XIX.Meten of sterven.De woorden van kolonel Everest werden met gejuich ontvangen. Tegenover die Makololo’s en het gemeenschappelijk gevaar vergaten Russen en Engelschen den internationalen oorlog en konden zich slechts tot gemeenschappelijke verdediging vereenigen. De toestand beheerschte alles, en inderdaad was de Engelsch-Russische commissie tegenover den vijand veel sterker en eendrachtiger vereenigd dan ooit te voren. William Emery en Michel Zorn waren in elkanders armen gevallen. De andere Europeanen hadden hun nieuw verbond met een handdruk bekrachtigd.Het eerste werk der Engelschen was om hun dorst te lesschen; het water uit het meer ontbrak in de Russische legerplaats niet. Onder eene kazemat, die een gedeelte uitmaakte van eene verlaten schans op den top van den Scorzef, verhaalden de Europeanen elkander wat er sedert hunne scheiding te Kolobeng gebeurd was. Gedurende dien tijd hielden de matrozen de Makololo’s in het oog, die hun eenige rust gaven.En de lichte boot gleed stil over het water. Bladz. 169.En de lichte boot gleed stil over het water. Bladz.169.Waarom bevonden de Russen zich op dien bergtop, zoover links van hun meridiaan? Om dezelfde reden die de Engelschen rechts daarvan deed verschijnen. De Scorzef was ongeveerhalfwegtusschen de beide meridianen in gelegen, en de eenige hoogte in deze streek, die aan den oever van het meer Ngami als signaal dienen kon. Hetwas dus zeer natuurlijk dat de beide commissiën elkander ontmoetten op de eenige hoogte, die hen bij hunne waarnemingen helpen kon. De Engelsche en Russische meridianen eindigden op twee vrijver van elkander verwijderde punten beiden aan het meer. Daarom moesten de waarnemers de zuidelijke en noordelijke oevers door geodesische opmeting met elkander verbinden.Daarop trad Strux in eenige bijzonderheden over den door hen volbrachten arbeid. Van Kolobeng af was de driehoeksmeting zonder ongeval geschied. Deze eerste meridiaan, die het lot aan de Russen had toegewezen, liep door een vruchtbaar, zeer weinig golvend terrein, dat de meting van een net van driehoeken zeer gemakkelijk maakte. De Russische sterrekundigen hadden evenals de Engelschen veel te lijden gehad van de ontzettende hitte, maar niet van het gebrek aan water. Er was overvloed van riviertjes in deze streek, en deze onderhielden er eene heilzame vochtigheid. Paarden en ossen waren dus om zoo te zeggen voortdurend door onmetelijke groene weilanden getrokken, die hier en daar door bosschen en kreupelhout waren doorsneden. Door ’s nachts vuren aan te steken, had men de wilde dieren van de legerplaatsen verwijderd kunnen houden. De bevolking bestond uit de bewoners van die dorpen en kralen, waar dokter Livingstone bijna altijd gastvrij ontvangen was. De Boschjesmannen hadden op die reis dus geene reden tot klagen gehad. Den 20stenFebruari bereikten de Russen den Scorzef, en waren er sinds zesendertig uren gevestigd toen de Makololo’s ten getale van drie-of vierhonderd in de vlakte verschenen. De verschrikte Boschjesmannen verlieten aanstonds de karavaan en lieten de Russen aan zich zelven over. De Makololo’s begonnen de wagens, die aan den voet van den berg stonden, te plunderen; maar gelukkig waren de instrumenten bij de aankomst aanstonds in de schans geborgen. Bovendien was de stoomboot onbeschadigd, want de Russen hadden vóór de komst der plunderaars den tijd gehad haar in elkander te zetten en thans lag zij te dobberen in een kleinen inham van het meer. Aan dien kant rezen de zijden van den berg bijna loodrecht uit het meer omhoog, zoodat men daar niet kon aangevallen worden; doch aan den zuidkant kon de helling van den berg gemakkelijk beklommen worden, en bij den aanval, dien zij beproefd hadden, zouden de Makololo’s misschien tot aan de schans zijn doorgedrongen zonder de toevallige komst der Engelschen.Zoo was in hoofdtrekken het verhaal van Mathieu Strux. Kolonel Everest deelde hem op zijne beurt mede, wat hun op zijn tocht naar het noorden overkomen was, het lijden en de afmatting der karavaan, den opstand der Boschjesmannen, de moeilijkheden en hinderpalen, die men had moeten overwinnen. Daaruit bleek, dat de Russen sedert hun vertrek van Kolobeng vrij wat meer begunstigd waren dan de Engelschen.De nacht van 21 op 22 Februari ging zonder ongeval voorbij. De Boschjesman en de matrozen hadden aan den voet van de schans de wacht gehouden. De Makololo’s vernieuwden den aanval niet;maar eenige vuren aan den voet van den berg bewezen dat die roovers nog altijd op dezelfde plaats lagen en hun plan nog niet hadden opgegeven.Den volgenden dag, 22 Februari, kwamen de Europeanen bij het aanbreken van den dag uit de kazemat te voorschijn om het oog over de vlakte te laten weiden. De eerste morgenschemering verlichtte in een oogwenk de geheele uitgestrekte vlakte tot aan de uiterste grenzen van den gezichteinder. Aan de zuidzijde zag men de woestijn met haar geelachtig zand, met haar verbrand gras, en haar dor uiterlijk. Aan den voet des bergs was het kamp opgeslagen, waarin vier of vijfhonderd inlanders door elkander krioelden. Hunne vuren brandden nog. Eenige stukken wildbraad werden op gloeiende kolen geroosterd. Het was duidelijk, dat de Makololo’s de plaats niet wilden verlaten, hoewel zij zich reeds hadden meester gemaakt van al wat de karavaan kostbaars bezat, al het materieel, de wagens, paarden, ossen en levensvoorraad. De buit was hun zondertwijfelniet voldoende, en na de Europeanen vermoord te hebben, wilden zij zich zeker van hunne wapenen meester maken, waarvan de kolonel en de zijnen zulk een verschrikkelijk gebruik hadden gemaakt.Na het kamp te hebben opgenomen, hadden de Engelsche en Russische geleerden een langdurig onderhoud met den Boschjesman; men moest een bepaald besluit nemen, doch dit zou afhangen van zekeren samenloop van omstandigheden, en bovendien moest men eerst nauwkeurig de ligging van den Scorzef bepalen.De astronomen wisten reeds dat deze berg aan de zuidzijde begrensd werd door de onmetelijke vlakte, die zich tot aan dekarrouuitstrekte; ten oosten en westen was het de woestijn, doch in hare kleinste breedte. In het westen kon men aan den gezichteinder flauw den omtrek zien van de heuvels, die het vruchtbare land der Makololo’s begrenzen, en welks hoofdstad, Maketo, op ongeveer honderd kilometers noordoostelijk van het meer Ngami ligt.In het noorden daarentegen werd de Scorzef door eene geheele andere landstreek begrensd. Welk een onderscheid met de woeste steppen in het zuiden! Water, boomen, weilanden en al die planten, die eene voortdurende vochtigheid tot onderhoud behoeven! Over eene uitgestrektheid van minstens honderd kilometers strekte zich oost- en westwaarts het schoone water van het meer uit, en weerkaatste het de stralen der opkomende zon. Het meer had juist in deze richting zijne grootste breedte. Maar van het noorden naar het zuiden was het niet meer dan dertig of veertig kilometers breed. Aan de oostzijde scheen de grond zacht op te loopen, en leverde met zijne bosschen, weilanden en rivieren (zijtakken van de Liambi en Zambese) een even rijk als afwisselend panorama op, verschillend van uitzicht, terwijl geheel in het noorden, maar op minstens tachtigkilometers afstand, eene rij kleine bergen het geheel schilderachtig omlijstte. Eene schoone landstreek, eene oase in de woestijn! De grond was uitstekend bevochtigd door een net van kleine beken, en ademde leven en groeikracht. Het was de Zambese, de groote stroom die door hare zijtakken deze wonderbare groeikracht onderhield! Hij mag met recht de onmetelijke slagader genoemdworden, die voor zuidelijk Afrika is wat de Donau is voor Europa en de Maranon voor Zuid-Amerika.Zoo was het panorama dat zich voor de blikken der Europeanen ontrolde. Wat den Scorzef betreft, deze verhief zich op den oever van het meer, en zooals Mathieu Strux reeds gezegd had, rezen de wanden van den berg loodrecht uit het water omhoog. Maar geen helling is zoo steil of een zeeman kan er wel op en af en langs een zeer sterk glooiend pad hadden deze toch het meer bereikt, waar de stoomboot voor anker lag. Men was dus zeker van water in overvloed te hebben, en de kleine bezetting kon, zoolang de levensmiddelen duurden, het achter de muren der verlaten schans wel uithouden.Maar hoe kwam deze schans in de woestijn op den top van dien berg? Men vroeg er Mokum naar, die deze streek reeds als gids van dokter Livingstone bereisd had; hij antwoordde ongeveer het volgende: de omtrek van het meer Ngami werd oudtijds dikwijls bezocht door ivoor- en elpenbeenhandelaars; het ivoor wordt door olifanten en neushoorns geleverd; het elpenbeen is het menschenvleesch, dat levende vleesch waarin de slavenhandelaars handelen. Het geheele land van de Zambese wordt nog bezocht door die ellendige vreemdelingen die den slavenhandel drijven. Oorlogen, twisten en plundering verschaffen eene groote menigte gevangenen, die als slaven verkocht worden. Juist langs dezen oever van het meer trokken nu de handelaars naar het westen. Vroeger was de Scorzef het middelpunt van de legerplaatsen der karavanen. Daar rustten zij uit voordat zij langs de Zambese naar hare monding trokken. De kooplieden hadden derhalve deze stelling versterkt om zich met hunne slaven te verdedigen tegen plunderaars, want het gebeurde niet zelden dat inlandsche gevangenen weder werden weggehaald door hen, die ze eerst verkocht hadden, om ze dan op nieuw te verhandelen.Zij hielden beurtelings de wacht. Bladz. 170.Zij hielden beurtelings de wacht. Bladz.170.Zóó was deze schans ontstaan, maar op dit tijdstip was zij zeer in verval. De weg voor den karavaanhandel had zich verlegd. Het meer zag die kooplieden niet meer aan zijne oevers; de Scorzefbehoefdeniet meer verdedigd te worden, en de muren, die er omheen stonden vielen in puin. Van die schans was niets meer over dan eene omwalling in den vorm van een cirkelsector, welks boog naar het zuiden, en waarvan de koorde noordwaarts gekeerd was. In het midden verhief zich eene met kazematten voorziene redoute met schietgaten, en waarboven een klein houten koepeltje uitstak,dat door den afstand verkleind, tot mikpunt voor den kijker van kolonel Everest gediend had. Maar hoe vervallen ook, toch bood de schans nog eene vrij zekere schuilplaats voor de Europeanen aan.Achter die van dikken zandsteen gebouwde muren, en gewapend als zij waren met achterladers, konden de astronomen en matrozen het tegen een geheel leger Makololo’s uithouden, zoolang zij levensmiddelen en amunitie hadden, en misschien zelfs hunnen geodesischen arbeid ten einde brengen.De kolonel en zijne makkers hadden amunitie in overvloed, want de kist, die deze bevatte had in den wagen gestaan, waarmede de stoomboot vervoerd was, en zooals men weet, hadden de plunderaars zich van dezen wagen niet meester gemaakt.Wat levensmiddelen aangaat, dat was een andere vraag; daarin bestond juist de moeilijkheid; de provisiewagens waren geplunderd. In de schans was niet meer voorhanden dan om de achttien mannen gedurende twee dagen te voeden. Dit bleek uit eene nauwkeurige lijst, die daarvan door den kolonel en Mathieu Strux werd opgemaakt.Toen de lijst opgemaakt en een zeer sober ontbijt genuttigd was, vereenigden de astronomen en de Boschjesman zich in de kazemat, terwijl de matrozen goed de wacht hielden om de muren der schans.Men besprak met elkander het gebrek aan levensmiddelen en wist niet op welke wijze daarin te voorzien, toen de jager het volgende in ’t midden bracht:»Gij bekommert u over gebrek aan levensmiddelen, en ik zie waarlijk niet in, waarom u dit zoo kan verontrusten. Wij hebben slechts voor twee dagen voorraad, zegt gij? Maar wie noodzaakt ons nog twee dagen in de schans te blijven? Kunnen wij haar nietvandaagof morgen verlaten? Wie belet het ons? De Makololo’s? Maar zij loopen voor zoover ik weet, nog niet over het water van het meer, en met de stoomboot neem ik aan u binnen weinige uren aan de noordzijde van het meer neder te zetten.”Op dit voorstel keken de geleerden