moeilijkheden niet groot geweest. Het weder was gunstig voor de waarnemingen gebleven en de grond bood geen onoverkomelijke hinderpalen aan. Misschien zelfs was hij door al te groote vlakheid niet eens zoo bijzonder geschikt om hoeken te meten. Het was als een woestijn van groen, hier en daar doorsneden door beekjes, die tusschen rijen karreeboomen doorliepen, waarvan de inboorlingen hunne bogen maken, en die door hunne bladeren veel op wilgenboomen gelijken. Deze vlakte, bezaaid met stukken verweerde rots, vermengd met klei, zand en ijzerhoudende steenen, droeg op sommige plaatsen de bewijzen van groote onvruchtbaarheid. Daar verdween elk spoor van vocht, en bestond de flora slechts uit zekere slijmachtige planten, die aan de grootste droogte weerstand bieden. Maar mijlen ver bood deze streek geene enkele verhevenheid aan, die voor natuurlijk station had kunnen dienen. Daarom moest men seinpalen van tien of twaalf meters hoog oprichten, die als aanwijzingspunten konden dienen. Men verloor dus een min of meer kostbaren tijd, waardoor de meting eenige vertraging ondervond. Als de waarneming geschied was, moest men den paal uit den grond halen en hem eenige kilometers verder dragen om op nieuw als hoekpunt te kunnen dienen. Doch dit geschiedde gewoonlijk zonder veel moeite, daar de bemanning van deQueen and Tzaraan zulk werk gewoon was en het gemakkelijk volvoerde. Deze mannen waren goed geoefend en werkten snel, en men zou hen voortdurend hebben moeten prijzen om hunne bekwaamheid, wanneer nationale eigenliefde hen niet dikwijls met elkander had doen twisten.De onvergeeflijke naijver, dien de aanvoerders jegens elkander koesterden, hitste soms ook de matrozen tegen elkander op. Zorn en Emery gebruikten al hunne wijsheid en al hunne voorzichtigheidom deze noodlottige neiging te bestrijden; maar zij slaagden daar niet altijd in. Van daar twisten die bij onbeschaafde menschen in betreurenswaardige handtastelijkheden konden ontaarden. De kolonel en de Russische geleerde kwamen dan wel tusschenbeiden, doch op eene wijze die den haat nog verergerde, daar ieder hunner partij koos voor zijne landgenooten, zóó zelfs dat hij hen steunde al hadden zij ongelijk. Van de ondergeschikten ging de twist over op hunne meesters en nam toe, zooals Michel Zorn beweerde, in evenredigheid van den rang dien de twistenden bekleedden. Twee maanden na het vertrek uit Lattakou waren alleen nog de beide jongelieden door zulke vriendschapsbanden verbonden gebleven, als voor het welslagen der onderneming noodzakelijk was. John Murray en Nikolaas Palander hoe ingespannen ook, de een met zijne berekeningen, de ander met zijne jachtavonturen, begonnen zich in die twisten te mengen. Kortom, weldra was de twist zóó hoog gestegen, dat Mathieu Strux meende tegen den kolonel te moeten zeggen:»Neem zoo’n hoogen toon niet aan, mijnheer, met sterrekundigen, die aan het observatorium van Pulkowa geplaatst zijn en die met hunne groote kijkers hebben kunnen ontdekken dat de schijf van Uranus volkomen rond is!”Waarop de kolonel Everest antwoordde dat men recht had nog veel hooger toon aan te slaan, wanneer men de eer had te behooren tot het observatorium van Cambridge, met welks kolossalen kijker men de nevelvlek van Andromeda onder de onregelmatige nevelvlekken had kunnen rangschikken!Daarop dreef Mathieu Strux den twist zóóver, dat hij beweerde met den kijker van Pulkowa met zijn objectief van veertien centimeters, sterren van de 13egrootte te kunnen zien, waarop Everest antwoordde, dat het objectief van den kijker van Cambridge even goed veertien centimeters groot was, en dat hij in den nacht van 31 Januari 1852 daarmede eindelijk den geheimzinnigen satelliet ontdekt had, die de storingen in de loopbaan van Sirius teweegbrengt!Toen de geleerden elkander zulke hatelijkheden naar het hoofd begonnen te werpen, begreep men dat er geene toenadering meer mogelijk was. Het was dus te vreezen dat voor het vervolg de triangulatie onder deze onherstelbare vijandschap lijden zou.Gelukkig had tot nog toe de twist nergens anders over geloopen dan over stelsels of geodesische feiten. Soms was men het oneens geweest over metingen, die met den theodoliet of met den repetitiecirkel gedaan waren; maar in plaats van er stoornis in teweeg te brengen, had dit verschil integendeel gediend om ze des te nauwkeuriger te bepalen. De keuze der stations had tot nog toe geen punt van geschil opgeleverd.Terwijl de matrozen de boot gereed maakten. (Blz. 75.)Terwijl de matrozen de boot gereed maakten. (Blz.75.)Den 30stenMei veranderde het weder, dat tot nog toe helder en dus zeer gunstig voor de waarnemingen geweest was, bijna plotseling.In elke andere hemelstreek zou men zeker onweder met stortregens voorspeld hebben. De hemel werd met sombere wolken bedekt. Nu en dan schoot een bliksemstraal door de nevelmassazonder evenwel door een donderslag gevolgd te worden. De verdichting van den waterdamp tot vloeibaren toestand had in de bovenste lagen der lucht echter geen plaats, zoodat de uitgedroogde grond door geen enkelen regendroppel verfrischt werd. Alleen bleef de hemel gedurende eenige dagen zeer somber.Deze ontijdige mist moest de waarnemingen noodzakelijk hinderen; de stations waren op een kilometer afstands niet meer te zien.Evenwel wilde de Engelsch-Russische commissie geen tijd verliezen, en besloot om lichtsignalen te plaatsen, ten einde gedurende den nacht te kunnen werken. Op raad van den Boschjesman evenwel, moest men in het belang der waarnemers eenige voorzorgsmaatregelen nemen. Des nachts toch dwaalden wilde dieren, aangelokt door den schijn der elektrieke lampen, in menigte om de stations. De waarnemers hoorden dan het geschreeuw van den jakhals en het schorre gegrinnik van de hyena, dat aan het eigenaardige lachen van dronken negers deed denken.Gedurende deze eerste nachtelijke waarnemingen, van alle kanten omringd door brullende dieren, waaronder men dikwijls den leeuw hoorde, werden de sterrekundigen wel een weinig afgetrokken van hun werk. De metingen geschiedden niet zoo spoedig, maar daarom niet minder nauwkeurig. Die vurige oogen, welke uit de dikke duisternis op hen gevestigd waren, hinderden de geleerden wel eenigermate. Onder zulke omstandigheden waren er groote koelbloedigheid en onverstoorbare zelfbeheersching bij noodig, om de afstanden der lantarens en de daar tusschen gelegen hoeken te meten. Doch de leden der commissie bezaten deze hoedanigheden in hooge mate. Na eenige dagen hadden zij hunne tegenwoordigheid van geest geheel terug, en werkten midden tusschen de wilde dieren even goed alsof zij in de stille zalen van een observatorium geweest waren. Bovendien stonden op elk station eenige met geweren gewapende jagers en een zeker aantal al te stoutmoedige hyena’s vielen door de Europeesche kogels. Het is onnoodig er bij te voegen dat John Murray deze manier van driehoeksmeting »verrukkelijk” vond. Terwijl hij door het oculair van den kijker keek, had hij zijn buks in de hand en het gebeurde dikwijls dat hij tusschen twee waarnemingen in nog even een schot loste.De geodesische waarnemingen werden dus niet afgebroken door het slechte weder; de juistheid liet zelfs niets te wenschen over, en het meten van den meridiaan ging regelmatig naar het noorden voort. Geen enkel meldenswaardig voorval had er plaats tusschen 30 Mei en 17 Juni. Nieuwe driehoeken werden gemeten door middel van kunstmatig aangewezen stations, en voor het einde der maand hoopten Mathieu Strux en de kolonel wederom een graad van den 24stenmeridiaan gemeten te hebben, als ten minste geen natuurlijke hinderpaal den gang hunner werkzaamheid stoorde.Den 17denJuni kwam hun een vrij breede stroom, een zijtak van de Oranjerivier dwars in den weg. De leden der wetenschappelijke commissie waren voor hun persoon niet verlegen om er overheen te komen; zij hadden eene boot van caoutchouc, die bestemd was om hen over middelmatige rivieren en meren heen te brengen; maar de wagen en het materieel van de karavaan konden er zoo niet over. Men moest stroomop- of stroomafwaarts eene waadbare plaats opzoeken. Men besloot derhalve tegen het gevoelen van Mathieu Strux, dat de Europeanen met hunne instrumenten over den stroom zouden gaan, terwijl de karavaan onder geleide van Mokum eenige kilometers lager eene waadbare plaats zou opzoeken, die de jager beweerde te kennen.Deze zijtak van de Oranjerivier had op deze plaats een halven kilometer breedte. De snelle stroom, hier en daar door rotspunten of boomstammen afgebroken, was dus vrij gevaarlijk voor een licht vaartuig. Mathieu Strux had daarover een en ander in het midden gebracht, maar daar hij den schijn niet wilde hebben voor het gevaar, dat zijne makkers zouden loopen, terug te deinzen, had hij zich aan de zijde der meerderheid geschaard.Alleen zou Nikolaas Palander het overige gedeelte der karavaan stroomafwaarts volgen, niet omdat de waardige rekenmeester eenige vrees koesterde! Hij was al te ingespannen om zelfs eenig gevaar te vermoeden, maar zijne tegenwoordigheid was niet strikt noodzakelijk voor de leiding der werkzaamheden, en zonder hinder kon hij zijne makkers voor een of twee dagen verlaten. Bovendien kon de zeer kleine boot slechts een gering aantal passagiers medevoeren. Het was bovendien ook veel beter om slechts eens over dien snellen stroom heen te gaan, en mannen, instrumenten en levensmiddelen in ééne enkele maal naar den tegenoverliggenden oever te brengen. Er waren zeer geoefende zeelieden voor noodig om de caoutchouc-boot te sturen en Nikolaas Palander stond daarom zijne plaats af aan een van de Engelsche matrozen van deQueen and Tzar, die in deze omstandigheden veel nuttiger was dan de eerzame sterrekundige van Helsingfors.Nadat men afgesproken had om ten noorden van den stroom weder bij elkander te komen, begon de karavaan onder leiding van den jager langs den linkeroever voort te trekken. Weldra waren de laatste wagens in de verte verdwenen, en kolonel Everest, Mathieu Strux, Emery, Zorn, John Murray, twee matrozen en een Boschjesman, die zeer ervaren was in al wat de riviervaart betrof, bleven op den oever der Nosoub achter. Zóó toch werd door de inlanders deze stroom genoemd, die op dat oogenblik door de in den regentijd gevormde beken zeer gestegen was.»Een zeer schoone rivier,” zeide Michel Zorn tegen zijn vriend William, terwijl de matrozen de boot gereed maakten.»Zeer schoon, maar moeilijk om over te komen,”was het antwoord.»Deze snelle stroomen hebben weinig tijd van bestaan, maar genieten hun bestaan dan ook volop! Binnen eenige weken, in het drooge jaargetijde zal er misschien niet zóóveel water van overblijven om eene karavaan te lesschen, en nu is het een bijna onoverkomelijke rivier! Zij stroomt snel, maar zal spoedig uitdroogen. Zoo is, waarde vriend, de wet van de natuur. Maar wij hebben geen tijd om ons in wijsgeerige bespiegelingen te verdiepen. De boot is gereed, en ik wil wel eens zien hoe zij zich op den snellen stroom houden zal.”Binnen eenige minuten was de caoutchouc-bekleeding om het ijzeren geraamte der boot vastgemaakt, en werd deze te water gelaten. Zij wachtte de reizigers onder aan eene helling, die zacht glooiend tusschen de granietrotsen afliep. Hier stroomde het water, dank zij eene vooruitstekende punt van den oever, zachtkens tusschen het met bloeiende planten vermengde riet voort. De inscheping had dus met het grootste gemak plaats. De instrumenten werden onder in de boot op een hoop gras gelegd om niet geschokt te worden. De reizigers namen zoodanig plaats, dat zij de beide matrozen niet hinderden, aan wie de riemen waren toevertrouwd. De Boschjesman plaatste zich achter in en stuurde. Deze inboorling was de geleider der karavaan. Mokum had hem medegegeven als een bekwaam man, die zeer bekend was met de Afrikaansche stroomen. Hij kende eenige woorden Engelsch, en raadde den reizigers aan om gedurende den overtocht der Nosoub de grootste stilte in acht te nemen.Het touw, waarmede de boot aan den oever was vastgemaakt, werd losgelaten, en de riemen hadden haar spoedig buiten de branding gevoerd. Men begon den invloed van den stroom te gevoelen, die honderd ellen verder zeer in snelheid toenam. De bevelen door den stuurman aan de beide matrozen gegeven, werden stipt uitgevoerd. Nu eens moest men de riemen opbeuren om een half onder water verborgen boomstronk te vermijden, dan weder met dubbele snelheid roeien om door een maalstroom te komen, die door een tegenstroom gevormd werd. Als vervolgens de gang al te sterk werd, liet men de lichte boot met den stroom afdrijven. De inboorling, de hand aan het roer, met vasten blik en onbeweeglijk hoofd, voorkwam alle gevaren van deze vaart. De Europeanen beschouwden met zekere ongerustheid dezen nieuwen toestand. Zij voelden dat zij met onwederstaanbare kracht door den onstuimigen stroom werden medegesleept. Kolonel Everest en Mathieu Strux keken elkander aan met stijf gesloten lippen. John Murray zat met zijne onafscheidelijke buks tusschen de beenen en zag naar de tallooze vogels, wier vleugels de oppervlakte des waters schoren. De beide jonge sterrekundigen bewonderden, zonder door iets afgetrokken te worden, de schoone oevers, die met duizelingwekkende snelheid onder hun oog voorbijvlogen.Maar John Murray was er bij. (Blz. 78.)Maar John Murray was er bij. (Blz.78.)Weldra had de lichte boot het snelste gedeelte van den stroombereikt; men moest daar dwars doorheen om den tegenoverliggenden oever te bereiken, waar het water stiller was. Op een teeken van den Boschjesman deden de matrozen krachtiger riemslagen; maarniettegenstaande hunne inspanning werd de boot onwederstaanbaar en evenwijdig met de oevers medegesleept en gleed stroomafwaarts. De sloep gehoorzaamde niet meer aan het roer; de toestand werd zeer gevaarlijk, want een stoot tegen eene rots of een boomstam zou de boot onvermijdelijk hebben doen omslaan.De reizigers begrepen het gevaar, maar geen hunner sprak een woord. De stuurman was half opgestaan en keek in de richting, die de boot volgde. Hij kon hare vaart niet matigen in dezen stroom, die dezelfde snelheid had als het vaartuig, dat aan het roer niet meer gehoorzaamde. Op twee honderd meters voor de boot stak een soort van eilandje, eene gevaarlijke opeenhooping van steenen en boomstammen, uit de bedding van de rivier uit. Het was onmogelijk het te vermijden. Binnen weinige oogenblikken moest de boot het eilandje bereiken en er bijna zeker op verbrijzeld worden.En inderdaad had er bijna oogenblikkelijk een schok plaats, maar minder hevig dan men verwacht had. De boot dook een weinig en schepte wat water, de reizigers konden echter op hunne plaatsen blijven zitten; zij keken vooruit..... De zwarte rots waartegen zij gestooten hadden, veranderde van plaats, en bewoog zich te midden van de woelende wateren. Deze rots was een reusachtig rivierpaard, dat door den stroom naar het eilandje was medegesleept, en zich niet meer in de snelle strooming durfde wagen om den eenen of anderen oever te bereiken. Toen de boot tegen het dier aankwam, lichtte het den kop op en keek met zijne kleine domme oogen om zich heen. De vreeselijke dikhuid was tien voet lang, had eene harde, bruine en kale huid, en vertoonde boven in den open muil snijtanden, en onderin zeer groote hondstanden. Bijna op hetzelfde oogenblik wierp het dier zich op de sloep, waarin het woedend de tanden sloeg, en die het dreigde te vernielen.Maar John Murray was er bij; zijne koelbloedigheid verliet hem geen oogenblik; hij legde bedaard zijn geweer aan en schoot het dier met een kogel vlak achter het oor. De hippopotamus liet niet los, en schudde de boot evenals een hond met een haas doet. Aanstonds werd het geweer weder geladen en trof het dier nogmaals in den kop. Het schot was doodelijk, want de geheele vleeschklomp zonk bijna onmiddellijk na met eene laatste krachtsinspanning de boot weder midden in den stroom geduwd te hebben.Vóór de reizigers tot zichzelven konden komen, draaide de boot, die dwars op stroom was gekomen, als een tol, en dreef schuin weder in de richting van den snellen stroom voort. Een plotselinge bocht in de rivier, eenige honderden meters stroomafwaarts, brak den snellen stroom van de Nosoub. In twintig seconden bereikte de sloep deze plaats. Een hevige schok hield haar tegen en de reizigers sprongen gezond en wel op den oever na over een afstand van twee kilometers te zijn medegesleept.