elkander en den Boschjesman aan. Het scheen inderdaad alsof dit zoo natuurlijke denkbeeld geen van allen in het hoofd was gekomen. En inderdaad, zij hadden daaraan niet gedacht! Deze gedachte kon ook bij die stoutmoedige mannen niet opkomen, die bij dezen gedenkwaardigen tocht tot het einde toe de helden der wetenschap zijn moesten.John Murray vatte het eerst het woord op, en antwoordde den Boschjesman:»Maar dappere Boschjesman, wij hebben onze taak niet volbracht.”»Welke taak?”»Het meten van den meridiaan!”»Denkt gij dan,” hernam de jager, »dat die Makololo’s wat om uw meridiaan geven?”»Het is mogelijk dat zij er niets om geven,”hernam John Murray, »maar wij geven er om, wij zullen deze ondernemingniet in den steek laten. Is dat uwe meening ook niet, waarde ambtgenooten?”»Zoo denken wij er ook over,” antwoordde de kolonel, die uit aller naam sprak en daardoor de tolk was van de gevoelens, die door allen gedeeld werden.»Wij zullen de meting van den meridiaan niet opgeven! Zoolang één van ons zal overblijven, zoolangéénonzer nog door een kijker zien kan, zal de driehoeksmeting worden voortgezet. Wij zullen als ’t noodig is met het geweer in de eene en onzen kijker in de andere hand onze waarnemingen voortzetten, maar wij zullen tot onzen laatsten ademtocht volhouden.”»Hoezee voor Engeland! Hoezee voor Rusland!”riepen deze moedige geleerden, die de wetenschap stelden boven elk gevaar. De Boschjesman keek zijne metgezellen een oogenblik aan en antwoordde niet: hij had het begrepen.Het sprak dus van zelf dat de meting zou worden voortgezet. Maar zouden de plaatselijke moeilijkheden, dat meer, de keuze van een goed station, de uitvoering niet beletten? Deze vraag werd aan Mathieu Strux gedaan. De Russische astronoom die reeds twee dagen op den Scorzef zat, moest deze vraag kunnen beantwoorden.»Mijne heeren,” zeide hij, »het werk zal moeilijk en omslachtig zijn, het zal veel geduld en ijver vorderen, maar het is niet onuitvoerbaar. Want wat is de zaak? Om den Scorzef met een station ten noorden van het meer te verbinden? Bestaat er zulk een station? Ja het bestaat, en ik heb aan den gezichteinder reeds een bergtop uitgekozen, die als mikpunt voor onze kijkers dienen kan. Hij verheft zich ten noordwesten van het meer, zoodat deze zijde van den driehoek het meer Ngami in schuine richting zal snijden.”»Welnu,” zeide de kolonel, »als er zulk een punt bestaat, waar zit dan de moeilijkheid?”»De moeilijkheid,” antwoordde Mathieu Strux,»zit in den afstand, die den Scorzef van dien bergtop scheidt!”»Hoe groot is die afstand?” vroeg Everest.»Ten minste honderdtwintig kilometers.”»Onze kijker zal dien afstand overschrijden.”»Maar men zal een vuur op den top moeten aansteken.”»Dat zal gebeuren.”»Dat vuur moet daar worden heen gebracht.”»Dat zal ook gebeuren.”»En gedurende dien tijd zal men zich tegen de Makololo’s moeten verdedigen,” voegde de Boschjesman er bij.»Dit zal ook geschieden.”»Mijne heeren,” zeide Mokum, »ik ben tot uw dienst en ik zal alles doen wat gij mij zult opdragen....”Met deze woorden van den getrouwen jager eindigde een gesprek, waarvan de toekomst der wetenschappelijke onderneming afhing.Met dezelfde gedachte bezield en besloten zich zoo noodig op te offeren, verlieten de geleerden de kazemat en namen het land op dat zich ten noorden van het meer uitstrekte. Mathieu Strux wees den bergtop aan, dien hij had uitgekozen. Het was de top van den Volquiria, een soort van kegel, die door den verren afstand nauwelijks zichtbaar was. Hij verhief zich tot eene aanzienlijke hoogte, en niettegenstaande den grooten afstand, zou een groote electrieke lantaarn door den kijker wel gezien kunnen worden als men slechts een veel vergrootend oculair gebruikte. Maar die lantaarn moest men op meer dan honderd kilometers van den Scorzef en op den top van een berg overbrengen. Dit was de grootste, maar geen onoverkomelijke moeilijkheid. De hoek dien de Scorzef aan de eene zijde met den Volquiria, en aan den anderen kant met het vorige station vormde, zou de meting van den meridiaan waarschijnlijk ten einde brengen, want de Volquiria moest dicht bij den twintigsten parallel liggen. Men begrijpt dus al het belang van deze waarneming, en met welk een ijver de astronomen daarvan de moeilijkheid trachtten te overwinnen.Voor alles moest men beproeven den lantaarn te plaatsen. Daarvoor moest men honderd kilometers door eene onbekende streek afleggen. Michel Zorn en William Emery boden zich daarvoor aan; hun aanbod werd aangenomen. De gids stemde er in toe hen te vergezellen, zoodat zij zich aanstonds gereed maakten om te vertrekken.Zij wilden de stoomboot niet gebruiken; deze moest ter beschikking blijven van hunne makkers, die misschien verplicht zouden zijn zich met spoed te verwijderen, als zij hunne waarneming hadden volbracht. Om het meer over te steken was het voldoende van berkenschors eene boot te vervaardigen, die licht en sterk was, en die de inboorlingen in weinige uren kunnen maken. Mokum en de gids daalden naar den oever af, waar eenige kleine berken groeiden, en hadden het werk spoedig verricht.Om acht uren ’s avonds had men de instrumenten, de electrieke lantaarns, eenige levensmiddelen, wapenen en amunitie in de boot geladen. Men sprak af dat men elkander terug zou vinden aan den zuidelijken oever van het meer, in eene kreek die de Boschjesman en de gids beiden kenden. Bovendien zou de kolonel, zoodra de lantaarn op den Volquiria waargenomen en de hoek berekend was, op den top van den Scorzef een vuur ontsteken, opdat Michel Zorn en William Emery evenzeer die plaats konden waarnemen en bepalen.Na afscheid van hunne makkers te hebben genomen, verlieten de reizigers de schans en daalden in de sloep af. De gids, een Engelsch en een Russisch matroos waren reeds vooruitgegaan.Het was stikdonker; het touw werd losgemaakt en de lichteboot gleed door de kracht der riemen stil over het water van het meer.De Europeesche achterladers.... Bladz. 174.De Europeesche achterladers.... Bladz.174.
XIX.Meten of sterven.De woorden van kolonel Everest werden met gejuich ontvangen. Tegenover die Makololo’s en het gemeenschappelijk gevaar vergaten Russen en Engelschen den internationalen oorlog en konden zich slechts tot gemeenschappelijke verdediging vereenigen. De toestand beheerschte alles, en inderdaad was de Engelsch-Russische commissie tegenover den vijand veel sterker en eendrachtiger vereenigd dan ooit te voren. William Emery en Michel Zorn waren in elkanders armen gevallen. De andere Europeanen hadden hun nieuw verbond met een handdruk bekrachtigd.Het eerste werk der Engelschen was om hun dorst te lesschen; het water uit het meer ontbrak in de Russische legerplaats niet. Onder eene kazemat, die een gedeelte uitmaakte van eene verlaten schans op den top van den Scorzef, verhaalden de Europeanen elkander wat er sedert hunne scheiding te Kolobeng gebeurd was. Gedurende dien tijd hielden de matrozen de Makololo’s in het oog, die hun eenige rust gaven.En de lichte boot gleed stil over het water. Bladz. 169.En de lichte boot gleed stil over het water. Bladz.169.Waarom bevonden de Russen zich op dien bergtop, zoover links van hun meridiaan? Om dezelfde reden die de Engelschen rechts daarvan deed verschijnen. De Scorzef was ongeveerhalfwegtusschen de beide meridianen in gelegen, en de eenige hoogte in deze streek, die aan den oever van het meer Ngami als signaal dienen kon. Hetwas dus zeer natuurlijk dat de beide commissiën elkander ontmoetten op de eenige hoogte, die hen bij hunne waarnemingen helpen kon. De Engelsche en Russische meridianen eindigden op twee vrijver van elkander verwijderde punten beiden aan het meer. Daarom moesten de waarnemers de zuidelijke en noordelijke oevers door geodesische opmeting met elkander verbinden.Daarop trad Strux in eenige bijzonderheden over den door hen volbrachten arbeid. Van Kolobeng af was de driehoeksmeting zonder ongeval geschied. Deze eerste meridiaan, die het lot aan de Russen had toegewezen, liep door een vruchtbaar, zeer weinig golvend terrein, dat de meting van een net van driehoeken zeer gemakkelijk maakte. De Russische sterrekundigen hadden evenals de Engelschen veel te lijden gehad van de ontzettende hitte, maar niet van het gebrek aan water. Er was overvloed van riviertjes in deze streek, en deze onderhielden er eene heilzame vochtigheid. Paarden en ossen waren dus om zoo te zeggen voortdurend door onmetelijke groene weilanden getrokken, die hier en daar door bosschen en kreupelhout waren doorsneden. Door ’s nachts vuren aan te steken, had men de wilde dieren van de legerplaatsen verwijderd kunnen houden. De bevolking bestond uit de bewoners van die dorpen en kralen, waar dokter Livingstone bijna altijd gastvrij ontvangen was. De Boschjesmannen hadden op die reis dus geene reden tot klagen gehad. Den 20stenFebruari bereikten de Russen den Scorzef, en waren er sinds zesendertig uren gevestigd toen de Makololo’s ten getale van drie-of vierhonderd in de vlakte verschenen. De verschrikte Boschjesmannen verlieten aanstonds de karavaan en lieten de Russen aan zich zelven over. De Makololo’s begonnen de wagens, die aan den voet van den berg stonden, te plunderen; maar gelukkig waren de instrumenten bij de aankomst aanstonds in de schans geborgen. Bovendien was de stoomboot onbeschadigd, want de Russen hadden vóór de komst der plunderaars den tijd gehad haar in elkander te zetten en thans lag zij te dobberen in een kleinen inham van het meer. Aan dien kant rezen de zijden van den berg bijna loodrecht uit het meer omhoog, zoodat men daar niet kon aangevallen worden; doch aan den zuidkant kon de helling van den berg gemakkelijk beklommen worden, en bij den aanval, dien zij beproefd hadden, zouden de Makololo’s misschien tot aan de schans zijn doorgedrongen zonder de toevallige komst der Engelschen.Zoo was in hoofdtrekken het verhaal van Mathieu Strux. Kolonel Everest deelde hem op zijne beurt mede, wat hun op zijn tocht naar het noorden overkomen was, het lijden en de afmatting der karavaan, den opstand der Boschjesmannen, de moeilijkheden en hinderpalen, die men had moeten overwinnen. Daaruit bleek, dat de Russen sedert hun vertrek van Kolobeng vrij wat meer begunstigd waren dan de Engelschen.De nacht van 21 op 22 Februari ging zonder ongeval voorbij. De Boschjesman en de matrozen hadden aan den voet van de schans de wacht gehouden. De Makololo’s vernieuwden den aanval niet;maar eenige vuren aan den voet van den berg bewezen dat die roovers nog altijd op dezelfde plaats lagen en hun plan nog niet hadden opgegeven.Den volgenden dag, 22 Februari, kwamen de Europeanen bij het aanbreken van den dag uit de kazemat te voorschijn om het oog over de vlakte te laten weiden. De eerste morgenschemering verlichtte in een oogwenk de geheele uitgestrekte vlakte tot aan de uiterste grenzen van den gezichteinder. Aan de zuidzijde zag men de woestijn met haar geelachtig zand, met haar verbrand gras, en haar dor uiterlijk. Aan den voet des bergs was het kamp opgeslagen, waarin vier of vijfhonderd inlanders door elkander krioelden. Hunne vuren brandden nog. Eenige stukken wildbraad werden op gloeiende kolen geroosterd. Het was duidelijk, dat de Makololo’s de plaats niet wilden verlaten, hoewel zij zich reeds hadden meester gemaakt van al wat de karavaan kostbaars bezat, al het materieel, de wagens, paarden, ossen en levensvoorraad. De buit was hun zondertwijfelniet voldoende, en na de Europeanen vermoord te hebben, wilden zij zich zeker van hunne wapenen meester maken, waarvan de kolonel en de zijnen zulk een verschrikkelijk gebruik hadden gemaakt.Na het kamp te hebben opgenomen, hadden de Engelsche en Russische geleerden een langdurig onderhoud met den Boschjesman; men moest een bepaald besluit nemen, doch dit zou afhangen van zekeren samenloop van omstandigheden, en bovendien moest men eerst nauwkeurig de ligging van den Scorzef bepalen.De astronomen wisten reeds dat deze berg aan de zuidzijde begrensd werd door de onmetelijke vlakte, die