X.De snelle strooming.Gedurende hun verblijf bij de kraal waren kolonel Everest enMathieu Strux volstrekt niet met elkander in aanraking geweest. De breedteopnamen hadden zonder hunne hulp plaats gehad; daar zij niet verplicht waren elkander »wetenschappelijk” te ontmoeten, hadden zij elkander niet opgezocht. Den dag voor het vertrek had de kolonel dood eenvoudig zijn kaartje met P. P. C. aan den Russischen sterrekundige gezonden, en had er een met dezelfde letters van Mathieu Strux terug ontvangen.Den 19enMei brak de geheele karavaan de legerplaats op en hervatte de reis naar het noorden. Men had de hoeken gemeten, die aan de basis gelegen waren van den achtsten driehoek, welks top aan de linkerzijde van den meridiaan door een paaltje, dat juist op zes kilometers afstands stond, werd aangewezen. Men behoefde dat nieuwe punt dus slechts te bereiken om den geodesischen arbeid te hervatten.Van 19 tot 29 Mei werden er twee nieuwe driehoeken gemeten. Alle voorzorgen waren genomen om met wiskundige zekerheid te werk te gaan. Het werk ging naar wensch, en tot nog toe waren de moeilijkheden niet groot geweest. Het weder was gunstig voor de waarnemingen gebleven en de grond bood geen onoverkomelijke hinderpalen aan. Misschien zelfs was hij door al te groote vlakheid niet eens zoo bijzonder geschikt om hoeken te meten. Het was als een woestijn van groen, hier en daar doorsneden door beekjes, die tusschen rijen karreeboomen doorliepen, waarvan de inboorlingen hunne bogen maken, en die door hunne bladeren veel op wilgenboomen gelijken. Deze vlakte, bezaaid met stukken verweerde rots, vermengd met klei, zand en ijzerhoudende steenen, droeg op sommige plaatsen de bewijzen van groote onvruchtbaarheid. Daar verdween elk spoor van vocht, en bestond de flora slechts uit zekere slijmachtige planten, die aan de grootste droogte weerstand bieden. Maar mijlen ver bood deze streek geene enkele verhevenheid aan, die voor natuurlijk station had kunnen dienen. Daarom moest men seinpalen van tien of twaalf meters hoog oprichten, die als aanwijzingspunten konden dienen. Men verloor dus een min of meer kostbaren tijd, waardoor de meting eenige vertraging ondervond. Als de waarneming geschied was, moest men den paal uit den grond halen en hem eenige kilometers verder dragen om op nieuw als hoekpunt te kunnen dienen. Doch dit geschiedde gewoonlijk zonder veel moeite, daar de bemanning van deQueen and Tzaraan zulk werk gewoon was en het gemakkelijk volvoerde. Deze mannen waren goed geoefend en werkten snel, en men zou hen voortdurend hebben moeten prijzen om hunne bekwaamheid, wanneer nationale eigenliefde hen niet dikwijls met elkander had doen twisten.De onvergeeflijke naijver, dien de aanvoerders jegens elkander koesterden, hitste soms ook de matrozen tegen elkander op. Zorn en Emery gebruikten al hunne wijsheid en al hunne voorzichtigheidom deze noodlottige neiging te bestrijden; maar zij slaagden daar niet altijd in. Van daar twisten die bij onbeschaafde menschen in betreurenswaardige handtastelijkheden konden ontaarden. De kolonel en de Russische geleerde kwamen dan wel tusschenbeiden, doch op eene wijze die den haat nog verergerde, daar ieder hunner partij koos voor zijne landgenooten, zóó zelfs dat hij hen steunde al hadden zij ongelijk. Van de ondergeschikten ging de twist over op hunne meesters en nam toe, zooals Michel Zorn beweerde, in evenredigheid van den rang dien de twistenden bekleedden. Twee maanden na het vertrek uit Lattakou waren alleen nog de beide jongelieden door zulke vriendschapsbanden verbonden gebleven, als voor het welslagen der onderneming noodzakelijk was. John Murray en Nikolaas Palander hoe ingespannen ook, de een met zijne berekeningen, de ander met zijne jachtavonturen, begonnen zich in die twisten te mengen. Kortom, weldra was de twist zóó hoog gestegen, dat Mathieu Strux meende tegen den kolonel te moeten zeggen:»Neem zoo’n hoogen toon niet aan, mijnheer, met sterrekundigen, die aan het observatorium van Pulkowa geplaatst zijn en die met hunne groote kijkers hebben kunnen ontdekken dat de schijf van Uranus volkomen rond is!”Waarop de kolonel Everest antwoordde dat men recht had nog veel hooger toon aan te slaan, wanneer men de eer had te behooren tot het observatorium van Cambridge, met welks kolossalen kijker men de nevelvlek van Andromeda onder de onregelmatige nevelvlekken had kunnen rangschikken!Daarop dreef Mathieu Strux den twist zóóver, dat hij beweerde met den kijker van Pulkowa met zijn objectief van veertien centimeters, sterren van de 13egrootte te kunnen zien, waarop Everest antwoordde, dat het objectief van den kijker van Cambridge even goed veertien centimeters groot was, en dat hij in den nacht van 31 Januari 1852 daarmede eindelijk den geheimzinnigen satelliet ontdekt had, die de storingen in de loopbaan van Sirius teweegbrengt!Toen de geleerden elkander zulke hatelijkheden naar het hoofd begonnen te werpen, begreep men dat er geene toenadering meer mogelijk was. Het was dus te vreezen dat voor het vervolg de triangulatie onder deze onherstelbare vijandschap lijden zou.Gelukkig had tot nog toe de twist nergens anders over geloopen dan over stelsels of geodesische feiten. Soms was men het oneens geweest over metingen, die met den theodoliet of met den repetitiecirkel gedaan waren; maar in plaats van er stoornis in teweeg te brengen, had dit verschil integendeel gediend om ze des te nauwkeuriger te bepalen. De keuze der stations had tot nog toe geen punt van geschil opgeleverd.Terwijl de matrozen de boot gereed maakten. (Blz. 75.)Terwijl de matrozen de boot gereed maakten. (Blz.75.)Den 30stenMei veranderde het weder, dat tot nog toe helder en dus zeer gunstig voor de waarnemingen geweest was, bijna plotseling.In elke andere hemelstreek zou men zeker onweder met stortregens voorspeld hebben. De hemel werd met sombere wolken bedekt. Nu en dan schoot een bliksemstraal door de nevelmassazonder evenwel door een donderslag gevolgd te worden. De verdichting van den waterdamp tot vloeibaren toestand had in de bovenste lagen der lucht echter geen plaats, zoodat de uitgedroogde grond door geen enkelen regendroppel verfrischt werd. Alleen bleef de hemel gedurende eenige dagen zeer somber.Deze ontijdige mist moest de waarnemingen noodzakelijk hinderen; de stations waren op een kilometer afstands niet meer te zien.Evenwel wilde de Engelsch-Russische commissie geen tijd verliezen, en besloot om lichtsignalen te plaatsen, ten einde gedurende den nacht te kunnen werken. Op raad van den Boschjesman evenwel, moest men in het belang der waarnemers eenige voorzorgsmaatregelen nemen. Des nachts toch dwaalden wilde dieren, aangelokt door den schijn der elektrieke lampen, in menigte om de stations. De waarnemers hoorden dan het geschreeuw van den jakhals en het schorre gegrinnik van de hyena, dat aan het eigenaardige lachen van dronken negers deed denken.Gedurende deze eerste nachtelijke waarnemingen, van alle kanten omringd door brullende dieren, waaronder men dikwijls den leeuw hoorde, werden de sterrekundigen wel een weinig afgetrokken van hun werk. De metingen geschiedden niet zoo spoedig, maar daarom niet minder nauwkeurig. Die vurige oogen, welke uit de dikke duisternis op hen gevestigd waren, hinderden de geleerden wel eenigermate. Onder zulke omstandigheden waren er groote koelbloedigheid en onverstoorbare zelfbeheersching bij noodig, om de afstanden der lantarens en de daar tusschen gelegen hoeken te meten. Doch de leden der commissie bezaten deze hoedanigheden in hooge mate. Na eenige dagen hadden zij hunne tegenwoordigheid van geest geheel terug, en werkten midden tusschen de wilde dieren even goed alsof zij in de stille zalen van een observatorium geweest waren. Bovendien stonden op elk station eenige met geweren gewapende jagers en een zeker aantal al te stoutmoedige hyena’s vielen door de Europeesche kogels. Het is onnoodig er bij te voegen dat John Murray deze manier van driehoeksmeting »verrukkelijk” vond. Terwijl hij door het oculair van den kijker keek, had hij zijn buks in de hand en het gebeurde dikwijls dat hij tusschen twee waarnemingen in nog even een schot loste.De geodesische waarnemingen werden dus niet afgebroken door het slechte weder; de juistheid liet zelfs niets te wenschen over, en het meten van den meridiaan ging regelmatig naar het noorden voort. Geen enkel meldenswaardig voorval had er plaats tusschen 30 Mei en 17 Juni. Nieuwe driehoeken werden gemeten door middel van kunstmatig aangewezen stations, en voor het einde der maand hoopten Mathieu Strux en de kolonel wederom een graad van den 24stenmeridiaan gemeten te hebben, als ten minste geen natuurlijke hinderpaal den gang hunner werkzaamheid stoorde.Den 17denJuni kwam hun een vrij breede stroom, een zijtak van de Oranjerivier dwars in den weg. De leden der wetenschappelijke commissie waren voor hun persoon niet verlegen om er overheen te komen; zij hadden eene boot van caoutchouc, die bestemd was om hen over middelmatige rivieren en meren heen te brengen; maar de wagen en het materieel van de karavaan konden er zoo niet over. Men moest stroomop- of stroomafwaarts eene waadbare plaats opzoeken. Men besloot derhalve tegen het gevoelen van Mathieu Strux, dat de Europeanen met hunne instrumenten over den stroom zouden gaan, terwijl de karavaan onder geleide van Mokum eenige kilometers lager eene waadbare plaats zou opzoeken, die de jager beweerde te kennen.Deze zijtak van de Oranjerivier had op deze plaats een halven kilometer breedte. De snelle stroom, hier en daar door rotspunten of boomstammen afgebroken, was dus vrij gevaarlijk voor een licht vaartuig. Mathieu Strux had daarover een en ander in het midden gebracht, maar daar hij den schijn niet wilde hebben voor het gevaar, dat zijne makkers zouden loopen, terug te deinzen, had hij zich aan de zijde der meerderheid geschaard.Alleen zou Nikolaas Palander het overige gedeelte der karavaan stroomafwaarts volgen, niet omdat de waardige rekenmeester eenige vrees koesterde! Hij was al te ingespannen om zelfs eenig gevaar te vermoeden, maar zijne tegenwoordigheid was niet strikt noodzakelijk voor de leiding der werkzaamheden, en zonder hinder kon hij zijne makkers voor een of twee dagen verlaten. Bovendien kon de zeer kleine boot slechts een gering aantal passagiers medevoeren. Het was bovendien ook veel beter om slechts eens over dien snellen stroom heen te gaan, en mannen, instrumenten en levensmiddelen in ééne enkele maal naar den tegenoverliggenden oever te brengen. Er waren zeer geoefende zeelieden voor noodig om de caoutchouc-boot te sturen en Nikolaas Palander stond daarom zijne plaats af aan een van de Engelsche matrozen van deQueen and Tzar, die in deze omstandigheden veel nuttiger was dan de eerzame sterrekundige van Helsingfors.Nadat men afgesproken had om ten noorden van den stroom weder bij elkander te komen, begon de karavaan onder leiding van den jager langs den linkeroever voort te trekken. Weldra waren de laatste wagens in de verte verdwenen, en kolonel Everest, Mathieu Strux, Emery, Zorn, John Murray, twee matrozen en een Boschjesman, die zeer ervaren was in al wat de riviervaart betrof, bleven op den oever der Nosoub achter. Zóó toch werd door de inlanders deze stroom genoemd, die op dat oogenblik door de in den regentijd gevormde beken zeer gestegen was.»Een zeer schoone rivier,” zeide Michel Zorn tegen zijn vriend William, terwijl de matrozen de boot gereed maakten.»Zeer schoon, maar moeilijk om over te komen,”was het antwoord.»Deze snelle stroomen hebben weinig tijd van bestaan, maar genieten hun bestaan dan ook volop! Binnen eenige weken, in het drooge jaargetijde zal er misschien niet zóóveel water van overblijven om eene karavaan te lesschen, en nu is het een bijna onoverkomelijke rivier! Zij stroomt snel, maar zal spoedig uitdroogen. Zoo is, waarde vriend, de wet van de natuur. Maar wij hebben geen tijd om ons in wijsgeerige bespiegelingen te verdiepen. De boot is gereed, en ik wil wel eens zien hoe zij zich op den snellen stroom houden zal.”Binnen eenige minuten was de caoutchouc-bekleeding om het ijzeren geraamte der boot vastgemaakt, en werd deze te water gelaten. Zij wachtte de reizigers onder aan eene helling, die zacht glooiend tusschen de granietrotsen afliep. Hier stroomde het water, dank zij eene vooruitstekende punt van den oever, zachtkens tusschen het met bloeiende planten vermengde riet voort. De inscheping had dus met het grootste gemak plaats. De instrumenten werden onder in de boot op een hoop gras gelegd om niet geschokt te worden. De reizigers namen zoodanig plaats, dat zij de beide matrozen niet hinderden, aan wie de riemen waren toevertrouwd. De Boschjesman plaatste zich achter in en stuurde. Deze inboorling was de geleider der karavaan. Mokum had hem medegegeven als een bekwaam man, die zeer bekend was met de Afrikaansche stroomen. Hij kende eenige woorden Engelsch, en raadde den reizigers aan om gedurende den overtocht der Nosoub de grootste stilte in acht te nemen.Het touw, waarmede de boot aan den oever was vastgemaakt, werd losgelaten, en de riemen hadden haar spoedig buiten de branding gevoerd. Men begon den invloed van den stroom te gevoelen, die honderd ellen verder zeer in snelheid toenam. De bevelen door den stuurman aan de beide matrozen gegeven, werden stipt uitgevoerd. Nu eens moest men de riemen opbeuren om een half onder water verborgen boomstronk te vermijden, dan weder met dubbele snelheid roeien om door een maalstroom te komen, die door een tegenstroom gevormd werd. Als vervolgens de gang al te sterk werd, liet men de lichte boot met den stroom afdrijven. De inboorling, de hand aan het roer, met vasten blik en onbeweeglijk hoofd, voorkwam alle gevaren van deze vaart. De Europeanen beschouwden met zekere ongerustheid dezen nieuwen toestand. Zij voelden dat zij met onwederstaanbare kracht door den onstuimigen stroom werden medegesleept. Kolonel Everest en Mathieu Strux keken elkander aan met stijf gesloten lippen. John Murray zat met zijne onafscheidelijke buks tusschen de beenen en zag naar de tallooze vogels, wier vleugels de oppervlakte des waters schoren. De beide jonge sterrekundigen bewonderden, zonder door iets afgetrokken te worden, de schoone oevers, die met duizelingwekkende snelheid onder hun oog voorbijvlogen.Maar John Murray was er bij. (Blz. 78.)Maar John Murray was er bij. (Blz.78.)Weldra had de lichte boot het snelste gedeelte van den stroombereikt; men moest daar dwars doorheen om den tegenoverliggenden oever te bereiken, waar het water stiller was. Op een teeken van den Boschjesman deden de matrozen krachtiger riemslagen; maarniettegenstaande hunne inspanning werd de boot onwederstaanbaar en evenwijdig met de oevers medegesleept en gleed stroomafwaarts. De sloep gehoorzaamde niet meer aan het roer; de toestand werd zeer gevaarlijk, want een stoot tegen eene rots of een boomstam zou de boot onvermijdelijk hebben doen omslaan.De reizigers begrepen het gevaar, maar geen hunner sprak een woord. De stuurman was half opgestaan en keek in de richting, die de boot volgde. Hij kon hare vaart niet matigen in dezen stroom, die dezelfde snelheid had als het vaartuig, dat aan het roer niet meer gehoorzaamde. Op twee honderd meters voor de boot stak een soort van eilandje, eene gevaarlijke opeenhooping van steenen en boomstammen, uit de bedding van de rivier uit. Het was onmogelijk het te vermijden. Binnen weinige oogenblikken moest de boot het eilandje bereiken en er bijna zeker op verbrijzeld worden.En inderdaad had er bijna oogenblikkelijk een schok plaats, maar minder hevig dan men verwacht had. De boot dook een weinig en schepte wat water, de reizigers konden echter op hunne plaatsen blijven zitten; zij keken vooruit..... De zwarte rots waartegen zij gestooten hadden, veranderde van plaats, en bewoog zich te midden van de woelende wateren. Deze rots was een reusachtig rivierpaard, dat door den stroom naar het eilandje was medegesleept, en zich niet meer in de snelle strooming durfde wagen om den eenen of anderen oever te bereiken. Toen de boot tegen het dier aankwam, lichtte het den kop op en keek met zijne kleine domme oogen om zich heen. De vreeselijke dikhuid was tien voet lang, had eene harde, bruine en kale huid, en vertoonde boven in den open muil snijtanden, en onderin zeer groote hondstanden. Bijna op hetzelfde oogenblik wierp het dier zich op de sloep, waarin het woedend de tanden sloeg, en die het dreigde te vernielen.Maar John Murray was er bij; zijne koelbloedigheid verliet hem geen oogenblik; hij legde bedaard zijn geweer aan en schoot het dier met een kogel vlak achter het oor. De hippopotamus liet niet los, en schudde de boot evenals een hond met een haas doet. Aanstonds werd het geweer weder geladen en trof het dier nogmaals in den kop. Het schot was doodelijk, want de geheele vleeschklomp zonk bijna onmiddellijk na met eene laatste krachtsinspanning de boot weder midden in den stroom geduwd te hebben.Vóór de reizigers tot zichzelven konden komen, draaide de boot, die dwars op stroom was gekomen, als een tol, en dreef schuin weder in de richting van den snellen stroom voort. Een plotselinge bocht in de rivier, eenige honderden meters stroomafwaarts, brak den snellen stroom van de Nosoub. In twintig seconden bereikte de sloep deze plaats. Een hevige schok hield haar tegen en de reizigers sprongen gezond en wel op den oever na over een afstand van twee kilometers te zijn medegesleept.

X.De snelle strooming.Gedurende hun verblijf bij de kraal waren kolonel Everest enMathieu Strux volstrekt niet met elkander in aanraking geweest. De breedteopnamen hadden zonder hunne hulp plaats gehad; daar zij niet verplicht waren elkander »wetenschappelijk” te ontmoeten, hadden zij elkander niet opgezocht. Den dag voor het vertrek had de kolonel dood eenvoudig zijn kaartje met P. P. C. aan den Russischen sterrekundige gezonden, en had er een met dezelfde letters van Mathieu Strux terug ontvangen.Den 19enMei brak de geheele karavaan de legerplaats op en hervatte de reis naar het noorden. Men had de hoeken gemeten, die aan de basis gelegen waren van den achtsten driehoek, welks top aan de linkerzijde van den meridiaan door een paaltje, dat juist op zes kilometers afstands stond, werd aangewezen. Men behoefde dat nieuwe punt dus slechts te bereiken om den geodesischen arbeid te hervatten.Van 19 tot 29 Mei werden er twee nieuwe driehoeken gemeten. Alle voorzorgen waren genomen om met wiskundige zekerheid te werk te gaan. Het werk ging naar wensch, en tot nog toe waren de moeilijkheden niet groot geweest. Het weder was gunstig voor de waarnemingen gebleven en de grond bood geen onoverkomelijke hinderpalen aan. Misschien zelfs was hij door al te groote vlakheid niet eens zoo bijzonder geschikt om hoeken te meten. Het was als een woestijn van groen, hier en daar doorsneden door beekjes, die tusschen rijen karreeboomen doorliepen, waarvan de inboorlingen hunne bogen maken, en die door hunne bladeren veel op wilgenboomen gelijken. Deze vlakte, bezaaid met stukken verweerde rots, vermengd met klei, zand en ijzerhoudende steenen, droeg op sommige plaatsen de bewijzen van groote onvruchtbaarheid. Daar verdween elk spoor van vocht, en bestond de flora slechts uit zekere slijmachtige planten, die aan de grootste droogte weerstand bieden. Maar mijlen ver bood deze streek geene enkele verhevenheid aan, die voor natuurlijk station had kunnen dienen. Daarom moest men seinpalen van tien of twaalf meters hoog oprichten, die als aanwijzingspunten konden dienen. Men verloor dus een min of meer kostbaren tijd, waardoor de meting eenige vertraging ondervond. Als de waarneming geschied was, moest men den paal uit den grond halen en hem eenige kilometers verder dragen om op nieuw als hoekpunt te kunnen dienen. Doch dit geschiedde gewoonlijk zonder veel moeite, daar de bemanning van deQueen and Tzaraan zulk werk gewoon was en het gemakkelijk volvoerde. Deze mannen waren goed geoefend en werkten snel, en men zou hen voortdurend hebben moeten prijzen om hunne bekwaamheid, wanneer nationale eigenliefde hen niet dikwijls met elkander had doen twisten.De onvergeeflijke naijver, dien de aanvoerders jegens elkander koesterden, hitste soms ook de matrozen tegen elkander op. Zorn en Emery gebruikten al hunne wijsheid en al hunne voorzichtigheidom deze noodlottige neiging te bestrijden; maar zij slaagden daar niet altijd in. Van daar twisten die bij onbeschaafde menschen in betreurenswaardige handtastelijkheden konden ontaarden. De kolonel en de Russische geleerde kwamen dan wel tusschenbeiden, doch op eene wijze die den haat nog verergerde, daar ieder hunner partij koos voor zijne landgenooten, zóó zelfs dat hij hen steunde al hadden zij ongelijk. Van de ondergeschikten ging de twist over op hunne meesters en nam toe, zooals Michel Zorn beweerde, in evenredigheid van den rang dien de twistenden bekleedden. Twee maanden na het vertrek uit Lattakou waren alleen nog de beide jongelieden door zulke vriendschapsbanden verbonden gebleven, als voor het welslagen der onderneming noodzakelijk was. John Murray en Nikolaas Palander hoe ingespannen ook, de een met zijne berekeningen, de ander met zijne jachtavonturen, begonnen zich in die twisten te mengen. Kortom, weldra was de twist zóó hoog gestegen, dat Mathieu Strux meende tegen den kolonel te moeten zeggen:»Neem zoo’n hoogen toon niet aan, mijnheer, met sterrekundigen, die aan het observatorium van Pulkowa geplaatst zijn en die met hunne groote kijkers hebben kunnen ontdekken dat de schijf van Uranus volkomen rond is!”Waarop de kolonel Everest antwoordde dat men recht had nog veel hooger toon aan te slaan, wanneer men de eer had te behooren tot het observatorium van Cambridge, met welks kolossalen kijker men de nevelvlek van Andromeda onder de onregelmatige nevelvlekken had kunnen rangschikken!Daarop dreef Mathieu Strux den twist zóóver, dat hij beweerde met den kijker van Pulkowa met zijn objectief van veertien centimeters, sterren van de 13egrootte te kunnen zien, waarop Everest antwoordde, dat het objectief van den kijker van Cambridge even goed veertien centimeters groot was, en dat hij in den nacht van 31 Januari 1852 daarmede eindelijk den geheimzinnigen satelliet ontdekt had, die de storingen in de loopbaan van Sirius teweegbrengt!Toen de geleerden elkander zulke hatelijkheden naar het hoofd begonnen te werpen, begreep men dat er geene toenadering meer mogelijk was. Het was dus te vreezen dat voor het vervolg de triangulatie onder deze onherstelbare vijandschap lijden zou.Gelukkig had tot nog toe de twist nergens anders over geloopen dan over stelsels of geodesische feiten. Soms was men het oneens geweest over metingen, die met den theodoliet of met den repetitiecirkel gedaan waren; maar in plaats van er stoornis in teweeg te brengen, had dit verschil integendeel gediend om ze des te nauwkeuriger te bepalen. De keuze der stations had tot nog toe geen punt van geschil opgeleverd.Terwijl de matrozen de boot gereed maakten. (Blz. 75.)Terwijl de matrozen de boot gereed maakten. (Blz.75.)Den 30stenMei veranderde het weder, dat tot nog toe helder en dus zeer gunstig voor de waarnemingen geweest was, bijna plotseling.In elke andere hemelstreek zou men zeker onweder met stortregens voorspeld hebben. De hemel werd met sombere wolken bedekt. Nu en dan schoot een bliksemstraal door de nevelmassazonder evenwel door een donderslag gevolgd te worden. De verdichting van den waterdamp tot vloeibaren toestand had in de bovenste lagen der lucht echter geen plaats, zoodat de uitgedroogde grond door geen enkelen regendroppel verfrischt werd. Alleen bleef de hemel gedurende eenige dagen zeer somber.Deze ontijdige mist moest de waarnemingen noodzakelijk hinderen; de stations waren op een kilometer afstands niet meer te zien.Evenwel wilde de Engelsch-Russische commissie geen tijd verliezen, en besloot om lichtsignalen te plaatsen, ten einde gedurende den nacht te kunnen werken. Op raad van den Boschjesman evenwel, moest men in het belang der waarnemers eenige voorzorgsmaatregelen nemen. Des nachts toch dwaalden wilde dieren, aangelokt door den schijn der elektrieke lampen, in menigte om de stations. De waarnemers hoorden dan het geschreeuw van den jakhals en het schorre gegrinnik van de hyena, dat aan het eigenaardige lachen van dronken negers deed denken.Gedurende deze eerste nachtelijke waarnemingen, van alle kanten omringd door brullende dieren, waaronder men dikwijls den leeuw hoorde, werden de sterrekundigen wel een weinig afgetrokken van hun werk. De metingen geschiedden niet zoo spoedig, maar daarom niet minder nauwkeurig. Die vurige oogen, welke uit de dikke duisternis op hen gevestigd waren, hinderden de geleerden wel eenigermate. Onder zulke omstandigheden waren er groote koelbloedigheid en onverstoorbare zelfbeheersching bij noodig, om de afstanden der lantarens en de daar tusschen gelegen hoeken te meten. Doch de leden der commissie bezaten deze hoedanigheden in hooge mate. Na eenige dagen hadden zij hunne tegenwoordigheid van geest geheel terug, en werkten midden tusschen de wilde dieren even goed alsof zij in de stille zalen van een observatorium geweest waren. Bovendien stonden op elk station eenige met geweren gewapende jagers en een zeker aantal al te stoutmoedige hyena’s vielen door de Europeesche kogels. Het is onnoodig er bij te voegen dat John Murray deze manier van driehoeksmeting »verrukkelijk” vond. Terwijl hij door het oculair van den kijker keek, had hij zijn buks in de hand en het gebeurde dikwijls dat hij tusschen twee waarnemingen in nog even een schot loste.De geodesische waarnemingen werden dus niet afgebroken door het slechte weder; de juistheid liet zelfs niets te wenschen over, en het meten van den meridiaan ging regelmatig naar het noorden voort. Geen enkel meldenswaardig voorval had er plaats tusschen 30 Mei en 17 Juni. Nieuwe driehoeken werden gemeten door middel van kunstmatig aangewezen stations, en voor het einde der maand hoopten Mathieu Strux en de kolonel wederom een graad van den 24stenmeridiaan gemeten te hebben, als ten minste geen natuurlijke hinderpaal den gang hunner werkzaamheid stoorde.Den 17denJuni kwam