zich tot aan dekarrouuitstrekte; ten oosten en westen was het de woestijn, doch in hare kleinste breedte. In het westen kon men aan den gezichteinder flauw den omtrek zien van de heuvels, die het vruchtbare land der Makololo’s begrenzen, en welks hoofdstad, Maketo, op ongeveer honderd kilometers noordoostelijk van het meer Ngami ligt.In het noorden daarentegen werd de Scorzef door eene geheele andere landstreek begrensd. Welk een onderscheid met de woeste steppen in het zuiden! Water, boomen, weilanden en al die planten, die eene voortdurende vochtigheid tot onderhoud behoeven! Over eene uitgestrektheid van minstens honderd kilometers strekte zich oost- en westwaarts het schoone water van het meer uit, en weerkaatste het de stralen der opkomende zon. Het meer had juist in deze richting zijne grootste breedte. Maar van het noorden naar het zuiden was het niet meer dan dertig of veertig kilometers breed. Aan de oostzijde scheen de grond zacht op te loopen, en leverde met zijne bosschen, weilanden en rivieren (zijtakken van de Liambi en Zambese) een even rijk als afwisselend panorama op, verschillend van uitzicht, terwijl geheel in het noorden, maar op minstens tachtigkilometers afstand, eene rij kleine bergen het geheel schilderachtig omlijstte. Eene schoone landstreek, eene oase in de woestijn! De grond was uitstekend bevochtigd door een net van kleine beken, en ademde leven en groeikracht. Het was de Zambese, de groote stroom die door hare zijtakken deze wonderbare groeikracht onderhield! Hij mag met recht de onmetelijke slagader genoemdworden, die voor zuidelijk Afrika is wat de Donau is voor Europa en de Maranon voor Zuid-Amerika.Zoo was het panorama dat zich voor de blikken der Europeanen ontrolde. Wat den Scorzef betreft, deze verhief zich op den oever van het meer, en zooals Mathieu Strux reeds gezegd had, rezen de wanden van den berg loodrecht uit het water omhoog. Maar geen helling is zoo steil of een zeeman kan er wel op en af en langs een zeer sterk glooiend pad hadden deze toch het meer bereikt, waar de stoomboot voor anker lag. Men was dus zeker van water in overvloed te hebben, en de kleine bezetting kon, zoolang de levensmiddelen duurden, het achter de muren der verlaten schans wel uithouden.Maar hoe kwam deze schans in de woestijn op den top van dien berg? Men vroeg er Mokum naar, die deze streek reeds als gids van dokter Livingstone bereisd had; hij antwoordde ongeveer het volgende: de omtrek van het meer Ngami werd oudtijds dikwijls bezocht door ivoor- en elpenbeenhandelaars; het ivoor wordt door olifanten en neushoorns geleverd; het elpenbeen is het menschenvleesch, dat levende vleesch waarin de slavenhandelaars handelen. Het geheele land van de Zambese wordt nog bezocht door die ellendige vreemdelingen die den slavenhandel drijven. Oorlogen, twisten en plundering verschaffen eene groote menigte gevangenen, die als slaven verkocht worden. Juist langs dezen oever van het meer trokken nu de handelaars naar het westen. Vroeger was de Scorzef het middelpunt van de legerplaatsen der karavanen. Daar rustten zij uit voordat zij langs de Zambese naar hare monding trokken. De kooplieden hadden derhalve deze stelling versterkt om zich met hunne slaven te verdedigen tegen plunderaars, want het gebeurde niet zelden dat inlandsche gevangenen weder werden weggehaald door hen, die ze eerst verkocht hadden, om ze dan op nieuw te verhandelen.Zij hielden beurtelings de wacht. Bladz. 170.Zij hielden beurtelings de wacht. Bladz.170.Zóó was deze schans ontstaan, maar op dit tijdstip was zij zeer in verval. De weg voor den karavaanhandel had zich verlegd. Het meer zag die kooplieden niet meer aan zijne oevers; de Scorzefbehoefdeniet meer verdedigd te worden, en de muren, die er omheen stonden vielen in puin. Van die schans was niets meer over dan eene omwalling in den vorm van een cirkelsector, welks boog naar het zuiden, en waarvan de koorde noordwaarts gekeerd was. In het midden verhief zich eene met kazematten voorziene redoute met schietgaten, en waarboven een klein houten koepeltje uitstak,dat door den afstand verkleind, tot mikpunt voor den kijker van kolonel Everest gediend had. Maar hoe vervallen ook, toch bood de schans nog eene vrij zekere schuilplaats voor de Europeanen aan.Achter die van dikken zandsteen gebouwde muren, en gewapend als zij waren met achterladers, konden de astronomen en matrozen het tegen een geheel leger Makololo’s uithouden, zoolang zij levensmiddelen en amunitie hadden, en misschien zelfs hunnen geodesischen arbeid ten einde brengen.De kolonel en zijne makkers hadden amunitie in overvloed, want de kist, die deze bevatte had in den wagen gestaan, waarmede de stoomboot vervoerd was, en zooals men weet, hadden de plunderaars zich van dezen wagen niet meester gemaakt.Wat levensmiddelen aangaat, dat was een andere vraag; daarin bestond juist de moeilijkheid; de provisiewagens waren geplunderd. In de schans was niet meer voorhanden dan om de achttien mannen gedurende twee dagen te voeden. Dit bleek uit eene nauwkeurige lijst, die daarvan door den kolonel en Mathieu Strux werd opgemaakt.Toen de lijst opgemaakt en een zeer sober ontbijt genuttigd was, vereenigden de astronomen en de Boschjesman zich in de kazemat, terwijl de matrozen goed de wacht hielden om de muren der schans.Men besprak met elkander het gebrek aan levensmiddelen en wist niet op welke wijze daarin te voorzien, toen de jager het volgende in ’t midden bracht:»Gij bekommert u over gebrek aan levensmiddelen, en ik zie waarlijk niet in, waarom u dit zoo kan verontrusten. Wij hebben slechts voor twee dagen voorraad, zegt gij? Maar wie noodzaakt ons nog twee dagen in de schans te blijven? Kunnen wij haar nietvandaagof morgen verlaten? Wie belet het ons? De Makololo’s? Maar zij loopen voor zoover ik weet, nog niet over het water van het meer, en met de stoomboot neem ik aan u binnen weinige uren aan de noordzijde van het meer neder te zetten.”Op dit voorstel keken de geleerden elkander en den Boschjesman aan. Het scheen inderdaad alsof dit zoo natuurlijke denkbeeld geen van allen in het hoofd was gekomen. En inderdaad, zij hadden daaraan niet gedacht! Deze gedachte kon ook bij die stoutmoedige mannen niet opkomen, die bij dezen gedenkwaardigen tocht tot het einde toe de helden der wetenschap zijn moesten.John Murray vatte het eerst het woord op, en antwoordde den Boschjesman:»Maar dappere Boschjesman, wij hebben onze taak niet volbracht.”»Welke taak?”»Het meten van den meridiaan!”»Denkt gij dan,” hernam de jager, »dat die Makololo’s wat om uw meridiaan geven?”»Het is mogelijk dat zij er niets om geven,”hernam John Murray, »maar wij geven er om, wij zullen deze ondernemingniet in den steek laten. Is dat uwe meening ook niet, waarde ambtgenooten?”»Zoo denken wij er ook over,” antwoordde de kolonel, die uit aller naam sprak en daardoor de tolk was van de gevoelens, die door allen gedeeld werden.»Wij zullen de meting van den meridiaan niet opgeven! Zoolang één van ons zal overblijven, zoolangéénonzer nog door een kijker zien kan, zal de driehoeksmeting worden voortgezet. Wij zullen als ’t noodig is met het geweer in de eene en onzen kijker in de andere hand onze waarnemingen voortzetten, maar wij zullen tot onzen laatsten ademtocht volhouden.”»Hoezee voor Engeland! Hoezee voor Rusland!”riepen deze moedige geleerden, die de wetenschap stelden boven elk gevaar. De Boschjesman keek zijne metgezellen een oogenblik aan en antwoordde niet: hij had het begrepen.Het sprak dus van zelf dat de meting zou worden voortgezet. Maar zouden de plaatselijke moeilijkheden, dat meer, de keuze van een goed station, de uitvoering niet beletten? Deze vraag werd aan Mathieu Strux gedaan. De Russische astronoom die reeds twee dagen op den Scorzef zat, moest deze vraag kunnen beantwoorden.»Mijne heeren,” zeide hij, »het werk zal moeilijk en omslachtig zijn, het zal veel geduld en ijver vorderen, maar het is niet onuitvoerbaar. Want wat is de zaak? Om den Scorzef met een station ten noorden van het meer te verbinden? Bestaat er zulk een station? Ja het bestaat, en ik heb aan den gezichteinder reeds een bergtop uitgekozen, die als mikpunt voor onze kijkers dienen kan. Hij verheft zich ten noordwesten van het meer, zoodat deze zijde van den driehoek het meer Ngami in schuine richting zal snijden.”»Welnu,” zeide de kolonel, »als er zulk een punt bestaat, waar zit dan de moeilijkheid?”»De moeilijkheid,” antwoordde Mathieu Strux,»zit in den afstand, die den Scorzef van dien bergtop scheidt!”»Hoe groot is die afstand?” vroeg Everest.»Ten minste honderdtwintig kilometers.”»Onze kijker zal dien afstand overschrijden.”»Maar men zal een vuur op den top moeten aansteken.”»Dat zal gebeuren.”»Dat vuur moet daar worden heen gebracht.”»Dat zal ook gebeuren.”»En gedurende dien tijd zal men zich tegen de Makololo’s moeten verdedigen,” voegde de Boschjesman er bij.»Dit zal ook geschieden.”»Mijne heeren,” zeide Mokum, »ik ben tot uw dienst en ik zal alles doen wat gij mij zult opdragen....”Met deze woorden van den getrouwen jager eindigde een gesprek, waarvan de toekomst der wetenschappelijke onderneming afhing.Met dezelfde gedachte bezield en besloten zich zoo noodig op te offeren, verlieten de geleerden de kazemat en namen het land op dat zich ten noorden van het meer uitstrekte. Mathieu Strux wees den bergtop aan, dien hij had uitgekozen. Het was de top van den Volquiria, een soort van kegel, die door den verren afstand nauwelijks zichtbaar was. Hij verhief zich tot eene aanzienlijke hoogte, en niettegenstaande den grooten afstand, zou een groote electrieke lantaarn door den kijker wel gezien kunnen worden als men slechts een veel vergrootend oculair gebruikte. Maar die lantaarn moest men op meer dan honderd kilometers van den Scorzef en op den top van een berg overbrengen. Dit was de grootste, maar geen onoverkomelijke moeilijkheid. De hoek dien de Scorzef aan de eene zijde met den Volquiria, en aan den anderen kant met het vorige station vormde, zou de meting van den meridiaan waarschijnlijk ten einde brengen, want de Volquiria moest dicht bij den twintigsten parallel liggen. Men begrijpt dus al het belang van deze waarneming, en met welk een ijver de astronomen daarvan de moeilijkheid trachtten te overwinnen.Voor alles moest men beproeven den lantaarn te plaatsen. Daarvoor moest men honderd kilometers door eene onbekende streek afleggen. Michel Zorn en William Emery boden zich daarvoor aan; hun aanbod werd aangenomen. De gids stemde er in toe hen te vergezellen, zoodat zij zich aanstonds gereed maakten om te vertrekken.Zij wilden de stoomboot niet gebruiken; deze moest ter beschikking blijven van hunne makkers, die misschien verplicht zouden zijn zich met spoed te verwijderen, als zij hunne waarneming hadden volbracht. Om het meer over te steken was het voldoende van berkenschors eene boot te vervaardigen, die licht en sterk was, en die de inboorlingen in weinige uren kunnen maken. Mokum en de gids daalden naar den oever af, waar eenige kleine berken groeiden, en hadden het werk spoedig verricht.Om acht uren ’s avonds had men de instrumenten, de electrieke lantaarns, eenige levensmiddelen, wapenen en amunitie in de boot geladen. Men sprak af dat men elkander terug zou vinden aan den zuidelijken oever van het meer, in eene kreek die de Boschjesman en de gids beiden kenden. Bovendien zou de kolonel, zoodra de lantaarn op den Volquiria waargenomen en de hoek berekend was, op den top van den Scorzef een vuur ontsteken, opdat Michel Zorn en William Emery evenzeer die plaats konden waarnemen en bepalen.Na afscheid van hunne makkers te hebben genomen, verlieten de reizigers de schans en daalden in de sloep af. De gids, een Engelsch en een Russisch matroos waren reeds vooruitgegaan.Het was stikdonker; het touw werd losgemaakt en de lichteboot gleed door de kracht der riemen stil over het water van het meer.De Europeesche achterladers.... Bladz. 174.De Europeesche achterladers.... Bladz.174.