hun een vrij breede stroom, een zijtak van de Oranjerivier dwars in den weg. De leden der wetenschappelijke commissie waren voor hun persoon niet verlegen om er overheen te komen; zij hadden eene boot van caoutchouc, die bestemd was om hen over middelmatige rivieren en meren heen te brengen; maar de wagen en het materieel van de karavaan konden er zoo niet over. Men moest stroomop- of stroomafwaarts eene waadbare plaats opzoeken. Men besloot derhalve tegen het gevoelen van Mathieu Strux, dat de Europeanen met hunne instrumenten over den stroom zouden gaan, terwijl de karavaan onder geleide van Mokum eenige kilometers lager eene waadbare plaats zou opzoeken, die de jager beweerde te kennen.Deze zijtak van de Oranjerivier had op deze plaats een halven kilometer breedte. De snelle stroom, hier en daar door rotspunten of boomstammen afgebroken, was dus vrij gevaarlijk voor een licht vaartuig. Mathieu Strux had daarover een en ander in het midden gebracht, maar daar hij den schijn niet wilde hebben voor het gevaar, dat zijne makkers zouden loopen, terug te deinzen, had hij zich aan de zijde der meerderheid geschaard.Alleen zou Nikolaas Palander het overige gedeelte der karavaan stroomafwaarts volgen, niet omdat de waardige rekenmeester eenige vrees koesterde! Hij was al te ingespannen om zelfs eenig gevaar te vermoeden, maar zijne tegenwoordigheid was niet strikt noodzakelijk voor de leiding der werkzaamheden, en zonder hinder kon hij zijne makkers voor een of twee dagen verlaten. Bovendien kon de zeer kleine boot slechts een gering aantal passagiers medevoeren. Het was bovendien ook veel beter om slechts eens over dien snellen stroom heen te gaan, en mannen, instrumenten en levensmiddelen in ééne enkele maal naar den tegenoverliggenden oever te brengen. Er waren zeer geoefende zeelieden voor noodig om de caoutchouc-boot te sturen en Nikolaas Palander stond daarom zijne plaats af aan een van de Engelsche matrozen van deQueen and Tzar, die in deze omstandigheden veel nuttiger was dan de eerzame sterrekundige van Helsingfors.Nadat men afgesproken had om ten noorden van den stroom weder bij elkander te komen, begon de karavaan onder leiding van den jager langs den linkeroever voort te trekken. Weldra waren de laatste wagens in de verte verdwenen, en kolonel Everest, Mathieu Strux, Emery, Zorn, John Murray, twee matrozen en een Boschjesman, die zeer ervaren was in al wat de riviervaart betrof, bleven op den oever der Nosoub achter. Zóó toch werd door de inlanders deze stroom genoemd, die op dat oogenblik door de in den regentijd gevormde beken zeer gestegen was.»Een zeer schoone rivier,” zeide Michel Zorn tegen zijn vriend William, terwijl de matrozen de boot gereed maakten.»Zeer schoon, maar moeilijk om over te komen,”was het antwoord.»Deze snelle stroomen hebben weinig tijd van bestaan, maar genieten hun bestaan dan ook volop! Binnen eenige weken, in het drooge jaargetijde zal er misschien niet zóóveel water van overblijven om eene karavaan te lesschen, en nu is het een bijna onoverkomelijke rivier! Zij stroomt snel, maar zal spoedig uitdroogen. Zoo is, waarde vriend, de wet van de natuur. Maar wij hebben geen tijd om ons in wijsgeerige bespiegelingen te verdiepen. De boot is gereed, en ik wil wel eens zien hoe zij zich op den snellen stroom houden zal.”Binnen eenige minuten was de caoutchouc-bekleeding om het ijzeren geraamte der boot vastgemaakt, en werd deze te water gelaten. Zij wachtte de reizigers onder aan eene helling, die zacht glooiend tusschen de granietrotsen afliep. Hier stroomde het water, dank zij eene vooruitstekende punt van den oever, zachtkens tusschen het met bloeiende planten vermengde riet voort. De inscheping had dus met het grootste gemak plaats. De instrumenten werden onder in de boot op een hoop gras gelegd om niet geschokt te worden. De reizigers namen zoodanig plaats, dat zij de beide matrozen niet hinderden, aan wie de riemen waren toevertrouwd. De Boschjesman plaatste zich achter in en stuurde. Deze inboorling was de geleider der karavaan. Mokum had hem medegegeven als een bekwaam man, die zeer bekend was met de Afrikaansche stroomen. Hij kende eenige woorden Engelsch, en raadde den reizigers aan om gedurende den overtocht der Nosoub de grootste stilte in acht te nemen.Het touw, waarmede de boot aan den oever was vastgemaakt, werd losgelaten, en de riemen hadden haar spoedig buiten de branding gevoerd. Men begon den invloed van den stroom te gevoelen, die honderd ellen verder zeer in snelheid toenam. De bevelen door den stuurman aan de beide matrozen gegeven, werden stipt uitgevoerd. Nu eens moest men de riemen opbeuren om een half onder water verborgen boomstronk te vermijden, dan weder met dubbele snelheid roeien om door een maalstroom te komen, die door een tegenstroom gevormd werd. Als vervolgens de gang al te sterk werd, liet men de lichte boot met den stroom afdrijven. De inboorling, de hand aan het roer, met vasten blik en onbeweeglijk hoofd, voorkwam alle gevaren van deze vaart. De Europeanen beschouwden met zekere ongerustheid dezen nieuwen toestand. Zij voelden dat zij met onwederstaanbare kracht door den onstuimigen stroom werden medegesleept. Kolonel Everest en Mathieu Strux keken elkander aan met stijf gesloten lippen. John Murray zat met zijne onafscheidelijke buks tusschen de beenen en zag naar de tallooze vogels, wier vleugels de oppervlakte des waters schoren. De beide jonge sterrekundigen bewonderden, zonder door iets afgetrokken te worden, de schoone oevers, die met duizelingwekkende snelheid onder hun oog voorbijvlogen.Maar John Murray was er bij. (Blz. 78.)Maar John Murray was er bij. (Blz.78.)Weldra had de lichte boot het snelste gedeelte van den stroombereikt; men moest daar dwars doorheen om den tegenoverliggenden oever te bereiken, waar het water stiller was. Op een teeken van den Boschjesman deden de matrozen krachtiger riemslagen; maarniettegenstaande hunne inspanning werd de boot onwederstaanbaar en evenwijdig met de oevers medegesleept en gleed stroomafwaarts. De sloep gehoorzaamde niet meer aan het roer; de toestand werd zeer gevaarlijk, want een stoot tegen eene rots of een boomstam zou de boot onvermijdelijk hebben doen omslaan.De reizigers begrepen het gevaar, maar geen hunner sprak een woord. De stuurman was half opgestaan en keek in de richting, die de boot volgde. Hij kon hare vaart niet matigen in dezen stroom, die dezelfde snelheid had als het vaartuig, dat aan het roer niet meer gehoorzaamde. Op twee honderd meters voor de boot stak een soort van eilandje, eene gevaarlijke opeenhooping van steenen en boomstammen, uit de bedding van de rivier uit. Het was onmogelijk het te vermijden. Binnen weinige oogenblikken moest de boot het eilandje bereiken en er bijna zeker op verbrijzeld worden.En inderdaad had er bijna oogenblikkelijk een schok plaats, maar minder hevig dan men verwacht had. De boot dook een weinig en schepte wat water, de reizigers konden echter op hunne plaatsen blijven zitten; zij keken vooruit..... De zwarte rots waartegen zij gestooten hadden, veranderde van plaats, en bewoog zich te midden van de woelende wateren. Deze rots was een reusachtig rivierpaard, dat door den stroom naar het eilandje was medegesleept, en zich niet meer in de snelle strooming durfde wagen om den eenen of anderen oever te bereiken. Toen de boot tegen het dier aankwam, lichtte het den kop op en keek met zijne kleine domme oogen om zich heen. De vreeselijke dikhuid was tien voet lang, had eene harde, bruine en kale huid, en vertoonde boven in den open muil snijtanden, en onderin zeer groote hondstanden. Bijna op hetzelfde oogenblik wierp het dier zich op de sloep, waarin het woedend de tanden sloeg, en die het dreigde te vernielen.Maar John Murray was er bij; zijne koelbloedigheid verliet hem geen oogenblik; hij legde bedaard zijn geweer aan en schoot het dier met een kogel vlak achter het oor. De hippopotamus liet niet los, en schudde de boot evenals een hond met een haas doet. Aanstonds werd het geweer weder geladen en trof het dier nogmaals in den kop. Het schot was doodelijk, want de geheele vleeschklomp zonk bijna onmiddellijk na met eene laatste krachtsinspanning de boot weder midden in den stroom geduwd te hebben.Vóór de reizigers tot zichzelven konden komen, draaide de boot, die dwars op stroom was gekomen, als een tol, en dreef schuin weder in de richting van den snellen stroom voort. Een plotselinge bocht in de rivier, eenige honderden meters stroomafwaarts, brak den snellen stroom van de Nosoub. In twintig seconden bereikte de sloep deze plaats. Een hevige schok hield haar tegen en de reizigers sprongen gezond en wel op den oever na over een afstand van twee kilometers te zijn medegesleept.

X.De snelle strooming.

Gedurende hun verblijf bij de kraal waren kolonel Everest enMathieu Strux volstrekt niet met elkander in aanraking geweest. De breedteopnamen hadden zonder hunne hulp plaats gehad; daar zij niet verplicht waren elkander »wetenschappelijk” te ontmoeten, hadden zij elkander niet opgezocht. Den dag voor het vertrek had de kolonel dood eenvoudig zijn kaartje met P. P. C. aan den Russischen sterrekundige gezonden, en had er een met dezelfde letters van Mathieu Strux terug ontvangen.Den 19enMei brak de geheele karavaan de legerplaats op en hervatte de reis naar het noorden. Men had de hoeken gemeten, die aan de basis gelegen waren van den achtsten driehoek, welks top aan de linkerzijde van den meridiaan door een paaltje, dat juist op zes kilometers afstands stond, werd aangewezen. Men behoefde dat nieuwe punt dus slechts te bereiken om den geodesischen arbeid te hervatten.Van 19 tot 29 Mei werden er twee nieuwe driehoeken gemeten. Alle voorzorgen waren genomen om met wiskundige zekerheid te werk te gaan. Het werk ging naar wensch, en tot nog toe waren de moeilijkheden niet groot geweest. Het weder was gunstig voor de waarnemingen gebleven en de grond bood geen onoverkomelijke hinderpalen aan. Misschien zelfs was hij door al te groote vlakheid niet eens zoo bijzonder geschikt om hoeken te meten. Het was als een woestijn van groen, hier en daar doorsneden door beekjes, die tusschen rijen karreeboomen doorliepen, waarvan de inboorlingen hunne bogen maken, en die door hunne bladeren veel op wilgenboomen gelijken. Deze vlakte, bezaaid met stukken verweerde rots, vermengd met klei, zand en ijzerhoudende steenen, droeg op sommige plaatsen de bewijzen van groote onvruchtbaarheid. Daar verdween elk spoor van vocht, en bestond de flora slechts uit zekere slijmachtige planten, die aan de grootste droogte weerstand bieden. Maar mijlen ver bood deze streek geene enkele verhevenheid aan, die voor natuurlijk station had kunnen dienen. Daarom moest men seinpalen van tien of twaalf meters hoog oprichten, die als aanwijzingspunten konden dienen. Men verloor dus een min of meer kostbaren tijd, waardoor de meting eenige vertraging ondervond. Als de waarneming geschied was, moest men den paal uit den grond halen en hem eenige kilometers verder dragen om op nieuw als hoekpunt te kunnen dienen. Doch dit geschiedde gewoonlijk zonder veel moeite, daar de bemanning van deQueen and Tzaraan zulk werk gewoon was en het gemakkelijk volvoerde. Deze mannen waren goed geoefend en werkten snel, en men zou hen voortdurend hebben moeten prijzen om hunne bekwaamheid, wanneer nationale eigenliefde hen niet dikwijls met elkander had doen twisten.De onvergeeflijke naijver, dien de aanvoerders jegens elkander koesterden, hitste soms ook de matrozen tegen elkander op. Zorn en Emery gebruikten al hunne wijsheid en al hunne voorzichtigheidom deze noodlottige neiging te bestrijden; maar zij slaagden daar niet altijd in. Van daar twisten die bij onbeschaafde menschen in betreurenswaardige handtastelijkheden konden ontaarden. De kolonel en de Russische geleerde kwamen dan wel tusschenbeiden, doch op eene wijze die den haat nog verergerde, daar ieder hunner partij koos voor zijne landgenooten, zóó zelfs dat hij hen steunde al hadden zij ongelijk. Van de ondergeschikten ging de twist over op hunne meesters en nam toe, zooals Michel Zorn beweerde, in evenredigheid van den rang dien de twistenden bekleedden. Twee maanden na het vertrek uit Lattakou waren alleen nog de beide jongelieden door zulke vriendschapsbanden verbonden gebleven, als voor het welslagen der onderneming noodzakelijk was. John Murray en Nikolaas Palander hoe ingespannen ook, de een met zijne berekeningen, de ander met zijne jachtavonturen, begonnen zich in die twisten te mengen. Kortom, weldra was de twist zóó hoog gestegen, dat Mathieu Strux meende tegen den kolonel te moeten zeggen:»Neem zoo’n hoogen toon niet aan, mijnheer, met sterrekundigen, die aan het observatorium van Pulkowa geplaatst zijn en die met hunne groote kijkers hebben kunnen ontdekken dat de schijf van Uranus volkomen rond is!”Waarop de kolonel Everest antwoordde dat men recht had nog veel hooger toon aan te slaan, wanneer men de eer had te behooren tot het observatorium van Cambridge, met welks kolossalen kijker men de nevelvlek van Andromeda onder de onregelmatige nevelvlekken had kunnen rangschikken!Daarop dreef Mathieu Strux den twist zóóver, dat hij beweerde met den kijker van Pulkowa met zijn objectief van veertien centimeters, sterren van de 13egrootte te kunnen zien, waarop Everest antwoordde, dat het objectief van den kijker van Cambridge even goed veertien centimeters groot was, en dat hij in den nacht van 31 Januari 1852 daarmede eindelijk den geheimzinnigen satelliet ontdekt had, die de storingen in de loopbaan van Sirius teweegbrengt!Toen de geleerden elkander zulke hatelijkheden naar het hoofd begonnen te werpen, begreep men dat er geene toenadering meer mogelijk was. Het was dus te vreezen dat voor het vervolg de triangulatie onder deze onherstelbare vijandschap lijden zou.Gelukkig had tot nog toe de twist nergens anders over geloopen dan over stelsels of geodesische feiten. Soms was men het oneens geweest over metingen, die met den theodoliet of met den repetitiecirkel gedaan waren; maar in plaats van er stoornis in teweeg te brengen, had dit verschil integendeel gediend om ze des te nauwkeuriger te bepalen. De keuze der stations had tot nog toe geen punt van geschil opgeleverd.Terwijl de matrozen de boot gereed maakten. (Blz. 75.)Terwijl de matrozen de boot gereed maakten. (Blz.75.)Den 30stenMei veranderde het weder, dat tot nog toe helder en dus zeer gunstig voor de waarnemingen geweest was, bijna plotseling.In elke andere hemelstreek zou men zeker onweder met stortregens voorspeld hebben. De hemel werd met sombere wolken bedekt. Nu en dan schoot een bliksemstraal door de nevelmassazonder evenwel door een donderslag gevolgd te worden. De verdichting van den waterdamp tot vloeibaren toestand had in de bovenste lagen der lucht echter geen plaats, zoodat de uitgedroogde grond door geen enkelen regendroppel verfrischt werd. Alleen bleef de hemel gedurende eenige dagen zeer somber.Deze ontijdige mist moest de waarnemingen noodzakelijk hinderen; de stations waren op een kilometer afstands niet meer te zien.Evenwel wilde de Engelsch-Russische commissie geen tijd verliezen, en besloot om lichtsignalen te plaatsen, ten einde gedurende den nacht te kunnen werken. Op raad van den Boschjesman evenwel, moest men in het belang der waarnemers eenige voorzorgsmaatregelen nemen. Des nachts toch dwaalden wilde dieren, aangelokt door den schijn der elektrieke lampen, in menigte om de stations. De waarnemers hoorden dan het geschreeuw van den jakhals en het schorre gegrinnik van de hyena, dat aan het eigenaardige lachen van dronken negers deed denken.Gedurende deze eerste nachtelijke waarnemingen, van alle kanten omringd door brullende dieren, waaronder men dikwijls den leeuw hoorde, werden de sterrekundigen wel een weinig afgetrokken van hun werk. De metingen geschiedden niet zoo spoedig, maar daarom niet minder nauwkeurig. Die vurige oogen, welke uit de dikke duisternis op hen gevestigd waren, hinderden de geleerden wel eenigermate. Onder zulke omstandigheden waren er groote koelbloedigheid en onverstoorbare zelfbeheersching bij noodig, om de afstanden der lantarens en de daar tusschen gelegen hoeken te meten. Doch de leden der commissie bezaten deze hoedanigheden in hooge mate. Na eenige dagen hadden zij hunne tegenwoordigheid van geest geheel terug, en werkten midden tusschen de wilde dieren even goed alsof zij in de stille zalen van een observatorium geweest waren. Bovendien stonden op elk station eenige met geweren gewapende jagers en een zeker aantal al te stoutmoedige hyena’s vielen door de Europeesche kogels. Het is onnoodig er bij te voegen dat John Murray deze manier van driehoeksmeting »verrukkelijk” vond. Terwijl hij door het oculair van den kijker keek, had hij zijn buks in de hand en het gebeurde dikwijls dat hij tusschen twee waarnemingen in nog even een schot loste.De geodesische waarnemingen werden dus niet afgebroken door het slechte weder; de juistheid liet zelfs niets te wenschen over, en het meten van den meridiaan ging regelmatig naar het noorden voort. Geen enkel meldenswaardig voorval had er plaats tusschen 30 Mei en 17 Juni. Nieuwe driehoeken werden gemeten door middel van kunstmatig aangewezen stations, en voor het einde der maand hoopten Mathieu Strux en de kolonel wederom een graad van den 24stenmeridiaan gemeten te hebben, als ten minste geen natuurlijke hinderpaal den gang hunner werkzaamheid stoorde.Den 17denJuni kwam