XIX.Meten of sterven.De woorden van kolonel Everest werden met gejuich ontvangen. Tegenover die Makololo’s en het gemeenschappelijk gevaar vergaten Russen en Engelschen den internationalen oorlog en konden zich slechts tot gemeenschappelijke verdediging vereenigen. De toestand beheerschte alles, en inderdaad was de Engelsch-Russische commissie tegenover den vijand veel sterker en eendrachtiger vereenigd dan ooit te voren. William Emery en Michel Zorn waren in elkanders armen gevallen. De andere Europeanen hadden hun nieuw verbond met een handdruk bekrachtigd.Het eerste werk der Engelschen was om hun dorst te lesschen; het water uit het meer ontbrak in de Russische legerplaats niet. Onder eene kazemat, die een gedeelte uitmaakte van eene verlaten schans op den top van den Scorzef, verhaalden de Europeanen elkander wat er sedert hunne scheiding te Kolobeng gebeurd was. Gedurende dien tijd hielden de matrozen de Makololo’s in het oog, die hun eenige rust gaven.En de lichte boot gleed stil over het water. Bladz. 169.En de lichte boot gleed stil over het water. Bladz.169.Waarom bevonden de Russen zich op dien bergtop, zoover links van hun meridiaan? Om dezelfde reden die de Engelschen rechts daarvan deed verschijnen. De Scorzef was ongeveerhalfwegtusschen de beide meridianen in gelegen, en de eenige hoogte in deze streek, die aan den oever van het meer Ngami als signaal dienen kon. Hetwas dus zeer natuurlijk dat de beide commissiën elkander ontmoetten op de eenige hoogte, die hen bij hunne waarnemingen helpen kon. De Engelsche en Russische meridianen eindigden op twee vrijver van elkander verwijderde punten beiden aan het meer. Daarom moesten de waarnemers de zuidelijke en noordelijke oevers door geodesische opmeting met elkander verbinden.Daarop trad Strux in eenige bijzonderheden over den door hen volbrachten arbeid. Van Kolobeng af was de driehoeksmeting zonder ongeval geschied. Deze eerste meridiaan, die het lot aan de Russen had toegewezen, liep door een vruchtbaar, zeer weinig golvend terrein, dat de meting van een net van driehoeken zeer gemakkelijk maakte. De Russische sterrekundigen hadden evenals de Engelschen veel te lijden gehad van de ontzettende hitte, maar niet van het gebrek aan water. Er was overvloed van riviertjes in deze streek, en deze onderhielden er eene heilzame vochtigheid. Paarden en ossen waren dus om zoo te zeggen voortdurend door onmetelijke groene weilanden getrokken, die hier en daar door bosschen en kreupelhout waren doorsneden. Door ’s nachts vuren aan te steken, had men de wilde dieren van de legerplaatsen verwijderd kunnen houden. De bevolking bestond uit de bewoners van die dorpen en kralen, waar dokter Livingstone bijna altijd gastvrij ontvangen was. De Boschjesmannen hadden op die reis dus geene reden tot klagen gehad. Den 20stenFebruari bereikten de Russen den Scorzef, en waren er sinds zesendertig uren gevestigd toen de Makololo’s ten getale van drie-of vierhonderd in de vlakte verschenen. De verschrikte Boschjesmannen verlieten aanstonds de karavaan en lieten de Russen aan zich zelven over. De Makololo’s begonnen de wagens, die aan den voet van den berg stonden, te plunderen; maar gelukkig waren de instrumenten bij de aankomst aanstonds in de schans geborgen. Bovendien was de stoomboot onbeschadigd, want de Russen hadden vóór de komst der plunderaars den tijd gehad haar in elkander te zetten en thans lag zij te dobberen in een kleinen inham van het meer. Aan dien kant rezen de zijden van den berg bijna loodrecht uit het meer omhoog, zoodat men daar niet kon aangevallen worden; doch aan den zuidkant kon de helling van den berg gemakkelijk beklommen worden, en bij den aanval, dien zij beproefd hadden, zouden de Makololo’s misschien tot aan de schans zijn doorgedrongen zonder de toevallige komst der Engelschen.Zoo was in hoofdtrekken het verhaal van Mathieu Strux. Kolonel Everest deelde hem op zijne beurt mede, wat hun op zijn tocht naar het noorden overkomen was, het lijden en de afmatting der karavaan, den opstand der Boschjesmannen, de moeilijkheden en hinderpalen, die men had moeten overwinnen. Daaruit bleek, dat de Russen sedert hun vertrek van Kolobeng vrij wat meer begunstigd waren dan de Engelschen.De nacht van 21 op 22 Februari ging zonder ongeval voorbij. De Boschjesman en de matrozen hadden aan den voet van de schans de wacht gehouden. De Makololo’s vernieuwden den aanval niet;maar eenige vuren aan den voet van den berg bewezen dat die roovers nog altijd op dezelfde plaats lagen en hun plan nog niet hadden opgegeven.Den volgenden dag, 22 Februari, kwamen de Europeanen bij het aanbreken van den dag uit de kazemat te voorschijn om het oog over de vlakte te laten weiden. De eerste morgenschemering verlichtte in een oogwenk de geheele uitgestrekte vlakte tot aan de uiterste grenzen van den gezichteinder. Aan de zuidzijde zag men de woestijn met haar geelachtig zand, met haar verbrand gras, en haar dor uiterlijk. Aan den voet des bergs was het kamp opgeslagen, waarin vier of vijfhonderd inlanders door elkander krioelden. Hunne vuren brandden nog. Eenige stukken wildbraad werden op gloeiende kolen geroosterd. Het was duidelijk, dat de Makololo’s de plaats niet wilden verlaten, hoewel zij zich reeds hadden meester gemaakt van al wat de karavaan kostbaars bezat, al het materieel, de wagens, paarden, ossen en levensvoorraad. De buit was hun zondertwijfelniet voldoende, en na de Europeanen vermoord te hebben, wilden zij zich zeker van hunne wapenen meester maken, waarvan de kolonel en de zijnen zulk een verschrikkelijk gebruik hadden gemaakt.Na het kamp te hebben opgenomen, hadden de Engelsche en Russische geleerden een langdurig onderhoud met den Boschjesman; men moest een bepaald besluit nemen, doch dit zou afhangen van zekeren samenloop van omstandigheden, en bovendien moest men eerst nauwkeurig de ligging van den Scorzef bepalen.De astronomen wisten reeds dat deze berg aan de zuidzijde begrensd werd door de onmetelijke vlakte, die zich tot aan dekarrouuitstrekte; ten oosten en westen was het de woestijn, doch in hare kleinste breedte. In het westen kon men aan den gezichteinder flauw den omtrek zien van de heuvels, die het vruchtbare land der Makololo’s begrenzen, en welks hoofdstad, Maketo, op ongeveer honderd kilometers noordoostelijk van het meer Ngami ligt.In het noorden daarentegen werd de Scorzef door eene geheele andere landstreek begrensd. Welk een onderscheid met de woeste steppen in het zuiden! Water, boomen, weilanden en al die planten, die eene voortdurende vochtigheid tot onderhoud behoeven! Over eene uitgestrektheid van minstens honderd kilometers strekte zich oost- en westwaarts het schoone water van het meer uit, en weerkaatste het de stralen der opkomende zon. Het meer had juist in deze richting zijne grootste breedte. Maar van het noorden naar het zuiden was het niet meer dan dertig of veertig kilometers breed. Aan de oostzijde scheen de grond zacht op te loopen, en leverde met zijne bosschen, weilanden en rivieren (zijtakken van de Liambi en Zambese) een even rijk als afwisselend panorama op, verschillend van uitzicht, terwijl geheel in het noorden, maar op minstens tachtigkilometers afstand, eene rij kleine bergen het geheel schilderachtig omlijstte. Eene schoone landstreek, eene oase in de woestijn! De grond was uitstekend bevochtigd door een net van kleine beken, en ademde leven en groeikracht. Het was de Zambese, de groote stroom die door hare zijtakken deze wonderbare groeikracht onderhield! Hij mag met recht de onmetelijke slagader genoemdworden, die voor zuidelijk Afrika is wat de Donau is voor Europa en de Maranon voor Zuid-Amerika.Zoo was het panorama dat zich voor de blikken der Europeanen ontrolde. Wat den Scorzef betreft, deze verhief zich op den oever van het meer, en zooals Mathieu Strux reeds gezegd had, rezen de wanden van den berg loodrecht uit het water omhoog. Maar geen helling is zoo steil of een zeeman kan er wel op en af en langs een zeer sterk glooiend pad hadden deze toch het meer bereikt, waar de stoomboot voor anker lag. Men was dus zeker van water in overvloed te hebben, en de kleine bezetting kon, zoolang de levensmiddelen duurden, het achter de muren der verlaten schans wel uithouden.Maar hoe kwam deze schans in de woestijn op den top van dien berg? Men vroeg er Mokum naar, die deze streek reeds als gids van dokter Livingstone bereisd had; hij antwoordde ongeveer het volgende: de omtrek van het meer Ngami werd oudtijds dikwijls bezocht door ivoor- en elpenbeenhandelaars; het ivoor wordt door olifanten en neushoorns geleverd; het elpenbeen is het menschenvleesch, dat levende vleesch waarin de slavenhandelaars handelen. Het geheele land van de Zambese wordt nog bezocht door die ellendige vreemdelingen die den slavenhandel drijven. Oorlogen, twisten en plundering verschaffen eene groote menigte gevangenen, die als slaven verkocht worden. Juist langs dezen oever van het meer trokken nu de handelaars naar het westen. Vroeger was de Scorzef het middelpunt van de legerplaatsen der karavanen. Daar rustten zij uit voordat zij langs de Zambese naar hare monding trokken. De kooplieden hadden derhalve deze stelling versterkt om zich met hunne slaven te verdedigen tegen plunderaars, want het gebeurde niet zelden dat inlandsche gevangenen weder werden weggehaald door hen, die ze eerst verkocht hadden, om ze dan op nieuw te verhandelen.Zij hielden beurtelings de wacht. Bladz. 