hun een vrij breede stroom, een zijtak van de Oranjerivier dwars in den weg. De leden der wetenschappelijke commissie waren voor hun persoon niet verlegen om er overheen te komen; zij hadden eene boot van caoutchouc, die bestemd was om hen over middelmatige rivieren en meren heen te brengen; maar de wagen en het materieel van de karavaan konden er zoo niet over. Men moest stroomop- of stroomafwaarts eene waadbare plaats opzoeken. Men besloot derhalve tegen het gevoelen van Mathieu Strux, dat de Europeanen met hunne instrumenten over den stroom zouden gaan, terwijl de karavaan onder geleide van Mokum eenige kilometers lager eene waadbare plaats zou opzoeken, die de jager beweerde te kennen.Deze zijtak van de Oranjerivier had op deze plaats een halven kilometer breedte. De snelle stroom, hier en daar door rotspunten of boomstammen afgebroken, was dus vrij gevaarlijk voor een licht vaartuig. Mathieu Strux had daarover een en ander in het midden gebracht, maar daar hij den schijn niet wilde hebben voor het gevaar, dat zijne makkers zouden loopen, terug te deinzen, had hij zich aan de zijde der meerderheid geschaard.Alleen zou Nikolaas Palander het overige gedeelte der karavaan stroomafwaarts volgen, niet omdat de waardige rekenmeester eenige vrees koesterde! Hij was al te ingespannen om zelfs eenig gevaar te vermoeden, maar zijne tegenwoordigheid was niet strikt noodzakelijk voor de leiding der werkzaamheden, en zonder hinder kon hij zijne makkers voor een of twee dagen verlaten. Bovendien kon de zeer kleine boot slechts een gering aantal passagiers medevoeren. Het was bovendien ook veel beter om slechts eens over dien snellen stroom heen te gaan, en mannen, instrumenten en levensmiddelen in ééne enkele maal naar den tegenoverliggenden oever te brengen. Er waren zeer geoefende zeelieden voor noodig om de caoutchouc-boot te sturen en Nikolaas Palander stond daarom zijne plaats af aan een van de Engelsche matrozen van deQueen and Tzar, die in deze omstandigheden veel nuttiger was dan de eerzame sterrekundige van Helsingfors.Nadat men afgesproken had om ten noorden van den stroom weder bij elkander te komen, begon de karavaan onder leiding van den jager langs den linkeroever voort te trekken. Weldra waren de laatste wagens in de verte verdwenen, en kolonel Everest, Mathieu Strux, Emery, Zorn, John Murray, twee matrozen en een Boschjesman, die zeer ervaren was in al wat de riviervaart betrof, bleven op den oever der Nosoub achter. Zóó toch werd door de inlanders deze stroom genoemd, die op dat oogenblik door de in den regentijd gevormde beken zeer gestegen was.»Een zeer schoone rivier,” zeide Michel Zorn tegen zijn vriend William, terwijl de matrozen de boot gereed maakten.»Zeer schoon, maar moeilijk om over te komen,”was het antwoord.»Deze snelle stroomen hebben weinig tijd van bestaan, maar genieten hun bestaan dan ook volop! Binnen eenige weken, in het drooge jaargetijde zal er misschien niet zóóveel water van overblijven om eene karavaan te lesschen, en nu is het een bijna onoverkomelijke rivier! Zij stroomt snel, maar zal spoedig uitdroogen. Zoo is, waarde vriend, de wet van de natuur. Maar wij hebben geen tijd om ons in wijsgeerige bespiegelingen te verdiepen. De boot is gereed, en ik wil wel eens zien hoe zij zich op den snellen stroom houden zal.”Binnen eenige minuten was de caoutchouc-bekleeding om het ijzeren geraamte der boot vastgemaakt, en werd deze te water gelaten. Zij wachtte de reizigers onder aan eene helling, die zacht glooiend tusschen de granietrotsen afliep. Hier stroomde het water, dank zij eene vooruitstekende punt van den oever, zachtkens tusschen het met bloeiende planten vermengde riet voort. De inscheping had dus met het grootste gemak plaats. De instrumenten werden onder in de boot op een hoop gras gelegd om niet geschokt te worden. De reizigers namen zoodanig plaats, dat zij de beide matrozen niet hinderden, aan wie de riemen waren toevertrouwd. De Boschjesman plaatste zich achter in en stuurde. Deze inboorling was de geleider der karavaan. Mokum had hem medegegeven als een bekwaam man, die zeer bekend was met de Afrikaansche stroomen. Hij kende eenige woorden Engelsch, en raadde den reizigers aan om gedurende den overtocht der Nosoub de grootste stilte in acht te nemen.Het touw, waarmede de boot aan den oever was vastgemaakt, werd losgelaten, en de riemen hadden haar spoedig buiten de branding gevoerd. Men begon den invloed van den stroom te gevoelen, die honderd ellen verder zeer in snelheid toenam. De bevelen door den stuurman aan de beide matrozen gegeven, werden stipt uitgevoerd. Nu eens moest men de riemen opbeuren om een half onder water verborgen boomstronk te vermijden, dan weder met dubbele snelheid roeien om door een maalstroom te komen, die door een tegenstroom gevormd werd. Als vervolgens de gang al te sterk werd, liet men de lichte boot met den stroom afdrijven. De inboorling, de hand aan het roer, met vasten blik en onbeweeglijk hoofd, voorkwam alle gevaren van deze vaart. De Europeanen beschouwden met zekere ongerustheid dezen nieuwen toestand. Zij voelden dat zij met onwederstaanbare kracht door den onstuimigen stroom werden medegesleept. Kolonel Everest en Mathieu Strux keken elkander aan met stijf gesloten lippen. John Murray zat met zijne onafscheidelijke buks tusschen de beenen en zag naar de tallooze vogels, wier vleugels de oppervlakte des waters schoren. De beide jonge sterrekundigen bewonderden, zonder door iets afgetrokken te worden, de schoone oevers, die met duizelingwekkende snelheid onder hun oog voorbijvlogen.Maar John Murray was er bij. (Blz. 78.)Maar John Murray was er bij. (Blz.78.)Weldra had de lichte boot het snelste gedeelte van den stroombereikt; men moest daar dwars doorheen om den tegenoverliggenden oever te bereiken, waar het water stiller was. Op een teeken van den Boschjesman deden de matrozen krachtiger riemslagen; maarniettegenstaande hunne inspanning werd de boot onwederstaanbaar en evenwijdig met de oevers medegesleept en gleed stroomafwaarts. De sloep gehoorzaamde niet meer aan het roer; de toestand werd zeer gevaarlijk, want een stoot tegen eene rots of een boomstam zou de boot onvermijdelijk hebben doen omslaan.De reizigers begrepen het gevaar, maar geen hunner sprak een woord. De stuurman was half opgestaan en keek in de richting, die de boot volgde. Hij kon hare vaart niet matigen in dezen stroom, die dezelfde snelheid had als het vaartuig, dat aan het roer niet meer gehoorzaamde. Op twee honderd meters voor de boot stak een soort van eilandje, eene gevaarlijke opeenhooping van steenen en boomstammen, uit de bedding van de rivier uit. Het was onmogelijk het te vermijden. Binnen weinige oogenblikken moest de boot het eilandje bereiken en er bijna zeker op verbrijzeld worden.En inderdaad had er bijna oogenblikkelijk een schok plaats, maar minder hevig dan men verwacht had. De boot dook een weinig en schepte wat water, de reizigers konden echter op hunne plaatsen blijven zitten; zij keken vooruit..... De zwarte rots waartegen zij gestooten hadden, veranderde van plaats, en bewoog zich te midden van de woelende wateren. Deze rots was een reusachtig rivierpaard, dat door den stroom naar het eilandje was medegesleept, en zich niet meer in de snelle strooming durfde wagen om den eenen of anderen oever te bereiken. Toen de boot tegen het dier aankwam, lichtte het den kop op en keek met zijne kleine domme oogen om zich heen. De vreeselijke dikhuid was tien voet lang, had eene harde, bruine en kale huid, en vertoonde boven in den open muil snijtanden, en onderin zeer groote hondstanden. Bijna op hetzelfde oogenblik wierp het dier zich op de sloep, waarin het woedend de tanden sloeg, en die het dreigde te vernielen.Maar John Murray was er bij; zijne koelbloedigheid verliet hem geen oogenblik; hij legde bedaard zijn geweer aan en schoot het dier met een kogel vlak achter het oor. De hippopotamus liet niet los, en schudde de boot evenals een hond met een haas doet. Aanstonds werd het geweer weder geladen en trof het dier nogmaals in den kop. Het schot was doodelijk, want de geheele vleeschklomp zonk bijna onmiddellijk na met eene laatste krachtsinspanning de boot weder midden in den stroom geduwd te hebben.Vóór de reizigers tot zichzelven konden komen, draaide de boot, die dwars op stroom was gekomen, als een tol, en dreef schuin weder in de richting van den snellen stroom voort. Een plotselinge bocht in de rivier, eenige honderden meters stroomafwaarts, brak den snellen stroom van de Nosoub. In twintig seconden bereikte de sloep deze plaats. Een hevige schok hield haar tegen en de reizigers sprongen gezond en wel op den oever na over een afstand van twee kilometers te zijn medegesleept.

Gedurende hun verblijf bij de kraal waren kolonel Everest enMathieu Strux volstrekt niet met elkander in aanraking geweest. De breedteopnamen hadden zonder hunne hulp plaats gehad; daar zij niet verplicht waren elkander »wetenschappelijk” te ontmoeten, hadden zij elkander niet opgezocht. Den dag voor het vertrek had de kolonel dood eenvoudig zijn kaartje met P. P. C. aan den Russischen sterrekundige gezonden, en had er een met dezelfde letters van Mathieu Strux terug ontvangen.

Den 19enMei brak de geheele karavaan de legerplaats op en hervatte de reis naar het noorden. Men had de hoeken gemeten, die aan de basis gelegen waren van den achtsten driehoek, welks top aan de linkerzijde van den meridiaan door een paaltje, dat juist op zes kilometers afstands stond, werd aangewezen. Men behoefde dat nieuwe punt dus slechts te bereiken om den geodesischen arbeid te hervatten.

Van 19 tot 29 Mei werden er twee nieuwe driehoeken gemeten. Alle voorzorgen waren genomen om met wiskundige zekerheid te werk te gaan. Het werk ging naar wensch, en tot nog toe waren de moeilijkheden niet groot geweest. Het weder was gunstig voor de waarnemingen gebleven en de grond bood geen onoverkomelijke hinderpalen aan. Misschien zelfs was hij door al te groote vlakheid niet eens zoo bijzonder geschikt om hoeken te meten. Het was als een woestijn van groen, hier en daar doorsneden door beekjes, die tusschen rijen karreeboomen doorliepen, waarvan de inboorlingen hunne bogen maken, en die door hunne bladeren veel op wilgenboomen gelijken. Deze vlakte, bezaaid met stukken verweerde rots, vermengd met klei, zand en ijzerhoudende steenen, droeg op sommige plaatsen de bewijzen van groote onvruchtbaarheid. Daar verdween elk spoor van vocht, en bestond de flora slechts uit zekere slijmachtige planten, die aan de grootste droogte weerstand bieden. Maar mijlen ver bood deze streek geene enkele verhevenheid aan, die voor natuurlijk station had kunnen dienen. Daarom moest men seinpalen van tien of twaalf meters hoog oprichten, die als aanwijzingspunten konden dienen. Men verloor dus een min of meer kostbaren tijd, waardoor de meting eenige vertraging ondervond. Als de waarneming geschied was, moest men den paal uit den grond halen en hem eenige kilometers verder dragen om op nieuw als hoekpunt te kunnen dienen. Doch dit geschiedde gewoonlijk zonder veel moeite, daar de bemanning van deQueen and Tzaraan zulk werk gewoon was en het gemakkelijk volvoerde. Deze mannen waren goed geoefend en werkten snel, en men zou hen voortdurend hebben moeten prijzen om hunne bekwaamheid, wanneer nationale eigenliefde hen niet dikwijls met elkander had doen twisten.

De onvergeeflijke naijver, dien de aanvoerders jegens elkander koesterden, hitste soms ook de matrozen tegen elkander op. Zorn en Emery gebruikten al hunne wijsheid en al hunne voorzichtigheidom deze noodlottige neiging te bestrijden; maar zij slaagden daar niet altijd in. Van daar twisten die bij onbeschaafde menschen in betreurenswaardige handtastelijkheden konden ontaarden. De kolonel en de Russische geleerde kwamen dan wel tusschenbeiden, doch op eene wijze die den haat nog verergerde, daar ieder hunner partij koos voor zijne landgenooten, zóó zelfs dat hij hen steunde al hadden zij ongelijk. Van de ondergeschikten ging de twist over op hunne meesters en nam toe, zooals Michel Zorn beweerde, in evenredigheid van den rang dien de twistenden bekleedden. Twee maanden na het vertrek uit Lattakou waren alleen nog de beide jongelieden door zulke vriendschapsbanden verbonden gebleven, als voor het welslagen der onderneming noodzakelijk was. John Murray en Nikolaas Palander hoe ingespannen ook, de een met zijne berekeningen, de ander met zijne jachtavonturen, begonnen zich in die twisten te mengen. Kortom, weldra was de twist zóó hoog gestegen, dat Mathieu Strux meende tegen den kolonel te moeten zeggen:

»Neem zoo’n hoogen toon niet aan, mijnheer, met sterrekundigen, die aan het observatorium van Pulkowa geplaatst zijn en die met hunne groote kijkers hebben kunnen ontdekken dat de schijf van Uranus volkomen rond is!”

Waarop de kolonel Everest antwoordde dat men recht had nog veel hooger toon aan te slaan, wanneer men de eer had te behooren tot het observatorium van Cambridge, met welks kolossalen kijker men de nevelvlek van Andromeda onder de onregelmatige nevelvlekken had kunnen rangschikken!

Daarop dreef Mathieu Strux den twist zóóver, dat hij beweerde met den kijker van Pulkowa met zijn objectief van veertien centimeters, sterren van de 13egrootte te kunnen zien, waarop Everest antwoordde, dat het objectief van den kijker van Cambridge even goed veertien centimeters groot was, en dat hij in den nacht van 31 Januari 1852 daarmede eindelijk den geheimzinnigen satelliet ontdekt had, die de storingen in de loopbaan van Sirius teweegbrengt!

Toen de geleerden elkander zulke hatelijkheden naar het hoofd begonnen te werpen, begreep men dat er geene toenadering meer mogelijk was. Het was dus te vreezen dat voor het vervolg de triangulatie onder deze onherstelbare vijandschap lijden zou.

Gelukkig had tot nog toe de twist nergens anders over geloopen dan over stelsels of geodesische feiten. Soms was men het oneens geweest over metingen, die met den theodoliet of met den repetitiecirkel gedaan waren; maar in plaats van er stoornis in teweeg te brengen, had dit verschil integendeel gediend om ze des te nauwkeuriger te bepalen. De keuze der stations had tot nog toe geen punt van geschil opgeleverd.

Terwijl de matrozen de boot gereed maakten. (Blz. 75.)Terwijl de matrozen de boot gereed maakten. (Blz.75.)

Terwijl de matrozen de boot gereed maakten. (Blz.75.)

Den 30stenMei veranderde het weder, dat tot nog toe helder en dus zeer gunstig voor de waarnemingen geweest was, bijna plotseling.In elke andere hemelstreek zou men zeker onweder met stortregens voorspeld hebben. De hemel werd met sombere wolken bedekt. Nu en dan schoot een bliksemstraal door de nevelmassazonder evenwel door een donderslag gevolgd te worden. De verdichting van den waterdamp tot vloeibaren toestand had in de bovenste lagen der lucht echter geen plaats, zoodat de uitgedroogde grond door geen enkelen regendroppel verfrischt werd. Alleen bleef de hemel gedurende eenige dagen zeer somber.Deze ontijdige mist moest de waarnemingen noodzakelijk hinderen; de stations waren op een kilometer afstands niet meer te zien.

Evenwel wilde de Engelsch-Russische commissie geen tijd verliezen, en besloot om lichtsignalen te plaatsen, ten einde gedurende den nacht te kunnen werken. Op raad van den Boschjesman evenwel, moest men in het belang der waarnemers eenige voorzorgsmaatregelen nemen. Des nachts toch dwaalden wilde dieren, aangelokt door den schijn der elektrieke lampen, in menigte om de stations. De waarnemers hoorden dan het geschreeuw van den jakhals en het schorre gegrinnik van de hyena, dat aan het eigenaardige lachen van dronken negers deed denken.