170.Zij hielden beurtelings de wacht. Bladz.170.Zóó was deze schans ontstaan, maar op dit tijdstip was zij zeer in verval. De weg voor den karavaanhandel had zich verlegd. Het meer zag die kooplieden niet meer aan zijne oevers; de Scorzefbehoefdeniet meer verdedigd te worden, en de muren, die er omheen stonden vielen in puin. Van die schans was niets meer over dan eene omwalling in den vorm van een cirkelsector, welks boog naar het zuiden, en waarvan de koorde noordwaarts gekeerd was. In het midden verhief zich eene met kazematten voorziene redoute met schietgaten, en waarboven een klein houten koepeltje uitstak,dat door den afstand verkleind, tot mikpunt voor den kijker van kolonel Everest gediend had. Maar hoe vervallen ook, toch bood de schans nog eene vrij zekere schuilplaats voor de Europeanen aan.Achter die van dikken zandsteen gebouwde muren, en gewapend als zij waren met achterladers, konden de astronomen en matrozen het tegen een geheel leger Makololo’s uithouden, zoolang zij levensmiddelen en amunitie hadden, en misschien zelfs hunnen geodesischen arbeid ten einde brengen.De kolonel en zijne makkers hadden amunitie in overvloed, want de kist, die deze bevatte had in den wagen gestaan, waarmede de stoomboot vervoerd was, en zooals men weet, hadden de plunderaars zich van dezen wagen niet meester gemaakt.Wat levensmiddelen aangaat, dat was een andere vraag; daarin bestond juist de moeilijkheid; de provisiewagens waren geplunderd. In de schans was niet meer voorhanden dan om de achttien mannen gedurende twee dagen te voeden. Dit bleek uit eene nauwkeurige lijst, die daarvan door den kolonel en Mathieu Strux werd opgemaakt.Toen de lijst opgemaakt en een zeer sober ontbijt genuttigd was, vereenigden de astronomen en de Boschjesman zich in de kazemat, terwijl de matrozen goed de wacht hielden om de muren der schans.Men besprak met elkander het gebrek aan levensmiddelen en wist niet op welke wijze daarin te voorzien, toen de jager het volgende in ’t midden bracht:»Gij bekommert u over gebrek aan levensmiddelen, en ik zie waarlijk niet in, waarom u dit zoo kan verontrusten. Wij hebben slechts voor twee dagen voorraad, zegt gij? Maar wie noodzaakt ons nog twee dagen in de schans te blijven? Kunnen wij haar nietvandaagof morgen verlaten? Wie belet het ons? De Makololo’s? Maar zij loopen voor zoover ik weet, nog niet over het water van het meer, en met de stoomboot neem ik aan u binnen weinige uren aan de noordzijde van het meer neder te zetten.”Op dit voorstel keken de geleerden elkander en den Boschjesman aan. Het scheen inderdaad alsof dit zoo natuurlijke denkbeeld geen van allen in het hoofd was gekomen. En inderdaad, zij hadden daaraan niet gedacht! Deze gedachte kon ook bij die stoutmoedige mannen niet opkomen, die bij dezen gedenkwaardigen tocht tot het einde toe de helden der wetenschap zijn moesten.John Murray vatte het eerst het woord op, en antwoordde den Boschjesman:»Maar dappere Boschjesman, wij hebben onze taak niet volbracht.”»Welke taak?”»Het meten van den meridiaan!”»Denkt gij dan,” hernam de jager, »dat die Makololo’s wat om uw meridiaan geven?”»Het is mogelijk dat zij er niets om geven,”hernam John Murray, »maar wij geven er om, wij zullen deze ondernemingniet in den steek laten. Is dat uwe meening ook niet, waarde ambtgenooten?”»Zoo denken wij er ook over,” antwoordde de kolonel, die uit aller naam sprak en daardoor de tolk was van de gevoelens, die door allen gedeeld werden.»Wij zullen de meting van den meridiaan niet opgeven! Zoolang één van ons zal overblijven, zoolangéénonzer nog door een kijker zien kan, zal de driehoeksmeting worden voortgezet. Wij zullen als ’t noodig is met het geweer in de eene en onzen kijker in de andere hand onze waarnemingen voortzetten, maar wij zullen tot onzen laatsten ademtocht volhouden.”»Hoezee voor Engeland! Hoezee voor Rusland!”riepen deze moedige geleerden, die de wetenschap stelden boven elk gevaar. De Boschjesman keek zijne metgezellen een oogenblik aan en antwoordde niet: hij had het begrepen.Het sprak dus van zelf dat de meting zou worden voortgezet. Maar zouden de plaatselijke moeilijkheden, dat meer, de keuze van een goed station, de uitvoering niet beletten? Deze vraag werd aan Mathieu Strux gedaan. De Russische astronoom die reeds twee dagen op den Scorzef zat, moest deze vraag kunnen beantwoorden.»Mijne heeren,” zeide hij, »het werk zal moeilijk en omslachtig zijn, het zal veel geduld en ijver vorderen, maar het is niet onuitvoerbaar. Want wat is de zaak? Om den Scorzef met een station ten noorden van het meer te verbinden? Bestaat er zulk een station? Ja het bestaat, en ik heb aan den gezichteinder reeds een bergtop uitgekozen, die als mikpunt voor onze kijkers dienen kan. Hij verheft zich ten noordwesten van het meer, zoodat deze zijde van den driehoek het meer Ngami in schuine richting zal snijden.”»Welnu,” zeide de kolonel, »als er zulk een punt bestaat, waar zit dan de moeilijkheid?”»De moeilijkheid,” antwoordde Mathieu Strux,»zit in den afstand, die den Scorzef van dien bergtop scheidt!”»Hoe groot is die afstand?” vroeg Everest.»Ten minste honderdtwintig kilometers.”»Onze kijker zal dien afstand overschrijden.”»Maar men zal een vuur op den top moeten aansteken.”»Dat zal gebeuren.”»Dat vuur moet daar worden heen gebracht.”»Dat zal ook gebeuren.”»En gedurende dien tijd zal men zich tegen de Makololo’s moeten verdedigen,” voegde de Boschjesman er bij.»Dit zal ook geschieden.”»Mijne heeren,” zeide Mokum, »ik ben tot uw dienst en ik zal alles doen wat gij mij zult opdragen....”Met deze woorden van den getrouwen jager eindigde een gesprek, waarvan de toekomst der wetenschappelijke onderneming afhing.Met dezelfde gedachte bezield en besloten zich zoo noodig op te offeren, verlieten de geleerden de kazemat en namen het land op dat zich ten noorden van het meer uitstrekte. Mathieu Strux wees den bergtop aan, dien hij had uitgekozen. Het was de top van den Volquiria, een soort van kegel, die door den verren afstand nauwelijks zichtbaar was. Hij verhief zich tot eene aanzienlijke hoogte, en niettegenstaande den grooten afstand, zou een groote electrieke lantaarn door den kijker wel gezien kunnen worden als men slechts een veel vergrootend oculair gebruikte. Maar die lantaarn moest men op meer dan honderd kilometers van den Scorzef en op den top van een berg overbrengen. Dit was de grootste, maar geen onoverkomelijke moeilijkheid. De hoek dien de Scorzef aan de eene zijde met den Volquiria, en aan den anderen kant met het vorige station vormde, zou de meting van den meridiaan waarschijnlijk ten einde brengen, want de Volquiria moest dicht bij den twintigsten parallel liggen. Men begrijpt dus al het belang van deze waarneming, en met welk een ijver de astronomen daarvan de moeilijkheid trachtten te overwinnen.Voor alles moest men beproeven den lantaarn te plaatsen. Daarvoor moest men honderd kilometers door eene onbekende streek afleggen. Michel Zorn en William Emery boden zich daarvoor aan; hun aanbod werd aangenomen. De gids stemde er in toe hen te vergezellen, zoodat zij zich aanstonds gereed maakten om te vertrekken.Zij wilden de stoomboot niet gebruiken; deze moest ter beschikking blijven van hunne makkers, die misschien verplicht zouden zijn zich met spoed te verwijderen, als zij hunne waarneming hadden volbracht. Om het meer over te steken was het voldoende van berkenschors eene boot te vervaardigen, die licht en sterk was, en die de inboorlingen in weinige uren kunnen maken. Mokum en de gids daalden naar den oever af, waar eenige kleine berken groeiden, en hadden het werk spoedig verricht.Om acht uren ’s avonds had men de instrumenten, de electrieke lantaarns, eenige levensmiddelen, wapenen en amunitie in de boot geladen. Men sprak af dat men elkander terug zou vinden aan den zuidelijken oever van het meer, in eene kreek die de Boschjesman en de gids beiden kenden. Bovendien zou de kolonel, zoodra de lantaarn op den Volquiria waargenomen en de hoek berekend was, op den top van den Scorzef een vuur ontsteken, opdat Michel Zorn en William Emery evenzeer die plaats konden waarnemen en bepalen.Na afscheid van hunne makkers te hebben genomen, verlieten de reizigers de schans en daalden in de sloep af. De gids, een Engelsch en een Russisch matroos waren reeds vooruitgegaan.Het was stikdonker; het touw werd losgemaakt en de lichteboot gleed door de kracht der riemen stil over het water van het meer.De Europeesche achterladers.... Bladz. 174.De Europeesche achterladers.... Bladz.174.
XIX.Meten of sterven.
De woorden van kolonel Everest werden met gejuich ontvangen. Tegenover die Makololo’s en het gemeenschappelijk gevaar vergaten Russen en Engelschen den internationalen oorlog en konden zich slechts tot gemeenschappelijke verdediging vereenigen. De toestand beheerschte alles, en inderdaad was de Engelsch-Russische commissie tegenover den vijand veel sterker en eendrachtiger vereenigd dan ooit te voren. William Emery en Michel Zorn waren in elkanders armen gevallen. De andere Europeanen hadden hun nieuw verbond met een handdruk bekrachtigd.Het eerste werk der Engelschen was om hun dorst te lesschen; het water uit het meer ontbrak in de Russische legerplaats niet. Onder eene kazemat, die een gedeelte uitmaakte van eene verlaten schans op den top van den Scorzef, verhaalden de Europeanen elkander wat er sedert hunne scheiding te Kolobeng gebeurd was. Gedurende dien tijd hielden de matrozen de Makololo’s in het oog, die hun eenige rust gaven.En de lichte boot gleed stil over het water. Bladz. 169.En de lichte boot gleed stil over het water. Bladz.169.Waarom bevonden de Russen zich op dien bergtop, zoover links van hun meridiaan? Om dezelfde reden die de Engelschen rechts daarvan deed verschijnen. De Scorzef was ongeveerhalfwegtusschen de beide meridianen in gelegen, en de eenige hoogte in deze streek, die aan den oever van het meer Ngami als signaal dienen kon. Hetwas dus zeer natuurlijk dat de beide commissiën elkander ontmoetten op de eenige hoogte, die hen bij hunne waarnemingen helpen kon. De Engelsche en Russische meridianen eindigden op twee vrijver van elkander verwijderde punten beiden aan het meer. Daarom moesten de waarnemers de zuidelijke en noordelijke oevers door geodesische opmeting met elkander verbinden.Daarop trad Strux in eenige bijzonderheden over den door hen volbrachten arbeid. Van Kolobeng af was de driehoeksmeting zonder ongeval geschied. Deze eerste meridiaan, die het lot aan de Russen had toegewezen, liep door een vruchtbaar, zeer weinig golvend terrein, dat de meting van een net van driehoeken zeer gemakkelijk maakte. De Russische sterrekundigen hadden evenals de Engelschen veel te lijden gehad van de ontzettende hitte, maar niet van het gebrek aan water. Er was overvloed van riviertjes in deze streek, en deze onderhielden er eene heilzame vochtigheid. Paarden en ossen waren dus om zoo te zeggen voortdurend door onmetelijke groene weilanden getrokken, die hier en daar door bosschen en kreupelhout waren doorsneden. Door ’s nachts vuren aan te steken, had men de wilde dieren van de legerplaatsen verwijderd kunnen houden. De bevolking bestond uit de bewoners van die dorpen en kralen, waar dokter Livingstone bijna altijd gastvrij ontvangen was. De Boschjesmannen hadden op die reis dus geene reden tot klagen gehad. Den 20stenFebruari bereikten de Russen den Scorzef, en waren er sinds zesendertig uren gevestigd toen de Makololo’s ten getale van drie-of vierhonderd in de vlakte verschenen. De verschrikte Boschjesmannen verlieten aanstonds de karavaan en lieten de Russen aan zich zelven over. De Makololo’s begonnen de wagens, die aan den voet van den berg stonden, te plunderen; maar gelukkig waren de instrumenten bij de aankomst aanstonds in de schans geborgen. Bovendien was de stoomboot onbeschadigd, want de Russen hadden vóór de komst der plunderaars den tijd gehad haar in elkander te zetten en thans lag zij te dobberen in een kleinen inham van het meer. Aan dien kant rezen de zijden van den berg bijna loodrecht uit het meer omhoog, zoodat men daar niet kon aangevallen worden; doch aan den zuidkant kon de helling van den berg gemakkelijk beklommen worden, en bij den aanval, dien zij beproefd hadden, zouden de Makololo’s misschien tot aan de schans zijn doorgedrongen zonder de toevallige komst der Engelschen.Zoo was in hoofdtrekken het verhaal van Mathieu Strux. Kolonel Everest deelde hem op zijne beurt mede, wat hun op zijn tocht naar het noorden overkomen was, het lijden en de afmatting der karavaan, den opstand der Boschjesmannen, de moeilijkheden en hinderpalen, die men had moeten overwinnen. Daaruit bleek, dat de Russen sedert hun vertrek van Kolobeng vrij wat meer begunstigd waren dan de Engelschen.De nacht van 21 op 22 Februari ging zonder ongeval voorbij. De Boschjesman en de matrozen hadden aan den voet van de schans de wacht gehouden. De Makololo’s vernieuwden den aanval niet;maar eenige vuren aan den voet van den berg bewezen dat die roovers nog altijd op dezelfde plaats lagen en hun plan nog niet hadden opgegeven.Den volgenden dag, 22 Februari, kwamen de Europeanen bij het aanbreken van den dag uit de kazemat te voorschijn om het oog over de vlakte te laten weiden. De eerste morgenschemering verlichtte in een oogwenk de geheele uitgestrekte vlakte tot aan de uiterste grenzen van den gezichteinder. Aan de zuidzijde zag men de woestijn met haar geelachtig zand, met haar verbrand gras, en haar dor uiterlijk. Aan den voet des bergs was het kamp opgeslagen, waarin vier of vijfhonderd inlanders door elkander krioelden. Hunne vuren brandden nog. Eenige stukken wildbraad werden op gloeiende kolen geroosterd. Het was duidelijk, dat de Makololo’s de plaats niet wilden verlaten, hoewel zij zich reeds hadden meester gemaakt van al wat de karavaan kostbaars bezat, al het materieel, de wagens, paarden, ossen en levensvoorraad. De buit was hun zondertwijfelniet voldoende, en na de Europeanen vermoord te hebben, wilden zij zich zeker van hunne wapenen meester maken, waarvan de kolonel en de zijnen zulk een verschrikkelijk gebruik hadden gemaakt.Na het kamp te hebben opgenomen, hadden de Engelsche en Russische geleerden een langdurig onderhoud met den Boschjesman; men moest een bepaald besluit nemen, doch dit zou afhangen van zekeren samenloop van omstandigheden, en bovendien moest men eerst nauwkeurig de ligging van den Scorzef bepalen.De astronomen wisten reeds dat deze berg aan de zuidzijde begrensd werd door de onmetelijke vlakte, die zich tot aan dekarrouuitstrekte; ten oosten en westen was het de woestijn, doch in hare kleinste breedte. In het westen kon men aan den gezichteinder flauw den omtrek zien van de heuvels, die het vruchtbare land der Makololo’s begrenzen, en welks hoofdstad, Maketo, op ongeveer honderd kilometers noordoostelijk van het meer Ngami ligt.In het noorden daarentegen werd de Scorzef door eene geheele andere landstreek begrensd. Welk een onderscheid met de woeste steppen in het zuiden! Water, boomen, weilanden en al die planten, die eene voortdurende vochtigheid tot onderhoud behoeven! Over eene uitgestrektheid van minstens honderd kilometers strekte zich oost- en westwaarts het schoone water van het meer uit, en weerkaatste het de stralen der opkomende zon. Het meer had juist in deze richting zijne grootste breedte. Maar van het noorden naar het zuiden was het niet meer dan dertig of veertig kilometers breed. Aan de oostzijde scheen de grond zacht op te loopen, en leverde met zijne bosschen, weilanden en rivieren (zijtakken van de Liambi en Zambese) een even rijk als afwisselend panorama op, verschillend van uitzicht, terwijl geheel in het noorden, maar op minstens tachtigkilometers afstand, eene rij kleine bergen het geheel schilderachtig omlijstte. Eene schoone landstreek, eene oase in de woestijn! De grond was uitstekend bevochtigd door een net van kleine beken, en ademde leven en groeikracht. Het was de Zambese, de groote stroom die door hare zijtakken deze wonderbare groeikracht onderhield! Hij mag met recht de onmetelijke slagader genoemdworden, die voor zuidelijk Afrika is wat de Donau is voor Europa en de Maranon voor Zuid-Amerika.Zoo was het panorama dat zich voor de blikken der Europeanen ontrolde. Wat den Scorzef betreft, deze verhief zich op den oever van het meer, en zooals Mathieu Strux reeds gezegd had, rezen de wanden van den berg loodrecht uit het water omhoog. Maar geen helling is zoo steil of een zeeman kan er wel op en af en langs een zeer sterk glooiend pad hadden deze toch het meer bereikt, waar de stoomboot voor anker lag. Men was dus zeker van water in overvloed te hebben, en de kleine bezetting kon, zoolang de levensmiddelen duurden, het achter de muren der verlaten schans wel uithouden.Maar hoe kwam deze schans in de woestijn op den top van dien berg? Men vroeg er Mokum naar, die deze streek reeds als gids van dokter Livingstone bereisd had; hij antwoordde ongeveer het volgende: de omtrek van het meer Ngami werd oudtijds dikwijls bezocht door ivoor- en elpenbeenhandelaars; het ivoor wordt door olifanten en neushoorns geleverd; het elpenbeen is het menschenvleesch, dat levende vleesch waarin de slavenhandelaars handelen. Het geheele land van de Zambese wordt nog bezocht door die ellendige vreemdelingen die den slavenhandel drijven. Oorlogen, twisten en plundering verschaffen eene groote menigte gevangenen, die als slaven verkocht worden. Juist langs dezen oever van het meer trokken nu de handelaars naar het westen. Vroeger was de Scorzef het middelpunt van de legerplaatsen der karavanen. Daar rustten zij uit voordat zij langs de Zambese naar hare monding trokken. De kooplieden hadden derhalve deze stelling versterkt om zich met hunne slaven te verdedigen tegen plunderaars, want het gebeurde niet zelden dat inlandsche gevangenen weder werden weggehaald door hen, die ze eerst verkocht hadden, om ze dan op nieuw te verhandelen.Zij hielden beurtelings de wacht. Bladz. 170.Zij hielden beurtelings de wacht. Bladz.170.Zóó was deze schans ontstaan, maar op dit tijdstip was zij zeer in verval. De weg voor den karavaanhandel had zich verlegd. Het meer zag die kooplieden niet meer aan zijne oevers; de Scorzefbehoefdeniet meer verdedigd te worden, en de muren, die er omheen stonden vielen in puin. Van die schans was niets meer over dan eene omwalling in den vorm van een cirkelsector, welks boog naar het zuiden, en waarvan de koorde noordwaarts gekeerd was. In het midden verhief zich eene met kazematten voorziene redoute met schietgaten, en waarboven een klein houten koepeltje uitstak,dat door den afstand verkleind, tot mikpunt voor den kijker van kolonel Everest gediend had. Maar hoe vervallen ook, toch bood de schans nog eene vrij zekere schuilplaats voor de Europeanen aan.Achter die van dikken zandsteen gebouwde muren, en gewapend als zij waren met achterladers, konden de astronomen en matrozen het tegen een geheel leger Makololo’s uithouden, zoolang zij levensmiddelen en amunitie hadden, en misschien zelfs hunnen geodesischen arbeid ten einde brengen.De kolonel en zijne makkers hadden amunitie in overvloed, want de kist, die deze bevatte had in den wagen gestaan, waarmede de stoomboot vervoerd was, en zooals men weet, hadden de plunderaars zich van dezen wagen niet meester gemaakt.Wat levensmiddelen aangaat, dat was een andere vraag; daarin bestond juist de moeilijkheid; de provisiewagens waren geplunderd. In de schans was niet meer voorhanden dan om de achttien mannen gedurende twee dagen te voeden. Dit bleek uit eene nauwkeurige lijst, die daarvan door den kolonel en Mathieu Strux werd opgemaakt.Toen de lijst opgemaakt en een zeer sober ontbijt genuttigd was, vereenigden de astronomen en de Boschjesman zich in de kazemat, terwijl de matrozen goed de wacht hielden om de muren der schans.Men besprak met elkander het gebrek aan levensmiddelen en wist niet op welke wijze daarin te voorzien, toen de jager het volgende in ’t midden bracht:»Gij bekommert u over gebrek aan levensmiddelen, en ik zie waarlijk niet in, waarom u dit zoo kan verontrusten. Wij hebben slechts voor twee dagen voorraad, zegt gij? Maar wie noodzaakt ons nog twee dagen in de schans te blijven? Kunnen wij haar nietvandaagof morgen verlaten? Wie belet het ons? De Makololo’s? Maar zij loopen voor zoover ik weet, nog niet over het water van het meer, en met de stoomboot neem ik aan u binnen weinige uren aan de noordzijde van het meer neder te zetten.”Op dit voorstel keken de geleerden elkander en den Boschjesman aan. Het scheen inderdaad alsof dit zoo natuurlijke denkbeeld geen van allen in het hoofd was gekomen. En inderdaad, zij hadden daaraan niet gedacht! Deze gedachte kon ook bij die