Gedurende deze eerste nachtelijke waarnemingen, van alle kanten omringd door brullende dieren, waaronder men dikwijls den leeuw hoorde, werden de sterrekundigen wel een weinig afgetrokken van hun werk. De metingen geschiedden niet zoo spoedig, maar daarom niet minder nauwkeurig. Die vurige oogen, welke uit de dikke duisternis op hen gevestigd waren, hinderden de geleerden wel eenigermate. Onder zulke omstandigheden waren er groote koelbloedigheid en onverstoorbare zelfbeheersching bij noodig, om de afstanden der lantarens en de daar tusschen gelegen hoeken te meten. Doch de leden der commissie bezaten deze hoedanigheden in hooge mate. Na eenige dagen hadden zij hunne tegenwoordigheid van geest geheel terug, en werkten midden tusschen de wilde dieren even goed alsof zij in de stille zalen van een observatorium geweest waren. Bovendien stonden op elk station eenige met geweren gewapende jagers en een zeker aantal al te stoutmoedige hyena’s vielen door de Europeesche kogels. Het is onnoodig er bij te voegen dat John Murray deze manier van driehoeksmeting »verrukkelijk” vond. Terwijl hij door het oculair van den kijker keek, had hij zijn buks in de hand en het gebeurde dikwijls dat hij tusschen twee waarnemingen in nog even een schot loste.

De geodesische waarnemingen werden dus niet afgebroken door het slechte weder; de juistheid liet zelfs niets te wenschen over, en het meten van den meridiaan ging regelmatig naar het noorden voort. Geen enkel meldenswaardig voorval had er plaats tusschen 30 Mei en 17 Juni. Nieuwe driehoeken werden gemeten door middel van kunstmatig aangewezen stations, en voor het einde der maand hoopten Mathieu Strux en de kolonel wederom een graad van den 24stenmeridiaan gemeten te hebben, als ten minste geen natuurlijke hinderpaal den gang hunner werkzaamheid stoorde.

Den 17denJuni kwam hun een vrij breede stroom, een zijtak van de Oranjerivier dwars in den weg. De leden der wetenschappelijke commissie waren voor hun persoon niet verlegen om er overheen te komen; zij hadden eene boot van caoutchouc, die bestemd was om hen over middelmatige rivieren en meren heen te brengen; maar de wagen en het materieel van de karavaan konden er zoo niet over. Men moest stroomop- of stroomafwaarts eene waadbare plaats opzoeken. Men besloot derhalve tegen het gevoelen van Mathieu Strux, dat de Europeanen met hunne instrumenten over den stroom zouden gaan, terwijl de karavaan onder geleide van Mokum eenige kilometers lager eene waadbare plaats zou opzoeken, die de jager beweerde te kennen.

Deze zijtak van de Oranjerivier had op deze plaats een halven kilometer breedte. De snelle stroom, hier en daar door rotspunten of boomstammen afgebroken, was dus vrij gevaarlijk voor een licht vaartuig. Mathieu Strux had daarover een en ander in het midden gebracht, maar daar hij den schijn niet wilde hebben voor het gevaar, dat zijne makkers zouden loopen, terug te deinzen, had hij zich aan de zijde der meerderheid geschaard.

Alleen zou Nikolaas Palander het overige gedeelte der karavaan stroomafwaarts volgen, niet omdat de waardige rekenmeester eenige vrees koesterde! Hij was al te ingespannen om zelfs eenig gevaar te vermoeden, maar zijne tegenwoordigheid was niet strikt noodzakelijk voor de leiding der werkzaamheden, en zonder hinder kon hij zijne makkers voor een of twee dagen verlaten. Bovendien kon de zeer kleine boot slechts een gering aantal passagiers medevoeren. Het was bovendien ook veel beter om slechts eens over dien snellen stroom heen te gaan, en mannen, instrumenten en levensmiddelen in ééne enkele maal naar den tegenoverliggenden oever te brengen. Er waren zeer geoefende zeelieden voor noodig om de caoutchouc-boot te sturen en Nikolaas Palander stond daarom zijne plaats af aan een van de Engelsche matrozen van deQueen and Tzar, die in deze omstandigheden veel nuttiger was dan de eerzame sterrekundige van Helsingfors.

Nadat men afgesproken had om ten noorden van den stroom weder bij elkander te komen, begon de karavaan onder leiding van den jager langs den linkeroever voort te trekken. Weldra waren de laatste wagens in de verte verdwenen, en kolonel Everest, Mathieu Strux, Emery, Zorn, John Murray, twee matrozen en een Boschjesman, die zeer ervaren was in al wat de riviervaart betrof, bleven op den oever der Nosoub achter. Zóó toch werd door de inlanders deze stroom genoemd, die op dat oogenblik door de in den regentijd gevormde beken zeer gestegen was.

»Een zeer schoone rivier,” zeide Michel Zorn tegen zijn vriend William, terwijl de matrozen de boot gereed maakten.

»Zeer schoon, maar moeilijk om over te komen,”was het antwoord.»Deze snelle stroomen hebben weinig tijd van bestaan, maar genieten hun bestaan dan ook volop! Binnen eenige weken, in het drooge jaargetijde zal er misschien niet zóóveel water van overblijven om eene karavaan te lesschen, en nu is het een bijna onoverkomelijke rivier! Zij stroomt snel, maar zal spoedig uitdroogen. Zoo is, waarde vriend, de wet van de natuur. Maar wij hebben geen tijd om ons in wijsgeerige bespiegelingen te verdiepen. De boot is gereed, en ik wil wel eens zien hoe zij zich op den snellen stroom houden zal.”

Binnen eenige minuten was de caoutchouc-bekleeding om het ijzeren geraamte der boot vastgemaakt, en werd deze te water gelaten. Zij wachtte de reizigers onder aan eene helling, die zacht glooiend tusschen de granietrotsen afliep. Hier stroomde het water, dank zij eene vooruitstekende punt van den oever, zachtkens tusschen het met bloeiende planten vermengde riet voort. De inscheping had dus met het grootste gemak plaats. De instrumenten werden onder in de boot op een hoop gras gelegd om niet geschokt te worden. De reizigers namen zoodanig plaats, dat zij de beide matrozen niet hinderden, aan wie de riemen waren toevertrouwd. De Boschjesman plaatste zich achter in en stuurde. Deze inboorling was de geleider der karavaan. Mokum had hem medegegeven als een bekwaam man, die zeer bekend was met de Afrikaansche stroomen. Hij kende eenige woorden Engelsch, en raadde den reizigers aan om gedurende den overtocht der Nosoub de grootste stilte in acht te nemen.

Het touw, waarmede de boot aan den oever was vastgemaakt, werd losgelaten, en de riemen hadden haar spoedig buiten de branding gevoerd. Men begon den invloed van den stroom te gevoelen, die honderd ellen verder zeer in snelheid toenam. De bevelen door den stuurman aan de beide matrozen gegeven, werden stipt uitgevoerd. Nu eens moest men de riemen opbeuren om een half onder water verborgen boomstronk te vermijden, dan weder met dubbele snelheid roeien om door een maalstroom te komen, die door een tegenstroom gevormd werd. Als vervolgens de gang al te sterk werd, liet men de lichte boot met den stroom afdrijven. De inboorling, de hand aan het roer, met vasten blik en onbeweeglijk hoofd, voorkwam alle gevaren van deze vaart. De Europeanen beschouwden met zekere ongerustheid dezen nieuwen toestand. Zij voelden dat zij met onwederstaanbare kracht door den onstuimigen stroom werden medegesleept. Kolonel Everest en Mathieu Strux keken elkander aan met stijf gesloten lippen. John Murray zat met zijne onafscheidelijke buks tusschen de beenen en zag naar de tallooze vogels, wier vleugels de oppervlakte des waters schoren. De beide jonge sterrekundigen bewonderden, zonder door iets afgetrokken te worden, de schoone oevers, die met duizelingwekkende snelheid onder hun oog voorbijvlogen.

Maar John Murray was er bij. (Blz. 78.)Maar John Murray was er bij. (Blz.78.)

Maar John Murray was er bij. (Blz.78.)

Weldra had de lichte boot het snelste gedeelte van den stroombereikt; men moest daar dwars doorheen om den tegenoverliggenden oever te bereiken, waar het water stiller was. Op een teeken van den Boschjesman deden de matrozen krachtiger riemslagen; maarniettegenstaande hunne inspanning werd de boot onwederstaanbaar en evenwijdig met de oevers medegesleept en gleed stroomafwaarts. De sloep gehoorzaamde niet meer aan het roer; de toestand werd zeer gevaarlijk, want een stoot tegen eene rots of een boomstam zou de boot onvermijdelijk hebben doen omslaan.

De reizigers begrepen het gevaar, maar geen hunner sprak een woord. De stuurman was half opgestaan en keek in de richting, die de boot volgde. Hij kon hare vaart niet matigen in dezen stroom, die dezelfde snelheid had als het vaartuig, dat aan het roer niet meer gehoorzaamde. Op twee honderd meters voor de boot stak een soort van eilandje, eene gevaarlijke opeenhooping van steenen en boomstammen, uit de bedding van de rivier uit. Het was onmogelijk het te vermijden. Binnen weinige oogenblikken moest de boot het eilandje bereiken en er bijna zeker op verbrijzeld worden.

En inderdaad had er bijna oogenblikkelijk een schok plaats, maar minder hevig dan men verwacht had. De boot dook een weinig en schepte wat water, de reizigers konden echter op hunne plaatsen blijven zitten; zij keken vooruit..... De zwarte rots waartegen zij gestooten hadden, veranderde van plaats, en bewoog zich te midden van de woelende wateren. Deze rots was een reusachtig rivierpaard, dat door den stroom naar het eilandje was medegesleept, en zich niet meer in de snelle strooming durfde wagen om den eenen of anderen oever te bereiken. Toen de boot tegen het dier aankwam, lichtte het den kop op en keek met zijne kleine domme oogen om zich heen. De vreeselijke dikhuid was tien voet lang, had eene harde, bruine en kale huid, en vertoonde boven in den open muil snijtanden, en onderin zeer groote hondstanden. Bijna op hetzelfde oogenblik wierp het dier zich op de sloep, waarin het woedend de tanden sloeg, en die het dreigde te vernielen.

Maar John Murray was er bij; zijne koelbloedigheid verliet hem geen oogenblik; hij legde bedaard zijn geweer aan en schoot het dier met een kogel vlak achter het oor. De hippopotamus liet niet los, en schudde de boot evenals een hond met een haas doet. Aanstonds werd het geweer weder geladen en trof het dier nogmaals in den kop. Het schot was doodelijk, want de geheele vleeschklomp zonk bijna onmiddellijk na met eene laatste krachtsinspanning de boot weder midden in den stroom geduwd te hebben.

Vóór de reizigers tot zichzelven konden komen, draaide de boot, die dwars op stroom was gekomen, als een tol, en dreef schuin weder in de richting van den snellen stroom voort. Een plotselinge bocht in de rivier, eenige honderden meters stroomafwaarts, brak den snellen stroom van de Nosoub. In twintig seconden bereikte de sloep deze plaats. Een hevige schok hield haar tegen en de reizigers sprongen gezond en wel op den oever na over een afstand van twee kilometers te zijn medegesleept.


Back to IndexNext