stoutmoedige mannen niet opkomen, die bij dezen gedenkwaardigen tocht tot het einde toe de helden der wetenschap zijn moesten.John Murray vatte het eerst het woord op, en antwoordde den Boschjesman:»Maar dappere Boschjesman, wij hebben onze taak niet volbracht.”»Welke taak?”»Het meten van den meridiaan!”»Denkt gij dan,” hernam de jager, »dat die Makololo’s wat om uw meridiaan geven?”»Het is mogelijk dat zij er niets om geven,”hernam John Murray, »maar wij geven er om, wij zullen deze ondernemingniet in den steek laten. Is dat uwe meening ook niet, waarde ambtgenooten?”»Zoo denken wij er ook over,” antwoordde de kolonel, die uit aller naam sprak en daardoor de tolk was van de gevoelens, die door allen gedeeld werden.»Wij zullen de meting van den meridiaan niet opgeven! Zoolang één van ons zal overblijven, zoolangéénonzer nog door een kijker zien kan, zal de driehoeksmeting worden voortgezet. Wij zullen als ’t noodig is met het geweer in de eene en onzen kijker in de andere hand onze waarnemingen voortzetten, maar wij zullen tot onzen laatsten ademtocht volhouden.”»Hoezee voor Engeland! Hoezee voor Rusland!”riepen deze moedige geleerden, die de wetenschap stelden boven elk gevaar. De Boschjesman keek zijne metgezellen een oogenblik aan en antwoordde niet: hij had het begrepen.Het sprak dus van zelf dat de meting zou worden voortgezet. Maar zouden de plaatselijke moeilijkheden, dat meer, de keuze van een goed station, de uitvoering niet beletten? Deze vraag werd aan Mathieu Strux gedaan. De Russische astronoom die reeds twee dagen op den Scorzef zat, moest deze vraag kunnen beantwoorden.»Mijne heeren,” zeide hij, »het werk zal moeilijk en omslachtig zijn, het zal veel geduld en ijver vorderen, maar het is niet onuitvoerbaar. Want wat is de zaak? Om den Scorzef met een station ten noorden van het meer te verbinden? Bestaat er zulk een station? Ja het bestaat, en ik heb aan den gezichteinder reeds een bergtop uitgekozen, die als mikpunt voor onze kijkers dienen kan. Hij verheft zich ten noordwesten van het meer, zoodat deze zijde van den driehoek het meer Ngami in schuine richting zal snijden.”»Welnu,” zeide de kolonel, »als er zulk een punt bestaat, waar zit dan de moeilijkheid?”»De moeilijkheid,” antwoordde Mathieu Strux,»zit in den afstand, die den Scorzef van dien bergtop scheidt!”»Hoe groot is die afstand?” vroeg Everest.»Ten minste honderdtwintig kilometers.”»Onze kijker zal dien afstand overschrijden.”»Maar men zal een vuur op den top moeten aansteken.”»Dat zal gebeuren.”»Dat vuur moet daar worden heen gebracht.”»Dat zal ook gebeuren.”»En gedurende dien tijd zal men zich tegen de Makololo’s moeten verdedigen,” voegde de Boschjesman er bij.»Dit zal ook geschieden.”»Mijne heeren,” zeide Mokum, »ik ben tot uw dienst en ik zal alles doen wat gij mij zult opdragen....”Met deze woorden van den getrouwen jager eindigde een gesprek, waarvan de toekomst der wetenschappelijke onderneming afhing.Met dezelfde gedachte bezield en besloten zich zoo noodig op te offeren, verlieten de geleerden de kazemat en namen het land op dat zich ten noorden van het meer uitstrekte. Mathieu Strux wees den bergtop aan, dien hij had uitgekozen. Het was de top van den Volquiria, een soort van kegel, die door den verren afstand nauwelijks zichtbaar was. Hij verhief zich tot eene aanzienlijke hoogte, en niettegenstaande den grooten afstand, zou een groote electrieke lantaarn door den kijker wel gezien kunnen worden als men slechts een veel vergrootend oculair gebruikte. Maar die lantaarn moest men op meer dan honderd kilometers van den Scorzef en op den top van een berg overbrengen. Dit was de grootste, maar geen onoverkomelijke moeilijkheid. De hoek dien de Scorzef aan de eene zijde met den Volquiria, en aan den anderen kant met het vorige station vormde, zou de meting van den meridiaan waarschijnlijk ten einde brengen, want de Volquiria moest dicht bij den twintigsten parallel liggen. Men begrijpt dus al het belang van deze waarneming, en met welk een ijver de astronomen daarvan de moeilijkheid trachtten te overwinnen.Voor alles moest men beproeven den lantaarn te plaatsen. Daarvoor moest men honderd kilometers door eene onbekende streek afleggen. Michel Zorn en William Emery boden zich daarvoor aan; hun aanbod werd aangenomen. De gids stemde er in toe hen te vergezellen, zoodat zij zich aanstonds gereed maakten om te vertrekken.Zij wilden de stoomboot niet gebruiken; deze moest ter beschikking blijven van hunne makkers, die misschien verplicht zouden zijn zich met spoed te verwijderen, als zij hunne waarneming hadden volbracht. Om het meer over te steken was het voldoende van berkenschors eene boot te vervaardigen, die licht en sterk was, en die de inboorlingen in weinige uren kunnen maken. Mokum en de gids daalden naar den oever af, waar eenige kleine berken groeiden, en hadden het werk spoedig verricht.Om acht uren ’s avonds had men de instrumenten, de electrieke lantaarns, eenige levensmiddelen, wapenen en amunitie in de boot geladen. Men sprak af dat men elkander terug zou vinden aan den zuidelijken oever van het meer, in eene kreek die de Boschjesman en de gids beiden kenden. Bovendien zou de kolonel, zoodra de lantaarn op den Volquiria waargenomen en de hoek berekend was, op den top van den Scorzef een vuur ontsteken, opdat Michel Zorn en William Emery evenzeer die plaats konden waarnemen en bepalen.Na afscheid van hunne makkers te hebben genomen, verlieten de reizigers de schans en daalden in de sloep af. De gids, een Engelsch en een Russisch matroos waren reeds vooruitgegaan.Het was stikdonker; het touw werd losgemaakt en de lichteboot gleed door de kracht der riemen stil over het water van het meer.De Europeesche achterladers.... Bladz. 174.De Europeesche achterladers.... Bladz.174.
De woorden van kolonel Everest werden met gejuich ontvangen. Tegenover die Makololo’s en het gemeenschappelijk gevaar vergaten Russen en Engelschen den internationalen oorlog en konden zich slechts tot gemeenschappelijke verdediging vereenigen. De toestand beheerschte alles, en inderdaad was de Engelsch-Russische commissie tegenover den vijand veel sterker en eendrachtiger vereenigd dan ooit te voren. William Emery en Michel Zorn waren in elkanders armen gevallen. De andere Europeanen hadden hun nieuw verbond met een handdruk bekrachtigd.
Het eerste werk der Engelschen was om hun dorst te lesschen; het water uit het meer ontbrak in de Russische legerplaats niet. Onder eene kazemat, die een gedeelte uitmaakte van eene verlaten schans op den top van den Scorzef, verhaalden de Europeanen elkander wat er sedert hunne scheiding te Kolobeng gebeurd was. Gedurende dien tijd hielden de matrozen de Makololo’s in het oog, die hun eenige rust gaven.
En de lichte boot gleed stil over het water. Bladz. 169.En de lichte boot gleed stil over het water. Bladz.169.
En de lichte boot gleed stil over het water. Bladz.169.
Waarom bevonden de Russen zich op dien bergtop, zoover links van hun meridiaan? Om dezelfde reden die de Engelschen rechts daarvan deed verschijnen. De Scorzef was ongeveerhalfwegtusschen de beide meridianen in gelegen, en de eenige hoogte in deze streek, die aan den oever van het meer Ngami als signaal dienen kon. Hetwas dus zeer natuurlijk dat de beide commissiën elkander ontmoetten op de eenige hoogte, die hen bij hunne waarnemingen helpen kon. De Engelsche en Russische meridianen eindigden op twee vrijver van elkander verwijderde punten beiden aan het meer. Daarom moesten de waarnemers de zuidelijke en noordelijke oevers door geodesische opmeting met elkander verbinden.
Daarop trad Strux in eenige bijzonderheden over den door hen volbrachten arbeid. Van Kolobeng af was de driehoeksmeting zonder ongeval geschied. Deze eerste meridiaan, die het lot aan de Russen had toegewezen, liep door een vruchtbaar, zeer weinig golvend terrein, dat de meting van een net van driehoeken zeer gemakkelijk maakte. De Russische sterrekundigen hadden evenals de Engelschen veel te lijden gehad van de ontzettende hitte, maar niet van het gebrek aan water. Er was overvloed van riviertjes in deze streek, en deze onderhielden er eene heilzame vochtigheid. Paarden en ossen waren dus om zoo te zeggen voortdurend door onmetelijke groene weilanden getrokken, die hier en daar door bosschen en kreupelhout waren doorsneden. Door ’s nachts vuren aan te steken, had men de wilde dieren van de legerplaatsen verwijderd kunnen houden. De bevolking bestond uit de bewoners van die dorpen en kralen, waar dokter Livingstone bijna altijd gastvrij ontvangen was. De Boschjesmannen hadden op die reis dus geene reden tot klagen gehad. Den 20stenFebruari bereikten de Russen den Scorzef, en waren er sinds zesendertig uren gevestigd toen de Makololo’s ten getale van drie-of vierhonderd in de vlakte verschenen. De verschrikte Boschjesmannen verlieten aanstonds de karavaan en lieten de Russen aan zich zelven over. De Makololo’s begonnen de wagens, die aan den voet van den berg stonden, te plunderen; maar gelukkig waren de instrumenten bij de aankomst aanstonds in de schans geborgen. Bovendien was de stoomboot onbeschadigd, want de Russen hadden vóór de komst der plunderaars den tijd gehad haar in elkander te zetten en thans lag zij te dobberen in een kleinen inham van het meer. Aan dien kant rezen de zijden van den berg bijna loodrecht uit het meer omhoog, zoodat men daar niet kon aangevallen worden; doch aan den zuidkant kon de helling van den berg gemakkelijk beklommen worden, en bij den aanval, dien zij beproefd hadden, zouden de Makololo’s misschien tot aan de schans zijn doorgedrongen zonder de toevallige komst der Engelschen.
Zoo was in hoofdtrekken het verhaal van Mathieu Strux. Kolonel Everest deelde hem op zijne beurt mede, wat hun op zijn tocht naar het noorden overkomen was, het lijden en de afmatting der karavaan, den opstand der Boschjesmannen, de moeilijkheden en hinderpalen, die men had moeten overwinnen. Daaruit bleek, dat de Russen sedert hun vertrek van Kolobeng vrij wat meer begunstigd waren dan de Engelschen.
De nacht van 21 op 22 Februari ging zonder ongeval voorbij. De Boschjesman en de matrozen hadden aan den voet van de schans de wacht gehouden. De Makololo’s vernieuwden den aanval niet;maar eenige vuren aan den voet van den berg bewezen dat die roovers nog altijd op dezelfde plaats lagen en hun plan nog niet hadden opgegeven.
Den volgenden dag, 22 Februari, kwamen de Europeanen bij het aanbreken van den dag uit de kazemat te voorschijn om het oog over de vlakte te laten weiden. De eerste morgenschemering verlichtte in een oogwenk de geheele uitgestrekte vlakte tot aan de uiterste grenzen van den gezichteinder. Aan de zuidzijde zag men de woestijn met haar geelachtig zand, met haar verbrand gras, en haar dor uiterlijk. Aan den voet des bergs was het kamp opgeslagen, waarin vier of vijfhonderd inlanders door elkander krioelden. Hunne vuren brandden nog. Eenige stukken wildbraad werden op gloeiende kolen geroosterd. Het was duidelijk, dat de Makololo’s de plaats niet wilden verlaten, hoewel zij zich reeds hadden meester gemaakt van al wat de karavaan kostbaars bezat, al het materieel, de wagens, paarden, ossen en levensvoorraad. De buit was hun zondertwijfelniet voldoende, en na de Europeanen vermoord te hebben, wilden zij zich zeker van hunne wapenen meester maken, waarvan de kolonel en de zijnen zulk een verschrikkelijk gebruik hadden gemaakt.
Na het kamp te hebben opgenomen, hadden de Engelsche en Russische geleerden een langdurig onderhoud met den Boschjesman; men moest een bepaald besluit nemen, doch dit zou afhangen van zekeren samenloop van omstandigheden, en bovendien moest men eerst nauwkeurig de ligging van den Scorzef bepalen.
De astronomen wisten reeds dat deze berg aan de zuidzijde begrensd werd door de onmetelijke vlakte, die zich tot aan dekarrouuitstrekte; ten oosten en westen was het de woestijn, doch in hare kleinste breedte. In het westen kon men aan den gezichteinder flauw den omtrek zien van de heuvels, die het vruchtbare land der Makololo’s begrenzen, en welks hoofdstad, Maketo, op ongeveer honderd kilometers noordoostelijk van het meer Ngami ligt.
In het noorden daarentegen werd de Scorzef door eene geheele andere landstreek begrensd. Welk een onderscheid met de woeste steppen in het zuiden! Water, boomen, weilanden en al die planten, die eene voortdurende vochtigheid tot onderhoud behoeven! Over eene uitgestrektheid van minstens honderd kilometers strekte zich oost- en westwaarts het schoone water van het meer uit, en weerkaatste het de stralen der opkomende zon. Het meer had juist in deze richting zijne grootste breedte. Maar van het noorden naar het zuiden was het niet meer dan dertig of veertig kilometers breed. Aan de oostzijde scheen de grond zacht op te loopen, en leverde met zijne bosschen, weilanden en rivieren (zijtakken van de Liambi en Zambese) een even rijk als afwisselend panorama op, verschillend van uitzicht, terwijl geheel in het noorden, maar op minstens tachtigkilometers afstand, eene rij kleine bergen het geheel schilderachtig omlijstte. Eene schoone landstreek, eene oase in de woestijn! De grond was uitstekend bevochtigd door een net van kleine beken, en ademde leven en groeikracht. Het was de Zambese, de groote stroom die door hare zijtakken deze wonderbare groeikracht onderhield! Hij mag met recht de onmetelijke slagader genoemdworden, die voor zuidelijk Afrika is wat de Donau is voor Europa en de Maranon voor Zuid-Amerika.
Zoo was het panorama dat zich voor de blikken der Europeanen ontrolde. Wat den Scorzef betreft, deze verhief zich op den oever van het meer, en zooals Mathieu Strux reeds gezegd had, rezen de wanden van den berg loodrecht uit het water omhoog. Maar geen helling is zoo steil of een zeeman kan er wel op en af en langs een zeer sterk glooiend pad hadden deze toch het meer bereikt, waar de stoomboot voor anker lag. Men was dus zeker van water in overvloed te hebben, en de kleine bezetting kon, zoolang de levensmiddelen duurden, het achter de muren der verlaten schans wel uithouden.
Maar hoe kwam deze schans in de woestijn op den top van dien berg? Men vroeg er Mokum naar, die deze streek reeds als gids van dokter Livingstone bereisd had; hij antwoordde ongeveer het volgende: de omtrek van het meer Ngami werd oudtijds dikwijls bezocht door ivoor- en elpenbeenhandelaars; het ivoor wordt door olifanten en neushoorns geleverd; het elpenbeen is het menschenvleesch, dat levende vleesch waarin de slavenhandelaars handelen. Het geheele land van de Zambese wordt nog bezocht door die ellendige vreemdelingen die den slavenhandel drijven. Oorlogen, twisten en plundering verschaffen eene groote menigte gevangenen, die als slaven verkocht worden. Juist langs dezen oever van het meer trokken nu de handelaars naar het westen. Vroeger was de Scorzef het middelpunt van de legerplaatsen der karavanen. Daar rustten zij uit voordat zij langs de Zambese naar hare monding trokken. De kooplieden hadden derhalve deze stelling versterkt om zich met hunne slaven te verdedigen tegen plunderaars, want het gebeurde niet zelden dat inlandsche gevangenen weder werden weggehaald door hen, die ze eerst verkocht hadden, om ze dan op nieuw te verhandelen.
Zij hielden beurtelings de wacht. Bladz. 170.Zij hielden beurtelings de wacht. Bladz.170.
Zij hielden beurtelings de wacht. Bladz.170.
Zóó was deze schans ontstaan, maar op dit tijdstip was zij zeer in verval. De weg voor den karavaanhandel had zich verlegd. Het meer zag die kooplieden niet meer aan zijne oevers; de Scorzefbehoefdeniet meer verdedigd te worden, en de muren, die er omheen stonden vielen in puin. Van die schans was niets meer over dan eene omwalling in den vorm van een cirkelsector, welks boog naar het zuiden, en waarvan de koorde noordwaarts gekeerd was. In het midden verhief zich eene met kazematten voorziene redoute met schietgaten, en waarboven een klein houten koepeltje uitstak,dat door den afstand verkleind, tot mikpunt voor den kijker van kolonel Everest gediend had. Maar hoe vervallen ook, toch bood de schans nog eene vrij zekere schuilplaats voor de Europeanen aan.Achter die van dikken zandsteen gebouwde muren, en gewapend als zij waren met achterladers, konden de astronomen en matrozen het tegen een geheel leger Makololo’s uithouden, zoolang zij levensmiddelen en amunitie hadden, en misschien zelfs hunnen geodesischen arbeid ten einde brengen.
De kolonel en zijne makkers hadden amunitie in overvloed, want de kist, die deze bevatte had in den wagen gestaan, waarmede de stoomboot vervoerd was, en zooals men weet, hadden de plunderaars zich van dezen wagen niet meester gemaakt.
Wat levensmiddelen aangaat, dat was een andere vraag; daarin bestond juist de moeilijkheid; de provisiewagens waren geplunderd. In de schans was niet meer voorhanden dan om de achttien mannen gedurende twee dagen te voeden. Dit bleek uit eene nauwkeurige lijst, die daarvan door den kolonel en Mathieu Strux werd opgemaakt.
Toen de lijst opgemaakt en een zeer sober ontbijt genuttigd was, vereenigden de astronomen en de Boschjesman zich in de kazemat, terwijl de matrozen goed de wacht hielden om de muren der schans.
Men besprak met elkander het gebrek aan levensmiddelen en wist niet op welke wijze daarin te voorzien, toen de jager het volgende in ’t midden bracht:
»Gij bekommert u over gebrek aan levensmiddelen, en ik zie waarlijk niet in, waarom u dit zoo kan verontrusten. Wij hebben slechts voor twee dagen voorraad, zegt gij? Maar wie noodzaakt ons nog twee dagen in de schans te blijven? Kunnen wij haar nietvandaagof morgen verlaten? Wie belet het ons? De Makololo’s? Maar zij loopen voor zoover ik weet, nog niet over het water van het meer, en met de stoomboot neem ik aan u binnen weinige uren aan de noordzijde van het meer neder te zetten.”
Op dit voorstel keken de geleerden elkander en den Boschjesman aan. Het scheen inderdaad alsof dit zoo natuurlijke denkbeeld geen van allen in het hoofd was gekomen. En inderdaad, zij hadden daaraan niet gedacht! Deze gedachte kon ook bij die stoutmoedige mannen niet opkomen, die bij dezen gedenkwaardigen tocht tot het einde toe de helden der wetenschap zijn moesten.
John Murray vatte het eerst het woord op, en antwoordde den Boschjesman:
»Maar dappere Boschjesman, wij hebben onze taak niet volbracht.”
»Welke taak?”
»Het meten van den meridiaan!”
»Denkt gij dan,” hernam de jager, »dat die Makololo’s wat om uw meridiaan geven?”
»Het is mogelijk dat zij er niets om geven,”hernam John Murray, »maar wij geven er om, wij zullen deze ondernemingniet in den steek laten. Is dat uwe meening ook niet, waarde ambtgenooten?”
»Zoo denken wij er ook over,” antwoordde de kolonel, die uit aller naam sprak en daardoor de tolk was van de gevoelens, die door allen gedeeld werden.»Wij zullen de meting van den meridiaan niet opgeven! Zoolang één van ons zal overblijven, zoolangéénonzer nog door een kijker zien kan, zal de driehoeksmeting worden voortgezet. Wij zullen als ’t noodig is met het geweer in de eene en onzen kijker in de andere hand onze waarnemingen voortzetten, maar wij zullen tot onzen laatsten ademtocht volhouden.”
»Hoezee voor Engeland! Hoezee voor Rusland!”riepen deze moedige geleerden, die de wetenschap stelden boven elk gevaar. De Boschjesman keek zijne metgezellen een oogenblik aan en antwoordde niet: hij had het begrepen.
Het sprak dus van zelf dat de meting zou worden voortgezet. Maar zouden de plaatselijke moeilijkheden, dat meer, de keuze van een goed station, de uitvoering niet beletten? Deze vraag werd aan Mathieu Strux gedaan. De Russische astronoom die reeds twee dagen op den Scorzef zat, moest deze vraag kunnen beantwoorden.
»Mijne heeren,” zeide hij, »het werk zal moeilijk en omslachtig zijn, het zal veel geduld en ijver vorderen, maar het is niet onuitvoerbaar. Want wat is de zaak? Om den Scorzef met een station ten noorden van het meer te verbinden? Bestaat er zulk een station? Ja het bestaat, en ik heb aan den gezichteinder reeds een bergtop uitgekozen, die als mikpunt voor onze kijkers dienen kan. Hij verheft zich ten noordwesten van het meer, zoodat deze zijde van den driehoek het meer Ngami in schuine richting zal snijden.”
»Welnu,” zeide de kolonel, »als er zulk een punt bestaat, waar zit dan de moeilijkheid?”
»De moeilijkheid,” antwoordde Mathieu Strux,»zit in den afstand, die den Scorzef van dien bergtop scheidt!”
»Hoe groot is die afstand?” vroeg Everest.
»Ten minste honderdtwintig kilometers.”
»Onze kijker zal dien afstand overschrijden.”
»Maar men zal een vuur op den top moeten aansteken.”
»Dat zal gebeuren.”
»Dat vuur moet daar worden heen gebracht.”
»Dat zal ook gebeuren.”
»En gedurende dien tijd zal men zich tegen de Makololo’s moeten verdedigen,” voegde de Boschjesman er bij.
»Dit zal ook geschieden.”
»Mijne heeren,” zeide Mokum, »ik ben tot uw dienst en ik zal alles doen wat gij mij zult opdragen....”
Met deze woorden van den getrouwen jager eindigde een gesprek, waarvan de toekomst der wetenschappelijke onderneming afhing.Met dezelfde gedachte bezield en besloten zich zoo noodig op te offeren, verlieten de geleerden de kazemat en namen het land op dat zich ten noorden van het meer uitstrekte. Mathieu Strux wees den bergtop aan, dien hij had uitgekozen. Het was de top van den Volquiria, een soort van kegel, die door den verren afstand nauwelijks zichtbaar was. Hij verhief zich tot eene aanzienlijke hoogte, en niettegenstaande den grooten afstand, zou een groote electrieke lantaarn door den kijker wel gezien kunnen worden als men slechts een veel vergrootend oculair gebruikte. Maar die lantaarn moest men op meer dan honderd kilometers van den Scorzef en op den top van een berg overbrengen. Dit was de grootste, maar geen onoverkomelijke moeilijkheid. De hoek dien de Scorzef aan de eene zijde met den Volquiria, en aan den anderen kant met het vorige station vormde, zou de meting van den meridiaan waarschijnlijk ten einde brengen, want de Volquiria moest dicht bij den twintigsten parallel liggen. Men begrijpt dus al het belang van deze waarneming, en met welk een ijver de astronomen daarvan de moeilijkheid trachtten te overwinnen.
Voor alles moest men beproeven den lantaarn te plaatsen. Daarvoor moest men honderd kilometers door eene onbekende streek afleggen. Michel Zorn en William Emery boden zich daarvoor aan; hun aanbod werd aangenomen. De gids stemde er in toe hen te vergezellen, zoodat zij zich aanstonds gereed maakten om te vertrekken.
Zij wilden de stoomboot niet gebruiken; deze moest ter beschikking blijven van hunne makkers, die misschien verplicht zouden zijn zich met spoed te verwijderen, als zij hunne waarneming hadden volbracht. Om het meer over te steken was het voldoende van berkenschors eene boot te vervaardigen, die licht en sterk was, en die de inboorlingen in weinige uren kunnen maken. Mokum en de gids daalden naar den oever af, waar eenige kleine berken groeiden, en hadden het werk spoedig verricht.
Om acht uren ’s avonds had men de instrumenten, de electrieke lantaarns, eenige levensmiddelen, wapenen en amunitie in de boot geladen. Men sprak af dat men elkander terug zou vinden aan den zuidelijken oever van het meer, in eene kreek die de Boschjesman en de gids beiden kenden. Bovendien zou de kolonel, zoodra de lantaarn op den Volquiria waargenomen en de hoek berekend was, op den top van den Scorzef een vuur ontsteken, opdat Michel Zorn en William Emery evenzeer die plaats konden waarnemen en bepalen.
Na afscheid van hunne makkers te hebben genomen, verlieten de reizigers de schans en daalden in de sloep af. De gids, een Engelsch en een Russisch matroos waren reeds vooruitgegaan.
Het was stikdonker; het touw werd losgemaakt en de lichteboot gleed door de kracht der riemen stil over het water van het meer.
De Europeesche achterladers.... Bladz. 174.De Europeesche achterladers.... Bladz.174.
De Europeesche achterladers.... Bladz.174.